Aprilia RX 125 User Manual

1.41 Mb
Loading...

APRILIA WOULD LIKE TO THANK YOU

for choosing one of its products. We have compiled this booklet to provide a comprehensive overview of your vehicle's quality features. Please, read it carefully before riding the vehicle for the first time. It contains information, tips and precautions for using your vehicle. It also describes features, details and devices to assure you that you have made the right choice. We believe that if you follow our suggestions, you will soon get to know your new vehicle well and that it will continue to give you satisfactory service for many years to come. This booklet is an integral part of the vehicle and must be handed over to the new owner in the event of sale.

APRILIA WIL U BEDANKEN

omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig, waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.

SX-RX 125

Ed. 03 2008

The instructions in this booklet have been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; This booklet also details routine maintenance procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an authorised aprilia Dealer or Workshop. This booklet also contains instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical knowledge: for these operations, please take your vehicle to an authorised aprilia Dealer or Workshop.

De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die uitgevoerd moeten worden op het voertuig, bij een Dealer of Erkende aprilia Garage. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

2

Personal safety

Persoonlijke veiligheid

Failure to completely observe these instructions will

Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden

result in serious risk of personal injury.

opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot ge-

 

volg hebben.

Safeguarding the environment

Bescherming van

Sections marked with this symbol indicate the correct

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden

use of the vehicle to prevent damaging the environ-

zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan-

ment.

richt aan de natuur.

Vehicle intactness

Staat van het voertuig

The incomplete or non-observance of these regula-

Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden

tions leads to the risk of serious damage to the vehicle

opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig,

and sometimes even the invalidity of the guarantee.

en eventueel het vervallen van deze garantie tot ge-

 

volg hebben.

The symbols shown above are very important. They are used to highlight those parts of the booklet that should be read with particular care. As you can see, each sign consists of a different graphic symbol, making it quick and easy to locate the various topics.

Before starting the engine, read this booklet thoroughly and the "SAFE RIDING" section in particular. Your safety as well as other's does not only depend on the quickness of your reflexes and agility, but also on how well you know your vehicle, the state of maintenance of the vehicle itself and your knowledge of the rules for SAFE RIDING. For your safety, get to know your vehicle well so as to safely ride and master it in road traffic IMPORTANT This booklet is an integral part of the vehicle, and must be handed to the new owner in the event of sale.

Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf "VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en beheersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integrerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.

3

4

GENERAL RULES..........................................................................

9

Foreword..................................................................................

10

Carbon monoxide.....................................................................

10

Fuel..........................................................................................

11

Hot components.......................................................................

12

Coolant.....................................................................................

12

Used engine oil and gearbox oil...............................................

13

Brake and clutch fluid...............................................................

14

Battery hydrogen gas and electrolyte.......................................

15

Stand........................................................................................

17

Reporting of defects that affect safety......................................

17

VEHICLE.........................................................................................

23

Arrangement of the main components.........................................

27

Dashboard...................................................................................

28

Analog instrument panel..............................................................

30

Light unit......................................................................................

31

Digital lcd display.........................................................................

33

Ignition switch...........................................................................

38

Locking the steering wheel.......................................................

39

Horn button..................................................................................

40

Switch direction indicators...........................................................

40

High/low beam selector...............................................................

41

Passing button.............................................................................

41

Manual starter control..................................................................

42

Mixer oil tank................................................................................

42

The saddle...................................................................................

44

Glove/tool kit compartment......................................................

45

Identification.................................................................................

45

USE.................................................................................................

47

Checks.........................................................................................

48

Refuelling.....................................................................................

51

 

INDEX

 

INDEX

ALGEMENE NORMEN.....................................................................

9

Vooronderstelling.......................................................................

10

Koolmonoxide.............................................................................

10

Brandstof....................................................................................

11

Warme onderdelen.....................................................................

12

Koelvloeistof...............................................................................

12

Gebruikte motorolie en koppelingsolie.......................................

13

Remen koppelingsvloeistof......................................................

14

Elektrolyt en waterstofgas van de accu......................................

15

Standaard...................................................................................

17

Communicatie van de defecten die invloed hebben op de vei-

ligheid.........................................................................................

17

VOERTUING.....................................................................................

23

Plaats van de hoofdcomponenten.................................................

27

Legenda.........................................................................................

28

Analoog instrumentenpaneel.........................................................

30

Groep controlelampjes...................................................................

31

Digitaal display...............................................................................

33

Startschakelaar..........................................................................

38

Stuurslot vergrendelen...............................................................

39

Drukknop claxon............................................................................

40

Schakelaar richtingaanwijzers.......................................................

40

Lichtschakelaar..............................................................................

41

Knop die knippert voor groot licht..................................................

41

Commando van de manuele starter...............................................

42

Tank van de mengerolie................................................................

42

Die sitzbank...................................................................................

44

Documentenvakje/gereedschapskit...........................................

45

Identificatie.....................................................................................

45

GEBRUIK..........................................................................................

47

Controles........................................................................................

48

5

Rear brake pedal adjustment.......................................................

52

Clutch lever adjustment...............................................................

53

Running in....................................................................................

53

Starting up the engine..................................................................

56

Moving off / riding........................................................................

60

Stopping the engine.....................................................................

70

Parking.........................................................................................

71

Catalytic silencer..........................................................................

73

Stand...........................................................................................

74

Suggestion to prevent theft..........................................................

75

MAINTENANCE..............................................................................

77

Gearbox oil level..........................................................................

78

Tyres............................................................................................

79

Spark plug dismantlement...........................................................

82

Removing the air filter..................................................................

84

Cooling fluid level.........................................................................

85

Checking the brake oil level.........................................................

89

Braking system fluid top up......................................................

90

Battery.........................................................................................

91

Checking the electrolyte level..................................................

92

Charging the battery.................................................................

93

Long periods of inactivity.............................................................

94

Fuses...........................................................................................

95

Lamps..........................................................................................

97

Front light group...........................................................................

98

Headlight adjustment...............................................................

99

Front direction indicators.............................................................

101

Rear optical unit...........................................................................

102

Rear turn indicators.....................................................................

103

Number plate light........................................................................

104

Idle adjustment............................................................................

105

Front and rear disc brake.............................................................

105

Periods of inactivity......................................................................

107

Cleaning the vehicle....................................................................

109

Transmission chain......................................................................

113

Chain backlash check..............................................................

114

Chain backlash adjustment......................................................

115

Checking wear of chain, front and rear sprockets....................

116

Chain lubrication and cleaning.................................................

117

Tanken...........................................................................................

51

Regulering achterrempedaal..........................................................

52

Regulering schakelhendel..............................................................

53

Inrijden...........................................................................................

53

Starten des motors.........................................................................

56

Start / besturing..............................................................................

60

Stoppen van de motor....................................................................

70

Parkeren........................................................................................

71

Katalysator.....................................................................................

73

Standaard......................................................................................

74

Tips tegen diefstal..........................................................................

75

ONDERHOUD...................................................................................

77

Versnellingsbak oliepeil.................................................................

78

Banden...........................................................................................

79

Demonteren van de bougie............................................................

82

Demonteren van het luchtfilter.......................................................

84

Peil koelvloeistof............................................................................

85

Controle van het oliepeil van de remmen......................................

89

Bijvullen van de remvloeistof......................................................

90

Accu...............................................................................................

91

Controle van het elektrolytpeil....................................................

92

Opladen van de accu.................................................................

93

Länger stillegen..............................................................................

94

Zekeringen.....................................................................................

95

Lampjes.........................................................................................

97

Koplampset....................................................................................

98

Afstellen van de koplamp...........................................................

99

Richtingaanwijzers voor.................................................................

101

Lampenset achter..........................................................................

102

Richtingaanwijzers achter..............................................................

103

Kentekenverlichting........................................................................

104

Afstellen van het stationair toerental..............................................

105

Schijfrem voor en achter................................................................

105

Stilstand van het voertuig...............................................................

107

Reinigen van het voertuig..............................................................

109

Transmissieketting.........................................................................

113

Controle van de speling van de ketting......................................

114

Regeling van de speling van de ketting......................................

115

6

TECHNICAL DATA.........................................................................

119

Kit equipment...............................................................................

132

PROGRAMMED MAINTENANCE..................................................

133

Scheduled maintenance table.....................................................

134

Table of recommended products.................................................

139

Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon

 

...................................................................................................

116

Smering en reiniging van de ketting...........................................

117

TECHNISCHE GEGEVENS..............................................................

119

Bijgeleverd gereedschap...............................................................

132

GEPLAND ONDERHOUD................................................................

133

Tabel gepland onderhoud..............................................................

134

Tabel aanbevolen producten.........................................................

139

7

8

SX-RX 125

Chap. 01

General rules

Hst. 01

Algemene normen

9

1 General rules / 1 Algemene normen

Foreword

Vooronderstelling

NOTE

CARRY OUT MAINTENANCE OPERATIONS AT HALF THE INTERVALS SHOWN IF THE VEHICLE IS USED IN WET OR DUSTY AREAS, OFF ROAD OR FOR SPORTING APPLICATIONS.

N.B.

WANNEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WEGEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN AAN DE HELFT VAN HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL UITGEVOERD WORDEN.

Carbon monoxide

Koolmonoxide

If you need to keep the engine running in order to perform a procedure, please ensure that you do so in an open or very well ventilated area. Never let the engine run in an enclosed area. If you do work in an enclosed area, make sure to use a smoke-extraction system.

CAUTION

EXHAUST EMISSIONS CONTAIN CARBON MONOXIDE, A POISONOUS GAS WHICH CAN CAUSE LOSS OF CONSCIOUSNESS AND EVEN DEATH.

Wanneer het nodig is om de motor te doen werken om een handeling uit te voeren, controleert men of dit in een open ruimte of in een goed geventileerd lokaal gebeurt. Laat de motor nooit werken in een gesloten ruimte. Wanneer men in een gesloten ruimte werkt, gebruikt men een evacuatiesysteem voor de uitlaatgassen.

LET OP

DE UITLAATGASSEN BEVATTEN KOOLMONOXIDE, EEN GIFTIG GAS DAT BEWUSTELOOSHEID EN OOK DE DOOD KAN VEROORZAKEN.

10

Fuel

Brandstof

CAUTION

FUEL USED TO POWER INTERNAL COMBUSTION ENGINES IS HIGHLY FLAMMABLE AND CAN BECOME EXPLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDITIONS. IT IS THEREFORE RECOMMENDED TO CARRY OUT REFUELLING AND MAINTENANCE PROCEDURES IN A VENTILATED AREA WITH THE ENGINE OFF. DO NOT SMOKE DURING REFUELLING AND NEAR FUEL VAPOURS, AVOID ANY CONTACT WITH NAKED FLAMES, SPARKS OR OTHER SOURCES WHICH MAY CAUSE THEM TO IGNITE OR EXPLODE.

DO NOT DISPOSE OF FUEL IN THE ENVIRONMENT.

KEEP OUT OF THE REACH OF CHILDREN

VEHICLE FALL OR EXCESSIVE INCLINATION CAN CAUSE FUEL TO SPILL OUT.

LET OP

DE BRANDSTOF DIE WORDT GEBRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UITERST BRANDBAAR EN KAN EXPLOSIEF WORDEN IN BEPAALDE OMSTANDIGHEDEN. VOER HET TANKEN EN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN UIT IN EEN GEVENTILEERDE ZONE EN MET DE MOTOR UIT. ROOK NIET TIJDENS HET TANKEN EN IN DE NABIJHEID VAN BRANDSTOFDAMPEN, EN VERMIJDT ABSOLUUT CONTACT MET VRIJE VLAMMEN, VONKEN EN EENDER WELKE ANDER BRON DIE HET VLAM VATTEN OF EXPLODEREN ERVAN KAN VEROORZAKEN.

LOOS DE BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN

HET VALLEN OF DE EXCESSIEVE INCLINATIE VAN HET VOERTUIG KUN-

normen Algemene 1 / rules General 1

11

1 General rules / 1 Algemene normen

 

NEN HET UITSTROMEN VAN BRAND-

 

STOF VEROORZAKEN.

Hot components

Warme onderdelen

The engine and the exhaust system components get very hot and remain in this condition for a certain time interval after the engine has been switched off. Before handling these components, make sure that you are wearing insulating gloves or wait until the engine and the exhaust system have cooled down.

De motor en de onderelen van de uitlaatinstallatie worden zeer warm en blijven warm voor een zekere periode, ook nadat de motor wordt uitgezet. Vooraleer men deze onderdelen hanteert, draagt men isolerende handschoenen, of wacht men tot de motor en de uitlaatinstallatie zijn afgekoeld.

Coolant

Koelvloeistof

The coolant contains ethylene glycol which, under certain conditions, can become flammable. When ethylene glycol burns, it produces an invisible flame which can nevertheless cause burns.

CAUTION

TAKE CARE NOT TO POUR COOLANT ONTO HOT ENGINE OR EXHAUST SYSTEM COMPONENTS; THE FLUID MAY CATCH FIRE AND BURN WITH INVISIBLE FLAMES. WHEN CARRYING OUT MAINTENANCE OPERATIONS, IT IS ADVISABLE TO WEAR LATEX GLOVES. EVEN THOUGH IT IS

De koelvloeistof bevat ethyleenglycol, wat in sommige omstandigheden ontvlambaar is. Wanneer het brandt, produceert ethylglycol onzichtbare vlammen, die toch brandwonden veroorzaken.

LET OP

LET OP OM GEEN KOELVLOEISTOF TE MORSEN OP DE HETE DELEN VAN DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE; DEZE ZOU BRAND KUNNEN VATTEN MET ONZICHTBARE VLAMMEN. BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.

12

TOXIC, COOLANT HAS A SWEET FLAVOUR WHICH MAKES IT VERY ATTRACTIVE TO ANIMALS. NEVER LEAVE THE COOLANT IN OPEN CONTAINERS IN AREAS ACCESSIBLE TO ANIMALS AS THEY MAY DRINK IT.

KEEP OUT OF THE REACH OF CHILDREN

DO NOT REMOVE THE RADIATOR CAP WHEN THE ENGINE IS STILL HOT. THE COOLANT IS UNDER PRESSURE AND MAY CAUSE BURNS.

DE KOELVLOEISTOF IS GIFTIG, MAAR HEEFT TOCH EEN ZOETE SMAAK, WAT HEM UITERST AANTREKKELIJK MAAKT VOOR DIEREN. LAAT DE KOELVLOEISTOF NOOIT IN GEOPENDE VERPAKKINGEN OF IN POSITIES DIE BEREIKBAAR ZIJN VOOR DIEREN, DIE ER ZOUDEN VAN KUNNEN DRINKEN.

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN

VERWIJDER DE RADIATORDOP NIET WANNEER DE MOTOR NOG WARM STAAT. DE KOELVLOEISTOF STAAT ONDER DRUK, EN ZOU BRANDWONDEN KUNNEN VEROORZAKEN.

Used engine oil and gearbox oil

CAUTION

IT IS ADVISABLE TO WEAR LATEX GLOVES WHEN SERVICING THE VEHICLE.

THE ENGINE OR GEARBOX OIL MAY CAUSE SERIOUS INJURIES TO THE SKIN IF HANDLED FOR PROLONGED PERIODS OF TIME AND ON A REGULAR BASIS.

Gebruikte motorolie en koppelingsolie

LET OP

BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.

DE OLIE VAN DE MOTOR OF DE VERSNELLINGSBAK KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, WANNEER HIJET LANG EN DAGELIJKS WORDT GEBRUIKT.

normen Algemene 1 / rules General 1

13

1 General rules / 1 Algemene normen

WASH YOUR HANDS CAREFULLY AFTER HANDLING OIL.

HAND THE OIL OVER TO OR HAVE IT COLLECTED BY THE NEAREST USED OIL RECYCLING COMPANY OR THE SUPPLIER.

DO NOT DISPOSE OF OIL IN THE ENVIRONMENT

KEEP OUT OF THE REACH OF CHILDREN

MEN RAADT AAN OM DE HANDEN ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET HANTEREN VAN OLIE.

BEZORG HEM AAN OF LAAT HEM OPHALEN DOOR HET DICHTSTBIJZIJNDE RECYCLEBEDRIJF VAN GEBRUIKTE OLIES OF DOOR DE LEVERANCIER.

LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN

Brake and clutch fluid

Remen koppelingsvloeistof

Brake and clutch fluid

BRAKE AND CLUTCH FLUIDS CAN DAMAGE THE PLASTIC OR RUBBER PAINTED SURFACES. WHEN SERVICING THE BRAKING SYSTEM OR THE CLUTCH SYSTEM PROTECT THESE COMPONENTS WITH A CLEAN CLOTH. ALWAYS WEAR PROTECTIVE GOGGLES WHEN SERVICING THESE SYSTEMS. BRAKE AND CLUTCH FLUIDS ARE EXTREMELY HARMFUL FOR YOUR EYES. IN THE EVENT OF ACCIDENTAL CONTACT WITH YOUR EYES, RINSE THEM IMMEDIATELY WITH ABUNDANT COLD,

Remen koppelingsvloeistof

DE REMEN KOPPELINGSVLOEISTOFFEN KUNNEN DE GELAKTE, PLASTIC OF RUBBEREN OPPERVLAKKEN BESCHADIGEN. WANNEER MEN HET ONDERHOUD VAN DE REMOF KOPPELINGSINSTALLATIE UITVOERT, BESCHERMT MEN DEZE ONDERDELEN MET EEN REIN DOEK. DRAAG STEEDS EEN BESCHERMENDE BRIL WANNEER MEN HET ONDERHOUD VAN DE INSTALLATIES UITVOERT. DE REMEN KOPPELINGSVLOEISTOFFEN ZIJN UITERST SCHADELIJK VOOR DE OGEN. IN GEVAL VAN TOEVALLIG

14

CLEAN WATER AND SEEK MEDICAL

CONTACT MET DE OGEN, SPOELT

ADVICE.

MEN ONMIDDELLIJK MET OVER-

KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-

VLOEDIG KOUD EN REIN WATER, EN

RAADPLEEGT MEN ONMIDDELLIJK

DREN

EEN ARTS.

 

 

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN

 

HOUDEN

Battery hydrogen gas and electrolyte

CAUTION

BATTERY ELECTROLYTE IS TOXIC, CORROSIVE AND AS IT CONTAINS SULPHURIC ACID, IT CAN CAUSE BURNS WHEN IN CONTACT WITH THE SKIN. WHEN HANDLING BATTERY ELECTROLYTE, WEAR TIGHTFITTING GLOVES AND PROTECTIVE APPAREL. IN THE EVENT OF SKIN CONTACT WITH THE ELECTROLYTIC FLUID, RINSE WELL WITH PLENTY OF CLEAN WATER. IT IS PARTICULARLY IMPORTANT TO PROTECT YOUR EYES BECAUSE EVEN TINY AMOUNTS OF BATTERY ACID MAY CAUSE BLINDNESS. IF THE FLUID GETS INTO CONTACT WITH YOUR EYES, WASH WITH ABUNDANT WATER FOR FIFTEEN MINUTES AND CONSULT AN EYE SPECIALIST IMME-

Elektrolyt en waterstofgas van de accu

LET OP

DE ELEKTROLYT VAN DE ACCU IS GIFTIG EN BIJTEND, EN IN CONTACT MET DE HUID KAN HET BRANDWONDEN VOORZAKEN OMDAT HET ZWAVELZUUR BEVAT. DRAAG NAUWSLUITENDE HANDSCHOENEN EN BESCHERMENDE KLEDING WANNEER MEN HET ELEKTROLYT VAN DE ACCU HANTEERT. WANNEER DE ELEKTROLYTVLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID, MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET KOUD WATER. HET IS ZEER BELANGRIJK OM DE OGEN TE BESCHERMEN, OMDAT OOK EEN ZEER KLEINE HOEVEELHEID ZUUR VAN DE ACCU BLINDHEID KAN VEROORZAKEN. WANNEER HET IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE OGEN, MOET

normen Algemene 1 / rules General 1

15

1 General rules / 1 Algemene normen

DIATELY. IF THE FLUID IS ACCIDENTALLY SWALLOWED, DRINK LARGE QUANTITIES OF WATER OR MILK, FOLLOWED BY MILK OF MAGNESIA OR VEGETABLE OIL AND SEEK MEDICAL ADVICE IMMEDIATELY. THE BATTERY RELEASES EXPLOSIVE GASES; KEEP IT AWAY FROM FLAMES, SPARKS, CIGARETTES OR ANY OTHER HEAT SOURCES. ENSURE ADEQUATE VENTILATION WHEN SERVICING OR RECHARGING THE BATTERY.

KEEP OUT OF THE REACH OF CHILDREN

BATTERY LIQUID IS CORROSIVE. DO NOT POUR OR SPILL IT, PARTICULARLY ON PLASTIC COMPONENTS. ENSURE THAT THE ELECTROLYTIC ACID IS COMPATIBLE WITH THE BATTERY TO BE ACTIVATED.

MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET WATER VOOR ONGEVEER VIJFTIEN MINUTEN, EN ONMIDDELLIJK EEN OOGARTS RAADPLEGEN. WANNEER HET TOEVALLIG ZOU WORDEN INGESLIKT, MOET MEN VEEL WATER OF MELK DRINKEN, DAARNA MAGNESIUMMELK OF VEGETALE OLIE DRINKEN, EN ONMIDDELLIJK EEN ARTS RAADPLEGEN. DE ACCU VERSPREIDT EXPLOSIEVE GASSEN EN MOET DUS UIT DE BUURT WORDEN GEHOUDEN VAN VLAMMEN, VONKEN, SIGARETTEN EN ELKE ANDERE WARMTEBRON. VOORZIE EEN GEPASTE VERLUCHTING WANNEER MEN ONDERHOUD OF HET OPLADEN VAN DE ACCU UITVOERT.

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN

DE VLOEISTOF VAN DE ACCU IS CORROSIEF. GIET ZE NIET UIT EN VERSPREIDT ZE NIET, VOORAL NIET OP DE PLASTIC DELEN. CONTROLEER OF HET ELEKTROLYTZUUR SPECIFIEK VOOR DE TE ACTIVEREN ACCU IS.

16

Stand

Standaard

BEFORE SETTING OFF, MAKE SURE THE STAND HAS BEEN COMPLETELY RETRACTED TO ITS POSITION.

DO NOT REST THE RIDER'S OR PASSENGER'S WEIGHT ON THE SIDE STAND.

VÓÓR HET VERTREK CONTROLEERT MEN OF DE STANDAARD VOLLEDIG INGEKLAPT IS.

BELAST DE LATERALE STANDAARD NIET MET UW GEWICHT OF DAT VAN DE PASSAGIER.

Reporting of defects that affect safety

GENERAL PRECAUTIONS AND INFORMATION

When repairing, dismantling and reassembling the vehicle follow the recommendations reported below carefully.

BEFORE REMOVING COMPONENTS

Before dismantling components, remove dirt, mud, dust and foreign bodies from the vehicle. Use the special tools designed for this bike, as required.

COMPONENTS REMOVAL

Communicatie van de defecten die invloed hebben op de veiligheid

ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN EN INFORMATIE

Wanneer men de herstelling, de demontage en hermontage van het voertuig uitvoert, moet men zich nauwgezet aan het volgende advies houden.

VÓÓR DE DEMONTAGE VAN DE ONDERDELEN

Verwijder vuil, modder, stof en vreemde voorwerpen van het voertuig, voordat men de demontage van de onderdelen uitvoert. Gebruik, waar voorzien, de speciale gereedschappen

normen Algemene 1 / rules General 1

17

1 General rules / 1 Algemene normen

Do not loosen and/or tighten screws and nuts using pliers or other tools than the especially designed wrench.

Mark positions on all connection joints (pipes, cables etc.) before separating them, and identify them with distinctive symbols.

Each component needs to be clearly marked in order to be identified during reassembly.

Clean and wash the dismantled components carefully using a low-flammability detergent.

Keep coupled parts together since they have "adjusted" to each other due to normal wear and tear.

Some components must be used together or replaced altogether.

Keep away from heat sources.

die voor dit voertuig ontworpen werden.

DEMONTAGE VAN DE ONDERDELEN

Los en/of sluit de bouten en de moeren niet met tangen of andere gereedschappen, maar gebruik steeds de speciale sleutel.

Merk de posities op alle verbindingskoppelingen (buizen, kabels, enz.) vooraleer men ze scheidt, en identificeer ze met verschillende onderscheidende tekens.

Elk stuk moet duidelijk gemerkt worden, zodat het tijdens de fase van de installatie geïdentificeerd kan worden.

Reinig en was de gedemonteerde onderdelen zorgvuldig met een reinigingsmiddel met lage ontvlambaarheidsgraad.

Houd de onderling gekoppelde delen bij elkaar, omdat het ene bij het andere "past" als gevolg van de normale slijtage.

Sommige onderdelen moeten samen gebruikt worden of volledig vervangen worden.

Houd ze ver van warmtebronnen.

REASSEMBLY OF COMPONENTS

CAUTION

BEARINGS MUST BE ABLE TO ROTATE FREELY, WITHOUT JAMMING

HERMONTAGE VAN DE ONDERDELEN

18

LET OP

AND/OR NOISE: OTHERWISE, THEY

NEED TO BE REPLACED. DE KUSSENTJES MOETEN VRIJ DRAAIEN, ZONDER WRIJVINGEN EN/ OF LAWAAI, ANDERS MOETEN ZE VERVANGEN WORDEN.

Only use ORIGINAL APRILIA SPARE PARTS.

Comply with lubricant and consumables use guidelines.

Lubricate parts (whenever possible) before reassembling them.

When tightening nuts and screws, start from the ones with the largest section or from the internal ones, moving diagonally. Tighten nuts and screws in successive steps before applying the tightening torque.

Always replace self-locking nuts, washers, sealing rings, circlips, O-rings (OR), split pins and screws with new ones if their tread is damaged.

When assembling the bearings, make sure to lubricate them well.

Check that each component is assembled correctly.

After a repair or routine maintenance procedure, carry out preride checks and test the vehicle on private grounds or in an area with low traffic density.

Clean all coupling surfaces, oil guard rims and gaskets before

Gebruik enkel ORIGINELE RESERVEONDERDELEN van aprilia.

Gebruik de aanbevolen smeermiddelen en verbruiksmaterialen.

Smeer de delen (wanneer mogelijk) vooraleer men ze monteert.

Bij het sluiten van de bouten en de moeren, begint men met diegene met de grootste diameter of met de interne, en men werkt diagonaal. Voer het sluiten uit met opeenvolgende passages, vooraleer men het sluitingskoppel toepast.

Vervang steeds de zelfborgende moeren, de pakkingen, de dichtingsringen, de elastische ringen, de O-ringen (OR), de splitpennen en de bouten door nieuwe, wanneer ze schade aan de schroefdraad vertonen.

Wanneer men de kussentjes monteert, smeert men ze overvloedig.

Controleer of elk onderdeel correct gemonteerd is.

Na een herstellingshandeling of periodiek onderhoud, voert men

normen Algemene 1 / rules General 1

19

1 General rules / 1 Algemene normen

refitting them. Smear a light layer of lithium-based grease on the oil guard rims. Reassemble oil guards and bearings with the brand or lot number facing outward (visible side).

de voorafgaande controles uit en test men het voertuig in een privé-zone of in een zone met weinig verkeer.

Reinig alle koppelingsvlakken, de randen van de oliekeerringen en de pakkingen vóór de hermontage. Breng een laagje vet op basis van lithium aan op de randen van de oliekeerringen. Hermonteer de oliekeerringen en de kussentjes met het merk of het fabricatienummer naar de buitenkant gericht (zichtbare kant).

ELECTRIC CONNECTORS

Electric connectors must be disconnected as described below; failure to comply with this procedure causes irreparable damage to both the connector and the cable harness:

Press the relevant safety hooks, if any.

Grip the two connectors and disconnect them by pulling them in opposite directions.

If there are signs of dirt, rust, humidity, etc., clean the connector internal parts carefully using a pressurised air jet.

Make sure that the cables are correctly cramped to the connector internal terminal ends.

Then insert the two connectors making sure that they couple

ELEKTRISCHE CONNECTORS

De elektrische connectors moeten als volgt worden losgemaakt, het niet respecteren van deze procedure leidt tot onherstelbare schade aan de connector en aan de bekabeling:

Indien aanwezig, drukt men op de speciale veiligheidskoppelingen.

Grijp de twee connectors vast en verwijder ze, door ze in de tegenovergestelde richting uit elkaar te trekken.

In aanwezigheid van vuil, roest, vochtigheid, enz., reinigt men zorgvuldig de binnenkant van de connector met gebruik van een persluchtstraal.

20

correctly (if the relevant hooks are provided, you will hear them "click" into place).

CAUTION

TO DISCONNECT THE TWO CONNECTORS, DO NOT PULL THE CABLES.

NOTE

THE TWO CONNECTORS CONNECT ONLY FROM ONE SIDE: CONNECT THEM THE RIGHT WAY ROUND.

Controleer of de kabels correct vastgeklemd zijn aan de interne terminals van de connectors.

Plaats vervolgens de twee connectors, en controleer de correcte koppeling (wanneer tegenovergestelde koppelingen aanwezig zijn, hoort men een typische "klik").

LET OP

TREK NIET AAN DE KABELS OM DE TWEE CONNECTORS LOS TE MAKEN.

N.B.

DE TWEE CONNECTORS KUNNEN MAAR OP EEN WIJZE INGEBRACHT WORDEN, PLAATS ZE IN DE JUISTE RICHTING OP DE KOPPELING.

TIGHTENING TORQUES

SLUITINGSKOPPELS

 

 

 

 

 

CAUTION

 

 

LET OP

DO NOT FORGET THAT THE TIGHT-

VERGEET NIET DAT DE SLUITINGS-

ENING TORQUES OF ALL FASTEN-

KOPPELS VAN ALLE BEVESTIGINGS-

ING

ELEMENTS

ON WHEELS,

ELEMENTEN OP WIELEN, REMMEN,

BRAKES, WHEEL BOLTS AND ANY

WIELPINNEN EN ANDERE ONDERDE-

OTHER SUSPENSION COMPONENTS

LEN VAN DE OPHANGINGEN EEN

PLAY A KEY ROLE IN ENSURING VE-

FUNDAMENTELE ROL SPELEN VOOR

HICLE SAFETY AND MUST COMPLY

HET GARANDEREN VAN DE VEILIG-

WITH

SPECIFIED

VALUES. CHECK

HEID VAN HET VOERTUIG, EN DAT ZE

THE TIGHTENING TORQUES OF FAS-

AAN DE VOORGESCHREVEN WAAR-

TENING PARTS ON A REGULAR BA-

DEN MOETEN GEHOUDEN WORDEN.

SIS AND ALWAYS USE A TORQUE

CONTROLEER REGELMATIG DE

WRENCH TO REASSEMBLE THESE

SLUITINGSKOPPELS VAN DE BEVES-

normen Algemene 1 / rules General 1

21

COMPONENTS. FAILURE TO COMPLY WITH THESE RECOMMENDATIONS MAY CAUSE ONE OF THESE COMPONENTS TO GET LOOSE AND EVEN DETACHED, THUS BLOCKING A WHEEL, OR OTHERWISE COMPROMISE VEHICLE HANDLING. THIS CAN LEAD TO FALLS, WITH THE RISK OF SERIOUS INJURY OR DEATH.

TIGINGSELEMENTEN, EN GEBRUIK STEEDS EEN DYNAMOMETRISCHE SLEUTEL WANNEER MEN ZE HERMONTEERT. WANNEER MEN DEZE WAARSCHUWINGEN NIET RESPECTEERT, ZOU ÉÉN VAN DEZE ELEMENTEN KUNNEN LOSSEN EN LOSKOMEN EN EEN WIEL BLOKKEREN OF ANDERE PROBLEMEN VEROORZAKEN DIE DE MANOEUVREERBAARHEID NEGATIEF KUNNEN BEÏNVLOEDEN ZODAT MEN KAN VALLEN MET HET RISICO OP ERNSTIGE LETSELS OF DE DOOD.

1 General rules / 1 Algemene normen

22

SX-RX 125

Chap. 02

Vehicle

Hst. 02

Voertuing

23

2 Vehicle / 2 Voertuing

02_01

24

Voertuing 2 / Vehicle 2

02_02

25

02_03

2 Vehicle / 2 Voertuing

26

Voertuing 2 / Vehicle 2

02_04

Arrangement of the main

Plaats van de

components (02_04)

hoofdcomponenten (02_04)

Key - SX - RX

Legende SX - RX

1.

Ignition switch /steering lock

1.

Schakelaar van de ontsteking /

2.

Instruments and gauges

 

stuurslot

3.

Left rear-view mirror

2.

Instrumenten en indicatoren

4.

Fuses

3.

Linker achteruitkijkspiegeltje

 

27

 

 

2 Vehicle / 2 Voertuing

5.Tail

6.Rear light

7.Left passenger footrest (snapon, closed/open)

8.Fork

9.Left rider footrest

10.Gearbox lever

11.Start-up lever

12.Left radiator

13.Mixer oil reservoir

14.Battery

15.Fuel tank cap

16.Right rear-view mirror

17.Front brake reservoir

18.Front headlamp

19.Right radiator

20.Rear brake lever

21.Right rider footrest

22.Rear brake pump

23.Rear brake oil reservoir

24.Right passenger footrest (snapon, closed/open)

4.Zekeringen

5.Achterstuk

6.Achterlicht

7.Linkersteun van de passagier (met kliksysteem, gesloten/ open)

8.Vork

9.Linkersteun van de bestuurder

10.Versnellingshendel

11.Starthendel

12.Linkerradiator

13.Olietank van de menger

14.Accu

15.Dop van de brandstoftank

16.Rechter achteruitkijkspiegeltje

17.Tank van voorrem

18.Voorlicht

19.Rechterradiator

20.Achterremhendel

21.Rechtersteun van de bestuurder

22.Pomp van de achterrem

23.Olietank van de achterrem

24.Rechtersteun van de passagier (met kliksysteem, gesloten/ open)

Dashboard (02_05)

Key:

1.Ignition switch / steering lock

2.Instruments and gauges

3.Clutch control lever

4.Throttle grip

5.Front brake lever

6.Cold start lever

Legenda (02_05)

Legende:

1.Schakelaar van de ontsteking / stuurslot

2.Instrumenten en indicatoren

3.Commandohendel van de koppeling

4.Gashandvat

5.Hendel van de voorrem

28

7.

Light switch

6.

Hendel voor koudstarten

8.

Turn indicator switch

7.

Schakelaar van de lichten

9.

Horn button

8.

Schakelaar van de richtingaan-

10.

Throttle grip

 

wijzers

 

 

9.

Drukknop van de akoestische

 

 

 

melder

 

 

10.

Gascommando

02_05

Voertuing 2 / Vehicle 2

29

2 Vehicle / 2 Voertuing

02_06

Analog instrument panel

Analoog instrumentenpaneel

(02_06)

(02_06)

KEY

1.MODE button

2.Gear in neutral warning light, green

3.Mixer oil level warning light, red

4.Engine control system warning light

5.Multifunctional digital display

6.High-beam warning light, blue

7.Turn indicator warning light, green

8.Overrevving warning light

Legende

1.Drukknop MODE

2.Controlelamp van de versnelling in vrij, groen

3.Controlelamp oliepeil menger, rood

4.Controlelamp van het controlesysteem van de motor

5.Digitaal multifunctioneel display

6.Controlelamp van het groot licht, blauw

7.Controlelamp van de richtingaanwijzers, groen

8.Controlelamp van het te hoog toerental

30

Light unit

Groep controlelampjes

Gear in neutral warning light

It comes on when neutral is selected.

Mixer oil level warning light

It comes on when the ignition switch is set to ON and performs the warning light activation test. If the warning light does not come on at this stage, contact an Official aprilia Dealer.

It comes on when the mixer oil quantity is below the minimum acceptable level.

CAUTION

IF THE MIXER OIL LEVEL WARNING LIGHT (3) STAYS ON AFTER STARTUP OR COMES ON DURING REGULAR ENGINE OPERATION, THIS MEANS THAT THE MIXER OIL LEVEL IS TOO LOW. SHOULD THIS OCCUR, STOP THE ENGINE AT ONCE AND CONTACT AN aprilia Official Dealer.

Controlelamp van de versnellingsbak in vrij

Deze licht op wanneer de versnellingsbak zich in de vrijpositie bevindt.

Controlelamp van het oliepeil van de menger

Deze licht op telkens als men de ontstekingsschakelaar op ON zet, op deze manier wordt de werkingstest van de controlelamp uitgevoerd. Wanneer de controlelamp tijdens deze fase niet oplicht, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.

Deze licht op telkens als de hoeveelheid olie in de menger tot onder het toelaatbare minimumpeil zakt.

LET OP

WANNEER DE CONTROLELAMP VAN HET OLIEPEIL IN DE MENGER (3) AANBLIJFT NA DE START, OF ZE LICHT OP TIJDENS DE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR, IS HET OLIEPEIL IN DE MENGER TE LAAG. IN DIT GEVAL LEGT MEN ONMIDDELLIJK DE MOTOR STIL, EN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.

Voertuing 2 / Vehicle 2

31

2 Vehicle / 2 Voertuing

Engine control system warning light

It comes on when the ignition switch is set to ON and the engine has not been started, thus performing the warning light activation test. If the warning light does not come on at this stage, contact an Official aprilia Dealer.

CAUTION

IF THE ENGINE CONTROL LIGHT (4) STAYS ON AFTER START-UP OR COMES ON DURING REGULAR ENGINE OPERATION, THIS MEANS THAT THERE IS A FAULT IN THE START-UP/IGNITION SYSTEM. SHOULD THIS OCCUR, CONTACT AN Official aprilia Dealer AS SOON AS POSSIBLE.

Controlelamp van het controlesysteem van de motor

Deze licht op, elke keer men de ontstekingsschakelaar in ON plaatst, en de motor staat niet aan, op deze manier wordt een werkingstest van de controlelamp uitgevoerd. Wanneer de controlelamp tijdens deze fase niet oplicht, wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.

LET OP

WANNEER DE CONTROLELAMP VAN DE CONTROLE VAN DE MOTOR (4) AANBLIJFT NA DE START, OF ZE LICHT OP TIJDENS DE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR, WERD ER EEN ONREGELMATIGHEID VASTGESTELD IN HET ONTSTEKINGS- / VOEDINGSSYSTEEM. IN DIT GEVAL WENDT MEN ZICH ZO VLUG MOGELIJK TOT Officiële aprilia Dealer.

High-beam warning light

It comes on when the high-beam light is activated or the high-beam light is flashed.

Controlelamp van het groot licht

Deze licht op wanneer de lampen van de grote lichten geactiveerd zijn, of wanneer men de knippering van de grote lichten activeert.

32

Turn indicator warning light

It flashes when the turning indication is activated

Overrevving warning light

It flashes when the activation threshold is exceeded (maximum rpm).

Controlelamp van de richtingaanwijzers

Deze knippert wanneer het signaal van verandering van richting in functie is

Controlelamp van het te hoog toerental

Hij knippert wanneer het activeringsniveau (maximum toerental) overschreden wordt.

Digital lcd display (02_07, 02_08, 02_09, 02_10, 02_11, 02_12)

CONTROLS

1. MODE button Display and adjust (only works when the vehicle is at a standstill).

02_07

Digitaal display (02_07, 02_08, 02_09, 02_10, 02_11, 02_12)

COMMANDO'S

1 Drukknop MODE; voor het visualiseren en het regelen (werkt enkel wanneer het voertuig stilstaat).

Voertuing 2 / Vehicle 2

33

2 Vehicle / 2 Voertuing

 

GENERAL

 

By turning the ignition key to ON, the fol-

 

lowing indicators on the instrument panel

 

are lit for 3 seconds:

 

All warning lights;

 

Backlighting;

 

All segments on the multifunc-

 

 

tional digital display.

02_08

Find below the pre-set wheel size.

 

 

After the initial check, the multifunction display immediately shows the measurements detected related to the screen that was active before the vehicle was turned off.

WHEEL SIZE

A new wheel size identification number is shown according to the vehicle model -

SX125 or RX125 - in order to check that what is shown on the instrument panel adequately corresponds to the size of the wheel fitted.

Number for SX125: 17-6-1891

Number for RX125: 18-6-2066

CAUTION

IF THE REFERENCE NUMBERS OF

YOUR VEHICLE WHEEL SIZE DO NOT

MATCH THOSE IN THE LIST, CON-

TACT AN aprilia Official Dealer.

ALGEMEEN

Als de ontstekingsleutel in de stand ON gezet wordt, lichten de volgende lampen op het dashboard 3 seconden lang op:

Alle controlelampen;

De retroverlichting;

Op het digitaal multifunctioneel display alle segmenten.

Vervolgens wordt de ingestelde wielomtrek getoond.

Na de begincontrole geeft het multifunctionele display ogenblikkelijk de gemeten grootheden weer van het scherm dat actief was bij de vorige uitschakeling.

WIELOMTREK

Afhankelijk van het model, SX125 of

RX125, verschijnt een identificatienummer van de wielomtrek om de correcte overeenkomst tussen het dashboard en de omtrek van het geïnstalleerde wiel te controleren.

Overeenkomst SX125: 17-6-1891

Overeenkomst RX125: 18-6-2066

LET OP

ALS DE NUMERIEKE VERWIJZINGEN VAN DE WIELOMTREK VAN UW VOERTUIG NIET OVEREENKOMEN MET DE OPGESOMDE, VRAAGT U

34

ODO

CURRENT SPEED (zone A)

TOTAL ODOMETER (zone B)

GRAPHIC RPM INDICATOR, in operating condition (zone C)

HULP AAN EEN Officiële Aprilia Dealer.

HODO

MOMENTANE SNELHEID (zone A)

HODOMETER TOTAAL (zone B)

GRAFISCHE TOERENTELLER, in operatieve staat (zone C)

TRIP

The TRIP configuration displays partial journey information.

In order to select the TRIP setting, press the MODE button with the vehicle at a standstill and the TOTAL ODOMETER indication shifts to TRIP.

02_09

TRIP

In de configuratie TRIP worden de partiele gegevens van de reis getoond.

Druk, om de configuratie TRIP te selecteren, bij stilstaande motor de drukknop MODE in en de aanduiding HODOMETER TOTAAL gaat naar PARTIEEL.

If the MODE button is pressed again with the vehicle at a standstill, the TRIP ODOMETER indication is replaced by the clock.

To reset the TRIP ODOMETER with the vehicle at a standstill, press the MODE

Als men bij stilstaande motor de drukknop MODE opnieuw indrukt, wordt de aanduiding HODOMETER PARTIEEL vervangen door de klok.

Druk, om de tellers van HODOMETER PARTIEEL op nul te zetten bij stilstaande

Voertuing 2 / Vehicle 2

35

2 Vehicle / 2 Voertuing

button for five seconds or more, and after that time, in the zone B of the display, the value shown is replaced by four dashes. When the button is released, the dashes are replaced by four noughts (000.0).

TIME

Once the TRIP screen is displayed, press the MODE button, with the vehicle at a standstill, to access the TIME function. If the current speed unit of measurement is km/h, the time value is displayed in the 24-hour format, while if the unit is mph, the time format is 12 hours with an AM/ PM indication.

02_10

ADJUSTMENT

Press MODE until the hour digits blink;

Each time the MODE button is pressed, the hour increases by one unit. Hold down the button to increase hour units automatically;

If the button is not pressed for two seconds, the hour is set and the clock switches to the minute setting;

motor, de drukknop MODE langer dan vijf seconden in, daarna wordt op het display de weergegeven waarde in de zone B vervangen door vier horizontale streepjes. Nadat men de drukknop loslaat, worden de streepjes vervangen door vier nullen (000.0).

UUR

Als bij scherm TRIP de drukknop MODE ingedrukt wordt bij stilstaande motor, gaat men naar de functie UUR. Wanneer de huidige eenheid van de snelheid km/ h is, wordt het uur gevisualiseerd in het formaat van 24 uren, wanneer ze in mph is, wordt het formaat van 12 uren gevisualiseerd, met daarnaast de aanduiding

AM/PM.

REGELING

Druk op MODE totdat de nummers van het uur beginnen te knipperen;

Bij elke druk op de drukknop MODE vermeerdert de waarde van het uur met één eenheid, door op de drukknop te blijven drukken, gaat de waarde automatisch verder;

Wanneer men twee seconden lang niets aanraakt, wordt de waarde opgeslagen en gaat men over naar de modaliteit van de regeling van de minuten;

36

02_11

02_12

Follow the same procedure to set minutes and seconds. Store the new values as before by not pressing any keys for two seconds. If miles are the unit of measurement, the AM and PM indications will start to blink alternatively once the setting operation has been completed. Press the MODE button to select the correct indication, this is linked to the current time and it changes automatically when the clock goes from 12:59:59 to 13.

Handel op analoge wijze voor het instellen van de minuten en de seconden, het opslaan van het gegeven zal gebeuren zoals eerder, wanneer men twee seconden lang niets aanraakt. Wanneer de meeteenheid mijlen is, zullen na het einde van de regeling van het uur de parameters AM en PM om beurt beginnen te knipperen, wanneer men op MODE drukt op het geldige symbool, wordt het aan het uur gekoppeld, en wijzigt het wanneer de klok overgaat van 12:59:59 naar 13.

RPM INDICATOR

From the CLOCK screen it is possible to access the RPM INDICATOR configuration by pressing briefly the MODE button, with the vehicle at a standstill. The value is shown in the zone B and also indicated graphically with a bar in the zone C of the display.

TOERENTELLER

Op het scherm van de KLOK drukt men eventjes op de drukknop MODE bij stilstaande motor, en men gaat naar de configuratie TOERENTELLER, de waarde wordt aangeduid in de zone B, deze waarde wordt ook weergegeven door een grafische balk in zone C van het display.

BATTERY ICON

The battery icon comes on when the battery charge is too low. If it is displayed during the vehicle regular operation, check the battery charge status and recharge the system. It is normal for the icon to be displayed before and during start-up, to then disappear once the engine has started.

ICOON VAN DE ACCU

De icoon van de accu licht op wanneer de acculading onvoldoende is, en wanneer ze verschijnt tijdens de normale werking van het voertuig, controleert men de staat van de lading en het systeem voor het opladen van de accu. Het is normaal dat de icoon vóór en tijdens de start ver-

Voertuing 2 / Vehicle 2

37

2 Vehicle / 2 Voertuing

schijnt, om daarna uit te gaan wanneer de motor gestart is.

Ignition switch

Startschakelaar

The ignition switch is located on the headstock upper plate.

The vehicle is supplied with two keys

(one is the spare key).

The lights go off when the ignition switch is set to OFF.

NOTE

LIGHTS AUTOMATICALLY TURN ON BY SETTING THE IGNITION SWITCH TO ON.

De ontstekingsschakelaar bevindt zich op de bovenste plaat van de kop van het stuur.

Bij het voertuig worden twee sleutels bijgeleverd (één reservesleutel).

Het uitgaan van de lichten gebeurt wanneer de ontstekingsschakelaar op OFF gezet wordt.

N.B.

DE LICHTEN GAAN AUTOMATISCH AAN WANNEER DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR OP ON WORDT GEPLAATST.

LOCK: The steering is locked. It is not possible to start the engine or switch on the lights. The key can be extracted

OFF: The engine and lights cannot be set to work. The key can be extracted.

ON: The engine can be started. The key cannot be extracted

LOCK: Het stuur is geblokkeerd. Het is niet mogelijk om de motor te starten en om de lichten te activeren. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.

OFF: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.

38

ON: De motor kan gestart worden. Het is niet mogelijk om de sleutel te verwijderen.

Locking the steering wheel (02_13)

CAUTION

AVOIDING LOSING CONTROL OF THE VEHICLE - NEVER TURN THE KEY TO «LOCK» WHILE RIDING.

 

To lock the steering:

 

• Turn the handlebar completely to the

 

left.

 

• Turn the key to «OFF».

 

• Push in the key and turn it anticlockwise

 

(to the left), steer the handlebar slowly

 

until the key is set to «LOCK».

02_13

• Remove the key.

 

Stuurslot vergrendelen (02_13)

LET OP

DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSITIE «LOCK» TIJDENS HET RIJDEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.

Om het stuur te blokkeren:

Draai het stuur volledig naar links.

Draai de sleutel in positie «OFF».

Druk op de sleutel en draai hem in tegenwijzerzin (naar links) rond, stuur langzaam tot de sleutel op «LOCK» wordt geplaatst.

Verwijder de sleutel.

Voertuing 2 / Vehicle 2

39

2 Vehicle / 2 Voertuing

Horn button (02_14)

Drukknop claxon (02_14)

Press it to activate the horn.

De akoestische melder wordt in werking

 

gesteld door op de drukknop te drukken.

02_14

Switch direction indicators (02_15)

Move the switch to the left to indicate a left turn; move the switch to the right to indicate a right turn. Pressing the switch deactivates the turn indicator.

CAUTION

IF THE WARNING LIGHT WITH AR- 02_15 ROWS FLASHES QUICKLY, IT MEANS

THAT ONE OR MORE TURN INDICATOR LIGHT BULBS ARE BURNED OUT.

Schakelaar richtingaanwijzers (02_15)

Verplaats de schakelaar naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats de schakelaar naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait;

Druk op de schakelaar om de richtingaanwijzer te deactiveren.

LET OP

WANNEER DE CONTROLELAMP VAN DE PIJLEN SNEL KNIPPERT, ZIJN EEN OF MEER LAMPJES VAN DE RICHTINGAANWIJZERS VERBRAND.

40

High/low beam selector (02_16)

Shifts from low-beam to high-beam light and vice versa.

02_16

Lichtschakelaar (02_16)

Hiermee kan de lichtbundel van groot licht naar dimlicht en viceversa omgeschakeld worden.

Passing button (02_17)

Uses the high-beam flash in case of danger or emergency.

Releasing the switch deactivates the high-beam flash.

02_17

Knop die knippert voor groot licht (02_17)

Hiermee kan men het knipperen van het groot licht gebruiken, in geval van gevaar of nood.

Wanneer men de drukknop loslaat, wordt het knipperen van het groot licht gedeactiveerd.

Voertuing 2 / Vehicle 2

41

2 Vehicle / 2 Voertuing

Manual starter control (02_18)

Turning the "cold start lever" downwards, the engine cold start starter begins working.

To disable the starter, take the "cold start lever" back to its initial position.

02_18

Commando van de manuele starter (02_18)

Door de hendel omlaag te draaien voor het "koudstarten", treedt de starter voor het koudstarten van de motor in werking.

Om de starter uit te schakelen, moet de hendel voor het "koudstarten" naar de beginpositie gebracht worden.

Mixer oil tank

Tank van de mengerolie

The vehicle is equipped with an independent mixer that controls the fuel-oil mix to lubricate the engine.

If the low mixer oil icon on the instrument panel is lit, this means the reserve is being used.

Het voertuig is voorzien van een gescheiden menger die benzine met olie mengt voor de smering van de motor.

Het bereiken van de reserve wordt aangeduid door het verschijnen van het logo van de oliereserve van de menger, op het multifunctioneel display.

DO NOT RIDE THE VEHICLE WITHOUT MIXER OIL AS THIS CAN SERIOUSLY DAMAGE THE ENGINE.

IN CASE THERE IS NO MORE OIL IN THE MIXER RESERVOIR OR THE MIXER OIL PIPE GETS DETACHED, CONTACT AN Official aprilia Dealer TO HAVE THE SYSTEM PURGED.

THIS OPERATION IS ESSENTIAL AS THE ENGINE CAN BE SERIOUSLY

WANNEER MEN HET VOERTUIG GEBRUIKT ZONDER OLIE IN DE MENGER, VEROORZAAKT DIT ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR.

WANNEER ER GEEN OLIE MEER AANWEZIG IS IN DE MENGERTANK, OF WANNEER DE OLIEBUIS VAN DE MENGER WORDT VERWIJDERD, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN

42

DAMAGED IF IT RUNS WITH AIR IN THE MIXER OIL CIRCUIT.

Officiële aprilia Dealer, DIE ZAL ZORGEN VOOR DE ONTLUCHTING.

DEZE HANDELING IS ABSOLUUT NOODZAKELIJK, OMDAT DE WERKING VAN DE MOTOR MET LUCHT IN DE INSTALLATIE VAN DE OLIE VAN DE MENGER ERNSTIGE SCHADE AAN DE MOTOR ZELF ZOU KUNNEN VEROORZAKEN.

To add mixer oil in the reservoir:

Remove the rider saddle.

Remove the cap.

Voor de invoer van olie van de menger in de tank, handelt men als volgt:

Verwijder het zadel van de bestuurder.

Verwijder de dop.

MIXER OIL RESERVOIR

Oil mixer reservoir

SX125

RX125

 

 

 

Mixer oil (reserve included)

1 l (0.22 UKgal)

1 l (0.22 UKgal)

Mixer oil reserve

0.25 l (0.055 UKgal)

0.25 l (0.055 UKgal)

 

 

 

OLIETANK VAN DE MENGER

Olietank van de menger

SX125

RX125

 

 

 

Olie van de menger (inclusief de reserve)

1 l (0.22 UK gal)

1 l (0.22 UK gal)

Oliereserve van de menger

0.25 l (0.055 UK gal)

0.25 l (0.055 UK gal)

 

 

 

Voertuing 2 / Vehicle 2

43

2 Vehicle / 2 Voertuing

The saddle (02_19, 02_20)

Rest the vehicle on its stand.

Introduce the key in the saddle lock.

Turn the key anticlockwise.

Lift and remove the saddle.

02_19 UPON REFITTING:

BEFORE LOWERING AND LOCKING THE SADDLE, MAKE SURE THAT THE KEY HAS NOT BEEN LEFT INSIDE THE GLOVE-BOX/ TOOLKIT COMPARTMENT.

Die sitzbank (02_19, 02_20)

Plaats het voertuig op de standaard.

Plaats de sleutel in het slot.

Draai de sleutel in tegenwijzerzin.

Hef het zadel op, en verwijder het.

BIJ DE HERMONTAGE:

VOORALEER MEN HET ZADEL DICHT DOET EN BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN OF MEN DE SLEUTEL NIET HEEFT VERGETEN IN DE DOCUMENTENRUIMTE/GEREEDSCHAPSKIT.

 

Fit the saddle making sure to

Breng het zadel aan en positio-

 

position the corresponding rear

neer de speciale haken achter-

 

hooks correctly.

aan.

 

Lower and push the saddle to

Doe het zadel dicht en druk er

 

trip the lock.

op, zodat het slot klikt.

 

BEFORE RIDING MAKE SURE THAT

VOORALEER MEN GAAT RIJDEN,

02_20

THE SADDLE IS CORRECTLY

CONTROLEERT MEN OF HET ZADEL

LOCKED INTO POSITION.

CORRECT GEPLAATST EN GEBLOK-

 

KEERD IS.

44

Glove/tool kit compartment (02_21)

The glove-box/ toolkit compartment is located under the rider saddle; to reach it:

Rest the vehicle on its stand.

Remove the rider saddle.

Maximum weight allowed: 1.5 kg (3.3 lb)

02_21

Documentenvakje/ gereedschapskit (02_21)

De documentenruimte / gereedschapskit bevindt zich onder het zadel van de bestuurder; om het te bereiken moet het volgende uitgevoerd worden:

Plaats het voertuig op de standaard.

Verwijder het zadel van de bestuurder.

Maximum toegestaan gewicht: 1,5 kg (3.3 lb)

Identification (02_22, 02_23)

Identificatie (02_22, 02_23)

Write down the chassis and engine numbers in the specific space of this booklet.

The chassis number is handy when purchasing spare parts.

CAUTION

Het is een goede gewoonte om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven.

Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonderdelen.

LET OP

ALTERING IDENTIFICATION NUM-

 

BERS IS AN OFFENCE WHICH CAN

 

RESULT IN SEVERE CRIMINAL AND

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICA-

ADMINISTRATIVE CHARGES. PAR-

TIENUMMERS KAN LEIDEN TOT ZWA-

TICULARLY MODIFYING THE CHAS-

RE STRAFRECHTERLIJKE EN ADMI-

SIS NUMBER WILL IMMEDIATELY IN-

NISTRATIEVE SANCTIES; VOORAL

VALIDATE THE WARRANTY.

DE WIJZIGING VAN HET FRAMENUM-

 

MER VEROORZAAKT HET ONMID-

Voertuing 2 / Vehicle 2

45

2 Vehicle / 2 Voertuing

 

DELLIJKE VERVAL VAN DE GARAN-

 

TIE

The engine number is stamped on the top

Het motornummer is gedrukt op de bo-

part of the crankcase. Engine No.

venkant van de carter. Motor nr.

02_22

CHASSIS NUMBER

The chassis number is stamped on the right side of the headstock.

Chassis No. ....................

FRAMENUMMER

Het framenummer is gedrukt op de kop van het stuur, rechter kant.

Frame nr....................

02_23

46

SX-RX 125

Chap. 03

Use

Hst. 03

Gebruik

47

3 Use / 3 Gebruik

Checks

Controles

CAUTION

BEFORE SETTING-OFF, ALWAYS CARRY OUT A PRELIMINARY CHECK OF THE VEHICLE, FOR CORRECT AND SAFE OPERATION. FAILURE TO DO SO MAY LEAD TO SEVERE PERSONAL INJURY OR VEHICLE DAMAGE. DO NOT HESITATE TO CONTACT AN OFFICIAL aprilia DEALER IF YOU DO NOT UNDERSTAND HOW SOME CONTROLS WORK OR IF A MALFUNCTION IS DETECTED OR SUSPECTED. CHECKS DO NOT TAKE LONG AND RESULT IN SIGNIFICANTLY ENHANCED SAFETY.

LET OP

VOER VOOR HET WEGRIJDEN ALTIJD EEN CONTROLE VAN HET VOERTUIG UIT OM EEN CORRECTE EN VEILIGE WERKZAAMHEID TE GARANDEREN. HET NIET UITVOEREN VAN DEZE HANDELINGEN KAN ERNSTIGE LETSELS AAN UZELF OF SCHADE AAN HET VOERTUIG VEROORZAKEN. AARZEL NIET OM ZICH TE WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, WANNEER MEN DE WERKING VAN BEPAALDE COMMANDO'S NIET BEGRIJPT OF WANNEER MEN ONREGELMATIGHEDEN IN DE WERKING MERKT OF VERMOEDT. DE NODIGE TIJD VOOR EEN CONTROLE IS UITERST BEPERKT, EN DE VEILIGHEID KOMT OP DE EERSTE PLAATS.

 

PRE-RIDE CHECKS

Front and rear disc brake

Check for proper operation. Check

 

brake lever empty travel and brake

 

fluid level. Check for leaks. Check

 

brake pads for wear. If any

 

operation is required, contact an

 

Official aprilia Dealer.

 

 

VOORAFGAANDE CONTROLES

Voorste en achterste schijfrem

Controleer de werking, de loze slag

 

van de commandohendels, het peil

 

van de vloeistof en eventuele

 

lekken. Controleer de slijtage van

 

de

pastilles.

Neem,

als

 

werkzaamheden

nodig

zijn,

 

 

 

 

 

48

Throttle grip

Check that it functions smoothly

 

and that it can be fully opened and

 

closed at all steering positions. If

 

any operation is required, contact

 

an Official aprilia Dealer.

 

 

 

Mixer oil

Check and/or top-up as required.

Gearbox oil

Check oil level. If topping up is

 

necessary,

contact an

Official

 

aprilia Dealer.

 

 

 

Wheels/tyres

Check that tyres are in good

 

conditions.

Check

inflation

 

pressure, tyre wear and potential

 

damage.

 

 

 

Remove any foreign objects stuck

 

in the tread.

 

 

 

 

Brake levers

Check they function smoothly.

 

Lubricate the joints and adjust the

 

travel, if necessary.

 

 

 

Steering

Check that the rotation is

 

homogeneous, smooth and there

 

are no signs of clearance or

 

slackness.

 

 

 

 

Clutch

The clutch must work without

 

gripping and/or slipping.

 

The empty travel at the clutch control lever end must be at least 10 - 15 mm (0.40 - 0.60 in).

 

contact op met een Officiële

 

aprilia Dealer.

 

 

 

Gashendel

Controleer of hij zacht werkt en of

 

men ze volledig kan openen en

 

sluiten, in alle posities van het

 

stuur. Neem, als werkzaamheden

 

nodig zijn, contact op met een

 

Officiële aprilia Dealer.

 

 

Olie van de menger

Controleer en/of vul bij indien

 

nodig.

 

 

Olie van de versnellingsbak

Controleer het oliepeil. Neem, als

 

bijvullen nodig is, contact op met

 

een Officiële aprilia Dealer.

 

 

Wielen/banden

Controleer de conditie van de

 

rijvlakken van de banden, de

 

spanning, de slijtage en eventuele

 

schade.

 

 

 

Verwijder

eventueel

aanwezige

 

vreemde voorwerpen uit het profiel

 

van het rijvlak.

 

 

 

Remhendels

Controleer of ze zacht werken.

 

Smeer de bewegingsplaatsen en

 

regel de slag indien nodig.

 

 

 

 

Stuur

Controleer

of het

draaien

 

homogeen en vloeiend, en zonder

 

speling of het lossen ervan

 

gebeurt.

 

 

 

 

 

 

Gebruik 3 / Use 3

49

3 Use / 3 Gebruik

 

If any operation is required, contact

 

an Official aprilia Dealer.

 

 

Side stand

Check that it slides smoothly and

 

that it snaps back to its rest position

 

upon spring tension. Lubricate

 

couplings and joints if necessary.

 

Check that the side stand safety

 

switch operates correctly.

 

 

Clamps

Check that the clamping elements

 

are not loose.

 

Adjust or tighten them as required.

 

 

Drive chain

Check it for backlash.

Fuel tank

Check the coolant level and refill if

 

necessary.

 

Check the circuit for potential leaks

 

or obstructions.

 

Check that the tank cover closes

 

correctly.

 

 

Engine stop switch (ON - OFF)

Check function.

 

 

Lights, warning lights, horn, rear stop light switch and electrical devices

Check horn and lights for proper functioning.

If necessary, replace the turn indicator bulbs.

If an operation of a different nature or in another component in the electrical system is necessary, contact an Official aprilia Dealer.

Koppeling

De koppeling moet zonder rukken

 

en/of slippen werken.

 

 

De loze slag op het uiteinde van de

 

commandohendel

van

de

 

koppeling moet tenminste 10 - 15

 

mm (0.40 - 0.60 in) bedragen.

 

 

Neem, als werkzaamheden nodig

 

zijn, contact op met een Officiële

 

aprilia Dealer.

 

 

 

 

Laterale standaard

Controleer of hij goed schuift, en of

 

de spanning van de veren hem in

 

de normale positie terugbrengt.

 

Smeer

indien

nodig

de

 

koppelingen

en

de

 

bewegingsplaatsen.

 

 

 

Controleer de correcte werking van

 

de veiligheidsschakelaar van

de

 

laterale standaard.

 

 

 

 

 

 

 

Bevestigingselementen

Controleer

 

of

de

 

bevestigingselementen niet gelost

 

zijn.

 

 

 

 

Registreer of sluit ze eventueel.

 

 

 

 

Transmissieketting

Controleer de speling.

 

Brandstoftank

Controleer het peil, en tank indien

 

nodig.

 

 

 

 

Controleer

eventuele lekken

of

 

afsluitingen van het circuit.

 

Controleer de correcte sluiting van de brandstofdop.

50

Schakelaar voor het stilleggen van

Controleer de correcte werking.

de motor (ON - OFF)

 

Lichten, controlelampen,

Controleer de correcte werking van

akoestische melder, schakelaars

de akoestische en visuele

van het achterste stoplicht en

mechanismen.

elektrische mechanismen

Vervang indien nodig de lampjes

 

 

van de richtingaanwijzers.

 

Neem, als het nodig is om op

 

andere wijze of op andere

 

bestanddelen van het elektrische

 

systeem te werken, contact op met

 

een Officiële aprilia Dealer.

 

 

Refuelling (03_01)

Tanken (03_01)

Unscrew the fuel tank cap to refuel.

Schroef de tankdop los om brandstop te

 

tanken.

03_01

Gebruik 3 / Use 3

51

3 Use / 3 Gebruik

 

Rear brake pedal adjustment

 

 

(03_02)

 

The brake pedal (3) has been ergonomi-

 

cally fitted when the scooter was assem-

 

bled.

 

If necessary, pedal height can be adjus-

 

ted to personal requirements:

 

Loosen the lock nut (1).

03_02

Adjust the brake pedal height by

 

acting on the pump control bar

 

 

 

 

(2) to guarantee a minimum

 

 

backlash of 0.5 - 1 mm (0.020 -

 

 

0.040 in) between the pump

 

 

control bar and the pump piston.

Regulering achterrempedaal (03_02)

Het rempedaal (3) werd ergonomisch geplaatst bij de assemblage van het voertuig.

Indien nodig kan de hoogte aangepast worden:

Los de tegenmoer (1).

Regel de hoogte van het rempedaal met de pompcommandostaaf (2), garandeer een minimumspeling van 0,5 - 1 mm (0.020 - 0.040 in) tussen pompcommandostaaf en pompzuiger.

MAKE SURE THE LEVER HAS SOME EMPTY TRAVEL SO THAT THE BRAKE DOES NOT REMAIN OPERATED AND CAUSES EARLY WEAR OF THE BRAKING PARTS.

CLEARANCE BETWEEN THE BRAKE SET SCREW AND THE STOP: 0.5 - 1 mm (0.020 - 0.040 in)

CONTROLEER DE AANWEZIGHEID VAN DE LOZE SLAG VAN DE HENDEL OM TE VERMIJDEN DAT DE REM GEACTIVEERD BLIJFT, WAT EEN VOORTIJDIGE SLIJTAGE VAN DE REMELEMENTEN VEROORZAAKT.

SPELING TUSSEN HET REMREGELAAR EN DE AANSLAG: 0,5 - 1 mm (0.020 - 0.040 in)

Tighten the pump control bar

Blokkeer de commandostaaf

with the lock nut (1).

van de pomp met de tegenmoer

 

(1).

52

CHECK BRAKING EFFICIENCY. TAKE YOUR VEHICLE TO AN Official aprilia Dealer IF NECESSARY.

AFTER THIS ADJUSTMENT, MAKE SURE THE WHEEL TURNS FREELY WHEN THE BRAKE IS RELEASED.

CONTROLEER DE REMEFFICIËNTIE. INDIEN NODIG WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.

NA DE REGELING CONTROLEERT MEN OF HET WIEL VRIJ DRAAIT WANNEER DE REM WORDT LOSGELATEN.

Clutch lever adjustment

Regulering schakelhendel

CAUTION

TO HAVE THE CLUTCH LEVER ADJUSTED, PLEASE CONTACT AN Official aprilia Dealer. IF YOU ARE ADEQUATELY TRAINED AND EXPERIENCED, REFER TO THE INSTRUCTIONS IN THE WORKSHOP MANUAL THAT CAN ALSO BE PURCHASED AT ANY Official aprilia Dealer.

LET OP

VOOR DE REGELING VAN DE KOPPELINGSHENDEL MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF WANNEER U EEN EXPERT OF GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.

Running in

Inrijden

Engine run-in is essential to ensure en-

Het inrijden van de motor is fundamen-

gine long life and correct operation.

teel voor het garanderen van de duur en

 

de correcte werking.

Gebruik 3 / Use 3

53

3 Use / 3 Gebruik

If possible, ride on roads with lots of bends and/or slopes to run in engine, suspensions and brakes efficiently. Vary your driving speed during run-in. In this way, more or subsequently less load work is required from the clutch components, thus cooling the engine parts.

Even if it is important to "strain" engine components during run-in, make sure not to overdo this.

CAUTION

ONLY AFTER THE SERVICE AT THE END OF THE RUN-IN PERIOD CAN THE BEST PERFORMANCE OF YOUR VEHICLE BE OBTAINED.

Rij indien mogelijk op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiëntere proefperiode. Wijzig de rijsnelheid tijdens de proefperiode. Op deze wijze kan men de werking van de onderdelen "belasten" en vervolgens "ontlasten", en de delen van de motor koelen. Ook al is het belangrijk om de onderdelen van de motor tijdens de proefperiode te belasten, moet men opletten om niet te overdrijven.

LET OP

ENKEL NADAT MEN DE SERVICEBEURT NA DE PROEFPERIODE HEEFT UITGEVOERD, VERKRIJGT MEN DE BESTE PRESTATIES VAN HET VOERTUIG.

Follow these indications:

Do not twist the throttle grip abruptly and fully at low engine speed either during or after runin.

During the first 100 km (62 miles) operate the brakes with caution to avoid rough and long braking. That is to permit the adequate adjustment of the pad friction material to the brake disc.

For the first 800 km (500 miles) travelled, do not exceed 6000 rpm.

Men moet zich houden aan de volgende indicaties:

Niet bruusk en volledig gas geven wanneer de motor aan een laag toerental draait, tijdens en na de proefperiode.

Tijdens de eerste 100 km (62 mijl) moet voorzichtig op de remmen gehandeld worden, en mag niet bruusk en lang geremd worden. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmateriaal van de pastilles op de remschijven te verkrijgen.

Tijdens de eerste 800 km (500 mijl), mag men de 6000 toeren/ min (rpm) niet overschrijden.

54

AFTER THE SPECIFIED MILEAGE, TAKE YOUR VEHICLE TO AN Official aprilia Dealer FOR THE CHECKS INDICATED IN THE "AFTER-RUN-IN" TABLE IN THE SCHEDULED MAINTENANCE SECTION TO AVOID INJURING YOURSELF, OTHERS AND /OR DAMAGING THE VEHICLE.

BIJ DE VOORZIENE KILOMETERSTAND LAAT MEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer DE CONTROLES UITVOEREN DIE VOORZIEN ZIJN IN DE TABEL VAN HET "EINDE VAN DE PROEFPERIODE" VAN HET DEEL GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD, OM LETSELS AAN ZICHZELF EN ANDEREN EN/OF SCHADE AAN HET VOERTUIG TE VOORKOMEN.

Between 800 km (500 mi) and

1600 km (1000 mi) travelled, ride more vigourously, vary speeds and twist throttle fully for some short periods for best coupling of the components; do not exceed 9000 rpm.

After 1600 km (1000 miles) a better engine performance may be expected, but without exceeding the engine maximum rpm power of 11000 rpm.

Tussen de 800 km (500 mijl) en de 1600 km (1000 mijl) moet er feller gereden worden, moet de snelheid gewijzigd worden en mag het maximum acceleratievermogen slechts eventjes gebruikt worden, zodat de onderdelen beter worden gekoppeld; overschrijdt de 9000 toeren/min

(rpm) van de motor niet.

Na 1600 km (1000 mijl) mogen er hogere prestaties van de motor verwacht worden, zonder dat de motor boven het maximum vermogensregime van 11000 toeren/min (rpm) draait.

Gebruik 3 / Use 3

55

3 Use / 3 Gebruik

Starting up the engine (03_03,

 

Starten des motors (03_03,

03_04, 03_05, 03_06, 03_07)

03_04, 03_05, 03_06, 03_07)

 

 

 

CAUTION

LET OP

DO NOT CARRY OBJECTS IN THE WINDSHIELD (BETWEEN HANDLEBAR AND INSTRUMENT PANEL) SO THAT THE HANDLEBAR CAN TURN FREELY AND THE INSTRUMENT PANEL IS VISIBLE AT ALL TIMES.

CAUTION

EXHAUST FUMES CONTAIN CARBON MONOXIDE, AN EXTREMELY HARMFUL SUBSTANCE IF INHALED. NEVER START THE ENGINE IN CLOSED OR NOT WELL-VENTILATED ROOMS.

FAILURE TO OBSERVE THIS WARNING COULD LEAD TO UNCONSCIOUSNESS AND EVEN DEATH CAUSED BY SUFFOCATION.

DO NOT CLIMB ON THE VEHICLE TO START IT UP. DO NOT START THE ENGINE WHILE THE VEHICLE RESTS ON ITS SIDE STAND.

PLAATS GEEN VOORWERPEN IN HET KAPJE (TUSSEN HET STUUR EN HET DASHBOARD), ZODAT DE ROTATIE VAN HET STUUR EN HET ZICHT OP HET DASHBOARD NIET WORDEN GEHINDERD.

LET OP

DE UITLAATGASSEN BEVATTEN KOOLMONOXIDE, EEN UITERST SCHADELIJKE STOF WANNEER ZE WORDT INGEADEMD. VERMIJD HET STARTEN VAN DE MOTOR IN GESLOTEN OF ONVOLDOENDE GEVENTILEERDE RUIMTEN.

WANNEER MEN DIT ADVIES NIET OPVOLGT, KAN MEN FLAUWVALLEN EN OOK STERVEN DOOR VERSTIKKING.

GAAN NIET OP HET VOERTUIG ZITTEN VOOR DE START. START DE MOTOR NIET WANNEER HET VOERTUIG OP DE LATERALE STANDAARD IS GEPLAATST.

56

03_03

03_04

CAUTION

DO NOT KICK THE KICK-STARTER PEDAL WHEN THE ENGINE IS RUNNING.

LET OP

HANDEL NIET OP HET STARTPEDAAL WANNEER DE MOTOR REEDS GESTART IS.

Rest the vehicle on its stand.

Stand on the left-hand side of the vehicle.

Or:

Fold up the stand again.

Get onto the bike in riding position.

Then:

Turn fuel valve lever (1) to ON.

Make sure light switch (2) is set to "low-beam".

Turn key (3) to "KEY ON".

The red warning light signalling "mixer oil reserve" in the instrument panel comes on.

Lock the front wheel by acting on the front brake lever (4).

Plaats het voertuig op de standaard.

Bereik de linker kant van het voertuig.

Ofwel:

Klap de standaard in.

Ga op het voertuig zitten in de rijpositie.

Vervolgens:

Draai de hendel van het brandstofkraantje (1) in de stand ON.

Controleer of de schakelaar van de lichten (2) zich in de stand

"dimlichten" bevindt.

Draai de sleutel (3) op "KEY ON".

Op het dashboard gaat de rode controlelamp van "reserve olie menger" branden.

Blokkeer het voorwiel met de voorste remhendel (4).

Gebruik 3 / Use 3

57

3 Use / 3 Gebruik

03_05

03_06

If the engine is started without being warmed up, turn the cold start lever (6) clockwise (Pos. A).

Pull out the kick starter pedal

(7).

Kick the pedal (7) with determination and release it immediately.

If necessary, repeat the operation until the engine starts.

Keep the front brake lever (4) operated and accelerate only when setting off.

CAUTION

DO NOT SET OFF SUDDENLY WHEN THE ENGINE IS COLD.

TO MINIMISE THE EMISSION OF AIR POLLUTING SUBSTANCES AND FUEL CONSUMPTION, WARM UP THE ENGINE BY RIDING THE FIRST KILOMETRES AT A LIMITED SPEED.

Als met koude motor gestart wordt, draai in tegenwijzerzin

(Pos. A) de hendel voor het koudstarten (6).

Draai het startpedaal (7) naar buiten toe.

Bedien het startpedaal (7) kordaat en laat hem onmiddellijk los.

Herhaal de handeling, indien nodig, tot de motor start.

Houd minstens één remhendel

(4) geactiveerd en geef geen gas tot aan het vertrek.

LET OP

VERTREK NIET BRUUSK WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.

OM DE EMISSIE VAN VERVUILENDE STOFFEN IN DE LUCHT EN HET BRANDSTOFVERBRUIK TE BEPERKEN, RAADT MEN AAN OM DE MOTOR OP TE WARMEN, DOOR DE EERSTE KILOMETERS AF TE LEGGEN AAN EEN BEPERKTE SNELHEID.

58

With a warmed-up engine, turn the cold start lever (6) clockwise

(Pos. B).

Start-up with flooded engine

The engine may get flooded if the start-up procedure is not properly carried out or if there is excess of fuel in the inlet ducts.

To start up a flooded engine, repeat the operations described above and kick the starter pedal

(7) with determination.

Fully twist the throttle grip (8)

(Pos. C).

Kick pedal (7) with determination and repeatedly; release it immediately.

Cold start

 

If ambient temperature is low

 

(near or below 0°C (32°F), there

 

may be problems with the first

03_07

start-up.

In this case:

Turn anticlockwise (Pos. A) the start lever (6).

Slightly twist the throttle grip (8) while kicking the starter pedal

(7) with determination and repeatedly; release it immediately.

Draai bij verwarmde motor in wijzerzin (Pos. B) de hendel voor het koudstarten (6).

STARTEN MET VERZOPEN MOTOR

Wanneer men de startprocedure niet correct uitvoert, of wanneer er een excessieve hoeveelheid brandstof aanwezig is in de aanzuigleiding, zou de motor kunnen verzuipen.

Herhaal, om een verzopen motor te starten, de eerder beschreven werkzaamheden, tot aan de kordate bediening van het startpedaal (7).

Draai het gashandvat (8) helemaal rond (Pos. C).

Bedien het startpedaal (7) enkele malen kordaat en laat hem onmiddellijk los.

Koudstarten

Wanneer de omgevingstemperatuur laag is (dichtbij of onder het vriespunt (32°F)), zou de eerste start moeilijk kunnen verlopen.

In dit geval handelt men als volgt:

Draai in tegenwijzerzin (Pos. A) de starthendel (6).

Draai een weinig aan het gashandvat (8) en bedien tegelijkertijd enkele malen het startpedaal

(7) op kordate wijze en laat hem onmiddellijk los.

Gebruik 3 / Use 3

59

3 Use / 3 Gebruik

If the engine starts:

Wanneer de motor start:

Release the throttle grip (8).

Laat het gashandvat los (8).

Turn clockwise (Pos. B) the cold

Draai in wijzerzin (Pos. B) de

start lever (6).

hendel voor het koudstarten (6).

If idle speed is not stable, twist

Wanneer het regime van het mi-

the throttle grip (8) slightly and

nimum toerental instabiel blijkt,

frequently.

handelt men op het gashandvat

If the engine does not start:

(8) met kleine en veelvuldige ro-

taties.

Wait some seconds and perform the

Wanneer de motor niet start:

start-up procedure again.

Wacht enkele seconden lang en voer de

 

 

startprocedure opnieuw uit.

STARTING AFTER PROLONG INACTIVITY

If the vehicle has been inactive for a long time, kick pedal (7) with determination repeatedly, do not accelerate so that the fuel supply circuit is filled.

To start the engine, open the throttle slightly and perform the start-up procedure.

START NA EEN LANGE INACTIVITEIT

Als het voertuig lange tijd inactief geweest is, bedien dan enkele malen het startpedaal (7) op kordate wijze, zonder gas te geven, zodat het brandstoftoevoercircuit met brandstof gevuld wordt.

Om de motor te starten, geeft men gematigd gas en voert men de startprocedure uit.

Moving off / riding (03_08, 03_09, 03_10, 03_11)

WARNING

DO NOT CARRY OBJECTS IN THE WINDSHIELD (BETWEEN HANDLEBAR AND INSTRUMENT PANEL) SO THAT THE HANDLEBAR CAN TURN

Start / besturing (03_08, 03_09, 03_10, 03_11)

WAARSCHUWING

PLAATS GEEN VOORWERPEN IN HET KAPJE (TUSSEN HET STUUR EN HET DASHBOARD), ZODAT DE ROTATIE

60

FREELY AND THE INSTRUMENT PAN-

VAN HET STUUR EN HET ZICHT OP

EL IS VISIBLE AT ALL TIMES.

HET DASHBOARD NIET WORDEN GE-

 

HINDERD.

If, while riding, the standard quantity of fuel is exhausted, turn the fuel valve lever

(1) to "RES" in order to activate the fuel reserve.

CAUTION

WHEN RIDING WITHOUT PASSEN- 03_08 GERS, MAKE SURE THE PASSENGER

FOOTRESTS ARE FOLDED. WHILE RIDING, KEEP YOUR HANDS FIRMLY ON THE HANDGRIPS AND YOUR FEET ON THE FOOTRESTS.

NEVER RIDE THE VEHICLE IN ANY OTHER POSITION.

IF RIDING WITH A PASSENGER, INSTRUCT THE PERSON CARRIED SO AS TO AVOID CAUSING TROUBLE WHEN MANOEUVRING.

BEFORE SETTING OFF, MAKE SURE THE STAND/S ARE COMPLETELY RETRACTED TO THEIR POSITION.

Characteristic

Fuel reserve

3 l (0.66 UKgal)

Als tijdens het rijden de standaard hoeveelheid brandstof opraakt, draai dan de hendel van het brandstofkraantje (1) in de stand "RES" om de brandstofreserve te activeren.

LET OP

WANNEER MEN ZONDER PASSAGIER REIST, CONTROLEERT MEN OF DE VOETENSTEUNEN VAN DE PASSAGIER GESLOTEN ZIJN. TIJDENS HET RIJDEN HOUDT MEN DE HANDEN STEVIG OP DE HANDVATEN EN LAAT MEN DE VOETEN STEUNEN OP DE VOETENSTEUNEN.

RIJ NOOIT IN ANDERE POSITIES.

WANNEER MEN MET PASSAGIER RIJDT, GEEFT MEN INLICHTINGEN AAN DEZE PERSOON ZODAT DEZE GEEN MOEILIJKHEDEN VEROORZAAKT TIJDENS DE MANOEUVRES.

VÓÓR HET VERTREK CONTROLEERT MEN OF DE STANDAARD OF DE STANDAARDS VOLLEDIG INGEKLAPT ZIJN.

Gebruik 3 / Use 3

61

To set off:

Adjust the rear-view mirror angle correctly.

CAUTION

WITH THE VEHICLE AT A STAND-

STILL, PRACTICE USING THE REAR-

VIEW MIRRORS. THE MIRROR RE-

FLECTING SURFACE IS CONVEX SO

OBJECTS MAY SEEM FARTHER

THAN THEY REALLY ARE. THESE

MIRRORS OFFER A WIDE-ANGLE

VIEW AND ONLY EXPERIENCE

HELPS YOU JUDGE THE DISTANCE

SEPARATING YOU AND THE VEHI-

CLE BEHIND.

3 Use / 3 Gebruik

Technische kenmerken

Brandstofreserve

3 l (0.66 UK gal)

Om te vertrekken:

Regel de inclinatie van de achteruitkijkspiegeltjes op correcte wijze.

LET OP

WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT, PROBEERT MEN REEDS OM AAN DE ACHTERUITKIJKSPIEGELTJES GEWOON TE RAKEN. HET REFLECTERENDE OPPERVLAK IS ROND, DAAROM LIJKEN DE VOORWERPEN VERDER DAN DAT ZE WERKELIJK ZIJN. DEZE SPIEGELTJES BIEDEN EEN GROOTHOEKIG BEELD, EN ENKEL ERVARING MAAKT HET INSCHATTEN MOGELIJK VAN DE AFSTAND VAN DE VOERTUIGEN DIE VOLGEN.

62

 

 

Start the engine.

 

 

For the first kilometres travelled,

 

 

 

limit the speed in order to warm

 

 

 

up the engine.

 

 

With the throttle grip (2) re-

 

 

 

leased (Pos. A) and the engine

 

 

 

at idle, fully operate the clutch

 

 

 

lever (3).

 

 

Engage first gear by pushing the

 

 

gearshift lever (4) down.

03_09

 

Release the brake lever (press-

 

 

 

ed during start-up).

 

 

 

 

 

 

CAUTION

 

 

RELEASING THE CLUTCH LEVER

 

 

TOO SUDDENLY WHEN SETTING OFF

 

 

MAY STALL THE ENGINE AND LIFT

 

 

THE FRONT WHEEL.

 

 

DO NOT SPEED UP SUDDENLY OR

 

 

EXCESSIVELY WHEN RELEASING

 

 

THE CLUTCH SO THAT THE CLUTCH

 

 

DOES NOT "SLIDE" (SLOW RE-

 

 

LEASE) OR THE FRONT WHEEL

 

 

"REARS UP" (QUICK RELEASE).

63

Start de motor.

De eerste kilometers beperkt men de snelheid om de motor op te warmen.

Laat het gashandvat (2) los (Pos. A) en laat de motor aan het minimum toerental draaien, activeer de koppelingshendel

(3) helemaal.

Schakel in de eerste versnelling door de commandohendel van de versnellingsbak (4) naar beneden te duwen.

Laat de remhendel los (geactiveerd bij de start).

LET OP

BIJ HET VERTREK KAN HET TE BRUUSK OF TE SNEL LOSLATEN VAN DE HENDEL VAN DE KOPPELING DE MOTOR DOEN STILVALLEN, EN HET VOERTUIG DOEN STOPPEN MET EEN SCHOK.

GEEF GEEN BRUUSK OF EXCESSIEF GAS TIJDENS HET LOSLATEN VAN DE KOPPELING, OM TE VERMIJDEN DAT DE KOPPELING GAAT "SLIPPEN" (TRAAG LOSLATEN) OF DAT HET VOORSTE WIEL VAN DE GROND KOMT, "STEIGEREN" (SNEL LOSLATEN).

Gebruik 3 / Use 3

Slowly release the clutch lever

(3) and at the same time accelerate by gradually twisting the throttle grip (Pos. B).

The vehicle starts moving forward.

 

DO NOT EXCEED THE MAXIMUM

03_10

RECOMMENDED ENGINE SPEED.

Speed up by gradually twisting the throttle grip (2) (Pos. B), without exceeding the recommended engine revs. To engage the second gear:

Laat traag de hendel van de koppeling (3) los en geef tegelijkertijd gas door gematigd aan het gashandvat te draaien (Pos. B).

Het voertuig zal beginnen rijden.

OVERSCHRIJD HET AANBEVOLEN TOERENTAL NIET.

Vermeerder snelheid door geleidelijk aan het gashandvat (2) te draaien (Pos. B), zonder het aanbevolen toerental te overschrijden. Om naar de tweede versnelling te schakelen:

OPERATE FAST.

DO NOT RIDE THE VEHICLE AT VERY

LOW ENGINE REVS.

3 Use / 3 Gebruik

HANDEL MET EEN ZEKERE SNELHEID.

RIJ NIET MET HET VOERTUIG AAN EEN TE LAAG TOERENTAL.

64

 

Release the throttle grip (2)

 

(Pos. A ), operate the clutch lev-

 

er (3) and lift the gearshift lever

 

(4). Release the clutch lever (3)

 

and accelerate.

 

Repeat the last two operations

 

and engage a higher gear.

03_11

IF THE LOW MIXER OIL WARNING

 

 

LIGHT ON THE MULTIFUNCTION DIS-

PLAY TURNS ON, THIS MEANS THAT

THE MIXER OIL LEVEL IS LOW AND

THE RESERVE IS BEING USED;

SHOULD THIS OCCUR, TOP-UP WITH

MIXER OIL.

Laat het gashandvat los (2)

(Pos. A), activeer de koppelingshendel (3) en plaats de commandohendel voor het schakelen (4) omhoog. Laat de hendel van de koppeling (3) los en geef gas.

Herhaal de twee laatste handelingen om over te gaan naar de hogere versnellingen.

WANNEER DE CONTROLELAMP VAN DE OLIERESERVE VAN DE MENGER OPLICHT OP HET MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY, BEVINDT DE OLIE VAN DE MENGER ZICH IN RESERVE; IN DIT GEVAL VULT MEN OLIE BIJ IN DE MENGER.

Shifting from a higher to a lower gear, called "downshifting", is carried out:

when riding downhill and when braking, in order to increase the braking power by using engine compression.

When going uphill, when the engaged gear does not suit the speed (high gear, moderate speed) and the number of engine revs falls.

65

Het overgaan van een hogere naar een lagere versnelling, "terugschakelen" genoemd, wordt uitgevoerd:

wanneer men op een afdaling rijdt en bij het remmen, men gebruikt de compressie van de motor om de remactie te verhogen.

Wanneer men een helling oprijdt, de geschakelde versnelling is niet geschikt voor de snelheid

(hoge versnelling, gematigde snelheid en het toerental van de motor verlaagt.

Gebruik 3 / Use 3

3 Use / 3 Gebruik

CAUTION

DOWNSHIFT ONE GEAR AT A TIME; DOWNSHIFTING MANY GEARS AT ONE TIME CAN CAUSE THE SPEED TO EXCEED THE "OVERREVVING" MAXIMUM POWER.

BEFORE AND DURING "DOWNSHIFTING", SLOW DOWN BY RELEASING THE THROTTLE GRIP TO AVOID "OVERREVVING".

LET OP

WANNEER MEN TERUGSCHAKELT, DOET MEN DIT MET ÉÉN VERSNELLING PER KEER; WANNEER MEN MEERDERT VERSNELLINGEN PER KEER TERUGSCHAKELT, KAN HET MAXIMALE VERMOGENSREGIME "TE HOOG TOERENTAL" OVERSCHREDEN WORDEN.

VÓÓR EN TIJDENS HET "TERUGSCHAKELEN" VAN EEN VERSNELLING, VERTRAAGT MEN DOOR HET GASHANDVAT LOS TE LATEN, OM HET "TE HOOG TOERENTAL" TE VERMIJDEN.

To downshift:

Release the throttle grip (2)

(Pos. A).

If necessary, slightly operate the brake levers and reduce speed.

Operate the clutch lever (3) and lower the gearshift lever (4) before engaging a lower gear.

Release the brake levers if operated.

Release the clutch lever and accelerate moderately.

NEVER ACCELERATE AND DECELERATE REPEATEDLY AND CONTINUOUSLY AS YOU MAY INADVERTENT-

Om "terug te schakelen":

Laat het gashandvat los (2)

(Pos. A).

Indien nodig activeert men gematigd de remhendels en mindert men de snelheid van het voertuig.

Activeer de hendel van de koppeling (3) en breng de commandohendel voor het schakelen (4) omlaag, om naar de lagere versnelling te schakelen.

Laat de remhendels los indien geactiveerd.

Laat de hendel van de koppeling los en geef gematigd gas.

66

LY LOSE CONTROL OF YOUR VEHICLE.

IF YOU HAVE TO BRAKE, DECELERATE AND OPERATE BOTH BRAKES TO OBTAIN A UNIFORM BRAKING, CAREFULLY APPLYING PRESSURE TO THE BRAKING PARTS IN AN ADEQUATE MANNER.

OPERATING ONLY EITHER THE FRONT OR THE REAR BRAKE SIGNIFICANTLY DECREASES THE BRAKING POWER AND A WHEEL MAY GET BLOCKED RESULTING IN LACK OF GRIP.

IN CASE OF STOP IN ASCENT, FULLY DECELERATE AND ONLY USE THE BRAKES TO KEEP THE VEHICLE STOPPED.

USING THE ENGINE TO KEEP THE SCOOTER STOPPED MAY CAUSE THE CLUTCH TO OVERHEAT.

BEFORE GETTING INTO A BEND, REDUCE SPEED OR BRAKE; WHILE BENDING, RIDE AT THE SAME MODERATE AND CONSTANT SPEED OR SLIGHTLY ACCELERATE; DO NOT BRAKE IN EXCESS: THERE IS HIGH RISK OF SKIDDING.

BRAKING CONTINUOUSLY WHILE GOING DOWNHILL MAY RESULT IN FRICTION GASKET OVERHEATING AND CONSEQUENTLY IN POOR BRAKING. TAKE ADVANTAGE OF

NIET HERHAALDELIJK EN VOORTDUREND GAS GEVEN EN VERTRAGEN, OMDAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG ONOPZETTELIJK KAN VERLIEZEN.

WANNEER MEN REMT, VERTRAGEN EN BEIDE REMMEN ACTIVEREN OM UNIFORM TE VERTRAGEN, OP GESCHIKTE WIJZE DE DRUK OP DE REMMECHANISMEN DOSEREN.

WANNEER MEN ENKEL DE VOORREM OF DE ACHTERREM ACTIVEERT, VERMINDERT MEN DE REMKRACHT AANZIENLIJK, EN LOOPT MEN HET RISICO DAT EEN WIEL BLOKKEERT, MET ALS GEVOLG HET VERLIES VAN GRIP.

WANNEER MEN MOET STOPPEN OP EEN HELLING, VERTRAAGT MEN VOLLEDIG EN GEBRUIKT MEN ENKEL DE REMMEN OM HET VOERTUIG STIL TE LATEN STAAN.

WANNEER MEN DE MOTOR GEBRUIKT OM HET VOERTUIG STIL TE LATEN STAAN, KAN DE KOPPELING OVERVERHIT RAKEN.

VOORALEER MEN EEN BOCHT NEEMT, VERMINDERT MEN SNELHEID OF REMT MEN, ZODAT MEN DE BOCHT MET GEMATIGDE EN CONSTANTE SNELHEID OF LICHT VER-

Gebruik 3 / Use 3

67

3 Use / 3 Gebruik

THE ENGINE COMPRESSION AND DOWNSHIFT USING THE BRAKES ALTERNATIVELY.

WHEN GOING DOWNHILL NEVER RIDE WITH THE ENGINE OFF.

WHEN RIDING ON WET SURFACES OR WITH POOR GRIP (SNOW, ICE, MUD, ETC.) AT A MODERATE SPEED, AVOID SUDDEN BRAKING OR MANOEUVRES THAT MAY LEAD TO LACK OF GRIP AND CONSEQUENTLY TO FALLS.

PAY ATTENTION TO OBSTACLES ON OR VARIATIONS IN THE ROAD SURFACE.

UNEVEN ROADS, RUTS, DRAINS, TRAFFIC SIGNS PAINTED ON THE ROADS AND PIPEWORK METAL SHEETS MAY BECOME SLIPPERY WHEN IT RAINS. CROSS OVER THEM WITH EXTREME CAUTION, RIDE CAREFULLY AND INCLINE THE VEHICLE THE LEAST POSSIBLE.

ALWAYS SIGNAL CHANGES IN DIRECTION WITH THE APPROPRIATE DEVICES AND WELL IN ADVANCE, AVOID ABRUPT AND DANGEROUS MANOEUVRES. TURN OFF THE DEVICES IMMEDIATELY AFTER THE CHANGE IN DIRECTION IS COMPLETED.

TRAAGD INGAAT; VERMIJDT OM HARD TE REMMEN: HET IS GOED MOGELIJK DAT MEN GAAT SCHUIVEN.

WANNEER MEN TIJDENS EEN DALING VOORTDUREND REMT, KUNNEN DE WRIJVINGSPAKKINGEN OVERVERHIT RAKEN, ZODAT DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN VERMINDERT. GEBRUIK DE COMPRESSIE VAN DE MOTOR DOOR TERUG TE SCHAKELEN, MET AFWISSELEND GEBRUIK VAN BEIDE REMMEN.

TIJDENS EEN DALING MAG MEN NIET RIJDEN MET DE MOTOR UIT.

OP EEN NATTE ONDERGROND, OF ALLESZINS MET WEINIG GRIP (SNEEUW, IJS, MODDER, ENZ.), RIJDT MEN MET EEN GEMATIGDE SNELHEID, EN VERMIJDT MEN OM BRUUSK TE REMMEN EN OM MANOEUVRES UIT TE VOEREN DIE GRIPVERLIES VEROORZAKEN, EN DUS HET VALLEN TOT GEVOLG HEBBEN.

LET OP VOOR EENDER WELK OBSTAKEL OF VERANDERING VAN DE GEOMETRIE VAN HET WEGDEK.

ONVERHARDE WEGEN, RAILS, PUTDEKSELS, GESCHILDERDE SIGNALERINGEN OP HET WEGDEK EN METALEN PLATEN VAN WERVEN WORDEN GLAD WANNEER HET REGENT, EN DAAROM MOETEN DEZE ZEER VOORZICHTIG WORDEN BENADERD,

68

WHEN OVERTAKING OR BEING OVERTAKEN BY OTHER VEHICLES RIDE WITH EXTREME CAUTION.

WHEN IT RAINS, SPRAY CAUSED BY LARGE VEHICLES REDUCES VISIBILITY; AIR SHIFTS MAY CAUSE LOSS OF CONTROL ON YOUR VEHICLE.

EN MAG MEN NIET BRUUSK RIJDEN EN ZO WEINIG MOGELIJK HET VOERTUIG DOEN HELLEN.

MELD STEEDS OP VOORHAND WANNEER MEN VAN RIJBAAN OF RIJRICHTING VERANDERT MET DE HIERVOOR VOORZIENE MECHANISMEN, EN VERMIJD BRUUSKE OF GEVAARLIJKE MANOEUVRES. SCHAKEL DE MECHANISMEN ONMIDDELLIJK UIT NADAT MEN VAN RIJRICHTING HEEFT VERANDERD.

WANNEER MEN INHAALT OF MEN WORDT INGEHAALD DOOR ANDERE VOERTUIGEN, MOET MEN ZEER VOORZICHTIG ZIJN.

BIJ REGEN WORDT HET ZICHT VERMINDERD DOOR HET OPSTUIVEN VAN WATER, DAT WORDT VEROORZAAKT DOOR GROTE VOERTUIGEN; DOOR DE LUCHTVERPLAATSING KAN MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG VERLIEZEN.

Gebruik 3 / Use 3

69

3 Use / 3 Gebruik

Stopping the engine (03_12)

 

Stoppen van de motor (03_12)

 

 

 

 

CAUTION

LET OP

WHENEVER POSSIBLE, AVOID

 

VERMIJD INDIEN MOGELIJK OM

ROUGH BRAKING, SUDDEN DECEL-

 

BRUUSK TE STOPPEN, ONVER-

ERATION AND BRAKING IN EXCESS.

 

WACHTS TE VERTRAGEN EN HARD

 

 

TE REMMEN.

Release the throttle grip (Pos. A), brake gradually and, at the same time, "downshift" gears to slow down.

Once the speed is reduced, before stopping the vehicle:

Operate the clutch lever so that the engine does not shut off.

When the vehicle is at a standstill:

03_12

Set the gear lever to neutral

(green warning light on).

Release the clutch lever.

While at a temporary halt, keep at least one brake operated.

Laat het gashandvat los (Pos. A), activeer geleidelijk de remmen, en "schakel" tegelijkertijd terug om snelheid te minderen.

Wanneer men snelheid geminderd heeft, voert men het volgende uit voordat het voertuig volledig komt stil te staan:

Activeer de hendel van de koppeling zodat de motor niet stilvalt.

Met het voertuig stil:

Plaats de hendel voor het schakelen in vrij (groene controlelamp aan).

Laat de hendel van de koppeling los.

Tijdens een tijdelijke pauze moet er minstens één rem geactiveerd worden.

70

Parking (03_13, 03_14)

Parkeren (03_13, 03_14)

It is very important to select an adequate parking spot, in compliance with road signals and the guidelines described below.

CAUTION

PARK ON SAFE AND LEVEL GROUND TO PREVENT THE VEHICLE FROM FALLING.

DO NOT LEAN THE vehicle ON A WALL OR LAY IT ON THE GROUND.

MAKE SURE THE VEHICLE AND SPECIALLY ITS HOT PARTS DO NOT POSE ANY RISK TO PEOPLE OR CHILDREN. DO NOT LEAVE YOUR VEHICLE UNATTENDED WITH THE ENGINE ON OR THE KEY IN THE IGNITION SWITCH.

CAUTION

VEHICLE FALL OR EXCESSIVE INCLINATION CAN CAUSE FUEL OUTFLOW.

FUEL USED TO DRIVE EXPLOSION ENGINES IS HIGHLY FLAMMABLE AND CAN BECOME EXPLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDITIONS.

DO NOT REST THE RIDER OR PASSENGER WEIGHT ON THE SIDE STAND.

De keuze van de parkeerzone is zeer belangrijk en moet de verkeerstekens en de volgende aanduidingen respecteren.

LET OP

PARKEER HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND, ZODAT HET NIET VALT.

LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP DE GROND.

CONTROLEER OF HET VOERTUIG, EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DELEN ERVAN, NIET GEVAARLIJK ZIJN VOOR PERSONEN EN KINDEREN. LAAT HET VOERTUIG NIET ONBEWAAKT ACHTER MET DE MOTOR AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.

LET OP

HET VALLEN OF DE EXCESSIEVE INCLINATIE VAN HET VOERTUIG KUNNEN HET UITSTROMEN VAN BRANDSTOF VEROORZAKEN.

DE BRANDSTOF DIE WORDT GEBRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UITERST BRANDBAAR, EN KAN EXPLOSIEF WORDEN IN BEPAALDE OMSTANDIGHEDEN.

Gebruik 3 / Use 3

71

3 Use / 3 Gebruik

Stop the scooter.

Set the engine stop switch to

'key off'.

03_13

BELAST DE LATERALE STANDAARD NIET MET UW GEWICHT OF DAT VAN DE PASSAGIER.

Stop het voertuig.

Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor op 'off'.

Turn the key to set the ignition switch to key off .

Turn the fuel valve lever (1) to

OFF.

Rest the vehicle on its stand.

Block the steering and take out the key.

03_14

Draai de sleutel rond en plaats de ontstekingsschakelaar op 'KEY OFF'.

Draai de hendel van het brandstofkraantje (1) in de stand

OFF.

Plaats het voertuig op de standaard.

Blokkeer de stuurinrichting en verwijder de sleutel.

72

Catalytic silencer

Katalysator

Catalytic models are fitted with a silencer with a "two-way platinum-rhodium" catalytic converter.

This device oxidises CO (carbon monoxide) and HC (unburned hydrocarbons) present in exhaust fumes, turning them into carbon dioxide and water vapour respectively.

Het katalytische uitvoering van het voertuig is uitgerust met een uitlaat met metalen katalysator van het type "bivalent met platina - rodium".

Dit mechanisme heeft als taak om de CO (koolmonoxide) en de HC (onverbrande koolwaterstof) te oxideren die aanwezig zijn in het uitlaatgas, door ze respectievelijk om te zetten in kooldioxide en waterdamp.

DO NOT PARK THE VEHICLE NEAR DRY BRUSHWOOD OR IN PLACES EASILY ACCESSIBLE BY CHILDREN BECAUSE THE CATALYTIC CONVERTER REACHES HIGH TEMPERATURES DURING VEHICLE OPERATION; FOR THIS REASON, PAY UTMOST ATTENTION AND DO NOT TOUCH IT UNTIL IT HAS COMPLETELY COOLED DOWN.

DO NOT USE LEADED PETROL AS IT CAUSES IRREPARABLE DAMAGE TO THE CATALYTIC CONVERTER.

VERMIJD OM HET VOERTUIG TE PARKEREN IN DE BUURT VAN DROGE STRUIKGEWASSEN OF VAN PLAATSEN DIE BEREIKBAAR ZIJN DOOR KINDEREN, OMDAT DE KATALYTISCHE UITLAAT TIJDENS HET GEBRUIK ZEER HOGE TEMPERATUREN BEREIKT; LET DUS ZEER GOED OP EN VERMIJD EENDER WELK CONTACT, VÓÓR ZE HELEMAAL AFGEKOELD IS.

GEBRUIK GEEN BENZINE MET LOOD, OMDAT ZO DE KATALYSATOR WORDT VERNIETIGD.

Gebruik 3 / Use 3

73

3 Use / 3 Gebruik

03_15

Stand (03_15)

Grasp the left handgrip and the passenger grab handle.

Push the side stand with your right foot to fully extend the stand.

Lean the vehicle until the stand touches the ground.

Turn the handlebar fully leftwards.

CAUTION

MAKE SURE THE VEHICLE IS STABLE.

Standaard (03_15)

Grijp het linker handvat en de handgreep van de passagier vast.

Duw op de laterale standaard met de rechter voet, en klap hem volledig uit.

Hel het voertuig tot de standaard de grond raakt.

Draai het stuur volledig naar links.

LET OP

CONTROLEER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.

74

Suggestion to prevent theft

Tips tegen diefstal

CAUTION

WHEN USING A DISC LOCKING DEVICE, PAY UTMOST ATTENTION TO REMOVE IT BEFORE RIDING. FAILURE TO OBSERVE THIS WARNING MAY SERIOUSLY DAMAGE THE BRAKING SYSTEM AND CAUSE ACCIDENTS WITH CONSEQUENT PHYSICAL INJURIES OR EVEN DEATH.

LET OP

WANNEER MEN EEN SCHIJFBLOKKERINGSMECHANISME GEBRUIKT, LET MEN ZEER GOED OP OM HET TE VERWIJDEREN VOORALEER MEN MET HET VOERTUIG GAAT RIJDEN. HET NIET RESPECTEREN VAN DEZE WAARSCHUWING KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE REMINSTALLATIE EN ONGELUKKEN VEROORZAKEN, MET LETSELS EN ZELFS DE DOOD ALS GEVOLG.

NEVER leave the ignition key in the lock and always use the steering lock. Park the vehicle in a safe place such as a garage or a place with guards. Whenever possible, use an additional anti-theft device. Make sure all vehicle documents are in order and the road tax paid. Write down your personal details and telephone number on this page to help identifying the owner in case of vehicle retrieval after a theft.

LAST

NAME: ....................................................

...............

NAME: ....................................................

...............

Laat de ontstekingssleutel NOOIT achter op het voertuig, en gebruik steeds het stuurslot. Parkeer het voertuig op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of een bewaakte plaats. Gebruik indien mogelijk een extra antidiefstalmechanisme. Controleer of de documenten en de verkeersbelasting in orde zijn.

Schrijf uw gegevens en telefoonnummer op deze pagina, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken in geval van het terugvinden van het voertuig na diefstal.

NAAM: ....................................................

................

VOOR-

NAAM: ....................................................

.........................

Gebruik 3 / Use 3

75

AD-

ADRES: ..................................................

DRESS: ..................................................

...................

.................

................................................................

 

..........................................................................................

...........................

TELEFOONNUM-

 

TELEPHONE

MER: ......................................................

No: .......................................................

....

WARNING

IN MANY CASES, STOLEN VEHICLES CAN BE IDENTIFIED BY DATA IN THE USE / MAINTENANCE BOOKLET

WAARSCHUWING

IN VEEL GEVALLEN WORDEN GESTOLEN VOERTUIGEN GEÏDENTIFICEERD DOOR MIDDEL VAN DE GEGEVENS IN HET GEBRUIKSEN ONDERHOUDSBOEKJE.

3 Use / 3 Gebruik

76

SX-RX 125

Chap. 04

Maintenance

Hst. 04

Onderhoud

77

4 Maintenance / 4 Onderhoud

Gearbox oil level (04_01)

NOTE

PARK THE SCOOTER ON SAFE AND LEVEL GROUND.

Versnellingsbak oliepeil (04_01)

N.B.

PLAATS HET VOERTUIG OP EEN VASTE EN VLAKKE ONDERGROND.

Stop the engine and let it cool off for at least ten minutes so that the oil in the crankcase flows down and cools as well.

Keep the vehicle upright with both wheels on the ground.

Leg de motor stil en laat hem minstens tien minuten lang afkoelen, om de drainage van de olie in de carter en de afkoeling van de olie zelf toe te staan.

Houd het voertuig in verticale positie met de twee wielen op de grond.

FAILURE TO FOLLOW THESE OPERATIONS MAY RESULT IN AN INCORRECT READING OF THE ENGINE OIL LEVEL.

WANNEER MEN DE VOORAFGAANDE HANDELINGEN NIET UITVOERT, KAN HET ZIJN DAT MEN EEN FOUTE METING VAN HET PEIL UITVOERT.

78

Make sure the oil level covers the checking sight glass (1) completely.

04_01

CAUTION

Controleer of het oliepeil het controleglasje (1) volledig bedekt.

LET OP

TO HAVE GEARBOX OIL TOPPED UP, PLEASE CONTACT AN Official aprilia Dealer. IF YOU ARE ADEQUATELY TRAINED AND EXPERIENCED, REFER TO THE INSTRUCTIONS IN THIS WORKSHOP BOOKLET THAT CAN ALSO BE PURCHASED AT ANY Official aprilia Dealer.

OM HET BIJVULLEN VAN DE VERSNELLINGSBAKOLIE UIT TE VOEREN WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer, OF INDIEN U EEN EXPERT OF GEKWALIFICEERD BENT, KUNNEN DE AANDUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN DE GARAGE ALS REFERENTIE GEBRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.

Tyres

Banden

This vehicle is fitted with tyres with inner

Dit voertuig is voorzien van banden met

tubes (Tube type).

binnenband (Tube Type).

79

Onderhoud 4 / Maintenance 4

4 Maintenance / 4 Onderhoud

CAUTION

CHECK TYRE INFLATION PRESSURE REGULARLY AT AMBIENT TEMPERATURE. THE MEASUREMENT MAY BE INCORRECT IF TYRES ARE WARM. CHECK TYRE PRESSURE MAINLY BEFORE AND AFTER A LONG TRIP. AN OVER-INFLATED TYRE WILL NOT CUSHION SURFACE UNEVENNESS, PROVIDING A HARSH RIDE, REDUCING COMFORT AND STABILITY WHEN CORNERING. AN UNDER-IN- FLATED TYRE, ON THE OTHER HAND, WILL EXTEND THE CONTACT PATCH TO INCLUDE A LARGER PORTION OF THE TYRE SIDEWALLS. WHEN THIS IS THE CASE, THE TYRE MIGHT SLIP ON OR BECOME DETACHED FROM THE RIM, LEADING TO LOSS OF CONTROL OVER THE VEHICLE. IN CASE OF SHARP BRAKING, TYRES CAN EVEN GET OFF THE RIMS. LASTLY, THE VEHICLE MIGHT SKID IN A BEND. INSPECT THREAD SURFACE AND CHECK IT FOR WEAR. BADLY WORN TYRES MAY COMPROMISE TRACTION AND HANDLING. REPLACE TYRES WHEN WORN OR IF THERE IS A PUNCTURE IN THE TREAD AREA BIGGER THAN 5 mm (0.197 in). BALANCE WHEELS AFTER A TYRE IS MENDED. ONLY USE TYRES OF THE SIZE SPECIFIED BY THE MANUFACTURER (SEE TECHNI-

LET OP

CONTROLEER REGELMATIG DE SPANNING VAN DE BANDEN BIJ DE OMGEVINGSTEMPERATUUR. WANNEER DE BANDEN WARM ZIJN, IS DE METING NIET CORRECT. VOOR DE METING UIT VOORAL VÓÓR EN NA EEN LANGE REIS. WANNEER DE SPANNING TE HOOG IS, WORDT DE ONEFFENHEID VAN HET TERREIN NIET GEDEMPT, EN DUS NAAR DE STUURINRICHTING VERSTUURT, ZODAT HET RIJCOMFORT VERMINDERT EN DE WEGLIGGING IN BOCHTEN VERSLECHTERT. WANNEER VICEVERSA DE BANDENSPANNING ONVOLDOENDE IS, WERKEN DE ZIJKANTEN VAN DE BANDEN MEER, EN KAN HET ZIJN DAT DE BAND OP DE VELG SLIPT OF LOSKOMT, MET ALS GEVOLG DAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG VERLIEST. WANNEER MEN BRUUSK REMT, KUNNEN DE BANDEN UIT DE VELGEN KOMEN. IN BOCHTEN KAN HET VOERTUIG GAAN SLIPPEN. CONTROLEER DE STAAT VAN HET RIJOPPERVLAK EN DE SLIJTAGE, OMDAT SLECHTE BANDENCONDITIES DE WEGLIGGING EN DE BEDIENBAARHEID VAN HET VOERTUIG KUNNEN SCHADEN. VERVANG DE BAND WANNEER HIJ VERSLETEN IS, OF WANNEER ER EEN EVENTUEEL GAT IS IN

80

CAL DATA SHEETS). CHECK THAT THE INFLATION VALVES HAVE THEIR CAPS FITTED TO AVOID UNEXPECTED FLAT TYRES. TYRE REPLACEMENT, REPAIR, MAINTENANCE AND BALANCING ARE VERY IMPORTANT OPERATIONS. THEY SHOULD BE CARRIED OUT USING THE APPROPRIATE TOOLS AND ARE BEST LEFT EXPERIENCED MECHANICS. HAVE YOUR TYRES AND WHEELS SERVICED AT AN OFFICIAL aprilia DEALER OR A SPECIALISED TYRE REPAIRER.

CAUTION

NEW TYRES MAY BE COATED WITH A SLIPPERY COATING: RIDE WITH CAUTION DURING THE FIRST KILOMETRES. DO NOT APPLY UNSUITABLE LIQUIDS ON TYRES. WHEN TYRES ARE OLD, THE MATERIAL MAY HARDEN AND NOT PROVIDE ADEQUATE GRIP, EVEN IF TYRES ARE STILL WITHIN THE WEAR LIMIT. IF THIS IS THE CASE, REPLACE THE TYRES.

DE ZONE VAN HET RIJVLAK DAT GROTER IS DAN 5 mm (0.197 in). NADAT MEN DE BAND HEEFT LATEN HERSTELLEN, LAAT MEN DE WIELEN BALANCEREN. GEBRUIK UITSLUITEND BANDEN MET DE AFMETINGEN DIE WORDEN AANGEDUID DOOR HET HUIS, RAADPLEEG (TECHNISCHE GEGEVENS). CONTROLEER OF DE VENTIELEN VOOR HET OPBLAZEN STEEDS HUN DOPJES HEBBEN, OM HET PLOTSELING LEEGLOPEN VAN DE BANDEN TE VERMIJDEN. DE HANDELINGEN VAN HET VERVANGEN, HERSTELLEN, ONDERHOUD EN BALANCEREN ZIJN ZEER BELANGRIJK, EN MOETEN DUS UITGEVOERD WORDEN MET GESCHIKTE GEREEDSCHAPPEN EN MET DE NODIGE ERVARING. DAAROM RAADT MEN AAN OM ZICH TE WENDEN TOT EEN OFFICIËLE aprilia DEALER OF EEN BANDENSPECIALIST VOOR HET UITVOEREN VAN VOORAFGAANDE HANDELINGEN.

LET OP

WANNEER DE BANDEN NIEUW ZIJN, KUNNEN ZE BEDEKT ZIJN MET EEN GLADDE LAAG: DE EERSTE KILOMETERS MOET MEN VOORZICHTIG RIJDEN. SMEER DE BANDEN NIET IN MET ONGESCHIKTE VLOEISTOFFEN. WANNEER DE BANDEN OUD ZIJN, EN

Onderhoud 4 / Maintenance 4

81

4 Maintenance / 4 Onderhoud

MINIMUM TREAD DEPTH

Front: 2 mm (0.078 in)

rear: 2 mm (0.078 in)

OOK AL ZIJN ZE NIET VERSLETEN, KUNNEN ZE VERHARDEN EN DUS DE WEGLIGGING NIET GARANDEREN. IN DIT GEVAL VERVANGT MEN DE BANDEN.

MINIMUM DIEPTELIMIET VAN HET RIJVLAK

vooraan: 2 mm (0.078 in)

achteraan: 2 mm (0.078 in)

 

Spark plug dismantlement

 

 

(04_02, 04_03)

 

Remove the spark plug regularly, clean

 

off carbon scales, and replace spark plug

 

if necessary.

 

For spark plug removal and cleaning:

 

Remove the spark plug tube.

 

Clean off any trace of dirt from

04_02

the spark plug base. Unscrew it

using the spanner supplied in

 

 

the toolkit and remove it from its

 

seat, being careful not to let dust

 

or any other substance get into

 

the cylinder.

 

Check that the spark plug elec-

 

trode and the centre porcelain

 

are free of carbon deposits or

 

signs of corrosion. If necessary,

 

clean using suitable spark plug

Demonteren van de bougie (04_02, 04_03)

Demonteer periodiek de bougie, reinig ze van koolstofafzettingen, en vervang ze indien nodig.

Om de bougie te verwijderen en te reinigen:

Verwijder de pipet van de bougie.

Verwijder alle vuilresten van de basis van de bougie, draai ze los met de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel en verwijder ze uit haar zitting, zorg ervoor dat er geen stof of andere stoffen binnenin de cilinder terecht komt.

Controleer of de elektrode en het centrale porselein van de

82

cleaners, a wire and/or metal brush.

Blow vigourously with a blast of air to prevent removed dirt from getting into the engine. Replace the spark plug if there are cracks on its insulating material, corroded electrodes or large deposits.

Check electrode gap with a thickness gauge. If the value is not correct, adjust it by carefully bending the earth electrode.

Make sure the washer is in good conditions. Once the washer is fitted, finger screw the spark plug to avoid damaging the thread.

Tighten using the spanner supplied in the tool kit, make the spark plug complete 1/2 a turn to press the washer.

Spark plug tightening torque: 20 Nm (2 kgm).

CAUTION

TIGHTEN THE SPARK PLUG CORRECTLY, OTHERWISE THE ENGINE MAY OVERHEAT AND GET IRRETRIEVABLE DAMAGED. USE RECOMMENDED SPARK PLUGS ONLY. USING A SPARK PLUG OTHER THAN SPECIFIED MIGHT COMPROMISE ENGINE PERFORMANCE AND LIFE.

Characteristic

Electrode gap

bougie geen koolstofafzettingen of corrosietekens heeft, en reinig eventueel met speciale reinigingsmiddelen voor bougies, met een ijzerdraad en/of met een metalen borsteltje.

Blaas goed uit met een luchtstraal om te vermijden dat de verwijderde resten in de motor terecht komen. Wanneer de bougie scheuren op de isolering, verroeste elektroden of excessieve afzettingen vertoont, moet ze worden vervangen.

Controleer de afstand tussen de elektroden met een diktemeter, is de waarde niet juist, plooi dan voorzichtig de aardelektrode.

Controleer of de rondel zich in goede condities bevindt. Met gemonteerde rondel, draait men de bougie manueel vast om te vermijden dat de schroefdraad wordt beschadigd.

Sluit de bougie met behulp van de in de gereedschapskit bijgevoegde sleutel, door ze een 1/2 draai vast te draaien om de rondel vast te drukken.

Sluitkoppel van de bougie: 20 Nm (2 kgm).

LET OP

DE BOUGIE MOET GOED WORDEN VASTGEDRAAID, OMDAT ANDERS DE MOTOR KAN OVERVERHITTEN, EN DUS ERNSTIG WORDT BESCHADIGD. GEBRUIK ENKEL BOUGIES

Onderhoud 4 / Maintenance 4

83

4 Maintenance / 4 Onderhoud

0.7 - 0.8 mm (0.027 - 0.031 in)

VAN HET AANBEVOLEN TYPE, AN-

DERS ZOUDEN DE PRESTATIES EN

DE DUUR VAN DE MOTOR GESCHAAD KUNNEN WORDEN.

Technische kenmerken

Afstand van de elektroden

0,7 - 0,8 mm (0.027 - 0.031 in)

Place the spark plug tube correctly so that it does not get detached due to engine vibrations.

04_03

Plaats de pipet van de bougie correct, zodat deze niet loskomt door de vibraties van de motor.

Removing the air filter

Demonteren van het luchtfilter

CAUTION

TO REMOVE, CLEAN AND REPLACE THE AIR FILTER, CONTACT AN Official aprilia Dealer.

LET OP

VOOR DE DEMONTAGE, DE REINIGING EN DE VERVANGING VAN DE LUCHTFILTER ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer.

84

Cooling fluid level (04_04)

Peil koelvloeistof (04_04)

Do not use the vehicle if the coolant is below the minimum level.

CAUTION

COOLANT IS TOXIC IF INGESTED; CONTACT WITH YOUR EYES OR SKIN MAY CAUSE IRRITATION. IF THE FLUID GETS IN CONTACT WITH THE EYES OR SKIN, RINSE REPEATEDLY WITH PLENTY OF WATER AND SEEK MEDICAL ADVICE. IF SWALLOWED, INDUCE VOMITING, RINSE MOUTH AND THROAT WITH PLENTY OF WATER AND SEEK MEDICAL ADVICE IMMEDIATELY.

Gebruik het voertuig niet wanneer het peil van de koelvloeistof zich onder het minimum peil bevindt.

LET OP

DE KOELVLOEISTOF IS SCHADELIJK WANNEER HIJ WORDT INGESLIKT; HET CONTACT MET DE HUID EN DE OGEN KAN IRRITATIES VEROORZAKEN. WANNEER DE VLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID EN DE OGEN, SPOELT MEN LANG MET VEEL WATER, EN RAADPLEEGT MEN EEN ARTS. WANNEER HET WORDT INGESLIKT, MOET MEN OVERGEVEN, DE MOND EN DE KEEL SPOELEN MET VEEL WATER, EN ONMIDDELLIJK EEN ARTS RAADPLEGEN.

Coolant solution is 50% water and 50% antifreeze fluid.

This is the ideal mixture for most operating temperatures and provides good corrosion protection.

It is advisable to use the same mixture even in hot weather as this minimises loss due to evaporation and the need of frequent top-ups.

De oplossing van de koelvloeistof bestaat uit 50% water en 50% antivries.

Dit mengsel is ideaal voor de meeste werkingstemperaturen, en garandeert een goede bescherming tegen corrosie.

Het is een goede gewoonte om hetzelfde mengsel ook tijdens het warme seizoen te gebruiken, omdat op deze manier verlies door verdamping en het frequent bijvullen wordt vermeden.

Onderhoud 4 / Maintenance 4

85

4 Maintenance / 4 Onderhoud

Less water evaporation means fewer mineral salts depositing in the radiators, which helps preserve the efficiency of the cooling system.

When the external temperature drops below zero degrees centigrade, check the cooling system frequently and add more antifreeze solution if needed (up to 60% max.).

Use distilled water in the coolant mixture to avoid damaging the engine.

CAUTION

DO NOT REMOVE THE EXPANSION TANK PLUG «1» WHEN THE ENGINE IS HOT, SINCE COOLANT IS UNDER PRESSURE AND VERY HOT. CONTACT WITH SKIN OR CLOTHES MAY CAUSE SEVERE BURNS AND/OR INJURIES.

Op deze manier verminderen de bezinksels van mineraalzouten, die in de radiator door het verdampte water werden gelaten, en verandert de efficiëntie van de koelinstallatie niet.

Wanneer de buitentemperatuur zich onder het vriespunt bevindt, moet men het koelcircuit frequent controleren, en voegt men indien nodig een hogere concentratie antivries toe (tot een maximum van 60%).

Voor de koeloplossing gebruikt men gedestilleerd water, om de motor niet te beschadigen.

LET OP

VERWIJDER DOP «1» NIET VAN HET EXPANSIEVAT WANNEER DE MOTOR WARM STAAT, OMDAT DE KOELVLOEISTOF ONDER DRUK STAAT EN EEN HOGE TEMPERATUUR HEEFT. BIJ CONTACT MET DE HUID OF DE KLEDING KAN HET ERNSTIGE LETSELS/SCHADE VEROORZAKEN.

86

Checking and topping up

CAUTION

WAIT FOR THE ENGINE TO COOL DOWN BEFORE CHECKING OR TOP- PING-UP THE COOLANT LEVEL.

04_04

Shut off the engine and wait until it cools off.

Park the vehicle on firm and level ground.

Keep the vehicle upright with the two wheels on the ground.

Rotate the radiator cap «1» anticlockwise until it clicks once.

Wait for some seconds so that any pressure in the system may be purged.

Rotate the radiator cap «1» again anticlockwise and remove it.

Check that the liquid covers the radiator plates completely.

CAUTION

DO NOT EXCEED THIS LEVEL, OTHERWISE THE COOLANT WILL SPILL OUT WHEN THE ENGINE IS RUNNING.

Controle en bijvullen

LET OP

VOER DE HANDELINGEN VAN DE CONTROLE EN HET BIJVULLEN VAN DE KOELVLOEISTOF UIT WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT.

Leg de motor stil en wacht tot hij afgekoeld is.

Plaats het voertuig op een vaste en vlakke ondergrond.

Houd het voertuig in verticale positie met de twee wielen op de grond.

Draai de radiatordop «1» een klik in tegenwijzerzin rond.

Wacht enkele seconden lang zodat de eventuele druk in de inrichting afgelaten wordt.

Draai de radiatordop «1» opnieuw in tegenwijzerzin rond en verwijder hem.

Controleer of de vloeistof de radiatorplaten helemaal bedekt.

LET OP

OVERSCHRIJDT DIT PEIL NIET, ANDERS ZAL DE VLOEISTOF TIJDENS DE WERKING VAN DE MOTOR UITSTROMEN.

87

Onderhoud 4 / Maintenance 4

4 Maintenance / 4 Onderhoud

CAUTION

COOLANT IS TOXIC IF INGESTED; CONTACT WITH YOUR EYES OR SKIN MAY CAUSE IRRITATION. IF THE FLUID GETS IN CONTACT WITH THE EYES OR SKIN, RINSE REPEATEDLY WITH PLENTY OF WATER AND SEEK MEDICAL ADVICE. IF SWALLOWED, INDUCE VOMITING, RINSE MOUTH AND THROAT WITH PLENTY OF WATER AND SEEK MEDICAL ADVICE IMMEDIATELY.

CAUTION

DO NOT ADD ADDITIVES OR OTHER SUBSTANCES TO THE FLUID.

IF A FUNNEL OR ANY OTHER ELEMENT IS USED, MAKE SURE IT IS PERFECTLY CLEAN.

If required, top up with coolant until the radiator plates are covered. Do not exceed this level, otherwise the coolant will spill during engine operation. If a fun-

LET OP

DE KOELVLOEISTOF IS SCHADELIJK WANNEER HIJ WORDT INGESLIKT; HET CONTACT MET DE HUID EN DE OGEN KAN IRRITATIES VEROORZAKEN. WANNEER DE VLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID EN DE OGEN, SPOELT MEN LANG MET VEEL WATER, EN RAADPLEEGT MEN EEN ARTS. WANNEER HET WORDT INGESLIKT, MOET MEN OVERGEVEN, DE MOND EN DE KEEL SPOELEN MET VEEL WATER, EN ONMIDDELLIJK EEN ARTS RAADPLEGEN.

LET OP

VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDERE STOFFEN TOE AAN DE VLOEISTOF.

WANNEER MEN EEN TRECHTER OF IETS ANDERS GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT SCHOON ZIJN.

Indien nodig vult men koelvloeistof bij, tot de platen van de radiator volledig bedekt zijn. Overschrijd dit peil niet, anders zal de vloeistof tijdens de werking van de motor uitstromen. Wanneer

88

nel is used, make sure it is perfectly clean.

Screw the radiator cap back on

(1).

CAUTION

IN THE EVENT OF EXCESSIVE COOLANT CONSUMPTION, CHECK COOLING SYSTEM FOR LEAKS.

HAVE ANY MALFUNCTION REPAIRED BY AN aprilia Official Dealer.

men een trechter of iets anders gebruikt, moet deze perfect schoon zijn.

Plaats de radiatordop (1) weer.

LET OP

IN GEVAL VAN EXCESSIEF KOELVLOEISTOFVERBRUIK, CONTROLEERT MEN OF ER GEEN LEKKEN IN HET CIRCUIT ZIJN.

VOOR DE HERSTELLING WENDT MEN ZICH TOT EEN Officiële aprilia Dealer.

 

Checking the brake oil level

 

 

(04_05, 04_06)

 

Brake fluid check

 

Rest the vehicle on its stand.

 

For the front brake, turn the han-

 

dlebar fully to the right.

 

For the rear brake, keep the ve-

 

hicle upright so that the fluid in

04_05

the reservoir is at the same level

with the plug.

 

Check that the fluids in the front

 

braking system reservoir (1) and

 

the rear braking system reser-

 

voir (2) are above the

 

"MIN" (minimum) reference

 

marks.

 

If fluids do not reach at least the "MIN"

 

reference mark:

Controle van het oliepeil van de remmen (04_05, 04_06)

Controle van de remvloeistof

Plaats het voertuig op de standaard.

Voor de voorrem moet het stuur volledig naar rechts gedraaid worden.

Voor de achterrem moet het voertuig in verticale positie gehouden worden zodat de vloeistof in de tank parallel met de dop is.

Controleer of de vloeistoffen in de tank van de voorreminstallatie (1) en in de tank van de achterreminstallatie (2) boven de streepjes "MIN" (minimum) komen.

Onderhoud 4 / Maintenance 4

89

4 Maintenance / 4 Onderhoud

Check brake pads and discs for wear.

If pads and/or disc do not need replacing, top-up reservoirs with fluid.

If pads and/or disc are replaced, check the brake fluid and top-up reservoirs if necessary.

04_06

Als de vloeistoffen de streepjes "MIN" niet bereiken:

Controleer de slijtage van de rempastilles en van de schijf.

Als de pastilles en/of de schijf niet moeten worden vervangen, moet men bijvullen.

Wanneer de pastilles en/of de schijf moeten worden vervangen, controleert men de remvloeistof, en vult men eventueel bij.

Braking system fluid top up

Bijvullen van de remvloeistof

 

 

 

 

CAUTION

 

 

 

LET OP

TO HAVE THE BRAKING SYSTEMS

VOOR HET BIJVULLEN VAN DE

TOPPED-UP, PLEASE CONTACT AN

VLOEISTOF IN DE REMINSTALLA-

Official aprilia Dealer. IF YOU ARE AD-

TIES, MOET MEN ZICH WENDEN TOT

EQUATELY TRAINED AND EXPERI-

EEN Officiële aprilia Dealer, OF WAN-

ENCED, REFER TO THE INSTRUC-

NEER U EEN EXPERT EN GEKWALI-

TIONS IN THIS WORKSHOP BOOK-

FICEERD BENT, KUNNEN DE AAN-

LET THAT CAN ALSO BE PUR-

DUIDINGEN IN DE HANDLEIDING VAN

CHASED AT ANY Official aprilia

DE GARAGE ALS REFERENTIE GE-

Dealer.

BRUIKT WORDEN, DIE U KAN KOPEN

 

 

BIJ EEN Officiële aprilia Dealer.

90

04_07

04_08

Battery (04_07, 04_08)

Accu (04_07, 04_08)

PAY ATTENTION NOT TO TILT THE VEHICLE EXCESSIVELY TO AVOID DANGEROUS SPILLS OF BATTERY FLUID. DO NOT INVERT THE CONNECTIONS OF THE BATTERY LEADS.

CONNECT AND DISCONNECT THE BATTERY WITH THE IGNITION KEY SET TO KEY OFF.

CONNECT THE POSITIVE (+) LEAD FIRST AND THEN THE NEGATIVE (-) ONE.

DISCONNECT IN THE REVERSE ORDER.

LET OP OM HET VOERTUIG NIET TE VEEL TE HELLEN, OM GEVAARLIJKE UITSTROMINGEN VAN VLOEISTOF UIT DE ACCU TE VERMIJDEN. DRAAI DE VERBINDINGEN VAN DE KABELS VAN DE ACCU NOOIT OM.

VERBIND DE ACCU EN KOPPEL ZE LOS WANNEER DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR ZICH IN DE POSITIE KEY OFF BEVINDT.

VERBIND EERST DE POSITIEVE KABEL (+) EN DAARNA DE NEGATIEVE (-).

MAAK ZE LOS IN DE OMGEKEERDE VOLGORDE.

Remove the saddle.

Check that the cable terminals and battery leads are:

-in good conditions (not corroded or covered by deposits);

-covered by neutral grease or petroleum jelly.

If necessary:

Make sure the ignition switch is set to "key off".

Verwijder het zadel.

Controleer of de terminals van de kabels en de klemmen van de accu:

-zich in goede condities bevinden (en niet verroest zijn of bedekt zijn met afzettingen);

-bedekt zijn met neutraal vet of vaseline.

Indien nodig:

Controleer of de ontstekingsschakelaar zich in de positie "key off" bevindt.

Onderhoud 4 / Maintenance 4

91

4 Maintenance / 4 Onderhoud

Disconnect the negative lead (-) first and then the positive one

(+).

Brush with a metal bristle brush to remove all signs of corrosion.

Remove the battery breather pipe.

Remove the battery from its housing and put it on a level surface in a cool and dry place.

Connect again the positive lead

(+)first and then the negative one (-).

Cover the leads and terminals with neutral grease or petroleum jelly.

NOTE

REMOVING THE BATTERY RESETS THE DIGITAL CLOCK AND THE TRIP ODOMETER.

Maakt men eerst de negatieve kabel (-) en daarna de positieve kabel (+) los.

Borstelt men met een metalen borstel om elk spoor van roest te elimineren.

Verwijder het ontluchtingsbuisje van de accu.

Verwijder de accu uit haar plaats, en plaats haar op een vlakke ondergrond in een koele en droge plaats.

Verbindt men eerst de positieve kabel (+) en daarna de negatieve kabel (-).

Bedek de terminals en de klemmen met neutraal vet of vaseline.

N.B.

WANNEER DE ACCU WORDT VERWIJDERD, WORDEN DE DIGITALE KLOK EN DE PARTIËLE KILOMETERS OP NUL GEZET.

Checking the electrolyte level Controle van het elektrolytpeil

To check electrolyte level:

Lift the fuel tank.

Keep the vehicle upright with the two wheels on the ground.

Check that the fluid level is between the two "MIN" and "MAX" notches stamped on the side of the battery.

Voor de controle van het peil handelt men als volgt:

Hef de brandstoftank op.

Houd het voertuig in verticale positie met de twee wielen op de grond.

Controleer of het vloeistofpeil zich tussen de twee strepen

92

Otherwise, contact an Official aprilia Dealer to have either the electrolyte fluid topped-up or the battery replaced.

CAUTION

USE ONLY DISTILLED WATER TO TOP-UP ELECTROLYTE FLUID. DO NOT EXCEED THE «MAX» MARK SINCE THE LEVEL INCREASES DURING RECHARGE.

"MIN"en"MAX" bevindt, die op de zijkant van de accu gedrukt zijn.

Neem, als dat niet het geval is, contact op met een Officiële aprilia Dealer die het elektrolyt zal bijvullen of de accu vervangen.

LET OP

VOOR HET BIJVULLEN VAN DE ELEKTROLYTVLOEISTOF, GEBRUIKT MEN ENKEL GEDISTILLEERD WATER. OVERSCHRIJD NOOIT DE «MAX» REFERENTIE, OMDAT HET PEIL TIJDENS HET LADEN STIJGT.

Charging the battery

Remove the battery.

Remove the cell caps.

Check the battery electrolyte level.

Connect the battery to a battery charger.

Recharge the battery with a current rating of 1/10 of the battery capacity.

Once the recharge is completed, check the electrolyte level again and top-up with distilled water if required.

Refit the cell caps.

Opladen van de accu

Verwijder de accu.

Verwijder de doppen van de elementen.

Controleer het elektrolytpeil van de accu.

Verbind de accu aan een acculader.

Er wordt aangeraden om op te laden aan een elektrische stroomsterkte die 1/10 bedraagt van de capaciteit van de accu zelf.

Na het laden controleert men het elektrolytpeil weer, en vult men eventueel gedistilleerd water bij.

Onderhoud 4 / Maintenance 4

93

4 Maintenance / 4 Onderhoud

CAUTION

REFIT THE BATTERY ONLY 5-10 MINUTES AFTER DISCONNECTING THE CHARGER AS THE BATTERY KEEPS PRODUCING GAS FOR A SHORT TIME.

Plaats de doppen weer op de elementen.

LET OP

HERMONTEER DE ACCU ENKEL NA 5- 10 MINUTEN NA HET UITSCHAKELEN VAN DE LAADAPPARATUUR, OMDAT DE ACCU EEN KORTE PERIODE GAS BLIJFT PRODUCEREN.

Long periods of inactivity

Länger stillegen

IF THE VEHICLE IS INACTIVE FOR MORE THAN 20 DAYS, DISCONNECT THE 20A FUSE SO THAT THE BATTERY DOES NOT DETERIORATE AS THE MULTIFUNCTION COMPUTER CONSUMES CURRENT.

REMOVING THE 20A FUSE RESETS: THE DIGITAL CLOCK.

WANNEER HET VOERTUIG LANGER DAN 20 DAGEN INACTIEF BLIJFT, MAAKT MEN DE ZEKERING VAN 20A LOS, OM HET VERVAL VAN DE ACCU TE VERMIJDEN ALS GEVOLG VAN STROOMVERBRUIK DOOR DE MULTIFUNCTIONELE COMPUTER.

WANNEER MEN DE ZEKERING VAN 20A VERWIJDERT, WORDT DE VOLGENDE FUNCTIE OP NUL GESTELD: DIGITALE KLOK.

If the vehicle is not used for more than fifteen days, it is necessary to recharge the battery to avoid sulphation:

Remove the battery and put it away in a cool and dry place.

Wanneer het voertuig langer dan vijftien dagen inactief blijft, moet men de accu opladen om sulfatering te vermijden:

Verwijder de accu en plaats ze op een frisse en droge plaats.

94

In winter or when the vehicle remains stopped, check the charge frequently (about once a month) to avoid deterioration.

Fully recharge with a standard charge.

If the battery is still on the vehicle, disconnect the cables from the terminals.

Tijdens de winter of wanneer het voertuig stilstaat, controleert men periodiek de lading (ongeveer eens per maand) om het verval ervan te vermijden.

Laad ze volledig op door gebruik te maken van een normale lading.

Wanneer de accu op het voertuig blijft, maakt men de kabels los van de klemmen.

Fuses (04_09, 04_10, 04_11)

CAUTION

NEVER ATTEMPT TO REPAIR FAULTY FUSES.

NEVER USE FUSES OTHER THAN THE ONES SPECIFIED.

A SHORT CIRCUIT MAY DAMAGE THE ELECTRICAL SYSTEM OR EVEN CAUSE A FIRE.

CAUTION

A FUSE THAT BLOWS FREQUENTLY MAY INDICATE A SHORT CIRCUIT OR OVERLOAD. IN THIS EVENT, CONTACT AN Official aprilia Dealer.

Zekeringen (04_09, 04_10, 04_11)

LET OP

HERSTEL GEEN DEFECTE ZEKERINGEN.

GEBRUIK NOOIT ANDERE ZEKERINGEN DAN DE GESPECIFICEERDE.

MEN ZOU SCHADE KUNNEN VEROORZAKEN AAN HET ELEKTRISCH SYSTEEM, OF ZELFS BRAND IN GEVAL VAN KORSTSLUITING.

LET OP

WANNEER EEN ZEKERING FREQUENT WORDT BESCHADIGD, IS ER WAARSCHIJNLIJK EEN KORTSLUITING OF EEN OVERBELASTING. IN DIT GEVAL RAADPLEEGT MEN EEN Officiële aprilia Dealer.

Onderhoud 4 / Maintenance 4

95

4 Maintenance / 4 Onderhoud

04_09

04_10

Checking the fuses is necessary whenever an electrical component fails to operate or is malfunctioning or when the engine does not start.

Set the ignition switch to 'key off' to avoid an accidental short circuit.

Lift the fuel tank.

Extract one fuse at a time and check whether the filament is broken.

Before replacing the fuse, find and solve, if possible, the reason that caused the problem.

If a fuse is damaged, replace it with another of similar current rating.

NOTE

IF ONE OF THE SPARE FUSES IS USED, SUPPLY ANOTHER OF EQUAL RATING TO THE CORRESPONDING FITTING.

Wanneer men het niet of onregelmatig werken van een elektrisch onderdeel of het niet starten van de motor opmerkt, moet men de zekeringen controleren.

Plaats de ontstekingsschakelaar op 'off' om een toevallige kortsluiting te vermijden.

Hef de brandstoftank op.

Verwijder één zekering per keer en controleer of de draad onderbroken is.

Vooraleer men de zekering vervangt, zoekt men indien mogelijk de oorzaak die het probleem heeft veroorzaakt.

Vervang de zekering, indien beschadigd, met een andere met hetzelfde ampèregehalte.

N.B.

WANNEER MEN EEN RESERVEZEKERING GEBRUIKT, PLAATST MEN EEN GELIJKE IN DE SPECIALE ZITTING.

96

 

1) 20A fuse

1) Zekering van 20A

 

From battery to ignition switch, voltage

Vanaf de accu naar de ontstekingsscha-

 

regulator, clock.

kelaar, de spanningsregelaar, de klok.

 

2) 15A fuse

2) Zekering van 15A

 

From ignition switch to all the light loads

Vanaf de ontstekingsschakelaar naar alle

 

and the horn, FP (FULL POWER) sole-

ladingen van de lichten en de akoesti-

 

noids, RAVE FP (FULL POWER) motor.

sche melder, de solenoïden FP (FULL

 

3) 7.5A fuse

POWER), het motortje RAVE FP (FULL

04_11

POWER).

From ignition switch to the start-up, start-

 

3) Zekering van 7,5A

 

up safety switch.

 

Vanaf de ontstekingsschakelaar naar de

 

 

 

 

ontsteking, en de startveiligheid.

Lamps Lampjes

NOTE

BEFORE CHANGING A BULB, CHECK THE FUSES.

N.B.

VOORALEER MEN EEN LAMPJE VERVANGT, CONTROLEERT MEN DE ZEKERINGEN.

97

Onderhoud 4 / Maintenance 4

4 Maintenance / 4 Onderhoud

04_12

04_13

04_14

Front light group (04_12, 04_13, 04_14)

In the front headlight there are:

Two tail light bulbs «1».

One low-beam / high-beam light bulb «2».

To replace:

Rest the vehicle on its stand.

Undo the two upper screws.

Slide off the front cowl from the mudguard seats.

Side light lamp «1»

Slide off the tail light bulb and replace it with another of the same type.

High/low beam light bulb«2»

Hold the bulb electrical connector «3», pull and disconnect it from the bulb holder.

Slide off the cover «4» from the parabole fitting and from the bulb connectors.

Release the two ends of the retaining spring «5» located in the bulb holder.

Extract the bulb from its fitting.

Upon refitting:

Koplampset (04_12, 04_13, 04_14)

In het voorlicht vindt men:

Twee lampjes van het positielicht «1».

Een lampje van het dimlicht / groot licht «2».

Voor de vervanging:

Plaats het voertuig op de standaard.

Draai de twee bovenste bouten los.

Verwijder het maskertje uit de zittingen van het spatbord.

Lampje van het positielicht «1»

Verwijder het positielampje, en vervang het met een van hetzelfde type.

Lampje van het dimlicht / groot licht «2»

Grijp de elektrische connector van het lampje «3» vast, trek er aan, en maak hem los van de lamphouder.

Verwijder de kap «4» van de paraboolzitting en de terminals van het lampje.

Koppel de twee uiteinden van de trekveer «5» los die zich op de lamphouder bevindt.

98

Fit a bulb of the same type adequately.

Slide in the cover «4» in the bulb connectors and the parabole fitting.

Connect the bulb electrical connector «3».

Verwijder het lampje uit de zitting.

Bij de hermontage:

Installeer op correcte wijze een lampje van hetzelfde type.

Plaats de kap «4» correct in de paraboolzitting en de terminals van het lampje.

Verbind de elektrische connector van het lampje «3».

Headlight adjustment (04_15, 04_16)

NOTE

IN COMPLIANCE WITH LOCAL LEGAL REQUIREMENTS, SPECIFIC PROCEDURES MUST BE FOLLOWED WHEN CHECKING LIGHT BEAM ADJUSTMENT.

04_15

Afstellen van de koplamp (04_15, 04_16)

N.B.

OP BASIS VAN WAT WORDT VOORGESCHREVEN DOOR DE VAN KRACHT ZIJNDE WETGEVING IN HET LAND VAN GEBRUIK VAN HET VOERTUIG, MOETEN ER VOOR DE CONTROLE VAN DE RICHTING VAN DE LICHTBUNDEL SPECIFIEKE PROCEDURES UITGEVOERD WORDEN.

Onderhoud 4 / Maintenance 4

99

04_16

4 Maintenance / 4 Onderhoud

For a quick check of the correct direction of the front light beam:

Place the vehicle 10m away from a vertical wall and make sure the ground is level.

Turn on the low-beam light, sit on the scooter and check that the light beam projected to the wall is a little below the headlight horizontal straight line (about

9/10 of the total height).

To adjust the light beam:

Working from both sides, undo screw «1».

Adjust the headlamp until the desired position is obtained

Working from both sides, tighten screw «1».

Voor een snelle controle van de correcte richting van de voorste lichtbundel, handelt men als volgt:

Plaats het voertuig op tien meter afstand van een verticale wand, en controleer of de ondergrond vlak is.

Ontsteek het dimlicht, ga op het voertuig zitten, en controleer of de lichtbundel die op de wand wordt geprojecteerd zich iets onder de horizontale lijn van de koplamp bevindt (ongeveer 9/10 van de totale hoogte).

Voor het regelen van de lichtbundel:

Handel op beide kanten: draai de bout «1» los.

Richt de koplamp tot de gewenste positie wordt verkregen

Handel op beide kanten: sluit de bout «1».

100