Aprilia RSV4 FACTORY User Manual

1.8 Mb
Loading...

APRILIA WOULD LIKE TO THANK YOU

for choosing one of its products. We have compiled this booklet to provide a comprehensive overview of your vehicle's quality features. Please, read it carefully before riding the vehicle for the first time. It contains information, tips and precautions for using your vehicle. It also describes features, details and devices to assure you that you have made the right choice. We believe that if you follow our suggestions, you will soon get to know your new vehicle well and that it will continue to give you satisfactory service for many years to come. This booklet is an integral part of the vehicle and must be handed over to the new owner in the event of sale.

APRILIA WIL U BEDANKEN

omdat u één van haar producten heeft gekozen. Wij hebben deze handleiding opgesteld opdat u de kwaliteiten ervan ten volle kan waarderen. Wij raden aan om deze handleiding geheel door te lezen, voordat u met het voertuig gaat rijden. Het bevat informatie, raadgevingen en waarschuwingen in verband met het gebruik van uw voertuig; daarnaast zal u eigenschappen, bijzonderheden en handigheidjes ontdekken die u ervan zullen overtuigen dat u een juiste keuze heeft gemaakt. Wij zijn er zeker van dat indien u hier rekening mee zal houden, u makkelijk zal wennen aan uw nieuw voertuig, waar u lang naar volle tevredenheid gebruik van zal kunnen maken. Deze uitgave is een integrerend deel van het voertuig, en bij verkoop van dit laatste moet het worden overhandigd aan de nieuwe eigenaar.

RSV4 FACTORY

Ed. 05 2009

The instructions in this booklet have been compiled primarily to offer a simple and clear guide to using the vehicle; it also describes routine maintenance procedures and regular checks that should be carried out on the vehicle at an Aprilia Dealer or Authorised Workshop. This booklet also contains instructions for simple repairs. Any operations not specifically described in this booklet require the use of special tools and/or particular technical knowledge; for these operations, please take your vehicle to an Aprilia Dealer or Authorised Workshop.

De instructies in deze handleiding zijn voorbereid om vooral een eenvoudige en duidelijke leidraad te zijn voor het gebruik; men vindt eveneens de handelingen van het klein onderhoud en van de periodieke controles die bij een Dealer of Erkende aprilia Garage moeten uitgevoerd worden. De handleiding bevat tevens instructies voor een aantal eenvoudige herstellingen. De herstellingen die niet uitgebreid in deze uitgave zijn beschreven, vereisen dat men over speciale gereedschappen en/of specifieke technische kennis beschikt; voor het uitvoeren van deze herstellingen raadt men aan om zich te wenden tot een Dealer of Erkende aprilia Garage.

2

Personal safety

Persoonlijke veiligheid

Failure to completely observe these instructions will

Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden

result in serious risk of personal injury.

opgevolgd, kan dit ernstig letsel aan personen tot ge-

 

volg hebben.

Safeguarding the environment

Bescherming van

Sections marked with this symbol indicate the correct

Geeft het juiste gedrag aan dat u aan moet houden

use of the vehicle to prevent damaging the environ-

zodat het gebruik van het voertuig geen schade aan-

ment.

richt aan de natuur.

Vehicle intactness

Staat van het voertuig

The incomplete or non-observance of these regula-

Indien deze voorschriften niet of niet volledig worden

tions leads to the risk of serious damage to the vehicle

opgevolgd kan dit ernstige schade aan het voertuig,

and sometimes even the invalidity of the guarantee.

en eventueel het vervallen van deze garantie tot ge-

 

volg hebben.

The symbols shown above are very important. They are used to highlight those parts of the booklet that should be read with particular care. As you can see, each sign consists of a different graphic symbol, making it quick and easy to locate the various topics.

Before starting the engine, read this booklet thoroughly and the "SAFE RIDING" section in particular. Your safety as well as other's does not only depend on the quickness of your reflexes and agility, but also on how well you know your vehicle, the state of maintenance of the vehicle itself and your knowledge of the rules for SAFE RIDING. For your safety, get to know your vehicle well so as to safely ride and master it in road traffic IMPORTANT This booklet is an integral part of the vehicle, and must be handed to the new owner in the event of sale.

Bovengenoemde signalen zijn erg belangrijk. Ze hebben namelijk tot doel om de delen van het boekje aan te geven die u aandachtig door moet lezen. Zoals u ziet, bestaat ieder teken uit een ander grafisch symbool, zodat de bijbehorende onderwerpen meteen duidelijk kunnen worden gevonden in de verschillende delen. Vooraleer men de motor start, leest men aandachtig deze handleiding, en vooral de paragraaf "VEILIG RIJDEN". Uw veiligheid en die van anderen hangt niet enkel af van uw reflexen en vlugheid, maar ook van de kennis en de efficiëntie van het voertuig, en van de kennis van de fundamentele regels voor het VEILIG RIJDEN. We raden daarom aan om vertrouwd te raken met het voertuig, zodat u zich veilig en beheersd kan bewegen in het verkeer. BELANGRIJK Deze handleiding moet beschouwd worden als integrerend deel van het voertuig, en moet worden overhandigd bij de verkoop ervan.

3

4

GENERAL RULES..........................................................................

9

Foreword..................................................................................

10

Carbon monoxide.....................................................................

10

Fuel..........................................................................................

11

Hot components.......................................................................

12

Coolant.....................................................................................

12

Used engine oil and gearbox oil...............................................

13

Brake and clutch fluid...............................................................

14

Battery hydrogen gas and electrolyte.......................................

15

Stand........................................................................................

16

Reporting of defects that affect safety......................................

17

VEHICLE.........................................................................................

19

Arrangement of the main components.........................................

21

Dashboard...................................................................................

23

Analog instrument panel..............................................................

24

Light unit......................................................................................

26

Digital lcd display.........................................................................

26

Alarms......................................................................................

30

Mapping selection....................................................................

32

Control buttons.........................................................................

36

Advanced functions..................................................................

39

Ignition switch...........................................................................

48

Locking the steering wheel.......................................................

49

Horn button..................................................................................

50

Switch direction indicators...........................................................

50

High/low beam selector...............................................................

51

Passing button.............................................................................

52

Start-up button.............................................................................

52

Engine stop switch.......................................................................

53

Immobilizer system operation..................................................

53

Fairings........................................................................................

54

 

INDEX

 

INDEX

ALGEMENE NORMEN.....................................................................

9

Vooronderstelling.......................................................................

10

Koolmonoxide.............................................................................

10

Brandstof....................................................................................

11

Warme onderdelen.....................................................................

12

Koelvloeistof...............................................................................

12

Gebruikte motorolie en koppelingsolie.......................................

13

Remen koppelingsvloeistof......................................................

14

Elektrolyt en waterstofgas van de accu......................................

15

Standaard...................................................................................

16

Communicatie van de defecten die invloed hebben op de vei-

ligheid.........................................................................................

17

VOERTUING.....................................................................................

19

Plaats van de hoofdcomponenten.................................................

21

Legenda.........................................................................................

23

Analoog instrumentenpaneel.........................................................

24

Groep controlelampjes...................................................................

26

Digitaal display...............................................................................

26

Alarmen......................................................................................

30

Selectie lokalisaties....................................................................

32

Commandoknoppen...................................................................

36

Geavanceerde functies..............................................................

39

Startschakelaar..........................................................................

48

Stuurslot vergrendelen...............................................................

49

Drukknop claxon............................................................................

50

Schakelaar richtingaanwijzers.......................................................

50

Lichtschakelaar..............................................................................

51

Knop die knippert voor groot licht..................................................

52

Startknop........................................................................................

52

Stopschakelaar motor....................................................................

53

De werking van het immobilizersysteem....................................

53

5

Opening the saddle..................................................................

55

Glove/tool kit compartment......................................................

58

Identification.................................................................................

58

USE.................................................................................................

61

Checks.........................................................................................

62

Refuelling.....................................................................................

65

Rear shock absorbers adjustment...............................................

67

Rear shock absorbers setting..................................................

71

Front fork adjustment...................................................................

73

Front fork setting......................................................................

76

Steering shock absorber adjustment...........................................

78

Justering af greb til forbremse.....................................................

80

Clutch lever adjustment...............................................................

80

Running in....................................................................................

81

Starting up the engine..................................................................

82

Moving off / riding........................................................................

87

Stopping the engine.....................................................................

95

Parking.........................................................................................

96

Catalytic silencer..........................................................................

97

Stand...........................................................................................

100

Suggestion to prevent theft..........................................................

101

Basic safety rules.........................................................................

102

MAINTENANCE..............................................................................

109

Foreword......................................................................................

110

Engine oil level check...............................................................

110

Engine oil top-up......................................................................

113

Tyres............................................................................................

113

Cooling fluid level.........................................................................

117

Coolant check..........................................................................

119

Coolant top-up..........................................................................

119

Checking the brake oil level.........................................................

120

Braking system fluid top up......................................................

121

Battery removal........................................................................

125

Use of a new battery................................................................

126

Checking the electrolyte level..................................................

127

Charging the battery.................................................................

128

Long periods of inactivity.............................................................

129

Fuses...........................................................................................

130

Lamps..........................................................................................

133

Stroomlijnpanelen..........................................................................

54

Zadel openen.............................................................................

55

Documentenvakje/gereedschapskit...........................................

58

Identificatie.....................................................................................

58

GEBRUIK..........................................................................................

61

Controles........................................................................................

62

Tanken...........................................................................................

65

Regulering achterdempers.............................................................

67

Instelling achterste schokdempers.............................................

71

Regulering voorvorken...................................................................

73

Instelling voorvork......................................................................

76

Regeling stuurdemper....................................................................

78

Regulering voorremhendel.............................................................

80

Regulering schakelhendel..............................................................

80

Inrijden...........................................................................................

81

Starten des motors.........................................................................

82

Start / besturing..............................................................................

87

Stoppen van de motor....................................................................

95

Parkeren........................................................................................

96

Katalysator.....................................................................................

97

Standaard......................................................................................

100

Tips tegen diefstal..........................................................................

101

Basis veiligheidsnormen................................................................

102

ONDERHOUD...................................................................................

109

Premisse........................................................................................

110

Controle van het peil van de motorolie.......................................

110

Het bijvullen van motorolie.........................................................

113

Banden...........................................................................................

113

Peil koelvloeistof............................................................................

117

Controle van de koelvloeistof.....................................................

119

Bijvulling van de koelvloeistof.....................................................

119

Controle van het oliepeil van de remmen......................................

120

Bijvullen van de remvloeistof......................................................

121

Verwijdering van de accu...........................................................

125

Inwerkingstelling van een nieuwe accu......................................

126

Controle van het elektrolytpeil....................................................

127

Opladen van de accu.................................................................

128

Länger stillegen..............................................................................

129

Zekeringen.....................................................................................

130

6

Headlight adjustment...............................................................

136

Front direction indicators.............................................................

138

Rear optical unit...........................................................................

138

Rear turn indicators.....................................................................

139

Number plate light........................................................................

139

Brake light....................................................................................

140

Rear-view mirrors........................................................................

140

Front and rear disc brake.............................................................

141

Cleaning the vehicle....................................................................

143

Transport.....................................................................................

148

Chain backlash check..............................................................

149

Chain backlash adjustment......................................................

150

Checking wear of chain, front and rear sprockets....................

151

Chain lubrication and cleaning.................................................

152

TECHNICAL DATA.........................................................................

155

Kit equipment...............................................................................

165

PROGRAMMED MAINTENANCE..................................................

167

Scheduled maintenance table.....................................................

168

Lampjes.........................................................................................

133

Afstellen van de koplamp...........................................................

136

Richtingaanwijzers voor.................................................................

138

Lampenset achter..........................................................................

138

Richtingaanwijzers achter..............................................................

139

Kentekenverlichting........................................................................

139

Remlicht.........................................................................................

140

Achteruitkijkspiegels......................................................................

140

Schijfrem voor en achter................................................................

141

Reinigen van het voertuig..............................................................

143

Vervoer..........................................................................................

148

Controle van de speling van de ketting......................................

149

Regeling van de speling van de ketting......................................

150

Controle van het gebruik van de ketting, het tandrad en kroon

 

...................................................................................................

151

Smering en reiniging van de ketting...........................................

152

TECHNISCHE GEGEVENS..............................................................

155

Bijgeleverd gereedschap...............................................................

165

GEPLAND ONDERHOUD................................................................

167

Tabel gepland onderhoud..............................................................

168

7

8

RSV4 FACTORY

Chap. 01 General rules

Hst. 01 Algemene normen

9

1 General rules / 1 Algemene normen

Foreword

Vooronderstelling

NOTE

CARRY OUT THE MAINTENANCE OPERATIONS AT HALF THE INTERVALS SPECIFIED IF THE VEHICLE IS USED IN WET OR DUSTY AREAS, OFF ROAD OR FOR SPORTING APPLICATIONS.

N.B.

WANNEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WEGEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN AAN DE HELFT VAN HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL UITGEVOERD WORDEN.

Carbon monoxide

Koolmonoxide

If you need to keep the engine running in order to perform a procedure, please ensure that you do so in an open or very well ventilated area. Never let the engine run in an enclosed area. If you do work in an enclosed area, make sure to use a smoke-extraction system.

CAUTION

EXHAUST EMISSIONS CONTAIN CARBON MONOXIDE, A POISONOUS GAS WHICH CAN CAUSE LOSS OF CONSCIOUSNESS AND EVEN DEATH.

Wanneer het nodig is om de motor te doen werken om een handeling uit te voeren, controleert men of dit in een open ruimte of in een goed geventileerd lokaal gebeurt. Laat de motor nooit werken in een gesloten ruimte. Wanneer men in een gesloten ruimte werkt, gebruikt men een evacuatiesysteem voor de uitlaatgassen.

LET OP

DE UITLAATGASSEN BEVATTEN KOOLMONOXIDE, EEN GIFTIG GAS DAT BEWUSTELOOSHEID EN OOK DE DOOD KAN VEROORZAKEN.

10

Fuel

Brandstof

CAUTION

THE FUEL USED TO POWER INTERNAL COMBUSTION ENGINES IS HIGHLY FLAMMABLE AND MAY BE EXPLOSIVE UNDER CERTAIN CONDITIONS. IT IS THEREFORE RECOMMENDED TO CARRY OUT REFUELLING AND MAINTENANCE PROCEDURES IN A VENTILATED AREA WITH THE ENGINE SWITCHED OFF. DO NOT SMOKE DURING REFUELLING OR NEAR FUEL VAPOUR. AVOID ANY CONTACT WITH NAKED FLAME, SPARKS OR OTHER HEAT SOURCES WHICH MAY CAUSE IGNITION OR EXPLOSION.

DO NOT ALLOW FUEL TO DISPERSE INTO THE ENVIRONMENT.

KEEP OUT OF REACH OF CHILDREN

VEHICLE FALL OR EXCESSIVE INCLINATION CAN CAUSE FUEL OUTFLOW.

LET OP

DE BRANDSTOF DIE WORDT GEBRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UITERST BRANDBAAR EN KAN EXPLOSIEF WORDEN IN BEPAALDE OMSTANDIGHEDEN. VOER HET TANKEN EN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN UIT IN EEN GEVENTILEERDE ZONE EN MET DE MOTOR UIT. ROOK NIET TIJDENS HET TANKEN EN IN DE NABIJHEID VAN BRANDSTOFDAMPEN, EN VERMIJDT ABSOLUUT CONTACT MET VRIJE VLAMMEN, VONKEN EN EENDER WELKE ANDER BRON DIE HET VLAM VATTEN OF EXPLODEREN ERVAN KAN VEROORZAKEN.

LOOS DE BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN

HET VALLEN OF DE EXCESSIEVE INCLINATIE VAN HET VOERTUIG KUN-

normen Algemene 1 / rules General 1

11

1 General rules / 1 Algemene normen

 

NEN HET UITSTROMEN VAN BRAND-

 

STOF VEROORZAKEN.

Hot components

Warme onderdelen

The engine and the exhaust system components get very hot and remain in this condition for a certain time interval after the engine has been switched off. Before handling these components, make sure that you are wearing insulating gloves or wait until the engine and the exhaust system have cooled down.

De motor en de onderdelen van de uitlaatinstallatie worden zeer warm en blijven lang warm, ook nadat de motor wordt uitgezet. Vooraleer men deze onderdelen hanteert, draagt men isolerende handschoenen, of wacht men tot de motor en de uitlaatinstallatie zijn afgekoeld.

Coolant

Koelvloeistof

The coolant contains ethylene glycol which, under certain conditions, can become flammable. When ethylene glycol burns, it produces an invisible flame which can nevertheless cause burns.

CAUTION

TAKE CARE NOT TO SPILL COOLANT ONTO HOT ENGINE OR EXHAUST SYSTEM COMPONENTS; THE FLUID MAY IGNITE AND BURN WITH AN INVISIBLE FLAME. WHEN CARRYING OUT MAINTENANCE, IT IS ADVISABLE TO WEAR LATEX GLOVES. EVEN THOUGH IT IS TOXIC, COOLANT HAS

De koelvloeistof bevat ethyleenglycol, wat in sommige omstandigheden ontvlambaar is. Wanneer het brandt, produceert ethylglycol onzichtbare vlammen, die toch brandwonden veroorzaken.

LET OP

LET OP OM GEEN KOELVLOEISTOF TE MORSEN OP DE HETE DELEN VAN DE MOTOR EN DE UITLAATINSTALLATIE; DEZE ZOU BRAND KUNNEN VATTEN MET ONZICHTBARE VLAMMEN. BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.

12

A SWEET FLAVOUR WHICH MAKES IT VERY ATTRACTIVE TO ANIMALS. NEVER LEAVE THE COOLANT IN OPEN CONTAINERS IN AREAS ACCESSIBLE TO ANIMALS AS THEY MAY DRINK IT.

KEEP OUT OF REACH OF CHILDREN

DO NOT REMOVE THE RADIATOR CAP WHEN THE ENGINE IS STILL HOT. THE COOLANT IS PRESSURISED AND MAY CAUSE SCALDING.

DE KOELVLOEISTOF IS GIFTIG, MAAR HEEFT TOCH EEN ZOETE SMAAK, WAT HEM UITERST AANTREKKELIJK MAAKT VOOR DIEREN. LAAT DE KOELVLOEISTOF NOOIT IN GEOPENDE VERPAKKINGEN OF IN POSITIES DIE BEREIKBAAR ZIJN VOOR DIEREN, DIE ER ZOUDEN VAN KUNNEN DRINKEN.

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN

VERWIJDER DE RADIATORDOP NIET WANNEER DE MOTOR NOG WARM STAAT. DE KOELVLOEISTOF STAAT ONDER DRUK, EN ZOU BRANDWONDEN KUNNEN VEROORZAKEN.

Used engine oil and gearbox oil

CAUTION

IT IS ADVISABLE TO WEAR LATEX GLOVES WHEN SERVICING THE VEHICLE.

THE ENGINE OR GEARBOX OIL MAY CAUSE SERIOUS INJURIES TO THE SKIN IF HANDLED FOR PROLONGED PERIODS OF TIME AND ON A REGULAR BASIS.

Gebruikte motorolie en koppelingsolie

LET OP

BIJ ONDERHOUDSHANDELINGEN RAADT MEN AAN OM LATEX HANDSCHOENEN TE GEBRUIKEN.

DE OLIE VAN DE MOTOR OF DE VERSNELLINGSBAK KAN ERNSTIGE SCHADE VEROORZAKEN AAN DE HUID, WANNEER HET LANG EN DAGELIJKS WORDT GEBRUIKT.

normen Algemene 1 / rules General 1

13

1 General rules / 1 Algemene normen

WASH YOUR HANDS CAREFULLY AFTER HANDLING OIL.

HAND THE OIL OVER TO OR HAVE IT COLLECTED BY THE NEAREST USED OIL RECYCLING COMPANY OR THE SUPPLIER.

DO NOT DISPOSE OF OIL IN THE ENVIRONMENT

KEEP OUT OF REACH OF CHILDREN

MEN RAADT AAN OM DE HANDEN ZORGVULDIG TE WASSEN NA HET HANTEREN VAN OLIE.

BEZORG HEM AAN OF LAAT HEM OPHALEN DOOR HET DICHTSTBIJZIJNDE RECYCLINGBEDRIJF VAN GEBRUIKTE OLIES OF DOOR DE LEVERANCIER.

LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN

Brake and clutch fluid

Remen koppelingsvloeistof

BRAKE FLUID MAY BE HARMFUL TO PAINTWORK, PLASTIC AND RUBBER. WHEN SERVICING THE BRAKING SYSTEM PROTECT THESE COMPONENTS WITH A CLEAN CLOTH. ALWAYS WEAR PROTECTIVE GOGGLES WHEN SERVICING THESE SYSTEMS. BRAKE FLUID IS EXTREMELY HARMFUL TO THE EYES. IN THE EVENT OF ACCIDENTAL CONTACT WITH THE EYES, RINSE THEM IMMEDIATELY WITH ABUNDANT COLD, CLEAN WATER AND SEEK MEDICAL ADVICE.

DE REMVLOEISTOF KAN GELAKTE, PLASTIC OF RUBBEREN OPPERVLAKKEN BESCHADIGEN. WANNEER MEN HET ONDERHOUD VAN DE REMINSTALLATIE UITVOERT, BESCHERMT MEN DEZE ONDERDELEN MET EEN SCHONE DOEK. DRAAG STEEDS EEN BESCHERMENDE BRIL WANNEER MEN HET ONDERHOUD VAN DE INSTALLATIES UITVOERT. DE REMVLOEISTOF IS UITERST SCHADELIJK VOOR DE OGEN. IN GEVAL VAN TOEVALLIG CONTACT MET DE OGEN, SPOELT MEN ONMIDDELLIJK MET OVERVLOEDIG KOUD EN REIN WATER, EN RAADPLEEGT MEN ONMIDDELLIJK EEN ARTS.

14

KEEP OUT OF THE REACH OF CHIL-

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN

DREN

HOUDEN

Battery hydrogen gas and electrolyte

CAUTION

THE BATTERY ELECTROLYTE IS TOXIC, CORROSIVE AND, AS IT CONTAINS SULPHURIC ACID, MAY CAUSE BURNING IF IT COMES INTO CONTACT WITH THE SKIN. WHEN HANDLING BATTERY ELECTROLYTE, WEAR TIGHT-FITTING GLOVES AND PROTECTIVE APPAREL. IN THE EVENT OF SKIN CONTACT WITH THE ELECTROLYTIC FLUID, RINSE WELL WITH PLENTY OF CLEAN WATER. IT IS PARTICULARLY IMPORTANT TO PROTECT YOUR EYES BECAUSE EVEN TINY AMOUNTS OF BATTERY ACID MAY CAUSE BLINDNESS. IN THE EVENT OF CONTACT WITH THE EYES, RINSE WITH PLENTY OF WATER FOR FIFTEEN MINUTES AND CONSULT AN EYE SPECIALIST IMMEDIATELY. IF THE FLUID IS ACCIDENTALLY SWALLOWED, DRINK LARGE QUANTITIES OF WATER OR MILK, FOLLOWED BY MILK OF MAGNESIA OR VEGETABLE OIL AND SEEK MEDICAL ADVICE IMMEDIATELY. THE

Elektrolyt en waterstofgas van de accu

LET OP

DE ELEKTROLYT VAN DE ACCU IS GIFTIG EN BIJTEND, EN IN CONTACT MET DE HUID KAN HET BRANDWONDEN VEROORZAKEN OMDAT HET ZWAVELZUUR BEVAT. DRAAG NAUWSLUITENDE HANDSCHOENEN EN BESCHERMENDE KLEDING WANNEER MEN HET ELEKTROLYT VAN DE ACCU HANTEERT. WANNEER DE ELEKTROLYTVLOEISTOF IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE HUID, MOET MEN OVERVLOEDIG WASSEN MET KOUD WATER. HET IS ZEER BELANGRIJK OM DE OGEN TE BESCHERMEN, OMDAT OOK EEN ZEER KLEINE HOEVEELHEID ZUUR VAN DE ACCU BLINDHEID KAN VEROORZAKEN. WANNEER HET IN CONTACT ZOU KOMEN MET DE OGEN, MOET MEN VIJFTIEN MINUTEN LANG OVERVLOEDIG WASSEN MET WATER EN ONMIDDELLIJK EEN OOGARTS RAADPLEGEN. WANNEER HET TOEVALLIG ZOU WORDEN INGESLIKT, MOET MEN VEEL WATER OF MELK

normen Algemene 1 / rules General 1

15

1 General rules / 1 Algemene normen

BATTERY RELEASES EXPLOSIVE GASES; KEEP IT AWAY FROM FLAMES, SPARKS, CIGARETTES OR ANY OTHER HEAT SOURCES. ENSURE ADEQUATE VENTILATION WHEN SERVICING OR RECHARGING THE BATTERY.

KEEP OUT OF REACH OF CHILDREN

BATTERY LIQUID IS CORROSIVE. DO NOT POUR OR SPILL ON PLASTIC COMPONENTS IN PARTICULAR. ENSURE THAT THE ELECTROLYTIC ACID IS COMPATIBLE WITH THE BATTERY BEING ACTIVATED.

DRINKEN, DAARNA MAGNESIUMMELK OF PLANTAARDIGE OLIE DRINKEN, EN ONMIDDELLIJK EEN ARTS RAADPLEGEN. DE ACCU VERSPREIDT EXPLOSIEVE GASSEN EN MOET DUS UIT DE BUURT WORDEN GEHOUDEN VAN VLAMMEN, VONKEN, SIGARETTEN EN ELKE ANDERE WARMTEBRON. VOORZIE EEN GEPASTE VERLUCHTING WANNEER MEN ONDERHOUD OF HET OPLADEN VAN DE ACCU UITVOERT.

BUITEN BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN

DE VLOEISTOF VAN DE ACCU IS CORROSIEF. GIET ZE NIET UIT EN VERSPREIDT ZE NIET, VOORAL NIET OP DE PLASTIC DELEN. CONTROLEER OF HET ELEKTROLYTZUUR SPECIFIEK VOOR DE TE ACTIVEREN ACCU IS.

Stand

Standaard

BEFORE SETTING OFF, MAKE SURE THE STAND HAS BEEN COMPLETELY RETRACTED TO ITS POSITION.

DO NOT REST THE RIDER OR PASSENGER WEIGHT ON THE SIDE STAND.

VÓÓR HET VERTREK CONTROLEERT MEN OF DE STANDAARD VOLLEDIG INGEKLAPT IS.

BELAST DE LATERALE STANDAARD NIET MET UW GEWICHT OF DAT VAN DE PASSAGIER.

16

Reporting of defects that affect safety

Unless otherwise specified in this Use and Maintenance Booklet, do not remove any mechanical or electrical component.

CAUTION

Communicatie van de defecten die invloed hebben op de veiligheid

Behalve waar gespecificeerd wordt in dit Gebruiksen onderhoudsboekje, mag geen enkel mechanisch of elektrisch onderdeel gedemonteerd worden.

SOME OF THE VEHICLE'S CONNEC-

 

LET OP

TORS ARE INTERCHANGEABLE AND

 

IF MOUNTED INCORRECTLY CAN

SOMMIGE CONNECTOREN VAN HET

JEOPARDISE REGULAR FUNCTION-

VOERTUIG KUNNEN ONDERLING

ING OF THE VEHICLE AND/OR DAM-

VERWISSELBAAR ZIJN, EN ALS ZE

AGE PARTS OF IT IRREPARABLY.

VERKEERD GEMONTEERD WORDEN

 

KUNNEN ZE DE NORMALE WERKING

 

VAN HET VOERTUIG SCHADEN EN/

 

OF ONHERSTELBARE SCHADE AAN

 

DE DELEN ZELF VEROORZAKEN.

normen Algemene 1 / rules General 1

17

1 General rules / 1 Algemene normen

18

RSV4 FACTORY

Chap. 02

Vehicle

Hst. 02

Voertuing

19

02_01

2 Vehicle / 2 Voertuing

20

Voertuing 2 / Vehicle 2

02_02

Arrangement of the main

Plaats van de

components (02_02)

hoofdcomponenten (02_02)

Key:

Legende:

1.

Left side fairing

1.

Linker zijbekleding

2.

Horn

2.

Akoestische melder

3.

Left front headlight

3.

Linker voorlicht

4.

Windshield

4.

Kapje

5.

Left hand rear view mirror and

5.

Linker achteruitkijkspiegel en

 

turn indicator

 

richtingaanwijzer

6.

Steering damper

6.

Stuurdemper

7.

Clutch lever

7.

Koppelingshendel

8.

Left hand switch

8.

Linker schakelaar

9.

Fuel tank cap

9.

Dop van de brandstoftank

 

21

 

 

2 Vehicle / 2 Voertuing

10.Fuel tank

11.Left side fairing

12.Battery

13.Auxiliary fuses

14.Main fuses

15.Rear light

16.License plate light

17.Rear left turn indicator

18.Saddle / glovebox / toolkit compartment lock

19.Left hand rider footrest

20.Side stand

21.Gear lever

22.Left hand fairing lug

23.Engine oil radiator

24.Coolant radiator

25.Tail fairing

26.Right side fairing

27.Rear shock absorber

28.Air filter

29.ECU

30.Right hand switch

31.Starter button

32.Front brake fluid reservoir

33.Instrument/indicator light panel

34.Right hand rear view mirror and turn indicator

35.Front right headlamp

36.Right side fairing

37.Expansion tank cap

38.Coolant expansion tank

39.Oil filter

40.Engine oil plug

41.Right hand fairing lug

42.Engine oil level

43.Gear lever

44.Right hand rider footrest

10.Brandstoftank

11.Linker zijplaatje

12.Accu

13.Secundaire zekeringen

14.Hoofdzekeringen

15.Achterlicht

16.Nummerplaatlicht

17.Linker richtingaanwijzer achteraan

18.Slot van het zadel / documentenvakje / gereedschapskit

19.Linker voetsteun bestuurder

20.Laterale standaard

21.Versnellingshendel

22.Beslag linkerzijbekleding

23.Olieradiator motor

24.Koelvloeistofradiator

25.Achterspatbord

26.Rechter zijplaatje

27.Achterste schokdemper

28.Luchtfilter

29.ECU Unit

30.Rechter schakelaar

31.Startknop

32.Vloeistoftank van de voorrem

33.Instrumenten/aanwijzersgroep

34.Rechter achteruitkijkspiegel en richtingaanwijzer

35.Rechter koplamp

36.Rechter zijbekleding

37.Dop van het expansievat

38.Expansievat koelvloeistof

39.Oliefilter

40.Dop van de motorolie

41.Beslag rechterzijbekleding

42.Peil van de motorolie

43.Versnellingshendel

44.Rechter voetsteun bestuurder

22

45.

Rear brake pump and fluid res-

45.

Pomp en remvloeistof tank ach-

 

ervoir

 

teraan

46.

Rear right turn indicator

46.

Rechter richtingaanwijzer ach-

 

 

 

teraan

02_03

Dashboard (02_03)

key:

1.Horn button

2.Turn indicator control

3.MODE Control

Legenda (02_03)

Legende:

1.Drukknop van de akoestische melder

Voertuing 2 / Vehicle 2

23

2 Vehicle / 2 Voertuing

4.

Clutch control lever

2.

Commando van de richtingaan-

5.

HIGH-BEAM FLASH SWITCH

 

wijzers

6.

Ignition switch /steering lock

3.

Commando MODE

7.

Instruments and gauges

4.

Commandohendel van de kop-

8.

Throttle grip

 

peling

9.

Engine stop button

5.

DRUKKNOP VOOR HET KNIP-

10.

Starter button

 

PEREN VAN HET GROOT

11.

Front brake lever

 

LICHT

 

 

6.

Schakelaar van de ontsteking /

 

 

 

stuurslot

 

 

7.

Instrumenten en indicatoren

 

 

8.

Gashandvat

 

 

9.

Drukknop voor het stilleggen

 

 

 

van de motor

 

 

10.

Startknop

 

 

11.

Hendel van de voorrem

 

Analog instrument panel

Analoog instrumentenpaneel

 

 

(02_04)

(02_04)

 

key:

 

Legende:

 

1.

Rpm indicator

1.

Toerenteller

 

2.

Multifunctional digital display

2.

Digitaal multifunctioneel display

 

3.

Warning lights

3.

CONTROLELAMPEN

02_04

 

 

 

 

 

The instrument panel has an immobilizer

Het dashboard heeft een immobilizersys-

 

system which prevents start-up in case

teem dat de start belet wanneer het sys-

 

the system does not identify a key which

teem de sleutel niet herkent die eerder

 

has been stored before.

werd opgeslagen.

24

The vehicle is supplied with two keys already programmed. The instrument panel accepts a maximum of four keys at the same time: contact an Official aprilia Dealer to enable these keys or to disable a key that has been lost. When the vehicle is delivered and approximately ten seconds after the key is set to ON, the instrument panel requests a personal five-digit code to be entered. This request is no longer displayed once the personal code is entered. For code entering procedure, see the CODE MODIFICATION section

It is important to remember the personal code because:

the vehicle can be started if the immobilizer system is faulty

the instrument panel need not be replaced should the ignition switch be changed

new keys can be programmed

Bij het voertuig worden twee reeds opgeslagen sleutels geleverd. Het dashboard aanvaardt tegelijkertijd maximum vier sleutels: voor hun activering of voor het desactiveren van een verloren sleutel, moet men zich wenden tot een Officiële aprilia Dealer. Wanneer het voertuig wordt overhandigd, zal ongeveer 10 seconden lang na het draaien van de sleutel in positie ON het dashboard vragen om een persoonlijke code van vijf cijfers in te voeren. Deze vraag zal niet meer worden weergegeven nadat de persoonlijke code werd ingevoerd. Voor de procedure van het invoeren van de code moet de paragraaf WIJZIGING VAN DE CODE geraadpleegd worden

Het is belangrijk om de persoonlijke code te herinneren, omdat deze dient voor het volgende:

het starten van het voertuig wanneer de werking van het immobilizersysteem defect is

het vermijdt de vervanging van het dashboard wanneer de ontstekingsschakelaar moet vervangen worden

het opslaan van nieuwe sleutels

Voertuing 2 / Vehicle 2

25

2 Vehicle / 2 Voertuing

Light unit (02_05)

key:

1.

General warning light, red

2.

Gear in neutral warning light,

 

 

green

3.

Side stand lowered warning

 

 

light, orange

4.

Low fuel warning light, orange

5.

Right turn indicator warning

02_05

 

light, green

 

6.

ABS warning light (not enabled)

 

7.

Gear shift warning light, red

8.

Left turn indicator warning light,

 

 

green

9.

High beam indicator light, blue.

Groep controlelampjes (02_05)

Legende:

1.Controlelamp algemene Warning, rood

2.Controlelamp van de versnelling in vrij, groen

3.Controlelamp van de laterale standaard uitgeklapt, oranje

4.Oranje controlelamp van de brandstofreserve

5.Controlelamp van de rechter richtingaanwijzer, groen

6.Controlelamp ABS (niet actief)

7.Controlelamp schakelen, rood

8.Controlelamp van de linker richtingaanwijzer, groen

9.Controlelamp groot licht, blauw

 

Digital lcd display (02_06,

 

 

02_07, 02_08, 02_09, 02_10,

 

02_11, 02_12)

 

By turning the ignition key to

 

'KEY ON', the following indica-

 

tors on the instrument panel are

 

lit for two seconds:

 

- The 'RSV4' logo

02_06

- All warning lights

Digitaal display (02_06, 02_07, 02_08, 02_09, 02_10, 02_11, 02_12)

Door de ontstekingssleutel in positie 'KEY ON' te draaien, wordt op het dashboard het volgende twee seconden lang weergegeven:

-Het logo 'RSV4'

-Alle controlelampen

26

02_07

02_08

02_09

The rpm indicator pointer moves to then go back to its initial position.

The following functions are displayed at the top of the instrument panel:

MODE 1

-Gear engaged;

-clock (displayed in 24 or 12 hours mode without AM / PM indication)

-water temperature (displayed in °C or °

F)

MODE 2

-Gear engaged;

-time on rev;

-water temperature measurement.

The following functions are displayed in the central area:

-speed (speedometer)

-map selected (top left);

De wijzer van de toerenteller verplaatst zich en keert daarna terug naar de beginpositie.

Bovenaan het dashboard worden de volgende functies weergegeven:

MODALITEIT 1

-Versnelling ingeschakeld;

-klok (bruikbaar in de modaliteit H24, en in de modaliteit H12 zonder aanduiding AM / PM);

-meting van de watertemperatuur (in °C of in °F)

MODALITEIT 2

-Versnelling ingeschakeld;

-chronometer;

-meting van de watertemperatuur.

Op het centrale deel worden de volgende functies getoond:

-snelheid (snelheidsmeter);

-map geselecteerd (bovenaan links);

Voertuing 2 / Vehicle 2

27

2 Vehicle / 2 Voertuing

-any indication about mapping in the

ECU (bottom left).

The following functions are displayed at the bottom:

-total odometer;

-trip computer data;

-active alarms.

Two kilometres after the low fuel warning light turns on, the kilometres travelled with low fuel are shown on the digital display.

02_10

-eventuele aanduiding van de lokalisatie van de centrale (onderaan links).

Op het onderste deel worden de volgende functies getoond:

-hodometer totaal;

-gegevens van de boordcomputer;

-eventuele alarmen.

2 km na de aanschakeling van de controlelamp van de brandstofreserve verschijnt op het digitaal display de aanduiding van het aantal afgelegde km in reserve.

Pressing the centre button of the MODE control while the low fuel warning light is active temporarily deactivates the warning light for 60 seconds.

At "KEY-ON" the indication of reserve can have a delay of 60 seconds.

Wanneer de controlelamp van de brandstofreserve oplicht, gaat deze door op het commando MODE te drukken uit en na

60 seconden weer aan.

Bij "KEY-ON" kan de aanduiding van de reserve 60 seconden later aangeduid worden.

28

02_11

02_12

The instrument panel can display instantaneous fuel consumption

The instrument panel can display average fuel consumption since the last journey log reset

Upon entering reserve, the distance in Km (or mi) travelled since entering reserve state is displayed instead of the trip counter

When a maintenance interval threshold is exceeded, an icon with a spanner is shown. This indicator may be reset once the scheduled service has been completed by an authorised aprilia Dealership or service centre.

The "spanner" icon flashes for five seconds when the key is turned to "KEY ON" when there is less than 300 Km (186 mi) remaining before the next scheduled maintenance interval.

With the key set to "KEY OFF" the general alarm warning light flashes to indicate the activation of the locking system. To minimise battery consumption the light stops flashing after 48 hours.

Het dashboard kan momentele verbruik weergeven.

Het dashboard kan het gemiddelde verbruik vanaf de laatste reset van het reisverslag weergeven.

Bij aanvang van het reserveverbruik, verschijnt in plaats van de hodometer het aantal km (mi) dat vanaf het begin van de reserve is afgelegd.

Wanneer de limieten van de onderhoudsintervals worden overschreden, verschijnt een icoon met het symbool van de

Engelse sleutel. Wanneer de geprogrammeerde onderhoudshandelingen bij de

Dealers en Geautoriseerde aprilia Garages worden uitgevoerd, kan deze aanduiding geëlimineerd worden.

Wanneer de sleutel in de positie "KEY ON" wordt gedraaid en er ontbreken minder dan 300 km (186 mi) tot het uitvoeren van het geprogrammeerd onderhoud, knippert de icoon "Engelse sleutel" vijf seconden lang.

Met de sleutel in positie "KEY OFF" knippert de controlelamp van het algemeen alarm om de activering van het immobilizersysteem te melden. Om het verbruik van de accu te veminderen houdt het knipperen op na 48 uren.

29

Voertuing 2 / Vehicle 2

2 Vehicle / 2 Voertuing

 

Alarms (02_13, 02_14, 02_15,

 

 

02_16, 02_17)

 

In case of failure, a different icon is dis-

 

played according to the cause at the bot-

 

tom of the display.

 

Take your vehicle as soon as possible to

 

an Official aprilia Dealer.

 

SERVICE ALARM

02_13

In case of failure found in the instrument

 

 

panel or in the electronic control unit, the

 

instrument panel signals the failure by

 

displaying the SERVICE icon and the red

 

general warning light comes on.

Alarmen (02_13, 02_14, 02_15, 02_16, 02_17)

Wanneer een onregelmatigheid gedetecteerd wordt, wordt op het onderste deel van het display een icoon weergegeven die verschilt afhankelijk van de oorzaak.

Men moet zich onmiddellijk tot een Officiële aprilia Dealer wenden.

ALARM SERVICE

Wanneer een onregelmatigheid gedetecteerd wordt door het dashboard of de elektronische centrale, meldt het dashboard de onregelmatigheid door de icoon SERVICE weer te geven en door het oplichten van de rode controlelamp van het algemeen alarm

If there is an immobilizer failure at ignition, the instrument panel requests you to enter a user code. If the code is entered correctly, the instrument panel signals the failure by displaying the SERVICE icon and the red general warning light comes on.

URGENT SERVICE ALARM

A serious failure is signalled by a fast

02_14 flashing (two flashes per second) of the general warning light and by the UR-

GENT and SERVICE words alternately being shown on the digital display. Take your vehicle as soon as possible to an Official aprilia Dealer. In these cases, the control unit activates a safety procedure

Wanneer bij de ontsteking een onregelmatigheid van de immobilizer wordt gedetecteerd, vraagt het dashboard om de code van de gebruiker in te voeren Wanneer de code correct wordt ingevoerd, meldt het dashboard de onregelmatigheid door het symbool SERVICE weer te geven en door het oplichten van de rode controlelamp van het algemeen alarm.

ALARM URGENT SERVICE

Een ernstige onregelmatigheid wordt gemeld door het snel knipperen (twee knipperingen per seconde) van de controlelamp van het algemeen alarm, en door de afwisselende weergave van de opschriften URGENT en SERVICE op het digitaal

30

that limits the vehicle performance so that

display. Men moet zich onmiddellijk tot

the rider is able to reach an Official apri-

een Officiële aprilia Dealer wenden. In

lia Dealer at low speed. According to the

deze gevallen activeert de centrale een

type of failure, performance can be limi-

veiligheidsprocedure door de prestaties

ted in two ways: a) by reducing the max-

van het voertuig te beperken, zodat met

imum torque produced; b) by keeping the

beperkte snelheid de Officiële aprilia

engine at idle speed but slightly acceler-

Dealer kan bereikt worden. Naargelang

ated (during this operation, the throttle

het type van onregelmatigheid kunnen de

control is disabled).

prestaties op twee manieren beperkt

 

worden: a) door het maximum geleverde

 

koppel te verminderen; b) door de motor

 

aan een toerental te houden dat iets ho-

 

ger is dan het minimum (tijdens deze

 

werking wordt het gascommando gedis-

 

activeerd).

Oil failure

In case of failing oil pressure or oil pressure sensor failure, the bulb and the red general warning light turn on the instrument panel.

02_15

Onregelmatigheid olie

In geval van een onregelmatigheid van de oliedruk of de sensor van de oliedruk, meldt het dashboard de onregelmatigheid met een ampul en het oplichten van de rode controlelamp van het algemeen alarm.

Engine overheating alarm

Alarm oververhitting van de motor

The engine overheating alarm is activa-

Het alarm van de overtemperatuur van

ted when the temperature reaches 115 °

de motor wordt geactiveerd wanneer de

C (239 °F). It is signalled when the gen-

temperatuur 115 °C (239 °F) bereikt. Dit

eral red warning light turns on.

wordt gemeld door het oplichten van de

 

rode alarmcontrolelamp.

Voertuing 2 / Vehicle 2

31

2 Vehicle / 2 Voertuing

Electronic control unit disconnected alarm

In case no connection is detected, the disconnection icon is displayed on the instrument panel and the red general warning light turns on to signal this condition.

02_16

Alarm elektronische centrale niet verbonden

Wanneer de afwezigheid van de verbinding wordt gedetecteerd, meldt het dashboard de onregelmatigheid door het symbool van het niet verbonden zijn weer te geven en door het oplichten van de rode controlelamp van het algemeen alarm.

Turn indicator alarms

When the instrument panel detects a failing turn indicator, the turn indicator warning light flashes twice as fast and the problem is signalled on the digital display.

02_17

Alarmen richtingaanwijzers

Wanneer het dashboard het stukgaan van de richtingaanwijzers detecteert, knippert de controlelamp van de richtingaanwijzers eens zo snel, en verschijnt de aanduiding op het digitaal display.

 

Mapping selection (02_18,

 

 

02_19, 02_20)

 

The engine control unit foresees 3 differ-

 

ent "mapping" variants to manage the

 

electronic throttle grip, which are dis-

 

played as seen in the upper left section

 

of the instrument panel digital display:

 

T is the TRACK mapping

02_18

S is the SPORT mapping

R is the ROAD mapping

Selectie lokalisaties (02_18, 02_19, 02_20)

De centrale voor de besturing van de motor voorziet 3 verschillende "lokalisaties" van de besturing van de elektronische gashendel, die als volgt worden weergegeven bovenaan links op het digitale display op het dashboard:

T voor de lokalisatie TRACK

S voor de lokalisatie SPORT

R voor de lokalisatie ROAD

32

02_19

02_20

In the TRACK mode you get more acceleration; this variant has been thought for a track racing use of the vehicle.

CAUTION

ONLY EXPERT RIDERS, RIDING ON ROADS WITH GOOD GRIP ARE ADVISED TO USE THIS MODE. IT IS NOT RECOMMENDED FOR WET SURFACES AND/OR ROADS WITH LOW GRIP.

The SPORT mode has been thought for a sporting use of the vehicle. In this mode the vehicle's performance in first and second gear is reduced.

The ROAD mode is thought for a use of the vehicle on the road. The system reduces the maximum torque supplied by the engine and smoothly delivers it so as to prevent loss of grip. In this mode, the vehicle performance is limited, and therefore, the maximum speed cannot be reached.

De modaliteit TRACK is reactiever, en werd bedacht voor gebruik op het circuit.

LET OP

HET GEBRUIK VAN DEZE MODALITEIT WORDT AANGERADEN VOOR ERVAREN MOTORRIJDERS EN OP WEGEN MET EEN GOEDE WEGLIGGING. HET GEBRUIK OP NATTE WEGEN EN/OF MET EEN SLECHTE WEGLIGGING WORDT AFGERADEN.

De modaliteit SPORT werd bedacht voor een sportief gebruik. In deze modaliteit zijn de prestaties van het voertuig in de eerste en tweede versnelling beperkt.

De modaliteit ROAD werd bedacht voor een gebruik op de openbare weg. Het systeem vermindert het maximale koppel dat geleverd wordt door de motor maar geeft het op een zachte manier, zodat een betere grip verkregen wordt. In deze modaliteit worden de prestaties van de motor beperkt, en kan de maximum snelheid dus niet bereikt worden.

Voertuing 2 / Vehicle 2

33

2 Vehicle / 2 Voertuing

CAUTION

THIS IS NOT AN ANTI-SKID DEVICE. BE EXTREMELY CAUTIOUS WHEN RIDING ON ROADS WITH LOW GRIP.

LET OP

HET IS GEEN ANTI-SLIPMECHANIS- ME, EN ER WORDT DUS AANGERADEN OM ZEER GOED OP TE LETTEN OP WEGEN MET EEN SLECHTE WEGLIGGING.

Push the starter button to go through the different mappings. Five seconds after the engine is started, this button can be used as a mapping selection button.

CAUTION

THE MAPPING SELECTION PROCESS IS ACTIVE EVEN IF THE VEHICLE IS IN MOTION, BUT ONLY IF THE ENGINE IS RUNNING AND THE THROTTLE CONTROL UNTWISTED.

De overgang naar de verschillende lokalisaties gebeurt door middel van de inwerkingstelling van de startknop, die 5 sec na de start van de motor de functie van selectieknop voor de lokalisaties aanneemt.

LET OP

DE SELECTIEPROCEDURE VAN DE LOKALISATIES IS EVENEENS ACTIEF MET DE MOTOR IN WERKING, MAAR ENKEL MET GESTARTE MOTOR EN WANNEER GEEN GAS GEGEVEN WORDT.

To change mappings, proceed as fol-

Om de lokalisatie te wijzigen, moet als

lows:

volgt gehandeld worden:

press the start-up button once

wanneer voor de eerste keer op

and the symbol for the mapping

de startknop gedrukt wordt,

currently being used is shown

wordt het symbool van de actu-

"in negative" on the display

eel toegepaste lokalisatie "in ne-

press the button a second time,

gatief" weergegeven op het dis-

and within 1.5 seconds from the

play

first pressing, the next mapping

wanneer binnen 1,5 seconden

is selected and highlighted "in

voor een tweede keer op de

negative" on the display. If more

knop gedrukt wordt, wordt de

than 1.5 seconds elapse and the

volgende lokalisatie geselec-

34

button is not pressed again (the

teerd die steeds negatief wordt

next mapping is otherwise se-

weergegeven op het display.

lected) and without twisting the

Wanneer meer dan 1,5 sec ver-

throttle control, the new map-

strijken zonder dat op de knop

ping is highlighted "in positive"

gedrukt wordt (anders wordt de

on the display. This means that

volgende lokalisatie geselec-

the new mapping is applied for

teerd) en zonder gas te geven,

all practical purposes.

wordt de nieuwe lokalisatie "in

 

 

positief" weergegeven op het

CAUTION

 

 

display, en wordt deze dus ef-

 

 

IN CASE THE THROTTLE GRIP IS

fectief als nieuwe lokalisatie toe-

TWISTED WHEN THE NEW MAPPING

gepast.

CHOSEN IS HIGHLIGHTED "IN NEGA-

 

LET OP

TIVE" ON THE DISPLAY, HENCE

WANNEER OP HET DISPLAY DE

STILL BEING ACCEPTED BY THE

ECU, THE NEW MAPPING SELECTED

NIEUWE LOKALISATIE NOG IN NEGA-

STARTS FLASHING "IN POSITIVE" ON

TIEF WORDT WEERGEGEVEN, DUS

THE DISPLAY, BUT WILL NOT BE AC-

ZICH NOG IN DE FASE VAN DE AAN-

TUALLY APPLIED UNLESS THE

VAARDING DOOR DE CENTRALE BE-

THROTTLE CONTROL IS RELEASED.

VINDT, EN HET GASCOMMANDO

 

 

WORDT BEDIEND, BEGINT DE NIEUW

 

 

GEKOZEN LOKALISATIE IN POSITIEF

 

 

TE KNIPPEREN OP HET DISPLAY,

 

 

MAAR WORDT NOG NIET EFFECTIEF

 

 

TOEGEPAST TOT HET GASCOMMAN-

 

 

DO WORDT LOSGELATEN.

Voertuing 2 / Vehicle 2

35

2 Vehicle / 2 Voertuing

02_21

02_22

Control buttons (02_21, 02_22,

Commandoknoppen (02_21,

02_23, 02_24)

02_22, 02_23, 02_24)

Trip journal 1 and 2

There are two trip journals available.

Press and hold down the MODE control to the left to select the TRIP JOURNAL 1; icon "1" on the DIGITAL DISPLAY turns on.

Press and hold down the MODE control to the right to select the TRIP JOURNAL 2; icon "2" on the DIGITAL DISPLAY turns on.

In each journal, each time the MODE control is briefly pressed to the right or left, the following information is displayed in sequence:

TOTAL ODOMETER

TRIP ODOMETER

TRAVELLING TIME

MAXIMUM SPEED

MEAN SPEED

AVERAGE FUEL CONSUMPTION

CURRENT FUEL CONSUMPTION

MENU (only with the vehicle at a standstill)

With the following options: TRIP ODOMETER, TRAVELLING TIME, MAXIMUM SPEED, MEAN SPEED, AVERAGE FUEL CONSUMPTION, press and hold

Boordjournaal 1 en 2

Er zijn twee boordjournaals aanwezig.

Met een lange druk op het commando

MODE naar links, wordt het BOORDJOURNAAL 1 geselecteerd, en licht de icoon "1" op het DIGITAAL DISPLAY op.

Met een lange druk op het commando MODE naar rechts, wordt het BOORDJOURNAAL 2 geselecteerd, en licht de icoon "2" op het DIGITAAL DISPLAY op.

In elk journaal wordt bij elke korte druk van het commando MODE naar rechts of naar links achtereenvolgens de volgende informatie weergegeven:

HODOMETER TOTAAL

HODOMETER PARTIEEL

TIJDSDUUR

MAXIMUM SNELHEID

GEMIDDELDE SNELHEID

GEMIDDELD BRANDSTOFVERBRUIK

ONMIDDELLIJK BRANDSTOFVER-

BRUIK

MENU (enkel wanneer het voertuig stilstaat)

Bij de volgende trefwoorden: HODOMETER PARTIEEL, TIJDSDUUR, MAXIMUM SNELHEID, GEMIDDELDE SNEL-

36

02_23

02_24

down the central key to reset all the indications stored in the active TRIP JOURNAL.

At zero speed, when the display shows the MENU, press and hold down the central button to access the instrument panel advanced functions.

HEID, GEMIDDELD BRANDSTOFVER-

BRUIK wist een korte druk op de centrale toets alle aanduidingen die opgeslagen werden in het actieve BOORDJOURNAAL.

Wanneer de snelheid nul is en wanneer het beeldscherm MENU verschijnt, geeft een lange druk op de centrale toets toegang tot de geavanceerde functies van het dashboard.

CHRONOMETER

CHRONOMETER

Voertuing 2 / Vehicle 2

37

2 Vehicle / 2 Voertuing

To use the chronometer, select the

CHRONOMETER function from the MENU of the instrument panel advanced functions.

The chronometer appears at the top of the digital display, replacing the clock.

With the vehicle in motion the chronometer functioning is controlled by means of the MODE control central button.

Press the central button briefly to start the chronometer. Timekeeping starts when the button is pressed. If the button is pressed again within 10 seconds after starting timekeeping, the chronometer is reset. After that time, and if the button is pressed again, the data is stored and the next timekeeping begins.

Timekeeping is cancelled by pressing and holding down the central button, or when speed goes back to zero; the display shows the last timekeeping. Timekeeping starts again following the steps described above.

After storing 40 times, this function is over. A new series of timekeeping can be started again only after deleting previous times stored by means of the MENU of the instrument panel advanced functions.

Om de chronometer te gebruiken, moet de functie CHRONOMETER geselecteerd worden in het MENU van de geavanceerde functies van het dashboard.

De chronometer verschijnt bovenaan op het digitaal display, en vervangt de klok.

Wanneer het voertuig in beweging is, wordt de werking van de chronometer gecontroleerd door de centrale toets van het commando MODE.

De start van de chronometer wordt uitgevoerd met een korte druk op de centrale toets. De eerste druk doet de tijdmeting starten. Wanneer men nog drukt tijdens de eerste 10 seconden na het begin van de tijdmeting, herbegint de chronometer vanaf nul. Na deze periode zal bij een volgende druk het gegeven opgeslagen worden, en zal de volgende meting starten.

Met een lange druk op de centrale toets of wanneer de snelheid terugkeert naar nul, wordt de meting geannuleerd, en op het display verschijnt de laatste meting.

De sessie start weer zoals hierboven werd beschreven.

Na de verwerving van 40 tijdmetingen, stopt de verwerving. Een nieuwe sessie tijdmetingen kan enkel hernomen worden wanneer de eerder uitgevoerde metingen gewist worden met het MENU van de geavanceerde functies van het dashboard.

38

Advanced functions (02_25, 02_26, 02_27, 02_28, 02_29, 02_30)

MENU

The configuration menu can be opened from the menu screen page and consists of the following options:

- EXIT 02_25 - SETTINGS

-CHRONOMETER

-DIAGNOSIS

-LANGUAGES.

Geavanceerde functies (02_25, 02_26, 02_27, 02_28, 02_29, 02_30)

MENU

Het configuratiemenu, dat rechtstreeks vanaf het beeldscherm van het menu kan bereikt worden, bestaat uit de volgende trefwoorden:

-EXIT

-INSTELLINGEN

-CHRONOMETER

-DIAGNOSTIEK

-TALEN.

SETTINGS

INSTELLINGEN

The SETTINGS menu consists of the fol-

Het menu van de INSTELLINGEN be-

lowing options:

staat uit de volgende trefwoorden:

- EXIT

- EXIT

- TIME ADJUSTMENT

- REGELING VAN HET UUR

- GEAR SHIFT

- SCHAKELEN

- BACKLIGHTING

- RETROVERLICHTING

- CODE CHANGE

- WIJZIGING VAN DE CODE

- CODE RESET

- HERSTELLING VAN DE CODE

- °C / °F

- °C/°F

- 12/24 h

- 12/24 h

Voertuing 2 / Vehicle 2

39

2 Vehicle / 2 Voertuing

The functions of the settings menu are indicated in the following sections.

Once the operation is finished, the instrument panel goes back to the main menu.

De functies van het menu van de instellingen worden aangeduid in de volgende paragrafen.

Na het beëindigen van de handeling keert het display terug naar het hoofdmenu.

TIME ADJUSTMENT

The clock can be programmed with this option. The message "CLOCK ADJUSTMENT" is shown on the main screen page.

The minutes indicator is no longer displayed when this function is activated; only the hours indicator is shown. Each time the MODE command is pressed to the right, the hour value increases; likewise, each time the MODE command is pressed to the left, the hour value decreases. Press the MODE command central part to store the set value and to shift to minute adjustment.

The hour indicator is no longer displayed when this function is activated; only the minute indicator is shown. Each time the

MODE command is pressed to the right, the minute value increases; likewise, each time the MODE command is pressed to the left the minute value decreases.

Press the MODE command central part to store the set value and to exit the clock adjustment function.

REGELING VAN HET UUR

In deze modaliteit wordt de waarde van de klok ingesteld. Het hoofdscherm verschijnt weer, met de opschrift "REGELING VAN DE KLOK".

Wanneer deze modaliteit wordt bereikt, zal de aanduiding van de minuten verdwijnen en zal enkel die van de uren blijven. Bij elke druk naar rechts van het commando MODE verhoogt de waarde van de uren, en symmetrisch bij elke druk naar links van het commando MODE verlaagt de waarde van de uren. Een druk op het centrale deel van het commando

MODE slaat de ingestelde waarde op, en er wordt overgegaan naar de regeling van de minuten.

Wanneer deze modaliteit wordt bereikt, verdwijnt de aanduiding van de uren en blijft enkel die van de minuten. Bij elke druk naar rechts van het commando MO-

DE verhoogt de waarde van de minuten, en symmetrisch bij elke druk naar links van het commando MODE verlaagt de waarde van de minuten.

Een druk op het centrale deel van het commando MODE slaat de ingestelde

40

waarde op, en wordt de modaliteit van de regeling van de klok verlaten.

 

GEAR SHIFT THRESHOLD

 

The gear shift threshold can be set in this

 

mode. The main screen page shows the

 

message "GEAR SHIFT THRESHOLD".

 

Each time the MODE command is press-

 

ed to the right, the threshold value in-

 

creases by 100 RPM; viceversa, each

 

time the MODE command is pressed to

 

the left, the threshold value decreases by

02_26

100 RPM.

After reaching either the highest or lowest limit, the next time the command is pressed will produce no effect.

The procedure ends when the MODE command is pressed at the central position, which stores the set value, the pointer goes back to zero and the instrument panel goes back to the configuration menu.

When the battery is first activated, the instrument panel is set to the run-in rev value. Afterwards, the last set value is displayed:

RUN-IN REVOLUTIONS: 7500 rpm

MAXIMUM REVOLUTIONS:

15000 rpm

If the set threshold value is exceeded, the gear change warning light on the instrument panel starts to flash. It turns off

SCHAKELLIMIET

In deze functie stelt men de waarde van de schakellimiet in. Het hoofdscherm verschijnt met de melding "SCHAKELLIMIET".

Bij elke druk naar rechts van het commando MODE verhoogt de limietwaarde met 100 RPM, en viceversa bij elke druk naar links van het commando MODE verlaagt de limietwaarde met 100 RPM.

Bij het bereiken van de limiet, onderste of bovenste, heeft elke volgende druk op de schakelaar geen enkel effect.

De handeling eindigt met een druk op het commando MODE in de centrale positie, waardoor de ingestelde waarde wordt opgeslagen, de wijzer keert terug naar nul, en het dashboard gaat terug naar de pagina van het menu van de configuratie.

Bij de eerste aansluiting van de accu wordt het dashboard ingesteld op de waarde van de toeren van de proefperiode, en bij de volgende aansluitingen wordt het ingesteld op de laatst ingestelde waarde:

TOERENTAL VAN DE PROEF-

PERIODE: 7500 toeren/min

(rpm)

MAXIMUM TOERENTAL:

15000 toeren/min (rpm)

Bij het overschrijden van de vastgestelde waarde knippert de controlelamp van de

Voertuing 2 / Vehicle 2

41

2 Vehicle / 2 Voertuing

02_27

02_28

when the value goes back below the

melding van het schakelen op het dash-

threshold limit.

board, tot onder de limiet wordt terugge-

 

keerd.

BACKLIGHTING BRIGHTNESS

This function adjusts the backlighting brightness to three levels. Each time the MODE command is pressed to the right or left, the following icons are shown:

LOW

MEAN

HIGH

Once the operation is finished, when the

MODE command is pressed at central position, the instrument panel shows the

SETTINGS menu.

When the battery is detached, the display is configured with the maximum level of brightness.

INTENSITEIT VAN DE RETROVERLICHTING

Met deze functie kan de intensiteit van de retroverlichting ingesteld worden op drie niveaus. Bij elke druk naar rechts of links van het commando MODE, kan de gebruiker de volgende iconen lezen:

LOW

MEAN

HIGH

Op het einde van de handeling keert het dashboard met een druk op het commando MODE in centrale positie terug naar het menu INSTELLINGEN.

Wanneer de accu wordt losgekoppeld, wordt het display aan de maximum helderheid geconfigureerd.

42

02_29

CODE CHANGE

This function is used to modify an old code. Once you have entered this function, the following message is displayed:

"ENTER OLD CODE"

After recognising the old code, the new code is requested and the display shows the following message:

"ENTER NEW CODE"

Once the operation is finished, the display shows the DIAGNOSIS menu. If the code has been used, this operation is not allowed.

Once the operation is finished, the instrument panel shows the SETTINGS menu.

If it is the first time a code is stored, only the new code is requested.

43

CODE WIJZIGEN

Deze functie wordt gebruikt wanneer men over de oude code beschikt, en wanneer men deze wil wijzigen. In deze functie verschijnt de melding:

"VOER DE OUDE CODE IN"

Na de herkenning van de oude code wordt er gevraagd om de nieuwe code in te voeren, en het display toont de volgende melding:

"VOER DE NIEUWE CODE IN"

Op het einde van de handeling keert het display terug naar het menu DIAGNOSTIEK. Wanneer men deze met de code heeft bereikt, wordt deze handeling niet toegelaten.

Op het einde van de handeling keert het dashboard terug naar het menu INSTEL-

LINGEN.

Voertuing 2 / Vehicle 2

2 Vehicle / 2 Voertuing

Wanneer voor de eerste keer wordt opgeslagen, wordt enkel het invoeren van de nieuwe code gevraagd.

CODE RESET

This function is used to set a new code when the old one is not available; in this case, at least two keys will have to be inserted in the ignition lock. After the first key has been inserted, the second one is requested with the following message:

"INSERT KEY II"

In between keys, the instrument panel remains lit; if the key is not inserted within 20 seconds, the operation finishes. After recognising the second key, the insertion of the new code is required with the message:

"ENTER NEW CODE"

Once the operation is finished, the display shows the DIAGNOSIS menu. If the code has been used, this operation is not allowed.

Once the operation is finished, the instrument panel shows the SETTINGS menu.

CODE RESETTEN

Deze functie wordt gebruikt wanneer men niet over de oude code beschikt en wanneer men deze wil wijzigen, in dit geval moet men minstens twee sleutels in het ontstekingsblokje plaatsen. De eerste is reeds geplaatst, en daarna wordt het plaatsen van de tweede gevraagd met de melding:

"PLAATS DE TWEEDE SLEUTEL"

Tijdens de overgang van de ene naar de andere sleutel blijft het dashboard opgelicht, en wanneer de sleutel niet binnen de 20 seconden wordt geplaatst wordt de handeling beëindigd. Na de herkenning van de tweede sleutel wordt de invoer van de nieuwe code gevraagd met de melding:

"VOER DE NIEUWE CODE IN"

Op het einde van de handeling keert het display terug naar het menu DIAGNOSTIEK. Wanneer men deze met de code heeft bereikt, wordt deze handeling niet toegelaten.

Op het einde van de handeling keert het dashboard terug naar het menu INSTELLINGEN.

44

°C/°F

Select the °C / °F option from the SET-

TINGS menu for this function.

This function selects the unit of measurement for the coolant temperature: °C or ° F.

12H / 24H

Select the 12H / 24H option from the SETTINGS menu for this function.

This menu selects the clock display mode as 12h or 24h.

°C / °F

Om deze modaliteit te bereiken, moet in het menu INSTELLINGEN °C / °F geselecteerd worden.

Dit menu selecteert de meeteenheid van de koelwatertemperatuur: °C of °F.

12H / 24H

Om deze modaliteit te bereiken, moet in het menu INSTELLINGEN 12H / 24H geselecteerd worden.

Dit menu selecteert de weergave 12H of 24H van de klok.

CHRONOMETER

Select the CHRONOMETER option from the configuration menu to access the chronometer function. When the CHRONOMETER function is selected the screen page shows the following options:

-EXIT

-CLOCK/CHRONOMETER

-DELETE TIMES

CLOCK/CHRONOMETER

CHRONOMETER

Om de functie van de chronometer te bereiken, moet op het configuratiemenu het trefwoord CHRONOMETER geselecteerd worden. Wanneer de functie

CHRONOMETER wordt geselecteerd, verschijnt een beeldscherm met de volgende opties:

-EXIT

-KLOK / CHRONOMETER

-WISSEN METINGEN

KLOK / CHRONOMETER

Voertuing 2 / Vehicle 2

45

2 Vehicle / 2 Voertuing

This function allows you to select which function to have at the top of the display: clock or chronometer.

View times

This option shows the stored chronometer times. Press the MODE selector for a couple of seconds to the right or left to scroll the time screens; hold it down to display the CHRONOMETER menu. If the battery is removed, the stored times are lost.

02_30

Hiermee kan de functie geselecteerd worden die bovenaan het display moet weergegeven worden: klok of chronometer.

Visualiseer de metingen

Deze functie toont de verworven chronometertijden. Met korte drukken op de keuzeschakelaar MODE naar rechts en links worden de pagina's van de metingen overlopen, en met een lange druk verschijnt op het display het menu CHRONOMETER. Wanneer de accu wordt losgekoppeld, verliest men de opgeslagen tijden.

Delete times

Wis de metingen

This option deletes the stored chronometer times. A deletion confirmation is requested. Once the operation is finished, the display goes back to the chronometer menu.

Deze modaliteit elimineert de verworven chronometertijden. De bevestiging voor het wissen wordt gevraagd. Na het beeindigen van de handeling keert het display terug naar het menu CHRONOMETER.

DIAGNOSIS

Open the configuration menu to display the DIAGNOSIS option.

This menu interfaces with the systems present on the vehicle and diagnoses them. To enable this menu, enter an ac-

DIAGNOSTIEK

Wanneer het configuratiemenu wordt bereikt, is het mogelijk om het trefwoord

DIAGNOSTIEK weer te geven.

Dit menu wordt geïnterfaced met de systemen die aanwezig zijn op de motor, en

46

cess code available only from official

voert hierop de diagnose uit. Om het te

Aprilia dealers.

activeren moet de toegangscode inge-

 

voerd worden, die enkel in het bezit is van

 

de erkende dealers van Aprilia.

LANGUAGES

Open the configuration menu to access the LANGUAGES function. Select the LANGUAGES option to choose the interface language.

The options are:

-ITALIANO

-ENGLISH

-FRANCAIS

-DEUTSCH

-ESPAÑOL

Once the operation is finished, the display goes back to the LANGUAGES menu.

TALEN

Vanaf het configuratiemenu kan de functie van de TALEN bereikt worden. Wanneer het trefwoord TALEN wordt geselecteerd, kan de taal van de interface gekozen worden

De opties zijn:

-ITALIANO

-ENGLISH

-FRANÇAIS

-DUITS

-ESPAÑOL

Op het einde van de handeling keert het display terug naar het menu TALEN

Voertuing 2 / Vehicle 2

47

2 Vehicle / 2 Voertuing

Ignition switch (02_31)

The ignition switch (1) is located on the headstock upper plate.

The vehicle is supplied with two keys

(one is the spare key).

The lights go off when the ignition switch is set to «OFF».

NOTE

02_31

THE KEY ACTIVATES THE IGNITION SWITCH AND OPERATES THE STEERING LOCK.

NOTE

THE HIGH AND LOW BEAM LIGHTS TURN ON AUTOMATICALLY UPON ENGINE START-UP.

LOCK: The steering is locked. It is not possible to start the engine or switch on the lights. The key can be extracted

OFF: The engine and lights cannot be set to work. The key can be extracted.

ON: The engine can be started. The key cannot be removed

PARKING: The steering is blocked. The engine cannot be started. The tail light of the front and rear headlamps are activated. The ignition key can be extracted.

Startschakelaar (02_31)

De ontstekingsschakelaar (1) bevindt zich op de bovenste plaat van de kop van de stuurinrichting.

Bij het voertuig worden twee sleutels bijgeleverd (één reservesleutel).

Het uitgaan van de lichten gebeurt wanneer de ontstekingsschakelaar op

«OFF» wordt geplaatst.

N.B.

DE SLEUTEL ACTIVEERT DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR/HET STUURSLOT.

N.B.

DE DIMLICHTEN / GROTE LICHTEN GAAN AUTOMATISCH AAN NA DE START VAN DE MOTOR.

LOCK: Het stuur is geblokkeerd. Het is niet mogelijk om de motor te starten en om de lichten te activeren. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.

OFF: De motor en de lichten kunnen niet in werking worden gesteld. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen.

ON: De motor kan gestart worden. Het is niet mogelijk om de sleutel te verwijderen.

PARKING: De stuurinrichting is geblokkeerd. De motor kan niet gestart worden.

48

Once the key has been extracted, the immobilizer system is active (if present).

Het positielicht van het voorlicht en de positielichten van het achterlicht worden geactiveerd. Het is mogelijk om de sleutel te verwijderen. Nadat de sleutel wordt verwijderd, is het immobilizersysteem actief (indien aanwezig).

 

 

Locking the steering wheel

 

 

(02_32)

 

 

To lock the steering:

 

 

• Turn the handlebar completely to the

 

 

left.

 

 

• Turn the key to «OFF».

 

 

• Push in the key and turn it anticlockwise

02_32

 

(to the left), steer the handlebar slowly

 

until the key is set to «LOCK».

 

 

 

 

• Remove the key.

 

 

 

 

 

CAUTION

TO AVOID LOSING CONTROL OF THE VEHICLE, NEVER TURN THE KEY TO "LOCK" WHILE RIDING.

Stuurslot vergrendelen (02_32)

Om het stuur te blokkeren:

Draai het stuur volledig naar links.

Draai de sleutel in positie «OFF».

Druk op de sleutel en draai hem in tegenwijzerzin (naar links) rond, stuur langzaam tot de sleutel op «LOCK» wordt geplaatst.

Verwijder de sleutel.

LET OP

DRAAI DE SLEUTEL NOOIT IN POSITIE «LOCK» TIJDENS HET RIJDEN, ZODAT MEN DE CONTROLE OVER HET VOERTUIG NIET VERLIEST.

Voertuing 2 / Vehicle 2

49

2 Vehicle / 2 Voertuing

Horn button (02_33)

Drukknop claxon (02_33)

Press it to activate the horn.

De akoestische melder wordt in werking

 

gesteld door op de drukknop te drukken.

02_33

Switch direction indicators (02_34)

Move the switch to the left, to indicate a left turn; move the switch to the right to indicate a right turn. Pressing the switch deactivates the turn indicator.

CAUTION

IF THE WARNING LIGHT WITH AR- 02_34 ROWS FLASHES QUICKLY, IT MEANS

THAT ONE OR BOTH TURN INDICATORS LIGHT BULBS ARE BURNT OUT.

The turn indicators have a self-cancelling function that implements the following logic.

Schakelaar richtingaanwijzers (02_34)

Verplaats de schakelaar naar links, om aan te duiden dat men naar links draait; verplaats de schakelaar naar rechts, om aan te duiden dat men naar rechts draait;

Druk op de schakelaar om de richtingaanwijzer te deactiveren.

LET OP

WANNEER DE CONTROLELAMP VAN DE PIJLEN SNEL KNIPPERT, ZIJN EEN OF BEIDE LAMPJES VAN DE RICHTINGAANWIJZERS VERBRAND.

Het automatisch terugspringen van de richtingaanwijzers is met de volgende logica uitgevoerd.

50

With the vehicle at a standstill (speed = zero), the turn indicators continue flashing indefinitely.

With the vehicle in motion, the turn indicators self-cancel when one the two following conditions is met:

After a time (t) = 40 sec.

After riding 500 m (0.31 mi).

If the vehicle speed reaches zero during this period, the time and distance counts are reset and start again from zero when the vehicle starts moving once again.

Switching on the opposite side turn indicators without pressing the switch in the intermediate reset position causes both the time and distance counters to reset and recommence from zero.

Als het voertuig stil staat, en de snelheid dus gelijk is aan nul, blijven de richtingaanwijzers oneindig knipperen.

Als het voertuig in beweging is, springen de richtingaanwijzers automatisch terug wanneer één van de volgende twee toestanden bereikt wordt:

Na een tijd t = 40 sec.

Nadat 500 m (0,31 mi) is afgelegd

Als tijdens dit tijdsverloop de snelheid tot nul daalt, worden de meting van tijd en afstand gewist, en begint de meting opnieuw wanneer het voertuig weer in beweging wordt gezet.

De overgang van de richtingaanwijzing van de ene naar de andere kant zonder een tussentijdse nulstellingsimpuls, zorgt voor het wissen van de meting en het opnieuw starten van het meten van zowel tijd als afstand.

High/low beam selector (02_35)

Press the light switch to turn on the lowbeam light; press it again to turn on the high-beam light.

02_35

Lichtschakelaar (02_35)

Wanneer op de schakelaar van de lichten wordt gedrukt, wordt het dimlicht ingeschakeld; wanneer er nogmaals wordt op gedrukt, wordt het groot licht ingeschakeld.

Voertuing 2 / Vehicle 2

51

2 Vehicle / 2 Voertuing

Passing button (02_36)

Uses the high-beam flash in case of danger or emergency.

Releasing the switch deactivates the high-beam flash.

02_36

Knop die knippert voor groot licht (02_36)

Hiermee kan men het knipperen van het groot licht gebruiken, in geval van gevaar of nood.

Wanneer men de drukknop loslaat, wordt het knipperen van het groot licht gedeactiveerd.

Start-up button (02_37)

With the key inserted in the ignition and turned to ON, when the button is pushed the starter motor will start the engine

AFTER A FEW SECONDS FROM THE ENGINE START-UP, THE START-UP 02_37 BUTTON ASSUMES THE MAPPING

CHANGE FUNCTION.

Startknop (02_37)

Wanneer, met de sleutel in de ontsteking en op ON gedraaid, op de knop wordt gedrukt, zal de startmotor de motor in werking stellen

DE STARTKNOP NEEMT ENKELE SECONDEN NA DE START VAN DE MOTOR DE FUNCTIE VAN SELECTIEKNOP VAN DE LOKALISATIE AAN.

52

Engine stop switch (02_38)

Stopschakelaar motor (02_38)

It acts as an engine cut-off or emergency stop switch.

Press this switch to stop the engine.

Dit is een veiligheidsschakelaar of een noodstopschakelaar.

Druk op de schakelaar om de motor stil te leggen.

02_38

Immobilizer system operation (02_39)

For enhanced theft protection, the vehicle is equipped with an electronic immobilizer system that is activated automatically when the ignition key is removed.

Keep the second key in a safe place since it is not possible to make a copy if it gets lost.

02_39

This would imply replacing numerous parts of the vehicle (besides the locks).

Each key in the grip has an electronic device - transponder - which modulates the radio frequency signal emitted by a special aerial inside the switch when the vehicle is started.

The modulated signal is the "password" by which the appropriate central unit rec-

De werking van het immobilizersysteem (02_39)

Om de bescherming tegen diefstal te verhogen, is het voertuig uitgerust met een elektronisch blokkeersysteem van de motor, dat automatisch wordt geactiveerd wanneer de ontstekingssleutel wordt verwijderd.

Bewaar de tweede sleutel op een veilige plaats, omdat wanneer ook de tweede sleutel wordt verloren, het niet meer mogelijk is om een kopie te maken.

Dit houdt in dat vele onderdelen van het voertuig moeten vervangen worden (naast de sloten).

Elke sleutel heeft in de handgreep een elektronisch mechanisme - transponder - die het verzonden radiofrequentiesignaal moduleert bij de start, langs een in de

Voertuing 2 / Vehicle 2

53

2 Vehicle / 2 Voertuing

ognises the key and only after this occurs, it allows the engine start-up.

CAUTION

THE IMMOBILIZER SYSTEM CAN MEMORISE UP TO FOUR KEYS.

DATA STORAGE OPERATION CAN ONLY BE PERFORMED AT AN Aprilia official DEALER.

DATA STORAGE PROCEDURE CANCELS THE EXISTING CODES. THEREFORE, IF A CUSTOMER WANTS TO PROGRAM SOME NEW KEYS, S/HE SHOULD GO TO THE DEALER TAKING ALL THE KEYS S/HE WANTS TO ENABLE.

schakelaar ingebouwde speciale antenne.

Het gemoduleerd signaal vormt het "wachtwoord" waarmee de speciale centrale de sleutel herkent, en enkel aan deze voorwaarde de start van de motor toestaat.

LET OP

HET IMMOBILIZERSYSTEEM KAN VIER SLEUTELS OPSLAAN.

DE HANDELING VAN HET OPSLAAN

KAN ENKEL BIJ EEN Erkende Aprilia

Dealer UITGEVOERD WORDEN.

DE PROCEDURE VAN HET OPSLAAN WIST DE EERDER INGESTELDE CODES, DUS WANNEER DE KLANT NIEUWE SLEUTELS WIL OPSLAAN, MOET HIJ ZICH WENDEN TOT EEN DEALER MET ALLE SLEUTELS DIE MOETEN GEACTIVEERD WORDEN.

 

Fairings (02_40)

Stroomlijnpanelen (02_40)

 

 

SIDE FAIRINGS

ZIJBEKLEDINGEN

 

The operations to be carried out are de-

De uit te voeren handelingen worden be-

 

scribed for the right fairing but are appli-

schreven voor de rechter bekleding,

 

cable for both fairings.

maar gelden voor beide bekledingen.

 

Undo and remove the four

Draai de vier bouten (1) los en

 

screws (1).

verwijder ze.

 

Detach the three inserts on the

De drie inzetstukken op de bin-

02_40

inner side of the fairing (2).

nenbekleding (2) losmaken.

 

 

54

Ease off the lateral fairing very carefully, taking particular care with the fixing point (3) with the air duct and with the tabs (4) fastening the fairing to the lug.

To reassemble, repeat the above procedure in reverse order, taking particular care not to damage the components involved.

NOTE

HANDLE PLASTIC AND PAINTED COMPONENTS WITH CARE; DO NOT SCRATCH OR SPOIL THEM.

De zijbekleding zeer voorzichting losmaken, en hierbij goed letten op het inzetstuk (3) met het luchttransport en op de bevestigingsvinnen (4) met het beslag.

Voor de hermontage het hierboven beschrevene in omgekeerde volgorde uitvoeren, en goed op de betreffende onderdelen letten.

N.B.

HANTEER ZORGVULDIG DE PLASTIC EN GELAKTE DELEN; KRAS OF BESCHADIG ZE NIET.

Opening the saddle (02_41,

Zadel openen (02_41, 02_42,

02_42, 02_43, 02_44, 02_45)

02_43, 02_44, 02_45)

REMOVING THE TAIL FAIRING / PAS-

VERWIJDERING

ACHTERSPAT-

SENGER SADDLE

BORD / PASSAGIERSZADEL

Turn the key clockwise.

Draai de sleutel met de klok

 

mee.

 

02_41

Voertuing 2 / Vehicle 2

55

2 Vehicle / 2 Voertuing

02_42

02_43

02_44

Lift and remove the tail fairing / passenger saddle.

RIDER SADDLE REMOVAL

Using the Allen key located under the tail fairing / passenger saddle, unscrew and remove the two screws fastening the saddle and remove the saddle from the vehicle.

Het achterspatbord / passagierszadel omhoog trekken en afhalen.

VERWIJDERING VAN HET ZADEL VAN DE BESTUURDER

Gebruik de zeshoekige sleutel die zich onder het achterspatbord / passagierszadel bevindt, de twee bevestigingsbouten van het zadel losschroeven en uitnemen en het zadel van het voertuig afhalen.

56

 

 

Refitting

 

 

Carry out the procedure descri-

 

 

bed above in reverse order.

 

 

After refitting and fastening the

 

 

saddle, place the Allen key in

 

 

the relative seat under the tail

 

 

fairing / passenger saddle.

 

 

Take particular care when refit-

 

 

ting the tail fairing / passenger

02_45

 

saddle; insert the rear tabs un-

 

der the tail fairing and press

 

 

 

 

down at the front until the lock

 

 

audibly clicks closed.

 

 

 

 

 

 

CAUTION

 

 

BEFORE LOWERING AND LOCKING

 

 

THE SADDLE, CHECK THAT THE IG-

 

 

NITION KEY HAS NOT BEEN LEFT

 

 

THE IGNITION KEY IN THE GLOVE-

 

 

BOX /TOOL KIT.

 

 

 

 

 

 

CAUTION

 

 

BEFORE RIDING, MAKE SURE THAT

 

 

THE SADDLE IS CORRECTLY FAS-

 

 

TENED. IF THE PASSENGER SADDLE

 

 

IS FIT ON THE VEHICLE, MAKE SURE

 

 

THAT IS CORRECTLY FITTED BE-

 

 

FORE ALLOWING THE PASSENGER

 

 

TO GET ON.

 

 

THE TAIL FAIRING MAY BE INSTAL-

 

 

LED IN PLACE OF THE PASSENGER

 

 

SADDLE; BEAR IN MIND THAT THE

 

 

VEHICLE MAY NOT CARRY A PAS-

 

 

SENGER IF THE TAIL FAIRING IS IN-

 

 

STALLED. CARRYING A PASSENGER

 

 

ON THE TAIL FAIRING IS ILLEGAL

 

57

 

Hermontage

Het hierboven beschrevene in omgekeerde volgorde herhalen.

Na het zadel weer gemonteerd en vastgezet te hebben, de zeshoekige sleutel in de hiervoor bestemde houder van het achterspatbord / passagierszadel doen.

Goed letten op de positionering van het achterspatbord /passagierszadel; de achtervinnen onder het spatbord plaatsen en de voorkant naar beneden drukken zodat het slot dichtklapt.

LET OP

VOORALEER MEN HET ZADEL OMLAAG BRENGT EN BLOKKEERT, CONTROLEERT MEN OF MEN DE SLEUTEL NIET VERGETEN IS IN DE DOCUMENTENRUIMTE / GEREEDSCHAPSKIT.

LET OP

VOORALEER MEN GAAT RIJDEN, CONTROLEERT MEN OF HET ZADEL CORRECT BEVESTIGD IS. ALS HET ZADELTJE VOOR DE PASSAGIER OP HET VOERTUIG GEMONTEERD IS, MOET GECONTROLEERD WORDEN OF HET CORRECT VASTGEHAAKT IS VOORDAT DE PASSAGIER ER OP GAAT ZITTEN.

HET SPATBORD KAN GEBRUIKT WORDEN IN PLAATS VAN HET ZA-

Voertuing 2 / Vehicle 2

2 Vehicle / 2 Voertuing

AND DOING SO WILL RESULT IN AN EXTREMELY HIGH PROBABILITY OF THE PASSENGER FALLING OFF THE VEHICLE.

DELTJE VAN DE PASSAGIER; WANNEER HET SPATBORD GEMONTEERD IS, KAN DE PASSAGIER NIET VERVOERD WORDEN. HET VERVOEREN VAN DE PASSAGIER OP HET SPATBORD IS ILLEGAAL, EN HET IS ZEER GOED MOGELIJK DAT DE PASSAGIER VAN HET VOERTUIG VALT.

Glove/tool kit compartment (02_46)

The saddle must be removed in order to access the glovebox / toolkit.

The tool kit is hooked to the bottom of the saddle.

02_46

Documentenvakje/ gereedschapskit (02_46)

Voor toegang tot de documentenruimte / gereedschapskit moet het zadel afgenomen worden.

De gereedschapskit is onder het zadel bevestigd.

Identification (02_47)

Write down the chassis and engine number in the specific space in this booklet. The chassis number is handy when purchasing spare parts.

02_47

Identificatie (02_47)

Het is een goede gewoonte om het framenummer en het motornummer op de speciale plaats in dit boekje te schrijven. Het framenummer kan gebruikt worden voor het aanschaffen van reserveonderdelen.

58

CAUTION

CHANGING THE IDENTIFICATION CODE IS A CRIME THAT MAY BE PUNISHED WITH SERIOUS CRIMINAL CHARGES. FURTHERMORE, THE LIMITED WARRANTY FOR NEW VEHICLES WILL BE CANCELLED IF THE VEHICLE IDENTIFICATION NUMBER (VIN) HAS BEEN MODIFIED OR CANNOT BE QUICKLY DETERMINED.

CHASSIS NUMBER

The chassis number is stamped on the right side of the headstock.

Chassis No. ....................

ENGINE NUMBER

The engine number is printed on the base of the engine crankcase, left hand side.

Engine No. ....................

LET OP

HET WIJZIGEN VAN DE IDENTIFICATIECODES IS EEN MISDRIJF DAT BESTRAFT KAN WORDEN MET ERNSTIGE BESCHULDIGINGEN. BOVENDIEN ZAL DE BEPERKTE GARANTIE VOOR NIEUWE VOERTUIGEN GEANNULEERD WORDEN ALS HET SERIENUMMER VAN DE IDENTIFICATIE VAN HET VOERTUIG (VIN) GEWIJZIGD WERD OF NIET ONMIDDELLIJK KAN BEPAALD WORDEN.

FRAMENUMMER

Het framenummer is gedrukt op de kop van het stuur, rechter kant.

Frame nr....................

MOTORNUMMER

Het motornummer is gedrukt op het onderstel van de motorcarter, op de linker kant.

Motor nr....................

Voertuing 2 / Vehicle 2

59

2 Vehicle / 2 Voertuing

60

RSV4 FACTORY

Chap. 03

Use

Hst. 03

Gebruik

61

3 Use / 3 Gebruik

Checks (03_01)

Controles (03_01)

CAUTION

BEFORE RIDING, ALWAYS PERFORM A PRELIMINARY CHECK OF THE VEHICLE TO ENSURE CORRECT AND SAFE OPERATION. FAILURE TO DO SO MAY LEAD TO SERIOUS PERSONAL INJURY OR DAMAGE TO THE VEHICLE. DO NOT HESITATE TO CONTACT AN OFFICIAL aprilia DEALER IF YOU DO NOT UNDERSTAND HOW SOME CONTROLS WORK OR IF A MALFUNCTION IS DETECTED OR SUSPECTED. CHECKING TAKES VERY LITTLE TIME BUT CONSIDERABLY INCREASES SAFETY.

LET OP

VÓÓR HET VERTREK VOERT MEN VOOR EEN CORRECTE EN VEILIGE WERKING STEEDS EEN VOORAFGAANDE CONTROLE VAN HET VOERTUIG UIT. HET NIET UITVOEREN VAN DEZE HANDELINGEN KAN ERNSTIGE LETSELS AAN UZELF OF SCHADE AAN HET VOERTUIG VEROORZAKEN. AARZEL NIET OM ZICH TE WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer, WANNEER MEN DE WERKING VAN BEPAALDE COMMANDO'S NIET BEGRIJPT OF WANNEER MEN ONREGELMATIGHEDEN IN DE WERKING MERKT OF VERMOEDT. DE NODIGE TIJD VOOR EEN CONTROLE IS UITERST BEPERKT, EN DE VEILIGHEID KOMT OP DE EERSTE PLAATS.

This vehicle has been programmed to indicate in real time any operation failure stored in the electronic control unit memory.

Every time the ignition switch is turned to "KEY ON", the alarm LED warning light turns on for about three seconds on the instrument panel.

03_01

Dit voertuig is voorzien voor het onmiddellijk ontdekken van eventuele onregelmatigheden in verband met de werking, die opgeslagen worden door de elektronische centrale.

Telkens als de ontstekingsschakelaar op

"ON" wordt geplaatst, licht de controlelamp van de alarm LED op het dashboard ongeveer drie seconden lang op.

62

 

PRE-RIDE CHECKS

 

 

 

 

 

Front and rear disc brake

Check for proper operation. Check

 

brake lever empty travel and brake

 

fluid level. Check for leaks. Check

 

brake pads for wear. If necessary

 

top-up with brake fluid.

 

 

 

 

Throttle grip

Check that the throttle functions

 

smoothly and can be fully opened

 

and closed in all steering positions.

 

Adjust

and/or

lubricate

if

 

necessary.

 

 

 

 

 

 

engine oil

Check and/or top-up as required.

Wheels/ tyres

Check that tyres are in good

 

conditions.

Check

inflation

 

pressure, tyre wear and potential

 

damage.

 

 

 

 

 

 

Remove

any

possible

strange

 

body that might be stuck in the

 

tread design.

 

 

 

 

 

 

 

Brake levers

Check they function smoothly.

 

 

Lubricate the joints and adjust the

 

travel if necessary.

 

 

 

 

 

Clutch lever

Check correct operation and empty

 

travel. Check the condition of the

 

cable on the handlebar and on the

 

engine.

The

cable must

be

 

replaced if it shows any signs of

VOORAFGAANDE CONTROLES

Voorste en achterste schijfrem

Controleer de werking, de loze slag

 

van de commandohendels, het peil

 

van de vloeistof en eventuele

 

lekken. Controleer de slijtage van

 

de remblokken. Indien nodig vult

 

men remvloeistof bij.

 

 

Gashendel

Controleer of hij zacht werkt en of

 

men hem volledig kan openen en

 

sluiten, in alle posities van het

 

stuur. Registreer en/of smeer

 

indien nodig.

 

 

Motorolie

Controleer en/of vul bij indien

 

nodig.

Wielen/banden

Controleer de conditie van de

 

rijvlakken van de banden, de

 

spanning, de slijtage en eventuele

 

schade.

 

Verwijder eventueel aanwezige

 

vreemde voorwerpen uit het profiel

 

van het rijvlak.

 

 

Remhendels

Controleer of ze zacht werken.

 

Smeer de bewegingsplaatsen en

 

regel de slag indien nodig.

 

 

Koppelingshendel

Controleer de correcte werking en

 

de lege slag. Controleer de staat

 

van de kabel op het stuur en op de

Gebruik 3 / Use 3

63

3 Use / 3 Gebruik

 

fraying. Lubricate the

joints if

 

necessary.

 

 

 

Steering

Check that rotation is free and

 

smooth to the end of the stroke on

 

both sides, with no play or slack.

 

 

Side stand

Check that it slides smoothly and

 

that it snaps back to its rest position

 

upon spring tension.

Lubricate

 

couplings and joints if necessary.

 

Check that the side stand safety

 

switch operates correctly.

 

 

Clamping elements

Check that the clamping elements

 

are not loose.

 

 

Adjust or tighten them as required.

 

 

Fuel tank

Check the coolant level and refill if

 

necessary.

 

 

Check the circuit for leaks or

 

obstructions.

 

 

Check that the tank cap closes

 

correctly.

 

 

 

 

Engine stop switch (ON - OFF)

Check function.

 

 

 

Lights, warning lights, horn, rear

Check function of horn and lights.

stop light switch and electrical

Replace bulbs or repair any faults

devices

noted.

 

 

 

 

 

motor. Vervang de kabel als hij

 

beschadigd is. Smeer indien nodig

 

de bewegingsplaatsen.

 

 

 

 

Stuur

Controleer of de rotatie vrij is tot

 

aan de eindslag op beide kanten,

 

homogeen en vloeiend is, en of

 

geen spelingen

of

lossingen

 

aanwezig zijn.

 

 

 

 

 

Laterale standaard

Controleer of hij goed schuift, en of

 

de spanning van de veren hem in

 

de normale positie terugbrengt.

 

Smeer

indien

nodig

de

 

koppelingen

en

 

de

 

bewegingsplaatsen.

 

 

 

 

Controleer de correcte werking van

 

de veiligheidsschakelaar van

de

 

laterale standaard.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bevestigingselementen

Controleer

 

of

 

de

 

bevestigingselementen niet gelost

 

zijn.

 

 

 

 

 

Stel ze af of sluit ze eventueel.

 

 

 

Brandstoftank

Controleer het peil, en tank indien

 

nodig.

 

 

 

 

 

Controleer

eventuele

lekken

of

 

afsluitingen van het circuit.

 

 

Controleer de correcte sluiting van

 

de brandstofdop.

 

 

 

 

 

 

Schakelaar voor het stilleggen van

Controleer de correcte werking.

 

de motor (ON - OFF)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

64

Lichten, controlelampen,

Controleer de correcte werking van

akoestische melder, schakelaars

de akoestische

en visuele

van het achterste stoplicht en

mechanismen.

Vervang

de

elektrische mechanismen

lampjes of grijp in bij defecten.

 

 

 

 

 

 

Refuelling (03_02)

 

 

To refuel:

 

Lift the cover (1).

 

Introduce the key (2) in the fuel

 

tank cap lock (3).

 

Turn the key clockwise, pull and

 

open the fuel tank lid.

 

Characteristic

03_02

Fuel capacity (reserve included)

 

 

17 l (3.74 UK gal)

 

Fuel tank reserve

 

3.6 l (0.79 UK gal)

Refuel.

CAUTION

Tanken (03_02)

Voor het tanken handelt men als volgt:

Hef het dekseltje (1) op.

Plaats de sleutel (2) in het slot van de brandstofdop (3).

Draai de sleutel in wijzerszin, trek aan het brandstofdeurtje, en open het.

Technische kenmerken

Brandstoftank (inclusief de reserve)

17 l (3.74 UK gal)

Reserve van de brandstoftank

3,6 l (0.79 UK gal)

Voer het tanken uit.

LET OP

DO NOT ADD ADDITIVES OR ANY

VOEG GEEN ADDITIEVEN OF ANDE-

OTHER SUBSTANCES TO THE FUEL.

RE STOFFEN AAN DE BRANDSTOF

 

TOE.

Gebruik 3 / Use 3

65

WHEN USING A FUNNEL OR ANY OTHER ELEMENT, MAKE SURE IT IS PERFECTLY CLEAN.

DO NOT FILL THE TANK UP TO THE RIM; FUEL MAXIMUM LEVEL MUST ALWAYS BE BELOW THE LOWER EDGE OF THE FILLER NECK (SEE FIGURE).

after refuelling:

The fuel cap may only be refitted with the key (2) inserted.

Once the key (2) is inserted, press the cap to close it again.

Remove the key (2).

Close the cover (1).

WANNEER EEN TRECHTER OF IETS ANDERS WORDT GEBRUIKT, MOET DEZE PERFECT SCHOON WORDEN.

VUL DE TANK NIET VOLLEDIG; HET MAXIMUM BRANDSTOFPEIL MOET ONDER DE ONDERSTE RAND VAN DE BUISVERBINDING BLIJVEN (RAADPLEEG DE FIGUUR).

nadat men heeft getankt:

De dop kan alleen gesloten worden wanneer de sleutel (2) ingebracht is.

Sluit de dop weer door er op te drukken, wanneer de sleutel (2) aanwezig is.

Verwijder de sleutel (2).

H et dekseltje (1) weer sluiten.

MAKE SURE THE CAP IS TIGHTLY

CLOSED.

CONTROLEER OF DE DOP CORRECT

GESLOTEN IS.

3 Use / 3 Gebruik

66

Rear shock absorbers adjustment (03_03)

The rear suspension consists of a springshock absorber unit linked to the frame via uniball joints and to the swingarm via a linkage system.

To adjust the rear shock absorbers, the following adjustments can be performed: Rebound damping, adjusting with the knurled hand grip (1); compression damping by adjusting the thumbscrew with the knob (2); Spring preload by adjusting the ring nut (3) blocked in its seat by the lock ring nut (4).

NOTE

THE VEHICLE HAS A HEIGHT ADJUSTABLE SUSPENSION. FOR USE ON THE TRACK PLEASE OBSERVE

03_03 THE VALUES RECOMMENDED FOR

USE ON THE ROAD.

CAUTION

CARRY OUT MAINTENANCE OPERATIONS AT HALF THE INTERVALS SHOWN IF THE VEHICLE IS USED IN WET OR DUSTY AREAS, OFF ROAD OR FOR SPORTING APPLICATIONS.

REAR SHOCK ABSORBER STANDARD SETTING IS ADJUSTED TO MEET SPORTING RIDING.

HOWEVER, THIS SET CAN BE ADJUSTED TO SPECIFIC NEEDS ACCORDING TO VEHICLE USE.

Regulering achterdempers (03_03)

De achterste ophanging bestaat uit een groep veerschokdemper, die verbonden is door middel van een uni-ball aan het frame en door middel van hefsystemen aan de achtervork.

Voor de regeling van de achterste schokdempers kan het volgende uitgevoerd worden: Rem in extensie met behulp van de regeling van de gekartelde knop (1); rem in compressie met behulp van de regeling van de gekartelde bout met knop (2); Voorbelasting van de veer met behulp van de regeling van de moer (3) die in de zit geblokkeerd wordt door middel van de moerblokkering (4).

N.B.

HET VOERTUIG IS UITGERUST MET EEN OPHANGING DIE REGELBAAR IS IN DE HOOGTE. VOOR GEBRUIK OP HET CIRCUIT MOETEN DE WAARDEN GERESPECTEERD WORDEN DIE AANBEVOLEN WORDEN VOOR GEBRUIK OP DE OPENBARE WEG.

LET OP

WANNEER HET VOERTUIG WORDT GEBRUIKT IN REGENACHTIGE OF STOFFIGE ZONES, OP SLECHTE WEGEN, OF WANNEER MEN SPORTIEF RIJDT, MOETEN DE ONDERHOUDSHANDELINGEN AAN DE HELFT VAN HET AANGEDUIDE TIJDSINTERVAL UITGEVOERD WORDEN.

Gebruik 3 / Use 3

67

3 Use / 3 Gebruik

RACING TRACK SETTINGS MUST BE DONE ONLY FOR OFFICIAL COMPETITIONS OR SPORTS EVENTS WHICH ARE, IN ALL CASES, AWAY FROM NORMAL ROAD TRAFFIC AND WITH THE AUTHORISATION OF THE RELEVANT AUTHORITIES.

IT IS STRICTLY FORBIDDEN TO RIDE A VEHICLE SET FOR RACING ON ROADS AND MOTORWAYS.

TO COUNT THE NUMBER OF RELEASES AND/OR REVOLUTIONS OF ADJUSTMENT SETTINGS (1 - 2) ALWAYS START FROM THE MOST RIGID SETTING (WHOLE CLOCKWISE ROTATION OF THE SETTING).

DO NOT FORCE THE SET SCREWS (1 - 2) TO TURN BEYOND THE END OF THE STROKE ON BOTH SIDES SO AS NOT DAMAGE THEM.

DE STANDAARDINSTELLING VAN DE ACHTERSTE SCHOKDEMPER IS ZODANIG GEREGELD OM HET SPORTIEF RIJDEN TE BEVREDIGEN.

HET IS ALLESZINS MOGELIJK OM EEN AANGEPASTE REGELING UIT TE VOEREN NAARGELANG HET GEBRUIK VAN HET VOERTUIG.

DE REGELINGEN VOOR GEBRUIK OP CIRCUIT MOGEN UITSLUITEND UITGEVOERD WORDEN VOOR GEORGANISEERDE WEDSTRIJDEN OF SPORTIEVE EVENEMENTEN, DIE ALLESZINS IN EEN GESLOTEN CIRCUIT MOETEN GEREDEN WORDEN, NIET IN HET VERKEER, EN MET TOESTEMMING VAN DE RECHTSBEVOEGDE AUTORITEITEN.

HET IS TEN STRENGSTE VERBODEN OM REGELINGEN VOOR SPORTIEF GEBRUIK UIT TE VOEREN, EN OM MET HET VOERTUIG VOORZIEN VAN DEZE INRICHTING TE RIJDEN OP WEGEN EN AUTOSTRADES.

VOOR HET TELLEN VAN HET AANTAL KLIKKEN EN/OF DRAAIEN VAN HET REGELREGISTER (1 - 2), VERTREKT MEN STEEDS VAN DE HARD-

68

STE INSTELLING (VOLLEDIGE ROTATIE VAN HET REGISTER IN WIJZERZIN).

FORCEER DE ROTATIE VAN HET REGELREGISTER NIET (1 - 2), NAAST DE EINDELOOP IN TWEE RICHTINGEN, VOOR HET VERMIJDEN VAN MOGELIJKE BESCHADIGINGEN.

Using the specific spanner, unscrew the locking ring nut (4).

Operate on the adjusting ring nut (3) to adjust the spring preloading (B).

Once the adjustment is done, screw the ring nut (4).

Turn the (1) screw to adjust the shock absorber hydraulic rebound damping.

Turn the knob (2) to adjust the shock absorber hydraulic compression damping.

To change the vehicle setting:

Loosen the lock nut (5) slightly.

Turn the adjuster screw (6) to adjust the shock absorber centre to centre distance (A).

After adjusting, tighten the lock nut (5).

SET SPRING PRELOADING AND SHOCK ABSORBER REBOUND

Gebruik de speciale sleutel, en draai gematigd de blokkeermoer (4) los.

Handel op de regelmoer (3) om de voorbelasting van de veer (B) te regelen.

Na de blokkering moet de moer

(4) gesloten worden.

Handel op de bout (1) voor het regelen van de hydraulische remming in extensie van de schokdemper.

Druk op de knop (2) voor het regelen van de hydraulische remming in compressie.

Om de inrichting van het voertuig te veranderen:

De tegenmoer (5) een beetje losdraaien.

Met het register (6) de hartafstand van de schokdemper (A) regelen.

Na regeling de tegenmoer (5) vastdraaien.

Gebruik 3 / Use 3

69

3 Use / 3 Gebruik

DAMPING ACCORDING TO THE VEHICLE USE CONDITIONS.

IF THE SPRING PRELOADING IS INCREASED, IT IS NECESSARY TO INCREASE THE REBOUND DAMPING ACCORDINGLY TO AVOID SUDDEN JERKS WHEN RIDING.

CAUTION

ALWAYS OBSERVE THE RECOMMENDED ADJUSTMENT RANGE.

TO AVOID COMPROMISING SHOCK ABSORBER OPERATION, DO NOT LOOSEN SCREW (7) AND DO NOT TAMPER WITH THE SEAL UNDERNEATH, AS NITROGEN MAY COME OUT RESULTING IN RISK OF ACCIDENTS.

CAUTION

FOR THE CORRECT SETTING PARAMETERS, READ THE PARAGRAPH "SETTING THE REAR SHOCK ABSORBER" CAREFULLY.

Take your vehicle to an official aprilia dealer, if necessary.

TRY RIDING THE VEHICLE ON THE STREET UNTIL THE OPTIMUM ADJUSTMENT IS OBTAINED.

REGISTREER DE VOORBELASTING VAN DE VEER EN DE HYDRAULISCHE REMMING IN EXTENSIE VAN DE SCHOKDEMPER, OP BASIS VAN DE GEBRUIKSCONDITIES VAN HET VOERTUIG.

WANNEER MEN DE VOORBELASTING VAN DE VEER VERHOOGT, MOET MEN OOK DE HYDRAULISCHE REMMING IN EXTENSIE VAN DE SCHOKDEMPER VERHOGEN, VOOR HET VERMIJDEN VAN PLOTSELINGE STUITERINGEN TIJDENS HET RIJDEN.

LET OP

RESPECTEER STEEDS HET AANBEVOLEN REGELINGSVELD.

OM DE WERKING VAN DE SCHOKDEMPER NIET TE SCHADEN, MAG DE BOUT (7) NIET GELOST WORDEN EN MAG MEN NIET HANDELEN OP HET ONDERSTAANDE MEMBRAAN, ANDERS ZAL ER STIKSTOF UITSTROMEN, EN IS ER GEVAAR OP ONGEVALLEN.

70

LET OP

VOOR DE INSTELLINGSPARAME-

TERS, AANDACHTIG DE PARA-

GRAAF "INSTELLING ACHTERSTE

SCHOKDEMPERS" DOORLEZEN.

Indien nodig wendt men zich tot een

Officiële aprilia Dealer.

PROBEER HET VOERTUIG HER-

HAALDELIJK UIT OP DE WEG, TOT

MEN DE OPTIMALE REGELING VER-

KRIJGT.

Rear shock absorbers setting

Instelling achterste

(03_04)

schokdempers (03_04)

SPORT SETTINGS MAY BE USED ON-

DE REGELINGEN VOOR SPORTIEF

LY FOR OFFICIAL COMPETITIONS TO

GEBRUIK MOGEN UITSLUITEND UIT-

BE CARRIED OUT ON TRACKS,

GEVOERD WORDEN VOOR GEORGA-

AWAY FROM NORMAL ROAD TRAF-

NISEERDE WEDSTRIJDEN OF SPOR-

FIC AND WITH THE AUTHORISATION

TIEVE EVENEMENTEN, DIE ALLES-

OF THE RELEVANT AUTHORITIES.

ZINS IN EEN GESLOTEN CIRCUIT

IT IS STRICTLY FORBIDDEN TO RIDE

MOETEN GEREDEN WORDEN, NIET

IN HET VERKEER, EN MET TOESTEM-

A VEHICLE SET FOR RACING ON

MING VAN DE RECHTSBEVOEGDE

ROADS AND MOTORWAYS.

AUTORITEITEN.

 

 

HET IS TEN STRENGSTE VERBODEN

 

OM REGELINGEN VOOR SPORTIEF

 

GEBRUIK UIT TE VOEREN, EN OM

03_04

MET HET VOERTUIG VOORZIEN VAN

 

Gebruik 3 / Use 3

71

DEZE INRICHTING TE RIJDEN OP WEGEN EN AUTOSTRADES.

REAR SHOCK ABSORBER - STANDARD ADJUSTMENT

(FOR USE ON ROAD)

Shock absorber wheelbase (A)

310 +/- 1.5 mm (12.20 +/- 0.59 in)

 

 

(preloaded) Spring (B) length

148.5 +/- 1.5 mm (5.85 +/- 0.059 in)

 

 

Rebound adjustment, ring nut (1)

open (**) 20 +/- 2 clicks from fully

 

closed (*)

 

 

Compression adjustment, knob (2)

open (**) 12 +/- 2 clicks from fully

 

closed (*)

 

 

ACHTERSTE SCHOKDEMPER - STANDAARD REGELING

(VOOR GEBRUIK OP DE OPENBARE WEG)

Hartafstand van de schokdemper

310 +/- 1,5 mm (12.20 +/- 0.59 in)

(A)

 

 

 

 

Lengte van de veer (voorbelast)

148,5 +/- 1,5 mm (5.85 +/- 0.059 in)

(B)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Regeling in extensie, moer (1)

vanaf

helemaal

gesloten

(*),

 

openen (**) 20 +/- 2 klikken

 

 

 

 

 

 

Regeling in compressie, bout (2)

vanaf

helemaal

gesloten

(*),

 

openen (**) 12 +/- 2 klikken

 

 

 

 

 

 

3 Use / 3 Gebruik

REAR SHOCK ABSORBER - RACING ADJUSTMENT RANGE

(ONLY ON THE RACING TRACK)

Shock absorber wheelbase (A)

313 +/- 1.5 mm (12.33 +/- 0.06 in)

 

 

(preloaded) Spring (B) length

145,5 mm +/- 1,5 mm (5,73 +/- 0,59

 

in)

 

 

Rebound adjustment, ring nut (1)

open (**) 16 - 18 clicks from fully

 

closed (*)

 

 

ACHTERSTE SCHOKDEMPER - RANGE REGELING

RACING (ENKEL GEBRUIK OP CIRCUIT)

Hartafstand van de schokdemper

313 +/- 1,5 mm (12.33 +/- 0.06 in)

(A)

 

Lengte van de veer (voorbelast)

145,5 mm +/- 1,5 mm (5,73 +/- 0,59

(B)

in)

 

 

Regeling in extensie, moer (1)

vanaf helemaal gesloten (*),

 

openen (**) 16 - 18 klikken

 

 

72

Compression adjustment, knob (2) open (**) 8 - 10 clicks from fully Regeling in compressie, bout (2) vanaf helemaal gesloten (*),

closed (*)

openen (**) 8 - 10 klikken

 

 

 

(*) = clockwise

(*) = wijzerszin

(**) = anticlockwise

(**) = tegenwijzerszin

Front fork adjustment (03_05) Regulering voorvorken (03_05)

Operating the front brake lever,

 

 

press the handlebar repeatedly

Met de hendel van de voorrem

 

 

to send the fork fully down. The

geactiveerd, drukt men herhaal-

 

 

stroke should be soft and there

delijk op het stuur, door de vork

 

 

should be no oil marks on the

te laten zakken. De loop moet

 

 

stems.

zacht zijn, en er mogen geen

 

 

Check the tightening of all the

oliesporen op de stangen zijn.

 

 

elements and the correct oper-

Controleer de sluiting van alle

03_05

 

ation of the front and rear sus-

onderdelen en de werking van

 

pension joints.

alle bewegingsplaatsen van de

 

 

 

 

 

 

voorste en achterste ophanging.

 

 

CAUTION

 

 

 

 

 

 

 

PLEASE CONTACT AN Official aprilia

LET OP

 

 

VOOR DE VERVANGING VAN DE OLIE

 

 

Dealer TO HAVE THE FRONT FORK

 

 

OIL CHANGED AND ITS OIL SEALS

VAN DE VOORVORK EN DE OLIE-

 

 

REPLACED.

KEERRINGEN, WENDT MEN ZICH TOT

 

 

 

 

EEN Officiële aprilia Dealer

 

 

The front suspension consists of a hy-

De voorste ophanging bestaat uit een hy-

 

 

draulic fork connected to the headstock

draulische vork, verbonden door middel

 

 

by means of two plates.

van twee platen aan de stuurinrichtings-

 

 

 

 

kop

Gebruik 3 / Use 3

73

3 Use / 3 Gebruik

To adjust the vehicle setting, each fork stem is fitted with a top screw (1) to adjust rebound damping, a bottom screw (2) to adjust compression damping and a top nut (3) to adjust spring preload.

TO PREVENT DAMAGE, DO NOT FORCE THE ADJUSTER (1-2) ROTATION BEYOND THE RESPECTIVE END OF TRAVEL IN EITHER DIRECTION. SET BOTH STEMS WITH THE SAME SPRING PRELOAD AND DAMPING TOLERANCES: RIDING THE VEHICLE WITH A DIFFERENT ADJUSTMENT FOR THE TWO STEMS REDUCES ITS STABILITY. IF YOU INCREASE SPRING PRELOAD, YOU ALSO NEED TO INCREASE REBOUND DAMPING TO PREVENT SUDDEN JERKS WHILE RIDING.

Voor de instelling van de inrichting van het voertuig is elke stang voorzien van een bout bovenaan (1) voor de regeling van de hydraulische remming in extensie, van een bout onderaan (2) voor de regeling van de hydraulische remming in compressie en van een moer bovenaan

(3) voor de regeling van de voorbelasting van de veer.

FORCEER DE ROTATIE VAN HET REGELREGISTER (1-2) NIET VERDER DAN DE EINDSLAG IN DE TWEE RICHTINGEN, OM MOGELIJKE BESCHADIGINGEN TE VERMIJDEN. STEL BEIDE STANGEN IN MET DEZELFDE IJKING VAN DE VOORBELASTING VAN DE VEER EN DE HYDRAULISCHE REMMING: WANNEER MEN MET HET VOERTUIG RIJDT MET EEN VERSCHILLENDE INSTELLING VAN DE STANGEN, VERMINDERT DIT DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG. WANNEER MEN DE VOORBELASTING VAN DE VEER VERHOOGT, MOET MEN OOK DE HYDRAULISCHE REMMING IN EXTENSIE VERHOGEN, OM PLOTSELINGE STUITERINGEN TIJDENS HET RIJDEN TE VERMIJDEN.

Standard front fork setting is adjusted to

De standaardinstelling van de voorvork is

suit most high and low speed riding con-

zodanig geregeld om te voldoen aan de

 

meeste rijcondities aan lage snelheid, en

74

ditions, whether the vehicle is partially or fully loaded.

However, the setting can be modified for specific needs according to vehicle use.

met weinig én met volle lading van het voertuig.

Het is alleszins mogelijk om een aangepaste regeling uit te voeren in functie van het gebruik van het voertuig.

RACING TRACK SETTINGS MUST BE DONE ONLY FOR OFFICIAL COMPETITIONS OR SPORTS EVENTS WHICH ARE, IN ALL CASES, AWAY FROM NORMAL ROAD TRAFFIC AND WITH THE AUTHORISATION OF THE RELEVANT AUTHORITIES.

IT IS STRICTLY FORBIDDEN TO RIDE A VEHICLE SET FOR RACING ON ROADS AND MOTORWAYS.

CAUTION

FOR THE CORRECT SETTING PARAMETERS, READ THE PARAGRAPH "SETTING THE FRONT FORK" CAREFULLY.

Take your vehicle to an official aprilia dealer, if necessary.

DE REGELINGEN VOOR GEBRUIK OP CIRCUIT MOGEN UITSLUITEND UITGEVOERD WORDEN VOOR GEORGANISEERDE WEDSTRIJDEN OF SPORTIEVE EVENEMENTEN, DIE ALLESZINS IN EEN GESLOTEN CIRCUIT MOETEN GEREDEN WORDEN, NIET IN HET VERKEER, EN MET TOESTEMMING VAN DE RECHTSBEVOEGDE AUTORITEITEN.

HET IS TEN STRENGSTE VERBODEN OM REGELINGEN VOOR SPORTIEF GEBRUIK UIT TE VOEREN, EN OM MET HET VOERTUIG VOORZIEN VAN DEZE INRICHTING TE RIJDEN OP WEGEN EN AUTOSTRADES.

LET OP

VOOR DE INSTELLINGSPARAMETERS, AANDACHTIG DE PARAGRAAF "INSTELLING VOORVORK" DOORLEZEN.

Indien nodig wendt men zich tot een Officiële aprilia Dealer.

Gebruik 3 / Use 3

75

Front fork setting (03_06, 03_07)

TO COUNT THE CLICKS AND/OR TURNS OF SET SCREWS (1 - 2 - 3) ALWAYS START FROM THE MOST RIGID SETTING (SET SCREW FULLY

03_06 CLOCKWISE).

Instelling voorvork (03_06, 03_07)

VOOR HET TELLEN VAN HET AANTAL KLIKKEN EN/OF DRAAIEN VAN HET REGELREGISTER (1 - 2 - 3), VERTREKT MEN STEEDS VAN DE HARDSTE INSTELLING (VOLLEDIGE ROTATIE VAN HET REGISTER IN WIJZERSZIN).

3 Use / 3 Gebruik

FRONT FORK - STANDARD ADJUSTMENT (FOR USE ON

ROAD)

Rebound damping adjustment,

Unscrew (**) 12 clicks from fully

screw (1)

closed (*)

Compression damping

Unscrew (**) from fully closed (*)

adjustment, screw (2)

12 clicks

 

 

Spring preloading, nut (3)

screw (*) 8 turns from fully open (**)

Stems (A) (***) protrusion from top

2 notches / 8 mm (2 notches / 0.31

plate (excluding cover)

in)

 

 

VOORVORK - STANDAARD REGELING (VOOR GEBRUIK OP

DE OPENBARE WEG)

Hydraulische regeling in extensie,

vanaf alles gesloten (*), losdraaien

bout (1)

(**) 12 klikken

Hydraulische regeling in

vanaf alles gesloten (*), losdraaien

compressie, bout (2)

(**) 12 klikken

 

 

Voorbelasting van de veer, moer

vanaf alles open (*), vastdraaien

(3)

(**) voor 8 draaien

Uitsteking van de stangen (A) (***)

2 strepen / 8 mm (2 strepen / 0.31

vanaf de bovenste plaat (exclusief

in)

de dop)

 

 

 

76

FRONT FORK - RACING ADJUSTMENT RANGE (ONLY TRACK

USE)

Rebound damping adjustment,

Unscrew (**) 8 - 10 clicks from fully

screw (1)

closed (*)

Compression damping

Unscrew (**) 6 - 8 clicks from fully

adjustment, screw (2)

closed (*)

 

 

Spring preloading, nut (3)

Screw (*) 7 - 8 turns from fully open

 

(**)

 

 

VOORVORK - RANGE REGELING RACING (ENKEL GEBRUIK OP

CIRCUIT)

Hydraulische regeling in extensie,

Vanaf helemaal gesloten (*),

bout (1)

losdraaien (**) 8 - 10 klikken

Hydraulische regeling in

Vanaf helemaal gesloten (*),

compressie, bout (2)

losdraaien (**) 6 - 8 klikken

 

 

Voorbelasting van de veer, moer

Vanaf helemaal open (*),

(3)

vastdraaien (**) voor 7 - 8 draaien

 

 

Stems (A) (***) protrusion from top

2 notches / 8 mm (2 notches / 0.31

 

Uitsteking van de stangen (A) (***)

2 strepen / 8 mm (2 strepen / 0.31

plate (excluding cover)

in) - 3 notches / 12 mm (3 notches /

 

vanaf de bovenste plaat (exclusief

in) - 3 strepen / 12 mm (3 strepen /

 

0.47 in)

 

de dop)

0.47 in)

 

 

 

 

 

(*) - Clockwise

(**) - Anticlockwise

(***) - this type of adjustment may only be made by an official aprilia Dealership.

(*) - Met de klok mee

(**) - Tegen de klok in

(***) = voor dit type regeling uitsluitend contact opnemen met een Officiële aprilia Dealer.

03_07

Gebruik 3 / Use 3

77

3 Use / 3 Gebruik

Steering shock absorber adjustment (03_08)

The steering damper may be adjusted by turning the knob (1).

Turn the knob (1) clockwise to stiffen the steering.

Turn the knob anticlockwise to loosen the steering.

03_08

SPORT SETTINGS MAY BE USED ONLY FOR OFFICIAL COMPETITIONS TO BE CARRIED OUT ON TRACKS, AWAY FROM NORMAL ROAD TRAFFIC AND WITH THE AUTHORISATION OF THE RELEVANT AUTHORITIES.

IT IS STRICTLY FORBIDDEN TO RIDE A VEHICLE SET FOR RACING ON ROADS AND MOTORWAYS.

ADJUST ONLY WHEN THE VEHICLE IS STANDING STILL. AFTER HAVING CHANGED THE SETTINGS, ALWAYS CHECK THAT THE STEERING IS FREE IN BOTH DIRECTIONS.

Regeling stuurdemper (03_08)

De stuurdemper kan geregeld worden door aan de knop (1) te draaien.

Door met de klok mee aan de knop (1) te draaien, wordt het stuur stijver.

Door de knop tegen de klok in te draaien, wordt het stuur soepeler.

DE REGELINGEN VOOR SPORTIEF GEBRUIK MOGEN UITSLUITEND UITGEVOERD WORDEN VOOR GEORGANISEERDE WEDSTRIJDEN OF SPORTIEVE EVENEMENTEN, DIE ALLESZINS IN EEN GESLOTEN CIRCUIT MOETEN GEREDEN WORDEN, NIET IN HET VERKEER, EN MET TOESTEMMING VAN DE RECHTSBEVOEGDE AUTORITEITEN.

HET IS TEN STRENGSTE VERBODEN OM REGELINGEN VOOR SPORTIEF GEBRUIK UIT TE VOEREN, EN OM MET HET VOERTUIG VOORZIEN VAN DEZE INRICHTING TE RIJDEN OP WEGEN EN AUTOSTRADES.

VOER DE REGELINGEN ENKEL UIT WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT. NADAT DE REGELINGEN GEWIJZIGD WERDEN, MOET STEEDS GECONTROLEERD WORDEN OF HET

78

STEERING DAMPER - STANDARD SETTING (FOR ROAD USE)

Hydraulic setting

From all open (**) tighten (*) 5 - 8

 

clicks

 

 

STEERING DAMPERRACING SETTING RANGE (FOR TRACK

ONLY)

STUUR VRIJ IS IN BEIDE ROTATIE-

ZINNEN.

SCHOKDEMPER STUUR - STANDAARD REGELING (VOOR

GEBRUIK OP DE WEG)

Hydraulische regeling

Vanaf helemaal open (**),

 

vastdraaien (**) voor 5 - 8 klikken

 

 

SCHOKDEMPER STUUR - RANGE REGELING RACING

(ENKEL GEBRUIK OP CIRCUIT)

Hydraulic setting

From all open (**) tighten (*) 10 - 13

 

Hydraulische regeling

Vanaf helemaal open (**),

 

clicks

 

 

vastdraaien (**) voor 10 - 13

 

 

 

 

klikken

 

 

 

 

 

(*) = clockwise

 

(*) = wijzerszin

 

(**) = anticlockwise

(**) = tegenwijzerszin

Gebruik 3 / Use 3

79

3 Use / 3 Gebruik

 

Justering af greb til forbremse

Regulering voorremhendel

 

 

(03_09)

(03_09)

 

The distance between the end of the lev-

Het is mogelijk om de afstand te regelen

 

er (1) and the hand grip (2) may be ad-

tussen het uiteinde van de hendel (1) en

 

justed with the set screw (3).

het handvat (2), door aan het register (3)

 

Push the control lever (1) for-

te draaien.

 

Duw de commandohendel (1)

 

ward and turn the set screw (3)

 

until the lever (1) is at the de-

vooruit en draai aan het register

03_09

sired distance.

(3) tot de hendel (1) op de ge-

Turn the adjuster screw anti-

wenste afstand wordt geplaatst.

 

clockwise to bring the lever (1)

Door het register tegen de klok

 

closer to the hand grip (2).

in te draaien, komt de hendel (1)

 

 

dichter bij het handvat (2).

 

Clutch lever adjustment

 

 

(03_10)

 

The clutch lever free play (1) may be ad-

 

justed with the adjuster screw (3).

 

Turn the adjuster screw (3) for-

 

ward to increase clutch lever

 

free play (1) and check lever

 

function while using the hand

03_10

grip (2) as you would when rid-

ing the vehicle.

 

Check that play is between 1

 

and 3 mm (0.039 e 0.12 in).

Regulering schakelhendel (03_10)

De speling van de hendel van de koppeling (1) kan middels het register (3) afgesteld worden.

Het register (3) in de bewegingsrichting draaien om de speling van de hendel (1) te vergroten, en de werking op het rijden controleren door het handvat (2) te gebruiken zoals in rijstand.

Controleer of de speling zich tussen 1 en 3 mm (0.039 en 0.12 in) bevindt.

80

Running in

Inrijden

Running the engine in correctly is essential for ensuring engine longevity and functionality. Twisty roads and gradients are ideal for running in the engine, brakes and suspension effectively. Vary your riding speed during the running in period. This ensures that components operate in

"loaded" conditions and then "unloaded" conditions, allowing the engine components to cool.

CAUTION

THE FULL PERFORMANCE OF THE VEHICLE IS ONLY AVAILABLE AFTER THE SERVICE AT THE END OF THE RUNNING IN PERIOD.

De proefperiode van de motor is fundamenteel voor het garanderen van de duur en de correcte werking. Rij indien mogelijk op wegen met veel bochten en/of hellingen, waar de motor, de ophangingen en de remmen worden onderworpen aan een meer efficiëntere proefperiode. Wijzig de rijsnelheid tijdens de proefperiode. Op deze manier kan men het werk van de onderdelen "belasten" en vervolgens "ontlasten", door de delen van de motor af te koelen.

LET OP

ENKEL NADAT MEN DE SERVICEBEURT NA DE PROEFPERIODE HEEFT UITGEVOERD, VERKRIJGT MEN DE BESTE PRESTATIES VAN HET VOERTUIG.

Follow the guidelines detailed below:

Do not fully open the throttle grip abruptly at low engine speeds, either during or after the running in period.

During the first 100 Km (62 miles) use the brakes gently, avoiding sudden or prolonged braking. This allows the brake pad friction material to bed in correctly with the brake discs.

Preferably do not exceed 7500 rpm during the first 1000 km

Men moet zich houden aan de volgende indicaties:

Versnel niet bruusk en volledig wanneer de motor aan een laag regime werkt, tijdens en na de proefperiode.

Tijdens de eerste 100 km (62 mijl) handelt men voorzichtig op de remmen, en vermijdt men om bruusk en lang te remmen. Dit om een correcte stabilisatie van het wrijvingsmateriaal van de pastilles op de remschijven te verkrijgen.

Gebruik 3 / Use 3

81

3 Use / 3 Gebruik

(621 mi) and 9500 rpm from

1000 to 2000 km (1243 mi).

AFTER THE SPECIFIED MILEAGE, TAKE YOUR VEHICLE TO AN Official aprilia Dealer FOR THE CHECKS INDICATED IN THE "SCHEDULED MAINTENANCE" TABLE IN THE SCHEDULED MAINTENANCE SECTION TO AVOID INJURY TO YOURSELF OR OTHERS AND /OR DAMAGING THE VEHICLE.

Er wordt aanbevolen om tijdens de eerste 1000 km (621 mi) de 7500 toeren/min niet te overschrijden, en om tot 2000 km (1243 mi) de 9500 toeren/min niet te overschrijden.

BIJ DE VOORZIENE KILOMETERSTAND LAAT MEN BIJ EEN Officiële aprilia Dealer DE CONTROLES UITVOEREN DIE VOORZIEN ZIJN IN DE TABEL VAN HET "PERIODIEK ONDERHOUD" VAN HET DEEL GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD, OM LETSELS AAN ZICHZELF EN ANDEREN EN/OF SCHADE AAN HET VOERTUIG TE VOORKOMEN.

Starting up the engine (03_11,

Starten des motors (03_11,

03_12, 03_13, 03_14, 03_15)

03_12, 03_13, 03_14, 03_15)

This is a remarkably powerful vehicle. Learn to use the vehicle gradually and with the utmost caution.

Do not carry objects in the top fairing (between the handlebar and the instrument panel) so that handlebar can turn freely and the instrument panel is visible at all times.

Dit voertuig beschikt over een aanzienlijk vermogen en moet geleidelijk en zeer voorzichtig gebruikt worden.

Plaats geen voorwerpen in het kapje (tussen het stuur en het dashboard) zodat de rotatie van het stuur en het zicht op het dashboard niet gehinderd worden.

82

EXHAUST FUMES CONTAIN CARBON MONOXIDE, AN EXTREMELY HARMFUL SUBSTANCE IF INHALED.

NEVER START THE ENGINE IN A CLOSED OR INSUFFICIENTLY VENTILATED SPACE.

FAILURE TO OBSERVE THIS WARNING COULD LEAD TO UNCONSCIOUSNESS AND EVEN DEATH DUE TO SUFFOCATION.

CAUTION

WITH THE SIDE STAND LOWERED, THE ENGINE MAY ONLY BE STARTED WITH THE GEARBOX IN NEUTRAL. IF YOU ATTEMPT TO ENGAGE A A GEAR IN THIS CONDITION, </personname />THE ENGINE WILL STOP.

WITH THE SIDE STAND RETRACTED, THE ENGINE MAY BE STARTED WITH THE GEARBOX IN NEUTRAL OR WITH A GEAR ENGAGED AND THE CLUTCH LEVER</personname /> PRESSED.

DE UITLAATGASSEN BEVATTEN KOOLMONOXIDE, EEN UITERST SCHADELIJKE STOF WANNEER ZE WORDT INGEADEMD.

DE MOTOR NIET STARTEN IN AFGESLOTEN OF ONVOLDOENDE GEVENTILEERDE RUIMTEN.

WANNEER MEN DIT ADVIES NIET OPVOLGT, KAN MEN FLAUWVALLEN EN OOK STERVEN DOOR VERSTIKKING.

LET OP

MET DE LATERALE STANDAARD OMLAAG, KAN DE MOTOR ENKEL GESTART WORDEN WANNEER DE VERSNELLINGSBAK IN VRIJ STAAT, EN WANNEER MEN IN DIT GEVAL PROBEERT OM TE SCHAKELEN</personname />, WORDT DE MOTOR STILGELEGD.

MET DE LATERALE STANDAARD OMHOOG, IS HET MOGELIJK OM DE MOTOR TE STARTEN MET DE VERSNELLINGSBAK IN VRIJ OF WANNEER ER GESCHAKELD IS EN WANNEER DE KOPPELINGSHENDEL</ personname /> GEACTIVEERD IS.

Gebruik 3 / Use 3

83

3 Use / 3 Gebruik

03_11

03_12

03_13

Get onto the bike in riding position.

Make sure that the stand has been fully retracted.

Block at least one wheel by operating one brake lever.

Pull the clutch lever (8) completely and set the gearshift lever (9) to neutral (green "N" indicator light (10) lit).

Set the engine stop switch (2) to "RUN"

Turn the key (4) to ON.

Press the starter button (3) once only.

At this stage:

The multifunction display shows the ignition screen for 2 seconds.

On the instrument panel, all warning lights (5) and the backlighting come on for 2 seconds.

The rpm dial (6) sweeps to the end of the scale and returns to the minimum value after 3 seconds.

The current value is instantly indicated on the instrument panel during regular vehicle riding.

IF THE LOW FUEL WARNING LIGHT

(7) ON THE INSTRUMENT PANEL TURNS ON, REFUEL THE VEHICLE AT ONCE.

Ga op het voertuig zitten in de rijpositie.

Controleer of de standaard volledig ingeklapt is.

Blokkeer minstens een wiel, door een remhendel te activeren.

Activeer de koppelingshendel

(8)volledig en plaats de commandohendel van de versnellingsbak (9) in vrij (groene controlelamp "N" (10) aan).

Plaats de schakelaar voor het stilleggen van de motor (2) op RUN.

Draai de sleutel (4) in ON.

Druk één keer op de startknop

Op dit moment gebeurt het volgende:

Op het multifunctioneel display verschijnt het beeldscherm van de start voor 2 seconden.

Op het dashboard lichten alle controlelampen (5) en de retroverlichting op voor 2 seconden.

De wijzer van de toerenteller (6) gaat naar het schaalminimum, en na 3 seconden keert hij terug naar de minimum waarde.

Tijdens het normale gebruik van het voertuig wordt op de instrumenten de huidige waarde onmiddellijk getoond.

84

INTENSE USE/ON THE TRACK IN RESERVE CAN DAMAGE THE ENGINE.

THE OVERREVVING THRESHOLD IN 03_14 NEW VEHICLES IS SET TO 6000 RPM.

RAISE THE THRESHOLD GRADUALLY AS YOU BECOME FAMILIAR WITH THE VEHICLE AND RUNNING IN HAS BEEN COMPLETED.

85

WANNEER OP HET DASHBOARD DE CONTROLELAMP VAN DE BRANDSTOFRESERVE (7) OPLICHT, MOET MEN ONMIDDELLIJK BRANDSTOF TANKEN.

INTENS GEBRUIK / GEBRUIK OP HET CIRCUIT KAN SCHADE AAN DE MOTOR VEROORZAKEN.

OP EEN NIEUW VOERTUIG IS DE LIMIET VAN HET TE HOOG TOERENTAL INGESTELD OP 6000 TOEREN/MIN (RPM). OVERSCHRIJDT DE LIMIET GELEIDELIJK AAN WANNEER U MEER VERTROUWELIJKHEID KRIJGT MET HET VOERTUIG EN NADAT HET INGEREDEN IS.

Gebruik 3 / Use 3

3 Use / 3 Gebruik

 

AFTER A FEW SECONDS FROM THE

 

ENGINE START-UP, THE START-UP

 

BUTTON ASSUMES THE MAPPING

 

CHANGE FUNCTION.

03_15

IF THE ENGINE OIL PRESSURE ICON

 

IS DISPLAYED AND THE GENERAL WARNING LIGHT IS ON, THE OIL PRESSURE IN THE CIRCUIT IS TOO LOW.

DO NOT SET OFF SUDDENLY WHEN THE ENGINE IS COLD. RIDE AT LOW SPEED FOR SEVERAL KILOMETRES. THIS WILL ALLOW THE ENGINE TO WARM UP AND REDUCE POLLUTING EMISSIONS AND FUEL CONSUMPTION.

IF THE WORD "SERVICE" OR "URGENT SERVICE" IS SHOWN ON THE (MULTIFUNCTION) DISPLAY DURING

DE STARTKNOP NEEMT ENKELE SECONDEN NA DE START VAN DE MOTOR DE FUNCTIE VAN SELECTIEKNOP VAN DE LOKALISATIE AAN.

WANNEER OP HET DISPLAY DE ICOON VAN DE DRUK VAN DE MOTOROLIE EN DE ALGEMENE CONTROLELAMP WARNING VERSCHIJNEN, IS DE OLIEDRUK IN HET CIRCUIT ONVOLDOENDE.

VERTREK NIET BRUUSK WANNEER DE MOTOR KOUD STAAT. OM DE EMISSIE VAN VERVUILENDE STOFFEN IN DE LUCHT EN HET BRANDSTOFVERBRUIK TE BEPERKEN, RAADT MEN AAN OM DE MOTOR OP TE WARMEN, DOOR DE EERSTE KILOMETERS AF TE LEGGEN AAN EEN BEPERKTE SNELHEID.

WANNEER OP HET (MULTIFUNCTIONEEL) DISPLAY HET OPSCHRIFT "SERVICE" OF "URGENT SERVICE"

86

REGULAR ENGINE OPERATION, IT

VERSCHIJNT TIJDENS DE NORMALE

MEANS THERE IS A MALFUNCTION.

WERKING VAN DE MOTOR, WIL DIT

 

ZEGGEN DAT DE ELEKTRONISCHE

 

CENTRALE EEN ONREGELMATIG-

 

HEID HEEFT ONTDEKT.

Moving off / riding (03_16, 03_17, 03_18, 03_19)

CAUTION

WHEN TRAVELLING WITHOUT PASSENGERS, MAKE SURE THE PASSENGER FOOTRESTS ARE FOLDED UP.

CAUTION

PASSENGERS MUST BE SUITABLY INSTRUCTED ON HOW TO BEHAVE TO PREVENT DANGEROUS SITUATIONS WHEN RIDING.

BEFORE SETTING OFF, MAKE SURE THE STAND HAS BEEN COMPLETELY RETRACTED TO ITS POSITION.

Start / besturing (03_16, 03_17, 03_18, 03_19)

LET OP

WANNEER MEN ZONDER PASSAGIER REIST, CONTROLEERT MEN OF DE VOETENSTEUNEN VAN DE PASSAGIER GESLOTEN ZIJN.

LET OP

WANNEER MEN MET PASSAGIER RIJDT, GEEFT MEN INLICHTINGEN AAN DEZE PERSOON ZODAT DEZE GEEN MOEILIJKHEDEN VEROORZAAKT TIJDENS DE MANOEUVRES.

VÓÓR HET VERTREK CONTROLEERT MEN OF DE STANDAARD VOLLEDIG INGEKLAPT IS.

Gebruik 3 / Use 3

87

3 Use / 3 Gebruik

 

 

To set off:

 

 

Start the engine.

 

 

Adjust the rear-view mirror an-

 

 

gle correctly.

 

 

 

 

 

 

CAUTION

03_16

 

WITH THE VEHICLE AT A STAND-

 

 

STILL, PRACTICE USING THE REAR-

 

 

 

VIEW MIRRORS. THE MIRRORS ARE

 

 

CONVEX, SO OBJECTS MAY SEEM

 

 

FARTHER AWAY THAN THEY REAL-

 

 

LY ARE. THESE MIRRORS OFFER A

 

 

WIDE-ANGLE VIEW AND ONLY EXPE-

 

 

RIENCE HELPS YOU JUDGE THE DIS-

 

 

TANCE SEPARATING YOU AND THE

 

 

VEHICLE BEHIND.

Om te vertrekken:

Start de motor.

Regel de inclinatie van de achteruitkijkspiegeltjes op correcte wijze.

LET OP

WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT, PROBEERT MEN REEDS OM AAN DE ACHTERUITKIJKSPIEGELTJES GEWOON TE RAKEN. HET REFLECTERENDE OPPERVLAK IS ROND, DAAROM LIJKEN DE VOORWERPEN VERDER DAN DAT ZE WERKELIJK ZIJN. DEZE SPIEGELTJES BIEDEN EEN GROOTHOEKIG BEELD, EN ENKEL ERVARING MAAKT HET INSCHATTEN MOGELIJK VAN DE AFSTAND VAN DE VOERTUIGEN DIE VOLGEN.

 

 

With throttle grip (2) released

 

 

(Pos. A) and engine at idle, fully

 

 

operate the clutch lever (3).

 

 

Engage first gear by pushing the

 

 

gearshift lever (4) down.

 

 

Release the brake lever (press-

 

 

ed during start-up).

 

 

 

 

 

 

CAUTION

03_17

 

RELEASING THE CLUTCH LEVER

 

TOO SUDDENLY WHEN SETTING OFF

Met het gashandvat (2) losgelaten (Pos.A) en de motor aan het minimum toerental, moet de koppelingshendel (3) volledig geactiveerd worden.

Schakel in de eerste versnelling door de commandohendel van de versnellingsbak (4) naar beneden te duwen.

Laat de remhendel los (geactiveerd bij de start).

88

MAY STALL THE ENGINE AND LIFT THE FRONT WHEEL.

DO NOT SPEED UP SUDDENLY OR EXCESSIVELY WHEN RELEASING THE CLUTCH SO THAT THE CLUTCH DOES NOT "SLIP" (SLOW RELEASE) OR THE FRONT WHEEL "REARS UP" (QUICK RELEASE).

Slowly release the clutch lever

(3) and at the same time accelerate by slightly twisting the throttle grip (2) (Pos. B).

The vehicle starts moving forward.

For the first kilometres travelled, limit the speed in order to warm up the engine.

03_18 NOTE

THE VEHICLE HAS A REVOLUTION LIMITER THAT IS ENABLED BY MEANS OF THE RIDE BY WIRE INJECTION SYSTEM: THE ENGINE DOES NOT EXCEED MAXIMUM RPM BUT DOES NOT CAUSE GRIPPING OR LACK OF BALANCE WHEN RIDING.

LET OP

BIJ HET VERTREK KAN HET TE BRUUSK OF TE SNEL LOSLATEN VAN DE HENDEL VAN DE KOPPELING DE MOTOR DOEN STILVALLEN, EN HET VOERTUIG DOEN STOPPEN MET EEN SCHOK.

GEEF GEEN BRUUSK OF EXCESSIEF GAS TIJDENS HET LOSLATEN VAN DE KOPPELING, OM TE VERMIJDEN DAT DE KOPPELING GAAT "SLIPPEN" (TRAAG LOSLATEN) OF DAT HET VOORSTE WIEL VAN DE GROND KOMT, "STEIGEREN" (SNEL LOSLATEN).

Laat de hendel van de koppeling

(3) langzaam los en geef tegelijkertijd gas door aan het gashandvat (2) te draaien (Pos.B).

Het voertuig zal beginnen rijden.

De eerste kilometers beperkt men de snelheid om de motor op te warmen.

N.B.

HET VOERTUIG BESCHIKT OVER EEN TOERENTALBEGRENZER DIE BESTUURD WORDT DOOR HET INJECTIESYSTEEM RIDE BY WIRE: DE MOTOR OVERSCHRIJDT HET MAXIMUM REGIME NIET, MAAR ER WOR-

Gebruik 3 / Use 3

89

3 Use / 3 Gebruik

Accelerate gradually by twisting the throttle grip (2) (Pos. B) without exceeding the recommended rpm.

DEN GEEN SCHOKKEN EN STORINGEN VEROORZAAKT.

Verhoog geleidelijk aan de snelheid door gradueel aan het gashandvat te draaien (2) (Pos.B), zonder het aanbevolen toerental te overschrijden.

OPERATE FAST.

DO NOT RIDE THE VEHICLE AT VERY LOW ENGINE REVS.

Release the throttle grip (2)

(Pos. A), operate the clutch lever (3), lift the gearshift lever (4), release the clutch lever (3) and accelerate.

Repeat the last two operations and engage a higher gear.

IF THE ENGINE OIL PRESSURE ICON IS DISPLAYED DURING REGULAR ENGINE OPERATION, IT MEANS THAT THE ENGINE OIL PRESSURE IN THE CIRCUIT IS TOO LOW.

HANDEL MET EEN ZEKERE SNELHEID.

RIJ NIET MET HET VOERTUIG AAN EEN TE LAAG TOERENTAL.

Laat het gashandvat los (2) (Pos.A) en activeer de hendel van de koppeling (3), breng de commandohendel voor het schakelen omhoog (4), laat de hendel van de koppeling los (3) en geef gas.

Herhaal de twee laatste handelingen om over te gaan naar de hogere versnellingen.

WANNEER OP HET DISPLAY HET LOGO VAN DE MOTOROLIE OPLICHT TIJDENS DE NORMALE WERKING VAN DE MOTOR, IS DE DRUK VAN DE

90

IF THIS OCCURS, STOP THE ENGINE AND CONTACT AN aprilia Official Dealer.

SHIFTING FROM A HIGHER TO A LOWER GEAR, CALLED "DOWNSHIFT", IS CARRIED OUT:

MOTOROLIE IN HET CIRCUIT ONVOLDOENDE.

IN DIT GEVAL MOET MEN DE MOTOR STILLEGGEN EN MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer.

HET OVERGAAN VAN EEN HOGERE NAAR EEN LAGERE VERSNELLING, "TERUGSCHAKELEN" GENOEMD, VOERT MEN UIT OP DE VOLGENDE MANIER:

When riding downhill and when braking, in order to increase the braking power by using engine compression.

When going uphill, when the engaged gear does not suit the speed (high gear, moderate speed) and the number of engine revs falls.

CAUTION

DOWNSHIFT ONE GEAR AT A TIME; DOWNSHIFTING MANY GEARS AT ONE TIME CAN CAUSE THE SPEED TO EXCEED THE "OVERREVVING" MAXIMUM POWER.

BEFORE AND DURING "DOWNSHIFTING", SLOW DOWN BY RELEASING THE THROTTLE GRIP TO AVOID "OVERREVVING".

Wanneer men op een afdaling rijdt en bij het remmen, gebruikt men de compressie van de motor om de remactie te verhogen.

Wanneer men een helling oprijdt en de geschakelde versnelling is niet geschikt voor de snelheid (hoge versnelling, gematigde snelheid), het toerental van de motor verlaagt.

LET OP

WANNEER MEN TERUGSCHAKELT, DOET MEN DIT MET ÉÉN VERSNELLING PER KEER; WANNEER MEN MEERDERT VERSNELLINGEN PER KEER TERUGSCHAKELT, KAN HET MAXIMALE VERMOGENSREGIME "TE HOOG TOERENTAL" OVERSCHREDEN WORDEN.

VÓÓR EN TIJDENS HET "TERUGSCHAKELEN" VAN EEN VERSNEL-

Gebruik 3 / Use 3

91

3 Use / 3 Gebruik

NOTE

THE VEHICLE HAS AN ANTI-SLIPPER CLUTCH THAT IS ABLE TO PREVENT THE WHEEL LOCKING WHEN DOWNSHIFTING, ANY POSSIBLE PULSINGS ON THE LEVER ARE A SIGN THAT THE SYSTEM IS WORKING PROPERLY.

LING, VERTRAAGT MEN DOOR HET GASHANDVAT LOS TE LATEN, OM HET "TE HOOG TOERENTAL" TE VERMIJDEN.

N.B.

HET VOERTUIG IS VOORZIEN VAN EEN KOPPELING MET SCHOKBESCHERMING ZODAT HET WIEL NIET WORDT GEBLOKKEERD BIJ HET TERUGSCHAKELEN; HET EVENTUEEL SCHOKKEN VAN DE HENDEL HEEFT TE MAKEN MET DE GOEDE WERKING VAN HET SYSTEEM.

 

 

Release the hand grip (2)

 

 

 

(Pos.A).

 

 

If necessary, pull the brake lev-

 

 

 

ers gently and reduce speed.

 

 

Operate the clutch lever (3) and

 

 

 

lower the gearshift lever (4) to

 

 

 

engage a lower gear.

 

 

Release the brake levers when

 

 

 

it is operated.

 

 

Release the clutch lever (3) and

03_19

 

 

accelerate moderately.

 

 

 

 

 

CAUTION

STOP THE VEHICLE MAINLY USING

THE FRONT BRAKE. USE THE REAR

BRAKE TO BALANCE THE BRAKING

ONLY AND IN ANY CASE TOGETHER

WITH THE FRONT BRAKE.

Laat het gashandvat (2)

(Pos.A) los.

Indien nodig activeert men gematigd de remhendels en mindert men de snelheid van het voertuig.

Activeer de hendel van de koppeling (3) en breng de commandohendel voor het schakelen (4) omlaag, om naar de lagere versnelling te schakelen.

Laat de remhendels los indien geactiveerd.

Laat de hendel van de koppeling

(3) los en geef gematigd gas.

LET OP

STOP HET VOERTUIG DOOR VOORAL DE VOORREM TE GEBRUIKEN. GEBRUIK DE ACHTERREM ENKEL OM HET REMMEN TE BALANCEREN,

92

IF THE COOLANT TEMPERATURE SHOWN ON THE MULTIFUNCTIONAL DIGITAL DISPLAY IS HIGHER THAN 115°C (239°F), STOP THE VEHICLE AND LET THE ENGINE RUN AT 3000 rpm FOR ABOUT TWO MINUTES SO THAT THE COOLANT FLOWS REGULARLY IN THE SYSTEM; THEN SET THE ENGINE STOP SWITCH TO "OFF" AND CHECK THE COOLANT LEVEL.

IF THE TEMPERATURE INDICATION CONTINUES FLASHING AFTER CHECKING THE COOLANT LEVEL, CONTACT AN Official aprilia Dealer.

DO TURN THE IGNITION KEY TO "KEY OFF", BECAUSE THE COOLING FANS WOULD STOP REGARDLESS OF THE COOLANT TEMPERATURE, WHICH WOULD CAUSE A FURTHER TEMPERATURE RISE.

IN MANY CASES THE ENGINE WILL CONTINUE TO OPERATE WITH LIMITED PERFORMANCE; IMMEDIATELY CONTACT AN Official aprilia Dealer.

IN ORDER TO AVOID CLUTCH OVERHEATING, SHUT THE ENGINE OFF AS SOON AS POSSIBLE ONCE THE VEHICLE HAS STOPPED AND AT THE SAME TIME THE GEAR IS ENGAGED AND THE CLUTCH LEVER OPERATED.

EN STEEDS SAMEN MET DE VOORREM.

WANNEER OP HET MULTIFUNCTIONEEL DIGITAAL DISPLAY EEN TEMPERATUUR VAN DE KOELVLOEISTOF VERSCHIJNT DIE HOGER IS DAN 115°C (239°F), STOPT MEN HET VOERTUIG EN LAAT MEN DE MOTOR DRAAIEN AAN 3000 toeren/min (rpm) VOOR ONGEVEER TWEE MINUTEN, ZODAT DE KOELVLOEISTOF REGELMATIG KAN CIRCULEREN IN DE INSTALLATIE; PLAATS DE SCHAKELAAR VOOR HET STILLEGGEN VAN DE MOTOR OP "OFF" EN CONTROLEER HET PEIL VAN DE KOELVLOEISTOF.

WANNEER NA DE CONTROLE VAN HET PEIL VAN DE KOELVLOEISTOF DE MELDING VAN DE TEMPERATUUR BLIJFT KNIPPEREN, MOET MEN ZICH WENDEN TOT EEN Officiële aprilia Dealer.

PLAATS DE ONTSTEKINGSSLEUTEL NIET OP "KEY OFF", OMDAT DE KOELVENTILATOREN ONAFHANKELIJK VAN DE TEMPERATUUR VAN DE KOELVLOEISTOF ZOUDEN STOPPEN MET DRAAIEN, ZODAT DE TEMPERATUUR NOG ZOU VERHOGEN.

Gebruik 3 / Use 3

93

3 Use / 3 Gebruik

OPERATING ONLY EITHER THE FRONT OR THE REAR BRAKE SIGNIFICANTLY REDUCES BRAKING POWER AND A WHEEL MAY GET BLOCKED RESULTING IN LACK OF GRIP.

WHEN STOPPING WHILE TRAVELLING UPHILL, CLOSE THE THROTTLE COMPLETELY AND ONLY USE THE BRAKES TO HOLD THE VEHICLE IN POSITION.

USING THE ENGINE TO HOLD THE VEHICLE ON A HILL MAY CAUSE THE CLUTCH TO OVERHEAT.

BRAKING CONTINUOUSLY WHILE GOING DOWNHILL MAY RESULT IN BRAKE PAD OVERHEATING AND CONSEQUENTLY IN POOR BRAKING.

TAKE ADVANTAGE OF THE ENGINE COMPRESSION AND SHIFT UP GEARS USING THE BRAKES ALTERNATIVELY.

NEVER RIDE WITH THE ENGINE OFF WHEN GOING DOWNHILL.

WHEN RIDING ON WET SURFACES OR WITH POOR GRIP (SNOW, ICE, MUD, ETC.) RIDE AT A MODERATE SPEED AVOIDING SUDDEN BRAKING OR MANOEUVRES THAT MAY LEAD

IN VEEL GEVALLEN BLIJFT DE MOTOR WERKEN, MAAR MET BEPERKTE PRESTATIES; NEEM ONMIDDELLIJK CONTACT OP MET EEN Officiële aprilia Dealer.

OM OVERVERHITTING VAN DE KOPPELING TE VERMIJDEN, MOET DE MOTOR ZO VLUG MOGELIJK STILGELEGD WORDEN; STOP HET VOERTUIG, SCHAKEL IN EEN VERSNELLING EN ACTIVEER TEGELIJKERTIJD DE HENDEL VAN DE KOPPELING.

WANNEER MEN ENKEL DE VOORREM OF DE ACHTERREM ACTIVEERT, VERMINDERT DE REMKRACHT AANZIENLIJK EN LOOPT MEN HET RISICO DAT ER EEN WIEL BLOKKEERT, MET GRIPVERLIES ALS GEVOLG.

WANNEER MEN MOET STOPPEN OP EEN HELLING, VERTRAAGT MEN VOLLEDIG EN GEBRUIKT MEN ENKEL DE REMMEN OM HET VOERTUIG STIL TE LATEN STAAN.

WANNEER MEN DE MOTOR GEBRUIKT OM HET VOERTUIG STIL TE LATEN STAAN, KAN DE KOPPELING OVERVERHIT RAKEN.

WANNEER MEN TIJDENS EEN DALING VOORTDUREND REMT, KUNNEN DE WRIJVINGSPAKKINGEN

94

TO LACK OF GRIP AND CONSEQUENTLY TO FALLS.

OVERVERHIT RAKEN ZODAT DE DOELTREFFENDHEID VAN HET REMMEN VERMINDERT.

GEBRUIK DE COMPRESSIE VAN DE MOTOR DOOR TERUG TE SCHAKELEN EN MET AFWISSELEND GEBRUIK VAN BEIDE REMMEN.

TIJDENS EEN DALING MAG MEN NIET RIJDEN MET DE MOTOR UIT.

OP EEN NATTE ONDERGROND, OF ALLESZINS MET WEINIG GRIP (SNEEUW, IJS, MODDER, ENZ.), RIJDT MEN MET EEN GEMATIGDE SNELHEID, EN VERMIJDT MEN OM BRUUSK TE REMMEN EN OM MANOEUVRES UIT TE VOEREN DIE GRIPVERLIES VEROORZAKEN, EN DUS HET VALLEN TOT GEVOLG HEBBEN.

Stopping the engine (03_20)

Release the throttle grip (1)

(Pos. A), brake gradually and at the same time "downshift" gears to slow down.

Once the speed is reduced, before stopping the vehicle:

Operate the clutch lever (2) so that engine does not shut off.

03_20 With the vehicle at a standstill:

Set the gearshift lever in neutral (green "N" indicator light lit).

Stoppen van de motor (03_20)

Laat het gashandvat los (1)

(Pos.A), activeer geleidelijk de remmen en "schakel" tegelijkertijd terug om snelheid te minderen.

Wanneer men snelheid geminderd heeft, voert men het volgende uit voordat het voertuig volledig komt stil te staan:

Activeer de hendel van de koppeling (2) zodat de motor niet stilvalt.

Gebruik 3 / Use 3

95

3 Use / 3 Gebruik

Release the clutch lever.

While at a temporary halt, keep at least one of the vehicle brakes held.

CAUTION

WHENEVER POSSIBLE, AVOID ROUGH BRAKING, SUDDEN DECELERATION AND BRAKING IN EXCESS.

Met het voertuig stil:

Plaats de hendel van de versnelling in vrij (groene controlelamp "N" aan).

De koppelingshendel loslaten.

Tijdens een momentele pauze houdt men minstens één rem ingetrokken.

LET OP

VERMIJD INDIEN MOGELIJK OM BRUUSK TE STOPPEN, ONVERWACHTS TE VERTRAGEN EN HARD TE REMMEN.

Parking

Parkeren

It is very important to select an adequate parking spot, in compliance with road signals and the guidelines described below.

CAUTION

De keuze van de parkeerzone is zeer belangrijk en moet de verkeerstekens en de volgende aanduidingen respecteren.

LET OP

PARK ON SAFE AND LEVEL GROUND

PARKEER HET VOERTUIG OP EEN

TO PREVENT THE vehicle FROM

VASTE EN VLAKKE ONDERGROND,

FALLING.

ZODAT HET NIET VALT.

DO NOT LEAN THE vehicle ON A

LAAT HET VOERTUIG NIET STEUNEN

WALL OR LAY IT ON THE GROUND.

TEGEN MUREN, EN LEG HET NIET OP

MAKE SURE THE VEHICLE AND SPE-

DE GROND.

 

CIALLY ITS HOT PARTS DO NOT

CONTROLEER OF HET VOERTUIG,

POSE ANY RISK TO PEOPLE OR

EN VOORAL DE GLOEIEND HETE DE-

96

CHILDREN. DO NOT LEAVE YOUR VEHICLE UNATTENDED WITH THE ENGINE ON OR THE KEY IN THE IGNITION SWITCH.

CAUTION

VEHICLE FALL OR EXCESSIVE INCLINATION CAN CAUSE FUEL OUTFLOW.

FUEL USED TO DRIVE EXPLOSION ENGINES IS HIGHLY FLAMMABLE AND CAN BECOME EXPLOSIVE UNDER SPECIFIC CONDITIONS.

DO NOT REST THE RIDER OR PASSENGER WEIGHT ON THE SIDE STAND.

LEN ERVAN, NIET GEVAARLIJK ZIJN VOOR PERSONEN EN KINDEREN. LAAT HET VOERTUIG NIET ONBEWAAKT ACHTER MET DE MOTOR AAN, OF MET DE SLEUTEL IN DE ONTSTEKINGSSCHAKELAAR.

LET OP

HET VALLEN OF DE EXCESSIEVE INCLINATIE VAN HET VOERTUIG KUNNEN HET UITSTROMEN VAN BRANDSTOF VEROORZAKEN.

DE BRANDSTOF DIE WORDT GEBRUIKT VOOR DE AANDRIJVING VAN DE ONTPLOFFINGSMOTOR IS UITERST BRANDBAAR, EN KAN EXPLOSIEF WORDEN IN BEPAALDE OMSTANDIGHEDEN.

BELAST DE LATERALE STANDAARD NIET MET UW GEWICHT OF DAT VAN DE PASSAGIER.

Catalytic silencer

Katalysator

The vehicle has a silencer with a "platinum - palladium - rhodium three-way" metal catalytic converter.

This device oxidises the CO (carbon monoxide) and the HC (unburned hydrocarbons) in the exhaust gas, producing

Het voertuig is uitgerust met een knaldemper met metalen katalysator van het type "trivalent met platina - palladium - rodium".

Dit mechanisme moet de CO (koolmonoxide) en de HC (onverbrande koolwater-

Gebruik 3 / Use 3

97

3 Use / 3 Gebruik

carbon dioxide and water vapour respec-

stoffen) die aanwezig zijn in de uitlaat-

tively.

gassen oxideren, zodat ze respectievelijk

 

omgezet worden in kooldioxide en water-

 

damp.

DO NOT PARK THE VEHICLE NEAR DRY BRUSHWOOD OR IN PLACES EASILY ACCESSIBLE BY CHILDREN BECAUSE THE CATALYTIC CONVERTER REACHES HIGH TEMPERATURES DURING VEHICLE OPERATION; FOR THIS REASON, PAY UTMOST ATTENTION AND DO NOT TOUCH IT UNTIL IT HAS COMPLETELY COOLED DOWN.

DO NOT USE LEADED PETROL AS IT CAUSES IRREPARABLE DAMAGE TO THE CATALYTIC CONVERTER.

VERMIJD OM HET VOERTUIG TE PARKEREN IN DE BUURT VAN DROGE STRUIKGEWASSEN OF VAN PLAATSEN DIE BEREIKBAAR ZIJN DOOR KINDEREN, OMDAT DE KATALYTISCHE UITLAAT TIJDENS HET GEBRUIK ZEER HOGE TEMPERATUREN BEREIKT; LET DUS ZEER GOED OP EN VERMIJD EENDER WELK CONTACT, VÓÓR ZE HELEMAAL AFGEKOELD IS.

GEBRUIK GEEN BENZINE MET LOOD, OMDAT ZO DE KATALYSATOR WORDT VERNIETIGD.

Vehicle owners are warned that the law may prohibit the following:

the removal of any device or element belonging to a new vehicle or any other action by anyone leading to render it nonoperating, if not for maintenance, repair or replacement reasons, in order to control noise emission before the sale or delivery of the vehicle to the ultimate buyer or while it is used;

Men waarschuwt de eigenaar van het voertuig dat de wet het volgende kan verbieden:

de verwijdering en elke handeling om eender welk toestel of samenstellend element in een nieuw voertuig niet-operationeel te maken, door eender wie, behalve voor het onderhoud, de herstelling of de vervanging, om de lawaai-emissie te controleren vóór de verkoop of levering

98

using the vehicle after that device or element has been removed or rendered non-operat- ing.

Check the muffler/exhaust silencer and the silencer pipes, make sure there are no signs of rust or holes and that the exhaust system works properly.

If you not an increase in exhaust noise, take your vehicle to an Official aprilia Dealer at once.

THE VEHICLE IS PROVIDED WITH AN EXHAUST VALVE CONTROLLED BY THE ECU: THIS VALVE CLOSES TO REDUCE NOISE WHEN THE VEHICLE IS STANDING STILL IN NEUTRAL.

IT IS FORBIDDEN TO TAMPER WITH THE EXHAUST SYSTEM AND THE EXHAUST VALVE.

van het voertuig aan de koper of wanneer het gebruikt wordt;

het gebruik van het voertuig nadat dit mechanisme of samenstellend element werd verwijderd of niet-operationeel werd gemaakt.

Controleer de uitlaat/knaldemper van de uitlaat en de buizen van de knaldemper, en controleer of er geen roest of boringen zijn en of het uitlaatsysteem correct werkt.

Wanneer het lawaai van het uitlaatsysteem verhoogt, contacteert men onmiddellijk een Officiële aprilia Dealer.

HET VOERTUIG BESCHIKT OVER EEN UITLAATKLEP DIE BESTUURD WORDT DOOR DE ELEKTRONISCHE CENTRALE, DIE ZICH SLUIT OM HET LAWAAI TE BEPERKEN WANNEER HET VOERTUIG STILSTAAT EN IN ZIJN VRIJ STAAT.

HET IS VERBODEN AAN HET UITLAATSYSTEEM EN AAN DE UITLAATKLEP TE KNOEIEN.

Gebruik 3 / Use 3

99

3 Use / 3 Gebruik

 

Stand (03_21)

 

 

If the stand has been folded up for any

 

manoeuvre (for example, when the vehi-

 

cle is in motion), rest the vehicle on its

 

stand again as follows:

 

Select an appropriate parking

 

spot.

 

Grasp the left grip (1) and put

 

the right hand on the upper rear

03_21

part of the vehicle (2).

 

Push the side stand with your

 

 

right foot, and extend it com-

 

pletely (3).

 

Lean the vehicle until the stand

 

touches the ground.

 

Turn the handlebar fully left-

 

wards.

Standaard (03_21)

Wanneer men voor eender welk manoeuvre (bijvoorbeeld het verplaatsen van het voertuig) de standaard moet dichtklappen, handelt men als volgt voor het herplaatsen van het voertuig op de standaard:

De parkeerzone kiezen.

Grijp het linker handvat (1) vast en steun de rechter hand op het achterste bovenste deel van het voertuig (2).

Duw op de laterale standaard met de rechter voet, en klap hem volledig uit (3).

Hel het voertuig tot de standaard de grond raakt.

Draai het stuur volledig naar links.

MAKE SURE THE GROUND WHERE YOU PARK IS CLEAR, FIRM AND LEVEL.

CAUTION

MAKE SURE THE VEHICLE IS STABLE.

CONTROLEER OF HET TERREIN VAN DE PARKEERZONE VRIJ, VAST EN VLAK IS.

LET OP

CONTROLEER DE STABILITEIT VAN HET VOERTUIG.

100