Miele K 9202 E, K 9404 EF User Manual [nl]

Montage- en gebruiksaanwijzing
Koelkast K 9202 E K 9404 EF
Lees in elk geval de ge­bruiksaanwijzing voor u het toestel opstelt, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan uw toestel.
nl-BE
M.-Nr. 07 925 280
Inhoud
Beschrijving van het toestel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Mits toeslag verkrijgbaar toebehoren ...................................6
Flessenrek......................................................6
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Opmerkingen omtrent uw veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Hoe kunt u energie besparen? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Toestel in- en uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Vóór het eerste gebruik .............................................14
Bij langdurige afwezigheid ..........................................15
De juiste temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
...indekoelzone .................................................16
...inhetvriesvak .................................................16
Temperatuur instellen ..............................................16
Temperatuurindicator ..............................................17
Superkoel gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Koelzone juist gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Verschillende koelgedeelten .........................................19
Levensmiddelen die zeker niet gekoeld mogen worden....................20
Waarop moet u letten wanneer u levensmiddelen koopt ...................20
Levensmiddelen juist bewaren .......................................20
Fruit en groenten................................................20
Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen ..................21
Levensmiddelen die rijk zijn aan eiwitten .............................21
Vlees .........................................................21
De binnenruimte indelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
De legplaten verplaatsen............................................22
Tweedelige legplaat ...............................................22
Rek/flessenrek verplaatsen ..........................................22
Invriezen en bewaren (volgens model) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Wat gebeurt er als verse levensmiddelen worden ingevroren? ..............23
Diepgevroren voedsel bewaren ......................................23
Zelf levensmiddelen invriezen ........................................24
Hou bij het invriezen rekening met het volgende .......................24
Verpakken.....................................................24
Voor u de levensmiddelen in het toestel legt ..........................25
In het toestel plaatsen............................................25
Inhoud
Ingevroren voedsel ontdooien ........................................25
IJsblokjes bereiden ................................................25
Dranken snel koelen ...............................................26
Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Koelzone ........................................................27
Vriesvak .........................................................27
Reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Binnenruimte, toebehoren ...........................................29
Openingen voor luchttoevoer en -afvoer ................................30
Deurdichting .....................................................30
Wat gedaan als...?. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Waar bepaalde geluiden vandaan komen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
Technische dienst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
Montagerichtlijnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
Opstelplaats......................................................36
Klimaatklasse ..................................................36
Luchttoevoer en luchtafvoer .........................................36
Voor u het toestel inbouwt ...........................................37
Inbouwafmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
Deurscharnieren veranderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Toesteldeur ......................................................39
Deur van het vriesvak ..............................................40
Bekledingsplaten monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Afmetingen bekledingsplaat .........................................41
Montage.........................................................41
Opvullijst ......................................................42
Het toestel inbouwen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Inbouw in een scheidingswand .......................................43
Het toestel inbouwen en vastmaken ...................................44
Beschrijving van het toestel
a Temperatuurindicator koelzone
b Superkoel-toets en
controlelampje
c Aan/uit en temperatuurregelaar
4
Beschrijving van het toestel
a Vriesvak *
b Legplaat
c Gootje en
afvoeropening voor het dooiwater
d Fruit- en groenteschalen
e Boter- en kaasvak
f Eierhouder
g Rek
h Binnenverlichting
i Flessenrek
* volgens het model
5
Beschrijving van het toestel
Mits toeslag verkrijgbaar toebehoren
Flessenrek
(volgens het model)
Dit flessenrek is bij de klantendienst van Miele of in de vakhandel te koop.
6
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu
Recycleerbare verpakking
De verpakking behoedt het toestel voor transportschade. Er werd materiaal ge kozen dat door het milieu wordt verdra gen en opnieuw kan worden benut.
Door de verpakking weer in kringloop te brengen, wordt er grondstof ge spaard en verkleint de afvalberg. Geef deze stoffen dus niet met het gewone vuilnis mee. Breng ze liever naar het dichtstbijzijnde gemeentelijk container park. Waar u dat vindt, komt u zeker bij uw gemeentebestuur aan de weet.
-
Berging van uw oud toestel
Bij de aankoop van uw nieuw toestel heeft u een bijdrage betaald. Die wordt
­volledig gebruikt voor de toekomstige
­recyclage van dat toestel. Dat bevat trouwens nog waardevol materiaal. Door te recycleren wordt er dan ook minder verspild en vervuild.
Als u vragen heeft omtrent het af danken van uw oud toestel, neem dan contact op met
-
de handelaar bij wie u het kocht
of
– de firma Recupel,
telefoon 02 706 86 10, website: www.recupel.be
of
– uw gemeentebestuur als u uw toestel
naar een containerpark brengt.
Zorg ervoor dat de buisleidingen van de compressor geen schade oplopen voordat het toestel terdege wordt geborgen. Zo vermijdt u dat er koelmid del uit het koelcircuit of olie uit de com pressor in het milieu terechtkomt.
-
-
-
Zorg er ook voor dat het toestel kinder veilig wordt bewaard voor u het laat wegbrengen.
-
7
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Gebruik voor andere doeleinden is niet
Dit toestel voldoet aan de voorge schreven veiligheidsvoorschriften. Door ondeskundig gebruik kunnen gebruikers echter letsel oplopen en kan er schade optreden aan het toe stel.
Voor u het toestel in gebruik neemt, moet u de gebruiksaanwijzing aan dachtig lezen. U vindt er belangrijke opmerkingen omtrent uw veiligheid, de installatie, het gebruik en het on derhoud van uw toestel. Dat is vei liger voor uzelf en u voorkomt scha de aan het toestel.
Bewaar de gebruiksaanwijzing en geef ze door aan wie het toestel eventueel na u gebruikt.
Juist gebruik
Het toestel is uitsluitend bedoeld
~
voor gebruik in het huishouden en gelijkaardige omgevingen zoals
in winkels, kantoren en gelijkaardige werkomgevingen
-
-
toegelaten en kan gevaarlijk zijn. De fa brikant is niet aansprakelijk voor scha de die werd veroorzaakt doordat het toestel voor andere doeleinden werd
-
gebruikt of verkeerd werd bediend.
Personen die door hun fysieke,
~
zintuiglijke of geestelijke mogelijkheden of hun onervarenheid of gebrek aan
­kennis niet in staat zijn om het toestel
veilig te bedienen, mogen dit toestel al leen onder het toezicht of de
­begeleiding van een verantwoordelijk
iemand gebruiken.
-
Kinderen in het huishouden
Kinderen mogen het toestel alleen
~
maar gebruiken wanneer hun de bedie­ning ervan zo uitgelegd is dat ze het veilig kunnen bedienen. Kinderen moe­ten de eventuele risico's van een foutie­ve bediening kunnen beseffen.
Hou kinderen die in de buurt van het
~
toestel komen in het oog. Laat kinderen niet met het toestel spelen.
-
-
-
op boerderijen
door klanten in hotels, motels, bed-and-breakfasts en andere typische woonomgevingen.
Gebruik het toestel uitsluitend voor huishoudelijke doeleinden: om levens middelen te koelen en te bewaren, om diepvriesproducten te bewaren, om verse levensmiddelen in te vriezen en om ijsblokjes te maken.
8
-
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Technische veiligheid
Controleer vóórdat het toestel wordt
~
geplaatst, of het zichtbaar beschadigd is. Is dat het geval, neem het dan in geen geval in gebruik. Een beschadigd toestel kan uw veiligheid in gevaar brengen!
Is de aansluitkabel beschadigd, laat
~
deze dan vervangen door een vakman of vakvrouw die door Miele erkend is. Zo vermijdt u risico's voor wie het toestel ge bruikt.
Dit toestel bevat het koelmiddel iso
~
butaan (R600a), een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het is niet schadelijk voor de ozonlaag en draagt niet bij tot het broeikaseffect. Het gebruik van dit mi­lieuvriendelijke koelmiddel veroorzaakt wel een lichte verhoging van het werkingsgeluid. Naast werkingsgeluiden van de compressor kunnen er ook stromingsgeluiden te ho­ren zijn die afkomstig zijn van het koelcircuit. Dat is jammer genoeg niet te vermijden, maar heeft geen invloed op de prestaties van het toestel. Let er bij het transporteren en het op stellen van het toestel op dat geen en kel onderdeel van het koelcircuit be schadigd raakt. Wegspattend koelmid del kan tot oogletsels leiden! Bij beschadiging:
- vermijd open vuur of ontstekings­bronnen,
- trek de stekker uit het stopcontact,
- verlucht het vertrek waarin het toestel staat gedurende enkele minuten, en
- neem contact op met de dienst Herstellingen aan huis van Miele.
-
-
-
Hoe meer koelmiddel er in een toe
~
stel zit, hoe groter de ruimte moet zijn waarin het toestel wordt opgesteld. Bij een eventueel lek kan er in een te kleine ruimte een brandbaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m heid koelmiddel is aangegeven op het typeplaatje in het toestel.
Een veilige werking van het toestel
~
­is alleen dan gewaarborgd als het toe
stel overeenkomstig de gebruiksaanwij
-
zing gemonteerd en aangesloten werd.
Voor u het toestel aansluit, moet u
~
eerst de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje verge­lijken met die van uw elektrische instal­latie. Deze gegevens dienen absoluut over­een te stemmen. Anders treedt er scha­de op aan uw toestel. Vraag bij twijfel inlichtingen aan een elektricien.
Gebruik uit veiligheidsoverwegingen
~
geen verlengkabels of stopcontactenblokken om het toestel aan te sluiten. Die bieden niet voldoen de veiligheidsgaranties. Er bestaat on der andere gevaar voor oververhitting.
-
3
groot zijn. De hoeveel
-
-
-
-
-
-
9
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
De elektrische veiligheid van het
~
toestel is alleen gewaarborgd als het wordt aangesloten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd aardsys teem. Het is heel belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoor waarde is voldaan. Laat de elektrische installatie in uw woning in geval van twijfel door een elektricien controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk ge steld worden voor schade die werd ver oorzaakt doordat de aardleiding onder broken was of gewoon ontbrak. Er be staat in dat geval onder andere gevaar voor elektrische schokken.
Installatie-, onderhouds- en
~
herstellingswerken mogen alleen wor­den uitgevoerd door vakmensen die door de fabrikant erkend zijn. Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of herstellingswerken kunnen er voor de gebruiker aanzienlijke risico's ontstaan waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.
-
-
-
-
Tijdens installatie-, onderhouds- en
~
herstellingswerken moet het toestel van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Het toestel is pas stroomloos indien aan een van deze voorwaarden werd vol daan:
De stekker van het toestel is uitge
trokken. Trek daarbij niet aan de kabel, wel aan de stekker.
­De desbetreffende zekering in de
­zekeringenkast is uitgeschakeld.
Laat defecte onderdelen enkel
~
vervangen door originele Miele-wisselstukken. Enkel dan bent u zeker dat ze ten volle voldoen aan de eisen die Miele qua veiligheid stelt.
Als u het toestel niet op een vaste
~
plaats installeert laat dit karwei dan en­kel uitvoeren door vakmensen. Die moeten ervoor zorgen dat u het toestel veilig kunt gebruiken.
-
-
Laat u het toestel tijdens de ga
~
rantieperiode herstellen, dan mag dat enkel gebeuren door een technicus die door de fabrikant erkend is. Anders is er bij schade achteraf geen aanspraak meer op garantie.
10
-
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Veilig gebruik
Bewaar geen explosieve stoffen of
~
producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) in het toestel. Als de thermostaat wordt ingeschakeld, kun nen er vonken ontstaan. Die kunnen ontvlambare mengsels tot ontploffing brengen.
Gebruik geen elektrische toestellen
~
in het toestel (bijv. om softijs te ma ken). Er kunnen vonken ontstaan. Ont ploffingsgevaar!
Plaats dranken met een hoog alco
~
holpercentage enkel rechtop en goed afgesloten in de koelzone. Ontploffingsgevaar!
Raak bevroren levensmiddelen niet
~
met natte handen aan. Uw handen zou­den kunnen vastvriezen. U kunt zich verwonden!
Steek nooit ijsblokjes en ijslolly's,
~
met name waterijsjes, in de mond wan­neer u ze net uit het vriesvak hebt ge­haald. Door de zeer lage temperatuur van het ijs kunnen uw lippen of tong vastvrie zen. U kunt zich verwonden!
Gedeeltelijk of volledig ontdooide le
~
vensmiddelen mogen niet opnieuw wor den ingevroren. Verbruik deze levensmiddelen zo snel mogelijk, want de levensmiddelen ver liezen hun voedingswaarde en beder ven. Ontdooide levensmiddelen kunt u opnieuw invriezen nadat u ze hebt ge kookt of gebraden.
-
-
-
-
-
-
-
-
Bewaar in het vriesvak geen blikjes
~
en flessen met koolzuurhoudende
­dranken of vloeistoffen die kunnen be
vriezen. De blikjes of flessen kunnen uit elkaar springen. U kunt zich verwonden en er kan scha de ontstaan.
Als u flessen snel in het vriesvak
~
wenst te koelen, moet u ze uiterlijk na 1 uur weer uit het vriesvak halen. De flessen kunnen ontploffen. U kunt zich verwonden en er kan schade ontstaan.
Als u levensmiddelen eet die te lang
~
bewaard werden, bestaat er gevaar voor voedselvergiftiging. De bewaarduur is afhankelijk van di­verse factoren, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden be­waard. Hou rekening met de bewaartips en de houdbaarheidsdata van de fabrikant van de levensmid­delen.
Gebruik geen voorwerpen met een
~
scherpe punt of rand om
rijm- en ijslagen te verwijderen,
vastgevroren bakjes voor ijsblokjes en levensmiddelen los te wrikken.
-
-
Als u dat doet, beschadigt u de koelelementen en functioneert het toe stel niet meer correct.
Plaats nooit elektrische verwar
~
mingstoestellen of kaarsen in het toe stel om het te ontdooien. De kunststof zou beschadigd raken.
-
-
-
-
-
11
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Gebruik geen ontdooisprays of
~
producten om ijs te verwijderen. Die kunnen immers explosieve gassen vormen en kunnen oplosmiddelen of drijfgassen bevatten die de kunststof aantasten. Ook zijn ze mogelijk schade lijk voor de gezondheid.
Behandel de deurdichting niet met
~
olie of vet. Daardoor wordt de deurdichting na ver loop van tijd poreus.
Als u in het toestel of in de deur vet-
~
of oliehoudende levensmiddelen be waart, dient u ervoor te zorgen dat eventueel uitlopend vet of uitlopende olie niet in contact komt met de kunststofonderdelen. Er kunnen spanningsscheuren in de kunststof ontstaan, zodat die barst of scheurt.
Dek de luchttoevoeropening in de
~
sokkel en de luchtafvoeropening boven in de ombouwkast niet af. Als die openingen afgedekt zijn, kan er geen goede luchtcirculatie plaatsvin den. Het stroomverbruik stijgt en scha de aan onderdelen kan niet worden uit gesloten.
Het toestel is geconstrueerd voor
~
een bepaalde klimaatklasse (bereik van de kamertemperatuur) waarvan de onder- en bovengrens moeten worden gerespecteerd. De klimaatklasse staat vermeld op het typeplaatje dat binnen in het toestel aangebracht is. Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de compressor gedurende een lange tijd stilstaat, zodat het toestel de vereiste temperatuur niet kan aan houden.
-
-
-
-
Gebruik voor het ontdooien en reini
~
gen van het toestel in geen geval een stoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met on derdelen van het toestel die onder spanning staan en zo een kortsluiting
­veroorzaken.
Wat met een afgedankt toe stel?
-
Vernietig het knip- of vergrendelslot
~
van uw toestel wanneer u het afdankt. Op die manier voorkomt u dat spelende kinderen zich in het toestel opsluiten, wat levensgevaarlijk kan zijn.
Beschadig geen onderdelen van het
~
koelcircuit, bijv. door
– koelmiddelkanalen van het
verdampsysteem open te prikken,
– buizen te knikken,
– oppervlaktecoatings weg te krassen.
Als er koelmiddel uit spuit, kan dat oogletsels veroorzaken.
-
-
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die ontstaan is doordat deze veiligheidsrichtlijnen niet in acht werden genomen.
-
-
-
12
Hoe kunt u energie besparen?
Normaal energieverbruik Verhoogd energieverbruik
Opstellen In een verluchte ruimte. In een gesloten, niet verluchte ruimte.
Beschermd tegen rechtstreekse zonnestralen.
Niet naast een warmtebron (verwar mingselement, fornuis).
Bij een ideale kamertemperatuur van ongeveer 20 °C.
Dek de ventilatieopeningen niet af. Verwijder regelmatig het stof van de ventilatieopeningen.
Temperatuurinstelling Thermostaat op basis van "circa-getallen" (regeling in niveaus)
Temperatuurinstelling Thermostaat op basis van graden (digitaal display)
Gebruik Laat de schuifladen, legplaten en
Ontdooien Ontdooi de vrieszone bij een ijslaag
Bij een gemiddelde instelling van 2 tot 3.
Bewaarzone van 8 tot 12 °C
Koelzone 4 tot 5 °C
PerfectFresch-zone ongeveer 0 °C
Vrieszone -18 °C
Wijnbewaarzone van 10 tot 12 °C
rekken zoals ze waren toen het toe­stel werd geleverd.
Open de deur altijd zo kort mogelijk. De deur vaak en langdurig openen
Schik de levensmiddelen in het toe stel.
Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het toestel afkoelen.
Plaats levensmiddelen goed verpakt of goed afgedekt in het toestel.
Leg ingevroren producten in de koelzone om ze te ontdooien.
Doe de vakken niet te vol zodat de lucht kan circuleren.
van 0,5 cm.
Bij rechtstreekse zonnestralen.
Naast een warmtebron
­(verwarmingselement, fornuis).
Bij een hogere omgevingstempera tuur.
Bij een hoge instelling: Hoe lager de temperatuur in de zone, hoe hoger het energiever bruik!
Bij toestellen met een winterschake­ling moet u erop letten dat die scha­kelaar bij omgevingstemperaturen boven 16 °C of 18 °C uitgeschakeld is!
= koudeverlies
-
Als u lang moet zoeken, blijft de deur lang openstaan.
Warme gerechten doen de com pressor langdurig werken (het toe stel probeert te koelen).
Wanneer vloeistoffen in de koelzone verdampen en condenseren, leidt dat tot verlies van het koelvermo gen.
Een ijslaag vermindert de over dracht van de koude aan de in te vriezen levensmiddelen en doet het energieverbruik stijgen!
-
-
-
-
-
-
13
Toestel in- en uitschakelen
Vóór het eerste gebruik
Laat het toestel na het transport ca. 1/2 tot 1 uur staan voor u het aansluit. Dit is zeer belangrijk voor de latere werking!
Beschermfolie
De roestvrijstalen lijsten op de rekken en legplaten zijn van een folie voorzien om ze bij het transport te beschermen.
Trek de beschermfolie van de roest
^
vrijstalen randen.
Reinigen
^ Reinig de binnenruimte en het toebe-
horen. Gebruik daarvoor lauw water. Wrijf daarna alles droog met een doek.
Toestel inschakelen
Draai de temperatuurregelaar met
^
een muntstuk naar rechts uit de stan d "0", tot de temperatuurindicator brandt.
-
De temperatuurregelaar niet voorbij de aanslag draaien, anders raakt hij beschadigd.
Het toestel begint te koelen en de tem­peratuurindicator geeft de gewenste temperatuur aan. De binnenverlichting gaat branden als de deur geopend wordt.
Om zeker te zijn dat de temperatuur laag genoeg is, dient u het toestel en­kele uren te laten voorkoelen voordat u voor het eerst levensmiddelen in het toestel plaatst.
-
14
Toestel uitschakelen
^
Draai de temperatuurregelaar met een muntstuk naar links in de stand "0".
De temperatuurindicator gaat uit. De koeling is uitgeschakeld.
Bij langdurige afwezigheid
Als u het toestel gedurende lange tijd niet gebruikt, gaat u als volgt te werk:
schakel het toestel uit,
^
trek de stekker uit of schakel de des
^
betreffende zekering in uw zekeringenkast uit,
ontdooi het vriesvak (afhankelijk van
^
het model),
reinig het toestel en
^
laat de toesteldeur op een kier staan
^
om geurvorming te vermijden.
Als het toestel bij langdurige afwe­zigheid wordt uitgeschakeld maar niet gereinigd, bestaat er gevaar voor schimmelvorming als de deur gesloten blijft.
Toestel in- en uitschakelen
-
15
De juiste temperatuur
Bij het bewaren van levensmiddelen is de juiste temperatuurinstelling zeer be langrijk. Levensmiddelen bederven snel door de aanwezigheid van micro-orga nismen. Dat proces kan door de juiste bewaartemperatuur worden verhinderd of vertraagd. De temperatuur beïn vloedt de groeisnelheid van de micro
-organismen. Hoe lager de tempera tuur, hoe langzamer dit proces ver loopt.
De temperatuur in het toestel stijgt
als u de toesteldeur vaak en gedu
rende lange tijd opent,
– als u er meer levensmiddelen in be-
waart,
– als de verse levensmiddelen warm
zijn,
– als de omgevingstemperatuur van
het toestel hoog is. Het toestel is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse (bereik van de kamertemperatuur) waarvan de onder- en bovengrens gerespecteerd moeten worden.
-
-
-
-
-
-
...indekoelzone
We raden een koeltemperatuur van 5°C aan in het midden van het toestel.
begint de ontbinding door de micro-or ganismen; de levensmiddelen kunnen
­minder lang worden bewaard. Daarom mogen geheel of gedeeltelijk ontdooide levensmiddelen pas opnieuw ingevro ren worden, nadat ze verwerkt werden (koken of braden). Door de hoge tem peraturen worden de meeste micro-or ganismen gedood.
Temperatuur instellen
U kunt de temperatuur voor de koelzo ne met de temperatuurregelaar instel len.
Hoe hoger/lager de temperatuur in de koelzone, hoe hoger/lager de tempera­tuur in het vriesvak.
^ Draai de temperatuurregelaar met
een muntstuk naar rechts uit de stand "0".
Hoe hoger de instelling, hoe lager de temperatuur in het toestel.
Tijdens het instellen wordt de insteltem peratuur knipperend aangegeven.
-
-
-
-
-
-
-
...inhetvriesvak
(afhankelijk van het model)
Om verse levensmiddelen in te vriezen en ze langdurig te bewaren, is een tem peratuur van -18 °C vereist. Bij die tem peratuur komt de groei van micro-orga nismen in hoge mate tot stilstand. Zo dra de temperatuur boven -10 °C stijgt,
16
-
De temperatuurregelaar niet voorbij de aanslag draaien, anders raakt hij beschadigd.
-
-
-
Temperatuurindicator
De juiste temperatuur
De temperatuurindicator op het be dieningspaneel geeft altijd de ge wenste temperatuur aan.
Als u een temperatuur van 5°Cinde
koelzone wenst,
dan draait u de temperatuurregelaar
^
naar rechts (vanuit de stand 0) tot het cijfer 5 op de temperatuurindicator verschijnt.
In het vriesvak heerst er dan een ge middelde temperatuur van ong. -18 °C.
Binnen het aangegeven temperatuur­bereik (bijv. tussen 5 en 3 °C) kan de temperatuur iets kouder worden inge­steld:
^ draai de temperatuurregelaar bijv.
vanuit de stand 5 langzaam verder naar rechts tot het cijfer 5 op de tem­peratuurindicator kort knippert.
De koudere temperatuurinstelling bin nen het kleine temperatuurbereik is in gesteld.
-
-
-
-
-
Wanneer de toesteldeur zeer vaak geo pend wordt, wanneer grote hoeveelhe den levensmiddelen in het toestel gela den worden, of wanneer de omgevings temperatuur hoog is, is een instelling van 3°Ctot5°Cvoor de koelzone aangewezen.
-
-
-
-
17
Superkoel gebruiken
De functie Superkoel
Met de functie Superkoel wordt de koel zone zeer snel op de koudste waarde afgekoeld (afhankelijk van de kamer temperatuur).
Superkoel inschakelen
De functie Superkoel is met name aan te bevelen als u grote hoeveelheden verse levensmiddelen of dranken snel wenst af te koelen.
^ Druk op de toets Superkoel zodat het
controlelampje brandt.
De temperatuur in het toestel daalt, omdat het toestel met het maximale koelvermogen werkt.
-
Superkoel uitschakelen
De functie Superkoel schakelt zich au
­tomatisch na ca. 6 - 12 uur uit. Het con trolelampje gaat uit en het toestel werkt weer met het normale koelvermogen.
Om energie te sparen, kunt u de functie Superkoel zelf uitschakelen zodra de levensmiddelen of dranken koud ge noeg zijn.
Druk op de toets Superkoel zodat het
^
controlelampje uitgaat.
De koeling van het toestel werkt weer met het normale vermogen.
-
-
-
18
Verschillende koelgedeelten
Door de natuurlijke luchtcirculatie is de temperatuur in de koelzone niet overal gelijk. De koude, zware lucht daalt naar het onderste gedeelte van het toestel. Gebruik de verschillende koelgedeelten wanneer u levensmiddelen in het toe stel plaatst!
Warmste gedeelte
-
Koelzone juist gebruiken
Bewaar geen explosieve stoffen en geen producten met brandbare drijf gassen (bijv. spuitbussen) in het toestel. Ontploffingsgevaar!
Sterke drank met een hoog alcohol percentage mag u uitsluitend recht op en goed afgesloten in het toestel plaatsen.
-
-
-
Het warmste gedeelte van de koelzone bevindt zich bovenaan aan de deur. Gebruik dit gedeelte bijv. om boter te bewaren, zodat ze gemakkelijk smeer baar blijft, en voor kaas, zodat die zijn aroma niet verliest.
Koudste gedeelte
Het koudste gedeelte van de koelzone bevindt zich direct boven de fruit- en groentebakken.
Gebruik dit gedeelte voor alle gevoe­lige en snel bederfbare levensmid­delen, zoals:
vis, vlees, gevogelte,
worst, kant-en-klaargerechten,
gebak en gerechten met eieren of slagroom,
vers deeg, taart-, pizza- en quiche deeg,
kaas en andere producten op basis van melk,
in folie verpakte, bereide groenten en alle verse levensmiddelen waarvan de minimale houdbaarheidsdatum is gebaseerd op een bewaartempera tuur van minstens 4 °C.
-
Als u in het toestel of in de deur vet­of oliehoudende levensmiddelen be waart, dient u ervoor te zorgen dat
-
eventueel uitlopend vet of uitlopen de olie niet in contact komt met de kunststofonderdelen. Er kunnen spanningsscheuren in de kunststof ontstaan, zodat die barst of scheurt.
De lucht moet goed kunnen circule­ren tussen de levensmiddelen. Ga daarom als volgt te werk:
- Bewaar levensmiddelen niet te dicht bij elkaar.
- Bewaar levensmiddelen op een af stand van ca. 2 cm ten opzichte van de binnenverlichting.
De levensmiddelen mogen niet te gen de achterwand komen. Ze kun nen anders aan de achterwand vast vriezen.
Plaats de levensmiddelen niet te dicht tegen elkaar zodat er gemak kelijk lucht tussen kan circuleren.
-
Dek de ventilator op de achterwand niet af - die is belangrijk voor het koelvermogen!
-
-
-
-
-
-
-
19
Koelzone juist gebruiken
Levensmiddelen die zeker niet gekoeld mogen worden
Niet alle levensmiddelen kunnen in de koelkast bewaard worden, doordat ze gevoelig zijn voor koude. Augurken bijv. worden glazig, aubergines bitter en aardappelen zoet. Tomaten en sinaasappelen verliezen hun aroma en de schil van citrusvruchten wordt hard.
Onder andere de volgende levensmid delen zijn gevoelig voor koude:
ananas, avocado's, bananen,
granaatappels, mango's, papaja's, passievruchten, citrusvruchten (zoals citroenen, sinaasappels, mandarijnen, grapefruit),
– fruit dat nog verder moet rijpen,
– aubergines, augurken, aardappels,
paprika, tomaten, courgettes,
– harde kazen (parmezaan).
Waarop moet u letten wanneer u levensmiddelen koopt
De belangrijkste voorwaarde om le vensmiddelen lang te kunnen bewaren, is hun versheid. Dat is van het grootste belang voor de bewaartijd van de prod ucten. De koelketen mag indien moge lijk niet onderbroken worden. Let er bijv. op dat de levensmiddelen niet te lang in een warme auto blijven liggen. Wanneer het verouderings- of bederfproces ingezet is, kan dat niet meer ongedaan gemaakt worden. Een onderbreking van de koeling geduren de twee uur zet het bederf al in gang.
-
Levensmiddelen juist bewaren
Levensmiddelen moet u altijd goed ver pakt of goed afgedekt bewaren. Zo ver mijdt u dat de levensmiddelen vreemde geuren opnemen of gaan uitdrogen. Tegelijk voorkomt u de overdracht van eventuele bacteriën. Een correcte instelling van de temperatuur en een aangepaste hygiëne vertragen de vermenigvuldiging van bacteriën zoals
­salmonella.
Fruit en groenten
Fruit en groenten kunt u wel onverpakt in de fruit- en groentebakken bewaren. Hou er echter rekening mee dat niet alle fruit- en groentesoorten samen in één bak bewaard kunnen worden. Enerzijds worden er geurtjes en smaken overgedragen (wortels nemen bijv. snel de smaak en geur van uien over), anderzijds geven heel wat le­vensmiddelen een natuurlijk gas (ethyleen) vrij waarop andere levens­middelen heel gevoelig reageren zodat ze sneller slecht worden.
Voorbeelden van fruit en groenten die veel gas vrijgeven:
appelen, abrikozen, peren, nectari
-
-
-
nes, perziken, pruimen, avocado's, vijgen, bosbessen, meloenen, bo nen.
-
-
-
-
20
Koelzone juist gebruiken
Voorbeelden van fruit en groenten
die zeer gevoelig reageren op het natuurlijke gas van andere soorten fruit en groenten:
kiwi's, broccoli, bloemkool, spruiten, mango's, honingmeloenen, appels, abrikozen, augurken, tomaten, pe ren, nectarines, perziken.
Voorbeeld: broccoli mag u niet sa men met appels bewaren omdat ap pels veel gas vrijgeven en broccoli daar zeer gevoelig op reageert. Het gevolg is dat u de broccoli minder lang kunt bewaren dan eigenlijk mo gelijk is.
Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen
Onverpakte dierlijke en plantaardige le­vensmiddelen moet u van elkaar schei­den. Als de levensmiddelen samen be­waard moeten worden, dan moeten ze in elk geval verpakt zijn. Op die manier voorkomt u dat er microbiologische ver­anderingen optreden.
-
-
Vlees
Bewaar vlees onverpakt. (Folie en reci piënten openen.) De uitdroging van het vleesoppervlak remt de kiemvorming af en zorgt daardoor voor een betere houdbaarheid. Verschillende vlees soorten mogen niet rechtstreeks met el kaar in contact komen, maar moeten al tijd door een verpakking worden ge scheiden. Daardoor wordt vroegtijdige
­bederving door kiemoverdracht verme
den.
-
-
-
-
-
-
-
Levensmiddelen die rijk zijn aan eiwitten
Merk op dat levensmiddelen die rijk zijn aan eiwitten sneller bederven. Schaal- en schelpdieren bederven dus sneller dan vis, terwijl vis sneller bederft dan vlees.
21
De binnenruimte indelen
De legplaten verplaatsen
U kunt de legplaten in overeenstem ming met de hoogte van de te koelen levensmiddelen verplaatsen:
Til de legplaat eventjes op en trek ze
^
iets naar voren. Schuif ze met de uit sparing over de steunribben en ver plaats ze naar boven of naar onde ren.
De achterste boord van de legplaat moet naar boven wijzen zodat de le vensmiddelen niet tegen de achter wand rusten en daaraan kunnen vast vriezen.
Schuifstoppen voorkomen dat de legplaten ongewild uit het toestel ge­trokken worden.
-
-
-
-
-
-
Tweedelige legplaat
Om hoge waren, zoals hoge flessen of recipiënten, te kunnen plaatsen, is er een tweedelige legplaat, waarvan u het voorste deel voorzichtig onder het ach terste deel kunt schuiven:
-
plaatst u de twee houders links en
^
rechts op de steunribben op de ge wenste hoogte,
en schuift u de glazen platen na el
^
kaar in het toestel. De glazen plaat met de aanslagboord moet achteraan lig­gen!
Rek/flessenrek verplaatsen
^ Schuif het rek/flessenrek naar boven
en haal het uit het toestel.
^ Plaats het rek/flessenrek op de ge-
wenste plaats weer in het toestel. Zorg er daarbij voor dat het goed op
­de verhogingen vast gedrukt wordt.
-
-
^
til voorzichtig de achterste helft van de glazen legplaat omhoog.
^
til gelijktijdig de voorste helft van de glazen plaat lichtjes op en schuif die vervolgens voorzichtig onder de ach terste helft.
Om de halve glazen platen te ver plaatsen,
^
neemt u de twee halve glazen platen uit het toestel,
22
-
-
Invriezen en bewaren (volgens model)
Het vriesvak gebruiken
Gebruik het vriesvak om
diepgevroren voedsel te bewaren,
ijsblokjes te maken,
kleine hoeveelheden levensmiddelen
in te vriezen.
U kunt tot 2 kg per 24 uur invriezen.
Wat gebeurt er als verse levensmiddelen worden ingevroren?
Verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk volledig worden doorvroren, zodat de voedingswaarde, de vitamines, het uitzicht en de smaak be­houden blijven.
Hoe langzamer de levensmiddelen wor­den doorvroren, hoe meer vloeistof er uit elke cel naar de tussenruimten loopt. De cellen krimpen. Tijdens het ontdooien kan slechts een deel van de voordien vrijgekomen vloei stof naar de cellen terugvloeien. In de praktijk betekent dit dat de levensmiddelen veel vocht verliezen. Dat kunt u zelf vaststellen: tijdens het ontdooien vormt er zich een grote wa terplas rond het levensmiddel.
-
ring is. Er vormt zich slechts een kleine waterplas!
Diepgevroren voedsel bewaren
Als u diepgevroren voedsel wenst te bewaren, controleert u tijdens de aan koop in de winkel
de verpakking op beschadigingen,
de houdbaarheidsdatum en
de temperatuur in de koelruimte van
de winkeldiepvries. Als die tempera tuur hoger is dan -18 °C, dan vermin dert de houdbaarheid van het diep­gevroren voedsel.
^ Koop diepgevroren voedsel pas op
het einde van het winkelen, en trans­porteer het in krantenpapier of in een koelzak.
^ Leg het diepgevroren voedsel onmid-
dellijk in het vriesvak.
Gedeeltelijk of volledig ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen. Pas
­nadat u de levensmiddelen heeft
verwerkt (koken of braden), kunt u ze opnieuw invriezen.
-
-
-
Als het levensmiddel snel wordt doorvroren, heeft de celvloeistof minder tijd om uit de cellen naar de tussen ruimten te lopen. De cellen krimpen veel minder. Tijdens het ontdooien kan de kleine hoeveelheid vloeistof die naar de tus senruimten was gelopen, terug naar de cellen, zodat het vochtverlies zeer ge
-
-
-
23
Invriezen en bewaren (volgens model)
Zelf levensmiddelen invriezen
Vries uitsluitend verse levensmiddelen in perfecte staat in!
Hou bij het invriezen rekening met het volgende
Onderstaande levensmiddelen kun
nen ingevroren worden: vers vlees, gevogelte, wild, vis, groenten, kruiden, onbewerkt fruit, zuivelproducten, bakkerijproducten, voedselresten, eigeel, eiwit en talrijke kant-en-klaargerechten.
– Volgende levensmiddelen zijn niet
geschikt om in te vriezen: wijndruiven, bladsalade, radijzen, rammenas, zure room, mayonaise, volledige eieren in de schaal, uien, volledige onbewerkte appelen en pe­ren.
– Om de kleur, de smaak, het aroma
en de vitamine C te behouden, moet u groenten blancheren voor u ze in­vriest. Doe de groenten in porties ge durende2-3minuten in kokend wa ter. Neem de groenten uit het water en koel ze snel in koud water af. Laat de groenten uitdruppen.
Mager vlees is beter geschikt om in te vriezen dan vet vlees en kan veel langer worden bewaard.
-
-
-
smaakintensiteit van sommige kruiden verandert tijdens het invrie zen.
Laat warme schotels of dranken
eerst buiten het toestel afkoelen om te voorkomen dat reeds bevroren le vensmiddelen gedeeltelijk ontdooien en dat het stroomverbruik stijgt.
Verpakken
Vries per portie in.
^
Geschikte verpakking
- Kunststoffolie
- Buisfolie uit polyethyleen
- Aluminiumfolie
- Diepvriesdozen
Ongeschikte verpakking
- Pakpapier
- Perkamentpapier
- Cellofaan
- Vuilniszakjes
- Gebruikte winkelzakjes
^
Druk de lucht goed uit de verpak king.
^
Sluit de verpakking dicht af met
- elastiekjes
- kunststofclips
- touw of
- koudebestendige kleefband.
-
-
-
Plaats telkens een folie uit kunststof tussen koteletten, steaks, schnitzels enz. Zo vermijdt u dat ze tot één blok samen vriezen.
Rauwe levensmiddelen en geblan cheerde groenten voor het invriezen niet kruiden en zouten, schotels slechts lichtjes kruiden en zouten. De
24
Zakjes en buisfolie uit polyethyleen kunt u ook met een folielasapparaat dichtlassen.
^
Noteer de inhoud en de invriesdatum
-
op de verpakking.
Invriezen en bewaren (volgens model)
Voor u de levensmiddelen in het toestel legt
Draai ong. 4 uur voor u de goederen
^
in het vriesvak legt, de temperatuur regelaar op een gemiddelde tot lage temperatuur. De levensmiddelen die al in het vriesvak liggen, krijgen zo een koudereserve.
In het toestel plaatsen
Leg de levensmiddelen naast elkaar
^
op de bodem van het vriesvak, zodat ze zo snel mogelijk tot in de kern wor den ingevroren.
^ Leg de waren droog in het toestel om
te vermijden dat ze aan elkaar of aan het toestel vastvriezen.
In te vriezen levensmiddelen mogen niet in aanraking komen met reeds ingevroren levensmiddelen, zodat die niet ontdooien.
-
Platte stukken vlees en vis kunnen licht ontdooid in een hete pan worden gelegd.
Fruit kan bij kamertemperatuur in de verpakking of in een afgedekte schotel worden ontdooid.
Groenten kunnen over het algemeen bevroren in kokend water worden ge daan of in heet vet worden gestoofd. Wegens de gewijzigde celstructuur is de bereidingstijd iets korter dan bij ver se groenten.
­Gedeeltelijk of volledig ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen. Pas nadat u de levensmiddelen heeft verwerkt (koken of braden), kunt u ze opnieuw invriezen.
IJsblokjes bereiden
-
-
^ Draai de temperatuurregelaar na
ong. 24 uur weer op een gemiddelde instelling.
Ingevroren voedsel ontdooien
Ingevroren voedsel kunt u op verschil lende manieren ontdooien
in de microgolfoven,
in de gewone oven met de modus "hete lucht" of "ontdooien",
bij kamertemperatuur,
in de koelkast (de koude die de inge vroren levensmiddelen afgeven, wordt gebruikt om te koelen),
in de stoomoven.
^
Vul de ijsblokjesschaal voor drie kwart met water en plaats ze op de
-
bodem van het vriesvak.
^
Gebruik een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel, om een vastgevroren ijsblokjesschaal los te maken.
^
De ijsblokjes komen gemakkelijk los uit de schaal als u ze kort onder stro mend water houdt.
-
-
25
Invriezen en bewaren (volgens model)
Dranken snel koelen
Om dranken snel af te koelen, schakelt u de functie Superkoel in. Als u flessen in het vriesvak plaatst om ze snel te koelen, dient u de flessen ui terlijk na 1 uur weer uit het vriesvak te nemen, anders zullen de flessen ontploffen!
-
26
Ontdooien
Koelzone
De koelzone ontdooit automatisch.
Terwijl de compressor draait, kunnen er rijp en waterpareltjes worden gevormd op de achterzijde van de koelzone. Die hoeft u niet te verwijderen omdat ze au tomatisch verdampen door de warmte van de compressor.
Het dooiwater loopt via een gootje en een afvoerbuis naar een verdampsysteem aan de achterzijde van het toestel.
Zorg ervoor dat het dooiwater altijd ongehinderd kan weglopen. Hou met het oog daarop het gootje en de afvoeropening schoon.
Vriesvak
(volgens het model)
Het vriesvak kan niet automatisch ont dooien.
Door de normale werking worden er na
­verloop van tijd rijp en ijs op het
koeloppervlak gevormd. Daardoor ver mindert de koudeafgifte en stijgt het stroomverbruik.
Schraap de rijp- en ijslagen niet weg. Gebruik geen voorwerpen met een scherpe punt of rand. Als u dat doet, beschadigt u de koelelementen en functioneert het toestel niet meer correct.
Ontdooi het vriesvak geregeld, maar ui­terlijk als er zich een ijslaag van ca. 0,5 cm dik heeft gevormd. Doe dat bij voorkeur als het toestel weinig of geen bevroren goederen bevat.
-
-
Voor het ontdooien
^
Neem de levensmiddelen uit het vriesvak en wikkel ze in verschillende lagen krantenpapier of in een deken.
^
Bewaar de ingevroren levensmid delen op een koele plaats tot het vriesvak weer gebruiksklaar is.
-
27
Ontdooien
Het ontdooien zelf
Ontdooien moet snel gebeuren. Hoe langer u de ingevroren levensmid delen bij kamertemperatuur be waart, des te korter wordt de houd baarheid van de ingevroren levens middelen.
Schakel het toestel uit.
^
Trek de stekker uit of schakel de des
^
betreffende zekering in uw zekeringenkast uit.
Laat de deur van het vriesvak open.
^
^ Zuig het dooiwater op met een
spons.
U kunt het ontdooien versnellen door op een onderlegger een pot met heet (niet kokend) water in het vriesvak te plaatsen. In dat geval laat u de deur tijdens het ontdooien gesloten, zodat de warmte niet kan ontsnappen.
-
-
Gebruik geen ontdooisprays of producten om ijs te verwijderen. Die kunnen immers explosieve gassen vormen, oplos- of drijfmiddelen be
-
-
vatten, of de gezondheid schaden.
Na het ontdooien
Reinig het toestel en droog het.
^
Er mag geen reinigingswater in de af
-
voeropening voor het dooiwater lo pen.
Steek de stekker van het toestel weer
^
in het stopcontact of schakel de des betreffende zekering in uw zekeringenkast weer in, en schakel het toestel weer in.
^ Leg de ingevroren levensmiddelen
weer in het vriesvak.
-
-
-
-
-
Gebruik in geen geval een stoomrei niger om het toestel te ontdooien. Stoom kan in aanraking komen met onderdelen van het toestel die onder spanning staan en zo een kortslui ting veroorzaken.
Plaats nooit elektrische verwar mingstoestellen of kaarsen in het toestel om het te ontdooien. De kunststof zou beschadigd raken.
28
-
-
-
Zorg ervoor dat er geen water in de temperatuurregelaar of de ver lichting komt.
Er mag geen reinigingswater door de afvoeropening voor het dooiwater lopen.
Gebruik geen stoomreiniger. De stoom kan terechtkomen op onder delen van het toestel die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.
Het typeplaatje in het toestel mag niet worden verwijderd. De informa­tie op dit plaatje is belangrijk in ge­val van een storing.
Om schade aan de oppervlakken te voorkomen, mogen de volgende mid­delen niet worden gebruikt om de op­pervlakken te reinigen:
– reinigingsmiddelen die soda, ammo-
niak, zuur of chloor bevatten,
kalkoplossende reinigingsmiddelen,
schurende reinigingsproducten, zo als schuurpoeder, schuurmelk, poetsstenen,
reinigingsmiddelen met oplosmiddel,
reinigingsmiddelen voor roestvrij staal,
afwasmiddelen voor de afwasauto maat,
ovensprays,
glasreinigers,
-
-
-
-
Reinigen
schurende harde sponsen en bor
stels (bijv. schuursponsen),
speciale "wondersponsen",
scherpe metaalschrapers!
Vóór het reinigen
Schakel het toestel uit.
^
Trek de stekker uit of schakel de be
^
treffende zekering in uw zekeringenkast uit.
Haal de levensmiddelen uit het toe
^
stel en bewaar ze op een koele plaats.
^ Ontdooi het vriesvak (afhankelijk van
het model).
^ Neem alle onderdelen die uit het toe-
stel genomen kunnenworden uit het toestel om ze te reinigen.
Binnenruimte, toebehoren
^ Reinig het toestel minstens één keer
per maand. De binnenruimte en het toebehoren reinigt u het best met lauw water waarin u een beetje handafwasmid del doet.
De volgende onderdelen mogen wor den gereinigd in de afwasautomaat:
het botervlootje, de eiervakjes, het bakje voor ijsblokjes (afhankelijk van het model meegele verd)
de rekken/flessenrekken in de binnendeur
het boter- en kaasvak
-
-
-
-
-
-
29
Reinigen
De temperatuur van het gekozen af wasprogramma mag maximaal 55 °C bedragen! Kunststofonderdelen kunnen in de afwasautomaat verkleuren door con tact met bepaalde natuurlijke kleur stoffen, bijv. in wortels, tomaten en ketchup. Deze verkleuring heeft geen invloed op de stabiliteit van de desbetreffen de onderdelen.
Reinig de legplaten en de vakken
^
van de binnenruimte met de hand. Deze mogen niet worden gereinigd in de afwasautomaat!
^ Reinig het gootje en de afvoerope-
ning voor het dooiwater regelmatig met een wattenstaafje of iets derge­lijks, zodat het dooiwater ongehin­derd kan weglopen.
^ Ga na de reiniging met een doek die
met schoon water is vochtig gemaakt over de binnenruimte en het toebeho ren. Wrijf vervolgens alles droog met een doek. Laat de deuren van het toestel korte tijd openstaan.
-
Deurdichting
­Behandel de deurdichting niet met olie of vet. Anders wordt ze na ver loop van tijd poreus.
­Reinig de deurdichting regelmatig uit sluitend met schoon water en droog ze daarna grondig met een doek.
-
Na het reinigen
Plaats alle onderdelen in het toestel.
^
Sluit de toesteldeur.
^
^ Steek de stekker van het toestel weer
in het stopcontact of schakel de des­betreffende zekering in uw zekeringenkast weer in, en schakel het toestel weer in.
^ Schakel de functie
"Super koelen" een tijdje in, zodat het toestel snel koud wordt.
^ Leg de levensmiddelen in het toestel
en sluit de deur.
-
-
-
Openingen voor luchttoevoer en -afvoer
^
Reinig alle openingen voor luchttoe voer en -afvoer regelmatig met een borsteltje of een stofzuiger. Wanneer er zich stof ophoopt, verhoogt het energieverbruik.
30
-
Herstellingen aan elektrische toe stellen mag u enkel en alleen door een vakman laten uitvoeren. Door ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen er niet te onderschatten risico’s voor de gebruiker ontstaan.
-
Wat gedaan als...?
...deinschakelfrequentie en inschakelduur van de compressor toenemen?
Ga na of de luchttoevoeropening on
^
deraan in de kastsokkel en de lucht afvoeropening bovenaan in de om bouwkast afgesloten of verstopt zijn.
-
-
-
Wat gedaan als...
. . . het toestel niet koelt?
Ga na of de temperatuurregelaar op
^
een andere instelling dan "0" staat.
Ga na of de stekker van het toestel
^
goed in het stopcontact zit.
^ Controleer of de zekering op uw elek-
trische installatie uitgeschakeld is. Als dat het geval is, doet u een be­roep op de Technische Dienst van Miele.
...detemperatuur in de koelzone te koud is?
^
Zet de temperatuurregelaar op een kleinere stand.
^
Superkoeling is nog niet uitgescha keld. Dit gebeurt na 6 uur automa tisch!
^
Ga na of de deur van het vriesvak goed gesloten is.
-
-
De toesteldeur en de deur van het
^
vriesvak werden vaak geopend of er werden grote hoeveelheden verse le vensmiddelen in het toestel geladen resp. ingevroren.
Ga na of de toesteldeuren goed slui
^
ten.
^ Ga na of er zich in het vriesvak een
dikke rijplaag gevormd heeft. Als dat het geval is, moet u het vriesvak ont­dooien.
. . . het ingevroren voedsel ontdooit omdat het in het vriesvak te warm is?
^ Is de kamertemperatuur lager dan
die waarvoor uw toestel ontworpen is?
Verhoog de kamertemperatuur.
De compressor schakelt minder vaak in als de kamertemperatuur te laag ligt. Daardoor kan het in het vriesvak te warm worden.
-
-
^
Werd een grote hoeveelheid levens middelen in één keer ingevroren? Omdat de compressor daardoor zeer lang werkt, daalt de temperatuur in de koelzone automatisch. Daarom mag u niet meer dan 2 kg levensmid delen per keer invriezen.
-
...delevensmiddelen vastgevroren zijn?
Maak de levensmiddelen los met een stomp voorwerp, bijv. een lepelsteel.
-
31
Wat gedaan als...?
. . . het vriesvak een dikke ijslaag ver toont?
Ga na of de deur van het vriesvak
^
goed sluit.
Ontdooi en reinig het vriesvak.
^
Vervang de gloeilamp.
^
-
Aansluitgegevens van de gloeilamp: 220 - 240 V, voet E 14. Het vereiste vermogen (Watt) leest u van de defecte gloeilamp af.
Een dikke ijslaag vermindert het koel vermogen, waardoor het stroom verbruik stijgt.
...debinnenverlichting in de koelzo ne niet meer werkt?
Was de deur van de koelzone geduren de lange tijd geopend? De verlichting schakelt automatisch uit als de deur 15 minuten geopend is gebleven.
Als de binnenverlichting ook niet werkt als de deur maar eventjes open gaat, maar de temperatuurindicator werkt wel, dan is het gloeilampje defect.
^ Trek de stekker uit of schakel de
zekering op uw elektrische installatie uit.
-
-
-
-
^ Draai het nieuwe gloeilampje in de
houder. Let erop dat de zitting van de beveiligingsschijf a zuiver is.
^ Breng de afdekking van de lamp
langs achteren weer aan en klik ze langs de zijkanten vast.
...debodem van de koelzone nat is?
De afvoeropening voor het dooiwater zit verstopt.
^
Reinig het gootje en de opening voor het dooiwater.
^
Neem de afdekking van de lamp langs boven en onderen vast (1) en trek ze naar voren weg (2).
^
Draai het gloeilampje uit de houder. Daarvoor moet u een beetje kracht zetten omdat u de tegenstand van de beveiligingsschijf moet overwinnen.
32
Als u de storing niet kunt verhelpen aan de hand van deze aanwijzingen, dan moet u een beroep doen op de Technische Dienst van Miele.
Om het koudeverlies zo beperkt mo gelijk te houden, opent u indien mo gelijk de deur van het toestel niet tot de storing verholpen is.
-
-
Waar bepaalde geluiden vandaan komen
Heel normale geluiden Waar komen ze vandaan?
Brrrrr... Gebrom komt van de motor (compressor). Dat kan even wat har
Blubb, blubb.... Geborrel, geklots of gezoem komt van het koelmiddel dat door
Klik.... U hoort een klik telkens als de thermostaat de motor in- of uit
Sssrrrrr.... Bij toestellen met verschillende zones of bij No-Frostmodellen
Krak.... Wanneer het materiaal in uw toestel uitzet kan men gekraak ho
Bedenk echter dat motor- en stromingsgeluiden in de koelingskringloop niet te vermijden zijn!
der worden terwijl de motor ingeschakeld wordt.
de buisjes vloeit.
-
schakelt.
kan u een zacht geruis horen van de luchtstroming in de binnen ruimte van het toestel.
ren.
-
-
-
Geluid waaraan u vlot kan verhelpen
Geklepper, gerammel, gerinkel Het toestel staat niet waterpas: Stel het toestel waterpas.
Waar komt het vandaan en wat kan u ertegen doen?
Schroef de voetjes in of uit het toestel of leg iets onder het toe­stel.
Het toestel raakt andere toestellen of meubels aan: Schuif het toestel van de meubels of andere toestellen weg.
Laden, korven of legplaten trillen of knellen: Controleer de uit neembare onderdelen en zet ze eventueel opnieuw op hun plaats.
Flessen of recipiënten raken elkaar: Schuif de flessen of reci piënten wat uit elkaar.
De snoerhouder hangt nog tegen de achterzijde van het toe stel: Neem de snoerhouder weg.
-
-
-
33
Technische dienst
Neem in geval van storingen die u zelf niet kan verhelpen, contact op met
uw Miele-handelaar
^
of
de Technische Dienst van Miele.
^
Het adres en de telefoonnummers van onze Technische Dienst vindt u op de rugzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Wanneer u daar een beroep op doet, geef dan a.u.b. altijd het type- en het machinenummer van uw toestel op. Deze gegevens vindt u op het type plaatje binnen in het toestel.
-
34
Dit toestel wordt aansluitklaar geleverd, is dus voorzien van snoer en stekker. Het apparaat is geschikt om te worden aangesloten op eenfasige stroom 220 - 240 V, 50 Hz. Dit toestel mag en kel op een degelijk geaard stopcontact worden aangesloten.
Om de veiligheid te verhogen, verdient het aanbeveling een verliesstroomscha kelaar met een uitschakelstroom van 30 mA voor het toestel te schakelen.
U dient smeltveiligheden van 10 A te voorzien.
Plaats het stopcontact naast of vlakbij het toestel. Dat dient vlot toegankelijk te zijn.
Gebruik geen verlengsnoeren om het toestel op het stroomnet aan te sluiten. Die waarborgen niet de nodige veilig­heid. Er is risico van oververhitting.
-
Elektrische aansluiting
-
Sluit uw toestel niet aan op stroomom­zetters die bij apart werkende stroom­voorziening worden gebruikt, bv. bij zonne-energie. Bij het inschakelen van uw toestel kunnen er anders span ningspieken optreden waardoor het voor uw veiligheid wordt uitgeschakeld. Daardoor kan de elektronische bestu ring echter schade oplopen!
Gebruik uw toestel ook niet met zoge heten stroomsparende stekkers. Daardoor wordt de stroomtoevoer naar het toestel immers beperkt zodat het toestel te warm wordt.
Dient het aansluitsnoer te worden vervangen, dan mag dat enkel worden uitgevoerd door een erkend elektricien.
-
-
-
35
Montagerichtlijnen
Een niet-ingebouwd toestel kan kan telen!
Opstelplaats
Kies geen opstelplaats vlak naast een fornuis, een verwarming of in de omge ving van een venster met directe inval van zonnestralen. Hoe hoger de omge vingstemperatuur, hoe langer de com pressor moet werken, waardoor er meer stroom wordt verbruikt. Een droge, verluchtbare ruimte is het meest geschikt.
Klimaatklasse
Het toestel is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse (bereik van de kamertemperatuur) waarvan de onder­en bovengrens moeten worden gerespecteerd. De klimaatklasse is ver­meld op het typeplaatje aan de binnen­zijde van het toestel.
Klimaatklasse Kamertemperatuur
SN
N
ST
T
van +10 ? tot +32 ? van +16 ? tot +32 ? van +16 ? tot +38 ? van +16 ? tot +43 ?
-
-
Luchttoevoer en luchtafvoer
De lucht aan de achterkant van het toe stel wordt opgewarmd. Daarom moet het inbouwmeubel zo geconstrueerd zijn dat de luchttoevoer en luchtafvoer niet gehinderd worden.
­De lucht wordt via de voet van de
keukenkast aangevoerd.
­Met het oog op de luchttoevoer en
luchtafvoer moet er langs de achterzij de van het toestel een afvoerkanaal van minimum 38 mm diep voorzien zijn. De diameter van de verluchting en de verluchting onder het plafond moet overal minstens 200 de opgewarmde lucht ongehinderd kan wegstromen. Anders moet de compres­sor harder werken, waardoor het stroomverbruik toeneemt.
De verluchtingsopeningen mogen niet afgedekt of afgesloten worden. Bovendien moeten ze regelmatig gereinigd worden.
2
bedragen zodat
-
-
Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de compressor gedurende lange tijd niet werkt. Dit kan tot te hoge temperaturen in het toestel leiden, zo
­dat de levensmiddelen eventueel zelfs beginnen te ontdooien!
36
Voor u het toestel inbouwt
Voor u het toestel inbouwt, verwijdert
^
u de opvullijst, de boordband en het andere toebehoren uit het toestel of van de achterzijde van het toestel.
Neem in geen geval de
^
afstandshouders van de achterzijde van het toestel weg. Die zorgen er­voor dat de noodzakelijke afstand tussen de achterzijde en de muur be­waard blijft.
^ Verwijder de kabelhouder aan de
achterzijde van het toestel.
Montagerichtlijnen
^ Controleer of de onderdelen aan de
achterzijde van het toestel nergens tegenaan kunnen komen. Buig ze zo nodig voorzichtig de andere kant op.
37
Inbouwafmetingen
Deurhoogte [mm] Hoogte van de nis [mm]
AB
K 9202 E 887 874 - 880
K 9404 EF 1233 1220 - 1226
38
Deurscharnieren veranderen
Voor u het toestel inbouwt, dient u na te gaan naar welke zijde de deur moet opengaan. Als de scharnieren links moeten staan, moeten u ze ver plaatsen.
Om de deurscharnieren te verwis selen, heeft u torx-schroevendraaiers van ver schillende grootte nodig, alsook een sleufschroevendraaier!
-
-
-
Toesteldeur
Open de toesteldeur.
^
Open de toesteldeur ong. 45° en
^
kantel ze er langs boven uit tot de bovenste steun g niet meer met de toesteldeur verbonden is.
Neem de toesteldeur weg.
^
Bij toestellen met een vriesvak moet nu de deur van het vriesvak gewis seld worden!
Schroef de onderste steun h los en
^
plaats hem op de tegenovergestelde kant (door het 2e en 4e gat van bui ten schroeven).
^ Draai de steunbout i in de steun
om.
^ Verifieer of er zich een witte kunststof
mof j aan de andere kant van de deursteun bevindt. Zo niet: Trek de kunststof mof j uit de deursteun en monteer hem heel pre­cies op de andere kant van de deur. Let op de draaibeveiliging!
-
-
^
Neem de afdekkingen a, b en c telkens langs onderen weg.
^
Schroef de lijst d van het bekledingsframe los en haal de af dekplaat e en de steunbout f er met een sleufschroevendraaier uit.
^
Schroef de bovenste steun g los en bevestig hem 180° gedraaid op de andere kant. (Langs de zijkant op de steun tikken!)
^
Plaats de toesteldeur langs onderen op de lagerbout i en verbind ze met de bovenste steun g. Steek er dan de steunbout f langs boven in.
^
Belangrijk: Breng de afdekplaat e opnieuw aan.
Als er nog geen bekledingsplaat voor de toesteldeur gemonteerd is,
-
monteert u nu de bekledingsplaat (zie "Bekledingsplaat monteren")!
39
Deurscharnieren veranderen
Draai de lijst d van het
^
bekledingsframe vast.
Schroef de deurgreep k vast en dek
^
de schroeven met de afdekkappen af.
Plaats de afdekkingen a, b en c
^
telkens 180° gedraaid op de tegen overgestelde zijde.
Deur van het vriesvak
^ Klap de afdekking op de steun a
naar beneden.
^ Draai de steun b los en neem de
deur van het vriesvak c samen met de steun weg.
Zet de deur van het vriesvak c langs
^
boven op zijn plaats e en schroef de steun vast b.
Klap de afdekking op de steun a
^
weer dicht.
Sluit de vrij gekomen openingen met
^
-
de stoppen f af.
^
Schroef het grendelstuk d los.
^
Plaats het grendelstuk d 180° ge draaid op de andere kant en schroef het vast.
40
-
Bekledingsplaten monteren
Met een bekledingsplaat kunt u het toe stel aan de kleur van uw keukenmeubels aanpassen.
Onder het bekledingsframe kunnen be kledingsplaten met een dikte van maxi maal 4mmgemonteerd worden.
Bekledingsplaten die dikker zijn, moe­ten langs de vier kanten afgefreesd worden (a bekledingsplaat, b bekledingsframe).
Afmetingen bekledingsplaat
s-
Breedte
bekleding
s­plaat [mm]
Hoogte van
de
nis
[mm]
K 9202 E 874 - 880 860 585
K 9404 EF 1220 - 1226 1206 585
Hoogte
bekleding
plaat [mm]
Montage
-
Open de toesteldeur.
^
-
-
^ Draai de lijst a van het
bekledingsframe los.
^ Draai de schroeven van de lijsten b
en c van het bekledingsframe iets los zodat ze wat naar voren kunnen schuiven.
^
Schuif er de bekledingsplaat f in.
^
Schuif de lijsten b en c van het bekledingsframe terug op hun plaats en schroef ze vast.
^
Schroef de lijst a van het bekledingsframe en de deurgreep d vast.
Vermeld bij een bestelling van een bekledingsplaat altijd de afme
­tingen, en bij hout ook de nerfrichting.
^
Dek de schroeven met de afdekkappen e af.
41
Bekledingsplaten monteren
Opvullijst
Als de beschikbare bekledingsplaat niet hoog genoeg is, kan de gleuf tus sen de bekledingsplaat en het bekledingsframe met een opvullijst af gedekt worden.
Afhankelijk van de afmetingen kunnen een of twee opvullijsten (onder en/of boven) gebruikt worden.
De opvullijsten zijn in verschillende kleuren en afmetingen in de vakhan del of bij de Technische Dienst be schikbaar.
-
Schuif de lijst b van het
^
bekledingsframe terug op zijn plaats
-
-
-
en schroef hem vast.
Plaats de lijsten a en c van het
^
bekledingsframe boven de opvullijst en schroef ze vast.
Schroef de deurgreep e vast.
^
Dek de schroeven met de
^
afdekkappen f af.
^
Draai de lijsten a en c van het bekledingsframe los.
^
Draai de schroeven van de zijlijst b van het bekledingsframe iets los zo dat die wat naar voren kan schuiven.
^
Schuif er de bekledingsplaat g in.
^
Plaats er langs onder en/of boven de opvullijst d op.
42
-
Alle montagestappen zijn beschre ven voor een toestel met de deur scharnieren rechts. Als u de deur scharnieren links gemonteerd hebt, moet u daarmee bij de verschillende montagestappen rekening houden.
-
-
-
Inbouw in een scheidingswand
Als het toestel in een scheidingswand wordt ingebouwd, moet de achterzijde van de inbouwnis ter hoogte van het toestel afgedekt worden.
De inbouwnis uitlijnen
Het toestel inbouwen
Het toestel voorbereiden
Schuif de opvullijst a (noppen naar
^
onderen) in de gleuf en haak ze met de noppen in de sleutelgaten b vast.
Voor u het toestel inbouwt, moet u de inbouwkast zorgvuldig met een water pas uitlijnen. De hoeken van de kast moeten in een hoek van 90° ten opzich te van elkaar staan.
^
Kort de boordband in volgens de hoogte van de nis.
-
-
43
Het toestel inbouwen
Het toestel inbouwen en vastmaken
^ Kleef de boordband a op de kant
van het toestel langs waar de deur open gaat. De boordband moet vlak liggen met de voorzijde.
^
Alleen bij 16 mm dikke meubel wanden:
Klik het afstandsstuk b op de steun c.
^
Schuif het toestel zover in de inbouw nis tot de onderste steun d tegen de voorzijde van de meubelwand komt. Let erop dat de aansluitkabel niet gekneld raakt wanneer u het toestel op zijn plaats schuift.
^
Controleer de positie van het toestel en lijn het indien nodig uit.
Lijn de bovenzijde van het toestel
^
langs de kant van de greep via de regelvoet uit. Gebruik daarvoor de steeksleutel e. Het toestel moet langs de kant van de scharnieren bo venaan dicht tegen de zijwand komen.
Lijn de onderzijde van het toestel
^
langs de kant van de scharnieren uit met de regelvoet in de steun d.Ge bruik daarvoor een schroevendraaier f.
Indien het nodig is , zet u de deur
^
via de langwerpige gaten in de on derste steun d in één lijn met de omringende meubeldeuren.
^ Schroef het kunststof profiel g met
de schroeven h op de kant van het toestel langs waar de deur open gaat.
^ Lijn het toestel zo uit dat het kunststof
profiel g in één lijn staat met de voorzijde van de bodem van het meubel.
^
Maak het toestel in de nis vast. Draai
-
daarbij de schroeven i, j en k in de wanden van de nis.
- Bovenaan doorheen de steun c (duw daarbij het toestel stevig tegen de meubelwand) en
- onderaan doorheen de regelvoet in
-
de steun d en het kunststof profiel g.
^
Indien nodig verschuift u de opvullijst k tot hij parallel met de voorzijde van de kast staat. Hij mag niet naar voren steken!
-
-
-
44
Draai nadien nog eens eerst de bo
^
venste en vervolgens de onderste schroeven vast.
Sluit het kunststof profiel g.
^
Het toestel inbouwen
-
454647
Wijzigingen voorbehouden / 4910
K 9202 E, K 9404 EF
M.-Nr. 07 925 280 / 00
Loading...