MIELE K 9123 Ui User Manual [nl]

Gebruiksaanwijzing en montage handleiding
Koelkast
-
K 9123 Ui
Lees in elk geval de ge­bruiksaanwijzing voor u het toestel opstelt, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan het toestel.
nl-BE
M.-Nr. 09 265 270
Inhoud
Beschrijving van het toestel .........................................4
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu ...........................5
Opmerkingen omtrent uw veiligheid ..................................6
Hoe kunt u energie besparen? ......................................11
Toestel in- en uitschakelen .........................................12
Bij langdurige afwezigheid ..........................................12
De juiste temperatuur .............................................13
...indekoelzone .................................................13
Temperatuurindicator ..............................................13
Temperatuur instellen ..............................................13
Superkoel gebruiken ..............................................14
Levensmiddelen in de koelzone bewaren .............................15
Verschillende koelgedeelten .........................................15
Niet geschikt voor de koelkast........................................16
Waarop moet u letten wanneer u levensmiddelen koopt ...................16
Levensmiddelen juist bewaren .......................................16
Fruit en groenten................................................16
Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen ..................17
Levensmiddelen die rijk zijn aan eiwitten .............................17
Vlees .........................................................17
Binnenruimte indelen .............................................18
Onderverdelingen verplaatsen .......................................18
Koellade uitnemen .................................................18
Fruit- en groentebak ...............................................19
Automatisch ontdooien............................................20
Reinigen ........................................................21
Binnenruimte, toebehoren ...........................................22
Openingen voor luchttoevoer en -afvoer ................................23
Deurdichting .....................................................23
Wat gedaan als...?..............................................24
Waar bepaalde geluiden vandaan komen .............................26
Technische Dienst van Miele/garantie ................................27
Informatie voor handelaars.........................................28
Demo-functie .....................................................28
Inhoud
Elektrische aansluiting ............................................29
Montagerichtlijnen ................................................30
Opstelplaats......................................................30
Klimaatklasse ..................................................30
Luchttoevoer en luchtafvoer .........................................30
Voor u het toestel inbouwt ...........................................31
Inbouwafmetingen ................................................32
Toestel inbouwen.................................................33
Gewicht van de meubeldeur .........................................33
Toestel inschuiven .................................................33
Toestel waterpas zetten.............................................34
Toestel in de nis vastzetten ..........................................36
Meubeldeur monteren ..............................................36
Ga als volgt te werk om te controleren of het toestel
correct is ingebouwd: ............................................39
Toesteldeur verstellen om ervoor te zorgen dat de deurdichting
het toestel raakt ...................................................39
Deurkanteling aanpassen.........................................40
Deur uitlijnen ...................................................41
Beschrijving van het toestel
a Aan-uittoets
b Toets voor het instellen van de tem
peratuur
c Temperatuurindicator
d Toets voor "Super koelen" en
­waarschuwingscontrolelampje
e Bedieningspaneel
f Uittrekbare koelwagen met verstelba
re deur
g Verplaatsbare onderverdelingen
h Koellade
i Binnenverlichting
4
j Flessenrek
k Gootje en
­afvoeropening voor het dooiwater
l Bewaarruimte in een uitsparing in het
sokkelgedeelte
m Fruit- en groentebak
n Luchttoevoer- en luchtafvoerope
ningen
-
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu
Recycleerbare verpakking
De verpakking behoedt het toestel voor transportschade. Er werd materiaal ge kozen dat door het milieu wordt verdra gen en opnieuw kan worden benut.
Door de verpakking weer in kringloop te brengen, wordt er grondstof ge spaard en verkleint de afvalberg. Geef deze stoffen dus niet met het gewone vuilnis mee. Breng ze liever naar het dichtstbijzijnde gemeentelijk container park. Waar u dat vindt, komt u zeker bij uw gemeentebestuur aan de weet.
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische ap­paraten bevatten vaak nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die voor het functio­neren en de veiligheid van het apparaat nodig waren. Als u het apparaat bij het gewone afval doet of bij verkeerde be­handeling kunnen deze stoffen schade­lijk zijn voor de gezondheid en het milieu. Verwijder het afgedankte appa raat dan ook nooit met het gewone af val.
-
-
-
-
-
de firma Recupel,
telefoon 02 706 86 10, website: www.recupel.be
­of
uw gemeentebestuur als u uw toestel
naar een containerpark brengt.
Zorg er ook voor dat het toestel intus­sen kindveilig wordt bewaard voor u het laat wegbrengen.
Bij de aankoop van uw nieuw toestel heeft u een bijdrage betaald. Die wordt volledig gebruikt voor de toekomstige recyclage van dat toestel. Dat bevat trouwens nog waardevol materiaal. Door te recycleren wordt er dan ook minder verspild en vervuild.
Als u vragen heeft omtrent het af danken van uw oud toestel, neem dan contact op met
de handelaar bij wie u het kocht
of
-
5
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Gebruik voor andere doeleinden is niet
Dit toestel voldoet aan de voorge schreven veiligheidsvoorschriften. Door ondeskundig gebruik kunnen gebruikers echter letsel oplopen en kan er schade optreden aan het toe stel.
Voor u het toestel in gebruik neemt, moet u de gebruiksaanwijzing aan dachtig lezen. U vindt er belangrijke opmerkingen omtrent uw veiligheid, de installatie, het gebruik en het on derhoud van uw toestel. Dat is vei liger voor uzelf en u voorkomt scha de aan het toestel.
Bewaar de gebruiksaanwijzing en geef ze door aan wie het toestel eventueel na u gebruikt.
Juist gebruik
Het toestel is uitsluitend bedoeld
~
voor gebruik in het huishouden en gelijkaardige omgevingen zoals
in winkels, kantoren en gelijkaardige werkomgevingen,
op boerderijen,
door klanten in hotels, motels, bed-and-breakfasts en andere typische woonomgevingen.
Dit toestel is niet bestemd voor gebruik buiten.
-
-
toegelaten en kan gevaarlijk zijn. De fa brikant is niet aansprakelijk voor scha de die werd veroorzaakt doordat het toestel voor andere doeleinden werd
-
gebruikt of verkeerd werd bediend.
Personen die door hun fysieke,
~
zintuiglijke of geestelijke mogelijkheden of hun onervarenheid of gebrek aan
­kennis niet in staat zijn om het toestel
veilig te bedienen, mogen dit toestel al leen onder het toezicht of de
­begeleiding van een verantwoordelijk
iemand gebruiken.
-
Kinderen in het huishouden
Kinderen vanaf acht jaar mogen het
~
toestel zonder toezicht gebruiken, maar alleen wanneer hun de bediening ervan zo uitgelegd is dat ze het veilig kunnen bedienen. Kinderen moeten de eventu­ele risico's van een foutieve bediening kunnen beseffen.
Kinderen jonger dan acht jaar moe-
~
ten uit de buurt van het toestel worden gehouden, tenzij ze constant in het oog worden gehouden.
Hou kinderen die in de buurt van het
~
toestel komen in het oog. Let op dat kinderen niet met het toestel spelen, bijv. in de uittrekbare koelwagen gaan zitten of aan de uittrekbare koelwagen gaan hangen.
-
-
-
Gebruik het toestel uitsluitend in huis houdelijke context voor het koelen en bewaren van levensmiddelen.
6
-
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Technische veiligheid
Controleer vóórdat het toestel wordt
~
ingebouwd, of het toestel aan de buiten kant zichtbaar beschadigd is. Is dat het geval, neem het toestel dan in geen ge val in gebruik. Een beschadigd toestel kan uw veiligheid in gevaar brengen!
Is de aansluitkabel beschadigd, laat
~
deze dan vervangen door een vakman of vakvrouw die door Miele erkend is. Zo vermijdt u risico's voor wie het toestel ge bruikt.
Dit toestel bevat het koelmiddel iso-
~
butaan (R600a), een natuurlijk gas dat het milieu weinig belast, maar wel brandbaar is. Het is niet schadelijk voor de ozonlaag en draagt niet bij tot het broeikaseffect. Het gebruik van dit mi­lieuvriendelijke koelmiddel veroorzaakt wel een lichte verhoging van het werkingsgeluid. Naast de werkingsgeluiden van de compressor kunnen er stromingsgeluiden in het vol­ledige koelcircuit optreden. Deze ef fecten zijn jammer genoeg niet te ver mijden, maar hebben geen invloed op de prestaties van het toestel. Let er bij het transporteren en het op stellen van het toestel op dat geen en kel onderdeel van het koelcircuit be schadigd raakt. Wegspattend koelmid del kan tot oogletsels leiden! Bij beschadiging:
-
-
-
-
-
-
-
neem contact op met de dienst Her
stellingen aan huis van Miele.
Hoe meer koelmiddel er in een toe
~
stel zit, hoe groter de ruimte moet zijn waarin het toestel wordt opgesteld. Bij een eventueel lek kan er in een te kleine ruimte een brandbaar mengsel van gas en lucht ontstaan. Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m heid koelmiddel is aangegeven op het typeplaatje in het toestel.
­Een veilige werking van het toestel
~
is alleen dan gewaarborgd als het toe stel overeenkomstig de gebruiksaanwij­zing gemonteerd en aangesloten werd.
Voor u het toestel aansluit, dient u
~
eerst de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet te vergelij­ken. Deze gegevens dienen absoluut over­een te stemmen. Anders treedt er scha­de op aan uw toestel. Vraag bij twijfel inlichtingen aan een elektricien.
Gebruik uit veiligheidsoverwegingen
~
geen verlengkabels of stopcontactenblokken om het toestel aan te sluiten. Die bieden niet voldoen de veiligheidsgaranties. Er bestaat on der andere gevaar voor oververhitting.
-
3
groot zijn. De hoeveel
-
-
-
-
-
-
vermijd open vuur of ontstekings bronnen,
trek de stekker uit het stopcontact,
verlucht het vertrek waarin het toestel staat gedurende enkele minuten, en
-
7
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
De elektrische veiligheid van het
~
toestel is alleen gewaarborgd als het wordt aangesloten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd aardsys teem. Het is heel belangrijk dat aan deze fundamentele veiligheidsvoor waarde is voldaan. Laat de elektrische installatie in uw woning in geval van twijfel door een elektricien controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk ge steld worden voor schade die werd ver oorzaakt doordat de aardleiding onder broken was of gewoon ontbrak. Er be staat in dat geval onder andere gevaar voor elektrische schokken.
Installatie-, onderhouds- en
~
herstellingswerken mogen alleen wor­den uitgevoerd door vakmensen die door de fabrikant erkend zijn. Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of herstellingswerken kunnen er voor de gebruiker aanzienlijke risico's ontstaan waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.
-
-
-
-
Tijdens installatie-, onderhouds- en
~
herstellingswerken moet het toestel van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Het toestel is pas stroomloos indien aan een van deze voorwaarden werd vol daan:
De stekker van het toestel is uitge
trokken. Trek daarbij niet aan de kabel, wel aan de stekker.
­De desbetreffende zekering in de
­zekeringkast is uitgeschakeld.
Laat defecte onderdelen enkel
~
vervangen door originele Miele-wisselstukken. Enkel dan bent u zeker dat ze ten volle voldoen aan de eisen die Miele qua veiligheid stelt.
Dit toestel mag niet op niet-vaste
~
plaatsen (bijv. op een schip) worden gebruikt.
-
-
Laat u het toestel tijdens de ga
~
rantieperiode herstellen, dan mag dat enkel gebeuren door een technicus die door de fabrikant erkend is. Anders is er bij schade achteraf geen aanspraak meer op garantie.
8
-
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Veilig gebruik
Bewaar geen explosieve stoffen of
~
producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) in het toestel. Als de thermostaat wordt ingeschakeld, kun nen er vonken ontstaan. Die kunnen ontvlambare mengsels tot ontploffing brengen.
Gebruik geen elektrische toestellen
~
in het toestel (bijv. om softijs te maken). Er kunnen vonken ontstaan. Ontplof fingsgevaar!
Plaats dranken met een hoog alco
~
holpercentage enkel rechtop en goed afgesloten in de koelzone. Ontploffingsgevaar!
Als u levensmiddelen eet die te lang
~
bewaard werden, bestaat er gevaar voor voedselvergiftiging. De bewaarduur is afhankelijk van di­verse factoren, zoals de versheid en kwaliteit van de levensmiddelen en de temperatuur waarop ze worden be­waard. Hou rekening met de bewaarinstructies en de verbruikstermijnen van de fabrikant van de levensmiddelen.
-
-
-
Dek de luchttoevoer- en luchtafvoer
~
openingen in de sokkel niet af.
­Als deze openingen afgedekt zijn, kan
er geen goede luchtcirculatie plaatsvin den. Het stroomverbruik stijgt en scha de aan onderdelen kan niet worden uit gesloten.
Het toestel is geconstrueerd voor
~
een bepaalde klimaatklasse (bereik van de kamertemperatuur) waarvan de onder- en bovengrens moeten worden gerespecteerd. De klimaatklasse is ver meld op het typeplaatje aan de binnen zijde van het toestel. Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de compressor gedurende een lange tijd stilstaat, zodat het toestel de vereiste temperatuur niet kan aan­houden.
Gebruik voor het reinigen van het
~
toestel in geen geval een stoomreini­ger. Stoom kan in aanraking komen met on­derdelen van het toestel die onder spanning staan en zo een kortsluiting veroorzaken.
-
-
-
-
-
-
Behandel de deurdichting niet met
~
olie of vet. Daardoor wordt de deurdichting na ver loop van tijd poreus.
Als u in het toestel of in het
~
flessenrek vet- of oliehoudende levens middelen bewaart, dient u ervoor te zorgen dat eventueel uitlopend vet of uitlopende olie niet in contact komt met de kunststofonderdelen. Er kunnen spanningsscheuren in de kunststof ontstaan, zodat die barst of scheurt.
-
-
9
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Wat met een afgedankt toe
-
stel?
Vernietig het knip- of vergrendelslot
~
van uw oude toestel als u het afdankt. Op die manier voorkomt u dat spelende kinderen zich in het toestel opsluiten, wat levensgevaarlijk kan zijn.
Beschadig geen onderdelen van het
~
koelcircuit, bijv. door
koelmiddelkanalen van het
verdampsysteem open te prikken,
buizen te knikken,
– oppervlaktecoatings weg te krabben.
Als er koelmiddel uit spuit, kan dat oogletsels veroorzaken.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die ontstaan is doordat deze veiligheidsrichtlijnen niet in acht werden genomen.
10
Hoe kunt u energie besparen?
Normaal energieverbruik Verhoogd energieverbruik
Opstellen In een verluchte ruimte. In een gesloten, niet verluchte ruimte.
Beschermd tegen rechtstreekse zonnestralen.
Niet naast een warmtebron (verwar mingselement, fornuis).
Bij een ideale kamertemperatuur van ongeveer 20 °C.
Dek de ventilatieopeningen niet af. Verwijder regelmatig het stof van de ventilatieopeningen.
Temperatuurinstelling Thermostaat op basis van "circa-getallen" (regeling in niveaus)
Temperatuurinstelling Thermostaat op basis van graden (digitaal display)
Gebruik Laat de schuifladen, legplaten en
Ontdooien Ontdooi de vrieszone bij een ijslaag
Bij een gemiddelde instelling van 2 tot 3.
Bewaarzone van 8 tot 12 °C
Koelzone 4 tot 5 °C
PerfectFresch-zone ongeveer 0 °C
Vrieszone -18 °C
Wijnbewaarzone van 10 tot 12 °C
rekken zoals ze waren toen het toe­stel werd geleverd.
Open de deur altijd zo kort mogelijk. De deur vaak en langdurig openen
Schik de levensmiddelen in het toe stel.
Laat warme gerechten en dranken eerst buiten het toestel afkoelen.
Plaats levensmiddelen goed verpakt of goed afgedekt in het toestel.
Leg ingevroren producten in de koelzone om ze te ontdooien.
Doe de vakken niet te vol zodat de lucht kan circuleren.
van 0,5 cm.
Bij rechtstreekse zonnestralen.
Naast een warmtebron
­(verwarmingselement, fornuis).
Bij een hogere omgevingstempera tuur.
Bij een hoge instelling: Hoe lager de temperatuur in de zone, hoe hoger het energiever bruik!
Bij toestellen met een winterschake­ling moet u erop letten dat die scha­kelaar bij omgevingstemperaturen boven 16 °C of 18 °C uitgeschakeld is!
= koudeverlies
-
Als u lang moet zoeken, blijft de deur lang openstaan.
Warme gerechten doen de com pressor langdurig werken (het toe stel probeert te koelen).
Wanneer vloeistoffen in de koelzone verdampen en condenseren, leidt dat tot verlies van het koelvermo gen.
Een ijslaag vermindert de over dracht van de koude aan de in te vriezen levensmiddelen en doet het energieverbruik stijgen!
-
-
-
-
-
-
11
Toestel in- en uitschakelen
Vóór het eerste gebruik
Trek de beschermfolies af.
^
^ Verwijder de transportbescherming
aan de achterwand van de binnen­ruimte: Zwenk deze opzij en verwijder deze naar voren toe uit het toestel.
^ Reinig de binnenruimte en het toebe-
horen. Gebruik daarvoor lauw water. Wrijf daarna alles droog met een doek.
Toestel inschakelen
^
Druk op de aan-uittoets, zodat de temperatuurindicator aangaat.
Toestel uitschakelen
Druk zo vaak op de aan-uittoets tot
^
de temperatuurindicator uitgaat.
De koeling is uitgeschakeld. De binnen verlichting gaat uit.
Bij langdurige afwezigheid
Als u het toestel gedurende lange tijd niet gebruikt, gaat u als volgt te werk:
^ Schakel het toestel uit.
^ Trek de stekker uit of schakel de des-
betreffende zekering in uw zekeringenkast uit.
^ Reinig het toestel.
^ Laat de uittrekbare koelwagen wat
openstaan om geurvorming te ver­mijden.
Als het toestel bij langdurige afwe zigheid wordt uitgeschakeld maar niet gereinigd, bestaat er gevaar voor schimmelvorming als de deur gesloten blijft.
-
-
Het toestel begint te koelen en de tem peratuurindicator geeft de gewenste temperatuur aan. De binnenverlichting gaat branden als de deur geopend wordt.
12
-
De juiste temperatuur
Bij het bewaren van levensmiddelen is een juiste temperatuurinstelling zeer belangrijk. Levensmiddelen bederven snel door de aanwezigheid van micro
-organismen. Dat proces kan door de juiste bewaartemperatuur worden verhinderd of vertraagd. De tempera tuur beïnvloedt de groeisnelheid van de micro-organismen. Hoe lager de tem peratuur, hoe langzamer dit proces ver loopt.
De temperatuur in het toestel stijgt
als u vaak en gedurende lange tijd
de toesteldeur opent,
– hoe meer levensmiddelen er worden
bewaard,
– als de verse levensmiddelen warm
zijn,
– als de omgevingstemperatuur van
het toestel hoog is. Het toestel is geconstrueerd voor een bepaalde klimaatklasse (bereik van de kamertemperatuur) waarvan de onder- en bovengrens moeten worden gerespecteerd.
-
-
-
Temperatuur instellen
Druk zo vaak op de toets voor het in
^
stellen van de temperatuur tot de ge wenste temperatuur op de tempera tuurindicator wordt weergegeven.
-
De eerste keer dat u erop drukt, wordt de temperatuur die u het laatst hebt in gesteld, knipperend weergegeven.
Bij het instellen wijzigt de temperatuur in stijgende zin. Als 9 °C is bereikt, keert de temperatuurindicator terug naar 1 °C.
Als u een nieuwe temperatuur instelt, wordt deze na korte tijd automatisch opgeslagen. Het controlelampje naast de ingestelde temperatuur voor de koelzone brandt.
Binnen de weergegeven temperatuurbereiken (bijv. tussen 5 °C en 3 °C) kunt u een tussentemperatuur instellen:
-
-
-
-
...indekoelzone
We adviseren een koeltemperatuur van 5 °C in het midden van het toestel.
Temperatuurindicator
De temperatuurindicator op het be dieningspaneel geeft altijd de ge wenste temperatuur weer.
De temperatuur kan als volgt worden ingesteld: Van 1 °C tot 9 °C.
-
-
^
Druk zo vaak op de toets voor het in stellen van de temperatuur tot 5 °C op de temperatuurindicator wordt weergegeven.
^
Druk nogmaals op de toets voor het instellen van de temperatuur en hou deze ca. 5 seconden ingedrukt.
De tussentemperatuur binnen het kleine temperatuurbereik is ingesteld. Dit is echter niet zichtbaar op de tempera tuurindicator.
-
13
-
Superkoel gebruiken
De functie Superkoel
Met de functie Superkoel wordt de koel zone zeer snel op de koudste waarde afgekoeld (afhankelijk van de kamer temperatuur).
Superkoel inschakelen
De functie Superkoel is met name aan te bevelen als u grote hoeveelheden verse levensmiddelen of dranken snel wenst af te koelen.
^ Druk op de toets Superkoel zodat het
controlelampje brandt.
De temperatuur in het toestel daalt, omdat het toestel met het maximale koelvermogen werkt.
-
Superkoel uitschakelen
De functie Superkoel schakelt zich au
­tomatisch na ca. 6 - 12 uur uit. Het con trolelampje gaat uit en het toestel werkt weer met het normale koelvermogen.
Om energie te sparen, kunt u de functie Superkoel zelf uitschakelen zodra de levensmiddelen of dranken koud ge noeg zijn.
Druk op de toets Superkoel zodat het
^
controlelampje uitgaat.
De koeling van het toestel werkt weer met het normale vermogen.
-
-
-
14
Levensmiddelen in de koelzone bewaren
De uittrekbare koelwagen (inclusief de fruit- en groentebak en het flessenrek) kan maximum 20 kg le vensmiddelen dragen.
in folie verpakte, bereide groenten en
alle verse levensmiddelen waarvan de minimale houdbaarheidsdatum is
-
gebaseerd op een bewaartempera tuur van minstens 4 °C.
-
Verschillende koelgedeelten
Door de natuurlijke luchtcirculatie is de temperatuur in de koelzone niet overal gelijk. De koude, zware lucht daalt naar het onderste gedeelte van de koelzone. Gebruik de verschillende koelgedeelten wanneer u levensmiddelen in het toe stel plaatst!
Warmste gedeelte
Het warmste gedeelte van de koelzone bevindt zich in het voorste gedeelte van de koellade. Gebruik dit gedeelte bijv. om boter te bewaren, zodat ze gemak­kelijk smeerbaar blijft, en voor kaas, zo­dat die zijn aroma niet verliest.
Koudste gedeelte
Het koudste gedeelte van de koelzone bevindt zich in de koellade direct bo ven de fruit- en groentebak.
Gebruik dit gedeelte voor alle gevoe lige en snel bederfbare levensmid delen, zoals:
-
-
-
-
Bewaar geen explosieve stoffen en geen producten met brandbare drijf gassen (bijv. spuitbussen) in het toestel. Ontploffingsgevaar!
Sterke drank met een hoog alcohol percentage mag u uitsluitend recht op en goed afgesloten in het toestel plaatsen.
Als u in het toestel of in het flessenrek vet- of oliehoudende le­vensmiddelen bewaart, dient u er­voor te zorgen dat eventueel uitlo­pend vet of uitlopende olie niet in contact komt met de kunststofonderdelen. Er kunnen spanningsscheuren in de kunststof ontstaan, zodat die barst of scheurt.
Plaats de levensmiddelen niet te dicht tegen elkaar zodat er gemak kelijk lucht tussen kan circuleren.
-
-
-
-
vis, vlees, gevogelte,
worst, kant-en-klaargerechten,
gebak en gerechten met eieren of slagroom,
vers deeg, taart-, pizza- en quiche deeg,
kaas en andere producten op basis van melk,
-
15
Levensmiddelen in de koelzone bewaren
Niet geschikt voor de koelkast
Niet alle levensmiddelen kunnen in de koelkast bij temperaturen onder 5 °C be waard worden, doordat ze gevoelig zijn voor koude. Augurken bijv. worden glazig, aubergines bitter en aardappe len zoet. Tomaten en sinaasappelen ver liezen hun aroma en de schil van citrus vruchten wordt hard.
Onder andere de volgende levensmid delen zijn gevoelig voor koude:
ananas, avocado's, bananen,
granaatappels, mango's, meloenen, papaja's, passievruchten, citrusvruchten (zoals citroenen, sinaasappels, mandarijnen, grapefruit),
– fruit dat nog verder moet rijpen,
– aubergines, augurken, aardappels,
paprika, tomaten, courgettes,
– harde kazen (parmezaan).
-
Waarop moet u letten wanneer u levensmiddelen koopt
Levensmiddelen juist bewaren
Levensmiddelen moet u altijd goed ver pakt of goed afgedekt bewaren. Zo ver
­mijdt u dat de levensmiddelen vreemde geuren opnemen of gaan uitdrogen. Tegelijk voorkomt u de overdracht van eventuele bacteriën. Een correcte
­instelling van de temperatuur en een
­aangepaste hygiëne vertragen de vermenigvuldiging van bacteriën zoals
­salmonella.
Fruit en groenten
Fruit en groenten kunt u wel onverpakt in de fruit- en groentebak bewaren. Hou er echter rekening mee dat niet alle fruit- en groentesoorten samen in één bak bewaard kunnen worden. Enerzijds worden er geurtjes en smaken overge­dragen (wortels nemen bijv. snel de smaak en geur van uien over), ander­zijds geven heel wat levensmiddelen een natuurlijk gas (ethyleen) vrij waarop andere levensmiddelen heel gevoelig reageren zodat ze sneller slecht wor den.
-
-
-
De belangrijkste voorwaarde om levens middelen lang te kunnen bewaren, is hun versheid. Dat is van het grootste be lang voor de bewaartijd van de product en. De koelketen mag indien mogelijk niet onderbroken worden. Let er bijv. op dat de levensmiddelen niet te lang in een warme auto blijven liggen. Wanneer het verouderings- of bederfproces inge zet is, kan dat niet meer ongedaan ge maakt worden. Een onderbreking van de koeling gedurende twee uur zet het be derf al in gang.
16
-
-
-
Voorbeelden van fruit en groenten die veel gas vrijgeven:
­appelen, abrikozen, peren, nectarines,
­perziken, pruimen, avocado's, vijgen,
bosbessen, meloenen, bonen.
-
Levensmiddelen in de koelzone bewaren
Voorbeelden van fruit en groenten die zeer gevoelig reageren op het na tuurlijke gas van andere soorten fruit en groenten:
kiwi's, broccoli, bloemkool, spruiten, mango's, honingmeloenen, appels, abrikozen, augurken, tomaten, peren, nectarines, perziken.
Voorbeeld: broccoli mag u niet samen met appels bewaren omdat appels veel gas vrijgeven en broccoli daar zeer ge voelig op reageert. Het gevolg is dat u de broccoli minder lang kunt bewaren dan eigenlijk mogelijk is.
Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen
Onverpakte dierlijke en plantaardige le­vensmiddelen moet u van elkaar schei­den. Als de levensmiddelen samen be­waard moeten worden, moeten ze in elk geval verpakt zijn. Op die manier voor­komt u dat er microbiologische veran­deringen optreden.
Vlees
-
Bewaar vlees onverpakt. (Folie en reci piënten openen.) De uitdroging van het vleesoppervlak remt de kiemvorming af en zorgt daardoor voor een betere houdbaarheid. Verschillende vlees soorten mogen niet rechtstreeks met el kaar in contact komen, maar moeten al tijd door een verpakking worden ge scheiden. Daardoor wordt vroegtijdige bederving door kiemoverdracht verme
­den.
Drankflessen
U kunt drankflessen met een hoogte van maximum 34 cm verticaal in het flessenrek plaatsen.
-
-
-
-
-
-
Levensmiddelen die rijk zijn aan eiwitten
Merk op dat levensmiddelen die rijk zijn aan eiwitten sneller bederven. Schaal- en schelpdieren bederven dus sneller dan vis, terwijl vis sneller bederft dan vlees.
17
Binnenruimte indelen
Onderverdelingen verplaatsen
Verwijder de voorste of achterste onderverdelingen niet. De glasplaat van de bodem zou dan kunnen val len en breken.
U kunt de middelste onderverdelingen van de koellade verplaatsen zoals u wilt:
^ Neem de onderverdelingen rechts en
links vast en trek ze voorzichtig naar boven toe af.
^ Verplaats de onderverdelingen naar
voren of naar achteren toe.
-
Koellade uitnemen
De koellades zijn op telescopische rails gemonteerd en kunnen helemaal uit het toestel getrokken worden om ze te vul len of leeg te maken en om ze te reini gen.
Verwijder de koellade van de teles copische rails en leg deze op een zachte ondergrond (bijv. een hand doek) op uw werkblad voordat u de koellade uit elkaar haalt (zie rubriek "Reinigen - Koellade uit elkaar ha len").
^ Trek de bovenste koellade tot 3/4 uit
en trek de onderste koellade tot de aanslag uit.
-
-
-
-
-
18
^
Pak de desbetreffende koellade ach teraan aan de zijkanten vast en til ze eerst omhoog. Daarna trekt u de koellade er naar voren toe uit.
-
Schuif de telescopische rails vervol gens weer naar binnen. Zo vermijdt u schade!
Let er bij het reinigen van het toestel op dat u het speciale vet in de teles copische rails niet verwijdert. Reinig deze met een vochtige doek.
Om de koellade op zijn plaats te zetten,
legt u de koellade op de telesco
^
pische rails, die helemaal uitgetrok ken zijn.
^ Schuif de koellade in het toestel tot
de koellade hoorbaar vastklikt.
-
-
-
-
Binnenruimte indelen
Fruit- en groentebak
Om de ruimte in de fruit- en groentebak te vergroten, kunt u de scheidingswand verwijderen.
^ Trek de scheidingswand langs boven
uit.
19
Automatisch ontdooien
De koelzone ontdooit automatisch.
Terwijl de compressor draait, kunnen er rijp en waterpareltjes worden gevormd op de achterzijde van de koelzone. Die hoeft u niet te verwijderen omdat ze au tomatisch verdampen door de warmte van de compressor.
Het dooiwater loopt via een gootje en een afvoeropening naar een verdampsysteem aan de achterzijde van het toestel.
Zorg ervoor dat het dooiwater altijd ongehinderd kan weglopen. Hou met het oog daarop het gootje en de afvoeropening schoon.
-
20
Zorg ervoor dat er geen water in de temperatuurregelaar of de ver lichting komt.
Er mag geen reinigingswater door de afvoeropening voor het dooiwater lopen.
Gebruik geen stoomreiniger. De stoom kan terechtkomen op onder delen van het toestel die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.
Het typeplaatje in het toestel mag niet worden verwijderd. De informa­tie op dit plaatje is belangrijk in ge­val van een storing.
-
-
Reinigen
schurende harde sponsen en bor
stels (bijv. schuursponsen),
speciale "wondersponsen",
scherpe metaalschrapers!
Vóór het reinigen
Schakel het toestel uit.
^
Trek de stekker uit of schakel de des
^
betreffende zekering in uw zekeringkast uit.
Haal de levensmiddelen uit het toe
^
stel en bewaar ze op een koele plaats.
^ Neem alle onderdelen die uit het toe-
stel genomen kunnen worden uit het toestel om ze te reinigen.
-
-
-
Om schade aan de oppervlakken te voorkomen, mogen de volgende mid­delen niet worden gebruikt om de op­pervlakken te reinigen:
– reinigingsmiddelen die soda, ammo-
niak, zuur of chloor bevatten,
kalkoplossende reinigingsmiddelen,
schurende reinigingsproducten, zo als schuurpoeder, schuurmelk, poetsstenen,
reinigingsmiddelen met oplosmiddel,
reinigingsmiddelen voor roestvrij staal,
afwasmiddelen voor de afwasauto maat,
ovensprays,
glasreinigers,
-
-
Koellade uit elkaar halen
De koellade bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een glasplaat als bodem.
Hou bij de reiniging van de glas plaat rekening met de instructies voor het reinigen van alle andere op pervlakken. Gebruik geen harde sponsen of bor stels en geen scherpe metaalschrapers. Al deze middelen kunnen krassen op het oppervlak veroorzaken. Krassen kunnen ertoe leiden dat het glas breekt.
Bewaar de uitgenomen glasplaat op een geschikte plek, zodat deze niet kan breken.
-
-
-
21
Reinigen
Verwijder de koellade van de teles copische rails voordat u deze uit el kaar haalt.
Verwijder de koellade (zie rubriek
^
"Binnenruimte indelen").
Leg de koellade op een zachte on
^
dergrond (bijv. een handdoek) op uw werkblad.
Binnenruimte, toebehoren
-
-
-
Reinig het toestel minstens 1 keer per
^
maand. De binnenruimte en het toebehoren reinigt u het best met lauw water waarin u een beetje handafwasmid del doet.
Reinig het toebehoren, de koellades
^
en de bak in de binnenruimte met de hand. Deze mogen niet worden ge reinigd in de afwasautomaat!
Reinig het gootje en de afvoerope
^
ning voor het dooiwater regelmatig met een wattenstaafje of iets derge­lijks, zodat het dooiwater altijd onge­hinderd kan weglopen.
^ De koellade is gemonteerd op teles-
copische rails. Reinig deze met een vochtige doek.
-
-
-
^ Neem de onderverdelingen a rechts
en links vast en trek ze voorzichtig naar boven toe af.
^
Trek de houders b af van de onderverdelingen c.
^
Trek de zijstukken d van de glazen bodem af.
Na het reinigen gaat u omgekeerd te werk om de koellade opnieuw te mon teren.
22
-
Let er bij het reinigen op dat u het speciale vet in de telescopische rails niet verwijdert.
^
Ga na de reiniging met een doek die met schoon water is vochtig gemaakt over de binnenruimte en het toebeho ren. Wrijf vervolgens alles droog met een doek. Laat de uittrekbare koelwagen van het toestel korte tijd openstaan.
-
Reinigen
Openingen voor luchttoevoer en -afvoer
Reinig alle openingen voor luchttoe
^
voer en -afvoer regelmatig met een borsteltje of een stofzuiger. Wanneer er zich stof ophoopt, verhoogt het energieverbruik.
Deurdichting
Behandel de deurdichting niet met olie of vet. Anders wordt ze na ver loop van tijd poreus.
Reinig de deurdichting regelmatig uit­sluitend met schoon water en droog ze daarna grondig met een doek.
-
Na het reinigen
Plaats alle onderdelen in het toestel.
^
­Sluit de uittrekbare koelwagen.
^
Steek de stekker van het toestel weer
^
in het stopcontact of schakel de des betreffende zekering in uw zekeringkast weer in, en schakel het toestel weer in.
Schakel de functie
^
"Super koelen" een tijdje in, zodat het
toestel snel koud wordt.
Leg de levensmiddelen in het toestel
^
en sluit de deur.
-
23
Wat gedaan als...?
Herstellingen aan elektrische toe stellen mag u enkel en alleen door een vakman of vakvrouw laten uit voeren. Door ondeskundig uitge voerde herstellingen kunnen er niet te onderschatten risico's voor de ge bruiker ontstaan.
Wat gedaan als...
. . . het toestel niet koelt?
Controleer of het toestel ingescha
^
keld is. De temperatuurindicator moet branden.
^ Controleer of de stekker van het toe-
stel goed in het stopcontact zit.
^ Controleer of de desbetreffende ze-
kering in uw zekeringenkast uitge­schakeld is. Als dit het geval is, doet u een beroep op de dienst Herstellin­gen aan huis van Miele.
-
-
-
-
...detemperatuur in de koelzone te koud is?
Stel een hogere temperatuur in.
^
De functie "Super koelen" is nog inge
^
schakeld. Deze wordt automatisch na
-
6 tot 12 uur uitgeschakeld.
...deinschakelfrequentie en inschakelduur van de compressor toenemen?
Controleer of de luchttoevoer- en
^
luchtafvoeropeningen onderaan in de kastsokkel afgedekt of verstopt zijn.
^ De uittrekbare koelwagen werd vaak
geopend of er werden grote hoeveel­heden verse levensmiddelen ge­plaatst.
^ Controleer of de uittrekbare koelwa-
gen goed sluit.
-
. . . het toestel niet koelt maar de tem­peratuurindicator brandt?
De demo-functie is geactiveerd. Die stelt handelaars in staat het toestel zon der ingeschakelde koeling te presenteren. Voor privégebruik hebt u deze instelling niet nodig.
^
Schakel de demo-functie uit (zie ru briek "Informatie voor handelaars ­Demo-functie").
24
-
-
Wat gedaan als...?
...debinnenverlichting niet meer werkt?
Was de deur van de koelzone geduren de lange tijd geopend? De verlichting schakelt automatisch uit als de deur ca. 15 minuten geopend is gebleven.
Als de binnenverlichting ook niet werkt als de deur maar eventjes opengaat, maar de temperatuurindicator werkt wel, dan is de verlichting defect.
Neem contact op met de dienst Her
^
stellingen aan huis van Miele.
De LED-verlichting mag alleen door de dienst Herstellingen aan huis van Miele worden hersteld en vervangen. Onder de afdekking bevinden zich onderdelen die onder spanning staan. U kunt zich verwonden en er kan schade ontstaan!
De afdekking mag niet worden afge­nomen! Er ontstaat gevaar als de af­dekking beschadigd of verwijderd is door beschadiging van het toestel ­Opgepast! U mag de laser (laserstraling klasse 1M) niet met op tische instrumenten (een loep of iets dergelijks) bekijken!
-
-
...dekoellade niet meer volledig tot de aanslag kan worden uitgetrok ken?
­De telescopische rails zijn geblokkeerd.
Trek de koellade één keer krachtig
^
helemaal uit.
De koellade is niet langer geblokkeerd en kan weer volledig tot de aanslag worden uitgetrokken.
Als u de storing niet kunt verhelpen aan de hand van deze aanwijzingen, neemt u contact op met de dienst Herstellingen aan huis van Miele.
Om het koudeverlies zo beperkt mo­gelijk te houden, laat u indien moge­lijk de deuren van het toestel geslo­ten tot de storing verholpen is.
-
...debodem van de koelzone nat is?
De afvoeropening voor het dooiwater zit verstopt.
^
Reinig het gootje en de afvoerope ning voor het dooiwater.
-
25
Waar bepaalde geluiden vandaan komen
Heel normale geluiden Waar komen ze vandaan?
Brrrrr... Gebrom komt van de motor (compressor). Dat kan even wat har
der worden terwijl de motor ingeschakeld wordt.
Blubb, blubb.... Geborrel, geklots of gezoem komt van het koelmiddel dat door
de buisjes vloeit.
Klik.... U hoort een klik telkens als de thermostaat de motor in- of uit
schakelt.
Sssrrrrr.... Bij toestellen met verschillende zones of bij No-Frostmodellen
kan u een zacht geruis horen van de luchtstroming in de binnen ruimte van het toestel.
Krak.... Wanneer het materiaal in uw toestel uitzet kan men gekraak ho
ren.
Bedenk echter dat motor- en stromingsgeluiden in de koelingskringloop niet te vermijden zijn!
-
-
-
-
Geluid waaraan u vlot kan verhelpen
Geklepper, gerammel, gerinkel Het toestel staat niet waterpas: Stel het toestel waterpas.
Waar komt het vandaan en wat kan u ertegen doen?
Schroef de voetjes in of uit het toestel of leg iets onder het toe­stel.
Het toestel raakt andere toestellen of meubels aan: Schuif het toestel van de meubels of andere toestellen weg.
Laden, korven of legplaten trillen of knellen: Controleer de uit neembare onderdelen en zet ze eventueel opnieuw op hun plaats.
Flessen of recipiënten raken elkaar: Schuif de flessen of reci piënten wat uit elkaar.
De snoerhouder hangt nog tegen de achterzijde van het toe stel: Neem de snoerhouder weg.
26
-
-
-
Technische Dienst van Miele/garantie
Neem in geval van storingen die u zelf niet kan verhelpen, contact op met
uw Miele-handelaar
^
of
de Technische Dienst van Miele.
^
Het adres en de telefoonnummers van onze Technische Dienst vindt u op de rugzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Wanneer u daar een beroep op doet, geef dan a.u.b. altijd het type- en het machinenummer van uw toestel op. Deze gegevens vindt u op het type plaatje binnen in het toestel.
Duur en voorwaarden van de garantie
De duur van de garantie bedraagt 2 jaar.
-
Meer informatie over de garantievoor­waarden kan u bekomen op onze site of per telefoon bij Miele. Zie keerzijde van deze gebruiksaanwijzing.
27
Informatie voor handelaars
Demo-functie
Met de demo-functie kan het toestel worden uitgestald in de winkel of op een beurs. Het toestel kan dan worden bediend en de binnenverlichting werkt maar de compressor blijft uitgescha keld.
Demo-functie activeren
Druk op de aan-uittoets.
^
Het toestel is ingeschakeld.
Druk tegelijkertijd op de aan-uittoets
^
en de toets voor het instellen van de temperatuur en hou deze toetsen ca. 5 seconden ingedrukt.
Het controlelampje van de toets voor "Superfrost" knippert en op de tempera­tuurindicator brandt het lampje naast
-25 °C.
^ Druk op de toets voor "Superfrost".
Op de temperatuurindicator knippert het lampje naast -25 °C. De demo-functie is actief.
-
Demo-functie deactiveren
Druk op de aan-uittoets.
^
Het toestel is ingeschakeld.
Druk tegelijkertijd op de aan-uittoets
^
en de toets voor het instellen van de temperatuur en hou deze toetsen ca. 5 seconden ingedrukt.
Het controlelampje van de toets voor "Superfrost" knippert en op de tempera tuurindicator knippert het lampje naast
-25 °C.
Druk op de toets voor "Superfrost".
^
Op de temperatuurindicator brandt het lampje naast -25 °C. De demo-functie is actief.
-
28
Dit toestel wordt aansluitklaar geleverd, is dus voorzien van snoer en stekker. Het apparaat is geschikt om te worden aangesloten op eenfasige stroom 220 - 240 V, 50 Hz. Dit toestel mag en kel op een degelijk geaard stopcontact worden aangesloten.
Om de veiligheid te verhogen, verdient het aanbeveling een verliesstroomscha kelaar met een uitschakelstroom van 30 mA voor het toestel te schakelen.
U dient smeltveiligheden van 10 A te voorzien.
Plaats het stopcontact naast of vlakbij het toestel. Dat dient vlot toegankelijk te zijn.
Gebruik geen verlengsnoeren om het toestel op het stroomnet aan te sluiten. Die waarborgen niet de nodige veilig­heid. Er is risico van oververhitting.
-
Elektrische aansluiting
-
Sluit uw toestel niet aan op stroomom­zetters die bij apart werkende stroom­voorziening worden gebruikt, bv. bij zonne-energie. Bij het inschakelen van uw toestel kunnen er anders span ningspieken optreden waardoor het voor uw veiligheid wordt uitgeschakeld. Daardoor kan de elektronische bestu ring echter schade oplopen!
Gebruik uw toestel ook niet met zoge heten stroomsparende stekkers. Daardoor wordt de stroomtoevoer naar het toestel immers beperkt zodat het toestel te warm wordt.
Dient het aansluitsnoer te worden vervangen, dan mag dat enkel worden uitgevoerd door een erkend elektricien.
-
-
-
29
Montagerichtlijnen
Een niet-ingebouwd toestel kan kan telen!
Opstelplaats
Kies geen opstelplaats vlak naast een fornuis, een verwarming of in de omge ving van een venster met directe inval van zonnestralen. Hoe hoger de omge vingstemperatuur, hoe langer de com pressor moet werken, waardoor er meer stroom wordt verbruikt. Een droge, ventileerbare ruimte is het meest geschikt.
Klimaatklasse
­Het toestel is geconstrueerd voor een
bepaalde klimaatklasse (bereik van de kamertemperatuur) waarvan de onder­en bovengrens moeten worden gerespecteerd. De klimaatklasse is ver meld op het typeplaatje aan de binnen
­zijde van het toestel.
-
-
Klimaatklasse Kamertemperatuur
SN
N
ST
T
van +10 ? tot +32 ? van +16 ? tot +32 ? van +16 ? tot +38 ? van +16 ? tot +43 ?
Een te lage kamertemperatuur heeft tot gevolg dat de compressor gedurende lange tijd niet werkt. Dit kan tot te hoge temperaturen in het toestel leiden, zodat de levens­middelen eventueel zelfs beginnen te ontdooien!
-
-
30
Luchttoevoer en luchtafvoer
De lucht aan de achterkant van het toe­stel wordt opgewarmd. Voor de koeling van het toestel is het zeer belangrijk dat het inbouwmeubel zo geconstrueerd is dat de luchtafvoer en luchttoevoer niet worden gehinderd.
De luchttoevoer en luchtafvoer van het toestel verlopen via de sokkel van het toestel. U mag deze niet af dekken. Ook moet u regelmatig de luchttoevoer- en luchtafvoerope ningen reinigen om stof te verwij deren.
-
-
-
Voor u het toestel inbouwt
Verwijder de kabelhouder aan de
^
achterzijde van het toestel.
Controleer of de onderdelen aan de
^
achterzijde van het toestel nergens tegenaan kunnen komen. Buig ze zo nodig voorzichtig de andere kant op.
Montagerichtlijnen
31
Inbouwafmetingen
De sokkelhoogte B is afhankelijk van de nishoogte:
Bij een nishoogte van 820 mm is de sokkelhoogte 100-170 mm hoog. De sokkelhoogte wordt hier beïnvloed door de hoogte van het meubelfront.
Bij een nishoogte van 870 mm is de sokkelhoogte 150-220 mm hoog. Deze kan worden beïnvloed door de regelvoetjes onder het toestel en de hoogte van het meubelfront.
A = Hoogte van de nis
B = Hoogte van de meubelsokkel.
C = Hoogte van de meubeldeur
D = Hoogte van de uitgefreesde
meubelsokkel
ABCD
820 mm 100 mm 716 mm 100 mm
820 mm 170 mm 646 mm 100 mm
870 mm 150 mm 716 mm 150 mm
870 mm 220 mm 646 mm 150 mm
32
Toestel inbouwen
Gewicht van de meubeldeur
Voordat u de meubeldeur monteert, dient u te controleren of de te monteren meubeldeur niet te veel weegt:
Toestel Maximaal gewicht
van de meubeldeur (in kg)
K 9123 Ui 10
Gemonteerde meubeldeuren die meer wegen dan het maximaal toe­gelaten gewicht kunnen tot bescha­diging van de telescopische rails lei­den!
Voor de inbouw van het toestel hebt u het volgende gereedschap nodig:
een sleufschroevendraaier,
®
Torx
-schroevendraaiers in verschil
lende groottes: Torx
een zeskantsleutel,
een inbussleutel.
®
15 en 25,
Toestel inschuiven
Voordat u het toestel inschuift, moet u de beide achterste regelvoetjes elk met een halve draai losdraaien. Na het inschuiven kunnen de regelvoetjes dan gemakkelijk voor­aan worden geregeld (zie "Toestel waterpas zetten").
Schuif het toestel alleen met bijna volledig ingedraaide regelvoetjes in de inbouwnis. Anders zouden de regelvoetjes kunnen afbreken. Ge­vaar voor beschadiging!
-
Let erop dat de aansluitkabel niet gekneld raakt wanneer u het toestel op zijn plaats schuift.
Zorg ervoor dat het stopcontact toe gankelijk blijft.
Als u het toestel op een delicate vloer opstelt, schuift u het toestel voorzich tig in de inbouwnis. Zo voorkomt u dat de vloer beschadigd raakt.
^
Leg de aansluitkabel goed, zodat u het toestel na de inbouw gemakkelijk op het elektriciteitsnet kunt aan sluiten.
-
-
-
33
Toestel inbouwen
Schuif het toestel in de inbouwnis.
^
Lijn het toestel zo uit dat er een af
^
stand van 42 mm tot de voorzijde van de zijwanden van het meubel is.
Bij meubels met stootonderdelen (zo als noppen, dichtingsstroken enz.)
moet de opbouwdikte van deze onder delen worden ingecalculeerd, zodat er ook hier een afstand van 42 mm is.
Trek het toestel wat uit, naargelang
^
de opbouwdikte.
Tip: Verwijder de stootonderdelen! Ook dan bevindt alles zich in één lijn met de omringende meubelfronten.
Als de afstand van 42 mm (van het toestel tot de voorkant van de zij­wanden van het meubel) niet wordt nageleefd, sluit de toesteldeur mo­gelijk niet correct. Dat kan tot ijsvorming, condensvor­ming en functiestoringen leiden!
-
Toestel waterpas zetten
Neem het sokkelpaneel vast aan de
^
zijkanten en trek het naar voren toe af.
Bij een inbouwhoogte van 820 mm
-
mogen de regelvoetjes niet worden uit gedraaid.
-
Bij een inbouwhoogte van meer dan 820 mm moeten de regelvoetjes wor den uitgedraaid. Als de inbouwhoogte bijv. 870 mm bedraagt, moeten de regelvoetjes ca. 50 mm worden uitge draaid.
^ Draai de regelvoetjes uit afhankelijk
van de nishoogte en zet het toestel waterpas!
Het toestel moet lichtjes geklemd zit­ten tussen de vloer en het werkblad!
Ga daarvoor als volgt te werk:
-
-
-
34
^
Regel de achterste regelvoetjes met de desbetreffende schroeven a rechts en links vooraan in de sokkel van het toestel met behulp van een sleufschroevendraaier (klingbreedte 7 mm).
Draai de beide voorste regelvoetjes
^
met een inbussleutel uit.
Toestel inbouwen
De ventilatiespleten mogen in geen geval afgedekt worden!
Zodra de regelvoetjes wat uitge draaid zijn, kunt u deze ook met een schroevendraaier onder aan het regelvoetje regelen (zie kleine af­beelding).
^
Plaats het bijgeleverde schuimstofonderdeel a. Belangrijk! Dit garandeert een gescheiden lucht toevoer en luchtafvoer. Dit voorkomt ook storingen in de werking van het toestel.
^
Plaats het sokkelpaneel terug en trek het zover naar voren totdat de venti latiespleten en de aangrenzende meubelsokkel één lijn vormen.
-
Hebt u een doorlopende meubelsokkel, dan moet u er voor de luchttoevoer en luchtafvoer van het toestel een opening in aanbrengen, afhankelijk van de sok­kelhoogte:
Inbouwhoogte Afmeting D
820 mm 870 mm
-
-
100 mm 150 mm
^
Hou het sokkelpaneel vast en beves tig het rechts en links met de bijgele verde staafjes b.
-
-
35
Toestel inbouwen
Toestel in de nis vastzetten
Voor de inbouw onder een werkblad van graniet kunt u via de Service After Sales van Miele een bevestigingsset verkrijgen voor de bevestiging aan de zijkanten.
Zorg ervoor dat het sokkelpaneel weer gemonteerd is.
^ Schroef het toestel via de bevesti-
gingsplaat op het werkblad vast met de spaanplaatschroeven (4 x 19 mm).
Meubeldeur monteren
^
Monteer de greep in het midden van de meubeldeur.
Monteer de greep altijd in het mid den om ervoor te zorgen dat de uit trekbare koelwagen gelijkmatig wordt uitgetrokken.
36
^ Zorg dat er een afstand van 8 mm is
tussen de toesteldeur en de bevesti­gingstraverse.
^ Schuif de montagehulpstukken a op
de hoogte van de omringende meu belfronten: de onderste aanslag X van de montagehulpstukken moet zich op dezelfde hoogte bevinden als de bovenzijde van de te monteren meubeldeur, teken -.
^
Draai de moeren b los en neem de
-
-
bevestigingstraverse c samen met de montagehulpstukken weg.
-
Toestel inbouwen
^ Teken met een potlood dunnetjes
een middellijn op de binnenkant van de meubeldeur.
^ Hang de bevestigingstraverse met
de montagehulpstukken a op de binnenzijde van de meubeldeur. Plaats de bevestigingstraverse juist in het midden.
^
Schroef de bevestigingstraverse met minstens 6 korte spaanplaatschroe ven b (4 x 14 mm) vast. (Bij casset tedeuren gebruikt u maar 4 schroe ven op de rand).
^
Trek de montagehulpstukken langs boven uit c.
^
Keer de montagehulpstukken om en steek ze volledig in de middelste sleuf van de bevestigingstraverse d.
^ Hang de meubeldeur op de
regelbouten a.
^ Draai de moeren b losjes op de
regelbouten.
^ Sluit de deur en controleer de af-
stand tussen de deur en de omringende meubelfronten.
^ Plaats de meubeldeur op één lijn met
-
-
-
de omringende meubelfronten: de zijdelingse aanpassing X verkrijgt u door de meubeldeur te verschui ven, de hoogteaanpassing Y door de regelbouten a met een schroeven draaier te verdraaien.
-
-
37
Toestel inbouwen
Draai de moeren a boven op de toe
^
steldeur vast. Hou tegelijk de regelbouten b met een sleufschroe vendraaier tegen.
-
-
^ Schroef de toesteldeur op de meu-
beldeur via de bevestigingsprofielen a:
– Boor de bevestigingsgaten voor in
de meubeldeur (markeer eventueel de boorgaten met een priem).
38
– Draai de korte spaanplaatschroeven
b (4 x 14 mm) in.
^
Regel de diepte Z van de meubel deur: Draai de schroeven in de lange ga ten boven op de toesteldeur c en onder aan de toesteldeur d los. Ver schuif de meubeldeur tot er een luchtspleet is van 2 mm tussen de meubeldeur en de voorzijde van de nis. Plaats de deur op één lijn met de omringende meubelfronten.
^
Sluit de deur, controleer of deze goed zit en zorg ervoor dat deze op één lijn ligt met de omringende meu belfronten.
^
Draai alle schroeven nog een keer vast.
-
-
-
-
Toestel inbouwen
Toesteldeur verstellen om ervoor te zorgen dat de deurdichting het toestel raakt
Afhankelijk van het gewicht van de meubeldeur is het mogelijk vereist dat u de toesteldeur verstelt.
^ Breng de afdekking aan.
Ga als volgt te werk om te controleren of het toestel correct is ingebouwd:
– De uittrekbare koelwagen moet goed
sluiten en de deurdichting moet vol­ledig het toestel raken.
De uittrekbare koelwagen mag niet vlak tegen het meubel liggen.
Plaats bij wijze van test een ingescha kelde zaklamp in het toestel en sluit de uittrekbare koelwagen. Verduister het vertrek en controleer of er licht te zien is aan de zijkanten van het toestel.
-
Lijn de deur alleen uit als de deurdich ting niet volledig het toestel raakt. U mag de verstelmogelijkheden niet gebruiken om de meubeldeur uit te lijnen! Het toestel kan anders beschadigd raken en de werking zou kunnen wor den beïnvloed.
De volgende instellingen zijn moge­lijk:
Vertrekstand Nulstand
Kantelen met 1°
Verstellen naar boven toe
Verstellen naar onde ren toe
Verstellen naar links en rechts toe
met4mm
-
met2mm
met telkens 2 mm
-
-
Als dat het geval is, verstelt u de toe steldeur zo dat de deurdichting het toe stel raakt.
-
-
39
Toestel inbouwen
De verstelmogelijkheden bevinden zich rechts en links onder het flessenrek van de binnendeur.
Deurkanteling aanpassen
Voer de verstelling altijd aan beide zijden (rechts en links) uit.
^ Neem de groentebak en het
flessenrek langs boven weg.
40
^ Draai de schroef c volledig uit. U
hebt ze niet meer nodig.
^ Draai de schroeven d los(ca.1à2
toeren draaien).
^
Draai de verstelschroef e:
in wijzerzin = de deur kantelt bovenaan van het toestel weg
in tegenwijzerzin = de deur kantelt bovenaan naar het toestel toe en kantelt onderaan van het toestel weg
^
Draai ten slotte alle schroeven d weer goed vast.
Toestel inbouwen
Deur uitlijnen
Voer de verstelling altijd aan beide zijden (rechts en links) uit.
Verstelling in de hoogte (y)
Draai de schroeven g volledig uit. U
^
hebt ze niet meer nodig.
Draai de schroeven f los(ca.1à2
^
toeren draaien).
Draai de verstelschroef h:
^
in wijzerzin =
de deur gaat max. 4 mm omhoog
in tegenwijzerzin =
de deur gaat max. 2 mm omlaag
Draai ten slotte alle schroeven f
^
weer goed vast.
– Verstelling in de breedte (x)
^ Draai de schroeven g volledig uit, in-
dien aanwezig. U hebt ze niet meer nodig.
^ Draai de schroeven f los(ca.1à2
toeren draaien).
^ Verstel de regelschroeven i in de
gewenste richting.
^
Draai ten slotte alle schroeven f weer goed vast.
Na het uitlijnen van de toesteldeur
^
Plaats het flessenrek en de groente bak terug.
^
Lijn de toesteldeur zo nodig opnieuw uit.
-
41
42
43
Wijzigingen voorbehouden / 0412
K 9123 Ui
M.-Nr. 09 265 270 / 00
Loading...