LEES DEZE INSTRUCTIES ZORGVULDIG VOOR DE
MONTAGE. BEWAAR DEZE HANDLEIDING OP EEN
PLAATS WAAR U HEM KUNT TERUGVINDEN VOOR
LATERE NASLAG.
EEN FOUTE INSTALLATIE OF BEVESTIGING VAN APPARATUUR OF TOEBEHOREN KAN EEN ELEKTRISCHE
SCHOK, KORTSLUITING, LEKKEN, BRAND OF ANDERE
SCHADE AAN DE APPARATUUR VEROORZAKEN. LAAT
DAAROM UITSLUITEND DAIKIN-TOEBEHOREN DIE
SPECIAAL ONTWORPEN ZIJN VOOR GEBRUIK MET DE
UITRUSTING MONTEREN DOOR EEN VAKMAN.
RAADPLEEG BIJ TWIJFELS OVER DE INSTALLATIEPROCEDURES OF HET GEBRUIK ALTIJD UW DAIKINVERDELER VOOR ADVIES EN INFORMATIE.
INFORMATIEBETREFFENDEDEVEILIGHEID
De hier vermelde voorzorgsmaatregelen zijn onderverdeeld in twee
klassen. Zij gaan allebei over heel belangrijke onderwerpen; volg ze
dus goed op.
WAARSCHUWING
Wanneer u deze waarschuwing niet in acht neemt, kan dit leiden tot
ernstige ongevallen.
LET OP
Wanneer u deze waarschuwing niet in acht neemt, kan dit leiden tot
letsels of schade aan het toestel.
Waarschuwing
■De apparatuur is niet bedoeld voor gebruik in een omgeving met
ontploffingsgevaar.
■Voorzie best een vertraging van 10 minuten voordat het alarm
afgaat wanneer de temperatuur wordt overschreden als de
airconditioners worden gebruikt voor toepassingen met
temperatuuralarminstellingen. De airconditioner kan
verscheidene minuten stoppen tijdens de normale werking om
"de binnenunit te ontdooien" of in de "thermostaat-stop"werking.
■Vraag uw verdeler of bevoegd personeel de installatie uit te
voeren. Installeer het toestel niet zelf.
Een slechte installatie kan waterlekken, elektrische schokken of
brand veroorzaken.
■Voer de installatiewerkzaamheden uit in overeenstemming met
deze montagehandleiding.
Een slechte installatie kan waterlekken, elektrische schokken of
brand veroorzaken.
■Raadpleeg uw plaatselijke dealer voor informatie over wat u
moet doen bij een koelmiddellek. Wanneer u de airconditioner in
een kleine ruimte installeert, moet u maatregelen nemen om te
voorkomen dat de hoeveelheid lekkend koelmiddel in het geval
van een lek de toegestane concentratie overschrijdt. Anders kan
dit ongevallen veroorzaken door zuurstofgebrek.
■Gebruik bij de installatiewerkzaamheden alleen de vermelde
accessoires en onderdelen.
Wanneer u toch andere onderdelen zou gebruiken, kan dit
leiden tot waterlekken, elektrische schokken, of brand, of kan de
unit vallen.
■Installeer de airconditioner op een basis die het gewicht kan
dragen.
Wanneer de basis niet sterk genoeg is, kan het toestel naar
beneden vallen en iemand verwonden.
■Houd bij de installatiewerkzaamheden rekening met sterke
windstoten, stormen of aardbevingen.
Een slechte installatie kan leiden tot ongevallen met gevallen
toestellen.
■De elektrische installatie moet door bevoegd personeel conform
de plaatselijke wetten en voorschriften en deze
montagehandleiding op een apart circuit worden uitgevoerd.
Onvoldoende vermogen van het voedingscircuit of een
verkeerde elektrische installatie kan leiden tot elektrische
schokken of brand.
■Zorg ervoor dat alle bedrading goed is aangesloten, dat de
voorgeschreven bedrading werd gebruikt en dat er geen externe
krachten op de klemaansluitingen of bedrading worden
uitgeoefend.
Onvolledige aansluitingen of bevestigingen kunnen brand
veroorzaken.
■Wanneer u de bedrading van de voeding en de bedrading
tussen de binnen- en de buitenunit uitvoert, moet u de kabels
zodanig leiden dat het deksel van de schakelkast volledig kan
gesloten worden.
Wanneer het deksel van de schakelkast niet is aangebracht,
kunnen de klemmen oververhitten, of kunnen elektrische
schokken of brand worden veroorzaakt.
■Als het koelgas tijdens de installatiewerkzaamheden lekt, moet
u de ruimte onmiddellijk ventileren.
Wanneer het koelgas aan vuur wordt blootgesteld, kunnen
giftige gassen vrijkomen.
■Controleer na het voltooien van de installatiewerkzaamheden
het systeem op koelgaslekken.
Wanneer het koelgas in de ruimte vrijkomt en in contact komt met
een kachel of een fornuis, kan een giftig gas worden
geproduceerd.
■Zet de stroomschakelaar uit alvorens u de elektrische
klemonderdelen aanraakt.
■Het gebeurt maar al te vaak dat onderdelen die onder stroom
staan per ongeluk worden aangeraakt.
Laat de unit nooit alleen achter tijdens de installatie of service
wanneer het servicepaneel is verwijderd.
■Wanneer u eerder geïnstalleerde units op een andere plaats wilt
installeren, moet u na het afpompen eerst het koelmiddel
aftappen. Raadpleeg het hoofdstuk "Voorzorgsmaatregelen bij
het afpompen" op pagina 10.
■Raak ongewenste vloeistoflekken nooit rechtstreeks aan. U zou
ernstige wonden kunnen oplopen door bevriezing.
Montagehandleiding
1
RZQS71~140D7V1B + RZQS71D2V1B
Split-systeem airconditioners
4PW49302-1B
Page 5
Let op
VOORAFGAANDAANDEINSTALLATIE
■Aard de airconditioner.
Houd u bij de aardweerstand aan de nationale regelgeving.
Sluit de aardleiding niet aan op een gas- of
waterleiding, een bliksemafleider of een
telefoonaarding.
Onvolledige aarding kan elektrische schokken
veroorzaken.
■ Gasleiding.
Ontbranding of ontploffing mogelijk bij gaslekken.
■ Waterleiding.
Harde plastic leidingen vormen geen goede aarding.
■ Bliksemafleider of telefoonaarding.
Het elektrisch potentiaal kan abnormaal hoog stijgen bij een
blikseminslag.
■Installeer een aardlekschakelaar.
Wanneer u geen aardlekschakelaar installeert, kan dit leiden tot
elektrische schokken.
■Installeer de afvoerleiding in overeenstemming met deze
montagehandleiding om voor een goede afvoer te zorgen, en
isoleer de leiding om condensvorming te voorkomen.
Een slechte afvoerleiding kan leiden tot waterlekken en natte
meubels.
■Installeer de binnen- en buitenunits, het netsnoer en de
verbindingsdraad op minstens 1 meter van televisietoestellen of
radio's om beeldstoringen of ruis te voorkomen.
(Afhankelijk van de radiogolven volstaat een afstand van 1
meter soms niet om ruis te voorkomen.)
■Spoel de buitenunit niet af.
Dit kan kortsluiting of brand veroorzaken.
■Installeer de airconditioner niet op een van de volgende
plaatsen:
■ In de aanwezigheid van dampen van mineraalolie, oliespray
of dampen, zoals bijvoorbeeld in een keuken.
De kwaliteit van de plastic onderdelen kan verminderen en
ze kunnen uit het toestel vallen of waterlekken veroorzaken.
■ Waar corrosieve gassen, zoals zwavelzuurgassen worden
geproduceerd.
Corrosie aan de koperen leidingen of gesoldeerde delen kan
leiden tot koelmiddellekken.
■ In de aanwezigheid van apparatuur die elektromagnetische
golven genereert.
Elektromagnetische golven kunnen het besturingssysteem
storen, zodat het toestel slecht zou werken.
■ In de aanwezigheid van mogelijke lekken van ontvlambare
gassen, van koolstofvezels of ontbrandbaar stof in de lucht of
waar wordt gewerkt met vluchtige ontvlambare stoffen, zoals
thinner of benzine.
Dergelijke gassen kunnen brand veroorzaken.
■ Waar de lucht een hoog zoutgehalte bevat zoals in de buurt
van de kust.
■ Waar de spanning sterk schommelt, zoals in een fabriek.
■ In voertuigen of schepen.
■ In de aanwezigheid van zuur- of alkalinedampen.
Aangezien de maximale werkdruk 4,0 MPa of 40 bar
bedraagt, kunnen dikkere leidingen vereist zijn. Raadpleeg
"Keuze van het leidingmateriaal" op pagina 5.
Voorzorgsmaatregelen voor R410A
■Voor het koelmiddel moeten strikte voorzorgsmaatregelen worden
genomen om het systeem schoon, droog en afgedicht te houden.
- Schoon en droog
Voorkom dat vreemd materiaal (zoals minerale olie of vocht) in
het systeem terechtkomt.
- Afgedicht
Raadpleeg daartoe aandachtig het hoofdstuk "Voorzorgs-
maatregelen bij het aanleggen van de koelmiddelleidingen" op
pagina 6 en volg nauwgezet de procedures.
■Omdat R410A een gemengd koelmiddel is, moet eventueel
benodigd extra koelmiddel in vloeibare vorm worden geladen.
(Als het koelmiddel zich in een toestand van gas bevindt,
verandert de samenstelling en zal het systeem niet naar
behoren functioneren.)
■De aangesloten binnenunits moeten speciaal ontworpen zijn
voor toepassing met R410A.
Montage
■Zie de installatiehandleiding van de binnenunit voor installatie
van de binnenunit(s).
■Op de afbeeldingen staat een buitenunit van de 125-klasse.
Deze installatiehandleiding is ook van toepassing op andere
types.
■Voor deze buitenunit dient gebruik gemaakt te worden van het
(los verkrijgbare) aftakleidingspakket als deze wordt gebruikt als
de buitenunit voor het simultane bedieningssysteem. Raadpleeg
catalogi voor meer informatie.
■Gebruik de unit nooit met een beschadigde of niet-aangesloten
uitlaatthermistor en aanzuigthermistor; anders kan de
compressor vuur vatten.
■Let op de modelnaam en het serienummer op de buitenplaten
(voorplaten) bij het bevestigen of verwijderen zodat u geen
fouten maakt.
■Bij het sluiten van de servicepanelen mag het draaimoment niet
meer dan 4,1 N•m bedragen.
Accessoires
Controleer of de volgende accessoires met de unit zijn meegeleverd.
Montagehandleiding1
Klem2
Label gefluoreerde
broeikasgassen
1
Voorzie een logboek
Volgens de relevante nationale en internationale voorschriften kan
het vereist zijn om bij de apparatuur een logboek te voorzien met
minstens
- informatie over onderhoud,
- reparatiewerkzaamheden,
- testresultaten,
- standby-periodes,
- enz...
In Europa biedt EN378 de vereiste informatie voor dit logboek.
Zie de afbeelding hieronder voor de plaats van de accessoires.
1Accessoires
1
Omgaan met de unit
Zoals in de afbeelding is aangegeven, dient de unit rustig bij de
linker- en rechterhandgreep vastgenomen te worden.
Houd de unit vast aan de hoeken, en niet aan de aanzuiginlaat in de
zijkant; anders kunt u de behuizing beschadigen.
Let erop dat u de achterste ribben niet met uw handen of
voorwerpen aanraakt.
2Als de unit op een nogal winderige plaats wordt opgesteld, dient
speciaal op het volgende te worden gelet.
Een harde wind van 5 m/s of meer tegen de luchtuitlaat van de
buitenunit kan kortsluiting (aanzuiging van afgevoerde lucht)
veroorzaken. Dit kan de volgende gevolgen hebben:
- Slechtere bedrijfscapaciteit.
-Vaak voorkomende afzetting van rijp tijdens het verwarmen.
- Onderbreking van de werking door te hoge druk.
-Wanneer er voortdurend een sterke wind op de voorkant van
de unit blaast, kan de ventilator heel snel gaan draaien totdat
hij defect raakt.
Zie de afbeeldingen voor installatie van deze unit op een plaats
waar u de windrichting kan voorzien.
■Draai de kant van de luchtuitlaat naar de muur van het gebouw,
een schutting of een windscherm.
Zorg dat er voldoende ruimte is voor de installatie
■Plaats de uitlaatzijde in een rechte hoek ten opzichte van de
windrichting.
KEUZEVANDEMONTAGEPLAATS
■Neem de gepaste maatregelen om te voorkomen dat
kleine dieren gaan nestelen in de buitenunit.
■Kleine dieren die in contact komen met elektrische
onderdelen kunnen storingen, rook of brand
veroorzaken. Gelieve de klant te zeggen de ruimte
rond de unit schoon te houden.
1Zoek voor de opstelling van de unit een plaats waar aan de
volgende omstandigheden wordt voldaan en die de goedkeuring
van uw klant kan wegdragen.
- Plaatsen die goed worden geventileerd.
- Plaatsen waar de unit geen overlast veroorzaakt voor de
buren.
-Veilige plaatsen die bestand zijn tegen het gewicht en de
trillingen van de unit en waar de unit gelijkvloers kan worden
geïnstalleerd.
-Waar geen brandbaar gas of product kan weglekken.
- Het toestel mag niet in een omgeving met potentieel
ontploffingsgevaar worden geplaatst of gebruikt.
- Plaatsen waar altijd voldoende ruimte voor onderhoud is.
- Plaatsen waar de lengte van de leidingen en de bedrading
van de binnen- en buitenunits de maximaal toegestane
maten niet overschrijden.
- Plaatsen waar lekwater van de unit geen schade aan de
standplaats kan veroorzaken (bijvoorbeeld wanneer de
afvoer verstopt is).
- Plaatsen waar regen zoveel mogelijk wordt vermeden.
Krachtige wind
Blaasrichting
van de lucht
3Maak een waterafvoerkanaal rond de basis, zodat het afvalwater
wegloopt.
4Als het water niet goed wordt afgevoerd van de unit, plaatst u de
unit op een fundering van betonblokken en dergelijke (de hoogte
van de fundering mag maximaal 150 mm bedragen).
5Als u de unit op een raamwerk plaatst, moet u op minder dan
150 mm van de onderkant van de unit een waterdichte plaat
aanbrengen om te voorkomen dat van onder af water kan
binnendringen.
6Wanneer de unit wordt opgesteld op een plaats die dikwijls
wordt blootgesteld aan sneeuw, speciaal op het volgende letten:
-Werk met een zo hoog mogelijke fundering.
-Verwijder het aanzuigrooster aan de achterzijde om
ophoping van sneeuw op de ribben aan de achterzijde te
voorkomen.
7Als u de unit installeert op een frame,
plaats dan een waterbestendige plaat (op
minder dan 150 mm van de onderkant
van de unit) of gebruik een
afvoerblindpropkit (optie) om druppelend
afvoerwater te voorkomen. (Zie
afbeelding).
Krachtige wind
Montagehandleiding
3
RZQS71~140D7V1B + RZQS71D2V1B
Split-systeem airconditioners
4PW49302-1B
Page 7
VOORZORGSMAATREGELENBIJDEINSTALLATIE
■Controleer de stevigheid en het vlak van de ondergrond van de
installatie opdat de unit na de installatie geen trillingen of lawaai
veroorzaakt.
■Zet de unit zoals in de funderingstekening van de afbeelding is
aangegeven stevig vast met behulp van de funderingsbouten.
(Zorg voor vier sets M12-funderingsbouten, moeren en ringen).
■De beste manier is om de funderingsbouten in te schroeven tot
op 20 mm vanaf de bovenkant van de fundering.
A
140
117
219
289
47
A Afvoerzijde
B Onderaanzicht (mm)
C Afvoeropening
423
B
614
140620
350
(345-355)
C
20
RUIMTEVOORONDERHOUDVANDE
INSTALLATIE
De hier gebruikte cijfergegevens gelden voor de afmetingen van voor
modellen van de klasse 71-100-125-140. De cijfers tussen ( ) geven
de afmetingen weer voor de modellen van de klasse 100-125-140.
(Eenheid: mm)
(Raadpleeg hoofdstuk "Voorzorgsmaatregelen bij de installatie" op
pagina 4)
Voorzorgsmaatregel
(A) In geval van niet-gestapelde installatie (Zie afbeelding 1)
Obstakel aanzuigkant
Obstakel afvoerkant
Obstakel linkerkant
Obstakel rechterkant
Obstakel bovenkant
Obstakel aanwezig
✓
Sluit de onderkant van
1
het installatieframe in
dit geval af om te
voorkomen dat de
uitgeblazen lucht
ontsnapt
In deze gevallen kunt
2
u slechts 2 units
installeren.
Deze toestand is niet
toegelaten
Installatiemethode ter voorkoming van kantelen
Indien het risico bestaat dat de eenheid gaat kantelen, installeer
deze dan zoals in de afbeelding is aangegeven.
■breng lussen aan in de 4 kabels, zoals aangeduid op de
tekening
■schroef het bovendeksel los op de vier punten die met A en B
zijn aangeduid
■steek de schroeven door de lussen en schroef ze goed vast
AA
B
C
A plaats van de 2 bevestigingspunten aan de voorzijde van de unit
B plaats van de 2 bevestigingspunten aan de achterzijde van de unit
C kabels: niet bijgeleverd
Opstelling van de afvoerbuis
■Als de opstelling van de afvoerleiding vanuit de buitenunit
moeilijkheden oplevert (als afvoerwater bijvoorbeeld op iemand
zou spatten), zorg dan voor afvoer via een afvoeraansluitstuk
(los verkrijgbaar).
■Controleer dat de afvoer goed werkt.
(B) In geval van gestapelde installatie
1.In geval van obstakels voor de uitlaatzijde.
A
100
≥1000
2.In geval van obstakels voor de luchtinlaat.
A
100
≥200
(300)
Niet meer dan één unit stapelen.
Voor het leggen van de afvoerleiding van de bovenste buitenunit is
ca. 100 mm ruimte nodig. Dicht het gedeelte A af zodat er geen lucht
uit de uitlaat kan ontsnappen.
(C) In geval van installatie in meerdere rijen (voor gebruik op daken,
enz.)
2.In geval meerdere units worden geïnstalleerd (2 units of meer),
zijdelings per rij gekoppeld.
L
A
≥2000
(3000)
H
≥1000
(1500)
≥400 (600)
Afmetingsverhoudingen van H, A en L zijn in de onderstaande tabel
vermeld.
LA
L≤H
H<LInstallatie onmogelijk
0<L≤1/2H150 (250)
1/2H<L200 (300)
Keuze van het leidingmateriaal
■De leidingen en andere onderdelen onder druk moeten voldoen
aan de nationale en internationale voorschriften en moeten
geschikt zijn voor koelmiddel; gebruik met fosforzuur
gedeoxideerde, naadloze koperen leidingen voor het koelmiddel.
■Getemperde kwaliteit: gebruik leidingen van getemperd staal in
functie van de leidingdiameter zoals aangegeven in de tabel
hieronder.
■De wanddikte van de koelmiddelleidingen moet voldoen aan de
geldende plaatselijke en nationale voorschriften. De minimale
leidingdikte voor leidingen voor R410A moet overeenstemmen
met de waarden in de tabel hieronder.
Getemperde kwaliteit van
Leidingdiameter
9,5O0,80
15,9O1,00
O = Gegloeid
het leidingmateriaal
Minimale dikte t (mm)
Gebruik uitsluitend gegloeid materiaal voor flareverbindingen.
Maat koelmiddelleiding
DIKTEVANDEKOELMIDDELLEIDING
EN TOEGESTANELEIDINGLENGTE
De installatie moet worden uitgevoerd door een erkend
koeltechnicus; de keuze van de materialen en de installatie
moet voldoen aan de van toepassing zijnde nationale en
internationale voorschriften. In Europa is de norm EN378
van toepassing.
Informatie voor personen die instaan voor het
installeren van de leidingen:
■Open de afsluitklep nadat de leidingen zijn
geïnstalleerd en leeggepompt. (Wanneer u het
systeem probeert te gebruiken met gesloten klep kan
de compressor schade oplopen.)
■Laat geen koelmiddel vrij. Verzamel het koelmiddel
volgens de voorschriften inzake het verzamelen en
opruimen van freon.
■Gebruik geen vloeimiddel bij het solderen van de
koelmiddelleiding.
Gebruik bij het solderen fosforkoper lasmateriaal
metaal (BCuP) waarbij geen vloeimiddel wordt vereist.
(Een chlorine vloeimiddel zou de leidingen aantasten,
terwijl een vloeimiddel met fluoride de kwaliteit van de
koelolie zou aantasten, waardoor het koelleidingsysteem negatief zou worden beïnvloed.
Zie afbeelding 3 voor tweewegsystemen, afbeelding 4 voor driewegsystemen en afbeelding 5 voor dubbele tweewegsystemen.
■Hoofdleiding (leiding tussen buitenunit en eerste aftakking).
De leidingen moeten van dezelfde maat zijn als de
buitenaansluitingen.
Maat koelmiddelleiding (standaardmaat)
GasleidingØ15,9
VloeistofleidingØ9,5
■Leiding tussen eerste en tweede aftakking (L2+L3) (alleen voor
dubbel tweewegsysteem).
GasØ15,9
VloeistofØ9,5
■Leiding tussen aftakking en binnenunits (L2~L3 voor tweeweg-,
L2~L4 voor drieweg- en L4~L7 voor dubbel tweewegsysteem).
Deze leidingen moeten van dezelfde maat zijn als de leidingen
van de aangesloten binnenunits. Aftakking: zie markering '■' in
afbeelding 3, 4 en 5.
(a) Het getal tussen haakjes geeft de overeenkomstige lengte aan.
• L1+L2
• L1+L2+L4
L4
L4+L5+L6+
L7
•L2
• L2+L4
• L4–L5
• L6–L7
•(L2+L4)–
(L3+L7)
H2
L4+L5+L6+L7standaard≤30 m
standaard
(a)
—
—20 m
—
—0,5 m
71100125140
30 m
(40 m)
30 m
—
10 m
Model
50 m (70 m)
50 m
50 m
—
10 m
10 m
—
VOORZORGSMAATREGELENBIJHETAANLEGGEN
VANDEKOELMIDDELLEIDINGEN
■Er mag niets anders dan het gespecificeerde koelmiddel in het
koelcircuit terechtkomen, zoals lucht, enz. Als bij het werken aan
de unit koelmiddel lekt, moet u de ruimte onmiddellijk goed
verluchten.
■Gebruik uitsluitend R410A wanneer u koelmiddel bijvult
Installatiegereedschap:
Gebruik werktuigen (vulslang, manometerset, enz.) die
uitsluitend worden gebruikt voor systemen met R410A om te
weerstaan aan de druk en te voorkomen dat er vreemde
materialen (zoals minerale olie of vocht) in het systeem
terechtkomen.
Vacuümpomp:
Gebruik een tweetraps vacuümpomp met terugslagklep
Zorg dat de olie in de pomp niet in het systeem terugstroomt als
de pomp buiten werking is.
Gebruik een vacuümpomp die het systeem tot –100,7 kPa
(–755 mm Hg) kan leegpompen.
■Zet de toestellen bij het testen nooit onder meer druk dan de
maximaal toelaatbare druk (zie naamplaatje van de unit: PS)
■Wanneer u twee gleuven uitsnijdt, kunt u de installatie uitvoeren
zoals afgebeeld in afbeelding "Lokale leidingen in vier
richtingen".
(Breng de openingen aan met een metaalzaag.)
■Om de aansluitleiding naar beneden te monteren, moet u met
een boor van
het doorsteekgat. (Raadpleeg afbeelding "Lokale leidingen in
vier richtingen".)
■Na het maken van het doorsteekgat brengt u best reparatieverf
aan op de rand en de uiteinden om roest te voorkomen.
Ø6 mm een gat maken in het middelste deel rond
Montagehandleiding
6
Page 10
Binnendringende vreemde voorwerpen voorkomen
Gebruik van de afsluiter
Dicht de doorvoeropeningen van de leiding af met stopverf of isolatiemateriaal (lokaal aan te schaffen), zoals afgebeeld.
1
1Stopverf of isolatiemateriaal
(lokale levering)
Insecten of kleine dieren die in de buitenunit binnendringen kunnen
een kortsluiting veroorzaken in de elektriciteitskast.
Waarschuwingen bij het omgaan met de afsluiter
■De afsluiters voor de binnen-buiten-aansluitleidingen zijn
gesloten bij de verzending in de fabriek.
Zorg dat het ventiel open blijft staan wanneer het
systeem in bedrijf is.
De namen van de onderdelen van de afsluiter vindt u terug in de
afbeelding.
1
2
3
4
■Aangezien u de zijkanten kunt beschadigen wanneer u de flaremoeren met alleen een momentsleutel los- of vastdraait, moet u
de afsluitklep altijd eerst met een sleutel blokkeren en dan pas
met een momentsleutel werken.
Zet de sleutels niet op het klepdeksel.
1Servicepoort
2Afsluitklep
3Aansluiting lokale leiding
4Klepdeksel
Gebruik een zeskantsleutel van 4 mm en van 6 mm.
■De klep openen
1. Plaats de zeskantsleutel op de klepstang en draai naar links.
2. Stop wanneer de klepstang niet verder draait. De klep is nu
open.
■De klep sluiten
1. Plaats de zeskantsleutel op de klepstang en draai naar rechts.
2. Stop wanneer de klepstang niet verder draait. De klep is nu
dicht.
B
A
Sluitrichting
A Vloeistofzijde
B Gaszijde
Waarschuwingen bij het omgaan met het klepdeksel
■Het klepdeksel is verzegeld op de plaats die door de pijl wordt
aangegeven.
Raadpleeg de afbeelding.
Zorg dat u het niet beschadigt.
■Draai het klepdeksel goed vast nadat u de afsluiter hebt
gebruikt.
Wanneer u te vast aandraait, kan het oppervlak van de
binnenste afsluiter vervormd geraken, zodat gas in de afsluiter
gaat lekken en na verloop van tijd de flaremoer barst.
Oefen geen kracht uit op het klepdeksel om geen koelmiddellek
te veroorzaken.
■Voor koelen bij lage omgevingstemperaturen of een andere
werking bij lage druk moet u afdichten met siliconen of iets
dergelijks om te voorkomen dat de flaremoer van de gasafsluiter
gaat bevriezen (zie afbeelding). Een bevroren flaremoer kan een
koelmiddellek veroorzaken.
Siliconenafdichting
(Zorg ervoor dat er geen
openingen blijven)
■Ga na het sluiten van het deksel na of er koelgaslekkage voorkomt.
Waarschuwingen bij het omgaan met de servicepoort
■Werk altijd met een flexibele vulslang met een drukstaaf en
ventiel zodat u het koelmiddel dat in de vulslang achterblijft kunt
verwijderen.
■Draai het klepdeksel opnieuw vast na de werkzaamheden.
Draaimoment: 11,5~13,9 N•m
Voorzorgsmaatregelen bij het aansluiten van lokale
leidingen en de isolatie
■Laat de binnen- en buitenaftakleidingen nooit in contact komen
met het klemmendeksel van de compressor.
Wanneer de leidingisolatie van de vloeistofzijde met het deksel
in contact komt, moet u de hoogte aanpassen zoals aangegeven
in de onderstaande afbeelding. Let er ook op dat de lokale
leidingen niet in contact komen met de bouten of buitenpanelen
van de compressor.
■Als de buitenunit boven de binnenunit is geïnstalleerd, kan dit
het gevolg zijn:
Gecondenseerd water op de afsluitklep kan naar de binnenunit
lopen. Voorkom dit door de afsluitklep in isolatiemateriaal in te
pakken.
■Als de temperatuur hoger is dan 30°C en de relatieve vochtigheid meer dan 80% bedraagt, moet het isolatiemateriaal ten
minste 20 mm dik zijn om condensatie aan het oppervlak te
voorkomen.
Montagehandleiding
7
RZQS71~140D7V1B + RZQS71D2V1B
Split-systeem airconditioners
4PW49302-1B
Page 11
■Isoleer de lokale leiding aan de vloeistof- en de gaszijde en het
koelmiddelaftakpakket.
Blote leidingen kunnen condensatie of brandwonden
veroorzaken wanneer u ze aanraakt.
(De leiding aan de gaszijde kan temperaturen tot ongeveer
120°C bereiken; werk dus met isolatiemateriaal dat tegen
dergelijke temperaturen bestand is.)
1
4
2
3
1Compressor
2Klemmendeksel
3Lokale binnen- en
4
5
5
6
A
buitenleiding
4Kurk, enz.
5Isolatiemateriaal
6Bouten
A Wees voorzichtig
met aansluitingen
van leidingen,
bouten en het
buitenpaneel
Waarschuwingen voor flareaansluiting
■Zie de tabel voor de afmetingen als u met flares werkt en voor de
draaimomenten. (Door te vast aan te draaien kan de flare splijten.)
A afmetingen voor
Leiding-
dikte
Draaimoment flaremoer
Ø9,533~39 N•m12,8~13,2
Ø15,963~75 N•m19,3~19,7
werken met flares
(mm)
Flarevorm
±2
90°
45°
±2
A
R=0.4~0.8
Waarschuwingen voor het gebruik van een sifon
Aangezien de olie in de stijgleiding terug naar de compressor zou
kunnen vloeien wanneer deze is gestopt en zo vloeistofcompressie
kan veroorzaken, of de olieterugvoer kan verslechteren, moet u op
een geschikte plaats in de stijggasleiding een sifon voorzien.
■Installatieruimte sifon. (Zie afbeelding 6)
A Buitenunit
B Binnenunit
C Gasleiding
D Vloeistofleiding
E Olieafscheider
H Installeer de sifon bij ieder hoogteverschil van 10 m.
■Een sifon is niet nodig wanneer de buitenunit hoger staat dan de
binnenunit.
Waarschuwingen voor solderen
■Werk met stikstof bij het solderen.
Wanneer u soldeert zonder stikstof te vervangen of zonder
stikstof in de leiding te blazen, wordt een aanzienlijke
geoxideerde filmlaag op de binnenkant van de leidingen afgezet,
wat een nadelig effect heeft op de kleppen en de compressors in
het koelsysteem en in de weg staat van een normale werking.
Werk niet met oxidatievoorkomende producten wanneer u
leidingen soldeert. Restanten van dergelijke producten kunnen
de leidingen verstoppen of componenten slecht laten werken.
■Wanneer u soldeert terwijl u stikstof in de leiding inbrengt, moet
de druk van de stikstof op 0,02 MPa staan met een reduceerventiel (=net genoeg om op de huid te voelen).
12345
6
6
Als geen momentsleutel voorhanden is, is het mogelijk dat het
draaimoment plots groter wordt. Draai moeren niet meer vast
dan voorgeschreven.
Aanbevolen
armlengte van
LeidingdikteVerder aanspanhoek
Ø9,560°~90°200 mm
Ø15,930°~60°300 mm
gereedschap
■Wanneer u de flaremoer bevestigt, smeert u eerst de binnenkant
van de flare in met ether- of esterolie en draait u ze vervolgens
met de hand 3 of 4 slagen vast, voordat u ze stevig vastschroeft.
■Inspecteer de leidingaansluitingen met behulp van stikstof e.d.
op gaslekken na het beëindigen van de montage.
1Koelleiding
2Te solderen deel
3Tape
4Handklep
5Reduceerventiel
6Stikstof
■Ontlucht de lucht niet met koelmiddel. Gebruik een vacuümpomp om de installatie te ontluchten. Er wordt geen extra
koelmiddel geleverd voor ontluchting.
■De leidingen in de units zijn door de fabrikant gecontroleerd op
lekken. De monteur moet de ter plaatse aangebrachte
koelmiddelleidingen controleren op lekkage.
■Controleer of de ventielen stevig gesloten zijn alvorens een
lekproef uit te voeren of te vacuümeren.
Installatie voor vacuümeren en lekproef: zie afbeelding 8
Lekproef moet in overeenstemming zijn met EN378-2.
1Zuig de leidingen leeg en controleer het vacuüm
1 minuut geen drukstijging.)
2Breek het vacuüm met minimaal 2 bar stikstof. (Laat de druk
nooit hoger dan 4,0 MPa stijgen.)
3Voer op de koppeldelen van de leidingen de lektest uit met
behulp van zeepsop, etc.
4Laat de stikstof ontsnappen.
5Leegzuigen en vacuüm nogmaals controleren
6Wanneer de vacuümmeter niet meer stijgt, mag u de afsluiters
openen.
Als de mogelijkheid bestaat dat er zich vocht in het
systeem bevindt dient u het volgende te doen (als het
leidingwerk is uitgevoerd in het regenseizoen of gespreid
werd over een langere periode kan er tijdens de werken
vocht in de leidingen zijn terechtgekomen).
Breng het systeem na de 2 uur vacuümpompen met
stikstofgas op een druk van 0,05 MPa (door het vacuüm te
verbreken) en pomp het systeem vervolgens met de vacuümpomp gedurende 1 uur opnieuw vacuüm tot –100,7 kPa
(vacuümdrogen). Als u het systeem binnen de 2 uur niet kan
evacueren tot –100,7 kPa dient u de vacuümonderbreking en
het vacuümeren te herhalen. Als het systeem vervolgens
gedurende een uur is gevacumeerd dient u na te gaan of de
vacuümmanometer niet stijgt.
Na het ontluchten met een vacuümpomp kan het gebeuren
dat de koelmiddeldruk niet stijgt, zelfs niet wanneer de
afsluiter open is gedraaid. De reden hiervoor is dat bijv. de
afsluiter in het buitenunitcircuit gesloten is, maar dit vormt
geen probleem om de unit te gebruiken.
(1)
. (Gedurende
(1)
.
KOELMIDDELVULLEN
Belangrijke informatie over het gebruikte koelmiddel
Dit product bevat fluorgassen die onder het Kyoto-protocol vallen.
Laat de gassen niet vrij in de atmosfeer.
Koelmiddeltype:R410A
(1)
GWP
waarde:1975
(1)
GWP = Global Warming Potential (globaal opwarmingspotentieel)
Schrijf met onuitwisbare inkt,
■➀ de hoeveelheid koelmiddel van het product gevuld in de
fabriek,
■➁ de lokaal bijgevulde extra hoeveelheid koelmiddel en
■➀+➁ de totale hoeveelheid koelmiddel
op het bij het product geleverde label over gefluoreerde
broeikasgassen.
Het ingevulde label moet aan de binnenkant van het product en in de
buurt van de vulpoort van het product worden aangebracht (bijv. op
de binnenkant van het servicedeksel).
1 hoeveelheid koelmiddel
4
van het product gevuld in
de fabriek:
1
zie naamplaatje van de
unit
2
2 lokaal bijgevulde extra
hoeveelheid koelmiddel
3 totale hoeveelheid
3
5
6
LET OP
Volgens de nationale toepassing van de EUregelgeving over bepaalde gefluoreerde
broeikasgassen kan het vereist zijn om de informatie
op de unit te voorzien in de officiële nationale taal.
Daarvoor wordt bij de unit een bijkomend meertalig
label over gefluoreerde broeikasgassen geleverd.
Op de achterzijde van dat label vindt u de
kleefinstructies.
Voorzorgsmaatregel voor onderhoud
Wanneer op de unit onderhoud wordt uitgevoerd waarbij
het koelmiddelsysteem moet worden geopend, moet het
koelmiddel conform de plaatselijke voorschriften worden
geëvacueerd.
Deze unit vereist extra koelmiddel, afhankelijk van de lengte van de
leidingen die ter plaatse zijn aangesloten. Vul het koelmiddel bij in de
vloeistofleiding in vloeibare toestand via de servicepoort van de
afsluiter van de vloeistofleiding. Omdat R410A een gemengd
koelmiddel is, verandert de samenstelling als het koelmiddel in
gasvormige toestand wordt gevuld. Hierdoor is de normale werking
van het systeem niet meer gegarandeerd.
Bij dit model moet u niet extra bijvullen als de leidinglengte ≤30 m is.
koelmiddel
4 Bevat fluorgassen die
onder het Kyoto-protocol
vallen
5 buitenunit
6 koelmiddelfles en
verdeelstuk voor vullen
(1) Gebruik een 2-traps vacuümpomp met terugslagklep die tot
–100,7 kPa (5 Torr, –755 mm Hg) kan vacumeren.
Pomp het systeem met een vacuümpomp via de vloeistofen gasleidingen langer dan 2 uur vacuüm en breng het
systeem op een onderdruk van –100,7 kPa. Als het systeem
al meer dan een uur in die toestand is dient u te controleren
of de vacuümmanometer stijgt of daalt. Als de druk is
gestegen, kan het systeem vocht of lekkages bevatten.
Montagehandleiding
9
RZQS71~140D7V1B + RZQS71D2V1B
Split-systeem airconditioners
4PW49302-1B
Page 13
Bijkomende koelmiddelvulling
■De bijkomende vulhoeveelheden hangen af van de lengte van
de koelmiddelleiding zoals aangegeven in "Maximale totale
leidinglengte in één richting" van de tabel in paragraaf
"Toelaatbare leidinglengte en hoogteverschil" op pagina 6. (Vb.
tweeweg: L1+L2+L3).
■Wanneer de leidinglengte meer dan 30 m bedraagt, moet u een
hoeveelheid koelmiddel bijvullen volgens de hiernavolgende
tabel.
Voor latere service geeft u de gekozen hoeveelheid aan met een
cirkel in de hieronderstaande tabellen
Voorbeeld 2
L2=7 (Ø6,4)
Type 125
buitenwarmtepompbinnen
L1=5 (Ø9,5)L3=17 (Ø6,4)
L4=20 (Ø6,4)
Type 50
binnen
Type 50
Type 50
Voor paarsysteem
Tabel 1: Bijkomende koelmiddelvulling <unit: kg>
Standaard vloeistofleidingmaat
Lengte aangesloten leidingen tussen
Type30~40 m40~50 m
RZQS71—
RZQS100~1400,51,0
Voor tweeweg, drieweg, en dubbel tweewegsysteem
Vul een bijkomende hoeveelheid koelmiddel bij volgens de hiernavolgende formule. (Bijkomende hoeveelheid is R1+R2)
1.G1: totale lengte van Ø9,5 mm vloeistofleiding
G2: totale lengte van Ø6,4 mm vloeistofleiding
2.a G1>30 m
bereken lengte boven 30 m (=G1–30 m)
Haal de waarde voor R1, R2 uit de tabel op basis van deze lengte
b G1≤30 m en G1+G2>30 m
bereken totale lengte boven 30 m (=G1+G2–30 m)
Haal de waarde voor R2 uit de tabel op basis van deze lengte,
R1=0
a G1–30=5 m➙ Ø9,5 R1=0,5 kg
b G2=12 m ➙ Ø6,4 R2=0,6 kg
3Hoeveelheid koelmiddel=R=R1+R2=0,5+0,6=1,1 kg
L1=35 (Ø9,5)binnen
L3=5 (Ø6,4)
Type 50
Type 50
1G1=L1=5 mG2=L2+L3+L4=7+17+20=44
2Meer dan 30 m
a G1=5 m➙ R1=0,0 kg
b (G1+G2)–30=(5+44)–30=19 ➙ Ø6,4 R2=0,6 kg
3Hoeveelheid koelmiddel=R=R1+R2=0,0+0,6=0,6 kg
Wanneer u het koelmiddel vanaf nul vult, moet u eerst de
leidingen leegpompen. Voer dit leegpompen uit op de
servicepoort. Gebruik hiervoor geen andere poort of de
afsluitklep. Op een dergelijke poort kunt u niet volledig
leegpompen.
Positie van servicepoort:
Buitenunits hebben 1 servicepoort, tussen de
warmtewisselaar en de 4-wegsklep.
Totaal vulgewicht van het koelmiddel (na een lek, e.d.)
De totale vulhoeveelheden hangen af van de lengte van de
koelmiddelleiding zoals aangegeven in "Maximaal toegestane
leidinglengte" van de tabel in paragraaf "Toelaatbare leidinglengte en
hoogteverschil" op pagina 6. (Vb. tweeweg: L1+L2).
De buitenunit is voorzien van een lagedrukschakelaar of een
lagedruksensor ter bescherming van de compressor.
Sluit de lagedrukschakelaar of de lagedruksensor nooit
kort bij het afpompen.
Ga voor het afpompen als volgt te werk.
■Voorbereidende maatregelen
• Zet de voeding uit.
Open het voorpaneel en dek de printkaart en het
klemmenbord af met isolatie om elektrische schokken te
voorkomen wanneer u een onderdeel onder stroom per
ongeluk aanraakt.
• Sluit het voorpaneel voordat u weggaat van de buitenunit. U
mag de unit niet onbeheheerd achterlaten wanneer het
voorpaneel open blijft.
• Schakel de voeding in en pomp af zoals hierna beschreven.
goed af ongeveer 2 minuten
nadat de compressor is
beginnen te draaien. (Zie
"Gebruik van de afsluiter" op
pagina 7)
4 Wanneer de compressor na
2 tot 5 minuten
draaien, sluit u de gaszijdige
afsluiter goed af. (Zie "Gebruik
van de afsluiter" op pagina 7)
5 Schakel de voeding uit.
(a) Als de buitenunit na het afpompen niet werkt (ook niet wanneer de schakelaar van
de afstandsbediening is ingeschakeld), kan "
verschijnen. Dit is echter geen storing.
(a)
stopt met
—
De compressor en de ventilator
van de buitenunit treden
automatisch in werking.
Het is mogelijk dat de ventilator
van de binnenunit automatisch
begint te draaien.
Let hier goed op.
Laat de buitenunit nooit
onbeheerd achter wanneer het
voorpaneel open is en de
voeding ingeschakeld is.
Wanneer de vloeistofzijdige
afsluiter tijdens de werking van
de compressor niet goed
gesloten is, kan niet worden
afgepompt.
U4
" op de afstandsbediening
•Vergeet niet na het afpompen de isolatie te verwijderen uit
de schakelkast van in hoofdstuk "Voorbereidende
maatregelen" op pagina 10.
• Zet de hoofdstroomschakelaar uit en weer aan wanneer u
de unit wilt gebruiken. Zorg ervoor dat de afsluiters aan
zowel de vloeistof- als de gaskant open zijn en laat de unit
tijdens het proefdraaien werken in de koelmodus.
WERKAANDEELEKTRISCHEBEDRADING
■De bedrading ter plaatse en de montage van de
componenten moeten worden uitgevoerd door een
erkend elektricien en in overeenstemming zijn met de
geldende Europese en nationale reglementeringen.
■Alle door derden geleverde onderdelen en elektrische
constructies dienen te voldoen aan de van toepassing
zijnde plaatselijke en landelijke voorschriften.
■Hoogspanning
Om elektrische schokken te voorkomen moet u de
voeding 1 minuut of langer onderbreken voordat u
service uitvoert aan elektrische onderdelen. Meet
zelfs na 1 minuut altijd nog de spanning aan de
klemmen van condensators van het hoofdcircuit of
elektrische onderdelen, en controleer dat deze
spanning niet meer dan 50 V DC bedraagt voordat u
ze aanraakt.
Voorzorgsmaatregelen bij werk aan de elektrische
bedrading
■Alle voedingscircuits moeten zijn onderbroken voordat u aan de
klemmen begint te werken.
■Werk alleen met koperdraad.
■De bedrading tussen de binnen- en de buitenunit moet op
220~240 V voorzien zijn.
■Een hoofdschakelaar of een andere manier om te onderbreken,
met een contactscheiding in alle polen, moet voorzien zijn in de
vaste bedrading in overeenstemming met de toepasselijke
lokale en nationale wetgeving.
Schakel de hoofdschakelaar niet in alvorens de bedrading is
voltooid.
■Gebundelde kabels nooit in een unit persen.
■Bevestig de kabels zo, dat ze de leidingen niet aanraken (met
name aan de hogedrukkant).
■Bevestig de elektrische bedrading zoals aangegeven op de
onderstaande afbeelding zodat de bedrading niet in contact
komt met de leidingen, vooral aan de hogedrukzijde.
Zorg dat er geen externe druk wordt uitgeoefend op de
klemaansluitingen.
■Let er bij de installatie van de aardlekschakelaar op dat hij
compatibel is met de inverter (bestand tegen elektrische ruis
met hoge frequenties) om ongewenst activeren van de
aardlekschakelaar te voorkomen.
■Aangezien deze unit is uitgerust met een inverter kan de
montage van een blindvermogencondensator niet alleen de
vergroting van de energiefactor belemmeren maar ook
abnormaal hoge temperaturen veroorzaken in de condensator
als gevolg van hogefrequentiegolven. Daarom mag u nooit een
blindvermogencondensator monteren.
Bevestig de bedrading in de hieronder aangegeven volgorde.
1Bevestig de aarding aan de bevestingsplaat van de afsluitklep
zodat hij niet kan verschuiven.
2Bevestig de aarding opnieuw aan de bevestigingsplaat van de
afsluitklep samen met de elektrische bedrading en de bedrading
tussen de units.
■Geleid de elektrische bedrading zodanig dat het voordeksel bij
het werken aan de bedrading niet omhoog wordt geduwd en
maak het voordeksel goed vast.
3
3
1
Informatie voor personen die instaan voor de elektrische bedrading:
Gebruik de unit niet alvorens de koelmiddelleidingen compleet zijn. (Wanneer u de unit gebruikt voor de leidingen
klaar zijn, kan de compressor beschadigd worden.)
Montagehandleiding
11
4
5
6
1Schakelkast
2Montageplaat afsluiter
3Aarding
4Kabelbinder
5Bedrading tussen units
6Voeding en aardingsbedrading
2
RZQS71~140D7V1B + RZQS71D2V1B
Split-systeem airconditioners
4PW49302-1B
Page 15
2
1
2
1
1Voeding- en aardingsbedrading
2Bedrading tussen units
2
1
■Voor kabels die uit de unit komen, kan een beschermende
mantelbuis worden aangebracht in het doorsteekgat. (Zie
Bescherm de kabels met plastic buizen om te voorkomen dat de
rand van het doorsteekgat in de kabels snijdt wanneer u geen
mantelbuis gebruikt.
■Houd u bij de aanleg aan het diagram voor elektrische
bedrading.
■Plooi de kabels en bevestig het deksel goed zodat het goed past.
Voorzorgsmaatregelen voor de bedrading van de
voeding en tussen de units
■Gebruik een ronde klem voor aansluiting op het klemmenbord
van de voeding. Als dit echt niet mogelijk is, let dan op de
volgende punten.
1Ronde drukklem
2Uitsparing
3Sluitring
■Zie de installatiehandleiding bij de binnenunit voor de bedrading
van binnenunits, etc.
■Monteer een aardlekschakelaar en zekering op de
voedingsleiding. (Zie afbeelding 9)
IPaar
IITw ee weg
IIIDrieweg
IVDubbel tweeweg
MMaster
SSlave
1Aardlekschakelaar
2Zekering
3Afstandsbediening
■Gebruik bij de bedrading de voorgeschreven kabels, voer de
aansluitingen volledig uit, en bevestig de kabels zodanig dat ze
niet aan de klemmen trekken.
Specificaties van standaardbedradingscomponenten
RZQS71RZQS100RZQS125RZQS140
Minimaal opgenomen
vermogen in het circuit
(a)
(MCA)
Aanbevolen lokale
zekering (A)
Draadtype
Diameter
Draadtype van
bedrading tussen de
units
(b)
(a) De opgegeven waarden zijn maximumwaarden (zie elektrische data van
combinatie met binnenunits voor precieze waarden).
(b) Alleen voor beveiligde leidingen. H07RN-F gebruiken als geen beveiligde
leidingen worden gebruikt.
LET OP
De aardlekschakelaar moet een snelle schakelaar van
30 mA (<0,1 s) zijn.
Apparatuur conform met EN/IEC 61000-3-12
18,927,628,8
2032
H05VV-U3G
De draaddikte moet in overeenstemming met de
van toepassing zijnde plaatselijke
en nationale voorschriften zijn
H05VV-U4G2,5
(1)
123
- Sluit geen draden van een verschillende gauge aan op
dezelfde voedingsklem. (Losse draden kunnen oververhitting
veroorzaken.)
- Sluit draden met eenzelfde gauge als volgt aan.
■Draai de klemschroeven vast met de goede schroevendraaier.
Een te kleine schroevendraaier kan de schroefkop beschadigen
zodat u de schroef niet meer goed kunt vastdraaien.
■Wanneer u de klemschroeven te vast aanschroeft, kunt u de
schroeven beschadigen.
■Zie de onderstaande tabel voor het aanhaalkoppel van de
klemschroeven.
(1) Europese/Internationale Technische Norm die de beperkingen vastlegt
voor harmonische stromen geproduceerd door apparatuur die is aangesloten op openbare laagspanningssystemen met een ingangsstroom
>16 A en ≤75 A per fase.
Montagehandleiding
12
Page 16
TESTWERKING
WAARSCHUWING
Het gebeurt maar al te vaak dat onderdelen die onder
stroom staan per ongeluk worden aangeraakt.
Laat de unit nooit alleen achter tijdens de installatie of
service wanneer het servicepaneel is verwijderd.
LET OP
Controles voor de ingebruikname
Vergeet niet dat wanneer de unit voor het eerst wordt
gebruikt, ze meer stroom kan verbruiken. Dit is te
verklaren door het feit dat de compressor een
inlooptijd van 50 uur heeft alvorens hij vlot draait en
een stabiel stroomverbruik bereikt.
6Druk binnen de 10 seconden op de ON/OFF-knop om het
proefdraaien te beginnen en controleer ongeveer 6 minuten de
bedrijfsstatus. Nadat u met een vacuümpomp de lucht hebt
verwijderd, zal de koelmiddeldruk misschien niet onmiddellijk
stijgen, zelfs als de afsluiter is geopend. Dit valt te verklaren
door het feit dat de koelmiddelleiding van de binnenunit binnenin
gesloten is met elektrische kleppen. Dit veroorzaakt geen
problemen bij de werking.
7Druk op de luchtstroominstelknop en controleer of de unit
reageert op de nieuwe stand van de luchtstroomrichting.
8Druk 2 keer op de inspectie/testknop van de afstandsbediening
om naar de controlemodus te gaan en te controleren of de
storingscode "
00
" (=normaal) wordt weergegeven. Als de
storingscode "00" niet wordt weergegeven, raadpleeg dan
"Storingdiagnose op het ogenblik van de eerste installatie" op
pagina 14.
Te controleren punten
Elektrische
bedrading
Bedrading tussen
units
Aardingsdraad
Koelmiddelleiding■Klopt de maat van de leidingen?
Extra koelmiddel■Hebt u de extra hoeveelheid koelmiddel en de
■Stemt de bedrading overeen met het
bedradingsschema?
Controleer of u geen bedrading bent vergeten en
of er geen ontbrekende of omgekeerde fasen
voorkomen.
■Is de unit goed geaard?
■Is de bedrading tussen de units die in serie zijn
aangesloten juist?
■Zijn de schroeven van de bedrading los?
■Bedraagt de isolatieweerstand minstens 1 MΩ?
- Gebruik een 500 V megger wanneer u
isolatie meet.
- Gebruik geen megger voor
laagspanningscircuits.
■Is het isolatiemateriaal voor de leiding goed
bevestigd?
Zijn zowel de vloeistof- als de gasleidingen
geïsoleerd?
■Staan de afsluiters aan de vloeistof- en de
gaszijde open?
lengte van de koelmiddelleiding opgeschreven?
■Laat het systeem proefdraaien.
■Open de afsluiters aan de vloeistof- en gaszijde volledig. Als u
de unit gebruikt met de afsluiters dicht, zal de compressor
beschadigd worden.
■Laat het systeem de eerste keer in de koelmodus proefdraaien.
■Laat de unit tijdens het proefdraaien nooit onbeheerd wanneer
het voorpaneel open is.
Uitvoeren van een test
9Als u tijdens het proefdraaien 4 keer op de inspectie/testknop
drukt, keert de unit terug naar de normale werking.
10 Controleer alle functies aan de hand van de gebruikshandleiding.
Voorzorgsmaatregelen voor het uitvoeren van een test
1Om afsluiters die niet opengaan op te sporen, moet u de unit bij
het eerste proefdraaien gedurende 2-3 minuten in de koelmodus
laten draaien, zelfs als de afstandsbediening was ingesteld op
verwarmen. In dit geval zal op de afstandsbediening de hele tijd
het verwarmingssymbool blijven staan zijn en schakelt de unit
na die tijd automatisch over op verwarmen.
2Als u de unit om een speciale reden niet in de proefmodus kunt
laten draaien, raadpleeg "Storingdiagnose op het ogenblik van
de eerste installatie" op pagina 14.
3Als u de unit niet in de proefmodus kunt laten draaien, wordt na
30 minuten gewoonlijk weer de normale stand ingeschakeld.
4Bij een draadloze afstandsbediening mag u het proefdraaien
alleen uitvoeren nadat u eerst het sierpaneel van de binnenunit
met infraroodontvanger hebt geïnstalleerd.
5Als de panelen van de binnenunits nog niet op de binnenunits
zijn geïnstalleerd, moet u de voeding uitschakelen nadat het
proefdraaien helemaal beëindigd is.
6Bij volledig proefdraaien hoort zeker ook het uitschakelen van
de voeding nadat de unit eerst met de afstandsbediening op de
normale manier is stilgelegd. Leg de unit niet stil door de
stroomonderbrekers uit te schakelen.
1Schakel de voeding ten minste 6 uur voor het begin van de
werking; zo beschermt u de compressor.
2Zorg dat de vloeistof- en gasafsluiters open staan.
B
A
Open-richting
A Vloeistofzijde
B Gaszijde
Verwijder het deksel en draai
zo ver mogelijk linksom met een
zeskantsleutel
3Sluit het voorpaneel vóór gebruik, anders loopt u risico op een
elektrische schok.
4Zet de unit in de koelmodus.
5Druk 4 keer op de inspectie/test-knop van de afstandsbediening
(2 keer bij een draadloze afstandsbediening) om naar de
testmodus te gaan.
Montagehandleiding
13
RZQS71~140D7V1B + RZQS71D2V1B
Split-systeem airconditioners
4PW49302-1B
Page 17
Storingdiagnose op het ogenblik van de eerste
installatie
Als het display van de afstandsbediening leeg blijft (de huidige
ingestelde temperatuur verschijnt niet op het display), moet u de
volgende punten controleren voordat u een diagnose stelt van
eventuele storingscodes.
■ Losse of verkeerde bedrading (tussen voeding en buitenunit,
tussen buitenunit en binnenunits, tussen binnenunit en
afstandsbediening).
■ De zekering op de printkaart van de buitenunit is
doorgebrand.
■Als op de afstandsbediening de storingscode "E3", "E4" of "L8"
verschijnt, is het mogelijk dat de afsluiters dicht zijn of dat de
luchtinlaat of -uitlaat geblokkeerd zijn.
■Controleer op spanningsonevenwicht wanneer de storingscode
"U2" op de afstandsbediening staat.
■Controleer de aansluitingen van de vertakkingsbedrading
tussen de units wanneer de storingscode "U4" of "UF" op de
afstandsbediening staat.
L4
■Wanneer de storingscode "
het mogelijk dat de luchtinlaat of -uitlaat geblokkeerd is.
■De beveilingsdetector tegen fasenomkering van dit product
werkt alleen tijdens het initialiseren nadat de stroom is gereset.
De bescherming tegen fasenomkering dient om het product uit
te schakelen wanneer het zich bij het opstarten ongewoon
gedraagt.
■ Wanneer de het beveiligingscircuit tegen fasenomkering de
unit stillegt, moet u alle fasen controleren. Als ze in orde zijn,
schakelt u de voeding van de unit uit en vervangt u twee van
de drie fasen. Schakel de voeding weer in en start de unit.
■ Fasenomkering wordt niet gedetecteerd terwijl het product in
werking is.
■ Als er een fasenomkering mogelijk is na een korte stroom-
onderbreking en de stroom gaat aan en uit terwijl het product
werkt, moet u een beveiligingscircuit tegen fasenomkering op
de site installeren. Een dergelijk situatie is niet uitgesloten
wanneer u met een generator werkt. Wanneer het product
met omgekeerde polariteit wordt gebruikt, kunnen de
compressor en andere onderdelen schade oplopen.
" op de afstandsbediening staat, is
NOTITIES
VEREISTENVOORHETOPRUIMEN
Het ontmantelen van de unit, behandelen van het koelmiddel, olie en
andere onderdelen moet gebeuren in overeenstemming met de
relevante lokale en nationale reglementeringen.