Lees dit document voordat u de machine gebruikt.
Houd dit document bij de hand, zodat u het kunt raadplegen.
Page 2
Handelsmerken
IBM is een gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van International Business Machines Corporation.
Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation.
Alle bedrijven waarvan de software in deze handleiding is vermeld hebben een specifieke gebruiksrechtovereenkomst voor hun eigen
softwareprogramma's.
Alle andere merken en productnamen die in deze handleiding zijn vermeld, zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van hun
respectievelijke bedrijven. De uitleg van symbolen zoals ® en ™ wordt echter niet uitgebreid aangegeven in de tekst.
Opmerkingen over opensource-licenties
Dit product omvat opensource-software.
Opmerkingen over de opensource-licenties vindt u in het downloadgedeelte voor handleidingen op de
startpagina van uw model in het Brother Solutions Center op “ http://s.brother/cpbac ”.
Page 3
Inleiding
Gefeliciteerd met de aanschaf van deze borduurmachine. Lees voordat u de machine gebruikt de “BELANGRIJKE
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES”. Bestudeer vervolgens ook deze handleiding, zodat u de diverse functies juist kunt uitvoeren.
Nadat u de handleiding hebt doorgenomen, raden wij u aan deze op een handige plaats op te bergen,
zodat u hem in de toekomst gemakkelijk kunt raadplegen.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Lees deze veiligheidsinstructies voordat u de machine gebruikt.
GEVAAR - Ga als volgt te werk om het risico op een elektrische schok te beperken:
1
Neem in de volgende gevallen altijd direct na gebruik de stekker uit het stopcontact: voordat u de machine gaat schoonmaken,
wanneer u onderhoud uitvoert zoals in deze handleiding aangegeven of wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.
WAARSCHUWING - Ga als volgt te werk om het risico op ver-
branding, brand, elektrische schok of letsel te beperken:
2Neem altijd de stekker uit het stopcontact wanneer u de machine smeert of ander onderhoud uitvoert zoals
beschreven in de Bedieningshandleiding.
• Zet eerst de hoofdschakelaar op “O” om de machine uit te zetten. Pak vervolgens de stekker en trek deze uit het
stopcontact. Trek hierbij niet aan het snoer.
• Sluit de machine rechtstreeks aan op een wandstopcontact. Gebruik geen verlengsnoer.
• Neem altijd de stekker uit het stopcontact wanneer de stoom uitvalt.
3Elektrische risico's:
• Deze machine moet worden aangesloten op een elektriciteitsbron met wisselstroom, binnen het bereik dat is aangegeven op
het kenplaatje. Sluit de machine niet aan op een elektriciteitsbron met gelijkstroom of een gelijkstroom-wisselstroomomzetter.
Als u niet zeker weet welk soort elektriciteitsbron u hebt, neem dan contact op met een erkende elektricien.
• Deze machine is alleen goedgekeurd voor gebruik in het land waar deze is gekocht.
4Gebruik de machine nooit wanneer het snoer of de stekker beschadigd is, wanneer de machine niet goed werkt,
wanneer de machine gevallen of beschadigd is of met water in contact is gekomen. Breng de machine naar de
dichtstbijzijnde erkende Brother-dealer of een servicecentrum, als deze moet worden nagekeken of gerepareerd,
of als er elektrische of mechanische afstellingen nodig zijn.
• Voorkom elektrische schokken of brand: gebruik geen beschadigd netsnoer of los stopcontact. Zorg dat de
netstekker goed en stevig in het stopcontact zit.
• Wanneer u tijdens het gebruik van de machine iets ongewoons opvalt - geur, hitte, verkleuring, vervorming stop dan onmiddellijk en haal de netstekker uit het stopcontact.
• Wanneer u de machine wilt verplaatsen, moet u deze van onderen oppakken. Wanneer u bij het verplaatsen de machine
op een andere plek vasthoudt, kan de machine beschadigd raken of vallen. Dit zou letsel tot gevolg kunnen hebben.
• Maak bij het verplaatsen van de machine geen plotselinge, onvoorzichtige bewegingen. Daarmee kunt u letsel
aan uw rug of knieën oplopen.
• Pas bij het verplaatsen van de machine op dat u het bedieningspaneel, de draadgeleiders of andere onderdelen
niet aanraakt. Anders kunt u letsel oplopen.
1
Page 4
5Houd altijd het werkvlak leeg:
• Gebruik de machine nooit wanneer de ventilatieopeningen zijn geblokkeerd. Houd de ventilatieopeningen van
de machine vrij van pluisjes, stof en losse stukken stof.
• Gebruik geen verlengsnoeren. Sluit de machine rechtstreeks aan op een wandstopcontact.
• Zorg dat u nooit voorwerpen in openingen steekt of laat vallen.
• Steek geen vingers in de openingen van de machine, zoals in de buurt van de borduurarm. Dit kan letsel
veroorzaken.
• Gebruik de machine niet op plaatsen waar spuitbussen worden gebruikt of zuurstof wordt toegediend.
• Gebruik de machine niet in de buurt van de warmtebron, zoals een fornuis of strijkijzer. Anders kan de machine,
het netsnoer of de stof ontvlammen, met brand of een elektrische schok als gevolg.
• Gebruik deze machine niet in de buurt van open vuur. Door de beweging van het borduurraam kan de stof in
brand vliegen.
• Plaats de machine niet op een wankel of schuin oppervlak. Dan kan de machine vallen en letsel veroorzaken.
• Stoot op geen enkele manier tegen de machine wanneer u het borduurraam of een andere meegeleverde
accessoire bevestigt of losmaakt, of wanneer u onderhoud aan de machine verricht.
6Let vooral op tijdens het borduren:
• Houd altijd de naald goed in de gaten. Gebruik geen verbogen of beschadigde naalden.
• Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende onderdelen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de
naald.
• Terwijl de machine in gebruik is, houdt u uw handen uit de buurt van de naaldstanghouder en alle bewegende
onderdelen in de buurt van de naaldstanghouder. Anders kunt u letsel oplopen.
• Zet de hoofdschakelaar op “O” om de machine uit te zetten wanneer u een handeling uitvoert in de buurt van de
naald, zoals de naald verwisselen.
• Gebruik geen beschadigde of onjuiste naaldplaat. Anders zou de naald kunnen breken.
7Deze machine is geen speelgoed:
• Blijf in de buurt wanneer de machine wordt gebruikt door kinderen en let op als er kinderen in de buurt zijn.
• Deze machine is niet bedoeld om zonder toezicht te worden gebruikt door kinderen of minder bekwame
personen.
• Let op dat jonge kinderen niet met deze machine spelen.
• Gebruik de schaar of het tornmesje niet voor andere doeleinden dan waarvoor ze zijn bestemd. Wanneer u een
gat maakt met een tornmesje, houd uw handen en vingers dan weg van de snijrichting. Anders kunt u letsel
oplopen wanneer het tornmesje uitschiet.
• Houd de plastic zak waarin de machine is geleverd uit de buurt van kinderen of gooi deze weg. Laat kinderen
nooit met de zak spelen. Ze zouden erin kunnen stikken.
• Gebruik de machine niet buiten.
8Voor een langere levensduur:
• Zet de machine niet weg op een plaats met direct zonlicht of met een hoge vochtigheidsgraad. Gebruik of plaats
de machine niet in de buurt van een verwarming, strijkijzer, halogeenlamp of andere warme voorwerpen.
• Gebruik voor het reinigen van de machine alleen neutrale zeep of reinigingsmiddelen. Benzeen, thinner en
schuurmiddelen kunnen de behuizing en de machine beschadigen en mogen nooit worden gebruikt.
• Raadpleeg altijd de bedieningshandleiding wanneer u onderdelen, de naald of andere delen gaat verwisselen of
installeren.
2
Page 5
9Voor reparatie of bijstellingen:
• Probeer op geen enkele manier de machine uit elkaar te halen, te repareren of veranderen. Dit kan leiden tot
brand, letsel of een elektrische schok.
• Als de verlichtingsunit beschadigd is, moet deze worden vervangen door een erkende Brother-dealer.
• Als de machine een defect vertoont of moet worden afgesteld, controleert u eerst aan de hand van het overzicht
voor probleemoplossing achter in deze bedieningshandleiding of u de reparatie of afstelling zelf kunt uitvoeren.
Als u het probleem niet kunt verhelpen, raadpleegt u uw plaatselijke erkende Brother-dealer.
Gebruik de machine alleen zoals bedoeld volgens de beschrijvingen in deze handleiding.
Gebruik uitsluitend accessoires die door de fabrikant in deze handleiding worden aanbevolen.
Gebruik alleen de interfacekabel (USB-kabel) die bij de machine is inbegrepen.
Gebruik alleen een muis die speciaal voor deze machine is ontworpen.
De inhoud van deze handleiding en de specificaties van dit product kunnen zonder voorafgaande
kennisgeving veranderen.
Meer productinformatie en updates vindt u op onze website www.brother.com.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Deze machine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
VOOR GEBRUIKERS BUITEN DE CENELEC-LANDEN
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (kinderen inbegrepen) met
beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijk vermogens, tenzij onder toezicht of met
instructies over het gebruik van het apparaat door degene die verantwoordelijk is voor
hun veiligheid. Let goed op dat kinderen niet met het apparaat spelen.
VOOR GEBRUIKERS BINNEN DE CENELEC-LANDEN
Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en personen met
verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en
kennis als zij toezicht of instructies krijgen omtrent het veilige gebruik van het apparaat
en als zij de mogelijke gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en onderhoud mag niet zonder toezicht uitgevoerd worden door kinderen.
ALLEEN VOOR GEBRUIKERS IN GROOT-
BRITTANNIË, IERLAND, MALTA EN CYPRUS
BELANGRIJK
• Wanneer u de stekkerstop vervangt, moet u een door ASTA voor BS 1362 goedgekeurde stop gebruiken, met het
-merk, met de sterkte die op de stekker is aangegeven.
• Plaats altijd de afdekking van de zekering terug. Gebruik nooit stekkers waarvan de zekering niet is afgedekt.
• Als uw wandstopcontact niet geschikt is voor de stekker die bij deze apparatuur wordt geleverd, neem dan
contact op met uw erkende Brother-dealer om het juiste snoer te verkrijgen.
3
Page 6
4
Page 7
Gebruiksrechtovereenkomst
Deze machine bevat gegevens, software en/of documentatie (verder te noemen “INHOUD”) die het
eigendom zijn van Brother Industries, Ltd. (“BROTHER”). DOOR DE INHOUD TE GEBRUIKEN,
ACCEPTEERT DE KLANT DE VOORWAARDEN EN BEPALINGEN VAN DEZE OVEREENKOMST.
BROTHER behoudt het eigendom van alle rechten over de INHOUD en de kopieën van de INHOUD in
dit pakket. Voor de INHOUD wordt aan u (“KLANT”) een licentie verstrekt (niet verkocht) onder de
voorwaarden en bepalingen van deze overeenkomst.
Onder deze licentie wordt de KLANT toegestaan:
• De INHOUD te gebruiken in combinatie met de machine om borduurwerk te maken;
• De INHOUD te gebruiken in combinatie met de machine die de KLANT in eigendom heeft of gebruikt,
aangenomen dat de INHOUD op niet meer dan een (1) machine tegelijk wordt gebruikt.
Tenzij anders aangegeven, wordt de KLANT niet toegestaan:
• Op enig moment meer dan één kopie van de INHOUD beschikbaar te hebben;
• De INHOUD te reproduceren, te wijzigen, te publiceren, te verspreiden, te verkopen, te verhuren, in sublicentie
te geven of op andere wijze aan derden beschikbaar te stellen;
• De mediakaart of de INHOUD te verspreiden, te verhuren, in sublicentie te geven, te leasen, te verkopen, over
te dragen of toe te wijzen;
• De INHOUD te decompileren, disassembleren of anderszins onderwerpen aan reverse engineering of anderen te
helpen dit te doen;
• De INHOUD of een deel ervan te wijzigen, te vertalen, te veranderen of aan te passen voor zakelijke,
commerciële of industriële doeleinden;
• BORDUURWERK te verkopen of anderszins te verspreiden dat is gemaakt met de INHOUD DIE
BROTHER behoudt alle rechten die hierin niet uitdrukkelijk aan de KLANT zijn toegewezen.
Niets in deze overeenkomst vormt een verklaring van afstand van de rechten van BROTHER volgens welk
recht dan ook. Deze overeenkomst zal worden beheerst door het Japanse recht.
Als u vragen hebt over deze overeenkomst, kunt u deze schriftelijk stellen en naar het volgende adres
sturen: Brother Industries, Ltd., 1-1-1 Kawagishi, Mizuho-ku, Nagoya 467-8562, Japan, ter attentie van:
Afdeling Sales & Marketing P&H.
5
Page 8
Waarschuwingsetiketten
Op de machine treft u de volgende waarschuwingsetiketten aan.
Neem de voorzorgsmaatregelen op de labels in acht.
1
2
Doe eenmaal daags voor gebruik een
druppel olie op de grijper.
Waar de etiketten zich bevinden
6
Page 9
Structuur en functies van de machine
Memo
1
De kleuren draad die aan de naaldstangen zijn
Machinaal borduren met zes
naalden
Uw machine heeft zes naalden, die elk zijn
ingeregen met een andere kleur draad. De
machine kan borduurpatronen borduren met
verschillende kleuren door automatisch de juiste
naald voor elke kleur te selecteren.
Het mechanisme dat de naalden op en neer
beweegt, wordt de naaldstang genoemd. De
naaldstangen worden genummerd van rechts naar
links: naaldstang 1, naaldstang 2, naaldstang 3,
naaldstang 4, naaldstang 5 en naaldstang 6.
toegewezen, worden op het scherm weergegeven.
Rijg de naaldstangen in zoals aangegeven.
1 Illustratie van de ingeregen draden op de
naaldstangen.
De klospennen, draadspanningsknoppen,
draadophaalhendels en draadpaden die worden
genoemd bij het inrijgen van de bovendraad,
worden aangegeven op basis van het bijbehorende
naaldstangnummer.
1 Naaldstang 1
2 Naald 1
3 Naaldstanghouder
De machine wijst automatisch een draadkleur toe
aan elke naald. Er zijn twee manieren om de
draadkleuren toe te wijzen. De automatische
methode (standaardinstelling bij aanschaf): de
naalden die al zijn ingeregen met een kleur die in
het volgende patroon wordt gebruikt, worden
toegewezen aan dezelfde draadkleur op basis van
de naaldstangtoewijzingen van het vorige patroon.
Dit om het aantal draadkloswisselingen zo laag
mogelijk te houden.
Voor professioneler borduurwerk kunt u met de
functie Handmatige kleurvolgorde de
naaldstangtoewijzingen gemakkelijk handmatig
opgeven. Combinaties van garenkleur en
naaldstang kunt u handmatig selecteren om een
menu te maken zodat u de
naaldstangtoewijzingen kunt baseren op de
draadkleurnummers. (Zie “Draadkleuren
selecteren/beheren voor elke naaldstang
(Handmatige kleurvolgorde)” op pagina 108.)
• De volgorde van borduren verloopt niet
noodzakelijkerwijs volgens de nummering
van de naaldstangen.
7
Page 10
De zes naalden kunnen niet gelijktijdig borduren.
De machine verplaatst telkens één naald naar de
borduurpositie. De naaldstanghouder wordt,
volgens de borduurvolgorde, naar links of rechts
verplaatst zodat de machine de naaldstang en de
naalddraad van de gewenste kleur naar de
borduurpositie kan verplaatsen.
1 Naald in de borduurpositie
De naald bevindt zich boven het gat in de
naaldplaat 2.
Wanneer u de machine start, wordt de persvoet
automatisch omlaag gezet. Het borduurwerk
wordt uitgevoerd en de draad wordt van het
materiaal afgetrokken bij het afknippen van de
draad en het overgaan op een andere draadkleur
(op een andere naald). Wanneer het borduurwerk
af is, stopt de machine. Wanneer het patroon
zeven of meer kleuren draad nodig heeft, stopt de
machine op het moment dat de draadklossen
moeten worden verwisseld en verschijnen de
benodigde instructies op het LCD-scherm.
(Maar wanneer “Handmatige kleurvolgorde” is
ingesteld op “ON”, stopt de machine niet
automatisch wanneer een draadklos moet worden
verwisseld. Zie “Draadkleuren selecteren/beheren
voor elke naaldstang (Handmatige kleurvolgorde)”
op pagina 108 voor meer informatie.)
Verschillen met machines met
een enkele naald
■ Deze machine kan patronen
borduren met zes kleuren of minder
zonder dat u draadklossen hoeft te
verwisselen
Bij machines met een enkele naald moet de
draadklos telkens worden verwisseld als een andere
kleur draad wordt gebruikt. Bij deze machine is het
niet nodig de draadklos te verwisselen of een
nieuwe draad in te rijgen bij patronen met zes
kleuren of minder. Wanneer het patroon minder dan
zes kleuren heeft en het totaalaantal
draadkleurwisselingen meer dan zeven keer is, keert
de machine terug naar de naald die al is gebruikt en
wordt de kleur automatisch opnieuw geborduurd.
■ Automatisch borduren en borduren
bespaart tijd
De machine werkt automatisch door zodra deze
eenmaal is gestart, tenzij een patroon zeven of meer
kleuren bevat en de draadklossen moeten worden
verwisseld. De automatische werking omvat alle
handelingen, van het neerlaten van de persvoet tot
het uitvoeren van de opgegeven handelingen aan
het begin- en eindpunt en het verwisselen van de
kleuren draad. U bespaart tijd, omdat de machine
van draad kan wisselen en kan afhechten.
■ Houdt automatisch de uiteinden van
de draad onder de stof aan het begin
en het einde van het borduren
De machine trekt automatisch de bovendraad onder
de stof bij het begin van een kleur en trekt de
bovendraad uit de stof bij het afknippen van de
draad. U hebt dus verder geen omkijken naar de
uiteinden van de bovendraad.
■ Verplaatst het borduurraam
automatisch naar de borduurpositie
Bij machines met een enkele naald is in veel
gevallen het patroon in het midden van het
borduurraam geplaatst en moet de stof op de juiste
wijze in het borduurraam worden geplaatst, waarbij
het midden van de gewenste borduurpositie overeen
moet komen met het midden van het borduurraam.
Bij deze machine met zes naalden wordt het
borduurraam echter verschoven om de
borduurpositie te bepalen, waarbij het eenvoudiger
wordt om het patroon op elke positie in het
borduurraam te borduren. Bovendien kan de
borduurpositie handmatig worden bepaald nadat de
stof is gespannen en het borduurraam aan de
machine is bevestigd, ongeacht hoe de stof in het
borduurraam is geplaatst.
8
Page 11
Overige kenmerken
■ Groot LCD-scherm (10,1 inch)
De machine is voorzien van een groot LCD-scherm
(10,1-inch) vergelijkbaar met een tablet.
U kunt een voorbeeld van de kleuren in een
borduurpatroon bekijken in een nagenoeg
realistische afbeelding. Bovendien kunt u de
weergegeven toetsen aanraken - het LCD-scherm is
een aanraakscherm - en bewerkingen gemakkelijk
uitvoeren.
■ Minimaliseer het aantal
garenwisselingen tijdens het
borduren
Voordat u begint met borduren drukt u op de
kleursorteringstoets () om de borduurvolgorde
te wijzigen en te sorteren op draadkleur. Wanneer u
bijvoorbeeld een combinatie van een aantal
dezelfde borduurpatronen naast elkaar heeft
geplaatst zult u de draadklos meerdere keren
moeten verwisselen, bij ieder borduurpatroon. Maar
doordat u de kleursorteertoets hebt gebruikt, worden
de garenkleuren anders geordend. Dezelfde kleuren
worden nu in één keer geborduurd. Op deze manier
beperkt u het aantal garenkloswisselingen tot een
minimum.
U kunt de kleursorteerfunctie niet gebruiken met
overlappende patronen.
■ Voor uw borduurbedrijf – functie
Link (Verbinding)
Borduurpatronen die zijn bewerkt met
borduurbewerkingssoftware die wordt geleverd bij
de functie Link (Verbinding), zoals PE-DESIGN
NEXT /10 of later, kunt u verzenden van een
computer naar een borduurmachine. U kunt 4
machines tegelijk aansluiten op één computer. (Zie
“Borduurpatronen verzenden vanaf een computer
naar de machine (functie Link (Verbinding))” op
pagina 142.)
9
Page 12
■ Gebruikersvriendelijkere
patroonbewerking
De patroonbewerking is veel gebruikersvriendelijker
geworden, zoals de wijziging van de draadkleur
voor alle onderdelen met dezelfde kleur of de
toevoeging van letters bij de invoer van tekst.
■ Selectie van gebiedsfunctie
ongedaan maken
Aangezien u kunt opgeven dat u een deel van het
borduurpatroon of een specifieke kleur niet wilt
borduren, kunt u dit regelen zonder het patroon te
hoeven bewerken.
■ Veiligheidsmechanisme
De machine is voorzien van een
veiligheidsmechanisme om ongelukken te
voorkomen bij onbedoeld gebruik. De machine kan
alleen worden gestart nadat deze is ontgrendeld. De
kleur van de start/stop-knop verandert om aan te
geven of de machine wel of niet is vergrendeld.
■ Voortgangsbalk voor borduren
Cijfers voor tijd en steken geven niet altijd het
duidelijkste beeld van de resterende borduurtijd. Nu
hebt u dankzij de nieuwe voortgangsbalk voor
borduren met één blik zicht op de voortgang van het
hele borduurwerk.
Licht rood opKnippert groen
De machine is
vergrendeld.
De machine kan
worden gestart.
■ Breed scala aan ingebouwde
informatie over draadkleuren
Er is informatie aanwezig over garen van
verschillende fabrikanten, zodat u eenvoudig de
juiste kleur kunt kiezen.
10
Page 13
■ Met de uitgebreide
draadkleurweergave kunt u kleuren
realistisch weergeven
De kleuren en kleurnummers van het garen zijn
opgeslagen in het geheugen van de machine. Uit
deze databank van kleuren draad kunt u kleuren
selecteren om uw eigen kleurenpalet samen te
stellen. Als de patroonkleuren met behulp van dit
palet worden veranderd, kan het patroon alleen
worden weergegeven met de kleuren die u hebt.
Bovendien kunt u het borduurpatroon weergeven
zoals het eruit zal zien nadat het is geborduurd.
■ USB-poort/SD-kaartsleuf
beschikbaar als standaarduitrusting
Wanneer u de computer met de meegeleverde USBkabel aansluit op de machine, kunt u
borduurpatronen gemakkelijk overzetten van de
computer naar de machine en vice versa. (Zie
“Borduurpatronen opslaan op de computer” op
pagina 136.)
■ Automatisch naaldinrijgmechanisme
Met het automatische naaldinrijgmechanisme kunt u
elke naald eenvoudig inrijgen.
Bovendien kunt u automatisch naaldinrijgen
annuleren voor specifieke naaldstangen.
Als de machine zo ver van de computer af staat dat
de USB-kabel te kort is, kunt u borduurpatronen
overzetten op een USB-medium of SD-kaart en dit
medium aansluiten op de machine. (Zie
“Borduurpatronen opslaan op USB-medium/SDkaart” op pagina 135.)
■ Op elk moment een geselecteerde
naaldstang verplaatsen of inrijgen
Wanneer u een patroon selecteert, bewerkt of
borduurt, kunt u altijd elke naaldstang selecteren om
in te rijgen of naar de borduurpositie te verplaatsen.
Druk op om het naaldverplaatsingsscherm te
openen. Selecteer vervolgens het nummer van de
naaldstang die u wilt verplaatsen of inrijgen. (Zie
“Geselecteerde naaldstang verplaatsen en inrijgen”
op pagina 55.)
11
Page 14
Beschikbare functies
U kunt ontwerpen borduren met een
maximumformaat van 200 mm (L) ×
300 mm (B) (7-7/8 inch (L) × 11-3/4 inch (B)).
■ Handmatige kleurvolgorde Professioneler gebruik van deze
machine
Als u de draadkleuren opgeeft die worden gebruikt
op deze machine of u vaak DST-bestanden gebruikt,
is het handig om de functie voor handmatige
kleurvolgorde te gebruiken.
(Zie “Draadkleuren selecteren/beheren voor elke
naaldstang (Handmatige kleurvolgorde)” op
pagina 108.)
■ Diverse ingebouwde patronen
Met veel ingebouwde letterpatronen,
borduurpatronen en kader- en omrandingspatronen
kunt u direct na aanschaf van de machine borduren.
■ Borduurpatronen combineren
U kunt letter- en borduurpatronen combineren of
een samengestelde tekst gebruiken om een
borduurpatroon te creëren.
De machine kan ook worden ingesteld om een
patroon herhaaldelijk te borduren.
12
Page 15
Opzet van de handleiding
Deze handleiding is als volgt ingedeeld. Controleer de procedures met de genummerde titels in hoofdstuk 2
voordat u de machine gebruikt. Daar vindt u de volgorde van deze basishandelingen.
Lees dit voor gebruik
Hoofdstuk 1: Voorbereidingen
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de
borduurmachine moet instellen en de diverse
voorbereidingen die u moet treffen voordat u kunt
beginnen met borduren.
Hoofdstuk 2: Beknopte borduurhandleiding
In dit hoofdstuk worden de basishandelingen voor
het borduren beschreven, van het starten van de
machine en het borduren van een patroon tot de
afwerking. Volg de stappen in deze beknopte
handleiding om een patroon te borduren en
bekend te raken met de bediening van deze
borduurmachine.
Hoofdstuk 3: Andere basisprocedures
In dit hoofdstuk worden andere handelingen
beschreven dan de handelingen die in hoofdstuk 2
zijn behandeld, zoals het borduren van een
patroon met zeven of meer kleuren en andere
noodzakelijke handelingen, zoals het vervangen
van een naald.
Informatie zoeken
■ Zoeken in de handleiding
Op titel
Bekijk de beschrijvingen aan de linkerkant voor de
inhoud van ieder hoofdstuk en bekijk vervolgens de
inhoudsopgave.
Op trefwoord
Zoek in de index achter in deze handleiding. Zoek
het gewenste trefwoord en kijk vervolgens op de
betreffende pagina.
Op scherm
In de tabellen op pagina 63 t/m 72 vindt u
beschrijvingen van de toetsen en andere informatie
die op het LCD-scherm wordt weergegeven. Kijk op
de aangegeven pagina voor meer informatie.
Op foutmelding
Diverse foutmeldingen en de bijbehorende
handelingen worden beschreven op pagina 73. Kijk
op de aangegeven pagina voor meer informatie.
■ Zoeken op de machine
Deze machine is voorzien van een helpfunctie.
Extra informatie
Hoofdstuk 4: Borduurinstellingen
In dit hoofdstuk worden de diverse
borduurinstellingen beschreven om het uitvoeren
van bewerkingen op borduurpatronen te
vergemakkelijken.
In dit hoofdstuk vindt u informatie over het
selecteren, bewerken en opslaan van
borduurpatronen.
Hoofdstuk 6: Basisinstellingen en helpfunctie
In dit hoofdstuk vindt u beschrijvingen van het
gebruik van de instellingen- en de
bedieningshandleidingtoets. Er wordt uitgelegd
hoe u wijzigingen kunt aanbrengen in de
basisinstellingen van de borduurmachine en hoe
de bediening wordt weergegeven op het LCDscherm.
Hoofdstuk 7: Bijlage
In dit hoofdstuk vindt u een beschrijving van
verschillende borduurtechnieken, tips voor het
maken van prachtig borduurwerk en informatie
over onderhoud en probleemoplossing.
Informatie over het uitvoeren van handelingen
Druk op de bedieningshandleidingstoets van de
machine en zoek de gewenste informatie. (Zie “De
bedieningshandleidingstoets gebruiken” op
pagina 187.)
Index ........................................................ 233
16
Page 19
Hoofdstuk
Nadat u machine hebt uitgepakt, raadpleegt u “Accessoires” op pagina 19, en controleert u of alle
vermelde accessoires zijn meegeleverd. Nadat u hebt gecontroleerd dat alle accessoires aanwezig zijn,
kunt u de borduurmachine installeren.
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de borduurmachine installeert en welke voorbereidingen u moet
treffen alvorens te beginnen.
1
VOORBEREIDINGEN
Machineonderdelen en hun functie
Hieronder worden de diverse onderdelen van de machine en hun functie beschreven. Lees de
beschrijvingen zorgvuldig door, zodat u de namen van de onderdelen kent voordat u de machine gaat
gebruiken.
Vooraanzicht
1 Draadspanningsknoppen
Hiermee regelt u de spanning van de draad.
2 Naaldstanghouder
De houder beweegt naar links en naar rechts om de naald te
verplaatsen naar de borduurpositie.
3 Onderste draadgeleider
4 Borduurarm
Bevestig het borduurraam aan de borduurarm. Wanneer de
machine wordt aangezet of borduurt, beweegt de borduurarm
vooruit, achteruit, naar links en naar rechts.
5 Grijper afdekklepje/grijper
Open het klepje en plaats het spoelhuis in de grijper.
6 Voetjes
Bepaal de hoogte van de machine met de verstelbare voetjes
en stel deze in zodat de machine 'waterpas' staat.
7 Naailampje
U kunt de helderheid van het licht aanpassen in het
instellingenscherm. Zie pagina 178.
8 Bedieningspaneel
9 Klossenstandaard
Plaats 6 draadklossen om te borduren.
0 Draadgeleidersteun
A Draadgeleider
B Spanningsknop bovendraadgeleider
C Draadgeleiderpennen
D Middelste draadgeleider
17
Page 20
Rechterkant/achteraanzicht
Bedieningspaneel
1 “Start/Stop”-toets
Druk op de “Start/Stop”-toets om de machine te starten of te
stoppen. Afhankelijk van de handeling die door de machine
wordt uitgevoerd, veranderen de kleur en de wijze van
oplichten van de knop.
Onder
1 Touch-pen houder
Wanneer u de touch-pen niet gebruikt, plaatst u deze in de
daarvoor bestemde houder.
2 SD-kaartsleuf
Plaats een SD-kaart in de SD-kaartsleuf om
borduurpatroongegevens te importeren/exporteren.
3 USB-poort voor media
Als u patronen van/naar het USB-medium wilt overzetten,
steek het USB-medium dan direct in de USB-poort.
4 USB-poort van computer
Als u patronen wilt importeren/exporteren tussen een computer
en de machine, steek dan de USB-kabel in de USB-poort.
5 Hoofdschakelaar
Gebruik de hoofdschakelaar om de machine AAN (I) en UIT ({)
te zetten.
Zet de machine niet direct weer aan, nadat u de machine heeft
uitgezet. Het is aan te raden om daarmee minstens 5 seconden
te wachten.
6 Netsnoeraansluiting
Plaats de stekker van het netsnoer in de netsnoeraansluiting.
7 Ventilatieopeningen
8 Handwiel
Draai het handwiel om de naald op en neer te bewegen. Draai
het handwiel naar het LCD-scherm toe (tegen de klok in).
Licht rood op: Wanneer de machine niet kan
Knippert groen: Wanneer de machine kan starten
Groen licht: Wanneer de machine borduurt
Knippert oranje: Wanneer de machine de draad kan
Uit: Wanneer de machine is uitgezet.
starten met borduren
met borduren
afknippen
2 Draadafknip-toets
Druk op de draadafkniptoets om zowel de bovendraad als de
onderdraad af te knippen.
3 Automatische naaldinrijgknop
Druk op de automatische naaldinrijgknop om de naald te
voorzien van een nieuwe draad.
4 Speaker
5 LCD touch-screen
Druk op de weergegeven toetsen op het touch-screen om
borduurpatronen te selecteren en te bewerken en om
informatie te bevestigen.
18
Page 21
Accessoires
De onderstaande accessoires worden met de
machine meegeleverd. Gebruik altijd de voor deze
machine ontworpen accessoires.
12.
13.
VOORBEREIDINGEN
Onderdeelnaam
Onderdeelcode
Kruiskopschroevendraaier
XC6543-051
Standaardschroevendraaier
1
Meegeleverde accessoires
Open de doos en controleer of de volgende
accessoires zijn meegeleverd. Wanneer een artikel
ontbreekt of beschadigd is, neemt u contact op
met de erkende Brother-dealer
Onderdeelnaam
Onderdeelcode
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Accessoirehouder
XC6482-051
Naaldenset × 2
XC6469-001
Vooromwikkelde spoel × 6
XC6368-051
Klosnetje × 6
S34455-000
Tornmesje
XF4967-001
Schaar
XF2052-001
Pincet
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
21.
22.
X55468-051
Inbussleutel
XC5159-051
Haakse schroevendraaier
XC6545-051
Schijfvormige schroevendraaier
XC1074-051
Moersleutel 13 mm × 10 mm
XC6159-051
Oliespuitje
XZ0206-051
XG3677-001 (voor Europa en Turkije)
Schoonmaakborsteltje
X59476-051
Gewicht (L)
XC5974-151
Klosmat × 6
XC7134-051
Kloshouder × 6
8.
9.
10.
11.
XC6542-051
Touch-pen
XA9940-051
Naaldwisselhulp (naaldinrijger)
XF2212-001
Naaldafstandsplaat
XC6499-151
Afstandhouder (op machine)
XF1978-001
130012-054
23.
24.Borduurraam (extra groot)
25.Borduurraam (groot)
USB-kabel
XD1851-051
200 mm (L) × 300 mm (B)
(7-7/8 inch (L) × 11-3/4 inch (B))
PRH300 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRH300:
XC6284-052 (Andere regio's)
130 mm (L) × 180 mm (B)
(5-1/8 inch (L) × 7-1/8 inches (B))
PRH180 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRH180: XC6285-052 (Andere regio's)
19
Page 22
VOORZICHTIG
Onderdeelnaam
Memo
Onderdeelcode
26.Borduurraam (medium)
100 mm (L) × 100 mm (B)
(4 inch (L) × 4 inch (B))
PRH100 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRH100: XC6286-052 (Andere regio's)
• U kunt de meegeleverde touch-pen
opbergen in de betreffende houder achter
op het bedieningspaneel. Zie pagina 18.
27.Borduurraam (klein)
28.Borduurvel (extra groot)
29.Borduurvel (groot)
30.Borduurvel (medium)
31.Borduurvel (klein)
32.
40 mm (L) × 60 mm (B)
(1-1/2 inch (L) × 2-3/8 inch (B))
PRH60 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRH60: XC6287-052 (Andere regio's)
200 mm (L) × 300 mm (B)
(7-7/8 inch (L) × 11-3/4 inch (B))
XC5704-051
130 mm (L) × 180 mm (B)
(5-1/8 inch (L) × 7-1/8 inch (B))
XC5721-051
100 mm (L) × 100 mm (B)
(4 inch (L) × 4 inch (B))
XC5759-051
40 mm (L) × 60 mm (B)
(1-1/2 inch (L) × 2-3/8 inch (B))
XC5761-051
Borduurraamhouder A
(met witte hoekjes)
Accessoires die worden
meegeleverd in sommige landen
of regio's
Onderdeelnaam
Onderdeelcode
1.
2.
Borduurontwerpen Bedieningshandleiding
XG8278-001
Spoelopwinderset
(Zie pagina 205.)
PRBW1
33.
34.
35.
36.
37.
38.
XF2222-001
Borduurraamhouder B
(met lichtgrijze hoekjes)
XF2223-001
Bedieningshandleiding
Deze handleiding
Beknopte bedieningsgids
XG8272-001
Borduurontwerpen Bedieningshandleiding
XG8276-001
Netsnoer
Bezoek uw erkende Brother-dealer.
Spoelhuis (op de machine geplaatst)
XC7206-001
• Gebruik het netsnoer dat bij deze machine
wordt geleverd. Het gebruik van een ander
netsnoer kan leiden tot beschadiging.
20
Page 23
Optionele accessoires
Onderstaande artikelen zijn eventueel los
verkrijgbaar als optionele accessoires.
Onderdeelnaam
Onderdeelcode
1.
Geavanceerd pettenframe 2 set
10.
11.
VOORBEREIDINGEN
Onderdeelnaam
Onderdeelcode
Rond raam
(∅100 mm (4 inch))
PRPRF100 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRPRF100:
XE8427-001 (Andere regio's)
Rond raam
(∅130 mm (5 inch))
PRPRF130 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRPRF130:
XE8430-001 (Andere regio's)
1
PRCF3 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRCF3:
XE2158-201 (Andere regio's)
2.Geavanceerd pettenframe 2
60 mm (L) × 130 mm (B)
(2-3/8 inch (L) × 5-1/8 inch (B))
PRCFH3 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRCFH3:
XE2162-001 (Andere regio's)
3.Geavanceerd petraam
50 mm (L) × 130 mm (B)
(2 inch (L) × 5-1/8 inch (B))
PRCFH2 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRCFH2:
XC7610-052 (Andere regio's)
4.
5.
Montagemal
PRCFJ2 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRCFJ2:
XC7611-052 (Andere regio's)
Cilinderframe-set
PRCL1 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRCL1:
XE2166-001 (Andere regio's)
12.
Rond raam
(∅160 mm) (6 inch))
PRPRF160 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRPRF160:
XE8433-001 (Andere regio's)
13.
Borduurraamhouder C
(met donkergrijze hoekjes)
PRPARMC (Noord- en Zuid-Amerika)
PRPARMC
XE8436-001 (Andere regio's)
14.Plat borduurraam
200 mm (L) × 300 mm (B)
(7-7/8 inch (L) × 11-3/4 inch (B))
PRF300 (Noord- en Zuid-Amerika)
PRF300:
XE2086-001 (Andere regio's)
15.Klemraam S recht set
24 mm (L) × 45 mm (B)
(7/8 inch (L) × 1-3/4 inch (B))
20.Set compacte borduurramen
70: 41 mm (L) × 70 mm (B)
(1-5/8 inch (L) × 2-3/4 inch (B))
50: 50 mm (L) × 50 mm (B)
(2 inch (L) × 2 inch (B))
44: 38 mm (L) × 44 mm (B)
(1-1/2 inch (L) × 1-3/4 inch (B))
Staande richting:
33 mm (L) × 75 mm (B)
(1-5/16 inch (L) × 2-15/16 inch (B))
• Gebruik altijd accessoires die worden
aanbevolen voor deze machine.
• Alle specificaties waren correct op het
moment dat deze handleiding werd
geproduceerd. Sommige specificaties
kunnen zonder voorafgaande kennisgeving
worden veranderd.
21.Mouwen borduurframe
200 mm (L) × 70 mm (B)
(7-7/8 inch (L) × 2-3/4 inch (B))
Brother-dealer voor een complete lijst met
optionele accessoires voor uw machine.
Page 25
De machine installeren
VOORZICHTIG
Hieronder wordt beschreven hoe u de machine moet
instellen. Als de machine niet correct wordt ingesteld
volgens de aanwijzingen, kan de machine gaan
schudden of veel geluid gaan maken en zal het
borduurwerk niet goed worden uitgevoerd. Voor het
optimaliseren van uw werkplek is de verrijdbare
borduurmachine opbergtafel (optioneel) verkrijgbaar.
Voorzorgsmaatregelen voor
installatie en vervoer
• De temperatuur in de ruimte waar de machine
wordt gebruikt, moet tussen de 5 °C (40 °F) en
de 40 °C (104 °F) liggen. Als de ruimte waar de
machine wordt gebruikt te koud of te warm is,
kan het gebeuren dat de machine niet naar
behoren werkt.
• Gebruik de machine niet op een locatie waar
deze aan direct zonlicht wordt blootgesteld
om te voorkomen dat de machine niet naar
behoren werkt.
• Zorg dat de vier verstelbare voetjes van de
machine volledig contact hebben met het
werkblad of de tafel, zodat de machine
waterpas staat.
• Plaats niets onder de borduurmachine dat de
ventilatie-openingen kan blokkeren (deze
bevinden zich aan de achterkant en achter op
de onderkant van de machine) en voorkom dat
pluisjes of stof zich ophopen in de ventilatieopeningen. Zo voorkomt u dat de motor van
de machine oververhit raakt. Dit zou brand of
schade aan de machine kunnen veroorzaken.
• De machine weegt ongeveer 38 kg (84 lb).
Transport en installatie van de borduurmachine
moet door twee personen worden uitgevoerd.
• Als u de machine wilt vervoeren, laat deze dan
door twee mensen tillen bij de aangegeven
1
gaten in de bodem (
verplaatsen de machine op een andere plek
vasthoudt, kan de machine beschadigd raken of
vallen. Dit zou letsel tot gevolg kunnen hebben.
). Wanneer u bij het
VOORBEREIDINGEN
• Zet de machine bij onweer uit en trek de
stekker uit het stopcontact. Blikseminslag kan
tot beschadiging leiden, waardoor machine
niet naar behoren werkt.
• Steek de stekker van het netsnoer pas in het
stopcontact als de machine volledig is
geïnstalleerd. Steek de stekker van het
netsnoer pas in het stopcontact als de machine
volledig is geïnstalleerd.
• Het kan voorkomen dat de start/stop-knop per
ongeluk wordt ingedrukt en de machine begint
te werken. Draag bij het smeren van de
machine een veiligheidsbril en handschoenen
om te voorkomen dat olie of vet in uw ogen of
op uw huid terechtkomt. Zorg dat er geen olie
of vet in uw mond terechtkomt. Houd olie en
vet buiten bereik van kinderen.
• Stoot op geen enkele manier tegen de machine
wanneer u het borduurraam of een andere
meegeleverde accessoire bevestigt of
losmaakt, of wanneer u onderhoud aan de
machine verricht.
Installatielocatie
Installeer de machine op een locatie waarbij u
rekening houdt met de volgende vereisten:
• Plaats de machine minimaal 50 mm (2 inch)
van de muur
• Zorg voor voldoende ruimte rondom de
machine
• Plaats geen objecten binnen het bereik van
het borduurraam
• Plaats de machine in de buurt van een
stopcontact
• Gebruik een stabiele ondergrond (waterpas),
bijvoorbeeld een bureau
• Gebruik een ondergrond die het gewicht van
de machine (38 kg (84 lb)) kan dragen
• Laat ruimte vrij rond de ventilatie-openingen
aan de achterkant en achter op de onderkant
van de machine
1
762 mm
(30 inch)
23
Page 26
Minimaal
VOORZICHTIG
Opmerking
1
2
3
4
5
6
7
8
50 mm
(2 inch)
587 mm
(23 inch)
De machine installeren
Stel bij het installeren van de machine de voetjes
zo af dat de machine stabiel staat.
Zorg dat al het verpakkingsmateriaal en het
a
plakband van de machine is verwijderd.
Meer dan
350 mm
(13-3/4 inch)
Meer dan
250 mm
(9-1/32 inch)
512 mm
(20-5/32 inch)
Meer dan
250 mm
(9-1/32 inch)
• Voorkom beschadigingen en/of onbehoorlijk
functioneren door de machine niet bloot te
stellen aan de volgende omstandigheden:
• Onvoldoende ruimte
• Vloeistoffen, zoals water (1)
• Direct zonlicht (2)
• Objecten binnen het bereik van het
borduurraam (3)
• Extreem hoge of lage temperaturen. De
temperatuur in de ruimte waar de machine
wordt gebruikt, moet tussen de 5 °C (40 °F)
en 40 °C (104 °F) liggen. (4)
• Veel stof (5)
• Verstopte ventilatie-openingen (6)
• Een instabiele ondergrond (7)
• Aansluiting op verlengsnoeren of meerdere
adapters (8)
Plaats de machine en zorg dat er voldoende
b
ruimte rondom de machine is.
Minimaal
50 mm
(2 inch)
587 mm
(23 inch)
Meer dan
350 mm
(13-3/4 inch)
Meer dan
250 mm
(9-1/32 inch)
512 mm
(20-5/32 inch)
Meer dan
250 mm
(9-1/32 inch)
Stel de voetjes zo af dat de machine stabiel
c
staat.
Gebruik de meegeleverde moersleutel om de
borgmoer los te draaien van het voetje dat u wilt
afstellen.
• Voor uw veiligheid: Aangezien de machine
ongeveer 38 kg (84 lb) weegt, is het
belangrijk dat de machine op een stabiele
tafel of ondergrond wordt geplaatst.
24
1 Borgmoer
2 Verstelbare moer van voetje
→ Het voetje kan worden gedraaid.
Page 27
Gebruik de meegeleverde moersleutel om
d
de verstelbare moer van het voetje te
draaien.
Door de moer in de richting 1 te draaien, wordt het
voetje langer; door de moer in de richting 2 te
draaien, wordt het voetje korter.
1 Verstelbare moer van voetje
• Stel de vier poten zo af dat de voetjes volledig contact
hebben met het werkblad of de tafel en de machine
horizontaal staat.
VOORBEREIDINGEN
De stand van het
bedieningspaneel afstellen
Stel de stand en de hoek van het bedieningspaneel
zo af dat dit eenvoudig kan worden bediend.
Draai de 2 duimschroeven los om het
a
bedieningspaneel naar voren te draaien.
1
Nadat u de voetjes op de gewenste lengte
e
hebt afgesteld, draait u de moeren weer aan
met de meegeleverde moersleutel.
1 Borgmoer
Druk op alle hoeken van de
f
borduurmachine om te controleren of deze
stabiel staat.
Als de machine niet stabiel staat, herhaalt u stap c
t/m
e om de voetjes opnieuw af te stellen.
1 Duimschroeven
Zet het bedieningspaneel in een dusdanige
b
stand dat u het eenvoudig kunt bedienen.
Draai vervolgens de duimschroeven aan.
Het bedieningspaneel in de juiste stand
c
zetten.
Draai de duimschroef los, zet het bedieningspaneel in
een dusdanige stand dat het eenvoudig is af te lezen
en draai de duimschroef aan.
1 Duimschroef
25
Page 28
De hoek van het bedieningspaneel afstellen.
Opmerking
d
Draai de twee duimschroeven los achter het
bedieningspaneel, zet het bedieningspaneel in een
dusdanige hoek dat het eenvoudig af te lezen is en
draai de duimschroeven aan.
(zijaanzicht)(bovenaanzicht)
1 Duimschroeven
• Draai vijf duimschroeven los en vervolgens
weer stevig aan met de meegeleverde
schijfvormige schroevendraaier.
De draadgeleider voorbereiden
Zet de draadgeleider omhoog. Zoek de
meegeleverde kruiskopschroevendraaier.
Gebruik de kruiskopschroevendraaier om
a
de schroeven aan de linkerkant van de
draadgeleidersteun los te draaien, zodat u
de draadgeleider omhoog kunt zetten.
Verwijder schroef 1 en draai vervolgens schroef 2
drie of vier keer om deze los te draaien.
1 Verwijder de schroef.
2 Draai de schroef drie of vier keer om deze los te
draaien.
Zet de draadgeleider in de hoge positie en
b
draai schroef 2 aan de linkerkant vast.
Plaats schroef 1 in de rechterkant van de
draadgeleidersteun en draai deze vast.
1 Plaats de schroef en draai deze vast.
2 Draai de schroef vast.
26
Page 29
Gebruik de kruiskopschroevendraaier om
Opmerking
c
de schroeven aan de linker- en rechterkant
van de draadgeleider los te draaien en til de
draadgeleider op, zodat deze horizontaal
staat.
1 Draai de schroeven los.
VOORBEREIDINGEN
Klossenstandaard plaatsen
Zet de klossenstandaard in de borduurstand vast.
Zoek de meegeleverde schijfvormige
schroevendraaier.
Draai de duimschroef los en open
a
vervolgens de klossenstandaard naar links
en rechts.
1
Draai de schroeven aan de linker- en
d
rechterkant van de draadgeleider vast.
1 Draai de schroeven vast.
• Als de schroeven niet los genoeg zijn
gedraaid, kan het verplaatsen van de
draadgeleidersteun en de draadgeleider
lastig zijn. Gebruik geen grote kracht bij het
verplaatsen van de draadgeleidersteun en
de draadgeleider. Controleer of de
schroeven los genoeg zijn gedraaid voordat
u deze onderdelen verplaatst.
• Draai elke schroef zo stevig vast dat de
draadgeleidersteun en de draadgeleider
stevig op hun plaats zitten.
1 Duimschroef
2 Klossenstandaard
Draai de duimschroef weer vast als de
b
klossenstandaard helemaal is geopend.
→ Zet de klossenstandaard in geopende stand vast.
27
Page 30
De borduurraamhouder
Memo
Opmerking
bevestigen
Bevestig de borduurraamhouder aan de
borduurarm.
Gebruik de borduurraamhouder die past bij
a
het borduurraam dat u wilt gebruiken. (Zie
pagina 82.)
Verwijder de twee duimschroeven van de
b
borduurraamhouder.
1 Duimschroeven
2 Hoekjes
Lijn de gaten in de borduurraamhouder uit
c
met de pennen op de raambevestigingsplaat
van de borduurarm.
Zet de borduurraamhouder vast met de
d
twee duimschroeven die in stap
verwijderd.
1 Duimschroeven
• Draai de duimschroeven stevig aan met de
meegeleverde schijfvormige
schroevendraaier.
• Twee typen borduurraamhouders worden
bij deze machine geleverd. Bij de vier
meegeleverde borduurraamhouders
gebruikt u Borduurraamhouder A. (Zie “De
borduurramen gebruiken” op pagina 80
voor de bijzonderheden.)
b zijn
1 Pennen op raambevestigingsplaat
2 Gaten in borduurraamhouder
3 Hoekjes
• Elke borduurraamhouder heeft hoekjes van
een andere kleur.
Houder A: Witte hoekjes
Houder B: Lichtgrijze hoekjes
Houder C: Donkergrijze hoekjes (optioneel)
De machine is nu klaar voor gebruik.
28
Page 31
Hoofdstuk
WAARSCHUWING
VOORZICHTIG
In dit hoofdstuk worden de basishandelingen voor het borduren beschreven, van het starten van de
machine en het borduren van een patroon tot de afwerking. Volg de stappen in deze beknopte
handleiding om een patroon te borduren en bekend te raken met de bediening van deze
borduurmachine.
2
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Voorzorgsmaatregelen
Hieronder worden de maatregelen beschreven u
acht moet nemen om de juiste werking van de
machine te garanderen.
Voorzorgsmaatregelen
stroomvoorziening
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht
voor de stroomvoorziening.
• Gebruik uitsluitend gewone
huishoudaansluitingen als elektriciteitsbron.
Door een andere stroomvoorziening te
gebruiken, kunt u brand, een elektrische schok
of schade aan de machine veroorzaken.
• Zorg dat de stekkers van het netsnoer stevig in
het netstopcontact en de voedingsingang van
de machine zitten. Anders kan brand of een
elektrische schok het gevolg zijn.
• Steek de netsnoerstekker niet in een
stopcontact als dit in slechte staat is.
• Indien een van de volgende situaties zich
voordoet, zet u de borduurmachine uit en
haalt u de stekker uit het stopcontact om
brand, een elektrische schok of schade aan de
machine te voorkomen.
• U bevindt zich niet in de buurt van de
machine.
• U bent klaar met het gebruik van de
machine.
• Tijdens het gebruik van de machine vindt er
een stroomstoring plaats.
• De machine werkt niet naar behoren,
bijvoorbeeld als gevolg van een losse of
verbroken aansluiting.
• Het onweert.
• Gebruik alleen het netsnoer dat bij deze
machine wordt geleverd.
• Gebruik deze machine niet met een
verlengsnoer of een stekkerdoos waarop
andere apparaten zijn aangesloten.
• Dit kan brand of een elektrische schok
veroorzaken. Raak de stekker van het netsnoer
niet aan met natte handen.
• Hierdoor kan een elektrische schok ontstaan.
Zet eerst de machine uit voordat u de stekker
van het netsnoer uit het contact haalt. Pak het
netsnoer altijd bij de stekker vast. Wanneer u
aan het snoer zelf trekt, kan dit beschadigd
raken of brand of een elektrische schok
veroorzaken.
• Zorg dat het snoer niet wordt ingesneden,
beschadigd raakt, met kracht wordt gebogen,
wordt getrokken, gedraaid of samengeperst.
Plaats geen zware voorwerpen op het snoer en
stel het snoer niet bloot aan hitte. Hierdoor
kan het snoer beschadigd raken en kunnen
brand of een elektrische schok ontstaan. Als
het netsnoer of de stekker beschadigd zijn,
brengt u de machine voor reparatie naar de
erkende Brother-dealer voordat u de machine
weer gebruikt.
• Haal de stekker uit het stopcontact als u de
machine lange tijd niet gebruikt, anders kan er
brand ontstaan.
• Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat,
zet dan de hoofdschakelaar uit of haal de
netstekker uit het stopcontact.
• Wanneer u onderhoud verricht aan de
machine of kleppen verwijdert, haalt u eerst
de netstekker uit het stopcontact.
29
Page 32
Voorzorgsmaatregelen naalden
VOORZICHTIG
VOORZICHTIG
COATS
Polyester
L
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht
bij het kiezen van de juiste naalden voor uw
machine.
• Gebruik alleen machinenaalden voor
huishoudelijk gebruik. De naald “HAX 130
EBBR” (Organ) wordt aanbevolen. Schmetz
130/705 H-E naalden kunnen eventueel ook
worden gebruikt. Het gebruik van andere
naalden kan resulteren in het breken van de
draad of de naald, beschadiging van
draadinrijgmechanisme of letsel.
• Gebruik nooit verbogen naalden. Verbogen
naalden kunnen gemakkelijk breken, wat letsel
tot gevolg kan hebben.
De naald controleren
Het is uiterst gevaarlijk om te borduren met een
verbogen naald, omdat de naald dan kan breken
terwijl u aan het werk bent.
Leg de vlakke kant van de naald op een vlakke
ondergrond en controleer of de afstand tussen de
naald en de ondergrond overal gelijk is. Als de
naald is verbogen of de punt van de naald is
afgebroken, moet u de naald vervangen. (Zie “De
naald verwisselen” op pagina 79.)
■ Slechte naald
Als de afstand tussen de naald en de vlakke
ondergrond niet gelijk is, dan is de naald
verbogen. Gebruik geen verbogen naald.
3 Vlakke ondergrond
Voorzorgsmaatregelen spoel
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht
voor de spoel.
• Gebruik alleen vooromwikkelde spoelen
(COATS type “L”/TRU-SEW POLYESTER
“Filaments”) of spoelen die speciaal zijn
ontwikkeld voor deze machine. Het gebruik
van een andere spoel kan letsel tot gevolg
hebben of schade aan de machine
veroorzaken.
• Gebruik een onderdraad die op de juiste
manier is opgewonden, anders kan de naald
breken of de draadspanning onjuist zijn.
1 Vlakke kant
2 Markering naaldtype
■ Goede naald
3 Vlakke ondergrond
30
• Gebruik bij het opwinden van een spoel alleen
de optionele spoelopwinder (zie pagina 205) en
metalen spoelen (onderdeelcode: 100376-053)
• Gebruik voor het opwinden van de spoel
katoen of gesponnen polyester spoeldraad
(tussen 74 dtex × 2 en 100 dtex × 2).
Page 33
Aanbevelingen bovendraad
Opmerking
Opmerking
Opmerking
Neem de volgende aanbevelingen in acht voor de
te gebruiken bovendraad.
• Aanbevolen wordt het gebruik van
borduurdraad van rayon of polyester
(120 den × 2 / 135 dtex × 2 / gewicht van
40 (in VS en Europa) / #50 (in Japan)).
Aanbevelingen voor te gebruiken
stof
Neem de volgende aanbevelingen in acht voor de
te gebruiken stof.
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
2
• Uw machine kan stof borduren van
maximaal 2 mm (5/64 inch) dik. Als de stof
dikker is, kan de naald verbuigen of breken.
• Wanneer overlappende steken worden
gemaakt, kan de naald moeilijk door de stof
komen, wat kan leiden tot het verbuigen of
breken van de naald.
• Breng versteviging/steunstof aan op dunne
stoffen of stretchstoffen. (Zie
“Opstrijksteunstof (onderlaag) bevestigen
aan stof” op pagina 84 voor meer
informatie.)
• Zorg dat bij het borduren van grote stukken
stof deze niet vast komt te zitten in de
borduurarm.
Aanbevelingen voor het LCDscherm
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht
bij het gebruik van het bedieningspaneel.
• Raak het scherm alleen met uw vinger aan
of met de meegeleverde touch-pen.
Gebruik geen balpen, schroevendraaier of
ander hard of scherp voorwerp. Oefen niet
te veel kracht uit op het LCD-scherm,
anders kunt u dit beschadigen.
31
Page 34
Basisprocedures
Hieronder wordt een aantal basisprocedures van het borduren beschreven.
Lees deze zorgvuldig voordat u met de borduurmachine gaat werken.
StapHandeling
1De spoel plaatsen.p. 33p.30
2De machine aanzetten.p. 35p.29
3Selecteer een borduurpatroon.p. 38
4Een borduurpatroon bewerken.p. 40
5De voorbeeldweergave controleren.p. 41
6Span stof in het borduurraam.p. 42p.31
7Het borduurraam aan de machine bevestigen.p. 44
8De borduurinstellingen invoeren.p. 46
9Het borduurgebied controleren.p. 47
10De bovendraden inrijgen.p. 48p.31
Ontgrendel de machine en druk op de “Start/Stop”-toets om te
11
beginnen met borduren.
(Als de machine klaar is met borduren, stopt deze automatisch.)
Het borduurraam verwijderen en vervolgens de stof uit het
12
raamwerk verwijderen.
13De machine uitzetten.p. 61
Pagina beknopte
handleiding
p. 57
p. 60
Voorzorgsmaatregelen
bediening, pagina
De handelingen om het patroon te borduren worden beschreven op de volgende pagina's.
Hoewel het borduren kan worden uitgevoerd zonder dat het patroon wordt bewerkt of
borduurinstellingen worden opgegeven, verwijzen wij naar pagina 146 voor informatie over het
bewerken van patronen en naar pagina 105 voor informatie over het opgeven van borduurinstellingen.
In de tabellen op pagina 63 t/m 72 vindt u beschrijvingen van de toetsen en andere informatie die op het
LCD-scherm wordt weergegeven. Gebruik deze tabellen om snel een verwijzing te vinden.
De verschillende voorzorgsmaatregelen die in acht moeten worden genomen tijdens de basisprocedures
worden beschreven op pagina 29 t/m 31. Deze voorzorgsmaatregelen moeten strikt in acht worden
genomen om de machine goed te laten functioneren. Lees deze voorzorgsmaatregelen zorgvuldig.
32
Page 35
1. De spoel installeren
Opmerking
Memo
VOORZICHTIG
Opmerking
Memo
Opmerking
Bij aanschaf van de machine is alleen het
spoelhuis geïnstalleerd in de grijper. Plaats een
spoel met spoeldraad daarop gewonden om te
borduren. Zie pagina 30 voor
voorzorgsmaatregelen voor de spoel.
• De machine kan niet aangeven hoeveel
onderdraad over is. Voordat u begint met
borduren controleert u of er voldoende
onderdraad is voor het patroon.
• Reinig het spoelhuis telkens wanneer u de
spoel verwisselt. Zie “Het spoelhuis reinigen”
op pagina 212 voor meer informatie over het
reinigen van het spoelhuis.
Het spoelhuis verwijderen
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Pak de grendel van het spoelhuis vast en
c
verwijder het spoelhuis.
1 Grendel
■ De machine oliën
Breng olie aan op de machine nadat u het
spoelhuis hebt verwijderd. Het loophuis moet
worden geolied. Zie “De machine oliën” op
pagina 214 voor meer informatie over het oliën
van de machine.
2
Open het klepje voor de grijper.
a
Trek het klepje van de grijper naar u toe.
Trek het draadhaakje naar u toe als dit niet
b
naar voren getrokken is.
1 Draadhaakje
Trek het draadhaakje naar voren om goed bij het
spoelhuis te kunnen komen.
• Breng eenmaal daags voor gebruik een
druppel olie aan op de grijper.
De spoel installeren
• Deze machine is niet voorzien van een
spoelopwinder. Gebruik vooromwikkelde
spoelen (type L).
• De optionele (onafhankelijke) spoelopwinder
en optionele metalen spoelen kunnen ook
worden gebruikt. (Zie pagina 22, 205.)
Plaats de spoel in het spoelhuis.
a
• Het draadhaakje houdt de draad vast
wanneer de machine begint te borduren of
wanneer de draad wordt afgeknipt.
• Het draadhaakje kan slechts binnen een
bepaald bereik worden bewogen. Oefen er
niet te veel kracht op uit.
• Controleer of de draad met de klok mee op
de spoel is gewonden (zie afbeelding). Als
de spoel zo wordt geplaatst dat de draad in
tegengestelde richting wordt afgewonden,
zal het borduurwerk niet goed worden
uitgevoerd.
33
Page 36
Haal de draad door de draadgleuf en onder
b
de spanveer door.
1 Draadgleuf
2 Spanveer
Haal de draad ongeveer 50 mm (2 inch)
c
door de opening in de spanveer.
Plaats het spoelhuis op de grijper tot het op
b
zijn plaats klikt.
Sluit het afdekklepje van de grijper.
c
1 Ongeveer 50 mm (2 inch).
Hoe u de spanning van de onderdraad aanpast, leest
u in “De spanning van de onderdraad afstellen” op
pagina 102.
Het spoelhuis plaatsen
Plaats het spoelhuis op de grijper.
a
Plaats het spoelhuis terwijl u het lipje op het spoelhuis
uitlijnt met de inkeping in de grijper (zie afbeelding).
34
1 Lipje
2 Inkeping
Page 37
2. De machine aanzetten
VOORZICHTIG
VOORZICHTIG
Memo
Steek het netsnoer in het stopcontact en zet de
borduurmachine aan. Voorzorgsmaatregelen voor
de stroomvoorziening vindt u op pagina 29.
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Wanneer u de machine aanzet, wordt het
d
openingsfilmpje afgespeeld. Raak het
scherm op een willekeurige plek aan. Het
volgende bericht wordt weergegeven.
Druk op .
e
• Gebruik het netsnoer dat bij deze machine
wordt geleverd. Het gebruik van een ander
netsnoer kan leiden tot beschadiging.
Steek het netsnoer in de machine.
a
Steek de stekker van het netsnoer in een
b
normaal stopcontact.
→ Het patroonkeuzescherm wordt weergegeven en de
“Start/Stop”-toets licht rood op.
De borduurarm wordt verplaatst naar de
f
beginpositie.
• Als naaldstang 1 zich niet al in de borduurpositie
bevindt, beweegt de naaldstanghouder en wordt
naaldstang 1 verplaatst naar de borduurpositie.
• Houd uw handen en andere voorwerpen uit de
buurt van de borduurarm om letsel te
voorkomen.
2
Zet de hoofdschakelaar aan de achterzijde
c
van de machine op “I”.
→ Het LCD-scherm gaat aan.
• Als de machine wordt uitgezet tijdens het
borduren, slaat de machine automatisch de
patroonpositie op wanneer deze weer wordt
aangezet. U wordt dan gevraagd of u het
borduren wilt afmaken of dat u een nieuwe
handeling wilt uitvoeren. (Zie “Verdergaan
met borduren nadat de machine is uitgezet”
op pagina 101.)
35
Page 38
De machine de eerste keer
Opmerking
3
1
2
4
7
6
1
4
3
2
5
configureren
De eerste keer dat u de machine aanzet, stelt u de
taal en tijd/datum in op uw taal en uw plaatselijke
tijd/datum. Volg onderstaande procedure wanneer
het instellingenscherm automatisch verschijnt.
Druk op of op en stel de gewenste
a
taal in.
Druk op .
b
→
De borduurarm wordt verplaatst naar de beginpositie.
Er verschijnt een berichtscherm om te
c
bevestigen of u de tijd/datum wilt instellen.
Als u de tijd/datum wilt instellen, drukt u op
; als u de instelling wilt annuleren,
drukt u op .
Uitleg van de schermen
Wanneer u de machine aanzet en op drukt,
verschijnt het patroonkeuzescherm. De volgende
handelingen kunnen worden opgegeven via het
bedieningspaneel. Zie pagina 31 voor
voorzorgsmaatregelen voor het touch-screen.
→ Het scherm om de tijd/datum in te stellen verschijnt.
1 Druk hierop om de tijd weer te geven op het
scherm.
2 Stel het jaar (YYYY), de maand (MM) en de datum
(DD) in.
3 Kies of u een 24-uurs of 12-uurs notatie wilt
weergeven.
4 Stel de huidige tijd in.
Druk op om uw machine te gebruiken.
d
• De tijd/datum die u instelt wordt mogelijk
gewist als u de machine lang niet inschakelt.
•D
e tijdinstelling is ook beschikbaar als u drukt
op rechtsonder in het LCD-scherm.
Nr.
1
2
3
4
5
Display
Toetsnaam
Home-toets
Patroonweerga-
vegebied
Lijn
borduurgebied
Bedienings-
handleidings-
toets
Toets Naaldstang/
borduurraam
verplaatsen
FunctiePagina
Druk op deze toets om alle
voorgaande handelingen te
annuleren en terug te keren
naar het eerste
patrooncombinatiescherm.
–
–
Weergavegebied van het
geselecteerde patroon.
–
Deze lijn toont het
borduurgebied voor het
grote borduurraam. De
borduurraamindicators, de
rasterlijnen en andere
scherminstellingen kunnen
worden ingesteld via het
machineinstellingenscherm.
Druk op deze toets om
informatie te lezen over een
handeling van de machine.
Druk op deze toets om de
geselecteerde naaldstang te
verplaatsen of in te rijgen, of
om de borduurarm zo te
plaatsen dat u het borduurraam
gemakkelijk kunt verwijderen
of bevestigen.
p.180
p.180
p.187
p.55
p.80
36
Page 39
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
2
1
2
1
2
1
Nr.
6
7
Display
Toetsnaam
Druk op deze toets om uw
klok in te stellen op uw
Kloktoets
Instellingentoets
* De toetsen uit bovenstaande tabel verschijnen en
kunnen worden gebruikt in de meeste schermen die
later in deze handleiding worden beschreven.
plaatselijke tijd.
Druk op deze toets om de
instellingen van de
borduurmachine te wijzigen.
FunctiePagina
p.36
p.177
Schermoverzicht
Hieronder wordt de volgorde van de
basishandelingen weergegeven.
Selecteer een patroon in het patroonkeuzescherm.
(Zie pagina 38, 64.)
Bewerk het patroon in het
patroonbewerkingsscherm. (Zie pagina 40, 66.)
2
1 Druk op deze toets om terug te keren naar het
patroonkeuzescherm en voeg een ander patroon
toe.
2 Druk op deze toets om naar het
borduurinstellingenscherm te gaan.
Selecteer het patroon in het patroonlijstscherm.
(Zie pagina 39, 65.)
Bewerk bij een gecombineerd patroon het gehele
patroon, geef de borduurinstellingen op en
controleer het borduurgebied in het
borduurinstellingenscherm. (Zie pagina 46, 68.)
1 Druk op deze toets om terug te keren naar het
patroonbewerkingsscherm.
2 Druk op deze toets om naar het borduurscherm
te gaan.
1 Druk op deze toets om terug te keren naar het
patroonkeuzescherm.
2 Druk op deze toets om naar het
patroonbewerkingsscherm te gaan.
37
Page 40
Controleer in het borduurscherm de draadkleuren
1
2
1
2
die zijn toegekend aan de naaldstangen. Installeer
vervolgens de bovendraden. Druk op om
de machine te ontgrendelen, zodat de
“Start/Stop”-toets groen begint te knipperen. De
borduurmachine is nu klaar om te borduren.
1 Druk op deze toets om terug te keren naar het
borduurinstellingenscherm.
2 Ontgrendelingstoets
3. Een borduurpatroon
selecteren
In dit voorbeeld wordt het borduurpatroon
geselecteerd dat hieronder is afgebeeld.
Kies een patrooncategorie (type) in het
patroonkeuzescherm.
Patroonkeuzescherm (Zie pagina 64 voor
informatie over de toetsen en andere gegevens op
het scherm.)
Nadat u het borduurpatroon hebt geborduurd,
verschijnt een melding “Borduren beëindigd”.
Druk op om terug te keren naar het
borduurinstellingenscherm. (Zie pagina
pagina 46, 68)
1 Patroontypetoetsen
2 Druk hierop om de opgeslagen patronen op te
halen.
38
Page 41
Zoek in het patroonlijstscherm naar het gewenste
2
1
patroon en druk vervolgens op de toets voor het
patroon.
Patroonlijstscherm (Zie pagina 65 voor informatie
over de toetsen en andere gegevens op het
scherm.)
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Een borduurpatroon selecteren
Druk op om de categorie
a
borduurpatronen te selecteren.
→ De borduurpatrooncategorieën verschijnen.
• Bij sommige patrooncategorieën verschijnen
subcategorieën. Druk op de toets voor de
subcategorie met het gewenste patroon.
2
1 Toont een voorbeeldweergave.
2 Patroontoetsen
■ Een voorbeeldweergave uit het
patroonlijstscherm controleren
Druk op om de voorbeeldweergave te bekijken
alvorens te selecteren.
Druk op om terug te keren naar het
patroonlijstscherm.
Selecteer een borduurpatrooncategorie.
b
Druk op de gewenste patrooncategorie.
→ Het patroonlijstscherm verschijnt.
39
Page 42
Druk op het gewenste patroon.
2
5
4
1
3
Memo
5
1
3
4
9
6
8
2
7
c
In dit voorbeeld drukt u op .
4. Het borduurpatroon
bewerken
Via dit scherm kunt u het patroon bewerken.
Patroonbewerkingsscherm (Zie pagina 66 voor
informatie over de toetsen en andere gegevens op
het scherm.)
Nadat u een patroon hebt geselecteerd, verschijnt het volgende:
1 Verticale lengte van het patroon
2 Horizontale breedte van het patroon
3 Aantal draadkleurwisselingen
4 Toets Miniatuurformaat selecteren
U kunt het miniatuurformaat instellen op groot,
medium of klein.
5 Met deze toetsen kunt u het patroonformaat
wijzigen of het patroon horizontaal spiegelen. De
manier waarop u de functies kunt gebruiken, is
afhankelijk van het geselecteerde patroontype.
(Zie “Een patroon spiegelen (horizontaal)” op
pagina 149.)
• Als een verkeerd patroon is geselecteerd of als u een
ander patroon wilt selecteren, drukt u op het
gewenste patroon.
Druk op om het volgende scherm
d
weer te geven.
Hiermee bevestigt u de patroonkeuze.
→ Het patroonbewerkingsscherm wordt weergegeven.
1 Geeft de afmeting weer van het borduurpatroon
dat in het patroonweergavegebied wordt
weergegeven. De bovenste waarde geeft de
lengte aan en de onderste waarde de breedte. Als
het borduurpatroon uit meerdere patronen bestaat
die zijn gecombineerd, wordt de afmeting van het
gehele patroon weergegeven, inclusief alle
patronen.
2 Markeert de afmeting van borduurramen die
kunnen worden gebruikt om het geselecteerde
patroon te borduren.
• Als de borduurraamhouder niet is bevestigd
aan de machine, wordt in het
borduurgebied niet het juiste formaat
borduurraam weergegeven. (Zie pagina 45.)
3 Geeft de afmeting weer van het geselecteerde
borduurpatroon.
De bovenste waarde geeft de lengte aan en de
onderste waarde de breedte.
4 Druk hierop om het patroon te bewerken.
5 Druk op deze toets om het patroon te verwijderen
als het verkeerde patroon is geselecteerd. Er is
geen patroon geselecteerd en het
patroonkeuzescherm wordt weergegeven.
6 Toont een voorbeeldweergave.
7 Druk hierop om het formaat van de
borduurafbeelding op het scherm te wijzigen.
8 Geeft het aantal draadkleurwisselingen weer voor
het momenteel geselecteerde borduurpatroon
9 Naar het volgende scherm
In dit voorbeeld wordt het patroon niet bewerkt.
Zonder een bewerking uit te voeren, gaat u verder
om het patroon te bevestigen.
40
Page 43
5. Voorbeeldweergave
Memo
1
bekijken
U kunt een voorbeeldweergave bekijken van het
voltooide patroon binnen het borduurraam.
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Druk op of om het type
b
borduurraamhouder te selecteren.
Selecteer vervolgens het borduurraam dat u
wilt gebruiken.
Een voorbeeldafbeelding
controleren
Geef de voorbeeldweergave weer om te
controleren of het patroon wordt geborduurd zoals
gewenst.
Druk op .
a
→ De voorbeeldweergave wordt getoond.
• Nadat u hebt bepaald welk type borduurraamhouder
en formaat borduurraam het meest geschikt zijn voor
uw borduurwerk, verwisselt u de borduurraamhouder
en het borduurraam die zijn geïnstalleerd. De
machine detecteert automatisch de
borduurraamhouder en het borduurraam en wijzigt
de weergave.
Druk op om de borduurvolgorde te
c
controleren.
2
1 Druk op om het patroon vergroot weer te
geven. Druk op om het patroon verkleind weer
te geven.
• Een liggende voorbeeldafbeelding kan niet
worden geroteerd tot een staande, ook al is
er ruimte boven en onder.
→ Het steeksimulatiescherm verschijnt.
41
Page 44
1 Selecteer de simulatiesnelheid. Druk op ,
Memo
12
Opmerking
Memo
of op om de snelheid te wijzigen. U kunt de
snelheid zelfs wijzigen terwijl de simulatie wordt
uitgevoerd.
2 Bedieningstoetsen
: Druk hierop om de simulatie te starten op de
ingestelde snelheid.
: Druk op deze toets om de simulatie te
onderbreken. Druk op om de simulatie voort
te zetten.
: Druk op deze toets terwijl de simulatie wordt
uitgevoerd of is onderbroken, om de simulatie te
stoppen en terug te gaan naar de toestand van
voordat de simulatie startte.
• Druk op om terug te keren naar het scherm voor
het selecteren van de borduurraamhouder/het
borduurraam.
Druk hierop om terug te keren naar
d
het vorige scherm.
6. De stof in het
borduurraam spannen
Nadat u het te borduren patroon hebt
geselecteerd, controleert u welke borduurramen
kunnen worden gebruikt om het patroon te
borduren. Selecteer het meest geschikte
borduurraam en span de stof met de steunstof/
versteviging in het borduurraam.
(Zie “Opstrijksteunstof (onderlaag) bevestigen aan
stof” op pagina 84.) Zie pagina 31 voor
voorzorgsmaatregelen voor de stof.
• Als de stof niet strak is gespannen, kan het
patroon scheeftrekken of kunnen er in de
stof plooien ontstaan. Volg de volgende
procedure om de stof strak in het
borduurraam te spannen zodat de stof niet
lubbert. Gebruik een vlak oppervlak
wanneer u de stof in het borduurraam
spant.
De stof in het borduurraam
spannen
Selecteer een borduurraam.
a
Selecteer een borduurraam aan de hand van de
formaten die in het scherm worden aangegeven.
• U kunt borduren terwijl een
voorbeeldweergave wordt getoond op het
borduurscherm. Als de voorbeeldweergave
in een ander scherm dan het
borduurscherm wordt weergegeven, kunt u
niet borduren.
42
Borduurramen die kunnen worden gebruikt, worden
lichter weergegeven (), borduurramen die niet
kunnen worden gebruikt, worden donkerder
weergegeven ().
• Als de borduurraamhouder niet is bevestigd
aan de machine, wordt in het
borduurgebied niet het juiste formaat
borduurraam weergegeven. (Zie pagina 45.)
Page 45
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
VOORZICHTIG
Opmerking
■ Typen borduurramen
Er zijn vier formaten borduurramen inbegrepen bij
deze machine. Deze worden gebruikt met de
meegeleverde borduurraamhouder A. Zie “De
borduurramen gebruiken” op pagina 80 voor meer
informatie over de toepassingen van elk
borduurraam.
PictogramNaam
Borduurgebied
Extra groot borduurraam
200 mm (L) × 300 mm (B)
(7-7/8 inch (L) × 11-3/4 inch (W))
Groot borduurraam
130 mm (L) × 180 mm (B)
(5-1/8 inch (L) × 7-1/8 inch (B))
Middelgroot borduurraam
100 mm (L) × 100 mm (B)
(4 inch (L) × 4 inch (B))
Klein borduurraam
40 mm (L) × 60 mm (B)
(1-1/2 inch (L) × 2-3/8 inch (B))
Als u een van de optionele borduurramen
gebruikt, verschijnen onderstaande pictogrammen
op het scherm.
■ De stof in het kleine borduurraam
spannen
De procedure voor het spannen van de stof in het
kleine borduurraam wordt hieronder beschreven.
Dezelfde procedure is van toepassing op het
spannen van de stof in het middelgrote
borduurraam.
Zie “De stof in het borduurraam spannen” op
pagina 85 voor meer informatie over de stof in
andere meegeleverde borduurramen spannen.
Draai de schroef op het buitenraam los.
b
1 Schroef
Plaats de stof met de bovenkant boven op
c
het buitenraam.
2
: Borduurraamhouder B
: Borduurraamhouder C
: Borduurraamhouder D
: Borduurraamhouder E
• Als u andere borduurramen gebruikt dan de
vier meegeleverde ramen of aanbevolen
optionele borduurramen, raakt het
borduurraam mogelijk de persvoet, met het
risico dat de machine wordt beschadigd of de
gebruiker letsel oploopt. (Zie “De
borduurramen gebruiken” op pagina 80 voor
meer informatie over de borduurramen.)
• De borduurraamindicators geven alle
borduurraamformaten weer waarin het
borduurpatroon kan worden geborduurd.
Gebruik een borduurraam met de best
passende afmeting. Als een te groot
borduurraam wordt gebruikt, kan het
patroon scheeftrekken of kunnen er in de
stof plooien ontstaan. (Zie “De
borduurramen gebruiken” op pagina 80.)
• Het buitenraam heeft geen voor- of achterzijde. Beide
zijden kunnen als voorzijde worden gebruikt.
• Wij raden aan opstrijksteunstof (onderlaag) te
gebruiken om te voorkomen dat patronen
scheeftrekken of steken gaan krimpen. (Zie
“Opstrijksteunstof (onderlaag) bevestigen aan stof” op
pagina 84.)
Druk het binnenraam in het buitenraam.
d
• Zorg dat er geen kreukels in de stof zitten nadat deze
in het borduurraam is geplaatst.
Draai de schroef iets vast en trek vervolgens
e
aan de randen van de stof.
43
Page 46
Draai de schroef stevig vast en controleer
VOORZICHTIG
Opmerking
f
vervolgens of de stof strak staat.
• Als de stof goed is gespannen, maakt deze een
trommelgeluid als u erop tikt.
• Klem het binnen- en het buitenraam stevig tegen
elkaar zodat de onderkant van het binnenraam lager
is dan de onderkant van het buitenraam.
1 Binnenraam
2 Buitenraam
3 Onderzijde van het binnenraam
• Gebruik de meegeleverde schijfvormige
schroevendraaier en draai de schroef stevig aan.
7. Het borduurraam aan
de machine bevestigen
Nadat u de stof in het borduurraam hebt
gespannen, bevestigt u deze aan de
borduurmachine. Borduurraamhouders A en B zijn
als accessoires inbegrepen bij deze machine.
Installeer borduurraamhouder A wanneer u een
meegeleverd borduurraam wilt gebruiken. (Zie
“De borduurramen gebruiken” op pagina 80 voor
meer informatie over de borduurraamhouders.)
• Als het borduurraam niet correct wordt
bevestigd, kan het borduurraam de persvoet
raken. Dit kan de machine beschadigen of
letsel veroorzaken.
• De “Start/Stop”-toets moet rood oplichten
wanneer u het borduurraam bevestigt. Als de
“Start/Stop”-toets groen knippert, kan de
machine beginnen met borduren. Als de
borduurmachine per ongeluk begint te
werken, kan dit letsel veroorzaken.
• Wanneer u het borduurraam aan de machine
bevestigt, mag het borduurraam geen andere
delen van de borduurmachine raken.
1 Schijfvormige schroevendraaier
De mate waarin de stof wordt gespannen en de
hoeveelheid steunstof zijn afhankelijk van de soort
stof waarop wordt geborduurd. Probeer
verschillende methoden om het beste
borduurresultaat te behalen. (Zie
“Spantechnieken” op pagina 203.)
• Controleer voordat u het borduurraam
bevestigt of er genoeg draad op de klos zit.
44
Page 47
Het borduurraam bevestigen
Opmerking
Stel de breedte van de borduurraamhouder af op
de borduurraamgrootte en bevestig het
borduurraam aan de machine. Als voorbeeld
wordt hieronder de procedure voor het bevestigen
van het kleine borduurraam beschreven.
1 Linkerarm van de borduurraamhouder
Beweeg de arm van de borduurraamhouder naar
links of naar rechts om deze af te stellen op de
afmeting van het borduurraam.
2 Klem de borduurraamhouder vast.
Plaats het borduurraam in de klemmen op de
borduurraamhouder.
3 Afstelpen
4 Gaten
5 Afstelopeningen
Draai de twee duimschroeven los op de
a
borduurraamhouder.
Als een schroef te stevig is vastgedraaid, gebruikt u de
meegeleverde schijfvormige schroevendraaier.
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Beweeg de linkerarm om de schroef aan de
b
rechterkant uit te lijnen met de markering
voor het borduurraam dat moet worden
geplaatst en draai vervolgens de
duimschroeven aan.
In dit voorbeeld lijnt u uit met markering 4.
1 Markering voor extra groot borduurraam
2 Markering voor groot borduurraam
3 Markering voor middelgroot borduurraam
4 Markering voor klein borduurraam
5 Lijn de schroef uit met de markering.
• Draai de twee duimschroeven stevig vast
met de meegeleverde schijfvormige
schroevendraaier. Als u de duimschroeven
niet vastdraait, kunnen onderstaande
problemen optreden.
• De machine detecteert het
borduurraamformaat niet juist.
• De startpositie van het borduurraam is onjuist
uitgelijnd.
• Het borduurpatroon is scheefgetrokken.
2
1 Linkerarm
2 Duimschroeven
→ De linkerarm van de borduurraamhouder kan
worden verplaatst.
• Draai de duimschroeven maximaal 2 slagen tegen de
klok in los. Verwijder de schroeven niet.
→ Het borduurraam kan in de borduurraamhouder
worden geplaatst.
Houd het borduurraam horizontaal en lijn
c
vervolgens tegelijkertijd de linker- en
rechterrand uit met de
borduurraamhouderklemmen.
• Het binnenraam moet bovenop liggen.
45
Page 48
4
Opmerking
1
3
9
7
8
0
5
6
2
4
• Bevestig het borduurraam om de naaldplaat
onder het borduurgebied te plaatsen.
Anders raakt het borduurraam de
naaldplaat.
1 Naaldplaat
• Als het buitenraam zich bovenop bevindt,
zoals hieronder aangegeven, is het
borduurraam niet goed bevestigd.
Plaats het borduurraam totdat het op zijn
d
plaats klikt.
8. Borduurinstellingen
invoeren
Via dit scherm kunt u het gehele patroon
bewerken en borduurinstellingen invoeren.
Bovendien kunt u de borduurpositie controleren
en een patroon opslaan voor later gebruik.
Borduurinstellingenscherm (Zie pagina 68 voor
informatie over de toetsen en andere gegevens op
het scherm.)
1 Geeft de afmeting weer van het patroon dat wordt
weergegeven in het patroonweergavegebied.
2 Toont een voorbeeldweergave.
3 De afbeelding op de ontwerppagina laat het
1 Zorg dat de pennen aan de linker- en
rechterarmen van de borduurraamhouder in de
afstelopeningen en het gat van het borduurraam
passen.
Naar het
borduurinstellingenscherm
Druk op .
a
formaat van de afbeelding, de rotatie, het aantal
draadwisselingen en de gemeten positie van de
afbeelding in het borduurgebied zien.
4 Druk hierop voor extra bewerkfuncties.
5 Keert terug naar het patroonbewerkingsscherm.
6 Druk hierop om het patroon op te slaan.
7 De borduurgebiedlijn in het
patroonweergavegebied geeft het formaat van het
geïnstalleerde borduurraam aan.
8 Druk op deze toetsen om aan te geven hoe het
patroon moet worden geborduurd.
9 Naar het volgende scherm
0 Druk hierop om het te borduren gebied te
controleren.
In dit voorbeeld worden geen borduurinstellingen
opgegeven. Ga verder met de volgende handeling.
46
→ Het borduurinstellingenscherm wordt weergegeven.
Page 49
Opmerking
• De beschikbare toetsen zijn niet dezelfde
Memo
wanneer “Handmatige kleurvolgorde” is
ingesteld op “ON” in het instellingenscherm.
Zie pagina 70 voor informatie over de
toetsen en andere gegevens op het scherm.
• Als het borduurraam niet correct is
geplaatst wanneer u naar het
borduurinstellingenscherm gaat, wordt het
borduurraam naar de correcte positie
verplaatst op het moment dat het
borduurinstellingenscherm wordt
weergegeven. (Zie “Verplaatsen naar de
juiste positie” op pagina 89.)
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
9. Het borduurgebied
controleren
Controleer het borduurgebied om er zeker van te
zijn dat het patroon op de gewenste locatie wordt
geborduurd, niet scheeftrekt en dat het
borduurraam de persvoet niet raakt.
Als het borduurraam niet correct is geplaatst,
wordt dit verplaatst naar de correcte positie en
wordt vervolgens de borduurpositie aangegeven.
Druk op .
a
→ De persvoet komt omlaag en het borduurraam wordt
verplaatst om het borduurgebied te tonen.
2
De hoeken van de achthoek die het
b
borduurgebied voor het patroon
weergeven, worden aangegeven door van
richting te veranderen.
Bekijk de bewegingen van het borduurraam en
controleer of het patroon op de gewenste plaats wordt
geborduurd en of het borduurraam de persvoet niet
raakt.
47
Page 50
Tijdelijk stoppen om het gebied
12
5
6
3
1
2
7
4
te controleren
Het borduurraam kan tijdelijk worden gestopt op
een gewenste positie en ook het controleren van
het borduurgebied kan worden gestopt.
Als het borduurraam de gewenste positie
a
heeft bereikt, drukt u opnieuw op
→ Het borduurraam stopt en het volgende scherm
wordt weergegeven.
1 Druk hierop om het borduurraam verder te laten
gaan.
2 Druk hierop om het controleren van het
borduurgebied te stoppen.
.
Naar het borduurscherm
Nadat u de benodigde handelingen in het
borduurinstellingenscherm hebt uitgevoerd, gaat u
naar het borduurscherm.
10. Bovendraad inrijgen
Controleer het borduurscherm op informatie over
welke naaldstangen met welke kleuren draad
moeten worden ingeregen en rijg vervolgens de
bovendraden in.
De naaldstangen en draadkleuren
controleren
In het borduurinstellingenscherm drukt u op
om het borduurscherm weer te geven; Controleer
de kleuren draad in het scherm.
Een bericht dat u de draadklos moet verwisselen
verschijnt als u de draadklossen van het vorige
borduurproject moet verwisselen. Als u
“Handmatige kleurvolgorde” hebt ingesteld op
“ON” in het instellingenscherm, verschijnt de
melding niet, ook al moeten de draadklossen
worden verwisseld. (Zie “Draadkleuren selecteren/
beheren voor elke naaldstang (Handmatige
kleurvolgorde)” op pagina 108.)
Borduurscherm
de toetsen en andere gegevens op het scherm.)
(Zie pagina 71 voor informatie over
Druk op .
a
→ Het borduurscherm wordt weergegeven.
1 Informatie over de draad voor de eerste t/m zesde
naaldstang
2 Als geen naam van de kleur draad wordt
weergegeven, wordt die naaldstang niet gebruikt.
Als in een eerder genaaid ontwerp een draadkleur
was toegekend aan de naaldstang, toont de
naaldstang die eerder toegekende kleur.
3 Melding draadklos verwisselen. (Zie pagina 95.)
Deze melding verschijnt wanneer de draadklossen
moeten worden verwisseld. Als u niet op 4
drukt om de melding af te sluiten, kan het
borduren niet worden voortgezet
48
Page 51
Memo
• De draadinformatie voor de te verwisselen
Opmerking
1
2
5
3
7
4
6
draadklos wordt weergegeven in een rood
kader. Wanneer u op de automatische
naaldinrijgknop drukt, verdwijnt het
borduurraam.
5 Kleur draad
6 Naaldstangnummer
7 Naam of nummer van de draadkleur
Als het draadkleurnummer (#123) is geselecteerd
in het instellingenscherm (zie “De
draadkleurgegevens wijzigen” op pagina 182),
wordt ook het draadmerk weergegeven.
De draad met de kleurnaam die bij iedere
naaldstangnummer wordt weergegeven, moet op
die naaldstang worden ingeregen. In het
weergegeven scherm
Als er geen naam naast een naaldstangnummer
wordt weergegeven, wordt die naaldstang niet
gebruikt. In dit voorbeeld wordt naaldstang 6 niet
gebruikt.
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Druk op .
a
→ Het scherm met de melding dat de klossen moeten
worden verwisseld, wordt gesloten.
• Naast het controleren van de kleuren draad kunt u
informatie over het aantal steken en de borduurtijd
bekijken en diverse borduurinstellingen in het
borduurscherm opgeven.
1 De voortgang van het borduren wordt aangegeven
met de rode markering op de balk. Druk op
om (op de indicator) alleen de draadkleur weer te
geven die wordt geborduurd.
2 Geeft het aantal draadkleurwisselingen aan, het
aantal steken, de borduurtijd en de tijdsduur totdat
de machine stopt.
3 Geeft de draadkleuren aan, de borduurvolgorde
en het nummer van de naaldstang die is
toegekend aan de draadkleuren. Naast de
draadkleur die wordt geborduurd verschijnt een
rood driehoekje. Het vakje wordt grijs en schuift
van de pagina af wanneer het borduren is voltooid.
4 Druk op en op om de borduurvolgorde en
de naaldstang te bekijken voor draadkleuren die u
niet kunt zien op het scherm.
5 Druk op deze toetsen om terug te keren naar het
borduurinstellingenscherm.
6 Als u de machine wilt starten of draden wilt
knippen, drukt u op deze toets om de machine te
ontgrendelen. Druk vervolgens op de “Start/
Stop”-toets of draadafknip-toets.
7 Druk op een toets om de geselecteerde
naaldstang te verplaatsen naar de borduurpositie.
Doe dit wanneer de naald wordt ingeregen met
behulp van het automatische
naaldinrijgmechanisme.
2
• De beschikbare toetsen zijn niet dezelfde
wanneer “Handmatige kleurvolgorde” is
ingesteld op “ON” in het instellingenscherm.
(Zie pagina 71 voor informatie over de
toetsen en andere gegevens op het
scherm.)
49
Page 52
VOORZICHTIG
• Wanneer u in het borduurscherm op
VOORZICHTIG
Opmerking
Memo
(ontgrendelingstoets) drukt, gaat de “Start/
Stop”-toets groen knipperen en kan de
machine beginnen met borduren. Zorg dat de
borduurmachine niet per ongeluk wordt
gestart als de bovendraad of de naald worden
ingeregen. Dit kan letsel veroorzaken.
Bovendraad inrijgen
Gebruik machineborduurdraad om de
naaldstangen op volgorde in te rijgen, te beginnen
bij naaldstang 1.
• Volg voor het inrijgen van de bovendraad de
instructies zorgvuldig op. Als de bovendraad
niet correct wordt ingeregen, kan de draad
breken of verward raken. Hierdoor kan de
naald verbuigen of breken.
Plaats op klospen 1 een klos draad met de
a
kleur (limoen groen) die is opgegeven voor
naaldstang 1.
• Aanbevolen wordt het gebruik van
machineborduurdraad van rayon of
polyester (120 den × 2 / 135 dtex × 2 /
gewicht van 40 (in VS en Europa) / #50 (in
Japan)).
• De manier van inrijgen van de draad, is op
de machine met een lijn aangegeven. Zorg
dat u de draad inrijgt zoals aangegeven.
• Zorg ervoor dat de klossenstandaard open staat in de
vorm van een V.
• Wanneer u kleine draadklossen gebruikt, plaatst u de
meegeleverde klosmat op de klospen voordat u de
spoel op de pen plaatst.
• Plaats de draad midden in de klossenstandaard, zodat
de draad goed van de klos afwikkelt, en niet verward
raakt rond de klospen direct onder de draadklos.
50
Page 53
• Gebruik een kloshouder op alle draadklossen die
korter zijn dan de hoogte van de klospen.
1 Klosmat
2 Kleine klos
3 Kloshouder
• Bij gebruik van een geflensde draadklos plaatst u eerst
de klos op de klospen en daarna de meegeleverde
kloshouder op de klospen, over de klos heen.
De nummers geven het inrijgpad aan voor elk van
de genummerde naaldstangen. Zorg dat de
naaldstangen correct worden ingeregen.
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Leid de draad door de opening in
c
bovendraadgeleider 1 en trek de draad naar
u toe.
2
Leid de draad door opening 1 in de
b
draadgeleider net boven de klos en
vervolgens door opening 1 in de
draadgeleider naar de voorkant van de
machine toe.
1 Gat in bovendraadgeleider
Houd de draad met beide handen vast en
d
leid deze van rechts onder de geleiderplaat
door.
1 Bovendraadgeleiderplaat
1 Opening 1 in de draadgeleider boven de klos
2 Opening 1 in de draadgeleider naar de voorkant
van de machine toe
51
Page 54
Wikkel de draad met de klok mee eenmaal
Opmerking
e
rond draadspanningsschijf 1.
1 Draadspanningsschijf
2 Leid de draad met de klok mee op deze plek op de
spanningsschijven.
• Controleer of de draad stevig rond de
draadspanningsschijf zit en rond de juiste
draadgeleiderpennen is geleid.
• De draad loopt door alle
draadspanningsschijven met de klok mee.
Leid de draad langs het draadpad en rond
f
de juiste draadgeleiderpennen zoals
aangegeven op de machine.
Leid de draad vanaf rechts onder de
g
middelste draadgeleiderplaat 1.
1 Middelste draadgeleider
2 Draadgeleiderpen
• Het pad van de bovendraadgeleider rond de
draadspanningsschijf naar de middelste draadgeleider
e t/m f) wijkt af naar gelang het
(stap
klosnummer. Door de draad van links naar rechts
door de draadgeleiderpennen te halen voorkomt u dat
de draad verward raakt. Volg het pad dat is
aangegeven op de machine.
52
Page 55
Leid de draad langs opening 1 om deze van
h
rechts naar links door het gat in
ophaalhendel 1 te halen.
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Leid de draad door de opening in de
i
draadgeleider en vervolgens door het gat in
de onderste draadgeleider 1.
2
1 Draadophaalhendel
1 Gat in lage draadgeleider
Gebruik de meegeleverde naaldinrijger om
j
de draad door de draadgeleider op
naaldstang 1 te leiden.
1 Draadgeleider van naaldstang
2 Naaldwisselhulp (naaldinrijger)
53
Page 56
De naald inrijgen
VOORZICHTIG
Opmerking
Opmerking
Gebruik het automatische naaldinrijgmechanisme
om de naald van een draad te voorzien.
Druk op de automatische naaldinrijgknop.
a
Trek ongeveer 150 mm (6 inch) draad los.
b
Zorg dat de draad niet gespannen staat.
Zoals aangegeven in de illustratie leidt u de
draad vanaf rechts onder de vork van het
automatisch naaldinrijgmechanisme.
Vervolgens pakt u de draad met het
draadhaakje die door het oog van de naald
gaat.
1 Grijper
2 Vork
→ Het haakje van het automatische
naaldinrijgmechanisme gaat door het oog van
naald.
• Als de naald niet volledig is ingebracht, gaat
het draadhaakje van het automatische
naaldinrijgmechanisme niet door het oog van
de naald tijdens het automatisch inrijgen. Het
draadhaakje kan dan verbuigen of de naald
kan mogelijk niet worden ingeregen.
• Als het draadhaakje van het automatische
inrijgmechanisme verbogen of beschadigd is,
neemt u contact op met een erkende Brotherdealer.
• Draai niet aan het handwiel terwijl het
draadhaakje van het automatische
naaldinrijgmechanisme door het oog van de
naald gaat, anders kan het automatische
naaldinrijgmechanisme beschadigd raken.
• Terwijl de draad met het haakje wordt
opgepakt, zorgt u dat de draad niet los
raakt.
Leid de draad onder de geleider op de
c
persvoet.
1 Geleider op persvoet
2 Nok in geleider op persvoet
• Controleer of de draad goed door de nok in de
geleider op de persvoet gaat.
Leid de draad goed door de groef in de
d
draadafsnijder en trek zachtjes aan de
draad om deze af te snijden.
• Wanneer u het handwiel draait, is het
mogelijk dat het automatische
naaldinrijgmechanisme terugkeert naar de
vorige positie om beschadiging te
voorkomen.
• Het automatische naaldinrijgmechanisme
kan een naald in de borduurpositie inrijgen.
Zorg dat de naaldstang die u wilt inrijgen
zich in de borduurpositie bevindt wanneer
dit mechanisme wordt gebruikt, anders
functioneert het naaldinrijgmechanisme niet
bij de juiste naald. Als de naaldstang zich
niet in de borduurpositie bevindt, verplaatst
u deze daar naartoe. (Zie pagina 55.)
54
1 Groef in de draadafsnijder
Page 57
Opmerking
• Als de draad niet goed door de groef in de
Opmerking
draadafsnijder is geleid, verschijnt de
melding “Wisserfout.” en kunt u de naald
niet inrijgen. Let op dat u de draad veilig
door de groef leidt.
• Als niet genoeg draad is losgetrokken, kan
de draad niet door de draadafsnijder
worden geleid.
Druk op de automatische naaldinrijgknop.
e
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
■ Geselecteerde naaldstang
verplaatsen en inrijgen
U kunt op elk moment een geselecteerde naaldstang
verplaatsen naar de borduurpositie en inrijgen.
Druk op .
a
2
• De naaldinrijger verplaatst zich naar achteren, van de
naald af. De draad wordt door het oog geleid.
• De draadwisser komt naar buiten en pakt de draad
tussen de naald en de naaldinrijger.
• De naaldinrijger keert terug naar de oorspronkelijke
beginpositie.
Het inrijgen van de bovendraad voor naaldstang 1 is
klaar.
Rijg de overige naaldstangen op dezelfde wijze in.
• Als de naaldstang die moet worden
ingeregen niet naar de borduurpositie is
verplaatst, kan de naald niet worden
ingeregen met het automatische
naaldinrijgmechanisme. Voer voor de
overige naaldstangen de volgende
handeling uit om de naaldstang naar de
borduurpositie te verplaatsen voordat u de
naald inrijgt.
→ Het naaldstangverplaatsingsscherm verschijnt.
Druk op de toets voor de naaldstang die u
b
wilt verplaatsen of inrijgen.
→ De geselecteerde naaldstang wordt verplaatst naar
de borduurpositie.
55
Page 58
Druk op de automatische naaldinrijgknop
Memo
Opmerking
Memo
c
terwijl het naaldstangverplaatsingsscherm
wordt weergegeven.
Druk hierop om terug te keren naar
d
het vorige scherm.
• In het borduurscherm verschijnt een blauw
kader rond de informatie over de draad van
de geselecteerde naaldstang.
• Als de draad niet strak staat, kan deze
losraken uit de draadspanningsschijf.
Controleer nadat het inrijgen van de
bovendraden is voltooid of de draad door
de draadspanningsschijf loopt. (Zie stap
op pagina 52.)
• Wanneer u een van de bovendraadkleuren
wisselt, kunt u eenvoudig opnieuw inrijgen
door de draad die nu wordt gebruikt, af te
knippen tussen de klos en de draadgeleider
boven de spoel. Plaats de nieuwe klos op
de klospen en knoop het uiteinde van de
nieuwe draad aan de oude draad vast. Trek
vervolgens de draad door de naald. (Zie
pagina 96.)
■ Het klosnetje gebruiken
Plaats het meegeleverde klosnetje voordat u gaat
borduren over de klos als u metallic draad of een
andere sterke draad gebruikt.
Als het klosnetje te lang is, vouwt u dit eenmaal
voordat u het over de klos plaatst, zodat het even
groot is als de klos.
Wanneer u het klosnetje gebruikt, is het wellicht
nodig dat u de draadspanning aanpast.
e
■ De in te rijgen naaldstang naar de
borduurpositie verplaatsen
In het borduurscherm kunt u de naaldstang
verplaatsen.
Druk op de toets voor de naaldstang die u
a
wilt inrijgen.
→ De geselecteerde naaldstang wordt verplaatst naar
de borduurpositie.
1 Klosnetje
2 Draad
56
Page 59
11. Het patroon borduren
VOORZICHTIG
Opmerking
1
2
De machine is nu klaar om te borduren.
Wanneer de machine begint te borduren, gaat de
persvoet automatisch omlaag, de nodige
handelingen voor het afknippen van draden na
afloop van het borduren worden uitgevoerd, de
draden worden gewisseld terwijl het patroon
wordt geborduurd en de machine stopt als het
patroon klaar is.
• Uit veiligheidsoverwegingen moet u de
machine niet onbeheerd achterlaten tijdens
het borduren.
• Let goed op de plaats van de naald wanneer de
machine in werking is. Houd uw handen uit de
buurt van bewegende onderdelen, zoals de
naald, de naaldstanghouder, de
draadophaalhendel en de borduurarm, om
letsel te voorkomen.
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Druk op om de borduurmachine te
a
ontgrendelen.
→ De “Start/Stop”-toets begint groen te knipperen en
de machine kan worden gestart.
• Als u niet binnen 10 seconden na het ontgrendelen
van de machine op de “Start/Stop”-toets drukt, wordt
deze opnieuw vergrendeld.
Druk op de “Start/Stop”-toets.
b
Druk op de “Start/Stop”-toets terwijl deze groen
knippert. Als de “Start/Stop”-toets weer rood oplicht,
herhaalt u deze procedure vanaf stap a.
2
■ Veiligheidsmechanisme
Uit veiligheidsoverwegingen is deze
borduurmachine voorzien van een
vergrendelingsfunctie.
Normaalgesproken is de machine vergrendeld (en
kan dus geen handelingen uitvoeren). Tenzij de
machine wordt ontgrendeld, kan deze niet
borduren. Als u de borduurmachine niet binnen
10 seconden na het ontgrendelen start, wordt deze
automatisch opnieuw vergrendeld.
De “Start/Stop”-toets geeft aan of de machine is
vergrendeld. Als de “Start/Stop”-toets rood oplicht,
is de machine vergrendeld. Als de “Start/Stop”-toets
groen knippert, is de machine ontgrendeld.
Beginnen met borduren
• Zorg dat er zich geen voorwerpen binnen
het bereik van het borduurraam bevinden.
Als het borduurraam een ander voorwerp
raakt, kan het patroon scheeftrekken.
→ De “Start/Stop”-toets licht groen op en de machine
begint de eerste kleur te borduren.
1 De draadkleur voor de naaldstang die momenteel
in gebruik is om te borduren, of weldra gebruikt zal
worden, verschijnt boven in het scherm met de
draadkleurvolgorde. De overige draadkleuren
worden van boven af vermeld in de volgorde van
borduren.
2 Een blauw kader verschijnt rond de
draadinformatie van de naaldstang die momenteel
is geselecteerd.
57
Page 60
• Terwijl de machine borduurt, wordt in het
Memo
patroonweergavegebied het gedeelte dat wordt
geborduurd, aangegeven met een groen kruisje.
Bovendien worden de tijd en het aantal steken
bijgehouden.
Nadat het borduren van de eerste kleur is
c
voltooid, stopt de machine automatisch en
wordt de draad afgeknipt. De
naaldstanghouder beweegt naar de positie
voor de tweede kleur en het borduren van
de tweede kleur begint.
■ Doorgaan met borduren
Druk op om hetzelfde patroon nogmaals te
borduren.
→ Het borduurscherm wordt weergegeven zodat
hetzelfde patroon nogmaals kan worden
geborduurd.
Druk op om een nieuw patroon te selecteren.
→ De draadkleurweergave op het scherm gaat naar de
tweede kleur en de informatie over de draad van de
tweede naaldstang wordt blauw omkaderd.
Dit gaat zo door tot de laatste kleur is
d
geborduurd en de machine automatisch
stopt.
→ Het borduurinstellingenscherm wordt opnieuw
weergegeven.
→ De “Start/Stop”-toets licht rood op.
• Het is niet nodig de draad bij het begin van en na
afloop van het borduren af te knippen.
→ Het patroonkeuzescherm wordt weergegeven.
• De instelling automatische stiksteken kan
worden ingesteld zodat deze worden
genaaid bij het begin van het borduren, na
een wisseling van draadkleur en na het
afknippen van de draad. (Zie “Instelling
automatische stiksteken” op pagina 112.)
• De snelheid kan worden gewijzigd, zelfs
tijdens het borduren van een patroon. (Zie
“Instelling voor maximale snelheid” op
pagina 116.)
58
Page 61
Het borduren stoppen
Memo
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
■ Verdergaan met borduren nadat de
machine was uitgezet
De machine kan worden gestopt tijdens het
borduren.
■ Tijdelijk onderbreken
Druk op de “Start/Stop”-toets.
a
→ De machine stopt en de “Start/Stop”-toets licht rood
op.
• U kunt het borduren ook stoppen door een gebied
aan te raken waarin het patroon wordt weergegeven.
• De draad wordt niet afgeknipt.
• Als u weer wilt doorgaan met borduren, controleert u
of de bovendraad strak staat, drukt u op de
ontgrendelingstoets en vervolgens op de “Start/Stop”toets.
Druk op de “Start/Stop”-toets.
a
→ De machine stopt en de “Start/Stop”-toets licht rood
op.
• De draad wordt niet afgeknipt.
Druk op om de borduurmachine te
b
ontgrendelen.
Druk op de draadafknip-toets.
c
2
• Als u tijdens het borduren op de
onderbrekingstoets drukt, stopt de machine
voordat het borduren van de volgende kleur
begint. (Zie “De machine stoppen bij de
volgende kleurwisseling” op pagina 117.)
• Voordat u gaat borduren, kan de machine
zo worden ingesteld dat deze bij elke
draadkleurwisseling stopt. (Zie
“Pauzelocaties opgeven vóór het borduren”
op pagina 118.)
→ De spoel- en bovendraad worden afgeknipt.
• Zorg dat de draden zijn afgeknipt voordat u de
borduurmachine uitzet.
59
Page 62
Zet de hoofdschakelaar op “{”.
Memo
VOORZICHTIG
d
12. Borduurraam en stof
verwijderen
Nadat het borduren is voltooid, verwijdert u het
borduurraam en haalt u vervolgens de stof uit het
borduurraam.
→ De machine wordt uitgezet en het scherm en de
indicator van de “Start/Stop”-toets gaan uit.
• Het borduren kan worden voortgezet nadat de
machine weer is aangezet. Ga een aantal steken
achteruit om de steken te laten overlappen. (Zie
“Verdergaan met borduren nadat de machine is
uitgezet” op pagina 101 voor meer informatie.)
• U kunt de machine op ieder moment laten
stoppen, zelfs terwijl deze aan het borduren
is. Als de machine wordt gestopt voor het
wisselen van de kleur draad, hoeft u niet
een aantal steken terug te gaan voordat u
weer kunt doorgaan. De machine kan zo
worden ingesteld dat deze stopt wanneer
de kleur draad wordt gewisseld. (Zie
“Pauzelocaties opgeven vóór het borduren”
op pagina 118 voor meer informatie.)
■ Als de draad breekt tijdens het
borduren
Als zich een probleem voordoet tijdens het
borduren, zoals het breken van de draad, stopt de
machine automatisch.
Rijg de gebroken draad opnieuw in, ga enkele
steken terug en ga verder met borduren. (Zie “Als de
draad breekt of de spoeldraad tijdens het borduren
opraakt” op pagina 97 voor meer informatie.)
Het borduurraam verwijderen
• Zorg dat de “Start/Stop”-toets rood oplicht
wanneer u het borduurraam verwijdert. Als de
“Start/Stop”-toets groen knippert, kan de
machine beginnen met borduren. Als de
machine per ongeluk begint te werken, kan dit
letsel veroorzaken.
• Wanneer u het borduurraam verwijdert, mag
het borduurraam geen andere delen van de
machine raken.
• Oefen niet te veel kracht uit bij het optillen
van de borduurraamhouder, anders kan deze
beschadigen.
Pak met beide handen de linker- en
a
rechterarmen van de borduurraamhouder
vast en til het borduurraam vervolgens iets
op.
De pennen op de armen van de borduurraamhouder
komen uit de gaten aan de zijkanten van het
borduurraam.
60
Page 63
Trek het borduurraam naar u toe om het te
Opmerking
b
verwijderen.
De stof verwijderen
Draai de schroef op het buitenraam los.
a
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
13. De machine uitzetten
Zet de machine uit nadat het borduren is voltooid.
Zet de hoofdschakelaar op “{”.
a
→ De machine wordt uitgezet en het scherm en de
indicator van de “Start/Stop”-toets gaan uit.
Haal de netstekker uit het stopcontact.
b
Pak het netsnoer bij de stekker vast wanneer u het uit
het stopcontact haalt.
2
→ Als een schijfvormige schroevendraaier is gebruikt
om de schroef vast te draaien, gebruikt u ook de
meegeleverde schijfvormige schroevendraaier om
deze weer los te draaien.
Verwijder het buitenraam en verwijder
b
vervolgens de stof.
Haal, indien nodig, het netsnoer uit de
c
machine.
Berg het netsnoer op een veilige plaats op.
• Wanneer tijdens het gebruik van de
borduurmachine de stroom uitvalt, zet u de
borduurmachine uit en haalt u de stekker uit
het stopcontact. Volg onderstaande
procedure om de borduurmachine weer op
de juiste manier op te starten. (Zie “2. De
machine aanzetten” op pagina 35.)
61
Page 64
Memo
• Als de machine wordt uitgezet tijdens het
borduren, kunt u doorgaan met borduren
wanneer de machine weer is aangezet. (Zie
“Verdergaan met borduren nadat de
machine is uitgezet” op pagina 101.)
Uitgezet tijdens het
borduren
Ð
Aangezet
Ð
Na het openingsfilmpje
Ð
62
Page 65
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Beknopte bedieningsgids voor het scherm
In de onderstaande tabellen vindt u beschrijvingen van de toetsen en andere informatie die op de
schermen worden weergegeven.
Toetsschermen
De weergave van de toetsen heeft de volgende betekenis (alle toetsen functioneren op dezelfde manier).
Voorbeeld:
(Normale weergave): Deze toets is niet geselecteerd maar kan wel worden geselecteerd.
(Donkere weergave): Deze toets is geselecteerd.
(Grijze weergave): Deze toets kan niet worden geselecteerd.
2
63
Page 66
Het patroonkeuzescherm
A
0
5
1
2
9
3
7
4
8
6
Via dit scherm kunt u een patrooncategorie (type) selecteren.
Nr.
Display
Toetsnaam
Functie
Pagina
7
USB-
mediumtoetsen
8
Computertoets
(USB)
9
SD-kaarttoets
0
Nr.
1
2
3
4
5
6
Display
Toetsnaam
Borduurpatroontoets
Kaderpatroontoets
Monogram-
en kadertoets
Lettertypentoets
Toets
borduursteek/grote
knoopsgatpatronen
Decoratief
alfabettoets
Functie
Het borduurpatroon
voor een ontwerp kan
worden geselecteerd.
Veertien soorten steken
kunnen worden
gecombineerd met tien
kader- en
omrandingsvormen, zoals
een cirkel of een vierkant.
U kunt
monogramontwerpen
creëren door twee of
drie letters te
combineren.
Hoofdletters, kleine
letters, cijfers, symbolen
en speciale tekens uit 37
verschillende lettertypen
kunnen worden
geselecteerd in kleine,
middelgrote en grote
afmetingen.
U kunt Japanse
Ingebouwde patronen
lettertypen selecteren in
groot en klein formaat.
U kunt verschillende
borduursteken en grote
knoopsgatpatronen
selecteren. De grote
knoopsgatpatronen kunt
u in kleine, middelgrote
en grote afmetingen
selecteren.
U kunt allerlei
letterpatronen selecteren,
zoals bloemletters,
applicatieletters
enzovoort.
Pagina
A
p.125
p.126
p.127
p.130
p.127
p.133
Toets voor
borduurpatronen
in het
machinegeheugen
Terug-toets
Hiermee haalt u patronen op
van USB-media.
Met de meegeleverde USBkabel kan de computer
worden aangesloten op de
borduurmachine. Zo kunt u
patronen ophalen van de
computer.
Hiermee haalt u patronen op
van SD-kaarten
Haalt patronen op uit het
geheugen van de machine.
Deze toets wordt alleen
weergegeven als u een
patroon hebt geselecteerd.
Druk op deze toets om het
zoeken naar een ander
patroon in het
patroonkeuzescherm af te
breken. Keert terug naar het
patroonbewerkingsscherm.
p.138
p.139
p.138
p.137
p.146
64
Page 67
Het patroonlijstscherm
7
1
0
6
8
3
4
9
5
2
A
3
C
4
D
8
0
E
B
Via dit scherm kunt u een patroon selecteren.
Nr.
4
5
Voorbeeldtoets
6
draadkleuren
7
beeldgebied
8
Vergrotingstoets
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Display
Toetsnaam
Terug-toets
Aantal
Tekstvoor-
FunctiePagina
Druk op deze toets om de
geselecteerde
patrooncategorie te verlaten
en een andere categorie te
kiezen. Keert terug naar het
patroonkeuzescherm.
Geeft een afbeelding weer
van het patroon dat u gaat
borduren, als
voorbeeldweergave.
Geeft het aantal
draadkleuren weer voor het
geselecteerde
borduurpatroon.
U kunt hier de letterinformatie
over een ingevoerd
letterpatroon controleren.
Letters worden ingevoerd na
de rode cursor. Wijzig de
invoerpositie met en .
Met deze toets kunt u de
afmeting van het
geselecteerde
borduurpatroon wijzigen.
p.124
2
p.41
–
p.132
p.131
9
Tekstuitlij-
ningstoets
0
Insteltoets
Nr.
1
2
3
Display
Toetsnaam
Grootte
Grootte
Patroontoetsen
FunctiePagina
Geeft de afmeting weer van
het borduurpatroon dat in
het patroonweergavegebied
wordt weergegeven. De
bovenste waarde geeft de
lengte aan en de onderste
waarde de breedte.
Als het borduurpatroon uit
meerdere patronen bestaat
die zijn gecombineerd,
wordt de afmeting van het
gehele patroon weergegeven,
inclusief alle patronen.
Geeft de afmeting aan van het
patroon dat u hebt geselecteerd
door op de patroontoets te
drukken. De bovenste waarde
geeft de lengte aan en de
onderste waarde de breedte.
Een afbeelding van het patroon
wordt weergegeven op de
toets. Druk op de afbeelding
om het patroon te selecteren.
Sleep uw vinger omhoog en
omlaag in dit gebied om
door de pagina's te bladeren.
–
–
p.124
A
Reekstoets
B
C
D
E
Toets
Miniatuurformaat
selecteren
Vorige-
paginatoets
Volgende-
paginatoets
Horizontaal-
spiegelbeeldtoets
* Sommige patronen kunt u niet bewerken met 8, 9,
A of E.
Druk hierop om de
ingevoerde tekst te centreren
naar links, midden of rechts.
Druk hierop nadat een
patroon is geselecteerd. De
patroonkeuze wordt
bevestigd en het
patroonbewerkingsscherm
wordt weergegeven.
Wijzig de richting en de
vorm van een reeks letters
van het letterpatroon.
U kunt het miniatuurformaat
instellen op groot, medium
of klein.
Druk op deze toets om de
vorige pagina weer te geven.
Druk op deze toets om de
volgende pagina weer te geven.
Spiegelt het geselecteerde
patroon in horizontale richting.
p.133
p.125
p.132
p.125
p.125
p.125
p.149
65
Page 68
Het patroonbewerkingsscherm
2
C
3
A
5
B
6
1
4
9
7
0
8
In het patroonbewerkingsscherm kunt u patronen afzonderlijk bewerken. (In dit scherm kunt u niet het
hele patroon bewerken.) Het patroon dat is geselecteerd in het patroonweergavegebied kunt u
verplaatsen, vergroten/verkleinen, roteren en anders indelen. Ook het kleurthema kunt u wijzigen.
Bovendien kunt u meerdere patronen selecteren en combineren. Ook ingevoerde letterpatronen kunt u
op verschillende manieren bewerken.
Nr.
7
8
9
0
Nr.
1
2
3
4
5
6
Display
Toetsnaam
Patroongrootte
Borduurraam-
indicators
Grootte
Wistoets
Toevoegentoets
Voorbeeldtoets
FunctiePagina
Geeft de afmeting weer van
het borduurpatroon dat in
het patroonweergavegebied
wordt weergegeven. De
bovenste waarde geeft de
lengte aan en de onderste
waarde de breedte. Als het
borduurpatroon uit meerdere
patronen bestaat die zijn
gecombineerd, wordt de
afmeting van het gehele
patroon weergegeven,
inclusief alle patronen.
Geeft de afmeting weer van
borduurramen die kunnen
worden gebruikt om het
borduurpatroon te borduren
dat wordt weergegeven in
het patroonweergavegebied.
Geeft de afmeting weer van
het patroon dat wordt
bewerkt. De bovenste
waarde geeft de lengte aan
en de onderste waarde de
breedte.
Wist het patroon. Met deze
toets wordt het geselecteerde
patroon gewist.
Voegt een patroon toe. Met
deze toets wordt het
patrooncombinatiescherm
weergegeven.
Geeft een afbeelding weer
van het patroon dat u gaat
borduren, als
voorbeeldweergave.
–
p.42
–
p.171
p.146
p.41
A
B
C
Display
Toetsnaam
Afstand vanaf
het
middelpunt
(verticaal)
Afstand vanaf
het
middelpunt
(horizontaal)
Rotatiehoek
Aantal
draadkleuren
Plaatsingstoetsen
Patroonkeu-
zetoetsen
Eindetoets
FunctiePagina
Geeft de verplaatsing weer
(verticale afstand) van het
geselecteerde patroon.
Geeft de verplaatsing weer
(horizontale afstand) van het
geselecteerde patroon.
Geeft de rotatiehoek weer
waarop het patroon dat
wordt bewerkt, wordt
gedraaid.
Geeft het aantal
draadkleuren weer voor het
patroon dat wordt bewerkt.
Verplaatst de borduurpositie
van het patroon dat wordt
bewerkt in de richting van de
pijl. (Wanneer u op
drukt, wordt de
borduurpositie verplaatst
naar het midden van het
borduurgebied.)
Selecteer één van de
patronen (indien er een
combinatie van meerdere
patronen is gemaakt)
Beëindigt het bewerken en
gaat naar het
borduurinstellingenscherm.
p.148
p.148
p.152
–
p.148
p.147
p.46
66
Page 69
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
A
4
0
7
2
B
I
6
E
C
D
3
H
1
F
G
5
8
9
Nr.
1
2
3
Vergrotingstoets
4
Display
Toetsnaam
Uitvergro-
tingstoets
Rotatietoets
Draadkleur-
wisselings-
toets
FunctiePagina
Voor de
schermweergavegrootte van
het patroon dat u bewerkt
kunt u kiezen uit 100%,
125%, 150% of 200%.
Roteren van het
geselecteerde patroon.
Vergroten of verkleinen van
het geselecteerde patroon.
Wijzigt de kleur van het
patroon.
p.146
p.152
p.150
p.157
Nr.
A
Letterbewer-
B
spiegelbeeldtoets
C
Dichtheidstoets
D
Groepeertoets
E
Tussenruimtetoets
F
Draadknipinsteltoets
G
Meervoudige
selectietoets
H
Tekstcombinatietoets
I
Tekstsplitsingstoets
Display
Toetsnaam
kingstoets
Horizontaal-
FunctiePagina
Druk hierop om de afmeting
en het lettertype van
afzonderlijke letters in het
letterpatroon dat u bewerkt
te wijzigen.
Spiegelt het patroon dat
wordt bewerkt in horizontale
richting.
Steekdichtheid wijzigen van
het geselecteerde patroon
(alleen van toepassing op
alfabetten, kaders en
omrandingen).
Druk hierop om meerdere
geselecteerde patronen te
groeperen.
Wijzig de afstand tussen de
letters in het geselecteerde
letterpatroon.
Knipt automatisch
draadsprongen binnen de
letters van een
alfabetpatroon af.
Druk hierop om meerdere
patronen te selecteren.
Druk hierop om de
geselecteerde letterpatronen
te groeperen.
Druk hierop om de
groepering van het
geselecteerde letterpatroon
op te heffen.
p.156
p.149
2
p.157
p.148
p.153
p.155
p.147
p.155
p.154
Herhalen van een patroon,
5
Randtoets
6Kopieert het patroon.p.171
Kopieertoets
7
Borduurapplicatietoets
8
Meerkleurentoets
9
Reekstoets
0
Lettertypetoets
voor het creëren en
aanpassen van een
randborduurpatroon.
Druk hierop om het patroon
dat u bewerkt te veranderen
in een applicatiepatroon.
Met deze toets kunt u de
garenkleur van elke letter in
een letterpatroon wijzigen
(alleen mogelijk indien een
alfabet is geselecteerd).
Wijzig de richting en de
vorm van een reeks letters
van het letterpatroon.
Druk hierop om het
lettertype van het patroon
dat u bewerkt te wijzigen.
p.162
p.106
p.156
p.153
p.156
67
Page 70
Het borduurinstellingenscherm
5
1
3
2
6
4
Via dit scherm kunt u het gehele patroon bewerken en borduurinstellingen invoeren. Bovendien kunt u
de borduurpositie controleren en een patroon opslaan voor later gebruik. De beschikbare toetsen zijn niet
dezelfde wanneer “Handmatige kleurvolgorde” is ingesteld op “ON” in het instellingenscherm. (Zie
pagina 70 en 108.)
Nr.
1
2
3
4
5
Display
Toetsnaam
Patroongrootte
Borduurraam-
indicators
Afstand vanaf
het
middelpunt
(verticaal)
Afstand vanaf
het
middelpunt
(horizontaal)
Rotatiehoek
FunctiePagina
Geeft de afmeting weer van
het borduurpatroon dat in
het patroonweergavegebied
wordt weergegeven. De
bovenste waarde geeft de
lengte aan en de onderste
waarde de breedte. Als het
borduurpatroon uit meerdere
patronen bestaat die zijn
gecombineerd, wordt de
afmeting van het gehele
patroon weergegeven,
inclusief alle patronen.
Geeft de afmeting weer van
borduurramen die kunnen
worden gebruikt om het
borduurpatroon te borduren
dat wordt weergegeven in
het patroonweergavegebied.
Geeft de verplaatsing weer
(verticale afstand) van het
geselecteerde patroon.
Geeft de verplaatsing weer
(horizontale afstand) van het
geselecteerde patroon.
Geeft de rotatiehoek weer
waarop het patroon dat
wordt bewerkt, wordt
gedraaid.
–
p.42
p.89
p.89
p.91
p.172
6
draadkleurwisselingen
68
Aantal
Geeft het aantal
draadkleuren weer voor het
patroon dat wordt bewerkt.
–
Page 71
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
7
6
2
C
9
A
0
8
D
4
3
5
B
1
Nr.
0
A
Nr.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Display
Toetsnaam
Draadkleur
sorteren
Toets voor
instelling
afzonderlijk
gebied
Borduurrijgtoets
Rotatietoets
Stiksteektoets
(einde)
Stiksteektoets
(begin)
Afwerkentoets
Geheugentoets
Voorbeeldtoets
FunctiePagina
De borduurvolgorde
wijzigen zodat dezelfde
kleur ononderbroken kan
worden geborduurd.
Druk hierop om de instelling
van de afzonderlijke
draadkleur te wijzigen,
bijvoorbeeld door te
pauzeren of de selectie van
gebiedsfunctie ongedaan te
maken.
Plaatst rijgsteken langs te
omtrek van het patroon om
de stof aan de losse steunstof
of versteviging vast te
naaien. Voorkomt het
scheeftrekken of
samentrekken van de stof
tijdens het borduren.
Draait het gehele
borduurpatroon wanneer het
bestaat uit meerdere
patronen die zijn
gecombineerd.
Geeft aan dat er
automatische stiksteken
worden gemaakt wanneer de
draad wordt afgeknipt.
Geeft aan dat er
automatische stiksteken
worden gemaakt aan het
begin van het patroon, nadat
de draad is afgeknipt.
Druk hierop om terug te
keren naar het
patroonbewerkingsscherm.
Slaat het patroon op in het
geheugen van de machine,
een USB-medium of een
computer.
Geeft een afbeelding weer
van het patroon dat u gaat
borduren, als
voorbeeldweergave.
p.162
p.118
p.110
p.105
p.91
p.172
p.112
p.112
–
p.135
p.136
p.41
B
C
D
Display
Toetsnaam
Plaatsingstoetsen
Toetsen
Verplaatsingssnelheid
borduurraam
Begin-/
eindpositietoets
Borduurtoets
Controletoets
FunctiePagina
Verplaatst de borduurpositie
van het hele patroon in de
richting van de pijl.
(Wanneer u op drukt,
wordt de borduurpositie
verplaatst naar het midden
van het borduurgebied.)
Hiermee selecteert u de
snelheid waarmee het
borduurraam zich verplaatst.
Druk hierop om het
borduurraam 0,1 mm te
verplaatsen.
Druk hierop om het
borduurraam 0,5 mm te
verplaatsen.
Blijf drukken om het
borduurraam te verplaatsen
op de maximale snelheid.
Geeft de naaldpositie weer
aan het begin en aan het
einde van het borduren.
Beëindigt alle handelingen
in het
borduurinstellingenscherm
en gaat naar het
borduurscherm.
Beweegt het borduurraam zo
dat de borduurpositie kan
worden gecontroleerd.
p.89
2
p.89
p.113
p.48
p.47
69
Page 72
■ In de modus “Handmatige
1
2
kleurvolgorde”
Nr.
1
2
Display
Toetsnaam
Pictogram
modus
Handmatige
kleurvolgorde
Toets
Handmatige
kleurvolgorde
FunctiePagina
Deze illustratie verschijnt
wanneer de naaimachine in
de modus “Handmatige
kleurvolgorde” is.
Druk op deze toets om de
naaldstangkleurinstelling te
wijzigen.
Deze toets verschijnt
wanneer “Handmatige
kleurvolgorde” is ingesteld
op “ON” in het
instellingenscherm.
p.108
p.109
70
Page 73
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
3
4
6
2
7
8
1
5
9
Het borduurscherm
Via dit scherm kunt u het totaal aantal draadkleuren en de borduurtijd controleren, de
naaldstanginstellingen opgegeven en het voor- of achteruitstikken uitvoeren. De beschikbare toetsen zijn
niet dezelfde wanneer “Handmatige kleurvolgorde” is ingesteld op “ON” in het instellingenscherm. (Zie
pagina 108.)
Nr.
5
6
7
Nr.
1
2
3
4
Display
Toetsnaam
Borduurvolgorde
Tijd totdat de
machine stopt
Deelweergave
volgorde-
scherm
FunctiePagina
De onderste waarde geeft het
totale aantal draadkleuren
aan in het patroon en de
bovenste waarde geeft de
kleur draad aan die op dit
moment wordt geborduurd.
Geeft de tijdsduur aan totdat
de machine stopt. Wanneer
de laatste draadklos wordt
gebruikt, verschijnt de
waarde in rood.
Indien er van draadkleur
moet worden gewisseld,
wordt hier de tijd vermeld tot
aan de wisseling.
Geeft dat deel van het
patroon weer dat zal worden
geborduurd met de kleur
draad die als eerste in het
scherm met de
draadkleurvolgorde wordt
weergegeven.
Geeft de volgorde weer van
de draadkleurwisselingen.
Tijdens het borduren ‘verrolt’
dit scherm automatisch
zodat bovenin de kleur
draad wordt weergegeven
die op dat moment wordt
gebruikt.
8
–
9
p.94
–
–Draadkleur-
Display
Toetsnaam
Kloswisse-
lingsindicator
Naaldstang-
nummer
Stekenteller
Borduurtijd
Schuifbalk
FunctiePagina
Deze rodelijnindicator geeft
aan wanneer de
draadklossen moeten
worden verwisseld. De
draadklossen moeten
worden verwisseld op het
punt tussen de twee kleuren
draad waar de indicator
wordt weergegeven.
Geeft het naaldstangnummer
aan waaraan de kleur draad
links is toegewezen.
De onderste waarde geeft het
totale aantal steken aan in
het patroon en de bovenste
waarde geeft aan hoeveel
steken er al zijn gemaakt.
De onderste waarde geeft
aan hoeveel tijd er nodig is
om het patroon te borduren
en de bovenste waarde geeft
aan hoeveel tijd er al
verstreken is.
Het
draadkleurvolgordescherm
laat de eerste zeven
draadkleuren zien. Als u de
volgorde voor de achtste en
volgende draadkleuren wilt
controleren, drukt u op
of op of op de
schuifbalk.
2
p.95
–
–
–
–
71
Page 74
2
5
9
3
8
6
4
7
0
1
Memo
Nr.
Naaldstangtoets
7
Draadkleurin-
Display
Toetsnaam
stellingen-
scherm
FunctiePagina
Druk op een toets om de
naaldstangpositie te
verplaatsen naar het
gewenste
naaldstangnummer. Doe dit
wanneer de naald wordt
ingeregen met behulp van
het automatische
naaldinrijgmechanisme.
Geeft de kleur en de
kleurnaam (nummer) weer
van de draad op de
naaldstang die wordt
aangegeven op de toets.
Voorzie de machine van
draden zoals aangegeven.
–
p.48
Nr.
1
2
3
4
5
6
72
Display
Toetsnaam
Voortgangsbalk
Onderbrekingstoets
Kloswisseltoets
(Niet
beschikbaar in
de modus
“Handmatige
kleurvolgorde”)
Toets
ononderbroken
borduren/
monochroom
Terug-toets
Ontgrendelingstoets
FunctiePagina
De voortgang van het
borduren wordt aangegeven
door de rode markering in de
indicator. Druk op om
(op de indicator) alleen de
draadkleur weer te geven die
wordt geborduurd.
Druk tijdens het borduren op
deze toets om de machine te
laten stoppen voordat deze
met de volgende kleur
begint.
Verandert de
naaldstanginstellingen vanaf
het scherm zonder de
draadklossen op de machine
te veranderen.
Druk hierop om het patroon
in dezelfde kleur te
borduren, ongeacht
opgegeven kleurwisselingen.
Het hele
draadkleurvolgordescherm
verschijnt in dezelfde kleur.
De voortgangsbalk 1 en het
draadkleurinstellingenscherm
7
laten de originele kleuren
zien.
Druk op deze toets om te
stoppen met borduren en
terug te keren naar het
borduurinstellingenscherm.
Ontgrendelt de machine
zodat deze binnen 10
seconden kan beginnen met
borduren. Wanneer u op
deze toets drukt, gaat de
“Start/Stop”-toets groen
knipperen.
–
p.117
p.93
p.119
–
p.57
8
snelheidstoets
Maximale-
Geeft de maximale
borduursnelheid aan.
Beweegt de naald voor- en
achteruit door het stiksel.
Gebruik deze toets in de
volgende situaties:
• Als de draad breekt of
opraakt tijdens het
9
achteruitstiktoets
Voor- en
borduren,
• Als u opnieuw wilt
borduren vanaf het
begin,
• Als u wilt doorgaan met
borduren nadat de
machine was uitgezet
0
naaldstangin-
stellingentoets
Tijdelijke-
Maakt het mogelijk de
naaldstanginstellingen
handmatig op te geven.
• De nummers van de kleuren draad in het
scherm met de draadkleurvolgorde en het
draadkleurinstellingenscherm kunnen
worden gewijzigd, bijvoorbeeld in de
kleurnaam of het nummer van draden van
andere merken. (Zie “De
draadkleurgegevens wijzigen” op
pagina 182.)
p.116
p.97
p.119
Page 75
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
Vraag en antwoord
Technische termen:
■ DST
Dit is de extensie van Tajima-gegevensbestanden
(*.dst) die worden gebruikt voor de
gegevensindeling van borduurpatronen. Tajimagegevens bevatten geen kleurinformatie. De
borduurmachine kent dus automatisch kleuren toe
wanneer u een Tajima (.dst) bestand laadt. (Zie
pagina 200.)
■ Naaldnummer
De naalden worden van rechts naar links
genummerd. De meest rechtse naald heeft
naaldnummer 1. (Zie pagina 7.)
■ Naald in de “borduurpositie”
Dit is de naald die zich boven het naaldgat in de
naaldplaat bevindt. De naaldstanghouder wordt
verplaatst om de naald met de volgende draadkleur
naar de “borduurpositie” te brengen.
Wanneer u de naaldinrijger gebruikt, wordt de in te
rijgen naald verplaatst naar de “borduurpositie”.
(Zie pagina 55 en pagina 56.)
Patronen:
De volgende patronen kunnen met de machine
worden geborduurd.
- Gebruik een USB-medium of SD-kaart om
borduurgegevens van het type *.pen, *.pes, *.phc
of *.dst over te zetten naar de machine.
Gegevens kunnen ook via een USB-kabel van de
pc naar de machine worden overgebracht.
- Optionele borduurkaarten
- Borduurgegevens die zijn gecreëerd met
digitalisatiesoftware
- De patronen die door de machine zijn opgeslagen
op een USB-medium of SD-kaart
Borduren:
■ De borduurkleuren aanpassen
- Gebruik de draadkleurfunctie door ofwel 64 of
300 kleuren te selecteren, of door het eigen
kleurenpalet in te stellen op het
patroonbewerkingsscherm. Zie pagina 167 en
pagina 169 voor meer bijzonderheden.
- Gebruik de functie Handmatige kleurvolgorde in
het borduurinstellingenscherm.
Zie pagina 108 voor meer bijzonderheden.
- Gebruik de functie Tijdelijke
naaldstanginstellingen door te drukken op de toets
in het “Borduren”-scherm. Zie pagina 119 voor
meer informatie.
2
1 Naald
2 Naaldgat in de naaldplaat
■ Draadwisser
Dit is het mechanisme dat de draad opneemt. De
draadwisser neemt de draad op wanneer de
naaldinrijger wordt gebruikt.
De draadwisser trekt tevens de draad uit het
materiaal wanneer de draad wordt afgeknipt. Dit
zorgt ervoor dat u de draden na het borduren niet
meer hoeft af te knippen. (Zie pagina 55.)
■ Patroon hervatten dat nog niet
gereed was toen u de machine de
laatste keer uitschakelde.
- De machine onthoudt het patroon en de positie,
ook als de stroom was uitgeschakeld. De machine
kan het patroon afmaken nadat de machine weer
is aangezet. (Zie “Verdergaan met borduren nadat
de machine is uitgezet” op pagina 101.)
73
Page 76
■ Een onterechte draadbreukmelding
Opmerking
- Controleer of de bovendraad zich onder de
bovendraadgeleiderplaten bevindt. (Zie
pagina 50.)
- Controleer of de bovendraad rond de
draadspanningsschijf is geleid. (Zie pagina 52.)
- Controleer of zich stof of pluis heeft opgehoopt in
de draadspanningsschijf en verwijder dit. (Zie “De
draadpaden van de bovendraden reinigen” op
pagina 213.)
1 Bovendraadgeleiders
2 Draadspanningsschijf
■ De draadspanning is plotseling
veranderd
- De draad zit vast rond de ruwe rand van
bovendraadklos.
- De bovendraad zit vast onder de draadklos.
- Stof of pluis van de draad zit onder de
spanningsveer van de spoel.
- Controleer of zich stof of pluis heeft opgehoopt in
de draadspanningsschijf en verwijder dit. (Zie “De
draadpaden van de bovendraden reinigen” op
pagina 213.)
Nuttige externe
verbindingsfuncties
U hebt de beschikking over allerlei patronen, als u
de USB-poort en de SD-kaartsleuf van de machine
gebruikt.
1 SD-kaartsleuf
2 USB-poorten voor media (USB 2.0)
3 USB-poort van computer
• Sluit niets anders dan een USB-medium
aan op de USB-mediumpoort. Anders
beschadigt u mogelijk het USBmediumstation.
■ Werken met SD-kaarten
Wanneer u SD-kaarten wilt gebruiken om
patroongegevens te importeren en exporteren,
plaatst u de kaart in de SD-kaartsleuf.
■ Het borduurraam raakt los van de
borduurarm.
Zorg dat de afstelpennen zijn geplaatst in de
inkepingen en gaten van het borduurraam. (Zie
pagina 45.)
Ten behoeve van de juiste registratie van het
borduurpatroon zet u de machine uit en weer aan.
Zo kan de borduurarm de registratiepunten opnieuw
instellen.
■ Kan het borduurraam niet losmaken
van de machine
Druk op en op om de borduurarm te
verplaatsen. Dan kunt u het borduurraam losmaken.
(Zie pagina 81.)
■ Het huidige ontwerp annuleren
opnieuw beginnen
Selecteer de Home-toets rechts boven in het scherm.
Het patroon en alle gegevens worden verwijderd.
(Zie pagina 36.)
1 SD-kaartsleuf
2 SD-kaart
74
Page 77
■ Werken met USB-media
Opmerking
Memo
Opmerking
Opmerking
Wanneer u patronen wilt verzenden of lezen met een
USB-medium, sluit u dit apparaat aan op de USB-poort.
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
• De connectoren van de USB-kabel kunnen
slechts in één richting in de poort worden
gestoken. Als u de connector niet
gemakkelijk kunt aansluiten, moet u geen
kracht gebruiken. Controleer of de
connector niet andersom moet worden
ingebracht.
• Raadpleeg voor meer informatie over de
locatie van de USB-poort op de computer
(of de USB-hub) de handleiding van het
betreffende apparaat.
2
1 USB-poorten
2 USB-medium
• De verwerkingssnelheid kan variëren naar
gelang de hoeveelheid gegevens.
• Sluit niets anders dan een USB-medium
aan op de USB-mediumpoort. Anders
beschadigt u mogelijk het USBmediumstation.
• USB-media worden veel gebruikt, maar
sommige USB-media zijn mogelijk niet
bruikbaar bij deze machine. Ga naar onze
website ( http://s.brother/cpbac ) voor meer
bijzonderheden.
• Naar gelang het USB-medium dat u
gebruikt, sluit u het USB-apparaat direct
aan op de USB-poort van de machine of
sluit u de USB-lees-schrijfeenheid aan op
de USB-poort van de machine.
■
De machine aansluiten op de computer
Met de meegeleverde USB-kabel kunt u de
naaimachine aansluiten op uw computer.
■ Gebruik van een USB-muis
Wanneer u een USB-muis op de naaimachine
aansluit, kunt u hiermee allerlei handelingen
uitvoeren op de schermen.
Sluit een USB-muis aan op de USB-poort die is
aangegeven met . U kunt ook een USB-muis
aansluiten op de andere USB-poort.
1 USB-poort gemarkeerd met
2 USB-muis
• Voer geen handelingen uit met de muis
terwijl uw het scherm aanraakt met uw
vinger of de bijgesloten aanraakstift.
• U kunt een USB-muis op elk moment
aansluiten of loskoppelen.
• U kunt alleen de linkermuisknop en het wiel
gebruiken om bewerkingen uit te voeren.
Andere muisknoppen kunt u niet gebruiken.
• De muisaanwijzer wordt niet weergegeven
in de schermbeveiliging.
1 USB-poort van computer
2 USB-kabelaansluiting
75
Page 78
Bedienen van de USB-muis
Memo
1
Memo
■ Een toets aanklikken
Wanneer de muis is aangesloten, verschijnt de
aanwijzer op het scherm. Verplaats de muis zodat
de aanwijzer zich boven de gewenste toets bevindt
en klik op de linkermuisknop.
• Dubbelklikken heeft geen effect.
1 Aanwijzer
■ Van pagina veranderen
Draai het muiswiel om de tabs van de
patroonkeuzeschermen te doorlopen.
• Als paginanummers en een verticale
schuifbalk voor extra pagina’s zijn
weergegeven, draai dan het muiswiel of klik
met de linkermuisknop terwijl de aanwijzer
op / staat om de vorige of volgende
pagina weer te geven.
76
Page 79
BEKNOPTE BORDUURHANDLEIDING
■ De afmeting wijzigen
Zie “De afmeting van een patroon wijzigen
(Normale modus voor vergroten/verkleinen)” op
pagina 150.
Druk op .
a
Wijzig de grootte van het patroon.
b
• Draai het muiswiel van u af om het patroon op
dezelfde manier te verkleinen als wanneer u op
drukt.
• Draai het muiswiel naar u toe om het patroon op
dezelfde manier te vergroten als wanneer u op
drukt.
■ Het patroon draaien
Zie “De richtingshoek veranderen” op pagina 91 en
“Een patroon draaien” op pagina 152.
Druk op .
a
Draai het patroon.
b
• Draai het muiswiel van u af om het patroon op
dezelfde manier 10 graden naar links te draaien als
wanneer u op drukt.
• Draai het muiswiel naar u toe het patroon op dezelfde
manier 10 graden naar rechts te draaien als wanneer
u op drukt.
2
77
Page 80
78
Page 81
Hoofdstuk
VOORZICHTIG
Opmerking
In dit hoofdstuk worden andere handelingen beschreven dan die in hoofdstuk 2 zijn behandeld, zoals het
borduren van een patroon met zeven of meer kleuren, het vervangen van een naald of het verwisselen
van draadklossen.
De naald verwisselen
Als de naald is verbogen of de punt van de naald is
afgebroken, moet u de naald vervangen. Gebruik
de meegeleverde inbussleutel om de naald te
vervangen door een naald die geschikt is voor deze
machine en die is gecontroleerd met de test
beschreven in “De naald controleren” op
pagina 30.
3
ANDERE BASISPROCEDURES
• Oefen niet te veel kracht uit bij het los- of vastdraaien
van de naaldstelschroef; hierdoor zou de machine
beschadigd kunnen raken.
De naald vervangen
Zet de borduurmachine uit.
a
• Zet de machine uit voordat u de naald
vervangt, anders kan er letsel ontstaan als de
machine begint te werken.
Draai de naaldstelschroef los en verwijder
b
de naald.
Houd de naald met uw linkerhand omlaag, houd de
inbussleutel in uw rechterhand en draai de
naaldstelschroef tegen de klok in vast.
Plaats de naald (met de vlakke kant naar
c
achteren) helemaal naar boven totdat deze
de naaldstangstopper raakt.
Haal de naald door het gat in de persvoet en gebruik
vervolgens de naaldwisselhulp om de naald op te
tillen.
1 Naaldstangstopper
2 Naald
3 Vlakke kant van de naald
4 Naaldwisselhulp
• Gebruik de meegeleverde inbussleutel,
anders kan het gebeuren dat u te veel
kracht uitoefent op de naald, zodat deze
breekt.
79
Page 82
Houd de naaldwisselhulp vast en druk het uiteinde
VOORZICHTIG
VOORZICHTIG
van de naaldwisselhulp 1 in om de
naaldbevestigingsklem 2 uit te trekken. Bevestig de
klem aan de naald en laat vervolgens het ingedrukte
vlak los om de naald vast te klemmen. Druk opnieuw
op 1 om de naald los te laten.
1 Uiteinde van de naaldwisselhulp
2 Naaldbevestigingsklem
Houd de naald op zijn plaats met uw
d
linkerhand en draai de naaldstelschroef
aan.
Gebruik de inbussleutel om de naaldstelschroef met
de klok mee te draaien.
De borduurramen
gebruiken
Er zijn diverse borduurramen beschikbaar voor
deze machine. Bepaal aan de hand van het project
welk borduurraam het best passend is.
Naast de vier meegeleverde borduurramen kunt u
met deze machine ook een aantal andere
borduurramen gebruiken. (Zie “Optionele
accessoires” op pagina 21.)
• Gebruik alleen een borduurraam met de
afmeting die in het scherm wordt aangegeven,
anders kan het borduurraam de persvoet
raken, wat letsel kan veroorzaken.
Borduurraamhouders
• Breng de naald in tot aan de naaldstangstopper
en draai de naaldstelschroef goed vast met de
inbussleutel. Anders kan de naald breken of
kan de machine beschadigd raken.
• Als de naald niet volledig is ingebracht, gaat
het draadhaakje van het automatische
naaldinrijgmechanisme niet door het oog van
de naald tijdens het automatisch inrijgen. Het
draadhaakje kan dan verbuigen of de naald
kan mogelijk niet worden ingeregen.
• Als het draadhaakje van het automatische
inrijgmechanisme verbogen of beschadigd is,
neemt u contact op met een erkende Brotherdealer.
Er zijn twee soorten borduurraamhouders
(borduurraamhouder A en borduurraamhouder B)
inbegrepen bij deze machine.
Bij de vier meegeleverde borduurraamhouders
gebruikt u Borduurraamhouder A. Bij de optionele
borduurraamhouders gebruikt u
Borduurraamhouder B. En als u de optionele set
ronde ramen, klemramen of compacte ramen
koopt, is de gespecificeerde borduurraamhouder
C, D of E daarbij inbegrepen. Zie “Typen
borduurramen/borduurraamhouders en waarvoor
ze worden gebruikt” op pagina 82 voor meer
informatie over de borduurramen die u kunt
installeren in de diverse borduurraamhouders.
80
Page 83
1 Borduurraamhouder A
2 Witte hoekjes
3 Borduurraamhouder B
4 Lichtgrijze hoekjes
5 Magneet
6 Borduurraamhouder C (optioneel)
7 Donkergrijze hoekjes
8 Borduurraamhouder D (optioneel)
9 Borduurraamhouder E (optioneel)
ANDERE BASISPROCEDURES
3
Als het moeilijk is om het
borduurraam te verwisselen
Naar gelang de positie van de naaldstangen kan
het moeilijk zijn om het borduurraam te
verwisselen. Volg in dat geval onderstaande
procedure om het borduurraam te verplaatsen.
Druk op .
a
→ Het naaldstangverplaatsingsscherm verschijnt.
Druk op .
b
→ De borduurarm gaat automatisch naar een stand
waarbij u het borduurraam gemakkelijk kunt
verwisselen.
• Druk op om het
naaldstangverplaatsingsscherm te sluiten en de
borduurarm in de vorige stand te zetten.
81
Page 84
Typen borduurramen/borduurraamhouders en waarvoor ze worden
gebruikt
Borduurtype
Extra groot borduurraam200 mm (L) × 300 mm (B)
(7-7/8 inch (L) × 11-3/4 inch (B))
Te gebruiken bij het borduren van aaneengesloten tekens of
patronen, gecombineerde patronen of grote borduurpatronen.
Plat borduurraam (optioneel)200 mm (L) × 300 mm (B)
(7-7/8 inch (L) × 11-3/4 inch (B))
Te gebruiken voor het borduren van jasjes en andere dikke
kledingstukken.
Groot borduurraam130 mm (L) × 180 mm (B)
(5-1/8 inch (L) × 7-1/8 inch (B))
Te gebruiken bij borduurpatronen kleiner dan 130 mm (L) × 180 mm
(B) (5-1/8 inch (L) × 7-1/8 inch (B))
Borduurraamhouder A
Middelgroot borduurraam100 mm (L) × 100 mm (B)
(4 inch (L) × 4 inch (B))
Te gebruiken bij middelgrote borduurpatronen.
Klein borduurraam40 mm (L) × 60 mm (B)
(1-1/2 inch (L) × 2-3/8 inch (B))
Te gebruiken bij het borduren van kleine borduurpatronen, zoals
initialen of kleine symbolen.
Quiltraam (optioneel)200 mm (L) × 200 mm (B)
(7-7/8 inch (L) × 7-7/8 inch (B))
Te gebruiken om quilts en patches te borduren.
Borduurgebied
Gebruik
Zie
(Zie “De stof in het
borduurraam spannen”
op pagina 85.)
Raadpleeg de
dichtstbijzijnde erkende
Brother-dealer.
(Zie “De stof in het
borduurraam spannen”
op pagina 85.)
(Zie “6. De stof in het
borduurraam spannen”
op pagina 42.)
Raadpleeg de
dichtstbijzijnde erkende
Brother-dealer.
Randborduurraam (optioneel) 100 mm (L) × 300 mm (B)
(4 inch (L) × 11-3/4 inch (B))
Te gebruiken om een langere reeks borduurpatronen of tekst,
aansluitend, te borduren.
Borduur-
raamhouder B
Mouwen borduurframe
(optioneel)
Rond borduurraam
(optioneel)
∅=diameter
Borduur-
(optioneel)
raamhouder C
200 mm (L) × 70 mm (B)
(7-7/8 inch (L) × 2-3/4 inch (B))
Te gebruiken om tubulaire kledingstukken, zoals hemdsmouwen en
broekpijpen, te borduren.
∅100 mm (4 inch)
∅130 mm (5 inch)
∅160 mm (6 inch)
Te gebruiken om borduurpatronen op kleinere werkstukken te
borduren. Kies het borduurraam dat het beste past bij de afmeting
van het borduurpatroon.
Raadpleeg de
dichtstbijzijnde erkende
Brother-dealer.
82
Page 85
ANDERE BASISPROCEDURES
Opmerking
Borduurtype
Klemraam S (optioneel)24 mm (L) × 45 mm (B)
Borduur-
(optioneel)
raamhouder D
Klemraam M (optioneel)100 mm (B) × 100 mm (L)
Compact borduurraam (optioneel)
Borduur-
(optioneel)
Magnetisch borduurraam
raamhouder E
(optioneel)
(7/8 inch (L) × 1-3/4 inch (B))
Te gebruiken voor het borduren van artikelen die niet in een
traditioneel borduurraam passen, zoals schoenen, handschoenen,
binnenzakken etc.
(4 inch (L) × 4 inch (B))
Te gebruiken voor artikelen met een speciale vorm, zoals smalle
tassen, laptop en tablet-hoezen etc. Ook ideaal voor snel borduren
van artikelen, waarbij het borduurraam in de machine blijft zitten en
alleen het te borduren artikel wordt vastgeklemd.
70: 41 mm (L) × 70 mm (B)
(1-5/8 inch (L) × 2-3/4 inch (B))
50: 50 mm (L) × 50 mm (B)
(2 inch (L) × 2 inch (B))
44: 38 mm (L) × 44 mm (B)
(1-1/2 inch (L) × 1-3/4 inch (B))
Verticaal: 33 mm (L) × 75 mm (B)
(1-5/16 inch (L) × 2-15/16 inch (B))
Te gebruiken om logo's of kleinere borduurpatronen te borduren op kleine
en moeilijk bereikbare artikelen; zoals broekzakken en babykleding.
50 mm (L) × 50 mm (B)
(2 inch (L) × 2 inch (B))
Voorkom hiermee dat het borduurraam sporen achterlaat in de stof.
Borduurgebied
Gebruik
Zie
Raadpleeg de dichtstbijzijnde
erkende Brother-dealer.
3
Raadpleeg de dichtstbijzijnde
erkende Brother-dealer.
Geavanceerd petraam 2 (optioneel)60 mm (L) × 130 mm (B)
Geavanceerd petraam50 mm (L) × 130 mm (B)
Cilinderframe (optioneel)80 mm (L) × 90 mm (B)
(2-3/8 inch (L) × 5-1/8 inch (B))
Te gebruiken bij het borduren van petten.
Te gebruiken bij het borduren van honkbalpetten, golfpetten,
zonnepetten en dergelijke.
Dit frame kan niet worden gebruikt voor petten met een voorkant van
60 mm (2-3/8
Het frame kan ook niet worden gebruikt voor petten met een klep
groter dan 80 mm (3-1/8 inch).
(2 inch (L) × 5-1/8 inch (B))
Te gebruiken bij het borduren van petten.
Te gebruiken bij het borduren van honkbalpetten, golfpetten,
zonnepetten en dergelijke.
Dit frame kan niet worden gebruikt voor petten met een voorkant
van 50 mm (2 inch) of minder, zoals zonnekleppen en kinderpetten.
Het frame kan ook niet worden gebruikt voor petten met een klep
groter dan 80 mm (3-1/8 inch).
(3 inch (L) × 3-1/2 inch (B))
Te gebruiken bij het borduren van cilindrische en geronde stof,
zoals hemdsmouwen en cols.
inch
) of minder, zoals zonnekleppen en kinderpetten.
Raadpleeg de dichtstbijzijnde
erkende Brother-dealer.
Raadpleeg de dichtstbijzijnde
erkende Brother-dealer.
Raadpleeg de dichtstbijzijnde
erkende Brother-dealer.
• De borduurraamindicators geven alle borduurraamgrootten weer waarin het borduurpatroon kan
worden geborduurd. Gebruik een borduurraam met de best passende afmeting. Als een te groot
borduurraam wordt gebruikt, kan het patroon scheeftrekken of kunnen er in de stof plooien ontstaan.
•V
anwege het gewicht van het borduurraam en de stof is het raadzaam de optionele tafel te gebruiken. Zo voorkomt u dat
de borduurraamhouder buigt. Dat zou kunnen leiden tot vervorming van het ontwerp of beschadiging van de machine.
83
Page 86
Opstrijksteunstof
VOORZICHTIG
Opmerking
Memo
(onderlaag) bevestigen
aan stof
Wij raden aan opstrijksteunstof (onderlaag) te
gebruiken om te voorkomen dat patronen
scheeftrekken of steken gaan krimpen.
• Gebruik opstrijksteunstof (onderlaag) bij het
borduren op dunne stoffen of stretchstoffen,
stoffen met grof weefsel of stoffen waarbij de
steken kunnen krimpen. Als geen
opstrijksteunstof (onderlaag) wordt gebruikt,
kan de naald verbuigen of breken of kan het
patroon scheeftrekken.
Gebruik een strijkijzer om de
a
opstrijksteunstof (onderlaag) op de
achterzijde van de stof te hechten.
1 Zelfklevende zijde van de opstrijksteunstof
(onderlaag).
2 Stof (achterkant)
• Wanneer u stof borduurt die niet mag worden
gestreken of wanneer u een vlak borduurt dat moeilijk
te strijken is, spant u een laag opstrijksteunstof
(onderlaag) onder de stof in het borduurraam zonder
deze te strijken.
• Gebruik een stuk opstrijksteunstof
(onderlaag) dat groter is dan het
borduurraam. Zorg dat de opstrijksteunstof
(onderlaag) bij alle randen is vastgeklemd bij
het spannen van de stof in het
borduurraam, zodat er geen kreukels in de
stof komen.
1 Gebied van het borduurraam
2 Opstrijksteunstof (onderlaag)
• Gebruik bij het borduren van dunne stoffen
zoals organza en batist een in water
oplosbare steunstof (onderlaag). In water
oplosbare steunstoffen lossen op bij het
wassen, zodat u prachtig borduurwerk kunt
maken dat niet stug is.
• Span bij het borduren van stoffen met een
vleug, zoals handdoeken of corduroy, een
laag opstrijksteunstof (onderlaag) onder de
stof in het borduurraam zonder deze te
strijken.
• Zie “Steunstoffen, verstevigingen en
onderlagen” op pagina 202 voor informatie
over andere toepassingen van steunstof
(onderlaag).
84
Page 87
De stof in het
Memo
borduurraam spannen
De stof in het extra grote of grote
borduurraam spannen
ANDERE BASISPROCEDURES
Terwijl u de stof nog iets strakker trekt,
d
draait u de schroef stevig vast zodat de stof
strak staat.
Draai de schroef op het buitenraam los.
a
1 Schroef
Plaats de stof met de goede kant naar boven
b
op het buitenraam.
• Het buitenraam heeft geen voor- of achterzijde. Beide
zijden kunnen als voorzijde worden gebruikt.
Druk het binnenraam in het buitenraam.
c
Plaats het binnenraam eerst in de hoek met de schroef
A, vervolgens in de dichtstbijzijnde hoek B en
vervolgens in de tegenoverliggende hoek C. Plaats het
binnenraam vervolgens in de tegenoverliggende hoek
D.
• Als de stof goed is gespannen, maakt deze een
trommelgeluid als u erop tikt.
• Klem het binnen- en het buitenraam stevig tegen
elkaar, zodat de bovenranden op gelijke hoogte
liggen.
1 Buitenraam
2 Binnenraam
3 Voorkant van de stof
4 Bovenrand van het binnen- en buitenraam liggen
op gelijke hoogte
• Gebruik de meegeleverde schijfvormige
schroevendraaier en draai de schroef stevig aan.
1 Schijfvormige schroevendraaier
• U kunt het beste een plat oppervlak
gebruiken om de stof in het borduurraam te
bevestigen.
• Zie “De stof in het kleine borduurraam
spannen” op pagina 43 voor meer
informatie over het plaatsen van de stof in
kleinere borduurramen.
3
Lijn eerst het binnenraam en het buitenraam uit bij de
hoek met de schroef A. Plaats vervolgens het
binnenraam bij de hoek B, terwijl u de stof
voorzichtig in de richting van pijl B trekt zodat de stof
strak staat. Trek op dezelfde manier de stof voorzichtig
in de richting van pijl C, plaats hoek C, trek de stof
voorzichtig in de richting aangegeven door pijl D en
plaats hoek D.
• Zorg dat er geen kreukels in de stof zitten nadat deze
in het borduurraam is gespannen.
85
Page 88
Het borduursjabloon gebruiken
Gebruik de rasterlijnen op het borduursjabloon
om de stof netjes in het borduurraam te spannen,
zodat het patroon in de juiste positie wordt
geborduurd.
Teken met kleermakerskrijt het vlak waar u
a
wilt borduren op de stof af.
Plaats het borduursjabloon op het
b
binnenraam. Lijn de rasterlijnen op het
borduursjabloon uit met de markeringen
die u op de stof hebt getekend.
Druk het binnenraam in het buitenraam.
d
Verwijder het borduursjabloon.
Grote/kleine stukken stof
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u stoffen
kunt borduren die veel groter of veel kleiner zijn
dan het borduurraam.
■ Grote stukken stof of zware
kledingstukken borduren
Wanneer u grote stukken stof of zware
kledingstukken borduurt, gebruikt u een wasknijper
of een klem om de overtollige stukken stof aan het
borduurraam te bevestigen zodat deze niet
loshangen. Als er grote stukken stof van het
borduurraam afhangen, kan het borduurraam niet
goed bewegen en kan het patroon scheeftrekken.
1 Rasterlijnen
2 Binnenraam
Rek de stof voorzichtig uit zodat er geen
c
vouwen of kreukels in zitten.
• Maak overtollige stof met een wasknijper of een klem
vast aan het borduurraam.
86
Page 89
ANDERE BASISPROCEDURES
■ Kleine stukken stof borduren
Als u stukken stof wilt borduren die kleiner zijn dan
het borduurraam, gebruikt u textiellijm uit een
spuitbus om de stof te bevestigen aan steunstof
(onderlaag) die in het borduurraam is gespannen.
Als u geen lijm wilt gebruiken, rijgt u de stof aan de
steunstof (onderlaag).
1 Stof
2 Steunstof (onderlaag)
■ Hoeken borduren
Wanneer u de hoek van een stuk stof wilt borduren,
gebruikt u textiellijm uit een spuitbus om de hoek
van de stof vast te maken aan de steunstof
(onderlaag). Span vervolgens de steunstof
(onderlaag) in het borduurraam. Als u geen lijm wilt
gebruiken, rijgt u de stof aan de steunstof
(onderlaag).
■ Smalle stukken stof borduren, zoals
linten
Wanneer u smalle stukken stof wilt borduren,
gebruikt u textiellijm uit een spuitbus om de stof vast
te maken aan de steunstof (onderlaag). Span
vervolgens de steunstof (onderlaag) in het
borduurraam. Als u geen lijm wilt gebruiken, klemt
u de beide uiteinden van de stof met de steunstof
(onderlaag) in het borduurraam.
3
1 Lint
2 Steunstof (onderlaag)
1 Stof
2 Steunstof (onderlaag)
87
Page 90
Positie en beweging van
het borduurraam
Hieronder vindt u informatie over het
borduurraam tijdens het gebruik van de
borduurmachine.
■ Borduurramen die niet kunnen
worden gebruikt voor het
betreffende borduurwerk
Zoals beschreven op pagina 42, geven de
borduurraamindicators boven in het scherm aan
welke borduurramen kunnen worden gebruikt om
het geselecteerde patroon te borduren.
Borduurramen waarvan het borduurgebied kleiner is
dan het patroon kunnen niet worden gebruikt. Het
borduurraam kan ook niet worden gebruikt als het
borduurwerk kleiner is dan het borduurgebied maar
zodanig is geplaatst dat het buiten het
borduurgebied van het borduurraam valt.
De melding dat het borduurraam moet worden
verwisseld, kan zelfs worden weergegeven als er
geen borduurraam is geïnstalleerd.
De borduurmachine detecteert welk borduurraam is
geïnstalleerd aan de hand van de positie van de
linkerarm van de borduurraamhouder. De afmeting
van het borduurraam wordt dus bepaald door de
positie van de linkerarm, zelfs als het borduurraam
niet werkelijk is bevestigd. Als de
borduurraamhouder niet is bevestigd, bepaalt de
machine of het petraam (optioneel) is bevestigd.
Borduurramen waarvan het borduurgebied kleiner
is dan het patroon
Patronen die buiten het borduurgebied van het
borduurraam vallen
In deze gevallen wordt op de borduurmachine een
melding weergegeven met de waarschuwing dat het
borduurraam moet worden verwisseld.
88
Page 91
■ Verplaatsen naar de juiste positie
1
3
2
4
Als het midden van het borduurraam samenvalt met de
naaldpositie in het borduurgebied, wordt het
borduurraam correct, dat wil zeggen op de beginpositie,
geplaatst voordat met borduren wordt begonnen.
Als het borduurraam wordt vervangen, wordt het
volgende borduurraam dat wordt bevestigd niet
correct geplaatst.
Als bijvoorbeeld het extra grote borduurraam wordt
vervangen door een kleiner borduurraam, gebeurt
het volgende.
ANDERE BASISPROCEDURES
De borduurpositie wijzigen
Bij aankoop van de borduurmachine zijn zowel de
beginpositie als de eindpositie ingesteld op het
midden van het patroon. Verplaats daarom het
borduurraam en stel de borduurpositie zo af dat
het midden van het patroon samenvalt met de
naaldpositie bij de borduurpositie. Bovendien kunt
u de richting van het gehele patroon aanpassen als
de stof niet gelijkmatig in het borduurraam kan
worden gespannen, of als het patroon in een hoek
op de stof is geplaatst.
1
Correcte positie van het midden van het borduurraam
2
Naaldpositie wanneer het borduurraam is vervangen
Als de positie van het borduurraam onjuist is, wordt
het borduurraam automatisch verplaatst naar de
correcte positie nadat één van de volgende
handelingen is uitgevoerd.
• De borduurmachine wordt aangezet.
Het borduurraam wordt verplaatst.
• Het borduurinstellingenscherm wordt weergegeven.
Het borduurraam wordt niet verplaatst als de positie
correct is.
Als het patroon buiten het borduurgebied van het
borduurraam valt, wordt de melding weergegeven dat
het borduurraam moet worden vervangen. Vervang
het borduurraam of keer terug naar het
patroonbewerkingsscherm om de borduurpositie te
verplaatsen.
• Het borduurraam wordt vervangen terwijl het
borduurinstellingenscherm of het borduurscherm
wordt weergegeven. Vervolgens drukt u op de toets
voor het controleren van het borduurvlak, voor het
verplaatsen van het borduurraam of voor het
beginnen met borduren.
Het borduurraam wordt verplaatst.
Nadat het borduurraam is verplaatst naar de correcte
positie en tot stilstand is gekomen, drukt u nogmaals
op de gewenste toets.
Als het patroon buiten het borduurgebied van het
borduurraam valt nadat het borduurraam is verplaatst,
wordt de melding weergegeven dat het borduurraam
moet worden vervangen. Vervang het borduurraam of
keer terug naar het patroonbewerkingsscherm om de
afmeting van het patroon aan te passen of de
borduurpositie te wijzigen.
Druk op , of op in het
a
borduurinstellingenscherm om de snelheid
te selecteren.
1 Druk hierop om het borduurraam 0,1 mm te
verplaatsen.
2 Druk hierop om het borduurraam 0,5 mm te
verplaatsen.
3 Blijf drukken om het borduurraam te verplaatsen
op de maximale snelheid.
4 Verplaatsingstoets
Druk op , , , , , , en
b
in het borduurinstellingenscherm.
Verplaats het borduurraam zo dat de naaldpositie zich
in het midden van het vlak bevindt waar u wilt gaan
borduren.
→ Het borduurraam wordt verplaatst tegen de richting
van de pijl in.
→ Het patroon in hetzelfde patroonweergavevlak
wordt verplaatst in dezelfde richting als de pijl.
3
89
Page 92
Memo
• Als de LED-aanwijzer is ingesteld op “ON”,
Opmerking
1
2
Opmerking
geeft het de naaldpositie weer.
■ De borduurpositie zoeken
Door de naaldstang te vergrendelen (waarbij de
naald en de persvoet naar beneden staan en zijn
vastgezet), kan de naaldpositie eenvoudig worden
gecontroleerd.
• Of de LED-aanwijzer beschikbaar is, is
afhankelijk van het bevestigde type
borduurraam.
• Bij stof met een erg ongelijk of pluizig
oppervlak is de positie van de LEDaanwijzer mogelijk niet juist uitgelijnd. In een
dergelijk geval moet u de indicatie van de
LED-aanwijzer alleen ter referentie
gebruiken.
1 Geeft de verticale verplaatsingsafstand vanaf het
midden aan
2 Geeft de horizontale verplaatsingsafstand vanaf
het midden aan
• Druk op om het borduurraam
weer in de oorspronkelijke positie te plaatsen (waarbij
het midden van het patroon samenvalt met de
naaldpositie bij de borduurpositie).
Plaats de inbussleutel in het gat in de
a
naaldklem om de naaldstang langzaam naar
beneden te laten komen totdat deze stopt
en in de vergrendelpositie klikt.
• Zorg dat de naald niet beneden de
vergrendelpositie en op de stof komt.
→ De naald en de persvoet worden in de
benedenstand vergrendeld.
Druk op de pijltoetsen in het
b
borduurinstellingenscherm en verplaats het
borduurraam zodat de naaldpositie zich in
het midden van het gebied bevindt waar u
wilt borduren.
• Met een USB-muis, uw vinger of de aanraakstift sleept
u het patroon naar een andere plek.
U kunt het patroon ook verplaatsen door het te slepen.
Als een USB-muis is aangesloten, verplaatst u de muis
zodat de aanwijzer op het gewenste patroon staat.
Vervolgens sleept u het patroon terwijl u de linker
muisknop ingedrukt houdt. U kunt het patroon ook
slepen door het direct op het scherm te selecteren met
uw vinger of de touch-pen.
90
• Bij het opgeven van het beginpunt van het
borduurwerk, stelt u de naaldpositie af op het punt
dat wordt aangegeven als het begin van het
borduurwerk. (Zie pagina 113 voor informatie over
het instellen van het begin- en eindpunt.)
Page 93
■ De naaldstang ontgrendelen
Geef het borduurscherm weer en druk op
a
de toets voor een andere naaldstang dan
degene die is vergrendeld.
ANDERE BASISPROCEDURES
Voorbeeld: Oorspronkelijke hoek
Draait 90 graden naar rechts
Draait 10 graden naar rechts
Draait 1 graad naar rechts
→ De naaldstang is ontgrendeld, en keert terug naar de
oorspronkelijke stand.
De richtingshoek veranderen
Afhankelijk van het werkstuk waarop wordt
geborduurd, kan het zijn dat de stof niet in de
juiste richting in het borduurraam kan worden
geplaatst. Pas in dat geval de hoek aan waarin het
patroon wordt geborduurd, zodat het correct op
de stof wordt geplaatst.
Druk op .
a
Draait 0,1 graad naar rechts
Draait 90 graden naar links
Draait 10 graden naar links
Draait 1 graad naar links
Draait 0,1 graad naar links
Verplaatst het patroon in de richting van de pijl
op de toets.
Verplaatst het borduurraam 0,1 mm.
Verplaatst het borduurraam 0,5 mm.
Verplaatst het borduurraam op maximale snelheid wanneer u een toets ingedrukt houdt.
Druk op deze toets om terug te keren naar de oorspronkelijke richtingshoek.
3
Het volgende scherm verschijnt.
Druk op deze toets om dit scherm te sluiten.
91
Page 94
Druk op deze toetsen om het patroon in de
1
Memo
b
gewenste richtingshoek te zetten.
Telkens als u op een toets drukt, wordt het patroon
gedraaid.
1 Geeft de richtingshoek van het patroon weer
nadat op een toets is gedrukt om deze te wijzigen.
U kunt het patroon ook roteren door een rood punt
rond het patroon te slepen.
• Als u het patroon in de oorspronkelijke richtingshoek
wilt terugzetten, druk u op .
• Bij deze handeling kunnen fijnafstellingen
aan de hoek worden gemaakt. Dit is met
name handig wanneer u bijvoorbeeld tassen
of cilindervormige artikelen borduurt die
maar beperkt in het borduurraam kunnen
worden gespannen.
Voorbeeld: Wanneer u een kussensloop
borduurt
Roteer het patroon 90 graden naar links
alvorens te borduren.
Voorbeeld: Wanneer u een T-shirt borduurt
Roteer het patroon 180 graden. Steek het
machinebodemstuk door de taille van het
T-shirt, niet door de hals, en bevestig het
borduurraam aan de machine. Zo voorkomt
u dat de hals van het T-shirt uitrekt wanneer
het borduurraam zich verplaatst.
Druk, indien nodig, op de pijltoetsen om de
c
positie van het patroon te wijzigen.
Zie pagina 89 voor meer informatie.
Druk zo nodig op en vervolgens op
d
om het te borduren gebied te
controleren.
Zie pagina 47 voor meer informatie.
Nadat u de gewenste wijzigingen hebt
e
doorgevoerd, drukt u op .
Het borduurinstellingenscherm wordt opnieuw
weergegeven.
92
Page 95
Draadkleuren verwisselen
Memo
Memo
Opmerking
op het scherm
Als een draadkleur op de klossenstandaard
verschilt van de draadkleur van de naaldpositie op
het scherm kunt u de draadkleuren op het scherm
verwisselen, zodat deze overeenkomen met de
draadkleurpositie op de klossenstandaard.
• Deze functie is niet beschikbaar wanneer
“Handmatige kleurvolgorde” is ingesteld op
“ON” in het instellingenscherm.
Druk op in het borduurscherm.
a
ANDERE BASISPROCEDURES
Druk op om de twee draadkleuren te
d
verwisselen.
Nadat u de gewenste wijzigingen hebt
e
doorgevoerd, drukt u op .
■
De draadkleurinstellingen van alle
eerder genaaide ontwerpen annuleren
• De kleurinstellingen worden volledig
geannuleerd, ook al bevindt de machine
zich midden in een borduurproject.
3
→ Het kloskeuzescherm wordt weergegeven.
Druk op het nummer van de eerste
b
naaldstang die moet worden verwisseld.
• Als u de selectie wilt annuleren, drukt u opnieuw op
hetzelfde naaldnummer.
Druk op het nummer van de andere naaldstang
c
die moet worden verwisseld. De twee
naaldnummers zijn nu verbonden door een pijl.
• Als u de selectie wilt annuleren, drukt u opnieuw op
hetzelfde naaldnummer.
Druk op .
a
→ De draadkleurinstelling wordt geannuleerd.
Druk op .
b
→ Draadkleuren worden opnieuw toegewezen door de
machine, ongeacht de vorige klosinstelling.
• Met deze functies worden niet de
ankerinstellingen geannuleerd van de
naalden waaraan een draadkleur is
toegewezen (zie “Gereserveerde naaldstang
en naaisnelheidinstellingen” op pagina 120).
93
Page 96
Een patroon borduren
Memo
1
met zeven of meer
kleuren
Wanneer het patroon dat u borduurt, zeven of
meer kleuren bevat, moet u de draadklossen
verwisselen. Tijdens het verwisselen van de
draadklossen worden hiertoe instructies
weergegeven terwijl de machine automatisch
stopt.
• Deze functie is niet beschikbaar wanneer
“Handmatige kleurvolgorde” is ingesteld op
“ON” in het instellingenscherm.
■ Kleuren draad toewijzen aan
naaldstangen
Kleuren draad worden automatisch toegewezen aan
de naaldstangen 1 tot en met 6, te beginnen met de
kleuren draad die het eerst worden geborduurd. (Als
echter een nieuw patroon kleuren bevat die
hetzelfde zijn als bij het vorige patroon, worden de
kleuren draad toegewezen aan dezelfde naaldstang,
onafhankelijk van de borduurvolgorde.)
Bij een patroon met zes kleuren draad en tien
draadkleurwisselingen worden de kleuren
bijvoorbeeld als volgt toegewezen.
1Naaldstang 1
2Naaldstang 2
3Naaldstang 3
4Naaldstang 4
6Naaldstang 6
6
4
1
2
5Naaldstang 5
2
1
3
6
2
Naaldstang 2
Naaldstang 10
Naaldstang 2
Aangezien de kleuren draad op de naaldstangen 1,
3 en 6 opnieuw worden gebruikt nadat de
draadklossen zijn verwisseld, worden zij niet
vervangen. Andere kleuren worden echter
toegewezen aan de andere naaldstangen.
Controleren of draadklossen
moeten worden verwisseld
Wanneer u een patroon selecteert, kunt u het
aantal draadwisselingen bekijken. De kleuren
draad die in het patroon worden gebruikt, kunt u
echter niet via dit scherm controleren. Of en
wanneer draadklossen moeten worden verwisseld,
kan worden gecontroleerd met de volgende
indicators.
■ Tijd totdat de machine stopt met
borduren
Deze indicator geeft de tijdsduur aan, totdat de
machine stopt met borduren. De machine stopt
wanneer een klos moet worden verwisseld, of op
grond van andere instellingen.
Als de kloswisselingsindicator verschijnt, moet er
een klos worden verwisseld. Als de tijd wordt
aangegeven in rood, wordt de laatste kleur
geborduurd voordat de machine stopt.
Bij een patroon met zeven of meer kleuren draad
wordt de informatie over de draadklos bijgewerkt
wanneer de zevende kleur draad nodig is.
Vervolgens past de machine de toewijzing van de
kleuren draad aan om het aantal
draadkloswisselingen te beperken.
Bij een patroon met zeven kleuren draad en elf
draadkleurwisselingen worden de kleuren
bijvoorbeeld als volgt toegewezen.
Naaldstang 1
Naaldstang 2
Naaldstang 3
Naaldstang 4
Naaldstang 5
Naaldstang 6
Verwissel hier de draadklossen.
94
1
2
3
4
5
6
1 Tijd totdat de machine stopt
Page 97
■ Kloswisselingsindicator ()
1
2
Memo
2
3
1
De kloswisselingsindicator in het borduurscherm
geeft aan hoe vaak de draadklossen moeten worden
verwisseld en hoeveel tijd er tussen verwisselingen
ligt.
Gebruik de schuifbalk aan de rechterkant
a
van het draadkleurvolgordescherm in het
borduurscherm.
ANDERE BASISPROCEDURES
Draadklossen verwisselen
bij ontwerpen met zeven
of meer kleuren
Dit gedeelte bevat bijzonderheden over de
melding dat de draadklossen moeten worden
verwisseld en over hoe u de draadklossen
gemakkelijk kunt verwisselen.
• Deze functie is niet beschikbaar als
“Handmatige kleurvolgorde” is ingesteld op
“ON” in het instellingenscherm.
Melding draadklossen verwisselen
3
→ Telkens wanneer u drukt op , schuift het
draadkleurvolgordescherm naar de volgende kleur.
Nadat de laatste kleur in het scherm met de
draadkleurvolgorde is bereikt, wordt de eerste kleur
geselecteerd.
• U kunt ook met de schuifbalk door de weergave
schuiven.
Controleer de positie van .
b
1 geeft aan wanneer de draadklossen
moeten worden verwisseld. De draadklossen
moeten zo vaak worden verwisseld als met deze
indicator wordt aangegeven, en wel tussen de
twee kleuren draad op het punt waar deze wordt
weergegeven.
2 Druk op om door het scherm met de
draadkleurvolgorde te schuiven. Elke keer als u op
deze toets drukt, wordt de vorige kleur
weergegeven in het scherm met de
draadkleurvolgorde. Nadat de eerste kleur in het
scherm met de draadkleurvolgorde is bereikt,
wordt de laatste kleur geselecteerd.
Wanneer de draadklos moet worden verwisseld
tijdens het borduren van een patroon dat zeven of
meer kleuren bevat, stopt de machine automatisch
met borduren en wordt de onderstaande melding
weergegeven.
Deze melding wordt ook weergegeven wanneer
de draadklossen moeten worden verwisseld
voordat u een nieuw patroon begint te borduren.
Verwissel de draadklossen aan de hand van de
nieuwe toewijzingen.
1 De draadinformatie voor de te verwisselen
draadklos wordt weergegeven de nieuwe
draadkleur en in een rood kader.
2 De draadinformatie voor draadklos die niet hoeft
te worden verwisseld, wordt weergegeven in een
grijs kader.
3 Druk op deze toets om de melding te sluiten dat
de draadklos moet worden verwisseld.
Nadat u de gewenste informatie hebt
c
gelezen, drukt u op of bovenin de
schuifbalk om terug te keren naar de eerste
kleur.
95
Page 98
Opmerking
• Druk op de naaldstangtoets om de naald
Memo
Opmerking
naar de juiste positie te verplaatsen om de
nieuwe draadkleur in te rijgen. Zie
“Geselecteerde naaldstang verplaatsen en
inrijgen” op pagina 55.
• Wanneer het borduurscherm verschijnt,
worden de naaldstanginstellingen
opgeslagen.
• Als de naaldstanginstellingen zijn
opgeslagen en het volgende patroon dat
wordt geopend draadkleuren bevat die
overeenkomen met het vorige patroon,
krijgen dezelfde naaldstangen die kleuren
uit het vorige patroon toegewezen.
• Zie “De draadkleurinstellingen van alle
eerder genaaide ontwerpen annuleren” op
pagina 93 als u alle toegewezen kleuren op
het scherm wilt wissen.
• Als u een andere kleur draad wilt gebruiken
dan is aangegeven, drukt u op de tijdelijkenaaldstanginstellingentoets en wijzigt u
vervolgens de instelling van de kleur draad.
(Zie “Instelling voor tijdelijke naaldstang” op
pagina 119 voor meer informatie.)
• U kunt het aantal draadkloswisselingen
beperken door veelgebruikte kleuren draad
specifiek toe te wijzen aan bepaalde
naaldstangen. (Zie “Gereserveerde
naaldstang en naaisnelheidinstellingen” op
pagina 120 voor meer informatie.)
Verwissel de draadklos.
b
Knoop het einde van de draad van de
c
nieuwe klos aan het einde van de draad, dat
over is van de vorige kleur.
Trek de oude draad vlak onder de
d
naaldstangdraadgeleider uit.
Draadklossen eenvoudig verwisselen
Wanneer u de draadklossen verwisselt, moet u de
bovendraad opnieuw inrijgen. U kunt de
draadklossen echter eenvoudig verwisselen
wanneer u een draadklos vervangt waarvan de
draad correct door de machine is geregen.
Snij de draad af tussen de draadklos en de
a
draadgeleider.
Blijf aan de draad trekken tot de knoop boven de
naald is. Knip de draad voor de knoop af.
Gebruik het automatische
e
naaldinrijgmechanisme om de naald van
een draad te voorzien. (Zie pagina 54.)
→ Het wisselen van de draad is voltooid.
• Trek de knoop niet door het oog van de
naald wanneer u de draad naar buiten trekt.
Als de knoop door het oog van de naald
wordt getrokken, kan de naald beschadigen.
96
Page 99
Als de draad breekt of de
Opmerking
Opmerking
1
2
3
1
2
spoeldraad tijdens het
borduren opraakt
Als de draad breekt of de onderdraad opraakt
tijdens het borduren, stopt de machine
automatisch. Aangezien sommige steken
misschien met maar één draad zijn gemaakt, gaat
u voor u verder gaat met borduren terug naar een
punt waar al steken zijn gemaakt.
ANDERE BASISPROCEDURES
Druk op en op om terug te gaan
c
door het borduurwerk tot een punt waar al
steken zijn geborduurd.
• Als de draadsensor is uitgeschakeld, stopt
de machine pas wanneer het borduren is
voltooid. Normaliter moet de draadsensor
ingeschakeld zijn. (Zie pagina 179.)
• Ga voorzichtig te werk wanneer u achteruit
of vooruit door de steken gaat, het
borduurraam beweegt namelijk mee.
Als de bovendraad breekt
Rijg de bovendraad opnieuw in. (Zie
a
pagina 50.)
Druk op .
b
1 Elke keer als u op deze toets drukt, gaat u een
steek terug.
2 Elke keer als u op deze toets drukt, gaat u tien
steken terug.
3 Druk op deze toets om terug te keren naar het
punt in het borduurwerk waar u was voor de
wijzigingen.
• Het is aan te raden om over de laatste twee
of drie steken heen te borduren zodat de
steken goed aansluiten.
Ook kunt u het specifieke punt van de
voortgangsbalk voor borduren aanraken om de
telling van het aantal steken te verplaatsen naar het
gewenste punt.
Als de naaldstang te ver is teruggegaan door het
borduurwerk, drukt u op of op om
vooruit te gaan.
3
→ Het steeknavigatiescherm wordt weergegeven.
1 Elke keer als u op deze toets drukt, gaat u een
steek naar voren.
2 Elke keer als u op deze toets drukt, gaat u tien
steken naar voren.
Druk op .
d
→ Het borduurscherm wordt opnieuw weergegeven.
Druk op en vervolgens op de “Start/
e
Stop”-toets om verder te gaan met
borduren.
97
Page 100
■ Een steeknummer opgeven
Memo
In stap c op pagina 97 drukt u op .
a
Geef met de cijfertoetsen het gewenste
b
steeknummer op en druk op .
Als de onderdraad breekt of
opraakt
Druk op en druk vervolgens op de
a
draadafknip-toets.
→ De bovendraad wordt afgeknipt.
• Als de onderdraad breekt of opraakt, knipt u ook de
bovendraad af.
→ Het borduurraam gaat naar de opgegeven steek.
Druk op om terug te keren naar het
c
vorige scherm en ga door met stap
• Druk op om het steeknummer opnieuw
in te stellen en te borduren vanaf de eerste
steek.
• Om het laatste steeknummer op te geven
selecteert u de laatste draadkleur en drukt u
op .
d.
Verwijder de steken die alleen met de
b
bovendraad zijn gemaakt.
Trek aan het afgeknipte uiteinde van de bovendraad.
• Als de steken niet mooi kunnen worden verwijderd,
knipt u de draad met een schaar af.
98
Loading...
+ hidden pages
You need points to download manuals.
1 point = 1 manual.
You can buy points or you can get point for every manual you upload.