1) Stel om beschadiging die kan leiden tot elektrische schokken of brand te voorkomen, dit toestel niet
bloot aan regen of vocht.
Plaats geen voorwerpen met water erin (bloemenvazen, bekers met drank, cosmetica e.d.) boven het
apparaat. (en ook niet op planken e.d. erboven)
Plaats geen voorwerpen met open vuur, zoals brandende kaarsen, op/boven het toestel.
2) Ter voorkoming van elektrische schokken de omkasting niet verwijderen. In het interne gedeelte zijn geen
onderdelen aanwezig die door de gebruiker zelf gerepareerd kunnen worden. Laat een reparatie over aan
deskundige technici.
3) Dit toestel is voorzien van een netsnoer met randaarde stekker. In verband met installatie/veiligheidsvoorschriften,
dient het toestel uitsluitend op een degelijk geaard stopcontact te worden aangesloten.
4) Om een elektrische schok te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de aardingspen van de netstekker stevig
is aangesloten.
OPGELET
Dit apparaat is bestemd voor gebruik in een omgeving die relatief vrij is van elektromagnetische velden.
Gebruik van dit apparaat in de nabijheid van bronnen met sterke elektromagnetische velden of op plaatsen waar
elektrische storingen de ingangssignalen kunnen overlappen, kan instabiliteit van beeld en geluid veroorzaken
of storing zoals ruis doen ontstaan.
Om mogelijke schade aan dit apparaat te voorkomen, dit niet in de buurt van bronnen met sterke elektromagnetische
velden te gebruiken.
Handelsmerken
• VGA is een handelsmerk van International Business Machines Corporation.
• Macintosh is een wettig gedeponeerd handelsmerk van Apple Inc., USA.
• SVGA, XGA, SXGA en UXGA zijn wettig gedeponeerd handelsmerken van de Video Electronics Standard
Association.
Andere ondernemingen en productnamen zijn de handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken vande
betreffende ondernemingen.
Opmerking:
Laat niet langdurig achtereen een stilstaand beeld op het scherm staan, want dat zou een permanent nabeeld
kunnen inbranden op uw plasmascherm.
Voorbeelden van stilstaande beelden zijn logo's, videospelletjes, computerbeelden, teletekst en beelden
weergegeven in de 4:3 gebruiksstand.
3
Veiligheidsmaatregelen
WAARSCHUWING
Setup
Deze plasmascherm is uitsluitend bestemd voor gebruik met de volgende als optie verkrijgbare accessoires.
Gebruik met enige andere dan als optie verkrijgbare accessoires kan instabiliteit veroorzaken, hetgeen de
kans op schade en letsel tot gevolg kan hebben.
(Alle onderstaande accessoires zijn vervaardigd door Panasonic Corporation.)
• AV aansluitkast ............................................ TY-TB10AV
... TY-42TM6Y
Vraag altijd een deskundige installateur om het toestel te installeren.
Kleine onderdelen houden het risico op verstikking in wanneer ze per ongeluk worden ingeslikt. Houd kleine onderdelen uit de
buurt van kleine kinderen. Verwijder onnodige kleine onderdelen en andere objecten, met inbegrip van het verpakkingsmateriaal en
plastic zakken/bladen om te vermijden dat kleine kinderen ermee spelen zodat een potentieel risico op verstikking ontstaat.
Plaats de plasmascherm niet op een schuin afl opende of onstabiele ondergrond.
• De kans bestaat dat de plasmascherm dan valt of kantelt.
Plaats geen voorwerpen bovenop de plasmascherm.
• Als er water gemorst wordt op de plasmascherm of als er vreemde voorwerpen in het toestel terecht komen, bestaat
de kans dat er zich een elektrische kortsluiting voordoet, het tot brand of elektrische schokken kan leiden. Neem
contact op met uw Panasonic dealer als er vreemde voorwerpen binnen in de plasmascherm zijn gekomen.
Vervoer alleen rechtop!
• Als u het toestel met het scherm omhoog of omlaag vervoert, kunnen de interne circuits beschadigd raken.
Let op dat de ventilatie niet wordt verhinderd door ventilatieopeningen met voorwerpen zoals b.v. kranten,
tafelkleden en/of gordijnen af te dekken.
Voor voldoende ventilatie;
Laat bij gebruik van een standaard (los verkrijgbare accessoire) een tussenruimte van tenminste 10 cm open aan
de boven-, linker- en rechterzijde en tenminste 15 cm aan de achterzijde. Zorg ook voor ruimte tussen de onderkant
van het scherm en de vloer. Volg bij gebruik van een andere installatiemethode de bijbehorende handleiding.
(Als de installatiehandleiding geen installatie-afmetingen voorschrijft, laat u in elk geval tenminste 10 cm
ruimte er boven, onder, links en rechts, en tenminste 15 cm ruimte aan de achterkant.)
4
Veiligheidsmaatregelen
Gebruik van de plasmascherm
De plasmascherm is bestemd voor gebruik op 220 - 240 V, 50/60 Hz wisselstroom.
De ventilatieopeningen niet afdekken.
•
Dit kan oververhitting van de plasmascherm tot gevolg hebben, hetgeen kan leiden tot brand of beschadiging van de plasmascherm.
Steek geen vreemde voorwerpen in de plasmascherm.
• Geen metalen voorwerpen of brandbare voorwerpen in de ventilatieopeningen steken of op de plasmascherm laten
vallen, daar dit brand of elektrische schokken tot gevolg kan hebben.
De omkasting niet verwijderen of deze op enigerlei wijze veranderen.
• Binnen in de plasmascherm zijn hoge spanningen aanwezig die ernstige elektrische schokken kunnen veroorzaken.
Neem voor inspectie, afstelling en reparatie altijd contact op met uw Panasonic dealer.
Zorg voor een makkelijke toegang naar de stekker van de voedingskabel.
Een apparaat met KLASSE I-constructie moet met een geaarde stekker op een geaard stopcontact worden aangesloten.
Gebruik geen ander voedingssnoer dan alleen het bij dit toestel geleverd netsnoer.
• Gebruik van een ander snoer zou brand of een elektrische schok kunnen veroorzaken.
Steek de stekker geheel in de contactdoos.
•
Als de stekker niet volledig in de contactdoos is gestoken, bestaat de kans dat er hitte wordt opgewekt waardoor brand kan
ontstaan. Als de stekker beschadigd is of de afdekplaat van het stopcontact los zit, mogen deze niet worden gebruikt.
De stekker van het netsnoer niet met natte handen vastnemen.
• Dit kan elektrische schokken tot gevolg hebben.
Wees voorzichtig het netsnoer niet te beschadigen. Bij het losnemen van het netsnoer, de stekker vasthouden
en niet de kabel.
• De kabel niet beschadigen, er geen wijzigingen in aanbrengen, er geen zware voorwerpen bovenop plaatsen, niet
verhitten, niet in de buurt van hete voorwerpen plaatsen, niet ineendraaien, overmatig buigen of er aan trekken.
Dit kan brand of elektrische schokken tot gevolg hebben. Als het netsnoer beschadigd is, dient deze door uw
Panasonic dealer gerepareerd te worden.
Als u de plasmascherm gedurende een langere tijd niet gebruikt, de stekker uit het stopcontact nemen.
Als er zich tijdens het gebruik problemen voordoen
Als er zich problemen voordoen met bijvoorbeeld beeld of geluid, als er rook of een abnormale geur uit de
plasmascherm komt, onmiddellijk de stekker uit het stopcontact nemen.
•
Als u de plasmascherm in deze status blijft gebruiken, kan dit brand of elektrische schokken tot gevolg hebben. Nadat u gecontroleerd
heeft of er geen rookontwikkeling meer aanwezig is, contact opnemen met uw Panasonic dealer zodat de nodige reparaties
uitgevoerd kunnen worden. Zelf de plasmascherm proberen te repareren is gevaarlijk en mag dus nooit gedaan worden.
Als er water of vreemde voorwerpen in de plasmascherm gevallen zijn, als de plasmascherm is komen te vallen
of als de omkasting beschadigd is, onmiddellijk de stekker uit het stopcontact nemen.
• Er kan kortsluiting ontstaan, welke brand kan veroorzaken. Neem voor alle eventueel uit te voeren reparaties
contact op met uw Panasonic dealer.
5
Veiligheidsmaatregelen
OPGELET
Gebruik van de plasmascherm
Breng uw handen, gezicht of voorwerpen niet te dicht in de buurt van de ventilatieopeningen van de
plasmascherm.
• Er komt hete lucht uit de ventilatieopeningen en de bovenzijde van de plasmascherm kan heet worden. Breng uw
handen of voorwerpen, die niet warmtebestendig zijn, niet in de buurt van deze opening, aangezien anders de
kans bestaat op brandwonden of materiaal vervorming.
Zorg er altijd voor om eerst alle kabels los te maken, alvorens de plasmascherm te verplaatsen.
• Als de plasmascherm wordt verplaatst terwijl er nog kabels aangesloten zijn, bestaat de kans dat de kabels
beschadigd worden, hetgeen brand of elektrische schokken tot gevolg kan hebben.
Verwijder bij wijze van veiligheidsmaatregel de stekker uit het stopcontact, alvorens met het reinigen te
beginnen.
• Wanneer dit niet gebeurt bestaat de kans op elektrische schokken.
Het netsnoer regelmatig reinigen om te voorkomen dat dit met stof bedekt raakt.
• Als er zich stof op de stekker van het netsnoer verzamelt, kan dat de isolatie aantasten. Dit kan brand tot gevolg
kan hebben. Neem de stekker uit het stopcontact en veeg dit met een droge doek af.
Houd batterijen niet in het vuur en haal ze niet uit elkaar.
• Batterijen mogen niet aan bovenmatige hitte zijn blootgesteld, zoals de zon, het vuur en derg.
Dit plasmascherm stuurt infraroodstralen uit en kan daarom de werking verstoren van apparatuur die werkt
op basis van infraroodstralen.
Zorg dat de infraroodsensor van uw apparatuur uit de buurt is van de directe of gerefl ecteerde lichtstralen
van uw plasmascherm.
Reiniging en onderhoud
De voorzijde van het displaypaneel is met een speciaal materiaal behandeld. Veeg de buitenzijde van het paneel
voorzichtig schoon met uitsluitend net dijgeleverde schoonmaakdoek of met een zachte, stofvrije doek.
• Als het oppervlak erg vuil is, veegt u het af met een zachte, niet-pluizende doek die bevochtigd is met schoon water
of een 100-voudig verdunde zeepoplossing, en dan veegt u het naderhand droog met een al even zachte droge
doek, totdat het oppervlak helemaal droog is.
• De buitenzijde van het paneel niet bekrassen of er met harde voorwerpen tegen stoten, aangezien de buitenzijde
daardoor beschadigd kan worden. Vermijd bovendien contact met vluchtige stoffen, zoals insectensprays,
wasbenzine en terpentijn, aangezien de kwaliteit van het materiaal oppervlak daardoor aangetast wordt.
Als de behuizing vuil geworden is, deze met een zachte, droge doek schoonvegen.
• Als de behuizing bijzonder vuil geworden is, de doek bevochtigen met water waaraan een kleine hoeveelheid
neutraal schoonmaakmiddel is toegevoegd en vervolgens de doek uitwringen. Gebruik deze doek om de behuizing
schoon te vegen en veeg deze vervolgens met een droge doek goed droog.
• Zorg er voor dat geen schoonmaakmiddel in directe aanraking komt met de plasmascherm. Als er waterdruppels
binnen in het apparaat terechtkomen, bestaat de kans op storingen en defecten.
• Vermijd contact met vluchtige stoffen, zoals insectensprays, wasbenzine en terpentijn, aangezien de materiaal
kwaliteit van de buitenzijde van de behuizing daardoor aangetast wordt. Ook kan de buitenste laag van de omkasting
daardoor gaan afschilferen. Zorg er verder voor dat de behuizing gedurende een langere tijd niet in aanraking komt
met voorwerpen die gemaakt zijn van rubber of PVC.
6
Accessoires
Bijgeleverde accessoires
Controleer dat u de hier afgebeelde accessoires en onderdelen in bezit heeft
Gebruiksaanwijzing
Cd-rom
(Gebruiksaanwijzing)
Afstandbediening
EUR7636090R
Batterijen voor de
afstandsbediening
(R6 (UM3) × 2)
Netsnoer
Bevestigingsriempje × 2
Ferrietkern × 2
Gebruik de ferrietkernen en het
ruisonderdrukkingsfi lter om te voldoen
aan de EMC-standaard (zie pagina 59).
Ruisonderdrukkingsfi lter
Klem × 1
Gebruik de klem bij
het aansluiten van
een LAN-kabel. (zie
pagina 59)
Batterijen van de afstandsbediening
De afstandsbediening werkt op twee R6-formaat batterijen.
1. Trek aan het haakje, houd het
vast en open het klepje van het
batterijcompartiment.
2. Plaats de batterijen op de juiste
manier (+ en -).
+
+
-
Oogbout
beschermkapje × 1
Afdekplaatje × 1
3. Plaats het klepje weer terug.
Oogbout × 1
(M12)
Moersleutel
Batterijen, R6 (UM3) formaat
Handige tip:
Bij veelvuldig gebruik van de afstandsbediening verdient het aanbeveling de batterijen door
alkalibatterijen te vervangen wanneer deze leeg zijn, want deze hebben een langere levensduur.
Belangrijke informatie betreffende de batterijen
Wanneer de batterijen verkeerd aangebracht zijn, kan batterijlekkage of -corrosie optreden met beschadiging van de
afstandsbediening tot gevolg. Houd bij verwijdering van batterijen rekening met het milieu.
Neem de volgende punten in acht:
1. Vervang altijd beide batterijen tegelijk. Gebruik altijd nieuwe batterijen wanneer u de oude vervangt.
2. Steek niet tegelijk een nieuwe en een oude batterij in de afstandsbediening.
3. Gebruik niet tegelijk verschillende typen batterijen (bijvoorbeeld: “zink-koolstof” met “alkaline”).
4. De batterijen nooit opladen, kortsluiten, demonteren, verhitten of verbranden.
5.
Vervang de batterijen wanneer de afstandsbediening soms uitvalt of helemaal niet meer gebruikt kan worden voor de
bediening van het plasmascherm.
6.
Houd batterijen niet in het vuur en haal ze niet uit elkaar.
Batterijen mogen niet aan bovenmatige hitte zijn blootgesteld, zoals de zon, het vuur en derg.
7
Aansluitingen
AUDIO OUT Terminalverbinding
Aansluiten van het netsnoer (zie pagina 12)
– Bevestigen van het netsnoer
R L
AUDIO OUT
Stereofonische geluidscode
audio-installatie
line-in
Sluiten
Openen
Plug de wisselstroomkabel in de displayunit.
Plug de wisselstroomkabel in tot u een klik hoort.
Maak de wisselstroomkabel vast met de klem.
Opmerking:
1.
Let op dat het netsnoer zowel aan de linker als de rechterkant stevig vast zit.
Druk
erop
totdat u
een klik
hoort.
2.
Trek
omhoog.
Houd de
knopingedrukt.
Haal de wisselstroomkabel er weer uit
Verwijder de
wisselstroomkabel
door te drukken
op de twee
knoppen.
Opmerking:
Bij het losmaken van het netsnoer
dient u absoluut altijd eerst de
stekker uit het wandstopcontact
te trekken.
– Kabelbevestigingsriempje
Zet te lange kabels met riempjes vast.
Opmerking: Bij het toestel worden twee bevestigingsriempjes geleverd. Als u voor het bevestigen van kabels
meer bevestigingsriempjes denkt nodig te hebben, kunt u die afzonderlijk kopen.
Steek het
kabelbevestigingsriempje
door de clip zoals
aangegeven in de afbeelding.
Om de kabels die met de aansluitingen zijn verbonden samen te bundelen, wikkelt
u het kabelbevestigingsriempje om de kabels en steekt dan het spitse uiteinde van
het riempje door het vergrendelblokje, zoals aangegeven in de afbeelding.
Controleer of alle kabels voldoende speling hebben zodat deze niet worden strakgetrokken
(vooral het netsnoer) en bind dan de kabels vast met het bijgeleverde kabelbindriempje.
Vastmaken:Losmaken:
Knopje indrukken
Trekken
1
SLOT1 SLOT3
Insteeksleuven
voor los
verkrijgbare
aansluitingenkaart
(afgedekt)
DVI-D IN-aansluitingen
(gelijkwaardig aan
DVI-D-aansluitingenkaart
(TY-FB11DD))
(zie pagina 11)
2
AUDIO AUDIO
DVI-D IN
SLOT2
LAN-aansluiting
(zie pagina 59)
P R /C R /R P B /C B /B
COMPONENT/RGB IN LAN
COMPONENT/
RGB INaansluitingen
(zie pagina 11)
Y/G
Vanaf EXTERNAL
monitoruitgang op
de computer
(zie pagina 9)
Opmerking: De aansluitingenkaart is in de fabriek geïnstalleerd in SLOT 2 en SLOT 3.
8
AUDIO
SERIAL PC IN
Vanaf SERIAL
uitgang op de
computer
(zie pagina 10)
Trekken
RL
AUDIO OUT
Invoer naar een
audioversterker
(zie pagina 8)
Aansluiten van de PC signaalingangen
COMPUTER
Adapter
(indien nodig)
RGB
PC kabel
Mini D-sub 15p
(pennenstekker)
Aansluitingen
(stekkerbus)
AUDIO
PC IN
Audio
Sluit een kabel aan die past
op de audiosignaaluitgang van de computer.
Stereostekker
Opmerkingen:
• Voor de typische PC-ingangssignalen die staan beschreven in de lijst met geschikte ingangssignalen (zie pagina
63), zijn de instelwaarden voor standaard beeldpositie en formaat al in dit toestel opgeslagen. U kunt tot acht PCingangssignaaltypen die niet in de lijst voorkomen hieraan toevoegen.
• Computersignalen die aangesloten kunnen worden, zijn die met een horizontale scanfrequentie van 15 tot 110 kHz
en een verticale scanfrequentie van 48 tot 120 Hz. (Signalen met meer dan 1.200 lijnen zullen niet juist worden
weergegeven.)
• De displayresolutie is maximaal 1.440 × 1.080 stippen als de aspectmodus is ingesteld op “4 : 3” en 1.920 × 1.080
stippen als de aspectmodus is ingesteld op “16 : 9”. Als de displayresolutie groter is, is het wellicht niet mogelijk de
fi jne details voldoende duidelijk weer te geven.
• De PC signaalingangen zijn DDC2B-compatibel. Als de computer die wordt aangesloten niet DDC2B-compatibel is,
dient u bij het maken van de verbinding de instellingen op de computer te wijzigen.
• Bepaalde PC modellen kunnen niet op het plasmascherm toestel aangesloten worden.
• Voor computers met een DOS/V compatibele mini D-sub 15P ingang is gebruik van een adapter niet nodig.
• De computer die in de afbeelding wordt aangegeven dient uitsluitend als voorbeeld.
• De afgebeelde aanvullende apparatuur en kabels worden niet bij dit apparaat meegeleverd.
• Stel de horizontale en verticale scanfrequenties voor PC signalen niet in op niveaus die hoger of lager zijn dan het
voorgeschreven frequentiebereik.
• Component-ingangssignalen zijn mogelijk via de pennen 1, 2 en 3 van de Mini D-sub 15-polige aansluitstekker.
• Voor gesynchroniseerde VBS ingangssignalen gebruikt u een gewone in de handel verkrijgbare aansluitstekker met 75
ohm afsluitweerstand voor het maken van de HD stekkerverbinding waar de VBS signalen moeten binnenkomen.
• Wijzig de “Component/RGB-in select” instelling in het “Setup” menu naar “Component” (bij een component-type
aansluiting) of naar “RGB” (bij een RGB signaalaansluiting). (zie pagina 48)
De seriële ingang wordt gebruikt wanneer het plasmascherm via een computer bediend wordt.
Opmerking: Als u de seriële aansluiting wilt gebruiken voor aansturing van dit apparaat, dient u “Control I/F Select”
in het menu “Network Setup” in te stellen op “RS-232C”. (zie pagina 53)
COMPUTER
RS-232C Conversiekabel
(stekkerbus)
(pennenstekker)
1 3 4 5 2
6 7 8 9
SERIAL
Pinindeling voor
SERIAL-aansluiting
Opmerkingen:
D-sub 9p
• Gebruik een rechte RS-232C kabel om uw computer aan te sluiten op het plasmascherm.
• De computer die in de afbeelding wordt getoond is uitsluitend als voorbeeld bedoeld.
• De afgebeelde aanvullende apparatuur en kabels worden niet bij dit toestel meegeleverd.
De SERIAL ingang voldoet aan de RS-232C interface
specifi catie, zodat het plasmascherm bediend kan worden
via een computer die op deze ingang wordt aangesloten.
Voor de computer is software vereist waarmee de
bedieningsgegevens verzonden en ontvangen kunnen worden en
welke voldoet aan de hieronder aangegeven voorwaarden. Gebruik
voor het samenstellen van de software een computertoepassing
zoals een programmeertaal. Zie de documentatie van de
computertoepassing voor nadere bijzonderheden.
Communicatieparameters
SignaalniveauRS-232C compatibel
SynchronisatiemethodeAsynchroon
Baud rate9600 bps
PariteitGeen
Tekenlengte8 bits
Stopbit1 bit
Stromingregeling-
Basisformaat voor bedieningsgegevens
De verzending van de bedieningsgegevens van de
computer begint achtereenvolgens met een STX
signaal, gevolgd door de opdracht, de parameters en
tenslotte een ETX signaal. Als er geen parameters zijn,
hoeft het parametersignaal niet verzonden te worden.
STXC1 C2 C3P1 P2 P3 P4:P5ETX
Start
(02h)
3-teken
opdracht
(3 bytes)
Dubbele
punt
Parameter(s)
(1 - 5 bytes)
Einde
(03h)
Opmerkingen:
•
Als meervoudige opdrachten worden verzonden, altijd
eerst wachten op de reactie van dit apparaat op de eerste
opdracht alvorens de volgende opdracht te verzenden.
• Als per ongeluk een verkeerde opdracht wordt
gestuurd, stuurt dit apparaat een “ER401” opdracht
terug naar de computer.
• SL1A, SL1B, SL2A en SL2B van het commando
IMS zijn alleen beschikbaar wanneer er een dubbele
ingangsaansluitingenkaart is aangebracht.
Signaalnamen voor de D-sub 9P aansluitstekker
Pin nr.Bijzonderheden
2
3
5
4
6
•
7
8
1
9
•
Deze signaalnamen komen overeen met die in de
computerspecifi caties.
Opdracht
OpdrachtParameterBesturingsdetails
PONGeenApparaat AAN
POFGeenApparaat UIT
AVL**Volumeniveau 00 - 63
AMT
IMSGeen
DAMGeen
Wanneer de stroom uitgeschakeld is, reageert het plasmadisplay
alleen op de PON opdracht.
• Wijzig de “Component/RGB-in select” instelling in het “Setup” menu naar “Component” (bij een component-type
signaalaansluiting) of naar “RGB” (bij een RGB signaalaansluiting). (zie pagina 48)
• De afgebeelde extra apparatuur, kabels en adapterstekkers worden niet bij de set meegeleverd.
• Hiervoor is een Sync on G-signaal nodig. (Zie pagina 52)
COMPONENT VIDEO OUT
P
R
PB
B,PR,
Y, P
OUT
Y
L
AUDIO
R
OUT
Spina adattatrice
RCA-BNC
Ministekker
(M3)
ComputerCamcorder RGB
Oppure
AUDIO
COMPONENT/RGB INLAN
PR/CR/R PB/CB/B
SLOT3
Y/G
11
In / uitschakelen
Zie de onderstaande afbeelding voor het aansluiten van het netsnoer op het plasmadisplay.
Maak de netstekker stevig met de klem aan het
plasmascherm vast. (zie pagina 8)
Aansluiten van de stekker op het stopcontact
Opmerkingen:
•
De netstekker verschilt afhankelijk van het land
van gebruik. Het is daarom mogelijk dat de rechts
hiernaast afgebeelde stekker niet hetzelfde is als
de stekker van het netsnoer van uw apparaat.
• Bij het losmaken van het netsnoer dient u absoluut
altijd eerst de stekker uit het wandstopcontact te
trekken.
Rechterzijde
oppervlak
Netspanningsschakelaar
Aan / Uit
Druk op de POWER schakelaar van het plasmascherm
om het apparaat in te schakelen.
Netspanningsindicator: Groen
Druk op de
schakelen.
Netspanningsindicator: Rood (standby)
Druk nogmaals op de toets van de afstandsbediening om het plasmascherm
weer in te schakelen.
Netspanningsindicator: Groen
Schakel het plasmascherm uit door op de schakelaar op het apparaat te
drukken, wanneer het plasmascherm aan is of in de STANDBY modus staat.
Opmerking:
Wanneer de stroombeheerfunctie (power management) is geactiveerd, zal het
lampje oranje oplichten wanneer het apparaat is uitgeschakeld.
toets van de afstandsbediening om het plasmascherm uit te
Netspanningsindicator
Afstandsbedieningssensor
12
In / uitschakelen
Wanneer u het apparaat voor het eerst inschakelt
Bij de eerste keer inschakelen verschijnt het volgende scherm. Kies de onderdelen met de afstandsbediening.
De toetsen op het toestel zelf kunnen hiervoor niet gebruikt worden.
OSD Language (taal voor de schermaanduidingen)
1
Kies een taal.
2
Stel in.
PRESENT TIME Setup (instelling juiste tijd)
OSD Language
English (UK)
Deutsch
Français
Español
ENGLISH (US)
Italiano
SetSelect
1
Selecteer “DAY” of “PRESENT TIME”.
2
Stel het onderdeel “DAY” of “PRESENT TIME” in.
1
Selecteer “Set”.
2
Stel in.
PRESENT TIME Setup
PRESENT TIME MON 99:99
Set
DAY
PRESENT TIME
PRESENT TIME Setup
PRESENT TIME MON 99:99
Set
DAY
PRESENT TIME
MON
99:99
TUE
10:00
Display orientation (oriëntering beeldscherm)
Display orientation
1
Voor een verticale installatie selecteert u “Portrait”.
2
Stel in.
Landscape
Portrait
Opmerkingen:
• Wanneer de onderdelen eenmaal zijn ingesteld, zal er voortaan bij inschakelen geen instelscherm meer
verschijnen.
• Na het instellen zijn deze onderdelen nog te wijzigen via de volgende menu’s.
OSD Language (zie pagina 41)
PRESENT TIME Setup (zie pagina 36)
Display orientation (zie pagina 42)
Vanaf de tweede keer verschijnt telkens even het onderstaande scherm (de hier getoonde instellingen zijn bij
wijze van voorbeeld).
PC
16:9
NANODRIFT
13
Kiezen van het ingangssignaal
Selecteer de ingangssignalen die aangesloten moeten worden door installatie van de los verkrijgbare
aansluitingenkaart.
Druk op deze toets om het ingangssignaal te kiezen dat moet
worden afgespeeld vanaf de apparatuur die op het plasmascherm
is aangesloten.
Bij het herhaald indrukken van de toets verandert het
ingangssignaal als volgt:
INPUT2PC
INPUT3INPUT1
Druk op de selectieknoppen voor de invoerstand INPUT “1”,
“2”, “3” of “PC” om de invoerstand te selecteren.
Deze knop wordt gebruikt om direct naar de stand INPUT te
schakelen.
Deze knoppen kunnen alleen de geïnstalleerde sleuf
weergeven.
Als u op een knop drukt waarvan de sleuf niet is geïnstalleerd,
wordt het huidige ingangssignaal automatisch weergegeven.
Wanneer er een dubbele ingangsaansluitingenkaart is
aangebracht, wordt er A of B aangegeven, afhankelijk van het
gekozen ingangssignaal. (bijv. INPUT1A, INPUT1B)
Opmerkingen:
• U kunt het signaal ook kiezen door op de toets INPUT op het apparaat
te drukken.
• De ingangsaansluiting kan niet geselecteerd worden als er geen
aansluitingenkaart in de SLOT(sleuf) is aangebracht.
• Stel in overeenkomstig de signalen van de bron die op de COMPONENT/
RGB IN aansluitingen is aangesloten. (zie pagina 48)
• Bij een scherm met twee beelden is het niet mogelijk om dezelfde
ingangsmodus voor het hoofdbeeld en het subbeeld te kiezen.
• Nabeelden (ingebrande schimmen) kunnen zichtbaar blijven als u lang
achtereen een stilstaand beeld op het scherm laat staan. De functie die
het scherm ietwat donkerder maakt wordt ingeschakeld ter bescherming
tegen ingebrande nabeelden (zie pagina 61), maar dit is niet de perfecte
oplossing voor het nabeeldprobleem.
ENTER /
+
/
VOL
-
/
MENU
INPUT
14
Basisbediening
Apparaat
Afstandsbedieningssensor
Netspanningsindicator
De netspanningsindicator licht op.
•
Netspanning-UIT
...Indicator brandt niet (Zolang het
netsnoer op een stopcontact is
aangesloten, zal het apparaat
een weinig stroom verbruiken.)
• Standby ......... Rood
Oranje (als “Slot power” is
ingesteld op “On”. Zie pagina
56)
Oranje (afhankelijk van
het type functiekaart dat is
gemonteerd, als de sleuf wordt
voorzien van voeding)
Oranje (als “Control I/F Select”
is ingesteld op “LAN”. Zie
pagina 53)
•
Apparaat-AAN
.. Groen
• DPMS (Power management)
.........................
Oranje (Met pc-ingangssignaal.
Zie pagina 40)
Rechterzijde
oppervlak
ENTER/
+ /
VOL
-
/
MENU
INPUT
Invoer- / beeldverhoudingtoets
(zie pagina 17, 21)
Volumeafstelling
Volume Omhoog “+” en Omlaag “–”
Wanneer het menuscherm wordt weergegeven:
“+”: druk hierop om de cursor naar boven te
verplaatsen
“–”: druk hierop om de cursor naar beneden
te verplaatsen (zie pagina 21)
MENU scherm AAN / UIT
Bij herhaald indrukken van de MENU toets wordt
er tussen de menuschermen omgeschakeld.
(zie pagina 21)
Normal Viewing
Picture (Beeld)
(Normale beeld)
Pos. /Size
SetupSound (Geluid)
INPUT toets
(Selectie ingangssignaal)
(zie pagina 14)
Netspannings-schakelaar Aan / Uit
15
Basisbediening
Afstandsbediening
R toets (zie pagina 21)
Druk op de R toets om terug te keren naar het vorige menuscherm.
Standby (Aan / Uit) toets
Het plasmascherm dient eerst bij het stopcontact en de
netspanningsschakelaar ingeschakeld te worden. (zie pagina 12)
Druk op ON om het plasmascherm in te schakelen vanaf de standby stand. Druk op OFF om het
plasmascherm uit te schakelen naar
de stand-by stand.
N toets
(zie pagina 25, 26, 27, 33)
POSITION toetsen
ACTION toets
Druk op deze toets om selecties en
instellingen vast te leggen.
De knop POS. /SIZE
(zie pagina 23)
PICTURE toets
(zie pagina 26)
INPUT toets
Druk hierop om achter elkaar de
INPUT1, INPUT2, INPUT3 en PC
ingang SLEUVEN te selecteren.
(zie pagina 14)
Wanneer er een dubbele
ingangsaansluitingenkaart is aangebracht,
wordt er A of B aangegeven, afhankelijk
van het gekozen ingangssignaal. (bijv.
INPUT1A, INPUT1B)
Geluidsdemping Aan / Uit
Druk op deze toets om het geluid te
dempen. Druk nogmaals op de toets om
het oorspronkelijke geluid te herstellen.
Bij het uitschakelen van het apparaat
of als de volume-instelling wordt
gewijzigd, komt de dempingsfunctie
automatisch te vervallen.
Cijfertoetsen (zie pagina 44)
ASPECT toets
Druk op deze toets voor het oproepen van
het ASPECT instelmenu. (zie pagina 17)
SURROUND toets
Bij het meermalen indrukken van de
SURROUND toets wordt de surroundfunctie
beurtelings in- en uitgeschakeld.
De surroundfunctie levert een bijzonder
realistisch geluid. U kunt volledig door
geluid omgeven worden, net alsof u zich in
een bioscoop of concertzaal bevindt.
Aan (On) Uit (Off)
Status toets
Druk op de “Status” toets om de huidige
status van het systeem op het scherm
te laten verschijnen.
1
Ingangsaanduiding
2
Aspect modus (zie pagina 17)
Bediening NANODRIFT Saver (zie
pagina 38)
3
Uit timer
De Uit timer indicator zal alleen op
het scherm verschijnen wanneer de
Uit timer is ingesteld.
4
Klokweergave (zie pagina 56)
PC
NANODRIFT
10:00
4
Off timer 90
1
4:3
2
3
SET UP toets (zie pagina 21)
SOUND toets (zie pagina 32)
Knoppen DIRECTE INVOER
Druk op de selectieknoppen voor de
invoerstand INPUT “1”, “2”, “3” of “PC” om de
invoerstand te selecteren. (zie pagina 14).
Deze knop wordt gebruikt om direct naar de
stand INPUT te schakelen.
Volumeafstelling
Druk op de Volume Omhoog “+” of Omlaag
“–” toets om het volumeniveau van het
geluid te verhogen of te verlagen.
Kanaalafstemming
Deze knop kan niet voor dit model
worden gebruikt.
OFF TIMER toets
Het plasmascherm kan worden
voorgeprogrammeerd voor het
overschakelen naar standby na een
bepaalde tijdsperiode. De instelling verandert
naar 30 minuten, 60 minuten, 90 minuten en
0 minuten (Uit timer geannuleerd), telkens
wanneer op de toets gedrukt wordt.
3060
90
0
Wanneer er drie minuten resteren, zal
“Off timer 3” gaan knipperen. Bij een
netspanningsonderbreking zal de instelling
van de Uit timer komen te vervallen.
Vergrendeling afstandsbedienings-ID
(
zie pagina
44)
Digitale Zoom (zie pagina 20)
Multischermtoetsen
(zie pagina 18)
16
Surround
On
ASPECT regeling
Met het plasmascherm kunt u het beeld op maximale grootte weergeven, inclusief het “breedbeeldbioscoopformaat”.
Opmerking:
Houd er rekening mee dat als u het scherm opstelt in een openbare gelegenheid voor commerciële doeleinden
en vervolgens de aspectmodus-instelling gebruikt om het beeld te vergroten of te verkleinen, u in overtreding
kunt kunt zijn van de wet op het auteursrecht. Het is verboden om zonder voorafgaande toestemming van
de auteursrechthouder beeldmateriaal te vertonen of aan te passen voor commerciële doeleinden.
Druk enkele keren op deze toets om de aspectopties te doorlopen:
Zie “Lijst van aspectmodi” voor meer informatie over de aspectmodi. (zie pagina 62).
Voor AV- (S Video-)ingangssignalen:
Zoom1Zoom2
14:9
16:9
Panasonic Auto
[op het apparaat]
Rechterzijde oppervlak
ENTER/
+
/
VOL
-
/
4:3
Just
Opmerking:
Bij keuze van een ingangssleuf voor aanbrengen van de BNC dual-videoaansluitingenkaart (TY-FB9BD) kunt u niet kiezen voor Panasonic Auto.
Bij herhaald indrukken van de ENTER toets verandert de instelling voor
de breedte/hoogte-verhouding als volgt.
Subbeeld naast hoofdbeeld, Subbeeld binnen hoofdbeeld
•
Overig : Omschakelen van de breedte/ hoogte-verhouding is niet mogelijk.
Zoom2
Zoom3
:
4:316:9
Opmerkingen:
• Panasonic Auto kan alleen gekozen worden bij
een video-ingangssignaal.
•
De instelling voor de breedte/hoogte-verhouding
wordt voor ieder ingangssignaal afzonderlijk (INPUT1,
INPUT2 en PC IN) in het geheugen vastgelegd.
•
Geef niet langdurig achtereen een stilstaand beeld
in de 4:3 stand op het scherm weer, want dit kan een
Panasonic Auto
permanent nabeeld inbranden op het plasmascherm.
Het beeld wordt automatisch vergroot (afhankelijk van de beeldbron), om het beeld in het maximale formaat weer te geven.
4 16
3 9
Panasonic Auto
Opmerkingen:
• De “Panasonic Auto” instelling is bedoeld voor het automatisch
instellen van de breedte/hoogte-verhouding voor de diverse
Voor letterboxbeelden (balken)
4
Voor een 4:3 beeld
Het beeld is vergroot
Verandert
overeenkomstig de
3
instelling voor de
Panasonic Auto functie
(zie pagina 50).
soorten 16:9 en 4:3 programma’s. Bij sommige 4:3 programma’s,
zoals beursgegevens, kan het beeldformaat plotseling gewijzigd
worden. Wanneer u naar dergelijke programma’s kijkt, verdient het
aanbeveling de ASPECT instelling op 4:3 te zetten.
•
Wanneer u “Picture V-Pos/V-Size” in Panasonic Auto op 16:9 instelt,
wordt deze instelling niet in het geheugen opgeslagen. Als u de modus
verlaat, gaat het beeldscherm terug naar een vorige instelling.
All Aspect-modus
Stel in het menu Options “All Aspect” in op “On” om de uitvgebreide aspectmodus in te schakelen (pagina 56). In de All Aspect-modus
verandert de aspectmodus van beelden als volgt. Zie “Lijst van aspectmodi” voor meer informatie over de aspectmodi (pagina 62)
Voor AV- (S Video-)ingangssignalen:
4:3Zoom116:9JustZoom2Zoom3Panasonic Auto14:9
Opmerking: Bij keuze van een ingangssleuf voor aanbrengen van de BNC dual-video-aansluitingenkaart (TY-FB9BD)
U kunt twee beelden weergeven, zoals een videobeeld en een computerbeeld, in gecombineerde twee-beelden weergave.
(Gebruik hiervoor de afstandsbediening. Deze functie is niet te bedienen met de toetsen op het toestel zelf.)
MULTI PIP-instelling
Stel de functies en de modus voor twee-beelden weergave in onder “MULTI PIP Setup”
in het “Setup”-menu.(zie pagina 45)
Keuze van de weergavestand
Telkens wanneer u op deze toets drukt, verandert de schermweergave.
Opmerking:
Het scherm verandert op dezelfde manier wanneer u “Display Mode” onder “MULTI PIP Setup” verandert.
Bij gebruik van “PIP”: Bij gebruik van “Advanced PIP”:
Eén beeldTwee beelden (P and P)
INPUT1
HoofdbeeldSubbeeld
Twee beelden (P out P)Twee beelden (P in P)
INPUT1
PC
PC
INPUT1
PC
Hoofdbeeld-
Eén beeld
ingangsstand
Subbeeldingangsstand
8
Advanced PIP
Subbeeld
1–
Hoofdbeeld
7
2
6
Opmerking:
De en -toetsfuncties zijn niet beschikbaar bij
gebruik van “Advanced PIP”.
(zie pagina 45)
3
4
5
Bij gebruik van “Blend PIP” (mengbeeldfunctie):
Er wordt een samengesteld beeld getoond, met het subbeeld overlappend met het hoofdbeeld. Zo kunt u bijvoorbeeld
een computerbeeld met tekstgegevens weergeven als ondertiteling bij een fi lm of stilstaande afbeelding.
Eén beeldFullP in P
18
MULTI PIP
d
Transparantiefunctie en invoegfunctie:
Er zijn twee functies beschikbaar voor de “Blend PIP”-mengbeeldweergave: de transparantiefunctie en de invoegfunctie.
Stel deze functies in met “Transparency” of “Insert” onder “MULTI PIP Setup”. (zie pagina 45).
Transparantiefunctie:
Gegevens zoals tekst worden op een transparant vlak
over het achtergrondbeeld weergegeven.
Opmerking:
Houd er rekening mee dat als u het scherm opstelt in een openbare gelegenheid voor commerciële doeleinden en vervolgens de “Blend PIP”mengbeeldfunctie gebruikt om een samengesteld beeld te tonen, u in overtreding kunt kunt zijn van de wet op het auteursrecht. Het is verboden
om zonder voorafgaande toestemming van de auteursrechthouder beeldmateriaal te vertonen of aan te passen voor commerciële doeleinden.
Invoegfunctie:
Het subbeeld wordt verdeeld in transparante en nietdoorzichtige gedeelten en alleen de niet-doorzichtige delen
worden weergegeven over het achtergrondbeeld heen.
Verwisselen van schermbeelden
Telkens wanneer u op deze toets drukt, worden
het hoofdbeeld en het subbeeld verwisseld.
Twee beelden
(P and P)
Hoofdbeeld
Subbeeld
Twee beelden
(P out P)
Twee beelden
(P in P)
Keuze van het doelscherm voor de bediening
Telkens wanneer u op deze toets drukt, wordt het
doelscherm voor de bediening omgeschakeld.
Bediening voor
het hoofdbeeld
INPUT1
PC
HoofdbeeldSubbeeld
Hoofdbeeld-ingangsstandSubbeeld-ingangsstan
Bediening voor
het subbeeld
INPUT1
PC
Opmerkingen:
•
Wanneer u een bedieningshandeling verricht voor het
subbeeld, wordt het geluid voor het subbeeld weergegeven.
• Als u geen bedieningshandeling verricht, keert het
doelscherm na ongeveer 5 seconden terug naar het
hoofdbeeld. U kunt ook terugkeren naar de functies van
het hoofdbeeld door een afstandsbedieningstoets in te
drukken (uitgezonderd de toets).
Keuze van de plaats voor het subbeeld (tijdens gebruik van een “P in P” inzetbeeld)
Telkens wanneer u op deze toets drukt, verandert de plaats van het subbeeld.
Opmerking:
In sommige standen kan het subbeeld het
menuscherm overlappen en onzichtbaar maken.
Opmerkingen:
•
Gebruik de twee-beelden weergave niet te lang achtereen. Het zou een permanente indruk op uw scherm kunnen inbranden.
•
Als “INPUT lock” in het Options menu in een andere stand dan “Off” staat, zal de MULTI PIP functie niet beschikbaar zijn.
• De geluidsuitvoer is afkomstig van het beeld dat in Audio Out (PIP) is geselecteerd (zie pagina 33).
•
Bij een scherm met twee beelden is het niet mogelijk om dezelfde ingangsmodus voor het hoofdbeeld en het subbeeld te kiezen.
•
Daar het hoofdbeeld en het subbeeld door afzonderlijke schakelingen worden verwerkt, zal er een klein verschil zijn in de helderheid van de beelden.
Afhankelijk van het type signalen in het hoofdbeeld en de twee-beelden displaymodus, kan ook de beeldkwaliteit van het subbeeld iets minder goed zijn.
• Door de kleine afmetingen van de subbeelden, kunnen deze subbeelden niet gedetailleerd worden weergegeven.
• Het beeld op het computerscherm wordt weergegeven in een vereenvoudigd formaat, zodat het mogelijk is dat u
de details niet voldoende kunt onderscheiden.
• De volgende combinaties van twee analoge signalen kunnen niet tegelijkertijd worden weergegeven;
Component – Component, Component – PC (RGB), PC (RGB) – Component, PC (RGB) – PC (RGB)
• 2k1k-signalen die worden ontvangen via de Dual Link HD-SDI-aansluitingenkaart (TY-FB11DHD) kunnen niet worden
weergegeven in twee-beelden weergave.
19
Digitale zoom
Bij gebruik van deze functie wordt een geselecteerd gebied van het getoonde
beeld vergroot weergegeven.
Laat de bedieningsaanwijzingen verschijnen.
1
Druk hierop voor toegang tot de digitale
zoomfunctie.
De bedieningsaanwijzingen worden getoond.
Bij gebruik van de digitale zoomfunctie zullen alleen de volgende toetsen werken.
[Afstandsbediening]
POSITION / ACTION
toetsen
VOL toets
MUTE toets
SURROUND toets
OFF TIMER toets
Selecteer het gebied van het beeld dat vergroot moet worden.
2
Druk hierop en selecteer het gewenste gebied.
De cursor wordt verplaatst.
[Apparaat]
Rechterzijde oppervlak
ENTER/
+
/
VOL
-
/
MENU
INPUT
VOL toets
Exit
1
Exit
2
2
Selecteer de gewenste vergroting voor het gekozen gebied.
3
Telkens wanneer op de toets wordt gedrukt, zal de vergroting veranderen.
De ingestelde vergroting wordt op het beeld aangegeven.
s1
Keer terug naar het normale beeld (de digitale zoomfunctie verlaten).
4
Druk hierop om de digitale zoomfunctie te verlaten.
Opmerkingen:
• Wanneer de stroom wordt uitgeschakeld (inclusief uitschakelen van de stroom door de “Off Timer” functie), zal de
digitale zoomfunctie worden geannuleerd.
• De digitale zoomfunctie kan niet worden gekozen in de volgende bedieningstoestand:
“Multi-viewer” (P and P, P out P, P in P) weergave. (zie pagina 18)
Wanneer MULTI DISPLAY Setup is ingesteld op On (zie pagina 43).
Wanneer Portrait Setup is ingesteld op On (zie pagina 46).
Wanneer de screensaver (behalve bij Negative image) is ingeschakeld (zie pagina 35).
• Wanneer de digitale zoomfunctie in werking is, kan “Pos. /Size aanpassen” niet worden gebruikt.
s2
s3
s4
20
Loading...
+ 46 hidden pages
You need points to download manuals.
1 point = 1 manual.
You can buy points or you can get point for every manual you upload.