De aanwijzingen in de handleiding voor kleurkwaliteit geven de gebruiker inzicht in de mogelijkheden die de printer
biedt voor het instellen en aanpassen van kleuruitvoer.
Menu Kwaliteit
Menu-itemBeschrijvingInstellingen
AfdrukmodusHiermee stelt u in of afbeeldingen in zwart/wit of in kleur worden
afgedrukt.
Opmerking: "Kleur" is de standaardinstelling.
KleurcorrectieHiermee wordt de kleuruitvoer op de gedrukte pagina aangepast.
Opmerkingen:
• Door de verschillen tussen additieve en subtractieve kleuren is
het niet mogelijk om bepaalde kleuren op het beeldscherm
precies zo af te drukken.
• "Auto" is de standaardinstelling. Hiermee past u op elk object
op de afgedrukte pagina een andere kleurconversietabel toe.
Met deze instelling wordt bepaald hoe de kleur voor elk object
is gedefinieerd.
• Met de instelling "Uit" wordt de kleurcorrectie uitgeschakeld.
• Met de instelling "Handmatig" kunnen de kleurtabellen worden
aangepast op basis van de instellingen die in het menu Aangepaste kleur beschikbaar zijn.
AfdrukresolutieHiermee stelt u de resolutie in van de afgedrukte uitvoer.
Opmerkingen:
• "4800 CQ" is de standaardinstelling.
• "1200 dpi" biedt de uitvoer met de hoogst mogelijke resolutie.
Deze instelling zorgt voor meer glans.
Kleur
Alleen zwart
Auto
Uit
Handmatig
1200 dpi
4800 CQ
TonerintensiteitHiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder.
Opmerkingen:
• 4 is de standaardinstelling.
• Als u een lager cijfer kiest, bespaart u toner.
• Als de afdrukmodus is ingesteld op "Alleen zwart", verhoogt u
met instelling 5 de dichtheid en de intensiteit van de toner voor
alle afdruktaken.
• Als de afdrukmodus is ingesteld op "Kleur", heeft instelling 5
dezelfde effecten als instelling 4.
1–5
Handleiding voor kleurkwaliteit
Pagina 2 van 36
Menu-itemBeschrijvingInstellingen
Fine Lines-verbet.Hiermee schakelt u een afdrukmodus in die speciaal bedoeld is
voor bestanden met nauwkeurige details, zoals bouwkundige
tekeningen, kaarten, stroomcircuitschema's en stroomdiagrammen.
Opmerkingen:
• Als u "Enhance Fine Lines" (Fine Lines-verbet.) wilt instellen in
het softwareprogramma en daarbij een document hebt
geopend (van toepassing voor Windows-gebruikers), klik dan
op Bestand Afdrukken en vervolgens op Eigen-
schappen, Voorkeuren, Opties of Instellingen.
• Als u "Fine Lines-verbet." wilt instellen via de Embedded Web
Server, dient u het IP-adres van de netwerkprinter in een
browservenster te typen.
Kleur besparenHiermee beperkt u de hoeveelheid toner voor het afdrukken van
afbeeldingen en beelden. De hoeveelheid toner die wordt gebruikt
voor tekst wordt niet gereduceerd.
Opmerkingen:
• "Uit" is de standaardinstelling.
• Als "Aan" is ingesteld, worden de instellingen voor tone rinten-
siteit genegeerd.
• "Kleur besparen" wordt niet ondersteund in PPDS, en wordt
gedeeltelijk ondersteund door de PCL-emulatieprintersoftware.
Aan
Uit
Aan
Uit
RGB-helderheidHiermee wordt de helderheid in de kleuruitvoer aangepast.
Opmerkingen:
• 0 is de standaardinstelling.
• -6 is de maximale verlaging. 6 is de maximale verhoging.
• Dit heeft geen invloed op bestanden met CMYK-kleurspecifi-
caties.
RGB-contrastHiermee wordt het contrast in de kleuruitvoer aangepast.
Opmerkingen:
• 0 is de standaardinstelling.
• Dit heeft geen invloed op bestanden met CMYK-kleurspecifi-
caties.
RGB-verzadigingHiermee wordt de verzadiging in de kleuruitvoer aangepast.
Opmerkingen:
• 0 is de standaardinstelling.
• Dit heeft geen invloed op bestanden met CMYK-kleurspecifi-
caties.
-6 tot 6
0 tot 5
0 tot 5
Handleiding voor kleurkwaliteit
Pagina 3 van 36
Menu-itemBeschrijvingInstellingen
Kleurbalans
• Cyaan
• Magenta
Hiermee kan de kleur in de afdrukken worden aangepast als de
hoeveelheid toner voor elke kleur wordt verhoogd of verlaagd.
Opmerking: 0 is de standaardinstelling.
• Geel
• Zwart
• Reset std.instellingen
KleurvoorbeeldenHiermee worden voorbeeldpagina's afgedrukt voor elk van de
RGB- en CMYK-kleurconversietabellen die in de printer worden
gebruikt.
Opmerkingen:
• Als u een instelling selecteert, wordt het voorbeeld afgedrukt.
• De voorbeeldpagina's bevatten een reeks gekleurde blokjes
met de RGB- of CMYK-combinatie waaruit de kleur van elk
afzonderlijk blokje is samengesteld. Deze pagina's kunnen
worden gebruikt om te bepalen welke combinaties moeten
worden gebruikt om de gewenste gekleurde uitvoer te krijgen.
• De gemakkelijkste manier om toegang te krijgen tot een
complete lijst met deze pagina's is via de Embedded Web
Server, een serie in netwerkprinters opgeslagen interne
pagina's. Typ het IP-adres van de printer in een browservenster
om deze pagina's weer te geven.
-5 tot 5
sRGB Display
sRGB Vivid
Display - True Black
Vivid (Levendig)
Uit - RGB
US CMYK
Euro CMYK
Vivid CMYK
Uit - CMYK
Aangepaste kleur
• RGB-kleurbeeld
• RGB-tekst
• RGB-afbeeldingen
Hiermee kunnen RGB-kleurconversies worden aangepast.
Opmerkingen:
• "sRGB Display" is de standaardinstelling. Hiermee past u een
kleurconversietabel toe om de kleurenuitvoer op het computerscherm te benaderen.
• Met "Levendig" wordt een tabel voor kleurconversie toegepast
die helderder kleuren met een hogere verzadiging oplevert.
• Met "Display - True Black" wordt een tabel voor kleurconversie
toegepast die alleen zwarte toner gebruikt voor neutrale grijze
kleuren.
• Met "sRGB Vivid" wordt een tabel voor kleurconversie
toegepast die kleurverzadiging versterkt. Deze instelling is aan
te raden voor afbeeldingen en tekst.
• Met "Uit" wordt de kleurconversie uitgeschakeld.
Vivid (Levendig)
sRGB Display
Display - True Black
sRGB Vivid
Uit
Handleiding voor kleurkwaliteit
Pagina 4 van 36
Menu-itemBeschrijvingInstellingen
Aangepaste kleur
• CMYK-kleurbeeld
• CMYK-tekst
• CMYK-afbeeldingen
Hiermee kunnen CMYK-kleurconversies worden aangepast.
Opmerkingen:
• "US CMYK" is de standaardinstelling. Hiermee past u een
kleurconversietabel toe om de SWOP-kleuruitvoer te
benaderen.
• Met "Euro CMYK" wordt een kleurconversietabel toegepast om
de EuroScale-kleuruitvoer te benaderen.
• Met "Vivid CMYK" wordt de kle urverzadigi ng voor de kleurcon-
versietabel van US CMYK versterkt.
• Met "Uit" wordt de kleurconversie uitgeschakeld.
Kleur aanpassenHiermee start u de herkalibratie van de kleurconversietabellen
zodat de printer kleurvariaties kan aanpassen.
Opmerkingen:
• De kalibratie start als dit menu wordt geselecteerd. Bezig met
kalibreren wordt op het display weergegeven tot het proces
is beëindigd.
• Kleurvariaties zijn soms het resultaat van veranderende
omstandigheden zoals omgevingstemperatuur en luchtvochtigheid. De kleuraanpassingen zijn gebaseerd op algoritmen.
Ook de kleuruitlijning wordt ook opnieuw gekalibreerd.
US CMYK
Euro CMYK
Vivid CMYK
Uit
Geen
Veelgestelde vragen over afdrukken in kleur
Wat is het RGB-kleurenschema?
Rood, groen en blauw licht kunnen in verschillende hoeveelheden worden gecombineerd tot een breed scala aan
kleuren die in de natuur worden aangetroffen. Rood en groen bijvoorbeeld kunnen samen geel opleveren. In
televisie- en computerbeeldschermen worden kleuren op deze manier samengesteld. Het R GB-kleurenschema
beschrijft kleuren door de hoeveelheid rood, groen of blauw aan te geven die nodig is om een bepaalde kleur te
creëren.
Wat is het CMYK-kleurenschema?
Inkten of toners in de kleuren cyaan, magenta, geel en zwart kunnen in verschillende hoeveelheden worden
afgedrukt om een breed scala van kleuren te verkrijgen die in de natuur terug te vinden zijn. Cyaan en geel
bijvoorbeeld kunnen in combinatie de kleur groen opleveren. Drukpersen, inkjetprinters en kleurenlaserprinters
produceren op deze manier kleuren. Het CMYK-kleurenschema beschrijft kleuren door de hoeveelheid cyaan,
magenta, geel en zwart aan te geven die nodig is om een bepaalde kleur te creëren.
Hoe wordt kleur gespecificeerd in een document dat moet worden afgedrukt?
Softwareprogramma's specificeren de kleur van een document doorgaans middels RGB- of CMYKkleurencombinaties. Vaak bieden ze de gebruiker de mogelijkheid de kleur van elk object in een document te
wijzigen. Raadpleeg voor meer informatie de Help bij uw software.
Handleiding voor kleurkwaliteit
Pagina 5 van 36
Hoe bepaalt de printer welke kleur moet worden afgedrukt?
Wanneer een gebruiker een document afdrukt, wordt informatie over het type en de kleur van ie der object naar de
printer verzonden. De kleureninformatie wordt verstrekt via kleurconversietabellen, waarin de gewenste kleuren
worden samengesteld uit de juiste hoeveelheden cyaan, magenta, ge le en zwarte toner. Dankzij informatie over
objecttypen kunnen verschillende kleurconversietabellen voor verschillende soorten objecten worden gebruikt. Er
kan bijvoorbeeld een kleurconversietabel worden gebruikt voor tekst en een andere kleurconversietabel voor
fotobeelden.
Kan ik het beste PostScript- of PCL-emulatieprintersoftware gebruiken? Met welke instellingen verkrijg ik de
beste kleurresultaten?
U verkrijgt de beste resultaten als u het PostScript-stuurprogramma gebruikt. De standaardin stellin gen van het
PostScript-stuurprogramma zullen voor de meeste afdrukken de gewenste kleurkwaliteit opleveren.
Waarom komt de kleur op de afdruk niet overeen met de kleur op mijn beeldscherm?
De kleurconversietabellen in de modus Automatische kleurcorrectie zijn meestal een benadering van een
standaardcomputerbeeldscherm. Door technische verschillen tussen printers en beeldschermen zijn er veel kleuren
die kunnen worden beïnvloed door verschillen in beeldschermen en lichtomstandigheden. Raadpleeg de vraag “Hoe
kan een specifieke kleur worden verkregen (bijvoorbeeld voor een be drijfslogo)?” voor aanbevelingen over hoe de
pagina's met kleurvoorbeelden u kunnen helpen problemen met niet-overeenkomende kleuren op te lossen.
De afdruk bevat een zweem. Kan de kleur enigszins worden aangepast?
Soms krijgt een gebruiker de indruk dat de afdruk een zweem bevat (alles wat is afgedrukt lijkt bijvoorbeeld te rood).
Dit kan te wijten zijn aan omgevingsomstandigheden, de gebruikte papiersoort, lichtomstandigheden of voorkeuren
van de gebruiker. In die gevallen kan de kleur met de instelling Kleurbalans meer op de voorkeuren worden
afgestemd. Kleurbalans stelt de gebruiker in staat de hoeveelheid toner die wordt gebruikt in kleurvlakken subtiel
aan te passen. Door positieve (of negatieve) waarden te kiezen voor cyaan, magenta, geel en zwart in het menu
Kleurbalans wordt de hoeveelheid toner die wordt gebruikt voor een kleur iets vermeerderd (of verminderd). Als een
gebruiker bijvoorbeeld de indruk heeft dat een afdruk te rood is, kan hij door de hoeveelheid magenta en geel te
verminderen het gewenste kleureffect verkrijgen.
Raadpleeg de Handleiding voor menu's en berichten op de cd Software en documentatie voor meer informatie over
het aanpassen van de instelling Kleurbalans.
Mijn kleurentransparanten lijken donker wanneer ze worden geprojecteerd. Is het mogelijk de kleuren beter
weer te geven?
Dit probleem doet zich doorgaans voor wanneer u transparanten projecteert met een spiegelende
overheadprojector. Voor de beste projectiekwaliteit van kleuren worden overheadprojectors voor transparanten
aanbevolen. Als alleen een spiegelende projector beschikbaar is, kunt u de kleur transparanter maken d oor
Tonerintensiteit in te stellen op 1, 2 of 3. Zie voor meer informatie de Handleiding voor menu's en berichten op de
cd Software en documentatie.
Gebruik kleurentransparanten van de aanbevolen soort. Raadpleeg de Gebruikershandleiding op de cd Softwareen documentatie voor meer informatie over specificaties voor papier en afdrukmateriaal.
Wat is aangepaste kleurcorrectie?
De kleurconversietabellen die op ieder object worden toegepast volgens de instelling Automatische kleurcorrectie,
zullen voor de meeste documenten de juiste kleure n opleveren. In sommige gevallen kan echter een aangepaste
kleurentabel gewenst zijn. Dit kan door gebruik te maken van de optie Aangepaste kleurcorrectie in het menu
Aangepaste kleur.
Aangepaste kleurcorrectie past de RGB- en CMYK-kleurconversietabellen toe zoals die zijn gedefinieerd in het menu
Aangepaste kleur.
Handleiding voor kleurkwaliteit
Pagina 6 van 36
Gebruikers kunnen kiezen uit de verschillende kleurconversietabellen voor RGB- of CMYK-objecten:
Kleurconversietabel Instellingen
RGB
• sRGB Display
• Display - True Black
• sRGB Vivid
• Vivid (Levendig)
• Uit
CMYK
• US CMYK
• Euro CMYK
• Vivid CMYK
• Uit
Opmerking: De instelling voor aangepaste kleurcorrectie heeft geen zin als het softwareprogramma kleuren niet
specificeert met RGB-of CMYK-combinaties. De instelling heeft ook geen invloed als het programma of het
besturingssysteem de kleuren aanpast.
Hoe kan een specifieke kleur worden verkregen (bijvoorbeeld voor een bedrijfslogo)?
Het komt voor dat de kleur van een afgedrukt object zoveel mogelijk een specifieke kleur van e en bestaand object
moet benaderen. Een gebruiker heeft bijvoorbeeld de kleur van een bedrijfslogo nodig. Hoewel het kan gebeuren
dat de printer niet helemaal de exacte kleur reproduceert, moet de printer in de meeste gevallen voor een zo accuraat
mogelijke kleurenreproductie zorgen.
Bij het menu-item Kleurvoorbeelden vindt u nuttige informatie voor de oplossing voor dit specifieke type
kleurprobleem. De negen kleurvoorbeelden komen overeen met de kleurconversietabellen in de printer. Als u een
waarde bij Kleurvoorbeelden selecteert, worden meerdere pagina's met honderden gekleurde blokjes afgedrukt.
Afhankelijk van de gekozen tabel bevindt zich bij elk blokje een CMYK- of RGB-combinatie. De waarneembare kleur
van de vakken wordt verkregen door de CMYK- of RGB-combinatie die wordt vermeld bij het blokje, door de
geselecteerde kleurconversietabel te leiden.
Op de afgedrukte voorbeeldpagina’s kunt u de kleur zoeken die het best overeenkomt met de gewenste kleur. Aan
de hand van de kleurencombinatie die bij het blokje wordt vermeld, kunt u de kleur van het object in een
softwareprogramma aanpassen. Raadpleeg de Help bij uw software voor instructies. Aangepaste kleurcorrectie kan
nodig zijn om de geselecteerde kleurconversietabel voo r het specifieke object in te stellen.
Welke pagina's met kleurvoorbeelden de gebruiker gebruikt om een bepaald kleurovereenkomstprobleem op te
lossen, hangt af van de instelling bij Kleurcorrectie (Auto, Uit of Aangepast), het type object dat wordt afgedrukt
(tekst, afbeeldingen of beelden), en hoe de kleur van het object is gespecificeerd in het softwareprogramma (RGBof CMYK-combinaties). Als de Kleurcorrectie van de printer is ingesteld op Uit, is de kleur gebaseerd op de informatie
van de afdruktaak. Er vindt geen kleurconversie plaats.
Opmerking: De pagina's met kleurvoorbeelden zijn niet nuttig als het softwareprogramma kleuren niet specif iceer t
met RGB- of CMYK-combinaties. Bovendien zal in bepaalde gevallen het softwareprogramma of het
besturingssysteem de RGB- of de CMYK-combinaties die worden gesp ecificeerd in het programma, aanpassen
door middel van kleurbeheer. De afgedrukte kleur komt mogelijk niet exact overeen met het verwachte resultaat
volgens de pagina's Kleurvoorbeelden.
Handleiding voor kleurkwaliteit
Pagina 7 van 36
De volgende tabel geeft aan welke pagina's met kleurvoorbeelden gebruikt moeten worden voor kleurovereenkomst:
Kleurspecificatie en object dat moet
worden afgedrukt
RGB-tekstAutoSRGB Vivid
RGB-afbeeldingAutoSRGB Vivid
RGB-kleurbeeldAutosRGB Display
CMYK-tekstAutoUS CMYK of Euro CMYK
CMYK-afbeeldingAutoUS CMYK
CMYK-kleurbeeldAutoUS CMYK
Instelling Kleurcorrectie Te gebruiken voorbeeldpagina's
HandmatigInstelling Aangepaste kleur RGB-tekst
HandmatigInstelling Aangepaste kleur RGB-
afbeelding
HandmatigInstelling Aangepaste kleur RGB-kleur-
beeld
HandmatigInstelling Aangepaste kleur CMYK-tekst
HandmatigInstelling Aangepaste kleur CMYK-
afbeelding
HandmatigInstelling Aangepaste kleur CMYK-kleur-
beeld
Wat zijn gedetailleerde kleurvoorbeelden en hoe krijg ik toegang tot deze voorbeelden?
Dit onderwerp heeft alleen betrekking op netwerkprinters. Voor deze pagina's hebt u de Embedded Web Server
nodig. De Embedded Web Server is een serie in netwerkprinterfirmware opgeslagen interne pagina's. Voor toegang
tot deze pagina's gaat u naar het IP-adres van de netwerkprinter. Klik op het Menu Configuratie en klik vervolgens
op de optie voor gedetailleerde kleurvoorbeelden.
Raadpleeg de Gebruikershandleiding op de cd Software en documentatie voor meer informatie over de Embedded
Web Server.
De pagina's met gedetailleerde kleurvoorbeelden komen overeen met de standaardpagina's van kleurvoorbeelden
die u via het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel kunt bereiken. De b eschikbare standaardkleurvoorbeelden
hebben een margewaarde van 10% voor rood, groen en blauw. Als de gebruiker een waarde op de pagina vindt die
op de goede kleur lijkt, maar toch meer omliggende kleuren wil bekijken, kan de gebruiker de gedetailleerde
kleurvoorbeelden gebruiken om de gewenste kleurwaarden en een specifiekere marge te selecteren. Hiermee kan
de gebruiker meerdere pagina's met gekleurde blokjes afdrukken die specifieke kleuren weergeven.
Er zijn negen conversietabellen beschikbaar met de volgende drie opties:
• Afdrukken - hiermee worden de standaardpagina's afgedrukt.
• Gedetailleerd - hiermee kunt u afzonderlijke rode, groene en blauwe waarden en een specifieke kleurmarge
invoeren.
• Herstellen - hiermee kunt u de huidige gegevens wissen en nieuwe waarden invoeren.
Het proces kan ook worden uitgevoerd voor kleurconversietabellen met Cyaan (C), Magenta (M), Geel (Y) en Zwart
(K). Deze waarden worden samen CMYK-kleuren genoemd. De standaardmarge is 10% voor Zwart en 20 procent
voor Cyaan, Magenta en Geel.
)
)
Handleiding voor afdrukkwaliteit
Pagina 8 van 36
Handleiding voor afdrukkwaliteit
Veel problemen met de afdrukkwaliteit kunnen worden opgelost door supplies of printeronderdelen te vervangen die
bijna het einde van hun levensduur hebben bereikt. Controleer of er op het bedienin gspaneel een bericht wordt
weergegeven over een printeronderdeel of -supply.
Los problemen met de afdrukkwaliteit op aan de hand van de volgende tabel:
Problemen met afdrukkwaliteit opsporen
U kunt problemen met de afdrukkwaliteit opsporen door de testpagina's voor afdru kkwa liteit af te drukken.
1 Zet de printer uit.
2 Houd op het bedieningspaneel en ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
3 Laat beide knoppen weer los als Zelftest wordt uitgevoerd wordt weergegeven.
De printer voert de opstartcyclus uit, waarna Menu Configuratie wordt weergegeven.
4 Druk op totdat Testpag.'s afdrukkw. verschijnt en druk vervolgens op .
De pagina’s worden opgemaakt. Het bericht Testpagina's afdr.kw. worden afgedrukt wordt
weergegeven en vervolgens worden de pagina's afgedrukt. Het bericht blijft zichtbaar op het bedieningspaneel tot
alle pagina’s zijn afgedrukt.
5 Nadat de testpagina's zijn afgedrukt, drukt u op totdat Menu Configuratie afsluiten wordt
weergegeven. Druk vervolgens op
Met de informatie in de volgende onderwerpen kunt u problemen met betrekking tot de afdrukkwaliteit oplossen. Als
u met deze adviezen het probleem niet kunt oplossen, bel dan de klantendienst. Mogelijk moet een printeronderdeel
worden afgesteld of vervangen.
.
Herhaalde storingen
VoorbeeldOorzaakOplossing
Als sporen steeds in dezelfde kleur en meerdere
keren op een pagina voorkomen, is er mogelijk
een tonercartridge of fotoconductor defect.
Vervang de tonercartridge bij storingen na iedere:
• 33,5 mm
• 35,7 mm
Vervang de fotoconductor bij storingen na iedere:
• 28,3 mm
• 72,4 mm
Als sporen herhaaldelijk in alle kleuren over de
gehele pagina voorkomen, is het verhittingsstation mogelijk defect.
Vervang het verhittingsstation bij storingen na
iedere 116,2 mm.
Foutieve kleurenregistratie
VoorbeeldOorzaakOplossing
Handleiding voor afdrukkwaliteit
Pagina 9 van 36
Kleur is buiten het betreffende gebied
verschoven of wordt over andere kleurvlakken
heen gedrukt.
ABCDEABCDE
ABCDE
ABCDE
De kleuruitlijning aanpassen
1 Zorg dat de printer is uitgeschakeld.
2 Houd op het bedieningspaneel en ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
3 Laat beide knoppen weer los als Zelftest wordt uitgevoerd wordt weergegeven.
De printer voert de opstartcyclus uit, waarna Menu Configuratie wordt weergegeven.
4 Druk op totdat Kleuruitlijning wordt weergegeven en druk vervolgens op .
5 Druk nogmaals op om de uitlijningspagina af te drukken.
• Pas de kleuruitlijning aan. Raadpleeg “De
kleuruitlijning aanpassen” op pagina 9 voor
meer informatie.
• Verwijder de fotoconductors en installeer deze
opnieuw. Zie voor meer informatie over
supplies installeren de Gebruikershandleiding
op de cd Software en documentatie.
Opmerking: Als het probleem zich nog steeds
voordoet, past u opnieuw de kleuruitlijning aan.
6 Druk op totdat Test A wordt weergegeven en druk vervolgens op .
7 Zoek op het afgedrukte vel de meest rechte van de 20 regels naast de letter A.
8 Druk op of totdat dat nummer wordt weergegeven en druk vervolgens op .
Selectie indienen... wordt weergegeven.
9 Herhaal de stappen 6 tot en met 8 om test A tot en met L uit te lijnen.
10 Druk op .
11 Druk op totdat Menu Configuratie afsluiten wordt weergegeven. Druk vervolgens op .
Printer wordt opnieuw ingesteld wordt kort weergegeven, gevolgd door een klok. Vervolgens wordt
Gereed weergegeven.
Horizontale strepen
))
VoorbeeldOorzaakOplossing
Een tonercartridge is defect, leeg of versleten. Vervang de tonercartridge.
Het verhittingsstation is defect of versleten.Vervang het verhittingsstation.
ABCDE
De fotoconductors zijn mogelijk defect.Vervang de fotoconductoreenheden.
ABCDE
ABCDE
Onregelmatigheden in de afdruk
VoorbeeldOorzaakOplossing
Handleiding voor afdrukkwaliteit
Pagina 10 van 36
Het afdrukmateriaal heeft zich in een vochtige
omgeving bevonden en heeft daardoor vocht
ABCDE
ABCDE
opgenomen.
Het gebruikte afdrukmateriaal voldoet niet aan de
printerspecificaties.
ABCDE
Een tonercartridge is leeg of is mogelijk bijna leeg. Vervang de tonercartridge.
Verhittingsstation is versleten of defect.Vervang het verhittingsstation.
Afdruk is te donker
OorzaakOplossing
Instelling tonerintensiteit is te hoog, RGB-helderheid te
donker, of RGB-contrast te hoog.
Selecteer een andere instelling voor tonerintensiteit, RGBhelderheid of RGB-contrast onder Eigenschappen voordat
u de afdruktaak naar de printer stuurt.
Opmerking: Deze oplossing kan alleen worden toegepast
door gebruikers van Windows.
Vervang het afdrukmateriaal in de lade. Gebruik
afdrukmateriaal uit een nieuw pak.
Controleer of de instellingen vo or de papiersoort
en het papiergewicht overeenkomen met het
gebruikte afdrukmateriaal.
Gebruik geen afdrukmateriaal met een ruw of
vezelig oppervlak.
Tonercartridge is defect.Vervang de tonercartridge.
Afdruk is te licht
OorzaakOplossing
Handleiding voor afdrukkwaliteit
Pagina 11 van 36
Instelling tonerintensiteit is te laag, RGB-helderheid te
helder, of RGB-contrast onjuist.
• Selecteer een andere instelling voor tonerintensiteit,
RGB-helderheid of RGB-contrast onder Eigenschappen voordat u de afdruktaak naar de printer
stuurt.
Opmerking: Deze oplossing kan alleen worden
toegepast door gebruikers van Windows.
• Pas de instellingen voor kleurkwaliteit aan in het menu
Kwaliteit.
Het gebruikte afdrukmateriaal voldoet niet aan de
printerspecificaties.
• Plaats papier uit een nieuw pak.
• Gebruik geen afdrukmateriaal met een ruw of vezelig
oppervlak.
• Zorg ervoor dat het afdrukmateriaal dat u in de laden
plaatst, niet vochtig is.
• Controleer of de instellingen voor de papiersoort en het
papiergewicht overeenkomen met het gebruikte afdruk-
materiaal.
Kleur besparen is ingeschakeld.Schakel Kleur besparen uit.
Toner is bijna op.Vervang de tonercartridge.
Tonercartridge is defect of versleten.
Licht gekleurde streep, witte streep of streep met de verkeerde kleur
VoorbeeldOorzaakOplossing
Tonercartridge is defect.Vervang de kleurencartridge die de streep veroorzaakt.
Fotoconductors zijn defect.Vervang de fotoconductoreenheden.
ABCDE
ABCDE
Overdrachtsband is defect.Vervang de overdrachtsband.
Lenzen van de printkop zijn vuil. Reinig de lenzen van de printkop.
Afdrukkwaliteit van transparant is laag
OorzaakOplossing
Handleiding voor afdrukkwaliteit
Pagina 12 van 36
U gebruikt transparanten die niet geschikt zijn voor de
printer.
De instelling Papiersoort voor de lade die u gebruikt, is
niet ingesteld op Transparanten.
Gebruik uitsluitend transparanten die door de fabrikant van
de printer worden aanbevolen.
Zorg dat de instelling voor papiersoort is ingesteld op
Transparanten.
Verschillen in afdrukdichtheid
VoorbeeldOorzaakOplossing
Tonercartridge is defect.Vervang de tonercartridge.
Fotoconductor is versleten of defect. Vervang de fotoconductor.
ABCDE
A
BCDE
A
BCDE
Grijze achtergrond
VoorbeeldOorzaakOplossing
Tonerintensiteit is te donker ingesteld. Selecteer een andere instelling voor tonerintensiteit in
Eigenschappen voordat u de afdruktaak naar de printer
ABCDE
stuurt.
ABCDE
ABCDE
Verticale strepen
VoorbeeldOorzaakOplossing
ABCDE
ABCDE
Toner wordt uitgesmeerd voordat deze aan het
afdrukmateriaal hecht.
Tonercartridge is defect.Vervang de tonercartridge die de strepen veroor-
Overdrachtsband is defect.Vervang de overdrachtsband.
Als het afdrukmateriaal stug is, kunt u proberen
het vanuit een andere lade in te voeren.
zaakt.
ABCDE
Handleiding voor afdrukkwaliteit
Pagina 13 van 36
Op de pagina verschijnen lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond
OorzaakOplossing
Tonercartridge is versleten of defect.Installeer de cartridge opnieuw of vervang deze.
Overdrachtsband is versleten of defect.Vervang de overdrachtsband.
Fotoconductor is versleten of defect.Vervang de fotoconductor.
Verhittingsstation is versleten of defect.Vervang het verhittingsstation.
Er is toner in de papierbaan terechtgekomen. Bel de klantendienst.
Zwevende afbeeldingen
VoorbeeldOorzaakOplossing
De fotoconductors werken niet naar behoren.
Toner is bijna op.Vervang de tonercartridge.
Onvolledige afbeeldingen
OorzaakOplossing
De papiergeleiders van de geselecteerde lade staan
ingesteld op een ander formaat dan dat van het
geplaatste afdrukmateriaal.
Mogelijk is er een onjuist paginaformaat geselecteerd
via het stuurprogramma of de toepa ssing.
Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat.
• Bepaal het juiste paginaformaat via het stuurprogramma
of de toepassing.
• Wijzig de instelling voor papierformaat zodat deze
overeenkomt met het afdrukmateriaal in de lade.
• Controleer of de instelling voor papiersoort in
overeenstemming is met het afdrukmateriaal
dat u gebruikt.
• Vervang de fotoconductors.
Onjuiste marges
OorzaakOplossing
De papiergeleiders van de geselecteerde lade staan
ingesteld op een ander papierformaat dan dat van het
geplaatste papier.
Formaatdetectie is ingesteld op Uit, maar u hebt een
ander papierformaat in de lade geplaatst. U hebt
bijvoorbeeld papier van het formaat A4 in de lade
geplaatst, maar Papierformaat niet op A4 ingesteld.
Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat.
• Wijzig de instelling voor papierformaat zodat deze
overeenkomt met het afdrukmateriaal in de lade.
• Geef het juiste paginaformaat op via Eigenschappen of
het programma.
Scheve afdruk
OorzaakOplossing
Handleiding voor afdrukkwaliteit
Pagina 14 van 36
De geleiders in de geselecteerde lade staan niet in de
juiste positie voor het formaat afdrukmateriaal in de lade.
Het gebruikte afdrukmateriaal voldoet niet aan de
printerspecificaties.
Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat.
Zorg ervoor dat u afdrukmateriaal gebruikt dat voldoet aan
de printerspecificaties.
Lege pagina's
OorzaakOplossing
Toner is bijna op.
• Verwijder de tonercartridge uit de printer. Schud de cartridge een aantal malen
heen en weer en plaats deze weer terug.
• Installeer een nieuwe tonercartridge.
Tonercartridge is defect of leeg. Vervang de tonercartridge.
Volledig gekleurde pagina's
OorzaakOplossing
Fotoconductor is niet correct geïnstalleerd. Verwijder de fotoconductor en installeer deze vervolgens opnieuw.
Fotoconductor is defect.Vervang de fotoconductor.
Printer heeft onderhoud nodig.Bel de klantendienst.
Gekruld papier
OorzaakOplossing
Instellingen Papiersoort en Papiergewicht zijn niet
geschikt voor de geplaatste soort papier of speciaal
afdrukmateriaal.
Papier is opgeslagen geweest in een vochtige
omgeving.
Wijzig de instellingen voor papiersoort en papiergewicht
voor het papier of het speciale afdrukmateriaal in de printer.
• Vervang het papier. Gebruik papier uit een nieuw pak.
• Bewaar papier altijd in de originele verpakking en pak
het pas uit als u het gaat gebruiken.
Tonervlekjes
OorzaakOplossing
Tonercartridges zijn versleten of defect. Vervang de defecte of versleten tonercartridge s.
Er zit toner in de papierbaan.Bel de klantendienst.
Handleiding voor afdrukkwaliteit
Pagina 15 van 36
De toner laat los
OorzaakOplossing
U gebruikt speciaal afdrukmateriaal.Controleer of de juiste soort afdrukmateriaal is geselec-
teerd.
De waarde voor papiergewicht in het menu Papier is
onjuist voor het soort afdrukmateriaal dat wordt gebruikt.
Het verhittingsstation is versleten of defect.Vervang het verhittingsstation.
Wijzig de instelling Papiergewicht van Normaal in Zwaar.
Indien nodig kunt u de instelling Papierstructuur wijzigen
van Normaal in Ruw.
Help bij afdrukken
Pagina 16 van 36
Help bij afdrukken
Maak optimaal gebruik van de printer door de laden op de voorgeschreven wijze te vullen en de soorten en formaten
afdrukmateriaal in te stellen.
Papier in de standaardlade plaatsen
De printer heeft twee laden waaruit u kunt kiezen: de standaardlade (lade 1), ook wel aangeduid als de lade voor
250 vel, en de optionele lade voor 550 vel (lade 2). Voor de meeste afdruktaken plaatst u het papier of het specia le
afdrukmateriaal in lade 1. Als u het papier op de juiste manier plaatst, voorkomt u papierstoringen of andere
afdrukproblemen.
Verwijder een lade nooit tijdens de uitvoering van een afdruktaak of als het bericht Bezig op het bedieningspaneel
wordt weergegeven. Dit zou een papierstoring kunnen veroorzaken.
1 Pak de handgreep en trek de lade naar buiten. Haal de lade uit de printer.
2 Druk de breedtegeleiders samen, zoals in de afbeelding wordt weergegeven en verplaats de breedtegeleider naar
de zijkant van de lade.
3 Druk de lengtegeleiders samen, zoals in de afbeelding wordt aangegeven, en schuif de lengtegeleider naar de
juiste positie voor het formaat papier dat u wilt plaatsen. Zie de formaatindicatoren in het venster onderin de lade.
Gebruik deze indicatoren om de geleider in de juiste stand te zetten. Let op de invoerlijnen op de breedtegeleider:
deze geven de maximale stapelhoogte voor het plaatsen van papier aan.
Help bij afdrukken
Pagina 17 van 36
Invoerlijnen
1
Lengte-indicator
2
4 Buig de vellen enkele malen heen en weer om de vellen los te maken. Waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk
het papier niet. Maak een rechte stapel op een vlakke ondergrond.
5 Plaats de papierstapel met de aanbevolen afdrukzijde naar boven. Plaats de stapel in de richting van de achterkant
van de invoerlade, zoals aangegeven in de afbeelding.
Plaats bij voorbedrukt briefhoofdpapier het briefhoofd aan de voorkant van de invoerlade.
6 Druk de breedtegeleiders samen en schuif de breedtegeleider naar binnen totdat deze net tegen de zijkant van
de stapel drukt.
Help bij afdrukken
Pagina 18 van 36
7 Plaats de lade weer terug.
8 Bij het plaatsen van een ander soort papier dan voorheen moet de instelling Papiersoort voor de lade via het
bedieningspaneel worden gewijzigd. Raadpleeg “Papiersoort en papierformaat instellen” op pagina 18 voor meer
informatie.
Papiersoort en papierformaat instellen
Opmerking: Laden met dezelfde instellingen voor papierformaat en papiersoort worden automatisch gekoppeld door
de printer. Zodra een gekoppelde lade leeg raakt, haalt de printer papier uit ee n andere lade.
U wijzigt als volgt de instellingen voor papierformaat en papiersoort:
1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven.
2 Druk op het bedieningspaneel op .
3 Druk op tot Menu Papier verschijnt, en druk vervolgens op .
4 Druk op tot Papierformaat/-soort verschijnt, en druk vervolgens op .
5 Druk op tot de juiste lade wordt weergegeven, en druk vervolgens op .
6 Druk op tot verschijnt naast het juiste formaat, en druk vervolgens op .
7 Druk op of om door de lijst met mogelijke papiersoorten te bladeren. Selecteer de juiste soort en druk
vervolgens op
Selectie indienen... wordt weergegeven. De printer keert terug naar het Menu Papier.
8 Druk twee keer op om terug te keren naar de werkstand Gereed.
.
Help bij supplies
Pagina 19 van 36
Help bij supplies
Als er een bericht "Toner bijna op" wordt weergegeven, zoals Cyaan toner bijna op, dient u een nieuwe
tonercartridge te bestellen.
U kunt nog een beperkt aantal pagina's afdrukken als dit bericht voor het eerst wordt weergegeven. Het verdient echter
aanbeveling om een nieuwe cartridge ter beschikking te hebben als de huidige leeg raakt.
Opmerking: Voor een maximaal rendement schudt u uw nieuwe tonercartridge voorzichtig heen en weer voordat u
deze in de printer plaatst.
De volgende tabel geeft een overzicht van de artikelnummers waarmee u bestellingen kunt doen.
Lijst met artikelnummers
ArtikelnaamArtikelnummer Voor printer(s)
Retourneerprogramma tonercartridge cyaan met extra hoog rendementC5340CXC534
Retourneerprogramma tonercartridge magenta met extra hoog rendement C5340MXC534
Retourneerprogramma tonercartridge geel met extra hoog rendementC5340YXC534
Tonercartridge cyaan met extra hoog rendementC5342CXC534
Tonercartridge magenta met extra hoog rendementC5342MXC534
Tonercartridge geel met extra hoog rendementC5342YXC534
Retourneerprogramma tonercartridge cyaan met hoog rendementC5240CHC532, C534
Retourneerprogramma tonercartridge magenta met hoog rendementC5240MHC532, C534
Retourneerprogramma tonercartridge geel met hoog rendementC5240YHC532, C534
Retourneerprogramma tonercartridge zwart met hoog rendementC5240KHC534
Tonercartridge cyaan met hoog rendementC5242CHC532, C534
Tonercartridge magenta met hoog rendementC5242MHC532, C534
Tonercartridge geel met hoog rendementC5242YHC532, C534
Tonercartridge zwart met hoog rendementC5242KHC534
Retourneerprogramma tonercartridge cyaanC5220CSC530, C532, C534
Retourneerprogramma tonercartridge magentaC5220MSC530, C532, C534
Retourneerprogramma tonercartridge geelC5220YSC530, C532, C534
Retourneerprogramma tonercartridge zwartC5220KSC530, C532, C534
Retourneerprogramma tonercartridge cyaanC5200CSC530
Retourneerprogramma tonercartridge magentaC5200MSC530
Retourneerprogramma tonercartridge geelC5200YSC530
Retourneerprogramma tonercartridge zwartC5200KSC530
Tonercartridge cyaanC5222CSC530, C532, C534
Tonercartridge magentaC5222MSC530, C532, C534
Een verhittingsstation of een overdrachtsband bestellen
Wanneer Verhittingsstation bijna versleten of Band bijna versleten wordt weergegeven, dient u
een nieuw verhittingsstation of een nieuwe overdrachtsband te bestellen.
Wanneer Vervang verhittingsstation of Vervang overdrachtsband wordt weergegeven , dient u het
nieuwe, vervangende onderdeel te installeren. Raadpleeg de meegeleverde documentatie van het verhittingsstation
of de overdrachtsband voor informatie over de installatie.
Wanneer Zwarte fc-eenheid bijna versleten, Cyaan fc-eenheid bijna versleten, Magenta fceenheid bijna versleten of Gele fc-eenheid bijna versleten wordt weerge ge ven, dient u nieuwe
De printer ondersteunt de volgende formaten papier en speciaal afdrukmateriaal. Met de instelling U nive rsal kunt u
aangepaste formaten selecteren tot aan het opgegeven maximum.
Ondersteunde papierformaten
- ondersteund
X - niet-ondersteund
PapierformaatAfmetingenStandaardlade voor
250 vel (lade 1)
Letter
Legal
B5 (JIS)
A4
Executive
A5
Folio
Statement
Universal*
215,9 x 279,4 mm
215,9 x 355,6 mm
182 x 257 mm
210 x 297 mm
184,2 x 266,7 mm
148 x 210 mm
216 x 330 mm
139,7 x 215,9 mm
148 x 210 mm tot
215,9 x 355,6 mm
76,2 x 123,8 mm tot
215,9 x 355,6 mm
XX
XX
Optionele lade
voor 550 vel
(lade 2)
Universeellader of
handmatige invoer
X
(Universeellader)
76,2 x 152,4 mm tot
215,9 x 355,6 mm
7 3/4-envelop
(Monarch)
Commerciële 9envelop
Commerciële 10envelop
Internationale DLenvelop
* Met deze formaatinstelling wordt de pagina of envelop ingedeeld op basis van de afmetingen 215,9 x 355,6 mm
voor de lade voor 250 vel, tenzij een ander formaat wordt opgegeven in het programma.
De maten zijn alleen van toepassing op enkelzijdig afdrukken. Het minimumformaat voor dubbelzijdig afdrukken is
139,7 x 210 mm.
98,4 x 190,5 mm
98,4 x 225,4 mm
104,8 x 241,3 mm
110 x 220 mm
XX
(Handmatige
invoer)
XX
XX
XX
XX
Help bij afdrukmat.
Pagina 22 van 36
PapierformaatAfmetingenStandaardlade voor
250 vel (lade 1)
Internationale C5envelop
Internationale B5envelop
Andere envelop*
* Met deze formaatinstelling wordt de pagina of envelop ingedeeld op basis van de afmetingen 215,9 x 355,6 mm
voor de lade voor 250 vel, tenzij een ander formaat wordt opgegeven in het programma.
De maten zijn alleen van toepassing op enkelzijdig afdrukken. Het minimumformaat voor dubbelzijdig afdrukken is
139,7 x 210 mm.
162 x 229 mm
176 x 250 mm
104,8 x 210 mm tot
215,9 x 355,6 mm
XX
XX
XX
Optionele lade
voor 550 vel
(lade 2)
Universeellader of
handmatige invoer
Afdrukmateriaal bewaren
Houd de volgende richtlijnen voor het bewaren van afdrukmateriaal aan om een regelmatige afdrukkwaliteit te
garanderen en te voorkomen dat er papierstoringen ontstaan.
• U kunt het afdrukmateriaal het beste bewaren in een omgeving met een temperatuur van 21 °C en een relatieve
vochtigheid van 40%.
• Zet dozen met afdrukmateriaal, indien mogelijk, liever niet op de vloer, maar op een pallet of een plank.
• Zet losse pakken op een vlakke ondergrond.
• Plaats niets boven op de losse pakken met afdrukmateriaal.
Papierstoringen voorkomen
De volgende tips kunnen papierstoringen helpen voorkomen:
• Gebruik alleen aanbevolen afdrukmateriaal.
Raadpleeg de Card Stock & Label Guide (alleen Engelstalig) voor meer informatie. U vindt deze publicatie op de
website van Lexmark op www.lexmark.com/publications.
• Als u meer informatie wilt over het aanschaffen van grote hoeveelheden speciaal afdrukmateriaal, raadpleegt u
de Card Stock & Label Guide.
• Plaats niet te veel afdrukmateriaal. Zorg ervoor dat de stapel niet hoger is dan de aangegeven maximale
stapelhoogte.
• Plaats nooit gekreukt, gevouwen, vochtig of kromgetrokken papier.
• Buig het afdrukmateriaal, waaier het uit en maak er een rechte stapel van voordat u het in de printer plaatst.
• Gebruik geen papier dat u zelf op maat hebt gesneden of geknipt.
• Gebruik nooit afdrukmateriaal van verschillend formaat, gewicht of soort in dezelfde papierbron.
• Bewaar het afdrukmateriaal in een geschikte omgeving.
• Verwijder geen laden terwijl de printer bezig is met afdrukken. Wacht tot Vul lade <x> of Gereed wordt
weergegeven, voordat u een lade verwijdert.
• Plaats geen afdrukmateriaal in de handmatige invoer terwijl de printer bezig is met afdrukken. Wacht tot Vul
handm. invoer met <x> wordt weergegeven.
• Duw alle laden stevig in de printer nadat u het afdrukmateriaal hebt geplaatst.
• Zorg ervoor dat de geleiders in de laden op de juiste wijze zijn ingesteld en niet te strak tegen het papier zijn
gedrukt.
Help bij afdrukmat.
Pagina 23 van 36
• Controleer of alle formaten en soorten afdrukmateriaal op de juiste wijze zijn ingesteld in het menu op het
bedieningspaneel.
• Controleer of alle printerkabels goed zijn aangesloten. Raadpleeg de installatiedocumentatie voor meer informatie.
Opmerking: In het geval van een papierstoring moet u de gehele papierbaan vrijmaken. Ra adpleeg de
Gebruikershandleiding voor informatie over de papierbaan.
Handleiding voor afdrukstoringen
Pagina 24 van 36
Handleiding voor afdrukstoringen
Herhaalde storingen m.b.t. afmetingen
Vergelijk een reeks herhaalde storingen op een afdruk met de markeringen op één van de verticale lijnen. De lijn die
het best overeenkomt met de storingen op de afdruk, geeft aan welk specifiek on derdeel de storing veroorzaakt.
Vervang de fotoconductoreenheid die bij de
kleur hoort waarvoor dit defect geldt.
72,4 mm28,3 mm35,7 mm33,5 mm116,2 mm
Vervang de tonercartridge die bij de kleur
hoort waarvoor dit defect geldt.
Vervang het verhittingsstation.
Menu Map
Pagina 25 van 36
Menu Map
Menuoverzicht
Er is een aantal menu's beschikbaar waarmee u op eenvoudige wijze printerinstellingen kunt aanpassen. In dit diagram
worden de items die onder elk menu beschikbaar zijn, weergegeven.
Opmerking: Sommige menu-items zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van het printermodel of de geïnstalleerde
opties.
Standaardbron
Papierformaat/-soort
Configuratie U-lader
Ander formaat
Papierstructuur
Papiergewicht
Papier plaatsen
Aangepaste soorten
Universal-instelling
TCP/IP
IPv6
Draadloos
Standaardnetwerk
Netwerk < x>
Standaard-USB
USB <x>
NetWare
AppleTalk
LexLink
USB Direct
Kleurkwaliteit
Afdrukkwaliteit
Help bij afdrukken
Help bij supplies
Help bij afdrukmat.
Afdrukfouten
Menu Map
Informatie
Aansluitingengids
Help bij transport
Pagina Menu-instellingen
Apparaatstatistieken
Pagina Netwerkinstellingen
Netwerk <x> Instell.pag.
Draadloze-config.pag. <x>
Profielenlijst
Pagina NetWare-instellingen
Lettertypen afdrukken
Directory afdrukken
Menu Instellingen
Menu Afwerking
Menu Kwaliteit
Menu Extra
Menu PDF
Menu PostScript
Menu PCL Emul
Menu HTML
Menu Afbeelding
Informatie over het bedieningspaneel
MENU
BACK
STOP
MENU
BACK
STOP
Menu Map
Pagina 26 van 36
1
7
6
X
123
789
654
#0
5
7
1
9
6
X
2
5
8
34
4
3
2
Item op bedieningspaneel Beschrijving
1DisplayOp het display worden berichten en afbeeldingen weergegeven met betrekking tot de
status van de printer.
2Selecteren
3Navigatieknoppen
Als u op drukt, wordt er een actie gestart voor een menu-item.
Druk op of om door menulijsten te bladeren.
Druk op
of om door waarden te bladeren of door tekst die doorloopt in een nieuw
scherm.
4IndicatielampjeGeeft de printerstatus aan:
• Uit - de voeding is uitgeschakeld.
• Knippert groen - de printer is bezig met opwarmen, met het verwerken van
gegevens of met afdrukken.
• Brandt groen - de printer staat aan, maar is niet actief.
• Brandt rood - ingrijpen van gebruiker is vereist.
5StopHiermee wordt elke activiteit van de printer gestopt.
Er wordt een lijst met opties weergegeven op het moment dat Gestopt op het display
verschijnt.
6MenuHiermee wordt het menuoverzicht geopend.
Opmerking: Deze menu's zijn alleen beschikbaar als de printer in de sta nd Gereed
staat.
Menu Map
Pagina 27 van 36
Item op bedieningspaneel Beschrijving
7TerugHiermee keert het display terug naar het vorige scherm.
8USB-poortHierin kunt u een USB-flashstation plaatsen waarmee u gegevens naar de printer kunt
verzenden.
9Numeriek toetsenblokBevat de cijfers 0 tot en met 9, een toets Backspace en een toets Hekje.
Informatie
Pagina 28 van 36
Informatie
Help-pagina's
Help-pagina's bestaan uit een serie in de printer opgeslagen PDF's. Deze documenten bevatten nuttige informatie
over het gebruik van de printer en over het uitvoeren van afdruktaken.
Er zijn Engels, Franse, Duitse en Spaanse vertalingen opgeslagen in de printer. Andere vertalingen zijn beschikbaar
op de cd Software en documentatie.
Menu-itemBeschrijving
Handleiding voor kleurkwaliteitBevat informatie over instellingen en aanpassingen voor het afdrukken in kleur.
Handleiding voor afdrukkwaliteitBevat informatie over het oplossen van problemen met de afdrukkwaliteit.
Help bij afdrukkenBevat informatie over het plaatsen van papier en ander speciaal afdrukmateriaal.
Help bij suppliesBevat de artikelnummers die u nodig hebt om supplies te bestellen.
Help bij afdrukmat.Bevat een lijst met papierformaten die worden ondersteund door de verschillende
laden en laders.
Handleiding voor afdrukstoringen Biedt hulp bij het vaststellen van het printeronderdee l dat een herhaalde storing
veroorzaakt.
Menu MapBevat een lijst met de menu's op het bedieningspaneel en de bedieningspaneel-
instellingen.
InformatieBiedt hulp bij het zoeken naar aanvullende informatie.
AansluitingengidsBevat informatie over het aansluiten van de printer via USB (lokaal) of op een
netwerk.
Help bij transportBevat instructies voor het veilig verplaatsen van de printer.
Installatiekaart
De Installatiekaart die bij de printer wordt geleverd, bevat informatie over het instellen van de printer.
De cd Software en documentatie
De cd Software en documentatie die bij de printer is geleverd bevat een Gebruikershandleiding en een Handleiding
voor menu's en berichten.
De Gebruikershandleiding biedt informatie over het plaatsen van papier, het bestellen van supplies, het opl ossen v an
problemen en het verhelpen van papierstoringen.
De Handleiding voor menu's en berichten geeft informatie over het wijzigen van de printerinstellingen voor elk
beschikbaar menu-item. Het bevat ook een printerstatus- en foutberichteno verzicht.
Ondersteuning voor extra talen
De Gebruikershandleiding, Installatiekaart, Handleiding voor menu's en berichten en de Help-pagina's zijn ook
beschikbaar in andere talen op de cd Software en documentatie.
Aansluitingengids
Pagina 29 van 36
Aansluitingengids
Windows-instructies voor een lokaal aangesloten printer
Opmerking: Wanneer u een lokaal aangesloten printer installeert en het besturingssysteem niet wordt ondersteund
door de cd Software en documentatie, dan gebruikt u de wizard Printer toevoegen om de benodigde printersoftware
te installeren.
Updates van de printersoftware worden beschikbaar gesteld op de Lexmark-website op www.lexmark.com.
Wat wordt verstaan onder 'lokaal afdrukken'?
'Lokaal afdrukken' is het afdrukken op een printer met een lokale verbinding (een printer die rechtstreeks met een USBkabel is aangesloten op uw computer). Als u een printer op deze manier wilt gebruiken, dient u de printersoftware te
installeren voordat u de USB-kabel aansluit. Zie voor meer informatie de meegeleverde installatiedocumentatie van
de printer.
Voor de meeste Windows-besturingssystemen kunt u de cd Software en documentatie gebruiken om de benodigde
printersoftware te installeren.
Software installeren vanaf de cd
De cd Software en documentatie kan worden gebruikt om printersoftware te installeren voor de volgende
besturingssystemen:
• Windows Server 2003 en Windows Server 2003 x64
• Windows XP en Windows XP x64-bits editie
• Windows 2000
• Windows NT 4.0
• Windows Me
• Windows 98 Tweede Editie
1 Plaats de cd Software en documentatie in het cd-rom-station.
Als het installatiescherm niet wordt weergegeven, klikt u op Start Uitvoeren en typt u vervolgens D:
\setup.exe, waarbij D staat voor de letter van het cd-rom-station.
2 Selecteer Printer en software installeren.
3 Selecteer Aanbevolen en klik vervolgens op Volgende.
4 Selecteer Lokaal aangesloten en klik vervolgens op Volgende. De printersoftware wordt nu gekopieerd naar uw
computer.
5 Sluit de USB-kabel of de parallelle kabel aan, en schakel vervolgens de printer in.
Het plug-en-play-scherm wordt weergegeven en er wordt een printerobject gemaakt in de map Printers.
Software installeren met de wizard Printer toevoegen
U kunt printersoftware installeren voor de volgende besturingssystemen:
• Windows 95 (geen USB-ondersteuning)
• Windows 98 Eerste Editie
Aansluitingengids
Pagina 30 van 36
1 Plaats de cd Software en documentatie in het cd-rom-station.
Als de cd automatisch wordt gestart, klikt u op Afsluiten.
2 Klik op Start Instellingen Printers en vervolgens op Printer toevoegen om de wizard Printer toevoegen te
starten.
3 Selecteer de optie voor het installeren van een lokale printer wanneer u wordt gevraagd welk type printer u wilt
toevoegen. Klik vervolgens op Bladeren.
4 Geef de locatie van de printersoftware op. Het pad moet er ongeveer als volgt uitzien: D:\Drivers\Print\Win_9xMe
\(hierbij staat D voor de letter van het cd-rom-station).
5 Klik op OK.
Windows-instructies voor op een netwerk aangesloten printers
Wat wordt verstaan onder 'afdrukken via een netwerk'?
In een Windows-omgeving kunt u netwerkprinters configureren voor rechtstreeks afdrukken of gedeeld afdrukken.
Voor beide methoden voor afdrukken via een netwerk dient u printersoftware te installeren en een netwerkpoort te
maken.
AfdrukmethodeVoorbeeld
Afdrukken via IP
• De printer heeft een rechtstreekse verbinding met het netwerk via een netwerk-
kabel, zoals bijvoorbeeld een Ethernet-kabel.
• Meestal wordt de printersoftware op elke netwerkcomputer geïnstalleerd.
Gedeeld afdrukken
• De printer is verbonden met een van de computers op het netwerk via een lokale
kabel, zoals een USB-kabel of parallelle kabel.
• De printersoftware wordt geïnstalleerd op de computer die is aangesloten op
de printer.
• Tijdens de installatie van de software wordt de printer ingesteld voor gedeeld
afdrukken, zodat andere netwerkcomputers deze printer ook kunnen gebruiken
om af te drukken.
Software installeren voor rechtstreeks afdrukken via IP
1 Plaats de cd Software en documentatie in het cd-romstation.
Als het installatiescherm niet wordt weergegeven, klikt u op Start Uitvoeren en typt u vervolgens D:
\setup.exe, waarbij D staat voor de letter van het cd-romstation.
2 Selecteer Install Printer and Software (Printer en software installeren).
3 Selecteer Suggested (Aanbevolen) en klik vervolgens op Next (Volgende).
Opmerking: Selecteer Custom (Aangepast) in plaats van Suggested (Aanbevolen) om de onderdelen te
selecteren die u wilt installeren.
4 Selecteer Network Attach (Op netwerk aangesloten) en klik op Next (Volgende). De printersoftware wordt nu
gekopieerd naar uw computer.
Aansluitingengids
Pagina 31 van 36
5 Selecteer het printermodel dat moet worden geïnstalleerd.
De printer wordt automatisch gedetecteerd op het netwerk, er wordt automatisch een IP-adres toegekend en er
wordt een netwerkprinterob j ect gemaakt in de map Printers.
6 Selecteer in de lijst met gevonden printers de printer waarmee u wilt afdrukken.
Opmerking: Als de gewenste printer niet wordt weergegeven, klikt u op Add Port (Poort toevoegen) en volgt u
de instructies op het scherm.
7 Klik op Finish (Voltooien) om de installatie af te ronden.
8 Klik op Done (Gereed) om het installatieprogramma af te sluiten.
Software installeren voor gedeeld afdrukken
Voor gedeeld afdrukken dient u verschillende stappen in onderstaande volgorde te doorlope n:
1 Installeer de printersoftware op de computer die is aangesloten op de printer.
a Plaats de cd Software en documentatie in het cd-romstation.
Als het installatiescherm niet wordt weergegeven, klikt u op Start Uitvoeren en typt u vervolgens D:
\setup.exe, waarbij D staat voor de letter van het cd-romstation.
b Selecteer Install Printer and Software (Printer en software installeren).
c Selecteer Suggested (Aanbevolen) en klik vervolgens op Next (Volgende).
d Selecteer Local Attach (Lokaal aangesloten) en klik vervolgens op Next (Volgende). De printersoftware wordt
nu gekopieerd naar uw computer.
e Sluit de USB-kabel of de parallelle kabel aan, en schakel vervolgens de printer in. Het plug-en-play-scherm
wordt weergegeven en er wordt een printerobject gemaakt in de map Printers.
2 Deel de printer op het netwerk.
a Open de map Printers van uw besturingssysteem.
b Selecteer het printerobject.
c Selecteer onder Eigenschappen de optie voor het delen van de printer. Hiervoor moet u een gedeelde naam
aan de printer toewijzen.
d Klik op OK. Als er bestanden ontbreken, wordt u mogelijk gevraagd om de cd met het besturingssysteem te
plaatsen.
e Controleer op de volgende wijze of de printer correct is gedeeld.
• Het printerobject in de map Printers wordt nu aangegeven als 'gedeeld'. Dit wordt bijvoorbeeld
weergegeven met een handje onder het printerobject.
• Zoek in Netwerkomgeving of Mijn netwerklocaties. Zoek de naam van de hostcomputer en zoek de
gedeelde naam die aan de printer is toegewezen.
3 Sluit de overige computers in het netwerk aan op de printer.
• De peer-to-peer-methode gebruiken
a Open de map Printers van uw besturingssysteem.
b Klik op Printer toevoegen om de gelijknamige wizard te starten.
c Selecteer de optie voor het installeren van een netwerkprinter.
d Voer de naam van de printer in of de URL als u via internet of intranet werkt, en klik daarna op
Volgende. Als de printernaam of URL onbekend is, laat u het tekstvak leeg en klikt u op Volgende.
Aansluitingengids
Pagina 32 van 36
e Selecteer de gewenste netwerkprinter uit de lijst met gedeelde printers. Als de printer niet in de lijst staat,
geeft u het pad naar de printer op. Het pad ziet er ongeveer als volgt uit: \\[serverhostnaam]\[naam
gedeelde printer]. De naam van de hostserver is de naam van de server die als host in het netwerk optreedt.
De naam van de gedeelde printer is de naam die eraan is toegekend tijdens de installatieprocedure.
fKlik op OK.
g Druk na het voltooien van de installatie een testpagina af.
h Herhaal stap a t/m g voor elke netwerkcomputer die de gedeelde printer gaat gebruiken.
• De point-en-print-methode gebruiken
Opmerking: Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com voor meer informatie. Kijk of u in de
Knowledgebase een artikel kunt vinden over 64-bits ondersteuning.
Deze methode is waarschijnlijk het minst belastend voor de systeembronnen. De computer die is aangesloten
op de printer handelt de verwerking van alle afdruktaken af, inclusief de afdruktaken die van andere
netwerkcomputers worden gerouteerd. Hierdoor zijn andere netwerkcomputers weer veel sneller beschikbaar
voor het uitvoeren van andere toepassingen. Bij deze methode wordt slechts een gedeelte van de
printersoftware geïnstalleerd op elke netwerkcomputer.
a Dubbelklik op het bureaublad van de netwerkcomputer die u wilt laten afdrukken op de gedeelde printer
op Netwerkomgeving of Mijn netwerklocaties.
b Zoek de hostnaam van de computer die met de printer is verbonden en dubbelklik op de hostnaam.
c Klik met de rechtermuisknop op de naam van de gedeelde printer en selecteer de optie om de prin ter te
installeren op de netwerkcomputer. Het duurt enkele minuten vo ordat deze procedure is voltooid. De
benodigde tijd is afhankelijk van het netwerkverkeer en een aantal andere factoren
d Sluit Netwerkomgeving of Mijn netwerklocaties.
e Druk een testpagina af.
fH erhaal stap a t/m e voor elke networkcomputer die de gedeelde printer gaat gebruiken.
Mac-instructies voor een lokaal aangesloten printer
Voordat u printersoftware installeert
Een printer met een lokale verbinding is een printer die is aangesloten op een computer via een USB-kabel. Als u een
printer op deze manier wilt gebruiken, dient u de printersoftware te installeren voordat u de USB-kabel aansluit.
Raadpleeg de installatiedocumentatie voor meer informatie.
U kunt de cd Software en documentatie gebruiken om de benodigde printersoftware te insta l leren.
Opmerking: U kunt het PPD-bestand voor de printer ook als onderdeel van een softwarepakket downloaden vanaf
de website van Lexmark op www.lexmark.com.
Een wachtrij maken in Afdrukbeheer of Printerconfiguratie
Als u lokaal wilt afdrukken, dient u een afdrukwachtrij te maken. Dit doet u als volgt:
1 Installeer een PPD-bestand (PostScript Printer Description) op de computer. Een PPD-bestand bevat
gedetailleerde informatie voor de Mac-computer over de mogelijkheden van de printer.
a Plaats de cd Software en documentatie in het cd-rom-station.
b Dubbelklik op het installatiebestand voor de printer.
c Klik in het welkomstscherm op Ga door en klik vervolgens nogmaals op Ga door nadat u het Leesmij-bestand
hebt bekeken.
d Klik op Ga door nadat u de licentieovereenkomst hebt gelezen en klik vervolgens op Akkoord om de
voorwaarden van de overeenkomst te accepteren.
e Selecteer een bestemming en klik vervolgens op Ga door.
Aansluitingengids
Pagina 33 van 36
fKlik in het scherm Sta ndaard op Installeer.
g Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK. Alle benodigde software wordt op de computer
geïnstalleerd.
h Klik op Sluit wanneer de installatie is voltooid.
2 Open de Finder, klik op Programma's en klik vervolgens op Hulpprogramma's.
3 Dubbelklik op Afdrukbeheer of op Printerconfiguratie.
4 Controleer of er een afdrukwachtrij is gemaakt:
• Als de via de USB-poort aangesloten printer wordt weergegeven in de printerlijst, kunt u Afdrukbeheer of
Printerconfiguratie afsluiten.
• Als de printer die via de USB-poort is aangesloten niet in de printerlijst wordt weergegeven, controleert u of
de USB-kabel goed is aangesloten en de printer is ingeschakeld. Wannee r de printer in de lijst wordt
weergegeven, sluit u Afdrukbeheer of Printerconfiguratie af.
Mac-instructies voor op een netwerk aangesloten printers
Software installeren voor afdrukken via een netwerk
Om te kunnen afdrukken op een netwerkprinter, dient elke Macintosh-gebruiker een aangepast PPD-b estand
(Postscript Printer Description) te installeren en een afdrukwachtrij te maken in Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.
1 Installeer een PPD-bestand op de computer.
a Plaats de cd Software en documentatie in het cd-romstation.
b Dubbelklik op het installatiepakket voor de printer.
c Klik in het welkomstscherm op Ga door en klik vervolgens nogmaals op Ga door nadat u het Leesmij-bestand
hebt bekeken.
d Lees de licentieovereenkomst door, klik op Continue (Ga door) en klik vervolgens op Agree (Akkoord) om
hiermee akkoord te gaan.
e Kies een bestemming en klik op Continue (Ga door).
fKlik in het scherm Easy Install (Stand aard) op Install (Installeer).
g Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK. Alle benodigde software wordt op de computer
geïnstalleerd.
h Klik op Close (Sluit) wanneer de installatie is voltooid.
2 Maak een afdrukwachtrij in Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.
• Afdrukken via AppleTalk gebruiken
a Open de Finder, klik op Programma's en klik vervolgens op Hulpprogramma's.
b Dubbelklik op Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.
c Selecteer in het menu Printer Voeg printer toe.
d Selecteer AppleTalk in het pop-upmenu.
e Selecteer de AppleTalk-zone in de lijst.
Zie de pagina met netwerkinstellingen onder de kop AppleTalk voor meer informatie over welke zone of
printer u moet selecteren. Raadpleeg de Gebruikershandleiding voor informatie over het afdrukken van
een pagina met netwerkinstellingen.
fSelecteer in de lijst de nieuwe printer en klik vervolgens op Voeg toe.
• Afdrukken via IP gebruiken
a Open de Finder, klik op Programma's en klik vervolgens op Hulpprogramma's.
b Dubbelklik op Afdrukbeheer of Printerconfiguratie.
Aansluitingengids
Pagina 34 van 36
c Selecteer in het menu Printer Voeg printer toe.
d Selecteer in het pop-upmenu Afdrukken via IP.
e Typ in het vak Printeradres het IP-adres of de DNS-naam van de printer.
U kunt het TCP/IP-adres vinden op de pagina met netwerkinstellingen. Raadpleeg de
Gebruikershandleiding voor informatie over het afdrukken van een pagina met netwerkinstellingen.
fKie s de gewenste printer in het pop-upmenu met printermodellen.
g Selecteer in de lijst de nieuwe printer en klik vervolgens op Voeg toe.
Andere software voor Macintosh installeren
De volgende Macintosh-hulpprogramma's kunt u vinden in het Mac-gedeelte van de cd Software en documentatie:
• Printer File Loader
• Printer Status
• Auto Updater
• Printerinstellingen
Tijdens de installatieprocedure van de printer wordt de documentatie van de software en de hulpprogramma's naar de
vaste schijf van de Macintosh gekopieerd.
De printer verplaatsen
Pagina 35 van 36
De printer verplaatsen
Voordat u de printer verplaatst
Let op: De printer weegt 25,40 kg; daarom moet de printer voor de veiligheid door ten minste twee mensen w orden
opgetild. Gebruik bij het tillen de handgrepen op de zijkanten van de printer, en pas op dat uw vingers zich niet onder
de printer bevinden als u deze neerzet.
Volg deze richtlijnen om te voorkomen dat u zich bezeert of dat de printer beschadigd raakt.
• Til de printer altijd met ten minste twee personen op.
• Schakel de printer altijd uit met de aan/uit-schakelaar alvorens het apparaat te verplaatsen.
• Koppel alle snoeren en kabels los van de printer voordat u de printer verplaatst.
• Verwijder alle printeraccessoires voordat u de printer verplaatst.
Waarschuwing: Schade aan de printer door onjuist transport valt niet onder de garantie .
De printer op een nieuwe locatie installeren
Zorg dat u ruimte vrijhoudt rondom de printer wanneer u deze installeert.
101,6 mm
1
2
3
4
5
609,6 mm
101,6 mm
152,4 mm
304,8 mm
De printer verplaatsen
Pagina 36 van 36
De printer verplaatsen naar een andere locatie
U kunt de printer en de accessoires probleemloos verplaatsen als u de volgende voorzorgsmaatregelen neemt:
• Verwijder alle printeraccessoires voordat u de printer verplaatst.
• Als de printer wordt verplaatst op een transportwagentje, moet de oppervlakte van het wagentje groot genoeg zijn
om de gehele onderzijde van de printer te ondersteunen. Als de accessoires worden verplaatst op een
transportwagentje, moet de oppervlakte van het wagentje groot genoeg zijn om alle accessoires te ondersteunen.
• Houd de printer rechtop.
• Vermijd schokken.
De printer vervoeren
Als u de printer wilt vervoeren, dient u de originele verpakking te gebruiken of te bellen met de winkel waar u de printer
hebt gekocht voor de benodigde verpakkingsmaterialen.
Loading...
+ hidden pages
You need points to download manuals.
1 point = 1 manual.
You can buy points or you can get point for every manual you upload.