INDESIT EWDE 751451 W EU N Daily Reference Guide [nl]

Page 1
Beknopte handleiding
vochtigheid %
Energieverbruik
Wastemperatuur
1
2
3
BEDANKT VOOR UW AANSCHAF VAN EEN INDESIT-PRODUCT
Registreer uw product voor uitgebreidere assistentie op www.indesit.com/register
BEDIENINGSPANEEL
NL
Lees deze veiligheidsinstructies zorgvuldig voordat u het apparaat gebruikt.
Voordat u de machine gebruikt, moeten de transportschroeven verplicht verwijderd worden. Raadpleeg de installatiehandleiding voor meer informatie over de manier waarop ze moeten
1. Knop ON/OFF
2. Knop TEMPERATUUR
3. Knoppen en indicatielampjes OPTIES
4. Knop en indicatielampje START/PAUSE
5. Knop DROGEN
6. Knop CENTRIFUGEREN
7. PROGRAMMAKEUZEKNOP
8. Wasmiddellade
WASPROGRAMMATABEL
Maximale lading 7 kg Opgenomen vermogen in uitgeschakelde stand 0,5 W / wanneer ingeschakeld gelaten 8 W
- 40°C
- 30°C
- 40°C
Max. centri­fugeersnel-
heid (tpm)
1000 7,0 **
1000 3,5 **
1200 4,5 **
Wasprogramma
Temperatuur
Instelling Bereik 2 3
1 Gemengde bonte was 59’ 40°C
2 Synthetisch 59’ 30°C
3 Katoen 45’ 40°C
8
Max.
belading
voor wassen
(kg)
Duur
(u : m)
4 Wassen&Drogen 90’ 30°C 30°C 1200 1,0 **
5 Wassen&Drogen 45’ 30°C 30°C 1400 1,0 **
6 Katoen (2) 40°C 7 Synthetisch (3) 40°C 8 Wol 40°C
- 60°C
- 60°C
- 40°C
1400 7,0 03:55 1200 4,0 02:55
800 2,0 **
1351 7,0 03:28
9 Eco 40-60 (1) 40°C 40°C
1351 3,5 02:42 1351 1,75 02:10
10 20°C 20°C 11 Witte was 60°C
- 20°C
- 90°C
1400 7,0 01:50 1400 7,0 02:45
12 Drogen katoen – – – 6,0 **
13 Drogen synthetisch – – – 4,0 **
14 Spoelen – – 1400 7,0 **
15 16
Centrifugeren – – 1400 7,0 **
Afpompen – – – 7,0 ** – 5,0 – – – – – – – –
Benodigde dosis Optionele dosis
6 Eco Katoen (4) 60°C 60°C 1400 7,0 03:55
De programmaduur die op het display of in de gebruiksaanwijzing wordt aangegeven is een schatting op basis van standaardomstandigheden. De werkelijke duur kan verschillen afhankelijk van verschillende factoren, zoals de temperatuur en de druk van het binnenkomende water, de omgevingstemperatuur, de hoeveelheid wasmiddel, omvang van en soort wasgoed, de balancering en eventuele verdere geselecteerde opties. De waarden die gegeven worden voor andere programma's dan het Eco 40-60 programma zijn slechts ter indicatie.
1) Eco 40-60 (Wassen) - Testprogramma volgens de Europese Ecodesign-verordening 2019/2014. Het meest eciënte programma in termen van energie- en waterverbruik voor
het wassen van normaal vervuilde katoenen was. Opmerking: de waarden voor de centrifugeersnelheid op het display kunnen licht afwijken van de waarden in de tabel.
Eco 40-60 (Drogen)­2019/2014.
het wasporgramma “Eco 40-60” en stelt u de optie “Drogen” in op programma in termen van energie- en waterverbruik voor het wassen en drogen van normaal vervuilde katoenen was. (Cyclusduur: volledige lading 9u:50’ / halve lading 5u:40’).
Testprogramma volgens de Europese Ecodesign-verordening
Om toegang te krijgen tot het programma “wassen en drogen” selecteert u
“A3”.
Het meest eciënte
Voor alle testinstituten:
2) Lang programma voor katoen: stel wasprogramma 6 in met een temperatuur van 40°C.
3) Lang programma voor synthetisch wasgoed: stel wasprogramma 7 in met een temperatuur van 40°C.
4) Eco Katoen -
in op een temperatuur van 60°C om toegang te krijgen tot deze programma's. ** De duur van de wasprogramma's is te zien op het display.
*** Na het einde van het programma en centrifugering met de maximale centrifugeersnelheid, bij de standaard programma-instelling.
WASMIDDELLADE
Vak 1: Giet geen wasmiddel in vak 1.
BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
1. Bovenkant
2. Wasmiddellade
3. Bedieningspaneel
4. Handgreep
5. Deur
6. Afvoerpomp (achter de plint)
7. Plint (verwijderbaar)
8. Afstelbare pootjes (2)
2.
7.
8.
Wasmiddel mag alleen in vak 2 worden gegoten. Vak 2: Wasmiddel (poeder of vloeibaar
1.
wasmiddel)
Vloeibaar wasmiddel mag pas onmiddellijk vóór
3.
de start van het wasprogramma in het vak worden gegoten.
Vak 3: Toevoegingsmiddelen (wasverzachter
etc.)
4.
De wasverzachter mag niet boven het rooster
5.
komen. Opmerking: Als u “wasmiddeltabs of -pods” gebruikt, volg dan altijd de
aanwijzingen van de fabrikant.
6.
! Gebruik waspoeder voor witte katoenen was, voor de voorwas en voor de hoofdwas op temperaturen boven 60°C. ! Volg de instructies op die vermeld staan op de wasmiddelverpakking.
1
Wasmiddel en toevoegingen
Drogen
 
 
 
Max. bela-
ding voor
drogen
(kg)
5,0
3,5
4,5
1,0
1,0
5,0 4,0 2,0
Was-
middel
5,0
2
7 6
Aanbevolen
wasmiddel
Wasver-
zachter
Poeder
 
–
–
–
–
–
   
–
5,0
5,0
5,0 – – – – – – – –
4,0 – – – – – – – –
5,0 –
5,0 – – – – – – – –
5,0
Testprogramma volgens de richtlijnen 1061/2010. Stel wasprogramma “6”
 
–
– – – – – –
3
DISPLAY
ДДДДДДД
(***)
Resterende
Vloeibaar
– – – –
– – – –
– – – –
– – – –
– – – –
49 1,40 105 45 35 0,8 55 43
– – – –
53 1,05 50 38 53 0,78 50 36 53 0,60 35 35 49 0,16 90 22
49 0,90 90 55
53 1,05 52 –
4
5
kWh
°C
Totaal water l
Page 2
WASPROGRAMMA’S
Volg de aanwijzingen bij de symbolen op het wasetiket van de artikelen op. De waarde die in het symbool staat aangegeven is de geadviseerde maximale wastemperatuur voor het artikel.
Gemengde bonte was 59’ Voor het samen wassen van gemengde en gekleurde artikelen. Synthetisch 59’ Geschikt voor het wassen van matig vervuilde artikelen van synthetische vezels (bv. polyester, polyacryl, viscose etc.) of gemengde synthetische­katoenen vezels.
Katoen 45’
Kort programma voor het wassen van jne katoenen artikelen. Wassen&Drogen 90’ Het programma garandeert de was- en droogprestaties voor een lading van 1 kg in 90 minuten (niveau “A1” strijkdroog); bij grotere ladingen duurt het programma langer om de prestaties van het programma te garanderen. Wassen&Drogen 45’ Selecteer programma 5 om licht vervuilde artikelen (katoen en synthetisch) in korte tijd te wassen en drogen. Dit programma kan worden gebruikt om een lading wasgoed van maximaal 1 kg te wassen en drogen in slechts 45 minuten (niveau “A1” strijkdroog). Gebruik voor optimale resultaten vloeibaar wasmiddel en behandel manchetten, kragen en vlekken voor.
Katoen
Geschikt voor het wassen van handdoeken, ondergoed, tafellakens enz. gemaakt van stevig linnen en katoen die matig tot zwaar vervuild zijn.
Synthetisch
Speciaal voor synthetische artikelen. Als het vuil moeilijk te verwijderen is, kan de temperatuur worden verhoogd tot 60° en kan er ook waspoeder worden gebruikt.
Wol
Alle wollen artikelen kunnen worden gewassen met programma 8, ook artikelen met het etiket “alleen met de hand wassen”. Gebruik voor de beste resultaten een speciaal wolwasmiddel en doe niet meer dan 2 kg wasgoed in de machine.
Eco 40-60
Voor het wassen van normaal vervuilde katoenen was die gewassen kan worden op 40 °C of 60 °C, samen in hetzelfde programma. Dit is het standaard katoenprogramma, dat het meest eciënt is in termen van water- en energieverbruik.
20°C
Voor het wassen van licht vervuilde katoenen was op een temperatuur van 20 °C.
Witte was
Voor zwaar vervuilde witte was en kleuren die niet afgeven.
Drogen katoen
Ontwikkeld voor het drogen van katoenen weefsels.
Drogen synthetisch
Ontwikkeld voor het drogen van synthetische weefsels.
Spoelen
Ontwikkeld voor spoelen en centrifugeren.
Centrifugeren
Ontwikkeld voor centrifugeren en afpompen van het water.
Afpompen
Ontwikkeld voor het afpompen van het water.
Eco Katoen
Voor het wassen van normaal vervuilde katoenen was op 60°C.
DISPLAY
Het display is handig bij het programmeren van de machine en geeft veel informatie.
B
CA
De duur van de beschikbare programma's en de resterende tijd van een lopend programma verschijnen in gedeelte A; als de optie UITSTELTIMER is ingesteld, verschijnt het aftellen tot de start van het geselecteerde programma. Door op de betreende toets te drukken kunt u de maximale temperatuur, centrifugeersnelheid en het droogniveau of de tijdwaarden bekijken die bereikt worden door de machine tijdens het geselecteerde programma.
De geplande fases voor het geselecteerde programma en de huidige fase van het wasprogramma (en het droogprogramma, indien van toepassing) als het programma eenmaal is begonnen, verschijnen in gedeelte B.
Wassen
Spoelen
Centrifugeren / Afpompen
Drogen De symbolen voor “temperatuur” , “drogen” en “centrifugeren” verschijnen in gedeelte C van boven naar beneden:
Als het symbool gaat branden, geeft het display de ingestelde “temperatuur” weer.
Het symbool gaat branden terwijl de drooginstellingen worden aangepast.
Als het symbool gaat branden, geeft het display de ingestelde “centrifugeersnelheid” weer.
INDICATIELAMPJE DEUR VERGRENDELD
Als dit symbool brandt, wil dat zeggen dat de deur vergrendeld is. Wacht tot het symbool uit gaat voordat u de deur opent om schade te voorkomen. Om de deur te openen terwijl er een programma bezig is, drukt u op de knop START/PAUSE ; als het symbool uit is, kan de deur worden geopend.
EERSTE KEER GEBRUIKEN
Nadat het apparaat geïnstalleerd is en voordat u het voor het eerst gaat gebruiken, dient u een wasprogramma te draaien met wasmiddel en zonder wasgoed. Gebruik hiervoor het programma “AutoClean” (Automatisch reinigen).
DAGELIJKS GEBRUIK
Bereid het wasgoed voor volgens de adviezen in het deel “TIPS EN SUGGESTIES”.
- Druk op de ON/OFF-knop ; het indicatielampje START/PAUSE gaat langzaam groen knipperen.
- Open de deur. Doe het wasgoed in de machine, maar zorg ervoor dat de maximale lading die is aangegeven in de wasprogrammatabel niet overschreden wordt.
- Trek de wasmiddellade naar buiten en giet het wasmiddel in de betreende vakjes zoals beschreven in het deel “WASMIDDELLADE”.
- Doe de deur dicht.
- Selecteer het gewenste wasprogramma.
- Stel de wastemperatuur in.
- Stel indien nodig het droogprogramma in.
- Selecteer de gewenste opties.
- Druk op de knop START/PAUSE om het wasprogramma te starten; het betreende indicatielampje gaat groen branden en de deur wordt vergrendeld (symbool brandt).
EEN PROGRAMMA ONDERBREKEN
Om een wasprogramma te onderbreken drukt u opnieuw op de knop START/PAUSE ; het indicatielampje gaat oranje knipperen. Als het symbool niet brandt, kan de deur geopend worden. Om het wasprogramma weer te hervatten vanaf het punt waarop het onderbroken is, drukt u opnieuw op de knop START/PAUSE .
DE DEUR OPENEN, INDIEN NODIG
Als het programma eenmaal start, gaat het symbool branden om aan te geven dat de deur niet geopend kan worden. Zolang een wasprogramma bezig is, blijft de deur vergrendeld. Om de deur te openen terwijl er een programma draait, bijvoorbeeld om artikelen toe te voegen of te verwijderen, drukt u op de knop START/PAUSE om het programma te onderbreken. Het indicatielampje gaat oranje knipperen. Als het symbool
niet brandt, kan de deur geopend worden. Druk nogmaals op de knop
START/PAUSE om verder te gaan met het programma.
EEN LOPEND PROGRAMMA VERANDEREN
Om een wasprogramma te veranderen terwijl het al bezig is, moet de was-droogcombinaitie worden gepauzeerd met de knop START/PAUSE (het betreende indicatielampje gaat oranje branden). Selecteer het gewenste programma en druk opnieuw op de de knop START/PAUSE . ! Om een programma te annuleren dat al begonnen is, houdt u de ON/ OFF-knop ingedrukt. Het programma wordt gestopt en de machine wordt uitgeschakeld.
EINDE WASPROGRAMMA
Als het programma voltooid is, gaat het indicatielampje END branden; als het symbool uit gaat, kan de deur worden geopend. Open de deur, laad het wasgoed uit en schakel de machine uit. Als u niet op de ON/ OFF-knop drukt, wordt de wasmachine na ongeveer 10 minuten automatisch uitgeschakeld. Draai de kraan dicht, open de deur en haal het wasgoed uit de was-droogcombinatie. Laat de deur een stukje openstaan zodat de trommel kan drogen.
OPTIES
- Als de geselecteerde optie niet te gebruiken is met het ingestelde wasprogramma, gaat het indicatielampje knipperen en wordt de optie niet ingeschakeld.
- Als de geselecteerde optie niet te gebruiken is met een andere, eerder geselecteerde optie, dan gaat het indicatielampje van de eerste geselecteerde optie knipperen en wordt alleen de tweede optie ingeschakeld; het indicatielampje van de ingeschakelde optie blijft branden.
Page 3
Schakel de mogelijk. Druk op deze optie om het programma automatisch alle wasparameters opnieuw te laten aanpassen voor een langer durend programma. De optie laat de temperatuur altijd onveranderd, terwijl de centrifugeercyclus automatisch wordt teruggezet op het maximale niveau. De gebruiker kan de centrifugeercyclus op elk moment terugzetten op de gewenste waarde.
Makkelijk strijken
Door deze functie te selecteren worden de was- en centrifugeerprogramma's gewijzigd om kreukvorming te verminderen. Aan het eind van het programma laat de wasmachine de trommel langzaam draaien; de indicatielampjes voor de opties MAKKELIJK STRIJKEN en START/PAUSE gaan knipperen (de eerste groen, de tweede oranje). Om het programma te beëindigen drukt op op de START/PAUSE-knop of op de knop MAKKELIJK STRIJKEN. Opmerking: Als u ook het droogprogramma wilt uitvoeren, dan wordt deze optie alleen ingeschakeld in combinatie met niveau “A1”(strijkdroog).
optie voor zeer vuile artikelen in, indien
Extra spoelen
Door deze optie te selecteren wordt de was eciënter gespoeld en wordt een optimale verwijdering van wasmiddel gegarandeerd. Dit is vooral handig bij een gevoelige huid.
Uitsteltimer
Om een uitgestelde start voor het geselecteerde programma in te stellen, drukt u meerdere keren op de betreende knop, totdat het gewenste uitstel bereikt is. Wanneer deze optie ingeschakeld is, blijft het betreende indicatielampje branden. Om het ingestelde startuitstel op te heen, drukt u op de knop totdat de tekst “OFF” op het display verschijnt.
Temperatuur
Elk wasprogramma heeft een voorgedenieerde temperatuur. Om de temperatuur te veranderen drukt u op de knop . De waarde verschijnt op het display. Centrifugeren Elk wasprogramma heeft een voorgedenieerde centrifugesnelheid. Om de centrifugesnelheid te veranderen, drukt u op de knop . De waarde verschijnt op het display.
Droogprogramma
De eerste keer dat de knop wordt ingedrukt, selecteert de machine automatisch het maximale droogprogramma dat compatibel is met het geselecteerde wasprogramma. Door nogmaals op de knop te drukken wordt het droogniveau en vervolgens de droogtijd verlaagd, tot het programma volledig wordt uitgeschakeld (“OFF”). Het drogen kan als volgt worden ingesteld:
A - Op basis van de gewenste droogheid van het wasgoed: Strijkdroog “A1”: geschikt voor kleding die gestreken moet worden. De
resterende vochtigheid vermindert kreukels, waardoor ze makkelijker te verwijderen zijn. Hangerdroog “A2”: ideaal voor kleding die niet volledig gedroogd hoeft te worden. Kastdroog “A3”: geschikt voor wasgoed dat zonder strijken in de kast kan worden gelegd. Extra droog “A4”: geschikt voor wasgoed dat zonder strijken in de kast kan worden gelegd. B - Op basis van een ingestelde tijdsperiode: tussen de 30 en 180 minuten. Als het wasgoed dat u wilt wassen en drogen veel meer is dan de maximaal genoemde lading (zie Wasprogrammatabel), draai dan het wasprogramma en als dat klaar is, verdeelt u de artikelen in groepen en doet u enkele daarvan terug in de trommel. Volg vanaf dit punt de instructies voor het programma Alleen drogen. Herhaal deze procedure voor de rest van het wasgoed. N.B: er wordt altijd een afkoelperiode toegevoegd aan het eind van elk droogprogramma.
Alleen drogen
Gebruik de programmakeuzeknop om een droogprogramma (12-13) te selecteren op basis van het type weefsel. De gewenste droogheid of tijd kan ook worden ingesteld met de knop DROGEN .
TIPS EN SUGGESTIES
Sorteer het wasgoed op:
Type textiel (katoen, gemengde vezels, synthetisch, wol, artikelen die met de hand moeten worden gewassen). Kleur (scheid bonte en witte was, was nieuwe gekleurde stukken apart). Fijne was (kleine stukken – bijvoorbeeld panty's – en artikelen met haakjes – zoals bh's: doe ze in een waszak).
Maak de zakken leeg:
Voorwerpen zoals munten of aanstekers kunnen de was­droogcombinatie en de trommel beschadigen. Controleer alle knopen.
Volg de aanbevolen dosering / toevoegingsmiddelen
Hierdoor krijgt u optimale wasresultaten, voorkomt u irriterende wasmiddelresten in uw wasgoed en bespaart u geld door afval van overtollig wasmiddel te voorkomen. Gebruik een lagere temperatuur en een langere wasduur De meest eciënte programma's in termen van energieverbruik zijn over het algemeen programma's bij lagere temperaturen en met een langere programmaduur. Houd u aan de maximale belading Laad uw wasmachine tot maximaal de inhoud die aangegeven staat in de “Wasprogrammatabel” om water en energie te besparen. Lawaai en resterend vocht
Dit wordt beïnvloed door de centrifugeersnelheid: hoe hoger de centrifugeersnelheid tijdens het centrifugeren, hoe meer lawaai en hoe minder resterend vocht in het wasgoed.
REINIGING EN ONDERHOUD
Voordat u de machine reinigt of onderhoud uitvoert, moet de was­droogcombinatie worden uitgeschakeld en worden losgekoppeld van de netvoeding. Gebruik geen ontvlambare vloeistoen om de was­droogcombinatie schoon te maken. Reinig en onderhoud uw was­droogcombinatie regelmatig (ten minste 4 keer per jaar).
De water- en stroomtoevoer loskoppelen Draai de kraan na iedere wasbeurt dicht. Zo wordt slijtage van het watersysteem in de was-droogcombinatie beperkt en worden lekken voorkomen. Haal de stekker van de was-droogcombinatie uit het stopcontact wanneer u de machine schoonmaakt en gedurende al het onderhoud. De was-droogcombinatie reinigen De buitenkant en de rubberen onderdelen van het apparaat kunnen worden schoongemaakt met een zachte doek die bevochtigd is met een lauw sopje. Gebruik geen oplosmiddelen of schuurmiddelen. De wasmachine heeft een “Auto-clean”-programma (Automatische reiniging) voor de interne onderdelen; dit moet worden gedraaid zonder wasgoed in de trommel. Voor maximale prestaties kunt u het wasmiddel gebruiken (d.w.z. een hoeveelheid van 10% van de aangegeven hoeveelheid voor licht vervuilde artikelen) of speciale middelen voor het reinigen van de was-droogcombinatie. Wij adviseren om elke 40 wasbeurten een reinigingsprogramma te draaien. Om het programma te starten houdt u de knoppen en tegelijkertijd 5 seconden ingedrukt. Het programma start automatisch en duurt ongeveer 70 minuten. De wasmiddellade reinigen Was deze af onder stromend water; dit moet regelmatig worden gedaan. Verzorging van de deur en trommel Laat de deur van de wasmachine altijd op een kier, om te voorkomen dat er onaangename luchtjes ontstaan. De pomp reinigen De was-droogcombinatie is uitgerust met een zelfreinigende pomp die geen onderhoud nodig heeft. Het kan echter gebeuren dat kleine voorwerpen (zoals munten of knopen) in het voorvakje dat de pomp beschermt en zich aan de onderkant ervan bevindt, terechtkomen. ! Verzeker u ervan dat het wasprogramma beëindigd is en haal de stekker uit het stopcontact. U krijgt als volgt toegang tot het voorvakje:
1. verwijder het afdekpaneel aan de voorkant van de machine door eerst in het midden ervan te drukken en vervolgens op beide zijkanten te duwen om het te verwijderen;
2. maak het deksel van de afvoerpomp tegen de klok in los: het is normaal als er wat water weglekt;
3. maak de binnenkant grondig schoon;
4. schroef het deksel weer vast;
5. monteer het paneel weer, met de haakjes goed op hun plaats in de openingen voordat u het paneel vastdrukt op het apparaat. Controle van de watertoevoerslang Controleer de watertoevoerslang minstens eenmaal per jaar. Als er barsten of scheuren in zitten, moet hij worden vervangen: gedurende het wassen kan de slang door de hoge druk van het water opeens openbarsten. ! Gebruik nooit slangen die al gebruikt zijn.
LADINGBALANCEERSYSTEEM
Voor elke centrifugeercyclus draait de trommel continu met een snelheid die iets hoger is dan de draaisnelheid van het wassen, om overmatige trillingen voor het centrifugeren te voorkomen en de lading op een gelijkmatige manier te verdelen over de trommel. Als de lading na verschillende pogingen niet correct gebalanceerd is, centrifugeert de machine met een lagere centrifugeersnelheid. Als de lading overmatig uit balans is, dan voert de was-droogcombinatie het verdeelproces uit in plaats van te centrifugeren. Voor een betere verdeling en balans van het wasgoed raden wij aan om grote en kleine stukken samen te wassen.
ACCESSOIRES
Neem contact op met onze technische assistentiedienst om na te gaan welke van de volgende accessoires leverbaar zijn voor dit model was­droogcombinatie.
Stapelkit
Met dit accessoire kunt u de droger bovenop de was-droogcombinatie vastzetten, om ruimte te besparen en de droger gemakkelijker in en uit te laden.
TRANSPORT EN VERPLAATSING
Til de was-droogcombinatie niet op door hem aan de bovenkant vast te pakken.
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact en draai de waterkraan dicht. Controleer of de deur en de wasmiddellade goed dicht zitten. Haal eerst de vulslang los van de waterkraan, en maak daarna de afvoerslang los. Tap al het resterende water af uit de slangen en zet deze vast zodat ze niet beschadigd worden tijdens het transport. Breng de transportschroeven weer aan. Voer de procedure voor het verwijderen van de transportschroeven omgekeerd uit, zoals beschreven in de “Gezondheid & Veiligheid- en Installatiehandleiding”.
Page 4
STORINGEN OPLOSSEN
Soms kan het gebeuren dat de was-droogcombinatie niet werkt. Controleer voordat u de technische assistentiedienst belt of het niet een storing betreft die u gemakkelijk zelf kunt verhelpen aan de hand van de volgende lijst.
Storingen Mogelijke oorzaken / Oplossing
De was-droogcombinatie start niet.
Het wasprogramma start niet.
De wasmachine wordt niet gevuld met water (“H2O” knippert op het display).
De was-droogcombinatie blijft voortdurend water aan­en afvoeren.
De was-droogcombinatie pompt niet af of centrifugeert niet.
De was-droogcombinatie trilt sterk tijdens het centrifugeren.
De was-droogcombinatie lekt.
De indicatielampjes “Opties” en het indicatielampje START/ PAUSE knipperen en er verschijnt een foutcode op het display (bv.: F-01, F-..).
Er ontstaat te veel schuim.
Het wasprogramma start niet.
De stekker van het apparaat zit niet het stopcontact of niet voldoende om contact te maken.
Er is een stroomstoring in de woning.
De deur van de was-droogcombinatie zit niet goed dicht.
De ON/OFF-knop is niet ingedrukt.
De START/PAUSE-knop is niet ingedrukt.
De waterkraan is niet opengedraaid.
Er is een uitgestelde start ingesteld.
De watertoevoerslang is niet aangesloten op de kraan.
De slang is geknikt.
De waterkraan is niet opengedraaid.
Er is geen water in de woning.
Er is onvoldoende druk.
De START/PAUSE-knop is niet ingedrukt.
De afvoerslang is niet tussen 65 en 100 cm boven de vloer geplaatst.
Het vrije uiteinde van de slang is ondergedompeld in water.
Het afvoersysteem in de muur heeft geen ontluchtingspijp.
Als na deze controles het probleem niet is opgelost, moet u de waterkraan dichtdraaien, de wasmachine uitzetten en de technische assistentiedienst inschakelen. Als u op een van de bovenste verdiepingen van een atgebouw woont, kan zich een hevelingsprobleem voordoen, waarbij de was-droogcombinatie voortdurend aan- en afvoert. Om deze storing te verhelpen zijn er in de handel speciale beluchters te koop.
Het programma heeft geen afpompfase: bij bepaalde programma's moet deze handmatig worden gestart.
De optie “Makkelijk strijken” is ingeschakeld: Om het wasprogramma te voltooien, drukt u op de START/PAUSE-knop .
De afvoerslang is geknikt.
De afvoerleiding zit verstopt.
De trommel is niet correct ontgrendeld tijdens de installatie.
De was-droogcombinatie staat niet waterpas.
De was-droogcombinatie staat te krap tussen meubels en de muur.
De watertoevoerslang is niet goed vastgeschroefd.
De wasmiddellade is verstopt.
De afvoerslang zit niet goed vast.
Schakel de machine uit en haal de stekker uit het stopcontact, wacht ongeveer 1 minuut en schakel hem dan weer in. Als het probleem blijft bestaan, neem dan contact op met de technische assistentiedienst.
Het wasmiddel is niet geschikt voor machinewassen (er moet “voor wasmachines” of “handwas en machinewas” of iets dergelijks op de verpakking staan).
Er is te veel wasmiddel gebruikt.
De stekker van het apparaat zit niet het stopcontact of niet voldoende om contact te maken.
Er is een stroomstoring in de woning.
De deur van de was-droogcombinatie zit niet goed dicht.
De ON/OFF-knop is niet ingedrukt.
De START/PAUSE-knop is niet ingedrukt.
De waterkraan is niet opengedraaid.
Er is een uitgestelde start ingesteld.
DROGEN staat op stand OFF.
U kunt de Veiligheidsintructies, productche en energiegegevens downloaden door:
• Naar onze website te gaan - http://docs.indesit.eu
• De QR-code te gebruiken
• U kunt ook contact opnemen met onze Klantenservice (zie het telefoonnummer in het garantieboekje). Wanneer u contact opneemt met de Klantenservice, vermeld dan de codes die op het identicatieplaatje van uw product staan.
• Ga voor informatie over reparatie en onderhoud door de gebruiker naar www.indesit.com
De modelinformatie kan worden opgehaald via de QR-code op het energielabel. Het label bevat ook de modelidenticatie die gebruikt kan worden om het registratieportaal te raadplegen op https://eprel.ec.europa.eu
xxxxxxxxxxxx
xxxx
Loading...