ZANUSSI ZFT 11104 WA User Manual [nl]

GETTING STARTED?
EASY.
User Manual
ZFT11104WA
NL Gebruiksaanwijzing 2
Vriezer
FR Notice d'utilisation 13
DE Benutzerinformation 24
Gefriergerät

VEILIGHEIDSINFORMATIE

Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor letsel of schade veroorzaakt door een verkeerde installatie of verkeerd gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige en toegankelijke plaats voor toekomstig gebruik.

VEILIGHEID VAN KINDEREN EN KWETSBARE MENSEN

Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en
ouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de eventuele gevaren begrijpen.
Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen tussen de 3
en 8 jaar oud en personen met zware en complexe beperkingen, indien ze duidelijk zijn geïnstrueerd.
Houd kinderen jonger dan 3 jaar uit de buurt of onder
permanent toezicht.
Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en
onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op
passende wijze weg.

ALGEMENE VEILIGHEID

Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke en
soortgelijke toepassingen, zoals:
Boerderijen, personeelskeukens in winkels, kantoren of
andere werkomgevingen
Door gasten in hotels, motels, bed&breakfasts en andere
woonomgevingen
WAARSCHUWING: Houd de ventilatieopeningen altijd vrij van
obstructies; dit geldt zowel voor losstaande als ingebouwde modellen.
2
WAARSCHUWING: Gebruik geen mechanische of andere
middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve die middelen die door de fabrikant zijn aanbevolen.
WAARSCHUWING: Let op dat u het koelcircuit niet
beschadigt.
WAARSCHUWING: Gebruik geen elektrische apparaten in de
koelkast, tenzij deze door de fabrikant worden aanbevolen.
Gebruik geen waterstralen of stoom om het apparaat te
reinigen.
Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik
alleen neutrale reinigingsmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
Bewaar geen explosieve substanties zoals spuitbussen met
drijfgas in dit apparaat.
Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant, een
erkende serviceverlener of een gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

MONTAGE

WAARSCHUWING! Alleen een
erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren.
• Verwijder de verpakking en de transportbouten.
• Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
• Volg de installatie-instructies op die zijn meegeleverd met het apparaat.
• Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
• Zorg ervoor dat rond het apparaat lucht kan circuleren.
• Bij de eerste installatie of na het omdraaien van de deur moet u minstens 4 uur wachten voordat u het apparaat op de stroom aansluit. Hierdoor kan de olie terug in de compressor stromen.
• Trek de stekker uit het stopcontact voordat u handelingen aan het apparaat uitvoert (bijv. het omdraaien van de deur).
• Installeer het apparaat niet in de nabijheid van radiatoren, fornuizen, ovens of kookplaten.
• Stel het apparaat niet bloot aan regen.
• Installeer het apparaat niet op een plaats met direct zonlicht.
• Installeer dit apparaat niet in ruimtes die te vochtig of te koud zijn.
• Til de voorkant van het apparaat op als u hem wilt verplaatsen, om krassen op de vloer te voorkomen.

AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET

WAARSCHUWING! Gevaar voor
brand en elektrische schokken.
WAARSCHUWING! Zorg er bij het plaatsen van het apparaat voor dat het stroomsnoer niet klem zit of wordt beschadigd.
WAARSCHUWING! Gebruik geen meerwegstekkers en verlengsnoeren.
• Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
3
• Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
• Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
• Zorg dat u de elektrische onderdelen (hoofdstekker, kabel, compressor) niet beschadigt. Neem contact met de erkende servicedienst of een elektricien om de elektrische onderdelen te wijzigen.
• De stroomkabel moet lager blijven dan het niveau van de stopcontact.
• Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
• Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.

GEBRUIK

WAARSCHUWING! Gevaar op letsel,
brandwonden of elektrische schokken.
• De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
• Plaats geen elektrische apparaten (bijv. ijsmachines) in het apparaat tenzij uitdrukkelijk geschikt verklaard door de fabrikant.
• Zorg ervoor dat u het koelcircuit niet beschadigt. Het bevat isobutaan (R600a), aardgas met een hoge ecologische compatibiliteit. Dit gas is ontvlambaar.
• Als er schade aan het koelcircuit optreedt, zorg er dan voor dat er zich geen vlammen en andere ontstekingsbronnen in de kamer bevinden. Ventileer de kamer goed.
• Zet geen hete items op de kunststofonderdelen van het apparaat.
• Plaats geen koolzuurhoudende dranken in het vriesvak. Dit zal extra druk in de drankfles veroorzaken.
• Bewaar geen ontvlambare gassen en vloeistoffen in het apparaat.
• Plaats geen ontvlambare producten of gerechten die vochtig zijn gemaakt met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.
• Raak de compressor of condensator niet aan. Ze zijn heet.
• Zorg ervoor dat u nooit met natte of vochtige handen items uit het vriesvak verwijderd of aanraakt.
• Vries ontdooide voedingswaren nooit opnieuw in.
• Bewaar de voedingswaren volgens de instructies op de verpakking.

ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING! Gevaar voor
letsel of schade aan het apparaat.
• Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht.
• Het koelcircuit van dit apparaat bevat koolwaterstoffen. Enkel bevoegde personen mogen de eenheid onderhouden en herladen.
• Controleer regelmatig de afvoer van het apparaat en reinig het indien nodig. Indien de afvoer verstopt is, zal er water op de bodem van het apparaat liggen.

SERVICEDIENST

• Neem contact op met een erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat.
• Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.

VERWIJDERING

WAARSCHUWING! Gevaar voor
letsel of verstikking.
• Haal de stekker uit het stopcontact.
• Snij het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg.
• Verwijder de deur om te voorkomen dat kinderen en huisdieren opgesloten raken in het apparaat.
• Het koelcircuit en de isolatiematerialen van dit apparaat zijn ozonvriendelijk.
• Het isolatieschuim bevat ontvlambare gassen. Neem contact met uw plaatselijke overheid voor informatie m.b.t. correcte afvalverwerking van het apparaat.
• Veroorzaak geen schade aan het deel van de koeleenheid dat zich naast de warmtewisselaar bevindt.

MONTAGE

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
4
100 mm
15 mm 15 mm
45°
45°
A
1
2
2

PLAATSING

Installeer het apparaat op een droge, goed geventileerde plaats binnen waar de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse die vermeld is op het typeplaatje van het apparaat.
Klimaat-
klasse
Omgevingstemperatuur
SN +10°C tot + 32°C N +16°C tot + 32°C ST +16°C tot + 38°C T +16°C tot + 43°C
Bij bepaalde modeltypes kunnen er functionele problemen ontstaan als deze temperaturen niet worden gerespecteerd. De juiste werking van het apparaat kan enkel gegarandeerd worden als het opgegeven temperatuurbereik wordt gerespecteerd. Als u twijfels hebt over waar het apparaat te installeren, raadpleeg dan de verkoper, de klantenservice of de dichstsbijzijnde erkende servicedienst.

NIVELLERING

Zorg ervoor dat het apparaat waterpas staat wanneer u het plaatst. Deze stand kan bereikt worden met de twee afstelbare voetjes die aan de voorkant en onderkant van het apparaat bevestigd zijn.

LOCATIE

De stroomtoevoer aan het apparaat moet verbroken kunnen worden; de stekker moet daarom na de installatie gemakkelijk toegankelijk zijn.
Het apparaat moet ver van hittebronnen, zoals radiatoren, boilers, direct zonlicht enz., vandaan worden geïnstalleerd. Zorg er voor dat lucht vrij kan circuleren aan de achterkant van het keukenkastje. Als het apparaat onder een wandkast wordt geplaatst, moet de minimale afstand tussen de bovenkant van de kast en de wandkast ten minste 100 mm bedragen om optimale prestaties te garanderen. Voor de beste prestatie kunt u het apparaat echter beter niet onder een wandkast zetten. De afstelbare voetjes aan de onderkant van het apparaat garanderen een nauwkeurig horizontale uitlijning.

AFSTANDHOUDERS ACHTERKANT

In het zakje met de handleiding zitten twee afstandhouders die gemonteerd moeten worden zoals te zien is in de afbeelding.
1. Plaats de afstandhouders in de openingen. Zorg er voor dat de pijl (A) is gepositioneerd, zoals in de afbeelding te zien is.
Als u het apparaat op een standaard zet:
1. Draai de voet los van het deurscharnier.
2. Schroef het reservepootje in de zak met de
eierhouder aan de kast.
5
2
1
1
2
3
4
2. Draai de houders 45° linksom totdat ze vergrendelen op de juiste plaats.

OMKEERBAARHEID VAN DE DEUR

WAARSCHUWING! Voordat
werkzaamheden worden uitgevoerd, moet u zich ervan verzekeren dat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
LET OP! Om de volgende handelingen uit te voeren, raden we aan dit te doen met de hulp van iemand anders die de deuren van het apparaat tijdens de werkzaamheden stevig vasthoudt.
1. Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren, zodat de compressor de vloer niet kan raken.
2. Schroef beide afstelbare voetjes los.
6. Installeer de deur van het apparaat op de
bovenste deurscharnierpen.
7. Verwijder het onderste scharnier. Verplaats de deurscharnierpen in de richting van de pijl.
8. Draai de schroef los en monteer deze aan de andere kant.
9. Installeer het onderste scharnier aan de tegenovergestelde kant waarbij u de stand van de deur ongewijzigd laat.
10. Monteer de ene schroef op de plaats die is vrijgekomen aan de andere kant evenals de stelvoetjes (2 stuks).
11. Verwijder en installeer de handgreep aan de andere kant.
LET OP! Zet het apparaat op zijn plaats, zet het waterpas, wacht minstens vier uur en steek dan de stekker in het stopcontact.
3. Draai de schroeven van het onderste deurscharnier los.
4. Verwijder de deur van het apparaat door deze iets omlaag te trekken.
5. Schroef de bovenste deurscharnierpen los en monteer deze aan de andere kant.
6
Voer een eindcontrole uit en verzeker u ervan dat:
• Alle schroeven zijn aangedraaid.
• De magnetische afdichtstrip vast zit aan de kast.
• De deur goed open en dicht gaat.
Als de omgevingstemperatuur laag is (bijv. in de winter), kan het zijn dat het deurrubber niet precies op de kast past. Wacht in dat geval tot de deurrubber zich op een natuurlijke wijze zet. Als u bovenstaande handelingen liever niet zelf uitvoert, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde klantenservice. Een vakman van de klantenservice zal de draairichting van de deuren op uw kosten veranderen.

ELEKTRISCHE AANSLUITING

• Zorg er vóór het aansluiten voor dat het voltage en de frequentie op het typeplaatje overeenkomen met de stroomtoevoer in uw huis.
• Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact. De netsnoerstekker is voorzien van een contact voor dit doel. Als het stopcontact niet geaard is, sluit het apparaat dan aan op een afzonderlijk aardepunt, in overeenstemming met de geldende regels. Raadpleeg hiervoor een gekwalificeerd elektricien.

BEDIENING

INSCHAKELEN

1. Steek dan de stekker in het stopcontact.
2. Draai de temperatuurknop naar rechts op een
gemiddelde stand.

UITSCHAKELEN

Trek om het apparaat uit te schakelen de stekker uit het stopcontact.

TEMPERATUURREGELING

De temperatuur in het apparaat wordt geregeld door de thermostaatknop op het bedieningspaneel.
Ga als volgt te werk om het apparaat in werking te stellen:
• draai de temperatuurregelaar naar MIN voor de minimale koudestand.
• draai de temperatuurregelaar naar MAX voor de maximale koudestand.
• De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden als bovenstaande veiligheidsvoorschriften niet opgevolgd worden.
• Dit apparaat voldoet aan de EEG -richtlijnen.
Bij het invriezen van kleinere volumes voeding is de positie Halfgeladen de meest geschikte. Bij het invriezen van grote hoeveelheden voeding is de positie Volgeladen de meest geschikte.
De exacte instelling moet echter worden gekozen rekening houdend met het feit dat de temperatuur in het apparaat afhankelijk is van:
• de kamertemperatuur
• hoe vaak de deur geopend wordt
• de hoeveelheid voedsel die wordt bewaard
• de plaats van het apparaat
LET OP! Plaats ter voorkoming van schade geen zware noch hete voorwerpen bovenop het apparaat.

DAGELIJKS GEBRUIK

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

INVRIEZEN VAN VERS VOEDSEL

Het (bovenste) vriesvak is geschikt voor het invriezen van vers voedsel en voor het voor een lange periode bewaren van ingevroren en diepgevroren voedsel.
Om verse voeding in te vriezen, plaats het in het vriescompartiment (bovenaan) en laat het daar gedurende 24 uur liggen.
Plaats het bevroren voedsel in het (onderste) vriesvak om ruimte te maken voor het invriezen van nieuw voedsel.
De maximale hoeveelheid voedsel die in 24 uur ingevroren kan worden, staat vermeld op het typeplaatje, een etiket dat zich aan de binnenkant van het apparaat bevindt.
Het invriesproces duurt 24 uur. voeg tijdens deze periode geen ander voedsel toe om in te vriezen.

HET BEWAREN VAN INGEVROREN VOEDSEL

Als u het apparaat voor het eerst of na een periode dat het niet gebruikt is inschakelt, dient u het apparaat minstens 8 uur op een hoge instelling te laten werken voordat u er producten in plaatst.
In het geval van onbedoelde ontdooiing, bijvoorbeeld als de stroom langer is uitgevallen dan de duur die op de kaart met technische kenmerken onder "maximale bewaartijd bij stroomuitval" is vermeld, moet het ontdooide voedsel snel geconsumeerd worden of onmiddellijk bereid worden en dan weer worden ingevroren (nadat het afgekoeld is).

ONTDOOIEN

Diepgevroren of ingevroren voedsel kunt u, voordat het gebruikt wordt, in het koelvak of op kamertemperatuur laten ontdooien, afhankelijk van de hoeveelheid tijd die hiervoor nodig is.
7
Kleine stukken kunnen zelfs rechtstreeks vanuit de
vriezer gekookt worden als ze nog bevroren zijn: in dat geval zal de bereiding iets langer duren.

AANWIJZINGEN EN TIPS

NORMALE BEDRIJFSGELUIDEN:

De volgende geluiden zijn normaal tijdens de werking:
• Een zacht gorgelend en borrelend geluid als het koelmiddel door leidingen wordt gepompt.
• Een zoemend en kloppend geluid van de compressor als het koelmiddel wordt rondgepompt.
• Een plotseling krakend geluid uit de binnenkant van het apparaat veroorzaakt door thermische uitzetting (een natuurlijk en ongevaarlijk natuurkundig fenomeen).
• Een zacht klikkend geluid van de thermostaat als de compressor aan of uit gaat.

TIPS VOOR ENERGIEBESPARING

• De deur niet vaker openen of open laten staan dan strikt noodzakelijk.

TIPS VOOR HET INVRIEZEN

• Vries alleen verse en grondig schoongemaakte levensmiddelen van uitstekende kwaliteit in.
• Verdeel voor efficiënter invriezen en ontdooien het voedsel in kleine porties.
• Wikkel het voedsel in aluminiumfolie of plastic. Zorg ervoor dat de verpakking luchtdicht is.

ONDERHOUD EN REINIGING

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

ALGEMENE WAARSCHUWINGEN

LET OP! Voordat u welke
onderhoudshandeling dan ook verricht, de stekker uit het stopcontact trekken.
Dit apparaat bevat koolwaterstoffen in de koeleenheid. Onderhoud en hervullen mag alleen uitgevoerd worden door bevoegde technici.
De toebehoren en onderdelen van het apparaat zijn niet geschikt om in een afwasmachine gewassen te worden.
• Om te voorkomen dat de temperatuur van al ingevroren voedsel toeneemt, dient u vers voedsel hier niet direct naast te plaatsen.
• Smalle pakjes zijn makkelijker te bewaren dan dikke. Zout maakt voedsel minder lang houdbaar.
• IJsblokjes, ingevroren water of waterijsjes niet meteen nadat ze uit de vriezer zijn gehaald opeten. Gevaar voor bevriezing.
• Het is aan te bevelen de invriesdatum op elk pakje te vermelden, dan kunt u zien hoe lang het al bewaard is.

TIPS VOOR HET BEWAREN VAN INGEVROREN VOEDSEL

• Verzeker u ervan dat de commercieel ingevroren levensmiddelen op geschikte wijze door de winkelier werden bewaard.
• Zorg ervoor dat de ingevroren levensmiddelen zo snel mogelijk van de winkel naar uw vriezer gebracht worden.
• Als voedsel eenmaal ontdooid is, bederft het snel en kan het niet opnieuw worden ingevroren.
• Bewaar het voedsel niet langer dan de door de fabrikant aangegeven bewaarperiode.

DE BINNENKANT SCHOONMAKEN

Voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, wast u de binnenkant en de interne accessoires met lauwwarm water en een beetje neutrale zeep om de typische geur van een nieuw product weg te nemen. Droog daarna grondig af.
LET OP! Gebruik geen reinigingsmiddelen, schuurpoeders, chloor of reinigers op oliebasis. Deze beschadigen de afwerking.

PERIODIEKE REINIGING

LET OP! Trek niet aan leidingen en/of
kabels aan de binnenkant van het apparaat en verplaats of beschadig ze niet.
8
LET OP! Let op dat u het koelsysteem niet beschadigt.
Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt:
1. Maak de binnenkant en de accessoires schoon met lauw water en wat neutrale zeep.
2. Controleer de afdichtingen regelmatig en wrijf ze schoon om u ervan te verzekeren dat ze schoon en vrij van resten zijn.
3. Spoel ze af en maak ze grondig droog.
4. Maak indien toegankelijk de condensor en de
compressor aan de achterkant van het apparaat schoon met een borstel. Dit zal de prestatie van het apparaat verbeteren en het elektriciteitsverbruik reduceren.

DE VRIEZER ONTDOOIEN

LET OP! Gebruik nooit scherpe
metalen hulpmiddelen om de rijp van de verdamper te krabben, deze zou beschadigd kunnen raken. Gebruik geen mechanische of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve die middelen die door de fabrikant zijn aanbevolen. Een temperatuurstijging tijdens het ontdooien van de ingevroren levensmiddelen, kan de veilige bewaartijd verkorten.
Stel ongeveer 12 uur voordat u gaat ontdooien een lagere temperatuur in om voldoende koudereserve op te bouwen voor de onderbreking tijdens de werking.
Een zekere hoeveelheid rijp zal zich altijd vormen op de schappen van de vriezer en rond het bovenste vak.
Ontdooi de vriezer wanneer de rijplaag een dikte van ongeveer 3-5 mm bereikt heeft.
1. Trek de stekker uit het stopcontact of schakel het apparaat uit.
2. Verwijder al het ingevroren voedsel, wikkel het in een paar lagen krantenpapier en leg het op een koele plaats.
WAARSCHUWING! Raak ingevroren voedsel niet met natte handen aan. Uw handen kunnen dan aan de producten vastvriezen.
3. Laat de deur open staan en steek de kunststof schraper in de daarvoor bedoelde opening in het midden van de bodem, plaats er een opvangbak onder om het dooiwater op te vangen.
Om het ontdooiproces te versnellen kunt u een bak warm water in het vriesvak zetten. Verwijder bovendien stukken ijs die afbreken voordat het ontdooien voltooid is.
4. Na afloop van het ontdooien de binnenkant grondig droog maken en de schraper bewaren voor toekomstig gebruik.
5. Zet het apparaat aan.
6. Draai de thermostaatknop naar de stand
Volgeladen en wacht minimaal 8 uur.
7. Zet, nadat het rode indicatielampje is uit gegaan, het eerder verwijderde voedsel terug in het vriesvak.
8. Pas de thermostaatknop aan volgens de hoeveelheid opgeslagen voeding.

PERIODES DAT HET APPARAAT NIET GEBRUIKT WORDT

Neem de volgende voorzorgsmaatregelen als het apparaat gedurende lange tijd niet gebruikt wordt:
1. Trek de stekker uit het stopcontact.
2. Verwijder al het voedsel.
3. Ontdooi het apparaat en toebehoren (indien
nodig) en maak alles schoon.
4. Laat de deur/deuren open staan om onaangename luchtjes te voorkomen.
LET OP! Als u uw apparaat ingeschakeld wilt laten, vraag dan iemand om het zo nu en dan te controleren, om te voorkomen dat het bewaarde voedsel bederft, als de stroom uitvalt.
9

PROBLEEMOPLOSSING

WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.

PROBLEMEN OPLOSSEN

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Het apparaat werkt niet. Het apparaat is uitgeschakeld. Zet het apparaat aan. De stekker zit niet goed in het
Er staat geen spanning op het
Het apparaat maakt lawaai. Het apparaat is niet stevig en
De compressor werkt continu. De temperatuur is niet goed in-
Er zijn grote hoeveelheden
De omgevingstemperatuur is te
Het voedsel dat in het apparaat
Er is te veel rijp en ijs. De deur is niet correct geslo-
De deur is verkeerd uitgelijnd of komt tegen het ventilatier­ooster aan.
De temperatuur in het apparaat is te laag/hoog.
stopcontact.
stopcontact.
stabiel geplaatst.
gesteld.
voedsel tegelijk in de vriezer geplaatst.
hoog.
werd geplaatst, was te warm.
De deur is niet goed gesloten. Zie 'De deur sluiten'.
ten of de deurpakking is ver­vormd/vies.
De dop van de waterafvoer be­vindt zich niet op de juiste plaats.
De producten zijn niet op de juiste wijze verpakt.
De temperatuur is niet goed in­gesteld.
Het apparaat staat niet water­pas.
De temperatuurknop is niet goed ingesteld.
Steek de stekker goed in het stopcontact.
Sluit een ander elektrisch ap­paraat op het stopcontact aan. Neem contact op met een ge­kwalificeerd elektricien.
Controleer of het apparaat sta­biel staat.
Raadpleeg het hoofdstuk 'Be­diening'.
Wacht een paar uur en contro­leer dan nogmaals de tempera­tuur.
Zie het typeplaatje voor de kli­maatklasse.
Laat voedsel afkoelen tot ka­mertemperatuur voordat u het opslaat.
Zie 'De deur sluiten'.
Plaats de dop voor de wateraf­voer op de juiste manier.
Pak de producten beter in.
Raadpleeg het hoofdstuk 'Be­diening'.
Zie 'Waterpas zetten'.
Stel een hogere/lagere tempe­ratuur in.
10
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
De deur is niet goed gesloten. Zie 'De deur sluiten'. De temperatuur van het voed-
sel is te hoog.
Er worden veel producten te­gelijk bewaard.
De dikte van de rijp is meer dan 4-5 mm.
De deur is te vaak geopend. Open de deur alleen als het
Er is geen koude luchtcirculatie in het apparaat aanwezig.
Deur gaat niet makkelijk open. U probeerde de deur na het
sluiten meteen weer te openen.
Laat het voedsel afkoelen tot kamertemperatuur voordat u het conserveert.
Conserveer minder producten tegelijk.
Ontdooi het apparaat.
nodig is. Zorg ervoor dat er koude
luchtcirculatie in het apparaat aanwezig is.
Wacht een paar seconden tus­sen het sluiten en weer ope­nen van de deur.
Bel, wanneer het advies niet tot resultaten leidt, de dichtstbijzijnde klantenservice voor dit merk.

DE DEUR SLUITEN

1. Maak de afdichtingen van de deur schoon.
2. Stel de deur, indien nodig, af. Raadpleeg
"Montage".
3. Vervang, indien nodig, de defecte deurafdichtingen. Neem contact op met een erkend servicecentrum.

TECHNISCHE GEGEVENS

TECHNISCHE GEGEVENS

In hoogte mm 850 Breedte mm 550 Diepte mm 612 Maximale bewaartijd bij stroomuitval Uur 19 Spanning Volt 230 - 240 Frequentie Hz 50
De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de binnen- of buitenkant van het apparaat en op het energielabel.
11
Loading...
+ 25 hidden pages