Sony ILME-FX6T Users guide [nl]

Solid-State Memory Camcorder
FX6
ILME-FX6V/ILME-FX6VK ILME-FX6T/ILME-FX6TK
5-024-458-94 (1)
NL
E-bevestiging
Gebruiksaanwijzing
© 2020 Sony Corporation
2

Inhoudsopgave

1. Overzicht
Systeemconfiguratie ......................................... 3
Plaats en functie van onderdelen
Het aanraakscherm gebruiken
Schermdisplay
................................................. 11
..................... 4
........................ 10
2. Voorbereiding
Stroomvoorziening ..........................................17
Apparaten aansluiten
Basisbediening van de camcorder
configureren
Geheugenkaarten gebruiken
......................................19
............................................. 24
.......................... 26
3. Filmen
Basisbediening ............................................... 34
De Zoom aanpassen
De scherpstelling aanpassen
De helderheid aanpassen
Aanpassing voor natuurlijke kleuren
(witbalans)
De audio voor opname instellen
Handige functies
Proxy-opname
Filmen met het gewenste uiterlijk
Filmen met uiterlijkaanpassing in
postproductie
RAW video opnemen
....................................... 36
.......................... 37
............................... 43
...............................................46
.................... 47
............................................. 49
................................................ 55
.................. 56
........................................... 58
...................................... 59
4. Netwerkfuncties
Verbinding maken met andere apparaten via
LAN
...........................................................60
Verbinding met internet
Bestanden uploaden
................................. 63
......................................65
5. Pictogrammenscherm
Pictogrammenscherm ..................................... 67
Clips afspelen
Clipfuncties
.................................................. 68
.....................................................69
6. Menuweergave en instellingen
Configuratie en hiërarchie hoofdmenu ........... 70
Handelingen hoofdmenu
Menu User
Menu Edit User
Menu Shooting
Menu Project
Menu Paint/Look
Menu TC/Media
Menu Monitoring
Menu Audio
Menu Thumbnail.............................................98
Menu Technical
Menu Network
Menu Maintenance
Instellingen en standaardwaarden menu
Beeldkwaliteitsinstellingen opgeslagen voor
Configuratiegegevens opslaan en laden
....................................................... 74
................................................ 75
............................................... 76
................................................... 82
...............................................91
....................................................96
............................................... 99
...............................................102
Shooting
elke opnamemodus
..................................................107
............................... 72
............................................89
............................................ 93
....................................... 106
.................................111
....... 112
7. Aansluiting met een extern apparaat
Aansluiting externe monitors en opname-
apparaten
Tijdcodes synchroniseren
Clips beheren/bewerken met behulp van een
computer
................................................ 113
..............................114
................................................. 115
8. Appendix
Voorzorgsmaatregelen voor gebruik ............. 116
Uitvoerindelingen en beperkingen
Problemen oplossen
Fout-/waarschuwingsmeldingen
Menu-onderdelen die in bestanden worden
opgeslagen
Blokschema's
E-mount objectiefsoftware updaten
Licenties
.........................................................135
Specificaties
...................................... 119
.............................................123
................................................. 131
...................................................138
................ 117
.................. 121
..............134

1. Overzicht

3

Systeemconfiguratie

UWP-D21 UWP-D22 UWP-D26 Draadloos microfoonpakket
SMAD-P5 Multi-interface­schoenadapter
URX-P03D Draadloze micro­foonontvanger
SMAD-P3D Multi-interface schoenadapter
XLR-K2M XLR-K3M XLR-adapterset
HVL-LBPC Videolamp
CFexpress Type A Geheugenkaarten
SDXC Geheugenkaarten
CFexpress Type A-kaartlezer/ SD-kaartlezer
MCX-500 Multi Camera Live Producer
LA-EA3 LA-EA4 A-bevestigingsadapter
Objectief met E-bevestiging
ECM-VG1 ECM-MS2 Microfoon
RM-30BP Afstandsbedieningsunit
ILME-FX6V/ILME-FX6VK ILME-FX6T/ILME-FX6TK
Afstandsbedieningsgreep (meegeleverd)
BP-U35, BP-U60, BP-U60T, BP-U70, BP-U90, BP-U100 Accuset
Netadapter (meegeleverd)
BC-U1A, BC-U2A Acculader
BC-CU1 Acculader (meegeleverd)
1. Overzicht
11
2
4 5 6
8 9
12
13
14
3
16
15
10
4

Plaats en functie van onderdelen

Linkerkant en voorkant
1
9. Wifi-antenne
10. Opname/tally-lampje (voorkant)
(pagina 34)
Knippert als de resterende capaciteit van de opnamemedia of accu laag is.
11. FOCUS-schakelaar (pagina 37)
12. Beeldsensor
13. Knop PUSH AUTO FOCUS (pagina 41)
14. Signaalcontacten objectief
[Opmerking]
Niet direct met uw handen aanraken.
15. Knop WB SET (witbalansinstelling)
(pagina 46)
16. Vrijgaveknop objectief (pagina 22)
7
1. Meetlinthaak
De meetlinthaak zit op dezelfde hoogte als de beeldsensor. Gebruik deze haak als referentiepunt om de afstand tussen de camcorder en het onderwerp nauwkeurig te meten. U kunt het uiteinde van een meetlint aan de haak bevestigen om de afstand vanaf het onderwerp te meten.
2. Zoekeraansluiting (pagina 19)
3. Ventilatie-opening
[Opmerking]
Bedek de ventilatie-opening niet.
4. Keuzeschakelaar TC IN/OUT (pagina 34,
114)
5. Aansluiting afstandsbedieningsgreep
(pagina 21)
6. (N-teken) (pagina 60)
Raak met een smartphone die is uitgerust

met de NFC-functie het apparaat aan, om een draadloze verbinding tot stand te brengen. Sommige smartphones die draadloze betalingssystemen ondersteunen ondersteunden mogelijk geen NFC. Raadpleeg voor details de gebruiksaanwijzing van de smartphone. NFC (Near Field Communication) is een

internationaal communicatieprotocol voor draadloze communicatie tussen objecten die zich dicht bij elkaar bevinden.
7. Bevestiging afstandsbedieningsgreep
8. Vrijgaveknop voor de
(pagina 21)
afstandsbedieningsgreep (pagina 21)
1. Overzicht: Plaats en functie van onderdelen
1816
5
Rechterkant (voorkant/bovenkant/onderkant)
1 2 3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
19171514
1. Knop Clipvlaggen (pagina 53, 69)
2. HOLD-schakelaar (pagina 99)
3. Knop Record START/STOP (pagina 34)
Druk op de knop START/STOP om te starten met opnemen. De LED brandt tijdens opname.
4. Regelaar ND VARIABLE (pagina 44)
5. Schakelaar ND PRESET/VARIABLE
(pagina 44)
6. Omhoog/omlaag-knoppen ND FILTER
POSITION (pagina 44)
7. Indicator ND CLEAR (pagina 44)
20
Rechterkant (achter) (pagina 6)
8. Knop ND VARIABLE AUTO (pagina 44)
Druk op de knop ND VARIABLE AUTO om automatische dichtheidsaanpassing van het ND filter te starten. De LED brandt groen als dit is ingeschakeld.
9. Multifunctionele regelaar (pagina 49)
Indrukken tijdens het bekijken van het beeld in de zoeker om het directmenu weer te geven en te bedienen. Draai de multifunctionele regelaar als er een menu in de zoeker wordt weergegeven om de cursor omhoog/omlaag te verplaatsen om menu-onderdelen of instellingen te selecteren. Indrukken om het geselecteerde onderdeel toe te passen. Op momenten dat het menu niet wordt weergegeven kan de regelaar ook functioneren als een toewijsbare regelaar.
10. Functieknop IRIS (pagina 43)
11. Knop CANCEL/BACK (pagina 68)
12. Knop THUMBNAIL (pagina 67)
13. Knop MENU (pagina 10, 72)
Druk op de knop MENU om het statusscherm weer te geven. Houd de knop MENU ingedrukt om het hoofdmenuscherm weer te geven. Druk op de knop tijdens weergave van het statusscherm of hoofdmenuscherm om naar de vorige schermweergave te gaan.
14. Functieknop ISO/GAIN (pagina 43)
15. Schakelaar ISO/GAIN
(versterkingsselectie) (pagina 43)
16. Functieknop WHT BAL (witbalans)
(pagina 46)
17. Schakelaar WHT BAL (geheugenselectie
witbalans) (pagina 46)
18. Functieknop SHUTTER (pagina 44)
19. Hoofdtelefoonaansluiting (pagina 34)
20. POWER-schakelaar (pagina 34)
1. Overzicht: Plaats en functie van onderdelen
8
7
6
5
4
12
14
6
Rechterkant en kaartsleuf
14. CFexpress Type A/SD kaartsleuf (B)
(pagina 26)
15. Toegangsindicator B (pagina 26)
123
13
11
15
10
9
1. Wifi-antenne
2. Regelaar AUDIO LEVEL (CH1)
(pagina 47)
3. Schakelaar CH1 (AUTO/MAN)
(pagina 47)
4. ASSIGN (toewijsbaar) knoppen 1 t/m 3
(pagina 49)
5. Interne microfoon (pagina 47)
Spraakmicrofoon voor opname van omgevingsgeluid.
[Tip]
Deze microfoon wordt uitgeschakeld als de draaggreep wordt bevestigd en de interne microfoon van de draaggreep actief wordt (pagina 7).
6. Knop DISPLAY (pagina 11)
7. Interne luidspreker (pagina 34)
8. POWER-indicator (pagina 34)
9. Knop SLOT SELECT (selectie
geheugenkaartsleuf (A)/(B)) (pagina 34)
10. Schakelaar CH2 (AUTO/MAN)
(pagina 47)
11. Regelaar AUDIO LEVEL (CH2)
(pagina 47)
12. Toegangsindicator A (pagina 26)
13. CFexpress Type A/SD kaartsleuf (A)
(pagina 26)
1. Overzicht: Plaats en functie van onderdelen
16
18 19
7
Draaggreep, achterkant en aansluitblok
10
10
9
10
11
1 2 1 3
1 4
15
20
1. HOLD-schakelaar draaggreep
(pagina 99)
Gebruiken om de bediening van bedieningselementen op de draaggreep uit te schakelen.
[Tip]
U kunt dit ook instellen voor alleen de knop Record START/STOP op de draaggreep.
2. Knop draaggreep opname START/STOP
10
4 3 2 1
5 6
7
8
20 21
22
23 24
25 26
3. Interne microfoon draaggreep
4. Multi-interfaceschoen
Neem voor details over de accessoires die worden ondersteund door de multi­interfaceschoen contact op met uw verkoopvertegenwoordiger.
17
5. Toewijsbare regelaar draaggreep
(pagina 49)
6. Zoomregelaar draaggreep (pagina 100)
7. ASSIGN (toewijsbare) knoppen 7 t/m 8
(pagina 49)
8. Keuzeschakelaar (8-voudig D-pad en
toepassingsknop)
9. Accessoireschoen (pagina 7)
10. Schroefgaten bevestiging accessoires (1/4
inch)
Compatibel met 1/4-20 UNC-schroeven (lengte van 6mm of minder).
[Opmerking]
Gebruik van schroeven die langer zijn dan 6 mm kan schade aan externe onderdelen veroorzaken.
11. Opname/tally-lampje (achterkant)
(pagina 34)
12. Knop BATT RELEASE (pagina 17)
13. Luchtinlaat
[Opmerking]
Bedek de luchtinlaat niet.
14. Accuset aansluitopening (pagina 17)
15. USB-C-aansluiting (pagina 63)
16. Aansluiting INPUT2 (audio-ingang 2)
(pagina 47)
17. Aansluiting INPUT1 (audio-ingang 1)
(pagina 47)
18. Schakelaar INPUT2 (LINE/MIC/MIC+48V)
(pagina 47)
19. Schakelaar INPUT1 (LINE/MIC/MIC+48V)
(pagina 47)
20. Schroefgaten voor externe apparaten
Compatibel met M3-schroeven (lengte van 4mm of minder).
[Opmerking]
Gebruik van schroeven die langer zijn dan 4 mm kan schade aan het externe oppervlak veroorzaken.
21. HDMI OUT-aansluiting (pagina 113)
22. SDI OUT-aansluiting (pagina 113)
23. Aansluiting TC IN/TC OUT (tijdcode in/uit)
(pagina 114)
24. REMOTE-aansluiting
Aansluiten op algemene LANC jack-accessoire.
25. USB/multi-aansluiting (pagina 115)
26. DC-IN-aansluiting (standaard DC-stekker)
(pagina 18)
De accessoireschoen bevestigen
1 Til de voorste rand van de schoenveer
omhoog en trek de veer in tegenovergestelde richting van de pijl die op de veer is gegraveerd.
Schoenveer
1
Accessoireschoen
2 Plaats de accessoireschoen op de
accessoireschoenbevestiging, lijn de uitsteeksels op de schoen uit met de corresponderende punten op de bevestiging en draai de vier schroeven vast.
1. Overzicht: Plaats en functie van onderdelen
2
2
2
2
8
3 Zet de schoenveer er in de richting van de
pijl in, zodat het U-vormige gedeelte op het eind van de accessoireschoen past.
Accessoireschoen
3
232
Schoenveer
De accessoireschoen verwijderen
Verwijder de schoenveer zoals beschreven in stap 1 in "De accessoireschoen bevestigen", schroef de vier schroeven los en verwijder de accessoireschoen.
De draaggreep bevestigen
Plaats de draaggreep zo dat de draaggreepaansluiting en schroefgaten op elkaar zijn uitgelijnd. Druk in en draai de bevestigingsschroeven van de draaggreep naar rechts om de draaggreep aan het apparaat te bevestigen. U kunt ook de bevestigingsschroeven van de twee draaggrepen vastmaken door deze naar rechts te draaien met een inbussleutel (4mm).
[Opmerking]
Zorg dat de twee bevestigingsschroeven van de draaggreep goed zijn vastgemaakt, alvorens de draaggreep te gebruiken. De hendel kan van de camcorder afvallen als de schroeven niet stevig zijn vastgemaakt.
De draaggreep verwijderen
Verwijderen in de omgekeerde volgorde als van de bevestigingsprocedure.
De beschermkap voor de draaggreepaansluiting (meegeleverd) bevestigen
Als de camcorder wordt gebruikt zonder de draaggreep, bescherm dan de aansluiting met de meegeleverde beschermkap.
[Tip]
Als de draaggreep wordt bevestigd, berg dan de beschermkap op aan de onderkant van de draaggreep.
Bovenkant
1
1. Aansluiting draaggreep
2. Schroefgaten bevestiging accessoires (1/4
inch)
Compatibel met 1/4-20 UNC-schroeven (lengte van 6mm of minder).
[Opmerking]
Gebruik van schroeven die langer zijn dan 6 mm kan schade aan externe onderdelen veroorzaken.
De fysieke aansluitingen beschermen
Bevestig de kap voor niet gebruikte aansluitingen om de chassisdelen te beschermen.
1. Overzicht: Plaats en functie van onderdelen
1 2
2 3
4 5
4
1
8
6
5
9
Onderkant
1. Schroefgaten statief (1/4 inch, 3/8 inch)
Compatibel met 1/4-20 UNC-schroeven en 3/8-16 UNC-schroeven. Bevestigen op een statief (optie, schroeflengte 5,5 mm of minder).
2. Luchtuitlaat
[Opmerking]
Bedek de luchtuitlaat niet.
Zoeker
Zie voor details over bevestiging van de zoeker (meegeleverd) pagina 19.
1
1. Knop PEAKING
2. Knop ZEBRA
3. Knop ASSIGN (toewijsbaar) 9
(pagina 49)
4. Aanraakscherm
Aanraakbediening kan worden uitgeschakeld met een toewijsbare knop of in het menu (pagina 10).
5. Schakelaar MIRROR
Afstandsbedieningsgreep
Zie voor details over bevestiging van de (meegeleverde) afstandsbedieningsgreep pagina 21.
2 3
7
8. Knop ASSIGN (toewijsbaar) 5
(pagina 49)
1. Zoomregelaar
2. Knop ASSIGN (toewijsbaar) 4
(pagina 49)
3. Afstandsbedieningsgreep toewijsbare
regelaar (pagina 49)
4. Knop ASSIGN (toewijsbaar) 6
(pagina 49)
5. Rotatieregelaar afstandsbedieningsgreep
(pagina 21)
6. Knop Record START/STOP
7. Keuzeschakelaar (8-voudig D-pad en
toepassingsknop)
1. Overzicht
10

Het aanraakscherm gebruiken

Voorzorgsmaatregelen voor gebruik van het aanraakscherm
De zoeker van het apparaat is een aanraakscherm, dat u bedient met directe aanraking met uw vinger.
Het aanraakscherm is ontworpen om licht

met uw vinger te worden aangeraakt. Oefen geen kracht uit op het scherm en raak het niet aan met voorwerpen met scherpe randen of punten (nagel, balpen, sleutel etc.) Het aanraakscherm reageert mogelijk niet

bij aanraking in de volgende situaties. Let op, hierdoor kan ook een defect veroorzaakt worden.
Bediening met het uiteinde van

vingernagels Bediening terwijl andere objecten

contact maken met het oppervlak Bediening met een aangebrachte

beschermfolie of sticker Bediening met waterdruppels of

condens op het display Bediening met natte of bezwete vingers

Aanraakscherm bewegingen
Tik
Raak een onderdeel, zoals een pictogram of een menu-onderdeel, licht aan met uw vinger en verwijder uw vinger direct weer.
Sleep
Raak het scherm aan en sleep uw vinger naar de gewenste positie op het scherm, en verwijder vervolgens uw vinger.
Korte of lange veeg
Raak het scherm aan en veeg uw vinger snel omhoog, omlaag, naar links of naar rechts.
Het aanraakscherm configureren
Bediening van het aanraakscherm kan worden ingeschakeld of uitgeschakeld met het onderdeel Touch Operation (pagina 99) in het menu Technical.
[Tip]
Als de displayinhoud doorloopt buiten de randen van het scherm, kunt u de displayinhoud met vegen laten verschuiven.
1. Overzicht
3 42
9 10
75
18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
29
30
31
32
33
34
35
36
137
11

Schermdisplay

Tijdens filmen (opnemen/standby) en afspelen worden de status en instellingen van de camcorder geprojecteerd op het beeld dat in de zoeker wordt weergegeven. U kunt de informatie weergeven/verbergen met de knop DISPLAY. Zelfs indien verborgen, verschijnt dit bij het uitvoeren van handelingen in het directmenu (pagina 49). U kunt ook kiezen om elk onderdeel afzonderlijk weer te geven of te verbergen (pagina 93).
Informatie weergegeven op het scherm tijdens filmen
11 12
13 14
15 16
17
1. Indicator netwerkstatus (pagina 13)
Geeft de netwerkverbindingsstatus weer als pictogram.
2. Indicator upload/resterende bestanden
(pagina 65)
3. Indicator scherpstellingsgebied
(pagina 38)
Geeft het scherpstellingsgebied voor automatische scherpstelling weer.
4. Opnamemodus, sleuf A/B, Interval Rec
opname-intervalindicator (pagina 50)
Weergave Betekenis
Rec Stby Opnemen stand-by
Opnemen
5. Indicator scherptediepte
6. Indicator scanmodus beeldsensor
Er wordt een als zich een verkeerde combinatie voordoet tussen de beeldcirkelomvang van het objectief en de effectieve scanmodusinstelling van de beeldgrootte van de beeldsensor. Als Imager Scan Mode is ingesteld op FF, wordt een "C"-markering weergegeven in modi met smallere hoek of beeldweergave (bijgesneden). Bijsnijden vindt plaats in de volgende modi.
6 8
(pagina 24)
-markering weergegeven
Als de opname-indeling 3840×2160 is

en S&Q Motion beeldsnelheid 100fps of 120fps Als Codec is ingesteld op RAW of RAW

& XAVC-I en het RAW uitgangsformaat 3840×2160 is
7. Uitvoerindicator voor RAW
werkingsstatus (pagina 59)
Geeft de uitvoerstatus van het RAW-signaal weer.
8. Statusindicator UWP-D serie
(pagina 13)
Geeft de signaalsterkte van het RF-signaal weer als een pictogram als er een apparaat uit de UWP-D-serie is aangesloten op de MI-schoen die is geconfigureerd voor digitale audio-overdracht.
9. Beeldsnelheidindicator voor Slow & Quick
Motion filmen (pagina 50)
10. Indicator resterende accucapaciteit/DC IN
voltage (pagina 17)
11. Indicator scherpstellingsmodus
(pagina 41)
Betekenis Weergave
Modus vasthouden scherpstelling
MF-modus MF AF-modus AF Modus AF volgen in echttijd Gezichts/ogendetectie AF (AF/ /Only/ / )
Pictogram gezichts/ ogendetectie
Pictogram gezichts/ ogendetectie AF
Pictogram Opgeslagen gezicht voor volgen
AF gepauzeerd tijdens gezichts/ogendetectie
1)
AF
1) Wordt weergegeven als er geen gezicht is opgeslagen voor volgen en er geen gezicht is gedetecteerd, of als er een gezicht is opgeslagen voor volgen maar het gezicht voor volgen niet is gedetecteerd.
Focus Hold
Only
12. Indicator zoompositie (pagina 36)
Geeft de zoompositie weer binnen het bereik van 0 (brede hoek) tot 99 (telefoto) (als er een objectief is bevestigd dat weergave van de zoominstelling ondersteunt). De weergave kan worden gewijzigd naar een balkweergave of afstandsindicator voor scherpstelling (pagina 101). De volgende onderdelen worden aan het display toegevoegd als Clear Image Zoom is ingeschakeld.
Weergave Betekenis
Clear Image Zoom is ingeschakeld
Vergrotings­waarde
Bij gebruik van Clear Image Zoom
13. Indicator beeldstabilisatiemodus
14. Indicator SDI output/HDMI output Rec
Control status (pagina 113)
Geeft de uitvoerstatus van het REC besturingssignaal weer.
15. Indicator scherpstelling (pagina 37)
16. Indicator resterende mediacapaciteit
Er verschijnt een geheugenkaart schrijfbeveiligd is.
-pictogram als de
17. Indicator witbalansmodus
Weergave Betekenis
Automodus
Hold W:P Presetmodus W:A Modus geheugen A W:B Modus geheugen B
Automodus gepauzeerd
18. Indicator externe vergrendeling tijdcode/
weergave tijd en datum (pagina 34)
Geeft "EXT-LK" aan bij vergrendeling aan de tijdcode van een extern apparaat.
1. Overzicht: Schermdisplay
12
19. Indicator ND filter (pagina 44)
Weergave Betekenis
Automodus
Modus Bokeh Control (pagina 53)
20. Indicator scenebestand (pagina 56)
21. Indicator diafragma
Geeft de diafragmapositie (F-waarde) weer (als er een objectief is bevestigd dat weergave van de diafragma-instelling ondersteunt).
22. Indicator waarschuwing videoniveau
23. Indicator versterking (pagina 43)
Geeft de EI-waarde weer in Cine EI-modus (pagina 24).
Weergave Betekenis
Automodus
H Preset H-modus M Preset M-modus L Preset L-modus
Tijdelijke aanpassingsmodus
Modus Bokeh Control (pagina 53)
24. Weergave clipnaam (pagina 67)
25. Sluiterindicator (pagina 44)
26. Indicator AE-modus/AE-niveau
(pagina 43)
27. Waterpasindicator
Geeft het horizontale niveau weer in stappen van ±1° tot en met ±15°.
28. Audioniveaumeter
Geeft het audioniveau van CH1 naar CH4 weer.
29. Videosignaalmonitor (pagina 52)
Geeft een golfvorm, vectorscoop en histogram weer. De oranje lijn geeft de ingestelde waarde van het zebrapatroonniveau weer. In de modus Cine EI (pagina 24) geeft dit het LUT-type weer van het signaal dat wordt gemonitord.
30. Indicator basisgevoeligheid/Basis-ISO
(pagina 43)
In de modus Custom (pagina 24) geeft dit de basisgevoeligheid weer bij gebruik van Base ISO/Sensitivity op het scherm Main Status of ISO/Gain/EI>Base Sensitivity in het menu Shooting van het hoofdmenu. In de modus Cine EI (pagina 24) geeft dit de Base ISO-gevoeligheid weer bij gebruik van Base ISO/Sensitivity van het scherm Main Status of ISO/Gain/EI>Base ISO in het menu Shooting van het hoofdmenu.
31. Indicator Gammaweergave-assistent/
monitor LUT
Geeft de status weer van de gammaweergave-assistent. De functie gammaweergave-assistent kan worden in- of uitgeschakeld door Gamma Display Assist toe te wijzen aan een toewijsbare knop (pagina 49). In de modus Cine EI (pagina 24) geeft dit LUT-instelling van de monitor weer (pagina 80).
32. Indicator basisuiterlijk (pagina 56)
Geeft de instelling voor basisuiterlijk weer. In de modus Cine EI (pagina 24) geeft dit het videosignaal weer dat wordt opgenomen op de geheugenkaarten (pagina 80).
33. Indicator proxy-status
34. Indicator opname-indeling (codec)
(pagina 82)
Geeft de naam weer van de opname-indeling op de geheugenkaarten.
35. Indicator opname-indeling
(beeldsnelheid en scanmethode)
36. Indicator opname-indeling (beeldgrootte)
(pagina 82)
Geeft de beeldgrootte weer voor opname op de geheugenkaarten.
37. Knop Stop AF volgen in echttijd
(pagina 42)
1. Overzicht: Schermdisplay
13
Informatie die wordt weergegeven op het scherm tijdens afspelen
De volgende informatie wordt geprojecteerd op het afspeelbeeld.
1
9 10 11 12 13 14
1. Indicator netwerkstatus
2. Uploadindicator/indicator resterende
bestanden
3. Clipnummer/totaal aantal clips
4. Indicator afspeelstatus
5. Indicator afspeelindeling (beeldsnelheid
en scanmethode)
6. Indicator afspeelindeling (beeldgrootte)
7. Indicator resterende accucapaciteit/DC IN
voltage
8. Indicator afspeelindeling (codec)
9. Mediaindicator
Er verschijnt een geheugenkaart schrijfbeveiligd is.
10. Weergave tijd/datum
11. Weergave clipnaam
12. Indicator gammaweergave-assistent
-pictogram als de
2 3 4 5 6 7 8
13. Audioniveaumeter
Geeft het audio-afspeelniveau weer.
14. Indicator basisuiterlijk
Pictogramweergave
Pictogramweergave netwerkverbinding
Netwerkmodus Verbindingsstatus Pictogram
Toegangspuntmodus Werkend als toegangspunt
Toegangspunt fout
Stationmodus Wifiverbinding
Pictogram wijzigt naargelang de signaalsterkte (4 stappen)
Wifi ontkoppeld
Wifi verbindingsfout
USB-tethering USB-tethering verbonden
USB-tethering losgekoppeld
USB-tetheringfout
Pictogramweergave UWP-D-serie
Verzendingsstatus Ontvangststatus Pictogram
Uitgeschakeld Geen ontvangst
Normale verzendingsstatus Ontvangend
Dempingsstatus Ontvangen (gedempt)
Waarschuwingsstatus resterende accucapaciteit
Dempen en waarschuwingsstatus resterende accucapaciteit
Ontvangend
Ontvangend
(ontvangstniveau (4 stappen))
(Pictogram knippert)
(Pictogram knippert)
1. Overzicht: Schermdisplay
14
Statusscherm
U kunt de status en instellingen van de camcorder controleren op het statusscherm. De instellingen van onderdelen die zijn gemarkeerd met een asterisk (*) kunnen worden gewijzigd. Het statusscherm ondersteunt aanraakbediening.
Het statusscherm weergeven
Druk op de knop MENU.

[Tip]
U kunt de verschillende statusschermen weergeven of verbergen met Menu Page On/Off (pagina 100) in het menu Technical.
Het statusscherm omschakelen
Draai aan de multifunctionele regelaar.

Druk de keuzeschakelaar omhoog/omlaag

Veeg het statusscherm omhoog/omlaag.

Het statusscherm verbergen
Druk op de knop MENU.

Een instellingen wijzigen
Druk als het statusscherm wordt weergegeven op de multifunctionele regelaar of keuzeschakelaar om selectie van een configuratieonderdeel op een pagina mogelijk te maken. Selecteer een paginanummer en druk vervolgens om pagina's om te schakelen. U kunt ook direct onderdelen selecteren met aanraakbediening.
[Opmerking]
U kunt wijzigingen vanaf het statusscherm uitschakelen door Menu Settings >User Menu Only (pagina 100) in het menu Technical van het hoofdmenu op On in te stellen.
Scherm Main Status
Geeft de hoofdfuncties van de camera en de vrije ruimte op de media weer.
Displayonderdeel
S&Q Frame Rate* Instellingen voor opnemen
Frequency/Scan* Systeemfrequentie en
Imager Scan* Scanmodus van de
Media Remain (A)
ND Filter Instelling ND-filter ISO/Gain/EI Instelling ISO/versterking/
Base ISO/ Sensitivity*
Codec* Instelling codec voor
Media Remain (B) Resterende vrije ruimte op
Scene File* Scenebestand in gebruik en
Base Look/LUT* Basisuiterlijk/LUT-instelling Shutter Instelling sluitertijd of
Iris Diafragma-instelling Video Format* Beeldgrootte voor opnamen
RAW Output Format*
White Balance Instelling witbalans
Beschrijving
in Slow & Quick Motion en framesnelheid
instellingen scanmethode
beeldsensor Resterende vrije ruimte op
media in sleuf A
belichtingsindex Instelling basis-ISO/
basisgevoeligheid
opname
media in sleuf B
de instelling voor bestand­ID
sluiterhoek
op geheugenkaarten Beeldgrootte van RAW
uitvoer
Scherm Camera Status
Geeft de status van verschillende presets van de camera weer.
Displayonderdeel
White Switch<B> Instelling witbalans
White Switch<A> Instelling witbalans
White Switch<P> Instelling preset wit ND<Preset> Instellingen ND-filter Preset1
ISO/ Gain ISO/ Gain ISO/ Gain Base ISO/
Sensitivity* Zebra1* Instelling en niveau Zebra1
Zebra2* Instelling en niveau Zebra2
VF Gamma/ Gamma
Scene File* Scenebestand in gebruik en
1) Exposure Index als Shooting Mode is ingesteld Cine EI.
1)
<L>* Instelling ISO/Gain1)<L>
1)
<M>* Instelling ISO/Gain1)<M>
1)
<H>* Instelling ISO/Gain1)<H>
Beschrijving
geheugen B
geheugen A
t/m 3
Instelling basis-ISO/ basisgevoeligheid
aan/uit
aan/uit Gamma categorie en curve
de instelling voor bestand­ID
Scherm Audio Status
Geeft de ingangsinstelling, audioniveaumeter en volumemonitorinstelling voor elk kanaal weer.
Displayonderdeel
CH1 Level
Control Level Meter Audioniveaumeter Source* Ingangsbron Ref./Sens.* Ingangsreferentieniveau Wind
Filter*
CH2 Level
Control Level Meter Audioniveaumeter Source* Ingangsbron Ref./Sens.* Ingangsreferentieniveau Wind
Filter*
CH3 Level
Control* Level
Meter* Source* Ingangsbron Ref./Sens.* Ingangsreferentieniveau Wind
Filter*
CH4 Level
Control* Level
Meter* Source* Ingangsbron Ref./Sens.* Ingangsreferentieniveau Wind
Filter*
Audio Input Level*
HDMI Output CH* Instelling HDMI-uitvoer
Beschrijving
Aan/uit-status van auto­aanpassing
Instelling windruisreductie microfoon
Aan/uit-status van auto­aanpassing
Instelling windruisreductie microfoon
Aan/uit-status van auto­aanpassing
Audioniveaumeter
Instelling windruisreductie microfoon
Aan/uit-status van auto­aanpassing
Audioniveaumeter
Instelling windruisreductie microfoon
Instelling audio­ingangsniveau (mastervolume)
audiokanaal
1. Overzicht: Schermdisplay
15
Displayonderdeel
Volume* Volume-instelling
Monitor CH* Instelling monitorkanaal
Beschrijving
hoofdtelefoon/interne luidspreker
Statusscherm Project
Geeft de basisinstellingen weer met betrekking tot het filmproject.
Displayonderdeel
Frequency/Scan* Systeemfrequentie en
Codec* Instelling codec voor
Rec Function* Aan-uitinstelling voor
Simul Rec* Status simultane
Title Prefix Titeldeel van de clipnaam Imager Scan* Scanmodus van de
Video Format* Beeldgrootte voor opnamen
Picture Cache Rec*
Number Numeriek achtervoegsel van
Shooting Mode* Instellingen opnamemodus RAW Output
Format* Proxy Rec* Instelling Proxy-
Beschrijving
instellingen scanmethode
opname
speciale opnamefunctie en hoofdinstellingen
opnamefunctie 2 kaartsleuven aan-uit en instelling
beeldsensor
op geheugenkaarten Opnamefunctie voor
beelden aan-uit en instelling voor cachegrootte
de clipnaam
Beeldgrootte van RAW uitvoer
opnamefunctie aan-uit
Scherm Monitoring Status
Geeft de SDI en HDMI-uitvoerinstellingen weer.
Displayonderdeel Beschrijving
SDI Signal* Beeldgrootte uitvoer
Info. Disp.*
Color Gamut*
HDMI Signal* Beeldgrootte uitvoer
Info. Disp.*
Color Gamut*
Stream Signal Beeldgrootte uitvoer
Info. Disp.
Color Gamut*
VF Color
Gamut*
Base Look/LUT* Basisuiterlijk/LUT-instelling Gamma Display
Assist*
Aan/uit-instelling uitvoerdisplay
Instelling kleurbereik/ Monitor LUT-status
Aan/uit-instelling uitvoerdisplay
Instelling kleurbereik/ Monitor LUT-status
Uitvoerdisplay (uit (vast))
Instelling kleurbereik/ Monitor LUT-status
Instelling gammaweergave­assistent/instelling Color space/status Monitor LUT
Gammaweergave-assistent instelling aan/uit
Scherm Assignable Button Status
Geeft de functies weer die aan de toewijsbare knoppen zijn toegewezen.
Displayonderdeel
1 Functie toegewezen aan de
2 Functie toegewezen aan de
3 Functie toegewezen aan de
4 Functie toegewezen aan de
5 Functie toegewezen aan de
6 Functie toegewezen aan de
7 Functie toegewezen aan de
8 Functie toegewezen aan de
9 Functie toegewezen aan de
Focus Hold Button
Multi Function Dial
Grip Dial Functie toegewezen aan de
Handle Dial Functie toegewezen aan de
Beschrijving
knop ASSIGN 1
knop ASSIGN 2
knop ASSIGN 3
knop ASSIGN 4
knop ASSIGN 5
knop ASSIGN 6
knop ASSIGN 7
knop ASSIGN 8
knop ASSIGN 9 Functie toegewezen aan de
knop Focus Hold van het objectief
Functie toegewezen aan de multifunctionele regelaar
toewijsbare regelaar van de handgreep
toewijsbare regelaar van de draaggreep
Scherm Battery Status
Geeft informatie weer over de accu en de netstroombron (DC IN).
Displayonderdeel
Detected Battery Type accu Remaining Resterende capaciteit (%) Charge Count Aantal laadcycli Capacity Resterende capaciteit (Ah) Voltage Accuvoltage (V) Manufacture
Date Video Light
Remaining
Power Source Voedingsbron Supplied Voltage Geleverd voedingsvoltage
Beschrijving
Fabricagedatum accu
Geeft de resterende capaciteit van de videolampaccu weer.
1. Overzicht: Schermdisplay
16
Scherm Media Status
Geeft de resterende capaciteit en resterende opnametijd van opnamemedia weer.
Displayonderdeel
Media A informatie
Media A meter resterende capaciteit
Media A resterende opnametijd
Media B informatie
Media B meter resterende capaciteit
Media B resterende opnametijd
Beschrijving
Geeft het mediapictogram weer als opnamemedia is geplaatst in sleuf A.
Geeft de resterende capaciteit weer van opnamemedia geplaatst in sleuf A, uitgedrukt als een percentage op een balkgrafiek.
Geeft een schatting weer van de resterende opnametijd van het opnamemedium geplaatst in sleuf A in minuteneenheden onder de huidige opnamecondities.
Geeft het mediapictogram weer als opnamemedia is geplaatst in sleuf B.
Geeft de resterende capaciteit weer van opnamemedia geplaatst in sleuf B, uitgedrukt als een percentage op een balkgrafiek.
Geeft een schatting weer van de resterende opnametijd van opnamemedia geplaatst in sleuf B in minuteneenheden onder de huidige opnamecondities.
Scherm Network Status
Geeft de netwerkverbindingsstatus weer.
Displayonderdeel
Wireless LAN Draadloze netwerkinstelling
Wired LAN Bekabelde LAN-
Modem Draadloze netwerkinstelling
Beschrijving
en verbindingsstatus
netwerkinstelling en verbindingsstatus
en verbindingsstatus van USB-tethering
Scherm File Transfer Status
Geeft bestandsoverdrachtinformatie weer.
Displayonderdeel
Auto Upload (Proxy)
Job Status (Remain / Total)
Total Transfer Progress
Default Upload Server
Current File Transfer Progress
Current Transferring File Name
Server Address Adres van transmissie-
Destination Directory
Beschrijving
Aan/uit-status van de functie Auto Upload (Proxy)
Resterend aantal taken en totaal aantal taken
Overdrachtsvoorgang van alle taken
Naam van Auto Upload (Proxy) bestemmingsserver
Overdrachtsvoortgang van de huidige bestandsoverdracht
Naam van het bestand dat momenteel wordt overgedragen
bestemmingsserver Bestemmingsdirectory voor
transmissiebestemmings­server
Gebruik van aanraakschermen voor instellen
Schermindeling
Onderdeel
Selectie-opties
Naam onderdeel
Bediening
1 Tik op een configuratie-onderdeel.
Tik
De selectieopties voor de waarde verschijnen.
2 Sleep naar of tik op een instelling om de
3 Tik op de toets Set of de
[Tips]
Druk op de knop CANCEL/BACK om naar de vorige

waarde te gaan. U kunt ook de multifunctionele regelaar of

keuzeschakelaar gebruiken. Aanraakbediening kan ook worden uitgeschakeld

(pagina 99).
Set-toets (toepassen)
Markering die de huidige instelling aangeeft
Selectiecursor voor instellen (oranje kader)
waarde te selecteren.
Aantikken
waardeselectiecursor. De waarde wordt toegepast en het display keert terug naar het vorige scherm.

2. Voorbereiding

17

Stroomvoorziening

U kunt een accuset gebruiken of netstroom via een netadapter. Gebruik voor uw veiligheid alleen de hieronder vermelde Sony accusets en netadapters.
Lithium-ion accusets
BP-U35 (meegeleverd) BP-U60 BP-U60T BP-U70 BP-U90 BP-U100
Acculaders
BC-CU1 (meegeleverd) BC-U1A BC-U2A
Netadapter (meegeleverd)
[LET OP]
Bewaar accusets niet op plaatsen die blootstaan aan direct zonlicht, open vuur of hoge temperaturen.
[Opmerkingen]
Gebruik bij werken op een locatie met netstroombron

de meegeleverde netadapter. Zet de POWER-schakelaar altijd in de stand Off

voordat u een accu of netadapter aansluit. Als de aansluiting plaatsvindt terwijl de POWER-schakelaar op On staat, kan de camcorder in sommige gevallen mogelijk niet starten. Als de camcorder niet kan worden gestart, zet de POWER-schakelaar dan in de Off-stand en maak de accuset of de netadapter tijdelijk los, en wacht vervolgens 30 seconden alvorens opnieuw aan te sluiten. (Als de netadapter is aangesloten terwijl de camcorder werkt op de accuset, kan deze zonder problemen worden aangesloten met de POWER-schakelaar in de aan­stand).
Een accuset gebruiken
Om een accuset aan te sluiten steekt u deze zo ver mogelijk in de aansluitopening (pagina 7) en schuift u deze daarna omlaag om de set vast op zijn plaats te vergrendelen.
Om een accuset te verwijderen houdt u de knop BATT RELEASE (pagina 7) ingedrukt, schuift u de accuset omhoog en trekt deze vervolgens uit de aansluitopening.
Knop BATT RELEASE
[Opmerkingen]
Laad voor het bevestigen van een accuset de accu

op met de speciale accu-opladers BC-CU1, BC-U1A, of BC-U2A. Opladen van een accuset als deze nog warm is

(bijvoorbeeld direct na gebruik) kan resulteren in het niet volledig opladen van de accu.
De resterende capaciteit controleren
Bij het filmen/afspelen bij gebruik van een accuset wordt de resterende accucapaciteit weergegeven in de zoeker (pagina 11).
Pictogram Betekenis
91% t/m 100%
71% t/m 90%
51% t/m 70%
31% t/m 50%
11% t/m 30%
0% t/m 10%
De camcorder geeft de resterende capaciteit aan door de beschikbare tijd met de accuset te berekenen als de werking wordt voortgezet met het huidige energieverbruik.
Als de acculading minder wordt
Als de resterende acculading tijdens gebruik onder een bepaald niveau daalt (status Low Battery), verschijnt er een bericht dat de accu bijna leeg is en begint het opname/tally­lampje te knipperen om u te waarschuwen. Als de resterende acculading onder het niveau komt waarop verder werken niet mogelijk is (status Battery Empty) verschijnt een melding dat de accu leeg is. Vervangen door een opgeladen accuset.
De waarschuwingsniveaus wijzigen
Vanuit de fabriek is het niveau Low Battery ingesteld op 10% van de volledige acculading en het niveau Battery Empty op 3%. U kunt het waarschuwingsniveau instellen met Camera Battery Alarm (pagina 101) in het menu Technical van het hoofmenu.
De accuset opladen met behulp van de meegeleverde acculader (BC-CU1)
1 Sluit de netadapter (meegeleverd) aan op
de acculader en sluit het netsnoer (meegeleverd) aan op de netstroombron.
2 Duw de accu erin en schuif deze in de
richting van de pijl. De CHARGE-lamp gaat oranje branden en het opladen begint.
CHARGE-lamp
Netadapter
Netsnoer
CHARGE-lamp (oranje)
Brandt: Laadt op Knippert: Oplaadfout, of de temperatuur
bevindt zich buiten bedrijfstemperatuur en het opladen wordt gepauzeerd.
De CHARGE-lamp van de acculader.

Gebruik altijd originele Sony-accu's.

2. Voorbereiding: Stroomvoorziening
18
Laadtijd
Geschatte tijd (in minuten) die vereist is om een volledig ontlade accuset op te laden.
Accuset Volledige laadtijd
BP-U35 120 minuten
[Opmerking]
Als de netadapter wordt losgekoppeld van de acculader en de accu blijft aangesloten op de acculader, gaat de accu zich ontladen.
Netstroom gebruiken
Als de camcorder op de netstroom wordt aangesloten is gebruik zonder zorgen over het opladen van de accuset mogelijk.
Netsnoer
Sluit de netadapter aan op de DC IN­aansluiting op de camcorder en sluit het netsnoer (meegeleverd) aan op de netstroombron.
Als het uitgangsvoltage van de netadapter laag wordt
Netstroomingang
Netadapter
De waarschuwingsvoltages wijzigen
Het niveau van DC Low Voltage1 is vanuit de fabriek ingesteld op 16,5V en het niveau van DC Low Voltage2 op 15,5V. U kunt de waarschuwingsniveaus instellen met Camera DC IN Alarm (pagina 101) in het menu Technical.
Netadapter
Sluit een netadapter niet aan of gebruik

deze in een krappe ruimte, zoals tussen een muur en meubels. Steek de netadapter in het dichtstbijzijnde

stopcontact. Als er zich tijdens het werken een probleem voordoet, trek dan onmiddellijk het netsnoer uit het stopcontact. Maak geen kortsluiting met de metalen

onderdelen van de stekker van de netadapter. Dit heeft een defect tot gevolg. De accu kan niet worden opgeladen als

deze aan de camcorder is bevestigd, zelfs als de netadapter is aangesloten. Pak bij het loskoppelen van de netadapter

de stekker rechtstreeks vast en trek deze recht uit het stopcontact. Trekken aan de kabel kan een defect veroorzaken.
Als het uitgangsvoltage van de netadapter tijdens bedrijf onder een bepaald niveau komt (status DC Low Voltage1), verschijnt er een melding dat het voltage van de netadapter is gedaald en gaat het opname/tally-lampje gaat knipperen. Als het uitgangsvoltage van de netadapter tijdens bedrijf onder het niveau komt waarop gebruik niet meer mogelijk is (status DC Low Voltage2) verschijnt er een melding dat het voltage van de netadapter te laag is. Als dit gebeurt kan de netadapter defect zijn. Controleer de netadapter, zoals vereist.
2. Voorbereiding
19

Apparaten aansluiten

De microfoon aansluiten (apart aanschaffen)
1 Plaats de microfoon in de
microfoonhouder.
2 Sluit de microfoonkabel aan op de
aansluitingen INPUT1 of INPUT2.
1
2
1
2
LINE MIC
LINE MIC
+48V
MIC
INPUT1 INPUT2
+48V
MIC
INPUT
Microfoon
Microfoonhouder
3 Plaats de microfoonkabel in de
kabelhouder, zoals in de afbeelding wordt weergegeven.
Kabelhouder
[Tips]
Als de microfoon niet stabiel kan worden bevestigd,

gebruik dan de afstandhouder die bij de microfoon wordt geleverd. Afhankelijk van het bevestigde objectief kan het

uiteinde van de microfoon zichtbaar zijn in het camcorderbeeld. Pas de positie van de microfoon aan.
De zoeker bevestigen
[Opmerking]
Bevestig/verwijder de zoeker als de camcorder is uitgeschakeld.
De zoeker aan de voorkant van de draaggreep bevestigen
1 Plaats de montageklemadapter van de
zoeker in de zoekerbevestiging van de draaggreep () en draai de schroef (meegeleverd) naar rechts om de adapter op zijn plaats te fixeren (). De montageklemadapter kan vrij worden bevestigd in stappen van 45°, maar de positie waarbij het bevestigingspunt zich direct boven de schroef bevindt, wordt geadviseerd.
Schroef
Montageklemadapter van de zoeker
2 Monteer de zoekerklem op de
montageklemadapter van de zoeker () en draai de vergrendelknop naar rechts om de adapter op zijn plaats te fixeren ().
[Opmerking]
Zorg dat de vergrendelknop bij gebruik van de zoeker stevig vast zit. De zoeker kan eraf vallen als de vergrendelknop niet stevig vastgedraaid is.
3 Lijn de -markering op de camcorder uit
met de -markering op de zoekeraansluiting, en bevestig de kabel. Zorg dat de -markering zich aan de buitenzijde bevindt, alvorens de stekker te plaatsen.
4 Plaats het snoer in de snoerhouder, zoals
weergegeven in de afbeelding.
Kabelhouder
2. Voorbereiding: Apparaten aansluiten
20
De zoeker aan de achterkant van de draaggreep bevestigen
Er zijn twee bevestigingspunten, aan de achterkant van de draaggreep () en aan de achterkant van de camcorder () voor het bevestigen van de zoeker. Bevestig de zoeker op dezelfde manier als beschreven in "De zoeker aan de voorkant van de draaggreep bevestigen".
De positie van de zoeker aanpassen
Kantel de zoeker omhoog/omlaag/vooruit/ achteruit om de hoek van de zoeker aan te passen. U kunt de MIRROR-schakelaar gebruiken om het beeld om te draaien als u bijvoorbeeld vanaf de voorkant van de camcorder kijkt.
[Tip]
Als het apparaat niet wordt gebruikt of wordt getransporteerd, wordt geadviseerd de zoeker in een positie te plaatsen zoals in de volgende afbeelding, om de zoeker te beschermen.
De zoeker verwijderen
Maak de vergrendelknop van de zoeker los en voer de handelingen voor het bevestigen van de zoeker in de omgekeerde volgorde uit.
De zoekerkap bevestigen
2 Bevestig de metalen beugel aan de
bovenkant van de zoekerkap aan de haak aan de bovenkant van de zoeker en bevestig de metalen clip aan de onderkant van de zoekerkap aan de haak aan de onderkant van de zoeker.
Bevestigingshaken
3 Duw de vergrendelplaat aan de onderkant
van de zoekerkap in de richting van de pijl om de zoeker in kappositie te vergrendelen.
Vergrendelingsplaat
[Opmerking]
Houd bij het verplaatsen van de zoeker de body van de zoeker vast als u verplaatst. Niet vastpakken aan de zoekerkap.
De zoekerkap verwijderen
Maak de klem van de zoekerkapvergrendeling los en verwijder de zoekerkap van de zoeker.
1 Open de metalen clips op de zoekerkap.
De zoekerkap openen
Trek de middenonderkant van de zoekerkap uit naar u toe, en duw vervolgens omhoog om de kap te openen.
2. Voorbereiding: Apparaten aansluiten
21
De afstandsbedieningsgreep bevestigen
[Opmerking]
Bevestig of verwijder de afstandsbedieningsgreep terwijl de camcorder is uitgeschakeld.
1 Sluit de kabel aan op de aansluiting van
de afstandsbedieningsgreep.
2 Breng de bevestiging van de
afstandsbedieningsgreep van de camcorder en de montagemarkering op de greep op één lijn (), bevestig de greep aan de camcorder en draai deze langzaam naar links (). U hoort een klikgeluid als de greep in positie vergrendelt.
Indexmarkering
[Opmerking]
Als correcte bevestiging niet lukt, bevestig dan opnieuw zonder overmatige kracht op de afstandsbedieningsgreep of op de camcorder uit te oefenen.
3 Steek de in stap twee aangesloten kabel
onder de sleuf van de afstandsbedieningsgreep, zoals in de afbeelding wordt weergegeven.
De hoek van de afstandsbedieningsgreep aanpassen
U kunt de hoek van de afstandsbedieningsgreep aanpassen over een bereik zoals weergegeven in de volgende afbeelding, om deze aan te passen aan uw stijl van filmen.
Standaardpositie
Naar het objectief gedraaid (90° max.)
1 Beweeg de rotatieregelaar op de
draaggreep naar de in de afbeelding weergegeven stand, en draai de greep terwijl u de regelaar ingedrukt houdt.
2 Haal uw vinger van de rotatieregelaar op
de draaggreep bij de gewenste stand.
3 Verplaats de greep enigszins tot u een
klikgeluid hoort, wat aangeeft dat de greep op zijn plaats is vergrendeld. Als de draaggreep is gezekerd, keert de rotatieregelaar terug naar de oorspronkelijke stand.
[Opmerking]
Als de kabel niet onder de sleuf wordt geplaatst kan het wijzigen van de hoekbevestiging overmatig veel kracht uitoefenen op de kabel, of de kabel kan klem komen te zitten in het draaimechanisme.
Naar de achterkant gedraaid (83° max.)
[Opmerkingen]
Controleer na het wijzigen van de stand altijd of de

greep stabiel is geplaatst. De hoek kan niet verder worden aangepast dan

binnen het aanpassingsbereik. Gebruik geen overmatige kracht bij het draaien van de greep.
2. Voorbereiding: Apparaten aansluiten
22
De greep vasthouden (geadviseerde methode)
Er zijn geen regels voor het vasthouden van de greep, maar het volgende voorbeeld toont een manier voor makkelijke bediening van de greep.
Bij gebruik van de knop ASSIGN 5 of keuzeschakelaar
A: Bedien de toewijsbare regelaar van de handgreep met uw wijsvinger. B: Bedien de keuzeschakelaar en de knop ASSIGN 5 met uw duim. C: Houd de handgreep stevig vast met uw middelvinger, ringvinger en pink.
Bij bedienen van de Zoom
A: bedien de zoomregelaar met uw wijsvinger en middelvinger. B: Houd de greep stevig vast met uw duim. C: Houd de greep stevig vast met uw ringvinger en pink.
De greep verwijderen
[Opmerking]
Plaats bij het verwijderen van de greep de camcorder op een vlak oppervlak, zoals een bureau.
1 Maak de kabel los van de aansluiting van
de afstandsbedieningsgreep.
2 Houd de vrijgaveknop voor de
afstandsbedieningsgreep op de camcorder ingedrukt en draai de greep naar rechts tot deze loskomt.
Vrijgaveknop voor de afstandsbedieningsgreep
[Tip]
Er kan een rozet worden bevestigd aan zowel het greepbevestigingspunt op het apparaat als het bijbehorende bevestigingspunt op de greep. Neem voor details over het aanschaffen van rozetten contact op met uw Sony-dealer.
– Camcorderzijde: 4-546-932- (optie) – Greepzijde: 4-547-089- (optie) – Bevestigingsschroeven*
Camcorderzijde: 7-627-556- (optie) Greepzijde: 7-627-556- (optie)
* Voor elke rozet zijn vier schroeven vereist
(schroefgaten worden aangegeven door de cirkels in de volgende afbeelding). Gebruik van andere schroeven dan vermeld kan schade aan externe onderdelen veroorzaken.
Een objectief bevestigen
[LET OP]
Laat het objectief niet met de lens in de zon liggen. Direct zonlicht kan de lens binnendringen, een brandpunt vormen in de camcorder en zo brand veroorzaken.
[Opmerkingen]
Bevestig/verwijder een objectief als de camcorder is

uitgeschakeld. Een objectief is een precisiecomponent. Plaats

het objectief niet op een oppervlak met de objectiefbevestiging omlaag. Bevestig de meegeleverde objectiefbevestigingsdop.
[Tip]
Neem voor details over objectieven die door de camcorder worden ondersteund contact op met uw Sony servicevertegenwoordiging.
Een objectief met E-bevestiging bevestigen
1 Verwijder de lensdop en kap van de
camcorder en het objectief.
2 Lijn de objectiefmontagemarkering (wit)
uit met de camcorder, plaats het objectief en draai het daarna naar rechts. U hoort een klikgeluid als de greep in positie vergrendelt.
Bevestigingsmarkeringen (wit)
[Opmerking]
Druk niet op de objectiefvrijgaveknop bij het bevestigen van het objectief.
Een objectief met A-bevestiging bevestigen
Om een objectief met A-bevestiging te gebruiken bevestigt u een objectiefadapter (optie) en bevestigt u vervolgens het objectief met A-bevestiging.
[Opmerking]
Bij gebruik van een objectief met A-bevestiging wordt het diafragma handmatig ingesteld en is de scherpstelling ingesteld op MF.
Een objectief verwijderen
Verwijder een objectief met de volgende procedure.
1 Houd de objectiefvrijgaveknop ingedrukt
en draai het objectief naar links terwijl u het ondersteunt.
Camcorderzijde Greepzijde
2 Trek het objectief er in voorwaartse
richting uit.
2. Voorbereiding: Apparaten aansluiten
23
[Opmerkingen]
Lijn bij het verwijderen van een objectief

de bevestigingsmarkering op de objectiefvergrendelingsring uit met de bevestigingsmarkering op de camcorder. Pak het objectief stevig vast, zodat het niet kan vallen.

Als er niet direct een ander objectief wordt bevestigd,

bevestig dan altijd de bodydop.
Diafragma-aanpassingen voor objectieven met Auto Iris-schakelaar
Als de Auto Iris van het objectief is ingesteld

op AUTO, wordt het diafragma automatisch aangepast, maar kan ook handmatig vanaf de camcorder worden ingesteld. Als de Auto Iris van het objectief is ingesteld

op MANUAL, kan het diafragma alleen worden aangepast met de objectiefring. Bediening van het diafragma vanaf de camcorder heeft geen effect.
Scherpstellingsaanpassingen voor objectieven met scherpstellingsschakelaar
Als de scherpstellingsschakelaar voor het

objectief is ingesteld op AF/MF of AF, wordt de scherpstelling automatisch aangepast en kan ook handmatig worden aangepast vanaf een afstandsbediening. Als de scherpstellingsschakelaar van

het objectief is ingesteld op MF, wordt de scherpstelling aangepast met de objectiefring en kan ook handmatig worden aangepast vanaf een afstandsbediening.
[Opmerking]
Bij gebruik van een objectief met A-bevestiging is handmatige aanpassing vanaf een afstandsbediening mogelijk niet beschikbaar.
Als de scherpstellingsschakelaar van een

objectief is ingesteld op Full MF, kan de scherpstelling alleen worden aangepast met de objectiefring. Bediening van de scherpstelling op de camcorder heeft geen effect.
Een statief bevestigen
Gebruik de schroefopening op de camcorder voor het bevestigen van een statief. Gebruik van de statiefbevestiging op het objectief kan schade veroorzaken.
2. Voorbereiding
24

Basisbediening van de camcorder configureren

De eerste keer dat de camcorder wordt ingeschakeld of als de back-upaccu volledig is ontladen verschijnt het beginscherm voor instellingen in de zoeker. Stel in dit scherm de datum en tijd van de interne klok in.
Time Zone
Time Zone stelt het tijdsverschil in met UTC (Coordinated Universal Time). Wijzig zo nodig de instelling.
De datum en tijd instellen
Gebruik de keuzeschakelaar (pagina 7) of de multifunctionele regelaar (pagina 5) om onderdelen en instellingen te selecteren en druk vervolgens op de toepassingsknop van de keuzeschakelaar om de instellingen toe te passen en het lopen van de klok te starten. Zodra het instelscherm is gesloten kunt u de datum, tijd en tijdzone-instelling wijzigen met Clock Set (pagina 106) in het menu Maintenance.
[Opmerkingen]
Als de klokinstelling verloren gaat omdat de back-

up-batterij leeg is vanwege gedurende langere tijd geen aangesloten voeding (geen accuset en geen DC IN stroombron), wordt het oorspronkelijke instellingenscherm weergegeven als u de camcorder weer inschakelt. Terwijl het beginscherm voor instellingen wordt

weergegeven is er geen andere bediening mogelijk, behalve het apparaat in- of uitschakelen, totdat u de instellingen in dit scherm heeft afgerond. De camcorder heeft een ingebouwde oplaadbare

batterij voor het opslaan van datum, tijd en andere instellingen, zelfs als de camcorder wordt uitgeschakeld.
Configureer voor het filmen de voor de toepassing geschikte basisbediening van de camcorder op het scherm status Project.
Opnamemodus
U kunt de opnamemodus schakelen tussen "modus Custom" om flexibel op locatie beelden te maken en "Cine EI-modus" (waarbij de camcorder op dezelfde manier wordt bediend als een filmcamera, met beeldmateriaal ontwikkeld in postproductie). Stel de opnamemodus in met Shooting Mode (pagina 15) op het scherm status Project.
[Tip]
U kunt ook de opnamemodus instellen met Base Setting >Shooting Mode (pagina 82) in het menu Project van het hoofdmenu.
Custom modus
In de Custom filmmodus kunt u de videostandaard selecteren. U kunt de videostandaard instellen met Base Setting >Target Display (pagina 82) in het menu Project van het hoofdmenu.
SDR(BT.709): Filmen volgens HD broadcast-

norm HDR(HLG): Filmen volgens de nieuwe

generatie 4K broadcast-norm
Zie voor details pagina 56.
Cine EI-modus
Als de opnamemodus is ingesteld op de modus Cine EI, selecteer dan het basiskleurbereik voor het opnamesignaal en uitgangssignaal. Het hier geselecteerde kleurbereik is het kleurbereik van de video­uitvoer als MLUT is ingesteld op Off. U kunt het kleurbereik instellen met Cine EI Setting >Color Gamut (pagina 83) in het menu Project van het hoofdmenu.
S-Gamut3.Cine/SLog3: Makkelijk voor het

aanpassen van kleurbereik voor digitale cinema (DCI-P3). S-Gamut3/SLog3: breed Sony kleurbereik

dat het ITU-R BT.2020 kleurbereik omvat.
Zie voor details pagina 58.
[Opmerkingen]
Cine EI-modus heeft de volgende beperkingen.

Functies die niet automatisch kunnen worden

aangepast (tracking)
– Witbalans – Versterking – Sluiter
Functies die niet kunnen worden geconfigureerd

– ISO gevoeligheid/versterking (ingesteld op
basis-ISO-gevoeligheid (vast))
– Menu-instellingen Paint/Look (exclusief Base
Look)
– Scene File (uitgeschakeld)
De volgende functies zijn alleen beschikbaar in de

modus Cine EI (pagina 58).
Exposure Index

Monitor LUT

Systeemfrequentie
Stel de systeemfrequentie in met Frequency/ Scan (pagina 15) op het scherm status Project. De camcorder kan mogelijk automatisch herstarten na overschakeling, afhankelijk van de geselecteerde waarde.
[Tip]
U kunt de systeemfrequentie ook instellen met Rec Format >Frequency (pagina 82) in het menu Project van het hoofdmenu.
[Opmerking]
U kunt de systeemfrequentie niet overschakelen tijdens opnemen of afspelen.
Scanmodus beeldsensor
U kunt de effectieve beeldgrootte en resolutie van de beeldsensor instellen. Stel de scanmodus in met Imager Scan (pagina 15) op het scherm status Project.
FF: volledige kadergrootte.

S35: Super 35mm size.

[Tip]
U kunt de scan modus ook instellen met Rec Format >Imager Scan Mode (pagina 82) in het menu Project van het hoofdmenu.
[Opmerkingen]
De scanmodus van de beeldsensor kan niet worden

omgeschakeld tijdens opnemen of afspelen. Indien ingesteld op S35 is het videoformaat beperkt

tot 1920×1080.
Codec
Stel de codec in met Codec (pagina 15) op het scherm status Project.
[Tip]
U kunt de codec ook instellen met Rec Format >Codec (pagina 82) in het menu Project van het hoofdmenu.
[Opmerking]
U kunt de codec niet omschakelen tijdens opnemen of afspelen.
2. Voorbereiding: Basisbediening van de camcorder configureren
25
Video-indeling
U kunt de video-indeling voor opnemen instellen. Stel de video-indeling in met Video Format (pagina 15) op het scherm status Project.
[Tip]
U kunt de video-indeling ook instellen met Rec Format >Video Format (pagina 82) in het menu Project van het hoofdmenu.
[Opmerkingen]
U kunt de video-indeling niet omschakelen tijdens

opnemen of afspelen. Er kunnen beperkingen gelden voor het signaal van

de aansluitingen SDI OUT en HDMI OUT, afhankelijk van de instelling voor video-indeling.
2. Voorbereiding
26

Geheugenkaarten gebruiken

De camcorder neemt audio en video op CFexpress Type A geheugenkaarten (apart verkrijgbaar) op of op SDXC geheugenkaarten (apart verkrijgbaar) die in kaartsleuven zijn geplaatst. De geheugenkaarten worden ook gebruikt voor proxy-opname, het opslaan/laden van instellingen en tijdens upgraden (software-update).
Over CFexpress Type A geheugenkaarten
Gebruik in de camcorder de Sony CFexpress Type A geheugenkaarten* vermeld in “Aanbevolen media” (pagina 27). Raadpleeg voor details over werken met media van andere fabrikanten de gebruiksaanwijzing voor de media of de informatie van de producent.
* In dit document aangeduid als "CFexpress geheugenkaarten".
Over SDXC-geheugenkaarten
Gebruik in de camcorder de SDXC geheugenkaarten* vermeld in “Aanbevolen media” (pagina 27).
* In dit document aangeduid als "SD-kaarten".
2. Voorbereiding: Geheugenkaarten gebruiken
27
Aanbevolen media
De gegarandeerde functioneringscondities variëren afhankelijk van de instellingen voor Rec Format en Recording. Ja: Functioneren wordt ondersteund Nee: Normaal functioneren niet gegarandeerd
Opname-indeling CFexpress
Type A
VPG400 Class10 U1 U3 VSC
RAW Out & XAVC-I
4096×2160 Class300
3840×2160 Class300
Normale modus 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja 24P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
Normale modus 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
S&Q (60fps of minder) 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
S&Q (100fps, 120fps) 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
SDXC
V10
VSC V30
VSC V60
VSC V90
2. Voorbereiding: Geheugenkaarten gebruiken
28
XAVC-I 4096×2160
Class300
3840×2160 Class300
Opname-indeling CFexpress
SDXC
Type A
VPG400 Class10 U1 U3 VSC
V10
Normale modus 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja 24P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
S&Q (60fps of minder) 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja 24P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
Normale modus 59.94P Ja
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
S&Q (60fps of minder) 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
S&Q (100fps, 120fps) 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
VSC V30
VSC V60
VSC V90
Nee
2. Voorbereiding: Geheugenkaarten gebruiken
29
XAVC-I 1920×1080
Class100
Opname-indeling CFexpress
SDXC
Type A
VPG400 Class10 U1 U3 VSC
V10
Normale modus 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
29.97P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja 25P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
23.98P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
S&Q (60fps of minder) 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
S&Q (100fps, 120fps) 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
29.97P Ja Nee Nee 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
S&Q (150fps, 180fps) 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
S&Q (200fps, 240fps) 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee Ja
VSC V30
VSC V60
VSC V90
2. Voorbereiding: Geheugenkaarten gebruiken
30
XAVC-L 3840×2160
420
1920×1080 HD50
Opname-indeling CFexpress
SDXC
Type A
VPG400 Class10 U1 U3 VSC
V10
Normale modus 59.94P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
50P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
29.97P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja 25P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
23.98P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
S&Q (60fps of minder) 59.94P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
50P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
S&Q (100fps, 120fps) 59.94P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
50P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
29.97P Ja Nee Nee 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Normale modus 59.94P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
50P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
29.97P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja 25P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
23.98P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
S&Q (60fps of minder) 59.94P Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
50P Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
29.97P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja 25P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
23.98P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
S&Q (100fps, 120fps) 59.94P Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja
50P Ja Nee Nee Ja Nee Ja
29.97P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja 25P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
23.98P Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja
Nee Nee Nee Nee Ja
VSC V30
VSC V60
Ja Ja
VSC V90
Loading...
+ 112 hidden pages