Knippert als de resterende capaciteit van de
opnamemedia of accu laag is.
11. FOCUS-schakelaar (pagina 37)
12. Beeldsensor
13. Knop PUSH AUTO FOCUS (pagina 41)
14. Signaalcontacten objectief
[Opmerking]
Niet direct met uw handen aanraken.
15. Knop WB SET (witbalansinstelling)
(pagina 46)
16. Vrijgaveknop objectief (pagina 22)
7
1. Meetlinthaak
De meetlinthaak zit op dezelfde hoogte
als de beeldsensor. Gebruik deze haak als
referentiepunt om de afstand tussen de
camcorder en het onderwerp nauwkeurig te
meten. U kunt het uiteinde van een meetlint
aan de haak bevestigen om de afstand vanaf
het onderwerp te meten.
2. Zoekeraansluiting (pagina 19)
3. Ventilatie-opening
[Opmerking]
Bedek de ventilatie-opening niet.
4. Keuzeschakelaar TC IN/OUT (pagina 34,
114)
5. Aansluiting afstandsbedieningsgreep
(pagina 21)
6. (N-teken) (pagina 60)
Raak met een smartphone die is uitgerust
met de NFC-functie het apparaat aan, om
een draadloze verbinding tot stand te
brengen.
Sommige smartphones die draadloze
betalingssystemen ondersteunen
ondersteunden mogelijk geen
NFC. Raadpleeg voor details de
gebruiksaanwijzing van de smartphone.
NFC (Near Field Communication) is een
internationaal communicatieprotocol voor
draadloze communicatie tussen objecten
die zich dicht bij elkaar bevinden.
7. Bevestiging afstandsbedieningsgreep
8. Vrijgaveknop voor de
(pagina 21)
afstandsbedieningsgreep (pagina 21)
1. Overzicht: Plaats en functie van onderdelen
1816
5
Rechterkant (voorkant/bovenkant/onderkant)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
19171514
1. Knop Clipvlaggen (pagina 53, 69)
2. HOLD-schakelaar (pagina 99)
3. Knop Record START/STOP (pagina 34)
Druk op de knop START/STOP om te starten
met opnemen. De LED brandt tijdens opname.
4. Regelaar ND VARIABLE (pagina 44)
5. Schakelaar ND PRESET/VARIABLE
(pagina 44)
6. Omhoog/omlaag-knoppen ND FILTER
POSITION (pagina 44)
7. Indicator ND CLEAR (pagina 44)
20
Rechterkant (achter)
(pagina 6)
8. Knop ND VARIABLE AUTO (pagina 44)
Druk op de knop ND VARIABLE AUTO om
automatische dichtheidsaanpassing van het
ND filter te starten. De LED brandt groen als dit
is ingeschakeld.
9. Multifunctionele regelaar (pagina 49)
Indrukken tijdens het bekijken van het beeld in
de zoeker om het directmenu weer te geven
en te bedienen.
Draai de multifunctionele regelaar als er een
menu in de zoeker wordt weergegeven om
de cursor omhoog/omlaag te verplaatsen
om menu-onderdelen of instellingen te
selecteren. Indrukken om het geselecteerde
onderdeel toe te passen.
Op momenten dat het menu niet wordt
weergegeven kan de regelaar ook
functioneren als een toewijsbare regelaar.
10. Functieknop IRIS (pagina 43)
11. Knop CANCEL/BACK (pagina 68)
12. Knop THUMBNAIL (pagina 67)
13. Knop MENU (pagina 10, 72)
Druk op de knop MENU om het statusscherm
weer te geven. Houd de knop MENU ingedrukt
om het hoofdmenuscherm weer te geven.
Druk op de knop tijdens weergave van het
statusscherm of hoofdmenuscherm om naar
de vorige schermweergave te gaan.
14. Functieknop ISO/GAIN (pagina 43)
15. Schakelaar ISO/GAIN
(versterkingsselectie) (pagina 43)
16. Functieknop WHT BAL (witbalans)
(pagina 46)
17. Schakelaar WHT BAL (geheugenselectie
witbalans) (pagina 46)
18. Functieknop SHUTTER (pagina 44)
19. Hoofdtelefoonaansluiting (pagina 34)
20. POWER-schakelaar (pagina 34)
1. Overzicht: Plaats en functie van onderdelen
8
7
6
5
4
12
14
6
Rechterkant en kaartsleuf
14. CFexpress Type A/SD kaartsleuf (B)
(pagina 26)
15. Toegangsindicator B (pagina 26)
123
13
11
15
10
9
1. Wifi-antenne
2. Regelaar AUDIO LEVEL (CH1)
(pagina 47)
3. Schakelaar CH1 (AUTO/MAN)
(pagina 47)
4. ASSIGN (toewijsbaar) knoppen 1 t/m 3
(pagina 49)
5. Interne microfoon (pagina 47)
Spraakmicrofoon voor opname van
omgevingsgeluid.
[Tip]
Deze microfoon wordt uitgeschakeld als de draaggreep
wordt bevestigd en de interne microfoon van de
draaggreep actief wordt (pagina 7).
6. Knop DISPLAY (pagina 11)
7. Interne luidspreker (pagina 34)
8. POWER-indicator (pagina 34)
9. Knop SLOT SELECT (selectie
geheugenkaartsleuf (A)/(B))
(pagina 34)
10. Schakelaar CH2 (AUTO/MAN)
(pagina 47)
11. Regelaar AUDIO LEVEL (CH2)
(pagina 47)
12. Toegangsindicator A (pagina 26)
13. CFexpress Type A/SD kaartsleuf (A)
(pagina 26)
1. Overzicht: Plaats en functie van onderdelen
16
18
19
7
Draaggreep, achterkant en aansluitblok
10
10
9
10
11
1 2
1 3
1 4
15
20
1. HOLD-schakelaar draaggreep
(pagina 99)
Gebruiken om de bediening van
bedieningselementen op de draaggreep uit te
schakelen.
[Tip]
U kunt dit ook instellen voor alleen de knop Record
START/STOP op de draaggreep.
2. Knop draaggreep opname START/STOP
10
4 3 2 1
5
6
7
8
20
21
22
23
24
25
26
3. Interne microfoon draaggreep
4. Multi-interfaceschoen
Neem voor details over de accessoires
die worden ondersteund door de multiinterfaceschoen contact op met uw
verkoopvertegenwoordiger.
17
5. Toewijsbare regelaar draaggreep
(pagina 49)
6. Zoomregelaar draaggreep (pagina 100)
7. ASSIGN (toewijsbare) knoppen 7 t/m 8
(pagina 49)
8. Keuzeschakelaar (8-voudig D-pad en
toepassingsknop)
9. Accessoireschoen (pagina 7)
10. Schroefgaten bevestiging accessoires (1/4
inch)
Compatibel met 1/4-20 UNC-schroeven (lengte
van 6mm of minder).
[Opmerking]
Gebruik van schroeven die langer zijn dan 6 mm kan
schade aan externe onderdelen veroorzaken.
11. Opname/tally-lampje (achterkant)
(pagina 34)
12. Knop BATT RELEASE (pagina 17)
13. Luchtinlaat
[Opmerking]
Bedek de luchtinlaat niet.
14. Accuset aansluitopening (pagina 17)
15. USB-C-aansluiting (pagina 63)
16. Aansluiting INPUT2 (audio-ingang 2)
(pagina 47)
17. Aansluiting INPUT1 (audio-ingang 1)
(pagina 47)
18. Schakelaar INPUT2 (LINE/MIC/MIC+48V)
(pagina 47)
19. Schakelaar INPUT1 (LINE/MIC/MIC+48V)
(pagina 47)
20. Schroefgaten voor externe apparaten
Compatibel met M3-schroeven (lengte van
4mm of minder).
[Opmerking]
Gebruik van schroeven die langer zijn dan 4 mm kan
schade aan het externe oppervlak veroorzaken.
21. HDMI OUT-aansluiting (pagina 113)
22. SDI OUT-aansluiting (pagina 113)
23. Aansluiting TC IN/TC OUT (tijdcode in/uit)
(pagina 114)
24. REMOTE-aansluiting
Aansluiten op algemene LANC jack-accessoire.
25. USB/multi-aansluiting (pagina 115)
26. DC-IN-aansluiting (standaard DC-stekker)
(pagina 18)
De accessoireschoen bevestigen
1 Til de voorste rand van de schoenveer
omhoog en trek de veer in
tegenovergestelde richting van de pijl die
op de veer is gegraveerd.
Schoenveer
1
Accessoireschoen
2 Plaats de accessoireschoen op de
accessoireschoenbevestiging, lijn de
uitsteeksels op de schoen uit met de
corresponderende punten op de
bevestiging en draai de vier schroeven
vast.
1. Overzicht: Plaats en functie van onderdelen
2
2
2
2
8
3 Zet de schoenveer er in de richting van de
pijl in, zodat het U-vormige gedeelte op
het eind van de accessoireschoen past.
Accessoireschoen
3
232
Schoenveer
De accessoireschoen verwijderen
Verwijder de schoenveer zoals beschreven in
stap 1 in "De accessoireschoen bevestigen",
schroef de vier schroeven los en verwijder de
accessoireschoen.
De draaggreep bevestigen
Plaats de draaggreep zo dat de
draaggreepaansluiting en schroefgaten op
elkaar zijn uitgelijnd. Druk in en draai de
bevestigingsschroeven van de draaggreep
naar rechts om de draaggreep aan het
apparaat te bevestigen.
U kunt ook de bevestigingsschroeven van de
twee draaggrepen vastmaken door deze naar
rechts te draaien met een inbussleutel (4mm).
[Opmerking]
Zorg dat de twee bevestigingsschroeven van de
draaggreep goed zijn vastgemaakt, alvorens de
draaggreep te gebruiken. De hendel kan van de
camcorder afvallen als de schroeven niet stevig zijn
vastgemaakt.
De draaggreep verwijderen
Verwijderen in de omgekeerde volgorde als
van de bevestigingsprocedure.
De beschermkap voor de
draaggreepaansluiting (meegeleverd)
bevestigen
Als de camcorder wordt gebruikt zonder de
draaggreep, bescherm dan de aansluiting met
de meegeleverde beschermkap.
[Tip]
Als de draaggreep wordt bevestigd, berg dan de
beschermkap op aan de onderkant van de draaggreep.
Bovenkant
1
1. Aansluiting draaggreep
2. Schroefgaten bevestiging accessoires (1/4
inch)
Compatibel met 1/4-20 UNC-schroeven (lengte
van 6mm of minder).
[Opmerking]
Gebruik van schroeven die langer zijn dan 6 mm kan
schade aan externe onderdelen veroorzaken.
De fysieke aansluitingen beschermen
Bevestig de kap voor niet gebruikte
aansluitingen om de chassisdelen te
beschermen.
1. Overzicht: Plaats en functie van onderdelen
12
2
3
45
4
1
8
6
5
9
Onderkant
1. Schroefgaten statief (1/4 inch, 3/8 inch)
Compatibel met 1/4-20 UNC-schroeven
en 3/8-16 UNC-schroeven. Bevestigen op
een statief (optie, schroeflengte 5,5 mm of
minder).
2. Luchtuitlaat
[Opmerking]
Bedek de luchtuitlaat niet.
Zoeker
Zie voor details over bevestiging van de
zoeker (meegeleverd) pagina 19.
1
1. Knop PEAKING
2. Knop ZEBRA
3. Knop ASSIGN (toewijsbaar) 9
(pagina 49)
4. Aanraakscherm
Aanraakbediening kan worden uitgeschakeld
met een toewijsbare knop of in het menu
(pagina 10).
5. Schakelaar MIRROR
Afstandsbedieningsgreep
Zie voor details over bevestiging van de
(meegeleverde) afstandsbedieningsgreep
pagina 21.
2
3
7
8. Knop ASSIGN (toewijsbaar) 5
(pagina 49)
1. Zoomregelaar
2. Knop ASSIGN (toewijsbaar) 4
(pagina 49)
3. Afstandsbedieningsgreep toewijsbare
regelaar (pagina 49)
4. Knop ASSIGN (toewijsbaar) 6
(pagina 49)
5. Rotatieregelaar afstandsbedieningsgreep
(pagina 21)
6. Knop Record START/STOP
7. Keuzeschakelaar (8-voudig D-pad en
toepassingsknop)
1. Overzicht
10
Het aanraakscherm gebruiken
Voorzorgsmaatregelen voor
gebruik van het aanraakscherm
De zoeker van het apparaat is een
aanraakscherm, dat u bedient met directe
aanraking met uw vinger.
Het aanraakscherm is ontworpen om licht
met uw vinger te worden aangeraakt. Oefen
geen kracht uit op het scherm en raak het
niet aan met voorwerpen met scherpe
randen of punten (nagel, balpen, sleutel
etc.)
Het aanraakscherm reageert mogelijk niet
bij aanraking in de volgende situaties. Let
op, hierdoor kan ook een defect veroorzaakt
worden.
Bediening met het uiteinde van
vingernagels
Bediening terwijl andere objecten
contact maken met het oppervlak
Bediening met een aangebrachte
beschermfolie of sticker
Bediening met waterdruppels of
condens op het display
Bediening met natte of bezwete vingers
Aanraakscherm bewegingen
Tik
Raak een onderdeel, zoals een pictogram of
een menu-onderdeel, licht aan met uw vinger
en verwijder uw vinger direct weer.
Sleep
Raak het scherm aan en sleep uw vinger
naar de gewenste positie op het scherm, en
verwijder vervolgens uw vinger.
Korte of lange veeg
Raak het scherm aan en veeg uw vinger snel
omhoog, omlaag, naar links of naar rechts.
Het aanraakscherm configureren
Bediening van het aanraakscherm kan worden
ingeschakeld of uitgeschakeld met het
onderdeel Touch Operation (pagina 99) in
het menu Technical.
[Tip]
Als de displayinhoud doorloopt buiten de randen van
het scherm, kunt u de displayinhoud met vegen laten
verschuiven.
1. Overzicht
342
9 10
75
1819 20 21 22 23 24 25 26 2728
29
30
31
32
33
34
35
36
137
11
Schermdisplay
Tijdens filmen (opnemen/standby) en afspelen worden de status en instellingen van de
camcorder geprojecteerd op het beeld dat in de zoeker wordt weergegeven.
U kunt de informatie weergeven/verbergen met de knop DISPLAY. Zelfs indien verborgen,
verschijnt dit bij het uitvoeren van handelingen in het directmenu (pagina 49).
U kunt ook kiezen om elk onderdeel afzonderlijk weer te geven of te verbergen (pagina 93).
Informatie weergegeven op het scherm tijdens filmen
11
12
13
14
15
16
17
1. Indicator netwerkstatus (pagina 13)
Geeft de netwerkverbindingsstatus weer als
pictogram.
2. Indicator upload/resterende bestanden
(pagina 65)
3. Indicator scherpstellingsgebied
(pagina 38)
Geeft het scherpstellingsgebied voor
automatische scherpstelling weer.
4. Opnamemodus, sleuf A/B, Interval Rec
opname-intervalindicator (pagina 50)
WeergaveBetekenis
Rec
StbyOpnemen stand-by
Opnemen
5. Indicator scherptediepte
6. Indicator scanmodus beeldsensor
Er wordt een
als zich een verkeerde combinatie voordoet
tussen de beeldcirkelomvang van het objectief
en de effectieve scanmodusinstelling van de
beeldgrootte van de beeldsensor.
Als Imager Scan Mode is ingesteld op FF,
wordt een "C"-markering weergegeven in
modi met smallere hoek of beeldweergave
(bijgesneden).
Bijsnijden vindt plaats in de volgende modi.
6
8
(pagina 24)
-markering weergegeven
Als de opname-indeling 3840×2160 is
en S&Q Motion beeldsnelheid 100fps of
120fps
Als Codec is ingesteld op RAW of RAW
& XAVC-I en het RAW uitgangsformaat
3840×2160 is
7. Uitvoerindicator voor RAW
werkingsstatus (pagina 59)
Geeft de uitvoerstatus van het RAW-signaal
weer.
8. Statusindicator UWP-D serie
(pagina 13)
Geeft de signaalsterkte van het RF-signaal
weer als een pictogram als er een apparaat
uit de UWP-D-serie is aangesloten op de
MI-schoen die is geconfigureerd voor digitale
audio-overdracht.
9. Beeldsnelheidindicator voor Slow & Quick
Motion filmen (pagina 50)
10. Indicator resterende accucapaciteit/DC IN
voltage (pagina 17)
11. Indicator scherpstellingsmodus
(pagina 41)
BetekenisWeergave
Modus vasthouden
scherpstelling
MF-modusMF
AF-modusAF
Modus AF volgen in echttijd
Gezichts/ogendetectie AF (AF/ /Only/ / )
Pictogram gezichts/
ogendetectie
Pictogram gezichts/
ogendetectie AF
Pictogram Opgeslagen
gezicht voor volgen
AF gepauzeerd tijdens
gezichts/ogendetectie
1)
AF
1) Wordt weergegeven als er geen gezicht is opgeslagen
voor volgen en er geen gezicht is gedetecteerd, of als
er een gezicht is opgeslagen voor volgen maar het
gezicht voor volgen niet is gedetecteerd.
Focus Hold
Only
12. Indicator zoompositie (pagina 36)
Geeft de zoompositie weer binnen het bereik
van 0 (brede hoek) tot 99 (telefoto) (als er een
objectief is bevestigd dat weergave van de
zoominstelling ondersteunt).
De weergave kan worden gewijzigd naar
een balkweergave of afstandsindicator voor
scherpstelling (pagina 101).
De volgende onderdelen worden aan het
display toegevoegd als Clear Image Zoom is
ingeschakeld.
WeergaveBetekenis
Clear Image Zoom is
ingeschakeld
Vergrotingswaarde
Bij gebruik van Clear Image
Zoom
13. Indicator beeldstabilisatiemodus
14. Indicator SDI output/HDMI output Rec
Control status (pagina 113)
Geeft de uitvoerstatus van het REC
besturingssignaal weer.
15. Indicator scherpstelling (pagina 37)
16. Indicator resterende mediacapaciteit
Er verschijnt een
geheugenkaart schrijfbeveiligd is.
-pictogram als de
17. Indicator witbalansmodus
WeergaveBetekenis
Automodus
Hold
W:PPresetmodus
W:AModus geheugen A
W:BModus geheugen B
Automodus gepauzeerd
18. Indicator externe vergrendeling tijdcode/
weergave tijd en datum (pagina 34)
Geeft "EXT-LK" aan bij vergrendeling aan de
tijdcode van een extern apparaat.
1. Overzicht: Schermdisplay
12
19. Indicator ND filter (pagina 44)
WeergaveBetekenis
Automodus
Modus Bokeh Control
(pagina 53)
20. Indicator scenebestand (pagina 56)
21. Indicator diafragma
Geeft de diafragmapositie (F-waarde) weer
(als er een objectief is bevestigd dat weergave
van de diafragma-instelling ondersteunt).
22. Indicator waarschuwing videoniveau
23. Indicator versterking (pagina 43)
Geeft de EI-waarde weer in Cine EI-modus
(pagina 24).
WeergaveBetekenis
Automodus
HPreset H-modus
MPreset M-modus
LPreset L-modus
Tijdelijke
aanpassingsmodus
Modus Bokeh Control
(pagina 53)
24. Weergave clipnaam (pagina 67)
25. Sluiterindicator (pagina 44)
26. Indicator AE-modus/AE-niveau
(pagina 43)
27. Waterpasindicator
Geeft het horizontale niveau weer in stappen
van ±1° tot en met ±15°.
28. Audioniveaumeter
Geeft het audioniveau van CH1 naar CH4 weer.
29. Videosignaalmonitor (pagina 52)
Geeft een golfvorm, vectorscoop en histogram
weer.
De oranje lijn geeft de ingestelde waarde van
het zebrapatroonniveau weer.
In de modus Cine EI (pagina 24) geeft dit
het LUT-type weer van het signaal dat wordt
gemonitord.
30. Indicator basisgevoeligheid/Basis-ISO
(pagina 43)
In de modus Custom (pagina 24) geeft
dit de basisgevoeligheid weer bij gebruik
van Base ISO/Sensitivity op het scherm Main
Status of ISO/Gain/EI>Base Sensitivity in het
menu Shooting van het hoofdmenu.
In de modus Cine EI (pagina 24) geeft dit
de Base ISO-gevoeligheid weer bij gebruik
van Base ISO/Sensitivity van het scherm Main
Status of ISO/Gain/EI>Base ISO in het menu
Shooting van het hoofdmenu.
31. Indicator Gammaweergave-assistent/
monitor LUT
Geeft de status weer van de
gammaweergave-assistent. De functie
gammaweergave-assistent kan worden
in- of uitgeschakeld door Gamma Display
Assist toe te wijzen aan een toewijsbare knop
(pagina 49).
In de modus Cine EI (pagina 24) geeft
dit LUT-instelling van de monitor weer
(pagina 80).
32. Indicator basisuiterlijk (pagina 56)
Geeft de instelling voor basisuiterlijk weer.
In de modus Cine EI (pagina 24) geeft dit
het videosignaal weer dat wordt opgenomen
op de geheugenkaarten (pagina 80).
33. Indicator proxy-status
34. Indicator opname-indeling (codec)
(pagina 82)
Geeft de naam weer van de opname-indeling
op de geheugenkaarten.
35. Indicator opname-indeling
(beeldsnelheid en scanmethode)
36. Indicator opname-indeling (beeldgrootte)
(pagina 82)
Geeft de beeldgrootte weer voor opname op
de geheugenkaarten.
37. Knop Stop AF volgen in echttijd
(pagina 42)
1. Overzicht: Schermdisplay
13
Informatie die wordt weergegeven op het scherm tijdens afspelen
De volgende informatie wordt geprojecteerd op het afspeelbeeld.
1
910111213 14
1. Indicator netwerkstatus
2. Uploadindicator/indicator resterende
bestanden
3. Clipnummer/totaal aantal clips
4. Indicator afspeelstatus
5. Indicator afspeelindeling (beeldsnelheid
en scanmethode)
6. Indicator afspeelindeling (beeldgrootte)
7. Indicator resterende accucapaciteit/DC IN
voltage
8. Indicator afspeelindeling (codec)
9. Mediaindicator
Er verschijnt een
geheugenkaart schrijfbeveiligd is.
10. Weergave tijd/datum
11. Weergave clipnaam
12. Indicator gammaweergave-assistent
-pictogram als de
2345678
13. Audioniveaumeter
Geeft het audio-afspeelniveau weer.
14. Indicator basisuiterlijk
Pictogramweergave
Pictogramweergave netwerkverbinding
NetwerkmodusVerbindingsstatusPictogram
ToegangspuntmodusWerkend als toegangspunt
Toegangspunt fout
StationmodusWifiverbinding
Pictogram wijzigt naargelang de
signaalsterkte (4 stappen)
Wifi ontkoppeld
Wifi verbindingsfout
USB-tetheringUSB-tethering verbonden
USB-tethering losgekoppeld
USB-tetheringfout
Pictogramweergave UWP-D-serie
VerzendingsstatusOntvangststatusPictogram
UitgeschakeldGeen ontvangst
Normale verzendingsstatusOntvangend
DempingsstatusOntvangen (gedempt)
Waarschuwingsstatus resterende
accucapaciteit
Dempen en waarschuwingsstatus
resterende accucapaciteit
Ontvangend
Ontvangend
–
(ontvangstniveau (4 stappen))
(Pictogram knippert)
(Pictogram knippert)
1. Overzicht: Schermdisplay
14
Statusscherm
U kunt de status en instellingen van de
camcorder controleren op het statusscherm.
De instellingen van onderdelen die zijn
gemarkeerd met een asterisk (*) kunnen
worden gewijzigd.
Het statusscherm ondersteunt
aanraakbediening.
Het statusscherm weergeven
Druk op de knop MENU.
[Tip]
U kunt de verschillende statusschermen weergeven of
verbergen met Menu Page On/Off (pagina 100) in het
menu Technical.
Het statusscherm omschakelen
Draai aan de multifunctionele regelaar.
Druk de keuzeschakelaar omhoog/omlaag
Veeg het statusscherm omhoog/omlaag.
Het statusscherm verbergen
Druk op de knop MENU.
Een instellingen wijzigen
Druk als het statusscherm wordt weergegeven
op de multifunctionele regelaar of
keuzeschakelaar om selectie van een
configuratieonderdeel op een pagina mogelijk
te maken. Selecteer een paginanummer en
druk vervolgens om pagina's om te schakelen.
U kunt ook direct onderdelen selecteren met
aanraakbediening.
[Opmerking]
U kunt wijzigingen vanaf het statusscherm uitschakelen
door Menu Settings >User Menu Only (pagina 100)
in het menu Technical van het hoofdmenu op On in te
stellen.
Scherm Main Status
Geeft de hoofdfuncties van de camera en de
vrije ruimte op de media weer.
Bewaar accusets niet op plaatsen die
blootstaan aan direct zonlicht, open vuur of
hoge temperaturen.
[Opmerkingen]
Gebruik bij werken op een locatie met netstroombron
de meegeleverde netadapter.
Zet de POWER-schakelaar altijd in de stand Off
voordat u een accu of netadapter aansluit. Als de
aansluiting plaatsvindt terwijl de POWER-schakelaar
op On staat, kan de camcorder in sommige gevallen
mogelijk niet starten. Als de camcorder niet kan
worden gestart, zet de POWER-schakelaar dan in
de Off-stand en maak de accuset of de netadapter
tijdelijk los, en wacht vervolgens 30 seconden
alvorens opnieuw aan te sluiten. (Als de netadapter
is aangesloten terwijl de camcorder werkt op
de accuset, kan deze zonder problemen worden
aangesloten met de POWER-schakelaar in de aanstand).
Een accuset gebruiken
Om een accuset aan te sluiten steekt u
deze zo ver mogelijk in de aansluitopening
(pagina 7) en schuift u deze daarna
omlaag om de set vast op zijn plaats te
vergrendelen.
Om een accuset te verwijderen houdt u de
knop BATT RELEASE (pagina 7) ingedrukt,
schuift u de accuset omhoog en trekt deze
vervolgens uit de aansluitopening.
Knop BATT
RELEASE
[Opmerkingen]
Laad voor het bevestigen van een accuset de accu
op met de speciale accu-opladers BC-CU1, BC-U1A, of
BC-U2A.
Opladen van een accuset als deze nog warm is
(bijvoorbeeld direct na gebruik) kan resulteren in het
niet volledig opladen van de accu.
De resterende capaciteit controleren
Bij het filmen/afspelen bij gebruik van een
accuset wordt de resterende accucapaciteit
weergegeven in de zoeker (pagina 11).
PictogramBetekenis
91% t/m 100%
71% t/m 90%
51% t/m 70%
31% t/m 50%
11% t/m 30%
0% t/m 10%
De camcorder geeft de resterende capaciteit
aan door de beschikbare tijd met de accuset
te berekenen als de werking wordt voortgezet
met het huidige energieverbruik.
Als de acculading minder wordt
Als de resterende acculading tijdens gebruik
onder een bepaald niveau daalt (status Low
Battery), verschijnt er een bericht dat de accu
bijna leeg is en begint het opname/tallylampje te knipperen om u te waarschuwen.
Als de resterende acculading onder het niveau
komt waarop verder werken niet mogelijk is
(status Battery Empty) verschijnt een melding
dat de accu leeg is.
Vervangen door een opgeladen accuset.
De waarschuwingsniveaus wijzigen
Vanuit de fabriek is het niveau Low Battery
ingesteld op 10% van de volledige acculading
en het niveau Battery Empty op 3%. U kunt het
waarschuwingsniveau instellen met Camera
Battery Alarm (pagina 101) in het menu
Technical van het hoofmenu.
De accuset opladen met behulp van de
meegeleverde acculader (BC-CU1)
1 Sluit de netadapter (meegeleverd) aan op
de acculader en sluit het netsnoer
(meegeleverd) aan op de netstroombron.
2 Duw de accu erin en schuif deze in de
richting van de pijl.
De CHARGE-lamp gaat oranje branden en
het opladen begint.
CHARGE-lamp
Netadapter
Netsnoer
CHARGE-lamp (oranje)
Brandt: Laadt op
Knippert: Oplaadfout, of de temperatuur
bevindt zich buiten
bedrijfstemperatuur en het opladen
wordt gepauzeerd.
De CHARGE-lamp van de acculader.
Gebruik altijd originele Sony-accu's.
2. Voorbereiding: Stroomvoorziening
18
Laadtijd
Geschatte tijd (in minuten) die vereist is om
een volledig ontlade accuset op te laden.
AccusetVolledige laadtijd
BP-U35120 minuten
[Opmerking]
Als de netadapter wordt losgekoppeld van de acculader
en de accu blijft aangesloten op de acculader, gaat de
accu zich ontladen.
Netstroom gebruiken
Als de camcorder op de netstroom wordt
aangesloten is gebruik zonder zorgen over het
opladen van de accuset mogelijk.
Netsnoer
Sluit de netadapter aan op de DC INaansluiting op de camcorder en sluit
het netsnoer (meegeleverd) aan op de
netstroombron.
Als het uitgangsvoltage van de
netadapter laag wordt
Netstroomingang
Netadapter
De waarschuwingsvoltages wijzigen
Het niveau van DC Low Voltage1 is vanuit
de fabriek ingesteld op 16,5V en het niveau
van DC Low Voltage2 op 15,5V. U kunt de
waarschuwingsniveaus instellen met Camera
DC IN Alarm (pagina 101) in het menu
Technical.
Netadapter
Sluit een netadapter niet aan of gebruik
deze in een krappe ruimte, zoals tussen een
muur en meubels.
Steek de netadapter in het dichtstbijzijnde
stopcontact. Als er zich tijdens het
werken een probleem voordoet, trek
dan onmiddellijk het netsnoer uit het
stopcontact.
Maak geen kortsluiting met de metalen
onderdelen van de stekker van de
netadapter. Dit heeft een defect tot gevolg.
De accu kan niet worden opgeladen als
deze aan de camcorder is bevestigd, zelfs
als de netadapter is aangesloten.
Pak bij het loskoppelen van de netadapter
de stekker rechtstreeks vast en trek deze
recht uit het stopcontact. Trekken aan de
kabel kan een defect veroorzaken.
Als het uitgangsvoltage van de netadapter
tijdens bedrijf onder een bepaald niveau komt
(status DC Low Voltage1), verschijnt er een
melding dat het voltage van de netadapter
is gedaald en gaat het opname/tally-lampje
gaat knipperen.
Als het uitgangsvoltage van de netadapter
tijdens bedrijf onder het niveau komt waarop
gebruik niet meer mogelijk is (status DC Low
Voltage2) verschijnt er een melding dat het
voltage van de netadapter te laag is.
Als dit gebeurt kan de netadapter defect zijn.
Controleer de netadapter, zoals vereist.
2. Voorbereiding
19
Apparaten aansluiten
De microfoon aansluiten (apart
aanschaffen)
1 Plaats de microfoon in de
microfoonhouder.
2 Sluit de microfoonkabel aan op de
aansluitingen INPUT1 of INPUT2.
1
2
1
2
LINE MIC
LINE MIC
+48V
MIC
INPUT1 INPUT2
+48V
MIC
INPUT
Microfoon
Microfoonhouder
3 Plaats de microfoonkabel in de
kabelhouder, zoals in de afbeelding wordt
weergegeven.
Kabelhouder
[Tips]
Als de microfoon niet stabiel kan worden bevestigd,
gebruik dan de afstandhouder die bij de microfoon
wordt geleverd.
Afhankelijk van het bevestigde objectief kan het
uiteinde van de microfoon zichtbaar zijn in het
camcorderbeeld. Pas de positie van de microfoon aan.
De zoeker bevestigen
[Opmerking]
Bevestig/verwijder de zoeker als de camcorder is
uitgeschakeld.
De zoeker aan de voorkant van de
draaggreep bevestigen
1 Plaats de montageklemadapter van de
zoeker in de zoekerbevestiging van de
draaggreep () en draai de schroef
(meegeleverd) naar rechts om de adapter
op zijn plaats te fixeren ().
De montageklemadapter kan vrij worden
bevestigd in stappen van 45°, maar de
positie waarbij het bevestigingspunt zich
direct boven de schroef bevindt, wordt
geadviseerd.
Schroef
Montageklemadapter
van de zoeker
2 Monteer de zoekerklem op de
montageklemadapter van de zoeker ()
en draai de vergrendelknop naar rechts
om de adapter op zijn plaats te fixeren
().
[Opmerking]
Zorg dat de vergrendelknop bij gebruik van de
zoeker stevig vast zit. De zoeker kan eraf vallen als de
vergrendelknop niet stevig vastgedraaid is.
3 Lijn de -markering op de camcorder uit
met de -markering op de
zoekeraansluiting, en bevestig de kabel.
Zorg dat de -markering zich aan de
buitenzijde bevindt, alvorens de stekker te
plaatsen.
4 Plaats het snoer in de snoerhouder, zoals
weergegeven in de afbeelding.
Kabelhouder
2. Voorbereiding: Apparaten aansluiten
20
De zoeker aan de achterkant van de
draaggreep bevestigen
Er zijn twee bevestigingspunten, aan de
achterkant van de draaggreep () en aan de
achterkant van de camcorder () voor het
bevestigen van de zoeker. Bevestig de zoeker
op dezelfde manier als beschreven in "De
zoeker aan de voorkant van de draaggreep
bevestigen".
De positie van de zoeker aanpassen
Kantel de zoeker omhoog/omlaag/vooruit/
achteruit om de hoek van de zoeker aan te
passen.
U kunt de MIRROR-schakelaar gebruiken om
het beeld om te draaien als u bijvoorbeeld
vanaf de voorkant van de camcorder kijkt.
[Tip]
Als het apparaat niet wordt gebruikt of wordt
getransporteerd, wordt geadviseerd de zoeker in een
positie te plaatsen zoals in de volgende afbeelding, om
de zoeker te beschermen.
De zoeker verwijderen
Maak de vergrendelknop van de zoeker los en
voer de handelingen voor het bevestigen van
de zoeker in de omgekeerde volgorde uit.
De zoekerkap bevestigen
2 Bevestig de metalen beugel aan de
bovenkant van de zoekerkap aan de haak
aan de bovenkant van de zoeker en
bevestig de metalen clip aan de
onderkant van de zoekerkap aan de haak
aan de onderkant van de zoeker.
Bevestigingshaken
3 Duw de vergrendelplaat aan de onderkant
van de zoekerkap in de richting van de pijl
om de zoeker in kappositie te
vergrendelen.
Vergrendelingsplaat
[Opmerking]
Houd bij het verplaatsen van de zoeker de body van
de zoeker vast als u verplaatst. Niet vastpakken aan de
zoekerkap.
De zoekerkap verwijderen
Maak de klem van de zoekerkapvergrendeling
los en verwijder de zoekerkap van de zoeker.
1 Open de metalen clips op de zoekerkap.
De zoekerkap openen
Trek de middenonderkant van de zoekerkap
uit naar u toe, en duw vervolgens omhoog om
de kap te openen.
2. Voorbereiding: Apparaten aansluiten
21
De afstandsbedieningsgreep
bevestigen
[Opmerking]
Bevestig of verwijder de afstandsbedieningsgreep
terwijl de camcorder is uitgeschakeld.
1 Sluit de kabel aan op de aansluiting van
de afstandsbedieningsgreep.
2 Breng de bevestiging van de
afstandsbedieningsgreep van de
camcorder en de montagemarkering op
de greep op één lijn (), bevestig de
greep aan de camcorder en draai deze
langzaam naar links ().
U hoort een klikgeluid als de greep in
positie vergrendelt.
Indexmarkering
[Opmerking]
Als correcte bevestiging niet lukt, bevestig
dan opnieuw zonder overmatige kracht op de
afstandsbedieningsgreep of op de camcorder uit te
oefenen.
3 Steek de in stap twee aangesloten kabel
onder de sleuf van de
afstandsbedieningsgreep, zoals in de
afbeelding wordt weergegeven.
De hoek van de
afstandsbedieningsgreep aanpassen
U kunt de hoek van de
afstandsbedieningsgreep aanpassen over
een bereik zoals weergegeven in de volgende
afbeelding, om deze aan te passen aan uw
stijl van filmen.
Standaardpositie
Naar het objectief gedraaid (90° max.)
1 Beweeg de rotatieregelaar op de
draaggreep naar de in de afbeelding
weergegeven stand, en draai de greep
terwijl u de regelaar ingedrukt houdt.
2 Haal uw vinger van de rotatieregelaar op
de draaggreep bij de gewenste stand.
3 Verplaats de greep enigszins tot u een
klikgeluid hoort, wat aangeeft dat de
greep op zijn plaats is vergrendeld.
Als de draaggreep is gezekerd, keert de
rotatieregelaar terug naar de
oorspronkelijke stand.
[Opmerking]
Als de kabel niet onder de sleuf wordt geplaatst kan het
wijzigen van de hoekbevestiging overmatig veel kracht
uitoefenen op de kabel, of de kabel kan klem komen te
zitten in het draaimechanisme.
Naar de achterkant gedraaid (83° max.)
[Opmerkingen]
Controleer na het wijzigen van de stand altijd of de
greep stabiel is geplaatst.
De hoek kan niet verder worden aangepast dan
binnen het aanpassingsbereik. Gebruik geen
overmatige kracht bij het draaien van de greep.
2. Voorbereiding: Apparaten aansluiten
22
De greep vasthouden (geadviseerde
methode)
Er zijn geen regels voor het vasthouden van
de greep, maar het volgende voorbeeld toont
een manier voor makkelijke bediening van de
greep.
Bij gebruik van de knop ASSIGN 5 of
keuzeschakelaar
A: Bedien de toewijsbare regelaar van de
handgreep met uw wijsvinger.
B: Bedien de keuzeschakelaar en de knop
ASSIGN 5 met uw duim.
C: Houd de handgreep stevig vast met uw
middelvinger, ringvinger en pink.
Bij bedienen van de Zoom
A: bedien de zoomregelaar met uw wijsvinger
en middelvinger.
B: Houd de greep stevig vast met uw duim.
C: Houd de greep stevig vast met uw
ringvinger en pink.
De greep verwijderen
[Opmerking]
Plaats bij het verwijderen van de greep de camcorder op
een vlak oppervlak, zoals een bureau.
1 Maak de kabel los van de aansluiting van
de afstandsbedieningsgreep.
2 Houd de vrijgaveknop voor de
afstandsbedieningsgreep op de
camcorder ingedrukt en draai de greep
naar rechts tot deze loskomt.
Vrijgaveknop voor de
afstandsbedieningsgreep
[Tip]
Er kan een rozet worden bevestigd aan zowel het
greepbevestigingspunt op het apparaat als het
bijbehorende bevestigingspunt op de greep.
Neem voor details over het aanschaffen van rozetten
contact op met uw Sony-dealer.
(schroefgaten worden aangegeven door de cirkels
in de volgende afbeelding). Gebruik van andere
schroeven dan vermeld kan schade aan externe
onderdelen veroorzaken.
Een objectief bevestigen
[LET OP]
Laat het objectief niet met de lens in de
zon liggen. Direct zonlicht kan de lens
binnendringen, een brandpunt vormen in de
camcorder en zo brand veroorzaken.
[Opmerkingen]
Bevestig/verwijder een objectief als de camcorder is
uitgeschakeld.
Een objectief is een precisiecomponent. Plaats
het objectief niet op een oppervlak met de
objectiefbevestiging omlaag. Bevestig de
meegeleverde objectiefbevestigingsdop.
[Tip]
Neem voor details over objectieven die door de
camcorder worden ondersteund contact op met uw
Sony servicevertegenwoordiging.
Een objectief met E-bevestiging
bevestigen
1 Verwijder de lensdop en kap van de
camcorder en het objectief.
2 Lijn de objectiefmontagemarkering (wit)
uit met de camcorder, plaats het objectief
en draai het daarna naar rechts.
U hoort een klikgeluid als de greep in
positie vergrendelt.
Bevestigingsmarkeringen (wit)
[Opmerking]
Druk niet op de objectiefvrijgaveknop bij het bevestigen
van het objectief.
Een objectief met A-bevestiging
bevestigen
Om een objectief met A-bevestiging te
gebruiken bevestigt u een objectiefadapter
(optie) en bevestigt u vervolgens het objectief
met A-bevestiging.
[Opmerking]
Bij gebruik van een objectief met A-bevestiging
wordt het diafragma handmatig ingesteld en is de
scherpstelling ingesteld op MF.
Een objectief verwijderen
Verwijder een objectief met de volgende
procedure.
1 Houd de objectiefvrijgaveknop ingedrukt
en draai het objectief naar links terwijl u
het ondersteunt.
CamcorderzijdeGreepzijde
2 Trek het objectief er in voorwaartse
richting uit.
2. Voorbereiding: Apparaten aansluiten
23
[Opmerkingen]
Lijn bij het verwijderen van een objectief
de bevestigingsmarkering op de
objectiefvergrendelingsring uit met de
bevestigingsmarkering op de camcorder.
Pak het objectief stevig vast, zodat het niet kan vallen.
Als er niet direct een ander objectief wordt bevestigd,
bevestig dan altijd de bodydop.
Diafragma-aanpassingen voor
objectieven met Auto Iris-schakelaar
Als de Auto Iris van het objectief is ingesteld
op AUTO, wordt het diafragma automatisch
aangepast, maar kan ook handmatig vanaf
de camcorder worden ingesteld.
Als de Auto Iris van het objectief is ingesteld
op MANUAL, kan het diafragma alleen
worden aangepast met de objectiefring.
Bediening van het diafragma vanaf de
camcorder heeft geen effect.
Scherpstellingsaanpassingen voor
objectieven met scherpstellingsschakelaar
Als de scherpstellingsschakelaar voor het
objectief is ingesteld op AF/MF of AF, wordt
de scherpstelling automatisch aangepast
en kan ook handmatig worden aangepast
vanaf een afstandsbediening.
Als de scherpstellingsschakelaar van
het objectief is ingesteld op MF, wordt
de scherpstelling aangepast met de
objectiefring en kan ook handmatig worden
aangepast vanaf een afstandsbediening.
[Opmerking]
Bij gebruik van een objectief met A-bevestiging is
handmatige aanpassing vanaf een afstandsbediening
mogelijk niet beschikbaar.
Als de scherpstellingsschakelaar van een
objectief is ingesteld op Full MF, kan de
scherpstelling alleen worden aangepast met de
objectiefring. Bediening van de scherpstelling
op de camcorder heeft geen effect.
Een statief bevestigen
Gebruik de schroefopening op de camcorder
voor het bevestigen van een statief. Gebruik
van de statiefbevestiging op het objectief kan
schade veroorzaken.
2. Voorbereiding
24
Basisbediening van de camcorder configureren
De eerste keer dat de camcorder wordt
ingeschakeld of als de back-upaccu volledig
is ontladen verschijnt het beginscherm voor
instellingen in de zoeker.
Stel in dit scherm de datum en tijd van de
interne klok in.
Time Zone
Time Zone stelt het tijdsverschil in met UTC
(Coordinated Universal Time). Wijzig zo nodig
de instelling.
De datum en tijd instellen
Gebruik de keuzeschakelaar (pagina 7) of
de multifunctionele regelaar (pagina 5)
om onderdelen en instellingen te selecteren
en druk vervolgens op de toepassingsknop
van de keuzeschakelaar om de instellingen toe
te passen en het lopen van de klok te starten.
Zodra het instelscherm is gesloten kunt u de
datum, tijd en tijdzone-instelling wijzigen
met Clock Set (pagina 106) in het menu
Maintenance.
[Opmerkingen]
Als de klokinstelling verloren gaat omdat de back-
up-batterij leeg is vanwege gedurende langere
tijd geen aangesloten voeding (geen accuset en
geen DC IN stroombron), wordt het oorspronkelijke
instellingenscherm weergegeven als u de camcorder
weer inschakelt.
Terwijl het beginscherm voor instellingen wordt
weergegeven is er geen andere bediening mogelijk,
behalve het apparaat in- of uitschakelen, totdat u de
instellingen in dit scherm heeft afgerond.
De camcorder heeft een ingebouwde oplaadbare
batterij voor het opslaan van datum, tijd en
andere instellingen, zelfs als de camcorder wordt
uitgeschakeld.
Configureer voor het filmen de voor de
toepassing geschikte basisbediening van de
camcorder op het scherm status Project.
Opnamemodus
U kunt de opnamemodus schakelen tussen
"modus Custom" om flexibel op locatie
beelden te maken en "Cine EI-modus"
(waarbij de camcorder op dezelfde manier
wordt bediend als een filmcamera, met
beeldmateriaal ontwikkeld in postproductie).
Stel de opnamemodus in met Shooting Mode
(pagina 15) op het scherm status Project.
[Tip]
U kunt ook de opnamemodus instellen met Base Setting
>Shooting Mode (pagina 82) in het menu Project van
het hoofdmenu.
Custom modus
In de Custom filmmodus kunt u de
videostandaard selecteren.
U kunt de videostandaard instellen met Base
Setting >Target Display (pagina 82) in het
menu Project van het hoofdmenu.
SDR(BT.709): Filmen volgens HD broadcast-
norm
HDR(HLG): Filmen volgens de nieuwe
generatie 4K broadcast-norm
Zie voor details pagina 56.
Cine EI-modus
Als de opnamemodus is ingesteld op
de modus Cine EI, selecteer dan het
basiskleurbereik voor het opnamesignaal
en uitgangssignaal. Het hier geselecteerde
kleurbereik is het kleurbereik van de videouitvoer als MLUT is ingesteld op Off.
U kunt het kleurbereik instellen met Cine EI
Setting >Color Gamut (pagina 83) in het
menu Project van het hoofdmenu.
S-Gamut3.Cine/SLog3: Makkelijk voor het
aanpassen van kleurbereik voor digitale
cinema (DCI-P3).
S-Gamut3/SLog3: breed Sony kleurbereik
dat het ITU-R BT.2020 kleurbereik omvat.
Zie voor details pagina 58.
[Opmerkingen]
Cine EI-modus heeft de volgende beperkingen.
Functies die niet automatisch kunnen worden
aangepast (tracking)
– Witbalans
– Versterking
– Sluiter
Functies die niet kunnen worden geconfigureerd
– ISO gevoeligheid/versterking (ingesteld op
basis-ISO-gevoeligheid (vast))
– Menu-instellingen Paint/Look (exclusief Base
Look)
– Scene File (uitgeschakeld)
De volgende functies zijn alleen beschikbaar in de
modus Cine EI (pagina 58).
Exposure Index
Monitor LUT
Systeemfrequentie
Stel de systeemfrequentie in met Frequency/
Scan (pagina 15) op het scherm status
Project. De camcorder kan mogelijk
automatisch herstarten na overschakeling,
afhankelijk van de geselecteerde waarde.
[Tip]
U kunt de systeemfrequentie ook instellen met Rec
Format >Frequency (pagina 82) in het menu Project
van het hoofdmenu.
[Opmerking]
U kunt de systeemfrequentie niet overschakelen tijdens
opnemen of afspelen.
Scanmodus beeldsensor
U kunt de effectieve beeldgrootte en resolutie
van de beeldsensor instellen.
Stel de scanmodus in met Imager Scan
(pagina 15) op het scherm status Project.
FF: volledige kadergrootte.
S35: Super 35mm size.
[Tip]
U kunt de scan modus ook instellen met Rec Format
>Imager Scan Mode (pagina 82) in het menu Project
van het hoofdmenu.
[Opmerkingen]
De scanmodus van de beeldsensor kan niet worden
omgeschakeld tijdens opnemen of afspelen.
Indien ingesteld op S35 is het videoformaat beperkt
tot 1920×1080.
Codec
Stel de codec in met Codec (pagina 15) op
het scherm status Project.
[Tip]
U kunt de codec ook instellen met Rec Format >Codec
(pagina 82) in het menu Project van het hoofdmenu.
[Opmerking]
U kunt de codec niet omschakelen tijdens opnemen of
afspelen.
2. Voorbereiding: Basisbediening van de camcorder configureren
25
Video-indeling
U kunt de video-indeling voor opnemen
instellen. Stel de video-indeling in met Video
Format (pagina 15) op het scherm status
Project.
[Tip]
U kunt de video-indeling ook instellen met Rec Format
>Video Format (pagina 82) in het menu Project van
het hoofdmenu.
[Opmerkingen]
U kunt de video-indeling niet omschakelen tijdens
opnemen of afspelen.
Er kunnen beperkingen gelden voor het signaal van
de aansluitingen SDI OUT en HDMI OUT, afhankelijk
van de instelling voor video-indeling.
2. Voorbereiding
26
Geheugenkaarten gebruiken
De camcorder neemt audio en video op CFexpress Type A geheugenkaarten (apart verkrijgbaar)
op of op SDXC geheugenkaarten (apart verkrijgbaar) die in kaartsleuven zijn geplaatst. De
geheugenkaarten worden ook gebruikt voor proxy-opname, het opslaan/laden van instellingen
en tijdens upgraden (software-update).
Over CFexpress Type A geheugenkaarten
Gebruik in de camcorder de Sony CFexpress Type A geheugenkaarten* vermeld in “Aanbevolen
media” (pagina 27).
Raadpleeg voor details over werken met media van andere fabrikanten de gebruiksaanwijzing
voor de media of de informatie van de producent.
* In dit document aangeduid als "CFexpress geheugenkaarten".
Over SDXC-geheugenkaarten
Gebruik in de camcorder de SDXC geheugenkaarten* vermeld in “Aanbevolen media”
(pagina 27).
* In dit document aangeduid als "SD-kaarten".
2. Voorbereiding: Geheugenkaarten gebruiken
27
Aanbevolen media
De gegarandeerde functioneringscondities variëren afhankelijk van de instellingen voor Rec Format en Recording.
Ja: Functioneren wordt ondersteund
Nee: Normaal functioneren niet gegarandeerd