Houd deze handleiding binnen handbereik, zodat u ze indien nodig kunt raadplegen.
Page 2
Let op!
Voor een complete elektrische scheiding van het net, dient u de hoofdstekker uit het stopcontact te trekken.
De AC-contactdoos moet in de nabijheid van de apparatuur geïnstalleerd zijn en eenvoudig toegankelijk zijn.
Om aan de EMC-reglementen te voldoen, moet u afgeschermde interfacekabels bij dit apparaat gebruiken.
EMC (dit apparaat en randapparatuur)
Waarschuwing:
Dit is een klasse A product. In een woonomgeving kan dit product radiostoringen veroorzaken. In dit geval moet de gebruiker
eventueel passende maatregelen treffen.
Dit apparaat bevat software met modules die zijn ontwikkeld door Independent JPEG Group.
Flash®-technologie van Adobe Systems Incorporated.
Page 3
Voor de gebruikers van de faxfunctie
FAX-interfacekabel en telefoonkabel:
Deze speciale accessoires dienen bij het apparaat gebruikt te worden.
De Verklaring van conformiteit kunt u bekijken op het volgende internetadres.
http://www.sharp.de/doc/MX-FXX2.pdf
SOFTWARELICENTIE
De SOFTWARELICENTIE wordt weergegeven wanneer u de software installeert vanaf de cd-rom. Wanneer u alle
software of een deel van de software op de cd-rom of op het apparaat gebruikt, verplicht u zich te houd en aan de
voorwaarden van de SOFTWARE LICENTIE.
Producten die de ENERGY STAR® hebben verkregen, zijn ontworpen om het milieu te
beschermen via superieure energie-efficiency.
De producten die voldoen aan de ENERGY STAR®-richtlijnen, zijn voorzien van het hierboven weergegeven logo.
De producten zonder het logo voldoen mogelijk niet aan de ENERGY STAR®-richtlijnen.
Garantie
Alhoewel alle pogingen zijn ondernomen dit document zo nauwkeurig en behulpzaam mogelijk te maken, wordt door SHARP
Corporation op generlei wijze garantie geboden voor wat betreft de inhoud ervan. Alle informatie die hierin is opgenomen kan zonder
nadere kennisgeving worden gewijzigd. SHARP is niet verantwoordelijk voor verlies of schade, direct of indirect, welke ontstaat als
gevolg van of verband houdend met het gebruik van deze handleiding.
• De uitleg in deze handleiding gaat ervan uit dat een automatische origineelinvoer, rechterlade en onderkast/2 x 500 vel
papierlade zijn geïnstalleerd op de MX-M502N.
• Bij de uitleg in deze handleiding wordt aangenomen dat u redelijk overweg kunt met uw Windows- of Macintosh-computer.
• Raadpleeg de handleiding van het besturingssysteem of de online-Help voor informatie over het besturingssysteem.
• De schermen en procedures in deze handleiding worden uitgelegd voor Windows Vista
De schermen zien er mogelijk bij u iets anders uit, afhankelijk van de versie van het besturingssysteem.
• Deze handleiding bevat verwijzingen naar de faxfunctie. Houd er evenwel rekening mee dat de faxfunctie in sommige landen en
regio's niet verkrijgbaar is.
• Deze handleiding bevat uitleg over het PC-faxstuurprogramma en het PPD-stuurprogramma. Houd er evenwel rekening mee dat
het PC-faxstuurprogramma en het PPD-stuurprogramma voor sommige landen en regio's niet beschikbaar zijn en niet word en
weergegeven in de installatiesoftware.
Installeer in dit geval de Engelse versie als u deze stuurprogramma's wilt gebruiken.
• Deze handleiding werd uiterst zorgvuldig opgesteld. Als u opmerkingen of vragen hebt over de handleidi ng, neemt u contact op
met de dealer of dichtstbijzijnde erkende servicevestiging.
• Dit product is onderworpen aan strenge kwaliteitscontroles en inspectieprocedures. In het onwaarschijnlijke geval dat een defect
of ander probleem wordt ontdekt, neemt u contact op met de dealer of dichtstbijzijnde erkende servicevestiging.
•
Behoudens voorzover wettelijk vereist kan SHARP niet aansprakelijk worden gesteld voor defecten die optreden gedurende het gebruik
van het product of de opties ervan, of defecten die het gevolg zijn van een onjuiste bediening van het product en de opties ervan,
of andere defecten, of voor enige schade die ontstaat als gevolg van het gebruik van het product.
®
in Windows®-omgevingen.
2
Page 5
WAARSCHUWINGEN
WAARSCHUWING
Sluit het stroomsnoer uitsluitend aan op een
stopcontact dat aan de opgegeven spanning- en
stroomvereisten voldoet. Zorg ook dat het stopcontact
goed is geaard. Gebruik geen verlengsnoeren of
stekkerdozen om andere apparaten aan te sluiten op
het gebruikte stopcontact. Het gebruik van een
onjuiste stroomtoevoer kan brand of elektrische
schokken veroorzaken.
*Raadpleeg het naamplaatje onder aan de
linkerzijde van het apparaat voor de vereisten voor
de stroomtoevoer.
Zorg dat het snoer niet wordt beschadigd of gewijzigd.
Plaats geen zware voorwerpen op het
snoer, trek er niet aan en buig het niet.
Hierdoor kan het snoer beschadigd
raken waardoor brand of elektrische
schokken kunnen ontstaan.
Raak de stekker niet aan met natte handen.
Hierdoor kunnen elektrische schokken ontstaan.
LET OP
Trek nooit aan het snoer wanneer u de stekker
uit het stopcontact haalt.
Wanneer u aan het snoer zelf trekt, kan dit
beschadigd raken en brand of elektrische schokken
veroorzaken.
Wanneer u het apparaat wilt verplaatsen, moet u
eerst de hoofdschakelaar uitzetten en de stekker
uit het stopcontact halen.
Het snoer kan beschadigd raken met kans op brand
of elektrische schokken veroorzaken.
Haal voor de veiligheid de stekker uit het
stopcontact als u het apparaat langere tijd niet
gebruikt.
Symbolen in deze handleiding
Voor een veilig gebruik van dit apparaat worden verschillende veiligheidssymbolen in deze handleiding gebruikt. De indeling van de
veiligheidssymbolen wordt hieronder uitgelegd. Zorg dat u de betekenis van de symbolen begrijpt bij het lezen van de handleiding.
SymboolBetekenis
WAARSCHUWING
LET OP
Geeft een risico aan op dood of ernstig letsel.
Geeft een risico aan op letsel of schade aan eigendommen.
Betekenis van de symbolen
Symbool
Betekenis
LET OP!
HEET
BEKNELLINGSGEVAAR
BLIJF UIT DE BUURT
Symbool
VERBODEN HANDELINGEN
NIET DEMONTEREN
Betekenis
Opmerkingen over stroomvoorziening
SymboolBetekenis
VERPLICHTE HANDELINGEN
3
Page 6
WAARSCHUWINGEN
Afstelmechanisme
Ontgrendelen
Vergrendelen
LET OP
Plaats het apparaat niet op een instabiel of
hellend oppervlak. Plaats het apparaat op een
ondergrond met voldoende draagvermogen.
Risico op letsel doordat het apparaat valt of kantelt. Als
randapparatuur moet worden geïnstalleerd, moet deze
niet op een ongelijke vloer, hellend oppervlak of
anderszins instabiel oppervlak worden geplaatst. Gevaar
van glijden, vallen en kantelen. Plaats het product op een
vlakke, stabiele ondergrond met voldoende
draagvermogen. (Gewicht met verschillende
randapparatuur geïnstalleerd: ongeveer 95kg (209.4lbs.))
Risico op brand en elektrische
schokken.
Als stof in het apparaat
terechtkomt, kan dit leiden tot
vuile afdrukken en storingen aan
het apparaat.
Wanneer het apparaat is geïnstalleerd, moeten de
afstelmechanismen (4) naar beneden worden gedraaid tot ze de
vloer raken, zodat het apparaat vast staat (en niet kan verschuiven).
Draai de afstelmechanismen in de
vergrendelrichting tot ze vast op de vloer staan.
Als u het apparaat wilt verplaatsen omdat u uw
kantoor anders indeelt of om een andere reden,
draait u de afstelmechanismen naar boven,
schakelt u de stroom
uit en verplaatst u het
apparaat vervolgens.
(Breng de afstelmechanismen
weer naar omlaag om het
apparaat vast te zetten nadat
u dit hebt verplaatst).
Installeer het apparaat niet op een vochtige of
stoffige locatie.
Plastic onderdelen
kunnen vervormd
raken wat kan leiden
tot vuile afdrukken.
Locaties die aan direct zonlicht
zijn blootgesteld
Als het apparaat naast een
diazokopieerapparaat wordt
geplaatst, kan dit leiden tot vuile
afdrukken.
Locaties met ammoniakgas
Het papier wordt vochtig en er kan zich condensatie
vormen in het apparaat, wat kan leiden tot
papierstoringen en vuile afdrukken.
☞
Bedrijfsomgeving (pagina 47)
Als de locatie een ultrasone luchtbevochtiger bevat,
gebruikt u puur bevochtigingswater in de luchtbevochtiger.
Als u kraanwater gebruikt, worden mineralen en andere
onzuivere stoffen uitgestoten die in het apparaat
terechtkomen en zorgen voor vuile afdrukken.
Zeer warme, koude, vochtige of droge locaties (in
de buurt van verwarmingen, luchtbevochtigers,
airconditioners, enzovoort)
Opmerkingen over de installatie
4
Page 7
Opmerkingen over de installatie (vervolg)
45 cm
(17-23/32")
30 cm
(11-13/16")
30 cm
(11-13/16")
LET OP
Laat voldoende ruimte vrij rond het apparaat voor
onderhoud en goede ventilatie. (Het apparaat mag niet
dichter bij de wand staan dan de hieronder
aangegeven afstand. De aangegeven afstanden
gelden voor het geval waarbij geen nietafwerkeenheid
en hogecapaciteitslade zijn geïnstalleerd.)
In de buurt van een wand
Door trillingen kunnen storingen ontstaan.
Locaties die onderhevig zijn aan trillingen.
In de printer wordt tijdens de werking een kleine hoeveelheid
ozon geproduceerd. Het emissieniveau is zo laag dat er geen
gevaar voor de gezondheid bestaat.
De huidige aanbevolen grens voor langdurige blootstelling
aan ozon is 0,1 ppm (0,2 mg/m
3
), berekend als gemiddelde
concentratie met een tijdweging van 8 uur. Aangezien de
kleine hoeveelheid die wordt uitgestoten een onaangename
geur kan hebben, is het echter raadzaam het kopieerapparaat
in een goed geventileerde ruimte te plaatsen.
Tijdens het afdrukken wordt een kleine hoeveelheid
ozon aangemaakt binnen het apparaat. De
hoeveelheid aangemaakte ozon is niet schadelijk. U
kunt echter een onaangename geur bemerken tijdens
lange kopieersessies. Daarom moet het apparaat in
een ruimte worden geplaatst met een ventilator of met
vensters die zorgen voor voldoende luchtcirculatie. (De
geur kan in bepaalde gevallen tot hoofdpijn leiden.)
* Plaats het apparaat zo dat mensen niet direct worden
blootgesteld aan uitlaatstoffen van het apparaat. Zorg
bij plaatsing bij een venster dat het apparaat niet aan
direct zonlicht wordt blootgesteld.
Installeer het apparaat niet op een locatie met een slechte
ventilatie. Plaats het apparaat zo dat mensen niet direct
worden blootgesteld aan uitlaatstoffen van het apparaat.
LET OP
Berg tonercartridges buiten bereik van kinderen op.Werp de tonercartridge niet in vuur.
De toner kan rondspetteren en brandwonden veroorzaken.
WAARSCHUWINGEN
Het apparaat bevat een ingebouwde vaste schijf. Bescherm het apparaat tegen schokken of vibratie. Verplaats het
apparaat nooit wanneer het is ingeschakeld.
• Het kopieerapparaat moet in de nabijheid van een toegankelijk stopcontact worden geïnstalleerd voor een gemakkelijke
aansluiting.
• Sluit het apparaat aan op een stopcontact dat niet wordt gebruikt door andere elektrische apparatuur. Als een verlichtingsrail op
hetzelfde stopcontact is aangesloten, kan het licht flikkeren.
Informatie over verbruiksgoederen
5
Page 8
WAARSCHUWINGEN
WAARSCHUWING
Zorg dat geen water, andere vloeistoffen of
metalen objecten in het apparaat terecht kunnen
komen.
Hierdoor kan brand of
elektrische schokken ontstaan.
Gebruik het apparaat niet als u iets ongebruikelijks
bemerkt, zoals rook of een vreemde geur.
Het gebruik van het apparaat onder
deze omstandigheden kan brand of
elektrische schokken veroorzaken.
Zet onmiddellijk de hoofdschakelaar
uit en haal de stekker uit het
stopcontact. Neem contact op met
uw leverancier of Service-dealer.
Gebruik geen ontvlambare sprays voor het
reinigen van het apparaat.
Als gassen uit de spray in aanraking komen met de hete
elektronische onderdelen van de fuser in het apparaat,
kan dit brand of elektrische schokken veroorzaken.
Raak de binnenkant van het apparaat niet aan.
Hoogspanningsonderdelen binnen in het apparaat
kunnen elektrische schokken veroorzaken.
Breng geen wijzigingen aan dit apparaat aan.
Dit kan leiden tot persoonlijk letsel of
beschadigingen aan het apparaat.
Zet bij onweersdreiging de hoofdschakelaar uit
en haal de stekker uit het stopcontact om te
voorkomen dat brand of elektrische schokken
ontstaan als gevolg van blikseminslag.
Zet onmiddellijk de hoofdschakelaar uit en haal
de stekker uit het stopcontact als water of een
metalen object in het apparaat terechtkomt.
Neem contact op met uw leverancier of Service-dealer. Het gebruik van
het apparaat onder deze omstandigheden kan brand of elektrische
schokken veroorzaken.
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik
LET OP
Kijk niet direct in de lichtbron.
Dit kan uw ogen beschadigen.
Het apparaat bevat de functie documentarchivering waarmee u alle gegevens van het origineelbeeld opslaat op de vaste schijf van
het apparaat. U kunt opgeslagen bestanden eenvoudig oproepen om deze af te drukken of te verzenden. Als een fout op de vaste
schijf optreedt, kunt u de opgeslagen gegevens niet meer oproepen. Bewaar de originele bestanden of belangrijke documenten of
sla deze elders op om te voorkomen dat u deze verliest na een eventuele fout op de vaste schijf.
Met uitzondering van gevallen waarin de wet voorziet, kan Sharp Corporation niet aansprakelijk worden gesteld voor beschadiging
of verlies van gegevens als gevolg van verlies van opgeslagen origineelgegevens.
6
Zorg dat ventilatieopeningen van het apparaat niet
worden geblokkeerd. Installeer het apparaat niet op een
locatie waar de ventilatieopeningen worden geblokkeerd.
Door het blokkeren van de ventilatieopeningen kan
hittevorming optreden in het apparaat, met het risico
op brand.
De fuseereenheid en de
papieruitvoerzone zijn heet.
Raak de fuseereenheid niet
aan wanneer u vastgelopen
papier verwijdert. Zorg dat u
zich niet brandt.
Zorg dat uw vingers niet
klem raken bij het plaatsen
van papier, verwijderen van
vastgelopen papier,
uitvoeren van onderhoud,
sluiten van de voor- en
zijkleppen en het plaatsen
en verwijderen van laden.
Fuseereenheid
Page 9
WAARSCHUWINGEN
Informatie over de laser
Golflengte790 nm ±10 nm
Impulstijden
(Noord-Amerika en Europa)
UitgangvermogenMax. 0,6 mW (LD1+ LD2)
Let op!
Andere besturingen, aanpassingen, gebruik of procedures dan beschreven in deze handleiding kunnen leiden tot gevaarlijke blootstelling
aan straling.
Dit digitale apparaat is een KLASSE 1 LASERPRODUCT (IEC 60825-1 uitgave 1.2-2001)
Dit digitale apparaat behoort tot klasse 1 en voldoet aan de richtlijnen 21 CFR 1040.10 en 1040.11 van de CDRH-normen.
Dit betekent dat het apparaat geen gevaarlijke laserstraling produceert. Neem voor uw veiligheid de onderstaande
voorzorgsmaatregelen in acht.
• Verwijder de kast, het bedieningspaneel of andere afdekkingen niet.
• De buitenafdekkingen van het apparaat zijn voorzien van diverse veiligheid sschakelaars. Stel geen van deze
veiligheidsschakelaars buiten werking door spieën of andere voorwerpen in de schakelaargleuven te steken.
MX-M282N/MX-M362N: 11,9 µs ± 33,0 ns /7 mm
MX-M452N/MX-M502N: 9,4 µs ± 25,6 ns /7 mm
VEILIGHEIDSMAATREGELEN
"BATTERIJVERWERKING"
DIT PRODUCT BEVAT EEN LITHIUM HOOFDGEHEUGEN BACK-UP BATTERIJ DIE CORRECT MOET WORDEN VERWERKT.
NEEM CONTACT OP MET UW LOKALE SHARP DEALER OF ERKENDE KLANTENSERVICE VERTEGENWOORDIGER VOOR
DE AFVALVERWERKING VAN DEZE BATTERIJ.
Elke instructie geldt ook voor de optionele uitrusting die bij deze producten wordt gebruikt.
7
Page 10
BEDIENINGSHANDLEIDINGEN EN HOE U ZE MOET
Handige methodes om de bedieningshandleiding te gebruiken
De eerste pagina omvat een normale inhoudsopgave evenals een inhoudsopgave "Ik wil…".
Met "Ik wil..." gaat u meteen naar een uitleg over wat u wilt doen. Bijvoorbeeld, "Ik gebruik vaak de
kopieerfunctie, dus wil ik papier besparen".
Gebruik één van de twee inhoudstabellen afhankelijk van wat u wilt weten.
VOORDAT U DE MACHINE GEBRUIKT
KOPIEERMACHINE
PRINTER
* Om de bedieningshandleiding in PDF-formaat te bekijken is Adobe® Reader® of Acrobat® Reader® van Adobe
Systems Incorporated vereist. U kunt Adobe
®
Reader® downloaden vanaf de volgende URL:
http://www.adobe.com/
Download de bedienings-handleiding
van de webpagina;’s op de machine.
Voor downloadprocedure, leest u "Downloaden
van de bedieningshandleiding" (pagina 9).
FAX
SCANNER / INTERNETFAX
DOCUMENTEN ARCHIVEREN
SYSTEEMINSTELLINGEN
HET OPSPOREN VAN FOUTEN
De inhoudsopgave van de bedieningshandleiding isals volgt:
Bedieningshandleiding
GEBRUIKEN
Bij het apparaat worden gedrukte handleidingen en een handleiding in PDF-indeling geleverd.
Gedrukte handleidingen
Hierin worden de voorzorgsmaatregelen voor een veilig gebruik, de namen van onderdelen en functies,
de standaardinstallatie van de software, het verhelpen van papierstoringen en dagelijkse onderhoudsprocedures
beschreven. Raadpleeg de PDF-handleiding voor instructies over het gebrui k van het apparaat.
Beknopte
bedieningshandleiding
(deze handleiding)
Handleidingen als PDF-bestand
Uitleg over het gebruik van de functies van het apparaat vindt u in de bedieningshandleiding in PDF-indeling.
De bedieningshandleiding kan worden gedownload vanaf de webpagina's van het apparaat.
8
Page 11
TOEGANG KRIJGEN TOT DE WEBSERVER IN
(3)
(2)
(1)
HET APPARAAT
Als het apparaat is aangesloten op het netwerk, kunt u vanaf een webbrowser op uw computer toegang krijgen tot de
ingebouwde webserver van het apparaat.
De webpagina's openen
1
Open de webserver in het apparaat om de
webpagina's te openen.
Start een webbrowser op een computer die
is aangesloten op hetzelfde netwerk als het
apparaat en voer het IP-adres van het
apparaat in.
Aanbevolen webbrowsers
Internet Explorer: 6.0 of hoger (Windows
Netscape Navigator: 9 (Windows
Firefox: 2.0 of hoger (Windows
Safari: 1.5 of hoger (Macintosh)
De webpagina verschijnt.
De apparaatinstellingen vereisen wellicht
gebruikersauthenticatie om de webpagina te openen.
Vraag de beheerder welk wachtwoord u nodig hebt voor
de gebruikersauthenticatie.
®
®
)
®
)
)
De bedieningshandleiding downloaden
De meer gedetailleerde bedieningshandleiding kan worden gedownload vanaf de webpagina's van het apparaat.
1
De bedieningshandleiding downloaden.
(1) Klik op [Bedieningshandleiding
downloaden] in het menu van de webpagina.
(2) Selecteer de gewenste taal.
(3) Klik op de knop [Ophalen].
De bedieningshandleiding wordt gedownload.
9
Page 12
HET IP-ADRES CONTROLEREN
Als u het IP-adres van het apparaat wilt controleren, drukt u de lijst met alle gebruikersinstellingen in de
systeeminstellingen af.
1
2
Systeeminstellingen
Totaal Aantal
Kopieën
Papierlade-Instellingen
Voorwaardeinstellingen
Systeeminstellingen
Lijst afdrukken (gebruiker)
Lijst Alle
Gebruikersinstellingen :
Testpagine Printer:
Lijst PCL-symbolensets
Adreslijst Wordt Verzonden:
Individuele Lijst
Lijst van mappen voor
documentarchivering:
SYSTEEM
INSTELLINGEN
Admin Password
g
Lijst afdrukken
Ontvangen/Doorsturen
USB-apparaatcontrole
Standaardinstellingen
Adresbeheer
Beheer
Documentarchiverin
(gebruiker)
Faxdata
(1)
Afdrukken
(2)
Afdrukken
Afdrukken
Afdrukken
Verlaten
Vorige
Druk op de toets [SYSTEEM
INSTELLINGEN].
Selecteer de lijst met alle
gebruikersinstellingen in het
aanraakscherm.
(1) Druk op de toets [Lijst afdrukken
(gebruiker)].
(2) Druk op de toets [Afdrukken] rechts van de
lijst met alle gebruikersinstellingen.
Het IP-adres staat op de lijst die wordt afgedrukt.
10
Page 13
NAMEN VAN ONDERDELEN EN FUNCTIES
(2)
(3)
(4)
(7)
(8)
(6)
(5)
(1)
Wanneer geen afwerkeenheid/
nietafwerkeenheid is geïnstalleerd
Wanneer een afwerkeenheid is
geïnstalleerd
BUITENKANT
(1)Origineelklep*
Plaats een origineel op de glasplaat en sluit het
documentdeksel voor het kopiëren begint.
(2)Automatische origineelinvoer*
Voert automatisch meerdere originelen in en scant deze.
Beide zijden van 2-zijdige originelen kunnen automatisch
worden gescand.
(3)Voorklep
Open deze klep om de hoofdschakelaar "Aan" of "Uit" te
zetten of om een tonercartridge te vervangen.
(4)Papierdoorvoereenheid*
Voert de uitvoer door naar de afwerkeenheid
(grote stapeleenheid) of nietafwerkeenheid.
* Randapparaat.
(5)Bedieningspaneel
Hiermee kiest u functies en voert u het aantal kopieën in.
(6)Uitvoerlade (rechterla d e)
Als deze lade geïnstalleerd is, kan hier papier worden
uitgevoerd.
(7)Uitvoerlade (middelste lade)
De uitvoer wordt in deze lade afgeleverd.
(8)Afwerkingseenheid*
Deze kan worden gebruikt om uitgevoerd papier te
nieten. Er kan ook een perforeermodule worden
geïnstalleerd om gaten in de uitvoer te perforeren.
*
11
Page 14
NAMEN VAN ONDERDELEN EN FUNCTIES
Wanneer een
nietafwerkeenheid is
geïnstalleerd
(10)(9)
(9)Perforatiemodule*
Deze gebruikt u om de afdruk te perforeren.
Vereist een afwerkeenheid (grote stapeleenheid).
(10) USB-aansluiting (A-type)
Ondersteunt USB 2.0 (Hi-Speed).
Gebruikt om een USB-apparaat, zoals een
USB-geheugen, op het apparaat aan te sluiten.
Gebruik een afgeschermd type USB-kabel.
(11) Zadelsteek afwerkingseenheid
Deze kan worden gebruikt om uitgevoerd papier te nieten.
De zadelsteekfunctie voor het vouwen en nieten van de
uitvoer en de vouwfunctie voor het doormidden vouwen
van de uitvoer zijn eveneens beschikbaar. Er kan ook een
perforeermodule worden geïnstalleerd om gaten in de
uitvoer te perforeren.
(12) Finisher (Grote stapeleenheid)*
Deze kan worden gebruikt om uitgevoerd papier te nieten.
(11)(14)(13)(17)(15) (16)
(12)
(13) Papierlade 1
Bevat een voorraad papier.
(14) Papierlade 2
Bevat een voorraad papier.
(15) Papierlade 3 (als een onderkast/1 x 500 vellen
papierlade of een onderkast/2 x 500 vellen papierlade
is geïnstalleerd)*
Bevat een voorraad papier.
(16) Papierlade 4 (als een onderkast/2 x 500 vellen
papierlade is geïnstalleerd)*
Bevat een voorraad papier.
(17) Papierlade 5 (wanneer een hogecapaciteitslade is
geïnstalleerd)*
Bevat een voorraad papier.
* Randapparaat.
12
Page 15
BINNENKANT
(18)(19)(22)(21)(20)
(24)(27) (28)(26)(25)(23)
NAMEN VAN ONDERDELEN EN FUNCTIES
(18) Tonercartridges
Deze bevatten toner voor het afdrukken. Wanneer de
toner in de cartridge op is, moet u de cartridge vervangen
door een nieuw exemplaar.
(19) Fuseereenheid
Hier wordt het overgedragen beeld door warmte op het
papier gefixeerd.
Let op
De fuseereenheid is heet. Let op dat u zich niet
verbrandt wanneer u vastgelopen papier verwijdert.
(20) Rechterzijklep
Open deze klep om vastgelopen papier te verwijderen.
(21) Klep van papieromkeergedeelte
Deze klep wordt gebruikt bij 2-zijdig afdrukken. Open
deze klep om vastgelopen papier te verwijderen.
(22) Handinvoerlade
Gebruik deze lade om papier handmatig in te voeren.
Wanneer u papier plaatst dat groter is dan A4R of
8-1/2" x 11"R, moet u de verlenging van de
handinvoerlade uittrekken.
(23) Hoofdvoedingsschakelaar
Hiermee zet u het apparaat aan en uit.
Houd deze schakelaar altijd in de stand "AAN" bij het
gebruik van de functie fax of internetfax.
(24) Tonerafvalbak
Hierin wordt de overtollige toner die na het afdrukken is
overgebleven verzameld.
De tonerinzamelcontainer kan worden meegegeven
aan uw onderhoudstechnicus.
(25) Hendel
Trek dit uit en neem het vast wanneer u het apparaat
verplaatst.
(26) Rechterklep van onderkast/1 x 500 vellen papierlade
Rechterklep van onderkast/2 x 500 vellen papierlade
(wanneer een onderkast/1 x 500 vellen papierlade of
een onderkast/2 x 500 vellen papierlade is
geïnstalleerd)
Open deze klep om papier dat is vastgelopen in lade 3 of
lade 4 te verwijderen.
(27) Rechterklep van papierlade
Open deze klep om papier dat is vastgelopen in lade 1 of
lade 2 te verwijderen.
(28) Ontgrendelhendel van rechterklep
Open de rechterzijklep door aan deze hefboom te
trekken en hem omhoog te houden om vastgelopen
papier te verwijderen.
13
Page 16
NAMEN VAN ONDERDELEN EN FUNCTIES
AUTOMATISCHE ORIGINEELINVOER EN GLASPLAAT
(2)
(1)
(3)(4)(5)(6)(7)
(8)
(1)Papierinvoerrol
Deze rol draait om het origineel automatisch in te voeren.
(2)Origineelinvoerdeksel
Open dit deksel om een vastgelopen origineel te
verwijderen of om de papierinvoerrol te reinigen.
(3)Origineelgeleiders
Deze geleiders zorgen ervoor dat het origineel correct
wordt gescand. Stel de geleiders af op de breedte van
het origineel.
(4)Origineelinvoerlade
Plaats originelen in deze lade. Enkelzijdige originelen
moeten met de beeldzijde omhoog worden geplaatst.
(5)Origineeluitvoerlade
Na het scannen worden originelen in deze lade
afgeleverd.
(6)Scangedeelte
Hier worden de originelen gescand die in de
origineelinvoer zijn geplaatst.
(7)Origineelformaatdetector
Herkent het formaat van het origineel op de glasplaat.
(8)Glasplaat
Gebruik de glasplaat om een boek of een ander dik
origineel dat niet door de automatische origineelinvoer
kan te scannen.
14
Page 17
ZIJ- EN ACHTERKANT
(6)
(7)
NAMEN VAN ONDERDELEN EN FUNCTIES
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
(1)USB-aansluiting (A-type)
Ondersteunt USB 2.0 (Hi-Speed).
Gebruikt om een USB-apparaat, zoals een
USB-geheugen, op het apparaat aan te sluiten.
Deze aansluiting is oorspronkelijk niet beschikbaar.
Neem contact op met uw onderhoudstechnicus als u de
aansluiting wilt gebruiken.
(2)LAN-aansluiting
Sluit de LAN-kabel aan op deze aansluiting als het
apparaat binnen een netwerk wordt gebruikt.
Gebruik een afgeschermd type LAN-kabel.
(3)USB-aansluiting (B-type)
Ondersteunt USB 2.0 (Hi-Speed).
U kunt een computer aansluiten op deze aansluiting om
het apparaat te gebruiken als printer.
Gebruik een afgeschermd type USB-kabel.
(4)Serviceaansluiting
Let op
Deze aansluiting is uitsluitend bestemd voor
onderhoudstechnici.
Het aansluiten van een kabel op deze aansluiting kan
een apparaatstoring veroorzaken.
(6)Aansluiting voor extra telefoon
Wanneer de faxfunctie van het apparaat wordt gebruikt,
kan op deze aansluiting een extra telefoon worden
aangesloten.
(7)Telefoonlijnaansluiting
Wanneer de faxfunctie van het apparaat wordt gebruikt,
wordt de telefoonlijn aangesloten op deze aansluiting.
Wanneer de faxuitbreidingskit is geïnstalleerd
Belangrijke opmerking voor onderhoudstechnici:
De kabel die op de serviceaansluiting wordt
aangesloten, moet minder dan 3 m lang zijn.
(5)Netstekker
15
Page 18
BEDIENINGSPANEEL
DATA
DATA
OPDRACHTSTATUS
BEELD VERZENDEN
BEGIN
AFDRUKKEN
GEREED
LIJN
SYSTEEM
INSTELLINGEN
Kleurmodus
Spec. Functies
Normaal
Dubblz. Kopie
Uitvoer
Bestand
KOpieerfactor
Afdrukken
100%
1.
A4
2.
A4R
3.
B4
4.
A3
Origineel
Papierformaat
Auto
A4
Normaal
Auto
Opdrachtstatus
MFP-status
020/015
005/000
010/000
010/000
Kopieren
Wachten
Wachten
Wachten
A4
Meerkleuren
Belichting
Auto
A4
BEELD VERZENDEN
DOCUMENT
ARCHIVERING
KOPIE
Gereed voor scannen kopie.
0
Voorbeeld
Snelbestand
Aanraakscherm
Berichten en toetsen
verschijnen in het LCDscherm.
Handelingen worden
verricht door de toetsen
met uw vingers aan te
tippen.
Afdrukmodusindicatoren
GEREED-indicator
Afdrukdata kunnen worden
ontvangen als deze indicator brandt.
DATA-indicator
Deze knippert als er afdrukdata
worden ontvangen en blijft continu
branden als het afdrukken wordt
uitgevoerd.
Beeldverzendindicatoren
LIJN-indicator
Deze gaat branden tijdens de overdracht of ontvangst in faxmodus. De indicator gaat ook branden tijdens
overdracht in scanmodus.
DATA-indicator
Als een ontvangen fax niet kan worden afgedrukt vanwege een probleem, zoals papier op, gaat de indicator knipperen.
De indicator blijft continu branden als er gegevens in de wacht staan om te worden verzonden.
[OPDRACHTSTATUS]-toets
Druk op deze toets om het
opdrachtstatusscherm te zien.
U kunt de opdrachtstatus controleren
en opdrachten annuleren in het
opdrachtstatusscherm.
[BEGIN]-toets
Tip deze toets aan om het
startscherm weer te geven.
Toetsen van veel gebruikte functies
kunnen in dit scherm worden
opgeslagen om snelle toegang
mogelijk te maken, wat het gebruik
van de machine vereenvoudigt.
[SYSTEEM INSTELLINGEN]-toets
Druk op deze toets om het scherm systeeminstellingen weer te
geven. De systeeminstellingen kunnen worden aangepast om het
gebruik van de machine te vereenvoudigen, zoals configureren van
lade-instellingen en adressen opslaan.
16
Page 19
BEDIENINGSPANEEL
LOGOUT
[ALLES WISSEN]-toets
Druk op deze toets om een handeling vanaf het
begin opnieuw uit te voeren.
Alle instellingen worden gewist en de handeling
keert terug naar de oorspronkelijke status.
[STOP]-toets
Druk op deze toets om een kopieeropdracht of
scannen van een origineel te stoppen.
Gebruik deze toets om de spaarstandmodus te
activeren De [SPAARSTAND]-toets knippert als de
machine in spaarstandmodus staat. Deze toets wordt
ook gebruikt om de spaarstand uit te schakelen.
[SPAARSTAND]-toets
Netstroom-indicator
Gebruik deze toets om een origineel te
kopiëren of te scannen. Deze toets wordt ook
gebruikt om in faxmodus een fax te verzenden.
[START]-toets
Deze indicator brandt als de
netstroom aan staat.
[WISSEN]-toets
Druk op deze toets om
instellingen, zoals het aantal
kopieën, terug te zetten op. "0".
[NETSTROOM]-toets
Gebruik deze toets om
de machine aan en uit
te zetten.
Numerieke toetsen
Deze worden gebruikt om het aantal
kopieën, faxnummers en andere
nummers in te voeren.
[LOGOUT]-toets ( )
Als gebruikersidentificatie is geactiveerd,
drukt u op deze toets om uit te loggen na het
gebruik van de machine. Als u de faxfunctie
gebruikt, kan deze toets worden ingedrukt om
beltoonsignalen via een pulslijn te verzenden.
[#/P]-toets
( )
Druk op deze toets om een opdrachtprogramma
te gebruiken als u de kopieerfunctie gebruikt. Als
u de faxfunctie gebruikt, drukt u op deze toets
om te bellen d.m.v. een programma.
17
Page 20
INSCHAKELEN EN UITSCHAKELEN VAN
"Aan"-stand
"Uit"-stand
Stroomindicatielampje
Toets [AAN]
DE STROOM
Het apparaat heeft twee stroomschakelaars. De hoofdschakelaar bevindt zich links onderaan en is toegankelijk na het
openen van de voorklep. De andere stroomschakelaar is de toets [AAN] () rechts bovenaan op het
bedieningspaneel.
Hoofdschakelaar
Wanneer de hoofdschakelaar wordt ingeschakeld, gaat
het stroomindicatielampje op het bedieningspaneel
branden.
De stroom inschakelen
(1) Zet de hoofdschakelaar in de "aan"-stand.
(2) Druk op de toets [AAN] () om de stroom
in te schakelen.
Toets [AAN]
De stroom uitschakelen
(1) Druk op de toets [AAN] () om de stroom
uit te schakelen.
(2) Zet de hoofdschakelaar in de "uit"-stand.
• Controleer voordat u de hoofdschakelaar uitzet of de DATA-indicator voor afdrukken en de DATA- en LIJN-indicators voor
beeldverzending niet branden of knipperen op het bedieningspaneel.
Wanneer u de hoofdschakelaar uitzet of de stekker van het netsnoer uit het stopcontact haalt terwijl een van de indicators
brandt of knippert, kan de vaste schijf beschadigd raken en kunnen gegevens verloren gaan.
• Zet zowel de toets [AAN] () als de hoofdschakelaar uit en haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact als u
vermoedt dat het apparaat defect is, bij zwaar onweer of wanneer u het apparaat gaat verhuizen.
Laat de hoofdschakelaar altijd in de "aan"-stand staan wanneer u de fax- of internetfaxfunctie gebruikt.
Het apparaat opnieuw starten
Sommige instellingen worden pas van kracht nadat het apparaat opnieuw is gestart.
Als op het aanraakscherm een bericht verschijnt dat vraagt om het apparaat opnieuw te starten, drukt u op de toets
[AAN] () om de stroom uit te schakelen en drukt u nogmaals op de toets om de stroom weer in te schakelen.
Het apparaat kan zich soms in een toestand bevinden waarbij de instellingen niet van kracht worden wanneer u op de toets
[AAN] () drukt om het apparaat opnieuw te starten. Gebruik in dit geval de hoofdschakelaar om de stroom uit en weer in
te schakelen.
18
Page 21
ORIGINELEN PLAATSEN
Met de automatische origineelinvoer kunt u automatisch een groot aantal originelen tegelijk scannen. Hiermee bespaart
u zich de moeite elk origineel handmatig te moeten invoeren.
Voor originelen die niet kunnen worden gesca nd met de aut omatische o rigineelinvoe r, zoals een b oek of een document
met memovelletjes, gebruikt u de glasplaat.
Gebruik van de automatische origineelinvoer
Wanneer u de automatische origineelinvoer gebruikt, plaatst u de originelen in de origineelinvoerlade.
Zorg dat er geen origineel op de glasplaat is geplaatst.
Plaats de originelen met de voorkant naar
boven en de randen gelijkmatig uitgelijnd.
Stel de origineelgeleiders
in op de breedte van de
originelen.
De indicatorlijn geeft ongeveer aan
hoeveel originelen u kunt plaatsen. U mag de
originelen niet hoger stapelen dan deze lijn.
Gebruik van de glasplaat
Let erop dat uw vingers niet klem komen te zitten als u de automatische documentinvoer sluit.
Nadat u het origineel hebt geplaatst moet u de automatische documentinvoer sluiten. Als deze open blijft staan, worden
stukken van het origineel in zwart afgedrukt, waardoor erg veel toner wordt gebruikt.
Plaats het origineel met de voorant omlaag.
Lijn de linkerbovenhoek van
het origneel uit met de punt
van de markering in de verre
linkerhoek van de glasplaat.
Plaats het
origineel met de
voorkant omlaag.
Schuif de achterste rand van de
automatische origineelinvoer
omhoog om een dik origineel zoals
een boek met veel pagina’s te
plaatsen en sluit de automatische
origineelinvoer dan langzaam.
19
Page 22
ORIGINELEN PLAATSEN
BRUIKBAAR PAPIER
Er worden diverse soorten papier verkocht. In dit gedeelte wordt uitgelegd welk normaal papier en welke speciale media
u kunt gebruiken met het apparaat. Raadpleeg de specificaties in deze handleiding en "Papierlade-instellingen" in
"7. SYSTEEMINSTELLINGEN" in de bedieningshandleiding voor meer informatie over de papierformaten en -soorten
die in de verschillende laden van dit apparaat kunnen worden geplaatst.
Normaal papier, speciale media
Normaal papier dat kan worden gebruikt
• Normaal SHARP-standaardpapier (80 g/m2 (21 lbs.)). Raadpleeg de specificaties in deze handleiding voor papierspecificaties.
• Ander normaal papier dan SHARP-standaardpapier (60 g/m
• Gerecycled papier, gekleurd papier en geperforeerd papier moet aan dezelfde specificaties voldoen als normaal papier. Neem
contact op met uw dealer of dichtstbijzijnde erkende servicevertegenwoordiger voor advies over het gebruik van deze
papiersoorten.
Papiersoorten die in elke lade kunnen worden gebruikt
De volgende papiersoorten kunnen in elke lade worden gebruikt.
*1 Zwaar papier tot 209 g/m2 (110 lbs.) kan worden gebruikt.
*2 Dun papier van 56 g/m2 tot 59 g/m2 (15 lbs. tot 16 lbs.) kan worden gebruikt.
1
2
ToegestaanToegestaanToegestaan–
––Toegestaan–
Lade 5
(hogecapaciteitslade)
20
Page 23
ORIGINELEN PLAATSEN
Afdrukken met bovenzijde naar boven of naar beneden
Papier wordt geplaatst met de afdrukzijde naar boven of naar beneden afhankelijk van de papiersoort en lade.
Lade 1 tot 4
Laad het papier met de afdrukzijde naar boven.
Laad het papier echter met de afdrukzijde naar beneden als het papiertype is ingesteld op "Briefpapier" of
"Voorbedrukt"*.
Handinvoerlade en lade 5
Laad het papier met de afdrukzijde naar beneden.
Laad het papier echter met de afdrukzijde naar boven als het papiertype is ingesteld op "Briefpapier" of "Voorbedrukt"*.
* Als "Uitschakelen van duplex" ingeschakeld is in de systeeminstellingen (beheerder), laadt u het papier dan op de
normale wijze (voorzijde naar boven in lade 1 tot 4, naar beneden in de handinvoer en lade 5).
Papier dat u niet kunt gebruiken
• Speciale media voor inkjetprinters
(fijn papier, glanspapier, glansfilm enz.)
• Carbonpapier of thermisch papier
• Geplakt papier
• Papier met clips
• Papier met vouwen
• Gescheurd papier
• Geoliede transparanten
• Dun papier van minder dan 56 g/m
• Papier van 210 g/m
2
(80 lbs.) of meer
Niet-aanbevolen papier
• Strijkpapier
• Japans papier
• Geperforeerd papier
• Er zijn diverse soorten normaal papier en speciale media verkrijgbaar. Sommige soorten zijn met het apparaat niet te
gebruiken. Neem contact op met uw dealer of dichtstbijzijnde erkende servicevertegenwoordiger voor ad vies over het
gebruik van deze papiersoorten.
• De beeldkwaliteit en de geschiktheid voor fusing van pa pier wisselt mogelijk naargelang van de omgeving,
bedrijfsomstandigheden en papiereigenschappen. De beeldkwaliteit is dan minder dan u zou verkrijgen met
standaardpapier van SHARP. Neem contact op met uw dealer of dichtstbijzijnde erkende servicevertegenwoordiger voor
advies over het gebruik van deze papiersoorten.
• Wanneer u niet-aanbevolen of niet-bruikbaar papier gebruikt, kan dit leiden tot scheve invoer, papierstoringen, slechte
fusing van de toner (de toner hecht niet goed aan het papier en geeft af) of apparaatstoringen.
• Wanneer u niet-aanbevolen papier gebruikt, kan dit leiden tot papierstoringen of een slechte beeldkwaliteit. Controleer,
alvorens niet-aanbevolen papier te gebruiken, of u hiermee goed kunt afdrukken.
2
(15 lbs.)
• Papier met een onregelmatige vorm
• Geniet papier
• Vochtig papier
• Opgekruld papier
• Papier waarvan ofwel de afdrukzijde ofwel de
achterzijde door een andere printer of multifunctioneel
apparaat is bedrukt.
• Papier met golfpatronen als gevolg van vochtabsorptie
21
Page 24
PAPIER IN EEN LADE PLAATSEN
Handinvoerlade
Lade 5 (als een
hogecapaciteitslade is
geïnstalleerd)
Lade 1
Lade 2
Lade 3 (als een onderkast/1 x 500 vellen
papierlade of een onderkast/2 x 500 vellen
papierlade is geïnstalleerd)
Lade 4 (als een onderkast/2 x 500 vellen
papierlade is geïnstalleerd)
Trek de papierlade voorzichtig uit.
Als er papier in de lade zit, verwijdert u dit.
Plaats het papier met de drukkant omhog. Waaier
het papier goed uit voordat u het plaatst.
Anders worden mogelijk meerdere vellen tegelijk
ingevoerd, waardoor een papierstoring optreedt.
Voeg papier in en duw de lade daarna voorzichtig
in de machine.
Verplaats de twee geleiders van de lade.
Verplaats de geleiders bijvoorbeeld van
B4 (8-1/2" x 14") naar A4 (8-1/2" x 11").
Indicatorlijn
De indicatorlijn geeft aan tot welke hoogte
u maximaal papier kunt laden in de lade.
Laad dus het papier beslist niet hoger dan
de indicatorlijn.
Niet laden zoals hieronder aangegeven.
Namen van de papierladen
De namen van de lades worden hieronder weergegeven.
Voor het aantal vellen papier dat in elke lade kan worden geplaatst, raadpleegt u de volgende handleidingen:
• Bedieningshandleiding, "Papierlade-instellingen" in "7. SYSTEEMINSTELLINGEN"
• Beknopte bedieningshandleid ing (d eze handleiding), "SPECIFICATIES"
Plaats het papier in de lade
Om het papier in een lade te veranderen, plaatst u het gewenste papier in de lade en vervolgens wijzigt u de
lade-instellingen in het apparaat om aan te geven welk papier u hebt geplaatst. De procedure om het papierformaat voor
de lade te wijzigen, wordt hieronder uitgelegd. Als voorbeeld wordt het papier in lade 1 gewijzigd van gewoon papier van
B4-formaat (8-1/2" x 14") naar gerecycled papier van A4-formaat (8-1/2" x 11").
Wanneer u het papier in een papierlade verwisselt, moet u ook de papierlade-instellingen in de systeeminstellingen
wijzigen.
1
2
SYSTEEM
INSTELLINGEN
Druk op de toets [SYSTEEM
INSTELLINGEN].
Configureer de papierlade-instellingen in het
aanraakscherm.
(1) Druk op de toets [Papierlade-Instellingen].
(2) Druk op de toets [Lade-Instellingen].
(3) Druk op de toets [Wijzigen] in
"Papiercassette 1".
(4) Selecteer [Recycled] in het selectievak
"Type".
(5) Zorg dat [Auto-AB] is geselecteerd in het
selectievak "Formaat".
Raadpleeg "Lade-instellingen" in
"7. SYSTEEMINSTELLINGEN" in de
bedieningshandleiding.
(6) Tip op de [OK] toets.
Met de bovenstaande stappen wijzigt u de
papierinstellingen voor lade 1 naar gerecycled A4-papier.
23
Page 26
PAPIER IN EEN LADE PLAATSEN
Plaats papier van het formaat A5 (7-1/4" x 10-1/2")
of kleiner in horizontale ligging.
Enveloppen kunnen alleen worden bedrukt aan de
adreskant. Plaats enveloppen met de adreskant omlaag.
Speciale papiersoorten die niet kunnen worden geladen in andere laden, kunnen in de handinvoerlade
worden geladen.
Voor gedetailleerde informatie over de handinvoerlade, leest u "PAPIER LADEN IN DE
HANDINVOERLADE" in "1. VOORDAT U DE MACHINE TE GEBRUIKT" in de bedieningshandleiding.
Trek de ladeverlenging uit om papier van het
formaat A3W, A3 of B4 te laden.
In de handinvoer kunt u maximaal 100 vellen
normaal papier of maximaal 20 enveloppen laden.
De kant waarop de
kopie moet komen,
moet omlaag liggen!
Voorbeeld: een enveloppe plaatsen
Papier in andere laden plaatsen
Handinvoerlade
24
Page 27
PAPIER IN EEN LADE PLAATSEN
Trek de papierlade voorzichtig uit.
Laad het papier met de afdrukzijde naar beneden.
Waai het papier goed los voordat u het laadt.
Als u dat niet doet, is het mogelijk dat
meerdere vellen tegelijkertijd worden
ingevoer, waardoor het papier kan vastlopen.
Voeg papier in en duw de lade daarna
voorzichtig in de machine.
Indicatorlijn
De indicatielijn geeft de maximumhoogte
aan van de stapel papier die in de lade
mag worden geladen. Als u papier in de
lade stopt, zorg er dan voor dat de stapel
niet boven de indicatielijn uitkomt.
Niet laden zoals hieronder aangegeven.
Hogecapaciteitslade
Het papierformaat van lade 5 kan alleen door een onderhoudstechnicus worden gewijzigd.
25
Page 28
VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT
In dit hoofdstuk worden de softwareprogramma's beschreven waarmee u de printer- en scannerfuncties van dit
apparaat kunt gebruiken, de cd-roms waarop de softwar e staat en de pagina's wa ar u de standaardinstallatieprocedure s
vindt.
Raadpleeg hoofdstuk 1 van de bedieningshandleiding voor meer informatie over de installatieprocedures.
CD-ROMS EN SOFTWARE
De software die u in combinatie met dit apparaat kunt gebruiken, bevindt zich op de cd-roms die bij het apparaat en de
uitbreidingskits worden geleverd.
Alvorens de software te installeren controleert u of uw computer en het apparaat voldoen aan de systeemvereisten
beschreven in "SYSTEEMVEREISTEN CONTROLEREN" (pagina 28).
SOFTWARE CD-ROM
De "Software CD-ROM" die bij het apparaat wordt geleverd, bevat het printerstuurprogramma en de andere software.
De "Software CD-ROM" bestaat uit twee schijven.
• De cd-rom bevat geen software voor Mac OS 9.0 tot 9.2.2/X10.2.8/X10.3.9.
Neem contact op met uw dealer of dichtstbijzijnde erkende servicevertegenwoordiger als u software voor Mac OS 9.0 tot
9.2.2/X10.2.8/X10.3.9 wenst.
• De cd-rom bevat geen printerstuurprogramma voor PCL5e. Neem contact op met uw dealer of dichtstbijzijnde erkende
servicevertegenwoordiger als u een printerstuurprogramma voor PCL5e wenst.
Disc 1
Software voor Windows
• Printerstuurprogramma
Hiermee kunt u het apparaat als printer gebruiken.
- PCL6-printerstuurprogramma
Het apparaat ondersteunt de Hewlett-Packard PCL6-paginabeschrijvingstalen.
- PS-printerstuurprogramma
Het PS-printerstuurprogramma ondersteunt de paginabeschrijvingstaal PostScript 3 die werd ontwikkeld
door Adobe Systems Incorporated.
- PPD-stuurprogramma
Met het PPD-stuurprogramma kan het apparaat het Windows standaard-PS-printerstuurprogramma
gebruiken.
☞ WANNEER HET APPARAAT IS AANGESLOTEN OP EEN NETWERK (pagina 31)
☞ WANNEER HET APPARAAT WORDT AANGESLOTEN MET EEN USB-KABEL (pagina 1-89 in de
bedieningshandleiding)
• Printer Status Monitor (alleen te gebruiken wanneer het apparaat is aangesloten op
een netwerk)
Hiermee kunt u de status van het apparaat op uw computerscherm bewaken.
☞ DE PRINTER STATUS MONITOR INSTALLEREN (pagina 1-99 in de bedieningshandleiding)
Software voor Macintosh
• PPD-bestand
Dit is het printerbeschrijvingsbestand waarmee u het apparaat kunt gebruiken als PostScript 3-compatibele
printer. De PS3-uitbreidingskit is vereist om het apparaat te kunnen gebruiken in een Macintosh-omgeving.
☞ MAC OS X (pagina 1-107 in de bedieningshandleiding)
☞ MAC OS 9.0 - 9.2.2 (pagina 1-113 in de bedieningshandleiding)
• Als u het apparaat als een printer in een Macintosh-omgeving gebruikt, is de PS3-uitbreidingskit vereist.
Daarnaast moet het apparaat op een netwerk zijn aangesloten. Een USB-verbinding kan niet worden
gebruikt.
• Het scannerstuurprogramma en het PC-Fax-stuurprogramma kunnen niet worden gebruikt in een
Macintosh-omgeving.
26
Page 29
Disc 2
Software voor Windows
• PC-faxstuurprogramma
Hiermee kunt u een bestand vanaf uw computer verzenden als fax, zoals u een bestand afdrukt.
(Als de faxoptie is geïnstalleerd.)
Zelfs als de faxfunctie niet is geïnstalleerd, kan het PC-faxstuurprogramma worden bijge werkt met de cd-rom in
de internetfaxuitbreidingskit, zodat u een bestand als internetfax kunt verstu ren vanaf uw computer op dezelfde
wijze als u een bestand afdrukt.
☞ HET PRINTERSTUURPROGRAMMA/PC-FAXSTUURPROGRAMMA INSTALLEREN (pagina 31)
• Scannerstuurprogramma (TWAIN-stuurprogramma)
(kan alleen worden gebruikt wanneer het apparaat is aangesloten op een netwerk)
Hiermee kunt u de scannerfunctie van het apparaat gebruiken vanuit een TWAIN-compatibel
softwareprogramma.
☞ HET SCANNERSTUURPROGRAMMA INSTALLEREN (pagina 1-100 in de bedieningshandleiding)
ANDERE CD-ROMS
VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT
X Cd- rom "PRINTER UTILITIES" van de PS3-uitbreidingskit
(voor Windows/Macintosh)
Deze bevat de schermlettertypen die worden gebruikt in combinatie met het PS-printerstuurprogramma.
(Installeer het PS-printerstuurprogramma en het Macintosh PPD-bestand vanaf de "Software CD-ROM".)
☞ DE PS-SCHERMLETTERTYPEN INSTALLEREN (pagina 1-102 in de bedieningshandleiding)
X Cd-rom "PRINTER UTILITIES" die wordt geleverd bij de
Internetfaxuitbreidingskit (voor Windows)
Deze cd-rom wordt gebruikt om het PC-faxstuurprogramma op de "Software CD-ROM" bij te werken, zodat u
hiermee internetfaxen kunt verzenden (PC-I-faxfunctie).
Als u de PC-I-faxfunctie wilt gebruiken, installeer dan eerst het PC-faxstuurprogramma vanaf de "Software
CD-ROM" en voer dan het installatieprogramma op deze cd-rom uit. Als het PC-faxstuurprogramma reeds is
geïnstalleerd, voert u alleen het installatieprogramma uit. (U hoeft het PC-faxstuurprogramma niet opnieuw te
installeren.)
☞ HET PRINTERSTUURPROGRAMMA/PC-FAXSTUURPROGRAMMA INSTALLEREN (pagina 31)
X Cd-rom "Sharpdesk/Network Scanner Utilities" (voor Windows)
Deze bevat software om optimale resultaten te krijgen bij het scannen van afbeeldingen op het apparaat.
De software omvat "Sharpdesk", een bureaubladtoepassing voor het geïntegreerde beheer van gescande
afbeeldingen en bestanden die zijn gemaakt met allerlei toepassingen. Als u de scannerfunctie
"Scannen naar bureaublad" wilt gebruiken, moet u "Network Scanner Tool" installeren vanaf de cd-rom.
Voor de systeemvereisten voor de software raadpleegt u de handleiding (PDF-bestand) in de ma p "Manual"
of het LeesMij-bestand op de cd-rom. De procedures voor het installeren van de software vindt u in de
"Informatiehandleiding".
27
Page 30
VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT
SYSTEEMVEREISTEN CONTROLEREN
SYSTEEMVEREISTEN
Alvorens de in deze handleiding beschreven software te installeren, controleert u of uw computer voldoet aan de
volgende vereisten.
Windows*
1
Macintosh*
4
BesturingssysteemWindows 2000 Professional, Windows XP Professional*2,
Windows XP Home Edition, Windows 2000 Server,
Windows Server 2003
Server 2008*2, WIndows 7
Soort computerIBM PC/AT compatibele computer
Uitgerust met een 10Base-T/100Base-TX/1000Base-T
LAN-kaart of standaard uitgerust met een USB
*3
2.0/1.1
Beeldscherm1024 x 768 dots-resolutie en 16-bits kleur of hoger wordt
aanbevolen.
Andere
hardwarevereisten
*1 Het PCL5e-printerstuurprogramma werkt niet met 64-bit versies van de Windows-b esturingssystemen Windows Server 2008 en
Windows 7.
*2 Inclusief 64-bit versie.
*3 Compatibel met modellen waarop vooraf Windows 2000 Professional, Windows XP Professional, Wi ndows XP Home Edition,
Windows 2000 Server, Windows Server 2003, Windows Vista, Windows Server 2008 of Windows 7 is geïnstalleerd en die
standaard zijn uitgerust met een USB-interface.
*4 Kan niet worden gebruikt wanneer het apparaat is aangesloten met een USB-kabel. Het PC-Fax-stuurprogramma en het
scannerstuurprogramma kunnen niet worden gebruikt.
• Voor gebruikers van Mac OS 9.0 tot 9.2.2/X10.2.8/X10.3.9
De cd-rom bevat geen software voor Mac OS 9.0 tot 9.2.2/X10.2.8/X10.3.9.
Neem contact op met uw dealer of dichtstbijzijnde erkende servicevertegenwoordiger als u hiervoor software wenst.
• Voor gebruikers van Windows 2000/XP/Server 2003/Vista/Server 2008/7
Voor het uitvoeren van de procedures die in deze handleiding worden beschreven, zoals het installeren van de software en
configureren van de instellingen na de installatie, is beheerdersautoriteit vereist.
Een omgeving waarin één van de bovenstaande
besturingssystemen volledig functioneert.
-poort.
*2
, Windows Vista*2, Windows
*2*3
Mac OS 9.0 tot 9.2.2, Mac OS X v10.2.8,
Mac OS X v10.3.9, Mac OS X v10.4.11,
Mac OS X v10.5 tot 10.5.8,
Mac OS X v10.6 tot 10.6.2
Een omgeving waarin een van de
bovenstaande besturingssystemen
volledig functioneert (met inbegrip van
Macintosh-computers met een
Intel-processor).
SOFTWAREVEREISTEN
U moet voldoen aan de volgende vereisten als u de in deze handleiding beschreven software wilt gebruiken.
*1 Op welke soorten computers en besturingssystemen u de software kunt gebruiken leest u in "SYSTEEMVEREISTEN" (pagina 28).
*2 Wanneer de Internetfaxuitbreidingskit is geïnstalleerd, kunt u het PC-faxstuurprogramma bijwerken met de cd-rom "PRINTER
UTILITIES" zodat het stuurprogramma kan worden gebruikt als PC-I-faxstuurprogramma. In dit geval kunt u het stuurprogramma
gebruiken zonder fax-uitbreidingskit.
*3 Het scannerstuurprogramma en Printer Status Monitor kunnen niet word en gebruikt in een IPv6-netwerk.
PPD-stuurprogramma
PC-faxstuurprogrammaFaxuitbreidingskit*
ScannerstuurprogrammaKan in de standaardconfiguratie
Printer Status Monitor
Vereiste uitbreidingskitsSoort verbinding*
Kan in de standaardconfiguratie
worden gebruikt
PS3-uitbreidingskit
2
worden gebruikt
PS3-uitbreidingskit
1
Netwerk/ USB
Enkel netwerk*3 (kan niet
worden gebruikt met een
USB-verbinding)
28
Page 31
VOORDAT U DE SOFTWARE INSTALLEERT
HET APPARAAT AANSLUITEN
AANSLUITEN OP EEN NETWERK
Als u het apparaat wilt aansluiten op een netwerk, sluit u de LAN-kabel aan op de netwerkingang van het apparaat.
Gebruik een afgeschermde LAN-kabel.
Nadat u het apparaat hebt aangesloten op het netwerk, mo et u het IP-adres en andere netwerkinstellingen configureren,
voordat u de software installeert. (De standaardfabrieksinstelling voor het IP-adres is dat het IP-adres automatisch
wordt ontvangen wanneer het apparaat wordt gebruikt in een DHCP-omgeving.)
Netwerkinstellingen kunnen worden geconfigureerd met "Netwerkinstellingen" in de systeeminstellingen (beheerder) op
het apparaat.
• Als u het apparaat gebruikt in een DHCP-omgeving, verandert het IP-adres van het apparaat mogelijk. Wanneer dit
gebeurt, kan er niet geprint worden. U kunt dit voorkomen door een WINS-server te gebruiken of door het apparaat
een permanent IP-adres toe te kennen.
• In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de software instelt in een Windows-netwerkomgeving.
• Als u het apparaat wilt gebruiken in een IPv6-netwerk, moet de IPv6-instelling zijn ingeschakeld in
"Netwerkinstellingen" in de systeeminstellingen (beheerder).
Het IP-adres van het apparaat controleren
U kunt het IP-adres controleren door op de toets [SYSTEEM INSTELLINGEN] op het apparaat te drukken en vanuit
[Lijst afdrukken (gebruiker)] de lijst met alle gebruikersinstellingen af te drukken.
HET APPARAAT AANSLUITEN MET EEN USB-KABEL (Windows)
U kunt het apparaat met een USB-kabel aansluiten op een computer al s dit een Windows-computer is.
(De USB-interface op het apparaat kan niet worden gebruikt in een Macintosh-omgeving.)
Terwijl het printerstuurprogramma wordt geïnstalleerd, dienen het apparaat en de computer aangesloten te zijn. Als de
USB-kabel wordt aangesloten voordat het printerstuurprogramma wordt geïnstalleerd, zal het printerstuurprogramma
niet correct worden geïnstalleerd. Zie "WANNEER HET APPARAAT WORDT AANGESLOTEN MET EEN USB-KABEL"
(pagina 1-89 in de bedieningshandleiding) voor de procedure voor het aansluiten van een USB-kabel.
29
Page 32
INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de software installeert op een Windows-computer. Raadpleeg hoofdstuk 1 van de
bedieningshandleiding voor meer informatie over de procedures voor installatie in een Macintosh-omgeving.
OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM
(VOOR ALLE SOFTWARE)
Plaats de "Software CD-ROM" in uw
1
cd-romstation.
• Als u het printerstuurprogramma of
printerstatusmonitor installeert, plaatst u de "Software
CD-ROM" met "Disc 1" op de voorkant in het
cd-romstation.
• Als u het PC-faxstuurprogramma of het
scannerstuurprogramma installeert, plaatst u de
"Software CD-ROM" met "Disc 2" op de voorkant in het
cd-romstation.
Klik op de knop [Start] (), vervolgens
2
op [Computer] en dubbelklik vervolgens
op het pictogram [CD-ROM]().
• In Windows XP/Server 2003 klikt u op de knop [Start],
vervolgens op [Deze computer] en dubbelklik
vervolgens op het pictogram [CD-ROM].
• In Windows 2000 dubbelklikt u op [Deze computer] en
dubbelklikt u vervolgens op het pictogram [CD-ROM].
Dubbelklik op het pictogram [Instellen]
3
().
Als in Windows 7 een bericht op het scherm verschijnt
dat u om bevestiging vraagt, klikt u op [Ja].
Als in Windows Vista/Server 2008 een bericht op het
scherm verschijnt dat u om bevestiging vraagt, klikt u
op [Toestaan].
Het venster "SOFTWARELICENTIE"
4
verschijnt. Zorg dat u de
licentieovereenkomst begrijpt en klik op
de knop [Ja].
U kunt de "SOFTWARELICENTIE" in een andere taal
weergeven door de gewenste taal te selecteren in het
taalmenu. Als u de software installeert in de
geselecteerde taal, zet u de installatie voort met die
taal geselecteerd.
Na het bevestigen van het bericht in het
5
venster "Welkom" klikt u op de knop
[Volgende].
Het software selectiescherm verschijnt.
6
Voordat u de software installeert, moet u op de knop
[README weergeven] klikken en de gedetailleerde
informatie over de software bekijken.
*Het scherm hierboven verschijnt als u de cd-rom
"Disc 1" gebruikt.
Voor de stappen die volgen raadpleegt u de betreffende
pagina hieronder voor de software die u installeert.
HET
PRINTERSTUURPROGRAMMA/PC-FAXSTUURPROGRA
MMA INSTALLEREN
• WANNEER HET APPARAAT IS AANGESLOTEN OP
EEN NETWERK
- Standaardinstallatie: pagina 31
- Installatie door opgeven van het adres van het
apparaat: pagina 1-84 in de bedieningshandleiding
- Afdrukken met de IPP-functie en de SSL-functie:
pagina 1-87 in de bedieningshandleiding
• WANNEER HET APPARAAT WORDT AANGESLOTEN
MET EEN USB-KABEL: pagina 1-89 in de
bedieningshandleiding
• HET APPARAAT ALS EEN GEDEELDE PRINTER
GEBRUIKEN: pagina 1-94 in de bedieningshandleiding
DE PRINTER STATUS MONITOR INSTALLEREN :
pagina 1-99 in de bedieningshandleiding
HET SCANNERSTUURPROGRAMMA INSTALLEREN:
pagina 1-100 in de bedieningshandleiding
*
Zie "Installatie door opgeven van het adres van het
apparaat" (pagina 1-84 in de bedieningshandleiding) als het
apparaat in een IPv6-netwerk wordt gebruikt.
*
30
Page 33
INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING
HET PRINTERSTUURPROGRAMMA/PC-FAXSTUURPROGRAMMA
INSTALLEREN
Als u het printerstuurprogramma of PC-faxstuurprogramma wilt installeren, volgt u de juiste procedure in dit gedeelte,
naargelang het apparaat is aangesloten op een netwerk of is aangesloten met een USB-kabel.
☞ WANNEER HET APPARAAT WORDT AANGESLOTEN MET EEN USB-KABEL (pagina 1-89 in de
bedieningshandleiding)
WANNEER HET APPARAAT IS AANGESLOTEN OP EEN NETWERK
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u het printerstuurprogramma en het PC-faxstuurprogramma installeert wanneer het
apparaat is aangesloten op een Windows-netwerk (TCP/IP-netwerk).
• De PS3-uitbreidingskit is vereist als u het PS-printerstuurprogramma of het PPD-stuurprogramma wilt gebruiken.
• Als u via internet op het apparaat wilt afdrukken met de IPP-functie wanneer het apparaat op een externe locatie is
geïnstalleerd, of als u wilt afdrukken met de SSL-functie (versleutelde communicatie), raadpleegt u "Afdrukken met de
IPP-functie en de SSL-functie" (pagina 1-87 in de bedieningshandleiding) en installeert u het printerstuurprogramma of het
PC-faxstuurprogramma.
• Als het apparaat is verbonden met een IPv6-netwerk
De software kan niet worden geïnstalleerd via detectie van het apparaatadres door het installatieprogramma. Nadat u de
software hebt geïnstalleerd zoals uitgelegd in "Installatie door opgeven van het adres van het apparaat" (pagina 1-84 in de
bedieningshandleiding), wijzigt u de poort zoals uitgelegd in "Wijzigen in een standaard TCP/IP-poort" (pagina 1-105 in de
bedieningshandleiding).
• De installatieprocedure in dit gedeelte geldt zowel voor het printerstuurprogramma als voor het PC-faxstuurprogramma,
maar de uitleg is gebaseerd op het printerstuurprogramma.
X Standaardinstallatie
Als het softwareselectiescherm verschijnt in stap 6 van "OPENEN VAN HET SOFTWARE SELECTIESCHERM (VOOR
ALLE SOFTWARE)" (pagina 30), voert u de stappen hieronder uit.
Klik op de knop
1
[Printerstuurprogramma].
Als u het PC-faxstuurprogramma wilt installe ren , kl ikt u
op de knop [PC-Fax Driver] op de cd-rom "Disc 2".
*Het scherm hierboven verschijnt als u de cd-rom "Disc 1"
gebruikt.
31
Page 34
INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING
Klik op de knop [
2
Wanneer u [Aangepaste installatie] selecteert, kunt u
onderstaande items naar believen wijzigen. Wanneer
u [Standaardinstallatie] selecteert, vindt de installatie
plaats zoals hieronder aangegeven.
• Aansluitmethode van het apparaat: LPR Direct Print
(automatisch zoeken)
• Instellen als standaardprinter:Ja (zonder het
PC-faxstuurprogramma)
• Naam printerstuurprogramma: Kan niet worden
gewijzigd
• PCL-printerschermlettertypen: Geïnstalleerd
Als u [Aangepaste installatie] hebt geselecteerd,
selecteert u [LPR Direct Print (automatisch zoeken)]
en klikt u vervolgens op de knop [Volgende].
Als u een andere selectie dan [LPR Direct Print
(automatisch zoeken)] hebt gemaakt, raadpleegt u de
volgende pagina's in de bedieningshandleiding:
• LPR Direct Print (adres opgeven): pagina 1-84
• IPP: pagina 1-87
• Gedeelde printer: pagina 1-94
• Aangesloten op deze computer: pagina 1-89
Standaard installatie
].
• Als het apparaat niet wordt gedetecteerd,
controleert u of de schakelaar aan staat en of het
apparaat is aangesloten op het netwerk. Vervolgens
klikt u op de knop [Opnieuw zoeken].
• U kunt ook klikken op de knop [Geef voorwaarde op]
en het apparaat zoeken door de naam (hostnaam)
of het IP-adres van het apparaat in te voeren.
☞ Het IP-adres van het apparaat controleren
(pagina 29)
Het bevestigingsvenster verschijnt.
4
Controleer de inhoud en klik op de knop
[Volgende].
Als het modelkeuzescherm verschijnt,
5
selecteert u het te installeren
printerstuurprogramma en klikt op de
knop [Volgende].
Klik op het keuzevakje van het te installeren
printerstuurprogramma, zodat een vinkje () verschijnt.
De op het netwerk aangesloten printers
3
worden gedetecteerd. Selecteer het
apparaat en klik op de knop [Volgende].
32
• Wanneer u het PC-faxstuurprogramma installeert,
verschijnt dit scherm niet. Ga door met de volgende
stap.
• De PS3-uitbreidingskit is vereist als u het
PS-printerstuurprogramma of het
PPD-stuurprogramma wilt gebruiken.
Page 35
INSTALLATIE IN EEN WINDOWS-OMGEVING
Wanneer de vraag verschijnt of u de
6
printer als standaardprinter wenst,
maakt u een keuze en klikt u op de knop
[Volgende].
Als u meerdere stuurprogramma's installeert, selecteert u
het printerstuurprogramma dat moet worden gebruikt als
standaardprinter.
Als u geen van deze printerstuurprogramma's wilt
instellen als standaardprinter, selecteer dan [Nee].
Als u in stap 2 op de knop [Aangepaste installatie]
hebt geklikt, verschijnt het volgende venster.
• Venster printernaam
Als u de printernaam wilt wijzigen, geeft u de
gewenste naam op en klikt u op de knop [Volgende].
• Venster dat de installatie van de
schermlettertypen bevestigt
Als u het schermlettertype voor het
PCL-printerstuurprogramma wilt installeren, klikt u
op [Ja] en vervolgens op de knop [Volgende].
• Wanneer u het PC-faxstuurprogramma
installeert, verschijnt dit scherm niet. Ga door met
de volgende stap.
• Als u het PCL-printerstuurprogramma niet
installeert (u installeert het
PS-printerstuurprogramma of het
PPD-stuurprogramma), selecteert u [Nee] en klikt
u vervolgens op de knop [Volgende].
Volg de instructies op het scherm.
7
Lees het bericht in het venster dat verschijnt en klik op de
knop [Volgende].
De installatie begint.
Wanneer het bericht verschijnt dat de
8
installatie is voltooid, klikt u op de knop
[OK].
Klik op de knop [Sluiten] in het venster
9
van stap 1.
Na het installeren kan een bericht verschijnen waarin
u wordt gevraagd de computer opnieuw op te starten.
Als dit bericht verschijnt, klikt u op de toets [Ja] om uw
computer opnieuw op te starten.
Hiermee is de installatie voltooid.
• Raadpleeg na de installatie "HET
PRINTERSTUURPROGRAMMA CONFIGUREREN
VOOR DE OPTIES DIE ZIJN GEÏNSTALLEERD OP
HET APPARAAT" (pagina 1-96 in de
bedieningshandleiding) om de instellingen van het
printerstuurprogramma te configureren.
• Als u het PS-printerstuurprogramma of het
PPD-stuurprogramma installeert, kunt u het
PS-schermlettertype installeren van de cd-rom
"PRINTER UTILITIES" van de PS3-uitbreidingskit.
Raadpleeg "DE PS-SCHERMLETTERTYPEN
INSTALLEREN" (pagina 1-102 in
bedieningshandleiding).
• Als u het apparaat als een gedeelde printer gebruikt,
raadpleegt u "GEBRUIK VAN HET APPARAAT ALS
GEDEELDE PRINTER" (pagina 1-94 in de
bedieningshandleiding) om het printerstu urprogramma
te installeren op elk van de clientcomputers.
• Wanneer u Windows Vista/Server 2008/7
gebruikt
Als een venster met een veiligheidswaarschuwing
verschijnt, moet u op [Deze driver toch installeren]
klikken.
• Als u Windows 2000/XP/Server 2003 gebruikt
Als een waarschuwingsboodschap over de
Windows Logo-test of digitale handtekening
verschijnt, klikt u op de knop [Toch doorgaan]
of [Ja].
33
Page 36
ONDERHOUD
Het gebied met spiegelafwerking is
het gebied dat is aangeduid met .
Zwarte strepen
Witte strepen
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u het apparaat reinigt en de tonercartridges en de tonerinzamelcontainer vervangt.
REGELMATIG ONDERHOUD
Om te waarborgen dat het apparaat optimale prestaties levert, moet het regelmatig worden gereinigd.
Waarschuwing
Gebruik geen ontvlambare sprays voor het reinigen van het apparaat. Als gassen uit de spray in aanraking komen met de
hete elektronische onderdelen van de fuser in het apparaat, kan dit brand of elektrische schokken veroorzaken.
• Gebruik geen thinner, benzeen of soortgelijke vluchtige reinigingsmiddelen voor het reinigen van het apparaat. Deze
kunnen de behuizing van het apparaat aantasten of verkleuren.
• Gebruik een zachte doek om voorzichtig vuil van het gebied met
spiegelafwerking (rechts getoond) op het bedieningspaneel te verwijderen.
Het gebruik van een stijve doek of hard wrijven kan het oppervlak
beschadigen.
DE GLASPLAAT EN AUTOMATISCHE ORIGINEELINVOER REINIGEN
Als de glasplaat of de achterplaat van de automatische origineelinvoer vuil wor dt, zal het vuil zichtbaar worden in de
gescande afbeelding. Houd deze onderdelen steeds schoon.
Veeg de onderdelen schoon met een schone, zachte doek.
Maak, indien nodig, de doek vochtig met water of een kleine hoeveelheid pH-neutraal schoonmaakmiddel. Maak de
onderdelen na het vegen met de bevochtigde doek droog met een schone, droge doek.
Als er zwarte of witte lijnen zichtbaar worden in afbeeldingen
die zijn gescand met de automatische origineelinvoer, reinig
dan het scangedeelte (de dunne, lange glasplaat naast de
grote glasplaat).
Om dit gebied te reinigen, gebruikt u de glasreiniger die is
opgeborgen in de automatische origineelinvoer. Berg de
glasreiniger na gebruik weer op zijn oorspronkelijke plaats op.
Voorbeelden van strepen in afbeeldingen
34
Page 37
ONDERHOUD
1
2
3
Open de automatische origineelinvoer en
verwijder het glasreinigingsmiddel.
Reinig het automatische scangedeelte op de
glasplaat met de glasreiniger.
Plaats het glasreinigingsmiddel weer terug.
DE INVOERROL VAN DE
HANDINVOERLADE REINIGEN
Als er regelmatig papierstoringen optreden wanneer u
enveloppen of zwaar papier invoert in de
handinvoerlade, veegt u het oppervlak van de invoerrol
schoon met een schone, zachte doek die is bevochtigd
met water of een neutraal reinigingsmiddel.
DE ORIGINEELINVOERROL
REINIGEN
Als er strepen of vuil zichtbaar zijn op het gescande
origineel wanneer u de automatische originee linv oe r
gebruikt, veegt u het oppervlak van de rol scho on met
een schone, zachte doek die is bevochtigd met water of
een neutraal reinigingsmiddel.
35
Page 38
ONDERHOUD
Als u het apparaat blijft gebruiken zonder de
cartridge te vervangen, verschijnt het volgende
bericht wanneer de toner is opgebruikt.
Vervang de tonercartridge wanneer het bericht in het
berichtvenster verschijnt.
DE TONERCARTRIDGES VERVANGEN
Let erop dat u de tonercartridge vervangt zodra de melding "Vervang de tonercartridge." verschijnt.
In kopieermodus
Gereed voor scannen kopie.
Klaar voor scannen voor kopiëren.
(bereid een nieuwe voor)
Gereed voor scannen kopie.
(Tonerniveau is laag.)
Vervang de tonercartridge.
36
Page 39
ONDERHOUD
1
2
Open de voorplaat.
Trek de tonercartridge naar u toe.
Trek de toner voorzichtig horizontaal naar u toe.
Trek de tonercartridge voorzichtig uit. Als u de cartridge te
hardhandig uittrekt, lekt er misschien toner.
Neem de tonercartridge met beide handen vast zoals getoond
en trek hem uit het apparaat.
3
4
5
Haal de nieuwe tonercartridge uit zijn
verpakking en schud er 5 à 6 keer mee
zoals getoond.
Plaats de nieuwe tonercartridge
horizontaal in het apparaat.
Druk de cartridge naar binnen tot hij
wordt vergrendeld.
Druk de cartridge goed naar binnen tot hij vastklikt.
37
Page 40
ONDERHOUD
6
Sluit het frontdeksel.
Nadat u de tonercartridge hebt vervangen, gaat het apparaat
automatisch naar de instelmodus voor afbeeldingen.
Let op
• Werp tonercartridges niet in het vuur. Hierd oo r kan er toner uit de cartridge schieten en brandwon den veroorzaken.
• Bewaar cartridges buiten het bereik van kleine kinderen.
• Als een tonercartridge rechtop wordt bewaard, kan de toner hard worden en is hij niet langer bruikbaar. Bewaar
tonercartridges altijd op hun zij met de bovenkant na ar boven.
• Als u een andere tonercartridge gebruikt dan door SHARP aanbevolen, krijgt u misschien geen optimale kwaliteit,
terwijl het apparaat mogelijk wordt beschadigd. Gebruik een door SHARP aanbevolen tonercartridge.
• Bewaar de gebruikte tonercartridge in een plastic zak (werp deze niet weg). De gebruikte tonercartridge kan worden
meegegeven aan uw onderhoudstechnicus.
• Houd om de resterende hoeveelheid toner weer te geven de toets [KOPIE] ingedrukt tijdens het afdrukken of als het
apparaat niet wordt gebruikt. Het percentage resterende toner wordt op het scherm weergegeven terwijl u de toets indrukt.
Als het percentage daalt naar "25-0%", koop dan een nieuwe tonercartridge en houd deze gereed voor de vervanging.
• Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden kunnen afbeeldingen bleek of vaag worden.
38
Page 41
ONDERHOUD
DE TONERINZAMELCONTAINER VERVANGEN
In de tonerinzamelcontainer wordt de overtollige toner opgevangen die bij het afdrukken wordt geproduceerd. Als de
tonerinzamelcontainer vol raakt, verschijnt "Vervang de toneropvangbak." Volg de onderstaande procedure om de
tonerinzamelcontainer te vervangen.
1
2
Open de voorplaat.
Verwijder de tonerinzamelcontainer.
(1) Kantel de tonerinzamelcontainer naar voren.
Neem de hoeken van de tonerinzamelcontainer met beide
handen vast zoals getoond en kantel hem zo ver mogelijk
naar voren.
(2) Til de tonerinzamelcontainer langzaam
omhoog.
3
4
Plaats de container op een plat vlak.
Leg een stuk krantenpapier op het vlak voordat u de container
erop plaatst.
Zorg dat de gaatjes niet naar onder wijzen, want dan lekt de verbruikte toner uit de tonerinzamelcontainer.
Verwijder de meegeleverde dop op de
zijkant van de tonerinzamelcontainer.
Neem het uiteinde van de dop vast en trek hem naar voren.
39
Page 42
ONDERHOUD
5
6
7
Dek het gat in de tonerinzamelcontainer
af met de dop.
Druk de dop stevig in zodat er geen toner kan lekken.
Gooi de tonerinzamelcontainer niet bij het afval. Doe de container in een plastic zak en bewaar deze tot uw
onderhoudstechnicus komt voor onderhoud. De tonerinzamelcontainer kan worden meegegeven aan uw
onderhoudstechnicus.
Installeer de nieuwe
tonerinzamelcontainer.
Steek de container schuin van boven in.
Duw de tonerinzamelcontainer in het
apparaat.
Duw de container naar binnen tot hij vastklikt.
8
Let op
• Werp de tonerinzamelcontainer niet in vuur. Hierdoor kan er toner uit de cartridge schieten en brandwonden
veroorzaken.
• Berg de tonerinzamelcontainer buiten het bereik van kleine kinderen op.
Let er bij het vervangen van de tonerinzamelcontainer op dat u uw kleding of de omgeving niet bevuilt.
Sluit het frontdeksel.
40
Page 43
ONDERHOUD
Tabblad
(A)
DE STEMPELCASSETTE VERVANGEN
Als een stempeleenheid (AR-SU1) is geïnstalleerd op de automatische origineelinvoer en de stempel b leek wordt, moet
u de stempelcassette (AR-SV1) vervangen.
Verbruiksgoederen
Stempelcassette (2 in verpakking) AR-SV1
1
2
3
Open de automatische origineelinvoer.
Open de houders op de automatische
origineelinvoer waarmee het
origineeldrukvel is bevestigd.
Open de (twee) houders aan de linker- en rechterkant.
Neem het lipje van de stempeleenheid
vast en trek de eenheid uit.
4
Verwijder de stempelcassette (A).
41
Page 44
ONDERHOUD
5
6
7
Installeer een nieuwe stempelcassette.
Duw de stempeleenheid in het apparaat.
Duw de stempeleenheid in het apparaat tot ze op haar plaats
klikt.
Plaats het origineeldrukvel terug.
Druk de houders in tot ze vastklikken.
8
Sluit de automatische origineelinvoer.
42
Page 45
VERWIJDEREN VAN VASTGELOPEN
Verlaten
Open de origineelinvoer en verwijder verkeerd ingevoerdpapier.
Verwijderen papier
Vorige
Volgende
(C)
(B)
(A)
(D)
Informatie
OK
Er is een invoerfout opgetreden.
Locatie vastgelopen papier
• Als het bericht verschijnt kan het afdrukken en scannen niet worden hervat.
• Als het bericht niet verdwijnt zelfs nadat het vastgelopen papier is verwijderd, kan dit de volgende oorzaken
hebben. Controleer nog een keer.
• Het vastgelopen papier is niet goed verwijderd.
• Er is een afgescheurd stuk papier in het apparaat achtergebleven.
• Een klep of gedeelte dat is geopend of verplaatst om het vastgelopen papier te verwijderen is niet goed
PAPIER
Als papier is vastgelopen, verschijnt hierover een bericht in het aanraakscherm en wordt het afdrukken en scannen
stopgezet. In dit geval drukt u op de toets [Informatie] in het aanraakscherm. Als u op de toets drukt, verschijnen er
instructies voor het verwijderen van vastgelopen papier. Volg de instructies. Als de storing is verholpen verdwijnt het
bericht automatisch.
Het knipperende teken in de afbeelding links geeft ongeveer aan waar het papier is vastgelopen.
1
Druk op de toets [Informatie] om het volgende scherm
weer te geven.
(A) Instructies voor het verwijderen van
vastgelopen papier verschijnen hier.
(B) Animatie geeft aan wat u moet doen.
(C) Geef het vorige of het volgende scherm
weer.
(D) Hiermee wordt het informatiescherm
afgesloten.
Het informatiescherm kan niet worden af ge sl o te n tot he t
vastgelopen papier is verwijderd.
Voor gedetailleerde procedures voor het verwijderen van vastgelopen papier leest u "VERWIJDEREN VAN
VASTGELOPEN PAPIER" in "8. HET OPSPOREN VAN FOUTEN" in de bedieningshandleiding.
43
Page 46
VERBRUIKSGOEDEREN
GENUINE SUPPLIES
Standaardonderdelen voor dit product die door de gebruiker moeten worden vervangen zijn kopieerpapier,
tonercartridges en nietjes voor de afwerkeenheid.
Gebruik uitsluitend producten van SHARP als tonercartridges, nietcartridges voor de afwerkeen heid, nietcartr idges voor
de nietafwerkeenheid en transparantenfolie.
Voor het beste kopieerresultaat raden wij u aan uitsluitend SHARP Genuine Supplies te
gebruiken die zijn ontworpen, gemaakt en getest onder levensduur en de prestaties van
SHARP producten te maximaliseren. Let op het Genuine Supplies-etiket op de
tonerverpakking.
Opslag van onderdelen
Correcte opslag
1. Sla de onderdelen op in een ruimte die:
• schoon en dro o g is,
• een stabiele temperatuur heeft,
• niet aan direct zonlicht wordt blootgesteld.
2. Sla het papier op in de originele verpakking en leg het papier plat neer.
3. Papier dat buiten de originele verpakking of staand wordt opgeslagen kan gaan krullen of vochtig worden. Dit kan
leiden tot papierstoringen.
Tonercartridges opslaan
Schud een nieuwe tonercartridge in horizontale richting. Bewaar tonercartridges niet rechtop. Wanneer de cartridge
rechtop wordt bewaard kan de toner, zelfs na goed schudden, niet correct word en verdeeld en binnen in de cartridge
blijven plakken.
Nietjespatroon
Voor de afwerkeenheid en de nietafwerkeenheid is het volgende nietjespatroon nodig:
MX-SCX1 (voor afwerkeenheid en nietafwerkeenheid)
Ongeveer 5000 per cartrigde x 3 cartridges
AR-SC2 (voor afwerkeenheid (grote stapeleenheid))
Ongeveer 5000 per cartrigde x 3 cartridges
AR-SC3 (alleen voor nietafwerkeenheid)
Ongeveer 2000 per cartrigde x 3 cartridges
Levering van reserveonderdelen en verbruiksgoederen
De levering van reserveonderdelen ter repara tie van het apparaat wordt gedurende ten minste 7 jaar nadat is
opgehouden met produceren gegarandeerd. Reserveonderdelen zijn die onderdelen van het apparaat die als gevolg
van normaal gebruik van het product kapot kunnen gaan. Onderdelen die normaalgesproken langer meegaan dan de
levensduur van het product, worden niet beschouwd als reserveonderdelen. Ook verbruiksgoederen zijn beschikbaar
gedurende 7 jaar na beëindiging van de productie.
44
Page 47
SPECIFICATIES
Specificaties apparaat / kopieerapparaat
Naam
Type
Fotogeleiding type
Printmethode
Ontwikkelingssysteem
Fuseersysteem
Papierformaten: A3W, A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, A5R, enveloppen, 12" x 18", 11" x 17",
8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2", 8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11",
8-1/2" x 11"R, 7-1/4" x 10-1/2"R, 5-1/2" x 8-1/2"R, 8K, 16K, 16KR
(Inclusief automatische papierformaatdetectie. U kunt papierformaten invoeren tot
maximaal 297 mm x 432 mm (11-5/8" x 17").)
Papiergewichten:
Handinvoerlade
Duplexmodule
Uitvoerlade
(middelste lade)*
1
Dun papier (56 g/m
tot 28 lbs.)), zwaar papier (106 g/m
enveloppen (75 g/m2 tot 90 g/m2 (20 lbs. tot 24 lbs.))
Normaal papier, gerecycled papier, gekleurd papier, zwaar papier, dun papier, transparante folie,
etiketten, tabbladen, enveloppen (Monarch, Com-10, DL, C5), aan bevolen door SHARP
Papierformaten: A3, B4, A4, A4R, B5, B5R, A5R, 11" x 17", 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2",
Papiergewicht: Normaal papier (60 g/m2 tot 105 g/m2 (16 lbs. tot 28 lbs.)), zwaar papier
Papiertypen: gewoon papier, gerecycled papier, gekleurd papier en zwaar papier aangeraden door
Uitvoermethode: uitvoer met afdrukzijde naar beneden (A3W en 12" x 18" papier kan worden
Uitvoercapaciteit: 400 vellen (met A4-papier of 8-1/2" x 11" papier aanbevolen door SHARP)
(Het maximumaantal vellen dat kan worden opgeslagen is afhankelijk van de omg evingscondities,
het papiertype en de opslagcondities van het gebruikte papier.)
Sensor lade vol:Ja
*1 Uitvoerlade (middelste lade) kan niet worden gebruikt als de afwerkeenheid of nietafwerkeenheid is geïnstalleerd.
*2 Type A aansluitingen bevinden zich aan voor- en achterzijde van het apparaat (twee aansluitingen).
Gebruik de aansluitingen niet tegelijkertijd.
Wanneer geen toetsenbord (MX-KBX2) is aangesloten, kan slechts een aansluiting tegelijk worden gebruikt; gelijktijdig gebruik is
niet mogelijk. Neem contact op met een onderhoudstechnicus als u de gebruikte aansluiting moet wijzigen.
Als u stroom wilt ontvangen via een type A-aansluiting, mag de totale stroomafname van het aangesloten apparaat niet meer zijn
dan 500 mA.
Lokale spanning ±10% (Raadpleeg het typeplaatjelinksonder op het apparaat voor de
stroomvereisten.)
1,84 kW (220-240 V) / 1,44 kW (100-127 V)
645 mm (B) x 695 mm (D) x 953 mm (H) (25-25/64" (B) x 27-3/8" (D) x 37-33/64" (H)) (wanneer de
zelfomkerende eenmalig doorvoerende origineelinvoer is geïnstalleerd)
645 mm (B) x 695 mm (D) x 833 mm (H) (25-25/64" (B) x 27-3/8" (D) x 32-51/64" (H)) (wanneer de
origineelklep is geïnstalleerd)
Ongeveer 95 kg (209,4 lbs.) (Wanneer de zelfomkerende eenmalig doorvoerende origineelinvoer is
geïnstalleerd)
Ongeveer 88 k
986
mm (B) x
2
tot 59 g/m2 (15 lbs. tot 16 lbs.)), gewoon papier (60 g/m2 tot 105 g/m2 (16 lbs.
8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13", 8-1/2" x 11", 8-1/2" x 11"R, 5-1/2" x 8-1/2"R, 8K, 16K,
16KR
(106 g/m2 tot 209 g/m2 (28 lbs. bond tot 110 lbs. index))
SHARP
uitgevoerd naar rechterlade, afwerkeenheid of nietafwerkeenheid)
Type A-connector ondersteunt USB2.0*
Compatibiliteitseisen van USB-geheugen
Geheugencapaciteit: Max. 32 GB
Schijfindeling: alleen FAT32
Type B-connector ondersteunt USB 2.0 (hoge snelheid)
g
(194,0 lbs.) (Wanneer de origineelklep is geïnstalleerd)
695
mm (D) (
38-53/64
2
tot 209 g/m2 (28 lbs. bond tot 110 lbs. index)),
2
" (B) x
27-3/8
" (D)) (met handinvoerlade uitgetrokken)
46
Page 49
Continue kopieersnelheden*
85%
(Vochtigheid)
60%
20%
10˚C
(54˚F)
30˚C
(86˚F)
35˚C (Temperatuur)
(91˚F)
SPECIFICATIES
Model
Kopieerfactor
A3, 11" x 17", 8K
B4, 8-1/2" x 14", 8-1/2" x 13-1/2",
8-1/2" x 13-2/5", 8-1/2" x 13"
A4, B5, 8-1/2" x 11", 16K
A4R, B5R, 8-1/2" x 11"R,
7-1/4" x 10-1/2"R, 16KR
* Kopieersnelheid tijdens uitvoer van de tweede kopie en volgende kopieën tijdens de voortdurende kopieergang van één zijde van
dezelfde bladzijde (staffeluitvoer niet inbegrepen) met gebruikmaking van normaal eenzijdig papier van een lade anders dan de
lade voor handinvoer.
*1 Scannen in mono 2-modus van slechts één zijde is mogelijk in fax- en scanverzendmodi. Als de resolutie echter 600 x 600 dpi is
in de internetfaxmodus, is de maximumlengte 800 mm (31-31/64"). Als de resolutie 400 x 400 dpi of 600 x 600 dpi is in
scanmodus, kan een lang origineel niet worden gescand.
*2 Voor papiergewichten van 35 g/m
A3 tot A5, 11" x 17" tot 5-1/2" x 8-1/2", lang papier
(max. breedte 297 mm (11-5/8") x max. lengte 1000 mm*
Eenzijdig 35g/m2 tot 128g/m2 (9 lbs. tot 32 lbs.)*
Tweezijdig 50g/m2 tot 105g/m2 (13 lbs. tot 28 lbs.)
100 vellen (80 g/m2 (21 lbs.)) Maximale stapelhoogte van 13 mm (1/2")
2
(9 lbs.) tot 49 g/m2 (13 lbs.) moet de langzame scanmodus worden gebruikt.
2
1
(39-23/64"))
Specificaties uitvoerlade-eenheid (rechterlade)
Model
Uitvoermethode
Uitvoercapaciteit*
Afmetingen
Gewicht
* Het maximumaantal vellen dat kan worden opgeslagen is afhankelijk van de omgevingscondities, het papiertype en de
opslagcondities van het gebruikte papier. Enveloppen en tabbladen kunnen niet worden uitgevoerd.
MX-TRX2
Uitvoer met afdrukzijde naar beneden
100 vellen (met A4-papier of 8-1/2" x 11" papier aanbevolen door SHARP)
Als de lade is ingeschoven:
314 mm (B) x 405 mm (D) x 52 mm (H) (12-23/64" (B) x 15-61/64" (D) x 2-3/64" (H))
Als de lade is uitgeschoven:
444 mm (B) x 405 mm (D) x 52 mm (H) (17-31/64" (B) x 15-61/64" (D) x 2-3/64" (H))
Ongeveer 0,93 kg (2 lbs.)
48
Page 51
Op de achterkant van deze pagina is de informatie afgedrukt die de
beheerder van het apparaat nodig heeft.
(Bewaar deze pagina afzonderlijk van de gebruiksaanwijzing op een
veilige plaats. Vul in de linkermarge ook de naam van de beheerder en
de contactgegevens van de beheerder in.)
✂
49
Page 52
AAN DE BEHEERDER VAN HET
APPARAAT
(Bewaar deze pagina afzonderlijk van de gebruiksaanwijzing op een veilige plaats.)
Wachtwoorden af fabriek
Om toegang te krijgen tot de systeeminstellingen heeft de beheerder een wachtwoord nodig om zich aan te
melden met beheerdersrechten. De systeeminstellingen kunnen zowel in de webpagina's als op het
bedieningspaneel worden geconfigureerd. Om de systeeminstellingen via de webpagina's te openen,
is eveneens een wachtwoord vereist.
Standaardbeheerderswachtwoord
Standaardinstelling: admin
Sla een nieuw wachtwoord voor de beheerder op zodra het apparaat is geïnstalleerd.
Wanneer het beheerderswachtwoord is gewijzigd, is het nieuwe wachtwoord vereist om het
standaardwachtwoord te herstellen. Zorg ervoor dat u het nieuwe wachtwoord niet vergeet.
Standaardwachtwoorden (webpagina's)
Er zijn twee standaardaccounts: "Administrator" en "User". Iemand die zich als "Administrator" aanmeldt,
kan alle instellingen in de webpagina's configureren. Daarnaast kan een beheerder beperkte toegang
hebben tot andere instellingen door "Gebruiker" accounts te activeren.
De standaardwachtwoorden worden hieronder weergegeven:
StandaardaccountStandaardwachtwoord
✂
Gebruikerusersusers
Beheerderadminadmin
Alle verzonden en ontvangen gegevens doorsturen naar de beheerder
(documentbeheerfunctie)
Met deze functie kunt u alle door het apparaat ontvangen en verzonden gegevens doorzenden naar een
opgegeven bestemming (Scannen naar e-mailadres, Scannen naar FTP, Scannen naar netwerkmap of
Scannen naar bureaublad).
Met deze functie kan de beheerder van het apparaat alle verzonden en ontvangen gegevens archiveren.
Als u de documentbeheerinstellingen wilt configureren, klikt u op [Toepassingsinstellingen] en vervolgens op
[Documentbeheerfunctie] in het menu van de webpagina. (Beheerdersrechten zijn vereist.)
• De instellingen voor bestandsindeling, belichting en resolutie van de verzonden en ontvangen gegevens
blijven gelden wanneer de internetfax wordt doorgezonden .
• Als doorsturen is geactiveerd voor gegevens verzonden in faxmodus,
• De toets [Direct TX] verschijnt niet in het aanraakscherm.
• Snelle onlineverzending en bellen met de spreker kan niet worden gebruikt.
50
Page 53
AAN DE BEHEERDER VAN HET APPARAAT
Voor de gebruikers van de faxfunctie
Belangrijke veiligheidsinstructies
• Ontkoppel onmiddellijk telefoonapparatuur van uw telefoonlijn als deze niet naar behoren werkt.Defecte apparatuur kan schade
veroorzaken aan het telefoonnetwerk.
• De AC-contactdoos moet in de nabijheid van de apparatuur zijn geïnstalleerd en eenvoudig toegankelijk zijn.
• Installeer telefoonkabels nooit tijdens onweer.
• Installeer nooit contactdozen in vochtige omgevingen, tenzij de contactdoos speciaal bestemd is vo or vochtige omgevingen.
• Raak nooit ongeïsoleerde telefoonbedrading of terminal aan, tenz ij de telefoonlijn is losgekoppeld van de netwerkinterface.
• Wees voorzichtig tijdens het installeren of wijzigen van telefoonlijnen.
• Vermijd het gebruik van telefoons (met uitzondering van draadloze telefoons) tijdens onweer. Er bestaat gevaar op elektrische
schokken als gevolg van weerlicht.
• Gebruik geen telefoon voor de melding van een gaslek terwijl u zich in de buurt van het lek bevindt.
• Installeer of gebruik het apparaat niet in de nabijheid van water of wanneer uzelf nat bent. Vermijd het morsen van vloeistoffen op
het apparaat.
• Bewaar de instructies.
51
Page 54
INFORMATIE OVER VERWIJDERING
Let op: Uw product is van
dit merkteken voorzien.
Dit betekent dat
afgedankte elektrische en
elektronische apparatuur
niet samen met het
normale huisafval mogen
worden weggegooid.
Er bestaat een afzonderlijk
inzamelingssysteem voor
deze producten.
A. Informatie over afvalverwijdering voor gebruikers (particuliere huishoudens)
1. In de Europese Unie
Let op: Deze apparatuur niet samen met het normale huisafval weggooien!
Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur moet gescheiden worden
ingezameld conform de wetgeving inzake de verantwoorde verwerking,
terugwinning en recycling van afgedankte elektrische en elektronische
apparatuur.
Na de invoering van de wet door de lidstaten mogen particuliere huishoudens
in de lidstaten van de Europese Unie hun afgedankte elektrische en
elektronische apparatuur kosteloos* naar hiertoe aangewezen
inzamelingsinrichtingen brengen. In sommige landen* kunt u bij de aanschaf
van een nieuw apparaat het oude product kosteloos bij uw lokale distributeur
inleveren.
*) Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor verdere informatie.
Als uw elektrische of elektronische apparatuur batterijen of accumulatoren
bevat dan moet u deze afzonderlijk conform de plaatselijke voorschriften
weggooien.
Door dit product op een verantwoorde manier weg te gooien, zorgt u er voor dat
het afval de juiste verwerking, terugwinning en recycling ondergaat en
potentiële negatieve effecten op het milieu en de menselijke gezondheid
worden voorkomen die anders zouden ontstaan door het verkeerd verwerken
van het afval.
2. In andere landen buiten de Europese Unie
Als u dit product wilt weggooien, neem dan contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie omtrent de juiste
verwijderingsprocedure.
Voor Zwitserland: U kunt afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kosteloos bij de distributeur inleveren,
zelfs als u geen nieuw product koopt. Aanvullende inz ame ling sin ric htin g en z ijn verm eld op de star tp ag in a van
www.swico.ch of www.sens.ch.
B. Informatie over afvalverwijdering voor bedrijven
1. In de Europese Unie
Als u het product voor zakelijke doeleinden heeft gebruikt en als u dit wilt weggooien:
Neem contact op met uw SHARP distributeur die u inlichtingen verschaft over de terugname van het product. Het kan
zijn dat u een afvalverwijderingsbijdrage voor de terugname en recycling moet betalen. Kleine producten (en kleine
hoeveelheden) kunnen door de lokale inzamelingsinrichtingen worden ve rwerkt.
Voor Spanje: Neem contact op met de inzamelingsinrichting of de lokale autoriteiten voor de terugname van uw
afgedankte producten.
2. In andere landen buiten de Europese Unie
Als u dit product wilt weggooien, neem dan contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie omtrent de juiste
verwijderingsprocedure.
52
Page 55
INFORMATIE OVER VERWIJDERING
Handelsmerkinformatie
De volgende handelsmerken en gedeponeerde handelsmerken worden gebruikt samen met het apparaat, de randapparatuur en
accessoires.
Microsoft®, Windows®, Windows® 2000, Windows® XP, Windows Server® 2003, Windows Vista®, Windows Server® 2008,
•
Windows
Verenigde Staten en andere landen.
• PostScript is een gedeponeerd handelsmerk van Adobe Systems Incorporated.
• Adobe en Flash zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten
en andere landen.
• Adobe, het Adobe-logo, Acrobat, het Adobe PDF-logo en Reader zijn gedeponeerde handelsmerken of ha ndelsmerken van
Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en andere landen.
•
Macintosh, Mac OS, AppleTalk, EtherTalk en LaserWriter zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere
landen.
• Netscape Navigator is een handelsmerk van Netscape Communications Corporati on.
• Mozilla
landen.
• PCL is een gedeponeerd handelsmerk van de Hewlett-Packard Company.
• IBM, PC/AT en PowerPC zijn handelsmerken van International Business Machines Corporation.
• Sharpdesk is een handelsmerk van Sharp Corporation.
• Sharp OSA is een handelsmerk van Sharp Corporation.
• RealVNC is een handelsmerk van RealVNC Limited.
• Alle andere handelsmerken en auteursrechten behoren toe aan hun desbetreffende eigenaren.
®
7 en Internet Explorer® zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de
®
en Firefox® zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van de Mozilla Foundation in de VS en andere
Candid en Taffy zijn handelsmerken van Monotype Imaging, Inc. gedeponeerd bij het United States Patent and Trademark Office
en mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. CG Omega, CG Times, Garamond Antiqua, Garamond Halbfett, Garamond
Kursiv, Garamond en Halbfett Kursiv zijn handelsmerken van Monotype Imaging, Inc. en zijn mogelijk gedeponeerd in zekere
rechtsgebieden. Albertus, Arial, Coronet, Gill Sans, Joanna en Times New Roman zijn handelsmerken van The Monotype
Corporation gedeponeerd bij het United States Patent and Trademark Office en mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden.
Avant Garde, ITC Bookman, Lubalin Graph, Mona Lisa, Zapf Chancery en Zapf Dingbats zijn handelsmerken van International
Typeface Corporation gedeponeerd bij het United States Patent and Trademark Office en mogelijk gedeponeerd in zekere
rechtsgebieden. Clarendon, Eurostile, Helvetica, Optima, Palatino, Stempel Garamond, Times en Univers zijn handelsmerken
van Heidelberger Druckmaschinen AG en zijn mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden , onder exclusieve licentie aan
Linotype Library GmbH en de geheel eigen dochtermaatschappijen van Heidelberger Druckmaschinen AG. Apple Chancery,
Chicago, Geneva, Monaco en New York zijn handelsmerken van Apple Computer Inc. en zijn mogelijk gedeponeerd in zekere
rechtsgebieden. HGGothicB, HGMinchoL, HGPGothicB en HGPMinchoL zijn handelsmerken van Ricoh Company, Ltd. en zijn
mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. Wingdings is een gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de
Verenigde Staten en andere landen. Marigold en Oxford zijn handelsmerken van Arthur Baker en zijn mogelijk gedeponeerd in
zekere rechtsgebieden. Antique Olive is een handelsmerk van Marcel Olive en is mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden.
Hoefler Text is een handelsmerk van Jonathan Hoefler en is mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. ITC is een
handelsmerk van International Typeface Corporation gedeponeerd bij het United States Patent and Trademark Office en mogelijk
gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. Agfa is een handelsmerk van de Agfa-Gevaert Group en is mogelijk gedeponeerd in
zekere rechtsgebieden. Intellifont, MicroType en UFST zijn handelsmerken van Monotype Imaging, Inc. gedeponeerd bij het
United States Patent and Trademark Office en mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. Macintosh en TrueType zijn
handelsmerken van Apple Computer Inc. gedeponeerd bij het United States Patent and Trademark Office en andere landen.
PostScript is een handelsmerk van Adobe Systems Incorporated en is mogelijk gedeponeerd in zekere rechtsgebieden. HP, PCL,
FontSmart en LaserJet zijn handelsmerken van Hewlett-Packard Company en zijn mogelijk gedeponeerd in zekere
rechtsgebieden. De Type 1-processor die resident is in het UFST -product van Monotype Imaging is onder licentie van Electronics
For Imaging, Inc. Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve eigenaren.