Miele H 6290 B assembly instructions [nl]

Page 1
Gebruiks- en montagehandleiding Bakoven
Lees beslist de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat.
M.-Nr. 10 011 680nl-NL
Page 2
Inhoud
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen.............................5
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu.......................16
Overzicht oven ...................................................17
Functieschakelaar .................................................19
Ovenfuncties...................................................19
Klok ............................................................19
Display .......................................................19
Toetsen .......................................................19
Uitvoering .......................................................20
Type-aanduiding ..................................................20
Typeplaatje ......................................................20
Bijgeleverd.......................................................20
Bijgeleverde en bij te bestellen accessoires .............................20
Geleiderails....................................................21
Universele bakplaat en rooster met uittrekbeveiliging ...................21
FlexiClip-geleiders ..............................................22
FlexiClip-geleiders plaatsen en verwijderen...........................22
Ovenelektronica...................................................25
Beveiligingen .....................................................25
Vergrendeling 0 van het apparaat..................................25
Koelventilator ..................................................25
Luchtgekoelde deur .............................................25
Katalytisch geëmailleerde oppervlakken................................26
Het voor het eerst instellen van de dagtijd ..............................27
Bediening .......................................................32
Eenvoudig gebruik.................................................32
Koelventilator .....................................................32
Voorverwarmen ...................................................33
2
Page 3
Inhoud
Klok ............................................................34
Display ..........................................................34
Symbolen in het display ..........................................34
Toetsen .........................................................34
Principe .........................................................35
Weergave van de tijden ..........................................35
Na afloop van de tijden...........................................35
Kookwekkertijd instellen ..........................................36
Kookwekkertijd wijzigen ..........................................37
Kookwekkertijd wissen ...........................................37
Bereidingsproces automatisch in- en uitschakelen........................38
Bereidingstijd instellen ...........................................38
Na afloop van de bereidingstijd ....................................39
Bereidingstijd en einde bereidingstijd instellen ........................40
Bereidingstijd wijzigen ...........................................41
Bereidingstijd wissen ............................................42
Einde bereidingstijd wissen .......................................42
Dagtijd wijzigen ...................................................43
Instellingen wijzigen................................................44
Bakken .........................................................46
Tabel bakken .....................................................48
Braden..........................................................52
Tabel braden .....................................................54
Lage temperatuur (koken op lage temperatuur) ........................56
Grilleren ........................................................58
Tabel grilleren ....................................................61
Ontdooien .......................................................62
Inmaken ........................................................63
Drogen .........................................................64
Diepvriesproducten/kant-en-klaargerechten.............................65
Gratineren.......................................................66
3
Page 4
Inhoud
Tips ............................................................68
Dichting reinigen................................................68
Hardnekkige verontreinigingen (behalve bij de FlexiClip-geleiders) ..........69
Hardnekkige verontreinigingen op de FlexiClip-geleiders ..................70
Verontreinigingen op de katalytisch geëmailleerde achterwand .............70
Verontreinigingen verwijderen van kruiden, suiker en dergelijke...........70
Olie- en vetspatten verwijderen ....................................71
Deur verwijderen ..................................................72
Deur uit elkaar halen.............................................73
Deur terugplaatsen ................................................76
Geleiderails met FlexiClip-geleiders demonteren .........................77
Bovenwarmte-/grillelement omlaagklappen .............................78
Nuttige tips ......................................................79
Service en garantie ...............................................83
Inbouw oven .....................................................89
Aanwijzingen voor keuringsinstituten ................................90
Productinformatiebladen .........................................91
Adressen........................................................95
4
Page 5
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften. Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadigingen tot gevolg hebben.
Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig door, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleiding vindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het onderhoud.
Als de "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" niet worden opgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die daarvan het gevolg is Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze door aan een eventuele volgende eigenaar.
5
Page 6
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Verantwoord gebruik
Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijk
~
gebruik (of daarmee vergelijkbaar).
Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt.
~
Het apparaat is uitsluitend bestemd voor het ontdooien, koken,
~
grilleren, bakken, braden, inmaken en drogen van voedingsmid delen. Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn.
Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die in
~
staat zijn het apparaat veilig te bedienen en die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing! De personen die het apparaat bedienen, moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bediening.
-
6
Page 7
Kinderen
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu
~
rend toezicht houdt.
Kinderen vanaf acht jaar mogen het apparaat alleen zonder toe
~
zicht gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten be dienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bediening.
Kinderen mogen het apparaat niet zonder toezicht reinigen of on
~
derhouden.
Houd kinderen in de gaten, wanneer zij zich in de buurt van het
~
apparaat bevinden. Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
Verstikkingsgevaar! Kinderen kunnen zich tijdens het spelen in
~
verpakkingsmateriaal wikkelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaal over hun hoofd trekken en stikken. Houd verpakkingsmaterialen bij kinderen vandaan.
-
-
-
-
7
Page 8
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Verbrandingsgevaar!
~
De huid van kinderen is gevoeliger voor hoge temperaturen dan de huid van volwassenen. Het apparaat wordt heet bij het deurglas, het bedieningspaneel en bij de openingen waar de ovenlucht vrijkomt. Zorg dat kinderen uit de buurt van het apparaat blijven als het in ge bruik is.
Verwondingsgevaar!
~
De deur mag met maximaal 15 kg worden belast. Kinderen kunnen zich aan de geopende deur verwonden. Voorkom dat kinderen op de geopende deur gaan staan of zitten of eraan gaan hangen.
-
8
Page 9
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Technische veiligheid
Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en repa
~
ratiewerkzaamheden kunnen grote risico’s voor de gebruiker ont staan. Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door vakmensen uitvoeren die door Miele zijn geautoriseerd.
Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.
~
Controleer het voor de inbouw op zichtbare schade. Neem een be schadigd apparaat nooit in gebruik.
De oven kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, als hij op
~
het openbare elektriciteitsnet is aangesloten.
De elektrische veiligheid van de oven is uitsluitend gegaran-
~
deerd, als hij wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol­gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda­mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan. Laat de elek­trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren.
De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatje
~
van de oven moeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnet overeenkomen, om beschadiging van het apparaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
-
-
-
Met een stekkerdoos of verlengsnoer kan een veilig gebruik van
~
het apparaat niet worden gewaarborgd (brandgevaar). Sluit de oven hiermee niet op het elektriciteitsnet aan.
Gebruik de oven alleen als hij is ingebouwd, zodat de veiligheid
~
is gewaarborgd.
Dit apparaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals een
~
boot) worden gebruikt.
9
Page 10
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanning
~
staan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen worden veranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toe leiden dat de oven niet meer goed functioneert. Open nooit de ommanteling van het apparaat.
De garantie vervalt als het apparaat niet wordt gerepareerd door
~
een technicus die door Miele is geautoriseerd.
Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderde
~
len worden vervangen. Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij ga randeren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen.
Als het apparaat zonder aansluitkabel wordt uitgeleverd of als
~
een beschadigde kabel moet worden vervangen, moet voor de aan­sluiting een speciale kabel worden gebruikt. Alleen een vakman die door Miele is geautoriseerd, mag de kabel aansluiten (zie "Elek­trische aansluiting").
Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden dient het
~
apparaat spanningsvrij te worden gemaakt, bijvoorbeeld als de ver­lichting defect is (zie ook het hoofdstuk "Nuttige tips "). Ga hiervoor als volgt te werk:
–
schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of
–
draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of
–
trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos. Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.
-
-
10
Page 11
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Voor een correcte werking van het apparaat moet voldoende
~
koellucht worden aangevoerd. De aanvoer van koellucht mag niet worden belemmerd (bijvoorbeeld door inbouw van warmtewerende lijsten in de keukenkast). Andere warmtebronnen (zoals een open haard) mogen de benodigde koellucht niet te veel verwarmen.
Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag de
~
deur niet worden gesloten als u het apparaat gebruikt. Achter een gesloten deur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnen het apparaat, de kast en de vloer beschadigd raken. Sluit de deur pas als het apparaat volledig is afgekoeld.
11
Page 12
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Veilig gebruik
Verbrandingsgevaar!
,
Het apparaat wordt bij gebruik heet. U kunt zich branden aan de verwarmingselementen, de oven wanden, het voedingsmiddel en de accessoires. Draag altijd ovenwanten als u hete gerechten in het apparaat zet of eruit haalt of als u in het apparaat bezig bent.
Voorwerpen in de buurt van het ingeschakelde apparaat kunnen
~
door de hoge temperaturen vlam vatten. Gebruik het apparaat nooit om er een ruimte mee te verwarmen.
Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-
~
raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus een brand met olie of vet nooit met water. U dooft vlammen in het apparaat door de deur gesloten te houden.
Bij te lange bereidingstijden drogen de voedingsmiddelen uit en
~
kunnen zelfs ontbranden. Houdt u zich aan de aanbevolen bereidingstijden.
-
12
Page 13
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Sommige voedingsmiddelen drogen snel uit en kunnen door
~
hoge grilleertemperaturen vlam vatten. Gebruik ovenfuncties met grill daarom niet voor het afbakken van broodjes of brood en voor het drogen van bloemen of kruiden. Gebruik hiervoor de ovenfunctie "Hetelucht plus U" of "Boven-Onderwarmte V".
Als u bij de bereiding van voedingsmiddelen alcoholhoudende
~
dranken gebruikt, moet u er rekening mee houden dat alcohol bij hoge temperaturen verdampt en op hete oppervlakken kan ontste ken.
-
Als u de restwarmte voor het warmhouden van gerechten wilt ge
~
bruiken, kan door hoge luchtvochtigheid en condenswater corrosie in het apparaat ontstaan. Ook het bedieningspaneel, het werkblad en de keukenkast kunnen beschadigd raken. Schakel het apparaat in geen geval uit, maar stel de laagste tempe­ratuur van de gekozen ovenfunctie in. De ventilator blijft dan inge­schakeld.
Gerechten die in de ovenruimte worden warmgehouden of be-
~
waard, kunnen uitdrogen. Het vrijkomende vocht kan in het apparaat corrosie veroorzaken. Dek gerechten daarom af.
Door warmteophoping kan email barsten of loslaten.
~
Leg dan ook nooit aluminiumfolie of een andere beschermfolie op de bodem van het apparaat. Zet ook geen pannen, schalen of bak platen op de bodem.
Het email van de bodem kan door het verschuiven van voor
~
werpen beschadigd raken. Als u pannen in de ovenruimte bewaart, schuif deze dan niet over de bodem heen en weer.
-
-
-
13
Page 14
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Wanneer een koude vloeistof op een heet oppervlak wordt gego
~
ten, ontstaat damp die verbrandingen kan veroorzaken. Daarnaast kunnen hete geëmailleerde oppervlakken door het plotselinge tem peratuurverschil beschadigd raken. Giet nooit koude vloeistoffen rechtstreeks op de hete geëmailleerde oppervlakken.
Het is belangrijk dat de temperatuur in het gerecht gelijkmatig
~
wordt verdeeld en hoog genoeg is. Roer het gerecht daarom regel matig door of keer het.
Kunststof serviesgoed dat niet ovenbestendig is, smelt bij hoge
~
temperaturen, kan het apparaat beschadigen en vlam vatten. Gebruik alleen kunststof serviesgoed dat ovenbestendig is. Neem de aanwijzingen van de betreffende fabrikant in acht.
In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken of
~
verwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbarsten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgesloten blik­ken en dergelijke in te maken of te verwarmen.
-
-
-
U kunt zich aan de open ovendeur verwonden of erover
~
struikelen. Laat de deur daarom niet onnodig open staan.
De deur mag met maximaal 15 kg worden belast.
~
Ga nooit op de geopende deur staan of zitten. Plaats er ook geen zware voorwerpen op. Er mag ook niets tussen de deur en de oven ruimte vastgeklemd raken. De oven kan anders beschadigd raken.
14
-
Page 15
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Reiniging en onderhoud
De stoom van een stoomreiniger kan in aanraking komen met de
~
len die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken. Gebruik voor de reiniging nooit een stoomreiniger.
Door krassen kunnen de glasplaten van de deur beschadigd ra
~
ken. Gebruik voor de reiniging van de glasplaten dan ook geen schuur middelen, geen harde sponzen of borstels en geen metalen schrapers.
De geleiderails kunnen voor reinigingsdoeleinden worden verwij-
~
derd (zie "Reiniging en onderhoud"). Plaats de geleiderails na afloop correct terug en gebruik het appa­raat nooit zonder ingebouwde geleiderails.
De katalytisch geëmailleerde achterwand kan voor reinigings-
~
doeleinden worden verwijderd (zie "Reiniging en onderhoud"). Plaats de achterwand na afloop correct terug en gebruik het appa­raat nooit zonder ingebouwde wand.
-
-
-
Accessoires
Gebruik uitsluitend originele Miele-onderdelen. Als andere onder
~
delen worden aan- of ingebouwd, kan geen beroep worden gedaan op bepalingen met betrekking tot de garantie en de productaan sprakelijkheid.
-
-
15
Page 16
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpak kingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belas ting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Hergebruik van het verpakkingsmateri aal remt de afvalproductie en het ge bruik van grondstoffen. Vaak neemt de leverancier de verpak king terug. Als u de verpakking zelf wegdoet, informeer dan bij de reini gingsdienst van uw gemeente waar u die kunt afgeven.
-
-
-
-
-
Het afdanken van een apparaat
Oude elektrische en elektronische ap paraten bevatten meestal nog waarde volle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en vei lig te laten functioneren. Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone afval
­doet of er op een andere manier niet goed mee omgaat, kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu.
Verwijder uw oude apparaat dan ook nooit samen met het gewone afval, maar lever het in bij een gemeentelijk inzameldepot voor elektrische en elek­tronische apparatuur. Vraag uw hande laar indien nodig om inlichtingen.
-
-
-
-
16
Het afgedankte apparaat moet buiten het bereik van kinderen worden opge slagen.
-
Page 17
Overzicht oven
a Bedieningselementen oven
b Verwarmingselement voor "Bovenwarmte"/"Grilleren"
c Katalytisch gecoate achterwand met aanzuigopeningen voor de ventilatoren
d Geleiderails met 3 niveaus
e Frontgedeelte met typeplaatje
f Deur
17
Page 18
Bedieningselementen oven
a Functieschakelaar
b Klok
c Temperatuurschakelaar
18
Page 19
Bedieningselementen oven
Functieschakelaar
Met de functieschakelaar kiest u de ovenfuncties en schakelt u de ovenver lichting apart in.
U kunt de schakelaar links- en rechts om draaien. In de stand 0 kunt u de schakelaar verzinken door erop te drukken.
Ovenfuncties
T Verlichting V Boven-Onderwarmte X Onderwarmte Y Grill
S Snelopwarmen
U Hetelucht plus \ Circulatiegrill K Gratineren
Temperatuurschakelaar
Met de temperatuurschakelaar stelt u de temperaturen voor de bereidingen in.
Klok
Voor de bediening van de klok gebruikt u het display en de toetsen V,OKen
­W.
-
Display
In het display verschijnt de dagtijd of worden uw instellingen weergegeven.
De lichtsterkte neemt iets af als u geen instellingen uitvoert.
Meer informatie vindt u in het hoofdstuk "Klok".
Toetsen
De apparaten zijn voorzien van druk­toetsen.
U kunt de schakelaar tot de aanslag naar rechts draaien en weer terug. In de stand ß kunt u de schakelaar verzinken door erop te drukken.
Het temperatuurbereik vindt u bij de temperatuurschakelaar en op het dis play.
-
19
Page 20
Uitvoering
Type-aanduiding
Een overzicht van de ovens die in deze handleiding worden beschreven, vindt u op de achterkant van het boekje.
Typeplaatje
Het typeplaatje bevindt zich achter de deur, op het frontgedeelte.
Hier vindt u de type-aanduiding van uw oven, het fabricagenummer en de aan sluitgegevens (spanning/frequen tie/maximale aansluitwaarde).
Zorg dat u deze informatie bij de hand heeft, als u vragen of problemen heeft. Miele kan u dan gericht verder helpen.
-
Bijgeleverd
Het volgende wordt bijgeleverd:
– De gebruiks- en montagehandleiding
van de oven.
– Schroeven voor de bevestiging van
de oven in de keukenkast.
Bijgeleverde en bij te bestellen accessoires
De uitvoering is afhankelijk van het model! Een oven beschikt altijd over geleide rails, een universele bakplaat en een rooster. Afhankelijk van het model kan de oven ook van de hierna genoemde accessoires zijn voorzien.
-
Alle genoemde accessoires, reinigings­en onderhoudsmiddelen zijn op het Miele-apparaat afgestemd.
U kunt deze producten via internet (www. miele-shop.com), bij Miele of bij uw Miele-vakhandelaar bestellen.
Vermeld bij uw bestelling altijd de type­aanduiding van uw apparaat en de aanduiding van de gewenste accessoi­res.
-
–
Diverse accessoires.
20
Page 21
Uitvoering
Geleiderails
In de ovenruimte bevinden zich rechts en links de geleiderails met de niveaus ³ voor het inschuiven van de acces soires.
De aanduiding van de niveaus vindt u op het frontgedeelte van de ovenruim te.
Elk niveau bestaat (rechts en links) uit twee spijlen:
De accessoires (zoals het rooster)
–
schuift u tussen de spijlen in de ovenruimte.
– De FlexiClip-geleiders (indien aan-
wezig) plaatst u op de onderste spij­len.
U kunt de geleiderails voor reinigings­doeleinden verwijderen (zie "Reiniging en onderhoud").
Universele bakplaat en rooster met uittrekbeveiliging
Aan de korte kanten van deze onderde len bevindt zich in het midden de uit trekbeveiliging. Deze beveiliging voorkomt dat u de
­accessoires helemaal uit de geleide
rails trekt, terwijl u ze slechts gedeelte lijk wilde uittrekken.
-
-
-
-
-
Universele bakplaat:
Rooster:
Schuif deze onderdelen altijd tussen de spijlen van een niveau in de oven.
Schuif het rooster altijd met het opzetgedeelte naar beneden in de oven.
Bij het inschuiven moet de uittrekbe veiliging zich aan de achterkant be vinden.
Als u het rooster op de universele bak plaat legt, schuift u de bakplaat tussen de spijlen van een niveau. Het rooster komt er dan automatisch boven.
-
-
-
21
Page 22
Uitvoering
FlexiClip-geleiders
U kunt de FlexiClip-geleiders op elk ni veau aanbrengen.
Schuif de FlexiClip-geleiders eerst helemaal in de ovenruimte, voordat u er accessoires op zet. De acces soires worden dan automatisch tus sen de opstaande lipjes aan de voor- en achterkant geplaatst. De onderdelen kunnen nu niet meer val­len.
-
FlexiClip-geleiders plaatsen en verwijderen
Verbrandingsgevaar!
,
De verwarmingselementen moeten zijn uitgeschakeld. De ovenruimte moet zijn afgekoeld.
De geleiders moeten tussen de spijlen
­van een niveau worden geplaatst.
Bevestig de geleider met de merknaam "Miele" aan de rechter kant.
-
Trek de geleiders niet uit tijdens het plaatsen of verwijderen.
De geleiders mogen met maximaal 15 kg worden belast.
22
^ Haak de FlexiClip-geleider aan de
voorkant van de onderste spijl van een niveau in (1.) en schuif de gelei der langs de spijl in de ovenruimte (2.).
-
Page 23
Grill- en braadplaat
Uitvoering
Klik de geleider op de onderste spijl
^
van het niveau vast (3.).
Als de geleiders na de plaatsing blokkeren, moet u ze een keer krachtig uittrekken.
Om de FlexiClip-geleiders te verwijde­ren, gaat u als volgt te werk:
^ Schuif de FlexiClip-geleider helemaal
naar binnen.
^
Til de geleider aan de voorkant op (1.) en trek deze langs de spijlen van het niveau naar buiten (2.).
Deze plaat wordt in de universele bak plaat gelegd. Tijdens grilleren en braden beschermt de plaat het vleessap in de bakplaat te gen verbranden. U kunt het vleessap dan nog voor andere doeleinden ge bruiken.
Het geëmailleerde oppervlak is PerfectClean-veredeld.
Ronde bakvorm HBF 27-1
Deze ronde vorm is ideaal voor pizza's, plat gebak van gist- of roerdeeg, zoete en hartige taarten, gegratineerde des­serts, plat brood en dergelijke, alsmede voor het afbakken van diepvriesgebak en -pizza's.
Het geëmailleerde oppervlak is PerfectClean-veredeld.
-
-
-
23
Page 24
Uitvoering
Gourmetsteen HBS 60
Diepte: 22 cm Diepte: 35 cm
HUB61-22 HUB62-22*
HUB 61-35**
Met de gourmetsteen bereikt u een op timaal bakresultaat bij gerechten die een krokante bodem moeten hebben, zoals pizza, quiche, brood, broodjes en hartig gebak. De gourmetsteen is van vuurvaste kera miek en heeft een glazuurlaag. De steen wordt op het rooster gelegd. Bij de gourmetsteen hoort een spatel van onbehandeld hout, waarmee u de gerechten op de steen legt en na af­loop weer verwijdert.
Braadpan HUB en deksel HBD
U plaatst de Miele-braadpannen op het rooster. Het oppervlak van de braadpannen heeft een anti-aanbaklaag.
De pannen zijn verkrijgbaar in de dieptematen 22 cm en 35 cm. De breedte en de hoogte zijn gelijk.
Voor de braadpannen zijn deksels ver krijgbaar.
Vermeld bij aanschaf de type-aan duiding.
-
-
HBD60-22 HBD60-35
-
* Geschikt voor inductiekookplaten
** U kunt de braadpan HUB 61-35 niet
samen met het deksel in de oven­ruimte plaatsen. De totale hoogte overschrijdt dan de hoogte van de ovenruimte.
Katalytisch geëmailleerde accessoi­res
Achterwand Bestel dit onderdeel als het katalytische email door onjuist gebruik of ernstige verontreiniging niet meer goed werkt.
­Vermeld bij uw bestelling altijd de type-
aanduiding van uw apparaat.
Miele-microvezeldoek
24
Met een microvezeldoekje kunt u lichte verontreinigingen en vingerafdrukken eenvoudig verwijderen.
Miele-ovenreiniger
Met de ovenreiniger kunt u ook hard nekkige verontreinigingen verwijderen. De ovenruimte hoeft hiervoor niet te worden verwarmd.
-
Page 25
Uitvoering
Ovenelektronica
Door de elektronica van het apparaat is het mogelijk de verschillende ovenfunc ties te gebruiken voor bakken, braden en grilleren.
Bij modellen met een (schakel-) klok kunt u de elektronica ook gebruiken
voor de dagtijdweergave,
–
als kookwekker,
–
voor het automatisch in- en uitscha
–
kelen van het apparaat,
voor het invoeren van individuele in
–
stellingen.
-
Beveiligingen
Vergrendeling 0 van het apparaat
­De vergrendeling voorkomt dat de oven door anderen wordt gebruikt of onbe doeld wordt ingeschakeld (zie "Klok – Instellingen wijzigen – P3"). Als de vergrendeling is ingeschakeld, verschijnt het symbool 0.
Koelventilator
De ventilator wordt bij elke bereiding automatisch ingeschakeld. De ventila
-
tor mengt de hete ovenlucht met de lucht uit de keuken. Zo wordt de oven­lucht afgekoeld, voordat deze tussen de deur en het bedieningspaneel vrij­komt.
De ventilator blijft na een bereiding nog enige tijd ingeschakeld, om te voor­komen dat er vocht in de ovenruimte, op het bedieningspaneel of in de in­bouwkast neerslaat. De ventilator wordt automatisch na kor­te tijd uitgeschakeld.
-
-
Luchtgekoelde deur
De deur is uit glasplaten opgebouwd die deels voorzien zijn van een warmte reflecterende coating.
Als de oven in gebruik is, wordt extra lucht door de deur geleid, zodat de bui tenste glasplaat koel blijft.
U kunt de deur voor reinigingsdoelein den verwijderen en verder uit elkaar ha len (zie "Reiniging en onderhoud").
-
-
-
-
25
Page 26
Uitvoering
PerfectClean-veredelde opper vlakken
PerfectClean-veredelde oppervlakken hebben zeer goede anti-aanbakeigenschappen en zijn heel eenvoudig te reinigen.
Na het bakken of braden laat het ge recht gemakkelijk los en verontreini gingen kunt u eenvoudig verwijderen.
Op PerfectClean kunt u uw gerechten in stukken snijden en verdelen.
Gebruik geen keramische messen op PerfectClean-veredelde opper­vlakken, omdat deze krassen kun­nen veroorzaken.
PerfectClean-veredelde oppervlakken zijn, wat de reiniging betreft, vergelijk­baar met glas.
Volg de aanwijzingen in het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud", zodat de voordelen van de anti-aanbaklaag en de eenvoudige reiniging behouden blij ven. PerfectClean-veredeld zijn: –
de ovenruimte,
–
de universele bakplaat,
–
de grill- en braadplaat,
–
de ronde bakvorm.
-
-
Katalytisch geëmailleerde
­oppervlakken
De achterwand van de ovenruimte is voorzien van katalytisch email. Dankzij dit speciale email worden olie- en vet spatten bij hoge temperaturen vanzelf verwijderd.
Neem de aanwijzingen in acht uit het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud".
-
-
26
Page 27
Eerste ingebruikneming
Vóór het eerste gebruik
U mag het apparaat alleen ge
,
bruiken als het is ingebouwd.
Druk op de functie- en de tempera
^
tuurschakelaar, zodat deze naar bui ten komen (als de schakelaars nog verzonken zijn).
U kunt de dagtijd alleen wijzigen als de functieschakelaar op 0 staat.
Stel bij ovens met klok de dagtijd in.
^
Het voor het eerst instellen van de dagtijd
­De dagtijd wordt in het 24-uurs-formaat
weergegeven.
-
-
:
i2 00
Na de aansluiting op de netspanning knippert de waarde i2:00 in het display.
U stelt de dagtijd bloksgewijs in. Eerst de uren, dan de minuten.
^ Druk op OK.
Het cijferblok voor de uren knippert.
^ Stel met V of W de uren in.
^ Druk op OK.
De uren worden opgeslagen en het cijferblok voor de minuten knippert.
^ Stel met V of W de minuten in.
^
Druk op OK.
De dagtijd wordt opgeslagen.
U kunt de dagtijd ook in een 12-uurs-formaat laten weergeven. Kies hiervoor bij de instelling P2de status i2 (zie "Klok – Instellingen wijzigen").
27
Page 28
Eerste ingebruikneming
Oven voor het eerst opwarmen
Als u de oven voor het eerst opwarmt, kunnen er onaangename geurtjes ont staan. Als u de lege oven gedurende minimaal één uur verhit, verdwijnen deze geurtjes snel.
Zorg daarbij voor een goede ventila tie van de keuken. U voorkomt zo dat de geurtjes in andere vertrekken te ruiken zijn.
Verwijder eventueel aanwezige stic
^
kers en beschermfolie uit de oven en van de accessoires.
^ Haal de accessoires uit het apparaat
en reinig deze grondig (zie "Reiniging en onderhoud").
^ Reinig de ovenruimte voor het opwar-
men met een vochtige doek. U ver­wijdert zo stof en eventuele verpakkingsresten.
^ Kies de ovenfunctie "Hetelucht
plus U".
-
-
-
Reinig de ovenruimte met warm wa
^
ter, afwasmiddel en een schoon sponsdoekje of met een schoon, vochtig microvezeldoekje.
Wrijf alles daarna met een zachte
^
doek droog.
Sluit de deur pas als de ovenruimte droog is.
-
De ovenverwarming, de verlichting en de ventilator worden ingeschakeld.
^
Stel de maximale temperatuur in (250 °C).
^
Verhit de ovenruimte gedurende mi nimaal een uur.
^
Zet na het opwarmen de functiescha kelaar op 0 en de temperatuurscha kelaar op ß.
,
Verbrandingsgevaar! Laat de ovenruimte voor de hand matige reiniging eerst afkoelen.
28
-
-
-
-
Page 29
Overzicht ovenfuncties
Voor de bereiding van gerechten kunt u uit diverse functies kiezen.
Afhankelijk van de ovenfunctie worden de verwarmingselementen en de venti lator op een bepaalde manier gecombi neerd (zie de gegevens tussen haak jes).
Boven-Onderwarmte V
(verwarmingselement "Bovenwarm te"/"Grilleren" + "Onderwarmte")
Voor het bakken en braden van traditio nele recepten, voor het bereiden van soufflés en voor koken op lage tempe­raturen.
Kies voor het bereiden van recepten uit oude kookboeken een temperatuur die 10 °C lager is dan in het recept staat aangegeven. De bereidingstijd veran­dert niet.
Onderwarmte X
(verwarmingselement "Onderwarmte")
-
-
Snelopwarmen S
(verwarmingselement "Bovenwarm te"/"Grilleren" + verwarmingselement "Onderwarmte" + ringvormig verwar
­mingselement + ventilator)
-
Voor het snel opwarmen van de oven ruimte. Wissel vervolgens naar de ovenfunctie die u voor de bereiding wilt gebruiken.
Hetelucht plus U
(ringvormig verwarmingselement + ven
­tilator)
Voor bakken en braden. U kunt meer­dere niveaus tegelijk gebruiken. U kunt met lagere temperaturen werken dan bij "Boven-Onderwarmte V", om­dat de ventilator de warmte meteen over het voedingsmiddel verdeelt.
Circulatiegrill \
(verwarmingselement "Bovenwarm­te"/"Grilleren" + ventilator)
-
-
-
-
Kies deze functie tegen het einde van de bereidingstijd, als het voedingsmid del aan de onderkant bruiner moet wor den.
Grill Y
(verwarmingselement "Bovenwarm te"/"Grilleren")
Voor het grilleren van plat vlees (bij voorbeeld steaks) en voor bruineren.
-
-
Voor het grilleren van gerechten met een grote diameter, zoals een rollade of
­een kip. U kunt met lagere temperatu
-
ren werken dan bij "Grill Y", omdat de ventilator de warmte meteen over het voedingsmiddel verdeelt.
Gratineren K
(ringvormig verwarmingselement + ven tilator)
Voor het bereiden van vlees.
In deze ovenfunctie wordt de ovenver lichting niet ingeschakeld.
-
-
-
29
Page 30
Tips om energie te besparen
Bereidingsprocessen
Haal alle accessoires uit de oven die
^
niet voor een bereiding nodig zijn.
Verwarm de oven alleen voor als dat
^
in het recept of de bereidingstabel staat.
Open de deur niet onnodig tijdens
^
een bereiding.
Kies in het algemeen de laagste tem
^
peratuur uit het recept of de bereidingstabel en controleer het product na de kortste tijd.
^ Gebruik bij voorkeur matte, donkere
bakvormen en ovenschalen van niet­reflecterende materialen (geëmail­leerd staal, hittebestendig glas, ge­goten aluminium).). Blanke materia­len zoals roestvrij staal of aluminium reflecteren de warmte, zodat deze het gerecht slechter bereikt. Bedek de bodem van de ovenruimte of het rooster ook nooit met warmtereflecte­rende aluminiumfolie.
Controleer de bereidingstijd om
^
energieverspilling bij het bereiden van voedingsmiddelen te voorkomen.
Stel indien mogelijk een bereidings tijd in of gebruik een kerntempera tuurvoeler.
Voor veel gerechten kunt u de oven
^
functie "Hetelucht plus U"ge bruiken. U kunt daarmee met lagere
-
temperaturen werken dan bij "Boven-Onderwarmte V", omdat de ventilator de warmte meteen over het voedingsmiddel verdeelt. Daarnaast kunt u meerdere niveaus gelijktijdig gebruiken.
^ Gebruik voor grillgerechten zoveel
mogelijk de ovenfunctie "Circulatiegrill \". U grilleert dan met lagere temperaturen dan bij an­dere grilleerfuncties op maximale temperatuur.
^ Bereid zo mogelijk altijd meerdere
gerechten gelijktijdig. Plaats deze naast elkaar of op meerdere niveaus.
-
-
-
-
30
^
Kook gerechten, die u niet gelijktijdig kunt bereiden, zo mogelijk direct na elkaar, zodat u de al aanwezige warmte gebruikt.
Page 31
Benutting restwarmte
Bij bereiding met temperaturen bo
^
ven 140 °C en bereidingstijden van meer dan 30 minuten kunt u de tem peratuur ca. 5 minuten voor het einde van de bereiding tot de minimaal in stelbare temperatuur verlagen. De aanwezige restwarmte is voldoende om de bereiding te voltooien. De koelventilator en, afhankelijk van de ovenfunctie, de heteluchtventilator blijven ingeschakeld. Schakel de bakoven echter in geen geval uit (zie het hoofdstuk "Veiligheidsinstruc ties").
^ Wilt u de katalytisch geëmailleerde
delen reinigen? Start het reinigen dan bij voorkeur direct na een bereiding. De aanwezige restwarmte vermindert het energieverbruik.
-
Tips om energie te besparen
-
-
-
31
Page 32
Bediening
Eenvoudig gebruik
Plaats het voedingsmiddel in de
^
oven.
Kies met de functieschakelaar de ge
^
wenste ovenfunctie.
De ovenverlichting en de ventilator wor den ingeschakeld.
Stel met de temperatuurschakelaar
^
de temperatuur in.
De ovenverwarming schakelt in en het controlelampje voor de temperatuur 6 verschijnt naast de dagtijd in het dis play:
-
:
i2 35
Het controlelampje 6 brandt als de ovenverwarming ingeschakeld is.
Zodra de gekozen temperatuur is be­reikt,
6
Na de bereiding:
Zet de functieschakelaar op 0 en de
^
temperatuurschakelaar op ß.
Haal het voedingsmiddel uit de oven.
^
-
Koelventilator
­Om te voorkomen dat er vocht in de
ovenruimte, op het bedieningspaneel of in de keukenkast neerslaat, blijft de ventilator na een bereiding nog enige tijd ingeschakeld.
De ventilator wordt na een bepaalde tijd automatisch uitgeschakeld.
–
wordt de ovenverwarming uitgescha keld,
–
dooft het controlelampje voor de temperatuur.
De temperatuurregeling van het appa raat zorgt ervoor dat de ovenverwar ming en het controlelampje weer wor den ingeschakeld, zodra de tempera tuur onder de ingestelde waarde daalt.
32
-
-
-
-
-
Page 33
Bediening
Voorverwarmen
U hoeft de ovenruimte slechts bij weinig bereidingen voor te verwarmen.
De meeste gerechten kunt u in de kou de oven zetten. Zo benut u ook de warmte van de opwarmfase.
Bij de volgende bereidingen en oven functies moet u de oven wel voorver warmen:
Hetelucht plus U,
Donker brooddeeg.
–
Rosbief en filet.
–
Boven-Onderwarmte V
– Gebak met een korte baktijd (tot ca.
30 minuten).
– Fijne deegsoorten, bijvoorbeeld bis-
cuit.
– Donker brooddeeg.
– Rosbief en filet.
-
-
Snelopwarmen
Gebruik voor pizza en gevoelige deegsoorten (zoals biscuit en koek
-
jes) niet de ovenfunctie "Snelopwarmen S" om de oven voor te verwarmen, anders wordt de bovenkant van deze producten te snel bruin.
Kies de ovenfunctie
^
"Snelopwarmen S".
Stel de temperatuur in.
^
Stel de gewenste ovenfunctie in, na
^
dat het controlelampje voor de tem­peratuur 6 de eerste keer dooft.
^ Plaats het voedingsmiddel in de
oven.
-
-
33
Page 34
Klok
De klok kan
de dagtijd aangeven.
–
als kookwekker worden gebruikt.
–
de oven automatisch in- of uitscha
–
kelen.
voor het wijzigen van diverse instel
–
lingen P worden gebruikt.
Voor de bediening van de klok gebruikt u het display en de toetsen V,OKen W.
Aan de beschikbare functies zijn sym bolen toegewezen.
-
-
-
Display
N
:
20T00
0S6
Symbolen in het display
Afhankelijk van de stand van de func­tieschakelaar V en/of het indrukken van een toets verschijnen de volgende symbolen:
Symbool/functie V
N Kookwekker Willekeu
rig
T Bereidingstijd
-
S Einde bereidingstijd
6 Controlelampje tempe
ratuur
P Instelling
S Status van een instel
ling
0 Vergrendeling
Oven
functie
-
-
0
U kunt een functie alleen instellen of wijzigen als de functieschakelaar op de betreffende stand staat.
Toetsen
Toets Functie
V
W
OK – Functies oproepen
De uren, minuten en seconden stelt u met de toets V of W in (in stappen van
1). Als u de toetsen ingedrukt houdt, ver springt de tijd versneld.
-
Functies oproepen
–
Functies markeren
–
Tijden verkorten
–
Instellingen P oproepen
–
Status S van een instelling P
–
wijzigen
Functies oproepen
– – Functies markeren – Tijden verlengen – Status S van een instelling P
wijzigen
– Ingestelde tijden en gewij-
zigde instellingen opslaan
– Ingestelde tijden oproepen
-
34
Page 35
Klok
Principe
U stelt de tijden bloksgewijs in:
bij de dagtijd en bij bereidingstijden
–
eerst de uren en dan de minuten,
bij een kookwekkertijd eerst de minu
–
ten en dan de seconden.
Druk daartoe op een willekeurige
^
toets.
De functies verschijnen die bij de stand van de functieschakelaar horen (N, T, S).
Markeer met V of W de gewenste
^
functie.
Het betreffende symbool knippert ge­durende ca. 15 seconden.
^ Druk op OK, terwijl het symbool nog
knippert.
De functie wordt opgeroepen en het lin­ker cijferblok begint te knipperen.
U kunt een tijd invoeren, zolang het cijferblok knippert. Als de tijd verstre ken is, moet u eerst de functie weer oproepen.
-
Weergave van de tijden
Als u tijden heeft ingesteld, ziet u dat aan de symbolen N, T of S.
Als u tegelijk de functies kookwek­ker N, bereidingstijd T en einde berei
­dingstijd S gebruikt, wordt de tijd
weergegeven die u het laatst heeft in gesteld.
Als u een bereidingstijd heeft ingesteld, kan de dagtijd niet worden weergege ven.
Na afloop van de tijden
– knippert het betreffende symbool.
– hoort u een signaal als deze functie
is ingeschakeld (zie "Klok – Instel­lingen wijzigen").
^ Druk op OK.
De akoestische en optische signalen worden uitgezet.
-
-
-
^
Stel met V of W de gewenste waarde in.
^
Druk op OK.
Het rechtse cijferblok begint te knippe ren.
^
Stel met V of W de gewenste waarde in.
^
Druk op OK.
De ingestelde tijd wordt opgeslagen.
-
35
Page 36
Klok
Kookwekker N gebruiken
De kookwekker kunt u onder meer ge bruiken als u iets buiten de oven be reidt, bijvoorbeeld als u eieren kookt.
U kunt de kookwekkertijd ook ge bruiken als u al tijden voor het automa tisch in- of uitschakelen van de oven heeft ingesteld (bijvoorbeeld om u er aan te herinneren dat u na een be paalde tijd kruiden wilt toevoegen of vlees wilt besprenkelen).
U kunt een kookwekkertijd van maxi maal 99 minuten en 59 seconden instel len.
Kookwekkertijd instellen
Voorbeeld: U wilt eieren koken en stelt een tijd in van 6 minuten en 20 seconden.
-
-
-
-
-
Als u eerst één keer op V drukt, ver
­schijnen er twee streepjes. Als u op
nieuw drukt, verschijnt de maximale waarde voor het cijferblok: 99.
-
N
:
06 00
Stel met V of W de minuten in.
^
Druk op OK.
^
­De minuten worden opgeslagen en het
cijferblok voor de seconden knippert.
N
:
06 20
-
-
N
:
000
^
Druk zo vaak op de toets V totdat het symbool N gaat knipperen.
^
Druk op OK.
N
:
00 00
^
De waarde 00:00 verschijnt en het cijferblok voor de minuten knippert.
36
^ Stel met V of W de seconden in.
^ Druk op OK.
N
:
600
De kookwekkertijd wordt opgeslagen en loopt in seconden af.
Het symbool N geeft aan dat u een kookwekkertijd heeft ingesteld.
Page 37
Klok
Na afloop van de kookwekkertijd
knippert N.
–
begint de tijd op te lopen.
–
hoort u ca. 7 minuten een signaal als
–
deze functie is ingeschakeld (zie "Klok – Instellingen wijzigen").
Druk op OK.
^
De akoestische en optische signalen worden uitgezet.
Als u geen bereidingstijden heeft inge steld, verschijnt de dagtijd.
Kookwekkertijd wijzigen
^ Druk zo vaak op de toets V totdat het
symbool N gaat knipperen.
De ingestelde kookwekkertijd ver­schijnt.
^ Druk op OK.
Het cijferblok voor de minuten knippert.
^
Stel met V of W de minuten in.
^
Druk op OK.
Het cijferblok voor de seconden knip pert.
^
Stel met V of W de seconden in.
-
Kookwekkertijd wissen
Druk zo vaak op de toets V totdat het
^
symbool N gaat knipperen.
Druk op OK.
^
Het cijferblok voor de minuten knippert.
Verlaag het aantal minuten met de
^
toets V tot 00 of verhoog het aantal met de toets W tot 99.
Als u opnieuw op de betreffende toets
-
drukt, verschijnen in plaats van het cijferblok voor de minuten twee streep jes:
N
:
-.-00
^ Druk op OK.
Er verschijnen vier streepjes:
N
:
-.--.-
^
Druk op OK.
De kookwekkertijd wordt gewist.
Als u geen bereidingstijden heeft inge steld, verschijnt de dagtijd.
-
-
^
Druk op OK.
De gewijzigde kookwekkertijd wordt op geslagen en loopt in seconden af.
-
37
Page 38
Klok
Bereidingsproces automatisch in- en uitschakelen
U kunt het apparaat automatisch laten uitschakelen of in- en uitschakelen.
Stel hiervoor na het kiezen van de ovenfunctie en de temperatuur een be reidingstijd in of een bereidingstijd en een eindtijd (einde van de bereiding).
De maximale bereidingstijd die u voor een bereidingsproces kunt instellen, bedraagt 11 uur en 59 minuten.
Automatisch in- en uitschakelen is ide aal voor het braden van vlees. Als u een taart of brood wilt bakken, kunt u de bereiding beter niet te lang van tevoren programmeren. Het deeg kan uitdrogen en de werking van het rijsmiddel kan afnemen.
Bereidingstijd instellen
Voorbeeld: Het bakken van een taart duurt 1 uur en 5 minuten.
Plaats het voedingsmiddel in de
^
oven.
-
Kies de ovenfunctie en de tempera
^
tuur.
De ovenverwarming, de verlichting en de ventilator worden ingeschakeld.
Druk zo vaak op de toets W totdat het
^
-
symbool T gaat knipperen.
N
:
0T00
S
De waarde 0:00 verschijnt.
^ Druk op OK.
:
00T00
-
38
De waarde 00:00 verschijnt en het cijferblok voor de uren knippert.
Als u eerst één keer op V drukt, ver schijnen er twee streepjes. Als u op nieuw drukt, verschijnt de maximale waarde voor het cijferblok: ii.
-
-
Page 39
0iT00
:
Stel met V of W de uren in.
^
Druk op OK.
^
De uren worden opgeslagen en het cijferblok voor de minuten knippert.
:
0iT05
^ Stel met V of W de minuten in.
Klok
Na afloop van de bereidingstijd
verschijnt de waarde 0:00,
–
knippert "T",
–
wordt de ovenverwarming automa
–
tisch uitgeschakeld,
blijft de ventilator ingeschakeld,
–
hoort u ca. 7 minuten een signaal als
–
deze functie is ingeschakeld (zie "Klok – Instellingen wijzigen").
Druk op OK.
^
Als u op OK drukt,
– worden de akoestische en optische
signalen uitgezet,
-
^ Druk op OK.
:
iT05
De bereidingstijd wordt opgeslagen en loopt in minuten af, de laatste minuut in seconden.
Het symbool T geeft aan dat u een tijd heeft ingesteld.
– verschijnt de dagtijd,
– wordt de ovenverwarming weer inge-
schakeld.
^ Zet de functieschakelaar op 0 en de
temperatuurschakelaar op ß.
^ Haal het voedingsmiddel uit de oven.
39
Page 40
Klok
Bereidingstijd en einde bereidingstijd instellen
U kunt een bereidingstijd en een eind tijd instellen om een bereidingsproces automatisch te laten in- en uitschake len.
Een voorbeeld: Het is 11:15 uur. Een stuk vlees kan in 90 minuten worden bereid. Het vlees moet om 13:30 uur klaar zijn.
Plaats het voedingsmiddel in de
^
oven.
Kies de ovenfunctie en de tempera
^
tuur.
De ovenverwarming, de verlichting en de ventilator worden ingeschakeld.
Stel eerst de bereidingstijd in:
^ Druk zo vaak op de toets W totdat het
symbool T gaat knipperen.
-
-
-
T
:
i
Het symbool T geeft aan dat u een tijd heeft ingesteld.
Stel vervolgens het einde van de be reidingstijd in:
Druk zo vaak op de toets W totdat het
^
symbool S gaat knipperen.
30
-
:
i2 45
^ In het display verschijnt i2:45 (= actu-
ele dagtijd + bereidingstijd = ii:i5 + i:30).
^ Druk op OK.
S
^ Druk op OK.
De waarde 00:00 verschijnt en het cijferblok voor de uren knippert.
^
Stel met V of W de uren in.
^
Druk op OK.
De uren worden opgeslagen en het cijferblok voor de minuten knippert.
^
Stel met V of W de minuten in.
^
Druk op OK.
De bereidingstijd wordt opgeslagen.
40
Het cijferblok voor de uren knippert.
:
i3 45
S
^
Stel met V of W de uren in.
^
Druk op OK.
De uren worden opgeslagen en het cijferblok voor de minuten knippert.
Page 41
i3 30
:
S
Stel met V of W de minuten in.
^
Druk op OK.
^
Het einde van de bereidingstijd S wordt opgeslagen.
Klok
Bereidingstijd wijzigen
Druk zo vaak op de toets V of W tot
^
dat het symbool T gaat knipperen.
De resterende bereidingstijd verschijnt.
Druk op OK.
^
Het cijferblok voor de uren knippert.
Stel met V of W de uren in.
^
Druk op OK.
^
-
De ovenverwarming, de verlichting en de ventilator worden uitgeschakeld.
De ingestelde eindtijd verschijnt in het display.
Als de starttijd (i3:30 - i:30 = i2:00)is bereikt, worden de ovenverwarming, de verlichting en de ventilator ingescha­keld.
De ingestelde bereidingstijd T ver­schijnt en loopt in minuten af, de laatste minuut in seconden.
Het cijferblok voor de minuten knippert.
Stel met V of W de minuten in.
^
^ Druk op OK.
De gewijzigde bereidingstijd wordt op­geslagen.
41
Page 42
Klok
Bereidingstijd wissen
Druk zo vaak op de toets V of W tot
^
dat het symbool T gaat knipperen.
Druk op OK.
^
Het cijferblok voor de uren knippert.
Druk zo vaak op de toets V of W tot
^
dat twee streepjes verschijnen:
-
-
:
-.-T45
Druk op OK.
^
Er verschijnen vier streepjes:
T
-.-
^ Druk op OK.
De bereidingstijd en de eventueel inge­stelde eindtijd worden gewist.
Als u geen kookwekkertijd heeft inge steld, verschijnt de dagtijd.
De ovenverwarming, de verlichting en de ventilator worden ingeschakeld.
Als u de bereiding wilt beëindigen, gaat u als volgt te werk:
:
-.-
-
Einde bereidingstijd wissen
Druk zo vaak op de toets V of W tot
^
dat het symbool S gaat knipperen.
Druk op OK.
^
Het cijferblok voor de uren knippert.
Druk zo vaak op de toets V of W tot
^
dat twee streepjes verschijnen.
Druk op OK.
^
Er verschijnen vier streepjes:
-
-
:
-.--.-
^ Druk op OK.
Het symbool T verschijnt en de inge­stelde bereidingstijd loopt in minuten af, de laatste minuut in seconden.
Als u de bereiding wilt beëindigen, gaat u als volgt te werk:
^ Zet de functieschakelaar op 0 en de
temperatuurschakelaar op ß.
^
Haal het voedingsmiddel uit de oven.
Als u de functieschakelaar op 0 zet, worden de instellingen voor de berei dingstijd en de eindtijd gewist.
S
-
^
Zet de functieschakelaar op 0 en de temperatuurschakelaar op ß.
^
Haal het voedingsmiddel uit de oven.
42
Page 43
Dagtijd wijzigen
U kunt de dagtijd alleen wijzigen als de functieschakelaar op 0 staat.
Zet de functieschakelaar op 0.
^
Druk tegelijk op de toetsen V en W.
^
Het cijferblok voor de uren knippert.
Stel met V of W de uren in.
^
Druk op OK.
^
De uren worden opgeslagen en het cijferblok voor de minuten knippert.
^ Stel met V of W de minuten in.
^ Druk op OK.
De dagtijd wordt opgeslagen.
Na een stroomstoring moet de dag­tijd opnieuw worden ingesteld.
Klok
43
Page 44
Klok
Instellingen wijzigen
Af fabriek heeft de elektronica van uw apparaat bepaalde standaardinstel lingen (zie "Overzicht instellingen").
U wijzigt een instelling P, door de status s te wijzigen.
Zet de functieschakelaar op 0.
^
Druk zo lang op V totdat PIver
^
schijnt.
-
-
P .i
^ Als u een andere instelling wilt wij-
zigen, drukt u zo vaak op V of W tot­dat het betreffende cijfer verschijnt.
^ Druk op OK.
S .0
Ga als volgt te werk om de status te wij zigen:
Druk zo vaak op V of W totdat de ge
^
wenste status wordt weergegeven.
Druk op OK.
^
De gekozen status wordt opgeslagen en de instelling P verschijnt weer.
Als u nog meer instellingen wilt wij zigen, gaat u op dezelfde manier te werk.
Als u geen instellingen meer wilt wij zigen, gaat u als volgt te werk:
^ Wacht ca. 15 seconden, totdat de
dagtijd verschijnt.
Na een stroomstoring blijven de in­stellingen behouden.
-
-
-
-
^
De instelling wordt opgeroepen en de actuele status S verschijnt, bij voorbeeld 0.
44
-
Page 45
Overzicht instellingen
Instelling Status
PI
Volume akoestische sig nalen
P2
Tijdformaat van de dagtijd
P3
Vergrendeling van het apparaat
* Fabrieksinstelling
S0
-
SItot S30
24* De dagtijd verschijnt in het 24-uurs-formaat. I2 De dagtijd verschijnt in het 12-uurs-formaat.
S0* De vergrendeling is uitgeschakeld. SI De vergrendeling is ingeschakeld en in het dis-
Klok
Het signaal is uitgeschakeld. Het signaal is ingeschakeld.*
U kunt het volume wijzigen. Als u een status kiest, hoort u meteen het signaal dat bij deze combina tie hoort.
Als u 's middags van het 12-uurs-formaat naar het 24-uurs-formaat wisselt, moet u het cijferblok voor de uren aanpassen.
play verschijnt 0. De vergrendeling voorkomt dat de oven door an­deren wordt gebruikt of onbedoeld wordt inge­schakeld.
De vergrendeling blijft ook na een stroomstoring actief.
-
45
Page 46
Bakken
Voor een gezonde voeding dienen de voedingsmiddelen behoedzaam te worden bereid. Bak taarten, pizza's, patat en dergelijke dan ook goudgeel en niet donkerbruin.
Ovenfuncties
Afhankelijk van de bereiding kunt u de ovenfuncties "Hetelucht plus U"of "Boven-Onderwarmte V" gebruiken.
Bakvormen
Welke bakvorm u moet gebruiken, is af­hankelijk van de ovenfunctie en de be­reiding.
– Hetelucht plus U:
Gebruik een bakplaat, de universele bakplaat en bakvormen van elk ma­teriaal dat geschikt is voor ovengebruik.
– Boven-Onderwarmte V:
Gebruik bij voorkeur matte, donkere bakvormen. Gebruik geen lichte vormen van blank materiaal. Bij dergelijk materi aal wordt het voedingsmiddel in de vorm ongelijkmatig of nauwelijks bruin. Onder ongunstige omstandig heden wordt het ook niet gaar.
-
Zet bakvormen altijd op het rooster.
–
Plaats langwerpige vormen bij voor keur dwars op het rooster. Op die manier is de warmteverdeling in de vorm optimaal en bereikt u een ge lijkmatig bakresultaat.
Bak vruchtentaart en hoge plaatkoek
–
op de universele bakplaat.
Bakpapier, invetten
Miele-accessoires zoals de universele bakplaat zijn met PerfectClean veredeld (zie de rubriek "Uitvoering").
In de meeste gevallen hoeft u PerfectClean-veredelde oppervlakken niet in te vetten of met bakpapier te be­dekken.
Gebruik alleen bakpapier voor
– gebak waarbij tijdens de deegberei-
ding natronloog is toegepast (harde krakelingen en dergelijke). Natron­loog kan het PerfectClean-veredelde oppervlak aantasten.
–
deegsoorten die vanwege hun hoge eiwitgehalte gemakkelijk vastkleven, zoals deeg voor biscuit, schuimgebak of makronen.
-
–
de bereiding van diepvriesproducten op het rooster.
-
-
46
Page 47
Bakken
Opmerkingen bij de "Tabel bakken"
Temperatuur 6
Houd in principe de laagste tempera tuur aan.
Een hoge temperatuur verkort welis waar de baktijd, maar het gebak wordt vaak niet gelijkmatig bruin en onder on gunstige omstandigheden ook niet gaar.
Baktijd +
Controleer na afloop van de kortste be­reidingstijd of het gebak gaar is. Prik daartoe met een houten stokje (bij­voorbeeld een satéstokje) in het deeg. Als niets aan het stokje blijft kleven, is het gebak gaar.
-
-
Niveau ³
Welk niveau u moet gebruiken, is af hankelijk van de ovenfunctie en het aantal bakplaten.
Bij "Hetelucht plus U"
–
1 bakplaat: niveau 1 2 bakplaten: niveaus 1+3
Plaats de universele bakplaat onder
­de gewone bakplaten als u tijdens
het bakken zowel de universele bak plaat als gewone bakplaten op meer dere niveaus gebruikt.
Gebruik maximaal twee niveaus te gelijk als u vochtig gebak of taart bakt.
– Bij "Boven-Onderwarmte V"
1 bakplaat: niveau 1 of 2
-
-
-
-
47
Page 48
Bakken
Tabel bakken
Taart / cake / gebak
Roerdeeg
Zandtaart
Tulband
Muffins (1 plaat)
Small cakes (1 plaat)
Small cakes (2 platen)
Plaatcake
Marmer-, notencake (vorm)
Vruchtentaart met schuim-/bovenlaag (bakplaat)
Vruchtentaart (bakplaat)
Vruchtentaart (vorm)
Taartbodem
Koeken/koekjes (1 plaat, [2] platen)
Kneeddeeg
Taartbodem
Kruimelkoek
Koeken/koekjes (1 plaat, [2] platen)
Spritsen (1 plaat, [2] platen)
Kwarktaart Apple pie (vorm C 20 cm)
Appeltaart, afgedekt
Vruchtentaart met bovenlaag (vorm)
Hartige/zoete taart (bakplaat)
1)
1)
1)
1)
1)
De gegevens voor de aanbevolen ovenfunctie zijn vet gedrukt.
Deze tijden gelden, tenzij anders aangegeven, voor een oven die niet is voorver
-
warmd. Bij een voorverwarmde oven zijn de baktijden ca. 10 minuten korter.
Kies in het algemeen de laagste temperatuur en controleer het product na de kort ste tijd.
48
-
Page 49
6
[°C]
Bakken
UV
³ +
[min]
6
[°C]
³ +
[min]
150–160 2 65–75 150–160
2)
2 65–75
150–160 1 60–70 170–180 1 60–80
140–150 2 30–50 150–160 2 35–45
150
2)
1 20–30 160
2)
2 18–25
140 1+3 40–50 –––
150–160
2)
1 20–30 150–160 1 30–40
150–160 1 55–65 150–160 1 60–70
150–160 1 40–50 170–180 1 40–50
150–160 1 30–40 160–170 1 40–50
150–160 1 55–65 170–180
150–160 1 25–35 170–180
3)
140–150 1 [1+3
] 25–35 [30–40] 150–160
150–160 1 35–45 170–180
2)
2)
2)
2)
1 50–60
1 15–25
2 15–20
2 20–30
150–160 1 45–55 170–180 2 45–55
140–150 1 [1+3
140 1 [1+3
3)
] 20–30 160–170
3)
] 35–45 160
2)
2)
2 15–25
2 20–30
150–160 1 75–85 160–170 1 95–105
160 1 85–95 170 1 95–105
160–170 1 50–70 170–180
2)
1 50–70
150–160 1 50–70 170–180 1 50–70
–––220–230
2)
1 30–50
U Hetelucht plus / V Boven-Onderwarmte / O Intensief bakken
6 Temperatuur / ³ Niveau / + Bereidingstijd
1) De instellingen gelden ook voor onderzoek volgens EN 60350.
2) Verwarm de ovenruimte voor. Gebruik tijdens de opwarmfase niet de ovenfunctie
"Snelopwarmen S".
3) Haal een bakplaat uit de oven, zodra het product voldoende bruin is, ook als de berei dingstijd nog niet is verstreken.
-
49
Page 50
Bakken
Tabel bakken
Taart / cake / gebak
Biscuitdeeg
Taartbodem (2 eieren)
Biscuitaart (4 tot 6 eieren)
Taart van biscuitdeeg
Biscuitrol
Gistdeeg / kwark-olie-deeg
Deeg laten rijzen
Guglhupf (tulband)
Stol
Kruimelkoek
Vruchtentaart (bakplaat)
Witbrood
Volkorenbrood
Pizza (bakplaat)
Uienbrood
Deegflappen met fruit (1 plaat [2] platen)
Soezendeeg, roomsoezen (1 plaat, [2] platen)
Bladerdeeg (1 plaat, [2] platen)
Eiwitgebak, makronen (1 plaat, [2] platen)
1)
De gegevens voor de aanbevolen ovenfunctie zijn vet gedrukt.
Deze tijden gelden, tenzij anders aangegeven, voor een oven die niet is voorver
-
warmd. Bij een voorverwarmde oven zijn de baktijden ca. 10 minuten korter.
Kies in het algemeen de laagste temperatuur en controleer het product na de kort ste tijd.
50
-
Page 51
6
[°C]
Bakken
UV
³ +
[min]
6
[°C]
³ +
[min]
160–170 1 20–30 160–170
170–180 1 20–35 150–160
170 1 20–30 150–170
160–170
2)
35
150–160 1 45–55
150–160 1 45–65
1 18–25 160–170
3)
15–30 35
160–170 1 50–60
160–170 1 45–60
2)
2)
2)
2)
1 15–25
1 30–45
1 20–30
2 10–15
3)
15–30
150–160 2 35–45 170–180 2 35–45
160–170 2 40–60 170–180 2 40–60
180–190 1 35–45 190–200 1 30–40
180–190 1 55–65 200–210
170–180 2 30–40 190–200
170–180 2 30–40 180–190
4)
150–160 2 [1+2
] 25–30 160–170 2 25–30
160–170 1 [1+24)] 30–45 180–190
4)
170–180 2 [1+3
] 20–30 190–200
120–130 2 [1+34)] 25–50 120–130
2)
2)
2)
2)
2)
2)
1 45–55
2 30–40
2 25–35
2 25–35
2 20–30
2 25–45
U Hetelucht plus / V Boven-Onderwarmte / O Intensief bakken 6 Temperatuur / ³ Niveau / + Bereidingstijd
1) De instellingen gelden ook voor onderzoek volgens EN 60350.
2) Verwarm de ovenruimte voor. Gebruik tijdens de opwarmfase niet de ovenfunctie "Snelopwarmen S".
3) Leg het rooster op de bodem van de ovenruimte en zet de schaal daarop.
4) Haal een bakplaat uit de oven, zodra het product voldoende bruin is, ook als de berei dingstijd nog niet is verstreken.
-
51
Page 52
Braden
Ovenfuncties
Afhankelijk van de bereiding kunt u de ovenfuncties "Hetelucht plus U"en "Boven-Onderwarmte V" gebruiken.
Kookgerei
U kunt elk kookgerei gebruiken dat ge schikt is voor ovens:
Braadpannen, hittebestendige glazen schalen, braadfolie/braadzakken, een Römertopf, een universele bakplaat, het rooster en/of de grill- en braadplaat (indien aanwezig) op de universele bakplaat.
Wij adviseren het gebruik van een braadpan. Daarin blijft genoeg fond over voor het bereiden van een saus. Bovendien blijft de oven schoner dan bij braden op het rooster.
Opmerkingen bij de "Tabel braden"
Temperatuur 6
Kies in het algemeen de laagste tempe ratuur. Bij hogere temperaturen wordt het
­vlees weliswaar bruin, maar niet altijd
gaar.
Stel bij "Hetelucht plus U" een ca. 20 °C lagere temperatuur in dan bij "Boven-Onderwarmte V".
Hoe groter het stuk vlees, hoe lager de temperatuur. Stel de temperatuur vanaf 3 kg ca. 10 °C lager in dan in de tabel is aangegeven. Het braden duurt dan iets langer, maar het vlees wordt gelijkmatig gaar en de korst wordt niet te dik.
Stel bij braden op het rooster een tem­peratuur in die ca. 10 °C lager is dan bij braden in een braadpan.
-
52
Voorverwarmen
Voorverwarmen is meestal niet nodig, alleen bij rosbief en filet.
Page 53
Braden
Bereidingstijd +
U kunt de bereidingstijd bepalen door de dikte van de betreffende vleessoort [cm] te vermenigvuldigen met de tijd per cm [min/cm]:
Rund/wild: ........15–18 minuten/cm
Varken/kalf/lam: ....12–15 minuten/cm
Rosbief/filet: ........8–10 minuten/cm
Bij diepgevroren vlees neemt de berei dingstijd met ca. 20 minuten per kilo toe. Diepgevroren vlees met een ge wicht tot ca. 1,5 kg kunt u braden zon der het eerst te ontdooien.
Controleer na afloop van de kortste be­reidingstijd of het voedingsmiddel gaar is.
Niveau ³
Gebruik afhankelijk van de dikte van het vlees niveau 1 of 2.
-
-
-
Tips
Bruinering
Het vlees wordt pas aan het einde van de bereidingstijd bruin. Het wordt extra bruin als u halverwege de tijd het dek sel van de pan haalt.
Rusten
Haal het vlees na de bereiding uit de oven, wikkel het in aluminiumfolie en laat het ca. 10 minuten staan ("rusten"). Het vlees verliest dan minder vocht als u het snijdt.
Gevogelte braden
Het vel wordt extra knapperig als u het gevogelte 10 minuten voor het einde van de bereiding met licht gezouten water bestrijkt.
-
53
Page 54
Braden
Tabel braden
Vlees/vis
Rundvlees, ca. 1 kg
Runderfilet, ca. 1 kg
Rosbeef, ca. 1 kg
Gevogelte, 0,8–1 kg
Gevogelte, ca. 2 kg
Gevogelte, gevuld, ca. 2 kg
Gevogelte, ca. 4 kg
Wild, ca. 1 kg
Varkensvlees/rollade, ca. 1 kg
Varkensvlees met zwoerd, ca. 2 kg
Casselerrib, ca. 1 kg
Gehakt, ca. 1 kg
Kalfsvlees, ca. 1,5 kg
Lamsbout, ca. 1,5 kg
Lamsrug, ca. 1,5 kg
Moot vis, ca. 1,5 kg
1)
1)
De gegevens voor de aanbevolen ovenfunctie zijn vet gedrukt.
De tijden gelden voor een oven die niet is voorverwarmd.
U kunt in de meeste gevallen niveau 1 gebruiken.
Kies in het algemeen de laagste temperatuur en controleer het product na de kort ste tijd.
De aangegeven temperatuur heeft betrekking op een bereiding in een open pan. Als u het vlees op de universele bakplaat of het rooster braadt, moet u de tempe ratuur 10 °C lager instellen.
54
-
-
Page 55
Braden
UV
6
[°C]
170–180 100–130
150–160
150–160
180–190 60–70 190–200 60–70
170–180 100–120 190–200 110–130
170–180 110–130 190–200 120–140
160–170 120–160
200–210 80–100
160–170 130–150
170–180 120–160
150–160 60–80
170–180 60–70
190–200 70–90
170–180 90–110
220–230
160–170
U Hetelucht plus / V Boven-Onderwarmte 6 Temperatuur / ³ Niveau / + Bereidingstijd
1) Gebruik de universele bakplaat. Braad eerst het vlees in de pan aan.
2) Verwarm de ovenruimte voor. Kies tijdens in geen geval de ovenfunctie "Snel opwarmen
S".
3) Bereid het vlees eerst met deksel. Verwijder het deksel na de helft van de tijd en voeg ca. 0,5 l vocht toe.
4) Afhankelijk van de gewenste gaarheid (bij gebruik van een kerntemperatuurvoeler): rood ("rare"): 40–45 °C, medium: 50–60 °C, doorbakken ("well done"): 60–70 °C
5) Voeg na de helft van de tijd ca. 0,5 l vocht toe.
6) Gebruik niveau 2.
2)
2)
2)
6)
+
[min]
3)
4)
20–50
4)
30–60
5)
3)
5)
5)
5)
5)
3)
3)
5)
40–60
45–55 180–190
[°C]
190–200 110–140
180–190
180–190
180–190 120–160
200–210 80–100
180–190 130–150
190–200 130–150
170–180 80–100
200–210 70–80
200–210 90–110
180–190 90–110
230–240
6
+
[min]
3)
2)
2)
2) 6)
6)
20–50
30–60
40–60
45–55
4)
4)
5)
3)
5)
5)
5)
5)
3)
3)
5)
55
Page 56
Lage temperatuur (koken op lage temperatuur)
Koken op lage temperaturen is ideaal voor vleessoorten van rund, varken, kalf en lam die zeer behoedzaam moeten worden bereid.
Braad het vlees eerst in korte tijd op hoge temperatuur rondom en gelijkma tig aan (op de kookplaat).
In de voorverwarmde oven wordt het vlees vervolgens op een lage tempera tuur en met een lange bereidingstijd rustig bereid.
Hierbij ontspant zich het vlees. Het sap begint te circuleren en wordt gelijkma tig verdeeld tot in de buitenste lagen. Het vlees blijft zo heel mals en sappig.
-
Tips
– Gebruik goed bestorven, mager
vlees zonder pezen en vetrandjes. Verwijder vooraf eventuele botten.
– Gebruik voor het aanbraden zeer hit-
tebestendig vet, bijvoorbeeld boterolie of spijsolie.
–
Dek het vlees tijdens de bereiding niet af.
De bereidingstijd bedraagt ca. 2–4 uur en is afhankelijk van het gewicht en de grootte van het vlees, alsmede van de gewenste gaarheid en bruinering.
Handelingen
Gebruik de universele bakplaat met het rooster erop.
Gebruik voor het voorverwarmen niet
-
de ovenfunctie "Snelopwarmen S".
Schuif de universele bakplaat met het
^
-
rooster op niveau 1 in de oven.
Kies de ovenfunctie
^
"Boven-Onderwarmte V"eneen temperatuur van 130 °C.
Verwarm de oven, de universele bak
^
plaat en het rooster ca. 15 minuten voor.
^ Braad alle kanten van het vlees op
een hoge stand op de kookplaat aan (tijdens het voorverwarmen van de oven).
,
Verbrandingsgevaar! Draag altijd ovenwanten als u voe­dingsmiddelen in de oven zet of er­uit haalt, of als u in de oven bezig bent.
^
Leg het aangebraden vlees op het rooster.
^
Verlaag de temperatuur tot 100 °C.
^
Laat het vlees gaar worden.
-
56
Page 57
Lage temperatuur (koken op lage temperatuur)
Na de bereiding
Omdat de bereidings- en kerntemperaturen zeer laag zijn,
kunt u het vlees meteen aansnijden.
–
U hoeft voor het vlees geen rusttijd aan te houden.
kunt u het vlees zonder moeite warm
–
houden. U laat het na de bereidings tijd gewoon in de oven, totdat het wordt opgediend. Het bereidingsresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed.
heeft het vlees de juiste
–
eettemperatuur. Dien het vlees op voorverwarmde borden op en serveer het met zeer hete saus, zo­dat het vlees niet zo snel afkoelt.
Bereidingstijden/kerntempera turen
Vlees +
[min] Runderfilet 80–100 59 Rosbief
Rood 50–70 48
–
-
-
Medium 100–130 57
–
Doorbakken 160–190 69
– Varkensfilet 80–100 63 Casselerrib* 140–170 68 Kalfsfilet 80–100 60 Kalfsrug* 100–130 63 Lamsrug* 50–80 60
+ Bereidingstijd
Q Kerntemperatuur
Om de stijging van de kerntemperatuur te kunnen volgen, kunt u een kerntem­peratuurvoeler gebruiken.
* Zonder bot.
-
Q
[°C]
57
Page 58
Grilleren
Verbrandingsgevaar!
,
Als u de deur niet sluit, wordt de uitstromende hete lucht niet langs de koelventilator geleid en dus niet afgekoeld. De bedieningselementen worden dan heet. Sluit de ovendeur tijdens het grille ren.
Ovenfuncties
Grill Y
Voor het grilleren van platte stukken vlees en voor bruineren.
Het gehele verwarmingselement (voor de bovenwarmte/grill) wordt roodgloei­end en levert de warmtestraling die voor het grilleren nodig is.
Circulatiegrill \
-
Kookgerei
Gebruik de universele bakplaat met het rooster of de grill- en braadplaat erop (indien aanwezig). De grill- en braadplaat vangt het vlees­sap in de bakplaat op en voorkomt dat het verbrandt. Zo kan het voor verdere bereiding worden gebruikt.
Voor het grilleren van gerechten met een grote diameter, zoals een kip.
Het verwarmingselement voor de bo venwarmte/grill en de ventilator worden afwisselend ingeschakeld.
58
-
Page 59
Grilleren
Opmerkingen bij de "Tabel grilleren"
Temperatuur 6
Kies in het algemeen de laagste tempe ratuur. Bij hogere temperaturen wordt het vlees (voedingsmiddel) weliswaar bruin, maar niet altijd gaar.
Voorverwarmen
Voor grilleren moet u de oven voorver warmen. Verwarm het bovenwarmte-/grillelement ca. 5 minuten voor. Houd de ovendeur gesloten.
Niveau ³
Houd bij het niveau rekening met de dikte van het voedingsmiddel.
– Platte voedingsmiddelen: niveau 2/3.
– Dikke voedingsmiddelen: niveau 1.
Bereidingstijd +
–
Grilleer platte stukken vlees/vis per kant ca. 6-8 minuten. Voor dikkere stukken is iets meer tijd nodig. Zorg dat de stukken ongeveer even dik zijn, zodat de bereidingstijden niet teveel verschillen.
-
Is het vlees gaar?
Als u wilt controleren of het vlees vol doende gaar is, drukt u met een lepel op het vlees.
­Rood: Als het vlees heel veer
krachtig aanvoelt, is het van binnen nog rood ("rare").
Medium: Als het vlees een beetje
meegeeft, is het van bin nen roze.
Doorbak ken:
Controleer na afloop van de kortste be­reidingstijd of het voedingsmiddel gaar is.
Als het vlees nauwelijks
­nog meegeeft, is het door bakken ("well done").
Tip
Als een groot stuk vlees van buiten al behoorlijk bruin wordt, terwijl het van binnen nog niet gaar is, kunt u het vlees op een lager niveau in de oven plaat sen of op een lagere temperatuur ver der grilleren.
-
-
-
-
-
-
–
Keer het product halverwege de tijd om, indien dat mogelijk is.
59
Page 60
Grilleren
Vlees voorbereiden
Spoel het vlees snel onder koud, stro mend water af. Droog het goed af. Zout het vlees niet vóór het grilleren, omdat het anders te veel vocht verliest.
Bestrijk mager vlees alleen met olie. Gebruik geen andere vetsoorten. Deze worden snel te donker of leiden tot rookontwikkeling.
Maak platte vissen en stukken vis zoals gewoonlijk schoon. Daarna zouten en met citroensap besprenkelen.
-
Grilleren
Leg het rooster of de grill- en
^
braadplaat (indien aanwezig) op de universele bakplaat.
Leg het te bereiden product erop.
^
Kies de ovenfunctie en de tempera
^
tuur.
Verwarm het bovenwarmte-/grill
^
element ca. 5 minuten voor. Houd de ovendeur gesloten.
Verbrandingsgevaar!
,
Draag altijd ovenwanten als u voe dingsmiddelen in de oven zet of er­uit haalt, of als u in de oven bezig bent.
^ Schuif het voedingsmiddel op het
juiste niveau in de oven (zie "Tabel grilleren").
^ Sluit de deur.
^ Keer het product halverwege de tijd
om, indien dat mogelijk is.
-
-
-
60
Page 61
Grilleren
Tabel grilleren
De gegevens voor de aanbevolen ovenfunctie zijn vet gedrukt. Verwarm het bovenwarmte-/grillelement ca. 5 minuten voor. Houd de ovendeur gesloten (tenzij anders aangegeven). Keer het product halverwege de tijd om. Controleer het product na afloop van de kortste tijd.
Te grilleren product
³ 6
Platte voedingsmiddelen
Biefburger Schaschlik 3 Y 12–17 240 12–17 Spies met gevogelte 3 Y 12–17 240 12–17 Nekstuk 3 Y 20–31 Y 17–23 Lever 3 Y 8–12 Y 12–15 Gehaktballen 3 Y 20–33 Y 20–30 Braadworst 3 Y 8–15 240 10–15 Visfilet 3 Y 15–25 Y 15–25 Forel 3 Y 15–25 Y 15–25
Toast Toast Hawaii 3 Y 8–12 240 10–13 Tomaten 3 Y 12–17 Y 12–17 Perziken 3 Y 7–12 240 10–15
Dikke voedingsmiddelen
Kip, ca. 1,2 kg 1 220 60–70 190 55–65
Varkensschenkel, ca. 1 kg 1 – – 180 80–90
Y Grill / \ Circulatiegrill / ³ Niveau / 6 Temperatuur / + Bereidingstijd
1) De instellingen gelden bij gebruik van de ovenfunctie "Grill Y" ook voor onderzoek vol
gens EN 60350.
2) Plaats alleen het rooster op niveau 3 en de universele bakplaat op niveau 1.
1)
1)
2)
3
2 Y 5–8 ––
Y\
+
[°C]
Y 19–32 ––
[min]
6
[°C]
+
[min]
-
61
Page 62
Ontdooien
Gebruik voor het behoedzaam ontdooi en van diepvriesproducten de oven functie "Hetelucht plus U". Stel geen temperatuur in.
Alleen de ventilator wordt ingescha keld. De ventilator laat de lucht in de oven bij kamertemperatuur circuleren.
Let bij het ontdooien van gevo
,
gelte extra op de hygiëne. Gebruik het vocht niet dat bij het ontdooien vrijkomt. De kans op bacteriën is groot (bijvoorbeeld salmonella).
Tips
– Haal het diepvriesproduct uit de ver-
pakking en leg het op de universele bakplaat of in een schaal.
– Gebruik voor het ontdooien van ge-
vogelte de universele bakplaat met het rooster erop. Zo komt het gevo­gelte niet in het vocht te liggen.
– Vlees, gevogelte en vis hoeven voor
de bereiding niet volledig ontdooid te zijn. Het is voldoende als de buitenlaag zo zacht is dat de kruiden goed wor den opgenomen.
-
-
-
Tijden voor het ontdooien
-
De tijden zijn afhankelijk van het ge wicht en het soort voedsel dat u ont dooit.
Product }
[g] Haantje / kip 800 90–120 Vlees 500 60–90
1 000 90–120 Braadworst 500 30–50 Vis 1 000 60–90 Aardbeien 300 30–40 Boterkoek 500 20–30 Brood 500 30–50
} Gewicht / + Tijd voor het ontdooien
-
-
-
+
[min]
62
Page 63
Inmaken
Geschikte potten/glazen
Verwondingsgevaar!
,
In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat bij verwarming overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbarsten. Gebruik het apparaat niet om voe dingsmiddelen in afgesloten blikken en dergelijke in te maken of te ver warmen.
Gebruik alleen speciale glazen/potten die in de vakhandel verkrijgbaar zijn:
– Weckpotten.
– Inmaakglazen met schroefdeksel.
Fruit en groente inmaken
Hiervoor adviseren wij de ovenfunctie "Hetelucht plus U".
De gegevens gelden voor 6–8 glazen met een inhoud van1l.
^ Schuif de universele bakplaat op ni-
veau 1 in de oven en zet de glazen daarop.
^
Kies de ovenfunctie "Hetelucht plus U" en een temperatuur van 150–170 °C.
-
-
Fruit/komkommer
Zet de functieschakelaar op "Verlich
^
ting T", zodra het borrelen in de glazen te zien is. Laat de glazen daarna nog 25–30 minuten in de hete oven staan.
Groente
Verlaag de temperatuur tot 100 °C,
^
zodra het borrelen in de glazen te zien is.
+
[min]
Wortels 50–70 Asperges, erwten, bonen 80–100
+ Inmaaktijd
^ Zet na de inmaaktijd de functiescha-
kelaar op "Verlichting T" en laat de glazen daarna nog 25–30 minuten in de hete oven staan.
Na het inmaken
,
Verbrandingsgevaar! Gebruik ovenhandschoenen als u de glazen uit de oven haalt.
-
^
Wacht tot het water in de glazen gaat borrelen ( het gelijkmatig opstijgen van luchtbelletjes).
Verlaag de temperatuur tijdig om overkoken te voorkomen.
^
Haal de glazen uit de oven.
^
Dek de glazen met een doek af en laat ze nog ca. 24 uur op een tocht vrije plek staan.
^
Controleer aansluitend of alle glazen goed dicht zijn.
-
63
Page 64
Drogen
Drogen is een traditionele wijze om vruchten, sommige groentesoorten en kruiden te conserveren.
Het fruit en de groente moeten vers en rijp zijn en mogen geen lelijke plekken hebben.
Bereid het te drogen product voor.
^
Appels kunt u eventueel schillen.
–
Verwijder het klokhuis en snijd de ap pel in ca. 0,5 cm dikke schijfjes.
Pruimen kunt u eventueel ontpitten.
–
Schil peren, verwijder de pitten en
–
snijd de peren in schijfjes.
Product Droogtijd
Fruit 2–8 uur Groente 3–8 uur Kruiden* 50–60 minuten
* Kies voor kruiden de ovenfunctie
"Boven-Onderwarmte V".
Verlaag de temperatuur als zich in de
^
ovenruimte waterdruppels vormen.
-
Verbrandingsgevaar!
,
Gebruik ovenhandschoenen als u het gedroogde product uit de oven haalt.
– Pel bananen en snijd de bananen in
plakjes.
– Maak paddenstoelen schoon, hal-
veer ze en snijd de paddestoelen in schijfjes.
– Verwijder bij peterselie en dille de
dikke stengels.
^ Verdeel het product gelijkmatig over
de universele bakplaat.
^
Kies de ovenfunctie "Hetelucht plus U"of "Boven-Onderwarmte V".
^
Kies een temperatuur tussen 80–100 °C.
^
Schuif de universele bakplaat op ni veau 1 in de oven. Bij "Hetelucht plus U" kunt u tegelijk op de niveaus 1+3 drogen.
^ Laat het gedroogde fruit (de ge-
droogde groente) afkoelen.
Gedroogd fruit moet helemaal droog zijn, maar wel zacht en elastisch. Als u een schijfje doormidden snijdt of breekt, mag geen sap meer vrijko­men.
^
Bewaar het product in een afgesloten pot of blik.
-
64
Page 65
Drogen
Diepvriesproducten/kant
-
-en-klaargerechten
Tips
Diepvriestaarten, -pizza's, -stokbroden
Bak dergelijke diepvriesproducten
–
op het rooster, waarop u bakpapier heeft gelegd. Bij bereiding op de universele bak plaat kan de plaat zodanig vervor men dat u deze niet meer uit de oven kunt halen als de plaat heet is. Bij elk volgend gebruik wordt de plaat weer vervormd.
– Kies de laagste temperatuur die op
de verpakking vermeld staat.
Patat, kroketten en dergelijke
– Dergelijke diepvriesproducten kunt u
wel op de universele bakplaat berei­den. Leg onder het diepvriesproduct bak­papier.
– Kies de laagste temperatuur die op
de verpakking vermeld staat.
-
-
Bereiding
Voor een gezonde voeding dienen de voedingsmiddelen behoedzaam te worden bereid.
Bak taarten, pizza's, patat en derge lijke dan ook goudgeel en niet don kerbruin.
Kies de ovenfunctie en de tempera
^
tuur die op de verpakking vermeld staat.
Verwarm de ovenruimte voor.
^
^ Plaats het voedingsmiddel in de
voorverwarmde oven op het niveau dat op de verpakking staat aangege­ven.
^ Controleer het voedingsmiddel na de
kortste bereidingstijd.
-
-
-
–
Keer de producten regelmatig om.
65
Page 66
Gratineren
De ovenfunctie "Gratineren K" is zeer geschikt voor het bereiden van vlees.
Praktijkvoorbeelden:
Gerecht 6
[°C]+[min]
Beenham, ca. 1,5 kg 180 130–160
Runderstoofvlees, ca. 1,5 kg
6 Temperatuur + Bereidingstijd
De tijden gelden voor een oven die niet is voorverwarmd.
Gebruik afhankelijk van de dikte van het vlees niveau 1 of 2.
Kies in het algemeen de laagste tempe­ratuur en controleer het product na de kortste tijd.
Bereid het vlees eerst met deksel. Ver­wijder het deksel na driekwart van de tijd en voeg ca. 0,5 l vocht toe.
180 160–180
66
Page 67
Verbrandingsgevaar! De verwar
,
mingselementen moeten zijn uitge schakeld. De ovenruimte moet zijn afgekoeld.
Verwondingsgevaar! De stoom
,
van een stoomreiniger kan in aanra king komen met delen die onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken. Gebruik voor de reini ging nooit een stoomreiniger.
Alle oppervlakken kunnen verkleu­ren of aangetast worden als ze met ongeschikte reinigingsmiddelen in aanraking komen. Met name het front van de oven kan door ovenreinigers en ontkalkings­middelen beschadigd raken. Verwijder resten van reinigingsmid­delen dan ook meteen.
Alle oppervlakken zijn krasgevoelig. Bij glazen oppervlakken kunnen krassen onder bepaalde omstandig heden glasbreuk tot gevolg hebben.
Ongeschikte reinigings
-
middelen
Reiniging en onderhoud
schurende reinigingsmiddelen, zoals
–
-
-
-
-
-
schuurpoeder, vloeibaar schuurmid del en reinigingssteen.
oplosmiddelhoudende reinigingsmid
–
delen.
reinigingsmiddelen voor roestvrij staal.
–
reinigingsmiddelen voor afwasauto
–
maten.
glasreinigers.
–
reinigingsmiddelen voor keramische
–
kookplaten.
schurende harde borstels en spons
–
jes (zoals pannensponsjes en ge­bruikte sponsjes die nog resten schuurmiddel bevatten).
– vlekkensponsjes.
– scherpe metalen schrapers.
– staalwol.
– puntreiniging met mechanische reini-
gingsmiddelen.
–
ovenreinigers*.
–
speciale spiraalsponsjes*.
* bij hardnekkige verontreinigingen
toegestaan op PerfectClean-veredeld email
-
-
-
-
Om beschadigingen aan de oppervlak ken te voorkomen, mogen de volgende middelen niet worden gebruikt:
–
soda-, ammoniak-, zuur- en chloride houdende reinigingsmiddelen.
–
kalkoplossende reinigingsmiddelen op het front.
-
-
67
Page 68
Reiniging en onderhoud
Als verontreinigingen lang inwerken, kunt u ze soms niet meer verwijde ren. Bij herhaaldelijk gebruik zonder tus sentijdse reiniging wordt het moei lijker om verontreinigingen te verwij deren. Verwijder verontreinigingen bij voor keur meteen.
De accessoires zijn niet geschikt voor reiniging in de afwasautomaat.
Tips
– Verontreinigingen door vruchtensap
of deeg, dat bijvoorbeeld uit een slecht sluitende bakvorm is gelopen, kunt u gemakkelijker verwijderen als de ovenruimte nog enigszins warm is.
– Om de ovenruimte nog gemakkelijker
te kunnen reinigen, kunt u de deur verwijderen en eventueel verder de monteren. Daarnaast kunt u de gelei derails en de FlexiClip-geleiders (indien aanwezig) verwijderen. Het zelfde geldt voor de katalytisch ge ëmailleerde achterwand. Het bovenwarmte-/grillelement kunt u omlaagklappen.
-
-
-
-
-
-
-
-
Normale verontreinigingen
Informatie over het reinigen van de achterwand vindt u onder "Verontrei nigingen op de katalytisch geëmail leerde achterwand".
Verwijder normale verontreinigingen
^
bij voorkeur meteen met warm water, gewoon afwasmiddel en een schoon sponsdoekje of met een schoon, vochtig microvezeldoekje.
Verwijder alle resten van reinigings
^
middelen met schoon water. Dit is vooral belangrijk bij PerfectClean-veredelde delen. Res­ten reinigingsmiddel hebben een on­gunstig effect op de anti-aanbakwerking.
^ Wrijf alles daarna met een zachte
doek droog.
Dichting reinigen
Rondom de ovenruimte bevindt zich een afdichting die op de binnenkant
-
van de deur aansluit.
De dichting kan door vetresten broos worden en breken.
^
Reinig de dichting bij voorkeur na elke bereiding.
-
-
-
68
Page 69
Reiniging en onderhoud
Hardnekkige verontreinigingen (behalve bij de FlexiClip­geleiders)
Door overgelopen vruchtensap of braadresten kunnen geëmailleerde oppervlakken blijvend verkleuren en doffe plekken krijgen. Dit heeft ech ter geen effect op de eigenschap pen van deze oppervlakken. Pro beer dergelijke vlekken niet met ge weld te verwijderen. Gebruik alleen de beschreven hulpmiddelen.
^ Verwijder vastzittende verontreini-
gingen met een glasschraper of een spiraalsponsje (bijvoorbeeld Spontex Spirinett).
Het katalytische email wordt door ovenreinigers aangetast. Haal de katalytisch geëmailleerde delen uit de oven, voordat u de ovenreiniger gebruikt.
-
-
-
-
Gebruik voor zeer hardnekkige ver
^
ontreinigingen op PerfectClean-veredeld email de Miele-ovenreiniger. De oppervlakken moeten koud zijn. Laat de reiniger in werken, zoals op de verpakking is aangegeven.
Ovenreinigers van andere fabri kanten mogen alleen worden aange bracht als de betreffende oppervlak ken koud zijn. De middelen mogen maximaal 10 minuten inwerken.
Indien nodig kunt u na de inwerktijd
^
ook nog de harde kant van een keu­kensponsje gebruiken.
^ Verwijder de resten van de
ovenreiniger met schoon water en wrijf de delen weer droog.
-
-
-
-
-
69
Page 70
Reiniging en onderhoud
Hardnekkige verontreinigingen op de FlexiClip-geleiders
De FlexiClip-geleiders zijn voorzien van speciaal vet. Bij reiniging in de afwasautomaat wordt dit vet verwij derd. De geleiders zullen dan min der goed glijden. Reinig de gelei ders daarom nooit in de afwasauto maat.
Bij hardnekkige verontreinigingen aan de oppervlakken of als de kogellagers vastkleven (bijvoorbeeld door overgelo pen vruchtensap), gaat u als volgt te werk:
^ Week de FlexiClip-geleiders kort (ca.
10 minuten) in een heet sopje van af­wasmiddel in. Indien nodig kunt u ook de harde kant van een keu­kensponsje gebruiken. De kogellagers kunt u met een zachte borstel reinigen.
Na de reiniging kunnen kleurveranderingen en lichte vlekken ontstaan. Het functioneren van de geleiders wordt hierdoor niet beïn vloed.
-
-
-
-
-
Verontreinigingen op de katalytisch geëmailleerde achterwand
Bij katalytisch email worden olie- en vetspatten bij hoge temperaturen van zelf verwijderd.
Hoe hoger de temperatuur, des te beter werkt het reinigingsproces.
Het katalytische email verliest zijn zelfreinigende eigenschappen bij gebruik van schuurmiddelen, harde
-
borstels, schuursponsjes en ovenreinigers. Haal de katalytisch geëmailleerde delen uit de oven als u ovenreiniger wilt gebruiken.
Verontreinigingen verwijderen van kruiden, suiker en dergelijke
^ Verwijder de achterwand (zie "Reini-
ging en onderhoud – Achterwand verwijderen").
^
Reinig het oppervlak handmatig met warm water, gewoon afwasmiddel en een zachte borstel.
^
Spoel de achterwand goed af. Laat het onderdeel drogen, voordat u het weer terugplaatst.
-
70
Page 71
Olie- en vetspatten verwijderen
Haal alle accessoires (inclusief de
^
geleiderails) uit de oven.
Verwijder alle grove verontreini
^
gingen van de binnenkant van de deur en van de PerfectClean-veredelde delen, voor dat u het katalytische reinigingspro ces start. De verontreinigingen kun nen dan niet inbranden.
Kies de ovenfunctie "Hetelucht plus
^
U" en een temperatuur van 250 °C.
Verhit de lege ovenruimte gedurende
^
minimaal 1 uur.
De benodigde tijd hangt af van de mate van vervuiling.
Als het katalytische email ernstig met olie of vet verontreinigd was, kan tij­dens het reinigingsproces een laagje verbrandingsresten in de oven wor­den afgezet.
-
-
-
-
Reiniging en onderhoud
Verbrandingsgevaar! Laat de
,
ovenruimte voor het handmatige rei nigen eerst afkoelen.
Reinig daarna de binnenkant van de
^
deur en de ovenruimte met warm wa ter, afwasmiddel en een schoon sponsdoekje of met een schoon, vochtig microvezeldoekje.
Telkens als u de oven met hoge tem peraturen gebruikt, worden eventueel achtergebleven verontreinigingen verder verwijderd.
-
-
-
71
Page 72
Reiniging en onderhoud
Deur verwijderen
De deur is via speciale houders met de deurscharnieren verbonden.
Trek de deur nooit in horizontale stand van de houders. De houders klappen dan tegen het apparaat.
Voordat u de deur van deze houders kunt trekken, moet u eerst de vergren­delingsbeugels van de beide scharnie­ren ontgrendelen.
^ Open de deur helemaal.
Trek de deur nooit aan de hand greep van de houders. De greep zou kunnen afbreken.
Sluit de deur voorzichtig tot aan de
^
aanslag.
-
^
Ontgrendel de beugels door deze tot aan de aanslag te draaien.
72
^
Pak de deur bij de zijkanten vast en trek de deur naar boven toe van de houders. Pas op dat de deur bij het verwijderen niet kantelt.
Page 73
Deur uit elkaar halen
De deur bestaat uit een open systeem met drie glasplaten die deels een warmtereflecterende coating hebben.
Reiniging en onderhoud
Verwondingsgevaar!
,
Verwijder de deur altijd, voordat u deze uit elkaar haalt.
Als de oven in gebruik is, wordt extra lucht door de deur geleid, zodat de bui tenste glasplaat koel blijft.
Als in de ruimte tussen de glasplaten verontreinigingen neerslaan, kunt u de deur uit elkaar halen om de binnen kanten van de platen te reinigen.
Door krassen kunnen de glasplaten beschadigd raken. Gebruik voor de reiniging van de glasplaten dan ook geen schuur­middelen, geen harde sponzen of borstels en geen metalen schrapers. Houdt u zich bij het reinigen van de glasplaten ook aan de aanwijzingen die voor het ovenfront gelden.
Het oppervlak van de aluminium profielen raakt door ovenreiniger be­schadigd. Reinig de delen alleen met warm water, afwasmiddel en een schoon sponsdoekje of met een schoon, vochtig microvezeldoekje.
-
Leg de deur met de buitenste glas
^
-
plaat op een tafel met een zachte on dergrond (bijvoorbeeld een thee doek). U voorkomt zo krassen. Leg de deur zo dat de greep over de rand van de tafel ligt. De glasplaat ligt dan plat op de ondergrond en zal tijdens het reinigen niet breken.
^
Draai de vergrendelingen voor de glasplaten naar buiten (zie afbeel ding).
-
-
-
-
Bewaar de gedemonteerde glaspla ten op een geschikte plek, zodat ze niet kunnen breken.
-
73
Page 74
Reiniging en onderhoud
Verwijder de binnenste glasplaat:
Til de binnenste glasplaat iets op en
^
trek de glasplaat uit de kunststof lijst.
Reinig de glasplaten en de andere
^
delen met warm water, afwasmiddel en een schoon sponsdoekje of met een schoon, vochtig microvezeldoekje.
Wrijf alles daarna met een zachte
^
doek droog.
Zet de deur vervolgens weer in elkaar:
^ Breng de dichtingsprofielen weer op
de middelste glasplaat aan.
^
Haal de middelste glasplaat iets om hoog en verwijder deze samen met de dichtingsprofielen.
^
Trek de dichtingsprofielen van de glasplaat.
74
-
Page 75
Reiniging en onderhoud
Plaats de middelste glasplaat met de
^
dichtingsprofielen weer terug.
^
Schuif de binnenste glasplaat, met de matte kant naar beneden wijzend, in de kunststof lijst en leg de plaat tussen de vergrendelingen.
Draai de beide vergrendelingen voor
^
de glasplaten naar binnen (zie af beelding).
De deur is weer compleet.
-
75
Page 76
Reiniging en onderhoud
Deur terugplaatsen
^ Pak de deur bij de zijkanten vast en
plaats de deur op de houders van de scharnieren. Pas op dat de deur daarbij niet kan­telt.
Open de deur helemaal.
^
De beugels moeten beslist weer worden vergrendeld. De deur kan anders losgaan en beschadigd ra ken.
^ Vergrendel de beugels door deze
weer terug te draaien, tot aan de aanslag. Ze staan dan horizontaal.
-
76
Page 77
Geleiderails met FlexiClip­geleiders demonteren
Verwondingsgevaar!
,
Gebruik de oven nooit zonder gelei derails.
U kunt de geleiderails samen met de FlexiClip-geleiders (indien aanwezig) verwijderen.
Als u de FlexiClip-geleiders eerst apart wilt verwijderen, volg dan de aanwij zingen onder "Uitvoering – FlexiClip-geleiders plaatsen en verwij deren".
-
-
Reiniging en onderhoud
Trek de geleiderails aan de voorkant
^
-
uit de bevestiging (1.) en verwijder de rails (2.).
Verbrandingsgevaar!
,
De verwarmingselementen moeten zijn uitgeschakeld. De ovenruimte moet zijn afgekoeld.
Plaats alles in omgekeerde volgorde te­rug.
^ Plaats de onderdelen zorgvuldig te-
rug.
77
Page 78
Reiniging en onderhoud
Achterwand verwijderen
Verwondingsgevaar!
,
Gebruik de oven nooit zonder ach terwand.
U kunt de achterwand voor reinigings doeleinden verwijderen.
Verbrandingsgevaar!
,
De verwarmingselementen moeten zijn uitgeschakeld. De ovenruimte moet zijn afgekoeld.
Maak het apparaat spanningsvrij.
^
Trek hiervoor de stekker uit de con­tactdoos of schakel de zekering van de elektrische installatie uit.
^ Verwijder de geleiderails.
^ Draai de vier schroeven op de hoe-
ken van de achterwand los en verwij­der de achterwand.
^ Reinig de achterwand (zie "Verontrei-
nigingen op de katalytisch geëmail­leerde achterwand").
Plaats alles in omgekeerde volgorde te rug.
Plaats de achterwand zorgvuldig te rug (zie "Overzicht oven").
-
-
-
Bovenwarmte-/grillelement omlaagklappen
Verbrandingsgevaar!
,
De verwarmingselementen moeten zijn uitgeschakeld. De ovenruimte moet zijn afgekoeld.
Verwijder de geleiderails.
^
^ Draai de vleugelmoer los.
Druk het element nooit met geweld omlaag.
^ Klap het element voorzichtig omlaag.
U kunt nu de bovenwand van de oven ruimte reinigen.
-
^
Klap het verwarmingselement weer omhoog en draai de vleugelmoer weer vast.
^
Plaats de geleiderails terug.
-
^
Sluit het apparaat weer op de net spanning aan.
78
-
Page 79
Nuttige tips
De meeste problemen die in de dagelijkse praktijk kunnen voorkomen, kunt u zelf verhelpen. Het volgende overzicht helpt u daarbij. Neem contact op met Miele (zie omslag) als u de oorzaak van een probleem niet kunt vinden of als u het probleem niet kunt verhelpen.
Letselrisico!
,
Ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamhe den leveren grote risico's op voor de gebruiker. Miele kan hiervoor niet aan sprakelijk worden gesteld. Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitsluitend door vakmensen uitvoeren die door Miele zijn geautoriseerd. Open nooit de ommanteling van de oven.
Probleem Oorzaak en oplossing
Het display is donker.
De stroomvoorziening is niet in orde.
^ Controleer of de zekering van de elektrische installatie
doorgeslagen is. Neem contact op met een elektricien of met Miele.
-
-
De oven wordt niet heet.
U heeft alleen een ovenfunctie of alleen een temperatuur ingesteld.
^ Kies een ovenfunctie en een temperatuur.
De vergrendeling 0 is ingeschakeld.
^
Schakel de vergrendeling uit (zie "Klok – Instellingen wij zigen").
De stroomvoorziening is niet in orde.
^
Controleer of de zekering van de elektrische installatie doorgeslagen is. Neem contact op met een elektricien of met Miele.
-
79
Page 80
Nuttige tips
Probleem Oorzaak en oplossing
Bij ovens met een klok knippert i2:00 in het dis play.
Er is een stroomstoring geweest.
-
Stel de dagtijd opnieuw in (zie "Eerste ingebruikne
^
ming"). Ook de tijden voor bereidingsprocessen moet u opnieuw invoeren.
-
Na de bereiding is een geluid te horen.
Op het katalytische email bevinden zich roestkleurige vlekken.
Om te voorkomen dat er vocht in de ovenruimte, op het bedieningspaneel of in de keukenkast neerslaat, blijft de ventilator na een bereiding nog enige tijd ingescha keld.
De ventilator wordt na een bepaalde tijd automatisch uitgeschakeld.
Verontreinigingen van kruiden, suiker en dergelijke wor den niet tijdens de katalytische reiniging verwijderd.
Verwijder de katalytisch geëmailleerde delen en verwij­der de verontreinigingen met warm water, afwasmiddel en een zachte borstel (zie "Verontreinigingen op de ka­talytisch geëmailleerde achterwand").
-
-
80
Page 81
Probleem Oorzaak en oplossing
Het gebak is na de in de baktabel aangegeven bereidingstijd nog niet gaar.
De ingestelde temperatuur wijkt af van de temperatuur uit het recept.
Kies de temperatuur die in het recept staat.
^
De gebruikte hoeveelheden wijken af van de hoeveel heden uit het recept.
Controleer of u het recept heeft veranderd. Als u bij
^
voorbeeld vocht of eieren toevoegt, wordt het deeg vochtiger, waardoor de bereidingstijd toeneemt.
Nuttige tips
-
-
Het gebak is niet overal even bruin.
U kunt de FlexiClip-geleiders slechts met moeite in- of uitschuiven.
De gekozen temperatuur of het niveau was niet goed.
Een zeker kleurverschil is normaal. Controleer bij zeer
^
grote verschillen of u de juiste temperatuur en het juiste niveau heeft gekozen.
Het materiaal of de kleur van de bakvorm is niet ge­schikt voor de gekozen ovenfunctie.
^ Voor "Boven-Onderwarmte V" zijn lichte of blanke
bakvormen minder geschikt. Gebruik matte, donkere vormen.
Er bevindt zich niet voldoende vet in de kogellagers van de geleiders.
^ Vet de kogellagers met speciaal vet van Miele in.
Gebruik alleen dit speciale vet, omdat dat geschikt is voor hoge oventemperaturen. Andere vetsoorten kun nen door de hitte verharsen en de geleiders vastkleven. Het speciale vet is verkrijgbaar bij de Miele-vakhan del en bij Miele.
-
-
81
Page 82
Nuttige tips
Probleem Oorzaak en oplossing
De ovenverlichting wordt niet ingescha keld.
U heeft de ovenfunctie "Gratineren K gekozen. Bij deze ovenfunctie wordt de ovenverlichting niet inge
­schakeld.
De halogeenlamp is defect.
Verbrandingsgevaar! De verwarmingselementen moeten zijn uitgescha keld. De ovenruimte moet zijn afgekoeld.
Maak het apparaat spanningsvrij. Trek hiervoor de
^
stekker uit de contactdoos of schakel de zekering van de elektrische installatie uit.
^ Draai de lampafdekking los (kwartslag naar links
draaien). Trek de afdekking met de afdichtring naar beneden toe uit de behuizing.
-
-
82
^ Vervang de halogeenlamp
(Osram 66725 AM/A, 230 V, 25 W, G9).
^
Plaats de lampafdekking met de afdichtring terug en draai de afdekking weer vast (naar rechts draaien).
^
Sluit het apparaat weer op de netspanning aan.
Page 83
Service en garantie
Miele Service
Voor storingen die u niet zelf kunt ver helpen, waarschuwt u
uw Miele-vakhandelaar
–
of:
Miele.
–
De gegevens van Miele vindt u ach ter in deze gebruiks- en montage handleiding.
Voor een goede en vlotte afhandeling moet Miele weten welk type apparaat u heeft en welk fabricagenummer het heeft.
Deze informatie vindt u op het type­plaatje dat zich achter de deur, op het frontgedeelte bevindt.
Miele-Serviceverzekering-Certificaat
Voor informatie over het Miele-Serviceverzekering-Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vak­handelaar of de bijgaande folder raad plegen.
-
-
-
Garantie en garantievoorwaar den
De garantietermijn voor dit apparaat bedraagt 2 jaar.
Voor meer informatie zie de bijge voegde garantievoorwaarden.
-
-
-
83
Page 84
Elektrische aansluiting
Verwondingsgevaar!
,
Dit apparaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektrici teitsnet worden aangesloten. Hierbij moeten de landelijke voorschriften en de voorschriften van het energie bedrijf in acht worden genomen.
Aansluitgegevens
De benodigde aansluitgegevens vindt
-
u op het typeplaatje dat zich achter de deur, op het frontgedeelte bevindt.
De waarden op het typeplaatje en de waarden van het elektriciteitsnet moe
­ten overeenkomen.
-
Ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaam heden leveren gevaar op voor de ge bruiker. Miele kan daarvoor niet aan sprakelijk worden gesteld.
De elektrische installatie moet volgens de daarvoor geldende normen (zoals NEN 1010) zijn geïnstalleerd.
Aansluiting op een contactdoos is aan te bevelen, aangezien dit eventuele werkzaamheden van een technicus ver­gemakkelijkt.
Als de gebruiker niet meer bij de con­tactdoos kan komen of als er sprake is van een vaste aansluiting, moet het apparaat via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen wor den losgekoppeld.
De contactopening in uitgeschakelde toestand moet minimaal 3 mm bedra gen. Geschikte schakelaars zijn zelf-uitschakelaars, zekeringen en re lais (EN 60335).
-
-
-
-
-
Vermeld altijd de volgende gegevens als u contact opneemt met Miele:
Type-aanduiding.
–
Fabricagenummer.
–
Aansluitgegevens (netspanning/fre
–
quentie/maximale aansluitwaarde).
Als de aansluiting wordt veranderd of als de kabel wordt vervangen, moet dit volgens het aansluitschema gebeuren. Gebruik een aansluitka­bel van het type H 05 VV-F. Let op de juiste draaddoorsnede.
-
-
84
Page 85
Elektrische aansluiting
Oven
De oven is voorzien van een ca. 1,7 m lange 3-aderige aansluitkabel en moet volgens het aansluitschema worden aangesloten.
Maximale aansluitwaarde: zie type plaatje.
Als de aansluiting wordt veranderd of als de kabel wordt vervangen, moet dit volgens het aansluitschema gebeuren. Gebruik een aansluitkabel van het type H 05 VV-F. Let op de juiste draaddoor snede.
-
Aansluiting 1N AC 220-240 V
PE = groen/geel (green/yellow)
L1 = bruin (brown)
N = blauw (blue)
Aansluitschema
-
85
Page 86
Maatschetsen voor de inbouw
Afmetingen apparaat en kast
De afmetingen zijn in "mm" aangegeven.
Inbouw in een onderkast
De opvullijst HAL (90 cm) is alleen nodig bij inbouw in een onderkast en is als bij te bestellen accessoire verkrijgbaar.
Bevestig de opvullijst HAL (90 cm) in de uitsparing in de kast onder het werk
^
blad (zie het onderste gedeelte van de afbeelding).
-
* Apparaat met glazen front ** Apparaat met metalen front
86
Page 87
Inbouw in een hoge kast
Maatschetsen voor de inbouw
* Apparaat met glazen front ** Apparaat met metalen front
87
Page 88
Maatschetsen voor de inbouw
Gedetailleerde afmetingen front
De afmetingen zijn in "mm" aangegeven.
A 42 mm
B Apparaat met glazen front: 2,2 mm
Apparaat met metalen front: 1,2 mm
88
Page 89
U mag het apparaat alleen ge
,
bruiken als het is ingebouwd.
Voor een correcte werking van het apparaat moet voldoende koellucht worden aangevoerd. Let er bij het inbouwen op dat – in de ombouwkast geen
achterwand wordt geplaatst.
– de tussenbodem waarop
het apparaat wordt geplaatst niet op de wand aansluit.
– er geen warmtewerende lijsten
langs de zijwanden van de nis
worden gemonteerd. Andere warmtebronnen (zoals een open haard) mogen de benodigde koellucht niet te veel verwarmen.
Voor het inbouwen
Inbouw oven
Voordat u het apparaat inbouwt, is het
-
verstandig eerst de deur te verwijderen (zie "Reiniging en onderhoud – Deur verwijderen") en de accessoires. Het apparaat is dan lichter en u kunt niet per ongeluk de handgreep van de deur gebruiken om het apparaat te tillen.
Verwijder de draagbeugels aan de zijkant!
Schuif het apparaat in de inbouwkast
^
en stel het.
Open de deur als u deze niet heeft
^
verwijderd.
^ Zorg dat de contactdoos spannings-
vrij is.
Oven inbouwen
^
Sluit het apparaat op het net aan.
De deur kan beschadigd raken als u de deurgreep gebruikt om het appa raat te dragen.
^
Bevestig het apparaat met de bijge
-
leverde schroeven aan de zijwanden van de kast.
^
Plaats zo nodig de deur weer terug (zie "Reiniging en onderhoud – Deur terugplaatsen").
-
89
Page 90
Aanwijzingen voor keuringsinstituten
Testgerechten volgens EN 60350
Testgerecht Bakplaat/vorm 6
[°C]
Spritsen (8.4.1)
Small cakes (8.4.2)
Taart van bis cuitdeeg (8.5.1)
Apple pie (8.5.2)
Toast bruineren (9.1)
Biefburger grilleren (9.2)
1 bakplaat U 140 1 35–45 Nee
2 bakplaten 1 bakplaat V 160 2 20–30 Ja 1 bakplaat U 150 1 20–30 Ja 2 bakplaten U 140 1+3 40–50 Nee 1 bakplaat V 160 2 18–25 Ja Springvorm C 26 cm
-
Springvorm C 26 cm
Springvorm C 20 cm Springvorm C 20 cm Rooster YY 2 5–8 Ja
Rooster en universele bak­plaat
1)
3)
3) 4)
3)
3)
U 140 1+3 35–45 Nee
U 170 1 20–30 Nee V 150–170 1 20–30 Ja
U 160 1 85–95 Nee V 170 1 95–105 Nee
YY3
Ovenfunctie / U Hetelucht plus / V Boven-Onderwarmte / Y Grill 6 Temperatuur / ³ Niveau / + Bereidingstijd
1) Haal een bakplaat uit de oven, zodra het product voldoende bruin is, ook als de berei­dingstijd nog niet is verstreken.
2) Gebruik tijdens de opwarmfase niet de ovenfunctie "Snelopwarmen S".
3) Gebruik een matte, donkere bakvorm en plaats deze op het rooster.
4) Kies in het algemeen de laagste temperatuur en controleer het product na de kortste tijd.
5) Plaats alleen het rooster op niveau 3 en de universele bakplaat op niveau 1.
³ +
[min]
5)
Kant 1:
12-20
Kant 2:
7-12
Voorver
warmen
2)
2)
2)
2)
Ja, 5 minu-
ten
-
90
Page 91
Aanwijzingen voor keuringsinstituten
Energie-efficiëntieklasse
De energie-efficiëntieklasse wordt volgens EN 50304/EN 60350 berekend.
Energie-efficiëntieklasse: A
Neem de volgende opmerkingen in acht bij het uitvoeren van de meting:
Voer de meting uit met de ovenfunctie "Gratineren K".
–
Tijdens de meting mogen zich alleen de voor de meting benodigde accessoi
–
res in de ovenruimte bevinden. Laat geen andere accessoires in de ovenruimte achter, zoals FlexiClip-geleiders of katalytisch geëmailleerde onderdelen, zoals de zijwanden of de bovenwand.
Een belangrijke voorwaarde voor de berekening van de
–
energie-efficiëntieklasse is dat de deur tijdens de meting goed gesloten is. Afhankelijk van de gebruikte meetelementen kan de afdichtfunctie van de deur­dichting ongunstig worden beïnvloed. Dit kan gevolgen hebben voor het meetresultaat. Dit probleem kan worden opgelost door tegen de deur te drukken. Daarvoor kunnen soms adequate technische hulpmiddelen nodig zijn. Dit probleem treedt niet op bij normaal gebruik.
-
Productinformatiebladen
Hierna zijn de productinformatiebladen bijgevoegd van de in deze gebruiks- en montagehandleiding beschreven modellen.
91
Page 92
Productkaart voor huishoudelijke bakovens
volgens gedelegeerde verordening (EU) Nr. 65/2014 en verordening (EU) Nr. 66/2014
MIELE Identificatie van het model H 6290 B
Energie-efficiëntie-index/ovenruimte (EEI Energie-efficiëntieklasse/ovenruimte A+++ (meest efficiënt) tot D (minst efficiënt) A Energieverbruik per cyclus en ovenruimte in conventionele modus 1,45 kWh Energieverbruik per cyclus en ovenruimte in hetelucht-modus 0,99 kWh Aantal ovenruimten 1 Verwarmingsbronnen per ovenruimte Elektro Volume van de ovenruimte 90 l Massa van het toestel kg64
) 106,7
cavity
Page 93
939495
Page 94
Page 95
Page 96
H6290B
M.-Nr. 10 011 680 / 00nl-NL
Loading...