Om er zeker van te zijn dat de rolstoel stabiel blijft en juist gebruikt wordt is
het van belang om een goede balans te houden. Uw rolstoel werd ontwikkeld
om stabiel te blijven gedurend normaal dagelijks gebruik.
Elke activiteit die u onderneemt vanuit de rolstoel zal een invloed hebben op
de balans van de rolstoel. Wij bevelen aan om een bekkengordel te gebruiken
wanneer u zich beweegt in de rolstoel en daarmee het zwaartepunt verlegt.
Gewichtsverdeling
( Figuur 1 )
1
Veel activiteiten zorgen
ervoor dat u reikt en
leunt en het gewicht
verplaatst binnen en
buiten de rolstoel.
Deze handelingen
zullen het gewicht en
het zwaartepunt in de
rolstoel veranderen.
Gewichtsbeperking
Het aanbevolen maximale gebruikersgewicht is 120 kg. Echter de mate van
activiteit van de gebruiker is van belang.
Voorbeeld: een actieve gebruiker van 77 kg kan de rolstoel aan meer stress
blootstellen dan een passieve gebruiker van 100 kg. Wij doen daarom de
aanbeveling voor de actieve gebruiker om een ander type rolstoel te kiezen.
Uw leverancier kan u hierin het beste adviseren.
3
Page 6
5
1.1 - Reiken naar objecten vanuit de rolstoel
( Figuur 2 )
De beperkingen voor het reiken vanuit de
rolstoel worden aangegeven in volgend
diagram welke werd gerealiseerd
middels representatief onderzoek onder
rolstoelgebruikers: 91 mannen en 36
vrouwen.
Let op het verschil tussen maximaal reiken
en reiken vanuit normale zitpositie.
Alleen de armen mogen buiten het zitvlak
van de rolstoel uitsteken bij reiken.
Om veiligheidsredenen moeten de romp en het hoofd binnen het zitoppervlak
blijven. ( Figuren 3 en 4 )
2
3
4
4
Page 7
Voorover leunen
Plaats de zwenkwielen zover mogelijk naar voren
als mogelijk ( Figuur 5 ) en zet de remmen vast.
Leun niet buiten de armsteunen.
( Figuur 6 )
Uw zelf steunen en voorover leunen
Om naar een voorwerp te reiken, steunt
u uw zelf en leunt u voorover terwijl u
ervoor zorgt dat de zwenkwielen als
steun dienen om de balans en het
evenwicht te bewaren. Een correcte
uitlijning is belangrijk voor uw veiligheid.
Achterover leunen
( Figuren 7 en 8 )
Plaats de rolstoel zo dicht als mogelijk bij
het voorwerp dat u wilt bereiken.
5
6
Reik niet naar voorwerpen die zich
verder dan een armlengte van u af bevinden in normale zitpositie.
7
8
5
Page 8
7
1.2 - Overschuiven naar een andere zitplaats
( Figuur 9 )
Dit kan gedaan worden zonder hulp indien u mobiel genoeg bent en over
voldoende lichaamskracht beschikt.
Plaats de rolstoel dicht bij de zitplaats
waar u naartoe wilt overschuiven en zorg
ervoor dat de zwenkwielen in die richting
wijzen. Zet de remmen vast. Verplaats
uw lichaamsgewicht in de richting van
de andere zitplaats.
Tijdens het overschuiven naar de
andere zitplaats heeft weinig tot geen
ondersteuning onder uw lichaam.
Wanneer mogelijk kunt u het beste
gebruik maken van een overschuifplank.
WAARSCHUWING
VOOR u probeert te bewegen, naar de rolstoel of vanuit de rolstoel, dient
u zich ervan te verzekeren dat de ruimte tussen de rolstoel en de andere
zitplaats zo klein mogelijk is. Zorg er voor dat de remmen vastgezet zijn,
zodat de achterwielen niet kunnen bewegen, en de voorwielen in de richting
wijzen van de zitplaats waar u naartoe wilt overschuiven.
9
WAARSCHUWING
Wanneer u overschuift tussen twee zitplaatsen zorg er dan voor dat uw
rug zich zover als mogelijk achter in de
rolstoel bevindt. Dit voorkomt eventuele
schades aan de rolstoel als het breken
van schroeven, scheuren van de
zitbekleding en het voorover kantelen
van de rolstoel.
Indien u kunt staan, mobiel genoeg
bent en beschikt over voldoende
lichaamskracht , kunt u de transfer
eventueel voorwaarts maken. Vooral in
geval van vaste armsteunen is dit een
goede keuze. ( Figuur 10 ). Klap de
voetplaten op en zwenk de beensteunen
6
10
Page 9
naar buiten. Plaats uw zelf zo dicht mogelijk bij de zitplaats waar u naartoe
wilt overschuiven.
ZET BEIDE REMMEN VAST
Breng uw lichaam voorover terwijl u de armsteunen vasthoudt en druk uw zelf
op naar staande positie. Verplaats uw zelf dan
naar de zitplaats waar u wilt zitten door steun
te nemen op de armen en handen.
( Figuur 10 )
WAARSCHUWING
Ga nooit op de voetplaten staan wanneer u uit
de rolstoel gaat.
( Figuur 11 )
11
1.3 - Kantelen ( balanceren op de
achterwielen )
Kantel de rolstoel niet zonder begeleider tenzij u de kunst van het balanceren
op de achterwielen beheerst.
OPMERKING VOOR BEGELEIDERS
Wanneer een rolstoelgebruiker hulp nodig heeft gebruik uw eigen lichaam
dan correct Houdt uw rug recht en buig door de knieën om de rolstoel te
kantelen, stoepen of andere obstakels te nemen.
Let ook op afneembare en bewegende delen als armsteunen en beensteunen.
Deze mogen NOOIT gebruikt worden als aangrijpingspunten voor het optillen
daar zij onverwacht kunnen losschieten en het gevaar voor verwonding van
de gebruiker en / of begeleider ontstaat.
Wanneer u een nieuwe methode van helpen aanleert vraag dan aan een
ervaren persoon om advies voordat u het zelf probeert.
Om de rolstoel te kantelen houd de begeleider de duwhandvatten stevig
vast, zich ervan overtuigend dat de duwhandvatten stevig gefixeerd zijn.
Waarschuw de gebruiker voor u de rolstoel kantelt en vraag hem / haar om
achterover te leunen. Controleer of de gebruiker's voeten en handen vrij zijn
van de wielen. Plaats een voet op de trapdop en beweeg deze vloeiend door
tot de rolstoel zich in balans bevindt. Op dit moment zal de begeleider een
7
Page 10
9
verschil in gewichtsverdeling voelen, welke normaal optreedt bij een hoek
van ca. 30°. Draai de rolstoel in de gewenste richting, indien gewenst.
Laat de rolstoel langzaam en gelijkmatig zakken terwijl u de duwhandvatten
vasthoudt. Laat de rolstoel niet onverwachts vallen wanneer deze zich
nog enkele centimeters boven de grond bevindt. Dit kan de gebruiker
verwonden.
1.4 - Kantelen bij stoepranden
12
METHODE 1 - ( Figuur 12 )
De begeleider kantelt de rolstoel totdat
de zwenkwielen de stoeprand zijn
gepasseerd.
Beweeg de rolstoel voorwaarts en laat de
zwenkwielen op de stoep zakken.
Duw de rolstoel door tot de achterwielen
de stoeprand raken en rijd de rolstoel de
stoep op.
13
METHODE 2 - ( Figuur 13 )
De begeleider staat op de stoep en
trekt de rolstoel achterwaarts met de
achterwielen tegen de stoeprand aan.
Kantel de rolstoel achterover tot het
balanspunt is bereikt en trek de rolstoel
in een vloeiende beweging de stoep op.
Laat de rolstoel niet zakken voordat de beide zwenkwielen zich ver genoeg
boven de stoep bevinden.
Wanneer u de techniek van het kantelen van de rolstoel beheerst, gebruik
deze methoden dan om stoepen, kleine trappen en andere obstakels te
overwinnen. ( Figuren 12 en 13 )
8
Page 11
METHODE 3 - ( Figuur 14 )
Stoepen, trappen en verhogingen.
Als algemene regel geldt dat u, wanneer
u de rolstoel gebruikt zonder begeleider,
geen obstakels neemt die hoger zijn dan
30 mm, tenzij uw rolstoel is uitgerust met
een anti-tip systeem. Het anti-tip systeem
vermindert het risico op achterover
kantelen.
14
1.5 - Trappen
Wij raden u aan om uiterst voorzichtig te zijn bij het nemen van trappen.
Voor deze handeling zijn 2 begeleiders nodig.
ADVIES VOOR BEGELEIDERS
Houd de rolstoel alleen vast aan vaste componenten. Volg onderstaande procedure om
de trap op te gaan. (Figuur 15)
1. Na het kantelen van de rolstoel tot het
balanspunt, houdt één begeleider (achter)
de rolstoel stevig vast aan de duwhandvatten en tegen de eerste traptrede.
2. De tweede begeleider tilt de rolstoel
boven de traptrede terwijl hij de rolstoel stevig vasthoudt aan een vast component.
(b.v. het frame). De eerste begeleider
neemt één trede en de gehele handeling
wordt herhaald.
3. U mag de rolstoel nooit laten zakken voordat de laatste traptrede veilig is
genomen en de rolstoel de trap volledig heeft gepasseerd.
WAARSCHUWING
ROLTRAPPEN!
Maak nooit gebruik van roltrappen met uw rolstoel. Dit kan leiden tot ernstige
verwonding.
15
9
Page 12
11
1.6 - Hellingen, afdalingen
(beperkingen)
Hellingen
Probeer nooit om hellingen op of af te
gaan wanneer deze groter zijn dan 9%.
Boven deze limiet kan uw rolstoel kantelen wanneer u uw rolstoel dwars op de
helling plaatst.
(Figuur16)
17
Opwaartse hellingen
Leun uw bovenlichaam voorover en beweeg
de rolstoel voort middels korte snelle bewegingen aan de hoepels om snelheid en
controle over de richting te houden. Indien
u tussentijds
wilt rusten zet
de rolstoel
dan op beide
remmen.
(Figuur 17)
16
18
Neerwaartse hellingen
Leun voorzichtig achterover en laat de hoepels
door uw handen glijden. Wees alert op nodige
reactie om de snelheid en richting te corrigeren.
(Figuur 18)
Indien u een helling op of afgaat voorkom
dan scherpe bochten en PROBEER
NOOIT OM EEN HELLING SCHUIN
OP OF AF TE GAAN.
(Figuur 19)
19
10
Page 13
2 - Gebruik van uw rolstoel
2.1 - Invouwen en uitvouwen van
de rolstoel
Uitvouwen :
( Figuur 20 )
1. Vouw de rolstoel uit door de armsteun
het dichtst bij u te pakken en de rolstoel
naar u toe te kantelen (één achterwiel en
één voorwiel komen los van de grond)
en op de zitbuis te drukken aan de
andere zijde tot de zitbekleding volledig
is uitgevouwen. De zitbekleding moet
volledig strak staan.
2. Zet de remmen vast. Zwenk de
beensteunen naar buiten en controleer
de bodemvrijheid. Ga vervolgens in de
rolstoel zitten.
Invouwen :
( Figuur 21 )
20
21
1. Zwenk de beensteunen naar binnen
tot ze in de vergrendeling vallen.
2. Klap de voetplaten in verticale positie.
3. Plaats de handen aan de voor- en
achterzijde in het midden van de
zitbekleding en trek deze op of kantel de
rolstoel naar u toe en vouw de rolstoel in
middels de handvatten op de rugleuning.
( Figuur 22 )
WAARSCHUWING
Om verwonding te voorkomen moet u uw
vingers weghouden bij bewegende delen
(Armsteunen, beensteunen, kruisframe, etc.)
22
11
Page 14
13
2.2 - Aandrijven van de rolstoel
De wielen van uw rolstoel zijn uitgerust met hoepels.
Deze bieden de mogelijkheid om ze met uw handen aan te grijpen..
Er zijn diverse opties voor leverbaar ( plastic hoezen, noppen, etc . . . )
Een deskundige kan u het beste adviseren omtrent de voor u beste manier van aandrijven van
de rolstoel.
Plaats geen lichaamsdelen tussen bewegende delen tijdens rijden
3 - Veiligheidscontroles en onderhoud
3.1 - Controle van prestaties
Als rolstoelgebruiker merkt u het als eerste als de rolstoel niet goed functioneert. De
volgende tabel geeft een overzicht van een aantal mogelijke verschijnselen en de
eerste controle die uitgevoerd kan worden.
rolstoel rolstoel rolstoel zwenkwiel kraakt speling Controle
trekt trekt draait /
naar rechts naar links langzaam klikt
Controleer de banden
spanning
moeren stevig vast zitten
Controleer de balhoofden
op 90° stand t.o.v. vloer
zwenkwielen gelijktijdig
de grond raken
beweegt
waggelt en in stoel
Controleer of bouten en
Controleer of de beide
Als de symptomen blijven bestaan als de bandenspanning is gecontroleerd
en alle bouten en moeren allen goed zijn aangedraaid, neem dan contact op
met uw leverancier.
De binnenbanden van de wielen zijn de enige componenten die gerepareerd
kunnen worden door de gebruiker. Zie pagina 20.
Voor onderhoud aan de rolstoel, gelieve contact op te nemen met uw
leverancier.
3.2 - De algehele toestand controleren
Voor het uitvoeren van onderhoud raden wij u aan contact op te nemen met
uw leverancier die beschikt over alle informatie.
Laat uw rolstoel jaarlijks controleren en onderhouden door uw leverancier.
Regelmatig onderhoud kan defecte of versleten onderdelen sneller aan het
licht brengen en aanmerken voor vervanging hetgeen het normale gebruik
van uw rolstoel verbeterd.
12
Page 15
Uit te voeren controles
Maandelijkse controle / instelling
Wekelijkse controle / instelling
Bij levering
1. Algemeen
de rolstoel vouwt makkelijk in en uit
de rolstoel rijdt in een rechte lijn (geen weerstand of trekken naar een kant
2. Remmen
de remmen raken de banden niet tijdens het rijden
de remmen zijn makkelijk te bedienen
de scharnieren zijn niet versleten en vertonen geen speling
3. Kruisframe
controleer het kruisframe op slijtage of verbuiging
4. Kledingbeschermers / armleggers
controleer of alle fixaties aanwezig zijn en goed vast zitten
5. Armsteunen
goed bevestigd maar makkelijk uitneembaar
6. Armleggers
controleer de armleggers op slijtage
7. Zit- en rugbekleding
controleer op goede conditie
8. 22" en 24" wielen
wielbouten en lagers goed bevestigd
geen overmatige zijdelingse beweging of slag wanneer de wielen van de grond
getild zijn en gedraaid worden, quick release assen correct bevestigd
9. Hoepels
controleer op oneffenheden
10. Spaken
controleer spaken op spanning breuk of slapte
11. 6" of 8" zwenkwielen
controleer de assen op juiste bevestiging, een rond draaiend
zwenkwiel zou langzaam tot stilstand moeten komen
12. Vorken/ Balhoofden
controleer of alle bevestigingen op hun plaats zitten
13. Luchtbanden en massieve banden
als de rolstoel is uitgevoerd met luchtbanden, controleer dan op juiste bandenspanning
(spanning staat op de zijkant van de band aangegeven), als de rolstoel
is uitgevoerd met massieve banden gaat dit niet op
14. Reinigen
houdt alle onderdelen schoon en stofvrij
reinig de zit- en rugbekleding met water en zachte zeep
Reinig de framedelen zonder gebruik van een schoonmaakmiddel. Bekledingsonderdelen
dienen alleen gereinigd te worden met water en een zachte zeep. Andere middelen voor
reinigen van bekleding worden afgeraden.
Regelmatige controle / instelling
13
Page 16
15
4 - Transport
Transporteren van de rolstoel
Systemen voor bevestiging in een ander voertuig
WAARSCHUWING
Invacare rolstoelen zijn geschikt voor transport in een ander voertuig met of
zonder gebruiker. Wij adviseren een fixatie met een 4-punts bevestigingssysteem
- twee aan de voorzijde, twee aan de achterzijde. Kies geschikte fixatiepunten op
het frame van de stoel: verticale framebuizen.
NB. de gebruikte bevestigingsspanning dient sterk genoeg te zijn om zijdelingse
en voorwaartse beweging te voorkomen zonder de stoel te vervormen of breuken
van het frame te veroorzaken.
VOORZICHTIG
Gebruik de zwenkwielen en achterwielen niet als fixatiepunten.
- GEBRUIK DE ROLSTOEL NIET als zitplaats in een ander voertuig,
TENZIJ VOERTUIG EN ROLSTOEL VOORZIEN ZIJN VAN SYSTEMEN
GOEDGEKEURD DOOR ERKENDE BEDRIJVEN.
5 - Garantievoorwaarden en condities
Standaard Invacare voorwaarden
Dit is om aan te geven dat de rolstoel wordt gegarandeerd door Invacare B.V.,
voor een periode van 2 jaar op frame en kruisframe. Alle overige componenten
zijn onderhavig aan volgende condities :
1. Alleen rolstoelen aangekocht tegen de volledige prijs worden gegarandeerd
voor defecte onderdelen en fabricagefouten.
2. Bij constateren van een defect of fout dient de leverancier / dealer van wie het
product betrokken is in kennis gesteld te worden.
3. De fabrikant accepteert geen aansprakelijkheid voor schade ontstaan
door oneigenlijk gebruik of niet naleven van de aanwijzingen in deze
gebruiksaanwijzing.
4. Gedurende de garantietermijn, worden defecte onderdelen als gevolg van
slechte arbeid of materialen vervangen zonder kosten door de Invacare dealer /
leverancier.
5. De garantie vervalt wanneer er wijzigingen aan het product aangebracht
worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Invacare.
6. De wettelijke rechten van de koper worden middels deze garantiebepalingen
niet ontnomen.
14
Page 17
Beperkingen van aansprakelijkheid
Deze garantie dekt niet de opvolgende kosten ontstaan uit handelingen om
de garantiereparatie uit te voeren, m.n. transport- en reiskosten, verlies van
gederfde inkomsten en andere onkosten, etc.
Invacare B.V. is niet aansprakelijk voor :
- normale slijtage
- oneigenlijk gebruik
- ondeugdelijke montage door de dealer of derden
- slecht of geen onderhoud
- gebruik van niet originele onderdelen
6 - Samenvatting
van instructies voor veilig gebruik
- Max. gebruikersgewicht : 120 kg.
- Reik niet naar voorwerpen wanneer u buiten het zitoppervlak van de rolstoel reikt
- Reik niet naar voorwerpen wanneer u daarvoor tussen uw knieën naar de grond
moet reiken
- Leun niet te ver naar achteren om voorwerpen achter u te bereiken: u kunt
achterover kantelen.
- Verplaats uw gewicht of de zithouding niet in de richting waar u heen wilt: u kunt
kantelen.
- Gebruik altijd beide remmen voordat u een voorwerp naar de rolstoel of van de
rolstoel af beweegt.
- De remmen zijn niet bedoeld om snelheid te minderen.
- Probeer de rolstoel nooit te remmen met de standaard remmen.
- Kantel de rolstoel nooit zonder de hulp van een begeleider (trappen, stoepranden)
- Maak geen gebruik van de rolstrap met de rolstoel om een andere verdieping te
bereiken. (Dit kan tot ernstig letsel leiden.)
- Gebruik de rolstoel niet wanneer de banden niet de juiste bandenspanning hebben
als aangegeven op de zijkanten van de banden.
- Pomp banden nooit te hard op. Het negeren van dit advies kan leiden tot exploderen
van de band en persoonlijk letsel.
- Zorg voor de aanbevolen regelmatige controles.
- Gebruik uw rolstoel met respect voor anderen
- Gebruik de rolstoel nooit als zitplaats in een ander voertuig.
15
Page 18
17
7 - Introductie
Uw rolstoel maakt onderdeel uit van een brede range van producten.
Iedere rolstoel wordt aangepast aan de specifieke behoefte van de
gebruiker en is daarom telkens verschillend van de andere rolstoelen. Deze
gebruiksaanwijzing geeft uitleg over alle mogelijkheden en instellingen van
deze productlijn. Uiteraard vindt u hier ook de specifieke instellingen van uw
rolstoel terug in deze gebruiksaanwijzing.
7.1 Algemene beschrijving
Uw rolstoel bestaat uit verschillende onderdelen welke bij naam worden
genoemd in deze gebruiksaanwijzing. Maak uwzelf bekend met de gebruikte
termen om uw rolstoel beter te leren kennen.
- Zitelementen bestaan uit de rugleuning, de zitting en de armsteunen. Deze
componenten geven u ondersteuning en het maximale comfort.
- Het vouwframe bestaat uit de beide zijframes en het kruisframe. Alle componenten
worden op dit frame gemonteerd, hetgeen met zorg werd ontwikkeld.
- De achterwielen bestaan uit de wielen, assen en hoepels. De achterwielen
onderhouden het contact met de ondergrond en zorgen voor de aandrijving van de
rolstoel middels het aandrijven van de hoepels.
- De voorwielen bestaan uit de wielen en de vorken. De voorwielen onderhouden het
contact met de ondergrond aan de voorzijde van de rolstoel en bepalen de richting
waarin de rolstoel rijdt.
- Remmen. De remmen dienen als parkeerremmen wanneer de rolstoel niet dient te
rijden en blokkeren de rolstoel tijdens stilstand.
- Beensteunopname. De beensteunopname is de verbinding tussen het frame
en de beensteunen. Ze vormen het draaipunt wanneer de beensteunen worden
weggezwenkt.
- Beensteunen : bestaanuit de bovendelen en de telescopisch buis met voetplaten.
De voetplaten bieden ondersteuning aan de voeten.
Voor een beter begrip zijn de bovengenoemde componenten in het volgende
overzicht afgebeeld.
16
Page 19
Rugleuning
1
Achterwiel
Rem
Achterwielas
Hoepel
Kruisframe
Rugbekleding
Armlegger
Armsteun
Zitbekleding
Beensteun
Opklapbare
voetplaat
Voorwiel
( zwenkwiel)
Balhoofd
8 Instellingen
8.1 Zitelementen
8.1.1 Verschillende typen rugleuningen
Vaste rugleuning - hoogte : 40 of 51 cm (Foto 1)
- Betsaat uit twee rugbuizen met slappe niet
instelbare bekleding.
- Geen instellingen mogelijk.
Waarschuwing: controleer de schroeven. Losse
schroeven kunnen kleding beschadigen.
17
Page 20
19
Deelbare rugleuning (Foto's 2 en 3)
3
4
- Bestaat uit twee rugbuizen met rechte of 10°
knik en een slappe bekleding. Door de rug te
vouwen wordt de totale transporthoogte verkleind.
Deze handeling kan uitgevoerd worden door de
gebruiker.
- Gebruik : Om de rugleuning neer te klappen,
trek beide hendels A op en klap de handvatten
neer. Om de rugleuning in gebruikspositie te
plaatsen draait u de handeling om waarbij u erop
let dat hendels A vaststaan en de rugleuning geen
speling heeft.
Waarschuwing :
- Plaats uw vingers niet tussen de bewegende
delen van de deelbare rugleuning
- Controleer of de vergrendeling correct is gesloten
voor te leunen tegen de rugleuning of de rolstoel
te duwen.
- Leun niet op de rugleuning wanneer deze is gevouwen
Hoek verstelbare rugleuning (Foto 4)
Met tandplaten verstelbaar van 0° tot 90°
- Instelling : Om de rug te verstellen trekt u de hendels van de verstelstangen
op, plaatst de rug in de gewenste positie en laat de hendels los. Controleer
of de tandplaten goed vergrendeld zijn en beide rugbuizen in dezelfde positie
staan.
Waarschuwing :
- Bij deze rugleuning is het raadzaam gebruik te maken van een anti-tip
systeem daar de instabilitiet toeneemt naarmate de rug verder achterover
wordt geplaatst.
- Controleer of de vergrendeling correct is gesloten
voor te leunen tegen de rugleuning of de rolstoel
te duwen.
- Plaats uw handen niet tussen de verstelling.
- Wij raden de gebruiker aan de handen te allen
tijde op de armsteunen te houden wanneer de rug
wordt versteld
18
Page 21
8.1.2 Verschillende typen zittingen
Standaard zitting (Foto 5)
- Uw rolstoel is voorzien van een slappe zitting van
nylon of skai.
- De zitting is niet instelbaar.
Controleer of de schroeven (A) niet uitsteken om
verwonding te voorkomen
8.1.3 Verschillende typen armsteunen
Alle typen armsteunen kunnen afgenomen en opgeklapt worden. (foto 6 en
7)
- Gebruik: druk veerpin A in en klap de armsteun op in achterwaartse
richting. Om de armsteun terug te plaatsen plaatst u de armsteunbuis in het
frame door pin A in te drukken waarbij u erop let dat pin B door het frame
naar buiten steekt.
Om de armsteun uit te nemen drukt u pin A in en tilt u de armsteun iets op,
daarna drukt u pin C uit en neemt u de armsteun volledig uit de opname D.
Om de armsteun terug te plaatsen op de rolstoel, plaatst u de armsteun
eerst terug in de achterste opname D en dan pas in de voorste opname in
het frame.
Pinnen B en C moeten door de opnames naar buiten steken. Controleer
zorgvuldig en zorg ervoor dat er geen overmatige speling is.
Opklapbare uitneembare korte armsteunen
- De korte armsteun bestaat uit een buis met een buiging aan de voorzijde
boven de vergrendeling en een korte armlegger.
- Geen instelling mogelijk voor deze armsteunen.
Waarschuwing : Tile de rolstoel nooit op aan de armsteunen. Wees
voorzichtig dat u uw vingers niet beklemt bij het verwijderen of plaatsen van
de armsteunen.
19
Page 22
21
Opklapbare lange armsteunen
- De lange armsteun bestaat uit een lange buis
tot de bevestiging en een lange armlegger.
- Geen instelling mogelijk voor deze armsteun.
Opklapbare, in hoogte verstelbare lange
armsteun (Foto 8)
- De in hoogte verstelbare armsteun bestaat
uit een buis met vergrendeling voor en een
verstelling voor de armlegger.
- Verstelling: draai knop A los en druk veerpin
B in, kies de gewenst de hoogte en draai
knop A weer vast. Knop A kan vervangen worden door een inbusbout
(meegeleverd) voor gebruikers die de hoogte eenmalig instellen.
8.2 Vouwframe
8.2.1 Zijframes
De zijframes zijn voorzien van een opening voor vaste wielassen en voor de
voorwielen.
Geen instellingen mogelijk voor de zijframes
8.2.2 Kruisframe
Het kruisframe bestaat uit twee framedelen waarmee de rolstoel
ingevouwen kan worden. Om uw rolstoel in te vouwen of uit te vouwen, zie
pagina 11.
Geen instelingen mogelijk voor het vouwsysteem.
8.3 Achterwielen
8.3.1 Wielen
- De achterwielen 24’’ x 1.3 /8’’ (600 mm x 32 mm) of 22’’ x 1.3/8’’ (550 mm x 32
mm) kunnen uitgerust zijn met lucht- of massieve banden. Wij bieden gespaakte
wielen 24’’ en 22’’.
Voor de 24’’ gespaakte wielen kan een spaakbeschermer gebruikt worden om
te voorkomen dat de vingers tussen de spaken raken.
- Instelling : Alleen de luchtbanden vereisen controle van de bandenspanning.
De aanbevolen bandenspanning wordt aangegeven op de zijkant van de
band.
De band mag nooit te hard opgepompt worden.
De rolstoel wordt geleverd met pomp. Om de quick release wielen onderlinguit
te wisselen tussen links en rechts is het belangrijk om de bandenspanning
20
Page 23
gelijk te houden. Wanneer een band lek
is, is het noodzakelijk om de buitenband
van de velg te nemen. (foto 9) Druk de
lucht uit de binnenband door ventiel A in te
drukken. Neem de buitenband van de velg.
Repareer of vervang de binnenband. Plaats
de binnenband terug. Plaats de buitenband
terug en pomp de band weer op tot de
aangegeven spanning.
NB: Gebruik van twee bandenlichters kan noodzakelijk zijn (niet
meegeleverd)
8.3.2 Hoepels
- De hoepels worden gebruikt om de rolstoel voort te bewegen.
NB: Aangezien de hoepels constant in contact komen met de handen is het
belangrijk dat de hoepels niet beschadigd zijn.
Optioneel is een set noppen voor mensen verminderde grijpmogelijkheid
leverbaar. De montage ervan dient uitgevoerd te worden door uw leverancier
in overleg met uw therapeut.
8.3.3 Assen
- De assen bevestigen de wielen aan het frame. Ze zijn leverbaar in vaste
uitvoering of quick release uitvoering.
- Gebruik: (foto 11). Druk pin A van de quick release as in en plaats de as in
het hart van de naaf. Plaats het wiel met de quick release as in het gat B van
het zijframe totdat deze volledig vastzit. Kogeltjes van de as moeten uitsteken
buiten de asbus. Er mag geen overmatige speling aanwezig zijn.
- Instelling : Neem de quick release as uit en verstel de moer op de as tot de
speling tot een minimum is gereduceerd.
BELANGRIJK : Controleer of de kogeltjes en de quick release knop
volledig in neutrale positie staan voor gebruik van de rolstoel.
21
Page 24
23
Het is absoluut noodzakelijk dat de kogeltjes aan het einde van de asbus
12
uitsteken om de wielen stevig te fixeren. Controleer de geregeld de
schoonheid van de kogeltjes op stof en vuil.
Waarschuwing: neem de wielen nooit van de rolstoel af als de gebruiker
er nog in zit.
8.4 Vorken en de zwenkwielen
- De zwenkwielen hebben een maat van 8’’ x
1.1/4’’ (200 mm x 32 mm) of 8 ‘’ x 2’’ (200 mm x
50 mm) of 6’’ x 1.1/4’’ (150 mm x 32 mm) en zijn
voorzien van lucht- of massieve banden.
- Instelling: alleen de luchtbanden dienen geregeld
op bandenspanning gecontroleerd te worden. De
aanbevolen bandenspanning wordt aangegeven
op de zijkant van de band. De band mag nooit
te hard opgepompt worden. De rolstoel wordt
geleverd met pomp. Wanneer een band lek is het
noodzakelijk om de buitenband van de velg te nemen.
Druk de lucht uit de binnenband door ventiel A in te drukken. Neem de
buitenband van de velg. Repareer of vervang de binnenband. Plaats de
binnenband terug. Plaats de buitenband terug en pomp de band weer op tot
de aangegeven spanning.
NB: Gebruik van twee bandenlichters kan noodzakelijk zijn (niet
meegeleverd)
8.5 Remmen (foto's 13A en 13B)
De remmen houden de rolstoel op zijn plaats tijdens langdurig stilstaan
Ze moeten niet gebruikt worden om snelheid te minderen of de rolstoel te
stoppen. Ze moeten als parkeerremmen gebruikt worden. De reminstelling
is afhankelijk van wielmaat en het type wiel dat wordt gebruikt.
- Gebruik: Remmen vastzetten geschiedt door de remarm A naar voren te
drukken. De remmen kunnen uitgevoerd worden met remverlengers voor
mensen met verminderde handkracht. De remverlenging kan weggeklapt
worden voor zijwaartse transfers. Trek de remverlenger op en hang hem
naar beneden. Eenmaal beremd mag de rolstoel niet meer kunnen rijden.
13A13B
A
B
22
X
Page 25
- Instelling: Na reparatie van een lekke band of slijtage van de band kan het
14
noodzakelijk zijn de remmen opnieuw af te stellen.
De instelling wordt uitgevoerd door de verzonken bout B los te draaien en de
rem te verplaatsen langs het frame totdat deze voldoende remkracht op het wiel
uitoefent en voldoende contact heeft met de band.
Zet de bout na de instelling weer goed vast.
8.6 Beensteunen
(Foto's 14 en 15)
- Gebruik: de beensteunen kunnen zowel naar binnen als naar buiten weggezwenkt
worden.
Om de beensteunen van de rolstoel af te nemen trekt u ze eenvoudig omhoog.
Om terug te plaatsen plaatst u buis A in de opname B en lijnt u de beensteunen uit
met het frame zodat ze goed vergrendelen in de opname.
Om de beensteunen weg te zwenken tilt u buis A licht op en zwenkt de beensteunen
vervolgens naar binnen of naar buiten.
Waarschuwing :
- Til de rolstoel nooit op aan de beensteunen.
- Controleer of de voetplaten goed geplaatst zijn voor u de voeten erop zet.
8.7 Hoek verstelbare beensteunen
(Foto's 16 en 17)
De beensteunen kunnen in hoek versteld worden en worden uitgevoerd met
een kuitsteun en voetplaat.
- Gebuik : Voor afnemen en wegzwenken: zie beensteunen.
23
Page 26
25
- Instelling :
Om de hoek te verstellen ontgrendelt uw hendel A en tilt u de de onderste
beensteunbuis op tot u de gewenste hoek heeft bereikt. Zet de hendel (A)
weer vast.
Om de kuitsteun D te verstellen draait u knop C los, verschuif de kuitsteun in
de gewenste positie en zet knop C weer vast.
8.8 Voetplaten
(Foto 18)
De voetplaten bestaan uit een insteekbuis en een
voetplaat waar de gebruiker de voeten op plaatst
wanneer hij / zij in de rolstoel.
Er zijn twee typen voetplaten leverbaar: vast of
met enkelscharnieren.
- Hoogte instelling : Draai knop C los, plaats de
insteekpijp in de gewenste hoogte en draai knop
C weer vast. Zorg ervoor dat de gaten van de
insteekpijp overeenkomen met de knop voor het
vastzetten.
- Hoek instelling : Draai knop D los, plaats de voetplaat in de gewenste hoek en
draai knop D weer vast. Zorg ervoor dat het systeem goed vastzit.,
24
Page 27
8.9 Hielbanden en kuitband
(Foto's 19 en 20)
Om de voeten en de benen correct te plaatsen kunt u gebruik maken van
hielbanden of een kuitband.
Om de kuitband af te nemen : vouw de rolstoel door de zitting op te trekken,
neem de beide beensteunen af en schuif de kuitband omhoog over de
beensteunen.
8.10 Transport versie
(Foto 21)
De tranport versie bestaat uit een set van 12"
achterwielen met luchtbanden of massieve
banden.
De kit moet geplaatst worden door een ervaren
technicus.
De transport versie kan alleen geduwd worden.
25
Page 28
27
8.11 Trommelremmen voor zelfrijder of transort versie
(Foto's 22 en 23)
- Gebruik : De trommelremmen kunnen gebruikt worden om snelheid
te minderen door de hendels A te gebruiken, vastzetten kan middels de
vergrendeling B.
- Instelling : Draai schroef C om de remkracht te vergroten of te verkleinen.
8.12 Anti-tip systeem
(Foto 24)
Het anti-tip systeem voorkomt dat de rolstoel achterover kantelt.
Achterover kantelen kan gebeuren bij onverwachte
bewegingen van de gebruiker of begeleider.
- Gebruik : Anti-tip systeem wordt bevestigd op het
achterframe aan de onderzijde.
Het anti-tip systeem kan afgenomen worden. Druk
de veerclip A in en schuif de anti-tip uit het frame.
De omgekeerde handeling wordt gebruikt om het
anti-tip systeem te plaatsen. De veerclip dient dan
uit de opening in het frame te steken voor juiste
bevestiging.
- Instelling : De instelling wordt gebruikt om de juiste afstand tussen de grond
en het anti-tip systeem te houden. Beide zijden dienen gelijk ingesteld te
worden. Het verdiend de aanbeveling dit te laten uitvoeren door een ervaren
persoon.
26
Page 29
8.13 Gordels
Gordel met velcrosluiting (Foto 25)
- Gebruik: Plaats van gordel hangt af van de aard
van de beperking en dient geadviseerd te worden
door uw therapeut.
- Instelling: Plaats het einde van de gordel in de
juiste positie door het lusband op het haakband te
bevestigen.
Waarschuwing : Laat de gordel niet tussen de spaken komen.
Gordel met clipsluiting (Foto 26)
- Gebruik: Plaats van gordel hangt af van de aard
van de beperking en dient geadviseerd te worden
door uw therapeut.
Voor sluiten: steek A in B. Voor openen druk C.
- Instelling: Bekkengordel met clipsluiting is
instelbaar door gebruik van D.
Waarschuwing : Laat de gordel niet tussen de spaken komen.
8.14 Werkbladen
Wegzwenkbaar werkblad (Foto 27)
Het werkblad kan bevestigd worden onder de
armsteun.
Dit dient te gebeuren door uw leverancier.
- Gebruik: Wanneer u een transfer wilt maken
zal een begeleider het werkblad moeten
wegzwenken.
- Instelling: Geen instelling mogelijk bij dit
werkblad.
Waarschuwing : Plaats geen warme dranken en dergelijke op het werkblad
wanneer de rolstoel in beweging is.
27
Page 30
29
8.15 Infuusstandaard met houder (foto 28)
33
De infuusstandaard biedt ruimte voor één
infuuszak. Hij dient gemonteerd te worden door
uw leverancier om er zeker van te zijn dat het
correct gebeurt.
- Gebruik: Denk eraan dat de infuusstandaard de
hoogte van de rolstoel verhoogd en problemen
kan geven met deuropeningen.
- Instelling: De infuusstandaard kan in hoogte
ingesteld worden. Draai knop A los en plaats de
infuusstandaard in de gewenste hoogte. Draai
knop A weer vast maar forceer niet.
Waarschuwing : Zorg ervoor dat de infuusstandaard stevig vast zit maar zet
het niet te strak vast. Wees voorzichtig bij het passeren van deuropeningen
i.v.m. de hoogte van de infuusstandaard.
28
8.16 Rugfixatiestang
(Foto's 29 en 30)
De rugfixatiestang houdt de rugleuning strak gespannen en biedt daarmee de
beste ondersteuning voor de gebruiker.
NB: De rolstoel kan niet gevouwen worden als de rugfixatiestang geplaatst
is.
- Gebruik : om de rugfixatiestang te verwijderen draait knop A los, til de
rugfixatiestang op, laat de stang naar u toe komen en laat hem vervolgens
zakken onder de duwhandvatten.
Om de rugfixatiestang te bevestigen zet u knop A stevig vast.
29
30
28
Page 31
8.17 Comfort hoofdsteun
38
36
(Foto 31)
Deze hoofdsteun wordt op de rugfixatiestang
geplaatst.
Om de hoogte in te stellen draait u hendel A los en
plaatst u de hoofdsteun in de gewenste hoogte;
draai hendel A weer goed vast.
Om de hoek in te stellen draait u hendel B los,
stelt de hoek in en draait vervolgens hendel B
weer vast.
Waarschuwing : Let op het volgende
- controleer of de rugfixatiestang goed vast zit
- controleer of alle hendels stevig aangedraaid zijn
- verstel de hoofdsteun niet als de gebruiker er met het
hoofd tegenaan zit
- plaats de verstelhendels zo dat ze de gebruiker of begelei der niet in de weg zitten
31
8.18 One arm drive
Dubbele hoepel aandrijving
De systeme make het voor de gebruiker mogelijk
om de rolstoel met één arm aan te drijven
door gebruik van de dubbele hoepel aan één
zijde. (zowel voor linkse als rechtse aandrijving
leverbaar). (Foto 32)
8.19 Eénarmige hevelaandrijving
(Foto 33)
Dit systeem maakt het voor de gebruiker mogelijk
om zich te verplaatsen door met één arm de
hefboom te gebruiken in een continue beweging.
Wordt gebruikt voor het sturen en tevens het
remmen. (verkrijgbaar voor links en rechts).
Let op : De mechanische rem bevindt zich altijd
aan de tegenovergestelde zijde van de bediening.
Wendt u tot uw leverrancier voor de bediening
van dit systeem.
32
33
29
Page 32
31
9. Technische gegevens
9.1 Rolstoel
Max. gebruikersgewicht: 120 kg
Zitbreedte : 38 / 41 / 43 / 46 / 50 cm
Zitdiepte : 42 cm
Zithoogte : 48 cm
Achterwielen : 610 mm (24") lucht of 315 mm MCP banden
Zwenkwielen : 200 mm (8") x 25 mm, massief
Remmen : Instelbaar op frame
Rugleuning : Vast, instelbaar of deelbaar
Armsteunen: Vlakke armleggers
Beensteunen : Verstelbaar en afneembaar
Bekleding : Zwart nylon of skai
Frame afwerking : Chroom of poedercoating
Rolstoelgewicht
Transport uitvoering: 18,5kg
Zelfrijder: 19,5 kg
9.2 Gereedschappen
Omschrijving Gereedschappen
Rem Inbussleutel 5 mm
Voetplaat Inbussleutel 5 mm
Rugbevestiging 2 x 10 mm steeksleutel
Armsteun verstelling Inbussleutel 4 mm, steeksleutel 10 mm
9.3 Service gereedschappen
Omschrijving Gereedschappen
Kruisframe 2 x 13 mm steeksleutel
2 x 10 mm steeksleutel
Inbussleutel 4 mm
Voorwielvork Steeksleutel 19 mm
Zwenkwielen 2 x steeksleutel 13 mm
Achterwielen Dopsleutel 19 mm, Steeksleutel 19 mm
Bekleding Kruiskop schroevendraaier
Armleggers Kruiskop schroevendraaier