Invacare Variable Plus User guide

Page 1
Gebruik-en instellingshandleiding
I S O 9 0 0 1
I n v a c a r e® Variable Plus
®
Page 2
1
U bent net in het bezit gekomen van een handbewogen rolstoel uit het
Invacare®
Dit model biedt u de voordelen en mogelijkheden van een rolstoel welke
werd ontwikkeld met het oog op uw specifieke wensen.
Uw rolstoel is met de grootste zorg behandeld gedurende alle fasen van het
productieproces. De gebruikte componenten zijn gekozen op basis van hun
kwaliteit en regelmatige inspecties zorgen ervoor dat de rolstoel naar uw
volle tevredenheid functioneert.
Dit boekje beschrijft de mogelijkheden en beperkingen van uw rolstoel, de
noodzakelijke verrichtingen met het oog op onderhoud en de instellingen
welke door uw zelf of een kennis / familielid uitgevoerd kunnen worden.
Enkele instellingen vereisen specifieke kennis en dienen derhalve uitgevoerd
te worden door uw erkende
leveringsprogramma en we hopen dat hij aan uw wensen voldoet.
Invacare®
leverancier
Page 3
Opmerking
De informatie in deze gebruikershandleiding kan zonder voorafgaande
waarschuwing gewijzigd worden.
Deze handleiding bevat informatie welke onder auteursrechterlijke
bescherming valt. Alle rechten zijn voorbehouden. Niets uit deze uitgave
mag gekopieerd of gepubliceerd worden zonder voorafgaande schriftelijke
toestemming van
de rugzijde van deze handleiding.
Invacare®.
Voor
Invacare®
adressen verwijzen wij u naar
De rolstoelgebruiker
Als fabrikant van rolstoelen doet
range van rolstoelen te leveren om aan de behoefte van iedere gebruiker te
kunnen voldoen. De uiteindelijke keus van model en uitvoering ligt te allen
tijde bij uw behandelend therapeut of uw deskundig technisch adviseur.
Invacare®
al het mogelijke om een brede
Gebruik
Goed gebruik van de rolstoel is afhankelijk van goed advies welke gestoeld
is op het gebruikersprofiel en de beperkingen en / of aandoening van de
gebruiker. De rolstoel is ontwikkeld voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.
Neem te allen tijde de regels van de wegenverkeerswet in acht.
1
Page 4
3
Inhoudsopgave
1. Veiligheid en gebruiksbeperkingen
1.1 Reiken naar objecten vanuit de rolstoel
1.2 Overschuiven naar een andere zitplaats
1.3 Kantelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
1.4 Kantelen bij stoepranden
1.5 Trappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
1.6 Hellingen
2. Gebruik van uw rolstoel
2.1 Invouwen en uitvouwen van de rolstoel
2.2 Aandrijven van de rolstoel
3. Veiligheidscontroles en onderhoud
3.1 Controle van prestaties
3.2 Controle van de algehele toestand
4. Transport
5. Garantie
6. Samenvatting
7. Introductie
8. Instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17/29
8.1 Zitelementen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
8.1.1 Verschillende typen rugleuningen . . . . . . . . . . 17
8.1.2 Verschillende typen zittingen . . . . . . . . . . . . . 19
8.1.3 Verschillende typen armsteunen . . . . . . . . . . . 19
8.2 Vouwframe . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
8.2.1 Glijdende delen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
8.2.2 Kruisframe . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
8.3 Achterwielen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
8.3.1 Wielen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
8.3.2 Hoepels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
8.3.3 Assen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
8.4 Vorken en voorwielen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
8.5 Remmen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
8.6 Beensteunen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
8.7 Beensteunen hoek verstelbaar . . . . . . . . . . . . . . . . 23
8.8 Voetplaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
8.9 Hielbanden en kuitband . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
8.10 Transport uitvoering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
8.11 Trommelremmen op zelfrijder uitvoering . . . . . . . . . . .
8.12 Anti-tip systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
8.13 Gordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .27
8.14 Werkbladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .27
8.15 Infuusstandaard met houder . . . . . . . . . . . . . . .28
8.16 Rugfixatiestang . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28
8.17 Comfort hoofdsteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29
8.18 Dubbele hoepelaandrijving (OAD) . . . . . . . . . . . . 29
8.19 Eénarmige hevelaandrijving . . . . . . . . . . . . . . .29
9. Technische gegevens en gereedschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
7.1 Algemene beschrijving
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .10
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11/12
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
. . . . . . . . . . . . . . . . . 3/10
. . . . . . . . . . . 4
. . . . . . . . . . 6
7
. . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
9
. . . . . . . . . . . 11
. . . . . . . . . . . . . . . . .12
. . . . . . . . . . . . . . . . . 12/13
. . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
. . . . . . . . . . . . .12
. . . . . . . . . . . . . . . . . . .16
26
2
Page 5
1 - Veiligheid en gebruiksbeperkingen
Stabiliteit en evenwicht
Om er zeker van te zijn dat de rolstoel stabiel blijft en juist gebruikt wordt is het van belang om een goede balans te houden. Uw rolstoel werd ontwikkeld om stabiel te blijven gedurend normaal dagelijks gebruik.
Elke activiteit die u onderneemt vanuit de rolstoel zal een invloed hebben op de balans van de rolstoel. Wij bevelen aan om een bekkengordel te gebruiken wanneer u zich beweegt in de rolstoel en daarmee het zwaartepunt verlegt.
Gewichtsverdeling
( Figuur 1 )
1
Veel activiteiten zorgen ervoor dat u reikt en leunt en het gewicht verplaatst binnen en buiten de rolstoel.
Deze handelingen zullen het gewicht en het zwaartepunt in de rolstoel veranderen.
Gewichtsbeperking
Het aanbevolen maximale gebruikersgewicht is 120 kg. Echter de mate van activiteit van de gebruiker is van belang.
Voorbeeld: een actieve gebruiker van 77 kg kan de rolstoel aan meer stress blootstellen dan een passieve gebruiker van 100 kg. Wij doen daarom de aanbeveling voor de actieve gebruiker om een ander type rolstoel te kiezen.
Uw leverancier kan u hierin het beste adviseren.
3
Page 6
5
1.1 - Reiken naar objecten vanuit de rolstoel
( Figuur 2 )
De beperkingen voor het reiken vanuit de rolstoel worden aangegeven in volgend diagram welke werd gerealiseerd middels representatief onderzoek onder rolstoelgebruikers: 91 mannen en 36 vrouwen.
Let op het verschil tussen maximaal reiken en reiken vanuit normale zitpositie.
Alleen de armen mogen buiten het zitvlak van de rolstoel uitsteken bij reiken.
Om veiligheidsredenen moeten de romp en het hoofd binnen het zitoppervlak blijven. ( Figuren 3 en 4 )
2
3
4
4
Page 7
Voorover leunen
Plaats de zwenkwielen zover mogelijk naar voren als mogelijk ( Figuur 5 ) en zet de remmen vast.
Leun niet buiten de armsteunen. ( Figuur 6 )
Uw zelf steunen en voorover leunen
Om naar een voorwerp te reiken, steunt u uw zelf en leunt u voorover terwijl u ervoor zorgt dat de zwenkwielen als steun dienen om de balans en het evenwicht te bewaren. Een correcte uitlijning is belangrijk voor uw veiligheid.
Achterover leunen
( Figuren 7 en 8 )
Plaats de rolstoel zo dicht als mogelijk bij het voorwerp dat u wilt bereiken.
5
6
Reik niet naar voorwerpen die zich verder dan een armlengte van u af bevinden in normale zitpositie.
7
8
5
Page 8
7
1.2 - Overschuiven naar een andere zitplaats
( Figuur 9 )
Dit kan gedaan worden zonder hulp indien u mobiel genoeg bent en over voldoende lichaamskracht beschikt.
Plaats de rolstoel dicht bij de zitplaats waar u naartoe wilt overschuiven en zorg ervoor dat de zwenkwielen in die richting wijzen. Zet de remmen vast. Verplaats uw lichaamsgewicht in de richting van de andere zitplaats.
Tijdens het overschuiven naar de andere zitplaats heeft weinig tot geen ondersteuning onder uw lichaam. Wanneer mogelijk kunt u het beste gebruik maken van een overschuifplank.
WAARSCHUWING
VOOR u probeert te bewegen, naar de rolstoel of vanuit de rolstoel, dient u zich ervan te verzekeren dat de ruimte tussen de rolstoel en de andere zitplaats zo klein mogelijk is. Zorg er voor dat de remmen vastgezet zijn, zodat de achterwielen niet kunnen bewegen, en de voorwielen in de richting wijzen van de zitplaats waar u naartoe wilt overschuiven.
9
WAARSCHUWING
Wanneer u overschuift tussen twee zitplaatsen zorg er dan voor dat uw rug zich zover als mogelijk achter in de rolstoel bevindt. Dit voorkomt eventuele schades aan de rolstoel als het breken van schroeven, scheuren van de zitbekleding en het voorover kantelen van de rolstoel.
Indien u kunt staan, mobiel genoeg bent en beschikt over voldoende lichaamskracht , kunt u de transfer eventueel voorwaarts maken. Vooral in geval van vaste armsteunen is dit een goede keuze. ( Figuur 10 ). Klap de voetplaten op en zwenk de beensteunen
6
10
Page 9
naar buiten. Plaats uw zelf zo dicht mogelijk bij de zitplaats waar u naartoe wilt overschuiven.
ZET BEIDE REMMEN VAST
Breng uw lichaam voorover terwijl u de armsteunen vasthoudt en druk uw zelf op naar staande positie. Verplaats uw zelf dan naar de zitplaats waar u wilt zitten door steun te nemen op de armen en handen.
( Figuur 10 )
WAARSCHUWING
Ga nooit op de voetplaten staan wanneer u uit de rolstoel gaat.
( Figuur 11 )
11
1.3 - Kantelen ( balanceren op de achterwielen )
Kantel de rolstoel niet zonder begeleider tenzij u de kunst van het balanceren op de achterwielen beheerst.
OPMERKING VOOR BEGELEIDERS
Wanneer een rolstoelgebruiker hulp nodig heeft gebruik uw eigen lichaam dan correct Houdt uw rug recht en buig door de knieën om de rolstoel te kantelen, stoepen of andere obstakels te nemen.
Let ook op afneembare en bewegende delen als armsteunen en beensteunen. Deze mogen NOOIT gebruikt worden als aangrijpingspunten voor het optillen daar zij onverwacht kunnen losschieten en het gevaar voor verwonding van de gebruiker en / of begeleider ontstaat.
Wanneer u een nieuwe methode van helpen aanleert vraag dan aan een ervaren persoon om advies voordat u het zelf probeert.
Om de rolstoel te kantelen houd de begeleider de duwhandvatten stevig vast, zich ervan overtuigend dat de duwhandvatten stevig gefixeerd zijn. Waarschuw de gebruiker voor u de rolstoel kantelt en vraag hem / haar om achterover te leunen. Controleer of de gebruiker's voeten en handen vrij zijn van de wielen. Plaats een voet op de trapdop en beweeg deze vloeiend door tot de rolstoel zich in balans bevindt. Op dit moment zal de begeleider een
7
Page 10
9
verschil in gewichtsverdeling voelen, welke normaal optreedt bij een hoek van ca. 30°. Draai de rolstoel in de gewenste richting, indien gewenst.
Laat de rolstoel langzaam en gelijkmatig zakken terwijl u de duwhandvatten vasthoudt. Laat de rolstoel niet onverwachts vallen wanneer deze zich nog enkele centimeters boven de grond bevindt. Dit kan de gebruiker verwonden.
1.4 - Kantelen bij stoepranden
12
METHODE 1 - ( Figuur 12 )
De begeleider kantelt de rolstoel totdat de zwenkwielen de stoeprand zijn gepasseerd.
Beweeg de rolstoel voorwaarts en laat de zwenkwielen op de stoep zakken. Duw de rolstoel door tot de achterwielen de stoeprand raken en rijd de rolstoel de stoep op.
13
METHODE 2 - ( Figuur 13 )
De begeleider staat op de stoep en trekt de rolstoel achterwaarts met de achterwielen tegen de stoeprand aan.
Kantel de rolstoel achterover tot het balanspunt is bereikt en trek de rolstoel in een vloeiende beweging de stoep op.
Laat de rolstoel niet zakken voordat de beide zwenkwielen zich ver genoeg boven de stoep bevinden.
Wanneer u de techniek van het kantelen van de rolstoel beheerst, gebruik deze methoden dan om stoepen, kleine trappen en andere obstakels te overwinnen. ( Figuren 12 en 13 )
8
Page 11
METHODE 3 - ( Figuur 14 ) Stoepen, trappen en verhogingen. Als algemene regel geldt dat u, wanneer u de rolstoel gebruikt zonder begeleider, geen obstakels neemt die hoger zijn dan 30 mm, tenzij uw rolstoel is uitgerust met een anti-tip systeem. Het anti-tip systeem vermindert het risico op achterover kantelen.
14
1.5 - Trappen
Wij raden u aan om uiterst voorzichtig te zijn bij het nemen van trappen. Voor deze handeling zijn 2 begeleiders nodig.
ADVIES VOOR BEGELEIDERS
Houd de rolstoel alleen vast aan vaste com­ponenten. Volg onderstaande procedure om de trap op te gaan. (Figuur 15)
1. Na het kantelen van de rolstoel tot het balanspunt, houdt één begeleider (achter) de rolstoel stevig vast aan de duwhandvat­ten en tegen de eerste traptrede.
2. De tweede begeleider tilt de rolstoel boven de traptrede terwijl hij de rolstoel ste­vig vasthoudt aan een vast component. (b.v. het frame). De eerste begeleider neemt één trede en de gehele handeling wordt herhaald.
3. U mag de rolstoel nooit laten zakken voordat de laatste traptrede veilig is genomen en de rolstoel de trap volledig heeft gepasseerd.
WAARSCHUWING ROLTRAPPEN!
Maak nooit gebruik van roltrappen met uw rolstoel. Dit kan leiden tot ernstige verwonding.
15
9
Page 12
11
1.6 - Hellingen, afdalingen (beperkingen)
Hellingen
Probeer nooit om hellingen op of af te gaan wanneer deze groter zijn dan 9%. Boven deze limiet kan uw rolstoel kante­len wanneer u uw rolstoel dwars op de helling plaatst.
(Figuur16)
17
Opwaartse hellingen
Leun uw bovenlichaam voorover en beweeg de rolstoel voort middels korte snelle bewe­gingen aan de hoepels om snelheid en controle over de richting te houden. Indien u tussentijds wilt rusten zet de rolstoel dan op beide
remmen.
(Figuur 17)
16
18
Neerwaartse hellingen
Leun voorzichtig achterover en laat de hoepels door uw handen glijden. Wees alert op nodige reactie om de snelheid en richting te corrige­ren.
(Figuur 18)
Indien u een helling op of afgaat voorkom dan scherpe bochten en PROBEER
NOOIT OM EEN HELLING SCHUIN OP OF AF TE GAAN. (Figuur 19)
19
10
Page 13
2 - Gebruik van uw rolstoel
2.1 - Invouwen en uitvouwen van de rolstoel
Uitvouwen : ( Figuur 20 )
1. Vouw de rolstoel uit door de armsteun het dichtst bij u te pakken en de rolstoel naar u toe te kantelen (één achterwiel en één voorwiel komen los van de grond) en op de zitbuis te drukken aan de andere zijde tot de zitbekleding volledig is uitgevouwen. De zitbekleding moet volledig strak staan.
2. Zet de remmen vast. Zwenk de beensteunen naar buiten en controleer de bodemvrijheid. Ga vervolgens in de rolstoel zitten.
Invouwen : ( Figuur 21 )
20
21
1. Zwenk de beensteunen naar binnen tot ze in de vergrendeling vallen.
2. Klap de voetplaten in verticale positie.
3. Plaats de handen aan de voor- en achterzijde in het midden van de zitbekleding en trek deze op of kantel de rolstoel naar u toe en vouw de rolstoel in middels de handvatten op de rugleuning.
( Figuur 22 )
WAARSCHUWING
Om verwonding te voorkomen moet u uw vingers weghouden bij bewegende delen (Armsteunen, beensteunen, kruisframe, etc.)
22
11
Page 14
13
2.2 - Aandrijven van de rolstoel
De wielen van uw rolstoel zijn uitgerust met hoepels. Deze bieden de mogelijkheid om ze met uw handen aan te grijpen.. Er zijn diverse opties voor leverbaar ( plastic hoezen, noppen, etc . . . ) Een deskundige kan u het beste adviseren omtrent de voor u beste manier van aandrijven van
de rolstoel.
Plaats geen lichaamsdelen tussen bewegende delen tijdens rijden
3 - Veiligheidscontroles en onderhoud
3.1 - Controle van prestaties
Als rolstoelgebruiker merkt u het als eerste als de rolstoel niet goed functioneert. De volgende tabel geeft een overzicht van een aantal mogelijke verschijnselen en de
eerste controle die uitgevoerd kan worden.
rolstoel rolstoel rolstoel zwenkwiel kraakt speling Controle trekt trekt draait / naar rechts naar links langzaam klikt
Controleer de banden
   spanning
moeren stevig vast zitten
  Controleer de balhoofden
op 90° stand t.o.v. vloer
   zwenkwielen gelijktijdig
de grond raken
beweegt
waggelt en in stoel
 Controleer of bouten en
Controleer of de beide
Als de symptomen blijven bestaan als de bandenspanning is gecontroleerd
en alle bouten en moeren allen goed zijn aangedraaid, neem dan contact op met uw leverancier. De binnenbanden van de wielen zijn de enige componenten die gerepareerd kunnen worden door de gebruiker. Zie pagina 20. Voor onderhoud aan de rolstoel, gelieve contact op te nemen met uw
leverancier.
3.2 - De algehele toestand controleren
Voor het uitvoeren van onderhoud raden wij u aan contact op te nemen met uw leverancier die beschikt over alle informatie. Laat uw rolstoel jaarlijks controleren en onderhouden door uw leverancier. Regelmatig onderhoud kan defecte of versleten onderdelen sneller aan het licht brengen en aanmerken voor vervanging hetgeen het normale gebruik van uw rolstoel verbeterd.
12
Page 15
Uit te voeren controles
Maandelijkse controle / instelling
Wekelijkse controle / instelling
Bij levering
1. Algemeen de rolstoel vouwt makkelijk in en uit de rolstoel rijdt in een rechte lijn (geen weerstand of trekken naar een kant
2. Remmen de remmen raken de banden niet tijdens het rijden de remmen zijn makkelijk te bedienen de scharnieren zijn niet versleten en vertonen geen speling
3. Kruisframe controleer het kruisframe op slijtage of verbuiging
4. Kledingbeschermers / armleggers controleer of alle fixaties aanwezig zijn en goed vast zitten
5. Armsteunen goed bevestigd maar makkelijk uitneembaar
6. Armleggers controleer de armleggers op slijtage
7. Zit- en rugbekleding controleer op goede conditie
8. 22" en 24" wielen wielbouten en lagers goed bevestigd geen overmatige zijdelingse beweging of slag wanneer de wielen van de grond getild zijn en gedraaid worden, quick release assen correct bevestigd
9. Hoepels controleer op oneffenheden
10. Spaken controleer spaken op spanning breuk of slapte
11. 6" of 8" zwenkwielen controleer de assen op juiste bevestiging, een rond draaiend zwenkwiel zou langzaam tot stilstand moeten komen
12. Vorken/ Balhoofden controleer of alle bevestigingen op hun plaats zitten
13. Luchtbanden en massieve banden als de rolstoel is uitgevoerd met luchtbanden, controleer dan op juiste bandenspanning (spanning staat op de zijkant van de band aangegeven), als de rolstoel is uitgevoerd met massieve banden gaat dit niet op
14. Reinigen houdt alle onderdelen schoon en stofvrij
reinig de zit- en rugbekleding met water en zachte zeep Reinig de framedelen zonder gebruik van een schoonmaakmiddel. Bekledingsonderdelen dienen alleen gereinigd te worden met water en een zachte zeep. Andere middelen voor reinigen van bekleding worden afgeraden.
Regelmatige controle / instelling
13
Page 16
15
4 - Transport
Transporteren van de rolstoel Systemen voor bevestiging in een ander voertuig
WAARSCHUWING
Invacare rolstoelen zijn geschikt voor transport in een ander voertuig met of
zonder gebruiker. Wij adviseren een fixatie met een 4-punts bevestigingssysteem
- twee aan de voorzijde, twee aan de achterzijde. Kies geschikte fixatiepunten op het frame van de stoel: verticale framebuizen. NB. de gebruikte bevestigingsspanning dient sterk genoeg te zijn om zijdelingse en voorwaartse beweging te voorkomen zonder de stoel te vervormen of breuken van het frame te veroorzaken.
VOORZICHTIG
Gebruik de zwenkwielen en achterwielen niet als fixatiepunten.
- GEBRUIK DE ROLSTOEL NIET als zitplaats in een ander voertuig, TENZIJ VOERTUIG EN ROLSTOEL VOORZIEN ZIJN VAN SYSTEMEN GOEDGEKEURD DOOR ERKENDE BEDRIJVEN.
5 - Garantievoorwaarden en condities
Standaard Invacare voorwaarden Dit is om aan te geven dat de rolstoel wordt gegarandeerd door Invacare B.V., voor een periode van 2 jaar op frame en kruisframe. Alle overige componenten zijn onderhavig aan volgende condities :
1. Alleen rolstoelen aangekocht tegen de volledige prijs worden gegarandeerd voor defecte onderdelen en fabricagefouten.
2. Bij constateren van een defect of fout dient de leverancier / dealer van wie het product betrokken is in kennis gesteld te worden.
3. De fabrikant accepteert geen aansprakelijkheid voor schade ontstaan door oneigenlijk gebruik of niet naleven van de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing.
4. Gedurende de garantietermijn, worden defecte onderdelen als gevolg van slechte arbeid of materialen vervangen zonder kosten door de Invacare dealer / leverancier.
5. De garantie vervalt wanneer er wijzigingen aan het product aangebracht worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Invacare.
6. De wettelijke rechten van de koper worden middels deze garantiebepalingen niet ontnomen.
14
Page 17
Beperkingen van aansprakelijkheid
Deze garantie dekt niet de opvolgende kosten ontstaan uit handelingen om de garantiereparatie uit te voeren, m.n. transport- en reiskosten, verlies van gederfde inkomsten en andere onkosten, etc.
Invacare B.V. is niet aansprakelijk voor :
- normale slijtage
- oneigenlijk gebruik
- ondeugdelijke montage door de dealer of derden
- slecht of geen onderhoud
- gebruik van niet originele onderdelen
6 - Samenvatting
van instructies voor veilig gebruik
- Max. gebruikersgewicht : 120 kg.
- Reik niet naar voorwerpen wanneer u buiten het zitoppervlak van de rolstoel reikt
- Reik niet naar voorwerpen wanneer u daarvoor tussen uw knieën naar de grond
moet reiken
- Leun niet te ver naar achteren om voorwerpen achter u te bereiken: u kunt
achterover kantelen.
- Verplaats uw gewicht of de zithouding niet in de richting waar u heen wilt: u kunt
kantelen.
- Gebruik altijd beide remmen voordat u een voorwerp naar de rolstoel of van de
rolstoel af beweegt.
- De remmen zijn niet bedoeld om snelheid te minderen.
- Probeer de rolstoel nooit te remmen met de standaard remmen.
- Kantel de rolstoel nooit zonder de hulp van een begeleider (trappen, stoepranden)
- Maak geen gebruik van de rolstrap met de rolstoel om een andere verdieping te
bereiken. (Dit kan tot ernstig letsel leiden.)
- Gebruik de rolstoel niet wanneer de banden niet de juiste bandenspanning hebben
als aangegeven op de zijkanten van de banden.
- Pomp banden nooit te hard op. Het negeren van dit advies kan leiden tot exploderen
van de band en persoonlijk letsel.
- Zorg voor de aanbevolen regelmatige controles.
- Gebruik uw rolstoel met respect voor anderen
- Gebruik de rolstoel nooit als zitplaats in een ander voertuig.
15
Page 18
17
7 - Introductie
Uw rolstoel maakt onderdeel uit van een brede range van producten. Iedere rolstoel wordt aangepast aan de specifieke behoefte van de gebruiker en is daarom telkens verschillend van de andere rolstoelen. Deze gebruiksaanwijzing geeft uitleg over alle mogelijkheden en instellingen van deze productlijn. Uiteraard vindt u hier ook de specifieke instellingen van uw rolstoel terug in deze gebruiksaanwijzing.
7.1 Algemene beschrijving
Uw rolstoel bestaat uit verschillende onderdelen welke bij naam worden genoemd in deze gebruiksaanwijzing. Maak uwzelf bekend met de gebruikte termen om uw rolstoel beter te leren kennen.
- Zitelementen bestaan uit de rugleuning, de zitting en de armsteunen. Deze componenten geven u ondersteuning en het maximale comfort.
- Het vouwframe bestaat uit de beide zijframes en het kruisframe. Alle componenten worden op dit frame gemonteerd, hetgeen met zorg werd ontwikkeld.
- De achterwielen bestaan uit de wielen, assen en hoepels. De achterwielen onderhouden het contact met de ondergrond en zorgen voor de aandrijving van de rolstoel middels het aandrijven van de hoepels.
- De voorwielen bestaan uit de wielen en de vorken. De voorwielen onderhouden het contact met de ondergrond aan de voorzijde van de rolstoel en bepalen de richting waarin de rolstoel rijdt.
- Remmen. De remmen dienen als parkeerremmen wanneer de rolstoel niet dient te rijden en blokkeren de rolstoel tijdens stilstand.
- Beensteunopname. De beensteunopname is de verbinding tussen het frame en de beensteunen. Ze vormen het draaipunt wanneer de beensteunen worden weggezwenkt.
- Beensteunen : bestaanuit de bovendelen en de telescopisch buis met voetplaten. De voetplaten bieden ondersteuning aan de voeten.
Voor een beter begrip zijn de bovengenoemde componenten in het volgende overzicht afgebeeld.
16
Page 19
Rugleuning
1
Achterwiel
Rem
Achterwielas
Hoepel
Kruisframe
Rugbekleding
Armlegger
Armsteun
Zitbekleding
Beensteun
Opklapbare
voetplaat
Voorwiel ( zwenkwiel)
Balhoofd
8 Instellingen
8.1 Zitelementen
8.1.1 Verschillende typen rugleuningen
Vaste rugleuning - hoogte : 40 of 51 cm (Foto 1)
- Betsaat uit twee rugbuizen met slappe niet instelbare bekleding.
- Geen instellingen mogelijk.
Waarschuwing: controleer de schroeven. Losse schroeven kunnen kleding beschadigen.
17
Page 20
19
Deelbare rugleuning (Foto's 2 en 3)
3
4
- Bestaat uit twee rugbuizen met rechte of 10° knik en een slappe bekleding. Door de rug te vouwen wordt de totale transporthoogte verkleind. Deze handeling kan uitgevoerd worden door de gebruiker.
- Gebruik : Om de rugleuning neer te klappen, trek beide hendels A op en klap de handvatten neer. Om de rugleuning in gebruikspositie te plaatsen draait u de handeling om waarbij u erop let dat hendels A vaststaan en de rugleuning geen speling heeft.
Waarschuwing :
- Plaats uw vingers niet tussen de bewegende delen van de deelbare rugleuning
- Controleer of de vergrendeling correct is gesloten voor te leunen tegen de rugleuning of de rolstoel te duwen.
- Leun niet op de rugleuning wanneer deze is gevouwen
Hoek verstelbare rugleuning (Foto 4)
Met tandplaten verstelbaar van 0° tot 90°
- Instelling : Om de rug te verstellen trekt u de hendels van de verstelstangen op, plaatst de rug in de gewenste positie en laat de hendels los. Controleer of de tandplaten goed vergrendeld zijn en beide rugbuizen in dezelfde positie staan.
Waarschuwing :
- Bij deze rugleuning is het raadzaam gebruik te maken van een anti-tip systeem daar de instabilitiet toeneemt naarmate de rug verder achterover wordt geplaatst.
- Controleer of de vergrendeling correct is gesloten voor te leunen tegen de rugleuning of de rolstoel te duwen.
- Plaats uw handen niet tussen de verstelling.
- Wij raden de gebruiker aan de handen te allen tijde op de armsteunen te houden wanneer de rug wordt versteld
18
Page 21
8.1.2 Verschillende typen zittingen
Standaard zitting (Foto 5)
- Uw rolstoel is voorzien van een slappe zitting van nylon of skai.
- De zitting is niet instelbaar.
Controleer of de schroeven (A) niet uitsteken om verwonding te voorkomen
8.1.3 Verschillende typen armsteunen
Alle typen armsteunen kunnen afgenomen en opgeklapt worden. (foto 6 en
7)
- Gebruik: druk veerpin A in en klap de armsteun op in achterwaartse richting. Om de armsteun terug te plaatsen plaatst u de armsteunbuis in het frame door pin A in te drukken waarbij u erop let dat pin B door het frame naar buiten steekt.
Om de armsteun uit te nemen drukt u pin A in en tilt u de armsteun iets op, daarna drukt u pin C uit en neemt u de armsteun volledig uit de opname D.
Om de armsteun terug te plaatsen op de rolstoel, plaatst u de armsteun eerst terug in de achterste opname D en dan pas in de voorste opname in het frame. Pinnen B en C moeten door de opnames naar buiten steken. Controleer zorgvuldig en zorg ervoor dat er geen overmatige speling is.
Opklapbare uitneembare korte armsteunen
- De korte armsteun bestaat uit een buis met een buiging aan de voorzijde boven de vergrendeling en een korte armlegger.
- Geen instelling mogelijk voor deze armsteunen.
Waarschuwing : Tile de rolstoel nooit op aan de armsteunen. Wees voorzichtig dat u uw vingers niet beklemt bij het verwijderen of plaatsen van de armsteunen.
19
Page 22
21
Opklapbare lange armsteunen
- De lange armsteun bestaat uit een lange buis tot de bevestiging en een lange armlegger.
- Geen instelling mogelijk voor deze armsteun. Opklapbare, in hoogte verstelbare lange armsteun (Foto 8)
- De in hoogte verstelbare armsteun bestaat uit een buis met vergrendeling voor en een verstelling voor de armlegger.
- Verstelling: draai knop A los en druk veerpin B in, kies de gewenst de hoogte en draai knop A weer vast. Knop A kan vervangen worden door een inbusbout (meegeleverd) voor gebruikers die de hoogte eenmalig instellen.
8.2 Vouwframe
8.2.1 Zijframes
De zijframes zijn voorzien van een opening voor vaste wielassen en voor de voorwielen. Geen instellingen mogelijk voor de zijframes
8.2.2 Kruisframe
Het kruisframe bestaat uit twee framedelen waarmee de rolstoel ingevouwen kan worden. Om uw rolstoel in te vouwen of uit te vouwen, zie pagina 11. Geen instelingen mogelijk voor het vouwsysteem.
8.3 Achterwielen
8.3.1 Wielen
- De achterwielen 24’’ x 1.3 /8’’ (600 mm x 32 mm) of 22’’ x 1.3/8’’ (550 mm x 32 mm) kunnen uitgerust zijn met lucht- of massieve banden. Wij bieden gespaakte wielen 24’’ en 22’’.
Voor de 24’’ gespaakte wielen kan een spaakbeschermer gebruikt worden om te voorkomen dat de vingers tussen de spaken raken.
- Instelling : Alleen de luchtbanden vereisen controle van de bandenspanning. De aanbevolen bandenspanning wordt aangegeven op de zijkant van de band. De band mag nooit te hard opgepompt worden. De rolstoel wordt geleverd met pomp. Om de quick release wielen onderlinguit te wisselen tussen links en rechts is het belangrijk om de bandenspanning
20
Page 23
gelijk te houden. Wanneer een band lek









is, is het noodzakelijk om de buitenband van de velg te nemen. (foto 9) Druk de lucht uit de binnenband door ventiel A in te drukken. Neem de buitenband van de velg. Repareer of vervang de binnenband. Plaats de binnenband terug. Plaats de buitenband terug en pomp de band weer op tot de aangegeven spanning.
NB: Gebruik van twee bandenlichters kan noodzakelijk zijn (niet meegeleverd)
8.3.2 Hoepels
- De hoepels worden gebruikt om de rolstoel voort te bewegen. NB: Aangezien de hoepels constant in contact komen met de handen is het belangrijk dat de hoepels niet beschadigd zijn. Optioneel is een set noppen voor mensen verminderde grijpmogelijkheid leverbaar. De montage ervan dient uitgevoerd te worden door uw leverancier in overleg met uw therapeut.
8.3.3 Assen
- De assen bevestigen de wielen aan het frame. Ze zijn leverbaar in vaste uitvoering of quick release uitvoering.
- Gebruik: (foto 11). Druk pin A van de quick release as in en plaats de as in het hart van de naaf. Plaats het wiel met de quick release as in het gat B van het zijframe totdat deze volledig vastzit. Kogeltjes van de as moeten uitsteken buiten de asbus. Er mag geen overmatige speling aanwezig zijn.
- Instelling : Neem de quick release as uit en verstel de moer op de as tot de speling tot een minimum is gereduceerd.
BELANGRIJK : Controleer of de kogeltjes en de quick release knop volledig in neutrale positie staan voor gebruik van de rolstoel.
21
Page 24
23
Het is absoluut noodzakelijk dat de kogeltjes aan het einde van de asbus
12
uitsteken om de wielen stevig te fixeren. Controleer de geregeld de schoonheid van de kogeltjes op stof en vuil.
Waarschuwing: neem de wielen nooit van de rolstoel af als de gebruiker er nog in zit.
8.4 Vorken en de zwenkwielen
- De zwenkwielen hebben een maat van 8’’ x
1.1/4’’ (200 mm x 32 mm) of 8 ‘’ x 2’’ (200 mm x 50 mm) of 6’’ x 1.1/4’’ (150 mm x 32 mm) en zijn voorzien van lucht- of massieve banden.
- Instelling: alleen de luchtbanden dienen geregeld op bandenspanning gecontroleerd te worden. De aanbevolen bandenspanning wordt aangegeven op de zijkant van de band. De band mag nooit te hard opgepompt worden. De rolstoel wordt geleverd met pomp. Wanneer een band lek is het noodzakelijk om de buitenband van de velg te nemen.
Druk de lucht uit de binnenband door ventiel A in te drukken. Neem de buitenband van de velg. Repareer of vervang de binnenband. Plaats de binnenband terug. Plaats de buitenband terug en pomp de band weer op tot de aangegeven spanning. NB: Gebruik van twee bandenlichters kan noodzakelijk zijn (niet meegeleverd)
8.5 Remmen (foto's 13A en 13B)
De remmen houden de rolstoel op zijn plaats tijdens langdurig stilstaan Ze moeten niet gebruikt worden om snelheid te minderen of de rolstoel te stoppen. Ze moeten als parkeerremmen gebruikt worden. De reminstelling is afhankelijk van wielmaat en het type wiel dat wordt gebruikt.
- Gebruik: Remmen vastzetten geschiedt door de remarm A naar voren te drukken. De remmen kunnen uitgevoerd worden met remverlengers voor mensen met verminderde handkracht. De remverlenging kan weggeklapt worden voor zijwaartse transfers. Trek de remverlenger op en hang hem naar beneden. Eenmaal beremd mag de rolstoel niet meer kunnen rijden.
13A 13B
A
B
22
X
Page 25
- Instelling: Na reparatie van een lekke band of slijtage van de band kan het
14

noodzakelijk zijn de remmen opnieuw af te stellen.
De instelling wordt uitgevoerd door de verzonken bout B los te draaien en de rem te verplaatsen langs het frame totdat deze voldoende remkracht op het wiel uitoefent en voldoende contact heeft met de band. Zet de bout na de instelling weer goed vast.
8.6 Beensteunen
(Foto's 14 en 15)
- Gebruik: de beensteunen kunnen zowel naar binnen als naar buiten weggezwenkt worden.
Om de beensteunen van de rolstoel af te nemen trekt u ze eenvoudig omhoog. Om terug te plaatsen plaatst u buis A in de opname B en lijnt u de beensteunen uit met het frame zodat ze goed vergrendelen in de opname.
Om de beensteunen weg te zwenken tilt u buis A licht op en zwenkt de beensteunen vervolgens naar binnen of naar buiten.
Waarschuwing :
- Til de rolstoel nooit op aan de beensteunen.
- Controleer of de voetplaten goed geplaatst zijn voor u de voeten erop zet.
8.7 Hoek verstelbare beensteunen
(Foto's 16 en 17)
De beensteunen kunnen in hoek versteld worden en worden uitgevoerd met een kuitsteun en voetplaat.
- Gebuik : Voor afnemen en wegzwenken: zie beensteunen.
23
Page 26
25
- Instelling :



Om de hoek te verstellen ontgrendelt uw hendel A en tilt u de de onderste beensteunbuis op tot u de gewenste hoek heeft bereikt. Zet de hendel (A) weer vast.
Om de kuitsteun D te verstellen draait u knop C los, verschuif de kuitsteun in de gewenste positie en zet knop C weer vast.
8.8 Voetplaten
(Foto 18)
De voetplaten bestaan uit een insteekbuis en een voetplaat waar de gebruiker de voeten op plaatst wanneer hij / zij in de rolstoel.
Er zijn twee typen voetplaten leverbaar: vast of met enkelscharnieren.
- Hoogte instelling : Draai knop C los, plaats de insteekpijp in de gewenste hoogte en draai knop C weer vast. Zorg ervoor dat de gaten van de insteekpijp overeenkomen met de knop voor het vastzetten.
- Hoek instelling : Draai knop D los, plaats de voetplaat in de gewenste hoek en draai knop D weer vast. Zorg ervoor dat het systeem goed vastzit.,
24
Page 27
8.9 Hielbanden en kuitband


(Foto's 19 en 20)
Om de voeten en de benen correct te plaatsen kunt u gebruik maken van hielbanden of een kuitband.
Om de kuitband af te nemen : vouw de rolstoel door de zitting op te trekken, neem de beide beensteunen af en schuif de kuitband omhoog over de beensteunen.
8.10 Transport versie
(Foto 21)
De tranport versie bestaat uit een set van 12" achterwielen met luchtbanden of massieve banden.
De kit moet geplaatst worden door een ervaren technicus.
De transport versie kan alleen geduwd worden.
25
Page 28
27
8.11 Trommelremmen voor zelfrijder of transort versie



(Foto's 22 en 23)
- Gebruik : De trommelremmen kunnen gebruikt worden om snelheid te minderen door de hendels A te gebruiken, vastzetten kan middels de vergrendeling B.
- Instelling : Draai schroef C om de remkracht te vergroten of te verkleinen.
8.12 Anti-tip systeem
(Foto 24)
Het anti-tip systeem voorkomt dat de rolstoel achterover kantelt.
Achterover kantelen kan gebeuren bij onverwachte bewegingen van de gebruiker of begeleider.
- Gebruik : Anti-tip systeem wordt bevestigd op het achterframe aan de onderzijde. Het anti-tip systeem kan afgenomen worden. Druk de veerclip A in en schuif de anti-tip uit het frame. De omgekeerde handeling wordt gebruikt om het anti-tip systeem te plaatsen. De veerclip dient dan uit de opening in het frame te steken voor juiste bevestiging.
- Instelling : De instelling wordt gebruikt om de juiste afstand tussen de grond en het anti-tip systeem te houden. Beide zijden dienen gelijk ingesteld te worden. Het verdiend de aanbeveling dit te laten uitvoeren door een ervaren persoon.
26
Page 29
8.13 Gordels



Gordel met velcrosluiting (Foto 25)
- Gebruik: Plaats van gordel hangt af van de aard van de beperking en dient geadviseerd te worden door uw therapeut.
- Instelling: Plaats het einde van de gordel in de juiste positie door het lusband op het haakband te bevestigen.
Waarschuwing : Laat de gordel niet tussen de spaken komen.
Gordel met clipsluiting (Foto 26)
- Gebruik: Plaats van gordel hangt af van de aard van de beperking en dient geadviseerd te worden door uw therapeut.
Voor sluiten: steek A in B. Voor openen druk C.
- Instelling: Bekkengordel met clipsluiting is instelbaar door gebruik van D.
Waarschuwing : Laat de gordel niet tussen de spaken komen.
8.14 Werkbladen
Wegzwenkbaar werkblad (Foto 27)
Het werkblad kan bevestigd worden onder de armsteun. Dit dient te gebeuren door uw leverancier.
- Gebruik: Wanneer u een transfer wilt maken zal een begeleider het werkblad moeten wegzwenken.
- Instelling: Geen instelling mogelijk bij dit werkblad.
Waarschuwing : Plaats geen warme dranken en dergelijke op het werkblad wanneer de rolstoel in beweging is.
27
Page 30
29
8.15 Infuusstandaard met houder (foto 28)


33
De infuusstandaard biedt ruimte voor één infuuszak. Hij dient gemonteerd te worden door uw leverancier om er zeker van te zijn dat het correct gebeurt.
- Gebruik: Denk eraan dat de infuusstandaard de hoogte van de rolstoel verhoogd en problemen kan geven met deuropeningen.
- Instelling: De infuusstandaard kan in hoogte ingesteld worden. Draai knop A los en plaats de infuusstandaard in de gewenste hoogte. Draai knop A weer vast maar forceer niet.
Waarschuwing : Zorg ervoor dat de infuusstandaard stevig vast zit maar zet het niet te strak vast. Wees voorzichtig bij het passeren van deuropeningen i.v.m. de hoogte van de infuusstandaard.
28
8.16 Rugfixatiestang
(Foto's 29 en 30)
De rugfixatiestang houdt de rugleuning strak gespannen en biedt daarmee de beste ondersteuning voor de gebruiker.
NB: De rolstoel kan niet gevouwen worden als de rugfixatiestang geplaatst is.
- Gebruik : om de rugfixatiestang te verwijderen draait knop A los, til de rugfixatiestang op, laat de stang naar u toe komen en laat hem vervolgens zakken onder de duwhandvatten.
Om de rugfixatiestang te bevestigen zet u knop A stevig vast.
29
30
28
Page 31
8.17 Comfort hoofdsteun

38
36
(Foto 31)
Deze hoofdsteun wordt op de rugfixatiestang geplaatst.
Om de hoogte in te stellen draait u hendel A los en plaatst u de hoofdsteun in de gewenste hoogte; draai hendel A weer goed vast.
Om de hoek in te stellen draait u hendel B los, stelt de hoek in en draait vervolgens hendel B weer vast.
Waarschuwing : Let op het volgende
- controleer of de rugfixatiestang goed vast zit
- controleer of alle hendels stevig aangedraaid zijn
- verstel de hoofdsteun niet als de gebruiker er met het hoofd tegenaan zit
- plaats de verstelhendels zo dat ze de gebruiker of begelei ­ der niet in de weg zitten
31
8.18 One arm drive
Dubbele hoepel aandrijving
De systeme make het voor de gebruiker mogelijk om de rolstoel met één arm aan te drijven door gebruik van de dubbele hoepel aan één zijde. (zowel voor linkse als rechtse aandrijving leverbaar). (Foto 32)
8.19 Eénarmige hevelaandrijving
(Foto 33)
Dit systeem maakt het voor de gebruiker mogelijk om zich te verplaatsen door met één arm de hefboom te gebruiken in een continue beweging. Wordt gebruikt voor het sturen en tevens het remmen. (verkrijgbaar voor links en rechts).
Let op : De mechanische rem bevindt zich altijd aan de tegenovergestelde zijde van de bediening. Wendt u tot uw leverrancier voor de bediening van dit systeem.
32
33
29
Page 32
31
9. Technische gegevens
9.1 Rolstoel
Max. gebruikersgewicht: 120 kg Zitbreedte : 38 / 41 / 43 / 46 / 50 cm Zitdiepte : 42 cm Zithoogte : 48 cm Achterwielen : 610 mm (24") lucht of 315 mm MCP banden Zwenkwielen : 200 mm (8") x 25 mm, massief Remmen : Instelbaar op frame Rugleuning : Vast, instelbaar of deelbaar Armsteunen: Vlakke armleggers Beensteunen : Verstelbaar en afneembaar Bekleding : Zwart nylon of skai Frame afwerking : Chroom of poedercoating Rolstoelgewicht Transport uitvoering: 18,5kg Zelfrijder: 19,5 kg
9.2 Gereedschappen
Omschrijving Gereedschappen
Rem Inbussleutel 5 mm Voetplaat Inbussleutel 5 mm Rugbevestiging 2 x 10 mm steeksleutel Armsteun verstelling Inbussleutel 4 mm, steeksleutel 10 mm
9.3 Service gereedschappen
Omschrijving Gereedschappen
Kruisframe 2 x 13 mm steeksleutel 2 x 10 mm steeksleutel Inbussleutel 4 mm Voorwielvork Steeksleutel 19 mm Zwenkwielen 2 x steeksleutel 13 mm Achterwielen Dopsleutel 19 mm, Steeksleutel 19 mm Bekleding Kruiskop schroevendraaier Armleggers Kruiskop schroevendraaier
30
Page 33
400/520
600/720
1225/1270
1040/1250
300/350
830/1030
475/485
505/525
430/520
802/842 205/360
850/890
485
8/13
75
400/490
31
Page 34
33
200
15
190/270
100
565/610
518
7
655/680
20
17
17,5/20
19,5
120
32
620/715
10/50
14/19,3
EN 1021-1 EN 1021-2
Page 35
33
Page 36
V2
Invacare ® France Operations SAS
Route de Saint Roch
37230 FONDETTES
Invacare® n.v.
Autobaan 22 8210 Loppem (Brugge) Belgium ( +32 (50) 831010 Fax +32 (50) 831011
Invacare® A/S
Sdr. Ringvej 39 2605 Brøndby Danmark ((kundeservice) +45 - (0) 3690 0000 Fax (kundeservice) +45 - (0) 3690 0001
Invacare® Aquatec
Alemannenstraße 10, D-88316 Isny Deutschland
( +49 (0)75 62 7 00 0 Fax +49 (0) 75 62 7 00 66
Invacare® SA
c/Areny s/n Poligon Industrial de Celrà 17460 Celrà (Girona) España ( +34 - (0) 972 - 49 32 00 Fax +34 - (0) 972 - 49 32 20
Invacare® Poirier SAS
Route de St Roch F-37230 Fondettes France ( +33 - (0) 2 47 62 64 66 Fax +33 - (0) 2 47 42 12 24
Invacare® Mecc San s.r.l. Via dei Pini, 62 I-36016 Thiene (VI) Italia ( +39 - (0) 445-380059 Fax +39 - (0) 445-380034
Invacare® Ireland
Unit 5 Seatown Business Campus, Seatown Rd, Swords, Dublin Ireland ( (353) 1 8107084 Fax (353) 1 8107085
Invacare® AS Grensesvingen 9 0603 Oslo Norge ((kundeservice) +47 - 22 57 95 10 Fax (kundeservice) +47 - 22 57 95 01
Invacare® PORTUGAL Lda
Rua Senhora de Campanhã 105 4369-001 Porto Portugal ( +351-225105946 Fax +351-225105739
Invacare® AB
Fagerstagatan 9 163 91 Spånga Sverige ((kundtjänst) +46 - (0) 8 761 70 90 Fax (kundtjänst) +46 - (0) 8 761 81 08
Invacare® B.V. Celsiusstraat 46 NL-6716 BZ Ede The Nederland ( +31 - (0) 318 - 69 57 57 Fax +31 - (0) 318 - 69 57 58
Invacare® Ltd South Road Bridgend Mid Glamorgan CF31 3PY United Kingdom
( (Customer Service) +44 - (0) 1656 - 647 327 Fax (Customer Service) +44 - (0) 1656 - 649 016
MB2-G-01 NL
Yes, you can.
V2 10/2006
Loading...