Lees voor de eerste inbedrijfname deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en neem alle veiligheidsvoorschriften in acht.
Gebruiksaanwijzing zorgvuldig bewaren!
http://www.dolmar.com
ES-2130 A
ES-2135 A
ES-2140 A
ES-2145 A
Page 2
2
..... mm
Hartelijk dank voor uw vertrouwen!
Wij feliciteren u met uw nieuwe DOLMAR elektrische kettingzaag en zijn ervan overtuigd dat u tevreden zult zijn met deze
moderne machine.
DOLMAR elektrische kettingzagen kenmerken zich door ro
buuste, krachtige motoren en hoge kettingsnelheden voor een
uitstekende zaagprestatie. Ze zijn voorzien van uitgebreide
veiligheidsvoorzieningen, volgens de laatste technieken, zijn
gemakkelijk te bedienen en handzaam en overal direct inzetbaar
waar electriciteit voorhanden is.
Om uw persoonlijke veiligheid te waarborgen en de optimale
werking en inzetbaarheid van de elektrische kettingzaag te
garanderen, verzoeken wij u het volgende:
Leest u voor de eerste ingebruikname van de elektrische
kettingzaag deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en
neem alle veiligheidsvoorschriften in acht. Niet-inachtneming kan levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken!
Symbolen
Op de zaag en het lezen van de gebruiksaanwijzing treft u de
volgende symbolen aan:
vervaardigd door DOLMAR GmbH, Jenfelder Str. 38, D22045 Hamburg, aan de fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen van de desbetreffende, EU-richtlijnen voldoen:
Ter vakkundige realisering van de in deze EU-richtlijnen vervatte
eisen zijn doorslaggevend de volgende normen als grondslag
genomen:
EN 60745-2-13, EN 61000-3-2, EN 61000-3-3, EN 55014-1,
EN 55014-2.
Het conformiteitsbeoordelingsprocédé 2000/14/EG is volgens
appendix V doorgevoerd. Het gemeten peil van geluidsniveau
(Lwa) bedraagt 101,5 dB(A). Het gegarandeerde peil van ge
luidsniveau (Ld) is 103 dB(A).
De EU-bouwmodelkeuring conform 98/37/EG geschiedde door:
TÜV Süd Product Service GmbH, Zertizierstelle, Ridlerstr. 31,
Indien een van de hier afgebeelde onderdelen bij de levering
ontbreekt, wendt u zich dan tot uw verkoper!
Verpakking/Verwijdering
Uw DOLMAR elektrische kettingzaag is in een doos verpakt ter
bescherming tegen transportschade.
Karton is een grondstof en is als zodanig geschikt voor hergebruik, of kan in de grondstofkringloop (oudpapierverwerking)
terug-gebracht worden.
Denk aan ons milieu! Elektrische apparaten mogen niet bij het
gewone huisvuil!
Mocht het apparaat niet meer kunnen worden gebruikt, vraag de
bevoegde afvaldienst dan naar de noodzakelijke maatregelen
voor de verwijdering.
Om te voorkomen dat anderen door een defect apparaat in
gevaar worden gebracht, dient u het aansluitsnoer dicht tegen
het apparaat af te snijden.
-
LET OP! Alvorens het aansluitsnoer door te snijden, de
stekker uittrekken! Er bestaat levensgevaar door een
elektrische schok!
Beoogd gebruik
Elektrische zagen
De elektrische zaag mag uitsluitend worden gebruikt om hout te
zagen. Ze is geschikt voor occasioneel gebruik in dun hout, het
onderhoud van fruitbomen, het vellen, onttakken en afkorten.
Niet-toegestane bedieners
Personen die niet vertrouwd zijn met de gebruiksaanwijzing,
kinderen, jongeren en personen onder invloed van alcohol,
drugs of medicijnen mogen het apparaat niet bedienen.
3
Page 4
4
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Algemene voorschriften
- Om een veilig gebruik te garanderen dient degene die het
apparaat bedient in ieder geval deze gebruiksaanwijzing te
lezen om zich met de werking ervan vertrouwd te maken.
Onvoldoende geïnstrueerde gebruikers kunnen zichzelf en
anderen door ondeskundig gebruik in gevaar brengen.
- De elektrische kettingzaag alleen uitlenen aan personen met
ervaring in het gebruik van een elektrische kettingzaag. De
gebruiksaanwijzing dient daarbij overhandigd te worden.
- Zij die voor het eerst gebruik gaan maken van een motorzaag
moeten zich door de verkoper laten instrueren om vertrouwd
te raken met de bij het zagen met een motorzaag behorende
eigenschappen.
- Leer met de electrische kettingzaag om te gaan door op een
zaagbok rondhout op lengtes te zagen.
- Kinderen en jeugdige personen onder 18 jaar mogen de elek
trische kettingzaag niet gebruiken. Voor jeugdigen boven 16
jaar geldt dit verbod niet als zij in het kader van hun opleiding
onder toezicht staan van een vakman.
- Het werken met de elektrische kettingzaag vereist een hoge
mate van oplettendheid.
- Alleen in goede lichamelijke conditie werken. Alle werkzaamhe
den rustig en precies uitvoeren. De gebruiker is verantwoordelijk
ten opzichte van derden.
- Nooit onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen werken.
Persoonlijke beschermingsuitrusting
- Om bij het zagen letsel aan hoofd, ogen, handen of voeten
en schade aan het gehoor te voorkomen, moet de hierna
omschreven beschermende uitrusting en kleding gedragen
worden.
- De kleding moet doelmatig zijn, d.w.z. nauw aansluitend, maar
mag niet hinderen. Sieraden of andere voorwerpen die bij het
werk kunnen hinderen mogen niet gedragen worden.
veiligheidshelm (1) moet regelmatig op beschadigingen
- De
gecontroleerd worden en moet na maximaal 5 jaar vervangen
worden. Gebruik uitsluitend goedgekeurde helmen. Bij lang
haar een haarnet dragen.
gezichtsbeschermer (2) van de helm (alternatief: Veilig-
- De
heidsbril) beschermt tegen wegspattende zaagspaanders en
houtsplinters. Om verwondingen aan de ogen te voorkomen
moet bij het werken met de elektrische kettingzaag altijd oogbe
scherming resp. gezichtsbescherming gedragen worden.
- Om gehoorschade te voorkomen moet geschikte persoonlijke
gehoorbescherming gedragen worden. (Oorbeschermers (3),
oordopjes,oorwatten etc.) Octaafbandanalyse op aanvraag.
veiligheidsbroek (4) bestaat uit 22 lagen nylonweefsel en
- De
beschermt tegen snijwonden. Het gebruik ervan wordt dringend
aanbevolen. In ieder geval een lange broek dragen van een
stevige stof.
Werkhandschoenen (5) van een zware kwaliteit leer behoren
tot de voorgeschreven uitrusting en moeten bij het werken met
de elektrische kettingzaag altijd gedragen worden.
- Bij het werken met de elektrische kettingzaag moeten
heidsschoenen of veiligheidslaarzen (6) met proelzool, stalen
neus en beenbeschermers gedragen worden. Veiligheidsschoei
sel met een beschermende inleg biedt bescherming tegen
snijverwondingen en zorgen ervoor dat men stabiel staat.
Inbedrijfname
- Bij regen en in een natte of zeer vochtige omgeving mag niet
met de elektrische kettingzaag gewerkt worden, omdat de
elektromotor niet tegen indringend water beschermd is.
- De elektrische kettingzaag mag niet gebruikt worden als hij
vochtig is.
- Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakken.
- Gebruik elektrische kettingzagen niet in de nabijheid van brand
bare gassen en in een stuivende omgeving, omdat de motor
vonken veroorzaakt.
- Het netsnoer moet zich beslist altijd achter de bedieningspersoon
bevinden. Let erop dat het netsnoer niet klem komt te zitten of
met scherpe voorwerpen in aanraking komt.
- Steek de stekker uitsluitend in contactdozen met randaarde van
goedgekeurde installaties. Controleer of de netspanning en de
frequentie overeen komen met de gegevens op het typeplaatje.
Controleer of de netspanning met de gegevens op het typeplaatje
overeenkomt. Voorzekering 16A. In de open lucht gebruikte
machines moe -ten via een lekstroom (FI)-veiligheidsschakelaar
met max. 30 mA uitschakelstroom aangesloten worden.
Explosiegevaar!
veilig-
1
-
-
2
-
3
-
4
-
5
Page 5
- Let op een juiste aderdoorsnede van het verlengsnoer. Bij
gebruik van een kabelhaspel moet de kabel volledig afgewik
keld worden. Toelaatbaar zijn alleen verlengsnoeren zoals in
de „Technische Gegevens“ beschreven. Bij het werken in de
open lucht onvoorwaardelijk erop letten, dat het snoer daarvoor
goedgekeurd is.
- Controleer voor aanvang van de werkzaamheden of de elek
trische kettingzaag goed werkt en op de voorgeschreven
wijze bedrijfsklaar isgemaakt.
Let vooral op of de kettingrem werkt, of de zaaggeleider juist
gemonteerd is, of de zaagketting volgens de voorschriften ge
slepen en gespannen is, of de kettingwielbeschermer vastzit,
de AAN/UIT schakelaar gemakkelijk werkt, of de sperknop goed
werkt, of netsnoer en netstekker onbeschadigd zijn en of de
handgrepen droog en schoon zijn.
- De elektrische kettingzagen pas nadat deze volledig inelkaar
gezet is starten. De elektrische kettingzaag mag uitsluitend
geheel gemonteerd gebruikt worden!
- Verwijder voor het inschakelen alle instelwerktuigen.
- De voor het bedrijf voorziene veiligheidsinrichtingen moeten
tijdens het werk gebruikt worden.
- Controleer of er zich geen kinderen of andere personen op de
werkplek binnen bereik van de kettingzaag bevinden. Let ook
op dieren (6).
- Voor het starten moet de zaaggeleider in een veilige stand
staan.
Bij het starten moet de elektrische kettingzaag met beide
handen vastgehouden worden. De rechterhand op de achterste
handgreep, de linker hand op de beugelgreep. De handgrepen
met de duimen eromheen vasthouden. De geleider en de ketting
moeten hierbij vrij blijven.
- Elektrische kettingzagen alleen starten volgens gebruiks-aan
wijzing. Overlaad uw electrische kettingzaag niet. Ze werkt het
best en veiligst binnen het aangegeven vermogensbereik.
- De elektrische kettingzaag direct afzetten bij merkbaar veranderd
machinegedrag.
ATTENTIE:
Bij het loslaten van de schakelaar loopt de ketting nog
enige tijd door (vrijloopeffect).
- Beschut het snoer tegen hitte, olie en scherpe kanten.
- Leg het snoer zo, dat het tijdens het zagen niet door takken of
dergelijke kan worden gegrepen.
- Bij beschadiging of doorsnijden van het netsnoer direct de
netstekker uit het stopcontact nemen.
- Als de zaag met stenen, spijkers of andere harde voorwerpen
in aanraking gekomen is moet direct de netstekker uit het
stopcontact genomen worden en moet de zaagmachine direct
geïnspecteerd worden.
- Voor het controleren van de kettingspanning, het naspannen,
het verwisselen van de ketting en het opheffen van storingen
moet de netstekker uit het stopcontact worden genomen.
- Tijdens werkonderbrekingen en voordat de bedieningspersoon
vertrekt moet de elektrische kettingzaag uitgeschakeld worden
en moet de netstekker uit het stopcontact worden genomen. De
elektrische kettingzaag moet op een veilige plaats weggelegd
worden.
- Bij het vullen van de olietank moet de netstekker uit het stop
contact worden genomen. Roken en open vuur zijn niet toege
staan.
- Vermijd huid- en oogcontact met minerale oliën. Draag bij het
tanken handschoenen.
- Let erop dat geen kettingolie in de bodem verdwijnt (bescherming
van het milieu). Zorg voor een geschikte ondergrond.
- Reinig de elektrische kettingzaag direct als er olie gemorst is.
Werkomstandigheden en -technieken
- Werk niet alleen, in noodgevallen moet er iemand in de buurt zijn
(gehoorafstand).
- Houd bij alle werkzaamheden de elektrische kettingzaag met
beide handen vast; alleen dan kan deze te allen tijde veilig
gebruiktworden.
- Werk alleen bij goed zicht en goede verlichting. Let in het bij
zonder op gladheid, nattigheid, ijs en sneeuw (uitglijgevaar).
Verhoogd gevaar voor uitglijden bestaat op vers ontbast hout
(schors).
- Werk nooit op een onstabiele ondergrond. Let op obstakels op
de werkplek, struikelgevaar. Let er voortdurend op dat u stevig
staat.
- Zaag nooit boven schouderhoogte.
- Zaag nooit staande op een ladder.
- Klim nooit met de elektrische kettingzaag in een boom om
werkzaamheden uit te voeren.
- Werk niet te ver voor- of achterovergebogen.
-
-
-
6
7
-
8
● Storing apparaat
● Onderhoud
-
-
● Olie bijvullen
● Zaagketting slijpen
● Werkonderbreking
● Vervoer
● Einde werkzaamheden
9
-
10
5
Page 6
6
- Beweeg de elektrische kettingzaag zodanig dat zich geen
Z
lichaamsdelenin het verlengde van het zwenkbereik van de
zaagketting bevinden (11).
- De lopende zaagketting niet met de aarde in aanraking laten
komen of ermee in de grond zagen. Op de aarde liggend hout
moet vóór het geheel doorzagen ervan worden omgedraaid,
om bodemcontact met de ketting te vermijden.
- In het zaagbereik de omgeving van zand, stenen, spijkers, draad,
enz. ontdoen. Vreemde voorwerpen beschadigen de zaag en
kunnen gevaarlijke terugslag (kickback) tot gevolg hebben.
- Gebruik bij het zagen van sprokkelhout en dunne stammen een
stabiele bok (zaagbok, 12). Het hout mag niet worden opeen
gestapeld en niet door een andere persoon, noch met de voet
worden vastgehouden.
- Rondhout moet vastgezet worden.
- Bij het werken op schuine ondergrond steeds tegen de helling
in staan.
Bij afkorten moet de getande beugel (12, Z) tegen het te
-
zagen hout worden gezet.
- Voor het
afkorten moet de getande beugel tegen het te zagen
hout gezet worden en pas daarna met lopende zaagketting
het hout gezaagd worden.De zaag wordt daarbij door middel
van de achterste handgreep omhoog getrokken en met de
beugelhandgreep geleid. De getande beugel dient daarbij als
draaipunt. Het volgen gebeurt met een lichte druk op de beugelgreep. De zaag hierbij iets terugtrekken. Getande beugel
lager aanzetten en opnieuw de achterste handgreep omhoog
trekken.
Trek de zaag alleen met lopende zaagketting uit het hout.
- Zijn er meerdere zaagsneden nodig dan moet de zaag tus
sendoor afgezet worden.
Steek- en langssneden mogen alleen door speciaal ge-
schoold personeel uitgevoerd worden (verhoogd gevaar
voor terugslag).
- Langssneden (13) in een zo klein mogelijke hoek aanzetten.
Hierbij moet extra opgelet worden daar de getande beugel
hiervoor niet gebruikt kan worden.
-
11
12
-
- Bij het zagen met de bovenzijde van de zaaggeleider kan de
elektrische kettingzaag in de richting van de bedieningspersoon
gestoten worden als de zaagketting klem komt te zitten. Daarom
moet zoveel mogelijk met de onderzijde van de zaaggeleider
gezaagd worden, daar in dat geval de zaag altijd van het lichaam
weg in de richting van het hout getrokken zal worden (14).
- Hout onder spanning moet altijd eerst aan de drukzijde (A)
ingezaagd worden. Pas daarna kan de scheidingssnede op de
trekzijde (B) gemaakt worden. Zo wordt het ingeklemd reken
van de zaaggeleider voorkomen.
- Pas op bij het zagen van versplinterd hout. Er kunnen afgezaagde
houtsplinters meegetrokken worden (gevaar voor letsel).
- Gebruik elektrische kettingzagen nooit bij het wegtillen en
verwijderen van stukken hout en andere voorwerpen.
- Steun bij het verwijderen van takken de elektrische kettingzaag
zo mogelijk altijd zo dicht mogelijk op de stam. Hierbij mag niet
met de voorzijde van de zaaggeleider gezaagd worden (terug
slaggevaar).
- Het verwijderen van takken mag alleen gedaan worden door geschoold personeel! Gevaar voor letsel!
- Let in het bijzonder op onder spanning staande takken. Zaag
vrijhangende takken niet van onder af door.
- Ga nooit op een stam staan terwijl u takken verwijdert.
- De elektrische kettingzaag mag niet gebruikt worden voor
bosarbeid - dus voor het vellen van bomen en verwijderen
van takken in het bos -. De hiervoor noodzakelijke bewegingsvrijheid en veiligheid van de ketting-zaaggebruiker
is doordat het apparaat een snoerverbinding heeft beslist
onvoldoende!
13
14
-
15
Page 7
45°
45°
ATTENTIE:
A
A
45
o
B
B
C
C
D
Het vellen van bomen en het verwijderen van takken mag
alleen door geschoold personeel gedaan worden! Gevaar
voor letsel! Regionale voorschriften in acht nemen!
- Met het vellen van bomen mag pas worden begonnen nadat
men zich ervan heeft verzekerd dat:
a) alleen personen die bij het vellen betrokken zijn zich op de
werk-plek bevinden.
b) ongehinderd vluchten mogelijk is voor iedereen die betrokken
is bij het vellen (de vluchtweg moet schuin achterwaarts
onder een hoek van ca. 45° verlopen). Rekening houden
met verhoogd struikelgevaar door het netsnoer.
c) de voet van de stam vrij is van alle vreemde voorwerpen,
struik-gewas en takken. Zorg voor een stabiele werkpositie
(struikelgevaar).
d) de dichtsbijgelegen werkplek tenminste twee en een halve
boomlengte verwijderd is (16). Vergewist u zich voor het
vellen van dat er zich geen personen of voorwerpen binnen
een afstand van 2 1/2 maal de boomlengte bevinden.
- Beoordeling van de boom:
Overhangrichting - losse of dorre takken - hoogte van de boom
- natuurlijke overhang - is de boom rot?
- Let op de windrichting en windsnelheid. Bij zware windstoten
mogen er geen bomen geveld worden.
- Inzagen van de worteluitlopers:
Bij de grootste worteluitloper beginnen. Als eerste de zaagsnede
in verticale richting en daarna de zaagsnede in horizontale
richting aanbrengen.
- Valkerf (A,17) aanbrengen:
De valkerf geeft de boom de juiste valrichting en stuurt deze.
De valkerf wordt haaks op de valrichting aangebracht met een
diepte van 1/5-1/3 van de stamdoorsnede. De zaagsnede indien
mogelijk net boven de grond aanbrengen.
- Eventuele correcties van de valkerf moeten over de gehele
breedte vande boom aangebracht worden.
- De valzaagsnede (B,18) wordt boven de valkerfholte (D)
aangebracht. De valzaagsnede moet loodrecht op de stam
aangebracht worden. Voor de val-kerf moet ongeveer 1/10 van
de stamdoorsnede blijven staan als breukvlak.
Het breukvlak (C) werkt als scharnier. Dit mag in geen geval
doorgezaagd worden, daar dit het ongecontroleerd vallen van
de boom kan veroorzaken.Er moeten tijdig wiggen in de velsnee
(B, 18) worden geplaatst!
- De valzaagsnede mag alleen gezekerd worden met kunststof of
aluminiums piëen. Het gebruik van stalen spiëen is verboden.
- Bij het vallen van de boom altijd terzijde van de vallende boom
gaan staan.
- Bij het terugkeren naar de valzaagsnede oppassen voor val
lende takken.
- Bij het werken op hellingen moet de bedieningspersoon boven
of terzijde van de te bewerken stam, respectievelijk liggende
boom staan.
- Pas op voor aanrollende boomstammen.
1
2
2
= Velbereik
16
17
-
18
Terugslag (Kickback)
- Bij het werken met de elektrische kettingzaag kan ongecontro
leerde terugslag voorkomen.
- Deze terugslag onstaat, als het uiteinde van de zaaggeleider
(vooral het bovenste kwadrant) on-voorzien hout of andere
vaste voorwerpen raakt.
- De elektrische kettingzaag wordt daarbij ongecontroleerd en met
grote kracht in de richting van de bedieningspersoon geslingerd
(gevaar voor letsel!).
Om terugslag te voorkomen moet op het volgende gelet
worden:
- Zet nooit met de punt van de zaaggeleider aan bij het zagen.
De punt van de zaaggeleider moet altijd in het oog gehouden
worden.
- Zaag nooit met de punt van de zaaggeleider! Pas op bij het
voortzetten van reeds begonnen zaagsneden.
- Begin met lopende zaagketting aan de zaagsnede!
- De zaagketting moet altijd correct geslepen worden. Let daarbij
vooral op de juiste hoogte van de dieptebegrenzing (nadere
informatie in het hoofdstuk “Ketting slijpen”)!
- Zaag nooit meerdere takken tegelijkertijd door! Let er bij het ver
- Let bij het afkorten op in de buurt liggende stammen. Maak zo
wijderen van takken op dat geen andere tak geraakt wordt.
mogelijk gebruik van een zaagbok.
-
19
-
7
Page 8
8
Vervoer en opslag
- Draag de elektrische kettingzaag altijd aan de beugelgreep,
waarbij de zaaggeleider naar achter wijst.
de elektrische kettingzaag nooit met lopende zaagketting.
- Draag de electrische kettingzaag nooit aan het snoer. Trek
de stekker nooit met het snoer uit het stopkontakt.
- Bij het veranderen van werkplek tijdens het werken moet
de elektrische kettingzaag afgezet en de kettingrem inge
schakeld worden om onbedoeld starten en aanlopen van
de zaagketting te voorkomen.
- Bij vervoer over langere afstanden moet in ieder geval de
netstekker uit het stopcontact worden genomen en moet
de meegeleverde zaaggeleidingsbeschermer gemonteerd
worden (20).
- Tijdens het vervoer in personenwagens moet de machine
zo geplaatst worden dat er geen kettingolie kan uitlekken.
- Berg de electrische zaag op in een veilige, droge en af
sluitbare ruimte buiten bereik van kinderen. De elektrische
kettingzaag mag niet buiten bewaard worden.
- Bij opslag voor langere tijd en bij het verzenden van de
elektrische kettingzaag moet de olietank volledig geleegd
zijn.
- Kettingolie alleen in goedgekeurde en gecerticeerde tanks
vervoeren en opslaan. De olie buiten het bereik van kinderen
opslaan.
Vervoer of draag
Onderhoud
Bij alle onderhoudswerkzaamheden moet de elektrische
kettingzaag uitgeschakeld en moet de netstekker uit het
stopcontact genomen en veilig opgeborgen (21) zijn.
- Controleer vóór elk werkbegin de bedrijfszekere toestand
van de electrische kettingzaag, vooral de werking van de
ketting- en de nalooprem. Let erop of de zaagketting volgens
de voorschriften geslepen en gespannen is (22).
- Laat de kettingrem en de nalooprem regelmatig nakijken
(zie „Kettingrem, nalooprem“).
- Reinig de remband van de kettingrem telkens na gebruik
(zie „Kettingrem“).
- Controleer het aansluitsnoer regelmatig op beschadigingen
van de isolatie.
- Reinig de elektrische kettingzaag regelmatig.
- Laat bij beschadiging van de kunststof behuizing direkt een
vakkundige reparatie uitvoeren.
- Controleer regelmatig of de tankdop van de olietank goed
sluit.
- Bij een defecte AAN/UIT-schakelaar de zaag niet gebruiken.
Laat u dit defect vakkundig repareren.
Neem de veiligheidsvoorschriften van de Arbeids-in
spektie en verzekeringsmaatschappijen in acht.
Breng in geen geval veranderingen in de constructie
van de elektrische kettingzaag aan. U brengt daarmee
uw veiligheid in gevaar.
Onderhouds- en montagewerkzaamheden mogen alleen
uitgevoerd worden voorzover deze in deze gebruiksaanwij
zing beschreven zijn. Alle verdere werkzaamheden moeten
door de DOLMAR service uitgevoerd worden.
Gebruik uitsluitend DOLMAR reserve-onderdelen.
Bij gebruik van niet-geautoriseerde accessoires of zaag
geleider/kettingcombinaties en -lengten is er een verhoogd
ongevals-risico. Bij ongelukken of schade als gevolg van
niet-geautoriseerde zaagmechanieken of accessoires vervalt
iedere aansprakelijkheid.
Eerste Hulp (E.H.B.O.)
Voor eventuele ongevallen dient altijd een verbanddoos op
de werkplek aanwezig te zijn. Vul gebruikt materiaal direct
weer aan.
Als u om hulp vraagt, geeft u dan de volgende informa-
tie:
- Waar gebeurde het
- Wat gebeurde er
- Hoeveel gewonden
- Aard van de verwondingen
- Noem uw naam!
Aanwijzing: Bij personen met circulatiestoornissen kunnen
vaak optredende vibraties tot beschadiging van do bloedvaten
of van het zenuwstelsel leiden.
Door vibraties aan vingers, handen of polsen kunnen de
volgende symptomen optreden: inslapen van lichaamsdelen,
prikkelen, pijn steken, verandering van de huidkleur of van de
huid. Bij het waarnemen van zulke symptomen moet u een
dokter opzoeken.
-
20
-
21
-
-
-
22
SERVICE
23
24
Page 9
Technische specicaties
1
910111213
2
3
45
14151617
67
8
Typ 226 980 XXX XXX
230-240 V~ 50-60 Hz 8.8 A 2000 W
2006 123456
ES-2130 A ES-2135 A ES-2140 A ES-2145 A
Opgenomen vermogen Watt 2000
Nominale spanning V 230 - 240
~
Netfrequentie Hz 50 - 60
Nominale stroom A 8,8 Netzekering A 16
Netsnoer lengte cm 30 / 500
Zaagketting type 092
Zaagketting steek inch 3/8"
Zaaglengte cm 30 35 40 45
Max. kettingsnelheid m/s 13,3
L
Geluidsniveau
vlgs. EN 60745-2-13
Geluidsdruk L
op de werkplek vlgs. EN 60745-2-13
Zwaaiversnelling
a
vlgs. EN 60745-2-13
h,w av
- Beugelgreep m/s
- Achterste handgreep m/s
Oliepomp
Olietankvolume ml 140
Krachtoverbrenging directe
Overbelastingsbeveiliging elektrisch
Kettingrem handbediend of automatisch
Nalooprem elektrisch
Gewicht kg 4,4
(zonder zaaggeleider / zaagketting)
Netontstoring / EMV vlgs. EMV-Richtlijn EWG 89/336 en EWG 92/31
Isolatieklasse Klasse II (dubbele veiligheidsisolatie)
Verlengsnoer DIN 57282/ HO 7RN-F
(geen onderdeel van levering)
dB (A) 101,8
WA av
dB (A) 90,8
pA av
2
2
4,7
5,6
automatisch
L= 30 m max., 3x1,5 mm
2
Benaming van de onderdelen
1 Beugelgreep
2 Handbeschermer (activering van de kettingrem)
3 Getande beugel
4 Kettingwielbescherming, snelspanner
5 Kettingwielbescherming, kettingrem
6 Deksel voor koolborstels
Achterste handbeschermer
7
Snoer met stekker
8
Zaaggeleider
9
Olietankdop
10
Typeplaatje
11
Sperknop
12
Achterste handgreep
13
Aan/Uit schakelaar
14
Peilglas voor oliestand
15
Zaagketting
16
17 Trekontlasting voor het aansluitsnoer
Afbeelding: Typeplaatje ES-2145A
Serienummer
Bouwjaar
Bij bestellen vanreserveonder delenopgeven!
9
Page 10
10
986
7
6
A
1
2
3
4
B
INBEDRIJFNAME
ATTENTIE: Bij alle werkzaamheden aan de zaaggeleider en
zaagketting altijd de stekker uit het stopcontact
nemen en werkhandschoenen dragen!
ATTENTIE: De elektrische kettingzaag mag pas
worden na volledig te zijn samengebouwd en
controle!
Montage van de zaaggeleider en de zaagketting
Plaats de elektrische kettingzaag op een stabiele ondergrond
en voer de montage van de zaagketting en zaaggeleider stap
voor stap uit volgens de onderstaande procedure:
Zet de kettingrem uit. Trek daarvoor de handbescherming (
in de richting van de pijl.
Klap de kettingwielbescherming, snelspanner (
ook afb. G).
Druk de kettingwielbescherming, snelspanner, krachtig tegen
de veerspanning in en draai ze langzaam
ze voelbaar ingrijpt. Druk de kettingwielbescherming nu verder
en draai ze zo ver mogelijk tegen de klok in.
Laat de kettingwielbescherming, snelspanner, weer los (ont
lasten) en breng ze weer in de beginpositie door ze met de klok mee te draaien. Herhaal dit proces tot de kettingwielbescherming (3) is losgeschroefd.
De kettingwielbescherming (
achterste houders (4) trekken en wegnemen.
3) licht zijwaarts spreiden, uit de
tegen de klok in, tot
gestart
1)
2) omhoog (zie
-
De zaaggeleider (7) opzetten en tegen het kettingwiel (6)
drukken.
C
De zaagketting (9) op het kettingwiel (6) leggen. Met de rechterhand de zaagketting in de bovenste geleidergroef (8) van
de zaaggeleider leggen.
De snijkanten van de zaagketting moeten op de bovenzijde
van de geleider in de richting van de pijl staan!
D
Page 11
2
14
2
11
3
12
910
133
Druk de zaaggeleider met de linkerhand licht tegen de houder
aan de kast en leid de zaagketting (
van de zaaggeleider, terwijl u de zaagketting voorzichtig in de
richting van de pijl trekt.
De bevestigingsgaten aan de kettingwielbescherming op de
steunbouten (11) uitrichten.
Door aan de kettingspanschroef (H/14) te draaien de kettings
panbout (12) op het gat in de zaaggeleider uitrichten.
9) om de omkeerpunt (10)
E
-
De kettingwielbescherming (3) eerst in de houder (13) duwen
en aansluitend op de steunbouten (F/11) schuiven.
Zaagketting spannen
Door de kettingwielbescherming, snelspanner (2) tegelijk krachtig
in te drukken en met de klok mee te draaien, de kettingwielbescherming (3) aanschroeven, maar nog niet vast aandraaien.
De punt van de zaaggeleider licht optillen en de kettingspan
ner (14) met de klok mee draaien, tot de zaagketting in de
geleidergroef aan de onderzijde van de zaaggeleider grijpt (zie
cirkel).
De kettingwielbescherming, snelspanner (
ken en met de klok mee vastdraaien.
2) opnieuw indruk-
F
G
-
De kettingwielbescherming, snelspanner (
ten), tot ze vrij draaibaar is. Vervolgens inklappen zoals op de
afbeelding getoond.
2) loslaten (ontlas-
H
11
Page 12
12
Controle van de kettingspanning
23
1
De juiste spanning van de zaagketting is bereikt, wanneer de
ketting tegen de onderzijde van de zaaggeleider aanligt en met
de hand gemakkelijk ca. 2-4 mm van de zaaggeleider opgelicht
kan worden.
Controleer regelmatig de kettingspanning, omdat nieuwe
zaagkettingen na verloop van tijd uitrekken en langer
worden!
Daarom de kettingspanning regelmatig met
motor en met de stekker uit het stopcontact controleren. Als
de ketting te los is: de kettingwielbescherming, snelspanner,
ongeveer één omwenteling losdraaien. De ketting opspannen
zoals beschreven onder “Zaagketting spannen”.
EEN TIP UIT DE PRAKTIJK:
Gebruik afwisselend 2-3 zaagkettingen, opdat zaagketting,
kettingwiel en de loopvlakken van de zaaggeleider gelijkmatig
verslijten.
Voor een gelijkmatige slijtage van de zaaggeleidergroef moet
bij het verwisselen van een ketting de zaaggeleider omgekeerd
I
worden.
uitgeschakelde
Kettingrem
De modellen is standaard met een vertragingsveroorzakende
kettingrem uitgerust. Ontstaat er een terugslag (kickback) doordat
de punt van de zaaggeleider met het hout in aanraking komt
(zie hoofdstuk „VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN”, blz. 7), wordt
bij voldoende terugslag de kettingrem door massatraagheid in
werking gesteld.
In een fractie van een seconde wordt de zaagketting stilge
zet.
-
Nalooprem
De modellen worden in serie van een nalooprem voorzien.
Hiermee wordt bereikt, dat de zaagketting na het loslaten van
de AAN/UIT-schakelaar onmiddellijk tot stilstand komt en dus
het gevaarlijke nalopen van de zaagketting wordt verhinderd.
Het testen van de nalooprem is op blz. 16 beschreven.
Onderhoud van ketting- en nalooprem
De remsystemen vormen een zeer belangrijke veiligheidsvoorziening en zijn, zoals ieder onderdeel, ook aan bepaalde
SERVICE
slijtage onderhevig. Regelmatige controle en onderhoud
ervan is in het belang van uw eigen veiligheid en kunnen
alleen door een DOLMAR-service-werkplaats uitgevoerd
worden.
J
Inschakeling van de kettingrem (blokkeren)
Als de terugslagkracht sterk genoeg is, dan zal de plotselinge
versnelling van de beugelgreep in combinatie met de inertie van
de handbescherming (
Druk voor handbediening de handbeschermer (1) met de
linker hand in de richting van de voorzijde van de zaaggeleider
(pijl 2).
Kettingrem lossen
De handbeschermer (
trekken tot deze voelbaar aangrijpt. De kettingrem is gelost.
Advies:
Bij aangetrokken kettingrem wordt de stroom-toevoer naar de
motor onderbroken. Het testen van de nalooprem is op blz. 16
beschreven.
1) de rem automatisch aanzetten.
1) in de richting van de beugelgreep (pijl 3)
K
Page 13
Zaagkettingoilie
Voor het smeren van de zaagketting en de zaaggeleider moet
zaagkettingolie met een hechtmiddeltoevoeging gebruikt worden.
De hechtmiddeltoevoeging in de zaagkettingolie voorkomt een
te snel wegslingeren van de olie.
Het gebruik van minerale olie niet toegestaan. Om het mileu
te sparen wordt het gebruik van biologisch afbreekbare olie
voorgeschreven.
De door DOLMAR aangeboden zaagkettingolie BIOTOP wordt
op basis van geselecteerde plantenoliën vervaardigd en is 100
% biologisch afbreekbaar. BIOTOP is bekroond met de blauwe
milieu-engel (RAL UZ 48).
Belangrijke aanwijzing aangaande bio-olie voor
zaagkettingen
Bij een bultenbedrijfsstelling op langere duur (waarin de
houdbaarheidsdatum van de zaagkettingolie overschreden
wordt) moet de olietank worden leeggemaakt, waama er
een kleine hoeveelheid
ingegoten. Daarop de elektrische zaag enige tijd laten
lopen, om alle resten bio-olie uit de tank, het olieleidings
systeem en de zaaginrichting te spoelen. Deze maatregel
is noodzakelijk, omdat verschillende bio-olies ertoo noigen
motorolie (SAE 30) moet worden
-
BIOTOP zaagkettingolie is, afhankelijk van het verbruik,
leverbaar in de volgende verpakkingen:
Biologisch afbreekbare kettingolie is slechts beperkt
houdbaar en dient binnen 2 jaar na de opgedrukte
fabricagedatum gebruikt te zijn.
plakkerig te worden, waardoor schade aan de oliepomp
of aan oliegeleidende machinedelen kan optreden.
Voor hernieuwde inbedrijfstelling weer met verse BIOTOPzaagkettingolie vullen.
gebruik van afgewerkte of ongeschikte zaagkettingoliën
vervalt iedere aanspraak op garantie.
Uw vakhandelaar informeert u graag over het gebruik
van zaagkettingolie.
Bij schade veroorzaakt door het
A
GEBRUIK NOOIT AFGEWERKTE OLIE!
Afgewerkte olie is zeer gevaarlijk voor het milieu!
Afgewerkte olie bevat hoge concentraties van stoffen waarvan
bewezen is dat ze kankerverwekkend zijn.
De vervuilingen in afgewerkte olie veroorzaken verhoogde
slijtage aan de oliepomp en het zaagmechaniek.
Bij schade veroorzaakt door het gebruik van afgewerkte of
ongeschikte zaagkettingoliën vervalt iedere aanspraak op
garantie.
Uw vakhandelaar informeert u graag over het gebruik van
zaagkettingolie.
HUID- EN OOGCONTACT VERMIJDEN!
Minerale olieprodukten, ook oliën, ontvetten de huid. Bij herhaaldelijk en langdurig contact droogt de huid uit. Diverse
huidziekten kunnen hiervan het gevolg zijn. Bovendien zijn
allergische reacties bekend.
Contact van de ogen met olie veroorzaakt irritaties. Bij oogcon
tact direct het betreffende oog met schoon water uitspoelen. Bij
aanhoudende irritatie direct een arts bezoeken!
Afgewerkte olie
-
B
13
Page 14
14
2
Olietank vullen
1
4
3
6
5
7
Uitsluitend bij uitgeschakelde motor en met de stekker uit
het stopcontact!
- Rondom de tankdop goed schoonmaken zodat er geen vuil
in de olietank komt.
- Tankdop (
van de vulpijp vullen met kettingolie.
- Tankdop weer goed vastdraaien.
- Eventueel gemorste kettingolie goed afvegen.
Belangrijke aanwijzing!
Bij de eerste inbedrijfsstelling moet het olieleidingssysteem
tevoren geheel worden gevuld, tot de zaagkettingolie de zaag
smeert.
Deze procedure kan tot twee minuten duren.
1) losschroeven en de tank tot aan de onderkant
- De vulstand is in het peilglas (
Om de zaagketting voldoende te kunnen smeren moet er altijd vol
doende kettingolie aanwezig zijn in de tank. De tankinhoud (140
ml) is genoeg voor ongeveer een half uur continu gebruik.
2) zichtbaar.
-
C
Smering van de zaagketting
Alleen bij uitgeschakelde motor en uitgetrokken stekker!
Voor een probleemloze werking van de oliepomp moeten de
olietoevoergroef (3) en de olietoevoerboring in de zaaggeleider
(4) regelmatig gereinigd worden.
Aanwijzing:
Na het buitenbedrijfstellen van het apparaat is het normaal, dat
gedurende enige tijd nog resten van kettingolie eruitlopen, die
nog in het olieleidingssysteem en aan de zaaggeleider en de ket
ting voorhanden zijn. Hierbij is geen sprake van een defect!
Gebruik een geschikte onderlegger.
Kettingolielter
Vuildeeltjes die zich op het kettingolielter afzetten, hinderen
in toenemende mate de kettingoliestroom voor de kettingsmering. Dit leidt tot vroegtijdige slijtage van de ketting en zaaggeleider.
Is de smering van de ketting niet meer voldoende, dan moet
het kettingolielter (6) worden gereinigd of vervangen.
- Kettingwielbescherming, ketting en geleider verwijderen
(zie INBEDRIJFNAME).
- Kettingolielter reinigen. Bij sterke verontreiniging vervan
gen.
- De elektrische zaag op het stroomnet aansluiten en laten
lopen, tot er kettingolie uit de olieuitlaatopening vloeit.
- De elektrische zaag uitschakelen en van het stroomnet
loskoppelen.
- Het gedeelte rond de olieuitlaatopening (
reinigen.
- Kettingolielter (
het inbouwschema getoond. Als de waaierschijf het kettingolielter niet meer borgt, een nieuwe waaierschijf gebruiken.
- Geleider, ketting en kettingwielbescherming weer monte
ren (zie INBEDRIJFNAME).
7) en kettingolielter (6) met een kleine
6) en waaierschijf (7) aanbrengen zoals in
5) zorgvuldig rei-
5) met een doek
-
-
-
D
Page 15
12
4
3
De elektrische zaag op het stroomnet aanslui-
5
1
6
ten
LET OP!
Alvorens de elektrische zaag op het stroomnet wordt
aangesloten, moet altijd worden gecontroleerd of de ingedrukte AAN/UIT-schakelaar (1) na het loslaten automatisch weer naar de uitschakelpositie terugkeert. Is dit niet
het geval, dan de elektrische zaag in geen geval op het
stroomnet aansluiten. Ga naar een DOLMAR-werkplaats!
De verlengkabel en het aansluitsnoer van de elektrische zaag
in de trekontlasting (
De netstekker (
2) hangen.
3) met de verlengkabel (4) verbinden.
Motor inschakelen
- De electrozaag aan stroom aansluiten (zie boven).
- Bij het starten moet de elektrische kettingzaag met beide handen vastgehouden worden. De rechterhand op
de achterste handgreep, de linker hand op de beugelgreep.
De handgrepen met de duimen eromheen vasthouden. De
geleider en de ketting moeten hierbij vrij blijven.
- Allereerst de sperknop (
schakelaar (1) indrukken en de sperknop (5) weer loslaten.
- Let op, de zaagketting zal direkt gaan lopen! De Aan/
Uit schakelaar ingedrukt houden zolang de motor moet
lopen.
5) ingedrukt houden, dan de Aan/Uit
A
ATTENTIE:
Het vastzetten van de Aan/Uit schakelaar in de inge-scha
kelde positie is verboden!
Motor uitschakelen:
- Aan/Uit schakelaar (1) loslaten.
ADVIES:
Bij aangetrokken kettingrem wordt de stroomtoevoer naar
de motor onderbroken.
Wanneer de electrozaag bij het bedienen van de Aan/Uitschakelaar (1) niet aanspringt, moet de kettingrem worden
vrijgezet.
- De handbeschermer (
trekken, tot hij hoorbaar inklikt.
Belangrijke opmerking:
De modellen zijn met een aanloopstroombegrenzer uitgerust.
Dit elektronisch onderdeel verhindert een plots aanlopen van
de elektrische motor.
Overbelastingsbeveiliging: Als de stroomafname van de
elektrische zaag het toelaatbare niveau overschrijdt, dan
wordt de voeding van de motor automatisch onderbroken. Dit
voorkomt dat de motor oververhit raakt en beschadigd wordt.
Om de elektrische zaag aansluitend weer te starten (te laten
aanlopen), de AAN/UIT-schakelaar loslaten en opnieuw in-
drukken.
LET OP! De elektrische zaag niet verder gebruiken, als de
overbelastingsbeveiliging de zaag herhaaldelijk uitschakelt. Ga
naar een DOLMAR-werkplaats!
6) krachtig in de richting van de pijl
-
B
15
Page 16
16
C
1
Kettingrem controleren
De kettingrem moet elke keer vóór werkbegin worden
gecontroleerd.
- De motor zoals beschreven starten (een vellige stand in
nemen en de motorzaag zodanig op de grond zetten, dat
het zaagwerk vrij staat).
- De beugelgreep met één hand stovig omvatten, de andere
hand aan de handgreep.
- De motor inschakelen en met de
beschermer (1) in de richting van de pijl drukken tot de
kettingrem blokkeert. Nu moet de zaagketting onmiddellijk
tot staan komen.
- De motor aanstonds uitschakelen en de kettingrem weer
loszetten.
Attentie: Indien de zaagketting na deze controle niet
onmiddellijk tot stilstand komt, mag in geen geval met
de werkzaamheden worden begonnen. U moet dan de
hulp van een DOLMAR servicewerkplaats inroepen.
rug van de hand de hand-
Nalooprem controleren
-
D
Het controleren van de nalooprem moet vóór ieder werkbegin plaatsvinden.
- De motor zoals beschreven starten (een vellige stand in
nemen en de motorzaag zodanig op de grond zetten, dat
het zaagwerk vrij staat).
- De beugelgreep met één hand
hand aan de handgreep.
- De motor inschakelen en weer uitschakelen. Nahet uit
schakelen moet de zaagketting binnen twee secondes
tot stilstand komen.
Attentie: als de zaagketting bei deze controle n i e t
binnen twee secondes tot staan komt, mag niet met
het werk worden begonnen. Koolborstels controleren
(zie blz. 19).
stovig omvatten, de andere
-
-
Kettingsmering
controleren
Nooit met onvoldoende kettingsmering zagen. Hiermee verkort
u de levensduur van de zaaginrichting!
Voor het begin van de werkzaamheden altijd het oliepeil in de
tank en de olietoevoer controleren.
Het controleren van de olietoevoer kan op de volgende wijze:
- Elektrische kettingzaag starten.
- De lopende zaagketting ongeveer 15 cm boven een boom
stam of de grond houden (geschikte ondergrond gebruiken).
Bij voldoende smering vormt zich een licht oliespoor door de
afgeslingerde olie. Let op de windrichting en stelt u zich niet
onnodig aan de smeeroliemist bloot!
-
E
Page 17
ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN
min.
3 mm (0.11”)
Zaagketting slijpen
Bij alle werkzaamheden aan de zaagketting altijd de stekker uit het stopcontact nemen en werkhandschoenen
dragen!
De zaagketting moet worden geslepen, wanneer:
- zaagselachtige spaanders ontstaan bij het zagen van vochtig
hout.
- de ketting ook bij grote druk slechts met moeite in het hout
trekt.
- de snijkant zichtbaar beschadigd is.
- Het zaagmechaniek in het hout eenzijdig naar links of rechts
verloopt. De oorzaak hiervan is een ongelijkmatig scherpen
van de zaagketting of een eenzijdige beschadiging.
Belangrijk: vaak slijpen, weinig materiaal afslijpen!
Voor eenvoudig naslijpen zijn in de meeste gevallen twee
tot drie streken van de vijl voldoende.
Nadat men de ketting meerdere malen zelf nageslepen heeft
moet de zaagketting in de service-werkplaats nageslepen
worden.
Slijpkriteria:
ATTENTIE:
Uitsluitend voor deze motorzaag toegelaten kettingen en
zaaggeleiders gebruiken (zie uittreksel uit de reserveonder-
delenlijst)!
- Alle zaagtanden moeten even lang zijn (maat a). Verschillen
in hoogte van de zaagtanden betekenen een ongelijkmatige
loop van de ketting en kunnen kettingbreuk veroorzaken!
- De minimumlengte van de zaagtand: 3 mm. Wanneer de
minimumlengte bereikt is, de kettingzaag niet meer slijpen.
Er moet dan een nieuwe kettingzaag worden opgelegd (zie
uittreksel uit de reserveonderdelenlijst en het Hoofdstuk
„Nieuwe zaagketting“).
- De afstand tussen de dieptebegrenzers (ronde neus) en de
snijkant bepaalt de spaandikte.
- De beste zaagresultaten worden bereikt met een afstand
van 0,64 (.025") tussen de dieptebegrenzers.
ATTENTIE:
Een te grote afstand vergroot
het gevaar van terugslag!
0,64 mm
(.025")
0,64 mm
(.025")
- De slijphoek van 30° moet bij alle zaagtanden zonder uit
zondering dezelfde zijn. Verschil in de hoeken veroorzaakt
een ruwe en onregelmatige kettingloop, vergroot de slijtage
en kan leiden tot kettingbreuk!
- De snijhoek van de zaagtand van 85° volgt uit de indring
diepte van de rondvijl. Als de voorgeschreven vijl op een
juiste wijze gebruikt wordt ontstaat de correcte snijhoek
vanzelf.
-
-
A
17
Page 18
18
4/5
Welke vijl en hoe deze te gebruiken
- Voor het slijpen moet een speciale vijlhouder met een ø 4,0
mm zaagketting-rondvijl worden gebruik. Normale rondvijlen
zijn ongeschikt. Zie de accessoirelijst voor het bestelnum
mer.
- De vijl mag alleen bij de voorwaartse streek (pijl) vijlen. De
vijl moet bij het terughalen vrij van het materiaal gehouden
worden.
- De kortste snijtand wordt als eerste geslepen. De lengte
van deze tand is dan de uitgangsmaat voor alle andere
snijtanden van de zaagketting.
- Vijl zoals in afb getoond houden.
-
30°
12
B
- De vijlhouder maakt het geleiden van de vijl gemakkelijker.
De houder heeft markeringen voor de juiste slijphoek van
30° (de markeringen parallel aan de zaagketting laten lopen)
en begrenst de insteekdiepte (4/5 van de vijldoorsnee). Zie
de accessoirelijst voor het bestelnummer.
- Aansluitend op het naslijpen de hoogte van de dieptebegrenzers controleren met de kettingmaatlat. Zie de accessoirelijst voor het bestelnummer.
- Ook de geringste uitsteekhoogte met een speciale vlakke
vijl verwijderen (
nummer.
- Dieptebegrenzer aan de voorzijde opnieuw afronden (
1). Zie de accessoirelijst voor het bestel-
2).
Zaaggeleider reinigen,
omleidster nasmeren
ATTENTIE: Beslist werkhandschoenen dragen!
De loopvlakken van de zaaggeleider moeten regelmatig op
beschadigingen worden gecontroleerd en met daartoe geschikt
gereedschap worden schoongemaakt.
Bij intensief gebruik van de electrische zaag moet het lager van
de omleidster regelmatig (1x per week) worden nagesmeerd.
Vóór het nasmeren de 2 mm grote opening aan het eind van
de zaaggeleider zorgvuldig schoonmaken en een geringe
hoeveelheid universaalvet erin persen.
Universaalvet en een vetpers kunnen als toebehoor worden
geleverd.
Universaalvet (Best.-Nr. 944 360 000)
C
Vetpers (Best.-Nr. 944 350 000)
Page 19
12
Nieuwe zaagketting
12
ATTENTIE:
Uitsluitend voor deze motorzaag toegelaten
kettingen en zaaggeleiders gebruiken (zie uittreksel uit de
reserveonderdelenlijst)
!
Voordat een nieuwe zaagketting omgelegd wordt moet aller
eerst de staat van het kettingwiel (1) gecontroleerd worden.
ATTENTIE:
Ingelopen kettingwielen (
nieuwe zaagketting veroorzaken en moeten vervangen te
worden.
Het wisselen van het kettingwiel vereist een gekwaliceerde
vakopleiding en een met speciaalgereedschap uitgeruste
DOLMAR-servicewerkplaats.
2) kunnen beschadigingen van de
SERVICE
Koolborstels controleren / vervangen
ATTENTIE:
De koolborstels in regelmatige tijdafstanden
controleren! Een inkerving op de koolborstel geeft de
slijtagegrens aan.
-
D
ADVIES:
De koolborstel is zeer gevoelig voor breuk. Let u erop, dat hij niet
naar beneden valt.
moet te allen tijde op de inzetpositie worden gelet, daar de
koolborstel op de rotor ingelopen is.
- Deksel (
koolborstel (2) eruit trekken.
- Is de slijtagegrens nog niet bereikt, de kool- borstel in de
zelfde positie weer inzetten en deksel (
- De electrische zaag korte tijd (ca. 1 minuut) laten lopen,
zodat de koolborstels zich weer aanpassen.
ATTENTIE: Nu de nalooprem controleren (zie blz. 16). Als de
zaagketting niet binnen twee secondes tot stilstand komt, de
zaag opnieuw kort laten lopen totdat de controle in orde is.
ADVIES: Na het inzetten van nieuwe koolborstels de electorzaag
ca. 5 minuten laten lopen en ook de nalooprem controleren.
Bij het eruit nemen van de koolborstels
1) met een combisleutel eruit schroeven en de
1) erin schroeven.
-
E
19
Page 20
20
Storingzoeken
Storing
Kettingzaag werkt niet
Gebrek aan vermoge
Geen kettingsmering
Kettingrem
Nalooprem
Systeem
Geheel
Koolborstels
Olietank, oliepomp
Rem
Rem
Constatering
Electromotor loopt niet
Geringe zaagprestatie
Geen kettingolie op de
zaagketting
Zaagketting blijft niet
onmiddellijk staan
Zaagketting loopt na
Periodieke onderhouds- en reingingsvoorschriften
Oorzaak
Geen stroomverzorging
Netsnoer defect
Kettingrem ingeschakeld
Netzekering doorgeslagen
Koolborstels versleten
Olietank leeg, Olietoevoergroef vervuild
Kettingolielter verstopt
Remband versleten
Koolborstels versleten
Voor een lange levensduur alsook ter voorkoming van schades en ter waarborging van het volledig functioneren van de
veiligheidsvoorzieningen moeten de hierna beschreven onderhoudstaken regelmatig uitgevoerd worden. Garantieclaims worden
alleen dan toegelaten, indien deze taken regelmatig en zoals voorgeschreven uitgevoerd zijn. Bij niet-inachtneming bestaat er
gevaar voor ongelukken!
Gebruikers van de elektrische kettingzaag mogen alleen de onderhouds- en reinigingswerkzaamheden uitvoeren die beschreven zijn
in deze gebruiksaanwijzing. Alle overige werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door een DOLMAR service werkplaats
Algemeen Gehele elektrische Buitenzijde regelmatig reinigen. kettingzaag
Kunststof behuizing Controleren op breuken en scheuren. Bij beschadigingen
direct zorgen voor een vakkundige reparatie.
Zaagketting Regelmatig naslijpen.
Zaaggeleider Na verloop van tijd omkeren zodat de belaste
loopvlakken gelijkmatig slijten.
Op tijd vernieuwen.
Kettingwiel Op tijd laten vervangen bij de service werkplaats.
Kettingrem Regelmatig in de service-werkplaats laten controleren.
Nalooprem Regelmatig in de service-werkplaats laten controleren
Voor idere inbedrijfname Zaagketting Controleren op scherpte en beschadigingen. 17-18
Kettingspanning controleren. 12
Zaaggeleider Controleren op beschadigingen, eventueel ontbramen.
Kettingsmering Functiecontrole 16
Kettingrem Functiecontrole 16
Nalooprem Functiecontrole 16
Aan/Uit schakelaar Functiecontrole 15
Netsnoer Bij beschadiging laten vervangen in de service werkplaats.
Olietankdop Controleren op goede afsluiting.
bladzijde
Na iedere uitbedrijfnameZaaggeleider Olietoevoerboring reinigen. 14Zaaggeleider Reinigen, in het bijzonder de olietoevoergroef. 18
montagevlak
Opslag Kettingolietank Legen 14Zaagketting en Demonteren, reinigen en licht in öliën.
Zaaggeleider Geleidingsgroef van de zaageleider reinigen.
Gehele elektrische Veilig in een droge ruimte opslaan.
kettingzaag Na langdurige opslag de elektrische kettingzaag in een
service werplaats laten controleren (olieresten kunnen
harsachtig worden en de klep van de oliepomp verstoppen).
Page 21
Werkplaatsservice, reservedelen en garantie
Onderhoud en reparaties
Onderhoud en reparatie van moderne electromotoren evenals de veiligheidsgevoelige hoofdonderdelen vereisen een gekwaliceerde
vakopleiding en een van speciaal gereedschap en testapparatuur voorziene gespecialiseerde werkplaats.
Alle niet in deze handleiding beschreven werkzaamheden moeten door een DOLMAR-werkplaats worden uitgevoerd.
De vakman beschikt over de noodzakelijke opleiding, ervaring en uitrusting om u steeds met zo weinig mogelijk kosten een oplossing
te bieden en helpt u met raad en daad.
Bij reparatiepogingen door derden of niet-geautoriseerde personen vervalt elk recht op garantie.
Reserveonderdelen
Betrouwbaarheid, levensduur en veiligheid van uw machine is ook afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte reserveonderdelen.
Alleen originele DOLMAR-reserveonderdelen gebruiken, die door het teken zijn gekenmerkt.
Alleen de originele onderdelen komen uit dezelfde fabriek als de machine en garanderen daarom de beste kwaliteit van materiaal,
maatvastheid, werking and veiligheid.
Originele reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij uw vakhandelaar. Deze beschikt over de noodzakelijke reserveonder
delenlijsten en wordt doorlopend op de hoogte gehouden van verbeteringen en veranderingen in het aanbod van reserveonderdelen.
Een lijst met DOLMAR-dealers vindt u onder: www.dolmar.com
Houdt u ook rekening met het feit dat, bij gebruik van niet originele DOLMAR onderdelen, het verlenen van garantie door de DOLMARorganisatie niet mogelijk is.
-
Garantie
DOLMAR garandeert een uitstekende kwaliteit en vergoedt de kosten van verbeteringen door vervanging van de beschadigde onderdelen in geval van materiaal- of fabricagefouten die binnen de garantie na de datum van aankoop optreden.
Houdt u er rekening mee dat in sommige landen specieke garantievoorwaarden gelden.
Vraagt u dit na bij de verkoper in geval van twijfel. Deze is als verkoper van het produkt verantwoordelijk voor de garantie.
De volgende schadeoorzaken vallen buiten de garantie. Wij vragen hiervoor uw begrip:
• Niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing.
• Achterwege laten van noodzakelijke onderhouds- en reinigingswerkzaamheden.
• Normale slijtage.
• Duidelijke overbelasting door aanhoudende overschrijding van de maximaal toegestane belasting.
• Gebruik van niet goedgekeurde zaaggeleiders en zaagkettingen.
• Gebruik van niet goedgekeurde zaaggeleider- en zaagkettinglengten.
• Gebruik van geweld, onoordeelkundige behandeling, misbruik of ongevallen
• Schade door oververhitting door vervuilde koelluchttoevoer naar de motorbehuizing.
• Gebruik van ongeschikte reserveonderdelen, resp. niet-originele DOLMAR onderdelen, voorzover deze schade kunnen veroor
zaken.
• Gebruik van ongeschikte of te lang opgeslagen brandstoffen.
• Schade die terug te voeren is tot voorwaarden bij verhuur.
• Ingrepen door ondeskundige personen of ondeskundige reparatiepogingen.
Reinigings-, verzorgings- en afstelwerkzaamheden worden niet als werkzaamheden onder garantie geaccepteerd. Alle voorkomende
garantiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een DOLMAR vakhandelaar.
-
21
Page 22
22
Uittreksel uit de reserveonderdelenlijst.
1
2
21
6
24
4
5
20
22
23
3
Alleen originele DOLMAR-reserveonderdelen gebruiken. Voor reparaties en vervan
ging van andere onderdelen is uw DOLMAR service-werkplaats verantwoordelijk.
ES-2130 A, ES-2135 A
-
ES-2140 A, ES-2145 A
Page 23
Uittreksel uit de reserveonderdelenlijst.
Alleen originele DOLMAR-reserveonderdelen gebruiken. Voor reparaties en vervan
ging van andere onderdelen is uw DOLMAR service-werkplaats verantwoordelijk.
Pos. DOLMAR-Nr. Stck. Benennung
1 226 114 100 1 Olietankdop kompleet
2 226 213 200 1 Kettingwielbeschermer
3 970 805 410 2 Koolborstels
4 412 030 661 1
4 412 035 661 1
4 412 040 661 1
4 412 045 661 1
5 528 092 046 1 Zaagketting 3/8", 30 cm
5 528 092 052 1 Zaagketting 3/8", 35 cm
5 528 092 056 1 Zaagketting
5 528 092 062 1 Zaagketting
Zaaggeleider 30 cm (12")
Zaaggeleider 35 cm (14")
Zaaggeleider 40 cm (16")
Zaaggeleider 45 cm (18")
3/8", 40 cm
3/8", 45 cm
kompleet
ES-2130 A, ES-2135 A
-
ES-2140 A, ES-2145 A
6 952 100 133 1 Zaagkettingbeschermer
6 952 100 143 1 Zaagkettingbeschermer
- 226 211 050 1
- 226 211 040 1 Waaierschijf (klemring)
Toehehoren (geen onderdeel van levering)
20 953 100 090 1 Kettingmeetlat 3/8”
21 953 004 010 1 Vijhandvat
22 953 003 090 1 Rondvij
23 953 003 060 1 Vlakke vijl
24 953 030 010 1
Kettingolielter (vilt)
ø 4 mm
Vijlhouder kpl. 3/8
(30-35 cm)
(40-45 cm)
23
Page 24
Een lijst met DOLMAR-dealers vindt u onder:
www.dolmar.com