1.1Houdt u aan de installatie- en
gebruiksaanwijzing
Deze handleiding is een vertaling van de >> Originele versie <<
naar het Nederlands.
Alle noodzakelijke handelingen voor de bediening, voor de instelling van parameters staan in deze handleiding beschreven.
Alle parameters, welke een comfortabel gebruik garanderen, zijn
al in de fabriek ingesteld.
● Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de verwar-
minginstallatie gaat gebruiken of instellen.
● Noteer de voo
lingen van de toestellen wijzigt.
● De geva
● Installatie en alle niet in deze handleiding beschreven om-
/instellingen van het apparaat mogen uitsluitend door gekwalificeerde en geautoriseerde verwarmingstechnici worden
uitgevo
Documenten die eveneens van toepassing zijn
– Daikin Altherma EHS(X/H):
– Installatie- en onderhoudshandleiding
– Gebruiksaanwijzingen van de regeling RoCon HP
– Buitentoestel voor Daikin Altherma EHS(X/H);
de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding.
– Bij aansluiting van een Daikin-zonne-energiesysteem;
de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding.
– Bij aansluiting van een Daikin FWXV(15/20)AVEB;
de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding.
– Bij aansluiting van een als accessoire aangeboden regelings-
component (kamerthermostaat, me
de bijhorende installatie- en bedieningshandleiding.
raf ingestelde waarden voordat u de instel-
reninstructies absoluut in acht nemen.
erd.
ngermodule enz.);
Dit symbool wijst op een tip en erg nuttige informatie
voor de gebruiker. Het is dus geen waarschuwing en
wijst dus niet op mogelijke gevaren.
Speciale waarschuwingssymbolen
Sommige gevaren worden door speciale symbolen aangegeven.
Elektrische stroom
Gevaar voor brandwonden
Gevaar voor schade aan het milieu
1.2.2 Geldigheid
Sommige informatie in deze handleiding heeft een beperkte geldigheid. De geldigheid wordt aan de hand van een symbool aangegeven.
Aleen geldig voor Daikin Altherma EHS(X/H) met koelfunctie
Voorgeschreven draaimoment respecteren (zie installatie- en onderhoudshandleiding)
Geldt alleen voor het drukloze zonne-energiesysteem
(Drain Back).
Geldt alleen voor het zonne-energiedruksysteem.
Alleen geldig/beschikbaar bij aangesloten kamerthermostaat
Alleen geldig/beschikbaar bij aangesloten mengermodule
De handleidingen zijn met de desbetreffende toestellen meegeleverd.
1.2Veiligheidsaanduidingen en verklaring van
symbolen
1.2.1 Betekenis van de veiligheidsaanwijzingen
In deze installatie- en gebruiksaanwijzing worden de veiligheidsaanduidingen ingedeeld op basis van de ernst van het gevaar en
e kans dat het zich voordoet.
d
GEVAAR!
Wijst op een onmiddellijk dreigend gevaar.
Wanneer u deze waarschuwing negeert, loopt u
g
evaar op een zwaar en mogelijk dodelijk letsel.
WAARSCHUWING!
Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie.
Wanneer u deze waarschuwing negeert, loopt u
g
evaar op een zwaar en mogelijk dodelijk letsel.
LET OP!
Wijst op een mogelijk schadelijke situatie.
Wanneer u deze waarschuwing negeert, loopt het
milieu gevaar of kan er zich materiële schade
voordoen.
1.2.3 Taakoverzichten
● Taakoverzichten worden in een lijst weergegeven. Wanneer
taken in een bepaalde volgorde moeten worden uitgevoerd,
worden ze genummerd.
Resultaten van een handeling worden met een pijl aan-
geduid.
Toegang tot een instelproces
Uitgang van een instelproces
1.3Gevaren voorkomen
De Daikin Altherma EHS(X/H) is volgens de laatste stand van de
techniek en de erkende technische regels gebouwd. Bij ondeskundig gebruik kan echter lichamelijk letsel en materiële schade
ontstaan.
Ter voorkoming van gevaren, de Daikin Altherma EHS(X/H)
een bedienen:
all
– wanneer ze reglementair worden gebruikt,
– en wanneer ze in onberispelijke staat verkeren.
Hiervoor is kennis en toepassing van de inhoud dezer handleiding noodzakelijk.
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
3
Page 4
1 x Veiligheid
WAARSCHUWING!
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geeste
lijke vermogens of gebrek
aan ervaring en / of kennis, tenzij ze worden begeleid
door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of van deze instructie kregen in het gebruik van
t toestel.
he
1.4Doelmatig gebruik
De Daikin Altherma EHS(X/H) mag uitsluitend worden gebruikt
voor de warmwaterbereiding, als ruimteverwarmingssysteem en
afhankelijk van de uitvoering ook als ruimtekoelsysteem.
BinnentoestelBuiteninstallatie
Verwarmen en
koelen (X)
EHSX04P30AEHSH04P30A
EHSXB04P30AEHSHB04P30A
EHSX0
8P30AEHSH08P30A
EHSXB08P30AEHSHB08P30A
EHSX08P50AEHSH08P50A
EHSXB08
P50AEHSHB08P50A
EHSX16P50AEHSH16P50AERLQ011CAW1
EHSXB16
P50A
Alleen verwarmen (H)
EHSHB16P5
0A
ERLQ004CAV3
ERLQ006CAV3
ERLQ008CAV3
ERLQ014CAW1
ERLQ016CAW1
Voor werkzaamheden aan plaatsgebonden koelinstallaties (warmtepompen) en airconditioning-installaties is
voor Europa de goedkeuring van een deskundige conform de F-gassenbepaling (EG) nr. 303/2008
odzakelijk.
no
– Totale vulhoeveelheid koelmiddel tot 3 kg:
Deskundigheidsbewijs van categorie II
– Totale vulhoeveelheid koelmiddel vanaf 3 kg:
Deskund
igheidsbewijs van categorie I
Ter vermijding van corrosieproducten en afzettingen, de desbetreffende regels van de techniek in acht nemen.
Minimumvereisten voor de kwaliteit van vul- en aanvulwater:
– Waterhardheid (calcium en magnesium, berekend als cal-
Het gebruik van vul- en aanvulwater dat niet aan de vermelde
aliteitsvereisten voldoet, kan een duidelijk verkorte levensduur
kw
van het apparaat veroorzaken. Alleen de exploitant is hiervoor
verantwoordelijk.
B - Extra warmtewissel
Tab. 1-1 Toelaatbare combinaties van Daikin
warmepompbuitentoestellen en Daikin Altherma EHS(X/H)
binnentoestellen
aar voor de bivalente aansluiting
Ieder ander gebruik geldt als niet-reglementair. In dat geval is de
gebruiker zelf aansprakelijk voor eventuele schade.
Het beoogde gebruik veronderstelt ook het naleven van de vereisten ten aanzien van onderhoud en inspectie. Reserveonderdelen moeten aan de minimale technische vereisten van de fabrikant beantwoorden. Dit is he
t geval bij originele reserve-onder-
delen.
1.5Veiligheidsaanwijzingen
● Werkzaamheden aan de Daikin Altherma EHS(X/H) (zoals
bijv. het plaatsen, het aansluiten en de eerste inbedrijfname)
lleen door personen laten uitvoeren, die geautoriseerd zijn
a
en voor de betreffende handelingen een bevoegdheidstechnische of bedrijfsmatige opleiding hebben genoten, evenals
an een door een verantwoordelijke instantie erkende
a
vervolgopleiding hebben deelgenomen. Hiertoe worden in
het bijzonder verwarmingsmonteurs en koel- en klimaattechnici gerekend, die door hun opleiding of vakkennis
rvaring hebben opgedaan met het op deskundige wijze
e
installeren en onderhouden van verwarming-, koel- en
klimaatinstallaties evenals van warmtepompen.
e elektrische installatie mag uitsluitend worden aangelegd
● D
door opgeleide elektriciens onder inachtneming van de
toepasselijke elektrotechnische richtlijnen en de voorschriften
van de distributiemaatschappij voor elektrische energie.
Bedieningshandleiding
4
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 5
2Productbeschrijving
2 x Productbeschrijving
2.1Beknopte beschrijving
Het lucht-water-warmtepompsysteem maakt gebruik van het natuurkundige effect van de verdampingswarmte en maakt het mogelijk om, naar behoefte, gebouwen te verwarmen of te koelen.
et warmtepompenbinnentoestel Daikin Altherma EHS(X/H) (Al-
H
therma integrated solar unit) is het centrale component van een
uiterst efficiënt werkend verwarming- en koelsysteem voor huishoudelijk gebruik.
In het warmtepompbuitentoestel (ERRLQ) bevinden zich de koelmiddelcompressor en een lamellenwarmtewisselaar, die tijdens
et verwarmen werkt als verdamper en die warmte onttrekt aan
h
de omgevingslucht.
Bij het koelen werkt hij als condensator en geeft hij warmte af
aan de omgeving (Koelkastprincipe).
De buitenwarmtepomp is via een gesloten circuit aangesloten op
de binnenwarmtepomp in het gebouw. Door het circulerende
koelmiddel, dat afwisselend de aggregatietoestanden vloeibaar
en gasvormig aanneemt, wordt warmte tussen het warmtepompbuitentoestel en het warmtepompbi
In het warmtepompbinnentoestel bevinden zich de regeltechnische voorzieningen, een platenwarmtewisselaar en een geïntegreerd voorraadvat. In de warmtewisselaar wordt de warmte
overgedragen aan het water van de verwarmingscircuit, resp.
aan het ingebouwde voorraadvat (verwarmen/warmwatertoebereiding) of wordt de warmte onttrokken aan de verwarmingscircuit (koelen).
Het voorraadvat der Daikin Altherma EHS(X/H) is zodanig geconstrueerd, dat u het warmtepompsysteem kunt combineren
t een zonne-energiesysteem van het type Daikin Solaris
me
zonder extra warmwatervoorraadvat.
Bij een optionele verwarming d.m.v. zonne
kelijk van de warmte-opbrengst van de zon, de gehele boiler
worden opgewarmd. De opgeslagen warmte wordt zowel voor
het opwarmen van het water als voor bijverwarming gebruikt.
Door de hoge totale opslagcapaciteit is tevens een gedeeltelijke
overbrugging zonder zonneschijn mogelijk. De uiterst goede
warmte-isolatie van het ingebouwde voorraadvat zorgt daarbij
voor minimale warmteverliezen. Daardoor is een efficiënte en
energiebesparende verwarming van het water alsmede bijverwarming mogelijk.
Als het verwarmingsvermogen van de Altherma EHS(X/H) niet
ldoende is, kan de optionele aanjaagverwarmer (BUH) extra
vo
verwarmingsvermogen leveren voor de verwarming van het verwarmingscircuit en het warem water.
In plaats van elektrische bijverwarmers kan ook de gas-warmwaterbron ROTEX G-plus op de Altherma EHS(X/H) worden aangesloten.
Om de Daikin Altherma EHS(X/H) nog voordeliger te kunnen gebruiken, is het mogelijk hem aan een netaansluiting voor spaarstroom (HT/NT) of een intelligente re
te sluiten. Daarbij wordt het energiebedrijf (EVU) de mogelijkheid
geboden uw netbelasting te regelen door een verandering van
die bedrijfsmodus van de warmtepompen. Opmerkingen over de
voorwaarden en aansluitmogelijkheden vindt u in de bijgaande
installatiehandleiding.
nnentoestel overgedragen.
-energie kan, afhan-
gelaar (SMART GRID) aan
2.1.1 Werking
Bij het verwarmen van ruimten condenseert het in de koelmiddelcompressor van de buitenwarmtepomp gecomprimeerde
middel in de platenwarmtewisselaar van de binnenwarm-
koel
tepomp. De bij het vloeibaar worden van het koelmiddel vrijkomende warmte wordt in de platenwarmtewisselaar overgedragen
het verwarmingswater. De verwarmingscirculatiepomp zorgt
aan
voor de benodigde doorstroming van het verwarminswater in het
interne warmtegeneratorcircuit.
Hoe lager de benodigde temperatuur in de verwarmingskring, hoe effectiever de warmtepomp werkt.
Vooral bij vloerverwarmingen kunnen zeer lage aanvoertemperaturen worden bereikt, omdat het warmteoverdragingsoppervlak heel groot is. Bovendien moet
en uiterst goede warmte-isolatie van het te verwarmen
e
gebouw worden nagestreefd, om bij een geringe warmtebehoefte een lage voorlooptemperatuur van de
armtedrager aan te kunnen houden.
w
De warmwaterzone van het in de binnenwarmtepomp ingebouwde voorraadvat wordt opgewarmd door de warmtepomp of
door een andere externe warmteopwekker (Solaris-zonne-energiesysteem, aanjaagverwarmer). Het tijdens het tappen van
warm water in
het ingebouwde voorraadvat maximaal af.
Het tapwater wordt indirect via het drukloze, in het ingebouwde
voorraadvat opgeslagen water opgewarmd met behulp van een
warmtewisselaar, die geconstrueerd is uit corrosiebestendig
roestvaststalen ribbelpijp. Daarbij neemt het op de weg naar
boven continu de warmte van het boilerwater op.
De stromingsrichting bij het tegenstroomprincipe en de spiraalvormige warmtewisselaar zorgt voor een uitgesproken temperatuurgelaagdheid in de boiler. Omdat de hoge temperaturen zeer
g in het bovenste deel van de boiler behouden blijven, wordt
lan
zelfs bij het langdurig aftappen een grote warmtecapaciteit bereikt.
Bij het koelen van ruimten schakelt de in het binnenwarmtepomptoestel ingebouwde 3-wegs omschakelklep (3UVB1 +
3UV DH
de verwarming) af. De verwarmingscirculatiepomp van het warmtepompbinnentoestel werkt nu uitsluitend op de verwarmingskring.
Het koelproces wordt bereikt door omkeren van het warmtepompproces in het warmtepompbuitentoestel. Daardoor werkt de
tenwarmtewisselaar van het warmtepompbinnentoestel als
pla
verdamper en onttrekt hij de warmte aan het doorstromende verwarmingswater. Daardoor wordt de verwarmingskring gekoeld.
stromende koude water kolet de onderste zone van
W) de stroming naar het voorraadvat/ondersteuning van
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
5
Page 6
2 x Productbeschrijving
2.1.2 Ondersteuning met behulp van zonne-energie
De Daikin Altherma EHS(X/H) is voorbereid op integratie in een
Daikin-zonne-installatie.
Hiervoor kan het drukloze Daikin-zonne-energiesysteem
(Drain Back) en bij de typen Daikin Altherma EHS(X/H)B-BIV ook
het Daikin zonne-energiedruksysteem worden gebruikt.
De vlakplaatcollectoren met groot vermogen zetten zonnestralen
zeer effectief om in warmte, die via het zonne-energiecircuit in
het geïntegreerde voorraadvat van de Daikin Altherma EHS(X/H)
wordt gebracht.
De opgeslagen warmte wordt afgedragen aan het warmwatercircuit. Bij voldoende hoge temperaturen in de boiler wordt de
newarmte ook gebruikt als verwarmingsondersteuning. De
zon
regeling RoCon HP regelt deze warmteverdeling volledig automatisch.
2.1.3 Veiligheidsmanagement
Het volledige veiligheidsbeheer van het Daikin-waterpompsysteem wordt verzorgd door de in de Daikin Altherma EHS(X/H)
ingebouwde elektronische regelaar. Zo wordt bij het onderschrijden van de minimale doorstroming, verlies van koelmiddel
edefinieerde bedrijfssituaties een veiligheid-uitschakel-
of ong
proces ingeleid. Een desbetreffen
nicus vervolgens alle nodige informatie om de storing te verhelpen.
de foutmelding geeft de tech-
2.2Opbouw en onderdelen
2.2.1 Systeemoverzicht
2.1.4 Elektronische regeling
De elektronische, digitale regeling RoCon HP regelt, afhankelijk
van de verwarming, automatisch alle verwarmings-, koel- en
warmwaterfuncties voor een directe verwarmingskring, een boilervulkring en via optioneel aansluitbare mengermodule ook
dere verwarmingskringen.
an
Alle functieinstellingen voor de Daikin Altherma EHS(X/H) en de
via de databus aangesloten optionele apparaten (terminalfunctie)
worden met de bedieningselementen van de in de regeling opgenomen bedieningsmodule RoCon B1uitgevoerd en op een beeldscherm met gekleurde achtergrond aangegeven.
De weergave en bediening van een aangesloten Daikin-zonne-
stallatie verloopt via de telkens bijhorende regeling van deze
in
componenten (bijv. regelings- en pompunit EKSRPS3B).
1Warmtepompbuitentoestel (ERLQ)
2 Daikin Altherma integrated solar unit (Altherma EHS(X/H))
Daikin
3Regel- en pompmodule zonne-energiesysteem
4Zonnecollectoren
Afb. 2-1 Componenten van het warmtepompsysteem met binnentoe-
Zonne-installatie (optioneel):
stel Daikin Altherma EHS(X/H) en optioneel Daikin
ne-energiesysteem
zon-
Bedieningshandleiding
6
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 7
2 x Productbeschrijving
2.2.2 Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw Daikin Altherma EHS(X/H)...P30A
Afb. 2-2 Opbouw en onderdelen Daikin Altherma EHS(X/H)...P30A (buitenaanzicht en binnenopbouw)
Legendaomschrijvingen zie tab. 2-1
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
7
Page 8
2 x Productbeschrijving
2.2.3 Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw Daikin Altherma EHS(X/H)B...P30A
Afb. 2-3 Opbouw en onderdelen Daikin Altherma EHS(X/H)B...P30A (buitenaanzicht en binnenopbouw)
Legendaomschrijvingen zie tab. 2-1
Bedieningshandleiding
8
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 9
2 x Productbeschrijving
2.2.4
Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw Daikin Altherma EHS(X/H)...P50A
Afb. 2-4 Opbouw en onderdelen Daikin Altherma EHS(X/H)...P50A (buitenaanzicht en binnenopbouw)
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Legendaomschrijvingen zie tab. 2-1
Bedieningshandleiding
9
Page 10
2 x Productbeschrijving
2.2.5 Buitenzijde van het apparaat en binnenopbouw Daikin Altherma EHS(X/H)B...P50A
Afb. 2-5 Opbouw en onderdelen Daikin Altherma EHS(X/H)B...P50A (buitenaanzicht en binnenopbouw)
sensor t
20Drukloos boilerwater
21Zonne-energiezone
22Warmwaterzone
23Aansluiting van de veiligheidsoverloop
24Opname voor handgreep
25Typeplaatje
26Afdekkap
27
28
(alleen type Daikin Altherma EHS(X/H)B)
30Platenwarmtewisselaar
31Aansluiting koelmiddel vloeistofleiding
Daikin Altherma EHS(X/H)
...04P30A/08PxxA:
Cu Ø 6,4 mm (1/4"),
Daikin Altherma EHS(X/H)...16P50A:
Cu Ø 9,5 mm (3/8")
32Aansluiting koelmiddel gasleiding
Cu Ø 15,9 mm (5/8")
3UVB1
3-wegs-omschakelventiel
(intern warmtegeneratorcircuit)
3UV DHW
3-wegs-omschakelventiel
(warm water/verwarming)
DS Druksensor
FLS (t
R1
/ V1)
Retourtemperatuur- en debietsensor
t
, t
DHW1
DHW2
Buffertemperatuursensoren
Retourtemperatuursensor
t
R2
tV1, t
V2
Voedingtemperatuursensoren
t
V, BH
Aanvoertemperatuursensor aanjaagverwarmer
RoCon B1
Bedieningsdeel Daikin Altherma
EHS(X/H) regeling
EKSRPS3B
Optie:
Daikin Solar R3 regel- en
pompeenheid
Veiligheidsvoorzieningen
Draaimoment respecteren!
AG Buitendraad (Außengewinde)
IGBinnendraad (Innengewinde)
*Kogelkraan (1" IG) wordt meegeleverd
Tab. 2-1 Legende bij afb. 2-2 tot afb. 2-5
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
11
Page 12
3 x Bediening
3Bediening
3.1Algemeen
GEVAAR!
Door contact van water met elektrische onderdelen
kan er een stroomschok ontstaan en kan men zich
levensgevaarlijk verwonden en verbranden.
● De indicatorpanelen en de desbetreffende
toetsen van de Regeling tegen vocht
beschermen.
● Voor het re
katoenen doek gebruiken. Het gebruik van aggressieve reinigingsmiddelen en andere
vloeistoffen kan tot apparatuurschade of
stroomstoten leiden.
Maximale energiebenutting
Het meest effectieve energiegebruik bereikt de Daikin
Altherma EHS(X/H) bij zo laag mogelijke terugstroomen warmwaterstreeftemperaturen.
Als bij aanvoerstreeftemperaturen hoger dan 50 °C
n externe warmtegenerator (bv. de optionele aan-
ee
jaagverwarmer) wordt toegevoegd, kan (afhankelijk
van de buitentemperatuur) het rendement (COP) van
de Daikin Altherma EHS(X/H) worden verminderd.
inigen van de Regeling een droge
3.2.1 Schermweergave
Alle bedieningsstappen worden door daarmee overeenkomstige
indicaties op een plattetekstdisplay met achtergrondverlichting
ondersteund.
Het menu kan in 7 talen worden weergegeven
ie paragraaf 3.4.8).
(z
Storingen worden over het algemeen met een foutcode
en een plattetekstfoutmelding op het display getoond.
Voor aanwijzingen over de opheffing van storingen, zie
hoofdstuk 8.
De kleur van de achtergrondverlichting duidt op de bedrijfsstatus
en de bedieningsmodus:
Screed Program actief (kan alleen door
verwarmingsvakman worden geactiveerd)
5Directe-verwarmingcircuit
– Bij een normale werking wordt daar-
onder de huidige aanvoertemperatuur
weergegeven.
t
V, BH
– Zonder aanvraag van de warmte-
pomp wordt, in plaats van de huidige
aanvoertemperatuur, de afkorting
"ES" weergegeven.
De regeling is in de energiebe-
sparingsmodus
(zie paragraaf 3.4.2) geschakeld.
Niet noodzakelijke elektronische
rdelen zijn uitgeschakeld.
onde
5Mengcircuit
Daaronder wordt de huidige aanvoertemperatuur van de toegewezen verwarmingskring weergegeven.
5
6Status verwarmingskring
Kamerthermometer
Daaronder wordt de huidige kamertemperatuur weergegeven.
– Verwarmingskring actief (ruimtever-
warmingsfunctie)
3 x Bediening
Stand
afb. 3-2
Tab. 3-1 Uitleg displaysymbolen
3.2.2 Bedieningselementen
Als er voor bepaalde functies speciale toetsencombinaties nodig
zijn of als toetsen ingedrukt moeten worden gehouden, wordt in
de betreffende paragraaf van deze handleiding speciaal daarop
gewezen.
Draaiknop
Met de draaischakelaar kunnen frequent gebruikte functies en instelmogelijkheden snel en direct worden gekozen (hoofdfunctieniveaus).
SymboolUitleg
8Huidige bedrijfsmodus
(zie paragraaf 3.4.2)
Standby actief
Nachtverlaging actief
Verwarmen actief
koelen actief
Zomer actief
Automatisch 1 actief
Automatisch 2 actief
9
Warmwaterbereiding actief
Warmwaterbereiding niet actief
10
Status warmwaterverwarmingskring
Daaronder wordt de huidige boilertemperatuur t
weergegeven.
DHW1
LET OP!
Bedien de bedieningselementen van de regelaars
nooit met een hard, puntig voorwerp. Dit kan tot beschadiging en foutieve werking van de regeling leiden.
Onafhankelijk van de stand van de draaiknop werkt de
Daikin Altherma EHS(X/H) volgens de bedrijfsmodus,
die in de schakelstand "Modus"
ingesteld of
door een speciaal programma geactiveerd werd.
ActieResultaat
Draaien
Directe selectie van de hoofdfunctieniveaus
van deze schakelaarspositie.
– Verwarmingskring actief (ruimtekoel-
functie)
– Verwarmingskring niet actief
(momenteel geen warmtetransport in
de verwarmingskring)
7Buitenthermometer
Daaronder wordt de huidige huidige buitentemperatuur weergegeven.
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Tab. 3-2 Functie van de draaischakelaar
Bedieningshandleiding
13
Page 14
3 x Bediening
1
2
3
45
6
7
8
9
Regelknop
Door middel van de draaischakelaar kan naar de verschillende
niveaus worden genavigeerd, worden ingestelde waarden geselecteerd, gewijzigd en met een korte druk op de knop worden
Met deze toets kunt u in een menupunt naar het vorige scherm
teruggaan of kunt u een functie/invoeropdracht afbreken.
Met deze toets kunnen ook de speciale niveaus
(zie paragraaf 3.5) worden opgeroepen.
ActieResultaat
Kort aantikken.
Langer dan 5 s
ndrukken.
i
Tab. 3-4 Functies van de Exit-toets
– Terug naar het vorige scherm of het
vorige niveau of
– Een speciale functie of een actief tijdelijk
sprogramma afbreken.
tijd
– Speciaal niveau wordt opgeroepen.
3.3Bedieningsconcept
Het bedieningsconcept van de regeling RoCon HP is zodanig opgebouwd dat vaak benodigde instelmogelijkheden snel en direct
in het Hoofdfunctieniveau (selectie met draaischakelaar) toegankelijk zijn en minder benodigde instelmogelijkheden in een
Bepaalde functies en parameters hebben beperkte toegangsrechten en kunnen alleen door vakmannen worden ingesteld
ie paragraaf 3.6.1).
(z
In normale werking moet de draaischakelaar op de positie
staan.
Na inschakelen en initialiseren wordt bij draaischakelaarpositie
automatisch de standaardweergave weergegeven op het
scherm.
Bij de eerste inbedrijfstelling verschijnt vervolgens de taalinstelling.
● Taal kiezen met de draaiknop.
● Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
Aanpassingen aan de speciale installatieconfiguratie
worden uitgevoerd in de draaischakelaarpositie "Con-figuratie" (zie paragraaf 3.4.8).
raaischakelaarpositie)
Bedieningshandleiding
14
Als de installatie wordt ingeschakeld, regelt deze, aan de hand
n de waarden die in de Regeling RoCon HP zijn ingesteld,
va
volautomatische de werkingsmodus van de
– kamerverwarming, kamerkoeling en de
– warmwaterbereiding voor het sanitair.
Onafhankelijk van de stand van de draaiknop werkt de
Daikin Altherma EHS(X/H) volgens de bedrijfsmodus,
die in de schakelstand "Modus"
ingesteld of
door een speciaal programma geactiveerd werd.
Stelt de gebruiker manueel een waarde in, blijft deze instelling
net zo lang actief tot de gebruiker ze wijzigt of het schakeltijdprogramma prioritair een andere bedrijfsmodus instelt.
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 15
3 x Bediening
Keylock Function
Aan
Keylock Function
Keylock Function
Uit
De bedrijfsmodi kunnen door extra functies worden beïnvloed,
zoals:
– Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling
– Schakeltijdprogramma's
– Instelling van gewenste temperatuur
– Instelling aan kamerstation
– EXT-signaal (externe be
Het bedieningspaneel van de RoCon HP kan tegen onopzettelijke bediening worden geblokkeerd (zie afb. 3-4).
De vrijgave gebeurt op dezelfde manier.
Voorwaarde voor deze functie is dat in het niveau "Inbedrijf-neming" de parameter [Keylock Function] op "Aan" is ingesteld
(zie hoofdstuk 6.2.1, tab. 6-1).
3.4Basisfuncties en bedrijfsmodi
Als de boilertemperatuur onder bepaalde minimumwaarden zakt, dan verhinderen de veiligheidsinstellingen van de Daikin Altherma EHS(X/H) de werking
van de warmtepomp bij lage buitentemperaturen:
– Buiten
– Buiten
Zonder aanjaagverwarmer:
Het boilerwater moet door een externe bijverwarmer tot
de vereiste minimale boilertemperatuur worden verwarmd.
Met aanjaagverwarmer (EKBUxx):
Bij een buitentemperatuur < 12 °C en een boilertemperatuur < 35 °C wordt de aanjaagverwar
automatisch ingeschakeld om het boilerwater tot minstens 35 °C te verwarmen.
Automatische ontdooifunctie
Bij lage buitentemperaturen en daarmee overeenkomstige luchtvochtigheid kan de buitenwarmtepomp bevriezen. Deze bevriezing verhindert het efficiënte gebruik. Het systeem herkent
deze toestand automatisch en start de ontdooifunctie.
Als de ontdooifunctie actief is, wordt er warmte van de warmwaterboiler ontnomen en wordt evt. de aanjaagverwarmer ingeschakeld. Afhankelijk van de warmteb
functie kan de verwarming van de directe verwarmingskring
tijdens het ontdooien korte tijd worden onderbroken.
Na maximaal 8 minuten schakelt het systeem terug naar de
normale bedrijfsmodus.
temperatuur < -2 °C,
minimale boilertemperatuur = 30 °C
temperatuur < 12 °C,
minimale boilertemperatuur = 23 °C.
mer (EKBUxx)
ehoefte voor de ontdooi-
Afb. 3-4 Toetsenblokkering activeren en deactiveren
3.4.1 Informatie van de installatie (Info)
In deze draaiknopstand kunnen met behulp van draaiknoppen
alle installatietemperaturen, het soort Daikin Altherma EHS(X/H),
diverse softwareinformatie alsook de bedrijfsstatussen van alle
installatiecomponenten na elkaar worden opgevraagd. Het
aantal weergegeven parameters is afhankelijk van de aangesloten componenten.
Deze waarden kunnen niet worden ingesteld.
● Draa
ischakelaar in de stand "Info" zetten.
Standaardweergave wordt getoond (zie afb. 3-2).
● Draa
iknop kort indrukken.
Parameteroverzicht wordt weergegeven.
● Met
● Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
de draaiknop het gewenste informatieniveau selecteren.
Waarde wordt weergegeven (voorbeeld zie afb. 3-6).
● Met
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke schermwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk 6.10.
de draaiknop de afzonderlijke informatie selecteren.
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
15
Page 16
3 x Bediening
Info
Overzicht
Waterdruk
Uit
Overzicht bedrijfsgegevens weergeven
In het informatieniveau "Overzicht" worden op de display van de
Regeling RoCon HP de huidige bedrijfsgegevens van de Daikin
Altherma EHS(X/H) weergegeven.
De weergave van de bedrijfsgegevens is verdeeld over diverse
eldschermpagina's. Door het draaien aan de draaiknop wordt
be
tussen geschakeld tussen de beeldschermpagina's.
Beknopte
omschrijving
Modus Huidige modus van de warmtepomp:
ExtHuidige energiemodus van de warmtepomp:
RTParameter [Room thermostat] / [Interlink fct]
Pagina 1
PompHuidige capaciteit van de interne verwarmings-
LT: EVU-functie actief en laag tarief.
HT: EVU-functie actief en hoog tarief.
SGN: SMART GRID - Functie actief, normale
werking.
SG1: SMART GRID - Functie actief, uitworp:
Geen werking van de warmtepomp, geen vorstbeschermingsfunctie.
SG2: SMART GRID - Functie actief, inschakelaanbeveling, bedrijf met hogere streeftemperaturen, laag stroomtarief.
SG3: SMART GRID - Functie actief, inschakelbevel en vulling van de boiler op 70 °C, laag
stroomtarief.
- - -: Geen externe modus actief, warmtepomp
functioneert bij normale werking.
= Uit: - - -
Parameter [Room thermostat] = Aan:
–: Verwarmings- of koelingsverzoek
–: Geen vraag naar verwarming
Parameter [Interlink fct] = Aan (prioriteit)
– - - -: Alleen vorstbescherming
– IL1: Normale aanvoerstreefte
–IL2:
mperatuur
– In verwarmingsmodus verhoogde aan-
voerstreeftemperatuur
– In koelmodus verlaagde aanvoerstreef-
temperatuur
circulatiepomp in %
kW
(100 % = A, 0 % = B)
warmtewisselaar (tV1)
vo
lgens verwarmingsondersteunende warmte-
wisselaar (t
V, BH
)
)
R1
DHW1
tionele temperatuursensor RoCon OT1)
mingsinstallatie
Beknopte
Toelichting van de indicatiewaarde
omschrijving
TVBH2 = TVBH
TR2Huidige temperatuur verwarming retour
daire sensor (t
R2
)
Tdhw2 Huidige temperatuur in warmwaterboiler, secun-
daire voeler (t
DHW2
)
Tliq2Huidige koelmiddeltemperatuur (tL2)
Pagina 3
TA2Huidige buitentemperatuur (g
temperatuursensor van de warmtepompbuiteneenheid)
quietToont de status van de fluistermodus aan
Tab. 3-5 Verklaring van de als overzicht weergegeven
bedrijfsgegevens
Afb. 3-5 Overzicht bedrijfsgegevens weergeven
)
, secun-
emeten van de
Bedieningshandleiding
16
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 17
3 x Bediening
Info
Overzicht
Waterdruk
T-WG
Waterdruk
Modus
Standby
Nachtverlaging
Modus
Verwarmen
koelen
Zomer
Modus
Zomer
Automatisch 1
Automatisch 2
Modus
Zomer
Automatisch 1
Automatisch 2
Waterdruk weergeven
Aan de Regeling RoCon HP kan in ingeschakelde toestand de installatiedruk (waterdruk) van de interne kring (directe verwarmingskring) worden weergegeven. De waterdruk is al eerste info-
arameter beschikbaar (zie afb. 3-6).
p
Het toegestane bereik van de waterdruk tijdens de werking is afhankelijk van de Daikin Altherma EHS(X/H) en de verwarmingsinstallatie. De nagestreefde wa
mogen alleen door verwarmingsvaklui worden ingesteld. Mocht
de waterdruk onder de minimumwaarde (ingestelde parameterwaarde) dalen, dan kan hij worden verhoogd door de installatie
ij te vullen (zie hoofdstuk "Inspectie en onderhoud").
b
arden en de grenswaarden
3.4.2 Bedrijfsmodus instellen
De selectie van de bedrijfsmodus, waarin de Daikin Altherma
EHS(X/H) moet functioneren, vindt plaats op de draaiknop in de
stand "Modus"
De gekozen bedrijfsmodus wordt door een korte druk op de
draaiknop geactiveerd.
● Met de draaiknop de gewenste bedrijfsmodus selecteren.
● Sele
ctie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
Daikin Altherma EHS(X/H) werkt in de ingestelde bedrijfs-
modus.
De huidige bedrijfsmodus wordt door een daarmee over-
eenkomstig symbool in de standaardweergave aangegeven.
Bedrijfsmodus Standby (Stand-by)
LET OP!
Een verwarmingsinstallatie zonder vorstbeveiliging
kan bij
vorst invriezen en beschadigd geraken.
● Laat het water uit de verwarmingsinstallatie lopen
bij gevaar voor vorst.
nneer de verwarmingsinstallatie niet is
● Wa
geleegd, moet bij gevaar voor vorst de stroomtoevoer gegarandeerd zijn en de externe hoofdschakelaar ingeschakeld blijven.
In deze bedrijfsmodus wordt de Daikin Altherma EHS(X/H) in de
ndby-modus gezet. De vorstbeschermingsfunctie
sta
(zie paragraaf 3.6.5) blijft daarbij behouden. Om deze functie te
behouden mag de installatie niet van het ele
losgekoppeld!
Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden bovengeschikt eveneens in de bedrijfsmodus
"Standb
y" geschakeld.
ktriciteitsnet worden
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
17
Page 18
3 x Bediening
Bedrijfsmodus Automatisch 2 (tijdsprogramma)
Automatische verwarmings- en lagetemperatuurwerking volgens
de permanente tijdsprogramma's (zie paragraaf 3.4.7):
– [CV-kring progr 2]
– [WW progr. 2]
Naast deze bedrijfsmodi staan er n
lijke verwarmingsprogramma's (zie tab. 3-6) ter beschikking, die
na activering voorrang krijgen.
og verschillende andere tijde-
Afb. 3-8 Standaardweergave in de bedrijfsmodus "Standby"
(boven de vorstbeschermingsgrens)
In de bedrijfsmodus "Standby" wordt de warmtepomp
en de evt. optioneel aangesloten aanjaagverwarmer
van de voeding gescheiden (energiebesparings-modus), als a
an de volgende voorwaarden is voldaan:
– De buitentemperatuursensor (RoCon OT1) is aan-
gesloten en correct geparametreerd in de installa-
tieconfiguratie,
– De buitentemperatuur is hoger dan 8 °C,
– Er is geen vraag naar verwarming,
– In geen enkele aangesloten verwarmingskring is de
anti-vorstfun
ctie actief en
– Daikin Altherma EHS(X/H) is al minstens 5 minuten
ingeschakeld.
Bedrijfsmodus Nachtverlaging
Verminderde verwarming (lagere nagestreefde kamertemperatuur) volgens de in parameter [T-nacht] ingestelde aanvoerstreeftemperatuur voor lagetemperatuurmodus
ie paragraaf 3.4.4).
(z
Warmwaterbereiding volgens de ingestelde warmwaterstreeftemperaturen en schakelcycli in het warmwatertijdsprogramma
[WW progr. 1] (zie paragraaf 3.4.5).
Bedrijfsmodi Verwarmen, koelen
Verwarmings-, koelmodus volgens de in parameter [T-ruimte
gew 1] ingestelde kamerstreeftemperatuur (zie paragraaf 3.4.3).
Een aangesloten buitentemperatuursensor (weersgestuurde
aanvoertemperatuurregeling) of een aangesloten kamerstation
beïnvloeden ook de aanvoerstreeftemperatuur (Voorwaarde:
Parameter [HC Function] = Aan).
Warmwaterbereiding volgens de ingestelde warmwaterstreeftemperaturen en schakelcycli in h
et warmwatertijdsprogramma
[WW progr. 1] (zie paragraaf 3.4.5).
Bedrijfsmodus Zomer
Warmwaterprogramma volgens de ingestelde warmwaterstreeftemperaturen en schakelcycli in het warmwatertijdprogramma
[WW progr. 1] (zie paragraaf 3.4.5).
Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden bovengeschikt eveneens in de bedrijfsmodus
Zomer" geschakeld.
"
Bedrijfsmodus Automatisch 1 (tijdsprogramma)
Automatische verwarmings- en lagetemperatuurwerking volgens
de permanente tijdsprogramma's (zie paragraaf 3.4.7):
– [CV-kring progr 1]
– [WW progr. 1]
Tijdelijk
tijdsprogramma
Instelling /
activering in het
Draaischa-
kelaarstand
Aanwijzing
niveau
DHW InstallDHW Install
Feest
Afwezig
Feestdag
Tijdprogramma
Paragraaf
3.4.6
Paragraaf
3.4.7
Verlof
Tab. 3-6 Overzicht tijdelijke tijdsprogramma's
Als een tijdelijk verwarmingsprogramma (DHW Install,
Feest, Afwezig, Feestdag, Verlof) tijdens de gekozen
bedrijfsmodus wordt gestart, zal het systeem prioritair
werken volgens de instellingen van dit verwarmingsprogramma.
In de draaischakelaarpositie worden de nagestreefde kamertemperaturen overdag voor de kamerverwarming vastgelegd.
● Draaischakelaar in de stand "Temp setpunt Dag"
zetten.
Overzicht wordt weergegeven.
De eindcijfers van de parameteraanduidingen (1 - 3) in
deze draaischakelaarstand duiden daarbij op de overeenkomst met de betreffende cyclus uit het tijdprogramma.
● Met de draaiknop het in te stellen temperatuursblok selec-
teren.
lectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
● Se
Instellingen worden weergegeven.
● Temperatuur instellen.
ijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
● W
Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk 6.5.
In de draaischakelaarpositie worden de nagestreefde kamertemperaturen in de lagetemperatuurmodus voor de kamerverwarming vastgelegd.
● Draaischakelaar in de stand "Temp setpunt Nacht"
zetten.
Overzicht wordt weergegeven.
● Met de draa
iknop de in te stellen parameters selecteren.
Bedieningshandleiding
18
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 19
3 x Bediening
● Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
– [T-nacht]: Instelwaarde voor bedrijfsmodus "Nachtverla-
ging" of verlaging door permanent tijdsprogramma.
– [T-afwezig]: Instelwaarde voor tijdelijke verwarmings-
/koelprogramma's ("Afwezig" en "Verlof").
Instellingen worden weergegeven.
● Temp
● Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
eratuur instellen.
Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk 6.6.
3.4.5 Temperatuurinstelling warmwaterbereiding
In de draaischakelaarpositie worden de nagestreefde warmwatertemperaturen voor de warmwaterbereiding van het betreffende tijdprogramma vastgelegd.
● Draai
schakelaar in de stand "Temp setpunt WW" zetten.
De eindcijfers van de parameteraanduidingen (1 - 3) in
deze draaischakelaarstand duiden daarbij op de overeenkomst met de betreffende cyclus uit het tijdprogramma.
t de draaiknop het in te stellen temperatuursblok selec-
● Me
teren.
● Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
Instellingen worden weergegeven.
● Temp
● Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
eratuur instellen.
Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk 6.7.
3.4.6 Buitengewone warmwaterbereiding
In de draaischakelaarpositie kan buiten een warmwatertijdprogramma het warme water manueel tot de in parameter [T-WW
gew 1] vooraf ingestelde streeftemperatuur worden opgewarmd.
De verwarming heeft voorrang op en is onafhankelijk van andere
verwarmingsprogramma's.
● Draai
schakelaar in de stand "DHW Install" zetten.
Overzicht wordt weergegeven.
t de draaiknop de in te stellen parameters selecteren.
● Me
– [1x warmwater]: Activering van een eenmalige warmwa-
terbereiding.
● Selectie be
vestigen met een korte druk op de draaiknop.
● Parameter instellen.
● Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
Buitengewone warmwaterbereiding begint.
Na afloop van deze tijdelijke functie, springt de Regeling automatisch terug naar de eerder actieve werkingsmodus. De draaischakel
vering van de functie weer in de positie "Info"
worden gebracht.
De functie is onderhevig aan beperkingen in de tijd.
Hij wordt ten laatste conform de door de vakman ingestelde maximale laadtijd afgebroken en kan op zijn
vroegst na afloop van de door de vakman ingestelde
blokkeertijd opnieuw worden gestart.
Mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in hoofdstuk 6.3.
aar moet daarom na acti-
3.4.7 Schakeltijdprogramma's
Voor een comfortabele en individuele regeling van de kamer- en
warmwatertemperatuur staan daarbij verschillende in de fabriek
ingestelde, maar vrij te bepalen tijdprogramma's ter beschikking.
De schakeltijdprogramma's regelen de betreffende verwarmingskring, de boilerkring en een optioneel aangesloten circulatiepomp
ens de op voorhand ingevoerde schakeltijden.
volg
Instelling
In de draaischakelaarpositie gebeurt de instelling van de
tijdsintervallen voor de verwarmingskring, de geïntegreerde
warmwaterbereiding en de optionele circulatiepomp.
● Draaischakelaar in de stand "Tijdprogramma"
zetten.
Overzicht wordt weergegeven.
● Met de draa
● Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
iknop het in te stellen tijdsprogramma selecteren.
Instellingen worden weergegeven.
● Met de draaiknop de te verstellen waarde selecteren en
wijzigen.
jziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
● Wi
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in de hoofdstuk 6.8 "Draaischakelaarstand: Tijdprogramma".
Permanente tijdsprogramma's
Voor de aangesloten verwarmingskringen en boileraanvoerkring
regelen tijdsprogramma's de verwarmingskringtemperaturen en
de bedrijfstijden van de circulatiepomp volgens de ingestelde
schakelcycli. De schakelcycli zijn in tijdsblokken opgeslagen,
waarvoor verschillende gewenste temperaturen kunnen worden
ingesteld.
In de schakelcycli wordt de ver
volgens de dag- en nachtmodus geregeld.
De kamerstreeftemperaturen voor deze tijdsprogramma's
worden in de draaischakelaarstanden "Temp setpunt Dag""Temp setpunt Nacht"en "Temp setpunt WW" inge-
steld.
De volgende schakeltijdprogramma's zijn beschikbaar:
– 2 tijd
sprogramma's voor de verwarmingskring met telkens 3 mogelijke schakelcycli
– [CV-kring progr 1]
– [CV-kring progr 2]
Dit kan voor iedere afzonderlijke weekdag of in blokken
van "maandag tot vrijdag", "zaterdag tot zondag" en
"maandag tot zondag" worden ingevoerd.
ProgrammaTijdsruimteSchakelcyclus
CV-kring progr 1
CV-kring progr 2Zie CV-kring progr 1
Afzonderlijke weekdag
(maandag, dinsdag ...)
(maandag tot vrijdag)
(zaterdag tot zondag)
(maandag tot zondag)
warmingsinstallatie afwisselend
1.
06:00 -> 22:00
2.
--:-- -> --:--
3.
--:-- -> --:--
Werkweek
Weekend
Hele week
1.
2.
3.
1.
2.
3.
1.
2.
3.
1.
2.
3.
06:00 -> 22:00
--:-- -> --:--
--:-- -> --:--
07:00 -> 23:00
--:-- -> --:--
--:-- -> --:--
06:00 -> 22:00
--:-- -> --:--
--:-- -> --:--
CV-
Zie
kring progr 1
,
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
Tijdsinstellingen voor een schakelcyclus in een
weekdag- of blokprogramma worden ook voor andere
tijdsruimtes overgenomen, voor zover deze dezelfde
weekdagen betreffen. Voorbeelden voor tab. 3-7:
a) Voor de afzonderlijke weekdag 'maandag' wordt de
gintijd in het eerste Schakelcyclus veranderd van
be
06:00 naar 05:00 uur.
In de tijdsruimte "werkweek" en "hele week"
wordt automatisch het eerste Schakelcyclus
mee veranderd van 06:00 naar 05:00 uur.
b) Voor de tijdsruimte "weekend" wordt de begintijd in
het eerste Schakelcyclus veranderd van 07:00 naar
08:00 uur.
Op de afzonderlijke weekdagen "zaterdag" en
"zondag" wordt automatisch het eerste Schakelcyclus mee veranderd van 07:00 naar 08:00
uur.
c) Voor de tijdsruimte "hele week" wordt de eindtijd in
het eerste Schakelcyclus veranderd van 22:00 naar
21:30 uur.
In alle weekdag- of blokprogramma's wordt
automatisch de 1e schakelcyclus van 22:00
naar 21:30 u. mee veranderd.
– 2 tijdsprogramm's voor de warmwaterkring met telkens 3
De instelling en de invoerstructuur van de tijdsprogramma's zijn identiek aan die voor het tijdsprogramma
van de verwarmingskring (zie ook tab. 3-7).
– 1 tijdsprogramma voor een optioneel aangeslotencircu-
latiepomp
met telkens 3 mogelijke schakelcycli
[Programma circpomp]
De instelling en de invoerstructuur van het tijdsprogramma zijn identiek aan die voor het tijdsprogramma
van de verwarmingskring (zie ook tab. 3-7).
Verdere aanwijzingen over instellingen voor een optionele circulatiepomp, zie paragraaf 3.6.8.
Opgeslagen schakeltijdprogramma's kunnen altijd worden veranderd. Voor een beter overzicht wordt aangeraden de geprogrammeerde schakelcycli te noteren en goed op te bergen
ie hoofdstuk 10.1.1).
(z
De permanente tijdprogramma's zijn volgens tab. 3-8 op
voorhand ingesteld.
Tab. 3-8 Fabrieksinstelling van de permanente schakeltijdprogramma's
Bedieningshandleiding
20
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 21
3 x Bediening
Tijdelijke tijdprogramma's
Voor bijzondere situaties staan er 4 tijdelijke tijdprogramma's
ter beschikking, die de permanente tijdprogramma's of de op
dat moment ingestelde werkingsmodus gedurende hun geldigheid op
Het symbool van het tijdelijke tijdsprogramma wordt, zolang het
programma actief is, in de kopregel van de standaardschermweergave weergegeven.
De volgende tijdelijke tijdprogramma's kunnen te allen
tijde door het manueel wijzigen van de bedrijfsmodus
worden afgebroken.
[Feest]: Onmiddellijke eenmalige verlengingvan de
kamerverwarming
a) Is een automatisch programma
geactiveerd, dan wordt
altijd de laatst geldige schakelcyclus verlengd. In de tijd
voor schakelcyclus 1 wordt aan de hand van de in
parameter [T-ruimte gew 1] ingestelde
kamerstreeftemperatuur geregeld.
b) In alle andere bedrijfsmodi wordt aan de hand van de in
arameter [T-ruimte gew 1] ingestelde
p
kamerstreeftemperatuur geregeld.
– De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed.
– Het tijdprogramma loopt vanaf de activering over de inge-
stelde tijdsperiode.
[Afwezig]: Onmiddellijke eenmalige verlaging tot 6 u.
– Er wordt volgens de in de draaischakelaarpositie "Temp
unt Nacht" in de parameter [T-afwezig] inge-
setp
stelde kamerstreeftemperatuur in lagetemperatuurmodus
geregeld.
– De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed.
– Het tijdprogramma loopt vanaf de activering over de inge-
stelde tijdsperiode.
[Feestdag]: Eenmalige kalendergestuurde
aanwezigheid.
– Er wordt uitsluitend volgens de instellingen voor "zondag"
in [CV-kri
ng progr 1] geregeld.
– NLBE: De warmwaterbereiding wordt uitsluitend volgens
stellingen voor "zondag" in [WW progr. 1] geregeld.
de in
– Er wordt uitsluitend volgens de in de draaischakelaarposi-
mp setpunt Nacht" in de parameter [T-afwe-
tie "Te
zig] ingestelde kamerstreefte
mperatuur in lagetempera-
tuurmodus geregeld.
– Warmwaterbereiding volgens de ingestelde streeftempe-
raturen en schakelcycli in het warmwater-tijdsprogramma
[WW prog
– Het kalendergestuurde programma [Verlof] wordt nie
r. 1] (zie paragraaf 3.4.5).
t
gestart, als op de ingestelde begindatum de bedrijfsmo-
dus "Standby" of "Manueel" actief is.
Taal, Datum, Tijd instellen
Een interne voorgeprogrammeerde kalender verzorgt
de automatische tijdsaanpassing bij de jaarlijks terug
kerende zomer-/wintertijd-wisseling.
● Draaischakelaar in de stand "Configuratie" zetten.
Overzicht wordt weergegeven.
● Met de draaiknop het niveau "Inbedrijfneming" selecteren.
Overzicht wordt weergegeven.
● Met d
● Binnen ieder scherm de te verstellen waarde selecteren en
● Wi
e draaiknop de parameters [Taal], [Datum] of [Tijd]
selecteren en bevestigen.
veranderen met de draaiknop.
jziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm.
Meer gedetailleerde uitleg en mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in paragraaf 3.6 en in hoofdstuk 6.2.
3.4.9 Terminalfunctie
In de draaiknopstand "prog op afstand" kunnen bij geacti-
veerde terminalmodus ook
CAN-bus geïntegreerde regelaars worden geparametriseerd.
Na activering van de "Bus - Scan" verschijnt op het scherm een
keuzelijst met herkende apparaten (externe apparaten en lokaal
apparaat).
Na een extern apparaat te hebben gekozen en na te hebben bevestigd, wordt het in de lokale Regeling weergeven. Het plaatselijke bedieningsgedeelte werkt als afstand
terne apparaat. Daarbij worden alle bedieningsfuncties 1:1, zoals
op het externe apparaat uitgevoerd en opgeslagen.
Tijdens deze terminalfunctie wordt in de kopregel van het scherm
als extra indicatie van het afstandsbediende apparaat het
symbool
#X getoond, waarbij "X" de ingestelde busidentifi-
catie van het afstandsbediende apparaat is.
De weergegeven waarden en symbolen worden altijd door het
geselecteerde apparaat overgenomen (bv. aanvoertemperatuur
van de mengerkring van de mengermodule EHS157068).
andere, in het RoCon-systeem via de
sbediening voor het ex-
-
3.4.8 Installatie-instellingen
In de draaischakelaarpositie "Configuratie" vinden zowel de
basisinstelling van de Regeling RoCon HP alsook de installatieconfiguratie voor de installatieomge
EHS(X/H), de directe verwarmingskring, de warmwaterbereiding
en de evt. optioneel aangesloten componenten plaats.
Afhankelijk van de toegangsmachtiging (operator of vakman) zijn
verschillende parameters beschikbaar. Enkele parameters zijn
alleen toegankelijk voor de verwarmingsvakman.
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
ving van de Daikin Altherma
Afb. 3-9 Voorbeeldweergaven voor afstandsbediende mengermodule
Om het plaatselijke apparaat te bedienen moet dit weer geactiveerd worden in de selectielijst (parameter [Geen selectie]).
Als in de draaischakelaarstand de melding "n.v.t."
wordt weergegeven, werd er tot nu toe geen geldig terminaladres aan de bedieningseenheid toegewezen.
Als de melding "n.v.t." nog steeds wordt weergegeven,
kan het nodig zijn om de apparaatsoftware te updaten,
om de terminalfunctie te kunnen gebruiken. Wend u
hiervoor tot het Daikin-serviceteam.
Bedieningshandleiding
21
Page 22
3 x Bediening
prog op afstand
Bus - Scan
Geen selectie
Terminalwerking activeren / deactiveren
Voorwaarden: Aan het bedieningsgedeelte RoCon B1 van de
Daikin Altherma EHS(X/H) of van het kamerstation EHS157034
werd een geldig terminaladres toegewezen.
De instelling van de terminaladressen kan men enkel
met vakmancode wijzigen. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
aaischakelaar in de
● Dr
stand "prog op afstand"
zetten.
Niveau "prog op
afstand" wordt weer-
gegeven.
t de draaiknop de
● Me
parameter [Bus - Scan]
selecteren.
lectie bevestigen met
● Se
een korte druk op de
draaiknop.
Contextmenu wordt
weergegeven.
Afb. 3-10 Weergave van het ni-
veau "prog op afstand"
bij inbedrijfstelling of
tussentijdse scheiding
van het net
na
● Met de draaiknop de parameter [New scan?] selecteren en
bevestigen met "Ja".
Bus - Scan wordt uitgevoerd.
Overzicht van alle gevonden apparaten wordt weergege-
ven.
t de draaischakelaar het apparaat selecteren waarvoor de
● Me
terminalfunctie moet worden uitgevoerd.
lectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
● Se
Het plaatselijke bedieningsgedeelte werkt als afstandsbe-
diening voor het externe apparaat.
Om de termin
deelte weer om te schakelen naar de bediening van het toegekende apparaat, moet op het nrameter [Geen selectie]ges
(zie afb. 3-10).
almodus te beëindigen en het bedieningsge-
iveau "prog op afstand" van pa-
electeerd en bevestigd worden
3.4.10 Stille modus
Stille modus betekent, dat het warmtepompbuiteneenheid met
verminderde capaciteit functioneert. Daardoor worden de bedrijfsgeluiden, die door de
buitenwaterpomp worden gegene-
reerd, gereduceerd.
LET OP!
Bij actieve Stille modus neemt de capaciteit van de kamerverwarming of -koeling zodanig af, dat evt. vooraf
ingestelde temperatuurstreefwaarden niet meer
kunnen worden bereikt.
● Bij buitentemperaturen onder het vriespunt bestaat
gevaar voor schade aan de installatie door de
inwerking van vorst.
De Stille modus wordt als volgt aan-, uitgezet:
● Draai
schakelaar in de stand "Configuratie" zetten.
Overzicht wordt weergegeven.
● Met de
draaiknop het niveau "Systeemconfiguratie" selec-
teren.
Overzicht wordt weergegeven.
● Met de
● Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
– Parameter [Stille modus] = 2: Alleen 's nachts geactiveerd
ziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
● Wij
Wijziging werd aanvaard. Terug naar het vorige scherm.
Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie
vindt u in hoofdstuk 6.2.2.
3.5Speciale functies
In de "Speciale modus" kunnen verschillende, vooral bij verwar-
mingsmonteurs bekende, functies worden doorgevoerd.
De volgende speciale functies zijn mogelijk:
– Manuele werking (zie paragraaf 3.5.1)
– Meldingen weergeven (zie hoofdstuk 8)
– Resetten tot fabrieksinstellingen (zie paragraaf 3.6.7)
Meer gedetailleerde uitleg over deze functies vindt u in hoofdstuk 6.11.
Bedieningshandleiding
22
De oproep van speciale functies is niet afhankelijk van
de stand van de draaischakelaar.
● Exit-toets minimaal 5 s. indrukken.
Menu "Speciale modus" wordt weergegeven.
● Met de draaiknop het programma selecteren dat u wilt
starten.
● Sele
ctie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
Het gekozen programma start.
● Afbreken en terugspringen door:
– Opnieuw op de Exit-toets te drukken of
– Aantikken van de draaiknop of
– Een ander menu kiezen met de draaiknop
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 23
3 x Bediening
Manueel
Speciale modus
Attention!
Actuele Modus
Speciale modus
Manueel
FA failure
Gewenst
Ist
Configuratie
Inbedrijfneming
Systeemconfiguratie
Toegangsrechten
Gebruiker
Toegangsrechten
Installateur
Inbedrijfneming
Taal
Datum
Inbedrijfneming
Keylock Function
Toegangsrechten
Type Buitentoestel
ToegangsrechtenToegangsrechten
Toegangsrechten
3.5.1 Manueel
Manueel dient ervoor om de Daikin Altherma EHS(X/H) manueel
op een bepaalde aanvoertemperatuur te brengen. De manuele
modus moet uitsluitend worden gebruikt voor diagnoses.
Bij hydraulisch geactiveerde voorrangwerking voor de warmwaterbereiding moet men erop letten dat de in manuele modus ingestelde aanvoerstreeftemperatuur voldoende hoog is om de
● Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
"Manueel" is actief.
t de draaiknop de aanvoerstreeftemperatuur instellen.
● Me
De instelling niet met de draaiknop bevestigen,
omdat het programma anders beëindigd wordt.
Wanneer de manuele modus actief is, wordt de opslag-
temperatuur langdurig op de parameterwaarde van de
eerste warmwaterstreeftemperatuur ([T-WW gew 1])
geregeld.
reken en terugspringen door:
● Afb
– Opnieuw op de Exit-toets te drukken of
– Aantikken van de draaiknop of
– Een ander menu kiezen met de draaiknop
Als de manuele modus wordt beëindigd, dan schakelt de
Regeling RoCon HP automatisch naar de bedrijfsmodus
"Standby".
3.6Speciale installatie-instellingen
De aanpassing gebeurt door de instelling van parameters in de
draaiknoppositie "Configuratie".
Door te navigeren met de draaiknop komt men, afhankelijk van
de positie van de draaischakelaar, uit op het volgende niveau of
rechtstreeks op de overeenkomstige parameter.
3.6.1 Toegangsrechten (Vakmancode)
Bepaalde instellingen in de Regeling zijn beperkt door toegangsrechten. Om toegang tot deze instelwaarden (parameters) te
krijgen, moet in dit menu de "Inbedrijfneming" -vakmancode
worden ingegeven.
De afb. 3-12 toont het basisproces voor het ingeven van de toegangscode. De vakmancode wordt in een afzonderlijke brief naar
het vakbed
rijf verzonden.
Afb. 3-11 Symbolische korte handleiding voor de manuele modus
Afb. 3-12 Invoeren van de toegangscode
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
23
Page 24
3 x Bediening
Configuratie
Inbedrijfneming
Systeemconfiguratie
Configuratie
Systeemconfiguratie
Config. verwarming
Config. WW
Config. verwarming
HC Function
T-vorstbev
Verwarmen
Stookgrens N
Stooklijn
Ruimte-invloed
Stooklijn
Stooklijn
Stooklijn
Config. verwarming
Isolatie
Verwarmen
koelen
3.6.2 Verwarmingscurve
Met behulp van de verwarmingscurve wordt de aanvoerstreeftemperatuur afhankelijk van de be
aangepast aan de eigenschappen van het gebouw (weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling zie paragraaf 3.6.4). De
helling van de verwarmingscurve beschrijft in het algemeen het
drag van de veranderingen in de aanvoertemperatuur ten op-
ge
zichte van de schommelingen van de buitentemperatuur.
De verwarmingscurve ligt binnen de grenzen van de minimale en
maximale temperatuur die voor de betreffende verwarmingskring
werden ingesteld. Tussen de gemeten kamertemperatuur in de
leefruimte en de gewenste kamertemperatuur kunnen afwijkingen optreden, die kunnen worden geminimaliseerd door een
kamerstation
of een kamerthermostaat te installeren.
De Regeling is in de fabriek zo ingesteld, dat de verwarmings-curve zi
De a
ch bij gebruik niet zelf aanpast.
utomatische verwarmingscurveaanpassing kan alleen
door de verwarmingsvakman worden geactiveerd.
Startvoorwaarden voor de automatische verwarmingscurveaanpassing:
– Buitentemperatuur < 8 °C
– Bedrijfsmodus is automatisch (I
– Duur van de lagetemperatuurfase minstens 6 h
treffende buitentemperatuur
of II)
en automatische verwarmingscurveaanpassing geac-
Is er ge
tiveerd, kan de verwarmingscurve ma
van de parameter [Stooklijn]) worden ingesteld.
Verwarmingscurve manueel aanpassen
Voer correcties op de ingestelde waarden pas na 1-2
dagen uit en telkens maar in kleine stappen.
● Aanwezige thermostaatkleppen van verwarmingselementen of actuators openen.
drijfsmodus "Verwarmen" activeren.
● Be
Aan te houden waarden voor de instelling zijn:
– Verwarmingselement: 1,4 tot 1,6.
– Vloerverwarming: 0,5 tot 0,9.
nueel, door het verstellen
Afb. 3-13 Manuele instelling van de verwarmingscurve (weergave met
toegangsmachtiging "Gebruiker")
Bedieningshandleiding
24
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 25
3 x Bediening
TABuitentemperatuur
Voorgeschreven waarde
T
R
kamertemperatuur
Afb. 3-14 Verwarmingscurven
Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie
vindt u in hoofdstuk
6.2.
Voedingtemperatuur
T
V
3.6.3 Koelcurve
Met behulp van de verwarmingscurve wordt de aanvoerstreeftemperatuur afhankelijk van de betreffende buitentemperatuur
aangepast aan de eigenschappen van het gebouw (weersgestuurde aanvoertemperatuurre
Warmere buitentemperaturen leiden tot een koudere aanvoerstreeftemperatuur en omgekeerd.
Voorwaarden voor de koelmodus:
– Buitentemperatuur > instelwaarde van de kamerstreeftempe-
ratuur
– Buitentemperatuur > instelwaarde van de parameter [Start. T-
ext. koel
– Modus "koe
en]
len" geactiveerd.
a) via draaischakelaar in positie "Modus" of
b) via kamerthermostaatfunctie (schakel
gesloten)
– Geen warmteaanvraag in de verwarmingsinstallatie actief.
De koelcurve wordt door de volgende vier parameters vastgelegd:
1. [Start. T-ext. koelen]
2. [Max. T-ext. koelen]
3. [Start T-vertr koelen]
4. [Max. T-vertr koelen]
Tijdens de weersafhankelijke aanvoe
de gebruiker de aanvoerstreeftemperatuur door de parameter
[Corr. setpunt koelen] maximaal 5 °C naar boven of benenden
anpassen. Naar beneden is de temperatuur door de parameter
Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie
vindt u in hoofdstuk 6.2.3.
Buitentemperatuur
T
A
Voedingtemperatuur
T
V
―Koelcurve
---Mogelijke parallelverschuiving van de koelcurve
3.6.4 Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling
Als de weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling actief is,
wordt de aanvoerstreeftemperatuur (zie Info-parameter [T-WG
gewenst], hoofdstuk 6.10) automatisch, afhankelijk van de buitentemperatuur bepaald volgens de ing
estelde verwarmings-
/koelcurve.
In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd. Hij kan alleen met
de technicuscode worden gedeactiveerd (Sie kann nur mit Fachmanncode deaktiviert (Vastewaarderegeling) of opnieuw geactiveerd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Met de optionele buitentemperatuursensor RoC
on OT1, die aan
de noordelijke zijde van het gebouw wordt geïnstalleerd, kan de
weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling nog worden geoptimaliseerd Als er geen RoCon OT1
is geïnstalleerd, gebruikt de
Regeling RoCon HP de waarde van de buitentemperatuur, die op
de buitenwarmtepomp wordt gemeten.
Als het kamerstation ook (EHS157034) op de Daikin Altherma
EHS(X/H) aangesloten is, worden de aanvoerstreeftemperaturen
geregeld op basis van het weer en de kamertemperatuur
(zie tab. 6-3 / tab. 6-15, parameter [Ruimte-
invloed]).
Bij aangesloten mengermodule
De instelling van de verwarming-/koelcurve voor het toegekende
verwarmingscircuit wordt op dezelfde manier als hierboven beschreven uitgevoerd.
Er bestaat de mogelijkheid om de
te gebruiken als
Mengeruitbreiding
a)
De mengermodule wordt de buitentemperatuur van de op de
Daikin Altherma EHS(X/H) aangesloten
buitentemperatuursensor via de CAN-bus overgedragen.
of als
Mengeruitbreiding met zoneregeling
b)
Op de mengermodule moet een afzonderlijke buitentemperatuursensor (RoCon OT1) worde
zen verwarmingskring wordt geregeld volgens de voor deze
zon
e relevante buitentemperatuur.
Met geactiveerde terminalfunctie kan de mengermodule via de
eling RoCon HP van de Daikin Altherma EHS(X/H) worden
Reg
bediend en kunnen de instellingen voor de toegekende verwarmingskring worden uitgevoerd.
toegewezen verwarmingskring
n aangesloten. De toegewe-
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
25
Page 26
3 x Bediening
In combinatie met het kamerstation EHS157034 kan de mengermodule de toegekende verwarmingskring ook volledig zelfstandig en onafhankelijk van de Daikin Altherma EHS(X/H) regelen.
Als in de draaischakelaarstand de melding "n.v.t."
wordt weergegeven, werd er tot nu toe geen geldig terminaladres aan de bedieningseenheid toegewezen.
Als de melding "n.v.t." nog steeds wordt weergegeven,
kan het nodig zijn om de apparaatsoftware te updaten,
om de terminalfunctie te kunnen gebruiken. Wend u
hiervoor tot het Daikin-serviceteam.
Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie
vindt u in hoofdstuk 6.2.3 en 6.12.2.
3.6.5 Vorstbeschermingsfunctie
Bij een buitentemperatuur onder de parameterwaarde [T-vorstbev], wordt de geïntegreerde verwarmingscirculatiepompingeschakeld om te voorkomen dat de verwarmingsinstallatie
bevriest.
Bovendien worden ook de aanvoer-, boiler- en aangesloten kamertemperatuursensoren permanent ge
van deze sensoren de gemeten temperatuur onder 7 °C daalt (bij
n kamertemperatuur onder 5 °C), dan wordt de vorstbescher-
ee
mingsfunctie ook geactiveerd.
Als de vorstbeschermingsfunctie actief is, wordt op de display
van de Regeling RoCon HP in de standaardweergave het
symbool
naast de tijd weergegeven.
Als de temperatuur verwarming aanvoer onder 7 °C daalt, dan
verwarm
t de Daikin Altherma EHS(X/H) zo lang totdat de tempe-
ratuur verwarming aanvoer minstens 12 °C bereikt.
De functie wordt beëindigd als de b
gestelde parameterwaarde [T-vorstbev] + 1 K stijgt en er ook
geen andere activeringsvoorwaarde is.
controleerd. Als bij een
uitentemperatuur boven de in-
3.6.6 Legionellabescherming
Deze functie dient om bacteriële verkieming in de warmwaterboiler te voorkomen. De precieze regelingen voor de drinkwaterhygiëne staan vermeld in de nationale voorschriften.
De legionellabescherming is bij de Daikin Altherma
EHS(X/H) in de fabriek uitgeschakeld, daar het gevaar
voor verkieming omwille van de volgende redenen zeer
klein is:
– Klein volume van de warmtewisselaar (roestvrij
staal) voor de opwarming van drinkwater.
– Vaker volledige waterverversing "first-in-first-out".
– Geen doodwatergebieden in het opgeslagen drink-
water.
Als de legionellabescherming geactivee
gionella Dag]) wordt de aangesloten warmwaterboiler 1x per dag
of 1x per week opgewarmd tot de ontsmettingstemperatuur. De
legionellabescherming is een uur lang actief.
De verwarming van het warm water tot de ontsmettingstemperatuur gebeurt onafhankelijk van de voorgeschreven streefwaarden voor warm water die de gebruiker of de verwarmingstechnicus heeft ingesteld.
Een aangesloten circulatiepomp wordt tijdens de thermische desinfectie automatisch ingeschakeld.
De instelling van de parameters voor de legionellabescherming
urt in de draaischakelaarstand "Configuratie" op het
gebe
niveau "Config
. WW".
Met de fabrieksinstellingen wordt de boiler om 03:30 uur opgewarmd, als op dit tijdstip de warmwatertemperatuur onder de
65 °C ligt.
Meer gedetailleerde verklaringen en mogelijke instelwaarden voor deze functie
vindt u in hoofdstuk 6.2.4.
rd is (parameter [Anti-Le-
Als spaartarieffuncties zijn geactiveerd, kan bij bepaalde technicus-instellingen de werking van de warmtepomp door het energiebedrijf
voor een korte periode
volledig worden uitgeschakeld. In deze gevallen kan
ook als de vochtbescherming is ingeschakeld niet
worden bijverwarmd en de verwarmingscirculatiepomp
in het apparaat wordt niet ingeschakeld.
Deze situaties zijn te herke
nnen als in het informatieniveau "Overzicht" (zie paragraaf 3.4.1) bij het bedrijfsgegevensveld: "Ext" de waarde "HT" of "SG1" wordt
weergegeven.
Bedieningshandleiding
26
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 27
3 x Bediening
3.6.7 Resetten op de fabrieksinstellingen (Reset)
Als de Daikin Altherma EHS(X/H) niet meer naar behoren functioneert en geen andere oorzaak kan worden gevonden voor de
g, kan het nodig zijn, alle regelingsinstellingen terug te
storin
zetten naar de fabrieksstatus. Daarvoor zijn er 3 instelmogelijkheden:
Mogelijkheid 1
Met gebruikerstoegangsrechten kunnen in de "Speciale
modus" de schakeltijdprogramma's op de fabrieksinstellingen,
zoals tab. 3-8, worden gereset.
1. Exit-toets minimaal 5 s. indrukken.
Menu "Speciale modus" wordt weergegeven.
2. Met de draaiknop het programma "Timeprog Reset" kiezen.
3. Programma uitvoeren door korte druk op de draaiknop.
De betreffende waarden worden gereset tot de fabrieksin-
stellingen.
4. Met de draaiknop "Terug" selecteren.
5. Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
Mogelijkheid 2
Met vakmantoegangsrechten kunnen in de "Speciale modus"
alle klantspecifieke parameterinstellingen op de fabrieksinstellingen, zoals tab. 6-1 tot tab. 6-11 worden gereset.
Mogelijkheid 3
Mochten fundamentele wijzingen van de Daikin Altherma
EHS(X/H) voor het functioneren binnen het RoCon-systeem
nodig zijn, dan kan de Basisconfiguratie met vakmantoe-gangsrechten op de u
nieuw worden gedefinieerd.
itlevertoestand worden teruggezet of op-
Schakeltijdprogramma voor circulatiepomp
vastleggen
● Draaischakelaar in de stand "Configuratie" zetten.
Overzicht wordt weergegeven.
● Met
● Selectie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
de draaiknop het niveau "Config. WW" selecteren.
Overzicht wordt weergegeven.
● Met de draaiknop de in te stellen parameters selecteren.
– [Circpomp warmwater]: Instelling die bepaalt of de circu-
latiepomp door het actieve warmwater-schake
gramma wordt aangestuurd [AAN] of door een apart schakeltijdprogramma [UIT].
– [Interval circ. pomp]: Instelling van de intervalsturing voor
ptionele circulatiepompen.
o
● Sele
● Parameter instellen.
● Wijziging bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
ctie bevestigen met een korte druk op de draaiknop.
ltijdpro-
De circulatiepomp wordt volgens de aangebrachte instel-
lingen door de Regeling RoCon HP aangestuurd.
Mogelijke instelwaarden voor deze draaischakelaarpositie vindt u in
hoofdstuk 6.2.4.
3.6.9 Afstandsbediening via het internet
Via een optionele gateway (EHS157056) kan de Regeling
RoCon HP met het internet worden verbonden. Zo is een afstandssturing van de Daikin Altherma EHS(X/H) via mobiele telefoon (met een App) mogelijk.
Na een reset op de fabrieksinstellingen via mogelijkheid 2 of 3 moet de installatie door de verwarmingstechnicus weer worden aangepast aan de omgeving en
moeten alle klantspecifieke parameters opnieuw
worden ingesteld.
3.6.8 Instellingen voor optionele circulatiepomp
Voor meer comfort bij de warmwateropname kan met de Regeling RoCon HP een optionele circulatiepomp worden ingeschakeld.
Daarvoor zijn er 2 instelmogelijkheden:
a) Afzonderlijk schakeltijdprogramma (zie paragraaf 3.4.7). De
circulatiepomp werkt daarbij volgens een zelfstandig
schakeltijdprogramma.
b) Samen met een schakeltijdprogramma voor warmwatervoor-
ziening. De circulatiepomp wordt daarbij parallel met de
rijfstijden van een warmwater-schakeltijdprogramma aan-
bed
gestuurd.
Onafhankelijk van het ingestelde schakeltijdprogramma kan het
e
nergieverbruik van de circulatiepomp worden geminimaliseerd,
door deze in fasen te gebruiken. Met de parameter [Interval circ.
pomp] wordt ingesteld hoe lang de circulatiepomp binnen een interval van 15 minuten wordt aangedreven.
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
27
Page 28
4 x Inbedrijfstelling
4Inbedrijfstelling
WAARSCHUWING!
● Een op ondeskundige wijze in bedrijf gestelde
Daikin Altherma EHS(X/H) kan het leven en de
gezondheid in gevaar brengen en slecht functioneren.
LET OP!
Door een ondeskundig in bedrijf gestelde Daikin
Altherma EHS(X/H) kan materiële en milieuschade
ontstaan.
● Minimumvereisten voor de kwaliteit van vul- en
aanvulwater:
– Waterhardheid (calcium en magnesium, bere-
● Al
voor de waterkwaliteit van plaatselijke waterleidingbedrijven niet kunnen worden gegarandeerd,
moeten geschikte voorzorgsmaatregelen worden
genomen voor de watervoorbereiding.
anneer de installatie in werking is, moet met
● W
regelmatige intervallen de waterdruk worden
gecontroleerd. Eventueel d.m.v. bijvullen
aanpassen.
4.1Eerste inbedrijfstelling
De eerste inbedrijfstelling van de Daikin Altherma EHS(X/H) mag
uitsluitend door geautoriseerde en geschoolde verwarmingstechnici worden uitgevoerd.
4.2.2 Inbedrijfstelling
Als de boilertemperatuur onder bepaalde minimumwaarden zakt, dan verhinderen de veiligheidsinstellingen van de Daikin Altherma EHS(X/H) de werking
de warmtepomp bij lage buitentemperaturen:
van
– Buitentemperatuur < -2 °C, minimale
boilertemperatuur = 30 °C
uitentemperatuur < 12 °C, minimale
– B
boilertemperatuur = 23 °C.
Zonder aanjaagverwarmer:
Het boilerwater moet door een externe bijverwarmer tot
de vereiste minimale boilertemperatuur worden verwarmd.
Met aanjaagverwarmer (EKBUxx):
Bij een buitentemperatuur < 12 °C en een boilertemperatuur < 35 °C wordt de aanjaagverwarmer (EKBUxx)
tomatisch ingeschakeld om het boilerwater tot min-
au
stens 35 °C te verwarmen.
1. Koudwateraansluiting controleren en warmtewisselaar voor
drinkwater vullen.
2. Stroomtoevoer naar de Daikin Altherma EHS(X/H)
inschakelen.
3. Startfase afwachten.
4. Na afsluiting van de startfase in verwarmingsbedrijf, de
verwarmingsinstallatie ontluchten, installatiedruk controleren
en evt. instellen (max. 3 bar).
Air Purge
(Mag alleen door verwarmingstechnicus worden
ui
tgevoerd.)
4.2Opnieuw in bedrijf stellen
4.2.1 Voorwaarden
LET OP!
Inbedrijfstelling tijdens vriestemperaturen kan tot
schade aan het volledige systeem leiden.
edrijfstelling bij temperaturen onder 0 °C alleen
● Inb
bij verzekering van een watertemperatuur van
minstens 5 °C in de verwarmingsinstallatie en in de
boiler.
Daikin raadt aan om het systee
in bedrijf te stellen.
– De Daikin Altherma EHS(X/H) is volledig aangesloten.
– Het koelmiddelsysteem is ontvoc
schreven hoeveelheid koelmiddel gevuld.
– De verwarmings- en warmwaterinstallatie is gevuld en staat
onder de juiste druk (zie hoofdstuk 7.5).
– De boiler is tot aan de overloop gevuld (zie hoofdstuk 7.4).
m bij extreme vorst niet
htigd en met de voorge-
5. Visuel
6. Draaischakelaar op de regeling instellen op de gewenste
7. Bij aangesloten Daikin zonne-installatie, deze in bedrijf
e inspectie op lekkage bij alle verbindingsdelen in het
huis uitvoeren. Maak eventuele lekken vakkundig dicht.
werkingsmodus.
stellen volgens de meegeleverde handleiding. Na de
uitschake
ling van de zonne-energie-installatie van Daikin
opnieuw het peil in het bufferreservoir controleren.
Bedieningshandleiding
28
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 29
5Buitenbedrijfstellen
A
C
1.
2.
B
B
C
E
D
5 x Buitenbedrijfstellen
WAARSCHUWING!
Bij het openen van de zonnecollectorterugstroomaansluiting en de verwarmings- en warmwateraansluitingen ontstaat ge
vaar op verbranding en over-
stroming door uitstromend heet water.
● Boilerreservoir resp. verwarmingsinstallatie pas
ledigen
– na voldoende afkoeling,
– met geschikte uitrusting voor het afleiden resp.
gen van uitstromend water,
opvan
– wanneer u geschikte veiligheidskledij draagt.
5.1Tijdelijk stilleggen
LET OP!
Een buiten bedrijf gestelde verwarminginstallatie kan
bi
j vorst bevriezen en beschadigd raken.
● De stilgelegde verwarmingsinstallatie bij gevaar
voor vorst aan de waterzijde legen.
anneer de verwarmingsinstallatie niet is
● W
geleegd, moet bij gevaar voor vorst de stroomtoevoer gegarandeerd zijn en de externe hoofdschakelaar ingeschakeld blijven.
5.1.1 Aftappen van het voorraadvat
● Daikin Altherma EHS(X/H) van de stroomvoorziening
afhalen.
● Afvo
erslang aansluiten op de KFE-vulaansluiting (acces-soire KFE BA) (afb. 5-1, pos. A) en naar een recipiënt op
vloerniveau laten lopen.
Als KFE-vulaansluiting niet beschikbaar is, kan
het aansluitstuk (afb. 5-1, pos. C) van de veiligheidsoverloop (afb. 5-1, pos. B) worden gedemonteerd en gebruikt.
Deze moet na het ledigen terug worden gemonteerd alvorens de verwarmingsinstallatie opnieuw in
edrijf kan worden gesteld.
b
Als de Daikin Altherma EHS(X/H) gedurende langere tijd niet
rdt gebruikt, dan kunt u die tijdelijk stilleggen.
wo
Daikin adviseert echter de installatie niet van de voeding los te
koppelen, maar slechts in de "Stand-bymodus" te zetten (Gebruiksaanwijzing van de besturing).
De verwarmingsinstallatie is dan tegen bevriezing beschermd en
pompen- en kleppenbescherming zijn actief.
Als bij gevaar voor vorst de stroomvoorziening niet is gegarandeerd, dan moet
– u de Daikin Altherma EHS(X/H) langs de waterzijde volledig
egen of
l
– moeten de nodige maatregelen wo
rden genomen voor vorstbeveiliging van de aangesloten CV-installatie en de warmwaterboiler (bijv. ledigen).
Als het vorstgevaar bij onzekere elektrische voeding
slechts enkele dagen bestaat, dan hoeft u de Daikin
Altherma EHS(X/H) vanwege de goede warmte-isolatie
de wateraansluiting niet af te tappen, mits u de boi-
van
lertemperatuur regelmatig inspecteert en die temperatuur niet tot onder de +3 °C daalt.
Hierdoor is het aangesloten warmteverdeelsysteem uiteraard niet tegen vorst beschermd.
Afb. 5-1 Afvoerslang monterenOptie: Aansluitstuk van veilig-
heidsoverloop demonteren
AKFE-vulaansluiting (acces-
soire KFE BA)
BVeiligheidsoverloop
CAansluitstuk voor veilig-
heidsoverloop
DKlemstuk
Tab. 5-1 Legende bij afb. 5-1 tot afb. 5-6
EDraadstuk
FAfsluitdop
GAansluithoek
XKlepinzet
Zonder zonne-installatie
● Afdekplaat van vul- en
ledigingsaansluiting
verwijderen.
● Bij ge
bruik van KFEvulaansluiting (accessoire KFE BA):
Afdekplaat aan de handgreep wegnemen en het
dstuk (afb. 5-2,
draa
pos. E) uit het boilerreservoir schroeven.
Afb. 5-2 Draadstuk uitschroeven
E
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
29
Page 30
5 x Buitenbedrijfstellen
A (C)
A (D)
E
1.
2.
F
E
3.
4.
X1
X3
X2
X4
X4
X
4
3
2
1
2
.
1.
G
3.
4.
● KFE-vulaansluiting in draadstuk (afb. 5-3, pos. E) plaatsen
en met het klemstuk (afb. 5-3, pos. D) bevestigen.
● Geschi
kt recipiënt onder de vul- en ledigingsaansluiting
plaatsen.
n de vul- en ledigingsaansluiting het draadstuk (afb. 5-4,
● Aa
pos. E) losdraaien en de sluitdop (afb. 5-4, pos. F) verwijderen en meteen het vooraf gemonteerde draadinzetstuk
met KFE-vulaansluiting in de vul- en ledigingsaansluiting
(afb. 5-4) weer va
stschroeven.
LET OP!
Na verwijdering van de afsluitdop zal het boilerwater krachtig naar buiten stromen.
Afb. 5-3 KFE-vulaansluiting aan-
vullen
Afb. 5-4 KFE-vulaansluiting in de
vul- en ledigingsaansluiting schroeven
● KFE-kraan aan de KFE-vulaansluiting openen en
de waterinhoud uit het boilerreservoir laten lopen.
Alleen bij zonne-energie-installatie
● De klepinzet aan de aansluithoek zo instellen dat de weg naar
de blindplug is geblokkeerd (afb. 5-5).
e blindplug uit de aansluithoek nemen (afb. 5-5), en een
● D
geschikt recipiënt voorzien.
● KFE-vulaansluiting in de
aansluithoek plaatsen en
met klemmen vastzetten
afb. 5-6).
(
Afb. 5-6 KFE-vulaansluiting in de
aansluithoek monteren
● KFE-kraan aan KFE-vulaansluiting opendraaien.
● Klep
inzet aan de aansluithoek zo instellen dat de weg naar de
afvoerslag vrij is (zie ook afb. 5-5) en de waterinhoud uit het
boilerreservoir laten lopen.
5.1.2 Leegmaken van het verwarming- en
warmwatercircuit
● Afvoerslag aan de KFE-kraan van de Daikin Altherma
EHS(X/H) aansluiten.
● Open de vul-/aftapkraan op de Daikin Altherma EHS(X/H).
● Verwarmin
● Isoleer de voedings- en terugstroomleiding van de
verwarming evenals de koudwatertoevoer- en warmwaterafvoerleiding op de Daikin Altherma EHS(X/H).
● Slui
stroomleiding van de verwarming alsook de koudwatertoevoerleiding en warmwaterterugstroomleiding aan, dat de
slan
● Laat de afzonderlijke warmtewisselaars na elkaar volgens het
hevelprincipe leeglopen.
gs- en warmwatercircuit laten leeglopen.
t de afvoerslang zo op de toevoerleiding resp. terug-
gopening zich dicht boven de grond bevindt.
Afb. 5-5 Klepinzet blokkeren, blindplug uit de aansluithoek nemen
Bedieningshandleiding
30
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 31
5 x Buitenbedrijfstellen
5.2Definitieve stillegging
WAARSCHUWING!
Ondeskundig gedemonteerde koelinstallaties (warmtepompen), klimaatregelende installaties en verwarmingtoestellen kunnen het leven en de gezondheid
van personen in gevaar brengen en bij opnieuw inbedrijfstellen qua werking zijn ingeperkt.
● Laat werkzaamh
EHS(X/H) (zoals bijv. demontage van constructiedelen, tijdelijke of definitieve stillegging van de
installatie) uitsluitend uitvoeren door personen die
daartoe zijn geautoriseerd en voor de betreffende
handelingen een bevoegdheidstechnische of bedrijfsmatige opleiding hebben genoten,
evenals aan een door een verantwoordelijke
instantie erkende vervolgopleiding hebben deelgenomen. Hiertoe behoren met name ve
monteurs, elektriciens en koude-installatiemonteurs, die op grond van hun technische
opleiding en hun kennis, ervaring met de
deskundige installatie van verwarming- en koelinstallaties en klimaatinstallaties, evenals met
pompen hebben opgedaan.
warmte
● Waa
rschuwingen en veiligheidsinstructies in
de installatiehandleiding voor het werken aan het
koelmiddelsysteem moet u absoluut inacht-nemen.
Een definitieve bedrijfsonderbreking kan noodzakelijk zijn, indien
– De installatie defect is, gedemontee
– Onderdelen van de installatie defect zijn, gedemonteerd en
vervange
n worden.
– De installatie resp. delen van de installatie worden gedemon-
teerd en op een andere locatie weer worden opgebouwd.
De Daikin Altherma EHS(X/H) is zo montage- en milieuvriendelijk
econstrueerd, dat bovengenoemde handelingen doelmatig en
g
milieuvriendelijk zijn uit te voeren.
Bij een locatiewissel of vervanging van onderdelen van de
elmiddelinstallatie in het pijpleidingstelsel:
ko
● Koelmid
del in het warmtepompbuitentoestel terugpompen
(zie installatie- en bedieningshandleiding van het betreffende
warmtepomptoestel).
Bij het afvoeren van de installatie
van het koelmiddelsysteem:
● Koelmiddel uit de installatie afzuigen en recycleren (zie installatie- en bedieningshandleiding van het betreffende warmtepompbuitentoestel).
eden aan de Daikin Altherma
rwarming-
rd en afgevoerd wordt.
of vervanging van onderdelen
LET OP!
Uit de installatie gelekt koelmiddel schaadt het milieu.
Door vermenging van diverse koelmiddelsoorten kunnen gevaarlijke toxische gasmengsels ontstaan. Het
mengen met olie kan bij koelmiddellekkage tot
besmetting van de grond leiden.
● Koelmiddel nooit in de atmosfeer laten ontsnappen
- altijd met een daarvoor recyclageapparaat
afzuigen en recycleren.
● Koel
middel altijd recycleren en zodoende
scheiden van olie en andere additieven.
● Koel
middel alleen per soort in geschikte drukreser-
voirs opslaan.
● Koel
middel, olie en additieven volgens voorschrift
en overeenkomstig de nationale bepalingen in het
land van gebruik afvoeren.
kin Altherma EHS(X/H) isoleren van alle elektrische
● Dai
aansluitingen, koelmiddel- en wateraansluitingen.
kin Altherma EHS(X/H) c.q. relevante onderdelen volgens
● Dai
de installatiehandleiding in omgekeerde volgorde demonteren.
kin Altherma EHS(X/H) op de juiste wijze afvoeren.
● Dai
Aanwijzingen voor het afvoeren
De Daikin Altherma EHS(X/H) is milieuvriendelijk geconstrueerd.
Bij het verwijderen, blijft uitsluitend afval over dat herbruikbaar is
of kan worden verbrand. De gebruikte materialen, welke geschikt
zijn voor hergebruik, kunnen naar soort worden gescheiden.
Daikin heeft - dankzij de milieuvriendelijke constructie
van de Daikin Altherma EHS(X/H) - de voorwaarden
gecreëerd voor een milieuvriendelijke verwijdering. Het
is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de verwijdering op de juiste wijze en overeenkomstig de in
jn/haar land geldende regels te laten plaatsvinden.
zi
Het kenmerk op het product geeft aan dat elektrische
en elektronische producten niet bij het ongesorteerde
huishoudelijk afval horen.
Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de
rwijdering op de juiste wijze en overeenkomstig de in
ve
zijn/haar land geldende regels te laten plaatsvinden.
– Uitsluitend een gekwalificeerde monteur mag
het systee
en andere onderdelen hanteren.
– Voer uitsluitend af naar een inrichting die is
gesp
Voor meer informatie kunt u terecht bij uw installatiebedrijf of de daarvoor verantwoordelijke lokale overheden.
m demonteren en koelmiddelen, olie
ecialiseerd in hergebruik.
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
31
Page 32
6 x Parameterinstellingen
6Parameterinstellingen
6.1Verklaring van de parametertabellen
De in de paragrafen 6.2 tot 6.11 opgegeven parametertabellen
bevatten compacte informatie over alle parameters, die in de betreffende draaischakelaarposities op de regelaar
(1e menuniveau, 2e menuniveau) beschikbaar zijn.
Naast de parameteraanduidingen bevatten de tabellen ook informatie over instelbereiken, fabrieksinstel
lingen, instelopties of
verstelstapgroottes en korte verklaringen van de functie.
Bovendien geven ze uitsluitsel over de toegangsmachtigingen
BEToegangsmachtiging voor de eigenaar
HFToegangsmachtiging met vakmancode
Status:
NNiet zichtbaar
EZichtbaar en instelbaar
SZichtbaar
voor de bediening van de regelaar. Voor de daarmee overeenkomende kenmerking worden de volgende korte begrippen gebruikt:
6.2Draaischakelaarstand: Configuratie
6.2.1 Niveau "Inbedrijfneming"
ParameterBeschrijvingToegang Instelbereik
Sub-
niveau
TaalNationale taal van de tekst op de bedieningseenheidEEDuits
DatumHuidige datum in dag/maand/jaar-notatie. De actuele weekdag wordt aan de hand van
TijdUur in de notatie uren/minuten.EE
Keylock FunctionVrijschakeling van de functie toetsenblokkering:
ToegangsrechtenInvoer toegangscode. Instelling cijferwijze zoals c
e datum automatisch berekend.
d
Uit: Toetsenblokkering kan niet worden geactiveerd.
Aan: Toetsenblokkering kan met draaiknop geactiveerd worden (zie hoofdstuk 3.3).
ijferslot (zie hoofdstuk 3.6.1).EE0 - 900001
Tab. 6-1 Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Inbedrijfneming"
BEHF
EE
EEUit
Min / Max
Engels
Frans
Nederlands
Italiaans
Spaans
Portugees
Aan
Fabrieksin-
stelling
Duits1
Uit-
Resolutie
6.2.2 Niveau "Systeemconfiguratie"
ParameterBeschrijvingToegang Instelbereik
BEHF
Bivalentietemp.Alleen als parameter [Equilibrium Func.] = Aan (In uitlevertoestand is deze functie geactiveerd.
Stille modusModus voor geluidsarme werking bij ver
D
it kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Buitentemperatuur vanaf dewelke de optionele bijverwarmer ter ondersteuning van de kamerverwarming wordt geactiveerd. De bivalente temp
optionele extra verwarming op basis van een back-up-aanvraag (ruimteverwarmingsmodus).
Hiervoor wordt de temperatuur van de in de buitenwarmtepomp geïntegreerde temperatuursensor (infowaarde TA2) gebruikt.
De getoonde infowaarde TA2 kan afwijken van de waarde in de standaardweergave.
0: Uitgeschakeld
1: Ingeschakeld
2: Wordt uitsluitend 's nachts tussen 22:00
minderd vermogen (zie hoofdstuk 3.4.10).
eratuur is relevant voor het gebruik van de
en 6:00 uur in de fluistermodus gebruikt.
Tab. 6-2 Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Systeemconfiguratie"
Afhankelijk van de softwareversie kunnen in dit niveau
afzonderlijke informatieparameters worden weergegeven die niet in tab. 6-2 staan beschreven. Zie
daartoe tab. 6-12.
EE-15 tot +35 °C0 °C1 °C
EE0 - 20-
Min / Max
Fabrieksin-
stelling
Resolutie
Bedieningshandleiding
32
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 33
6.2.3 Niveau "Config. verwarming"
6 x Parameterinstellingen
ParameterBeschrijvingToegangInstelbereik
sub-
niveau
T-vorstbevUit: Geen vorstbescherming van de verwarmingskring
IsolatieInstelling van de gebouwisolatienorm. Daardoor worden de gemiddelde buitentempera-
Verwarmen
Stookgrens DInstelling van de automatische zomeruitscha
Stookgrens NInstelling van de verwarmingsgrens ter 'uitsc
StooklijnAlleen als parameter [HC Function] = 0 (In uit
Ruimte-invloedAlleen bij aangesloten en aan de verwarmi
Aanpassing kamertemp
Vertrektemp. DagAlleen als parameter [HC Function] = 1 (In uit
Vertrektemp. Nacht Alleen als parameter [HC Function] = 1 (In uit
koelen (
Uitsluitend gebruiken als de toegekende warmtegenerator een koelfunctie heeft.)
Start. T-ext. koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uit
Max. T-ext. koelenAlleen als parameter [HC Function] = 0 (In uit
Start T-vertr koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uit
Max. T-vertr koelen Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uit
T-voorl koelAlleen als parameter [HC Function] = 1 (In uit
Corr. setpunt koelen Parallelverschuiving van de kenlijn voor
Anders: Als de buitentemperatuur onder de geprogrammeerde waarde daalt, schakelt de
stallatie zichzelf in vorstbeschermingsmodus (inschakelen van de pompen). De functie
in
wordt beëindigd wanneer de buitentemperatuur boven de ingestelde waarde + 1 K ligt.
tuur en de automatische aanpassingen van de verwarmingscurve en de verwarmingstijden beïnvloed.
gemiddelde buitentemperatuur die de regelaar meet de ingestelde waarde met meer dan
1 K overschrijdt, wordt de verwarmingskring uitgeschakeld. De verwarming wordt weer
vrijgegeven als de buitentemperatuur onder de ingestelde grens daalt.
temperatuurwerking (werkwijze zoals p
Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de verwarmingscurve. De verwarmingscurve toont in welke mate de aanvoerstreeftemperatuur van de verwarmingskring
(zie hoofdstuk 3.6.2).
De instelling van welke invloed de afwijking van de door EHS157034 gemeten kamertemperatuur ten opzichte van de huidige streefwaarde (zie hoofdstuk 3.4.3 en 3.4.4)
heeft op de aanvoerstreeftemperatuur..
Uit: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling
0: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregel
loopt volgens een warmte-aanvraag tijdens de afkoeltijd verder tot de volgende verwarmingscyclus.
1-20: Zorg voor een correctie van de aanvoerstreeftemperatuur (parallelverschuiving
verwarmingscurve) met de ingestelde factor.
van de
Voorbeeld: Als de gemeten temperatuur 2 K onder de streefwaarde ligt, wordt de aanvoerstreeftemperatuur met 2 keer de ingestelde waarde verhoogd..
Alleen bij aangesloten en aan de verwarmi
Individuele aanpassing van de voor de regeling relevante kamertemperatuur.
Als er een systematische afwijking van de doo
ten opzichte van de in het oponthoudsbereik van deze kamer daadwerkelijke temperatuur wordt vastgesteld, dan kan de meetwaarde worden gecorrigeerd met de ingestelde
rde.
waa
Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor de verwarmingskring tijdens de verwarmingstijd bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Verwarmen".
Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor de verwarmingskring in lagetemperatuurwerking bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Nachtverlaging".
Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling vanaf welke buitentemperatuur de koe
temperatuur om te koelen [Start T-vertr koelen]
"koelen").
Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling bij welke buitentemperatuur de laagste steefte
vertr koelen] wordt aangegeven (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus "koelen").
Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te
dus (buitentemperatuur = parameter [Start. T-ext. koelen])
Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de minimale aanvoerstreeftemperatuur om te koelen. Deze wordt vanaf de
Dit kan allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te
keling van de verwarmingswerking. Als de
hakeling' van de verwarmingskring in lage-
arameter [Stookgrens D]).
levertoestand is deze functie geactiveerd.
afhankelijk is van de buitentemperatuur
ngskring toegewezen kamerstation :
ing, maar interne verwarmingspomp
ngskring toegewezen kamerstation :
r EHS157034 gemeten kamertemperatuur
levertoestand is deze functie geactiveerd.
levertoestand is deze functie geactiveerd.
levertoestand is deze functie geactiveerd.
lmodus met de hoogste aanvoerstreef-
start (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus
levertoestand is deze functie geactiveerd.
mperatuur om te koelen [Max. T-
levertoestand is deze functie geactiveerd.
koelen bij het starten van de koelmo-
levertoestand is deze functie geactiveerd.
levertoestand is deze functie geactiveerd.
koelen bij actieve koelwerking.
het koelen met de ingestelde waarde.EE -5,0 tot +5,0 K0,0 K1 K
Tab. 6-3 Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Config. verwarming"
BEHF
EEUit,
EEUit
EEUit, 10 - 40 °C19 °C0,5 °C
EEUit, 10 - 40 °C10 °C0,5 °C
EE0,0 - 3,00,50,1
EEUit, 0 - 20Uit1
EE -5,0 tot +5,0 K0,0 K1 K
EE20 - 90 °C40 °C1 °C
EE10 - 90 °C10 °C1 °C
EE15 - 45 °C24 °C1 °C
EE20 - 45 °C35 °C1 °C
EE5 - 25 °C18 °C1 °C
EE5 - 25 °C8 °C1 °C
EE8 - 30 °C18 °C1 °C
Min / Max
-15 tot +5 °C
laag
Normaal
Goed
Uitstekend
Fabrieksin-
stelling
Resolutie
0 °C1 °C
laag-
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
33
Page 34
6 x Parameterinstellingen
6.2.4 Niveau "Config. WW"
ParameterBeschrijvingToegang Instelbereik
BEHF
Circpomp warmwater
Interval circ. pompInstelling van de intervalsturing voor
Anti-Legionella Dag Instelling van de dag voor thermische desin
Instelling voor de aansturing van een circulatiepomp.
Uit: Optionele circulatiepomp wordt volgens het
aangestuurd.
Aan: De aansturing van de optionele circulatiepo
ma voor warmwaterbereiding verloopt synchroon.
Uit: Uitgeschakeld. De circulatiepomp loopt tijdens de vrijgavetijden van het toegewezen schakeltijdprogramma (parameter [Circpomp warmwater]) permanent door.
Anders: Draait de circulatiepomp in fasen (faseverhouding: pomplooptijd = instelwaarde per
15 min).
Uit: Geen thermische desinfectie
Maandag - zondag: Dag van de thermische desinfectie
Ma - Zo: Dagelijkse thermische desinfectie
optionele circulatiepompen.
schakeltijdprogramma [Programma circpomp]
mp en die van het actieve schakeltijdprogram-
fectie van de warmwaterboiler.
EEUit
EEUit,
EEUit,
Tab. 6-4 Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Config. WW"
6.3Draaischakelaarstand: DHW Install
ParameterOmschrijvingToegang Instelbereik
BEHF
1x warmwaterStart van de eenmalige opwarming van het warm water op de ingestelde nagestreefde waarde
Hyst. WP WWSchakeldrempel warmwaterverwarming
Wachttijd BOHVertragingstijd vanaf wanneer de extra warmtegenerator de warmtepomp bij een warmwater-
[T-WW gew 1], ona
Instelling van het temperatuurverschil waarmee de
zichte van de momenteel geldige warmwaterstreeftemperatuur [T-WW setpunt] mag dalen
oraleer de warmtepomp voor de warmwaterbijvulling moet worden uitgeschakeld.
vo
bijvulling mag ondersteunen (zie hoofdstuk).
fhankelijk van de verwarmingsprogramma's.
temperatuur in de warmwaterboiler ten op-
Tab. 6-5 Parameter in draaischakelaarstand "DHW Install"
EEUit
EE2 - 20 K5 K1 K
EE20 - 95 min50 min1 min
Min / Max
Aan
1 - 15 min
Maandag
...
Zondag,
Ma – Zo
Min / Max
Aan
Fabrieksin-
stelling
Uit-
Uit1 min
Uit-
Fabrieksin-
stelling
Uit-
Resolutie
Resolutie
6.4Draaischakelaarstand: Modus
ParameterOmschrijvingToegang Instelbereik
BE HF
StandbyIn deze bedrijfsmodus zijn alle interne functies uit
NachtverlagingDe interne verwarmingskring werkt permanent (24 h per dag) op de ingestelde verlaagde tem-
VerwarmenDe interne verwarmingskring werkt permanent (24 h per dag) aan de ingestelde nagestreefde
koelenDe interne verwarmingskring werkt permanent (24 h per dag) aan de ingestelde nagestreefde
ZomerDe interne verwarmingskring is uitgeschakeld. Vo
Automatisch 1De interne verwarmingskring regelt volgens het ingestelde tijdsprogramma [CV-kring progr 1]
Automatisch 2De interne verwarmingskring regelt volgens het ingestelde tijdsprogramma [CV-kring progr 2]
dend actief en een blokkeerbescherming van de pomp blijft gegarandeerd.
Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden als deze instelling
ordt gekozen bovengeschikt eveneens in de bedrijfsmodus geschakeld.
w
Uitgangen zijn niet continu spanningsvrij.
peratuur. De warmwaterbereiding vindt plaats na [WW progr. 1].
ka
mertemperatuur voor overdag (verwarmen). De warmwaterbereiding vindt plaats na
[WW progr. 1].
ka
mertemperatuur voor overdag (koelen). De warmwaterbereiding vindt plaats na
[WW progr. 1].
Vorstbescherming is aanhoudend actief en een blokkeerbescherming van de pomp blijft gegarandeerd.
blokkeerbescherming van de pomp blijft gegarandeerd. De warmwaterbereiding vindt plaats na
[WW progr. 1].
Alle in het RoCon-systeem via de CAN-bus geïntegreerde regelaars worden als deze instelling
ordt gekozen bovengeschikt eveneens in de bedrijfsmodus geschakeld.
w
met de be
[WW progr. 1].
met de be
[WW progr. 2].
treffende kamerstreeftemperaturen. De warmwaterbereiding vindt plaats na
treffende kamerstreeftemperaturen. De warmwaterbereiding vindt plaats na
geschakeld. Vorstbescherming is aanhou-
rstbescherming is aanhoudend actief en een
Tab. 6-6 Parameter in draaischakelaarstand "Modus"
EE
EE
EE
EE
EE
EE-
EE
Min / Max
Fabrieksin-
stelling
Resolutie
-
-
-
-
-
-
Bedieningshandleiding
34
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 35
6.5Draaischakelaarstand: Temp setpunt Dag
6 x Parameterinstellingen
ParameterOmschrijvingToegang Instelbereik
BE HF
T-ruimte gew 1Kamerstreeftemperatuur voor de 1e schakeltijdcyclus va
T-ruimte gew 2Kamerstreeftemperatuur voor de 2e schakeltijdcyclus va
T-ruimte gew 3Kamerstreeftemperatuur voor de 3e schakeltijdcyclus va
en [Automatisch 2].
en [Automatisch 2].
en [Automatisch 2].
n het tijdsprogramma [Automatisch 1]
n het tijdsprogramma [Automatisch 1]
n het tijdsprogramma [Automatisch 1]
EE5 - 40 °C20 °C0,5 °C
EE5 - 40 °C20 °C0,5 °C
EE5 - 40 °C20 °C0,5 °C
Tab. 6-7 Parameter in draaischakelaarstand "Temp setpunt Dag"
6.6Draaischakelaarstand: Temp setpunt Nacht
ParameterOmschrijvingToegang Instelbereik
BE HF
T-nachtKamerstreeftemperatuur voor de daaltijden van het permanente tijdsprogramma
T-afwezigKamerstreeftemperatuur voor de daaltijden van het tijdelijke tijdsprogramma [Afwezig] +
[
Automatisch 1] en [Automatisch 2] geldt.
[Verlof].
EE5 - 40 °C15 °C0,5 °C
EE5 - 40 °C15 °C0,5 °C
Tab. 6-8 Parameter in draaischakelaarstand "Temp setpunt Nacht"
6.7Draaischakelaarstand: Temp setpunt WW
ParameterOmschrijvingToegang Instelbereik
BE HF
T-WW gew 1Warmwaterstreeftemperatuur voor de 1e scha
T-WW gew 2Warmwaterstreeftemperatuur voor de 2e scha
T-WW gew 3Warmwaterstreeftemperatuur voor de 3e scha
[Automatisch 1] en [Automatisch 2].
[Automatisch 1] en [Automatisch 2].
[Automatisch 1] en [Automatisch 2].
Tab. 6-9 Parameter in draaischakelaarstand "Temp setpunt WW"
keltijdcyclus van het tijdsprogramma
keltijdcyclus van het tijdsprogramma
keltijdcyclus van het tijdsprogramma
EE10 - 70 °C48 °C1 °C
EE10 - 70 °C48 °C1 °C
EE10 - 70 °C48 °C1 °C
Min / Max
Min / Max
Min / Max
Fabrieksin-
stelling
Fabrieksin-
stelling
Fabrieksin-
stelling
Resolutie
Resolutie
Resolutie
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
35
Page 36
6 x Parameterinstellingen
6.8Draaischakelaarstand: Tijdprogramma
ParameterOmschrijvingToegangInstelbereik
BE HF
FeestDe verwarmingskring wordt voor de ingestelde tijdsduur op de in parameter [T-ruimte gew 1]
AfwezigDe verwarmingskring wordt voor de ingestelde tijdsduur op de in parameter [T-afwezig] inge-
VerlofDe verwarmingskring wordt permanent (24 uur per dag) op de in parameter [T-afwezig] inge-
FeestdagVia een kalenderfunctie kan een tijdsruimte voor de aanwezigheid worden ingegeven.
CV-kring progr 1In dit menu kan het 1e tijdsprogramma voor de verwarmingskring worden ingevoerd. Er kun-
CV-kring progr 2In dit menu kan het 2e tijdsprogramma voor de verwarmingskring worden ingevoerd. Er kun-
WW progr. 1In dit menu kan het 1e tijdsprogramma voor de warmwatervoorziening worden ingevoerd. Er
WW progr. 2In dit menu kan het 2e tijdsprogramma voor de warmwatervoorziening worden ingevoerd. Er
Programma circpomp
ingest
elde kamerstreeftemperatuur geregeld. Als de tijdsprogramma's [Automatisch 1] of
[Automatisch 2] actief zijn, dan wordt de verwa
(Kamerstreeftemperatuur zie hoofdstuk 3.4.7).
De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed.
stelde kamerstreeftemperatuur geregeld.
De warmwaterbereiding wordt niet beïnvloed.
stelde kamerstreeftemperatuur geregeld.
Via een kalenderfunctie kan een tijdsruimte voor de afwezigheid worden ingegeven.
In deze periode wordt uitsluitend volgens de instellingen voor "Zondag" in [CV-kring progr 1]
WW progr. 1] geregeld.
en [
nen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worde
dere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit)
Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen
ametriseerd worden.
gepar
nen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worde
dere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit)
Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen
geparametriseerd worden.
nnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor
ku
iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit)
Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen
geparametriseerd worden.
nnen 3 schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor
ku
iedere afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit)
Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen
geparametriseerd worden.
In dit menu kan een tijdsprogramma voor de circulatiepomp worden ingevoerd. Er kunnen 3
schakelcycli met een oplossing van 15 minuten worden ingesteld. De invoer is voor iedere
afzonderlijke weekdag mogelijk. Formaat: (Aan) hh:mm - hh:mm (Uit)
Ook de cycli van maandag tot vrijdag, zaterdag tot zondag en maandag tot zondag kunnen
geparametriseerd worden.
rmingscyclus verlengd of voortijdig gestart.
n ingesteld. De invoer is voor ie-
n ingesteld. De invoer is voor ie-
EE00:00 - 06:0000:001 h
EE00:00 - 06:0000:001 h
EEDatum 1e dag
Datum laatste
EEDatum 1e dag
Datum laatste
EEZie
EEZie
EEZie
EEZie
EEZie
ho
oofdstuk 3.4.7
h
hoofdstuk 3.4.7
oofdstuk 3.4.7
h
hoofdstuk 3.4.7
Tab. 6-10 Parameter in draaischakelaarstand "Tijdprogramma"
Min / Max
-
g
da
-
g
da
ofdstuk3.4.7
Fabrieksin-
stelling
-1 Dag
-1 Dag
Zie
tab. 3-8
Zie
tab. 3-8
Zie
tab. 3-8
Zie
tab. 3-8
Zie
tab. 3-8
Resolutie
15 min
15 min
15 min
15 min
15 min
6.9Draaischakelaarstand: prog op afstand
ParameterBeschrijvingToegangInstelbereik
BE HF
Bus - ScanUit: Geen werking
Geen selectieActivering schakelt op plaatselijk apparaat.EE
Contr BM1/BE1 #X Activering schakelt op de Daikin Altherma EHS(X/H) met de buscode X.EE
Mengkraan #XActivering schakelt op de mengermodule met de buscode X.EE
Aan: Regeling controleert, welke RoCon-apparaten
aangesloten. Herkende apparaten worden met type en databusadres weergegeven (voorbeeld: MM#8 = mengermodule met databusadres 8).
De selectie en activering van een apparaat met de draaiknop schakelt de werking van de bedieningseenheid over op die van het gesel
via CAN-busleidingen in het systeem zijn
ecteerde apparaat (zie hoofdstuk 3.4.9).
Tab. 6-11 Parameter in draaischakelaarstand "prog op afstand"
EEUit
Min / Max
Aan
Fabrieksin-
stelling
Uit-
Resolutie
-
-
-
Bedieningshandleiding
36
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 37
6.10 Draaischakelaarstand: Info
6 x Parameterinstellingen
ParameterBeschrijvingToegang Instelbereik
BE HF
OverzichtWeergave verschillende actuele bedrijfsgegevens (zie hoofdstuk 3.4.1).SS---
WaterdrukDe actuele waterdruk in bar wordt weergegeven.SS0 - 4 bar-0,1 bar
T-WGDe actuele aanvoertemperatuur (TVBH) van de warmtegenerator wordt aangegeven in °C.SS0 - 100 °C-1 °C
T-WG gewenstDe actuele aanvoerstreeftemperatuur van de warmtegenerator wordt aangegeven in °C
T-buitenDe actuele buitentemperatuur wordt getoond in °C.SS-39 tot +50 °C0,1 °C
T-WWDe actuele temperatuur van het warmwaterreservoir wordt aangegeven in °C. Als er geen
T-WW setpuntDe actuele warmwaterstreeftemperatuur wordt aangegeven in °C. Als er geen warmwaterfunc-
T-retourDe actuele retourtemperatuur van de warmtegenerator wordt aangegeven in °C. Als er geen
VolumestroomDe gefilterde waarde van het actuele debiet wordt weergegeven in liter per uur.SS0 - 5100 l/h-l/h
T-CV kringDe aanvoertemperatuur van de directe verwarmingskring wordt aangegeven in °C.SS0 - 100 °C-0,1 °C
T-CV setpuntDe aanvoerstreeftemperatuur van de directe verwarmingskring wordt aangegeven in °C.SS0 - 90 °C-0,1 °C
status WP pompDe huidige status van de interne verwarmingscirculatiepomp van de Daikin Altherma
Arbeidstijd compr.
Arbeidstijd pompDe looptijd van de interne verwarmingscirculatiepomp wordt weergegeven in u.SS--h
Stand mengkraanDe huidige positie van het 3-wegs-omschakelventiel 3UV DHW wordt aangegeven.
QbohDe warmtehoeveelheid van de extra warmtegenerat
QchhpDe warmtehoeveelheid van de extra warmtegenerat
QscDe warmtehoeveelheid van de warmtepomp voor d
QchDe warmtehoeveelheid van de warmtepomp voor de
QWPDe totale warmtehoeveelheid van de warmtepomp wordt weergegeven in kWh.SS--kWh
QdhwDe warmtehoeveelheid voor de warmwatervoorziening wordt weergegeven in kWh.SS--kWh
WG typeHet herkende verwarmingstype wordt aangegeven Daikin Altherma EHS(X/H).SS---
Sw Nr B1/U1Software en de versie van het bedieningsgedeelte RoCon B1 worden weergegeven.SS---
SW Nr ControllerHet softwarenummer en de versie van de schakelplaat RoCon BM1 worden weergegeven.SS---
SW Nr RTX RTHet softwarenummer en de versie van de schakelpl
(z
ie hoofdstuk 3.6.4).
mwaterfunctie is geactiveerd, wordt "- - -" weergegeven.
war
tie is geactiveerd, wordt "- - -" weergegeven.
tuur voor directe verwarmingskring wordt aangegeven in °C.
vereenkomende sensor is aangesloten op de warmtegenerator, wordt "- - -" weergegeven.
o
E
HS(X/H) wordt weergegeven.
De looptijd van de koelmiddelcompressor wordt in u. aangegeven.SS--h
0 %: Pos. A (kamerverwarming)
100 %: Pos. B (warmwaterbereiding)
gegeven in kWh.
gegeven in kWh.
kWh.
in kWh.
De actuele voorgeschreven (aanvoer)tempera-
or voor de warmwaterbereiding wordt aan-
or voor de verwarmingswerking wordt aan-
e koelingswerking wordt weergegeven in
verwarmingswerking wordt weergegeven
aat RTX-AL4 worden weergegeven.SS---
SS0 - 90 °C-0,1 °C
SS0 - 100 °C-0,1 °C
SS10 - 70 °C-0,1 °C
SS0 - 100 °C-0,1 °C
SSUit
SS0 - 100 %-1 %
SS--kWh
SS--kWh
SS--kWh
SS--kWh
Min / Max
Aan
Fabrieksin-
stelling
--
Resolutie
Tab. 6-12 Parameter in draaischakelaarstand "Info"
6.11 Exit-toets: Sonderfunktion
ParameterBeschrijvingToegang Instelbereik
BE HF
ManueelDe directe verwarmingskring en de warmwaterstreeftemperatuur worden op de in deze para-
FA failureWeergave van een actuele warmtepompfout van de Daikin Altherma EHS(X/H).
ProtocolWeergave van het protocol (fout- en informatiemeldingen). Hier worden de opgeslagen fout-
Delete messageDoor het aanpassen van deze parameter naar "Aa
Timeprog ResetZet alle permanente tijdprogramma's terug naar de fabrieksinstelling (zie tab. 3-8).EEUit
TerugDeze parameter dient uitsluitend om de speciale niveaus te verlaten.EE
meter ingestelde temperatuur geregeld (zie hoofdstuk 3.5.1).
Wordt "- - - -" weergegeven, dan is er geen sprake van een fout (zie hoofdstuk 8).
meldingen van de Daikin Altherma EHS(X/H) en de aangesloten databus-apparaten met datum en code elk als menu-invoer weergegeven. Door ee
overeenkomstig alle verdere informatie over de gekozen storing weergegeven:
- Datum en tijd van de storing
- Codenummer (Informatie voor de verwarmingstechnicus)
- Plaatsvermelding (apparaat), van waar de storing afkomstig is
- Busidentificatie (apparaat), van waar de storing afkomstig is
worden alle invoeren van het protocol, incl. de fout van aangesloten databus-apparaten, gewist.
n item te kiezen via de draaiknop wordt
n" en het kort indrukken van de draaiknop
EE20 - 80 °C50 °C1 °C
EE---
EE---
EEUit
Tab. 6-13 Parameter op het niveau "Sonderfunktion"
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
MIN/MAX
Aan
Aan
Fabrieksin-
stelling
Uit-
Uit-
Bedieningshandleiding
Resolutie
37
Page 38
6 x Parameterinstellingen
6.12Parameterniveaus voor mengermodule EHS157068
De parameterniveaus, parameterbetekenissen, instelbereiken
en daaraan verbonden functies zijn in principe dezelfde als die,
die in de vorige paragrafen werden beschreven.
In afzonderlijke niveaus staan er voor een deel slechts een be-
Draaischakelaarstand: Modus
Zie paragraaf 6.4.
Draaischakelaarstand: Temp setpunt Dag
Zie paragraaf 6.5.
perkt aantal parameters ter beschikking.
In het volgends stuk wordt alleen naar de dienovereenkomstige
paragrafen verwezen. Markante verschillen worden duidelijker
beschreven.
Draaischakelaarstand: Info
Zie paragraaf 6.10.
Bij de instelling van de toegewezen bedieningseenheid op
"Mengkraan #X", hebben de weergegeven waarden betrekking
op de toegewezen verwarmingskring en de aan de EHS157068
aangesloten componenten. (Pompen, mengerklep ...)
Bij de instelling van de toegewezen bedieningseenheid op "Living
om", is de parameter [T-Ruimte aanpassing] beschikbaar. Met
Ro
de draaitoets kan de nagestreefde kamertemperatuur in het
bereik -5 K tot +5 K worden gewijzigd. Deze functie is niet be-
Draaischakelaarstand: Temp setpunt Nacht
Zie paragraaf 6.6.
Draaischakelaarstand: Temp setpunt WW
Geen werking.
Draaischakelaarstand: DHW Install
Geen werking.
Draaischakelaarstand: Tijdprogramma
Zie paragraaf 6.8.
Draaischakelaarstand: Configuratie
Zie paragraaf 6.12.1 en 6.12.2.
Draaischakelaarstand: prog op afstand
Zie paragraaf 6.9.
schikbaar als de bedieningseenheid als afstandsbediening wordt
bruikt in terminalmodus.
ge
6.12.1Draaischakelaarstand: Configuratie , niveau "Inbedrijfneming"
ParameterBeschrijvingToegang Instelbereik
sub-
niveau
TaalNationale taal van de tekst op de bedieningseenheidEEDuits
DatumHuidige datum in dag/maand/jaar-notatie. De actuele weekdag wordt aan de hand van
TijdUur in de notatie uren/minuten.EE
Keylock FunctionVrijschakeling van de functie toetsenblokkering:
ToegangsrechtenInvoer toegangscode. Instelling cijferwijze zoals c
Tab. 6-14Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Inbedrijfneming"
e datum automatisch berekend.
d
Uit: Toetsenblokkering kan niet worden geactiveerd.
Aan: Toetsenblokkering kan met draaiknop geactiveerd worden (zie hoofdstuk 3.1).
ijferslot (zie hoofdstuk 3.6.1).EE0 - 900001
BEHF
EE
EEUit
Min / Max
Engels
Frans
Nederlands
Italiaans
Spaans
Portugees
Aan
Fabrieksin-
stelling
Duits1
Uit-
Resolutie
6.12.2Draaischakelaarstand: Configuratie , niveau "Mixer Config"
ParameterBeschrijvingToegang Instelbereik
BEHF
Stookgrens DAlleen als parameter [Pomp aan ] = 1 (In uitleve
Stookgrens NAlleen als parameter [Pomp aan] = 1 (In uitleverto
StooklijnAlleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitlevert
Bedieningshandleiding
allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de automatische zomeruitschakeling
delde buitentemperatuur die de regelaar meet de ingestelde waarde met meer dan 1 K overschrijdt, wordt de verwarmingskri
de buitentemperatuur onder de ingestelde grens daalt.
allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de verwarmingsgrens ter uitschakel
ratuurwerking (werkwijze zoals
allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de verwarmingscurve. De verwarmingscurve toont in welke mate de aanvoerstreeftemperatuur van de verwarmingskring afhan
(zie hoofdstuk 3.6.2).
ng uitgeschakeld. De verwarming wordt weer vrijgegeven als
parameter [Stookgrens D]).
38
rtoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan
van de verwarmingswerking. Als de gemid-
estand is deze functie geactiveerd. Dit kan
ing van de verwarmingskring in lagetempe-
oestand is deze functie geactiveerd. Dit kan
kelijk is van de buitentemperatuur
EEUit, 10 - 40 °C19 °C0,5 °C
EEUit, 10 - 40 °C10 °C0,5 °C
EE0,0 - 3,00,50,1
Min / Max
Fabrieksin-
stelling
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Resolutie
Page 39
6 x Parameterinstellingen
ParameterBeschrijvingToegang Instelbereik
BEHF
Ruimte-invloedAlleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation :
Aanpassing kamertemp
Vertrektemp. DagAlleen als parameter [HC Function] = 1 (In uitleve
Vertrektemp. Nacht Alleen als parameter [HC Function] = 1 (In uitleve
T-vorstbevUit: Geen vorstbescherming van de verwarmingskring
IsolatieInstelling van de gebouwisolatienorm. Daardoor worden de gemiddelde buitentemperatuur en
Start. T-ext. koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft
Max. T-ext. koelenUitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft
Start T-vertr koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft
Max. T-vertr koelen Uitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft
T-voorl koelUitsluitend gebruiken als de toegekende verwarming een koelfunctie heeft
De instelling van welke invloed de afwijking van de door EHS157034 gemeten kamertemperatuur ten opzichte van de huidige streefwaarde (zie hoofdstuk 3.4.3 en 3.4.4) heeft op de aanvoerstreeftemperatuur..
Uit: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling
0: Enkel weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling, maar interne verwarmingspomp loopt
ens een warmte-aanvraag tijdens de afkoeltijd verder tot de volgende verwarmingscyclus.
volg
1-20: Zorg voor een correctie van de aanvoerstreeftemperatuur (parallelverschuiving van de
warmingscurve) met de ingestelde factor.
ver
Voorbeeld: Als de gemeten temperatuur 2 K onder de streefwaarde ligt, wordt de aanvoerstreeftemperatuur met 2 keer de ingestelde waarde verhoogd.
Alleen bij aangesloten en aan de verwarmingskring toegewezen kamerstation
Individuele aanpassing van de voor de regeling relevante kamertemperatuur.
Als er een systematische afwijking van de door EHS157034 gemeten kamertemperatuur ten
pzichte van de in het oponthoudsbereik van deze kamer daadwerkelijke temperatuur wordt
o
vastgesteld, dan kan de meetwaarde worden gecorrigeerd met de ingestelde waarde.
allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor d
tijd bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Verwarmen".
allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur voor de
king bij bedrijfsmodus: "Automatisch 1", "Automatisch 2", "Nachtverlaging".
Anders: Als de buitentemperatuur onder de geprogrammeerde waarde daalt, schakelt de installatie zichzelf in vorstbeschermingsmodus (inschakelen van de pompen). De functie wordt
eëindigd wanneer de buitentemperatuur boven de ingestelde waarde + 1 K ligt.
b
e automatische aanpassingen van de verwarmingscurve en de verwarmingstijden beïnvloed.
d
Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitleve
allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling vanaf welke buitentemperatuur de koelmodus met de hoogste aanvoerstreeftemperatuur om te koelen [Start T-vertr koelen] st
Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitleve
allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling bij welke buitentemperatuur de laagste steeftemperatuur om te koelen [Max. T-vertr
len] wordt aangegeven (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus "koelen").
koe
Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitleve
allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te koelen
tentemperatuur = parameter [Start. T-ext. koelen])
Alleen als parameter [HC Function] = 0 (In uitleve
allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de minimale aanvoerstreeftemperatuu
tentemperatuur (parameter [Max. T-ext
Alleen als parameter [HC Function] = 1 (In uitleve
allen met de technicuscode worden veranderd. Contacteer hiervoor uw verwarmingstechnicus.
Instelling van de aanvoerstreeftemperatuur om te koele
rtoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan
e verwarmingskring tijdens de verwarmings-
rtoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan
verwarmingskring in lagetemperatuurwer-
rtoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan
art (instelvoorwaarde: bedrijfsmodus "koelen").
rtoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan
rtoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan
bij het starten van de koelmodus (bui-
rtoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan
. koelen]) constant gehouden.
r om te koelen. Deze wordt vanaf de bui-
rtoestand is deze functie geactiveerd. Dit kan
n bij actieve koelwerking.
:
.
.
.
.
.
EEUit, 0 - 20Uit1
EE -5,0 tot +5,0 K0,0 K1 K
EE20 - 90 °C40 °C1 °C
EE10 - 90 °C10 °C1 °C
EEUit,
EEUit
EE20 - 45 °C24 °C1 °C
EE20 - 45 °C35 °C1 °C
EE5 - 25 °C18 °C1 °C
EE5 - 25 °C18 °C1 °C
EE8 - 30 °C18 °C1 °C
Tab. 6-15Parameter in draaischakelaarstand "Configuratie", niveau "Mixer Config"
Min / Max
-5 tot +5 °C
Gering
Normaal
Goed
Zeer goed
Fabrieksin-
stelling
0 °C1 °C
Normaal-
Resolutie
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
39
Page 40
7 x Inspectie en onderhoud
7Inspectie en onderhoud
7.1Algemeen
Regelmatige inspectie en onderhoud van de Altherma EHS(X/H)
vermindert het energieverbruik en garandeert een lange levensduur en storingvrije werking.
GEVAAR VOOR MILIEUSCHADE!
Belangrijke informatie met betrekking tot het gebruikte
koelmiddel.
Het volledige systeem van de warmtepomp bevat
koelmiddel met fluor broeikasgassen die in de Kyotonorm zijn opgevoerd en die bij vrijgave het milieu
schaden.
Koelmiddeltype: R410A
GWP*-Waarde: 1975
* GWP = Broeikaspotentieel
● Werkzaamheden aan plaatsgebonden koelinstallaties (warmtepompen) en klimaatinstallaties
lleen door personen die beschikken over een
a
bewijs van deskundigheid voor het Europese
gebied overeenkomstig de F-gassenbepaling (EG)
nr. 303/2008 kunnen overleggen.
● Bij een
totale vulhoeveelheid van de installatie met
koelmiddel van 3 kg – 30 kg of vanaf 6 kg in hermetische
installaties en vanaf 01-01-2017 bij een totale vulhoeveelheid
van 5-50 t CO
-equivalent of vanaf 10 t CO2-equivalent in
2
hermetische installaties:
Controles door gecertificeerd personeel met tussenpo-
zen van maximum 1
doorgevoerde werkzaamheden in overeenstemming met
de geldende verordening. Deze documentatie moet minstens gedurende 5 jaar worden bewaard.
Gecertificeerd zijn alle personen die voor werkzaamheden aan ter plaatse geïnstalleerde koude-installaties
(warmtepompen) en airconditioninginstallaties een
deskundigheidsbewijs voor Europa volgens de F-gasverordening conform (EG) nr. 303/2008 bezitten.
– Totale vulhoeveelheid koelmiddel tot 3 kg:
deskundigheidsbewijs van categorie
– Totale vulhoeveelheid koelmiddel vanaf 3 kg:
deskun
2 maanden en documentatie van de
II
digheidsbewijs van categorie I
7.2Afdekkap verwijderen
Inspectie en onderhoud moeten eenmaal per jaar, het
liefst voor het stookseizoen, door bevoegde en geschoolde verwarming- en koeltechnici te worden uitgevoerd. Op deze wijze kunnen storingen tijdens de
okperiode worden uitgesloten.
sto
Om het regelmatig inspecteren en onderhouden te garanderen, adviseert Daikin een inspectie- en onderhoudsovereenkomst af te sluiten.
Wettelijke bepalingen
Conform de F-gasverordening nr. 842/2006 artikel 3, op 01-012015 opgevolgd door (EG) nr. 517/2014 artikel 3 en 4 moeten gebruikers (of eigenaars) hun op lo
stallaties regelmatig onderhouden,
eventuele lekkages onmiddellijk laten verhelpen.
Alle installatie-, onderhouds- en herstellingswerkzaamheden aan
he
t koudecircuit moeten bijvoorbeeld in het bedrijfshandboek
worden gedocumenteerd.
Voor Daikin
warmtepompsystemen gelden voor de gebruiker
de volgende plichten:
De Europese wettelijke controletermijn geldt voor
warmtepompen vanaf een totale vulhoeveelheid van de
instalaltie met koelmiddel van 3 kg of vanaf 01-01-2017
vanaf een totale vulhoeveelheid van 5 t CO
(bij R410A vanaf 2,4 kg).
Daikin adviseert evenwel om een onderhoudscontract
af te sluiten, inclusief de documentatie van de doorgevoerde werkzaamheden in het bedrijfshandboek, om
de garantieaanspraak te behouden, ook voor installaties waarvoor er geen wettelijke plicht op een dichtheidscontrole bestaat.
Daikin
componenten kan het leven en de gezondheid van
personen in gevaar brengen en de werking van deze
componenten negatief beïnvloeden.
t werkzaamheden aan de Daikin Altherma
● Laa
EHS(X/H) (zoals bijv. onderhoud of reparatie)
uitsluitend uitvoeren door personen, die daartoe
geautoriseerd zijn en voor de betreffende handelingen een bmatige opleiding hebben genoten, evenals aan
een door een verantwoordelijke instantie erkende
vervolgopleiding hebben deelgenomen. Hiertoe
behoren met name verwarmingmonteurs, elektriciens en koude-installatiemonteurs, die
op grond van hun technische opleiding en hun
kennis, ervaring met de deskundige installatie van
verwarming- en koelinstallaties en klimaatinstallaties, evenals met warmtepompen hebben
edaan.
opg
evoegdheidstechnische of bedrijfs-
Bedieningshandleiding
40
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 41
7 x Inspectie en onderhoud
WAARSCHUWING!
Onder de afdekkap van de Daikin Altherma EHS(X/H) kunnen bij lopend bedrijf temperaturen
van max. 90 °C optred
en. Tijdens het gebruik ont-
staan warmwatertemperaturen > 60 °C.
– Als u tijdens de werking componenten aanraakt
bestaat gevaar voor brandwonden.
– Lekkend water tijdens onderhouds- en reparatie-
werkzaamheden kan bij contact met de huid
randwonden veroorzaken.
b
● Laat - alvorens onderhoud of inspectie uit te
voeren - de Daikin Altherma EHS(X/H) voldoende
lang afkoelen.
● Draag
dus veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING!
Stroomgeleidende onderdelen kunnen bij aanraking
tot een elektrische schok leiden en zo levensgevaarlijk letsel en brandwonden veroorzaken.
● Voor werken aan onder stroom staande onderdelen, alle stroomkringen van de installatie v
an de
stroomvoeding scheiden (externe hoofdscha-
kelaar uitschakelen, zekering scheiden) en tegen
onbedoeld opnieuw inschakelen beveiligen.
● Het o
pnieuw aansluiten op de elektriciteit en
werkzaamheden aan elektrische componenten
mogen alleen door elektrotechnisch gekwalifi-ceerde elektriciens
worden uitgevoerd met
inachtneming van de van kracht zijnde normen en
richtlijnen, zowel als van de instructies van het
energiebedrijf.
● De to
estelbekleding en onderhoudsroosters na
beëindiging van de werkzaamheden onmiddellijk
weer aanbrengen.
1. Afdekkap verwijderen (zie paragraaf 7.2).
2. Inspecteer de werking van de Daikin Altherma EHS(X/H),
evenals alle geïnstalleerde accessoires (aanjaagverwarmer,
zonne-energiesysteem) door de temperatuuruitlezingen en
de schakelstanden in de afzonderlijk bedrijfsmodi te
controleren.
er een zonne-energie-installatie van Daikin van het type
3. Als
DrainBack
is aangesloten en in werking is, deze
uitschakelen en de collectoren ledigen.
4. Bij werking
van de Daikin Altherma EHS(X/H) in een bivalentalternatief systeem; alle warmtegeneratoren uitschakelen en
de bivalantieregeling deactiveren.
5. Visuel
e inspectie van de algemene staat van de Daikin
Altherma EHS(X/H).
6. Visuele inspectie van het niveau in het reservoir.
Evt. water bijvullen (zie paragraaf 7.4), alsmede de oor-
zaak voor een gebrekkig vulpeil vaststellen en oplossen.
De Daikin Altherma EHS(X/H) is door zijn constructie
heel onderhoudsvrij. Corrosiewerende voorzieningen
(bijv. opofferingsanodes) zijn ni
werkzaamheden, zoals het vervangen van beschermingsanodes of het reinigen van de binnenkant van het
reservoir, vervallen daardoor.
et nodig. Onderhouds-
7. Aansluiting veiligheidsoverloop en -afvoerslang op lekkage,
vrije doorgang en hellingshoek controleren.
Maak zo nodig de veiligheidoverloop en -afvoerslang
schoon en leg die opnieuw, vervang beschadigde onderdelen.
8. Visue
le inspectie van alle aansluitingen, leidingen en de
veiligheidoverdrukklep. Bepaal de oorzaak in geval van
schade.
Beschadigde onderdelen door verwarmingstechnicus
laten vervangen.
9. Alle elektrische onderdelen, verbindingen en leidingen
controleren.
Beschadigde onderdelen door verwarmingstechnicus
laten herstellen of vervangen.
10. Controleer de waterdruk van de koudwatertoevoer (< 6 bar)
Evt. een drukregelaar inbouwen of deze instellen.
11. Con
trole van de systeemwaterdruk aan de regeling
RoCon HP van de RoCon HP der Daikin Altherma EHS(X/H).
Eventueel water in de verwarmingsinstallatie bijvullen tot
de drukweergave zich in het toegelaten bereik bevindt
(zie paragraaf 7.5).
12. Maak kunststo
foppervlakken van de Daikin Altherma
EHS(X/H) schoon met zachte doeken en een milde oplossing van schoonmaakmiddel Geen
reinigingsmiddelen met agressieve oplosmiddelen gebruiken
(beschadigen de kunststofoppervlakken.
ekkap terugplaatsen (zie paragraaf 7.2).
13. Afd
7.4Buffervat vullen of bijvullen
LET OP!
Het vullen van het buffervat met te hoge waterdruk of
te hoog debiet kan leiden tot schade aan Daikin Altherma EHS(X/H).
● Vullen met een waterdruk van < 6 bar en een
debiet van < 15 l/min.
CAUTION!
If filling or topping up the storage tank is done by
UK only!
means o
filling loop must be used with the appropriate backflow
prevention device in accordance with clause G24.2,
Guidance to the Water Supply (Water Fittings)
Regulations 1999.
f the boiler filling and drain valve, a temporary
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
41
Page 42
7 x Inspectie en onderhoud
Als de boilertemperatuur onder bepaalde minimumwaarden zakt, dan verhinderen de veiligheidsinstellingen van de Daikin Altherma EHS(X/H) de werking
warmtepomp bij lage buitentemperaturen:
van de
– Buitentemperatuur < -2 °C, minimale
boilertemperatuur = 30 °C
itentemperatuur < 12 °C, minimale
– Bu
boilertemperatuur = 23 °C.
Zonder aanjaagverwarmer:
Het boilerwater moet door een externe bijverwarmer tot
de vereiste minimale boilertemperatuur worden verwarmd.
Met aanjaagverwarmer (EKBUxx):
Bij een buitentemperatuur < 12 °C en een boilertemperatuur < 35 °C wordt de aanjaagverwarmer (EKBUxx)
automatisch in
geschakeld om het boilerwater tot min-
stens 35 °C te verwarmen.
Zonder geïnstalleerd zonne-energiesysteem
● Vulslang met anti-retourklep (1/2") op de aansluiting
"DrainBack Solar - aanvoer" (zie afb. 7-2, pos
. 1)
aansluiten.
● Voorraadvat van de Daikin Altherma EHS(X/H) vullen tot
water aan de aansluiting (afb. 7-2, pos
. 23) uitstroomt, die
als veiligheidsoverloop werd aangesloten.
● Vulslang met antiretourklep (1/2") weer verwijderen.
Met KFE-vulaansluiting of met een geïnstalleerd
zonne-energiesysteem (zie ook hoofdstuk 5.1)
● Zonder zonne-energiesysteem: KFE-vulaansluiting (accessoire KFE BA) aan de vul- en ledigingsaansluiting van de
Daikin Altherma EHS(X/H) (afb. 2-2 tot afb. 2-5, pos. 10)
of
Met zonne-energiesysteem: KFE-vusoire KFE BA) aan de hoek van de regelings- en
pompeenheid (EKSRPS3B) monteren.
lslang met antiretourklep (1/2") op de voorheen geïnstal-
● Vu
leerde KFE-Hahn aansluiten.
● Voorraa
dvat van de Daikin Altherma EHS(X/H) vullen tot
water aan de aansluiting (afb. 7-2, pos. 23) uitstroomt, die
als veiligheidsoverloop werd aangesloten.
● Vulsla
ng met antiretourklep (1/2") weer verwijderen.
laansluiting (acces-
1
1
Bedieningshandleiding
42
Afb. 7-2 Vulling boiler - zonder zonne-energiesysteem
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 43
7 x Inspectie en onderhoud
3UV DHW
7.5Verwarmingsinstallatie vullen of bijvullen
GEVAAR!
Tijdens het vulproces kan water uit eventuele leks
stromen, dat bij contact met de stroomgeleidende
onderdelen een elektrische schok kan veroorzaken.
● Voor het vullen, de Daikin Altherma EHS(X/H)
stroomloos maken.
● Na de ee
de stroomvoeding voor de Daikin Altherma
EHS(X/H), controleren of alle elektrische delen en
verbindingsplaatsen droog zijn.
WAARSCHUWING!
Verontreiniging van drinkwater is schadelijk voor de
g
ezondheid.
● Uitsluiten dat verwarmingswater in de drinkwaterleiding kan terugstromen bij het vullen van de
verwarming
1. Alleen vereist bij eerste inbedrijfstelling en nieuwe
inbedrijfstelling na volledig lediging!
entielaandrijving van het 3-wegs-omschakelventiel
De v
3UVB1 + 3UV DHW (zie afb. 7-3) aftrekken. Daartoe op de
ontgrendelingsknop (zie afb. 7-3, pos. 5.2) op de
ventielaandrijving drukken en de
draai tegen de klok in draaien (bajonetsluiting).
rste vulling en voor de inschakeling van
sinstallatie.
ventielaandrijving met 1/8
11. Alleen vereist bij eerste inbedrijfstelling en nieuwe
inbedrijfstelling na volledig lediging!
ventielaandrijvingen van de 3-wegs-omschakelven-
● De
UVB1 + 3UV DHW opnieuw opsteken.
tielen 3
● Air Purge starten.
Air Purge
(Mag alleen door verwarmingstechnicus worden
uitgevoerd.)
12. Wa
terdruk op de externe manometer opnieuw controleren en
eventueel water bijvullen via de KFE-kraan (afb. 7-3, pos. 2).
13. Waterkraan (afb. 7-3, pos. 4) van de toevoerleiding sluiten.
14. Vulsl
ang (afb. 7-3, pos. 1) met antiretourklep van de KFE-
kraan (afb. 7-3, pos. 2) verwijderen.
Bij afgetrokken ventielaandrijving is de weg AB-B
geopend.
2. Vulslang (afb. 7-3, pos. 1) met anti-retourklep (1/2") en
een externe manometer (meegeleverd) op de KFE-kraan
(afb. 7-3, pos. 2) aansluiten en borgen tegen afschuiven met
een slangklem.
3. Waterkraan (afb. 7-3, pos. 4) van de toevoerleiding openen.
4. KFE-kraan (afb. 7-3, pos. 2) openen en manometer in het
oog houden.
stallatie met water vullen tot de streefdruk van de installatie
5. In
(installatiehoogte +2 m, waarbij 1 m waterkolom
overeenstemt met 0,1 bar) op de externe manometer wordt
bereikt.
De overdrukklep mag niet worden geactiveerd!
6. KFE-kraan (afb. 7-3, pos. 2) sluiten.
7. Stroomvoeding van de Altherma EHS(X/H) inschakelen.
8. Draaischakelaar op "verwarmen" zetten.
Daikin Altherma EHS(X/H) werkt na de startfase in de ver-
warmingsmodus voor warm water.
9. Tijdens het verwarmen van water, constant de waterdruk op
de manometer controleren en eventueel water bijvullen via de
KFE-kraan (afb. 7-3, pos. 2).
10. Volledige verwarmingsinstallatie ontluchten (regelventiel van
de installatie openen. Gelijktijdig kan via de vloerverdeler het
vloerverwarmingssysteem mee gevuld en gespoeld worden).
1Vulslang
2KFE-kra
3Kogelkr
4W
5.1 Ventielaan
Afb. 7-3 Verwarmingscircuit vullen
an
aan
aterkraan
drijving
5.2 Ontgre
5.3 Han
6Automatische ontluchter
3UVB1, 3U
ndelknop voor de
aandrijvingsblokkering
dschakelaar
V DHW
3-wegs-omschakelventiel
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
De elektronische regeling van de Daikin Altherma EHS(X/H):
– Geeft een fout aan met een rode achtergrondverlichting van
het display en geeft een foutcode in het display weer
(zie Installatie- en onderhoudhandleiding).
– Toont informatiemeldingen over de bedrijfstoestand die niet
oor een rode achtergrondverlichting worden gesignaleerd.
d
Een geïntegreerd Protocol bewaart tot 15 fout- of andere informatiemeldingen over de bedrijfsto
estand die het laatst zijn opge-
treden.
Naargelang de bedieningsmodus worden de meldingen ook naar
de aangesloten kamerthermostaat gestuurd.
8.1.1 Actuele storingsmeldingen
1Storingsmelding als code (zie tab. 8-2)
2Plaatsindicatie (apparaat) van de herkende storing
3Databusadres van het apparaat dat de storing veroorzaakt
Afb. 8-1 Weergave van een actuele storingsmelding (regelingsfout)
1Storingsmelding als code (zie tab. 8-2)
2Storingsmelding als gewone tekst (zie tab. 8-2)
3Plaatsindicatie (apparaat) van de herkende storing
4Databusadres van het apparaat dat de storing veroorzaakt
Afb. 8-2 Weergave van een huidige foutmelding (warmtepompfout)
8.1.2 Protocol uitlezen
Het Protocol kan in de "Speciale modus" worden uitgelezen
(zie afb. 8-3).
De meest recente (meest actuele) melding staat daarbij op de
eerste plaats. Alle andere voorafgaande meldingen worden bij
een nieuwe invoer een positie naar achter geschoven. De 15e
melding wordt bij het opslaan van een nieuwe melding gewist.
E75
E75
Afb. 8-3 Uitlezen van het protocol
E75
8.1.3 Storing verhelpen
Storingen aan de elektronica, het koelmiddel- of hydraulicasysteem van de Daikin Altherma EHS(X/H)
mogen uitsluitend door geautoriseerde en geschoolde
verwarmingstechnici worden uitgevoerd.
In paragraaf 8.2 worden mogelijke storingen en hun mogelijke
oorzaken genoemd. Bovendien worden tips gegeven voor het
rhelpen.
ve
Informatiemeldingen die zonder rode achtergrondverlichting
worden weergegeven, leiden over het algemeen niet tot langdurige beperkingen voor het bedrijf van de Daikin Altherma
HS(X/H).
E
Meldingen die met een foutcode E.... en rode achtergrondver-
lichting word
en weergegeven, moeten worden verholpen door
een geautoriseerde en opgeleide verwarmingsvakman.
Zie paragraaf 8.3 voor informatie over waarschuwingsmeldingen.
Zodra de oorzaak is weggenomen, werkt de installatie
weer normaal.
Bedieningshandleiding
44
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 45
8.2Storingen
StoringMogelijke oorzaakMogelijke oplossing
Installatie buiten bedrijf
(Geen displayweergave)
Schakeltijdprogramma's
werken
niet of geprogrammeerde schakeltijden worden op het verkeerde tijdstip
itgevoerd.
u
Regeling reageert niet op
invoeren
Bedrijfsgegevens worden
niet geactualiseerd
Geen netspanning
Datum en tijdstip zijn niet correct ingesteld.
Foutieve bedrijfsmodus ingesteld.
Tijdens een schakeltijd heeft de gebruiker een
dmatige instelling uitgevoerd (bijv. een
han
estelde temperatuur of de bedrijfsmodus
ing
gewijzigd).
Besturingsysteem van de regeling gecrasht.
Besturingsysteem van de regeling gecrasht.
8 x Fouten, storingen en meldingen
● Externe hoofdschakelaar van de installatie inschakelen.
● De zekering(en) van de installatie inschakelen.
e zekering(en) van de installatie vervangen.
● D
● Datum instellen.
● Tijdstip instellen.
● Indeling weekdag-schakeltijden controleren.
● Bedrijfsmodus "Automatisch 1" of "Automatisch 2"
instellen.
1. Draaischakelaar in de stand "I
2. Draaischakelaar in de stand "M
3. De juiste bedrijfsmodus selecteren.
ESET van de regeling uitvoeren. Daartoe de instal-
● R
latie gedurende minstens 10 seconden van de stroomvoeding scheiden en vervolgens opnieuw inschakelen.
ESET van de regeling uitvoeren. Daartoe de instal-
● R
latie gedurende minstens 10 seconden van de stroomvoeding scheiden en vervolgens opnieuw inschakelen.
rwarmingsinstallatie laten controleren door een
● Ve
Daikin-verwarmingstechnicus.
nfo" zetten.
odus" zetten.
Verwarming warmt niet
op
Vraag om verwarmingsbedrijf uitgeschakeld
(vb. scha
keltijdprogramma bevindt zich in de
verlagingsfase, buitentemperatuur te hoog,
parameters voor optionele aanjaagverwarmer
(EKBUxx) foutief ingesteld, vraag voor warm
water actief)
De koelmiddelcompressor werkt niet.
De installatie staat in de bedrijfsmodus
"koelen".
Instellingen dalurentarief-netaansluiting en de
ktrische aansluitingen passen niet samen.
ele
Het elektriciteitsbedrijf heeft het piekurensignaal verstuurd.
● Ingestelde bedrijfsmodus controleren
● Opvraagparameters controleren.
● Instell
ingen van datum, tijdstip en schakeltijdpro-
gramma aan de regeling controleren.
● Verwarmingsinstallatie laten controleren door een
Daikin-verwarmingstechnicus.
● Mod
● Ve
us wijzigen in "Verwarmen".
rwarmingsinstallatie laten controleren door een
Daikin-verwarmingstechnicus.
● Opn
ieuw op een dalurensignaal wachten, waarmee de
voeding weer wordt ingeschakeld.
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
45
Page 46
8 x Fouten, storingen en meldingen
StoringMogelijke oorzaakMogelijke oplossing
De waterdoorstroming is te laag.
● Inspecteer of alle afsluitkranen van de watercirculatie
volledig zijn geopend.
● Verwa
rmingsinstallatie en circulatiepomp in het
apparaat volledig ontluchten.
● Aan de regeling (draaischakelaarpositie "Info" )
controleren of er voldoende waterdruk (> 0,5 bar)
nwezig is en eventueel verwarmingswater bijvullen.
aa
● Verwarmingsinstallatie laten controleren door een
Daikin-verwarmingstechnicus.
De verwarming warmt
niet voldoende op
De ingestelde bereiken zijn te laag.
Weersgestuurde aanvoe
rtemperatuurrege-
ling actief.
Optionele Back-upverwarming (EKBUxx) of
alternatieve extra verwarming niet ingeschakeld.
Waterhoeveelheid in de verwarmingsinstallatie te klein
De warmwatertoebereiding vraagt teveel vermogen van de warmtepomp.
DIP-schakelaar foutief geconfigureerd
Warmwaterbereiding uitgeschakeld (vb.
schakeltijdprogramma bevindt zich in de verlagingsfase, parameters voor warmwaterbereiding foutief ingesteld).
De oplaadtemperatuur van het voorraadvat is
te laag.
● Para
meter [Stooklijn] verhogen.
● Verwarmingsinstallatie laten controleren door een
Daikin-verwarmingstechnicus.
● Instellingen van het niveau "Config. verwarming" van
de parameters [Stookgrens D], [Stooklijn] en de instellingen in de draaischakelaarpositie "T
emp setpunt
Dag" controleren.
● Verwarmingsinstallatie laten controleren door een
Daikin-verwarmingstechnicus.
rdruk in het expansievat en de waterdruk contro-
● Voo
leren en eventueel verwarmingswater bijvullen en
voordruk opnieuw instellen (zie hoofdstuk 7.5).
● Verwarmingsinstallatie laten controleren door een
Daikin-verwarmingstechnicus.
● Verwa
rmingsinstallatie laten controleren door een
Daikin-verwarmingstechnicus.
● Inge
stelde bedrijfsmodus controleren
● Opvraagparameters controleren.
● De nominale temperatuur van het warme water
verhogen
Water wordt niet warm
Bedieningshandleiding
46
Debiet te hoog.
Het vermogen van de warmtepomp is te laag.
Waterhoeveelheid in de verwarmingsinstallatie te klein.
Optionele Back-upverwarming (EKBUxx) of
alternatieve extra verwarming niet ingeschakeld.
tapsnelheid verkleinen, de doorstroming
● De
begrenzen.
schakeltijden voor ruimteverwarming en de
● De
warmwatertoebereiding op overlappingen controleren.
● Voordruk in het expansievat en de waterdruk controleren en eventueel verwarmingswater bijvullen en
rdruk opnieuw instellen (zie hoofdstuk 7.5).
voo
● Verwarmingsinstallatie laten controleren door een
Daikin-verwarmingstechnicus.
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 47
StoringMogelijke oorzaakMogelijke oplossing
Ruimtekoeling koelt
niet
De waterdoorstroming is te laag.
"koelen" uitgeschakeld (bijv. kamerthermostaat vraag om "koelen", maar het schakeltijdprogramme bevindt zich in de verlagingsfase,
tentemperatuur is te laag).
bui
De koelmiddelcompressor werkt niet.
8 x Fouten, storingen en meldingen
● Inspecteer of alle afsluitkranen van de watercirculatie
volledig zijn geopend.
● Verw
● Aan de regeling (draaischakelaarpositie "Info" )
● Verwarmingsinstallatie laten controleren door een
● In
● Opvraagparameters controleren.
● Instell
● Verwarmingsinstallatie laten controleren door een
armingsinstallatie en circulatiepomp in het
apparaat volledig ontluchten.
controleren of er voldoende waterdruk (> 0,5 bar)
anwezig is en eventueel verwarmingswater bijvullen.
a
Daikin-verwarmingstechnicus.
gestelde bedrijfsmodus controleren
ingen van datum, tijdstip en schakeltijdpro-
gramma aan de regeling controleren.
Daikin-verwarmingstechnicus.
Koelvermogen bij
ruimtekoeling te laag
Installatie staat in de modus "Verwarmen".● Mod
De warmtepomp is automatisch naar de bedrijfsmodus
Buitentemperatuur < 4 °C
"Verwa
van de buitentemperatuur de vorstbescherming te kunnen
verzekeren. Geen ruimtekoeling mogelijk.
● Insp
volledig zijn geopend.
● Verw
apparaat volledig ontluchten.
De waterdoorstroming is te laag.
● Aan de regeling (draaischakelaarpositie "Info" )
controleren of er voldoende waterdruk (> 0,5 bar)
anwezig is en eventueel verwarmingswater bijvullen
a
● Verwarmingsinstallatie laten controleren door een
Daikin-verwarmingstechnicus.
Waterhoeveelheid in de verwarmingsinstallatie te laag
Koelmiddelhoeveelheid in de verwarmingsinstallatie te klein of te groot.
Lucht in de watercirculatie.
● Vo
leren en eventueel verwarmingswater bijvullen en
voordruk opnieuw instellen (zie hoofdstuk 7.5).
● Ko
mingstechnicus laten controleren.
● Verw
apparaat volledig ontluchten.
us wijzigen in "koelen".
rmen" overgeschakeld om bij een verdere daling
ecteer of alle afsluitkranen van de watercirculatie
armingsinstallatie en circulatiepomp in het
ordruk in het expansievat en de waterdruk contro-
elmiddelhoeveelheid door een Daikin-verwar-
armingsinstallatie en circulatiepomp in het
Circulatiepomp in het
apparaat maakt overmatig sterke bedrijfsgeluiden
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Geluidsontwikkeling door trillingen.
Lagerschade aan de circulatiepomp in het
app
araat
De waterdruk op de pompaanvoer is te laag.
therma EHS(X/H), en componenten hiervan, alsook
● Al
de afdekkingen, op correcte bevestiging controleren.
rwarmingsinstallatie laten controleren door een
● Ve
Daikin-verwarmingstechnicus.
n de regeling (draaischakelaarpositie "Info" )
● Aa
controleren, of er voldoende waterdruk (> 0,5 bar)
aanwezig is.
ontroleren of de manometer goed werkt (aansluiting
● C
van een externe manometer).
ordruk in het expansievat en de waterdruk contro-
● Vo
leren en eventueel verwarmingswater bijvullen en
voordruk opnieuw instellen (zie hoofdstuk 7.5).
rwarmingsinstallatie laten controleren door een
● Ve
Daikin-verwarmingstechnicus.
Bedieningshandleiding
47
Page 48
8 x Fouten, storingen en meldingen
StoringMogelijke oorzaakMogelijke oplossing
Het expansievat is defect.
● Het expansievat door een Daikin servicetechnicus
laten controleren.
De veiligheidoverdrukklep lekt of staat permanent open
Waterdruk in de verwarming
hoog.
De veiligheidoverdrukklep klemt.
Tab. 8-1 Mogelijke storingen aan de Altherma EHS(X/H)
8.3Foutcodes
CodeStoring /
Scherm Intern
W8006 —
Waarschuwing
dr
Waterdruk in de
W8007 —
verwarmingsinstallatie te hoog
Foutmelding
ukverlies
Module / AanduidingOorzaken en mogelijke foutverhelping
Druksensor DS
sinstallatie is te
Waarschuwingsmelding: Maximaal toege
schreden.
Te weinig water in de verwarmingsinstallatie.
● Verwarmin
Waarschuwingsmelding: Waterdruk heeft de toegelaten maximale waarde overschreden.
– Water aflaten (zie hoofdstuk 7.5).
● Aan de regeling (draaischakelaarpositie "Info")
controleren of de waterdruk onder de aangegeven
maximumdruk ligt. Eventueel water aflaten tot de druk
zich in het middelste toegelaten bereik bevindt.
● Verwa
rmingsinstallatie laten controleren door een
Daikin-verwarmingstechnicus.
laten drukverlies over-
gsinstallatie op lekkage controleren, water
bijvullen.
Zodra de oorzaak is weggenomen, werkt de verwarmings-
installatie weer normaal.
Als de oorzaak niet wordt gevonden, contact opnemen met
Daikin-verwarmingstechnicus.
Tab. 8-2 Foutcodes op de regeling van de Altherma EHS(X/H)
8.4Noodbedrijf
Bij foutieve instellingen van de elektronische regeling kan een
verwarming in noodbedrijf worden gehandhaafd door aan de regeling de speciale functie "Manueel" te activeren
(zie hoofdstuk 3.5.1).
Bij intacte 3-wegs-omschakelventiel
therma EHS(X/H) naar ver
warmingsbedrijf. De benodigde aan-
voertemperatuur kan met de draaischakelaar worden ingesteld:
lling van de boiler kunt u als volgt met de speciale functie
Een vu
"Manueel" bereiken,
● De ventielaandrijving van het 3-wegs-omschakelventiel
3UV DHW (zie B) aftrekken. Daartoe op de ontgrende-
lingsknop (zie afb. 7-3, pos. 5.2) op de ventielaandrijving
drukken en de ventielaandrijving met 1/8 draai tegen de klok
n draaien (bajonetsluiting).
i
Bij afgetrokken ventielaandrijving is de weg AB-B
geopend.
Als de ventielaandrijving van het 3-wegs-omschakelventiel 3UVB1defect is, kan er een parallelwerking worden
afgedwongen. Daartoe:
ntielaandrijving van beide 3-wegs-omschakelventielen
● Ve
3UVB1 + 3UV DHW aftrekken.
De aanvoertemperatuur worden beïnvloed door de warm-
teafname in de warmtewisselaar naar de opgeslagen
lading (serieschakeling).
en schakelt de Daikin Al-
Om een storing op grond van een te lage doorstroming
te vermijden, moet er bij een afgetrokken ventielaandrijving van het 3-wegs-omschakelventiel 3UVB1 een toereikende warmteafname in de verwarmingsinstallatie
rden verzekerd.
wo
● Servoaandrijving in het warmtedistributienet
openen.
nvoertemperatuur zo laag mogelijk instellen.
● Aa
Bedieningshandleiding
48
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 49
9 x Trefwoordenlijst
9Trefwoordenlijst
AanjaagverwarmerOptionele elektrische extra verwarming voor de algemene ondersteuning van de Daikin Wärmeerzeuger
bij de warmteopwekking.
Back-upaanvraagBedrijfssituatie waarbij de gevraagde aanvoertemperatuur via het warmtepompproces niet of niet effi-
ciënt kan worden bereikt. Daarom wordt ter ondersteuning van de Daikin Wärmeerzeuger bij de warmteopwekking een bijverwarmer (bv. aanjaagverwarmer) geïntegreerd.
BedrijfsmodusDoor de gebruiker of Altherma EHS(X/H) aangevraagde functie van de warmtegenerator (bv. kamerver-
warming, warmwaterbereiding, stand-by enz.)
BijverwarmerExtra warmtegenerator (z. B. aanjaagverwarmer of externe verwarmingsketel) die in de verwarmingsin-
stallatie wordt geïntegreerd om bij een ontoereikend of inefficiënt warmtepompproces de gevraagde aanvoerstreeftemperatuur te bereiken.
BoilercircuitDe waterkring die het water in de boiler verwarmt (niet te verwarren met de warmwaterkring).
CirculatiecircuitIs een optionele hulpkring van de warmwaterkring, die dient om onmiddellijk na het openen van de tap-
kraan op het afnamepunt water uit te laten stromen. In deze kring circuleert het warme water met behulp
van een circulatiepomp tussen de boiler en de kranen.
CirculatiepompOptionele circulatiepomp die het warm water in de circulatiekring (terugvoeren van het afnamepunt naar
de warmwaterboiler) doet circuleren en zo op ieder afnamepunt onmiddellijk bereidstelt. Circulatie is bij
zonder praktisch bij breedvertakte leidingnetten. In warmwaterdistributienetten zonder circulatie komt
eerst het in de afnameleiding afgekoelde water uit de kraan, tot de afnameleiding door het nastromende
warme water voldoende werd opgewarmd.
Direct circuitIs de waterkring die zonder extra temperatuurregeling rechtstreeks door de verwarming wordt verwarmd.
KoelmiddelEen stof die dient voor het overdragen van warmte in een warmtepompproces. Bij lage temperatuur en
lage druk wordt warmte opgenomen en bij een hogere temperatuur en hogere druk afgegeven.
LegionellabeschermingPeriodieke verwarming van het boilerwater tot > 60 °C ter preventie van ziekteveroorzakende bacteriën
(zogenaamde legionella) in de warmwaterkring.
MengcircuitIs een verwarmingskring waarin door geregelde bijmenging van retour deze verwarmingskring een van
de directe kring afwijkende verwarmingstemperatuur wordt ingesteld.
ModulatieAutomatische en traploze aanpassing van de verwarmingscapaciteit/pompcapaciteit op de betreffende
verwarmingsbehoefte, zonder dat diverse verwarmings-/pompniveaus of -impulsen moeten worden ge
schakeld.
Netaansluiting voor
spaarstroom (HT/NT)
Nominaal vermogenMaximale verwarmingscapaciteit, die de warmtegenerator onder testvoorwaarden bij bepaalde bedrijfs-
ParameterEen waarde die de uitvoering van programma's of procedures beïnvloedt of bepaalde toestanden defi-
RegelingApparatuurelektronica, waarmee de procedures voor de opwekking en verdeling van warmte voor de ver-
RetourleidingHet deel van het vloeistofcircuit, dat het afgekoelde water via het leidingstelsel van de verwarmende op-
SchakeltijdprogrammaInstellingen van weekdagen en tijden op de Altherma EHS(X/H), om regelmatige verwarmings-, koel-,
SMART GRID (SG)Intelligent energiegebruik voor prijsgunstige verwarming. Door gebruik van een speciale elektriciteits-
Veiligheid in geval van
watertekort / oververhittingbeveiliging
Verwarmingskarakteristiek Rekenkundige samenhang tussen de buitentemperatuur en ingestelde voedingtemperatuur (synoniem =
VoedingleidingDeel van de hydraulische kring, die het verwarmde water van de verwarming naar de vloeren leidt.
WarmtepompprocesIn een gesloten koelmiddelcircuit neemt het koelmiddel de warmte van de circulatielucht op. Door ver-
Een speciale aansluiting op het elektriciteitsdistributiebedrijf, dat verschillende aantrekkelijke tarieven in
de zogenaamde daluren voor elektriciteit aanbiedt (dagtarief, nachttarief, weekendtarief en dergelijke).
temperaturen afgeeft.
nieert.
warmingsinstallatie kan worden geregeld. De Altherma EHS(X/H) bestaat uit diverse elektronische componenten. De voor de gebruiker belangrijkste component is het bediendeel in het frontgedeelte van de
warmtegenerator, die beschikt over bedieningselementen (draaischakelaars, draaiknoppen, exit-toets)
en display.
pervlakken terugvoert naar de warmteopwekker.
afkoelings- en warmwatercycli vast te leggen.
meter is het mogelijk een "SMART GRID - signaal" van het energiebedrijf te ontvangen.
Afhankelijk van het signaal wordt de warmtepomp uitgeschakeld, normaal of op hogere temperaturen gebruikt.
Veiligheidsvoorziening, die de warmtegenerator bij een tekort aan water automatisch uitschakelt, om
oververhitting te voorkomen.
verwarmingskromme), om bij elke buitentemperatuur de gewenste ruimtetemperatuur te kunnen be
-
reiken.
dichting bereikt het koelmiddel een hogere temperatuur, die aan de verwarmingsinstallatie wordt overgedragen (thermodynamisch kringproces).
-
-
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Bedieningshandleiding
49
Page 50
9 x Trefwoordenlijst
WarmtewisselaarEen constructiedeel dat thermische energie overdraagt van het ene circuit naar het andere. Beide circuits
zijn hydraulisch door middel van een wand in de warmtewisselaar gescheiden.
WarmwaterbereidingBedrijfsstatus van de verwarming, waarin warmte met verhoogde temperaturen wordt geproduceerd en
aan de warmwaterkring wordt toegevoerd, bijv. vullen van de warmwaterboiler.
WarmwatercircuitDe waterkring waarin koud water wordt opgewarmd en naar de warmwaterkranen wordt geleid.
Weersgestuurde aanvoertemperatuurregeling
Aanvoerstreeftemperatuur bepaald aan de hand van de gemeten waarde voor de buitentemperatuur en
een gedefinieerde verwarmingscurve voor te temperatuurregeling in het verwarmingssysteem.
Bedieningshandleiding
50
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 51
10 Notities
10.1 Gebruikersspecifieke instellingen
10.1.1 Schakeltijdprogramma's
10 x Notities
De fabrieksinstellingen van de schakeltijdprogramma's zijn in
paragraaf 3.4.7, tab. 3-8 aangegeven.
Schakelcyclus 1Schakelcyclus 2Schakelcyclus 3
Temperatuurin-
stelling
TijdsruimteAanUitAanUitAanUit
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
CV-kring progr 1
Zondag
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
CV-kring progr 2
Zondag
[T-ruimte gew 1]: ____ °C [T-ruimte gew 2]: ____ °C [T-ruimte gew 3]: ____ °C
● Noteer in onderstaande tabel de door u gemaakte schakeltijdinstellingen.
Tab. 10-1 Afzonderlijke instellingen van de schakeltijdprogr
Schakelcyclus 1Schakelcyclus 2Schakelcyclus 3
Temperatuurin-
stelling
TijdsruimteAanUitAanUitAanUit
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
WW progr. 1
Zaterdag
Zondag
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
WW progr. 2
Zaterdag
Zondag
[T-WW gew 1]: ____ °C [T-WW gew 2]: ____ °C [T-WW gew 3]: ____ °C
amma's voor verwarming
Tab. 10-2 Afzonderlijke instellingen van de
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
schakeltijdprogramma's voor warm water
Bedieningshandleiding
51
Page 52
10 x Notities
TijdsruimteAanUitAanUitAanUit
Maandag
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
Programma circpomp
Zondag
Schakelcyclus 1Schakelcyclus 2Schakelcyclus 3
Tab. 10-3 Individuele instellingen van he
t schakeltijdenprogramma van de circulatiepomp
10.2 Parameter
● Noteer in onderstaande tabel de door u gemaakte parameterwijzigingen.
Draaischake-
laarstand
Parameter-niveau /
Parameter
Oude
waarde
Nieuwe
waarde
DatumOpmerkingen
Tab. 10-4 Individuele parameterwijzigingen
10.2.1 Databusadressen
RoCon-apparaatDatabusadresOpmerkingen
Tab. 10-5 Databusadressen in het RoCon-systeem
Bedieningshandleiding
52
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit
008.1420932 – 05/2014
Page 53
10.3 Andere
10 x Notities
Daikin Altherma EHS(X/H)
Daikin Altherma integrated solar unit