Zanussi ZRB30JC User Manual

B/Za/8. (04.)
200369352
NL
FR
DE
GB
KOEL/VRIESCOMBINATIE
KÜHL-GEFRIERKOMBINATION
REFRIGERATOR-FREEZER
COMBINATION
ZRB 30 JC (ZLKI 301)
ZANUSSI
GEBRUIKSAANWIJZING
MODE D`EMPLOI
GEBRAUCHSANLEITUNG
INSTRUCTION BOOK
NL
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u het apparaat installeert en in gebruik neemt. U vindt hierin aanwijzingen m.b.t. de veiligheid, praktische informatie, informatie m.b.t. het milieu en tips. Als u het appa­raat volgens de aanwijzingen gebruikt, zal het naar volle tevredenheid werken.
M.b.v. onderstaande symbolen kunt u informatie makkelijk vinden:
Aanwijzingen m.b.t. de veilligheid
Aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het functioneren van het apparaat.
Praktische informatie
Informatie m.b.t. het milieu
Tips
Tips m.b.t. levensmiddelen en het bewaren daarvan.
From the Electrolux Group. The world’s No.1 choice.
De Electrolux Groep is de grootste producent ter wereld van aangedreven apparaten voor gebruik in de keuken, reinig­ingswerkzaamheden en voor gebruik buitenshuis. In meer dan 150 landen over de hele wereld worden ieder jaar meer dan 55 miljoen Electrolux producten (zoals koelkasten, fornuizen, wasautomaten, stofzuigers, kettingzagen en gras­maaiers) verkocht ter waarde van circa USD 14 miljard.
2
Inhoudsopga
Inhoudsopgavvee
Belangrijke aanwijzingen m.b.t. de veiligheid . . . . .3
Algemene aanwijzingen m.b.t. de veiligheid . . . . . .3
Veiligheid van kinderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3
Vóór het in gebruik nemen . . . . . . . . . . . . . . . . . .3
Veiligheidsmaatregelen voor isobutaan . . . . . . . . . .3
Aanwijzingen voor de gebruiker . . . . . . . . . . . . . . . .4
Algemene informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4
Beschrijving van het apparaat,
belangrijkste onderdlen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4
Bedienen van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
In gebruik nemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
Temperatuur instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
Gebruik van de koelruimte . . . . . . . . . . . . . . . .5
Bewaren in de koelruimte . . . . . . . . . . . . . . . . .5
Bewaartijden en temperaturen . . . . . . . . . . . . .5
Gebruik van de vriezer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
Invriezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5
Bewaren in de vriesruimte . . . . . . . . . . . . . . . . .6
IJsblokjes maken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6
Praktische informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6
Tips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6
Energie besparen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6
Het apparaat en het milieu . . . . . . . . . . . . . . . .6
Onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6
Ontdooien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6
Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . .7
Als de koelkast niet in gebruik is . . . . . . . . . . .7
Problemen oplossen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7
Lamp vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7
Als iets niet werkt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .8
Aanwijzingen voor de installateur . . . . . . . . . . . . . .9
Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .9
Installeren van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . .9
Vervoer, uitpakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .9
Reiniging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .9
Opstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .9
Deurdraairichting omzetten . . . . . . . . . . . . . . .10
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . .10
Bewaartijdentabel (1) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .11
Bewaartijdentabel (2) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
Garantie en service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
Garantiebepalingen en Service . . . . . . . . . . . . . . .12
Algemene Garantiebepalingen . . . . . . . . . . . . .12
Garantie-uitbreidingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
Garantie-uitsluitingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12
Belangrijk advies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13
Waarborgvoorwaarden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13
NL
3
Belangri
Belangrijkjk
e aanwi
e aanwi
jzingen m.b.t. de v
jzingen m.b.t. de v
eiligheid
eiligheid
Algemene aanwijzingen m.b.t. de veiligheid
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed en geef hem door aan een evt. volgende eigenaar van het apparaat. Dit apparaat is alleen bedoeld voor gebruik in het huishouden, voor het bewaren van levensmiddelen en dient volgens de voorschriften te worden gebruikt.
Reparaties aan dit apparaat, ook vervangen van het aansluitsnoer, mogen alleen door ELEC­TROLUX SERVICE uitgevoerd. Daarbij mogen alleen
originele DISTRIPARTS-onderdelen gebruikt worden. Onvakkundige reparaties kunnen tot aanzienlijke risi­co's voor de gebruiker leiden! Het apparaat is alleen spanningloos als de stekker uit het stopcontact is getrokken. Voordat u het apparaat gaat reinigen, dient u het altijd spanningloos te maken. Trek de stekker nooit aan het snoer, maar aan de stekker zelf uit het stopcontact. Als het stopcontact moeilijk bereikbaar is, schakel dan de zekering in de huisinstallatie uit. Het aansluitsnoer mag niet verlengd worden.
Zorg ervoor dat de stekker niet wordt platge­drukt of beschadigd door de achterkant van het koel/vriesapparaat.
- Een beschadigde stekker kan oververhit raken en brand veroorzaken.
Plaats geen zware voorwerpen of het koel/vriesapparaat zelf op het aansluitsnoer.
- Daardoor bestaat kans op kortsluiting en brand.
Trek de stekker niet uit het stopcontact door aan het snoer te trekken, vooral niet als het koel/vriesapparaat uit de nis wordt getrokken.
- Schade aan het snoer kan kortsluiting, brand en/of een elektrische schok veroorzaken.
- Als het aansluitsnoer beschadigd is, moet het wor­den vervangen door onze service-afdeling of door een erkend installateur.
Als het stopcontact los zit, steek de stekker er dan niet in.
- Daardoor bestaat kans op een elektrische schok of brand.
Gebruik het apparaat niet zonder de afdekking van de binnenverlichting. Gebruik bij het schoonmaken, het ontdooien of het uit­nemen van diepvriesproducten of het ijsblokjesbakje geen scherpe of puntige voorwerpen. Die kunnen het apparaat beschadigen. Zorg ervoor dat er geen vloeistoffen bij de temperatu­urregelaar en de verlichting komen. Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct uit de vries­ruimte in de mond stoppen. IJs kan aan lippen of tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken. Eenmaal ontdooide levensmiddelen mogen niet opnieuw ingevroren worden, maar moeten zo snel mogelijk geconsumeerd worden. Kant-en-klare diepvriesproducten volgens de aanwi­jzingen van de fabrikant van deze producten bewaren. Probeer niet het ontdooiproces te versnellen m.b.v. elektrische verwarmingstoestellen of chemische stof­fen.
Laat kunststof onderdelen niet met hete voorwerpen in aanraking komen. Geen bussen of flessen met brandbaar gas of vloeistof in het apparaat bewaren. Explosiegevaar! Geen koolzuurhoudende dranken, flessen en blikjes in de diepvriesruimte bewaren. Het dooiwaterafvoergootje regelmatig controleren en schoonmaken. Bij verstopping van het afvoergootje kan het verzamelde dooiwater storingen veroorzaken.
Veiligheid van kinderen
Houd de verpakking uit de buurt van kinderen. Kunststof folie kan verstikkingsgevaar opleveren. Het apparaat is bedoeld voor gebruik door volwasse­nen. Laat kinderen niet met het apparaat of de bedi­eningselementen spelen. Als u het apparaat afdankt, trek dan de stekker uit het stopcontact, snijd het aansluitsnoer af (zo dicht mogelijk bij het apparaat) en haal de deur eruit. U verhindert daardoor, dat spelende kinderen een elektrische schok krijgen of elkaar of zichzelf in het apparaat opsluiten.
Vóór het in gebruik nemen
Zet het apparaat tegen de muur om te voorkomen dat u zich verbrandt aan warmte afgevende onderdelen (compressor, condensor). Trek altijd eerst de stekker uit het stopcontact voor­dat u het apparaat gaat verplaatsen. Let erop dat het apparaat niet op het aansluitsnoer staat. Rond het apparaat moet voldoende luchtcirculatie zijn. Gebrek aan luchtcirculatie kan tot oververhitting leiden. Volg daarom de aanwijzingen m.b.t. de instal­latie.
Veiligheidsmaatregelen voor isobutaan
Waarschuwing
Het koelmiddel van het apparaat is isobutaan (R 600a) dat in hoge mate brandbaar en explosief is. Houd ventilatie-openingen in het apparaat of in het inbouwmeubel vrij. Gebruik geen mechanische apparaten of andere middelen om het ontdooiproces te bespoedigen, die niet door de fabrikant worden aangeraden. Beschadig het koelcircuit niet. Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat, tenzij ze door de fabrikant worden gead­viseerd.
Als u zich niet aan deze aanwijzingen houdt, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade.
Aanwi
Aanwi
jzingen v
jzingen v
oor de gebr
oor de gebr
uik
uikerer
Beschrijving van het apparaat, belangrijkste onderdelen
Algemene informatie
Dit apparaat is een huishoud-koel/vriescombinatie met één compressor. De vriesruimte onderin heeft een eigen deur en is geheel afgesloten van de koelruimte.
Het is geschikt voor het koelen van levensmiddelen, het bewaren van diepvriesproducten, het invriezen van lev­ensmiddelen en het maken van ijsblokjes.
Het apparaat is geschikt voor gebruik in een bepaalde kli­maatklasse (bepaalde omgevingstemperaturen).
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje.
12. botervakje
13. eierrekje
14. deurvak
15. deurrubber
16. flessenvak
17. ijsblokjesbakje
18. condensor
19. dooiwaterafvoerpijp
20. afstandshouder
21. condensbakje
22. compressor
23. wielen
A - koelruimte B - vriesruimte
1. verlichting
2. glasplaat
3. dooiwaterlekbak
4. glasplaat
5. groentebakken
6. typeplaatje
7. invriesruimte
8. bewaarruimten
9. dooiwaterafvoergootje
10. afdekrooster
11. stelvoeten
NL
4
Bedienen van het apparaat
In gebruik nemen
Zet de accessoires in het apparaat en steek de stekker in het stopcontact.
Draai de temperatuurregelaar aan de rechterkant vanuit „0” rechtsom. Op stand „0” is het apparaat buiten werk­ing.
In het volgende hoofdstuk vindt u aanwijzingen m.b.t. de instelling.
Temperatuur instellen
De thermostaat zorgt er automatisch voor dat de ingestelde temperatuur wordt aangehouden en schakelt regelmatig het apparaat kortere of langere tijd uit.
Hoe hoger het cijfer waarop u de temperatuurregelaar draait, hoe intensiever er gekoeld wordt.
In de vriesruimte wordt een temperatuur van -18 °C of kouder bereikt, als u de temperatuurregelaar op „3” draait. In dit geval wordt de temperatuur in de koelruimte automa­tisch +5 °C of kouder. Stand „3” is geschikt voor normaal gebruik.
De temperatuur in de koelkast is niet alleen afhankelijk van de instelling van de temperatuurregelaar, maar ook van de omgevingstemperatuur, vaak openen van de deur, de hoeveelheid levensmiddelen enz.
Op stand „5”, de hoogste stand, (bijv. tijdens een hittegolf) werkt de compressor continu. Dit heeft geen negatieve invloed op het functioneren van
het apparaat.
Gebruik van de koelruimte
Voor optimaal koelen is luchtcirculatie in het apparaat nodig. Bedek daarom de roosters niet geheel met papier, grote schalen enz.
Zet geen hete levensmiddelen in de koel­ruimte. Laat ze eerst tot kamertemperatuur afkoelen. Op deze manier voorkomt u onn-
odige rijpvorming.
Levensmiddelen kunnen geurtjes van elkaar overnemen. Bewaar levensmiddelen daarom
in gesloten schaaltjes, aluminiumfolie, vetvrij papier of vershoudfolie. Op deze manier behouden de levensmiddelen hun vochtigheid en bijv. groen­ten drogen niet uit.
Bewaren in de koelruimte
Bewaar de levensmiddelen zoals aangegeven in de afbeelding:
1. gebak, kant-en-klare producten, levensmiddelen in
schaaltjes, vers vlees, vleeswaren, dranken
2. melk, zuivelproducten, levensmiddelen in schaaltjes
3. fruit, groenten
4. kaas, boter
5. eieren
6. yoghurt, zure room
7. kleine flessen, frisdrank
8. grote flessen, dranken
Bewaartijden en temperaturen
De tabellen achterin de gebruiksaanwijzing informeren u over bewaartijden.
De bewaartijd kan niet exact worden aangegeven, omdat hij afhankelijk is van de versheid en de behandeling van de levensmiddelen. De bewaartijden zijn daarom slechts richtlijnen.
Als u gekochte diepvriesproducten niet direct wilt con­sumeren, kunnen ze ongeveer 1 dag (tot ze gaan ont­dooien) in de koelkast bewaard worden.
Invriezen
Het invriezen van verschillende producten moet steeds gebeuren in het invriesgedeelte en na het uitvoeren van een juiste en correcte voorbereiding.
De hoeveelheid voedsel dat kan ingevroren worden schommelt tussen 4 en 6 kg, afhankelijk van het soort voedsel. De juiste hoeveelheid kan gelezen worden op het gegevensetiket, dat terug te vinden is op de linkerzi­jde onderaan de ruimte voor vers voedsel.
Zet de thermostaat knop op stand „Max.
Laat het toestel in deze stand gedurende 2 uren draaien.
Gebruik van de vriezer
NL
5
6
Na 2 uren zet u de thermostaatknop terug naar een stand door u gekozen of de stand „Medium”.
Na 24 uren kan je de ingevroren producten in de draad­mand (of manden) plaatsen
Het is niet raadzaam hoeveelheden voedsel groter dan deze volgens de „Technische
gegevens” terzelfertijd in te vriezen, zoniet zal het invriezen niet grondig gebeuren en bij het ontvriezen kunnen vormen van voedselbeschadiging optreden (o.a. smaak- en geurverlies )
Het is bij voorkeur af te raden om tijdens het
invriezen ijs te maken, omdat het aanmaken
van ijs de invriescapaciteit vermindert.
Bewaren in de vriesruimte
Na het invriezen kunt u de diepvriesproducten het beste naar de draadmand(en) verplaatsen, zodat u weer ruimte hebt in de invriesruimte. Tussentijds invriezen heeft geen nadelige invloed op reeds ingevroren producten.
Let goed op de bewaartijd die staat aangegeven
op diepvriesproducten die u koopt. Bewaartijden
voor zelf ingevroren producten vindt u op de bin-
nenkant van de deur van de vriesruimte. De symbolen staan voor verschillende levensmiddelen, de cijfers staan voor de maximale bewaartijd in maanden.
Diepvriesproducten kunnen alleen veilig
bewaard worden, als ze niet ontdooid zijn voor-
dat ze in de vriesruimte worden geplaatst. Als de
diepvriesproducten al ontdooid zijn, kunt u ze niet opnieuw invriezen, maar dienen ze zo snel mogelijk geconsumeerd te worden.
IJsblokjes maken
Vul het ijsblokjesbakje met water en zet het in de vries­ruimte. Als u de bodem van het ijsblokjesbakje nat maakt en de temperatuurregelaar op de maximale stand zet, gaat het invriezen sneller. Vergeet niet, de temperatuur­regelaar na het invriezen weer op de normale stand te draaien.
U kunt de ijsblokjes makkelijker losmaken door het ijs­blokjesbakje onder stromend water te houden en het dan iets te verdraaien. Mocht het ijsblokjesbakje vastgevroren zijn, gebruik dan geen scherpe voorwerpen om het los te maken. Daarmee kunt u beschadigingen veroorzaken.
Diepvriesproducten kunnen alleen veilig
bewaard worden, als ze niet ontdooid zijn voor-
dat ze in de vriesruimte worden geplaatst. Als de
diepvriesproducten al ontdooid zijn, kunt u ze niet opnieuw invriezen, maar dienen ze zo snel mogelijk geconsumeerd te worden.
Praktische informatie
Dankzij de variabele platen kunt u de koelruimte aan uw eisen aanpassen. U kunt de platen ook verplaat­sen als de deur 90° open staat.
Na openen en sluiten van de deur van de vriesruimte ontstaat in het apparaat een vacuüm. Na sluiten van de deur duurt het 2-3 minuten voordat u de deur weer kunt openen.
Stel de vriesruimte zodanig in dat de binnentemper­atuur nooit warmer dan -18 °C wordt. Bij te hoge temperaturen bederven de diepvriesproducten.
Controleer elke dag even of het apparaat goed func­tioneert. Zo constateert u evt. storingen tijdig.
Tips
In dit hoofdstuk vindt u praktische tips om het apparaat zo energiezuinig mogelijk te gebruiken. U vindt hier ook informatie m.b.t. het milieu.
Energie besparen
Zet het apparaat liever niet in de zon of naast een warmte afgevend apparaat.
Zorg ervoor dat de condensor en de compressor vol­doende ventilatie hebben. Bedek de ventilatie­openingen niet.
Doe levensmiddelen in een afgesloten schaaltje of in vershoudfolie om onnodige rijpvorming te voorkomen.
Open de deur niet onnodig en laat hem niet langer open staan dan nodig is.
Doe levensmiddelen altijd in een afgesloten schaalt­je.
Laat warme levensmiddelen en vloeistoffen altijd eerst tot kamertemperatuur afkoelen voordat u ze in het apparaat zet.
Houd de condensor schoon.
Het apparaat en het milieu
Dit apparaat bevat, zowel in het koelcircuit als in het iso­latiemateriaal, geen gassen die de ozonlaag kunnen aan­tasten. Het apparaat mag niet samen met huisvuil of ges­loopte apparaten weggegooid worden. Uit het oogpunt van milieubescherming moeten afgedankte koel- en vriestoestellen volgens de plaatselijke regelingen op deskundige wijze verwerkt worden. Informeer bij de gemeente naar de mogelijkheden in uw woonplaats. Zorg ervoor dat het koelcircuit, vooral aan de achterkant bij de warmtewisselaar, niet beschadigd wordt.
De materialen met het symbool „ ” zijn geschikt voor recycling.
Onderhoud
Ontdooien
Een deel van het vocht uit de koelruimte wordt tijdens het gebruik in de vorm van ijs of rijp afgescheiden.
Dikke lagen ijs en rijp hebben een isolerend effect. Het koelvermogen wordt minder, de temperatuur stijgt, er is meer energie nodig en als ijs of rijp te dik worden, kan de deur van de vriesruimte niet meer open, de deur kan zelfs kapotgaan.
Bij dit type apparaat gebeurt het ontdooien van de koel­ruimte automatisch, zonder dat u daaraan iets hoeft te doen. De thermostaat onderbreekt regelmatig de werk­ing van de compressor. Het koelen wordt dan onderbro­ken, de temperatuur van de verdamperplaat stijgt boven 0 °C en het ontdooien begint. Als de verdamperplaat een temperatuur van +3 tot +4 °C heeft bereikt, start de ther­mostaat het koelen weer.
Het dooiwater loopt via het dooiwaterafvoergootje in het condensbakje bovenop de compressor en verdampt door de warmte.
Controleer regelmatig of het dooiwaterafvo­ergootje niet verstopt is. Als het afvoergoot­je verstopt is, kan het dooiwater schade
veroorzaken aan de isolatie van het apparaat.
NL
Maak het gootje schoon m.b.v. het meegeleverde krab­bertje (zie afb.). Het krabbertje kunt u weer in het gootje opbergen.
Meestal raakt het afvoergootje verstopt door in papier ver­pakte levensmiddelen. Het papier komt in aanraking met de achterzijde van de koelruimte en vriest daaraan vast. Als u de levensmiddelen uit de koelruimte haalt, scheurt het papier en dat kan tot verstopping van het afvoergootje leiden. Doe dus voorzichtig met in papier verpakte levens­middelen.
Als erg veel koelvermogen nodig is, bijv. tijdens een hitte-
golf, werkt de koelkast soms continu. Er wordt
dan niet automatisch ontdooid.
Het is niet abnormaal als er na het ontdooien kleine restjes ijs en rijp op de achterkant van de koel­ruimte achterblijven.
De vriesruimte kan niet automatisch worden ontdooid omdat de diepvriesproducten geen hogere temperaturen kunnen verdragen.
M.b.v. de meegeleverde kunststof schraper kunt u kleine stukjes rijp en ijs verwijderen.
Het bakje in de afbeelding wordt niet met het apparaat meegeleverd!
Als de ijslaag zo dik is, dat hij niet met de kunststof schraper verwijderd kan worden, moet de vriesruimte ont­dooid worden (in het algemeen 2 tot 3 keer per jaar).
Neem de levensmiddelen uit het apparaat en wikkel ze in enkele lagen krantenpapier of dekens. Bewaar ze op een zo koel mogelijke plaats.
Maak het apparaat spanningloos en laat de deuren van vries- en koelruimte open.
Reinig de koelruimte zoals beschreven en hoofdstuk "Reiniging en onderhoud". Reinig de vriesruimte als volgt:
Veeg het dooiwater met een zachte doek of spons naar de zijkanten van de verdamperplaten weg. Het weggeveegde dooiwater verzamelt zich in het afvoergoot­je onderin het apparaat. In de afbeelding ziet u, hoe u het water kunt verwijderen.
Zet een hoog genoeg bakje onder het gootje, waarin het dooiwater kan lopen.
Het bakje in de afbeelding wordt niet met het apparaat meegeleverd!
Na het ontdooien de binnenzijde van het apparaat droog wrijven.
Steek de stekker weer in het stopcontact en leg de lev­ensmiddelen weer in het apparaat.
Zet na het ontdooien de temperatuurregelaar op de hoog­ste stand, zodat het apparaat zo snel mogelijk weer de geschikte bewaartemperatuur kan bereiken.
Reiniging en onderhoud
Wij adviseren u de binnenzijde van de koelruimte elke 3 tot 4 weken schoon te maken (u kunt het beste tegelijk­ertijd de vriesruimte ontdooien).
Gebruik geen reinigingsmiddel of zeep. Trek de stekker uit het stopcontact. De binnenzijde van
het apparaat met handwarm water schoonmaken en droog wrijven. Reinig het deurrubber met schoon water. Steek na het reinigen de stekker weer in het stopcontact.
Stof en vuil die zich op de achterkant van de koelkast en de condensor hebben afgezet, dient u één of twee maal per jaar te verwijderen. Maak dan ook het condensbakje bovenop de compressor schoon.
Als de koelkast niet in gebruik is
Als de koelkast langere tijd niet in gebruik is, gaat u als volgt te werk:
Trek de stekker uit het stopcontact. Maak de koelkast leeg. Ontdooien en schoonmaken zoals hiervoor beschreven. De deur open laten om geurvorming te voorkomen.
Problemen oplossen
Lamp vervangen
Als de lamp kapot is, kunt u hem als volgt vervangen: Trek de stekker uit het stopcontact. Schroef de afdekking los en trek hem in de richting van de
pijl. Nu kunt u de lamp vervangen. (Type gloeilamp: Mignon 322, 230 V, 15 W, fitting E 14)
NL
7
Zet daarna de afdekking weer terug, draai de schroef vast en steek de stekker in het stopcontact.
Als de lamp defect is, heeft dat geen nadelige invloed op de werking van de koelruimte.
Als iets niet werkt
Er kan soms een kleine storing optreden, die u zelf kunt verhelpen. In de tabel vindt u informatie m.b.t. het ophef­fen van zulke kleine storingen.
Als het apparaat aanstaat, is er soms wat geluid te horen (compressor, circulatie). Dan is er geen sprake van een storing.
Wij willen u er nogmaals op wijzen dat het appa­raat met onderbrekingen werkt. Als de compres-
sor stopt, wil dat niet zeggen dat het apparaat niet werkt. Daarom moet u altijd eerst de stekker uit het stopcontact trekken, voordat u elektrische onderdelen aanraakt.
Probleem
Het is te warm in de koel­ruimte.
Het is te warm in de vries­ruimte.
Er loopt water langs de achterwand van de koel­ruimte.
Er loopt water in de koel­ruimte.
Er loopt water op de vloer.
Er zijn te veel rijp en ijs.
De compressor werkt con­tinu.
Het apparaat werkt hele­maal niet. Het koelt niet en de binnenverlichting brandt niet. Ook de lamp­jes branden niet.
Het apparaat maakt veel geluid.
Mogelijke oorzaak
De temperatuurregelaar is te laag ingesteld. De levensmiddelen zijn niet koud genoeg of
staan op een verkeerde plek. De deur gaat niet goed dicht of is niet goed ges-
loten. De temperatuurregelaar is te laag ingesteld.
De deur gaat niet goed dicht of is niet goed ges­loten.
U wilt te veel levensmiddelen tegelijk invriezen.
De in te vriezen levensmiddelen staan te dicht op elkaar.
Dat is normaal. Tijdens het automatische ont­dooien smelt het ijs op de achterwand.
De afvoer van de koelruimte kan verstopt zijn. Levensmiddelen kunnen de lekbak blokkeren
zodat er geen water in kan stromen. Het afvoergootje loopt niet in de condensbak
boven de compressor. De levensmiddelen zijn niet goed ingepakt. De deuren gaan niet goed dicht of zijn niet goed
gesloten. De temperatuurregelaar is niet goed ingesteld.
De temperatuurregelaar is niet goed ingesteld.
De deuren gaan niet goed dicht of zijn niet goed gesloten.
U wilt te veel levensmiddelen tegelijk invriezen.
U hebt warme levensmiddelen in het apparaat gezet.
Het apparaat staat op een te warme plek. De stekker zit niet in het stopcontact.
De zekering in de huisinstallatie is uit­geschakeld.
De temperatuurregelaar is niet ingesteld.
Er staat geen spanning op het stopcontact. (Probeer er een ander apparaat op aan te sluiten.)
Het apparaat staat niet goed.
Oplossing
Op een hogere stand instellen. De levensmiddelen op de juiste plek zetten.
Controleren of de deur goed dicht kan en of het deurrubber onbeschadigd en schoon is.
Op een hogere stand instellen. Controleren of de deur goed dicht kan en of het
deurrubber onbeschadigd en schoon is. Een paar uur wachten en de temperatuur nog
eens controleren. De levensmiddelen zodanig neerzetten dat de
koude lucht goed kan circuleren.
Maak de afvoer schoon. Zet de levensmiddelen zodanig neer dat ze de
achterwand niet direct raken. Plaats het de afvoergootje in de condensbak.
De levensmiddelen beter inpakken. Controleren of de deuren goed dicht kunnen en
of de deurrubbers onbeschadigd en schoon zijn. De temperatuurregelaar op een lagere stand
instellen. De temperatuurregelaar op een lagere stand
instellen. Controleren of de deuren goed dicht kunnen en
of de deurrubbers onbeschadigd en schoon zijn. Een paar uur wachten en de temperatuur nog
eens controleren. Laat de levensmiddelen tot kamertemperatuur
afkoelen. Probeer de omgevingstemperatuur te verlagen. De aansluiting controleren. Zekering vervangen.
Apparaat in werking stellen volgens de aanwijzin­gen in hoofdstuk „In gebruik nemen”.
Contact opnemen met een elektro-installateur.
Controleren of het apparaat stabiel staat (alle vier voeten moeten op de vloer staan).
Als u de storing aan de hand van de aanwijzingen niet kunt oplossen, neem dan contact op met Service.
NL
8
Aanwi
Aanwi
jzingen v
jzingen v
oor de ins
oor de instt
allat
allat
eur
eur
Technische gegevens
Model/Type bruto-inhoud (l)
nuttige inhoud (l)
breedte (mm) hoogte (mm) diepte (mm) energieverbruik (kWh/24 uur)
(kWh/jaar) energie-efficiëntieklasse invriesvermogen (kg/24 h) max. bewaartijd bij stroomuitval (uur) aansluitwaarde (W) gewicht (kg) aantal compressoren
ZRB 30 JC (ZLKI 301)
vriesruimte: 105
koelruimte: 195
vriesruimte: 90
koelruimte: 192
600
17 90
600
0,88
321
A 4
18
150
65
1
Installeren van het apparaat
Vervoer, uitpakken
U kunt het apparaat het beste rechtop in de orig­inele verpakking vervoeren. Zie ook de aanwijzin­gen op de verpakking.
Na elk transport mag het apparaat pas na ca. 2 uur ingeschakeld worden.
Pak het apparaat uit en controleer het op transports­chade. Neem in geval van transportschade contact op met de leverancier en sluit het apparaat niet aan.
Reiniging
Verwijder het plakband waarmee de onderdelen in het apparaat vastgezet zijn.
Neem de binnenkant van het apparaat met handwarm water en wat mild reinigingsmiddel af. Gebruik een zachte doek.
Wrijf daarna de binnenkant van het apparaat droog.
Opstelling
De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik. Daarom moet het apparaat op een plaats staan waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het uitgevoerd is, zie onderstaande tabel. De klimaatklasse vindt u op het type­plaatje.
Klimaatklasse Omgevingstemperatuur
SN +10 ..,+32 °C
N +16 ..,+32 °C
ST +18 ..,+38 °C
Als de omgevingstemperatuur te laag is, kan de temper­atuur in de koelruimte te hoog worden.
Als de omgevingstemperatuur te hoog is, moet de com­pressor langer werken, de automatische ontdooiing werkt niet meer, de temperatuur in de koelruimte stijgt en er wordt meer energie verbruikt.
Het apparaat moet waterpas staan. Daartoe kunt u de stelvoeten (1) aan de voorzijde verstellen. De afstandsrin­gen (2) zijn onderdeel van de stelvoeten. Als het apparaat waterpas moet worden gezet, kunnen deze afstandsrin­gen worden verwijderd.
Zet het apparaat niet direct in de zon of dicht bij een ver­warming of fornuis.
Is opstelling naast een warmtebron niet te vermijden, dan moeten de volgende minimale afstanden worden aange­houden:
NL
9
Naast een gas- of elektrisch fornuis 3 cm. Als de afstand kleiner is, plaats dan een warmte-isol­erende plaat van 0,5 tot 1 cm dik tussen de twee apparaten.
Naast een olie- of kolenkachel 30 cm.
De koelkast moet geheel tegen de muur staan.
Houd de minimale afstanden aan (zie afb.).
A: opstelling onder een keukenkastje B: vrije opstelling
Deurdraairichting omzetten
Als dat handiger in het gebruik is, kunt u de deurdraairicht­ing van rechts naar links omzetten.
Ga als volgt te werk:
Trek de stekker uit het stopcontact. Kantel het apparaat voorzichtig achterover en zorg
ervoor dat de compressor de vloer niet raakt. U kunt dit het beste met twee personen doen.
Verwijder voorzichtig (bijv. m.b.v. een mes) de afdekkapjes van de schroeven die het onderste afdekrooster vasthouden. Dan kan het afdekrooster worden verwijderd door de plaatschroeven (2 stuks) los te draaien.
Maak het onderste deurscharnier van de vriesruimte los door de schroeven (2 stuks) en de vulplaatjes (2 stuks) te verwijderen.
Neem de deur van de vriesruimte los door hem voorzichtig naar beneden te trekken.
Maak het dubbele deurscharnier los door de schroeven (2 stuks) en de vulplaatjes (2 stuks) te ver­wijderen.
Neem de deur van de koelruimte los door hem voorzichtig naar beneden te trekken.
Schroef de stift van het bovenste deurscharnier van de koelruimte los en schroef hem dan op de andere kant.
Verwijder de afdekkapjes van het dubbele deurscharnier aan de linker kant en plaats ze dan op de andere kant.
Zet de deur van de koelruimte op de stift van het boven­ste deurscharnier.
Zet het dubbele deurscharnier aan de linker kant m.b.v. de schroeven (2 stuks) en de vulplaatjes (2 stuks). Let erop dat de rand van de deur van de koel­ruimte parallel loopt met de rand van de kast.
Zet de deur van de vriesruimte op de stift van het dubbele deurscharnier.
Zet het onderste deurscharnier aan de linker kant m.b.v. de schroeven (2 stuks) en de vulplaatjes (2 stuks). Let erop dat de rand van de deur van de vries­ruimte parallel loopt met de rand van de kast.
Trek het gedeelte van het afdekrooster in de richting van de pijl (1) en plaats het op de andere kant (2).
Zet het afdekrooster terug en bevestig het met de plaatschroeven (2 stuks). Bevestig dan de afdekkapjes weer.
Zet de handgreep op de andere kant over en plaats de kunststof pluggen in de vrijgekomen gaten.
Zet het apparaat op z'n plek, zet het waterpas en steek de stekker in het stopcontact.
U kunt ook contact opnemen met ELECTROLUX SER­VICE. Een servicetechnicus kan tegen betaling het deurscharnier overzetten.
NL
10
min.
100mm
A
15mm
B
Elektrische aansluiting
Deze koelkast is ontworpen voor 230 V AC (~) 50 Hz.
Het apparaat moet worden aangesloten aan een vol­gens de voorschriften geďnstalleerd stopcontact met randaarde. Als zo'n stopcontact niet aanwezig is, laat het dan door een erkend installateur in de buurt van de koelkast aanbrengen.
Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtli­jnen:
– 73/23/EEG van 19.02.1973 (incl. wijzigingsrichtlij-
nen) - laagspanningsrichtlijn
– 89/336/EEG van 03.05.1989 (incl. wijzigingsrichtlij-
nen - EMC-richtlijn
BeBewwaar
aartiti
jdent
jdent
abel (1)
abel (1)
Verse levensmiddelen in de koelkast bewaren
X: normale bewaartijd
x: mogelijke bewaartijd (geldt alleen voor echt verse producten)
Soort Bewaartijd in dagen Verpakking
1 234567
rauw vlees XXx x x vershoudfolie, luchtdicht gekookt vlees XXXx x x afgesloten schaaltje gebraden vlees XXXx x afgesloten schaaltje rauw gehakt X afgesloten schaaltje gebraden gehakt XXx x afgesloten schaaltje vleeswaren XXx x vershoudfolie, vetvrij papier verse vis X x x vershoudfolie, luchtdicht gekookte vis XXx x afgesloten schaaltje gebakken vis XXx x x afgesloten schaaltje vis uit blik X x x afgesloten schaaltje verse kip XXXx x x vershoudfolie, luchtdicht gebraden kip XXXx x x afgesloten schaaltje verse eend, gans XXXx x x vershoudfolie, luchtdicht gebraden eend, gans X XXXx x x afgesloten schaaltje boter ongeopend X XXXXXXoriginele verpakking boter geopend XXxxxxxoriginele verpakking melk XXXx x originele verpakking room XXx x kunststof schaaltje zure room X XXXx x x kunststof schaaltje kaas (hard) X XXXXXXaluminium folie kaas (zacht) X XXXx x x vershoudfolie kwark X XXXx x x vershoudfolie eieren X XXXXXX spinazie. XXx x vershoudfolie erwten, bonen X XXXx x x vershoudfolie paddestoelen XXx x x vershoudfolie wortelen, bieten X XXXXXXvershoudfolie tomaten X XXXXXXvershoudfolie kool X XXXXx x vershoudfolie snel rottend fruit (aardbei, framboos enz.) XXXx x vershoudfolie ander fruit X XXXx x x vershoudfolie fruit uit blik XXXx x afgesloten schaaltje
NL
11
Soort in de koelruimte in de ****-vriesruimte
+2 – +7 °C -18°C
groente 1 dag 12 maanden kant-en-klare producten 1 dag 6 maanden aardappelgerechten, pastagerechten 1 dag 12 maanden soep 1 dag 6 maanden fruit 1 dag 12 maanden vlees 1 dag 5 maanden consumptie-ijs 1 dag 3 weken
BeBewwaar
aartiti
jdent
jdent
abel (2)
abel (2)
Diepvriesproducten bewaren
Gar
Gar
antie en ser
antie en ser
vice
vice
Garantiebepalingen en Service
Bij aanspraak op kosteloos herstel dient het origineel van de betreffende aankoopnota of kwitantie te worden getoond of meegezonden.
Algemene Garantiebepalingen
1 De fabrikant verleent een jaar garantie op het op de
bijbehorende koopnota vermelde apparaat, gerek­end vanaf de koopdatum. Indien zich binnen deze periode een storing voordoet, welke het gevolg is van een materiaal- en/of constructiefout, heeft de koper het recht op kosteloos herstel.
1a Voor stofzuigers, bedoeld voor huishoudelijk
gebruik, geldt een algemene garantieperiode van twee jaar. Accessoires zijn aan directe slijtage onderhevig; deze verbruiksartikelen zijn derhalve van garantie uitgesloten.
2 Indien binnen de garantietermijn door ZANKER
reparaties worden verricht, wordt de oorspronke­lijke garantietermijn niet verlengd.
Op reparaties buiten de garantietermijn door ZANKER verricht, en op de hierbij geleverde, betaalde en gemonteerde onderdelen wordt 1 jaar garantie verleend.
Indien na drie maal uitvoeren van eenzelfde reparatie, hetzelfde defect opnieuw optreedt en geen resultaat van een opnieuw uitvoeren van een reparatie verwacht mag worden, zal een nieuw exemplaar of soortgelijk toestel worden aangebo­den. De aanbieding geschiedt tegen bijbetaling op basis van een te bepalen jaarlijks afschrijvingsper­centage.
3 Servicebezoeken aan huis worden alleen gebracht
voor grote, moeilijk transporteerbare apparaten, per definitie: wasautomaten, trommeldroogauto­maten, afwasautomaten, koelkasten, diepvrieskas­ten/-kisten, ovens, fornuizen en inbouwapparaten.
3a De regeling als genoemd onder punt 3 geldt ook
voor caravankoelkasten, mits de plaats waar zich het apparaat bevindt binnen de landsgrenzen ligt en over normale, voor het autoverkeer
opengestelde wegen bereikbaar is. Voorts dienen ten tijde van het bezoek het apparaat en de eige­naar, of diens gemachtigde plaatsvervanger, op de afgesproken bezoekplaats aanwezig te zijn.
4 Indien, naar het oordeel van de fabrikant, het appa-
raat zoals bedoeld onder punt 3 naar haar ser­vicewerkplaats getransporteerd moet worden, dan geschiedt dit transport op de door de fabrikant vast­gestelde wijze en voor rekening en risico van de fab­rikant.
5 Alle niet onder punt 3 en punt 3a genoemde appa-
raten, alsmede apparaten welke wel de betreffende functionele eigenschappen hebben maar daarnaast juist bedoeld zijn voor gemakkelijk transport, dienen franco aan het adres van de servicedienst verzon­den of aangeboden te worden. Binnen de algemene garantieperiode vindt terugzending voor rekening van de fabrikant plaats.
6 Indien een onder garantie en binnen de algemene
garantieperiode vallend defect aan een apparaat niet hersteld kan worden, vindt kosteloze vervang­ing van het apparaat plaats.
Garantie-uitbreidingen
7 Voor koel-/vries-motorcompressoren (exclusief
startrelais en motorbeveiliging) geldt een aflopende garantieperiode, in gelijke percentages van 20 pro­cent per jaar, van vijf jaar na koopdatum van het op de bijbehorende koopnota vermelde apparaat, met inachtname van volledig kosteloos herstel binnen de algemene garantieperiode. Na de algemene garantieperiode worden bezoek-, arbeidsloon- en bijkomende materiaalkosten in rekening gebracht.
Garantie-uitsluitingen
8 Het kosteloos uitvoeren van herstel- en/of vervang-
ingswerkzaamheden, zoals bedoeld in de betref­fende hieraan voorafgaande punten, is niet van toepassing indien:
- de aankoopnota of kwitantie, waaruit tenminste de aankoopdatum en de identificatie van het apparaat blijkt, niet getoond kan worden of niet meegezonden werd;
NL
12
- het apparaat voor andere, of ook voor andere dan de huishoudelijke doeleinden waarvoor het apparaat bestemd is gebruikt wordt;
- het apparaat niet volgens de aanwijzingen in het installatievoorschrift of de gebruikaanwijzing geďnstalleerd, bediend, gebruikt of behandeld wordt;
- het apparaat op ondeskundige wijze door daar­toe niet bevoegde personen hersteld of gewi­jzigd werd.
8a Indien het apparaat zodanig ingebouwd, onderge-
bouwd, opgehangen of geplaatst is dat de ben­odigde tijd voor het uit- en inbouwen samen meer dan dertig minuten bedraagt, dan worden de hier­door ontstane extra kosten aan de eigenaar in rekening gebracht.
8b Schade welke ontstaat door het, met toestemming
van de eigenaar, op abnormale wijze uit- of inbouwen van een apparaat, kan niet op de fab­rikant of haar servicedienst verhaald worden.
8c Beschadigingen, zoals krassen en deuken of zoals
een breuk van uit- of afneembare delen, welke niet ten tijde van de aflevering ter kennis van de fabrikant gebracht worden, vallen niet onder garantie.
Belangrijk advies
De constructie van dit apparaat is zodanig dat de vei­ligheid daarvan gewaarborgd is. Ondeskundige
Productwijzigingen voorbehouden.
WWaarborgv
aarborgv
oor
oorww
aar
aar
den
den
reparaties kunnen echter de veiligheid in gevaar brengen. Terwille van een blijvende veiligheid en ook om mogelijke schade te voorkomen, is het raadzaam dat reparaties uit­sluitend verricht worden door personen die daarvoor de vereiste vakbekwaamheid bezitten.
Wij adviseren u herstel- en/of controlewerkzaamheden door uw vakhandelaar of door ELGROEP FABRIEKSSER­VICE laten uitvoeren en uitsluitend originele DISTRIPARTS onderdelen te laten plaatsen.
Vennootsweg 1 2404 CG Alphen aan den Rijn Postbus 120 2400 AC Alphen aan den Rijn Storingsmeldingen op werkdagen tijdens kantooruren: Tel. 0172 - 46 83 00 Fax 0172 - 46 83 66 Onderdelenverkoop op werkdagen tijdens kantooruren: Tel. 0172 - 46 84 00 Fax 0172 - 46 83 76
Onze toestellen worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze klantendi­enst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de waarborgtermijn. De levensduur van het toestel wordt daardoor niet negatief beďnvloed.
Onderstaande waarborgvoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet.
Ook de waarborgverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijven onaangetast.
Voor dit toestel verlenen wij waarborg volgens onder­staande voorwaarden:
1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het toestel die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van levering aan de eindgebruiker. Deze waarborgvoorwaarden zijn niet van toepass­ing in geval van professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik.
2. De waarborgprestatie houdt in dat het toestel kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden hersteld of vervangen.
Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigen­dom.
3. Het gebrek moet terstond gemeld worden, om mogelijke verdere schade te voorkomen.
4. Voor een beroep op waarborg dient het aankoopbe­wijs met aankoop- en/of leveringsdatum te worden overlegd.
5. De waarborg heeft geen betrekking op schade aan kwetsbare onderdelen, zoals (vitrokeramisch) glas, kunststof, rubber, die ontstaan is door onzorgvuldig gebruik
6. De waarborg heeft geen betrekking op kleine afwijkingen van de gestelde kwaliteit die voor de waarde en deugdelijkheid van het toestel onbeduidend zijn.
7. De waarborg geldt evenmin voor schade veroorzaakt door:
chemische en elektrochemische inwerking van water,
abnormale milieuomstandigheden in het alge­meen
voor het toestel oneigenlijke bedrijfsom­standigheden
contact met agressieve stoffen.
NL
13
8. De waarborg heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verantwo­ordelijkheid is ontstaan, niet vakkundige installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het niet in acht nemen van de gebruiks- of mon­tageaanwijzingen.
9. Het recht op waarborg vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het toestel voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken.
10. Toestellen die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd of gezonden naar onze klantendienst. Herstelling ter plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of ingebouwde toestellen.
11. Indien het toestel zodanig is ingebouwd, onderge­bouwd, opgehangen of geplaatst dat de benodigde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan 30 minuten bedraagt, dan worden de hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de gebruiker.
12. Indien binnen de waarborgperiode de herstelling van hetzelfde gebrek meermaals mislukt of de her­stellingkosten disproportioneel zijn wordt in overleg met de gebruiker een gelijkwaardige vervanging geleverd. In geval van vervanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken gebruiksperiode.
13. Herstelling onder waarborg heeft geen verlenging van de waarborgtermijn noch aanvang van een nieuwe waarborgtermijn tot gevolg.
14. Op herstellingen geven wij een waarborg van 12 maanden, uitsluitend op hetzelfde gebrek.
15. Verdere of andere rechten, in het bijzonder vergoed­ing van schade ontstaan buiten het toestel, zijn uit­gesloten voor zover een aansprakelijkheid niet wet­telijk is vastgelegd.
In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van het toestel niet overtreffen.
Deze waarborgvoorwaarden gelden voor in België gekochte en/of in gebruik zijnde toestellen. Indien een toestel naar het buitenland wordt gebracht dient de gebruiker na te gaan of het toestel voldoet aan de technis­che voorwaarden ( o.a. spanning, frequentie, instal­latievoorschriften, gassoort, klimaatomstandigheden) in het betreffende land. Voor in het buitenland aangeschafte toestellen dient de gebruiker zich zelf te vergewissen van de bepalingen in België. Noodzakelijke of gewenste aan­passingen vallen niet onder de waarborg, en kunnen niet altijd worden aangebracht.
Ook na afloop van de waarborgtermijn staat onze klanten­dienst u ter beschikking.
Adres Klantendienst:
ELECTROLUX HOME PRODUCTS BELGIUM Bergensesteeweg, 719 1502 LEMBEEK Tél. 02.363.0444
NL
14
FR
AAvvaanntt ll``iinnssttaallllaattiioonn eett ll``uuttiilliissaattiioonn ddee ll``aappppaarreeiill nnoouuss vvoouuss ccoonnsseeiilllloonnss ddee pprrooccééddeerr àà llaa lleeccttuurree ccoommppllèèttee dduu mmooddee dd``eemmppllooii ccoonntteennaanntt ddeess pprreessccrriippttiioonnss ddee ssééccuurriittéé,, ddeess iinnffoorrmmaattiioonnss iimmppoorrttaanntteess eett dde
ess ccoonnsseeiillss.. EEnn rreessppeeccttaanntt lleess
pprreessccrriippttiioonnss dduu mmooddee dd``eemmppllooii ll``aappppaarreeiill ffoonnccttiioonnnneerraa ccoonnvveennaabblleemmeenntt
eett àà vvoottrree ssaattiissffaaccttiioonn..
Les symboles utilisés:
PPrreessccrriippttiioonnss ddee ssééccuurriittéé
Les prescriptions et cautions de ce symbole servent à la protection de l`appareil et de votre personne.
IImmppoorrttaanntteess iinnssttrruuccttiioonnss eett iinnffoorrmmaattiioonnss
IInnffoorrm
maattiioonnss ppoouurr llaa pprrootteeccttiioonn ddee ll``eennvviirroonnnneemmeenntt
CCoonnsseeiillss pprraattiiqquueess
Vous trouverez ici des conseils pratiques concernant les aliments et leur stockage.
15
From the Electrolux Group. The world’s No.1 choice.
"Le Groupe Electrolux est le premier fabricant mondial d'appareils de cuisine, d'entretien et d'extérieur. Plus de 55 millions de produits du Groupe Electrolux (tels que réfrigérateurs, cuisinières, lave-linge, aspirateurs, tronçonneuses, tondeuses à gazon) sont vendus chaque année pour un montant d'environ 14 milliards de dollars US dans plus de 150 pays à travers le monde."
SSoommmmaaiirree
SSoommmmaaiirree
IInnffoorrmmaattiioonnss iimmppoorrttaanntteess ddee llaa ssééccuurriittéé .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..1166
Prescriptions générales de sécurité . . . . . . . . . . .16
Prescriptions de sécurité pour l`enfants . . . . . . .16
Prescriptions de sécurité . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .16
Prescriptions de sécurité pour isobutane . . . . . . .16
AA ll``aatttteennttiioonn ddee ll``eexxppllooiitteeuurr .. .. .. .
. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..1177
Informations générales . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .17
Description de l`appareil, les parties principales 17
Commande de l`appareil . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .18
Mise en service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .18
Régulation de la température . . . . . . . . . . . . . .18
L`utilisation du réfrigérateur . . . . . . . . . . . . . . .18
Stockage dans le réfrigérateur . . . . . . . . . . . . .19
Temps et température de stockage des
aliments . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19
L`utilisation du congélateur . . . . . . . . . . . . . . . . . .19
Surgeler . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19
Stockage dans le congélateur . . . . . . . . . . . . . .19
Préparation du glaçon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19
Renseignements et conseilles utiles . . . . . . . . . . .19
Idées et suggestions . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .19
Comment économiser d`énergie . . . . . . . . . . .19
Armoire et environnement . . . . . . . . . . . . . . . . .19
Entretien . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .20
Le dégèlement . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .20
Nettoyage régulier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .21
Appareil hors d`usage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .21
Dépannage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .21
Replacement de l`ampoule . . . . . . . . . . . . . . . .21
Si quelque chose ne fonctionne pas . . . . . . . . . . .21
AA ll``aatttteennttiioonn ddee llaa ppeerrssoonnnnee qquuii mmeettttrraa eenn sseerrvviiccee ll`
`aappppaarreeiill .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..2233
Caractéristiques techniques . . . . . . . . . . . . . . . . . .23
Mise en marche de l`appareil . . . . . . . . . . . . . . . .23
Livraison, désemballage . . . . . . . . . . . . . . . . . . .23
Nettoyage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .23
La pose de l`appareil . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .23
Changement le sens d`ouverture des portes .24
Branchement électrique . . . . . . . . . . . . . . . . . . .24
TTeemmppss ddee ssttoocck
kaaggee ((11)) .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..2255
TTeemmppss ddee ssttoocckkaaggee ((22)) .. .. .. .. .. .. .. .. ..
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..2266
GGaarraannttiiee eett sseerrvviiccee aapprrèèss--vveennttee .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..2
266
Condition de garantie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .26
Service après-vente et pièces de rechange . .26
DDééccllaarraattiioonn DDee CCoonnddiittiioonnss DDee GGaarraannttiiee.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..2277
IInnffoorrmmaattiioonnss iimmppoorrttaanntteess ddee llaa ssééccuurriittéé
IInnffoorrmmaattiioonnss iimmppoorrttaanntteess ddee llaa ssééccuurriittéé
PPrreessccrriippttiioonnss ggéénnéérraalleess ddee
ssééccuurriittéé
Conservez ce mode d`emploi qui doit suivre l`appareil au cours de déménagement ou en cas de changement de propriétaire. L`appareil n`est conçu qu`au stockage des produits alimentaires dans les conditions normales de ménage et selon les prescriptions de ce mode d`emploi. UUnniiqquueemmeenntt uunn aatteelliieerr qquuaalliiffiiéé eett aauuttoorriisséé ppaarr llaa ffaabb-- rriiqquuee ppeeuutt eexxééccuutteerr lleess eennttrreettiieennss ppéérriiooddiiq
quueess eett lleess
rrééppaarraattiioonnss,, yy ccoommpprriiss llaa rrééppaarraattiioonn eett llee cchhaannggeemmeenntt dduu ccââbbllee éélleeccttrriiqquuee..
Pour une réparation n`utilisez que des pièces de rechange livrées par la fabrique. Un cas contraire peut causer l`endommagement de l`appareil ou autres dégâts matériels ou personnels. L`appareil n`est hors tension que si la fiche de courant est retirée de la prise. Toujours retirez la fiche de la prise avant le nettoyage, l`entretien ou le dégèle­ment de l`appareil (Ne tirez jamais la fiche par le câble). Dans le cas où la prise est difficilement acces­sible mettez l`appareil hors tension en déconnectant le réseau. Il est interdit de rallonger le câble. AAssssuurreezz--vvoouus
s qquuee llaa pprriissee nn''eesstt ppaass ééccrraassééee oouu
eennddoommmmaaggééee ppaarr ll''aarrrriièèrree ddee ll''aappppaarreeiill.. UUnnee pprriissee ddee ccoouurraanntt eenndd o
ommmmaaggééee ppeeuutt ss''éécchhaauuffffeerr eett
ccaauusseerr uunn iinncceennddiiee..
- Ne placez pas d'objets lourds ou l'appareil sur le câble d'alimentation (risque de court circuit et incendie).
NNee ddéébbrraanncchheezz ppaass ll''aappppaarreeiill eenn ttiirraanntt ssuurr llee ccââbblle
e,,
ppaarrttiiccuulliièèrreemmeenntt lloorrssqquuee ll''aappppaarreeiill eesstt ttiirréé ddee ssoonn eemmppllaacceemmeenntt..
- Si le câble d'alimentation est endommagé ou écrasé peut causer un court circuit, un incendie et/ou une électrocution.
IImmppoorrttaanntt:: EEnn ccaass ddee ddoommmmaaggee ddu
u ccââbbllee ddaalliimmeenn--
ttaattiioonn,, iill nnee ddooiitt êêttrree rreemmppllaaccéé qquuee ppaarr uunn pprrooffeess-- ssiioonnnneell qquuaalliiffiiéé..
- Si la prise murale est mal fixée, ne branchez pas l'appareil (risque d'électrocution ou incendie).
Il est interdit de faire fonctionner l`appareil si la calotte de lampe n`est pas mise. N`utilisez pas des outils pointus, coupants ou durs au cours du nettoyage, du dégèlement ou à l`enlèvement des aliments congelés ou du bac à glaçon. Vous risquez d`abîmer le système réfrigérant. Evitez la pénétration du liquide au régulateur de tem­pérature ou dans le système de l`éclairage. Vous risquez des engelures si vous consommez du glaçon et de la glace immédiatement après les sortir du compartiment de congélation. Ne rencongelez des aliments une fois dégelés, con­sommez les le plus vite possible. Suivez attentivement les instructions du producteur concernant le temps de conservation des produits congelés (Mirelite). Il est interdite d`accélérer le dégèlement en utilisant de chauffage électrique ou des produits chimiques. Evitez qu`un pot chaud touche les parties en plas­tique du réfrigérateur.
Ne stockez pas de gaz ou de liquide combustible dans l`appareil, vous risquez une explosion. Ne mettez pas des boissons en bouteille ou des bois­sons gazeuses ainsi que des compotes dans le com­partiment de congélation. Vérifiez et nettoyez systématiquement l`orifice d`écoulement de l`eau de dégèle se produisant durant le dégèlement. En cas d`un engorgement l`eau de dégèle accumulée peut causer un dégât prématuré de l`appareil.
PPrreessccrriippttiioonnss ddee ssééccuurriittéé ppoouurr ll``eennffaannttss
Ne laissez jamais les enfants jouer au matériel d`emballage. La feuille en plastique peut causer asphyxie. L`appareil doit être manipulé par adultes. Ne lais­sez pas les enfants jouer à l`appareil ou à ses par­ties de réglage. Si vous terminez d`utiliser l`appareil, retirez la fiche secteur de la prise, coupez le câble de rac­cordement (le plus proche de l`appareil) et démon­tez la porte de l`appareil. Ainsi il devient possible d`éviter que les enfants subissent de l`électrocu­tion ou un asphyxie dans l`appareil.
PPrreessccrriippttiioonnss ddee ssééccuurriittéé
Posez l`appareil contre le mur pour éviter le risque de tout contact avec les parties chaudes (com­presseur, condenseur) et prévenir les brûlures éventuelles. Avant le déplacement de l`appareil retirez la fiche de la prise secteur. Veillez à ce que le câble électrique ne reste pas coincé sous l`appareil au cours de sa mise en place. Assurez un courant d`air suffisant pour l`appareil pour éviter son surchauffe. Suivez attentivement les instructions de la mise en service.
PPrreessccrriippttiioonnss ddee ssééccuurriittéé ppoouurr iissoobbuuttaannee
MMiissee eenn ggaarrddee
L`isobutane (R 600a) constitue l`agent réfrigérant de l`appareil, qui est plus intensément inflammable et explosif. Maintenir dégagées les ouvertures de ventilation dans l`enceinte de l`appareil ou dans la structure d`encastrement. Ne pas utiliser de dispositifs mécaniques ou autres moyens pour accélérer le processus de dégivrage autres que ceux recommandés par le fabricant. Ne pas endommager le circuit de réfrigération. Ne pas utiliser d`appareils électriques à l`intérieur du compartiment destiné à la conservation des denrées, à moins qu`ils ne soient du type recom­mandé par le fabricant.
RReessppeecctteezz lleess pprreessccrriippttiioonnss dduu mmooddee dduu mmooddee dd``eemmppllooii aauu ppooiinntt ddee vvuuee ddee llaa pprrootteeccttiioonn ddee llaa vviiee eett d
deess bbiieennss..
FR
16
AA ll``aatttteennttiioonn ddee ll``eexxppllooiitteeuurr
AA ll``aatttteennttiioonn ddee ll``eexxppllooiitteeuurr
DDeessccrriippttiioonn ddee ll``aappppaarreeiill,, lleess ppaarrttiieess pprriinncciippaalleess
IInnffoorrmmaattiioonnss ggéénnéérraalleess
La désignation officielle de l`appareil est: „Combinaison de réfrigérateur et de congélateur à un compresseur moteur, l`unité de congélation située en bas”. En plus des prestations conventionnelles, l`appareil possède une unité de congélation entière­ment séparée de l`autre unité qui est munie d`une porte propre. L`appareil est donc capable au stockage
refroidi ou bien congelé des aliments, à la congélation de ménage des aliments d`une quantité indiquée dans le mode d`emploi ainsi qu `à la production du glaçon.
L`appareil est conforme aux prescriptions des normes dans les limites de température selon les classes clima­tiques.
Le plaque signalétique contient le chiffre de la classe climatique.
12. Compartiment de beurre
13. Compartiment d`oeuf
14. Tablette de porte
15. Etanchement de porte
16. Compartiment de bouteilles
17. Bac à glaçon
18. Condenseur
19. Conduit de l`eau de dégel
20. Cale
21. Bac d`évaporation
22. Compresseur
23. Galets
A - Unité réfrigérante
B - Unité congelante
1. Armature de l`éclairage
2. Tablette en verre
3. Récipient de l`eau de dégèle
4. Tablette en verre
5. Boîtes de fruits
6. Plaque signalétique
7. Compartiment de congélation
8. Compar timent de stockage
9. Ecoulement de l`eau de dégel
10. Grille de couverture inférieure
11. Pieds réglables
FR
17
Loading...
+ 39 hidden pages