Smeg CG90N9 User manual [NL]

Page 1
Inhoudsopgave
1 Aanwijzingen 154
1.1 Algemene veiligheidsinstructies 154
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant 158
1.3 Beoogd gebruik 158
1.4 Identificatieplaatje 159
1.5 Deze gebruiksaanwijzing 159
1.7 De gebruikershandleiding raadplegen 160
2 Beschrijving 161
2.1 Algemene beschrijving 161
2.3 Bedieningspaneel 162
2.4 Andere onderdelen 163
2.5 Beschikbare accessoires 164
3 Gebruik 165
3.1 Om energie te besparen 167
3.2 De accessoires gebruiken 167
3.3 De kookplaat gebruiken 170
3.4 De bergruimte gebruiken 171
3.5 De oven gebruiken 171
3.7 Digitale programmeerfunctie 175
4 Reiniging en onderhoud 179
4.1 De kookplaat reinigen 180
4.2 De deur reinigen 181
4.3 Reiniging van de ovenruimte 183
4.4 Vapor Clean 184
4.5 Buitengewoon onderhoud 185
5 Installatie 187
5.1 Gasaansluiting 187
5.2 Aanpassen aan de verschillende gastypen 190
5.4 Elektrische aansluiting 200
5.5 Aanwijzingen voor de installateur 202
NL
ORIGINELE GEBRUIKSAANWIJZING
We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.
Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
153
Page 2
Aanwijzingen
1 Aanwijzingen
1.1 Algemene veiligheidsinstructies
Risico op persoonlijk letsel
• Het apparaat en de bereikbare
delen ervan worden zeer heet tijdens het gebruik. Raak geen verwarmde delen aan tijdens gebruik van het apparaat.
• Bescherm de handen met behulp
van ovenwanten bij het hanteren van voedsel in de oven.
• Probeer geen brand of vlammen
te doven met water: Schakel het apparaat uit en bedek de vlam met een deksel of een brandwerende deken.
• Gebruik van dit apparaat door
kinderen vanaf 8 jaar, personen met beperkte fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring of kennis is alleen toegestaan onder toezicht en begeleiding van volwassenen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid.
• Laat kinderen niet spelen met het
apparaat.
• Houd kinderen jonger dan 8 jaar buiten bereik van het werkende apparaat.
• Reiniging en onderhoud mag niet worden uitgevoerd door kinderen die niet onder toezicht staan.
• Let erop dat de bereidingszone snel heet worden. Plaats geen lege pannen op de hete zone. Gevaar op oververhitting.
• Vetten en oliën kunnen ontvlammen wanneer ze oververhit raken. Laat het toestel niet onbeheerd wanneer u voedsel bereidt dat olie of vet bevat. Als vet of olie ontvlamt, mag u er nooit water op gooien. Doe het deksel op de pan en schakel de betreffende bereidingszone uit.
• U mag nooit weglopen tijdens het bereidingsproces. Blijf altijd bij een kort bereidingsproces.
• Plaats geen metalen objecten, zoals schalen of bestek, op het fornuis wanneer dit in gebruik is. Ze kunnen namelijk zeer heet worden.
• Houd kinderen jonger dan 8 jaar die niet onder toezicht staan uit de buurt van het apparaat.
154
Page 3
Aanwijzingen
• Steek geen metalen en puntige voorwerpen (bestek of kookgerei) in de gleuven van het apparaat.
• Giet geen water rechtstreeks op hete schalen.
• Houd de ovendeur dicht tijdens het koken.
• Als u voedsel in de oven moet plaatsen of aan het einde van de bereiding, open de deur een aantal seconden lang 5 cm, laat de stoom ontsnappen en open de deur vervolgens helemaal.
• Open de bergruimte (indien van toepassing) niet als de oven aan is en nog heet is.
• De voorwerpen in de bergruimte kunnen na het gebruik van de oven erg heet zijn.
• U MAG GEEN ONTVLAMBARE MATERIALEN GEBRUIKEN OF OPBERGEN IN DE BERGRUIMTE (INDIEN AANWEZIG) OF IN DE BUURT VAN HET TOESTEL.
• SPUIT GEEN AEROSOL IN DE BUURT VAN HET WERKENDE TOESTEL.
• Schakel het apparaat uit na gebruik ervan.
• PAS DIT APPARAAT NIET AAN.
• Gebruik altijd PBM (persoonlijke beschermingsmiddelen) voordat u aan het toestel werkt (installatie, onderhoud, plaatsing of verplaatsing).
• Voordat u aan het toestel werkt, moet u de stroomtoevoer uitschakelen.
• Laat de installatie en technische interventies uitvoeren door gekwalificeerd personeel overeenkomstig de geldende normen.
• Probeer nooit zelf het toestel te repareren zonder tussenkomst van een gekwalificeerde monteur.
• Verwijder de stekker niet uit het stopcontact door aan de kabel te trekken.
• Als het snoer is beschadigd, moet u direct contact opnemen met de technische ondersteuning voor vervanging van de kabel.
NL
155
Page 4
Aanwijzingen
Gevaar voor schade aan het apparaat
• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).
• Gebruik houten of plastic kookgerei.
• Schuif roosters en ovenschalen zo ver mogelijk in de zijgeleiders. De mechanische veiligheidsvergrendelingen die voorkomen dat ze worden verwijderd, moeten naar beneden en de achterkant van de oven zijn gericht.
• Ga niet op het apparaat zitten.
• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.
• Blokkeer niet de ventilatieopeningen en spleten voor warmte-afvoer.
• Laat het apparaat niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waarbij vetten of oliën kunnen vrijkomen. Deze zouden kunnen opwarmen en vlam vatten. Wees voorzichtig.
• Laat geen voorwerpen achter op het kookoppervlak.
• U MAG HET APPARAAT NOOIT ALS VERWARMING GEBRUIKEN.
• Gebruik geen spuitbussen in de buurt van de oven.
• Gebruik geen vaatwerk of plastic houders om voedsel te bereiden.
• Plaats geen verzegelde blikken of containers in de oven.
• Verwijder alle ongebruikte ovenschalen en roosters uit de oven tijdens gebruik.
• Bedek de bodem van de ovenruimte niet met aluminiumfolie.
• Plaats geen potten of ovenschalen rechtstreeks op de bodem van de ovenruimte.
• Als u bakpapier gebruikt, moet u er voor zorgen dat de circulatie van de warme lucht in de oven er niet door wordt verhinderd.
• Gebruik de open deur niet als steun voor potten of schalen door deze te plaatsen op het binnenglas.
• Recipiënten en de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.
156
Page 5
Aanwijzingen
• Alle pannen moeten een effen en regelmatige bodem hebben.
• In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.
• Mors geen zure substanties, zoals citroensap of azijn op het fornuis.
• Zet geen lege pannen of koekenpannen op bereidingszones die aan staan.
• Als barsten of scheuren opgemerkt worden, of als het oppervlak van de glaskeramische plaat breekt, moet het apparaat onmiddellijk uitgeschakeld worden. Schakel de voeding uit en neem contact op met de Technische Dienst.
• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.
• Gebruik geen ruwe, schurende of scherpe metalen schrapers.
• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.
• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).
• Doe de verwijderbare onderdelen, zoals de steunroosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de branderdeksels niet in de vaatwasser.
• Gebruik de deur niet als hefboom om het apparaat in het meubel te plaatsen.
• Oefen niet te veel kracht uit op de geopende deur.
• Gebruik het handvat niet om het apparaat te tillen of te verplaatsen.
Installatie
• DIT APPARAAT MAG NIET WORDEN GEÏNSTALLEERD IN
BOTEN OF CARAVANS.
• Het apparaat mag niet op een voetstuk worden geplaatst.
• Plaats het apparaat in het meubel samen met een tweede persoon.
• Om oververhtitting te voorkomen, mag het apparaat niet worden geïnstalleerd achter een decoratieve deur of paneel.
NL
157
Page 6
Aanwijzingen
• Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.
• Het apparaat moet worden geaard volgens de veiligheidsnormen voor elektrische systemen.
• Gebruik kabels die een temperatuur van minstens 90 °C kunnen verdragen.
• Zet de aansluitklem van de voedingskabels vast met een aandraaimoment van 1,5 - 2 Nm.
Voor dit apparaat
• Voordat u de lamp vervangt, moet het apparaat zijn uitgeschakeld.
• Ga niet steunen of zitten op de geopende deur van het apparaat.
• Controleer of er geen voorwerpen in de deur vastzitten.
1.2 Aansprakelijkheid van de fabrikant
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade aan personen en voorwerpen tengevolge:
• Gebruik van het apparaat dat niet
volgens de instructies is
• Indien de instructies in de
gebruikershandleiding niet worden gevolgd
• Een onderdeel van het apparaat
is gesaboteerd
• Het gebruik van niet-originele
reserveonderdelen.
1.3 Beoogd gebruik
• Dit apparaat is bestemd voor het
bereiden van voedsel in een huiselijke omgeving. Elk ander gebruik is oneigenlijk.
158
• Het apparaat is niet ontworpen
om te functioneren met externe timers of systemen voor afstandsbediening.
Page 7
Aanwijzingen
1.4 Identificatieplaatje
Het identificatieplaatje bevat de technische gegevens, het serienummer en de merknaam van het apparaat. Het plaatje mag in geen geval worden verwijderd.
1.5 Deze gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is een integrerend deel van het apparaat en moet gedurende de volledige levensduur intact en op een voor de gebruiker makkelijk bereikbare plaats worden bewaard.
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt.
1.6 Afdanking
Het apparaat moet gescheiden van ander afval
worden afgedankt (richtlijnen 2002/95/EG, 2002/96/EG, 2003/108/EG). Het apparaat bevat geen stoffen in hoeveelheden die als gevaarlijk voor de gezondheid en het milieu worden beschouwd, conform de actuele Europese richtlijnen.
Afdanking van het apparaat:
• Snijd de voedingskabel door en
verwijder deze samen met de stekker.
Elektrische spanning
Gevaar voor elektrische schok
• Schakel de stroomtoevoer uit.
NL
• Koppel het apparaat af.
159
Page 8
Aanwijzingen
• Ken de apparatuur op het einde van de gebruiksduur toe aan geschikte centra voor de recycling van elektrisch en elektronisch afval, of overhandigen aan de verkoper wanneer een nieuw gelijkaardig apparaat wordt gekocht.
Onze apparaten zijn verpakt in niet­vervuilende en recyclebare materialen.
• Breng het verpakkingsmateriaal naar geschikte centra voor de recycling.
Plastic verpakking
Gevaar voor verstikking
• Laat de verpakking, of delen ervan, niet onbewaakt achter.
• Laat kinderen niet spelen met de plastic zakken.
1.7 De gebruikershandleiding raadplegen
In deze gebruikershandleiding worden de volgende symbolen gebruikt:
Aanwijzingen
Algemeen informatie over de handleiding, de veiligheid en de verwijdering.
Beschrijving
Beschrijving van het apparaat en de accessoires.
Gebruik
Informatie over het gebruik van het apparaat en de accessoires, bereidingstips.
Reiniging en onderhoud
Informatie over de reiniging en het onderhoud van het apparaat.
Installatie
Informatie voor de gekwalificeerde technicus: Installatie, werking en inspectie.
160
Veiligheidsaanwijzingen
Informatie
Advies
1. Volgorde van de gebruiksaanwijzingen.
• Enkele gebruiksaanwijzing.
Page 9
2 Beschrijving
2.1 Algemene beschrijving
Beschrijving
NL
1 Plint 2 Kookplaat 3 Bedieningspaneel 4 Ovenlamp 5 Pakking
6 Deur 7 Ventilator 8 Bergruimte
Niveau van het frame voor
roosters/ovenschalen
161
Page 10
2.2 Kookplaat
Beschrijving
AUX = Hulpbrander SR = Halfsnelle brander
2.3 Bedieningspaneel
1 Klok programmeereenheid
Voor de weergave van de actuele tijd, het instellen van de geprogrammeerde bereidingen en de kookwekker.
2 Temperatuurknop
Met deze knop kunt u de bereidingstemperatuur kiezen.
Draai de knop rechtsom op de gewenste waarde tussen de laagste en de hoogste stand.
R = Snelle brander UR = Ultrasnel
3 Controlelampje
Het controlelampje gaat branden om aan te geven dat de oven wordt opgewarmd. Het gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt. Het knippert regelmatig om aan te geven dat de ingestelde temperatuur binnen de oven behouden blijft.
4 Functieknop
De diverse functies van de oven zijn geschikt voor verschillende bereidingswijzen. Kies de gewenste functie en stel de temperatuur in met de temperatuurknop.
162
Page 11
Beschrijving
5 fornuisknoppen
Voor het ontsteken en regelen van de branders van de kookplaat.
Druk de knoppen in en draai ze linksom op
om de desbetreffende branders te
ontsteken. Regel de vlam door de knoppen te draaien op de zone tussen de hoogste
en de laagste stand.
Draai de knoppen weer op om de branders uit te schakelen.
2.4 Andere onderdelen
Plaatsbare vlakken
Het apparaat beschikt over vlakken om roosters en ovenschalen op verschillende hoogtes te plaatsen. De plaatsbare hoogtes worden begrepen van laag naar hoog (zie 2.1 Algemene beschrijving).
Interne verlichting
Koelventilator
De ventilator koelt de oven en treedt in werking tijdens de bereiding.
De ventilator produceert een regelmatige luchtstroom die aan de achterkant van het apparaat naar buiten stroomt. De ventilator blijft ook nadat het apparaat is uitgeschakeld nog korte tijd functionering.
NL
Blokkeer niet de ventilatieopeningen en spleten voor warmte-afvoer.
De interne verlichting van het apparaat wordt ingeschakeld:
• Wanneer de deur wordt geopend
• Wanneer een functie wordt gekozen, met uitzondering van de functie .
163
Page 12
Beschrijving
2.5 Beschikbare accessoires
Verkleiners.
Nuttig voor klein kookgerei.
Rooster
Nuttig voor het plaatsen van recipiënten met voedsel in bereiding.
Diepe ovenschaal
Draaispit
Nuttig voor het bereiden van kip of voedsel dat uniform moet bereid worden.
Bepaalde modellen zijn niet van alle accessoires voorzien.
De accessoires die met de levensmiddelen in aanraking komen, zijn gemaakt van materialen die overeenstemmen met de bepalingen van de toepasselijke wet.
Nuttig voor het opvangen van vet dat afkomstig is van het voedsel op het rooster erboven.
164
Bij erkende servicecentra kunnen meegeleverde en optionele accessoires worden besteld. Gebruik uitsluitend de originele accessoires die voor de fabrikant worden geleverd.
Page 13
Gebruik
3 Gebruik
Aanwijzingen
De temperatuur in de oven is hoog tijdens gebruik
Gevaar op verbranding
• Houd de ovendeur dicht tijdens het
koken.
• Bescherm uw handen met ovenwanten
wanneer u eten in de oven verplaatst.
• Raak niet de warmte-elementen in de
oven aan.
• Giet geen water rechtstreeks op hete
schalen.
• Houd kinderen jonger dan 8 jaar buiten
bereik van het werkende apparaat.
• Als u voedsel in de oven moet plaatsen
of aan het einde van de bereiding, open de deur een aantal seconden lang 5 cm, laat de stoom ontsnappen en open de deur vervolgens helemaal.
Incorrect gebruik
Gevaar op verbranding
Incorrect gebruik
Risico op beschadiging van oppervlakken
• Bedek de bodem van de ovenruimte niet met aluminiumfolie.
• Als u bakpapier gebruikt, moet u er voor zorgen dat de circulatie van de warme lucht in de oven er niet door wordt verhinderd.
• Plaats geen potten of ovenschalen rechtstreeks op de bodem van de ovenruimte.
• Gebruik de open deur niet als steun voor potten of schalen door deze te plaatsen op het binnenglas.
• Giet geen water rechtstreeks op hete schalen.
• Recipiënten en de vleesroosters moeten binnen de omtrek van de kookplaat geplaatst worden.
• Alle pannen moeten een effen en regelmatige bodem hebben.
• In geval van overstroming of overkoken moet de vloeistof onmiddellijk van de kookplaat verwijderd worden.
NL
• Controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct zijn geplaatst in de houders met de respectievelijke branderdeksels.
• Oververhitte olies en vetten kunnen vlam vatten. Wees voorzichtig.
Hoge temperatuur in de bergruimte
Gevaar op verbranding
• De bergruimte niet openen als de oven functioneert en nog heet is.
• De voorwerpen in de bergruimte kunnen na het gebruik van de oven erg heet zijn.
165
Page 14
Gebruik
De temperatuur in de oven is hoog tijdens gebruik
Brand- of ontploffingsgevaar
• Gebruik geen spuitbussen in de buurt van de oven.
• Laat geen ontvlambaar materiaal in de nabijheid van de oven of in bergruimte achter.
• Gebruik geen vaatwerk of plastic houders om voedsel te bereiden.
• Plaats geen verzegelde blikken of containers in de oven.
• Laat het toestel niet onbewaakt achter tijdens bereidingen waar vetten en oliën kunnen vrijkomen.
• Verwijder alle ongebruikte ovenschalen en roosters uit de oven tijdens gebruik.
Een gaslek kan een explosie veroorzaken.
Als u gas ruikt of de gasleiding is beschadigd.
• Zet direct de gastoevoer uit of sluiten de klep op de gascilinder.
• Blus alle open vlammen en sigaretten.
• Schakel geen stroomschakelaars of apparaten in en verwijder geen stekkers uit stopcontacten. Gebruik geen telefoons of mobiele telefoons in het gebouw.
• Open het raam om de kamer te laten ventileren.
• Bel de klantenservice van uw gasleverancier.
Defecten
De volgende situaties geven een defect aan. Neem contact op met een onderhoudsdienst:
• Vergeling van de branderplaat.
• Beschadiging van kookgerei.
• De branders ontsteken niet goed.
• Het is lastig de branders aan te houden.
• De branders gaan uit wanneer het apparaat wordt gebruikt.
• Het is lastig de gaskleppen te draaien.
Als het apparaat niet goed werkt, kunt u contact opnemen met uw lokale erkende servicecentrum.
Eerste gebruik
1. Verwijder beschermende folie aan de buiten- of binnenkant van het apparaat, inclusief de accessoires.
2. Verwijder eventuele etiketten (behalve het plaatje met de technische gegevens) van de accessoires en uit de ovenruimte.
3. Verwijder en was alle accessoires van het apparaat (zie 4 Reiniging en onderhoud).
4. Verwarm de lege oven op de maximale temperatuur om eventuele productieresten te verwijderen.
166
Page 15
Gebruik
3.1 Om energie te besparen
• U moet de oven alleen voorverwarmen als het recept dit vereist.
• Tenzij anders wordt vermeld op het pakket, moet u bevroren voedsel eerst ontdooien voordat u het in de oven doet.
• Wanneer u meerdere gerechten maakt, kunt u het beste niet alles te gelijk in de oven te doen, zodat u van de voorverwarmde oven kunt profiteren.
• Gebruik bij voorkeur metalen en donkerkleurige bakvormen: deze helpen de warmte beter te absorberen.
• Verwijder alle ongebruikte ovenschalen en roosters uit de oven tijdens gebruik.
• Stop de bereiding enkele minuten voordat de normale kooktijd verstrijkt. De bereiding zal voortgezet worden door de warmte die zich in de oven heeft opgehoopt.
• Open de deur van de oven zo weinig mogelijk, zodat de warmte niet verloren gaat.
• Houd de oven altijd schoon.
3.2 De accessoires gebruiken
Verkleiners.
De verkleiners moeten op het rooster van de kookplaat worden aangebracht. Zorg dat ze correct geplaatst worden.
NL
167
Page 16
Gebruik
Roosters en ovenschalen
Roosters en ovenschalen moeten in de zijgeleiders worden geplaatst tot aan het eindpunt.
De mechanische veiligheidsvergrendelingen die vermijden dat het rooster ongewenst kan worden verwijderd, moeten naar beneden en naar de achterkant van de oven zijn gedraaid.
Breng de roosters en ovenschalen voorzichtig helemaal in de oven aan.
Maak de ovenschalen voor het eerste gebruik schoon om eventuele productieresten te verwijderen.
Draaispit
1. Breng de meegeleverde 4 draagpotten aan in de 4 gaten in de hoeken van de diepe ovenschaal. Draai ze met behulp van een gereedschap (bijv. een schroevendraaier) op de ringen vast.
2. Breng de steunen van het draaispit aan in de draagpotten, zie de onderstaande afbeelding.
168
Page 17
Gebruik
3. Rijg het voedsel op de spies van het draaispit door gebruik te maken van de bijgeleverde vorken. De vorken kunnen bevestigd worden met de bevestigingsschroeven.
4. Plaats de spies van het draaispit op de steunen. Breng de punt van de spies helemaal aan in de zitting van het mechanisme op de linkersteun.
5. Breng de ovenschaal op het eerste vlak aan (zie “Algemene beschrijving”).
6. Breng de punt van de spies in de motor van het draaispit aan de rechterzijde van de oven aan.
NL
Verricht deze handeling bij koude en uitgeschakelde oven.
7. Activeer het draaispit door de
functieknop op te draaien en met de temperatuurknop een
bereidingstemperatuur in te stellen.
Giet een beetje water in de ovenschaal zodat rookvorming wordt vermeden.
169
Page 18
Gebruik
8. Verwijder de ovenschaal met het draaispit als de bereiding is voltooid.
9. Schroef het geleverde handvat vast om het draaispit eenvoudiger te kunnen hanteren.
3.3 De kookplaat gebruiken
De bedieningen en controle-inrichtingen van het apparaat zijn aangebracht op het voorpaneel. Naast elke branderknop is aangegeven welke brander deze knop bedient. Het toestel is uitgerust met een elektrische ontsteking. Druk de knop in en draai deze linksom tot het symbool van de maximale vlam tot de brander wordt ontstoken. Als de brander niet binnen 15 seconden wordt ontstoken, draai de
knop op en wacht 60 seconden voor u het nogmaals probeert. Houd de knop een
aantal seconden ingedrukt als de brander is ontstoken zodat het thermokoppel kan opwarmen.
De brander kan uitgaan wanneer u de knop loslaat: In dit geval is het thermokoppel niet voldoende opgewarmd. Wacht een aantal seconden en herhaal de procedure. Houd de knop langer ingedrukt.
Bij een ongewenste uitschakeling zal een veiligheidsinrichting worden geactiveerd die de gastoevoer onderbreekt, ook als de gaskraan is geopend. Draai de
knop op en wacht minstens 60 seconden voor u de gaspit
weer ontsteekt.
Correcte plaatsing van de vlamverdelers en branderdeksels
Voor u de branders van de kookplaat ontsteekt, controleer of de vlamverdelers met de respectievelijke deksels correct zijn aangebracht in de zittingen. Controleer of de gaten 1 in de vlamverdelers zijn uitgelijnd met de thermokoppels 2 en ontstekers 3.
170
Page 19
Gebruik
Praktische tips voor het gebruik van de kookplaat
Voor een betere efficiëntie van de brander en om het gasverbruik te minimaliseren, gebruik pannen met een deksel die het juiste formaat hebben voor de brander, zodat de vlammen niet onder de pan uit komen. Als de inhoud van de pan kookt, draai de vlam zover omlaag dat de vloeistof niet kan overkoken.
Kookgereidiameters:
• Hulpbrander: 12 - 14 cm.
• Halfsnelle brander: 16 - 24 cm.
• Snelle brander: 18 - 26 cm.
• Ultrasnel: 18 - 28 cm.
3.4 De bergruimte gebruiken
De bergruimte is aan de onderkant van het fornuis aangebracht. Open de bergruimte door de hendel naar u toe te trekken. U kunt de bergruimte gebruiken voor het opbergen van kookgerei of metalen voorwerpen die u voor het gebruik van het apparaat nodig hebt.
3.5 De oven gebruiken
Inschakelen van de oven
Om de oven in te schakelen:
1. Selecteer de gewenste bereidingsfunctie met de functieknop.
2. Selecteer de gewenste temperatuur met de temperatuurknop.
Controleer of op de klok van de programmeereenheid het symbool
van de bereidingsduur wordt weergegeven. De oven kan niet
worden ingeschakeld als dit niet het geval is.
Druk tegelijkertijd op de toetsen
en om de klok van de
programmeereenheid te resetten.
Lijst van functies
Statisch
De warmte wordt gelijktijdig bovenaan en onderaan afgegeven, en maakt dit systeem geschikt voor het bereiden van speciale types van voedsel. De traditionele bereiding, die ook statisch wordt genoemd, is geschikt voor het klaarmaken van één gerecht per keer. Het is ideaal voor alle soorten gebraden vlees, brood en taarten, en het is vooral geschikt voor vet vlees zoals gans en eend.
NL
171
Page 20
Gebruik
Geventileerde onderwarmte
Met de combinatie van de ventilator en enkel de onderwarmte zal de bereiding sneller klaar zijn. Dit systeem wordt aanbevolen voor het steriliseren of voor het voltooien van voedsel dat reeds goed oppervlakkig gaar is, maar nog niet binnenin, en waarvoor dus een gematigde bovenwarmte nodig is. Ideaal voor elk type van voedsel.
In pyrolytische modellen zijn de speciale ontdooi- en rijsfuncties in deze functie samengebracht.
Grill + draaispit
Het draaispit werkt in combinatie met de centrale grillweerstand, zodat het voedsel een perfect goudbruine kleur krijgt.
Grill
Met de warmte die van het grill element komt kunnen uitstekende resultaten bereikt worden, zoals het roosteren van dun en iets dikker vlees, en in combinatie met het draaispit (waar voorzien) wordt aan het einde van de bereiding een uniforme goudbruine kleur verkregen. Ideaal voor worsten, ribbetjes en bacon. Met deze functie kan een grote hoeveelheid voedsel, en vooral vlees, uniform gegrild worden.
Geventileerde grill
De lucht geproduceerd door de ventilator verzacht de sterke warmtegolf van de grill, voor perfect uniform grillen van heel dik voedsel. Ideaal voor grote stukken vlees (bijv. varkensschenkel).
Statisch+ventilator
De werking van de ventilator, gecombineerd met de traditionele bereiding, verzekert ook voor ingewikkelde recepten homogene bereidingen. Ideaal voor koekjes en taarten, die ook gelijktijdig op meerdere niveaus bereid kunnen worden. (Voor bereidingen op meerdere niveaus raden we u aan
om het 2 gebruiken.)
Circulatie + ventilator
Met de combinatie van de ventilator en het luchtcirculatie element (ingebouwd in de ovenruimte) kan verschillend voedsel op meerdere vlakken bereid worden waarvoor dezelfde temperatuur en hetzelfde type van bereiding nodig is. De warmeluchtcirculatie verzekert een onmiddellijke en uniforme verdeling van de warmte. Het zal bijvoorbeeld mogelijk zijn om gelijktijdig (op meerdere vlakken) vis, groenten en koekjes klaar te maken, zonder dat de geur en de smaak gemengd zullen worden.
Eco
Deze functie is vooral geschikt voor bereiding op één plaat met een laag energieverbruik.
Aanbevolen voor alle soorten voedsel, behalve gerechten waarbij veel vocht vrijkomt (zoals groenten).
Om maximale energiebesparing te behalen en de bereidingstijden te verkorten, wordt aanbevolen om het voedsel in de oven te zetten zonder de oven voor te verwarmen.
e
en het 4e niveau te
172
Page 21
Gebruik
Doe de deur niet open tijdens de bereiding wanneer u de ECO­functie gebruikt.
Bereidings- (en voorverwarmings-) tijden zijn langer bij de ECO­functie.
De ECO-functie is een delicatie bereidingsfunctie en wordt aanbevolen voor voedsel dat geschikt is voor temperaturen onder de 210 °C; kies een andere functie als u het voedsel bij hogere temperaturen wilt bereiden.
Vapor Clean
Deze functie vergemakkelijkt het schoonmaken aan de hand van stoom afkomstig van een kleine hoeveelheid water in de daartoe voorziene houder op de bodem.
3.6 Kooktips
Algemeen advies
• Gebruik de geventileerde functie om een gelijkmatige bereiding te bekomen op verschillende niveaus.
• Het is niet mogelijk om de kooktijden te verkorten door de temperatuur te verhogen (het voedsel zou aan de buitenkant goed gebakken kunnen zijn, maar binnenin minder).
NL
Advies voor het bereiden van vleesgerechten
• De kooktijden hangen af van de dikte en van de kwaliteit van het voedsel, en van de smaak van de consument.
• Gebruik een vleesthermometer voor gebraad, of druk met een lepel op het gebraad. Als het gebraad stevig aanvoelt is het klaar, anders moet de bereiding nog een aantal minuten doorgaan.
Advies voor bereidingen met de grill en de geventileerde grill
• Het grillen van vlees kan zowel uitgevoerd worden bij koude als bij voorverwarmde oven, als het resultaat van de bereiding moet gewijzigd worden.
• Bij de functie van de geventileerde grill wordt daarentegen aanbevolen om de oven eerst voor te verwarmen.
• Er wordt aanbevolen om het voedsel in het midden van het rooster te plaatsen.
173
Page 22
Gebruik
• In de grillfunctie is het aanbevolen om de temperatuurknop op de hoogste
waarde in te stellen (symbool ), voor een optimale bereiding.
• Het voedsel moet gekruid worden voordat het wordt bereid. Ook olie of vloeibare boter moet vóór de bereiding toegevoegd worden.
• Gebruik de ovenschaal op het eerste vlak onderaan om de vloeistoffen afkomstig van het grillen op te vangen.
Advies voor het bereiden van gebak en koekjes
• Gebruik bij voorkeur metalen en donkerkleurige bakvormen: deze helpen de warmte beter te absorberen.
• De temperatuur en de tijdsduur van de bereiding hangen af van de kwaliteit en de dikte van het deeg.
• Om te controleren of het gebak helemaal gaar is: Steek aan het einde van de bereiding een satéprikker in het dikste deel van het gebak. Wanneer het deeg niet aan de satéprikker blijft plakken, is het gebak klaar.
• Wanneer het gebak verslapt wanneer het uit de oven wordt gehaald, moet bij de volgende bereiding de temperatuur ongeveer 10 °C lager worden ingesteld, en moet eventueel een langere kooktijd geselecteerd worden.
• Tijdens het bereiden van gebak of groenten kan excessief condens op de ruit gevormd worden. Om dit te vermijden, opent u de deur enkele keren zeer voorzichtig tijdens de bereiding.
Advies voor het ontdooien en het rijzen
• Plaats het ingevroren voedsel zonder de verpakking in een recipiënt zonder deksel op het eerste niveau van de oven.
• Vermijd opeenstapeling van voedingsmiddelen.
• Om vlees te ontdooien kunt u een rooster gebruiken op het tweede niveau, en een ovenschaal op het eerste niveau. Op deze manier blijft het voedsel niet in contact met de vloeistof van de ontdooiing.
• De meest delicate delen kunnen bedekt worden met aluminiumfolie.
• Voor het rijzen wordt aanbevolen om onderin de oven een bakje met water te zetten.
174
Page 23
Gebruik
3.7 Digitale programmeerfunctie
Toets kookwekker
Toets bereidingsduur
Toets einde bereiding
Toets waarde lager
Toets waarde hoger
Controleer of op de klok van de programmeereenheid het symbool
van de bereidingsduur wordt weergegeven. De oven kan niet
worden ingeschakeld als dit niet het geval is.
Druk tegelijkertijd op de toetsen
en om de klok van de
programmeereenheid te resetten.
Instelling van de tijd
De oven kan niet worden ingeschakeld als de tijd niet is ingesteld.
Bij het eerste gebruik of na een stroomonderbreking zullen de cijfers
zal op de display van het
apparaat knipperen.
1. Druk tegelijkertijd op de toetsen en
. De stip tussen de uren en de
minuten knippert.
2. Met de toets of kan de tijd ingesteld worden. Houd de toets
ingedrukt om snel vooruit te gaan.
3. Druk ter bevestiging op de toets of wacht 5 seconden. De stip tussen de
uren en de minuten stopt met knipperen.
4. Het symbool op het display duidt aan dat het apparaat klaar is om de
bereiding te starten.
NL
175
Page 24
Gebruik
Bereiding met tijdinstelling
Met bereiding met tijdinstelling wordt de functie bedoeld waarmee u met de bereiding kunt beginnen, en deze na een ingestelde tijd kan doen eindigen.
1. Selecteer bereidingsfunctie en ­temperatuur, en druk op de toets .
Het display zal de cijfers en
het symbool weergeven tussen de uren en de minuten.
2. Druk op de toetsen of gewenste minuten in te stellen.
3. Wacht ongeveer 5 seconden zonder op een toets te drukken om de functie te activeren. Op het display verschijnt de
actuele tijd samen met de symbolen
en .
4. Na de bereiding worden de verwarmingselementen gedeactiveerd.
Op het display wordt het symbool
uitgeschakeld, knippert het symbool en wordt een geluidssignaal
geactiveerd.
5. Om het geluidssignaal uit te schakelen, moet op eender welke toets van de klok van de programmeereenheid gedrukt worden.
6. Druk tegelijkertijd op de toetsen en
om de klok van de
programmeereenheid te resetten.
Het is niet mogelijk om een bereidingsduur van meer dan 10 uur in te stellen.
Wanneer u na de instelling de resterende tijd wilt weergeven,
moet u op de toets drukken.
Om de ingestelde programmering op nul te stellen, moet tegelijkertijd
op de toetsen en gedrukt worden, en moet de oven manueel
uitgeschakeld worden.
Geprogrammeerde bereiding
Met geprogrammeerde bereiding wordt de functie bedoeld waarmee u op een vooraf bepaalde tijd met de bereiding kan beginnen, om ze na een vooraf ingestelde periode te doen eindigen.
1. Stel de bereidingsduur in zoals beschreven werd in de vorige paragraaf “Bereiding met tijdinstelling”.
2. Druk op de toets . Op het display verschijnt de som van de actuele tijd en
de eerder ingestelde bereidingsduur.
176
Page 25
Gebruik
3. Druk op de toetsen of gewenste minuten in te stellen.
4. Wacht ongeveer 5 seconden zonder op een toets te drukken om de functie te activeren. Op het display verschijnt de
actuele tijd samen met de symbolen
en .
5. Na de bereiding worden de verwarmingselementen gedeactiveerd.
Op het display wordt het symbool
uitgeschakeld, knippert het symbool en wordt een geluidssignaal
geactiveerd.
6. Om het geluidssignaal uit te schakelen, moet op eender welke toets van de klok van de programmeereenheid gedrukt worden.
7. Druk tegelijkertijd op de toetsen en
om de klok van de
programmeereenheid te resetten.
Wanneer u na de instelling de resterende tijd wilt weergeven,
moet u op de toets drukken.
Druk op de toets om het tijdstip waarop de bereiding moet
eindigen weer te geven.
Het annuleren van de ingestelde gegevens
Druk gelijktijdig op de toetsen en om de ingestelde programmeringen op nul
te stellen. Schakel de oven daarna manueel uit als
geen bereiding bezig is.
Kookwekker
De kookwekker onderbreekt de bereiding niet, maar waarschuwt de gebruiker wanneer de ingestelde minuten verstreken zijn.
De kookwekker kan op eender welk ogenblik geactiveerd worden.
1. Druk op de toets . Het display toont
de cijfers en de knipperende
controlelamp weergeven tussen de uren en de minuten.
2. Druk op de toetsen of gewenste minuten in te stellen.
3. Wacht ongeveer 5 seconden zonder een toets in te drukken om de instelling van de kookwekker te beëindigen. Op het display verschijnt de actuele tijd
samen met de symbolen en .
Het is niet mogelijk om een bereidingsduur van meer dan 24 uur in te stellen.
Na de programmering van de kookwekker geeft het display de actuele tijd weer. Om de resterende tijd weer te geven,
moet op de toets gedrukt worden.
Regeling van het volume van het geluidssignaal
Het geluidssignaal heeft 3 verschillende toonhoogten. Druk wanneer het geluidssignaal wordt geproduceerd op de
toets om de instelling te wijzigen.
NL
177
Page 26
Kooktabel
Gebruik
Voedsel
Lasagne Pasta uit de oven
Kalfsgebraad Varkenslende Worstjes Rosbief Gebraden konijn Kalkoenborst
Gebraden
Gebraden kip
Varkenskoteletten Varkensribben Varkensspek Varkensfilet Runderfilet
Zalmforel Zeeduivel Tarbot
Gewicht
(Kg)
3 - 4 Statisch 1 220 - 230 45 - 50 3 - 4 Statisch 1 220 - 230 45 - 50
2 Turbo/Statisch+ventilator 2 180 - 190 90 - 100 2 Turbo/Statisch+ventilator 2 180 - 190 70 - 80
1,5 Geventileerde grill 4 MAX 15
1 Turbo/Statisch+ventilator 2 200 40 - 45
1,5 Circulatie 2 180 - 190 70 - 80
3 Turbo/Statisch+ventilator 2 180 - 190 110 - 120
2 - 3 Turbo/Statisch+ventilator 2 180 - 190 170 - 180
1,2 Turbo/Statisch+ventilator 2 180 - 190 65 - 70
1,5 Geventileerde grill 4 MAX 15 5 1,5 Geventileerde grill 4 MAX 10 10 0,7 Grill 5 MAX 7 8 1,5 Geventileerde grill 4 MAX 10 5
1 Grill 5 MAX 10 7
1,2 Turbo/Statisch+ventilator 2 150 - 160 35 - 40 1,5 Turbo/Statisch+ventilator 2 160 60 - 65 1,5 Turbo/Statisch+ventilator 2 160 45 - 50
Functie
Positie van de
geleider vanaf
onderaan
Temperatuur
(°C)
Tijd (minuten)
Zijde 1 Zijde 2
Pizza Brood Focaccia
Tulband/donut Confituurtaart Ricottataart Confituurtaartjes Paradijstaart Soezen/beignets Cake Rijstpudding Rijsttaart
De tijden die aangeduid worden in de tabel zijn exclusief de voorverwarmingstijden, en zijn indicatief.
1 Turbo/Statisch+ventilator 2 MAX 8 - 9 1 Circulatie 2 190 - 200 25 - 30 1 Turbo/Statisch+ventilator 2 180 - 190 20 - 25
1 Circulatie 2 160 55 - 60 1 Circulatie 2 160 35 - 40 1 Circulatie 2 160 - 170 55 - 60
1 Turbo/Circulatie 2 160 20 - 25 1,2 Circulatie 2 160 55 - 60 1,2 Turbo/Circulatie 2 180 80 - 90
1 Circulatie 2 150 - 160 55 - 60
1 Turbo/Circulatie 2 160 55 - 60 0,6 Circulatie 2 160 30 - 35
178
Page 27
Reiniging en onderhoud
4 Reiniging en onderhoud
Aanwijzingen
Incorrect gebruik
Risico op beschadiging van oppervlakken
• Reinig het apparaat niet met een stoomreiniger.
• Gebruik op de stalen delen of de delen waarvan het oppervlak met metalen afwerkingen werd behandeld (bijv. elektrolytische oxidatie, vernikkeling, verchroming) geen producten die chloor, ammoniak of bleekmiddel bevatten.
• Gebruik geen schurende of bijtende middelen op de glazen onderdelen (bijv. poeders, ontvlekkers of metaalsponsjes).
• Gebruik geen ruwe, schurende of scherpe metalen schrapers.
• Doe de verwijderbare onderdelen, zoals de roosters van de kookplaat, de vlamverdelers en de deksels niet in de vaatwasser.
We raden het gebruik aan van de reinigingsmiddelen die door de fabrikant worden verkocht.
Dagelijkse gewone reiniging
Gebruik altijd specifieke producten, die geen schurende of zure stoffen op chloorbasis bevatten.
Giet het product op een vochtige doek en wrijf het over het oppervlak, spoel zorgvuldig en droog met een zachte doek of microvezeldoekje.
Voedselvlekken of -resten
Gebruik geen staalsponzen of scherpe krabbers zodat de oppervlakken niet worden beschadigd.
Gebruik normale, niet-schurende producten en houten of plastic kookgerei. Spoel zorgvuldig en droog met een zachte doek of microvezeldoekje.
Vermijd om etensresten op basis van suiker (bijv. marmelade) te laten drogen, dit kan het email binnenin aantasten.
Na het reinigen moet u het apparaat goed drogen om te voorkomen dat water of schoonmaakmiddel gaat druppelen en de werking van het apparaat aantast of lelijke vlekken achterlaat.
NL
Reiniging van de oppervlakken
Om de oppervlakken in goede staat te houden, moeten ze na elk gebruik gereinigd worden nadat de oven afgekoeld is.
179
Page 28
Reiniging en onderhoud
4.1 De kookplaat reinigen
Roosters van de kookplaat
Verwijder de roosters en reinig ze in lauw water met een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen. Droog de roosters, en plaats ze weer op de kookplaat.
De roosters staan voortdurend in contact met de vlam, waardoor de glans van de stalen delen die het meest de warmte moeten verdragen mettertijd kan verdwijnen. Dit is een normaal verschijnsel dat de functionaliteit van dit onderdeel absoluut niet schaadt.
Vlamverdelers en deksels
De deksels en de vlamverdelers kunnen verwijderd worden om de reiniging te vergemakkelijken. Reinig deze delen met behulp van heet water en een niet-schurend reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle afzettingen en wacht tot alles perfect droog is. Monteer de vlamverdelers weer, en controleer of ze correct gepositioneerd zijn in de zittingen met de respectievelijke deksels.
Vonkontstekers en thermokoppels
Voor een goede werking moeten de vonkontstekers en de thermokoppels steeds rein gehouden worden. Controleer ze regelmatig, en reinig ze indien nodig met een vochtige doek. Eventuele droge resten moeten verwijderd worden met een houten tandenstoker of met een naald.
Knoppen
Gebruik geen agressieve producten met alcohol of staal- of glasreinigingsproducten voor het reinigen van de knoppen, omdat deze producten blijvende schade kunnen veroorzaken.
De knoppen moeten worden gereinigd met een zachte doek die bevochtigd is met water, en daarna zorgvuldig worden afgedroogd. Ze kunnen worden verwijderd door ze uit hun behuizing te trekken.
180
Page 29
Reiniging en onderhoud
4.2 De deur reinigen
De deur demonteren
Om de reiniging te vergemakkelijken, kunt u de ovendeur verwijderen.
Voor een correcte demontage moet als volgt gehandeld worden:
1. Open de deur volledig en breng de twee pinnen aan in de scharnieren, zie de afbeelding.
2. Pak de deur aan beide kanten met beide handen vast, til de deur met een hoek van ongeveer 30° omhoog en verwijder de deur.
3. Om de deur te hermonteren moeten de scharnieren in de daarvoor bestemde openingen in de oven worden aangebracht, zodat de gleuven A helemaal in de openingen steunen. Breng de deur helemaal omlaag en verwijder de pinnen uit de openingen van de scharnier als de deur is aangebracht.
NL
De ruit van de deur reinigen
Houd de ruit van de deur altijd zorgvuldig schoon. Gebruik absorberend keukenpapier. Verwijder hardnekkig vuil met een vochtige spons en een neutraal reinigingsmiddel.
181
Page 30
Reiniging en onderhoud
De binnenruiten demonteren
Voor een gemakkelijke schoonmaak, kunnen de binnenruiten van de deur worden gedemonteerd.
1. Open de deur.
2. Plaats de klemmen in de gaten in de scharnieren om te voorkomen dat de deur per ongeluk dicht gaat.
3. Trek het achterste gedeelte van het binnenste glazenpaneel voorzichtig omhoog en volg daarbij de beweging die aangegeven wordt door de pijlen (1).
5. Verwijder de tussenruit door ze naar de andere ruit toe op te heffen.
6. Maak de buitenruit schoon, evenals de voorheen verwijderde ruiten. Gebruik absorberend keukenpapier. Verwijder hardnekkig vuil met een vochtige spons en een neutraal reinigingsmiddel.
4. Trek het binnenste glaspaneel uit de
voorste strip (2) om het uit de deur te verwijderen.
182
7. Wanneer u klaar bent met reinigen, plaatst u het middelste glaspaneel terug in zijn behuizing in de deur.
8. Om het binnenste glaspaneel terug te plaatsen, schuift u het bovenste gedeelte in de deurstrip en steekt u de twee achterste pennen in hun zittingen door licht te drukken.
Page 31
Reiniging en onderhoud
4.3 Reiniging van de ovenruimte
Om de ovenruimte in goede staat te houden, moet hij na afkoeling regelmatig gereinigd worden.
Laat geen voedselresten in de ovenruimte opdrogen aangezien daardoor de lak beschadigd kan raken.
Verwijder de uitneembare delen alvorens de ovenruimte te reinigen.
Voor een gemakkelijke schoonmaak is het aanbevolen om het volgende te demonteren:
• De deur
• De geleiderframes voor roosters/ ovenschalen
• De pakking.
Als specifieke reinigingsmiddelen gebruikt worden, beveelt men aan om de oven circa 15-20 minuten op de maximale temperatuur te laten werken om eventuele resten te elimineren.
De geleiderframes voor roosters/ ovenschalen verwijderen
Als de geleiderframes voor de roosters/ ovenschalen worden verwijderd, kan de reiniging van de zijden makkelijker uitgevoerd worden.
Om de geleiderframes voor de roosters/ ovenschalen te verwijderen:
• Trek het frame omhoog naar de binnenkant van de oven om deze uit de gleuf A te halen en schuif hem uit de zittingen B aan de achterkant.
• Herhaal na de reiniging de net beschreven handelingen om de geleiderframes voor de roosters/ ovenschalen weer aan te brengen.
NL
183
Page 32
Reiniging en onderhoud
4.4 Vapor Clean
Vapor Clean is een reinigingsprocedure die de verwijdering van vuil vergemakkelijkt. Dankzij deze procedure is het mogelijk om de binnenkant van de oven zeer makkelijk te reinigen. De vuilresten worden verzacht door de warmte en door de waterdamp, zodat ze later makkelijker verwijderd kunnen worden.
Incorrect gebruik
Risico op beschadiging van oppervlakken
• Verwijder voedselresten of grote vlekken van vorige bereidingen uit de oven.
• Voer deze reinigingsprocedure enkel uit als de oven afgekoeld is.
Voorbereiding
• Giet ongeveer 40 cc water in de ovenschaal. Let op dat het water niet uit de insnijding komt.
• Sproei met een spray een oplossing van water en afwasmiddel op de binnenzijde van de oven. Sproei op de zijwanden, de bovenwand, het bodemvlak en de deflector.
Voordat u de reinigingscyclus Vapor Clean start:
• Verwijder alle accessoires uit de oven.
184
• Sluit de deur.
Er wordt aanbevolen om maximaal 20 maal te sproeien.
Page 33
Reiniging en onderhoud
Instelling van Vapor Clean
1. Draai de functieknop op het symbool en draai de temperatuurknop op het
symbool .
2. Stel een bereidingsduur van 18 minuten in op de klok van de programmeereenheid.
Een enkele seconde na de laatste handeling met de toetsen van de klok, begint de Vapor Clean-reinigingscyclus.
3. Aan het einde van de Vapor Clean-cyclus zal de timer de verwarmingselementen van de oven uitschakelen, zal het geluidssignaal afgaan en zullen de cijfers op het display van de klok­programmeereenheid gaan knipperen.
Einde van de reinigingscyclus Vapor Clean
4. Open de deur en verwijder het minst hardnekkige vuil met een microvezeldoek.
5. Gebruik een krasbestendig sponsje met messingdraden voor hardnekkige aankoekingen.
6. Voor vetresten kunt u een specifiek ovenreinigingsproduct gebruiken.
7. Verwijder het resterende water uit de oven.
Voor een betere hygiëne en om te vermijden dat het voedsel een onaangename geur krijgt, wordt aanbevolen om de oven te drogen door een geventileerde functie ongeveer 10 minuten in te schakelen op 160 °C.
4.5 Buitengewoon onderhoud
Demontage en hermontage van de pakking
De pakking demonteren:
• Maak de haken in de 4 hoeken en in het midden los en trek aan de pakking.
NL
De pakking hermonteren:
• Plaats de haken in de 4 hoeken en in het midden op de pakking.
Advies voor het onderhoud van de pakking
De pakking moet elastisch en zacht zijn.
• Gebruik een niet-schurende spons en lauwwarm water om de pakking te wassen.
Draag rubberen handschoenen tijdens deze bewerkingen.
Om de delen die moeilijk te bereiken zijn makkelijker met de hand te kunnen schoonmaken, raden wij aan om de deur te verwijderen.
185
Page 34
Reiniging en onderhoud
De interne lamp vervangen
Onderdelen onder spanning
Gevaar voor elektrische schok
• Koppel het apparaat af.
In de ovenruimte is een 40W-lamp aangebracht.
1. Verwijder alle accessoires uit de oven.
2. Verwijder de geleiderframes voor roosters/ovenschalen.
3. Demonteer het lampenkapje met gereedschap (bijv. schroevendraaier).
Zorg ervoor dat het email op de wanden van de ovenruimte geen krassen oplopen.
4. Trek de lamp naar buiten en demonteer hem.
Raak de halogeenlamp niet met uw vingers aan, maar wikkel er isolatiemateriaal omheen.
5. Breng de nieuwe lamp aan.
6. Hermonteer het deksel. Keer de geprofileerde binnenkant van het glas (A) naar de deur.
186
7. Druk het lampenkapje helemaal aan tot het perfect op de fitting past.
Page 35
Installatie
5 Installatie
5.1 Gasaansluiting
Gaslek
Ontploffingsgevaar
• Controleer na een willekeurige handeling of de gasaansluitingen met een aandraaimoment van 10 Nm tot 15 Nm zijn vastgezet.
• Gebruik, waar nodig, een drukregelaar die voldoet aan de van kracht zijnde norm.
• Controleer aan het einde van de installatie met een zeepoplossing, maar nooit met een vlam, of de aansluitingen lekken.
• De installatie met een slang moet zodanig uitgevoerd worden dat de slang niet langer is dan 2 meter voor de maximale uitrekking voor stalen slangen en 1,5 meter voor rubberen slangen.
• De leidingen mogen de bewegende onderdelen niet raken en mogen op geen enkele manier bekneld kunnen raken.
Algemene informatie
De aansluiting op het gasnet kan worden uitgevoerd met een stalen slang op een rechte wand en volgens de geldende normen. Het toestel is vooringesteld voor natuurgas G20 (2H) met een druk van 20 mbar. Raadpleeg voor de toevoer van andere soorten gas het hoofdstuk "5.2 Aanpassen aan de verschillende gastypen". De gastoevoerverbinding heeft een schroefdraad ½” gas extern (ISO 228-1).
Aansluiting met een rubberen slang
Verifieer of aan de volgende voorwaarden is voldaan:
• de slang is aangesloten op de slangconnector met veiligheidsklemmen;
• geen enkel deel van de slang de warme wanden (max. 50 °C) raakt;
• de slang niet strak staat en niet wordt afgekneld of verbogen;
• de slang geen scherpe voorwerpen of randen raakt;
• probeer de slang niet te repareren als deze niet perfect luchtdicht is en gas lekt, maar vervang deze door een nieuwe slang;
• controleer of de houdbaarheidsdatum van de slang niet is verstreken (aangegeven op de slang).
Verricht de aansluiting op het gasnet met behulp van een rubberen slang waarvan de specificaties overeenstemmen met de actuele normen (controleer of de referentienorm op de slang is aangegeven).
NL
187
Page 36
Installatie
Schroef de slangaansluiting 3 zorgvuldig op de gasaansluiting van het toestel 1 (schroefdraad ½” ISO 228-1), en breng daartussen de pakking 2 aan. De slangaansluiting 4 kan, afhankelijk van de diameter van de gebruikte slang, ook worden bevestigd op de slangaansluiting 3. Nadat u de slangconnector(s) hebt vastgezet, drukt u de gasslang 6 op de slangconnector en bevestigt u deze met de klem 5 die voldoet aan de geldende norm.
De aansluiting met een rubberen slang die aan de actuele normen voldoet is uitsluitend toegestaan als de slang over de hele lengte kan worden gecontroleerd.
De binnendiameter van de slang is 8 mm voor LPG en 13 mm voor aard- en stadsgas.
Aansluiting met een stalen slang
Maak de aansluiting op het gasnet met een stalen slang op een rechte muur die voldoet aan de geldende norm.
Schroef de slangaansluiting 3 zorgvuldig op de gasaansluiting van het toestel 1 en breng daartussen de pakking 2 aan.
Aansluiting met een stalen slang met bajonetaansluiting
Verricht de aansluiting op het gasnet met een stalen slang met een bajonetaansluiting die overeenstemt met B.S. 669. Breng isolatiemateriaal aan op het schroefdraad van de gasslangaansluiting 4 en draai de adapter 3 aan. Schroef de aansluiting zorgvuldig op de gasaansluiting 1van het toestel en breng daartussen de pakking 2 aan.
188
Page 37
Installatie
Aansluiten op LPG
Gebruik een drukregelaar en verricht de aansluiting op de gasfles volgens de richtlijnen in de geldende normen.
De toevoerdruk moet voldoen aan de waarden in de tabel “Gastypen en landen”.
Aansluiting met een stalen slang met kegelarmatuur
Maak de aansluiting op het gasnet met een stalen slang op een rechte muur die voldoet aan de geldende norm.
Schroef de slangaansluiting 3 zorgvuldig op de gasaansluiting 1 van het toestel (schroefdraad ½” ISO 228-1), en breng daartussen de pakking 2 aan. Breng isolatiemateriaal aan op het schroefdraad van de aansluiting 3 en draai de stalen slang 4 vast op de aansluiting 3.
Ventilatie van de vertrekken
Installeer het apparaat in een ruimte met permanente ventilatie volgens de geldende normen. In de ruimte waar het apparaat is geïnstalleerd, moet voldoende luchttoevoer aanwezig zijn voor een regelmatige gasverbranding en luchtverversing van de ruimte zelf. De luchtinlaatopeningen, die beschermd worden door roosters, moeten afmetingen conform de van kracht zijnde normen hebben, en moeten zodanig geplaatst zijn dat ze niet, ook niet gedeeltelijk, verstopt worden.
De ruimte moet goed geventileerd worden gehouden om de warmte en vochtigheid die door het koken ontstaan te verwijderen: Met name na langer gebruik is het raadzaam een raam te openen of de snelheid van ventilatoren te verhogen.
Afvoer van de verbrandingsproducten
Dit apparaat is niet aangesloten op een uitlaatsysteem voor verbrandingsproducten. Het moet worden geïnstalleerd en aangesloten in overeenstemming met de geldende installatievoorschriften. Er moet speciale aandacht worden besteed aan de geldende normen voor ventilatie.
NL
De afvoer van de verbrandingsproducten moet verzekerd worden door middel van afzuigkappen, die aangesloten zijn op een rookkanaal met een efficiënte trek of met een geforceerde afzuiging.
189
Page 38
Installatie
Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldig worden ontworpen door een specialist en moet worden uitgevoerd volgens de posities en de afstanden die zijn voorgeschreven.
Na de handeling moet de installateur een conformiteitscertificaat afgeven.
1 Extractie door middel van een afzuigkap 2 Extractie zonder afzuigkap
A Extractie via enkel rookkanaal met
natuurlijke trek. B Extractie via enkel rookkanaal met
ventilator. C Extractie naar buiten met elektrische
ventilator op de wand of in het venster
D Extractie naar buiten via de wand
5.2 Aanpassen aan de verschillende gastypen
Het apparaat is vooringesteld voor aardgas G20 onder een druk van 20 mbar.
Verkeerde installatie
Gevaar voor storingen
• Maak bij de aanpassing aan het
Stadsgas G110 – 8 mbar (categorie 1a) geen gebruik van de geleverde branders, maar bestel de kit G110­branders bij de Technische assistentie.
Wanneer andere gastypes worden gebruikt, moeten de straalpijpen op de branders vervangen worden en moet de minimum vlam op de gaskranen geregeld worden.
Gasmondstukken vervangen
1. Verwijder de roosters, branderdeksels en
vlamverdelers om bij de branders te kunnen komen.
Lucht
Verbrandingsproducten
Ventilator
190
2. Vervang de mondstukken met behulp van
een 7 mm ratel voor het gas dat wordt
Page 39
Installatie
gebruikt (Zie Tabel eigenschappen brander en gasmondstuk).
3. Zet de branders terug in de houders.
De minimuminstelling voor aard- of stadsgas aanpassen
Ontsteek de brander en draai hem op de laagste stand. Verwijder de knop van de gaskraan en draai aan de stelschroef naast het staafje van de kraan (afhankelijk van het model) tot de correcte minimum vlam is verkregen.
Hermonteer de knop en controleer of de vlam van de brander stabiel is. Draai de knop snel van de hoogste naar de laagste stand: De vlam mag niet uitgaan. Herhaal deze handeling op alle gaskranen.
De minimum afstelling voor LPG afstellen
Draai de schroef naast het staafje van de kraan met de klok mee.
Vervang het plaatje met de gasinstelling op het apparaat door het plaatje behorende bij de nieuwe gasinstelling als de gasinstelling is gewijzigd en niet langer met de oorspronkelijke fabrieksinstelling overeenstemt. Het etiket is bij de straalpijpen gevoegd (indien aanwezig).
De gaskranen smeren
Na verloop van tijd is het mogelijk dat de gaskranen moeilijk draaien en vastlopen. Maak ze in dit geval van binnen schoon en vervang het smeermiddel.
Laat gaskranen smeren door een gespecialiseerd technicus.
NL
191
Page 40
Gastypen en landen
Gastypen IT GB-IE FR-BE DE AT NL ES PT SE RU DK PL HU
1 Natuurgas G20 G20 20 mbar G20/25 20/25 mbar 2 Natuurgas G20 G20 25 mbar 3 Natuurgas G25 G25 25 mbar 4 Natuurgas G25.1 G25.1 25 mbar 5 Natuurgas G25 G25 20 mbar 6 Natuurgas G27 G27 20 mbar 7 Natuurgas G2.350 G2.350 13 mbar 8 LPG G30/31 G30/31 28/37 mbar G30/31 30/37 mbar G30/31 30/30 mbar 9 LPG G30/31 G30/31 37 mbar 10 LPG G30/31 G30/31 50 mbar 11 Stadsgas G110 G110 8 mbar 12 Stadsgas G120 G120 8 mbar
Installatie
• • •• ••••••
••
••
••
••
••
192
Het is mogelijk om de gastypen vast te stellen die in het land van installatie van het toestel beschikbaar zijn. Raadpleeg het nummer op de voorpagina om de correcte waarden te kunnen opsporen in de “Tabel met kenmerken van de branders en gasmondstukken”.
Page 41
Installatie
Tabel met kenmerken van de branders en gasmondstukken
1 Natuurgas G20 AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W) 2 Natuurgas G20 – 25 mbar AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W) 3 Natuurgas G25 – 25 mbar AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W) 4 Natuurgas G25.1 – 25 mbar AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W) 5 Natuurgas G25 – 20 mbar AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W) 6 Natuurgas G27 – 20 mbar AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W) 7 Natuurgas G2.350 – 13 mbar AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W)
1,0 1,8 2,9 4,0
72 94 115 145 (X) (Y) (Y) (Z)
400 500 800 1600
1,0 1,8 2,9 4,0
72 94 113 135 (X) (Z) (H8) (S)
400 500 800 1600
1,0 1,8 2,8 4,0
72 94 115 148 (X) (Y) (Y) (F3)
400 500 800 1600
1,0 1,8 2,9 4,0
77 100 134 152
(F1) (Y) (F3) (F3)
400 500 800 1600
1,0 1,8 2,9 3,9
77 100 134 152
(F1) (Y) (F3) (F3)
400 500 800 1600
1,0 1,8 2,9 3,9
77 105 138 158
(F1) (Y) (F3) (F3)
400 500 800 1600
1,0 1,8 2,9 4,0
94 120 165 210 (Y) (Y) (F3) (H3)
400 500 800 1600
NL
193
Page 42
Installatie
8 LPG G30/31 AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W) Nominale stroomsnelheid G30 (g/h) Nominale stroomsnelheid G31 (g/h) 9 LPG G30/G31 – 37 mbar AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W) Nominale stroomsnelheid G30 (g/h) Nominale stroomsnelheid G31 (g/h) 10 LPG G30/G31 – 50 mbar AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W) Nominale stroomsnelheid G30 (g/h) Nominale stroomsnelheid G31 (g/h) 11 Stadsgas G110 – 8 mbar AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W) 12 Stadsgas G120 – 8 mbar AUX SR R UR Nominaal verwarmingsvermogen (kW) Diameter straalpijp (1/100 mm) Voorkamer (gedrukt op straalpijp) Verminderde stroomsnelheid (W)
De straalpijpen die niet worden bijgeleverd, kunnen gevonden worden bij de Erkende Assistentiecentra.
1,0 1,75 2,9 4,0 50 65 85 102
-- - -
400 500 800 1600
73 127 211 291 71 125 207 286
1,0 1,8 2,9 4,0 50 65 81 94
-- - -
450 550 800 1600
73 131 211 291 71 129 207 286
1,0 1,8 2,9 3,8
43 58 74 77 (H2) (M) (Z) (F4) 400 500 800 1600
73 131 211 291
71 129 207 286
1,0 1,8 2,8 3,8
145 185 260 340 (/8) (/2) (/3) (/13) 400 500 800 1400
1,0 1,8 2,9 3,8 145 185 260 315 (/8) (/2) (/3) ­400 500 800 1400
194
OPGELET: Maak bij de aanpassing aan het Stadsgas G110 – 8 mbar (categorie 1a) geen gebruik van de geleverde branders, maar bestel de kit G110-branders bij de Technische assistentie.
Page 43
Installatie
5.3 Plaatsing
Zwaar apparaat
Pletgevaar
• Plaats het apparaat in het meubel samen met een tweede persoon.
Druk op de open deur
Gevaar voor beschadiging van het apparaat
• Gebruik de deur niet als hefboom om het apparaat in het meubel te plaatsen.
• Oefen niet te veel kracht uit op de geopende deur.
Warmteontwikkeling tijdens werking van het apparaat
Brandgevaar
• Fineerbewerkingen, kleefstoffen of plastic bekledingen van aangrenzende meubels moeten warmtebestendig zijn (minstens 90 °C).
Alle wandeenheden die worden geïnstalleerd boven het werkblad van het apparaat op moeten minstens Y mm erboven worden geplaatst. Bij gebruik van een afzuigkap boven de kookplaat dient de gebruiksaanwijzing van de afzuigkap te worden geraadpleegd om de correcte afstand te bepalen.
X 50 mm Y 750 mm
NL
Dit apparaat behoort naargelang het installatietype tot de klasse:
Het apparaat kan geïnstalleerd worden tegen wanden die hoger zijn dan het werkblad, op een minimum afstand van X mm van de zijkant van het apparaat, zoals wordt aangeduid in de afbeeldingen
A and C betreffende de installatieklassen.
A - Klasse 1
(Apparaat vrije installatie)
195
Page 44
Installatie
Afmetingen apparaat
A 900 mm
B - Klasse 2 subklasse 1
(Apparaat vrije installatie)
C - Klasse 2 subklasse 1
(Apparaat vrije installatie)
Het apparaat moet volgens de van kracht zijnde normen geïnstalleerd worden door een gekwalificeerd technicus.
B 600 mm
1
C
min. 150 mm
D 900 - 915 mm H 750 mm
I 450 mm
2
L
1
Minimumafstand van zijwanden of ander
900 mm
ontvlambaar materiaal.
2
Minimumbreedte van kastje (=A).
196
Page 45
Installatie
Afmetingen van het apparaat: locaties van gas- elektrische aansluitingen (mm)
A 124
B 38 C 42 D 634
F min. 105 - max. 160
Plaatsing en nivellering
Zwaar apparaat
Gevaar voor beschadiging van het apparaat
• Plaats eerst de voorste en daarna de achterste pootjes.
• Nadat de gas- en de elektrische aansluiting is uitgevoerd, moeten de vier bijgeleverde voetjes van het apparaat vastgedraaid worden.
NL
H 776
L 898
E = Elektrische aansluiting G = Gasaansluiting
Voor de stabiliteit is het absoluut noodzakelijk dat het apparaat correct op de ondergrond genivelleerd wordt.
• Schroef de pootjes aan de onderkant los of vast tot het apparaat stabiel staat en genivelleerd is.
197
Page 46
Installatie
Bevestiging aan de wand
Om omvallen van het apparaat te voorkomen, moeten de stabilisatoren worden geïnstalleerd.
1. Schroef het bevestigingsplaatje aan de achterkant van het apparaat aan de muur vast.
3. Assembleer de bevestigingsbeugel.
4. Lijn de onderkant van de haak van de bevestigingsbeugel uit met de onderkant van de rand van het bevestigingsplaatje aan de muur.
2. Regel de hoogte van de 4 pootjes.
198
Page 47
Installatie
5. Lijn de onderkant van de bevestigingsbeugel uit met de grond en draai de schroeven op de vastgestelde punten vast.
6. Houd tussen de zijkant van het apparaat en de gaten van de beugel 50 mm vrij.
7. Plaats de beugel op de muur en geef de punten aan waar gaten in de muur moeten worden geboord.
NL
8. Boor de gaten. Zet de beugel met pluggen en schroeven aan de muur vast.
9. Duw het fornuis naar de muur en breng tegelijkertijd de beugel aan in het plaatje dat aan de achterkant van het apparaat is aangebracht.
199
Page 48
Installatie
Montage van de plint
De bijgeleverde plint is een integrerend deel van het product. Ze moet op het apparaat bevestigd worden voordat het apparaat zelf wordt geïnstalleerd.
De plint moet steeds correct gepositioneerd en bevestigd worden op het apparaat.
1. Draai de 2 moeren B achter het vlak los.
2. Positioneer de plint zodanig boven het
vlak dat de pinnen C overeenkomen met de openingen D.
3. Bevestig de plint op het vlak door de
schroeven A vast te draaien.
5.4 Elektrische aansluiting
Elektrische spanning
Gevaar voor elektrische schok
• Laat het apparaat aansluiten door gekwalificeerd technisch personeel.
• Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen.
• Het apparaat moet worden geaard volgens de veiligheidsnormen voor elektrische systemen.
• Schakel de stroomtoevoer uit.
• Verwijder de stekker niet uit het stopcontact door aan de kabel te trekken.
• Gebruik kabels die een temperatuur van minstens 90 °C kunnen verdragen.
• Zet de schroeven van het aansluitblok vast met een aandraaimoment van 1,5 ­2 Nm.
Algemene informatie
200
Vergelijk de roosterkenmerken met de gegevens op het plaatje.
Het identificatieplaatje met de technische gegevens, het serienummer en de markering is zichtbaar op het apparaat aangebracht.
Dit plaatje mag nooit verwijderd worden. Voorzie de aarding met een kabel van
minimaal 20 mm langer dan de andere.
Page 49
Installatie
Het apparaat kan op de volgende manieren functioneren:
220-240 V 1N~
Met een driepolige kabel 3 x 1,5 mm².
De bovenstaande waarden verwijzen naar de doorsnede van de interne conductor.
De genoemde voedingskabels hebben afmetingen die rekening houden met de gelijktijdigheidsfactor (conform de norm EN 60335-2-6).
Vaste aansluiting
Plaats een meerpolige onderbreking voor de voeding, overeenkomstig de installatievoorschriften.
De stroomonderbreker moet gemakkelijk bereikbaar zijn, in de buurt van het apparaat.
Aansluiting met stekker en stopcontact
Controleer of de stekker en het stopcontact van hetzelfde type zijn.
Gebruik geen adapters, wandcontactdozen of verlengsnoeren, omdat ze oververhitting en brand zouden kunnen veroorzaken.
NL
201
Page 50
Installatie
5.5 Aanwijzingen voor de installateur
• De stekker moet na de installatie
bereikbaar blijven. U mag de voedingskabel niet afknellen of buigen.
• Het apparaat moet worden
geïnstalleerd volgens de installatieschema’s.
• Probeer de elleboog met schroefdraad
niet van de armatuur te schroeven of te forceren. U kunt anders dit deel van het apparaat beschadigen, waardoor de fabrieksgarantie vervalt.
• Gebruik zeep en water om op
gaslekken op alle aansluitingen te te controleren. Gebruik GEEN open vlam wanneer u naar lekken zoekt.
• Draai alle branders apart aan en
daarna allemaal tegelijk om te controleren of de gasklep, brander en ontsteking goed werken.
• Draai de branderknoppen naar de
laagste stand en controleer of de vlam stabiel is voor elke aparte brander en alle branders samen.
• Als het apparaat niet correct werkt nadat
alle controles zijn uitgevoerd, moet u contact opnemen met uw lokale erkende servicecentrum.
• Nadat het apparaat is geïnstalleerd,
moet u de gebruiker uitleggen hoe het moet worden gebruikt.
202
Loading...