We raden aan deze handleiding aandachtig door te lezen, omdat ze alle aanwijzingen
bevat om de esthetische en functionele kwaliteiten van het apparaat te behouden.
Raadpleeg de website voor verdere informatie over dit product: www.smeg.com
153
Page 2
Aanwijzingen
1 Aanwijzingen
1.1 Algemene
veiligheidsinstructies
Risico op persoonlijk letsel
• Het apparaat en de bereikbare
delen ervan worden zeer heet
tijdens het gebruik. Raak geen
verwarmde delen aan tijdens
gebruik van het apparaat.
• Bescherm de handen met behulp
van ovenwanten bij het hanteren
van voedsel in de oven.
• Probeer geen brand of vlammen
te doven met water: Schakel het
apparaat uit en bedek de vlam
met een deksel of een
brandwerende deken.
• Gebruik van dit apparaat door
kinderen vanaf 8 jaar, personen
met beperkte fysieke, zintuiglijke
of mentale capaciteiten of met
een gebrek aan ervaring of
kennis is alleen toegestaan onder
toezicht en begeleiding van
volwassenen die verantwoordelijk
zijn voor hun veiligheid.
• Laat kinderen niet spelen met het
apparaat.
• Houd kinderen jonger dan 8 jaar
buiten bereik van het werkende
apparaat.
• Reiniging en onderhoud mag niet
worden uitgevoerd door kinderen
die niet onder toezicht staan.
• Let erop dat de bereidingszone
snel heet worden. Plaats geen
lege pannen op de hete zone.
Gevaar op oververhitting.
• Vetten en oliën kunnen
ontvlammen wanneer ze
oververhit raken. Laat het toestel
niet onbeheerd wanneer u
voedsel bereidt dat olie of vet
bevat. Als vet of olie ontvlamt,
mag u er nooit water op gooien.
Doe het deksel op de pan en
schakel de betreffende
bereidingszone uit.
• U mag nooit weglopen tijdens het
bereidingsproces. Blijf altijd bij
een kort bereidingsproces.
• Plaats geen metalen objecten,
zoals schalen of bestek, op het
fornuis wanneer dit in gebruik is.
Ze kunnen namelijk zeer heet
worden.
• Houd kinderen jonger dan 8 jaar
die niet onder toezicht staan uit
de buurt van het apparaat.
154
Page 3
Aanwijzingen
• Steek geen metalen en puntige
voorwerpen (bestek of kookgerei)
in de gleuven van het apparaat.
• Giet geen water rechtstreeks op
hete schalen.
• Houd de ovendeur dicht tijdens
het koken.
• Als u voedsel in de oven moet
plaatsen of aan het einde van de
bereiding, open de deur een
aantal seconden lang 5 cm, laat
de stoom ontsnappen en open
de deur vervolgens helemaal.
• Open de bergruimte (indien van
toepassing) niet als de oven aan
is en nog heet is.
• De voorwerpen in de bergruimte
kunnen na het gebruik van de
oven erg heet zijn.
• U MAG GEEN ONTVLAMBARE
MATERIALEN GEBRUIKEN OF
OPBERGEN IN DE
BERGRUIMTE (INDIEN
AANWEZIG) OF IN DE BUURT
VAN HET TOESTEL.
• SPUIT GEEN AEROSOL IN DE
BUURT VAN HET WERKENDE
TOESTEL.
• Schakel het apparaat uit na
gebruik ervan.
• PAS DIT APPARAAT NIET AAN.
• Gebruik altijd PBM (persoonlijke
beschermingsmiddelen) voordat u
aan het toestel werkt (installatie,
onderhoud, plaatsing of
verplaatsing).
• Voordat u aan het toestel werkt,
moet u de stroomtoevoer
uitschakelen.
• Laat de installatie en technische
interventies uitvoeren door
gekwalificeerd personeel
overeenkomstig de geldende
normen.
• Probeer nooit zelf het toestel te
repareren zonder tussenkomst
van een gekwalificeerde monteur.
• Verwijder de stekker niet uit het
stopcontact door aan de kabel te
trekken.
• Als het snoer is beschadigd, moet
u direct contact opnemen met de
technische ondersteuning voor
vervanging van de kabel.
NL
155
Page 4
Aanwijzingen
Gevaar voor schade aan het
apparaat
• Gebruik geen schurende of
bijtende middelen op de glazen
onderdelen (bijv. poeders,
ontvlekkers of metaalsponsjes).
• Gebruik houten of plastic
kookgerei.
• Schuif roosters en ovenschalen zo
ver mogelijk in de zijgeleiders.
De mechanische
veiligheidsvergrendelingen die
voorkomen dat ze worden
verwijderd, moeten naar
beneden en de achterkant van de
oven zijn gericht.
• Ga niet op het apparaat zitten.
• Reinig het apparaat niet met een
stoomreiniger.
• Blokkeer niet de
ventilatieopeningen en spleten
voor warmte-afvoer.
• Laat het apparaat niet onbewaakt
achter tijdens bereidingen
waarbij vetten of oliën kunnen
vrijkomen. Deze zouden kunnen
opwarmen en vlam vatten. Wees
voorzichtig.
• Laat geen voorwerpen achter op
het kookoppervlak.
• U MAG HET APPARAAT NOOIT
ALS VERWARMING
GEBRUIKEN.
• Gebruik geen spuitbussen in de
buurt van de oven.
• Gebruik geen vaatwerk of plastic
houders om voedsel te bereiden.
• Plaats geen verzegelde blikken of
containers in de oven.
• Verwijder alle ongebruikte
ovenschalen en roosters uit de
oven tijdens gebruik.
• Bedek de bodem van de
ovenruimte niet met
aluminiumfolie.
• Plaats geen potten of
ovenschalen rechtstreeks op de
bodem van de ovenruimte.
• Als u bakpapier gebruikt, moet u
er voor zorgen dat de circulatie
van de warme lucht in de oven er
niet door wordt verhinderd.
• Gebruik de open deur niet als
steun voor potten of schalen door
deze te plaatsen op het
binnenglas.
• Recipiënten en de vleesroosters
moeten binnen de omtrek van de
kookplaat geplaatst worden.
156
Page 5
Aanwijzingen
• Alle pannen moeten een effen en
regelmatige bodem hebben.
• In geval van overstroming of
overkoken moet de vloeistof
onmiddellijk van de kookplaat
verwijderd worden.
• Mors geen zure substanties, zoals
citroensap of azijn op het fornuis.
• Zet geen lege pannen of
koekenpannen op
bereidingszones die aan staan.
• Als barsten of scheuren
opgemerkt worden, of als het
oppervlak van de glaskeramische
plaat breekt, moet het apparaat
onmiddellijk uitgeschakeld
worden. Schakel de voeding uit
en neem contact op met de
Technische Dienst.
• Reinig het apparaat niet met een
stoomreiniger.
• Gebruik geen ruwe, schurende of
scherpe metalen schrapers.
• Gebruik op de stalen delen of de
delen waarvan het oppervlak met
metalen afwerkingen werd
behandeld (bijv. elektrolytische
oxidatie, vernikkeling,
verchroming) geen producten die
chloor, ammoniak of bleekmiddel
bevatten.
• Gebruik geen schurende of
bijtende middelen op de glazen
onderdelen (bijv. poeders,
ontvlekkers of metaalsponsjes).
• Doe de verwijderbare
onderdelen, zoals de
steunroosters van de kookplaat,
de vlamverdelers en de
branderdeksels niet in de
vaatwasser.
• Gebruik de deur niet als hefboom
om het apparaat in het meubel te
plaatsen.
• Oefen niet te veel kracht uit op de
geopende deur.
• Gebruik het handvat niet om het
apparaat te tillen of te
verplaatsen.
Installatie
• DIT APPARAAT MAG NIET
WORDEN GEÏNSTALLEERD IN
BOTEN OF CARAVANS.
• Het apparaat mag niet op een
voetstuk worden geplaatst.
• Plaats het apparaat in het meubel
samen met een tweede persoon.
• Om oververhtitting te voorkomen,
mag het apparaat niet worden
geïnstalleerd achter een
decoratieve deur of paneel.
NL
157
Page 6
Aanwijzingen
• Laat het apparaat aansluiten door
gekwalificeerd technisch
personeel.
• Het apparaat moet worden
geaard volgens de
veiligheidsnormen voor
elektrische systemen.
• Gebruik kabels die een
temperatuur van minstens 90 °C
kunnen verdragen.
• Zet de aansluitklem van de
voedingskabels vast met een
aandraaimoment van 1,5 - 2 Nm.
Voor dit apparaat
• Voordat u de lamp vervangt, moet
het apparaat zijn uitgeschakeld.
• Ga niet steunen of zitten op de
geopende deur van het
apparaat.
• Controleer of er geen
voorwerpen in de deur vastzitten.
1.2 Aansprakelijkheid van de
fabrikant
De fabrikant kan niet aansprakelijk
worden gesteld voor schade aan
personen en voorwerpen
tengevolge:
• Gebruik van het apparaat dat niet
volgens de instructies is
• Indien de instructies in de
gebruikershandleiding niet
worden gevolgd
• Een onderdeel van het apparaat
is gesaboteerd
• Het gebruik van niet-originele
reserveonderdelen.
1.3 Beoogd gebruik
• Dit apparaat is bestemd voor het
bereiden van voedsel in een
huiselijke omgeving. Elk ander
gebruik is oneigenlijk.
158
• Het apparaat is niet ontworpen
om te functioneren met externe
timers of systemen voor
afstandsbediening.
Page 7
Aanwijzingen
1.4 Identificatieplaatje
Het identificatieplaatje bevat de
technische gegevens, het
serienummer en de merknaam van
het apparaat. Het plaatje mag in
geen geval worden verwijderd.
1.5 Deze gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is een
integrerend deel van het apparaat
en moet gedurende de volledige
levensduur intact en op een voor de
gebruiker makkelijk bereikbare
plaats worden bewaard.
Lees deze gebruiksaanwijzing
aandachtig voordat u het apparaat
voor het eerst gebruikt.
1.6 Afdanking
Het apparaat moet
gescheiden van ander afval
worden afgedankt (richtlijnen
2002/95/EG, 2002/96/EG,
2003/108/EG). Het apparaat
bevat geen stoffen in hoeveelheden
die als gevaarlijk voor de
gezondheid en het milieu worden
beschouwd, conform de actuele
Europese richtlijnen.
Afdanking van het apparaat:
• Snijd de voedingskabel door en
verwijder deze samen met de
stekker.
Elektrische spanning
Gevaar voor elektrische
schok
• Schakel de stroomtoevoer uit.
NL
• Koppel het apparaat af.
159
Page 8
Aanwijzingen
• Ken de apparatuur op het einde
van de gebruiksduur toe aan
geschikte centra voor de
recycling van elektrisch en
elektronisch afval, of
overhandigen aan de verkoper
wanneer een nieuw gelijkaardig
apparaat wordt gekocht.
Onze apparaten zijn verpakt in nietvervuilende en recyclebare
materialen.
• Breng het verpakkingsmateriaal
naar geschikte centra voor de
recycling.
Plastic verpakking
Gevaar voor verstikking
• Laat de verpakking, of delen
ervan, niet onbewaakt achter.
• Laat kinderen niet spelen met de
plastic zakken.
1.7 De gebruikershandleiding
raadplegen
In deze gebruikershandleiding worden de
volgende symbolen gebruikt:
Aanwijzingen
Algemeen informatie over de
handleiding, de veiligheid en de
verwijdering.
Beschrijving
Beschrijving van het apparaat en de
accessoires.
Gebruik
Informatie over het gebruik van het
apparaat en de accessoires,
bereidingstips.
Reiniging en onderhoud
Informatie over de reiniging en het
onderhoud van het apparaat.
Installatie
Informatie voor de gekwalificeerde
technicus: Installatie, werking en
inspectie.
Voor de weergave van de actuele tijd, het
instellen van de geprogrammeerde
bereidingen en de kookwekker.
2 Temperatuurknop
Met deze knop kunt u de
bereidingstemperatuur kiezen.
Draai de knop rechtsom op de gewenste
waarde tussen de laagste en de hoogste
stand.
R = Snelle brander
UR = Ultrasnel
3 Controlelampje
Het controlelampje gaat branden om aan
te geven dat de oven wordt opgewarmd.
Het gaat uit zodra de ingestelde
temperatuur is bereikt. Het knippert
regelmatig om aan te geven dat de
ingestelde temperatuur binnen de oven
behouden blijft.
4 Functieknop
De diverse functies van de oven zijn geschikt
voor verschillende bereidingswijzen. Kies de
gewenste functie en stel de temperatuur in
met de temperatuurknop.
162
Page 11
Beschrijving
5 fornuisknoppen
Voor het ontsteken en regelen van de
branders van de kookplaat.
Druk de knoppen in en draai ze linksom op
om de desbetreffende branders te
ontsteken. Regel de vlam door de knoppen
te draaien op de zone tussen de hoogste
en de laagste stand.
Draai de knoppen weer op om de
branders uit te schakelen.
2.4 Andere onderdelen
Plaatsbare vlakken
Het apparaat beschikt over vlakken om
roosters en ovenschalen op verschillende
hoogtes te plaatsen. De plaatsbare
hoogtes worden begrepen van laag naar
hoog (zie 2.1 Algemene beschrijving).
Interne verlichting
Koelventilator
De ventilator koelt de oven en treedt in
werking tijdens de bereiding.
De ventilator produceert een regelmatige
luchtstroom die aan de achterkant van het
apparaat naar buiten stroomt. De ventilator
blijft ook nadat het apparaat is
uitgeschakeld nog korte tijd functionering.
NL
Blokkeer niet de
ventilatieopeningen en spleten
voor warmte-afvoer.
De interne verlichting van het apparaat
wordt ingeschakeld:
• Wanneer de deur wordt geopend
• Wanneer een functie wordt gekozen,
met uitzondering van de functie .
163
Page 12
Beschrijving
2.5 Beschikbare accessoires
Verkleiners.
Nuttig voor klein kookgerei.
Rooster
Nuttig voor het plaatsen van recipiënten
met voedsel in bereiding.
Diepe ovenschaal
Draaispit
Nuttig voor het bereiden van kip of voedsel
dat uniform moet bereid worden.
Bepaalde modellen zijn niet van
alle accessoires voorzien.
De accessoires die met de
levensmiddelen in aanraking
komen, zijn gemaakt van
materialen die overeenstemmen
met de bepalingen van de
toepasselijke wet.
Nuttig voor het opvangen van vet dat
afkomstig is van het voedsel op het rooster
erboven.
164
Bij erkende servicecentra kunnen
meegeleverde en optionele
accessoires worden besteld.
Gebruik uitsluitend de originele
accessoires die voor de fabrikant
worden geleverd.
Page 13
Gebruik
3 Gebruik
Aanwijzingen
De temperatuur in de oven is
hoog tijdens gebruik
Gevaar op verbranding
• Houd de ovendeur dicht tijdens het
koken.
• Bescherm uw handen met ovenwanten
wanneer u eten in de oven verplaatst.
• Raak niet de warmte-elementen in de
oven aan.
• Giet geen water rechtstreeks op hete
schalen.
• Houd kinderen jonger dan 8 jaar buiten
bereik van het werkende apparaat.
• Als u voedsel in de oven moet plaatsen
of aan het einde van de bereiding, open
de deur een aantal seconden lang
5 cm, laat de stoom ontsnappen en
open de deur vervolgens helemaal.
Incorrect gebruik
Gevaar op verbranding
Incorrect gebruik
Risico op beschadiging van
oppervlakken
• Bedek de bodem van de ovenruimte
niet met aluminiumfolie.
• Als u bakpapier gebruikt, moet u er voor
zorgen dat de circulatie van de warme
lucht in de oven er niet door wordt
verhinderd.
• Plaats geen potten of ovenschalen
rechtstreeks op de bodem van de
ovenruimte.
• Gebruik de open deur niet als steun
voor potten of schalen door deze te
plaatsen op het binnenglas.
• Giet geen water rechtstreeks op hete
schalen.
• Recipiënten en de vleesroosters moeten
binnen de omtrek van de kookplaat
geplaatst worden.
• Alle pannen moeten een effen en
regelmatige bodem hebben.
• In geval van overstroming of overkoken
moet de vloeistof onmiddellijk van de
kookplaat verwijderd worden.
NL
• Controleer of de vlamverdelers met de
respectievelijke deksels correct zijn
geplaatst in de houders met de
respectievelijke branderdeksels.
• Oververhitte olies en vetten kunnen vlam
vatten. Wees voorzichtig.
Hoge temperatuur in de
bergruimte
Gevaar op verbranding
• De bergruimte niet openen als de oven
functioneert en nog heet is.
• De voorwerpen in de bergruimte kunnen
na het gebruik van de oven erg heet
zijn.
165
Page 14
Gebruik
De temperatuur in de oven is
hoog tijdens gebruik
Brand- of ontploffingsgevaar
• Gebruik geen spuitbussen in de buurt
van de oven.
• Laat geen ontvlambaar materiaal in de
nabijheid van de oven of in bergruimte
achter.
• Gebruik geen vaatwerk of plastic
houders om voedsel te bereiden.
• Plaats geen verzegelde blikken of
containers in de oven.
• Laat het toestel niet onbewaakt achter
tijdens bereidingen waar vetten en oliën
kunnen vrijkomen.
• Verwijder alle ongebruikte ovenschalen
en roosters uit de oven tijdens gebruik.
Een gaslek kan een explosie
veroorzaken.
Als u gas ruikt of de gasleiding is
beschadigd.
• Zet direct de gastoevoer uit of sluiten de
klep op de gascilinder.
• Blus alle open vlammen en sigaretten.
• Schakel geen stroomschakelaars of
apparaten in en verwijder geen stekkers
uit stopcontacten. Gebruik geen
telefoons of mobiele telefoons in het
gebouw.
• Open het raam om de kamer te laten
ventileren.
• Bel de klantenservice van uw
gasleverancier.
Defecten
De volgende situaties geven een defect
aan. Neem contact op met een
onderhoudsdienst:
• Vergeling van de branderplaat.
• Beschadiging van kookgerei.
• De branders ontsteken niet goed.
• Het is lastig de branders aan te houden.
• De branders gaan uit wanneer het
apparaat wordt gebruikt.
• Het is lastig de gaskleppen te draaien.
Als het apparaat niet goed werkt, kunt u
contact opnemen met uw lokale erkende
servicecentrum.
Eerste gebruik
1. Verwijder beschermende folie aan de
buiten- of binnenkant van het apparaat,
inclusief de accessoires.
2. Verwijder eventuele etiketten (behalve
het plaatje met de technische gegevens)
van de accessoires en uit de ovenruimte.
3. Verwijder en was alle accessoires van
het apparaat (zie 4 Reiniging en
onderhoud).
4. Verwarm de lege oven op de maximale
temperatuur om eventuele
productieresten te verwijderen.
166
Page 15
Gebruik
3.1 Om energie te besparen
• U moet de oven alleen voorverwarmen
als het recept dit vereist.
• Tenzij anders wordt vermeld op het
pakket, moet u bevroren voedsel eerst
ontdooien voordat u het in de oven doet.
• Wanneer u meerdere gerechten maakt,
kunt u het beste niet alles te gelijk in de
oven te doen, zodat u van de
voorverwarmde oven kunt profiteren.
• Gebruik bij voorkeur metalen en
donkerkleurige bakvormen: deze helpen
de warmte beter te absorberen.
• Verwijder alle ongebruikte ovenschalen
en roosters uit de oven tijdens gebruik.
• Stop de bereiding enkele minuten
voordat de normale kooktijd verstrijkt. De
bereiding zal voortgezet worden door
de warmte die zich in de oven heeft
opgehoopt.
• Open de deur van de oven zo weinig
mogelijk, zodat de warmte niet verloren
gaat.
• Houd de oven altijd schoon.
3.2 De accessoires gebruiken
Verkleiners.
De verkleiners moeten op het rooster van
de kookplaat worden aangebracht. Zorg
dat ze correct geplaatst worden.
NL
167
Page 16
Gebruik
Roosters en ovenschalen
Roosters en ovenschalen moeten in de
zijgeleiders worden geplaatst tot aan het
eindpunt.
De mechanische
veiligheidsvergrendelingen die vermijden
dat het rooster ongewenst kan worden
verwijderd, moeten naar beneden en naar
de achterkant van de oven zijn gedraaid.
Breng de roosters en ovenschalen
voorzichtig helemaal in de oven
aan.
Maak de ovenschalen voor het
eerste gebruik schoon om
eventuele productieresten te
verwijderen.
Draaispit
1. Breng de meegeleverde 4 draagpotten
aan in de 4 gaten in de hoeken van de
diepe ovenschaal. Draai ze met behulp
van een gereedschap (bijv. een
schroevendraaier) op de ringen vast.
2. Breng de steunen van het draaispit aan
in de draagpotten, zie de onderstaande
afbeelding.
168
Page 17
Gebruik
3. Rijg het voedsel op de spies van het
draaispit door gebruik te maken van de
bijgeleverde vorken. De vorken kunnen
bevestigd worden met de
bevestigingsschroeven.
4. Plaats de spies van het draaispit op de
steunen. Breng de punt van de spies
helemaal aan in de zitting van het
mechanisme op de linkersteun.
5. Breng de ovenschaal op het eerste vlak
aan (zie “Algemene beschrijving”).
6. Breng de punt van de spies in de motor
van het draaispit aan de rechterzijde van
de oven aan.
NL
Verricht deze handeling bij koude
en uitgeschakelde oven.
7. Activeer het draaispit door de
functieknop op te draaien en met de
temperatuurknop een
bereidingstemperatuur in te stellen.
Giet een beetje water in de
ovenschaal zodat rookvorming
wordt vermeden.
169
Page 18
Gebruik
8. Verwijder de ovenschaal met het
draaispit als de bereiding is voltooid.
9. Schroef het geleverde handvat vast om
het draaispit eenvoudiger te kunnen
hanteren.
3.3 De kookplaat gebruiken
De bedieningen en controle-inrichtingen
van het apparaat zijn aangebracht op het
voorpaneel. Naast elke branderknop is
aangegeven welke brander deze knop
bedient. Het toestel is uitgerust met een
elektrische ontsteking. Druk de knop in en
draai deze linksom tot het symbool van de
maximale vlam tot de brander wordt
ontstoken. Als de brander niet binnen
15 seconden wordt ontstoken, draai de
knop op en wacht 60 seconden voor u
het nogmaals probeert. Houd de knop een
aantal seconden ingedrukt als de brander
is ontstoken zodat het thermokoppel kan
opwarmen.
De brander kan uitgaan wanneer u de
knop loslaat: In dit geval is het
thermokoppel niet voldoende opgewarmd.
Wacht een aantal seconden en herhaal de
procedure. Houd de knop langer ingedrukt.
Bij een ongewenste uitschakeling
zal een veiligheidsinrichting
worden geactiveerd die de
gastoevoer onderbreekt, ook als
de gaskraan is geopend. Draai de
knop op en wacht minstens
60 seconden voor u de gaspit
weer ontsteekt.
Correcte plaatsing van de vlamverdelers
en branderdeksels
Voor u de branders van de kookplaat
ontsteekt, controleer of de vlamverdelers
met de respectievelijke deksels correct zijn
aangebracht in de zittingen. Controleer of
de gaten 1 in de vlamverdelers zijn
uitgelijnd met de thermokoppels 2 en
ontstekers 3.
170
Page 19
Gebruik
Praktische tips voor het gebruik van de
kookplaat
Voor een betere efficiëntie van de brander
en om het gasverbruik te minimaliseren,
gebruik pannen met een deksel die het
juiste formaat hebben voor de brander,
zodat de vlammen niet onder de pan uit
komen. Als de inhoud van de pan kookt,
draai de vlam zover omlaag dat de
vloeistof niet kan overkoken.
Kookgereidiameters:
• Hulpbrander: 12 - 14 cm.
• Halfsnelle brander: 16 - 24 cm.
• Snelle brander: 18 - 26 cm.
• Ultrasnel: 18 - 28 cm.
3.4 De bergruimte gebruiken
De bergruimte is aan de onderkant van het
fornuis aangebracht. Open de bergruimte
door de hendel naar u toe te trekken.
U kunt de bergruimte gebruiken voor het
opbergen van kookgerei of metalen
voorwerpen die u voor het gebruik van het
apparaat nodig hebt.
3.5 De oven gebruiken
Inschakelen van de oven
Om de oven in te schakelen:
1. Selecteer de gewenste bereidingsfunctie
met de functieknop.
2. Selecteer de gewenste temperatuur met
de temperatuurknop.
Controleer of op de klok van de
programmeereenheid het symbool
van de bereidingsduur wordt
weergegeven. De oven kan niet
worden ingeschakeld als dit niet
het geval is.
Druk tegelijkertijd op de toetsen
en om de klok van de
programmeereenheid te resetten.
Lijst van functies
Statisch
De warmte wordt gelijktijdig
bovenaan en onderaan afgegeven,
en maakt dit systeem geschikt voor
het bereiden van speciale types van
voedsel. De traditionele bereiding,
die ook statisch wordt genoemd, is
geschikt voor het klaarmaken van
één gerecht per keer. Het is ideaal
voor alle soorten gebraden vlees,
brood en taarten, en het is vooral
geschikt voor vet vlees zoals gans
en eend.
NL
171
Page 20
Gebruik
Geventileerde onderwarmte
Met de combinatie van de
ventilator en enkel de onderwarmte
zal de bereiding sneller klaar zijn.
Dit systeem wordt aanbevolen voor
het steriliseren of voor het voltooien
van voedsel dat reeds goed
oppervlakkig gaar is, maar nog niet
binnenin, en waarvoor dus een
gematigde bovenwarmte nodig is.
Ideaal voor elk type van voedsel.
In pyrolytische modellen zijn de
speciale ontdooi- en rijsfuncties in
deze functie samengebracht.
Grill + draaispit
Het draaispit werkt in combinatie
met de centrale grillweerstand,
zodat het voedsel een perfect
goudbruine kleur krijgt.
Grill
Met de warmte die van het grill
element komt kunnen uitstekende
resultaten bereikt worden, zoals het
roosteren van dun en iets dikker
vlees, en in combinatie met het
draaispit (waar voorzien) wordt
aan het einde van de bereiding een
uniforme goudbruine kleur
verkregen. Ideaal voor worsten,
ribbetjes en bacon. Met deze
functie kan een grote hoeveelheid
voedsel, en vooral vlees, uniform
gegrild worden.
Geventileerde grill
De lucht geproduceerd door de
ventilator verzacht de sterke
warmtegolf van de grill, voor
perfect uniform grillen van heel dik
voedsel. Ideaal voor grote stukken
vlees (bijv. varkensschenkel).
Statisch+ventilator
De werking van de ventilator,
gecombineerd met de traditionele
bereiding, verzekert ook voor
ingewikkelde recepten homogene
bereidingen. Ideaal voor koekjes en
taarten, die ook gelijktijdig op
meerdere niveaus bereid kunnen
worden. (Voor bereidingen op
meerdere niveaus raden we u aan
om het 2
gebruiken.)
Circulatie + ventilator
Met de combinatie van de
ventilator en het luchtcirculatie
element (ingebouwd in de
ovenruimte) kan verschillend
voedsel op meerdere vlakken
bereid worden waarvoor dezelfde
temperatuur en hetzelfde type van
bereiding nodig is. De
warmeluchtcirculatie verzekert een
onmiddellijke en uniforme verdeling
van de warmte. Het zal
bijvoorbeeld mogelijk zijn om
gelijktijdig (op meerdere vlakken)
vis, groenten en koekjes klaar te
maken, zonder dat de geur en de
smaak gemengd zullen worden.
Eco
Deze functie is vooral geschikt voor
bereiding op één plaat met een
laag energieverbruik.
Aanbevolen voor alle soorten
voedsel, behalve gerechten waarbij
veel vocht vrijkomt (zoals groenten).
Om maximale energiebesparing te
behalen en de bereidingstijden te
verkorten, wordt aanbevolen om
het voedsel in de oven te zetten
zonder de oven voor te verwarmen.
e
en het 4e niveau te
172
Page 21
Gebruik
Doe de deur niet open tijdens de
bereiding wanneer u de ECOfunctie gebruikt.
Bereidings- (en voorverwarmings-)
tijden zijn langer bij de ECOfunctie.
De ECO-functie is een delicatie
bereidingsfunctie en wordt
aanbevolen voor voedsel dat
geschikt is voor temperaturen
onder de 210 °C; kies een
andere functie als u het voedsel bij
hogere temperaturen wilt
bereiden.
Vapor Clean
Deze functie vergemakkelijkt het
schoonmaken aan de hand van
stoom afkomstig van een kleine
hoeveelheid water in de daartoe
voorziene houder op de bodem.
3.6 Kooktips
Algemeen advies
• Gebruik de geventileerde functie om
een gelijkmatige bereiding te bekomen
op verschillende niveaus.
• Het is niet mogelijk om de kooktijden te
verkorten door de temperatuur te
verhogen (het voedsel zou aan de
buitenkant goed gebakken kunnen zijn,
maar binnenin minder).
NL
Advies voor het bereiden van
vleesgerechten
• De kooktijden hangen af van de dikte en
van de kwaliteit van het voedsel, en van
de smaak van de consument.
• Gebruik een vleesthermometer voor
gebraad, of druk met een lepel op het
gebraad. Als het gebraad stevig
aanvoelt is het klaar, anders moet de
bereiding nog een aantal minuten
doorgaan.
Advies voor bereidingen met de grill en
de geventileerde grill
• Het grillen van vlees kan zowel
uitgevoerd worden bij koude als bij
voorverwarmde oven, als het resultaat
van de bereiding moet gewijzigd
worden.
• Bij de functie van de geventileerde grill
wordt daarentegen aanbevolen om de
oven eerst voor te verwarmen.
• Er wordt aanbevolen om het voedsel in
het midden van het rooster te plaatsen.
173
Page 22
Gebruik
• In de grillfunctie is het aanbevolen om
de temperatuurknop op de hoogste
waarde in te stellen (symbool ), voor
een optimale bereiding.
• Het voedsel moet gekruid worden
voordat het wordt bereid. Ook olie of
vloeibare boter moet vóór de bereiding
toegevoegd worden.
• Gebruik de ovenschaal op het eerste
vlak onderaan om de vloeistoffen
afkomstig van het grillen op te vangen.
Advies voor het bereiden van gebak en
koekjes
• Gebruik bij voorkeur metalen en
donkerkleurige bakvormen: deze helpen
de warmte beter te absorberen.
• De temperatuur en de tijdsduur van de
bereiding hangen af van de kwaliteit en
de dikte van het deeg.
• Om te controleren of het gebak
helemaal gaar is: Steek aan het einde
van de bereiding een satéprikker in het
dikste deel van het gebak. Wanneer het
deeg niet aan de satéprikker blijft
plakken, is het gebak klaar.
• Wanneer het gebak verslapt wanneer
het uit de oven wordt gehaald, moet bij
de volgende bereiding de temperatuur
ongeveer 10 °C lager worden
ingesteld, en moet eventueel een
langere kooktijd geselecteerd worden.
• Tijdens het bereiden van gebak of
groenten kan excessief condens op de
ruit gevormd worden. Om dit te
vermijden, opent u de deur enkele keren
zeer voorzichtig tijdens de bereiding.
Advies voor het ontdooien en het rijzen
• Plaats het ingevroren voedsel zonder de
verpakking in een recipiënt zonder
deksel op het eerste niveau van de oven.
• Vermijd opeenstapeling van
voedingsmiddelen.
• Om vlees te ontdooien kunt u een
rooster gebruiken op het tweede niveau,
en een ovenschaal op het eerste niveau.
Op deze manier blijft het voedsel niet in
contact met de vloeistof van de
ontdooiing.
• De meest delicate delen kunnen bedekt
worden met aluminiumfolie.
• Voor het rijzen wordt aanbevolen om
onderin de oven een bakje met water te
zetten.
174
Page 23
Gebruik
3.7 Digitale programmeerfunctie
Toets kookwekker
Toets bereidingsduur
Toets einde bereiding
Toets waarde lager
Toets waarde hoger
Controleer of op de klok van de
programmeereenheid het symbool
van de bereidingsduur wordt
weergegeven. De oven kan niet
worden ingeschakeld als dit niet
het geval is.
Druk tegelijkertijd op de toetsen
en om de klok van de
programmeereenheid te resetten.
Instelling van de tijd
De oven kan niet worden
ingeschakeld als de tijd niet is
ingesteld.
Bij het eerste gebruik of na een
stroomonderbreking zullen de cijfers
zal op de display van het
apparaat knipperen.
1. Druk tegelijkertijd op de toetsen en
. De stip tussen de uren en de
minuten knippert.
2. Met de toets of kan de tijd
ingesteld worden. Houd de toets
ingedrukt om snel vooruit te gaan.
3. Druk ter bevestiging op de toets of
wacht 5 seconden. De stip tussen de
uren en de minuten stopt met knipperen.
4. Het symbool op het display duidt
aan dat het apparaat klaar is om de
bereiding te starten.
NL
175
Page 24
Gebruik
Bereiding met tijdinstelling
Met bereiding met tijdinstelling
wordt de functie bedoeld
waarmee u met de bereiding kunt
beginnen, en deze na een
ingestelde tijd kan doen eindigen.
1. Selecteer bereidingsfunctie en temperatuur, en druk op de toets .
Het display zal de cijfers en
het symbool weergeven tussen de
uren en de minuten.
2. Druk op de toetsen of
gewenste minuten in te stellen.
3. Wacht ongeveer 5 seconden zonder op
een toets te drukken om de functie te
activeren. Op het display verschijnt de
actuele tijd samen met de symbolen
en .
4. Na de bereiding worden de
verwarmingselementen gedeactiveerd.
Op het display wordt het symbool
uitgeschakeld, knippert het symbool
en wordt een geluidssignaal
geactiveerd.
5. Om het geluidssignaal uit te schakelen,
moet op eender welke toets van de klok
van de programmeereenheid gedrukt
worden.
6. Druk tegelijkertijd op de toetsen en
om de klok van de
programmeereenheid te resetten.
Het is niet mogelijk om een
bereidingsduur van meer dan
10 uur in te stellen.
Wanneer u na de instelling de
resterende tijd wilt weergeven,
moet u op de toets drukken.
Om de ingestelde programmering
op nul te stellen, moet tegelijkertijd
op de toetsen en gedrukt
worden, en moet de oven manueel
uitgeschakeld worden.
Geprogrammeerde bereiding
Met geprogrammeerde bereiding
wordt de functie bedoeld
waarmee u op een vooraf
bepaalde tijd met de bereiding
kan beginnen, om ze na een
vooraf ingestelde periode te doen
eindigen.
1. Stel de bereidingsduur in zoals
beschreven werd in de vorige paragraaf
“Bereiding met tijdinstelling”.
2. Druk op de toets . Op het display
verschijnt de som van de actuele tijd en
de eerder ingestelde bereidingsduur.
176
Page 25
Gebruik
3. Druk op de toetsen of
gewenste minuten in te stellen.
4. Wacht ongeveer 5 seconden zonder op
een toets te drukken om de functie te
activeren. Op het display verschijnt de
actuele tijd samen met de symbolen
en .
5. Na de bereiding worden de
verwarmingselementen gedeactiveerd.
Op het display wordt het symbool
uitgeschakeld, knippert het symbool
en wordt een geluidssignaal
geactiveerd.
6. Om het geluidssignaal uit te schakelen,
moet op eender welke toets van de klok
van de programmeereenheid gedrukt
worden.
7. Druk tegelijkertijd op de toetsen en
om de klok van de
programmeereenheid te resetten.
Wanneer u na de instelling de
resterende tijd wilt weergeven,
moet u op de toets drukken.
Druk op de toets om het
tijdstip waarop de bereiding moet
eindigen weer te geven.
Het annuleren van de ingestelde
gegevens
Druk gelijktijdig op de toetsen en
om de ingestelde programmeringen op nul
te stellen.
Schakel de oven daarna manueel uit als
geen bereiding bezig is.
Kookwekker
De kookwekker onderbreekt de
bereiding niet, maar waarschuwt
de gebruiker wanneer de
ingestelde minuten verstreken zijn.
De kookwekker kan op eender welk
ogenblik geactiveerd worden.
1. Druk op de toets . Het display toont
de cijfers en de knipperende
controlelamp weergeven tussen de
uren en de minuten.
2. Druk op de toetsen of
gewenste minuten in te stellen.
3. Wacht ongeveer 5 seconden zonder
een toets in te drukken om de instelling
van de kookwekker te beëindigen. Op
het display verschijnt de actuele tijd
samen met de symbolen en .
Het is niet mogelijk om een
bereidingsduur van meer dan
24 uur in te stellen.
Na de programmering van de
kookwekker geeft het display de
actuele tijd weer. Om de
resterende tijd weer te geven,
moet op de toets gedrukt
worden.
Regeling van het volume van het
geluidssignaal
Het geluidssignaal heeft 3 verschillende
toonhoogten. Druk wanneer het
geluidssignaal wordt geproduceerd op de
• Gebruik op de stalen delen of de delen
waarvan het oppervlak met metalen
afwerkingen werd behandeld
(bijv. elektrolytische oxidatie,
vernikkeling, verchroming) geen
producten die chloor, ammoniak of
bleekmiddel bevatten.
• Gebruik geen schurende of bijtende
middelen op de glazen onderdelen
(bijv. poeders, ontvlekkers of
metaalsponsjes).
• Gebruik geen ruwe, schurende of
scherpe metalen schrapers.
• Doe de verwijderbare onderdelen,
zoals de roosters van de kookplaat, de
vlamverdelers en de deksels niet in de
vaatwasser.
We raden het gebruik aan van de
reinigingsmiddelen die door de
fabrikant worden verkocht.
Dagelijkse gewone reiniging
Gebruik altijd specifieke producten, die
geen schurende of zure stoffen op
chloorbasis bevatten.
Giet het product op een vochtige doek en
wrijf het over het oppervlak, spoel
zorgvuldig en droog met een zachte doek
of microvezeldoekje.
Voedselvlekken of -resten
Gebruik geen staalsponzen of scherpe
krabbers zodat de oppervlakken niet
worden beschadigd.
Gebruik normale, niet-schurende producten
en houten of plastic kookgerei. Spoel
zorgvuldig en droog met een zachte doek
of microvezeldoekje.
Vermijd om etensresten op basis van suiker
(bijv. marmelade) te laten drogen, dit kan
het email binnenin aantasten.
Na het reinigen moet u het
apparaat goed drogen om te
voorkomen dat water of
schoonmaakmiddel gaat
druppelen en de werking van het
apparaat aantast of lelijke vlekken
achterlaat.
NL
Reiniging van de oppervlakken
Om de oppervlakken in goede staat te
houden, moeten ze na elk gebruik
gereinigd worden nadat de oven
afgekoeld is.
179
Page 28
Reiniging en onderhoud
4.1 De kookplaat reinigen
Roosters van de kookplaat
Verwijder de roosters en reinig ze in lauw
water met een niet-schurend
reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle
afzettingen. Droog de roosters, en plaats
ze weer op de kookplaat.
De roosters staan voortdurend in
contact met de vlam, waardoor de
glans van de stalen delen die het
meest de warmte moeten
verdragen mettertijd kan
verdwijnen. Dit is een normaal
verschijnsel dat de functionaliteit
van dit onderdeel absoluut niet
schaadt.
Vlamverdelers en deksels
De deksels en de vlamverdelers kunnen
verwijderd worden om de reiniging te
vergemakkelijken. Reinig deze delen met
behulp van heet water en een niet-schurend
reinigingsmiddel. Verwijder zorgvuldig alle
afzettingen en wacht tot alles perfect droog
is. Monteer de vlamverdelers weer, en
controleer of ze correct gepositioneerd zijn
in de zittingen met de respectievelijke
deksels.
Vonkontstekers en thermokoppels
Voor een goede werking moeten de
vonkontstekers en de thermokoppels steeds
rein gehouden worden. Controleer ze
regelmatig, en reinig ze indien nodig met
een vochtige doek. Eventuele droge resten
moeten verwijderd worden met een houten
tandenstoker of met een naald.
Knoppen
Gebruik geen agressieve
producten met alcohol of staal- of
glasreinigingsproducten voor het
reinigen van de knoppen, omdat
deze producten blijvende schade
kunnen veroorzaken.
De knoppen moeten worden gereinigd met
een zachte doek die bevochtigd is met
water, en daarna zorgvuldig worden
afgedroogd. Ze kunnen worden verwijderd
door ze uit hun behuizing te trekken.
180
Page 29
Reiniging en onderhoud
4.2 De deur reinigen
De deur demonteren
Om de reiniging te vergemakkelijken, kunt u
de ovendeur verwijderen.
Voor een correcte demontage moet als
volgt gehandeld worden:
1. Open de deur volledig en breng de
twee pinnen aan in de scharnieren, zie
de afbeelding.
2. Pak de deur aan beide kanten met beide
handen vast, til de deur met een hoek
van ongeveer 30° omhoog en verwijder
de deur.
3. Om de deur te hermonteren moeten de
scharnieren in de daarvoor bestemde
openingen in de oven worden
aangebracht, zodat de gleuven A
helemaal in de openingen steunen.
Breng de deur helemaal omlaag en
verwijder de pinnen uit de openingen
van de scharnier als de deur is
aangebracht.
NL
De ruit van de deur reinigen
Houd de ruit van de deur altijd zorgvuldig
schoon. Gebruik absorberend
keukenpapier. Verwijder hardnekkig vuil
met een vochtige spons en een neutraal
reinigingsmiddel.
181
Page 30
Reiniging en onderhoud
De binnenruiten demonteren
Voor een gemakkelijke schoonmaak,
kunnen de binnenruiten van de deur
worden gedemonteerd.
1. Open de deur.
2. Plaats de klemmen in de gaten in de
scharnieren om te voorkomen dat de
deur per ongeluk dicht gaat.
3. Trek het achterste gedeelte van het
binnenste glazenpaneel voorzichtig
omhoog en volg daarbij de beweging
die aangegeven wordt door de
pijlen (1).
5. Verwijder de tussenruit door ze naar de
andere ruit toe op te heffen.
6. Maak de buitenruit schoon, evenals de
voorheen verwijderde ruiten. Gebruik
absorberend keukenpapier. Verwijder
hardnekkig vuil met een vochtige spons
en een neutraal reinigingsmiddel.
4. Trek het binnenste glaspaneel uit de
voorste strip (2) om het uit de deur te
verwijderen.
182
7. Wanneer u klaar bent met reinigen,
plaatst u het middelste glaspaneel terug
in zijn behuizing in de deur.
8. Om het binnenste glaspaneel terug te
plaatsen, schuift u het bovenste
gedeelte in de deurstrip en steekt u de
twee achterste pennen in hun zittingen
door licht te drukken.
Page 31
Reiniging en onderhoud
4.3 Reiniging van de ovenruimte
Om de ovenruimte in goede staat te
houden, moet hij na afkoeling regelmatig
gereinigd worden.
Laat geen voedselresten in de ovenruimte
opdrogen aangezien daardoor de lak
beschadigd kan raken.
Verwijder de uitneembare delen alvorens
de ovenruimte te reinigen.
Voor een gemakkelijke schoonmaak is het
aanbevolen om het volgende te
demonteren:
• De deur
• De geleiderframes voor roosters/
ovenschalen
• De pakking.
Als specifieke reinigingsmiddelen
gebruikt worden, beveelt men aan
om de oven circa 15-20 minuten
op de maximale temperatuur te
laten werken om eventuele resten
te elimineren.
De geleiderframes voor roosters/
ovenschalen verwijderen
Als de geleiderframes voor de roosters/
ovenschalen worden verwijderd, kan de
reiniging van de zijden makkelijker
uitgevoerd worden.
Om de geleiderframes voor de roosters/
ovenschalen te verwijderen:
• Trek het frame omhoog naar de
binnenkant van de oven om deze uit de
gleuf A te halen en schuif hem uit de
zittingen B aan de achterkant.
• Herhaal na de reiniging de net
beschreven handelingen om de
geleiderframes voor de roosters/
ovenschalen weer aan te brengen.
NL
183
Page 32
Reiniging en onderhoud
4.4 Vapor Clean
Vapor Clean is een
reinigingsprocedure die de
verwijdering van vuil
vergemakkelijkt. Dankzij deze
procedure is het mogelijk om de
binnenkant van de oven zeer
makkelijk te reinigen. De vuilresten
worden verzacht door de warmte
en door de waterdamp, zodat ze
later makkelijker verwijderd
kunnen worden.
Incorrect gebruik
Risico op beschadiging van
oppervlakken
• Verwijder voedselresten of grote vlekken
van vorige bereidingen uit de oven.
• Voer deze reinigingsprocedure enkel uit
als de oven afgekoeld is.
Voorbereiding
• Giet ongeveer 40 cc water in de
ovenschaal. Let op dat het water niet uit
de insnijding komt.
• Sproei met een spray een oplossing van
water en afwasmiddel op de
binnenzijde van de oven. Sproei op de
zijwanden, de bovenwand, het
bodemvlak en de deflector.
Voordat u de reinigingscyclus Vapor Clean
start:
• Verwijder alle accessoires uit de oven.
184
• Sluit de deur.
Er wordt aanbevolen om
maximaal 20 maal te sproeien.
Page 33
Reiniging en onderhoud
Instelling van Vapor Clean
1. Draai de functieknop op het symbool
en draai de temperatuurknop op het
symbool .
2. Stel een bereidingsduur van 18 minuten
in op de klok van de
programmeereenheid.
Een enkele seconde na de laatste
handeling met de toetsen van de klok,
begint de Vapor Clean-reinigingscyclus.
3. Aan het einde van de Vapor Clean-cyclus
zal de timer de verwarmingselementen van
de oven uitschakelen, zal het
geluidssignaal afgaan en zullen de cijfers
op het display van de klokprogrammeereenheid gaan knipperen.
Einde van de reinigingscyclus Vapor Clean
4. Open de deur en verwijder het minst
hardnekkige vuil met een microvezeldoek.
5. Gebruik een krasbestendig sponsje met
messingdraden voor hardnekkige
aankoekingen.
6. Voor vetresten kunt u een specifiek
ovenreinigingsproduct gebruiken.
7. Verwijder het resterende water uit de
oven.
Voor een betere hygiëne en om te
vermijden dat het voedsel een
onaangename geur krijgt, wordt
aanbevolen om de oven te drogen door
een geventileerde functie ongeveer
10 minuten in te schakelen op 160 °C.
4.5 Buitengewoon onderhoud
Demontage en hermontage van de
pakking
De pakking demonteren:
• Maak de haken in de 4 hoeken en in het
midden los en trek aan de pakking.
NL
De pakking hermonteren:
• Plaats de haken in de 4 hoeken en in het
midden op de pakking.
Advies voor het onderhoud van de
pakking
De pakking moet elastisch en zacht zijn.
• Gebruik een niet-schurende spons en
lauwwarm water om de pakking te
wassen.
Draag rubberen handschoenen
tijdens deze bewerkingen.
Om de delen die moeilijk te
bereiken zijn makkelijker met de
hand te kunnen schoonmaken,
raden wij aan om de deur te
verwijderen.
185
Page 34
Reiniging en onderhoud
De interne lamp vervangen
Onderdelen onder spanning
Gevaar voor elektrische schok
• Koppel het apparaat af.
In de ovenruimte is een 40W-lamp
aangebracht.
1. Verwijder alle accessoires uit de oven.
2. Verwijder de geleiderframes voor
roosters/ovenschalen.
3. Demonteer het lampenkapje met
gereedschap (bijv. schroevendraaier).
Zorg ervoor dat het email op de
wanden van de ovenruimte geen
krassen oplopen.
4. Trek de lamp naar buiten en demonteer
hem.
Raak de halogeenlamp niet met
uw vingers aan, maar wikkel er
isolatiemateriaal omheen.
5. Breng de nieuwe lamp aan.
6. Hermonteer het deksel. Keer de
geprofileerde binnenkant van het glas
(A) naar de deur.
186
7. Druk het lampenkapje helemaal aan tot
het perfect op de fitting past.
Page 35
Installatie
5 Installatie
5.1 Gasaansluiting
Gaslek
Ontploffingsgevaar
• Controleer na een willekeurige
handeling of de gasaansluitingen met
een aandraaimoment van 10 Nm tot
15 Nm zijn vastgezet.
• Gebruik, waar nodig, een drukregelaar
die voldoet aan de van kracht zijnde
norm.
• Controleer aan het einde van de
installatie met een zeepoplossing, maar
nooit met een vlam, of de aansluitingen
lekken.
• De installatie met een slang moet
zodanig uitgevoerd worden dat de
slang niet langer is dan 2 meter voor de
maximale uitrekking voor stalen slangen
en 1,5 meter voor rubberen slangen.
• De leidingen mogen de bewegende
onderdelen niet raken en mogen op
geen enkele manier bekneld kunnen
raken.
Algemene informatie
De aansluiting op het gasnet kan worden
uitgevoerd met een stalen slang op een
rechte wand en volgens de geldende
normen. Het toestel is vooringesteld voor
natuurgas G20 (2H) met een druk van
20 mbar. Raadpleeg voor de toevoer van
andere soorten gas het hoofdstuk "5.2
Aanpassen aan de verschillende gastypen".
De gastoevoerverbinding heeft een
schroefdraad ½” gas extern (ISO 228-1).
Aansluiting met een rubberen slang
Verifieer of aan de volgende voorwaarden
is voldaan:
• de slang is aangesloten op de
slangconnector met veiligheidsklemmen;
• geen enkel deel van de slang de warme
wanden (max. 50 °C) raakt;
• de slang niet strak staat en niet wordt
afgekneld of verbogen;
• de slang geen scherpe voorwerpen of
randen raakt;
• probeer de slang niet te repareren als
deze niet perfect luchtdicht is en gas lekt,
maar vervang deze door een nieuwe
slang;
• controleer of de houdbaarheidsdatum
van de slang niet is verstreken
(aangegeven op de slang).
Verricht de aansluiting op het gasnet met
behulp van een rubberen slang waarvan
de specificaties overeenstemmen met de
actuele normen (controleer of de
referentienorm op de slang is aangegeven).
NL
187
Page 36
Installatie
Schroef de slangaansluiting 3 zorgvuldig
op de gasaansluiting van het toestel 1
(schroefdraad ½” ISO 228-1), en breng
daartussen de pakking 2 aan. De
slangaansluiting 4 kan, afhankelijk van de
diameter van de gebruikte slang, ook
worden bevestigd op de
slangaansluiting 3. Nadat u de
slangconnector(s) hebt vastgezet, drukt u
de gasslang 6 op de slangconnector en
bevestigt u deze met de klem 5 die voldoet
aan de geldende norm.
De aansluiting met een rubberen
slang die aan de actuele normen
voldoet is uitsluitend toegestaan als
de slang over de hele lengte kan
worden gecontroleerd.
De binnendiameter van de slang is
8 mm voor LPG en 13 mm voor
aard- en stadsgas.
Aansluiting met een stalen slang
Maak de aansluiting op het gasnet met een
stalen slang op een rechte muur die voldoet
aan de geldende norm.
Schroef de slangaansluiting 3 zorgvuldig
op de gasaansluiting van het toestel 1 en
breng daartussen de pakking 2 aan.
Aansluiting met een stalen slang met
bajonetaansluiting
Verricht de aansluiting op het gasnet met
een stalen slang met een bajonetaansluiting
die overeenstemt met B.S. 669. Breng
isolatiemateriaal aan op het schroefdraad
van de gasslangaansluiting 4 en draai de
adapter 3 aan. Schroef de aansluiting
zorgvuldig op de gasaansluiting 1van het
toestel en breng daartussen de pakking 2
aan.
188
Page 37
Installatie
Aansluiten op LPG
Gebruik een drukregelaar en verricht de
aansluiting op de gasfles volgens de
richtlijnen in de geldende normen.
De toevoerdruk moet voldoen aan de
waarden in de tabel “Gastypen en
landen”.
Aansluiting met een stalen slang met
kegelarmatuur
Maak de aansluiting op het gasnet met een
stalen slang op een rechte muur die voldoet
aan de geldende norm.
Schroef de slangaansluiting 3 zorgvuldig
op de gasaansluiting 1 van het toestel
(schroefdraad ½” ISO 228-1), en breng
daartussen de pakking 2 aan. Breng
isolatiemateriaal aan op het schroefdraad
van de aansluiting 3 en draai de stalen
slang 4 vast op de aansluiting 3.
Ventilatie van de vertrekken
Installeer het apparaat in een ruimte met
permanente ventilatie volgens de geldende
normen. In de ruimte waar het apparaat is
geïnstalleerd, moet voldoende luchttoevoer
aanwezig zijn voor een regelmatige
gasverbranding en luchtverversing van de
ruimte zelf. De luchtinlaatopeningen, die
beschermd worden door roosters, moeten
afmetingen conform de van kracht zijnde
normen hebben, en moeten zodanig
geplaatst zijn dat ze niet, ook niet
gedeeltelijk, verstopt worden.
De ruimte moet goed geventileerd worden
gehouden om de warmte en vochtigheid
die door het koken ontstaan te verwijderen:
Met name na langer gebruik is het
raadzaam een raam te openen of de
snelheid van ventilatoren te verhogen.
Afvoer van de verbrandingsproducten
Dit apparaat is niet aangesloten
op een uitlaatsysteem voor
verbrandingsproducten. Het moet
worden geïnstalleerd en
aangesloten in overeenstemming
met de geldende
installatievoorschriften. Er moet
speciale aandacht worden
besteed aan de geldende normen
voor ventilatie.
NL
De afvoer van de verbrandingsproducten
moet verzekerd worden door middel van
afzuigkappen, die aangesloten zijn op een
rookkanaal met een efficiënte trek of met
een geforceerde afzuiging.
189
Page 38
Installatie
Een efficiënt afzuigsysteem moet zorgvuldig
worden ontworpen door een specialist en
moet worden uitgevoerd volgens de
posities en de afstanden die zijn
voorgeschreven.
Na de handeling moet de installateur een
conformiteitscertificaat afgeven.
1 Extractie door middel van een afzuigkap
2 Extractie zonder afzuigkap
A Extractie via enkel rookkanaal met
natuurlijke trek.
B Extractie via enkel rookkanaal met
ventilator.
C Extractie naar buiten met elektrische
ventilator op de wand of in het venster
D Extractie naar buiten via de wand
5.2 Aanpassen aan de verschillende
gastypen
Het apparaat is vooringesteld
voor aardgas G20 onder een
druk van 20 mbar.
Verkeerde installatie
Gevaar voor storingen
• Maak bij de aanpassing aan het
Stadsgas G110 – 8 mbar (categorie
1a) geen gebruik van de geleverde branders, maar bestel de kit G110branders bij de Technische assistentie.
Wanneer andere gastypes worden
gebruikt, moeten de straalpijpen op de
branders vervangen worden en moet de
minimum vlam op de gaskranen geregeld
worden.
Gasmondstukken vervangen
1. Verwijder de roosters, branderdeksels en
vlamverdelers om bij de branders te
kunnen komen.
Lucht
Verbrandingsproducten
Ventilator
190
2. Vervang de mondstukken met behulp van
een 7 mm ratel voor het gas dat wordt
Page 39
Installatie
gebruikt (Zie Tabel eigenschappen
brander en gasmondstuk).
3. Zet de branders terug in de houders.
De minimuminstelling voor aard- of
stadsgas aanpassen
Ontsteek de brander en draai hem op de
laagste stand. Verwijder de knop van de
gaskraan en draai aan de stelschroef naast
het staafje van de kraan (afhankelijk van het
model) tot de correcte minimum vlam is
verkregen.
Hermonteer de knop en controleer of de
vlam van de brander stabiel is. Draai de
knop snel van de hoogste naar de laagste
stand: De vlam mag niet uitgaan. Herhaal
deze handeling op alle gaskranen.
De minimum afstelling voor LPG afstellen
Draai de schroef naast het staafje van de
kraan met de klok mee.
Vervang het plaatje met de
gasinstelling op het apparaat door
het plaatje behorende bij de
nieuwe gasinstelling als de
gasinstelling is gewijzigd en niet
langer met de oorspronkelijke
fabrieksinstelling overeenstemt. Het
etiket is bij de straalpijpen
gevoegd (indien aanwezig).
De gaskranen smeren
Na verloop van tijd is het mogelijk dat de
gaskranen moeilijk draaien en vastlopen.
Maak ze in dit geval van binnen schoon en
vervang het smeermiddel.
Laat gaskranen smeren door een
gespecialiseerd technicus.
Het is mogelijk om de gastypen
vast te stellen die in het land van
installatie van het toestel
beschikbaar zijn. Raadpleeg het
nummer op de voorpagina om de
correcte waarden te kunnen
opsporen in de “Tabel met
kenmerken van de branders en
gasmondstukken”.
Page 41
Installatie
Tabel met kenmerken van de branders en gasmondstukken
OPGELET: Maak bij de aanpassing aan het Stadsgas G110 – 8 mbar
(categorie 1a) geen gebruik van de geleverde branders, maar bestel de kit
G110-branders bij de Technische assistentie.
Page 43
Installatie
5.3 Plaatsing
Zwaar apparaat
Pletgevaar
• Plaats het apparaat in het meubel
samen met een tweede persoon.
Druk op de open deur
Gevaar voor beschadiging van
het apparaat
• Gebruik de deur niet als hefboom om
het apparaat in het meubel te plaatsen.
• Oefen niet te veel kracht uit op de
geopende deur.
Warmteontwikkeling tijdens
werking van het apparaat
Brandgevaar
• Fineerbewerkingen, kleefstoffen of
plastic bekledingen van aangrenzende
meubels moeten warmtebestendig zijn
(minstens 90 °C).
Alle wandeenheden die worden
geïnstalleerd boven het werkblad van het
apparaat op moeten minstens Y mm
erboven worden geplaatst. Bij gebruik van
een afzuigkap boven de kookplaat dient
de gebruiksaanwijzing van de afzuigkap te
worden geraadpleegd om de correcte
afstand te bepalen.
X50 mm
Y750 mm
NL
Dit apparaat behoort naargelang het
installatietype tot de klasse:
Het apparaat kan geïnstalleerd worden
tegen wanden die hoger zijn dan het
werkblad, op een minimum afstand van
X mm van de zijkant van het apparaat,
zoals wordt aangeduid in de afbeeldingen
A and C betreffende de installatieklassen.
A - Klasse 1
(Apparaat vrije installatie)
195
Page 44
Installatie
Afmetingen apparaat
A900 mm
B - Klasse 2 subklasse 1
(Apparaat vrije installatie)
C - Klasse 2 subklasse 1
(Apparaat vrije installatie)
Het apparaat moet volgens de van
kracht zijnde normen geïnstalleerd
worden door een gekwalificeerd
technicus.
B600 mm
1
C
min. 150 mm
D900 - 915 mm
H750 mm
I450 mm
2
L
1
Minimumafstand van zijwanden of ander
900 mm
ontvlambaar materiaal.
2
Minimumbreedte van kastje (=A).
196
Page 45
Installatie
Afmetingen van het apparaat: locaties
van gas- elektrische aansluitingen (mm)
A124
B38
C42
D634
Fmin. 105 - max. 160
Plaatsing en nivellering
Zwaar apparaat
Gevaar voor beschadiging van
het apparaat
• Plaats eerst de voorste en daarna de
achterste pootjes.
• Nadat de gas- en de elektrische
aansluiting is uitgevoerd, moeten de vier
bijgeleverde voetjes van het apparaat
vastgedraaid worden.
NL
H776
L898
E = Elektrische aansluiting
G = Gasaansluiting
Voor de stabiliteit is het absoluut
noodzakelijk dat het apparaat correct op
de ondergrond genivelleerd wordt.
• Schroef de pootjes aan de onderkant
los of vast tot het apparaat stabiel staat
en genivelleerd is.
197
Page 46
Installatie
Bevestiging aan de wand
Om omvallen van het apparaat te
voorkomen, moeten de
stabilisatoren worden
geïnstalleerd.
1. Schroef het bevestigingsplaatje aan de
achterkant van het apparaat aan de
muur vast.
3. Assembleer de bevestigingsbeugel.
4. Lijn de onderkant van de haak van de
bevestigingsbeugel uit met de onderkant
van de rand van het bevestigingsplaatje
aan de muur.
2. Regel de hoogte van de 4 pootjes.
198
Page 47
Installatie
5. Lijn de onderkant van de
bevestigingsbeugel uit met de grond en
draai de schroeven op de vastgestelde
punten vast.
6. Houd tussen de zijkant van het apparaat
en de gaten van de beugel 50 mm vrij.
7. Plaats de beugel op de muur en geef de
punten aan waar gaten in de muur
moeten worden geboord.
NL
8. Boor de gaten. Zet de beugel met
pluggen en schroeven aan de muur vast.
9. Duw het fornuis naar de muur en breng
tegelijkertijd de beugel aan in het plaatje
dat aan de achterkant van het apparaat
is aangebracht.
199
Page 48
Installatie
Montage van de plint
De bijgeleverde plint is een
integrerend deel van het product.
Ze moet op het apparaat
bevestigd worden voordat het
apparaat zelf wordt geïnstalleerd.
De plint moet steeds correct gepositioneerd
en bevestigd worden op het apparaat.
1. Draai de 2 moeren B achter het vlak los.
2. Positioneer de plint zodanig boven het
vlak dat de pinnen C overeenkomen met
de openingen D.
3. Bevestig de plint op het vlak door de
schroeven A vast te draaien.
5.4 Elektrische aansluiting
Elektrische spanning
Gevaar voor elektrische schok
• Laat het apparaat aansluiten door
gekwalificeerd technisch personeel.
• Gebruik persoonlijke
beschermingsmiddelen.
• Het apparaat moet worden geaard
volgens de veiligheidsnormen voor
elektrische systemen.
• Schakel de stroomtoevoer uit.
• Verwijder de stekker niet uit het
stopcontact door aan de kabel te
trekken.
• Gebruik kabels die een temperatuur van
minstens 90 °C kunnen verdragen.
• Zet de schroeven van het aansluitblok
vast met een aandraaimoment van 1,5 2 Nm.
Algemene informatie
200
Vergelijk de roosterkenmerken met de
gegevens op het plaatje.
Het identificatieplaatje met de technische
gegevens, het serienummer en de
markering is zichtbaar op het apparaat
aangebracht.
Dit plaatje mag nooit verwijderd worden.
Voorzie de aarding met een kabel van
minimaal 20 mm langer dan de andere.
Page 49
Installatie
Het apparaat kan op de volgende
manieren functioneren:
• 220-240 V 1N~
Met een driepolige kabel 3 x 1,5 mm².
De bovenstaande waarden
verwijzen naar de doorsnede van
de interne conductor.
De genoemde voedingskabels
hebben afmetingen die rekening
houden met de gelijktijdigheidsfactor
(conform de norm EN 60335-2-6).
Vaste aansluiting
Plaats een meerpolige onderbreking voor
de voeding, overeenkomstig de
installatievoorschriften.
De stroomonderbreker moet gemakkelijk
bereikbaar zijn, in de buurt van het
apparaat.
Aansluiting met stekker en stopcontact
Controleer of de stekker en het stopcontact
van hetzelfde type zijn.
Gebruik geen adapters, wandcontactdozen
of verlengsnoeren, omdat ze oververhitting en
brand zouden kunnen veroorzaken.
NL
201
Page 50
Installatie
5.5 Aanwijzingen voor de
installateur
• De stekker moet na de installatie
bereikbaar blijven. U mag de
voedingskabel niet afknellen of buigen.
• Het apparaat moet worden
geïnstalleerd volgens de
installatieschema’s.
• Probeer de elleboog met schroefdraad
niet van de armatuur te schroeven of te
forceren. U kunt anders dit deel van het
apparaat beschadigen, waardoor de
fabrieksgarantie vervalt.
• Gebruik zeep en water om op
gaslekken op alle aansluitingen te te
controleren. Gebruik GEEN open vlam
wanneer u naar lekken zoekt.
• Draai alle branders apart aan en
daarna allemaal tegelijk om te
controleren of de gasklep, brander en
ontsteking goed werken.
• Draai de branderknoppen naar de
laagste stand en controleer of de vlam
stabiel is voor elke aparte brander en
alle branders samen.
• Als het apparaat niet correct werkt nadat
alle controles zijn uitgevoerd, moet u
contact opnemen met uw lokale erkende
servicecentrum.
• Nadat het apparaat is geïnstalleerd,
moet u de gebruiker uitleggen hoe het
moet worden gebruikt.
202
Loading...
+ hidden pages
You need points to download manuals.
1 point = 1 manual.
You can buy points or you can get point for every manual you upload.