Pioneer DEH-80PRS User Manual [de]

Page 1
Bedieningshandleiding
CD RDS-ONTVANGER
DEH-80PRS
Nederlands
Page 2
Inhoud
Hartelijk dank voor uw keuze voor dit Pioneer-product.
Lees deze handleiding voordat u het product in gebruik neemt zodat u het goed leert gebrui­ken. Lees vooral de gedeelten die met WAARSCHUWING en LET OP gemarkeerd zijn aan­dachtig. Bewaar deze handleiding na het lezen op een veilige, voor de hand liggende plaats
Vóór u begint
Gebruikersinformatie voor het verzamelen en
verwijderen van oude producten en
batterijen 3 Informatie over dit toestel 3 Bij problemen 4 De microprocessor resetten 4 De DSP-instelling wijzigen 4 Overschakelen tussen de RCA-
ingangsstanden 5 Demostand 5 Informatie over deze handleiding 5
Bediening van het toestel
Hoofdtoestel 6 Afstandsbediening 6 Instellingenmenu 7 Basisbediening 8 Gebruik en onderhoud van de
afstandsbediening 9 Gemeenschappelijke bedieningsfuncties voor
functie-instellingen, audio-instellingen,
begininstellingen en lijsten 9 Tuner 10 Cd/cd-r/cd-rw-discs en externe
opslagapparaten (USB, SD) 14 iPod 17 Audio-instellingen 19 Bluetooth-technologie 33 Begininstellingen 37 Overige functies 39
Bluetooth-profielen 51 Copyright en handelsmerken 51 Technische gegevens 53
Aanvullende informatie
Problemen verhelpen 43 Foutmeldingen 44 Aanwijzingen voor het gebruik 47 Compatibiliteit met gecomprimeerde audio
(disc, USB, SD) 48 Compatibiliteit met iPod 50 Volgorde van audiobestanden 50
2
Nl
Page 3
Vóór u begint
Hoofdstuk
01
Gebruikersinformatie vo or het verzamelen en verwijderen van oude producten en batterijen
(Symbool voor toestellen)
(Symbolen voor batterijen)
De symbolen op producten, verpakkingen en/of bijbehorende documenten geven aan dat de gebruikte elektronische pro­ducten en batterijen niet met het gewone huishoudelijk afval kunnen worden sa­mengevoegd. Er bestaat een speciaal wettelijk voorge­schreven verzamelsysteem voor de juiste behandling, het opnieuw bruikbaar maken en de recyclage van gebruikte producten en batterijen.
Door een correcte verzamelhandeling zorgt u ervoor dat het verwijderde product en/of batte­rij op de juiste wijze wordt behandeld, opnieuw bruikbaar wordt gemaakt, wordt gerecycleerd en het niet schadelijk is voor de gezondheid en het milieu. Voor verdere informatie betreffende de juiste behandling, het opnieuw bruikbaar maken en de recyclage van gebruikte producten en bat­terijen kunt u contact opnemen met de plaat­selijke overheid of een verkooppunt.
Deze symbolen zijn enkel geldig in de lan­den van de Europese Unie.
Voor landen buiten de Europese Unie:
Indien u zich in een ander dan bovenge­noemde landen bevindt kunt u contact opne­men met de plaatselijke overheid voor meer informatie over de juiste verwijdering van het product.
Informatie over dit toestel
De tuner van dit toestel kan worden afgestemd op frequenties die gebruikt worden in West-Eu­ropa, Azië, het Midden-Oosten, Afrika en Oceanië. In andere gebieden is de ontvangst wellicht slecht. De RDS-functie (Radio Data System) werkt alleen in gebieden waar FM­zenders RDS-informatie uitzenden.
LET OP
Dit product is een laserproduct van klasse 1 zoals geregeld in IEC 60825-1:2007, Safety of laser products (Veiligheid van laserproducten) en bevat een lasermodule van klasse 1M. Om veiligheidsredenen mag u de behuizing niet verwijderen en niet proberen toegang te krij­gen tot de binnenzijde van het toestel. Laat alle onderhoudswerkzaamheden over aan gekwali­ficeerde technici.
KLASSE 1 LASERPRODUCT
VOORZICHTIG—ONZICHTBARE LASERSTRALING KLASSE 1M. INDIEN OPEN NIET RECHTSTREEKS BEKIJKEN MET OPTISCHE INSTRUMENTEN.
Vóór u begint
3
Nl
Page 4
Hoofdstuk
01
Vóór u begint
LET OP
! Zorg ervoor dat het toestel niet met vloeistof in
aanraking komt. Een elektrische schok kan daarvan het gevolg zijn. Bovendien kan con­tact met vloeistoffen rookvorming, oververhit­ting en andere schade aan het toestel veroorzaken.
! De Pioneer CarStereo-Pass wordt alleen in
Duitsland gebruikt.
! Zet het volume nooit zo hoog dat u geluiden
buiten het voertuig niet meer kunt horen.
! Zorg dat het toestel niet wordt blootgesteld
aan vocht.
! Als de accu wordt losgekoppeld of leeg raakt,
wordt het voorkeuzegeheugen gewist.
Opmerking
Instellingen worden ook uitgevoerd als u het menu annuleert zonder te bevestigen.
Bij problemen
Als dit toestel niet naar behoren functioneert, kunt u uw leverancier of het dichtstbijzijnde er­kende Pioneer-servicecentrum raadplegen.
De microprocessor resetten
De microprocessor moet in de volgende geval­len worden gereset: ! Voordat u dit toestel na installatie ervan
voor de eerste keer gebruikt
! Als het toestel niet naar behoren werkt ! Als er vreemde of onjuiste berichten op het
scherm verschijnen
2 Druk met een pen of een ander puntig voorwerp op RESET.
RESET-toets
De DSP-instelling wijzigen
Dit toestel heeft twee bedieningsstanden: de stand driewegnetwerk (NW) en de standaard­stand (STD). U kunt naar wens tussen deze standen schakelen. De DSP-instelling is aan­vankelijk ingesteld op de standaardstand (STD). ! U moet de microprocessor resetten nadat u
een andere DSP-instelling heeft gekozen.
WAARSCHUWING
Gebruik het toestel niet in de standaardstand als er een luidsprekersysteem voor de stand drieweg­netwerk op het toestel is aangesloten. Hierdoor kunnen de luidsprekers beschadigd raken.
1 Gebruik een dunne schroevendraaier met een platte kop om de DSP-schakelaar op de onderzijde van het toestel om te schakelen.
1 Verwijder het voorpaneel.
Raadpleeg Het voorpaneel tegen diefstal ver wij­deren op bladzijde 8 voor meer informatie.
4
Nl
2 Druk met een pen of een ander puntig voorwerp op RESET.
Page 5
Vóór u begint
Hoofdstuk
01
Opmerking
De audio-instellingen blijven in het geheugen be­waard als het toestel van de accu wordt losgekop­peld of de microprocessor wordt gereset. Raadpleeg het volgende gedeelte voor informatie over het resetten van de audio-instellingen: AUDIO reset (audio resetten) op bladzijde 38.
Overschakelen tussen de RCA-ingangsstanden
Als u het toestel aansluit op een audiotoestel met of zonder RCA-uitgang, kunt u het geluid van het audiotoestel laten weergeven door de luidsprekers die op dit toestel zijn aangeslo­ten. Kies de juiste instelling afhankelijk van of het aangesloten toestel wel of geen RCA-uit­gang heeft. ! Raadpleeg de installatiehandleiding voor
meer informatie over de aansluiting.
% Gebruik een dunne schroevendraaier met een platte kop om de schakelaar van de RCA-ingang op de onderzijde van het toestel om te schakelen.
! Let op: de accu kan leeglopen als de functie-
demo geactiveerd blijft terwijl de motor uit staat.
De demo start automatisch als u het toestel gedurende ongeveer 30 seconden niet bedient of als u de contactschakelaar aanzet of in de accessoirestand (ACC) zet wanneer het toestel uitgeschakeld is. Houd de demostand af te zetten. Houd nieuw ingedrukt om deze weer aan te zetten. U kunt de demostand ook uitschakelen in de begininstellingen; selecteer Demonstration (demodisplay) en schakel de demostand uit. Raadpleeg Begininstellingen op bladzijde 37 voor meer informatie.
/DISP ingedrukt om
/DISP op-
Informatie over deze handleiding
! In het vervolg van deze handleiding wordt
met de term extern opslagapparaat (USB, SD)in het algemeen verwezen naar USB­geheugen, draagbare USB-audiospelers en SD-geheugenkaarten. Als alleen USB-ge­heugen en draagbare USB-audiospelers worden bedoeld, wordt de term USB-op­slagapparaatgebruikt.
! In deze handleiding verwijst iPodzowel
naar de iPod als de iPhone.
Vóór u begint
! L (Laag) - Bij invoer van de RCA-uitgang
van een aangesloten apparaat
! H (Hoog) - Bij invoer van de luidsprekeruit-
gang van een aangesloten apparaat
Demostand
Belangrijk
! Als de rode draad (ACC) van dit toestel niet
wordt aangesloten op een aansluiting die is gekoppeld aan de aan/uit-stand van het con­tactslot, kan de accu uitgeput worden.
5
Nl
Page 6
9
68b a
7
def
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Hoofdtoestel
4 5
1
1
2 LEVER a SRC/OFF
3
4
5 Openen d h (uitwerpen)
6
7
8 EQ/DISP OFF
Gebruik een Pioneer USB -kabel als u een USB­audiospeler of USB -geheugen op het toestel aan-
3
2
c
Onderdeel Onderdeel
(telefoon/ophan-
gen)
/DISP b
(lijst) c Laadsleuf voor disc
AUX-ingang (3,5 mm-stereoplug) Ingang voor micro­foon voor automati­sche TA- en EQ­meting Gebruik deze in­gang om de micro­foon voor de automatische TA­en EQ-meting aan te sluiten.
/ f RESET
LET OP
9 BAND/
MULTI-CONTROL
(M.C.)
SD-geheugenkaart­sleuf De sleuf voor de SD-geheugenkaart
e
wordt bereikbaar als u het voorpa­neel verwijdert.
(iPod)
sluit. Sluit ze niet rechtstreeks op dit toestel aan omdat ze dan uitsteken en verwondingen of be­schadigingen kunnen veroorzaken. Gebruik geen producten van andere fabrikanten.
Afstandsbediening
De afstandsbedieningsknoppen met hetzelfde nummer als knoppen op het toestel werken op dezelfde wijze ongeacht de naam van de knop.
g
9
a k
Onder­deel
g VOLUME
h MUTE
i a/b/c/d
j
k e
m
Bediening
Druk op deze toetsen om het vo­lume te verhogen of te verlagen.
Druk op deze toets om het geluid uit te schakelen en weer in te schakelen.
Druk op deze toetsen om hand­matig af te stemmen, vooruit en achteruit te spoelen, en om naar fragmenten te zoeken. U gebruikt deze knop ook om functies te bedienen.
Druk op deze toets om een tele­foongesprek te beëindigen of een inkomend gesprek te weigeren als u de telefoon gebruikt.
Druk op deze toets om het afspe­len te onderbreken (pauze) of te hervatten.
h i jl
3
6
Nl
Page 7
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Onder­deel
l
LIST/
m
ENTER
Bediening
Druk op deze toets om een tele­foongesprek te beginnen als de telefoon als signaalbron is geko­zen.
Druk op deze toets om de discti­tel, fragmenttitel, map of bestan­denlijst weer te geven, afhankelijk van de gekozen signaalbron. Als een menu is geopend, ge­bruikt u deze toets om de functies te bedienen.
Instellingenmenu
Als u het contact aanzet na de installatie, ver­schijnt het instellingenmenu op het display. U kunt de onderstaande menu-opties instel­len.
1 Zet het contact aan na de installatie van dit toestel. SET UP verschijnt.
2 Draai aan M.C. en selecteer YES.
# Als u niet binnen 30 seconden een bediening uitvoert, wordt het instellingenmenu niet weerge­geven. # Als u de instelling later wilt maken, selecteert u met M.C. nu NO. Als u NO selecteert, kunt u geen instellingen maken in het instellingenmenu.
3 Druk op M.C. om uw keuze te bevesti­gen.
4 Voer de volgende procedures uit om het menu in te stellen.
Om verder te gaan naar de volgende menu­optie, moet u uw selectie bevestigen.
Language select (taalinstelling)
1 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste taal.
English (Engels)Français (Frans)Italiano (Italiaans)Español (Spaans)Deutsch (Duits)NederlandsРУССКИЙ (Russisch)
2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Calendar (datum)
1 Draai aan M.C. om het jaar te wijzigen. 2 Druk op M.C. om de dag te selecteren. 3 Draai aan M.C. om de dag te wi jzigen. 4 Druk op M.C. om de maand te selecteren. 5 Draai aan M.C. om de maand te wijzigen. 6 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Clock (klok)
1 Draai aan M.C. om het uur in te stellen. 2 Druk op M.C. om de minuut te selecteren. 3 Draai aan M.C. om de minuut in te stellen. 4 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
FM step (FM-afstemstap)
1 Draai aan M.C. om de FM-afstemstap te selecte-
ren. 50kHz (50 kHz)100kHz (100 kHz)
2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Contrast (contrastinstelling display)
1 Draai aan M.C. om het contrastniveau in te stel-
len. U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen de waarden 0 en 15. De waarde wordt op het display getoond.
2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Demonstration (demodisplay)
1 Draai aan M.C. om het demodisplay uit te schake-
len.
2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Quit verschijnt.
5 Draai M.C. en selecteer YES om de in­stelling te voltooien.
# Als u nog iets wilt wijzigen, draait u M.C. naar NO.
Bediening van het toestel
6 Druk op M.C. om uw keuze te bevesti­gen.
Nl
7
Page 8
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Opmerkingen
! Omdat de demonstratiemodus is bedoeld voor
gebruik in winkels, moet u deze niet gebruiken terwijl u rijdt.
! U kunt de menu-opties instellen in de beginin-
stellingen. Raadpleeg Begininstellingen op bladzijde 37 voor meer informatie over de in­stellingen.
! U kunt het instellingenmenu annuleren door
op SRC/OFF te drukken.
Basisbediening
Belangrijk
! Wees voorzichtig bij het verwijderen en terug-
plaatsen van het voorpaneel.
! Stel het voorpaneel niet bloot aan schokken. ! Stel het voorpaneel niet bloot aan direct zon-
licht en hoge temperaturen.
! Maak eerst alle kabels en apparaten (indien
aanwezig) van het voorpaneel los voordat u het verwijdert om beschadiging aan het toe­stel en het voertuiginterieur te voorkomen.
Het voorpaneel tegen diefstal verwijderen Het voorpaneel kan worden verwijderd om diefstal te ontmoedigen. 1 Druk op de toets Openen om het voorpaneel te
openen.
2 Pak de linkerkant van het voorpaneel vast en trek
het voorzichtig naar buiten. Pak het voorpaneel niet te stevig vast, laat het niet vallen en bescherm het tegen water en andere vloeistoffen om permanente schade te voorko­men.
3 Bewaar het losgemaakte voorpaneel in een be-
schermend omhulsel zoals een stevig doosje.
Het voorpaneel terugzetten 1 Plaats het voorpaneel terug door het rechtop
tegen het apparaat te houden en het voorzichtig in de bevestigingshaken te klemmen.
Het toestel uitschakelen 1 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel uit gaat.
Een signaalbron selecteren
1 Druk op SRC/OFF om over te schakelen tussen:
TUNER (tuner)CD (cd-speler)USB1 (USB 1)/ iPod1 (iPod 1)USB2 (USB 2)/iPod2 (iPod 2) SD (SD-geheugenkaart)AUX1 (AUX 1)AUX2
(AUX 2)BT Audio (Bluetooth-audio)
Het volume afstellen 1 Draai aan M.C. om het volume te regelen.
LET OP
Voor uw veiligheid en die van anderen moet u het voertuig eerst parkeren als u het voorpaneel wilt verwijderen.
Opmerkingen
! Als de blauw-witte draad van dit toestel is aan-
gesloten op de bedieningsaansluiting van de automatische antenne van het voertuig, schuift de antenne uit wanneer er een signaal­bron van dit toestel wordt ingeschakeld. Als de signaalbron wordt uitgeschakeld, wordt de antenne weer ingeschoven.
! Als er twee USB-opslagapparaten op het toe-
stel zijn aangesloten en u tussen de apparaten wilt schakelen, stopt u om te beginnen de communicatie met het USB-opslagapparaat.
! Als USB1 (USB-opslagapparaat 1)/iPod1 (de
iPod die is aangesloten op USB-ingang 1) en USB2 (USB-opslagapparaat 2)/iPod2 (de iPod die is aangesloten op USB-ingang 2) tegelij­kertijd zijn aangesloten, gebruikt u een Pioneer USB-kabel (CD-U50E) naast de be­staande Pioneer USB-kabel.
Het toestel inschakelen 1 Druk op SRC/OFF om het toestel in te schakelen.
8
Nl
Page 9
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Gebruik en onderhoud van de afstandsbediening
Gebruik van de afstandsbediening 1 Wijs met de afstandsbediening in de richting van
het voorpaneel. Als u de afstandsbediening voor de eerste keer gebruikt, moet u eerst de plastic beschermfolie uit de schuif trekken.
De batterij vervangen 1 Verwijder de schuif op de achterzijde van de af-
standsbediening.
2 Plaats de batterij met de pluspool (+) en de min-
pool (–) in de juiste richting.
WAARSCHUWING
! Houd de batterij buiten bereik van kinderen.
Roep onmiddellijk de hulp van een arts in als de batterij per ongeluk wordt ingeslikt.
! Batterijen (zowel in de verpakking als in het
apparaat geplaatst) mogen niet worden bloot­gesteld aan hittebronnen zoals zonlicht, vuur en dergelijke.
LET OP
! Gebruik één CR2025 (3 V) lithiumbatterij. ! Verwijder de batterij als de afstandsbediening
een maand of langer niet wordt gebruikt.
! Als de batterij onjuist wordt vervangen, be-
staat er kans op explosie. Vervang de batterij alleen door een identieke of gelijkwaardige batterij.
! Raak de batterij niet aan met metalen gereed-
schap.
! Bewaar de batterij niet bij metalen voorwer-
pen.
! Als de batterij lekt, moet u de afstandsbedie-
ning grondig schoonvegen en een nieuwe bat­terij plaatsen.
! Gooi gebruikte batterijen altijd weg overeen-
komstig de wettelijke bepalingen en milieure­gels die in uw land of regio van kracht zijn.
Belangrijk
! Bewaar de afstandsbediening niet op plaatsen
met hoge temperaturen of in direct zonlicht.
! De afstandsbediening kan minder goed wer-
ken in direct zonlicht.
! Laat de afstandsbediening niet op de grond
vallen, omdat deze dan onder het rem- of gas­pedaal terecht kan komen.
Gemeenschappelijke bedieningsfuncties voor functie-instellingen, audio­instellingen, begininstellingen en lijsten
Terugkeren naar het vorige display Terugkeren naar de vorige lijst of categorie (de map of categorie die een niveau hoger ligt) 1 Druk op
Het demodisplay in- of uitschakelen 1 Houd
Terugkeren naar het gewone display Het menu met begininstellingen annuleren 1 Druk op BAND/
Terugkeren naar het gewone display van de lijst of ca­tegorie 1 Druk op BAND/
Een functie of lijst selecteren 1 Draai aan M.C. of LEVER. ! In deze handleiding wordt Draai aan M.C.ge-
bruikt om een handeling aan te geven met betrek­king tot het selecteren van een functie of een lijst.
/DISP.
/DISP ingedrukt.
.
.
Bediening van het toestel
9
Nl
Page 10
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Tuner
Basisbediening
ba
)
5
c e8 9
5
d e
3 4 61 2 7
3 41 2 7
Zonder RDS, of MW/LW
1 TA G -indicator 2 Tagoverzetindicator 3 Frequentiebandindicator 4 5-indicator (stereo) 5 LOC-indicator
Licht op als automatisch afstemmen op lokale zenders is ingeschakeld.
6 Voorkeuzenummerindicator 7 Signaalniveau-indicator 8 TEXT-indicator
Geeft aan dat er radiotekst wordt ontvangen.
9 PTY-labelindicator a Nieuws-indicator (
Licht op wanneer het gekozen nieuwspro­gramma wordt ontvangen.
b TP-indicator (
Licht op als er is afgestemd op een zender die verkeersinformatie uitzendt (TP-zender).
c Programmaservicenaam d Frequentie-indicator e Spanningsindicator
Geeft de accuspanning aan.
! De waarde die de indicator aangeeft kan
afwijken van de werkelijke spanning.
)
RDS
Een frequentieband selecteren 1 Druk op BAND/
band (FM-1, FM-2, FM-3 voor FM of MW/LW)op het display verschijnt.
Handmatig afstemmen (stap voor stap) 1 Draai aan LEVER.
Automatisch afstemmen 1 Draai aan LEVER terwijl u de knop ingedrukt
houdt. ! Als u aan LEVER draait en de knop tegelijker-
tijd ingedrukt houdt, kunt u zenders over­slaan. Het automatisch afstemmen begint zodra u LEVER loslaat.
totdat de gewenste frequentie-
PI-zoeken
De functie zorgt ervoor dat het toestel automa­tisch naar een andere zender met hetzelfde soort programmas zoekt wanneer de ont­vangst verslechtert of een zender niet beschik­baar is. Tijdens het zoeken wordt PI seek weergegeven en wordt het geluid uitgescha­keld.
Automatisch PI-zoeken voor voorkeuzezenders
Als deze functie is ingeschakeld, probeert het toestel door PI-zoeken automatisch een ver­vangende zender te vinden wanneer een voor­keuzezender niet kan worden ontvangen. ! Automatisch PI-zoeken is standaard uitge-
schakeld. Raadpleeg Auto PI (automatisch PI-zoeken) op bladzijde 37.
Zenders voor de verschillende frequentiebanden opslaan en oproepen
1 Druk op (lijst).
Het scherm met voorkeuzezenders wordt weer­gegeven.
10
Nl
Page 11
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
2 Gebruik M.C. om de geselecteerde fre­quentie in het geheugen op te slaan.
Draai aan de knop om een ander voorkeuze­nummer te selecteren. Houd de knop inge­drukt om de frequentie op te slaan.
3 Gebruik M.C. om de gewenste zender te selecteren.
Draai aan de knop om een andere zender te kiezen. Druk op de knop om deze te selecte­ren.
# Opgeslagen FM-zenders kunnen vanaf elke FM-band worden opgeroepen. # Met de knoppen handmatig langslopen. # Druk op BAND/ male display terug te keren.
en kunt u de zenders
of (lijst) om naar het nor-
Weergave van RDS-informatie wijzigen
RDS-uitzendingen (Radio Data System) bevat­ten digitale informatie die gebruikt kan worden om het zoeken naar radiozenders te vergemak­kelijken.
% Druk op
PTY-informatie en de frequentie of program­maservicenaamsongtitel en naam artiest
# De PTY-informatie en de frequentie worden acht seconden op het display getoond.
PTY-lijst
News&Inf
News (nieuws), Affairs (actualiteiten), Info (informa-
tie), Sport (sport), Weather (weer), Finance (financi­eel nieuws)
Popular
Pop Mus (populaire muziek), Rock Mus (rockmuziek), Easy Mus (lichte muziek), Oth Mus (andere muziek), Jazz (jazz), Country (countrymuziek), Nat Mus (natio-
nale muziek), Oldies (Gouwe Ouwe), Folk mus (folk­muziek)
Classics
L. Class (lichte klassieke muziek), Classic (klassieke
muziek)
/DISP.
Others
Educate (educatief), Drama (theater), Culture (cul-
tuur), Science (wetenschap), Varied (varia), Children (kinderprogrammas), Social (praatprogrammas), Re-
ligion (religieus), Phone In (inbelprogrammas), Touring (reizen), Leisure (ontspanning), Document
(documentaires)
iTunes-tags gebruiken
Deze functie kan bediend worden met de vol­gende modellen iPod.
iPod touch 4e generatieiPod touch 3e generatieiPod touch 2e generatieiPod touch 1e generatieiPod classic 160 GBiPod classic 120 GBiPod classiciPod nano 6e generatieiPod nano 5e generatieiPod nano 4e generatieiPod nano 3e generatieiPhone 4iPhone 3GSiPhone 3GiPhone
Tag-informatie kan echter ook in het geheugen worden opgeslagen wanneer u een ander model iPod gebruikt.
De songinformatie (tag) kan vanaf de zender worden opgeslagen op uw iPod. De songs ver­schijnen dan in iTunes in de speellijst ge­naamd Getagde speellijstals u uw iPod de volgende keer synchroniseert. U kunt daarna eventueel direct de gewenste songs kopen in de iTunes Store. ! Het kan zijn dat de getagde songs afwijken
van de songs die beschikbaar zijn in de iTunes Store. Controleer daarom of u de goede songs hebt, voordat u ze aanschaft.
Bediening van het toestel
11
Nl
Page 12
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
De tag-informatie op dit toestel opslaan
1 Stem af op de zender. 2 Houd M.C. ingedrukt als TA G in het display wordt
weergegeven terwijl de gewenste song wordt af­gespeeld. ! Gedurende het opslaan van de tag-gegevens
knippert TAG .
De getagde informatie op uw iPod opslaan 1 Sluit de iPod op de USB-kabel aan via een iPod
dock connector.
2 Om tag-informatie van dit toestel naar de iPod
over te zetten, selecteert u in de functie-instellin­gen Tags transfer. Raadpleeg het gedeelte Tags transfer (Tags overzetten) op bladzijde 19.
! Als u tijdens het overzetten van tags een andere
signaalbron kiest, wordt het overzetten gestopt. Als u het overzetten wilt annuleren, selecteert u in de functie-instellingen Tags transfer en pro­beert u het opnieuw.
Radiotekst
Radiotekst weergeven U kunt het huidige radiotekstbericht en de drie meest recente berichten op het display laten weergeven.
1 Houd
2 Draai LEVER naar links of naar rechts om de drie
3 Druk op
Radiotekst opslaan en oproepen U kunt gegevens van maximaal zes radiotekstuitzen­dingen opslaan onder de toetsen RT Memo 1 t/m RT Memo 6.
1 Geef op het display het radiotekstbericht weer dat
2 Druk op
3 Gebruik LEVER om het geselecteerde radiotekst-
4 Selecteer de gewenste radiotekst met LEVER.
(lijst) ingedrukt om de radiotekst op het display weer te geven. ! U kunt de weergave van radiotekst uitschake-
len door op drukken.
! Wanneer er geen radiotekst wordt ontvangen,
verschijnt NO TEXT op het display.
meest recente radiotekstberichten op te roepen.
u in het geheugen wilt opslaan.
Het scherm met voorkeuzezenders wordt weerge­geven.
bericht in het geheugen op te slaan. Draai aan de knop om een ander voorkeuzenum­mer te selecteren. Houd M.C. ingedrukt om de frequentie op te slaan.
Draai aan de knop om een ander radiotekstbe­richt te kiezen. Druk op M.C. om de selectie te be­vestigen. ! Druk op BAND/
keren naar het normale display.
/DISP, SRC/OFF of BAND/ te
of om te bladeren.
(lijst).
of (lijst) om terug te
12
! De tuner slaat automatisch de drie laatst
ontvangen radiotekstberichten op. Hierbij wordt telkens het oudste bericht door het nieuwste vervangen.
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie FUNCTION en druk erop.
Nl
Page 13
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u deze als volgt in.
! Als de MW/LW-band is geselecteerd, zijn al-
leen BSM, Local en Tuning Mode beschik­baar.
BSM (geheugen voor de sterkste zenders)
Met de functie BSM (Best Stations Memor y) kunt u automatisch de zes sterkste zenders in het geheugen opslaan. Deze worden opgeslagen in volgorde van signaalsterkte. 1 Druk op M.C. om de functie BSM in te schakelen.
Druk nogmaals op M.C. om deze te annuleren.
Regional (regionaal)
Als Alternative FREQ is ingeschakeld, beperkt de re­gionale functie het zoeken tot regionale program­mas. 1 Druk op M.C. om de regionale functie in of uit te
schakelen.
Local (automatisch afstemmen op lokale zenders)
Als deze functie is ingeschakeld, stemt het toestel al­leen af op zenders waarvan het signaal voldoende sterk is voor een goede ontvangst. 1 Druk op M.C. om de functie Lokaal afstemmen in
te schakelen. ! Druk nogmaals op M.C. om deze te annule-
ren.
2 Draai LEVER naar links of naar rechts en selecteer
de gewenste instelling. FM: Level 1Level 2Level 3Level 4 MW/LW: Level 1Level 2 Als u het hoogste niveau selecteert, wordt alleen afgestemd op de sterkste zenders. Bij lagere ni­veaus wordt ook afgestemd op zwakkere zenders.
PTY search (programmatypeselectie)
Met behulp van PTY-informatie (programmatype-infor­matie) kunt u op een bepaald soort zender afstem­men. 1 Draai LEVER naar links of naar rechts en selecteer
de gewenste instelling.
News&InfPopularClassicsOthers
2 Druk op M.C. om het zoeken te beginnen.
Het toestel zoekt naar een zender die het geselec­teerde programmatype uitzendt. Als er een zender is gevonden, wordt de programmaservicenaam weergegeven. De PTY-lijst met ID-codes en programmatypen vindt u in het volgende gedeelte: PTY-lijst op blad­zijde 11. Druk opnieuw op M.C. om het zoeken te annule­ren. Het programma van een zender kan afwijken van de informatie die door de PTY-code wordt aange­geven. Als er geen zender gevonden wordt die het ge­wenste soort programma uitzendt, wordt op het display ongeveer twee seconden lang Not found getoond en keert de tuner terug naar de oorspron­kelijke zender.
Traffic Announce (stand-by voor verkeersberichten)
1 Druk op M.C. om de functie Stand-by voor ver-
keersberichten in en uit te schakelen.
Alternative FREQ (alternatieve frequenties zoeken)
Als deze functie is ingeschakeld, zoekt de tuner auto­matisch naar een andere zender in hetzelfde netwerk wanneer de ontvangst niet goed is. 1 Druk op M.C. om het zoeken naar alternatieve fre-
quenties in of uit te schakelen.
News interrupt (onderbreking door nieuwsberich­ten)
1 Druk op M.C. om de nieuwsfunctie in of uit te
schakelen.
Tuning Mode (LEVER-afsteminstelling)
U kunt een functie toewijzen aan de LEVER op het toestel. Selecteer Manual (handmatige afstemming) om handmatig af te stemmen of selecteer Preset (voor­keuzezender) om te schakelen tussen de voorkeuze­zenders. 1 Druk op M.C. om Manual of Preset te selecteren.
Bediening van het toestel
13
Nl
Page 14
75 6 84
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Cd/cd-r/cd-rw-discs en externe opslagapparaten (USB, SD)
Basisbediening
1
1 Indicator bitsnelheid/bemonsteringsfrequen-
tie Toont tijdens het afspelen van gecompri­meerde audio de bitsnelheid of bemonste­ringsfrequentie van het huidige fragment (bestand).
! Als u AAC -bestanden afspeelt die zijn
opgenomen met variabele bitsnelheid (VBR), wordt de gemiddelde bitsnelheid weergegeven. Afhankelijk van de soft­ware waarmee de AAC -bestanden zijn gecodeerd, kan ook alleen VBR worden weergegeven.
2 Mapnummerindicator
Toont tijdens het afspelen van gecompri­meerde audio het mapnummer dat momen­teel wordt afgespeeld.
3 Fragmentnummerindicator 4 PLAY/PAUSE-indicator 5 S.Rtrv-indicator
Licht op wanneer de sound retriever is inge­schakeld.
6 Songlengte (voortgangsbalk) 7 Weergavetijdindicator 8 Spanningsindicator
Geeft de accuspanning aan.
! De waarde die de indicator aangeeft kan
afwijken van de werkelijke spanning.
Het voorpaneel openen 1 Druk op de toets Openen.
De laadsleuf voor de disc verschijnt.
Een cd/cd-r/cd-rw afspelen 1 Plaats een disc met het etiket omhoog in de laad-
sleuf.
32
Een cd/cd-r/cd-rw uitwerpen 1 Druk op h (uitwerpen).
Songs op een USB-opslagapparaat afspelen 1 Gebruik een Pioneer USB-kabel om het USB-op-
slagapparaat op het toestel aan te sluiten.
! Sluit het USB-opslagapparaat met de USB-kabel
aan.
Stoppen met afspelen van songs op een USB -opslag­apparaat ! U kunt een USB-opslagapparaat op elk gewenst
moment verwijderen.
Songs op een SD-geheugenkaart afspelen 1 Verwijder het voorpaneel.
Raadpleeg Het voorpaneel tegen diefstal ver wijde- ren op bladzijde 8 voor meer informatie.
2 Plaats een SD-geheugenkaart in de daarvoor be-
stemde sleuf. Plaats de kaart met de contactpunten naar bene­den en druk de kaart voorzichtig aan tot deze op zijn plaats vastklikt.
3 Plaats het voorpaneel terug. 4 Druk op SRC/OFF en kies SD als signaalbron.
Het afspelen begint.
Stoppen met het afspelen van bestanden op een SD­geheugenkaart 1 Verwijder het voorpaneel.
Raadpleeg Het voorpaneel tegen diefstal ver wijde- ren op bladzijde 8 voor meer informatie.
2 Druk de SD-geheugenkaart voorzichtig enigszins
naar binnen tot deze losklikt. De SD-geheugenkaart wordt uit het toestel gewor­pen.
3 Verwijder de SD-geheugenkaart uit het toestel. 4 Plaats het voorpaneel terug.
Een map selecteren 1 Druk op
Een fragment selecteren 1 Draai aan LEVER.
Vooruit of achteruit spoelen 1 Houd LEVER ingedrukt en draai deze naar rechts
of naar links.
Terugkeren naar de hoofdmap 1 Houd BAND/
of .
ingedrukt.
14
Nl
Page 15
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Schakelen tussen gecomprimeerde audio en cd-da 1 Druk op BAND/
Schakelen tussen afspeelbare geheugenapparaten Als een USB-opslagapparaat meerdere USB Mass Storage-compatibele afspeelbare geheugenappara­ten bevat, kunt u tussen deze apparaten schakelen. 1 Druk op BAND/ ! U kunt schakelen tussen maximaal 32 verschil-
lende geheugenapparaten.
.
.
Opmerkingen
! Als u gecomprimeerde audio afspeelt, hoort u
geen geluid bij vooruit- en achteruitspoelen.
! Ontkoppel USB-opslagapparaten van dit toe-
stel wanneer u ze niet gebruikt.
! Als er twee USB-opslagapparaten op dit toe-
stel zijn aangesloten, is het apparaat dat op de invoer van de geselecteerde bron is aange­sloten het apparaat dat momenteel wordt be­diend.
! Schakel de communicatie met het USB-op-
slagapparaat uit voordat u overschakelt naar een ander apparaat.
Tekstinformatie weergeven
De gewenste informatie selecteren 1 Druk op
/DISP.
Opmerkingen
! Afhankelijk van het mediabestandstype en de
versie van iTunes waarmee de MP3-bestanden op de disc zijn opgenomen, kan het voorko­men dat incompatibele tekst bij een audiobe­stand niet goed wordt weergegeven.
! Welke tekstinformatie gebruikt kan worden,
hangt af van de informatiedrager.
Bestanden en fragmenten in de lijst selecteren en afspelen
Als er externe opslagapparaten (USB, SD) op dit toestel zijn aangesloten, is deze functie al­leen beschikbaar als Music browse op OFF is ingesteld. Zie Music browse (muziek zoeken) op bladzijde 38.
1 Druk op
(lijst) om over te schakelen naar de lijst met bestands- of fragmentna­men.
2 Gebruik M.C. om de gewenste be­standsnaam (of mapnaam) te selecteren.
De map- of bestandsnaam wijzigen 1 Draai aan M.C.
U kunt ook aan LEVER draaien.
Afspelen
1 Selecteer een bestand of fragment en druk op M.
C.
Een lijst van de bestanden (mappen) in de geselec­teerde map weergeven 1 Selecteer een map en druk op M.C.
Een song in de geselecteerde map afspelen 1 Selecteer een map en houd M.C. ingedrukt.
Naar een song bladeren
! Deze functie is alleen beschikbaar als er
een bestand op een extern opslagapparaat (USB, SD) of een song op een iPod wordt afgespeeld.
! Als er externe opslagapparaten (USB, SD)
op dit toestel zijn aangesloten, is deze func­tie alleen beschikbaar als Music browse op USB memory1, USB memory2 of SD
card is ingesteld. Zie Music browse (mu­ziek zoeken) op bladzijde 38.
1 Druk op nu met zoeklijsten te gaan.
2 Selecteer een categorie of song met M.C.
De naam van een song of categorie wijzigen
1 Draai aan M.C.
Artists (artiesten)Albums (albums)Songs
(songs)Genres (genres) U kunt ook aan LEVER draaien.
Afspelen 1 Selecteer een song en druk op M.C.
De lijst met songs in de geselecteerde categorie weergeven
1 Selecteer een categorie en druk op M.C.
(lijst) om naar het hoofdme-
Bediening van het toestel
15
Nl
Page 16
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Een song in de geselecteerde categorie afspelen 1 Selecteer een categorie en houd M.C. ingedrukt.
Alfabetisch in een lijst zoeken 1 Geef de lijst voor de geselecteerde categorie weer
en druk op
2 Draai aan M.C. om een letter te selecteren. 3 Druk op M.C. om de alfabetische lijst weer te
geven.
om alfabetisch te zoeken.
Opmerkingen
! Het toestel moet een index maken om de zoe-
kopdrachten Artists, Albums, Songs en Genres te kunnen uitvoeren. Het indexeren van 1 000 songs duurt meestal ongeveer 70 se­conden; we raden aan om maximaal 3 000 songs te indexeren. Bij sommige bestanden kan het indexeren langer duren.
! Bij het weergeven van lijsten kan er enige ver-
traging optreden, afhankelijk van het aantal bestanden op het USB-opslagapparaat.
! Het toestel reageert tijdens het maken van
een index of lijst wellicht niet op de toetsbe­diening.
! Lijsten worden elke keer opnieuw gemaakt als
u het toestel inschakelt.
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie FUNCTION en druk erop.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u deze als volgt in.
Play mode (herhaalde weergave)
1 Druk op M.C. om een herhaalbereik te selecteren.
Cd/cd-r/cd-rw-discs
! Disc repeat – Alle fragmenten herhalen ! Track repeat – Het huidige fragment herha-
len
! Folder repeat – De huidige map herhalen
Extern opslagapparaat (USB, SD)
! All repeat – Alle bestanden herhalen ! Track repeat – Het huidige bestand herhalen ! Folder repeat – De huidige map herhalen
Random mode (willekeurige weergave)
1 Druk op M.C. om willekeurige weergave aan of uit
te zetten.
Link play (gekoppelde weergave)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai aan M.C. om een andere modus te kiezen;
druk op de knop om een modus te selecteren.
! Artist – Een album van de huidige artiest afspe-
len.
! Album – Een song van het huidige album afspe-
len.
! Genre – Een album van het huidige genre afspe-
len. De geselecteerde song of het geselecteerde album wordt na de huidige song afgespeeld. ! Deze functie is alleen beschikbaar voor externe
opslagapparaten (USB, SD).
Pause (pauze)
1 Druk op M.C. om het afspelen te onderbreken
(pauze) of te hervatten.
Sound Retriever (sound retriever)
Deze verbetert automatisch de weergave van gecom­primeerde audio en zorgt voor een vol geluid.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
OFF (uit)12
1 heeft effect bij lagere compressie en 2 heeft ef-
fect bij hogere compressie.
16
Nl
Page 17
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
iPod
Basisbediening
1
2
1 Herhalingsindicator 2 Songnummerindicator 3 Shuffle-indicator 4 PLAY/PAUSE-indicator 5 S.Rtrv-indicator
Licht op wanneer de sound retriever is inge­schakeld.
6 Songlengte (voortgangsbalk) 7 Weergavetijdindicator 8 Spanningsindicator
Geeft de accuspanning aan.
! De waarde die de indicator aangeeft kan
afwijken van de werkelijke spanning.
Muziek op een iPod afspelen 1 Sluit de iPod op de USB-kabel aan via een iPod
dock connector.
Een song selecteren (hoofdstuk) 1 Draai aan LEVER.
Vooruit of achteruit spoelen 1 Houd LEVER ingedrukt en draai deze naar rechts
of naar links.
Een album selecteren 1 Druk op
of .
Opmerkingen
! De iPod kan niet worden in- en uitgeschakeld
als de bedieningsmodus is ingesteld op AUDIO.
! Verwijder de koptelefoon van de iPod voordat
u de iPod op dit toestel aansluit.
! De iPod wordt ongeveer twee minuten nadat
de contactschakelaar op OFF is gezet, uitge­schakeld.
3
75 6 84
Tekstinformatie weergeven
De gewenste informatie selecteren 1 Druk op
/DISP.
Naar een song bladeren
1 Druk op (lijst) om naar het hoofdme­nu met zoeklijsten te gaan.
2 Selecteer een categorie of song met M.C.
De naam van een song of categorie wijzigen
1 Draai aan M.C.
Playlists (speellijsten)Artists (artiesten)Al­bums (albums)Songs (songs)Podcasts (pod-
casts)Genres (genres)Composers (componisten)Audiobooks (audioboeken) U kunt ook aan LEVER draaien.
Afspelen 1 Selecteer een song en druk op M.C.
De lijst met songs in de geselecteerde categorie weergeven 1 Selecteer een categorie en druk op M.C.
Een song in de geselecteerde categorie afspelen 1 Selecteer een categorie en houd M.C. ingedrukt.
Alfabetisch in een lijst zoeken 1 Geef de lijst voor de geselecteerde categorie weer
en druk op
2 Draai aan M.C. om een letter te selecteren. 3 Druk op M.C. om de alfabetische lijst weer te
geven.
Opmerkingen
! U kunt speellijsten afspelen die zijn gemaakt
met de pc-toepassing MusicSphere. Deze toe­passing is beschikbaar op onze website.
! Speellijsten die zijn gemaakt met de pc-toe-
passing MusicSphere worden verkort weerge­geven.
om alfabetisch te zoeken.
Bediening van het toestel
17
Nl
Page 18
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Songs afspelen die verwant zijn met de huidige song
De volgende lijsten voor songs zijn beschik­baar.
Lijst met albums van de huidige artiest
Lijst met songs op het huidige album
Lijst met albums van het huidige genre
1 Houd M.C. ingedrukt om naar de ge­koppelde weergavemodus over te schake­len.
2 Draai aan M.C. om een andere modus te kiezen; druk op de knop om een modus te selecteren.
! Artist – Een album van de huidige artiest
afspelen.
! Album – Een song van het huidige album
afspelen.
! Genre – Een album van het huidige genre
afspelen.
De geselecteerde song of het geselecteerde album wordt na de huidige song afgespeeld.
Opmerkingen
! De geselecteerde song of het geselecteerde
album kan worden geannuleerd als u een an­dere functie dan gekoppeld zoeken gebruikt (bijvoorbeeld vooruit of achteruit spoelen).
! Afhankelijk van de geselecteerde song is het
mogelijk dat het einde van de huidige song en het begin van de geselecteerde song (album) worden afgekapt.
De iPod-functie van dit toestel via de iPod bedienen
Als APP is geselecteerd, kunt u de muziek op de iPod via de luidsprekers in het voertuig be­luisteren. Deze functie kan niet worden gebruikt met de volgende modellen iPod.
iPod met videoiPod nano 1e generatie
De modus APP kan worden gebruikt met de volgende iPod-modellen.
! iPod touch 4e generatie (softwareversie 4.1
of hoger)
! iPod touch 3e generatie (softwareversie 3.0
of hoger)
! iPod touch 2e generatie (softwareversie 3.0
of hoger)
! iPod touch 1e generatie (softwareversie 3.0
of hoger)
! iPhone 4 (softwareversie 4.1 of hoger) ! iPhone 3GS (softwareversie 3.0 of hoger) ! iPhone 3G (softwareversie 3.0 of hoger) ! iPhone (softwareversie 3.0 of hoger)
1 Druk op BAND/ om de bedieningsmodus te
wijzigen.
! iPod – De iPod-functie van dit toestel
kan via de aangesloten iPod worden be­diend.
! APP – De muziek van de iPod afspelen. ! AUDIO – De iPod-functie van dit toestel
kan via dit toestel worden bediend.
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie FUNCTION en druk erop.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u deze als volgt in.
Play mode (herhaalde weergave)
1 Druk op M.C. om een herhaalbereik te selecteren.
! Repeat One – De huidige song herhalen
! Repeat All – Alle songs in de geselecteerde
lijst herhalen
Shuffle mode (shuffle)
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
! Shuffle Songs – De songs in de geselec-
teerde lijst in willekeurige volgorde afspelen.
! Shuffle Albums – De songs van een willekeu-
rig album op volgorde afspelen.
! Shuffle OFF – Het afspelen in willekeurige
volgorde annuleren.
18
Nl
Page 19
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Shuffle all (shuffle all)
1 Druk op M.C. om de functie Shuffle all in te scha-
kelen. Als u de functie wilt uitschakelen, zet u Shuffle
mode in het menu FUNCTION uit.
Link play (gekoppelde weergave)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai aan M.C. om een andere modus te kiezen;
druk op de knop om een modus te selecteren. Raadpleeg Songs afspelen die verwant zijn met de huidige song op de vorige bladzijde voor meer in­formatie over de instellingen.
Pause (pauze)
1 Druk op M.C. om het afspelen te onderbreken
(pauze) of te hervatten.
Tags transfer (Tags overzetten)
De tag-informatie van de tuner overzetten. 1 Druk op M.C. om de tag-informatie op te slaan.
Zie iTunes-tags gebruiken op bladzijde 11.
Audiobooks (audioboeksnelheid)
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
! Faster – Weergave is sneller dan normaal ! Normal – Weergave met normale snelheid ! Slower – Weergave is trager dan normaal
Sound Retriever (sound retriever)
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
OFF (uit)12 1 heeft effect bij lagere compressie en 2 heeft ef-
fect bij hogere compressie.
Opmerkingen
! Als u de bedieningsmodus overschakelt op
iPod, wordt het afspelen van songs onderbro­ken. Bedien de iPod om de weergave te her­vatten.
! Ook als de bedieningsmodus is ingesteld op
iPod/APP kunnen de volgende functies vanaf dit toestel worden bediend.
PauzeVooruit en achteruit spoelenNaar volgende of vorige fragment gaan
! In de bedieningsmodus iPod/APP zijn alleen
Pause, Tags transfer en Sound Retriever be-
schikbaar.
! De bladerfunctie kan niet vanaf dit toestel wor-
den gebruikt.
Audio-instellingen
Bedieningsstanden
Dit toestel heeft twee bedieningsstanden: de stand driewegnetwerk (NW) en de standaard­stand (STD). U kunt naar wens tussen deze standen schakelen. De DSP-instelling is aan­vankelijk ingesteld op de standaardstand (STD). (Raadpleeg De DSP-instelling wijzigen op bladzijde 4.) ! De stand driewegnetwerk (NW) creëert een
driewegsysteem met meerdere versterkers en meerdere luidsprekers. In deze stand zijn er afzonderlijke luidsprekers voor de hoge, midden- en lage frequenties, die wor­den aangestuurd door afzonderlijke verster­kers. De stand driewegnetwerk biedt instellingsmogelijkheden voor het audio ­netwerk en tijduitlijning - twee functies die essentieel zijn voor een systeem met meer­dere versterkers en luidsprekers. Dankzij deze mogelijkheden kunt u nauwkeurige in­stellingen maken voor elk frequentiebereik.
! De standaardstand (STD) creëert een sys-
teem met vier luidsprekers (voorin en ach­terin) of zes luidsprekers (voorin, achterin en subwoofers).
Belangrijk
De audio-instellingen blijven in het geheugen be­waard als het toestel van de accu wordt losgekop­peld of de microprocessor wordt gereset. Raadpleeg het volgende gedeelte voor informatie over het resetten van de audio-instellingen: AUDIO reset (audio resetten) op bladzijde 38.
Bediening van het toestel
19
Nl
Page 20
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Aanduidingen voor de bedieningsstand
In deze handleiding worden de volgende aan­duidingen gebruikt om de toepasselijke bedie­ningsstand aan te geven.
: Geeft een functie of handeling aan die (alleen) in de driewegnetwerkstand beschik­baar is.
: Geeft een functie of handeling aan die (alleen) in de standaardstand beschikbaar is. ! Functies en handelingen zonder aandui-
ding kunnen zowel in de driewegnetwerk­als de standaardstand gebruikt worden.
Driewegnetwerkstand
Audio eenvoudig aanpassen
Door achtereenvolgens de volgende instellin­gen of aanpassingen uit te voeren, kunt u een­voudig een rijk, genuanceerd geluidsbeeld creëren.
1 Po sitieke uze-i nstelli ng (POSI) 2 Automatische TA en EQ-meting (automatische
tijduitlijning en instelling van de equalizer)
3 De balansinstelling (BAL) 4 Equalizercur ven selecteren
Audio fijn afstemmen
Door achtereenvolgens de volgende instellin­gen of aanpassingen uit te voeren, kunt u een­voudig een rijk, genuanceerd geluidsbeeld creëren.
1 De tijduitlijning aanpassen (TA 1, TA 2 ) 2 Het audionetwerk aanpassen (NW 1, NW 2,
NW 3, NW 4)
3 Equalizercur ven aanpassen (EQ 1) 4 De 16-bands grafische equalizer aanpassen
(EQ 2)
eur van uw auto. Deze eigenschappen zijn ver­schillend voor elk type auto.
1 Po sitieke uze-i nstelli ng (POSI) 2 Automatische TA en EQ-meting (automatische
tijduitlijning en instelling van de equalizer)
3 De fader/balansinstelling gebruiken (F/B) 4 Equalizercur ven selecteren
Audio fijn afstemmen
Door achtereenvolgens de volgende instellin­gen of aanpassingen uit te voeren, kunt u een­voudig een rijk, genuanceerd geluidsbeeld creëren.
1 Tijduitlijning (TA 1, TA2 ) 2 De subwooferuitgang (SW 1) 3 De subwooferinstellingen aanpassen (SW 2) 4 De afval (demping) van het low pass filter aan-
passen (SW 3)
5 Het high pass filter voor de luidsprekers voorin
instellen (F.HPF 1, F.HPF 2)
6 Het high pass filter voor de luidsprekers achter-
in instellen (R.HPF 1, R.HPF 2)
7 Equalizercur ven aanpassen (EQ 1) 8 De 16-bands grafische equalizer aanpassen
(EQ 2)
Extra functies
Met behulp van deze functies kunt u het ge­luid nog verder aan uw systeem of persoonlij­ke voorkeuren aanpassen.
! De loudness aanpassen (LOUD) ! Het bronniveau aanpassen (SLA) ! Automatische volumeaanpassing (ASL)
Standaardstand
Audio eenvoudig aanpassen
Met behulp van de volgende functies kunt u uw audiosysteem eenvoudig aanpassen aan de akoestische eigenschappen van het interi-
20
Nl
Page 21
1
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Audio-instellingen
1 Audio-display
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie AUDIO en druk erop.
3 Draai aan M.C. en selecteer de audio­functie.
Nadat u de audiofunctie geselecteerd hebt, stelt u deze als volgt in. Driewegnetwerkstand BAL (balansafstelling)NW 1 (netwerkafstel­ling 1)NW 2 (netwerkafstelling 2)NW 3 (netwerkafstelling 3)NW 4 (netwerkafstel­ling 4)POSI (positiekeuze)TA1 (instelling tijduitlijning)TA2 (aanpassing tijduitlijning) LOUD (loudness)EQ 1 (grafische equali- zer)EQ 2 (grafische equalizer met 16 ban­den)A.EQ (auto-equalizer aan/uit)ASL (automatische volumeaanpassing)SLA (bronniveauregeling) Standaardstand
F/B (balansinstelling)POSI (positiekeuze) TA1 (instelling tijduitlijning)TA2 (aanpas-
sing tijduitlijning)LOUD (loudness)EQ 1 (grafische equalizer)EQ 2 (grafische equali­zer met 16 banden)SW 1 (subwoofer aan/ uit)SW 2 (drempelfrequentie subwoofer) SW 3 (afval subwoofer)F.HPF 1 (afval voorste high pass filter)F.HPF 2 (drempelfrequentie voorste high pass filter)R.HPF 1 (afval ach­terste high pass filter)R.HPF 2 (drempelfre­quentie achterste high pass filter)A.EQ (auto-equalizer aan/uit)ASL (automatische volumeaanpassing)SLA (bronniveaurege­ling)
4 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te geven.
# U kunt de audiofuncties ook in omgekeerde volgorde doorlopen door M.C. naar links te draai­en. # Wanneer FM als signaalbron wordt gebruikt, kunt u niet overschakelen naar SLA. # Als u OFF in TA1 selecteert, kunt u TA2 niet gebruiken. # U kunt SW 2 en SW 3 alleen selecteren als de subwooferuitgang is ingeschakeld bij SW 1. # Druk op BAND/ display van de signaalbron.
Opmerkingen
! Als u niet binnen ongeveer 30 seconden een
functiehandeling uitvoert, wordt er automa­tisch teruggekeerd naar het bij de signaalbron behorende display.
! De functies EQ 2 (16-bands grafische equali-
zer), TA2 (aanpassing tijduitlijning), NW 1 (netwerkafstelling 1), NW 2 (netwerkafstelling
2), NW 3 (netwerkafstelling 3) en NW 4 (net­werkafstelling 4) worden niet automatisch ge­annuleerd.
om terug te keren naar het
Het linker- en rechterkanaal aanpassen
U kunt de volgende audiofuncties aanpassen voor het linker- of rechterkanaal afzonderlijk of beide kanalen tegelijk.
Driewegnetwerkstand
! Het audionetwerk aanpassen (NW 1, NW 2,
NW 3)
! De 16-bands grafische equalizer aanpassen
(EQ 2)
Standaardstand
! De subwooferinstellingen aanpassen (SW 2) ! De afval (demping) van het low pass filter
aanpassen (SW 3)
! Het high pass filter voor de luidsprekers
voorin instellen (F.HPF 1, F.HPF 2)
! Het high pass filter voor de luidsprekers ach-
terin instellen (R.HPF 1, R.HPF 2)
Bediening van het toestel
21
Nl
Page 22
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
! De 16-bands grafische equalizer aanpassen
(EQ 2)
1 Selecteer de gewenste audiofunctie met M.C.
2 Houd M.C. ingedrukt om over te scha­kelen tussen de standen links/rechts geza­menlijk en links/rechts afzonderlijk. L/R (links/rechts gezamenlijk)Left (links) Right (rechts)
3 Pas de functies naar wens aan.
Positiekeuze-instelling
Het geluid dat u hoort klinkt natuurlijker als het stereobeeld juist gericht is en u zich pre­cies in het centrum van het geluidsveld be­vindt. Met behulp van de functie positiekeuze kunt u automatisch het uitgangsniveau van de luidsprekers aanpassen. Daarbij wordt een au­diovertraging ingesteld die is afgestemd op het aantal passagiers en hun positie in het voertuig.
1 Selecteer met M.C. in het audiofunctie­menu POSI.
Raadpleeg Audio-instellingen op de vorige bladzijde.
2 Draai LEVER en selecteer een luisterpo­sitie. OFF (uit)Front Left (linkervoorstoel) Front Right (rechtervoorstoel)Front (voor-
stoelen)All (alle plaatsen
)
De balansinstelling
U kunt de balansinstelling aanpassen voor een optimale geluidsweergave op alle plaatsen in het voertuig. ! Deze functie is alleen beschikbaar in de
driewegnetwerkstand
1 Gebruik M.C. om BAL te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op de vorige bladzijde.
.
2 Draai aan LEVER om de balans tussen de linker- en rechterluidsprekers in te stel­len.
U kunt de balans tussen de linker- en rechter­luidsprekers van links naar rechts aanpassen van de waarde Left 25 tot Right 25. De waar­de wordt op het display getoond.
De fader/balansinstelling gebruiken
U kunt de fader-/balansinstelling aanpassen voor een optimale geluidsweergave op alle plaatsen in het voertuig. ! Deze functie is alleen beschikbaar in de
standaardstand
1 Gebruik M.C. om F/B te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op de vorige bladzijde.
2 Draai aan LEVER om de balans tussen de luidsprekers voorin en achterin in te stellen.
U kunt de balans tussen de luidsprekers van voor naar achter aanpassen van de waarde Front 25 tot Rear 25. De waarde wordt op het display getoond.
# F/R 00 is de aanbevolen instelling wanneer u slechts twee luidsprekers gebruikt.
3 Druk op M.C. om de balans tussen de linker- en rechterluidsprekers weer te geven.
4 Draai aan LEVER om de balans tussen de linker- en rechterluidsprekers in te stel­len.
U kunt de balans tussen de linker- en rechter­luidsprekers van links naar rechts aanpassen van de waarde Left 25 tot Right 25. De waar­de wordt op het display getoond.
.
Tijduitlijning
Tijduitlijning is een aanpassing van de geluids­weergave aan de afstand tussen de luidspre­kers en de luisterpositie.
22
Nl
Page 23
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
1 Selecteer met M.C. in het audiofunctie­menu TA1.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Draai aan LEVER en selecteer de tijduit­lijning. Initial (begin)Custom (aangepast) Auto TA (automatische tijduitlijning)OFF
(uit)
! Initial is de standaardinstelling voor tijduit-
lijning.
! Custom is een aangepaste instelling die u
zelf kunt maken.
! Auto TA is de instelling die door de auto-
matische TA en EQ-meting wordt gemaakt. (Raadpleeg Automatische TA en EQ-meting
(automatische tijduitlijning en instelling van de equalizer) op bladzijde 30.)
# U kunt Auto TA niet selecteren als er nog geen automatische TA en EQ-meting is uitge­voerd. In dat geval wordt Please set Auto TA weergegeven.
De tijduitlijning aanpassen
Tijduitlijning is een aanpassing van de geluids­weergave aan de afstand tussen de luidspre­kers en de geselecteerde luisterpositie. ! Een tijduitlijning-instelling die u zelf maakt,
wordt opgeslagen in Custom.
1 Gebruik M.C. om TA 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Druk op M.C. om een maateenheid te selecteren. (cm) (centimeter)(inch) (inch)
# Als u OFF in TA1 selecteert, kunt u TA2 niet gebruiken.
5 Draai aan M.C. en selecteer de luidspre­ker die u wilt aanpassen.
Driewegnetwerkstand High L (hoge frequenties links)High R (hoge frequenties rechts)Mid L (middenfre­quenties links)Mid R (middenfrequenties rechts)Low L (lage frequenties links) Low R (lage frequenties rechts) Standaardstand
Front L (voor links)Front R (voor rechts) Rear R (achter rechts)Rear L (achter links)
SubW. L (subwoofer links)SubW. R (sub- woofer rechts)
# U kunt SubW. L en SubW. R niet selecteren als de subwoofer-uitgang is uitgeschakeld.
6 Draai aan LEVER en pas de afstand aan tussen de geselecteerde luidspreker en de luisterpositie.
Als u de maateenheid centimeters ((cm)) hebt geselecteerd, kunt u de geluidsweergave aan­passen voor een afstand van 400.0cm tot
0.0cm. De waarde wordt op het display ge­toond. Als u de maateenheid inches ((inch)) hebt ge­selecteerd, kunt u de geluidsweergave aanpas­sen voor een afstand van 160inch tot 0inch. De waarde wordt op het display getoond.
# U kunt de geluidsweergave op dezelfde ma­nier aanpassen voor de andere luidsprekers.
7 Druk op BAND/ om de tijduitlijnings­functie te verlaten.
Bediening van het toestel
3 Druk op
/DISP om het menu weer te
geven.
4 Gebruik M.C. om TA2 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
# Als u in de positiekeuzestand (POSI) niet Front Left (voorstoel links) of Front Right (voor-
stoel rechts) hebt geselecteerd, verschijnt Can't Adjust TA. Set POS. FL/FR.
Informatie over de audionetwerkfunctie
Met de audionetwerkfunctie kunt u het audio­signaal in verschillende frequentiebanden op­delen en elke band via afzonderlijke luidsprekers weergeven.
Nl
23
Page 24
d
g
S
)
eau
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Vervolgens kunt u de geluidsweergave opti­maal aanpassen aan elke afzonderlijke luid­spreker, door haarfijne aanpassingen te maken aan de weergegeven frequentieband (met een low pass filter of high pass filter), het niveau, de fase en andere parameters.
Instelbare parameters
Met de audionetwerkfunctie kunt u de para­meters aanpassen die hieronder worden be­sproken. Voer de aanpassingen uit in functie van de weergegeven frequentieband en de akoestische eigenschappen van elke aange­sloten luidspreker.
Niveau
(dB)
Weergegeven frequentieban
Doorlaat­instellin
Niv
Afsnijfrequentie van HPF
teilheid
db/oct.
Frequentie
(Hz)
Afsnijfrequentie van LPF
Weergegeven frequentieband
Door de drempelfrequentie van het high pass filter (HPF, hoogdoorlaatfilter) en low pass fil­ter (LPF, laagdoorlaatfilter) aan te passen, kunt u de weergegeven frequentieband voor iedere luidspreker instellen. ! Het high pass filter geeft frequenties onder
een bepaalde waarde niet weer: deze lagere frequenties worden uitgefilterd. Hogere fre­quenties worden wel doorgelaten.
! Het low pass filter geeft frequenties boven
een bepaalde waarde niet weer: deze hoge­re frequenties worden uitgefilterd. Lagere frequenties worden wel doorgelaten.
Niveau
U kunt het niveauverschil tussen de verschil­lende luidsprekers corrigeren.
Afval
Door de zogenaamde afval(de mate van demping van uitgefilterde frequenties, die gra­fisch als een meer of minder steil afvallende lijn wordt voorgesteld) van de high pass en low pass filters in te stellen, kunt u de conti­nuïteit van het klankbeeld regelen tussen de verschillende luidsprekers. ! De afval is een maat voor het aantal decibel
(dB) waarmee het signaal wordt gedempt als de frequentie een octaaf hoger (of lager) is. De eenheid hiervoor is dB/octaaf. Hoe steiler de afval is, hoe meer het signaal wordt gedempt.
Fase
U kunt de fase (normaal, tegengesteld) voor het ingangssignaal van elke luidspreker afzon­derlijk instellen. Als u geen continu klankbeeld hoort tussen verschillende luidsprekers, kunt u proberen de fase te wijzigen. Dit kan een beter resultaat geven.
Opmerking over aanpassingen aan het audionetwerk
Aanpassing van de drempelfrequentie
! Als de luidspreker voor lage tonen in de
hoedenplank is geplaatst en een hoge drempelfrequentie is ingesteld voor Low LPF, worden de lage tonen geschei­den waardoor het lijkt of deze van achteren komen. We raden u aan de drempelfre­quentie voor Low LPF in te stellen op 100 Hz of lager.
! Het maximale ingangsvermogen van luid-
sprekers voor middentonen en hoge tonen is meestal lager dan van luidsprekers voor lage tonen. Wees er daarom op bedacht dat sterke bastonen de luidspreker kunnen beschadigen als u de drempelfrequentie voor Mid HPF of HighHPF lager instelt dan nodig is.
24
Nl
Page 25
ase
g
t
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Niveauregeling
De basisfrequenties van veel muziekinstru­menten bevinden zich in het middenbereik. Pas daarom eerst de middentonen aan en daarna de hoge en lage tonen.
Regeling van de afval
! Als u een lage absolute waarde instelt voor
de afval (voor een niet te steile demping), kan interferentie optreden tussen naast elk­aar geplaatste luidsprekers, met een ver­minderde frequentierespons als gevolg.
! Een hoge absolute waarde voor de afval
(voor een steile demping) kan de klankcon­tinuïteit tussen de luidsprekers negatief be­ïnvloeden en doen lijken of het geluid uit verschillende bronnen komt.
! Als u de afval instelt op 0 dB/octaaf, wor-
den er geen signalen uitgefilterd en heeft het filter geen effect (het signaal passeert).
Faseaanpassing
Als de kantelwaarde voor filters aan beide zij­den wordt ingesteld op –12 dB/octaaf, wordt de fase 180 graden omgekeerd bij de drempel­frequentie van het filter. In dat geval wordt de geluidscontinuïteit verbeterd als de fase wordt omgekeerd.
Normale f
Omgekeerde fase
1 Gebruik M.C. om NW 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Draai aan LEVER en selecteer de luid­spreker (filter) die u wilt aanpassen. Low LPF (LPF voor luidspreker voor lage
tonen)Mid HPF (HPF voor luidspreker voor middentonen)Mid LPF (LPF voor luidspreker voor middentonen)HighHPF (HPF voor luid­spreker voor hoge tonen)
3 Druk op M.C. om de geselecteerde luid­spreker (filter) te dempen. MUTE knippert op het display.
# Druk opnieuw op M.C. om het dempen te an- nuleren.
Het audionetwerk aanpassen
1 Gebruik M.C. om NW 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Draai aan LEVER en selecteer de luid­spreker (filter) die u wilt aanpassen. Low LPF (LPF voor luidspreker voor lage
tonen)Mid HPF (HPF voor luidspreker voor middentonen)Mid LPF (LPF voor luidspreker voor middentonen)HighHPF (HPF voor luid­spreker voor hoge tonen)
3 Druk op geven.
/DISP om het menu weer te
Bediening van het toestel
Scheidin
spun
Luidsprekers (filters) dempen
U kunt elke luidspreker (elk filter) dempen. Als u een luidspreker (filter) dempt, hoort u geen geluid uit die luidspreker. ! Als u de geselecteerde luidspreker (filter)
dempt, gaat MUTE knipperen en kunt u geen aanpassingen maken.
! Als een luidspreker (filter) gedempt is, kunt
u de parameters voor andere luidsprekers (filters) wel aanpassen.
4 Selecteer met M.C. de menuoptie NW 2.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
5 Draai aan M.C. om de drempelfrequen­tie (kantelfrequentie) van de geselecteerde luidspreker (filter) te selecteren. Low LPF: 2531.540506380100 125160200250 (Hz) Mid HPF: 2531.540506380100 125160200250 (Hz) Mid LPF: 1,25k1,6k2k2,5k3,15k 4k5k6,3k8k10k12,5k (Hz) HighHPF: 1,25k1,6k2k2,5k3,15k 4k5k6,3k8k10k12,5k (Hz)
Nl
25
Page 26
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
6 Draai aan LEVER om het niveau van de geselecteerde luidspreker (filter) in te stel­len.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen de waarden ±0 dB en –24 dB. De waarde wordt op het display getoond. Als u Low LPF heeft geselecteerd, kunt u het niveau verhogen of verlagen tussen de waar­den +6 dB en –24 dB. De waarde wordt op het display getoond.
7 Druk op geven.
8 Selecteer met M.C. de menuoptie NW 3.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
9 Draai aan LEVER om de afval van de ge­selecteerde luidspreker (filter) in te stellen. Low LPF: –36— –30— –24— –18— –12 (dB/
oct.) Mid HPF: –24— –18— –12— –6Pass (0) (dB/oct.) Mid LPF: –24— –18— –12— –6Pass (0) (dB/oct.)
HighHPF: –24— –18— –12— –6 (dB/oct.)
10 Druk op M.C. om de fase van de gese­lecteerde luidsprekereenheid (filter) te se­lecteren. NOR (normaal)REV (omgekeerd)
# U kunt de parameters voor de andere luidspre­kers (filters) op dezelfde manier aanpassen.
11 Druk op /DISP om het menu weer te geven.
12 Selecteer met M.C. de menuoptie NW 4.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
13 Druk op M.C. en selecteer stereo of mono. Stereo (stereo)MONO (mono)
# U kunt deze procedure alleen uitvoeren als
Low LPF is geselecteerd.
14 Druk op BAND/ om de aanpassing van het audionetwerk te verlaten.
/DISP om het menu weer te
De subwooferuitgang
Dit toestel is voorzien van een subwoofer-uit­gang. U kunt deze uitgang in- of uitschakelen. Als er een subwoofer is aangesloten op dit toe­stel, moet u het uitgangssignaal voor de sub­woofer inschakelen. De fase van het uitgangssignaal van de sub­woofer kan normaal of tegengesteld zijn. ! Deze functie is alleen beschikbaar in de
standaardstand
1 Selecteer met M.C. de menuoptie SW 1.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Druk op M.C. om de subwooferuitgang in te schakelen. ON verschijnt op het display. De subwooferuit-
gang is nu ingeschakeld.
# Als u de subwooferuitgang wilt uitzetten, drukt u nogmaals op M.C.
3 Draai aan LEVER en selecteer stereo of mono. Stereo (stereo)MONO (mono)
De subwoofer instellingen aanpassen
Als de subwooferuitgang is ingeschakeld, kunt u de drempelfrequentie en het uitgangs­niveau instellen.
1 Selecteer met M.C. de menuoptie SW 2.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
# Als de subwooferuitgang is ingeschakeld, kunt u SW 2 selecteren.
2 Draai aan M.C. en selecteer de drempel­frequentie. 506380100125 (Hz)
De subwoofer geeft alleen frequenties bene­den de geselecteerde waarde weer.
3 Draai aan LEVER om het uitgangsni­veau van de subwoofer in te stellen.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen de waarden +6 en -24. De waarde wordt op het display getoond.
.
26
Nl
Page 27
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
De afval (demping) van het low pass filter aanpassen
Als het uitgangssignaal van de subwoofer is ingeschakeld, kunt u de continuïteit van het klankbeeld tussen de luidsprekers aanpassen.
1 Gebruik M.C. om SW 3 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
# Als de subwoofer-uitgang is ingeschakeld, kunt u SW 3 selecteren.
2 Druk op M.C. en selecteer de fase voor de subwooferuitgang. NOR (normaal)REV (omgekeerd)
3 Draai aan LEVER en selecteer de afval. –18–12–6 (dB/oct.)
Opmerking
Als de afval van de subwoofer en het high pass fil­ter -12dB is en als ze dezelfde drempelfrequentie hebben, wordt de fase bij de drempelfrequentie 180 graden tegengesteld. In dat geval zorgt het omkeren van de fase voor een betere geluidscon­tinuïteit.
Het high pass filter
Als u niet wilt dat de luidsprekers voorin of achterin lage tonen uit het frequentiebereik van de subwoofer weergeven, kunt u het high­pass filter (HPF) activeren. Alleen frequenties boven het geselecteerde bereik worden dan weergegeven via de luidsprekers voorin of ach­terin. ! Deze functie is alleen beschikbaar in de
standaardstand
Luidsprekers (filters) dempen
U kunt de luidsprekers (filters) voorin en ach­terin afzonderlijk dempen. Als u luidsprekers (filters) dempt, hoort u geen geluid uit die luid­sprekers. ! Zelfs als een luidspreker (filter) gedempt is,
kunt u deze nog aanpassen. Het dempen wordt echter geannuleerd wanneer u het niveau wijzigt.
.
1 Gebruik M.C. en selecteer F.HPF 1 of R.HPF 1.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Druk op M.C. om de geselecteerde luid­spreker (filter) te dempen. MUTE wordt weergegeven.
# Druk opnieuw op M.C. om het dempen te an- nuleren.
Het high pass filter voor de luidsprekers voorin instellen
1 Gebruik M.C. om F.HPF 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Draai aan LEVER en selecteer de afval. –12–6Pass (dB/oct.)
# Als u de afval instelt op Pass (0 dB/oct.), wor- den er geen signalen gefilterd en heeft het filter geen effect.
3 Druk op /DISP om het menu weer te geven.
4 Selecteer met M.C. de menuoptie F.HPF 2.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
5 Draai aan M.C. en selecteer de drempel­frequentie. 506380100125160200 (Hz)
De luidsprekers voorin geven nu alleen fre­quenties boven de geselecteerde waarde weer.
6 Draai aan LEVER om het uitgangsni­veau van de voorluidsprekers in te stellen.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen de waarden 0 en –24. De waarde wordt op het display getoond.
Het high pass filter voor de luidsprekers achterin instellen
1 Gebruik M.C. om R.HPF 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Draai aan LEVER en selecteer de afval. –12–6Pass (dB/oct.)
Bediening van het toestel
27
Nl
Page 28
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
# Als u de afval instelt op Pass (0 dB/oct.), wor- den er geen signalen gefilterd en heeft het filter geen effect.
3 Druk op /DISP om het menu weer te geven.
4 Selecteer met M.C. de menuoptie R.HPF 2.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
5 Draai aan M.C. en selecteer de drempel­frequentie. 506380100125160200 (Hz)
De luidsprekers achterin geven nu alleen fre­quenties boven de geselecteerde waarde weer.
6 Draai aan LEVER om het uitgangsni­veau van de achterluidsprekers in te stel­len.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen de waarden +6 en –24. De waarde wordt op het display getoond.
De auto-equalizer
De auto-equalizer is de equalizercurve die wordt gemaakt door de automatische TA en EQ-meting (raadpleeg Automatische TA en EQ-
meting (automatische tijduitlijning en instelling van de equalizer) op bladzijde 30).
U kunt de auto-equalizer in- of uitschakelen.
1 Selecteer met M.C. in het audiofunctie­menu A.EQ.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
# Als u nog geen automatische TA en EQ-me­ting hebt uitgevoerd, wordt Please set Auto EQ weergegeven. Deze melding geeft aan dat u deze functie (nog) niet kunt gebruiken.
Equalizercurven selecteren
Met de equalizer kunt u de geluidsweergave nog beter aanpassen aan de akoestische ei­genschappen van het voertuiginterieur. Er zijn zeven vooringestelde equalizercurven die u op elk moment kunt oproepen. In de on­derstaande lijst worden de equalizercurven weergegeven.
Display Equalizercurve
Super bass Superbas
Powerful Power
Natural Natuurlijk
Vocal Vocaal
Flat Vlak
Custom1 Aangepast 1
Custom2 Aangepast 2
! Custom1 en Custom2 zijn aangepaste
equalizercurven die u zelf maakt. U kunt de 16-bands grafische equalizer gebruiken om aanpassingen te maken.
! Als Flat is geselecteerd, wordt het geluid
niet aangevuld of gecorrigeerd. Door afwis­selend te luisteren met Flat en een van de andere equalizercurven kunt u het effect van de verschillende curven beter beoorde­len.
% Druk op EQ/DISP OFF om een equalizer te selecteren.
Druk zo vaak als nodig op EQ/DISP OFF om een van de volgende equalizerinstellingen te selecteren:
PowerfulNaturalVocalFlatCustom1Custom2Super bass
2 Druk op M.C. om de auto-equalizer in te schakelen. Auto EQ ON verschijnt op het display.
# Druk opnieuw op M.C. om de auto-equalizer uit te schakelen.
28
Nl
Equalizercurven aanpassen
Met uitzondering van Flat kunnen alle voorge­programmeerde equalizercurven nog worden aangepast (nuancecontrole).
1 Gebruik M.C. om EQ 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
Page 29
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
2 Draai aan M.C. om een equalizer te se­lecteren.
3 Draai aan LEVER om de equalizercurve aan te passen.
U kunt de equalizercurve aanpassen tussen de waarden +6 en –6. De waarde wordt op het display getoond.
# Het werkelijke instelbereik is afhankelijk van de gekozen equalizercurve. # De equalizercurve waarvan alle frequenties zijn ingesteld op 0 kan niet worden aangepast.
De 16-bands grafische equalizer aanpassen
Voor de equalizercurven Custom1 en Custom2 kunt u het niveau van elke band aan-
passen. ! Voor elke signaalbron kunt u een afzonder-
lijke Custom1-curve maken. Als u aanpas­singen maakt terwijl er een andere curve dan Custom2 is geselecteerd, worden de aangepaste instellingen opgeslagen in Custom1.
! U kunt een algemene Custom2-curve in-
stellen voor alle signaalbronnen. Als u aan­passingen maakt terwijl de Custom2-curve is geselecteerd, wordt de Custom2-curve bijgewerkt.
1 Roep de equalizercurve op die u wilt aanpassen.
Raadpleeg Equalizercurven selecteren op de vorige bladzijde.
2 Gebruik M.C. om EQ 2 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
3 Draai aan M.C. om de equalizerband te selecteren die u wilt aanpassen. 2031,55080125200315500 8001,25k2k3,15k5k8k12,5k 20k (Hz)
4 Draai aan LEVER om het niveau van de equalizerband aan te passen.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen de waarden +6 en –6. De waarde wordt op het display getoond.
# Vervolgens kunt u een andere band kiezen en daarvan het niveau aanpassen.
5 Druk op BAND/ om de aanpassing van de 16-bands grafische equalizer te ver­laten.
De loudness aanpassen
De loudness-functie compenseert een tekort aan lage tonen en hoge tonen bij lage volu­mes.
1 Selecteer met M.C. in het audiofunctie­menu LOUD.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Druk op M.C. om de loudness-functie in te schakelen.
# Als u de loudness-functie wilt uitzetten, drukt u nogmaals op M.C.
Het bronniveau aanpassen
Met de functie SLA (Source Level Adjustment, bronniveauregeling) kunt u het volumeniveau van elke signaalbron afzonderlijk instellen. Hierdoor kunt u plotselinge volumewisselin­gen voorkomen wanneer naar een andere sig­naalbron wordt overgeschakeld. ! De instellingen zijn gebaseerd op het FM-
volumeniveau, dat zelf niet gewijzigd kan worden.
1 Vergelijk het volumeniveau van de sig­naalbron die u wilt aanpassen met het FM­volumeniveau.
2 Selecteer met M.C. in het audiofunctie­menu SLA.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
Bediening van het toestel
29
Nl
Page 30
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
3 Draai aan LEVER om het bronvolume te regelen.
U kunt het volume van de signaalbron verho­gen of verlagen tussen de waarden +4 en –4. De waarde wordt op het display getoond.
Opmerkingen
! Het MW/LW-volumeniveau kan ook met de
deze functie worden aangepast.
! Het USB/SD-volumeniveau kan ook met deze
functie worden aangepast.
Automatische volumeaanpassing
Tijdens het rijden verandert het geluid in het voertuig voortdurend afhankelijk van de rijsnel­heid en de weggesteldheid. De functie auto­matische volumeaanpassing (ASL) reageert op deze variërende omgevingsgeluiden en ver­hoogt automatisch het volume als het geluid van buitenaf toeneemt. U kunt de gevoeligheid van de ASL-functie (de volumewijziging ten op­zichte van het achtergrondgeluidsniveau) op vijf niveaus instellen.
1 Selecteer met M.C. de menuoptie ASL.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Druk op M.C. om de ASL-functie in te schakelen.
# Druk nogmaals op M.C. om de ASL-functie uit te schakelen.
3 Draai aan LEVER om het gewenste bronniveau te kiezen. Low (laag)Mid-L (midden-laag)Mid (mid-
den)Mid-H (midden-hoog)High (hoog)
Tijdens een automatische instelling van de equalizer meet het toestel de akoestische ei­genschappen van het voertuiginterieur en maakt het op basis daarvan een curve voor de auto-equalizer.
WAARSCHUWING
Voer nooit een automatische TA- en EQ-meting uit tijdens het rijden, dit om ongelukken te voor­komen. Tijdens de automatische TA- en EQ-me­ting kunnen de luidsprekers een luide meettoon (een luid geluid) produceren.
LET OP
! De luidsprekers kunnen beschadigd raken als
u een automatische TA- en EQ-meting uitvoert onder de onderstaande omstandigheden. Controleer dit zorgvuldig voordat u een auto­matische TA- en EQ-meting uitvoert. Als de luidsprekers verkeerd zijn aangeslo-
ten. (Bijvoorbeeld als een luidspreker ach­terin als subwoofer-uitgang is aangesloten.)
Als een luidspreker is aangesloten op een
versterker met een hoger uitgangssignaal dan het maximaal toegestane ingangsni­veau van de luidspreker.
! Als de microfoon in een ongeschikte positie
wordt geplaatst, kan de meettoon erg luid wor­den en kan het meten lang duren, waardoor de accu leeg kan raken. Zorg dat de microfoon op de aangewezen locatie is geplaatst.
Automatische TA en EQ-meting (automatische tijduitlijning en instelling van de equalizer)
Door automatische tijduitlijning wordt auto­matisch een optimale tijduitlijning ingesteld afhankelijk van de afstand tussen de luidspre­kers en de luisterpositie.
30
Nl
Page 31
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Voordat u een automatische TA en EQ-meting uitvoert
! Voer een automatische TA- en EQ-meting
op een zo rustig mogelijke plaats uit. Scha­kel de motor en de airconditioning uit. On­derbreek ook de voeding naar autotelefoons en mobiele telefoons in het voertuig of verwijder deze voordat u een au­tomatische TA- en EQ-meting uitvoert. An­dere geluiden dan de meettoon (zoals omgevingslawaai, motorgeluid, rinkelende telefoons, enz.) kunnen de meting van de akoestiek in het voertuig verstoren.
! Voer een automatische TA- en EQ-meting
altijd uit met de meegeleverde microfoon. Gebruik van een andere microfoon kan me­ting onmogelijk maken of een verkeerd re­sultaat geven.
! Als de luidsprekers voorin niet zijn aange-
sloten, kan geen automatische TA- en EQ­meting worden uitgevoerd.
! Als de luidsprekers voorin zijn gedempt,
kan geen automatische TA en EQ-meting worden uitgevoerd. (Raadpleeg bladzijde
27.)
! Als dit toestel is aangesloten op een ver-
sterker met niveauregeling voor de in­gangssignalen, is een automatische TA- en EQ-meting wellicht niet mogelijk als het in­gangsniveau van de versterker te laag is in­gesteld.
! Als dit toestel is aangesloten op een ver-
sterker met een low pass filter, dient u deze uit te zetten voordat u een automatische TA- en EQ-meting uitvoert. Ook moet de drempelfrequentie voor een ingebouwde low pass filter van een actieve subwoofer worden ingesteld op de hoogste frequentie.
! De waarde voor tijduitlijning die tijdens de
automatische TA- en EQ-meting is bere­kend, kan in de onderstaande omstandig­heden afwijken van de werkelijke afstand. De computer heeft de afstand echter zo be­rekend dat de vertraging optimaal is voor een zo goed mogelijk resultaat voor uw voertuig. Blijf deze waarde dus gebruiken.
Als er sterke geluidsweerkaatsingen zijn
in het voertuig en vertragingen optre­den.
Als lage tonen vertraagd worden door
invloed van de low pass filter op actieve subwoofers of externe versterkers.
! Automatische TA en EQ-meting wijzigt de
audio-instellingen als volgt: De fader-/balansinstellingen worden te-
ruggezet naar de middelste stand. (Raadpleeg De fader/balansinstelling ge- bruiken op bladzijde 22.)
De curve van de grafische equalizer
wordt op Flat gezet. (Raadpleeg blad­zijde 28.)
Als er een subwoofer op het toestel is
aangesloten, wordt deze automatisch aangepast aan het uitgangssignaal van de subwoofer en de instelling van de high pass filter voor de luidsprekers ach­terin.
! Als u een automatische TA- en EQ-meting
uitvoert terwijl er al een eerdere instelling voor bestaat, wordt deze instelling vervan­gen.
! Controleer het bruikbare frequentiebereik
voordat u de tweeters aansluit. Als u de drempelfrequentie gebruikt, moet u die hoger instellen dan de laagst bruikbare fre­quentie van de tweeter.
! De automatische TA en EQ-meting wordt
uitgevoerd in het bereik boven 10 kHz. Als u een tweeter gebruikt die dit bereik niet kan weergeven, kan hij beschadigd worden. Let erop dat bij uitvoering van een automati­sche TA en EQ-meting de drempelfrequen­tie correct is ingesteld. Gebruik voorts een tweeter die ten minste 10 kHz en hoger kan weergeven.
Bediening van het toestel
31
Nl
Page 32
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Een automatische TA en EQ-meting uitvoeren
1 Parkeer het voertuig op een zo rustig mogelijke plaats, sluit alle portieren, ramen en het schuifdak, en zet de motor uit.
# Het geluid van een draaiende motor kan de automatische TA- en EQ-meting verstoren.
2 Plaats de meegeleverde microfoon in het midden van de hoofdsteun van de be­stuurdersstoel en richt hem naar voren.
# Het resultaat van de automatische TA- en EQ­meting is afhankelijk van de positie van de micro­foon. Indien gewenst kunt u de microfoon voor automatische TA- en EQ-meting ook op de voorste passagiersstoel plaatsen.
3 Zet de contactschakelaar aan of in de accessoirestand (ACC).
# Schakel de airconditioning en verwarming uit als deze zijn ingeschakeld. Het geluid van de ven­tilator van de airconditioning of de verwarming kan de automatische TA- en EQ-meting verstoren. # Druk op SRC/OFF om de signaalbron in te schakelen als het toestel is uitgeschakeld.
4 Selecteer de positie van de zetel waar­op de microfoon is geplaatst.
Raadpleeg Positiekeuze-instelling op bladzijde
22.
# Als u geen positie selecteert voordat u de me­ting start, wordt automatisch Front Left geselec­teerd.
6 Houd EQ/DISP OFF ingedrukt om naar de automatische TA en EQ-meetstand over te schakelen.
Het voorpaneel wordt automatisch geopend.
7 Steek de plug van de microfoon in de microfooningang op het toestel.
8 Druk op M.C. om de automatische TA en EQ-meting te starten.
9 Verlaat het voertuig en sluit het portier binnen tien seconden nadat het aftellen is begonnen.
De luidsprekers geven een meettoon (geluid) af en de automatische TA en EQ-meting be­gint.
# Als alle luidsprekers zijn aangesloten, neemt een volledige, automatische TA en EQ-meting on­geveer zes minuten in beslag. # Druk opnieuw op M.C. om de automatische TA en EQ-meting te stoppen. # Als u de automatische TA en EQ-meting hal­verwege wilt onderbreken, drukt u op BAND/
.
10 Als de automatische TA en EQ-meting is voltooid, wordt Complete weergegeven.
Er verschijnt een foutmelding als de meting niet correct kan worden uitgevoerd. (Raad­pleeg Automatische TA en EQ-meting op blad­zijde 46.)
11 Druk op BAND/
om de automatische
TA en EQ-meting te annuleren.
5 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel uit gaat.
32
Nl
Page 33
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
12 Berg de microfoon zorgvuldig op in het handschoenenkastje of op een andere vei­lige plaats.
Als de microfoon langere tijd wordt blootge­steld aan direct zonlicht, kunnen hoge tempe­raturen vervorming, verkleuring of storingen veroorzaken.
Bluetooth-technologie
Bluetooth-telefoon
Belangrijk
! Omdat dit toestel stand-by staat om verbin-
ding te kunnen maken met een mobiele Bluetooth-telefoon, kan de accu leegraken wanneer de motor niet draait.
! De bediening kan verschillen naargelang het
type telefoon.
! Handelingen die uw aandacht vereisen, zoals
het kiezen van een nummer op het display, het gebruik van het telefoonboek enz., zijn niet toegestaan tijdens het rijden. Als u dergelijke handelingen wilt uitvoeren, dient u het voer­tuig eerst veilig te parkeren.
Het toestel instellen voor handsfree telefoneren
Voordat u de functie voor handsfree telefone­ren kunt gebruiken, moet u een aantal instel­lingen op dit toestel opgeven.
1 Verbinding
Voer de nodige handelingen uit in het verbin­dingsmenu voor de Bluetooth-telefoon. Zie Het verbindingsmenu op deze bladzijde.
2 Functie-instellingen
Voer de nodige handelingen uit in het functieme­nu voor de Bluetooth-telefoon. Zie Het telefoonme- nu op bladzijde 36.
Basisbediening
Een telefoongesprek voeren ! Zie Het telefoonmenu op bladzijde 36.
Een inkomend gesprek beantwoorden 1 Druk op M.C. wanneer u gebeld wordt.
Een gesprek beëindigen 1 Druk op
Een inkomend gesprek weigeren 1 Druk op
Een gesprek in de wachtstand beantwoorden 1 Druk op M.C. wanneer u gebeld wordt.
Overschakelen tussen bellers die in de wachtstand staan 1 Druk op M.C.
Een gesprek in de wachtstand afbreken 1 Druk op
Het luistervolume van de gesprekspartner afstellen 1 Draai tijdens het gesprek aan LEVER. ! Als de privé-modus is ingeschakeld, is deze func-
tie niet beschikbaar.
De privé-modus in- en uitschakelen 1 Druk tijdens het gesprek op BAND/
Het informatiedisplay weergeven 1 Druk tijdens het gesprek op
.
wanneer u gebeld wordt.
.
.
/DISP.
Opmerkingen
! Als de privé-modus is geselecteerd op de mo-
biele telefoon, is handsfree bellen wellicht niet mogelijk.
! De geschatte gespreksduur verschijnt op het
display (deze kan enigszins afwijken van de werkelijke gespreksduur).
Het verbindingsmenu
Belangrijk
! Voordat u deze handeling uitvoert, moet u het
voertuig veilig parkeren en op de handrem zet­ten.
! Aangesloten apparaten werken wellicht niet
naar behoren als er meerdere Bluetooth-appa­raten tegelijkertijd op dit toestel zijn aangeslo­ten (bijvoorbeeld een telefoon en een audiospeler).
Bediening van het toestel
33
Nl
Page 34
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
1 Houd ingedrukt om het verbindings­menu weer te geven.
# U kunt deze handeling niet uitvoeren tijdens een telefoongesprek.
2 Draai aan M.C. om de gewenste functie te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u deze als volgt in.
Device list (verbinding maken/verbreken met een toe­stel uit de lijst)
! Als er geen toestel is geselecteerd in de lijst, is
deze functie niet beschikbaar.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai aan M.C. om de naam te selecteren van het
apparaat waarmee u verbinding wilt maken of de verbinding wilt verbreken. ! Houd M.C. ingedrukt om te schakelen tussen
het Bluetooth-apparaatadres en de apparaat­naam.
3 Druk op M.C. om verbinding met het geselec-
teerde apparaat te maken of de verbinding te ver­breken. Als de verbinding is gemaakt, wordt Connected weergegeven.
Delete device (een toestel uit de lijst ver wijderen)
! Als er geen toestel is geselecteerd in de lijst, is
deze functie niet beschikbaar.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai aan M.C. om de naam te selecteren van het
apparaat dat u wilt verwijderen. ! Houd M.C. ingedrukt om te schakelen tussen
het Bluetooth-apparaatadres en de apparaat­naam.
3 Druk op M.C.; Delete YES wordt weergegeven. 4 Druk op M.C. om de gewenste apparaatgegevens
uit de lijst te verwijderen.
! Zet de motor van het voertuig niet uit wanneer
deze functie actief is.
Add device (verbinding maken met een nieuw appa­raat)
1 Druk op M.C. om het zoeken te starten.
! Om het zoeken te annuleren, drukt u op M.C. ! Als dit toestel geen beschikbare mobiele tele-
foons vindt, wordt Not found weergegeven.
2 Draai aan M.C. om een apparaat uit de lijst met
apparaten te selecteren. ! Houd M.C. ingedrukt om te schakelen tussen
het Bluetooth-apparaatadres en de apparaat­naam.
3 Druk op M.C. om de verbinding met het geselec-
teerde toestel tot stand te brengen. ! Control eer om de verbinding te voltooien de
naam van het apparaat (Pioneer BT Unit). Voer indien nodig de pincode op het toestel in.
! De standaardpincode is 0000. U kunt deze
code wijzigen.
! Op het display van dit toestel wordt een zescij-
ferig nummer weergegeven. Het nummer ver­dwijnt weer wanneer de verbinding is voltooid.
! Als u de verbinding niet tot stand kunt bren-
gen via dit toestel, maak dan via het apparaat dat u wilt aansluiten verbinding met dit toe­stel.
! Als er al drie apparaten gepaird zijn, wordt
Device Full weergegeven en kunt u deze han­deling niet uitvoeren. Verwijder in dat geval eerst een van de gepairde apparaten.
Special device (een speciaal apparaat instellen)
Bluetooth-apparaten waarvoor extra handelingen zijn vereist om een verbinding tot stand te brengen, wor­den speciale apparaten genoemd. Als het apparaat dat u wilt aansluiten in de lijst met speciale apparaten staat, selecteert u het. 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven. ! Als er al drie apparaten gepaird zijn, wordt
Device Full weergegeven en kunt u deze han­deling niet uitvoeren. Verwijder in dat geval eerst een van de gepairde apparaten.
2 Draai aan M.C. om een speciaal apparaat weer te
geven. Druk op de knop om het apparaat te selec­teren.
3 Draai aan M.C. om de naam van dit toestel, het
Bluetooth-adres en de PIN-code weer te geven.
4 Maak vanaf het apparaat verbinding met dit toe-
stel. ! Control eer, om de verbinding te voltooien, de
naam van het apparaat (Pioneer BT Unit)en voer de PIN-code op het toestel in.
! De standaardpincode is 0000. U kunt deze
code wijzigen.
34
Nl
Page 35
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Auto connect (automatisch verbinding maken met een Bluetooth-apparaat)
1 Druk op M.C. om automatisch verbinden in of uit
te schakelen.
Visibility (de Bluetooth-functionaliteit van dit toestel zichtbaar maken)
U kunt de Bluetooth-functionaliteit van dit toestel zichtbaar maken zodat het door andere apparaten kan worden gezien. 1 Druk op M.C. om het toestel al dan niet zichtbaar
te maken. ! Wanneer u Special device selecteert, wordt
de Bluetooth-functionaliteit van dit toestel tij­delijk zichtbaar gemaakt.
Pin code input (pincode invoeren)
Als u een apparaat via Bluetooth met dit toestel wilt verbinden, moet u een pincode op het apparaat invoe­ren om de verbinding te bevestigen. De standaard­code is 0000, maar u kunt de code via deze functie wijzigen. 1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai aan M.C. om een nummer te selecteren. 3 Druk op M.C. om de cursor naar de volgende po-
sitie te verplaatsen.
4 Nadat u de pincode hebt ingevoerd, houdt u M.C.
ingedrukt. ! Als u na het invoeren M.C. indrukt, keert u
terug naar het invoerscherm van de pincode en kunt u deze wijzigen.
Device INFO (Bluetooth-apparaatadres)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai M.C. naar links om naar Bluetooth-apparaa-
tadres te gaan. Draai M.C. naar rechts om terug te keren naar de naam van het apparaat.
Bluetooth-audio
Belangrijk
! Afhankelijk van de aangesloten Bluetooth-au-
diospeler is de functionaliteit tot een van de volgende twee niveaus beperkt: A2DP-profiel (Advanced Audio Distribution
Profile): Hiermee kunt u de muziek op de audiospeler alleen afspelen.
AVRCP-profiel (Audio/Video Remote Con-
trol Profile): Hiermee kunt u de muziek af­spelen, pauzeren, songs selecteren, enz.
! Omdat er talrijke Bluetooth-audiospelers in
omloop zijn, kunnen de beschikbare functies sterk verschillen. Raadpleeg de handleiding van de Bluetooth-audiospeler en deze handlei­ding voor de bediening van de audiospeler met dit toestel.
! Informatie over songs (bijvoorbeeld de verstre-
ken weergavetijd, de songtitel, de songindex, enz.) kan niet op dit toestel worden weergege­ven.
! Wanneer u via de Bluetooth-audiospeler naar
muziek luistert, kunt u het gebruik van de mo­biele telefoon het best zo veel mogelijk vermij­den. Het signaal van een mobiele telefoon kan de muziekweergave namelijk verstoren.
! Wanneer u opbelt met een mobiele Bluetooth-
telefoon die op dit toestel is aangesloten, wordt het geluidsniveau van de aangesloten Bluetooth-audiospeler gedempt.
! Als de Bluetooth-audiospeler in gebruik is,
kan niet automatisch verbinding worden ge­maakt met een Bluetooth-telefoon.
! Als u naar muziek op de Bluetooth-audiospe-
ler luistert en naar een andere signaalbron overschakelt, wordt het afspelen niet afgebro­ken.
Het toestel instellen voor Bluetooth­audio
Voordat u de functie Bluetooth-audio kunt ge­bruiken, moet dit toestel worden ingesteld voor gebruik met een Bluetooth-audiospeler. U dient daarvoor een Bluetooth-verbinding tus­sen dit toestel en de audiospeler tot stand te brengen en de audiospeler met dit toestel te pairen.
Bediening van het toestel
35
Nl
Page 36
2
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Basisbediening
1
1 Naam van het apparaat
Toont de apparaatnaam van de aangesloten Bluetooth-audiospeler.
2 Spanningsindicator
Geeft de accuspanning aan.
! De waarde die de indicator aangeeft kan
afwijken van de werkelijke spanning.
Vooruit of achteruit spoelen 1 Houd LEVER ingedrukt en draai deze naar rechts
of naar links.
Een fragment selecteren 1 Draai aan LEVER.
Het afspelen starten 1 Druk op BAND/
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie FUNCTION en druk erop.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u deze als volgt in.
Play (afspelen)
1 Druk op M.C. om het afspelen te starten.
Stop (stop)
1 Druk op M.C. om het afspelen te stoppen.
Pause (pauze)
1 Druk op M.C. om de pauzefunctie in te schakelen.
.
Het telefoonmenu
Belangrijk
Voordat u deze handeling uitvoert, moet u het voertuig veilig parkeren en op de handrem zetten.
1 Druk op om het telefoonmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om de gewenste functie te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u deze als volgt in.
Missed calls (gemiste gesprekken) Dialed calls (gekozen gesprekken) Received calls (ontvangen gesprekken)
1 Druk op M.C. om de lijst met telefoonnummers
weer te geven.
2 Draai aan M.C. en selecteer een naam of telefoon-
nummer.
3 Druk op M.C. om het nummer te bellen. ! Houd M.C. ingedrukt om meer informatie weer te
geven over de geselecteerde persoon.
PhoneBook (telefoonboek)
! Wanneer de telefoon wor dt aangesloten op dit
toestel, wordt het telefoonboek in de mobiele tele­foon automatisch overgezet.
! Bij sommige mobiele telefoons kan het telefoon-
boek niet automatisch worden overgezet. In dat geval moet u het telefoonboek zelf via de mobiele telefoon overzetten. Houd er wel rekening mee dat de toestelherkenning van dit toestel daar voor ingeschakeld moet zijn. Zie Visibility (de
Bluetooth-functionaliteit van dit toestel zichtbaar maken) op de vorige bladzijde.
1 Druk op M.C. om SEARCH (alfabetische lijst) weer
te geven.
2 Draai aan M.C. om de eerste letter te selecteren
van de naam die u zoekt. ! Houd M.C. ingedrukt en selecteer het ge-
wenste tekentype.
3 Druk op M.C. om de lijst met geregistreerde
namen weer te geven.
4 Draai aan M.C. en selecteer de gezochte naam. 5 Druk op M.C. om de lijst met telefoonnummers
weer te geven.
6 Selecteer het nummer dat u wilt bellen door aan
M.C. te draaien.
7 Druk op M.C. om het nummer te bellen.
36
Nl
Page 37
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Phone Function (telefoonfunctie)
In dit menu kunt u Auto answer, Ring tone en PH.B. Name view instellen. Raadpleeg voor meer informa­tie Functies en bediening op deze bladzijde.
Functies en bediening
1 Geef Phone Function weer.
Zie Phone Function (telefoonfunctie) op deze bladzijde.
2 Druk op M.C. om het functiemenu weer te geven.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u deze als volgt in.
Auto answer (automatisch antwoorden)
1 Druk op M.C. om de functie automatisch antwoor-
den in of uit te schakelen.
Ring tone (beltoon selecteren)
1 Druk op M.C. om de beltoon in of uit te schake-
len.
PH.B.Name view (sorteerwijze telefoonboek)
1 Raak M.C. aan om tussen de lijsten met namen te
schakelen.
Begininstellingen
1
1 Functiedisplay
! Hierop is de status van de ingestelde
functie af te lezen.
1 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel uit gaat.
2 Houd M.C. ingedrukt totdat het menu met begininstellingen wordt weergege­ven.
3 Draai aan M.C. en selecteer de beginin­stelling.
Nadat u de begininstelling geselecteerd hebt, stelt u deze als volgt in.
Language select (taalinstelling)
Dit toestel beschikt over meerdere displaytalen. U kunt zelf de gewenste taal instellen. 1 Druk op M.C. om de taal te selecteren.
English (Engels)Français (Frans)Italiano (Italiaans)Español (Spaans)Deutsch (Duits)NederlandsРУССКИЙ (Russisch)
Calendar (datum)
1 Druk op M.C. om het onderdeel van de kalender
te selecteren dat u wilt instellen. JaarDagMaand
2 Draai aan M.C. om de datum in te stellen.
Clock (klok)
1 Druk op M.C. om het onderdeel van de klok te se-
lecteren dat u wilt instellen. UurMinuut
2 Draai aan M.C. om de klok in te stellen.
EngineTime alert (verstreken tijd)
Deze instelling maakt het mogelijk te meten hoeveel tijd verstreken is sinds het toestel werd ingeschakeld. De waarde wordt met het ingestelde inter val getoond. Er klinkt ook een alarmsignaal.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
OFF15Minutes30Minutes
FM step (FM-afstemstap)
Standaard wordt bij automatisch afstemmen een FM­afstemstap van 50 kHz gehanteerd. De afstemstap wordt automatisch gewijzigd in 100 kHz als Naar alter­natieve frequenties zoeken of Stand-by voor verkeers­berichten in gebruik is. Als Naar alternatieve frequenties zoeken is ingeschakeld, is het soms aan te bevelen de afstemstap terug te zetten naar 50 kHz.
1 Druk op M.C. om de FM-afstemstap te selecteren.
50kHz (50 kHz)100kHz (100 kHz)
Auto PI (automatisch PI-zoeken)
Bediening van het toestel
37
Nl
Page 38
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Als deze functie is ingeschakeld, probeert het toestel bij slechte ontvangst automatisch een andere zender met gelijkaardige programmas te vinden, ook als u een voorkeuzezender selecteerde. 1 Druk op M.C. om de automatische PI-zoekfunctie
in of uit te schakelen.
Music browse (muziek zoeken)
Als u een externe opslagapparaat (USB, SD) bedient, kunt u bestanden uit de lijst selecteren.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
OFFUSB memory1USB memory2SD card
Warning tone (waarschuwingstoon)
Als het voorpaneel niet binnen vier seconden na het uitschakelen van het contact van het hoofdtoestel wordt verwijderd, klinkt er een waarschuwingstoon. U kunt deze waarschuwingstoon uitschakelen. 1 Druk op M.C. om de waarschuwingstoon in of uit
te schakelen.
AUX1 (AUX-ingang vooraan)/AUX2 (RCA-ingang achteraan)
Schakel deze instelling in als een extern apparaat op dit toestel is aangesloten. 1 Druk op M.C. om de externe aansluiting in of uit
te schakelen.
Dimmer (dimmer)
Om te voorkomen dat het display in het donker te fel schijnt, kan het automatisch worden gedimd wanneer u de koplampen van het voertuig aanzet. U kunt de dimfunctie naar wens aan- of uitzetten. 1 Druk op M.C. om de dimfunctie in of uit te scha-
kelen.
Contrast (contrastinstelling display)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus te selecte-
ren.
2 Draai aan M.C. om het contrastniveau in te stel-
len. U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen de waarden 0 en 15. De waarde wordt op het display getoond.
Digital ATT (digitale demping)
Als u naar een CD of andere signaalbron luistert die hard is opgenomen, kan het geluid vervormd klinken als de equalizercurve te hoog is ingesteld. U kunt de digitale demping lager instellen om geluidsver vor­ming te voorkomen. ! De geluidskwaliteit is meestal beter is bij een
hoge instelling; daarom wordt gewoonlijk de ho­gere instelling toegepast.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
HIGH (hoog)LOW (laag)
AUDIO reset (audio resetten)
Alle audiofuncties kunnen naar hun begininstelling teruggezet worden.
1 Druk op M.C.
Does it RESET? verschijnt op het display.
2 Druk op M.C. 3 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instel-
ling. Are You Sure? verschijnt op het display.
4 Druk op M.C.
Wanneer Complete op het display verschijnt, zijn de audiofuncties gereset.
! Druk op BAND/
voordat hij uitgevoerd wordt.
Internal AMP (versterker)
Het toestel beschikt over een versterker met een hoog vermogen. In bepaalde systemen worden echter exter­ne versterkers gebruikt in plaats van de interne ver­sterker. Als u externe versterkers gebruikt voor een systeem met meerdere versterkers en de interne ver­sterker niet gebruikt, is het raadzaam om deze uit te schakelen. Door de interne versterker uit te schake­len, beperkt u de ruis die deze versterker kan veroorza­ken. 1 Druk op M.C. om de interne versterker in of uit te
schakelen.
Demonstration (demodisplay)
1 Druk op M.C. om het demodisplay in en uit te
schakelen.
Ever-scroll (scrollmodus)
Als Ever Scroll is ingeschakeld (ON), blijft tekstinfor­matie continu door het display schuiven. Zet Ever Scroll uit (OFF) als u wilt dat de informatie maar één keer door het display schuift.
1 Druk op M.C. om Ever Scroll aan of uit te zetten.
BT AUDIO (Bluetooth-audio activeren)
om deze functie te annuleren
38
Nl
Page 39
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
De signaalbron BT Audio moet worden ingeschakeld als u een Bluetooth-audiospeler wilt gebruiken. 1 Druk op M.C. om de signaalbron BT Audio in of
uit te schakelen.
Clear memory (Bluetooth-module resetten)
Informatie met betrekking tot het Bluetooth-apparaat kan worden gewist. Om uw persoonlijke gege vens beter te beschermen, wordt u aangeraden dergelijke gegevens te wissen voordat u het toestel aan derden overdraagt. De volgende instellingen worden verwij­derd. ! items uit het telefoonboek van de Bluetooth-tele-
foon
! voorkeuzenummers uit de Bluetooth-telefoon ! het registratienummer van de Bluetooth-telefoon ! de gespreksgeschiedenis van de Bluetooth-tele-
foon
! informatie over de aangesloten Bluetooth-telefoon ! de PIN-code van het Bluetooth-apparaat
1 Druk op M.C. om het bevestigingsscherm weer te
geven. YES wordt weergegeven. Het toestel is nu gereed om het geheugen te wissen. Als u het telefoongeheugen niet wilt resetten, draait u aan M.C. tot CANCEL wordt weergegeven en drukt u op de knop om deze optie te selecte­ren.
2 Druk op M.C. om het geheugen te wissen.
Cleared wordt weergegeven en de instellingen
zijn verwijderd. ! Zet de motor van het voertuig niet uit wanneer
deze functie actief is.
BT Version info. (Bluetooth-versie weergeven)
Hiermee kunt u de systeemversie van dit toestel en de Bluetooth-versie weergeven.
Software (de Bluetooth-software bijwerken)
Met deze functie kunt u de Bluetooth-software van dit toestel bijwerken met de meest recente versie. Raad­pleeg onze website voor meer informatie over de Bluetooth-software en het bijwerken ervan. ! Schake l het toestel nooit uit terwijl de Bluetooth-
software wordt bijgewerkt.
1 Druk op M.C. om de modus voor gegevensover-
dracht weer te geven. Volg de aanwijzingen op het scherm om het bij­werken te voltooien.
Overige functies
De signaalbronnen AUX1 en AUX2
Informatie over AUX1 en AUX2
Externe apparaten kunnen op twee manieren op dit toestel worden aangesloten.
Signaalbron AUX1
Als u een extern apparaat aansluit via de AUX­ingang vooraan. ! U moet de AUX-instelling activeren in het
begininstellingenmenu. Raadpleeg AUX1
(AUX-ingang vooraan)/AUX2 (RCA-ingang achteraan) op de vorige bladzijde.
1 Steek de miniplugkabel in de AUX-in­gang van dit toestel.
Raadpleeg Hoofdtoestel op bladzijde 6 voor meer informatie. Het externe apparaat wordt automatisch inge­steld op AUX1.
2 Druk op SRC/OFF en selecteer AUX1 als signaalbron.
Signaalbron AUX2
Als u een extern apparaat aansluit via de RCA­ingang achteraan. ! U moet de AUX-instelling activeren in het
begininstellingenmenu. Raadpleeg AUX1
(AUX-ingang vooraan)/AUX2 (RCA-ingang achteraan) op de vorige bladzijde.
1 Gebruik de RCA-ingang achteraan om een extern apparaat aan te sluiten.
Raadpleeg de installatiehandleiding voor meer informatie. Het externe apparaat wordt automatisch inge­steld op AUX2.
2 Druk op SRC/OFF en kies AUX2 als sig­naalbron.
Bediening van het toestel
39
Nl
Page 40
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
De entertainment-displays
Tijdens het luisteren kunnen verschillende en­tertainment-displays worden weergeven.
Belangrijk
ENTERTAINMENT wordt niet weergegeven als de temperatuur lager is dan 10°C. Wacht in dat geval tot het toestel opgewarmd is.
Een andere display-indicatie kiezen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop­tie te kiezen en druk op de knop om ENTERTAINMENT te selecteren.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie te selecteren.
4 Druk op M.C. om Background weer te geven.
5 Draai aan M.C. om het display te wijzi­gen.
Achtergrondweergavegenreachtergrond­afbeelding 1achtergrondafbeelding 2ach­tergrondafbeelding 3achtergrondafbeelding 4spectrumanalyzer 1spectrumanalyzer 2 niveau-indicatorniveaumetereenvoudig displayfilmschermkalender
# De genreweergave verandert op basis van het muziekgenre. # De genreweergave functioneert soms niet naar behoren, afhankelijk van de toepassing waarmee de audiobestanden zijn gecodeerd.
De klokweergave in- en uitschakelen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop­tie te kiezen en druk op de knop om ENTERTAINMENT te selecteren.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie te selecteren.
Selecteer de klokinstelling.
4 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
Klokverstreken tijdklok uit
De verlichtingskleur selecteren
Dit toestel is voorzien van meerdere verlich­tingskleuren. U kunt zelf de kleuren voor de toetsen en het display van dit toestel instellen en u kunt de kleuren ook afstellen.
De kleuren voor de toetsen selecteren uit de lijst met verlichtingskleuren.
U kunt zelf de gewenste kleuren selecteren voor de toetsen van dit toestel.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop­tie te kiezen en druk op de knop om ILLUMI te selecteren.
3 Draai aan M.C. om Key weer te geven en druk op de knop.
4 Draai aan M.C. en selecteer de verlich­tingskleur.
U kunt een instelling uit de volgende lijst se­lecteren.
! 27 vooringestelde kleuren (WHITE tot
ROSE)
! SCAN (alle kleuren afwisselend) ! Drie kleurinstellingen (WARM, AMBIENT,
CALM)
! CUSTOM (aangepaste verlichtingskleur)
Opmerkingen
! Als u SCAN selecteert, worden afwisselend
alle 27 vooringestelde kleuren gebruikt.
! Als WARM is geselecteerd, worden automa-
tisch alle warme kleuren gebruikt.
! Als AMBIENT is geselecteerd, worden auto-
matisch alle sfeerkleuren gebruikt.
40
Nl
Page 41
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
! Als CALM is geselecteerd, worden automa-
tisch alle rustige kleuren gebruikt.
! Als CUSTOM is geselecteerd, wordt de opge-
slagen aangepaste kleur gebruikt.
De kleuren voor het display selecteren uit de lijst met verlichtingskleuren.
U kunt zelf de gewenste kleuren selecteren voor het display van dit toestel.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop­tie te kiezen en druk op de knop om ILLUMI te selecteren.
3 Draai aan M.C., selecteer Display en druk erop.
4 Draai aan M.C. en selecteer de verlich­tingskleur.
U kunt een instelling uit de volgende lijst se­lecteren.
! 27 vooringestelde kleuren (WHITE tot
ROSE)
! SCAN (alle kleuren afwisselend) ! Drie kleurinstellingen (WARM, AMBIENT,
CALM)
! CUSTOM (aangepaste verlichtingskleur)
Opmerking
Zie De kleuren voor de toetsen selecteren uit de lijst met verlichtingskleuren. op de vorige bladzijde
voor meer informatie over de kleuren in de lijst.
De kleuren voor de toetsen en het display selecteren uit de lijst met verlichtingskleuren.
U kunt zelf de gewenste kleuren selecteren voor de toetsen en het display van dit toestel.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop­tie te kiezen en druk op de knop om ILLUMI te selecteren.
3 Draai aan M.C. om Key & Display weer te geven en druk op de knop.
4 Draai aan M.C. en selecteer de verlich­tingskleur.
U kunt een instelling uit de volgende lijst se­lecteren.
! 27 vooringestelde kleuren (WHITE tot
ROSE)
! SCAN (alle kleuren afwisselend) ! Drie kleurinstellingen (WARM, AMBIENT,
CALM)
Opmerkingen
! In deze functie kunt u CUSTOM niet selecte-
ren.
! Als u met deze functie een kleur selecteert,
worden zowel de toetsen als het display van het toestel automatisch met de gekozen kleur verlicht.
! Zie De kleuren voor de toetsen selecteren uit de
lijst met verlichtingskleuren. op de vorige blad-
zijde voor meer informatie over de kleuren in de lijst.
De verlichtingskleur zelf aanpassen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuop­tie te kiezen en druk op de knop om ILLUMI te selecteren.
3 Draai aan M.C. om Key of Display weer te geven en druk op de knop.
4 Houd M.C. ingedrukt tot het scherm voor kleuraanpassing verschijnt.
5 Druk op M.C. om de primaire kleur te selecteren. R (rood)G (groen)B (blauw)
Bediening van het toestel
41
Nl
Page 42
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
6 Draai aan M.C. om de helderheid te re­gelen. Instelbereik: 0 tot 60
# U kunt niet voor alle drie de kleuren R (rood), G (groen) en B (blauw) een waarde onder 20 in-
stellen. # U kunt deze handeling voor elke kleur afzon­derlijk uitvoeren.
Opmerkingen
! U kunt geen aangepaste verlichtingskleur
maken als SCAN of een kleurenset (WARM, AMBIENT of CALM) is geselecteerd.
! U kunt zowel voor Key als Display aange-
paste verlichtingskleuren maken.
De display-indicatie en de toetsverlichting wijzigen
De display-indicatie en de toetsverlichting kun­nen worden in- en uitgeschakeld.
% Houd EQ/DISP OFF ingedrukt.
Houd EQ/DISP OFF ingedrukt om de display­indicatie en de toetsverlichting in of uit te schakelen.
# Ook bij uitgeschakelde display-indicatie, is be­diening mogelijk. Als het toestel wordt bediend bij uitgeschakelde display-indicatie, wordt het dis­play gedurende enkele seconden ingeschakeld en daarna weer uitgezet.
42
Nl
Page 43
Aanvullende informatie
Aanhangsel
Problemen verhelpen
Symptoom Oorzaak Actie
Het display keert automa­tisch terug naar het gewo­ne display.
Het bereik voor herhaald afspe­len wordt on­verwachts ge­wijzigd.
Een onderlig­gende map wordt niet afge­speeld.
Als het display wordt gewij­zigd, verschijnt NO XXXX (bij­voorbeeld NO TITLE).
Het display ver­andert voortdu­rend en schijnbaar wil­lekeurig.
De klok is inge­schakeld maar wordt niet weergegeven en het display verandert voort­durend en schijnbaar wil­lekeurig.
Het display ver­andert voortdu­rend en schijnbaar wil­lekeurig, ook als het is uitge­schakeld.
U hebt gedu­rende ongeveer 30 seconden geen handeling uitgevoerd.
Afhankelijk van het herhaalbereik kan het geselec­teerde bereik worden gewijzigd wanneer u een andere map of een ander frag­ment selecteert of vooruit of ach­teruit spoelt.
Onderliggende mappen worden niet afgespeeld wanneer Folder repeat (map her­halen) is geselec­teerd.
Er is geen tekst­informatie be­schikbaar.
De demostand is ingeschakeld.
De demostand is ingeschakeld.
De demostand is ingeschakeld.
Voer de handeling opnieuw uit.
Selecteer het ge­wenste herhaalbe­reik opnieuw.
Selecteer een ander herhaalbe­reik.
Wijzig de display­stand of speel een ander fragment of bestand af.
! Houd ingedrukt om de demostand uit te schakelen. ! Schakel het de­modisplay uit.
! Houd ingedrukt om de demostand uit te schakelen. ! Schakel het de­modisplay uit.
! Houd ingedrukt om de demostand uit te schakelen. ! Schakel het de­modisplay uit.
/DISP
/DISP
/DISP
Symptoom Oorzaak Actie
De display-indi­catie gaat niet uit als ik EQ/ DISP OFF inge­drukt houd.
Het toestel functioneert niet correct. Er is sprake van interferen­tie.
Het geluidssig­naal van de Bluetooth-audi­obron wordt niet weergege­ven.
De tekstinfor­matie schuift niet over het display.
De demostand is ingeschakeld.
U gebruikt in de buurt van dit toe­stel een ander apparaat (bijvoor­beeld een draag­bare telefoon) dat elektromag­netische straling uitzendt.
Er wordt op het­zelfde moment getelefoneerd met een via Bluetooth aange­sloten mobiele telefoon.
Er wordt op het­zelfde moment een via Bluetooth aangesloten mo­biele telefoon ge­bruikt.
Er werd opgebeld met een via Bluetooth aange­sloten mobiele telefoon en het gesprek werd on­middellijk weer beëindigd. Daar­door kon de ver­binding tussen dit toestel en de mobiele telefoon niet correct wor­den afgesloten.
Het schuiven van de tekstinforma­tie wordt gestopt als de tempera­tuur rondom dit toestel 10°C of lager is.
! Houd ingedrukt om de demostand uit te schakelen. ! Schakel het de­modisplay uit.
Gebruik in de buurt van dit toestel geen elektrische appara­ten die interferen­tie kunnen veroorzaken.
Het geluidssignaal wordt weer weerge­geven nadat het gesprek is beëin­digd.
Gebruik de mobiele telefoon niet op hetzelfde moment.
Herstel de Bluetooth-verbin­ding tussen dit toe­stel en de mobiele telefoon.
Wacht tot de tem­peratuur is geste­gen.
/DISP
Aanvullende informatie
43
Nl
Page 44
Aanhangsel
Aanvullende informatie
Symptoom Oorzaak Actie
Het afspelen van films is be­ëindigd en het eenvoudige dis­play wordt weergegeven.
Ik hoor geen geluid van de iPod.
Het afspelen van films wordt ge­stopt als de tem­peratuur rondom dit toestel 10°C of lager is.
De audio-uitvoer kan automatisch gewijzigd worden wanneer de Bluetooth- en USB-verbinding tegelijk gebruikt worden.
Wacht tot de tem­peratuur is geste­gen.
Wijzig op de iPod de richting van de audio-uitvoer.
Foutmeldingen
Schrijf een foutmelding altijd nauwkeurig op en houd deze bij de hand als u contact op­neemt met uw leverancier of Pioneer-service­centrum.
Cd-speler
Melding Oorzaak Actie
ERROR-07, 11, 12, 17, 30
ERROR-10, 11, 12, 15, 17, 30, A0
ERROR-15 De geplaatste
ERROR-23 Het cd-formaat
FORMAT READ
De disc is vuil. Reinig de disc.
De disc is be­krast.
Elektrisch of me­chanisch pro­bleem.
disc bevat geen gegevens.
wordt niet onder­steund.
Na het begin van het afspelen duurt het soms even totdat er ge­luid klinkt.
Vervang de disc.
Zet het contact uit en weer aan of schakel over naar een andere sig­naalbron en vervol­gens weer terug naar de cd-speler.
Vervang de disc.
Vervang de disc.
Wacht tot het be­richt verdwijnt en er geluid klinkt.
Melding Oorzaak Actie
NO AUDIO De geplaatste
disc bevat geen afspeelbare be­standen.
SKIPPED De geplaatste
disc bevat be­standen die door digitaal rechten­beheer (DRM) beveiligd zijn.
PROTECT Alle bestanden
op de disc zijn door digitaal rechtenbeheer (DRM) beveiligd.
Vervang de disc.
Vervang de disc.
Vervang de disc.
Extern opslagapparaat (USB, SD)/iPod
Melding Oorzaak Actie
NO DEVICE Er is geen USB-
FORMAT READ
NO AUDIO Er zijn geen
SKIPPED Het aangesloten
opslagapparaat of iPod aangeslo­ten.
Na het begin van het afspelen duurt het soms even totdat er ge­luid klinkt.
songs.
De inhoud van het USB-opslag­apparaat is bevei­ligd.
USB-opslagappa­raat bevat be­standen die met Windows Mediaä DRM 9/10 zijn beveiligd.
Sluit een compati­bel USB-opslagap­paraat of compatibele iPod aan.
Wacht tot het be­richt verdwijnt en er geluid klinkt.
Zet de audiobe­standen over naar het USB-opslagap­paraat en sluit het apparaat aan.
Raadpleeg de in­structies bij het USB-opslagappa­raat om de beveili­ging uit te schakelen.
Speel audiobestan­den af die niet met Windows Media DRM 9/10 zijn be­veiligd.
44
Nl
Page 45
Aanvullende informatie
Aanhangsel
Melding Oorzaak Actie
PROTECT Alle bestanden
NOT COMPA­TIBLE
op het USB-op­slagapparaat zijn beveiligd met Windows Media DRM 9/10.
Het aangesloten USB-apparaat wordt niet onder­steund door dit toestel.
Niet-compatibele iPod
Het SD-opslagap­paraat is niet compatibel.
Zet audiobestan­den die niet door Windows Media DRM 9/10 zijn be­veiligd op het USB­opslagapparaat en probeer het op­nieuw.
! Gebruik een op­slagapparaat dat compatibel is met USB Mass Storage Class. ! Ontkoppel het apparaat en sluit een compatibel USB-opslagappa­raat aan.
Ontkoppel het ap­paraat en sluit een compatibele iPod aan.
Ontkoppel het ap­paraat en sluit een compatibel SD-op­slagapparaat aan.
Melding Oorzaak Actie
CHECK USB Er is kortsluiting
opgetreden in de USB-aansluiting of de USB-kabel.
Het aangesloten USB-opslagappa­raat verbruikt meer stroom dan de maximaal toe­laatbare waarde.
De iPod functio­neert correct maar wordt niet opgeladen.
Controleer of de USB-stekker en de USB-kabel niet er­gens ingeklemd zijn of beschadigd zijn.
Ontkoppel het USB-opslagappa­raat en gebruik het niet meer. Gebruik alleen compatibele USB-opslagappa­raten. Zet de con­tactschakelaar van het voertuig uit, vervolgens in de accessoirestand (ACC) of aan en sluit een compati­bel USB-opslagap­paraat aan.
Controleer of de kabel van de iPod niet is kortgeslo­ten, bijvoorbeeld contact maakt met metalen voorwer­pen. Zet daarna het contact uit en weer aan, of ontkoppel de iPod en sluit deze weer aan.
Aanvullende informatie
45
Nl
Page 46
Aanhangsel
Aanvullende informatie
Melding Oorzaak Actie
ERROR-19 Communicatie-
fout.
iPod-fout. Verwijder de kabel
ERROR-23 Het USB-opslag-
apparaat is niet geformatteerd met de indeling FAT12, FAT16 of FAT32.
ERROR-16 De versie van de
iPod-firmware is verouderd.
iPod-fout. Verwijder de kabel
STOP De huidige lijst
bevat geen songs.
Not found Geen verwante
songs.
! Probeer de vol­gende mogelijkhe­den. – Zet het contact uit en vervolgens weer aan. – Ontkoppel het ex­terne opslagappa­raat. – Schakel over naar een andere signaalbron. Schakel vervolgens terug naar de USB­of SD-signaalbron. ! Verwijder de kabel uit de iPod. Sluit de kabel ver­volgens weer aan als het hoofdmenu van de iPod wordt weergegeven. Reset de iPod.
uit de iPod. Sluit de kabel vervolgens weer aan als het hoofdmenu van de iPod wordt weerge­geven. Reset de iPod.
Gebruik een USB­opslagapparaat dat is geformatteerd met de indeling FAT12, FAT16 of FAT32.
Werk de versie van de iPod bij.
uit de iPod. Sluit de kabel vervolgens weer aan als het hoofdmenu van de iPod wordt weerge­geven. Reset de iPod.
Selecteer een lijst die wel songs bevat.
Zet songs over naar de iPod.
Bluetooth-apparaat
Melding Oorzaak Actie
ERROR-10 Fout in de
stroomvoorzie­ning van de Bluetooth-modu­le van dit toestel.
Zet de contact­schakelaar uit (OFF) en daarna op de accessoirestand (ACC) of aan (ON). Als de storing hier­mee niet is verhol­pen, neem dan contact op met uw leverancier of een erkend Pioneer Servicecentrum.
Automatische TA en EQ-meting
Melding Oorzaak Actie
ERR:MIC check De microfoon is
ERR:Front Speaker, ERR: Front-Lch, ERR:Front-Rch, ERR:Rear-Lch, ERR:Rear-Rch, ERR:SubW­Lch, ERR: SubW-Rch, ERR:SubWoo­fer
ERR:Outside Noise
niet aangesloten.
De microfoon kan de meettoon van een luidspre­ker niet waarne­men.
Er is te veel om­gevingslawaai.
Controleer of de plug van de micro­foon goed is ge­plaatst in de microfooningang van het toestel.
! Controleer of de luidsprekers juist zijn aangesloten. ! Annuleer het dempen van de luidsprekers voor­in. ! Corrigeer de in­stelling van het in­gangsniveau van de versterker die op de luidsprekers is aangesloten. ! Plaats de micro­foon op de juiste manier.
! Parkeer het voer­tuig op een zo rus­tig mogelijke plaats en zet de motor, airconditio­ning en verwar­ming uit. ! Plaats de micro­foon op de juiste manier.
46
Nl
Page 47
Aanvullende informatie
Aanhangsel
Aanwijzingen voor het gebruik
Discs en de player
Gebruik uitsluitend discs die voorzien zijn van een van onderstaande twee logos.
Gebruik discs van 12 cm. Gebruik geen discs van 8 cm en probeer deze ook niet met een adapter af te spelen.
Gebruik uitsluitend normale, ronde discs. Gebruik geen discs met een andere vorm.
Plaats geen ander object dan een cd in de cd-laad­sleuf.
Gebruik geen gebarsten, gebroken, kromme of op an­dere wijze beschadigde discs omdat die de speler kunnen beschadigen.
Niet-gefinaliseerde cd-r/rw-discs kunnen niet worden afgespeeld.
Raak de gegevenszijde van de disc niet aan.
Bewaar discs in het bijbehorende doosje wanneer u ze niet gebruikt.
Plak geen labels op discs, schrijf er niet op en breng het oppervlak niet in aanraking met chemische mid­delen.
Als u een cd reinigt, veegt u de disc van het midden naar de buitenkant met een zachte doek schoon.
Condens en vochtvorming kunnen de werking van de speler tijdelijk negatief beïnvloeden. Laat de speler in een warmere omgeving ongeveer een uur op tempera­tuur komen. Veeg vochtige schijven met een zachte doek schoon.
Sommige discs kunnen niet worden afgespeeld af­hankelijk van het type disc, de indeling er van, de toe­passing waarmee deze is opgenomen, de omgeving waarin deze wordt afgespeeld, de manier waarop deze wordt bewaard, enzovoort.
Schokken tijdens het rijden van het voertuig kunnen de disc laten overslaan.
Bij gebruik van discs met een bedrukbaar labelopper­vlak moet u de instructies en waarschuwingen van de discs controleren. Afhankelijk van de disc kan laden of uitwerpen niet mogelijk zijn. Het gebruik van zulke discs kan dit toestel beschadigen.
Plak geen in de handel verkrijgbare labels of andere materialen op de discs. ! De discs kunnen vervormen waardoor ze onaf-
speelbaar kunnen worden.
! De labels kunnen loslaten tijdens het afspelen en
de disc blokkeren bij het uitwerpen en het toestel beschadigen.
Extern opslagapparaat (USB, SD)
Neem voor alle vragen met betrekking tot externe op­slagapparaten (USB, SD) contact op met de fabrikant.
Stel externe opslagapparaten (USB, SD) niet bloot aan hoge temperaturen.
Afhankelijk van het externe opslagapparaat (USB, SD) kunnen de volgende problemen voorkomen:
! De bediening kan verschillend zijn. ! Het opslagapparaat wordt niet herkend. ! Bestanden worden niet correct afgespeeld.
USB-opslagapparaat
Het maken van verbindingen via een USB-hub wordt niet ondersteund.
Sluit alleen een USB-opslagapparaat aan en geen an­dere apparaten.
Maak het USB-opslagapparaat stevig vast voordat u gaat rijden. Zorg dat het niet op de grond valt omdat het dan onder het rem- of gaspedaal terecht kan komen.
Afhankelijk van het USB-opslagapparaat kunnen de volgende problemen voorkomen: ! Er kan ruis hoorbaar zijn in het radiosignaal.
Aanvullende informatie
47
Nl
Page 48
Aanhangsel
Aanvullende informatie
SD-geheugenkaart
Dit toestel ondersteunt alleen de volgende typen SD­geheugenkaarten.
! SD ! miniSD ! microSD ! SDHC
Houd de SD-geheugenkaart buiten bereik van kinde­ren. Roep onmiddellijk de hulp van een arts in als de kaart per ongeluk wordt ingeslikt.
Raak de contactpunten van de SD-geheugenkaart niet aan met uw vingers of met een metalen voor­werp.
Plaats alleen een SD-geheugenkaart in het SD-kaart­slot en geen andere voorwerpen. Als een metalen voorwerp (bijvoorbeeld een munt) in de sleuf terecht komt, kunnen de interne circuits beschadigd raken waardoor het toestel onbruikbaar wordt.
Gebruik een adapter als u een miniSD- of microSD­kaart plaatst. Gebruik geen adapter waarvan metalen onderdelen (behalve de contactpunten) uitsteken.
Plaats nooit een beschadigde (geknikte, loszittend label, enz.) SD-geheugenkaart omdat deze wellicht niet meer uit de sleuf kan worden verwijderd.
Plaats de SD-geheugenkaart nooit met kracht in de sleuf omdat daardoor de kaart of de sleuf beschadigd kan raken.
Als u de SD-geheugenkaart wilt verwijderen, drukt u deze voorzichtig naar binnen tot u een klik hoort. Trek uw vinger niet plotseling weg als u de kaart hebt inge­drukt omdat de kaart dan hard uit de sleuf kan schiet­en. De kaart kan dan in uw gezicht komen, wegschieten, enz.
Informatie over iPod-instellingen ! Wanneer een iPod is aangesloten, wordt de equa-
lizer van de iPod door dit toestel uitgeschakeld voor een optimale geluidsweergave. Als u de iPod loskoppelt, wordt de equalizer naar de oorspron­kelijke instelling teruggezet.
! Tijdens gebruik van dit toestel kunt u de herhaal-
functie op de iPod niet uitschakelen. De herhaal­functie wordt automatisch ingesteld op Alle als u de iPod op dit toestel aansluit.
Tekst op de iPod die niet compatibel is met de specifi­caties van dit toestel kan niet worden weergegeven.
DualDiscs
DualDiscs zijn dubbelzijdige discs met aan de ene kant een beschrijfbaar cd-oppervlak voor audio-opna­men en aan de andere kant een beschrijfbaar dvd-op­pervlak voor video-opnamen. Aangezien de cd-zijde van DualDiscs niet overeen­komt met de algemene cd-standaard, is het wellicht niet mogelijk de cd-zijde op dit toestel af te spelen. Het regelmatig plaatsen en uitwerpen van een DualDisc kan krassen veroorzaken op de disc wat tot afspeelproblemen leidt. In sommige gevallen kan een DualDisc vast komen te zitten in de cd-laadsleuf en niet meer worden uitgeworpen. Om problemen te voorkomen wordt aangeraden om op dit toestel geen DualDiscs af te spelen. Raadpleeg de informatie van de fabrikant van de disc voor meer informatie over DualDiscs.
LET OP
Stel discs, externe opslagapparaten (USB, SD) en de iPod niet bloot aan hoge temperaturen.
iPod
Sluit voor een goede werking de dock connector­kabel van de iPod rechtstreeks op dit toestel aan.
Maak de iPod stevig vast voordat u gaat rijden. Laat de iPod niet op de grond vallen, omdat deze dan onder het rem- of gaspedaal terecht kan komen.
48
Nl
Compatibiliteit met gecomprimeerde audio (disc, USB, SD)
WMA
Bestandsextensie: .wma
Bitsnelheid: 48 kbps tot 320 kbps (CBR), 48 kbps tot 384 kbps (VBR)
Bemonsteringsfrequentie: 32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz
Windows Media Audio Professional, Lossless, Voice/ DRM Stream/Stream met video: Niet compatibel
Page 49
Aanvullende informatie
Aanhangsel
MP3
Bestandsextensie: .mp3
Bitsnelheid: 8 kbps tot 320 kbps (CBR), VBR
Bemonsteringsfrequentie: 8 kHz tot 48 kHz (32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz voor de beste kwaliteit)
Compatibele ID3-tag-versie: 1.0, 1.1, 2.2, 2.3, 2.4 (ID3­tag versie 2.x krijgt prioriteit boven versie 1.x.)
M3u speellijst: Niet compatibel
MP3i (MP3 interactive), mp3 PRO: Niet compatibel
WAV
Bestandsextensie: .wav
Quantisatiebits: 8 en 16 (LPCM), 4 (MS ADPCM)
Bemonsteringsfrequentie: 16 kHz tot 48 kHz (LPCM), 22,05 kHz en 44,1 kHz (MS ADPCM)
AAC
Compatibel formaat: AAC gecodeerd met iTunes
Bestandsextensie: .m4a
Bemonsteringsfrequentie: 11,025 kHz tot 48 kHz
Overdrachtssnelheid: 16 kbps tot 320 kbps, VBR
Apple Lossless: Niet compatibel
AAC-bestanden die bij de iTunes Store gekocht zijn (bestandsextensie .m4p): Niet compatibel
Er kan een beetje vertraging optreden bij het begin­nen met afspelen van audiobestanden met beeldge­gevens of op een USB-opslagapparaat met een uitgebreide mappenstructuur.
Russische tekst kan alleen op dit toestel worden weer­gegeven als die met een van de volgende tekensets is gecodeerd:
! Unicode (UTF-8, UTF-16) ! Andere tekensets dan Unicode die in een
Windows-omgeving worden gebruikt en op Rus­sisch zijn ingesteld bij de taalinstellingen
Disc
Mappenhiërarchie: maximaal acht niveaus diep (Voor praktisch gebruik kunt u beter niet meer dan twee ni­veaus gebruiken).
Afspeelbare mappen: maximaal 99
Afspeelbare bestanden: maximaal 999
Bestandssysteem: ISO 9660 Level 1 en 2, Romeo, Jo­liet
Afspelen van multisessie-discs: Compatibel
Packet write data transfer: Niet compatibel
Bij het afspelen van gecomprimeerde audiodiscs wordt altijd een korte pauze ingelast tussen de frag­menten. Dit gebeurt ongeacht de lengte van de lege ruimte tussen de fragmenten op de originele op­name.
Extern opslagapparaat (USB, SD)
Aanvullende informatie
Bijkomende informatie
Alleen de eerste 32 tekens van de bestandsnaam (in­clusief de extensie) of mapnaam worden weergege­ven.
Een juiste werking van dit toestel is afhankelijk van de toepassing waarmee de WMA-bestanden zijn geco­deerd.
Mappenhiërarchie: maximaal acht niveaus diep (Voor praktisch gebruik kunt u beter niet meer dan twee ni­veaus gebruiken).
Afspeelbare mappen: maximaal 1 500
Afspeelbare bestanden: maximaal 15 000
Afspelen van auteursrechtelijk beschermde bestan­den: Niet compatibel
Gepartitioneerd extern opslagapparaat (USB, SD): Al­leen de eerste afspeelbare partitie kan worden afge­speeld.
Bij het starten van audiobestanden op een USB-op­slagapparaat met een uitgebreide mappenstructuur kan enige vertraging optreden.
Nl
49
Page 50
Aanhangsel
Aanvullende informatie
SD-geheugenkaart
Dit toestel is niet compatibel met Multi Media Cards (MMC).
De compatibiliteit met SD-geheugenkaarten wordt niet gegarandeerd.
Dit toestel is niet compatibel met SD-Audio.
LET OP
! Pioneer is niet verantwoordelijk voor eventueel
verlies van gegevens op USB-geheugen, een draagbare USB-audiospeler, een SD-geheu­genkaart of SDHC-geheugenkaart, ook niet als dat gebeurt tijdens het gebruik van dit toestel.
! Pioneer garandeert geen compatibiliteit met
alle USB-opslagapparaten en kan niet verant­woordelijk worden gesteld voor eventueel ge­gevensverlies op mediaspelers, smartphones of andere apparaten tijdens gebruik van dit product.
Compatibiliteit met iPod
Alleen de volgende iPod-modellen kunnen met dit toe­stel gebruikt worden. Ondersteunde versies van de iPod-software worden hieronder genoemd. Oudere versies worden wellicht niet ondersteund. Gemaakt voor
! iPod touch 4e generatie (softwareversie 4.1) ! iPod touch 3e generatie (softwareversie 3.1.1) ! iPod touch 2e generatie (softwareversie 2.1.1) ! iPod touch 1e generatie (softwareversie 1.1) ! iPod classic 160 GB (softwareversie 2.0.2) ! iPod classic 120 GB (softwareversie 2.0) ! iPod classic (softwareversie 1.0) ! iPod video (softwareversi e 1.2.3) ! iPod nano 6e generatie (softwareversie 1.0) ! iPod nano 5e generatie (softwareversie 1.0.1) ! iPod nano 4e generatie (softwareversie 1.0) ! iPod nano 3e generatie (softwareversie 1.0) ! iPod nano 2e generatie (softwareversie 1.1.3) ! iPod nano 1e generatie (softwareversie 1.3.1) ! iPhone 4 (softwareversie 4.1) ! iPhone 3GS (softwareversie 3.0) ! iPhone 3G (softwareversie 2.0) ! iPhone (softwareversie 1.1.1)
Afhankelijk van de generatie en de versie van de iPod zijn sommige functies mogelijk niet beschikbaar.
De bediening kan variëren, afhankelijk van de softwa­reversie van de iPod.
Voor gebruik met een iPod is voor de iPod een dock­connector-naar-USB-verbindingskabel vereist.
Ook kan gebruik worden gemaakt van een Pioneer CD-IU51 interfacekabel. Neem voor meer informatie contact op met uw leverancier.
Raadpleeg de handleiding van de iPod voor meer in­formatie over ondersteunde bestandsindelingen.
Audioboek, podcast: Compatibel
LET OP
Pioneer is niet verantwoordelijk voor verlies van gegevens op de iPod, ook niet tijdens gebruik van dit toestel.
Volgorde van audiobestanden
De gebruiker kan met dit toestel geen map­nummers toewijzen of de afspeelvolgorde wij­zigen.
Voorbeeld van een boomstructuur
01
02
1 2
03
04
05
Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4
3
4 5 6
Disc
De mapvolgorde en andere instellingen zijn af­hankelijk van de software die voor het coderen en schrijven is gebruikt.
Extern opslagapparaat (USB, SD)
De afspeelvolgorde is gelijk aan de volgorde waarin de bestanden zijn opgenomen op het externe opslagapparaat (USB, SD). Ga als volgt te werk als u wilt dat bestanden in een bepaalde volgorde worden afgespeeld.
: Map
: Gecomprimeerd audiobestand 01 tot 05: Mapnum­mer 1 tot 6: Afspeel­volgorde
50
Nl
Page 51
Aanvullende informatie
Aanhangsel
1 Geef de bestanden namen met nummers die
de afspeelvolgorde aangeven, bijvoorbeeld 001xxx.mp3 en 099yyy.mp3.
2 Plaats de bestanden in een map. 3 Bewaar de map met de bestanden op het ex-
terne opslagapparaat (USB, SD).
Merk echter op dat de afspeelvolgorde niet al­tijd kan worden bepaald. Dit is afhankelijk van het gebruikte systeem. De afspeelvolgorde op draagbare USB-audio­spelers is verschillend en hangt af van de ge­bruikte audiospeler.
Bluetooth-profielen
Apparaten die via Bluetooth draadloze techno­logie communiceren, moeten bepaalde profie­len ondersteunen. Dit toestel is compatibel met de volgende profielen:
! GAP (Generic Access Profile) ! SDP (Service Discovery Protocol) ! OPP (Object Push Profile) ! HFP (Hands Free Profile) ! HSP (Head Set Profile) ! PBAP (Phone Book Access Profile) ! A2DP (Advanced Audio Distribution Profi-
le)
! AVP (Audio/Video Profile) ! AVRCP (Audio/Video Remote Control Profi-
le) 1.0
Copyright en handelsmerken
Bluetooth
Het merk Bluetooth gedeponeerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc. PIONEER CORPORATION gebruikt deze onder licentie. Andere handelsmerken en handelsnamen zijn eigendom van de respec­tieve eigenaren.
â
en de logos daarvan zijn
MP3
Dit product is uitsluitend bedoeld voor niet­commercieel privégebruik. Het mag niet in een commerciële omgeving worden gebruikt voor realtime-uitzendingen (over land, via sa­telliet, kabel en/of andere media), voor uitzen­dingen/streaming via internet, intranet en/of andere netwerken, of in andere elektronische distributiesystemen zoals betaalradio of audio­op-aanvraagtoepassingen. Hiervoor is een aparte licentie nodig. Kijk voor meer informa­tie op http://www.mp3licensing.com.
WMA
Windows Media is een gedeponeerd handels­merk of een handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of in andere landen. Dit product bevat technologie die het eigen­dom is van Microsoft Corporation en die niet gebruikt of gedistribueerd mag worden zonder toestemming van Microsoft Licensing, Inc.
SD-geheugenkaart
Het SD-logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC. Het miniSD-logo is een handelsmerk van SD­3C, LLC. Het microSD-logo is een handelsmerk van SD­3C, LLC. Het SDHC-logo is een handelsmerk van SD­3C, LLC.
iPod & iPhone
iPhone, iPod, iPod classic, iPod nano en iPod touch zijn handelsmerken van Apple Inc., ge­deponeerd in de VS en andere landen.
Aanvullende informatie
iTunes
Apple en iTunes zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.
51
Nl
Page 52
Aanhangsel
Aanvullende informatie
Gemaakt voor iPoden Gemaakt voor iPhonewil zeggen dat een elektronische ac­cessoire speciaal ontwikkeld is voor verbin­ding met respectievelijk een iPod of iPhone en door de maker gewaarborgd is als conform de Apple werkingsnormen. Apple is niet verant­woordelijk voor de werking van dit apparaat en voor het voldoen aan de veiligheidsnormen en wettelijke normen. Houd er rekening mee dat het gebruik van dit accessoire met iPod of iPhone invloed kan hebben op de draadloze prestatie.
52
Nl
Page 53
Aanvullende informatie
Aanhangsel
Technische gegevens
Algemeen
Spanningsbron ......................... 14,4 V gelijkstroom (10,8 tot
15,1 V toelaatbaar)
Aarding ......................................... Negatief
Maximaal stroomverbruik ... 10,0 A Afmetingen (B × H × D):
DIN
Chassis ..................... 178 mm × 50 mm ×
165 mm
Voorkant ................... 188 mm × 58 mm × 17 mm
D
Chassis ..................... 178 mm × 50 mm ×
165 mm
Voorkant ................... 170 mm × 46 mm × 17 mm
Gewicht ........................................ 1,2 kg
Audio
Maximaal uitgangsvermogen
..................................................... 50 W × 4
Doorlopend uitgangsvermogen
..................................................... 22 W × 4 (50 Hz tot
15 000 Hz, 5 % THD, 4 W be-
lasting, beide kanalen)
Belastingsimpedantie ........... 4 W tot 8 W ×4
Preout maximaal uitgangsniveau
..................................................... 5,0 V
Contouren loudness .............. +10 dB (100 Hz), +6,5 dB
(10 kHz) (volume: –30 dB) Equalizer (links/rechts afzonderlijke 16-bands grafische equalizer):
Frequentie ......................... 20 Hz/31,5 Hz/50 Hz/80 Hz/
125 Hz/200 Hz/315 Hz/
500 Hz/800 Hz/1,25 kHz/
2 kHz/3,15 kHz/5 kHz/8 kHz/
12,5 kHz/20 kHz
Bereik equalizer ............. ±12 dB (in stappen van 2
dB) Auto-equalizer:
(Voorin & achterin & subwoofer/Hoog & midden & laag)
Frequentie ......................... 20 Hz/31,5 Hz/50 Hz/80 Hz/
125 Hz/200 Hz/315 Hz/
500 Hz/800 Hz/1,25 kHz/
2 kHz/3,15 kHz/5 kHz/8 kHz/
12,5 kHz/20 kHz
Equalizerbereik ............... +6 tot –12 dB (in stappen
van 2 dB) Netwerk (standaardstand):
HPF (voor)
Frequentie ............... 50 Hz/63 Hz/80 Hz/100 Hz/
125 Hz/160 Hz/200 Hz
Afval ........................... 0 (Pass)/–6 dB/oct./–12 dB/
oct.
Gain ............................ 0 tot –24 dB/Dempen (in
stappen van 1 dB)
HPF (achter)
Frequentie ............... 50 Hz/63 Hz/80 Hz/100 Hz/
125 Hz/160 Hz/200 Hz
Afval ........................... 0 (Pass)/–6 dB/oct./–12 dB/
oct.
Gain ............................ +6 dB tot –24 dB/Dempen
(in stappen van 1 dB)
Subwoofer (stereo/mono):
Frequentie ............... 50 Hz/63 Hz/80 Hz/100 Hz/
125 Hz/160 Hz/200 Hz
Afval ........................... –6 dB/oct./–12 dB/oct./–
18 dB/oct.
Gain ............................ +6 dB tot –24 dB/Dempen
(in stappen van 1 dB)
Fase ............................ Normaal/tegengesteld
Netwerk (Stand driewegnetwerk):
Hoog HPF:
Frequentie ............... 1,25 kHz/1,6 kHz/2 kHz/
2,5 kHz/3,15 kHz/4 kHz/ 5 kHz/6,3 kHz/8 kHz/10 kHz/ 12,5 kHz
Afval ........................... –6 dB/oct./–12 dB/oct./–
18 dB/oct./–24 dB/oct.
Gain ............................ 0 tot –24 dB/Dempen (in
stappen van 1 dB)
Fase ............................ Normaal/tegengesteld
Midden HPF/LPF:
Frequentie (LPF) ... 1,25 kHz/1,6 kHz/2 kHz/
2,5 kHz/3,15 kHz/4 kHz/ 5 kHz/6,3 kHz/8 kHz/10 kHz/ 12,5 kHz
Frequentie (HPF)
................................. 25 Hz/31,5 Hz/40 Hz/50 Hz/
63 Hz/80 Hz/100 Hz/125 Hz/ 160 Hz/200 Hz/250 Hz
Afval (LPF) ............... 0 (Pass)/–6 dB/oct./–12 dB/
oct./–18 dB/oct./–24 dB/oct.
Afval (HPF) .............. 0 (Pass)/–6dB/oct./–12 dB/
oct./–18 dB/oct./–24 dB/oct.
Gain ............................ 0 tot –24 dB/Dempen (in
stappen van 1 dB)
Fase ............................ Normaal/tegengesteld
Laag LPF (stereo/mono):
Frequentie ............... 25 Hz/31,5 Hz/40 Hz/50 Hz/
63 Hz/80 Hz/100 Hz/125 Hz/ 160 Hz/200 Hz/250 Hz
Afval ........................... –12 dB/oct./–18 dB/oct./–
24 dB/oct./–30 dB/oct./– 36 dB/oct.
Aanvullende informatie
53
Nl
Page 54
Aanhangsel
Aanvullende informatie
Gain ............................ +6 dB tot –24 dB/Dempen
(in stappen van 1 dB)
Fase ............................ Normaal/tegengesteld
Cd-speler
Systeem ....................................... Compact Disc Audio
Bruikbare discs ........................ Compact Discs
Signaal-tot-ruisverhouding
..................................................... 105 dB (1 kHz) (IEC-A net-
werk)
Aantal kanalen .......................... 2 (stereo)
MP3-decoderingsformaat ... MPEG-1 & 2 Audio Layer 3 WMA-decoderingsformaat
..................................................... Versie 7, 7.1, 8, 9, 10, 11, 12
(2 kan. audio)
(Windows Media Player) AAC-decoderingsformaat ... MPEG-4 AAC (alleen iTunes
gecodeerd) (.m4a)
(versie 10,4 en eerder)
WAV-signaalformaat .............. Lineaire PCM & MS ADPCM
(niet gecomprimeerd)
USB
Specificatie USB-standaard
..................................................... USB 2.0 volledige snelheid
Maximaal stroomverbruik ... 1A
USB-klasse ................................. MSC-apparatuur (Mass Sto-
rage Class)
Bestandssysteem .................... FAT12, FAT16, FAT32
MP3-decoderingsformaat ... MPEG-1 & 2 Audio Layer 3 WMA-decoderingsformaat
..................................................... Versie 7, 7.1, 8, 9, 10, 11, 12
(2 kan. audio)
(Windows Media Player) AAC-decoderingsformaat ... MPEG-4 AAC (alleen iTunes
gecodeerd) (.m4a)
(versie 10,4 en eerder)
WAV-signaalformaat .............. Lineaire PCM & MS ADPCM
(niet gecomprimeerd)
WAV-signaalformaat .............. Lineaire PCM & MS ADPCM
(niet gecomprimeerd)
FM-tuner
Frequentiebereik ...................... 87,5 MHz tot 108,0 MHz
Bruikbare gevoeligheid ......... 9 dBf (0,8 µV/75 W, mono,
S/R: 30 dB)
Signaal-tot-ruisverhouding
..................................................... 72 dB (IEC-A-netwerk)
MW-tuner
Frequentiebereik ...................... 531 kHz tot 1 602 kHz
Bruikbare gevoeligheid ......... 25 µV (S/R: 20 dB)
Signaal-tot-ruisverhouding
..................................................... 62 dB (IEC-A-netwerk)
LW-tuner
Frequentiebereik ...................... 153 kHz tot 281 kHz
Bruikbare gevoeligheid ......... 28 µV (S/R: 20 dB)
Signaal-tot-ruisverhouding
..................................................... 62 dB (IEC-A-netwerk)
Bluetooth
Versie ............................................. Bluetooth 3.0 gecertificeerd
Uitgangsvermogen ................. +4 dBm maximum
(Vermogensklasse 2)
Opmerking
Technische gegevens en ontwerp kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
SD
Compatibel fysiek formaat
..................................................... Versie 2.00
Maximale geheugencapaciteit
..................................................... 32 GB (SD en SDHC)
Bestandssysteem .................... FAT12, FAT16, FAT32
MP3-decoderingsformaat ... MPEG-1 & 2 Audio Layer 3 WMA-decoderingsformaat
..................................................... Versie 7, 7.1, 8, 9, 10, 11, 12
AAC-decoderingsformaat ... MPEG-4 AAC (alleen iTunes
54
Nl
(2 kan. audio) (Windows Media Player)
gecodeerd) (.m4a) (versie 10,4 en eerder)
Page 55
55
Nl
Page 56
PIONEER CORPORATION
1-1, Shin-ogura, Saiwai-ku, Kawasaki-shi, Kanagawa 212-0031, JAPAN
PIONEER ELECTRONICS (USA) INC.
P.O. Box 1540, Long Beach, California 90801-1540, U.S.A. TEL: (800) 421-1404
PIONEER EUROPE NV
Haven 1087, Keetberglaan 1, B-9120 Melsele, Belgium/Belgique TEL: (0) 3/570.05.11
PIONEER ELECTRONICS ASIACENTRE PTE. LTD.
253 Alexandra Road, #04-01, Singapore 159936 TEL: 65-6472-7555
PIONEER ELECTRONICS AUSTRALIA PTY. LTD.
5 Arco Lane, Heatherton, Victoria, 3202 Australia TEL: (03) 9586-6300
PIONEER ELECTRONICS OF CANADA, INC.
340 Ferrier Street, Unit 2, Markham, Ontario L3R 2Z5, Canada TEL: 1-877-283-5901 TEL: 905-479-4411
PIONEER ELECTRONICS DE MEXICO, S.A. de C.V.
Blvd.Manuel Avila Camacho 138 10 piso Col.Lomas de Chapultepec, Mexico, D.F. 11000 TEL: 55-9178-4270
台北4078
: 886-(0)2-2657-3588
9095
: 852-2848-6488
ã 2011 PIONEER CORPORATION. Alle rechten voorbehouden.
<KOKZX> <11L00000>
<CRB3829-A> EW
Page 57
Bedienungsanleitung
CD RDS-EMPFÄNGER
DEH-80PRS
Deutsch
Page 58
Inhalt
Vielen Dank, dass Sie sich für dieses PIONEER-Produkt entschieden haben.
Bitte lesen Sie diese Anleitung vor der Verwendung dieses Produkts zur Gewährleistung seiner ord­nungsgemäßen Verwendung durch. Lesen und befolgen Sie dabei insbesondere die Hinweise WAR-
NUNG und VORSICHT. Bewahren Sie die Anleitung zur zukünftigen Bezugnahme sicher und griffbereit auf.
Bevor Sie beginnen
Informationen für Anwender zur Sammlung
und Entsorgung von Altgeräten und
gebrauchten Batterien 3 Zu diesem Gerät 3 Im Störungsfall 4 Zurücksetzen des Mikroprozessors 4 Umschalten des DSP-Einstellmodus 5 Wechseln zwischen Cinch-Eingangsmodi 5 Demo-Modus 5 Zu dieser Anleitung 6
Bedienung des Geräts
Hauptgerät 7 Fernbedienung 7 Setup-Menü 8 Grundlegende Bedienvorgänge 9 Handhabung und Pflege der
Fernbedienung 10 Identische Menübedienung für
Funktionseinstellungen/Audio-
Einstellungen/Grundeinstellungen/
Listen 11 Tuner 11 CD/CD-R/CD-RW-Discs und externe
Speichermedien (USB, SD) 15 iPod 18 Audio-Einstellungen 21 Gebrauch der Wireless-Technologie
Bluetooth 36 Grundeinstellungen 40 Andere Funktionen 43
Reihenfolge der Audio-Dateien 55 Bluetooth-Profile 55 Copyright und Marke 55 Technische Daten 57
Zusätzliche Informationen
Fehlerbehebung 46 Fehlermeldungen 47 Handhabungsrichtlinien 50 Kompatible komprimierte Audioformate
(Disc, USB, SD) 53 iPod-Kompatibilität 54
2
De
Page 59
Bevor Sie beginnen
Abschnitt
01
Informationen für Anwender zur Sammlung und Entsorgung von Altgeräten und gebrauchten Batterien
(Symbol für Geräte)
(Symbolbeispiele für Batterien)
Diese Symbole auf den Produkten, der Verpackung und/oder Begleitdokumenten bedeuten, dass gebrauchte elektrische und elektronische Produkte und Batterien nicht über den Haushaltsmüll entsorgt werden dürfen. Zur richtigen Handhabung, Rückgewin­nung und Wiederverwertung von Altpro­dukten und gebrauchten Batterien bringen Sie diese bitte zu den gemäß der nationalen Gesetzgebung dafür zuständi­gen Sammelstellen.
Mit der korrekten Entsorgung dieser Produkte und Batterien helfen Sie dabei, wertvolle Res­sourcen zu schonen und vermeiden mögliche negative Auswirkungen auf die Gesundheit und die Umwelt, die durch eine unsachgemä­ße Behandlung des Abfalls entstehen könn­ten. Weitere Informationen zur Sammlung und Wiederverwertung von Altprodukten und Bat­terien erhalten Sie von Ihrer örtlichen Gemein­deverwaltung, Ihrem Müllentsorger oder dem Verkaufsort, an dem Sie die Waren erworben haben.
Diese Symbole gelten ausschließlich in der Europäischen Union.
Für Länder außerhalb der Europäischen Union:
Wenn Sie diese Gegenstände entsorgen wol­len, wenden Sie sich bitte an Ihre lokalen Be­hörden oder Händler und fragen Sie dort nach der korrekten Entsorungsweise.
Zu diesem Gerät
Die Tuner-Frequenzen dieses Geräts sind für Westeuropa, Asien, den Mittleren Osten, Afri­ka und Ozeanien bestimmt. Der Gebrauch in anderen Gebieten kann zu mangelhaftem Empfang führen. Die RDS-Funktion (Radio-Da­tensystem) ist nur in Gebieten mit UKW-Sen­dern verfügbar, die RDS-Signale ausstrahlen.
Wichtig
Bitte tragen Sie die folgenden Informationen in das dafür vorgesehene Formular in der Kurz­anleitungein. 14-stellige Seriennummer (an der Untersei-
te des Geräts angegeben)
Kaufdatum (Datum der Quittung)Stempel des Händlers
Diese Informationen dienen als Eigentums­nachweis. Im Fall eines Diebstahls teilen Sie der Polizei die 14-stellige Seriennummer und das Kaufdatum des Geräts mit. Bewahren Sie die Kurzanleitungan einem si­cheren Ort auf.
Bevor Sie beginnen
De
3
Page 60
Abschnitt
01
Bevor Sie beginnen
VORSICHT
Dieses Produkt ist ein Laserprodukt entspre­chend dem Lasersicherheitsstandard Klasse 1 IEC 60825-1:2007 und verfügt über ein Laser­modul der Klasse 1M. Um eine fortwährende Sicherheit zu gewährleisten, dürfen keinerlei Abdeckungen entfernt und sich Zugang zum Inneren des Produkts verschafft werden. Be­auftragen Sie bei allen Wartungsarbeiten qua­lifiziertes Personal.
LASER KLASSE 1
VORSICHT—WENN GEÖFFNET, HANDELT ES SICH UM UNSICHTBARE LASERSTRAHLUNG DER KLASSE 1M. SCHAUEN SIE NICHT MIT OPTISCHEN GERÄTEN HINEIN.
VORSICHT
! Dieses Gerät darf nicht mit Flüssigkeiten in
Kontakt kommen. Dies könnte einen Strom­schlag verursachen. Darüber hinaus kann der Kontakt mit Flüssigkeit eine Beschädigung des Geräts, Rauchentwicklung und Überhit­zung nach sich ziehen.
! Wählen Sie stets eine Lautstärke, bei der Sie
Umgebungsgeräusche noch deutlich wahr­nehmen können.
! Setzen Sie dieses Gerät keiner Feuchtigkeit
aus.
! Beim Abtrennen oder Entladen der Batterie
werden sämtliche vorprogrammierten Spei­cher gelöscht.
Händler oder an die nächstgelegene PIONEER-Kundendienststelle.
Zurücksetzen des Mikroprozessors
Der Mikroprozessor muss in folgenden Fällen zurückgesetzt werden: ! Vor der ersten Verwendung dieses Geräts
nach der Installation
! Bei einer Betriebsstörung des Geräts ! Bei der Anzeige ungewöhnlicher oder ein-
deutig falscher Meldungen im Display
1 Nehmen Sie die Frontplatte ab.
Für detaillierte Informationen hierzu siehe Ent­fernen der Frontplatte zum Schutz vor Diebstahl
auf Seite 9.
2 Drücken Sie RESET mithilfe eines Ku­gelschreibers oder eines anderen spitz zu­laufenden Gegenstands.
RESET-Taste
Hinweis
Funktionseinstellungen werden selbst dann abge­schlossen, wenn das Menü vor dem Bestätigen geschlossen wird.
Im Störungsfall
Sollte dieses Gerät nicht ordnungsgemäß funktionieren, dann wenden Sie sich an Ihren
4
De
Page 61
Bevor Sie beginnen
Abschnitt
01
Umschalten des DSP­Einstellmodus
Dieses Gerät verfügt über zwei Betriebsmodi: den 3-Wege-Netzwerkmodus (NW) und den Standardmodus (STD). Sie können wunschge­mäß zwischen diesen Modi umschalten. Die werkseitige DSP-Einstellung ist der Standar­dmodus (STD). ! Setzen Sie nach dem Umschalten den Mi-
kroprozessor zurück.
WARNUNG
Sie dürfen das Gerät in keinem Fall im Standar­dmodus verwenden, wenn ein Lautsprechersy­stem für den 3-Wege-Netzwerkmodus angeschlossen ist. Das kann eine Beschädigung der Lautsprecher zur Folge haben.
1 Verwenden Sie einen dünnen Flach­kopfschraubendreher, um den DSP-Schalter an der Unterseite des Geräts zu ändern.
Wechseln zwischen Cinch­Eingangsmodi
Wenn Sie diese Einheit an ein Audio-Gerät mit Cinch-Ausgang anschließen oder an eines ohne Cinch-Ausgang, können Sie es so ein­stellen, dass das Audio des Audio-Geräts an die Lautsprecher der angeschlossenen Einheit ausgegeben wird. Ändern Sie falls notwendig die Einstellung je nachdem, ob das ange­schlossene Gerät über einen Cinch-Ausgang verfügt oder nicht. ! Detaillierte Informationen zum Anschlie-
ßen der Einheit finden Sie in der Installati­onsanleitung.
% Verwenden Sie einen dünnen Flach­kopfschraubendreher, um den Cinch-Ein­gangsmodus an der Unterseite des Geräts zu ändern.
Bevor Sie beginnen
2 Drücken Sie RESET mithilfe eines Ku­gelschreibers oder eines anderen spitz zu­laufenden Gegenstands.
Hinweis
Die Audioeinstellungen dieser Einheit werden selbst dann im Speicher beibehalten, wenn die Batterie getrennt oder der Mikroprozessor zurück­gesetzt wurde. Wenn die Audio-Einstellungen zu­rückgesetzt werden sollen, siehe AUDIO reset (Audio zurücksetzen) auf Seite 42.
! L (Niedrig) - Beim Eingang über den Cinch-
Ausgang eines angeschlossenen Geräts
! H (Hoch) - Beim Eingang über den Laut-
sprecher-Ausgang eines angeschlossenen Geräts
Demo-Modus
Wichtig
! Wenn das rote Kabel (ACC) dieses Geräts
nicht an die mit dem Ein-/Ausschaltbetrieb des Zündschalters gekoppelte Klemme ange­schlossen wird, kann es zu einer Entleerung der Fahrzeugbatterie kommen.
! Bitte beachten Sie, dass es zu einer Entladung
der Fahrzeugbatterie kommen kann, wenn der Demo-Modus nach dem Abstellen des Motors weiterläuft.
De
5
Page 62
Abschnitt
01
Bevor Sie beginnen
Wenn sich der Zündschalter in der Position ACC oder EIN befindet und Sie nicht innerhalb von 30 Sekunden das Gerät bedienen, startet der Demo-Modus automatisch und das Gerät wird ausgeschaltet. Halten Sie zum Beenden des Demo-Modus ( Sie zum Starten ( Sie können den Demos-Modus auch in den Ausgangseinstellungen ausschalten. Wählen Sie Demonstration (Demo-Anzeige-Einstel- lung) und schalten Sie die Demo-Anzeige aus. Für detaillierte Informationen hierzu siehe Grundeinstellungen auf Seite 40.
/DISP) gedrückt. Halten
/DISP) erneut gedrückt.
Zu dieser Anleitung
! In den nachfolgenden Hinweisen werden
USB-Speicher, tragbare USB-Audio-Player und SD-Speicherkarten kurz als externes Speichermedium (USB, SD)bezeichnet. Wenn nur auf USB-Speicher und tragbare USB-Audio-Player Bezug genommen wird, werden diese unter dem Begriff USB-Spei­chermedienzusammengefasst.
! In dieser Anleitung werden iPod und
iPhone unter dem Begriff iPod zusammengefasst.
6
De
Page 63
9
68b a
7
def
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Hauptgerät
4 5
1
1
2 LEVER a SRC/OFF
3
4
5 Öffnen-Taste d h (Auswurf)
6
7
8 EQ/DISP OFF
Verwenden Sie für den Anschluss des USB­Audio-Players/USB-Speichermediums ein USB­Kabel von Pioneer, da direkt an das Gerät ange-
3
2
c
Bezeichnung Bezeichnung
(Telefon/Aufle-
gen)
/DISP b
(Liste) c Disc-Ladeschacht
AUX-Eingang (3,5­mm-Stereoan­schluss) Auto-TA- und EQ­Mikrofoneingang Dieser Eingang dient zum An­schluss eines Auto­TA- und EQ-Mikro­fons.
/ f RESET
VORSICHT
9 BAND/
MULTI-CONTROL
(M.C.)
SD-Speicherkarten­steckplatz Nehmen Sie die Frontplatte ab, um
e
den Steckplatz für die SD-Speicherkar­te freizulegen.
(iPod)
schlossene Medien herausragen, was gefährlich ist. Verwenden Sie ausschließlich autorisierte Pro­dukte.
Fernbedienung
Die Tasten der Fernbedienung, die mit densel­ben Zahlen gekennzeichnet sind, wie die des Geräts, haben unabhängig von ihrem Namen die gleiche Funktion, wie die des Geräts.
g
9
a k
Bezeich­nung
g VOLUME
h MUTE
i a/b/c/d
j
k e
m
Bedienung
Drücken Sie diese Tasten, um die Lautstärke zu erhöhen oder zu vermindern.
Drücken Sie diese Taste, um den Ton stummzuschalten. Drücken Sie sie erneut, um die Stumm­schaltung aufzuheben.
Drücken Sie diese Tasten für ma­nuelle Suchlaufabstimmung, Schnellvorlauf, Rücklauf und Titel­suchlauf. Dieser Regler dient auch zur Steu­erung von Funktionen.
Während der Telefonverwendung wird durch Drücken dieser Taste ein aktiver Anruf beendet oder ein eingehender Anruf abgewiesen.
Drücken Sie diese Taste, um die Wiedergabe zu stoppen oder fort­zusetzen.
h i jl
3
Bedienung des Geräts
7
De
Page 64
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
l
m
Bezeich­nung
LIST/ ENTER
Bedienung
Drücken Sie diese Taste, wenn Sie während der Telefonverwendung ein Telefongespräch beginnen möchten.
Drücken Sie diese Taste, um je nach gewählter Programmquelle eine der folgenden Listen anzuzei­gen: Disc-Titel-, Musiktitel-, Ord­ner- oder Dateinamensliste. Bei Bedienung des Menüs er­möglicht das Drücken der Taste die Steuerung von Funktionen.
Setup-Menü
Wenn Sie nach der Installation den Zü­ndschalter in die Position EIN drehen, wird das Setup-Menü auf dem Display angezeigt. In diesem Menü können Sie folgende Optio­nen einstellen.
1 Drehen Sie nach der Installation des Ge­räts den Zündschalter auf EIN. Die Angabe SET UP erscheint.
2 Drehen Sie M.C., um YES auszuwählen.
# Bedienen Sie das Gerät nicht innerhalb von 30 Sekunden, wird das Setup-Menü nicht ange­zeigt. # Wenn Sie es vorziehen, die Einstellungen nicht jetzt vorzunehmen, drehen die den M.C.­Regler auf NO. Wenn Sie NO wählen, können Sie keine Einstel­lungen im Setup-Menü vornehmen.
3 Drücken Sie M.C., um diese Option zu bestätigen.
4 Gehen Sie zur Einstellung des Menüs folgendermaßen vor.
Sie müssen Ihre Auswahl bestätigen, um die nächste Menüoption aufrufen zu können.
Language select (Spracheinstellung)
1 Drehen Sie M.C., um die gewünschte Sp rache zu
wählen.
EnglishFrançaisItalianoEspañol DeutschNederlandsРУССКИЙ
2 Drücken Sie M.C., um die Auswahl zu bestätigen.
Calendar (Einstellen des Datums)
1 Drehen Sie M.C., um das Jahr zu ändern. 2 Drücken Sie M.C., um den Tag zu wählen. 3 Drehen Sie M.C., um den Tag zu ändern. 4 Drücken Sie M.C., um den Monat zu wählen. 5 Drehen Sie M.C., um den Monat zu ändern. 6 Drücken Sie M.C., um die Auswahl zu bestätigen.
Clock (Einstellen der Uhrzeit)
1 Drehen Sie M.C., um die Stunde einzustellen. 2 Drücken Sie M.C., um die Minute zu wählen. 3 Drehen Sie M.C., um die Minute einzustellen. 4 Drücken Sie M.C., um die Auswahl zu bestätigen.
FM step (UKW-Kanalraster)
1 Drehen Sie M.C., um die UKW-Kanalraster-Funk-
tion zu wählen. 50kHz (50 kHz)100kHz (100 kHz)
2 Drücken Sie M.C., um die Auswahl zu bestätigen.
Contrast (Display-Kontrasteinstellung)
1 Drehen Sie M.C., um den Kontrastpegel einzustel-
len. Während der Erhöhung bzw. Verminderung des Pegels wird 0 bis 15 angezeigt.
2 Drücken Sie M.C., um die Auswahl zu bestätigen.
Demonstration (Demo-Anzeige-Einstellung)
1 Drehen Sie M.C., um die Demo-Anzeige auszu-
schalten.
2 Drücken Sie M.C., um die Auswahl zu bestätigen.
Die Angabe Quit erscheint.
5 Um die Einstellungen abzuschließen, drehen Sie M.C., um YES auszuwählen.
# Möchten Sie Ihre Einstellungen wieder än­dern, drehen Sie M.C., um NO auszuwählen.
6 Drücken Sie M.C., um diese Option zu bestätigen.
8
De
Page 65
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Hinweise
! Da der Demo-Modus für eine Anzeige in Ge-
schäftsräumen konzipiert wurde, sollte diese Funktion keinesfalls während des Fahrens ein­gesetzt werden.
! Sie können die Menüoptionen in den Grun-
deinstellungen festlegen. Für Details zu den Einstellungen siehe Grundeinstellungen auf Seite 40.
! Das Setup-Menü kann durch Drücken von
SRC/OFF abgebrochen werden.
Grundlegende Bedienvorgänge
Wichtig
! Gehen Sie beim Abnehmen bzw. Anbringen
der Frontplatte sorgfältig vor.
! Setzen Sie die Frontplatte keinen übermäßi-
gen Stößen aus.
! Setzen Sie die Frontplatte weder direkter Son-
nenbestrahlung noch hohen Temperaturen aus.
! Entfernen Sie alle etwaigen angeschlossenen
Kabel und Geräte, bevor Sie die Frontplatte ab­nehmen, um eine Beschädigung des Geräts oder des Fahrzeuginneren zu vermeiden.
Entfernen der Frontplatte zum Schutz vor Diebstahl Zum Schutz vor Diebstahl kann die Frontplatte vom Hauptgerät abgenommen werden. 1 Drücken Sie die Öffnen-Taste, um die Frontplatte
zu entriegeln.
2 Fassen Sie die Frontplatte an der linken Seite an
und ziehen Sie sie vorsichtig nach vorn ab. Achten Sie darauf, die Frontplatte nicht zu fest an­zufassen oder fallen zu lassen. Jeder Kontakt mit Wasser oder anderen Flüssigkeiten sollte vermie­den werden, da dies zu permanenten Schäden führen kann.
3 Bewahren Sie die abgenommene Frontplatte
stets in einer Schutzhülle, wie zum Beispiel einem Etui, auf.
Wiederanbringen der Frontplatte 1 Beim Wiederanbringen der Frontplatte müssen
Sie diese hochkant zum Gerät halten und fest auf die Befestigungshalterungen aufstecken.
Einschalten des Geräts 1 Drücken Sie die Taste SRC/OFF, um das Gerät ein-
zuschalten.
Ausschalten des Geräts 1 Drücken und halten Sie SRC/OFF gedrückt, bis
sich das Gerät ausschaltet.
Wählen einer Programmquelle 1 Drücken Sie SRC/OFF, um zwischen den folgen-
den Optionen umzuschalten:
TUNER (Tuner)CD (CD-Player)USB1 (USB1)/ iPod1 (iPod1)USB2 (USB2)/iPod2 (iPod2)SD
(SD-Speicherkarte)AUX1 (AUX1)AUX2 (AUX2)BT Audio (BT-Audiogerät)
Regeln der Lautstärke 1 Drehen Sie M.C., um die Lautstärke anz upassen.
Bedienung des Geräts
VORSICHT
Parken Sie Ihr Fahrzeug aus Sicherheitsgründen zum Abnehmen der Frontplatte.
De
9
Page 66
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Hinweise
! Wenn das blau/weiße Kabel dieses Geräts an
die Steuerklemme des Automatikantennenre­lais des Kraftfahrzeugs angeschlossen wird, wird die Antenne ausgefahren, sobald das Gerät eingeschaltet wird. Zum Einfahren der Antenne schalten Sie die Programmquelle aus.
! Wenn zwei USB-Speichermedien an dieses
Gerät angeschlossen sind und Sie zur Wieder­gabe zwischen ihnen umschalten möchten, unterbrechen Sie zuerst die Kommunikation für das USB-Speichermedium, bevor Sie fort­fahren.
! Verwenden Sie beim gleichzeitigen Anschluss
von USB1 (USB-Speichermedium 1)/iPod1 (Über den USB-Eingang 1 angeschlossener iPod) und USB2 (USB-Speichermedium 2)/ iPod2 (Über den USB-Eingang 2 angeschlos­sener iPod) zusätzlich zum normalen USB­Kabel von Pioneer ein weiteres USB-Kabel von Pioneer (CD-U50E).
Handhabung und Pflege der Fernbedienung
Gebrauch der Fernbedienung 1 Halten Sie die Fernbedienung zum Gebrauch in
Richtung Frontplatte. Ziehen Sie bei der ersten Verwendung die aus dem Fach hervorstehende Folie heraus.
Auswechseln der Batterie 1 Entnehmen Sie das Fach auf der Rückseite der
Fernbedienung.
2 Legen Sie die Batterie unter Beachtung der ord-
nungsgemäßen Positionierung von Plus- (+) und Minuspol (–) ein.
WARNUNG
! Halten Sie die Batterie von Kindern fern. Sollte
eine Batterie verschluckt werden, ist unver­züglich ein Arzt aufzusuchen.
! Batterien (Batteriepack oder eingelegte Batte-
rien) dürfen keinen hohen Temperaturen, wie z. B. durch direktes Sonnenlicht oder Feuer verursacht, ausgesetzt werden.
VORSICHT
! Verwenden Sie nur eine Lithium-Batterie vom
Typ CR2025 (3 V).
! Nehmen Sie die Batterie heraus, wenn die
Fernbedienung einen Monat oder länger nicht verwendet wird.
! Wenn die Batterie nicht ordnungsgemäß ein-
gesetzt wird, ist Explosionsgefahr gegeben. Er­setzen Sie die Batterie ausschließlich durch eine Batterie desselben oder eines vergleich­baren Typs.
! Verwenden Sie bei der Handhabung der Batte-
rie keine Werkzeuge aus Metall.
! Lagern Sie die Batterie nicht zusammen mit
Gegenständen aus Metall.
! Falls die Batterie auslaufen sollte, wischen Sie
die Fernbedienung vollständig sauber und set­zen Sie eine neue Batterie ein.
! Halten Sie sich bei der Entsorgung verbrauch-
ter Batterien an die in Ihrem Land geltenden gesetzlichen Bestimmungen und Vorschriften der Umweltämter.
Wichtig
! Bewahren Sie die Fernbedienung nicht bei
hohen Temperaturen und direktem Sonnen­licht auf.
! In direktem Sonnenlicht funktioniert die Fern-
bedienung möglicherweise nicht ordnungsge­mäß.
! Lassen Sie die Fernbedienung nicht auf den
Boden fallen, wo sie unter dem Brems- oder dem Gaspedal eingeklemmt werden könnte.
10
De
Page 67
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Identische Menübedienung für Funktionseinstellungen/ Audio-Einstellungen/ Grundeinstellungen/Listen
Zurückschalten zur vorherigen Anzeige Zurückschalten zur vorherigen Liste/Kategorie (bzw. zum übergeordneten Ordner/zur übergeordneten Ka­tegorie) 1 Drücken Sie
Ein- oder Ausschalten der Demo-Anzeige 1 Halten Sie
Zurückschalten zur normalen Anzeige Abbrechen des Grundeinstellungsmenüs 1 Drücken Sie BAND/
Zurückschalten zur normalen Anzeige von der Liste/ Kategorie 1 Drücken Sie BAND/
Wählen einer Funktion oder Liste 1 Drehen Sie M.C. oder LEVER.
! In dieser Anleitung bezieht sich Drehen Sie M.
C.auf den Bedienvorgang für das Wählen einer
Funktion oder Liste.
/DISP.
/DISP gedrückt.
.
.
Tuner
Grundlegende Bedienvorgänge
3 4 61 2 7
5
3 41 2 7
5
d e
Kein RDS oder MW/LW
1 TA G -Anzeige 2 Tag-Übertragungsanzeige 3 Wellenbereichsanzeige 4 5-Anzeige (Stereo) 5 LOC-Anzeige
Erscheint, wenn die Lokal-Suchlaufabstim­mung eingeschaltet ist.
6 Stationsnummernanzeige 7 Signalstärke-Anzeige 8 TEXT-Anzeige
Erscheint bei Empfang von Radiotext.
9 Programmtyp-Anzeige a Nachrichtenanzeige (
Erscheint, wenn das eingestellte Nachrichten­programm empfangen wird.
b TP-Anzeige (
Erscheint, wenn eine Verkehrsfunk-Station ab­gestimmt ist.
c Stationsname d Frequenzanzeige e Spannungsanzeige
Gibt die Batteriespannung an.
)
! Die angezeigte Spannung kann von der
tatsächlichen Spannung abweichen.
)
Bedienung des Geräts
Wahl eines Bands (Wellenbereich) 1 Drücken Sie BAND/
lenbereich angezeigt wird (FM-1, FM-2, FM-3 für
c e8 9
ba
RDS
UKW bzw. MW/LW).
Manuelle (schrittweise) Abstimmung 1 Drehen Sie LEVER.
Suchlauf 1 Drehen und halten Sie LEVER gedrückt.
! Durch Drücken und Gedrückthalten von
LEVER oder können Sender übersprungen werden. Die Suchlaufabstimmung beginnt, sobald LEVER losgelassen wird.
, bis der gewünschte Wel-
De
11
Page 68
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Gebrauch des PI-Suchlaufs
Wenn der Tuner keinen geeigneten Sender fin­det oder der Empfang schwach wird, sucht das Gerät automatisch nach einer anderen Station mit derselben Programmierung. Wäh­rend des Suchlaufs wird PI seek angezeigt und der Ton stummgeschaltet.
Gebrauch des Auto-PI-Suchlaufs für programmierte Stationen
Wenn gespeicherte Stationen nicht abgerufen werden können, kann das Gerät auch für einen PI-Suchlauf während eines Stationsab­rufs eingestellt werden. ! Standardmäßig ist der automatische PI-
Suchlauf ausgeschaltet. Siehe Auto PI (Au- tomatische PI-Suche) auf Seite 41.
Speichern und Abrufen von Radiostationen für jedes Band
1 Drücken Sie auf (Liste).
Der Vorwahlbildschirm wird angezeigt.
2 Verwenden Sie M.C., um die abge­stimmte Frequenz im Speicher abzulegen.
Drehen Sie den Regler, um die Stationsnum­mer zu wechseln. Drücken und halten Sie ihn gedrückt, um die Stationsnummer zu spei­chern.
3 Verwenden Sie M.C., um den ge­wünschten Sender zu wählen.
Drehen Sie den Regler, um den Sender zu wechseln. Drücken Sie den Regler, um die Auswahl zu bestätigen.
# Alle Sender, die für UKW-Frequenzbereiche gespeichert wurden, können von jedem unabhän­gigen UKW-Frequenzbereich abgerufen werden. # Durch Drücken von manuell nach unten oder oben abstimmen. # Zum Zurückschalten auf die normale Anzeige drücken Sie BAND/
oder können Sie
oder (Liste).
Umschalten der RDS-Anzeige
Das Radio-Datensystem (RDS) stellt digitale Informationen bereit, die die Suche nach be­stimmten Radiosendern erleichtern.
% Drücken Sie
/DISP.
PTY-Information und Frequenz oder Pro­gramm-Service-NameMusiktitel und Künst­lername
# Die PTY-Information und die Frequenz werden acht Sekunden lang auf dem Display angezeigt.
PTY-Liste
News&Inf
News (Nachrichten), Affairs (Tagesereignisse), Info (Information), Sport (Sport), Weather (Wetter), Fi­nance (Finanzen)
Popular
Pop Mus (Popmusik), Rock Mus (Rockmusik), Easy Mus (Leichte Hörmusik), Oth Mus (Andere Musik), Jazz (Jazz), Country (Countrymusi k), Nat Mus (Lan- desmusik), Oldies (Oldies), Folk mus (Volksmusik)
Classics
L. Class (Leichte klassische Musik), Classic (Klassi-
sche Musik)
Others
Educate (Bildung), Drama (Drama), Culture (Kultur), Science (Wissenschaft), Varied (Gemischtes), Child­ren (Kinderprogramme), Social (Soziales), Religion (Religion), Phone In (Telefongesprächsprogramme), Touring (Reisen), Leisure (Freizeit), Document (Do-
kumentarsendungen)
Verwendung von iTunes Tagging
Diese Funktion steht für die folgenden iPod-Mo­delle zur Verfügung:
iPod touch der vierten GenerationiPod touch der dritten GenerationiPod touch der zweiten GenerationiPod touch der ersten GenerationiPod classic 160GBiPod classic 120GBiPod classiciPod nano der sechsten Generation
12
De
Page 69
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
iPod nano der fünften GenerationiPod nano der vierten GenerationiPod nano der dritten GenerationiPhone 4iPhone 3GSiPhone 3GiPhone
Tag-Informationen können selbst dann in die­sem Gerät gespeichert werden, wenn andere iPod-Modelle verwendet werden.
Informationen bezüglich des Musiktitels (so­genannte tags) können von der Radiostation auf Ihren iPod gespeichert werden. Beim nächsten Synchronisieren des iPods werden diese Musiktitel in einer Spielliste namens Taggedin iTunes angezeigt. Anschließend können Sie diese Musiktitel direkt im iTunes Store erwerben. ! Die getaggten Musiktitel und die Musiktitel,
die Sie im iTunes Store kaufen können, un­terscheiden sich möglicherweise. Stellen Sie sicher, den Musiktitel vor dem Kauf zu bestätigen.
Tag-Informationen in diesem Gerät speichern
1 Rufen Sie eine Radiostation auf. 2 Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, wenn
TAG im Display angezeigt wird, während der ge­wünschte Musiktitel im Radio gespielt wird. ! Während des Speichern der Tag-Daten auf
dem Gerät blinkt TAG.
Tag-Informationen auf dem iPod speichern 1 Verbinden Sie den iPod über das iPod-Dock-Con-
nector-auf-USB-Kabel mit dem USB-Anschluss.
2 Wählen Sie Tags transfer in den Funktionsein-
stellungen, um Tag-Informationen von diesem Gerät auf den iPod zu übertragen. Siehe Tags transfer (Tag-Übertragung) auf Seite 20.
! Wenn Sie während der Tag-Übertragung zwi-
schen den Programmquellen umschalten, wird die Übertragung abgebrochen. Wählen Sie zum Abbruch der Übertragung Tags transfer in den Funktionseinstellungen und versuchen Sie er­neut, die Tag-Informationen zu übertragen.
Empfang von Radiotext
Anzeigen von Radiotext Angezeigt werden können der momentan empfange­ne Radiotext sowie die drei zuletzt empfangenen Texte. 1 Drücken und halten Sie
den Radiotext anzuzeigen. ! Die Anzeige des Radiotextes kann durch
Drücken von . abgebrochen werden.
! Wenn kein Radiotext empfangen wird, er-
scheint NO TEXT im Display.
2 Drehen Sie LEVER nach links oder rechts, um die
drei zuletzt empfangenen Radiotexte abzurufen.
3 Drücken Sie
durchlaufen.
Speichern und Abrufen von Radiotext Die Daten von bis zu sechs Radiotextübertragungen können auf den Tasten RT Memo 1 bis RT Memo 6 hinterlegt werden. 1 Bringen Sie den Radiotext, den Sie speichern
möchten, zur Anzeige.
2 Drücken Sie auf
Der Vorwahlbildschirm wird angezeigt.
3 Verwenden Sie LEVER, um den gewählten Radio-
text zu speichern. Drehen Sie den Regler, um die Stationsnummer zu wechseln. Drücken und halten Sie M.C. ge­drückt, um die Stationsnummer zu speichern.
4 Verwenden Sie LEVER, um den gewünschten Ra-
diotext zu wählen. Drehen Sie den Regler, um zwischen den verfüg­baren Radiotexten umzuschalten. Drücken Sie M.C., um diese Option zu bestätigen. ! Zum Zurückschalten auf die normale Anzeige
drücken Sie BAND/
oder , um den Radiotext zu
(Liste) gedrückt, um
/DISP, SRC/OFF oder BAND/
(Liste).
oder (Liste).
! Der Tuner speichert automatisch die drei
zuletzt empfangenen Radiotextübertragun­gen und ersetzt den ältesten mit dem neue­sten Text.
Funktionseinstellungen
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü anzuzeigen.
Bedienung des Geräts
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption zu wechseln, und drücken Sie FUNCTION, um die angezeigte Option zu wählen.
De
13
Page 70
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt vor, um die Funktion einzustellen.
! Wenn das MW/LW-Band gewählt ist, stehen
nur BSM, Local und Tuning Mode zur Ver­fügung.
BSM (Best-Sender-Memory)
BSM (Best-Sender-Memory) speichert die sechs stärksten Sender automatisch in der Reihenfolge ihrer Signalstärke. 1 Drücken Sie M.C., um BSM einzuschalten.
Zum Abbrechen des Speichervorgangs drücken Sie M.C. erneut.
Regional (Regional)
Bei Verwendung von Alternative FREQ beschränkt die Regionalfunktion die Auswahl auf Sender, die re­gionale Programme ausstrahlen. 1 Drücken Sie M.C., um die Regionalfunktion ein-
oder auszuschalten.
Local (Lokal-Suchlaufabstimmung)
Mit der Lokal-Suchlaufabstimmung wird nur nach Stationen mit ausreichender Signalstärke für einen guten Empfang gesucht. 1 Drücken Sie M.C., um den lokalen Suchlauf ein-
zuschalten. ! Zum Abbrechen des Speichervorgangs drük-
ken Sie M.C. erneut.
2 Drehen Sie LEVER nach links oder rechts, um die
gewünschte Einstellung zu wählen. UKW: Level 1Level 2Level 3Level 4 MW/LW: Level 1Level 2 Bei Auswahl der höchsten Stufe werden nur die stärksten Sender empfangen, während bei Aus­wahl der niedrigeren Stufen schwächere Sender zugelassen werden.
PTY search (Programmtyp-Wahl)
Sie können einen Sender anhand eines Programm­typs (PTY) abstimmen. 1 Drehen Sie LEVER nach links oder rechts, um die
gewünschte Einstellung zu wählen.
News&InfPopularClassicsOthers
2 Drücken Sie M.C., um die Suche zu starten.
Das Gerät sucht nach einer Station, die ein Pro­gramm des gewählten Typs ausstrahlt. Wenn eine solche Station gefunden wird, wird deren Stati­onsname angezeigt. Die verschiedenen PTY-Informationen (Programm­typ-Kenncode) sind nachfolgend aufgeführt. Siehe PTY-Liste auf Seite 12. Zum Abbrechen des Suchlaufs drücken Sie M.C. erneut. Das Programm mancher Sender kann von dem tatsächlich übertragenen Programmtyp (PTY) ab­weichen. Wird kein Sender gefunden, der ein Programm des gewählten Typs ausstrahlt, dann erscheint zwei Sekunden lang Not found und der Tuner schaltet auf die ursprüngliche Station zurück.
Traffic Announce (Verkehrsdurchsagebereitschaft)
1 Drücken Sie M.C., um die Verkehrsdurchsageber-
eitschaft ein- oder auszuschalten.
Alternative FREQ (Alternativfrequenz-Suchlauf)
Bei mangelhaftem Rundfunkempfang sucht das Gerät automatisch nach einem anderen Sender im gleichen Netzwerk. 1 Drücken Sie auf M.C., um den Alternativfrequenz-
Suchlauf ein- oder auszuschalten.
News interrupt (Nachrichtenunterbrechung)
1 Drücken Sie M.C., um die Nachrichtenfunktion
ein- oder auszuschalten.
Tuning Mode (HEBEL-Abstimmeinstellung)
Sie können dem LEVER am Gerät eine Funktion zu­weisen. Wählen Sie Manual (manuelle Abstimmung) zur ma­nuellen Abstimmung nach oben oder unten oder Pre- set (vorprogrammierte Kanäle) zum Umschalten zwischen den vorprogrammierten Kanälen. 1 Drücken Sie M.C., um Manual oder Preset zu
wählen.
14
De
Page 71
75 6 84
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
CD/CD-R/CD-RW-Discs und externe Speichermedien (USB, SD)
Grundlegende Bedienvorgänge
1
1 Bitrate-/Abtastfrequenz-Anzeige
Gibt die Bitrate oder Abtastfrequenz des mo­mentanen Titels (Datei) an, wenn Dateien im komprimierten Audio-Format wiedergegeben werden.
! Bei der Wiedergabe von im VBR-Modus
(Variable Bitrate) aufgezeichneten AAC­Dateien wird die durchschnittliche Bi­trate angezeigt. Je nach der zum Deco­dieren der AAC-Dateien verwendeten Software kann jedoch auch VBR ange­zeigt werden.
2 Ordnernummernanzeige
Gibt die Nummer des gerade spielenden Ord­ners an, wenn Dateien im komprimierten Audio-Format wiedergegeben werden.
3 Titelnummernanzeige 4 PLAY/PAUSE-Anzeige 5 S.Rtrv-Anzeige
Erscheint, wenn die Sound Retriever-Funk­tion (Erweiterter Tonempfang) eingeschaltet ist.
6 Dauer des Musiktitels (Statusbalken) 7 Wiedergabezeitanzeige 8 Spannungsanzeige
Gibt die Batteriespannung an.
! Die angezeigte Spannung kann von der
tatsächlichen Spannung abweichen.
32
Entriegeln der Frontplatte 1 Drücken Sie auf die Öffnen-Taste.
Der Disc-Ladeschacht wird freigegeben.
Wiedergabe einer CD/CD-R/CD-RW-Disc 1 Legen Sie die Disc mit der Etikettenseite nach
oben in den Ladeschacht.
Auswerfen einer CD/CD-R/CD-RW-Disc 1 Drücken Sie h (Auswerfen).
Wiedergabe von Musiktiteln eines USB-Speicherme­diums 1 Verwenden Sie ein USB-Kabel von Pioneer für
den Anschluss des USB-Speichermediums an das Gerät.
! Schließen Sie das USB-Speichermedium über
das USB-Kabel an.
Wiedergabe der Musiktitel auf einem USB-Speicher­medium abbrechen ! Das USB-Speichermedium kann jederzeit vom
Gerät getrennt werden.
Wiedergabe von Musiktiteln einer SD-Speicherkarte 1 Nehmen Sie die Frontplatte ab.
Für detaillierte Informationen hierzu siehe Entfer- nen der Frontplatte zum Schutz vor Diebstahl auf Seite 9.
2 Führen Sie eine SD-Speicherkarte in den SD-Kar-
tensteckplatz ein. Achten Sie beim Einführen darauf, dass die Kar­tenoberfläche mit den Kontakten nach unten zeigt, und drücken Sie die Karte in den Steck­platz, bis sie mit einem Klick sicher in ihrer Posi­tion einrastet.
3 Bringen Sie die Frontplatte wieder an. 4 Drücken Sie die Taste SRC/OFF,umSD als Pro-
grammquelle zu wählen. Daraufhin startet die Wiedergabe.
Wiedergabe von Musiktiteln einer SD-Speicherkarte abbrechen 1 Nehmen Sie die Frontplatte ab.
Für detaillierte Informationen hierzu siehe Entfer- nen der Frontplatte zum Schutz vor Diebstahl auf Seite 9.
2 Drücken Sie gegen die SD-Speicherkarte, bis ein
Klick zu hören ist. Die SD-Speicherkarte wird ausgeworfen.
3 Ziehen Sie die SD-Speicherkarte heraus. 4 Bringen Sie die Frontplatte wieder an.
Wählen eines Ordners 1 Drücken Sie
Wahl eines Titels 1 Drehen Sie LEVER.
oder .
Bedienung des Geräts
15
De
Page 72
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Schnellvorlauf bzw. -rücklauf 1 Drehen und halten Sie LEVER nach rechts oder
links gedrückt.
Rückkehr zum Stammordner 1 Drücken und halten Sie BAND/
Umschalten zwischen dem komprimierten Audiofor­mat und CD-DA 1 Drücken Sie BAND/
Umschalten zwischen Wiedergabespeichergeräten Sie können zwischen den Wiedergabespeichereinhei­ten von USB-Speichermedien umschalten, welche über mehrere massenspeichergerätkompatible Spei­chereinheiten verfügen. 1 Drücken Sie BAND/ ! Sie können zwischen bis zu 32 verschiedenen
Speichergeräten umschalten.
.
.
gedrückt.
Hinweise
! Bei der Wiedergabe von Dateien im kompri-
mierten Audio-Format wird beim schnellen Vor- und Rücklauf kein Ton ausgegeben.
! Trennen Sie USB-Speichermedien bei Nicht-
verwendung von diesem Gerät.
! Wenn zwei USB-Speichermedien an dieses
Gerät angeschlossen sind, wird das an den Eingang der gewählten Programmquelle an­geschlossene Gerät bedient.
! Unterbrechen Sie die Kommunikation für das
USB-Speichermedium, bevor Sie auf die Be­dienung des anderen Geräts umschalten.
Auswählen und Wiedergeben von Dateien/Titeln der Namensliste
Wenn externe Speichermedien (USB, SD) an das Gerät angeschlossen sind, ist diese Funk­tion nur verfügbar, wenn Music browse auf
OFF gestellt ist. Siehe Music browse (Musikti­telsuche) auf Seite 41.
1 Drücken Sie Datei-/Titellistenmodus umzuschalten.
2 Verwenden Sie M.C., um den Namen der gewünschten Datei (bzw. des ge­wünschten Ordners) zu wählen.
Ändern des Datei- oder Ordnernamens 1 Drehen Sie M.C.
Sie können diesen Bedienschritt auch durch Dre­hen von LEVER ausführen.
Wiedergabe 1 Drücken Sie nach Auswahl einer Datei oder eines
Titels auf M.C.
Anzeige einer Liste der Dateien (oder Ordner) im ge­wählten Ordner
1 Drücken Sie nach Auswahl eines Ordners auf M.
C.
Wiedergabe eines Musiktitels im gewählten Ordner 1 Drücken und halten Sie M.C. nach Auswahl des
Ordners gedrückt.
(Liste), um in den
Anzeigen von Textinformationen
Wählen der gewünschten Textinformationen 1 Drücken Sie
Hinweise
! Abhängig vom Mediadateityp bzw. der für das
Schreiben der MP3-Dateien auf eine Disc ver­wendeten Version von iTunes werden die mit den Audiodateien gespeicherten Textinforma­tionen ggf. nicht richtig angezeigt.
! Welche Textinformationen geändert werden
können, hängt vom Medium ab.
16
De
/DISP.
Suchen nach Musiktiteln
! Diese Funktion ist nur verfügbar, wenn eine
Datei auf einem externen Speichermedium (USB, SD) oder ein Musiktitel auf einem iPod wiedergegeben wird.
! Wenn externe Speichermedien (USB, SD)
an das Gerät angeschlossen sind, ist diese Funktion nur verfügbar, wenn
Music browse auf USB memory1, USB memory2 oder SD card eingestellt ist.
Siehe Music browse (Musiktitelsuche) auf Seite 41.
1 Drücken Sie auf Hauptmenü der Listensuche aufzurufen.
(Liste), um das
Page 73
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
2 Verwenden Sie M.C., um eine Kategorie bzw. einen Musiktitel auszuwählen.
Musiktitel- oder Kategorienname ändern
1 Drehen Sie M.C.
Artists (Künstler)Albums (Alben)Songs
(Titel)Genres (Musik-Genres) Sie können diesen Bedienschritt auch durch Dre­hen von LEVER ausführen.
Wiedergabe 1 Drücken Sie nach Auswahl eines Musiktitels auf
M.C.
Wiedergabe einer Musiktitelliste der ausgewählten Kategorie 1 Drücken Sie nach Auswahl einer Kategorie auf
M.C.
Wiedergabe eines Musiktitels der gewählten Katego­rie 1 Drücken und halten Sie M.C. nach Auswahl der
Kategorie gedrückt.
Alphabetische Listensuche 1 Sobald die Liste der gewählten Kategorie ange-
zeigt wird, drücken Sie die Taste phabetischen Suchmodus umzuschalten.
2 Drehen Sie M.C., um einen Buchstaben zu wäh-
len.
3 Drücken Sie M.C., um die alphabetische Liste an-
zuzeigen.
, um in den al-
Hinweise
! Das Gerät muss einen Index erstellen, um die
Suche nach Artists, Albums, Songs und Genres zu ermöglichen. Normalerweise dau­ert die Indexerstellung für 1 000 Titel etwa 70 Sekunden. Wir empfehlen nicht mehr als 3 000 Titel zu verwenden. Beachten Sie bitte, dass die Indexerstellung für bestimmte Datei­typen etwas länger dauern kann.
! Je nach der Anzahl der auf dem USB-Spei-
chermedium gespeicherten Dateien kann die Anzeige einer Liste etwas Zeit in Anspruch nehmen.
! Während der Index- oder Listenerstellung
funktionieren die Tasten möglicherweise nicht.
! Die Listen werden jedes Mal, wenn das Gerät
eingeschaltet wird, neu erstellt.
Funktionseinstellungen
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption zu wechseln, und drücken Sie FUNCTION, um die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt vor, um die Funktion einzustellen.
Play mode (Wiederholwiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um einen Wiederholbereich zu
wählen.
CD/CD-R/CD-RW-Discs
! Disc repeat – Wiederholung aller Titel ! Track repeat – Wiederholung des momenta-
nen Titels
! Folder repeat – Wiederholung des momenta-
nen Ordners
Externes Speichermedium (USB, SD)
! All repeat – Wiederholung aller Dateien ! Track repeat – Wiederholung der momenta-
nen Datei
! Folder repeat – Wiederholung des momenta-
nen Ordners
Random mode (Zufallsgesteuerte Wiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um die zufallsgesteuerte Wie-
dergabe ein- oder auszuschalten.
Link play (Verknüpfte Wiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C., um den Modus zu wechseln,
und drücken Sie ihn, um den angezeigten Modus zu wählen.
! Artist – Wiedergabe eines Albums des momen-
tan spielenden Künstlers
! Album – Wiedergabe eines Musiktitels eines Al-
bums des momentan spielenden Künstlers
! Genre – Wiedergabe eines Albums aus dem
Genre des momentan spielenden Künstlers Der ausgewählte Musiktitel bzw. das ausgewählte Album wird nach dem gerade spielenden Musiktitel wiedergegeben. ! Diese Funktion ist nur für externe Speichermedien
(USB, SD) verfügbar.
Bedienung des Geräts
De
17
Page 74
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Pause (Pause)
1 Drücken Sie M.C., um die Wiedergabe anzuhalten
oder fortzusetzen.
Sound Retriever (Sound Retriever)
Verbessert komprimierte Audiodaten und stellt ein rei­ches Klangbild wieder her. 1 Drücken Sie M.C., um die gewünschte Einstel-
lung zu wählen.
OFF (Aus)12 1 wirkt bei einem niedrigen und 2 bei einem
hohen Kompressionsfaktor.
iPod
Grundlegende Bedienvorgänge
1
2
1 Wiederholanzeige 2 Titelnummernanzeige 3 Shuffle-Anzeige 4 PLAY/PAUSE-Anzeige 5 S.Rtrv-Anzeige
Erscheint, wenn die Sound Retriever-Funk­tion (Erweiterter Tonempfang) eingeschaltet ist.
6 Dauer des Musiktitels (Statusbalken) 7 Wiedergabezeitanzeige 8 Spannungsanzeige
Gibt die Batteriespannung an.
! Die angezeigte Spannung kann von der
tatsächlichen Spannung abweichen.
Wiedergabe von Musiktiteln eines iPods 1 Verbinden Sie den iPod über das iPod-Dock-Con-
nector-auf-USB-Kabel mit dem USB-Anschluss.
Wahl eines Titels (Kapitels) 1 Drehen Sie LEVER.
3
75 6 84
Schnellvorlauf bzw. -rücklauf 1 Drehen und halten Sie LEVER nach rechts oder
links gedrückt.
Wahl eines Albums 1 Drücken Sie
oder .
Hinweise
! Der iPod kann nicht ein- bzw. ausgeschaltet
werden, wenn der Steuermodus AUDIO ge­wählt wurde.
! Trennen Sie die Kopfhörer vom iPod, bevor Sie
ihn mit diesem Gerät verbinden.
! Wenn die Zündung des Wagens ausgeschal-
tet wird (Zündschalter in der Position OFF), schaltet sich der iPod nach etwa zwei Minuten aus.
Anzeigen von Textinformationen
Wählen der gewünschten Textinformationen 1 Drücken Sie
/DISP.
Suchen nach Musiktiteln
1 Drücken Sie auf (Liste), um das Hauptmenü der Listensuche aufzurufen.
2 Verwenden Sie M.C., um eine Kategorie bzw. einen Musiktitel auszuwählen.
Musiktitel- oder Kategorienname ändern
1 Drehen Sie M.C.
Playlists (Spiellisten)Artists (Künstler)Al­bums (Alben)Songs (Titel)Podcasts (Pod-
casts)Genres (Musik-Genres)Composers (Komponisten)Audiobooks (Hörbücher) Sie können diesen Bedienschritt auch durch Dre­hen von LEVER ausführen.
Wiedergabe 1 Drücken Sie nach Auswahl eines Musiktitels auf
M.C.
Wiedergabe einer Musiktitelliste der ausgewählten Kategorie 1 Drücken Sie nach Auswahl einer Kategorie auf
M.C.
18
De
Page 75
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Wiedergabe eines Musiktitels der gewählten Katego­rie 1 Drücken und halten Sie M.C. nach Auswahl der
Kategorie gedrückt.
Alphabetische Listensuche 1 Sobald die Liste der gewählten Kategorie ange-
zeigt wird, drücken Sie die Taste phabetischen Suchmodus umzuschalten.
2 Drehen Sie M.C., um einen Buchstaben zu wäh-
len.
3 Drücken Sie M.C., um die alphabetische Liste an-
zuzeigen.
Hinweise
! Sie können Spiellisten wiedergeben, die mit
der PC-Anwendung (MusicSphere) erstellt wurden. Diese Anwendung wird auf unserer Website verfügbar sein.
! Die mithilfe dieser PC-Anwendung (Music-
Sphere) erstellten Spiellisten werden abge­kürzt angezeigt.
, um in den al-
Wiedergabe von Musiktiteln mit Bezug zum momentan spielenden Titel
Es können Musiktitel der folgenden Listen ab­gespielt werden:
Albumliste des momentan spielenden Künstlers
Musiktitelliste des momentan spielenden Al­bums
Albumliste des momentan spielenden Musik-Genres
1 Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, um in den Modus der verknüpften Wieder­gabe umzuschalten.
2 Drehen Sie M.C., um den Modus zu wechseln, und drücken Sie ihn, um den an­gezeigten Modus zu wählen.
! Artist – Wiedergabe eines Albums des mo-
mentan spielenden Künstlers
! Album – Wiedergabe eines Musiktitels
eines Albums des momentan spielenden Künstlers
! Genre – Wiedergabe eines Albums aus
dem Genre des momentan spielenden Künstlers
Der ausgewählte Musiktitel bzw. das ausge­wählte Album wird nach dem gerade spielen­den Musiktitel wiedergegeben.
Hinweise
! Die Wiedergabe des ausgewählten Musikti-
tels/Albums wird ggf. abgebrochen, wenn Sie eine andere Funktion als die Verbindungssu­che (wie z. B. Schnellvorlauf oder -rücklauf) wählen.
! Je nach dem für die Wiedergabe gewählten
Musiktitel können das Ende des momentan spielenden Musiktitels und der Anfang des ausgewählten Musiktitels/Albums abgeschnit­ten werden.
Bedienen der iPod-Funktionen dieses Geräts über den iPod
Bei Auswahl von APP kann die Tonausgabe der iPod-Anwendungen über die Kraftfahr­zeuglautsprecher erfolgen. Diese Funktion ist nicht mit den folgenden iPod-Modellen kompatibel:
iPod mit VideoiPod nano der ersten Generation
Der APP-Modus ist mit den folgenden iPod­Modellen kompatibel: ! iPod touch der vierten Generation (Softwa-
re-Version 4.1 oder höher)
! iPod touch der dritten Generation (Softwa-
re-Version 3.0 oder höher)
! iPod touch der zweiten Generation (Softwa-
re-Version 3.0 oder höher)
! iPod touch der ersten Generation (Softwa-
re-Version 3.0 oder höher)
! iPhone 4 (Software-Version 4.1 oder höher) ! iPhone 3GS (Software-Version 3.0 oder
höher)
! iPhone 3G (Software-Version 3.0 oder
höher)
! iPhone (Software-Version 3.0 oder höher)
1 Drücken Sie auf BAND/ , um den Funktions-
steuermodus zu wechseln.
Bedienung des Geräts
De
19
Page 76
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
! iPod – Die iPod-Funktionen dieses Ge-
räts können über den angeschlossenen iPod bedient werden.
! APP – Der Ton Ihrer iPod-Anwendungen
wird über dieses Gerät ausgegeben.
! AUDIO – Die iPod-Funktionen können
über das Gerät bedient werden.
Funktionseinstellungen
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption zu wechseln, und drücken Sie FUNCTION, um die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt vor, um die Funktion einzustellen.
Play mode (Wiederholwiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um einen Wiederholbereich zu
wählen. ! Repeat One – Wiederholung des momenta-
nen Musiktitels
! Repeat All – Wiederholung aller Musiktitel in
der gewählten Liste
Shuffle mode (Shuffle)
1 Drücken Sie M.C., um die von Ihnen bevorzugte
Einstellung zu wählen. ! Shuffle Songs – Zufallsgesteuerte Wiederga-
be der Musiktitel der gewählten Liste
! Shuffle Albums – Wiedergabe in der richti-
gen Reihenfolge der Musiktitel in einem nach dem Zufallsprinzip gewählten Album
! Shuffle OFF – Aufheben der zufallsgesteuer-
ten Wiedergabe.
Shuffle all (Zufällige Wiedergabe aller Titel)
1 Drücken Sie M.C., um die Funktion Shuffle All
(zufällige Wiedergabe aller Titel) einzuschalten. Um die Funktion abzustellen, schalten Sie Shuffle
mode im Menü FUNCTION aus.
Link play (Verknüpfte Wiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C., um den Modus zu wechseln,
und drücken Sie ihn, um den angezeigten Modus zu wählen. Für Details zu den Einstellungen siehe Wiedergabe
von Musiktiteln mit Bezug zum momentan spielen­den Titel auf Seite 19.
Pause (Pause)
1 Drücken Sie M.C., um die Wiedergabe anzuhalten
oder fortzusetzen.
Tags transfer (Tag-Übertragung)
Übertragen der in der Tuner-Quelle enthaltenen Tag­Informationen. 1 Drücken Sie M.C., um die Tag-Informationen zu
speichern. Siehe Verwendung von iTunes Tagging auf Seite 12.
Audiobooks (Hörbuch-Abspielgeschwindigkeit)
1 Drücken Sie M.C., um die von Ihnen bevorzugte
Einstellung zu wählen. ! Faster – Schnellere Wiedergabe als normale
Wiedergabegeschwindigkeit
! Normal – Normale Wiedergabegeschwindig-
keit
! Slower – Langsamere Wiedergabe als norma-
le Wiedergabegeschwindigkeit
Sound Retriever (Sound Retriever)
1 Drücken Sie M.C., um die gewünschte Einstel-
lung zu wählen.
OFF (Aus)12 1 wirkt bei einem niedrigen und 2 bei einem
hohen Kompressionsfaktor.
Hinweise
! Wenn Sie den Steuermodus auf iPod um-
schalten, wird die Musiktitelwiedergabe unter­brochen. Bedienen Sie den iPod, um mit der Wiedergabe fortzufahren.
! Selbst wenn iPod/APP als Steuermodus ge-
wählt wurde, können die folgenden Funktio­nen direkt über dieses Gerät bedient werden:
PauseSchnellvorlauf/-rücklaufNächster/vorheriger Titel
20
De
Page 77
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
! Wurde der Steuermodus iPod/APP gewählt,
sind nur Pause, Tags transfer oder Sound Retriever verfügbar.
! Die Funktion zum Durchsuchen kann nicht
über das Gerät bedient werden.
Audio-Einstellungen
Betriebsmodi
Dieses Gerät verfügt über zwei Betriebsmodi: den 3-Wege-Netzwerkmodus (NW) und den Standardmodus (STD). Sie können wunschge­mäß zwischen diesen Modi umschalten. Die werkseitige DSP-Einstellung ist der Standar­dmodus (STD). (Siehe Umschalten des DSP- Einstellmodus auf Seite 5.) ! Der 3-Wege-Netzwerkmodus (NW) ermög-
licht Ihnen die Einrichtung eines 3-Wege­Audiosystems mit mehreren Verstärkern und Lautsprechern, in dem für die Wieder­gabe der hohen, mittleren und niederen Frequenzen (Bänder) jeweils ein separater, von einem eigenen Leistungsverstärker un­terstützter Lautsprecher eingesetzt wird. Im 3-Wege-Netzwerkmodus stehen die Netz­werk- und die Zeitabgleichsfunktion zur Verfügung. Beide Funktionen sind in einem Mehrfach-Verstärker/Lautsprecher-System von grundlegender Bedeutung, um eine präzise Kontrolle über die Einstellungen für jeden Frequenzbereich gewährleisten zu können.
! Der Standardmodus (STD) ermöglicht
Ihnen die Einrichtung eines Audiosystems mit 4 Front-/Hecklautsprechern bzw. eines Systems mit 6 Front-/Hecklautsprechern und Subwoofern.
Wichtig
Die Audioeinstellungen dieser Einheit werden selbst dann im Speicher beibehalten, wenn die Batterie getrennt oder der Mikroprozessor zurück­gesetzt wurde. Wenn die Audio-Einstellungen zu­rückgesetzt werden sollen, siehe AUDIO reset (Audio zurücksetzen) auf Seite 42.
Kennzeichnung der Betriebsmodi
In dieser Anleitung werden die Betriebsmodi deutlich wie nachstehend erläutert ausgewie­sen.
: Diese Kennzeichnung verweist auf eine Funktion, die ausschließlich im 3-Wege-Netz­werkmodus zur Verfügung steht, bzw. auf einen Bedienungsschritt im 3-Wege-Netzwerk­modus.
: Diese Kennzeichnung verweist auf eine Funktion, die ausschließlich im Standardmo ­dus zur Verfügung steht, bzw. auf einen Bedie­nungsschritt im Standardmodus. ! Funktionen und Bedienungsschritte, für die
keine dieser Kennzeichnungen angeführt wird, werden im Allgemeinen sowohl im 3­Wege-Netzwerk- als auch im Standardmo­dus ausgeführt.
3-Wege-Netzwerkmodus
Einfaches Anpassen des Audiosystems
Wenn Sie die folgenden Einstellungen/Anpas­sungen in der angegebenen Reihenfolge aus­führen, können Sie mühelos ein fein abgestimmtes Klangfeld erzeugen.
1 Gebrauch des Positionswählers (POSI) 2 Auto-TA und Auto-EQ (Autom. Zeitabgleich und
autom. Equalizer-Einstellung)
3 Gebrauch der Balance-Einstellung (BAL) 4 Abr ufen von Equalizer-Kurven
Feinabstimmen des Audiosystems
Wenn Sie die folgenden Einstellungen/Anpas­sungen in der angegebenen Reihenfolge aus­führen, können Sie mühelos ein fein abgestimmtes Klangfeld erzeugen.
1 Anpassen des Zeitabgleichs (TA 1, TA 2) 2 Einstellen des Netzwerks (NW 1, NW 2, NW 3,
NW 4)
3 Einstellen von Equalizer-Kurven (EQ 1) 4 Einstellen des 16-Band-Graphic-Equalizers
(EQ 2)
Bedienung des Geräts
De
21
Page 78
1
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Standardmodus
Einfaches Anpassen des Audiosystems
Anhand der nachstehend aufgeführten Funk­tionen können Sie Ihr Audiosystem problem­los an die akustischen Eigenheiten Ihres Fahrzeugs, die je nach Fahrzeugtyp unter­schiedlich ausfallen, anpassen.
1 Gebrauch des Positionswählers (POSI) 2 Auto-TA und Auto-EQ (Autom. Zeitabgleich und
autom. Equalizer-Einstellung)
3 Verwendung der Überblend-/Balance-Einstel-
lung (F/B)
4 Abr ufen von Equalizer-Kurven
Feinabstimmen des Audiosystems
Wenn Sie die folgenden Einstellungen/Anpas­sungen in der angegebenen Reihenfolge aus­führen, können Sie mühelos ein fein abgestimmtes Klangfeld erzeugen.
1 Verwendung des Zeitabgleichs (TA 1, TA 2) 2 Gebrauch des Subwoofer-Ausgangs (SW 1) 3 Anpassen der Subwoofer-Einstellungen (SW 2) 4 Anpassen der Steilheit für die Tiefpassfilter-
Dämpfung (SW 3)
5 Einstellen des Hochpassfilters für die vorderen
Lautsprecher (F.HPF 1, F.HPF 2)
6 Einstellen des Hochpassfilters für die Hecklaut-
sprecher (R.HPF 1, R.HPF 2)
7 Einstellen von Equalizer-Kurven (EQ 1) 8 Einstellen des 16-Band-Graphic-Equalizers
(EQ 2)
Sonderfunktionen
Diese Funktionen ermöglichen Ihnen eine de­taillierte Anpassung der Klangqualität an Ihr System und Ihre persönlichen Vorlieben.
! Einstellen von Loudness (LOUD) ! Einstellen der Programmquellenpegel (SLA) ! Gebrauch des automatischen Klangnivellie-
rers (ASL)
Einführung zu den Audio­Einstellungen
1 Audio-Display
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption zu wechseln, und drücken Sie AUDIO, um die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte Audio-Funktion zu wählen.
Nehmen Sie nach der Funktionswahl die fol­genden Audio-Einstellungen vor. 3-Wege-Netzwerkmodus BAL (Balance-Einstellung)NW 1 (Netzwerk­anpassung 1)NW 2 (Netzwerkanpassung 2) NW 3 (Netzwerkanpassung 3)NW 4 (Netzwerkanpassung 4)POSI (Positionswäh­ler)TA1 (Zeitabgleichseinstellung)TA2 (Zeitabgleichsanpassung)LOUD (Loudness) EQ 1 (Graphic Equalizer)EQ 2 (16-Band- Graphic Equalizer)A.EQ (Auto-Equalizer Ein/ Aus)ASL (Automatischer Klangnivellierer) SLA (Programmquellen-Pegeleinstellung) Standardmodus
22
De
Page 79
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
F/B (Balance-Einstellung)POSI (Positions­wähler)TA1 (Zeitabgleichseinstellung) TA2 (Zeitabgleichsanpassung)LOUD (Loud­ness)EQ 1 (Graphic Equalizer)EQ 2 (16­Band-Graphic Equalizer)SW 1 (Subwoofer Ein/Aus)SW 2 (Subwoofer-Trennfrequenz) SW 3 (Subwoofer-Steilheit)F.HPF 1 (Vorderer Hochpassfilter - Steilheit)F.HPF 2 (Vorderer Hochpassfilter - Trennfrequenz)R.HPF 1 (Hinterer Hochpassfilter - Steilheit)R.HPF 2 (Hinterer Hochpassfilter - Trennfrequenz) A.EQ (Auto-Equalizer Ein/Aus)ASL (Auto­matischer Klangnivellierer)SLA (Programm­quellen-Pegeleinstellung)
4 Drücken Sie M.C., um den Einstellmo­dus aufzurufen.
# Sie können die Audio-Funktionen auch in um­gekehrter Reihenfolge durchlaufen, indem Sie M.C. gegen den Uhrzeigersinn drehen. # Bei der Wahl von UKW als Programmquelle kann nicht auf SLA geschaltet werden. # Wenn Sie in TA 1 die Einstellung OFF gewählt haben, können Sie nicht zu TA 2 umschalten. # Die Wahl von SW 2 und SW 3 ist nur möglich, wenn der Subwoofer-Ausgang über SW 1 einge­schaltet wurde. # Zum Zurückschalten auf die Anzeige jeder Programmquelle drücken Sie auf BAND/
Hinweise
! Wenn die Audio-Funktion nicht innerhalb von
30 Sekunden aktiviert wird, schaltet das Di­splay automatisch wieder auf die Programm­quellenanzeige zurück.
! Die Funktionen EQ 2 (16-Band-Graphic Equali-
zer), TA2 (Zeitabgleichseinstellung), NW 1 (Netzwerkanpassung 1), NW 2 (Netzwerkan­passung 2), NW 3 (Netzwerkanpassung 3) und NW 4 (Netzwerkanpassung 4) werden nicht automatisch wieder aufgehoben.
.
Umschalten des linken und rechten Kanals
Die nachstehend aufgeführten Funktionen können für den linken und den rechten Kanal separat oder gemeinsam eingestellt werden.
3-Wege-Netzwerkmodus
! Einstellen des Netzwerks (NW 1, NW 2,
NW 3)
! Einstellen des 16-Band-Graphic-Equalizers
(EQ 2)
Standardmodus
! Anpassen der Subwoofer-Einstellungen
(SW 2)
! Anpassen der Steilheit für die Tiefpassfilter-
Dämpfung (SW 3)
! Einstellen des Hochpassfilters für die vorde-
ren Lautsprecher (F.HPF 1, F.HPF 2)
! Einstellen des Hochpassfilters für die Heck-
lautsprecher (R.HPF 1, R.HPF 2)
! Einstellen des 16-Band-Graphic-Equalizers
(EQ 2)
1 Verwenden Sie M.C., um eine der oben aufgeführten Audio-Funktionen zu wäh­len.
2 Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, um zwischen dem Modus Links/Rechts Ge­meinsamund Links/Rechts Separatum­zuschalten. L/R (Links/Rechts Gemeinsam)Left (links) Right (rechts)
3 Passen Sie die genannten Funktionen bedarfsgerecht an.
Bedienung des Geräts
De
23
Page 80
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Gebrauch des Positionswählers
Eine weitere Möglichkeit zur Erzeugung eines möglichst natürlichen Klangs ist die präzise Platzierung des Stereo-Bildes, sodass Sie sich genau in der Mitte des Klangfelds befinden. Mit dem Positionswähler können Sie automa­tisch die Ausgangspegel der Lautsprecher an­passen und eine Verzögerung einfügen, um der Anzahl und Position der besetzten Sitze Rechnung zu tragen.
1 Verwenden Sie M.C., um im Audio­Funktionsmenü die Funktion POSI zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um eine Hörposition zu wählen. OFF (Aus)Front Left (vorderer linker Sitz) Front Right (vorderer rechter Sitz)Front
(Vordersitze)All (alle Sitze
)
Gebrauch der Balance-Einstellung
Sie können eine Balance-Einstellung wählen, die eine ideale Hörumgebung für alle Sitzplät­ze bietet. ! Diese Funktion steht nur im 3-Wege-Netz-
werkmodus
1 Verwenden Sie M.C., um BAL zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um die Links-/ Rechts-Lautsprecherbalance einzustellen.
Bei der Verlagerung der Links-/Rechts-Laut­sprecherbalance von links nach rechts wird Left 25 bis Right 25 angezeigt.
zur Verfügung.
Verwendung der Überblend-/ Balance-Einstellung
Sie können die Überblend-/Balance-Einstel­lung ändern, um eine ideale Hörumgebung für alle Sitzplätze zu erreichen. ! Diese Funktion steht nur im Standardmo-
dus
1 Verwenden Sie M.C., um F/B zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um die Front-/Heck­Lautsprecherbalance einzustellen.
Bei der Verlagerung der Front-/Heck-Lautspre­cherbalance von vorn nach hinten wird Front 25 bis Rear 25 angezeigt.
# Wählen Sie F/R 00, wenn nur zwei Lautspre- cher verwendet werden.
3 Drücken Sie auf M.C., um den Modus für die Links-/Rechts-Lautsprecherbalance einzustellen.
4 Drehen Sie LEVER, um die Links-/ Rechts-Lautsprecherbalance einzustellen.
Bei der Verlagerung der Links-/Rechts-Laut­sprecherbalance von links nach rechts wird Left 25 bis Right 25 angezeigt.
zur Verfügung.
Verwendung des Zeitabgleichs
Mit dieser Funktion kann der Abstand von der Hörposition zu jedem Lautsprecher eingestellt werden.
1 Verwenden Sie M.C., um im Audio­Funktionsmenü die Funktion TA1 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um einen Zeitab­gleichswert zu wählen. Initial (Voreinstellung)Custom (Benutzerde-
finiert)Auto TA (Automatischer Zeitab­gleich)OFF (Aus)
24
De
Page 81
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
! Initial entspricht dem werkseitig voreinge-
stellten Zeitabgleich.
! Custom ist ein angepasster Zeitabgleich,
der von Ihnen bedarfsgerecht eingestellt werden kann.
! Auto TA ist der per automatischem Zeitab-
gleich (Auto-TA) und automatischer Equali­zer-Einstellung (Auto-EQ) erzielte Zeitabgleich (siehe Auto-TA und Auto-EQ
(Autom. Zeitabgleich und autom. Equalizer­Einstellung) auf Seite 33).
# Sie können Auto TA nur im Anschluss an einen automatischen Zeitabgleich und eine auto­matische Equalizer-Einstellung verwenden. In die­sem Fall wird Please set Auto TA angezeigt.
Anpassen des Zeitabgleichs
Der Abstand zwischen der gewählten Position und jedem Lautsprecher kann angepasst wer­den. ! Der von Ihnen angepasste Zeitabgleich
wird unter Custom gespeichert.
1 Verwenden Sie M.C., um TA 1 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drücken Sie M.C., um eine Einheit für die Entfernung zu wählen. (cm) (Zentimeter)(inch) (Zoll)
3 Drücken Sie auf
/DISP, um die obere
Kategorie anzuzeigen.
4 Verwenden Sie M.C., um TA2 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
# Wenn im Positionswahlmodus (POSI) weder Front Left noch Front Right gewählt wurde, er-
scheint die Angabe Can't Adjust TA. Set POS. FL/FR (keine TA-An­passung möglich) im Display. # Wenn Sie in TA 1 die Einstellung OFF gewählt haben, können Sie nicht zu TA 2 umschalten.
5 Drehen Sie M.C., um den einzustellen­den Lautsprecher zu wählen.
3-Wege-Netzwerkmodus
High L (Hoher Frequenzbereich links) High R (Hoher Frequenzbereich rechts) Mid L (Mittlerer Frequenzbereich links) Mid R (Mittlerer Frequenzbereich rechts) Low L (Niedriger Frequenzbereich links) Low R (Niedriger Frequenzbereich rechts)
Standardmodus
Front L (Vorn links)Front R (Vorn rechts) Rear R (Hinten rechts)Rear L (Hinten links)
SubW. L (Subwoofer links)SubW. R (Sub- woofer rechts)
# Bei ausgeschaltetem Subwoofer-Ausgang ste­hen SubW. L und SubW. R nicht zur Auswahl.
6 Drehen Sie LEVER, um die Entfernung zwischen dem ausgewählten Lautsprecher und der Hörposition anzupassen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung der Entfernung wird 400.0cm bis 0.0cm ange­zeigt, wenn Sie Zentimeter (cm) als Einheit ge­wählt haben. Während der Erhöhung bzw. Verminderung der Entfernung wird 160inch bis 0inch ange­zeigt, wenn Sie Zoll (inch) als Einheit gewählt haben.
# Die Anpassung der Entfernung für die ande­ren Lautsprecher erfolgt auf dieselbe Weise.
7 Drücken Sie auf BAND/ , um den Zeit­abgleichsmodus zu verlassen.
Zur Netzwerkfunktion
Die Netzwerkfunktion ermöglicht eine Aufspal­tung des Audio-Signals in verschiedene Fre­quenzbänder und deren anschließende Wiedergabe über separate Lautsprecher. Dadurch können Sie für jedes wiedergegebe­ne Frequenzband (über Hochpass- oder Tief­passfilter) präzise Einstellungen vornehmen und Pegel, Phase und andere Parameter an­passen, um den spezifischen Merkmalen der verschiedenen Lautsprecher Rechnung zu tra­gen.
Bedienung des Geräts
De
25
Page 82
d
gung
)
l
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Einstellbare Parameter
Mit der Netzwerkfunktion können die nachste­hend aufgeführten Parameter eingestellt wer­den. Die Einstellungen sollten jeweils in Übereinstimmung mit dem wiedergegebenen Frequenzband und den Merkmalen des ange­schlossenen Lautsprechers erfolgen.
Pegel
(dB)
Wiedergegebenes Frequenzban
Durchlauf
Nei
ege
Grenzfrequenz des HPF
Grenzfrequenz des LPF
dB/Okt.
Frequenz
(Hz)
Wiedergegebenes Frequenzband
Durch die Einstellung der Trennfrequenzen für den Hochpassfilter (HPF) und den Tiefpassfil­ter (LPF) wird das wiederzugebende Frequenz­band für die einzelnen Lautsprecher gewählt. ! HPF filtert alle (niedrigen) Frequenzen
unter dem eingestellten Frequenzwert aus und gibt ausschließlich höhere Frequenzen wieder.
! LPF filtert alle (hohen) Frequenzen über
dem eingestellten Frequenzwert aus und gibt ausschließlich niedrigere Frequenzen wieder.
Pegel
Der Unterschied zwischen den über die ver­schiedenen Lautsprecher erzeugten Pegeln lässt sich ausgleichen.
Steilheit
Durch die Einstellung der HPF/LPF-Steilheit (Filter-Dämpfung) kann die Klangkontinuität zwischen den Lautsprechern angepasst wer­den.
! Die Steilheit verweist auf die Anzahl an De-
zibel (dB), die zur Dämpfung des Signals verwendet werden, wenn die Frequenz eine Oktave höher liegt (Einheit: dB/Okt.). Je höher die Steilheit, umso größer die Dämp­fung des Signals.
Phase
Sie können die Phase (Normale Phase, Gegen­phase) für das Eingangssignal jedes Lautspre­chers umschalten. Wenn sich die Klangkontinuität zwischen den Lautsprechern als nicht präzise genug erweisen sollte, versu­chen Sie es mit einem Umschalten der Phase. Dadurch lässt sich die Klangkontinuität u. U. verbessern.
Hinweise zu Netzwerkeinstellungen
Einstellen der Trennfrequenz
! Wenn der Lautsprecher für niedrige Fre-
quenzen hinten angebracht wird und Sie die Trennfrequenz für Low LPF hoch ein­stellen, werden die Basstöne ausgefiltert, sodass der Bass von hinten zu kommen scheint. Sie sollten die Low LPF-Trennfre­quenz auf max. 100 Hz einstellen.
! Die maximale Einstellung der Eingabelei-
stung für Lautsprecher des mittleren und hohen Frequenzbereichs liegt in der Regel unter derjenigen für Lautsprecher des nie­drigen Frequenzbereichs. Beachten Sie, dass, wenn die Trennfrequenz für Mid HPF oder HighHPF unter dem erforderlichen Wert liegt und ein starkes Basssignal an­liegt, dies eine Beschädigung der Lautspre­cher zur Folge haben kann.
Einstellen des Pegels
Die Hauptfrequenzen der meisten Musikin­strumente liegen im mittleren Frequenzbe­reich. Nehmen Sie deshalb zunächst eine Pegeleinstellung für den mittleren Frequenz­bereich vor und passen Sie anschließend den Pegel für den hohen und dann für den niedri­gen Frequenzbereich an.
26
De
Page 83
ase
g
t
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Einstellen der Steilheit
! Wenn Sie für die Steilheit einen niedrigen
Absolutwert einstellen (für eine sanfte Steil­heit), kann es leicht zu Interferenzen zwi­schen nebeneinander angebrachten Lautsprechern kommen, was wiederum einen minderwertigen Frequenzgang zur Folge hat.
! Die Einstellung eines hohen Absolutwerts
für die Steilheit (für eine extreme Steilheit) führt zu einer Minderung der Klangkonti­nuität zwischen den Lautsprechern, sodass der Eindruck separater Töne entsteht.
! Wenn die Steilheit auf den Wert 0 dB/Okt.
(Pass) eingestellt wird, dringt das Audio-Si­gnal ungehindert durch den Filter, d. h. der Filter hat keinerlei Wirkung.
Einstellen der Phase
Durch eine Einstellung des Filtergrenzwerts auf beiden Seiten auf den Wert –12 dB/Okt. wird die Phase bei der Filter-Trennfrequenz um 180 Grad umgekehrt. In diesem Fall wird durch die Phasenumkehr eine verbesserte Klangkontinuität gewährleistet.
Normale Ph
Umgekehrte Phase
Kreuzun
spunk
Stummschalten der Lautsprecher (Filter)
Sie können jeden Lautsprecher (Filter) stumm­schalten. Über einen stummgeschalteten Lautsprecher (Filter) wird kein Ton ausgege­ben. ! Wenn Sie den gewählten Lautsprecher (Fil-
ter) stummschalten, blinkt die Angabe MUTE und es können keine Einstellungen vorgenommen werden.
! Wenn ein Lautsprecher (Filter) stummge-
schaltet wird, können durchaus die Para­meter der anderen Lautsprecher (Filter) angepasst werden.
1 Verwenden Sie M.C., um NW 1 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um den einzustellen­den Lautsprecher (Filter) zu wählen. Low LPF (Lautsprecher für niedrigen Fre-
quenzbereich - LPF)Mid HPF (Lautsprecher für mittleren Frequenzbereich - HPF) Mid LPF (Lautsprecher für mittleren Frequenz­bereich - LPF)HighHPF (Lautsprecher für hohen Frequenzbereich - HPF)
3 Drücken Sie auf M.C., um den gewähl­ten Lautsprecher (Filter) stummzuschalten. MUTE blinkt im Display.
# Zum Aufheben der Stummschaltung drücken Sie M.C. erneut.
Einstellen des Netzwerks
1 Verwenden Sie M.C., um NW 1 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um den einzustellen­den Lautsprecher (Filter) zu wählen. Low LPF (Lautsprecher für niedrigen Fre-
quenzbereich - LPF)Mid HPF (Lautsprecher für mittleren Frequenzbereich - HPF) Mid LPF (Lautsprecher für mittleren Frequenz­bereich - LPF)HighHPF (Lautsprecher für hohen Frequenzbereich - HPF)
3 Drücken Sie auf Kategorie anzuzeigen.
4 Verwenden Sie M.C., um NW 2 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
5 Drehen Sie M.C., um die Trennfrequenz (Crossover) für den Lautsprecher (Filter) zu wählen. Low LPF: 2531.540506380100 125160200250 (Hz)
/DISP, um die obere
Bedienung des Geräts
27
De
Page 84
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Mid HPF: 2531.540506380100125160200250 (Hz)
Mid LPF: 1.25k1.6k2k2.5k3.15k 4k5k6.3k8k10k12.5k (Hz) HighHPF: 1.25k1.6k2k2.5k3.15k 4k5k6.3k8k10k12.5k (Hz)
6 Drehen Sie LEVER, um den Pegel für den Lautsprecher (Filter) einzustellen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung des Pegels wird ±0dB bis –24dB angezeigt. Wenn Sie Low LPF gewählt haben, wird wäh­rend der Erhöhung bzw. Verminderung des Pe­gels +6dB bis –24dB angezeigt.
7 Drücken Sie auf Kategorie anzuzeigen.
8 Verwenden Sie M.C., um NW 3 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
9 Drehen Sie LEVER, um die Steilheit für den Lautsprecher (Filter) anzupassen. Low LPF: –36— –30— –24— –18— –12 (dB/
Okt.) Mid HPF: –24— –18— –12— –6Pass (0) (dB/Okt.) Mid LPF: –24— –18— –12— –6Pass (0) (dB/Okt.)
HighHPF: –24— –18— –12— –6 (dB/Okt.)
10 Drücken Sie M.C., um die Phase für den gewählten Lautsprecher (Filter) umzuschal­ten. NOR (Normal)REV (Umgekehrt)
# Die Einstellung der Parameter für die anderen Lautsprecher (Filter) erfolgt auf dieselbe Weise.
/DISP, um die obere
13 Drücken Sie auf M.C., um Stereo oder Mono zu wählen. Stereo (Stereo)MONO (Mono)
# Dieser Bedienvorgang kann nur durchgeführt werden, wenn Low LPF gewählt wurde.
14 Drücken Sie auf BAND/ , um den Netz­werkeinstellmodus zu verlassen.
Gebrauch des Subwoofer­Ausgangs
Dieses Gerät ist mit einem Subwoofer-Aus­gang ausgestattet, der ein- und ausgeschaltet werden kann. Wenn ein Subwoofer an das Gerät angeschlossen wird, schalten Sie den Subwoofer-Ausgang ein. Die Phase des Subwoofer-Ausgangs kann zwi­schen Normal- und Gegenphase umgeschal­tet werden. ! Diese Funktion steht nur im Standardmo-
dus
1 Verwenden Sie M.C., um SW 1 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drücken Sie M.C., um den Subwoofer­Ausgang einzuschalten. ON erscheint im Display. Der Subwoofer-Aus-
gang ist damit eingeschaltet.
# Zum Ausschalten des Subwoofer-Ausgangs drücken Sie M.C. erneut.
3 Drehen Sie LEVER, um Stereo oder Mono zu wählen. Stereo (Stereo)MONO (Mono)
zur Verfügung.
11 Drücken Sie auf /DISP, um die obere Kategorie anzuzeigen.
12 Verwenden Sie M.C., um NW 4 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
28
De
Anpassen der Subwoofer-Einstellungen
Die Trennfrequenz und der Ausgangspegel können eingestellt werden, wenn der Subwoo­fer-Ausgang eingeschaltet ist.
Page 85
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
1 Verwenden Sie M.C., um SW 2 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
# Der Subwoofer-Ausgang muss eingeschaltet sein, damit SW 2 gewählt werden kann.
2 Drehen Sie M.C., um die Trennfrequenz zu wählen. 506380100125 (Hz)
Vom Subwoofer werden nur solche Frequen­zen ausgegeben, die unter dem gewählten Be­reich liegen.
3 Drehen Sie LEVER, um den Subwoofer­Ausgangspegel einzustellen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung der Farbintensität wird +6 bis -24 angezeigt.
Anpassen der Steilheit für die Tiefpassfilter-Dämpfung
Bei eingeschaltetem Subwoofer-Ausgang kön­nen Sie die Klangkontinuität zwischen den Lautsprechern anpassen.
1 Verwenden Sie M.C., um SW 3 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
# Der Subwoofer-Ausgang muss eingeschaltet sein, damit SW 3 gewählt werden kann.
2 Drücken Sie auf M.C., um die Phase des Subwoofer-Ausgangs zu wählen. NOR (Normal)REV (Umgekehrt)
Gebrauch des Hochpassfilters
Wenn die im Ausgabe-Frequenzbereich des Subwoofers enthaltenen Basstöne nicht über den Front- oder Hecklautsprecher ausgegeben werden sollen, schalten Sie den Hochpassfil­ter (HPF) ein. Über den Front- oder Heckaus­gang werden dann nur Frequenzen ausgegeben, die über dem gewählten Bereich liegen. ! Diese Funktion steht nur im Standardmo-
dus
Stummschalten der Lautsprecher (Filter)
Front- und Hecklautsprecher (Filter) können separat stummgeschaltet werden. Über einen stummgeschalteten Lautsprecher (Filter) wird kein Ton ausgegeben. ! Auch wenn ein Lautsprecher (Filter)
stummgeschaltet wird, kann der Pegel des stummgeschalteten Lautsprechers ange­passt werden. Allerdings wird die Stumm­schaltung durch die Anpassung des Pegels automatisch aufgehoben.
1 Verwenden Sie M.C., um F.HPF 1 (oder R.HPF 1) zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drücken Sie auf M.C., um den gewähl­ten Lautsprecher (Filter) stummzuschalten. Die Angabe MUTE wird eingeblendet.
# Zum Aufheben der Stummschaltung drücken Sie M.C. erneut.
zur Verfügung.
Bedienung des Geräts
3 Drehen Sie LEVER, um die Steilheit zu wählen. –18–12–6 (dB/Okt.)
Hinweis
Wenn die Steilheit für Subwoofer und Hochpass­filter auf den Wert -12dB eingestellt wird und beide dieselbe Trennfrequenz aufweisen, wird die Phase bei der Trennfrequenz um 180 Grad umge­kehrt. In diesem Fall wird durch die Phasenum­kehr eine verbesserte Klangkontinuität gewährleistet.
Einstellen des Hochpassfilters für die vorderen Lautsprecher
1 Verwenden Sie M.C., um F.HPF 1 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um die Steilheit zu wählen. –12–6Pass (dB/Okt.)
De
29
Page 86
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
# Wenn die Steilheit auf den Wert Pass (0 dB/ Okt.)eingestellt wird, dringt das Audio-Signal un­gehindert durch den Filter, d. h. der Filter hat kei­nerlei Wirkung.
3 Drücken Sie auf /DISP, um die obere Kategorie anzuzeigen.
4 Verwenden Sie M.C., um F.HPF 2 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
5 Drehen Sie M.C., um die Trennfrequenz zu wählen. 506380100125160200 (Hz)
Über die Frontlautsprecher werden dann nur Frequenzen ausgegeben, die über dem ge­wählten Bereich liegen.
6 Drehen Sie LEVER, um den Ausgangs­pegel der vorderen Lautsprecher einzustel­len.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung des Pegels wird 0 bis –24 angezeigt.
Einstellen des Hochpassfilters für die Hecklautsprecher
1 Verwenden Sie M.C., um R.HPF 1 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um die Steilheit zu wählen. –12–6Pass (dB/Okt.)
# Wenn die Steilheit auf den Wert Pass (0 dB/ Okt.)eingestellt wird, dringt das Audio-Signal un­gehindert durch den Filter, d. h. der Filter hat kei­nerlei Wirkung.
5 Drehen Sie M.C., um die Trennfrequenz zu wählen. 506380100125160200 (Hz)
Über die Hecklautsprecher werden dann nur Frequenzen ausgegeben, die über dem ge­wählten Bereich liegen.
6 Drehen Sie LEVER, um den Ausgangs­pegel der hinteren Lautsprecher einzustel­len.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung des Pegels wird +6 bis –24 angezeigt.
Gebrauch des Auto-Equalizers
Der Auto-Equalizer entspricht der Equalizer­Kurve, die über den automatischen Zeitab­gleich (Auto-TA) und die automatische Equali­zer-Einstellung (Auto-EQ) erstellt wird (siehe
Auto-TA und Auto-EQ (Autom. Zeitabgleich und autom. Equalizer-Einstellung) auf Seite 33).
Sie können den Auto-Equalizer ein- und aus­schalten.
1 Verwenden Sie M.C., um im Audio­Funktionsmenü die Funktion A.EQ zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
# Wenn Auto-TA und Auto-EQ noch nicht ausge­führt wurden, erscheint der Hinweis Please set Auto EQ im Display. Das bedeutet, dass Sie diese Funktion nicht einschalten kön­nen.
2 Drücken Sie M.C., um den Auto-Equali­zer einzuschalten. Auf dem Display wird Auto EQ ON angezeigt.
# Zum Ausschalten des Auto-Equalizers drük­ken Sie M.C. erneut.
3 Drücken Sie auf /DISP, um die obere Kategorie anzuzeigen.
4 Verwenden Sie M.C., um R.HPF 2 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
30
De
Abrufen von Equalizer-Kurven
Mit dem Equalizer können Sie die Entzerrung wunschgemäß an die akustischen Eigenschaf­ten des Fahrzeuginnenraums anpassen.
Page 87
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Sieben gespeicherte Equalizer-Kurven sind je­derzeit mühelos abrufbar. Nachfolgend sind die Equalizer-Kurven aufgelistet:
Display Equalizer-Kurve
Super bass Super-Bass
Powerful Kräftig
Natural Natürlich
Vocal Gesang
Flat Linear
Custom1 Individuell 1
Custom2 Individuell 2
! Custom1 und Custom2 sind spezielle
Equalizer-Kurven, die Sie selbst erstellen können. Ihre Einstellungen können Sie mit­hilfe des 16-Band-Graphic-Equalizers vor­nehmen.
! Wenn Sie Flat auswählen, wird der Ton
nicht verändert. Sie können die Auswirkun­gen der Equalizer-Kurven prüfen, indem Sie abwechselnd zwischen Flat und einer anderen Equalizer-Kurve umschalten.
% Drücken Sie EQ/DISP OFF, um den Equalizer zu wählen.
Drücken Sie EQ/DISP OFF wiederholt, um zwi­schen den folgenden Equalizer-Kurven umzu­schalten:
PowerfulNaturalVocalFlatCustom1Custom2Super bass
3 Drehen Sie LEVER, um die Equalizer­Kurve anzupassen.
Während der Verstärkung bzw. Abschwä­chung der Equalizer-Kurve wird +6 bis –6 an­gezeigt.
# Der tatsächliche Einstellbereich hängt von der gewählten Equalizer-Kurve ab. # Eine Equalizer-Kurve, deren Frequenzen aus­nahmslos auf 0 eingestellt wurden, kann nicht angepasst werden.
Einstellen des 16-Band-Graphic­Equalizers
Sie können den Pegel jedes Bands für die Equalizer-Kurven Custom1 und Custom2 ein­stellen. ! Für jede Programmquelle kann eine sepa-
rate Kurve Custom1 erstellt werden. So­bald Sie an einer anderen Equalizer-Kurve als Custom2 Änderungen vornehmen, wird diese als spezielle Equalizer-Kurve unter Custom1 gespeichert.
! Für alle Programmquellen kann eine ge-
meinsame Custom2-Kurve erstellt werden. Wenn Sie an der Equalizer-Kurve Custom2 Änderungen vornehmen, wird Custom2 entsprechend aktualisiert.
1 Rufen Sie die Equalizer-Kurve auf, die Sie anpassen möchten.
Siehe Abrufen von Equalizer-Kurven auf Seite
30.
Bedienung des Geräts
Einstellen von Equalizer-Kurven
Die werkseitig voreingestellten Equalizer-Kur­ven, mit Ausnahme von Flat, können feinein­gestellt werden (Nuance-Regelung).
1 Verwenden Sie M.C., um EQ 1 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drehen Sie M.C., um einen Equalizer zu wählen.
2 Verwenden Sie M.C., um EQ 2 zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
3 Drehen Sie M.C., um das einzustellende Equalizer-Band zu wählen. 2031.55080125200315500 8001.25k2k3.15k5k8k12.5k 20k (Hz)
De
31
Page 88
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
4 Drehen Sie LEVER, um den Pegel des Equalizer-Bands einzustellen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung des Pegels wird +6 bis –6 angezeigt.
# Anschließend können Sie ein anderes Band wählen und dessen Pegel einstellen.
5 Drücken Sie BAND/ , um die 16-Band­Graphic-Equalizer-Einstellung zu verlassen.
Einstellen von Loudness
Die Loudness-Funktion kompensiert die ver­minderte Wahrnehmung von niedrigen und hohen Frequenzen bei geringer Lautstärke.
1 Verwenden Sie M.C., um im Audio­Funktionsmenü die Funktion LOUD zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drücken Sie M.C., um Loudness einzu­schalten.
# Zum Ausschalten von Loudness drücken Sie
M.C. erneut.
Einstellen der Programmquel­lenpegel
Mittels der Programmquellen-Pegeleinstellung (SLA) können die Lautstärkepegel jeder Pro­grammquelle angepasst werden, um signifi­kante Unterschiede zwischen ihnen zu vermeiden. ! Die Einstellungen basieren auf der UKW-
Lautstärke, die unverändert bleibt.
1 Vergleichen Sie die UKW-Lautstärke mit dem Lautstärkepegel der Programmquelle, die Sie einstellen möchten.
3 Drehen Sie LEVER, um die Lautstärke für die Programmquelle einzustellen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung der Programmquellen-Lautstärke wird +4 bis –4 angezeigt.
Hinweise
! Der MW/LW-Lautstärkepegel kann ebenfalls
mit dieser Funktion eingestellt werden.
! Der USB/SD-Lautstärkepegel kann ebenfalls
mit dieser Funktion eingestellt werden.
Gebrauch des automatischen Klangnivellierers
Beim Fahren ändern sich die Geräusche im Wagen je nach Fahrtgeschwindigkeit und Stra­ßenbedingungen. Der automatische Klangni­vellierer (ASL) überwacht die Geräuschschwankungen und erhöht automa­tisch die Lautstärke, wenn die Geräusche zu­nehmen. Die Empfindlichkeit (Änderung der Lautstärke gegenüber dem Geräuschpegel) von ASL kann in fünf Stufen eingestellt wer­den.
1 Verwenden Sie M.C., um ASL zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
2 Drücken Sie M.C., um ASL einzuschal­ten.
# Zum Ausschalten von ASL drücken Sie M.C. erneut.
3 Drehen Sie LEVER, um den gewünsch­ten ASL-Pegel zu wählen. Low (Niedrig)Mid-L (Mittelniedrig)Mid (Mittel)—Mid-H (Mittelhoch)—High (Hoch)
2 Verwenden Sie M.C., um im Audio­Funktionsmenü die Funktion SLA zu wäh­len.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen auf Seite 22.
32
De
Page 89
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Auto-TA und Auto-EQ (Autom. Zeitabgleich und autom. Equalizer-Einstellung)
Der automatische Zeitabgleich passt den Zeit­abgleich automatisch auf den Abstand zwi­schen der Hörposition und jedem Lautsprecher an. Bei der automatischen Equalizer-Einstellung wird die Akustik im Wageninneren gemessen und auf der Grundlage der Messdaten dann eine Auto-Equalizer-Kurve erstellt.
WARNUNG
Beim Messen der akustischen Eigenschaften des Wageninneren können die Lautsprecher einen lauten Ton (ein Störgeräusch) abstrahlen. Führen Sie einen automatischen Zeitabgleich oder eine automatische Equalizer-Einstellung niemals wäh­rend des Fahrens durch.
VORSICHT
! Prüfen Sie vor dem Durchführen eines auto-
matischen Zeitabgleichs und einer automati­schen Equalizer-Einstellung gründlich die Gegebenheiten, da die Lautsprecher beschä­digt werden können, wenn diese Funktionen unter den folgenden Bedingungen verwendet werden: Die Lautsprecher sind nicht ordnungsge-
mäß angeschlossen. (Der Hecklautspre­cher ist z. B. ist mit einem Subwoofer­Ausgang verbunden.)
Ein Lautsprecher ist mit einem Leistungs-
verstärker verbunden, dessen Ausgabe die maximale Leistungsaufnahme des Laut­sprechers übersteigt.
! Das Mikrofon ist an einer ungeeigneten Posi-
tion angebracht. In diesem Fall kann der Mes­ston besonders laut ausfallen und die Messung viel Zeit in Anspruch nehmen, was eine extreme Belastung der Batterie zur Folge hat. Stellen Sie sicher, dass sich das Mikrofon an der vorgegebenen Position befindet.
Vor Gebrauch der Funktion Auto-TA und Auto-EQ
! Führen Sie einen automatischen Zeitab-
gleich und eine automatische Equalizer­Einstellung an einem ruhigen Ort durch, während sowohl der Motor als auch die Kli­maanlage ausgeschaltet sind. Schalten Sie des Weiteren etwaige im Fahrzeug befindli­che Autotelefone oder Mobiltelefone aus bzw. entfernen Sie sie aus dem Fahrzeug. Andere Geräusche als der Messton (zum Beispiel Umgebungsgeräusche, Motorge­räusch, Telefonklingeln) können zu einer fehlerhaften Messung der Wagenakustik führen.
! Führen Sie die Funktion Auto-TA und Auto-
EQ ausschließlich unter Verwendung des mitgelieferten Mikrofons aus. Die Verwen­dung eines anderen Mikrofons kann eine Messung unmöglich machen bzw. zu Feh­lern bei der Messung der Wagenakustik führen.
! Zum Durchführen der Funktion Auto-TA
und Auto-EQ müssen die vorderen Laut­sprecher angeschlossen sein.
! Wenn die vorderen Lautsprecher stummge-
schaltet werden, kann die Funktion Auto-TA und -EQ nicht ausgeführt werden (siehe Seite 29).
! Wenn dieses Gerät mit einem Leistungsver-
stärker mit Eingangspegelregelung verbun­den ist, können Auto-TA und Auto-EQ unter Umständen nicht durchgeführt werden, wenn der Eingangspegel des Leistungsver­stärkers niedriger als der Standardpegel eingestellt ist.
! Wenn dieses Gerät mit einem Leistungsver-
stärker mit einem Tiefpassfilter verbunden ist, schalten Sie diesen Tiefpassfilter aus, bevor Sie Auto-TA und Auto-EQ durchfüh­ren. Stellen Sie des Weiteren die Trennfre­quenz für den eingebauten Tiefpassfilter eines aktiven Subwoofers auf die höchste Frequenz ein.
Bedienung des Geräts
De
33
Page 90
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
! Bei dem aus Auto-TA und Auto-EQ resultie-
renden Zeitabgleichswert handelt es sich um einen von einem Computer berechne­ten Wert und um die optimale Zeitverzöge­rung, die genaue Ergebnisse gibt. Achten Sie darauf, diesen Wert auch dann zu ver­wenden, wenn er vom tatsächlichen Ab­stand, aufgrund nachfolgender Situationen, abweicht: Der reflektierte Ton im Fahrzeug ist laut
und es sind Verzögerungen auftreten.
Der Tiefpassfilter eines aktiven Subwoo-
fers oder externen Verstärkers verzögert die tieferen Töne.
! Bei der Ausführung von Auto-TA und Auto-
EQ kommt es zu folgender Änderung der Audio-Einstellungen: Die Einstellungen für Überblenden/Ba-
lance werden auf die mittlere Position zurückgesetzt. (Siehe Verwendung der Überblend-/Balance-Einstellung auf Seite
24).
Die Graphic Equalizer-Kurve wird auf
Flat geschaltet (siehe Seite 30).
Wenn ein Subwoofer an das Gerät ange-
schlossen ist, werden auf diesen auto­matisch die Subwoofer-Ausgangs- und Hochpassfilter-Einstellungen für Heck­lautsprecher angewendet.
! Vorherige Einstellungen für Auto-TA und
Auto-EQ werden ersetzt.
! Wenn Sie Hochtonlautsprecher anschlie-
ßen, dann prüfen Sie den gültigen Fre­quenzbereich dieser Lautsprecher. Beim Einstellen der Trennfrequenz muss diese auf einen Wert über der niedrigsten, gülti­gen Frequenz des Hochtonlautsprechers eingestellt werden.
! Die Funktion Auto-TA verwendet für den
Messvorgang einen höheren Bereich als 10 kHz. Der Einsatz eines Hochtonlautspre­chers, der keinen 10 kHz-Frequenzbereich unterstützt, kann deshalb eine Beschädi­gung des Lautsprechers zur Folge haben. Bei der Bedienung der Funktion Auto-TA und Auto-EQ ist sicherzustellen, dass die geeignete Trennfrequenz eingestellt wird.
Stellen Sie den 10 kHz-fähigen Hochton­lautsprecher deshalb am besten auf die niedrigste gültige Frequenz ein.
Durchführen von Auto-TA und Auto-EQ
1 Parken Sie das Fahrzeug an einem mög­lichst ruhigen Ort, schließen Sie Türen, Fen­ster und Schiebedach und schalten Sie den Motor ab.
# Bei eingeschaltetem Motor kann das Motoren­geräusch eine inkorrekte Ausführung von Auto­TA und Auto-EQ bewirken.
2 Bringen Sie das mitgelieferte Mikrofon in der Mitte der Kopfstütze des Fahrersit­zes an, wobei das Mikrofon nach vorn ge­richtet ist.
# Die Funktion erzielt je nach Positionierung des Mikrofons unterschiedliche Ergebnisse. Falls Sie wünschen, können Sie das Mikrofon auch auf dem Beifahrersitz platzieren, um Auto-TA und Auto-EQ auszuführen.
3 Schalten Sie die Zündung ein (auf Posi­tion ON) bzw. positionieren Sie den Zü­ndschalter auf ACC.
# Falls die Klimaanlage oder Heizung einge­schaltet ist, schalten Sie sie aus. Das Ventilator­geräusch könnte eine inkorrekte Ausführung der Auto-TA- und Auto-EQ-Funktion verursachen. # Drücken Sie die Taste SRC/OFF, um die Pro- grammquelle einzuschalten, wenn das Gerät aus­geschaltet ist.
34
De
Page 91
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
4 Wählen Sie die Position des Sitzes, auf dem das Mikrofon angebracht ist.
Siehe Gebrauch des Positionswählers auf Seite
24.
# Wenn vor Beginn der Ausführung der Auto­TA- und Auto-EQ-Funktion keine Position gewählt wird, wird automatisch die Position Front Left gewählt.
5 Drücken und halten Sie die Taste SRC/ OFF gedrückt, bis sich das Gerät ausschal­tet.
6 Halten Sie EQ/DISP OFF gedrückt, um den Messungsmodus der Funktion Auto-TA und Auto-EQ zu aktivieren.
Die Frontplatte wird automatisch entriegelt.
7 Schließen Sie das Mikrofon an den Mi­krofoneingang am Gerät an.
8 Drücken Sie M.C., um die Funktion Auto-TA und Auto-EQ auszuführen.
10 Nach Abschluss der Funktionsausfüh­rung von Auto-TA und Auto-EQ wird Complete angezeigt.
Sollte eine fehlerfreie Messung der Akustik im Wageninneren nicht möglich sein, dann wird eine Fehlermeldung angezeigt (siehe Auto-TA und -EQ auf Seite 50).
11 Drücken Sie BAND/ , um den Funkti­onsmodus Auto-TA und Auto-EQ zu verlas­sen.
12 Legen Sie das Mikrofon sorgfältig im Handschuhfach oder an einem anderen si­cheren Ort ab.
Wenn das Mikrofon während eines längeren Zeitraums direktem Sonnenlicht ausgesetzt wird, können die erhöhten Temperaturen zu Verformungen, Farbänderungen oder Funkti­onsstörungen führen.
Bedienung des Geräts
9 Steigen Sie aus dem Fahrzeug aus und schließen Sie die Tür innerhalb von 10 Se­kunden, wenn der 10-Sekunden-Count­down beginnt.
Über die Lautsprecher wird ein Messton (Ge­räusch) ausgegeben und die Funktion Auto-TA und Auto-EQ wird ausgeführt.
# Wenn alle Lautsprecher angeschlossen sind, ist die Ausführung der Funktion Auto-TA und -EQ nach etwa sechs Minuten abgeschlossen. # Zum Anhalten der Funktion Auto-TA und -EQ drücken Sie M.C. erneut. # Zum Abbrechen der Funktion Auto-TA und Auto-EQ während der Funktionsausführung drük­ken Sie auf BAND/
.
De
35
Page 92
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Gebrauch der Wireless­Technologie Bluetooth
Verwenden eines Bluetooth­Telefons
Wichtig
! Da dieses Gerät kontinuierlich auf Verbin-
dungs-Standby geschaltet ist, um jederzeit per Bluetooth eine Verbindung zu Ihrem Mobilte­lefon herstellen zu können, kann eine Verwen­dung des Geräts bei ausgeschaltetem Motor eine Entleerung der Fahrzeugbatterie zur Folge haben.
! Die Bedienung dieser Funktion fällt je nach
Mobiltelefontyp unterschiedlich aus.
! Komplexere Bedienvorgänge, die Ihre gesam-
te Aufmerksamkeit beanspruchen, wie z. B. das Wählen einer Nummer auf dem Display, die Benutzung des Adressbuchs usw. dürfen nicht während des Fahrens ausgeführt wer­den. Parken Sie Ihr Fahrzeug an einem siche­ren Ort, wenn Sie solche komplexen Bedienvorgänge vornehmen.
Einrichten der Freisprechfunktion
Damit Sie auf die Freisprechfunktion zurück­greifen können, müssen Sie das Gerät für eine Verwendung mit einem Mobiltelefon einrich­ten.
Beenden eines Anrufs 1 Drücken Sie
Abweisen eines eingehenden Anrufs 1 Drücken Sie nach Empfang eines Anrufs auf
Annehmen eines anklopfenden Anrufs
1 Drücken Sie nach Empfang eines Anrufs auf M.
C.
Umschalten zwischen gehaltenen Anrufen 1 Drücken Sie M.C.
Abbrechen eines anklopfenden Anrufs 1 Drücken Sie
Anpassen der Hörlautstärke des anderen Teilneh­mers 1 Drücken Sie LEVER, während Sie telefonieren. ! Ist der Privatmodus eingeschaltet, steht diese
Funktion nicht zur Verfügung.
Ein- und Ausschalten des Privatmodus 1 Drücken Sie auf BAND/
ren.
Umschalten der Anzeige 1 Drücken Sie
.
.
.
, während Sie telefonie-
/DISP, während Sie telefonieren.
Hinweise
! Wenn auf dem Mobiltelefon der Privatmodus
gewählt wurde, ist der Freisprechmodus ggf. nicht verfügbar.
! Im Display wird die geschätzte Anrufdauer an-
gezeigt (diese weicht ggf. leicht von der tat­sächlichen Anrufdauer ab).
1 Aufbauen einer Verbindung
Bedienen Sie das Menü zum Aufbau einer Bluetooth-Verbindung. Siehe Bedienen des Verbin- dungsmenüs auf Seite 36.
2 Funktionseinstellungen
Bedienen Sie das Menü mit den Bluetooth-Tele­fonfunktionen. Siehe Bedienung des Telefonmen- üs auf Seite 39.
Grundlegende Bedienvorgänge
Tätigen eines Anrufs ! Siehe Bedienung des Telefonmenüs auf Seite 39.
Annehmen eines eingehenden Anrufs
1 Drücken Sie nach Empfang eines Anrufs auf M.
C.
36
De
Bedienen des Verbindungsmenüs
Wichtig
! Halten Sie Ihr Fahrzeug an einem sicheren Ort
an und ziehen Sie die Handbremse fest, um diesen Vorgang auszuführen.
! Verbundene Geräte funktionieren unter Um-
ständen nicht ordnungsgemäß, wenn jeweils mehr als ein Bluetooth-Gerät verbunden ist (z. B. bei gleichzeitiger Verbindung eines Tele­fons und eines separaten Audio-Players).
1 Drücken und halten Sie gedrückt, um das Verbindungsmenü anzuzeigen.
# Dieser Bedienschritt kann nicht während eines Anrufs durchgeführt werden.
Page 93
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
2 Drehen Sie M.C., um die gewünschte Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt vor, um die Funktion einzustellen.
Device list (Koppeln und Entkoppeln eines Gerätes aus der Geräteliste)
! Ist keine Gerät in der Geräteliste ausgewählt, steht
diese Funktion nicht zur Verfügung.
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C., um den Gerätenamen zu wäh-
len, zu dem eine Verbindung hergestellt bzw. des­sen Verbindung getrennt werden soll. ! Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, um
die Bluetooth-Geräteadresse und den Gerä­tenamen zu wechseln.
3 Drücken Sie zum Koppeln/Entkoppeln des ausge-
wählten Geräts M.C. Sobald die Verbindung hergestellt ist, wird Con-
nected angezeigt.
Delete device (Löschen eines Gerätes aus der Gerä-
teliste)
! Ist keine Gerät in der Geräteliste ausgewählt, steht
diese Funktion nicht zur Verfügung.
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C., um den Gerätenamen zu wäh-
len, den Sie löschen möchten. ! Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, um
die Bluetooth-Geräteadresse und den Gerä­tenamen zu wechseln.
3 Drücken Sie M.C., um Delete YES anzuzeigen. 4 Drücken Sie M.C., um die Geräteinformation in
der Geräteliste zu löschen.
! Schalte n Sie den Motor während dieses Vorgangs
nicht aus.
Add device (Koppeln eines neuen Geräts)
1 Drücken Sie M.C., um den Suchvorgang zu star-
ten.
! Zum Abbrechen der Suche drücken Sie M.C. ! Sollte das Gerät keine verfügbaren Mobiltele-
fone identifizieren, dann erscheint die Angabe Not found im Display.
2 Drehen Sie M.C., um ein Gerät aus der Geräteliste
auszuwählen. ! Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, um
die Bluetooth-Geräteadresse und den Gerä­tenamen zu wechseln.
3 Drücken Sie zum Koppeln des ausgewählten Ge-
räts M.C.
! Prüfen Sie den Namen des Geräts (Pioneer
BT Unit), um den Verbindungsaufbau abzu-
schließen. Geben Sie erforderlichenfalls den PIN-Code in Ihr Gerät ein.
! Standardmäßig wird 0000 als PIN-Code ver-
wendet. Sie können diesen Code ändern.
! Auf dem Display dieses Gerätes wird eine 6-
stellige Zahl angezeigt. Sobald die Verbindung hergestellt ist, erlischt die Anzeige dieser Nummer.
! Wenn Sie die Verbindung mithilfe dieses Ge-
räts nicht herstellen können, verwenden Sie dafür das andere Gerät.
! Wurden bereits drei Geräte gekoppelt, wird
Device Full angezeigt und es kann keine wei­tere Kopplung vorgenommen werden. Lö­schen Sie in diesem Fall zuerst ein gekoppeltes Gerät.
Special device (Einstellen eines speziellen Geräts)
Bedienung des Geräts
De
37
Page 94
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Bluetooth-Geräte, zu denen nur schwer eine Verbin­dung hergestellt werden kann, werden spezielle Gerä­te genannt. Ist Ihr Bluetooth-Gerät in der Liste der speziellen Geräte aufgeführt, dann wählen Sie es aus. 1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen. ! Wurden bereits drei Geräte gekoppelt, wird
Device Full angezeigt und es kann keine wei­tere Kopplung vorgenommen werden. Lö­schen Sie in diesem Fall zuerst ein gekoppeltes Gerät.
2 Drehen Sie M.C., um ein spezielles Gerät anzuzei-
gen. Drücken Sie den Regler, um die Auswahl zu bestätigen.
3 Drehen Sie M.C., um den Gerätenamen, die
Bluetooth-Geräteadresse und die PIN anzuzeigen.
4 Verwenden Sie ein Gerät, um eine Verbindung mit
diesem Gerät herzustellen. ! Um den Verbindungsaufbau abzuschließen,
prüfen Sie den Gerätenamen (Pioneer BT Unit) und geben Sie die PIN in Ihr Gerät ein.
! Standardmäßig wird 0000 als PIN-Code ver-
wendet. Sie können diesen Code ändern.
Auto connect (automatischer Verbindungsaufbau zu einem Bluetooth-Gerät)
1 Drücken Sie M.C., um den automatischen Verbin-
dungsaufbau ein- oder auszuschalten.
Visibility (Einstellen der Gerätesichtbarkeit)
Um die Verfügbarkeit dieser Einheit von anderen Ge­räten aus zu überprüfen, kann die Bluetooth-Sichtbar­keit dieses Geräts eingeschaltet werden. 1 Drücken Sie M.C., um die Sichtbarkeit dieses Ge-
räts ein- oder auszuschalten.
! Während des Einstellvorgangs von Special
device, ist die Bluetooth-Sichtbarkeit dieser
Einheit kurzzeitig aktiviert.
Pin code input (PIN-Code-Eingabe)
Wenn Sie Ihr Gerät über die Wireless-Technologie Bluetooth mit diesem Gerät verbinden möchten, müs­sen Sie einen PIN-Code in Ihr Gerät eingeben, um die Verbindung zu überprüfen. Als Standardcode wird 0000 verwendet. Sie können dies jedoch mithilfe die­ser Funktion ändern. 1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C., um eine Zahl zu wählen. 3 Drücken Sie M.C., um den Cursor auf die nächste
Position zu setzen.
4 Halten Sie M.C. nach der Eingabe des PIN-Codes
gedrückt. ! Durch Drücken von M.C. nach der Eingabe
kehren Sie zum Bildschirm der PIN-Code-Ein­gabe zurück, in dem Sie den PIN-Code ändern können.
Device INFO (Anzeige der Bluetooth-Geräteadresse)
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C. nach links, um zur Bluetooth-Ge-
räteadresse umzuschalten. Durch Drehen von M.C. nach rechts kehren Sie zur Anzeige des Gerätenamens zurück.
Bluetooth-Audio
Wichtig
! Je nach dem mit diesem Gerät verbundenen
Bluetooth-Audio-Player sind die verfügbaren Bedienvorgänge auf eine der folgenden zwei Ebenen beschränkt: Profil A2DP (Advanced Audio Distribution
Profile): Sie können mit Ihrem Audio-Player nur Musiktitel wiedergeben.
Profil AVRCP (Audio/Video Remote Control
Profile): Sie können die Wiedergabe star­ten, sie anhalten, Titel auswählen usw.
! Da sehr viele verschiedene Bluetooth-Audio-
Player auf dem Markt erhältlich sind, können die verfügbaren Optionen erheblich variieren. Halten Sie sich bei der Bedienung des Players über dieses Gerät deshalb zusätzlich zu dieser Bedienungsanleitung bitte auch an die Bedie­nungsanleitung Ihres Bluetooth-Audio­Players.
38
De
Page 95
2
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
! Informationen zu Musiktiteln (z. B. abgelaufe-
ne Wiedergabezeit, Titelname, Titelindex usw.) können auf diesem Gerät nicht angezeigt wer­den.
! Da das Signal Ihres Mobiltelefons Störgeräu-
sche verursachen kann, verwenden Sie es nicht, wenn Sie Musiktitel mit Ihrem Bluetooth-Audio-Player abspielen.
! Wenn Sie über das per Bluetooth mit diesem
Gerät verbundene Mobiltelefon ein Gespräch führen, wird der Ton des verbundenen Bluetooth-Audio-Players stummgeschaltet.
! Ist der Bluetooth-Audio-Player eingeschaltet,
können Sie sich nicht automatisch mit einem Bluetooth-Mobiltelefon in Verbindung setzten.
! Auch wenn Sie während der Wiedergabe
eines Musiktitels auf Ihrem Bluetooth-Audio­Player zu einer anderen Programmquelle um­schalten, wird die Titelwiedergabe fortgesetzt.
Vorbereiten der Verwendung eines Bluetooth-Audio-Players
Damit Sie die Bluetooth-Audio-Funktion her­anziehen können, müssen Sie das Gerät zu­nächst für eine Verwendung mit Ihrem Bluetooth-Audio-Player einrichten. Dazu geh­ört der Aufbau einer Bluetooth-Verbindung zwischen diesem Gerät und Ihrem Bluetooth­Audio-Player sowie die Koppelung des Players mit diesem Gerät.
Grundlegende Bedienvorgänge
1
! Die angezeigte Spannung kann von der
tatsächlichen Spannung abweichen.
Schnellvorlauf bzw. -rücklauf 1 Drehen und halten Sie LEVER nach rechts oder
links gedrückt.
Wahl eines Titels 1 Drehen Sie LEVER.
Starten der Wiedergabe 1 Drücken Sie BAND/
.
Funktionseinstellungen
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption zu wechseln, und drücken Sie FUNCTION, um die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt vor, um die Funktion einzustellen.
Play (Wiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um die Wiedergabe zu starten.
Stop (Stopp)
1 Drücken Sie M.C., um die Wiedergabe zu been-
den.
Pause (Pause)
1 Drücken Sie M.C., um die Pause einzuschalten.
Bedienung des Geräts
1 Gerätename
Zeigt den Namen des angeschlossenen Bluetooth-Audio-Players an.
2 Spannungsanzeige
Gibt die Batteriespannung an.
Bedienung des Telefonmenüs
Wichtig
Halten Sie Ihr Fahrzeug an einem sicheren Ort an und ziehen Sie die Handbremse fest, um diesen Vorgang auszuführen.
1 Drücken Sie , um das Telefonmenü anzuzeigen.
De
39
Page 96
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
2 Drehen Sie M.C., um die gewünschte Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt vor, um die Funktion einzustellen.
Missed calls (Liste mit Anrufen in Abwesenheit) Dialed calls (Liste getätigter Anrufe) Received calls (Liste empfangener Anrufe)
1 Drücken Sie M.C., um die Rufnummernliste anzu-
zeigen.
2 Drehen Sie M.C., um einen Namen oder eine Tele-
fonnummer zu wählen. 3 Drücken Sie M.C., um einen Anruf zu tätigen. ! Halten Sie M.C. zur Anzeige von Details des von
Ihnen ausgewählten Kontakts gedrückt.
PhoneBook (Adressbuch)
! Das Adressbuch Ihres Mobiltelefons wird automa-
tisch übertragen, sobald das Mobiltelefon mit die-
sem Gerät verbunden wird. ! Je nach Mobiltelefon, wird das Adressbuch mögli-
cherweise nicht automatisch übertragen. In die-
sem Fall müssen Sie das Adressbuch mit Hilfe
Ihres Mobiltelefons manuell übertragen. Die Sich-
tbarkeit dieses Gerätes sollte eingeschaltet sein.
Siehe Visibility (Einstellen der Gerätesichtbarkeit)
auf Seite 38. 1 Drücken Sie M.C., um SEARCH (alphabetische
Liste) anzuzeigen. 2 Drehen Sie M.C., um den ersten Buchstaben des
Namens zu wählen, nach dem Sie suchen.
! Halten Sie M.C. gedrückt, um den gewünsch-
ten Zeichentyp zu wählen.
3 Drücken Sie M.C., um die Liste der registrierten
Namen anzuzeigen. 4 Drehen Sie M.C., um den gesuchten Namen zu
wählen. 5 Drücken Sie M.C., um die Rufnummernliste anzu-
zeigen. 6 Drehen Sie M.C., um die Rufnummer zu wählen,
die Sie anrufen möchten.
7 Drücken Sie M.C., um einen Anruf zu tätigen.
Phone Function (Telefonfunktion)
Über dieses Menü können Sie Auto answer, Ring tone und PH.B.Name view einstellen. Für detaillierte
Informationen hierzu siehe Funktionen und Bedienvor­gänge auf Seite 40.
Funktionen und Bedienvorgänge
1 Anzeige Phone Function.
Siehe Phone Function (Telefonfunktion) auf Seite 40.
2 Drücken Sie M.C., um das Funktions­menü anzuzeigen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt vor, um die Funktion einzustellen.
Auto answer (Automatische Rufannahme)
1 Drücken Sie M.C., um die automatische Rufan-
nahme ein- oder auszuschalten.
Ring tone (Auswahl des Klingeltons)
1 Drücken Sie M.C., um den Klingelton ein- oder
auszuschalten.
PH.B.Name view (Adressbucheinträge sortieren)
1 Drücken Sie M.C., um zwischen den Namensli-
sten zu wechseln.
Grundeinstellungen
1
1 Funktionsdisplay
! Zeigt den Funktionsstatus an.
1 Drücken und halten Sie SRC/OFF ge­drückt, bis sich das Gerät ausschaltet.
2 Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, bis das Menü der Grundeinstellungen im Display angezeigt wird.
40
De
Page 97
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
3 Drehen Sie M.C., um die Grundeinstel­lung zu wählen.
Nehmen Sie nach der Funktionswahl die fol­genden detaillierten Grundeinstellungen vor.
Language select (Spracheinstellung)
Für erhöhte Benutzerfreundlichkeit wurde dieses Gerät mit einer Anzeige in mehreren Sprachen ausge­stattet. Sie können eine dieser Sprachen als Ihre An­zeigesprache wählen. 1 Drücken Sie M.C., um die Sprache zu wählen.
EnglishFrançaisItalianoEspañol DeutschNederlandsРУССКИЙ
Calendar (Einstellen des Datums)
1 Drücken Sie M.C., um den Teil der Kalenderanzei-
ge zu wählen, der eingestellt werden soll. JahrTag Monat
2 Drehen Sie M.C., um das Datum einzustellen.
Clock (Einstellen der Uhrzeit)
1 Drücken Sie M.C., um den Teil der Zeitanzeige zu
wählen, der eingestellt werden soll. StundenMinuten
2 Drehen Sie M.C., um die Uhrzeit einzustellen.
EngineTime alert (Anzeigeeinstellung für abgelaufe-
ne Zeit)
Diese Einstellung ermöglicht es Ihnen anzuzeigen, wie viel Zeit seit dem Einschalten des Wagens oder einer festgelegten Zeitdauer abgelaufen ist. Sie werden außerdem mit einem Ton benachrichtigt. 1 Drücken Sie M.C., um die von Ihnen bevorzugte
Einstellung zu wählen.
OFF15Minutes30Minutes
FM step (UKW-Kanalraster)
Bei der Suchlaufabstimmung wird normalerweise das 50-kHz-UKW-Kanalraster verwendet. Bei Verwen­dung des Alternativfrequenz-Suchlaufs oder der Ver­kehrsdurchsagebereitschaft wird automatisch auf das 100-kHz-UKW-Kanalsuchraster umgeschaltet. Es kann jedoch vorteilhaft sein, das Kanalraster für den Alternativfrequenzsuchlauf auf 50 kHz einzustellen. 1 Drücken Sie M.C., um die UKW-Kanalraster-Funk-
tion zu wählen.
50kHz (50 kHz)100kHz (100 kHz)
Auto PI (Automatische PI-Suche)
Das Gerät kann selbst bei einem Stationsabruf auto­matisch nach einer anderen Station mit derselben Programmierung suchen. 1 Drücken Sie M.C., um den Auto-PI-Suchlauf ein-
oder auszuschalten.
Music browse (Musiktitelsuche)
Beim Bedienen von externen Speichermedien (USB, SD) können Sie Dateien aus der Liste wählen.
1 Drücken Sie M.C., um die Einstellung zu wählen.
OFFUSB memory1USB memory2SD card
Warning tone (Warnton-Einstellung)
Wenn die Frontplatte nicht innerhalb von vier Sekun­den nach dem Ausschalten der Zündung abgenom­men wird, wird ein Warnton ausgegeben. Der Warnton kann abgeschaltet werden. 1 Drücken Sie M.C., um den Warnton ein- oder aus-
zuschalten.
AUX1 (vordere AUX-Eingangseinstellung)/AUX2 (Ein­stellung des hinteren Cinch-Eingangs)
Aktivieren Sie diese Einstellung, wenn ein zusätzli­ches, mit diesem Gerät verbundenes Gerät verwendet wird. 1 Drücken Sie M.C., um die AUX-Einstellung ein-
oder auszuschalten.
Dimmer (Dimmer-Einstellung)
Um zu vermeiden, dass das Display bei Dunkelheit zu hell wird, blendet es automatisch ab, wenn die Scheinwerfer des Wagens eingeschaltet werden. Die­ser Dimmer kann ein- oder ausgeschaltet werden. 1 Drücken Sie M.C., um die Dimmer-Funktion ein-
oder auszuschalten.
Contrast (Display-Kontrasteinstellung)
1 Drücken Sie auf M.C., um den Einstellm odus aus-
zuwählen.
2 Drehen Sie M.C., um den Kontrastpegel einzustel-
len. Während der Erhöhung bzw. Verminderung des Pegels wird 0 bis 15 angezeigt.
Digital ATT (Digital-Dämpfung)
Bei der Wiedergabe einer CD oder anderen Signal­quelle mit hohem Aufnahmepegel kann es zu Verzer­rungen kommen, wenn die Equalizer-Pegelkurve hoch eingestellt ist. Sie können die Digitaldämpfung niedrig einstellen, um die Verzerrung zu reduzieren. ! Die hohe Einstellung wird verwendet, da sie eine
bessere Klangqualität liefert.
1 Drücken Sie M.C., um die Einstellung zu wählen.
HIGH (Hoch)LOW (Niedrig)
Bedienung des Geräts
De
41
Page 98
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
AUDIO reset (Audio zurücksetzen)
Sie können die Einstellungen sämtlicher Audio-Funk­tionen zurücksetzen.
1 Drücken Sie M.C.
Does it RESET? erscheint im Display.
2 Drücken Sie M.C. 3 Drehen Sie auf M.C., um die gewünschte Einstel-
lung zu wählen.
Are You Sure? erscheint im Display. 4 Drücken Sie M.C.
Im Display wird Complete angezeigt und die
Audio-Funktionen sind damit auf ihre ursprüngli-
chen Werte zurückgesetzt. ! Zum Abbrechen des laufenden Vorgangs drücken
Sie auf BAND/
Internal AMP (Leistungsverstärker-Einstellung)
Dieses Gerät ist mit einem eigenen Hochleistungsver­stärker ausgestattet. In manchen Systemen wird je­doch nicht der interne Verstärker verwendet, sondern es werden externe Verstärker eingesetzt. Wenn Sie ex­terne Verstärker heranziehen, um ein Multiverstärker­system einzurichten, und somit den internen Verstärker nicht benötigen, dann sollten Sie diesen ausschalten. Durch das Ausschalten des internen Verstärkers werden dessen Betriebsgeräusche redu­ziert. 1 Drücken Sie M.C., um den internen Leistungsver-
stärker ein- bzw. auszuschalten.
Demonstration (Demo-Anzeige-Einstellung)
1 Drücken Sie M.C., um die Demo-Anzeige ein-
oder auszuschalten.
Ever-scroll (Bilddurchlauf-Einstellung)
Wenn die Bilddurchlauf-Funktion auf ON gesetzt wurde, durchlaufen die aufgezeichneten Textinforma­tionen das Display kontinuierlich immer wieder von Neuem. Wählen Sie die Option OFF, wenn die Infor­mationen nur ein einziges Mal durch das Display lau­fen sollen. 1 Drücken Sie M.C., um den kontinuierlichen Bild-
durchlauf ein- oder auszuschalten.
BT AUDIO(Bluetooth-Audio-Aktivierung)
Sie müssen die Programmquelle BT Audio aktivieren, um einen Bluetooth-Audio-Player verwenden zu kön­nen.
1 Drücken Sie M.C., um die Programmquelle BT
Audio ein- oder auszuschalten.
Clear memory (Zurücksetzen des Bluetooth-Moduls)
.
Die Daten des Bluetooth-Geräts können gelöscht wer­den. Zum Schutz Ihrer persönlichen Daten bei der Weitergabe dieses Geräts an Dritte wird empfohlen, diese Informationen zu löschen. Dabei werden die fol­genden Einstellungen gelöscht:
! Adressbucheinträge des Bluetooth-Telefons ! Voreingestellte Nummern des Bluetooth-Telefons ! Registrierungseinstellungen des Bluetooth-Tele-
fons
! Liste der getätigten Anrufe des Bluetooth-Telefons ! Informationen des verbundenen Bluetooth-Tele-
fons ! PIN-Code des Bluetooth-Geräts 1 Drücken Sie M.C., um die Bestätigung des Vor-
gangs anzuzeigen.
Die Angabe YES wird eingeblendet. Der Löschvor-
gang für den Speicher ist auf Standby geschaltet.
Wenn Sie den Telefonspeicher nicht zurücksetzen
möchten, drehen Sie M.C., bis CANCEL angezeigt
wird und drücken Sie den Regler zur Bestätigung. 2 Drücken Sie M.C., um den Speicher zu löschen.
Die Anzeige Cleared wird eingeblendet und alle
Einstellungen werden gelöscht.
! Schalte n Sie den Motor während dieses Vor-
gangs nicht aus.
BT Version info. (Anzeige der Bluetooth-Version)
Sie können die Systemversionen dieses Geräts und des Bluetooth-Moduls anzeigen.
Software (Aktualisieren der Bluetooth-Software)
Diese Funktion ermöglicht die Aktualisierung dieses Geräts mit der neuesten Bluetooth-Software. Informa­tionen zur Bluetooth-Software und Aktualisierungen finden Sie auf unserer Website. ! Schalte n Sie das Gerät niemals aus, während die
Bluetooth-Software aktualisiert wird. 1 Drücken Sie M.C., um den Datenübertragungs-
modus aufzurufen.
Folgen Sie den Anweisungen auf dem Bildschirm,
um den Bluetooth-Aktualisierungsvorgang abzu-
schließen.
42
De
Page 99
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Andere Funktionen
Gebrauch der AUX1- und AUX2­Programmquelle
Zu AUX1 und AUX2
Für den Anschluss von Zusatzgeräten an die­ses Gerät sind zwei Möglichkeiten gegeben.
AUX1-Programmquelle
Beim Anschluss eines Zusatzgeräts über den vorderen AUX-Eingang. ! Sie müssen die AUX-Einstellung im Menü
der Grundeinstellungen aktivieren. Siehe
AUX1 (vordere AUX-Eingangseinstellung)/ AUX2 (Einstellung des hinteren Cinch-Ein-
gangs) auf Seite 41.
1 Stecken Sie den Mini-Klinkenstecker in den AUX-Eingang dieses Geräts.
Für weitere Einzelheiten siehe Hauptgerät auf Seite 7. Dieses Zusatzgerät wird automatisch als
AUX1 identifiziert.
2 Drücken Sie die Taste SRC/OFF, um AUX1 als Programmquelle zu wählen.
AUX2-Programmquelle
Beim Anschluss eines Zusatzgeräts über den hinteren Cinch-Eingang. ! Sie müssen die AUX-Einstellung im Menü
der Grundeinstellungen aktivieren. Siehe
AUX1 (vordere AUX-Eingangseinstellung)/ AUX2 (Einstellung des hinteren Cinch-Ein-
gangs) auf Seite 41.
1 Der Cinch-Heckausgang dient dem An­schluss eines Zusatzgeräts.
Detaillierte Informationen hierzu finden Sie in der Installationsanleitung. Dieses Zusatzgerät wird automatisch als
AUX2 identifiziert.
2 Drücken Sie SRC/OFF, um AUX2 als Pro­grammquelle zu wählen.
Gebrauch verschiedener Unter­haltungsanzeigen
Sie können jede Programmquelle von unter­haltenden Anzeigen begleiten lassen.
Wichtig
ENTERTAINMENT wird nicht angezeigt, wenn eine Temperatur von unter 10°C festgestellt wird. Warten Sie in diesem Fall bitte, bis sich das Gerät erwärmt hat, bevor Sie fortfahren.
Umschalten der Display-Anzeige
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption zu wechseln, und drücken Sie ENTERTAINMENT, um die angezeigte Op­tion zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte Funktion zu wählen.
4 Drücken Sie M.C., um Background anzu­zeigen.
5 Drehen Sie M.C., um die Anzeige zu än­dern.
HintergrundanzeigeGenreHintergrundbild 1Hintergrundbild 2Hintergrundbild 3 Hintergrundbild 4Spektralanalysator1 Spektralanalysator2PegelanzeigePege­lmesserEinfache AnzeigeKino-Leinwand Kalender
# Die Genreanzeige ändert sich je nach Musik­genre. # Je nach der Anwendung, die für die Codie­rung der Audio-Dateien verwendet wurde, funk­tioniert die Genreanzeige ggf. nicht ordnungsgemäß.
Ein- oder Ausschalten der Zeitanzeige
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü anzuzeigen.
Bedienung des Geräts
De
43
Page 100
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption zu wechseln, und drücken Sie ENTERTAINMENT, um die angezeigte Op­tion zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte Funktion zu wählen.
Wählen Sie die Uhreinstellung.
4 Drücken Sie M.C., um die gewünschte Einstellung zu wählen.
ZeitanzeigeAnzeige für abgelaufene Zeit Keine Zeitanzeige
Wählen der Beleuchtungsfarbe
Dieses Gerät ist mit einer mehrfarbigen Be­leuchtung ausgestattet. Sie können ge­wünschte Farben für die Tasten und das Display dieses Geräts auswählen. Die ge­wünschten Farben können zudem angepasst werden.
Auswählen der Tastenfarbe aus der Beleuchtungsfarbliste
Sie können gewünschte Farben für die Tasten dieses Geräts auswählen.
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption zu wechseln, und drücken Sie ILLUMI, um die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um Key anzuzeigen. Drücken Sie den Regler, um Ihre Auswahl zu bestätigen.
4 Drehen Sie M.C., um die Beleuchtungs­farbe zu wählen.
Sie können eine Option aus der folgenden Liste wählen:
! 27 voreingestellte Farben (WHITE bis
ROSE)
! SCAN (Durchlaufen aller Farben) ! Drei Farbbereiche (WARM, AMBIENT,
CALM)
! CUSTOM (benutzerdefinierte Beleuch-
tungsfarbe)
Hinweise
! Bei der Auswahl von SCAN durchläuft das Sy-
stem automatisch alle 27 voreingestellten Be­leuchtungsfarben.
! Bei der Auswahl von WARM durchläuft das
System automatisch die warmen Farbtöne.
! Bei der Auswahl von AMBIENT durchläuft
das System automatisch die Ambiancefarbtö­ne.
! Bei der Auswahl von CALM durchläuft das Sy-
stem automatisch die ruhigen Farbtöne.
! Bei Auswahl von CUSTOM wird die gespei-
cherte benutzerdefinierte Farbe verwendet.
Auswählen der Displayfarbe aus der Beleuchtungsfarbliste
Sie können gewünschte Farben für das Di­splay dieses Geräts auswählen.
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption zu wechseln, und drücken Sie ILLUMI, um die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um zu Display zu wechseln, und drücken Sie zur Auswahl auf den Regler.
4 Drehen Sie M.C., um die Beleuchtungs­farbe zu wählen.
Sie können eine Option aus der folgenden Liste wählen:
! 27 voreingestellte Farben (WHITE bis
ROSE)
! SCAN (Durchlaufen aller Farben) ! Drei Farbbereiche (WARM, AMBIENT,
CALM)
! CUSTOM (benutzerdefinierte Beleuch-
tungsfarbe)
Hinweis
Für Details zu den Farben in der Liste siehe Aus­wählen der Tastenfarbe aus der Beleuchtungsfarbli­ste auf Seite 44.
44
De
Loading...