Hartelijk dank voor uw keuze voor dit Pioneer-product.
Lees deze handleiding voordat u het product in gebruik neemt zodat u het goed leert gebruiken. Lees vooral de gedeelten die met WAARSCHUWING en LET OP gemarkeerd zijn aandachtig. Bewaar deze handleiding na het lezen op een veilige, voor de hand liggende plaats
zodat u hem indien nodig altijd kunt raadplegen.
Vóór u begint
Gebruikersinformatie voor het verzamelen en
verwijderen van oude producten en
batterijen 3
Informatie over dit toestel 3
Bij problemen 4
De microprocessor resetten 4
De DSP-instelling wijzigen 4
Overschakelen tussen de RCA-
ingangsstanden 5
Demostand 5
Informatie over deze handleiding 5
Bediening van het toestel
Hoofdtoestel 6
Afstandsbediening 6
Instellingenmenu 7
Basisbediening 8
Gebruik en onderhoud van de
afstandsbediening 9
Gemeenschappelijke bedieningsfuncties voor
functie-instellingen, audio-instellingen,
begininstellingen en lijsten 9
Tuner 10
Cd/cd-r/cd-rw-discs en externe
Bluetooth-profielen 51
Copyright en handelsmerken 51
Technische gegevens 53
Aanvullende informatie
Problemen verhelpen 43
Foutmeldingen 44
Aanwijzingen voor het gebruik 47
Compatibiliteit met gecomprimeerde audio
(disc, USB, SD) 48
Compatibiliteit met iPod 50
Volgorde van audiobestanden 50
2
Nl
Page 3
Vóór u begint
Hoofdstuk
01
Gebruikersinformatie vo or
het verzamelen en
verwijderen van oude
producten en batterijen
(Symbool voor toestellen)
(Symbolen voor batterijen)
De symbolen op producten, verpakkingen
en/of bijbehorende documenten geven
aan dat de gebruikte elektronische producten en batterijen niet met het gewone
huishoudelijk afval kunnen worden samengevoegd.
Er bestaat een speciaal wettelijk voorgeschreven verzamelsysteem voor de juiste
behandling, het opnieuw bruikbaar maken
en de recyclage van gebruikte producten
en batterijen.
Door een correcte verzamelhandeling zorgt u
ervoor dat het verwijderde product en/of batterij op de juiste wijze wordt behandeld, opnieuw
bruikbaar wordt gemaakt, wordt gerecycleerd
en het niet schadelijk is voor de gezondheid
en het milieu.
Voor verdere informatie betreffende de juiste
behandling, het opnieuw bruikbaar maken en
de recyclage van gebruikte producten en batterijen kunt u contact opnemen met de plaatselijke overheid of een verkooppunt.
Deze symbolen zijn enkel geldig in de landen van de Europese Unie.
Voor landen buiten de Europese Unie:
Indien u zich in een ander dan bovengenoemde landen bevindt kunt u contact opnemen met de plaatselijke overheid voor meer
informatie over de juiste verwijdering van het
product.
Informatie over dit toestel
De tuner van dit toestel kan worden afgestemd
op frequenties die gebruikt worden in West-Europa, Azië, het Midden-Oosten, Afrika en
Oceanië. In andere gebieden is de ontvangst
wellicht slecht. De RDS-functie (Radio Data
System) werkt alleen in gebieden waar FMzenders RDS-informatie uitzenden.
LET OP
Dit product is een laserproduct van klasse 1
zoals geregeld in IEC 60825-1:2007, Safety of
laser products (Veiligheid van laserproducten)
en bevat een lasermodule van klasse 1M. Om
veiligheidsredenen mag u de behuizing niet
verwijderen en niet proberen toegang te krijgen tot de binnenzijde van het toestel. Laat alle
onderhoudswerkzaamheden over aan gekwalificeerde technici.
KLASSE 1 LASERPRODUCT
VOORZICHTIG—ONZICHTBARE LASERSTRALING
KLASSE 1M. INDIEN OPEN NIET RECHTSTREEKS
BEKIJKEN MET OPTISCHE INSTRUMENTEN.
Vóór u begint
3
Nl
Page 4
Hoofdstuk
01
Vóór u begint
LET OP
! Zorg ervoor dat het toestel niet met vloeistof in
aanraking komt. Een elektrische schok kan
daarvan het gevolg zijn. Bovendien kan contact met vloeistoffen rookvorming, oververhitting en andere schade aan het toestel
veroorzaken.
! De Pioneer CarStereo-Pass wordt alleen in
Duitsland gebruikt.
! Zet het volume nooit zo hoog dat u geluiden
buiten het voertuig niet meer kunt horen.
! Zorg dat het toestel niet wordt blootgesteld
aan vocht.
! Als de accu wordt losgekoppeld of leeg raakt,
wordt het voorkeuzegeheugen gewist.
Opmerking
Instellingen worden ook uitgevoerd als u het
menu annuleert zonder te bevestigen.
Bij problemen
Als dit toestel niet naar behoren functioneert,
kunt u uw leverancier of het dichtstbijzijnde erkende Pioneer-servicecentrum raadplegen.
De microprocessor resetten
De microprocessor moet in de volgende gevallen worden gereset:
! Voordat u dit toestel na installatie ervan
voor de eerste keer gebruikt
! Als het toestel niet naar behoren werkt
! Als er vreemde of onjuiste berichten op het
scherm verschijnen
2 Druk met een pen of een ander puntig
voorwerp op RESET.
RESET-toets
De DSP-instelling wijzigen
Dit toestel heeft twee bedieningsstanden: de
stand driewegnetwerk (NW) en de standaardstand (STD). U kunt naar wens tussen deze
standen schakelen. De DSP-instelling is aanvankelijk ingesteld op de standaardstand
(STD).
! U moet de microprocessor resetten nadat u
een andere DSP-instelling heeft gekozen.
WAARSCHUWING
Gebruik het toestel niet in de standaardstand als
er een luidsprekersysteem voor de stand driewegnetwerk op het toestel is aangesloten. Hierdoor
kunnen de luidsprekers beschadigd raken.
1 Gebruik een dunne schroevendraaier
met een platte kop om de DSP-schakelaar
op de onderzijde van het toestel om te
schakelen.
1 Verwijder het voorpaneel.
Raadpleeg Het voorpaneel tegen diefstal ver wijderen op bladzijde 8 voor meer informatie.
4
Nl
2 Druk met een pen of een ander puntig
voorwerp op RESET.
Page 5
Vóór u begint
Hoofdstuk
01
Opmerking
De audio-instellingen blijven in het geheugen bewaard als het toestel van de accu wordt losgekoppeld of de microprocessor wordt gereset.
Raadpleeg het volgende gedeelte voor informatie
over het resetten van de audio-instellingen:
AUDIO reset (audio resetten) op bladzijde 38.
Overschakelen tussen de
RCA-ingangsstanden
Als u het toestel aansluit op een audiotoestel
met of zonder RCA-uitgang, kunt u het geluid
van het audiotoestel laten weergeven door de
luidsprekers die op dit toestel zijn aangesloten. Kies de juiste instelling afhankelijk van of
het aangesloten toestel wel of geen RCA-uitgang heeft.
! Raadpleeg de installatiehandleiding voor
meer informatie over de aansluiting.
% Gebruik een dunne schroevendraaier
met een platte kop om de schakelaar van
de RCA-ingang op de onderzijde van het
toestel om te schakelen.
! Let op: de accu kan leeglopen als de functie-
demo geactiveerd blijft terwijl de motor uit
staat.
De demo start automatisch als u het toestel
gedurende ongeveer 30 seconden niet bedient
of als u de contactschakelaar aanzet of in de
accessoirestand (ACC) zet wanneer het toestel
uitgeschakeld is. Houd
de demostand af te zetten. Houd
nieuw ingedrukt om deze weer aan te zetten.
U kunt de demostand ook uitschakelen in de
begininstellingen; selecteer Demonstration(demodisplay) en schakel de demostand uit.
Raadpleeg Begininstellingen op bladzijde 37
voor meer informatie.
/DISP ingedrukt om
/DISP op-
Informatie over deze
handleiding
! In het vervolg van deze handleiding wordt
met de term “extern opslagapparaat (USB,
SD)” in het algemeen verwezen naar USBgeheugen, draagbare USB-audiospelers en
SD-geheugenkaarten. Als alleen USB-geheugen en draagbare USB-audiospelers
worden bedoeld, wordt de term “USB-opslagapparaat” gebruikt.
! In deze handleiding verwijst “iPod” zowel
naar de iPod als de iPhone.
Vóór u begint
! L (Laag) - Bij invoer van de RCA-uitgang
van een aangesloten apparaat
! H (Hoog) - Bij invoer van de luidsprekeruit-
gang van een aangesloten apparaat
Demostand
Belangrijk
! Als de rode draad (ACC) van dit toestel niet
wordt aangesloten op een aansluiting die is
gekoppeld aan de aan/uit-stand van het contactslot, kan de accu uitgeput worden.
5
Nl
Page 6
9
68b a
7
def
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Hoofdtoestel
45
1
1
2LEVERaSRC/OFF
3
4
5Openendh (uitwerpen)
6
7
8EQ/DISP OFF
Gebruik een Pioneer USB -kabel als u een USBaudiospeler of USB -geheugen op het toestel aan-
3
2
c
OnderdeelOnderdeel
(telefoon/ophan-
gen)
/DISPb
(lijst)cLaadsleuf voor disc
AUX-ingang
(3,5 mm-stereoplug)
Ingang voor microfoon voor automatische TA- en EQmeting
Gebruik deze ingang om de microfoon voor de
automatische TAen EQ-meting aan
te sluiten.
/fRESET
LET OP
9BAND/
MULTI-CONTROL
(M.C.)
SD-geheugenkaartsleuf
De sleuf voor de
SD-geheugenkaart
e
wordt bereikbaar
als u het voorpaneel verwijdert.
(iPod)
sluit. Sluit ze niet rechtstreeks op dit toestel aan
omdat ze dan uitsteken en verwondingen of beschadigingen kunnen veroorzaken.
Gebruik geen producten van andere
fabrikanten.
Afstandsbediening
De afstandsbedieningsknoppen met hetzelfde
nummer als knoppen op het toestel werken op
dezelfde wijze ongeacht de naam van de knop.
g
9
a
k
Onderdeel
gVOLUME
hMUTE
ia/b/c/d
j
ke
m
Bediening
Druk op deze toetsen om het volume te verhogen of te verlagen.
Druk op deze toets om het geluid
uit te schakelen en weer in te
schakelen.
Druk op deze toetsen om handmatig af te stemmen, vooruit en
achteruit te spoelen, en om naar
fragmenten te zoeken.
U gebruikt deze knop ook om
functies te bedienen.
Druk op deze toets om een telefoongesprek te beëindigen of een
inkomend gesprek te weigeren als
u de telefoon gebruikt.
Druk op deze toets om het afspelen te onderbreken (pauze) of te
hervatten.
h
i
jl
3
6
Nl
Page 7
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Onderdeel
l
LIST/
m
ENTER
Bediening
Druk op deze toets om een telefoongesprek te beginnen als de
telefoon als signaalbron is gekozen.
Druk op deze toets om de disctitel, fragmenttitel, map of bestandenlijst weer te geven, afhankelijk
van de gekozen signaalbron.
Als een menu is geopend, gebruikt u deze toets om de functies
te bedienen.
Instellingenmenu
Als u het contact aanzet na de installatie, verschijnt het instellingenmenu op het display.
U kunt de onderstaande menu-opties instellen.
1 Zet het contact aan na de installatie
van dit toestel.
SET UP verschijnt.
2 Draai aan M.C. en selecteer YES.
# Als u niet binnen 30 seconden een bediening
uitvoert, wordt het instellingenmenu niet weergegeven.
# Als u de instelling later wilt maken, selecteert
u met M.C. nu NO.
Als u NO selecteert, kunt u geen instellingen
maken in het instellingenmenu.
3 Druk op M.C. om uw keuze te bevestigen.
4 Voer de volgende procedures uit om
het menu in te stellen.
Om verder te gaan naar de volgende menuoptie, moet u uw selectie bevestigen.
Language select (taalinstelling)
1 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste taal.
English (Engels)—Français (Frans)—Italiano
(Italiaans)—Español (Spaans)—Deutsch
(Duits)—Nederlands—РУССКИЙ (Russisch)
2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Calendar (datum)
1 Draai aan M.C. om het jaar te wijzigen.
2 Druk op M.C. om de dag te selecteren.
3 Draai aan M.C. om de dag te wi jzigen.
4 Druk op M.C. om de maand te selecteren.
5 Draai aan M.C. om de maand te wijzigen.
6 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Clock (klok)
1 Draai aan M.C. om het uur in te stellen.
2 Druk op M.C. om de minuut te selecteren.
3 Draai aan M.C. om de minuut in te stellen.
4 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
FM step (FM-afstemstap)
1 Draai aan M.C. om de FM-afstemstap te selecte-
ren.
50kHz (50 kHz)—100kHz (100 kHz)
2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Contrast (contrastinstelling display)
1 Draai aan M.C. om het contrastniveau in te stel-
len.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen de
waarden 0 en 15. De waarde wordt op het display
getoond.
2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Demonstration (demodisplay)
1 Draai aan M.C. om het demodisplay uit te schake-
len.
2 Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
Quit verschijnt.
5 Draai M.C. en selecteer YES om de instelling te voltooien.
# Als u nog iets wilt wijzigen, draait u M.C. naar
NO.
Bediening van het toestel
6 Druk op M.C. om uw keuze te bevestigen.
Nl
7
Page 8
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Opmerkingen
! Omdat de demonstratiemodus is bedoeld voor
gebruik in winkels, moet u deze niet gebruiken
terwijl u rijdt.
! U kunt de menu-opties instellen in de beginin-
stellingen. Raadpleeg Begininstellingen op
bladzijde 37 voor meer informatie over de instellingen.
! U kunt het instellingenmenu annuleren door
op SRC/OFF te drukken.
Basisbediening
Belangrijk
! Wees voorzichtig bij het verwijderen en terug-
plaatsen van het voorpaneel.
! Stel het voorpaneel niet bloot aan schokken.
! Stel het voorpaneel niet bloot aan direct zon-
licht en hoge temperaturen.
! Maak eerst alle kabels en apparaten (indien
aanwezig) van het voorpaneel los voordat u
het verwijdert om beschadiging aan het toestel en het voertuiginterieur te voorkomen.
Het voorpaneel tegen diefstal verwijderen
Het voorpaneel kan worden verwijderd om diefstal te
ontmoedigen.
1 Druk op de toets Openen om het voorpaneel te
openen.
2 Pak de linkerkant van het voorpaneel vast en trek
het voorzichtig naar buiten.
Pak het voorpaneel niet te stevig vast, laat het niet
vallen en bescherm het tegen water en andere
vloeistoffen om permanente schade te voorkomen.
3 Bewaar het losgemaakte voorpaneel in een be-
schermend omhulsel zoals een stevig doosje.
Het voorpaneel terugzetten
1 Plaats het voorpaneel terug door het rechtop
tegen het apparaat te houden en het voorzichtig
in de bevestigingshaken te klemmen.
Het toestel uitschakelen
1 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel uit gaat.
Het volume afstellen
1 Draai aan M.C. om het volume te regelen.
LET OP
Voor uw veiligheid en die van anderen moet u het
voertuig eerst parkeren als u het voorpaneel wilt
verwijderen.
Opmerkingen
! Als de blauw-witte draad van dit toestel is aan-
gesloten op de bedieningsaansluiting van de
automatische antenne van het voertuig,
schuift de antenne uit wanneer er een signaalbron van dit toestel wordt ingeschakeld. Als
de signaalbron wordt uitgeschakeld, wordt de
antenne weer ingeschoven.
! Als er twee USB-opslagapparaten op het toe-
stel zijn aangesloten en u tussen de apparaten
wilt schakelen, stopt u om te beginnen de
communicatie met het USB-opslagapparaat.
! Als USB1 (USB-opslagapparaat 1)/iPod1 (de
iPod die is aangesloten op USB-ingang 1) en
USB2 (USB-opslagapparaat 2)/iPod2 (de iPod
die is aangesloten op USB-ingang 2) tegelijkertijd zijn aangesloten, gebruikt u een
Pioneer USB-kabel (CD-U50E) naast de bestaande Pioneer USB-kabel.
Het toestel inschakelen
1 Druk op SRC/OFF om het toestel in te schakelen.
8
Nl
Page 9
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Gebruik en onderhoud van
de afstandsbediening
Gebruik van de afstandsbediening
1 Wijs met de afstandsbediening in de richting van
het voorpaneel.
Als u de afstandsbediening voor de eerste keer
gebruikt, moet u eerst de plastic beschermfolie
uit de schuif trekken.
De batterij vervangen
1 Verwijder de schuif op de achterzijde van de af-
standsbediening.
2 Plaats de batterij met de pluspool (+) en de min-
pool (–) in de juiste richting.
WAARSCHUWING
! Houd de batterij buiten bereik van kinderen.
Roep onmiddellijk de hulp van een arts in als
de batterij per ongeluk wordt ingeslikt.
! Batterijen (zowel in de verpakking als in het
apparaat geplaatst) mogen niet worden blootgesteld aan hittebronnen zoals zonlicht, vuur
en dergelijke.
LET OP
! Gebruik één CR2025 (3 V) lithiumbatterij.
! Verwijder de batterij als de afstandsbediening
een maand of langer niet wordt gebruikt.
! Als de batterij onjuist wordt vervangen, be-
staat er kans op explosie. Vervang de batterij
alleen door een identieke of gelijkwaardige
batterij.
! Raak de batterij niet aan met metalen gereed-
schap.
! Bewaar de batterij niet bij metalen voorwer-
pen.
! Als de batterij lekt, moet u de afstandsbedie-
ning grondig schoonvegen en een nieuwe batterij plaatsen.
! Gooi gebruikte batterijen altijd weg overeen-
komstig de wettelijke bepalingen en milieuregels die in uw land of regio van kracht zijn.
Belangrijk
! Bewaar de afstandsbediening niet op plaatsen
met hoge temperaturen of in direct zonlicht.
! De afstandsbediening kan minder goed wer-
ken in direct zonlicht.
! Laat de afstandsbediening niet op de grond
vallen, omdat deze dan onder het rem- of gaspedaal terecht kan komen.
Gemeenschappelijke
bedieningsfuncties voor
functie-instellingen, audioinstellingen,
begininstellingen en lijsten
Terugkeren naar het vorige display
Terugkeren naar de vorige lijst of categorie (de map
of categorie die een niveau hoger ligt)
1 Druk op
Het demodisplay in- of uitschakelen
1 Houd
Terugkeren naar het gewone display
Het menu met begininstellingen annuleren
1 Druk op BAND/
Terugkeren naar het gewone display van de lijst of categorie
1 Druk op BAND/
Een functie of lijst selecteren
1 Draai aan M.C. of LEVER.
! In deze handleiding wordt “Draai aan M.C.” ge-
bruikt om een handeling aan te geven met betrekking tot het selecteren van een functie of een lijst.
/DISP.
/DISP ingedrukt.
.
.
Bediening van het toestel
9
Nl
Page 10
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Tuner
Basisbediening
ba
)
5
ce8 9
5
de
346127
34127
Zonder RDS, of MW/LW
1 TA G -indicator
2 Tagoverzetindicator
3 Frequentiebandindicator
4 5-indicator (stereo)
5 LOC-indicator
Licht op als automatisch afstemmen op lokale
zenders is ingeschakeld.
Licht op wanneer het gekozen nieuwsprogramma wordt ontvangen.
b TP-indicator (
Licht op als er is afgestemd op een zender die
verkeersinformatie uitzendt (TP-zender).
c Programmaservicenaam
d Frequentie-indicator
e Spanningsindicator
Geeft de accuspanning aan.
! De waarde die de indicator aangeeft kan
afwijken van de werkelijke spanning.
)
RDS
Een frequentieband selecteren
1 Druk op BAND/
band (FM-1, FM-2, FM-3 voor FM of MW/LW)op
het display verschijnt.
Handmatig afstemmen (stap voor stap)
1 Draai aan LEVER.
Automatisch afstemmen
1 Draai aan LEVER terwijl u de knop ingedrukt
houdt.
! Als u aan LEVER draait en de knop tegelijker-
tijd ingedrukt houdt, kunt u zenders overslaan. Het automatisch afstemmen begint
zodra u LEVER loslaat.
totdat de gewenste frequentie-
PI-zoeken
De functie zorgt ervoor dat het toestel automatisch naar een andere zender met hetzelfde
soort programma’s zoekt wanneer de ontvangst verslechtert of een zender niet beschikbaar is. Tijdens het zoeken wordt PI seek
weergegeven en wordt het geluid uitgeschakeld.
Automatisch PI-zoeken voor
voorkeuzezenders
Als deze functie is ingeschakeld, probeert het
toestel door PI-zoeken automatisch een vervangende zender te vinden wanneer een voorkeuzezender niet kan worden ontvangen.
! Automatisch PI-zoeken is standaard uitge-
schakeld. Raadpleeg Auto PI (automatischPI-zoeken) op bladzijde 37.
Zenders voor de verschillende
frequentiebanden opslaan en
oproepen
1 Druk op(lijst).
Het scherm met voorkeuzezenders wordt weergegeven.
10
Nl
Page 11
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
2 Gebruik M.C. om de geselecteerde frequentie in het geheugen op te slaan.
Draai aan de knop om een ander voorkeuzenummer te selecteren. Houd de knop ingedrukt om de frequentie op te slaan.
3 Gebruik M.C. om de gewenste zender
te selecteren.
Draai aan de knop om een andere zender te
kiezen. Druk op de knop om deze te selecteren.
# Opgeslagen FM-zenders kunnen vanaf elke
FM-band worden opgeroepen.
# Met de knoppen
handmatig langslopen.
# Druk op BAND/
male display terug te keren.
enkunt u de zenders
of(lijst) om naar het nor-
Weergave van RDS-informatie
wijzigen
RDS-uitzendingen (Radio Data System) bevatten digitale informatie die gebruikt kan worden
om het zoeken naar radiozenders te vergemakkelijken.
% Druk op
PTY-informatie en de frequentie of programmaservicenaam—songtitel en naam artiest
# De PTY-informatie en de frequentie worden
acht seconden op het display getoond.
PTY-lijst
News&Inf
News (nieuws), Affairs (actualiteiten), Info (informa-
tie), Sport (sport), Weather (weer), Finance (financieel nieuws)
Popular
Pop Mus (populaire muziek), Rock Mus (rockmuziek),
Easy Mus (lichte muziek), Oth Mus (andere muziek),
Jazz (jazz), Country (countrymuziek), Nat Mus (natio-
nale muziek), Oldies (Gouwe Ouwe), Folk mus (folkmuziek)
Classics
L. Class (lichte klassieke muziek), Classic (klassieke
muziek)
/DISP.
Others
Educate (educatief), Drama (theater), Culture (cul-
tuur), Science (wetenschap), Varied (varia), Children
(kinderprogramma’s), Social (praatprogramma’s), Re-
ligion (religieus), Phone In (inbelprogramma’s),
Touring (reizen), Leisure (ontspanning), Document
(documentaires)
iTunes-tags gebruiken
Deze functie kan bediend worden met de volgende modellen iPod.
— iPod touch 4e generatie
— iPod touch 3e generatie
— iPod touch 2e generatie
— iPod touch 1e generatie
— iPod classic 160 GB
— iPod classic 120 GB
— iPod classic
— iPod nano 6e generatie
— iPod nano 5e generatie
— iPod nano 4e generatie
— iPod nano 3e generatie
— iPhone 4
— iPhone 3GS
— iPhone 3G
— iPhone
Tag-informatie kan echter ook in het geheugen
worden opgeslagen wanneer u een ander model
iPod gebruikt.
De songinformatie (tag) kan vanaf de zender
worden opgeslagen op uw iPod. De songs verschijnen dan in iTunes in de speellijst genaamd “Getagde speellijst” als u uw iPod de
volgende keer synchroniseert. U kunt daarna
eventueel direct de gewenste songs kopen in
de iTunes Store.
! Het kan zijn dat de getagde songs afwijken
van de songs die beschikbaar zijn in de
iTunes Store. Controleer daarom of u de
goede songs hebt, voordat u ze aanschaft.
Bediening van het toestel
11
Nl
Page 12
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
De tag-informatie op dit toestel opslaan
1 Stem af op de zender.
2 Houd M.C. ingedrukt als TA G in het display wordt
weergegeven terwijl de gewenste song wordt afgespeeld.
! Gedurende het opslaan van de tag-gegevens
knippert TAG .
De getagde informatie op uw iPod opslaan
1 Sluit de iPod op de USB-kabel aan via een iPod
dock connector.
2 Om tag-informatie van dit toestel naar de iPod
over te zetten, selecteert u in de functie-instellingen Tags transfer. Raadpleeg het gedeelte
Tags transfer (Tags overzetten) op bladzijde 19.
! Als u tijdens het overzetten van tags een andere
signaalbron kiest, wordt het overzetten gestopt.
Als u het overzetten wilt annuleren, selecteert u
in de functie-instellingen Tags transfer en probeert u het opnieuw.
Radiotekst
Radiotekst weergeven
U kunt het huidige radiotekstbericht en de drie meest
recente berichten op het display laten weergeven.
1 Houd
2 Draai LEVER naar links of naar rechts om de drie
3 Druk op
Radiotekst opslaan en oproepen
U kunt gegevens van maximaal zes radiotekstuitzendingen opslaan onder de toetsen RT Memo 1 t/m RTMemo 6.
1 Geef op het display het radiotekstbericht weer dat
2 Druk op
3 Gebruik LEVER om het geselecteerde radiotekst-
4 Selecteer de gewenste radiotekst met LEVER.
(lijst) ingedrukt om de radiotekst op het
display weer te geven.
! U kunt de weergave van radiotekst uitschake-
len door op
drukken.
! Wanneer er geen radiotekst wordt ontvangen,
verschijnt NO TEXT op het display.
meest recente radiotekstberichten op te roepen.
u in het geheugen wilt opslaan.
Het scherm met voorkeuzezenders wordt weergegeven.
bericht in het geheugen op te slaan.
Draai aan de knop om een ander voorkeuzenummer te selecteren. Houd M.C. ingedrukt om de
frequentie op te slaan.
Draai aan de knop om een ander radiotekstbericht te kiezen. Druk op M.C. om de selectie te bevestigen.
! Druk op BAND/
keren naar het normale display.
/DISP, SRC/OFF of BAND/ te
ofom te bladeren.
(lijst).
of(lijst) om terug te
12
! De tuner slaat automatisch de drie laatst
ontvangen radiotekstberichten op. Hierbij
wordt telkens het oudste bericht door het
nieuwste vervangen.
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
FUNCTION en druk erop.
Nl
Page 13
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie
te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u
deze als volgt in.
! Als de MW/LW-band is geselecteerd, zijn al-
leen BSM, Local en Tuning Mode beschikbaar.
BSM (geheugen voor de sterkste zenders)
Met de functie BSM (Best Stations Memor y) kunt u
automatisch de zes sterkste zenders in het geheugen
opslaan. Deze worden opgeslagen in volgorde van
signaalsterkte.
1 Druk op M.C. om de functie BSM in te schakelen.
Druk nogmaals op M.C. om deze te annuleren.
Regional (regionaal)
Als Alternative FREQ is ingeschakeld, beperkt de regionale functie het zoeken tot regionale programma’s.
1 Druk op M.C. om de regionale functie in of uit te
schakelen.
Local (automatisch afstemmen op lokale zenders)
Als deze functie is ingeschakeld, stemt het toestel alleen af op zenders waarvan het signaal voldoende
sterk is voor een goede ontvangst.
1 Druk op M.C. om de functie Lokaal afstemmen in
te schakelen.
! Druk nogmaals op M.C. om deze te annule-
ren.
2 Draai LEVER naar links of naar rechts en selecteer
de gewenste instelling.
FM: Level 1—Level 2—Level 3—Level 4
MW/LW: Level 1—Level 2
Als u het hoogste niveau selecteert, wordt alleen
afgestemd op de sterkste zenders. Bij lagere niveaus wordt ook afgestemd op zwakkere zenders.
PTY search (programmatypeselectie)
Met behulp van PTY-informatie (programmatype-informatie) kunt u op een bepaald soort zender afstemmen.
1 Draai LEVER naar links of naar rechts en selecteer
de gewenste instelling.
News&Inf—Popular—Classics—Others
2 Druk op M.C. om het zoeken te beginnen.
Het toestel zoekt naar een zender die het geselecteerde programmatype uitzendt. Als er een zender
is gevonden, wordt de programmaservicenaam
weergegeven.
De PTY-lijst met ID-codes en programmatypen
vindt u in het volgende gedeelte: PTY-lijst op bladzijde 11.
Druk opnieuw op M.C. om het zoeken te annuleren.
Het programma van een zender kan afwijken van
de informatie die door de PTY-code wordt aangegeven.
Als er geen zender gevonden wordt die het gewenste soort programma uitzendt, wordt op het
display ongeveer twee seconden lang Not found
getoond en keert de tuner terug naar de oorspronkelijke zender.
Traffic Announce (stand-by voor verkeersberichten)
1 Druk op M.C. om de functie Stand-by voor ver-
keersberichten in en uit te schakelen.
Alternative FREQ (alternatieve frequenties zoeken)
Als deze functie is ingeschakeld, zoekt de tuner automatisch naar een andere zender in hetzelfde netwerk
wanneer de ontvangst niet goed is.
1 Druk op M.C. om het zoeken naar alternatieve fre-
quenties in of uit te schakelen.
News interrupt (onderbreking door nieuwsberichten)
1 Druk op M.C. om de nieuwsfunctie in of uit te
schakelen.
Tuning Mode (LEVER-afsteminstelling)
U kunt een functie toewijzen aan de LEVER op het
toestel.
Selecteer Manual (handmatige afstemming) om
handmatig af te stemmen of selecteer Preset (voorkeuzezender) om te schakelen tussen de voorkeuzezenders.
1 Druk op M.C. om Manual of Preset te selecteren.
Bediening van het toestel
13
Nl
Page 14
75684
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Cd/cd-r/cd-rw-discs en externe
opslagapparaten (USB, SD)
Basisbediening
1
1 Indicator bitsnelheid/bemonsteringsfrequen-
tie
Toont tijdens het afspelen van gecomprimeerde audio de bitsnelheid of bemonsteringsfrequentie van het huidige fragment
(bestand).
! Als u AAC -bestanden afspeelt die zijn
opgenomen met variabele bitsnelheid
(VBR), wordt de gemiddelde bitsnelheid
weergegeven. Afhankelijk van de software waarmee de AAC -bestanden zijn
gecodeerd, kan ook alleen VBR worden
weergegeven.
2 Mapnummerindicator
Toont tijdens het afspelen van gecomprimeerde audio het mapnummer dat momenteel wordt afgespeeld.
Een cd/cd-r/cd-rw afspelen
1 Plaats een disc met het etiket omhoog in de laad-
sleuf.
32
Een cd/cd-r/cd-rw uitwerpen
1 Druk op h (uitwerpen).
Songs op een USB-opslagapparaat afspelen
1 Gebruik een Pioneer USB-kabel om het USB-op-
slagapparaat op het toestel aan te sluiten.
! Sluit het USB-opslagapparaat met de USB-kabel
aan.
Stoppen met afspelen van songs op een USB -opslagapparaat
! U kunt een USB-opslagapparaat op elk gewenst
moment verwijderen.
Songs op een SD-geheugenkaart afspelen
1 Verwijder het voorpaneel.
Raadpleeg Het voorpaneel tegen diefstal ver wijde-ren op bladzijde 8 voor meer informatie.
2 Plaats een SD-geheugenkaart in de daarvoor be-
stemde sleuf.
Plaats de kaart met de contactpunten naar beneden en druk de kaart voorzichtig aan tot deze op
zijn plaats vastklikt.
3 Plaats het voorpaneel terug.
4 Druk op SRC/OFF en kies SD als signaalbron.
Het afspelen begint.
Stoppen met het afspelen van bestanden op een SDgeheugenkaart
1 Verwijder het voorpaneel.
Raadpleeg Het voorpaneel tegen diefstal ver wijde-ren op bladzijde 8 voor meer informatie.
2 Druk de SD-geheugenkaart voorzichtig enigszins
naar binnen tot deze losklikt.
De SD-geheugenkaart wordt uit het toestel geworpen.
3 Verwijder de SD-geheugenkaart uit het toestel.
4 Plaats het voorpaneel terug.
Een map selecteren
1 Druk op
Een fragment selecteren
1 Draai aan LEVER.
Vooruit of achteruit spoelen
1 Houd LEVER ingedrukt en draai deze naar rechts
of naar links.
Terugkeren naar de hoofdmap
1 Houd BAND/
of .
ingedrukt.
14
Nl
Page 15
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Schakelen tussen gecomprimeerde audio en cd-da
1 Druk op BAND/
Schakelen tussen afspeelbare geheugenapparaten
Als een USB-opslagapparaat meerdere USB Mass
Storage-compatibele afspeelbare geheugenapparaten bevat, kunt u tussen deze apparaten schakelen.
1 Druk op BAND/
! U kunt schakelen tussen maximaal 32 verschil-
lende geheugenapparaten.
.
.
Opmerkingen
! Als u gecomprimeerde audio afspeelt, hoort u
geen geluid bij vooruit- en achteruitspoelen.
! Ontkoppel USB-opslagapparaten van dit toe-
stel wanneer u ze niet gebruikt.
! Als er twee USB-opslagapparaten op dit toe-
stel zijn aangesloten, is het apparaat dat op
de invoer van de geselecteerde bron is aangesloten het apparaat dat momenteel wordt bediend.
! Schakel de communicatie met het USB-op-
slagapparaat uit voordat u overschakelt naar
een ander apparaat.
Tekstinformatie weergeven
De gewenste informatie selecteren
1 Druk op
/DISP.
Opmerkingen
! Afhankelijk van het mediabestandstype en de
versie van iTunes waarmee de MP3-bestanden
op de disc zijn opgenomen, kan het voorkomen dat incompatibele tekst bij een audiobestand niet goed wordt weergegeven.
! Welke tekstinformatie gebruikt kan worden,
hangt af van de informatiedrager.
Bestanden en fragmenten in de
lijst selecteren en afspelen
Als er externe opslagapparaten (USB, SD) op
dit toestel zijn aangesloten, is deze functie alleen beschikbaar als Music browse op OFF is
ingesteld. Zie Music browse (muziek zoeken)
op bladzijde 38.
1 Druk op
(lijst) om over te schakelen
naar de lijst met bestands- of fragmentnamen.
2 Gebruik M.C. om de gewenste bestandsnaam (of mapnaam) te selecteren.
De map- of bestandsnaam wijzigen
1 Draai aan M.C.
U kunt ook aan LEVER draaien.
Afspelen
1 Selecteer een bestand of fragment en druk op M.
C.
Een lijst van de bestanden (mappen) in de geselecteerde map weergeven
1 Selecteer een map en druk op M.C.
Een song in de geselecteerde map afspelen
1 Selecteer een map en houd M.C. ingedrukt.
Naar een song bladeren
! Deze functie is alleen beschikbaar als er
een bestand op een extern opslagapparaat
(USB, SD) of een song op een iPod wordt
afgespeeld.
! Als er externe opslagapparaten (USB, SD)
op dit toestel zijn aangesloten, is deze functie alleen beschikbaar als Music browse
op USB memory1, USB memory2 of SD
card is ingesteld. Zie Music browse (muziek zoeken) op bladzijde 38.
1 Druk op
nu met zoeklijsten te gaan.
2 Selecteer een categorie of song met
M.C.
De naam van een song of categorie wijzigen
1 Draai aan M.C.
Artists (artiesten)—Albums (albums)—Songs
(songs)—Genres (genres)
U kunt ook aan LEVER draaien.
Afspelen
1 Selecteer een song en druk op M.C.
De lijst met songs in de geselecteerde categorie
weergeven
1 Selecteer een categorie en druk op M.C.
(lijst) om naar het hoofdme-
Bediening van het toestel
15
Nl
Page 16
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Een song in de geselecteerde categorie afspelen
1 Selecteer een categorie en houd M.C. ingedrukt.
Alfabetisch in een lijst zoeken
1 Geef de lijst voor de geselecteerde categorie weer
en druk op
2 Draai aan M.C. om een letter te selecteren.
3 Druk op M.C. om de alfabetische lijst weer te
geven.
om alfabetisch te zoeken.
Opmerkingen
! Het toestel moet een index maken om de zoe-
kopdrachten Artists, Albums, Songs en
Genres te kunnen uitvoeren. Het indexeren
van 1 000 songs duurt meestal ongeveer 70 seconden; we raden aan om maximaal 3 000
songs te indexeren. Bij sommige bestanden
kan het indexeren langer duren.
! Bij het weergeven van lijsten kan er enige ver-
traging optreden, afhankelijk van het aantal
bestanden op het USB-opslagapparaat.
! Het toestel reageert tijdens het maken van
een index of lijst wellicht niet op de toetsbediening.
! Lijsten worden elke keer opnieuw gemaakt als
u het toestel inschakelt.
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
FUNCTION en druk erop.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie
te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u
deze als volgt in.
Play mode (herhaalde weergave)
1 Druk op M.C. om een herhaalbereik te selecteren.
Cd/cd-r/cd-rw-discs
! Disc repeat – Alle fragmenten herhalen
! Track repeat – Het huidige fragment herha-
len
! Folder repeat – De huidige map herhalen
Extern opslagapparaat (USB, SD)
! All repeat – Alle bestanden herhalen
! Track repeat – Het huidige bestand herhalen
! Folder repeat – De huidige map herhalen
Random mode (willekeurige weergave)
1 Druk op M.C. om willekeurige weergave aan of uit
te zetten.
Link play (gekoppelde weergave)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai aan M.C. om een andere modus te kiezen;
druk op de knop om een modus te selecteren.
! Artist – Een album van de huidige artiest afspe-
len.
! Album – Een song van het huidige album afspe-
len.
! Genre – Een album van het huidige genre afspe-
len.
De geselecteerde song of het geselecteerde album
wordt na de huidige song afgespeeld.
! Deze functie is alleen beschikbaar voor externe
opslagapparaten (USB, SD).
Pause (pauze)
1 Druk op M.C. om het afspelen te onderbreken
(pauze) of te hervatten.
Sound Retriever (sound retriever)
Deze verbetert automatisch de weergave van gecomprimeerde audio en zorgt voor een vol geluid.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
OFF (uit)—1—2
1 heeft effect bij lagere compressie en 2 heeft ef-
casts)—Genres (genres)—Composers
(componisten)—Audiobooks (audioboeken)
U kunt ook aan LEVER draaien.
Afspelen
1 Selecteer een song en druk op M.C.
De lijst met songs in de geselecteerde categorie
weergeven
1 Selecteer een categorie en druk op M.C.
Een song in de geselecteerde categorie afspelen
1 Selecteer een categorie en houd M.C. ingedrukt.
Alfabetisch in een lijst zoeken
1 Geef de lijst voor de geselecteerde categorie weer
en druk op
2 Draai aan M.C. om een letter te selecteren.
3 Druk op M.C. om de alfabetische lijst weer te
geven.
Opmerkingen
! U kunt speellijsten afspelen die zijn gemaakt
met de pc-toepassing MusicSphere. Deze toepassing is beschikbaar op onze website.
! Speellijsten die zijn gemaakt met de pc-toe-
passing MusicSphere worden verkort weergegeven.
om alfabetisch te zoeken.
Bediening van het toestel
17
Nl
Page 18
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Songs afspelen die verwant zijn
met de huidige song
De volgende lijsten voor songs zijn beschikbaar.
• Lijst met albums van de huidige artiest
• Lijst met songs op het huidige album
• Lijst met albums van het huidige genre
1 Houd M.C. ingedrukt om naar de gekoppelde weergavemodus over te schakelen.
2 Draai aan M.C. om een andere modus
te kiezen; druk op de knop om een modus
te selecteren.
! Artist – Een album van de huidige artiest
afspelen.
! Album – Een song van het huidige album
afspelen.
! Genre – Een album van het huidige genre
afspelen.
De geselecteerde song of het geselecteerde
album wordt na de huidige song afgespeeld.
Opmerkingen
! De geselecteerde song of het geselecteerde
album kan worden geannuleerd als u een andere functie dan gekoppeld zoeken gebruikt
(bijvoorbeeld vooruit of achteruit spoelen).
! Afhankelijk van de geselecteerde song is het
mogelijk dat het einde van de huidige song en
het begin van de geselecteerde song (album)
worden afgekapt.
De iPod-functie van dit toestel
via de iPod bedienen
Als APP is geselecteerd, kunt u de muziek op
de iPod via de luidsprekers in het voertuig beluisteren.
Deze functie kan niet worden gebruikt met de
volgende modellen iPod.
— iPod met video
— iPod nano 1e generatie
De modus APP kan worden gebruikt met de
volgende iPod-modellen.
! iPod touch 4e generatie (softwareversie 4.1
of hoger)
! iPod touch 3e generatie (softwareversie 3.0
of hoger)
! iPod touch 2e generatie (softwareversie 3.0
of hoger)
! iPod touch 1e generatie (softwareversie 3.0
of hoger)
! iPhone 4 (softwareversie 4.1 of hoger)
! iPhone 3GS (softwareversie 3.0 of hoger)
! iPhone 3G (softwareversie 3.0 of hoger)
! iPhone (softwareversie 3.0 of hoger)
1 Druk op BAND/ om de bedieningsmodus te
wijzigen.
! iPod – De iPod-functie van dit toestel
kan via de aangesloten iPod worden bediend.
! APP – De muziek van de iPod afspelen.
! AUDIO – De iPod-functie van dit toestel
kan via dit toestel worden bediend.
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
FUNCTION en druk erop.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie
te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u
deze als volgt in.
Play mode (herhaalde weergave)
1 Druk op M.C. om een herhaalbereik te selecteren.
! Repeat One – De huidige song herhalen
! Repeat All – Alle songs in de geselecteerde
lijst herhalen
Shuffle mode (shuffle)
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
! Shuffle Songs – De songs in de geselec-
teerde lijst in willekeurige volgorde afspelen.
! Shuffle Albums – De songs van een willekeu-
rig album op volgorde afspelen.
! Shuffle OFF – Het afspelen in willekeurige
volgorde annuleren.
18
Nl
Page 19
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Shuffle all (shuffle all)
1 Druk op M.C. om de functie Shuffle all in te scha-
kelen.
Als u de functie wilt uitschakelen, zet u Shuffle
mode in het menu FUNCTION uit.
Link play (gekoppelde weergave)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai aan M.C. om een andere modus te kiezen;
druk op de knop om een modus te selecteren.
Raadpleeg Songs afspelen die verwant zijn met dehuidige song op de vorige bladzijde voor meer informatie over de instellingen.
Pause (pauze)
1 Druk op M.C. om het afspelen te onderbreken
(pauze) of te hervatten.
Tags transfer (Tags overzetten)
De tag-informatie van de tuner overzetten.
1 Druk op M.C. om de tag-informatie op te slaan.
Zie iTunes-tags gebruiken op bladzijde 11.
Audiobooks (audioboeksnelheid)
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
! Faster – Weergave is sneller dan normaal
! Normal – Weergave met normale snelheid
! Slower – Weergave is trager dan normaal
Sound Retriever (sound retriever)
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
OFF (uit)—1—2
1 heeft effect bij lagere compressie en 2 heeft ef-
fect bij hogere compressie.
Opmerkingen
! Als u de bedieningsmodus overschakelt op
iPod, wordt het afspelen van songs onderbroken. Bedien de iPod om de weergave te hervatten.
! Ook als de bedieningsmodus is ingesteld op
iPod/APP kunnen de volgende functies vanaf
dit toestel worden bediend.
— Pauze
— Vooruit en achteruit spoelen
— Naar volgende of vorige fragment gaan
! In de bedieningsmodus iPod/APP zijn alleen
Pause, Tags transfer en Sound Retriever be-
schikbaar.
! De bladerfunctie kan niet vanaf dit toestel wor-
den gebruikt.
Audio-instellingen
Bedieningsstanden
Dit toestel heeft twee bedieningsstanden: de
stand driewegnetwerk (NW) en de standaardstand (STD). U kunt naar wens tussen deze
standen schakelen. De DSP-instelling is aanvankelijk ingesteld op de standaardstand
(STD). (Raadpleeg De DSP-instelling wijzigen
op bladzijde 4.)
! De stand driewegnetwerk (NW) creëert een
driewegsysteem met meerdere versterkers
en meerdere luidsprekers. In deze stand
zijn er afzonderlijke luidsprekers voor de
hoge, midden- en lage frequenties, die worden aangestuurd door afzonderlijke versterkers. De stand driewegnetwerk biedt
instellingsmogelijkheden voor het audio netwerk en tijduitlijning - twee functies die
essentieel zijn voor een systeem met meerdere versterkers en luidsprekers. Dankzij
deze mogelijkheden kunt u nauwkeurige instellingen maken voor elk frequentiebereik.
! De standaardstand (STD) creëert een sys-
teem met vier luidsprekers (voorin en achterin) of zes luidsprekers (voorin, achterin
en subwoofers).
Belangrijk
De audio-instellingen blijven in het geheugen bewaard als het toestel van de accu wordt losgekoppeld of de microprocessor wordt gereset.
Raadpleeg het volgende gedeelte voor informatie
over het resetten van de audio-instellingen:
AUDIO reset (audio resetten) op bladzijde 38.
Bediening van het toestel
19
Nl
Page 20
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Aanduidingen voor de bedieningsstand
In deze handleiding worden de volgende aanduidingen gebruikt om de toepasselijke bedieningsstand aan te geven.
: Geeft een functie of handeling aan die
(alleen) in de driewegnetwerkstand beschikbaar is.
: Geeft een functie of handeling aan die
(alleen) in de standaardstand beschikbaar is.
! Functies en handelingen zonder aandui-
ding kunnen zowel in de driewegnetwerkals de standaardstand gebruikt worden.
Driewegnetwerkstand
Audio eenvoudig aanpassen
Door achtereenvolgens de volgende instellingen of aanpassingen uit te voeren, kunt u eenvoudig een rijk, genuanceerd geluidsbeeld
creëren.
1 Po sitieke uze-i nstelli ng (POSI)
2 Automatische TA en EQ-meting (automatische
tijduitlijning en instelling van de equalizer)
3 De balansinstelling (BAL)
4 Equalizercur ven selecteren
Audio fijn afstemmen
Door achtereenvolgens de volgende instellingen of aanpassingen uit te voeren, kunt u eenvoudig een rijk, genuanceerd geluidsbeeld
creëren.
1 De tijduitlijning aanpassen (TA 1, TA 2 )
2 Het audionetwerk aanpassen (NW 1, NW 2,
NW 3, NW 4)
3 Equalizercur ven aanpassen (EQ 1)
4 De 16-bands grafische equalizer aanpassen
(EQ 2)
eur van uw auto. Deze eigenschappen zijn verschillend voor elk type auto.
1 Po sitieke uze-i nstelli ng (POSI)
2 Automatische TA en EQ-meting (automatische
tijduitlijning en instelling van de equalizer)
3 De fader/balansinstelling gebruiken (F/B)
4 Equalizercur ven selecteren
Audio fijn afstemmen
Door achtereenvolgens de volgende instellingen of aanpassingen uit te voeren, kunt u eenvoudig een rijk, genuanceerd geluidsbeeld
creëren.
1 Tijduitlijning (TA 1, TA2 )
2 De subwooferuitgang (SW 1)
3 De subwooferinstellingen aanpassen (SW 2)
4 De afval (demping) van het low pass filter aan-
passen (SW 3)
5 Het high pass filter voor de luidsprekers voorin
instellen (F.HPF 1, F.HPF 2)
6 Het high pass filter voor de luidsprekers achter-
in instellen (R.HPF 1, R.HPF 2)
7 Equalizercur ven aanpassen (EQ 1)
8 De 16-bands grafische equalizer aanpassen
(EQ 2)
Extra functies
Met behulp van deze functies kunt u het geluid nog verder aan uw systeem of persoonlijke voorkeuren aanpassen.
! De loudness aanpassen (LOUD)
! Het bronniveau aanpassen (SLA)
! Automatische volumeaanpassing (ASL)
Standaardstand
Audio eenvoudig aanpassen
Met behulp van de volgende functies kunt u
uw audiosysteem eenvoudig aanpassen aan
de akoestische eigenschappen van het interi-
20
Nl
Page 21
1
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Audio-instellingen
1 Audio-display
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
AUDIO en druk erop.
3 Draai aan M.C. en selecteer de audiofunctie.
Nadat u de audiofunctie geselecteerd hebt,
stelt u deze als volgt in.
Driewegnetwerkstand
BAL (balansafstelling)—NW 1 (netwerkafstelling 1)—NW 2 (netwerkafstelling 2)—NW 3
(netwerkafstelling 3)—NW 4 (netwerkafstelling 4)—POSI (positiekeuze)—TA1 (instelling
tijduitlijning)—TA2 (aanpassing tijduitlijning)
—LOUD (loudness)—EQ 1 (grafische equali-
zer)—EQ 2 (grafische equalizer met 16 banden)—A.EQ (auto-equalizer aan/uit)—ASL
(automatische volumeaanpassing)—SLA
(bronniveauregeling)
Standaardstand
sing tijduitlijning)—LOUD (loudness)—EQ 1
(grafische equalizer)—EQ 2 (grafische equalizer met 16 banden)—SW 1 (subwoofer aan/
uit)—SW 2 (drempelfrequentie subwoofer)—SW 3 (afval subwoofer)—F.HPF 1 (afval voorste
high pass filter)—F.HPF 2 (drempelfrequentie
voorste high pass filter)—R.HPF 1 (afval achterste high pass filter)—R.HPF 2 (drempelfrequentie achterste high pass filter)—A.EQ
(auto-equalizer aan/uit)—ASL (automatische
volumeaanpassing)—SLA (bronniveauregeling)
4 Druk op M.C. om de instellingenmodus
weer te geven.
# U kunt de audiofuncties ook in omgekeerde
volgorde doorlopen door M.C. naar links te draaien.
# Wanneer FM als signaalbron wordt gebruikt,
kunt u niet overschakelen naar SLA.
# Als u OFF in TA1 selecteert, kunt u TA2 niet
gebruiken.
# U kunt SW 2 en SW 3 alleen selecteren als de
subwooferuitgang is ingeschakeld bij SW 1.
# Druk op BAND/
display van de signaalbron.
Opmerkingen
! Als u niet binnen ongeveer 30 seconden een
functiehandeling uitvoert, wordt er automatisch teruggekeerd naar het bij de signaalbron
behorende display.
2), NW 3 (netwerkafstelling 3) en NW 4 (netwerkafstelling 4) worden niet automatisch geannuleerd.
om terug te keren naar het
Het linker- en rechterkanaal
aanpassen
U kunt de volgende audiofuncties aanpassen
voor het linker- of rechterkanaal afzonderlijk of
beide kanalen tegelijk.
Driewegnetwerkstand
! Het audionetwerk aanpassen (NW 1, NW 2,
NW 3)
! De 16-bands grafische equalizer aanpassen
(EQ 2)
Standaardstand
! De subwooferinstellingen aanpassen (SW 2)
! De afval (demping) van het low pass filter
aanpassen (SW 3)
! Het high pass filter voor de luidsprekers
voorin instellen (F.HPF 1, F.HPF 2)
! Het high pass filter voor de luidsprekers ach-
terin instellen (R.HPF 1, R.HPF 2)
Bediening van het toestel
21
Nl
Page 22
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
! De 16-bands grafische equalizer aanpassen
(EQ 2)
1 Selecteer de gewenste audiofunctie
met M.C.
2 Houd M.C. ingedrukt om over te schakelen tussen de standen links/rechts gezamenlijk en links/rechts afzonderlijk.
L/R (links/rechts gezamenlijk)—Left (links)—
Right (rechts)
3 Pas de functies naar wens aan.
Positiekeuze-instelling
Het geluid dat u hoort klinkt natuurlijker als
het stereobeeld juist gericht is en u zich precies in het centrum van het geluidsveld bevindt. Met behulp van de functie positiekeuze
kunt u automatisch het uitgangsniveau van de
luidsprekers aanpassen. Daarbij wordt een audiovertraging ingesteld die is afgestemd op
het aantal passagiers en hun positie in het
voertuig.
1 Selecteer met M.C. in het audiofunctiemenu POSI.
Raadpleeg Audio-instellingen op de vorige
bladzijde.
2 Draai LEVER en selecteer een luisterpositie.
OFF (uit)—Front Left (linkervoorstoel)—
Front Right (rechtervoorstoel)—Front (voor-
stoelen)—All (alle plaatsen
)
De balansinstelling
U kunt de balansinstelling aanpassen voor
een optimale geluidsweergave op alle plaatsen
in het voertuig.
! Deze functie is alleen beschikbaar in de
driewegnetwerkstand
1 Gebruik M.C. om BAL te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op de vorige
bladzijde.
.
2 Draai aan LEVER om de balans tussen
de linker- en rechterluidsprekers in te stellen.
U kunt de balans tussen de linker- en rechterluidsprekers van links naar rechts aanpassen
van de waarde Left 25 tot Right 25. De waarde wordt op het display getoond.
De fader/balansinstelling
gebruiken
U kunt de fader-/balansinstelling aanpassen
voor een optimale geluidsweergave op alle
plaatsen in het voertuig.
! Deze functie is alleen beschikbaar in de
standaardstand
1 Gebruik M.C. om F/B te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op de vorige
bladzijde.
2 Draai aan LEVER om de balans tussen
de luidsprekers voorin en achterin in te
stellen.
U kunt de balans tussen de luidsprekers van
voor naar achter aanpassen van de waarde
Front 25 tot Rear 25. De waarde wordt op het
display getoond.
# F/R 00 is de aanbevolen instelling wanneer u
slechts twee luidsprekers gebruikt.
3 Druk op M.C. om de balans tussen de
linker- en rechterluidsprekers weer te
geven.
4 Draai aan LEVER om de balans tussen
de linker- en rechterluidsprekers in te stellen.
U kunt de balans tussen de linker- en rechterluidsprekers van links naar rechts aanpassen
van de waarde Left 25 tot Right 25. De waarde wordt op het display getoond.
.
Tijduitlijning
Tijduitlijning is een aanpassing van de geluidsweergave aan de afstand tussen de luidsprekers en de luisterpositie.
22
Nl
Page 23
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
1 Selecteer met M.C. in het audiofunctiemenu TA1.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Draai aan LEVER en selecteer de tijduitlijning.
Initial (begin)—Custom (aangepast)—
Auto TA (automatische tijduitlijning)—OFF
(uit)
! Initial is de standaardinstelling voor tijduit-
lijning.
! Custom is een aangepaste instelling die u
zelf kunt maken.
! Auto TA is de instelling die door de auto-
matische TA en EQ-meting wordt gemaakt.
(Raadpleeg Automatische TA en EQ-meting
(automatische tijduitlijning en instelling van
de equalizer) op bladzijde 30.)
# U kunt Auto TA niet selecteren als er nog
geen automatische TA en EQ-meting is uitgevoerd. In dat geval wordt Please set Auto TA
weergegeven.
De tijduitlijning aanpassen
Tijduitlijning is een aanpassing van de geluidsweergave aan de afstand tussen de luidsprekers en de geselecteerde luisterpositie.
! Een tijduitlijning-instelling die u zelf maakt,
wordt opgeslagen in Custom.
1 Gebruik M.C. om TA 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Druk op M.C. om een maateenheid te
selecteren.
(cm) (centimeter)—(inch) (inch)
# Als u OFF in TA1 selecteert, kunt u TA2 niet
gebruiken.
5 Draai aan M.C. en selecteer de luidspreker die u wilt aanpassen.
Driewegnetwerkstand
High L (hoge frequenties links)—High R
(hoge frequenties rechts)—Mid L (middenfrequenties links)—Mid R (middenfrequenties
rechts)—Low L (lage frequenties links)—Low R (lage frequenties rechts)
Standaardstand
Front L (voor links)—Front R (voor rechts)—
Rear R (achter rechts)—Rear L (achter links)
—SubW. L (subwoofer links)—SubW. R (sub-
woofer rechts)
# U kunt SubW. L en SubW. R niet selecteren
als de subwoofer-uitgang is uitgeschakeld.
6 Draai aan LEVER en pas de afstand aan
tussen de geselecteerde luidspreker en de
luisterpositie.
Als u de maateenheid centimeters ((cm)) hebt
geselecteerd, kunt u de geluidsweergave aanpassen voor een afstand van 400.0cm tot
0.0cm. De waarde wordt op het display getoond.
Als u de maateenheid inches ((inch)) hebt geselecteerd, kunt u de geluidsweergave aanpassen voor een afstand van 160inch tot 0inch.
De waarde wordt op het display getoond.
# U kunt de geluidsweergave op dezelfde manier aanpassen voor de andere luidsprekers.
7 Druk op BAND/ om de tijduitlijningsfunctie te verlaten.
Bediening van het toestel
3 Druk op
/DISP om het menu weer te
geven.
4 Gebruik M.C. om TA2 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
# Als u in de positiekeuzestand (POSI) niet
Front Left (voorstoel links) of Front Right (voor-
Met de audionetwerkfunctie kunt u het audiosignaal in verschillende frequentiebanden opdelen en elke band via afzonderlijke
luidsprekers weergeven.
Nl
23
Page 24
d
g
S
)
eau
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Vervolgens kunt u de geluidsweergave optimaal aanpassen aan elke afzonderlijke luidspreker, door haarfijne aanpassingen te
maken aan de weergegeven frequentieband
(met een low pass filter of high pass filter), het
niveau, de fase en andere parameters.
Instelbare parameters
Met de audionetwerkfunctie kunt u de parameters aanpassen die hieronder worden besproken. Voer de aanpassingen uit in functie
van de weergegeven frequentieband en de
akoestische eigenschappen van elke aangesloten luidspreker.
Niveau
(dB)
Weergegeven frequentieban
Doorlaatinstellin
Niv
Afsnijfrequentie
van HPF
teilheid
db/oct.
Frequentie
(Hz)
Afsnijfrequentie
van LPF
Weergegeven frequentieband
Door de drempelfrequentie van het high pass
filter (HPF, hoogdoorlaatfilter) en low pass filter (LPF, laagdoorlaatfilter) aan te passen, kunt
u de weergegeven frequentieband voor iedere
luidspreker instellen.
! Het high pass filter geeft frequenties onder
een bepaalde waarde niet weer: deze lagere
frequenties worden uitgefilterd. Hogere frequenties worden wel doorgelaten.
! Het low pass filter geeft frequenties boven
een bepaalde waarde niet weer: deze hogere frequenties worden uitgefilterd. Lagere
frequenties worden wel doorgelaten.
Niveau
U kunt het niveauverschil tussen de verschillende luidsprekers corrigeren.
Afval
Door de zogenaamde ‘afval’ (de mate van
demping van uitgefilterde frequenties, die grafisch als een meer of minder steil afvallende
lijn wordt voorgesteld) van de high pass en
low pass filters in te stellen, kunt u de continuïteit van het klankbeeld regelen tussen de
verschillende luidsprekers.
! De afval is een maat voor het aantal decibel
(dB) waarmee het signaal wordt gedempt
als de frequentie een octaaf hoger (of
lager) is. De eenheid hiervoor is dB/octaaf.
Hoe steiler de afval is, hoe meer het signaal
wordt gedempt.
Fase
U kunt de fase (normaal, tegengesteld) voor
het ingangssignaal van elke luidspreker afzonderlijk instellen. Als u geen continu klankbeeld
hoort tussen verschillende luidsprekers, kunt
u proberen de fase te wijzigen. Dit kan een
beter resultaat geven.
Opmerking over aanpassingen aan
het audionetwerk
Aanpassing van de drempelfrequentie
! Als de luidspreker voor lage tonen in de
hoedenplank is geplaatst en een hoge
drempelfrequentie is ingesteld voor
Low LPF, worden de lage tonen gescheiden waardoor het lijkt of deze van achteren
komen. We raden u aan de drempelfrequentie voor Low LPF in te stellen op 100
Hz of lager.
! Het maximale ingangsvermogen van luid-
sprekers voor middentonen en hoge tonen
is meestal lager dan van luidsprekers voor
lage tonen. Wees er daarom op bedacht
dat sterke bastonen de luidspreker kunnen
beschadigen als u de drempelfrequentie
voor Mid HPF of HighHPF lager instelt dan
nodig is.
24
Nl
Page 25
ase
g
t
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Niveauregeling
De basisfrequenties van veel muziekinstrumenten bevinden zich in het middenbereik.
Pas daarom eerst de middentonen aan en
daarna de hoge en lage tonen.
Regeling van de afval
! Als u een lage absolute waarde instelt voor
de afval (voor een niet te steile demping),
kan interferentie optreden tussen naast elkaar geplaatste luidsprekers, met een verminderde frequentierespons als gevolg.
! Een hoge absolute waarde voor de afval
(voor een steile demping) kan de klankcontinuïteit tussen de luidsprekers negatief beïnvloeden en doen lijken of het geluid uit
verschillende bronnen komt.
! Als u de afval instelt op 0 dB/octaaf, wor-
den er geen signalen uitgefilterd en heeft
het filter geen effect (het signaal passeert).
Faseaanpassing
Als de kantelwaarde voor filters aan beide zijden wordt ingesteld op –12 dB/octaaf, wordt
de fase 180 graden omgekeerd bij de drempelfrequentie van het filter. In dat geval wordt de
geluidscontinuïteit verbeterd als de fase wordt
omgekeerd.
Normale f
Omgekeerde fase
1 Gebruik M.C. om NW 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Draai aan LEVER en selecteer de luidspreker (filter) die u wilt aanpassen.
Low LPF (LPF voor luidspreker voor lage
tonen)—Mid HPF (HPF voor luidspreker voor
middentonen)—Mid LPF (LPF voor luidspreker
voor middentonen)—HighHPF (HPF voor luidspreker voor hoge tonen)
3 Druk op M.C. om de geselecteerde luidspreker (filter) te dempen.
MUTE knippert op het display.
# Druk opnieuw op M.C. om het dempen te an-
nuleren.
Het audionetwerk aanpassen
1 Gebruik M.C. om NW 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Draai aan LEVER en selecteer de luidspreker (filter) die u wilt aanpassen.
Low LPF (LPF voor luidspreker voor lage
tonen)—Mid HPF (HPF voor luidspreker voor
middentonen)—Mid LPF (LPF voor luidspreker
voor middentonen)—HighHPF (HPF voor luidspreker voor hoge tonen)
3 Druk op
geven.
/DISP om het menu weer te
Bediening van het toestel
Scheidin
spun
Luidsprekers (filters) dempen
U kunt elke luidspreker (elk filter) dempen. Als
u een luidspreker (filter) dempt, hoort u geen
geluid uit die luidspreker.
! Als u de geselecteerde luidspreker (filter)
dempt, gaat MUTE knipperen en kunt u
geen aanpassingen maken.
! Als een luidspreker (filter) gedempt is, kunt
u de parameters voor andere luidsprekers
(filters) wel aanpassen.
4 Selecteer met M.C. de menuoptie NW 2.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
5 Draai aan M.C. om de drempelfrequentie (kantelfrequentie) van de geselecteerde
luidspreker (filter) te selecteren.
Low LPF: 25—31.5—40—50—63—80—100
—125—160—200—250 (Hz)
Mid HPF: 25—31.5—40—50—63—80—100
—125—160—200—250 (Hz)
Mid LPF: 1,25k—1,6k—2k—2,5k—3,15k—
4k—5k—6,3k—8k—10k—12,5k (Hz)
HighHPF: 1,25k—1,6k—2k—2,5k—3,15k—
4k—5k—6,3k—8k—10k—12,5k (Hz)
Nl
25
Page 26
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
6 Draai aan LEVER om het niveau van de
geselecteerde luidspreker (filter) in te stellen.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen
de waarden ±0 dB en –24 dB. De waarde
wordt op het display getoond.
Als u Low LPF heeft geselecteerd, kunt u het
niveau verhogen of verlagen tussen de waarden +6 dB en –24 dB. De waarde wordt op het
display getoond.
7 Druk op
geven.
8 Selecteer met M.C. de menuoptie NW 3.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
9 Draai aan LEVER om de afval van de geselecteerde luidspreker (filter) in te stellen.
Low LPF: –36— –30— –24— –18— –12 (dB/
10 Druk op M.C. om de fase van de geselecteerde luidsprekereenheid (filter) te selecteren.
NOR (normaal)—REV (omgekeerd)
# U kunt de parameters voor de andere luidsprekers (filters) op dezelfde manier aanpassen.
11 Druk op/DISP om het menu weer te
geven.
12 Selecteer met M.C. de menuoptie NW 4.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
13 Druk op M.C. en selecteer stereo of
mono.
Stereo (stereo)—MONO (mono)
# U kunt deze procedure alleen uitvoeren als
Low LPF is geselecteerd.
14 Druk op BAND/ om de aanpassing
van het audionetwerk te verlaten.
/DISP om het menu weer te
De subwooferuitgang
Dit toestel is voorzien van een subwoofer-uitgang. U kunt deze uitgang in- of uitschakelen.
Als er een subwoofer is aangesloten op dit toestel, moet u het uitgangssignaal voor de subwoofer inschakelen.
De fase van het uitgangssignaal van de subwoofer kan normaal of tegengesteld zijn.
! Deze functie is alleen beschikbaar in de
standaardstand
1 Selecteer met M.C. de menuoptie SW 1.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Druk op M.C. om de subwooferuitgang
in te schakelen.
ON verschijnt op het display. De subwooferuit-
gang is nu ingeschakeld.
# Als u de subwooferuitgang wilt uitzetten,
drukt u nogmaals op M.C.
3 Draai aan LEVER en selecteer stereo of
mono.
Stereo (stereo)—MONO (mono)
De subwoofer instellingen aanpassen
Als de subwooferuitgang is ingeschakeld,
kunt u de drempelfrequentie en het uitgangsniveau instellen.
1 Selecteer met M.C. de menuoptie SW 2.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
# Als de subwooferuitgang is ingeschakeld,
kunt u SW 2 selecteren.
2 Draai aan M.C. en selecteer de drempelfrequentie.
50—63—80—100—125 (Hz)
De subwoofer geeft alleen frequenties beneden de geselecteerde waarde weer.
3 Draai aan LEVER om het uitgangsniveau van de subwoofer in te stellen.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen
de waarden +6 en -24. De waarde wordt op
het display getoond.
.
26
Nl
Page 27
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
De afval (demping) van het low pass
filter aanpassen
Als het uitgangssignaal van de subwoofer is
ingeschakeld, kunt u de continuïteit van het
klankbeeld tussen de luidsprekers aanpassen.
1 Gebruik M.C. om SW 3 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
# Als de subwoofer-uitgang is ingeschakeld,
kunt u SW 3 selecteren.
2 Druk op M.C. en selecteer de fase voor
de subwooferuitgang.
NOR (normaal)—REV (omgekeerd)
3 Draai aan LEVER en selecteer de afval.
–18— –12— –6 (dB/oct.)
Opmerking
Als de afval van de subwoofer en het high pass filter -12dB is en als ze dezelfde drempelfrequentie
hebben, wordt de fase bij de drempelfrequentie
180 graden tegengesteld. In dat geval zorgt het
omkeren van de fase voor een betere geluidscontinuïteit.
Het high pass filter
Als u niet wilt dat de luidsprekers voorin of
achterin lage tonen uit het frequentiebereik
van de subwoofer weergeven, kunt u het highpass filter (HPF) activeren. Alleen frequenties
boven het geselecteerde bereik worden dan
weergegeven via de luidsprekers voorin of achterin.
! Deze functie is alleen beschikbaar in de
standaardstand
Luidsprekers (filters) dempen
U kunt de luidsprekers (filters) voorin en achterin afzonderlijk dempen. Als u luidsprekers
(filters) dempt, hoort u geen geluid uit die luidsprekers.
! Zelfs als een luidspreker (filter) gedempt is,
kunt u deze nog aanpassen. Het dempen
wordt echter geannuleerd wanneer u het
niveau wijzigt.
.
1 Gebruik M.C. en selecteer F.HPF 1 of
R.HPF 1.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Druk op M.C. om de geselecteerde luidspreker (filter) te dempen.
MUTE wordt weergegeven.
# Druk opnieuw op M.C. om het dempen te an-
nuleren.
Het high pass filter voor de
luidsprekers voorin instellen
1 Gebruik M.C. om F.HPF 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Draai aan LEVER en selecteer de afval.
–12— –6—Pass (dB/oct.)
# Als u de afval instelt op Pass (0 dB/oct.), wor-
den er geen signalen gefilterd en heeft het filter
geen effect.
3 Druk op/DISP om het menu weer te
geven.
4 Selecteer met M.C. de menuoptie
F.HPF 2.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
5 Draai aan M.C. en selecteer de drempelfrequentie.
50—63—80—100—125—160—200 (Hz)
De luidsprekers voorin geven nu alleen frequenties boven de geselecteerde waarde weer.
6 Draai aan LEVER om het uitgangsniveau van de voorluidsprekers in te stellen.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen
de waarden 0 en –24. De waarde wordt op het
display getoond.
Het high pass filter voor de
luidsprekers achterin instellen
1 Gebruik M.C. om R.HPF 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Draai aan LEVER en selecteer de afval.
–12— –6—Pass (dB/oct.)
Bediening van het toestel
27
Nl
Page 28
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
# Als u de afval instelt op Pass (0 dB/oct.), wor-
den er geen signalen gefilterd en heeft het filter
geen effect.
3 Druk op/DISP om het menu weer te
geven.
4 Selecteer met M.C. de menuoptie
R.HPF 2.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
5 Draai aan M.C. en selecteer de drempelfrequentie.
50—63—80—100—125—160—200 (Hz)
De luidsprekers achterin geven nu alleen frequenties boven de geselecteerde waarde weer.
6 Draai aan LEVER om het uitgangsniveau van de achterluidsprekers in te stellen.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen
de waarden +6 en –24. De waarde wordt op
het display getoond.
De auto-equalizer
De auto-equalizer is de equalizercurve die
wordt gemaakt door de automatische TA en
EQ-meting (raadpleeg Automatische TA en EQ-
meting (automatische tijduitlijning en instelling
van de equalizer) op bladzijde 30).
U kunt de auto-equalizer in- of uitschakelen.
1 Selecteer met M.C. in het audiofunctiemenu A.EQ.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
# Als u nog geen automatische TA en EQ-meting hebt uitgevoerd, wordt Please set Auto EQ
weergegeven. Deze melding geeft aan dat u deze
functie (nog) niet kunt gebruiken.
Equalizercurven selecteren
Met de equalizer kunt u de geluidsweergave
nog beter aanpassen aan de akoestische eigenschappen van het voertuiginterieur.
Er zijn zeven vooringestelde equalizercurven
die u op elk moment kunt oproepen. In de onderstaande lijst worden de equalizercurven
weergegeven.
DisplayEqualizercurve
Super bass Superbas
PowerfulPower
NaturalNatuurlijk
VocalVocaal
FlatVlak
Custom1Aangepast 1
Custom2Aangepast 2
! Custom1 en Custom2 zijn aangepaste
equalizercurven die u zelf maakt. U kunt de
16-bands grafische equalizer gebruiken om
aanpassingen te maken.
! Als Flat is geselecteerd, wordt het geluid
niet aangevuld of gecorrigeerd. Door afwisselend te luisteren met Flat en een van de
andere equalizercurven kunt u het effect
van de verschillende curven beter beoordelen.
% Druk op EQ/DISP OFF om een equalizer
te selecteren.
Druk zo vaak als nodig op EQ/DISP OFF om
een van de volgende equalizerinstellingen te
selecteren:
2 Druk op M.C. om de auto-equalizer in
te schakelen.
Auto EQ ON verschijnt op het display.
# Druk opnieuw op M.C. om de auto-equalizer
uit te schakelen.
28
Nl
Equalizercurven aanpassen
Met uitzondering van Flat kunnen alle voorgeprogrammeerde equalizercurven nog worden
aangepast (nuancecontrole).
1 Gebruik M.C. om EQ 1 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
Page 29
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
2 Draai aan M.C. om een equalizer te selecteren.
3 Draai aan LEVER om de equalizercurve
aan te passen.
U kunt de equalizercurve aanpassen tussen
de waarden +6 en –6. De waarde wordt op het
display getoond.
# Het werkelijke instelbereik is afhankelijk van
de gekozen equalizercurve.
# De equalizercurve waarvan alle frequenties
zijn ingesteld op 0 kan niet worden aangepast.
De 16-bands grafische equalizer
aanpassen
Voor de equalizercurven Custom1 en
Custom2 kunt u het niveau van elke band aan-
passen.
! Voor elke signaalbron kunt u een afzonder-
lijke Custom1-curve maken. Als u aanpassingen maakt terwijl er een andere curve
dan Custom2 is geselecteerd, worden de
aangepaste instellingen opgeslagen in
Custom1.
! U kunt een algemene Custom2-curve in-
stellen voor alle signaalbronnen. Als u aanpassingen maakt terwijl de Custom2-curve
is geselecteerd, wordt de Custom2-curve
bijgewerkt.
1 Roep de equalizercurve op die u wilt
aanpassen.
Raadpleeg Equalizercurven selecteren op de
vorige bladzijde.
2 Gebruik M.C. om EQ 2 te selecteren.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
3 Draai aan M.C. om de equalizerband te
selecteren die u wilt aanpassen.
20—31,5—50—80—125—200—315—500—
800—1,25k—2k—3,15k—5k—8k—12,5k—
20k (Hz)
4 Draai aan LEVER om het niveau van de
equalizerband aan te passen.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen
de waarden +6 en –6. De waarde wordt op het
display getoond.
# Vervolgens kunt u een andere band kiezen en
daarvan het niveau aanpassen.
5 Druk op BAND/ om de aanpassing
van de 16-bands grafische equalizer te verlaten.
De loudness aanpassen
De loudness-functie compenseert een tekort
aan lage tonen en hoge tonen bij lage volumes.
1 Selecteer met M.C. in het audiofunctiemenu LOUD.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Druk op M.C. om de loudness-functie in
te schakelen.
# Als u de loudness-functie wilt uitzetten, drukt
u nogmaals op M.C.
Het bronniveau aanpassen
Met de functie SLA (Source Level Adjustment,
bronniveauregeling) kunt u het volumeniveau
van elke signaalbron afzonderlijk instellen.
Hierdoor kunt u plotselinge volumewisselingen voorkomen wanneer naar een andere signaalbron wordt overgeschakeld.
! De instellingen zijn gebaseerd op het FM-
volumeniveau, dat zelf niet gewijzigd kan
worden.
1 Vergelijk het volumeniveau van de signaalbron die u wilt aanpassen met het FMvolumeniveau.
2 Selecteer met M.C. in het audiofunctiemenu SLA.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
Bediening van het toestel
29
Nl
Page 30
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
3 Draai aan LEVER om het bronvolume te
regelen.
U kunt het volume van de signaalbron verhogen of verlagen tussen de waarden +4 en –4.
De waarde wordt op het display getoond.
Opmerkingen
! Het MW/LW-volumeniveau kan ook met de
deze functie worden aangepast.
! Het USB/SD-volumeniveau kan ook met deze
functie worden aangepast.
Automatische volumeaanpassing
Tijdens het rijden verandert het geluid in het
voertuig voortdurend afhankelijk van de rijsnelheid en de weggesteldheid. De functie automatische volumeaanpassing (ASL) reageert
op deze variërende omgevingsgeluiden en verhoogt automatisch het volume als het geluid
van buitenaf toeneemt. U kunt de gevoeligheid
van de ASL-functie (de volumewijziging ten opzichte van het achtergrondgeluidsniveau) op
vijf niveaus instellen.
1 Selecteer met M.C. de menuoptie ASL.
Raadpleeg Audio-instellingen op bladzijde 21.
2 Druk op M.C. om de ASL-functie in te
schakelen.
# Druk nogmaals op M.C. om de ASL-functie uit
te schakelen.
3 Draai aan LEVER om het gewenste
bronniveau te kiezen.
Low (laag)—Mid-L (midden-laag)—Mid (mid-
den)—Mid-H (midden-hoog)—High (hoog)
Tijdens een automatische instelling van de
equalizer meet het toestel de akoestische eigenschappen van het voertuiginterieur en
maakt het op basis daarvan een curve voor de
auto-equalizer.
WAARSCHUWING
Voer nooit een automatische TA- en EQ-meting
uit tijdens het rijden, dit om ongelukken te voorkomen. Tijdens de automatische TA- en EQ-meting kunnen de luidsprekers een luide meettoon
(een luid geluid) produceren.
LET OP
! De luidsprekers kunnen beschadigd raken als
u een automatische TA- en EQ-meting uitvoert
onder de onderstaande omstandigheden.
Controleer dit zorgvuldig voordat u een automatische TA- en EQ-meting uitvoert.
— Als de luidsprekers verkeerd zijn aangeslo-
ten. (Bijvoorbeeld als een luidspreker achterin als subwoofer-uitgang is
aangesloten.)
— Als een luidspreker is aangesloten op een
versterker met een hoger uitgangssignaal
dan het maximaal toegestane ingangsniveau van de luidspreker.
! Als de microfoon in een ongeschikte positie
wordt geplaatst, kan de meettoon erg luid worden en kan het meten lang duren, waardoor
de accu leeg kan raken. Zorg dat de microfoon
op de aangewezen locatie is geplaatst.
Automatische TA en EQ-meting
(automatische tijduitlijning en
instelling van de equalizer)
Door automatische tijduitlijning wordt automatisch een optimale tijduitlijning ingesteld
afhankelijk van de afstand tussen de luidsprekers en de luisterpositie.
30
Nl
Page 31
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Voordat u een automatische TA en
EQ-meting uitvoert
! Voer een automatische TA- en EQ-meting
op een zo rustig mogelijke plaats uit. Schakel de motor en de airconditioning uit. Onderbreek ook de voeding naar
autotelefoons en mobiele telefoons in het
voertuig of verwijder deze voordat u een automatische TA- en EQ-meting uitvoert. Andere geluiden dan de meettoon (zoals
omgevingslawaai, motorgeluid, rinkelende
telefoons, enz.) kunnen de meting van de
akoestiek in het voertuig verstoren.
! Voer een automatische TA- en EQ-meting
altijd uit met de meegeleverde microfoon.
Gebruik van een andere microfoon kan meting onmogelijk maken of een verkeerd resultaat geven.
! Als de luidsprekers voorin niet zijn aange-
sloten, kan geen automatische TA- en EQmeting worden uitgevoerd.
! Als de luidsprekers voorin zijn gedempt,
kan geen automatische TA en EQ-meting
worden uitgevoerd. (Raadpleeg bladzijde
27.)
! Als dit toestel is aangesloten op een ver-
sterker met niveauregeling voor de ingangssignalen, is een automatische TA- en
EQ-meting wellicht niet mogelijk als het ingangsniveau van de versterker te laag is ingesteld.
! Als dit toestel is aangesloten op een ver-
sterker met een low pass filter, dient u deze
uit te zetten voordat u een automatische
TA- en EQ-meting uitvoert. Ook moet de
drempelfrequentie voor een ingebouwde
low pass filter van een actieve subwoofer
worden ingesteld op de hoogste frequentie.
! De waarde voor tijduitlijning die tijdens de
automatische TA- en EQ-meting is berekend, kan in de onderstaande omstandigheden afwijken van de werkelijke afstand.
De computer heeft de afstand echter zo berekend dat de vertraging optimaal is voor
een zo goed mogelijk resultaat voor uw
voertuig. Blijf deze waarde dus gebruiken.
— Als er sterke geluidsweerkaatsingen zijn
in het voertuig en vertragingen optreden.
— Als lage tonen vertraagd worden door
invloed van de low pass filter op actieve
subwoofers of externe versterkers.
! Automatische TA en EQ-meting wijzigt de
audio-instellingen als volgt:
— De fader-/balansinstellingen worden te-
ruggezet naar de middelste stand.
(Raadpleeg De fader/balansinstelling ge-bruiken op bladzijde 22.)
— De curve van de grafische equalizer
wordt op Flat gezet. (Raadpleeg bladzijde 28.)
— Als er een subwoofer op het toestel is
aangesloten, wordt deze automatisch
aangepast aan het uitgangssignaal van
de subwoofer en de instelling van de
high pass filter voor de luidsprekers achterin.
! Als u een automatische TA- en EQ-meting
uitvoert terwijl er al een eerdere instelling
voor bestaat, wordt deze instelling vervangen.
! Controleer het bruikbare frequentiebereik
voordat u de tweeters aansluit. Als u de
drempelfrequentie gebruikt, moet u die
hoger instellen dan de laagst bruikbare frequentie van de tweeter.
! De automatische TA en EQ-meting wordt
uitgevoerd in het bereik boven 10 kHz. Als u
een tweeter gebruikt die dit bereik niet kan
weergeven, kan hij beschadigd worden. Let
erop dat bij uitvoering van een automatische TA en EQ-meting de drempelfrequentie correct is ingesteld. Gebruik voorts een
tweeter die ten minste 10 kHz en hoger kan
weergeven.
Bediening van het toestel
31
Nl
Page 32
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Een automatische TA en EQ-meting
uitvoeren
1 Parkeer het voertuig op een zo rustig
mogelijke plaats, sluit alle portieren,
ramen en het schuifdak, en zet de motor
uit.
# Het geluid van een draaiende motor kan de
automatische TA- en EQ-meting verstoren.
2 Plaats de meegeleverde microfoon in
het midden van de hoofdsteun van de bestuurdersstoel en richt hem naar voren.
# Het resultaat van de automatische TA- en EQmeting is afhankelijk van de positie van de microfoon. Indien gewenst kunt u de microfoon voor
automatische TA- en EQ-meting ook op de voorste
passagiersstoel plaatsen.
3 Zet de contactschakelaar aan of in de
accessoirestand (ACC).
# Schakel de airconditioning en verwarming uit
als deze zijn ingeschakeld. Het geluid van de ventilator van de airconditioning of de verwarming
kan de automatische TA- en EQ-meting verstoren.
# Druk op SRC/OFF om de signaalbron in te
schakelen als het toestel is uitgeschakeld.
4 Selecteer de positie van de zetel waarop de microfoon is geplaatst.
Raadpleeg Positiekeuze-instelling op bladzijde
22.
# Als u geen positie selecteert voordat u de meting start, wordt automatisch Front Left geselecteerd.
6 Houd EQ/DISP OFF ingedrukt om naar
de automatische TA en EQ-meetstand over
te schakelen.
Het voorpaneel wordt automatisch geopend.
7 Steek de plug van de microfoon in de
microfooningang op het toestel.
8 Druk op M.C. om de automatische TA
en EQ-meting te starten.
9 Verlaat het voertuig en sluit het portier
binnen tien seconden nadat het aftellen is
begonnen.
De luidsprekers geven een meettoon (geluid)
af en de automatische TA en EQ-meting begint.
# Als alle luidsprekers zijn aangesloten, neemt
een volledige, automatische TA en EQ-meting ongeveer zes minuten in beslag.
# Druk opnieuw op M.C. om de automatische
TA en EQ-meting te stoppen.
# Als u de automatische TA en EQ-meting halverwege wilt onderbreken, drukt u op BAND/
.
10 Als de automatische TA en EQ-meting is
voltooid, wordt Complete weergegeven.
Er verschijnt een foutmelding als de meting
niet correct kan worden uitgevoerd. (Raadpleeg Automatische TA en EQ-meting op bladzijde 46.)
11 Druk op BAND/
om de automatische
TA en EQ-meting te annuleren.
5 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel
uit gaat.
32
Nl
Page 33
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
12 Berg de microfoon zorgvuldig op in het
handschoenenkastje of op een andere veilige plaats.
Als de microfoon langere tijd wordt blootgesteld aan direct zonlicht, kunnen hoge temperaturen vervorming, verkleuring of storingen
veroorzaken.
Bluetooth-technologie
Bluetooth-telefoon
Belangrijk
! Omdat dit toestel stand-by staat om verbin-
ding te kunnen maken met een mobiele
Bluetooth-telefoon, kan de accu leegraken
wanneer de motor niet draait.
! De bediening kan verschillen naargelang het
type telefoon.
! Handelingen die uw aandacht vereisen, zoals
het kiezen van een nummer op het display,
het gebruik van het telefoonboek enz., zijn niet
toegestaan tijdens het rijden. Als u dergelijke
handelingen wilt uitvoeren, dient u het voertuig eerst veilig te parkeren.
Het toestel instellen voor handsfree
telefoneren
Voordat u de functie voor handsfree telefoneren kunt gebruiken, moet u een aantal instellingen op dit toestel opgeven.
1 Verbinding
Voer de nodige handelingen uit in het verbindingsmenu voor de Bluetooth-telefoon. Zie Hetverbindingsmenu op deze bladzijde.
2 Functie-instellingen
Voer de nodige handelingen uit in het functiemenu voor de Bluetooth-telefoon. Zie Het telefoonme-nu op bladzijde 36.
Basisbediening
Een telefoongesprek voeren
! Zie Het telefoonmenu op bladzijde 36.
Een inkomend gesprek beantwoorden
1 Druk op M.C. wanneer u gebeld wordt.
Een gesprek beëindigen
1 Druk op
Een inkomend gesprek weigeren
1 Druk op
Een gesprek in de wachtstand beantwoorden
1 Druk op M.C. wanneer u gebeld wordt.
Overschakelen tussen bellers die in de wachtstand
staan
1 Druk op M.C.
Een gesprek in de wachtstand afbreken
1 Druk op
Het luistervolume van de gesprekspartner afstellen
1 Draai tijdens het gesprek aan LEVER.
! Als de privé-modus is ingeschakeld, is deze func-
tie niet beschikbaar.
De privé-modus in- en uitschakelen
1 Druk tijdens het gesprek op BAND/
Het informatiedisplay weergeven
1 Druk tijdens het gesprek op
.
wanneer u gebeld wordt.
.
.
/DISP.
Opmerkingen
! Als de privé-modus is geselecteerd op de mo-
biele telefoon, is handsfree bellen wellicht niet
mogelijk.
! De geschatte gespreksduur verschijnt op het
display (deze kan enigszins afwijken van de
werkelijke gespreksduur).
Het verbindingsmenu
Belangrijk
! Voordat u deze handeling uitvoert, moet u het
voertuig veilig parkeren en op de handrem zetten.
! Aangesloten apparaten werken wellicht niet
naar behoren als er meerdere Bluetooth-apparaten tegelijkertijd op dit toestel zijn aangesloten (bijvoorbeeld een telefoon en een
audiospeler).
Bediening van het toestel
33
Nl
Page 34
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
1 Houdingedrukt om het verbindingsmenu weer te geven.
# U kunt deze handeling niet uitvoeren tijdens
een telefoongesprek.
2 Draai aan M.C. om de gewenste functie
te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u
deze als volgt in.
Device list (verbinding maken/verbreken met een toestel uit de lijst)
! Als er geen toestel is geselecteerd in de lijst, is
deze functie niet beschikbaar.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai aan M.C. om de naam te selecteren van het
apparaat waarmee u verbinding wilt maken of de
verbinding wilt verbreken.
! Houd M.C. ingedrukt om te schakelen tussen
het Bluetooth-apparaatadres en de apparaatnaam.
3 Druk op M.C. om verbinding met het geselec-
teerde apparaat te maken of de verbinding te verbreken.
Als de verbinding is gemaakt, wordt Connected
weergegeven.
Delete device (een toestel uit de lijst ver wijderen)
! Als er geen toestel is geselecteerd in de lijst, is
deze functie niet beschikbaar.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai aan M.C. om de naam te selecteren van het
apparaat dat u wilt verwijderen.
! Houd M.C. ingedrukt om te schakelen tussen
het Bluetooth-apparaatadres en de apparaatnaam.
3 Druk op M.C.; Delete YES wordt weergegeven.
4 Druk op M.C. om de gewenste apparaatgegevens
uit de lijst te verwijderen.
! Zet de motor van het voertuig niet uit wanneer
deze functie actief is.
Add device (verbinding maken met een nieuw apparaat)
1 Druk op M.C. om het zoeken te starten.
! Om het zoeken te annuleren, drukt u op M.C.
! Als dit toestel geen beschikbare mobiele tele-
foons vindt, wordt Not found weergegeven.
2 Draai aan M.C. om een apparaat uit de lijst met
apparaten te selecteren.
! Houd M.C. ingedrukt om te schakelen tussen
het Bluetooth-apparaatadres en de apparaatnaam.
3 Druk op M.C. om de verbinding met het geselec-
teerde toestel tot stand te brengen.
! Control eer om de verbinding te voltooien de
naam van het apparaat (Pioneer BT Unit).
Voer indien nodig de pincode op het toestel in.
! De standaardpincode is 0000. U kunt deze
code wijzigen.
! Op het display van dit toestel wordt een zescij-
ferig nummer weergegeven. Het nummer verdwijnt weer wanneer de verbinding is voltooid.
! Als u de verbinding niet tot stand kunt bren-
gen via dit toestel, maak dan via het apparaat
dat u wilt aansluiten verbinding met dit toestel.
! Als er al drie apparaten gepaird zijn, wordt
Device Full weergegeven en kunt u deze handeling niet uitvoeren. Verwijder in dat geval
eerst een van de gepairde apparaten.
Special device (een speciaal apparaat instellen)
Bluetooth-apparaten waarvoor extra handelingen zijn
vereist om een verbinding tot stand te brengen, worden speciale apparaten genoemd. Als het apparaat
dat u wilt aansluiten in de lijst met speciale apparaten
staat, selecteert u het.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
! Als er al drie apparaten gepaird zijn, wordt
Device Full weergegeven en kunt u deze handeling niet uitvoeren. Verwijder in dat geval
eerst een van de gepairde apparaten.
2 Draai aan M.C. om een speciaal apparaat weer te
geven. Druk op de knop om het apparaat te selecteren.
3 Draai aan M.C. om de naam van dit toestel, het
Bluetooth-adres en de PIN-code weer te geven.
4 Maak vanaf het apparaat verbinding met dit toe-
stel.
! Control eer, om de verbinding te voltooien, de
naam van het apparaat (Pioneer BT Unit)en
voer de PIN-code op het toestel in.
! De standaardpincode is 0000. U kunt deze
code wijzigen.
34
Nl
Page 35
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Auto connect (automatisch verbinding maken met
een Bluetooth-apparaat)
1 Druk op M.C. om automatisch verbinden in of uit
te schakelen.
Visibility (de Bluetooth-functionaliteit van dit toestel
zichtbaar maken)
U kunt de Bluetooth-functionaliteit van dit toestel
zichtbaar maken zodat het door andere apparaten
kan worden gezien.
1 Druk op M.C. om het toestel al dan niet zichtbaar
te maken.
! Wanneer u Special device selecteert, wordt
de Bluetooth-functionaliteit van dit toestel tijdelijk zichtbaar gemaakt.
Pin code input (pincode invoeren)
Als u een apparaat via Bluetooth met dit toestel wilt
verbinden, moet u een pincode op het apparaat invoeren om de verbinding te bevestigen. De standaardcode is 0000, maar u kunt de code via deze functie
wijzigen.
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai aan M.C. om een nummer te selecteren.
3 Druk op M.C. om de cursor naar de volgende po-
sitie te verplaatsen.
4 Nadat u de pincode hebt ingevoerd, houdt u M.C.
ingedrukt.
! Als u na het invoeren M.C. indrukt, keert u
terug naar het invoerscherm van de pincode
en kunt u deze wijzigen.
Device INFO (Bluetooth-apparaatadres)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus weer te
geven.
2 Draai M.C. naar links om naar Bluetooth-apparaa-
tadres te gaan.
Draai M.C. naar rechts om terug te keren naar de
naam van het apparaat.
Bluetooth-audio
Belangrijk
! Afhankelijk van de aangesloten Bluetooth-au-
diospeler is de functionaliteit tot een van de
volgende twee niveaus beperkt:
— A2DP-profiel (Advanced Audio Distribution
Profile): Hiermee kunt u de muziek op de
audiospeler alleen afspelen.
— AVRCP-profiel (Audio/Video Remote Con-
trol Profile): Hiermee kunt u de muziek afspelen, pauzeren, songs selecteren, enz.
! Omdat er talrijke Bluetooth-audiospelers in
omloop zijn, kunnen de beschikbare functies
sterk verschillen. Raadpleeg de handleiding
van de Bluetooth-audiospeler en deze handleiding voor de bediening van de audiospeler
met dit toestel.
! Informatie over songs (bijvoorbeeld de verstre-
ken weergavetijd, de songtitel, de songindex,
enz.) kan niet op dit toestel worden weergegeven.
! Wanneer u via de Bluetooth-audiospeler naar
muziek luistert, kunt u het gebruik van de mobiele telefoon het best zo veel mogelijk vermijden. Het signaal van een mobiele telefoon kan
de muziekweergave namelijk verstoren.
! Wanneer u opbelt met een mobiele Bluetooth-
telefoon die op dit toestel is aangesloten,
wordt het geluidsniveau van de aangesloten
Bluetooth-audiospeler gedempt.
! Als de Bluetooth-audiospeler in gebruik is,
kan niet automatisch verbinding worden gemaakt met een Bluetooth-telefoon.
! Als u naar muziek op de Bluetooth-audiospe-
ler luistert en naar een andere signaalbron
overschakelt, wordt het afspelen niet afgebroken.
Het toestel instellen voor Bluetoothaudio
Voordat u de functie Bluetooth-audio kunt gebruiken, moet dit toestel worden ingesteld
voor gebruik met een Bluetooth-audiospeler. U
dient daarvoor een Bluetooth-verbinding tussen dit toestel en de audiospeler tot stand te
brengen en de audiospeler met dit toestel te
pairen.
Bediening van het toestel
35
Nl
Page 36
2
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Basisbediening
1
1 Naam van het apparaat
Toont de apparaatnaam van de aangesloten
Bluetooth-audiospeler.
2 Spanningsindicator
Geeft de accuspanning aan.
! De waarde die de indicator aangeeft kan
afwijken van de werkelijke spanning.
Vooruit of achteruit spoelen
1 Houd LEVER ingedrukt en draai deze naar rechts
of naar links.
Een fragment selecteren
1 Draai aan LEVER.
Het afspelen starten
1 Druk op BAND/
Functie-instellingen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C., selecteer de menuoptie
FUNCTION en druk erop.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie
te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u
deze als volgt in.
Play (afspelen)
1 Druk op M.C. om het afspelen te starten.
Stop (stop)
1 Druk op M.C. om het afspelen te stoppen.
Pause (pauze)
1 Druk op M.C. om de pauzefunctie in te schakelen.
.
Het telefoonmenu
Belangrijk
Voordat u deze handeling uitvoert, moet u het
voertuig veilig parkeren en op de handrem zetten.
1 Druk opom het telefoonmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C. om de gewenste functie
te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u
deze als volgt in.
2 Draai aan M.C. en selecteer een naam of telefoon-
nummer.
3 Druk op M.C. om het nummer te bellen.
! Houd M.C. ingedrukt om meer informatie weer te
geven over de geselecteerde persoon.
PhoneBook (telefoonboek)
! Wanneer de telefoon wor dt aangesloten op dit
toestel, wordt het telefoonboek in de mobiele telefoon automatisch overgezet.
! Bij sommige mobiele telefoons kan het telefoon-
boek niet automatisch worden overgezet. In dat
geval moet u het telefoonboek zelf via de mobiele
telefoon overzetten. Houd er wel rekening mee
dat de toestelherkenning van dit toestel daar voor
ingeschakeld moet zijn. Zie Visibility (de
Bluetooth-functionaliteit van dit toestel zichtbaar
maken) op de vorige bladzijde.
1 Druk op M.C. om SEARCH (alfabetische lijst) weer
te geven.
2 Draai aan M.C. om de eerste letter te selecteren
van de naam die u zoekt.
! Houd M.C. ingedrukt en selecteer het ge-
wenste tekentype.
3 Druk op M.C. om de lijst met geregistreerde
namen weer te geven.
4 Draai aan M.C. en selecteer de gezochte naam.
5 Druk op M.C. om de lijst met telefoonnummers
weer te geven.
6 Selecteer het nummer dat u wilt bellen door aan
M.C. te draaien.
7 Druk op M.C. om het nummer te bellen.
36
Nl
Page 37
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
Phone Function (telefoonfunctie)
In dit menu kunt u Auto answer, Ring tone en PH.B.Name view instellen. Raadpleeg voor meer informatie Functies en bediening op deze bladzijde.
Functies en bediening
1 Geef Phone Function weer.
Zie Phone Function (telefoonfunctie) op deze
bladzijde.
2 Druk op M.C. om het functiemenu weer
te geven.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie
te selecteren.
Nadat u de functie geselecteerd hebt, stelt u
deze als volgt in.
Auto answer (automatisch antwoorden)
1 Druk op M.C. om de functie automatisch antwoor-
den in of uit te schakelen.
Ring tone (beltoon selecteren)
1 Druk op M.C. om de beltoon in of uit te schake-
len.
PH.B.Name view (sorteerwijze telefoonboek)
1 Raak M.C. aan om tussen de lijsten met namen te
schakelen.
Begininstellingen
1
1 Functiedisplay
! Hierop is de status van de ingestelde
functie af te lezen.
1 Houd SRC/OFF ingedrukt tot het toestel
uit gaat.
2 Houd M.C. ingedrukt totdat het menu
met begininstellingen wordt weergegeven.
3 Draai aan M.C. en selecteer de begininstelling.
Nadat u de begininstelling geselecteerd hebt,
stelt u deze als volgt in.
Language select (taalinstelling)
Dit toestel beschikt over meerdere displaytalen. U
kunt zelf de gewenste taal instellen.
1 Druk op M.C. om de taal te selecteren.
English (Engels)—Français (Frans)—Italiano
(Italiaans)—Español (Spaans)—Deutsch
(Duits)—Nederlands—РУССКИЙ (Russisch)
Calendar (datum)
1 Druk op M.C. om het onderdeel van de kalender
te selecteren dat u wilt instellen.
Jaar—Dag—Maand
2 Draai aan M.C. om de datum in te stellen.
Clock (klok)
1 Druk op M.C. om het onderdeel van de klok te se-
lecteren dat u wilt instellen.
Uur—Minuut
2 Draai aan M.C. om de klok in te stellen.
EngineTime alert (verstreken tijd)
Deze instelling maakt het mogelijk te meten hoeveel
tijd verstreken is sinds het toestel werd ingeschakeld.
De waarde wordt met het ingestelde inter val getoond.
Er klinkt ook een alarmsignaal.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
OFF—15Minutes—30Minutes
FM step (FM-afstemstap)
Standaard wordt bij automatisch afstemmen een FMafstemstap van 50 kHz gehanteerd. De afstemstap
wordt automatisch gewijzigd in 100 kHz als Naar alternatieve frequenties zoeken of Stand-by voor verkeersberichten in gebruik is. Als Naar alternatieve
frequenties zoeken is ingeschakeld, is het soms aan
te bevelen de afstemstap terug te zetten naar 50 kHz.
1 Druk op M.C. om de FM-afstemstap te selecteren.
50kHz (50 kHz)—100kHz (100 kHz)
Auto PI (automatisch PI-zoeken)
Bediening van het toestel
37
Nl
Page 38
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
Als deze functie is ingeschakeld, probeert het toestel
bij slechte ontvangst automatisch een andere zender
met gelijkaardige programma’s te vinden, ook als u
een voorkeuzezender selecteerde.
1 Druk op M.C. om de automatische PI-zoekfunctie
in of uit te schakelen.
Music browse (muziek zoeken)
Als u een externe opslagapparaat (USB, SD) bedient,
kunt u bestanden uit de lijst selecteren.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
OFF—USB memory1—USB memory2—SD card
Warning tone (waarschuwingstoon)
Als het voorpaneel niet binnen vier seconden na het
uitschakelen van het contact van het hoofdtoestel
wordt verwijderd, klinkt er een waarschuwingstoon. U
kunt deze waarschuwingstoon uitschakelen.
1 Druk op M.C. om de waarschuwingstoon in of uit
Schakel deze instelling in als een extern apparaat op
dit toestel is aangesloten.
1 Druk op M.C. om de externe aansluiting in of uit
te schakelen.
Dimmer (dimmer)
Om te voorkomen dat het display in het donker te fel
schijnt, kan het automatisch worden gedimd wanneer
u de koplampen van het voertuig aanzet. U kunt de
dimfunctie naar wens aan- of uitzetten.
1 Druk op M.C. om de dimfunctie in of uit te scha-
kelen.
Contrast (contrastinstelling display)
1 Druk op M.C. om de instellingenmodus te selecte-
ren.
2 Draai aan M.C. om het contrastniveau in te stel-
len.
U kunt het niveau verhogen of verlagen tussen de
waarden 0 en 15. De waarde wordt op het display
getoond.
Digital ATT (digitale demping)
Als u naar een CD of andere signaalbron luistert die
hard is opgenomen, kan het geluid vervormd klinken
als de equalizercurve te hoog is ingesteld. U kunt de
digitale demping lager instellen om geluidsver vorming te voorkomen.
! De geluidskwaliteit is meestal beter is bij een
hoge instelling; daarom wordt gewoonlijk de hogere instelling toegepast.
1 Druk op M.C. en selecteer de gewenste instelling.
HIGH (hoog)—LOW (laag)
AUDIO reset (audio resetten)
Alle audiofuncties kunnen naar hun begininstelling
teruggezet worden.
1 Druk op M.C.
Does it RESET? verschijnt op het display.
2 Druk op M.C.
3 Draai aan M.C. en selecteer de gewenste instel-
ling.
Are You Sure? verschijnt op het display.
4 Druk op M.C.
Wanneer Complete op het display verschijnt, zijn
de audiofuncties gereset.
! Druk op BAND/
voordat hij uitgevoerd wordt.
Internal AMP (versterker)
Het toestel beschikt over een versterker met een hoog
vermogen. In bepaalde systemen worden echter externe versterkers gebruikt in plaats van de interne versterker. Als u externe versterkers gebruikt voor een
systeem met meerdere versterkers en de interne versterker niet gebruikt, is het raadzaam om deze uit te
schakelen. Door de interne versterker uit te schakelen, beperkt u de ruis die deze versterker kan veroorzaken.
1 Druk op M.C. om de interne versterker in of uit te
schakelen.
Demonstration (demodisplay)
1 Druk op M.C. om het demodisplay in en uit te
schakelen.
Ever-scroll (scrollmodus)
Als Ever Scroll is ingeschakeld (ON), blijft tekstinformatie continu door het display schuiven. Zet Ever
Scroll uit (OFF) als u wilt dat de informatie maar één
keer door het display schuift.
1 Druk op M.C. om Ever Scroll aan of uit te zetten.
BT AUDIO (Bluetooth-audio activeren)
om deze functie te annuleren
38
Nl
Page 39
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
De signaalbron BT Audio moet worden ingeschakeld
als u een Bluetooth-audiospeler wilt gebruiken.
1 Druk op M.C. om de signaalbron BT Audio in of
uit te schakelen.
Clear memory (Bluetooth-module resetten)
Informatie met betrekking tot het Bluetooth-apparaat
kan worden gewist. Om uw persoonlijke gege vens
beter te beschermen, wordt u aangeraden dergelijke
gegevens te wissen voordat u het toestel aan derden
overdraagt. De volgende instellingen worden verwijderd.
! items uit het telefoonboek van de Bluetooth-tele-
foon
! voorkeuzenummers uit de Bluetooth-telefoon
! het registratienummer van de Bluetooth-telefoon
! de gespreksgeschiedenis van de Bluetooth-tele-
foon
! informatie over de aangesloten Bluetooth-telefoon
! de PIN-code van het Bluetooth-apparaat
1 Druk op M.C. om het bevestigingsscherm weer te
geven.
YES wordt weergegeven. Het toestel is nu gereed
om het geheugen te wissen.
Als u het telefoongeheugen niet wilt resetten,
draait u aan M.C. tot CANCEL wordt weergegeven
en drukt u op de knop om deze optie te selecteren.
2 Druk op M.C. om het geheugen te wissen.
Cleared wordt weergegeven en de instellingen
zijn verwijderd.
! Zet de motor van het voertuig niet uit wanneer
deze functie actief is.
BT Version info. (Bluetooth-versie weergeven)
Hiermee kunt u de systeemversie van dit toestel en de
Bluetooth-versie weergeven.
Software (de Bluetooth-software bijwerken)
Met deze functie kunt u de Bluetooth-software van dit
toestel bijwerken met de meest recente versie. Raadpleeg onze website voor meer informatie over de
Bluetooth-software en het bijwerken ervan.
! Schake l het toestel nooit uit terwijl de Bluetooth-
software wordt bijgewerkt.
1 Druk op M.C. om de modus voor gegevensover-
dracht weer te geven.
Volg de aanwijzingen op het scherm om het bijwerken te voltooien.
Overige functies
De signaalbronnen AUX1 en AUX2
Informatie over AUX1 en AUX2
Externe apparaten kunnen op twee manieren
op dit toestel worden aangesloten.
Signaalbron AUX1
Als u een extern apparaat aansluit via de AUXingang vooraan.
! U moet de AUX-instelling activeren in het
begininstellingenmenu. Raadpleeg AUX1
(AUX-ingang vooraan)/AUX2 (RCA-ingang
achteraan) op de vorige bladzijde.
1 Steek de miniplugkabel in de AUX-ingang van dit toestel.
Raadpleeg Hoofdtoestel op bladzijde 6 voor
meer informatie.
Het externe apparaat wordt automatisch ingesteld op AUX1.
2 Druk op SRC/OFF en selecteer AUX1 als
signaalbron.
Signaalbron AUX2
Als u een extern apparaat aansluit via de RCAingang achteraan.
! U moet de AUX-instelling activeren in het
begininstellingenmenu. Raadpleeg AUX1
(AUX-ingang vooraan)/AUX2 (RCA-ingang
achteraan) op de vorige bladzijde.
1 Gebruik de RCA-ingang achteraan om
een extern apparaat aan te sluiten.
Raadpleeg de installatiehandleiding voor meer
informatie.
Het externe apparaat wordt automatisch ingesteld op AUX2.
2 Druk op SRC/OFF en kies AUX2 als signaalbron.
Bediening van het toestel
39
Nl
Page 40
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
De entertainment-displays
Tijdens het luisteren kunnen verschillende entertainment-displays worden weergeven.
Belangrijk
ENTERTAINMENT wordt niet weergegeven als de
temperatuur lager is dan 10°C. Wacht in dat geval
tot het toestel opgewarmd is.
Een andere display-indicatie kiezen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuoptie te kiezen en druk op de knop om
ENTERTAINMENT te selecteren.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie
te selecteren.
# De genreweergave verandert op basis van het
muziekgenre.
# De genreweergave functioneert soms niet
naar behoren, afhankelijk van de toepassing
waarmee de audiobestanden zijn gecodeerd.
De klokweergave in- en uitschakelen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuoptie te kiezen en druk op de knop om
ENTERTAINMENT te selecteren.
3 Draai aan M.C. om de gewenste functie
te selecteren.
Selecteer de klokinstelling.
4 Druk op M.C. en selecteer de gewenste
instelling.
Klok—verstreken tijd—klok uit
De verlichtingskleur selecteren
Dit toestel is voorzien van meerdere verlichtingskleuren. U kunt zelf de kleuren voor de
toetsen en het display van dit toestel instellen
en u kunt de kleuren ook afstellen.
De kleuren voor de toetsen selecteren
uit de lijst met verlichtingskleuren.
U kunt zelf de gewenste kleuren selecteren
voor de toetsen van dit toestel.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuoptie te kiezen en druk op de knop om
ILLUMI te selecteren.
3 Draai aan M.C. om Key weer te geven
en druk op de knop.
4 Draai aan M.C. en selecteer de verlichtingskleur.
U kunt een instelling uit de volgende lijst selecteren.
! 27 vooringestelde kleuren (WHITE tot
ROSE)
! SCAN (alle kleuren afwisselend)
! Drie kleurinstellingen (WARM, AMBIENT,
CALM)
! CUSTOM (aangepaste verlichtingskleur)
Opmerkingen
! Als u SCAN selecteert, worden afwisselend
alle 27 vooringestelde kleuren gebruikt.
! Als WARM is geselecteerd, worden automa-
tisch alle warme kleuren gebruikt.
! Als AMBIENT is geselecteerd, worden auto-
matisch alle sfeerkleuren gebruikt.
40
Nl
Page 41
Bediening van het toestel
Hoofdstuk
02
! Als CALM is geselecteerd, worden automa-
tisch alle rustige kleuren gebruikt.
! Als CUSTOM is geselecteerd, wordt de opge-
slagen aangepaste kleur gebruikt.
De kleuren voor het display selecteren
uit de lijst met verlichtingskleuren.
U kunt zelf de gewenste kleuren selecteren
voor het display van dit toestel.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuoptie te kiezen en druk op de knop om
ILLUMI te selecteren.
3 Draai aan M.C., selecteer Display en
druk erop.
4 Draai aan M.C. en selecteer de verlichtingskleur.
U kunt een instelling uit de volgende lijst selecteren.
! 27 vooringestelde kleuren (WHITE tot
ROSE)
! SCAN (alle kleuren afwisselend)
! Drie kleurinstellingen (WARM, AMBIENT,
CALM)
! CUSTOM (aangepaste verlichtingskleur)
Opmerking
Zie De kleuren voor de toetsen selecteren uit de
lijst met verlichtingskleuren. op de vorige bladzijde
voor meer informatie over de kleuren in de lijst.
De kleuren voor de toetsen en het
display selecteren uit de lijst met
verlichtingskleuren.
U kunt zelf de gewenste kleuren selecteren
voor de toetsen en het display van dit toestel.
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuoptie te kiezen en druk op de knop om
ILLUMI te selecteren.
3 Draai aan M.C. om Key & Display weer
te geven en druk op de knop.
4 Draai aan M.C. en selecteer de verlichtingskleur.
U kunt een instelling uit de volgende lijst selecteren.
! 27 vooringestelde kleuren (WHITE tot
ROSE)
! SCAN (alle kleuren afwisselend)
! Drie kleurinstellingen (WARM, AMBIENT,
CALM)
Opmerkingen
! In deze functie kunt u CUSTOM niet selecte-
ren.
! Als u met deze functie een kleur selecteert,
worden zowel de toetsen als het display van
het toestel automatisch met de gekozen kleur
verlicht.
! Zie De kleuren voor de toetsen selecteren uit de
lijst met verlichtingskleuren. op de vorige blad-
zijde voor meer informatie over de kleuren in
de lijst.
De verlichtingskleur zelf aanpassen
1 Druk op M.C. om het hoofdmenu weer
te geven.
2 Draai aan M.C. om een andere menuoptie te kiezen en druk op de knop om
ILLUMI te selecteren.
3 Draai aan M.C. om Key of Display weer
te geven en druk op de knop.
4 Houd M.C. ingedrukt tot het scherm
voor kleuraanpassing verschijnt.
5 Druk op M.C. om de primaire kleur te
selecteren.
R (rood)—G (groen)—B (blauw)
Bediening van het toestel
41
Nl
Page 42
Hoofdstuk
02
Bediening van het toestel
6 Draai aan M.C. om de helderheid te regelen.
Instelbereik: 0 tot 60
# U kunt niet voor alle drie de kleuren R (rood),
G (groen) en B (blauw) een waarde onder 20 in-
stellen.
# U kunt deze handeling voor elke kleur afzonderlijk uitvoeren.
Opmerkingen
! U kunt geen aangepaste verlichtingskleur
maken als SCAN of een kleurenset (WARM,
AMBIENT of CALM) is geselecteerd.
! U kunt zowel voor Key als Display aange-
paste verlichtingskleuren maken.
De display-indicatie en de
toetsverlichting wijzigen
De display-indicatie en de toetsverlichting kunnen worden in- en uitgeschakeld.
% Houd EQ/DISP OFF ingedrukt.
Houd EQ/DISP OFF ingedrukt om de displayindicatie en de toetsverlichting in of uit te
schakelen.
# Ook bij uitgeschakelde display-indicatie, is bediening mogelijk. Als het toestel wordt bediend
bij uitgeschakelde display-indicatie, wordt het display gedurende enkele seconden ingeschakeld
en daarna weer uitgezet.
42
Nl
Page 43
Aanvullende informatie
Aanhangsel
Problemen verhelpen
SymptoomOorzaakActie
Het display
keert automatisch terug
naar het gewone display.
Het bereik voor
herhaald afspelen wordt onverwachts gewijzigd.
Een onderliggende map
wordt niet afgespeeld.
Als het display
wordt gewijzigd, verschijnt
NO XXXX (bijvoorbeeld NOTITLE).
Het display verandert voortdurend en
schijnbaar willekeurig.
De klok is ingeschakeld maar
wordt niet
weergegeven
en het display
verandert voortdurend en
schijnbaar willekeurig.
Het display verandert voortdurend en
schijnbaar willekeurig, ook
als het is uitgeschakeld.
U hebt gedurende ongeveer
30 seconden
geen handeling
uitgevoerd.
Afhankelijk van
het herhaalbereik
kan het geselecteerde bereik
worden gewijzigd
wanneer u een
andere map of
een ander fragment selecteert
of vooruit of achteruit spoelt.
Onderliggende
mappen worden
niet afgespeeld
wanneer Folderrepeat (map herhalen) is geselecteerd.
Er is geen tekstinformatie beschikbaar.
De demostand is
ingeschakeld.
De demostand is
ingeschakeld.
De demostand is
ingeschakeld.
Voer de handeling
opnieuw uit.
Selecteer het gewenste herhaalbereik opnieuw.
Selecteer een
ander herhaalbereik.
Wijzig de displaystand of speel een
ander fragment of
bestand af.
! Houd
ingedrukt om de
demostand uit te
schakelen.
! Schakel het demodisplay uit.
! Houd
ingedrukt om de
demostand uit te
schakelen.
! Schakel het demodisplay uit.
! Houd
ingedrukt om de
demostand uit te
schakelen.
! Schakel het demodisplay uit.
/DISP
/DISP
/DISP
SymptoomOorzaakActie
De display-indicatie gaat niet
uit als ik EQ/
DISP OFF ingedrukt houd.
Het toestel
functioneert
niet correct.
Er is sprake
van interferentie.
Het geluidssignaal van de
Bluetooth-audiobron wordt
niet weergegeven.
De tekstinformatie schuift
niet over het
display.
De demostand is
ingeschakeld.
U gebruikt in de
buurt van dit toestel een ander
apparaat (bijvoorbeeld een draagbare telefoon)
dat elektromagnetische straling
uitzendt.
Er wordt op hetzelfde moment
getelefoneerd
met een via
Bluetooth aangesloten mobiele
telefoon.
Er wordt op hetzelfde moment
een via Bluetooth
aangesloten mobiele telefoon gebruikt.
Er werd opgebeld
met een via
Bluetooth aangesloten mobiele
telefoon en het
gesprek werd onmiddellijk weer
beëindigd. Daardoor kon de verbinding tussen
dit toestel en de
mobiele telefoon
niet correct worden afgesloten.
Het schuiven van
de tekstinformatie wordt gestopt
als de temperatuur rondom dit
toestel 10°C of
lager is.
! Houd
ingedrukt om de
demostand uit te
schakelen.
! Schakel het demodisplay uit.
Gebruik in de buurt
van dit toestel geen
elektrische apparaten die interferentie kunnen
veroorzaken.
Het geluidssignaal
wordt weer weergegeven nadat het
gesprek is beëindigd.
Gebruik de mobiele
telefoon niet op
hetzelfde moment.
Herstel de
Bluetooth-verbinding tussen dit toestel en de mobiele
telefoon.
Wacht tot de temperatuur is gestegen.
/DISP
Aanvullende informatie
43
Nl
Page 44
Aanhangsel
Aanvullende informatie
SymptoomOorzaakActie
Het afspelen
van films is beëindigd en het
eenvoudige display wordt
weergegeven.
Ik hoor geen
geluid van de
iPod.
Het afspelen van
films wordt gestopt als de temperatuur rondom
dit toestel 10°C of
lager is.
De audio-uitvoer
kan automatisch
gewijzigd worden
wanneer de
Bluetooth- en
USB-verbinding
tegelijk gebruikt
worden.
Wacht tot de temperatuur is gestegen.
Wijzig op de iPod
de richting van de
audio-uitvoer.
Foutmeldingen
Schrijf een foutmelding altijd nauwkeurig op
en houd deze bij de hand als u contact opneemt met uw leverancier of Pioneer-servicecentrum.
Cd-speler
MeldingOorzaakActie
ERROR-07, 11,
12, 17, 30
ERROR-10, 11,
12, 15, 17, 30,
A0
ERROR-15De geplaatste
ERROR-23Het cd-formaat
FORMAT
READ
De disc is vuil.Reinig de disc.
De disc is bekrast.
Elektrisch of mechanisch probleem.
disc bevat geen
gegevens.
wordt niet ondersteund.
Na het begin van
het afspelen
duurt het soms
even totdat er geluid klinkt.
Vervang de disc.
Zet het contact uit
en weer aan of
schakel over naar
een andere signaalbron en vervolgens weer terug
naar de cd-speler.
Vervang de disc.
Vervang de disc.
Wacht tot het bericht verdwijnt en
er geluid klinkt.
MeldingOorzaakActie
NO AUDIODe geplaatste
disc bevat geen
afspeelbare bestanden.
SKIPPEDDe geplaatste
disc bevat bestanden die door
digitaal rechtenbeheer (DRM)
beveiligd zijn.
PROTECTAlle bestanden
op de disc zijn
door digitaal
rechtenbeheer
(DRM) beveiligd.
Vervang de disc.
Vervang de disc.
Vervang de disc.
Extern opslagapparaat (USB, SD)/iPod
MeldingOorzaakActie
NO DEVICEEr is geen USB-
FORMAT
READ
NO AUDIOEr zijn geen
SKIPPEDHet aangesloten
opslagapparaat
of iPod aangesloten.
Na het begin van
het afspelen
duurt het soms
even totdat er geluid klinkt.
songs.
De inhoud van
het USB-opslagapparaat is beveiligd.
USB-opslagapparaat bevat bestanden die met
Windows
Mediaä
DRM 9/10
zijn beveiligd.
Sluit een compatibel USB-opslagapparaat of
compatibele iPod
aan.
Wacht tot het bericht verdwijnt en
er geluid klinkt.
Zet de audiobestanden over naar
het USB-opslagapparaat en sluit het
apparaat aan.
Raadpleeg de instructies bij het
USB-opslagapparaat om de beveiliging uit te
schakelen.
Speel audiobestanden af die niet met
Windows Media
DRM 9/10 zijn beveiligd.
44
Nl
Page 45
Aanvullende informatie
Aanhangsel
MeldingOorzaakActie
PROTECTAlle bestanden
NOT COMPATIBLE
op het USB-opslagapparaat zijn
beveiligd met
Windows Media
DRM 9/10.
Het aangesloten
USB-apparaat
wordt niet ondersteund door dit
toestel.
Niet-compatibele
iPod
Het SD-opslagapparaat is niet
compatibel.
Zet audiobestanden die niet door
Windows Media
DRM 9/10 zijn beveiligd op het USBopslagapparaat en
probeer het opnieuw.
! Gebruik een opslagapparaat dat
compatibel is met
USB Mass Storage
Class.
! Ontkoppel het
apparaat en sluit
een compatibel
USB-opslagapparaat aan.
Ontkoppel het apparaat en sluit een
compatibele iPod
aan.
Ontkoppel het apparaat en sluit een
compatibel SD-opslagapparaat aan.
MeldingOorzaakActie
CHECK USBEr is kortsluiting
opgetreden in de
USB-aansluiting
of de USB-kabel.
Het aangesloten
USB-opslagapparaat verbruikt
meer stroom dan
de maximaal toelaatbare waarde.
De iPod functioneert correct
maar wordt niet
opgeladen.
Controleer of de
USB-stekker en de
USB-kabel niet ergens ingeklemd
zijn of beschadigd
zijn.
Ontkoppel het
USB-opslagapparaat en gebruik het
niet meer. Gebruik
alleen compatibele
USB-opslagapparaten. Zet de contactschakelaar van
het voertuig uit,
vervolgens in de
accessoirestand
(ACC) of aan en
sluit een compatibel USB-opslagapparaat aan.
Controleer of de
kabel van de iPod
niet is kortgesloten, bijvoorbeeld
contact maakt met
metalen voorwerpen. Zet daarna het
contact uit en weer
aan, of ontkoppel
de iPod en sluit
deze weer aan.
Aanvullende informatie
45
Nl
Page 46
Aanhangsel
Aanvullende informatie
MeldingOorzaakActie
ERROR-19Communicatie-
fout.
iPod-fout.Verwijder de kabel
ERROR-23Het USB-opslag-
apparaat is niet
geformatteerd
met de indeling
FAT12, FAT16 of
FAT32.
ERROR-16De versie van de
iPod-firmware is
verouderd.
iPod-fout.Verwijder de kabel
STOPDe huidige lijst
bevat geen
songs.
Not foundGeen verwante
songs.
! Probeer de volgende mogelijkheden.
– Zet het contact
uit en vervolgens
weer aan.
– Ontkoppel het externe opslagapparaat.
– Schakel over
naar een andere
signaalbron.
Schakel vervolgens
terug naar de USBof SD-signaalbron.
! Verwijder de
kabel uit de iPod.
Sluit de kabel vervolgens weer aan
als het hoofdmenu
van de iPod wordt
weergegeven.
Reset de iPod.
uit de iPod. Sluit de
kabel vervolgens
weer aan als het
hoofdmenu van de
iPod wordt weergegeven. Reset de
iPod.
Gebruik een USBopslagapparaat dat
is geformatteerd
met de indeling
FAT12, FAT16 of
FAT32.
Werk de versie van
de iPod bij.
uit de iPod. Sluit de
kabel vervolgens
weer aan als het
hoofdmenu van de
iPod wordt weergegeven. Reset de
iPod.
Selecteer een lijst
die wel songs
bevat.
Zet songs over
naar de iPod.
Bluetooth-apparaat
MeldingOorzaakActie
ERROR-10Fout in de
stroomvoorziening van de
Bluetooth-module van dit toestel.
Zet de contactschakelaar uit
(OFF) en daarna op
de accessoirestand
(ACC) of aan (ON).
Als de storing hiermee niet is verholpen, neem dan
contact op met uw
leverancier of een
erkend Pioneer
Servicecentrum.
De microfoon
kan de meettoon
van een luidspreker niet waarnemen.
Er is te veel omgevingslawaai.
Controleer of de
plug van de microfoon goed is geplaatst in de
microfooningang
van het toestel.
! Controleer of de
luidsprekers juist
zijn aangesloten.
! Annuleer het
dempen van de
luidsprekers voorin.
! Corrigeer de instelling van het ingangsniveau van
de versterker die
op de luidsprekers
is aangesloten.
! Plaats de microfoon op de juiste
manier.
! Parkeer het voertuig op een zo rustig mogelijke
plaats en zet de
motor, airconditioning en verwarming uit.
! Plaats de microfoon op de juiste
manier.
46
Nl
Page 47
Aanvullende informatie
Aanhangsel
Aanwijzingen voor het
gebruik
Discs en de player
Gebruik uitsluitend discs die voorzien zijn van een van
onderstaande twee logo’s.
Gebruik discs van 12 cm. Gebruik geen discs van 8
cm en probeer deze ook niet met een adapter af te
spelen.
Gebruik uitsluitend normale, ronde discs. Gebruik
geen discs met een andere vorm.
Plaats geen ander object dan een cd in de cd-laadsleuf.
Gebruik geen gebarsten, gebroken, kromme of op andere wijze beschadigde discs omdat die de speler
kunnen beschadigen.
Niet-gefinaliseerde cd-r/rw-discs kunnen niet worden
afgespeeld.
Raak de gegevenszijde van de disc niet aan.
Bewaar discs in het bijbehorende doosje wanneer u
ze niet gebruikt.
Plak geen labels op discs, schrijf er niet op en breng
het oppervlak niet in aanraking met chemische middelen.
Als u een cd reinigt, veegt u de disc van het midden
naar de buitenkant met een zachte doek schoon.
Condens en vochtvorming kunnen de werking van de
speler tijdelijk negatief beïnvloeden. Laat de speler in
een warmere omgeving ongeveer een uur op temperatuur komen. Veeg vochtige schijven met een zachte
doek schoon.
Sommige discs kunnen niet worden afgespeeld afhankelijk van het type disc, de indeling er van, de toepassing waarmee deze is opgenomen, de omgeving
waarin deze wordt afgespeeld, de manier waarop
deze wordt bewaard, enzovoort.
Schokken tijdens het rijden van het voertuig kunnen
de disc laten overslaan.
Bij gebruik van discs met een bedrukbaar labeloppervlak moet u de instructies en waarschuwingen van de
discs controleren. Afhankelijk van de disc kan laden
of uitwerpen niet mogelijk zijn. Het gebruik van zulke
discs kan dit toestel beschadigen.
Plak geen in de handel verkrijgbare labels of andere
materialen op de discs.
! De discs kunnen vervormen waardoor ze onaf-
speelbaar kunnen worden.
! De labels kunnen loslaten tijdens het afspelen en
de disc blokkeren bij het uitwerpen en het toestel
beschadigen.
Extern opslagapparaat (USB, SD)
Neem voor alle vragen met betrekking tot externe opslagapparaten (USB, SD) contact op met de fabrikant.
Stel externe opslagapparaten (USB, SD) niet bloot
aan hoge temperaturen.
Afhankelijk van het externe opslagapparaat (USB,
SD) kunnen de volgende problemen voorkomen:
! De bediening kan verschillend zijn.
! Het opslagapparaat wordt niet herkend.
! Bestanden worden niet correct afgespeeld.
USB-opslagapparaat
Het maken van verbindingen via een USB-hub wordt
niet ondersteund.
Sluit alleen een USB-opslagapparaat aan en geen andere apparaten.
Maak het USB-opslagapparaat stevig vast voordat u
gaat rijden. Zorg dat het niet op de grond valt omdat
het dan onder het rem- of gaspedaal terecht kan
komen.
Afhankelijk van het USB-opslagapparaat kunnen de
volgende problemen voorkomen:
! Er kan ruis hoorbaar zijn in het radiosignaal.
Aanvullende informatie
47
Nl
Page 48
Aanhangsel
Aanvullende informatie
SD-geheugenkaart
Dit toestel ondersteunt alleen de volgende typen SDgeheugenkaarten.
! SD
! miniSD
! microSD
! SDHC
Houd de SD-geheugenkaart buiten bereik van kinderen. Roep onmiddellijk de hulp van een arts in als de
kaart per ongeluk wordt ingeslikt.
Raak de contactpunten van de SD-geheugenkaart
niet aan met uw vingers of met een metalen voorwerp.
Plaats alleen een SD-geheugenkaart in het SD-kaartslot en geen andere voorwerpen. Als een metalen
voorwerp (bijvoorbeeld een munt) in de sleuf terecht
komt, kunnen de interne circuits beschadigd raken
waardoor het toestel onbruikbaar wordt.
Gebruik een adapter als u een miniSD- of microSDkaart plaatst. Gebruik geen adapter waarvan metalen
onderdelen (behalve de contactpunten) uitsteken.
Plaats nooit een beschadigde (geknikte, loszittend
label, enz.) SD-geheugenkaart omdat deze wellicht
niet meer uit de sleuf kan worden verwijderd.
Plaats de SD-geheugenkaart nooit met kracht in de
sleuf omdat daardoor de kaart of de sleuf beschadigd
kan raken.
Als u de SD-geheugenkaart wilt verwijderen, drukt u
deze voorzichtig naar binnen tot u een klik hoort. Trek
uw vinger niet plotseling weg als u de kaart hebt ingedrukt omdat de kaart dan hard uit de sleuf kan schieten. De kaart kan dan in uw gezicht komen,
wegschieten, enz.
Informatie over iPod-instellingen
! Wanneer een iPod is aangesloten, wordt de equa-
lizer van de iPod door dit toestel uitgeschakeld
voor een optimale geluidsweergave. Als u de iPod
loskoppelt, wordt de equalizer naar de oorspronkelijke instelling teruggezet.
! Tijdens gebruik van dit toestel kunt u de herhaal-
functie op de iPod niet uitschakelen. De herhaalfunctie wordt automatisch ingesteld op Alle als u
de iPod op dit toestel aansluit.
Tekst op de iPod die niet compatibel is met de specificaties van dit toestel kan niet worden weergegeven.
DualDiscs
DualDiscs zijn dubbelzijdige discs met aan de ene
kant een beschrijfbaar cd-oppervlak voor audio-opnamen en aan de andere kant een beschrijfbaar dvd-oppervlak voor video-opnamen.
Aangezien de cd-zijde van DualDiscs niet overeenkomt met de algemene cd-standaard, is het wellicht
niet mogelijk de cd-zijde op dit toestel af te spelen.
Het regelmatig plaatsen en uitwerpen van een
DualDisc kan krassen veroorzaken op de disc wat tot
afspeelproblemen leidt. In sommige gevallen kan een
DualDisc vast komen te zitten in de cd-laadsleuf en
niet meer worden uitgeworpen. Om problemen te
voorkomen wordt aangeraden om op dit toestel geen
DualDiscs af te spelen.
Raadpleeg de informatie van de fabrikant van de disc
voor meer informatie over DualDiscs.
LET OP
Stel discs, externe opslagapparaten (USB, SD) en
de iPod niet bloot aan hoge temperaturen.
iPod
Sluit voor een goede werking de dock connectorkabel van de iPod rechtstreeks op dit toestel aan.
Maak de iPod stevig vast voordat u gaat rijden. Laat
de iPod niet op de grond vallen, omdat deze dan
onder het rem- of gaspedaal terecht kan komen.
48
Nl
Compatibiliteit met
gecomprimeerde audio
(disc, USB, SD)
WMA
Bestandsextensie: .wma
Bitsnelheid: 48 kbps tot 320 kbps (CBR), 48 kbps tot
384 kbps (VBR)
Bemonsteringsfrequentie: 32 kHz, 44,1 kHz, 48 kHz
Windows Media Audio Professional, Lossless, Voice/
DRM Stream/Stream met video: Niet compatibel
Page 49
Aanvullende informatie
Aanhangsel
MP3
Bestandsextensie: .mp3
Bitsnelheid: 8 kbps tot 320 kbps (CBR), VBR
Bemonsteringsfrequentie: 8 kHz tot 48 kHz (32 kHz,
44,1 kHz, 48 kHz voor de beste kwaliteit)
Bemonsteringsfrequentie: 16 kHz tot 48 kHz (LPCM),
22,05 kHz en 44,1 kHz (MS ADPCM)
AAC
Compatibel formaat: AAC gecodeerd met iTunes
Bestandsextensie: .m4a
Bemonsteringsfrequentie: 11,025 kHz tot 48 kHz
Overdrachtssnelheid: 16 kbps tot 320 kbps, VBR
Apple Lossless: Niet compatibel
AAC-bestanden die bij de iTunes Store gekocht zijn
(bestandsextensie .m4p): Niet compatibel
Er kan een beetje vertraging optreden bij het beginnen met afspelen van audiobestanden met beeldgegevens of op een USB-opslagapparaat met een
uitgebreide mappenstructuur.
Russische tekst kan alleen op dit toestel worden weergegeven als die met een van de volgende tekensets is
gecodeerd:
! Unicode (UTF-8, UTF-16)
! Andere tekensets dan Unicode die in een
Windows-omgeving worden gebruikt en op Russisch zijn ingesteld bij de taalinstellingen
Disc
Mappenhiërarchie: maximaal acht niveaus diep (Voor
praktisch gebruik kunt u beter niet meer dan twee niveaus gebruiken).
Afspeelbare mappen: maximaal 99
Afspeelbare bestanden: maximaal 999
Bestandssysteem: ISO 9660 Level 1 en 2, Romeo, Joliet
Afspelen van multisessie-discs: Compatibel
Packet write data transfer: Niet compatibel
Bij het afspelen van gecomprimeerde audiodiscs
wordt altijd een korte pauze ingelast tussen de fragmenten. Dit gebeurt ongeacht de lengte van de lege
ruimte tussen de fragmenten op de originele opname.
Extern opslagapparaat (USB, SD)
Aanvullende informatie
Bijkomende informatie
Alleen de eerste 32 tekens van de bestandsnaam (inclusief de extensie) of mapnaam worden weergegeven.
Een juiste werking van dit toestel is afhankelijk van de
toepassing waarmee de WMA-bestanden zijn gecodeerd.
Mappenhiërarchie: maximaal acht niveaus diep (Voor
praktisch gebruik kunt u beter niet meer dan twee niveaus gebruiken).
Afspeelbare mappen: maximaal 1 500
Afspeelbare bestanden: maximaal 15 000
Afspelen van auteursrechtelijk beschermde bestanden: Niet compatibel
Gepartitioneerd extern opslagapparaat (USB, SD): Alleen de eerste afspeelbare partitie kan worden afgespeeld.
Bij het starten van audiobestanden op een USB-opslagapparaat met een uitgebreide mappenstructuur
kan enige vertraging optreden.
Nl
49
Page 50
Aanhangsel
Aanvullende informatie
SD-geheugenkaart
Dit toestel is niet compatibel met Multi Media Cards
(MMC).
De compatibiliteit met SD-geheugenkaarten wordt
niet gegarandeerd.
Dit toestel is niet compatibel met SD-Audio.
LET OP
! Pioneer is niet verantwoordelijk voor eventueel
verlies van gegevens op USB-geheugen, een
draagbare USB-audiospeler, een SD-geheugenkaart of SDHC-geheugenkaart, ook niet als
dat gebeurt tijdens het gebruik van dit toestel.
! Pioneer garandeert geen compatibiliteit met
alle USB-opslagapparaten en kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventueel gegevensverlies op mediaspelers, smartphones
of andere apparaten tijdens gebruik van dit
product.
Compatibiliteit met iPod
Alleen de volgende iPod-modellen kunnen met dit toestel gebruikt worden. Ondersteunde versies van de
iPod-software worden hieronder genoemd. Oudere
versies worden wellicht niet ondersteund.
Gemaakt voor
! iPod touch 4e generatie (softwareversie 4.1)
! iPod touch 3e generatie (softwareversie 3.1.1)
! iPod touch 2e generatie (softwareversie 2.1.1)
! iPod touch 1e generatie (softwareversie 1.1)
! iPod classic 160 GB (softwareversie 2.0.2)
! iPod classic 120 GB (softwareversie 2.0)
! iPod classic (softwareversie 1.0)
! iPod video (softwareversi e 1.2.3)
! iPod nano 6e generatie (softwareversie 1.0)
! iPod nano 5e generatie (softwareversie 1.0.1)
! iPod nano 4e generatie (softwareversie 1.0)
! iPod nano 3e generatie (softwareversie 1.0)
! iPod nano 2e generatie (softwareversie 1.1.3)
! iPod nano 1e generatie (softwareversie 1.3.1)
! iPhone 4 (softwareversie 4.1)
! iPhone 3GS (softwareversie 3.0)
! iPhone 3G (softwareversie 2.0)
! iPhone (softwareversie 1.1.1)
Afhankelijk van de generatie en de versie van de iPod
zijn sommige functies mogelijk niet beschikbaar.
De bediening kan variëren, afhankelijk van de softwareversie van de iPod.
Voor gebruik met een iPod is voor de iPod een dockconnector-naar-USB-verbindingskabel vereist.
Ook kan gebruik worden gemaakt van een Pioneer
CD-IU51 interfacekabel. Neem voor meer informatie
contact op met uw leverancier.
Raadpleeg de handleiding van de iPod voor meer informatie over ondersteunde bestandsindelingen.
Audioboek, podcast: Compatibel
LET OP
Pioneer is niet verantwoordelijk voor verlies van
gegevens op de iPod, ook niet tijdens gebruik van
dit toestel.
Volgorde van audiobestanden
De gebruiker kan met dit toestel geen mapnummers toewijzen of de afspeelvolgorde wijzigen.
Voorbeeld van een boomstructuur
01
02
1
2
03
04
05
Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4
3
4
5
6
Disc
De mapvolgorde en andere instellingen zijn afhankelijk van de software die voor het coderen
en schrijven is gebruikt.
Extern opslagapparaat (USB, SD)
De afspeelvolgorde is gelijk aan de volgorde
waarin de bestanden zijn opgenomen op het
externe opslagapparaat (USB, SD).
Ga als volgt te werk als u wilt dat bestanden in
een bepaalde volgorde worden afgespeeld.
: Map
: Gecomprimeerd
audiobestand
01 tot 05: Mapnummer
1 tot 6: Afspeelvolgorde
50
Nl
Page 51
Aanvullende informatie
Aanhangsel
1 Geef de bestanden namen met nummers die
de afspeelvolgorde aangeven, bijvoorbeeld
001xxx.mp3 en 099yyy.mp3.
2 Plaats de bestanden in een map.
3 Bewaar de map met de bestanden op het ex-
terne opslagapparaat (USB, SD).
Merk echter op dat de afspeelvolgorde niet altijd kan worden bepaald. Dit is afhankelijk van
het gebruikte systeem.
De afspeelvolgorde op draagbare USB-audiospelers is verschillend en hangt af van de gebruikte audiospeler.
Bluetooth-profielen
Apparaten die via Bluetooth draadloze technologie communiceren, moeten bepaalde profielen ondersteunen. Dit toestel is compatibel
met de volgende profielen:
! GAP (Generic Access Profile)
! SDP (Service Discovery Protocol)
! OPP (Object Push Profile)
! HFP (Hands Free Profile)
! HSP (Head Set Profile)
! PBAP (Phone Book Access Profile)
! A2DP (Advanced Audio Distribution Profi-
le)
! AVP (Audio/Video Profile)
! AVRCP (Audio/Video Remote Control Profi-
le) 1.0
Copyright en handelsmerken
Bluetooth
Het merk Bluetooth
gedeponeerde handelsmerken van Bluetooth
SIG, Inc. PIONEER CORPORATION gebruikt
deze onder licentie. Andere handelsmerken en
handelsnamen zijn eigendom van de respectieve eigenaren.
â
en de logo’s daarvan zijn
MP3
Dit product is uitsluitend bedoeld voor nietcommercieel privégebruik. Het mag niet in
een commerciële omgeving worden gebruikt
voor realtime-uitzendingen (over land, via satelliet, kabel en/of andere media), voor uitzendingen/streaming via internet, intranet en/of
andere netwerken, of in andere elektronische
distributiesystemen zoals betaalradio of audioop-aanvraagtoepassingen. Hiervoor is een
aparte licentie nodig. Kijk voor meer informatie op
http://www.mp3licensing.com.
WMA
Windows Media is een gedeponeerd handelsmerk of een handelsmerk van Microsoft
Corporation in de Verenigde Staten en/of in
andere landen.
Dit product bevat technologie die het eigendom is van Microsoft Corporation en die niet
gebruikt of gedistribueerd mag worden zonder
toestemming van Microsoft Licensing, Inc.
SD-geheugenkaart
Het SD-logo is een handelsmerk van SD-3C,
LLC.
Het miniSD-logo is een handelsmerk van SD3C, LLC.
Het microSD-logo is een handelsmerk van SD3C, LLC.
Het SDHC-logo is een handelsmerk van SD3C, LLC.
iPod & iPhone
iPhone, iPod, iPod classic, iPod nano en iPod
touch zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de VS en andere landen.
Aanvullende informatie
iTunes
Apple en iTunes zijn handelsmerken van
Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere
landen.
51
Nl
Page 52
Aanhangsel
Aanvullende informatie
“Gemaakt voor iPod” en “Gemaakt voor
iPhone” wil zeggen dat een elektronische accessoire speciaal ontwikkeld is voor verbinding met respectievelijk een iPod of iPhone en
door de maker gewaarborgd is als conform de
Apple werkingsnormen. Apple is niet verantwoordelijk voor de werking van dit apparaat en
voor het voldoen aan de veiligheidsnormen en
wettelijke normen. Houd er rekening mee dat
het gebruik van dit accessoire met iPod of
iPhone invloed kan hebben op de draadloze
prestatie.
52
Nl
Page 53
Aanvullende informatie
Aanhangsel
Technische gegevens
Algemeen
Spanningsbron ......................... 14,4 V gelijkstroom (10,8 tot
ã 2011 PIONEER CORPORATION.
Alle rechten voorbehouden.
<KOKZX> <11L00000>
<CRB3829-A> EW
Page 57
Bedienungsanleitung
CD RDS-EMPFÄNGER
DEH-80PRS
Deutsch
Page 58
Inhalt
Vielen Dank, dass Sie sich für dieses PIONEER-Produkt entschieden haben.
Bitte lesen Sie diese Anleitung vor der Verwendung dieses Produkts zur Gewährleistung seiner ordnungsgemäßen Verwendung durch. Lesen und befolgen Sie dabei insbesondere die Hinweise WAR-
NUNG und VORSICHT. Bewahren Sie die Anleitung zur zukünftigen Bezugnahme sicher und griffbereit
auf.
Bevor Sie beginnen
Informationen für Anwender zur Sammlung
und Entsorgung von Altgeräten und
gebrauchten Batterien 3
Zu diesem Gerät 3
Im Störungsfall 4
Zurücksetzen des Mikroprozessors 4
Umschalten des DSP-Einstellmodus 5
Wechseln zwischen Cinch-Eingangsmodi 5
Demo-Modus 5
Zu dieser Anleitung 6
Bedienung des Geräts
Hauptgerät 7
Fernbedienung 7
Setup-Menü 8
Grundlegende Bedienvorgänge 9
Handhabung und Pflege der
Fernbedienung 10
Identische Menübedienung für
Funktionseinstellungen/Audio-
Einstellungen/Grundeinstellungen/
Listen 11
Tuner 11
CD/CD-R/CD-RW-Discs und externe
Informationen für Anwender
zur Sammlung und
Entsorgung von Altgeräten
und gebrauchten Batterien
(Symbol für Geräte)
(Symbolbeispiele für Batterien)
Diese Symbole auf den Produkten, der
Verpackung und/oder Begleitdokumenten
bedeuten, dass gebrauchte elektrische
und elektronische Produkte und Batterien
nicht über den Haushaltsmüll entsorgt
werden dürfen.
Zur richtigen Handhabung, Rückgewinnung und Wiederverwertung von Altprodukten und gebrauchten Batterien
bringen Sie diese bitte zu den gemäß der
nationalen Gesetzgebung dafür zuständigen Sammelstellen.
Mit der korrekten Entsorgung dieser Produkte
und Batterien helfen Sie dabei, wertvolle Ressourcen zu schonen und vermeiden mögliche
negative Auswirkungen auf die Gesundheit
und die Umwelt, die durch eine unsachgemäße Behandlung des Abfalls entstehen könnten.
Weitere Informationen zur Sammlung und
Wiederverwertung von Altprodukten und Batterien erhalten Sie von Ihrer örtlichen Gemeindeverwaltung, Ihrem Müllentsorger oder dem
Verkaufsort, an dem Sie die Waren erworben
haben.
Diese Symbole gelten ausschließlich in
der Europäischen Union.
Für Länder außerhalb der Europäischen
Union:
Wenn Sie diese Gegenstände entsorgen wollen, wenden Sie sich bitte an Ihre lokalen Behörden oder Händler und fragen Sie dort nach
der korrekten Entsorungsweise.
Zu diesem Gerät
Die Tuner-Frequenzen dieses Geräts sind für
Westeuropa, Asien, den Mittleren Osten, Afrika und Ozeanien bestimmt. Der Gebrauch in
anderen Gebieten kann zu mangelhaftem
Empfang führen. Die RDS-Funktion (Radio-Datensystem) ist nur in Gebieten mit UKW-Sendern verfügbar, die RDS-Signale ausstrahlen.
Wichtig
Bitte tragen Sie die folgenden Informationen in
das dafür vorgesehene Formular in der „Kurzanleitung“ ein.
— 14-stellige Seriennummer (an der Untersei-
te des Geräts angegeben)
— Kaufdatum (Datum der Quittung)
— Stempel des Händlers
Diese Informationen dienen als Eigentumsnachweis. Im Fall eines Diebstahls teilen Sie
der Polizei die 14-stellige Seriennummer und
das Kaufdatum des Geräts mit.
Bewahren Sie die „Kurzanleitung“ an einem sicheren Ort auf.
Bevor Sie beginnen
De
3
Page 60
Abschnitt
01
Bevor Sie beginnen
VORSICHT
Dieses Produkt ist ein Laserprodukt entsprechend dem Lasersicherheitsstandard Klasse 1
IEC 60825-1:2007 und verfügt über ein Lasermodul der Klasse 1M. Um eine fortwährende
Sicherheit zu gewährleisten, dürfen keinerlei
Abdeckungen entfernt und sich Zugang zum
Inneren des Produkts verschafft werden. Beauftragen Sie bei allen Wartungsarbeiten qualifiziertes Personal.
LASER KLASSE 1
VORSICHT—WENN GEÖFFNET, HANDELT ES SICH UM
UNSICHTBARE LASERSTRAHLUNG DER KLASSE 1M.
SCHAUEN SIE NICHT MIT OPTISCHEN GERÄTEN HINEIN.
VORSICHT
! Dieses Gerät darf nicht mit Flüssigkeiten in
Kontakt kommen. Dies könnte einen Stromschlag verursachen. Darüber hinaus kann der
Kontakt mit Flüssigkeit eine Beschädigung
des Geräts, Rauchentwicklung und Überhitzung nach sich ziehen.
! Wählen Sie stets eine Lautstärke, bei der Sie
Umgebungsgeräusche noch deutlich wahrnehmen können.
! Setzen Sie dieses Gerät keiner Feuchtigkeit
aus.
! Beim Abtrennen oder Entladen der Batterie
werden sämtliche vorprogrammierten Speicher gelöscht.
Händler oder an die nächstgelegene
PIONEER-Kundendienststelle.
Zurücksetzen des
Mikroprozessors
Der Mikroprozessor muss in folgenden Fällen
zurückgesetzt werden:
! Vor der ersten Verwendung dieses Geräts
nach der Installation
! Bei einer Betriebsstörung des Geräts
! Bei der Anzeige ungewöhnlicher oder ein-
deutig falscher Meldungen im Display
1 Nehmen Sie die Frontplatte ab.
Für detaillierte Informationen hierzu siehe Entfernen der Frontplatte zum Schutz vor Diebstahl
auf Seite 9.
2 Drücken Sie RESET mithilfe eines Kugelschreibers oder eines anderen spitz zulaufenden Gegenstands.
RESET-Taste
Hinweis
Funktionseinstellungen werden selbst dann abgeschlossen, wenn das Menü vor dem Bestätigen
geschlossen wird.
Im Störungsfall
Sollte dieses Gerät nicht ordnungsgemäß
funktionieren, dann wenden Sie sich an Ihren
4
De
Page 61
Bevor Sie beginnen
Abschnitt
01
Umschalten des DSPEinstellmodus
Dieses Gerät verfügt über zwei Betriebsmodi:
den 3-Wege-Netzwerkmodus (NW) und den
Standardmodus (STD). Sie können wunschgemäß zwischen diesen Modi umschalten. Die
werkseitige DSP-Einstellung ist der Standardmodus (STD).
! Setzen Sie nach dem Umschalten den Mi-
kroprozessor zurück.
WARNUNG
Sie dürfen das Gerät in keinem Fall im Standardmodus verwenden, wenn ein Lautsprechersystem für den 3-Wege-Netzwerkmodus
angeschlossen ist. Das kann eine Beschädigung
der Lautsprecher zur Folge haben.
1 Verwenden Sie einen dünnen Flachkopfschraubendreher, um den DSP-Schalter
an der Unterseite des Geräts zu ändern.
Wechseln zwischen CinchEingangsmodi
Wenn Sie diese Einheit an ein Audio-Gerät mit
Cinch-Ausgang anschließen oder an eines
ohne Cinch-Ausgang, können Sie es so einstellen, dass das Audio des Audio-Geräts an
die Lautsprecher der angeschlossenen Einheit
ausgegeben wird. Ändern Sie falls notwendig
die Einstellung je nachdem, ob das angeschlossene Gerät über einen Cinch-Ausgang
verfügt oder nicht.
! Detaillierte Informationen zum Anschlie-
ßen der Einheit finden Sie in der Installationsanleitung.
% Verwenden Sie einen dünnen Flachkopfschraubendreher, um den Cinch-Eingangsmodus an der Unterseite des Geräts
zu ändern.
Bevor Sie beginnen
2 Drücken Sie RESET mithilfe eines Kugelschreibers oder eines anderen spitz zulaufenden Gegenstands.
Hinweis
Die Audioeinstellungen dieser Einheit werden
selbst dann im Speicher beibehalten, wenn die
Batterie getrennt oder der Mikroprozessor zurückgesetzt wurde. Wenn die Audio-Einstellungen zurückgesetzt werden sollen, siehe AUDIO reset(Audio zurücksetzen) auf Seite 42.
! L (Niedrig) - Beim Eingang über den Cinch-
Ausgang eines angeschlossenen Geräts
! H (Hoch) - Beim Eingang über den Laut-
sprecher-Ausgang eines angeschlossenen
Geräts
Demo-Modus
Wichtig
! Wenn das rote Kabel (ACC) dieses Geräts
nicht an die mit dem Ein-/Ausschaltbetrieb
des Zündschalters gekoppelte Klemme angeschlossen wird, kann es zu einer Entleerung
der Fahrzeugbatterie kommen.
! Bitte beachten Sie, dass es zu einer Entladung
der Fahrzeugbatterie kommen kann, wenn der
Demo-Modus nach dem Abstellen des Motors
weiterläuft.
De
5
Page 62
Abschnitt
01
Bevor Sie beginnen
Wenn sich der Zündschalter in der Position
ACC oder EIN befindet und Sie nicht innerhalb
von 30 Sekunden das Gerät bedienen, startet
der Demo-Modus automatisch und das Gerät
wird ausgeschaltet. Halten Sie zum Beenden
des Demo-Modus (
Sie zum Starten (
Sie können den Demos-Modus auch in den
Ausgangseinstellungen ausschalten. Wählen
Sie Demonstration (Demo-Anzeige-Einstel-lung) und schalten Sie die Demo-Anzeige aus.
Für detaillierte Informationen hierzu siehe
Grundeinstellungen auf Seite 40.
/DISP) gedrückt. Halten
/DISP) erneut gedrückt.
Zu dieser Anleitung
! In den nachfolgenden Hinweisen werden
USB-Speicher, tragbare USB-Audio-Player
und SD-Speicherkarten kurz als „externes
Speichermedium (USB, SD)“ bezeichnet.
Wenn nur auf USB-Speicher und tragbare
USB-Audio-Player Bezug genommen wird,
werden diese unter dem Begriff „USB-Speichermedien“ zusammengefasst.
! In dieser Anleitung werden iPod und
iPhone unter dem Begriff iPod
zusammengefasst.
6
De
Page 63
9
68b a
7
def
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Hauptgerät
45
1
1
2LEVERaSRC/OFF
3
4
5Öffnen-Tastedh (Auswurf)
6
7
8EQ/DISP OFF
Verwenden Sie für den Anschluss des USBAudio-Players/USB-Speichermediums ein USBKabel von Pioneer, da direkt an das Gerät ange-
3
2
c
BezeichnungBezeichnung
(Telefon/Aufle-
gen)
/DISPb
(Liste)cDisc-Ladeschacht
AUX-Eingang (3,5mm-Stereoanschluss)
Auto-TA- und EQMikrofoneingang
Dieser Eingang
dient zum Anschluss eines AutoTA- und EQ-Mikrofons.
/fRESET
VORSICHT
9BAND/
MULTI-CONTROL
(M.C.)
SD-Speicherkartensteckplatz
Nehmen Sie die
Frontplatte ab, um
e
den Steckplatz für
die SD-Speicherkarte freizulegen.
(iPod)
schlossene Medien herausragen, was gefährlich
ist.
Verwenden Sie ausschließlich autorisierte Produkte.
Fernbedienung
Die Tasten der Fernbedienung, die mit denselben Zahlen gekennzeichnet sind, wie die des
Geräts, haben unabhängig von ihrem Namen
die gleiche Funktion, wie die des Geräts.
g
9
a
k
Bezeichnung
gVOLUME
hMUTE
ia/b/c/d
j
ke
m
Bedienung
Drücken Sie diese Tasten, um die
Lautstärke zu erhöhen oder zu
vermindern.
Drücken Sie diese Taste, um den
Ton stummzuschalten. Drücken
Sie sie erneut, um die Stummschaltung aufzuheben.
Drücken Sie diese Tasten für manuelle Suchlaufabstimmung,
Schnellvorlauf, Rücklauf und Titelsuchlauf.
Dieser Regler dient auch zur Steuerung von Funktionen.
Während der Telefonverwendung
wird durch Drücken dieser Taste
ein aktiver Anruf beendet oder ein
eingehender Anruf abgewiesen.
Drücken Sie diese Taste, um die
Wiedergabe zu stoppen oder fortzusetzen.
h
i
jl
3
Bedienung des Geräts
7
De
Page 64
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
l
m
Bezeichnung
LIST/
ENTER
Bedienung
Drücken Sie diese Taste, wenn Sie
während der Telefonverwendung
ein Telefongespräch beginnen
möchten.
Drücken Sie diese Taste, um je
nach gewählter Programmquelle
eine der folgenden Listen anzuzeigen: Disc-Titel-, Musiktitel-, Ordner- oder Dateinamensliste.
Bei Bedienung des Menüs ermöglicht das Drücken der Taste
die Steuerung von Funktionen.
Setup-Menü
Wenn Sie nach der Installation den Zündschalter in die Position EIN drehen, wird
das Setup-Menü auf dem Display angezeigt.
In diesem Menü können Sie folgende Optionen einstellen.
1 Drehen Sie nach der Installation des Geräts den Zündschalter auf EIN.
Die Angabe SET UP erscheint.
2 Drehen Sie M.C., um YES auszuwählen.
# Bedienen Sie das Gerät nicht innerhalb von
30 Sekunden, wird das Setup-Menü nicht angezeigt.
# Wenn Sie es vorziehen, die Einstellungen
nicht jetzt vorzunehmen, drehen die den M.C.Regler auf NO.
Wenn Sie NO wählen, können Sie keine Einstellungen im Setup-Menü vornehmen.
3 Drücken Sie M.C., um diese Option zu
bestätigen.
4 Gehen Sie zur Einstellung des Menüs
folgendermaßen vor.
Sie müssen Ihre Auswahl bestätigen, um die
nächste Menüoption aufrufen zu können.
1 Drehen Sie M.C., um das Jahr zu ändern.
2 Drücken Sie M.C., um den Tag zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um den Tag zu ändern.
4 Drücken Sie M.C., um den Monat zu wählen.
5 Drehen Sie M.C., um den Monat zu ändern.
6 Drücken Sie M.C., um die Auswahl zu bestätigen.
Clock (Einstellen der Uhrzeit)
1 Drehen Sie M.C., um die Stunde einzustellen.
2 Drücken Sie M.C., um die Minute zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die Minute einzustellen.
4 Drücken Sie M.C., um die Auswahl zu bestätigen.
FM step (UKW-Kanalraster)
1 Drehen Sie M.C., um die UKW-Kanalraster-Funk-
tion zu wählen.
50kHz (50 kHz)—100kHz (100 kHz)
2 Drücken Sie M.C., um die Auswahl zu bestätigen.
Contrast (Display-Kontrasteinstellung)
1 Drehen Sie M.C., um den Kontrastpegel einzustel-
len.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung des
Pegels wird 0 bis 15 angezeigt.
2 Drücken Sie M.C., um die Auswahl zu bestätigen.
Demonstration (Demo-Anzeige-Einstellung)
1 Drehen Sie M.C., um die Demo-Anzeige auszu-
schalten.
2 Drücken Sie M.C., um die Auswahl zu bestätigen.
Die Angabe Quit erscheint.
5 Um die Einstellungen abzuschließen,
drehen Sie M.C., um YES auszuwählen.
# Möchten Sie Ihre Einstellungen wieder ändern, drehen Sie M.C., um NO auszuwählen.
6 Drücken Sie M.C., um diese Option zu
bestätigen.
8
De
Page 65
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Hinweise
! Da der Demo-Modus für eine Anzeige in Ge-
schäftsräumen konzipiert wurde, sollte diese
Funktion keinesfalls während des Fahrens eingesetzt werden.
! Sie können die Menüoptionen in den Grun-
deinstellungen festlegen. Für Details zu den
Einstellungen siehe Grundeinstellungen auf
Seite 40.
! Das Setup-Menü kann durch Drücken von
SRC/OFF abgebrochen werden.
Grundlegende
Bedienvorgänge
Wichtig
! Gehen Sie beim Abnehmen bzw. Anbringen
der Frontplatte sorgfältig vor.
! Setzen Sie die Frontplatte keinen übermäßi-
gen Stößen aus.
! Setzen Sie die Frontplatte weder direkter Son-
nenbestrahlung noch hohen Temperaturen
aus.
! Entfernen Sie alle etwaigen angeschlossenen
Kabel und Geräte, bevor Sie die Frontplatte abnehmen, um eine Beschädigung des Geräts
oder des Fahrzeuginneren zu vermeiden.
Entfernen der Frontplatte zum Schutz vor Diebstahl
Zum Schutz vor Diebstahl kann die Frontplatte vom
Hauptgerät abgenommen werden.
1 Drücken Sie die Öffnen-Taste, um die Frontplatte
zu entriegeln.
2 Fassen Sie die Frontplatte an der linken Seite an
und ziehen Sie sie vorsichtig nach vorn ab.
Achten Sie darauf, die Frontplatte nicht zu fest anzufassen oder fallen zu lassen. Jeder Kontakt mit
Wasser oder anderen Flüssigkeiten sollte vermieden werden, da dies zu permanenten Schäden
führen kann.
3 Bewahren Sie die abgenommene Frontplatte
stets in einer Schutzhülle, wie zum Beispiel
einem Etui, auf.
Wiederanbringen der Frontplatte
1 Beim Wiederanbringen der Frontplatte müssen
Sie diese hochkant zum Gerät halten und fest auf
die Befestigungshalterungen aufstecken.
Einschalten des Geräts
1 Drücken Sie die Taste SRC/OFF, um das Gerät ein-
zuschalten.
Ausschalten des Geräts
1 Drücken und halten Sie SRC/OFF gedrückt, bis
sich das Gerät ausschaltet.
Wählen einer Programmquelle
1 Drücken Sie SRC/OFF, um zwischen den folgen-
Regeln der Lautstärke
1 Drehen Sie M.C., um die Lautstärke anz upassen.
Bedienung des Geräts
VORSICHT
Parken Sie Ihr Fahrzeug aus Sicherheitsgründen
zum Abnehmen der Frontplatte.
De
9
Page 66
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Hinweise
! Wenn das blau/weiße Kabel dieses Geräts an
die Steuerklemme des Automatikantennenrelais des Kraftfahrzeugs angeschlossen wird,
wird die Antenne ausgefahren, sobald das
Gerät eingeschaltet wird. Zum Einfahren der
Antenne schalten Sie die Programmquelle
aus.
! Wenn zwei USB-Speichermedien an dieses
Gerät angeschlossen sind und Sie zur Wiedergabe zwischen ihnen umschalten möchten,
unterbrechen Sie zuerst die Kommunikation
für das USB-Speichermedium, bevor Sie fortfahren.
! Verwenden Sie beim gleichzeitigen Anschluss
von USB1 (USB-Speichermedium 1)/iPod1
(Über den USB-Eingang 1 angeschlossener
iPod) und USB2 (USB-Speichermedium 2)/
iPod2 (Über den USB-Eingang 2 angeschlossener iPod) zusätzlich zum normalen USBKabel von Pioneer ein weiteres USB-Kabel von
Pioneer (CD-U50E).
Handhabung und Pflege
der Fernbedienung
Gebrauch der Fernbedienung
1 Halten Sie die Fernbedienung zum Gebrauch in
Richtung Frontplatte.
Ziehen Sie bei der ersten Verwendung die aus
dem Fach hervorstehende Folie heraus.
Auswechseln der Batterie
1 Entnehmen Sie das Fach auf der Rückseite der
Fernbedienung.
2 Legen Sie die Batterie unter Beachtung der ord-
nungsgemäßen Positionierung von Plus- (+) und
Minuspol (–) ein.
WARNUNG
! Halten Sie die Batterie von Kindern fern. Sollte
eine Batterie verschluckt werden, ist unverzüglich ein Arzt aufzusuchen.
! Batterien (Batteriepack oder eingelegte Batte-
rien) dürfen keinen hohen Temperaturen, wie
z. B. durch direktes Sonnenlicht oder Feuer
verursacht, ausgesetzt werden.
VORSICHT
! Verwenden Sie nur eine Lithium-Batterie vom
Typ CR2025 (3 V).
! Nehmen Sie die Batterie heraus, wenn die
Fernbedienung einen Monat oder länger nicht
verwendet wird.
! Wenn die Batterie nicht ordnungsgemäß ein-
gesetzt wird, ist Explosionsgefahr gegeben. Ersetzen Sie die Batterie ausschließlich durch
eine Batterie desselben oder eines vergleichbaren Typs.
! Verwenden Sie bei der Handhabung der Batte-
rie keine Werkzeuge aus Metall.
! Lagern Sie die Batterie nicht zusammen mit
Gegenständen aus Metall.
! Falls die Batterie auslaufen sollte, wischen Sie
die Fernbedienung vollständig sauber und setzen Sie eine neue Batterie ein.
! Halten Sie sich bei der Entsorgung verbrauch-
ter Batterien an die in Ihrem Land geltenden
gesetzlichen Bestimmungen und Vorschriften
der Umweltämter.
Wichtig
! Bewahren Sie die Fernbedienung nicht bei
hohen Temperaturen und direktem Sonnenlicht auf.
! In direktem Sonnenlicht funktioniert die Fern-
bedienung möglicherweise nicht ordnungsgemäß.
! Lassen Sie die Fernbedienung nicht auf den
Boden fallen, wo sie unter dem Brems- oder
dem Gaspedal eingeklemmt werden
könnte.
10
De
Page 67
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Identische Menübedienung
für Funktionseinstellungen/
Audio-Einstellungen/
Grundeinstellungen/Listen
Zurückschalten zur vorherigen Anzeige
Zurückschalten zur vorherigen Liste/Kategorie (bzw.
zum übergeordneten Ordner/zur übergeordneten Kategorie)
1 Drücken Sie
Ein- oder Ausschalten der Demo-Anzeige
1 Halten Sie
Zurückschalten zur normalen Anzeige
Abbrechen des Grundeinstellungsmenüs
1 Drücken Sie BAND/
Zurückschalten zur normalen Anzeige von der Liste/
Kategorie
1 Drücken Sie BAND/
Wählen einer Funktion oder Liste
1 Drehen Sie M.C. oder LEVER.
! In dieser Anleitung bezieht sich „Drehen Sie M.
C.“ auf den Bedienvorgang für das Wählen einer
Funktion oder Liste.
/DISP.
/DISP gedrückt.
.
.
Tuner
Grundlegende Bedienvorgänge
346127
5
34127
5
de
Kein RDS oder MW/LW
1 TA G -Anzeige
2 Tag-Übertragungsanzeige
3 Wellenbereichsanzeige
4 5-Anzeige (Stereo)
5 LOC-Anzeige
Erscheint, wenn die Lokal-Suchlaufabstimmung eingeschaltet ist.
Erscheint, wenn das eingestellte Nachrichtenprogramm empfangen wird.
b TP-Anzeige (
Erscheint, wenn eine Verkehrsfunk-Station abgestimmt ist.
c Stationsname
d Frequenzanzeige
e Spannungsanzeige
Gibt die Batteriespannung an.
)
! Die angezeigte Spannung kann von der
tatsächlichen Spannung abweichen.
)
Bedienung des Geräts
Wahl eines Bands (Wellenbereich)
1 Drücken Sie BAND/
lenbereich angezeigt wird (FM-1, FM-2, FM-3 für
ce8 9
ba
RDS
UKW bzw. MW/LW).
Manuelle (schrittweise) Abstimmung
1 Drehen Sie LEVER.
Suchlauf
1 Drehen und halten Sie LEVER gedrückt.
! Durch Drücken und Gedrückthalten von
LEVER oder können Sender übersprungen
werden. Die Suchlaufabstimmung beginnt,
sobald LEVER losgelassen wird.
, bis der gewünschte Wel-
De
11
Page 68
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Gebrauch des PI-Suchlaufs
Wenn der Tuner keinen geeigneten Sender findet oder der Empfang schwach wird, sucht
das Gerät automatisch nach einer anderen
Station mit derselben Programmierung. Während des Suchlaufs wird PI seek angezeigt
und der Ton stummgeschaltet.
Gebrauch des Auto-PI-Suchlaufs
für programmierte Stationen
Wenn gespeicherte Stationen nicht abgerufen
werden können, kann das Gerät auch für
einen PI-Suchlauf während eines Stationsabrufs eingestellt werden.
! Standardmäßig ist der automatische PI-
Suchlauf ausgeschaltet. Siehe Auto PI (Au-tomatische PI-Suche) auf Seite 41.
Speichern und Abrufen von
Radiostationen für jedes Band
1 Drücken Sie auf(Liste).
Der Vorwahlbildschirm wird angezeigt.
2 Verwenden Sie M.C., um die abgestimmte Frequenz im Speicher abzulegen.
Drehen Sie den Regler, um die Stationsnummer zu wechseln. Drücken und halten Sie ihn
gedrückt, um die Stationsnummer zu speichern.
3 Verwenden Sie M.C., um den gewünschten Sender zu wählen.
Drehen Sie den Regler, um den Sender zu
wechseln. Drücken Sie den Regler, um die
Auswahl zu bestätigen.
# Alle Sender, die für UKW-Frequenzbereiche
gespeichert wurden, können von jedem unabhängigen UKW-Frequenzbereich abgerufen werden.
# Durch Drücken von
manuell nach unten oder oben abstimmen.
# Zum Zurückschalten auf die normale Anzeige
drücken Sie BAND/
oderkönnen Sie
oder(Liste).
Umschalten der RDS-Anzeige
Das Radio-Datensystem (RDS) stellt digitale
Informationen bereit, die die Suche nach bestimmten Radiosendern erleichtern.
% Drücken Sie
/DISP.
PTY-Information und Frequenz oder Programm-Service-Name—Musiktitel und Künstlername
# Die PTY-Information und die Frequenz werden
acht Sekunden lang auf dem Display angezeigt.
PTY-Liste
News&Inf
News (Nachrichten), Affairs (Tagesereignisse), Info
(Information), Sport (Sport), Weather (Wetter), Finance (Finanzen)
Popular
Pop Mus (Popmusik), Rock Mus (Rockmusik), Easy
Mus (Leichte Hörmusik), Oth Mus (Andere Musik),
Jazz (Jazz), Country (Countrymusi k), Nat Mus (Lan-desmusik), Oldies (Oldies), Folk mus (Volksmusik)
Classics
L. Class (Leichte klassische Musik), Classic (Klassi-
sche Musik)
Others
Educate (Bildung), Drama (Drama), Culture (Kultur),
Science (Wissenschaft), Varied (Gemischtes), Children (Kinderprogramme), Social (Soziales), Religion
(Religion), Phone In (Telefongesprächsprogramme),
Touring (Reisen), Leisure (Freizeit), Document (Do-
kumentarsendungen)
Verwendung von iTunes Tagging
Diese Funktion steht für die folgenden iPod-Modelle zur Verfügung:
— iPod touch der vierten Generation
— iPod touch der dritten Generation
— iPod touch der zweiten Generation
— iPod touch der ersten Generation
— iPod classic 160GB
— iPod classic 120GB
— iPod classic
— iPod nano der sechsten Generation
12
De
Page 69
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
— iPod nano der fünften Generation
— iPod nano der vierten Generation
— iPod nano der dritten Generation
— iPhone 4
— iPhone 3GS
— iPhone 3G
— iPhone
Tag-Informationen können selbst dann in diesem Gerät gespeichert werden, wenn andere
iPod-Modelle verwendet werden.
Informationen bezüglich des Musiktitels (sogenannte tags) können von der Radiostation
auf Ihren iPod gespeichert werden. Beim
nächsten Synchronisieren des iPods werden
diese Musiktitel in einer Spielliste namens
„Tagged“ in iTunes angezeigt. Anschließend
können Sie diese Musiktitel direkt im iTunes
Store erwerben.
! Die getaggten Musiktitel und die Musiktitel,
die Sie im iTunes Store kaufen können, unterscheiden sich möglicherweise. Stellen
Sie sicher, den Musiktitel vor dem Kauf zu
bestätigen.
Tag-Informationen in diesem Gerät speichern
1 Rufen Sie eine Radiostation auf.
2 Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, wenn
TAG im Display angezeigt wird, während der gewünschte Musiktitel im Radio gespielt wird.
! Während des Speichern der Tag-Daten auf
dem Gerät blinkt TAG.
Tag-Informationen auf dem iPod speichern
1 Verbinden Sie den iPod über das iPod-Dock-Con-
nector-auf-USB-Kabel mit dem USB-Anschluss.
2 Wählen Sie Tags transfer in den Funktionsein-
stellungen, um Tag-Informationen von diesem
Gerät auf den iPod zu übertragen. Siehe
Tags transfer (Tag-Übertragung) auf Seite 20.
! Wenn Sie während der Tag-Übertragung zwi-
schen den Programmquellen umschalten, wird
die Übertragung abgebrochen. Wählen Sie zum
Abbruch der Übertragung Tags transfer in den
Funktionseinstellungen und versuchen Sie erneut, die Tag-Informationen zu übertragen.
Empfang von Radiotext
Anzeigen von Radiotext
Angezeigt werden können der momentan empfangene Radiotext sowie die drei zuletzt empfangenen
Texte.
1 Drücken und halten Sie
den Radiotext anzuzeigen.
! Die Anzeige des Radiotextes kann durch
Drücken von
. abgebrochen werden.
! Wenn kein Radiotext empfangen wird, er-
scheint NO TEXT im Display.
2 Drehen Sie LEVER nach links oder rechts, um die
drei zuletzt empfangenen Radiotexte abzurufen.
3 Drücken Sie
durchlaufen.
Speichern und Abrufen von Radiotext
Die Daten von bis zu sechs Radiotextübertragungen
können auf den Tasten RT Memo 1 bis RT Memo 6
hinterlegt werden.
1 Bringen Sie den Radiotext, den Sie speichern
möchten, zur Anzeige.
2 Drücken Sie auf
Der Vorwahlbildschirm wird angezeigt.
3 Verwenden Sie LEVER, um den gewählten Radio-
text zu speichern.
Drehen Sie den Regler, um die Stationsnummer
zu wechseln. Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, um die Stationsnummer zu speichern.
4 Verwenden Sie LEVER, um den gewünschten Ra-
diotext zu wählen.
Drehen Sie den Regler, um zwischen den verfügbaren Radiotexten umzuschalten. Drücken Sie
M.C., um diese Option zu bestätigen.
! Zum Zurückschalten auf die normale Anzeige
drücken Sie BAND/
oder , um den Radiotext zu
(Liste) gedrückt, um
/DISP, SRC/OFF oder BAND/
(Liste).
oder(Liste).
! Der Tuner speichert automatisch die drei
zuletzt empfangenen Radiotextübertragungen und ersetzt den ältesten mit dem neuesten Text.
Funktionseinstellungen
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü
anzuzeigen.
Bedienung des Geräts
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption
zu wechseln, und drücken Sie FUNCTION,
um die angezeigte Option zu wählen.
De
13
Page 70
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte
Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt
vor, um die Funktion einzustellen.
! Wenn das MW/LW-Band gewählt ist, stehen
nur BSM, Local und Tuning Mode zur Verfügung.
BSM (Best-Sender-Memory)
BSM (Best-Sender-Memory) speichert die sechs
stärksten Sender automatisch in der Reihenfolge
ihrer Signalstärke.
1 Drücken Sie M.C., um BSM einzuschalten.
Zum Abbrechen des Speichervorgangs drücken
Sie M.C. erneut.
Regional (Regional)
Bei Verwendung von Alternative FREQ beschränkt
die Regionalfunktion die Auswahl auf Sender, die regionale Programme ausstrahlen.
1 Drücken Sie M.C., um die Regionalfunktion ein-
oder auszuschalten.
Local (Lokal-Suchlaufabstimmung)
Mit der Lokal-Suchlaufabstimmung wird nur nach
Stationen mit ausreichender Signalstärke für einen
guten Empfang gesucht.
1 Drücken Sie M.C., um den lokalen Suchlauf ein-
zuschalten.
! Zum Abbrechen des Speichervorgangs drük-
ken Sie M.C. erneut.
2 Drehen Sie LEVER nach links oder rechts, um die
gewünschte Einstellung zu wählen.
UKW: Level 1—Level 2—Level 3—Level 4
MW/LW: Level 1—Level 2
Bei Auswahl der höchsten Stufe werden nur die
stärksten Sender empfangen, während bei Auswahl der niedrigeren Stufen schwächere Sender
zugelassen werden.
PTY search (Programmtyp-Wahl)
Sie können einen Sender anhand eines Programmtyps (PTY) abstimmen.
1 Drehen Sie LEVER nach links oder rechts, um die
gewünschte Einstellung zu wählen.
News&Inf—Popular—Classics—Others
2 Drücken Sie M.C., um die Suche zu starten.
Das Gerät sucht nach einer Station, die ein Programm des gewählten Typs ausstrahlt. Wenn eine
solche Station gefunden wird, wird deren Stationsname angezeigt.
Die verschiedenen PTY-Informationen (Programmtyp-Kenncode) sind nachfolgend aufgeführt.
Siehe PTY-Liste auf Seite 12.
Zum Abbrechen des Suchlaufs drücken Sie M.C.
erneut.
Das Programm mancher Sender kann von dem
tatsächlich übertragenen Programmtyp (PTY) abweichen.
Wird kein Sender gefunden, der ein Programm
des gewählten Typs ausstrahlt, dann erscheint
zwei Sekunden lang Not found und der Tuner
schaltet auf die ursprüngliche Station zurück.
Traffic Announce (Verkehrsdurchsagebereitschaft)
1 Drücken Sie M.C., um die Verkehrsdurchsageber-
eitschaft ein- oder auszuschalten.
Alternative FREQ (Alternativfrequenz-Suchlauf)
Bei mangelhaftem Rundfunkempfang sucht das
Gerät automatisch nach einem anderen Sender im
gleichen Netzwerk.
1 Drücken Sie auf M.C., um den Alternativfrequenz-
Suchlauf ein- oder auszuschalten.
News interrupt (Nachrichtenunterbrechung)
1 Drücken Sie M.C., um die Nachrichtenfunktion
ein- oder auszuschalten.
Tuning Mode (HEBEL-Abstimmeinstellung)
Sie können dem LEVER am Gerät eine Funktion zuweisen.
Wählen Sie Manual (manuelle Abstimmung) zur manuellen Abstimmung nach oben oder unten oder Pre-set (vorprogrammierte Kanäle) zum Umschalten
zwischen den vorprogrammierten Kanälen.
1 Drücken Sie M.C., um Manual oder Preset zu
wählen.
14
De
Page 71
75684
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
CD/CD-R/CD-RW-Discs und
externe Speichermedien
(USB, SD)
Grundlegende Bedienvorgänge
1
1 Bitrate-/Abtastfrequenz-Anzeige
Gibt die Bitrate oder Abtastfrequenz des momentanen Titels (Datei) an, wenn Dateien im
komprimierten Audio-Format wiedergegeben
werden.
! Bei der Wiedergabe von im VBR-Modus
(Variable Bitrate) aufgezeichneten AACDateien wird die durchschnittliche Bitrate angezeigt. Je nach der zum Decodieren der AAC-Dateien verwendeten
Software kann jedoch auch VBR angezeigt werden.
2 Ordnernummernanzeige
Gibt die Nummer des gerade spielenden Ordners an, wenn Dateien im komprimierten
Audio-Format wiedergegeben werden.
Erscheint, wenn die „Sound Retriever“-Funktion (Erweiterter Tonempfang) eingeschaltet
ist.
6 Dauer des Musiktitels (Statusbalken)
7 Wiedergabezeitanzeige
8 Spannungsanzeige
Gibt die Batteriespannung an.
! Die angezeigte Spannung kann von der
tatsächlichen Spannung abweichen.
32
Entriegeln der Frontplatte
1 Drücken Sie auf die Öffnen-Taste.
Der Disc-Ladeschacht wird freigegeben.
Wiedergabe einer CD/CD-R/CD-RW-Disc
1 Legen Sie die Disc mit der Etikettenseite nach
oben in den Ladeschacht.
Auswerfen einer CD/CD-R/CD-RW-Disc
1 Drücken Sie h (Auswerfen).
Wiedergabe von Musiktiteln eines USB-Speichermediums
1 Verwenden Sie ein USB-Kabel von Pioneer für
den Anschluss des USB-Speichermediums an
das Gerät.
! Schließen Sie das USB-Speichermedium über
das USB-Kabel an.
Wiedergabe der Musiktitel auf einem USB-Speichermedium abbrechen
! Das USB-Speichermedium kann jederzeit vom
Gerät getrennt werden.
Wiedergabe von Musiktiteln einer SD-Speicherkarte
1 Nehmen Sie die Frontplatte ab.
Für detaillierte Informationen hierzu siehe Entfer-nen der Frontplatte zum Schutz vor Diebstahl auf
Seite 9.
2 Führen Sie eine SD-Speicherkarte in den SD-Kar-
tensteckplatz ein.
Achten Sie beim Einführen darauf, dass die Kartenoberfläche mit den Kontakten nach unten
zeigt, und drücken Sie die Karte in den Steckplatz, bis sie mit einem Klick sicher in ihrer Position einrastet.
3 Bringen Sie die Frontplatte wieder an.
4 Drücken Sie die Taste SRC/OFF,umSD als Pro-
grammquelle zu wählen.
Daraufhin startet die Wiedergabe.
Wiedergabe von Musiktiteln einer SD-Speicherkarte
abbrechen
1 Nehmen Sie die Frontplatte ab.
Für detaillierte Informationen hierzu siehe Entfer-nen der Frontplatte zum Schutz vor Diebstahl auf
Seite 9.
2 Drücken Sie gegen die SD-Speicherkarte, bis ein
Klick zu hören ist.
Die SD-Speicherkarte wird ausgeworfen.
3 Ziehen Sie die SD-Speicherkarte heraus.
4 Bringen Sie die Frontplatte wieder an.
Wählen eines Ordners
1 Drücken Sie
Wahl eines Titels
1 Drehen Sie LEVER.
oder .
Bedienung des Geräts
15
De
Page 72
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Schnellvorlauf bzw. -rücklauf
1 Drehen und halten Sie LEVER nach rechts oder
links gedrückt.
Rückkehr zum Stammordner
1 Drücken und halten Sie BAND/
Umschalten zwischen dem komprimierten Audioformat und CD-DA
1 Drücken Sie BAND/
Umschalten zwischen Wiedergabespeichergeräten
Sie können zwischen den Wiedergabespeichereinheiten von USB-Speichermedien umschalten, welche
über mehrere massenspeichergerätkompatible Speichereinheiten verfügen.
1 Drücken Sie BAND/
! Sie können zwischen bis zu 32 verschiedenen
Speichergeräten umschalten.
.
.
gedrückt.
Hinweise
! Bei der Wiedergabe von Dateien im kompri-
mierten Audio-Format wird beim schnellen
Vor- und Rücklauf kein Ton ausgegeben.
! Trennen Sie USB-Speichermedien bei Nicht-
verwendung von diesem Gerät.
! Wenn zwei USB-Speichermedien an dieses
Gerät angeschlossen sind, wird das an den
Eingang der gewählten Programmquelle angeschlossene Gerät bedient.
! Unterbrechen Sie die Kommunikation für das
USB-Speichermedium, bevor Sie auf die Bedienung des anderen Geräts umschalten.
Auswählen und Wiedergeben von
Dateien/Titeln der Namensliste
Wenn externe Speichermedien (USB, SD) an
das Gerät angeschlossen sind, ist diese Funktion nur verfügbar, wenn Music browse auf
OFF gestellt ist. Siehe Music browse (Musiktitelsuche) auf Seite 41.
1 Drücken Sie
Datei-/Titellistenmodus umzuschalten.
2 Verwenden Sie M.C., um den Namen
der gewünschten Datei (bzw. des gewünschten Ordners) zu wählen.
Ändern des Datei- oder Ordnernamens
1 Drehen Sie M.C.
Sie können diesen Bedienschritt auch durch Drehen von LEVER ausführen.
Wiedergabe
1 Drücken Sie nach Auswahl einer Datei oder eines
Titels auf M.C.
Anzeige einer Liste der Dateien (oder Ordner) im gewählten Ordner
1 Drücken Sie nach Auswahl eines Ordners auf M.
C.
Wiedergabe eines Musiktitels im gewählten Ordner
1 Drücken und halten Sie M.C. nach Auswahl des
Ordners gedrückt.
(Liste), um in den
Anzeigen von Textinformationen
Wählen der gewünschten Textinformationen
1 Drücken Sie
Hinweise
! Abhängig vom Mediadateityp bzw. der für das
Schreiben der MP3-Dateien auf eine Disc verwendeten Version von iTunes werden die mit
den Audiodateien gespeicherten Textinformationen ggf. nicht richtig angezeigt.
! Welche Textinformationen geändert werden
können, hängt vom Medium ab.
16
De
/DISP.
Suchen nach Musiktiteln
! Diese Funktion ist nur verfügbar, wenn eine
Datei auf einem externen Speichermedium
(USB, SD) oder ein Musiktitel auf einem
iPod wiedergegeben wird.
! Wenn externe Speichermedien (USB, SD)
an das Gerät angeschlossen sind, ist diese
Funktion nur verfügbar, wenn
Music browse auf USB memory1,
USB memory2 oder SD card eingestellt ist.
Siehe Music browse (Musiktitelsuche) auf
Seite 41.
1 Drücken Sie auf
Hauptmenü der Listensuche aufzurufen.
(Liste), um das
Page 73
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
2 Verwenden Sie M.C., um eine Kategorie
bzw. einen Musiktitel auszuwählen.
Musiktitel- oder Kategorienname ändern
1 Drehen Sie M.C.
Artists (Künstler)—Albums (Alben)—Songs
(Titel)—Genres (Musik-Genres)
Sie können diesen Bedienschritt auch durch Drehen von LEVER ausführen.
Wiedergabe
1 Drücken Sie nach Auswahl eines Musiktitels auf
M.C.
Wiedergabe einer Musiktitelliste der ausgewählten
Kategorie
1 Drücken Sie nach Auswahl einer Kategorie auf
M.C.
Wiedergabe eines Musiktitels der gewählten Kategorie
1 Drücken und halten Sie M.C. nach Auswahl der
Kategorie gedrückt.
Alphabetische Listensuche
1 Sobald die Liste der gewählten Kategorie ange-
zeigt wird, drücken Sie die Taste
phabetischen Suchmodus umzuschalten.
2 Drehen Sie M.C., um einen Buchstaben zu wäh-
len.
3 Drücken Sie M.C., um die alphabetische Liste an-
zuzeigen.
, um in den al-
Hinweise
! Das Gerät muss einen Index erstellen, um die
Suche nach Artists, Albums, Songs und
Genres zu ermöglichen. Normalerweise dauert die Indexerstellung für 1 000 Titel etwa 70
Sekunden. Wir empfehlen nicht mehr als
3 000 Titel zu verwenden. Beachten Sie bitte,
dass die Indexerstellung für bestimmte Dateitypen etwas länger dauern kann.
! Je nach der Anzahl der auf dem USB-Spei-
chermedium gespeicherten Dateien kann die
Anzeige einer Liste etwas Zeit in Anspruch
nehmen.
! Während der Index- oder Listenerstellung
funktionieren die Tasten möglicherweise
nicht.
! Die Listen werden jedes Mal, wenn das Gerät
eingeschaltet wird, neu erstellt.
Funktionseinstellungen
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü
anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption
zu wechseln, und drücken Sie FUNCTION,
um die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte
Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt
vor, um die Funktion einzustellen.
Play mode (Wiederholwiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um einen Wiederholbereich zu
wählen.
CD/CD-R/CD-RW-Discs
! Disc repeat – Wiederholung aller Titel
! Track repeat – Wiederholung des momenta-
nen Titels
! Folder repeat – Wiederholung des momenta-
nen Ordners
Externes Speichermedium (USB, SD)
! All repeat – Wiederholung aller Dateien
! Track repeat – Wiederholung der momenta-
nen Datei
! Folder repeat – Wiederholung des momenta-
nen Ordners
Random mode (Zufallsgesteuerte Wiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um die zufallsgesteuerte Wie-
dergabe ein- oder auszuschalten.
Link play (Verknüpfte Wiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C., um den Modus zu wechseln,
und drücken Sie ihn, um den angezeigten Modus
zu wählen.
! Artist – Wiedergabe eines Albums des momen-
tan spielenden Künstlers
! Album – Wiedergabe eines Musiktitels eines Al-
bums des momentan spielenden Künstlers
! Genre – Wiedergabe eines Albums aus dem
Genre des momentan spielenden Künstlers
Der ausgewählte Musiktitel bzw. das ausgewählte
Album wird nach dem gerade spielenden Musiktitel
wiedergegeben.
! Diese Funktion ist nur für externe Speichermedien
(USB, SD) verfügbar.
Bedienung des Geräts
De
17
Page 74
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Pause (Pause)
1 Drücken Sie M.C., um die Wiedergabe anzuhalten
oder fortzusetzen.
Sound Retriever (Sound Retriever)
Verbessert komprimierte Audiodaten und stellt ein reiches Klangbild wieder her.
1 Drücken Sie M.C., um die gewünschte Einstel-
lung zu wählen.
OFF (Aus)—1—2
1 wirkt bei einem niedrigen und 2 bei einem
casts)—Genres (Musik-Genres)—Composers
(Komponisten)—Audiobooks (Hörbücher)
Sie können diesen Bedienschritt auch durch Drehen von LEVER ausführen.
Wiedergabe
1 Drücken Sie nach Auswahl eines Musiktitels auf
M.C.
Wiedergabe einer Musiktitelliste der ausgewählten
Kategorie
1 Drücken Sie nach Auswahl einer Kategorie auf
M.C.
18
De
Page 75
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Wiedergabe eines Musiktitels der gewählten Kategorie
1 Drücken und halten Sie M.C. nach Auswahl der
Kategorie gedrückt.
Alphabetische Listensuche
1 Sobald die Liste der gewählten Kategorie ange-
zeigt wird, drücken Sie die Taste
phabetischen Suchmodus umzuschalten.
2 Drehen Sie M.C., um einen Buchstaben zu wäh-
len.
3 Drücken Sie M.C., um die alphabetische Liste an-
zuzeigen.
Hinweise
! Sie können Spiellisten wiedergeben, die mit
der PC-Anwendung (MusicSphere) erstellt
wurden. Diese Anwendung wird auf unserer
Website verfügbar sein.
! Die mithilfe dieser PC-Anwendung (Music-
Sphere) erstellten Spiellisten werden abgekürzt angezeigt.
, um in den al-
Wiedergabe von Musiktiteln
mit Bezug zum momentan
spielenden Titel
Es können Musiktitel der folgenden Listen abgespielt werden:
• Albumliste des momentan spielenden
Künstlers
• Musiktitelliste des momentan spielenden Albums
• Albumliste des momentan spielenden
Musik-Genres
1 Drücken und halten Sie M.C. gedrückt,
um in den Modus der verknüpften Wiedergabe umzuschalten.
2 Drehen Sie M.C., um den Modus zu
wechseln, und drücken Sie ihn, um den angezeigten Modus zu wählen.
! Artist – Wiedergabe eines Albums des mo-
mentan spielenden Künstlers
! Album – Wiedergabe eines Musiktitels
eines Albums des momentan spielenden
Künstlers
! Genre – Wiedergabe eines Albums aus
dem Genre des momentan spielenden
Künstlers
Der ausgewählte Musiktitel bzw. das ausgewählte Album wird nach dem gerade spielenden Musiktitel wiedergegeben.
Hinweise
! Die Wiedergabe des ausgewählten Musikti-
tels/Albums wird ggf. abgebrochen, wenn Sie
eine andere Funktion als die Verbindungssuche (wie z. B. Schnellvorlauf oder -rücklauf)
wählen.
! Je nach dem für die Wiedergabe gewählten
Musiktitel können das Ende des momentan
spielenden Musiktitels und der Anfang des
ausgewählten Musiktitels/Albums abgeschnitten werden.
Bedienen der iPod-Funktionen
dieses Geräts über den iPod
Bei Auswahl von APP kann die Tonausgabe
der iPod-Anwendungen über die Kraftfahrzeuglautsprecher erfolgen.
Diese Funktion ist nicht mit den folgenden
iPod-Modellen kompatibel:
— iPod mit Video
— iPod nano der ersten Generation
Der APP-Modus ist mit den folgenden iPodModellen kompatibel:
! iPod touch der vierten Generation (Softwa-
re-Version 4.1 oder höher)
! iPod touch der dritten Generation (Softwa-
re-Version 3.0 oder höher)
! iPod touch der zweiten Generation (Softwa-
re-Version 3.0 oder höher)
! iPod touch der ersten Generation (Softwa-
re-Version 3.0 oder höher)
! iPhone 4 (Software-Version 4.1 oder höher)
! iPhone 3GS (Software-Version 3.0 oder
höher)
! iPhone 3G (Software-Version 3.0 oder
höher)
! iPhone (Software-Version 3.0 oder höher)
1 Drücken Sie auf BAND/ , um den Funktions-
steuermodus zu wechseln.
Bedienung des Geräts
De
19
Page 76
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
! iPod – Die iPod-Funktionen dieses Ge-
räts können über den angeschlossenen
iPod bedient werden.
! APP – Der Ton Ihrer iPod-Anwendungen
wird über dieses Gerät ausgegeben.
! AUDIO – Die iPod-Funktionen können
über das Gerät bedient werden.
Funktionseinstellungen
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü
anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption
zu wechseln, und drücken Sie FUNCTION,
um die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte
Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt
vor, um die Funktion einzustellen.
Play mode (Wiederholwiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um einen Wiederholbereich zu
wählen.
! Repeat One – Wiederholung des momenta-
nen Musiktitels
! Repeat All – Wiederholung aller Musiktitel in
der gewählten Liste
Shuffle mode (Shuffle)
1 Drücken Sie M.C., um die von Ihnen bevorzugte
Einstellung zu wählen.
! Shuffle Songs – Zufallsgesteuerte Wiederga-
be der Musiktitel der gewählten Liste
! Shuffle Albums – Wiedergabe in der richti-
gen Reihenfolge der Musiktitel in einem nach
dem Zufallsprinzip gewählten Album
! Shuffle OFF – Aufheben der zufallsgesteuer-
ten Wiedergabe.
Shuffle all (Zufällige Wiedergabe aller Titel)
1 Drücken Sie M.C., um die Funktion „Shuffle All“
(zufällige Wiedergabe aller Titel) einzuschalten.
Um die Funktion abzustellen, schalten Sie Shuffle
mode im Menü FUNCTION aus.
Link play (Verknüpfte Wiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C., um den Modus zu wechseln,
und drücken Sie ihn, um den angezeigten Modus
zu wählen.
Für Details zu den Einstellungen siehe Wiedergabe
von Musiktiteln mit Bezug zum momentan spielenden Titel auf Seite 19.
Pause (Pause)
1 Drücken Sie M.C., um die Wiedergabe anzuhalten
oder fortzusetzen.
Tags transfer (Tag-Übertragung)
Übertragen der in der Tuner-Quelle enthaltenen TagInformationen.
1 Drücken Sie M.C., um die Tag-Informationen zu
speichern. Siehe Verwendung von iTunes Tagging
auf Seite 12.
Audiobooks (Hörbuch-Abspielgeschwindigkeit)
1 Drücken Sie M.C., um die von Ihnen bevorzugte
Einstellung zu wählen.
! Faster – Schnellere Wiedergabe als normale
Wiedergabegeschwindigkeit
! Normal – Normale Wiedergabegeschwindig-
keit
! Slower – Langsamere Wiedergabe als norma-
le Wiedergabegeschwindigkeit
Sound Retriever (Sound Retriever)
1 Drücken Sie M.C., um die gewünschte Einstel-
lung zu wählen.
OFF (Aus)—1—2
1 wirkt bei einem niedrigen und 2 bei einem
hohen Kompressionsfaktor.
Hinweise
! Wenn Sie den Steuermodus auf iPod um-
schalten, wird die Musiktitelwiedergabe unterbrochen. Bedienen Sie den iPod, um mit der
Wiedergabe fortzufahren.
! Selbst wenn iPod/APP als Steuermodus ge-
wählt wurde, können die folgenden Funktionen direkt über dieses Gerät bedient werden:
— Pause
— Schnellvorlauf/-rücklauf
— Nächster/vorheriger Titel
20
De
Page 77
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
! Wurde der Steuermodus iPod/APP gewählt,
sind nur Pause, Tags transfer oder
Sound Retriever verfügbar.
! Die Funktion zum Durchsuchen kann nicht
über das Gerät bedient werden.
Audio-Einstellungen
Betriebsmodi
Dieses Gerät verfügt über zwei Betriebsmodi:
den 3-Wege-Netzwerkmodus (NW) und den
Standardmodus (STD). Sie können wunschgemäß zwischen diesen Modi umschalten. Die
werkseitige DSP-Einstellung ist der Standardmodus (STD). (Siehe Umschalten des DSP-Einstellmodus auf Seite 5.)
! Der 3-Wege-Netzwerkmodus (NW) ermög-
licht Ihnen die Einrichtung eines 3-WegeAudiosystems mit mehreren Verstärkern
und Lautsprechern, in dem für die Wiedergabe der hohen, mittleren und niederen
Frequenzen (Bänder) jeweils ein separater,
von einem eigenen Leistungsverstärker unterstützter Lautsprecher eingesetzt wird. Im
3-Wege-Netzwerkmodus stehen die Netzwerk- und die Zeitabgleichsfunktion zur
Verfügung. Beide Funktionen sind in einem
Mehrfach-Verstärker/Lautsprecher-System
von grundlegender Bedeutung, um eine
präzise Kontrolle über die Einstellungen für
jeden Frequenzbereich gewährleisten zu
können.
! Der Standardmodus (STD) ermöglicht
Ihnen die Einrichtung eines Audiosystems
mit 4 Front-/Hecklautsprechern bzw. eines
Systems mit 6 Front-/Hecklautsprechern
und Subwoofern.
Wichtig
Die Audioeinstellungen dieser Einheit werden
selbst dann im Speicher beibehalten, wenn die
Batterie getrennt oder der Mikroprozessor zurückgesetzt wurde. Wenn die Audio-Einstellungen zurückgesetzt werden sollen, siehe AUDIO reset(Audio zurücksetzen) auf Seite 42.
Kennzeichnung der Betriebsmodi
In dieser Anleitung werden die Betriebsmodi
deutlich wie nachstehend erläutert ausgewiesen.
: Diese Kennzeichnung verweist auf eine
Funktion, die ausschließlich im 3-Wege-Netzwerkmodus zur Verfügung steht, bzw. auf
einen Bedienungsschritt im 3-Wege-Netzwerkmodus.
: Diese Kennzeichnung verweist auf eine
Funktion, die ausschließlich im Standardmo dus zur Verfügung steht, bzw. auf einen Bedienungsschritt im Standardmodus.
! Funktionen und Bedienungsschritte, für die
keine dieser Kennzeichnungen angeführt
wird, werden im Allgemeinen sowohl im 3Wege-Netzwerk- als auch im Standardmodus ausgeführt.
3-Wege-Netzwerkmodus
Einfaches Anpassen des Audiosystems
Wenn Sie die folgenden Einstellungen/Anpassungen in der angegebenen Reihenfolge ausführen, können Sie mühelos ein fein
abgestimmtes Klangfeld erzeugen.
1 Gebrauch des Positionswählers (POSI)
2 Auto-TA und Auto-EQ (Autom. Zeitabgleich und
autom. Equalizer-Einstellung)
3 Gebrauch der Balance-Einstellung (BAL)
4 Abr ufen von Equalizer-Kurven
Feinabstimmen des Audiosystems
Wenn Sie die folgenden Einstellungen/Anpassungen in der angegebenen Reihenfolge ausführen, können Sie mühelos ein fein
abgestimmtes Klangfeld erzeugen.
1 Anpassen des Zeitabgleichs (TA 1, TA 2)
2 Einstellen des Netzwerks (NW 1, NW 2, NW 3,
NW 4)
3 Einstellen von Equalizer-Kurven (EQ 1)
4 Einstellen des 16-Band-Graphic-Equalizers
(EQ 2)
Bedienung des Geräts
De
21
Page 78
1
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Standardmodus
Einfaches Anpassen des Audiosystems
Anhand der nachstehend aufgeführten Funktionen können Sie Ihr Audiosystem problemlos an die akustischen Eigenheiten Ihres
Fahrzeugs, die je nach Fahrzeugtyp unterschiedlich ausfallen, anpassen.
1 Gebrauch des Positionswählers (POSI)
2 Auto-TA und Auto-EQ (Autom. Zeitabgleich und
autom. Equalizer-Einstellung)
3 Verwendung der Überblend-/Balance-Einstel-
lung (F/B)
4 Abr ufen von Equalizer-Kurven
Feinabstimmen des Audiosystems
Wenn Sie die folgenden Einstellungen/Anpassungen in der angegebenen Reihenfolge ausführen, können Sie mühelos ein fein
abgestimmtes Klangfeld erzeugen.
1 Verwendung des Zeitabgleichs (TA 1, TA 2)
2 Gebrauch des Subwoofer-Ausgangs (SW 1)
3 Anpassen der Subwoofer-Einstellungen (SW 2)
4 Anpassen der Steilheit für die Tiefpassfilter-
Dämpfung (SW 3)
5 Einstellen des Hochpassfilters für die vorderen
Lautsprecher (F.HPF 1, F.HPF 2)
6 Einstellen des Hochpassfilters für die Hecklaut-
sprecher (R.HPF 1, R.HPF 2)
7 Einstellen von Equalizer-Kurven (EQ 1)
8 Einstellen des 16-Band-Graphic-Equalizers
(EQ 2)
Sonderfunktionen
Diese Funktionen ermöglichen Ihnen eine detaillierte Anpassung der Klangqualität an Ihr
System und Ihre persönlichen Vorlieben.
! Einstellen von Loudness (LOUD)
! Einstellen der Programmquellenpegel (SLA)
! Gebrauch des automatischen Klangnivellie-
rers (ASL)
Einführung zu den AudioEinstellungen
1 Audio-Display
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü
anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption
zu wechseln, und drücken Sie AUDIO, um
die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte
Audio-Funktion zu wählen.
Nehmen Sie nach der Funktionswahl die folgenden Audio-Einstellungen vor.
3-Wege-Netzwerkmodus
BAL (Balance-Einstellung)—NW 1 (Netzwerkanpassung 1)—NW 2 (Netzwerkanpassung 2)
—NW 3 (Netzwerkanpassung 3)—NW 4
(Netzwerkanpassung 4)—POSI (Positionswähler)—TA1 (Zeitabgleichseinstellung)—TA2
(Zeitabgleichsanpassung)—LOUD (Loudness)
—EQ 1 (Graphic Equalizer)—EQ 2 (16-Band-
Graphic Equalizer)—A.EQ (Auto-Equalizer Ein/
Aus)—ASL (Automatischer Klangnivellierer)—SLA (Programmquellen-Pegeleinstellung)
Standardmodus
4 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzurufen.
# Sie können die Audio-Funktionen auch in umgekehrter Reihenfolge durchlaufen, indem Sie
M.C. gegen den Uhrzeigersinn drehen.
# Bei der Wahl von UKW als Programmquelle
kann nicht auf SLA geschaltet werden.
# Wenn Sie in TA 1 die Einstellung OFF gewählt
haben, können Sie nicht zu TA 2 umschalten.
# Die Wahl von SW 2 und SW 3 ist nur möglich,
wenn der Subwoofer-Ausgang über SW 1 eingeschaltet wurde.
# Zum Zurückschalten auf die Anzeige jeder
Programmquelle drücken Sie auf BAND/
Hinweise
! Wenn die Audio-Funktion nicht innerhalb von
30 Sekunden aktiviert wird, schaltet das Display automatisch wieder auf die Programmquellenanzeige zurück.
! Die Funktionen EQ 2 (16-Band-Graphic Equali-
zer), TA2 (Zeitabgleichseinstellung), NW 1
(Netzwerkanpassung 1), NW 2 (Netzwerkanpassung 2), NW 3 (Netzwerkanpassung 3)
und NW 4 (Netzwerkanpassung 4) werden
nicht automatisch wieder aufgehoben.
.
Umschalten des linken und
rechten Kanals
Die nachstehend aufgeführten Funktionen
können für den linken und den rechten Kanal
separat oder gemeinsam eingestellt werden.
3-Wege-Netzwerkmodus
! Einstellen des Netzwerks (NW 1, NW 2,
NW 3)
! Einstellen des 16-Band-Graphic-Equalizers
(EQ 2)
Standardmodus
! Anpassen der Subwoofer-Einstellungen
(SW 2)
! Anpassen der Steilheit für die Tiefpassfilter-
Dämpfung (SW 3)
! Einstellen des Hochpassfilters für die vorde-
ren Lautsprecher (F.HPF 1, F.HPF 2)
! Einstellen des Hochpassfilters für die Heck-
lautsprecher (R.HPF 1, R.HPF 2)
! Einstellen des 16-Band-Graphic-Equalizers
(EQ 2)
1 Verwenden Sie M.C., um eine der oben
aufgeführten Audio-Funktionen zu wählen.
2 Drücken und halten Sie M.C. gedrückt,
um zwischen dem Modus „Links/Rechts Gemeinsam“ und „Links/Rechts Separat“ umzuschalten.
L/R (Links/Rechts Gemeinsam)—Left (links)—
Right (rechts)
3 Passen Sie die genannten Funktionen
bedarfsgerecht an.
Bedienung des Geräts
De
23
Page 80
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Gebrauch des Positionswählers
Eine weitere Möglichkeit zur Erzeugung eines
möglichst natürlichen Klangs ist die präzise
Platzierung des Stereo-Bildes, sodass Sie sich
genau in der Mitte des Klangfelds befinden.
Mit dem Positionswähler können Sie automatisch die Ausgangspegel der Lautsprecher anpassen und eine Verzögerung einfügen, um
der Anzahl und Position der besetzten Sitze
Rechnung zu tragen.
1 Verwenden Sie M.C., um im AudioFunktionsmenü die Funktion POSI zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um eine Hörposition
zu wählen.
OFF (Aus)—Front Left (vorderer linker Sitz)—
Front Right (vorderer rechter Sitz)—Front
(Vordersitze)—All (alle Sitze
)
Gebrauch der Balance-Einstellung
Sie können eine Balance-Einstellung wählen,
die eine ideale Hörumgebung für alle Sitzplätze bietet.
! Diese Funktion steht nur im 3-Wege-Netz-
werkmodus
1 Verwenden Sie M.C., um BAL zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um die Links-/
Rechts-Lautsprecherbalance einzustellen.
Bei der Verlagerung der Links-/Rechts-Lautsprecherbalance von links nach rechts wird
Left 25 bis Right 25 angezeigt.
zur Verfügung.
Verwendung der Überblend-/
Balance-Einstellung
Sie können die Überblend-/Balance-Einstellung ändern, um eine ideale Hörumgebung
für alle Sitzplätze zu erreichen.
! Diese Funktion steht nur im Standardmo-
dus
1 Verwenden Sie M.C., um F/B zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um die Front-/HeckLautsprecherbalance einzustellen.
Bei der Verlagerung der Front-/Heck-Lautsprecherbalance von vorn nach hinten wird
Front 25 bis Rear 25 angezeigt.
# Wählen Sie F/R 00, wenn nur zwei Lautspre-
cher verwendet werden.
3 Drücken Sie auf M.C., um den Modus
für die Links-/Rechts-Lautsprecherbalance
einzustellen.
4 Drehen Sie LEVER, um die Links-/
Rechts-Lautsprecherbalance einzustellen.
Bei der Verlagerung der Links-/Rechts-Lautsprecherbalance von links nach rechts wird
Left 25 bis Right 25 angezeigt.
zur Verfügung.
Verwendung des Zeitabgleichs
Mit dieser Funktion kann der Abstand von der
Hörposition zu jedem Lautsprecher eingestellt
werden.
1 Verwenden Sie M.C., um im AudioFunktionsmenü die Funktion TA1 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um einen Zeitabgleichswert zu wählen.
Initial (Voreinstellung)—Custom (Benutzerde-
finiert)—Auto TA (Automatischer Zeitabgleich)—OFF (Aus)
24
De
Page 81
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
! Initial entspricht dem werkseitig voreinge-
stellten Zeitabgleich.
! Custom ist ein angepasster Zeitabgleich,
der von Ihnen bedarfsgerecht eingestellt
werden kann.
! Auto TA ist der per automatischem Zeitab-
gleich (Auto-TA) und automatischer Equalizer-Einstellung (Auto-EQ) erzielte
Zeitabgleich (siehe Auto-TA und Auto-EQ
(Autom. Zeitabgleich und autom. EqualizerEinstellung) auf Seite 33).
# Sie können Auto TA nur im Anschluss an
einen automatischen Zeitabgleich und eine automatische Equalizer-Einstellung verwenden. In diesem Fall wird Please set Auto TA angezeigt.
Anpassen des Zeitabgleichs
Der Abstand zwischen der gewählten Position
und jedem Lautsprecher kann angepasst werden.
! Der von Ihnen angepasste Zeitabgleich
wird unter Custom gespeichert.
1 Verwenden Sie M.C., um TA 1 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drücken Sie M.C., um eine Einheit für
die Entfernung zu wählen.
(cm) (Zentimeter)—(inch) (Zoll)
3 Drücken Sie auf
/DISP, um die obere
Kategorie anzuzeigen.
4 Verwenden Sie M.C., um TA2 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
# Wenn im Positionswahlmodus (POSI) weder
Front Left noch Front Right gewählt wurde, er-
scheint die Angabe
Can't Adjust TA. Set POS. FL/FR (keine TA-Anpassung möglich) im Display.
# Wenn Sie in TA 1 die Einstellung OFF gewählt
haben, können Sie nicht zu TA 2 umschalten.
5 Drehen Sie M.C., um den einzustellenden Lautsprecher zu wählen.
3-Wege-Netzwerkmodus
High L (Hoher Frequenzbereich links)—
High R (Hoher Frequenzbereich rechts)—
Mid L (Mittlerer Frequenzbereich links) —
Mid R (Mittlerer Frequenzbereich rechts)—
Low L (Niedriger Frequenzbereich links)—
Low R (Niedriger Frequenzbereich rechts)
Standardmodus
Front L (Vorn links)—Front R (Vorn rechts)—
Rear R (Hinten rechts)—Rear L (Hinten links)
—SubW. L (Subwoofer links)—SubW. R (Sub-
woofer rechts)
# Bei ausgeschaltetem Subwoofer-Ausgang stehen SubW. L und SubW. R nicht zur Auswahl.
6 Drehen Sie LEVER, um die Entfernung
zwischen dem ausgewählten Lautsprecher
und der Hörposition anzupassen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung
der Entfernung wird 400.0cm bis 0.0cm angezeigt, wenn Sie Zentimeter (cm) als Einheit gewählt haben.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung
der Entfernung wird 160inch bis 0inch angezeigt, wenn Sie Zoll (inch) als Einheit gewählt
haben.
# Die Anpassung der Entfernung für die anderen Lautsprecher erfolgt auf dieselbe Weise.
7 Drücken Sie auf BAND/ , um den Zeitabgleichsmodus zu verlassen.
Zur Netzwerkfunktion
Die Netzwerkfunktion ermöglicht eine Aufspaltung des Audio-Signals in verschiedene Frequenzbänder und deren anschließende
Wiedergabe über separate Lautsprecher.
Dadurch können Sie für jedes wiedergegebene Frequenzband (über Hochpass- oder Tiefpassfilter) präzise Einstellungen vornehmen
und Pegel, Phase und andere Parameter anpassen, um den spezifischen Merkmalen der
verschiedenen Lautsprecher Rechnung zu tragen.
Bedienung des Geräts
De
25
Page 82
d
gung
)
l
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Einstellbare Parameter
Mit der Netzwerkfunktion können die nachstehend aufgeführten Parameter eingestellt werden. Die Einstellungen sollten jeweils in
Übereinstimmung mit dem wiedergegebenen
Frequenzband und den Merkmalen des angeschlossenen Lautsprechers erfolgen.
Pegel
(dB)
Wiedergegebenes Frequenzban
Durchlauf
Nei
ege
Grenzfrequenz
des HPF
Grenzfrequenz
des LPF
dB/Okt.
Frequenz
(Hz)
Wiedergegebenes Frequenzband
Durch die Einstellung der Trennfrequenzen für
den Hochpassfilter (HPF) und den Tiefpassfilter (LPF) wird das wiederzugebende Frequenzband für die einzelnen Lautsprecher gewählt.
! HPF filtert alle (niedrigen) Frequenzen
unter dem eingestellten Frequenzwert aus
und gibt ausschließlich höhere Frequenzen
wieder.
! LPF filtert alle (hohen) Frequenzen über
dem eingestellten Frequenzwert aus und
gibt ausschließlich niedrigere Frequenzen
wieder.
Pegel
Der Unterschied zwischen den über die verschiedenen Lautsprecher erzeugten Pegeln
lässt sich ausgleichen.
Steilheit
Durch die Einstellung der HPF/LPF-Steilheit
(Filter-Dämpfung) kann die Klangkontinuität
zwischen den Lautsprechern angepasst werden.
! Die Steilheit verweist auf die Anzahl an De-
zibel (dB), die zur Dämpfung des Signals
verwendet werden, wenn die Frequenz eine
Oktave höher liegt (Einheit: dB/Okt.). Je
höher die Steilheit, umso größer die Dämpfung des Signals.
Phase
Sie können die Phase (Normale Phase, Gegenphase) für das Eingangssignal jedes Lautsprechers umschalten. Wenn sich die
Klangkontinuität zwischen den Lautsprechern
als nicht präzise genug erweisen sollte, versuchen Sie es mit einem Umschalten der Phase.
Dadurch lässt sich die Klangkontinuität u. U.
verbessern.
Hinweise zu Netzwerkeinstellungen
Einstellen der Trennfrequenz
! Wenn der Lautsprecher für niedrige Fre-
quenzen hinten angebracht wird und Sie
die Trennfrequenz für Low LPF hoch einstellen, werden die Basstöne ausgefiltert,
sodass der Bass von hinten zu kommen
scheint. Sie sollten die Low LPF-Trennfrequenz auf max. 100 Hz einstellen.
! Die maximale Einstellung der Eingabelei-
stung für Lautsprecher des mittleren und
hohen Frequenzbereichs liegt in der Regel
unter derjenigen für Lautsprecher des niedrigen Frequenzbereichs. Beachten Sie,
dass, wenn die Trennfrequenz für Mid HPF
oder HighHPF unter dem erforderlichen
Wert liegt und ein starkes Basssignal anliegt, dies eine Beschädigung der Lautsprecher zur Folge haben kann.
Einstellen des Pegels
Die Hauptfrequenzen der meisten Musikinstrumente liegen im mittleren Frequenzbereich. Nehmen Sie deshalb zunächst eine
Pegeleinstellung für den mittleren Frequenzbereich vor und passen Sie anschließend den
Pegel für den hohen und dann für den niedrigen Frequenzbereich an.
26
De
Page 83
ase
g
t
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Einstellen der Steilheit
! Wenn Sie für die Steilheit einen niedrigen
Absolutwert einstellen (für eine sanfte Steilheit), kann es leicht zu Interferenzen zwischen nebeneinander angebrachten
Lautsprechern kommen, was wiederum
einen minderwertigen Frequenzgang zur
Folge hat.
! Die Einstellung eines hohen Absolutwerts
für die Steilheit (für eine extreme Steilheit)
führt zu einer Minderung der Klangkontinuität zwischen den Lautsprechern, sodass
der Eindruck separater Töne entsteht.
! Wenn die Steilheit auf den Wert 0 dB/Okt.
(Pass) eingestellt wird, dringt das Audio-Signal ungehindert durch den Filter, d. h. der
Filter hat keinerlei Wirkung.
Einstellen der Phase
Durch eine Einstellung des Filtergrenzwerts
auf beiden Seiten auf den Wert –12 dB/Okt.
wird die Phase bei der Filter-Trennfrequenz um
180 Grad umgekehrt. In diesem Fall wird
durch die Phasenumkehr eine verbesserte
Klangkontinuität gewährleistet.
Normale Ph
Umgekehrte Phase
Kreuzun
spunk
Stummschalten der Lautsprecher (Filter)
Sie können jeden Lautsprecher (Filter) stummschalten. Über einen stummgeschalteten
Lautsprecher (Filter) wird kein Ton ausgegeben.
! Wenn Sie den gewählten Lautsprecher (Fil-
ter) stummschalten, blinkt die Angabe
MUTE und es können keine Einstellungen
vorgenommen werden.
! Wenn ein Lautsprecher (Filter) stummge-
schaltet wird, können durchaus die Parameter der anderen Lautsprecher (Filter)
angepasst werden.
1 Verwenden Sie M.C., um NW 1 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um den einzustellenden Lautsprecher (Filter) zu wählen.
Low LPF (Lautsprecher für niedrigen Fre-
quenzbereich - LPF)—Mid HPF (Lautsprecher
für mittleren Frequenzbereich - HPF)—Mid LPF (Lautsprecher für mittleren Frequenzbereich - LPF)—HighHPF (Lautsprecher für
hohen Frequenzbereich - HPF)
3 Drücken Sie auf M.C., um den gewählten Lautsprecher (Filter) stummzuschalten.
MUTE blinkt im Display.
# Zum Aufheben der Stummschaltung drücken
Sie M.C. erneut.
Einstellen des Netzwerks
1 Verwenden Sie M.C., um NW 1 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um den einzustellenden Lautsprecher (Filter) zu wählen.
Low LPF (Lautsprecher für niedrigen Fre-
quenzbereich - LPF)—Mid HPF (Lautsprecher
für mittleren Frequenzbereich - HPF)—Mid LPF (Lautsprecher für mittleren Frequenzbereich - LPF)—HighHPF (Lautsprecher für
hohen Frequenzbereich - HPF)
3 Drücken Sie auf
Kategorie anzuzeigen.
4 Verwenden Sie M.C., um NW 2 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
5 Drehen Sie M.C., um die Trennfrequenz
(Crossover) für den Lautsprecher (Filter) zu
wählen.
Low LPF: 25—31.5—40—50—63—80—100
—125—160—200—250 (Hz)
6 Drehen Sie LEVER, um den Pegel für
den Lautsprecher (Filter) einzustellen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung
des Pegels wird ±0dB bis –24dB angezeigt.
Wenn Sie Low LPF gewählt haben, wird während der Erhöhung bzw. Verminderung des Pegels +6dB bis –24dB angezeigt.
7 Drücken Sie auf
Kategorie anzuzeigen.
8 Verwenden Sie M.C., um NW 3 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
9 Drehen Sie LEVER, um die Steilheit für
den Lautsprecher (Filter) anzupassen.
Low LPF: –36— –30— –24— –18— –12 (dB/
10 Drücken Sie M.C., um die Phase für den
gewählten Lautsprecher (Filter) umzuschalten.
NOR (Normal)—REV (Umgekehrt)
# Die Einstellung der Parameter für die anderen
Lautsprecher (Filter) erfolgt auf dieselbe Weise.
/DISP, um die obere
13 Drücken Sie auf M.C., um Stereo oder
Mono zu wählen.
Stereo (Stereo)—MONO (Mono)
# Dieser Bedienvorgang kann nur durchgeführt
werden, wenn Low LPF gewählt wurde.
14 Drücken Sie auf BAND/ , um den Netzwerkeinstellmodus zu verlassen.
Gebrauch des SubwooferAusgangs
Dieses Gerät ist mit einem Subwoofer-Ausgang ausgestattet, der ein- und ausgeschaltet
werden kann. Wenn ein Subwoofer an das
Gerät angeschlossen wird, schalten Sie den
Subwoofer-Ausgang ein.
Die Phase des Subwoofer-Ausgangs kann zwischen Normal- und Gegenphase umgeschaltet werden.
! Diese Funktion steht nur im Standardmo-
dus
1 Verwenden Sie M.C., um SW 1 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drücken Sie M.C., um den SubwooferAusgang einzuschalten.
ON erscheint im Display. Der Subwoofer-Aus-
gang ist damit eingeschaltet.
# Zum Ausschalten des Subwoofer-Ausgangs
drücken Sie M.C. erneut.
3 Drehen Sie LEVER, um Stereo oder
Mono zu wählen.
Stereo (Stereo)—MONO (Mono)
zur Verfügung.
11 Drücken Sie auf/DISP, um die obere
Kategorie anzuzeigen.
12 Verwenden Sie M.C., um NW 4 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
28
De
Anpassen der Subwoofer-Einstellungen
Die Trennfrequenz und der Ausgangspegel
können eingestellt werden, wenn der Subwoofer-Ausgang eingeschaltet ist.
Page 85
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
1 Verwenden Sie M.C., um SW 2 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
# Der Subwoofer-Ausgang muss eingeschaltet
sein, damit SW 2 gewählt werden kann.
2 Drehen Sie M.C., um die Trennfrequenz
zu wählen.
50—63—80—100—125 (Hz)
Vom Subwoofer werden nur solche Frequenzen ausgegeben, die unter dem gewählten Bereich liegen.
3 Drehen Sie LEVER, um den SubwooferAusgangspegel einzustellen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung
der Farbintensität wird +6 bis -24 angezeigt.
Anpassen der Steilheit für die
Tiefpassfilter-Dämpfung
Bei eingeschaltetem Subwoofer-Ausgang können Sie die Klangkontinuität zwischen den
Lautsprechern anpassen.
1 Verwenden Sie M.C., um SW 3 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
# Der Subwoofer-Ausgang muss eingeschaltet
sein, damit SW 3 gewählt werden kann.
2 Drücken Sie auf M.C., um die Phase des
Subwoofer-Ausgangs zu wählen.
NOR (Normal)—REV (Umgekehrt)
Gebrauch des Hochpassfilters
Wenn die im Ausgabe-Frequenzbereich des
Subwoofers enthaltenen Basstöne nicht über
den Front- oder Hecklautsprecher ausgegeben
werden sollen, schalten Sie den Hochpassfilter (HPF) ein. Über den Front- oder Heckausgang werden dann nur Frequenzen
ausgegeben, die über dem gewählten Bereich
liegen.
! Diese Funktion steht nur im Standardmo-
dus
Stummschalten der Lautsprecher (Filter)
Front- und Hecklautsprecher (Filter) können
separat stummgeschaltet werden. Über einen
stummgeschalteten Lautsprecher (Filter) wird
kein Ton ausgegeben.
! Auch wenn ein Lautsprecher (Filter)
stummgeschaltet wird, kann der Pegel des
stummgeschalteten Lautsprechers angepasst werden. Allerdings wird die Stummschaltung durch die Anpassung des
Pegels automatisch aufgehoben.
1 Verwenden Sie M.C., um F.HPF 1 (oder
R.HPF 1) zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drücken Sie auf M.C., um den gewählten Lautsprecher (Filter) stummzuschalten.
Die Angabe MUTE wird eingeblendet.
# Zum Aufheben der Stummschaltung drücken
Sie M.C. erneut.
zur Verfügung.
Bedienung des Geräts
3 Drehen Sie LEVER, um die Steilheit zu
wählen.
–18— –12— –6 (dB/Okt.)
Hinweis
Wenn die Steilheit für Subwoofer und Hochpassfilter auf den Wert -12dB eingestellt wird und
beide dieselbe Trennfrequenz aufweisen, wird die
Phase bei der Trennfrequenz um 180 Grad umgekehrt. In diesem Fall wird durch die Phasenumkehr eine verbesserte Klangkontinuität
gewährleistet.
Einstellen des Hochpassfilters für die
vorderen Lautsprecher
1 Verwenden Sie M.C., um F.HPF 1 zu
wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um die Steilheit zu
wählen.
–12— –6—Pass (dB/Okt.)
De
29
Page 86
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
# Wenn die Steilheit auf den Wert Pass (0 dB/
Okt.)eingestellt wird, dringt das Audio-Signal ungehindert durch den Filter, d. h. der Filter hat keinerlei Wirkung.
3 Drücken Sie auf/DISP, um die obere
Kategorie anzuzeigen.
4 Verwenden Sie M.C., um F.HPF 2 zu
wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
5 Drehen Sie M.C., um die Trennfrequenz
zu wählen.
50—63—80—100—125—160—200 (Hz)
Über die Frontlautsprecher werden dann nur
Frequenzen ausgegeben, die über dem gewählten Bereich liegen.
6 Drehen Sie LEVER, um den Ausgangspegel der vorderen Lautsprecher einzustellen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung
des Pegels wird 0 bis –24 angezeigt.
Einstellen des Hochpassfilters für die
Hecklautsprecher
1 Verwenden Sie M.C., um R.HPF 1 zu
wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drehen Sie LEVER, um die Steilheit zu
wählen.
–12— –6—Pass (dB/Okt.)
# Wenn die Steilheit auf den Wert Pass (0 dB/
Okt.)eingestellt wird, dringt das Audio-Signal ungehindert durch den Filter, d. h. der Filter hat keinerlei Wirkung.
5 Drehen Sie M.C., um die Trennfrequenz
zu wählen.
50—63—80—100—125—160—200 (Hz)
Über die Hecklautsprecher werden dann nur
Frequenzen ausgegeben, die über dem gewählten Bereich liegen.
6 Drehen Sie LEVER, um den Ausgangspegel der hinteren Lautsprecher einzustellen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung
des Pegels wird +6 bis –24 angezeigt.
Gebrauch des Auto-Equalizers
Der Auto-Equalizer entspricht der EqualizerKurve, die über den automatischen Zeitabgleich (Auto-TA) und die automatische Equalizer-Einstellung (Auto-EQ) erstellt wird (siehe
Auto-TA und Auto-EQ (Autom. Zeitabgleich und
autom. Equalizer-Einstellung) auf Seite 33).
Sie können den Auto-Equalizer ein- und ausschalten.
1 Verwenden Sie M.C., um im AudioFunktionsmenü die Funktion A.EQ zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
# Wenn Auto-TA und Auto-EQ noch nicht ausgeführt wurden, erscheint der Hinweis
Please set Auto EQ im Display. Das bedeutet,
dass Sie diese Funktion nicht einschalten können.
2 Drücken Sie M.C., um den Auto-Equalizer einzuschalten.
Auf dem Display wird Auto EQ ON angezeigt.
# Zum Ausschalten des Auto-Equalizers drükken Sie M.C. erneut.
3 Drücken Sie auf/DISP, um die obere
Kategorie anzuzeigen.
4 Verwenden Sie M.C., um R.HPF 2 zu
wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
30
De
Abrufen von Equalizer-Kurven
Mit dem Equalizer können Sie die Entzerrung
wunschgemäß an die akustischen Eigenschaften des Fahrzeuginnenraums anpassen.
Page 87
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Sieben gespeicherte Equalizer-Kurven sind jederzeit mühelos abrufbar. Nachfolgend sind
die Equalizer-Kurven aufgelistet:
DisplayEqualizer-Kurve
Super bass Super-Bass
PowerfulKräftig
NaturalNatürlich
VocalGesang
FlatLinear
Custom1Individuell 1
Custom2Individuell 2
! Custom1 und Custom2 sind spezielle
Equalizer-Kurven, die Sie selbst erstellen
können. Ihre Einstellungen können Sie mithilfe des 16-Band-Graphic-Equalizers vornehmen.
! Wenn Sie Flat auswählen, wird der Ton
nicht verändert. Sie können die Auswirkungen der Equalizer-Kurven prüfen, indem
Sie abwechselnd zwischen Flat und einer
anderen Equalizer-Kurve umschalten.
% Drücken Sie EQ/DISP OFF, um den
Equalizer zu wählen.
Drücken Sie EQ/DISP OFF wiederholt, um zwischen den folgenden Equalizer-Kurven umzuschalten:
3 Drehen Sie LEVER, um die EqualizerKurve anzupassen.
Während der Verstärkung bzw. Abschwächung der Equalizer-Kurve wird +6 bis –6 angezeigt.
# Der tatsächliche Einstellbereich hängt von der
gewählten Equalizer-Kurve ab.
# Eine Equalizer-Kurve, deren Frequenzen ausnahmslos auf 0 eingestellt wurden, kann nicht
angepasst werden.
Einstellen des 16-Band-GraphicEqualizers
Sie können den Pegel jedes Bands für die
Equalizer-Kurven Custom1 und Custom2 einstellen.
! Für jede Programmquelle kann eine sepa-
rate Kurve Custom1 erstellt werden. Sobald Sie an einer anderen Equalizer-Kurve
als Custom2 Änderungen vornehmen, wird
diese als spezielle Equalizer-Kurve unter
Custom1 gespeichert.
! Für alle Programmquellen kann eine ge-
meinsame Custom2-Kurve erstellt werden.
Wenn Sie an der Equalizer-Kurve Custom2
Änderungen vornehmen, wird Custom2
entsprechend aktualisiert.
1 Rufen Sie die Equalizer-Kurve auf, die
Sie anpassen möchten.
Siehe Abrufen von Equalizer-Kurven auf Seite
30.
Bedienung des Geräts
Einstellen von Equalizer-Kurven
Die werkseitig voreingestellten Equalizer-Kurven, mit Ausnahme von Flat, können feineingestellt werden (Nuance-Regelung).
1 Verwenden Sie M.C., um EQ 1 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drehen Sie M.C., um einen Equalizer zu
wählen.
2 Verwenden Sie M.C., um EQ 2 zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
3 Drehen Sie M.C., um das einzustellende
Equalizer-Band zu wählen.
20—31.5—50—80—125—200—315—500—
800—1.25k—2k—3.15k—5k—8k—12.5k—
20k (Hz)
De
31
Page 88
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
4 Drehen Sie LEVER, um den Pegel des
Equalizer-Bands einzustellen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung
des Pegels wird +6 bis –6 angezeigt.
# Anschließend können Sie ein anderes Band
wählen und dessen Pegel einstellen.
5 Drücken Sie BAND/ , um die 16-BandGraphic-Equalizer-Einstellung zu verlassen.
Einstellen von Loudness
Die Loudness-Funktion kompensiert die verminderte Wahrnehmung von niedrigen und
hohen Frequenzen bei geringer Lautstärke.
1 Verwenden Sie M.C., um im AudioFunktionsmenü die Funktion LOUD zu
wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drücken Sie M.C., um Loudness einzuschalten.
# Zum Ausschalten von Loudness drücken Sie
M.C. erneut.
Einstellen der Programmquellenpegel
Mittels der Programmquellen-Pegeleinstellung
(SLA) können die Lautstärkepegel jeder Programmquelle angepasst werden, um signifikante Unterschiede zwischen ihnen zu
vermeiden.
! Die Einstellungen basieren auf der UKW-
Lautstärke, die unverändert bleibt.
1 Vergleichen Sie die UKW-Lautstärke mit
dem Lautstärkepegel der Programmquelle,
die Sie einstellen möchten.
3 Drehen Sie LEVER, um die Lautstärke
für die Programmquelle einzustellen.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung
der Programmquellen-Lautstärke wird +4 bis
–4 angezeigt.
Hinweise
! Der MW/LW-Lautstärkepegel kann ebenfalls
mit dieser Funktion eingestellt werden.
! Der USB/SD-Lautstärkepegel kann ebenfalls
mit dieser Funktion eingestellt werden.
Gebrauch des automatischen
Klangnivellierers
Beim Fahren ändern sich die Geräusche im
Wagen je nach Fahrtgeschwindigkeit und Straßenbedingungen. Der automatische Klangnivellierer (ASL) überwacht die
Geräuschschwankungen und erhöht automatisch die Lautstärke, wenn die Geräusche zunehmen. Die Empfindlichkeit (Änderung der
Lautstärke gegenüber dem Geräuschpegel)
von ASL kann in fünf Stufen eingestellt werden.
1 Verwenden Sie M.C., um ASL zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
2 Drücken Sie M.C., um ASL einzuschalten.
# Zum Ausschalten von ASL drücken Sie M.C.
erneut.
3 Drehen Sie LEVER, um den gewünschten ASL-Pegel zu wählen.
Low (Niedrig)—Mid-L (Mittelniedrig)—Mid
(Mittel)—Mid-H (Mittelhoch)—High (Hoch)
2 Verwenden Sie M.C., um im AudioFunktionsmenü die Funktion SLA zu wählen.
Siehe Einführung zu den Audio-Einstellungen
auf Seite 22.
32
De
Page 89
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Auto-TA und Auto-EQ (Autom.
Zeitabgleich und autom.
Equalizer-Einstellung)
Der automatische Zeitabgleich passt den Zeitabgleich automatisch auf den Abstand zwischen der Hörposition und jedem
Lautsprecher an.
Bei der automatischen Equalizer-Einstellung
wird die Akustik im Wageninneren gemessen
und auf der Grundlage der Messdaten dann
eine Auto-Equalizer-Kurve erstellt.
WARNUNG
Beim Messen der akustischen Eigenschaften des
Wageninneren können die Lautsprecher einen
lauten Ton (ein Störgeräusch) abstrahlen. Führen
Sie einen automatischen Zeitabgleich oder eine
automatische Equalizer-Einstellung niemals während des Fahrens durch.
VORSICHT
! Prüfen Sie vor dem Durchführen eines auto-
matischen Zeitabgleichs und einer automatischen Equalizer-Einstellung gründlich die
Gegebenheiten, da die Lautsprecher beschädigt werden können, wenn diese Funktionen
unter den folgenden Bedingungen verwendet
werden:
— Die Lautsprecher sind nicht ordnungsge-
mäß angeschlossen. (Der Hecklautsprecher ist z. B. ist mit einem SubwooferAusgang verbunden.)
— Ein Lautsprecher ist mit einem Leistungs-
verstärker verbunden, dessen Ausgabe die
maximale Leistungsaufnahme des Lautsprechers übersteigt.
! Das Mikrofon ist an einer ungeeigneten Posi-
tion angebracht. In diesem Fall kann der Messton besonders laut ausfallen und die
Messung viel Zeit in Anspruch nehmen, was
eine extreme Belastung der Batterie zur Folge
hat. Stellen Sie sicher, dass sich das Mikrofon
an der vorgegebenen Position befindet.
Vor Gebrauch der Funktion Auto-TA
und Auto-EQ
! Führen Sie einen automatischen Zeitab-
gleich und eine automatische EqualizerEinstellung an einem ruhigen Ort durch,
während sowohl der Motor als auch die Klimaanlage ausgeschaltet sind. Schalten Sie
des Weiteren etwaige im Fahrzeug befindliche Autotelefone oder Mobiltelefone aus
bzw. entfernen Sie sie aus dem Fahrzeug.
Andere Geräusche als der Messton (zum
Beispiel Umgebungsgeräusche, Motorgeräusch, Telefonklingeln) können zu einer
fehlerhaften Messung der Wagenakustik
führen.
! Führen Sie die Funktion Auto-TA und Auto-
EQ ausschließlich unter Verwendung des
mitgelieferten Mikrofons aus. Die Verwendung eines anderen Mikrofons kann eine
Messung unmöglich machen bzw. zu Fehlern bei der Messung der Wagenakustik
führen.
! Zum Durchführen der Funktion Auto-TA
und Auto-EQ müssen die vorderen Lautsprecher angeschlossen sein.
! Wenn die vorderen Lautsprecher stummge-
schaltet werden, kann die Funktion Auto-TA
und -EQ nicht ausgeführt werden (siehe
Seite 29).
! Wenn dieses Gerät mit einem Leistungsver-
stärker mit Eingangspegelregelung verbunden ist, können Auto-TA und Auto-EQ unter
Umständen nicht durchgeführt werden,
wenn der Eingangspegel des Leistungsverstärkers niedriger als der Standardpegel
eingestellt ist.
! Wenn dieses Gerät mit einem Leistungsver-
stärker mit einem Tiefpassfilter verbunden
ist, schalten Sie diesen Tiefpassfilter aus,
bevor Sie Auto-TA und Auto-EQ durchführen. Stellen Sie des Weiteren die Trennfrequenz für den eingebauten Tiefpassfilter
eines aktiven Subwoofers auf die höchste
Frequenz ein.
Bedienung des Geräts
De
33
Page 90
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
! Bei dem aus Auto-TA und Auto-EQ resultie-
renden Zeitabgleichswert handelt es sich
um einen von einem Computer berechneten Wert und um die optimale Zeitverzögerung, die genaue Ergebnisse gibt. Achten
Sie darauf, diesen Wert auch dann zu verwenden, wenn er vom tatsächlichen Abstand, aufgrund nachfolgender
Situationen, abweicht:
— Der reflektierte Ton im Fahrzeug ist laut
und es sind Verzögerungen auftreten.
— Der Tiefpassfilter eines aktiven Subwoo-
fers oder externen Verstärkers verzögert
die tieferen Töne.
! Bei der Ausführung von Auto-TA und Auto-
EQ kommt es zu folgender Änderung der
Audio-Einstellungen:
— Die Einstellungen für Überblenden/Ba-
lance werden auf die mittlere Position
zurückgesetzt. (Siehe Verwendung derÜberblend-/Balance-Einstellung auf Seite
24).
— Die Graphic Equalizer-Kurve wird auf
Flat geschaltet (siehe Seite 30).
— Wenn ein Subwoofer an das Gerät ange-
schlossen ist, werden auf diesen automatisch die Subwoofer-Ausgangs- und
Hochpassfilter-Einstellungen für Hecklautsprecher angewendet.
! Vorherige Einstellungen für Auto-TA und
Auto-EQ werden ersetzt.
! Wenn Sie Hochtonlautsprecher anschlie-
ßen, dann prüfen Sie den gültigen Frequenzbereich dieser Lautsprecher. Beim
Einstellen der Trennfrequenz muss diese
auf einen Wert über der niedrigsten, gültigen Frequenz des Hochtonlautsprechers
eingestellt werden.
! Die Funktion Auto-TA verwendet für den
Messvorgang einen höheren Bereich als
10 kHz. Der Einsatz eines Hochtonlautsprechers, der keinen 10 kHz-Frequenzbereich
unterstützt, kann deshalb eine Beschädigung des Lautsprechers zur Folge haben.
Bei der Bedienung der Funktion Auto-TA
und Auto-EQ ist sicherzustellen, dass die
geeignete Trennfrequenz eingestellt wird.
Stellen Sie den 10 kHz-fähigen Hochtonlautsprecher deshalb am besten auf die
niedrigste gültige Frequenz ein.
Durchführen von Auto-TA und Auto-EQ
1 Parken Sie das Fahrzeug an einem möglichst ruhigen Ort, schließen Sie Türen, Fenster und Schiebedach und schalten Sie den
Motor ab.
# Bei eingeschaltetem Motor kann das Motorengeräusch eine inkorrekte Ausführung von AutoTA und Auto-EQ bewirken.
2 Bringen Sie das mitgelieferte Mikrofon
in der Mitte der Kopfstütze des Fahrersitzes an, wobei das Mikrofon nach vorn gerichtet ist.
# Die Funktion erzielt je nach Positionierung
des Mikrofons unterschiedliche Ergebnisse. Falls
Sie wünschen, können Sie das Mikrofon auch auf
dem Beifahrersitz platzieren, um Auto-TA und
Auto-EQ auszuführen.
3 Schalten Sie die Zündung ein (auf Position ON) bzw. positionieren Sie den Zündschalter auf ACC.
# Falls die Klimaanlage oder Heizung eingeschaltet ist, schalten Sie sie aus. Das Ventilatorgeräusch könnte eine inkorrekte Ausführung der
Auto-TA- und Auto-EQ-Funktion verursachen.
# Drücken Sie die Taste SRC/OFF, um die Pro-
grammquelle einzuschalten, wenn das Gerät ausgeschaltet ist.
34
De
Page 91
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
4 Wählen Sie die Position des Sitzes, auf
dem das Mikrofon angebracht ist.
Siehe Gebrauch des Positionswählers auf Seite
24.
# Wenn vor Beginn der Ausführung der AutoTA- und Auto-EQ-Funktion keine Position gewählt
wird, wird automatisch die Position Front Left
gewählt.
5 Drücken und halten Sie die Taste SRC/
OFF gedrückt, bis sich das Gerät ausschaltet.
6 Halten Sie EQ/DISP OFF gedrückt, um
den Messungsmodus der Funktion Auto-TA
und Auto-EQ zu aktivieren.
Die Frontplatte wird automatisch entriegelt.
7 Schließen Sie das Mikrofon an den Mikrofoneingang am Gerät an.
8 Drücken Sie M.C., um die Funktion
Auto-TA und Auto-EQ auszuführen.
10 Nach Abschluss der Funktionsausführung von Auto-TA und Auto-EQ wird
Complete angezeigt.
Sollte eine fehlerfreie Messung der Akustik im
Wageninneren nicht möglich sein, dann wird
eine Fehlermeldung angezeigt (siehe Auto-TAund -EQ auf Seite 50).
11 Drücken Sie BAND/ , um den Funktionsmodus Auto-TA und Auto-EQ zu verlassen.
12 Legen Sie das Mikrofon sorgfältig im
Handschuhfach oder an einem anderen sicheren Ort ab.
Wenn das Mikrofon während eines längeren
Zeitraums direktem Sonnenlicht ausgesetzt
wird, können die erhöhten Temperaturen zu
Verformungen, Farbänderungen oder Funktionsstörungen führen.
Bedienung des Geräts
9 Steigen Sie aus dem Fahrzeug aus und
schließen Sie die Tür innerhalb von 10 Sekunden, wenn der 10-Sekunden-Countdown beginnt.
Über die Lautsprecher wird ein Messton (Geräusch) ausgegeben und die Funktion Auto-TA
und Auto-EQ wird ausgeführt.
# Wenn alle Lautsprecher angeschlossen sind,
ist die Ausführung der Funktion Auto-TA und -EQ
nach etwa sechs Minuten abgeschlossen.
# Zum Anhalten der Funktion Auto-TA und -EQ
drücken Sie M.C. erneut.
# Zum Abbrechen der Funktion Auto-TA und
Auto-EQ während der Funktionsausführung drükken Sie auf BAND/
.
De
35
Page 92
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Gebrauch der WirelessTechnologie Bluetooth
Verwenden eines BluetoothTelefons
Wichtig
! Da dieses Gerät kontinuierlich auf Verbin-
dungs-Standby geschaltet ist, um jederzeit per
Bluetooth eine Verbindung zu Ihrem Mobiltelefon herstellen zu können, kann eine Verwendung des Geräts bei ausgeschaltetem Motor
eine Entleerung der Fahrzeugbatterie zur
Folge haben.
! Die Bedienung dieser Funktion fällt je nach
Mobiltelefontyp unterschiedlich aus.
! Komplexere Bedienvorgänge, die Ihre gesam-
te Aufmerksamkeit beanspruchen, wie z. B.
das Wählen einer Nummer auf dem Display,
die Benutzung des Adressbuchs usw. dürfen
nicht während des Fahrens ausgeführt werden. Parken Sie Ihr Fahrzeug an einem sicheren Ort, wenn Sie solche komplexen
Bedienvorgänge vornehmen.
Einrichten der Freisprechfunktion
Damit Sie auf die Freisprechfunktion zurückgreifen können, müssen Sie das Gerät für eine
Verwendung mit einem Mobiltelefon einrichten.
Beenden eines Anrufs
1 Drücken Sie
Abweisen eines eingehenden Anrufs
1 Drücken Sie nach Empfang eines Anrufs auf
Annehmen eines anklopfenden Anrufs
1 Drücken Sie nach Empfang eines Anrufs auf M.
C.
Umschalten zwischen gehaltenen Anrufen
1 Drücken Sie M.C.
Abbrechen eines anklopfenden Anrufs
1 Drücken Sie
Anpassen der Hörlautstärke des anderen Teilnehmers
1 Drücken Sie LEVER, während Sie telefonieren.
! Ist der Privatmodus eingeschaltet, steht diese
Funktion nicht zur Verfügung.
Ein- und Ausschalten des Privatmodus
1 Drücken Sie auf BAND/
ren.
Umschalten der Anzeige
1 Drücken Sie
.
.
.
, während Sie telefonie-
/DISP, während Sie telefonieren.
Hinweise
! Wenn auf dem Mobiltelefon der Privatmodus
gewählt wurde, ist der Freisprechmodus ggf.
nicht verfügbar.
! Im Display wird die geschätzte Anrufdauer an-
gezeigt (diese weicht ggf. leicht von der tatsächlichen Anrufdauer ab).
1 Aufbauen einer Verbindung
Bedienen Sie das Menü zum Aufbau einer
Bluetooth-Verbindung. Siehe Bedienen des Verbin-dungsmenüs auf Seite 36.
2 Funktionseinstellungen
Bedienen Sie das Menü mit den Bluetooth-Telefonfunktionen. Siehe Bedienung des Telefonmen-üs auf Seite 39.
Grundlegende Bedienvorgänge
Tätigen eines Anrufs
! Siehe Bedienung des Telefonmenüs auf Seite 39.
Annehmen eines eingehenden Anrufs
1 Drücken Sie nach Empfang eines Anrufs auf M.
C.
36
De
Bedienen des Verbindungsmenüs
Wichtig
! Halten Sie Ihr Fahrzeug an einem sicheren Ort
an und ziehen Sie die Handbremse fest, um
diesen Vorgang auszuführen.
! Verbundene Geräte funktionieren unter Um-
ständen nicht ordnungsgemäß, wenn jeweils
mehr als ein Bluetooth-Gerät verbunden ist (z.
B. bei gleichzeitiger Verbindung eines Telefons und eines separaten Audio-Players).
1 Drücken und halten Siegedrückt,
um das Verbindungsmenü anzuzeigen.
# Dieser Bedienschritt kann nicht während
eines Anrufs durchgeführt werden.
Page 93
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
2 Drehen Sie M.C., um die gewünschte
Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt
vor, um die Funktion einzustellen.
Device list (Koppeln und Entkoppeln eines Gerätes
aus der Geräteliste)
! Ist keine Gerät in der Geräteliste ausgewählt, steht
diese Funktion nicht zur Verfügung.
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C., um den Gerätenamen zu wäh-
len, zu dem eine Verbindung hergestellt bzw. dessen Verbindung getrennt werden soll.
! Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, um
die Bluetooth-Geräteadresse und den Gerätenamen zu wechseln.
3 Drücken Sie zum Koppeln/Entkoppeln des ausge-
wählten Geräts M.C.
Sobald die Verbindung hergestellt ist, wird Con-
nected angezeigt.
Delete device (Löschen eines Gerätes aus der Gerä-
teliste)
! Ist keine Gerät in der Geräteliste ausgewählt, steht
diese Funktion nicht zur Verfügung.
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C., um den Gerätenamen zu wäh-
len, den Sie löschen möchten.
! Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, um
die Bluetooth-Geräteadresse und den Gerätenamen zu wechseln.
3 Drücken Sie M.C., um Delete YES anzuzeigen.
4 Drücken Sie M.C., um die Geräteinformation in
der Geräteliste zu löschen.
! Schalte n Sie den Motor während dieses Vorgangs
nicht aus.
Add device (Koppeln eines neuen Geräts)
1 Drücken Sie M.C., um den Suchvorgang zu star-
ten.
! Zum Abbrechen der Suche drücken Sie M.C.
! Sollte das Gerät keine verfügbaren Mobiltele-
fone identifizieren, dann erscheint die Angabe
Not found im Display.
2 Drehen Sie M.C., um ein Gerät aus der Geräteliste
auszuwählen.
! Drücken und halten Sie M.C. gedrückt, um
die Bluetooth-Geräteadresse und den Gerätenamen zu wechseln.
3 Drücken Sie zum Koppeln des ausgewählten Ge-
räts M.C.
! Prüfen Sie den Namen des Geräts (Pioneer
BT Unit), um den Verbindungsaufbau abzu-
schließen. Geben Sie erforderlichenfalls den
PIN-Code in Ihr Gerät ein.
! Standardmäßig wird 0000 als PIN-Code ver-
wendet. Sie können diesen Code ändern.
! Auf dem Display dieses Gerätes wird eine 6-
stellige Zahl angezeigt. Sobald die Verbindung
hergestellt ist, erlischt die Anzeige dieser
Nummer.
! Wenn Sie die Verbindung mithilfe dieses Ge-
räts nicht herstellen können, verwenden Sie
dafür das andere Gerät.
! Wurden bereits drei Geräte gekoppelt, wird
Device Full angezeigt und es kann keine weitere Kopplung vorgenommen werden. Löschen Sie in diesem Fall zuerst ein
gekoppeltes Gerät.
Special device (Einstellen eines speziellen Geräts)
Bedienung des Geräts
De
37
Page 94
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
Bluetooth-Geräte, zu denen nur schwer eine Verbindung hergestellt werden kann, werden spezielle Geräte genannt. Ist Ihr Bluetooth-Gerät in der Liste der
speziellen Geräte aufgeführt, dann wählen Sie es aus.
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
! Wurden bereits drei Geräte gekoppelt, wird
Device Full angezeigt und es kann keine weitere Kopplung vorgenommen werden. Löschen Sie in diesem Fall zuerst ein
gekoppeltes Gerät.
2 Drehen Sie M.C., um ein spezielles Gerät anzuzei-
gen. Drücken Sie den Regler, um die Auswahl zu
bestätigen.
3 Drehen Sie M.C., um den Gerätenamen, die
Bluetooth-Geräteadresse und die PIN anzuzeigen.
4 Verwenden Sie ein Gerät, um eine Verbindung mit
diesem Gerät herzustellen.
! Um den Verbindungsaufbau abzuschließen,
prüfen Sie den Gerätenamen (Pioneer BTUnit) und geben Sie die PIN in Ihr Gerät ein.
! Standardmäßig wird 0000 als PIN-Code ver-
wendet. Sie können diesen Code ändern.
Auto connect (automatischer Verbindungsaufbau zu
einem Bluetooth-Gerät)
1 Drücken Sie M.C., um den automatischen Verbin-
dungsaufbau ein- oder auszuschalten.
Visibility (Einstellen der Gerätesichtbarkeit)
Um die Verfügbarkeit dieser Einheit von anderen Geräten aus zu überprüfen, kann die Bluetooth-Sichtbarkeit dieses Geräts eingeschaltet werden.
1 Drücken Sie M.C., um die Sichtbarkeit dieses Ge-
räts ein- oder auszuschalten.
! Während des Einstellvorgangs von Special
device, ist die Bluetooth-Sichtbarkeit dieser
Einheit kurzzeitig aktiviert.
Pin code input (PIN-Code-Eingabe)
Wenn Sie Ihr Gerät über die Wireless-Technologie
Bluetooth mit diesem Gerät verbinden möchten, müssen Sie einen PIN-Code in Ihr Gerät eingeben, um die
Verbindung zu überprüfen. Als Standardcode wird
0000 verwendet. Sie können dies jedoch mithilfe dieser Funktion ändern.
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C., um eine Zahl zu wählen.
3 Drücken Sie M.C., um den Cursor auf die nächste
Position zu setzen.
4 Halten Sie M.C. nach der Eingabe des PIN-Codes
gedrückt.
! Durch Drücken von M.C. nach der Eingabe
kehren Sie zum Bildschirm der PIN-Code-Eingabe zurück, in dem Sie den PIN-Code ändern
können.
Device INFO (Anzeige der Bluetooth-Geräteadresse)
1 Drücken Sie M.C., um den Einstellmodus aufzuru-
fen.
2 Drehen Sie M.C. nach links, um zur Bluetooth-Ge-
räteadresse umzuschalten.
Durch Drehen von M.C. nach rechts kehren Sie
zur Anzeige des Gerätenamens zurück.
Bluetooth-Audio
Wichtig
! Je nach dem mit diesem Gerät verbundenen
Bluetooth-Audio-Player sind die verfügbaren
Bedienvorgänge auf eine der folgenden zwei
Ebenen beschränkt:
— Profil A2DP (Advanced Audio Distribution
Profile): Sie können mit Ihrem Audio-Player
nur Musiktitel wiedergeben.
— Profil AVRCP (Audio/Video Remote Control
Profile): Sie können die Wiedergabe starten, sie anhalten, Titel auswählen usw.
! Da sehr viele verschiedene Bluetooth-Audio-
Player auf dem Markt erhältlich sind, können
die verfügbaren Optionen erheblich variieren.
Halten Sie sich bei der Bedienung des Players
über dieses Gerät deshalb zusätzlich zu dieser
Bedienungsanleitung bitte auch an die Bedienungsanleitung Ihres Bluetooth-AudioPlayers.
38
De
Page 95
2
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
! Informationen zu Musiktiteln (z. B. abgelaufe-
ne Wiedergabezeit, Titelname, Titelindex usw.)
können auf diesem Gerät nicht angezeigt werden.
! Da das Signal Ihres Mobiltelefons Störgeräu-
sche verursachen kann, verwenden Sie es
nicht, wenn Sie Musiktitel mit Ihrem
Bluetooth-Audio-Player abspielen.
! Wenn Sie über das per Bluetooth mit diesem
Gerät verbundene Mobiltelefon ein Gespräch
führen, wird der Ton des verbundenen
Bluetooth-Audio-Players stummgeschaltet.
! Ist der Bluetooth-Audio-Player eingeschaltet,
können Sie sich nicht automatisch mit einem
Bluetooth-Mobiltelefon in Verbindung setzten.
! Auch wenn Sie während der Wiedergabe
eines Musiktitels auf Ihrem Bluetooth-AudioPlayer zu einer anderen Programmquelle umschalten, wird die Titelwiedergabe fortgesetzt.
Vorbereiten der Verwendung eines
Bluetooth-Audio-Players
Damit Sie die Bluetooth-Audio-Funktion heranziehen können, müssen Sie das Gerät zunächst für eine Verwendung mit Ihrem
Bluetooth-Audio-Player einrichten. Dazu gehört der Aufbau einer Bluetooth-Verbindung
zwischen diesem Gerät und Ihrem BluetoothAudio-Player sowie die Koppelung des Players
mit diesem Gerät.
Grundlegende Bedienvorgänge
1
! Die angezeigte Spannung kann von der
tatsächlichen Spannung abweichen.
Schnellvorlauf bzw. -rücklauf
1 Drehen und halten Sie LEVER nach rechts oder
links gedrückt.
Wahl eines Titels
1 Drehen Sie LEVER.
Starten der Wiedergabe
1 Drücken Sie BAND/
.
Funktionseinstellungen
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü
anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption
zu wechseln, und drücken Sie FUNCTION,
um die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte
Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt
vor, um die Funktion einzustellen.
Play (Wiedergabe)
1 Drücken Sie M.C., um die Wiedergabe zu starten.
Stop (Stopp)
1 Drücken Sie M.C., um die Wiedergabe zu been-
den.
Pause (Pause)
1 Drücken Sie M.C., um die Pause einzuschalten.
Bedienung des Geräts
1 Gerätename
Zeigt den Namen des angeschlossenen
Bluetooth-Audio-Players an.
2 Spannungsanzeige
Gibt die Batteriespannung an.
Bedienung des Telefonmenüs
Wichtig
Halten Sie Ihr Fahrzeug an einem sicheren Ort an
und ziehen Sie die Handbremse fest, um diesen
Vorgang auszuführen.
1 Drücken Sie, um das Telefonmenü
anzuzeigen.
De
39
Page 96
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
2 Drehen Sie M.C., um die gewünschte
Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt
vor, um die Funktion einzustellen.
Missed calls (Liste mit Anrufen in Abwesenheit)
Dialed calls (Liste getätigter Anrufe)
Received calls (Liste empfangener Anrufe)
1 Drücken Sie M.C., um die Rufnummernliste anzu-
zeigen.
2 Drehen Sie M.C., um einen Namen oder eine Tele-
fonnummer zu wählen.
3 Drücken Sie M.C., um einen Anruf zu tätigen.
! Halten Sie M.C. zur Anzeige von Details des von
Ihnen ausgewählten Kontakts gedrückt.
PhoneBook (Adressbuch)
! Das Adressbuch Ihres Mobiltelefons wird automa-
tisch übertragen, sobald das Mobiltelefon mit die-
sem Gerät verbunden wird.
! Je nach Mobiltelefon, wird das Adressbuch mögli-
cherweise nicht automatisch übertragen. In die-
sem Fall müssen Sie das Adressbuch mit Hilfe
Ihres Mobiltelefons manuell übertragen. Die Sich-
tbarkeit dieses Gerätes sollte eingeschaltet sein.
Siehe Visibility (Einstellen der Gerätesichtbarkeit)
auf Seite 38.
1 Drücken Sie M.C., um SEARCH (alphabetische
Liste) anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um den ersten Buchstaben des
Namens zu wählen, nach dem Sie suchen.
! Halten Sie M.C. gedrückt, um den gewünsch-
ten Zeichentyp zu wählen.
3 Drücken Sie M.C., um die Liste der registrierten
Namen anzuzeigen.
4 Drehen Sie M.C., um den gesuchten Namen zu
wählen.
5 Drücken Sie M.C., um die Rufnummernliste anzu-
zeigen.
6 Drehen Sie M.C., um die Rufnummer zu wählen,
die Sie anrufen möchten.
7 Drücken Sie M.C., um einen Anruf zu tätigen.
Phone Function (Telefonfunktion)
Über dieses Menü können Sie Auto answer, Ring
tone und PH.B.Name view einstellen. Für detaillierte
Informationen hierzu siehe Funktionen und Bedienvorgänge auf Seite 40.
Funktionen und Bedienvorgänge
1 Anzeige Phone Function.
Siehe Phone Function (Telefonfunktion) auf
Seite 40.
2 Drücken Sie M.C., um das Funktionsmenü anzuzeigen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte
Funktion zu wählen.
Gehen Sie nach der Funktionswahl wie folgt
vor, um die Funktion einzustellen.
Auto answer (Automatische Rufannahme)
1 Drücken Sie M.C., um die automatische Rufan-
nahme ein- oder auszuschalten.
Ring tone (Auswahl des Klingeltons)
1 Drücken Sie M.C., um den Klingelton ein- oder
auszuschalten.
PH.B.Name view (Adressbucheinträge sortieren)
1 Drücken Sie M.C., um zwischen den Namensli-
sten zu wechseln.
Grundeinstellungen
1
1 Funktionsdisplay
! Zeigt den Funktionsstatus an.
1 Drücken und halten Sie SRC/OFF gedrückt, bis sich das Gerät ausschaltet.
2 Drücken und halten Sie M.C. gedrückt,
bis das Menü der Grundeinstellungen im
Display angezeigt wird.
40
De
Page 97
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
3 Drehen Sie M.C., um die Grundeinstellung zu wählen.
Nehmen Sie nach der Funktionswahl die folgenden detaillierten Grundeinstellungen vor.
Language select (Spracheinstellung)
Für erhöhte Benutzerfreundlichkeit wurde dieses
Gerät mit einer Anzeige in mehreren Sprachen ausgestattet. Sie können eine dieser Sprachen als Ihre Anzeigesprache wählen.
1 Drücken Sie M.C., um die Sprache zu wählen.
1 Drücken Sie M.C., um den Teil der Kalenderanzei-
ge zu wählen, der eingestellt werden soll.
Jahr—Tag —Monat
2 Drehen Sie M.C., um das Datum einzustellen.
Clock (Einstellen der Uhrzeit)
1 Drücken Sie M.C., um den Teil der Zeitanzeige zu
wählen, der eingestellt werden soll.
Stunden—Minuten
2 Drehen Sie M.C., um die Uhrzeit einzustellen.
EngineTime alert (Anzeigeeinstellung für abgelaufe-
ne Zeit)
Diese Einstellung ermöglicht es Ihnen anzuzeigen,
wie viel Zeit seit dem Einschalten des Wagens oder
einer festgelegten Zeitdauer abgelaufen ist.
Sie werden außerdem mit einem Ton benachrichtigt.
1 Drücken Sie M.C., um die von Ihnen bevorzugte
Einstellung zu wählen.
OFF—15Minutes—30Minutes
FM step (UKW-Kanalraster)
Bei der Suchlaufabstimmung wird normalerweise
das 50-kHz-UKW-Kanalraster verwendet. Bei Verwendung des Alternativfrequenz-Suchlaufs oder der Verkehrsdurchsagebereitschaft wird automatisch auf
das 100-kHz-UKW-Kanalsuchraster umgeschaltet. Es
kann jedoch vorteilhaft sein, das Kanalraster für den
Alternativfrequenzsuchlauf auf 50 kHz einzustellen.
1 Drücken Sie M.C., um die UKW-Kanalraster-Funk-
tion zu wählen.
50kHz (50 kHz)—100kHz (100 kHz)
Auto PI (Automatische PI-Suche)
Das Gerät kann selbst bei einem Stationsabruf automatisch nach einer anderen Station mit derselben
Programmierung suchen.
1 Drücken Sie M.C., um den Auto-PI-Suchlauf ein-
oder auszuschalten.
Music browse (Musiktitelsuche)
Beim Bedienen von externen Speichermedien (USB,
SD) können Sie Dateien aus der Liste wählen.
1 Drücken Sie M.C., um die Einstellung zu wählen.
OFF—USB memory1—USB memory2—SD card
Warning tone (Warnton-Einstellung)
Wenn die Frontplatte nicht innerhalb von vier Sekunden nach dem Ausschalten der Zündung abgenommen wird, wird ein Warnton ausgegeben. Der
Warnton kann abgeschaltet werden.
1 Drücken Sie M.C., um den Warnton ein- oder aus-
zuschalten.
AUX1 (vordere AUX-Eingangseinstellung)/AUX2 (Einstellung des hinteren Cinch-Eingangs)
Aktivieren Sie diese Einstellung, wenn ein zusätzliches, mit diesem Gerät verbundenes Gerät verwendet
wird.
1 Drücken Sie M.C., um die AUX-Einstellung ein-
oder auszuschalten.
Dimmer (Dimmer-Einstellung)
Um zu vermeiden, dass das Display bei Dunkelheit zu
hell wird, blendet es automatisch ab, wenn die
Scheinwerfer des Wagens eingeschaltet werden. Dieser Dimmer kann ein- oder ausgeschaltet werden.
1 Drücken Sie M.C., um die Dimmer-Funktion ein-
oder auszuschalten.
Contrast (Display-Kontrasteinstellung)
1 Drücken Sie auf M.C., um den Einstellm odus aus-
zuwählen.
2 Drehen Sie M.C., um den Kontrastpegel einzustel-
len.
Während der Erhöhung bzw. Verminderung des
Pegels wird 0 bis 15 angezeigt.
Digital ATT (Digital-Dämpfung)
Bei der Wiedergabe einer CD oder anderen Signalquelle mit hohem Aufnahmepegel kann es zu Verzerrungen kommen, wenn die Equalizer-Pegelkurve
hoch eingestellt ist. Sie können die Digitaldämpfung
niedrig einstellen, um die Verzerrung zu reduzieren.
! Die hohe Einstellung wird verwendet, da sie eine
bessere Klangqualität liefert.
1 Drücken Sie M.C., um die Einstellung zu wählen.
HIGH (Hoch)—LOW (Niedrig)
Bedienung des Geräts
De
41
Page 98
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
AUDIO reset (Audio zurücksetzen)
Sie können die Einstellungen sämtlicher Audio-Funktionen zurücksetzen.
1 Drücken Sie M.C.
Does it RESET? erscheint im Display.
2 Drücken Sie M.C.
3 Drehen Sie auf M.C., um die gewünschte Einstel-
lung zu wählen.
Are You Sure? erscheint im Display.
4 Drücken Sie M.C.
Im Display wird Complete angezeigt und die
Audio-Funktionen sind damit auf ihre ursprüngli-
chen Werte zurückgesetzt.
! Zum Abbrechen des laufenden Vorgangs drücken
Sie auf BAND/
Internal AMP (Leistungsverstärker-Einstellung)
Dieses Gerät ist mit einem eigenen Hochleistungsverstärker ausgestattet. In manchen Systemen wird jedoch nicht der interne Verstärker verwendet, sondern
es werden externe Verstärker eingesetzt. Wenn Sie externe Verstärker heranziehen, um ein Multiverstärkersystem einzurichten, und somit den internen
Verstärker nicht benötigen, dann sollten Sie diesen
ausschalten. Durch das Ausschalten des internen
Verstärkers werden dessen Betriebsgeräusche reduziert.
1 Drücken Sie M.C., um den internen Leistungsver-
stärker ein- bzw. auszuschalten.
Demonstration (Demo-Anzeige-Einstellung)
1 Drücken Sie M.C., um die Demo-Anzeige ein-
oder auszuschalten.
Ever-scroll (Bilddurchlauf-Einstellung)
Wenn die Bilddurchlauf-Funktion auf ON gesetzt
wurde, durchlaufen die aufgezeichneten Textinformationen das Display kontinuierlich immer wieder von
Neuem. Wählen Sie die Option OFF, wenn die Informationen nur ein einziges Mal durch das Display laufen sollen.
1 Drücken Sie M.C., um den kontinuierlichen Bild-
durchlauf ein- oder auszuschalten.
BT AUDIO(Bluetooth-Audio-Aktivierung)
Sie müssen die Programmquelle BT Audio aktivieren,
um einen Bluetooth-Audio-Player verwenden zu können.
1 Drücken Sie M.C., um die Programmquelle BT
Audio ein- oder auszuschalten.
Clear memory (Zurücksetzen des Bluetooth-Moduls)
.
Die Daten des Bluetooth-Geräts können gelöscht werden. Zum Schutz Ihrer persönlichen Daten bei der
Weitergabe dieses Geräts an Dritte wird empfohlen,
diese Informationen zu löschen. Dabei werden die folgenden Einstellungen gelöscht:
! Adressbucheinträge des Bluetooth-Telefons
! Voreingestellte Nummern des Bluetooth-Telefons
! Registrierungseinstellungen des Bluetooth-Tele-
fons
! Liste der getätigten Anrufe des Bluetooth-Telefons
! Informationen des verbundenen Bluetooth-Tele-
fons
! PIN-Code des Bluetooth-Geräts
1 Drücken Sie M.C., um die Bestätigung des Vor-
gangs anzuzeigen.
Die Angabe YES wird eingeblendet. Der Löschvor-
gang für den Speicher ist auf Standby geschaltet.
Wenn Sie den Telefonspeicher nicht zurücksetzen
möchten, drehen Sie M.C., bis CANCEL angezeigt
wird und drücken Sie den Regler zur Bestätigung.
2 Drücken Sie M.C., um den Speicher zu löschen.
Die Anzeige Cleared wird eingeblendet und alle
Einstellungen werden gelöscht.
! Schalte n Sie den Motor während dieses Vor-
gangs nicht aus.
BT Version info. (Anzeige der Bluetooth-Version)
Sie können die Systemversionen dieses Geräts und
des Bluetooth-Moduls anzeigen.
Software (Aktualisieren der Bluetooth-Software)
Diese Funktion ermöglicht die Aktualisierung dieses
Geräts mit der neuesten Bluetooth-Software. Informationen zur Bluetooth-Software und Aktualisierungen
finden Sie auf unserer Website.
! Schalte n Sie das Gerät niemals aus, während die
Bluetooth-Software aktualisiert wird.
1 Drücken Sie M.C., um den Datenübertragungs-
modus aufzurufen.
Folgen Sie den Anweisungen auf dem Bildschirm,
um den Bluetooth-Aktualisierungsvorgang abzu-
schließen.
42
De
Page 99
Bedienung des Geräts
Abschnitt
02
Andere Funktionen
Gebrauch der AUX1- und AUX2Programmquelle
Zu AUX1 und AUX2
Für den Anschluss von Zusatzgeräten an dieses Gerät sind zwei Möglichkeiten gegeben.
AUX1-Programmquelle
Beim Anschluss eines Zusatzgeräts über den
vorderen AUX-Eingang.
! Sie müssen die AUX-Einstellung im Menü
der Grundeinstellungen aktivieren. Siehe
AUX1 (vordere AUX-Eingangseinstellung)/
AUX2 (Einstellung des hinteren Cinch-Ein-
gangs) auf Seite 41.
1 Stecken Sie den Mini-Klinkenstecker in
den AUX-Eingang dieses Geräts.
Für weitere Einzelheiten siehe Hauptgerät auf
Seite 7.
Dieses Zusatzgerät wird automatisch als
AUX1 identifiziert.
2 Drücken Sie die Taste SRC/OFF, um
AUX1 als Programmquelle zu wählen.
AUX2-Programmquelle
Beim Anschluss eines Zusatzgeräts über den
hinteren Cinch-Eingang.
! Sie müssen die AUX-Einstellung im Menü
der Grundeinstellungen aktivieren. Siehe
AUX1 (vordere AUX-Eingangseinstellung)/
AUX2 (Einstellung des hinteren Cinch-Ein-
gangs) auf Seite 41.
1 Der Cinch-Heckausgang dient dem Anschluss eines Zusatzgeräts.
Detaillierte Informationen hierzu finden Sie in
der Installationsanleitung.
Dieses Zusatzgerät wird automatisch als
AUX2 identifiziert.
2 Drücken Sie SRC/OFF, um AUX2 als Programmquelle zu wählen.
Gebrauch verschiedener Unterhaltungsanzeigen
Sie können jede Programmquelle von unterhaltenden Anzeigen begleiten lassen.
Wichtig
ENTERTAINMENT wird nicht angezeigt, wenn
eine Temperatur von unter 10°C festgestellt wird.
Warten Sie in diesem Fall bitte, bis sich das Gerät
erwärmt hat, bevor Sie fortfahren.
Umschalten der Display-Anzeige
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü
anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption
zu wechseln, und drücken Sie
ENTERTAINMENT, um die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte
Funktion zu wählen.
# Die Genreanzeige ändert sich je nach Musikgenre.
# Je nach der Anwendung, die für die Codierung der Audio-Dateien verwendet wurde, funktioniert die Genreanzeige ggf. nicht
ordnungsgemäß.
Ein- oder Ausschalten der Zeitanzeige
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü
anzuzeigen.
Bedienung des Geräts
De
43
Page 100
Abschnitt
02
Bedienung des Geräts
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption
zu wechseln, und drücken Sie
ENTERTAINMENT, um die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um die gewünschte
Funktion zu wählen.
Wählen Sie die Uhreinstellung.
4 Drücken Sie M.C., um die gewünschte
Einstellung zu wählen.
Zeitanzeige—Anzeige für abgelaufene Zeit—
Keine Zeitanzeige
Wählen der Beleuchtungsfarbe
Dieses Gerät ist mit einer mehrfarbigen Beleuchtung ausgestattet. Sie können gewünschte Farben für die Tasten und das
Display dieses Geräts auswählen. Die gewünschten Farben können zudem angepasst
werden.
Auswählen der Tastenfarbe aus der
Beleuchtungsfarbliste
Sie können gewünschte Farben für die Tasten
dieses Geräts auswählen.
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü
anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption
zu wechseln, und drücken Sie ILLUMI, um
die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um Key anzuzeigen.
Drücken Sie den Regler, um Ihre Auswahl
zu bestätigen.
4 Drehen Sie M.C., um die Beleuchtungsfarbe zu wählen.
Sie können eine Option aus der folgenden
Liste wählen:
! 27 voreingestellte Farben (WHITE bis
ROSE)
! SCAN (Durchlaufen aller Farben)
! Drei Farbbereiche (WARM, AMBIENT,
CALM)
! CUSTOM (benutzerdefinierte Beleuch-
tungsfarbe)
Hinweise
! Bei der Auswahl von SCAN durchläuft das Sy-
stem automatisch alle 27 voreingestellten Beleuchtungsfarben.
! Bei der Auswahl von WARM durchläuft das
System automatisch die warmen Farbtöne.
! Bei der Auswahl von AMBIENT durchläuft
das System automatisch die Ambiancefarbtöne.
! Bei der Auswahl von CALM durchläuft das Sy-
stem automatisch die ruhigen Farbtöne.
! Bei Auswahl von CUSTOM wird die gespei-
cherte benutzerdefinierte Farbe verwendet.
Auswählen der Displayfarbe aus der
Beleuchtungsfarbliste
Sie können gewünschte Farben für das Display dieses Geräts auswählen.
1 Drücken Sie M.C., um das Hauptmenü
anzuzeigen.
2 Drehen Sie M.C., um die Menüoption
zu wechseln, und drücken Sie ILLUMI, um
die angezeigte Option zu wählen.
3 Drehen Sie M.C., um zu Display zu
wechseln, und drücken Sie zur Auswahl
auf den Regler.
4 Drehen Sie M.C., um die Beleuchtungsfarbe zu wählen.
Sie können eine Option aus der folgenden
Liste wählen:
! 27 voreingestellte Farben (WHITE bis
ROSE)
! SCAN (Durchlaufen aller Farben)
! Drei Farbbereiche (WARM, AMBIENT,
CALM)
! CUSTOM (benutzerdefinierte Beleuch-
tungsfarbe)
Hinweis
Für Details zu den Farben in der Liste siehe Auswählen der Tastenfarbe aus der Beleuchtungsfarbliste auf Seite 44.
44
De
Loading...
+ hidden pages
You need points to download manuals.
1 point = 1 manual.
You can buy points or you can get point for every manual you upload.