Verklaring van overeenstemming........................................................................... 38
31
35
36
38
3
Page 4
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Deze dampkap voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsvoor‐
riften. Door ondeskundig gebruik kunnen gebruikers echter let‐
sch
sel oplopen en kan er schade optreden aan het toestel.
Lees daarom de gebruiks- en montagehandleiding aandachtig
doo
r, voordat u de dampkap in gebruik neemt. Daarin vindt u be‐
langrijke instructies met betrekking tot de montage, de veiligheid,
het gebruik en het onderhoud. Dit is in het belang van uw veilig‐
heid en voorkomt schade aan de dampkap. Wanneer deze niet
worden opgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld
voor schade die daarvan het gevolg is.
Bewaar de gebruiks- en montageaanwijzing en geef ze door aan
wie het toestel eventueel na u gebruikt.
Juist gebruik
De
ze dampkap is bedoeld voor gebruik in het huishouden en in
gelijkaardige omgevingen.
ze dampkap is niet bestemd voor gebruik buiten.
De
Gebruik de dampkap uitsluitend in huishoudelijke context voor het
wegzuigen van kookdampen die ontstaan bij het bereiding van ge‐
rechten.
Gebruik voor andere doeleinden is niet toegelaten.
W
anneer de dampkap met luchtcirculatie wordt gebruikt, kan ze
boven een gaskookplaat niet voor de ontluchting van de opstelruim‐
te worden gebruikt. Vraag om informatie bij uw gasspecialist.
4
Page 5
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
ersonen die op grond van hun fysieke of psychische gesteld‐
P
heid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van het apparaat niet
in staat zijn de dampkap veilig te bedienen, mogen ze alleen onder
toezicht bedienen of wanneer ze worden geïnstrueerd door iemand
die het apparaat kent.
Ze moeten het mogelijke gevaar van een verkeerde bediening kun‐
nen herkennen en begrijpen.
Kinderen in het huishouden
Kinder
worden gehouden - tenzij ze constant in het oog worden gehouden.
Kinder
bruiken wanneer hun de bediening ervan zo uitgelegd is dat ze de
dampkap veilig kunnen bedienen. Kinderen moeten de eventuele ri‐
sico's van een foutieve bediening kunnen beseffen.
Kinder
derhouden.
L
voor dat ze nooit met het apparaat spelen.
V
verpakkingsmateriaal (bijv. folies) of het over hun hoofd trekken en
daardoor verstikken. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buiten
het bereik van kinderen.
en jonger dan acht jaar moeten uit de buurt van het toestel
en vanaf acht jaar mogen de dampkap alleen maar ge‐
en mogen de dampkap niet zonder toezicht reinigen of on‐
et op kinderen die in de buurt van de dampkap komen. Zorg er‐
erstikkingsgevaar! Spelende kinderen kunnen zich wikkelen in
5
Page 6
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Technische veiligheid
Door on
herstellingen kunnen er niet te onderschatten risico's ontstaan voor
de gebruiker. Installatie-, onderhouds- of herstellingswerken mogen
alleen door vakmensen worden uitgevoerd die door Miele erkend
zijn.
Contr
beschadigd is. Een beschadigd apparaat mag niet worden geplaatst
en niet in gebruik worden genomen.
De elektrisc
deerd, als het wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol‐
gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Laat de elektrische
installatie bij twijfel door een elektricien inspecteren.
De dampkap
op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten.
deskundig uitgevoerde installaties, onderhoudswerken of
oleer voordat de dampkap wordt geplaatst, of ze zichtbaar
he veiligheid van het apparaat is uitsluitend gegaran‐
kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, als zij
De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatje
van de dampkap moeten absoluut overeenstemmen met deze van
het elektriciteitsnet. Zo voorkomt u schade aan de dampkap.
Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elek‐
tricien.
ze dampkap mag niet op het elektriciteitsnet worden aangeslo‐
De
ten via meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren die daarvoor
niet geschikt zijn. Dit in verband met gevaar voor oververhitting.
6
Page 7
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Gebruik uw d
is een veilige werking gewaarborgd.
De
ze dampkap mag niet op niet-vaste plaatsen (bijv. op een
schip) worden gebruikt.
ampkap enkel in geïnstalleerde toestand. Enkel dan
Wanneer u aansluitingen onder spanning aanraakt of de elek‐
trische en mechanische constructie wijzigt, kan dat voor u gevaar
opleveren. Het kan ook tot storingen in de werking van de dampkap
leiden.
Open de behuizing alleen voor zover de montage- en reinigingsaan‐
wijzingen dit voorschrijven. Maak andere onderdelen van de om‐
manteling in geen geval open.
Het r
nische dienst wordt hersteld die niet door Miele is erkend.
Enk
volle voldoen aan de eisen qua veiligheid. Defecte onderdelen mo‐
gen alleen door originele Miele-wisselstukken worden vervangen.
Er mag niet aan het ele
snoer mag niet worden gebruikt voor de bevestiging van extra on‐
derdelen (bijv. van een tussenplateau).
echt op garantie vervalt wanneer de dampkap door een tech‐
el met originele Miele-wisselstukken bent u zeker dat deze ten
ktrische snoer worden getrokken. Het
Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet deze door een er‐
kend vakman/vakvrouw worden vervangen.
Bij instal
geen elektrische spanning op de dampkap staan. Dat is het geval
als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
– de zekeringen van de elektrische installatie zijn uitgeschakeld of
– de schroefzekeringen van de elektrische aansluiting zijn er geheel
tgedraaid of
ui
– de stekker (indien aanwezig) is uit de contactdoos getrokken. Trek
daarbij aan
latie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mag er
de stekker en niet aan de aansluitkabel.
7
Page 8
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Efficiënt gebruik
Door open
Werk met het oog op het risico op brand nooit met open vuur onder
de dampkap: zo is flamberen en grilleren met open vuur verboden.
Een dampkap die in gebruik is trekt de vlammen in het vetfilter/de
vetfilters aan, waardoor het daarin verzamelde vet vlam kan vatten.
S
terke hitteontwikkeling op een gaskookvlak kan de dampkap be‐
schadigen.
– Bij gebruik van de dampkap boven een gaskookvlak moet u erop
lett
en dat er altijd kookgerei staat op branders die in gebruik zijn.
Schakel het gasfornuis uit telkens als u kookgerei voor korte tijd
van het gaskookvlak wegneemt.
– Kies pannen die niet groter of kleiner zijn dan het kookvlak.
– Regel de vlam zodanig dat deze in geen geval boven het kookge‐
ei uitsteekt.
r
– Zorg ervoor dat u het kookgerei niet overmatig verhit (bijv. bij het
k
oken met een wok).
Dit om een opho
paraat te voorkomen.
Schakel de dampkap altijd in zodra u één van de kookvlaken in ge‐
bruik neemt.
vuur bestaat brandgevaar!
ping van condenswater en corrosie aan het ap‐
Door ove
dampkap vlam doen vatten.
Als u met olie of vet kookt, dient u uw kookpan of friteuse voortdu‐
rend in het oog te houden. Dat geldt ook voor elektrische grillappa‐
raten.
rverhitting kunnen olie en vet in brand geraken en de
Gebruik de dampkap nooit zonder vetfilters om te voorkomen dat
zich vuil en vet in de dampkap afzetten,
waardoor deze op den duur niet meer goed zal functioneren.
Er kan b
in deze gebruiksaanwijzing wordt gereinigd.
8
rand ontstaan als het toestel niet volgens de aanwijzingen
Page 9
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Hou ermee
gende hitte erg warm kan worden.
Raak de ommanteling en de vetfilters pas aan wanneer de dampkap
is afgekoeld.
rekening dat de dampkap bij het koken door de opstij‐
Deskundige montage
Contr
volgens de fabrikant van deze apparatuur toegestaan is.
Boven ove
warmd, mag u geen dampkap monteren.
T
den, gegrilleerd of gefrituurd wordt moet een minimumafstand wor‐
den aangehouden.
Houd die afstanden aan die in het hoofdstuk "Montage" worden ge‐
noemd, tenzij de fabrikant van het kooktoestel een grotere afstand
aangeeft.
Worden er onder de dampkap verschillende soorten kookapparatuur
gebruikt waarvoor verschillende afstanden gelden, dan moet de
grootste afstand worden aangehouden.
oleer of het gebruik van een dampkap boven uw kooktoestel
ns of fornuizen die met vaste brandstof worden ver‐
ussen de dampkap en de plek waar gekookt, gebakken, gebra‐
Neem voo
hoofdstuk "Montage" in acht.
r het monteren van de dampkap de aanwijzingen in het
9
Page 10
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Reiniging en onderhoud
De st
die onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.
Gebruik voor het reinigen van de dampkap nooit een stoomreiniger.
oom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelen
Toebehoren
Gebruik uitsluit
rantieaanspraken vervallen. Worden er andere onderdelen gemon‐
teerd of ingebouwd, dan vervalt het recht op waarborg en/of pro‐
ductaansprakelijkheid.
end Miele-accessoires om te voorkomen dat ga‐
10
Page 11
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu
Recycleerbare verpakking
De verpakking behoedt het toestel voor
ansportschade. Er werd milieuvriende‐
tr
lijk en recycleerbaar verpakkingsmateri‐
aal gekozen.
Door hergebruik van verpakkingsmate‐
riaal
wordt er op grondstoffen bespaard
en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking
in het algemeen terug.
Uw toestel afdanken
Oude elektrische en elektronische ap‐
aten bevatten vaak nog waardevolle
par
materialen. Ze bevatten echter ook
schadelijke stoffen die voor het functio‐
neren en de veiligheid van het apparaat
nodig waren. Als u het apparaat bij het
gewone afval doet of bij verkeerde be‐
handeling kunnen deze stoffen schade‐
lijk zijn voor de gezondheid en het mili‐
eu. Verwijder het afgedankte apparaat
dan ook nooit met het gewone afval.
Bij de aankoop van uw nieuw toestel
heeft u een bijdr
volledig gebruikt voor de toekomstige
recyclage van dat toestel. Dat bevat
trouwens nog waardevol materiaal.
Door te recycleren wordt er dan ook
minder verspild en vervuild.
age betaald. Die wordt
Zorg er ook voor dat het toestel intus‐
sen kinder
het laat wegbrengen.
veilig wordt bewaard voor u
11
Page 12
Hoe werkt uw toestel?
Luchtcirculatie
De dampkap kan uitsluitend met lucht‐
culatie worden gebruikt.
cir
De aangezogen lucht wordt door de
ers en bovendien door twee actie‐
vetfilt
vekoolstoffilters gereinigd en wordt
daarna weer in de keuken geleid.
12
Page 13
Hoe werkt uw toestel?
Con@ctivity 2.0-functie
Automatische besturing
Deze dampkap beschikt over een com‐
municatiefunctie. Hiermee is het moge‐
lijk om de besturing van de dampkap af
t
e stemmen op de werking van een
elektrisch Miele-kookvlak.
Om beide toestellen met elkaar te kun‐
nen laten communiceren, moet de des‐
betreffende Con@ctivity 2.0-stick
aangesloten zijn op het kookvlak.
Het kookvlak brengt de informatie over
de ingesch
gestelde vermogensstanden via een ra‐
dioverbinding over naar de dampkap.
– Wanneer u een kookvlak inschakelt,
wor
korte tijd, de ventilator van de damp‐
kap automatisch ingeschakeld.
– Terwijl u kookt, kiest de dampkap au‐
tomatisch de geschikte ventilatie‐
stand. Welke ventilatiestand wordt
ingesteld, is afhankelijk van het aan‐
tal ingeschakelde kookzones en de
ingestelde kookstanden.
– Wanneer u klaar bent met koken,
wor
verlichting automatisch uitgescha‐
keld na de luchtafzuiging achteraf.
Meer informatie over hoe dit werkt,
vindt u in de rubriek "Bediening".
akelde kookzones en de in‐
den de kookvlakverlichting en, na
den de ventilator en de kookvlak‐
Ga in de montageaanwijzing van de
Con@ctivity 2.0-stick na, of aansluiting
op uw k
Om de Con@ctivity 2.0-functie te kun‐
nen ge
ding tussen het kookvlak en de damp‐
kap tot stand worden gebracht (zie
"Con@ctivity 2.0-functie activeren").
ookvlak mogelijk is.
bruiken, moet een radioverbin‐
13
Page 14
De dampkap in één oogopslag
14
Page 15
De dampkap in één oogopslag
a
Luifel
b
Houders voor de actievekoolstoffilter
c
Vetfilter
d
Bedieningselementen
De symbolen dienen als sensortoetsen en geven de functies weer. Tip voor het
kie
zen van een functie de desbetreffende toets kort aan. Ter bevestiging van
uw keuze klinkt een korte zoemtoon.
e
Kookvlakverlichting
f
2 actievekoolstoffilters
g
Luchtcirculatieroosters
h
Sensortoets van de kookplaatverlichting
i
Sensortoets van de afzuiging
j
Sensortoetsen van het afzuigvermogen
k
Sensortoets van de uitlooptijdfunctie
l
Sensortoets van de urenteller vetfilters
m
Sensortoets van de urenteller actievekoolstoffilters
15
Page 16
Bediening (automatische werking)
Wanneer Con@ctivity 2.0 geactiveerd
is, werkt d
matische functie (zie "Con@ctivity 2.0functie activeren").
Voor het manueel bedienen van de
dampkap
Con@ctivity 2.0-functie".
Koken met de Con@ctivity 2.0functie (aut
Schakel op het kookvlak een kookzo‐
ne in en stel deze in op een bepaalde
vermogensstand.
De verlichting van de dampkap gaat
aan.
Na enkele seconden wordt ook de ven‐
or ingeschakeld. Deze staat eerst
tilat
heel even op stand 2 en wordt vervol‐
gens op stand 1 gezet.
Terwijl u kookt, kiest de dampkap auto‐
matisch
Dit is gebaseerd op het totale vermo‐
gen dat op dat
vlak is ingeschakeld, te weten het aan‐
tal ingeschakelde kookplaten en de in‐
geschakelde kookstanden.
e dampkap altijd in de auto‐
zie paragraaf "Koken zonder
omatische werking)
de geschikte ventilatiestand.
moment voor het kook‐
Voorbeelden voor de ventilatiestanden 1 t
4
Reactietijd
De dampkap reageert met vertraging.
Een wijziging in de vermogensstand
van
het kookvlak hoeft namelijk niet
meteen tot meer of minder dampont‐
wikkeling te leiden.
De vertraging is ook toe te schrijven
aan het feit dat het k
matie met tussenpozen naar de damp‐
kap verzendt.
De reactie van de dampkap volgt na
enk
ele seconden of enkele minuten.
ot
ookvlak de infor‐
anneer u een hogere vermogens‐
W
stand instelt op het kookvlak of meer
kookzones inschakelt, wordt de
dampkap automatisch op een hogere
ventilatiestand gezet.
telt u een lagere vermogensstand in
S
op het kookvlak of schakelt u kook‐
zones uit, dan wordt de ventilatie‐
stand van de ventilator automatisch
aangepast.
16
Page 17
Bediening (automatische werking)
Braadproces
anneer u, bijv. voor het verhitten
W
van een pan, een kookvlak op de
hoogste stand inschakelt en na ca.
60 tot 90 seconden* op een lagere
stand zet, gaat de dampkap ervan uit
dat u aan het braden bent (*60 se‐
conden tot 5 minuten bij een High‐
light-kookvlak).
De dampkap gaat aan. Nadat het kook‐
vlak op een lag
de dampkap naar stand 3 teruggescha‐
keld en blijft ca. 5 minuten op deze
stand staan.
Daarna wordt het ventilatiestanden van
de dampkap weer door de Con@ctivityfunctie
Indien gewen
gestuurd.
handmatig eerder op een andere ven‐
tilatiestand zetten.
ere stand is gezet, wordt
st kunt u de ventilator
Uitschakelen
Schak
De afzuiging van de dampkap wordt in
de minut
een lagere stand gezet en tenslotte he‐
lemaal uitgeschakeld.
In die tijd wordt de keukenlucht gezui‐
ver
dampen en geurtjes.
– Van de intensiefstand wordt de afzui‐
– Van stand 3 wordt de afzuiging na
– Van stand 2 wordt de afzuiging na 2
– Van stand 1 wordt het afzuigvermo‐
– Na nog eens 30 seconden wordt de
el alle kookzones uit.
en daarna stap voor stap op
d van eventueel nog aanwezige
ng direct teruggeschakeld naar
gi
stand 3.
ca. 1 minu
stand 2.
min
uten teruggeschakeld naar stand
1.
gen
na 2 minuten uitgeschakeld.
kookplaatverlichting uitgeschakeld.
ut teruggeschakeld naar
We zijn klaar met koken.
17
Page 18
Bediening (automatische werking)
De automatische functie tijde‐
lij
k uitschakelen
U kunt de automatische functie tijdens
oken tijdelijk uitschakelen, en wel
het k
als volgt:
Kies man
stand, of
schak
schak
de dampkap in. De afzuiging gaat na
de gekozen uitlooptijd uit. De verlich‐
ting blijft ingeschakeld.
De functies van de dampkap kunnen nu
manue
"Koken zonder Con@ctivity 2.0-func‐
tie".
ueel een andere ventilatie‐
el de dampkap manueel uit, of
el de uitlooptijdfunctie van
el worden bediend. Zie paragraaf
Terugkeer naar de automa‐
tische functie
U kunt weer terug naar de automa‐
tische functie en wel als volgt.
Kies manueel een ventilatiestand en
wacht ca. 5 minut
dampkap weer gaat bedienen, of
kies manueel een ventilatiestand die
over
eenkomt met de automatische
vermogensstand, of
g ervoor dat de ventilator van de
zor
dampkap en het kookvlak minstens
30 seconden uitgeschakeld zijn ge‐
weest.
De eerstvolgende keer dat u het
kookvlak weer inschakelt, start deze
weer in de automatische functie.
W
ilt u de dampkap tijdens het koken
geheel manueel bedienen, schakel de
ventilator van de dampkap dan in
voordat u het kookvlak inschakelt.
Indien de dampkap en het kookvlak
na het kookproces minstens 30 se‐
conden uitgeschakeld zijn geweest,
start het kookvlak de eerstvolgende
keer dat u deze inschakelt weer in de
automatische functie.
en voordat u de
18
Page 19
Bediening (handmatige werking)
Koken zonder Con@ctivity 2.0functie (handmatige werking)
Onder de volgende voorwaarden kunt u
de dampkap manueel bedienen:
Voor normaal gebruik kunt u kiezen tus‐
sen de vermogensstanden 1 t
3.
Wanneer u aanbraadt en levensmid‐
delen k
men, raden wij u aan om stand 4, de
"intensiefstand", te gebruiken.
ookt waarbij veel luchtjes vrijko‐
ot en met
Luchtafzuiging achteraf
Het is aan te bevelen om de afzuiging
enkele minuten te laten werken.
nog
Dan wordt de keukenlucht gezuiverd
van eventueel nog aanwezige dampen
en geurtjes.
De afzuiging wordt na de gekozen tijd
automatisch uitgeschakeld.
Raak na
tor ingeschakeld is, de nawerktoets
– 1 keer aan: de ventilator wordt na 5
min
– 2 keer aan: de ventilator wordt na 15
min
brandt).
– Wanneer u opnieuw op de nawerk‐
t
oets drukt, blijft de ventilator in‐
geschakeld (515 gaat uit).
het koken, terwijl de ventila‐
uten uitgeschakeld (5brandt).
uten uitgeschakeld (15
De ventilator uitschakelen
Schak
el de ventilator uit met de toets
aan/uit .
Kies met de t
gewenste vermogensstand.
Intensieve stand op een lagere stand
etten
z
Is het Powermanagement System van
evoren ingeschakeld, wordt het afzuig‐
t
vermogen na 5 minuten automatisch te‐
ruggeschakeld naar stand 3.
oetsen 1 tot en met 4 de
19
Page 20
Bediening (handmatige werking)
Kookvlakverlichting in-/
uitschak
De ventilator hoeft niet aan te zijn om
de k
kelen.
Raak hi
aan.
elen
ookvlakverlichting in of uit te scha‐
ervoor de verlichtingstoets
Powermanagement
De dampkap beschikt over een Power‐
manag
worden bespaard. Het systeem zorgt
ervoor dat het afzuigvermogen automa‐
tisch op een lagere stand wordt gezet
en de verlichting wordt uitgeschakeld.
– Als de intensiefstand ingesteld is,
– Als stand 3, 2 of 1 ingesteld is, wordt
– Als de kookvlakverlichting ingescha‐
U kunt het Powermanagement deacti‐
ver
Bedenk wel dat dit tot een stijging in
het energieverbruik kan leiden.
ement, waarmee energie kan
dt de afzuiging na 5 minuten au‐
wor
tomatisch naar stand 3 teruggescha‐
keld.
het afzuigvermogen na 2 uur automa‐
tisch één stand lager gezet en daarna
per 30 minuten uitgeschakeld.
k
eld is, wordt deze na 12 uur auto‐
matisch uitgeschakeld.
en.
Powermanagement uit-/inschakelen
Schak
T
T
– de toets van de verlichting,
– de 1 t
– toets van de verlichting.
Als het Powermanagement ingescha‐
k
eld is, branden de standen 1 en 4 con‐
tinu.
Is het uitgeschakeld, dan knipperen de
standen 1 en 4.
T
De standen 1 en 4 kni
T
De standen 1 en 4 branden continu.
Druk op t
Alle lampjes gaan uit.
Bevestigt u de procedure niet binnen 4
minu
toestel automatisch de oude instelling
over.
el de afzuiging en de verlich‐
ting uit.
ip de toets van de nalooptijd ca.
10 seconden aan totdat stand 1 van
de vermogensstanden gaat branden.
ip daarna achter elkaar kort aan:
oets en weer op
ip de 1 - toets aan om het Power‐
management uit te schakelen.
pperen.
ip de 4 - toets aan om het Power‐
management in te schakelen.
oets van de uitlooptijd
om de procedure te bevestigen.
ten na het instellen, dan neemt het
20
Page 21
Bediening (automatische en handmatige werking)
Bedrijfsurenteller
De tijd dat de dampkap werkt wordt in
het geh
gen.
De bedrijfsurentellers melden door mid‐
del van het oplich
symbool of het symbool voor de ac‐
tievekoolstoffilter wanneer de filters
moeten worden gereinigd of vervangen.
Informatie over het reinigen en vervan‐
gen van de filters en over hoe u de be‐
drijfsurentellers terug in hun beginstand
kunt zetten vindt u in het hoofdstuk
"Reiniging en onderhoud".
Uren voor de vetfilters wijzigen
U kunt het aantal uren, na afloop waar‐
van de vetfilt
nigd, wijzigen en aan uw kookgewoon‐
ten aanpassen.
Vanuit de fabriek is 30 uur ingesteld.
– Kies 20 uur wanneer u veel braadt en
eugen van het toestel opgesla‐
ten van het vetfilter‐
ers moeten worden gerei‐
t.
frituur
Stand 1........................................
Stand 2........................................
Stand 3........................................
Stand 4........................................
Kies met de sensor
afzuigvermogen de gewenste tijd.
Bevesti
vetfiltertoets.
Alle lampjes gaan uit.
Bevestigt u de procedure niet binnen 4
minu
toestel automatisch de oude instelling
over.
g de procedure met de -
ten na het instellen, dan neemt het
toetsen van het
20 uur
30 uur
40 uur
50 uur
– Kies ook 20 uur wanneer u weinig
k
ookt. Vet dat zich over een langere
periode ophoopt wordt hard en dan
wordt het moeilijk om de vetfilters
goed schoon te krijgen.
– Kies 40 of 50 uur wanneer u regelma‐
tig z
eer vetarm kookt.
Schakel de ventilator uit met de toets
aan/uit .
ip de - toets van de uitlooptijd en
T
de - vetfiltertoets tegelijk aan.
Het - vetfilt
vermogensstanden gaan knipperen.
De standen 1 t
hoeveel uren zijn ingesteld:
ersymbool en één van de
ot en met 4 geven aan
21
Page 22
Bediening (automatische en handmatige werking)
Uren voor de actievekoolstoffilters
ellen / wijzigen
inst
De actievekoolstoffilters zijn nodig voor
tcirculatie.
luch
De urenteller is voor de actievekoolstof‐
filt
ers vanuit de fabriek niet geactiveerd.
U stelt het aantal uren, na afloop waar‐
van de actievekoolstoffilters moeten
worden vervangen, zelf in.
Schak
T
Het - actievek
één van de vermogensstanden gaan
knipperen.
De standen 1 t
hoeveel uren zijn ingesteld:
Stand 1......................................
Stand 2......................................
Stand 3......................................
el de ventilator uit met de toets
aan/uit .
ip de - toets van de uitlooptijd en
de - actievekoolstoffiltertoets te‐
gelijk aan.
oolstoffiltersymbool en
ot en met 4 geven aan
120 uur
180 uur
240 uur
Urenteller controleren
Vòòr afloop van de ingestelde tijd kunt
u contr
streken.
Schak
T
Eèn of meer vermogensstanden gaan
knipper
Het aantal knipperende standen geeft
aan ho
tijd is verstreken.
Stand 1
Standen 1 en 2
Standen 1 t
Standen 1 t
oleren hoeveel procent al is ver‐
el de afzuiging met de -toets
in.
ip de - vetfiltertoets of de anti-geurfiltertoets aan en laat uw
vinger even op de toets rusten.
en.
eveel procent van de ingestelde
......................................... 25 %
............................. 50 %
ot en met 3 ................ 75 %
ot en met 4 .............. 100 %
Wanneer de dampkap wordt uitge‐
eld of de stroom uitvalt blijven
schak
de geregistreerde uren opgeslagen.
Stand 4.........................
Kies met de sensor
afzuigvermogen de gewenste tijd.
Bevesti
actievekoolstoffiltertoets.
Alle controlelampjes gaan uit.
Bevestigt u de procedure niet binnen 4
minu
toestel automatisch de oude instelling
over.
22
g de procedure met de -
ten na het instellen, dan neemt het
niet geactiveerd
toetsen van het
Page 23
Bediening (automatische en handmatige werking)
Geluidssignaal sensortoetsen
Wanneer u met een sensortoets een
functie
naal.
Dit signaal kan worden uitgeschakeld.
kiest, klinkt een kort geluidssig‐
Schak
T
Daarna is het geluidssignaal uitgescha‐
eld.
k
Om het gelui
Nadat de dampkap losgekoppeld is
geweest van het el
dat zich een stroomstoring heeft voor‐
gedaan, wordt het geluidssignaal au‐
tomatisch weer ingeschakeld, ook
wanneer het daarvòòr was uitgescha‐
keld.
el de ventilator uit met de toets
aan/uit .
ip de 4 - toets en de - vetfilter‐
toets gedurende ca. 5 seconden te‐
gelijk aan, totdat een kort geluidssig‐
naal klinkt.
dssignaal weer in te
schakelen gaat op dezelfde manier te
werk.
ektriciteitsnet of na‐
23
Page 24
Tips om energie te besparen
Deze dampkap werkt zeer efficiënt en
ener
giebesparend. Volgende maatre‐
gelen ondersteunen u bij het spaarza‐
me gebruik:
– Kook op een zo laag mogelijke kook‐
stand. W
nen een lage vermogensstand aan de
dampkap en hierdoor ook minder
stroomverbruik.
– Gebruik de Con@ctivity-functie. De
dampkap w
uitgeschakeld. U kiest de optimale
vermogensstand voor de kooksitua‐
tie en zorgt hiermee voor een laag
stroomverbruik.
– Als u de dampkap handmatig be‐
dient, let dan op het volgende:
– Controleer op de dampkap de ge‐
– Schakel bij sterke kookdampen al
– Let erop dat u de dampkap na het
– Maak de filters geregeld schoon of
ver
wordt het vermogen verlaagd en de
bestaat er brandgevaar. Voorts be‐
staat dan een risico voor het hygiëne.
einig kookdampen beteke‐
ordt automatisch in- en
k
ozen vermogensstand. Meestal is
een lage vermogensstand vol‐
doende. Gebruik de intensiefstand
alleen als het noodzakelijk is.
vr
oeg op een hoge stand. Dat is
efficiënter dan de kookdampen
nadien proberen op te vangen.
k
oken weer uitschakelt.
Moet na het koken de keukenlucht
nog worden gereinigd van reste‐
rende wasem en geuren, gebruik
dan de naloopfunctie. De afzuiging
wordt na de gekozen nalooptijd
automatisch uitgeschakeld.
vang ze. Door erg vette filters
24
Page 25
Reiniging en onderhoud
Behuizing
Algemeen
Het oppervlak en de bedieningsele‐
ment
en zijn gevoelig voor krassen en
kerven.
Neem dus de volgende tips in acht.
Maak al
ningselementen enkel schoon met
een vaatdoekje, afwasmiddel en
warm water.
W
een zachte doek droog.
Niet te gebruiken zijn:
– reinigingsmiddel dat soda, zuur,
chloor of oplosmiddelen bevat,
– schurend reinigingsmiddel zoals
schu
sponsjes of gebruikte sponsen waar‐
in restjes schuurmiddel zitten.
le oppervlakken en bedie‐
rijf het oppervlak vervolgens met
urpoeder of -crème, schuur‐
Opmerkingen omtrent toestellen met
een gekleur
Neem bij de schoonmaak ook de al‐
geme
in acht.
Bij het schoonmaken is het onvermij‐
delijk dat er z
oppervlak ontstaan. In combinatie met
halogeenverlichting in de keuken kun‐
nen deze het uitzicht beïnvloeden.
Opmerkingen over de glasplaten
Om oppervlakken in glas schoon te
maken volgt u de algemene tips en
gebruikt u een schoonmaakmiddel
voor glas dat u in de winkel kunt
kopen.
de/gelakte behuizing
ne opmerkingen in deze rubriek
eer kleine krassen op het
25
Page 26
Reiniging en onderhoud
Vetfilters
De vetfilters in het toestel nemen de
e bestanddelen van de kook‐
vast
dampen op (vet, stof e.d.). Ze verhin‐
deren daardoor dat het toestel vuil
wordt. Er zijn opnieuw te gebruiken me‐
talen vetfilters ingebouwd.
Oververzadigde vetfilters leveren
gevaar op voor brand.
Reinigingsinterval
Het is aan te raden om de vetfilters om
de 3-4 wek
melde vet wordt na langere tijd hard. De
vetfilters kunnen dan minder vlot wor‐
den schoongemaakt.
De bedrijfsurenteller voor de vetfilters
meldt door middel van het oplicht
van het vetfiltersymbool wanneer de
vetfilters moeten worden gereinigd.
P
as de reinigingsfrequentie aan uw
kookgewoonten aan. Zie hoofdstuk
"Bediening".
De vetfilter uitnemen
Een vetfilter kan makkelijk uit uw
handen glippen.
Daarbij kan het vetfilter en het kook‐
vlak beschadigd raken.
Houd vetfilters bij het verwijderen,
reinigen en terugplaatsen daarom
goed vast.
en te reinigen. Het verza‐
en
Open de vergrendeling van de vetfil‐
ter, zwenk de vetfilter ca.45° omlaag,
haak hem achteraan los en neem
hem uit.
De vetfilters met de hand reinigen
Rein
Ongeschikte reinigingsmiddelen
Vetfilters kunnen beschadigd raken
door r
niet geschikt zijn.
De volgende reinigingsmiddelen mogen
niet worden gebruikt:
– kalkoplossende reinigingsmiddelen
– schuurpoeder of schuurcrème
– agressieve allesreinigers en veto‐
– ovenspray
ig de vetfilters in warm water met
een afwasborstel en een zacht hand‐
afwasmiddel. Gebruik het handaf‐
wasmiddel niet geconcentreerd.
einigingsmiddelen die daarvoor
plosspr
ays
26
Page 27
Reiniging en onderhoud
Vetfilters reinigen in de afwasmachi‐
ne
Plaats de vetfilt
onderrek of horizontaal met de vette
kant naar beneden. Let er daarbij op
dat de sproeiarm vrij kan bewegen.
Gebruik een hu
middel voor de afwasmachine.
Kies een
ratuur tussen 50 °C en 65 °C.
Reinigt u de vetfilters in de afwasauto‐
maat, dan kan het inwendige
pervlak naar gelang van het gebruikte
afwasmiddel op de duur verkleuren.
Dit schaadt de werking van de vetfil‐
ters echter niet.
Na het reinigen
L
eg de vetfilters na het schoonmaken
nog op een vochtopnemend voor‐
werp te drogen.
W
zijn, kan u de bereikbare onderdelen
van de behuizing van vet ontdoen.
Op die manier voorkomt u brandge‐
vaar.
programma met een tempe‐
anneer de vetfilters uitgenomen
ers loodrecht in het
ishoudelijk reinigings‐
filterop‐
Als er eens een
ontgrendel die dan langs de uitspa‐
ringen met behulp van een kleine
schroevendraaier.
Bedrijfsurenteller voor de vetfilters
erug in zijn beginstand zetten
t
Na de reiniging moet de urenteller wor‐
den teruggezet.
Raak, t
schakeld, de vetfiltertoets ca. 3
seconden aan, totdat alleen nog de
sensortoets 1 knippert.
Het vetfiltersymbool
Reinigt u de vetfilters voordat de be‐
drijfsur
Raak de vetfilt
den aan, totdat alleen nog de sensor‐
toets 1 knippert.
erwijl de ventilator is inge‐
en afgelopen zijn:
vetfilter verkeerd zit,
gaat uit.
ertoets ca. 6 secon‐
L
et er bij het monteren van de vetfil‐
ters op dat de vergrendeling naar het
kookvlak toe wijst.
27
Page 28
Reiniging en onderhoud
Actievekoolstoffilter
Wanneer de dampkap werkt met lucht‐
culatie, moeten er naast de vetfilters
cir
ook nog twee actievekoolstoffilters wor‐
den geplaatst. Deze filters nemen alle
kookluchtjes op.
Ze worden in de luifel boven de vetfil‐
ters geplaatst.
Actievekoolstoffilters zijn verkrijgbaar bij
de vakhandel of bij de afdeling W
stukken van Miele België. Voor type en
aanduiding zie hoofdstuk: "Technische
gegevens".
Actievekoolstoffilter plaatsen / ver‐
vangen
erwijder de vetfilters alvorens de ac‐
V
tievekoolstoffilters te plaatsen of te
vervangen, zoals hierboven beschre‐
ven.
Haa
l de actievekoolstoffilters uit de
verpakking.
issel‐
Plaats de actievekoolstoffilters en
doe de houders weer dicht.
Plaats de vetfilt
Activee
het eerst een actievekoolstoffilter
plaatst. Zie hoofdstuk "Bediening".
r de urenteller wanneer u voor
ers weer terug.
Open de houders voor de actieve‐
oolstoffilters.
k
28
Page 29
Vervangingsfrequentie
V
ervang de reukfilter telkens als de
geuren niet meer voldoende worden
tegengehouden.
Vervang het filter in ieder geval elke 2
jaar.
De urenteller geeft aan wanneer de ac‐
tievek
oolstoffilter moet worden vervan‐
gen. Het symbool voor de actievekool‐
stoffilter gaat dan branden.
Reiniging en onderhoud
Activee
hoofdstuk "Bediening".
De bedrijfsurenteller voor de reukfil‐
er terug in zijn beginstand brengen
t
Na de vervanging moet de urenteller
wor
Raak hi
ingeschakeld, de vetfiltertoets ca.
3 seconden aan, totdat alleen nog de
sensortoets 1 knippert.
Het reukfiltersymbool gaat uit.
Als u de reukfilter vervangt voor
bedrijfsuren verstreken zijn, gaat u als
volgt te werk:
Raak de r
conden aan, totdat alleen nog de
sensortoets 1 knippert.
Actievekoolstoffilter weggooien
De gebrui
mag u met het huisvuil meegeven.
r daarvoor de urenteller. Zie
den teruggezet.
ervoor, terwijl de ventilator is
dat de
eukfiltertoets ca. 6 se‐
kte actievekoolstoffilters
29
Page 30
Technische Dienst van Miele en garantie
Neem bij storingen die u niet zelf kan
oplossen, contact op met uw Mielehandela
Miele.
Het telefoonnummer van de Technische
Dienst van Miele vindt u aan het einde
van de
Zorg dat u het toesteltype en het serie‐
nummer van uw dampkap bij de hand
hebt, w
Miele heeft deze gegevens nodig.
Beide gegevens vindt u op het typepla‐
tje.
Positie van het typeplaatje
Het typeplaatje is zichtbaar nadat u (af‐
hank
de vetfilters heeft verwijderd.
Duur en voorwaarden van de
garantie
De duur van de garantie bedraagt 2
jaar
ar of de Technische Dienst van
ze gebruiksaanwijzing.
ant de Technische Dienst van
elijk van het model) het vetfilter of
.
Meer informatie vindt u in de meegele‐
ver
de garantievoorwaarden.
30
Page 31
Voor de montage
Montage
Neem voor
begint de informatie in dit hoofdstuk
en in het hoofdstuk "Opmerkingen
omtrent uw veiligheid" in acht.
dat u met monteren
Montagemateriaal
4 schroeven 7 x 110 mm en
4 pluggen 10 x 80 mm
voor het bevestigen van de montage‐
plat
en aan de muur.
De schroeven en pluggen zijn ge‐
schi
kt voor beton, poriënbeton, kalk‐
zandsteen, baksteen en holblok‐
steen.
Gebruik voor andere muurconstruc‐
ties bevestig
past.
Let er op dat de muur stevig genoeg
is voor de dampkap.
ingsmateriaal dat daarbij
2 borgmoeren M 6
voor het bevestigen van het toestel
2 Afdekkapjes
2 Afdekkapjes
Montageschema
De montage vindt u op de bijgeleverde
mo
ntageschema beschreven.
31
Page 32
Montage
Afmetingen van het toestel
32
Page 33
Montage
a
Aansluitsnoer
b
Luchtcirculatierooster. De afstand tot het plafond of tot de erboven geplaatste
meubels moe
Afstand tussen kookplaat en dampkap (S)
Tussen de onderkant van de dampkap en de plek waar gekookt, gebakken, ge‐
br
aden, gegrilleerd of gefrituurd wordt, moet een minimumafstand worden aan‐
gehouden. Deze kunt u hieronder vinden.
Geeft de fabrikant echter een grotere afstand aan, houd dan deze aan.
Neem ook de veiligheidsinstructies en waarschuwingen in het gelijknamige
hoofdstuk in acht.
KooktoestelMini‐
Elektrische kookplaat450 mm
Grill en friteuse (elektrisch)650 mm
t minstens 300 mm bedragen.
mum
afstand S
Een gaskookplaat met verschillende branders met een
otale capaciteit van ≤ 12,6 kW,
t
waarbij geen brander een capaciteit van > 4,5 kW heeft.
Een gaskookplaat met verschillende branders met een
t
otale capaciteit van >12,6 kW en > 21,6 kW,
waarbij geen brander een capaciteit van ≤ 4,8 kW heeft.
Een gaskookplaat met verschillende branders met een
otale capaciteit van >21,6 kW,
t
of met bij één brander een capaciteit van > 4,8 kW.
Een losse gaskookplaat met een capaciteit van ≤
Een losse gaskookplaat met een capaciteit van >
Een losse gaskookplaat met een capaciteit van >
6 kW
6 kW en ≤ 8,1 kW
8,1 kW
650 mm
760 mm
niet mo‐
gelijk
650 mm
760 mm
niet mo‐
gelijk
33
Page 34
Montage
Montagetips
– Het is aan te raden onder de damp‐
elfs boven elektrische kook‐
kap, z
vlakken, een afstand van minimum
650 mm in acht te nemen. Zo werkt u
vlotter onder de dampkap.
– Hou bij de keuze van de montage‐
ogte rekening met uw lichaams‐
ho
lengte. U moet vlot aan het kookvlak
kunnen werken en de dampkap per‐
fect kunnen bedienen.
– Houd er rekening mee dat hoe groter
afstand tussen de dampkap en het
k
ookvlak is, hoe minder gemakkelijk
de kookdampen opgenomen worden.
– Om ervoor te zorgen dat de kook‐
dampen optimaal wor
men, moet u erop letten dat de
dampkap het kookvlak overdekt.
Centreer de dampkap daarom boven
het kookvlak en niet zijdelings ver‐
schoven.
den opgeno‐
– Zorg ervoor dat het kookvlak niet
gr
oter is dan de dampkap, liefst klei‐
ner.
– De plaats waar de dampkap komt te
gen moet makkelijk toegankelijk
han
zijn. In geval van een storing moet
een technicus makkelijk bij de damp‐
kap kunnen komen en deze ongehin‐
derd kunnen demonteren. Let bij het
monteren van de dampkap dus ook
op de plaatsing van kasten, planken,
plafond- of decorelementen in de
omgeving van de dampkap.
34
Page 35
Elektrische aansluiting
Door ondeskundig uitgevoerde in‐
stallatie-, onderhouds- of reparatie‐
werken kunnen er voor de gebruiker
aanzienlijke risico's ontstaan waar‐
voor de fabrikant niet aansprakelijk
kan worden gesteld.
De aansluiting van uw toestel op het
str
oomnet kunt u het best aan een
gekwalificeerd elektricien toevertrou‐
wen. Die dient de plaatselijke regle‐
mentering te kennen en nauwgezet
te volgen.
De dampkap mag alleen worden aan‐
oten op een volgens de voor‐
gesl
schriften geïnstalleerd elektrisch net.
De elektrische installatie moet volgens
VDE 0100 uitgevoerd zijn!
Om de veiligheid te verhogen, is het
aadzaam een verliesstroomschakelaar
r
met een uitschakelstroom van 30 mA
(DIN VDE 0664) voor het toestel te
schakelen (VDE in de richtlijn DIN VDE
0100 deel 739).
Wanneer u een flexibele aansluitkabel
gebruikt voor de aansluiting op het
elektri
citeitsnet, moeten de afzonder‐
lijke aders een aderdoorsnede hebben
tussen 0,75 mm² en 1,5 mm².
Aan installatiezijde moet een schei‐
dingsin
handen zijn. Als stroomonderbrekers
kunnen er schakelaars worden gebruikt
met een contactopening van minstens
3 mm. Bijvoorbeeld automatische scha‐
kelaars, smeltstoppen en contactslui‐
ters (EN 60335).
De vereiste aansluitgegevens vindt u op
het typeplaatje (zie hoo
nische Dienst van Miele en garantie").
Ga na of deze gegevens overeenstem‐
men met de spanning en de frequentie
van het net.
richting voor elke pool voor‐
fdstuk "Tech‐
35
Page 36
Con@ctivity 2.0-functie activeren
De Con@ctivity 2.0-stick instal‐
l
eren
Om de Con@ctivity 2.0-functie te kun‐
nen gebruik
den uitgerust met de Con@ctivity 2.0stick.
Neem voor de installatie de montage‐
handleiding van de Con@ctivity 2.0stick in acht.
en, moet het kookvlak wor‐
Con@ctivity 2.0-functie active‐
r
en
Om de Con@ctivity 2.0-functie te kun‐
nen gebruik
tussen het kookvlak en de dampkap
worden geactiveerd.
Daartoe moeten beide toestellen geïn‐
stalleer
De radioverbinding moet aan de damp‐
kap en aan het kookvlak tegelijkertijd
worden geactiveerd. Hierna wordt de
activering van de dampkap beschreven.
De activering van het kookvlak is be‐
schreven in de bijbehorende gebruiks‐
handleiding. Maak u vooraf vertrouwd
met de informatie.
Start vooreerst met de activering op de
dampkap, daarna op het kookvlak.
en, moet de radioverbinding
d en gebruiksklaar zijn.
Functie bij de dampkap activeren
K
ookvlak en dampkap moeten zijn
uitgeschakeld.
T
ip de toets van de nalooptijd ca.
10 seconden aan totdat stand 1 van
de vermogensstanden gaat branden.
T
ip daarna achter elkaar kort aan:
– de 1 - t
– de 4 t
– en daarna de t
ting.
De dampkap bevindt zich in de aan-/
afmeldmodus.
Als nog geen draadloze verbinding is
opgebouwd, knipper
lampjes 2 en 3 gelijktijdig.
Als al een draadloze verbinding is opge‐
bouwd, branden de controlelampjes 2
en 3 continu (Con@ctivity 2.0 is al ge‐
activeerd of een afstandsbediening is
aangemeld).
Activeer de Con@ctivity 2.0 door de 4
- t
Het toestel zoekt naar een draadloze
verbinding.
Beg
van de functie op het kookvlak.
oets,
oets
oets van de verlich‐
en de controle‐
oets aan te tippen.
in ondertussen met het activeren
36
Page 37
Con@ctivity 2.0-functie activeren
Functie aan het kookvlak activeren
T
erwijl de dampkap bezig is met het
zoeken naar de radioverbinding, start
u de activering op het kookvlak.
Informatie hieromtrent vindt u in de
handleiding van het kookvlak.
W
anneer aan het kookvlak de mel‐
ding verschijnt dat de radioverbinding
tot stand is gekomen, bevestigt u de
activering aan de dampkap met de
nawerktoets 515. Nu gaan alle
controlelampjes uit.
Bevesti
vlak.
De Con@ctivity 2.0-functie is nu ge‐
bruiksklaa
Als u niet binnen de 4 minuten na het
inst
niet uitgevoerd.
Het activeren hoeft maar één keer te
gebeur
elektriciteitsnet worden losgekoppeld,
bijv. bij een stroomonderbreking, blijft
de activering behouden.
g de activering op het kook‐
r.
ellen bevestigt, wordt de activering
en. Als de toestellen van het
Activering mislukt
Als de r
kan worden gebracht hoewel de
dampkap en het kookvlak geacti‐
veerd zijn, moeten beide toestellen
eerst worden gedeactiveerd en ver‐
volgens opnieuw worden geacti‐
veerd.
adioverbinding niet tot stand
Con@ctivity 2.0 deactiveren
He
t deactiveren bij de dampkap gaat
op dezelfde manier als het activeren.
Kies in de aan-/afmeldmodus in
plaats van de 4 toets, de 1 toets.
Raadpleeg
het kookvlak de gebruiksaanwijzing
van dit toestel.
Houd er rekening mee dat wanneer de
aadloze verbinding wordt verbroken,
dr
er dan ook een eventuele afstandsbe‐
diening wordt gedeactiveerd en dus
opnieuw moet worden geactiveerd.
voor het deactiveren van
37
Page 38
Technische gegevens
Motor van de afzuiging160 W
Kookvlakverlichting2 x 3 W
Totale aansluitwaarde166 W
NetspanningAC 230 V
Zekering10 A
Gewicht20 kg
Luchtcirculatie met actievekoolstoffilters DKF 16-1. De set bevat twee filters.
Verklaring van overeenstemming
Miele verklaart dat de dampkappen die worden vermeld op de voorpagina van de‐
e gebruiksaanwijzing, in overeenstemming zijn met de essentiële eisen en de
z
overige relevante bepalingen van de Richtlijn 1999/5/EG.
Een volledige verklaring van overeenstemming is verkrijgbaar via het adres dat u
vindt op d
e rugzijde van deze gebruiksaanwijzing.
38
Page 39
Technische gegevens
Productkaart voor huishoudelijke afzuigkappen
volgens gedelegeerde verordening (EU) Nr. 65/2014 en verordening (EU) Nr.
66/2014
MIELE
Identificatie van het modelDA 7096 W
Jaarlijks energieverbruik (AEC
Energie-efficiëntieklasse
A+ (meest efficiënt) tot F (minst efficiënt)C
Energie-efficiëntie-index (EEI
Hydrodynamische efficiëntie (FDE
Hydrodynamische-efficiëntieklasse
A (meest efficiënt) tot G (minst efficiënt)D
Verlichtingsefficiëntie (LE
afzuigkap
Verlichtingsefficiëntieklasse
A (meest efficiënt) tot G (minst efficiënt)A
Vetfilteringsefficiëntie95,3 %
Vetfilteringsefficiëntieklasse
A (meest efficiënt) tot G (minst efficiënt)A
Gemeten luchtdebiet op het beste-efficiëntiepunt
Luchtstroom (minimumsnelheid)
Luchtstroom (maximumsnelheid)
Luchtstroom (intensieve of boostmodus)
Max. luchtstroom (Q
max
)
Gemeten luchtdruk op het beste-efficiëntiepunt232 Pa
A-gewogen geluidsemissie (minimumsnelheid)56 dB
A-gewogen geluidsemissie (maximumsnelheid)69 dB
A-gewogen geluidsemissie in de intensieve of boostmodus78 dB
Gemeten elektrisch opgenomen vermogen op het beste-efficiëntiepunt 145,0 W
Elektriciteitsverbruik in de uit-stand (Po)W
Elektriciteitsverbruik in de stand-by-stand (Ps)0,15 W
Nominaal vermogen van het verlichtingssysteem6,0 W
Gemiddelde verlichting van het verlichtingssysteem op het kookopper‐
vlak
Tijdstoenamefactor1,4
)80,1 kWh/jaar
afzuigkap
)81,5
afzuigkap
)15,8
afzuigkap
)66,7 lx/W
355,7 m3/h
180 m3/h
360 m3/h
550 m3/h
550 m3/h
400 Ix
39
Page 40
Page 41
Page 42
Page 43
Herstellingen aan huis en andere inlichtingen: 02/451.16.16