Lenovo IdeaPad S310, IdeaPad S410, IdeaPad S415, IdeaPad S400 Touch, IdeaPad S415 Touch User Guide [nl]

Page 1
Lenovo IdeaPad S310/S410/S415/ S400 Touch/ S415 Touch
Gebruikershandleiding
Lees de kennisgevingen m.b.t. veiligheid en belangrijke tips in de bijgeleverde handleidingen voordat u de computer gebruikt.
Page 2
Opmerking
•
Lees eerst Lenovo's Gids met algemene informatie en veiligheidsinformatie voordat u het product in gebruik neemt.
•
Bij bepaalde instructies in deze gebruikershandleiding wordt ervan uit gegaan dat u Windows
®
8 gebruikt. Indien u een ander Windows-besturingssysteem gebruikt, kunnen er kleine verschillen in de bediening zijn. Indien u andere besturingssystemen gebruikt, is het mogelijk dat bepaalde functies niet beschikbaar zijn voor u. Indien u andere besturingssystemen gebruikt, zijn sommige aspecten van de bediening misschien niet van toepassing voor u.
•
De meeste modellen beschikken over de functies die in deze gebruikershandleiding beschreven worden. Het is mogelijk dat sommige functies niet beschikbaar zijn op uw computer en/of dat uw computer over functies beschikt die niet beschreven worden in deze gebruikershandleiding.
•
De afbeeldingen in deze handleiding zijn voor de Lenovo IdeaPad S310, tenzij anders vermeld.
•
De illustraties in deze handleiding wijken mogelijk af van het eigenlijke product. Zie het product zelf.
Kennisgeving over veiligheidsvoorschriften
•
Om dit te raadplegen, gaat u naar http://support.lenovo.com en klikt u op User guides and manuals.
Eerste uitgave (juni 2013)
© Copyright Lenovo 2013.
Page 3
Inhoud
Hoofdstuk 1. Kennismaking met de computer..................................... 1
Bovenaanzicht..............................................................................................................1
Zijaanzicht links ..........................................................................................................3
Zijaanzicht rechts ........................................................................................................4
Vooraanzicht................................................................................................................5
Onderaanzicht .............................................................................................................6
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren..............................................7
Eerste gebruik ..............................................................................................................7
Werken met de netvoedingsadapter en de batterij ................................................8
Werken met het touchpad........................................................................................10
Sneltoetsen .................................................................................................................11
Werken met externe apparatuur.............................................................................13
Speciale toetsen en knoppen....................................................................................16
Statuslampjes .............................................................................................................17
Hoofdstuk 3. Windows 8 gebruiken .................................................... 19
Het besturingssysteem voor het eerst configureren ............................................19
Besturingssysteeminterfaces....................................................................................19
De functies..................................................................................................................20
De slaapstand activeren of de computer uitschakelen........................................22
Help en ondersteuning.............................................................................................24
Hoofdstuk 4. Verbinding maken met internet .................................... 25
Ethernetverbinding...................................................................................................25
Draadloze verbinding...............................................................................................26
Hoofdstuk 5. Lenovo OneKey Recovery-systeem .............................28
Hoofdstuk 6. Problemen oplossen......................................................30
Veelgestelde vragen..................................................................................................30
Problemen oplossen..................................................................................................33
Handelsmerken ..................................................................................... 38
i
Page 4
Page 5

Hoofdstuk 1. Kennismaking met de computer

Bovenaanzicht - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

a
b
c
d
e
f
Let op:
• Vouw het beeldscherm NIET verder dan 130 graden open. Zorg dat er bij het sluiten van
het beeldscherm GEEN pennen of andere objecten tussen het beeldscherm en het toetsenbord achterblijven. Zo niet kan het scherm schade oplopen.
1
Page 6
Hoofdstuk 1. Kennismaking met de computer
c
Geïntegreerde
a
Gebruik de camera voor videocommunicatie.
camera
Antennes van
b
draadloze
De ingebouwde antennes verzekeren optimale ontvangst van draadloze radio.
module
Beeldscherm
d
Aan/uit-knop
Ingebouwde
e
microfoon
f
Touchpad
Opmerking: Zie "Werken met het touchpad" op pagina 10 voor meer informatie.
Het lcd-scherm met achtergrondverlichting d.m.v. LED's zorgt voor schitterende visuele uitvoer.
Druk op deze knop om de computer in te schakelen.
De ingebouwde microfoon (met ruisonderdrukking) kan worden gebruikt voor videoconferenties, gesproken commentaar of eenvoudige geluidsopnamen.
Het touchpad werkt als een gewone muis.
2
Page 7
Hoofdstuk 1. Kennismaking met de computer
c
c

Zijaanzicht links - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

ba
Novo-knop
a
Opmerking: Zie "Hoofdstuk 5. Lenovo OneKey Recovery-systeem" op pagina 28 voor
meer informatie.
Ventilatiesleuven
b
Opmerking: Zorg dat alle ventilatiesleuven voor de ventilator vrij zijn, omdat de computer
anders oververhit kan raken.
RJ-45-poort
Opmerking: Zie "Ethernetverbinding" op pagina 25 voor meer informatie.
HDMI-poort
d
USB 3.0-poort
e
Opmerking: Zie "USB-apparaten aansluiten" op pagina 14 voor meer informatie.
Druk terwijl de computer uitgeschakeld is op deze knop om het Lenovo OneKey Recovery-systeem of het BIOS­instelprogramma te starten, of om het opstartmenu te openen.
Hierlangs kan de inwendige warmte ontsnappen.
Via deze poort kunt u verbinding maken met een ethernetnetwerk.
Sluit hier apparaten aan met een HDMI-ingang zoals een tv of scherm.
Sluit hier USB-apparaten aan.
d e
3
Page 8
Hoofdstuk 1. Kennismaking met de computer
c

Zijaanzicht rechts - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

d
Geheugenkaart-
a
ba
Plaats hier geheugenkaarten (niet bijgeleverd).
sleuf
Opmerking: Zie "Werken met geheugenkaarten (niet bijgeleverd)" op pagina 13 voor meer
informatie.
Combo-audio-
b
aansluiting
USB 2.0-poort
c
Opmerking: Zie "USB-apparaten aansluiten" op pagina 14 voor meer informatie.
Aansluiting voor
d
Hiermee worden hoofdtelefoons of headsets aangesloten. De combo-audio-aansluiting ondersteunt geen conventionele microfoons.
Sluit hier USB-apparaten aan.
Sluit hier de netvoedingsadapter aan.
netvoedingsad­apter
Opmerking: Zie "Werken met de netvoedingsadapter en de batterij" op pagina 8 voor meer
informatie.
4
Page 9
Hoofdstuk 1. Kennismaking met de computer

Vooraanzicht - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

a
Statuslampjes
a
Zie "Statuslampjes" op pagina 17 voor meer informatie.
5
Page 10
Hoofdstuk 1. Kennismaking met de computer

Onderaanzicht - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Batterijvergren-
a
deling- handmatig
Sleuven
b
a c d
De handmatige batterijvergrendeling dient om de batterij veilig op haar plaats te houden.
Laat lucht de computer binnendringen om te koelen.
b
e
Batterijvergren-
c
deling- geveerd
Batterij
d
Luidsprekers
e
6
De geveerde batterijvergrendeling houdt de batterij veilig op haar plaats.
Zie "Werken met de netvoedingsadapter en de batterij" op pagina 8 voor meer informatie.
De stereoluidsprekers staan garant voor een warm, krachtig geluid.
Page 11

Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren

Eerste gebruik

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
De handleidingen lezen
Lees de bijgeleverde handleidingen voordat u uw computer gebruikt.
De computer op het stopcontact aansluiten
De bijgeleverde batterij is niet volledig opgeladen bij aankoop. Om de batterij te laden en uw computer in gebruik te nemen, plaatst u de batterij in de computer en sluit u de computer op een stopcontact aan. De batterij wordt automatisch opgeladen terwijl de computer netstroom gebruikt.
De batterij installeren
Raadpleeg de bijgeleverde Configuratieposter om de batterij te installeren.
De computer op een stopcontact aansluiten
1
Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter.
2
Sluit de netvoedingsadapter stevig aan op de daarvoor bestemde connector van de computer.
3
Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
De computer inschakelen
Druk op de aan/uit-knop om de computer in te schakelen.
7
Page 12
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren

Werken met de netvoedingsadapter en de batterij

Batterijstatus controleren
U kunt het resterende percentage batterijvermogen controleren door het batterijpictogram te bekijken in het systeemvak.
Opmerking: Omdat elke computergebruiker andere gewoontes en behoeften heeft, is het
moeilijk te voorspellen hoe lang u met een batterijlading kunt werken. Dat wordt bepaald door twee factoren:
• De hoeveelheid energie in de batterij op het moment dat u begint te werken.
• De manier waarop u de computer gebruikt: bijvoorbeeld hoe vaak u de harde schijf raadpleegt en hoe helder het beeldscherm is ingesteld.
Batterij opladen
Als u merkt dat de batterij bijna leeg is, dient u de batterij op te laden of te vervangen door een volledig opgeladen exemplaar.
U moet de batterij in de volgende situaties opladen:
• Wanneer u een nieuwe batterij hebt aangeschaft
• Als het lampje voor de batterijstatus begint te knipperen
• Als de batterij lange tijd niet is gebruikt
Opmerking:
• Het verdient aanbeveling de batterij in de computer te plaatsen als u hem gebruikt. Zo
voorkomt u dat kleine deeltjes in de computer terecht komen.
• Om de levensduur van de batterij te verlengen, begint de computer de batterij niet
onmiddellijk op te laden als ze iets minder dan volledig opgeladen is.
• Laad de batterij op bij een temperatuur tussen 10 °C en 30 °C (50 °F en 86 °F).
• Het is niet nodig de batterij volledig te laden en op te gebruiken.
- - - - - - - - - - - - - -
Batterij verwijderen
Verwijder de batterij uit de computer als u hem gedurende een langere periode niet zult gebruiken of als u uw computer naar Lenovo moet opsturen voor onderhoud enz. Zorg dat de computer uitgeschakeld is voordat u de batterij verwijdert.
8
Page 13
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren
De batterij hanteren
Als een oplaadbare batterij wordt vervangen door een verkeerd type, kan er ontploffingsgevaar ontstaan. De batterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen. Let op de volgende punten om mogelijke verwondingen en nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden:
• Vervang de batterij uitsluitend door een batterij die door Lenovo is goedgekeurd.
• Stel de batterij nooit bloot aan vuur.
• Stel de batterij niet bloot aan water of regen.
• Probeer nooit de batterij te demonteren.
• Zorg dat u de batterij niet kortsluit.
• Houd de batterij buiten bereik van kinderen.
• Gooi de batterij niet weg met het restafval. Volg de plaatselijke afvalvoorschriften en de richtlijnen van uw onderneming als u de batterij aanbiedt voor afvalverwerking.
9
Page 14
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren

Werken met het touchpad

d
d
a
a
b c
b c
Touchpad
a
Gebied voor links
b
klikken
Gebied voor rechts
c
klikken
Als u de muiswijzer op het scherm wilt verplaatsen, beweegt u uw vingertop in de gewenste richting over het touchpad.
De functie van deze knop is dezelfde als die van de linker muisknop van een gewone muis. Door op dit deel te klikken gebruikt u de functie.
De functie van deze knop is dezelfde als die van de rechter muisknop van een gewone muis. Door op dit deel te klikken gebruikt u de functie.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Opmerking: U kunt het touchpad in-/uitschakelen door op te drukken.
d
10
Page 15
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren

Sneltoetsen

De sneltoetsen bevinden zich op de eerste rij van het toetsenbord.
Door op de juiste sneltoets te drukken, kunt u de systeeminstellingen onmiddellijk wijzigen. Hieronder wordt de functie van elke sneltoets beschreven.
Dempen/dempen ongedaan
:
maken.
Het geluidsvolume
:
verhogen.
Het bureaublad of de
:
webpagina's vernieuwen.
De vliegmodus in-/
:
uitschakelen.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Het geluidsvolume verlagen.
:
Het actieve venster of
:
programma sluiten.
Touchpad in-/uitschakelen.
:
Alle actieve apps weergeven.
:
De verlichting van het lcd-
:
scherm in-/uitschakelen.
Helderheid van beeldscherm
:
verkleinen.
De interface voor het wijzigen van
:
weergaveapparaten openen.
Helderheid van beeldscherm
:
vergroten.
11
Page 16
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren
De sneltoetsmodusinschakelen
Standaard zijn de sneltoetsfuncties toegankelijk door op de bijbehorende sneltoets te drukken. U kunt de sneltoetsmodus echter uitschakelen in de BIOS-instellingen. De sneltoetsmodus uitschakelen:
1
Schakel de computer uit.
2
Druk op de Novo-knop en selecteer vervolgens BIOS Setup (BIOS­instellingen).
3
In de BIOS-instellingen opent u het menu Configuration (Configuratie) en wijzigt u de instelling van Hotkey Mode (Sneltoetsmodus) van Enabled (Ingeschakeld) in Disabled (Uitgeschakeld).
4
Open het menu Exit (Afsluiten) en selecteer Exit Saving Changes (Afsluiten en wijzigingen opslaan).
Opmerking: wanneer de sneltoetsmodus uitgeschakeld is, drukt u op de toets Fn en de
gewenste sneltoets om de overeenkomstige sneltoetsfunctie te gebruiken.
12
Page 17
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren

Werken met externe apparatuur

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Uw computer beschikt over een breed scala aan ingebouwde functies en aansluitmogelijkheden.
Werken met geheugenkaarten (niet bijgeleverd)
Uw computer ondersteunt de volgende soorten geheugenkaarten:
• Secure Digital (SD)-kaart
• MultiMediaCard (MMC)
Opmerking:
• Plaats SLECHTS één kaart tegelijkertijd in de sleuf.
• Deze geheugenkaartlezer biedt geen ondersteuning voor SDIO-apparaten (bijv. SDIO
Bluetooth, enz.).
Een geheugenkaart plaatsen
Schuif de geheugenkaart in de geheugenkaartsleuf tot deze op zijn plaats klikt.
Een geheugenkaart verwijderen
1
Duw tegen de geheugenkaart totdat u een klikgeluid hoort.
2
Trek de geheugenkaart voorzichtig uit de geheugenkaartsleuf.
Opmerking: Stop vóór het verwijderen van de geheugenkaart de werking ervan via het
hulpprogramma Hardware veilig verwijderen en media uitwerpen in Windows. Zo vermijdt u dat uw gegevens beschadigd raken.
13
Page 18
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren
USB-apparaten aansluiten
U kunt een USB-apparaat aansluiten op uw computer door de USB­aansluiting (type A) in de USB-poort van uw computer te plaatsen.
De eerste keer u een USB-apparaat op een bepaalde USB-poort op uw computer aansluit, installeert Windows automatisch een stuurprogramma voor dat apparaat. Nadat het stuurprogramma geïnstalleerd is, kunt u het apparaat loskoppelen en opnieuw aansluiten zonder bijkomende stappen uit te voeren.
Opmerking: Normaal detecteert Windows een nieuw apparaat nadat u het hebt aangesloten
en installeert het automatisch het stuurprogramma. Voor bepaalde apparaten kan het echter nodig zijn voordat u deze aansluit het stuurprogramma te installeren. Raadpleeg de documentatie van de fabrikant van het apparaat voordat u het apparaat aansluit.
Voordat u een USB-opslagapparaat loskoppelt, moet u ervoor zorgen dat de computer klaar is met het overzetten van gegevens van of naar dat apparaat. Klik op het pictogram Hardware veilig verwijderen en media uitwerpen in het systeemvak van Windows om het apparaat te verwijderen voordat u het loskoppelt.
Opmerking: Als uw USB-apparaat een netsnoer gebruikt, dient u dat apparaat aan te sluiten
op een stroombron voordat u het aansluit. Anders wordt het apparaat mogelijk niet herkend.
14
Page 19
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren
Bluetooth-apparaten aansluiten (bij bepaalde modellen)
Als uw computer een geïntegreerde Bluetooth-adapterkaart heeft, kunt u draadloos verbinding maken met andere Bluetooth-compatibele apparaten, zoals notebookcomputers, pda's en mobiele telefoons. U kunt gegevens overdragen tussen deze apparaten zonder kabels en tot afstanden van 10 meter in open ruimte.
Opmerking: Het werkelijke maximumbereik kan variëren door interferentie en
zendbeperkingen. Plaats het apparaat zo dicht mogelijk bij uw computer om de best mogelijke verbindingssnelheid te bekomen.
Bluetooth-communicatie op uw computer inschakelen
Voer een van de volgende handelingen uit om de Bluetooth-functies te activeren:
• Druk op om de vliegmodus uit te schakelen.
• Open de functies en selecteer Instellingen → om de netwerkconfiguratiepagina
te openen. Zet vervolgens de schakelaar van de vliegmodus op Uit.
Opmerking:
• Als u de Bluetooth-functie niet gebruikt, kunt u deze beter uitschakelen om
batterijvermogen te sparen.
• U moet het apparaat met Bluetooth-mogelijkheden koppelen met uw computer voordat u
gegevens tussen de beide kunt overdragen. Lees de bijgeleverde documentatie van het apparaat met Bluetooth-mogelijkheden voor meer informatie over hoe u het apparaat met de computer koppelt.
15
Page 20
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren

Speciale toetsen en knoppen

a
Novo-knop
• Druk terwijl de computer uitgeschakeld is op deze knop om het Lenovo OneKey Recovery-systeem of het BIOS-instelprogramma te starten, of om het opstartmenu te openen.
Opmerking: Zie "Hoofdstuk 5. Lenovo OneKey Recovery-systeem" op pagina 28 voor meer
a
informatie.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
16
Page 21
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren

Statuslampjes

Deze lampjes houden u op de hoogte over de status van de computer.
a
Aan/uit-statuslampje
b
Statuslampje voor de batterij
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
a b
17
Page 22
Hoofdstuk 2. De basishandelingen leren
Nr.
Symbool
a
b
Indicator Indicator-
status
Ve r m o ge n
Batterij Aan
Aan (continu wit)
Knipperend
Uit De computer is
(continu wit)
Continu oranje
Snel knipperend oranje
Langzaam knipperend oranje
Langzaam knipperend wit
Uit De batterij is losgekoppeld.
Betekenis
De computer is ingeschakeld.
De computer bevindt zich in de slaapstand.
uitgeschakeld. De batterij is meer dan 20 %
opgeladen.
De batterij is tussen 5 % en 20 % opgeladen.
De batterij is minder dan 5 % opgeladen.
De batterij wordt opgeladen. Zodra de batterij 20 % is opgeladen, verandert de knipperende kleur in wit.
De batterij is tussen 20 % en 80 % opgeladen en is nog bezig met opladen. Wanneer de batterij 80 % opgeladen is, knippert het lampje niet meer, maar zal het opladen doorgaan totdat de batterij volledig is opgeladen.
18
Page 23

Hoofdstuk 3. Windows 8 gebruiken

Het besturingssysteem voor het eerst configureren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

U moet het besturingssysteem mogelijk configureren als u het voor het eerst gebruikt. De onderstaande procedures kunnen deel uitmaken van het configuratieproces:
• Akkoord gaan met de licentieovereenkomst voor eindgebruikers
• De internetverbinding configureren
• Het besturingssysteem registreren
• Een gebruikersaccount aanmaken

Besturingssysteeminterfaces - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Windows 8 beschikt over twee hoofdinterfaces: het Start-scherm en het Windows-bureaublad.
Om over te schakelen van het Start-scherm naar het Windows-bureaublad, onderneemt u een van de volgende acties:
• Selecteer de tegel van het Windows-bureaublad op het Start-scherm.
• Druk op de Windows-knop.
• Druk op de Windows-toets + D.
Om over te schakelen van het bureaublad naar het Start-scherm, onderneemt u een van de volgende acties:
• Selecteer Starten bij de functies.
• Verplaats de cursor naar de linkeronderhoek en selecteer vervolgens de miniatuur van het Start-scherm als deze wordt weergegeven.
Start-scherm Bureaublad
19
Page 24
Hoofdstuk 3. Windows 8 gebruiken

De functies - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

De vijf functies bieden een nieuwe en snellere manier om tal van basistaken uit te voeren en zijn altijd beschikbaar, ongeacht de app die momenteel geopend is.
Voer een van de volgende handelingen uit om de functies weer te geven:
• Verplaats de cursor naar de rechterboven- of rechteronderhoek tot de functiebalk wordt weergegeven.
• Veeg met een vinger vanaf de rechterrand over het scherm tot de functiebalk wordt weergegeven.
• Druk op de Windows-toets + C.
De functie Zoeken
De functie Zoeken is een krachtige nieuwe manier om bv. apps, instellingen en bestanden te zoeken.
20
Page 25
Hoofdstuk 3. Windows 8 gebruiken
De functie Delen
Met de functie Delen kunt u koppelingen, foto's en nog veel meer naar uw vrienden en sociale netwerken versturen zonder de geactiveerde app te moeten verlaten.
De functie Starten
Met de functie Starten kunt u snel naar het scherm Start overschakelen.
De functie Apparaten
Met de functie Apparaten kunt u verbinding maken met of bestanden versturen naar een extern apparaat (bv. een digitale camera, tv of printer).
De functie Instellingen
Met de functie Instellingen kunt u basistaken uitvoeren, zoals het volume regelen of de computer afsluiten. Via de functie Instellingen kunt u vanaf het bureaubladscherm ook het Configuratiescherm openen.
21
Page 26
Hoofdstuk 3. Windows 8 gebruiken

De slaapstand activeren of de computer uitschakelen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Als u klaar bent met werken op de computer, kunt u de slaapstand activeren of de computer uitschakelen.
De slaapstand activeren
Activeer de slaapstand op de computer als u er slechts voor een korte tijd van weg bent.
Als de computer zich in de slaapstand bevindt, kunt u deze snel activeren en verder gebruiken. Zo kunt u het opstartproces overslaan. Voer een van de volgende handelingen uit om de slaapstand te activeren:
• Sluit het scherm.
• Druk op de aan/uit-knop.
• Open de functies en selecteer vervolgens Instellingen →
Energie → Slaapstand.
Opmerking: Wacht tot het aan/uit-lampje begint te knipperen (dit betekent dat de
Voer een van de volgende handelingen uit om de computer te wekken:
• Druk op de aan/uit-knop.
• Druk op een willekeurige toets op het toetsenbord.
• Druk op de Windows-knop.
slaapstand geactiveerd is) voordat u uw computer verplaatst. Als u de computer verplaatst terwijl de harde schijf draait, kan de harde schijf schade oplopen, waardoor u gegevens kunt verliezen.
22
Page 27
Hoofdstuk 3. Windows 8 gebruiken
De computer uitschakelen
Schakel uw computer uit als u deze gedurende een lange periode niet zult gebruiken. U kunt de computer als volgt uitschakelen:
1
Open de functies en selecteer Instellingen .
2
Selecteer Energie → Afsluiten.
23
Page 28
Hoofdstuk 3. Windows 8 gebruiken
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Help en ondersteuning

Als u problemen ervaart bij het gebruik van het besturingssysteem, raadpleegt u het bestand Windows Help en ondersteuning. Voer een van de volgende handelingen uit om het bestand Windows Help en ondersteuning te openen:
• Selecteer de functie Instellingen en selecteer vervolgens Help.
• Druk op de Windows-toets + F1.
U kunt het bestand Windows Help en ondersteuning op uw computer lezen. U kunt ook hulp en ondersteuning krijgen via het web door te klikken op een van de twee koppelingen onder Meer om te verkennen.
24
Page 29

Hoofdstuk 4. Verbinding maken met internet

Als wereldwijd netwerk verbindt het internet computers over de hele wereld en biedt het diensten aan als e-mail, opzoeken van informatie, elektronische handel, browsen op internet en ontspanning.
U kunt de computer op de volgende manier met internet verbinden: Ethernetverbinding: maak gebruik van fysieke bekabeling om verbinding te maken. Draadloze netwerktechnologie: er zijn geen kabels nodig om te verbinden.

Ethernetverbinding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Ethernetverbindingen zijn een betrouwbare en veilige manier om de computer met het internet te verbinden.
Kabel Internetdiensten via de kabel werken via een
kabelmodem die aangesloten is op de kabeltelevisielijn van een huis.
DSL DSL vormt een groep van gerelateerde technologieën
die snelle internettoegang bieden voor huizen en kleine ondernemingen via gewone telefoonlijnen.
Hardwareverbinding
Kabel DSL
Tv-kabel
Splitter *
Kabelmodem *
*
* Niet bijgeleverd.
*
DSL-modem*
Telefoonlijn
Splitter *
*
*
25
Page 30
Hoofdstuk 4. Verbinding maken met internet
a
a
Opmerking: De bovenstaande schema's dienen enkel als referentie. De feitelijke
aansluitmethode kan afwijken.
U kunt een netwerkkabel als volgt aansluiten:
1
Neem een aansluiting van de netwerkkabel vast en druk zacht op de RJ-45-afdekking .
2
Plaats de aansluiting in de RJ-45-poort .
a
b
a
b
Softwareconfiguratie
Raadpleeg uw internetprovider (ISP) voor meer informatie over het configureren van uw computer.

Draadloze verbinding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Met draadloze verbindingen hebt u mobiele toegang tot internet. Zo kunt u online blijven op alle plaatsen die gedekt zijn door het draadloze signaal. Afhankelijk van de omvang van het signaal, kan er volgens de volgende standaarden draadloze verbinding met internet worden gemaakt.
Wi-Fi Wi-Fi-netwerken dekken een klein fysiek gebied, zoals
een huis, kantoor of kleine groep gebouwen. Er is een toegangspunt nodig voor de verbinding.
WiMAX WiMAX-netwerken verbinden verscheidende lokale
draadloze netwerken om stedelijke gebieden te dekken, waar ze snelle breedbandtoegang bieden zonder dat er
Opmerking: Het is mogelijk dat uw computer niet alle manieren voor draadloze verbinding
ondersteunt.
26
kabels nodig zijn.
Page 31
Hoofdstuk 4. Verbinding maken met internet
Verbinding maken met een draadloos LAN
Draadloze verbinding activeren
Voer een van de volgende handelingen uit om de draadloze functies te activeren:
• Druk op om de vliegmodus uit te schakelen.
• Open de functies en selecteer Instellingen → om de netwerkconfiguratiepagina
te openen. Zet vervolgens de schakelaar van de vliegmodus op Uit.
Verbinding maken met een draadloos netwerk
Na het inschakelen van de draadloze functies scant de computer automatisch naar beschikbare draadloze netwerken. Deze worden vervolgens weergegeven in de lijst met draadloze netwerken. Om verbinding te maken met een draadloos netwerk, klikt u op de naam van het netwerk in de lijst en klikt u vervolgens op Verbinden.
Opmerking: Voor sommige netwerken hebt u een netwerkbeveiligingssleutel of een
wachtwoordzin nodig om verbinding te kunnen maken. Om verbinding te maken met dit type netwerk, vraagt u de beveiligingssleutel of de wachtwoordzin op bij de netwerkbeheerder of de internetprovider.
27
Page 32

Hoofdstuk 5. Lenovo OneKey Recovery-systeem

Het Lenovo OneKey Recovery-systeem is een programma dat bedoeld is om een back-up te maken van uw computer en deze indien nodig te herstellen. U kunt het gebruiken om de systeempartitie te herstellen naar de oorspronkelijke status in geval van een systeemfout. U kunt ook naar wens gebruikersback-ups aanmaken voor eenvoudig herstel.
Opmerking: Om de functies van het OneKey Recovery-systeem te kunnen gebruiken, bevat
Een back-up maken van de systeempartitie
U kunt een back-up maken van de systeempartitie in een spiegelbeeldbestand. Een back-up maken van de systeempartitie:
1
Druk op de Novo-knop om het Lenovo OneKey Recovery-systeem te starten.
2
Klik op Systeemback-up.
3
Selecteer een locatie voor de back-up en klik op Volgende om de back-up te starten.
Opmerking:
• U kunt een locatie voor de back-up kiezen op de lokale harde schijf of op een extern
opslagapparaat.
• Het back-upproces kan even duren.
• Het back-upproces kan alleen gebruikt worden wanneer Windows normaal gestart kan
worden.
uw harde schijf standaard reeds een verborgen partitie om een systeemspiegelbeeldbestand en programmabestanden van het OneKey Recovery-systeem op te slaan. Deze standaardpartitie is verborgen wegens veiligheidsredenen en dat is ook de reden waarom de vrije schijfruimte kleiner is dan opgegeven.
Herstellen
U kunt kiezen of u de systeempartitie herstelt naar de oorspronkelijke status of naar een eerder gemaakt back-uppunt. De systeempartitie herstellen:
1
Druk op de Novo-knop om het Lenovo OneKey Recovery-systeem te starten.
2
Klik op
3
Volg de instructies op het scherm om de systeempartitie te herstellen naar
Systeemherstel
. De computer wordt opgestart in de herstelomgeving.
de oorspronkelijke status of naar een eerder gemaakt back-uppunt.
28
Page 33
Hoofdstuk 5. Lenovo OneKey Recovery-systeem
Opmerking:
• Als er vooraf een GNU/Linux-besturingssysteem op uw computer geïnstalleerd werd, is
het Onekey Recovery-systeem niet beschikbaar.
• Het herstelproces is onomkeerbaar. Zorg ervoor dat u een back-up gemaakt hebt van alle
te bewaren gegevens op de systeempartitie vooraleer u het herstelproces start.
• Het herstelproces kan even duren. Zorg er dus voor dat de netvoedingsadapter
aangesloten is op de computer tijdens het herstelproces.
• De bovenstaande instructies kunnen gevolgd worden wanneer Windows normaal gestart
kan worden.
Als Windows niet gestart kan worden, volgt u de onderstaande stappen om het Lenovo OneKey Recovery-systeem te starten:
1
Schakel de computer uit.
2
Druk op de Novo-knop. Selecteer in het Novo-knopmenu het Lenovo OneKey Recovery-systeem en druk op Enter.
29
Page 34

Hoofdstuk 6. Problemen oplossen

Veelgestelde vragen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

In dit onderdeel vindt u veelgestelde vragen per categorie.
Informatie opzoeken
Welke voorzorgsmaatregelen moet ik nemen bij het gebruik van mijn computer?
Lenovo's Gids met algemene en veiligheidsinformatie (geleverd bij de computer) bevat voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van uw computer. Lees alle voorzorgsmaatregelen en volg deze bij het gebruik van de computer.
Waar vind ik de hardwarespecificaties voor mijn computer?
U vindt de hardwarespecificaties voor uw computer terug op de gedrukte brochures die geleverd zijn bij de computer.
Waar vind ik informatie over de garantievoorwaarden?
Voor de garantie die van toepassing is op uw computer, inclusief de garantieperiode en het soort garantie, kunt u de brochure met de Lenovo­garantieverklaring raadplegen die bij uw computer werd geleverd.
Stuurprogramma's en vooraf geïnstalleerde software
Waar zijn de installatieschijven voor vooraf geïnstalleerde programma's (bureaubladsoftware) van Lenovo?
Er worden geen installatieschijven voor vooraf geïnstalleerde software van Lenovo geleverd bij de computer. Als u de vooraf geïnstalleerde software opnieuw moet installeren, kunt u de installatieprogramma's terugvinden op de D-partitie van uw harde schijf. Als u het installatieprogramma daar niet terugvindt, kunt u het downloaden via de website voor klantenondersteuning van Lenovo.
30
Page 35
Hoofdstuk 6. Problemen oplossen
Waar vind ik de stuurprogramma's voor de verschillende hardwareonderdelen van mijn computer?
Als er op uw computer vooraf een Windows-besturingssysteem is geïnstalleerd, zet Lenovo de benodigde stuurprogramma's voor de hardwareonderdelen op de D-partitie van de harde schijf. U kunt de recentste stuurprogramma's ook downloaden via de website voor klantenondersteuning van Lenovo.
Lenovo OneKey Recovery-systeem
Waar zijn de herstelschijven?
Er zijn geen herstelschijven geleverd bij uw computer. Gebruik het Lenovo OneKey Recovery-systeem als u de fabrieksinstellingen wilt herstellen voor het systeem.
Wat kan ik doen als het back-upproces mislukt?
Als u de back-upfunctie kunt opstarten maar het misgaat tijdens het back­upproces, probeert u de volgende stappen:
1
Sluit alle geopende programma's en start het back-upproces opnieuw.
2
Controleer of de doelmedia beschadigd zijn. Selecteer een ander pad en probeer vervolgens opnieuw.
Wanneer moet ik het systeem naar de fabrieksstatus herstellen?
Gebruik deze functie als het besturingssysteem niet opstart. Als er belangrijke gegevens aanwezig zijn op de systeempartitie, moet u hier een back-up van maken voor u de herstelprocedure start.
Het BIOS-instelprogramma
Wat is het BIOS-instelprogramma?
Het BIOS-instelprogramma is een op ROM gebaseerde software. Deze software geeft basiscomputerinformatie door en voorziet opties voor het instellen van opstartapparaten, beveiliging, hardwaremodi en andere voorkeuren.
31
Page 36
Hoofdstuk 6. Problemen oplossen
Hoe kan ik het BIOS-instelprogramma starten?
Het BIOS-instelprogramma starten:
1
Schakel de computer uit.
2
Druk op de Novo-knop en selecteer vervolgens BIOS Setup (BIOS­instellingen).
Hoe kan ik de opstartmodus wijzigen?
Er zijn twee opstartmodi: UEFI en Legacy. Om de opstartmodus te wijzigen, start u het BIOS-instelprogramma en stelt u de opstartmodus in op UEFI of Legacy in het opstartmenu.
Wanneer moet ik de opstartmodus wijzigen?
UEFI is de standaardopstartmodus voor uw computer. Als u een Windows-legacybesturingssysteem wilt installeren (een besturingssysteem voor Windows 8) op uw computer, moet u de opstartmodus wijzigen naar Legacy. Het Windows-legacybesturingssysteem kan niet geïnstalleerd worden als u de opstartmodus niet wijzigt.
Assistentie
Hoe kan ik contact opnemen met het customer support center?
Zie "Hoofdstuk 3. Assistentie en service" in Lenovo's Gids met algemene en veiligheidsinformatie.
32
Page 37
Hoofdstuk 6. Problemen oplossen

Problemen oplossen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Problemen met het beeldscherm
Wanneer ik de computer inschakel, verschijnt er niets op het scherm.
Wanneer ik de computer inschakel, verschijnt er een leeg scherm met een witte cursor.
Het scherm wordt plots zwart terwijl de computer ingeschakeld is.
• Als het scherm leeg is, controleert u of:
- de netvoedingsadapter op de computer is aangesloten en de stekker van het netsnoer in een werkend stopcontact is geplaatst.
- de computer is ingeschakeld. (Druk ter controle nogmaals op de aan/uit-knop.)
• Als u deze punten hebt gecontroleerd en het scherm
nog steeds leeg is, laat u de computer repareren.
• Zet back-upbestanden terug naar uw Windows-
omgeving of herstel de oorspronkelijke inhoud van de harde schijf met behulp van het OneKey Recovery-systeem. Als er nog steeds alleen een cursor op het scherm wordt weergegeven, laat u de computer repareren.
• Mogelijk is een schermbeveiliging of
energiebeheerfunctie geactiveerd. U kunt op de volgende manieren de schermbeveiliging afsluiten of de computer wekken uit de slaapstand:
- Raak het touchpad aan.
- Druk op een willekeurige toets op het toetsenbord.
- Druk op de aan/uit-knop.
-Druk op F9 ( ) om te controleren of de achtergrondverlichting van het lcd-scherm uitgeschakeld is.
33
Page 38
Hoofdstuk 6. Problemen oplossen
Problemen met BIOS-wachtwoorden
Ik ben mijn wachtwoord vergeten.
• Als u uw gebruikerswachtwoord vergeten bent, dient
u uw systeembeheerder te vragen het wachtwoord te resetten.
• Als u uw hardeschijfwachtwoord vergeet, kan het
wachtwoord niet worden gereset en kunnen de gegevens op de harde schijf niet worden hersteld, ook niet door een Lenovo-reparateur. U dient de computer naar een geautoriseerde Lenovo-reparateur of -vertegenwoordiger te brengen om de harde schijf te laten vervangen. Daarvoor is een aankoopbewijs vereist. Er wordt een vergoeding in rekening gebracht voor onderdelen en arbeidsloon.
• Als u uw beheerderswachtwoord bent vergeten, kan
dit niet meer worden hersteld, ook niet door een Lenovo-reparateur. U dient de computer naar een geautoriseerde Lenovo-reparateur of ­vertegenwoordiger te brengen om het moederbord te laten vervangen. Daarvoor is een aankoopbewijs vereist. Er wordt een vergoeding in rekening gebracht voor onderdelen en arbeidsloon.
Problemen met de slaapstand
Er wordt een bericht over een kritieke lage batterijspanning weergegeven en de computer wordt onmiddellijk uitgeschakeld.
De computer schakelt meteen na de Power-On Self-Test (POST) over naar de slaapstand.
Opmerking: Als de batterij is opgeladen en de temperatuur binnen het bereik is, laat u de
computer repareren.
• Het vermogen van de batterij is te laag. Sluit de
netvoedingsadapter aan op de computer.
• Controleer of:
- de batterij is opgeladen.
- de omgevingstemperatuur binnen het acceptabele bereik ligt. Zie "Hoofdstuk 2. Gebruik en onderhoud van de computer" in Lenovo's Gids met algemene en veiligheidsinformatie.
34
Page 39
Hoofdstuk 6. Problemen oplossen
De computer keert niet terug uit de slaapstand en werkt niet.
• Als de computer in de slaapstand staat, sluit u de
netvoedingsadapter aan op de computer en drukt u vervolgens op een willekeurige toets of op de aan/ uit-knop.
• Als de computer nog steeds niet uit de slaapstand
terugkeert, het systeem niet reageert en u de computer niet kunt uitschakelen, moet u de computer resetten. Hierbij kunnen niet-opgeslagen gegevens verloren gaan. Om de computer te resetten, houdt u de aan/uit-knop gedurende minstens 4 seconden ingedrukt.
Problemen met het beeldscherm
Het beeldscherm is leeg. • Probeer het volgende:
- Als u de netvoedingsadapter gebruikt of als u de batterij gebruikt en het statuslampje voor de batterij brandt, drukt u op F12 ( ) om het scherm helderder te maken.
- Als het aan/uit-lampje knippert, drukt u op de aan/uit-knop om vanuit de slaapstand verder te gaan.
- Als het probleem zich blijft voordoen, probeert u de oplossing voor het onderstaande probleem "Het scherm is onleesbaar of vervormd".
-Druk op F9 ( ) om te controleren of het lcd­scherm uitgeschakeld is.
Het scherm is onleesbaar of vervormd.
Er verschijnen verkeerde tekens op het scherm.
• Controleer of:
- het juiste beeldschermstuurprogramma is geïnstalleerd.
- de beeldschermresolutie en de kleurkwaliteit correct zijn ingesteld.
- het juiste monitortype is ingesteld.
• Hebt u het besturingssysteem of de programma's
correct geïnstalleerd? Als deze software correct is geïnstalleerd en geconfigureerd, laat u de computer repareren.
35
Page 40
Hoofdstuk 6. Problemen oplossen
Problemen met het geluid
Er komt geen geluid uit de luidspreker, ook niet als ik het volume hoger zet.
• Controleer of:
- de functie Dempen is uitgeschakeld.
- de combo-audioaansluiting niet wordt gebruikt.
- de luidspreker geselecteerd is als afspeelapparaat.
Problemen met de batterij
De computer wordt uitgeschakeld voordat het statuslampje voor de batterij aangeeft dat de batterij leeg is.
-of-
De computer blijft werken terwijl het statuslampje voor de batterij aangeeft dat de batterij leeg is.
De computer werkt niet terwijl de batterij volledig is opgeladen.
• Zorg dat de batterij geheel ontladen is en laad de
batterij vervolgens weer op.
• Mogelijk is de piekspanningsbeveiliging in de batterij
actief. Schakel de computer uit en wacht een minuut om de beveiliging te annuleren. Schakel de computer vervolgens weer in.
Problemen met de harde schijf
De harde schijf werkt niet. • Controleer in het menu Boot (Starten) van het BIOS-
instelprogramma of de harde schijf op de juiste plaats wordt vermeld bij UEFI.
36
Page 41
Hoofdstuk 6. Problemen oplossen
Overige problemen
De computer reageert niet. • Om de computer uit te schakelen, houdt u de aan/
uit-knop gedurende minstens 4 seconden ingedrukt. Als de computer nog steeds niet reageert, ontkoppelt u de netvoedingsadapter.
• De computer kan vastlopen als de slaapstand wordt
geactiveerd tijdens een communicatiebewerking. Schakel de timer voor de slaapstand uit wanneer u gebruikmaakt van het netwerk.
De computer wordt niet vanaf het gewenste apparaat opgestart.
Het aangesloten externe apparaat werkt niet.
• Raadpleeg het menu Boot (Starten) van het BIOS-
instelprogramma. Controleer of UEFI in het BIOS­instelprogramma zo is ingesteld dat de computer opstart vanaf het gewenste apparaat.
• Controleer bovendien of het apparaat van waarop de
computer opstart, is ingeschakeld. Controleer in het menu Boot (Starten) van het BIOS-instelprogramma of het apparaat wordt vermeld in de UEFI-lijst.
• Druk terwijl de computer uitgeschakeld is op de
Novo-knop om het apparaat te selecteren waarmee de computer moet starten.
• Met uitzondering van USB-kabels mag u nooit kabels
van externe apparatuur aansluiten of ontkoppelen terwijl de computer is ingeschakeld, omdat de computer anders beschadigd kan raken.
• Wanneer u externe apparaten met een hoog
energieverbruik aansluit, zoals een extern optisch schijfstation via USB, moet u de netvoedingsadapter bij het betreffende externe apparaat gebruiken. Doet u dit niet, dan wordt het apparaat mogelijk niet herkend of wordt het systeem uitgeschakeld.
37
Page 42

Handelsmerken

De volgende termen zijn handelsmerken van Lenovo in België, Nederland en/of andere landen.
Lenovo IdeaPad OneKey Ve ri F a ce
Microsoft en Windows zijn handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Andere bedrijfs-, product- en servicenamen zijn mogelijk handelsmerken of servicemerken van derden.
38
Page 43
Page 44
Rev. AA00
©Lenovo China 2013
Loading...