Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw KTM-motorfiets. U bent nu in het bezit van een moderne en sportieve motorfiets die, mits goed onderhouden, u lang plezier zal schenken.
We wensen u te allen tijde een goede en veilige reis toe!
De bedieningshandleiding komt op het tijdstip dat deze ter perse gaat overeen met de nieuwste stand van het
model. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling van de motorfietsen kunnen
echter niet worden uitgesloten.
Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend. KTM Sportmotorcycle GmbH houdt zich het recht voor technische
gegevens, prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te
annuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van
afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzien
van speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveringsomvang horen.
ISO 9001(12 100 6061)
KTM past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanagementnorm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.
Afgegeven door: TÜV Management Service
Dit document is geldig voor de volgende modellen:
350 EXC‑F EU (F8203T9)
350 EXC‑F BR (F8240T9)
350 XCF‑W US (F8275T1)
350 EXC‑F Six Days EU (F8203T2)
350 EXC‑F Six Days BR (F8240T2)
27 LIJST MET VAKBEGRIPPEN ...................... 175
28 LIJST MET AFKORTINGEN ........................ 176
29 LIJST MET SYMBOLEN ............................. 177
29.1Gele of oranje pictogrammen........... 177
29.2Groene en blauwe pictogrammen ..... 177
INDEX ............................................................. 178
5
Page 8
1SYMBOLEN EN FORMATERINGEN
1.1Gebruikte pictogrammen
Hieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.
Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).
Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).
Alle werkzaamheden die met dit pictogram zijn gekenmerkt vereisen vakkennis en technisch
begrip. Laat de werkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTMgarage! Daar wordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het
benodigde hulpgereedschap optimaal onderhouden.
Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).
Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.
Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.
Kenmerkt een spanningsmeting.
Kenmerkt een stroommeting.
Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.
1.2Gebruikte formatering
Hieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.
EigennaamKenmerkt een eigennaam.
®
Naam
Merk™Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.
Onderstreepte woordenVerwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermen
Kenmerkt een beschermde naam.
die in de begrippenlijst worden uitgelegd.
6
Page 9
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN2
2.1Gebruiksdefinitie - beoogd gebruik
(alle EU/BR‑modellen)
Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normale races kan weerstaan.
Dit voertuig voldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale
motorsportbonden.
Info
Dit voertuig is alleen in de gehomologeerde uitvoering (beperkt vermogen) toegelaten voor het rijden op
de openbare weg.
In de niet-gehomologeerde uitvoering mag dit voertuig uitsluitend worden gebruikt op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet.
Dit voertuig is speciaal ontworpen voor langeafstandsraces op het terrein en niet voor het overwegende
gebruik in de motocross.
(XCF‑W)
Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normale races kan weerstaan.
Dit voertuig voldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale
motorsportbonden.
Info
Dit voertuig is speciaal ontworpen voor langeafstandsraces op het terrein en niet voor het overwegende
gebruik in de motocross.
2.2Onjuist gebruik
Gebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze.
Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en
milieu.
Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik.
Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs- en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specificaties.
2.3Veiligheidsaanwijzingen
Voor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te worden
genomen. Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvuldig door. De veiligheidsaanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in de
tekst.
Info
Op goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwingsstickers aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbreken
kunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen.
7
Page 10
2VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
2.4Gevarenniveau en pictogrammen
Gevaar
Waarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolg
heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Waarschuwing
Waarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet de
juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Voorzichtig
Waarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Aanwijzing
Waarschuwing voor een gevaar dat aanmerkelijke schade aan machine of materiaal tot gevolg heeft als u niet de
juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Aanwijzing
Waarschuwing voor een gevaar dat schade aan het milieu tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
2.5Waarschuwing voor manipulaties
Het is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgende
maatregelen of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:
1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluids-
demping dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van het
voertuig voor andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals
2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten wer-
king is gesteld.
Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:
1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaat-
gassen geleiden.
2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand.
4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen van
het inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten.
(XCF‑W)
Een deel van het toebehoren of een gemodificeerd deel moet voldoen aan de geldende ARB-standaards ter
begrenzing van de verdampingsemissies. Overtredingen van deze bepaling kunnen leiden tot civiel- en/of
strafrechtelijke sancties.
8
Page 11
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN2
2.6Veilig gebruik
Gevaar
Gevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-
zelf en voor anderen.
– Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent.
– Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg
hebben.
– Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.
– Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig zeer
heet.
– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, koeler, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze
voertuigcomponenten zijn afgekoeld.
– Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert.
Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken.
Voor het wegverkeer is het juiste rijbewijs vereist.
Storingen, die de veiligheid beperken, onmiddellijk in een geautoriseerde KTM-garage laten verhelpen.
De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.
2.7Beschermende kleding
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico.
– Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede
broek en jas met bescherming.
– Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke
voorschriften.
Voor uw eigen veiligheid adviseert KTM om het voertuig uitsluitend te gebruiken met geschikte, beschermende
kleding.
2.8Werkinstructies
Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist. Deze maken geen deel uit van het voertuig, maar
kunnen worden besteld onder vermelding van de aangegeven nummers tussen haakjes. Voorbeeld: lagertrekker
(15112017000)
Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, afdichtingen,
dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelen vervangen.
Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van de
fabrikant bij het gebruik in acht nemen.
Als op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aanbrengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage.
Beschadigde of versleten onderdelen vervangen.
Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is.
9
Page 12
2VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
2.9Milieu
Door op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen en
conflicten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebruiken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren.
Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de geldende wet- en regelgeving in het betreffende land.
Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen bestaat er geen wettelijke regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde KTM-dealer is u graag van dienst.
2.10Bedieningshandleiding
Lees de bedieningshandleiding beslist goed en volledig door voordat u voor het eerst gaat rijden. In de bedieningshandleiding vindt u veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger maken. Alleen zo
komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstelt op uw situatie en hoe u zich tegen letsel kunt beschermen.
Bewaar de bedieningshandleiding op een eenvoudig toegankelijke plaats, zodat u deze op ieder moment kunt
raadplegen wanneer dat nodig is.
Neem contact op met een geautoriseerde KTM-dealer wanneer u meer over het voertuig wilt weten of wanneer
tijdens het lezen iets niet duidelijk is.
De bedieningshandleiding is een belangrijk onderdeel van het voertuig en moet bij verkoop aan de nieuwe eigenaar worden gegeven.
De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde KTM Motorcycles-dealer en op de
KTM Motorcycles-website beschikbaar.
Internationale KTM website: http://www.ktm.com
10
Page 13
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN3
3.1Garantie
De in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend in een geautoriseerde KTM-garage
worden uitgevoerd en moeten in het service- en garantieboekje en op KTM Dealer.net worden bevestigd, aangezien
anders de aanspraak op garantie vervalt. Bij schade of gevolgschade die door manipulaties en/of wijzigingen aan
het voertuig zijn veroorzaakt, bestaat er geen aanspraak op garantie.
Meer informatie over de garantie en de afwikkeling ervan vindt u in het service- & garantieboekje.
3.2Bedrijfsmiddelen, hulpstoffen
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken.
3.3Reserveonderdelen, toebehoren
Gebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of aanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk.
Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uw
geautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag.
De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM website.
Internationale KTM website: http://www.ktm.com
3.4Service
Voorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de
bedieningshandleiding genoemde service, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis.
Door een onjuist afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt zoals op zand of op een nat of modderig
traject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten duidelijk sneller verslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereiken van het volgende service-interval te controleren of te vervangen.
Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtneming
daarvan draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets.
Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend.
3.5Afbeeldingen
De in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen.
Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor de
betreffende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt u
zich aan de aanwijzingen in de tekst.
11
Page 14
3BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
3.6Klantenservice
De geautoriseerde KTM-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of over KTM.
De lijst met geautoriseerde KTM-dealers vindt u op de KTM-website.
Internationale KTM website: http://www.ktm.com
Het voertuigidentificatienummer1is aan de rechterkant van het
balhoofd gegraveerd.
(alle EU-modellen)
Het typeplaatje Europa1is op het balhoofd vooraan aangebracht.
Het typeplaatje Australië2is op de borstbuis vooraan aangebracht.
V01808-10
5.3Sleutelnummer (alle EU/BR‑modellen)
Het sleutelnummer1voor het stuurslot is ingefreesd in de sleutelhanger.
402247-10
5.4Motornummer
Het motornummer1in de linkerkant van de motor boven het
ketting-aandrijfwiel gegraveerd.
H01047-10
15
Page 18
5SERIENUMMERS
5.5Artikelnummer voorvork
5.6Artikelnummer schokdemper
Het artikelnummer van de voorvork1is aan de binnenzijde van
de asopname gegraveerd.
401947-10
Het artikelnummer van de schokdemper1is op het bovenste
deel van de schokdemper boven de stelring naar de motorzijde toe
gegraveerd.
H02222-10
16
Page 19
6.1Koppelingshendel
6.2Remhendel
BEDIENINGSELEMENTEN6
De koppelingshendel1is aan de linkerkant van het stuur aangebracht.
De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.
A00345-10
De remhendel1is aan de rechterkant van het stuur
aangebracht.
Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.
6.3Gashendel
6.4Uitschakelknop
E01205-10
De gashendel1is aan de rechterzijde van het stuur
aangebracht.
E01206-10
(alle EU/BR‑modellen)
De uitschakelknop1is links aan het stuur aangebracht.
S01302-10
17
Page 20
6BEDIENINGSELEMENTEN
6.5Claxonknop (alle EU/BR‑modellen)
(XCF‑W)
De uitschakelknop1is links aan het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• Uitschakelknopin de uitgangspositie – In deze stand is het
ontstekingscircuit gesloten en kan de motor worden gestart.
• Uitschakelknopingedrukt – In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken. Een draaiende motor schakelt uit
en een stilstaande motor schakelt niet in.
E00821-10
De claxonknop1is links aan het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• Claxonknopin de uitgangspositie
• Claxonknopingedrukt – In deze stand wordt de claxon
bediend.
S01303-10
6.6Lichtschakelaar (alle EU/BR‑modellen)
De lichtschakelaar1is links aan het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
S01307-10
6.7Lichtschakelaar (XCF‑W)
De lichtschakelaar1bevindt zich links naast het gecombineerde
instrument.
Mogelijke toestanden
• Licht uit – Lichtschakelaar is tot de aanslag ingedrukt. In
deze stand is het licht uitgeschakeld.
• Licht aan – Lichtschakelaar tot de aanslag uitgetrokken. In
deze stand zijn het dimlicht en het achterlicht ingeschakeld.
Dimlicht aan – Lichtschakelaar in de middelste stand.
In deze stand zijn het dimlicht en het achterlicht
ingeschakeld.
Groot licht aan – Lichtschakelaar is tegen de klok in
gedraaid. In deze stand zijn het groot licht en het achterlicht ingeschakeld.
De richtingaanwijzerschakelaar1is links aan het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
Richtingaanwijzer uit – Richtingaanwijzerschakelaar
bevindt zich in de middelste stand.
Richtingaanwijzer links aan – Richtingaanwijzerschakelaar is naar links geschakeld.
S01304-10
Richtingaanwijzer rechts aan – Richtingaanwijzerschakelaar is naar rechts geschakeld.
6.9Noodstopschakelaar
(alle EU/BR‑modellen)
De noodstopschakelaar1is aan de rechterkant van het stuur
aangebracht.
Mogelijke toestanden
Ontsteking uit – In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken. Een draaiende motor schakelt uit en
een stilstaande motor schakelt niet in.
Ontsteking aan – In deze stand is het ontstekingscir-
V01749-10
cuit gesloten en kan de motor worden gestart.
BEDIENINGSELEMENTEN6
6.10Startknop
(alle EU/BR‑modellen)
De startknop1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.
V01749-11
(XCF‑W)
De startknop1is aan de rechterkant van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• Startknopin de uitgangspositie
• Startknopingedrukt – in deze stand wordt de startmotor
geactiveerd.
V01750-10
19
Page 22
6BEDIENINGSELEMENTEN
6.11Combinatieschakelaar (alle Six Days‑modellen, XCF‑W)
H02887-01
De combinatieschakelaar is links op het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
1STANDARD – Bij brandende led 1 is
STANDARD Mapping geactiveerd.
1TCSTANDARD met TC – Bij brandende leds 1 en TC is
STANDARD Mapping met de tractiecontrole geactiveerd.
2ADVANCED – Bij brandende led 2 is ADVANCED Map-
ping geactiveerd.
2TCADVANCED met TC – Bij brandende leds 2 en TC is
ADVANCED Mapping met de tractiecontrole geactiveerd.
Waarschuwing
Vervallen van de toelating voor de openbare weg en de verzekering Als de combinatieschakelaar is gemonteerd, ver-
valt de eventuele toelating van het voertuig voor de openbare weg.
– Gebruik het voertuig alleen op afgezette trajecten en
niet op de openbare weg, als de combinatieschakelaar
is gemonteerd.
Met de knop MAP van de combinatieschakelaar kan de motorkarakteristiek worden gewijzigd.
Bovendien kan via de combinatieschakelaar de tractiecontrole worden geactiveerd.
Controlelampje groot licht brandt blauw – Groot licht
is ingeschakeld.
Controlelampje storing brandt/knippert geel – De OBD
heeft een fout in de voertuigelektronica geconstateerd. Volgens de verkeersregels stoppen en contact
opnemen met een geautoriseerde KTM-garage.
Waarschuwingslampje brandstofpeil brandt geel
V01752-10
– Brandstofpeil heeft de reservemarkering bereikt.
Controlelampje richtingaanwijzer knippert groen
– Richtingaanwijzer is ingeschakeld.
20
Page 23
BEDIENINGSELEMENTEN6
6.13Overzicht controlelampjes (XCF‑W)
Mogelijke toestanden
Controlelampje storing brandt/knippert geel – De OBD
heeft een fout in de voertuigelektronica geconstateerd. Stoppen en contact opnemen met een geautoriseerde KTM-garage.
Waarschuwingslampje brandstofpeil brandt oranje
– Brandstofpeil heeft de reservemarkering bereikt.
V01751-10
6.14Tankdop openen
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.
– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.
– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.
– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.
– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.
– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
– Adem geen brandstofdampen in.
– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
brandstof in de ogen zijn gekomen.
– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
–
Ontgrendelknop1indrukken, tankdop tegen de klok in
draaien en naar boven toe verwijderen.
K01334-10
21
Page 24
6BEDIENINGSELEMENTEN
6.15Tankdop sluiten
6.16Koude-startknop
– Tankdop plaatsen en met de klok mee draaien tot de ontgren-
delknop1vergrendelt.
Info
Slang van de brandstoftankontluchting2zonder knikken leggen.
K01334-11
De koude-startknop1is onder aan het smoorklephuis aangebracht.
Bij koude motor en lage omgevingstemperatuur verlengt de elektronische brandstofinspuiting de inspuittijd. Om de grotere hoeveelheid brandstof te verbranden, wordt er extra zuurstof aan de
motor toegevoerd door het uittrekken van de koude-startknop.
Als kort gas wordt gegeven en de gashendel dan wordt losgelaten of de gashendel naar voren wordt gedraaid, springt de koudestartknop terug in de uitgangspositie.
H02253-10
Info
Controleer of de koude-startknop is teruggekeerd naar de
uitgangspositie.
Mogelijke toestanden
• Koude-startknop geactiveerd – Koude-startknop is tot de aanslag ingedrukt.
• Koude-startknop gedeactiveerd – Koude-startknop staat in de
uitgangspositie.
22
Page 25
6.17Regelschroef stationair toerental
De stationaire afstelling van de regelklep is van grote invloed op
het startgedrag, een stabiel stationair toerental en de response bij
het gas geven.
Een motor met een correct ingesteld stationair toerental start makkelijker dan een motor met een verkeerd ingesteld stationair toerental.
Het stationaire toerental wordt met de regelschroef stationair toerental1afgesteld.
Als de regelschroef stationair toerental met de klok mee wordt
gedraaid, wordt het stationaire toerental hoger.
Als de regelschroef stationair toerental tegen de klok in wordt
gedraaid, wordt het stationaire toerental lager.
BEDIENINGSELEMENTEN6
6.18Versnellingshendel
H02254-10
De versnellingshendel1is aan de linkerkant van de motor
gemonteerd.
401950-10
De positie van de versnellingen kan afgelezen worden van de
afbeelding.
De neutrale of stationaire stand bevindt zich tussen de 1e en 2e
versnelling.
401950-11
23
Page 26
6BEDIENINGSELEMENTEN
6.19Rempedaal
6.20Zijstandaard
Het rempedaal1bevindt zich voor de rechter voetsteun.
Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.
401956-10
De zijstandaard1is aan de linker voertuigzijde aangebracht.
401943-10
401944-10
6.21Stuurslot (alle EU/BR‑modellen)
S01311-10
De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motorfiets.
Info
Tijdens het rijden moet de zijstandaard1worden opgeklapt en met de rubberband2zijn vastgezet.
Het stuurslot1is aan de linkerkant van het balhoofd aangebracht.
Met het stuurslot kan het stuur worden geblokkeerd. Sturen en
rijden is dan niet meer mogelijk.
24
Page 27
6.22Stuur vergrendelen (alle EU/BR‑modellen)
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.
– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
– Voertuig parkeren.
– Het stuur volledig naar rechts draaien.
– Stuurslot regelmatig smeren.
Universele oliespray (pag. 173)
– Sleutel voor het stuurslot in het stuurslot (pag. 24) steken,
naar links draaien, indrukken en naar rechts draaien. Sleutel
voor het stuurslot verwijderen.
400732-01
Het stuur kan niet meer worden bewogen.
Info
Sleutel voor het stuurslot nooit in het stuurslot laten
zitten.
BEDIENINGSELEMENTEN6
6.23Stuur ontgrendelen (alle EU/BR‑modellen)
– Sleutel voor het stuurslot in het stuurslot (pag. 24) steken,
naar links draaien, uittrekken en naar rechts draaien. Sleutel
voor het stuurslot verwijderen.
Het stuur kan weer worden bewogen.
400731-01
Info
Sleutel voor het stuurslot nooit in het stuurslot laten
zitten.
25
Page 28
7GECOMBINEERD INSTRUMENT
7.1Gecombineerd instrument-overzicht
V00799-01
7.2Activering en test
– Met de knopworden verschillende functies aangestuurd.
– Met de knopworden verschillende functies aangestuurd.
Info
In de leveringstoestand is alleen de weergavemodus
SPEED/H en SPEED/ODO geactiveerd.
Gecombineerd instrument activeren
Het gecombineerde instrument wordt geactiveerd als u op een van
de knoppen drukt of als het instrument van de wieltoerentalsensor
een impuls ontvangt.
Displaytest
Voor de functiecontrole van het display lichten kort alle indicatiesegmenten op.
400313-01
WS (wheel size)
Na de functiecontrole van het display wordt kort de wielomtrek WS
(wheel size) weergegeven.
Info
Het cijfer 2205 komt overeen met de omtrek van een 21"voorwiel met standaardbanden.
Vervolgens wordt de laatste geselecteerde modus weergegeven.
400314-01
7.3Kilometer of mijl instellen
Info
Als de eenheid wordt gewisseld, blijft de waarde ODO bewaard en wordt omgerekend naar de geselecteerde
eenheid.
De waarden TR1, TR2, A1, A2 en S1 worden bij het omstellen gewist.
Voorwaarden
De motorfiets staat stil.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtson-
der op het display verschijnt.
– Toets2 - 3 seconden indrukken.
Het setupmenu wordt met de geactiveerde functies worden weergegeven.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie Km/h/Mph
knippert.
Km/h instellen
400329-01
– Toetsindrukken.
26
Page 29
GECOMBINEERD INSTRUMENT7
Mph instellen
– Toetsindrukken.
– 3 - 5 seconden wachten.
De instellingen worden opgeslagen.
Info
Indien er gedurende 10 - 12 seconden geen knop wordt
ingedrukt of er een impuls wordt ontvangen van de
wieltoerentalsensor, worden de instellingen automatisch
opgeslagen en het setupmenu wordt gesloten.
7.4Gecombineerd instrument instellen
Info
In de leveringstoestand is alleen de weergavemodus SPEED/H en SPEED/ODO geactiveerd.
Voorwaarden
De motorfiets staat stil.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtson-
der op het display verschijnt.
– Toets2 - 3 seconden indrukken.
Het setupmenu wordt met de geactiveerde functies worden weergegeven.
400318-01
Info
Als er 10 -12 seconden geen knop is ingedrukt, worden
de instellingen automatisch opgeslagen.
Indien er gedurende 20 seconden geen knop wordt
ingedrukt of er een impuls wordt ontvangen van de
wieltoerentalsensor, worden de instellingen automatisch
opgeslagen en het setupmenu wordt gesloten.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de gewenste functie
knippert.
De geselecteerde functie knippert.
Functie activeren
– Toetsindrukken.
Pictogram blijft op het display staan en de weergave
wisselt naar de volgende functie.
Functie deactiveren
– Toetsindrukken.
Pictogram op het display verdwijnt en de weergave
wisselt naar de volgende functie.
27
Page 30
7GECOMBINEERD INSTRUMENT
7.5Tijd instellen
400330-01
Voorwaarden
De motorfiets staat stil.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechts-
onder op het display verschijnt.
– Toets2 - 3 seconden indrukken.
Uurweergave knippert.
– Uurweergave met de knopresp. knopinstellen.
– 3 - 5 seconden wachten.
Het volgende segment van de weergave knippert en kan
worden ingesteld.
– Door de knopen knopin te drukken kunnen de volgende
segmenten op dezelfde wijze als de uurweergave worden ingesteld.
Info
De seconden kunnen alleen op nul worden gezet.
Indien er gedurende 15-20 seconden geen knop wordt
ingedrukt of er een impuls wordt ontvangen van de
wieltoerentalsensor, worden de instellingen automatisch
opgeslagen en wordt het setupmenu gesloten.
7.6Rondetijd opvragen
Info
Deze functie kan alleen worden opgeroepen, als de rondetijden zijn gemeten.
Voorwaarden
De motorfiets staat stil.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechts-
onder op het display verschijnt.
– Toetskort indrukken.
Op de linkerkant van het display wordt LAP 1 weergegeven.
– De ronden 1-10 kunnen met de knopworden opgeroepen.
– De knop3-5 seconden ingedrukt houden.
De rondetijden worden gewist.
400321-01
– Toetskort indrukken.
Volgende weergavemodus
Info
Als er een impuls wordt ontvangen van de wieltoerentalsensor, schakelt de linkerkant van het display terug
naar de SPEED-modus.
28
Page 31
7.7Weergavemodus SPEED (snelheid)
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie SPEED links
op het display verschijnt.
In de weergavemodus SPEED wordt de actuele snelheid weergegeven.
De actuele snelheid kan in Km/h of in Mph worden weergegeven.
Info
Landspecifieke instelling aanpassen.
400317-02
Zodra er een impuls van het voorwiel komt, schakelt de linkerkant van het display naar de SPEED-modus en wordt de
actuele snelheid weergegeven.
7.8Weergavemodus SPEED/H (bedrijfsuren)
Voorwaarden
• De motorfiets staat stil.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtson-
der op het display verschijnt.
In de weergavemodus H worden de bedrijfsuren van de motor weergegeven.
De bedrijfsurenteller slaat de totale rijtijd op.
GECOMBINEERD INSTRUMENT7
400316-01
Info
De bedrijfsurenteller is nodig om te kunnen voldoen aan de
servicewerkzaamheden.
Als het gecombineerde instrument zich bij het starten in de
weergavemodus H bevindt, wisselt het automatisch naar de
weergavemodus ODO.
De weergavemodus H wordt tijdens het rijden onderdrukt.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Weergave wisselt naar het setupmenu voor de
functies.
Volgende weergavemodus
Geen functie
Geen functie
29
Page 32
7GECOMBINEERD INSTRUMENT
7.9Setupmenu
400344-01
Voorwaarden
• De motorfiets staat stil.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtson-
der op het display verschijnt.
– Toets2 - 3 seconden indrukken.
Het setupmenu geeft de geactiveerde functies weer.
Info
De knopzo vaak kort indrukken totdat de gewenste
functie bereikt is.
Als er 20 seconden geen knop is ingedrukt, worden de
instellingen automatisch opgeslagen.
7.10Meeteenheid instellen
400329-01
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
3 - 5 seconden wachten.
10 - 12
seconden
wachten.
Voorwaarden
• De motorfiets staat stil.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie H rechtson-
der op het display verschijnt.
– Toets2 - 3 seconden indrukken.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie Km/h/Mph
knippert.
In de meeteenheden-modus kan de meeteenheid worden gewijzigd.
Activeert de knipperende indicatie en gaat naar
de volgende indicatie
Geen functie
Deactiveert de knipperende indicatie en gaat
naar de volgende indicatie
Geen functie
Wisselt naar de volgende weergave zonder wijzigingen
Setupmenu start, slaat de instellingen op en
wisselt naar H of ODO.
30
Info
Als er 5 seconden geen knop is ingedrukt, worden de
instellingen automatisch opgeslagen.
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Start van de selectie, activeert de Km/h weergave
Geen functie
Page 33
GECOMBINEERD INSTRUMENT7
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
3 - 5 seconden wachten.
10 - 12
seconden
wachten.
7.11Weergavemodus SPEED/CLK (tijd)
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechts-
In de weergavemodus CLK wordt de tijd weergegeven.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
400319-01
indrukken.
Toets2 -
3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Activeert Mph weergave
Geen functie
Wisselt naar de volgende weergave, wisselt van
de selectie naar het setupmenu
Slaat het setupmenu op en sluit dit menu
onder op het display verschijnt.
Weergave wisselt naar het setupmenu voor de
klok.
Volgende weergavemodus
Geen functie
Geen functie
7.12Tijd instellen
400319-01
Voorwaarden
• De motorfiets staat stil.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie CLK rechts-
onder op het display verschijnt.
– Toets2 - 3 seconden indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
3 - 5 seconden wachten.
10 - 12
seconden
wachten.
Verhoogt de waarde
Verhoogt de waarde
Verlaagt de waarde
Verlaagt de waarde
Wisselt naar de volgende waarde
SETUP-menu verlaten
31
Page 34
7GECOMBINEERD INSTRUMENT
7.13Weergavemodus SPEED/LAP (rondetijd)
400320-01
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechts-
onder op het display verschijnt.
In de weergavemodus LAP kan met de chronometer maximaal 10
rondetijden worden gemeten.
Info
Als de rondetijd na het indrukken van de toetsdoorloopt,
zijn 9 geheugenplaatsen gebruikt.
De ronde 10 moet met de toetsworden gestopt.
7.14Rondetijd opvragen
400321-01
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Voorwaarden
• De motorfiets staat stil.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie LAP rechts-
onder op het display verschijnt.
– Toetskort indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
De chronometer en rondetijd worden teruggezet.
Volgende weergavemodus
Stopt de klok.
Start de klok of stopt de lopende rondetijd,
slaat deze op en de chronometer start de volgende ronde.
De chronometer en rondetijd worden teruggezet.
Ronden van 1-10 selecteren
Geen functie
Volgende rondetijd oproepen.
32
Page 35
7.15Weergavemodus SPEED/ODO (odometer)
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie ODO rechts-
onder op het display verschijnt.
In de weergavemodus ODO wordt de totale gereden afstand weergegeven.
GECOMBINEERD INSTRUMENT7
Toets2 3 seconden
indrukken.
400317-01
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
7.16Weergavemodus SPEED/TR1 (tripmaster 1)
–
Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie TR1 rechtsboven op het display verschijnt.
De TR1 (tripmaster 1) loopt altijd mee en telt tot 999,9.
Hiermee kan de lengte van het traject tijdens ritten of de afstand
tussen twee tankstops worden gemeten.
TR1 is aan A1 (gemiddelde snelheid 1) en S1 (chronometer 1)
gekoppeld.
400323-01
Info
Als 999,9 wordt overschreden, worden de waarden TR1, A1
en S1 automatisch teruggezet op 0,0.
Geen functie
Volgende weergavemodus
Geen functie
Geen functie
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Indicaties TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.
Volgende weergavemodus
Geen functie
Geen functie
33
Page 36
7GECOMBINEERD INSTRUMENT
7.17Weergavemodus SPEED/TR2 (tripmaster 2)
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie TR2 rechts-
boven op het display verschijnt.
De TR2 (tripmaster 2) loopt altijd mee en telt tot 999,9.
400324-01
7.18TR2 (tripmaster 2) instellen
400324-01
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Voorwaarden
• De motorfiets staat stil.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie TR2 rechts-
boven op het display verschijnt.
– Toets2 - 3 seconden indrukken tot TR2 knippert.
De weergegeven waarde kan handmatig met de toetsen de
toetsworden ingesteld. Deze functie is praktisch bij ritten op
basis van het roadbook.
Wist waarden TR2 en A2.
Volgende weergavemodus
Verlaagt waarde TR2.
Verlaagt waarde TR2.
Info
De waarde TR2 kan ook tijdens het rijden handmatig worden gecorrigeerd met de toetsen de toets .
Als 999,9 wordt overschreden, wordt de waarde TR2 automatisch teruggezet op 0,0.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie A1 rechts-
boven op het display verschijnt.
A1 (gemiddelde snelheid 1) geeft de gemiddelde snelheid weer op
basis van de berekening van TR1 (tripmaster 1) en S1 (chronometer 1) aan.
De berekening van deze waarde wordt geactiveerd met de eerste
impuls van de wieltoerentalsensor en eindigt 3 seconden na de
laatste impuls.
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie A2 rechts-
boven op het display verschijnt.
A2 (gemiddelde snelheid 2) geeft de gemiddelde snelheid aan op
basis van de actuele snelheid als de chronometer S2 (chronometer 2) loopt.
Info
De weergegeven waarde kan afwijken van de daadwerkelijke
400326-01
gemiddelde snelheid als S2 na het rijden niet is gestopt.
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Volgende weergavemodus
Geen functie
Geen functie
Geen functie
35
Page 38
7GECOMBINEERD INSTRUMENT
7.21Weergavemodus SPEED/S1 (chronometer 1)
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie S1 rechts-
boven op het display verschijnt.
S1 (chronometer 1) geeft de rijtijd weer op basis van TR1 en loopt
door als een impuls wordt ontvangen van de wieltoerentalsensor.
De berekening van deze waarde start met de eerste impuls van de
wieltoerentalsensor en eindigt 3 seconden na de laatste impuls.
Toets2 3 seconden
400327-01
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Toets2 -
3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
7.22Weergavemodus SPEED/S2 (chronometer 2)
– Toetszo vaak kort indrukken totdat de indicatie S2 rechts-
boven op het display verschijnt.
S2 (chronometer 2) is een met de hand te bedienen chronometer.
Als S2 op de achtergrond loopt, knippert de weergave S2 op het
display.
Toets2 3 seconden
indrukken.
400328-01
Toetskort
indrukken.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Toetskort
indrukken.
Indicaties TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.
Volgende weergavemodus
Geen functie
Geen functie
Weergave van S2 en A2 worden op 0,0 gezet.
Volgende weergavemodus
Geen functie
Start of stopt S2.
7.23Functieoverzicht
WeergaveToets2 -
3 seconden
indrukken.
Weergavemodus SPEED/H
(bedrijfsuren)
36
Weergave
wisselt naar
het setupmenu voor de
functies.
Toetskort
indrukken.
Volgende
weergavemodus
Toets2 3 seconden
indrukken.
Geen functieGeen functie
Toetskort
indrukken.
3 - 5 seconden wachten.
10 - 12
seconden
wachten.
Page 39
GECOMBINEERD INSTRUMENT7
WeergaveToets2 -
3 seconden
indrukken.
SetupmenuGeen functieActiveert de
Meeteenheid
instellen
Weergavemodus SPEED/CLK
(tijd)
Tijd instellenVerhoogt de
Weergavemodus SPEED/LAP
(rondetijd)
Rondetijd
opvragen
Weergavemodus SPEED/ODO
(odometer)
Weergavemodus SPEED/TR1
(tripmaster 1)
Weergavemodus SPEED/TR2
(tripmaster 2)
TR2 (tripmaster 2) instellen
Geen functieStart van de
Weergave
wisselt naar
het setupmenu voor de
klok.
waarde
De chronometer en rondetijd worden
teruggezet.
De chronometer en rondetijd worden
teruggezet.
Geen functieVolgende
Indicaties
TR1, A1 en
S1 worden op
0,0 gezet.
Wist waarden
TR2 en A2.
Verhoogt
waarde TR2.
Toetskort
indrukken.
knipperende
indicatie en
gaat naar
de volgende
indicatie
selectie, activeert de Km/h
weergave
Volgende
weergavemodus
Verhoogt de
waarde
Volgende
weergavemodus
Ronden van
1-10 selecteren
weergavemodus
Volgende
weergavemodus
Volgende
weergavemodus
Verhoogt
waarde TR2.
Toets2 3 seconden
indrukken.
Geen functieDeactiveert
Geen functieActiveert Mph
Geen functieGeen functie
Verlaagt de
waarde
Stopt de
klok.
Geen functieVolgende
Geen functieGeen functie
Geen functieGeen functie
Verlaagt
waarde TR2.
Verlaagt
waarde TR2.
Toetskort
indrukken.
de knipperende indicatie en gaat
naar de volgende indicatie
weergave
Verlaagt de
waarde
Start de klok
of stopt de
lopende rondetijd, slaat
deze op en
de chronometer start
de volgende
ronde.
rondetijd
oproepen.
Verlaagt
waarde TR2.
Verlaagt
waarde TR2.
3 - 5 seconden wachten.
Wisselt naar
de volgende
weergave
zonder wijzigingen
Wisselt naar
de volgende
weergave,
wisselt van
de selectie naar het
setupmenu
Wisselt naar
de volgende
waarde
10 - 12
seconden
wachten.
Setupmenu
start, slaat de
instellingen
op en wisselt naar H of
ODO.
Gevaar voor ongevallen Bestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zich-
zelf en voor anderen.
– Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent.
– Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico.
– Draag bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen alsmede
broek en jas met bescherming.
– Draag altijd beschermende kleding die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke
voorschriften.
Waarschuwing
Gevaar voor vallen Verschillende profielen van voor- en achterwiel beïnvloeden het rijgedrag.
Verschillende profielen kunnen de controle over het voertuig aanzienlijk moeilijker maken.
– Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Een niet-aangepaste rijwijze beïnvloedt het rijgedrag.
– Pas de rijsnelheid aan de toestand van de rijweg en uw rijvaardigheden aan.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder.
– Neem geen bijrijder mee.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting.
Als het rempedaal niet wordt vrijgegeven slijten de remplaketten ononderbroken.
– De voet van het rempedaal nemen, als u niet wilt remmen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Totaal gewicht en aslasten beïnvloeden het rijgedrag.
– Overschrijd het hoogst toegestane totaalgewicht en de aslasten niet.
Waarschuwing
Gevaar voor diefstal Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen.
– Laat het voertuig nooit zonder opzicht achter, als de motor loopt.
– Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden.
Info
Denk er bij het gebruik van de motorfiets aan dat andere mensen last kunnen hebben van teveel lawaai.
– Zorg ervoor dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautoriseerde
KTM-garage.
U ontvangt het leveringsdocument bij de overdracht van het voertuig.
– Voordat u voor het eerst gaat rijden, moet u de volledige bedieningshandleiding goed doorlezen.
– Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningselementen.
39
Page 42
8INBEDRIJFSTELLING
– Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. (pag. 97)(alle EU/BR‑modellen)
– Vrije slag van de remhendel instellen. (pag. 101)
(XCF‑W)
– Uitgangspositie van de remhendel instellen. (pag. 102)
– Uitgangspositie van het rempedaal instellen.(pag. 110)
– Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen.(pag. 146)
– Wen eerst op een hiervoor geschikt terrein aan het rijgedrag van de motorfiets voordat u een veeleisende tocht
onderneemt.
Info
Bij het rijden op het terrein is het raadzaam iemand met een tweede voertuig mee te nemen om elkaar
te assisteren.
– Probeer ook eens zo langzaam mogelijk te rijden en staand te rijden, zodat u meer gevoel voor de motorfiets
krijgt.
– Maak geen terreinritten die uw vaardigheden en ervaring te boven gaan.
– Houd tijdens het rijden het stuur met beide handen vast en laat de voeten op de voetsteunen rusten.
– Als u bagage meeneemt, moet deze veilig worden vastgezet, zo veel mogelijk in het midden van het voertuig
en het gewicht moet gelijkmatig zijn verdeeld over het voor- en achterwiel.
Info
Motorfietsen zijn gevoelig voor veranderingen in de gewichtsverdeling.
– Het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximaal toegestane aslasten aanhouden.
Voorgeschreven waarde
Maximaal toegestaan totaalgewicht335 kg
Hoogst toegestane asbelasting voor145 kg
Maximale asbelasting achter190 kg
– Spaakspanning controleren. (pag. 121)
Info
De spaakspanning moet na een half uur rijden worden gecontroleerd.
– Motor inrijden. (pag. 40)
8.2Motor inrijden
– Tijdens de inrijperiode het aangegeven motortoerental en motorvermogen niet overschrijden.
Voorgeschreven waarde
Maximaal motortoerental
Tijdens het eerste rij-uur7.000 1/min
Maximaal motorvermogen
Tijdens de eerste 3 rij-uren≤ 75 %
– Vol gas geven vermijden!
40
Page 43
INBEDRIJFSTELLING8
8.3Startvermogen van lithium-ion-accu's bij lage temperaturen (XCF‑W, alle EU-modellen)
Lithium-ion-accu's zijn veel lichter dan lood-zuur-accu's, hebben
een lage zelfontlading en bij temperaturen boven 15 °C (60 °F)
meer startvermogen. Het startvermogen van lithium-ion-accu's
neemt bij lage temperaturen meer af dan dat van dan loodaccu's.
Er kunnen verschillende startpogingen nodig zijn. Hiervoor 5
seconden de startknop indrukken en tussendoor 30 seconden
wachten. De onderbrekingen zijn noodzakelijk opdat de ontstane
warmte zich kan verdelen over de lithium-ion-accu en de 12V-accu
402555-01
8.4Voertuig voorbereiden op zwaardere gebruiksomstandigheden
Info
Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt zoals op zand of op een nat of modderig traject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen of veringscomponenten duidelijk sneller verslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereiken van het volgende
service-interval te controleren of te vervangen.
niet beschadigd raakt.
Wanneer de opgeladen lithium-ion-accu bij temperaturen onder
de 15 °C (60 °F) de starter niet of nauwelijks doortrekt, is hij niet
defect, maar moet hij inwendig worden opgewarmd om het startvermogen (stroomafgifte) te verhogen.
Het startvermogen neemt toe met de opwarming.
– Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.(pag. 83)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
– Luchtfilterbak afdichten.
– Stekkers controleren op vocht en roest. Controleren of ze goed vastzitten.
» Als ze vochtig, verroest of beschadigd zijn:
– Stekker reinigen en drogen, indien nodig vervangen.
Zwaardere gebruiksomstandigheden zijn:
– Rijden op droog zand. (pag. 41)
– Rijden op nat zand. (pag. 42)
– Rijden op nat en modderig circuit. (pag. 43)
– Rijden bij hoge temperaturen of langzaam rijden. (pag. 43)
– Rijden bij lage temperaturen of sneeuw. (pag. 43)
8.5Voertuig voor rijden op droog zand voorbereiden
– Luchtfilter-stofbescherming monteren.
Luchtfilter-stofbescherming (79006920000)
Info
Montagehandleiding voor KTM PowerParts in acht
nemen.
102136-01
41
Page 44
8INBEDRIJFSTELLING
102138-01
600868-01
– Luchtfilter-zandbescherming monteren.
Luchtfilter-zandbescherming (79006922000)
Info
Montagehandleiding voor KTM PowerParts in acht
nemen.
8.9Voertuig voor lage temperaturen of sneeuw voorbereiden
– Luchtfilter-waterbescherming monteren.
Luchtfilter-waterbescherming (79006921000)
102137-01
Info
Montagehandleiding voor KTM PowerParts in acht
nemen.
43
Page 46
9RIJ-INSTRUCTIES
9.1Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstelling
Info
Telkens voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan worden gereden.
Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.
H02217-01
– Motoroliepeil controleren. (pag. 148)
– Elektrische installatie controleren.
– Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren.
(pag. 103)
– Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren.
(pag. 111)
– Remplaketten van de voorwielrem controleren. (pag. 105)
– Remplaketten van de achterwielrem controleren. (pag. 112)
– Controleren of het remsysteem goed werkt.
– Koelmiddelpeil controleren. (pag. 138)
– Vervuiling van de ketting controleren. (pag. 90)
– Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding
De spaakspanning moet regelmatig worden gecontroleerd, omdat bij verkeerde spaakspanning de rijveiligheid ernstig nadelig wordt beïnvloed.
– Vuilschrapers van de vorkpoten reinigen. (pag. 66)
– Vorkpoten ontluchten. (pag. 65)
– Luchtfilter controleren.
– Controleren of alle bedieningselementen goed zijn ingesteld en
soepel bewegen.
– Alle schroeven, moeren en slangklemmen regelmatig op goed
vastzitten controleren.
– Brandstofvoorraad controleren.
9.2Voertuig starten
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg
hebben.
– Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.
– Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
44
Page 47
RIJ-INSTRUCTIES9
Aanwijzing
Motorschade Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.
– Rij de motor altijd met een laag toerental warm.
–
Motorfiets van de zijstandaard1nemen en zijstandaard met
de rubberband2borgen.
– Versnelling in stationair schakelen.
– Noodstopschakelaar in standschakelen.
Voorwaarde
Omgevingstemperatuur: < 20 °C
– Koude-startknop tot de aanslag indrukken.
401944-10
(XCF‑W, alle EU-modellen)
– Startknop indrukken.
Info
Startknop maximaal 5 seconden indrukken. Tot de
volgende startpoging 30 seconden wachten.
Bij temperaturen onder 15 °C (60 °F) kunnen
er verschillende startpogingen nodig zijn om de
lithium-ion-accu op te warmen, waardoor het
400733-01
startvermogen wordt verhoogd.
Tijdens het starten brandt het controlelampje storing.
(alle BR-modellen)
– Startknop indrukken.
Info
Startknop maximaal 5 seconden indrukken. Tot de
volgende startpoging 30 seconden wachten.
Tijdens het starten brandt het controlelampje storing.
9.3Tractiecontrole activeren (alle Six Days‑modellen, XCF‑W)
Waarschuwing
Vervallen van de toelating voor de openbare weg en de verzekering Als de combinatieschakelaar is gemon-
teerd, vervalt de eventuele toelating van het voertuig voor de openbare weg.
– Gebruik het voertuig alleen op afgezette trajecten en niet op de openbare weg, als de combinatiescha-
kelaar is gemonteerd.
Info
De tractiecontrole reduceert overmatige slip van het achterwiel voor meer controle en tractie, vooral bij
natte omstandigheden.
Als de tractiecontrole uitgeschakeld is, kan het achterwiel bij sterke acceleratie of op oppervlakken met
een lage hechting doordraaien.
De tractiecontrole kan ook tijdens het rijden worden in- en uitgeschakeld.
De laatst geselecteerde instelling is na opnieuw starten weer actief.
45
Page 48
9RIJ-INSTRUCTIES
9.4Beginnen met rijden
Info
Tijdens het rijden moet de zijstandaard worden opgeklapt en met de rubberband zijn vastgezet.
– Aan de koppelingshendel trekken, in de 1e versnelling zetten, koppelingshendel langzaam op laten komen en
gelijktijdig voorzichtig gas geven.
– Toets TC indrukken om de tractiecontrole in of uit te schake-
len.
Voorgeschreven waarde
Motortoerental≤ 4.000 1/min
De TC led brandt, als de tractiecontrole geactiveerd is.
H02885-01
9.5Schakelen, rijden
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Terugschakelen bij een hoog motortoerental blokkeert het achterwiel en overbe-
last de motor.
– Schakel bij een hoog toerental niet terug naar een lagere versnelling.
Info
Als tijdens het rijden ongewone geluiden optreden, meteen stoppen, motor uitzetten en contact opnemen
met een geautoriseerde KTM-garage.
De 1e versnelling is de start- of bergversnelling.
– Als de verhoudingen het toestaan (helling, rijsituatie) kunt u naar een hogere versnelling schakelen. Daarvoor
gas loslaten, tegelijkertijd koppelingshendel trekken, naar de volgende versnelling schakelen, koppelingshen-
del vrijgeven en gas geven.
– Nadat met een volledig opengedraaide gashendel de maximale snelheid is bereikt, deze tot ¾ gas
terugdraaien. Pas uw snelheid aan de weggesteldheid en weersituatie aan. De snelheid verlaagt nauwelijks,
maar er wordt aanmerkelijk minder brandstof verbruikt.
– Geef slechts zoveel gas als de motor op dat moment aan kan - het abrupt opentrekken van de gashendel ver-
hoogt het verbruik.
– Voordat u terugschakelt, remmen en tegelijkertijd gas terugnemen.
– Aan de koppelingshendel trekken en naar een lagere versnelling schakelen, koppelingshendel langzaam vrijge-
ven en gas geven resp. nog een keer schakelen.
– Zet de motor uit als het voertuig langere tijd met stationair toerental draait of stilstaat.
Voorgeschreven waarde
≥ 2 min
– Regelmatig of langdurig slippen van de koppeling vermijden. Daardoor verhit de motorolie, de motor en het
koelsysteem.
– Rijd met een lager toerental in plaats van met een hoger toerental en een slepende koppeling.
46
Page 49
RIJ-INSTRUCTIES9
9.6Afremmen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Door te sterk afremmen blokkeren de wielen.
– Pas de remwijze aan de rijsituatie en rijwegsituatie aan.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Een poreus drukpunt van voor- en/of achterwielrem vermindert de remwerking.
– Controleer het remsysteem en rij pas verder, als het probleem is opgelost. (De geautoriseerde KTM-
garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Vocht en vuil beïnvloeden het remsysteem nadelig.
– Rem meerdere keren voorzichtig om de remplaketten en remschijven te drogen en vuil te verwijderen.
– Op een zandige, natte of gladde ondergrond moet overwegend de achterwielrem worden gebruikt.
– Het remmen moet altijd voor begin van de bocht zijn afgerond. Schakel daarbij ook naar een lagere versnel-
ling afhankelijk van de snelheid.
– Gebruik bij langdurig bergaf rijden de remwerking van de motor. Schakel daarvoor een of twee versnellingen
terug, maar overbelast de motor niet. Zo hoeft u veel minder te remmen en raakt het remsysteem niet oververhit.
9.7Stoppen, parkeren
Waarschuwing
Gevaar voor diefstal Onbevoegd handelende personen vormen een gevaar voor zichzelf en voor anderen.
– Laat het voertuig nooit zonder opzicht achter, als de motor loopt.
– Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden.
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig zeer
heet.
– Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, koeler, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze
voertuigcomponenten zijn afgekoeld.
– Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert.
Aanwijzing
Gevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar.
– Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.
– Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.
Aanwijzing
Materiaalschade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.
Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan aanzienlijke schade ontstaan.
De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.
– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
– Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.
– Motorfiets afremmen.
– Versnelling in stationair schakelen.
– Uitschakelknopbij stationair toerental van de motor indrukken, totdat de motor stilstaat.
47
Page 50
9RIJ-INSTRUCTIES
– Motorfiets op vaste ondergrond parkeren.
9.8Transporteren
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.
– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
Aanwijzing
Gevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar.
– Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.
– Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.
– Motor uitzetten.
– Motorfiets met spanriemen of andere geschikte bevestigings-
middelen beveiligen tegen omvallen en wegrollen.
401475-01
9.9Brandstof tanken
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.
– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.
– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.
– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.
– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.
– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
– Adem geen brandstofdampen in.
– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
brandstof in de ogen zijn gekomen.
– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
Aanwijzing
Materiaalschade Door een slechte brandstofkwaliteit vervuilt het brandstoffilter.
In sommige landen en regio's is de beschikbare brandstofkwaliteit en -reinheid eventueel onvoldoende. Dit leidt
tot problemen in het brandstofsysteem.
48
Page 51
RIJ-INSTRUCTIES9
– Tank uitsluitend schone brandstof die aan de aangegeven norm voldoet. (De geautoriseerde KTM-garage is u
graag van dienst.)
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
– Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
– Motor uitzetten.
– Tankdop openen. (pag. 21)
–
Brandstoftank maximaal tot maatAmet brandstof vullen.
Voorgeschreven waarde
35 mm
9,25 lBrandstof super
loodvrij (ROZ 95)
(pag. 170)
(alle
EU-modellen)
Super loodvrij
type C (ROZ
95/RON 95/PON
91) (pag. 171)
(alle
BR-modellen)
401226-10
Maat
A
(alle EU/BR‑modellen)
Brandstoftankinhoud totaal ca.
Brandstoftankinhoud totaal ca.
(XCF‑W)
Brandstoftankinhoud totaal ca.
– Tankdop sluiten. (pag. 22)
8,5 lBrandstof super
loodvrij (ROZ 95)
(pag. 170)
49
Page 52
10SERVICESCHEMA
10.1Extra informatie
Voor alle verdergaande werkzaamheden, die resulteren uit de verplichte werkzaamheden resp. de aanbevolen
werkzaamheden, moet een extra opdracht worden verstrekt, die ook apart in rekening wordt gebracht.
Afhankelijk van de lokale gebruiksomstandigheden kunnen in uw land afwijkende service-intervallen gelden.
In het kader van technische ontwikkelingen kunnen intervallen en omvang van afzonderlijke servicebeurten veranderen. Het meest recente serviceschema vindt u altijd op KTM Dealer.net. Uw geautoriseerde KTM-dealer adviseert u graag.
10.2Verplichte werkzaamheden
Foutengeheugen met KTM-diagnosetool uitlezen.○●●●●
Werking van de elektrische installatie controleren.○●●●●
12V-accu controleren en opladen.●●●●
Remplaketten van de voorwielrem controleren. (pag. 105)●●●●
Remplaketten van de achterwielrem controleren. (pag. 112)●●●●
Remschijven controleren. (pag. 102)●●●●
Remkabels controleren op beschadiging en dichtheid.●●●●
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (pag. 111)●●●●
Vrije slag van het rempedaal controleren. (pag. 109)●●●●
Frame controleren.(pag. 95)●●●●
Achterbrug controleren.(pag. 95)●●●●
Achterbruglager op speling controleren.●
Zwenklager op speling controleren.●●●
Bandentoestand controleren. (pag. 120)○●●●●
Bandenspanning controleren. (pag. 120)○●●●●
Wiellager op speling controleren.●●●●
Wielnaven controleren.●●●●
Velgslag controleren.○●●●
Spaakspanning controleren. (pag. 121)○●●●●
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren. (pag. 93)●●●●
Kettingspanning controleren. (pag. 91)○●●●●
Alle bewegende onderdelen (bijv. zijstandaard, hendels, ketting, ...) smeren en controle-
ren of ze gemakkelijk bewegen.
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling controleren/corrigeren. (pag. 97)●●●●
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (pag. 103)●●●●
Vrije slag van de remhendel controleren. (pag. 101)●●●●
Speling balhoofdlager controleren. (pag. 75)○●●●
Klepspeling controleren.○●
Koppeling controleren.●●
Dekselpakking en keerringen van de waterpomp vervangen.●
Motorolie verversen, oliefilter vervangen en oliezeef reinigen.(pag. 148)○●●●●
om de 10 bedrijfsuren bij gebruik voor sportdoeleinden
om de 45 bedrijfsuren
om de 30 bedrijfsuren
om de 15 bedrijfsuren
na 1 bedrijfsuur
●●●●
50
Page 53
SERVICESCHEMA10
om de 10 bedrijfsuren bij gebruik voor sportdoeleinden
om de 45 bedrijfsuren
om de 30 bedrijfsuren
om de 15 bedrijfsuren
na 1 bedrijfsuur
Alle slangen (bijv. brandstof, radiateur, ontluchting, aftapslangen, ...) en manchetten controleren op scheuren, dichtheid en correcte legging.
Antivries en koelmiddelpeil controleren. (pag. 137)○●●●●
Kabels controleren op beschadiging en leggen zonder knikken.●●●●
Bowdenkabels controleren op beschadiging, knikken en instelling.○●●●●
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.(pag. 83)●●●●
Glasvezelvulling van einddemper vervangen.(pag. 86)●●
Voorvorkservice uitvoeren.●
Schokdemperservice uitvoeren.●
Controleren of makkelijk toegankelijke, veiligheidsrelevante schroeven en moeren goed
vastzitten.
Koplampinstelling controleren. (pag. 133)○●●●●
Brandstofzeef vervangen.(pag. 147)○●●●●
Brandstofdruk controleren.●●●●
Stationair toerental controleren.○●●●●
Controleren of de radiateurventilator werkt.(alle Six Days‑modellen, XCF‑W)○●●●
Inlaatmembraan controleren.(XCF‑W)●
Eindcontrole: controleren of het voertuig verkeersveilig is en een proefrit maken.○●●●●
Na proefrit foutgeheugen uitlezen met KTM-diagnosetool.○●●●●
Service in het KTM Dealer.net noteren.○●●●●
○●●●●
○●●●●
○ Eenmalig interval
● Periodiek interval
10.3Aanbevolen werkzaamheden
om de 135 bedrijfsuren
om de 70 bedrijfsuren bij gebruik voor sportdoeleinden
na 20 bedrijfsuren
na 10 bedrijfsuren
om de 12 maanden
Remvloeistof van de voorwielrem verversen.●
Remvloeistof van de achterwielrem verversen.●
Vloeistof van de hydraulische koppeling verversen.(pag. 98)●
Balhoofdlager smeren.(pag. 77)●
Spark-arrestor reinigen. (XCF‑W)(pag. 84)●
Voorvorkservice uitvoeren.○
Schokdemperservice uitvoeren.○
Brandstoffilter vervangen.●
51
Page 54
10SERVICESCHEMA
Motoronderhoud uitvoeren, inclusief demontage en montage van de motor. (Bougie en
bougiedop vervangen. Zuigers vervangen. Cilinder controleren/opmeten. Cilinderkop controleren. Kleppen, klepveren en klepveersteunen vervangen. Nokkenas en nokvolger controleren. Drijfstang, drijfstanglager en kruktap vervangen. Keerringen van de waterpomp
vervangen. Transmissie en versnelling controleren. Oliedrukregelklep controleren. Zuigpomp vervangen. Drukpomp en smeersysteem controleren. Distributie controleren. Distributieketting vervangen. Alle motorlagers vervangen. Vrijloop vervangen.)
○ Eenmalig interval
● Periodiek interval
om de 135 bedrijfsuren
om de 70 bedrijfsuren bij gebruik voor sportdoeleinden
na 20 bedrijfsuren
na 10 bedrijfsuren
om de 12 maanden
●●
52
Page 55
11.1Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controleren
Info
Voor de basisinstelling van het chassis eerst de schokdemper en daarna de voorvork instellen.
– Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereiken
en om beschadiging aan voorvork, schokdemper, achterbrug en
frame te voorkomen moeten de basisinstelling en veringscomponenten bij het gewicht van de bestuurder passen.
– KTM offroad-motorfietsen zijn in de leveringstoestand inge-
steld op een bestuurder met standaard gewicht (met beschermende kleding).
Voorgeschreven waarde
Standaard rijgewicht75 … 85 kg
– Als het gewicht van de bestuurder buiten dit bereik ligt moet
de basisinstelling van de veringscomponenten worden aangepast.
– Kleine afwijkingen van het gewicht kunnen door het wijzigen
van de veervoorspanning worden gecompenseerd, bij grotere
afwijkingen moet een aangepaste vering worden gemonteerd.
CHASSIS AFSTELLEN11
401030-01
11.2Ingaande demping schokdemper
De ingaande demping van de schokdemper is verdeeld in twee bereiken: highspeed en lowspeed.
High- en lowspeed hebben betrekking op de snelheid waarmee het achterwiel inveert en niet op de rijsnelheid.
De highspeed instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed op de landing na een sprong. Het achterwiel veert daarbij snel in.
De lowspeed instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed bij het rijden over lange hobbels op de
ondergrond. Het achterwiel veert daarbij langzaam in.
Beide bereiken kunnen apart worden ingesteld, de overgang tussen high- en lowspeed is echter vloeiend. Daarom
zijn wijzigingen in het highspeedbereik van de ingaande demping ook van invloed op het lowspeedbereik en
omgekeerd.
11.3Ingaande demping lowspeed van de schokdemper instellen
Voorzichtig
Gevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvakkundig
uit elkaar wordt genomen.
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.
– Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
De lowspeed instelling voor ingaande demping toont zijn effect wanneer de schokdemper langzaam tot
normaal inveert.
53
Page 56
11CHASSIS AFSTELLEN
V01809-10
–
Stelschroef1met een schroevendraaier met de klok mee
draaien tot de laatste voelbare klik.
Info
Schroef2niet losdraaien!
– Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien
tegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.
402415-10
Nawerk
– Motorfiets van hefbok nemen. (pag. 65)
55
Page 58
11CHASSIS AFSTELLEN
11.7Statische veerweg schokdemper controleren
–
MaatAachterwiel zonder belasting bepalen. (pag. 55)
– De motorfiets met behulp van iemand die assisteert rechtop
houden.
– Opnieuw met de veerwegmal de afstand tussen de achterwielas
en de markering SAG op het achterspatbord meten.
–
Waarde als maatBnoteren.
Info
De statische veerweg is het verschil tussen maat
enB.
– Statische veerweg controleren.
Statische veerweg37 mm
» Als de statische veerweg kleiner of groter is dan de aange-
geven maat:
– Veervoorspanning van de schokdemper instellen.
(pag. 57)
A
402416-10
11.8Dynamische veerweg schokdemper controleren
–
MaatAachterwiel zonder belasting bepalen. (pag. 55)
– Met behulp van een persoon, die de motorfiets vasthoudt, gaat
de bestuurder met volledige beschermende kleding in een normale zitpositie (voeten op de voetsteunen) op de motorfiets
zitten en beweegt enkele keren op en neer.
De achterwielophanging slingert zo in de juiste positie.
– Een tweede persoon meet nu opnieuw met de veerwegmal de
afstand tussen de achterwielas en de markering SAG op het
achterspatbord.
–
Waarde als maatCnoteren.
Info
De dynamische veerweg is het verschil tussen maat
enC.
– Dynamische veerweg controleren.
Dynamische veerweg110 mm
402417-10
» Als de dynamische veerweg afwijkt van de aangegeven
maat:
– Dynamische veerweg instellen.(pag. 58)
A
56
Page 59
CHASSIS AFSTELLEN11
11.9Veervoorspanning schokdemper instellen
Voorzichtig
Gevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvakkundig
uit elkaar wordt genomen.
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.
– Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
Voordat u de veervoorspanning verandert, moet u de huidige instelling noteren - bijv. de veerlengte opmeten.
Voorwerk
– Motorfiets met hefbok opkrikken. (pag. 65)
–
Schokdemper demonteren.(pag. 79)
– Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
Hoofdwerk
–
Schroef1losdraaien.
–
Stelring2draaien tot de veer volledig ontspannen is.
402659-10
Haaksleutel (90129051000)
Info
Als de veer niet geheel kan worden ontspannen, moet
de veer worden gedemonteerd voor een nauwkeurige
meting van de veerlengte.
– Totale veerlengte in ontspannen toestand meten.
–
Veer door het draaien van de stelring2op de aangegeven
maatAspannen.
Voorgeschreven waarde
Veervoorspanning8 mm
Info
Afhankelijk van de statische of dynamische veerweg
kan een hogere of lagere veervoorspanning nodig zijn.
– Motorfiets met hefbok opkrikken. (pag. 65)
– Schokdemper demonteren.(pag. 79)
– Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
Hoofdwerk
– Een passende veer kiezen en monteren.
Voorgeschreven waarde
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65
… 75 kg
Gewicht bestuurder: 75
… 85 kg
Gewicht bestuurder: 85
… 95 kg
60 … 66 N/mm
63 … 69 N/mm
66 … 72 N/mm
Info
De veerconstante staat vermeld op de buitenkant van
de veer.
Kleine afwijkingen in gewicht kunnen worden gecompenseerd door het wijzigen van de veervoorspanning.
Nawerk
– Schokdemper monteren.(pag. 79)
– Motorfiets van hefbok nemen. (pag. 65)
– Statische veerweg van de schokdemper controleren.
(pag. 56)
– Dynamische veerweg van de schokdemper controleren.
(pag. 56)
– Uitgaande demping van de schokdemper instellen.
(pag. 55)
11.11Basisinstelling voorvork controleren
Info
Bij de voorvork kan om verschillende redenen geen exacte dynamische veerweg worden vastgelegd.
– Kleinere afwijkingen van het bestuurdersgewicht kunnen net
als bij de schokdemper door de veervoorspanning worden
gecompenseerd.
– Als de voorvork echter vaker doorslaat (harde eindaanslag bij
het inveren) moeten beslist hardere vorkveren worden gemonteerd om beschadiging aan voorvork en frame te voorkomen.
– Als de voorvork na langdurig gebruik hard aanvoelt, moeten de
vorkpoten worden ontlucht.
58
401000-01
Page 61
11.12Ingaande demping voorvork instellen
Info
De hydraulische ingaande demping bepaalt het gedrag bij het inveren van de voorvork.
(EXC‑F EU/BR, XCF‑W)
–
Wit stelelement1tot de aanslag met de klok mee
draaien.
Info
Het stelelement1bevindt zich aan het bovenste
uiteinde van de linker vorkpoot.
De ingaande demping bevindt zich in de linker
S03470-10
– Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen
vorkpoot COMP (wit stelelement). De uitgaande
demping bevindt zich in de rechter vorkpoot REB
(rood stelelement).
Draaien met de klok mee verhoogt de demping,
draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij
het inveren.
(alle Six Days‑modellen)
–
Wit stelelement1tot de aanslag met de klok mee
draaien.
Info
Het stelelement1bevindt zich aan het bovenste
uiteinde van de linker vorkpoot.
De ingaande demping bevindt zich in de linker
vorkpoot COM (wit stelelement). De uitgaande demping bevindt zich in de rechter vorkpoot REB (rood
stelelement).
– Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen
De hydraulische uitgaande demping bepaalt het gedrag bij het uitveren van de voorvork.
V01754-10
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping,
draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij
het inveren.
(EXC‑F EU/BR, XCF‑W)
–
Rood stelelement1tot de aanslag met de klok mee
draaien.
Info
Het stelelement1bevindt zich aan het bovenste
uiteinde van de rechter vorkpoot.
De uitgaande demping bevindt zich in de rechter
vorkpoot REB (rood stelelement). De ingaande demping bevindt zich in de linker vorkpoot COMP (wit
stelelement).
V01753-10
– Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen
Draaien met de klok mee verhoogt de demping,
draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij
het uitveren.
(alle Six Days‑modellen)
–
Rood stelelement1tot de aanslag met de klok mee
draaien.
Info
Het stelelement1bevindt zich aan het bovenste
uiteinde van de rechter vorkpoot.
De uitgaande demping bevindt zich in de rechter
vorkpoot REB (rood stelelement). De ingaande demping bevindt zich in de linker vorkpoot COM (wit
stelelement).
60
– Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen
Draaien met de klok mee verhoogt de demping,
draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij
het uitveren.
11.14Veervoorspanning voorvork instellen (alle Six Days‑modellen)
Voorwerk
– Motorfiets met hefbok opkrikken. (pag. 65)
Hoofdwerk
–
De T-handvatten1tot de aanslag tegen de klok in draaien.
De markering +0 staat op een lijn met de rechter vleugel.
CHASSIS AFSTELLEN11
V01755-10
Info
De instelling alleen handmatig uitvoeren. Geen gereedschap gebruiken.
De instelling van beide vorkpoten moet gelijk zijn.
– De T-handvatten met de klok mee draaien.
Voorgeschreven waarde
Veervoorspanning - Preload Adjuster
Comfort+0
Standaard+0
Sport+3
De T-handvatten vergrendelen op de getalswaarden voelbaar.
Info
De veervoorspanning alleen op de getalswaarden instellen, omdat de voorspanning tussen de getalswaarden
niet vergrendelt.
Draaien met de klok mee verhoogt de veervoorspanning,
draaien tegen de klok in verlaagt de veervoorspanning.
Het instellen van de veervoorspanning heeft geen
invloed op de instelling van de uitgaande demping.
Toch moet bij een verhoging van de veervoorspanning
altijd ook de uitgaande demping worden verhoogd.
Nawerk
– Motorfiets van hefbok nemen. (pag. 65)
61
Page 64
11CHASSIS AFSTELLEN
11.15Stuurstand
(EXC‑F EU/BR, XCF‑W)
Op de bovenste kroonplaat bevinden zich 2 boringen op een
afstandAvan elkaar.
M00993-10
Afstand boringen
A
De boringen op de stuuradapters zijn op een afstandBvan
het midden geplaatst.
Afstand boringen
B
De stuuradapters kunnen in 4 verschillende standen worden
gemonteerd.
(alle Six Days‑modellen)
Op de bovenste kroonplaat bevinden zich 2 boringen op een
afstandAvan elkaar.
Afstand boringen
A
De boringen op de stuuradapters zijn op een afstandBvan
het midden geplaatst.
15 mm
3,5 mm
15 mm
M00987-10
Afstand boringen
B
De stuuradapters kunnen in 4 verschillende standen worden
gemonteerd.
3,5 mm
11.16Stuurstand instellen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Een gerepareerd stuur vormt een veiligheidsrisico.
Als het stuur werd verbogen of uitgelijnd, treedt materiaalmoeheid op. Hierdoor kan het stuur breken.
– Vervang het stuur, als het stuur is verbogen of beschadigd.
62
Page 65
M00993-11
CHASSIS AFSTELLEN11
(EXC‑F EU/BR, XCF‑W)
–
Schroeven1verwijderen. Stuurklemmen verwijderen.
Stuur verwijderen en opzij leggen.
Info
Componenten door afdekken tegen beschadiging
beschermen.
Kabels en leidingen niet knikken.
–
Schroeven2verwijderen. Stuuradapters verwijderen.
– Stuuradapters in de gewenste positie zetten.
Schroeven2monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuuradapter
Info
Stuuradapters links en rechts gelijkmatig positioneren.
– Stuur positioneren.
M1040 Nm
Loctite®243™
Info
Erop letten dat de kabels en leidingen correct worden gelegd.
–
Stuurklemmen positioneren. Schroeven1monteren en
gelijkmatig vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuurklemmen
M820 Nm
Info
Op gelijkmatige spleetmaten letten.
63
Page 66
11CHASSIS AFSTELLEN
M00987-11
(alle Six Days‑modellen)
–
Schroeven1verwijderen. Stuurklemmen verwijderen.
Stuur verwijderen en opzij leggen.
Info
Componenten door afdekken tegen beschadiging
beschermen.
Kabels en leidingen niet knikken.
–
Schroeven2verwijderen. Stuuradapters verwijderen.
– Stuuradapters in de gewenste positie zetten.
Schroeven2monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuuradapter
M1040 Nm
Info
Stuuradapters links en rechts gelijkmatig positioneren.
– Stuur positioneren.
Loctite®243™
Info
Erop letten dat de kabels en leidingen correct worden gelegd.
–
Stuurklemmen positioneren. Schroeven1monteren en
gelijkmatig vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuurklemmen
M820 Nm
Info
Op gelijkmatige spleetmaten letten.
64
Page 67
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS12
12.1Motorfiets met hefbok opkrikken
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.
– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
– Motorfiets bij frame onder de motor opkrikken.
Hefbok (78129955100)
Beide wielen hebben geen contact met de bodem.
– Motorfiets beveiligen tegen omvallen.
401942-01
12.2Motorfiets van hefbok nemen
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.
– Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
12.3Vorkpoten ontluchten
401943-10
402556-10
– Motorfiets van hefbok nemen.
– Hefbok verwijderen.
–
Voor het parkeren van de motorfiets de zijstandaard1met de
voet tot de bodem uitklappen en belasten met de motorfiets.
Info
Tijdens het rijden moet de zijstandaard worden opgeklapt en met de rubberband zijn vastgezet.
Voorwerk
– Motorfiets met hefbok opkrikken. (pag. 65)
Hoofdwerk
–
Ontluchtingsschroeven1losdraaien.
Als de druk te hoog is, dan verdwijnt de overtollige druk
uit de binnenruimte van de voorvork.
Vuilschrapers1aan beide vorkpoten omlaag schuiven.
K00070-10
Info
De vuilschrapers schrapen stof en grof vuil van de binnenpoot af. In de loop van de tijd kan er vuil achter te
vuilschrapers terechtkomen. Als deze vervuiling niet
wordt verwijderd, kunnen de daarachter liggende oliekeerringen gaan lekken.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Olie of vet op de remschijven
vermindert de remwerking.
– Houd de remschijven steeds olie- en vetvrij.
– Reinig de remschijven indien nodig met remreini-
gingsmiddel.
12.5Voorvorkprotector demonteren
V00332-10
– Vuilschrapers en de binnenpoten aan beide vorkpoten reinigen
en smeren met olie.
Universele oliespray (pag. 173)
– Vuilschrapers terugduwen in de inbouwpositie.
– Overtollige olie verwijderen.
De ontluchtingsschroeven1zijn naar voren gepositioneerd.
Info
Aan het bovenste einde van de vorkpoten zijn groeven in de zijkant gefreesd. De tweede ingefreesde
groef (van boven) moet door de bovenkant van de
bovenste kroonplaat worden afgesloten.
V01756-11
402556-10
–
Schroeven2vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste
kroonplaat
–
Schroeven3vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste
kroonplaat
(alle Six Days‑modellen)
– Vorkpoten positioneren.
De ontluchtingsschroeven1zijn naar voren gepositioneerd.
Info
De uitgaande demping bevindt zich in de rechter
vorkpoot REB (rode stelschroef). De ingaande demping bevindt zich in de linker vorkpoot COM (witte
stelschroef).
Aan het bovenste einde van de vorkpoten zijn groeven in de zijkant gefreesd. De tweede ingefreesde
groef (van boven) moet door de bovenkant van de
bovenste kroonplaat worden afgesloten.
M820 Nm
M815 Nm
68
Page 71
V01784-11
K00546-10
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS12
–
Schroeven2vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste
kroonplaat
–
Schroeven3vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste
kroonplaat
–
Remzadel positioneren, schroeven4monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remzadel voor
– Kabelbinders monteren.
–
Remkabel, kabelboom en klem positioneren. Schroeven
monteren en vastdraaien.
– Lagers en afdichtelementen reinigen, op beschadiging contro-
leren en invetten.
Smeervet met hoge viscositeit (pag. 172)
– Onderste kroonplaat met vorkbuis plaatsen. Bovenste balhoofd-
lager monteren.
–
Controleren of de balhoofdafdichting boven1correct is
gepositioneerd.
–
Beschermingsring2en O-ring3erop schuiven.
B01605-10
V01785-11
V01791-10
– Bovenste kroonplaat met stuur positioneren.
–
Schroef4monteren, maar nog niet vastdraaien.
– Kabelboom en koppelingskabel vastzetten met kabelhouder.
– Vorkpoten positioneren.
De ontluchtingsschroeven5zijn naar voren gepositioneerd.
Info
De uitgaande demping bevindt zich in de rechter vorkpoot REB (rood stelelement).
De ingaande demping bevindt zich in de linker vorkpoot COMP (wit stelelement).
Aan het bovenste einde van de vorkpoten zijn groeven
in de zijkant gefreesd. De tweede ingefreesde groef (van
boven) moet door de bovenkant van de bovenste kroonplaat worden afgesloten.
71
Page 74
12SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
Schroeven6vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste
kroonplaat
V01790-10
–
Schroef4vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd
boven
–
Schroef7vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vorkbuis
V01789-10
boven
M815 Nm
M20x1,512 Nm
M820 Nm
V01790-11
V01792-10
–
Schroeven8vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste
kroonplaat
–
Remzadel positioneren, schroeven9monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remzadel voor
– Kabelbinders monteren.
–
Remkabel, kabelboom en klem positioneren. Schroeven
monteren en vastdraaien.
Nawerk
– Stuurbescherming monteren.
– Spatbord voor monteren. (pag. 78)
– Voorwiel monteren.(pag. 117)
– Koplampkap met koplamp monteren. (pag. 131)
– Controleren of kabelboom, bowdenkabels, rem- en koppelings-
leiding vrij kunnen bewegen en of ze goed zijn gelegd.
12.12Onderste kroonplaat monteren(alle Six Days‑modellen)
Hoofdwerk
– Lagers en afdichtelementen reinigen, op beschadiging contro-
leren en invetten.
Smeervet met hoge viscositeit (pag. 172)
– Onderste kroonplaat met vorkbuis positioneren. Bovenste bal-
hoofdlager monteren.
–
Controleren of de balhoofdafdichting boven1correct is
gepositioneerd.
–
Beschermring2en keerring3monteren.
B01604-10
V01787-12
V01791-10
– Bovenste kroonplaat met stuur positioneren.
–
Schroef4monteren, maar nog niet vastdraaien.
– Kabelboom en koppelingskabel vastzetten met kabelhouder.
– Vorkpoten positioneren.
De ontluchtingsschroeven5zijn naar voren gepositioneerd.
Info
De uitgaande demping bevindt zich in de rechter vorkpoot REB (rood stelelement). De ingaande demping
bevindt zich in de linker vorkpoot COMP (wit stelelement).
Aan het bovenste einde van de vorkpoten zijn groeven
in de zijkant gefreesd. De tweede ingefreesde groef (van
boven) moet door de bovenkant van de bovenste kroonplaat worden afgesloten.
73
Page 76
12SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
Schroeven6vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste
kroonplaat
V01793-10
–
Schroef4vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd
boven
–
Schroef7monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vorkbuis
V01794-10
boven
M815 Nm
M20x1,512 Nm
M817 Nm
Loctite®243™
V01793-11
V01792-10
–
Schroeven8vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste
kroonplaat
–
Remzadel positioneren, schroeven9monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remzadel voor
– Kabelbinders monteren.
–
Remkabel, kabelboom en klem positioneren. Schroeven
monteren en vastdraaien.
Nawerk
– Stuurbescherming monteren.
– Spatbord voor monteren. (pag. 78)
– Voorwiel monteren.(pag. 117)
– Koplampkap met koplamp monteren. (pag. 131)
– Controleren of kabelboom, bowdenkabels, rem- en koppelings-
leiding vrij kunnen bewegen en of ze goed zijn gelegd.
– Uitschakelknopbij stationair toerental van de motor indruk-
ken, totdat de motor stilstaat.
– Koplampkap met koplamp demonteren. (pag. 131)
Hoofdwerk
(EXC‑F EU/BR, XCF‑W)
–
Schroeven1verwijderen.
V00340-10
V00341-10
K00576-10
–
Schroeven2verwijderen. Spatbord voor verwijderen.
(alle Six Days‑modellen)
–
Schroeven1verwijderen.
77
Page 80
12SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
S01321-10
12.18Spatbord voor monteren
Hoofdwerk
(EXC‑F EU/BR, XCF‑W)
–
Schroeven2verwijderen. Spatbord voor verwijderen.
Spatbord voor positioneren. Schroeven1monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroe-
M610 Nm
ven chassis
V00340-10
V00341-10
K00576-10
–
Schroeven2monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroe-
M610 Nm
ven chassis
(alle Six Days‑modellen)
–
Spatbord voor positioneren. Schroeven1monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroe-
M610 Nm
ven chassis
–
Schroeven2monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroe-
M610 Nm
ven chassis
78
S01321-10
Nawerk
– Koplampkap met koplamp monteren. (pag. 131)
Page 81
12.19Schokdemper demonteren
V01811-10
12.20Schokdemper monteren
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS12
– Koplampinstelling controleren. (pag. 133)
Voorwerk
– Motorfiets met hefbok opkrikken. (pag. 65)
Hoofdwerk
–
Schroef1verwijderen en het achterwiel met de achterbrug
zo ver neerlaten dat het achterwiel nog gedraaid kan worden.
Achterwiel in deze stand vastzetten.
–
Schroef2verwijderen, spatbescherming3opzij duwen en
schokdemper verwijderen.
Hoofdwerk
–
Spatbescherming1opzij duwen en schokdemper positioneren. Schroef2monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef schokdemper boven
M1280 Nm
Loctite®2701™
12.21Zadel verwijderen
V01811-11
–
Schroef3monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef schokdemper onder
M1280 Nm
Info
Het zwenklager voor de schokdemper van de achterbrug
is gecoat met teflon. Het mag noch met vet noch met
andere smeermiddelen worden gesmeerd. Smeermiddelen lossen de tefloncoating op waardoor de levensduur
drastisch wordt verkort.
Nawerk
– Motorfiets van hefbok nemen. (pag. 65)
–
Schroef1verwijderen.
Loctite®2701™
S03480-10
79
Page 82
12SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
– Zadel achteraan optillen, naar achteren trekken en naar boven
toe verwijderen.
H02218-10
12.22Zadel monteren
– Zadel vooraan aan de flensbussen van de brandstoftank haken,
achteraan neerlaten en naar voren schuiven.
– Ervoor zorgen dat het zadel goed vergrendeld is.
H02218-11
–
S03480-10
12.23Deksel luchtfilterbak demonteren
Voorwaarde
Schroef1monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroeven chassis
Deksel luchtfilterbak vastgezet.
– Zadel verwijderen. (pag. 79)
–
Schroef1verwijderen.
M610 Nm
80
V01815-10
Page 83
V01815-11
V01816-10
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS12
–
Deksel luchtfilterbak in bereikAnaar de zijkant toe eraf
trekken en naar voren toe verwijderen.
Voorwaarde
Deksel luchtfilterbak niet vastgezet.
–
Deksel luchtfilterbak in bereikAnaar de zijkant toe eraf
trekken en naar voren toe verwijderen.
12.24Deksel luchtfilterbak monteren
V01815-12
V01815-10
Voorwaarde
Deksel luchtfilterbak vastgezet.
–
Deksel luchtfilterbak in bereikAvasthaken en in
bereikBvergrendelen.
–
Schroef1monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef deksel
luchtfilterbak
®
EJOT PT
K60x20-Z
– Zadel monteren. (pag. 80)
Voorwaarde
Deksel luchtfilterbak niet vastgezet.
–
Deksel luchtfilterbak in bereikAvasthaken en in
bereikBvergrendelen.
3 Nm
V01816-11
81
Page 84
12SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
12.25Luchtfilter demonteren
Aanwijzing
Motorschade Ongefilterde aanzuiglucht heeft een negatief effect op de levensduur van de motor.
Zonder luchtfilter dringen stof en vuil in de motor.
–
Gebruik het voertuig nooit zonder luchtfilter.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
– Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschreven
wijze af.
Voorwerk
– Deksel luchtfilterbak demonteren. (pag. 80)
Hoofdwerk
–
Bevestigingslip1losmaken. Luchtfilter met luchtfilterhouder
verwijderen.
– Luchtfilter van luchtfilterhouder verwijderen.
12.26Luchtfilter monteren
V01812-10
H02459-01
V01813-10
Hoofdwerk
– Schoon luchtfilter op de luchtfilterhouder monteren.
–
Luchtfilter in het bereikAinvetten.
Duurzaam vet (pag. 172)
–
Luchtfilter plaatsen en borgpen1in busBpositioneren.
Het luchtfilter is correct gepositioneerd.
–
Onderste borgpen met bevestigingsklem2vastzetten.
Info
Wanneer het luchtfilter niet correct gemonteerd is, kunnen stof en vuil in de motor dringen en schade veroorzaken.
82
Nawerk
– Deksel luchtfilterbak monteren. (pag. 81)
Page 85
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS12
12.27Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
– Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschreven
wijze af.
Info
Luchtfilter niet reinigen met brandstof of petroleum aangezien deze middelen de schuimstof aanvreten.
Gevaar voor de gezondheid Roetdeeltjes irriteren de ogen en slijmvliezen.
– Draag een geschikte adem- en oogbescherming bij het reinigen van de de einddemper en het kool-
stoffilter.
–
Einddemper-huls4en zeef5van spark-arrestor met perslucht reinigen.
–
Nieuwe keerring3op de eindkap2monteren.
–
Eindkap2positioneren. Schroeven1monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroeven van einddemperM57 Nm
Nawerk
– Einddemper monteren. (pag. 84)
V01736-10
85
Page 88
12SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
12.32Glasvezelvulling van einddemper vervangen
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Het uitlaatsysteem wordt bij gebruik van het voertuig zeer heet.
– Laat het uitlaatsysteem afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert.
Info
Na enige tijd vervluchtigen de vezels van het glasvezel naar buiten, de demper "brandt" uit.
Naast een hoger geluidsniveau verandert daardoor ook de vermogenskarakteristiek.
Voorwerk
– Einddemper demonteren. (pag. 84)
Hoofdwerk
(alle EU/BR‑modellen)
–
–
– Oude glasvezelvulling verwijderen.
–
–
– Keerring op de eindkap monteren.
– Eindkap positioneren.
– Alle schroeven monteren en vastdraaien.
Onderdelen die weer worden gemonteerd reinigen en controleren of deze beschadigd zijn.
Nieuwe glasvezelvulling4in de einddemper monteren.
Voorgeschreven waarde
Schroeven van
einddemper
M57 Nm
V01734-10
V01735-10
(XCF‑W)
–
Schroeven1verwijderen.
–
Eindkap2met keerring3verwijderen.
– Oude glasvezelvulling verwijderen.
– Onderdelen die weer worden gemonteerd reinigen en con-
troleren of deze beschadigd zijn.
–
Nieuwe glasvezelvulling4in de einddemper monteren.
– Keerring op de eindkap monteren.
– Eindkap positioneren.
– Alle schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroeven van
einddemper
M57 Nm
86
Page 89
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS12
Nawerk
– Einddemper monteren. (pag. 84)
12.33Brandstoftank demonteren
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.
– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.
–
Zet de motor uit, als u brandstof tankt.
– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.
– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.
– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
– Adem geen brandstofdampen in.
–
Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
brandstof in de ogen zijn gekomen.
– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
– Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.
V01824-10
V01825-10
Voorwerk
– Zadel verwijderen. (pag. 79)
Hoofdwerk
–
Stekker1van brandstofpomp loskoppelen.
–
Steekverbinding2van de brandstofleiding grondig reinigen
met perslucht.
Info
Er mag in geen geval vuil in de brandstofleiding
terechtkomen. Binnengedrongen vuil verstopt de
inspuitklep!
– Steekverbinding van de brandstofleiding loskoppelen.
Info
Uit de brandstofleiding kan nog wat resterende brandstof stromen.
–
Wasdopset3monteren.
Waskappenset (81212016100)
87
Page 90
12SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
(alle EU/BR‑modellen)
–
– Claxon met claxonhouder opzij hangen.
V01764-10
(XCF‑W)
–
V01765-10
Schroeven4verwijderen.
Schroeven4verwijderen.
–
Schroef5met rubberbus verwijderen.
– Slang van de brandstoftankontluchting trekken.
V01766-10
– Beide spoilers naar de zijkant van de radiateur trekken en
brandstoftank naar boven toe verwijderen.
V01767-10
12.34Brandstoftank monteren
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.
– Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.
– Zet de motor uit, als u brandstof tankt.
– Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.
– Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.
– Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
88
Page 91
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS12
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
– Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
– Adem geen brandstofdampen in.
– Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als
brandstof in de ogen zijn gekomen.
– Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
Hoofdwerk
– Gaskabelplaatsing controleren. (pag. 95)
– Brandstoftank positioneren en beide spoilers aan de zijkant
vóór de radiateur vasthaken.
– Erop letten dat er geen kabels of bowdenkabels klem raken of
worden beschadigd.
V01767-11
V01766-11
V01764-11
– Slang voor brandstoftankontluchting erop steken.
–
Schroef1met rubberbus monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroe-
M610 Nm
ven chassis
(alle EU/BR‑modellen)
– Claxon met claxonhouder positioneren.
–
Schroeven2monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroe-
M610 Nm
ven chassis
(XCF‑W)
–
Schroeven2monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroe-
M610 Nm
ven chassis
V01765-11
89
Page 92
12SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
Stekker3van de brandstofpomp verbinden.
– Waskappenset verwijderen.
– Steekverbinding van de brandstofleiding grondig reinigen met
perslucht.
V01824-11
–
Keerring smeren en steekverbinding4van de brandstofleiding verbinden.
Nawerk
– Zadel monteren. (pag. 80)
Info
Er mag in geen geval vuil in de brandstofleiding
terechtkomen. Binnengedrongen vuil verstopt de
inspuitklep!
Info
Kabels en brandstofleiding op een veilige afstand van
het uitlaatsysteem leggen.
12.35Kettingvervuiling controleren
– Ketting controleren op grove vervuiling.
» Als de ketting erg vuil is:
– Ketting reinigen. (pag. 90)
400678-01
12.36Ketting reinigen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Smeermiddel op de banden vermindert de grip van de banden.
– Verwijder smeermiddel met een geschikt reinigingsmiddel van de banden.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Olie of vet op de remschijven vermindert de remwerking.
– Houd de remschijven steeds olie- en vetvrij.
– Reinig de remschijven indien nodig met remreinigingsmiddel.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
– Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschreven
wijze af.
Info
De levensduur van de ketting is voor een groot deel afhankelijk van het onderhoud.
90
Page 93
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS12
Voorwerk
– Motorfiets met hefbok opkrikken. (pag. 65)
Hoofdwerk
– Grove vervuiling afspoelen met een zachte waterstraal.
– Verbruikte smeerresten met een kettingreiniger verwijderen.
Kettingreinigingsmiddel (pag. 172)
– Na het drogen kettingspray aanbrengen.
Kettingspray offroad (pag. 172)
400725-01
Nawerk
– Motorfiets van hefbok nemen. (pag. 65)
12.37Kettingspanning controleren
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Een verkeerde kettingspanning beschadigt componenten en leidt tot ongevallen.
Als de ketting te strak gespannen is, sluiten de ketting, het ketting-aandrijfwiel, het kettingwiel alsmede
transmissie- en achterwiellagers sneller. Sommige componenten kunnen bij overbelasting scheuren of
breken.
Als de ketting te los is, kan de ketting van het ketting-aandrijfwiel of van het kettingwiel vallen. Hierdoor
blokkeert het achterwiel of wordt de motor beschadigd.
– Controleer de kettingspanning regelmatig.
– Stel de kettingspanning in zoals voorgeschreven.
V00354-10
Voorwerk
– Motorfiets met hefbok opkrikken. (pag. 65)
Hoofdwerk
– Ketting aan het einde van het onderste glijblok omhoog trek-
ken en de kettingspanningAbepalen.
Info
Het onderste deel van de ketting1moet daarbij
gespannen zijn.
Als de kettingbescherming gemonteerd is moet de ketting minimaal tot de aanslag aan de kettingbeschermingBomhoog kunnen worden getrokken.
Kettingen slijten niet altijd gelijkmatig, daarom moet
de meting op verschillende plekken van de ketting worden herhaald.
Kettingspanning55 … 58 mm
» Als de kettingspanning niet overeenkomt met de voorge-
Gevaar voor ongevallen Een verkeerde kettingspanning beschadigt componenten en leidt tot ongevallen.
Als de ketting te strak gespannen is, sluiten de ketting, het ketting-aandrijfwiel, het kettingwiel alsmede
transmissie- en achterwiellagers sneller. Sommige componenten kunnen bij overbelasting scheuren of
breken.
Als de ketting te los is, kan de ketting van het ketting-aandrijfwiel of van het kettingwiel vallen. Hierdoor
blokkeert het achterwiel of wordt de motor beschadigd.
– Controleer de kettingspanning regelmatig.
– Stel de kettingspanning in zoals voorgeschreven.
Kettingspanning door het draaien van de stelschroeven
links en rechts instellen.
Voorgeschreven waarde
Kettingspanning55 … 58 mm
Stelschroeven3links en rechts zodanig draaien dat de
markeringen aan de linker en rechter kettingspanner in
dezelfde positie staan t.o.v. de referentiemarkeringenA.
Zo is het achterwiel correct uitgelijnd.
3
E00330-10
–
Moeren2vastdraaien.
–
Controleren of de kettingspanners4tegen de stelschroeven3liggen.
–
Moer1vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer steekas achterM20x1,580 Nm
Info
Door het grote instelbereik van de kettingspanner
(32 mm) kunnen bij gelijke kettinglengte verschillende
secundaire overbrengingen worden gereden.
De kettingspanners4kunnen 180° worden gedraaid.
Nawerk
– Motorfiets van hefbok nemen. (pag. 65)
92
Page 95
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS12
12.39Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren
Voorwerk
– Motorfiets met hefbok opkrikken. (pag. 65)
Hoofdwerk
– Versnelling in stationair schakelen.
– Ketting, kettingwiel en ketting-aandrijfwiel op slijtage controle-
ren.
» Als ketting, kettingwiel of ketting-aandrijfwiel versleten
zijn:
– Aandrijfset vervangen.
400227-01
400987-10
Info
Ketting-aandrijfwiel, kettingwiel en ketting moeten altijd samen worden vervangen.
– Aan het bovenste deel van de ketting met het aangegeven
gewichtAtrekken.
Voorgeschreven waarde
Gewicht voor het meten van
de kettingslijtage
–
De afstandBvan 18 kettingschakels aan het onderste deel
van de ketting meten.
10 … 15 kg
Info
Kettingen slijten niet altijd gelijkmatig, daarom moet
de meting op verschillende plekken van de ketting worden herhaald.
Maximale afstandBvan
18 kettingschakels op het
langste stuk van de ketting
»
Als de afstandBgroter is dan de aangegeven maat:
– Aandrijfset vervangen.
272 mm
Info
Als een nieuwe ketting wordt gemonteerd,
moeten ook het kettingwiel en het
ketting-aandrijfwiel worden vervangen.
Nieuwe kettingen slijten op een oud, versleten
kettingwiel resp. ketting-aandrijfwiel sneller.
93
Page 96
12SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
– Glijblok op slijtage controleren.
» Als de onderkant van de bout aan de ketting zich op
– Controleren of het glijblok goed vastzit.
» Als het glijblok loszit:
V01829-10
dezelfde hoogte of onder het bovenste glijblok bevindt:
– Bovenste glijblok vervangen.
– Schroeven van het glijblok vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef glijblok
M66 Nm
Loctite®243™
V01830-10
– Onderste glijblok op slijtage controleren.
» Als de onderkant van de bout aan de ketting zich op
dezelfde hoogte of onder onderste glijblok bevindt:
– Onderste glijblok vervangen.
– Controleren of het onderste glijblok goed vastzit.
» Als het onderste glijblok loszit:
– Schroef van het glijblok vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste
glijblok
– Kettinggeleiding controleren op slijtage.
M815 Nm
Info
De slijtage is herkenbaar aan de voorkant van de kettinggeleiding.
94
» Wanneer het lichtgekleurde deel van de kettinggeleiding is
versleten:
– Kettinggeleiding vervangen.
401760-01
Page 97
12.40Frame controleren
E00333-01
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS12
– Controleren of de kettinggeleiding goed vastzit.
» Als de kettinggeleiding loszit:
– Schroeven van de kettinggeleiding vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende
schroeven chassis
Resterende moeren chassis
Nawerk
– Motorfiets van hefbok nemen. (pag. 65)
– Frame controleren op scheurvorming en vervorming.
» Als het frame door een mechanische krachtinwerking
gescheurd of vervormd is:
– Frame vervangen.
M610 Nm
M610 Nm
S01316-10
12.41Achterbrug controleren
S01317-10
12.42Gaskabelplaatsing controleren
Info
Een frame dat door een mechanische krachtinwerking is beschadigd, altijd vervangen. KTM
staat niet toe dat frames worden gerepareerd.
– Achterbrug op beschadiging, scheurvorming en vervorming
controleren.
» Als de achterbrug beschadigd, gescheurd of vervormd is:
– Achterbrug vervangen.
Info
Een beschadigde achterbrug altijd vervangen.
Reparatie van de achterbrug staat KTM niet toe.
Beide gaskabels moeten naast elkaar aan de achterkant van
het stuur, boven het brandstoftanklager, naar het smoorklephuis gelegd zijn. Beide gasbowdenkabels moeten achter de
rubberband van de brandstoftankhouder geborgd zijn.
» Als de gaskabel niet op de voorgeschreven wijze is gelegd:
– Rubberen stuurcovers aan stuur controleren op beschadiging
401197-01
(alle EU/BR‑modellen)
en slijtage. Controleren of de stuurcovers goed vastzitten.
Info
De rubberen stuurcovers zijn links op een huls
en rechts op de handgreep van de gashendel
gevulkaniseerd. De linker huls is op het stuur
vastgeklemd.
De rubberen stuurcover kan alleen worden vervangen
met de huls of de gasbuis.
» Als een rubberen stuurcover is beschadigd, versleten of
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid,
komt de koppelingshendel verder van het stuur af te
staan.
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid,
E00842-10
komt de koppelingshendel dichter bij het stuur te
staan.
Het instelbereik is beperkt.
Draai de stelschroef alleen met de hand en gebruik
geen geweld.
Niet instellen tijdens het rijden.
– Bewaar remvloeistof buiten het bereik van kinderen.
– Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
– Voorkom contact van remvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als remvloeistof werd ingeslikt.
– Bij contact met de huid desbetreffende plek met veel water afspoelen.
– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts opzoeken, als accugassen in de
ogen zijn gekomen.
– Wissel uw kleding, als er remvloeistof op is gekomen.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
– Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschreven
wijze af.
97
Page 100
12SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Info
Het vloeistofpeil stijgt naarmate de koppelingplaten zijn versleten.
Nooit remvloeistof DOT 5 gebruiken. Deze is gebaseerd op siliconenolie en is purper gekleurd. Afdichtingen en koppelingskabels zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Ervoor zorgen dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen, omdat remvloeistof lak
aantast.
Uitsluitend schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken.
– Het aan het stuur gemonteerde reservoir van de hydraulische
koppeling in een horizontale positie zetten.
–
Schroeven1verwijderen.
–
Deksel2met membraan3verwijderen.
– Vloeistofpeil controleren.
V00456-10
Vloeistofpeil lager dan
bovenkant van reservoir
» Als het vloeistofpeil niet overeenkomt met de voorgeschre-
ven waarde:
– Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (pag. 171)
– Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en
vastdraaien.
4 mm
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met
water afspoelen.
12.46Vloeistof van de hydraulische koppeling verversen
– Bewaar remvloeistof buiten het bereik van kinderen.
– Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
– Voorkom contact van remvloeistof met de huid, de ogen of kleding.
– Raadpleeg onmiddellijk een arts, als remvloeistof werd ingeslikt.
– Bij contact met de huid desbetreffende plek met veel water afspoelen.
– Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en een arts opzoeken, als accugassen in de
ogen zijn gekomen.
– Wissel uw kleding, als er remvloeistof op is gekomen.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
– Voer olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel, remvloeistof e.d. op de correcte en voorgeschreven
wijze af.
98
Loading...
+ hidden pages
You need points to download manuals.
1 point = 1 manual.
You can buy points or you can get point for every manual you upload.