Hp COMPAQ PRESARIO 2111EA, COMPAQ PRESARIO 2550EA, COMPAQ PRESARIO 2541EU, COMPAQ PRESARIO 2131EU, COMPAQ PRESARIO 2178EA SERVICE MANUAL [nl]

...
Page 1
b

Naslaggids

Compaq notebookcomputers
Artikelnummer van document: 319954-331
November 2003
In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u de notebookcomputer kunt instellen, gebruiken en onderhouden en hoe u problemen oplost. U vindt ook informatie over accu's, energiebeheer, het aansluiten van externe apparatuur en modem- en netwerkverbindingen. Het laatste hoofdstuk bevat extra referentiemateriaal over modemopdrachten, veiligheid en voorschriften.
Page 2
© 2003 Hewlett-Packard Development Company, L.P.
Microsoft, MS-DOS en Windows zijn handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten en diensten staan vermeld in de expliciete garantiebepalingen bij de betreffende producten en diensten. Aan de informatie in dit document kunnen geen rechten worden ontleend. HP aanvaardt geen aansprakelijkheid voor technische fouten, drukfouten of weglatingen in deze publicatie.
Naslaggids Compaq notebookcomputers Eerste editie, November 2003 Artikelnummer: 319954-331
Page 3
Licentieovereenkomst
voor software
Dit product van Hewlett-Packard bevat softwareprogramma's. Lees deze LICENTIEovereenkomst zorgvuldig door voordat u deze hardware in gebruik neemt. RECHTEN OP DE SOFTWARE WORDEN ALLEEN VERLEEND INDIEN DE KLANT AKKOORD GAAT MET ALLE VOORWAARDEN EN BEPALINGEN VAN DE LICENTIEOVEREENKOMST. Als u de hardware in gebruik neemt, betekent dit dat u akkoord gaat met deze voorwaarden en bepalingen. ALS U NIET AKKOORD GAAT MET DE LICENTIEOVEREENKOMST, MOET U NU DE SOFTWARE VAN UW VASTE SCHIJF VERWIJDEREN EN DE ORIGINELE DISKETTES VERNIETIGEN, OF HET GEHELE HP PRODUCT PLUS SOFTWARE RETOURNEREN AAN UW LEVERANCIER, WAARNA HET VOLLEDIGE AANKOOPBEDRAG AAN U WORDT TERUGBETAALD. Als u verdergaat met de configuratie, GEEFT U AAN akkoord TE gaaN met de LICENTIEovereenkomst.
TENZIJ HIERNA ANDERS WORDT AANGEGEVEN, IS DEZE LICENTIEOVEREENKOMST VOOR SOFTWARE VAN HP VAN TOEPASSING OP HET GEBRUIK VAN ALLE SOFTWARE DIE ALS ONDERDEEL VAN HET HP PRODUCT AAN U IS GELEVERD. DEZE OVEREENKOMST VERVANGT ALLE GARANTIEBEPALINGEN DIE EVENTUEEL BIJ HET PRODUCT WORDEN GELEVERD OF ONLINE STAAN VERMELD.
Naslaggids iii
Page 4
Licentieovereenkomst voor software
Besturingssystemen en applicaties van Microsoft vallen onder de gebruiksrechtovereenkomst van Microsoft. U vindt deze overeenkomst in de Microsoft-documentatie of op het scherm wanneer u een softwareproduct van Microsoft voor het eerst start.
Als u een notebookcomputer met een Microsoft-besturingssysteem heeft, geldt het volgende: De
gebruiksrechten die u verwerft wanneer u de notebookcomputer opstart en de gebruiksrechtovereenkomst van Microsoft accepteert, zijn alleen geldig als er een Certificate of Authenticity (Certificaat van Echtheid) voor het Microsoft-besturingssysteem in kwestie bij de computer is geleverd. Het Certificaat van Echtheid bevindt zich meestal aan de onderkant van de notebookcomputer. Als het Certificaat van Echtheid niet overeenkomt met het geïnstalleerde Microsoft-besturingssysteem of als het certificaat ontbreekt, neemt u contact op met uw HP leverancier.
Voor andere besturingssystemen en softwareproducten die niet afkomstig zijn van HP geldt de licentie van de leverancier. De volgende gebruiksvoorwaarden gelden voor de HP software:
GEBRUIK. De klant mag de software op één HP product gebruiken. De klant mag de software niet via een netwerk beschikbaar stellen of op andere wijze op meer dan één HP product gebruiken. De klant mag de software niet deassembleren of decompileren, tenzij dat wettelijk is toegestaan.
Kopieën en aanpassingen. De klant mag de software kopiëren of aanpassen (a) voor archiefdoeleinden of (b) wanneer het maken van kopieën of het aanbrengen van aanpassingen essentieel is voor het gebruik van de software op een HP product, zolang de kopieën en aanpassingen niet op andere wijze worden gebruikt.
EIGENDOM. De klant gaat ermee akkoord dat hij/zij geen eigendomsrechten op de software kan doen gelden, behalve op de fysieke media. De klant erkent en gaat ermee akkoord dat de software auteursrechtelijk is beschermd. De klant erkent en gaat ermee akkoord dat de software kan zijn ontwikkeld door een derde leverancier, genoemd in de auteursrechtelijke vermeldingen bij dit pakket, die de klant aansprakelijk kan stellen voor inbreuk op de auteursrechten of schending van deze overeenkomst.
iv Naslaggids
Page 5
Licentieovereenkomst voor software
Cd-rom of dvd voor productherstel. Als het HP product werd geleverd met een cd-rom of dvd voor productherstel, geldt het volgende: (i) De cd-rom of dvd voor productherstel en de bijbehorende software mogen alleen worden gebruikt voor herstel van de vaste schijf van het HP product waarbij de cd-rom of dvd oorspronkelijk is geleverd. (ii) Op het gebruik van besturingssysteemsoftware van Microsoft die op deze cd-rom of dvd voor productherstel staat, is de Microsoft Gebruiksrechtovereenkomst van toepassing.
Overdracht van rechten op software. De klant mag de rechten op de software slechts aan derden overdragen indien alle rechten worden overgedragen en deze derde vooraf aan de klant kenbaar heeft gemaakt dat hij akkoord gaat met de voorwaarden van deze licentieovereenkomst. De klant gaat ermee akkoord dat zijn/haar rechten op de software na deze overdracht komen te vervallen en stemt ermee in om na deze overdracht zijn/haar kopieën en aanpassingen te vernietigen of aan deze derde over te dragen.
Sublicentie en distributie. De klant mag de software niet in lease of sublicentie geven en geen kopieën of aanpassingen van de software op fysieke media of via telecommunicatie verspreiden zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Hewlett-Packard.
Beëindiging. Hewlett-Packard kan deze licentieovereenkomst voor de software beëindigen wanneer deze voorwaarden niet door de klant worden nageleefd, mits Hewlett-Packard de klant heeft verzocht om de voorwaarden alsnog na te leven en de klant dit niet binnen dertig (30) dagen na bedoeld verzoek heeft gedaan.
Updates en upgrades. De klant gaat ermee akkoord dat de software geen updates en upgrades omvat. Deze zijn eventueel op grond van een aparte ondersteuningsovereenkomst bij Hewlett-Packard te verkrijgen.
Export BEPALINGEN. De klant stemt ermee in de software of kopieën of aanpassingen daarvan niet (opnieuw) te zullen exporteren indien dit in strijd is met de bepalingen van de exportwetgeving van de Verenigde Staten of andere van toepassing zijnde bepalingen.
Naslaggids v
Page 6
Licentieovereenkomst voor software
Beperkte rechten van de overheid van de Verenigde Staten.
Gebruik, duplicatie of publicatie is onderhevig aan de standaard HP gebruiksovereenkomst. Voor departementen en instellingen die geen onderdeel uitmaken van het Amerikaanse ministerie van Defensie gelden de beperkingen die zijn vastgelegd in FAR
52.227-19(c)(1-2) (juni 1987) Hewlett-Packard Company, 3000 Hanover Street, Palo Alto, CA 94304 U.S.A. Copyright (c) 2000 Hewlett-Packard Company. Alle rechten voorbehouden. De klant gaat er tevens mee akkoord dat de software wordt geleverd en gelicentieerd als "Commercial notebook software" zoals gedefinieerd in DFARS 252-227-7014 (juni 1995), als een "commercial item" zoals gedefinieerd in FAR 2.101(a) of als "Restricted notebook software" zoals gedefinieerd in FAR
52.227-19 (of een vergelijkbare bepaling of een vergelijkbaar contractartikel), welke van toepassing is. De klant gaat ermee akkoord dat hij/zij uitsluitend de rechten heeft die voor de software worden verleend op grond van de van toepassing zijnde FAR- of DFARS-bepaling of de standaard HP softwareovereenkomst voor het betrokken product.
ONDERSTEUNINGSBELEID VOOR SERVICE PACKS VOOR MICROSOFT-BESTURINGSSYSTEMEN. HP biedt
ondersteuning aan de eindgebruikers van HP notebookcomputers met Microsoft-besturingssystemen. Hieronder vallen ook de nieuwste Service Packs. Deze ondersteuning is 30 dagen na het uitbrengen van het Service Pack door Microsoft beschikbaar.
ASSISTENTIETECHNOLOGIE. Dit product is ontworpen met het oog op toegankelijkheid. Het is getest met toonaangevende assistentietechnologieproducten, om te waarborgen dat iedereen, overal en altijd gelijkelijk toegang heeft.
vi Naslaggids
Page 7

Inhoudsopgave

Licentieovereenkomst voor software
1 Aan de slag met de notebookcomputer
Onderdelen van de notebookcomputer. . . . . . . . . . . . . . . 1–1
Onderdelen aan de voorkant en rechterkant . . . . . . . 1–2
Onderdelen aan de linkerkant en achterkant . . . . . . . 1–4
Onderdelen aan de onderkant . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1–6
Statuslampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1–8
Notebookcomputer instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1–10
Stap 1: Accu plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1–10
Stap 2: Notebookcomputer aansluiten
op netvoeding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1–11
Stap 3: Telefoonlijn aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . 1–12
Stap 4: Notebookcomputer inschakelen . . . . . . . . . 1–13
Stap 5: Windows configureren . . . . . . . . . . . . . . . . 1–14
2 Basiswerking
Notebookcomputer bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–1
Standaardinstellingen voor energiebeheer. . . . . . . . . 2–2
Notebookcomputer opnieuw starten . . . . . . . . . . . . . 2–3
Opstarteenheid wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–3
Touchpad gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–4
De aantipfunctie van het touchpad gebruiken . . . . . . 2–5
Hotkeys gebruiken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–6
Snelknoppen gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–7
Windows-toets en applicatietoetsen gebruiken . . . . . 2–8
Speciale tekens typen met de Alt Gr-toets. . . . . . . . . 2–9
Naslaggids vii
Page 8
Inhoudsopgave
3 Accu's en energiebeheer
Cd's of dvd's gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–10
Cd of dvd plaatsen of verwijderen. . . . . . . . . . . . . . 2–10
Dvd-films afspelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–11
Cd's maken of kopiëren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–12
Schrijven naar dvd-media . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–12
Notebookcomputer beveiligen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–13
Wachtwoordbeveiliging instellen . . . . . . . . . . . . . . 2–13
Notebookcomputer vergrendelen . . . . . . . . . . . . . . 2–13
Beveiligingskabel aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–14
Bescherming tegen virussen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–15
Vaste schijf vergrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–15
Onderhoud van de notebookcomputer . . . . . . . . . . . . . . 2–16
Vaste schijf beschermen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–16
Notebookcomputer onderhouden . . . . . . . . . . . . . . 2–17
Gegevens beschermen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–17
Levensduur van het beeldscherm verlengen . . . . . . 2–18
Notebookcomputer reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2–18
Energieverbruik beheren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3–1
Automatisch energiebeheer
van de notebookcomputer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3–2
Time-outinstellingen wijzigen
en energiebeheerschema's maken . . . . . . . . . . . . . . . 3–3
Accuvoeding gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3–4
Accustatus controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3–4
Hoe te handelen wanneer de accu leeg raakt. . . . . . . 3–5
Accu opladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3–5
Accu's optimaal gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3–6
viii Naslaggids
Page 9
Inhoudsopgave
4 Modem- en netwerkverbindingen
Modem gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4–1
Modem aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4–2
Speciale beperkingen in bepaalde landen . . . . . . . . . 4–3
Modeminstellingen wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4–4
Verbinding met een lokaal netwerk . . . . . . . . . . . . . . . . . 4–5
WLAN-adapter gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4–6
Draadloze netwerkverbindingen
(alleen bepaalde modellen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4–8
Draadloze communicatie in- en uitschakelen . . . . . 4–11
5 Externe opties
Externe apparaten aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5–1
PC Card plaatsen of verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . 5–1
Audioapparaat aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5–3
Externe monitor gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5–4
1394-apparaat aansluiten
(alleen bepaalde modellen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5–6
Verbinden met een infraroodapparaat
(alleen bepaalde modellen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5–6
Poortreplicator gebruiken
(alleen bepaalde modellen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5–8
Extra RAM-geheugen installeren. . . . . . . . . . . . . . . . . . 5–11
RAM-uitbreidingsmodule installeren . . . . . . . . . . . 5–11
RAM-uitbreidingsmodule verwijderen . . . . . . . . . . 5–13
Vaste schijf vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5–15
Vaste schijf vervangen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5–15
Vaste-schijfhouder vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . 5–17
Nieuwe vaste schijf gebruiksklaar maken . . . . . . . . 5–18
Naslaggids ix
Page 10
Inhoudsopgave
6 Problemen oplossen
Problemen met de notebookcomputer oplossen. . . . . . . . 6–1
Audioproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–2
Problemen met cd-rom's en dvd's . . . . . . . . . . . . . . . 6–3
Problemen met het beeldscherm . . . . . . . . . . . . . . . . 6–5
Problemen met de vaste schijf . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–6
Problemen met de temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–7
Problemen met infraroodcommunicatie . . . . . . . . . . 6–7
Problemen met het toetsenbord
en apparatuur voor cursorbesturing . . . . . . . . . . . . . . 6–8
Problemen met het lokale netwerk (LAN) . . . . . . . 6–10
Problemen met het geheugen. . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–11
Problemen met het modem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–12
Problemen met PC Cards (PCMCIA) . . . . . . . . . . . 6–16
Problemen met de prestaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–17
Problemen met de voeding en accu . . . . . . . . . . . . . 6–18
Problemen met afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–21
Problemen met seriële poorten, parallelle
parallelle poorten en USB-poorten . . . . . . . . . . . . . 6–22
Opstartproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–24
Problemen met draadloze communicatie. . . . . . . . . 6–26
Notebookcomputer configureren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–28
BIOS-setupprogramma uitvoeren . . . . . . . . . . . . . . 6–28
Instellingen van het videogeheugen wijzigen
met het BIOS-setupprogramma . . . . . . . . . . . . . . . . 6–34
Software en stuurprogramma's updaten via Internet . . . 6–34
Voorzieningen voor systeemherstel . . . . . . . . . . . . . . . . 6–35
Gegevens beschermen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–36
Besturingssysteem herstellen
met besturingssysteem-cd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–37
Besturingssysteem opnieuw installeren
met besturingssysteem-cd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–38
Stuurprogramma's opnieuw installeren . . . . . . . . . . 6–39
Applicaties herstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6–40
x Naslaggids
Page 11
Inhoudsopgave
7 Naslaggegevens
Naslaggegevens voor modems. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–1
Naslaggegevens (Conexant-modem). . . . . . . . . . . . . 7–1
Veiligheidsvoorschriften . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–17
Netsnoeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–17
Accu's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–18
Laser . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–19
LED . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–19
Kwik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–20
Blootstelling aan straling van radiofrequenties . . . . 7–20
Kennisgeving over draadloze apparatuur . . . . . . . . 7–21
Kennisgevingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–21
U.S.A. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–21
Canada . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–25
Europese Unie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–26
Japan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–29
Korea . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–30
Nieuw-Zeeland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–31
Rusland . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–33
Brazilië. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–33
Internationaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7–33
Index
Naslaggids xi
Page 12
1
Aan de slag met
de notebookcomputer

Onderdelen van de notebookcomputer

Afhankelijk van de regio en de door u gekozen voorzieningen is de notebookcomputer voorzien van verschillende onderdelen. De volgende afbeeldingen bevatten de externe onderdelen waarvan de meeste notebookmodellen zijn voorzien.
Zoek voor de onderdelen van uw notebookcomputer de afbeeldingen die op uw notebookcomputer betrekking hebben.
Naslaggids 1–1
Page 13
Aan de slag met de notebookcomputer

Onderdelen aan de voorkant en rechterkant

Statuslampjes (van links naar
1
rechts): energiestand, vaste-schijfactiviteit en accu
Touchpad, scrollpad, klikknoppen
2
en aan/uit-knop
Aan/uit-knop (voor het in-
3
en uitschakelen van de notebookcomputer)
Statuslampjes voor het
4
toetsenbord
Snelknoppen
5
Vergrendeling voor het
6
openen/sluiten van de notebookcomputer
1–2 Naslaggids
PS/2-poort
7
Cd-rom-drive, dvd-drive
8
of andere schijfeenheid
Accu
9
Aan/uit-knop en statuslampje
-
voor draadloze communicatie (alleen bepaalde modellen)
Infraroodpoort
q
(alleen bepaalde modellen)
Vaste schijf
w
Page 14
Aan de slag met de notebookcomputer
Statuslampjes (van links naar
1
rechts): energiestand, vaste-schijfactiviteit en accu
Touchpad, scrollpad, klikknoppen
2
en aan/uit-knop
Aan/uit-knop (voor het in- en
3
uitschakelen van de computer)
Statuslampjes voor
4
het toetsenbord
Snelknoppen
5
Vergrendeling voor het
6
openen/sluiten van de notebookcomputer
USB-poorten
7
(Universal Serial Bus)
Naslaggids 1–3
Cd-rom-drive, dvd-drive
8
of andere schijfeenheid
Audioconnectoren (van links
9
naar rechts): audio-uitgang (hoofdtelefoon), externe microfoon
Knop en lampje voor het
-
uitschakelen van het geluid, en volumeknop
Accu
q
Aan/uit-knop en statuslampje
w
voor draadloze communicatie (alleen bepaalde modellen)
Infraroodpoort
e
(alleen bepaalde modellen)
Page 15
Aan de slag met de notebookcomputer

Onderdelen aan de linkerkant en achterkant

Connector voor
1
netvoedingsadapter
USB-poorten
2
(Universal Serial Bus)
RJ-45-connector (voor
3
het aansluiten van een netwerkkabel)
S-Video-uitgang
4
Parallelle poort (LPT1) (voor
5
een parallelle printer of ander parallel apparaat)
Seriële poort (COM1) (voor een
6
seriële muis, modem, printer of ander serieel apparaat)
Externe-monitorpoort
7
Uitsparing voor kabelslot
8
(beveiligingsconnector)
1–4 Naslaggids
RJ-11-connector (voor het
9
aansluiten van de modemkabel)
PC Card- en CardBus-slot
-
en -knop (alleen bepaalde modellen; locatie verschilt per model)
IEEE 1394-poort
q
(alleen bepaalde modellen)
Audioconnectoren (van links
w
naar rechts): externe microfoon, audio-uitgang (hoofdtelefoon)
Volumeknop
e
Knop en lampje voor het
r
uitschakelen van het geluid
Diskettedrive
t
(alleen bepaalde modellen)
Page 16
Aan de slag met de notebookcomputer
Connector voor
1
netvoedingsadapter
Twee USB-poorten
2
RJ-45-connector (voor
3
het aansluiten van een netwerkkabel)
PS/2-poort
4
Parallelle poort (LPT1) (voor
5
een parallelle printer of ander parallel apparaat)
Externe-monitorpoort
6
De notebookcomputer is uitgerust met twee antennes, die zich bij
de scharnieren aan de achterkant bevinden.
S-Video-uitgang
7
Uitsparing voor kabelslot
8
(beveiligingsconnector)
RJ-11-connector (voor het
9
aansluiten van een modemkabel)
IEEE 1394-poort
-
(alleen bepaalde modellen)
PC Card- en CardBus-slot
q
en -knop (alleen bepaalde modellen; locatie verschilt per model)
Diskettedrive
w
(alleen bepaalde modellen)
Naslaggids 1–5
Page 17
Aan de slag met de notebookcomputer

Onderdelen aan de onderkant

Vaste schijf
1
Accuvergrendeling
2
Afdekplaatje van het RAM
3
(geheugen)
VOORZICHTIG: Onder de FCC-regelgeving zijn alleen geautoriseerde
Ä
Mini-PCI-apparaten toegestaan. Als u een niet-ondersteund Mini-PCI-apparaat installeert, werkt de notebookcomputer mogelijk niet naar behoren en kan er een waarschuwing verschijnen. De computer werkt weer normaal als u het niet-geautoriseerde apparaat verwijdert. Neem contact op met de technische ondersteuning van Compaq als u ten onrechte een waarschuwing ziet over uw Mini-PCI-apparaat.
1–6 Naslaggids
Reset-knop
4
Poort voor aansluiting op een
5
uitbreidingseenheid (alleen op bepaalde modellen)
Afdekplaatje van het
6
Mini-PCI-compartiment (hier bevinden zich geen onderdelen die de gebruiker kan installeren)
Page 18
Aan de slag met de notebookcomputer
Vaste schijf
1
Accuvergrendeling
2
Afdekplaatje van het
3
Mini-PCI-compartiment (hier bevinden zich geen onderdelen die de gebruiker kan installeren)
Afdekplaatje van het RAM
4
(geheugen)
Poort voor aansluiting op een
5
uitbreidingseenheid (alleen op bepaalde modellen)
Reset-knop
6
Naslaggids 1–7
Page 19
Aan de slag met de notebookcomputer

Statuslampjes

De notebookcomputer bevat statuslampjes voor de energiestand, de accustatus, de activiteit van de vaste schijf en voor toetsenbordfuncties, zoals Caps Lock en Num Lock.
Hier volgt een overzicht van de statuslampjes aan de voorkant van de notebookcomputer.
Energiestand
1
Q Aan: De notebookcomputer is ingeschakeld (ook als het
beeldscherm is uitgeschakeld).
Q Knipperend: De notebookcomputer staat in de standbystand. Q Uit: De notebookcomputer is uitgeschakeld of staat in de
Hibernation-stand.
Vaste-schijfactiviteit
2
Aan: De notebookcomputer is bezig met de vaste schijf.
Accustatus
3
Q Groen: De netvoedingsadapter is aangesloten en de accu
is volledig opgeladen.
Q Oranje: De netvoedingsadapter is aangesloten en de accu
wordt opgeladen.
Q Knipperend: De netvoedingsadapter is aangesloten, maar
de accu ontbreekt of is defect.
Q Uit: De netvoedingsadapter is niet aangesloten.
1–8 Naslaggids
Page 20
Aan de slag met de notebookcomputer
De statuslampjes voor het toetsenbord bevinden zich boven het en geven de standen van de toetsenbordvergrendelingen aan.
Caps Lock aan: Caps Lock is ingeschakeld.
1
Num Lock aan: Num Lock is ingeschakeld. Als u het geïntegreerde
2
numerieke toetsenblok wilt gebruiken, moet behalve Num Lock ook Keypad Lock zijn ingeschakeld.
Keypad Lock aan: Het geïntegreerde numerieke toetsenblok is
3
ingeschakeld (Fn+F8). Als u het numerieke toetsenblok wilt gebruiken, moet behalve Keypad Lock ook Num Lock zijn ingeschakeld. Als Num Lock is uitgeschakeld, kunt u met de toetsen van het numerieke toetsenblok de cursor besturen (zoals met de pijltoetsen op het toetsenblok van een extern toetsenbord).
Naslaggids 1–9
Page 21
Aan de slag met de notebookcomputer

Notebookcomputer instellen

WAARSCHUWING: Lees de Handleiding voor veiligheid en comfort,
Å
om het risico van ernstig letsel te beperken. Deze handleiding bevat aanwijzingen voor een optimale werkplek, een goede houding en gezonde werkgewoonten voor computergebruikers, alsook belangrijke veiligheidsinformatie met betrekking tot elektrische en mechanische onderdelen. U vindt de handleiding op Internet op
http://www.compaq.com/ergo en op de vaste schijf of op de
documentatie-cd Documentation Library die bij het product is geleverd.
Als u de notebookcomputer voor het eerst in gebruik neemt, sluit u de netvoedingsadapter aan, plaatst u de accu om deze op te laden, schakelt u de computer in en voert u Windows Setup uit.

Stap 1: Accu plaatsen

WAARSCHUWING: U mag accu's niet beschadigen of doorboren.
Gooi accu's niet in het vuur. Ze zouden hierdoor kunnen barsten of
Å
exploderen, waardoor gevaarlijke chemische stoffen vrijkomen. Oplaadbare accu's moeten worden gerecycled of als klein chemisch afval worden aangeboden.
U installeert de accu als volgt:
1. Plaats de notebookcomputer ondersteboven.
2. Steek het connectoruiteinde van de accu in het accucompartiment en schuif de accu naar binnen totdat deze vastzit.
1–10 Naslaggids
Page 22
Aan de slag met de notebookcomputer

Stap 2: Notebookcomputer aansluiten op netvoeding

VOORZICHTIG: Gebruik alleen de netvoedingsadapter die bij de
Ä
notebookcomputer wordt geleverd (of een andere goedgekeurde adapter die aan de spanningsvereisten van de notebookcomputer voldoet). Als u de verkeerde netvoedingsadapter gebruikt, is het mogelijk dat de notebookcomputer of de adapter beschadigd raakt, er gegevens verloren gaan en het recht op garantie vervalt.
1. Sluit de netvoedingsadapter aan op de notebookcomputer.
2. Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter.
3. Sluit het netsnoer aan op een stopcontact. De accu van de notebookcomputer wordt nu opgeladen.
Als u het netsnoer wilt loskoppelen, haalt u het snoer uit het
stopcontact voordat u het loskoppelt van de netvoedingsadapter.
Terwijl de accu wordt opgeladen, kunt u verder gaan met "Stap 3:
Telefoonlijn aansluiten".
Naslaggids 1–11
Page 23
Aan de slag met de notebookcomputer

Stap 3: Telefoonlijn aansluiten

1. Controleer of u beschikt over een analoge telefoonlijn (ook wel "gegevenslijn" genoemd). Gebruik geen digitale lijn.
2. Sluit de telefoonkabel (RJ-11) aan op een telefoonaansluiting.
3. Sluit het andere uiteinde van de telefoonkabel aan op de RJ-11-modemconnector van de notebookcomputer.
Zie "Modem gebruiken" voor informatie over het gebruik van het modem.
1–12 Naslaggids
Page 24
Aan de slag met de notebookcomputer

Stap 4: Notebookcomputer inschakelen

Druk op de aan/uit-knop links boven het toetsenbord. De notebookcomputer wordt opgestart en Windows wordt automatisch gestart.
Als de notebookcomputer niet aan gaat en u accuvoeding
gebruikt, kan de accu leeg zijn. Sluit de netvoedingsadapter aan en druk vervolgens nogmaals op de aan/uit-knop. Laat de netvoedingsadapter een aantal uren aangesloten om de accu volledig op te laden. De oplaadtijd kan variëren.
WAARSCHUWING: De notebookcomputer is ontworpen voor
Å
veeleisende applicaties. Als u de computer onafgebroken gebruikt, kan deze door verhoogd stroomverbruik warm of heet aanvoelen. Dit is een normaal verschijnsel. Blokkeer de ventilatieopeningen niet, en gebruik de notebookcomputer niet gedurende lange tijd op uw schoot, om mogelijk ongemak of brandwonden te vermijden. De computer voldoet aan de temperatuurlimieten voor oppervlakken die voor de gebruiker toegankelijk zijn, zoals gedefinieerd door de International Standard for Safety of Information Technology Equipment (IEC 60950).
Naslaggids 1–13
Page 25
Aan de slag met de notebookcomputer

Stap 5: Windows configureren

Het besturingssysteem Microsoft Windows is bij levering al op de schijf van de notebookcomputer geïnstalleerd. Als u de computer voor de eerste keer inschakelt, wordt het Setup-programma van Windows automatisch uitgevoerd. Hiermee kunt u instellingen aanpassen.
1. Volg de instructies van het Setup-programma op het scherm. Het kan zijn dat u wordt gevraagd om de productidentificatiecode of productsleutel. Deze vindt u op de onderkant van de notebookcomputer.
2. Controleer de land- of regio-instellingen voor het modem. Selecteer Start > Configuratiescherm > Printers en andere hardware > Telefoon- en modemopties en kies vervolgens het gewenste land of de gewenste regio.
1–14 Naslaggids
Page 26

Basiswerking

Notebookcomputer bedienen

U kunt de notebookcomputer starten en uitzetten met de aan/uit-knop. Er zijn echter ook andere manieren, afhankelijk van de voeding, soorten actieve verbindingen en opstarttijd. In dit hoofdstuk komen een aantal van deze manieren aan bod.
2
Naslaggids 2–1
Page 27
Basiswerking

Standaardinstellingen voor energiebeheer

Energiestand Deze stand activeren Functie
AAN
(Aan/uit-lampje is aan.)
UIT (Aan/uit-lampje is uit.)
Standby (Aan/uit-lampje knippert.)
Hibernation (Aan/uit-lampje is uit.)
Druk kort op de aan/uit-knop. Hiermee start u de
Selecteer Start > Uitschakelen > Uitschakelen. Als het systeem niet meer reageert en de afsluitprocedures van Windows niet beschikbaar zijn, houdt u de aan/uit-knop vier seconden ingedrukt om de computer uit te schakelen.
Selecteer Start > Uitschakelen > Stand-by.
-of­Wacht tot de time-outperiode
is verstreken.
notebookcomputer op.
Hiermee schakelt u de notebookcomputer uit.
Q Hiermee bespaart
uenergie.
Q Het beeldscherm en
andere onderdelen worden uitgeschakeld.
Q De huidige sessie
blijft in het RAM bewaard.
Q U kunt snel weer
verder werken met de notebook­computer.
Q Netwerkverbindingen
worden hersteld.
Als de notebookcomputer al is ingeschakeld, drukt u kort op de aan/uit-knop.
-of­Druk op Fn+F12.
-of­Wacht tot de time-outperiode is
verstreken.
Q Hiermee bespaart u
maximaal energie.
Q De werksessie
wordt op de vaste schijf opgeslagen en de notebook­computer wordt uitgeschakeld.
Q Netwerkverbindingen
worden hersteld.
U kunt de werking van de energiestanden ook aanpassen. Zie het hoofdstuk "Accu's en energiebeheer" in deze handleiding.
2–2 Naslaggids
Page 28

Notebookcomputer opnieuw starten

Het kan gebeuren dat Windows of de notebookcomputer niet meer reageert en u de notebookcomputer niet kunt uitschakelen. Als dit gebeurt, probeert u de volgende oplossingen in de volgorde waarin ze hier staan vermeld:
Q Sluit indien mogelijk Windows af. Druk op ctrl+alt+delete en
selecteer vervolgens Afsluiten > Opnieuw opstarten.
-of-
Q Houd de aan/uit-knop minimaal vier seconden ingedrukt
totdat het beeldscherm wordt uitgeschakeld. Niet-opgeslagen gegevens gaan verloren. Druk nogmaals op de aan/uit-knop om de notebookcomputer opnieuw te starten.
-of-
Q Steek het uiteinde van een paperclip in de Reset-knop aan de
onderkant van de notebookcomputer en druk vervolgens op de aan/uit-knop om de computer opnieuw te starten.
Als u de notebookcomputer opnieuw wilt starten terwijl deze op een poortreplicator is aangesloten, kunt u op de Reset-knop aan de linkerkant van de poortreplicator drukken.
Basiswerking

Opstarteenheid wijzigen

Gewoonlijk wordt de notebookcomputer opgestart vanaf de interne vaste schijf. U kunt de notebookcomputer ook opstarten vanaf een diskettedrive, een cd-rom-drive of een interne netwerkadapter.
1. Selecteer Start > Uitschakelen > Opnieuw opstarten.
2. Wanneer het logo verschijnt, drukt u op opstartmenu te gaan.
3. Selecteer de opstarteenheid met de pijltoetsen en druk op
enter.
Als u altijd wanneer een bepaald apparaat aanwezig is wilt opstarten vanaf dat apparaat, wijzigt u de opstartvolgorde met het BIOS-setupprogramma. Raadpleeg "Notebookcomputer
configureren" in het hoofdstuk "Problemen oplossen" in deze
handleiding.
Naslaggids 2–3
esc om naar het
Page 29
Basiswerking

Touchpad gebruiken

Het touchpad is voorzien van een aan/uit-knop waarmee u het touchpad kunt uitschakelen om te voorkomen dat u de aanwijzer per ongeluk verplaatst tijdens het typen. Het lampje gaat uit wanneer u het touchpad uitschakelt.
1 Klikknoppen. De klikknoppen werken op dezelfde manier als de
linker- en rechterknop van een standaardmuis.
2 Touchpad (aanrakingsgevoelig apparaat voor cursorbesturing).
3 Aan/uit-knop en -lampje voor touchpad.
4 Scrollpad. Hiermee schuift u de inhoud van het actieve venster
verticaal over het scherm.
2–4 Naslaggids
Page 30

De aantipfunctie van het touchpad gebruiken

Standaard is de aantipfunctie van uw touchpad niet ingeschakeld. U kunt deze functie als volgt inschakelen:
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Printers en andere hardware > Muis. Het dialoogvenster Eigenschappen voor muis verschijnt.
2. Selecteer het tabblad Apparaatinstellingen en selecteer vervolgens de knop Instellingen.
3. Selecteer in het linkervenster Tapping (Aantippen). Selecteer vervolgens de optie Enabling Tapping (Aantippen inschakelen).
4. Klik op Toepassen > OK > OK.
De aantipfunctie is nu ingeschakeld, waardoor u items op het scherm kunt selecteren door met uw vinger op het touchpad te tikken.
Basiswerking
Naslaggids 2–5
Page 31
Basiswerking

Hotkeys gebruiken

De combinatie van de Fn-toets plus een andere toets vormt een hotkey, waarmee u zoals met een sneltoets diverse systeemfuncties snel kunt starten. Als u een hotkey wilt gebruiken, houdt u tweede toets en laat u daarna beide toetsen los.
Hotkey Werking
Fn+F1 Hiermee verlaagt u de helderheid van
Fn+F2 Hiermee verhoogt u de helderheid van
Fn+F8 Hiermee schakelt u het ingebouwde
Fn ingedrukt, drukt u op de gewenste
het beeldscherm.
het beeldscherm.
numerieke toetsenblok in of uit. Dit geldt niet voor een extern toetsenbord. Als Num Lock is ingeschakeld, zijn de numerieke functies van de toetsenbloktoetsen actief. Als Num Lock is uitgeschakeld, zijn de cursorbesturingsfuncties actief (zoals de pijltoetsen op het toetsenblok van een extern toetsenbord).
Fn+F12 Hiermee activeert u de
Fn+Num Lock Hiermee schakelt u Scroll Lock in en uit.
Fn+Page Up Hiermee verhoogt u het geluidsvolume
Fn+Page Down Hiermee verlaagt u het volume.
Fn+Backspace Hiermee schakelt u het geluid uit of in.
2–6 Naslaggids
Hibernation-voorziening.
en schakelt u het geluid in.
Page 32

Snelknoppen gebruiken

De notebookcomputer is voorzien van vijf snelknoppen waarmee u een applicatie kunt starten of een document of website kunt openen.
Basiswerking
Druk op de snelknop om het gewenste item (een applicatie, website of document) te starten of te openen.
U programmeert een snelknop als volgt:
1. Selecteer Start > Alle programma's > Utilities (Hulpprogramma's) > One Touch (Snelknoppen).
2. Selecteer op het tabblad One Touch (Snelknoppen) de knop die u wilt herprogrammeren.
3. Typ een naam of omschrijving voor de knop en selecteer vervolgens de applicatie die u wilt starten of het document dat of de website die u wilt openen met de knop.
4. Als u wilt dat de naam of omschrijving op het scherm verschijnt als u op een snelknop drukt, selecteert u deze optie op het tabblad Onscreen Display (Schermweergave).
Naslaggids 2–7
Page 33
Basiswerking

Windows-toets en applicatietoetsen gebruiken

Met de Windows-toets geeft u het menu Start van Windows weer. Dit gebeurt ook als u de knop Start op de taakbalk selecteert.
Met de applicatietoets geeft u het snelmenu van het geselecteerde item weer. Dit menu verschijnt ook wanneer u met de rechtermuisknop klikt terwijl u het geselecteerde item aanwijst.
Toetscombinatie Werking
Windows-toets+E Windows Verkenner wordt gestart.
Windows-toets+F1 De Help-functie van Windows wordt
Windows-toets+F Zoekvenster van Windows wordt
Windows-toets+M Alle weergegeven vensters worden
Shift+Windows-toets+M Het vorige formaat van
Windows-toets+R Het dialoogvenster Uitvoeren van
2–8 Naslaggids
geactiveerd.
geactiveerd. Zoeken
geminimaliseerd.
geminimaliseerde vensters wordt hersteld.
Windows wordt weergegeven.
Page 34
Basiswerking

Speciale tekens typen met de Alt Gr-toets

Op toetsenborden met een niet-Engelse indeling is de Alt Gr-toets aan de rechterkant van de spatiebalk geplaatst en zijn de "internationale tekens" die u met de Alt Gr-toets kunt invoeren op de toetsen van het toetsenbord vermeld. Deze internationale tekens staan op een aantal toetsen, in de rechterbenedenhoek. Bijvoorbeeld:
1 Met Shift-toets
2 Zonder Shift-toets
3 Met Alt Gr-toets
» Als u een internationaal teken wilt typen, houdt u de Alt Gr
-toets ingedrukt en drukt u vervolgens op de toets met het gewenste internationale teken.
Als u geen Alt Gr-toets heeft, kunt u met de Alt-toets hetzelfde
resultaat behalen.
Naslaggids 2–9
Page 35
Basiswerking

Cd's of dvd's gebruiken

Cd of dvd plaatsen of verwijderen

VOORZICHTIG: Verwijder een cd of dvd nooit terwijl deze wordt
Ä
gelezen. Als u dit wel doet, kan het gebeuren dat de notebookcomputer niet meer reageert en dat er gegevens verloren gaan. Druk de cd of dvd goed vast op de as, om te voorkomen dat de schijf of de schijfeenheid beschadigd raakt.
De locatie van de cd- of dvd-drive verschilt per model.
1. Druk op de knop aan de voorkant van de cd- of dvd-drive. Als u deze drive voor de eerste keer gebruikt, controleert u of het verpakkingskarton uit de drive is verwijderd.
2. Druk de cd of dvd met het label naar boven voorzichtig op de as, totdat de cd of dvd goed vastzit.
-of-
Verwijder de cd of dvd.
3. Schuif de lade terug in de module.
Als de notebookcomputer niet meer genoeg stroom krijgt, kunt u
de drive handmatig openen om de schijf te verwijderen. Steek een spits voorwerp (bijvoorbeeld een rechtgebogen paperclip) in het gaatje aan de voorkant van de drive om de drive te openen.
2–10 Naslaggids
Page 36

Dvd-films afspelen

Als de notebookcomputer is uitgerust met een dvd-drive (of een andere drive waarmee dvd's kunnen worden gelezen), is er ook software meegeleverd waarmee u dvd-films kunt afspelen.
» Selecteer Start > Alle programma's > Multimedia >
DVD Player (Dvd-speler) > InterVideo WinDVD.
Als u films wilt afspelen wanneer de notebookcomputer op
accuvoeding werkt, krijgt u de beste resultaten als u het energiebeheerschema Draagbaar/Laptop in het Configuratiescherm selecteert.
Dvd's kunnen zijn voorzien van regiocodes. Deze codes zijn
bedoeld om ervoor te zorgen dat dvd-films niet kunnen worden afgespeeld buiten de regio waarin ze worden verkocht. Als er een regiocodefout optreedt, wordt dit veroorzaakt doordat u probeert een dvd af te spelen die voor een andere regio is bedoeld.
Voor de meeste dvd-drives geldt dat u de regiocode slechts een beperkt aantal keren kunt wijzigen (gewoonlijk meestal niet meer dan vier keer). Als u deze limiet bereikt, wordt uw laatste wijziging van de regiocode vastgelegd op de dvd-drive en wordt deze code permanent. De kosten die zijn verbonden aan het herstellen van deze situatie, worden niet gedekt door de garantie. Raadpleeg de Help-functie bij de dvd-software voor meer informatie over het instellen van regiocodes.
Basiswerking
Naslaggids 2–11
Page 37
Basiswerking

Cd's maken of kopiëren

Als de notebookcomputer is uitgerust met een gecombineerde dvd-/cd-rw-drive, is er tevens software (zoals Roxio Easy CD Creator) meegeleverd waarmee u cd's kunt maken en kopiëren. Volg de instructies bij de software. De lees- en schrijfkwaliteit van verschillende media kan variëren.

Schrijven naar dvd-media

Als de notebookcomputer is voorzien van een gecombineerde dvd+rw/r/cd-rw-drive, installeert u vanaf de meegeleverde cd's de programma's Roxio Easy CD Creator en Sonic My DVD voordat u naar dvd-media gaat schrijven.
Houd u aan de volgende richtlijnen bij het schrijven naar dvd+r­of dvd+rw-media:
Q Plaats de notebookcomputer op een vlakke, stabiele
ondergrond in een ruimte waar het kouder is dan 32° C (90°F).
Q Zorg ervoor dat de netvoedingsadapter is aangesloten op
de notebookcomputer en op een stopcontact.
Q Sluit alle andere programma's af, behalve Roxio Easy
CD Creator (voor gegevens-cd's) of Sonic My DVD (voor video-cd's).
2–12 Naslaggids
Page 38

Notebookcomputer beveiligen

Wachtwoordbeveiliging instellen

Als u wilt voorkomen dat anderen de notebookcomputer gebruiken, stelt u als volgt wachtwoorden in:
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Gebruikersaccounts en selecteer uw account.
2. Selecteer Een wachtwoord instellen en stel vervolgens het wachtwoord in.
3. Selecteer Start > Configuratiescherm > Prestaties en onderhoud > Energiebeheer.
4. Selecteer op het tabblad Geavanceerd de optie waarmee om een wachtwoord wordt gevraagd wanneer de standbystand wordt beëindigd.
Als u de wachtwoordbeveiliging wilt annuleren, herhaalt u de
voorgaande stappen, maar stelt u een leeg wachtwoord in.
U beveiligt uw computer volledig als u wachtwoorden instelt in Windows en via het BIOS-setupprogramma. Zie het gedeelte
"Notebookcomputer configureren" in het hoofdstuk "Problemen
oplossen".
Basiswerking

Notebookcomputer vergrendelen

Om te voorkomen dat de notebookcomputer zonder uw toestemming wordt gebruikt terwijl deze aanstaat, kunt u de computer vergrendelen of een schermbeveiliging met een Windows-wachtwoord instellen. U kunt de notebookcomputer op de volgende manieren vergrendelen:
Q Als aan QuickLock een snelknop is toegewezen, drukt u op
die knop.
-of-
Q Druk op ctrl+alt+delete en selecteer vervolgens Computer
vergrendelen.
Als u de computer wilt ontgrendelen, volgt u de procedure die u gebruikt om u aan te melden.
Naslaggids 2–13
Page 39
Basiswerking

Beveiligingskabel aansluiten

De notebookcomputer is voorzien van een connector (een uitsparing) waarop u een kabel met een slot kunt aansluiten (zoals de Kensington MicroSaver-vergrendeling die verkrijgbaar is in veel computerwinkels).
1. Wikkel de kabel om een vast object.
2. Sluit de kabel aan op de uitsparing voor de beveiligingskabel op de notebookcomputer.
3. Vergrendel de kabel met de sleutel van het kabelslot en bewaar de sleutel op een veilige plaats, uit de buurt van de notebookcomputer.
Van beveiligingsvoorzieningen moet op de eerste plaats een
ontmoedigingseffect uitgaan. Dergelijke voorzieningen kunnen misbruik of diefstal van het product echter niet voorkomen.
2–14 Naslaggids
Page 40

Bescherming tegen virussen

Antivirussoftware kan uw gegevens helpen beschermen. Dit is vooral van belang als u gebruikmaakt van Internet.
De notebookcomputer is voorzien van antivirussoftware in de vorm van Norton AntiVirus.
Aangezien er geregeld nieuwe virussen opduiken, is het verstandig ervoor te zorgen dat u beschikt over de meest recente virusdefinities. U vindt de updates van Norton AntiVirus op
http://www.symantec.com. Raadpleeg de online Help-functie voor
gedetailleerde informatie over het gebruik van het programma.

Vaste schijf vergrendelen

U kunt de interne vaste schijf van de notebookcomputer vergrendelen om uw gegevens te beveiligen.
VOORZICHTIG: Wanneer u de vaste schijf vergrendelt, wordt het
Ä
huidige BIOS-gebruikerswachtwoord (of het beheerderswachtwoord als dat het enige wachtwoord is dat is ingesteld) gecodeerd opgeslagen op de vaste schijf. Als u de vaste schijf in een andere
notebookcomputer plaatst, heeft u alleen toegang tot de vaste schijf als u het gebruikers- of beheerderswachtwoord van deze notebookcomputer gelijk maakt aan het wachtwoord van de vaste schijf.
Nadat u het wachtwoord van de notebookcomputer heeft ingesteld, kunt u het wachtwoord van de notebookcomputer (en de vaste schijf) wijzigen. Als u het wachtwoord vergeet, heeft u geen toegang tot de gegevens.
Basiswerking
1. Selecteer Start > Uitschakelen > Opnieuw opstarten.
2. Wanneer het logo verschijnt, drukt u op
F2 om het
BIOS-setupprogramma te activeren.
3. Schakel in het menu Security (Beveiliging) de optie Password Required to Boot (Wachtwoord vereist voor opstarten) in.
4. Schakel in het menu Security (Beveiliging) de optie Internal hard disk drive lock (Interne vaste schijf vergrendelen) in.
5. Druk op
F10 om de instellingen op te slaan en het
BIOS-setupprogramma af te sluiten.
Naslaggids 2–15
Page 41
Basiswerking

Onderhoud van de notebookcomputer

Neem bij het dagelijkse gebruik van de notebookcomputer de volgende aanbevelingen in acht om de computer in goede staat te houden en om beschadiging van de apparatuur en verlies van gegevens te voorkomen.

Vaste schijf beschermen

Vaste schijven zijn, net als andere interne onderdelen, niet onverwoestbaar en kunnen schade oplopen door onjuist gebruik of onzorgvuldige behandeling.
Q Vermijd stoten of schokken.
Q Werk niet met de notebookcomputer terwijl u over ongelijk
terrein reist.
Q Zet de notebookcomputer in de standbystand of sluit de
computer af voordat u de computer gaat vervoeren. Zo zorgt u ervoor dat de vaste schijf is uitgeschakeld. Wanneer de notebookcomputer een val van enkele centimeters maakt op een hard oppervlak terwijl de vaste schijf in gebruik is, kunnen gegevens verloren gaan of kan de vaste schijf beschadigd raken.
Q Vervoer de notebookcomputer in een draagtas van
schokdempend materiaal om de notebookcomputer te beschermen tegen stoten en schokken.
Q Zet de notebookcomputer voorzichtig neer.
2–16 Naslaggids
Page 42

Notebookcomputer onderhouden

Q Zorg voor voldoende ventilatie rondom de
notebookcomputer. Plaats de notebookcomputer altijd op een plat oppervlak, zodat de lucht er gemakkelijk omheen en onderdoor kan stromen.
Q Sluit de notebookcomputer af of activeer de
Hibernation-voorziening voordat u de notebookcomputer in een draagtas of een ander omhulsel plaatst.
Q Til de notebookcomputer nooit op aan het beeldscherm.
Q Gebruik de notebookcomputer niet buitenshuis in de regen of
sneeuw (guur weer). Als de notebookcomputer koud is, laat u de computer langzaam op temperatuur komen, om condensatie te voorkomen.
Q Onderhoud de accu regelmatig, zodat deze optimale
prestaties levert. Zie het hoofdstuk "Accu's en
energiebeheer".

Gegevens beschermen

Basiswerking
Q Maak geen gebruik van een apparaat voor cursorbesturing en
activeer geen andere apparatuur die de werking onderbreekt terwijl het systeem bezig is met opstarten of afsluiten.
Q Maak regelmatig een backup van uw werk. Kopieer
bestanden naar diskettes, cd's, dvd's of andere media of naar schijfeenheden in een netwerk.
Q Gebruik een programma voor het scannen op virussen (zoals
het meegeleverde programma Norton AntiVirus) om de bestanden en het besturingssysteem te controleren.
Q Controleer de vaste schijf op fouten via het tabblad Extra in
het eigenschappenvenster van de schijf.
Naslaggids 2–17
Page 43
Basiswerking

Levensduur van het beeldscherm verlengen

Q Stel de helderheid van het beeldscherm in op het laagste
niveau waarbij u comfortabel kunt werken (
Q Stel de time-outperioden voor het uitschakelen van de
monitor in op het kortste acceptabele interval (voor zowel netvoeding als accuvoeding) als u niet werkt met een externe monitor.
Q Gebruik geen schermbeveiligingsprogramma of andere
software waardoor het beeldscherm niet kan worden uitgeschakeld en de standbystand niet kan worden geactiveerd als de time-outperiode is verstreken. Als u wel een schermbeveiligingsprogramma gebruikt, selecteert u de optie waarmee het beeldscherm na een bepaalde periode alsnog wordt uitgeschakeld.
Q Schakel de time-outperioden voor het uitschakelen van het
beeldscherm en voor de standbystand niet uit.
Q Als de notebookcomputer op netvoeding werkt en er geen
extern beeldscherm is aangesloten, activeert u de standbystand van de notebookcomputer wanneer u de computer niet gebruikt.
Fn+F1).

Notebookcomputer reinigen

Q U kunt de notebookcomputer reinigen met een zachte doek
die is bevochtigd met schoon water of water met een mild schoonmaakmiddel. Gebruik geen natte doek (alleen een vochtige doek) en voorkom dat er water in de notebookcomputer terechtkomt.
Q Gebruik geen schuurmiddelen, zeker niet op het scherm.
Breng reinigingsmiddelen niet rechtstreeks op het beeldscherm aan. Breng het middel in plaats daarvan aan op een zachte doek en reinig daarmee voorzichtig het beeldscherm.
2–18 Naslaggids
Page 44

Accu's en energiebeheer

Energieverbruik beheren

Wanneer u de accu van de notebookcomputer gebruikt, kunt u de werktijd van de accu maximaliseren zonder dat daardoor de prestaties verminderen. De notebookcomputer is speciaal ontworpen voor energiezuinig gebruik en een maximale accuwerktijd.
Wanneer de notebookcomputer niet actief is, wordt deze na bepaalde time-outperioden automatisch in een energiebesparende stand geplaatst. U kunt deze time-outperioden aan uw werkgewoonten aanpassen.
3
Naslaggids 3–1
Page 45
Accu's en energiebeheer

Automatisch energiebeheer van de notebookcomputer

De Hibernation-voorziening en de standbystand van de notebookcomputer worden automatisch geactiveerd en de vaste schijf en het beeldscherm worden automatisch uitgeschakeld op basis van waarden die u kunt instellen in Windows.
Situatie Gevolg
Normale werking hervatten
Gedurende de opgegeven time-outperiode vindt er geen invoeractiviteit plaats; bijvoorbeeld, het toetsenbord en de cursorbesturing worden niet gebruikt.
Gedurende de opgegeven time-outperiode is er geen vaste-schijfactiviteit.
Gedurende de opgegeven time-outperiode worden geen apparaten voor cursorbesturing gebruikt, is er geen schijfactiviteit en is er geen poort (serieel, parallel of infrarood) actief.
Gedurende de opgegeven time-outperiode blijft de notebookcomputer in de standbystand.
Het beeldscherm wordt uitgeschakeld.
Dit bespaart accuvoeding en bevordert een langere levensduur van het beeldscherm.
De vaste schijf wordt uitgeschakeld.
Dit vindt meestal plaats vlak nadat het beeldscherm wordt uitgeschakeld.
De standbystand wordt geactiveerd.
De huidige sessie wordt in het RAM opgeslagen en het beeldscherm en andere onderdelen worden uitgeschakeld om de accu te sparen.
De Hibernation­voorziening wordt geactiveerd.
De huidige sessie wordt op de vaste schijf opgeslagen en de notebookcomputer wordt uitgeschakeld.
Druk kort op een toets of beweeg een apparaat voor cursorbesturing om het beeldscherm weer in te schakelen.
Hervat uw werk met de notebook­computer; de vaste schijf wordt dan automatisch ingeschakeld.
Druk kort op de aan/uit-knop om terug te keren naar de huidige sessie.
Druk op de aan/uit-knop om terug te keren naar de vorige sessie.
3–2 Naslaggids
Page 46
Accu's en energiebeheer
VOORZICHTIG: Maak er een gewoonte van uw werk op te slaan
Ä
voordat de notebookcomputer in de standbystand wordt geplaatst. Als de voeding wordt onderbroken terwijl de notebookcomputer in de standbystand staat, gaan alle niet-opgeslagen gegevens verloren.
De Hibernation-voorziening van de notebookcomputer kan ook worden geactiveerd als het niveau van de acculading kritiek wordt. Als dit gebeurt, zult u bij hervatting van uw werk merken dat alle gegevens zijn opgeslagen, maar dat sommige functies mogelijk zijn uitgeschakeld. Als u weer aan het werk wilt gaan, herstelt u de stroomvoorziening door een netvoedingsadapter aan te sluiten of een opgeladen accu te plaatsen. Daarna schakelt u de notebookcomputer uit en start u deze opnieuw.

Time-outinstellingen wijzigen en energiebeheerschema's maken

U kunt opgeven hoe lang de notebookcomputer inactief moet zijn voordat automatisch onderdelen worden uitgeschakeld of een energiebesparende stand wordt geactiveerd. U kunt deze instellingen ook als een energiebeheerschema opslaan.
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Prestaties en onderhoud > Energiebeheer.
2. Selecteer het tabblad Energiebeheerschema's en voer de gewenste instellingen in. Wanneer u een bepaalde time­outperiode niet wilt gebruiken, stelt u de waarde in op Nooit. Zie de Help-functie van Windows voor meer informatie.
Als u de instellingen als energiebeheerschema wilt opslaan, selecteert u Opslaan als en voert u een naam in voor het schema.
VOORZICHTIG: Schakel de ondersteuning voor de
Ä
Hibernation-voorziening niet uit bij de instellingen voor energiebeheer. Als u dit wel doet, raakt u niet-opgeslagen gegevens kwijt als de accu volledig leeg is.
Naslaggids 3–3
Page 47
Accu's en energiebeheer

Accuvoeding gebruiken

Raadpleeg het hoofdstuk "Accu's en energiebeheer" .

Accustatus controleren

Aan de hand van het statuslampje van de accu
» Controleer het statuslampje van de accu op de
notebookcomputer.
Via de taakbalk van Windows
Op de taakbalk van Windows kan een energiebeheerpictogram worden weergegeven met gedetailleerde informatie over de accustatus (zie de Help-functie van Windows voor meer informatie). Het pictogram heeft de vorm van een accu als een accu de enige energiebron voor de notebookcomputer is.
Q Plaats de aanwijzer op het energiebeheerpictogram om de
resterende acculading te zien. Deze waarde wordt weergegeven als het resterende percentage van de lading of als de resterende tijd.
Q Selecteer het energiebeheerpictogram om het venster
Energiemeter te openen.
Via het Configuratiescherm van Windows
» Selecteer Start > Configuratiescherm > Prestaties en
onderhoud > Energiebeheer en selecteer vervolgens het tabblad Energiemeter om de accustatus weer te geven. Op de tabbladen Waarschuwingen en Geavanceerd vindt u aanvullende opties voor informatie over energiebeheer.
Op de accu
1. Verwijder de accu uit de notebookcomputer. Raadpleeg hiervoor het hoofdstuk "Aan de slag met
de notebookcomputer" in deze handleiding.
2. Druk op het contactvlakje aan de zijkant van de accu. Het aantal lampjes dat gaat branden geeft de resterende lading aan. Elk lampje staat voor 20 procent van een volledig opgeladen accu.
3–4 Naslaggids
Page 48

Hoe te handelen wanneer de accu leeg raakt

U wordt automatisch gewaarschuwd wanneer het niveau van de acculading kritiek wordt. U hoort een hoge pieptoon of er verschijnt een waarschuwing. Daarna wordt de Hibernation-voorziening van de notebookcomputer geactiveerd, tenzij u de stroomvoorziening snel herstelt.
Wanneer de Hibernation-voorziening op deze manier is geactiveerd, kunt u de notebookcomputer pas opnieuw opstarten als u met een van de volgende acties de stroomvoorziening heeft hersteld:
Q Vervang de accu door een opgeladen accu.
Q Sluit de netvoedingsadapter aan.
Wanneer u de netvoedingsadapter aansluit, kunt u verdergaan
met uw werk terwijl de accu wordt opgeladen.

Accu opladen

Accu's en energiebeheer
VOORZICHTIG: De netvoedingsadapter wordt warm wanneer deze
Ä
op een stopcontact is aangesloten. De notebookcomputer produceert warmte wanneer de accu wordt opgeladen. Laad de accu daarom niet op terwijl de notebookcomputer in een tas of iets dergelijks zit, omdat de accu anders oververhit kan raken.
» Sluit de netvoedingsadapter aan op de notebookcomputer.
Als u wacht met opladen van de accu tot de lading onder de vijftig procent zakt en de accu vervolgens volledig oplaadt, werkt de accu het langst. Het opladen kan een aantal uren duren, en langer als u tijdens het opladen doorwerkt.
De werktijd van een opgeladen accu is afhankelijk van het model notebookcomputer, de instellingen voor energiebeheer en de manier waarop u de notebookcomputer gebruikt.
Naslaggids 3–5
Page 49
Accu's en energiebeheer

Accu's optimaal gebruiken

Volg de onderstaande aanwijzingen op om ervoor te zorgen dat uw accu zo lang mogelijk meegaat.
Q Sluit de netvoedingsadapter aan, vooral wanneer u
gebruikmaakt van een cd-rom- of dvd-drive of andere externe verbindingen, zoals een PC Card of een modem.
Q Stel de helderheid van het beeldscherm in op het laagste
niveau waarbij u comfortabel kunt werken (
Q Activeer de standbystand wanneer u de notebookcomputer
korte tijd niet gebruikt.
Q Activeer de Hibernation-voorziening als u de notebook-
computer een dag of langer niet gebruikt en u de huidige werksessie wilt behouden.
Q Stel de automatische time-outperioden zodanig in dat zo veel
mogelijk energie wordt bespaard. Als de notebookcomputer een processor met meerdere snelheden heeft, gebruikt u de lage snelheid wanneer de notebookcomputer op accuvoeding werkt (de standaardinstellingen sparen de accu).
Q Als de notebookcomputer een knop heeft waarmee u de
draadloze communicatie kunt in- en uitschakelen, schakelt u de draadloze communicatie uit wanneer u er geen gebruik van maakt. Druk op de aan/uit-knop voor draadloze communicatie om het lampje uit te schakelen.
Q Als u een PC Card heeft, zoals een netwerkkaart, verwijdert
u deze wanneer u er geen gebruik van maakt. Sommige PC Cards verbruiken veel energie, zelfs als ze niet worden gebruikt.
Q Wanneer u werkt met een applicatie die gebruikmaakt van de
seriële poort of een luit u de applicatie af als u klaar bent.
Fn+F1).
3–6 Naslaggids
Page 50
Accu's en energiebeheer
Volg daarnaast de volgende instructies om de werktijd van accu's te maximaliseren:
Q Laat accu's niet gedurende langere tijd ongebruikt. Als u
meerdere accu's heeft, is het verstandig deze afwisselend te gebruiken.
Q Als u altijd een netvoedingsadapter gebruikt, is het aan te
raden toch minimaal eenmaal per week de accu als voedingsbron te gebruiken.
Q Koppel de netvoedingsadapter los wanneer u de
notebookcomputer niet gebruikt.
Q Laad de accu regelmatig op, om de levensduur te verlengen.
Q Als u de notebookcomputer langer dan twee weken niet
gebruikt en u de computer gedurende die tijd loskoppelt van de netvoeding, haalt u de accu uit de computer en bergt u de accu op.
Stel de accu niet gedurende langere tijd bloot aan hoge
Ä
temperaturen, om beschadiging van de accu te voorkomen.
Q Hoge temperaturen versnellen de zelfontlading van een accu
in opslag. Berg een accu daarom op een koele, droge plaats op, zodat deze langer opgeladen blijft.
Q Kalibreer een accu die een maand of langer niet is gebruikt,
om de acculading nauwkeurig te kunnen blijven weergeven.
Q Bij hoge temperaturen is het beter geen accu's te gebruiken of
op te laden.
Naslaggids 3–7
Page 51
netwerkverbindingen

Modem gebruiken

Wanneer u het modem aansluit op een telefoonlijn, kunt u met andere computers over de gehele wereld communiceren. U kunt surfen op Internet en e-mail- of faxberichten verzenden en ontvangen. De notebookcomputer bevat diverse programma's die gebruikmaken van het modem:
Q Met Internet Explorer kunt u surfen op Internet.
Q Met Outlook Express kunt u e-mailberichten verzenden en
ontvangen.
Q Met Windows Faxconsole kunt u faxberichten verzenden
en ontvangen.
Voor optimale prestaties kunt u het best verbinding maken met een Internet Service Provider (ISP) die werkt met V.90- of V.92-modems. Neem contact op met uw ISP voor een lijst met telefoonnummers die V.90 of V.92 ondersteunen. (Met V.92 kan het modem in de wacht worden geplaatst en kan een Internet-sessie worden onderbroken voor een binnenkomend telefoongesprek. Na afloop van het gesprek kan de Internet-sessie worden hervat.)
De maximumsnelheid voor faxen is 14,4 Kbps, ook al kan het modem bij het downloaden hogere snelheden bereiken.
4
Modem- en
Naslaggids 4–1
Page 52
Modem- en netwerkverbindingen

Modem aansluiten

VOORZICHTIG: Het ingebouwde modem werkt mogelijk niet correct
Ä
met meerdere telefoonlijnen of een huiscentrale (PBX). U kunt het modem niet aansluiten op een telefoon die op munten werkt of op een gemeenschappelijke telefoonlijn. De elektrische spanning van sommige van deze lijnen is te hoog, waardoor het interne modem defect kan raken. Controleer daarom welk soort telefoonlijn u gebruikt voordat u de verbinding tot stand brengt.
4–2 Naslaggids
Page 53
Modem- en netwerkverbindingen

Speciale beperkingen in bepaalde landen

Q Als een modem er herhaaldelijk niet in slaagt verbinding met
een Internet Service Provider te leggen, wordt in veel landen tijdelijk voorkomen dat het modem opnieuw probeert verbinding te leggen. Het aantal toegestane pogingen en de tijd die u moet wachten totdat u het opnieuw mag proberen, verschilt per land. Raadpleeg de telefoonmaatschappij voor meer informatie hierover.
Als u bijvoorbeeld vanuit Italië belt en geen verbinding kunt maken met uw server of de verbinding verbreekt, moet u één minuut wachten voordat u het nummer opnieuw kunt kiezen. Als u eerder belt, wordt gemeld dat u moet wachten. Na de vierde mislukte poging moet u een uur wachten voordat u het nummer opnieuw kunt kiezen. Als u belt voordat het uur voorbij is, wordt een foutbericht weergegeven waarin wordt gesproken van een "zwarte lijst".
Q Als het modem in gebruik is, kunt u met een externe
beveiliging tegen spanningspieken voorkomen dat de notebookcomputer wordt beschadigd door bliksem of andere elektrische spanningspieken. Sluit een goedgekeurde beveiliging tegen spanningspieken op het modem aan als u het modem gebruikt.
Naslaggids 4–3
Page 54
Modem- en netwerkverbindingen

Modeminstellingen wijzigen

Het modem is al ingesteld voor compatibiliteit met telefoonsystemen en modems in de meeste gebieden. In sommige situaties kan het echter nodig zijn de modeminstellingen aan te passen aan de lokale omstandigheden. Als u vragen heeft over de lokale vereisten, neemt u contact op met de telefoonmaatschappij.
Q Configuratiescherm. Open het onderdeel Telefoon- en
modemopties in het Configuratiescherm als u modeminstellingen wilt wijzigen. Selecteer Eigenschappen op het tabblad Modems om de verbindingssnelheid in te stellen of selecteer Bewerken op het tabblad Kiesregels om kiesopties in te stellen.
Q Communicatiesoftware. Veel communicatieprogramma's
bevatten opties waarmee u de modeminstellingen kunt wijzigen. Raadpleeg de Help-functie van de software.
Q AT-opdrachten. U kunt diverse functies van het modem
instellen met AT-opdrachten. AT-opdrachten zijn speciale tekenreeksen die naar het modem worden verzonden om bepaalde voorwaarden in te stellen. Deze tekenreeksen beginnen gewoonlijk met
"Naslaggegevens" voor een lijst met AT-opdrachten voor het
ingebouwde modem.
Selecteer het onderdeel Telefoon- en modemopties in het Configuratiescherm. Selecteer Eigenschappen op het tabblad Modems. Op het tabblad Geavanceerd kunt u AT-opdrachten typen voor extra instellingen.
"AT". Raadpleeg het hoofdstuk
4–4 Naslaggids
Page 55
Modem- en netwerkverbindingen

Verbinding met een lokaal netwerk

U kunt verbinding maken met een lokaal netwerk, ook wel LAN (Local Area Network) genoemd. Via een LAN krijgt u toegang tot netwerkvoorzieningen, zoals printers en bestandsservers in het bedrijfsnetwerk, en mogelijk ook tot Internet.
U maakt als volgt verbinding met een lokaal netwerk:
1. Controleer of in het bestaande lokale netwerk verbindingen via Ethernet 10Base-T (10 Mbps) of 100Base-TX (100 Mbps) worden ondersteund.
2. Sluit de netwerkkabel (niet meegeleverd) aan op de ingebouwde netwerkpoort. De kabel moet een RJ-45-connector hebben.
3. De netwerkverbinding wordt in Windows automatisch herkend en geconfigureerd. U kunt de instellingen bewerken in Netwerk- en inbelverbindingen van het Configuratiescherm.
Zie de Help-functie van Windows voor informatie over het instellen en gebruiken van netwerkverbindingen. Selecteer hiervoor Start > Help en ondersteuning. Neem contact op met de netwerkbeheerder voor informatie over het netwerk.
Bij de netwerkpoort bevinden zich twee lampjes, die de verbindingsstatus weergeven:
Q Het gele lampje geeft netwerkactiviteit aan. Q Het groene lampje geeft aan dat er sprake is van een
100-Mbps verbinding.
Naslaggids 4–5
Page 56
Modem- en netwerkverbindingen

WLAN-adapter gebruiken

Bepaalde notebookcomputers zijn voorzien van een WLAN­adapter, een adapter voor een draadloos lokaal netwerk. Via een WLAN-adapter kunt u de notebookcomputer aansluiten op een toegangspunt van een compatibel draadloos netwerk of een andere compatibele notebookcomputer die draadloze verbindingen ondersteunt. U kunt de WLAN-adapter niet gebruiken om de notebookcomputer aan te sluiten op een mobiele-telefoonservice, een draadloos Bluetooth-apparaat of een draadloze telefoon.
Voor het opzetten van een draadloos netwerk heeft u het volgende nodig:
Q Een notebookcomputer met een WLAN-adapter. Dit kan een
geïntegreerde WLAN-adapter zijn of een insteekmodule, zoals een PC Card.
Q Een draadloos toegangspunt. De functionaliteit van een
draadloos toegangspunt kan worden geleverd door een apparaat dat specifiek die functie heeft of door een netwerkapparaat dat ook andere functies heeft, zoals een router.
Voor toegang tot Internet via een draadloos netwerk is het volgende vereist:
Q Een apparaat voor toegang tot Internet, bijvoorbeeld een
breedbandkabel- of DSL-modem (Digital Subscriber Line) of een gedeeld analoog modem dat is aangesloten op een telefoonlijn.
Q De diensten van een ISP.
Hardwarevereisten voor een Internet-verbinding bestaan uit een WLAN-adapter in de notebookcomputer, een draadloos toegangspunt en een modem. (Notebookcomputers variëren per model.)
4–6 Naslaggids
Page 57
Modem- en netwerkverbindingen
U gebruikt een draadloze LAN-verbinding als volgt:
1. Controleer of alle stuurprogramma's voor de WLAN-adapter zijn geïnstalleerd en of de adapter correct is geconfigureerd.
Als u een geïntegreerde WLAN-adapter gebruikt, zijn alle vereiste stuurprogramma's geïnstalleerd en is de adapter vooraf geconfigureerd en klaar voor gebruik.
2. Controleer bij een geïntegreerde WLAN-adapter of deze is ingeschakeld. In dat geval brandt het lampje voor draadloze communicatie. Als het lampje uit is, drukt u op de knop voor draadloze communicatie om de WLAN-adapter in te schakelen.
Het lampje en de knop voor draadloze communicatie op de notebookcomputer zijn te herkennen aan het symbool voor draadloze communicatie dat u hier ziet afgebeeld. U kunt ook de documentatie bij uw specifieke model raadplegen.
3. Controleer of het toegangspunt goed is geconfigureerd. Raadpleeg de documentatie bij het toegangspunt voor instructies.
4. Controleer of u binnen het bereik bent van een compatibel WLAN-toegangspunt (of een compatibele computer die draadloze verbindingen ondersteunt). Dit bereik is meestal 30 meter.
5. Als u de draadloze netwerkverbinding wilt configureren in Windows XP, volgt u de instructies van Windows. U vindt deze via Start > Help en ondersteuning.
Meer informatie over WLAN-verbindingen vindt u als volgt:
Q Ga via Start > Help en ondersteuning naar de gewenste
informatie en websites.
Q Raadpleeg de documentatie bij de notebookcomputer. De
handleiding Problemen oplossen op de documentatie-cd Documentation Library bevat een gedeelte over problemen
met WLAN-verbindingen.
Q Raadpleeg de documentatie bij de aanvullende
netwerkapparaten en -diensten.
Naslaggids 4–7
Page 58
Modem- en netwerkverbindingen

Draadloze netwerkverbindingen (alleen bepaalde modellen)

Als de notebookcomputer een aan/uit-knop voor draadloze communicatie heeft, kunt u via radiogolven verbinding maken met een draadloos 802.11-LAN (Local Area Network) en toegang krijgen tot computers en andere netwerkbronnen.
Een draadloos netwerk biedt alle functies van een "gewoon" bekabeld netwerk, maar biedt daarnaast ook mogelijkheden om te "zwerven". Doordat de notebookcomputer niet via kabels, maar via radiogolven met het netwerk is verbonden, kunt u de computer binnen het netwerk verplaatsen (bijvoorbeeld van uw kantoor naar de vergaderruimte) en toch voortdurend met het netwerk verbonden blijven.
WAARSCHUWING: Blootstelling aan straling van
Å
radiofrequenties. De uitgangsstraling van dit apparaat is lager dan de limiet die door de FCC is vastgesteld voor radiofrequenties. Toch dient u het apparaat zo te gebruiken dat de kans op blootstelling tijdens normaal gebruik minimaal is. Om de kans op overschrijding van de FCC-limiet voor blootstelling aan radiofrequentiestraling te vermijden, moet u bij normale bediening verder dan 20 cm uit de buurt blijven van de antenne, ook als de notebookcomputer is gesloten.
4–8 Naslaggids
Page 59
Modem- en netwerkverbindingen

Notebookcomputer gereedmaken voor een verbinding

Voordat u een verbinding tot stand kunt brengen met een bestaand draadloos 802.11-netwerk, configureert u de notebookcomputer voor de draadloze verbinding in kwestie.

Verbinding maken met een draadloos netwerk

U kunt via een toegangspunt verbinding maken met een lokaal netwerk of in een "ad-hocnetwerk" rechtstreeks verbinding maken met andere computers.
Voordat u een verbinding tot stand kunt brengen met een bestaand draadloos 802.11-netwerk, configureert u de notebookcomputer. Meer informatie over het configureren van de notebookcomputer voor draadloze netwerken vindt u via Help en ondersteuning van Windows. Geef als zoekonderwerp "draadloos" op. U krijgt dan een lijst met overzichten, zelfstudies, artikelen en stapsgewijze informatie over het instellen van uw draadloze apparaat.
Als u de status van de draadloze verbinding wilt controleren, selecteert u Start > Configuratiescherm > Netwerk- en inbelverbindingen en kiest u vervolgens de gewenste verbinding.

Status van de draadloze verbinding controleren

Als u zich binnen het bereik van het draadloze netwerk bevindt, wordt automatisch een verbinding tot stand gebracht. U kunt de status van de draadloze verbinding controleren door Netwerk- en inbelverbindingen in het Configuratiescherm te openen en vervolgens de verbinding te selecteren.
Naslaggids 4–9
Page 60
Modem- en netwerkverbindingen

Nieuw ad-hocnetwerk maken (met andere computers)

U kunt een nieuw netwerk opzetten dat toegankelijk is voor andere lokale computers.
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Netwerk- en inbelverbindingen > Netwerkverbindingen.
2. Selecteer de draadloze verbinding om de status ervan weer te geven en selecteer vervolgens Eigenschappen.
3. Selecteer Toevoegen op het tabblad Draadloze netwerken om een nieuw netwerk te maken.
4. Typ een naam voor het nieuwe netwerk.
5. Schakel voor gecodeerde communicatie de optie voor de automatische sleutel uit en selecteer de volgende parameters:
R Sleutel: ASCII-wachtwoord of hexadecimale sleutelreeks
R Sleutelindeling: ASCII voor wachtwoord of
hexadecimaal voor sleutelreeks
R Sleutellengte: Kleiner getal voor 64-bit codering, groter
getal voor 128-bit codering
6. Geef aan dat dit een netwerkverbinding tussen lokale notebookcomputers is (ad hoc) door de desbetreffende optie te selecteren.
7. Selecteer OK om de configuratie op te slaan. Het netwerk wordt toegevoegd aan de lijst met voorkeursnetwerken en wordt toegankelijk voor andere notebookcomputers.
4–10 Naslaggids
Page 61
Modem- en netwerkverbindingen

Draadloze communicatie in- en uitschakelen

Draadloze netwerken en mobiele modems zijn voorbeelden van
apparaten die gebruikmaken van draadloze communicatie. Het gebruik van dergelijke apparaten kan onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld in een vliegtuig) aan regels zijn gebonden. Als u niet zeker weet of het gebruik is toegestaan, wordt u aangeraden toestemming te vragen voordat u draadloze communicatie inschakelt.
In Italië en Singapore en mogelijk ook in andere landen kunt u de draadloze functie pas gebruiken wanneer u hiervoor een licentie heeft aangeschaft.
Draadloze communicatie inschakelen en verbinding maken
Als de notebookcomputer draadloze 802.11-verbindingen ondersteunt, gaat het lampje voor draadloze verbindingen op de voorkant van de notebookcomputer branden wanneer
802.11-communicatie wordt ingeschakeld.
1. Schakel de notebookcomputer in als deze uitgeschakeld is.
2. Als u gewoonlijk de aan/uit-knop voor draadloze communicatie aan de voorkant van de notebookcomputer gebruikt om draadloze 802.11-communicatie in en uit te schakelen, drukt u op deze knop, zodat het lampje gaat branden. De vorige configuratie voor draadloze communicatie wordt nu hersteld.
-of-
Selecteer Start > Configuratiescherm > Netwerk- en inbelverbindingen > Netwerkverbindingen en selecteer vervolgens het pictogram van de draadloze netwerkverbinding.
Als u zich binnen het bereik van het draadloze netwerk bevindt, wordt automatisch een verbinding tot stand gebracht. U kunt de status van de draadloze verbinding controleren door Netwerkverbindingen in het Configuratiescherm te openen en vervolgens de verbinding te selecteren.
Naslaggids 4–11
Page 62
Modem- en netwerkverbindingen
Draadloze communicatie uitschakelen en de verbinding verbreken
1. Sluit alle bestanden die zich bevinden op andere notebookcomputers in het netwerk.
2. Druk op de knop voor het in- en uitschakelen van de draadloze communicatie als u de draadloze
802.11-communicatie wilt uitschakelen zonder de notebookcomputer uit te schakelen.
-of-
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de draadloze netwerkverbinding op de taakbalk en kies Uitschakelen.
Als u de notebookcomputer in de standbystand zet of uitschakelt, wordt de draadloze communicatie ook uitgeschakeld.
4–12 Naslaggids
Page 63

Externe opties

Externe apparaten aansluiten

PC Card plaatsen of verwijderen

Het PC Card-slot van de notebookcomputer ondersteunt standaard Type II en Type III PC Cards (PCMCIA en CardBus).
Het aantal PC Card-slots en de locatie ervan verschillen per serie.
PC Card plaatsen
1. Houd de PC Card met het label naar boven, terwijl de connectoren naar het kaartslot zijn gericht.
2. Breng de PC Card op één lijn met de onderkant van het slot en schuif de kaart in het slot tot de kaart goed vastzit. De meeste kaarten zijn goed geplaatst als de kaart niet meer uit het slot steekt, maar sommige kaarten zijn zo ontworpen dat ze een stukje uitsteken.
5
Naslaggids 5–1
Page 64
Externe opties
PC Card verwijderen
VOORZICHTIG: Voordat u een PC Card verwijdert, gebruikt u het
Ä
pictogram voor het uitwerpen van hardware of voor het veilig verwijderen van hardware op de taakbalk of sluit u de notebookcomputer af. Als u dat niet doet, kunt u gegevens kwijtraken.
1. Selecteer het pictogram Hardware ontkoppelen of uitwerpen of Hardware veilig verwijderen op de taakbalk, selecteer de kaart die u wilt verwijderen en verwijder de kaart. Op deze manier beschermt u uw gegevens en voorkomt u onverwachte problemen.
U kunt de kaart indien nodig opnieuw starten door de kaart opnieuw te plaatsen.
2. Druk op de ejectknop zodat deze naar buiten komt en druk nogmaals op de knop om de PC Card naar buiten te schuiven.
Voordat u een apparaat aansluit, raadpleegt u de documentatie van
het apparaat om te kijken of u instellingen van het apparaat moet aanpassen voordat u het in gebruik neemt. Misschien is het noodzakelijk schakelaars in te stellen om het apparaat te configureren, zodat het op de juiste manier samenwerkt met de notebookcomputer en de software die u wilt gebruiken.
5–2 Naslaggids
Page 65

Audioapparaat aansluiten

U kunt een externe microfoon, externe luidsprekers of een hoofdtelefoon aansluiten. Bovendien kunt u, als u de notebookcomputer aansluit op de poortreplicator, een stereoapparaat aansluiten (zoals een cd-speler) of een apparaat dat digitaal geluid accepteert (zoals een digitale audiorecorder).
VOORZICHTIG: De hoofdtelefoonconnector en de audio-ingang zijn
Ä
drievoudige stereoconnectoren. Deze zijn niet compatibel met tweevoudige monoconnectoren. Als u een monoconnector op een van deze connectoren aansluit, kunt u de notebookcomputer beschadigen.
» Raadpleeg de afbeelding die op uw notebookcomputer
betrekking heeft om na te gaan waar de audiopoorten zich bevinden. Sluit de audiokabel aan op de juiste audiopoort op de notebookcomputer of op de poortreplicator.
Externe opties
1 Externe-microfoonconnector
(roze)
2 Audio-uitgang (hoofdtelefoon)
(groen)
Als u een apparaat op de poort voor de hoofdtelefoon aansluit,
worden de ingebouwde luidsprekers automatisch uitgeschakeld. Als u een apparaat aansluit op een audiopoort van de notebook­computer, wordt het apparaat dat op de overeenkomstige poort op de poortreplicator is aangesloten, genegeerd.
Naslaggids 5–3
1 Audio-uitgang (hoofdtelefoon)
(groen)
2 Externe-microfoonconnector
(roze)
Page 66
Externe opties

Externe monitor gebruiken

Externe monitor aansluiten
1. Sluit een standaard 4-pins S-videokabel aan op de S-video­uitgang van de notebookcomputer (de gele connector aan de achterkant). Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de S-video-ingang van uw televisie. Start de notebookcomputer opnieuw op.
Hoewel de notebookcomputer is voorzien van een 7-pins
S-video-uitgang, is het mogelijk om een kabel met een 4-pins connector in plaats van een 7-pins connector op de notebookcomputer aan te sluiten.
2. Selecteer Start > Configuratiescherm > Vormgeving en thema's > Beeldscherm. Selecteer vervolgens het tabblad Instellingen > Geavanceerd > tabblad Beeldscherm.
3. Als u weergave op de tv wilt inschakelen, selecteert u de rode knop naast Tv.
Als de S-videokabel niet op de notebookcomputer en de tv is
aangesloten, wordt de rode knop niet weergegeven.
4. Selecteer Toepassen om de wijzigingen te accepteren.
5. Selecteer Ja als wordt gevraagd of u Windows opnieuw wilt starten.
Beeldschermresolutie en andere instellingen aanpassen
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Vormgeving en thema's > Beeldscherm.
2. Pas op het tabblad Instellingen het schermgebied aan. Er zijn ook andere instellingen beschikbaar.
5–4 Naslaggids
Page 67
Als u de vernieuwingsfrequentie op het externe beeldscherm moet verhogen, kunt u ervoor kiezen alleen het externe beeldscherm te gebruiken. U kunt ook een van de beeldschermen instellen als "secundair" beeldscherm, zodat u verschillende vernieuwingsfrequenties kunt instellen:
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Vormgeving en thema's > Beeldscherm.
2. Klik op het tabblad Instellingen op de knop Geavanceerd en klik vervolgens op het tabblad Beeldscherm of Monitor. Stel de vernieuwingsfrequentie in op het tabblad Beeldscherm.
Twee beeldschermen gebruiken
U kunt het bureaublad uitbreiden door een extern beeldscherm op de notebookcomputer aan te sluiten.
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Vormgeving en thema's > Beeldscherm.
2. Selecteer het tabblad Instellingen.
3. Selecteer het tweede beeldscherm en selecteer de optie voor het uitbreiden van het bureaublad.
Voor elk beeldscherm kunt u een andere resolutie en een ander aantal kleuren instellen. Bij gebruik van het vergrote bureaublad moet het videogeheugen echter worden verdeeld over beide beeldschermen. Het kan daarom voorkomen dat de beeldschermen zich bij hogere resoluties en een hoger aantal kleuren anders gedragen dan verwacht. Probeer eerst een resolutie van 1024 × 768 op het externe beeldscherm en 64.000 kleuren (16-bit) op beide beeldschermen. Vervolgens kunt u hogere instellingen proberen om te kijken of deze met uw applicaties werken. Daarnaast kan voor bepaalde bewerkingen, zoals het afspelen van dvd's en het weergeven van 3D-afbeeldingen, extra videogeheugen nodig zijn, zodat het noodzakelijk kan zijn de beeldscherminstellingen aan te passen.
Als u een dvd-film afspeelt, wordt deze alleen weergegeven op het primaire scherm. Als u een ander beeldscherm wilt instellen als primair beeldscherm, gaat u naar het tabblad Instellingen in het dialoogvenster Beeldscherm (zie bovenstaande stappen). Klik met de rechtermuisknop op het gewenste beeldscherm en kies Primair.
Externe opties
Naslaggids 5–5
Page 68
Externe opties

1394-apparaat aansluiten (alleen bepaalde modellen)

Als de notebookcomputer beschikt over een 1394-poort (ook wel FireWire genoemd), kunt u hierop apparaten zoals audio- en videoapparatuur, schijfeenheden, printers en andere notebookcomputers aansluiten.
Sluit de kabel van het apparaat aan op de 1394-poort. Windows herkent het apparaat automatisch.
De 1394-poort is een poort met vier draden. Als u een apparaat met een connector met zes draden wilt aansluiten, schaft u een eenvoudige adapter aan als het om een apparaat zonder eigen voeding gaat, of een hub als het apparaat wel eigen voeding heeft.
Als u problemen ondervindt bij het tot stand brengen van deze
aansluiting, gaat u naar de website van de fabrikant van het apparaat voor de nieuwste versie van het stuurprogramma voor het apparaat.

Verbinden met een infraroodapparaat (alleen bepaalde modellen)

Bepaalde modellen zijn voorzien van een infraroodpoort.
Standaard is de infraroodpoort ingeschakeld.
Als uw model is voorzien van een infraroodpoort (een kleine, rechthoekige lens aan de voorkant van de notebookcomputer), is de notebookcomputer geschikt voor draadloze seriële communicatie. Dit houdt in dat de notebookcomputer en andere infraroodapparatuur, zoals printers en andere notebookcomputers, via deze poort draadloos met elkaar kunnen communiceren.
5–6 Naslaggids
Page 69
Infraroodpoort gebruiken
Q Zorg ervoor dat de infraroodpoort van de notebookcomputer
en de infraroodpoort van het apparaat waarmee u wilt communiceren zich in een rechte lijn tegenover elkaar bevinden. De afstand tussen de twee poorten mag niet meer dan één meter bedragen en er mogen zich geen obstakels tussen de poorten bevinden. Ruis van andere apparatuur in de omgeving kan verzendfouten tot gevolg hebben.
Q Als u de status van de communicatie wilt controleren, opent u
Draadloze verbinding door Start > Configuratiescherm > Printers en andere hardware > Draadloze verbinding te selecteren.
Standbystand niet activeren tijdens infraroodtransmissie
De standbystand is niet compatibel met infraroodtransmissie.
Als de notebookcomputer in de standbystand staat, kan er geen infraroodtransmissie worden geactiveerd.
De transmissie wordt beëindigd als de standbystand tijdens de transmissie wordt geactiveerd. Bij het verlaten van de standbystand wordt de transmissie hervat. In sommige gevallen moet u echter de infraroodtransmissie opnieuw uitvoeren. Als u de standbystand wilt beëindigen, drukt u kort op de aan/uit-knop.
Externe opties
Afdrukken op een infraroodprinter
Installeer de printer en wijs de infraroodpoort van de notebookcomputer toe als poort. U kunt vervolgens vanuit applicaties op dezelfde manier afdrukken als met een andere printer.
Bestanden verzenden via een infraroodverbinding
Via de infraroodpoort van de notebookcomputer kunt u bestanden verzenden met behulp van Draadloze verbinding. Zie de online Help-functie van Windows voor informatie over het gebruik van draadloze verbinding.
Naslaggids 5–7
Page 70
Externe opties

Poortreplicator gebruiken (alleen bepaalde modellen)

Een poortreplicator is een uitbreidingseenheid waarmee de notebookcomputer beschikt over externe aansluitingen die u kunt achterlaten wanneer u de notebookcomputer meeneemt. In plaats van alle randapparatuur los te koppelen en weer aan te sluiten, kunt u de notebookcomputer gewoon aansluiten op of loskoppelen van de poortreplicator.
VOORZICHTIG: Gebruik alleen de goedgekeurde netvoedingsadapter
Ä
die aan de spanningsvereisten van de notebookcomputer voldoet.
Als u de verkeerde netvoedingsadapter gebruikt, is het mogelijk dat de notebookcomputer of de adapter beschadigd raakt, er gegevens verloren gaan en het recht op garantie vervalt.
U kunt de notebookcomputer ongeacht de energiestand aansluiten op of loskoppelen van een poortreplicator: de notebookcomputer kan in- of uitgeschakeld zijn, of in de standbystand of Hibernation-stand staan. Zorg er echter voor dat u de computer niet aansluit op of loskoppelt van een poortreplicator terwijl de standbystand of Hibernation-voorziening wordt geactiveerd of beëindigd. De computer kan dan namelijk geblokkeerd raken.
Voordat u de notebookcomputer aansluit op of loskoppelt van de
poortreplicator, slaat u de gegevens op en sluit u alle applicaties die werken met externe verbindingen die hierbij betrokken kunnen zijn. Dit is een voorzorgsmaatregel voor het onwaarschijnlijke geval dat zich een probleem voordoet bij het aansluiten op of loskoppelen van de poortreplicator.
5–8 Naslaggids
Page 71
Notebookcomputer aansluiten op de poortreplicator
1. Sluit de netvoedingsadapter aan op een stopcontact en sluit de adapter vervolgens aan op de achterkant van de poortreplicator. U kunt de poortreplicator ook laten werken op de accu van de notebookcomputer.
2. Verwijder het rubberen afdekplaatje van de poort voor aansluiting op een uitbreidingseenheid aan de onderkant van de notebookcomputer.
3. Plaats de notebookcomputer zodanig dat de pinnen van de poortreplicator op de juiste plaats komen.
Externe opties
4. Druk de notebookcomputer omlaag totdat deze vastklikt.
5. Als de notebookcomputer is uitgeschakeld, opent u de notebookcomputer en drukt u op de aan/uit-knop om deze in te schakelen. De lampjes op de poortreplicator gaan branden.
Naslaggids 5–9
Page 72
Externe opties
Als de notebookcomputer is aangesloten op de poortreplicator, kunt u de beveiligingsconnector (uitsparing voor een kabelslot) op de notebookcomputer gebruiken om de notebookcomputer ergens aan te bevestigen. Als u zowel de notebookcomputer als de poortreplicator ergens aan wilt bevestigen, steekt u het kabelslot in de beveiligingsconnector naast de knop waarmee u de notebookcomputer loskoppelt van de poortreplicator. Deze knop wordt hierdoor vergrendeld.
Als een apparaat op een audiopoort van de notebookcomputer is
aangesloten, wordt een apparaat dat op de overeenkomstige poort van de poortreplicator is aangesloten, genegeerd.
Notebookcomputer loskoppelen van de poortreplicator
1. Druk op de knop waarmee u de notebookcomputer loskoppelt van de poortreplicator. U vindt deze knop aan de rechterkant van de poortreplicator.
2. Til de notebookcomputer uit de poortreplicator.
5–10 Naslaggids
Page 73

Extra RAM-geheugen installeren

De notebookcomputer heeft twee slots die twee RAM-modules kunnen bevatten. Ten minste één slot bevat een RAM-module die al in de fabriek is geïnstalleerd. Beide slots kunt u gebruiken om het RAM-geheugen uit te breiden.

RAM-uitbreidingsmodule installeren

Gebruik alleen PC2100 DDR 266-MHz RAM of hoger.
Voor deze procedure heeft u een kleine kruiskopschroevendraaier nodig.
VOORZICHTIG: De interne onderdelen van de notebookcomputer zijn
Ä
uiterst gevoelig voor statische elektriciteit en kunnen daardoor permanent beschadigd raken. Houd de RAM-module uitsluitend aan de randen vast. Voordat u de geheugenmodule installeert, is het belangrijk even de metalen delen rond de connectoren aan de achterkant van de notebookcomputer aan te raken. Op die manier kunt u zich ontdoen van eventueel opgebouwde statische elektriciteit.
1. Sla uw werk op en sluit de notebookcomputer af. Als u niet weet of de notebookcomputer is uitgeschakeld of in de Hibernation-stand staat, drukt u kort op de aan/uit-knop. Als uw werk op het scherm verschijnt, slaat u uw werk op, sluit u alle applicaties af en schakelt u de notebookcomputer uit.
2. Koppel alle randapparatuur los die op de notebookcomputer is aangesloten.
3. Koppel het netsnoer los.
4. Verwijder de accu.
5. Leg de computer ondersteboven neer, draai de twee schroeven van het RAM-afdekplaatje los en verwijder het plaatje.
Externe opties
Naslaggids 5–11
Page 74
Externe opties
6. Zoek in een van de volgende afbeeldingen de afbeelding die op uw notebookcomputer betrekking heeft. Druk de RAM-module onder een hoek van ongeveer 30 graden in de connector. Druk vervolgens op beide zijden tot de beide klemmetjes vastklikken.
7. Plaats het afdekplaatje terug.
8. Plaats de accu.
5–12 Naslaggids
Page 75

RAM-uitbreidingsmodule verwijderen

U kunt een RAM-module verwijderen om een grotere module te installeren. Voor deze procedure heeft u een kleine kruiskopschroevendraaier nodig.
VOORZICHTIG: De interne onderdelen van de notebookcomputer zijn
Ä
uiterst gevoelig voor statische elektriciteit en kunnen daardoor blijvend beschadigd raken. Houd de RAM-module uitsluitend aan de randen vast. Voordat u de geheugenmodule installeert, is het belangrijk even de metalen delen rond de connectoren aan de achterkant van de notebookcomputer aan te raken. Op die manier kunt u zich ontdoen van eventueel opgebouwde statische elektriciteit.
1. Sla uw werk op en sluit de notebookcomputer af. Als u niet weet of de notebookcomputer is uitgeschakeld of in de Hibernation-stand staat, drukt u kort op de aan/uit-knop. Als uw werk op het scherm verschijnt, slaat u uw werk op, sluit u alle applicaties af en schakelt u de notebookcomputer uit.
2. Koppel alle randapparatuur los die op de notebookcomputer is aangesloten.
3. Koppel het netsnoer los.
4. Verwijder de accu.
5. Leg de computer ondersteboven neer, draai de twee schroeven van het RAM-afdekplaatje los en verwijder het plaatje.
6. Zoek in een van de volgende afbeeldingen de afbeelding die op uw notebookcomputer betrekking heeft. Druk de klemmetjes aan weerszijden van de RAM-module open, zodat de vrije rand van de module omhoog komt.
Externe opties
Naslaggids 5–13
Page 76
Externe opties
7. Trek de module uit de connector.
8. Plaats het afdekplaatje terug.
9. Plaats de accu.
5–14 Naslaggids
Page 77

Vaste schijf vervangen

Vaste schijf vervangen

Voor deze procedure heeft u een kleine kruiskopschroevendraaier nodig.
1. Sla uw werk op en sluit de notebookcomputer af. Als u niet weet of de notebookcomputer is uitgeschakeld of in de Hibernation-stand staat, drukt u kort op de aan/uit-knop. Als uw werk op het scherm verschijnt, slaat u uw werk op, sluit u alle applicaties af en schakelt u de notebookcomputer uit.
2. Koppel alle randapparatuur los die op de notebookcomputer is aangesloten.
3. Koppel het netsnoer los.
4. Verwijder de accu.
5. Leg de computer ondersteboven neer.
Externe opties
Naslaggids 5–15
Page 78
Externe opties
6. Zoek in een van de volgende afbeeldingen de afbeelding die op uw notebookcomputer betrekking heeft. Gebruik een puntig voorwerp om de pluggen uit de twee of drie schroefgaten te halen en verwijder vervolgens de schroeven. Het aantal schroeven verschilt per model.
7. Trek de vaste schijf voorzichtig uit de notebookcomputer.
8. Schuif de nieuwe schijf voorzichtig in het vaste-schijfcompartiment. Druk de schijf stevig aan zodat de connector goed vastzit.
9. Installeer de schroeven en pluggen van de vaste schijf weer.
Als u een nieuwe vaste schijf wilt installeren, maakt u eerst een
partitie voor hulpprogramma's op de schijfeenheid voordat u software laadt.
5–16 Naslaggids
Page 79

Vaste-schijfhouder vervangen

Als u een nieuwe vaste schijf installeert die geen houder heeft, kunt u van de vaste schijf die u verwijdert de onderdelen van de houder halen. Voor deze procedure heeft u een kleine kruiskopschroevendraaier nodig.
1. Verwijder de vier schroeven van de zijkanten van de houder/schijf-assemblage, en schuif vervolgens de schijf uit de houder.
2. U ziet dat de vaste schijf aan één kant een connector heeft die om de pinnen van de schijf zit. Verwijder deze connector voorzichtig van de schijf. Maak beide zijden gelijkmatig los, zodat de pinnen niet worden verbogen en de connector zonder moeite loskomt.
Externe opties
3. Plaats de connector voorzichtig op de pinnen van de nieuwe vaste schijf. Druk gelijkmatig op beide zijden, zodat de connector er recht opschuift en de pinnen niet worden verbogen.
4. Plaats de schijf in de houder.
5. Draai de schroeven weer vast in de houder/schijf-assemblage.
Naslaggids 5–17
Page 80
Externe opties

Nieuwe vaste schijf gebruiksklaar maken

Wanneer u een nieuwe vaste schijf installeert, moet de schijf worden gereedgemaakt voor gebruik in de notebookcomputer.
Als u het besturingssysteem en de software van Windows wilt herstellen die oorspronkelijk op de notebookcomputer waren geïnstalleerd, volgt u de procedures voor systeemherstel in het hoofdstuk "Problemen oplossen" in deze handleiding.
5–18 Naslaggids
Page 81
6

Problemen oplossen

Problemen met de notebookcomputer oplossen

Dit hoofdstuk bevat oplossingen voor een aantal algemene problemen die u met de notebookcomputer kunt hebben. Probeer de oplossingen één voor één, in de volgorde waarin deze worden aangegeven.
Daarnaast kunt u de volgende informatiebronnen raadplegen voor het oplossen van problemen:
Q Gebruik de probleemoplossers van Windows. Selecteer
hiervoor Start > Help en ondersteuning.
Q Druk op de snelknop met het vraagteken boven aan het
toetsenbord.
Q Raadpleeg de handleiding van Microsoft Windows die bij
de notebookcomputer is geleverd.
Q Raadpleeg het boekje Worldwide Telephone Numbers als u
contact wilt opnemen met de klantenservice voor hulp en ondersteuning.
Naslaggids 6–1
Page 82
Problemen oplossen

Audioproblemen

Er is geen geluid hoorbaar
Q Als het model volumeknoppen heeft, drukt u op de knop met
het plusteken (
Q Selecteer het luidsprekerpictogram op de taakbalk (indien
aanwezig). Schakel het selectievakje Alles dempen uit als dit is ingeschakeld. Als het model is voorzien van een knop voor het uitschakelen van het geluid, drukt u op die knop zodat het lampje uitgaat.
Q Als u de notebookcomputer in de MS-DOS-modus gebruikt
(voor bijvoorbeeld MS-DOS-spelletjes), kan het zijn dat het geluid niet goed werkt. Gebruik Windows-applicaties als u de geluidsfunctionaliteit volledig wilt benutten.
Geluid wordt niet opgenomen
Q Sluit een externe microfoon aan. De notebookcomputer heeft
geen ingebouwde microfoon.
Q Controleer de software-instellingen voor het opnemen van
geluid door achtereenvolgens Start > Alle programma's > Bureau-accessoires > Multimedia (of Entertainment) > Geluidsrecorder te selecteren.
Q Selecteer Opties > Eigenschappen in het venster
Volumeregeling en controleer of de microfoonoptie is ingeschakeld.
+) om het volume te verhogen.
Er komt een hoog, doordringend geluid (feedback) uit de luidsprekers
Q Selecteer het luidsprekerpictogram op de taakbalk en verlaag
het hoofdvolume in het venster Volumeregeling.
Q Selecteer Opties > Eigenschappen in het venster
Volumeregeling en selecteer de microfoonoptie voor de afspeelinstellingen. Zorg er daarna in het venster Volumeregeling voor dat de microfoon is gedempt.
6–2 Naslaggids
Page 83
Problemen oplossen

Problemen met cd-rom's en dvd's

De notebookcomputer kan niet vanaf een cd of dvd worden opgestart
Q Controleer of de cd of dvd een opstartschijf is.
Q Controleer of de cd-rom-/dvd-drive is geselecteerd als
opstarteenheid. Raadpleeg het hoofdstuk "Basiswerking" in deze handleiding om de opstartvolgorde te wijzigen.
Q Start de notebookcomputer opnieuw op door
achtereenvolgens Start > Uitschakelen > Opnieuw opstarten te selecteren.
De dvd wordt niet naar behoren afgespeeld
Q Door vuil of vlekken kunnen delen van een schijf worden
overgeslagen. Maak de schijf schoon met een zachte doek. Als de schijf ernstig is beschadigd, moet u de schijf waarschijnlijk vervangen.
Q Wijzig het energiebeheerschema als u een dvd wilt afspelen
op accuvoeding.
Er wordt een regiocodefout gemeld bij het afspelen van een dvd-film
Dvd's kunnen zijn voorzien van regiocodes. Deze codes zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat dvd-films niet kunnen worden afgespeeld buiten de regio waarin ze worden verkocht. Als er een regiocodefout optreedt, wordt dit veroorzaakt doordat u probeert een dvd af te spelen die voor een andere regio is bedoeld.
Naslaggids 6–3
Page 84
Problemen oplossen
De notebookcomputer kan een cd of dvd niet lezen
Q Controleer in geval van een enkelzijdige cd of dvd of deze
met het label naar boven in de schijfeenheid is geplaatst.
Q Maak de schijf schoon.
Q Wacht 5 tot 10 seconden nadat u de lade sluit, zodat de
notebookcomputer tijd heeft de schijf te herkennen.
Q Start de notebookcomputer opnieuw. Verwijder de schijf uit
de schijfeenheid en selecteer Start > Uitschakelen > Opnieuw opstarten.
Q Als u de cd heeft gemaakt met een gecombineerde
dvd/cd-rw-drive, controleert u of het probleem ook optreedt wanneer u een ander merk medium gebruikt. De lees- en schrijfkwaliteit van verschillende media kan variëren.
Een dvd-film vult niet het hele scherm
Elke zijde van een dubbelzijdige dvd heeft een andere indeling (standaard of breedbeeld). Bij breedbeeld verschijnen er zwarte randen aan de boven- en onderkant van het scherm. Als u het standaardbeeld wilt bekijken, draait u de schijf om en speelt u de andere kant af.
6–4 Naslaggids
Page 85

Problemen met het beeldscherm

De notebookcomputer is ingeschakeld, maar het beeldscherm is leeg
Q Beweeg de muis of raak het touchpad aan. Hierdoor wordt het
beeldscherm weer ingeschakeld als het was uitgeschakeld.
Q De notebookcomputer is mogelijk te koud. Laat de
notebookcomputer op temperatuur komen als de notebookcomputer koud is.
Het beeldscherm is slecht leesbaar
Q Kies de standaardinstelling voor het beeldscherm
(1024 × 768 of hoger, afhankelijk van het model). Selecteer hiertoe Start > Configuratiescherm > Vormgeving en thema's > Beeldscherm.
Q Wijzig de grootte van de pictogrammen en labels op het
bureaublad.
Q Pas de helderheid van het scherm aan.
Problemen oplossen
Een extern beeldscherm werkt niet
Q Controleer de aansluitingen.
Q Het externe beeldscherm wordt misschien niet herkend. Stel
in het BIOS-setupprogramma de optie Video Display Device (Beeldscherm) in het menu System Devices (Systeemapparatuur) in op Both (Beide).
Q Als u een tv-toestel gebruikt dat is aangesloten op de
S-videopoort, schakelt u het tv-toestel in.
Q Installeer het stuurprogramma of het .inf-bestand voor uw
specifieke beeldscherm.
R Selecteer bij de eigenschappen van het beeldscherm het
externe beeldscherm als primair weergaveapparaat.
R Blijf op de hotkey Fn+F5 drukken tot het externe
beeldscherm wordt ingeschakeld.
Naslaggids 6–5
Page 86
Problemen oplossen

Problemen met de vaste schijf

De vaste schijf van de notebookcomputer draait niet
Q Controleer of de notebookcomputer op een voedingsbron
is aangesloten. Sluit zo nodig de netvoedingsadapter aan en controleer of deze goed op het stopcontact en op de notebookcomputer is aangesloten.
Q Verwijder de vaste schijf en plaats deze terug.
De vaste schijf maakt een zoemend of piepend geluid
Q Controleer of het geluid ergens anders vandaan komt,
bijvoorbeeld van een ventilator of een PC Card-schijfeenheid.
Q Maak onmiddellijk een backup van de inhoud van de vaste
schijf.
Er zijn bestanden beschadigd
Q Open Deze computer en selecteer de schijf die u wilt
scannen. Selecteer Bestand > Eigenschappen. Selecteer Nu controleren in het gedeelte Foutcontrole van het tabblad Extra.
Q Voer het virusscanprogramma uit.
Q U kunt, indien nodig, de vaste schijf formatteren en de
oorspronkelijke software opnieuw installeren met behulp van de voorzieningen voor systeemherstel die worden beschreven in deze handleiding.
6–6 Naslaggids
Page 87
Problemen oplossen

Problemen met de temperatuur

Het is normaal dat de notebookcomputer warm wordt wanneer u ermee werkt.
De notebookcomputer wordt abnormaal heet
Q Plaats de notebookcomputer altijd op een plat oppervlak,
zodat de lucht er gemakkelijk omheen en onderdoor kan stromen.
Q Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen aan de onderkant en
zijkanten van de notebookcomputer niet geblokkeerd zijn.
Q Houd er rekening mee dat bij het gebruik van spelletjes en
andere programma's die de processor maximaal belasten, de temperatuur van de notebookcomputer kan oplopen.

Problemen met infraroodcommunicatie

Er zijn problemen met de infraroodcommunicatie
Q Zorg ervoor dat het pad tussen de twee infraroodpoorten niet
is geblokkeerd en dat de poorten zo recht mogelijk tegenover elkaar liggen. (De infraroodpoort van de notebookcomputer bevindt zich aan de voorkant van de notebookcomputer.) De poorten mogen zich niet meer dan één meter uit elkaar bevinden.
Q Controleer de instellingen in Apparaatbeheer:
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Prestaties en
onderhoud > Systeem.
2. Selecteer Apparaatbeheer op het tabblad Hardware en
vouw de informatie over infraroodapparaten uit. Selecteer de infraroodpoort en zorg ervoor dat het apparaat is ingeschakeld.
Q Zorg ervoor dat slechts één programma de infraroodpoort
gebruikt.
Naslaggids 6–7
Page 88
Problemen oplossen

Problemen met het toetsenbord en apparatuur voor cursorbesturing

De volgende suggesties kunnen van pas komen bij problemen
met ingebouwde of externe apparaten.
De aanwijzer is moeilijk te besturen
Q Pas de opties voor de besturing van de aanwijzer aan.
Selecteer hiertoe Start > Configuratiescherm > Printers en andere hardware > Muis.
Q Zorg ervoor dat uw duim of handpalm niet per ongeluk
tijdens het typen op de aan/uit-knop van het touchpad drukt of deze aanraakt.
Q Gebruik een externe muis als u moeite heeft met het
touchpad.
Het touchpad werkt niet
Q Druk op de aan/uit-knop van het touchpad om het lampje in
te schakelen.
Q Raak het touchpad niet aan terwijl de notebookcomputer
opnieuw wordt gestart of wanneer de standbystand wordt beëindigd. Als dit per ongeluk gebeurt, drukt u op een toets op het toetsenbord om de normale werking te herstellen.
Q Als er een externe muis is aangesloten, is de ingebouwde
apparatuur voor cursorbesturing gewoonlijk uitgeschakeld. U kunt deze instelling wijzigen met het BIOS-setupprogramma. Raadpleeg "Notebookcomputer configureren" in dit hoofdstuk.
Q Start de notebookcomputer opnieuw op door
achtereenvolgens Start > Uitschakelen > Opnieuw opstarten te selecteren.
6–8 Naslaggids
Page 89
Het touchpad verplaatst de aanwijzer of de cursor terwijl u typt
Druk op de aan/uit-knop van het touchpad om het touchpad uit te schakelen terwijl u typt.
Een PS/2-scroll-muis werkt niet
Q De scrollfunctie van de muis werkt alleen als het touchpad is
uitgeschakeld. Zorg ervoor dat in het BIOS-setupprogramma de optie External Pointing Device (Externe cursorbesturing) in het menu System Devices (Systeemapparatuur) is ingesteld op Auto (Automatisch). Raadpleeg "Notebookcomputer
configureren" in dit hoofdstuk.
Q Activeer de standbystand of sluit de notebookcomputer af
voordat u de scroll-muis aansluit, zodat de muis op de juiste manier wordt herkend.
Als u het touchpad weer wilt gebruiken, activeert u de standbystand of sluit u de notebookcomputer af voordat u de scroll-muis loskoppelt.
Problemen oplossen
Naslaggids 6–9
Page 90
Problemen oplossen

Problemen met het lokale netwerk (LAN)

De ingebouwde netwerkadapter maakt geen verbinding met het LAN
Q Controleer alle kabels en aansluitingen. Probeer verbinding te
maken met een ander netwerkstation, als dat beschikbaar is.
Q Zorg ervoor dat de LAN-kabel een kabel van categorie 3, 4
of 5 is voor 10Base-T of categorie 5 voor 100Base-TX. De maximale kabellengte is 100 meter.
Q Selecteer Start > Help en ondersteuning en gebruik de
probleemoplosser voor netwerken.
Q Open Apparaatbeheer.
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Prestaties en
onderhoud > Systeem.
2. Als de netwerkinterface is uitgeschakeld, probeert u deze
in te schakelen. Als er een conflict is, schakelt u een ander apparaat uit.
U kunt niet bladeren door Netwerkomgeving of Mijn netwerklocaties
Selecteer Start > Zoeken > Computers of personen om een andere notebookcomputer te zoeken.
U kunt zich niet aanmelden bij Netware-servers
Als een Netware-server het protocol IPX/SPX gebruikt, is het mogelijk noodzakelijk het frametype geforceerd aan te passen aan het frametype van de server. Raadpleeg de netwerkbeheerder.
De netwerkverbinding reageert traag
Bij gebruik van een proxyserver schakelt u de optie in die ervoor zorgt dat de proxyserver voor lokale adressen niet wordt gebruikt. U kunt dit doen door de eigenschappen van de netwerkverbinding te wijzigen in het Configuratiescherm.
6–10 Naslaggids
Page 91
Problemen oplossen

Problemen met het geheugen

Er wordt gemeld dat er niet voldoende geheugen beschikbaar is
Q Controleer of op schijfeenheid C nog voldoende vrije
ruimte is.
Q Als er geheugenproblemen optreden terwijl u
MS-DOS-programma's uitvoert, selecteert u Start > Help en ondersteuning. Gebruik de probleemoplosser voor MS-DOS of de probleemoplosser voor applicaties en software in de Help-functie van Windows.
Q Voor het uitvoeren van applicaties is niet de volledige
hoeveelheid RAM in de notebookcomputer beschikbaar. Een bepaalde hoeveelheid RAM wordt gebruikt voor het videogeheugen. De hoeveelheid videogeheugen wordt weergegeven in het BIOS-setupprogramma.
De geheugencapaciteit is niet toegenomen nadat RAM-geheugen is toegevoegd
Er mogen uitsluitend PC2100 DDR 266-MHz (of hoger) RAM-modules in de notebookcomputer worden gebruikt.
De notebookcomputer geeft een geluidssignaal maar start niet op nadat u RAM heeft toegevoegd
U heeft een incompatibel type RAM-geheugen geplaatst. Verwijder de module.
Naslaggids 6–11
Page 92
Problemen oplossen

Problemen met het modem

Het modem lijkt traag
Q Door overmatige storing of ruis op een lijn neemt de
overdrachtssnelheid af. Informeer zo nodig bij de telefoonmaatschappij naar een oplossing voor dit probleem.
Q Als u een internationaal nummer belt, is ruis op de lijn vaak
een probleem dat niet of nauwelijks te verhelpen is.
Q Als u de functie voor wisselgesprekken gebruikt, schakelt u
deze uit. De telefoonmaatschappij kan hiervoor instructies geven. De wisselgesprekfunctie kan ruisachtige verschijnselen veroorzaken.
Q Verwijder extra aansluitingen van de lijn. Sluit, indien
mogelijk, het modem rechtstreeks aan op de telefoonaansluiting in de muur.
Q Probeer een andere telefoonlijn, bij voorkeur een lijn die
gewoonlijk wordt gebruikt voor een faxapparaat of een modem.
Het modem kiest geen nummer of er is geen kiestoon
Q Controleer alle kabels en aansluitingen.
Q Sluit een standaardtelefoontoestel op de telefoonlijn aan
en controleer of de lijn werkt.
Q Zorg ervoor dat niemand anders dezelfde telefoonlijn
gebruikt.
Q Probeer een andere telefoonlijn, bij voorkeur een lijn die
gewoonlijk wordt gebruikt voor een faxapparaat of een modem.
Q Als u in het buitenland bent, kan het zijn dat de kiestoon niet
door het modem wordt herkend. Ga naar het onderdeel Telefoon- en modemopties in het Configuratiescherm. Schakel de optie voor het wachten op een kiestoon uit.
6–12 Naslaggids
Page 93
Het modem kiest verkeerd
Q Controleer het telefoonnummer dat u heeft ingevoerd,
inclusief de nummers die nodig zijn voor een buitenlijn of een interlokaal gesprek.
Q Ga naar het onderdeel Telefoon- en modemopties in het
Configuratiescherm. Controleer de kiesopties. Ga na of de nummers voor een buitenlijn of een interlokaal gesprek kloppen.
Q Controleer of het nummer dat u belt niet in gesprek is.
Q Als u in het buitenland bent, kan het zijn dat de kiestoon niet
door het modem wordt herkend. Ga naar het onderdeel Telefoon- en modemopties in het Configuratiescherm. Schakel de optie voor het wachten op een kiestoon uit.
Q Als u de functie voor wisselgesprekken gebruikt, schakelt u
deze uit. De telefoonmaatschappij kan hiervoor instructies geven.
Het modem kiest het nummer, maar maakt geen verbinding
Problemen oplossen
Q Zorg ervoor dat u een analoge telefoonlijn gebruikt
(2, 3 of 4 draden). Gebruik geen digitale lijn. Vraag in een hotel om een datalijn.
Q Probeer een andere telefoonlijn, bij voorkeur een lijn die
gewoonlijk wordt gebruikt voor een faxapparaat of modem.
Q Misschien is er een probleem met het modem aan de andere
kant van de lijn. Probeer een ander modem te bellen.
Naslaggids 6–13
Page 94
Problemen oplossen
Het modem wordt niet herkend
Q Controleer de modeminstellingen. Ga naar het onderdeel
Telefoon- en modemopties in het Configuratiescherm. Controleer de COM-poort.
Q Open Apparaatbeheer.
1. Selecteer Start > Configuratiescherm > Prestaties en
onderhoud > Systeem.
2. Als het modem is uitgeschakeld, probeert u het in te
schakelen. Als er een conflict is, schakelt u een ander apparaat uit.
Q Als u faxsoftware gebruikt met faxklasse 2, probeert u
klasse 1.
Het modem kiest een nummer, maar u kunt dat niet horen
Q Als het model een lampje heeft dat aangeeft of het geluid is
uitgeschakeld, moet dit lampje uit zijn. Als het lampje brandt, drukt u op de knop voor het uitschakelen van het geluid (zodat het weer wordt ingeschakeld).
Q Controleer de instelling van het luidsprekervolume.
Q Ga naar het onderdeel Telefoon- en modemopties in het
Configuratiescherm, selecteer het modem en selecteer Eigenschappen. Controleer de volume-instelling op het tabblad Algemeen.
Het modem maakt verbinding, maar de gegevensoverdracht is slecht
Q Ga naar het onderdeel Telefoon- en modemopties in het
Configuratiescherm. Controleer of het verzendende modem en het ontvangende modem dezelfde instellingen hebben voor pariteit, snelheid, woordlengte en stopbits.
Q Probeer een andere telefoonlijn of kies een ander
servernummer.
6–14 Naslaggids
Page 95
Het modem geeft een foutbericht
Een tekenreeks met AT-opdrachten bevat wellicht een onjuiste opdracht. Als u in het Configuratiescherm of in de communicatiesoftware extra opdrachten heeft ingevoerd voor het modem, controleert u die opdrachten.
Het modem verzendt geen faxberichten
Q Als u faxsoftware gebruikt met faxklasse 2, probeert u
klasse 1.
Q Sluit alle andere communicatieprogramma's.
Q Als u faxt door af te drukken vanuit een applicatie,
controleert u of u de faxprinter heeft geselecteerd.
Q Schakel de functies voor energiebeheer tijdelijk uit.
Er is veel storing op de lijn
Zorg ervoor dat u een analoge telefoonlijn gebruikt (2, 3 of 4 draden). Gebruik geen digitale lijn. Vraag in een hotel om een datalijn.
Problemen oplossen
Het modem klikt herhaaldelijk, maar maakt geen verbinding
Q Zorg ervoor dat u een analoge telefoonlijn gebruikt
(2, 3 of 4 draden). Gebruik geen digitale lijn. Vraag in een hotel om een datalijn.
Q Controleer alle kabels en aansluitingen.
Naslaggids 6–15
Page 96
Problemen oplossen

Problemen met PC Cards (PCMCIA)

Een PC Card wordt niet herkend
Q Verwijder de PC Card en plaats deze terug.
Q Start de notebookcomputer opnieuw op door
achtereenvolgens Start > Uitschakelen > Opnieuw opstarten te selecteren.
Q Plaats de kaart in een andere notebookcomputer en controleer
of de kaart daarin goed functioneert.
Q Zoomed Video wordt niet ondersteund.
Q Als voor de kaart een IRQ nodig is, controleert u of er een
IRQ beschikbaar is. Open Apparaatbeheer. Selecteer Start > Configuratiescherm > Prestaties en onderhoud > Systeem.
Een netwerk-PC Card communiceert niet meer naar behoren
Q Als de standbystand is geactiveerd of de notebookcomputer is
afgesloten, is de kaart mogelijk opnieuw ingesteld. Sluit alle applicaties, verwijder de kaart en plaats deze opnieuw.
Q Controleer de instellingen in het Configuratiescherm.
Een PC Card-modem werkt niet
Schakel het interne modem uit:
1. Open Apparaatbeheer. Selecteer Start > Configuratiescherm > Prestaties en onderhoud > Systeem.
2. Selecteer Modem voor een lijst met de huidige modems.
3. Selecteer het interne modem en selecteer de optie om het modem uit te schakelen.
6–16 Naslaggids
Page 97

Problemen met de prestaties

Voor optimale prestaties moet de notebookcomputer beschikken over ten minste 128 MB RAM-geheugen. Sluit voor maximale snelheid de notebookcomputer aan op een stopcontact.
De notebookcomputer pauzeert telkens of werkt traag
Q Dit kan normaal zijn onder Windows. Achtergrondprocessen
kunnen de reactietijd vertragen.
Q Bepaalde achtergrondprocessen (zoals een
virusscanprogramma) kunnen van invloed zijn op de snelheid.
Q Druk op ctrl+alt+delete en gebruik Taakbeheer om te kijken
of er een applicatie is die niet reageert.
Q Start de notebookcomputer opnieuw op door
achtereenvolgens Start > Uitschakelen > Opnieuw opstarten te selecteren.
Q Sommige bestandsbrowsers reageren traag tijdens het
verwerken van afbeeldingen of tijdens het wachten tot de time-outperiode voor verbroken netwerkverbindingen is verstreken.
Q Als de vaste schijf van de notebookcomputer regelmatig
werkt (als het lampje voor de vaste schijf op de voorkant van de notebookcomputer oplicht) terwijl de computer lijkt te zijn gestopt of langzaam werkt, wordt er waarschijnlijk geschreven naar het wisselbestand van Windows op de vaste schijf van de computer. Als dit vaak gebeurt, kunt u overwegen meer geheugen te installeren.
Q Controleer de hoeveelheid vrije schijfruimte. Verwijder
tijdelijke en overbodige bestanden.
Problemen oplossen
Naslaggids 6–17
Page 98
Problemen oplossen
De notebookcomputer reageert niet
Q Druk op ctrl+alt+del en gebruik vervolgens Taakbeheer om de
applicatie te beëindigen die niet reageert.
Q Houd de aan/uit-knop ten minste vier seconden ingedrukt om
de notebookcomputer uit te schakelen en opnieuw in te stellen. Niet-opgeslagen gegevens gaan verloren. Druk vervolgens nog eens op de aan/uit-knop om de notebookcomputer weer in te schakelen.
Q Als er niets gebeurt, steekt u het uiteinde van een paperclip in
de Reset-knop aan de onderkant van de notebookcomputer. Druk vervolgens nog eens op de aan/uit-knop om de notebookcomputer weer in te schakelen.
Q Schakel de notebookcomputer niet uit en activeer de
standbystand niet wanneer grafisch-intensieve applicaties worden uitgevoerd, om te voorkomen dat de notebookcomputer vergrendeld raakt.

Problemen met de voeding en accu

De notebookcomputer wordt automatisch onmiddellijk uitgeschakeld nadat deze is ingeschakeld
Waarschijnlijk is de accu bijna leeg. Sluit de netvoedingsadapter aan of plaats een opgeladen accu in de notebookcomputer.
De notebookcomputer geeft voortdurend geluidssignalen
De notebookcomputer geeft herhaaldelijk geluidssignalen of toont een waarschuwing als de accu bijna leeg is. Sla uw werk op, sluit Windows onmiddellijk af en plaats een opgeladen accu of sluit de netvoedingsadapter aan.
6–18 Naslaggids
Page 99
Problemen oplossen
De accu wordt niet opgeladen
Q Controleer of de netvoedingsadapter goed is aangesloten
op de voedingsbron en de notebookcomputer. Het lampje op de adapter moet branden.
Q Als u een stekkerdoos gebruikt, verwijdert u de stekker van
de netvoedingsadapter en sluit u de adapter rechtstreeks aan op een stopcontact.
Q Zorg ervoor dat de accu goed op zijn plaats zit.
Q Gebruik alleen de netvoedingsadapter die bij de
notebookcomputer is geleverd (of een andere goedgekeurde adapter die aan de spanningsvereisten van de computer voldoet). Gebruik geen adapter van 60 watt en 3,16 ampère.
Q Plaats de notebookcomputer verder weg van een nabije
warmtebron. Haal de stekker van de netvoedingsadapter uit het stopcontact en laat de accu afkoelen. Als de accu te heet wordt, wordt deze niet goed opgeladen.
Q Probeer eventueel een andere accu en een andere
netvoedingsadapter.
De notebookcomputer heeft een korte werktijd
Q Volg de suggesties voor energiebesparing op in het hoofdstuk
"Accu's en energiebeheer" in deze handleiding.
Q Als u een applicatie uitvoert waarin gegevens automatisch
worden opgeslagen (zoals Microsoft Word), schakelt u deze functie uit of verlengt u het interval voor het automatisch opslaan, zodat er minder vaak naar de vaste schijf hoeft te worden geschreven.
Q Als de werktijd geleidelijk korter is geworden en de accu
meer dan een jaar of twee oud is, moet de accu waarschijnlijk worden vervangen.
Q Veelvuldig gebruik van het modem kan van invloed zijn op de
werktijd van de accu.
Q Het gebruik van PC Cards kan van invloed zijn op de werktijd
van de accu.
Q Aangeraden wordt om de accu één maal per drie maanden te
testen en te ontladen en weer op te laden.
Naslaggids 6–19
Page 100
Problemen oplossen
De resterende accuwerktijd wordt niet correct aangegeven
De resterende tijd is een schatting, geen exacte waarde, en is gebaseerd op het energieverbruik van de notebookcomputer op dat moment. Deze waarde is daarom afhankelijk van de huidige taak. Bovendien wordt er daarbij van uitgegaan dat het energieverbruik hetzelfde zal blijven totdat de accu leeg is. Als u de resterende tijd controleert terwijl de notebookcomputer een taak uitvoert waarvoor veel energie nodig is (zoals lezen vanaf een cd of een dvd), is deze waarde waarschijnlijk lager dan de werkelijke waarde, omdat u later waarschijnlijk taken gaat uitvoeren waarvoor minder energie nodig is.
De standbystand wordt niet automatisch geactiveerd zoals verwacht
Q Als u een verbinding met een andere notebookcomputer
heeft, wordt de standbystand niet geactiveerd wanneer de verbinding actief is.
Q Als de notebookcomputer een bewerking uitvoert, wordt de
standbystand gewoonlijk pas geactiveerd wanneer de bewerking is voltooid.
De Hibernation-voorziening wordt niet geactiveerd zoals verwacht
Q Controleer of de ondersteuning voor de Hibernation-
voorziening is ingeschakeld. Open het onderdeel Energiebeheer in het Configuratiescherm en klik op het tabblad Slaapstand.
Q Selecteer het tabblad Energiebeheerschema's. Zorg ervoor dat
de time-outperioden voor de Hibernation-voorziening voor zowel netvoeding als accuvoeding niet zijn ingesteld op Nooit.
6–20 Naslaggids
Loading...