Het niet naleven van deze handleiding kan leiden tot ernstig
letsel of beschadiging van het
toestel. Lees de gebruiksaanwijzing, in het bijzonder de veiligheidsaanwijzingen, zorgvuldig
door voordat u het toestel in
gebruik neemt en bewaar de
gebruiksaanwijzing voor verder
gebruik. Als u het toestel aan
derden doorgeeft, geef dan ook
deze gebruiksaanwijzing mee.
3
Page 4
Plaats eerst de SIM-kaart van uw
provider in de telefoon. Zonder een
SIM-kaart is het niet mogelijk de
telefoon in te stellen te gebruiken.
1.2 Waarschuwingen:
De volgende waarschuwingen
moeten in acht worden genomen
om mogelijk letsel van de gebruiker of derden te voorkomen.
• In verschillende landen kunnen
uiteenlopende voorschriften
voor het gebruik van mobiele
telefoons gelden (bijv. tijdens
het autorijden, in ziekenhuizen,
bij pompstations of in vliegtuigen). Neem de wetgeving voor
het gebruik van de mobiele tele
foon in acht die geldt in uw land.
4
-
Page 5
Schakel het toestel uit als het
gebruik ervan niet is toegestaan
of als er gevaarlijke situaties of
storingen kunnen ontstaan.
• Gebruik het toestel alleen
waar deze voor bedoeld is.
• Gebruik het toestel alleen
op plaatsen waar u zonder
gevaar kunt telefoneren
• Gebruik de telefoon niet
op lokaties waar dat niet is
toegestaan of is verboden.
(Ziekenhuizen, vliegtuigen,
tankstations, etc.)
• Gebruik de telefoon bij voorkeur
niet waar anderen daar hinder
van zouden kunnen hebben.
(Theater, bioscoop, etc.)
• Gebruik alleen de originele
5
Page 6
adapter en batterij van de
fabrikant. Bij een ongeschikte
of verkeerd geplaatste batterij
bestaat er explosiegevaar.
• De batterij mag niet worden
geopend en niet worden
blootgesteld aan open vuur.
• Medische apparaten kunnen in hun werking worden
beïnvloed. Fabrikanten van
pacemakers adviseren een
minimale afstand van 20 cm
tussen de toestellen als de
mobiele telefoon is ingeschakeld. Draag de telefoon in dit
geval niet in uw binnenzak.
• Indien u het vermoeden hebt
dat er een storing is ontstaan
tussen de telefoon en een
6
Page 7
medisch apparaat, raadpleeg
dan eerst uw huisarts voordat
u de mobiele telefoon verder
gebruikt.
• Zorg ervoor dat kleine kinderen niet met de verpakkingsfolie of het toestel spelen
(gevaar voor verstikken).
• Laat het toestel nooit onbeheerd als het aan het stroomnet is aangesloten.
• De telefoon is geen speelgoed; houd deze daarom
buiten bereik van (kleine)
kinderen.
• De accu bevat giftige stoffen. Voorkom dat kinderen de
accu uit de telefoon nemen
en in de mond stoppen.
7
Page 8
• Een SIM-kaart is een klein
voorwerp. Voorkom dat kinderen deze uit de telefoon
kunnen nemen en kunnen
inslikken.
• Uw mobiele telefoon is geschikt voor hoortoestellen. Bij
het gebruik van oudere types
gehoorapparatuur kan storing
optreden tijdens het gebruik
van uw telefoon. Als u bij sommige hoortoestellen een bromgeluid hoort, wend u dan tot uw
vakwinkel voor hoortoestellen.
• De telefoon is een precisietoestel. Laat de telefoon nooit
vallen en berg deze op een
veilige plek op bij het niet
gebruiken.
8
Page 9
• De telefoon is niet waterdicht.
Voorkom dat de telefoon in
aanraking komt met water.
• Vermijd extreem hoge en lage
temperaturen. Laat bijvoorbeeld de telefoon nooit achter
in een auto die onbeschermd
in de zon staat.
• De telefoon mag alleen worden geopend om de batterij
of de SIM-kaart te wisselen.
Het is niet toegestaan om het
toestel te wijzigen. Dit leidt
tot verval van de gebruiksvergunning en garantie.
• Het toestel kan in de buurt van
televisietoestellen, radio’s en
andere elektronische apparaten storingen veroorzaken.
9
Page 10
• Bij het langdurig niet gebruiken van de telefoon is het
raadzaam de accu uit de
telefoon te nemen.
• Om kortsluiting te voorkomen
mag u de accu nooit op een
metalen oppervlak leggen.
• Reinig de telefoon uitsluitend
met een zachte, licht-vochtige
doek. Gebruik in geen geval
schurende of chemische middelen.
10
Page 11
1.3 Leveringsomvang:
• Mobiele telefoon
• Batterij
• Voedingsadapter
• Bureaulader
• Gebruikershandleiding
1.4 Aanwijzingen voor afvoeren:
• Verpakkingen kunnen worden
hergebruikt of worden terugge
leid naar de grondstofkringloop.
Gooi deze op voorgeschreven
wijze weg. Als u bij het uitpak
ken transportschade constateert, neemt u dan meteen
contact op met de handelaar.
• Dit toestel mag niet samen met
het huishoudelijke afval worden
afgevoerd! Iedere verbruiker
is verplicht alle elektrische of
11
-
Page 12
elektronische apparaten bij een
1
23
4
5
6
8
10
11
7
9
verzamelpunt in zijn stad of in
een winkel af te geven, zodat
deze op een milieuvriendelijke
wijze kunnen worden afge
voerd, onafhankelijk of deze
-
schadelijke stoffen bevat.
• Neem de batterij uit, voordat u
het toestel afvoert (zie hiervoor
paragraaf 4.4). Gooi verbruikte
batterijen niet bij het huishou
delijke afval, maar lever deze
in als klein chemisch afval of
breng ze naar een verzamel
punt voor batterijen in een
vakwinkel.
-
• Neem voor de afvoer
contact op met de ge
-
meentelijke overheidsdiensten of uw handelaar.
12
Page 13
2 FUNCTIEBESCHRIJVING
11
2.1 Telefoon:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
13
Page 14
1. Gespreksluidspreker
2. Omhoog / omlaag-toets: Om
tijdens het programmeren en
instellen door de instellingen te
bladeren. Vanuit rust: Contac
ten (omhoog) of gesprekken
openen (omlaag).
3. Softtoets - om de in het scherm
aan deze zijde weergegeven
functie uit te voeren
4. Verbindingstoets: Om tele
foonoproepen aan te nemen
of nummers te gaan kiezen.
Vanuit rust: Opent gesprekken
5. Toetsenbord: om telefoonnum
-
mers en text in te geven.
6. 0-toets: ingedrukt houden om
de zaklamp in te schakelen.
7. Softtoets - om de in het scherm
14
Page 15
12
13
14
11
18
15
15
16
17
Page 16
aan deze zijde weergegeven
functie uit te voeren.
8. Aan/uit/einde-toets: Om tele
foongesprekken te beëindigen. Vanuit rust: Uitschakelen
telefoon (toets 3 seconden
ingedrukt houden), nogmaals 3
seconden indrukken om de te
lefoon in te schakelen. Tijdens
inkomende oproep: De oproep
weigeren. Tijdens programmeren en bedienen: sluit menu
9. Geheugentoetsen: Deze toets
ingedrukt houden om het ingestelde nummer te bellen.
10. Microfoon
11. SOS-toets
12. Batterij-LED, licht rood op bij
batterij leeg en laden.
16
-
-
Page 17
13. Zaklamp
14. Camera
15. Luidspreker belsignaal
/ handenvrij
16. Batterijklep
17. Oplaadaansluiting voor de
voedingsadapter (Micro USB)
18. Oplaadcontact voor de
bureaulader
17
Page 18
2.2 Displaysymbolen:
Indicatie van de signaalsterkte.
Indicatie dat de telefoon
gebruik maakt van een
ander netwerk dan die
van uw provider.
Batterij indicatie.
De alarmfunctie (wekker) is geactiveerd.
Indicatie dat melodie bij
oproep is ingeschakeld.
Indicatie dat trillen bij
oproep is ingeschakeld.
18
Page 19
Indicatie dat melodie
en trillen bij oproep is
ingeschakeld.
U heeft een nieuw
SMS-bericht ontvangen.
De
Bluetooth
®
functie is
ingeschakeld.
U heeft gemiste, nog
niet uitgelezen, oproepen.
19
Page 20
3 ACCU
3.1 Accu opladen
Attentie! Gebruik alleen de
meegeleverde accu en voedingsadapter. Het gebruiken van
andere modellen kan schade aan
de telefoon veroorzaken die niet
wordt gedekt door de garantievoorwaarden. Nooit de telefoon
opladen als de achterwand van
de telefoon is afgenomen.
Steek het adapterstekkertje direct
aan de rechterzijde in de telefoon of
aan de onderzijde van het laadsta
tion. Doe de adapter nu in een 230
Volt stopcontact; een animatie van
een batterij die geladen wordt, ver
20
-
-
Page 21
schijnt tijdens het laden in het venster en de accu wordt opgeladen.
Zodra op het scherm wordt aange
geven dat de accu volledig opgeladen is (de animatie rechtsboven
stopt, een volle batterij wordt weer
gegeven), kunt u de adapter uit het
stopcontact nemen en loskoppelen
van de telefoon of de telefoon van
de bureaulader afnemen. Naar
keuze kunt u de accu opladen als
de telefoon is ingeschakeld of als
deze is uitgeschakeld.
Het opladen van een lege accu
neemt ongeveer 4
uur in beslag.
21
-
Page 22
3.2 Bedrijfsduur accu:
Een goede volgeladen accu biedt
een standbytijd tot 120 uur of een
gesprekstijd tot 3 uur. Neemt deze
tijd beduidend af, dan is de accu
aan vervanging toe.
De bedrijfsduur is afhankelijk van
de provider (bent u ver verwijdert
van een zendmast, dan kost dat
meer zendvermogen) en van het
gebruik/instelling van de telefoon
(volume van de bel, trilfunctie al
of niet ingeschakeld, hoe lang is
de displayverlichting aan, etc.)
Indien de bedrijfstijd van de telefoon beduidend afneemt, dan kan
de accu aan vervanging toe zijn.
22
Page 23
3.3 Accu vervangen:
Indien uw accu aan vervanging toe
is, schakel dan de telefoon uit, en
verwijder de achterwand.
De accu kunt u uit de telefoon ne
men door bijvoorbeeld met uw nagel
de accu uit de telefoon te lichten.
Voer de oude accu op een milieuvriendelijke wijze af door deze in te
leveren bij een verzamelpunt voor
klein Chemisch Afval (KCA).
Nieuwe accu’s zijn als serviceonder
deel leverbaar via onze service.
Beschadig of demonteer de accu
nooit. Een defecte of uitgewerkte
accu direct inleveren bij uw plaatselijk depot voor chemisch afval.
23
-
Page 24
4 WERKING
4.1 Toestel inschakelen/uitschakelen:
Inschakelen:
3 seconden de Aan/Uit/Eindetoets ingedrukt houden om de
telefoon in te schakelen.
Als er om gevraagd wordt, de
PIN-code van uw SIM-kaart
invoeren en op [Ok] drukken.
Uitschakelen:
3 seconden de Aan/Uit/Eindetoets ingedrukt houden om de
telefoon uit te schakelen.
4.2 Nummer kiezen:
Voer via het toetsenbord het
nummer in dat u wilt kiezen.
24
Page 25
Voor de internationale toegangscode 2x op toets ‘sterretje’ drukken, in het display verschijnt een
+ teken.
Met de rechter toets [Wissen]
kunt u een invoer wissen.
Druk op de verbindingstoets
om dit nummer te kiezen.
4.3 Uit geheugen kiezen:
Druk vanuit de ruststand op
omhoog.
Selecteer het gewenste geheugen met de omhoog/omlaagtoets.
Druk 2x op de verbindingstoets om dit nummer te kiezen.
25
Page 26
4.4 Oproep aannemen:
Druk op de verbindingstoets
om een inkomende oproep
aan te nemen.
Druk op de Aan/Uit/Einde-toets
[Afwijzen] om de oproep af te
breken zonder aan te nemen.
4.5 Direct geheugen kiezen:
Druk 2 sec. op direct geheu
gentoets (1, 2 of 3) om
dit nummer direct te kiezen.
4.6 Kiezen uit de bellerslijst:
Druk vanuit de ruststand van
de telefoon op omlaag.
Zoek het gewenste nummer
26
-
Page 27
4.7 Ontvangstvolume:
Gebruik omhoog en omlaag
om tijdens het gesprek het geluid in te stellen; het ingestelde
niveau wordt op het scherm
weergegeven.
4.8 Functies tijdens telefone
ren:
Tijdens een telefoongesprek
heeft u via de verbindingstoets
de beschikking over de volgende menufuncties :
Handenvrij:
Om het gesprek via de luidspreker te horen, zodat u kunt
bellen zonder het toestel aan
het oor te houden. Kies deze
27
-
Page 28
optie nogmaals op deze toets
om Handenvrij af te sluiten.
Wachtstand / Gesprek terugnemen:
Kies deze optie tijdens het
gesprek om het gesprek in
de wachtstand te zetten. Via
hetzelfde menu kunt u het gesprek ook weer hervatten.
Nieuw gesprek:
Kies deze optie tijdens het ge
sprek om een ander gesprek
te starten (wisselgesprek).
Onderdrukking:
Schakel hiermee uw microfoon
uit, zodat degene met wie een
28
Page 29
gesprek wordt gevoerd niets
hoort. U ziet hier de huidige
status, gebruik de softtoets
[Aan] of [Uit] om de status te
wijzigen.
DTMF:
Schakel hiermee DTMF aan
of uit. DTMF betekent dat een
toon wordt gestuurd bij ieder
cijfer dat u indrukt, en wordt
vaak gebruikt bij tele-diensten.
Deze functie staat standaard
aan.
29
Page 30
4.9 Fotocontacten instellen:
12
13
14
7
12
13
14
7
11
12
13
14
15
7
12
13
14
7
11
12
13
14
15
7
11
12
13
14
15
7
12
13
14
7
12
13
14
7
11
12
13
14
15
7
12
13
14
7
11
12
13
14
15
7
Zo stelt u het fotomenu in:
1. Druk op Linker
2. Druk op Linker
(Menu)
(OK) om het
telefoonboek te openen
3. Kies met
de optie (Foto van
oproeper)
4. Druk op Linker
(Bewerk)
5. Voer met toets 1-9 de naam in en
druk op
6. Voer met toets 1-9 het nummer in
en druk op
7. Druk twee keer op Linker
(OK)
8. Kies Van camera om nu een foto
te nemen, of Kies bestand om een
eerder gemaakte foto te kiezen.
9. Druk na het volgen van de stap
pen op Linker
met
de optie (Opslaan) en druk
op Linker
(Opties) en kies
(OK) om het fotocon-
-
tact te bewaren.
Uw fotocontacten opent u vanuit het
hoofdscherm met toets
30
Page 31
5 TELEFOONBOEK
U kunt namen en telefoonnummers opslaan in het interne
geheugen van de telefoon of op
uw SIM kaart. De grootte van het
telefoonboekgeheugen van de
telefoon is 250 namen met nummer. De capaciteit van uw kaart
is afhankelijk van de SIM kaart
zelf.
5.1 Nieuw contact:
Met de optie [Contact toevoegen] kunt u een nieuw contact
aanmaken. Kies eerst een
opslaglocatie (SIM of Telefoon).
Met het toetsenbord kan hierna
het nummer en een naam worden ingevoerd.
31
Page 32
Bij het invoeren van de naam
kunt u met toets # wisselen
tussen grote letters, kleine
letters of cijfers. Onder toets
* kunt u speciale karakters en
leestekens vinden en voor een
spatie druk u toets 0.
5.2 Opties bij contacten:
Bij elk contact kunt u, naast
bellen, de volgende acties
uitvoeren:
Bericht sturen:
Met deze opties opent u direct
het scherm voor nieuw SMS
bericht. Het gekozen contact
zal als ontvanger ingesteld
staan.
32
Page 33
Bewerken:
Wijzig de naam of het nummer
van dit contact.
Wissen:
Verwijder het contact
Kopiëer / Verplaats:
Met deze opties kunt u een
contact van het telefoongeheugen naar het SIM geheugen
kopieren of verplaatsen, of
andersom.
Toevoegen aan zwarte lijst:
Met deze optie kunt u
oproepen van dit contact
blokkeren. U kunt de nummers
van de bloklijst verwijderen
33
Page 34
in de geavanceerde
telefooninstellingen.
Instellingen:
Hier vindt u opties voor:
- Standaard opslag (SIM of
telefoon)
- Geheugenstatus: Hier ziet u
hoeveel geheugen er gebruikt
wordt en over is.
- Contacten kopieeren /
verplaatsen: Met deze opties
kunt u alle contacten kopieren
of verplaatsen naar de
Telefoon/SIM-kaart.
34
Page 35
6 BERICHTEN
SMS betekent Short Message
Service (Korte Berichten Dienst).
De telefoon heeft een intern geheugen voor 100 standaard SMS
berichten.
6.1 SMS bericht schrijven
(Nieuwe SMS):
Stel een bericht op met het toetsenbord.
Bijvoorbeeld:
U kunt een ‘A’ schrijven door een
keer op ‘2’ te drukken.
Een ‘B’ krijgt u door twee keer
snel achter elkaar op de ‘2’ te
drukken.
35
Page 36
Bij het invoeren van het bericht
kunt u met toets # wisselen tussen grote letters, kleine letters,
grote beginletters of cijfers; onder
toets * kunt u speciale karakters en leestekens vinden en
voor een spatie drukt u toets ‘0’.
Gebruik de toetsen en om de
cursor te verplaatsen om bijvoorbeeld correcties aan te brengen
of tekst in te voegen. Gebruik
softtoets [Wissen] om karakters
te wissen.
Het aantal overgebleven tekens
voor een SMS wordt rechtsboven
weergegeven, hierachter staat
het aantal berichten waaruit uw
bericht bestaat. U kunt een lang
36
Page 37
SMS bericht sturen bestaande
uit maximaal drie SMS-berichten.
Als een bericht wordt verstuurd
waarbij dit cijfer ‘3’ is, worden de
kosten voor drie SMS-berichten
in rekening gebracht.
Gebruik de softtoets [Opties] om
uw bericht te verzenden of het
bericht op te slaan in concepten.
6.2 Berichten lezen:
Zodra er een nieuw bericht wordt
ontvangen klinkt de berichttoon
en wordt er een SMS of MMS
icoon weergegeven.
Druk op de softtoets [Toon] om
het nieuwe bericht direct te lezen,
of op de softtoets [Terug] om terug
37
Page 38
te gaan naar het hoofdscherm.
Gebruik bij het lezen de omhoog/
omlaagtoets om de tekst te scrollen.
In Postvak IN in het menu berichten kunt u alle binnengekomen
berichten vinden.
In Postvak UIT staan berichten
waarvan het versturen was geannuleerd of mislukt.
In verzonden berichten staan
alle berichten die met succes zijn
verstuurd.
In concepten vind u alle berichten die u met de optie [Opslaan]
heeft bewaard.
38
Page 39
6.3 Instellingen:
Er zijn diverse instellingen mogelijk om het versturen van tekstberichten naar wens in te stellen:
SIM: Met deze algemene
instellingen kunt u bepalen
of er een melding moet
komen wanneer een
verstuurd bericht ontvangen
is (Verslag), een referentie
naar het originele bericht
mee moet worden gestuurd
bij een antwoord of het
opslaan van succesvol
verstuurde berichten in- of
uitschakelen.
39
Page 40
Geheugenstatus: Hier kunt
u zien hoeveel procent van
het geheugen voor berichtopslag nog over is.
SMS-teller: Kijk hier hoeveel
berichten zijn ontvangen en
verzonden.
Verzonden opslaan: Bepaal
hier of de verzonden berichten opgeslagen moeten
worden.
Aanbevolen opslag: Hiermee
kan worden bepaald waar
berichten standaard worden
opgeslagen; in het telefoon of
het SIM-geheugen. Wanneer
40
Page 41
het geheugen van de voorkeursinstelling vol is, zal automatisch het geheugen van de
andere worden gebruikt.
41
Page 42
7 GESPREKKEN
De telefoon onthoudt de gegevens van de laatste oproepen
(zowel ontvangen, geplaatst als
gemist).
Bij gemiste oproepen kunt u
alle oproepen zien die u heeft
gemist. Wanneer een oproep
gemist is die u nog niet in dit
overzicht heeft bekeken, wordt
dit weergegeven op het standby scherm.
Met de verbindingstoets kunt u
een nummer opnieuw / terugbellen, bekijken, een bericht
sturen, blokkeren of verwijderen.
42
Page 43
8 WEKKER:
Met deze functie kunt u tot 5
verschillende wektijden instellen.
U kunt iedere wekker apart
aan of uitzetten, bepalen of het
alarm eenmalig, dagelijks of op
specieke dagen moet afgaan,
sluimerstand instellen en het
meldingstype bepalen (trillen
aan, uit of enkel trillen, zonder
geluid).
43
Page 44
9 VERGROOTGLAS:
Met deze functie wordt de camera van de telefoon gebruikt
als loeplamp.
Gebruik de omhoog/omlaagtoets om het weergegeven
beeld te vergroten.
44
Page 45
10 CAMERA
Hiermee kunt u foto’s maken.
Met de omhoog-toets kunt u
een foto maken, bekijken en
daarna opslaan.
Bekijk uw gemaakte foto’s en illustraties door in het opties-menu de optie [Foto’s] te kiezen.
45
Page 46
11 TOEPASSINGEN
Hier vind u diverse functies,
waaronder een rekenmachine,
een kalender en video-opname.
11.1 Kalender:
Met deze functie heeft u altijd
een kalender bij u. U kunt door
de weken bladeren met de omhoog en omlaag toets, met de
toetsen # en kunt u door de
dagen bladeren.
Via [Opties] kunt u meer gegevens inzien en toevoegen:
Toon: Bekijk de geselecteerde
dag en eventuele ingeprogram-
46
Page 47
meerde taken.
Alles bekijken: Bekijk alle ingeprogrammeerde taken. Hier
kunt u ook taken instellen zoals
afspraken of verjaardagen.
Deze worden ook getoond in
de kalender. Bij de eerste keer
starten is de takenlijst leeg. U
kunt de eerste taak toevoegen
met [Toevoegen].
U kunt nu onderwerp en de
datum toevoegen met het toetsenbord - met de toetsen # en
kunt u naar links en rechts om
te wisselen tussen dag, maand
of jaar. Met de omhoog en omlaag toets kunt u tussen velden
wisselen naar Tijd, Wekker (aan
47
Page 48
of uit), herhaling (eenmalig,
dagelijks, wekelijks, maandelijks, jaarlijks), eindtijd, details
(getoonde tekst als de taak
getoond wordt) en de locatie
van de taak.
Na het inprogrammeren van de
eerste taak, heeft u via [Opties]
de volgende mogelijkheden:
• Toon: Bekijk de geselec-
teerde taak.
• Toevoegen: Voeg een
nieuwe taak toe aan de lijst.
• Bewerk: Pas de geselec-
teerde taak aan.
• Zoek: Om, op tijd of op on-
derwerp, een taak te vinden.
48
Page 49
• Wissen: Om de geselecteerde
taak te verwijderen.
Taak wissen: Wis een taak die bij
de geselecteerde dag is ingeprogrammeerd.
Naar datum springen: Om met
het toetsenbord aan te geven
welke datum getoond moet worden.
Vandaag: Toon de datum van
vandaag.
Week/Maandweergave: Om te
wisselen tussen een kalender
met weekoverzicht of maandoverzicht.
49
Page 50
11.2 Rekenmachine:
Met deze functie heeft u altijd
een rekenmachine op zak. Gebruik het toetsenbord om een
getal in te voeren, en gebruik
de omhoog/omlaag toets om te
kiezen tussen aftrekken, optellen,
delen of vermenigvuldigen. Met #
kunt u een decimaal neerzetten,
druk op de [OK] voor de uitkomst.
11.3 Bestandsbeheer:
Met deze functie kunt u alle gegevens inzien in de telefoon of op
de geheugenkaart.
U kunt bestanden direct openen,
en in de meeste gevallen wor-
50
Page 51
den deze direct geopend met
de juist applicatie (dus een foto
als Afbeelding). Ook kunt u hier
bestanden wissen, of zelfs het
telefoongeheugen of de SD-kaart
formatteren. Met formatteren verwijdert u alle data zoals audio -en
afbeeldingen.
11.4 Bluetooth
Met
Bluetooth
®
draadloze technologie kunt u draadloos andere
apparaten die ook
Bluetooth
®
ondersteunen aansluiten. Denk
hierbij aan een carkit of een
headset.
Om
Bluetooth
®
te kunnen gebrui-
ken, dient u deze functie eerst
51
Page 52
aan te zetten (Status). Hierdoor
zal het apparaat openstaan voor
alle beschikbare
Bluetooth
®
ver-
bindingen.
Voor veel accessoires is het ook
nodig dat de zichtbaarheid ingeschakeld wordt.
Voor een verbinding van buitenaf
zal altijd uw bevestiging worden
gevraagd.
Let er op dat het actief maken
van de
Bluetooth
functie de
stand-by tijd van de batterij aanzienlijk verkort.
Ieder apparaat waarmee verbinding wordt gemaakt, moet eerst
52
Page 53
worden aangemeld.
Dit wordt vaak ‘Pairen’ genoemd.
Vaak moet een wachtwoord ter
identicatie worden gegeven, die
gelijk moet zijn tussen de twee
apparaten. Afhankelijk van ondersteuning van het andere
etooth
®
apparaat zal een eerder
Blu-
gekoppeld apparaat automatisch
verbinding maken.
11.5 Extra diensten
In dit menu vindt u extra functies
die op uw SIM-kaart staan. Beschikbaarheid en mogelijkheden
van deze functies zijn afhankelijk
van uw SIM-kaart en provider.
53
Page 54
12 FM-Radio:
Met deze optie kunt u FM-radiozenders beluisteren en opnemen.
Met de middelste geheugentoets
kunt u de radio aan of uit zetten.
Met de toetsen links en rechts
kunt u een volgend radiostation
zoeken.
Als u kanalen heeft ingesteld
kunt u hier direct naar schakelen
door op de desbetreffende cijfertoets te drukken.
Met # en bepaalt u het volume.
54
Page 55
13 INSTELLINGEN
In dit menu kunt u de telefoon
geheel naar wens instellen:
13.1 SOS-toets:
Status: Schakel hiermee de
SOS functie aan of uit. Uitschakelen als de functie niet gebruikt
wordt voorkomt dat de functie
per ongeluk wordt geactiveerd.
U ziet hier de huidige status,
gebruik de softtoets [Aan] of [Uit]
om de status te wijzigen.
Nummers: Stel hier tot 5 nummers in waar een SMS bericht
naar toe kan worden gestuurd
en die worden opgebeld.
55
Page 56
SMS versturen: Schakel hiermee het sturen van een SMS
naar alle contacten op de SOS
bellijst in of uit.
Tekstbericht: Bewerk hier de
SMS die wordt gestuurd.
SMS lijst: Bepaal hier welke
nummers een SMS moeten
ontvangen.
Sirene: Schakel hiermee de
alarmtoon
aan of uit. Hierdoor kan iemand
in de buurt
ook reageren op een SOSsituatie
56
Page 57
Tip: Stel, wanneer u het sturen
van SMS geactiveerd heeft,
enkel mobiele (06) nummers in.
Sommige vaste lijnen ontvangen
het SMS bericht eerst als gesproken bericht, waardoor een
oproep niet doorkomt.
Tip: Voeg het noodnummer
(112) toe aan uw alarmlijst als
nummer vijf. Als de andere vier
nummers niet bereikbaar zijn,
kan zo altijd de juiste hulp worden geboden.
Tip: Zet, als u anoniem belt, in
de SMS uw nummer.
Tip: Vraag via de SMS om terug
gebeld te worden.
57
-
Page 58
Gebruik:
Houd in een noodsituatie de
alarmtoets 2-3 seconden ingedrukt. Let erop dat u deze knop
niet per ongeluk indrukt. Druk
op de Aan/Uit/Einde-toets om de
SOS modus te beëindigen.
Werking:
Wanneer u de alarmmodus acti
-
veert, gebeurt het volgende:
1. Een ambulancetoon klinkt voor
alarmering voor mensen in uw
buurt.
2. Het tekstbericht wordt tijdens
het afspelen van de ambulance
toon verzonden naar alle nummers waarvoor dit ingesteld is.
3. Het eerste nummer wordt ge
-
beld.
58
-
Page 59
A. Indien er wordt opgenomen:
- Uw telefoon schakelt de
luidsprekerfunctie in en gedu
rende maximaal 60 seconden
klinkt een stembericht.
- Als de persoon niet op toets
0 drukt, dan wordt na maxi
maal 60 seconden of zodra de
opgebelde persoon de verbin
ding verbreekt het volgende
SOS nummer gekozen.
- Als de persoon wel op toets
0 drukt, dan stopt de alarm
tekst en kunt u de situatie
bespreken waarbij uw telefoon
in de luidsprekerstand staat
en u dus de telefoon niet in
uw handen hoeft te houden.
Dit gesprek is niet in tijd geli
miteerd.
- Als deze persoon geen hulp
kan bieden en de verbinding
59
-
-
-
-
-
Page 60
verbreekt, dan wordt het volgende SOS nummer gebeld.
B. Indien niet wordt opgenomen:
- Verbinding wordt na een
bericht van het netwerk of na
de voicemail verbroken.
4. Het tweede (tot vijfde) nummer
wordt gebeld indien ingesteld.
5. Het hele proces wordt driemalig
vanaf stap 3 herhaald.
Denk er aan dat u op ieder moment
de SOS modus kunt afsluiten door
op de aan/uit/einde-toets te druk
-
ken.
13.2 Telefoon:
Stel hier de huidige tijd en datum
in en bepaal of deze moet worden weergegeven als de telefoon
60
Page 61
in rust is en bepaal of de tijd
gewijzigd mag worden door het
mobiele netwerk.
In dit menu kunt ook de taal van
het menu en de schermtekst
bepalen, de weergave van de telefoon, het menu en de schermverlichting bepalen.
Bij de optie vluchtstand kunt u
deze inschakelen. In ziekenhuizen, vliegtuigen en dergelijke
wordt het gebruik van GSMapparatuur niet toegestaan. Op
deze plaatsen kunt u de vluchtstand inschakelen.
Hiermee wordt de telefonie- en
Page 62
dataverkeer-functionaliteit uitgeschakeld. Het toestel blokkeert
automatisch het netwerk, waardoor niemand u kan bellen of
sms-en.
13.3 Gesprekken:
Bij instellingen kunt u nog kiezen
uit diverse instellingen voor gemaakte en inkomende oproepen:
Gesprek in wacht: Bepaal of
u het toestaat dat, tijdens een
gesprek, er een tweede oproep
binnen kan komen. Door van
gesprek te wisselen kunt u deze
oproep aannemen en evt. bij uw
huidige gesprek bijschakelen
(conferentie).
62
Page 63
Doorverbinden: Bepaal hier in
welke situaties binnenkomende
gesprekken automatisch doorgeschakeld moeten worden naar
voicemail of een ander nummer.
Blokkeren: Bepaal hier in welke
situaties zowel uitgaande als
inkomende oproepen niet worden
toegestaan.
Geavanceerd: Hier vindt u de
optie antwoordstand.
Pas hiermee de manier een oproep te beantwoorden aan.
63
Page 64
13.4Geluidsproelen
Via de proelen kunt u, door
deze om te schakelen afhankelijk
van de situatie, het belvolume,
trilstand, bel - en attentietonen
aanpassen.
Er staan reeds diverse proelen voor veelgebruikte situaties
gereed.
13.5 Snelkiezen
In dit menu kunt u de nummers
instellen die gebeld worden als
u de M-knoppen of 1-9 enkele
seconden ingedrukt houdt.
13.6 Menus verbergen:
Hier kunt u specieke menus
verstoppen, zodat u enkel de
64
Page 65
functies tegenkomt die u graag
gebruikt.
13.7 Beveiliging:
Hier bepaalt u of de telefoon om
codes moet vragen om het gebruik te beperken, ook kunt u hier
de codes instellen.
SIM-lock / PIN:
De SIM-lock - of PIN - is een
code die uw SIM-kaart beschermt
tegen onrechtmatig gebruik.
Als de PIN-code wordt gevraagd
terwijl u deze niet heeft ingesteld,
is deze te vinden in de documentatie van uw SIM-kaart.
65
Page 66
PIN2:
PIN2 is een code die de geavanceerde functies afsluit (zoals
internet). Hiermee kunt u iemand
toegang geven tot bellen, maar
niet tot bijvoorbeeld internet of
WAP.
PUK:
Als u drie keer de verkeerde PINcode ingeeft, moet u de PUKcode invoeren. Deze code staat
doorgaans ook in de documentatie van uw SIM-kaart.
Telefooncode / wachtwoord:
Naast de beveiliging van de SIMkaart, kunt u ook de telefoon zelf
met een code blokkeren, zodat
66
Page 67
niemand de gegevens op de telefoon kan inzien door een andere
SIM-kaart te gebruiken.
Standaard is de telefooncode
‘1122’
13.8 Fabrieksinstellingen:
Na het invoeren van de telefooncode, kunt u hiermee alle gemaakte instellingen terugzetten
naar de standaard instellingen.
67
Page 68
14 VERKLARING VAN
CONFORMITEIT
Het toestel voldoet aan de essentiële voorwaarden en voorzieningen zoals omschreven in de
Europese richtlijn 1999/5/EC.
De verklaring van conformiteit is
beschikbaar op de http://DOC.
hesdo.com/FM-9710-DOC.pdf
68
Page 69
15 SPECIFICATIES
Netwerk:GSM900+DSC1800
SAR:<0,486W/kg / <0,517W/kg
Afmetingen: 115 x 55 x 21 mm
Accu: Li-Ion, 3.7V 800mAh
Stand-by: tot 180 uur
(Afhankelijk van netwerk)
Spreektijd: tot 4 uur (Afhankelijk
van hoe de telefoon is ingesteld
en wordt gebruikt)