
HANDLEIDING
GEFELICITEERD met de aanschaf van uw nieuwe professionele schakellader en
testapparaat voor accu's. Dit product maakt deel uit van een serie professionele acculaders van CTEK SWEDEN AB en beschikt over de nieuwste technologie op dit gebied.
NETSTEKKER*
CTEK COMFORT CONNECT
OPLAADKABEL
H05RN-F rubber
HPN rubber ka bel
CTEK COMFORT CONNECT – eyelet M6
* Stek kermo del kan a fwijken.
CTEK COMFORT CONNECT – clamp
NETSNOER
H05RN-F rubber
HPN rubber ka bel
INSTRUCTIES VOOR OPLADEN
1. Sluit de acculader aan op de accu. De resultaatlampjes 4, 5 en 6 gaan nu knipperen
om het programma voor spanningscontrole (VOLTAGE CHECK PROGRAM) aan te
geven. Dit kunt u op dit moment negeren. Ga verder met de volgende stap.
2. Sluit de acculader aan op een wandcontactdoos. Het aan/uit-lampje geeft aan
dat het netsnoer is aangesloten op de wandcontactdoos. Het storingslampje gaat
branden als de accuklemmen niet correct zijn aangesloten. De beveiliging tegen
omgekeerde polariteit voorkomt schade aan de accu of de acculader.
3. Selecteer het oplaadprogramma met de MODE-knop.
PROGR AMMA VOOR LICHTE
ACCU' S
Voeg desgewenst oplaadopties aan het oplaadprogramma toe door nog enkele
malen op de MODE- knop te drukken.
KOUDWEER-OPTIE RECOND-OPTIE
Druk meerdere malen op de MODE-knop totdat de lampjes de gewenste combinatie van oplaadprogramma en opties aangeven.
4. Via het 8-stappen display kunt u het oplaadproces volgen.
De accu is gereed om de motor te starten wanneer het lampje van STAP 4 brandt.
De accu is volledig opgeladen wanneer het lampje van STAP 7 brandt.
5. U kunt het opladen op elk gewenst moment stoppen door de stekker uit de wandcontactdoos te nemen.
PROGR AMMA VOOR
NORMALE ACCU'S
Opmerking: Als het lampje START POWER (10) en lampje 4 beide branden, houdt
u de MODE-knop (3) twee seconden ingedrukt om de spanningstest te beëindigen.
2
3
54 6 7
MXS 5.0
MODE
VOLTAGE TEST PROGRAM
BATTERY ALTERNATORSTART POWER
RECOND
1 8 9 10 11
NL • 43
NL

INSTRUCTIES VOOR TESTEN
TESTPROGRAMMA'S
•B A T T E R Y - t e s t : toont het huidige laadniveau van de accu.
•S TARTPOWER- test:controleert het vermogen van de accu tijdens het starten van
de motor, als indicatie van de algemene conditie van de accu.
•ALTERNATOR-test:controleer t of de accu correct wordt opgeladen door het
oplaadsysteem van het voertuig.
VOORBEREIDING
1. Lees de informatie onder het kopje VEILIGHEID goed door, zodat u de acculader en
de accu veilig kunt aansluiten en ontkoppelen.
2. Voordat u de STARTPOWER- of de ALTERNATOR-test uitvoert, moet de
accu volledig opgeladen zijn. Als de accu niet volledig is opgeladen, zijn de
testresultaten onbetrouwbaar. Wanneer u een BAT TERY-test uitvoert, moet de
omgevingstemperatuur minimaal 5°C zijn en mag de accu gedurende het laatste uur
vóór de test NIET zijn opgeladen (vanuit het voertuig of met een acculader).
3. De lampjes 4, 5 en 6 geven de testresultaten aan. Lampje 4 (rood) betekent SLECHT,
5 (oranje) is REDELIJK en 6 (groen) is GOED.
EEN TEST UITVOEREN
(NETSTROOM IS NIET NODIG)
1. Sluit de acculader aan op de accu. De lampjes 4, 5 en 6 branden om beurten om aan
te geven dat de acculader gereed is voor gebruik in de testmodus.
2. Druk op de MODE-knop (3) om over te schakelen tussen de testprogramma's:
BATTERY (9), STARTPOWER(10) en ALTERNATOR (11) .
BATTERY-t est
1. Selecteer BATTERY (9) met behulp van de MODE-knop (3).
2. Na enkele seconden wordt het testresultaat weergegeven.
SLECHT (4): laad de accu zo snel mogelijk op.
REDELIJK (5): opladen is aan te raden om de levensduur van de accu te verlengen.
GOED (6): de accu is goed opgeladen.
STARTPOWER- test
1. Selecteer STARTPOWER (10) met behulp van de MODE-knop (3).
2. Probeer onmiddellijk de motor te starten. Blijf dit gedurende enkele seconden
proberen, maar stop wanneer de motor start.
SLECHT (4): laad de accu zo snel mogelijk op.
REDELIJK (5): opladen is aan te raden om de levensduur van de accu te verlengen.
GOED (6): de accu is goed opgeladen.
ALTERNATOR-test
1. Selecteer ALTERNATOR (11) met behulp van de MODE-knop (3).
2. Start de motor en laat deze stationair draaien met 2000 toeren. Kijk naar de lampjes
om het testresultaat te bepalen.
SLECHT (4): storing in het oplaadsysteem van het voer tuig.
REDELIJK (5): storing in het oplaadsysteem van het voertuig.
GOED (6): oplaadsysteem van voertuig werkt naar behoren.
TIPS
1. Als het storingslampje (2) onmiddellijk gaat branden, is de accu niet goed aangesloten.
Ontkoppel de acculader, sluit de acculader correct aan op de accu en voer de test
opnieuw uit vanaf stap 1.
2. Als er geen lampjes gaan branden, komt dit mogelijk doordat de accu te weinig
vermogen heef t om de acculader van stroom te voorzien. Als dit het geval is, laadt u de
accu volledig op.
3. Als er een netspanning aanwezig is, wordt automatisch de oplaadmodus van de
acculader geactiveerd. Houd de MODE-knop (3) twee seconden ingedrukt om over te
schakelen naar de testmodus (de lampjes 4, 5 en 6 gaan nu om beurten branden).
4. Start Power Test-test:
GOED (6) brandt aan het begin van de test, maar later gaat SLECHT (4) branden.
Probeer de accu te reconditioneren met de RECOND-functie van de acculader en voer
daarna de STARTPOWER-test nogmaals uit. Als de test opnieuw niet slaagt, vervangt
u de accu. Een accu die bij warm weer niet voor deze test slaagt, zal het bij lagere
temperaturen waarschijnlijk geheel laten afweten.
BETEKENIS VAN DE RESULTAATLAMPJES
De resultaatlampjes hebben de volgende betekenis
in de drie spanningscontroleprogramma's:
BATT ERY
START POWER
ALTERNATOR
SLECHT REDELIJK GOED
MINDER DAN
12, 4V
MINDER DAN
9,6 V
MINDER DAN
13,3V
12, 4–12,6V
9,6–10 , 5V
13,3–14,0V
MEER DAN
12,6V
MEER DAN
10,5V
MEER DAN
14, 0V
44 • NL

OPLAADPROGRAMMA'S EN OPTIES
Druk op de MODE- knop om een oplaadprogramma te kiezen en eventueel oplaadopties
toe te voegen. De lampjes geven aan welk programma en welke opties zijn geselecteerd.
Het geselecteerde programma wordt onthouden en automatisch hervat wanneer u de
acculader de volgende keer aansluit.
Oplaadprogramma's
Programma
Oplaadopties
Optie
RECOND
Accucapaciteit
(Ah)
1, 2–14 Ah
14–16 0 A h
Accucapaciteit
(Ah)
1,2–160Ah
1,2–160Ah
Beschrijving Temp. bereik
Programma voor lichte
accu's (0,8A)
Voor accu's met een kleinere
capaciteit.
Programma voor
normale accu's (5A)
Voor accu's met een normale
capaciteit.
Beschrijving Temp. bereik
Koudweeroptie
Voor opladen bij lage temperaturen en voor AGM- accu's zoals
®
Optima
en Odyssey®. Bij deze
optie wordt de laadspanning
verhoogd.
RECOND-optie
Voor het reconditioneren van
lege accu's. Gebruik deze
herstelfunctie jaarlijks en na
elke diepe ontlading voor
een maximale levensduur en
capaciteit van de accu. Met
de RECOND- optie voegt u
STAP 6 toe aan het geselecteerde oplaadprogramma.
-20° tot +50°C
(-4ºF–122ºF)
-20° tot +50°C
(-4ºF–122ºF)
-20° tot +5°C
(-4ºF–41ºF)
-20° tot +50°C
(-4ºF–122ºF)
STORINGSLAMPJE
Als het storingslampje brandt, controleert u het volgende:
1. Is de pluskabel van de acculader wel aangesloten op
de pluspool van de accu?
2. Is de acculader wel aangesloten op een 12V-accu?
3. Is het opladen onderbroken tijdens STAP 1, 2 of 5?
Herstart de acculader door op de MODE-knop te drukken. Als het
opladen nog steeds niet lukt, is de accu mogelijk...
STAP 1: ...ernstig gesulfateerd en aan vervanging toe.
STAP 2 : ...niet in staat lading te accepteren en aan vervanging toe.
STAP 5 : ...niet in staat lading vast te houden en aan ver vanging toe.
AAN/UIT-LAMPJE
Als het aan/uit-lampje...
1. ONONDERBROKEN BRANDT:
Het netsnoer is aangesloten op de wandcontactdoos.
2. KNIPPERT:
De acculader is in de energiespaarstand. Dit gebeurt als de
acculader niet binnen 2 minuten op een accu wordt aangesloten.
KLAAR VOOR GEBRUIK
De onderstaande tabel toont de geschatte tijd voor het opladen van een lege accu
tot 80%.
ACCUCAPACITEIT (Ah)
2Ah
8Ah
20Ah
60Ah
110Ah
OPLAADTIJD TOT 80%
2 uur
8 uur
4 uur
12 uur
26 uur
NL • 45
NL