Brother SDX135 User's Guide [nl]

Page 1
Basisgids quilten
– Een quilt maken –
1 Materialen en apparatuur voorbereiden
c Stof ................................................... We adviseren 100% katoen, niet te dik.
c Quiltvulling ...................................... Normaliter wordt middelzwaar 100% polyester gebruikt
als vulling. Er is ook katoenen vulling.
c Draad ............................................... Er zijn verschillende typen, bijvoorbeeld voor aan elkaar
c Naainaalden/spelden ........................ Er zijn verschillende typen, bijvoorbeeld voor aan elkaar
zetten en quilten. Selecteer het type dat geschikt is voor het gewenste doel.
c Quiltpotlood (uitwisbare pen, enz.)... Om patronen te kopiëren op de stof en quiltlijnen te
tekenen.
c Vingerhoed ....................................... Om uw vingers te beschermen
tijdens het quilten. Plaats de vingerhoed op de middelvinger van uw rechterhand om de naald te duwen, en op de middel- of wijsvinger van uw linkerhand om de naald te stoppen.
c Quiltraam ......................................... Om te quilten met een nettere
afwerking.
c Draadknipper c Strijkbout/pers c Meetlat
1
Page 2
2 Stukken snijden (stof)
In "Snijden rond tekeningen" in de Bedieningshandleiding leest u hoe u een naadtoeslag opgeeft, de patroonlijnen tekent en vervolgens de delen uitsnijdt. Neem onderstaande aanwijzingen in acht.
Controleer de vleug van de stof
1
(weefselrichting).
Stof met lengtevleug
Stof met breedtevleug
Stof met diagonale vleug
Weinig rekbaar
Enigszins rekbaar
Gemakkelijk rekbaar
1 Stof met
2 Stof met
3
4 Zelfkant
* Wanneer u delen maakt van een stof met
een bedrukking, heeft deze bedrukking prioriteit op de richting van de vleug.
* Houd rekening met de vleug van de stof als
dit is aangegeven.
lengtevleug
breedtevleug Stof met diagonale vleug
Selecteer de patronen en deel ze in.
3
Als de vleug van de stof en de patroonhoek niet zijn uitgelijnd, draait u het patroon.
* Vooraf geïnstalleerde patronen worden
automatisch ingedeeld met de vleug in de lengtevleug van de stof.
Geef de marge op.
4
Met deze machine kunt u de volgende breedten opgeven: 3 mm, 5 mm, 1/4", 7 mm, 10 mm, 1/2", 5/8"
Standaardmarge
Patchwork 5 mm (3/16"), 1/4", 7 mm Appliceren 3 mm (1/8"), 5 mm (3/16")
Als u een marge wilt tekenen, brengt u de stof
2
aan met de achterkant naar boven. Leg de richting van de vleug gelijk aan de richting van de invoer.
1 Standaardmat 2 Vel sterk klevende
steunstof (afhankelijk van het machinemodel moet u deze mogelijk los aanschaffen.)
3 Achterkant van de
stof
2
1 Stiklijn 2 Marge
Page 3
Memo
3 Basistechnieken handmatig naaien
Blinde steek
● Als u een naaimachine gebruikt om te quilten, raadpleeg dan de gebruiksaanwijzing voor informatie over de rechte steek, achteruit/verstevigingssteek en applicatiesteek. Wanneer u stukken aan elkaar zet zonder achteruit/ verstevigingssteken, naait u kleine steken met een korte steeklengte.
Applicaties zo bevestigen dat de draden onzichtbaar zijn.
1 Steek de naald in de stof. 2 Haal de naald door de stof.
Knoop in draad
Leg een knoop in het uiteinde van de draad zodat deze blijft zitten.
Wikkel de draad twee- of driemaal rond de
1
naald.
Houd de gewonden draad vast en trek de
2
naald eruit.
1 Knoop in draad
Knip de overtollige draad af met de schaar.
3
Achteruitsteek
Aan het begin en het eind van het stiksel naait u één achteruitsteek. Vervolgens maakt u de draad vast om te voorkomen dat hij losraakt.
1 Haal de naald door de stof. 2 Steek de naald in de stof. 3 Haal de naald door de stof. 4 Achteruitsteek
Frans knoopje
Aan het eind van het stiksel naait u een achteruitsteek. Vervolgens legt u een knoop en knipt u de draad af.
Plaats de naald aan het eind van het stiksel.
1
Rijgsteek
Naai de stukken aan elkaar met kleine steken.
1 2 mm (1/16 inch)
1 Achteruitsteek
Wikkel de draad tweemaal rond de naald,
2
houd de gewonden draad vast met uw vinger en trek de naald eruit.
3
Page 4
Begin- of eindpunt naad Y-naad
Wanneer u stukken aan elkaar zet, naait u tot de hoek van de stiklijn.
Naai de stukken aan elkaar. Aan het begin van
1
het stiksel legt u een knoop in de draad. Vervolgens steekt u de naald in de stof vóór de stiklijn en naait u een achteruitsteek.
Meerdere stukken stof onafgebroken aan elkaar naaien door elke kant te naaien zonder de draad te knippen.
Voorkant van de stof
:
Achterkant van de stof
:
Stuk A’ en B aan elkaar naaien. Aan het
1
eindpunt gaat u met de naald naar de tegenoverliggende kant van A’.
A
A’
1 Achterkant van de stof 2 Stiklijn
Aan het eind van het stiksel naait u een
2
achteruitsteek. Vervolgens legt u een Frans knoopje in de hoek.
B
1 Eindpunt
Haal de naald door de stof naar het eindpunt
2
van A.
A
B
A’
1 Beginpunt
Leg A en B over elkaar en ga door met naaien.
3
A
B
1 Achterkant van de stof 2 Stiklijn 3 Eindpunt
4
A’
A
B
Page 5
4 Stukken aan elkaar naaien om de bovenlaag te maken
BA
BAB
ABA
A
×
4
×
5
BA
BA B
AB A
A
(patchwork)
Van twee verschillende soorten stof maakt u vier vierkante stukken van het ene type, en vijf van het andere. (Zie onderstaande illustratie.) Snijd de stukken met een marge.
<Afgewerkt ontwerp>
Naaivolgorde
Naai stukken aan elkaar in rijen.
1
Vouw de marges om in afwisselende richting.
BA
A
BAB
AB A
Naaimethode
Lijn de stukken uit met de voorkanten tegen
1
elkaar en speld ze.
Aan het begin van het stiksel steekt u de naald in de stof, één steek vóór de stiklijn.
1 Voorkanten tegen elkaar 2 Stiklijn 3 Pen 4 Knoop in draad
Naai één achteruitsteek en vervolgens
2
rijgsteken.
1 Marge
Naai de rijen aan elkaar om het te voltooien.
2
1 Knoop in draad 2 Achteruitsteken
Aan het eind van het stiksel naait u één
3
achteruitsteek.
1 Achteruitsteken
Maak een Frans knoopje.
4
1 Frans knoopje 2 Knoop in draad
5
Page 6
Opmerking
Applicaties naaien
Verwijder het patroon en plaats het
5
applicatiestuk op de basisstof.
<Afgewerkt ontwerp>
Snijd de applicatiestukken met een marge.
1
(Voorbeeld: 4 harten)
Maak insneden van 1 mm (1/16 inch) vanaf de
2
stiklijn.
1 1 mm (1/16 inch)
● Maak meer insneden in scherpe bochten.
Plaats het patroon op het applicatiestuk en
3
vouw de marge om met een strijkbout of pers.
1 Voorkant van de stof
Bevestig het applicatiestuk met blinde steken
6
aan de basisstof.
1 Achterkant van de stof 2 Insnede 3 Stiklijn 4 Patroon 5 Voorkant van de stof
Markeer de basisstof.
4
6
Page 7
5 Quiltlijnen tekenen
Nadat de bovenlaag (patchwork) is afgewerkt tekent u de quiltlijnen. Teken de lijnen licht met een quiltpotlood of uitwisbare pen. Teken een lichte kleur op donkere stof.
Voorbeeld van quiltlijnen
Diagonaal raster
Quilt een diagonaal raster. Vaak wordt de stof op die manier stevig aan elkaar genaaid.
Omtrek
Quilt 3 tot 4 mm (1/8 tot 3/16 inch) binnen de rand van elk stuk.
Diagonalen
Quilt parallelle diagonale lijnen.
In de blokranden
Quilten aan de rand van de stukken, aan de kanten waar de marge niet heen was gevouwen.
Raster
Quilt een verticale en horizontale lijn door het midden van elk stuk.
Blok
Quilt patronen.
7
Page 8
6 Rijgsteken
(1)
(2)
(3)(4)
Nadat u de quiltlijnen hebt getekend, legt u stof, vulling en bovenlaag (patchwork), in die volgorde op elkaar. Vervolgens rijgt u ze aan elkaar vast.
Maak de quiltvulling en onderlaag 3 tot 4 cm
1
(1-3/16 tot 1-9/16 inch) groter dan de bovenlaag, leg de drie lagen op elkaar en speld ze vast.
1 Achterkant van de stof 2 Quiltvulling 3 Bovenlaag 4 Pen
Naai van het midden naar buiten met
2
rijgsteken een rasterpatroon in de volgorde die is aangegeven in de illustratie. Leg aan het begin van het stiksel een knoop in de draad. Naai aan het eind van het stiksel een achteruitsteek en knip de draad af.
(10)
(12)
(7)
(8)
(5)
(6)
(9)
(11)
1 Begin van stiksel
8
2 Achteruitsteek
* Voor kleine quiltstukken kunt u ook
rijgspelden gebruiken.
Page 9
7Quilten
(3)
(3)
(3)
(3)
(4)
(4)
(4)
(4)
Quiltvolgorde
Naai symmetrisch, van binnen naar buiten in de volgorde die is aangegeven in de illustratie.
1 Begin van stiksel
Stiksel beginnen
Steek de naald op korte afstand van het begin
1
in de stof. Trek aan de draad zodat de knoop tussen de bovenlaag en de onderlaag komt om de knoop te verbergen.
Aan het begin van het stiksel naait u één
2
achteruitsteek.
Zorg tijdens het quilten dat de naald door de drie lagen gaat (bovenlaag, quiltvulling en onderlaag).
1 Achteruitsteek
Stiksel beëindigen
Naai één achteruitsteek, maak een Frans
1
knoopje, en steek de naald opnieuw door hetzelfde gat om de knoop tussen de boven- en onderlaag te brengen om hem te verbergen.
1 Begin van quilten 2 2 tot 3 cm (3/4 tot
1-3/16 inch)
3 Quiltlijnen 4 Knoop in draad 5 De knoop van de
draad zit binnenin.
1 Achteruitsteken 4 Quiltvulling 2 Knoop in draad 5 Achterkant van stof 3 Bovenlaag 6 Frans knoopje
Na het quilten en het verwijderen van de
2
rijgsteken snijdt u de overtollige beschermstof en wattering af. Voor het biaisband laat u hierbij een afgewerkte breedte van 7 mm (1/4 inch) over vanaf de rand van de bovenkant (patchwork).
1
2
1 Bovenkant (patchwork)
2 Afsnijden, waarbij u voor het biaisband een
afgewerkte breedte vanaf de rand van de bovenkant overlaat.
9
Page 10
8 Band (afwerking stofranden)
Na het quilten bedekt u de randen met biaisband om ze af te werken.
Biaisband maken
Biaisband maken met een afgewerkte breedte van 7 mm (1/4 inch). Teken een 35 mm brede (1-3/8 inch) strook onder een hoek van 45° graden op de stof en snijd deze uit. Teken een lijn van 7 mm (1/4 inch) vanaf de rand van de biaisband. Naai de stroken aan elkaar tot een lengte van 15 tot 20 cm (6 tot 8 inch) plus de lengte van de vier zijden van de quilt.
1 7 mm (1/4 inch) 2 35 mm (1-3/8 inch) 3 Achterkant van de stof 4 45°
Stukken biaisband verbinden
Met de voorkanten tegen elkaar lijnt u de uiteinden van twee gedeelten uit en naait u ze aan elkaar met een marge van 7 mm (1/4 inch).
Band
Leg de lijn van 7 mm (1/4 inch) op de stiklijn
1
van de quilt en ga naaien. Vouw 1 cm (3/8 inch) van het uiteinde van de biaisband om.
1 7 mm (1/4 inch) 2 Achterkant van biaisband 3 Stiklijn 4 Vouw 1 cm (3/8 inch) om. 5 Voorkant van quilt
Aan de hoek vouwt u de biaisband onder een
2
hoek van 45°.
10
1 Voorkant van de stof 2 Voorkanten tegen elkaar 3 7 mm (1/4 inch)
1 45°
Zoals aangegeven in de illustratie vouwt u
3
onder een hoek van 90°. Vervolgens naait u langs de lijn van 7 mm (1/4 inch).
1 7 mm (1/4 inch)
Page 11
Naai op dezelfde manier langs de randen en
Memo
3
4
keer terug naar het omgevouwen achtereind van de biaisband. Snijd overtollig biaisband af.
1 Overlap de vouw.
2 Overtollig biaisband
Draai de quilt om, bedek de marge met de
5
biaisband en werk deze af met blinde steken. De hoek is een verstekhoek, zoals aangegeven in de illustratie.
1 Achterkant van de stof 2 In drieën vouwen 3 Voorkant van biaisband
● Band die is genaaid met een naaimachine zit stevig vast. Wanneer u de band met de hand naait, zet deze dan stevig vast met een halve achteruitsteek.
1 Achterkant van de stof 2 Blinde steek 3 In drieën vouwen
1 Achterkant van de stof 2 Verstekhoek 3 Blinde steek
1 Verstekhoek 2 Voorkant van quilt
11
Page 12
Dutch
Version A
Loading...