Bedankt dat je voor dit AEG-product hebt gekozen. We hebben het gecreëerd om
jarenlang onberispelijke prestaties te leveren, met innovatieve technologieën die het
leven eenvoudiger maken – functies die je wellicht niet op gewone apparaten aantreft.
Besteed een paar minuten aan het lezen, om er het beste uit te halen.
Ga naar onze website voor:
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatieinformatie:
www.aeg.com/support
Registreer je product voor een betere service:
www.registeraeg.com
Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor je apparaat:
www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE EN SERVICE
Gebruik altijd originele onderdelen.
Als u contact opneemt met onze erkende servicedienst, zorg er dan voor dat u de
volgende gegevens tot uw beschikking hebt: Model, PNC, serienummer.
De informatie vindt u op het typeplaatje.
Waarschuwingen en veiligheidsinformatie
Algemene informatie en tips
Milieu-informatie
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie
en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet
verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit
uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de
2NEDERLANDS
Page 3
instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor
toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar
en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk,
zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan
ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of
instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van
het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen
jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe
beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te
worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht
staan.
• Houd toezicht op kinderen, om te voorkomen dat zij gaan
spelen met het apparaat.
• Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het
op passende wijze weg.
• WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke
onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Houd
kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens
het gebruik en bij het afkoelen.
• Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te
worden geactiveerd.
• Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en
onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
• Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.
• Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk
gebruik.
• Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers,
bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere
soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de
(gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet
overschrijdt.
NEDERLANDS3
Page 4
• WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke
onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dient
te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.
• WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaat
met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.
• Rook is een indicatie van oververhitting. Gebruik nooit
water om het kookvuur te blussen. Schakel het apparaat uit
en bedek de vlammen met bijv. een branddeken of deksel.
• WAARSCHUWING: Het apparaat mag niet van stroom
worden voorzien door een extern schakelapparaat, zoals
een tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat door
het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordt
geschakeld.
• OPGELET: Tijdens het kookproces moet u in de buurt
blijven (zelfs bij de automatische kookfuncties). Een kort
kookproces moet voortdurend bewaakt worden.
• WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen
voorwerpen op de kookoppervlakken.
• Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en
deksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaat
worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.
• Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde
constructie installeert.
• Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te
maken.
• Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met de
bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.
• Als de glaskeramische / glazen oppervlakte gebarsten is,
schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit het
stopcontact. In het geval het apparaat rechtstreeks op de
stroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert u
de zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neem
altijd contact op met de erkende servicedienst.
• Indien het netsnoer beschadigd is, moet het worden
vervangen door de fabrikant, een erkende service of
4NEDERLANDS
Page 5
vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te
voorkomen.
• WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers
die door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpen
of door de fabrikant van het apparaat in de
gebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven of
kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn
geïntegreerd. Het gebruik van ongeschikte
kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installeren
WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus
mag dit apparaat installeren.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het
apparaat.
• Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
• Installeer en gebruik geen beschadigd
apparaat.
• Volg de installatie-instructies die zijn
meegeleverd met het apparaat.
• Houd de minimumafstand naar andere
apparaten en units in acht.
• Pas altijd op bij verplaatsing van het
apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd
veiligheidshandschoenen en gesloten
schoeisel.
• Dicht de oppervlakken af met kit om te
voorkomen dat ze gaan opzetten door
vocht.
• Bescherm de bodem van het apparaat
tegen stoom en vocht.
• Installeer het apparaat niet naast een deur
of onder een raam. Dit voorkomt dat heet
kookgerei van het apparaat valt als de
deur of het raam wordt geopend.
2.2 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische
schokken.
• Alle elektrische aansluitingen moeten
worden uitgevoerd door een
gekwalificeerde elektricien.
• , moet het apparaat geaard worden.
• Verzeker jezelf ervan dat de stekker uit
het stopcontact is getrokken, voordat je
welke werkzaamheden dan ook uitvoert.
• Zorg ervoor dat de parameters op het
vermogensplaatje overeenkomen met
elektrische vermogen van de netstroom.
• Controleer of het apparaat correct
geïnstalleerd is. Losse en onjuiste
stroomkabels of stekkers (indien van
toepassing) kunnen ertoe leiden dat de
contactklem te heet wordt.
• Gebruik het juiste netsnoer.
• Zorg dat de stroomkabel niet verstrikt
raakt.
• Controleer of er een aardlekschakelaar is
geïnstalleerd.
• Gebruik de trekontlastingsklem op de
kabel.
• Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker
(indien van toepassing) het hete apparaat
of heet kookgerei niet aanraakt als je het
apparaat op een nabijgelegen contactdoos
aansluit.
• Gebruik geen adapters met meerdere
stekkers en verlengkabels.
NEDERLANDS5
Page 6
• Zorg ervoor dat je de stekker (indien van
toepassing) of het netsnoer niet
beschadigt. Neem contact op met ons
erkende servicecentrum of een elektricien
om een beschadigde stroomkabel te
vervangen.
• De schokbescherming van delen onder
stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n
manier worden bevestigd dat het niet
zonder gereedschap kan worden
verplaatst.
• Steek de stekker pas in het stopcontact
als de installatie is voltooid. Zorg ervoor
dat het netsnoer na installatie bereikbaar
is.
• Als het stopcontact los zit, mag u de
stekker niet in het stopcontact steken.
• Trek niet aan het netsnoer om het
apparaat los te koppelen. Trek altijd aan
de stekker.
• Gebruik enkel correcte
isolatievoorzieningen:
stroomonderbrekers, zekeringen
(schroefzekeringen moeten uit de houder
worden verwijderd), aardlekschakelaars
en contactgevers.
• De elektrische installatie moet een
isolatieapparaat bevatten waardoor het
apparaat volledig van het lichtnet
afgesloten kan worden. Het
isolatieapparaat moet een contactopening
hebben met een minimale breedte van 3
mm.
• Als de E3-code op het scherm verschijnt,
koppelt u de kookplaat onmiddellijk los en
controleert u of de elektrische aansluiting
en de netspanning correct zijn.
2.3 Gebruik
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden of
elektrische schokken.
• De specificatie van dit apparaat niet
wijzigen.
• Verwijder voor het eerste gebruik alle
verpakkingsmaterialen, etiketten en
beschermfolie (indien van toepassing).
• Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen
niet geblokkeerd worden.
• Laat het apparaat tijdens de werking niet
onbeheerd achter.
• Zet de kookzone op "uit" na ieder gebruik.
• Plaats geen bestek of deksels van
steelpannen op de kookzones. Ze kunnen
heet worden.
• Gebruik het apparaat niet met natte
handen of als het contact maakt met
water.
• Gebruik het apparaat niet als werkblad of
als opslagoppervlak.
• Als het oppervlak van het apparaat
gebarsten is, koppel het apparaat dan
onmiddellijk los van de stroomtoevoer. Dit
dient om een elektrische schok te
voorkomen.
• Gebruikers met een pacemaker moeten
een afstand van minimaal 30 cm
aanhouden tot de inductiekookzones als
het apparaat in werking is.
• Als u voedsel in hete olie plaatst, kan het
spatten.
• Gebruik geen aluminiumfolie of andere
materialen tussen het kookoppervlak en
het kookgerei, tenzij anders aangegeven
door de fabrikant van dit apparaat.
• Gebruik alleen accessoires die door de
fabrikant voor dit apparaat worden
aanbevolen.
WAARSCHUWING!
Risico op brand en explosie.
• Wanneer ze verwarmd worden, kunnen
vetten en oliën ontvlambare dampen
afgeven. Houd open vuur of verwarmde
voorwerpen uit de buurt van vetten en
oliën wanneer u ermee kookt.
• De dampen die boven erg hete olie
ontstaan kunnen spontaan ontbranden.
• Gebruikte olie, die voedselresten kan
bevatten, kan ontbranden bij een lagere
temperatuur dan olie die voor de eerste
keer wordt gebruikt.
• Plaats geen ontvlambare producten of
artikelen die vochtig zijn met ontvlambare
producten in, bij of op het apparaat.
WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het apparaat.
• Laat geen heet kookgerei op het
bedieningspaneel staan.
• Leg geen hete deksel op het glazen
oppervlak van de kookplaat.
• Laat kookgerei niet droogkoken.
6NEDERLANDS
Page 7
• Zorg ervoor dat je geen voorwerpen of
kookgerei op het apparaat laat vallen. Het
oppervlak kan beschadigd raken.
• Schakel de kookzones niet terwijl er leeg
kookgerei of geen kookgerei op geplaatst
is.
• Kookgerei gemaakt van gietijzer of met
een beschadigde bodem kan krassen op
het glas/glaskeramiek veroorzaken. Til
deze voorwerpen altijd op als je ze op de
kookplaat moet verplaatsen.
2.4 Onderhoud en reiniging
• Reinig het apparaat regelmatig om te
voorkomen dat het materiaal van het
oppervlak achteruitgaat.
• Schakel het apparaat uit en laat het
afkoelen voordat u het schoonmaakt.
• Gebruik geen waterstralen en stoom om
het apparaat te reinigen.
• Reinig het apparaat met een vochtige
zachte doek. Gebruik alleen neutrale
schoonmaakmiddelen. Gebruik geen
schurende producten, schuursponsjes,
oplosmiddelen of metalen voorwerpen,
tenzij anders aangegeven.
2.5 Service
• Neem contact op met de erkende
servicedienst voor reparatie van het
apparaat. Gebruik alleen originele
reserveonderdelen.
• Met betrekking tot de lamp(en) in dit
product en reservelampen die afzonderlijk
worden verkocht: Deze lampen zijn
bedoeld om bestand te zijn tegen extreme
fysieke omstandigheden in huishoudelijke
apparaten, zoals temperatuur, trillingen,
vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie
te geven over de operationele status van
het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor
gebruik in andere toepassingen en zijn
niet geschikt voor verlichting in
huishoudelijke ruimten.
2.6 Verwijdering
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
• Neem contact op met uw plaatselijke
overheid voor informatie over het afvoeren
van het apparaat.
• Haal de stekker uit het stopcontact.
• Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af
en gooi het weg.
3. INSTALLATIE
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
3.1 Voor montage
Voordat u de kookplaat installeert, dient u de
onderstaande informatie van het typeplaatje
te noteren. Het typeplaatje bevindt zich
onderop de kookplaat.
Serienummer ...........................
3.2 Ingebouwde kookplaten
Inbouwkookplaten mogen alleen worden
gebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikte
inbouwunits of werkbladen die aan de
normen voldoen.
3.3 Aansluitsnoer
• De kookplaat wordt geleverd met een
aansluitkabel.
• Gebruik als vervanging van het
beschadigde netsnoer het volgende
snoertype: H05V2V2-F dat bestand is
tegen een temperatuur van 90 °C of
hoger. Neem contact op met een erkend
servicecentrum. Het aansluitsnoer mag
alleen worden vervangen door een
gekwalificeerde elektricien.
3.4 Montage
Als je de kookplaat onder een kap installeert,
raadpleeg je de installatie-instructies van de
afzuigkap voor de minimumafstand tussen de
apparaten.
NEDERLANDS7
Page 8
min.
50mm
min.
500mm
Als het apparaat boven een lade wordt
min. 12min.
60
min.
28
44
23
min. 55
710
550
520
490
+1
680
+1
max R5
280
60
www.youtube.com/electrolux
www.youtube.com/aeg
How to install your AEG
Induction Hob - Worktop installation
geïnstalleerd, kan de ventilatie van de
kookplaat de artikelen die zich in de lade
bevinden tijdens het bereidingsproces
opwarmen.
Zoek de videotutorial "Hoe installeert u uw
AEG inductiekookplaat - installatie op het
aanrecht" door de volledige naam die in de
onderstaande afbeelding staat in te typen.
8NEDERLANDS
Page 9
4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
111
2
1
785243
9
1
121011
6
4.1 Indeling kookoppervlak
Inductiekookzone
1
Bedieningspaneel
2
Raadpleeg ‘Technische gegevens’ voor
gedetailleerde informatie over de maten
van de kookzones.
4.2 Bedieningspaneel lay-out
Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluiden
tonen welke functies worden gebruikt.
1
2
3
4
5
6
7
Tip‐
toets
-KookstanddisplayDe kookstand weergeven.
-Timerindicatie voor de kookzones Geeft aan voor welke zone u de tijd instelt.
-TimerdisplayDe tijd in minuten weergeven.
FunctieOpmerking
AAN / UITDe kookplaat in- en uitschakelen.
Blokkering / Kinderbeveiligingsin‐
richting
SenseBoil®De functie in- en uitschakelen.
BridgeDe functie in- en uitschakelen.
Het bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen.
De indicatoren boven het symbool geven de voortgang
van de functie aan.
NEDERLANDS9
Page 10
Tip‐
toets
8
9
10
11
-BedieningsstripHet instellen van de kookstand.
12
FunctieOpmerking
Hob²HoodDe handmatige modus van functie in- en uitschakelen.
-Om de kookzone te selecteren.
-De tijd verlengen of verkorten.
/
PowerBoostHet inschakelen van de functie.
4.3 Kookstanddisplays
SchermBeschrijving
De kookzone is uitgeschakeld.
-
+ cijfer
/ /
De kookzone wordt gebruikt.
SenseBoil® is in werking.
Automatisch opwarmen is in werking.
PowerBoost is in werking.
Er is een storing.
OptiHeat Control (3-staps restwarmte-indicator): doorgaan met koken / warmhoud‐
stand / restwarmte.
Blokkering / Kinderbeveiligingsinrichting werkt.
Het kookgerei is niet geschikt of te klein, of er is geen kookgerei op de kookzone ge‐
plaatst.
Automatische uitschakeling is in werking.
4.4 OptiHeat Control (3-staps
restwarmte-indicator)
WAARSCHUWING!
/ / Zolang het indicatielampje
aanstaat, bestaat er een risico op
brandwonden door restwarmte.
De inductiekookzones creëren de voor het
kookproces benodigde warmte rechtstreeks
in de bodem van het kookgerei. Het
glaskeramiek wordt verwarmd door de
warmte van het kookgerei.
De indicatielampjes / / verschijnen
als een kookzone heet is. De aanduidingen
tonen het niveau van de restwarmte voor de
kookzones die je momenteel gebruikt.
Het indicatielampje kan ook verschijnen:
• voor de aangrenzende kookzones, zelfs
als je ze niet gebruikt,
• als er heet kookgerei op de koude
kookzone wordt geplaatst,
• als de kookplaat is uitgeschakeld, maar de
kookzone nog heet is.
Het indicatielampje verdwijnt als de kookzone
is afgekoeld.
10NEDERLANDS
Page 11
5. DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 In- of uitschakelen
Raak 1 seconde aan om de kookplaat in–
of uit te schakelen.
5.2 Automatische uitschakeling
De functie schakelt de kookplaat
automatisch uit als:
• alle kookzones zijn uitgeschakeld,
• u de kookstand niet instelt nadat u de
kookplaat hebt ingeschakeld,
• u iets hebt gemorst of iets langer dan 10
seconden op het bedieningspaneel hebt
gelegd (een pan, doek, etc.). Er klinkt een
geluidssignaal en de kookplaat wordt
uitgeschakeld. Verwijder het voorwerp of
reinig het bedieningspaneel.
• De kookplaat te heet wordt (bijvoorbeeld
als een steelpan droog kookt). De
kookzone moet afgekoeld zijn voordat u
de kookplaat weer kunt gebruiken.
• u ongeschikte pannen gebruikt. Het
symbool gaat branden en na 2 minuten
schakelt de kookzone automatisch uit.
• u een kookzone niet uitschakelt of de
kookstand verandert. Na een tijdje gaat
aan en schakelt de kookplaat uit.
De verhouding tussen kookstand en de
tijd waarna de kookplaat uitschakelt:
Warmte-instellingDe kookplaat wordt
uitgeschakeld na
1 - 36 uur
4 - 75 uur
8 - 94 uur
10 - 141,5 uur
5.3 De kookstand
Voor het instellen of wijzigen van de
kookstand:
Raak de bedieningsstrip aan bij de juiste
kookstand of beweeg uw vinger langs de
bedieningsstrip totdat u de jusite kookstand
heeft bereikt.
5.4 SenseBoil®
De functie past de temperatuur van het water
automatisch aan zodat de pan niet overkookt
zodra het kookpunt is bereikt.
Wanneer er nog restwarmte ( / /
) op de kookzone die u wilt gebruiken
aanwezig is, wordt een akoestisch
signaal uitgezonden en zal de functie niet
starten.
1. Tik op om de kookplaat te activeren.
2. Tik op om de functie in te schakelen.
Er verschijnt een knipperend pictogram voor kookzones waarop u de
functie momenteel kunt gebruiken.
3. Raak de bedieningsbalk van een
beschikbare kookzone aan waarvoor u de
functie wilt starten (tussen de kookstand
1-14).
De functie start.
Als u niet binnen 5 seconden een kookzone
kiest, wordt de functie niet geactiveerd.
Zodra de functie start, gaan de
indicatoren boven het symbool één
voor één aan totdat het water het
kookpunt bereikt.
Wanneer de functie het kookpunt detecteert,
geeft de kookplaat een akoestisch signaal en
verandert het verwarmingsniveau
automatisch in 8.
NEDERLANDS11
Page 12
Wanneer alle kookzones al in gebruik zijn
of er zich restwarmte op alle kookzones
bevindt, laat de kookplaat een pieptoon
horen, knipperen de indicatoren boven
en start de functie niet.
Voor het uitschakelen van de functie raakt u
aan. De functie wordt gedeactiveerd en de
warmte-instelling daalt tot 0, of raak de
bedieningsbalk aan en pas de kookstand
handmatig aan.
5.5 Het gebruik van de kookzones
Plaats het kookgerei in het midden van de
gekozen kookzone. Inductiekookzones
passen zich tot op zekere hoogte
automatisch aan de afmeting van het
kookgerei aan.
U kunt met groot kookgerei op twee
kookzones tegelijkertijd koken. Het kookgerei
dient het midden van beide zones te
bedekken maar niet voorbij de
gebiedsmarkering komen. Als het kookgerei
tussen beide middenzones wordt geplaatst,
wordt de functie Bridge niet geactiveerd.
5.6 Bridge
De functie werkt als de pan de
middelpunten van beide zones bedekt.
Het werkt niet met de SenseBoil®functie.
Deze functie verbindt twee kookzones aan de
linkerkant en ze werken als één kookzone.
Stel eerst de kookstand in voor één van de
kookzones aan de linkerkant.
Om de functie te activeren: raak aan.
Raak een van de regelsensoren aan om de
warmte-instelling in te stellen of te wijzigen.
Om de functie uit te schakelen: raak
aan. De kookzones werken onafhankelijk van
elkaar.
5.7 Automatisch opwarmen
Activeer deze functie om in een kortere tijd
een gewenste kookstand te krijgen. Als het
aan staat, werkt de zone in het begin op de
hoogste kookstand en gaat daarna verder
met koken op de gewenste kookstand.
Om de functie in werking te stellen moet
de kookzone koud zijn.
Om de functie voor een kookzone in te
schakelen: raak aan ( gaat aan). Raak
meteen de gewenste kookstand aan. Na 3
seconden gaat branden.
De functie uitschakelen: wijzig de
kookstand.
12NEDERLANDS
5.8 PowerBoost
Deze functie maakt meer vermogen
beschikbaar voor de inductiekookzones. De
functie kan voor een beperkte tijdsduur voor
uitsluitend de inductiekookzone worden
geactiveerd. Daarna wordt de
inductiekookzone automatisch
teruggeschakeld naar de hoogste kookstand.
Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'.
Page 13
Om de functie voor een kookzone in te
schakelen: raak aan. gaat aan.
De functie uitschakelen: wijzig de
kookstand.
5.9 Timer
• Timer met aftelfunctie
U kunt deze functie gebruiken om de lengte
van één kooksessie in te stellen.
Stel eerst de warmtestand voor de kookzone
in en dan de functie.
Om de kookzone in te stellen: tik
herhaaldelijk op
kookzone verschijnt.
Om de functie te activeren: tik op van de
timer om de tijd in te stellen (00 - 99
minuten). Als het lampje van de kookzone
gaat knipperen, wordt de tijd afgeteld.
Om de resterende tijd te zien: tik op
de kookzone in te stellen. Het indicatielampje
van de kookzone begint te knipperen. Op het
display wordt de resterende tijd
weergegeven.
totdat het lampje van een
om
kookzone gaat knipperen, wordt de tijd
opgeteld. Het display schakelt tussen en
de getelde tijd (in minuten).
Om in de gaten te houden hoelang de
kookzone werkt: tik op om de kookzone
in te stellen. Het indicatielampje van de
kookzone begint te knipperen. De display
geeft aan hoe lang de zone werkt.
Om de functie te deactiveren: tik op
tik vervolgens op of . Het
indicatielampje van de kookzone verdwijnt.
• Kookwekker
U kunt deze functie gebruiken wanneer de
kookplaat is ingeschakeld maar de
kookzones niet werken. De warmtestand op
het display toont .
Om de functie te activeren: tik op
vervolgens op of van de timer om de
tijd in te stellen. Als de tijd verstreken is, klinkt
er een geluidssignaal en knippert 00.
Om de functie te stoppen: tik op .
en
en tik
Om de tijd te wijzigen: tik op om de
kookzone in te stellen. Tik op of .
Om de functie te deactiveren: tik op om
de kookzone in te stellen en tik vervolgens op
. De resterende tijd telt terug tot 00. Het
indicatielampje van de kookzone verdwijnt.
Als de aftelling beëindigd is, klinkt er een
geluidssignaal en knippert 00. De
kookzone wordt uitgeschakeld.
Om de functie te stoppen: tik op .
• CountUp Timer
Gebruik deze functie om in de gaten te
houden hoe lang de kookzone werkt.
Om de kookzone in te stellen: tik
herhaaldelijk op
kookzone verschijnt.
Om de functie te activeren: tik op van de
timer. verschijnt. Als het lampje van de
totdat het lampje van een
De functie heeft geen invloed op de
werking van de kookzones.
5.10 Blokkering
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen
terwijl de kookzones in werking zijn. Hiermee
wordt voorkomen dat de kookstand per
ongeluk wordt veranderd.
Stel eerst de kookstand in.
De functie inschakelen: raak
gaat gedurende 4 seconden aan. De timer
blijft aan.
De functie uitschakelen: Raak aan. De
vorige kookstand gaat aan.
Als u de kookplaat uitzet, stopt u deze
functie ook.
aan.
NEDERLANDS13
Page 14
5.11 Kinderbeveiligingsinrichting
Deze functie voorkomt dat de kookplaat
onbedoeld wordt gebruikt.
Om de functie te activeren: activeer de
kookplaat met . Stel geen warmteinstelling
in. Raak 4 seconden aan. gaat aan.
Schakel de kookplaat uit met .
Om de functie te deactiveren: activeer de
kookplaat met
in. Raak 4 seconden aan. gaat aan.
Schakel de kookplaat uit met .
Om de functie voor slechts één
kooksessie te onderdrukken: activeer de
kookplaat met . gaat aan. Raak 4
seconden aan. Stel de kookstand in binnen10 seconden. U kunt de kookplaat bedienen.
Als u de kookplaat uitschakelt met , treedt
de functie weer in werking.
. Stel geen warmteinstelling
5.12 OffSound Control (De geluiden
in- en uitschakelen)
Schakel de kookplaat uit. Raak 3
seconden aan. Het display gaat aan en uit.
Raak
branden. Raak van de timer aan om één
van het volgende te kiezen:
• - de signalen zijn uit
• - de signalen zijn aan
Om uw keuze te bevestigen moet u wachten
tot de kookplaat automatisch uitschakelt.
3 seconden aan. of gaat
• Kookzones zijn gegroepeerd volgens de
locatie en het aantal fasen van de
kookplaat. Elke fase heeft een maximale
elektriciteitslading van 3700 W. Als de
kookplaat de limiet van het maximaal
beschikbare vermogen bereikt binnen een
fase, wordt het vermogen van de
kookzones automatisch verlaagd.
• De warmte-instelling van de gekozen
kookzone heeft altijd prioriteit. Het
resterende vermogen zal tussen de eerder
geactiveerde kookzones worden verdeeld,
in omgekeerde volgorde van selectie.
• De weergave van de warmte-instelling van
de verlaagde zones wisselt tussen de
aanvankelijk gekozen warmte-instelling en
de verlaagde warmte-instelling.
• Wacht totdat het display stopt met
knipperen of verlaag de kookstand van de
laatst geselecteerde kookzone. De
kookzones blijven werken met de
verlaagde warmte-instelling. Wijzig indien
nodig handmatig de warmte-instellingen
van de kookzones.
Zie de afbeelding voor mogelijke combinaties
waarin vermogen over de kookzones kan
worden verdeeld.
Als de functie op staat, kunt u de geluiden
alleen horen als:
• u aanraakt
• Kookwekker naar beneden komt
• Timer met aftelfunctie naar beneden komt
• u iets op het bedieningspaneel plaatst.
5.13 Stroommanagement
Als er meerdere zones actief zijn en het
verbruikte vermogen de limiet van de
stroomtoevoer overschrijdt, verdeelt deze
functie het beschikbare vermogen tussen alle
kookzones. De kookplaat regelt de warmteinstellingen om de zekeringen van de
installatie in het huis te beschermen.
14NEDERLANDS
5.14 Hob²Hood
Het is een geavanceerde automatische
functie die de kookplaat op een speciale
afzuigkap aansluit. Zowel de kookplaat als de
afzuigkap heeft een infraroodontvanger. De
snelheid van de ventilator wordt automatisch
bepaald op basis van de modusinstelling en
de temperatuur van de heetste pan op de
kookplaat. U kunt de ventilator van de
kookplaat handmatig bedienen.
Page 15
Voor de meeste afzuigkappen wordt het
afstandsbedieningssysteem
uitgeschakeld. Inschakelen voordat u de
functie gebruikt. Zie voor meer informatie
de gebruikershandleiding van de
afzuigkap.
De functie automatisch bedienen
Stel de automatische modus in op H1 – H6
om de functie automatisch te bedienen. De
kookplaat wordt oorspronkelijk ingesteld op
H5.De afzuigkap reageert als u de kookplaat
in gebruik neemt. De kookplaat herkent de
temperatuur van de pannen automatisch en
stelt de snelheid van de ventilator erop af.
Automatische modi
Automati‐
Modus H0UitUitUit
Modus H1AanUitUit
Modus
3)
H2
Modus H3AanUitVentilator‐
Modus H4AanVentilator‐
Modus H5AanVentilator‐
Modus H6AanVentilator‐
1)
De kookplaat detecteert het kookproces en activeert
de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische
modus.
2)
De kookplaat detecteert het bakproces en activeert
de ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatische
modus.
3)
Deze modus activeert de ventilator en de verlichting
en reageert niet op de temperatuur.
sche ver‐
lichting
AanVentilator‐
Koken1)Bakken
snelheid 1
snelheid 1
snelheid 1
snelheid 2
2)
Ventilator‐
snelheid 1
snelheid 1
Ventilator‐
snelheid 1
Ventilator‐
snelheid 2
Ventilator‐
snelheid 3
De automatische modus veranderen
1. Schakel het apparaat uit.
2. Raak
3 seconden aan. Het display
gaat aan en uit.
3. Raak 3 seconden aan.
4. Raak een paar keer aan tot aan
gaat.
5. Raak van de timer aan om een
automatische modus te selecteren.
Schakel de automatische modus van de
functie uit om de kookplaat direct te
bedienen op het kookplaatpaneel.
Als u stopt met koken en de kookplaat
uitschakelt, kan de ventilator nog even
blijven werken. Daarna schakelt het
systeem de ventilator automatisch uit en
wordt voorkomen dat u de ventilator per
ongeluk de komende 30 seconden
activeert.
De ventilatorsnelheid handmatig bedienen
U kunt de functie ook handmatig bedienen.
Raak daartoe
aan als de kookplaat actief
is. Dit schakelt de automatische bediening
van de functie uit zodat u de
ventilatorsnelheid handmatig kunt
veranderen. Als u op
drukt, wordt de
ventilatorsnelheid met één verhoogd. Als u
een intensief niveau bereikt en weer op
drukt, stelt u de ventilatorsnelheid in op 0
waardoor de afzuigkapventilator uitschakelt.
Om de ventilator weer te starten met
ventilatorsnelheid 1, raakt u aan.
Schakel de kookplaat uit en weer aan om
de automatische bediening van de
functie te activeren.
De verlichting activeren
U kunt de kookplaat instellen om de
verlichting automatisch te activeren als u de
kookplaat aan zet. Zet daarvoor de
automatische modus op H1 – H6.
De verlichting van de afzuigkap gaat uit 2
minuten nadat u de kookplaat heeft
uitgeschakeld.
NEDERLANDS15
Page 16
6. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Pannen
Voor inductiekookzones creëert een sterk
elektromagnetisch veld de hitte in de
pannen zeer snel.
Gebruik de inductiekookzones met geschikte
pannen.
• De bodem van de pannen moet zo dik en
vlak mogelijk zijn.
• Zorg ervoor dat bodems schoon en droog
zijn voordat de pannen op de kookplaat
worden gezet.
• Schuif of wrijf de pan niet over het
keramische glas, om krassen te
voorkomen.
Panmaterialen
• goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal,
roestvrij staal, meerlaagse bodem
(aangemerkt als geschikt door de
fabrikant).
• niet goed: aluminium, koper, messing,
glas, keramiek, porselein.
Een pan is geschikt voor een
inductiekookplaat als:
• water op de hoogste kookstand binnen
korte tijd wordt verwarmd,
• een magneet op de onderkant van het
kookgerei plakt.
Afmetingen van pannen
• Inductiekookzones passen zich tot op
zekere hoogte automatisch aan de
afmetingen van pannen aan.
• De efficiëntie van de kookzone hangt
samen met de diameter van de pan.
Pannen met een diameter kleiner dan het
minimum ontvangen slechts een deel van
het vermogen dat door de kookzone wordt
gegenereerd.
• Gebruik zowel om veiligheidsredenen als
voor optimale kookresultaten geen pannen
groter dan aangegeven in de
kookzonespecificaties. Zorg ervoor dat
pannen tijdens het koken niet dicht bij het
bedieningspaneel blijven. Dit kan invloed
hebben op de werking van het
bedieningspaneel of onbedoeld de
kookplaatfuncties activeren.
Raadpleeg de technische gegevens.
6.2 Lawaai tijdens gebruik
Als u dit hoort:
• kraakgeluid: de pan is gemaakt van
verschillende materialen (een sandwichconstructie).
• fluitend geluid: bij gebruik van een
kookzone met een hoge kookstand en als
het kookgerei is gemaakt van
verschillende materialen (een sandwichconstructie).
• zoemend geluid: als u hoge kookstanden
gebruikt.
• klikken: er treedt elektrische schakeling
op.
• sissend, brommend: de ventilator werkt.
Deze geluiden zijn normaal en hebben
niets met een defect te maken.
6.3 Praktische tips voor SenseBoil®
De functie werkt het beste voor kokend water
en het bereiden van aardappelen.
Het werkt niet met kookgerei van gietijzer
of met anti-aanbaklaag, bijvoorbeeld met
een keramische coating. Geëmailleerde
stalen pannen worden aanbevolen voor
het beste resultaat bij het koken van
aardappelen.
Controleer of de pan geschikt is voor
SenseBoil® door de eerste kooksessie te
monitoren.
Voor efficiënt gebruik van SenseBoil® volgt u
onderstaand advies:
• Vul de helft tot drie vierde van de pan met
koud leidingwater, en laat 4 cm vanaf de
rand van de pan leeg. Gebruik niet minder
dan 1 en niet meer dan 5 liter water. Zorg
16NEDERLANDS
Page 17
ervoor dat het totale volume van het water
(of het water en de aardappelen) tussen
1-5 kg ligt.
• Als u aardappelen wilt koken, zorg dan dat
ze volledig bedekt zijn met water, maar
vergeet niet om minstens een kwart van
de pan leeg te laten.
• Voor het beste resultaat kookt u hele,
ongeschilde, middelgrote aardappelen.
• Zorg ervoor dat u de aardappelen niet te
strak verpakt.
• Vermijd externe trillingen (bijvoorbeeld
door een blender te gebruiken of een
mobiele telefoon naast het apparaat te
plaatsen) wanneer de functie actief is.
• Als u zout wilt gebruiken, voegt u het toe
nadat het water het kookpunt heeft
bereikt.
• De functie werkt mogelijk niet goed voor
waterkokers en espressopotten.
6.4 Öko Timer (Eco-timer)
Om energie te besparen schakelt het
verwarmingselement van de kookzone eerder
uit dan het signaal van de timer met
aftelfunctie klinkt. Het verschil in werkingstijd
hangt af van het niveau van de kookstand en
de tijd dat u kookt.
6.5 Voorbeelden van
kooktoepassingen
De correlatie tussen de kookstand en het
stroomverbruik van de kookzone is niet
lineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, is
dit niet proportioneel met de toename in
stroomverbruik van de kookzone. Het
betekent dat een kookzone op de medium
kookstand minder dan de helft van het
vermogen gebruikt.
De gegevens in de volgende tabel dienen
slechts als richtlijn.
Warmte-instel‐
ling
1Bereide gerechten warmhouden.zoals no‐
1 - 3Hollandaisesaus, smelten: boter, cho‐
1 - 3Stollen: luchtige omeletten, gebakken
3 - 5Zachtjes aan de kook brengen van rijst
5 - 7Stomen van groenten, vis en vlees.20 - 45Voeg een paar eetlepels vocht toe.
7 - 9Aardappelen stomen.20 - 60Gebruik max. ¼ l water voor 750 g
7 - 9Bereiden van grotere hoeveelheden
9 - 12Lichtjes braden: kalfsoester, cordon
Gebruik om:Tijd
(min)
dig
colade, gelatine.
eieren.
en gerechten op melkbasis, reeds be‐
reide gerechten opwarmen.
vocht toe als rijst en roer gerechten op
melkbasis halverwege de procedure
door.
aardappelen.
Halverwege de bereidingstijd omdraai‐
en.
NEDERLANDS17
Page 18
Warmte-instel‐
ling
12 - 13Door-en-door gebraden, opgebakken
14Aan de kook brengen van water, pasta koken, aanbraden van vlees (goulash, stoofvlees),
Gebruik om:Tijd
(min)
5 - 15Halverwege de bereidingstijd omdraai‐
aardappelen, lendenbiefstukken,
steaks.
frituren van friet.
Aan de kook brengen van grote hoeveelheden water. PowerBoost is geactiveerd.
Tips
en.
6.6 Praktische tips voor Hob²Hood
Wanneer je de kookplaat gebruikt met de
functie:
• Bescherm het paneel van de afzuigkap
tegen direct zonlicht.
• Plaats geen halogeenlicht op het paneel
van de afzuigkap.
• Dek het bedieningspaneel van de
afzuigkap niet af.
• Onderbreek het signaal tussen de
kookplaat en de afzuigkap niet
(bijvoorbeeld met een hand, een
handgreep van een pan of een grote pan).
Zie de afbeelding.
De afzuigkap in de afbeelding is slechts
een voorbeeld.
Andere op afstand bediende apparaten
kunnen het signaal hinderen. Gebruik
dergelijke apparaten niet in de buurt van
de kookplaat terwijl Hob²Hood
ingeschakeld is.
Afzuigkappen met de Hob²Hood-functie
Voor het volledige assortiment afzuigkappen
dat met deze functie werkt, raadpleeg je onze
website van de consument. De AEGafzuigkappen die met deze functie werken
moeten het symbool hebben .
7. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
18NEDERLANDS
7.1 Algemene informatie
• Reinig de kookplaat na elk gebruik.
• Gebruik altijd kookgerei met een schone
bodem.
Page 19
• Krassen of donkere vlekken op het
oppervlak hebben geen invloed op de
werking van de kookplaat.
• Gebruik een specifiek schoonmaakmiddel
voor het oppervlak van de kookplaat.
• Gebruik een speciale schraper voor het
glas.
en verwijder resten door het blad over het
oppervlak te schuiven.
• Verwijder nadat de kookplaatvoldoende is afgekoeld: kalk- en
waterkringen, vetspatten en metaalachtig
glanzende verkleuringen. Reinig de
kookplaat met een vochtige doek en een
beetje niet-schurend reinigingsmiddel.
7.2 De kookplaat schoonmaken
• Verwijder direct: gesmolten kunststof,
plastic folie, suiker en suikerhoudend
voedsel, anders kan dit schade aan de
kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig
om brandwonden te voorkomen. Gebruik
Droog de kookplaat na reiniging af met
een zachte doek.
• Verkleuring glanzende metalenverwijderen: reinig het glazen oppervlak
met een doek en een oplossing van water
met azijn.
de speciale schraper op de glazen plaat
8. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Wat moet je doen als ...
ProbleemMogelijke oorzaakOplossing
Je kunt de kookplaat niet inscha‐
kelen of bedienen.
De zekering is doorgeslagen.Verzeker je ervan dat de zekering de
Stel gedurende 10 seconden geen
Je hebt 2 of meer sensorvelden te‐
Water of vetvlekken op het bedie‐
Er klinkt een geluidssignaal en de
kookplaat wordt uitgeschakeld.
Als de kookplaat wordt uitge‐
schakeld, klinkt er een geluids‐
signaal.
De kookplaat wordt uitgescha‐
keld.
De kookplaat is niet aangesloten op
een stopcontact of niet goed geïn‐
stalleerd.
kookstand in.
gelijkertijd aangeraakt.
ningspaneel.
Je hebt iets op een of meer sensor‐
velden geplaatst.
Je hebt iets op het sensorveld
geplaatst.
Controleer of de kookplaat goed aan‐
gesloten is op het lichtnet.
oorzaak van de storing is. Als de zeke‐
ringen keer op keer doorslaan, neem
je contact op met een erkende installa‐
teur.
Schakel de kookplaat opnieuw in en
stel de kookstand binnen 10 seconden
in.
Raak slechts één sensorveld aan.
Reinig het bedieningspaneel.
Verwijder het voorwerp van de sensor‐
velden.
Verwijder het voorwerp van het sen‐
sorveld.
NEDERLANDS19
Page 20
ProbleemMogelijke oorzaakOplossing
De restwarmte-indicator gaat niet
aan.
Hob²Hood werkt niet.Je hebt het bedieningspaneel afge‐
Je maakt gebruik van een hele hoge
Automatisch opwarmen werkt
niet.
De hoogste kookstand is ingesteld.De hoogste kookstand heeft hetzelfde
De kookstand schakelt tussen
twee niveaus.
De sensorvelden worden heet.De pan is te groot of je plaatst deze
Er klinkt geen geluidsignaal wan‐
neer je de tiptoetsen van het be‐
dieningspaneel aanraakt.
gaat aan.
gaat aan.
De pan is niet geschikt.Gebruik geschikte pannen. Zie 'Aan‐
De diameter van de bodem van de
en verschijnen afwisse‐
lend.
en verschijnen afwisse‐
lend.
en verschijnen afwisse‐
lend.
Je hoort een piepgeluid. De indi‐
catoren boven knipperen en
SenseBoil® start niet.
De zone is niet heet omdat deze
slechts kortstondig is gebruikt, of de
sensor is beschadigd.
dekt.
pan die het signaal blokkeert.
De zone is heet.Laat de zone voldoende afkoelen.
Stroommanagement is in werking.Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’.
te dicht bij de bedieningsknoppen.
De signalen zijn uit.Schakel de geluiden in. Raadpleeg
Kinderbeveiligingsinrichting of Blok‐
kering werkt.
Er staat geen pan op de zone.Plaats een pan op de zone.
pan is te klein voor de zone.
Het vermogen is te laag vanwege
een ongeschikte of lege pan.
De pan is leeg of bevat andere vloei‐
stof dan water, bijvoorbeeld olie.
Er bevindt zich te veel of te weinig
water in de pan.
Je hebt ander voedsel gekookt dan
water en aardappelen. Het kookpunt
werd verplaatst in de tijd, en Sense‐
Boil® kon niet goed werken.
Geen van de kookzones is klaar
voor gebruik met SenseBoil®. Er is
wat restwarmte op de kookzones die
je wilt kiezen of die nog in gebruik
zijn.
Als de zone voldoende lang gebruikt is
om heet te zijn, neem je contact op
met een erkende servicedienst.
Verwijder het voorwerp van het bedie‐
ningspaneel.
Gebruik een kleinere pan, verander
van kookzone of bedien de afzuigkap
handmatig.
vermogen als de functie.
Plaats grotere pannen indien mogelijk
op de achterste kookzones.
‘Dagelijks gebruik’.
Raadpleeg ‘Dagelijks gebruik’.
wijzingen en tips'.
Gebruik pannen met de juiste afmetin‐
gen. Raadpleeg de technische gege‐
vens.
Gebruik het geschikte type pannen.
Zie 'Aanwijzingen en tips' en 'Techni‐
sche gegevens'.
Activeer geen zones waarop een lege
pan is geplaatst.
Vermijd gebruik van deze functie met
andere vloeistoffen dan water.
Kook alleen water en aardappelen met
behulp van SenseBoil®. Raadpleeg
"Aanwijzingen en tips".
Rond je vorige kookactiviteiten af en
kies een vrije kookzone zonder enige
restwarmte.
20NEDERLANDS
Page 21
ProbleemMogelijke oorzaakOplossing
en een getal gaan branden.
Je kunt een constant piepgeluid
horen.
Er is een fout opgetreden in de
kookplaat.
De elektrische aansluiting is ver‐
keerd.
Schakel de kookplaat uit en schakel
deze na 30 seconden weer in. Wan‐
neer weer verschijnt, trek je de
stekker van de kookplaat uit het stop‐
contact. Steek de stekker van de kook‐
plaat er na 30 seconden weer in. Als
het probleem zich blijft voordoen,
neem je contact op met een erkende
servicedienst.
Trek de stekker van de kookplaat uit
het stopcontact. Laat de installatie
controleren door een erkende elektri‐
cien.
8.2 Als je geen oplossing kunt
vinden...
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen,
neem dan contact op met je verkoper of een
erkende serviceafdeling. Geef de gegevens
op het typeplaatje. Geef ook de driecijferige
code voor het glaskeramiek (bevindt zich in
foutmelding die gaat branden. Zorg ervoor
dat je de kookplaat correct gebruikt. Als dit
niet het geval is, is het onderhoud van een
servicemonteur of dealer niet gratis, ook
tijdens de garantieperiode. De informatie over
garantieperiode en geautoriseerde
servicecentra vind je in het garantieboekje.
de hoek van het glazen oppervlak) en een
9. TECHNISCHE GEGEVENS
9.1 Typeplaatje
Model IAE7442SFBPNC 949 597 913 00
Type 62 C4A 01 AA220-240 V 50-60 Hz
Inductie 7.35 kWGemaakt in: Duitsland
Serienr. ................7.35 kW
AEG
9.2 Specificatie kookzones
KookzoneNominaal vermo‐
gen (max warmteinstelling) [W]
Links voor2300320010125 - 210
Links achter2300320010125 - 210
Midden voor140025004125 - 145
Rechtsachter2300360010205 - 240
PowerBoost [W]PowerBoost
maximale duur
[min]
Diameter kook‐
gerei [mm]
Het vermogen van de kookzones kan binnen
een bepaalde kleine marge verschillen van
NEDERLANDS21
Page 22
de gegevens in de tabel. Dit kan veranderen
afhankelijk van het materiaal en de
afmetingen van het kookgerei.
Gebruik voor optimale kookresultaten alleen
kookgerei met een diameter die niet groter is
dan vermeld in de tabel.
10. ENERGIEZUINIGHEID
10.1 Productinformatie*
ModelnummerIAE7442SFB
Type kookplaatInbouwkookplaat
Aantal kookzones4
VerwarmingstechnologieInductie
Diameter van ronde kookzones (Ø)Links voor
Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking)Links voor
Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob)177,9 Wh / kg
Links achter
Midden voor
Rechtsachter
Links achter
Midden voor
Rechtsachter
21,0 cm
21,0 cm
14,5 cm
24,0 cm
179,6 Wh / kg
177,0 Wh / kg
180,2 Wh / kg
174,6 Wh / kg
* Voor de Europese Unie overeenkomstig EU
66/2014. Voor Belarus volgens STB
2477-2017, Annex A. Voor Oekraïne volgens
742/2019.
EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische
kookapparaten - Deel 2: Kookplaten Methoden voor het meten van prestaties.
De energiemetingen betreffende het
kookgebied worden geïdentificeerd door de
markeringen van de respectievelijke
kookzones.
10.2 Energiebesparing
U kunt elke dag energie besparen tijdens het
koken door de onderstaande tips te volgen.
11. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool .
Gooi de verpakking in een geschikte
afvalcontainer om het te recycleren.
Bescherm het milieu en de volksgezondheid
en recycleer op een correcte manier het afval
van elektrische en elektronische apparaten.
• Warm alleen de hoeveelheid water op die
u nodig heeft.
• Doe indien mogelijk altijd een deksel op
de pan.
• Zet uw kookgerei op de kookzone voordat
u deze activeert.
• Zet kleiner kookgerei op kleinere
kookzones.
• Plaats het kookgerei precies in het midden
van de kookzone.
• Gebruik de restwarmte om het eten warm
te houden of te smelten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval.
Breng het product naar het milieustation bij u
in de buurt of neem contact op met de
gemeente.
22NEDERLANDS
*
Page 23
Page 24
www.aeg.com/shop
867372328-B-422023
Loading...
+ hidden pages
You need points to download manuals.
1 point = 1 manual.
You can buy points or you can get point for every manual you upload.