
NL
GSI 4853
Indicator van de watertoevoer
Controleer of de machine met water wordt gevuld.
Indicator van het waterstopmechanisme
Het “waterstop” mechanisme werkt niet.
Schakel de afwasmachine uit en draai de
waterkraan dicht.
Indicator van het spoelglansmiddelniveau
Voeg spoelglansmiddel toe.
Indicator van het zoutniveau
Voeg regenereerzout toe; voeg het zout pas vlak
voor de start van een wasprogramma toe.
Beknopte handleiding
Op de volgende pagina's en in de Gebruiksaanwijzing vindt u uitgebreidere aanwijzingen.
Programmafasewijzer
Voorspoelen /
Voorwas
Wassen
Extra functies
Eco-Dry
Het controlelampje gaat branden bij een
droogcylcus zonder gebruik van ventilatoren.
Drogen
Einde programma
Toets startselectie
Het is mogelijk de start van het programma met
3-6-9 uur uit te stellen.
Druk vervolgens op de starttoets.
De afwasmachine start na de ingestelde periode.
Toets Start
Het controlelampje brandt tijdens de werking.
Knippert wanneer er zich een storing voordoet.
Gaat aan het einde van het programma uit.
Toets On / Off
Programma Symbool
en Temperatuur
Voorspoelen
Snel 40° C
Bio-Normaal 50° C
Normaal 65° C
Intensief 70° C
1) De gegevens kunnen verschillen al naar gelang, bijvoorbeeld, de grootte van de lading,
een andere temperatuur - hoger of lager dan 15° C - of hardheid van het water en de voedingsspanning, etc.
2) Aanbevolen programma als u afwasmiddelen van het type B gebruikt (met enzymen).
Referentieprogramma op het plaatje met gegevens betreffende de energi e.
3) Aanbevolen programma als u afwasmiddelen van het type A gebruikt (zonder enzymen).
3)
Vaat die later gewassen moet worden.
Licht vervuild, zonder opgedroogde resten.
2)
Matig tot sterk vervuild, met opgedroogde voedselresten.
Matig tot sterk vervuild, met opgedroogde voedselresten.
Sterk vervuild, vooral pannen en koekenpannen.
Keuze van het programma en
aanbevolen types ladingen
Afwasmiddel toevoegen in het:
kleine vakje grote vakje
Water
(liter)
- - 5,0 0,02 9
- X 13,0 0,85 30
X X 16,0 1,22 91
X X 16,0 1,55 86
X X 21,0 1,68 93
Verbruik
Normale belading
Energie
(kWh)
5019 100 90298
(Technische wijzigingen voorbehouden)
1)
Tijd
(min.)

Gebruik van de afwasmachine
1. Sluit de deur van de afwasmachine
goed na de vaat erin te hebben gezet,
en draai de waterkraan open.
2. Druk op de toets On/Off om de
vaatwasmachine aan te zetten.
corresponderende lampje gaat
branden.
3. Selecteer het gewenste programma
door op de bijbehorende knop te
drukken.
controlelampje gaat branden.
Selecteer, indien nodig, de extra
functies (indien aanwezig).
4. Druk op de toets Start om het
wasprogramma te starten.
controlelampje Start gaat branden.
De gegevens in het geheugen kunnen
niet meer met de programmatoetsen
worden gewijzigd.
Opmerking:
afwasmachine het als laatste
geselecteerde programma in het
geheugen op. Deze gegevens blijven
ook bij een stroomstoring in het
geheugen opgeslagen.
Opmerking:
gedurende het afwasprogramma, wordt
het programma hervat vanaf het punt
waarop het onderbroken was, wanneer
de machine weer aangezet wordt.
5. Aan het einde van het progra mma gaat
het controlelampje Start uit en
controlelampje End (indien
aanwezig)
Het bijbehorende
als u op drukt, slaat de
Om het geselecteerde programma
te wijzigen, de starttoets ongeveer
5 seconden ingedrukt houden,
totdat het Startlampje dooft.
Selecteer het nieuwe programma
met de keuzeknop en druk op de
toets Start.
Open tijdens een wasprogramma de
deur van de afwasmachine alleen als
het absoluut noodzakelijk is en wees
heel voorzichtig. Er kan hete stoom uit
de machine komen.
als de machine uitgaat
branden
(ca. 30 min.)
Het
Het
gaat het
6. Zet de machine pas uit door op de
toets On/Off te drukken, nadat het
controlelampje “Start” is uitgegaan.
Alle lampjes doven.
7. Open de deur (let op: er kan stoom ui t
komen). Leeg de vaatwasmachine, te
beginnen met de onderste korf. Draai
de waterkraan dicht.
Bovenste korf
Instelling van de hoogte van de korf:
(De afwasmachine wordt geleverd met de
bovenste korf in de hoge positie).
De hoogte van de korf kan ook veranderd
worden als hij al geladen is.
• Om hem lager te plaatsen: trek de
.
handgrepen aan de zijkanten
twee
naar buiten en laat de korf vervolgens
voorzichtig zakken.
Bovenste en onderste korf
• Om hem hoger te plaatsen: trek de
• De zijkanten van de korf moeten
Vaatrekken:
• Horizontaal: kopje s en gla zen met voet.
•
“Vario Organizer” multifunctionele steun:
• Deze kan bijvoorbeeld worden
• Hij kan bovendien in drie verschillende
1. Op de linkerzijde van de korf geplaatst.
2. Naar het midden van de korf gekanteld.
3. Naar links gekanteld.
Glazenrek:
handgrepen aan de zijkanten
twee
omhoog, totdat de korf vastklikt (u
dient een klik te horen).
zich op dezelfde hoogte bevinden.
Verticaal: borden.
gebruikt voor lang bestek
messen met de scherpe kant naar
beneden),
standen worden gebruikt (zie ook
“Instructies voor het laden van de
vaatwasmachine” op Pag. 4).
kopjes en glazen.
(zet
Onderste korf
B
A
C
Bordenrekken:
• Kunnen omlaag worden gezet om
ruimte te winnen (A).
• Kan worden uitgetrokken om ruimte
te winnen (B). Om hem weg te
halen: trek de handgreep omhoog.
Bestekkorf:
Om ruimte te winnen, kan de bestekkorf
(C) worden weggehaald.
Lees de Gebruiksaanwijzing aandachtig door.

Adviezen en suggesties
• Plaats het vaatwerk zo dat het elkaar
niet raakt. Zet groter vaatwerk in de
onderste korf en kleiner vaatwerk in de
bovenste korf.
• Zet de kopjes schuin, zodat het water
kan wegvloeien.
• Zet als regel het bestek met het
handvat omlaag, maar bestek waaraan
u zich zou kunnen verwonden met het
handvat omhoog.
• Controleer of de waterstraal al het
vaatwerk bereikt en of de sproeiarmen
ongehinderd kunnen draaien.
Belangrijk
• Doe afwasmiddel in het bakje en
controleer het niveau van het zout en
het spoelglansmiddel.
• Was geen vaat af in de afwasmachine
die daar niet geschikt voor is, zoals
bijvoorbeeld: voorwerpen van hout,
aluminium, plastic keukengerei, tin,
gedecoreerd servies (niet geglazuurd),
zilveren bestek.
• Er mag geen vloeibaar vet (zoals bijv.
frituurresten) of kaarsvet in de
afwasmachine komen.
• Als er zich een storing voordoet of als u
een al gestart programma wilt
veranderen, moet u de toets “START”
(circa 5 sec.) ingedrukt houd en totdat
het bijbehorende lampje uitgaat .
onmiddellijk
• Start
afwasprogramma nadat u
regenereerzout heeft toegevoegd, om
zoutresten te verwijderen
(voorspoelen is niet voldoende).
• Gedurende het eerste wasprogramma
kan het gebeuren dat, hoewel het
zoutreservoir gevuld is, toch het
bijbehorende controlelampje gaat
branden, nadat het zout erin gedaan i s.
een
• Controleer voordat u een
afwasprogramma start of de
sproeiarmen ongehinderd kunnen
draaien en niet door het vaatwerk
geblokkeerd worden.
• Zet de machine pas uit nadat het lampje
“Start” is uitgegaan. Als de machine
uitgaat gedurende het
vaatwasprogramma, wordt dit programma
hervat vanaf het punt waarop het
onderbroken was wanneer de machine
weer aangezet wordt, zonder dat een
nieuw afwasprogramma hoeft te worden
gestart.
Mocht de vaatwasmachine storingen in de
werking vertonen, dan wordt u verzocht
de volgende punten na te gaan, alvorens
contact op te nemen met de
Servicedienst:
De vaatwasmachine functioneert niet:
• Zit de stekker wel goed in het stopcontact?
• Is de stroom uitgevallen?
• Staat de afwasmachine aan?
• Heeft u op de toets Start gedrukt?
• Is de timer voor Start selectie ingesteld
(indien aanwezig)?
• Staat de waterkraan wel open?
• Wordt de waterstroom belemmerd door
onzuiverheden? Draai in dat geval de
waterkraan dicht, maak de waterleiding
los, reinig het filter, sluit de waterleiding
aan op de kraan en draai deze open.
• Zijn de filters vuil? (Zie het hoofdstuk
“Reiniging en onderhoud” in de
Gebruiksaanwijzing).
• Is de deur goed gesloten?
• Is er een foutmelding?
(Het controlelampje Start knippert).
Laat het programma weer starten vanaf
het begin: houd de toets Start ongeveer
5 seconden ingedrukt, totdat het lampje
Start uitgaat.
Selecteer het nieuwe programma en druk
op de toets Start.
Lees de Gebruiksaanwijzing aandachtig door.
Storingen opsporen
De vaat is niet perfect schoon:
• Is de vaat wel op de juiste manier in de
afwasmachine geladen?
• Zet het vaatwerk omgekeerd in de
afwasmachine; let daarbij, in het bi jzonder
op grote stukken.
• De waterstralen moeten alle oppervlakken
van het vaatwerk kunnen bereiken.
• Controleer of het vaatwerk en het bestek
op de goede manier zijn geladen.
• Is er een verkeerd programma gekozen?
• Is er te veel of te weinig afwasmiddel
gebruikt? (Bij afwasmiddelen van lage
kwaliteit kan het vaatwerk minder schoon
worden).
• Zijn de filters vuil of niet goed aangebracht?
(Zie het hoofdstuk “Reiniging en
onderhoud” in de Gebruiksaanwijzing).
• Zijn de sproeiarmen geblokkeerd of zijn
de gaatjes verstopt? (Zie het hoofdstuk
“Reiniging en onderhoud” in de
Gebruiksaanwijzing).
• Is de onderste sproeiarm goed gemonteerd?
• Is de dop van het zoutreservoir
(onthardingssysteem) wel helemaal
vastgedraaid?
De vaat vertoont vlekken:
• De keuzeschakelaar van de hardheid van
het water is niet correct ingesteld?
(Zie het hoofdstuk “Het zoutreservoir
vullen” in de Gebruiksaanwijzing).
• Zit er geen zout in het zoutreservoir?
(Zie het hoofdstuk “Het zoutreservoir
vullen” in de Gebruiksaanwijzing).
• Is er onvoldoende afwasmiddel gebruikt?
(Zie het hoofdstuk “Het doseerbakje van
het afwasmiddel vullen” in de
Gebruiksaanwijzing).
Glazen en bestek vertonen watervlekken:
• Is er te veel spoelglansmiddel gebruikt?
(Zie het hoofdstuk “Het doseerbakje van
het spoelglansmiddel vullen” in de
Gebruiksaanwijzing).
Opmerking:
wanneer u op de toets Start drukt, een
intern voorspoelprogramma gestart voordat
het eigenlijke wasprogramma begint; op
deze manier wordt het onthardingssysteem
geregenereerd.
bij enkele modellen wordt,
TECHNISCHE
SERVICEDIENST
Als de storing na bovengenoemde
controles niet verdwijnt of terugkeert,
het apparaat uitschakelen, de waterkraan
dichtdraaien en contact opnemen
met de Klantenservice (zie de garantie).
Vermeld:
• Het type storing.
• Het type en model afwasmachine.
• Het servicenummer (nummer achter het
woord het woord Service op het
typeplaatje) aan de binnenkant
van de deur rechts.
Uw volledige adres en telefoonnummer.
•