Whirlpool ARG 595-K/G/R, ARG 992-K/R, ARG 993-A/R, AFG 571 PROGRAM CHART [nl]

Page 1
3nl33000.fm5 Page 37 Friday, June 8, 2001 6:13 PM
GEBRUIKSAANWIJZINGEN
VOOR HET GEBRUIK VAN DE KOELKAST MILIEUTIPS ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN EN
ADVIEZEN INSTALLATIE ELEKTRISCHE AANSLUITING BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT HET BEDIENINGSPANEEL GEBRUIK VAN HET APPARAAT GEBRUIK VAN HET KOELVAK GEBRUIK VAN HET LAGETEMPERATUURVAK REINIGING EN ONDERHOUD STORINGEN OPSPOREN KLANTENSERVICE
37
Page 2
3nl33000.fm5 Page 38 Friday, June 8, 2001 6:13 PM
VOOR HET GEBRUIK VAN DE KOELKAST
Het door u aangeschafte apparaat is een automatische koelkast of een koelkast met een lagetemperatuurvak die uitsluitend voor huishoudelijk gebruik is bestemd.
Het apparaat is afgesteld om te werken bij begrensde omgevingstemperaturen op basis van de klimaatklasse die op het serienummerplaatje is aangegeven:
SN 10° - 32° C N16° - 32°C ST 18° - 38° C T18° - 43°C
koelvak
Het voor het bewaren van vers voedsel en dranken.
lagetemperatuurvak
Het voor een optimale conservering van diepvriesproducten en ingevroren levensmiddelen en voor het maken van ijsblokjes.
automatische ontdooiing
met
, indien aanwezig, is geschikt
Het vak moet handmatig worden ontdooid
is geschikt
MILIEUTIPS
1. Verpakking
• Het verpakkingsmateriaal is 100% recyclebaar en draagt het recyclingssymbool . Voor de verwerking dienen de plaatselijke voorschriften te worden nageleefd.
• Het verpakkingsmateriaal (plastic zakken, stukken polystyreen enz.) moet buiten het bereik van kinderen gehouden worden, aangezien het een bron van gevaar kan vormen.
2. Apparaat
• De koelkast is vervaardigd van materiaal dat kan worden gerecycled. Volg de plaatselijke voorschriften voor afvalverwerking op wanneer u het apparaat afdankt. Maak het apparaat onbruikbaar door de elektrische voedingskabel door te snijden.
Controleer na het uitpakken van de koelkast of hij
1.
niet beschadigd is en of de deuren goed sluiten. Uw leverancier dient in geval van schade binnen 24 uur op de hoogte te worden gesteld.
Laat het apparaat minstens 2 uur in een verticale
2.
positie staan alvorens het op het elektriciteitsnet aan te sluiten om het koelcircuit perfect te kunnen laten functioneren.
Zorg ervoor dat de installatie en de elektrische
3.
aansluiting door een gekwalificeerd technicus worden verricht overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant en de plaatselijke veiligheidsvoorschriften.
Bewaar dit boekje voor toekomstige raadpleging.
.
• Laat het apparaat niet in het milieu achter, maar breng het naar een speciaal verzamelcentrum voor terugwinning van koelgassen.
Informatie:
Dit apparaat bevat geen CFK (het koelcircuit bevat R134a) of HFC (het koelcircuit bevat R600a - isobutaan) Raadpleeg voor meer informatie het serienummerplaatje op het apparaat.
ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN EN ADVIEZEN
•Gebruik het verse levensmiddelen en het (indien aanwezig), alleen voor het bewaren van diepvriesproducten, het invriezen van verse levensmiddelen en het maken van ijsblokjes.
• Let erop dat de ventilatieopeningen van de koelkast niet worden afgedekt of verstopt raken.
• Zet geen vloeistoffen in glas in het lagetemperatuurvak want deze kunnen ontploffen.
• Eet geen ijsblokjes of waterijsjes die net uit het lagetemperatuurvak komen aangezien deze zo koud zijn dat ze brandwonden kunnen veroorzaken.
• Om het risico van verstikking en opsluiting te vermijden, mag het kinderen niet worden toegestaan in de koelkast te spelen of zich hierin te verstoppen.
koelvak
uitsluitend voor het bewaren van
lagetemperatuurvak
38
• Verwijder de stekker uit het stopcontact of sluit de stroomtoevoer af voordat u begint met reinigings- of onderhoudswerkzaamheden.
• De voedingskabel mag uitsluitend worden vervangen door een gekwalificeerd technicus.
Conformiteitsverklaring
• Dit apparaat is geschikt voor aanraking met voedingsmiddelen en is in overeenstemming met het D.L. 108 van 25.01.1992 (Europese Richtlijn 89/109/ EEG).
Informatie
Voor apparaten met isobutaan (R600a). Isobutaan is een natuurlijk gas dat geen invloed heeft op het milieu, maar wel ontvlambaar is. Het is derhalve noodzakelijk te controleren of de leidingen van het koelcircuit niet beschadigd zijn.
Page 3
3nl33000.fm5 Page 39 Friday, June 8, 2001 6:13 PM
INSTALLATIE
Installeer het apparaat op een droge en goed geventileerde plaats en niet in de buurt van warmtebronnen zoals: kachels, fornuizen, zonlicht, enz. Indien dit type installatie niet vermeden kan worden, moeten aan de zijkant van het apparaat de volgende afstanden aangehouden worden:
tussen het apparaat en kachels die werken op kolen of olie: ten minste 30 cm;
A.
tussen het apparaat en gas- of elektrische fornuizen: ten minste 30 cm.
B.
Een andere mogelijkheid is om tussen het apparaat en het fornuis isolatieplaten te plaatsen die verkrijgbaar zijn in speciaalzaken.
Het apparaat moet op een stabiele en vlakke ondergrond geplaatst worden. Volg daarbij de aanwijzingen in het installatieboekje dat u in het apparaat vindt.
Wacht een aantal uren, alvorens het apparaat in werking te stellen; reinig ondertussen de binnenkant met een vochtige spons met water en azijn en breng de eventueel bijgeleverde accessoires aan.
Let op:
het stopcontact waarop het apparaat is aangesloten dient ook na de installatie toegankelijk te zijn om zo nodig de stekker te kunnen verwijderen. Indien dit niet mogelijk is, moet het apparaat op het elektriciteitsnet aangesloten worden met behulp van een bipolaire schakelaar met een afstand tussen de contacten van ten minste 3 mm, die zich op een toegankelijke plaats bevindt.
ELEKTRISCHE AANSLUITING
Controleer of de spanning op het typeplaatje in de koelruimte overeenkomt met de netspanning. Indien de stekker en het stopcontact niet overeenkomen, laat het stopcontact dan vervangen door een gekwalificeerd technicus.
De aarding van het apparaat is wettelijk verplicht. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventueel persoonlijk letsel of schade aan voorwerpen, die te wijten is aan het niet in acht nemen van deze voorschriften.
39
Page 4
3nl33000.fm5 Page 40 Friday, June 8, 2001 6:13 PM
A. Koelvak
Groente- en fruitlade
1.
Schappen en ruimte voor schappen
2.
Het bedieningspaneel
3.
Licht
4.
Deurvakken
5.
Flessenplank
6.
Flessenhouders
7.
Serienummerplaatje (naast de groentelade)
8.
IJsbakje
9.
Binnenkant deur lagetemperatuurvak
10.
B. Lagetemperatuurvak ( ) indien aanwezig
koele zone
koude zone
Opmerking: het aantal schappen en de vorm van de
Let op: de accessoires van de koelkast mogen niet in de
accessoires kunnen van model tot model verschillen. Alle planken, vakken en schappen kunnen worden verwijderd
vaatwasmachine worden gewassen
Verwijdering lampenkapje
Duw het lipje naar links.
1.
Verwijder het kapje.
2.
40
Page 5
3nl33000.fm5 Page 41 Friday, June 8, 2001 6:13 PM
HET BEDIENINGSPANEEL
1
ON/OFF-toets + groen lampje
1.
Display
2.
Regeltoets
3.
Regeltoets
4.
Toets snelkoelen + geel lampje
5.
Indicator toetsenblokkering + groen lampje
6.
Toets uitschakeling geluidsalarm + rood lampje
7.
2
4
3
5
6
7
41
Page 6
3nl33000.fm5 Page 42 Friday, June 8, 2001 6:13 PM
GEBRUIK VAN HET APPARAAT
Ingebruikneming van het apparaat
• Steek de stekker in het stopcontact.
• De digitale indicator (2) geeft de ingestelde temperatuur van 5° C weer.
• Het groene lampje van de status ON (1) van het apparaat gaat branden.
• Wanneer de deur langer dan 2 minuten open blijft, wordt het geluidsalarm
ingeschakeld (zie paragraaf “
ALARMEN
”).
Regeling van de binnentemperatuur
Het apparaat is gewoonlijk in de fabriek afgesteld om te werken op de aanbevolen temperatuur van + 5° C. De ingestelde binnentemperatuur kan als volgt worden gevarieerd tussen 3° C en 7° C:
• druk meerdere malen op de toets (4) om de ingestelde temperatuur op een hogere waarde in te stellen. Bij elke druk op de toets neemt de waarde met 1° C toe.
• Druk meerdere malen op de toets (3) om de ingestelde temperatuur op een lagere waarde in te stellen. Bij elke druk op de toets neemt de waarde met 1° C toe.
Opmerkingen:
• De binnentemperatuur van het apparaat kan variëren afhankelijk van de klimatologische omstandigheden, de gekozen instelling, de geconserveerde hoeveelheid levensmiddelen en de frequentie waarmee de deur geopend wordt. De regeling dient op grond van deze factoren te worden uitgevoerd.
• Als de stroom uitvalt, blijven de instellingen hoe dan ook in het geheugen.
Alarm deur open
Functie snelkoelen (toets 5)
• Met deze functie kan het koelvak snel gekoeld worden.
• Druk op de toets (5) om deze functie in te schakelen. Het bijbehorende gele lampje gaat branden.
• De functie blijft ongeveer 4 uur ingesteld, waarna hij automatisch uitgeschakeld wordt.
• De functie kan ook worden uitgeschakeld door opnieuw op de toets (5) te drukken.
Toetsenblokkering
• Met deze functie kunnen eventuele wijzigingen van de instellingen, doordat onopzettelijk op de toetsen wordt gedrukt, vermeden worden.
• Als de functie eenmaal is ingeschakeld en op een toets wordt gedrukt, wordt de bijbehorende functie niet geactiveerd/gedeactiveerd.
• Druk tegelijkertijd ongeveer 3 seconden op de toetsen (7) en (5) om de toetsenblokkering in te schakelen;
• Als de functie ingeschakeld is, geeft de digitale indicator (2) tijdelijk “C” weer en tegelijkertijd klinken 3 piepjes van de geluidsinrichting ter bevestiging. Het bijbehorende controlelampje (6) gaat branden. Als op een toets wordt gedrukt, zullen de melding “C” en de piepjes u er opnieuw aan herinneren dat de functie “toetsenblokkering” ingeschakeld is.
• Ga als volgt te werk om het toetsenbord te deblokkeren: wanneer de indicator (6) uitgaat, is de toetsenblokkering gedeactiveerd.
Het apparaat uitschakelen
Als u voorziet dat het apparaat lange tijd niet gebruikt gaat worden, kan hij worden gestopt door op de knop (1) te drukken. Zodoende blijft het apparaat gevoed, maar stopt de werking en de lampjes van de toetsen gaan uit, behalve het decimaalteken van het display (2).
Als de snelkoelfunctie (5) voor het uitschakelen actief was, zal hij bij een volgende start niet worden hersteld.
42
Page 7
3nl33000.fm5 Page 43 Friday, June 8, 2001 6:13 PM
GEBRUIK VAN HET KOELVAK
In dit vak kunnen verse levensmiddelen bewaard worden.
Bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Plaats de levensmiddelen zoals in de afbeelding hiernaast:
Gekookt voedsel
A.
Vis, vlees
B.
Groente en fruit
C.
Flessen
D.
Boter, zuivelproducten, kaas
E.
Opmerking:
• de afstand tussen de schappen en de achterste binnenwand van de koelkast zorgt voor een vrije luchtcirculatie.
• Zet de levensmiddelen niet tegen de binnenwand van het vak.
• Bewaar vloeistoffen in gesloten houders.
• Het is normaal dat het bewaren van groente met een hoog
watergehalte (bv.: sla) condensvorming in de onderste laden en op de middelste schappen veroorzaakt; dit beïnvloedt het correct functioneren van het apparaat niet. Wij raden u in elk geval aan de groenten in te pakken om condensvorming te voorkomen.
GEBRUIK VAN HET LAGETEMPERATUURVAK
Dit vak dient voor het bewaren van diepvriesproducten, het invriezen van verse levensmiddelen en het maken van ijsblokjes.
Bij de aankoop van diepvriesproducten moet u op de volgende punten letten:
• de verpakking of het pak moet onbeschadigd zijn, omdat het product anders kan bederven. Als een pakje bol staat of als er vochtplekken op zitten, is het niet onder optimale omstandigheden bewaard en kan het al gedeeltelijk zijn ontdooid.
• De diepvriesproducten dienen als laatste te worden gekocht en in isolerende tassen te worden vervoerd.
• Zet de diepvriesproducten bij thuiskomst meteen in het lagetemperatuurvak.
• De gedeeltelijk ontdooide diepvriesproducten mogen niet opnieuw worden ingevroren, maar moeten binnen 24 uur worden geconsumeerd.
• Variaties in temperatuur moeten vermeden worden of tot een minimum worden beperkt.
• De uiterste houdbaarheidsdatum op de verpakking moet worden gerespecteerd.
• De instructies op de verpakking voor het conserveren van diepvriesproducten dienen altijd te worden opgevolgd.
Invriezen van verse levensmiddelen
• Controleer voor de maximale hoeveelheid levensmiddelen die in 24 uur ingevroren kan worden de aanwijzing op het typeplaatje.
• Plaats de in te vriezen levensmiddelen aan de zijkant van het lagetemperatuurvak, zodat een vrije ruimte rond de pakjes wordt gelaten om de lucht goed te laten circuleren en om te voorkomen dat ze in aanraking komen met de al ingevroren producten.
• In de tabel hiernaast kunt u zien hoeveel maanden verse, ingevroren levensmiddelen bewaard kunnen worden.
43
Page 8
3nl33000.fm5 Page 44 Friday, June 8, 2001 6:13 PM
IJsblokjes maken
• Vul het ijsbakje voor drievierde met water en zet het op de bodem van het lagetemperatuurvak.
Gebruik, indien het ijsbakje aan de bodem van het lagetemperatuurvak is vastgevroren
voorwerpen om het los te maken.
Ontdooien en reinigen van het lagetemperatuurvak
Voor een optimale werking raden wij u aan het lagetemperatuurvak te ontdooien als de ijsvorming op de wanden ongeveer 3 mm dik is geworden en in elk geval minstens 2 maal per jaar.
Het is raadzaam het vak te ontdooien wanneer u weinig voorraad heeft.
1.
Open de deur en haal alle levensmiddelen uit het vak, wikkel ze dicht tegen elkaar in krantenpapier en bewaar ze op een koele plaats of in een koeltas.
2.
Koppel het apparaat los van het elektriciteitsnet.
3.
Laat de deur open, zodat het ijs op de wanden van het vak kan smelten.
4.
Verwijder het dooiwater met een spons.
5.
Reinig de koelkast met een vochtige spons met lauw water en een neutraal schoonmaakmiddel.
Gebruik geen schuurmiddelen
6.
Spoel en droog zorgvuldig.
Opmerking: Gebruik, om onherstelbare schade aan het vak te
voorkomen, geen puntige of scherpe metalen voorwerpen om het ijs te verwijderen en verwarm het lagetemperatuurvak niet kunstmatig.
, geen puntige of scherpe
.
Reinigen van het koelvak
Reinig het koelvak geregeld. Het koelvak wordt geheel automatisch ontdooid.
De aanwezigheid van waterdruppels op de achterwand aan de binnenkant van het koelvak duidt erop dat het apparaat bezig is automatisch te ontdooien. Het dooiwater wordt via een afvoeropening in een opvangbak geleid, waar het verdampt.
Reinig de binnenkant van het afvoergat van het dooiwater regelmatig met behulp van het bijgeleverde gereedschap, om een constante en correcte afvoer van het dooiwater zeker te stellen.
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact, voordat u reinigingswerkzaamheden gaat beginnen.
• Gebruik een vochtige spons met lauw water en/of een neutraal reinigingsmiddel.
• Spoel en droog met een zachte doek.
Gebruik geen schuurmiddelen
.
44
Page 9
3nl33000.fm5 Page 45 Friday, June 8, 2001 6:13 PM
REINIGING EN ONDERHOUD
Sluit de stroomtoevoer altijd van het apparaat af voordat u begint met reinigingswerkzaamheden.
• Reinig regelmatig de binnenkant met een oplossing van lauw water en azijn. Spoel het apparaat na en droog het.
• Gebruik geen schuur- of reinigingsmiddelen.
• Maak de deurafdichting geregeld schoon met water en droog
hem zorgvuldig. Voorkom dat de afdichting bevuild raakt met olie of vet.
• Reinig regelmatig de ventilatieroosters met een stofzuiger of een borstel.
Als u de koelkast voor langere tijd niet gebruikt
• Maak het koelvak en het lagetemperatuurvak leeg.
• Koppel het apparaat los van het elektriciteitsnet.
• Ontdooi het lagetemperatuurvak. Reinig en droog beide
vakken.
• Laat de deuren open om te voorkomen dat er onaangename geuren ontstaan.
STORINGEN OPSPOREN
ALARMEN BESCHRIJVING
ALARM SENSOR
ALARM DEUR OPEN
ALARM COMMUNICATIE
Signaleert een storing van de temperatuursensor. Het geluidsalarm wordt ingeschakeld, het rode lampje (7) knippert en de
digitale indicator (2) geeft “U” weer. In dit geval dient u zich tot de Klantenservice te wenden.
Het apparaat is nog wel in staat om de juiste conservering van het voedsel te garanderen.
Wanneer de deur langer dan 2 minuten open blijft, klinkt het geluidsalarm met onderbroken tonen en knipperen het controlelampje (7) en de binnenverlichting.
Druk eenmaal op de knop (7) om het geluidsalarm uit te schakelen (het controlelampje blijft knipperen en gaat pas uit nadat de deur gesloten is). Wanneer de deur niet gesloten wordt, klinkt het geluidsalarm opnieuw na twee minuten.
Signaleert dat het bedieningspaneel (A) niet in staat is de instellingen van het apparaat over te brengen.
Als het apparaat op ON staat:
Als het apparaat op stand­by staat:
Indien de bovenstaande storingen zich voordoen, dient u de aanwijzingen in het volgende hoofdstuk te volgen.
het geluidsalarm wordt ingeschakeld en op het display (2) knippert de aanwijzing “F” afgewisseld met “5”.
Schakel het geluidsalarm uit door op de knop (7) te drukken.
Het apparaat is nog wel in staat om de juiste conservering van het voedsel te garanderen.
op het display (2) knippert de aanwijzing “F” afgewisseld met het decimaalteken.
45
Page 10
3nl33000.fm5 Page 46 Friday, June 8, 2001 6:13 PM
VOORDAT U DEKLANTENSERVICE
Storing Handelingen
Het rode controlelampje knippert. Raadpleeg de paragraaf “ALARMEN”. Het geluidsalarm klinkt. Raadpleeg de paragraaf “ALARMEN”. De digitale indicator (2) is uit, de
compressor werkt niet (warm apparaat).
De digitale indicator (2) is uit, de compressor werkt normaal.
Door op een toets te drukken wordt de bijbehorende functie niet geactiveerd.
Het apparaat maakt te veel lawaai. Controleer of het apparaat horizontaal staat.
De compressor werkt ononderbroken. Controleer of de snelkoelfunctie is ingeschakeld.
Te veel ijsvorming in het lagetemperatuurvak.
Er vormt zich condens aan de buitenkant van het apparaat.
De ijslaag op de binnenwanden van het lagetemperatuurvak is niet overal even dik.
Het apparaat staat op ON en de digitale indicator geeft afwisselend “F” en “5” weer.
Het apparaat staat in stand-by en de digitale indicator (2) geeft afwisselend “F” en het decimaalteken weer.
Controleer of zich een black-out heeft voorgedaan.
Controleer of de stekker goed in het stopcontact is gestoken. Controleer, nadat u het apparaat van het elektriciteitsnet heeft afgesloten,
of de elektrische kabel intact is. Controleer of de automatische schakelaar van het elektrische systeem van
uw huis niet afgesloten is of dat de zekeringen naar de meter niet onderbroken zijn.
Neem contact op met de KLANTENSERVICE.
Controleer of de functie van de toetsenblokkering niet ingeschakeld is (het groene lampje van de toetsenblokkering (6) moet uit zijn).
Controleer of het apparaat op de juiste wijze geïnstalleerd is (zie par. “INSTALLATIE”).
Eventuele veranderingen van geluid als gevolg van de normale werking van het apparaat zijn normaal.
Controleer of er kort geleden verse levensmiddelen in het apparaat gezet zijn. Controleer of de deur goed gesloten is of dat deze niet lange tijd
opengestaan heeft. Controleer of het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen
geïnstalleerd is (zie paragraaf “INSTALLATIE”) of dat de omgevingstemperatuur niet te hoog is.
Controleer of de deur van het lagetemperatuurvak goed gesloten is of dat deze niet lange tijd opengestaan heeft.
Controleer of de afdichting van de deur van het lagetemperatuurvak niet vervormd is.
Condensvorming is normaal onder bepaalde klimatologische omstandigheden (luchtvochtigheid hoger dan 85%) of als het apparaat geïnstalleerd is in vochtige en slecht geventileerde ruimtes. Dit heeft echter geen negatieve invloed op de prestaties van het apparaat.
Dit is normaal.
Het communicatie-alarm is aanwezig (zie par. “ALARMEN”).
Het apparaat werkt met de standaardinstelling (+5 °C); ga te werk zoals in het volgende punt is beschreven.
Het communicatie-alarm is aanwezig (zie par. “ALARMEN”). Als de deur is omgekeerd, dient u te controleren of de schroeven van de scharnieren op het meubel en de deur goed vastgedraaid zijn.
Open en sluit de deur herhaaldelijk. Sluit de voedingsstroom aan en sluit hem vervolgens weer af door de
stekker uit het stopcontact te halen of door op de bipolaire schakelaar van het stopcontact te drukken.
46
Page 11
3nl33000.fm5 Page 47 Friday, June 8, 2001 6:13 PM
De digitale indicator (2) geeft vreemde codes weer (niet numeriek).
Er staat water op de bodem van het koelvak.
De binnenverlichting functioneert niet.
Zie de paragraaf van de “ALARMEN”.
Controleer of de afvoer van het dooiwater niet verstopt is.
Controleer of het apparaat gevoed wordt. Controleer het lampje uitsluitend nadat u het apparaat van het
elektriciteitsnet heeft afgesloten en vervang het eventueel door een nieuw exemplaar van het type E14 max. 15 WATT (zie de afbeelding in hoofdstuk “BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT”).
KLANTENSERVICE
Voordat u contact opneemt met de Klantenservice
Ga na of u de storing niet zelf kunt verhelpen (zie
1.
hoofdstuk “Storingen opsporen”). Zet het apparaat opnieuw aan om te zien of het
2.
ongemak is verholpen. Is dit niet het geval, schakel het apparaat dan opnieuw uit en herhaal de handeling na een uur.
Als dit ook niet helpt, wend u dan tot onze
3.
Klantenservice. Vermeld de volgende gegevens:
•
de aard van de storing,
•
het model,
•
het servicenummer (nummer achter het woord SERVICE op het typeplaatje binnenin het apparaat);
•
uw volledige adres, uw telefoonnummer en netnummer.
Opmerking:
het omkeren van de deuren van het apparaat door onze Klantenservice wordt niet beschouwd als een ingreep die onder de garantie valt.
47
Loading...