Whirlpool AMD 340, AMD 356, AMD 342, AMD351, AMD352 INSTRUCTION FOR USE [nl]

...
Page 1
VOOR U HET APPARAAT GEBRUIKT
Om uw nieuwe apparaat zo goed mogelijk te gebruiken, vragen wij dat u de instructies voor de gebruiker grondig doorneemt en ze bij de hand houdt om ze later te kunnen raadplegen.
VOORZORGSMAATREGELEN
• De installatie en het onderhoud/de reparatie moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerd technicus, in overeenstemming met de instructies van de fabrikant en de lokale veiligheidsnormen. Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat tenzij dit specifiek is opgenomen in de instructies voor de gebruiker.
• Trek niet aan het netsnoer om het uit het stopcontact te trekken. Draai of duw niet aan het netsnoer en zorg ervoor dat het niet kapot is.
• Raak de stekker, stroomonderbreker of noodknop niet aan met natte handen.
• Stop geen vingers of vreemde voorwerpen in de luchtinlaat/-uitlaat van de binnen- & buitenunit.
• Blokkeer de luchtinlaat of -uitlaat van de binnen­en buitenunit nooit.
• Personen met een fysieke of mentale beperking, kinderen en personen zonder ervaring met het product mogen het apparaat slechts gebruiken nadat ze specifieke training hebben gekregen over hoe het product moet worden bediend door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid en welzijn. Het apparaat is niet bedoeld om te worden gebruikt door personen met een beperking en erg jonge kinderen zonder supervisie.
• Kinderen moeten onder supervisie staan om ervoor te zorgen dat ze niet spelen met het apparaat (inclusief de afstandsbediening).
76
VOORZORGSMAATREGELEN AIRCONDITIONER
Gelieve de onderstaande instructies strikt na te leven:
• Langdurige en directe blootstelling aan koele lucht kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Het wordt aanbevolen dat de ventilatieroosters zo worden ingesteld dat directe koele lucht wordt vermeden en dat deze koele lucht in de kamer wordt verspreid.
• Als er een defect optreedt, schakelt u het apparaat eerst uit door op de AAN/UIT-toets op de afstandsbediening te drukken en trekt u daarna de stekker uit het stopcontact.
• Schakel het apparaat niet te vaak aan en uit. Zo voorkomt u schade aan het apparaat.
• Plaats geen objecten op de buitenunit.
• Trek de stekker van de airconditioner uit het stopcontact als deze lange tijd niet zal worden gebruikt of tijdens een onweer.
• Dit product bevat Broeikasgassen met Fluor opgenomen in het Kyoto-protocol, waarbij het koelgas in een hermetisch afgesloten systeem zit. Koelgas: R410a heeft een GWP (Global Warming Potential) 1975.
Page 2
• Dit apparaat werd gemaakt van materiaal dat kan worden gerecycled of hergebruikt. Het apparaat moet worden weggeruimd in overeenstemming met de lokale regelgeving betreffende afvalverwijdering. Voor het apparaat wordt weggeruimd, moet u ervoor zorgen dat u het netsnoer afknipt zodat het apparaat niet opnieuw kan worden gebruikt.
• Voor meer gedetailleerde informatie over de verwerking en recycling van dit product, kunt u contact opnemen met uw lokale overheid inzake de gescheiden ophaling van afval of de winkel waar u het apparaat hebt gekocht.
WEGRUIMEN VAN VERPAKKING
• De verpakking kan 100% worden gerecycled, zoals wordt aangeduid met het symbool voor recycling . De verschillende onderdelen van de verpakking mogen niet in het milieu worden verspreid, maar moeten worden weggeruimd in overeenstemming met de lokale regelgeving.
WEGRUIMEN VAN APPARAAT
• Dit apparaat is gemarkeerd in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2002/96/EG voor elektrisch en elektronisch afval (WEEE).
• Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier wordt weggeruimd, helpt u de potentieel negatieve effecten op het milieu en de volksgezondheid te vermijden.
• Het symbool op het product of op de documenten bij het product wijst erop dat het apparaat niet mag worden behandeld als huishoudelijk afval, maar moet worden ingezameld op de geschikte lokale verzamelplaats waar elektrische en elektronische apparaten worden opgeslagen en gerecycled.
MILIEUBEHOUD
77
Page 3
PRODUCTBESCHRIJVING
Binnenunit
1. Luchtinlaat
2. Voorpaneel
3. Weergavepaneel
4. Luchtuitlaat
5. Elektriciteitskast
6. Aan/uit-schakelaar
7. Ventilatierooster verticale aanpassing
8. Ventilatierooster horizontale aanpassing
9. Luchtfilter
10. Afstandsbediening
Buitenunit
11. Luchtinlaat
12. Leidingwerk en stroomkabel
13. Afvoerslang
14. Luchtuitlaat
De afbeeldingen in de gebruikershandleiding zijn gebaseerd op externe weergaven van standaardmodellen, de vorm en het ontwerp variëren naargelang het model.
78
Page 4
BESCHRIJVING INDICATOREN DISPLAY BEDIENINGSPANEEL
Indicator temperatuur (1)
Geeft ingestelde temperatuur en kamertemperatuur weer.
Indicator werking (2)
Gaat branden (rood) wanneer het apparaat verbonden is met een stroombron. Dit blijft branden (wit) wanneer het apparaat in werking is.
Indicator verwarmen (3)
Gaat branden tijdens modus verwarmen.
Indicator koelen (4)
Gaat branden tijdens modus koelen.
Indicator ontvochtigen (5)
Gaat branden tijdens modus ontvochtigen.
Ontvanger signaal (6)
79
Page 5
FUNCTIES EN INDICATOREN AFSTANDSBEDIENING
1. AAN/UIT-TOETS
Druk op deze toets om het apparaat te starten en/of te stoppen.
2-3. TOETSEN TEMPERATUURINSTELLING
Gebruikt om temperatuur in te stellen. Gebruikt om tijdstip voor klok in te stellen. Gebruikt om tijdstip in te stellen in timermodus.
4. TOETS MODE
Gebruikt om de bedrijfsmodus te selecteren.
5. TOETS
Gebruikt om de werking van 6th Sense in te stellen of te annuleren.
6. TOETS
Gebruikt om de werking van Om u heen in te stellen of te annuleren.
7. TOETS FAN
Gebruikt om de ventilatorsnelheid te kiezen, achtereenvolgens automatisch, hoog, gemiddeld of laag.
8. TOETS SWING
Gebruikt om de ventilatorroosters voor verticale aanpassing te laten bewegen en om de gewenste richting van de luchtstroom omhoog/omlaag in te stellen.
9. TOETS POWER SAVE
Gebruikt om de werking van stroombesparing in te stellen of te annuleren.
10-11. TOETS TIMER ON en TIMER OFF
Gebruikt om de werking van de timer in te stellen of te annuleren.
12. TOETS DISPLAY ON/OFF
Gebruikt om de verlichting van de display van de binnenunit aan/uit te schakelen.
13. TOETS INFO °C
Gebruikt om de kamertemperatuur of ingestelde temperatuur weer te geven op het bedieningspaneel van de binnenunit.
14. TOETS AUTO CLEAN
Gebruikt om automatisch reinigen in te stellen of te annuleren.
15. TOETS CLOCK
Gebruikt om de huidige tijd in te stellen.
16. TOETS SLEEP
Gebruikt om de Slaapmodus in te stellen of te annuleren.
17. TOETS JET
Gebruikt om snel koelen en verwarmen te starten of te stoppen.
2
5
17
16
15
14
13
11
1
3
4
6
7
8
9
10
12
80
Page 6
81
INDICATORSYMBOLEN OP DISPLAY AFSTANDSBEDIENING
Indicator koelen
Indicator ontvochtigen
Indicator alleen ventilator
Indicator verwarmen
Automatische ventilatorsnelheid
Hoge ventilatorsnelheid
Gemiddelde ventilatorsnelheid
Lage ventilatorsnelheid
Indicator automatisch reinigen
Indicator swing
Indicator vergrendeling
Indicator
Indicator slaapmodus
Indicator om u heen
Indicator jet
Transmissie signaal
Weergave timer ingesteld Weergave huidige tijd
Weergave temperatuur
Indicator weergave ingestelde temperatuur
Indicator weergave kamertemperatuur
Indicator verlichting display voorpaneel aan
FAN
FAN
FAN
FAN
°F
Page 7
OPSLAG EN TIPS VOOR HET GEBRUIK VAN DE AFSTANDSBEDIENING
Batterijen plaatsen
1. Verwijder de schroef van het batterijdeksel. Duw het batterijdeksel lichtjes naar beneden en druk het in de richting van de pijl om het te verwijderen (Zie afbeelding).
2. Plaats 2 AAA-batterijen (1,5 V) in het batterijvak. Zorg ervoor dat de "+" en "-" polen correct geplaatst zijn.
3. Sluit het batterijdeksel van de afstandsbediening. Breng de schroef terug aan op de afstandsbediening en draai deze goed aan.
Batterijen verwijderen
Maak de schroef los en verwijder het batterijdeksel in de richting van de pijl. Druk met uw vingers zachtjes op de plus pool van de batterij, en trek vervolgens de batterijen uit het vak. Deze handelingen dienen te worden uitgevoerd door volwassenen. Het is kinderen verboden om de batterijen uit de afstandsbediening te verwijderen, om het gevaar van het inslikken van de batterijen te voorkomen.
Batterijen wegruimen
Dank de batterijen af als gescheiden gemeentelijk afval en geef ze af bij een toegankelijk verzamelpunt.
Voorzorgsmaatregelen
• Wanneer u de batterijen vervangt, mag u geen nieuwe batterijen samen met oude batterijen of verschillende types batterijen plaatsen. Dit kan immers leiden tot een defect aan de afstandsbediening.
• Als u van plan bent de afstandsbediening een tijd lang niet te gebruiken, moet u de batterijen eruit halen, om lekken van batterijzuur in de afstandsbediening te voorkomen.
• Gebruik de afstandsbediening binnen het doeltreffende bereik. Houd de afstandsbediening minstens 1 meter van een tv-toestel of HiFi­apparatuur verwijderd.
• Als de afstandsbediening niet normaal werkt, haalt u de batterijen eruit en plaatst u ze na 30 seconden terug. Plaats nieuwe batterijen als de afstandsbediening nog steeds niet werkt.
• Om het apparaat via de afstandsbediening te bedienen, richt u de afstandsbediening naar de ontvanger op de binnenunit. Zo garandeert u een optimale ontvangst.
• Als een boodschap van de afstandsbediening wordt
verzonden, gaat het symbool gedurende 1 seconde knipperen. Bij ontvangst van de boodschap weerklinkt een piep op het apparaat.
• De airconditioner kan met de afstandsbediening tot een afstand van 7 m worden bediend.
• Telkens wanneer de batterijen in de afstandsbediening worden vervangen, wordt de afstandsbediening automatisch ingesteld op de modus 6th Sense.
Ontvanger signaal
82
2
1
3
Page 8
BESCHRIJVING VAN DE WERKINGSMODI
Algemene werking:
1. Inschakelen
Druk op de toets . Wanneer het apparaat het signaal ontvangt, gaat de indicator IN WERKING op de binnenunit branden. Wanneer u een andere modus kiest, moet u enkele seconden wachten en de handeling herhalen als het apparaat niet onmiddellijk reageert. Wanneer u de functie verwarmen instelt, zal de luchtstroom na 2 tot 5 minuten starten.
2. Modus kiezen
Iedere keer dat de toets Mode ingedrukt wordt, verandert de werkingsmodus achtereenvolgens in:
Modus 6th SENSE
Modus KOELEN
modus ONTVOCHTIGEN
modus alleen VENTILATOR
modus VERWARMEN
3. Ventilatorsnelheid instellen
Iedere keer dat de toets FAN ingedrukt wordt, verandert de ventilatiesnelheid achtereenvolgens in:
Automatische ventilatorsnelheid
Ventilatorsnelheid laag
Ventilatorsnelheid gemiddeld
Ventilatorsnelheid hoog In de modus Ontvochtigen is alleen Ventilatorsnelheid laag beschikbaar.
4. Temperatuur instellen
Druk één keer om de temperatuur met 1 °C te
verhogen
Druk één keer om de temperatuur met 1 °C te
verlagen
Als u de toets of ingedrukt houdt, zal het getal snel veranderen.
Bereik van beschikbare temperatuurinstelling: 16°C ~ 30°C
*Opmerking: In de modus 6th SENSE kan de temperatuur niet worden ingesteld.
FAN
FAN
83
FAN
FAN
Page 9
REGELING RICHTING LUCHTSTROOM
5. Regeling richting luchtstroom
De verticale luchtstroom wordt automatisch aangepast naar een bepaalde hoek in overeenstemming met de werkingsmodus nadat het apparaat wordt ingeschakeld. De richting van de luchtstroom kan eveneens worden aangepast aan uw eigen behoeften. Druk hiervoor op de toets Swing op de afstandsbediening.
Regeling verticale luchtstroom (via de afstandsbediening)
Iedere keer dat de toets Swing ingedrukt wordt, verandert de verticale luchtstroom achtereenvolgens in:
Als u op deze toets drukt wanneer het ventilatierooster voor verticale aanpassing naar boven en beneden begint te bewegen, zal het ventilatierooster stoppen op de huidige positie. Wanneer de status van uit naar wordt geschakeld en u 2 seconden later opnieuw op deze toets drukt, zal de status onmiddellijk uit worden geschakeld. Als u binnen de 2 seconden opnieuw op deze toets drukt, zal de wijziging van de Swing-status de hierboven afgebeelde volgorde volgen. Als u langer dan 2 s op de SWING-toets blijft drukken, zal de hoofdunit van boven naar beneden en terug bewegen. Als u de toets daarna loslaat, zal de unit niet meer bewegen en wordt de huidige positie van het ventilatierooster behouden.
Regeling horizontale luchtstroom (met de handen)
Draai de regelstaven van de ventilatieroosters voor horizontale aanpassing om de horizontale luchtstroom aan te passen zoals afgebeeld. Opmerking: De vorm van het apparaat kan er anders uitzien dan die van de airconditioner die u hebt gekozen.
A - Draai de ventilatieroosters voor verticale
aanpassing niet handmatig. Dit kan een defect veroorzaken. Als dit gebeurt, schakelt u het apparaat eerst uit, verbreekt u de stroomtoevoer en schakelt u de stroomtoevoer daarna terug aan.
B - Het is beter om het ventilatierooster voor verticale
aanpassing niet gedurende lange tijd naar beneden te richten in de modus KOELEN of DROGEN. Zo vermijdt u dat condenswater uit het apparaat druipt.
regelstaaf van ventilatieroosters voor horizontale aanpassing
84
Page 10
BESCHRIJVINGEN MODI EN FUNCTIES
MODUS 6th SENSE
Druk op de toets , wordt weergegeven, het apparaat gaat direct naar de modus 6th sense. In deze modus worden de temperatuur en de ventilatorsnelheid automatisch ingesteld op basis van de effectieve kamertemperatuur.
Modellen warmtepompen
Toets is ondoeltreffend in modi Jet en Sleep
Opmerking: In deze modus wordt de temperatuur niet weergegeven op het voorpaneel en de afstandsbediening.
Wat u kunt doen in de modus 6th Sense
Functie Om u heen
Als u op deze toets drukt, wordt weergegeven, de afstandsbediening stuurt de effectieve kamertemperatuur om de afstandsbediening heen naar de binnenunit en het apparaat zal werken op basis van deze temperatuur om u een aangenamer gevoel te geven. Bewaar de afstandsbediening op een plaats waarop deze het signaal goed naar het apparaat kan verzenden. Druk eenmaal om deze functie in te stellen en druk nogmaals om te annuleren.
Binnen-
temperatuur
Werkings-
modus
22°C of lager VERWARMEN
22°C-26°C
FAN (Ventilator) of vorige modus
behouden
26°C of hoger KOELEN
Uw gevoel To e t s Werkwijze aanpassing
Onaangenaam omwille van te veel of te weinig luchtstroom.
Ventilatorsnelheid binnenunit wisselt tussen Hoog, Gemiddeld en Laag telkens wanneer deze toets wordt ingedrukt.
Onaangenaam omwille van een ongeschikte richting luchtstroom.
Zie het vorige hoofdstuk "Richting luchtstroom regelen".
85
Page 11
Modus JET
•Modus JET wordt gebruikt om snel koelen of
snel verwarmen te starten of te stoppen.
wordt weergegeven op de afstandsbediening in deze modus. Het apparaat zal blazen tegen een erg hoge ventilatorsnelheid om uw kamer snel en doeltreffend te koelen of te verwarmen.
• In de modus JET kunt u de temperatuur en de
richting van de luchtstroom instellen.
Opmerking:
• De functie Jet is niet beschikbaar in de modi 6th Sense, alleen Ventilator en Ontvochtiging.
• Wanneer u een andere modi kiest of de ventilatorsnelheid wijzigt, wordt deze functie automatisch geannuleerd.
KLOK-FUNCTIE
Om de klok in te stellen drukt u op de toets CLOCK, gebruikt u de toetsen en om de juiste tijd in te stellen en drukt u opnieuw op de toets CLOCK. De klok is dan ingesteld. Als u op de toets CLOCK drukt, zal het signaal knipperen. 5 seconden lang kan de waarde worden aangepast
Druk één keer om de tijdinstelling met 1
minuut te verhogen
Druk één keer om de tijdinstelling met 1
minuut te verlagen Als u blijft drukken op de toetsen of , zal het getal snel veranderen. 12:00 is de standaard tijd die wordt weergegeven nadat u de batterijen in het apparaat hebt geplaatst.
Modus SLEEP
Deze functie biedt u een aangename omgeving om te slapen.
In de modus SLEEP wordt weergegeven op de afstandsbediening,
• Bij de functie KOELEN of ONTVOCHTIGEN zal het apparaat de ingestelde temperatuur met 1°C verhogen tijdens het eerste uur en nogmaals met 1°C tijdens het tweede uur en daarna constant blijven
• Bij de functie VERWARMEN zal het apparaat de ingestelde temperatuur met 1°C verlagen tijdens het eerste uur en nogmaals met 1°C tijdens het tweede uur en daarna constant blijven.
Opmerking:
• De ventilatorsnelheid en de richting van de luchtstroom kunnen worden aangepast.
• In de modus alleen VENTILATOR en 6th SENSE is deze functie niet beschikbaar.
86
Page 12
Functie AUTO CLEAN (Automatisch reinigen)
• Druk op deze toets in de modus KOELEN of DROGEN. Het pictogram wordt weergegeven en de functie AUTO CLEAN (Automatisch reinigen) is ingesteld. Nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld, blijft de ventilator in de binnenunit nog 10 minuten draaien om het vocht uit de binnenunit te verwijderen. Tijdens deze periode kunt u op deze toets drukken om de ventilator in de binnenunit onmiddellijk te stoppen.
• Als u nogmaals op deze toets drukt, wordt de functie AUTO CLEAN geannuleerd en wordt de ventilator van de binnenunit onmiddellijk gestopt wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld.
Opmerking: De functie AUTO CLEAN is niet beschikbaar in de modi 6th SENSE, alleen VENTILATOR en VERWARMEN.
Functie INFO °C
Als u op deze toets drukt, kunt u kiezen om de ingestelde temperatuur of de kamertemperatuur op het voorpaneel weer te geven. Als het apparaat voor het eerst wordt ingeschakeld, wordt weergegeven op de afstandsbediening en wordt de ingestelde temperatuur weergegeven op het bedieningspaneel. Als u twee keer op deze toets drukt, wordt het pictogram op de afstandsbediening gewijzigd naar
en wordt de kamertemperatuur weergegeven op het bedieningspaneel. Na 5 seconden of nadat een ander bedieningssignaal wordt ontvangen, keert de weergave terug naar de ingestelde temperatuur. Opmerking: alleen de ingestelde temperatuur wordt weergegeven op de afstandsbediening.
Modus POWER SAVE (Stroombesparing) De modus POWER SAVE is alleen beschikbaar in
de modus KOELEN. Als u op deze toets drukt, wordt "SE" weergegeven op het voorpaneel en op de afstandsbediening. Het apparaat zal de ingestelde temperatuur automatisch aanpassen aan de effectieve kamertemperatuur zodat de kamertemperatuur zo snel mogelijk binnen een aangenaam temperatuurbereik valt (24°C ~28°C). Deze modus verbruikt minder energie maar biedt u toch nog steeds een aangename koelte. Kies een andere modus of druk op de toets Power Save om deze functie uit te schakelen.
*Opmerking: In deze modus kan de ventilatorsnelheid en de temperatuur niet worden aangepast.
87
Page 13
88
Functie TIMER
U kunt de timer op een handige manier inschakelen. Druk gewoon op de toets TIMER ON om een aangename kamertemperatuur te verkrijgen wanneer u thuis komt. U kunt de timer ook automatisch uitschakelen om van een goede nachtrust te kunnen genieten. Druk hiervoor op de toets TIMER OFF.
TIMER ON instellen
De toets TIMER ON kan worden gebruikt om de timer naar wens te programmeren om het apparaat op het gewenste tijdstip in te schakelen.
I) Druk op de toets TIMER ON, het pictogram wordt verborgen, "ON " knippert op het scherm, 5 seconden lang kunt u op de toetsen of drukken om de gewenste tijd te kiezen om het apparaat in te schakelen.
Druk één keer om de tijdinstelling met 1 minuut te verhogen
Druk één keer om de tijdinstelling met 1 minuut te verlagen Als u blijft drukken op de toetsen of , zal het getal snel wijzigen. Opmerking: Als u de tijd niet instelt binnen 5 seconden nadat u op de toets TIMER ON heeft gedrukt, dan wordt de TIMER ON-modus op de afstandsbediening automatisch afgesloten. II) Als uw gewenste tijd wordt weergegeven op de afstandsbediening, drukt u op de toets TIMER ON om deze te bevestigen. U hoort een "piep" en de indicatie "ON" knippert niet langer.
TIMER ON annuleren
Druk opnieuw op de toets TIMER ON, u hoort een "piep" en de indicatie "ON" verdwijnt, deze functie is geannuleerd.
TIMER OFF instellen
U kunt TIMER OFF instellen op dezelfde manier als TIMER ON, waarbij het apparaat automatisch uitgeschakeld wordt op het gewenste tijdstip. Opmerking: Zorg ervoor dat de klok juist is ingesteld voor u TIMER ON en OFF instelt.
FUNCTIE DISPLAY ON/OFF
Druk op deze knop om de verlichting van de display op het bedieningspaneel van de binnenunit aan of uit te schakelen. U kunt op deze knop drukken om het indicatielampje uit te schakelen wanneer het apparaat uitgeschakeld is.
wordt weergegeven op de afstandsbediening wanneer de display van het voorpaneel oplicht.
Increase
Decrease
Page 14
89
Functie KINDERSLOT
Druk gelijktijdig op de toetsen en om de knoppen van de afstandsbediening te vergrendelen of te ontgrendelen. Als de afstandsbediening vergrendeld is, wordt het
pictogram weergegeven en kunnen er geen functies worden geactiveerd door op toetsen te drukken. Druk opnieuw gelijktijdig op de toetsen en om de afstandsbediening te ontgrendelen.
Wisselen tussen °C en °F
Nadat u op de toets hebt gedrukt om het apparaat uit te schakelen, kunt u de toetsen MODE en gelijktijdig indrukken om te wisselen tussen °C en °F. Opmerking: deze functie is alleen beschikbaar wanneer het apparaat is uitgeschakeld. De temperatuurweergave op het voorpaneel zal overeenkomstig wijzigen wanneer u het apparaat inschakelt. De fabrieksinstelling is gebaseerd op °C.
NOODWERKING
In een noodsituatie of wanneer de afstandsbediening niet beschikbaar is, kunt u de unit bedienen via de Aan/uit-schakelaar op de binnenunit.
• Het apparaat inschakelen: druk op deze knop wanneer de unit is uitgeschakeld. Het apparaat zal opstarten en werken in de modus 6th SENSE.
• Het apparaat uitschakelen: druk op deze knop wanneer de unit is ingeschakeld. Het apparaat stopt met werken.
Aan/uit-schakelaar
BEVEILIGING
Bedrijfsconditie
Het beveiligingsapparaat kan worden uitgeschakeld en het apparaat stoppen in de onderstaande gevallen.
Geluidsoverlast
• Installeer het apparaat op een plaats waar het gewicht ervan wordt gedragen zodat het apparaat minder luid kan werken.
• Installeer de buitenunit op een plaats waar de afgevoerde lucht en het geluid van het werkende apparaat uw buren niet stoort.
• Plaats geen obstakels voor de luchtuitlaat van de buitenunit, waardoor het geluidsniveau kan versterken.
Kenmerken van beveiligingsapparaat
Wacht minstens 3 minuten voor u de unit opnieuw start als deze stopt met werken of als u een andere modus kiest tijdens de werking. Nadat u de stekker hebt aangesloten en het apparaat onmiddellijk inschakelt, kan een vertraging van 20 seconden optreden voor het apparaat begint te werken. Als de
werking volledig is gestopt, drukt u opnieuw op de toets AAN/UIT om het apparaat opnieuw op te starten. De timer moet opnieuw worden ingesteld alsof u deze geannuleerd hebt.
Kenmerken van modus KOELEN Antivries
Wanneer de temperatuur van de warmtewisselaar binnen onder 0°C zakt, zal de compressor stoppen met werken om het apparaat te beschermen.
Kenmerken van de modus VERWARMEN Voorverwarmen
Om te vermijden dat er koude lucht uit het apparaat wordt geblazen, zijn er 2 tot 5 minuten nodig om de binnenunit voor te verwarmen bij de start van de modus VERWARMEN. De ventilator van de binnenunit zal niet werken tijdens het voorverwarmen.
Ontdooien
In de modus VERWARMEN zal het apparaat automatisch ontdooien (ijs verwijderen) om de doeltreffendheid te verhogen. Deze procedure duurt gewoonlijk 6 tot 10 minuten. Tijdens het ontdooien stopt de ventilator en wordt "H1" weergegeven op het voorpaneel. Wanneer het ontdooien voltooid is, keert het apparaat automatisch terug naar de modus VERWARMEN.
Verwarmen
Buitentemperatuur is hoger dan 24°C. Buitentemperatuur is lager dan -7°C. Kamertemperatuur is hoger dan 27°C.
Koken
Buitentemperatuur is hoger dan *43°C. Kamertemperatuur is lager dan 21°C.
Ontvochtigen Kamertemperatuur is lager dan 18°C.
Page 15
ONDERHOUD
Voorpaneel binnenunit reinigen
1. Trek de stekker uit het stopcontact
Schakel het apparaat eerst uit voor u de stekker uit het stopcontact trekt.
2. Voorpaneel verwijderen
Open het voorpaneel zoals afgebeeld met de pijl (Afb. A). Trek hard aan de gleuven aan de zijkant van het voorpaneel om het voorpaneel eraf te nemen (Afb. B).
3. Voorpaneel reinigen
Veeg het voorpaneel schoon met een zachte en schone doek. Gebruik lauw water (minder dan 40°C) om te reinigen als het apparaat erg vuil is. Laat het gereinigde apparaat drogen.
4. Plaats het voorpaneel terug en sluit het
Plaats het voorpaneel terug en sluit het door het naar beneden te duwen.
Opmerking:
• Gebruik geen producten zoals benzine of polijstmiddel om het apparaat te reinigen.
• Sproei geen water op de binnenunit Gevaar! Elektrische schok!
Luchtfilter reinigen
Het luchtfilter moet worden gereinigd na ongeveer 100 uur gebruik. Reinig het luchtfilter om de twee weken als de airconditioner in een extreem stoffige omgeving wordt gebruikt.
1. Stekker uit stopcontact trekken
Schakel het apparaat eerst uit voor u de stekker uit het stopcontact trekt.
2.
Neem het luchtfilter uit het apparaat (Afb. C)
1. Open het voorpaneel.
2. Druk lichtjes op de handgreep van het filter.
3. Schuif het filter uit het apparaat.
3. Luchtfilter reinigen (Afb. D)
Als het filter erg vuil is, reinigt u het met een oplossing van lauw water met een neutraal wasmiddel. Als het Laat het gereinigde apparaat drogen.
4.
Plaats het filter terug en sluit het voorpaneel.
Opmerking:
• Om verwondingen te vermijden, moet u ervoor zorgen dat u de schoepen van de binnenunit niet aanraakt met uw vingers nadat u het filter hebt verwijderd.
• Probeer de binnenkant van de airconditioner niet zelf te reinigen.
• Reinig het filter niet in de (af)wasmachine.
Afb. A
Afb. B
Afb. C
Afb. D
90
Page 16
PROBLEMEN/OPLOSSINGEN
Probleem Oplossing(en)
Werkt niet
• Is er een stroomstoring?
• Is het beveiligingsapparaat uitgeschakeld of is er een zekering gesprongen?
• Zit de stekker los in het stopcontact?
• Werkt de afstandsbediening normaal?
• Controleer of u de functie Timer Off (timer uit) hebt ingesteld.
• Wacht 3 minuten en start het apparaat opnieuw, het beveiligingsapparaat kan de werking verhinderen.
Er wordt geen lucht uit de binnenunit geblazen.
• Zitten de inlaat en uitlaat van de binnen- of buitenunits geblokkeerd?
• Is de temperatuur juist ingesteld?
• Terwijl het verwarmingsproces wordt opgestart zal de ventilator van de binnenunit de eerste minuten niet werken, om te verhinderen dat koude lucht wordt uitgeblazen.
• In verwarmingsmodus zal de ventilator van de binnenunit stoppen met lucht uit te blazen tijdens het ontdooien.
• In ontvochtigingsmodus kan de ventilator van de binnenunit stoppen om te verhinderen dat het condenswater verdampt en de temperatuur stijgt.
Kan temperatuurinstelling niet aanpassen
• Werkt het apparaat in de modus 6th Sense of Power Save (stroombesparing)? In deze modi kan de temperatuur niet worden aangepast.
Kan ventilatorsnelheid niet aanpassen
• Werkt het apparaat in de modus ontvochtigen of stroombesparing? In deze modi kan de ventilatorsnelheid niet worden aangepast.
Ondoeltreffende regeling
• Is er een sterke interferentie geweest (van buitensporige statische elektrische ontlading, abnormale toevoerspanning)? Als het apparaat op een abnormale manier werkt, moet u de stroomkabel uit het stopcontact halen en na 2 tot 3 seconden opnieuw in het stopcontact steken.
Werkt niet onmiddellijk
• Wanneer u een andere modus kiest tijdens de werking, zal het apparaat met 3 minuten vertraging werken.
Rare geur
• Deze geur kan van een andere bron komen, zoals het meubilair, een sigaret enz., die in de unit wordt gezogen en met de lucht wordt uitgeblazen.
• Controleer het luchtfilter en reinig het als het erg vuil is.
Geluid van stromend water
• Normaal gedrag veroorzaakt door het koelmiddel dat door de airconditioner stroomt.
• Geluid van ontdooien in verwarmingsmodus.
Krakend geluid
• Het geluid kan geproduceerd worden door het uitzetten of krimpen van het voorpaneel omwille van temperatuurschommelingen.
Er wordt nevel uit de uitlaat geblazen
• Nevel is aanwezig in de ruimte bij lage temperaturen. Normaal gedrag omwille van koele lucht die wordt uitgeblazen van de binnenunit tijdens de modi KOELEN of DROGEN.
Afstandsbediening werkt niet
• Bevindt de afstandsbediening zich binnen het bereik en wordt ze niet geblokkeerd door obstakels?
• Controleer de batterij in de afstandsbediening. Vervang de batterij als ze (bijna) leeg is.
• Controleer de afstandsbediening op schade.
Foutcode wordt weergegeven
• Als een foutcode zoals E2,E4,E5,E6,F1,F2,F3,F4,F5,H3,H4,H5,PL,PH op het display van de binnenunit verschijnt, schakelt u het apparaat uit en trekt u de stekker uit het stopcontact. Neem vervolgens contact op met het dichtstbijzijnde erkende Servicecentrum van Whirlpool. (H1 en SE is geen foutcode, H1 is de indicatie van ontdooien tijdens verwarming, SE is de indicatie van de functie stroombesparing.)
Problemen met de werking van het apparaat zijn meestal te wijten aan minder belangrijke oorzaken. Controleer en verwijs naar de volgende tabel voor u contact opneemt met de servicedienst. Dit kan tijd en onnodige kosten besparen.
Opmerking: Als de problemen zich blijven voordoen, schakelt u het apparaat uit en trekt u de stekker uit het stopcontact. Neem vervolgens contact op met het dichtstbijzijnde erkende Servicecentrum van Whirlpool. Probeer het apparaat niet zelf te verplaatsen, te repareren, te demonteren of aan te passen.
91
Page 17
92
INSTALLATIE SERVICE
Voor installatie
1. Lees deze handleiding grondig door voor u het apparaat installeert.
2. Het apparaat moet worden geïnstalleerd in overeenstemming met de nationale regelgeving voor bedrading en door gekwalificeerd technisch personeel volgens de instructies in deze handleiding.
3. Elke wijziging van positie van de installatie moet worden uitgevoerd door professionals.
4. Controleer het product om na te gaan dat het niet beschadigd werd voor de installatie.
5. Monteer het apparaat met de laagste bewegende onderdelen van de binnenunit minstens 2,5 m boven het vloerniveau.
6. Na installatie moet de consument het apparaat correct bedienen in overeenstemming met deze handleiding, een geschikte opslag voor onderhoud bewaren en verplaatsen in de toekomst.
VOORZORGSMAATREGELEN
1. De stroomvoorziening moet met een nominale spanning met een speciaal circuit voor het apparaat zijn. Het normale spanningsbereik is 90%~110% van de nominale spanning. De diameter van de stroomkabel moet voldoen aan de vereisten.
2. De stroomkabel van de gebruiker moet een betrouwbare aardingsklem hebben. Het is verboden de aarddraad aan te sluiten op de volgende items: 1) Leiding watertoevoer 2) Gasleiding 3) Afvoerleiding 4) Andere posities die als onveilig worden beschouwd
3. Zorg voor een veilige aarding en een aarddraad aangesloten op het speciale aardingssysteem van het gebouw, geïnstalleerd door professionals. Het apparaat moet worden uitgerust met een aardlekschakelaar en een luchtschakelaar met voldoende capaciteit (Zie de volgende tabel). De luchtschakelaar moet ook een magnetische en thermische uitschakelfunctie hebben om beveiliging te garanderen bij kortsluiting en overbelasting.
4. Zorg ervoor dat de stroomkabel lang genoeg is voor de juiste aansluiting. Gebruik geen verlengsnoer voor de stroomvoorziening.
5. Als de stroomkabel beschadigd is, moet deze worden vervangen door de fabrikant of zijn servicevertegenwoordiger of een evenwaardig gekwalificeerd persoon om alle gevaren te voorkomen.
6. Een schakelaar om alle polen uit te schakelen met een contactscheiding van minstens 3 mm in alle polen moet worden bevestigd in de vaste bedrading.
7. Risico op elektrische schokken kan leiden tot verwondingen of de dood. Koppel alle stroomkabels los voor er onderhoud aan het apparaat wordt uitgevoerd.
8. De aansluiting van de stroomkabel en de kabelaansluiting tussen de binnenunit en de buitenunit moet in overeenstemming zijn met het bedradingsschema dat zich op het apparaat bevindt.
9. Nadat de installatie is voltooid, mogen de elektrische componenten niet toegankelijk zijn voor de gebruikers.
10. Maak gebruik van twee of meer personen om het apparaat te installeren en het risico op overtollig gewicht te vermijden.
11. Nadat u de airconditioner hebt uitgepakt, moet u alle verpakkingsmateriaal buiten het bereik van kinderen houden.
12. Volgens de aard van het koelmiddel (R410a) is de druk van de buis erg hoog. Wees dus voorzichtig als u het apparaat installeert en repareert.
Ty p e Model
Vereiste capaciteit van luchtschakelaar
Aan/uit
9k 10A
12k 16A
18k 25A
Omvormer
9k 16A
12k 16A
18k 25A
Page 18
INSTALLATIE-INSTRUCTIES
Installatieschema
OPMERKING: De bovenstaande afbeelding is slechts een vereenvoudigde weergave van de unit, die
mogelijk niet helemaal overeenstemt met het uitzicht van het product dat u hebt gekocht. De installatie moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de nationale normen voor bedrading en mag alleen door gemachtigd onderhoudspersoneel worden uitgevoerd.
Afstand van muur moet meer dan 150 mm zijn
Afstand van plafond moet meer dan 150 mm zijn
Afstand van vloer moet meer dan 2500 mm zijn
Afstand van muur moet meer dan 150 mm zijn
Afstand tussen luchtinlaat en muur moet meer dan 300 mm zijn
Afstand tussen luchtinlaat en muur moet meer dan 300 mm zijn
Afstand tussen luchtuitlaat en muur
moet meer dan 2000 mm zijn
Meer dan 500 mm
93
Binnenunit
Buitenunit
Page 19
Kies de beste locatie Locatie om binnenunit te installeren
• Waar er zich geen obstakel in de buurt van de luchtuitlaat bevindt en de lucht makkelijk naar elke hoek van de ruimte kan worden geblazen.
• Waar het leidingwerk en de opening in de muur makkelijk kunnen worden geplaatst.
• Neem de vereiste afstand naar het plafond en de muur in acht, in overeenstemming met het installatieschema.
• Waar het luchtfilter makkelijk kan worden verwijderd.
• Houd de unit en de afstandsbediening mintens 1 m verwijderd van een tv-toestel, radio enz.
• Houd de unit zo ver mogelijk verwijderd van een fluorescerende lamp, om de effecten van deze lamp te voorkomen.
• Plaats niets in de buurt van de luchtinlaat dat deze inlaat zou kunnen blokkeren.
• Op een plaats die het gewicht kan dragen en het geluid en de trillingen van het apparaat in werking kan zal versterken.
• De binnenunit is niet geschikt voor installatie in ruimtes die worden gebruikt als wasplaats (wasmachines).
Locatie om buitenunit te installeren
• Installeer de buitenunit op een handige en goed geventileerde plaats.
• Vermijd de buitenunit te installeren waar het brandbare gas kan lekken.
• Neem de vereiste afstand naar de muur in acht, in overeenstemming met het installatieschema.
• De afstand tussen de binnen- en de buitenunit moet 5 meter zijn en kan tot maximum 15 meter zijn met een extra lading van koelmiddel.
• Installeer de buitenunit niet op een vuile of vette plaats, in de buurt van een gasuitlaat voor vulcanisatie.
• Vermijd de buitenunit te installeren aan de wegkant, waar de unit vuil kan worden door opspattend modderwater.
• Een vaste basis waardoor het geluid van het apparaat in werking niet wordt versterkt.
• Waar de luchtuitlaat niet wordt geblokkeerd.
• De wijze van installatie moet in staat zijn om het gewicht en de trillingen van de buitenunit te weerstaan en voor een veilige installatie te zorgen.
• Waar het afvoerwater geen probleem vormt.
Model Standaardlengte
leidingwerk (m)
Maximale lengte
leidingwerk (m)
Maximaal hoogte-
verschil H (m)
Benodigd extra koelmiddel met
aangesloten
leiding langer dan
5 m (g/m)
9K/12K/18K 5 15 5 20
Binnenunit
Lengte leiding is 5 ~ 15 meter
Buitenunit
Hoogte moet
minder dan 5 m zijn
Buitenunit
Lengte leiding is 5 ~ 15 meter
Binnenunit
Hoogte moet minder dan
5 m zijn
94
Page 20
INSTALLATIE BINNENUNIT
1. Montageplaat installeren
• Kies waar u de montageplaat wilt installeren naargelang de locatie van de binnenunit en de richting van het leidingwerk.
• Pas de montageplaat horizontaal aan met een waterpas of loodlijn.
• Boor gaten van 32 mm diep in de muur om de plaat te bevestigen.
• Druk de plastic pluggen in het boorgat en bevestig de montageplaat met zelftappende schroeven.
• Controleer dat de montageplaat goed bevestigd is.
Boor vervolgens een gat voor het leidingwerk. OPMERKING: De vorm van uw montageplaat kan verschillen van de bovenstaande afbeelding, maar de installatiemethode is gelijkaardig.
2. Gat boren voor leidingwerk
• Kies waar de opening voor het leidingwerk zich moet bevinden op basis van de locatie van de montageplaat.
• Boor een gat in de muur. Het gat moet lichtjes naar beneden hellen naar buiten toe.
• Installeer een mof in het gat in de muur om de muur netjes en schoon te houden.
3. Leidingwerk binnenunit installeren
• Leid het leidingwerk (vloeistof- en gasleiding) en de kabels van buitenaf door de opening in de muur of leid ze van binnenin nadat u klaar bent met de afwerking van het leidingwerk en de kabelaansluitingen binnen om ze aan te sluiten op de buitenunit.
• Beslis of u het plastic gedeelte wilt afzagen in overeenstemming met de richting van het leidingwerk (zoals hieronder afgebeeld).
OPMERKING:
Wanneer u de leiding in de richtingen 1, 2 of 4 bevestigt, moet u het overeenkomstige plastic gedeelte van de basis van de binnenunit afzagen.
• Installeer de afvoerslang nadat u het leidingwerk hebt aangesloten zoals vereist. Sluit daarna de stroomkabel aan. Na aansluiting omwikkelt u het leidingwerk, de kabel en de afvoerslang samen met thermisch isolatiemateriaal.
OPMERKING: Sluit de stroomkabel niet aan op de stroomvoorziening tijdens de installatie.
Mof gat muur (harde buis van polytheen voorbereid door de gebruiker)
Binnen
Buiten
5 mm (helling naar beneden toe)
goot
Richting leidingwerk
Afvoerstuk
Zaag het afvoerstuk af langs de goot
95
Markering in het midden Waterpas
4
1
3
2
Page 21
BELANGRIJK: Thermische isolatie verbindingsstukken leidingwerk:
Omwikkel de verbindingsstukken van het leidingwerk met thermisch isolatiemateriaal en omwikkel ze daarna met vinyltape.
Thermische isolatie leidingwerk:
a. Plaats de afvoerslang onder het leidingwerk. b. Isolatiemateriaal: polytheenschuim met een dikte
van 6 mm.
OPMERKING: Afvoerslang is voorbereid door de gebruiker.
• De afvoerslang moet naar beneden gericht zijn, voor een makkelijke doorstroming. Draai de afvoerleiding niet, laat ze niet uit het gat steken of in het rond wapperen, dompel het uiteinde niet onder in water. Als er op de afvoerleiding een verlengstuk van een afvoerslang is aangesloten, moet u ervoor zorgen dat u dit thermisch isoleert wanneer het door de binnenunit gaat.
• Als het leidingwerk naar rechts is gericht, moeten leidingwerk, stroomkabel en afvoerslang thermisch worden geïsoleerd en bevestigd aan de achterkant van de unit.
Aansluiting leidingwerk:
a. Sluit het leidingwerk van de binnenunit aan met
twee moersleutels. Besteed veel aandacht aan het koppel, zoals hieronder afgebeeld, om te voorkomen dat het leidingwerk, de connectoren en de moeren vervormd en beschadigd worden.
b. Draai ze eerst aan met de hand en gebruik daarna
de moersleutels.
Thermische isolatie
Omwikkeld met vinyltape
Grote leiding
MODEL MET AAN/UIT
MODEL MET OMVORMER
Thermisch geïsoleerde buis
Kleine leiding
Kabel ontdooien (voor warmtepomp)
Afvoerslang (voorbereid door gebruiker)
Grote leiding
Thermisch geïsoleerde buis
Kleine leiding
Afvoerslang (voorbereid door gebruiker)
Stroomkabel
Stroomkabel
96
Leidingdiameter Koppel Breedte moer Min. dikte
Liquid Side (1/4 inch) 1,5~2 kg.m 17 mm 0.5 mm
Gas Side (3/8 inch) 3,1~3,5 kg.m 22 mm 0,7 mm
Gas Side (1/2 inch) 5,0~5,5 kg.m 24 mm 0,8 mm
Gas Side (5/8 inch) 6,0~6,5 kg.m 27 mm 0,8 mm
Page 22
4. Kabel aansluiten
• Binnenunit
1) Open het voorpaneel, verwijder de dekplaat door de schroef los te maken.
2) Sluit de stroomkabel aan op de binnenunit door de draden individueel aan te sluiten op de aansluitklemmen op het schakelbord als volgt.
3) Bevestig de stroomkabel op het schakelbord met een kabelklem.
4) Plaats de dekplaat terug en draai de schroef aan.
OPMERKING: (afhankelijk van het model) De kast moet worden verwijderd om de verbindingen met de aansluitklemmen van de binnenunit uit te voeren.
• Buitenunit
1) Verwijder de toegangsdeur van de unit door de schroef los te maken. Sluit de draden individueel aan op de aansluitklemmen op het schakelbord in overeenstemming met de aansluiting van de binnenunit.
2) Bevestig de stroomkabel op het schakelbord met een kabelklem.
3) Plaats de toegangsdeur terug in de oorspronkelijke positie en draai de schroef aan.
OPMERKING: (afhankelijk van het model) De kast moet worden verwijderd om de verbindingen met de aansluitklemmen van de binnenunit uit te voeren.
Dekplaat
Stroom- kabel
Blauw
Violet
Oranje
Zwart
Geel­Groen
Kabelklem
Kabel ontdooien
Stroomkabel
Blauw
Violet Oranje
Zwart
Geel­Groen
Kabelklem
Kabelklem
Kabel ontdooien
Stroomkabel
AAN/UIT 9K/12K/18K
Blauw
Zwart
Geel­Groen
Bruin
Kabelklem
Stroomkabel
OMVORMER 9K/12K/18K
toegangsdeur
Blauw
Zwart
Geel-Groen
Bruin
Kabelklem
Stroomkabel
97
OMVORMER 9K/12K/18K AAN/UIT 9K/12K/18K
Page 23
Ty p e
Capaciteit
(Btu/u)
Netsnoer Stroomkabel
Hoofdstroom-
voorziening
(Opmerking)
Aan/uit
9k H05VV-F, 3G 1.0 mm²
H05RN-F, 3G 1.0 mm²
H05RN-F, 2G 0.75 mm²
Naar binnenunit
12k H05VV-F, 3G 1.5 mm²
H07RN-F, 3G 1.5 mm²
H05RN-F, 2G 0.75 mm²
Naar binnenunit
18k H05VV-F, 3G 2.5 mm²
H07RN-F, 3G 2.5 mm²
H05RN-F, 2G 0.75 mm²
Naar binnenunit
Omvormer
9k H05VV-F, 3G 1.5 mm² H07RN-F, 4G 1.5 mm² Naar binnenunit
12k H05VV-F, 3G 1.5 mm² H07RN-F, 4G 1.5 mm² Naar binnenunit
18k H05VV-F, 3G 1.5 mm² H07RN-F, 4G 1.5 mm² Naar binnenunit
98
LET OP:
1. Zorg ervoor dat de kleur van de draden en het nummer van de aansluitklem van de buitenunit dezelfde zijn als die van de binnenunit.
2. Gebruik een apart stroomcircuit dat specifiek voor de airconditioner is bestemd. Zie het circuitdiagram op het apparaat voor de bedradingsmethode.
3. Controleer dat de kabelspecificaties overeenstemmen met de volgende tabel.
4. Controleer de bedrading en zorg ervoor dat alle draden goed zijn vastgemaakt nadat de kabels zijn aangesloten. De kabel moet goed vastgemaakt zijn met een kabelklem.
5. Zorg ervoor dat u een aardlekschakelaar installeert in een natte of vochtige omgeving.
Kabelspecificaties
INSTALLATIE BUITENUNIT
1. Afvoeropening en afvoerslang installeren
De condens wordt afgevoerd van de buitenunit wanneer de unit in verwarmingsmodus werkt. Installeer een afvoeropening en -slang om het condenswater op te vangen. Zo stoort u uw buren niet en beschermt u het milieu. Installeer de afvoeropening op het frame van de buitenunit en sluit een afvoerslang aan op de opening zoals afgebeeld op de afbeelding rechts.
2. Buitenunit installeren en bevestigen
Maak de buitenunit stevig vast met bouten en moeren op een vlakke en stevige vloer. Als de unit op een muur of dak wordt geïnstalleerd, moet u ervoor zorgen dat u de houder stevig bevestigt. Zo verhindert u dat deze gaat schudden omwille van grote trillingen of een stevige wind.
3. Leidingwerk buitenunit aansluiten
• Verwijder de doppen van de 2-wegs en 3-wegs klep.
• Sluit de leidingen apart aan op de 2-wegs en 3-wegs kleppen met het vereiste koppel.
4. Kabel buitenunit installeren (zie vorige pagina)
Frame
Afvoeropening
Afvoerslang (voorbereiding door gebruiker)
Page 24
Vacuümpomp
Binnenunit
Stroomrichting koelmiddel
3-wegs klep
Opening voor onderhoud
(2) Draaien (8) Aanspannen
(7) Draai om de klep volledig te openen
Dop klep
(1) Draaien
(8) Aanspannen
2-wegs klep
(6) Open 1/4-draai
(7) Draai om de klep volledig te openen
(1) Draaien
Dop klep
(8) Aanspannen
Aansluiten op binnenunit
Doorsnede 3-wegs klep
Open stand
As
Aansluiten op buitenunit
Kern klep
Naald
Dop opening voor onderhoud
99
LUCHT ZUIVEREN
Als er vochtige lucht in de koelcyclus blijft zitten, kan dit ertoe leiden dat de compressor defect raakt. Nadat u de binnen- en buitenuit hebt geïnstalleerd, moet u met een vacuümpomp de lucht en het vocht uit de koelcyclus halen, zoals hieronder afgebeeld.
Opmerking: Aangezien de systeemdruk hoog is en om het milieu te beschermen, moet u ervoor zorgen dat u het koelmiddel niet rechtstreeks in de lucht laat.
Luchtleidingen purgeren:
1. Schroef de doppen van de 2- en 3-wegs kleppen los en verwijder ze.
2. Schroef de dop van de klep voor onderhoud los en verwijder de dop.
3. Sluit de flexibele slang van de vacuümpomp aan op de klep voor onderhoud.
4. Start de vacuümpomp gedurende 10-15 minuten tot een absoluut vacuüm van 10 mm Hg wordt bereikt.
5. Terwijl de vacuümpomp nog draait, sluit u de knop voor lage druk op de verdeelinrichting van de vacuümpomp. Stop vervolgens de vacuümpomp.
6. Open de 2-wegs klep 1/4 draai, sluit ze vervolgens na 10 seconden. Controleer dat alle pakkingen goed vast zitten met vloeibare zeep of een elektronische lekdetectie.
7. Draai de steel van 2- en 3-wegs kleppen. Koppel de flexibele slang van de vacuümpomp los.
8. Vervang alle doppen van de kleppen en draai ze aan.
Loading...