Toshiba SATELLITE L10 User Manual [nl]

Page 1
TOSHIBA L10-serie
Gebruikershandleiding
Page 2
Copyright
© 2004 by TOSHIBA Corporation. Alle rechten voorbehouden. Onder de auteurswetten mag deze handleiding op geen enkele wijze worden verveelvoudigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van TOSHIBA. Met betrekking tot het gebruik van de informatie in deze handleiding wordt geen octrooirechtelijke aansprakelijkheid aanvaard.
TOSHIBA L10-serie Draagbare personal computer Gebruikershandleiding
Eerste druk december 2004 Eigendom en auteursrecht van muziek, video, computerprogramma's,
databases en dergelijke worden beschermd door de auteurswetten. Deze auteursrechtelijk beschermde materialen mogen uitsluitend worden gekopieerd voor persoonlijk gebruik thuis. Als u deze materialen, afgezien van de bovenstaande beperking, toch kopieert (ook om gegevensindelingen om te zetten) of wijzigt, overdraagt of verspreidt via internet zonder toestemming van de houders van het auteursrecht, kunt u gerechtelijk worden vervolgd voor schadevergoeding en/of gerechtelijke straffen ondergaan vanwege inbreuk op het auteursrecht of persoonlijke rechten. Houd u daarom aan de auteurswetten wanneer u dit product gebruikt om auteursrechtelijk beschermde werken te kopiëren of andere bewerkingen uit te voeren.
Houd er rekening mee dat u de auteursrechtelijk beschermde rechten van de eigenaar kunt schenden als u de functies voor het schakelen tussen beeldschermmodi (zoals breedbeeld of zoomen) van dit product gebruikt om beelden/video vergroot weer te geven in een café of hotel met als doel winst te maken of deze beelden aan het publiek aan te bieden.
TOSHIBA L10-serie
Dit product gebruikt een technologie voor copyrightbeveiliging die wordt beschermd door octrooien in de V.S. en andere intellectuele eigendomsrechten. Gebruik van deze technologie is alleen toegestaan met toestemming van Macrovision en is uitsluitend bedoeld voor privé-gebruik en weergave voor een beperkt publiek, tenzij Macrovision toestemming heeft verleend voor andere gebruiksmogelijkheden. Reverse engineering of deassembleren is verboden.
Afwijzing van aansprakelijkheid
Deze handleiding is zorgvuldig gevalideerd en nagekeken. De aanwijzingen en beschrijvingen waren correct voor draagbare personal computers uit de TOSHIBA L10-serie op het tijdstip waarop deze handleiding ter perse ging. Navolgende computers en handleidingen kunnen echter zonder kennisgeving worden gewijzigd. TOSHIBA aanvaardt dientengevolge geen aansprakelijkheid voor schade die direct of indirect voortvloeit uit fouten of omissies in de handleiding, of uit discrepanties tussen computer en handleiding.
Gebruikershandleiding ii
Page 3
Handelsmerken
Intel, Intel SpeedStep, Pentium en Celeron zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Intel Corporation.
Windows® en Microsoft zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation.
Photo CD is een handelsmerk van Eastman Kodak. TruSurround XT, WOW XT, SRS en het symbool zijn handelsmerken
van SRS Labs, Inc. De technologieën TruSurround XT, WOW XT, TruBass, SRS 3D en FOCUS
worden gebruikt onder licentie van SRS Labs, Inc. In deze handleiding wordt mogelijk verwezen naar andere handelsmerken
en gedeponeerde handelsmerken die hierboven niet zijn genoemd.
EU-verklaring van overeenstemming
Dit product is voorzien van het CE-keurmerk in overeenstemming met de relevante Europese richtlijnen, met name de Electromagnetic Compatibility Directive 89/336/EEC voor notebooks en elektronische accessoires, zoals de meegeleverde netadapter, de Radio Equipment and Telecommunications Terminal Equipment Directive 99/5/EEC in het geval van geïmplementeerde accessoires voor telecommunicatie en de Low Voltage Directive 73/23/EEC voor de meegeleverde netadapter.
De verantwoording voor de toewijzing van CE-keurmerken ligt bij TOSHIBA EUROPE GmbH, Hammfelddamm 8, 41460 Neuss, Duitsland, telefoon +49-(0)-2131-158-01.
Bezoek de volgende website voor een exemplaar van de CE-verklaring van overeenstemming: http://epps.toshiba-teg.com
TOSHIBA L10-serie
Gebruikershandleiding iii
Page 4
Modemwaarschuwing
Verklaring van overeenstemming
De apparatuur is goedgekeurd (conform Commissiebesluit “CTR21”) voor aansluiting van één toestel op het PSTN (Public Switched Telephone Network: openbaar geschakeld telefoonnetwerk) in alle Europese landen.
Als gevolg van variaties tussen de individuele PSTN’s in verschillende landen biedt deze goedkeuring niet per se een garantie voor storingsvrije werking op elke telefoonaansluiting.
Wend u in het geval van problemen in eerste instantie tot uw leverancier.
Netwerkcompatibiliteit
Dit product is ontworpen voor gebruik met de volgende netwerken en is compatibel met deze netwerken. Het is getest en voldoet aan de aanvullende voorschriften in EG 201 121.
Duitsland ATAAB AN005,AN006,AN007,AN009,AN010 en
Griekenland ATAAB AN005, AN006 en GR01, 02, 03, 04 Portugal ATAAB AN001,005,006,007,011 en P03,04,08,10 Spanje ATAAB AN005, 007, 012 en ES01 Zwitserland ATAAB AN002 Alle overige landen/
regio's Voor elk netwerk zijn specifieke switchinstellingen of een specifieke
softwareconfiguratie vereist; raadpleeg de relevante gedeelten van de gebruikershandleiding voor nadere informatie.
De hookflash-functie is onderhevig aan afzonderlijke nationale goedkeuring. Deze functie is niet getest op conformiteit met nationale voorschriften, en correcte werking van deze functie op nationale netwerken kan niet worden gegarandeerd.
TOSHIBA L10-serie
DE03,04,05,08,09,12,14,17
ATAAB AN003, 004
Gebruikershandleiding iv
Page 5
TOSHIBA L10-serie
Veiligheidsinstructies voor optische schijfstations
Vergeet niet de internationale voorzorgsmaatregelen aan het einde van deze paragraaf te lezen.
Panasonic
DVD Super Multi UJ-830
Het DVD Super Multi-station gebruikt een lasersysteem. Om te zorgen
dat dit product correct wordt gebruikt, dient u deze handleiding zorgvuldig te lezen en ter referentie bij de hand te houden. Als het apparaat ooit moet worden gerepareerd, neemt u contact op met een Authorized Toshiba Service Center.
Het gebruik van regelaars, instellingen of procedures die hier niet zijn
vermeld, kan resulteren in blootstelling aan gevaarlijke straling.
Probeer niet de kast te openen. Doet u dit wel, dan loopt u het risico
van directe blootstelling aan de laserstraal.
Gebruikershandleiding v
Page 6
TOSHIBA L10-serie
TOSHIBA SAMSUNG OPSLAGTECHNOLOGIE
DVD-ROM en CD-R/RW TS-L462A
Het DVD-ROM- & CD-R/RW-station gebruikt een lasersysteem. Om te
zorgen dat dit product correct wordt gebruikt, dient u deze handleiding zorgvuldig te lezen en ter referentie bij de hand te houden. Als het apparaat ooit moet worden gerepareerd, neemt u contact op met een Authorized Toshiba Service Center.
Het gebruik van regelaars, instellingen of procedures die hier niet zijn
vermeld, kan resulteren in blootstelling aan gevaarlijke straling.
Probeer niet de kast te openen. Doet u dit wel, dan loopt u het risico
van directe blootstelling aan de laserstraal.
Gebruikershandleiding vi
Page 7
Panasonic
DVD-ROM en CD-R/RW UJ-DA760
Het DVD-ROM- & CD-R/RW-station gebruikt een lasersysteem. Om te
zorgen dat dit product correct wordt gebruikt, dient u deze handleiding zorgvuldig te lezen en ter referentie bij de hand te houden. Als het apparaat ooit moet worden gerepareerd, neemt u contact op met een Authorized Toshiba Service Center.
Het gebruik van regelaars, instellingen of procedures die hier niet zijn
vermeld, kan resulteren in blootstelling aan gevaarlijke straling.
Probeer niet de kast te openen. Doet u dit wel, dan loopt u het risico
van directe blootstelling aan de laserstraal.
TOSHIBA L10-serie
Gebruikershandleiding vii
Page 8
Internationale voorzorgsmaatregelen
LET OP:Dit apparaat bevat een lasersysteem en is geclassificeerd als een laserproduct van klasse 1. Om te zorgen dat u dit product correct gebruikt, dient u de gebruiksaanwijzingen zorgvuldig te lezen en ter referentie bij de hand te houden. Wend u in geval van problemen met dit model tot het dichtstbijzijnde Authorized Toshiba Service Center. Probeer niet de kast te openen. Doet u dit wel, dan loopt u het risico van directe blootstelling aan de laserstraal.
VORSICHT: Dieses Gerät enthält ein Laser- System und ist als "LASERSCHUTZKLASSE 1 PRODUKT" klassifiziert. Für den richtigen Gebrauch dieses Modells lesen Sie bitte die Bedienungsanleitung sorgfältig durch und bewahren diese bitte als Referenz auf. Falls Probleme mit diesem Modell auftreten, benachrichtigen Sie bitte die nächste "autorisierte Service-Vertretung". Um einen direkten Kontakt mit dem Laserstrahl zu vermeiden darf das Gerät nicht geöffnet werden.
ADVARSEL: Denne mærking er anbragt udvendigt på apparatet og indikerer, at apparatet arbejder med laserstråler af klasse 1, hviket betyder, at der anvendes laserstrlier af svageste klasse, og at man ikke på apparatets yderside kan bilve udsat for utilladellg kraftig stråling.
APPARATET BOR KUN ÅBNES AF FAGFOLK MED SÆRLIGT KENDSKAB TIL APPARATER MED LASERSTRÅLER!
Indvendigt i apparatet er anbragt den her gengivne advarselsmækning, som advarer imod at foretage sådanne indgreb i apparatet, at man kan komme til at udsatte sig for laserstråling.
TOSHIBA L10-serie
Gebruikershandleiding viii
Page 9
TOSHIBA L10-serie
OBS!Apparaten innehåller laserkomponent som avger laserstråining överstigande gränsen för laserklass 1.
VAROITUS. Suojakoteloa si saa avata. Laite sisältää laserdiodin, joka lähetää näkymätöntä silmilie vaarallista lasersäteilyä.
LET OP:HET GEBRUIK VAN REGELAARS, INSTELLINGEN OF PROCEDURES DIE NIET IN DE GEBRUIKERSHANDLEIDING ZIJN VERMELD, KAN RESULTEREN IN BLOOTSTELLING AAN GEVAARLIJKE STRALING.
VORSICHT: DIE VERWENDUNG VON ANDEREN STEURUNGEN ODER EINSTELLUNGEN ODER DAS DURCHFÜHREN VON ANDEREN VORGÄNGEN ALS IN DER BEDIENUNGSANLEITUNG BESCHRIEBEN KÖNNEN GEFÄHRLICHE STRAHLENEXPOSITIONEN ZUR FOLGE HABEN.
Gebruikershandleiding ix
Page 10
TOSHIBA L10-serie
Algemene voorzorgsmaatregelen
TOSHIBA-computers bieden optimale veiligheid en optimaal gebruikerscomfort; bovendien zijn ze robuust, een belangrijke eigenschap voor draagbare computers. U moet echter bepaalde voorzorgsmaatregelen nemen om het risico van lichamelijk letsel of beschadiging van de computer verder te beperken.
Lees de onderstaande algemene aanwijzigen en let op de waarschuwingen die in de handleiding worden gegeven. Raadpleeg ook de Instructiegids voor veiligheid en comfort.
Blessures door overbelasting
Lees zorgvuldig de Instructiegids voor veiligheid en comfort. Hierin wordt toegelicht hoe u hand- en polsblessures als gevolg van langdurig toetsenbordgebruik kunt voorkomen. Hoofdstuk 3, Voor u begint, bevat eveneens informatie over het inrichten van de werkplek, de lichaamshouding en de verlichting, met behulp waarvan u lichamelijke overbelasting kunt reduceren.
Verhitting van computeroppervlakken
Vermijd langdurig lichamelijk contact met de computer. Indien de
computer gedurende een langere periode is gebruikt, kan het oppervlak zeer heet worden. Zelfs als de computer niet heet aanvoelt, kan langdurig lichamelijk contact (bijvoorbeeld wanneer u de computer op uw schoot of uw handen op de polssteun laat rusten) resulteren in rode plekken op de huid.
De metalen plaat die de I/O-poorten ondersteunt, kan heet worden.
Vermijd daarom rechtstreeks contact met deze plaat na langdurig computergebruik. Vermijd daarom rechtstreeks contact met deze plaat na langdurig computergebruik.
Het oppervlak van de netadapter kan heet worden wanneer deze wordt
gebruikt. Dit is normaal. Als u de netadapter wilt vervoeren, koppelt u deze los en laat u deze eerst afkoelen.
Plaats de netadapter niet op materiaal dat hittegevoelig is. Het
materiaal kan beschadigd raken.
Gebruikershandleiding x
Page 11
Algemene voorzorgsmaatregelen
Schade door druk of stoten
Zorg dat de computer niet wordt blootgesteld aan zware druk of harde stoten. Door extreme druk of stoten kunnen computeronderdelen beschadigd raken of kunnen er storingen ontstaan.
Oververhitting van PC-kaarten
Sommige PC-kaarten kunnen bij langdurig gebruik heet worden. Oververhitting van een PC-kaart kan resulteren in fouten of onstabiele werking van de PC-kaart. Ga ook voorzichtig te werk bij het verwijderen van een PC-kaart die langdurig is gebruikt.
Mobiele telefoons
Het gebruik van mobiele telefoons kan storing veroorzaken in het audiosysteem. Hoewel de werking van de computer hierdoor niet wordt beïnvloed, verdient het aanbeveling om tijdens telefoongesprekken een afstand van minimaal 30 cm te handhaven tussen de computer en de mobiele telefoon.
Afwijzing van aansprakelijkheid voor CPU-prestaties
De prestaties van de CPU (Central Processing Unit ofwel Centrale Verwerkingseenheid) in uw computer kunnen afwijken van de specificaties, onder invloed van de volgende factoren:
gebruik van bepaalde randapparaten;
gebruik van accuvoeding in plaats van netvoeding;
gebruik van bepaalde multimediaspelletjes of video's met speciale
effecten;
gebruik van standaardtelefoonlijnen of langzame netwerkverbindingen;
gebruik van complexe ontwerpsoftware, bijvoorbeeld geavanceerde
CAD-toepassingen;
gebruik van de computer in gebieden met lage luchtdruk (grote hoogte
>1000 meter boven zeeniveau);
gebruik van de computer bij temperaturen onder 5°C of boven 35°C, of
boven 25°C op grote hoogte (deze temperatuurlimieten zijn benaderingen dienen uitsluitend als richtsnoer).
De CPU-prestaties kunnen bovendien afwijken van de specificaties als gevolg van de ontwerpconfiguratie.
In bepaalde omstandigheden kan het gebeuren dat de computer wordt uitgeschakeld. Dit is een normale beschermende maatregel ter voorkoming van gegevensverlies of beschadiging van het product bij gebruik buiten de aanbevolen omstandigheden. Vermijd het risico van gegevensverlies door altijd back-ups van gegevens te maken. Dit doet u door de gegevens van tijd tot tijd op een extern opslagmedium op te slaan. Gebruik de computer alleen in de aanbevolen omstandigheden ter waarborging van optimale prestaties. Raadpleeg “Werkomgeving” in bijlage A, Specificaties, .
Neem voor nadere informatie contact op met de TOSHIBA-afdeling voor service en ondersteuning.
Gebruikershandleiding xi
Page 12
Algemene voorzorgsmaatregelen
Overeenstemming met CE-richtlijnen
Dit product en de oorspronkelijke opties zijn ontworpen conform de relevante EMC- (Elektromagnetische compatibiliteit) en veiligheidsnormen. TOSHIBA garandeert echter niet dat dit product nog steeds aan deze EMC-normen voldoet indien kabels of opties van andere leveranciers zijn aangesloten of geïmplementeerd. In dat geval moeten de personen die deze opties/kabels hebben geïmplementeerd/aangesloten, ervoor zorgen dat het systeem (pc plus opties/kabels) nog steeds aan de vereiste normen voldoet. Ter voorkoming van EMC-problemen moeten in het algemeen de volgende richtlijnen in acht worden genomen:
Alleen opties met het CE-keurmerk mogen worden aangesloten/
geïmplementeerd.
Alleen hoogwaardige afgeschermde kabels mogen worden
aangesloten.
Werkomgeving
Dit product is ontworpen conform de EMC-voorschriften (elektromagnetische compatibiliteit) voor zogeheten “commerciële, licht­industriële en woonomgevingen”.
TOSHIBA keurt het gebruik van dit product in andere werkomgevingen dan de bovengenoemde “commerciële, licht-industriële en woonomgevingen” af.
De volgende omgevingen zijn bijvoorbeeld niet veroorloofd:
industriële omgevingen (omgevingen met een netspanning >230V~)
omgevingen met medische apparatuur
auto’s
vliegtuigen
Raadpleeg de paragraaf “Aansluiting op een netwerk” als dit product met een netwerkpoort is geleverd.
Gevolgen van het gebruik van dit product in niet-geoorloofde werkomgevingen vallen niet onder de verantwoordelijkheid van TOSHIBA Europe GmbH.
Mogelijke gevolgen van het gebruik van dit product in niet-geoorloofde werkomgevingen zijn onder andere:
storing van de werking van andere apparaten of machines in de
nabijheid;
storing van de werking van dit product, mogelijk resulterend in
gegevensverlies, als gevolg van storingen die worden gegenereerd door andere apparaten of machines in de nabijheid.
TOSHIBA beveelt gebruikers dan ook met klem aan de elektromagnetische compatibiliteit van dit product vóór gebruik naar behoren te testen in alle niet-geoorloofde omgevingen. In het geval van auto’s of vliegtuigen mag dit product uitsluitend worden gebruikt nadat de fabrikant of luchtvaartmaatschappij hiervoor toestemming heeft verleend.
Verder is het in verband met algemene veiligheidsoverwegingen verboden dit product te gebruiken in omgevingen met ontploffingsgevaar.
Gebruikershandleiding xii
Page 13
Algemene voorzorgsmaatregelen
Aansluiting op een netwerk (waarschuwing Klasse A)
Als dit product netwerkcapaciteit heeft en op een netwerk wordt aangesloten, dienen stralingslimieten voor klasse A in acht te worden genomen (in overeenkomst met technische conventies). Dit betekent dat als u het product in een huishoudelijke omgeving gebruikt, storing op andere apparaten in de nabije omgeving kan optreden. Gebruik dit product daarom niet in dergelijke omgevingen (bijvoorbeeld in een huiskamer); doet u dit wel, dan kunt u verantwoordelijk worden gehouden voor hieruit voortvloeiende storing.
Informatie over het veilig beschrijven van optische media
Zelfs als de software geen problemen meldt, dient u altijd te controleren of de gegevens correct zijn opgeslagen op beschrijfbare optische media (CD­R, CD-RW en dergelijke).
Draadloos LAN en uw gezondheid
Net als andere radioapparaten stralen draadloze LAN-producten hoogfrequente (HF) elektromagnetische energie uit. Het intensiteitsniveau van de EMF-energie die door draadloze LAN-apparaten wordt uitgestraald, is echter aanzienlijk lager dan dat van andere draadloze apparaten zoals mobiele telefoons.
Aangezien draadloze LAN-producten voldoen aan de richtlijnen zoals gedefinieerd in HF-veiligheidsnormen en -aanbevelingen, is TOSHIBA van mening dat draadloos LAN veilig is voor gebruik door klanten. Deze normen en aanbevelingen vertegenwoordigen de consensus van de wetenschappelijke wereld en zijn geformuleerd door panels en commissies van wetenschappers op basis van alle actuele onderzoeksliteratuur.
In sommige situaties of omgevingen kan het gebruik van draadloze LAN­producten worden beperkt door de eigenaar van het gebouw of door de verantwoordelijke medewerkers van de organisatie. Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn in de volgende situaties:
aan boord van vliegtuigen, of
in andere omgevingen waar het risico van storing voor andere
apparaten of diensten als schadelijk wordt aangemerkt.
Als u niet zeker weet welk beleid in een bepaalde organisatie of omgeving (bijvoorbeeld een luchthaven) van toepassing is op het gebruik van draadloze apparaten, dient u om toestemming te vragen voordat u het Wireless LAN-apparaat inschakelt.
Gebruikershandleiding xiii
Page 14
Algemene voorzorgsmaatregelen
Veiligheidsinstructies voor draadloze producten
Als uw computer een draadloze functie heeft, dient u alle veiligheidsinstructies zorgvuldig te lezen en te begrijpen voordat u probeert deze functie te gebruiken.
Deze handleiding bevat de veiligheidsinstructies die moeten worden opgevolgd ter vermijding van potentiële gevaren die kunnen resulteren in lichamelijk letsel of beschadiging van de draadloze producten.
Beperking van aansprakelijkheid
TOSHIBA is niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van een aardbeving of bliksem, onopzettelijk ontstane brand, acties van derden, andere ongevallen, opzettelijke of onopzettelijke fouten van de gebruiker, misbruik of gebruik onder abnormale omstandigheden.
TOSHIBA is niet aansprakelijk voor incidentele schade (winstderving, bedrijfsonderbreking, enzovoort) ten gevolge van het gebruik of disfunctioneren van het product.
Toshiba is niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van het niet in acht nemen van de inhoud van de instructiehandleiding.
TOSHIBA is niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van foutieve bediening of vastlopen ten gevolge van het gebruik in combinatie met producten die niet aan ons bedrijf zijn gerelateerd.
Beperkingen van gebruik
Gebruik de draadloze producten niet voor het besturen van de volgende apparatuur:
Apparatuur die rechtstreeks verband houdt met de instandhouding van
levensfuncties, waaronder:
Medische apparatuur zoals ademhalingssystemen, uitrusting voor
de operatiekamer, enzovoort.
Uitlaatsystemen voor gassen, bijvoorbeeld gifgassen, en
uitlaatsystemen voor rook.
Apparatuur die dient te worden geïnstalleerd in overeenstemming
met verschillende wettelijke voorschriften, zoals brandveiligheidsvoorschriften of bouwvoorschriften, enzovoort.
Apparatuur die in relatie staat tot de bovengenoemde functies.
Apparatuur die verband houdt met de veiligheid van mensen of die van
grote invloed zijn op het veilig onderhouden van openbare functies, enzovoort. De apparatuur is niet ontworpen noch vervaardigd voor deze doeleinden.
Apparatuur voor controle van luchtverkeer, treinverkeer,
wegverkeer, scheepvaartverkeer, enzovoort.
Apparatuur voor gebruik in kerncentrales, enzovoort.
Apparatuur die in relatie staat tot de bovengenoemde functies.
Gebruikershandleiding xiv
Page 15
Algemene voorzorgsmaatregelen
WAARSCHUWING
Schakel draadloze producten UIT als u zich in een drukke omgeving, bijvoorbeeld een volle forenzentrein, bevindt.
Houd dit product op ten minste 22 cm afstand van een pacemaker. Radiogolven kunnen de werking van een pacemaker beïnvloeden en
daarmee leiden tot ademhalingsproblemen. Schakel draadloze producten UIT als u zich in een medische faciliteit of in
de nabijheid van medische elektrische apparatuur bevindt. Breng medische elektrische apparatuur niet in de nabijheid van het product.
Radiogolven kunnen de werking van medische elektrische apparatuur beïnvloeden en daarmee leiden tot ongevallen ten gevolge van disfunctioneren.
Schakel draadloze producten UIT als u zich in de nabijheid van een automatische deur, een brandalarminstallatie of andere apparatuur voor automatische controle bevindt.
Radiogolven kunnen de werking van apparatuur voor automatisch beheer beïnvloeden en daarmee leiden tot ongevallen ten gevolge van disfunctioneren.
Schakel draadloze producten NIET in als u zich in een vliegtuig bevindt of op plaatsen waar radiostoring wordt gegenereerd of kan worden gegenereerd.
Radiogolven kunnen op deze plaatsen invloed hebben en leiden tot ongevallen ten gevolge van disfunctioneren.
Let op mogelijke radiostoring of andere problemen met andere apparatuur terwijl het product wordt gebruikt. Schakel het draadloze product UIT als enige invloed merkbaar is.
Radiogolven kunnen de werking van andere apparatuur beïnvloeden en daarmee leiden tot ongevallen ten gevolge van disfunctioneren.
Als u het product in de auto gebruikt, dient u bij de leverancier van de auto te informeren of de auto voorzien is van voldoende elektromagnetische compatibiliteit (EMC).
Radiogolven veroorzaakt door het product kunnen de rijveiligheid beïnvloeden.
Afhankelijk van het model auto kan het product in zeldzame gevallen invloed hebben op de elektronische apparatuur in de auto, indien aanwezig.
Gebruikershandleiding xv
Page 16
Algemene voorzorgsmaatregelen
OPMERKING
Gebruik dit product niet in de volgende omgevingen: In de nabijheid van een magnetronoven of andere apparatuur die een
magnetisch veld genereert. In de nabijheid van plaatsen of apparaten die statische elektriciteit of
radiostoring genereren. Op plaatsen waar het product onbereikbaar is voor radiogolven
(afhankelijk van de omgeving).
Gebruikershandleiding xvi
Page 17
TOSHIBA L10-serie

Inhoudsopgave

Voorwoord
handleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . xxiii
Conventies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . xxiv
Afkortingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . xxiv
Pictogrammen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . xxiv
Toetsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . xxiv
Gebruik van toetsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . xxv
Beeldscherm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . xxv
Mededelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . xxv
Hoofdstuk 1 Inleiding
Controlelijst van apparatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1-1
Hardware . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1-1
Software . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1-2
Voorzieningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1-3
Speciale voorzieningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1-9
Hulpprogramma's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1-12
Opties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1-15
Hoofdstuk 2 Rondleiding
Voorkant met gesloten beeldscherm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-1
Linkerkant . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-2
Rechterkant. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-4
Achterkant . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-5
Onderkant . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-6
Voorkant met geopend beeldscherm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-7
Systeem- en toetsenbordlampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-9
USB-diskettestation (optioneel) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-10
Gebruikershandleiding xvii
Page 18
Ingebouwde optische stations . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-11
Regiocodes voor DVD-stations en -media . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .2-11
Beschrijfbare schijven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-12
CD's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-12
DVD's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-12
Indelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-12
DVD-ROM- en CD-R/RW-station . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-13
DVD Super Multi-station . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-13
Netadapter. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2-14
Hoofdstuk 3 Voor u begint
Uw werkplek inrichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-2
Algemene omstandigheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-2
Plaatsing van de computer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-3
Stoel en werkhouding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-3
Verlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-4
Werkgewoonten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-4
De accu-eenheid installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-5
De netadapter aansluiten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-6
Het beeldscherm openen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-7
De computer inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-8
Windows XP® installeren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-8
De computer uitschakelen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-9
Afsluitmodus (opstartmodus) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-9
Slaapstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-9
Stand-by-modus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3-11
Computer opnieuw opstarten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-13
De vooraf geïnstalleerde software herstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . 3-13
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 4 Grondbeginselen
Het touchpad gebruiken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-1
Het USB-diskettestation gebruiken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-2
Een 3,5-inch diskettestation aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-2
Een 3,5-inch diskettestation verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-3
Het optische station gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-3
Schijven laden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-4
Schijven verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-6
Audio-/videobedieningsknoppen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-8
De knoppen Volgende en Vorige . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-8
De knoppen Afspelen/Pauze en Stop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-8
Gebruikershandleiding xviii
Page 19
Inhoudsopgave
CD's beschrijven met het DVD-ROM- en CD-R/RW-station . . . . . . . 4-9
Belangrijke mededeling (DVD-ROM- en CD-R/RW-station) . . . . . . . 4-9
Vóór schrijven of herschrijven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-9
Tijdens schrijven of herschrijven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4-11
Afwijzing van aansprakelijkheid (CD-R/RW-station) . . . . . . . . . . . . .4-11
CD's/DVD's beschrijven met het DVD Super Multi-station . . . . . . . 4-12
Belangrijke mededeling (DVD Super Multi-station). . . . . . . . . . . . . 4-12
Afwijzing van aansprakelijkheid (DVD Super Multi-station) . . . . . . 4-12
Vóór schrijven of herschrijven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-13
Tijdens schrijven of herschrijven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-15
RecordNow! Basic voor TOSHIBA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-16
DLA voor TOSHIBA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-17
InterVideo WinDVD Creator Platinum installeren . . . . . . . . . . . . . . 4-17
InterVideo WinDVD Creator Platinum. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-18
Behandeling van schijven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-20
CD’s/DVD’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-20
Diskettes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-21
Geluidssysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-21
Volumeregelaar. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-21
Microfoonvolume. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-21
Modem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-22
Regioselectie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-22
Menu Eigenschappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-22
Instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-23
Modemselectie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-23
Keuze-opties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-23
Aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-24
Ontkoppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-24
Draadloos LAN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-25
Beveiliging. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-25
Schakelaar voor draadloze communicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-25
Lampje voor draadloze communicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-26
LAN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-26
Typen LAN-kabels. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-26
De LAN-kabel aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-27
De LAN-kabel ontkoppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-27
Computer schoonmaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-27
Computer verplaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-28
Gebruikershandleiding xix
Page 20
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 5
Het toetsenbord
Typemachinetoetsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5-1
F1 ... F12 functietoetsen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5-2
Softkeys: Fn-toetscombinaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5-2
Toetsen emuleren op een uitgebreid toetsenbord. . . . . . . . . . . . . . . 5-2
Sneltoetsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5-3
Fn-plaktoets . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5-5
Speciale Windows®-toetsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5-6
Geïntegreerde numerieke toetsen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5-6
De geïntegreerde numerieke toetsen inschakelen . . . . . . . . . . . . . . 5-6
Tijdelijk het gewone toetsenbord gebruiken (geïntegreerde
numerieke toetsen aan) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5-7
ASCII-tekens genereren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5-8
Hoofdstuk 6 Stroomvoorziening en spaarstanden
Stroomvoorzieningsomstandigheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-1
Aan/uit-lampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-2
Accutypen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-3
Accu-eenheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-3
RTC-batterij. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-4
Onderhoud en gebruik van de accu-eenheid. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-5
Voorzorgsmaatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-5
Accu's opladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-8
Accucapaciteit controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-9
Gebruiksduur van de accu maximaliseren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-10
Gegevens behouden bij uitschakelen van computer . . . . . . . . . . . 6-10
Levensduur van de accu verlengen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6-11
De accu-eenheid vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-12
De accu-eenheid verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-12
De accu-eenheid installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-13
Spaarstanden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-14
Windows®-hulpprogramma’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-14
Sneltoetsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-14
Uit/Inschakelen via LCD. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-14
Systeem automatisch uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6-14
Gebruikershandleiding xx
Page 21
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 7
Optionele apparaten
PC-kaart. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-2
Een PC-kaart installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-2
Een PC-kaart verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-3
Geheugenuitbreiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-4
Een geheugenmodule installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-5
Een geheugenmodule verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-6
Extra accu-eenheid. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-7
Extra netadapter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-7
USB-diskettestation . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-8
Externe monitor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-8
Tv . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-9
De resolutie wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-10
Beveiligingsslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-10
Hoofdstuk 8 Probleemoplossing
Handelwijze bij probleemoplossing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-1
Algemene controlepunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-2
Het probleem analyseren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-2
Controlelijst voor hardware en systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-3
Opstartprocedure van het systeem. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-3
Zelftest . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-4
Voeding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-4
RTC (Real Time Clock) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-6
Toetsenbord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-7
LCD-scherm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-7
Vaste schijf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-8
DVD-ROM- & CD-R/RW-station.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-8
DVD Super Multi-station . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-10
Diskettestation . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .8-11
PC-kaart . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-12
Aanwijsapparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-12
USB. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-14
Geheugenuitbreiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-15
Geluidssysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-15
Monitor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-16
Modem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-16
LAN. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-17
Draadloos LAN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-17
Printer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-18
TOSHIBA-ondersteuning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-18
Voordat u opbelt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-18
Schrijven naar TOSHIBA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8-18
Gebruikershandleiding xxi
Page 22
Inhoudsopgave
Bijlage A
Bijlage B Beeldschermcontroller en videomodi
Bijlage C Draadloos LAN
Bijlage D Netsnoer en connectoren
Bijlage E Als uw computer wordt gestolen
Specificaties
Woordenlijst
Index
Gebruikershandleiding xxii
Page 23
TOSHIBA L10-serie

Voorwoord

Gefeliciteerd met uw nieuwe computer uit de TOSHIBA L10-serie. Deze krachtige, hoogpresterende notebook staat garant voor jarenlang betrouwbaar computergebruik en biedt uitstekende uitbreidingsmogelijkheden, bijvoorbeeld voor multimedia-apparaten.
In deze handleiding wordt uitgelegd hoe u uw computer uit de TOSHIBA L10-serie gebruiksklaar maakt en ermee aan de slag gaat. Verder wordt gedetailleerde informatie gegeven over het configureren van de computer, elementaire bewerkingen en onderhoud, het gebruik van optionele apparaten en probleemoplossing.
Als u nog nooit een computer hebt gebruikt of nog nooit met een portable hebt gewerkt, leest u eerst de hoofdstukken Inleiding en Rondleiding om uzelf vertrouwd te maken met de voorzieningen, onderdelen en accessoires van de computer. Vervolgens leest u Voor u begint voor stapsgewijze instructies voor het gebruiksklaar maken van de computer.
Bent u een ervaren computergebruiker, dan leest u dit voorwoord verder door om inzicht te krijgen in de indeling van deze handleiding, waarna u de handleiding kunt doorbladeren om ermee vertrouwd te raken. Besteed met name aandacht aan de paragraaf Specificaties in de Inleiding om kennis te maken met de voorzieningen die bijzonder of uniek zijn voor de computers. Als u PC-kaarten gaat installeren of externe apparaten zoals een monitor gaat aansluiten, dient u hoofdstuk 7, Optionele apparaten, te lezen.

handleiding

Deze handleiding bestaat uit de volgende negen hoofdstukken, zeven bijlagen, een woordenlijst en een index.
Hoofdstuk 1, Inleiding, biedt een overzicht van de voorzieningen, mogelijkheden en opties van de computer.
In hoofdstuk 2, Rondleiding, worden de onderdelen van de computer geïdentificeerd en kort toegelicht.
In hoofdstuk 3, Voor u begint, wordt beknopt uitgelegd hoe u met de computer aan de slag gaat en worden tips gegeven over veiligheid en het inrichten van uw werkplek.
Gebruikershandleiding xxiii
Page 24
Hoofdstuk 4, Grondbeginselen, bevat aanwijzingen voor het gebruik van de volgende apparaten en functies: touchpad, optioneel USB-diskettestation, audio-/videobedieningsknoppen, geluidssysteem, optische stations, modem, draadloze communicatie en LAN. U krijgt ook tips voor het onderhoud van de computer en het omgaan met diskettes en CD's/DVD's.
In hoofdstuk 5, Het toetsenbord, worden speciale toetsenbordfuncties beschreven, zoals de geïntegreerde numerieke toetsen en de sneltoetsen.
Hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en spaarstanden, biedt informatie over de voedingsbronnen en energiebesparingsmodi van de computer.
In hoofdstuk 7, Optionele apparaten, wordt beschreven welke optionele hardware beschikbaar is.
Hoofdstuk 8, Probleemoplossing, biedt nuttige informatie over het uitvoeren van diagnostische tests en suggesties voor de beste handelwijze als de computer niet correct lijkt te werken.
De bijlagen verschaffen technische informatie over de computer. De Woordenlijst bevat definities van algemene computertermen en
acroniemen die in de tekst worden gebruikt. Met behulp van de Index kunt u snel informatie in deze handleiding
opzoeken.

Conventies

In deze handleiding worden de volgende notatieconventies gebruikt voor het beschrijven, identificeren en markeren van termen en bedieningsprocedures.
Voorwoord

Afkortingen

Wanneer een afkorting voor het eerst wordt gebruikt, wordt deze gevolgd door een verklaring (al dan niet tussen haakjes). Bijvoorbeeld: ROM (Read Only Memory). Acroniemen worden tevens gedefinieerd in de woordenlijst.

Pictogrammen

Pictogrammen identificeren poorten, regelaars en andere delen van de computer. Het paneel met systeemlampjes gebruikt tevens pictogrammen ter aanduiding van de onderdelen waarover het informatie verschaft.

Toetsen

De toetsenbordtoetsen worden in de tekst gebruikt ter beschrijving van een aantal computerbewerkingen. De toetsopschriften die op het toetsenbord te zien zijn, worden in een ander lettertype gedrukt. Enter duidt bijvoorbeeld de Enter-toets aan.
Gebruikershandleiding xxiv
Page 25

Gebruik van toetsen

Voor sommige bewerkingen moet u tegelijkertijd twee of meer toetsen indrukken. Dergelijke bewerkingen worden aangeduid door een plusteken (+) tussen de toetsopschriften. Zo betekent Ctrl + C dat u op C moet drukken terwijl u Ctrl ingedrukt houdt. Als er drie toetsen worden gebruikt, houdt u de eerste twee ingedrukt en drukt u tegelijkertijd op de derde.
Voorwoord
ABC Als in procedures een actie moet worden
uitgevoerd, zoals het klikken op een pictogram of het invoeren van tekst, wordt de naam van het pictogram of wordt de tekst die moet worden ingevoerd, weergegeven in het lettertype dat hier links is afgebeeld.

Beeldscherm

S ABC
De namen van vensters en pictogrammen, en door de computer gegenereerde tekst die op het beeldscherm verschijnt, worden in het links weergegeven lettertype gedrukt.

Mededelingen

Mededelingen worden in deze handleiding gebruikt om u attent te maken op belangrijke informatie. Elk type mededeling wordt aangeduid zoals hieronder wordt geïllustreerd.
Attentie! In dit soort mededelingen wordt u gewaarschuwd dat incorrect gebruik van apparatuur of het negeren van instructies kan resulteren in gegevensverlies of beschadiging van de apparatuur.
Opmerking. Een opmerking is een tip of aanwijzing die u helpt de apparatuur optimaal te gebruiken.
Duidt op een potentieel gevaarlijke situatie die bij veronachtzaming van de instructies kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel.
Gebruikershandleiding xxv
Page 26
TOSHIBA L10-serie

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat een controlelijst van de apparatuur en beschrijft de voorzieningen, opties en accessoires van de computer.
Sommige voorzieningen die in deze handleiding worden toegelicht, functioneren wellicht niet correct als u een besturingssysteem gebruikt dat niet vooraf door TOSHIBA is geïnstalleerd.

Controlelijst van apparatuur

Verwijder de computer voorzichtig uit de verpakking. Berg de doos en het verpakkingsmateriaal op voor toekomstig gebruik.
Hardware
Controleer of u de volgende items hebt:
TOSHIBA L10-serie Draagbare personal computer
universele netadapter en netsnoer
modemkabel (optioneel, afhankelijk van het gekochte model)
Hoofdstuk 1
U moet de accu installeren voordat u deze computer kunt gebruiken. Raadpleeg de paragraaf De accu-eenheid installeren in hoofdstuk 3, Voor
u begint.
Gebruikershandleiding 1-1
Page 27
Software
Windows® XP Home Edition of Professional
De volgende software is vooraf geïnstalleerd:
®
Microsoft
modemstuurprogramma
beeldschermstuurprogramma voor Windows®
TOSHIBA Hulpprogramma’s
stuurprogramma voor draadloos LAN (kan alleen worden gebruikt
voor modellen met draadloos LAN)
geluidsstuurprogramma voor Windows
DVD-videospeler
LAN-stuurprogramma
stuurprogramma voor het aanwijsapparaat
TOSHIBA Gebruikershandleiding
TOSHIBA Console
TOSHIBA ConfigFree
TOSHIBA Aanraken en starten
TOSHIBA-hulpprogramma Touchpad aan/uit
TOSHIBA PC-diagnoseprogramma
TOSHIBA-hulpprogramma Zoom
Er is mogelijk andere software vooraf geïnstalleerd, afhankelijk van het gekochte model.
Windows® XP Home Edition of Professional
®
Inleiding
Documentatie
TOSHIBA L10-serie Gebruikershandleiding
TOSHIBA L10 Aan de slag *
Instructiegids voor veiligheid en comfort
Garantie-informatie
Backupmedia en extra software
Schijf Productherstel
CD-ROM Tools & hulpprogramma's *
CD met extra software *
* geeft een optioneel onderdeel aan dat afhangt van het gekochte model. Als een of meer items ontbreken of beschadigd zijn, neemt u onmiddellijk
contact op met uw dealer.
Gebruikershandleiding 1-2
Page 28

Voorzieningen

Dankzij de geavanceerde LSI- en CMOS-technologie (Large Scale Integration- en Complementary Metal-Oxide Semiconductor-technologie) van TOSHIBA is de computer compact, licht van gewicht, uiterst betrouwbaar en energiezuinig. Deze computer biedt de volgende voorzieningen en voordelen:
Processor
Inleiding
Ingebouwd
De computer is uitgerust met een Intel processor.
Intel® Celeron® M-processor met ingebouwd Level 2-cachegeheugen van 1 MB.
Intel® Celeron® M-processor 350 (1,3 GHz) of hoger.
Wellicht worden in de toekomst andere processors uitgebracht
®
-
Geheugen
Sleuven In de geheugensleuven kunnen twee optionele
geheugenmodules van 256 MB of 512 MB worden geïnstalleerd voor een maximaal systeemgeheugen van 1 GB.
Voordat u een nieuwe geheugenmodule van 512 MB installeert, dient u reeds geïnstalleerde geheugenmodules te verwijderen.
Video-RAM Maximaal 64 MB RAM voor videoweergave.
Gebruikershandleiding 1-3
Page 29
Inleiding
Aan/uit
Accu-eenheid De computer wordt van stroom voorzien door
een oplaadbare lithium-ion accu-eenheid (4300 mAh).
RTC-batterij De computer bevat een interne batterij voor de
interne RTC (Real Time Clock) en kalender.
Netadapter De universele netadapter voorziet het systeem
van stroom en laadt de accu’s op wanneer deze opraken. De adapter wordt geleverd met een verwisselbaar netsnoer.
Aangezien de netadapter universeel is, ondersteunt hij netspanningen tussen 100 en 240 volt; de uitgangsstroom varieert echter al naar gelang het model. Gebruik van het verkeerde model netadapter kan resulteren in beschadiging van de computer. Raadpleeg de paragraaf Netadapter in hoofdstuk 2,
Rondleiding,.
Schijfstations
Vaste schijf Beschikbaar in twee grootten:
37,26 GB (40,0 miljard bytes)
55,88 GB (60,0 miljard bytes)
Wellicht komen in de toekomst andere vaste schijven beschikbaar.
USB-diskettestation (optioneel)
Computers in deze serie kunnen worden geconfigureerd met een ingebouwd optisch station. In de volgende tabel worden de beschikbare optische stations beschreven.
Gebruikershandleiding 1-4
Dit station ondersteunt 3,5-inch diskettes met een capaciteit van 1,44 MB of 720 KB. Het station wordt aangesloten op een USB-poort.
Page 30
Inleiding
DVD-ROM- & CD-R/ RW-station.
DVD Super Multi­station
Sommige modellen zijn uitgerust met een DVD­ROM- en CD-R/RW-stationsmodule van volledige grootte waarmee u CD’s/DVD’s zonder adapter kunt uitvoeren. De maximale leessnelheid is 8-speed voor DVD-ROM’s en 24-speed voor CD-ROM’s. De maximale schrijfsnelheid is 24-speed voor CD-R’s en CD-RW’s. Dit station ondersteunt de volgende indelingen:
CD-R
CD-RW
DVD-ROM
DVD-video
CD-DA
CD-Text
Photo CD™ (single/multi-sessie)
CD-ROM Mode 1, Mode 2
CD-ROM XA Mode 2 (Form1, Form2)
Enhanced CD (CD-EXTRA)
Sommige modellen zijn uitgerust met een DVD Super Multi-stationsmodule van volledige grootte waarmee u zonder adapter gegevens op herschrijfbare CD's/DVD's kunt vastleggen en CD’s/DVD's van 12 cm (4,72 inch) of 8 cm (3,15 inch) cm kunt lezen. De maximale leessnelheid is 8-speed voor DVD-ROM’s en 24-speed voor CD-ROM’s. CD-R's kunnen worden geschreven op 24-speed,
CD-RW's op 10-speed, DVD-R's op maximaal 8-speed en DVD-RW's op maximaal 4-speed. De maximale schrijfsnelheid voor DVD+R's bedraagt 8-speed en voor DVD+RW's 4-speed.
DVD-RAM's worden geschreven op maximaal 3-speed. Dit station ondersteunt dezelfde indelingen als het DVD-RW- en CD-R/RW-station en ondersteunt daarnaast de volgende indelingen.
DVD+R
DVD+RW
DVD-RAM
DVD-R
DVD-RW
Gebruikershandleiding 1-5
Page 31
Inleiding
Beeldscherm
Het LCD-scherm van de computer ondersteunt videobeelden met hoge resolutie. Het scherm kan in diverse standen worden gezet voor maximaal comfort en optimale leesbaarheid.
Ingebouwd 15-inch XGA TFT-scherm, 16 miljoen kleuren,
met de volgende resolutie: XGA, 1024 horizontale × 768 verticale pixels
Grafische controller Grafische controller voor optimale
beeldschermprestaties. Raadpleeg de paragraaf
Beeldschermcontroller en videomodi in bijlage B, Beeldschermcontroller en videomodi, voor meer
informatie.
Toetsenbord
Ingebouwd 84 of 85 toetsen, compatibel met IBM uitgebreid
toetsenbord, geïntegreerde numerieke toetsen, vaste cursorbesturingstoetsen, en de toetsen
en . Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.
Aanwijsapparaat
Ingebouwd touchpad Met het touchpad en de besturingsknoppen in de
polssteun kunt u de schermaanwijzer verplaatsen en door de inhoud van vensters schuiven.
Poorten
Externe monitor De 15-pens analoge VGA-poort ondersteunt
Universal Serial Bus (USB 2.0)
VESA DDC2B-compatibele functies.
De USB 2.0-compatibele poorten van de computer ondersteunen gegevensoverdrachtsnelheden die veertigmaal hoger liggen dan die van de USB 1.1-norm. (De poorten ondersteunen tevens USB 1.1.)
Sleuven
PC-kaart De PC-kaartsleuf biedt ruimte voor een PC-kaart
van 5 mm (Type II).
Gebruikershandleiding 1-6
Page 32
Multimedia
Geluidssysteem Het geluidssysteem, dat compatibel is met
Windows® Sound System, bestaat uit luidsprekers en aansluitingen voor een externe microfoon en hoofdtelefoon.
Inleiding
Video-out­aansluiting (S-Video)
Via de video-out-aansluiting kunt u videogegevens naar externe apparaten zenden. De gegevensuitvoer is afhankelijk van het type apparaat dat aan de S-Video-kabel is gekoppeld. (Niet alle modellen ondersteunen deze functie.)
Audio-/ videobedienings­knoppen
Met de audio-/videobedieningsknoppen kunt u het optische station van de computer gebruiken. U kunt de knoppen tevens gebruiken om
Windows
®
Media Player en de audio-CD- of DVD-videospeler van de computer te besturen wanneer het systeem is ingeschakeld.
Hoofdtelefoon­aansluiting
Microfoon­aansluiting
Via deze aansluiting worden analoge audiosignalen uitgevoerd.
Op de 3,5-mm mini-microfoonaansluiting kan een drie-aderige miniplug voor mono­microfooninvoer worden aangesloten.
Communicatie
Modem De ingebouwde modem voorziet in gegevens- en
faxcommunicatie en ondersteunt V.90 (V.92). De snelheid van gegevens- en faxverzending is afhankelijk van de toestand van de analoge telefoonlijn. Het modem heeft een modempoort voor aansluiting op een telefoonlijn. V.92 wordt uitsluitend in de VS, Canada, Australië, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk ondersteund. In andere gebieden is alleen V.90 beschikbaar.
Gebruikershandleiding 1-7
Page 33
Inleiding
LAN De computer biedt ingebouwde ondersteuning
voor Ethernet LAN (10 megabits per seconde, 10BASE-T) en Fast Ethernet LAN (100 megabits per seconde, 100BASE-Tx).
Draadloos LAN De functie voor draadloos LAN is niet op alle
modellen beschikbaar. Als deze functie wel aanwezig is, ondersteunt deze de B- en G­standaard, maar is deze ook compatibel met andere LAN-systemen die zijn gebaseerd op de Direct Sequence Spread Spectrum/Orthogonal Frequency Division Multiplexing-radiotechnologie die voldoet aan de IEEE 802.11-standaard.
Automatische selectie van de
verzendsnelheid in het verzendbereik 54, 48, 36, 24, 18, 12, 9 en 6 Mbit/s (IEEE 802.11g)
Automatische selectie van de
verzendsnelheid in het verzendbereik 11, 5,5, 2 en 1 Mbit/s (IEEE 802.11b)
Zwerven (roaming) over meerdere kanalen
Kaartenergiebeheer
WEP-gegevenscodering (WEP = Wired
Equivalent Privacy), gebaseerd op 128-bits coderingsalgoritme
AES-gegevenscodering (AES = Advanced
Encryption Standard), gebaseerd op het 128-bits coderingsalgoritme.
Gebruikershandleiding 1-8
Page 34
Software
Inleiding
Besturingssysteem
TOSHIBA Hulpprogramma’s
Plug en Play Wanneer u een extern apparaat op de computer

Speciale voorzieningen

De volgende voorzieningen zijn uniek voor TOSHIBA-computers of zijn geavanceerde voorzieningen die het gebruik van de computer vergemakkelijken.
Houd er rekening mee dat bij de beschrijving van het starten van bepaalde speciale functies wordt uitgegaan van de categorieweergave van
Configuratiescherm. De beschrijving verschilt voor de klassieke weergave.
®
Windows Professional Edition en TOSHIBA Hulpprogramma’s en stuurprogramma’s vooraf op de vaste schijf geïnstalleerd. Raadpleeg de paragraaf Software aan het begin van dit hoofdstuk.
Een aantal hulp- en stuurprogramma’s is vooraf geïnstalleerd om het gebruik van de computer te vergemakkelijken. Raadpleeg de paragraaf
Hulpprogramma's in dit hoofdstuk.
aansluit of een onderdeel installeert, stelt de Plug en Play-capaciteit het systeem in staat om de verbinding te herkennen en automatisch de nodige configuratiewijzigingen aan te brengen.
XP Home Edition of Windows® XP
Sneltoetsen Door middel van deze toetscombinaties kunt u de
Geïntegreerde numerieke toetsen
Gebruikershandleiding 1-9
systeemconfiguratie snel wijzigen zonder een programma voor systeemconfiguratie te hoeven gebruiken.
Het toetsenbord heeft tien geïntegreerde numerieke toetsen. Raadpleeg de paragraaf
Geïntegreerde numerieke toetsen in hoofdstuk 5,
Het toetsenbord, voor informatie over het gebruik van deze toetsen.
Page 35
Inleiding
Wachtwoord voor opstarten
Er zijn twee niveaus van wachtwoordbeveiliging: supervisor en gebruiker. Hierdoor kunt u voorkomen dat onbevoegden uw computer gebruiken.
Als u een supervisorwachtwoord wilt instellen, dubbelklikt u op TOSHIBA Console op het bureaublad. Klik op de tab Beveiliging en start het hulpprogramma Supervisorwachtwoord.
Als u een gebruikerswachtwoord wilt instellen, klikt u op Start, Configuratiescherm, Printers en andere hardware, TOSHIBA HWSetup. Op het tabblad Wachtwoord kunt u een gebruikerswachtwoord instellen.
Directe beveiliging Met de sneltoets Fn + F1kunt u het scherm
leegmaken en de computer blokkeren; deze functie dient voor gegevensbeveiliging.
Beeldscherm automatisch uitschakelen
Met deze functie wordt de stroom naar het interne beeldscherm automatisch stopgezet als het toetsenbord of aanwijsapparaat een bepaalde tijd niet is gebruikt. De stroomvoorziening wordt hersteld zodra een toets wordt ingedrukt of het aanwijsapparaat wordt gebruikt. U stelt de tijdsduur in door te klikken op Start, Configuratiescherm, Prestaties en onderhoud, Energiebeheer. Op het tabblad Energiebeheerschema's kunt u een tijdsduur instellen voor Beeldscherm
uitschakelen.
Vaste schijf automatisch uitschakelen
Met deze functie wordt de stroom naar de vaste schijf automatisch stopgezet als gedurende een bepaalde tijd geen vasteschijfactiviteit heeft plaatsgevonden. De stroomvoorziening wordt hersteld zodra de vaste schijf wordt gebruikt. U stelt de tijdsduur in door te klikken op Start,
Configuratiescherm, Prestaties en onderhoud, Energiebeheer. Op het tabblad Energiebeheerschema's kunt u een tijdsduur instellen voor Vaste schijven uitschakelen.
Gebruikershandleiding 1-10
Page 36
Inleiding
Systeem stand-by/in slaapstand
Intelligente stroomvoorziening
Energiebesparings­modus
In-/uitschakelen via LCD
Automatische slaapstand bij lage acculading
Met deze functie wordt het systeem automatisch op stand-by of in de slaapstand gezet als een bepaalde tijd lang geen invoer of hardwareactiviteit heeft plaatsgevonden. U stelt de tijdsduur in door te klikken op Start,
Configuratiescherm, Prestaties en onderhoud, Energiebeheer. Op het tabblad Energiebeheerschema's kunt u een tijdsduur instellen voor Systeem op stand-by of Systeem in slaapstand.
Een microprocessor in de intelligente stroomvoorziening van de computer detecteert de acculading en berekent de resterende accucapaciteit. De microprocessor beschermt de elektronische onderdelen tevens tegen ongewone omstandigheden, zoals extreme spanningspieken vanuit een voedingsbron. U controleert de resterende accucapaciteit door te klikken op Start, Configuratiescherm, Prestaties en onderhoud, Energiebeheer en vervolgens op de tab Energiemeter.
Met deze voorziening kunt u accu-energie besparen. U stelt de energiebesparingsmodus in door te klikken op Start, Configuratiescherm, Prestaties en onderhoud, Energiebeheer. Op het tabblad Energiebeheerschema's kunt u een modus kiezen onder Energiebeheerschema's.
Met deze functie wordt de stroom naar de computer uitgeschakeld wanneer het LCD­scherm wordt gesloten, en weer ingeschakeld zodra het scherm wordt geopend. Selecteer een instelling door te klikken op Start,
Configuratiescherm, Prestaties en onderhoud, Energiebeheer en het tabblad Geavanceerd.
Als de acculading zover is gedaald dat u de computer niet meer kunt gebruiken, wordt automatisch de slaapstand geactiveerd en wordt het systeem afgesloten. Selecteer een instelling door te klikken op Start, Configuratiescherm, Prestaties en onderhoud, Energiebeheer en het tabblad Waarschuwingen.
Gebruikershandleiding 1-11
Page 37
Slaapstand Met deze functie kunt u de stroom uitschakelen
Stand-by Als u uw werk moet onderbreken, kunt u de

Hulpprogramma's

In dit gedeelte worden vooraf geïnstalleerde hulpprogramma’s beschreven en wordt toegelicht hoe u de programma’s start. Raadpleeg de online handleiding, de Help-bestanden of het bestand Leesmij.txt bij elk hulpprogramma voor informatie over bewerkingen.
Houd er rekening mee dat bij de beschrijving van het starten van bepaalde hulpprogramma's wordt uitgegaan van de categorieweergave van
Configuratiescherm. De beschrijving verschilt voor de klassieke weergave.
Inleiding
zonder de software te hoeven sluiten. De inhoud van het hoofdgeheugen wordt op de vaste schijf opgeslagen, en wanneer u de computer weer aanzet, kunt u uw werk hervatten op de plaats waar u was opgehouden. Raadpleeg de paragraaf De computer uitschakelen in hoofdstuk 3, Voor u begint, voor meer informatie.
computer uitschakelen zonder de software te hoeven sluiten: de gegevens worden bewaard in het hoofdgeheugen van de computer. Wanneer u de computer weer aanzet, kunt u uw werk hervatten op de plaats waar u was opgehouden.
TOSHIBA Console TOSHIBA Console is een grafische
HW Setup Met dit programma kunt u uw hardware-
DVD-videospeler De DVD-videospeler wordt gebruikt om DVD-
Gebruikershandleiding 1-12
gebruikersinterface waarmee u gemakkelijk toegang tot Help en services kunt verkrijgen.
instellingen aanpassen aan uw werkwijzen en de randapparaten die u gebruikt. U start het hulpprogramma door te klikken op Start en op
Configuratiescherm. Klik op Configuratiescherm, Printers en andere hardware en vervolgens op het pictogram TOSHIBA HW Setup.
video’s af te spelen. Het programma bevat een scherminterface en functies. Klik op Start, wijs Alle programma's en InterVideo WinDVD aan en klik op InterVideo WinDVD.
Page 38
Inleiding
TOSHIBA­hulpprogramma Zoom
Met dit hulpprogramma kunt u de pictogrammen op het bureaublad of in het toepassingsvenster vergroten of verkleinen.
U start het TOSHIBA-hulpprogramma Zoom door te klikken op Start. Selecteer Alle programma's, TOSHIBA en Hulpprogramma's en klik tot slot op Zoom.
RecordNow! Basic voor TOSHIBA
U kunt CD's/DVD's in verschillende indelingen maken: audio-CD's die op een gewone stereo­CD-speler kunnen worden afgespeeld, en data­CD's voor het opslaan van de bestanden en mappen op uw vaste schijf. Deze software kan worden gebruikt op een model met een DVD-ROM- en CD-R/RW-station of een DVD Super Multi-station.
DLA voor TOSHIBA DLA (Drive Letter Access ofwel
stationslettertoegang) is het pakketschrijfprogramma waarmee bestanden en/ of mappen via een stationsletter naar een DVD+RW-, DVD-RW- of CD-RW-schijf kunnen worden geschreven, op dezelfde manier als naar een diskette of andere verwisselbare schijven.
TOSHIBA PC­diagnoseprogramma
Het TOSHIBA PC-diagnoseprogramma toont basisinformatie over de pc en test ingebouwde apparaten. U start het TOSHIBA PC­diagnoseprogramma door te klikken op Start. Wijs vervolgens Alle programma’s, TOSHIBA en Hulpprogramma’s aan en klik op PC-
diagnoseprogramma.
TOSHIBA ConfigFree ConfigFree is een programmapakket waarmee
communicatieapparaten en netwerkverbindingen op simpele wijze kunnen worden beheerd. Met ConfigFree kunt u tevens communicatieproblemen opsporen en profielen maken waarmee u eenvoudig tussen locaties en communicatienetwerken kunt schakelen.
U start ConfigFree door te klikken op Start. Selecteer vervolgens Alle programma's, TOSHIBA en Hulpprogramma's en klik tot slot op ConfigFree.
Gebruikershandleiding 1-13
Page 39
Inleiding
TOSHIBA­hulpprogramma Touchpad aan/uit
TOSHIBA Aanraken en starten
Als u op Fn + F9 drukt, wordt de touchpadfunctie in- of uitgeschakeld. Wanneer u op deze sneltoets drukt, wordt de huidige instelling veranderd en als pictogram weergegeven.
Het hulpprogramma TOSHIBA Aanraken en starten vergemakkelijkt diverse touchpadtaken. TOSHIBA Aanraken en starten komt van pas als u het volgende wilt doen:
een bestand openen waarvan het
bureaubladpictogram achter een venster schuilgaat;
Een pagina in het menu Favorieten
van Internet Explorer openen.
een lijst weergeven met actieve vensters en
een ander venster activeren.
TOSHIBA Aanraken en starten biedt tevens de volgende functies door aanpassing van de instellingen.
een bestand openen dat in een vooraf
gedefinieerde map is opgeslagen;
snel uw veelgebruikte toepassingen starten.
U start TOSHIBA Aanraken en starten door te klikken op Start. Selecteer Alle programma's, TOSHIBA en Hulpprogramma's en klik tot slot op Aanraken en starten.
Gebruikershandleiding 1-14
Page 40

Opties

Inleiding
U kunt uw computer nog krachtiger en gebruikersvriendelijker maken door een aantal opties toe te voegen. Raadpleeg hoofdstuk 7, Het toetsenbord, voor meer informatie. De volgende opties zijn beschikbaar:
Geheugenuit­breiding
Accu-eenheid U kunt een extra accu-eenheid bij uw TOSHIBA-
Netadapter Als u de computer regelmatig op verschillende
USB-diskettestation Een 3,5-inch diskettestation ondersteunt
U kunt gemakkelijk een geheugenmodule van 256 MB, 512 MB of 1.024 MB (PC2100/PC2700 DDR) in de computer installeren. (De PC2700 werkt op dezelfde manier als de PC2100)
dealer kopen. U kunt deze als reserve-exemplaar of ter vervanging gebruiken.
Accu-eenheid (4300 mAh)
locaties gebruikt, is het wellicht een goed idee om voor elke locatie een extra netadapter te kopen: u hoeft de adapter dan niet telkens mee te nemen.
diskettes van 1,44 megabyte of 720 kilobyte. Het station wordt aangesloten op een USB-poort. (In
Windows XP formatteren, maar u kunt wel reeds geformatteerde diskettes gebruiken.)
®
kunt u diskettes van 720 KB niet
Gebruikershandleiding 1-15
Page 41
TOSHIBA L10-serie
Hoofdstuk 2

Rondleiding

In dit hoofdstuk worden de verschillende onderdelen van de computer geïdentificeerd. Maak uzelf vertrouwd met elk onderdeel voordat u met de computer aan de slag gaat.

Voorkant met gesloten beeldscherm

De volgende afbeelding illustreert de voorkant van de computer met het beeldscherm gesloten.
Luidspreker Beeldschermv
Voorkant van de computer met gesloten beeldscherm
Luidsprekers Via de luidsprekers kunt u het geluid horen dat
Beeldscherm­vergrendeling
Gebruikershandleiding 2-1
ergrendeling
door uw software wordt gegenereerd, en de geluidssignalen die door het systeem worden gegenereerd, bijvoorbeeld als de accu bijna leeg is.
Deze vergrendelingsschuif zet het LCD-scherm vast wanneer dit gesloten is. Duw de vergrendelingsschuif opzij om het beeldscherm te openen.
Schakelaar voor
draadloze
communicatie
Luidspreker
Page 42
Rondleiding
Schakelaar voor draadloze communicatie
Zet de schakelaar in vliegtuigen en ziekenhuizen op uit. Controleer het lampje voor draadloze activiteit. Het lampje brandt niet wanneer de functie voor draadloze communicatie is uitgeschakeld.

Linkerkant

De volgende afbeelding illustreert de linkerkant van de computer.
Poort voor externe monitor
Poort voor externe
monitor
Druk hierop om de functie voor draadloos LAN in of uit te schakelen. (Niet beschikbaar op alle modellen.)
Luchtopeningen
USB-poorten Microfoon-
De linkerkant van de computer
Hoofdtelefoonaansluiting
aansluiting
PC-kaartsleuf
Op deze 15-pens poort kunt u een extern beeldscherm aansluiten. De analoge VGA-poort ondersteunt VESA DDC2B-compatibele functies.
Luchtopeningen De luchtopeningen dienen om de CPU te
beschermen tegen oververhitting.
Zorg dat de luchtopeningen niet worden geblokkeerd en dat er geen voorwerpen, zoals spelden of soortgelijke voorwerpen, in terechtkomen die de schakelingen van de computer kunnen beschadigen.
Gebruikershandleiding 2-2
Page 43
Rondleiding
Universal Serial Bus­poorten (USB 2.0)
Er bevinden zich twee USB-poorten aan de linkerkant. De poorten zijn compatibel met USB
2.0, waarmee gegevens veertigmaal sneller worden overgezet dan met USB 1.1. De poorten ondersteunen ook USB 1.1.) Zorg dat er geen voorwerpen in de USB-aansluitingen terechtkomen. Een speld of soortgelijk voorwerp kan de schakelingen van de computer beschadigen. Niet alle functies van alle USB­apparaten zijn getest. Daarom werken sommige niet-geteste apparaten van andere fabrikanten mogelijk niet correct.
Microfoon­aansluiting
Op de 3,5-mm mini-microfoonaansluiting kan een drie-aderige miniplug voor mono­microfooninvoer worden aangesloten.
Hoofdtelefoon­aansluiting
Via deze aansluiting worden analoge audiosignalen uitgevoerd.
PC Card-sleuf De PC-kaartsleuf biedt ruimte voor een PC-kaart
van 5 mm (Type II). De sleuf ondersteunt 16-bits PC-kaarten en CardBus-PC-kaarten.
Gebruikershandleiding 2-3
Page 44

Rechterkant

De volgende afbeelding illustreert de rechterkant van de computer.
Rondleiding
ODD-lampje
UitwerpknopNooduitwerpknop Vast optisch station
De rechterkant van de computer
Vast optisch station De computer is uitgerust met een optisch-
stationsmodule van volledige grootte waarin u schijven van 12 cm (4,72 inch) of 8 cm (3,15 inch) zonder adapter kunt gebruiken. Raadpleeg het gedeelte Ingebouwde optische stations in dit hoofdstuk voor technische specificaties voor elk station, en hoofdstuk 4,
Grondbeginselen, voor informatie over het
gebruik van het station en het omgaan met schijven.
De volgende stations zijn beschikbaar:
DVD-ROM- en CD-R/RW-station
DVD Super Multi-station
Uitwerpknop
Druk hierop om de stationslade te openen.
Nooduitwerpknop Druk op deze knop om de stationslade
handmatig te openen indien het station op onverklaarbare wijze blokkeert of niet meer reageert.
ODD-lampje Het ODD-lampje brand amber wanneer de
computer toegang heeft tot het optische station.
Gebruikershandleiding 2-4
Page 45

Achterkant

De volgende afbeelding illustreert de achterkant van de computer (deze verschilt per model).
Gelijkstroomingang (19 V)
USB-poort
Rondleiding
Modemaansluiting
Video-out-aansluiting
Universal Serial Bus­poort (USB 2.0)
Gelijkstroomingang (19 V)
Achterkant van de computer
Op de rechterkant bevindt zich een USB-poort. Raadpleeg de paragraaf Linkerkant voor details.
Op deze ingang wordt de netadapter aangesloten. Gebruik alleen het model
LAN-aansluiting
netadapter dat bij de computer is geleverd. Gebruik van de verkeerde adapter kan resulteren in beschadiging van de computer.
Video-out­aansluiting
Koppel een S-Video-kabel aan deze poort voor de uitvoer van videosignalen. De S-Video-kabel verzendt videosignalen. (Niet beschikbaar op alle modellen.)
Modempoort In gebieden waarin standaard een interne
modem is geïnstalleerd, beschikt u over een modempoort waarmee u de modem via een modulaire kabel rechtstreeks op een telefoonlijn kunt aansluiten.
Bij onweer dient u de modemkabel uit de
telefoonaansluiting te verwijderen.
Sluit de modem niet op een digitale
telefoonlijn aan. Hierdoor zal de modem schade oplopen.
LAN-poort Via deze poort kunt u de computer op een LAN
aansluiten. De adapter biedt ingebouwde ondersteuning voor Ethernet LAN (10 megabits per seconde, 10BASE-T) en Fast Ethernet LAN (100 megabits per seconde, 100BASE-Tx). Raadpleeg hoofdstuk 4, Grondbeginselen, voor meer informatie.
Gebruikershandleiding 2-5
Page 46

Onderkant

De volgende afbeelding illustreert de onderkant van de computer. Zorg dat het beeldscherm gesloten is voordat u de computer ondersteboven zet.
grendeling
geheugen-
draadloos
Accuver-
(1)
Afdek­plaatje
module
Afdek­plaatje
voor
LAN
Accu-eenheid Accuontgrendelingsschuif (2)
De onderkant van de computer
Rondleiding
Luchtop eningen
Accuvergrendeling (1)
Accuontgrendelings­schuif (2)
Duw deze schuif opzij, zodat de accu-eenheid verwijderd kan worden.
Duw deze schuif opzij en houd de schuif vast om de accu-eenheid vrij te geven. Raadpleeg hoofdstuk 6, Stroomvoorziening en
spaarstanden, voor uitgebreide informatie over
het verwijderen van de accu-eenheden.
Accu-eenheid De accu-eenheid voorziet de computer van
stroom wanneer de netadapter niet is aangesloten. Raadpleeg hoofdstuk 6,
Stroomvoorziening en spaarstanden, voor
uitgebreide informatie over de accu-eenheid.
Afdekplaatje geheugenmodule
Dit plaatje beschermt de twee geheugenmodulesleuven. Bij levering is de computer uitgerust met één module. Raadpleeg de paragraaf Geheugenuitbreiding in hoofdstuk 7, Optionele apparaten, .
Gebruikershandleiding 2-6
Page 47
Rondleiding
Afdekplaatje voor draadloos LAN
Dit plaatje beschermt de Wireless LAN-sleuf en de Wireless LAN-kaart indien deze is geïnstalleerd. (Niet alle modellen ondersteunen deze functie.)
Luchtopeningen De luchtopeningen dienen om de CPU te
beschermen tegen oververhitting.

Voorkant met geopend beeldscherm

Deze paragraaf beschrijft de voorkant van de computer met geopend beeldscherm. Raadpleeg de desbetreffende illustratie voor details. Om het beeldscherm te openen duwt u de vergrendelingsschuif op de voorkant van het beeldscherm opzij en kantelt u het scherm omhoog. Zet het scherm in een stand waar u er goed zicht op hebt.
Toetsenbord-
lampjes
Aan/uit-knop
videobedienings-
Audio-/
knoppen
Touchpad-
Systeemlampjes
Beeldscherm
Beeldschermscharnier
Bedieningsknoppen voor touchpad
De voorkant van de computer met geopend beeldscherm
Aan/uit-knop Schakelt de computer in en uit en zet deze in en
uit de slaapstand.
Systeemlampjes Via deze lampjes controleert u de status van
verschillende computerfuncties (acculading, stroom, draadloze activiteit, activiteit van de vaste schijf, status van CapsLock en NumLock). Meer informatie vindt u in de paragraaf Systeemlampjes.
Gebruikershandleiding 2-7
Page 48
Rondleiding
Audio-/ videobedienings­knoppen
Knop Vorige : Vorig(e) nummer/hoofdstuk/ gegevens afspelen
Knop Volgende : Volgend(e) nummer/ hoofdstuk/gegevens afspelen.
Knop Afspelen/Pauze : Het afspelen starten of onderbreken.
Knop Stop : Stopt het afspelen. Raadpleeg hoofdstuk 4, Grondbeginselen.
Beeldscherm­scharnier
Het beeldschermscharnier zorgt dat het scherm in de gewenste stand blijft staan.
Beeldscherm Het LCD toont contrastrijke tekst en
afbeeldingen. Raadpleeg de paragraaf
Beeldschermcontroller en videomodi in bijlage B, Beeldschermcontroller en videomodi,. Als de
computer door de accu wordt gevoed, ziet het scherm er niet zo helder uit als bij gebruik van de netadapter. Het lagere helderheidsniveau dient om accu-energie te besparen.
Touchpad Met het touchpad in het midden van de polssteun
kunt u de schermaanwijzer verplaatsen.
Bedieningsknoppen voor touchpad
Hiermee kunt u menuopties selecteren en bewerkingen uitvoeren op tekst en afbeeldingen die u met de schermaanwijzer hebt geselecteerd. Raadpleeg de paragraaf Het touchpad gebruiken in hoofdstuk 4, Grondbeginselen,.
Gebruikershandleiding 2-8
Page 49

Systeem- en toetsenbordlampjes

Rondleiding
Ingebouwde vaste schijf Caps Lock NumLock
Systeem- en toetsenbordlampjes voor geïntegreerde toetsen
Draadloze activiteit
Aan/uit
Accu
Aan/uit Het aan/uit-lampje brandt groen als de computer
aan staat. Als u Stand-by selecteert in het venster Uitschakelen, knippert dit lampje oranje (één seconde aan, twee seconden uit) terwijl de computer wordt afgesloten.
Accu Het acculampje geeft de lading van de accu aan:
groen betekent volledig opgeladen, oranje betekent dat de accu wordt opgeladen en knipperend oranje betekent dat de accu bijna leeg is. Raadpleeg hoofdstuk 6,
Stroomvoorziening en spaarstanden.
Draadloze activiteit Geeft de activiteit van het draadloze LAN aan en
geeft aan of de functie voor draadloos LAN is in­of uitgeschakeld. Niet beschikbaar op alle modellen.
Ingebouwde vaste schijf/optisch station
Het lampje voor de ingebouwde vaste schijf of het optische station brandt groen terwijl de computer toegang heeft tot de vaste schijf of het optische station.
Gebruikershandleiding 2-9
Page 50
Caps Lock Dit lampje brandt groen als de
hoofdlettervergrendeling is ingeschakeld voor lettertoetsen.
Rondleiding
NumLock Als het Numerieke modus-lampje groen brandt,
kunt u de geïntegreerde numerieke toetsen (de toetsen met de grijze opschriften) gebruiken om cijfers in te voeren. Raadpleeg de paragraaf
Geïntegreerde numerieke toetsen in hoofdstuk 5, Het toetsenbord,.

USB-diskettestation (optioneel)

Een optioneel 3,5-inch diskettestation ondersteunt diskettes van 1,44 megabyte of 720 kilobyte. Het station wordt aangesloten op de USB-poort.
Diskette-
activiteitslampje
Diskette­activiteitslampje
Diskettesleuf Plaats een diskette in deze sleuf.
Uitwerpknop Wanneer een diskette volledig in het station is
Diskettesleuf Uitwerpknop
USB-diskettestation
Dit lampje gaat branden wanneer gegevens van de diskette worden gelezen of ernaar worden geschreven.
geplaatst, komt de uitwerpknop omhoog. U verwijdert een diskette door op de uitwerpknop te drukken: de diskette wordt een stukje uitgeschoven en kan worden verwijderd.
Controleer het lampje voor disketteactiviteit wanneer u het diskettestation gebruikt. U mag niet op de uitwerpknop drukken of de computer uitschakelen terwijl het lampje brandt. Doet u dit wel, dan loopt u het risico van gegevensverlies en beschadiging van de diskette of het station.
Gebruikershandleiding 2-10
Page 51
Gebruik het externe diskettestation op een plat, horizontaal oppervlak.
Plaats het station tijdens gebruik niet op een vlak dat meer dan 20o helt.
Plaats geen voorwerpen op het diskettestation.

Ingebouwde optische stations

De computer is uitgerust met een van de volgende optische stations: DVD-ROM- en CD-R/RW- of DVD Super Multi-stations. Voor het aansturen van CD-/DVD-ROM’s wordt een ATAPI-interfacecontroller gebruikt. Zodra de computer toegang verkrijgt tot een CD/DVD, gaat het lampje op het station branden.
Regiocodes voor DVD-stations en -media
DVD-ROM- en CD-R/RW-stations en het DVD Super Multi-station en de bijbehorende media worden vervaardigd conform de specificaties van zes verkoopgebieden. Om problemen bij het afspelen van DVD-video's te voorkomen dient u bij de aanschaf van DVD-video-schijven te controleren of de schijven geschikt zijn voor uw station.
Code Regio
1 Canada, Verenigde Staten
2 Japan, Europa, Zuid-Afrika, Midden-Oosten
Rondleiding
3 Zuid-Oost-Azië, Oost-Azië
4 Australië, Nieuw Zeeland, Stille-Oceaaneilanden,
Midden-Amerika, Zuid-Amerika, Caribisch gebied
5 Rusland, Indisch subcontinent, Afrika, Noord-
6 China
Gebruikershandleiding 2-11
Korea, Mongolië
Page 52
Beschrijfbare schijven
In deze paragraaf worden de verschillende soorten beschrijfbare CD's en DVD's beschreven. Controleer in de specificaties van uw station welke schijftypen kunnen worden beschreven. Gebruik RecordNow! voor het beschrijven van CD's. Raadpleeg hoofdstuk 4, Grondbeginselen.
CD's
Beschrijfbare CD's (CD-R's) kunnen slechts eenmaal worden
beschreven. De opgenomen gegevens kunnen niet worden gewist of veranderd.
CD-RW- ofwel CD-Rewritable-schijven kunnen meermaals worden
beschreven. Gebruik multispeed CD-RW's (1x, 2x of 4x) of high-speed schijven (4x tot 10x). De schrijfsnelheid van ultra-speed CD-RW's is maximaal 24-speed. (Ultra-speed wordt alleen ondersteund door het DVD-ROM- en CD-R/RW-station.)
DVD's
Beschrijfbare DVD's (DVD-R's) kunnen slechts eenmaal worden
beschreven. De opgenomen gegevens kunnen niet worden gewist of veranderd.
Herschrijfbare DVD-RW-schijven kunnen meerdere malen worden
beschreven.
DVD-RAM-schijven kunnen meerdere malen worden beschreven.
DVD+R-schijven kunnen slechts eenmaal worden beschreven. De
opgenomen gegevens kunnen niet worden gewist of veranderd.
DVD+RW-schijven kunnen meermaals worden beschreven.
Rondleiding
Indelingen
De stations ondersteunen de volgende indelingen:
DVD-ROM
CD-DA
Photo CDTM (single/multi-sessie)
CD-ROM XA Mode 2 (Form1, Form2)
CD-R
DVD-video
CD-Text
CD-ROM Mode 1, Mode 2
Enhanced CD (CD-EXTRA)
CD-RW
Gebruikershandleiding 2-12
Page 53
DVD-ROM- en CD-R/RW-station
In de DVD-ROM- en CD-R/RW-stationsmodule van volledige grootte kunt u zonder adapter gegevens op herschrijfbare CD's vastleggen en CD’s/ DVD’s van 12 cm (4,72 inch) of 8 cm (3,15 inch) lezen.
In het midden van een schijf is de leessnelheid lager dan aan de rand.
DVD lezen 8-speed (maximaal) CD lezen 24-speed (maximaal) CD-R schrijven 24-speed (maximaal) CD-RW schrijven 24-speed (maximaal, ultra-speed media)
DVD Super Multi-station
In de DVD Super Multi-stationsmodule van volledige grootte kunt u zonder adapter gegevens op herschrijfbare CD's/DVD's vastleggen en CD’s/DVD’s van 12 cm (4,72 inch) of 8 cm (3,15 inch) lezen.
In het midden van een schijf is de leessnelheid lager dan aan de rand.
DVD lezen 8-speed (maximaal) DVD-R schrijven 8-speed (maximaal) DVD-RW schrijven 4-speed (maximaal) DVD+R schrijven 8-speed (maximaal) DVD+RW schrijven 4-speed (maximaal) DVD-RAM schrijven 3-speed (maximaal) CD lezen 24-speed (maximaal) CD-R schrijven 24-speed (maximaal) CD-RW schrijven 10-speed (maximaal, high-speed media)
Rondleiding
Gebruikershandleiding 2-13
Page 54

Netadapter

De netadapter zet wisselstroom om in gelijkstroom en reduceert de spanning die aan de computer wordt geleverd. De netadapter kan zich automatisch aanpassen aan elke spanning tussen 100 en 240 volt en aan een frequentie van 50 of 60 hertz, waardoor u de computer in praktisch elk land of gebied kunt gebruiken.
U laadt de accu op door de netadapter eenvoudig aan te sluiten op een voedingsbron en op de computer. Raadpleeg hoofdstuk 6,
Stroomvoorziening en spaarstanden, voor meer informatie.
Rondleiding
De netadapter
Gebruik alleen de netadapter die bij de computer is geleverd of een
equivalente optionele adapter. Gebruik van de verkeerde adapter kan resulteren in beschadiging van de computer. In dergelijke gevallen aanvaardt TOSHIBA geen aansprakelijkheid voor schade.
Gebruik alleen de netadapter die bij de computer is geleverd, of een
equivalente, compatibele netadapter. Gebruik van andere typen netadapters (mogelijk met een andere spanning) kan resulteren in beschadiging van de computer, storingen en/of gegevensverlies. TOSHIBA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, computerstoringen of gegevensverlies veroorzaakt door het gebruik van een incompatibele adapter.
Gebruik alleen de netadapter die als accessoire is meegeleverd. Andere netadapters hebben een ander voltage en een andere uitgangspolariteit, en kunnen heet worden, rook produceren of zelfs beschadigingen of brand veroorzaken.
Gebruikershandleiding 2-14
Page 55
TOSHIBA L10-serie

Voor u begint

Dit hoofdstuk verschaft basisinformatie aan de hand waarvan u met uw computer aan de slag kunt. De volgende onderwerpen worden behandeld:
Uw werkplek inrichten — met het oog op uw gezondheid en veiligheid
Raadpleeg ook de handleiding Veiligheidsinstructies. In deze gids wordt productaansprakelijkheid toegelicht.
De accu-eenheid installeren
De netadapter aansluiten
Het beeldscherm openen
De computer inschakelen
®
Windows XP
De computer uitschakelen
Computer opnieuw opstarten
De vooraf geïnstalleerde software herstellen
installeren
Hoofdstuk 3
Lees in elk geval de paragraaf Windows XP® installeren.
Gebruikershandleiding 3-1
Page 56

Uw werkplek inrichten

Het is voor uzelf en voor de computer belangrijk om een comfortabele werkplek in te richten. Een slechte werkomgeving of ongunstige werkgewoonten kunnen resulteren in ongemak of ernstige RSI-blessures aan handen of polsen of andere gewrichten. Ook voor het functioneren van de computer is het van belang dat de omgeving in orde is. In dit gedeelte komen de volgende onderwerpen aan de orde:
Algemene omstandigheden
Plaatsing van de computer
Stoel en werkhouding
Verlichting
Werkgewoonten
Algemene omstandigheden
Een werkomgeving waarin u zich prettig voelt, is in het algemeen ook geschikt voor de computer. Lees echter het volgende om te controleren of uw werkplek aan de eisen voldoet.
Zorg voor voldoende ventilatie door genoeg ruimte vrij te laten rond de
computer.
Zorg dat het netsnoer is aangesloten op een gemakkelijk toegankelijk
stopcontact dicht bij de computer.
De omgevingstemperatuur moet tussen 5 en 30° C liggen en de
relatieve vochtigheid tussen 20 en 80 procent.
Vermijd plaatsen waar plotselinge of extreme temperatuurs- of
vochtigheidsveranderingen kunnen optreden.
Houd de computer stof- en vochtvrij en vermijd blootstelling aan direct
zonlicht.
Houd de computer uit de buurt van warmtebronnen, bijvoorbeeld
elektrische kachels.
Houd vloeistoffen of bijtende chemische stoffen uit de buurt van de
computer.
Plaats de computer niet in de buurt van voorwerpen die sterke
magnetische velden genereren (bijvoorbeeld stereoluidsprekers).
Sommige interne computeronderdelen en gegevensopslagmedia
kunnen door magneten worden beschadigd. Houd de computer uit de buurt van magnetische voorwerpen. Wees voorzichtig met voorwerpen die sterke magnetische velden genereren, bijvoorbeeld stereoluidsprekers. Wees tevens voorzichtig met metalen voorwerpen (bijvoorbeeld armbanden): dergelijke voorwerpen kunnen per ongeluk worden gemagnetiseerd.
Houd mobiele telefoons uit de buurt van de computer.
Blokkeer de luchtopeningen niet en laat genoeg ventilatieruimte vrij.
Voor u begint
Gebruikershandleiding 3-2
Page 57
Plaatsing van de computer
Plaats de computer en randapparaten zodanig dat comfort en veiligheid gewaarborgd zijn.
Plaats de computer op een vlak oppervlak, op een hoogte en afstand
die voor u comfortabel zijn.
Het beeldscherm mag niet hoger zijn dan op oogniveau, om vermoeide
ogen te voorkomen.
Plaats de computer zodanig dat deze direct vóór u staat wanneer u
werkt en zorg dat u voldoende ruimte hebt om eventuele andere apparaten te bedienen.
Zorg voor voldoende ruimte achter de computer, zodat u de stand van
het beeldscherm naar wens kunt bijstellen. Het scherm moet zo staan dat u er optimaal zicht op hebt, met minimale reflectie.
Als u een papierstandaard gebruikt, dient u deze op ongeveer dezelfde
hoogte en afstand te zetten als de computer.
Stoel en werkhouding
De hoogte van uw stoel in verhouding tot de computer en het toetsenbord, en de steun die de stoel biedt, zijn belangrijke factoren bij het verminderen van de werkbelasting. Hanteer de volgende richtlijnen (zie ook de volgende afbeelding).
Voor u begint
Onder ooghoogte
hoeken van
90°
Voetsteun
Werkhouding en plaatsing van de computer
Plaats uw stoel zodanig dat het toetsenbord zich ter hoogte van uw
ellebogen of iets lager bevindt. U moet gemakkelijk kunnen typen met uw schouders ontspannen.
Uw knieën moeten iets hoger zijn dan uw heupen. Gebruik zo nodig
een voetsteun om uw knieën omhoog te brengen en de druk op de achterkant van uw dijen te verminderen.
Gebruikershandleiding 3-3
Page 58
Zorg dat de rugleuning uw onderrug steunt.
Zit rechtop, zodat uw knieën, heupen en ellebogen een hoek van
ongeveer 90 graden vormen wanneer u werkt. Buig niet te ver voorover en leun niet te ver naar achteren.
Verlichting
Juiste verlichting kan de leesbaarheid van de monitor verbeteren en vermoeidheid van de ogen verminderen.
Plaats de computer op een positie waar het scherm geen zonlicht of fel
kunstlicht kan weerkaatsen. Gebruik vensters van getint glas, jaloezieën of zonneschermen om fel zonlicht te weren.
Plaats de computer niet vóór een fel licht dat direct in uw ogen kan
schijnen.
Gebruik zo mogelijk zachte, indirecte verlichting op uw werkplek.
Gebruik een lamp om uw documenten of bureau te verlichten, maar zorg dat het licht niet in uw ogen schijnt of door het scherm wordt weerkaatst.
Werkgewoonten
Om ongemak of spierblessures te voorkomen is het van essentieel belang dat u uw werkzaamheden afwisselt. Probeer uw werkdag zodanig in te delen dat u een aantal verschillende taken hebt te verrichten. Als u lange periodes achter de computer moet zitten, kunt u overbelasting voorkomen en uw efficiëntie verbeteren door uw dagelijkse routine te doorbreken.
Zit in een ontspannen houding. Goede plaatsing van uw stoel en
apparatuur (zie de aanwijzingen eerder in dit hoofdstuk) kan spierklachten in schouders en nek verminderen en rugpijn helpen voorkomen.
Verander regelmatig van houding.
Sta nu en dan op en strek uw spieren of doe een paar oefeningen.
Oefen en strek een aantal maal per dag uw handen en polsen.
Kijk regelmatig weg van de computer en richt uw ogen een aantal
seconden (bijvoorbeeld 30 seconden per kwartier) op een voorwerp in de verte.
Neem regelmatig korte pauzes in plaats van een of twee lange pauzes,
bijvoorbeeld twee of drie minuten per half uur.
Laat uw ogen regelmatig testen en ga direct naar een dokter als u
vermoedt dat u last hebt van een RSI-blessure.
Er is een aantal boeken verkrijgbaar over ergonomie en RSI (Repetitive Strain Injuries) of RSS (Repetitive Stress Syndrome). Voor nadere informatie over deze onderwerpen of over oefeningen voor RSI-gevoelige lichaamsdelen zoals handen en polsen kunt u terecht bij uw bibliotheek of boekhandel. Raadpleeg ook de Instructiegids voor veiligheid en comfort bij de computer.
Voor u begint
Gebruikershandleiding 3-4
Page 59

De accu-eenheid installeren

Voer de volgende stappen uit om een accu te installeren.
De accu-eenheid bestaat uit een lithium-ion batterij. Indien de batterij
onjuist wordt vervangen, gebruikt, gehanteerd of afgedankt, bestaat ontploffingsgevaar. Houd u bij het afdanken van de accu aan de plaatselijke verordeningen of voorschriften. Gebruik alleen accu’s die door TOSHIBA zijn aanbevolen.
Raak de ontgrendelingsschuif van de accuhouder niet aan terwijl u de
computer vasthoudt. Als u de schuif per ongeluk opzij duwt, komt de accu te vallen en kunt u zich bezeren.
Druk niet op de aan/uit-knop voordat u de accu-eenheid installeert.
1. Schakel de computer uit.
2. Ontkoppel alle kabels van de computer.
3. Plaats de accu-eenheid. De accuontgrendlingsschuif (2) klikt op zijn plaats.
4. Zet de accuvergrendeling (1) vast om ervoor te zorgen dat de accu op zijn plaats wordt vergrendeld. Als u de accu later wilt verwijderen, moet u eerst deze vergrendeling opheffen.
Voor u begint
Accuontgrendelingsschuif (2)
Accuvergrendeling
(1)
De accu-eenheid vastzetten
Raadpleeg de paragraaf De accu-eenheid verwijderen in hoofdstuk 6,
Stroomvoorziening en spaarstanden, voor instructies over het verwijderen
van de accu-eenheid.
Gebruikershandleiding 3-5
Page 60

De netadapter aansluiten

Sluit de netadapter aan wanneer u de accu moet opladen of via de netvoeding wilt werken. Dit is tevens de snelste manier om met de computer aan de slag te gaan, omdat de accu-eenheid eerst moet worden opgeladen voordat u de computer hiermee van stroom kunt voorzien.
De netadapter kan worden aangesloten op elk stopcontact dat tussen 100 en 240 volt, en 50 of 60 hertz levert. Raadpleeg hoofdstuk 6,
Stroomvoorziening en spaarstanden, voor informatie over het opladen van
de accu-eenheid met de netadapter.
Gebruik alleen de netadapter die als accessoire is meegeleverd. Andere netadapters hebben een ander voltage en een andere uitgangspolariteit, en kunnen heet worden, rook produceren of zelfs beschadigingen of brand veroorzaken.
Gebruik alleen de netadapter die bij de computer is geleverd of een
equivalente, compatibele netadapter. Gebruik van een incompatibele adapter kan resulteren in beschadiging van de computer. TOSHIBA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade die is veroorzaakt door het gebruik van een incompatibele adapter.
Wanneer u de netadapter op de computer aansluit, dient u de stappen
exact in de hier beschreven volgorde uit te voeren. Het aansluiten van het netsnoer op een stopcontact moet de laatste stap zijn. Als u deze handeling in een eerder stadium verricht, kan de gelijkstroomuitgangsstekker van de netadapter onder stroom komen te staan, waardoor u het risico van een elektrische schok of persoonlijk letsel loopt. Raak voor de veiligheid geen metalen onderdelen aan.
Voor u begint
1. Sluit het netsnoer aan op de netadapter.
Het netsnoer aansluiten op de netadapter
Gebruikershandleiding 3-6
Page 61
2. Plaats de gelijkstroomuitgangsstekker van de netadapter in de gelijkstroomingang (DC IN 19V) op de achterkant van de computer.
De adapter op de computer aansluiten
3. Sluit het netsnoer op een wandcontactdoos aan.

Het beeldscherm openen

Het LCD-scherm kan in een aantal standen worden gezet voor optimaal kijkgemak.
1. Schuif de schermvergrendeling op de voorkant van de computer naar rechts.
2. Kantel het scherm omhoog en zet het in de stand waar u er het beste zicht op hebt.
Wees voorzichtig wanneer u het beeldscherm opent en sluit. Als u het te ruw opent of dichtklapt, bestaat het risico dat u de computer beschadigt.
Voor u begint
Het beeldscherm openen
Gebruikershandleiding 3-7
Page 62

De computer inschakelen

In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de computer inschakelt.
Nadat u de computer voor het eerst hebt ingeschakeld, dient u hem niet uit te zetten voordat het besturingssysteem is geïnstalleerd. Raadpleeg de paragraaf Windows XP® installeren.
1. Als het optionele externe diskettestation is aangesloten, controleer dan of dit leeg is. Als het station een diskette bevat, drukt u op de uitwerpknop en verwijdert u de diskette.
2. Open het beeldscherm.
3. Houd de aan/uit-knop van de computer twee tot drie seconden ingedrukt.
Voor u begint
De computer inschakelen

Windows XP® installeren

Wanneer u de computer voor het eerst inschakelt, verschijnt het opstartscherm van Microsoft® Windows® XP Home Edition of Professional
Edition. Volg de aanwijzingen op het scherm.
Vergeet niet om de Windows-gebruiksrechtovereenkomst zorgvuldig door te lezen.
Gebruikershandleiding 3-8
Page 63

De computer uitschakelen

U kunt de computer uitschakelen in een van de volgende modi: afsluitmodus (ofwel opstartmodus), slaapstand of stand-by-modus.
Afsluitmodus (opstartmodus)
Wanneer u de computer uitschakelt in de afsluitmodus, worden er geen gegevens opgeslagen; bij het opstarten van de computer wordt het hoofdscherm van het besturingssysteem weergegeven.
1. Als u gegevens hebt ingevoerd, slaat u deze op de vaste schijf of op een diskette op.
2. Controleer of er geen schijfactiviteit meer plaatsvindt en verwijder vervolgens de CD/DVD of diskette.
Let erop dat de lampjes van de vaste schijf en van het optische station uit zijn. Als u de computer uitzet terwijl er nog schijfactiviteit plaatsvindt, loopt u het risico dat gegevens verloren gaan of de schijf beschadigd raakt.
3. Klik op start en vervolgens op Computer uitschakelen. Klik in het venster Computer uitschakelen op Uitschakelen.
4. Schakel eventuele randapparaten uit.
Schakel de computer of randapparaten niet meteen weer in. Wacht even tot alle condensatoren volledig zijn ontladen.
Voor u begint
Slaapstand
De slaapstand zorgt ervoor dat de inhoud van het geheugen wordt opgeslagen wanneer de computer wordt uitgeschakeld. De volgende keer dat de computer wordt aangezet, wordt de vorige toestand hersteld. De status van randapparaten wordt niet door de slaapfunctie opgeslagen.
Sla uw gegevens op. Wanneer de slaapstand wordt geactiveerd, wordt
de inhoud van het geheugen op de vaste schijf opgeslagen. U kunt uw gegevens voor de zekerheid echter het beste handmatig opslaan.
Als u de accu verwijdert of de netadapter ontkoppelt voordat het
opslagproces is voltooid, gaan gegevens verloren. Wacht tot het schijflampje uitgaat.
Wanneer de computer in de slaapstand is, dient u geen
geheugenmodule te installeren of te verwijderen. Doet u dit toch, dan gaan gegevens verloren.
Gebruikershandleiding 3-9
Page 64
Voor u begint
Voordelen van de slaapstand
De slaapstand biedt de volgende voordelen.
Wanneer de computer automatisch wordt afgesloten omdat de accu
bijna leeg is, worden gegevens op de vaste schijf opgeslagen.
Als u de computer wilt kunnen afsluiten in de slaapstand, moet u de slaapstandfunctie op het tabblad Slaapstand van Energiebeheer inschakelen.
Anders wordt de computer in de stand-by-modus afgesloten wanneer de accu bijna leeg is. Als de accu leeg raakt, gaan de gegevens die in de stand-by-modus zijn opgeslagen, verloren.
Na het inschakelen van de computer kunt u direct naar uw vorige
werkomgeving terugkeren.
De functie bespaart stroom door het systeem af te sluiten wanneer
geen hardwareactiviteit plaatsvindt of de computer geen invoer ontvangt in de tijdsduur die is ingesteld met de functie Systeem in slaapstand.
U kunt de functie Uitschakelen via LCD gebruiken.
De slaapstand starten
U kunt de slaapstand ook activeren door op Fn + F4 te drukken. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.
Voer de volgende stappen uit om de slaapstand in te schakelen:
1. Klik op start.
2. Selecteer Computer uitschakelen.
3. Open het dialoogvenster Computer uitschakelen. Slaapstand wordt niet weergegeven.
4. Druk op de Shift-toets. De optie Stand-by verandert in Slaapstand.
5. Selecteer Slaapstand.
Automatische slaapstand
Wanneer u op de aan/uit-knop drukt of het beeldscherm sluit, wordt de computer automatisch in de slaapstand gezet. Eerst dient u echter de juiste instellingen te definiëren door de volgende stappen uit te voeren.
1. Open het Configuratiescherm.
2. Open Prestaties en onderhoud en vervolgens Energiebeheer.
3. Open het tabblad Slaapstand in het dialoogvenster Eigenschappen
voor Energiebeheer, schakel het selectievakje Slaapstand inschakelen in en klik op de knop Toepassen.
4. Klik op OK.
Gebruikershandleiding 3-10
Page 65
Gegevensopslag in de slaapstand
Zodra u de computer in de slaapstand afsluit, worden de gegevens uit het geheugen op de vaste schijf opgeslagen, wat enkele ogenblikken zal duren. Gedurende deze periode brandt het schijflampje.
Nadat u de computer hebt uitgeschakeld en de geheugeninhoud op de vaste schijf is opgeslagen, dient u eventuele randapparaten uit te schakelen.
Schakel de computer of randapparaten niet meteen weer in. Wacht even tot alle condensatoren volledig zijn ontladen.
Stand-by-modus
Als u uw werk moet onderbreken, kunt u de computer uitschakelen zonder de software te hoeven sluiten: de gegevens worden bewaard in het hoofdgeheugen van de computer. Wanneer u de computer weer aanzet, kunt u uw werk hervatten op de plaats waar u was opgehouden.
Wanneer de netadapter is aangesloten, wordt de computer op stand-by
gezet conform de instellingen in het dialoogvenster Energiebeheer.
Als u de computer uit de stand-by-modus wilt halen, drukt u op de aan/
uit-knop of op een willekeurige toets. De laatste methode werkt alleen als Activering op toetsenbord is ingeschakeld in HW Setup.
Als de computer automatisch op stand-by wordt gezet terwijl een
netwerktoepassing actief is, wordt deze toepassing mogelijk niet hersteld wanneer de computer uit de stand-by-modus wordt gehaald.
Als u wilt voorkomen dat de computer automatisch op stand-by wordt
gezet, schakelt u Stand-by uit in Energiebeheer. Hierna is de computer echter niet langer compatibel met de Energy Star-richtlijnen.
Voor u begint
Vergeet niet uw gegevens op te slaan alvorens de computer op stand-
by te zetten.
Wanneer de computer in de stand-by-modus staat, dient u geen
geheugenmodule te installeren of te verwijderen. Doet u dit toch, dan bestaat het risico dat de computer of de module schade oploopt.
Verwijder de accu-eenheid niet terwijl de computer in de stand-by-
modus is (tenzij de computer op een stopcontact is aangesloten). In dat geval zullen gegevens in het geheugen verloren gaan.
Als u de computer meeneemt aan boord van een vliegtuig of in een
ziekenhuis, dient u de computer af te sluiten in de slaapstand of afsluitmodus om verstoring van radiosignalen te voorkomen.
Gebruikershandleiding 3-11
Page 66
Voor u begint
Voordelen van stand-by-modus
De stand-by-modus biedt de volgende voordelen:
De vorige werkomgeving wordt sneller hersteld dan met de slaapstand.
De functie bespaart energie door het systeem af te sluiten wanneer
geen hardwareactiviteit plaatsvindt of de computer geen invoer ontvangt in de tijdsduur die is ingesteld met de stand-by-functie van het systeem.
U kunt de functie Uitschakelen via LCD gebruiken.
De stand-by-modus inschakelen
U kunt de stand-by-modus op een van de volgende drie manieren activeren:
1. Klik op Start, vervolgens op Computer uitschakelen en ten slotte op Stand-by.
2. Sluit het beeldscherm.
3. Druk op de aan/uit-knop.
Wanneer u de computer weer inschakelt, kunt u uw werk hervatten op het punt waar u was opgehouden toen u de computer afsloot.
U kunt de stand-by-modus ook activeren door op Fn + F3 te drukken. Raadpleeg hoofdstuk 5, Het toetsenbord, voor meer informatie.
Wanneer de computer in de stand-by-modus wordt afgesloten, gaat het
aan/uit-lampje oranje knipperen.
Als u de computer via de accu gebruikt, kunt u de gebruiksduur
verlengen door af te sluiten in de slaapstand, aangezien de stand-by­modus meer energie gebruikt.
Beperkingen van de stand-by-modus
In de volgende omstandigheden werkt de stand-by-modus niet:
De computer wordt onmiddellijk na het afsluitproces weer aangezet.
Geheugenschakelingen zijn blootgesteld aan statische elektriciteit of
elektrische ruis.
Gebruikershandleiding 3-12
Page 67

Computer opnieuw opstarten

In bepaalde gevallen dient u het systeem opnieuw op te starten. Bijvoorbeeld:
als u bepaalde computerinstellingen hebt gewijzigd;
als er een fout optreedt en de computer niet reageert op
toetsenbordopdrachten.
Er zijn drie manieren om de computer opnieuw in te stellen:
1. Klik op start en vervolgens op Computer uitschakelen. Klik in het venster Computer uitschakelen op Opnieuw starten.
2. Druk op Ctrl + Alt + Del om selecteer vervolgens Afsluiten en Opnieuw starten.
3. Druk op de aan/uit-knop en houd deze knop circa vijf seconden ingedrukt. Wacht 10 tot 15 seconden en schakel de computer vervolgens weer in door op de aan/uit-knop te drukken.
Windows®
Taakbeheer te openen en

De vooraf geïnstalleerde software herstellen

Als vooraf geïnstalleerde bestanden beschadigd zijn, gebruikt u de schijf Productherstel om de bestanden te herstellen.
Het complete systeem herstellen
Voer de volgende stappen uit om het besturingssysteem en alle vooraf geïnstalleerde software te herstellen.
Voor u begint
Wanneer u het Windows®-besturingssysteem opnieuw installeert, wordt de vaste schijf opnieuw geformatteerd, waardoor alle gegevens erop verloren gaan.
1. Plaats de schijf Productherstel in het optische station en schakel de computer uit.
2. Druk op F12 zodra In Touch with Tomorrow TOSHIBA wordt weergegeven.
3. Gebruik de pijltoets omhoog of omlaag om het CD-ROM-/DVD-ROM­station te selecteren.
4. Volg de aanwijzingen op het scherm.
5. Als uw computer werd geleverd met andere geïnstalleerde software, kunt u deze software niet herstellen via de schijf Productherstel. Installeer deze toepassingen (bijvoorbeeld Works Suite, DVD-speler of spelletjes) zo nodig apart vanaf andere media.
Gebruikershandleiding 3-13
Page 68
Voor u begint
TOSHIBA-hulpprogramma’s en -stuurprogramma’s herstellen
Als Windows naar behoren werkt, kunnen stuurprogramma’s of toepassingen afzonderlijk worden hersteld. De CD-ROM Toshiba Tools & hulpprogramma's bevat exemplaren van de stuurprogramma's en toepassingen die in de fabriek op uw computer zijn geïnstalleerd. Als systeemstuurprogramma's of toepassingen die niet bij uw Microsoft Windows-besturingssysteem zijn geleverd, op een of andere manier zijn beschadigd, kunt u de meeste van deze componenten door middel van deze CD opnieuw installeren.
Gebruikershandleiding 3-14
Page 69
TOSHIBA L10-serie

Grondbeginselen

In dit hoofdstuk worden de grondbeginselen van computergebruik toegelicht; zo wordt ingegaan op het gebruik van het touchpad, het optionele USB-diskettestation, optische stations, audio-/videoknoppen, het geluidssysteem, de modem, het draadloze LAN en het LAN. Verder worden tips gegeven voor het onderhoud van de computer en voor bescherming tegen oververhitting.

Het touchpad gebruiken

U gebruikt het touchpad door eenvoudig uw vingertop op het touchpad te plaatsen en te schuiven in de richting waarin u de schermaanwijzer wilt verplaatsen.
Hoofdstuk 4
Touchpad
Bedieningsknoppen voor touchpad
Touchpad en besturingsknoppen
De twee knoppen onder het toetsenbord worden op dezelfde wijze gebruikt als de knoppen op een muis. Druk op de linkerknop om een menuoptie te selecteren of om tekst of afbeeldingen te bewerken die u met de aanwijzer hebt geselecteerd. Druk op de rechterknop om een menu of andere functie weer te geven, afhankelijk van de gebruikte software.
Druk niet te hard op het touchpad en gebruik geen spitse voorwerpen zoals ballpoints. Hierdoor kan het touchpad beschadigd raken.
Gebruikershandleiding 4-1
Page 70
Sommige functies kunt u activeren door het touchpad zachtjes aan te tikken in plaats van op een besturingsknop te drukken.
Klikken: Tik het touchpad eenmaal aan. Dubbelklikken: Tik het touchpad tweemaal aan. Slepen en neerzetten:
1. Houd de linkerbesturingsknop ingedrukt en beweeg de cursor om het te verplaatsen item te verslepen.
2. Til uw vinger op om het item op de gewenste plaats te zetten.
Schuiven:
Verticaal: Schuif uw vinger aan de rechterkant van het touchpad omhoog of omlaag.
Horizontaal: Schuif uw vinger aan de onderkant van het touchpad naar links of rechts.

Het USB-diskettestation gebruiken

Op de USB-poort van de computer kan desgewenst een 3,5-inch diskettestation worden aangesloten. Dit station ondersteunt 1,44-MB en 720­KB diskettes. Raadpleeg hoofdstuk 2, Rondleiding, voor meer informatie.
Een 3,5-inch diskettestation aansluiten
Om het station aan te sluiten steekt u de diskettestationsconnector in een USB-poort. Raadpleeg de volgende afbeelding.
Grondbeginselen
Bepaal wat de boven- en onderkant van de connector is en steek de connector recht in de stationsconnector. Wees voorzichtig dat u de verbindingspennen niet beschadigt door de aansluiting te forceren.
Het USB-diskettestation aansluiten
Als u het diskettestation aansluit nadat u de computer hebt ingeschakeld, duurt het circa 10 seconden voordat de computer het station herkent. Als de computer het station na 10 seconden nog niet herkent, ontkoppelt u het station en sluit u het opnieuw aan.
Gebruikershandleiding 4-2
Page 71
Een 3,5-inch diskettestation verwijderen
Voer na gebruik van het diskettestation de volgende stappen uit om het station te ontkoppelen:
1. Wacht tot het lampje uitgaat en u zeker weet dat er geen disketteactiviteit meer plaatsvindt.
Als u het diskettestation ontkoppelt of de stroom uitschakelt terwijl de computer het station gebruikt, loopt u het risico dat gegevens verloren gaan of dat de diskette of het station beschadigd raakt.
2. Klik op het pictogram Hardware veilig verwijderen op de taakbalk.
3. Klik op diskettestation.
4. Trek de diskettestationsconnector uit de USB-poort.

Het optische station gebruiken

De tekst en afbeeldingen in dit gedeelte hebben voornamelijk betrekking op het DVD-ROM-station. Alle andere optische stations functioneren echter op dezelfde manier. Het station ondersteunt snelle uitvoering van CD-ROM­en DVD-ROM-programma's. U kunt CD's/DVD's van 12 cm (4,72 inch) of 8 cm (3,15 inch) zonder adapter gebruiken. Voor het aansturen van CD-/ DVD-ROM’s wordt een ATAPI-interfacecontroller gebruikt. Als de computer toegang verkrijgt tot een CD-/DVD-ROM-station, gaat het lampje op het station branden.
Grondbeginselen
Gebruik de toepassing WinDVD om DVD-films te bekijken.
Raadpleeg bij gebruik van een DVD-ROM- en CD-R/RW-station tevens de paragraaf CD's beschrijven met het DVD-ROM- en CD-R/RW-station voor voorzorgsmaatregelen bij het beschrijven van CD's/DVD's.
Raadpleeg bij gebruik van een DVD Super Multi-station tevens de paragraaf CD's/DVD's beschrijven met het DVD Super Multi-station voor voorzorgsmaatregelen bij het beschrijven van CD's/DVD's.
Gebruikershandleiding 4-3
Page 72
Schijven laden
Voer de volgende stappen uit en raadpleeg de bijbehorende afbeeldingen om een schijf te laden.
1. a. Zorg dat de computer ingeschakeld is en druk op de DVD-ROM-
uitwerpknop om de lade een stukje te openen.
Uitwerpknop
De DVD-ROM-uitwerpknop indrukken
b. U kunt de lade niet met de uitwerpknop openen als het station geen stroom krijgt. In dat geval kunt u de lade openen door een dun voorwerp (ongeveer 15 mm lang) zoals een rechtgebogen paperclip in het uitwerpgaatje rechts van de uitwerpknop te steken.
Grondbeginselen
1
5
m
m
Diameter 1,0 mm
De lade openen door middel van het uitwerpgaatje
Gebruikershandleiding 4-4
Page 73
Grondbeginselen
2. Trek de lade voorzichtig uit totdat deze volledig is geopend.
De lade opentrekken
3. Leg de schijf met het label omhoog in de lade.
Een schijf plaatsen
Wanneer de lade volledig is uitgeschoven, steekt de rand van de computer iets uit over de lade. Wanneer u de schijf in de lade plaatst, moet u de schijf daarom schuin houden. Zorg na het plaatsen van de schijf echter dat deze plat ligt (zie de vorige afbeelding).
Raak de laserlens niet aan. Dit kan de uitlijning verstoren.
Zorg dat er geen stof, vuil of voorwerpen in het station terechtkomen.
Controleer of de achterrand van de lade schoon is alvorens u het station sluit.
4. Druk voorzichtig in het midden van de schijf tot deze vastklikt. De schijf moet onder de bovenkant van de as liggen, vlak op het ladeoppervlak.
Gebruikershandleiding 4-5
Page 74
5. Duw zachtjes tegen het midden van de lade tot deze dichtklikt. Duw zachtjes tot de lade vastklikt.
Als de CD/DVD niet goed zit wanneer de lade gesloten is, bestaat het risico dat de schijf beschadigd raakt. Bovendien kan het dan gebeuren dat de lade niet volledig wordt geopend wanneer u op de uitwerpknop drukt.
De lade sluiten
Schijven verwijderen
Als u de schijf wilt verwijderen, voert u de volgende stappen uit en raadpleegt u de volgende afbeelding.
Grondbeginselen
Druk niet op de uitwerpknop terwijl de computer toegang heeft tot het schijfstation. Wacht tot het lampje van het optische station uitgaat voor u de lade opent. Neem de schijf pas uit de lade nadat deze is opgehouden met draaien.
1. Druk op de uitwerpknop om de lade een stukje te openen. Trek de lade voorzichtig open.
Wanneer de lade een stukje wordt geopend, moet u even wachten tot
de schijf is opgehouden met draaien voordat u de lade volledig opentrekt.
Als u de lade handmatig wilt openen door middel van het gaatje naast
de uitwerpknop, dient u de computer eerst uit te schakelen. Als de schijf nog draait terwijl u de lade opent, kan de schijf van de as vliegen en letsel veroorzaken.
Gebruikershandleiding 4-6
Page 75
Grondbeginselen
2. De schijf steekt iets uit over de zijkanten van de lade, zodat u hem kunt pakken. Til de schijf voorzichtig uit de lade.
Een CD/DVD verwijderen
3. Duw zachtjes tegen het midden van de lade tot deze dichtklikt. Duw zachtjes tot de lade vastklikt.
Gebruikershandleiding 4-7
Page 76

Audio-/videobedieningsknoppen

In deze paragraaf wordt beschreven hoe u de audio-/ videobedieningsknoppen gebruikt.
De knoppen Volgende en Vorige
Druk op de knop om de gewenste functie te selecteren.
Grondbeginselen
Volgende
Vor ige
Als in Windows® Media Player de optie Willekeurig (Random) is geselecteerd, gaat u naar een willekeurige selectie wanneer u Volgende of Vorige selecteert.
Druk op de knop om naar het volgende nummer, het volgende hoofdstuk of de volgende gegevens te gaan.
Druk op de knop om naar het vorige nummer, het vorige hoofdstuk of de vorige gegevens te gaan.
De knoppen Afspelen/Pauze en Stop
Druk op de knop om de gewenste functie te selecteren.
Afspelen/ Pauze
Stop
Druk op de knop om het afspelen te starten of te onderbreken.
Druk op de knop om het afspelen te stoppen.
Audio-/videobedieningsknoppen
Gebruikershandleiding 4-8
Page 77
Grondbeginselen
CD's beschrijven met het DVD-ROM- en CD-R/RW­station
Afhankelijk van het type station dat is geïnstalleerd, kunt u mogelijk CD's beschrijven. Met het DVD-ROM- en CD-R/RW-station kunt u DVD-ROM's en CD's lezen, en CD-R's/CD-RW's beschrijven. Neem de voorzorgsmaatregelen in deze paragraaf in acht om optimale schrijfprestaties te waarborgen. Raadpleeg paragraaf Stations voor optische media gebruiken voor informatie over het laden en verwijderen van CD’s.
Beschrijfbare CD's (CD-R's) kunnen slechts één keer worden beschreven. Herschrijfbare CD's (CD-RW's) kunnen meermaals worden beschreven.
Belangrijke mededeling (DVD-ROM- en CD-R/RW-station)
Lees deze paragraaf grondig door voor u DVD-ROM- en CD-R-/RW­schijven gaat beschrijven en volg alle configuratie- en gebruiksaanwijzingen.
Doet u dit niet, dan kan het gebeuren dat het DVD-ROM- en CD-RW­station niet correct werkt en krijgt u mogelijk te maken met schrijf- of herschrijffouten, gegevensverlies of andere schade.
Vóór schrijven of herschrijven
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het schrijven en herschrijven van gegevens.
De volgende fabrikanten van CD-R- en CD-RW-media worden
aanbevolen. De kwaliteit van media kan het (her)schrijfproces beïnvloeden.
CD-R: TAIYO YUDEN Co., Ltd.
MITSUI Chemicals, Inc. MITSUBISHI Chemical Corporation Ricoh Co., Ltd. Hitachi Maxell Ltd.
CD-RW: MITSUBISHI Chemical Corporation
Ricoh Co., Ltd.
*Voor de speciale media hieronder worden de volgende fabrikanten aanbevolen:
High-speed CD-RW:
MITSUBISHI Chemical Corporation, Ricoh Co., Ltd.
Ultra-speed CD-RW:
MITSUBISHI Chemical Corporation
Gebruikershandleiding 4-9
Page 78
Grondbeginselen
TOSHIBA heeft de werking van CD-R's en CD-RW's van bovenstaande fabrikanten bevestigd. De werking van andere media kan niet worden gegarandeerd.
Herschrijfbare CD's (CD-RW's) kunnen ongeveer duizendmaal worden
beschreven. Het werkelijke aantal hangt af van de kwaliteit van de media en het gebruik ervan.
Vergeet niet de netadapter aan te sluiten voor u begint met schrijven of
herschrijven.
Sluit alle softwareprogramma's behalve de schrijfsoftware.
Voer geen programma's uit die de CPU belasten, bijvoorbeeld
schermbeveiliging.
Gebruik de computer met het energiebeheerschema Altijd aan.
Gebruik geen energiebesparingsfuncties.
Schrijf niet terwijl anti-virussoftware actief is. Wacht tot de viruscontrole
is beëindigd en schakel vervolgens de anti-virussoftware (en eventuele op de achtergrond uitgevoerde bestandscontroleprogramma's) uit.
Gebruik geen vasteschijfprogramma's, met inbegrip van
hulpprogramma's voor snelle schijftoegang. Doet u dit toch, dan loopt u het risico van storingen en gegevensverlies.
Schrijf vanaf de vaste schijf van de computer naar de CD. Probeer niet
te schrijven vanaf gedeelde apparaten zoals een LAN-server of andere netwerkapparaten.
Het gebruik van andere schrijfsoftware dan RecordNow! is niet
gecontroleerd. De werking in combinatie met andere software kan derhalve niet worden gegarandeerd.
Gebruikershandleiding 4-10
Page 79
Tijdens schrijven of herschrijven
Houd u aan de volgende richtlijnen/voorschriften bij het schrijven van gegevens naar een CD-R of CD-RW.
Kopieer gegevens altijd vanaf de vaste schijf naar de CD. Gebruik geen
functies voor knippen en plakken. In het geval van schrijffouten gaan de originele gegevens verloren.
Vermijd de volgende handelingen:
wisselen van gebruiker in het besturingssysteem Windows® XP;
gebruik van de computer zoals het hanteren van het
aanwijsapparaat (muis of touchpad) en het sluiten/openen van het LCD-scherm;
het starten van communicatietoepassingen (bijvoorbeeld een
modemprogramma);
handelingen waardoor de pc wordt blootgesteld aan schokken of
trillingen;
het installeren, verwijderen of aansluiten van externe apparaten
zoals: PC-kaart, USB-apparaten, extern beeldscherm, optische digitale apparaten;
het openen van het optische station.
Controleer of de schijven van goede kwaliteit, schoon en onbeschadigd
zijn. Is dit niet het geval, dan kunnen fouten optreden tijdens het (her)schrijven.
Plaats de computer op een egaal, horizontaal oppervlak en vermijd
plaatsen waar trillingen waarneembaar zijn, bijvoorbeeld auto's, treinen en vliegtuigen. Gebruik geen instabiele plekken zoals een wankele tafel.
Houd mobiele telefoons en andere draadloze communicatieapparaten
uit de buurt van de computer.
Grondbeginselen
Afwijzing van aansprakelijkheid (CD-R/RW-station)
TOSHIBA is niet aansprakelijk voor:
beschadiging van CD-R-/RW-schijven als gevolg van het
(her)schrijfproces;
wijziging of verlies van de opgenomen inhoud van CD-R-/RW-schijven
als gevolg van het (her)schrijfproces, of hieruit voortvloeiende winstderving of bedrijfsonderbreking;
schade die is veroorzaakt door het gebruik van hardware of software
van andere leveranciers. Hedendaagse optische stations zijn onderhevig aan dusdanige technologische beperkingen dat er onverwachte schijf- of herschrijffouten kunnen optreden als gevolg van de schijfkwaliteit of problemen met de gebruikte apparaten. Het is dan ook raadzaam om ten minste twee kopieën te maken van belangrijke gegevens, voor het geval de opgenomen inhoud onverhoopt wordt veranderd of verloren gaat.
Gebruikershandleiding 4-11
Page 80
Grondbeginselen
CD's/DVD's beschrijven met het DVD Super Multi­station
Met het DVD Super Multi-station kunt u gegevens schrijven naar CD-R-/ RW-schijven en naar DVD-R-/RW-/+R-/+RW-/RAM-schijven. De volgende schrijftoepassingen zijn vooraf geïnstalleerd. RecordNow! en DLA onder licentie van Sonic Solutions. InterVideo WinDVD Creator 2 Platinum, een product van InterVideo, Inc.
Belangrijke mededeling (DVD Super Multi-station)
Lees deze paragraaf vóór het beschrijven van CD-R-/RW-schijven of DVD­R-/RW-/+R-/+RW-/-RAM-schijven grondig door en volg alle configuratie- en gebruiksaanwijzingen. Doet u dit niet, dan kan het gebeuren dat het DVD Super Multi-station niet correct werkt en krijgt u mogelijk te maken met schrijf- of herschrijffouten, gegevensverlies of materiële schade.
Afwijzing van aansprakelijkheid (DVD Super Multi-station)
TOSHIBA is niet aansprakelijk voor:
beschadiging van CD-R-/RW-schijven of DVD-R-/RW-/+R-/+RW-/RAM-
schijven als gevolg van het (her)schrijfproces;
wijziging of verlies van de opgenomen inhoud van CD-R-/RW-schijven
en DVD-R-/RW-/+R-/+RW-/RAM-schijven als gevolg van het schrijf- of herschrijfproces, of hieruit voortvloeiende winstderving of bedrijfsonderbreking;
schade die is veroorzaakt door het gebruik van hardware of software
van andere leveranciers. Hedendaagse optische stations zijn onderhevig aan dusdanige technologische beperkingen dat er onverwachte (her)schrijffouten kunnen optreden als gevolg van de schijfkwaliteit of problemen met de gebruikte apparaten. Het is dan ook raadzaam om ten minste twee kopieën te maken van belangrijke gegevens, voor het geval de opgenomen inhoud onverhoopt wordt veranderd of verloren gaat.
Gebruikershandleiding 4-12
Page 81
Vóór schrijven of herschrijven
Op grond van TOSHIBA’s beperkte compatibiliteitstests worden de
volgende fabrikanten van CD-R-/RW-schijven en DVD-R-/RW-/+R-/ +RW/RAM-schijven aanbevolen. TOSHIBA staat echter niet in voor de werking, kwaliteit of prestaties van enigerlei schijven. De schijfkwaliteit kan het (her)schrijfproces beïnvloeden.
CD-R: TAIYO YUDEN Co., Ltd.
MITSUBISHI Chemical Corporation Ricoh Co., Ltd. Hitachi Maxell Ltd.
CD-RW: MITSUBISHI Chemical Corporation
Ricoh Co., Ltd.
High-speed CD-RW: MITSUBISHI Chemical Corporation
Ricoh Co., Ltd.
Ultra-speed CD-RW: MITSUBISHI Chemical Corporation
DVD-R: TAIYO YUDEN Co., Ltd.
Matsushita Electric Industrial Co., Ltd.
DVD+R: MITSUBISHI Chemical Corporation
Ricoh Co., Ltd.
DVD-RW: DVD-specificaties voor herschrijfbare schijven,
Versie 1.1
Victor Company of Japan, Ltd. (JVC) MITSUBISHI Chemical Corporation
DVD+RW: MITSUBISHI Chemical Corporation
DVD-RAM: Matsushita Electric Industrial Co., Ltd.
Hitachi Maxell Ltd.
Grondbeginselen
Dit station is niet geschikt voor schijven die schrijfsnelheden van 8-speed of hoger (DVD-R, DVD+R) of schrijfsnelheden van 4-speed of hoger (DVD­RW, DVD+RW) ondersteunen.
Controleer of de schijf van goede kwaliteit, schoon en onbeschadigd is. Is
dit niet het geval, dan kunnen fouten optreden tijdens het (her)schrijven. Controleer de schijf op vuil of beschadiging voor u deze gebruikt.
Het werkelijke aantal malen dat een CD-RW, DVD-RW, DVD+RW of
DVD-RAM kan worden beschreven, wordt beïnvloed door de kwaliteit van de schijf en de manier waarop deze wordt gebruikt.
Er zijn twee soorten DVD-R-schijven: "authoring"-schijven (voor
auteursgebruik) en schijven voor algemeen gebruik (ofwel General­schijven). Gebruik geen authoring-schijven. Alleen schijven voor algemeen gebruik kunnen met een computerstation worden beschreven.
U kunt gebruik maken van DVD-RAM-schijven die uit een cassette
kunnen worden verwijderd en van DVD-RAM-schijven zonder cassette. U kunt een enkelzijdige schijf met een capaciteit van 2,6 GB uitsluitend lezen.
Gebruikershandleiding 4-13
Page 82
Grondbeginselen
DVD-R-/RW-schijven en DVD+R-/+RW-schijven kunnen wellicht niet
worden gelezen op andere DVD-spelers of andere DVD-ROM-stations voor computers.
Gegevens die naar een CD-R-, DVD-R- of DVD+R-schijf zijn
geschreven, kunnen niet gedeeltelijk of volledig worden verwijderd.
Gegevens die van een CD-RW, DVD-RW, DVD+RW of
DVD-RAM zijn verwijderd (gewist), kunnen niet worden hersteld. Controleer de inhoud van een schijf zorgvuldig voordat u deze verwijdert. Als er meerdere stations zijn aangesloten die gegevens naar schijven kunnen schrijven, dient u op te letten dat u niet de gegevens van het verkeerde station verwijdert.
Bij het schrijven naar een DVD-R/-RW, DVD+R/+RW of DVD-RAM is
schijfruimte nodig voor bestandsbeheer, wat inhoudt dat schijven mogelijk niet tot de maximale capaciteit kunnen worden beschreven.
De schijf functioneert volgens de DVD-norm en wordt mogelijk
opgevuld met dummygegevens als er gegevens naar worden geschreven die minder dan 1 GB in beslag nemen. Zelfs als u een kleine hoeveelheid gegevens schrijft, kan het even duren om de schijf met dummygegevens te vullen.
Een DVD-RAM die met FAT32 is geformatteerd, kan onder Windows
®
2000 alleen met een DVD-RAM-stuurprogramma worden gelezen.
Als er meerdere stations zijn aangesloten die gegevens naar schijven
kunnen schrijven, dient u op te letten dat u niet naar het verkeerde station schrijft.
Vergeet niet de netadapter aan te sluiten voordat u begint met schrijven
of herschrijven.
Als u wilt overschakelen naar de stand-by-modus of de slaapstand,
moet u eerst controleren of het schrijven naar DVD-RAM is voltooid. Het schrijven is voltooid wanneer u de DVD-RAM-schijf kunt uitwerpen.
Sluit alle softwareprogramma's behalve de schrijfsoftware.
Voer geen programma's uit die de CPU belasten, bijvoorbeeld
schermbeveiligingsprogramma's.
Gebruik de computer met het energiebeheerschema Altijd aan.
Gebruik geen energiebesparingsfuncties.
Schrijf niet terwijl anti-virussoftware actief is. Wacht tot de viruscontrole
is beëindigd en schakel vervolgens de anti-virussoftware (en eventuele op de achtergrond uitgevoerde bestandscontroleprogramma's) uit.
Gebruik geen vasteschijfprogramma's, met inbegrip van
hulpprogramma's voor snelle schijftoegang. Doet u dit toch, dan loopt u het risico van storingen en gegevensverlies.
Schrijf vanaf de vaste schijf van de computer naar de CD/DVD. Probeer
niet te schrijven vanaf gedeelde apparaten zoals een LAN-server of andere netwerkapparaten.
Het gebruik van andere schrijfsoftware dan RecordNow! wordt niet
aanbevolen.
Gebruikershandleiding 4-14
Page 83
Tijdens schrijven of herschrijven
Neem de volgende punten in acht wanneer u CD-R-/RW-schijven, DVD-R-/ RW-/RAM-schijven of DVD+R-/+RW-schijven beschrijft of herschrijft.
Vermijd de volgende handelingen tijdens het (her)schrijven:
wisselen van gebruiker in het besturingssysteem Windows
gebruik van de computer zoals het hanteren van het
aanwijsapparaat (muis of touchpad) en het sluiten/openen van het LCD-scherm;
het starten van communicatietoepassingen (bijvoorbeeld een
modemprogramma);
handelingen waardoor de computer wordt blootgesteld aan
schokken of trillingen;
het installeren, verwijderen of aansluiten van externe apparaten
zoals: PC-kaart, USB-apparaten, extern beeldscherm, optische digitale apparaten;
gebruik van de audio-/videobedieningsknoppen om geluid te
reproduceren.
Het DVD Super Multi-station openen.
Gebruik tijdens het schrijven of herschrijven niet de afsluit-/
afmeldprocedure en stand-by/slaapstand.
Zorg ervoor dat het schrijven of herschrijven is voltooid voordat u
overschakelt naar de stand-by-modus of de slaapstand. Het schrijfproces is voltooid als u de lade van het DVD Super Multi-station kunt openen.
Plaats de computer op een egaal, horizontaal oppervlak en vermijd
plaatsen waar trillingen waarneembaar zijn, bijvoorbeeld auto's, treinen en vliegtuigen. Gebruik geen instabiele plekken zoals een wankele tafel.
Houd mobiele telefoons en andere draadloze communicatieapparaten
uit de buurt van de computer.
Kopieer gegevens altijd van de vaste schijf naar de CD-R/-RW- of
DVD-R/-RW/-RAM- of DVD+R/+RW-schijf. Gebruik geen functies voor knippen en plakken. In het geval van schrijffouten gaan de originele gegevens verloren.
Grondbeginselen
®
XP;
Gebruikershandleiding 4-15
Page 84
RecordNow! Basic voor TOSHIBA
Wanneer u RecordNow! gebruikt, dient u rekening te houden met de volgende beperkingen:
RecordNow! kan niet worden gebruikt voor het maken van DVD-video.
RecordNow! kan niet worden gebruikt voor het maken van DVD-audio.
U kunt de functie "Audio-CD voor thuis of in de auto" van RecordNow!
niet gebruiken om muziek op te nemen op een DVD-R/-RW- of DVD+R/ +RW-schijf.
Gebruik de functie "Exacte kopie" van RecordNow! niet voor het
kopiëren van auteursrechtelijk beschermde DVD-video-schijven en DVD-ROM's.
U kunt geen back-up maken van DVD-RAM-schijven met de functie
"Exacte kopie" van RecordNow!.
U kunt de inhoud van een CD-ROM of CD-R/RW niet naar een DVD-R/
-RW of DVD+R/+RW kopiëren met de functie "Exacte kopie" van RecordNow!.
U kunt de inhoud van een DVD-ROM, DVD-video, DVD-R/-RW of
DVD+R/+RW niet naar een CD-R/-RW kopiëren met de functie "Exacte kopie" van RecordNow!.
RecordNow! kan niet in pakketindeling opnemen.
Met de functie "Exacte kopie" van RecordNow! kunt u wellicht geen back-
up maken van een DVD-R-/-RW of DVD+R/+RW die met andere software op een andere DVD-R/-RW- of DVD+R/+RW-recorder is gemaakt.
Als u gegevens toevoegt aan een DVD-R of DVD+R waarop reeds
gegevens zijn opgenomen, kunnen de toegevoegde gegevens in bepaalde omstandigheden niet worden gelezen. Zo kunnen de gegevens niet worden gelezen in 16-bits besturingssystemen zoals
Windows Pack 6 of hoger nodig om toegevoegde gegevens te kunnen lezen. In
Windows te kunnen lezen. In bepaalde DVD-ROM-stations en DVD-ROM- en CD-R/-RW-stations kunnen toegevoegde gegevens überhaupt niet worden gelezen, ongeacht het besturingssysteem.
Opname op DVD-RAM-schijven wordt niet ondersteund door
RecordNow!. Als u op een DVD-RAM wilt opnemen, dient u Verkenner of een ander hulpprogramma te gebruiken.
Controleer alvorens een back-up van een DVD te maken of het
bronstation ondersteuning biedt voor opnemen op DVD-R-/RW- of DVD+R-/+RW-schijven. Is dit niet het geval, dan wordt de DVD mogelijk niet correct gekopieerd.
Wanneer u een back-up maakt van een DVD-R, DVD-RW, DVD+R of
DVD+RW, dient u hetzelfde type schijf te gebruiken.
Gegevens die naar een CD-RW, DVD-RW of DVD+RW zijn
geschreven, kunnen niet gedeeltelijk worden verwijderd.
Gegevens die naar een CD-R-, DVD-R- of DVD+R-schijf zijn
geschreven, kunnen niet gedeeltelijk of volledig worden verwijderd.
®
98SE en Windows® ME. In Windows® NT4 hebt u Service
®
2000 hebt u Service Pack 2 of hoger nodig om de gegevens
Grondbeginselen
Gebruikershandleiding 4-16
Page 85
Gegevenscontrole
Om te controleren of het schrijf-/herschrijfproces correct verloopt, voert u de volgende stappen uit voordat u gegevens naar een data-CD of -DVD schrijft.
1. Klik op de knop Opties ( ) in het bedieningspaneel van RecordNow! om de optiepanelen te openen.
2. Selecteer de gegevens in het menu aan de linkerkant.
3. Activeer het selectievakje Verify data written to the disc after burning (Gegevens controleren die na het branden aan de schijf zijn toegevoegd) in Data Options (Gegevensopties).
4. Klik op OK.
DLA voor TOSHIBA
Wanneer u DLA gebruikt, dient u rekening te houden met de volgende beperkingen:
Deze software ondersteunt uitsluitend herschrijfbare schijven
(DVD+RW, DVD-RW en CD-RW). Niet-herschrijfbare schijven zoals DVD+R's, DVD-R's en CD-R's worden niet ondersteund.
Het formatteren en beschrijven van DVD-RAM-schijven wordt niet
ondersteund door DLA. Deze functies worden uitgevoerd door het DVD-RAM-stuurprogramma. Afhankelijk van de schijf die in het station wordt geplaatst, wordt automatisch de juiste software gestart.
Gebruik geen schijven die zijn geformatteerd met andere
pakketschrijfsoftware dan DLA. Gebruik schijven die met DLA zijn geformatteerd, niet met andere pakketschrijfsoftware. Formatteer schijven waarmee u niet bekend bent vóór gebruik met de optie “Full Format”.
Pas de functies voor knippen en plakken niet toe op bestanden en
mappen. Een geknipt bestand of geknipte map kan verloren gaan als het schrijven mislukt door een schijffout.
Grondbeginselen
InterVideo WinDVD Creator Platinum installeren
Als u InterVideo WinDVD Creator wilt installeren, moet u zich aanmelden met beheerdersrechten. Sluit alle programma’s voor u InterVideo WinDVD Creator installeert.
1. Plaats de CD-ROM met extra software, die ook WinDVD Creator bevat, in het optische station.
2. Voer de installatie-instructies op het scherm uit.
3. Nadat de installatie is voltooid, start u de computer opnieuw op als u daarom wordt gevraagd, zodat de wijzigingen worden doorgevoerd.
Gebruikershandleiding 4-17
Page 86
InterVideo WinDVD Creator Platinum
Raadpleeg de online Help voor mee informatie over InterVideo WinDVD Creator.
Wanneer u de Setup-bestanden voor het programma naar een met DLA geformatteerde schijf schrijft en Setup vanaf deze schijf start, kan een fout optreden Kopieer de bestanden in dat geval naar de vaste schijf en start Setup.
Houd rekening met de volgende beperkingen wanneer u video schrijft naar DVD:
1. Digitale video bewerken
Meld u aan met beheerdersrechten om WinDVD Creator te kunnen
gebruiken.
Zorg dat de computer op de netadapter werkt wanneer u WinDVD
Creator gebruikt.
Gebruik de computer met het energiebeheerschema Altijd aan.
Gebruik geen energiebesparingsfuncties.
U kunt een voorbeeld weergeven terwijl u een DVD bewerkt. Als
echter een andere toepassing actief is, worden voorbeelden mogelijk niet correct weergegeven.
WinDVD Creator kan video niet op de externe monitor weergeven
als u het LCD-scherm en de monitor tegelijk gebruikt.
Met WinDVD Creator kunt u geen auteursrechtelijk beschermde
inhoud bewerken of afspelen.
Wijzig de beeldscherminstellingen niet terwijl u WinDVD Creator
gebruikt.
Schakel de stand-by-modus/slaapstand niet in terwijl u WinDVD
Creator gebruikt.
Gebruik WinDVD Creator niet direct nadat u de computer hebt
aangezet. Wacht tot alle schijfactiviteit is geëindigd.
Als u opneemt naar een DV-camera, laat de camera dan gedurende
enkele seconden opnemen voor u de daadwerkelijke gegevens opneemt om ervoor te zorgen dat alle gegevens worden vastgelegd.
Deze versie ondersteunt geen CD-recorder-, JPEG-, DVD-audio-,
mini-DVD- en video-CD-functies.
Sluit alle andere programma’s terwijl u video opneemt op DVD of
videoband.
Voer geen programma's uit die de CPU zwaar belasten, zoals een
schermbeveiliging.
Voer geen communicatietoepassingen uit, zoals die voor een
modem of een LAN.
Grondbeginselen
Gebruikershandleiding 4-18
Page 87
Grondbeginselen
2. Voor u de video opneemt op DVD
Als u opneemt op DVD, gebruik dan alleen schijven die worden
aanbevolen door de fabrikant van het station.
Stel de werkschijf niet in op een traag apparaat, zoals een vaste
schijf met USB 1.1, omdat anders geen DVD’s geschreven kunnen worden.
Vermijd de volgende handelingen:
gebruik van de computer zoals het hanteren van het aanwijsapparaat (muis of touchpad) en het sluiten/openen van het LCD-scherm;
handelingen waardoor de computer wordt blootgesteld aan schokken of trillingen;
gebruik van de modusschakelaar en audio-/ videobedieningsknoppen om muziek of spraak te reproduceren;
het DVD-station openen;
het installeren, verwijderen of aansluiten van externe apparaten zoals:
PC-kaart, SD-kaart, USB-apparaten, externe monitor, iLINK­apparaten, optische digitale apparaten;
Controleer de schijf nadat u belangrijke gegevens hebt opgenomen.
Een DVD-R/+R/-RW kan niet in VR-indeling worden beschreven.
U kunt maximaal 2 uur aan videogegevens in DVD-video-indeling
naar een DVD-R/+R/-RW/+RW schrijven.
WinDVD Creator kan niet exporteren naar DVD-Audio, Video-CD of
miniDVD.
Met WinDVD Creator kunt u een DVD-RAM/DVD+RW in VR-
indeling beschrijven, maar de schijf kan vervolgens alleen op uw computer worden afgespeeld.
Als u een DVD beschrijft, vereist WinDVD Creator 2 GB of meer
schijfruimte voor één uur video.
Als u een DVD helemaal vol maakt, worden de hoofdstukken
mogelijk niet in de juiste volgorde afgespeeld.
3. Over Disc Manager
WinDVD Creator kan één afspeellijst op een schijf bewerken.
In WinDVD Creator wordt mogelijk een andere miniatuur
weergegeven dan u oorspronkelijk op de CE (Consumer Electronics) DVD-RAM-recorder hebt ingesteld.
Met Disc Manager kunt u gegevens in de volgende indelingen
bewerken: DVD-VR op DVD-RAM, DVD+VR op DVD+RW en DVD­video op DVD-RW.
Gebruikershandleiding 4-19
Page 88
4. Over opgenomen DVD’s
Sommige DVD-ROM-stations voor computers of andere DVD-
spelers kunnen mogelijk geen DVD-R/+R/-RW/+RW/-RAM's lezen.
Als u een opgenomen schijf afspeelt op uw computer, gebruik dan
de toepassing WinDVD.
Als u een vaak gebruikte herschrijfbare schijf gebruikt, is een
volledige formattering wellicht niet mogelijk. Gebruik een nieuwe schijf.

Behandeling van schijven

Deze paragraaf bevat tips voor het beschermen van de gegevens die u op CD's, DVD's of diskettes hebt opgeslagen.
Ga voorzichtig om met schijven. Door de volgende eenvoudige richtlijnen in acht te nemen kunt u de levensduur van uw media verlengen en de erop opgeslagen gegevens beschermen:
CD’s/DVD’s
1. Bewaar uw CD's/DVD's in hun originele houders om ze te beschermen en schoon te houden.
2. Buig een CD/DVD niet.
3. Beschadig het oppervlak van een CD/DVD die gegevens bevat niet door er bijvoorbeeld een etiket op te plakken of erop te schrijven.
4. Houd een CD/DVD bij de rand of bij het gat in het midden vast. Vingerafdrukken op het oppervlak van een CD/DVD kunnen de schijf onleesbaar maken.
5. Stel de schijven niet bloot aan direct zonlicht, extreme hitte of extreme koude. Plaats geen zware voorwerpen op uw CD's/DVD's.
6. Als uw CD's/DVD's stoffig of vuil raken, kunt u ze afvegen met een schone, droge doek. Veeg vanuit het midden naar buiten (niet in een cirkel). Gebruik zo nodig een doek die is bevochtigd met water of een neutraal schoonmaakmiddel. Gebruik geen benzeen, verdunningsmiddel of soortgelijke schoonmaakmiddelen.
Grondbeginselen
Gebruikershandleiding 4-20
Page 89
Diskettes
1. Bewaar diskettes in hun originele houders om ze te beschermen en schoon te houden. Maak een vuile diskette schoon met een zachte doek die is bevochtigd met water. Gebruik geen schoonmaakmiddelen.
2. Duw het metalen schuifje van een diskette niet opzij en raak het magnetische oppervlak niet aan. Vingerafdrukken kunnen een diskette onleesbaar maken.
3. Buig diskettes niet en stel ze niet bloot aan direct zonlicht of extreme temperaturen; als u dit voorschrift niet in acht neemt, kunnen gegevens verloren gaan.
4. Plaats geen zware voorwerpen op uw diskettes.
5. Eet, rook of gum niet in de nabijheid van uw diskettes. Vreemde deeltjes kunnen het magnetische oppervlak van de diskette beschadigen.
6. Magnetische energie kan de gegevens op diskettes vernietigen. Houd uw diskettes daarom uit de buurt van voorwerpen die magnetische velden genereren, zoals luidsprekers, radio’s en tv’s.

Geluidssysteem

In deze paragraaf wordt ingegaan op het regelen van geluid, waarbij geluidsvolume en energiebeheer aan de orde komen.
Volumeregelaar
Grondbeginselen
Met het hulpprogramma Volumeregeling kunt u in Windows® het volume voor het afspelen en opnemen van geluid regelen.
Als u Volumeregeling wilt starten voor afspeeldoeleinden klikt u op
Start, wijst u achtereenvolgens Alle programma's, Bureau­accessoires en Entertainment aan en klikt u op Volumeregeling.
Wilt u opnemen, dan klikt u op Opties, wijst u Eigenschappen aan,
kiest u Opnemen en klikt u op OK.
Klik in Volumeregeling desgewenst op Help voor nadere informatie.
Microfoonvolume
Voer de volgende stappen uit om de microfoonversterking te wijzigen:
1. Klik op Start, wijs achtereenvolgens Alle programma's, Bureau- accessoires en Entertainment aan en klik op Volumeregeling.
2. Klik op Opties en wijs Eigenschappen aan.
3. Selecteer Opnemen en klik op OK.
4. Klik op Opties en selecteer Geavanceerde volumeregelingen.
5. Klik op Geavanceerd.
6. Schakel het selectievakje Microfoonversterking in.
Gebruikershandleiding 4-21
Page 90

Modem

Regioselectie
Grondbeginselen
In deze paragraaf wordt beschreven hoe u de interne modem aan een telefoonaansluiting koppelt en ervan ontkoppelt.
De interne modem ondersteunt geen spraakfuncties. De data- en faxfuncties worden wel ondersteund.
Bij onweer dient u de modemkabel uit de telefoonaansluiting te
verwijderen.
Sluit de modem niet op een digitale telefoonlijn aan. Hierdoor zal de
modem schade oplopen.
Telecommunicatievoorschriften variëren per regio, en u moet er dus voor zorgen dat de modeminstellingen correct zijn voor de regio waarin u de modem gaat gebruiken.
Voer de volgende stappen uit om een regio te selecteren.
1. Klik op Start, wijs Alle programma’s, TOSHIBA en Netwerken aan en klik op het hulpprogramma voor regioselectie.
Als in het hulpprogramma Modeminstallatie van het Configuratiescherm een functie voor regio-/landselectie beschikbaar is, dient u deze niet te gebruiken. Als u het land/de regio in het Configuratiescherm wijzigt, wordt deze wijziging mogelijk niet doorgevoerd.
2. Het pictogram Regioselectie wordt weergegeven in de taakbalk. Klik met de primaire knop op het pictogram om een lijst van ondersteunde regio's weer te geven. U ziet tevens een submenu met telefoonlocatie­informatie. Naast de geselecteerde regio en de geselecteerde telefoonlocatie staat een kruisje.
3. Selecteer een regio uit het regiomenu of een telefoonlocatie uit het submenu.
Wanneer u op een regio klikt, wordt dit de regioselectie van de
modem en wordt automatisch de nieuwe telefoonlocatie ingesteld.
Wanneer u een telefoonlocatie selecteert, wordt automatisch de
corresponderende regio geselecteerd en wordt dit de huidige regio­instelling van de modem.
Menu Eigenschappen
Klik met de secundaire knop op het pictogram om het eigenschappenmenu op het scherm weer te geven.
Gebruikershandleiding 4-22
Page 91
Instellingen
U kunt de volgende instellingen in- of uitschakelen:
Automatisch uitvoeren
Het hulpprogramma voor regioselectie wordt automatisch gestart wanneer u het besturingssysteem start.
Dialoogvenster Keuze-opties openen na selectie van de regio
Het dialoogvenster Keuze-opties wordt automatisch geopend nadat u de regio hebt geselecteerd.
Locatielijst voor regioselectie
Er verschijnt een submenu met informatie over telefoonlocaties.
Dialoogvenster openen als modem en huidige telefoonlocatie niet overeenkomen
Er verschijnt een waarschuwingsvenster als de huidige instellingen voor het regionummer en de telefoonlocatie incorrect zijn.
Modemselectie
Als de computer de interne modem niet herkend, wordt er een dialoogvenster weergegeven. Selecteer de COM-poort die u voor de modem wilt gebruiken.
Grondbeginselen
Keuze-opties
Als u deze optie selecteert, worden de keuze-opties weergegeven.
Als u de computer in Japan gebruikt, bent u wettelijk verplicht Japan als regio te selecteren. Het is in strijd met de wet om de modem in Japan met een andere regioselectie te gebruiken.
Gebruikershandleiding 4-23
Page 92
Aansluiten
Voer de volgende stappen uit om de modemkabel aan te sluiten.
Voor het aansluiten van een modem moet gebruik worden gemaakt
van de bij de computer geleverde modemkabel. Koppel het kabeluiteinde met de kern aan de computer.
Bij onweer dient u de modemkabel uit de telefoonaansluiting te
verwijderen.
Sluit de modem niet op een digitale telefoonlijn aan. Hierdoor zal de
modem schade oplopen.
1. Steek één uiteinde van de modemkabel in de modempoort.
2. Koppel het andere uiteinde van de modemkabel aan een telefoonaansluiting.
De interne modem aansluiten
U dient niet aan de kabel te trekken of de computer te verplaatsen terwijl de kabel is aangesloten.
Grondbeginselen
Als u gebruik maakt van een opslagapparaat (bijvoorbeeld een optisch station of een vaste schijf) dat aan een 16-bits PC-kaart is gekoppeld, kunt u te maken krijgen met de volgende modemproblemen:
de modemsnelheid is laag of de communicatie wordt onderbroken;
geluidsstoringen.
Ontkoppelen
Voer de volgende stappen uit om de kabel van de interne modem te ontkoppelen.
1. Knijp het palletje op de connector in de telefoonaansluiting in en trek de connector eruit.
2. Trek de andere kabelconnector op dezelfde manier uit de computer.
Gebruikershandleiding 4-24
Page 93

Draadloos LAN

De functie voor draadloos LAN is niet op alle modellen beschikbaar. Als deze functie wel aanwezig is, ondersteunt deze de B- en G-standaard, maar is deze ook compatibel met andere LAN-systemen die zijn gebaseerd op de Direct Sequence Spread Spectrum/Orthogonal Frequency Division Multiplexing-radiotechnologie die voldoet aan de IEEE 802.11-standaard voor draadloos LAN.
Automatische selectie van de verzendsnelheid in het verzendbereik 54,
48, 36, 24, 18, 12, 9 en 6 Mbit/s (IEEE 802.11g)
Automatische selectie van de verzendsnelheid in het verzendbereik 11,
5,5, 2 en 1 Mbit/s (IEEE 802.11b)
Zwerven (roaming) over meerdere kanalen
Kaartenergiebeheer
WEP-gegevenscodering (WEP = Wired Equivalent Privacy), gebaseerd
op het 128-bits coderingsalgoritme;
AES-gegevenscodering (AES = Advanced Encryption Standard),
gebaseerd op het 128-bits coderingsalgoritme.
De functie Activering op LAN werkt niet in een draadloos LAN.
Beveiliging
Schakel de coderingsfunctie in om te voorkomen dat anderen zich via
het draadloos LAN onrechtmatig toegang tot uw computer verschaffen, wat kan leiden tot wederrechtelijke toe-eigening, afluisterpraktijken en verlies of vernietiging van opgeslagen gegevens. TOSHIBA raadt u daarom met klem aan de coderingsfunctie in te schakelen.
TOSHIBA is niet verantwoordelijk voor indringing tot gegevens via het
draadloos LAN of voor beschadiging van die gegevens.
Grondbeginselen
Schakelaar voor draadloze communicatie
U kunt de functie voor draadloos LAN in- of uitschakelen met de schakelaar voor draadloze communicatie. Als de schakelaar op uit staat, kunnen geen gegevens worden verzonden of ontvangen. Schuif de schakelaar naar rechts om de functie in te schakelen en naar links om de functie uit te schakelen.
Zet de schakelaar in vliegtuigen en ziekenhuizen op uit. Controleer het lampje. Het lampje brandt niet wanneer de functie voor draadloze communicatie is uitgeschakeld.
Gebruikershandleiding 4-25
Page 94
Lampje voor draadloze communicatie
Het lampje voor draadloze communicatie geeft de status van de functies voor draadloze communicatie aan.
Grondbeginselen
LAN
Status van het lampje
Lampje uit Schakelaar voor draadloze communicatie staat
Lampje aan Schakelaar voor draadloze communicatie staat
Als u draadloos LAN uitschakelt via de taakbalk, moet u de computer opnieuw opstarten om deze functie weer in te schakelen. U kunt in plaats daarvan ook de volgende stappen uitvoeren:
1. Klik op Prestaties en onderhoud in Configuratiescherm en klik daarna op Systeem.
2. Selecteer het tabblad Hardware.
3. Klik op Apparaatbeheer. Het venster Apparaatbeheer wordt geopend. Klik op Netwerkadapters.
4. Selecteer de gewenste netwerkadapter en klik op de knop Inschakelen op de werkbalk.
De computer biedt ingebouwde ondersteuning voor Ethernet LAN (10 megabits per seconde, 10BASE-T) en Fast Ethernet LAN (100 megabits per seconde, 100BASE-Tx). In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de computer koppelt aan en ontkoppelt van een LAN.
Betekenis
op uit. Automatisch uitgeschakeld wegens oververhitting. Stroomstoring
op aan. Het draadloos LAN is ingeschakeld door een toepassing.
Typen LAN-kabels
De computer moet correct worden geconfigureerd alvorens verbinding met een LAN te maken. Als u zich bij een LAN aanmeldt terwijl de standaardinstellingen van de computer van kracht zijn, kunnen storingen op het LAN optreden. Vraag de LAN-beheerder naar de juiste configuratieprocedures.
Als u Fast Ethernet LAN (100 megabits per seconde, 100BASE-TX) gebruikt, dient u de computer met een CAT5-kabel of hoger aan te sluiten. U kunt geen CAT3-kabel gebruiken.
Gebruikt u Ethernet LAN (10 megabits per seconde, 10BASE-T), dan kunt u de computer aansluiten met een CAT3-kabel of hoger.
Gebruikershandleiding 4-26
Page 95
De LAN-kabel aansluiten
Voer de volgende stappen uit om de LAN-kabel aan te sluiten.
1. Schakel de computer en alle erop aangesloten externe apparaten uit.
2. Koppel één uiteinde van de kabel aan de LAN-poort. Duw voorzichtig tot de vergrendeling vastklikt.
De LAN-kabel aansluiten
3. Koppel het andere uiteinde van de kabel aan een LAN-hub. Raadpleeg de LAN-beheerder voordat u de kabel op een hub aansluit.
De LAN-kabel ontkoppelen
Voer de volgende stappen uit om de LAN-kabel te ontkoppelen.
1. Knijp het palletje op de connector in de LAN-aansluiting van de computer in en trek de connector eruit.
2. Ontkoppel de kabel op dezelfde wijze van de LAN-hub. Raadpleeg de LAN-beheerder voordat u de kabel van de hub ontkoppelt.
Grondbeginselen

Computer schoonmaken

Om een lange levensduur en storingsvrij gebruik te waarborgen dient u de computer stofvrij te houden en voorzichtig te zijn met vloeistoffen in de buurt van de computer.
Mors geen vloeistoffen in de computer. Als de computer toch nat wordt,
schakelt u onmiddellijk de stroom uit; laat de computer volledig drogen voordat u hem weer aanzet.
Reinig de computer met een licht (met water) bevochtigde doek. Voor
het beeldscherm kunt u een glasreinigingsmiddel gebruiken. Sproei een kleine hoeveelheid reinigingsmiddel op een zachte, schone doek en veeg het scherm hiermee voorzichtig af.
Sproei schoonmaakmiddel nooit rechtstreeks op de computer en laat er geen vloeistof inlopen. Gebruik nooit bijtende chemicaliën om de computer te reinigen.
Verwijder regelmatig met een stofzuiger het stof uit de luchtopeningen
aan de linkerkant van de computer. Raadpleeg hoofdstuk 2,
Rondleiding Linkerkant.
Gebruikershandleiding 4-27
Page 96

Computer verplaatsen

De computer is een robuust apparaat. Wanneer u de computer verplaatst, dient u echter enkele eenvoudige voorzorgsmaatregelen te treffen om te zorgen dat het systeem probleemloos blijft werken.
Zorg dat alle schijfactiviteit is gestopt voor u de computer verplaatst.
Controleer het schijflampje op de computer.
Als er een CD/DVD in het station zit, verwijdert u deze. Zorg tevens dat
de stationslade goed is gesloten.
Schakel de computer uit.
Ontkoppel de netadapter en alle randapparaten alvorens de computer
te verplaatsen.
Sluit het beeldscherm. Til de computer niet op bij het beeldscherm.
Gebruik de draagtas wanneer u de computer vervoert.
Houd de computer stevig vast wanneer u ermee rondloopt, om stoten
en vallen te vermijden.
Houd de computer tijdens het dragen niet aan uitstekende delen vast.
Grondbeginselen
Uitstekend deel
Gebruikershandleiding 4-28
Page 97
TOSHIBA L10-serie

Het toetsenbord

Het toetsenbord van de computer is compatibel met een uitgebreid toetsenbord met 101/102 toetsen. Door bepaalde toetsen tegelijkertijd in te drukken kunt u alle functies uitvoeren die op een toetsenbord met 101/102 toetsen beschikbaar zijn.
Het aantal toetsen op uw toetsenbord is afhankelijk van de toetsenbordindeling waarmee uw computer is geconfigureerd. Er zijn toetsenborden voor verschillende talen beschikbaar.
Er zijn zes soorten toetsenbordtoetsen: typemachinetoetsen, geïntegreerde numerieke toetsen, functietoetsen, zogenoemde “softkeys”,
speciale Windows

Typemachinetoetsen

De typemachinetoetsen produceren de hoofdletters en kleine letters, cijfers, leestekens en speciale symbolen die op het scherm verschijnen.
Er zijn echter enkele verschillen tussen het gebruik van een typemachine en het gebruik van een computertoetsenbord:
Letters en cijfers die met de computer zijn geproduceerd, verschillen
van breedte. Spaties, die door een "spatieteken" worden gecreëerd, kunnen ook variëren, al naar gelang uitlijning en andere factoren.
Op computers zijn de kleine letter l (el) en het cijfer 1 (één) niet
verwisselbaar.
Hoofdletter O en 0 (nul) zijn niet verwisselbaar.
Caps Lock, de functietoets voor hoofdlettervergrendeling, is alleen van
invloed op de lettertoetsen, niet (zoals op typemachines) op de cijfer­en symbooltoetsen.
De Shift- of hoofdlettertoetsen, de Tab -toets en de toets BkSp
(backspace- ofwel correctietoets) hebben dezelfde functie als de gelijknamige typemachinetoetsen maar hebben bovendien speciale computerfuncties.
®
-toetsen en cursorbesturingstoetsen.
Hoofdstuk 5
Gebruikershandleiding 5-1
Page 98

F1 ... F12 functietoetsen

De functietoetsen, niet te verwarren met de Fn-toets, zijn de 12 toetsen boven aan het toetsenbord. Deze toetsen werken anders dan de overige toetsen.
F1 tot en met F12 worden aangeduid als functietoetsen, omdat u hiermee geprogrammeerde functies kunt uitvoeren. Als u pictogramtoetsen in combinatie met de Fn-toets gebruikt, worden specifieke functies op de computer uitgevoerd. Raadpleeg de paragraaf Softkeys: Fn-
toetscombinaties in dit hoofdstuk. De werking van individuele toetsen is
afhankelijk van de software die u gebruikt.

Softkeys: Fn-toetscombinaties

De toets Fn (functie) vormt in combinatie met andere toetsen “softkeys”. Softkeys zijn toetscombinaties die specifieke voorzieningen activeren, uitschakelen of configureren.
In sommige softwareprogramma’s werken softkeys niet naar behoren of werken ze in het geheel niet. De softkey-instellingen worden niet hersteld door de stand-by-functie.
Het toetsenbord
Toetsen emuleren op een uitgebreid toetsenbord
Een uitgebreid toetsenbord met 101 toetsen
Het toetsenbord is zodanig ontworpen dat het voorziet in alle functies van het uitgebreide toetsenbord met 101 toetsen, zoals geïllustreerd in de vorige afbeelding. Het uitgebreide toetsenbord met 101/102 toetsen heeft een apart numeriek toetsenblok, een Scroll Lock-toets en bovendien een extra Enter- en Ctrl-toets rechts van het hoofdtoetsenbord. Aangezien dit toetsenbord kleiner is en minder toetsen heeft, moet een aantal van de functies van het uitgebreide toetsenbord worden gesimuleerd door middel van toetscombinaties.
Het is mogelijk dat uw softwaretoepassing een toets vereist die niet op het toetsenbord voorkomt. Door de Fn-toets in combinatie met een van de volgende toetsen in te drukken emuleert u de functies van het uitgebreide toetsenbord.
Gebruikershandleiding 5-2
Page 99

Sneltoetsen

Met sneltoetsen kunt u bepaalde functies van de computer in- of uitschakelen.
Geluid dempen: Als u in een Windows®-omgeving op Fn + Esc drukt, wordt het geluid in- of uitgeschakeld. Wanneer u op deze sneltoets drukt, wordt de huidige instelling veranderd en als pictogram weergegeven.
Directe beveiliging: Als u op Fn + F1 drukt, wordt het scherm leeggemaakt, zodat niemand toegang tot uw gegevens kan verkrijgen. Als u het scherm en de oorspronkelijke instellingen wilt herstellen, drukt u op een willekeurige toets of tikt u op het touchpad. Als een wachtwoord voor schermbeveiliging is geregistreerd, wordt een dialoogvenster geopend. Voer het schermbeveiligingswachtwoord in en klik op OK. Als geen wachtwoord is ingesteld, wordt het scherm hersteld zodra u op een toets drukt of op het touchpad tikt.
Het toetsenbord
Energiebesparingsmodus: Als u op Fn + F2 drukt, wordt het dialoogvenster Eigenschappen voor Energiebeheer geopend. Hier kunt u de status van de stroomvoorziening controleren of instellingen voor energiebesparing configureren.
Stand-by: Wanneer u op Fn + F3 drukt, wordt de computer in de stand-by- modus gezet. Om te voorkomen dat de computer onverhoeds op stand-by gaat, verschijnt een dialoogvenster ter controle. Als u het venster voortaan niet wilt weergegeven, schakelt u het selectievakje in.
Slaapstand:Wanneer u op Fn + F4 drukt, wordt de computer in de slaapstand gezet. Om te voorkomen dat de computer onverhoeds in de slaapstand wordt gezet, verschijnt een dialoogvenster ter controle. Als u het venster voortaan niet wilt weergegeven, schakelt u het selectievakje in.
Gebruikershandleiding 5-3
Page 100
Het toetsenbord
Beeldschermselectie: Druk op Fn + F5 als u het actieve beeldscherm wilt wijzigen. Wanneer u op deze sneltoets drukt, verschijnt een dialoogvenster. Alleen apparaten die beschikbaar zijn voor selectie, worden weergegeven. Houd Fn ingedrukt en druk nogmaals op F5 om het apparaat te wijzigen. Wanneer u Fn and F5 loslaat, verandert het geselecteerde apparaat.
Schermhelderheid: Als u op Fn + F6 drukt, wordt de schermhelderheid in stappen verlaagd. Wanneer u op deze sneltoets drukt, wordt de huidige instelling twee seconden lang weergegeven door middel van een pictogram.
Schermhelderheid: Als u op Fn + F7 drukt, wordt de schermhelderheid in stappen verhoogd. Wanneer u op deze sneltoets drukt, wordt de huidige instelling twee seconden lang weergegeven door middel van een pictogram.
Het helderheidsniveau is recht evenredig met de beeldscherpte.
Draadloze communicatie: Op dit model is er geen geprogrammeerde functie toegewezen aan Fn + F8.
Touchpad: Als u in een Windows
®
-omgeving op Fn + F9 drukt, wordt de touchpadfunctie in- of uitgeschakeld. Wanneer u op deze sneltoets drukt, wordt de huidige instelling veranderd en als pictogram weergegeven.
Druk op Fn + F11 om de geïntegreerde numerieke toetsen te activeren. Als deze functie is geactiveerd, veranderen toetsen met een grijze markering op de onderrand in numerieke toetsen. Raadpleeg de paragraaf
Geïntegreerde numerieke toetsen in dit hoofdstuk voor meer informatie
over het gebruik van deze toetsen. Standaard zijn beide functies bij het opstarten van de computer uitgeschakeld.
Gebruikershandleiding 5-4
Loading...