Thermo Scientific
Centrifuge Sorvall Legend
Micro 17 / 17R 21 / 21R
Gebruiksaanwijzing
50164177-a • 12 / 2020
Registreer uzelf online op:
thermofisher.com/labwarranty
Zo gebruikt u deze handleiding
U dient zich met deze bedrijfshandleiding vertrouwd te maken.
De bedrijfshandleiding helpt u om ondeskundige bediening te voorkomen. De
handleiding daarom altijd in de buurt van de centrifuge bewaren.
Een bedrijfshandleiding die niet bereikbaar is, kan ook niet beschermen
tegen ondeskundige behandeling en daarmee tegen letsel en materiële
schade.
De bedrijfshandleiding omvat
• Veiligheidsbepalingen
• Toestelbeschrijving
• Transport en aansluiting van de centrifuge
• Rotors en toebehoren
• Werking van de centrifuge
• Onderhoud en verzorging
• Hulp bij storingen
• Technische gegevens
• Trefwoordenlijst
Op de achterzijde ziet u een afbeelding
van het bedieningsveld met een samenvatting
van de belangrijkste functies
Deze openklappen
3
Het bedieningsveld
Weergavevelden
RPM / RCF
Rusttoestand: Werkelijke waarde (0), of ingevoerde voorgeschreven
waarde actuele werkelijke waarde van toerental of RCF
(na bediening van de wisselknop)
Ronddraaiende lichtpunten:
Rotor draait
Beëindigen: „End“
Foutmelding: knipperende weergave met storingcode
Centrifugetijd
Rust / Einde: Werkelijke waarde (0) / „End“, of ingevoerde
voorgeschreven waarde (in minuten, resp. „hd“ voor
continue werking)
Tijdkeuze / cyclus: - resterende looptijd tot „0“ in minuten
Continue werking („hd“): - verlopen looptijd in seconden / minuten
„Quick run“: - verlopen looptijd in seconden / minuten
Temperatuur *
Volgens: actuele monstertemperatuur in °C
(in temperatuurevenwicht)
* Alleen bij apparaten met koelinstallatie!
Toetsen
Starten: Start van de centrifuge
Stop: handmatig beëindigen van een cyclus
Deksel open: Open het deksel
(alleen bij ingeschakeld apparaat en bij stilstand van de
rotor mogelijk)
Quick run: kortstondig opstarten van de centrifuge zolang de knop
ingedrukt blijft.
Omschakeling
RPM / RCF: Omschakeling tussen toerental- en RCF-weergave.
Pretemp: Voorverwarmfunctie *
Insteltoetsen: Stapsgewijs verhogen/verlagen van de ingestelde waarden
Even drukken op een van deze toetsen: omschakelen van werkelijke naar
ingestelde waarde, aangeduid door een knipperende weergave.
(Storingen verhelpen, zie „Als er storingen optreden“):
E-14: Oververhitting in de centifugeketel (> 50 °C)
E-22: Toerentalmeting gestoord
E-24: Deksel kan niet worden geopend
E-31: Overtemperatuur in de motor
E-36: Te veel stroom of te hoge spanning
E-46: Deksel is tijdens de cyclus handmatig geopend
E-57: Onbalans
E-60: Te lage temperatuur in de ketel (< -20 °C)
Inhoud
Inhoud
Voor uw veiligheid ............................3
Veiligheidsaanwijzingen in deze bedrijfshandleiding ..........3
Gebruik volgens de voorschriften .......................4
Niet-toegestane werkwijze ............................4
Gevaarlijke stoffen centrifugeren ........................4
Centrifuge hanteren .................................4
Conformiteit met geldige normen .......................5
Apparaatbeschrijving ..........................7
Omvang van de levering ..............................7
Veiligheidsvoorzieningen ..............................7
Dit kan uw centrifuge ................................8
Vóór de ingebruikname ........................9
De juiste plaats voor het apparaat ......................9
Centrifuge transporteren en neerzetten ...................9
Centrifuge met koelinstallatie ........................9
Centrifuge op het elektriciteitsnet aansluiten ..............10
Transportbeveiliging verwijderen .......................10
Deze accessoires zijn er ......................11
Rotoren voor LEGEND MICRO 17 ......................12
Rotoren voor LEGEND MICRO 21 ......................14
Rotoren voor LEGEND MICRO 17R .....................16
Rotoren voor LEGEND MICRO 21R .....................18
Adapter .........................................20
Behandeling van rotoren ......................21
Rotordeksel met snapsluiting .......................21
Werking zonder rotordeksel ........................22
Rotordeksel met schroefsluiting .....................23
Aerosoldicht gebruik ...............................24
Aerosoldichtheid controleren ........................26
Bedrijf .....................................27
Centrifuge inschakelen ..............................27
Centrifugedeksel openen ............................27
Centrifugedeksel sluiten .............................27
Rotor plaatsen ....................................28
Rotor beladen ....................................30
Maximale lading .................................30
Centrifugebuisjes vullen ...........................30
Centrifugebuisjes plaatsen .........................31
Parameters invoeren ...............................32
Schakel de RPM-/RCF-weergaveom
Toerental selecteren ................................32
RCF-waarde invoeren ...............................33
Toelichting bij de RCF-waarde . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
Centrifugetijd programmeren .........................34
1
Inhoud
Vaste looptijd ...................................34
Continu bedrijf ..................................34
Temperatuur programmeren ..........................35
Pretemp .......................................36
Centrifugeercyclus starten ...........................37
Instellingen wijzigen tijdens het centrifugeren .............37
Centrifugeercyclus stoppen ..........................38
Bij vooraf ingestelde looptijd ........................38
Bij continue werking ..............................38
Kortstondig centrifugeren ............................38
De rotor demonteren ...............................39
Akoestische signaalgever ............................39
Centrifuge buiten bedrijf stellen .......................40
WEEE-naleving ...................................40
Onderhoud en verzorging .....................41
Onderhoudswerkzaamheden die u uitvoert ...............41
Reiniging ......................................41
Filtercassette reinigen .............................42
Ontsmetting ....................................43
Decontamineren .................................45
Autoclaveren ...................................45
De service van Thermo .............................46
Garantievoorwaarden ...............................46
Als er storingen optreden .....................47
Mechanische deksel-noodontgrendeling .................47
Deze storingen kunt u zelf verhelpen ...................49
Als de klantendienst moeten komen ....................55
Technische gegevens .........................57
Onderdelen ......................................57
De Easycontrol-gebruikersinterface .....................58
Vermogenskenmerken ..............................59
Aansluitgegevens ..................................61
Appendix ...................................64
Toerental-/RCF-grafieken ............................65
Autoclaaf-rapport ..................................71
Trefwoordenlijst .............................73
2
Voor uw veiligheid
Voor uw veiligheid
Veiligheidsaanwijzingen in deze bedrijfshandleiding
Zodanig gemarkeerde plaatsen wijzen op mogelijke gevaren voor
personen.
Zodanig gemarkeerde plaatsen wijzen op mogelijke gevaren voor de
centrifuge of onderdelen in de directe omgeving van de centrifuge.
Let op Hete oppervlakken
Algemene gevaarlijke plaats
Vóór het inschakelen van de centrifuge de bedrijfshandleiding
lezen!
Zo zijn algemene aanwijzingen gemarkeerd.
De Sorvall centrifuges zijn gebouwd volgens de actuele stand van de techniek
en de geldige voorschriften. Desondanks kunnen van centrifuges gevaren voor
personen en objecten uitgaan als
• deze niet correct worden gebruikt,
• deze door niet hiervoor opgeleid personeel worden bediend,
• deze ondeskundig worden gemodificeerd of omgebouwd,
• de veiligheidsaanwijzingen niet in acht worden genomen.
Daarom moet iedereen die zich bezigheid met de
bediening en het onderhoud van de centrifuge, de
veiligheidsaanwijzingen lezen en opvolgen.
Bovendien de nationale Arbo-voorschriften in acht nemen. In staten van de EU zijn
dit vooral de uit richtlijn 89/391 resulterende nationale voorschriften.
Voor de Arbo geldt in Duitsland de BGV A1 in het algemeen en de BGV A3 voor
elektrische bedrijfsmiddelen in het bijzonder. Voor de beoordeling van de stand van
de techniek dient de BGR 500 hoofdstuk 2.11 deel 3
„Centrifuges“ te worden geraadpleegd.
Bij beschadigingen aan de netaansluitkabel of aan delen
van de behuizing moet de centrifuge buiten werking
worden gesteld!
3
Voor uw veiligheid
Gebruik volgens de voorschriften
De centrifuge moet worden gebruikt om stoffen met een verschillende dichtheid
resp. partikelgrootte die in een vloeistof zijn gesuspendeerd, te scheiden (maximale
monsterdichtheid 1,2 g/cm³ bij maximaal toerental).
Niet-toegestane werkwijze
Tijdens het centrifugeren mogen binnen een veiligheidszone van 30 cm rondom
het apparaat geen personen of gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.
Van de centrifuge gaat gevaar uit voor u, andere personen en objecten als u de
volgende veiligheidsmaatregelen niet treft:
Gevaarlijke stoffen centrifugeren
• De centrifuge is niet inert noch explosievast. De centrifuge daarom niet in
een omgeving met gevaar voor explosies gebruiken.
• Centrifugeer geen explosieve of brandbare materialen of substanties die
hevig kunnen reageren met elkaar.
• Centrifugeren geen toxische of radioactieve materialen evenals pathogene
micro-organismen zonder geschikte veiligheidssystemen.
Bij centrifugeren van microbiologische monsters uit de risicogroep
II (volgens handboek “Laboratory Biosafety Manual” van de
Wereldgezondheidsorganisatie WHO) dan moeten aerosoldichte deksels
worden gebruikt.
Bij materialen met een hogere risicogroep moet meer dan één bescherminrichting
worden voorzien.
• Als er toxines of pathogene substanties in de centrifuge of onderdelen
ervan zijn geraakt, moet u aangepaste desinfecterende maatregelen treffen
(zie “Onderhoud en verzorging - desinfectie“).
• Sterk corrosieve substanties die materialen beschadigen en de
mechanische sterkte van de rotor kunnen verminderen, mogen alleen in
hiervoor bedoelde beschermde vaten worden gecentrifugeerd.
Centrifuge hanteren
• Voor de centrifuge uitsluitend originele accessoires gebruiken. Een
uitzondering vormen alleen de universele centrifugebuisjes van glas of
kunststof, voor zover ze voor de toerentallen c.q. RCF-waarden van de rotor
goedgekeurd zijn.
• Werk alleen met een deskundig gemonteerde rotor.
• De centrifuge mag alleen met een correct gevulde rotor worden bediend. U
mag de rotor niet overbeladen.
• Beslist de desinfectie- en reinigingsvoorschriften in acht nemen.
• Indien de rotor of het rotordeksel zichtbare sporen van corrosie of slijtage
vertoont, mag deze niet meer worden gebruikt.
4
Voor uw veiligheid
• Het centrifugedeksel nooit handmatig openen als de rotor nog draait.
• De deksel-noodontgrendeling is er alleen voor noodgevallen, bv. bij
onderbreking van de stroomtoevoer (zie hoofdstuk „Als er storingen
optreden“).
• Nooit met geopend centrifugedeksel werken.
• De centrifuge nooit bedienen Als de bekleding of onderdelen ervan zijn
verwijderd.
• Ingrepen in mechanische of elektrische modules van de centrifuge mogen
alleen worden uitgevoerd door personen die hiervoor door Thermo bevoegd
zijn verklaard.
Conformiteit met geldige normen
De IEC-centrifuges zijn in overeenstemming met de volgende voorschriften
geproduceerd en getest:
- voor alle spanningen
• IEC 61010-1
IEC 61010-2-020
- alleen voor 120 V
- alleen voor 230 V
Details van de testnormen staan in de technische gegevens.
5
Voor uw veiligheid
voor uw notities
6
Toestelbeschrijving
Toestelbeschrijving
In principe gelden de beschrijvingen voor alle apparaatvarianten.
Leveringsomvang
• Rotor
• Rotorbevestigingssleutel
• Netaansluitleiding
• Gebruiksaanwijzing
Veiligheidsvoorzieningen
De LEGEND MICRO 17/21 en de LEGEND MICRO 17R/21R zijn uitgerust met een
serie veiligheidsvoorzieningen:
• Behuizing van slagvast kunststof;Inwendige pantsering van staal.
• Deksel met kijkglas en dekselvergrendeling
Het centrifugedeksel kan alleen bij ingeschakelde centrifuge en stilstaande
rotor worden geopend. U kunt de centrifuge alleen met een correct gesloten
deksel starten.
• Noodontgrendeling deksel: Alleen in geval van nood, b.v. bij onderbreking
van de stroomvoorziening (zie hoofdstuk “In geval van storingen“)
Ingrepen in de veiligheidsvoorzieningen zijn verboden!
7
Toestelbeschrijving
Dat kan uw centrifuge
De LEGEND MICRO 17/21 en de LEGEND MICRO 17R/21R zijn tafelcentrifuges
voor het gebruik in biochemische en medische laboratoria.
Het ingestelde toerental wordt in enkele seconden bereikt. U kunt ook met de
„quick run“-knop een monster slechts enkele seconden centrifugeren als de
taakstelling dit vereist. De onderhoudsvrij asynchrone motor zorgt ook bij
een hoog toerental voor een geluids- en trillingsarme loop en garandeert een zeer
lange levensduur.
Het gebruiksvriendelijke bedieningspaneel „Easy-control“ zorgt voor een
gemakkelijke bediening. Vóór de cyclus worden bij ingeschakelde centrifuge en
gesloten centrifugedeksel de werkelijke waarden weergegeven, resp. de gewenste
voorgeschreven waarden kunnen worden ingesteld. Bij draaiende centrifuge geeft
het displayveld altijd informatie over de actuele werkelijke waarden resp. (na het
kort indrukken van een van de instelknoppen of ) over de voorgeschreven
waarden voor toerental en looptijd, evenals bij gekoelde apparaten over de
temperatuur. Na afloop van de cyclus verschijnt in het toerentalveld de weergave
„End“.
Als u meermaals op een van de instelknoppen resp. drukt, verhoogt
resp. verlaagt u de betreffende instelling van de voorgeschreven waarde
stapsgewijs. Als u een van de knoppen ingedrukt houdt, dan wordt de gekozen
meetgrootheid continu hoger resp. lager en wel in eerste instantie langzaam en na
enkele seconden versneld.
Ook tijdens het gebruik kunnen deze instelwaarden worden gewijzigd.
„quick run”-modus
Tijdens het indrukken van een knop (knop ) wordt de rotor maximaal versneld
(zo nodig tot het maximumtoerental).
8
Vóór de ingebruikname
Vóór de ingebruikname
De juiste plaats voor het apparaat
De centrifuge moet in binnenruimtes worden gebruikt. De plaats van het apparaat
moet aan de volgende eisen voldoen:
• Rond de centrifuge moet een veiligheidsperimeter van ten minste 30 cm
in acht worden genomen. Daar mogen tijdens het centrifugeren geen
personen of gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.
• De onderbouw moet stabiel en trillingsvrij zijn. Goed geschikt is een vlakke
laboratoriumtafel of een grotere laboratoriumwagen met wielen met
remfunctie.
• In een gebied van 15 cm rondom de centrifuge mag de luchtcirculatie niet
worden beperkt.
• De centrifuge moet beschermd zijn tegen warmte, zonne- en uv-straling.
Uv-straling kan de behuizing beschadigen.
• De installatieplaats moet steeds goed geventileerd zijn.
Centrifuge transporteren en neerzetten
De centrifuge alleen rechtop in de speciale doos
transporteren en deze voldoende vastzetten. De centrifuge
voorzichtig neerzetten om beschadigingen te voorkomen.
De apparaten alleen aan de bodemplaat oplichten. Let bij
het transport op het gewicht van de centrifuge! (zie
„Technische gegevens“).
Laat u bij het dragen helpen!
Centrifuge met koelinstallatie
Om het koelmedium in de compressor te verzamelen moet
na elk transport het apparaat op de plaats van gebruik ca.
1 uur rusten.
9
Vóór de ingebruikname
Centrifuge op het elektriciteitsnet aansluiten
U dient zich ervan te vergewissen dat de netspanning en
frequentie overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje.
De netschakelaar op het apparaat uitschakelen (op “0” drukken) en pas dan de
stekker van de aansluitkabel in het stopcontact steken.
Transportbeveiliging verwijderen
Vóór de ingebruikname controleren of de
rotortransportbeveiliging is verwijderd!
Hiervoor het apparaat met de netschakelaar inschakelen. Nu het centrifugedeksel
openen door op de „Deksel open“-knop te drukken en de
rotortransportbeveiliging verwijderen.
Nu, door de rotor enigszins te draaien, de vrije beweging van het rotorlichaam
controleren en ervoor zorgen dat de rotor stevig is vastgeschroefd en het
rotordeksel veilig is bevestigd.
10
Deze accessoires zijn er
Als overige accessoires heeft u de beschikking over een serie verschillende
rotoren.
Een gedetailleerde samenstelling van het toebehoren met technische gegevens en
bestelnummer vindt u terug in onze verkoopdocumentatie.
Meer informatie vindt u ook op het internet op: http://www.thermo.com
Deze accessoires zijn er
11
Deze accessoires zijn er
Rotoren voor LEGEND MICRO 17
Tabel 1: Vermogensgegevens LEGEND MICRO 17
Rotorbenaming
Bestelnr.
Plaatsen / volume 24 x 1,5 / 2 ml 36 x 0,5 ml 18 x 2 ml + 18 x 0,5 ml
Maximaal toegestane belasting [g] 24 x 4 36 x 0,5 18 x 4 + 18 x 0,5
Minimaal toerentaal nmin [min-1 ] 300 300 300
Maximaal toerental nmax [min-1 ] 13 300 13 300 13 300
Maximale RCF-waarde bij nmax 17 000 15 600 16 800
Versnell.- / Remtijd [s] 11 / 12 9 / 10 11 / 12
Straal max. / min. [ cm ] 8,6 / 5,1 7,9 / 5,0 8,5 / 4,8
Hellingshoek [ ° ] 45 45 45
Opwarming van het monster bij
nmax [°C] met betrekking tot
kamertemperatuur van 23°C,
centrifugetijd 1 uur
Aërosoldicht * ja nee nee
Toegestaan temperatuurbereik
autoclaafbaar (cyclusaantal)
* Getest door HPA, Porton-Down, UK – Ook de aanwijzingen onder „Aerosoldichte toepassing“ in acht nemen!
24 x 1,5 / 2,0 mL
Rotor
75003424
36 x 0,5 mL
Rotor
75003436
33 31 33
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
Dubbele rotor
18 x 2,0 / 0,5 mL
75003418
12
Deze accessoires zijn er
Tabel 1: Vermogensgegevens LEGEND MICRO 17
Rotorbenaming
PCR-rotor
4 x 8
75003440
PCR-rotor
8 x 8
75003489
Hematocriet rotor
75003473
Bestelnr.
Plaatsen / volume 4x PCR-strip 8x PCR-strip 24x hematocrietcapillairen 75 mm
Maximaal toegestane belasting [g] 4 x 4 (32 x 0,5) 8 x 4 (64 x 0,5) 24 x 0,2
Minimaal toerentaal nmin [min-1 ] 300 300 300
Maximaal toerental nmax [min-1 ] 13300 13300 13300
Maximale RCF-waarde bij nmax 13100 13800 16800
Versnell.- / Remtijd [s] 10 / 11 7 / 8 10 / 11
Straal max. / min. [ cm ] 6,6 / 4,7 7,0 / 4,4 2,0 / 8,5
Hellingshoek [ ° ] 45 60 90
Opwarming van het monster bij
nmax [°C] met betrekking tot
kamertemperatuur van 23°C,
31 31 34
centrifugetijd 1 uur
Aërosoldicht * ja nee nee
Toegestaan temperatuurbereik
autoclaafbaar (cyclusaantal)
* Getest door HPA, Porton-Down, UK – Ook de aanwijzingen onder „Aerosoldichte toepassing“ in acht nemen!
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
134 °C
13
Deze accessoires zijn er
Rotoren voor LEGEND MICRO 21
Tabel 2: Vermogensgegevens LEGEND MICRO 21
Rotorbenaming
Bestelnr.
Plaatsen / volume 24 x 1,5 / 2 ml 36 x 0,5 ml 18 x 2 ml + 18 x 0,5 ml
Maximaal toegestane belasting [g] 24 x 4 36 x 0,5 18 x 4 + 18 x 0,5
Minimaal toerentaal nmin [ min-1 ] 300 300 300
Maximaal toerental nmax [min-1 ] 14800 14800 14800
Maximale RCF-waarde bij nmax 21100 19300 20800
Versnell.- / Remtijd [s] 13 / 13 10 / 11 12 / 13
Straal max. / min. [ cm ] 8,6 / 5,1 7,9 / 5,0 8,5 / 4,8
Hellingshoek [ ° ] 45 45 45
Opwarming van het monster bij
nmax [°C] met betrekking tot
kamertemperatuur van 23°C,
centrifugetijd 1 uur
Aërosoldicht * ja nee nee
Toegestaan temperatuurbereik
autoclaafbaar (cyclusaantal)
* Getest door HPA, Porton-Down, UK – Ook de aanwijzingen onder „Aerosoldichte toepassing“ in acht nemen!
24 x 1,5 / 2,0 mL
Rotor
75003424
36 x 0,5 mL
Rotor
75003436
36 34 36
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
Dubbele rotor
18 x 2,0 / 0,5 mL
75003418
14
Deze accessoires zijn er
Tabel 2: Vermogensgegevens LEGEND MICRO 21
Rotorbenaming
PCR-rotor
4 x 8
75003440
PCR-rotor
8 x 8
75003489
Hematocriet rotor
75003473
Bestelnr.
Plaatsen / volume 4x PCR-strip 8x PCR-strip 24x hematocrietcapillairen 75 mm
Maximaal toegestane belasting [g] 4 x 4 (32 x 0,5) 8 x 4 (64 x 0,5) 24 x 0,2
Minimaal toerentaal nmin [ min-1 ] 300 300 300
Maximaal toerental nmax [min-1 ] 14800 14800 14800
Maximale RCF-waarde bij nmax 16200 17100 16800
Versnell.- / Remtijd [s] 12 / 13 8 / 9 11 / 12
Straal max. / min. [ cm ] 6,6 / 4,7 7,0 / 4,4 2,0 / 8,5
Hellingshoek [ ° ] 45 60 90
Opwarming van het monster bij
nmax [°C] met betrekking tot
kamertemperatuur van 23°C,
33 32 35
centrifugetijd 1 uur
Aërosoldicht * ja nee nee
Toegestaan temperatuurbereik
autoclaafbaar (cyclusaantal)
* Getest door HPA, Porton-Down, UK – Ook de aanwijzingen onder „Aerosoldichte toepassing“ in acht nemen!
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
134 °C
15
Deze accessoires zijn er
Rotoren voor LEGEND MICRO 17R
Tabel 3: Vermogensgegevens LEGEND MICRO 17R
Rotorbenaming
Bestelnr.
Plaatsen / volume 24 x 1,5 / 2 ml 36 x 0,5 ml 18 x 2 ml + 18 x 0,5 ml
Maximaal toegestane belasting [g] 24 x 4 36 x 0,5 18 x 4 + 18 x 0,5
Minimaal toerentaal nmin [ min-1 ] 300 300 300
Maximaal toerental nmax [min-1 ] 13300 13300 13300
Maximale RCF-waarde bij nmax 17000 15600 16800
Versnell.- / Remtijd [s] 10 / 12 8 / 10 10 / 12
Straal max. / min. [ cm ] 8,6 / 5,1 7,9 / 5,0 8,5 / 4,8
Hellingshoek [ ° ] 45 45 45
Min.-temperatuur bij nmax [°C] bij
kamertemperatuur van 23°C
Aërosoldicht * ja nee nee
Toegestaan temperatuurbereik
autoclaafbaar (cyclusaantal)
* Getest door HPA, Porton-Down, UK – Ook de aanwijzingen onder „Aerosoldichte toepassing“ in acht nemen!
24 x 1,5 / 2,0 mL
Rotor
75003424
36 x 0,5 mL
Rotor
75003436
< 0 < 0 < 0
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
Dubbele rotor
18 x 2,0 / 0,5 mL
75003418
16
Deze accessoires zijn er
Tabel 3: Vermogensgegevens LEGEND MICRO 17R
Rotorbenaming
PCR-rotor
4 x 8
75003440
PCR-rotor
8 x 8
75003489
Hematocriet rotor
75003473
Bestelnr.
Plaatsen / volume 4x PCR-strip 8x PCR-strip 24x hematocrietcapillairen 75 mm
Maximaal toegestane belasting [g] 4 x 4 (32 x 0,5) 8 x 4 (64 x 0,5) 24 x 0,2
Minimaal toerentaal nmin [ min-1 ] 300 300 300
Maximaal toerental nmax [min-1 ] 13300 13300 13300
Maximale RCF-waarde bij nmax 13100 13800 16800
Versnell.- / Remtijd [s] 9 / 12 6 / 8 9 / 11
Straal max. / min. [ cm ] 6,6 / 4,7 7,0 / 4,4 2,0 / 8,5
Hellingshoek [ ° ] 45 60 90
Min.-temperatuur bij nmax [°C] bij
< 0 < 0 < 0
kamertemperatuur van 23°C
Aërosoldicht * ja nee nee
Toegestaan temperatuurbereik
autoclaafbaar (cyclusaantal)
* Getest door HPA, Porton-Down, UK – Ook de aanwijzingen onder „Aerosoldichte toepassing“ in acht nemen!
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
134 °C
17
Deze accessoires zijn er
Rotoren voor LEGEND MICRO 21R
Tabel 4: Vermogensgegevens LEGEND MICRO 21R
Rotorbenaming
Bestelnr.
Plaatsen / volume 24 x 1,5 / 2 ml 36 x 0,5 ml 18 x 2 ml + 18 x 0,5 ml
Maximaal toegestane belasting [g] 24 x 4 36 x 0,5 18 x 4 + 18 x 0,5
Minimaal toerentaal nmin [ min-1 ] 300 300 300
Maximaal toerental nmax [min-1 ] 14800 14800 14800
Maximale RCF-waarde bij nmax 21100 19300 20800
Versnell.- / Remtijd [s] 12 / 13 9 / 11 11 / 13
Straal max. / min. [ cm ] 8,6 / 5,1 7,9 / 5,0 8,5 / 4,8
Hellingshoek [ ° ] 45 45 45
Min.-temperatuur bij nmax [°C] bij
kamertemperatuur van 23°C
Aërosoldicht * ja nee nee
Toegestaan temperatuurbereik
autoclaafbaar (cyclusaantal)
* Getest door HPA, Porton-Down, UK – Ook de aanwijzingen onder „Aerosoldichte toepassing“ in acht nemen!
24 x 1,5 / 2,0 mL
Rotor
75003424
36 x 0,5 mL
Rotor
75003436
< 4 < 4 < 4
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
Dubbele rotor
18 x 2,0 / 0,5 mL
75003418
18
Deze accessoires zijn er
Tabel 4: Vermogensgegevens LEGEND MICRO 21R
Rotorbenaming
PCR-rotor
4 x 8
75003440
PCR-rotor
8 x 8
75003489
Hematocriet rotor
75003473
Bestelnr.
Plaatsen / volume 4x PCR-strip 8x PCR-strip 24x hematocrietcapillairen 75 mm
Maximaal toegestane belasting [g] 4 x 4 (32 x 0,5) 8 x 4 (64 x 0,5) 24 x 0,2
Minimaal toerentaal nmin [ min-1 ] 300 300 300
Maximaal toerental nmax [min-1 ] 14800 14800 14800
Maximale RCF-waarde bij nmax 16200 17100 16800
Versnell.- / Remtijd [s] 11 / 13 7 / 9 10 / 12
Straal max. / min. [ cm ] 6,6 / 4,7 7,0 / 4,4 2,0 / 8,5
Hellingshoek [ ° ] 45 60 90
Min.-temperatuur bij nmax [°C] bij
< 4 < 4 < 8
kamertemperatuur van 23°C
Aërosoldicht * ja nee nee
Toegestaan temperatuurbereik
autoclaafbaar (cyclusaantal)
* Getest door HPA, Porton-Down, UK – Ook de aanwijzingen onder „Aerosoldichte toepassing“ in acht nemen!
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
121°C, (20 cycli)
-9 °C tot +40 °C
134 °C
19
Deze accessoires zijn er
Adapter
Tabel 5: Adapter
Adapter voor
24 x 1,5 / 2,0 mL Rotor 75003424
Dubbele rotor 18 x 2,0 / 0,5 mL 75003418
Verloopbus PCR 6,2 x 20 0,2 24 grijs 76003250
Verloopbus 8 x 43,5 0,5 / 0,6 24 turkoois 76003252
Verloopbus 6 x 46 0,25 / 0,4 24 rood 76003251
1) d = diameter
max. buisomvang
d1) x lengte [mm]
Recipiëntinhoud
[ml]
Aantal per
set
Kleur
Bestelnummer
20
Behandeling van rotoren
Behandeling van rotoren
Rotortemperatuurgebied
De rotoren mogen alleen in een temperatuurbereik van
-9 °C t/m +40 °C worden bediend. Op temperatuur
brengen in de vrieskast onder -9 °C is niet toegestaan.
Rotorlevensduur
De hoogwaardige rotoren hebben geen beperkte levensduur. Om redenen van
veiligheid bij gebruik de volgende aanwijzingen in acht nemen:
Rotoren en toebehoren van kunststof moeten tegen directe
zonnestraling resp. UV-straling worden beschermd.
Wanneer de rotor toch tekenen van verkleuring,
vervorming resp. slijtage of onbalans vertoont, dient deze
direct te worden vervangen!
Rotordeksel met snapsluiting
Open
Het rotordeksel wordt centraal op de in de rotor geïntegreerde rotormoer
vastgehouden.
Opname
Ontgrendelingsknop
Voor het openen van de rotor de rode ontgrendelingsknop in de opname van het
rotordeksel indrukken.
Nu kan het rotordeksel gemakkelijk eraf worden getild.
21
Behandeling van rotoren
Sluiten
Om de rotor af te sluiten het rotordeksel centrisch op de rotormoer zetten.
Het rotordeksel nu naar beneden drukken, totdat de sluiting hoor- en voelbaar
vastklikt.
Als het deksel maar moeilijk kan worden gesloten of niet vastklikt, de afdichtingen
op correcte bevestiging en verontreiniging controleren, zo nodig schoonmaken
en licht met vet insmeren. Het dekselmechanisme eveneens controleren op
verontreiniging en soepele werking.
Beschadigde rotordeksels onmiddellijk vervangen.
Altijd de stevige bevestiging van het rotordeksel
controleren door na het vastklikken aan het deksel te
trekken!
Werking zonder rotordeksel
Als u van plan bent om de rotor zonder rotordeksel te laten werken, van tevoren
de volgende punten in acht nemen.
Aerosolafdichting
Bij centrifugeren zonder rotordeksel worden de
aerosolafdichtingen niet meer gefixeerd en kunnen de
centrifuge aanzienlijk beschadigen!
Bij gebruik met open buisjes kunnen deze afscheuren en
tot beschadigingen leiden.
22
Behandeling van rotoren
Rotordeksel met schroefsluiting
Bij deze rotoren wordt het rotordeksel centraal op de rotornaaf vastgehouden.
Om de rotor af te sluiten het rotordeksel centrisch op de rotor zetten. Door de
dekselmoer rechtsom te draaien wordt het rotordeksel vastgedraaid.
De goede bevestiging van het rotordeksel altijd controleren!
Deze rotoren zijn niet geschikt voor aerosoldichte
toepassingen!
De O-ring in de rotornaaf zorgt slechts voor de stevige
bevestiging van het schroefdeksel. De buitenste dekselrand
kan bij deze rotoren niet worden afgedicht.
23
Behandeling van rotoren
Aerosoldicht gebruik
Alleen met de daarvoor voorziene rotoren!
Zie rotortabellen vanaf pagina 12
Bij het centrifugeren van gevaarlijke monsters mogen
aerosoldichte rotoren en recipiënten alleen in een
goedgekeurde veiligheidswerkbank worden geopend!
De maximaal toegestane capaciteit moet absoluut in acht
genomen worden!
Let op:
Ga na de recipiënten met monsters voor de gewenste centrifugeertoepassing
geschikt zijn.
• Gravitatievelden tot 21100 x g.
• De temperatuur in ongekoelde apparaten ligt maximaal ca. 15 K boven de
omgevingstemperatuur.
De recipiënten mogen in principe slechts in die mate worden gevuld, dat het
monster bij het centrifugeerproces de rand van de recipiënt niet kan bereiken.
De toegestane vulvolumes in acht nemen!
Nominaal volume: Toegestaan volume:
2,0 ml - 1,5 ml
1,5 ml - 1,0 ml
overige - 2/3nominaal volume
Aerosoldichte toepassingen niet
bij open buisdopjes!
24
Behandeling van rotoren
Aerosoldichtheid vereist correcte bediening bij het vullen van de buisjes en het
sluiten van het rotordeksel.
Voor elke toepassing moet u de dichtingen in de rotoren
controleren op correcte bevestiging en op slijtage of
beschadiging, en moet u ze lichtjes invetten.
Beschadigde dichtingen moeten onmiddellijk worden
vervangen!
Gebruik voor het invet van de dichtingen alleen het
speciale vet 76003500!
Vervangende afdichtingen zijn bij de rotoren gevoegd en kunnen als vervangende
onderdelenset 75003405 worden bijbesteld.
De volgende stappen moeten worden uitgevoerd:
• Vóór het plaatsen van de afdichtringen deze met vet insmeren.(Vet bestel-
nr. 76003500)
• V-vormige afdichting in de groef van de rotornaaf (a) drukken.
• C-profielafdichting in de groef op de rand van het rotorlichaam (b) leggen.
Let na het laden van de rotor erop dat het rotordeksel
veilig afsluit!
Beschadigde of troebele rotordeksels onmiddellijk
vervangen!
25
Behandeling van rotoren
Controleer de aerosoldichtheid
De typecontrole van de rotoren en bakken gebeurt volgens de dynamisch
microbiologische beproevingsmethode conform EN 61010-2-020 bijlage AA.
De aerosoldichtheid van een rotor hangt voornamelijk af van het correcte gebruik
ervan!
Controleer zo nodig de aerosoldichtheid van uw rotor!
Het is heel belangrijk dat alle dichtingen en afdichtvlakken
zorgvuldig op slijtage en beschadigingen zoals scheuren, krassen
en verbrossing worden onderzocht!
Als sneltest bestaat de mogelijkheid om aerosoldichte bakken en vastehoekrotoren
volgens onderstaande methode te controleren:
• Vet alle dichtingen lichtjes in met vet.
• Vul de rotor met ca. 10 ml koolzuurhoudend mineraalwater.
• Sluit de rotor overeenkomstig de bedieningsaanwijzingen.
• Door schudden komt het in het water gebonden koolzuurgas vrij en er
ontstaat zo een overdruk. Druk daarbij u niet op het deksel!
• Lekkages zijn detecteerbaar door weglekkend vocht en hoorbaar
ontsnappen van het gasmengsel.
• In geval van lekkages moeten de aërosolafdichtingen vervangen worden en
de controle moet opnieuw uitgevoerd worden.
• Ten slotte rotor, rotordeksel en dekselafdichting drogen.
26
Bedrijf
Bedrijf
Centrifuge inschakelen
Schakel de netschakelaar van het apparaat in.
De volgende weergave verschijnt in het bedieningsveld:(veld voor
temperatuurweergave alleen bij gekoeld apparaat)
Deze weergave meldt u dat het apparaat een interne controle van de software
uitvoert.
Na deze controle schakelt het display naar de modus met werkelijke waarden.
Toerental en centrifugetijd zijn 0.
Bij het gekoelde apparaat geeft de temperatuurweergave de actuele temperatuur
in het monster weer.(Vóór de start normaliter de temperatuur in de rotorkamer).
De volgende afbeelding toont een voorbeeld, hoe de weergave eruit zou kunnen
zien. Een gedetailleerde beschrijving van de mogelijke instellingen staat verderop
in dit hoofdstuk.
Centrifugedeksel openen
Voor de bediening van de dekselontgrendeling moet de centrifuge
zijn aangesloten op het elektriciteitsnet en zijn ingeschakeld!
Voor het openen van het centrifugedeksel de „Deksel open“-knop indrukken.
In de weergave ziet u:
(Noodontgrendelingsmogelijkheid bij storing en uitval van het elektriciteitsnet: zie
paragraaf „Als er storingen optreden“)
Centrifugedeksel sluiten
Door de voorste rand van het deksel naar beneden te drukken, wordt de centrifuge
gesloten.
Centrifugedeksel niet dichtslaan!
27
Bedrijf
De rotor in de centrifuge plaatsen
Door niet-toegestaan toebehoren te gebruiken of dit niet
correct te combineren, kunt u de centrifuge ernstig
beschadigen!
De goedgekeurde rotoren van de centrifuge staan in het hoofdstuk „Deze
accessoires zijn er“.In dit apparaat alleen rotoren gebruiken die deel uitmaken
van deze opstelling.
Om de rotor uit te bouwen, hebt u de bijgevoegde rotorbevestigingssleutel nodig.
(zie hoofdstuk „Apparaatbeschrijving“)
U mag de rotor alleen plaatsen als het temperatuurverschil van aandrijfas en
rotornaaf maximaal 20 °C bedraagt. Anders kan de rotor klemmen wanneer deze
wordt geplaatst.
Het plaatsen van een klemmende rotor kan tot
beschadiging van aandrijfas en rotor leiden!
Als volgt handelen:
1. Het deksel van de centrifuge openen en ervoor zorgen dat rotorkamer en
rotor schoon zijn. Zo nodig stof, vreemde deeltjes of vloeistofresten van
monsters verwijderen.Schroefdraad en O-ring op de motoras moeten in
perfecte staat zijn.
2. De rotor zo draaien dat de uitsparing voor de aandrijfas naar beneden wijst.
3. Plaats de rotor zo op de drijfas dat de uitsparing van de rotor precies
over de meenemerstift past. De positie van de uitsparing op de rotor
wordt weergegeven door twee balken in het opschrift van de rotor aan de
bovenzijde. Deze balken vergemakkelijken het positioneren.
28
4. Druk de rotor zachtjes tot tegen de aanslag omlaag.
5. Houd de rotor aan de omtrek vast, en haal hem met de meegeleverde
steeksleutel aan.
Rotor niet met geweld naar beneden drukken.
Indien de rotorbevestiging niet kan worden vastgedraaid,
moet u de rotor weer voorzichtig lostrekken en nogmaals,
ten opzichte van de meenemerpen van de motoras gericht,
aanbrengen.
6. Het rotordeksel op de rotor plaatsen en op een goede bevestiging letten.
Controleer regelmatig of de rotor correct is gepositioneerd en
draai de spanhuls zo nodig vaster aan.
Wees voorzichtig bij de rotorwissel na het centrifugeren!
Aandrijfas en motorlagerschild kunnen heet zijn (>55 °C).
Bedrijf
29
Bedrijf
De rotor beladen
Maximale lading
Overbelading van de rotor vernielen!
Rondvliegende onderdelen kunnen de centrifuge ernstig
beschadigen!
De centrifuge kan hoge toerentallen bereiken. Daardoor treden enorme
centrifugaalkrachten op. De rotoren zijn zodanig geconstrueerd dat deze bij het
toegestane maximumtoerental nog meer dan voldoende stabiel zijn.
Dit veiligheidssysteem vereist dat de maximaal toegestane belading van de rotor
niet wordt overschreden.
Als u monsters centrifugeert die inclusief adapter de maximaal toegestane
belasting overschrijden, moet u ofwel de inhoud reduceren of het toerental ntoeg.
aan de hand van de volgende formule berekenen:
Centrifugebuisjes vullen
Let erop dat monsterbuisjes van kunststof – vooral bij
maximumbelasting (toerental, temperatuur) – slechts een
beperkte levensduur hebben en zo nodig moeten worden
vervangen!
Controleer of de monsterbuizen geschikt zijn voor de
betreffende g-waarde, en verminder zo nodig het
toerental.
Hoe kleiner de onbalans van de centrifuge, des te beter de scheidingseffect, omdat
gescheiden zones niet meer door trillingen worden vermengd. Het is daarom
belangrijk dat u de centrifugeerbuizen zo goed mogelijk in balans aanbrengt.
Om onbalans te minimaliseren dient u de centrifugebuisjes zo precies mogelijk te
vullen.U kunt de buisjes op het oog vullen.U moet er echter op letten dat buisjes
aan de tegenovergelegen zijde altijd even hoog zijn gevuld.
30
Bedrijf
De centrifugebuizen laden
De rotor moet symmetrisch zijn beladen.Als u de rotor slechts gedeeltelijk belaadt,
moet u erop letten dat tegenoverliggende boringen altijd met even zware buisjes
zijn gevuld (bij het centrifugeren van een enkel monster moet de tegenoverliggende
boring met bv. een met water gevuld buisje worden beladen). De volgende
afbeelding geeft enkele voorbeelden van hoe u de rotor correct belaadt.
Correcte lading
Ongelijkmatige belading van de rotor kan in extreme
gevallen beschadiging van rotor en centrifuge tot gevolg
hebben. Een onbalans veroorzaakt niet alleen hoge
geluidsniveaus, maar leidt ook tot vroegtijdige slijtage van
de aandrijving.
Verkeerde lading
Deze voorbeelden gelden logischerwijs ook voor andere roteren!
Als u de buizen hebt geladen, sluit u het rotordeksel.
Het deksel van de centrifuge sluiten door de voorste rand van het
deksel lichtjes naar beneden te drukken.Het centrifugedeksel
moet hoorbaar vast klikken en mag vervolgens niet meer met de
hand geopend kunnen worden.
31
Bedrijf
Parameters invoeren
Schakel de RPM-/RCF-weergave om
Na inschakelen van de centrifuge wordt het toerental weergegeven.
Door de omschakelknop te bedienen, kunt u wisselen naar de RCF-waarde
resp. tussen de beide soorten weergaven omschakelen.
Toerental programmeren
Het minimaal instelbare toerental van de centrifuge is 300 min-1. Het instelbare
maximumtoerental is afhankelijk van de apparaatvariant.
Het toerental kan in stappen van 100 min-1 worden gewijzigd.
Door kort indrukken bereikt u dat met elke keer drukken het toerental één stap
(100 min-1) wordt verhoogd resp. verlaagd. Deze optie is bedoeld voor geringe
wijzigingen resp. voor de fijnafstelling.
2. Als u de gekozen knop ingedrukt houdt, loopt de weergave continu, eerst
langzaam dan steeds sneller, naar hogere resp. lagere waarden.
Ga hiervoor als volgt te werk:
1. Een van de instelknoppen (voor verhogen) resp. (voor verlagen) in
het veld „Toerental“ van het bedieningsveld indrukken om in de modus
Voorgeschreven waarde te komen (vgl. ook uitklapbare afbeelding vóór in
deze bedrijfshandleiding):
32
3. Laat de toets los, zodra u de gewenste waarde hebt bereikt, en druk nu
enkele keren kort op de toets om de waarde nauwkeurig te selecteren. De
decimale positie knippert nog gedurende enkele seconden en schakelt dan
naar de weergave Werkelijke waarde. Het nieuwe voorgeschreven toerental
is nu opgeslagen.
Bedrijf
RCF-waarde invoeren
De voorgeschreven RCF-waarde kan in stappen van 100 g worden gewijzigd.De
invoer van de instelwaarde gebeurt zoals bij het toerental.
De minimaal instelbare RCF-waarde van de centrifuge is 100 x g. De instelbare
maximumwaarde is afhankelijk van de apparaatvariant.
De weergegeven RCF-waarde heeft altijd betrekking op de
maximale centrifugeerradius van de 24 x 1,5 / 2,0 mL rotor
(75003424).
Voor andere rotoren de nevenstaande formule gebruiken of u kunt zich oriënteren
op de toerental-/RCF-grafieken in de appendix.
De afrondingsafwijking in acht nemen!
Toelichting bij de RCF-waarde
De Relative Centrifugal Force wordt als veelvoud van de g-versnelling aangegeven.
Het is een getalwaarde zonder eenheid die dient om de scheidings- of
sedimentatieprestatie van verschillende apparaten te kunnen vergelijken, omdat
de waarde niet gebonden is aan het apparaattype. In de waarde wordt alleen de
centrifugeerradius en het toerental opgenomen:
r = centrifugeerradius in cm
n = toerental in min-1
De maximale RCF-waarde heeft betrekking op de maximale radius van de boring
waarin de buizen worden geladen.
Neem hierbij in acht dat deze waarde afneemt naargelang
gebruikte buizen en adapters.
Dit kunt u eventueel in de bovenstaande berekening in beschouwing nemen.
Door de beperkte weergaveplaatsen is een afronding van de
weergavewaarden vereist.Dit beperkt een directe vergelijking van
toerental- en RCF-waarden.
33
Bedrijf
Centrifugetijd programmeren
U kunt een looptijd van 1 t/m 99 min of continue werking „hd“ selecteren.
Vaste centrifugetijd
Om een vaste centrifugetijd in te stellen, gaat u als volgt te werk:
1. Een van de instelknoppen (voor verhogen) resp. (voor verlagen) in
het veld „Tijd“ indrukken om in de modus Voorgeschreven waarde te komen
(vgl. ook uitklapbare afbeelding vóór in deze bedrijfshandleiding):
Door kort indrukken bereikt u dat met elke keer drukken de looptijd met één
minuut wordt verhoogd resp. verlaagd. Deze optie is bedoeld voor geringe
wijzigingen resp. voor de fijnafstelling.
2. Als u de gekozen knop ingedrukt houdt, loopt de weergave continu, eerst
langzaam dan steeds sneller, naar hogere resp. lagere waarden.
3. De knop loslaten zodra u de gewenste waarde hebt bereikt, en nu enkele
keren kort de knop indrukken om de waarde nauwkeurig te selecteren.
De looptijdweergave knippert nog enkele seconden en schakelt dan naar
de continue weergave van de modus Werkelijke waarde. De nieuwe
voorgeschreven looptijd is nu opgeslagen.
Continu bedrijf
Om de centrifuge op continue werking in te stellen, moet u de knop
indrukken tot de weergave “hd” verschijnt.
Met deze instelling blijft de centrifuge draaien tot u
het proces handmatig door het indrukken van de
knop STOP beëindigt.
Houd er rekening mee dat in het bijzonder rotorvaten van
kunststof slechts een beperkte levensduur hebben, zodat ze bij
continubedrijf beschadigd kunnen raken!
34
Bedrijf
Temperatuur programmeren
Om de monstertemperatuur bij gekoelde apparaten in te stellen, als volgt handelen:
1. Een van de instelknoppen (voor verhogen) resp. (voor verlagen) in
het veld „Temperatuur“ indrukken om in de modus Voorgeschreven waarde
te komen (vgl. ook uitklapbare afbeelding vóór in deze bedrijfshandleiding):
Door kort indrukken bereikt u dat met elke keer
drukken de temperatuur met 1 °C wordt verhoogd
resp. verlaagd.
Deze optie is bedoeld voor geringe wijzigingen resp. voor de fijnafstelling.
2. Als u de gekozen knop ingedrukt houdt, loopt de weergave continu, eerst
langzaam dan steeds sneller, naar hogere resp. lagere waarden.
3. De knop loslaten zodra u de gewenste waarde hebt bereikt, en nu enkele
keren kort de knop indrukken om de waarde nauwkeurig te selecteren.
De temperatuurweergave knippert nog enkele seconden en schakelt dan
naar de continue weergave van de modus Werkelijke waarde.De nieuwe
voorgeschreven temperatuur is nu opgeslagen.
De koeling begint na het sluiten van het centrifugedeksel te werken, indien de
ingestelde voorgeschreven temperatuur onder de werkelijke temperatuur in de
rotorkamer ligt.
35
Bedrijf
Pretemp
Met de pretemp-functie kan de onbeladen rotor eenvoudig en snel worden
voorverwarmd.
Na op openen van de functie voor het indrukken van de knop hoeft slechts
de gewenste temperatuur worden ingevoerd.
(Als een andere instelknop wordt ingedrukt, wordt de pretemp-functie weer
verlaten)
Na het indrukken van de startknop wordt de rotor met optimaal toerental
aangedreven tot de ingestelde temperatuur is bereikt.
Door een led naast de knop wordt de werking bij pretemp weergegeven.
Als u monsters op een andere temperatuur wilt brengen, dient u er rekening mee
te houden dat de tijd die nodig is voor het op temperatuur brengen, wordt verlengd.
Hoe verder uitgangs- en eindtemperatuur uit elkaar liggen, des te langer de tijd is
die nodig is voor het op temperatuur brengen.
De temperatuurweergave geeft niet de directe verandering van de
monstertemperatuur weer (Temperatuurweergave en
monstertemperatuur passen zich met vertraging aan). U kunt
noch de verwarming noch de afkoeling van de monsters direct
volgen. Bij kritische toepassingen moet u zich er op een andere
manier van vergewissen dat de gewenste temperatuur ook
daadwerkelijk is bereikt resp. vastgehouden (bv. door
temperatuurmeting direct na het centrifugeren).
36
Bedrijf
Het centrifugeerproces starten
Als de rotor volgens de voorschriften is gemonteerd, de hoofdschakelaar
ingeschakeld en het deksel gesloten, kunt u de centrifuge starten.
Druk op de toets in het bedieningsveld. De centrifuge versnelt tot aan de
ingestelde waarde, en de tijdsweergave begint per minuut achteruit te lopen. Als
de resterende looptijd van een minuut wordt onderschreden, schakelt de weergave
over naar seconden.
Door de in het toerentalveld ronddraaiende lichtpunten wordt u getoond dat de
rotor nu draait.
In continubedrijf ‘hd’ loopt de tijdweergave vooruit. Daarbij wordt de looptijd in
eerste instantie in seconden weergegeven.Na één minuut wisselt de weergave
naar een interval van één minuut.
U kunt u het deksel tijdens het proces niet openen.
Instellingen wijzigen tijdens het centrifugeren
U kunt tijdens het proces alle ingevoerde waarde wijzigen. Door een keer te
drukken op een willekeurige insteltoets sr van het bedieningspaneel, schakelt u
van de modus Werkelijke waarde naar de Ingestelde waarde.
De betreffende te wijzigen instelling knippert en kan op dat worden gewijzigd.
Zodra de weergave na het beëindigen van de invoer naar de modus Ingestelde
waarde schakelt, worden de nieuwe instellingen aangenomen.
Door het indrukken van de startknop worden de waarden onmiddellijk
overgenomen.
37
Bedrijf
Het centrifugeerproces stoppen
Bij geprogrammeerde centrifugetijd
Meestal is de centrifugetijd standaard ingesteld, en hoeft u enkel te wachten tot de
centrifuge na verstrijken van de ingestelde tijd het proces automatisch beëindigt.
Zodra het toerental op nul staat, verschijnt de melding „End“ op het display. Door
de knop “Deksel open” in te drukken, kunt u het centrifugedeksel openen en
de centrifugeerbuisjes verwijderen.
U kunt het proces ook te allen tijde handmatig beëindigen door op de toets “Stop”
te drukken.
Bij continu bedrijf
Als u continu bedrijf hebt geselecteerd, moet u de centrifuge handmatig stoppen.
Druk hiervoor op de toets “Stop” op het bedieningspaneel. De centrifuge
begint onmiddellijk te remmen en komt binnen enkele seconden tot stilstand. De
weergave „End“ gaat branden, de elektrische dekselontgrendeling is beschikbaar
en u kunt door op de knop „Deksel open“ te drukken het centrifugedeksel
openen en de centrifugeerbuisjes verwijderen.
Kortstondig centrifugeren
Voor korte centrifugeerprocessen beschikt de centrifuge over de functie “Quick
Run”.
Door de toets “Quick Run” ingedrukt te houden , wordt het korte
centrifugeerproces gestart en door loslaten van de toets gestopt.
Daarbij versnelt de centrifuge tot het maximumtoerental, indien u niet van tevoren
het proces annuleert door de „quick run“-knop los te laten. Het van tevoren
ingestelde voorgeschreven toerental wordt daarbij genegeerd.
De centrifuge versnelt tot aan het maximale toerental.
Controleer zorgvuldig of u zich aan een bepaalde
toerentalgrens voor uw toepassing moet houden
Tijdens het indrukken van de „quick run“-knop wordt de tijd in eerste instantie
in seconden verhoogd. Na één minuut wisselt de weergave naar een interval van
één minuut.
38
Bedrijf
De rotor demonteren
Om de rotor uit te bouwen, moet u de omgekeerde volgorde van het inbouwen
aanhouden.
In geval van contaminatie kunt u de rotor van de aandrijfas losmaken, zonder
het aerosoldeksel te openen!U kunt de gedemonteerde rotor dan b.v. in een
beveiligde werkbank openen en decontamineren.
1. Open het centrifugedeksel.
2. De rotormoer met de meegeleverde rotorbevestigingssleutel linksom draaien.
3. Neem de rotor met beide handen vast en trek hem voorzichtig naar boven
van de drijfas af. Let erop dat de rotor niet kan kantelen.
Akoestische signaalsensor
Bij alle foutmeldingen wordt een geluidssignaal weergegeven dat pas stopt als u
op een willekeurige toets drukt.
Standaard wordt ook het einde van de centrifugeercyclus akoestisch gemeld.De
mogelijkheid bestaat echter om deze functie uit te schakelen.Hiervoor tijdens het
inschakelen van de centrifuge de wisselknop „Toerental-/RCF“ indrukken.
Afhankelijk van de van tevoren ingestelde toestand verschijnt in het displayveld de
tekenreeks „Snd“ „on“ of „Snd“ „oF“. Door het indrukken van de instelknoppen
resp. in het veld „Tijd“ kan nu de werking van de akoestische
signaalgever worden uit- resp. ingeschakeld.
Door het afsluitende indrukken van de „Stop“-knop wordt de nieuwe
instelling overgenomen.
39
Bedrijf
Centrifuge buiten bedrijf stellen
Door de netschakelaar in de „0“-stand te zetten, wordt de centrifuge uitgeschakeld.
De scheiding van het elektriciteitsnet moet pas plaatsvinden
nadat een centrifugeercyclus volledig is afgesloten. Zonder
remwerking van de motor wordt de tijd tot de rotorstilstand
aanzienlijk verlengd.
Ter overbrugging van eventuele spanningsschommelingen in het
elektriciteitsnet is de centrifuge uitgerust met een speciaal
schakelmechanisme.Na het bedienen van de netschakelaar kan
het daarom tot 10 seconden duren voordat de weergave dooft.
Het openen van het centrifugedeksel met de „Deksel open“-klep
is alleen in ingeschakelde toestand mogelijk!
WEEE-verklaring
Dit product moet voldoen aan de European Union’s Waste Electrical & Electronic
Equipment (WEEE) richtlijn 2012/19/EU. Het is voorzien van het volgende symbool:
Thermo electron heeft een overeenkomst gesloten met één of meer recycling/
afvalverwerkende firma’s in elke EU lidstaat, en dit product moet via hen worden
gerecycleld of als afval worden verwijderd.
Meer informatie over de naleving van deze richtlijn door Thermo, via
recyclingbedrijven in uw land evenals informatie over Thermo-producten die bij
het identificeren van de aan de RoHS-verordening (EU-norm over de beperking
van gevaarlijke substanties) onderhevige substanties kunnen helpen, vindt u op
www.thermo.com/WEEERoHS.
40
Onderhoud en verzorging
Onderhoud en verzorging
Onderhoudswerkzaamheden die u uitvoert
Om personen, milieu en materiaal te beschermen, bent u verplicht om de
centrifuge regelmatig te reinigen en zo nodig te ontsmetten.
Ongeschikte poetsmiddelen of ontsmettingsmethodes
beschadigen de centrifuge of de accessoires!
Alvorens een reinigings- en ontsmettingsprocedure te
volgen die afwijkt van deze van de fabrikant, moet de
gebruiker bij de fabrikant nagaan of de beoogde
procedure de uitrusting niet beschadigd!
Apparaten met koelsysteem:
Bij sterke ijsvorming in de binnenketel moet ervoor worden
gezorgd dat na het ontdooien het condenswater wordt verwijderd!
Reiniging
Vóór de reiniging de netstekker uit het stopcontact
trekken!
Regelmatig en indien nodig de behuizing, rotorkamer, rotor en accessoires reinigen.
Dit heeft hygiënische redenen en heeft tot doel, corrosie door aanhechtende
verontreinigingen te voorkomen.
Voor het reinigen mag u alleen een neutraal reinigingsmiddel gebruiken, waarvan
de pH-waarde tussen 6 en 8 ligt.
Direct na de reiniging moeten aluminium onderdelen worden afgedroogd of in een
warmeluchtkast bij ten hoogste 50 °C worden gedroogd.
Bij het reinigen mogen er geen vloeistoffen, in het
bijzonder geen organische oplosmiddelen, bij de drijfas en
het kogellager geraken.
Organische oplosmiddelen breken het vet van de
motorophanging af. De drijfas kan blokkeren.
41
Onderhoud en verzorging
Controleer en reinig de ventilatieopeningen op regelmatige
basis!
Ter bescherming van het koelsysteem zijn gekoelde apparaten bovendien uitgerust
met een filtercassette.
Afhankelijk van de omgevingsomstandigheden wordt een reiniging van de
filtercassette ten minste elke drie maanden aanbevolen.
Koppel het apparaat van het stroomnet, alvorens de
ventilatieopeningen te reinigen.
Trek de stekker uit het stopcontact!
Filtercassette reinigen
Voor het reinigen van de filtercassette het apparaat naar voren trekken tot de
voeten van het apparaat de tafelrand aanraken.
Door aan de lus onder het aanzuigrooster te trekken, kan de filtercassette naar
beneden worden verwijderd.
Met een zachte doek kan het opgehoopte stof nu gemakkelijk worden verwijderd.
Aanzuigrooster
Voorzijde
Lus van de filtercassette
Let bij het plaatsen van de filtercassette na de reiniging op de aanwijzing „Front /
Rear“ op de lus!„Front“ moet van voren zichtbaar zijn.
Nu de filtercassette in de opnameschacht schuiven tot de lus op de bodemplaat
vastklikt.
42
Onderhoud en verzorging
Ontsmetting
Als er tijdens een centrifugeercyclus een lekkage optreedt aan een van de buisjes
dat infectueus materiaal bevat, onmiddellijk de rotor en zo nodig de centrifuge
desinfecteren.
Infectueus materiaal kan door het breken van een buisje
of door morsen in de centrifuge terechtkomen.
Infectiegevaar bij aanraking, beschermingsmaatregelen
voor personen treffen! Toegestane vulvolumes en
belastinggrenzen van de buisjes in acht nemen!
In geval van contaminatie dient de exploitant ervoor te
zorgen dat derden niet in gevaar worden gebracht!
Betreffende onderdelen onmiddellijk ontsmetten.
Indien nodig meer beschermingsmaatregelen treffen.
Rotorkamer en rotor moeten met een universeel, indien mogelijk neutraal
desinfecterend middel worden behandeld. Het best gebruikt u ontsmettingsspray
om rotor- en toeborenoppervlakken overal gelijkmatig te bedekken.
De veiligheidsmaatregelen en hanteringsinstructies bij het
gebruik van deze substanties in acht nemen!
De rotor en de accessoires kunt u desinfecteren zoals hierna wordt beschreven.
Daarbij de veiligheidsvoorschriften opvolgen die bij het werken met infectueus
materiaal gelden.
1. Trek de stekker uit het stopcontact.
2. De rotor van de as losmaken.
3. Neem de rotor met beide handen vast en til hem verticaal op van de drijfas af.
4. Neem de centrifugebuizen en adapters eruit, en verwijder ze volgens de
voorschriften of ontsmet ze.
43
Onderhoud en verzorging
5. Behandel de rotor en het rotordeksel volgens de aanwijzingen voor het
desinfecterende middel (in een oplossing laten weken resp. sproeien). De
vermelde inwerktijden aanhouden!
6. Plaats de rotor op zijn kop en laat de ontsmettingsoplossing eraf lopen.
Vervolgens rotor en rotordeksel grondig met water spoelen.
7. Verwijder de ontsmettingsoplossing voor verwerking volgens de geldende
richtlijnen.
8. Aluminium rotoren moeten vervolgens met corrosiewerende olie worden
behandeld.
9. Alle afdichtingen moeten opnieuw met vet worden ingesmeerd.
Ontsmetting met bleekmiddelen
Deze middelen bevatten zeer agressieve hypochlorieten
en mogen in geen geval voor aluminium rotoren worden
gebruikt!
Voor een verregaande bescherming van de rotoren van kunststof de volgende
veiligheidsmaatregelen treffen:
1. Verhoogde inwerktemperatuur voorkomen! Bleekloog en rotor mogen niet
warmer dan ca. 25 °C zijn.
2. Bleekloog niet langer dan beslist noodzakelijk laten inwerken!
3. Rotor ten slotte grondig met gedestilleerd water spoelen en laten drogen.
4. Alle afdichtingen moeten opnieuw met vet worden ingesmeerd.
44
Onderhoud en verzorging
Decontamineren
Gebruik voor de algemenen radioactieve decontaminatie een oplossing op basis
van gelijke delen ethanol van 70 %, SDS van 10 % en water. Daarna spoelen met
ethanol, vervolgens met gedeïoniseerd water. Droog de rotor met een zachte doek.
Alle wasoplossingen in een container die geschikt is voor radioactief afval volgens
de voorschriften afvoeren en verwerken!
Autoclaveren
Ga na of verhitting met autoclaaf toegelaten is!
Rotor, rotordeksel en adapter zijn bij 121 °C autoclaafbaar.
Toegestane autoclaafcyclus: 20 min bij 121 °C.
Om veiligheidsredenen mogen rotoren en rotordeksels van
kunststof maximaal 20 keer mal in de autoclaaf worden
verhit!
De rotor moet vóór het verhitten in de autoclaaf worden gereinigd en met
gedestilleerd water worden gespoeld. Het rotordeksel verwijderen en vervolgens
de centrifugebuisjes en adapters verwijderen. Om vervorming bij kunststof rotoren
te voorkomen, de rotor op een vlakke ondergrond leggen.
Chemische toevoegingen aan de stoom zijn niet
toegestaan.
Nooit de toegestane waarden wat betreft de
autoclaaftemperatuur en -duur overschrijden.
Als de rotor tekenen van slijtage of corrosie vertoont, mag
hij niet meer worden gebruikt!
45
Onderhoud en verzorging
Service van Thermo
De service van Thermo adviseert om de centrifuge en het toebehoren een keer
per jaar door de erkende klantendienst of hiervoor opgeleid vakpersoneel te
onderhouden. Daarbij controleren de medewerkers van de klantendienst:
• de elektrische installaties
• de geschikheid van de installatieplaats
• de dekselvergrendeling en de veiligheidsschakeling
• de rotor
• de rotorbevestiging en de drijfas
Defect materiaal wordt vervangen. Bovendien reinigt de klantendienst de
rotorkamer.
Voor deze prestaties biedt inspectie- en onderhoudscontracten aan. De
inspectiekosten zijn een vast, all-in-bedrag.
Eventueel noodzakelijke reparaties worden in het kader van de garantievoorwaarden
gratis uitgevoerd, buiten de garantie zijn hier kosten aan verbonden.
Garantievoorwaarden
De garantieperiode begint op de dag van de levering. Binnen de garantietermijn
wordt de centrifuge gratis gerepareerd of vervangen als er aantoonbare productie-
of materiaalfouten optreden,
Voorwaarde voor de garantieclaim is, dat
• de centrifuge wordt gebruikt zoals beschreven in deze bedrijfshandleiding.
• montage, aanvullingen, instellingen, modificaties of reparaties alleen
worden uitgevoerd door personen die door hiervoor door Thermo zijn
gemachtigd.
• de voorgeschreven onderhouds- en verzorgingswerkzaamheden regelmatig
worden uitgevoerd.
46
In geval van storingen
In geval van storingen
Mechanische deksel-noodontgrendeling
Bij een spanningsuitval kunt u het centrifugedeksel niet met de normale elektrische
dekselontgrendeling openen. Om de monsters er toch te kunnen uitnemen, is de
centrifuge uitgerust met een handmatige dekselontgrendeling. Deze mag u alleen
in noodgevallen gebruiken.
De rotor kan met hoge snelheid draaien!
Kan bij aanraking ernstig letsel tot gevolg hebben!
Wacht steeds eerst enkele minuten tot de rotor ongeremd
tot stilstand is gekomen. Zonder stroomtoevoer is de rem
buiten bedrijf. Het afremmen duurt veel langer dan
gewoonlijk!
Als het noodzakelijk is om de centrifuge handmatig te openen, dan is dit mogelijk
met behulp van speciaal gereedschap.Ga als volgt te werk:
1. Vergewis u ervan dat de rotor stilstaat (inspectievenster).
2. Trek de stekker uit het stopcontact.
3. Een dun stuk draad van ca. 7 cm lengte (bv. een opengebogen paperclip)
door de boring schuiven, die centrisch, boven het bedieningsveld op de
bovenste rand van de behuizing zit.
47
In geval van storingen
4. Het dekselslot ontlasten door enigszins op het centrifugedeksel te drukken.
5. Nu het stuk draad naar beneden drukken, totdat het centrifugedeksel hoorbaar
ontgrendelt. Het hulpgereedschap verwijderen en het centrifugedeksel
openen.
6. Als de rotor nog draait, centrifugedeksel onmiddellijk sluiten en op volledige
stilstand wachten.
Rem de rotor nooit af met de hand of met gereedschap!
7. Zodra de rotor stilstaat, de monsters verwijderen en het centrifugedeksel
sluiten.
48
Deze storingen kunt u zelf verhelpen
Als er storingen optreden die niet in deze tabel zijn vermeld, moet u de erkende klantendienst hiervan op de hoogte stellen.
Foutmelding Gedrag van de centrifuge Mogelijke oorzaken en remedie
Weergaven blijven donker De aandrijving stokt.
De rotor draait ongeremd door.
Het centrifugedeksel gaat niet open.
Weergaven vallen kortstondig uit De aandrijving stokt plots.
De rotor draait ongeremd door.
Centrifugedeksel gaat niet open Drukken op de toets “Deksel open” blijft zonder
gevolg.
De netspanning is onderbroken.
1. Netschakelaar ingeschakeld?
2. Controleer de netaansluiting.
Als de netspanning in orde is, verwittigt u de
klantendienst.
De netspanning was kortstondig
onderbroken.
1. Schakel de netschakelaar uit.
2. Controleer of de netstekker correct in het
stopcontact is geplugd.
3. Start de centrifuge opnieuw.
Centrifugedeksel is niet goed vastgeklikt
of centrifugedeksel staat onder spanning.
1. Controleer of er netspanning is en of het
apparaat is ingeschakeld (weergaven lichten op).
2. Als dit niet lukt, dan kunt u het deksel met de
mechanische noodontgrendeling openen (zie
págoma 47))
In geval van storingen
49
In geval van storingen
Foutmelding Gedrag van de centrifuge Mogelijke oorzaken en remedie
- Luid motorlawaai. Onbalans .
1. Stop het apparaat. Druk hiervoor op de toets STOP. „Stop“ of in
noodgevallen de netstekker uit het stopcontact trekken.
2. Wacht tot de centrifuge stilstaat.
3. Controleren of de rotor correct is beladen.
4. Controleer of de procesgeluiden veroorzaakt worden door een
gebroken buis, een beschadigde rotor of een beschadigde motor.
Als u de storing niet zelf kunt identificeren of verhelpen, verwittig dan
de klantendienst.
De melding “oP” wordt
weergegeven, hoewel
het deksel gesloten is.
Geen start mogelijk. Het centrifugedeksel is niet op de juiste manier gesloten.
- Open het centrifugedeksel en vergrendel opnieuw.
Als dit geen succes heeft, de klantenservice informeren.
„Lid“ Rotor loopt geremd door tot stilstand. Het centrifugedeksel is tijdens het proces handmatig geopend.
- Sluit het centrifugedeksel direct!
Het apparaat loopt ongeremd uit.
Als u verder wilt centrifugeren, moet u de centrifuge uit- en weer
inschakelen.
50
Foutmelding Gedrag van de centrifuge Mogelijke oorzaken en remedie
„bAL“ Rotor loopt geremd door. De onbalansschakelaar is geactiveerd.
1. Het apparaat openen door de knop „Deksel open“ in te drukken
2. Controleren of de rotor correct is beladen.
3. Controleren of een gebroken buisje of een beschadigde rotor de
onbalansschakelaar in werking heeft gesteld.
Als u de storing niet zelf kunt identificeren of verhelpen, verwittig dan
de klantendienst.
E-01
|
E-13
Rotor loopt ongeremd door tot stilstand.
Het apparaat kan niet worden bediend.
Interne programmafout.
Schakel apparaat uit en opnieuw in.
Als de storing zich blijft voordoen, neemt u contact op met de
klantendienst.
E-14 Rotor loopt geremd door tot stilstand.
Het apparaat kan niet worden bediend.
Overtemperatuur in de centrifugeketel
Schakel de centrifuge uit en na ongeveer 1 minuut weer in. Als de
storing zich blijft voordoen, neemt u contact op met de klantendienst.
E-15
|
E-16
Rotor loopt geremd door tot stilstand.
Het apparaat kan niet worden bediend.
Meting van de temperatuur gestoord.
Schakel apparaat uit en opnieuw in.
Als de storing zich blijft voordoen, neemt u contact op met de
klantendienst.
In geval van storingen
51
In geval van storingen
Foutmelding Gedrag van de centrifuge Mogelijke oorzaken en remedie
E-22 / E-23 Rotor loopt ongeremd door tot stilstand.
Het apparaat kan niet worden bediend.
Foutieve toerentalregistratie.
Schakel apparaat uit en opnieuw in.
Als de storing zich blijft voordoen, neemt u contact op met de
klantendienst.
E-24 Het apparaat kan niet worden bediend. Foutieve statusgegevens van het dekselslot.
1. Schakel apparaat uit en opnieuw in.
2. Na hernieuwde inschakeling ziet u Lid FAiL in de weergave.
3. Als het centrifugedeksel al openstaat, verschijnt in de weergave
CLOSE Lid“. Vervolgens het deksel sluiten.
4. De centrifuge probeert nu het centrifugedeksel te openen om zo naar
de normale bedrijfsmodus te wisselen.
Als de storing zich blijft voordoen, neemt u contact op met de
klantendienst.
E-29 Motor start niet. Motor of rotor geblokkeerd.
1. Schakel het apparaat via netschakelaar uit en opnieuw in.
2. Centrifugedeksel openen
3. Controleer of de rotor vrij kan draaien.
Als u de storing zo niet kunt verhelpen, verwittig dan de klantendienst.
52
Foutmelding Gedrag van de centrifuge Mogelijke oorzaken en remedie
E-31 Rotor draait ongeremd door tot stilstand resp.
start niet.
Overtemperatuur in de motor.
1. Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
2. Controleer en reinig indien nodig de ventilatiesleuven, c.q. de
filtercassette bij gekoelde centrifuges.
3. Na ca.60 minuten kunt u het apparaat opnieuw starten.Neem de max.
toegestane omgevingstemperatuur in acht!
Als de storing zich blijft voordoen, neemt u contact op met de klantendienst.
E-33 Rotor loopt geremd door tot stilstand. Overdruk in de koelinstallatie.
1. Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
2. Controleer en reinig indien nodig de ventilatiesleuven, c.q. de
filtercassette bij gekoelde centrifuges.
3. Na 60 minuten kunt u het apparaat opnieuw starten. Neem de max.
toegestane omgevingstemperatuur in acht!
Als de storing zich blijft voordoen, neemt u contact op met de klantendienst.
E-36 Rotor loopt ongeremd door tot stilstand.
Het apparaat kan niet worden bediend.
Overstroom, of stroommeting gestoord.
Schakel apparaat uit en opnieuw in.
Als de storing zich blijft voordoen, neemt u contact op met de klantendienst.
In geval van storingen
53
In geval van storingen
Foutmelding Gedrag van de centrifuge Mogelijke oorzaken en remedie
E-41
|
E-56
Rotor loopt ongeremd door tot stilstand.
Het apparaat kan niet worden bediend.
Interne programmafout.
Schakel apparaat uit en opnieuw in.
Als de storing zich blijft voordoen, neemt u contact op met de klantendienst.
E-60 Rotor loopt geremd door. Overdruk in de koelinstallatie.
1. Beëindig het centrifugeerproces.
2. Deksel openen en ketel laten ontdooien.
Ketel nooit met blote handen aanraken – vastvriezen is
mogelijk!
3. Na 60 minuten kunt u het apparaat opnieuw starten. Neem de max.
toegestane omgevingstemperatuur in acht!
4. Bij sterke ijsvorming in de binnenketel moet ervoor worden gezorgd dat
na het ontdooien het condenswater wordt verwijderd!
Als de storing zich blijft voordoen, neemt u contact op met de klantendienst.
54
In geval van storingen
Als de klantendienst moeten komen
Als u de klantenservice nodig hebt, het catalogus- en fabrieksnummer van uw
apparaat vermelden. Deze informatie vindt u op de achterzijde van het apparaat,
in de buurt van de aansluiting voor het netsnoer.
Daarnaast kan de aanduiding van de softwareversie nuttig zijn voor de technicus.
De softwareversie vindt u als volgt:
1. Schakel het apparaat uit.
2. „Stop“-knop ingedrukt houden en apparaat inschakelen.
Gedurende 1 seconde verschijnt in alle weergavevelden
Daarna verschijnt in het display voor telkens ca. 5 seconden:
Softwarenummer SOFT 058 3_
Softwareversie _01
NV-RAM-nummer EEPRO 462 1_
NV-RAM versie _01
Als laatste informatie wordt de huidige cyclusstand weergegeven.
Cyclusteller CYCLE 001 2 5
Alle hier vermelde waarden dienen slechts als voorbeeld!
In ons voorbeeld betekenen deze
• software 0583 versie 01
• NV-RAM 4621 versie 01
• 125 cycli afgerond
55
In geval van storingen
voor uw notities
56
Technische gegevens
Technische gegevens
Onderdelen
Component / Functie Beschrijving
Behuizing Plaatstalen chassis met erop geplaatste kunststof behuizing en monsters bepantsering
Toetsen- en weergaveveld Toetsen- en weergave-elementen onder een makkelijk te onderhouden beschermfolie
Bediening Easycontrol-systeem
Rotorkamer afmetingen (D x H):
LEGEND MICRO 17/21
LEGEND MICRO 17R/21R
Ketel Hoogstens 48 ml gemorste vloeistoffen worden in de ketel achtergehouden en kunnen niet in
Dekselvergrendeling Zelfstandige vergrendeling bij het dichtdrukken van het centrifugedeksel
Deksel openen
Noodontgrendeling deksel Ontgrendeling bij stroomuitval: noodopening met hulpgereedschap
190 mm x 70 mm
200 mm x 75 mm
het apparaat stromen
Elektromagnetische ontgrendeling via de „Deksel open“-knop bij voedingsspanning
57
Technische gegevens
De Easycontrol-gebruikersinterface
Functie Prestatiekenmerk
Starten
Stoppen
Snel starten en stoppen
Bedrijfsfunctie-weergave Draaiende rotor wordt door ronddraaiende lichtpunten (led) in het toerentalveld weergegeven
Einde van het centrifugeren Als toerental wordt “End” weergegeven“
Cyclusteller
Digitale parameterweergave
Toerental-selectie Instelbaar in stappen van 100 min-1 in het bereik van 300 min-1 tot nmax*
Tijd-selectie Instelbaar in minuten van 1 min t/m 99 min;„hd“-modus: Continu bedrijf
Tijdsaanduiding in “quick run”-modus Tussen 1 sec en 60 sec in stappen van een seconde, daarna in stappen van een minuut
*afhankelijk van het apparaat
Start-toets ( )
Stop-toets ( )
„quick run“-knop ( ): korte cyclus bij continu indrukken;stop bij het loslaten van de knop
Wordt weergegeven als bij het inschakelen van de centrifuge tegelijkertijd de „Stop“-knop wordt
ingedrukt.
• RPM / RCF
• Centrifugetijd
• Temperatuur (alleen bij gekoelde apparaten)
58
Prestatiekenmerken
Prestatiekenmerk Waarde / beschrijving
(voor LEGEND MICRO 17 / LEGEND MICRO 17R tussen haakjes)
Omgevingsvoorwaarden - Binnengebruik
- Tot 200 m boven zeeniveau
- Max. relatieve vochtigheid 80 % bij 31 °C; lineair afnemend tot 50 % relatieve vochtigheid
bij 40 °C.
Toegestane omgevingstemperatuur +5 °C t/m +40 °C bij werking (geen condensatie)
-10 °C t/m +55 °C bij opslag en verzending
Minimaal toerental n
Maximaal toerental n
Maximale RCF-waarde bij n
min
max
max
Maximale kinetische energie 2,35 kNm (1,90 kNm)
Temperatuurinstelbereik LEGEND MICRO17R/21R instelbaar in stappen van 1 °C trap -9 °C en +40 °C
Volume bij max. toerental
LEGEND MICRO 17/21
LEGEND MICRO 17R/21R
-1
300 min
14 800 min-1 (13300 min-1)
21 100 (17000) 24 x 1,5 / 2,0 mL Rotor 75003424
56 dB (A)
50 dB (A)
Technische gegevens
59
Technische gegevens
Prestatiekenmerk Waarde / beschrijving
Afmetingen (H x B x D)
LEGEND MICRO 17/21
LEGEND MICRO 17R/21R
Gewicht met rotor
LEGEND MICRO 17/21
LEGEND MICRO 17R/21R
Beproevingsnormen
- alle apparaten vervaardigd en beproefd conform:
- alleen voor 120 V
- alleen voor 230 V
230 mm x 240 mm x 350 mm
330 mm x 292 mm x 440 mm
10,5 kg
28,0 kg
IEC 61010-1:1990 + amendment 1:1992 + amendment 2:1995
IEC 61010-2-020:1993 + amendment 1:1996
- vervuilingsgraad 2, - overspanningscategorie II
IEC 60529Beschermingsklasse IP 20
CAN/CSA-C22.2 Nr. 1010-1.92
CAN/CSA-C22.2 Nr. 1010-1.B97 amendment 2 UL 61010 A-1
EN 61 010-1, EN 61 010-2-020
EN 61326, EN 55011 B (ontstoring)
60
Technische gegevens
Aansluitgegevens
Bestelnr. Spanning Frequentie Nominale stroom Vermogensverbruik Beveiliging in het apparaat
*
Legend Micro 17 75002430
75002433
Legend Micro 17 75002431
75002541
Legend Micro 17 75002432
75002403
Legend Micro 17,
75002493 230 V ±10% 50 / 60 Hz 1,4 A 180 W 2 x 4.0 AT 250 V
Haematocrit
Legend Micro 17,
75002494 120 V ±10% 60 Hz 2,6 A 180 W 2 x 6.3 AT 250 V
Haematocrit
Legend Micro 21 75002435
75002557
75002487
Legend Micro 21 75002436
75002558
75002488
Legend Micro 21 75002437
75002542
230 V ±10% 50 / 60 Hz 1,4 A 180 W 2 x 4.0 AT 250 V
(5 x 20 mm)
120 V ±10% 60 Hz 2,6 A 180 W 2 x 6.3 AT 250 V
(6.3 x 32 mm)
100 V ±10% 50 / 60 Hz 2,9 A 170 W 2 x 6.3 AT 250 V
(6.3 x 32 mm)
(5 x 20 mm)
(6.3 x 32 mm)
230 V ±10% 50 / 60 Hz 1,7 A 230 W 2 x 4.0 AT 250 V
(5 x 20 mm)
120 V ±10% 60 Hz 3,3 A 220 W 2 x 6.3 AT 250 V
(6.3 x 32 mm)
100 V ±10% 50 / 60 Hz 3,9 A 230 W 2 x 6.3 AT 250 V
(6.3 x 32 mm)
61
Technische gegevens
Bestelnr. Spanning Frequentie Nominale stroom Vermogensverbruik Beveiliging in het apparaat
*
Legend Micro 17R 75002440
75002443
Legend Micro 17R 75002441
75002543
Legend Micro 17R 75002442
75002404
Legend Micro 21R 75002445
75002544
230 V ±10% 50 / 60 Hz 1,9 A 320 W 2 x 4.0 AT 250 V
(5 x 20 mm)
120 V ±10% 60 Hz 3,9 A 330 W 2 x 6.3 AT 250 V
(6.3 x 32 mm)
100 V ±10% 50 / 60 Hz 4,7 A 330 W 2 x 6.3 AT 250 V
(6.3 x 32 mm)
230 V ±10% 50 / 60 Hz 2,2 A 370 W 2 x 4.0 AT 250 V
(5 x 20 mm)
75002489
Legend Micro 21R 75002446
75002559
120 V ±10% 60 Hz 4,3 A 380 W 2 x 6.3 AT 250 V
(6.3 x 32 mm)
75002490
Legend Micro 21R 75002447
75002545
* De apparaatzekering mag alleen door bevoegd service-personeel worden vervangen!
100 V ±10% 50 / 60 Hz 5,1 A 360 W 2 x 6.3 AT 250 V
(6.3 x 32 mm)
62
Koelmiddelen
Artikelnummer Centrifuge Koelmiddel Aantal Druk GWP CO2e
75002440 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 17R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002441 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 17R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002442 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 17R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002443 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 17R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002543 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 17R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002443 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 17R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002445 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 21R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002446 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 21R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002447 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 21R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002544 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 21R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002559 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 21R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002545 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 21R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002489 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 21R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
75002490 Thermo Scientific Sorvall Legend Micro 21R R-134a 0,26 kg 21 bar 1430 0,37 t
Bevat gefluoreerde broeikasgassen in een hermetisch afgedicht systeem.
Technische gegevens
63
Technische gegevens
voor uw notities
64
Bijlage
Toerental-/RCF-grafieken
Bijlage
Toerental-/RCF-grafiek
24 x 1,5 / 2,0 mL Rotor 75003424
toerental (rpm)
65
Bijlage
Toerental-/RCF-grafiek
36 x 0,5 mL Rotor 75003436
66
Toerental-/RCF-grafiek
Dubbele rotor 18 x 2,0 / 0,5 mL75003418
Bijlage
67
Bijlage
Toerental-/RCF-grafiek
PCR-rotor 4 x 8 75003440
68
Toerental-/RCF-grafiek
PCR-rotor 8 x 8 75003489
Bijlage
69
Bijlage
voor uw notities
70
Autoclaaf-rapport
Datum Opmerking Behandeld door Handtekening
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Bijlage
71
Bijlage
Autoclaaf-rapport
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
Datum Opmerking Behandeld door Handtekening
72
Trefwoordenlijst
Trefwoordenlijst
A
Aansluitgegevens 61
Accessoires 11
Adapter 20
Aerosoldicht gebruik 24
Aerosoldichtheid test 26
Afmetingen 60
Akoestische signaalsensor 39
Aluminium rotoren 44
Arbo 3
Autoclaafcyclus 45
Autoclaaftemperatuur 45
Autoclaveren 45
Bedieningspaneel „Easycontrol“ 8
Bedrijfsfunctie-weergave 58
Behandeling van rotoren 21
Beproevingsnormen 60
Beveiliging 61
Bevestiging 29
C
Centrifugeercyclus starten 37
Centrifugeerradius 33
Centrifuge handmatig stoppen 38
Centrifuge inschakelen 27
Centrifugetijd programmeren 34
Conformiteit met geldige normen 5
Continue bedrijf 34
Correcte lading 31
B
Bedieningspaneel 8
Corrosie 5
Corrosieve substanties 4
Corrosiewerende olie 44
73
Trefwoordenlijst
Cyclus handmatig beëindigen 38
Cyclusteller 58
D
De centrifugebuizen laden 31
Decontamineren 45
Deksel openen 27
Deksel sluiten 27
Dekselvergrendeling 7
De rotor beladen 30
De rotor demonteren 39
Digitale parameterweergave 58
E
Easy-control 8
G
Garantievoorwaarden 46
Gevaarlijke stoffen 4
Gewicht 60
H
Handmatige dekselontgrendeling 47
Hellingshoek 12
Hulp bij storingen 49
I
Ingebruikname 9
Inspectie- en servicecontract 46
Instelknoppen 8
Invoer parameters 32
F
Foutmelding 49
74
K
Kinetische energie 59
Trefwoordenlijst
Klantenservice 46
Koeling, bij stilstaande centrifuge 35
Kunststof monsterbuisjes 30
L
Lichtpunten, ronddraaiende 37
M
Maximaal toerental 32
Maximale lading 30
Maximale monsterdichtheid 4
Mechanische dekselontgrendeling 47
Microbiologische monsters 4
Minimaal toerental 32
N
Noodontgrendeling deksel 7, 57
O
Omgevingsomstandigheden 59
Omgevingstemperatuur, toegestane 59
Onbalans 30, 50
Onderhoud 41
Onderhoudswerkzaamheden 46
Ontsmetting 43, 44
Ontstoring 60
Opname van het rotordeksel 21
P
Parameters invoeren 32
Pathogene substanties 4
Plaats van het apparaat 9
Nastellen toerental 32
Netschakelaar 10
Noodontgrendeling 5, 49
Pretemp-functie 36
Q
75
Trefwoordenlijst
„quick run”-modus 8
R
RCF-waarde 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 59
RCF-waarde invoeren 33
Reiniging 41
Rotordeksel 21, 23
Rotorlevensduur 21
Rotor plaatsen 28
S
Schakel de RPM-/RCF-weergave om 32
Schroefdeksel 22
Service 46
Slijtage 5
Snapdeksel 21
Storingen 47
Straal max. / min. 12
Stroomuitval 47
T
Temperatuurinstelbereik 59
Temperatuur programmeren 35
Temperatuurregeling in stilstand 40
Test, aerosoldichtheid 26
Tijd-selectie 58
Toerental 8
Toerental, maximaal 59
Toerental, minimaal 59
Toerental selecteren 32
Toerental-selectie 58
Toxines 4
Snel starten en stoppen 58
Softwarecontrole 27
Softwareversie 55
76
Transport 9
Transportbeveiliging 10
V
Vaste centrifugetijd 34
Veiligheidsaanwijzingen 3
Veiligheidssysteem 30
Veiligheidsvoorzieningen 7
Veiligheidszone 4
Verkeerde lading 31
Versnelltijd 12, 13, 14
Volume 59
Vooraf op temperatuur brengen 36
Vulvolumes 24
W
WEEE-verklaring 40
Trefwoordenlijst
Weergave „End“ 38
Weergaven blijven donker 49
Weergaven vallen kortstondig uit 49
77
Trefwoordenlijst
voor uw notities
78
voor uw notities
Trefwoordenlijst
79
Thermo Electron LED GmbH
Zweigniederlassung Osterode
Am Kalkberg, 37520 Osterode am Harz
Germany
thermofisher.com/centrifuge
© 2020 Alle rechten voorbe houden.
Alle andere handelsmerken zijn eigendom van Th ermo Fisher Scientific Inc. e n de hierbij be horende maatschappije n.
Delrin, TEFLON en Viton zijn geregistre erde handelsmerken van DuPont. Noryl is een geregistre erd handels merk van SABIC. POLYCLEAR is een
handelsmerk van Hongye CO. Ltd. Hypaque is een geregistreerd handelsmerk van Amersham Heal th As. RULON A en Tygon zijn geregistreerde
handelsmerken van Saint-Gobain Performance Plastics. Alc onox is een gere gistreerd handelsmerk va n Alconox. Ficoll is een geregistreerd
handelsmerk van GE Healthcare. Haemo-Sol is een geregistreerd handelsm erk van Haemo-Sol. Triton X-100 is een geregistreerd handelsme rk van
Sigma-A ldrich Co. LLC. Valox is e en geregistreerd handelsmerk van General Electric Co.
Technische gegevens, voorwaarden en prijzen kunnen veranderen. Niet alle producten zijn in alle landen verk rijgbaar. Voor deta ils kunt u contra ct
opnemen met uw lokale dealer. In deze instr ucties gebr uikte foto’s en afbeeldingen dienen uitsluitend als voorbee ld. De daar getoo nde instellin gen en
talen kunnen afwijken.
Australia +61 39757 4300
Austria +43 1 801 40 0
Belgium +32 9 272 54 82
China +800 810 5118, +400 650 5118
France +33 2 2803 2180
Germany national toll free
0800 1 536 376
Germany international +49 6184 90 6000
India toll free +1800 22 8374
20058321 zijn de originele instructies.
India +91 22 6716 2200
Italy +39 02 95059 552
Japan +81 3 5826 1616
Korea +82 2 2023 0600
Netherlands +31 76 579 55 55
New Zealand +64 9 980 6700
Nordic / Baltic / CIS countries
+358 10 329 2200
Russia +7 812 703 42 15, +7 495 739 76 41
Singapore +82 2 3420 8700
Spain / Portugal +34 93 223 09 18
Switzerland +41 44 454 12 12
UK / Ireland +44 870 609 9203
USA / Canada +1 866 984 3766
Other A sian Countries +852 3107 7600
Countries not listed +49 6184 90 60 00
nl
50164177