Samsung DIGIMAX A503, DIGIMAX A403 User Manual [nl]

Hartelijk dank voor het aanschaffen van een camera van Samsung. Deze handleiding biedt alle informatie die u nodig hebt om de camera te kunnen gebruiken, inclusief het maken van opnamen, het downloaden van afbeeldingen en het gebruiken van de toepassingssoftware. Lees deze handleiding goed door voordat u gaat werken met uw nieuwe camera. Deze handleiding is gebaseerd op het model Digimax A503.
Gebruiksaanwijzing
NEDERLANDS
Instructies Kennis maken met uw camera
Gebruik deze camera in de onderstaande volgorde
Installeer het stuurprogramma
voor de camera
Maak een foto
Sluit de USB-kabel aan
Controleer of de camera is
ingeschakeld
Controleer [Removable Disk]
Voordat u de camera, via de USB-kabel, aansluit op een PC, moet u het stuurprogramma voor de camera installeren. Installeer het stuurprogramma voor de camera dat wordt meegeleverd op de cd-rom met toepassingssoftware. (p.60)
Maak een foto. (p.12)
Sluit de meegeleverde USB-kabel aan op de USB-poort van de PC en op de USB­aansluiting van de camera. (p.62)
Controleer of de camera is ingeschakeld. Als de camera is uitgeschakeld, zet u deze aan met de aan/uit-schakelaar.
Open Windows Verkenner en zoek naar [Removable Disk]. (p.62)
Als u een kaartlezer gebruikt om de opnamen op de geheugenkaart te kopiëren naar uw pc, kunnen de opnamen beschadigd raken. Als u de opnamen die u hebt gemaakt met de camera wilt overdragen naar uw pc, gebruikt u altijd de meegeleverde USB-kabel om de camera aan te sluiten op de pc. Houdt u er rekening mee dat de fabrikant niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor verlies of beschadiging van opnamen op de geheugenkaart bij gebruik van een kaartlezer.
Hartelijk dank voor het aanschaffen van een digitale camera van Samsung.
Lees, voordat u deze camera gaat gebruiken, eerst de gebruikershandleiding zorgvuldig door.
Wanneer u service nodig hebt, neemt u de camera en de accessoires die verantwoordelijk zijn voor de storing aan de camera (zoals batterijen, geheugenkaart, enz.) mee naar het geautoriseerde servicecentrum of de winkel waar U de camera heeft gekocht.
Controleer voordat u de camera wilt gaan gebruiken (bijvoorbeeld vóór een uitstapje of een belangrijke gebeurtenis) of deze correct werkt om teleurstellingen te voorkomen. Samsung camera accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor enig verlies of voor enige schade die het gevolg is van storingen aan de camera.
Bewaar de handleiding op een veilige plek.
Microsoft Windows en het Windows-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van
Microsoft Corporation Incorporated in de Verenigde Staten en/ of andere landen.
Alle merk-en productnamen in deze handleiding zijn gedeponeerde
handelsmerken van hun respectievelijke eigenaren.
Gevaar
Voorzichtig
: WAARSCHUWING geeft een mogelijk gevaar aan dat, als er niets aan wordt
gedaan, kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Maak geen gebruik van de flitser in de onmiddellijke nabijheid van mensen of dieren. Als de flitser te dicht bij de ogen van het onderwerp afgaat, kan dit leiden tot schade aan de ogen.
Houd dit product en de bijbehorende accessoires om veiligheidsredenen buiten het bereik van kinderen of dieren om ongelukken te voorkomen zoals
het inslikken van batterijen of kleine camera-accessoires. Neem in het geval
van een ongeluk onmiddellijk contact op met een arts.
Er bestaat een kans op letsel door de bewegende onderdelen van de camera.
Batterijen en camera kunnen heet worden bij langdurig gebruik. Dit kan leiden tot
storingen in de camera. Als dit gebeurt, laat u de camera enkele minuten ongebruikt zodat deze kan afkoelen.
: GEVAAR geeft een dreigend gevaar aan dat, als er niets aan wordt gedaan, kan
leiden tot ernstig letsel of de dood.
Probeer deze camera niet op enigerlei wijze aan te passen. Dit kan namelijk leiden tot brand, letsel, elektrische schokken of ernstige schade aan u of uw camera. Interne inspectie, onderhoud en reparaties dienen te worden uitgevoerd door uw leverancier of door het servicecentrum voor camera's van Samsung.
Gebruik dit product niet in de directe nabijheid van brandbare of explosieve gassen, aangezien hierdoor het risico van een explosie toeneemt.
Gebruik de camera niet meer als er vloeistof of vreemde voorwerpen in zijn binnengedrongen. Schakel de camera uit en verwijder de stroombron. U moet contact opnemen met uw leverancier of met het servicecentrum voor camera's van Samsung. Ga niet door met het gebruik van de camera omdat dit kan leiden tot brand of elektrische schokken.
Stop geen metalen of brandbare voorwerpen in de camera via de toegangspunten, zoals de kaartsleuf of het batterijvak. Dit kan brand of elektrische schokken veroorzaken.
Gebruik deze camera niet met natte handen. Dit kan leiden tot elektrische schokken.
: VOORZICHTIG geeft een mogelijk gevaar aan dat, als er niets aan wordt gedaan,
kan leiden tot minder ernstig letsel.
Lekkende, oververhitte of beschadigde batterijen kunnen leiden tot brand of letsel.
Gebruik batterijen die geschikt zijn voor deze camera.
Sluit batterijen niet kort, verhit ze niet en gooi ze niet in een open vuur.
Plaats de batterijen in de juiste richting.
Verwijder de batterijen wanneer u de camera gedurende langere tijd niet wilt
gebruiken. Batterijen kunnen gaan lekken en de onderdelen van de camera onherstelbaar beschadigen.
Gebruik de flitser niet terwijl u deze vasthoudt met uw hand of aanraakt met een of ander voorwerp. Raak de flitser na gebruik niet aan. Dit kan leiden tot brandwonden.
Niet de camera bewegen als deze is ingeschakeld of als u de oplader gebruikt. Schakel de camera na gebruik altijd uit voordat u de adapter uit het stopcontact verwijdert. Controleer vervolgens of alle verbindingssnoeren of kabels naar andere apparaten zijn losgekoppeld voordat u de camera gaat vervoeren.
Raak de lens niet aan om te voorkomen dat u een onduidelijke opname maakt of dat er een storing optreedt in de camera.
Zorg dat de lens of de flitser niet worden geblokkeerd tijdens het nemen van een foto.
Laat deze camera niet achter op plekken waar de temperatuur extreem kan
oplopen, zoals een afgesloten voertuig, direct zonlicht of andere plaatsen waar extreme temperatuurschommelingen optreden. Blootstelling aan extreme temperaturen kan een negatieve invloed hebben op de interne onderdelen van de camera en kan leiden tot brand.
Wanneer de camera of oplader in gebruik is, mag deze niet worden afgedekt. Hierdoor kan de temperatuur hoog oplopen, waardoor de camerabehuizing beschadigd kan raken en er brand kan ontstaan. Gebruik de camera en de bijbehorende accessoires altijd in een goed geventileerde ruimte.
Waarschuwing
Inhoud
GEREED
OPNAME
AFSPELEN
SETUP
SOFTWARE
Systeemgrafiek 4
Identificatie van functies 5
Voor- en bovenzijde 5
Achter-en onderzijde 6
Zijkant/ Knop voor 5 functies 7
Lampje voor zelfontspanner 7
Lampje voor camerastatus 7
Moduspictogram 7
Aansluiten op een voedingsbron 8
De geheugenkaart plaatsen 8
Instructies voor het gebruik van de
geheugenkaart 9
Indicator LCD-scherm 11
Van opnamemodus veranderen 12
Het menu [MODUS] selecteren 12
Als het menu [FOTO&FILM] is
geselecteerd 12
Als het menu [VOLLEDIG] is geselecteerd 13
De opnamemodus starten 13
De modus AUTO gebruiken 13
De modus Filmclip gebruiken 13
De modus Handmatig gebruiken
14
De modus Scène gebruiken 14
D
e modus SPRAAKOPNAME gebruiken
15
Pauzeren tijdens het maken van een spraakopname 15
Modus voor scherpteregeling Normal
16
Modus voor scherpteregeling Macro
16
De cameraknop gebruiken om de camera in te stellen 16
Waar u op moet letten bij het
maken van opnamen 16
Aan/uit-knop 16
SLUITER-knop 16
Zoomknop W/ T 17
Knop Spraakopname/
Spraakmemo/ OMHOOG 18
Knop omlaag 18
Knop FLITSER / LINKS 19
Knop voor zelfontspanner/ Rechts 20
Knop MENU/ OK 21
M-knop (Modus) 21
E-knop (Effect) 22
Speciaal Effect: Kleur 23
Speciaal Effect: Vooraf ingesteld
kader voor scherpte-instelling 23
Speciaal effect: Composietopnamen maken
24
Speciaal Effect: Fotoframe 25
Knop +/- 25
RGB 25
ISO 26
Witbalans 26
Belichtingscorrectie 27
Het LCD-scherm gebruiken om de
camera-instellingen te wijzigen 28
Het menu gebruiken 29
Modus 29
MODUS INSTELLEN 30
Formaat 30
Kwaliteit/ Framesnelheid 31
Lichtmeting 31
Continue opname 32
Scherpte 32
OSD (Scherm)-informatie 33
Afspeelmodus starten 33
Een stilstaand beeld afspelen
33
Bewegende beelden afspelen 34
De filmclip opnemen 34
Een spraakopname afspelen 34
Indicator LCD-scherm 35
De cameraknop gebruiken om de
camera in te stellen 35
Knop Miniaturen/ Vergroting 35
Knop Spraakmemo/ OMHOOG 37
Knop voor afspelen en pauzeren/ Omlaag
37
Wisknop 38
Knop LINKS/ RECHTS/ MENU/ OK
38
De afspeelfunctie instellen met behulp van het LCD-scherm 39
De diaserie starten 41
Een opname draaien 42
AFM.WIJZ 42
Opnamen beveiligen 43
Alle opnamen verwijderen 43
DPOF 44
DPOF : STANDARD 44
DPOF : INDEX 44
DPOF : AFDRUK 45
DPOF : ANNULEER 45
KOPIE 45
PictBridge 46
PictBridge: selectie van opnamen 46
PictBridge: PRINT 47
PictBridge: Afdrukinstelling 48
PictBridge : DPOF Printing 48
PictBridge: RESET (HERSTELLEN)
48
Menu Setup 49
Bestandsnaam 50
Automatische uitschakeling 50
TAAL 50
Geheugen formatteren 51
Datum, tijd en datumtype instellen
51
De tijd instellen 51
De opnametijd afdrukken 52
Een extern apparaat aansluiten
(via USB) 52
TOON 52
Helderheid LCD 52
S.WEERG. 52
INITIALISATIE 53
Het menu MYCAM instellen 53
BEGINAFBEELDING 53
Begingeluid 53
Belangrijke opmerkingen 54
Waarschuwingsindicator
55
Voordat u contact opneemt met een servicecentrum 56
Specificaties 58
Opmerkingen met betrekking tot software
59
Systeemvereisten 59
Informatie over de software 60
De toepassingssoftware installeren
60
PC-modus starten 62
De verwisselbare schijf verwijderen
63
Het USB-stuurprogramma installeren op de MAC
64
Het USB-stuurprogramma gebruiken op de MAC 64
Het USB-stuurprogramma verwijderen onder Windows 98SE
64
Digimax Master 65
FAQ 67
Systeemgrafiek
Controleer of u over de juiste productonderdelen beschikt voordat u het product gaat gebruiken. De inhoud kan variëren naargelang het verkoopgebied. Als u de optionele apparatuur wilt aanschaffen, neemt u contact op met de dichtstbijzijnde Samsung-dealer of met het lokale Samsung-servicecentrum.
Voor Windows
Pc met MMX Pentium 450MHz­processor of sneller (XP: Pentium II 700MHz)
Windows 98/98SE/2000/ME/XP
Minimaal 64MB RAM
(meer dan 128MB aanbevolen)
200MB vrije ruimte op de vaste schijf (meer dan 1GB aanbevolen)
USB-poort
Cd-rom-station
1024x768 pixels, beeldscherm dat
16-bits kleuren ondersteunt (24-bits kleurenbeeldscherm aanbevolen)
DirectX 9.0 of hoger
Voor Macintosh
Power Mac G3 of hoger
Mac OS 10.0-10.3 of hoger
Minimaal 64MB RAM
110MB vrije ruimte op de vaste schijf
USB-poort
Cd-rom-station
QuickTime 6.01 of hoger voor filmclips
Systeemvereisten
Als u de camera aansluit op een computer of printer, moet u de USB­kabel gebruiken die is meegeleverd met de camera. Als u dat niet doet, wordt de camera mogelijk niet herkend door de externe apparaten.
VOORZICHTIG
Gebruikershandleiding,
Productgarantie
Opbergtasje
Draagriem voor camera
Cd met software
(zie p.60)
SD-geheugenkaart/ MMC
(zie p.9)
DPOF-compatibele
printer (zie p.44)
< Meegeleverde items >
USB-kabel
PictBridge-compatible
printer (zie p.46)
Computer
(zie p.62)
Oplaadbare batterij
(SNB-2512)
CR-V3-batterij
Batterijlader
(SBC-N1)
Netnoer
AA-
alkalinebatterijen
Identificatie van functies
Voor- en bovenzijde
Flitser
Sluiterknop
Microfoon
Aan/uit-knop
Lampje voor zelfontspanner
Lens
Scherpstellingsring
Identificatie van functies
Achter-enonderzijde
LCD-scherm
USB-aansluiting
Aansluitpunt voor statief
Knop voor de afspeelmodus
Knop voor 5 functies.
E-knop (Effecten)
+/-, Verwijderknop
Zoomknop T (Digitale zoom)
Lampje voor camerastatus
Zoomknop W (Miniatuurmodus)
Oogje voor draagriem
M-knop (Modus)
Identificatie van functies
Zijkant/ Knop voor 5 functies
Batterij huis
Sleuf voor geheugenkaart
Afdekklepje Batterijvakje
Knop Spraakmemo/
Spraakopname/Omhoog
Knop Flitser/Links
Menuknop/knop OK
Knop voor zelfontspanner/Rechts
Knop voor afspelen/ pauzeren
Moduspictogram. Raadpleeg pagina 14 voor meer informatie over de instelling voor de cameramodus.
Lampje voor zelfontspanner
Pictogram
Status Omschrijving
-
De eerste 7 seconden knippert het lampje éénmaal per seconde.
-
Gedurende de laatste 3 seconden knippert het lampje éénmaal per 0,25 seconde.
Gedurende de laatste 2 seconden knippert het lampje snel met tussenpozen van 0,25 seconde. Er wordt een opname gemaakt na ongeveer 10 seconden en vervolgens na 2 seconden nog een keer.
Lampje voor camerastatus
Status Omschrijving
Inschakelen
Het lampje gaat aan en vervolgens uit als de camera gereed is voor het maken van een opname
Het lampje knippert tijdens het opslaan van de beeldgegevens en gaat uit als de camera gereed is voor het maken van een opname
Tijdens opname van filmclip
Het lampje knippert
Tijdens spraakopname
Het lampje knippert
Als de USB-kabel is aangesloten op een pc
Het lampje gaat branden (het LCD-scherm wordt uitgeschakeld na initialisatie van het apparaat)
Gegevens verzenden via een pc
Het lampje knippert (LCD-scherm wordt uitgeschakeld)
Als de USB-kabel is aangesloten op een printer
Het lampje is uitgeschakeld
Als de printer bezig is met afdrukken
Het lampje knippert
Knipperend
Na het maken van een opname
Knipperend
Knipperend
MODUS
FILMCLIP
SPRAAKOPNAME
AUTO
PROGRAMMA
AFSPELEN
Pictogram
SCÈNE
NACHT PORTRET LANDSCHAP Z.ONDERG
Pictogram
MODUS
DAGERAAD TGNLICHT VUURWERK STRND&SN
Pictogram
MODUS
Aansluiten op een voedingsbron
Op het LCD-scherm worden 3 indicatoren voor de batterijstatus weergegeven.
Batterijstatus
Indicator voor batterijstatus
De batterij is
volledig opgeladen
Batterij bijna leeg
(Houd nieuwe batterij
gereed)
Batterij bijna leeg
(Houd nieuwe
batterij gereed)
Belangrijke informatie mbt het gebruik van batterijen
Schakel, als u de camera niet gebruikt, altijd de stroom uit.
Probeer de niet-oplaadbare batterijen niet op te laden. Dit kan leiden tot een
explosie.
Verwijder de batterijen als de camera gedurende lange tijd niet wordt gebruikt. Batterijen verliezen vermogen met het verstrijken van de tijd en kunnen gaan lekken als u ze in de camera laat zitten.
Wij adviseren u gebruik te maken van batterijen met een grote capaciteit (zoals hierboven aangegeven), aangezien mangaanbatterijen niet voldoende vermogen leveren.
Lage temperaturen (beneden 0°C) kunnen de prestaties van de batterijen nadelig beïnvloeden en kunnen de levensduur van de batterijen bekorten. De batterijen herstellen zich gewoonlijk bij normale temperaturen.
Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar heen. Combineer geen batterijen van een verschillend merk of type, of oude met nieuwe.
Bij langdurig gebruik van de camera kan de behuizing warm worden. Dit is volstrekt normaal.
INFORMATIE
Plaats de batterij zoals aangegeven
- Als de camera niet wordt ingeschakeld nadat u batterijen hebt geplaatst, controleert u of de batterijen correct zijn geïnstalleerd (plus- en minpool).
- Oefen geen kracht uit op het klepje van het batterijvak als dit openstaat. Dit kan ertoe leiden dat het batterijvak vervormd raakt of wordt beschadigd.
De geheugenkaart plaatsen
Plaats de geheugenkaart zoals aangegeven.
- Schakel de camera uit voordat u de geheugenkaart plaatst.
- Zorg dat de voorkant van de geheugenkaart in de richting van de voorkant van de camera (lens) en de kaartpinnen in de richting van de achterkant van de camera (LCD-scherm) wijzen.
- Breng de geheugenkaart niet in de verkeerde richting in. Als u dit wel doet, kan de sleuf voor de geheugenkaart beschadigd raken.
U kunt alleen batterijen gebruiken als voedingsbron voor de camera.
Wij adviseren u bij een digitale camera gebruik te maken van batterijen.
(Binnen een jaar na de productiedatum).
- Niet-oplaadbare batterijen : 2 x AA-alkalinebatterijen (hoge capaciteit) Type CR-V3 – Lithium-ionbatterij
- Oplaadbare batterijen : 2 X AA Ni-MH (SNB-2512)
U kunt overal alkalinebatterijen aanschaffen. De levensduur van batterijen is echter afhankelijk van de fabrikant van de batterijen en de omstandigheden tijdens het fotograferen.
Instructies voor het gebruik van de geheugenkaart
Formatteer de geheugenkaart (zie p.51). Als u een nieuw aangeschafte kaart voor het eerst gebruikt, bevat deze gegevens die niet kunnen worden herkend door de camera of opnamen die zijn gemaakt met een andere camera.
Zet de camera uit als u de geheugenkaart gaat plaatsen of verwijderen.
Naarmate de geheugenkaart vaker wordt gebruikt, nemen de prestaties
uiteindelijk af. Als dit gebeurt, moet u een nieuwe geheugenkaart aanschaffen. Slijtage van de geheugenkaart valt niet onder de garantie van Samsung.
De geheugenkaart is een elektronisch precisie-instrument. Buig de geheugenkaart niet om, laat deze niet vallen en stel deze niet bloot aan zware druk.
Berg de geheugenkaart niet op in een omgeving met krachtige elektronische of magnetische velden (bijvoorbeeld in de buurt van luidsprekers of TV-toestellen).
Gebruik deze kaart niet en berg deze niet op in een omgeving waarin sprake is van grote temperatuurschommelingen.
Zorg ervoor dat de geheugenkaart niet vuil wordt en dat deze niet in contact komt met vloeistoffen van enigerlei aard. Als dit toch gebeurt, maakt u de geheugenkaart schoon met een zachte doek.
Bewaar de geheugenkaart in de bijbehorende opberghoes als u de kaart niet gebruikt.
Tijdens en na perioden van langdurig gebruik, kan de geheugenkaart warm aanvoelen. Dit is volstrekt normaal.
Gebruik geen geheugenkaart die al is gebruikt in een andere digitale camera. Als u de geheugenkaart wilt gebruiken in deze camera, formatteert u de kaart eerst met behulp van deze camera.
Gebruik geen geheugenkaart die is geformatteerd door een andere digitale camera of geheugenkaartlezer.
Als het volgende aan de hand is, bestaat de kans dat de gegevens op de geheugenkaart beschadigd raken:
- Als de geheugenkaart op onjuiste wijze wordt gebruikt.
- Als de stroom wordt uitgeschakeld of de geheugenkaart wordt verwijderd
tijdens het opnemen, verwijderen (formatteren) of lezen.
Samsung kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het verlies van gegevens.
Het is raadzaam belangrijke gegevens op een ander, reservemedium op te
slaan, zoals diskettes, vaste schijven, CD, enz.
Als er onvoldoende geheugen beschikbaar is: Wordt het bericht [KAART VOL!] weergegeven en werkt de geheugenkaart niet. U kunt de hoeveelheid beschikbaar geheugen in de camera optimaliseren door de geheugenkaart te vervangen of door overbodige opnames te verwijderen van de geheugenkaart.
Instructies voor het gebruik van de geheugenkaart
INFORMATIE
Verwijder de geheugenkaart niet als het lampje voor de camerastatus
(groen) knippert, omdat anders de gegevens op de geheugenkaart beschadigd kunnen raken.
De camera kan SD-geheugenkaarten en Multi Media Cards (MMC).
Raadpleeg de bijgesloten handleiding voor gebruik van de MMC-kaarten (Multi Media Card).
De SD-geheugenkaart heeft een schakelaar
Kaartpinnen
Schakelaar voor schrijfbeveiliging
Label
[ SD-geheugenkaart (Secure Digital) ]
voor schrijfbeveiliging waarmee u kunt voorkomen dat beeldbestanden worden verwijderd of dat de kaart wordt geformatteerd. Als u de schakelaar naar de onderkant van de SD-geheugenkaart toeschuift, zijn de gegevens beveiligd. Als u de schakelaar naar de bovenkant van de SD-geheugenkaart toeschuift, wordt de beveiliging opgeheven. Schuif de schakelaar naar de bovenkant van de SD-geheugenkaart voordat u een opname gaat maken.
Wanneer u 24(8) MB-geheugen gebruikt, is de specifieke opnamecapaciteit als
volgt. Deze cijfers zijn geschat omdat de beeldcapaciteit beïnvloed kan worden door variabelen zoals het onderwerp.
Formaat van opgenomen beeld
STILST
AAND
BEELD
FILM
CLIP
*Alleen A503( ) Alleen A403
SUPERHOOG
* 5M (2560x1920) 9 18 27 - -
4M (2272x1704) 12(4) 22(7) 34(11) - -
3M (2048x1536) 15(5) 28(9) 41(14) - -
2M (1600x1200) 24(8) 45(15) 65(22) - -
1M (1024x768) 55(18) 95(32) 127(43) - -
VGA (640x480) 122(42) 182(62) 218(75) - -
640 (640X480)
320 (320X240)
HOOG
NORMAAL
---
---
24FPS 15FPS
23SEC 36SEC
(8SEC) (28SEC)
1MIN23SEC
(12SEC) (42SEC)
2MIN3SEC
[10]
[11]
Nr. Omschrijving Pictogrammen Pagina
2 Batterij p.8 3 Continue opname AEB p.32 4 Flitser p.18~20 5 Zelfontspanner p.20 6 Macro p.16 7 Lichtmeting p.31 8 Indicator Kaart geplaatst ­9
Waarschuwing bij bewegen van camera
­10 Datum/Tijd 2006/01/01 01:00 PM p.51 11 Belichtingscorrectie p.27 12 Witbalans p.26~27 13 ISO p.26 14
RGB RGB
p.25 15 Scherpte p.32 16
Beeldkwaliteit/Framesnelheid
p.31 17 Beeldformaat p.30
19 Spraakmemo p.18 20 Digitale zoomfactor p.17
18
Opnamemodus
1
p.12~15
Aantal resterende fotos
17
00:00:23 / 00:37:43
p.10
p.10
Resterende opnametijd
(bewegende beelden/ spraakopname)
Indicator LCD-scherm
[Beeld & volledige info]
Het LCD-scherm geeft informatie weer over de opnamefuncties en -selecties.
[12]
Van opnamemodus veranderen : Als het menu [FOTO&FILM] is geselecteerd Stappen 1 t/m 4 zijn gelijk aan die voor het selecteren van het menu [MODUS].
5. De als laatste gebruikte opnamemodus wordt weergegeven.
6. Druk op de M-knop (Modus) op de achterkant van de camera om de
opnamemodus te veranderen in de modus voor filmclips.
7. Druk nogmaals op de M-knop (Modus) om een modus voor stilstaande
beelden te selecteren in het menu [MODUS INSTELLEN].
Op de M-knop (Modus) drukken
[Modus AUTO]
[Modus FILMCLIP]
Van opnamemodus veranderen
U kunt de gewenste werkmodus selecteren met de M-knop (Modus) achterop de camera en met het menu [MODUS], [MODUS INSTELLEN]. De cameramodi AUTO, PROGRAMMA, FILMCLIP, SCÈNE (NACHT, PORTRET, LANDSCHAP, ZON ONDER, DAGERAAD, TGENLICHT, VUURWERK en STRND&SNE) zijn beschikbaar.
Het menu [MODUS] selecteren
1. Plaats de batterij (p.8).
2. Plaats de geheugenkaart (p.8). Aangezien deze camera een intern geheugen
van 24MB heeft, hoeft u geen geheugenkaart te plaatsen. Als geen geheugenkaart wordt geplaatst, worden opnamen opgeslagen in het interne geheugen. Als de geheugenkaart is geplaatst, worden opnamen opgeslagen op de geheugenkaart.
3. Sluit het klepje voor het batterijvak.
4. Druk op de aan/uit-knop om de camera in te
schakelen.
5. Druk op de menuknop om een menu weer te geven.
6. Gebruik de knop Links of Rechts om het menu
[MODUS] te selecteren.
7. Selecteer het submenu [STIL & FILM] of
[VOLLEDIG] door op de knop OMHOOG of OMLAAG te drukken.
- [STIL & FILM] : Een modus voor stilstaande beelden die is geselecteerd in het menu [MODUS INSTELLEN] en de modus voor filmclips kan worden geselecteerd.
Raadpleeg pagina 14 voor meer informatie over het gebruik van het menu [MODUS INSTELLEN].
- [VOLLEDIG] : De modi AUTO, PROGRAMMA, FILMCLIP en SCÈNE kunnen worden geselecteerd.
8. Druk op de menuknop om de menuweergave te annuleren.
FOTO&FILM
VOLLEDIG
MODUS
[13]
Van opnamemodus veranderen De opnamemodus starten
Van opnamemodus veranderen: Als het menu [VOLLEDIG] is geselecteerd Stappen 1 t/m 4 zijn gelijk aan die voor het selecteren van het menu [MODUS].
5. De als laatste gebruikte opnamemodus wordt weergegeven.
6. Druk op de M-knop (Modus) op de achterkant van de camera om het menu
voor modusselectie weer te geven.
7. U kunt de modi AUTO, HANDMATIG, FILMCLIP of SCÈNE selecteren door
op de knop Links of Rechts te drukken. U kunt overschakelen tussen de menuopties AUTO, HANDMATIG, FILMCLIP en SCÈNE met de knoppen Omhoog en Omlaag.
8. Druk op de M-knop (Modus) om het menu voor modusselectie te verwijderen.
Op de knop Omhoog drukken
NACHT
[De modus Scène selecteren]
Op de knop Links drukken
[Menu voor modusselectie]
AUTO
FILM
[Modus voor filmclips selecteren]
STLIN:OK
STLIN:OK
STLIN:OK
De modus AUTO gebruiken Deze modus kunt u gebruiken voor het maken van eenvoudige stilstaande beelden.
1. Selecteer het submenu [VOLLEDIG] in het menu
[MODUS] (p.12).
2. Selecteer de modus Auto door op de M-knop
(Modus) te drukken (p.22).
3. Wijs met de camera in de richting van het
onderwerp en bekijk welke opname u wilt maken met behulp van het LCD-scherm.
4. Druk op de sluiterknop om de opname te maken. Zorg dat de lens of de flitser niet worden geblokkeerd tijdens het nemen van
een foto.
De modus Filmclip gebruiken Het opnemen van een filmclip kan doorgaan zolang er voldoende geheugencapaciteit beschikbaar is.
1. Selecteer het submenu [VOLLEDIG] in het menu
[MODUS] (p.12).
2. Selecteer de modus voor filmclips door op de M-
knop (Modus) te drukken (p.22).
3. Wijs met de camera in de richting van het
onderwerp en bekijk welke opname u wilt maken met behulp van het LCD-scherm.
4. Druk op de sluiterknop om bewegende beelden
op te nemen zolang de beschikbare opnametijd dit toelaat. Als u de sluiterknop loslaat, worden nog steeds bewegende beelden opgenomen. Als u het opnemen wilt stoppen, drukt u nogmaals op de sluiterknop.
Beeldformaat en bestandstype worden hieronder aangegeven.
- Afmeting : 640X480, 320X240 (Selecteerbaar)
- Bestandstype : AVI (MJPEG)
[ Modus FILMCLIP ]
[ Modus AUTO ]
[14]
De modus Scène gebruiken
Gebruik dit menu om op eenvoudige wijze de optimale instellingen te configureren voor een reeks verschillende opnamesituaties.
1. Selecteer het submenu [VOLLEDIG] in het menu [MODUS] (p.12).
2. Selecteer de modus Scène door op de M-knop (Modus) te drukken (p.22).
3. Wijs met de camera in de richting van het onderwerp en bekijk welke opname u wilt maken met behulp van het LCD-scherm.
4. Druk op de sluiterknop om de opname te maken.
Hieronder worden de beschikbare scènemodi aangegeven.
[NACHT] ( ) : Deze modus kunt u gebruiken voor het maken van
opnamen 's nachts of onder andere donkere
omstandigheden. [PORTRET] ( ) : Een foto maken van een persoon. [LANDSCHAP] ( ) : Scène met groene bossen of blauwe lucht. Opname
met landschap op de achtergrond. [ZON ONDER] ( ) : Opname van de ondergaande zon [DAGERAAD] ( ) : Scènes bij dageraad. [TEGNLICHT] ( ) : Opname zonder schaduwen die worden veroorzaakt
door tegenlicht. [VUURWERK] ( ) : Opnamen van vuurwerk. [STRND&SNE] ( ) : Opnamen van zee, meer of strand of voor opnamen
in de sneeuw.
[ Modus SCÈNE ]
De opnamemodus starten
[PROGRAMMA]
Continu opnemen gebruiken Stappen 1 t/m 2 zijn gelijk aan die voor de modus FILMCLIP.
3. Wijs met de camera in de richting van het
onderwerp en bekijk welke opname u wilt maken met behulp van het LCD-scherm. Druk op de sluiterknop om filmclips op te nemen zolang de beschikbare opnametijd dit toelaat. Als u de sluiterknop loslaat, gaat het opnemen van de filmclips nog steeds door.
4. Druk op de pauzeknop ( ) om het
opnemen tijdelijk te onderbreken.
5. Druk nogmaals op de pauzeknop ( ) om het opnemen te hervatten.
6. Als u het opnemen wilt stoppen, drukt u nogmaals op de sluiterknop.
De modus Handmatig gebruiken Als u de automatische modus selecteert, worden de optimale instellingen geconfigureerd voor de camera en kunt u handmatig verschillende functies configureren.
1. Selecteer het submenu [VOLLEDIG] in het menu
[MODUS] (p.12).
2. Selecteer de modus Handmatig door op de M-
knop (Modus) te drukken (p.22).
3. Wijs met de camera in de richting van het
onderwerp en bekijk welke opname u wilt maken met behulp van het LCD-scherm.
4. Druk op de sluiterknop om de opname te maken.
00:00:08
Pauzeren tijdens het opnemen van een filmclip (voor continu opnemen) Met deze camera kunt u tijdelijk stoppen bij ongewenste scènes tijdens het opnemen van een filmclip. Met deze functie kunt u uw favoriete scènes opnemen in een filmclip zonder meerdere filmclips te hoeven maken.
[ Continu opnemen van een filmclip ]
[15]
De opnamemodus starten
De modus SPRAAKOPNAME gebruiken Het maken van een spraakopname kan doorgaan zolang er voldoende geheugencapaciteit beschikbaar is. (Max: 1 uur)
1. In elke modus behalve de 'Filmclip' kunt u
SPRAAKOPNAME selecteren door twee keer op de toets Spraakopname te drukken.
2. Druk op de sluiterknop om een spraakopname te
maken.
- Als u éénmaal op de sluiterknop drukt, wordt een spraakopname gemaakt zolang de beschikbare opnametijd dit toelaat (maximaal: 1 uur). De opnametijd wordt weergegeven op het LCD-scherm. Als u de sluiterknop loslaat, gaat het maken van de spraakopname gewoon door.
- Als u het opnemen wilt stoppen, drukt u nogmaals op de sluiterknop.
- Bestandstype : WAV
Pauzeren tijdens het maken van een spraakopname Met deze camera kunt u tijdelijk stoppen bij ongewenste opnames tijdens het opnemen van spraak. Met deze functie kunt u uw favoriete spraak opnemen in een opnamebestand voor spraak zonder meerdere opnamebestanden voor spraak te hoeven maken.
1. Druk op de sluiterknop om een spraakopname te
maken. Hiermee kunt u doorgaan zolang de beschikbare opnametijd dit toelaat. Als u de sluiterknop loslaat, gaat het maken van de spraakopname gewoon door.
2. Druk op de pauzeknop ( ) om het
opnemen tijdelijk te onderbreken.
3. Druk nogmaals op de pauzeknop ( ) om
het opnemen te hervatten.
4. Als u het opnemen wilt stoppen, drukt u nogmaals op de sluiterknop.
40cm tussen u en de camera (microfoon) is de beste afstand voor het
maken van geluidsopnames.
Als de camera wordt uitgeschakeld terwijl de spraakopname in de
pauzestand staat, wordt de spraakopname geannuleerd.
INFORMATIE
[ SPRAAKOPNAME ]
[De spraakopname tijdelijk
onderbreken]
[16]
De opnamemodus starten
De cameraknop gebruiken om de camera in te stellen
U kunt de functie voor de opnamemodus instellen met behulp van de cameraknoppen.
Aan/uit-knop
SLUITER-knop
Gebruikt voor het in- en uitschakelen van de
camera.
Als de camera gedurende de ingestelde tijd niet wordt gebruikt, wordt automatisch de stroom uitgeschakeld om de batterijen te sparen. Raadpleeg pagina 50 voor meer informatie over de functie voor automatisch uitschakelen.
Wordt gebruikt voor het maken van een (spraak) opname in de opnamemodus.
In de modus FILMCLIP Als de sluiterknop volledig wordt ingedrukt, wordt het opnemen van bewegende beelden gestart. Als u éénmaal op de sluiterknop drukt, wordt een filmclip opgenomen zolang de beschikbare opnametijd dit toelaat. Als u het opnemen wilt stoppen, drukt u nogmaals op de sluiterknop.
In de modus STILL IMAGE (STILSTAAND BEELD) Als u de sluiterknop volledig indrukt, wordt de foto gemaakt en worden de afbeeldingsgegevens opgeslagen. Als u het opnemen van een spraakmemo selecteert, wordt begonnen met opnemen zodra het opslaan van de beeldgegevens is voltooid.
Modus voor scherpteregeling Macro ( ) Het instellingsbereik is 0,2m. Wanneer u deze modus voor scherpteregeling selecteert, wordt een pictogram Macro ( ) weergegeven op het LCD-scherm.
U kunt voorkomen dat de opname onscherp wordt
door de scherpte in te stellen op een bereik tussen 0,2m.
Als de flitser is uitgeschakeld of de modus Langzame synchronisatie is
ingeschakeld bij weinig licht, wordt mogelijk de waarschuwingsindicator voor het trillen van de camera ( ) weergegeven op het LCD-scherm. In dat geval kunt u een statief gebruiken, de camera op een stabiel oppervlak plaatsen of de flitser inschakelen.
Opname met tegenlichtcorrectie : Wanneer u buitenshuis opnames maakt, kunt u
beter niet tegen de zon in fotograferen omdat de foto anders te donker kan zijn vanwege het tegenlicht. Bij tegenlicht kunt u gebruikmaken van de steunflits (p.18), spotmeting (p.31) of tegenlichtcorrectie (p.27).
Zorg dat de lens of de flitser niet worden geblokkeerd tijdens het nemen van een
foto.
Modus voor scherpteregeling Normal ( ) Het instellingsbereik is 1m tot oneindig. Wanneer u deze modus voor scherpteregeling selecteert, wordt geen pictogram weergegeven op het LCD-scherm.
U kunt voorkomen dat de opname onscherp wordt
door de scherpte in te stellen op een bereik tussen 1,0m en oneindig.
Waar u op moet letten bij het maken van opnamen
[17]
TELE-zoom
Digitale TELE-zoom : Als u op de zoomknop T drukt, wordt de software van de
digitale zoomfunctie ingeschakeld. Als u de zoomknop T loslaat, blijft de op dat moment gekozen instelling voor de digitale zoomfunctie actief. Als de maximale digitale zoomfactor (5X) is ingeschakeld, heeft het indrukken van de zoomknop T geen effect. U kunt de digitale zoomfactor bepalen aan de hand van de numerieke waarde [X1,1 ~ X 5,0] naast de zoombalk.
[WIDE-zoom] [Digitale zoom 2,5X] [Digitale zoom 5X]
Druk op de zoomknop
T.
Druk op de zoomknop
T.
WIDE-zoom Digital zoom WIDE : Als de digitale zoomfunctie actief is, kunt u de digitale
zoomfactor stapsgewijs verkleinen door op de zoomknop W te drukken. Als u de zoomknop W loslaat, wordt de digitale zoomfunctie uitgeschakeld.
[Digitale zoom 5X] [Digitale zoom 2,5X] [WIDE-zoom]
Druk op de zoomknop
W.
Druk op de
zoomknop
W.
Als het menu niet wordt weergegeven, werkt deze knop als knop DIGITAAL.
U kunt de digitale zoomfunctie alleen gebruiken als het LCD-scherm is ingeschakeld.
Het verwerken van opnames die zijn gemaakt met behulp van de digitale zoomfunctie duurt mogelijk iets langer. Dit kan even duren.
De digitale zoomfunctie kan niet worden gebruikt bij het opnemen van filmclip.
Het gebruik van de digitale zoomfunctie kan leiden tot een lager beeldkwaliteit.
INFORMATIE
Zoomknop W/ T
[18]
Knop omlaag
Druk, terwijl het menu wordt weergegeven, op de knop OMLAAG om van het hoofdmenu naar een submenu te gaan of om de menu omlaag te verplaatsen in het submenu.
Als het menu niet wordt weergegeven, werkt de knop OMLAAG niet in een opnamemodus.
Knop FLITSER ( )/ LINKS
Type scherpstelling smodus Flitserbereik
Auto 1.0m~3m
Macro 0.2m
[Automatisch flitsen selecteren]
Flitserbereik
(Eenheid: m)
Als u op de knop LINKS drukt terwijl het menu wordt weergegeven op het LCD-scherm, wordt de cursor verplaatst naar het linker tabblad.
Als het menu niet wordt weergegeven op het LCD­scherm, werkt de knop LINKS als FLITSER-knop ( ).
De flitsmodus selecteren
1. Druk op de M-knop (Modus) om een
opnamemodus te selecteren, met uitzondering van de modus voor filmclips (p.22).
2. Druk op de flitserknop totdat de gewenste indicator voor de flitsermodus wordt
weergegeven op het LCD-scherm.
3. Er wordt een indicator voor de flitsermodus weergegeven op het LCD-scherm.
Gebruik de juiste flitsmodus voor de omgeving waarin u werkt.
Knop Spraakopname ( )/ Spraakmemo ( )/ OMHOOG
Druk, terwijl het menu wordt weergegeven, op de knop OMHOOG om de cursor omhoog te verplaatsen in het submenu. Als het menu niet wordt weergegeven op het LCD-scherm, werkt de knop Omhoog als knop voor spraakopname of als knop voor het pnemen van spraakmemo's. U kunt uw spraak opnemen of uw gesproken tekst toevoegen aan een opgeslagen stilstaand beeld. Raadpleeg pagina 15 voor meer informatie over de functie voor spraakopname.
Een spraakmemo opnemen
1. Selecteer de modus STILSTAAND BEELD door op de modusknop te
drukken.
2. Druk op de knop SPRAAKMEMO( ). Als de indicator voor het opnemen
van spraakmemo´s wordt weergegeven op het LCD-scherm, is deze instelling ingeschakeld.
3. Druk op de sluiterknop en maak een opname. De afbeelding wordt
opgeslagen op de geheugenkaart.
4. De spraakmemo wordt opgenomen gedurende tien seconden vanaf het
moment waarop de afbeelding is opgeslagen. Als u tijdens het opnemen van een spraakmemo op de sluiterknop drukt, wordt de geluidsopname beëindigd.
40cm tussen u en de camera (microfoon) is de beste afstand voor het maken
van geluidsopnames.
[ Spraakmemo voorbereiden ] [ Spraakmemo opnemen ]
[19]
Knop FLITSER ( )/ LINKS
Als u op de sluiterknop drukt nadat u de flitsermodus Auto, Steunflits of
Trage synchro hebt geselecteerd, gaat de eerste flitser af om de opnameomstandigheden (flitserbereik en vermogen van flitser) te controleren. Beweeg u niet totdat de tweede flits is afgegaan.
Als u veelvuldig gebruik maakt van de flitser, raken de batterijen sneller
uitgeput.
Onder normale gebruiksomstandigheden duurt de oplaadtijd van de flitser
minder dan 5 seconden. Als de batterijen zwak zijn, duurt het opladen langer.
In de modus voor continue opname, AEB en filmclips werkt de flitser niet.
Maak opnames binnen het flitserbereik.
De beeldkwaliteit wordt niet gegarandeerd als het onderwerp zich te dichtbij
bevindt of sterk reflecteert.
Als u een opname met flits maakt in een slecht verlichte omgeving, is er
mogelijke een witte stip te zien in het vastgelegde beeld. Deze stip wordt veroorzaakt door de reflectie van het flitslicht op voorwerpen in de omgeving. Het is geen camerastoring.
INFORMATIE
Pictogram
Flitsmodus Omschrijving
Indicator voor flitsmodus
Als het voorwerp of de achtergrond donker is, wordt automatisch de flitser van de camera gebruikt.
Automatisch
flitsen
Automatisch
flitsen en
verwijderen van
rode ogen
Ondersteune
nde flits
Synchronisatie
lage
sluitersnelheid
Flitser uit
Als een voorwerp of de achtergrond donker is, wordt automatisch de flitser van de camera gebruikt en wordt het rode ogen-effect beperkt door het gebruik van de functie voor verwijderen van rode ogen.
De flitser werkt in combinatie met een lage sluitersnelheid om de juiste belichting te krijgen. Wanneer u een opname maakt bij weinig licht, wordt mogelijk de waarschuwingsindicator voor het trillen van de camera ( ) weergegeven op het LCD-scherm. Wij adviseren u bij deze functie gebruik te maken van een statief.
De flitser gaat af ongeacht de hoeveelheid licht die beschikbaar is. De intensiteit van de flitser kan worden geregeld, afhankelijk van de heersende condities. Hoe helderder de achtergrond of het onderwerp is, hoe zwakker de flits.
De flitser gaat niet af. Selecteer deze modus bij het maken van opnamen op plaatsen of in situaties waarin het gebruik van de flitser verboden is. Wanneer u een opname maakt bij weinig licht, wordt mogelijk de waarschuwingsindicator voor het trillen van de camera ( ) weergegeven op het LCD-scherm. Wij adviseren u bij deze functie gebruik te maken van een statief.
[20]
Knop voor zelfontspanner ( )/ Rechts
Als u de knop voor de zelfontspanner en de afspeelmodus gebruikt terwijl de zelfontspanner actief is, wordt de zelfontspanner uitgeschakeld.
Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera trilt.
In de modus Filmclip werkt alleen de zelfontspanner voor 10 seconden.
De zelfontspanner selecteren
1. Selecteer de modus FILMCLIP of STILSTAAND
BEELD door op de modusknop te drukken.
2. Druk op de knop voor de zelfontspanner totdat
de gewenste indicator wordt weergegeven op het LCD-scherm. Er wordt een pictogram voor een zelfontspanner van 2 seconden, van 10 seconden of een dubbele zelfontspanner weergegeven op het LCD-scherm. In de modus Filmclip werkt alleen de zelfontspanner voor 10 seconden.
·Zelfontspanner voor 10SEC ( ) : Als u op de sluiterknop drukt, wordt na 10 seconden een opname gemaakt.
·Zelfontspanner voor 2SEC ( ) : Als u op de sluiterknop drukt, wordt na 2 seconden een opname gemaakt.
·Dubbele zelfontspanner ( ) : Er wordt een opname gemaakt na ongeveer 10 seconden en vervolgens na 2 seconden nog een keer. Als de flitser wordt gebruikt, kan de zelfontspanner voor 2 seconden worden vertraagd, afhankelijk van de oplaadtijd van de flitser.
3. Als u op de sluiterknop drukt, wordt de opname gemaakt nadat de ingestelde tijd is verstreken.
INFORMATIE
[ De zelfontspanner voor 10SEC selecteren ]
Beschikbare flitsermodus, per opnamemodus
XXOXXXXXXXO
XOOXOX XX XXX
XXOXXXXXOXX
XXOOXXXXXXX
OOOOOOOOXOX
Knop voor zelfontspanner ( )/ Rechts
Als u op de knop Rechts drukt terwijl het menu wordt weergegeven op het LCD­scherm, wordt de cursor verplaatst naar de rechter tab.
Als het menu niet wordt weergegeven op het LCD-scherm, werkt de knop RECHTS als knop voor de zelfontspanner. Deze functie wordt gebruikt als de fotograaf bijvoorbeeld een foto van zichzelf wil maken.
Knop FLITSER ( )/ LINKS
[21]
Knop MENU/ OK
[Menu aan]
Knop MENU
- Als u op de menuknop drukt, wordt in elke cameramodus een menu
weergegeven op het LCD-scherm. Als u nogmaals op deze knop drukt, wordt het LCD-scherm in de beginstand gezet.
- Er kan een menuoptie worden weergegeven als de modus Filmclip, Auto,
Programma of Scène is geselecteerd. Er is geen menu beschikbaar als de modus Spraakopname is geselecteerd.
Knop OK
- Als u op deze knop drukt terwijl het menu wordt weergegeven op het LCD-
scherm, wordt de cursor verplaatst naar het submenu of wordt uw invoer bevestigd.
Druk op knop MENU
[Menu uit]
2560X1920
2272X1704 2048X1536 1600X1200
AFMETING
VRPL: STLIN:OK
M-knop (Modus)
[Modus Auto] [Modus Filmclip]
U kunt de gewenste opnamemodus selecteren. De selecteerbare opnamemodi wijken af van wat u hebt geselecteerd in het menu [MODUS].
- [STIL & FILM] : Een opnamemodus die is geselecteerd in het menu [MODUS
INSTELLEN], modus voor filmclips
- [VOLLEDIG] : Modi Auto, Filmclip, Programma, Scène
De knop Modus gebruiken: Bij submenu's [STIL & FILM] en [AUTO]
Op de M-knop drukken
[22]
M-knop (Modus) E-knop (Effect)
Op de knop Omhoog drukken
De knop Modus gebruiken: Bij submenu [VOLLEDIG] en modus Auto
Druk op de knop Modus om het menu voor modusselectie te verwijderen.
Op de knop Rechts drukken
Op de knop Links/ Rechts drukken
Op de knop Links drukken
[Modus Auto]
[Programma]
[Menu voor modusselectie]
[Modus Filmclip]
[Modus Scène]
Op de knop Modus
drukken
[Een scènemodus selecteren]
NACHT
PORTRET
FILM
HANDMATIG
AUTO
STLIN:OK
STLIN:OK
STLIN:OK
STLIN:OK
STLIN:OK
Het is mogelijk speciale effecten toe te voegen aan uw opnamen met deze knop.
Modus voor stilstaande beelden: Hier kunt u de menu's Kleur, Brandpunt,
Composiet en Fotoframe selecteren. Modus voor filmclips: Hier kunt u het kleurenmenu selecteren.
Beschikbare effecten, per opnamemodus (O: Selecteerbaar, X: Niet selecteerbaar)
Deze knop werkt niet in de modus voor spraakopnamen en sommige scènemodi
(Nacht, Zon onder, Dageraad, Tegnlicht, Vuurwerk en Strnd&sne) Als een speciaal effect wordt geselecteerd, worden de eerder ingestelde functies voor speciale effecten (Vooraf ingesteld kader voor scherpte-instelling, Composietopnamen maken, Fotoframe) automatisch geannuleerd.
Zelfs als de camera wordt uitgeschakeld, blijft de instelling voor het speciale effect behouden. U kunt het speciale effect annuleren door het submenu te kiezen in het menu Kleur en het submenu te selecteren in de overige menu's voor speciale effecten.
OOOOO
XXOX X
XXOX X
XXOX X
Loading...
+ 51 hidden pages