8200 Market Boulevard
Chanhassen, MN 55317, VS
T (VS) (800) 999-9307
T (internationaal) (952) 906-8888
F (952) 949-7001
Emerson Process
Management bv
Postbus 212
2280 AE Rijswijk
T (070) 413 66 66
F (070) 390 68 15
E info.nl@emersonprocess.com
www.emersonprocess.nl
Emerson Process
Management Flow
Postbus 350
3900 AJ Veenendaal
Wiltonstraat 30
3g05 UW Veenendaal
T 31 (0) 318 49 55 55
F 31 (0) 318 49 55 56
Emerson Process
Management nv/sa
De Kleetlaan, 4
B-1831 Diegem
Belgie
T (32) 2 716 7711
F (32) 2 725 83 00
www.emersonprocess.be
8742C/8700 serie
Rosemount
Emerson Process
Management
Asia Pacific
Private Limited
1 Pandan Crescent
Singapore 128461
T (65) 6777 8211
F (65) 6777 0947/
65 6777 0743
BELANGRIJKE KENNISGEVING
Deze installatiegids bevat elementaire richtlijnen voor de
Rosemount
configuratie, diagnostiek, onderhoud, probleemoplossing en explosieveilige, drukvaste of intrinsiek veilige (I.S.) installaties. Raadpleeg de naslaghandleiding van de 8742C (publicatienummer
00809-0100-4793) voor nadere instructies. De handleiding en deze
beknopte installatiegids zijn ook in digitale vorm beschikbaar op
www.rosemount.com.
®
8742C. Hij bevat geen gedetailleerde instructies voor
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
WAARSCHUWING
Als u deze installatierichtlijnen niet opvolgt, kan ernstig of
dodelijk letsel het gevolg zijn.
De installatie- en onderhoudsinstructies zijn uitsluitend bestemd voor
gebruik door bevoegd personeel. Voer geen andere onderhoudswerkzaamheden uit dan degene die in de gebruiksaanwijzing
beschreven staan, tenzij u er bevoegd toe bent. Controleer of de
gebruiksomgeving van de meetbuis en transmitter overeenkomt met
de van toepassing zijnde FM-, CSA- of CENELEC-goedkeuring.
Sluit een 8742C niet aan op een meetbuis die niet van Rosemount
is en die zich in een explosiegevaarlijke atmosfeer bevindt.
WAARSCHUWING
De meetbuis-bekleding kan gemakkelijk beschadigd worden bij het
transport. Leg nooit iets door de meetbuis heen om hem op te tillen
of om te wrikken. Door beschadiging van de bekleding kan de meetbuis onbruikbaar worden.
Gebruik om schade aan de uiteinden van de meetbuis-bekleding te
voorkomen geen metalen pakkingen of pakkingen met spiraalvorm.
Als de meetbuis regelmatig verwijderd moet worden, neem dan
voorzorgsmaatregelen ter bescherming van de uiteinden van de
bekleding. Vaak worden ter bescherming korte passtukken aangebracht op de uiteinden van de meetbuis.
Correct aanhalen van de flensbouten is essentieel voor een goede
werking en lange levensduur van de meetbuis. Alle bouten moeten
in de juiste volgorde worden aangehaald tot het gespecificeerde
aanhaalmoment. Als u deze aanwijzingen niet opvolgt, kan ernstige
schade aan de bekleding van de meetbuis ontstaan en moet de
meetbuis misschien vervangen worden.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 1: VÓÓRDEINSTALLATIE
Voordat u de Rosemount 8742C magnetische flowmeter-transmitter
installeert, moet u een aantal stappen uitvoeren waardoor het installatieproces vergemakkelijkt wordt. Deze stappen omvatten het identificeren van de opties en configuraties die voor u van toepassing zijn,
het zo nodig instellen van de hardware-schakelaars en het afwegen
van de fysieke vereisten.
Op de montageplaats voor de Rosemount 8742C moet genoeg ruimte
zijn voor een stevige montage, gemakkelijke toegang tot de kabelaansluitingen en het volledig kunnen openen van de transmitterdeksels.
Vermijd voor een maximale levensduur van de transmitter overmatige
hitte en trillingen. Typische probleemgebieden zijn leidingen met
sterke vibratie met integraal gemonteerde transmitters, installaties in
een warm klimaat in direct zonlicht en buiteninstallaties in een koud
klimaat. Om mogelijke problemen te voorkomen kunnen op afstand
gemonteerde transmitters worden geïnstalleerd in de regelkamer.
Hierdoor wordt de elektronica beschermd tegen de omstandigheden
en heeft u gemakkelijke toegang voor configuratie en onderhoud.
Hardware-schakelaars
De elektronicaprint van de Rosemount 8742C is uitgerust met twee
door de gebruiker in te stellen hardware-schakelaars. Met deze schakelaars stelt u de simulatie-activering en de transmitterbeveiliging in.
Bij verzending uit de fabriek zijn deze schakelaars standaard als volgt
ingesteld:
Activering simulatie: uit
Transmitterbeveiliging: uit
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
De schakelaars bevinden zich op de bovenste van de elektronica-printen van de transmitter.
Afbeelding 1. Hardware-schakelaars
activering
simulatie
transmitterbeveiliging
8742C/8700 serie
Rosemount
De instellingen van de hardware-schakelaars wijzigen
Meestal hoeven de instellingen van de hardware-schakelaars niet
gewijzigd te worden. Als de instellingen van de schakelaars gewijzigd
moeten worden, volgt u de stappen in de handleiding.
Draai de transmitterbehuizing
De elektronicabehuizing kan op de meetbuis gedraaid worden in stappen van 90° door de vier montagebouten onder op de behuizing los te
draaien, de behuizing te draaien en de bouten vervolgens weer aan te
brengen. Als de behuizing weer in de oorspronkelijke stand wordt
gezet, zorg dan dat het oppervlak schoon is en dat er geen kier is
tussen de behuizing en de meetbuis.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 2: TRANSPORT
Transporteer alle onderdelen voorzichtig om schade te voorkomen.
Transporteer het systeem zo mogelijk in de oorspronkelijke verpakkingen naar de installatielocatie. Met T eflon
verzonden met einddoppen waardoor ze beschermd zijn tegen
mechanische schade en de gewone vervorming die anders optreedt.
Verwijder de einddoppen pas net voor de installatie.
Afbeelding 2. Ondersteuning van de Rosemount 8705-meetbuis voor
transport
meetbuizen van 15 tot en met
100 mm (½ tot en met 4 inch)
®
beklede meetbuizen worden
meetbuizen van 150 mm
(6 inch) en groter
8732-0281B02A, C02A
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 3: MONTAGE
Rechte lengte voor en na de meter
Om te zorgen dat de meetbuis aan de specificaties blijft voldoen onder
alle verschillende procesomstandigheden dient hij geïnstalleerd te
worden met minstens vijf rechte buisdiameters vóór en minstens twee
rechte buisdiameters ná het elektrodevlak (zie afbeelding 3).
Afbeelding 3. Rechte buisdiameters voor en na de meter
5 buisdiameters2 buisdiameters
stroomrichting
Richting van de stroom
De meetbuis moet zo worden gemonteerd dat de PUNT van de
stroomrichtingspijl, afgebeeld op het meetbuis-identificatielabel, in
de richting van de stroom door de buis wijst.
Stand van de meetbuis
De meetbuis moet zo worden geïnstalleerd dat hij tijdens bedrijf altijd
volledig gevuld is. Een verticale installatie laat opwaartse procesvloeistofstroming toe en zorgt ervoor dat het doorsnede-oppervlak altijd
gevuld is, onafhankelijk van de flow-snelheid. Horizontale installatie is
alleen geschikt in lage buisgedeeltes die gewoonlijk gevuld zijn. Zorg
in dit geval dat het elektrodevlak binnen 45 graden van horizontaal ligt.
8732-0281G02A
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
Afbeelding 4. Stand van de meetbuis
A
RICHTING
Rosemount
8742C/8700 serie
STROOM-
STROOMRICHTING
8732-0005A01A, 8732-0005A01C
De elektrodes in de Rosemount 8705-meetbuis staan goed gericht als
de twee meetelektrodes in de standen 3 uur en 9 uur staan, zoals te
zien rechts in afbeelding 4.
De elektrodes in de Rosemount 8711 st aan goed gericht als de bovenkant van de meetbuis verticaal dan wel horizontaal staat, zoals te zien
in afbeelding 5. Vermijd montagestanden waarbij de bovenkant van de
meetbuis op 45° van de verticale of horizontale stand gericht staat.
Afbeelding 5. Montagestand Rosemount 8711
45° elektrodevlak
45° elektrodevlak
8711-8711-E01A, 8711-8711-F01A
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 4: INSTALLATIE (GEFLENSDEMEETBUIS)
Pakkingen
Voor elke aansluiting van de meetbuis op een aangrenzend instrument of
buisgedeelte is een pakking vereist. De pakkingen moeten van een materiaal zijn dat verenigbaar is met de procesvloeistof en de bedrijfsomstandigheden. Metalen pakkingen en pakkingen met spiraalvorm kunnen de
bekleding beschadigen. Aan weerszijden van de aardingsring is een
pakking vereist. Voor alle andere toepassingen (inclusief meetbuizen
met bekledingsbescherming of een aardelektrode) is slechts één pakking vereist voor elke eindaansluiting.
Flensbouten
Aanbevolen aanhaalmomenten voor elke maat meetbuis en elk type
bekleding staan in tabel 1 voor ASME B16.5 (ANSI)-flenzen en in
tabel 2 voor DIN-flenzen. Raadpleeg de fabrikant als de flensclassificatie van de meetbuis niet voorkomt in de tabellen. Haal de flensbouten vóór de meetbuis, in de volgorde aangegeven in afbeelding 6, aan
tot 20% van het aanbevolen aanhaalmoment. Herhaal deze procedure
aan de kant ná de meetbuis. Haal bij meetbuizen met meer of minder
flensbouten de bouten aan in een soortgelijke kruisgewijze volgorde.
Herhaal deze volledige aanhaalreeks tot 40%, 60%, 80% en ten slotte
100% van de aanbevolen aanhaalmomenten of totdat het lekken tussen de proces- en de meetbuisflenzen stopt.
Als het lekken bij het aanbevolen aanhaalmoment nog niet is opgehouden kunnen de bouten in stappen van 10% verder worden aangehaald totdat de verbindingen stoppen met lekken of totdat het gemeten
aanhaalmoment de maximale aanhaalspecificatie van de bouten
bereikt. De bescherming van de bekleding in overweging nemende
komt de gebruiker vaak tot een ander aanhaalmoment waarbij het lekken ophoudt, afhankelijk van de specifieke combinatie van flenzen,
bouten, pakkingen en het bekledingsmateriaal van de meetbuis.
Controleer op lekkage bij de flenzen nadat u de bouten heeft aangehaald. Als u niet de juiste aanhaalmethode gebruikt, kan dat tot ernstige
schade leiden. De verbindingen van een meetbuis moeten 24 uur na de
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
eerste installatie nogmaals worden aangehaald. In de loop der tijd kan
het bekledingsmateriaal van een meetbuis vervormd raken door de druk.
Afbeelding 6. Aanhaalvolgorde flensbouten
8 bouten
Tabel 1. Aanbevolen aanhaalmomenten flensbouten voor de Rosemount
8705- en 8707-meetbuizen met hoge signaalsterkte
Teflon/
Tefzel/
PFA-bekledingen
Maat-
Leidingdiameter
code
005 15 mm (
01025 mm (1 inch)812––
015 40 mm (1
02050 mm (2 inch)19171411
03080 mm (3 inch)34352323
040 100 mm (4 inch)26501732
060 150 mm (6 inch)45503037
080 200 mm (8 inch)60824255
100 250 mm (10 inch)55804070
120 300 mm (12 inch)6512555105
140 350 mm (14 inch)851107095
160 400 mm (16 inch)8516065140
180 450 mm (18 inch)12017095150
200 500 mm (20 inch)11017590150
240 600 mm (24 inch)165280140250
300 750 mm (30 inch)195415165375
360 900 mm (36 inch)280575245525
1
/2-inch)88––
1
Klasse 150
(pound-foot)
/2 inch)1325718
Klasse 300
(pound-foot)
Polyurethaan/
neopreen/
Linatex-bekledingen
Klasse 150
(pound-foot)
Klasse 300
(pound-foot)
8742f_01a.eps
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
Tabel 2. Aanhaalmomenten flensbouten en boutbelastingsspecificaties
voor de 8705
Voor elke aansluiting van de meetbuis op een aangrenzend instrument of
buisgedeelte is een pakking vereist. De pakkingen moeten van een materiaal zijn dat verenigbaar is met de procesvloeistof en de bedrijfsomstandigheden. Metalen pakkingen en pakkingen met spiraalvorm kunnen de
bekleding beschadigen. Aan weerszijden van de aardingsring is een
pakking vereist. Voor alle andere toepassingen (inclusief meetbuizen
met bekledingsbescherming of een aardelektrode) is slechts één pakking vereist voor elke eindaansluiting.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Uitlijning en bouten
1. Plaats bij leidingen met een diameter van 40 tot en met 200 mm
1
(1
/2 tot en met 8 inch) centreerringen over beide uiteinden van de
meetbuis. Voor leidingen met een kleinere diameter, 4 tot en met
25 mm (0.15 tot en met 1 inch), zijn geen centreerringen nodig.
Steek bij PN 10-16 van 100 en 150 mm (4 en 6 inch) eerst de
meetbuis met de ringen erin en vervolgens de tapbouten. De
sleuven voor dit ring-scenario bevinden zich binnen op de ring.
2. Steek tapbouten voor de onderkant van de meetbuis tussen de
buisflenzen. Specificaties voor de tapbouten staan in tabel 3.
Gebruik van bouten van koolstofstaal op leidingen met een
kleinere diameter, 4 tot en met 25 mm (0.15 tot en met 1 inch),
in plaats van de gespecificeerde roestvrijstalen bouten, leidt
tot verslechtering van de prestaties.
3. Plaats de meetbuis tussen de flenzen. Zorg dat de centreerringen
goed in de tapbouten geplaatst zijn. De tapbouten moeten uitgelijnd zijn met de markeringen op de ringen die overeenkomen met
de flens die u gebruikt.
4. Breng de overige tapbouten, ringen en moeren aan.
5. Haal aan tot de momentspecificaties genoemd in tabel 1. Haal de
bouten niet te strak aan, anders wordt de bekleding beschadigd.
Afbeelding 7. Plaatsing pakkingen met centreerri ngen
installatie, tapbouten,
moeren en ringen
8742C/8700 serie
zelf aangeschafte
Rosemount
pakking
centreerringen
STROOM-
RICHTING
8732-0002A1A
Flensbouten
Haal de flensbouten in een kruisgewijze volgorde aan. Controleer altijd
op lekkage bij de flenzen nadat u de flensbouten heeft aangehaald. De
verbindingen van elke meetbuis moeten 24 uur na de eerste keer aanhalen van de flensbouten nogmaals worden aangehaald.
Tabel 4.
MaatcodeLeidingdiameterPound-footNewton-meter
15F4 mm (0.15 inch)511
30F8 mm (0.30 inch)511
00515 mm (
01025 mm (1 inch)109
01540 mm (1
02050 mm (2 inch)2521
03080 mm (3 inch)4020
040100 mm (4 inch)3045
060150 mm (6 inch)5077
080200 mm (8 inch)7061
1
/2-inch)511
1
/2 inch)1514
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 4: INSTALLATIE (HYGIËNISCHEMEETBUIZEN)
Pakkingen
Voor elke aansluit in g van de m eetb uis op e en a angren ze nd instru ment
of buisgedeelte is een pakking vereist. De pakkingen moeten van een
materiaal zijn dat verenigbaar is met de procesvloeistof en de b edrijfsomstandigheden. Pakkingen worden geleverd voor tussen de I DF- en
de proceskoppelingsfitting, bijvoorbeeld een Tri-Clamp-fitting, op alle
8721 hygiënische meetbuizen, behalve als de proceskoppelingsfitt in gen
niet zijn meegeleverd en het enige aansluitingstype een IDF-fitting is.
Uitlijning en bouten
Bij installatie van een magnetisch inductieve meter met hygiënische
fittingen moeten de fabrieksnormen worden gevolgd. Er zijn geen speciale aanhaalmomenten of -methodes voor de bouten vereist.
N.B.:
indien besteld, door de fabrikant
geleverde klem en pakking
8721_a_06.eps
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 5: AARDING
Raadpleeg tabel 5 om te bepalen welke aardingsoptie u moet volgen
voor een juiste installatie. De meetbuis-behuizing moet altijd op aarde
worden aangesloten volgens de landelijke en plaatselijke elektriciteitsvoorschriften. Als u dit niet doet kan de bescherming die de apparatuur
u biedt verminderd worden. De inwendige aardverbinding (beschermende massa-aansluiting) in de aansluitkast is de inwendige-aardverbindingsschroef. Deze schroef is te herkennen aan het aardsymbool.
Tabel 5. Installatie aarding
Aardingsopties
Geen aar-
Type buis
Geleidende buis
zonder binnenbekleding
Buis met geleidende binnenbekleding
Niet-geleidende
buis
Afbeelding 9. Geen aardingsopties of aardelektrode in buis met bekleding
dingsopties
zie
afbeelding 9
onvoldoende
aarding
onvoldoende
aarding
Aardingsringen
niet
vereist
zie
afbeelding 10
zie
afbeelding 11
Aardelektrodes
niet
vereist
zie
afbeelding 9
zie
afbeelding 12
Bekledingsbeschermingen
zie
afbeelding 10
zie
afbeelding 10
zie
afbeelding 11
aarde
8705-0040C
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
Afbeelding 10. Aarding met aardingsringen of bekledingsbeschermers
aardingsringen of
bekledingsbeschermingen
Afbeelding 11. Aarding met aardingsringen of bekledingsbeschermers
8742C/8700 serie
Rosemount
aarde
aarde
8705-038C
aardingsringen
8711-0360a01b
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
Afbeelding 12. Aarding met aardelektrodes
8742C/8700 serie
Rosemount
aarde
8711-0360a01a
STAP 6: BEDRADING
Kabel- en doorvoerbuis-aansluitingen
De aansluitkast van zowel de meetbuis als de transmitter heeft een
opening voor 20 mm (¾-inch) NPT-doorvoerbuis-aansluitingen. Bij het
maken van deze aansluitingen moeten de plaatselijke elektriciteitsvoorschriften of die van de fabriek g evolgd worden. Ongebruikte openingen
moeten worden afgedicht met metalen blindstoppen. Een juiste elektrische installatie is vereist om meetfouten als gevolg van elektrische ruis
en interferentie te voorkomen. Aparte doorvoerbuizen voor de twee
kabels zijn niet vereist, maar wel een exclusieve doorvoerbuis tussen
elke transmitter en meetbuis. Voor de beste resultaten in een omgeving
met veel elektrische ruis moet afgeschermde kabel gebruikt worden.
Doorvoerbuiskabels
Leg kabel van de juiste doorsnede door de doorvoerbuis-aansluitingen
van uw magnetische flowmetersysteem. Leg de voedingskabel van de
voedingsbron naar de transmitter. Leg de kabels van de spoelaandrijving en de elektrodes van de flowmeter naar de transmitter. Bewerk de
uiteinden van de spoelaandrijvings- en elektrodekabels zoals afgebeeld in afbeelding 13. Laat maximaal 1 inch onafgeschermde draad
open bij zowel de spoelaandrijvings- als de elektrodekabels. Te lange
draden en kabels zonder afscherming kunnen elektrische ruis veroorzaken, met onstabiele meetresultaten als gevolg.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
Afbeelding 13. Vergrote afbeelding bewerkte kabel
26
(1.00)
N.B.
Afmetingen zijn in
millimeter (inch)
Rosemount
8742C/8700 serie
kabelafscherming
Stap 6.1 Aansluiting transmitter op de meetspoelen
In deze paragraaf over bedrading wordt het aanleggen van voeding
via de transmitter naar de meetbuisspoelen behandeld. De transmittervoeding naar de spoelen stuurt een pulserende DC-frequentie naar
de meetbuis.
Bedraad de transmitter volgens de plaatselijke elektriciteitsvoorschriften. Aard de transmitterbehuizing via de doorvoerbuisaansluiting met
schroefdraad. Sluit voor wisselstroomtoepassingen de neutrale pool
van de wisselstroom aan op de aansluitklem N en sluit de actieve
pool van de wisselstroomvoeding aan op aansluitklem L1. Zorg bij
gelijkstroomtoepassingen dat u de juiste polen aansluit op de positieve
en negatieve aansluitklem. Units die werken op een voeding van
15–50 V dc kunnen tot 1 ampère stroom trekken. Volg ook de voedingsdraad- en uitschakelsvereisten hieronder:
8705/0041a.eps
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
Afbeelding 14. Voedingsstroom
1.0
0.75
0.5
0.25
0
15
voedingsstroom (ampère)
I = 10/V
I = voedingsstroomvereiste (ampère)
V = voedingsspanning (volt)
20
voedingsspanning (volt)
8742C/8700 serie
30
40
Rosemount
50
Vereisten voedingsdraad
Gebruik draad van 12 tot 18 AWG, geschikt voor gebruik bij de verwachte temperaturen. Gebruik voor aansluitingen in een omgevingstemperatuur van meer dan 60°C (140°F) een draad die gespecificeerd
is voor 80°C (176°F). Gebruik voor omgevingstemperatuur van meer
dan 80°C (176°F) een draad die gespecificeerd is voor 110°C (230°F).
Uitschakelen
Sluit het instrument aan via een externe onderbreker of een schakelaar. Breng een duidelijk label aan op de onderbreker of schakelaar en
plaats hem in de buurt van de transmitter, waarbij u de plaatselijke
elektriciteitsvoorschriften volgt.
Installatiecategorie
De installatiecategorie voor de 8742C is (overspannings-) categorie II.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Stroombeveiliging
De voedingsleidingen van de 8742C flowmeter-transmitter moeten gezekerd worden. De maximumspecificaties van de zekeringen zijn als volgt:
Voedings-
spanning
110 V ac250 V; 1 A, snelzekeringBussman-AGCI of equivalent
220 V ac250 V; 0,5 A, snelzekeringBussman-AGCI of equivalent
ZekeringsspecificatieFabrikant
Stap 6.2 Communicatie-ingang transmitter
Voor de FOUNDATION-fieldbus-communicatie is een voeding vereist
van minimaal 9 V dc en maximaal 32 V dc bij de communicatie-aansluitklemmen van de transmitter. Overschrijd de 32 V dc bij de communicatie-aansluitklemmen van de transmitter niet. Voer geen
wisselspanningslijnvoeding toe naar de communicatie-aansluitklemmen van de transmitter. Een onjuiste voedingsspanning kan schade
toebrengen aan de transmitter.
Netspanningsbewaking
Elke Fieldbus-voeding vereist een netspanningsbewaker om de voedingsuitgang van het Fieldbus-bedradingssegment te ontkoppelen.
Veldbedrading
Er moet voeding worden geleverd voor FOUNDATION fieldbus-communicaties, onafhankelijk van de voeding voor de spoelen. Gebruik voor
een optimaal resultaat een afgeschermde kabel met getwiste aders.
Om een optimaal resultaat te behalen bij nieuwe toepassingen dient u
een kabel met getwiste aders te gebruiken die speciaal ontworpen is
voor veldbus-communicaties. Het aantal instrumenten op een veldbussegment wordt beperkt door de voedingsspanning, de kabelweerstand en hoeveel stroom die ieder instrument trekt.
Tabel 6. Ideale kabelspecificaties voor veldbusbedrading
EigenschapIdeale specificatie
Impedantie100 ohm ± 20% bij 31,25 kHz
Diameter bedrading18 AWG (0,8 mm2)
Bedekking door afscherming90%
Demping3 dB/km
Capacitatieve asymmetrie2 nF/km
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Bedradingaansluiting transmitter
De communicatie-aansluitklemmen zijn polariteitongevoelig: de polariteit van de gelijkstroomvoedingsdraden is niet van belang bij het
aansluiten op de voedingsaansluitklemmen. Bij bedrading van schroefaansluitklemmen bevelen wij het gebruik van kabelschoenen aan.
Draai de aansluitklemmen aan om te zorgen dat er goed contact is.
Beide transmitterdeksels moeten geheel gesloten zijn om aan de vereisten voor explosieveiligheid te voldoen. Verwijder de transmitterdeksels niet in een explosiegevaarlijke atmosfeer wanneer de transmitter
onder stroom staat.
Afbeelding 15. Voedingsaansluitingen
(De voeding, het filter, de eerste afsluitweerstand en het
configuratie-apparaat bevinden zich
doorgaans in de
regelkamer.)
* In intrinsiek veilige installaties zullen
soms minder instrumenten per intrinsieke-veiligheidsisolering zijn toegestaan.
(afhankelijk van de kenmerken van de kabel)
geïnte-
greerde net-
spanningsbe
waker en voe-
dingsfilter
1900 m (6234 ft) max.
afsluitweerstanden
(aftaklijn)
veldbussegment
(verbin-
dingslijn)
(aftaklijn)
instrument 1 t/m 11*
8742-8742_01A
Stap 6.3 Bedrading transmitter naar meetbuis
Tussen een meetbuis en een op afstand gemonteerde transmitter is
een exclusieve kabeldoorvoer vereist voor de spoelaandrijvings- en
elektrodekabels. Het bundelen van kabels in één doorvoerbuis leidt
snel tot interferentie en ruisproblemen in uw systeem. Leg door elke
leiding hoogstens één set kabels.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
Rosemount
8742C/8700 serie
Afbeelding 16. Aanleg leidingen
voeding
uitgangen
Tabel 7. Kabelvereisten
BeschrijvingLengteOnderdeelnummer
signaalkabel (20 AWG) Belden 8762,
Alpha 2411 of equivalent
spoelaandrijvingskabel (14 AWG)
Belden 8720, Alpha 2442 of equivalent
combinatiekabel signaal en
spoelaandrijving (18 AWG)
(1) Een combinatiekabel voor signaaldoorgifte en spoelaandrijving is niet aan-
bevolen voor gebruik in een magmeter-systeem met hoge signaalsterkte.
Voor installaties met montage op afstand mag de combinatiekabel voor
signaaldoorgifte en spoelaandrijving niet langer zijn dan 30 m (100 ft).
FoutGoed
spoelaandrij-
vings- en
voeding
uitgangen
elektrode-
kabels
(1)
voeding
uitgangen
voeding
uitgangen
m
ft
m
ft
m
ft
spoelaandrijvings- en
elektrodekabels
08712-0061-0003
08712-0061-0001
08712-0060-0013
08712-0060-0001
08712-0752-0003
08712-0752-0001
Voor de installatie van een transmitter op afstand zijn een signaalkabel
en een spoelaandrijvingskabel van gelijke lengte vereist. Integraal
gemonteerde transmitters worden in de fabriek bedraad, er is geen
verbindende kabel voor nodig.
Lengtes tussen de 1,5 en de 300 meter (5 tot 1000 ft) kunnen gespecificeerd worden en worden dan meegeleverd met de meetbuis.
8705/0000a01a, 0000a01b.eps
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Verbindin ge n mee tb ui s na ar op afstand gemonteerde
transmitter
Afbeelding 17. Bedradingsschema voor montage op afstand
Sluit geen wisselstroom aan op de
meetbuis en op aansluitklemmen 1 en 2
van de transmitter. Als
u dit wel doet, zal de
elektronicaprint vervangen moeten worden.
Verbindingen meetbuis naar integraal gemonteerde
transmitter
Afbeelding 18. Bedradingsschema voor integrale montage
elektronicaprint
8742b_07a,8742/8742_07.eps
Sluit geen wisselstroom aan op de
meetbuis en op
aansluitklemmen
1 en 2 van de
transmitter. Als u
dit wel doet, zal
de elektronicaprint vervangen moeten
worden.
8732-8732B01A,8742/8742_08
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 7: BASIS-CONFIGURATIE
Snel opstarten
Nadat het magnetisch flowmetersysteem is geïnstalleerd en de communicatie is opgestart moet de configuratie van de transmitter worden
voltooid. De standaard-transmitterconfiguratie, zonder optiecode C1,
door de klant gekozen configuratie, wordt geleverd met de volgende
parameters:
Meeteenheden: ft/s
Buismaat: 7,6 cm (3 in.)
Kalibratienummer meetbuis: 100000501000000
Instrument-tag en knooppuntadres toewijzen
De 8742C magnetische flowmeter-transmitter wordt geleverd met een
lege tag en een tijdelijk adres zodat de host automatisch een adres en
tag kan toewijzen. Gebruik de functies van het configuratie-apparaatgereedschap als de tag of het adres gewijzigd moeten worden. Het
gereedschap kan de volgende dingen doen:
• De tag op een nieuwe waarde instellen.
• Het adres in een nieuw adres veranderen.
Als het instrument zicht op een tijdelijk adres bevindt, kunnen alleen
de tag en het adres worden gewijzigd of worden overgeschreven. Het
hulpmiddel-, transducer- en functieblok zijn allemaal buiten werking.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Flow-specifieke blokconfiguratie
AI-blok
Het analoge ingang (AI)-functieblok vormt de voornaamste interface
tussen het meetsysteem en de regel en/of bewakingssystemen. Om
het instrument op de juiste manier te configureren moeten drie parameters worden ingesteld voor een correcte interactie tussen het
AI-blok en het transducerblok.
1. De parameter CHANNEL (kanaal) bepaalt welke transducer-
blok-meting wordt gebruikt door het AI-blok. Er is in de 8742C
magnetische flowmeter-transmitter slechts één kanaal beschikbaar: AI1.CHANNEL = 1 (flow).
2. De tweede parameter is de XD_SCALE.UNITS_INDX. De stan-
daardconfiguratie is foot per seconde (ft/s).
3. Tot slot, aangezien de flow-eenheid van het transducerblok zich in
de juiste meeteenheid bevindt, wordt L_TYPE geconfigureerd als
Direct. L_TYPE kan Direct of Indirect zijn.
Algemene blokconfiguratie
Over het algemeen beschikken alleen het transducerblok en het
AI-blok over configuraties voor flow-specifieke parameters. Alle
andere functieblokken worden geconfigureerd door het AI-blok met
andere blokken te verbinden die worden gebruikt voor regel- of bewakingstoepassingen.
N.B.
Raadpleeg de F
00809-0100-4783, voor meer informatie over configureren en probleemoplossing van het AI-blok.
Rosemount Inc. – Chanhassen, Minnesota, VS
Fisher-Rosemount Technologias de Flujo, S.A. de C.V. – Chihuahua,
Chihuahua, Mexico
Informatie betreffende Europese richtlijnen
De EG-verklaring van overeenstemming voor alle op dit product
toepasselijke Europese richtlijnen is te vinden op onze website,
www.rosemount.com. Neem contact op met ons plaatselijke verkoopkantoor voor een afschrift op papier.
ATEX-richtlijn
Rosemount Inc. voldoet aan de ATEX-richtlijn.
Drukvaste behuizing, beschermingstype Ex d volgens EN50 018
• Transmitters met drukvaste behuizing mogen alleen geopend wor-
den wanneer de voeding is uitgeschakeld.
• Het afsluiten van openingen in het apparaat dient te geschieden
met daartoe geschikte EEx d metalen kabelwartels of met een
metalen afsluitplug.
• Het op het goedkeuringsetiket vermelde energieniveau mag niet
overschreden worden.
Beveiliging van type n volgens EN50 021
• Het afsluiten van openingen in het apparaat dient te geschieden
met daartoe geschikte EExe of EExn metalen kabelwartels en
metalen afsluitpluggen of met daartoe geschikte, door ATEX goedgekeurde kabelwartels en afsluitpluggen van klasse IP66, goedgekeurd door een door de EU goedgekeurde certificeringinstantie.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Europese richtlijn betreffende drukapparatuur (PED)
(97/23/EG)
Rosemount 8705 magnetische flowmeter-meetbuizen in de vol-
Beoordelingscertificaat kwaliteitssysteem – EG nr. PED-H-20
Module H overeenstemmings-beoordeling
Rosemount 8711 magnetische flowmeter-meetbuizen
Leidingdiameters: 1,5, 2, 3, 4, 6 en 8 in.
Beoordelingscertificaat kwaliteitssysteem – EG nr. PED-H-20
Module H overeenstemming en aan elkaar beoordeling
Alle andere Rosemount 8705/8711 meetbuizen – Goed vakman-
schap
Meetbuizen volgens SEP of van Categorie I met explosiebestendige
bescherming vallen buiten het bereik van de PED en kunnen niet voor
overeenstemming met de PED gecertificeerd worden.
De verplichte CE-markering voor meetbuizen volgens artikel 15 van
de PED bevindt zich op de meetbehuizing (CE 0434).
Gebruik voor meetbuizen van categorie I – IV module H voor overeenstemmingbeoordelingsprocedures.
Alle modellen EN 50081-1: 1992, EN 50082-2: 1995, EN 6 1326-1: 199 7
Geïnstalleerde signaalbedrading mag niet gelijk oplopen met en niet
door dezelfde kabelgoot lopen als wisselstroomvoedingsbedrading.
Het instrument moet goed worden geaard op massa of aarde volgens
de plaatselijke elektriciteitsvoorschriften.
Voor een betere bescherming tegen signaalinterferentie raden wij het
gebruik van afgeschermde kabel aan. Zie “Doorvoerbuiskabels” op
bladzijde 18 voor meer informatie.
Laagspanningsrichtlijn (93/68/EEG)
Alle modellen 8742
EN 61010-1: 1995
Andere belangrijke richtlijnen
Gebruik uitsluitend nieuwe, oorspronkelijke onderdelen.
Om te zorgen dat er geen procesmedium ontsnapt, nooit proces-flens-
bouten, adapter-bouten of ontluchtingsschroeven losdraaien of verwijderen tijdens bedrijf.
Onderhoud mag uitsluitend worden uitgevoerd door bevoegd
personeel.
Certificaties explosiegevaarlijke locaties
De meetbuis en transmitter in een integraal gemonteerd integraal
gemonteerde magnetisch flowmetersysteem moeten equivalente,
overeenkomstige certificaties voor explosiegevaarlijke locaties hebben. Voor op afstand gemonteerde systemen zijn geen overeenkomende optiecodes voor certificatie explosiegevaarlijke locaties vereist.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Goedkeuringsinformatie transmitter
Tabel 8. Transmitter-optiecodes
Rosemount 8742 Transmitter
I.S.(intrinsiek veilig e)
GoedkeuringscodesVeldbus-uitgang
N0•
N5•
E5•
ED•
K0••
K5••
(1)
KD
(1) Raadpleeg tabel 10 op bladzijde 37 voor de verhouding tussen omgeving-
stemperatuur, procestemperatuur en temperatuurklasse.
••
Certificaties Noord-Amerika
Factory Mutual (FM)
N0Goedkeuring Divisie 2
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse – T4 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Behuizingstype 4X
fieldbus-uitgang
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
N5Goedkeuring Divisie 2 uitsluitend voor meetbuizen met
IS-elektroden
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klassen – T4 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Behuizing type 4X
E5Goedkeuring explosieveiligheid
Explosieveilig voor Klasse I, Divisie 1, Groepen C, D
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klassen – T4 bij 60°C
Behuizing type 4X
K0Goedkeuring Divisie 2 met intrinsiek veilige uitgang
Raadpleeg Rosemount-controletekening 08742-1051
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D met intrinsiek veilige uit-
gang voor Klasse I, Divisie 1, Groepen A, B, C, D. Temp.-klasse –
T4 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Behuizing type 4X
K5Goedkeuring explosieveiligheid met intrinsiek veilige uitgang
Raadpleeg Rosemount-controletekening 08742-1051
Explosieveilig voor Klasse I, Divisie 1, Groepen C, D met intrinsiek
veilige uitgang voor Klasse I, Divisie 1, Groepen A, B, C, D.
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klassen – T4 bij 60°C
Behuizing type 4X
8742C/8700 serie
Rosemount
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
Canadian Standards Association (CSA)
N0 Geschikt voor Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse T4 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Behuizing type 4X
K0 Raadpleeg Rosemount-controletekening 08742-1052
Geschikt voor Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D met intrin-
siek veilige uitgang voor Klasse I, Divisie 1, Groepen A, B, C, D.
Temp.-klasse – T4 bij 40°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Behuizing type 4X
Europese certificaties
EDCENELEC drukvast
Certificaatnr.: KEMA03ATEX2159X II 2G
EEx de IIB T6 (Ta = –20°C tot +65°C)
V
= 250 V AC of 50 V DC
max
0575
KDCENELEC drukvast met intrinsiek veilige uitgang
Certificaatnr.: KEMA03ATEX2159X II 2G
EEx de [ia] IIB T6 (Ta = –20°C tot +65°C)
V
= 250 V AC of 50 V DC
max
0575
8742C/8700 serie
Rosemount
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
SPECIALE VOORWAARDEN VOOR VEILIG GEBRUIK (X):
De verhouding tussen omgevingstemperatuur, procestemperatuur
en temperatuurklasse dient te worden afgelezen uit de tabel onder
(15 – beschrijving) hierboven. (Zie tabel 10.)
INSTALLATIE-INSTRUCTIES:
De kabel- en kabel-invoerinstrumenten en afdichtingselementenen
dienen van een voor verhoogde veiligheid gecertificeerd type te zijn,
geschikt voor de gebruiksomstandigheden en correct geïnstalleerd.
Bij omgevingstemperaturen van hoger dan 50°C dienen voor de flowmeter hittebestendige kabels te worden gebruikt met een temperatuurclassificatie van ten minste 90°C.
(1) CE-markering is standaard op Rosemount 8705 en 8711. Voor Rosemount
(2) Raadpleeg tabel 10 op bladzijde 37 voor de verhouding tussen omgeving-
bare
vloeistoffen
••
570TM zijn geen certificeringen voor explosiegevaarlijke locaties verkrijgbaar.
stemperatuur, procestemperatuur en temperatuurklasse.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
Certificaties Noord-Amerika
Factory Mutual (FM)
N0Goedkeuring Divisie 2 voor niet-brandbare vloeistoffen
(alle meetbuizen)
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse – T5 (8705/8711 bij 60°C)
Temp.-klasse – T3C (8707 bij 60°C)
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 (8705/8711 bij 60°C)
Temp.-klasse – T5 (8707 bij 60°C)
Behuizing type 4X
N5Goedkeuring Divisie 2 voor brandbare vloeistoffen
(alle meetbuizen)
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse – T5 (8705/8711 bij 60°C)
Temp.-klasse – T3C (8707 bij 60°C)
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 (8705/8711 bij 60°C)
Temp.-klasse – T5 (8707 bij 60°C)
Behuizing type 4X
E5Explosieveilig (uitsluitend 8711)
Explosieveilig voor Klasse I, Divisie 1, Groepen C, D
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse – T5 bij 60°C
Behuizing type 4X
8742C/8700 serie
Rosemount
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
Canadian Standards Association (CSA)
Geschikt voor klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse – T5 (8705/8711 bij 60°C)
Temp.-klasse – T3C (8707 bij 60°C)
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Behuizing type 4X
Europese certificaties
N1Aangevraagd – CENELEC niet-vonkend (uitsluitend
8705/8711)
Certificaatnr.: KEMA02ATEX1302X II 3G
EEx nA [L] IIC T3... T6
SPECIALE VOORWAARDEN VOOR VEILIG GEBRUIK (X):
Nog vast te stellen
CDCENELEC verhoogde veiligheid (Zone 1) met IS-elektrodes
(uitsluitend 8711)
Certificaatnr.: KEMA03ATEX2052X II 1/2G
EEx e ia IIC T3... T6 (Ta = –20 tot +65°) (Zie tabel 10)
0575
INSTALLATIE-INSTRUCTIES:
Bij een omgevingstemperatuur van hoger dan 50°C dienen voor de
flowmeter hittebestendige kabels te worden gebruikt met een temperatuurclassificatie van ten minste 90°C.
Een zekering van maximaal 0,7 A volgens IEC 127 dient te worden
opgenomen in het spoelversterkingscircuit indien de meetbuizen gaan
worden gebruikt met andere flow-transmitters (bijv. Model 8712).
8742C/8700 serie
Rosemount
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
KDCENELEC verhoogde veiligheid (Zone 1) met IS-elektrodes
(uitsluitend 8705)
Certificaatnr. KEMA 03ATEX2052X II 1/2G
EEx e ia IIC T3... T6 (Ta = –20 tot 65°C) (Zie tabel 10)
0575
INSTALLATIE-INSTRUCTIES:
Bij een omgevingstemperatuur van hoger dan 50°C dienen voor de
flowmeter hittebestendige kabels te worden gebruikt met een temperatuurclassificatie van ten minste 90°C.
Een zekering van maximaal 0,7 A volgens IEC 127 dient te worden
opgenomen in het spoelversterkingscircuit indien de meetbuizen gaan
worden gebruikt met andere flow-transmitters (bijv. Model 8712).
8742C/8700 serie
Rosemount
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA
juli 2003
Rosemount
8742C/8700 serie
Tabel 10. Verhouding tussen omgevingstemperatuur, procestemperatuur
en temperatuurklasse