Rosemount magnetisch flowmetersysteem (transmitter en meetbuis) met FOUNDATION fieldbus Manuals & Guides [nl]

Beknopte installatiegids
Product niet langer leverbaar'
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Rosemount magnetisch flowmetersysteem (transmitter en meetbuis) met F
OUNDATION
Stap 1: Vóór de installatie Stap 2: Transport Stap 3: Montage Stap 4: Installatie (geflensde meetbuis) Stap 4: Installatie (flensloze meetbuizen) Stap 4: Installatie (hygiënische meetbuizen) Stap 5: Aarding Stap 6: Bedrading Stap 7: Basis-configuratie
fieldbus
Start
Stap 8: Bescherming tegen lekkage (optioneel)
Stap 9: Leg voeding aan naar de transmitter
Stap 10: Controleer de procesaansluitingen
Stap 11: Controleer de configuratie
Einde
www.rosemount.com
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
© 2003 Rosemount Inc. Alle rechten voorbehouden. Alle merken zijn eigendom van de eigenaar.
Rosemount Inc.
8200 Market Boulevard Chanhassen, MN 55317, VS T (VS) (800) 999-9307 T (internationaal) (952) 906-8888 F (952) 949-7001
Emerson Process Management bv
Postbus 212 2280 AE Rijswijk T (070) 413 66 66 F (070) 390 68 15 E info.nl@emersonprocess.com www.emersonprocess.nl
Emerson Process Management Flow
Postbus 350 3900 AJ Veenendaal Wiltonstraat 30 3g05 UW Veenendaal T 31 (0) 318 49 55 55 F 31 (0) 318 49 55 56
Emerson Process Management nv/sa
De Kleetlaan, 4 B-1831 Diegem Belgie T (32) 2 716 7711 F (32) 2 725 83 00 www.emersonprocess.be
8742C/8700 serie
Rosemount
Emerson Process Management Asia Pacific Private Limited
1 Pandan Crescent Singapore 128461 T (65) 6777 8211 F (65) 6777 0947/ 65 6777 0743
BELANGRIJKE KENNISGEVING
Deze installatiegids bevat elementaire richtlijnen voor de Rosemount configuratie, diagnostiek, onderhoud, probleemoplossing en explo­sieveilige, drukvaste of intrinsiek veilige (I.S.) installaties. Raad­pleeg de naslaghandleiding van de 8742C (publicatienummer 00809-0100-4793) voor nadere instructies. De handleiding en deze beknopte installatiegids zijn ook in digitale vorm beschikbaar op www.rosemount.com.
®
8742C. Hij bevat geen gedetailleerde instructies voor
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
WAARSCHUWING
Als u deze installatierichtlijnen niet opvolgt, kan ernstig of dodelijk letsel het gevolg zijn.
De installatie- en onderhoudsinstructies zijn uitsluitend bestemd voor gebruik door bevoegd personeel. Voer geen andere onder­houdswerkzaamheden uit dan degene die in de gebruiksaanwijzing beschreven staan, tenzij u er bevoegd toe bent. Controleer of de gebruiksomgeving van de meetbuis en transmitter overeenkomt met de van toepassing zijnde FM-, CSA- of CENELEC-goedkeuring.
Sluit een 8742C niet aan op een meetbuis die niet van Rosemount is en die zich in een explosiegevaarlijke atmosfeer bevindt.
WAARSCHUWING
De meetbuis-bekleding kan gemakkelijk beschadigd worden bij het transport. Leg nooit iets door de meetbuis heen om hem op te tillen of om te wrikken. Door beschadiging van de bekleding kan de meet­buis onbruikbaar worden.
Gebruik om schade aan de uiteinden van de meetbuis-bekleding te voorkomen geen metalen pakkingen of pakkingen met spiraalvorm. Als de meetbuis regelmatig verwijderd moet worden, neem dan voorzorgsmaatregelen ter bescherming van de uiteinden van de bekleding. Vaak worden ter bescherming korte passtukken aange­bracht op de uiteinden van de meetbuis.
Correct aanhalen van de flensbouten is essentieel voor een goede werking en lange levensduur van de meetbuis. Alle bouten moeten in de juiste volgorde worden aangehaald tot het gespecificeerde aanhaalmoment. Als u deze aanwijzingen niet opvolgt, kan ernstige schade aan de bekleding van de meetbuis ontstaan en moet de meetbuis misschien vervangen worden.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 1: VÓÓR DE INSTALLATIE
Voordat u de Rosemount 8742C magnetische flowmeter-transmitter installeert, moet u een aantal stappen uitvoeren waardoor het installa­tieproces vergemakkelijkt wordt. Deze stappen omvatten het identifi­ceren van de opties en configuraties die voor u van toepassing zijn, het zo nodig instellen van de hardware-schakelaars en het afwegen van de fysieke vereisten.
Op de montageplaats voor de Rosemount 8742C moet genoeg ruimte zijn voor een stevige montage, gemakkelijke toegang tot de kabelaan­sluitingen en het volledig kunnen openen van de transmitterdeksels.
Vermijd voor een maximale levensduur van de transmitter overmatige hitte en trillingen. Typische probleemgebieden zijn leidingen met sterke vibratie met integraal gemonteerde transmitters, installaties in een warm klimaat in direct zonlicht en buiteninstallaties in een koud klimaat. Om mogelijke problemen te voorkomen kunnen op afstand gemonteerde transmitters worden geïnstalleerd in de regelkamer. Hierdoor wordt de elektronica beschermd tegen de omstandigheden en heeft u gemakkelijke toegang voor configuratie en onderhoud.
Hardware-schakelaars
De elektronicaprint van de Rosemount 8742C is uitgerust met twee door de gebruiker in te stellen hardware-schakelaars. Met deze scha­kelaars stelt u de simulatie-activering en de transmitterbeveiliging in. Bij verzending uit de fabriek zijn deze schakelaars standaard als volgt ingesteld:
Activering simulatie: uit Transmitterbeveiliging: uit
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
De schakelaars bevinden zich op de bovenste van de elektronica-prin­ten van de transmitter.
Afbeelding 1. Hardware-schakelaars
activering simulatie
transmitter­beveiliging
8742C/8700 serie
Rosemount
De instellingen van de hardware-schakelaars wijzigen
Meestal hoeven de instellingen van de hardware-schakelaars niet gewijzigd te worden. Als de instellingen van de schakelaars gewijzigd moeten worden, volgt u de stappen in de handleiding.
Draai de transmitterbehuizing
De elektronicabehuizing kan op de meetbuis gedraaid worden in stap­pen van 90° door de vier montagebouten onder op de behuizing los te draaien, de behuizing te draaien en de bouten vervolgens weer aan te brengen. Als de behuizing weer in de oorspronkelijke stand wordt gezet, zorg dan dat het oppervlak schoon is en dat er geen kier is tussen de behuizing en de meetbuis.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 2: TRANSPORT
Transporteer alle onderdelen voorzichtig om schade te voorkomen. Transporteer het systeem zo mogelijk in de oorspronkelijke verpakkin­gen naar de installatielocatie. Met T eflon verzonden met einddoppen waardoor ze beschermd zijn tegen mechanische schade en de gewone vervorming die anders optreedt. Verwijder de einddoppen pas net voor de installatie.
Afbeelding 2. Ondersteuning van de Rosemount 8705-meetbuis voor transport
meetbuizen van 15 tot en met
100 mm (½ tot en met 4 inch)
®
beklede meetbuizen worden
meetbuizen van 150 mm
(6 inch) en groter
8732-0281B02A, C02A
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 3: MONTAGE
Rechte lengte voor en na de meter
Om te zorgen dat de meetbuis aan de specificaties blijft voldoen onder alle verschillende procesomstandigheden dient hij geïnstalleerd te worden met minstens vijf rechte buisdiameters vóór en minstens twee rechte buisdiameters ná het elektrodevlak (zie afbeelding 3).
Afbeelding 3. Rechte buisdiameters voor en na de meter
5 buisdiameters 2 buisdiameters
stroom­richting
Richting van de stroom
De meetbuis moet zo worden gemonteerd dat de PUNT van de stroomrichtingspijl, afgebeeld op het meetbuis-identificatielabel, in de richting van de stroom door de buis wijst.
Stand van de meetbuis
De meetbuis moet zo worden geïnstalleerd dat hij tijdens bedrijf altijd volledig gevuld is. Een verticale installatie laat opwaartse procesvloei­stofstroming toe en zorgt ervoor dat het doorsnede-oppervlak altijd gevuld is, onafhankelijk van de flow-snelheid. Horizontale installatie is alleen geschikt in lage buisgedeeltes die gewoonlijk gevuld zijn. Zorg in dit geval dat het elektrodevlak binnen 45 graden van horizontaal ligt.
8732-0281G02A
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Afbeelding 4. Stand van de meetbuis
A
RICHTING
Rosemount
8742C/8700 serie
STROOM-
STROOMRICHTING
8732-0005A01A, 8732-0005A01C
De elektrodes in de Rosemount 8705-meetbuis staan goed gericht als de twee meetelektrodes in de standen 3 uur en 9 uur staan, zoals te zien rechts in afbeelding 4.
De elektrodes in de Rosemount 8711 st aan goed gericht als de boven­kant van de meetbuis verticaal dan wel horizontaal staat, zoals te zien in afbeelding 5. Vermijd montagestanden waarbij de bovenkant van de meetbuis op 45° van de verticale of horizontale stand gericht staat.
Afbeelding 5. Montagestand Rosemount 8711
45° elektrodevlak
45° elektrodevlak
8711-8711-E01A, 8711-8711-F01A
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 4: INSTALLATIE (GEFLENSDE MEETBUIS)
Pakkingen
Voor elke aansluiting van de meetbuis op een aangrenzend instrument of buisgedeelte is een pakking vereist. De pakkingen moeten van een materi­aal zijn dat verenigbaar is met de procesvloeistof en de bedrijfsomstandig­heden. Metalen pakkingen en pakkingen met spiraalvorm kunnen de bekleding beschadigen. Aan weerszijden van de aardingsring is een pakking vereist. Voor alle andere toepassingen (inclusief meetbuizen met bekledingsbescherming of een aardelektrode) is slechts één pak­king vereist voor elke eindaansluiting.
Flensbouten
Aanbevolen aanhaalmomenten voor elke maat meetbuis en elk type bekleding staan in tabel 1 voor ASME B16.5 (ANSI)-flenzen en in tabel 2 voor DIN-flenzen. Raadpleeg de fabrikant als de flensclassifi­catie van de meetbuis niet voorkomt in de tabellen. Haal de flensbou­ten vóór de meetbuis, in de volgorde aangegeven in afbeelding 6, aan tot 20% van het aanbevolen aanhaalmoment. Herhaal deze procedure aan de kant ná de meetbuis. Haal bij meetbuizen met meer of minder flensbouten de bouten aan in een soortgelijke kruisgewijze volgorde. Herhaal deze volledige aanhaalreeks tot 40%, 60%, 80% en ten slotte 100% van de aanbevolen aanhaalmomenten of totdat het lekken tus­sen de proces- en de meetbuisflenzen stopt.
Als het lekken bij het aanbevolen aanhaalmoment nog niet is opge­houden kunnen de bouten in stappen van 10% verder worden aange­haald totdat de verbindingen stoppen met lekken of totdat het gemeten aanhaalmoment de maximale aanhaalspecificatie van de bouten bereikt. De bescherming van de bekleding in overweging nemende komt de gebruiker vaak tot een ander aanhaalmoment waarbij het lek­ken ophoudt, afhankelijk van de specifieke combinatie van flenzen, bouten, pakkingen en het bekledingsmateriaal van de meetbuis.
Controleer op lekkage bij de flenzen nadat u de bouten heeft aange­haald. Als u niet de juiste aanhaalmethode gebruikt, kan dat tot ernstige schade leiden. De verbindingen van een meetbuis moeten 24 uur na de
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
eerste installatie nogmaals worden aangehaald. In de loop der tijd kan het bekledingsmateriaal van een meetbuis vervormd raken door de druk.
Afbeelding 6. Aanhaalvolgorde flensbouten
8 bouten
Tabel 1. Aanbevolen aanhaalmomenten flensbouten voor de Rosemount 8705- en 8707-meetbuizen met hoge signaalsterkte
Teflon/ Tefzel/
PFA-bekledingen
Maat-
Leidingdiameter
code
005 15 mm ( 010 25 mm (1 inch) 8 12 – 015 40 mm (1 020 50 mm (2 inch) 19 17 14 11 030 80 mm (3 inch) 34 35 23 23 040 100 mm (4 inch) 26 50 17 32 060 150 mm (6 inch) 45 50 30 37 080 200 mm (8 inch) 60 82 42 55 100 250 mm (10 inch) 55 80 40 70 120 300 mm (12 inch) 65 125 55 105 140 350 mm (14 inch) 85 110 70 95 160 400 mm (16 inch) 85 160 65 140 180 450 mm (18 inch) 120 170 95 150 200 500 mm (20 inch) 110 175 90 150 240 600 mm (24 inch) 165 280 140 250 300 750 mm (30 inch) 195 415 165 375 360 900 mm (36 inch) 280 575 245 525
1
/2-inch) 8 8
1
Klasse 150
(pound-foot)
/2 inch) 13 25 7 18
Klasse 300
(pound-foot)
Polyurethaan/
neopreen/
Linatex-bekledingen
Klasse 150
(pound-foot)
Klasse 300
(pound-foot)
8742f_01a.eps
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Tabel 2. Aanhaalmomenten flensbouten en boutbelastingsspecificaties voor de 8705
Teflon/Tefzel-bekleding
(newton-
meter)
(newton)
10 4400 10 4400 20 10100 20 10100 50 16100 50 16100 60 20100 60 20100 50 16800 50 16800 50 17800 70 19600 90 24700 130 28700
Maat-
Leiding-
code
diameter
005 15 mm
(0.5 inch)
010 25 mm
(1 inch)
015 40 mm
(1.5 inch)
020 50 mm
(2 inch)
030 80 mm
(3 inch)
040 100 mm
(4 inch)
060 150 mm
(6 inch)
080 200 mm
(8 inch)
100 250 mm
(10 inch)
120 300 mm
(12 inch)
140 350 mm
(14 inch)
160 400 mm
(16 inch)
180 450 mm
(18 inch)
200 500 mm
(20 inch)
240 600 mm
(24 inch)
PN10 PN 16 PN 25 PN 40
(newton-
meter)
(newton)
130 35200 90 19700 130 29200 170 34400 100 28000 130 28300 190 38000 250 44800 120 32000 170 38400 190 38600 270 47700 160 43800 220 49500 320 57200 410 68100 220 50600 280 56200 410 68100 610 92900 190 43200 340 68400 330 55100 420 64000 230 51100 380 68900 440 73300 520 73900 290 58600 570 93600 590 90100 850 112000
8742C/8700 serie
(newton-
meter)
Rosemount
(newton-
(newton)
meter)
(newton)
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Polyurethaan-, Linatex- en neopreen-bekledingen
Maat-
Leiding-
code
diameter
010 25 mm
(1 inch)
015 40 mm
(1.5 inch)
020 50 mm
(2 inch)
030 80 mm
(3 inch)
040 100 mm
(4 inch)
060 150 mm
(6 inch)
080 200 mm
(8 inch)
100 250 mm
(10 inch)
120 300 mm
(12 inch)
140 350 mm
(14 inch)
160 400 mm
(16 inch)
180 450 mm
(18 inch)
200 500 mm
(20 inch)
240 600 mm
(24 inch)
PN 10 PN 16 PN 25 PN 40
(newton-
meter)
90 23400 60 13100 90 19400 110 22800 70 18600 80 18800 130 25400 170 29900
80 21300 110 25500 130 25800 180 31900 110 29100 150 33000 210 38200 280 45400 150 33700 190 37400 280 45400 410 62000 130 28700 230 45600 220 36800 280 42700 150 34100 260 45900 300 48800 350 49400 200 39200 380 62400 390 60100 560 74400
(newton)
(newton-
8742C/8700 serie
(newton)
(newton-
meter)
meter)
20 7040 20 7040 30 10700 30 10700 40 13400 40 13400 30 11100 30 11100 40 11700 50 13200 60 16400 90 19200
Rosemount
(newton)
(newton-
meter)
(newton)
STAP 4: INSTALLATIE (FLENSLOZE MEETBUIZEN)
Pakkingen
Voor elke aansluiting van de meetbuis op een aangrenzend instrument of buisgedeelte is een pakking vereist. De pakkingen moeten van een materi­aal zijn dat verenigbaar is met de procesvloeistof en de bedrijfsomstandig­heden. Metalen pakkingen en pakkingen met spiraalvorm kunnen de bekleding beschadigen. Aan weerszijden van de aardingsring is een pakking vereist. Voor alle andere toepassingen (inclusief meetbuizen met bekledingsbescherming of een aardelektrode) is slechts één pak­king vereist voor elke eindaansluiting.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Uitlijning en bouten
1. Plaats bij leidingen met een diameter van 40 tot en met 200 mm
1
(1
/2 tot en met 8 inch) centreerringen over beide uiteinden van de meetbuis. Voor leidingen met een kleinere diameter, 4 tot en met 25 mm (0.15 tot en met 1 inch), zijn geen centreerringen nodig. Steek bij PN 10-16 van 100 en 150 mm (4 en 6 inch) eerst de meetbuis met de ringen erin en vervolgens de tapbouten. De sleuven voor dit ring-scenario bevinden zich binnen op de ring.
2. Steek tapbouten voor de onderkant van de meetbuis tussen de buisflenzen. Specificaties voor de tapbouten staan in tabel 3.
Gebruik van bouten van koolstofstaal op leidingen met een kleinere diameter, 4 tot en met 25 mm (0.15 tot en met 1 inch), in plaats van de gespecificeerde roestvrijstalen bouten, leidt tot verslechtering van de prestaties.
Tabel 3. Sp ecificaties tapbouten
Nominale maat meetbuis Specificaties tapbouten
4–25 mm (0.15–1 inch) 316 SST ASTM A193, Grade B8M Klasse 1
40–200 mm (11/2–1 inch) CS, ASTM A193, Grade B7
3. Plaats de meetbuis tussen de flenzen. Zorg dat de centreerringen goed in de tapbouten geplaatst zijn. De tapbouten moeten uitge­lijnd zijn met de markeringen op de ringen die overeenkomen met de flens die u gebruikt.
4. Breng de overige tapbouten, ringen en moeren aan.
5. Haal aan tot de momentspecificaties genoemd in tabel 1. Haal de bouten niet te strak aan, anders wordt de bekleding beschadigd.
gemonteerde draadtapbouten gemonteerde draadtapbouten
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Afbeelding 7. Plaatsing pakkingen met centreerri ngen
installatie, tapbouten,
moeren en ringen
8742C/8700 serie
zelf aangeschafte
Rosemount
pakking
centreerringen
STROOM-
RICHTING
8732-0002A1A
Flensbouten
Haal de flensbouten in een kruisgewijze volgorde aan. Controleer altijd op lekkage bij de flenzen nadat u de flensbouten heeft aangehaald. De verbindingen van elke meetbuis moeten 24 uur na de eerste keer aan­halen van de flensbouten nogmaals worden aangehaald.
Tabel 4.
Maatcode Leidingdiameter Pound-foot Newton-meter
15F 4 mm (0.15 inch) 5 11 30F 8 mm (0.30 inch) 5 11 005 15 mm ( 010 25 mm (1 inch) 10 9 015 40 mm (1 020 50 mm (2 inch) 25 21 030 80 mm (3 inch) 40 20 040 100 mm (4 inch) 30 45 060 150 mm (6 inch) 50 77 080 200 mm (8 inch) 70 61
1
/2-inch) 5 11
1
/2 inch) 15 14
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 4: INSTALLATIE (HYGIËNISCHE MEETBUIZEN)
Pakkingen
Voor elke aansluit in g van de m eetb uis op e en a angren ze nd instru ment of buisgedeelte is een pakking vereist. De pakkingen moeten van een materiaal zijn dat verenigbaar is met de procesvloeistof en de b edrijfs­omstandigheden. Pakkingen worden geleverd voor tussen de I DF- en de proceskoppelingsfitting, bijvoorbeeld een Tri-Clamp-fitting, op alle 8721 hygiënische meetbuizen, behalve als de proceskoppelingsfitt in gen niet zijn meegeleverd en het enige aansluitingstype een IDF-fitting is.
Uitlijning en bouten
Bij installatie van een magnetisch inductieve meter met hygiënische fittingen moeten de fabrieksnormen worden gevolgd. Er zijn geen spe­ciale aanhaalmomenten of -methodes voor de bouten vereist.
Afbeelding 8. Hygiënische installatie Rosemount 8721
zelf aangeschafte klem
zelf aangeschafte
pakking
N.B.: indien besteld, door de fabrikant geleverde klem en pakking
8721_a_06.eps
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 5: AARDING
Raadpleeg tabel 5 om te bepalen welke aardingsoptie u moet volgen voor een juiste installatie. De meetbuis-behuizing moet altijd op aarde worden aangesloten volgens de landelijke en plaatselijke elektriciteits­voorschriften. Als u dit niet doet kan de bescherming die de apparatuur u biedt verminderd worden. De inwendige aardverbinding (bescher­mende massa-aansluiting) in de aansluitkast is de inwendige-aardver­bindingsschroef. Deze schroef is te herkennen aan het aardsymbool.
Tabel 5. Installatie aarding
Aardingsopties
Geen aar-
Type buis
Geleidende buis zonder binnen­bekleding
Buis met gelei­dende binnenbe­kleding
Niet-geleidende buis
Afbeelding 9. Geen aardingsopties of aardelektrode in buis met bekleding
dingsopties
zie afbeelding 9
onvol­doende aarding
onvol­doende aarding
Aardings­ringen
niet vereist
zie afbeelding 10
zie afbeelding 11
Aardelektrodes
niet vereist
zie afbeelding 9
zie afbeelding 12
Bekledingsbe­schermingen
zie afbeelding 10
zie afbeelding 10
zie afbeelding 11
aarde
8705-0040C
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Afbeelding 10. Aarding met aardingsringen of bekledingsbeschermers
aardingsringen of
bekledingsbeschermingen
Afbeelding 11. Aarding met aardingsringen of bekledingsbeschermers
8742C/8700 serie
Rosemount
aarde
aarde
8705-038C
aardingsringen
8711-0360a01b
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Afbeelding 12. Aarding met aardelektrodes
8742C/8700 serie
Rosemount
aarde
8711-0360a01a
STAP 6: BEDRADING
Kabel- en doorvoerbuis-aansluitingen
De aansluitkast van zowel de meetbuis als de transmitter heeft een opening voor 20 mm (¾-inch) NPT-doorvoerbuis-aansluitingen. Bij het maken van deze aansluitingen moeten de plaatselijke elektriciteitsvoor­schriften of die van de fabriek g evolgd worden. Ongebruikte openingen moeten worden afgedicht met metalen blindstoppen. Een juiste elektri­sche installatie is vereist om meetfouten als gevolg van elektrische ruis en interferentie te voorkomen. Aparte doorvoerbuizen voor de twee kabels zijn niet vereist, maar wel een exclusieve doorvoerbuis tussen elke transmitter en meetbuis. Voor de beste resultaten in een omgeving met veel elektrische ruis moet afgeschermde kabel gebruikt worden.
Doorvoerbuiskabels
Leg kabel van de juiste doorsnede door de doorvoerbuis-aansluitingen van uw magnetische flowmetersysteem. Leg de voedingskabel van de voedingsbron naar de transmitter. Leg de kabels van de spoelaandrij­ving en de elektrodes van de flowmeter naar de transmitter. Bewerk de uiteinden van de spoelaandrijvings- en elektrodekabels zoals afge­beeld in afbeelding 13. Laat maximaal 1 inch onafgeschermde draad open bij zowel de spoelaandrijvings- als de elektrodekabels. Te lange draden en kabels zonder afscherming kunnen elektrische ruis veroor­zaken, met onstabiele meetresultaten als gevolg.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Afbeelding 13. Vergrote afbeelding bewerkte kabel
26
(1.00)
N.B. Afmetingen zijn in millimeter (inch)
Rosemount
8742C/8700 serie
kabelafscherming
Stap 6.1 Aansluiting transmitter op de meetspoelen
In deze paragraaf over bedrading wordt het aanleggen van voeding via de transmitter naar de meetbuisspoelen behandeld. De transmit­tervoeding naar de spoelen stuurt een pulserende DC-frequentie naar de meetbuis.
Bedraad de transmitter volgens de plaatselijke elektriciteitsvoorschrif­ten. Aard de transmitterbehuizing via de doorvoerbuisaansluiting met schroefdraad. Sluit voor wisselstroomtoepassingen de neutrale pool van de wisselstroom aan op de aansluitklem N en sluit de actieve pool van de wisselstroomvoeding aan op aansluitklem L1. Zorg bij gelijkstroomtoepassingen dat u de juiste polen aansluit op de positieve en negatieve aansluitklem. Units die werken op een voeding van 15–50 V dc kunnen tot 1 ampère stroom trekken. Volg ook de voe­dingsdraad- en uitschakelsvereisten hieronder:
8705/0041a.eps
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Afbeelding 14. Voedingsstroom
1.0
0.75
0.5
0.25
0
15
voedingsstroom (ampère)
I = 10/V I = voedingsstroomvereiste (ampère) V = voedingsspanning (volt)
20
voedingsspanning (volt)
8742C/8700 serie
30
40
Rosemount
50
Vereisten voedingsdraad
Gebruik draad van 12 tot 18 AWG, geschikt voor gebruik bij de ver­wachte temperaturen. Gebruik voor aansluitingen in een omgeving­stemperatuur van meer dan 60°C (140°F) een draad die gespecificeerd is voor 80°C (176°F). Gebruik voor omgevingstemperatuur van meer dan 80°C (176°F) een draad die gespecificeerd is voor 110°C (230°F).
Uitschakelen
Sluit het instrument aan via een externe onderbreker of een schake­laar. Breng een duidelijk label aan op de onderbreker of schakelaar en plaats hem in de buurt van de transmitter, waarbij u de plaatselijke elektriciteitsvoorschriften volgt.
Installatiecategorie
De installatiecategorie voor de 8742C is (overspannings-) categorie II.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Stroombeveiliging
De voedingsleidingen van de 8742C flowmeter-transmitter moeten geze­kerd worden. De maximumspecificaties van de zekeringen zijn als volgt:
Voedings-
spanning
110 V ac 250 V; 1 A, snelzekering Bussman-AGCI of equivalent 220 V ac 250 V; 0,5 A, snelzekering Bussman-AGCI of equivalent
Zekeringsspecificatie Fabrikant
Stap 6.2 Communicatie-ingang transmitter
Voor de FOUNDATION-fieldbus-communicatie is een voeding vereist van minimaal 9 V dc en maximaal 32 V dc bij de communicatie-aan­sluitklemmen van de transmitter. Overschrijd de 32 V dc bij de commu­nicatie-aansluitklemmen van de transmitter niet. Voer geen wisselspanningslijnvoeding toe naar de communicatie-aansluitklem­men van de transmitter. Een onjuiste voedingsspanning kan schade toebrengen aan de transmitter.
Netspanningsbewaking
Elke Fieldbus-voeding vereist een netspanningsbewaker om de voe­dingsuitgang van het Fieldbus-bedradingssegment te ontkoppelen.
Veldbedrading
Er moet voeding worden geleverd voor FOUNDATION fieldbus-commu­nicaties, onafhankelijk van de voeding voor de spoelen. Gebruik voor een optimaal resultaat een afgeschermde kabel met getwiste aders. Om een optimaal resultaat te behalen bij nieuwe toepassingen dient u een kabel met getwiste aders te gebruiken die speciaal ontworpen is voor veldbus-communicaties. Het aantal instrumenten op een veld­bussegment wordt beperkt door de voedingsspanning, de kabelweer­stand en hoeveel stroom die ieder instrument trekt.
Tabel 6. Ideale kabelspecificaties voor veldbusbedrading
Eigenschap Ideale specificatie
Impedantie 100 ohm ± 20% bij 31,25 kHz Diameter bedrading 18 AWG (0,8 mm2) Bedekking door afscherming 90% Demping 3 dB/km Capacitatieve asymmetrie 2 nF/km
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Bedradingaansluiting transmitter
De communicatie-aansluitklemmen zijn polariteitongevoelig: de polari­teit van de gelijkstroomvoedingsdraden is niet van belang bij het aansluiten op de voedingsaansluitklemmen. Bij bedrading van schroef­aansluitklemmen bevelen wij het gebruik van kabelschoenen aan. Draai de aansluitklemmen aan om te zorgen dat er goed contact is. Beide transmitterdeksels moeten geheel gesloten zijn om aan de ver­eisten voor explosieveiligheid te voldoen. Verwijder de transmitterdek­sels niet in een explosiegevaarlijke atmosfeer wanneer de transmitter onder stroom staat.
Afbeelding 15. Voedingsaansluitingen
(De voeding, het fil­ter, de eerste afsluit­weerstand en het configuratie-appa­raat bevinden zich doorgaans in de regelkamer.)
* In intrinsiek veilige installaties zullen soms minder instrumenten per intrin­sieke-veiligheidsisolering zijn toegestaan.
(afhankelijk van de kenmerken van de kabel)
geïnte-
greerde net-
spanningsbe
waker en voe-
dingsfilter
1900 m (6234 ft) max.
afsluitweerstanden
(aftaklijn)
veldbus­segment
(verbin-
dingslijn)
(aftaklijn)
instrument 1 t/m 11*
8742-8742_01A
Stap 6.3 Bedrading transmitter naar meetbuis
Tussen een meetbuis en een op afstand gemonteerde transmitter is een exclusieve kabeldoorvoer vereist voor de spoelaandrijvings- en elektrodekabels. Het bundelen van kabels in één doorvoerbuis leidt snel tot interferentie en ruisproblemen in uw systeem. Leg door elke leiding hoogstens één set kabels.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Rosemount
8742C/8700 serie
Afbeelding 16. Aanleg leidingen
voeding
uitgangen
Tabel 7. Kabelvereisten
Beschrijving Lengte Onderdeelnummer
signaalkabel (20 AWG) Belden 8762, Alpha 2411 of equivalent
spoelaandrijvingskabel (14 AWG) Belden 8720, Alpha 2442 of equivalent
combinatiekabel signaal en spoelaandrijving (18 AWG)
(1) Een combinatiekabel voor signaaldoorgifte en spoelaandrijving is niet aan-
bevolen voor gebruik in een magmeter-systeem met hoge signaalsterkte. Voor installaties met montage op afstand mag de combinatiekabel voor signaaldoorgifte en spoelaandrijving niet langer zijn dan 30 m (100 ft).
Fout Goed
spoelaandrij-
vings- en voeding uitgangen
elektrode-
kabels
(1)
voeding
uitgangen
voeding
uitgangen
m
ft
m
ft
m
ft
spoelaandrij­vings- en elektrode­kabels
08712-0061-0003 08712-0061-0001
08712-0060-0013 08712-0060-0001
08712-0752-0003 08712-0752-0001
Voor de installatie van een transmitter op afstand zijn een signaalkabel en een spoelaandrijvingskabel van gelijke lengte vereist. Integraal gemonteerde transmitters worden in de fabriek bedraad, er is geen verbindende kabel voor nodig.
Lengtes tussen de 1,5 en de 300 meter (5 tot 1000 ft) kunnen gespeci­ficeerd worden en worden dan meegeleverd met de meetbuis.
8705/0000a01a, 0000a01b.eps
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Verbindin ge n mee tb ui s na ar op afstand gemonteerde transmitter
Afbeelding 17. Bedradingsschema voor montage op afstand
Sluit geen wissel­stroom aan op de meetbuis en op aan­sluitklemmen 1 en 2 van de transmitter. Als u dit wel doet, zal de elektronicaprint vervan­gen moeten worden.
Verbindingen meetbuis naar integraal gemonteerde transmitter
Afbeelding 18. Bedradingsschema voor integrale montage
elektroni­caprint
8742b_07a,8742/8742_07.eps
Sluit geen wissel­stroom aan op de meetbuis en op aansluitklemmen 1 en 2 van de transmitter. Als u dit wel doet, zal de elektroni­caprint vervan­gen moeten worden.
8732-8732B01A,8742/8742_08
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
STAP 7: BASIS-CONFIGURATIE
Snel opstarten
Nadat het magnetisch flowmetersysteem is geïnstalleerd en de com­municatie is opgestart moet de configuratie van de transmitter worden voltooid. De standaard-transmitterconfiguratie, zonder optiecode C1, door de klant gekozen configuratie, wordt geleverd met de volgende parameters:
Meeteenheden: ft/s Buismaat: 7,6 cm (3 in.) Kalibratienummer meetbuis: 100000501000000
Instrument-tag en knooppuntadres toewijzen
De 8742C magnetische flowmeter-transmitter wordt geleverd met een lege tag en een tijdelijk adres zodat de host automatisch een adres en tag kan toewijzen. Gebruik de functies van het configuratie-apparaat­gereedschap als de tag of het adres gewijzigd moeten worden. Het gereedschap kan de volgende dingen doen:
• De tag op een nieuwe waarde instellen.
• Het adres in een nieuw adres veranderen. Als het instrument zicht op een tijdelijk adres bevindt, kunnen alleen de tag en het adres worden gewijzigd of worden overgeschreven. Het hulpmiddel-, transducer- en functieblok zijn allemaal buiten werking.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Flow-specifieke blokconfiguratie
AI-blok
Het analoge ingang (AI)-functieblok vormt de voornaamste interface tussen het meetsysteem en de regel en/of bewakingssystemen. Om het instrument op de juiste manier te configureren moeten drie para­meters worden ingesteld voor een correcte interactie tussen het AI-blok en het transducerblok.
1. De parameter CHANNEL (kanaal) bepaalt welke transducer-
blok-meting wordt gebruikt door het AI-blok. Er is in de 8742C magnetische flowmeter-transmitter slechts één kanaal beschik­baar: AI1.CHANNEL = 1 (flow).
2. De tweede parameter is de XD_SCALE.UNITS_INDX. De stan-
daardconfiguratie is foot per seconde (ft/s).
3. Tot slot, aangezien de flow-eenheid van het transducerblok zich in
de juiste meeteenheid bevindt, wordt L_TYPE geconfigureerd als Direct. L_TYPE kan Direct of Indirect zijn.
Algemene blokconfiguratie
Over het algemeen beschikken alleen het transducerblok en het AI-blok over configuraties voor flow-specifieke parameters. Alle andere functieblokken worden geconfigureerd door het AI-blok met andere blokken te verbinden die worden gebruikt voor regel- of bewa­kingstoepassingen.
N.B.
Raadpleeg de F 00809-0100-4783, voor meer informatie over configureren en probleem­oplossing van het AI-blok.
OUNDATION-fieldbus blokproducthandleiding, publicatie
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Productcertificaties
Goedgekeurde productielocaties
Rosemount Inc. – Chanhassen, Minnesota, VS Fisher-Rosemount Technologias de Flujo, S.A. de C.V. – Chihuahua,
Chihuahua, Mexico
Informatie betreffende Europese richtlijnen
De EG-verklaring van overeenstemming voor alle op dit product toepasselijke Europese richtlijnen is te vinden op onze website, www.rosemount.com. Neem contact op met ons plaatselijke verkoop­kantoor voor een afschrift op papier.
ATEX-richtlijn
Rosemount Inc. voldoet aan de ATEX-richtlijn.
Drukvaste behuizing, beschermingstype Ex d volgens EN50 018
• Transmitters met drukvaste behuizing mogen alleen geopend wor-
den wanneer de voeding is uitgeschakeld.
• Het afsluiten van openingen in het apparaat dient te geschieden
met daartoe geschikte EEx d metalen kabelwartels of met een metalen afsluitplug.
• Het op het goedkeuringsetiket vermelde energieniveau mag niet
overschreden worden.
Beveiliging van type n volgens EN50 021
• Het afsluiten van openingen in het apparaat dient te geschieden
met daartoe geschikte EExe of EExn metalen kabelwartels en metalen afsluitpluggen of met daartoe geschikte, door ATEX goed­gekeurde kabelwartels en afsluitpluggen van klasse IP66, goedge­keurd door een door de EU goedgekeurde certificeringinstantie.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Europese richtlijn betreffende drukapparatuur (PED) (97/23/EG)
Rosemount 8705 magnetische flowmeter-meetbuizen in de vol-
gende combinaties van leidingdiameter en flens:
Leidingdiameter: 40 mm (1 1/2 inch) / flens-type ANSI 600, ANSI 900 Leidingdiameter: 50 mm (2 inch) / flens-type ANSI 300, ANSI 600,
ANSI 900
Leidingdiameter: 80 mm (3 inch) / flens-type PN40, ANSI 300, ANSI
600, ANSI 900
Leidingdiameter: 100 mm (4 inch) / flens-type PN 40, ANSI 300, ANSI
600, ANSI 900 Leidingdiameter: 150 mm (6 inch) / alle flens-types Leidingdiameter: 200 mm (8 inch) / PN16, PN25, PN40, ANSI 150,
ANSI300, ANSI 600, ANSI900 Leidingdiameter: 250, 300, 350, 400, 450, 500, 600, 750, 900 mm
(10, 12, 14, 16, 18, 20, 24, 30, 36 inch) / alle flens-types
Beoordelingscertificaat kwaliteitssysteem – EG nr. PED-H-20
Module H overeenstemmings-beoordeling
Rosemount 8711 magnetische flowmeter-meetbuizen
Leidingdiameters: 1,5, 2, 3, 4, 6 en 8 in.
Beoordelingscertificaat kwaliteitssysteem – EG nr. PED-H-20
Module H overeenstemming en aan elkaar beoordeling
Alle andere Rosemount 8705/8711 meetbuizen – Goed vakman-
schap
Meetbuizen volgens SEP of van Categorie I met explosiebestendige bescherming vallen buiten het bereik van de PED en kunnen niet voor overeenstemming met de PED gecertificeerd worden.
De verplichte CE-markering voor meetbuizen volgens artikel 15 van de PED bevindt zich op de meetbehuizing (CE 0434).
Gebruik voor meetbuizen van categorie I – IV module H voor overeen­stemmingbeoordelingsprocedures.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Elektromagnetische compatibiliteit (EMC) (89/336/EEG)
Alle modellen EN 50081-1: 1992, EN 50082-2: 1995, EN 6 1326-1: 199 7 Geïnstalleerde signaalbedrading mag niet gelijk oplopen met en niet
door dezelfde kabelgoot lopen als wisselstroomvoedingsbedrading. Het instrument moet goed worden geaard op massa of aarde volgens
de plaatselijke elektriciteitsvoorschriften. Voor een betere bescherming tegen signaalinterferentie raden wij het
gebruik van afgeschermde kabel aan. Zie “Doorvoerbuiskabels” op bladzijde 18 voor meer informatie.
Laagspanningsrichtlijn (93/68/EEG)
Alle modellen 8742
EN 61010-1: 1995
Andere belangrijke richtlijnen
Gebruik uitsluitend nieuwe, oorspronkelijke onderdelen. Om te zorgen dat er geen procesmedium ontsnapt, nooit proces-flens-
bouten, adapter-bouten of ontluchtingsschroeven losdraaien of verwij­deren tijdens bedrijf.
Onderhoud mag uitsluitend worden uitgevoerd door bevoegd personeel.
Certificaties explosiegevaarlijke locaties
De meetbuis en transmitter in een integraal gemonteerd integraal gemonteerde magnetisch flowmetersysteem moeten equivalente, overeenkomstige certificaties voor explosiegevaarlijke locaties heb­ben. Voor op afstand gemonteerde systemen zijn geen overeenko­mende optiecodes voor certificatie explosiegevaarlijke locaties vereist.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
Goedkeuringsinformatie transmitter
Tabel 8. Transmitter-optiecodes
Rosemount 8742 Transmitter
I.S.(intrinsiek veilig e)
Goedkeuringscodes Veldbus-uitgang
N0 • N5 • E5 • ED • K0 • K5
(1)
KD
(1) Raadpleeg tabel 10 op bladzijde 37 voor de verhouding tussen omgeving-
stemperatuur, procestemperatuur en temperatuurklasse.
Certificaties Noord-Amerika Factory Mutual (FM)
N0 Goedkeuring Divisie 2
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse – T4 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Behuizingstype 4X
fieldbus-uitgang
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
N5 Goedkeuring Divisie 2 uitsluitend voor meetbuizen met
IS-elektroden
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klassen – T4 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Behuizing type 4X
E5 Goedkeuring explosieveiligheid
Explosieveilig voor Klasse I, Divisie 1, Groepen C, D
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klassen – T4 bij 60°C
Behuizing type 4X
K0 Goedkeuring Divisie 2 met intrinsiek veilige uitgang
Raadpleeg Rosemount-controletekening 08742-1051
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D met intrinsiek veilige uit-
gang voor Klasse I, Divisie 1, Groepen A, B, C, D. Temp.-klasse –
T4 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Behuizing type 4X
K5 Goedkeuring explosieveiligheid met intrinsiek veilige uitgang
Raadpleeg Rosemount-controletekening 08742-1051
Explosieveilig voor Klasse I, Divisie 1, Groepen C, D met intrinsiek
veilige uitgang voor Klasse I, Divisie 1, Groepen A, B, C, D.
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klassen – T4 bij 60°C
Behuizing type 4X
8742C/8700 serie
Rosemount
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Canadian Standards Association (CSA) N0 Geschikt voor Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse T4 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Behuizing type 4X K0 Raadpleeg Rosemount-controletekening 08742-1052
Geschikt voor Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D met intrin-
siek veilige uitgang voor Klasse I, Divisie 1, Groepen A, B, C, D.
Temp.-klasse – T4 bij 40°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Behuizing type 4X
Europese certificaties ED CENELEC drukvast
Certificaatnr.: KEMA03ATEX2159X II 2G
EEx de IIB T6 (Ta = –20°C tot +65°C)
V
= 250 V AC of 50 V DC
max
0575
KD CENELEC drukvast met intrinsiek veilige uitgang
Certificaatnr.: KEMA03ATEX2159X II 2G
EEx de [ia] IIB T6 (Ta = –20°C tot +65°C)
V
= 250 V AC of 50 V DC
max
0575
8742C/8700 serie
Rosemount
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
8742C/8700 serie
Rosemount
SPECIALE VOORWAARDEN VOOR VEILIG GEBRUIK (X):
De verhouding tussen omgevingstemperatuur, procestemperatuur en temperatuurklasse dient te worden afgelezen uit de tabel onder (15 – beschrijving) hierboven. (Zie tabel 10.)
INSTALLATIE-INSTRUCTIES:
De kabel- en kabel-invoerinstrumenten en afdichtingselementenen dienen van een voor verhoogde veiligheid gecertificeerd type te zijn, geschikt voor de gebruiksomstandigheden en correct geïnstalleerd.
Bij omgevingstemperaturen van hoger dan 50°C dienen voor de flow­meter hittebestendige kabels te worden gebruikt met een temperatuur­classificatie van ten minste 90°C.
Goedkeuringsinformatie meetbuizen
Voor
brandbare
vloei-
stoffen
(1)
Voor
niet-brand-
bare
vloeistoffen
Voor
brandbare
vloei-
stoffen
Voor
niet-brand-
bare
vloeistoffen
Voor
brandbare
vloei-
stoffen
Tabel 9. Meetbuis-optiecodes
Rosemount 8705 meetbuis Rosemount 8707 meetbuis Rosemount 8711 meetbuis
Voor
niet-brand-
Goedkeu-
ringscodes
N0 • N5 • E5
(2)
CD
(2)
KD
(1) CE-markering is standaard op Rosemount 8705 en 8711. Voor Rosemount
(2) Raadpleeg tabel 10 op bladzijde 37 voor de verhouding tussen omgeving-
bare
vloeistoffen
570TM zijn geen certificeringen voor explosiegevaarlijke locaties verkrijg­baar.
stemperatuur, procestemperatuur en temperatuurklasse.
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Certificaties Noord-Amerika Factory Mutual (FM)
N0 Goedkeuring Divisie 2 voor niet-brandbare vloeistoffen
(alle meetbuizen)
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse – T5 (8705/8711 bij 60°C)
Temp.-klasse – T3C (8707 bij 60°C)
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 (8705/8711 bij 60°C)
Temp.-klasse – T5 (8707 bij 60°C)
Behuizing type 4X
N5 Goedkeuring Divisie 2 voor brandbare vloeistoffen
(alle meetbuizen)
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse – T5 (8705/8711 bij 60°C)
Temp.-klasse – T3C (8707 bij 60°C)
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 (8705/8711 bij 60°C)
Temp.-klasse – T5 (8707 bij 60°C)
Behuizing type 4X
E5 Explosieveilig (uitsluitend 8711)
Explosieveilig voor Klasse I, Divisie 1, Groepen C, D
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Temp.-klasse – T6 bij 60°C
Klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse – T5 bij 60°C
Behuizing type 4X
8742C/8700 serie
Rosemount
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Canadian Standards Association (CSA)
Geschikt voor klasse I, Divisie 2, Groepen A, B, C, D
Temp.-klasse – T5 (8705/8711 bij 60°C)
Temp.-klasse – T3C (8707 bij 60°C)
Stofontstekingsbestendig Klasse II/III, Divisie 1, Groepen E, F, G
Behuizing type 4X
Europese certificaties N1 Aangevraagd – CENELEC niet-vonkend (uitsluitend
8705/8711)
Certificaatnr.: KEMA02ATEX1302X II 3G
EEx nA [L] IIC T3... T6
SPECIALE VOORWAARDEN VOOR VEILIG GEBRUIK (X):
Nog vast te stellen
CD CENELEC verhoogde veiligheid (Zone 1) met IS-elektrodes
(uitsluitend 8711)
Certificaatnr.: KEMA03ATEX2052X II 1/2G
EEx e ia IIC T3... T6 (Ta = –20 tot +65°) (Zie tabel 10)
0575
INSTALLATIE-INSTRUCTIES:
Bij een omgevingstemperatuur van hoger dan 50°C dienen voor de flowmeter hittebestendige kabels te worden gebruikt met een tempe­ratuurclassificatie van ten minste 90°C.
Een zekering van maximaal 0,7 A volgens IEC 127 dient te worden opgenomen in het spoelversterkingscircuit indien de meetbuizen gaan worden gebruikt met andere flow-transmitters (bijv. Model 8712).
8742C/8700 serie
Rosemount
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
KD CENELEC verhoogde veiligheid (Zone 1) met IS-elektrodes
(uitsluitend 8705)
Certificaatnr. KEMA 03ATEX2052X II 1/2G
EEx e ia IIC T3... T6 (Ta = –20 tot 65°C) (Zie tabel 10)
0575
INSTALLATIE-INSTRUCTIES:
Bij een omgevingstemperatuur van hoger dan 50°C dienen voor de flowmeter hittebestendige kabels te worden gebruikt met een tempe­ratuurclassificatie van ten minste 90°C.
Een zekering van maximaal 0,7 A volgens IEC 127 dient te worden opgenomen in het spoelversterkingscircuit indien de meetbuizen gaan worden gebruikt met andere flow-transmitters (bijv. Model 8712).
8742C/8700 serie
Rosemount
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Rosemount
8742C/8700 serie
Tabel 10. Verhouding tussen omgevingstemperatuur, procestemperatuur en temperatuurklasse
Maat meter
(inch)
15 (1/2) 65°C (149°F) 115°C (239°F)
25 (1) 65°C (149°F) 120° C (24 8°F)
25 (1) 35°C (95°F) 35°C (95°F) 40 (11/2) 65°C (149°F) 125°C (257°F) 40 (11/2) 60°C (140°F) 60°C (140°F)
50 (2) 65°C (149°F) 125° C (25 7°F)
50 (2) 65°C (149°F) 75°C (167°F)
50 (2) 40°C (104°F) 40°C (104°F)
80–100 (3–4) 65°C (149°F) 130°C (266°F) 80–100 (3–4) 65°C (149°F) 90°C (194°F) 80–100 (3–4) 55°C (131°F) 55°C (131°F) 80–100 (3–4) 40°C (104°F) 40°C (104°F)
150 (6) 65°C (149°F) 135°C (275°F) 150 (6) 65°C (149°F) 110°C (230°F) 150 (6) 65°C (149°F) 75°C (167°F)
150 (6) 60°C (140°F) 60°C (140°F) 200–900 (8–36) 65°C (149°F) 140°C (284°F) 200–900 (8–36) 65°C (149°F) 115°C (239°F) 200–900 (8–36) 65°C (149°F) 80°C (176°F) 200–900 (8–36) 65°C (149°F) 65°C (149°F)
(1) Deze tabel is uitsluitend van toepassing voor de optiecodes CD en KD.
(1)
Maximale
omgevings-
temperatuur
Maximale
procestemperatuur
Temperatuur-
klasse
T3 T3 T4 T3 T4 T3 T4 T5 T3 T4 T5 T6 T3 T4 T5 T6 T3 T4 T5 T6
Beknopte installatiegids
00825-0111-4793, Rev BA juli 2003
Rosemount
8742C/8700 serie
Loading...