Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van ´e´en van de meest
geavanceerde en gemakkelijk te bedienen videorecorders op de
markt. Met deze videorecorder kunt u VHS-standaard cassettes
opnemen en afspelen.
Lees de gehele gebruiksaanwijzing door, voordat u het toestel in
gebruik neemt.
Veiligheids- en andere aanwijzingen
AGevaarlijke hoogspanning in het toestel! Niet openen!
U loopt het risico dat u een electrische schok krijgt!
AHet toestel bevat geen delen die door de consument gerepa-
reerd kunnen worden. Als het toestel op het net is aangesloten,
zijn er voortdurend delen van het toestel in bedrijf. Om het
toestel geheel uit te schakelen, moet de netstekker uit het
stopcontact worden getrokken.
BDit toestel is voor een netspanning van 220-240Volt/50 Hz
ontworpen.
BLet op, dat de lucht ongehinderd door de ventilatiespleten van
het toestel kan stromen.
BLet op, dat er geen voorwerpen of vloeistoffen in het toestel
dringen. Mocht er toch vloeistof binnengedrongen zijn, trek dan
onmiddelijk de netstekker van het toestel eruit en raadpleeg de
klantenservice.
BHet toestel mag niet onmiddellijk na het vervoer van een koude
naar een warme ruimte of omgekeerd, of bij extreem hoge
luchtvochtigheid worden gebruikt.
Wacht na het uitpakken minstens drie uur voordat u de
videorecorder installeert.
C Deze gebruiksaanwijzing is op milieuvriendelijk papier gedrukt.
C Maak gebruik van de mogelijkheden die in uw land worden
aangeboden voor een milieuvriendelijke verwerking van de
verpakking van het toestel.
C Dit elektronische toestel bevat veel materiaal dat kan worden
hergebruikt. Informeer naar de hergebruik-mogelijkhedenvan
uw oude toestel.
Voordat u de technische dienst roept22...............
DSHOWVIEW is een handelsmerk gebruikt door Gemstar Devel-
opment Corporation. Het SHOWVIEW systeem wordt gefabriceerd onder licentie van Gemstar Development Corporation.
SDDHHMMJWWTOPERAT
1
Page 2
1.INSTALLATIE
Aansluiten aan het televisietoestel
Als u videorecorder voor de eerste keer installeert, lees dan:
E de paragraaf ’Aansluiten met scartkabel en Easy
Link/NexTView’, als uw televisietoestel de functie ’Easy
Link/NexTView’ heeft.
E de paragraaf ’Aansluiten met scartkabel zonder Easy
Link/NexTView’, als uw televisietoestel de functie ’Easy
Link/NexTView’ niet heeft.
E de paragraaf ’Aansluiten zonder scartkabel’, als u geen
scartkabel gebruikt.
Aansluiten met scartkabel en
’Easy Link/NexTView’
Door middel van de functie ’Easy Link/NexTView’ kan uw
videorecorder informatie uitwisselen met het televisietoestel.
Lees daarom ook de gebruiksaanwijzing van uw televisietoestel.
Met ’Easy Link/NexTView’ worden de TV zenders van het
televisietoestel automatisch overgenomen.
c Verbind met de bijgepakte, speciale scartkabel de scart-
aansluiting AV1 EXT1 aan de achterzijde van uw
videorecorder met de scart-aansluiting op het televisietoestel.
d Schakel het televisietoestel in.
e Verbind met het netsnoer de netaansluiting 4 aan de
achterzijde van de videorecorder met het stopcontact.
f De videorecorder neemt automatisch alle TV-program-
ma’s van de televisie over, in dezelfde volgorde.
Dat kan enkele minuten duren.
Als alle informatie (TV-programma’s, land, taal) overgenomen is, verschijnt op het beeldscherm: ’EASY LINK
OVERNAME GEREED ’.
g Controleer de instelling van tijd en datum. Lees in dit
hoofdstuk de paragraaf ’Klok/datum instellen’.
Aansluiten met scartkabel zonder
’Easy Link/NexTView’
Indien uw televisietoestel niet over een scart-aansluiting
(Euro-AV-aansluiting) beschikt, lees dan niet hier, maar in de
volgende paragraaf, ’Aansluiten zonder scartkabel’ verder.
a Trek de stekker van de antennekabel uit het televisietoe-
stel. Steek deze in de 2 -aansluiting aan de achterzijde
van de videorecorder.
b Verbind de TV -aansluiting van de videorecorder met
behulp van de bijgeleverde antennekabel met de antenne-ingang van het televisietoestel.
2
a Trek de stekker van de antennekabel uit het televisietoe-
stel. Steek deze in de 2 -aansluiting op de achterzijde
van de videorecorder.
b Verbind met de bijgeleverde antennekabel de TV -aan-
sluiting met de antenne-ingang van het televisietoetsel.
c Verbind met een scartkabel de scart-aansluiting
AV1 EXT1 aan de achterzijde van de videorecorder met de
scart-aansluiting van de televisie.
d Zet het televisietoestel aan.
Page 3
e Verbind met een netsnoer in de netaansluiting 4 aan
de achterzijde van de videorecorder met het stopcontact.
f Als uw televisietoestel automatisch op het programman-
ummer b.v.: ’EXT’, ’0’ of ’AV’ omschakelt , dan ziet u een
begroetingstekst op het beeldscherm.
Als het televisietoestel niet automatisch omschakelt, kies
dan op de televisie het juiste programmanummer (zie
gebruiksaanwijzing van het televisietoestel).
g Lees vervolgens in het hoofdstuk ’Automatisch TV-
zenders zoeken’ de paragraaf ’Eerste installatie’.
Aansluiten zonder scartkabel
g Lees vervolgens in het gedeelte ’Automatisch TV-zenders
zoeken’ de paragraaf ’Eerste installatie’.
Automatisch TV-zenders zoeken
Eerste installatie
a Druk op de OK -toets.
b Kies met de menutoets P = of P ; uw taal en bevestig
met de OK -toets.
c Kies met de menutoets P = of P ; uw land.
Als uw land niet verschijnt, kies dan ’OVERIGE’.
Bevestig met de OK -toets.
d Als de antenne aan de videorecorder aangesloten is,
druk dan op de OK -toets.
’Automatisch TV-zenders zoeken’ begint.
e Als het TV-zenders zoeken voltooid is, verschijnt op het
beeldscherm: ’AUTOMATISCH ZOEKEN GEREED’.
a Trek de stekker van de antennekabel uit het televisietoe-
stel. Steek deze in de 2 -aansluiting op de achterzijde
van de videorecorder.
b Verbind met de bijgeleverde antennekabel de TV -aan-
sluiting op de videorecorder met de antenne-ingang van
het televisietoestel.
c Verbind met het netsnoer de netaansluiting 4 aan de
achterzijde van de videorecorder met het stopcontact.
d Zet het televisietoestel aan en kies het programmanum-
mer voor de videorecorder-weergave (zie gebruiksaanwijzing van het televisietoestel).
e De videorecorder zendt nu op UHF-kanaal CH36 danwel
591MHz een begroetingstekst uit.
f Stel het televisietoestel in het UHF-frequentiegebied zo
in, dat het volgende beeld verschijnt:
GEFELICITEERD
MET UW NIEUWE PHILIPS
VIDEORECORDER
OM DOOR TE GAAN, DRUK OK
E Vervolgens verschijnen ter controle ’TIJD’, ’JAAR’,
’MAAND’ en ’DATUM’.
f Verander indien nodig, met de cijfertoetsen 0-9 ’TIJD’,
’JAAR’, ’MAAND’ en ’DATUM’. Gebruik de menutoetsen
P = of P ; om van veld te wisselen. Bevestig de veran-
derde gegevens met de OK -toets.
g Be¨eindig met de MENU -toets.
Hoe u een TV-zender handmatig kunt zoeken, leest u in de
paragraaf ’Niet automatisch TV-zenders zoeken’.
Vervolg installatie
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecoder.
b Druk de MENU -toets in. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’INSTALLATIE’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’AUTOM. ZOEKEN’ met de menutoetsen
P = of P ; .
3
Page 4
e Druk op de menutoets P . Het ’Automatisch TV-zenders
zoeken’ begint.
INSTALLATIE
AUTOM. ZOEKEN
ZOEKT TV-ZENDERS
03 GEVONDEN KAN.
e Druk op de OK -toets.
Als de videorecorder herkent dat u het televisietoestel via
een scartkabel aangesloten heeft, verschijnt in het
display ’TV 01’.
E Als ’NOTV’ op het display verschijnt (geen signaal van het
televisietoestel), dan kunnen de TV-zenders niet automatisch in volgorde gezet worden. Lees dan de paragraaf
’Niet automatisch TV-zenders sorteren’.
________________________
f Als het TV-zenders zoeken gereed is, dan verschijnt
’AUTOMATISCH ZOEKEN GEREED’ op het beeldscherm.
g Be¨eindig met de MENU -toets.
Hoe u TV-zenders handmatig kunt zoeken, leest u in paragraaf
’Niet automatisch TV-zenders zoeken’.
Automatisch TV-zenders sorteren
(FOLLOW TV)
Als u uw videorecorder met een televisietoestel zonder Easy
Link verbonden heeft, staan met deze functie de TV-zenders
van de videorecorder en het televisietoestel in gelijke volgorde. Dat werkt echter alleen als de videorecorder (ingang
AV1 EXT1 ) door middel van een scartkabel met het televisie-
toestel verbonden is. Andere toestellen die u aan de
AV2 EXT2 -aansluiting aangesloten heeft, moeten
uitgeschakeld zijn.
f Kies op het televisietoestel het programmenummer ’1’.
g Bevestig met de OK -toets op de afstandsbediening van
de videorecorder. De videorecorder vergelijkt nu de
TV-zenders van de videorecorder met die van het
televisietoestel.
Als de videorecorder dezelfde TV-zender als op het
televisietoestel gevonden heeft, dan wordt deze op ’P01’
vastgelegd.
h Wacht tot in het display, b.v.: ’TV 02’ verschijnt.
i Kies op het televisietoestel het volgende programman-
ummer, b.v.:’2’.
j Bevestig met de OK -toets van de afstandsbediening van
de videorecorder.
DAls u de verkeerde TV-zender gekozen heeft, ga dan met
de menutoets Q ´e´en stap terug.
k Herhaal de stappen h t/m j totdat alle TV-zenders
van een programmanummer zijn voorzien.
l Be¨eindig met de MENU -toets.
DBij ’Aansluiten met scatkabel en Easy Link/NexTView’
worden met de functie het overnemen van de gegevens
gestart.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’INSTALLATIE’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’FOLLOW TV’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P . Lees de informa-
tie op het beeldscherm.
4
Decoder en andere toestellen aansluiten
U kunt ook andere toestellen zoals bijvoorbeeld een satellietontvanger, een decoder of een camerarecorder op de
AV2 EXT2 -aansluiting aansluiten.
U kunt een HiFi-stereo installatie aan de aansluitingen
AUX OUT L R (audio-uitgang links/rechts) en AUX IN L R (audio-
ingang links/rechts) aansluiten.
Page 5
Decoder toewijzen
Niet automatisch TV-zenders zoeken
Met deze functie wordt voor het gewenste TV-programma de
decoder automatisch geactiveerd.
DAls u ’Aansluiten met scartkabel en ’Easy Link/NexTView’
gebruikt, moet de decoder voor het televisietoestel
geactiveerd zijn.
a Schakel het televisietoestel in. Kies, indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Kies met de P ; of de P = -toets op de videorecorder of
met de cijfertoetsen 0-9 het TV-programma dat u met de
decoderfunctie wilt verbinden.
c Druk op de videorecorder de MENU -toets in. Het hoofd-
menu verschijnt.
d Kies de regel ’INSTALLATIE’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met menutoets P .
e Kies de regel ’HANDM. ZOEKEN’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
f Kies de regel ’DECODER’ met de menutoetsen P = of
P ; .
g Kies ’AAN’ met de menutoetsen Q of P . Als u ’UIT’
kiest, dan wordt de functie uitgeschakeld.
h Bevestig met de OK -toets.
DAls de functie ingeschakeld is, verschijnt ’DEC’ in het
display.
In enkele gevallen kan ’Automatisch TV-zenders zoeken’ niet
alle TV-zenders vinden (b.v.: gecodeerde zenders). Dan kunt u
met de onderstaande methode de TV-zenders handmatig
instellen.
DAls u ’Aansluiten met scartkabel en ’Easy Link/NexTView’
gebruikt, neemt de videorecorder automatisch de zenders van de televisie over. Enkele regels hebben daardoor geen functie.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’INSTALLATIE’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’HANDM. ZOEKEN’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
INSTALLATIE
HANDM. ZOEKEN
KANAAL/FREQ.CH
z GEGEVENS/ZOEK34
„ PROGRAMMANUMMER | 02}
{ TV-ZENDER NAAMMTV
gewenste TV-zender weet, dan kunt u de gegevens in de
regel ’GEGEVENS/ZOEK’ met de cijfertoetsen 0-9 intoetsen.
E Als u de frequentie of het kanaalnummer van de
gewenste TV-zender niet weet, druk dan op de P
-toets, om het zoeken te starten.
g Kies in de regel ’PROGRAMMANUMMER’ met de menu-
toetsen Q of P het gewenste programmanummer,
b.v.: ’01’.
5
Page 6
h Als u de TV-zender naam wilt veranderen, druk dan in de
regel ’TV-ZENDER NAAM’ op de toets P .
E Kies het teken dat u wilt veranderen met de toetsen
Q of P . Verander het teken met de toetsen P = ofP ; . Kies het volgende teken op dezelfde manier.
E Druk zovaak op de menutoets P , tot de cursor ver-
dwijnt.
Niet automatisch TV-zenders sorteren /
wissen
DAls u ’Aansluiten met scartkabel en ’Easy Link/NexTView
gebruikt, dan neemt de videorecorder automatisch de
zenders van de televisie over. Daarom kunt u deze functie
niet kiezen.
i Kies in de regel ’NICAM’ met de toetsen Q of P de
functie ’AAN’ of ’UIT’.
j Als u de automatische TV-zender instelling wilt wijzigen,
kies dan de regel ’FIJNAFSTEMMING’.
Met de menutoetsen Q of de P kunt u de TV-zender
instelling fijnafstemmen. Let op: Het opnieuw instellen is
alleen in bepaalde gevallen noodzakelijk en zinvol, b.v. bij
kabeltelevisie als er strepen op het beeldscherm te zien
zijn.
k Druk op de OK -toets om de zender vast te leggen.
l Als u nog meer TV-zenders wilt zoeken, begin dan weer
vanaf stap f.
m Als u wilt stoppen, druk dan op de MENU -toets.
Monitor functie
U kunt tussen televisieontvangst en videorecorderontvangst
heen en weer schakelen met de MONITOR -toets. Dit werkt
alleen, als u de videorecorder via een scartkabel op het
televisietoestel heeft aangesloten en deze reageert op deze
overschakeling.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk de MENU -toets in. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’INSTALLATIE’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’TV-ZENDERS SORTEREN’ met de menu-
toetsen P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
e Kies met de menutoetsen P = of P ; de TV-zender die u
wilt verschuiven (beginnend met ’P01’) en druk op de
menutoets P .
DAls u een ongewenste TV-zender wilt wissen, druk dan
op de CLEAR (CL) -toets.
f Verschuif de TV-zender met de menutoetsen P = of
P ; naar de gewenste positie en druk op de menutoets
Q . De videorecorder voegt het programmanummer toe.
g Herhaal de stappen een f, tot u alle TV-zenders van
het gewenste programmanummer heeft voorzien.
h Bevestig met de OK -toets.
i Sluit af met de MENU -toets.
6
Page 7
Taal instellen
Tijd/Datum instellen
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk de MENU -toets in. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’INSTALLATIE’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’TAAL’ en bevestig met de menutoets P .
e Kies uw taal met de menutoetsen P = of P ; en bevestig
met de OK -toets.
f Be¨eindig met de MENU -toets.
Land instellen
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk de MENU -toets in. Het hoofdmenu verschijnt.
Als de tijd niet juist is ingesteld, of als ’--:--’ op het display
verschijnt, stel dan de tijd met de hand in.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’INSTALLATIE’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’TIJD/DATUM’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P .
INSTALLATIE
TIJD/DATUM
z TIJD20:00
„ JAAR| 1998}
{ MAAND02
DATUM06
________________________________
BE¨EINDIGEN:
DRUKMENU
c Kies de regel ’INSTALLATIE’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’LAND’ en bevestig met de menutoets
P .
e Kies uw land met de menutoetsen P = of P ; . Als uw
land niet genoemd is, kies dan ’OVERIGE’.
f Bevestig met de OK -toets.
g Be¨eindig met de MENU -toets.
e Stel met de cijfertoetsen 0-9 ’TIJD’, ’JAAR’, ’MAAND’ en
’DATUM’ in. Wissel tussen de velden met de menutoetsen P = of P ; . Bevestig met de OK -toets.
f Be¨eindig met de MENU -toets.
DAls op programmanummer ’P01’ een TV-programma
opgeslagen is dat TELETEKST/PDC uitzendt, dan worden
tijd (uit Teletekst) en datum (uit PDC) automatisch
overgenomen.
7
Page 8
Beeldscherm-instructies (OSD)
Met OSD (On Screen Display) zijn de betreffende functies als
menu op het beeldscherm zichtbaar. De belangrijkste toetsenfuncties zijn onder op het beeldscherm zichtbaar.
E Menu oproepen: Met de MENU -toets.
E Regel kiezen: Met de menutoets P = of P ; kiest u een
regel.
E In een regel kiezen: Met de menutoets Q of P kiest u
in de regel.
E Invoeren/Veranderen: Met de menutoets Q of P ,of
met de 0-9 -toetsen.
Belangrijke informatie m.b.t. het gebruik
E De videorecorder wordt ingeschakeld als een cassette
ingeschoven wordt, of als de STOP h of de 0-9 -toets
ingedrukt wordt.
E Laat uw videorecorder voortdurend op het lichtnet
aangesloten, zodat geprogrammeerde opnamen mogelijk
zijn en het televisietoestel werkt. Het energieverbruik
bedraagt minder als 4W (energie besparen).
E Als de videorecorder geen stroomverzorging heeft, blij-
ven de zendergegevens ca. 1 jaar en de tijd- en
TIMER-gegevens ca. 7 uur opgeslagen.
E Vastleggen: Met de OK -toets.
E Bevestigen: Met de menutoets P .
E Afsluiten: Met de MENU -toets.
Noodstop
Het toestel en de afstandsbediening hebben een ’noodstop’. In
elke situatie kunt u alle handelingen met behulp van de
mSTANDBY -toets onderbreken.
Zo kunt u, als u problemen bij de bediening heeft, gemakkelijk
stoppen en opnieuw beginnen.
U kunt het bedienen rustig oefenen. Welke toetsen u ook
gebruikt, u kunt geen beschadiging aan het toestel veroorzaken.
Energie besparen
U heeft twee mogelijkheden om uit te schakelen.
Normaal uitschakelen: Druk op de mSTANDBY -toets. De tijds-
aanduiding blijft zichtbaar.
Is de tijd niet ingesteld, dan verschijnt ’--:--’.
Energie besparen: Druk de mSTANDBY -toets tweemaal in. De
tijdsaanduiding in het display verdwijnt.
8
Page 9
2.WEERGAVE
Een cassette weergeven
a Schuif de cassette in het cassettevak.
b Druk op de weergave-toets PLAY G .
c Druk op de STOP h -toets om te onderbreken.
d Druk op de STOP/EJECT ? -toets op het toestel om de
cassette eruit te halen.
DBij sommige huurcassettes kan de beeld-/geluidskwaliteit
slecht zijn. Dit is geen fout van uw toestel. Lees de
paragraaf ’Beeldinstelling kiezen (SMART PICTURE)’ danwel ’Beeldstoringen opheffen’.
DEen aantal functies schakelt na enige tijd automatisch uit
(b.v.: pauze, stilstaand beeld, beeldzoeken). Daardoor
wordt de cassette ontzien en onnodig stroomverbruik
vermeden.
Bandpositie zoeken met beeld
(beeld zoeken)
a Druk tijdens de weergave ´e´en of meerdere keren op de
I -toets (vooruit) of de H -toets (terug).
b Onderbreek op de gewenste positie met de PLAY G
-toets.
DTijdens het beeldzoeken is de beeldkwaliteit minder goed
en het geluid uitgeschakeld.
De JOG/SHUTTLE functie
Op de videorecorder vindt u een grote draaiknop (shuttle)
o .
a Schakel de functie met de STILL R -toets in.
U ziet een stilstaand beeld.
b Met de binnenste knop (Jog) op de afstandsbediening
gaat u naar het vorige of volgende beeld.
c Als u de binnenste knop blijt draaien, dan schakelt de
videorecorder over op ’slow motion’ (vertraagd weergeven).
d Met de buitenste draaiknop (Shuttle) kunt u meerdere
bandzoeksnelheden kiezen.
NTSC-weergave
U kunt met deze videorecorder cassettes weergeven, die op
een andere videorecorder in de NTSC-standaard zijn opgenomen. Dit functioneert echter alleen bij PAL-televisietoestellen
die geschikt zijn voor een beeldfrequentie van 60 Hz.
Tijdens NTSC-weergave verschijnt ’60HZ’ in het display.
DTijdens NTSC-weergave zijn enkele bijzondere functies
(b.v.: stilstaand beeld) niet mogelijk.
Huidige bandpositie aangeven
a Druk gedurende weergave op de COUNTER -toets.
b U heeft de keuze uit de volgende instellingen:
’GEBRUIKTE TIJD’ geeft de verbruikte tijd aan.
’REST. TIJD’ geeft de resterende tijd aan.
’TELLER’ geeft de actuele bandpositie aan.
DMet de OK -toets kunt u de actuele bandpositie op het
beeldscherm zichtbaar maken.
Bandpositie zoeken zonder beeld (spoelen)
a Stop de band met de STOP h -toets.
b Druk op de H - (terug) of de I -toets (vooruit). Als
u de functie op het toestel wilt uitvoeren, draai dan de
grote draaiknop (shuttle) o naar links of naar rechts.
c Onderbreek op de gewenste positie met de STOP h
-toets.
QUICK VIEW
Met deze functie kunt u tijdens vooruit- of terugspoelen op
’beeldzoeken’ overschakelen.
a Als u de H -ofde I -toets tijdens het vooruit- of
terugspoelen ingedrukt houdt, dan schakelt u over op
beeldzoeken.
b Als u de toets loslaat, dan schakelt de videorecorder
automatisch weer over op vooruit- of terugspoelen.
9
Page 10
Automatisch bandpositie (index) zoeken
e Druk op de OK -toets.
Bij het begin van elke opname wordt een index-markering op
de band geschreven.
a Druk op de INDEX E -toets. Druk op de H -toets voor
de vorige, of op de I -toets voor de volgende markering.
b Als de videorecorder de markering of een leeg stukje op
de band vindt, dan schakelt deze automatisch over op
weergave.
DVoor opnamen, die met een andere videorecorder ge-
maakt zijn die deze markeringen niet heeft, kunt u alleen
een leeg stukje op de band zoeken.
Beeldinstelling kiezen (SMART PICTURE)
U kunt tijdens de weergave de beeldinstelling veranderen:
a Druk tijdens de weergave op de SMART * -toets. De hui-
dige instelling verschijnt.
f Be¨eindig met de MENU -toets. Deze instelling blijft
gehandhaafd tot de cassette eruit genomen wordt.
Instellen van verticale stabiliteit tijdens
stilstaand beeld
Als het stilstaande beeld verticaal trilt, dan kunt u dit als volgt
verbeteren:
a Druk bij stilstaand beeld op de MENU -toets.
b Kies de regel ’WEERGAVE FUNCTIES’ met de menutoet-
sen P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
c Kies de regel ’VERTICALE STABILITEIT’ met de menutoet-
sen P = of P ; .
d Druk zolang op de menutoetsen Q of P , tot de
beeldkwaliteit optimaal is.
e Druk op de OK -toets.
b Druk meerdere keren op de SMART * -toets om de door
u gewenste beeldinstelling te kiezen.
c Bevestig nieuwe instelling met de OK -toets.
Deze instelling blijft behouden tot de band uit de videorecorder
gehaald wordt.
Beeldstoringen opheffen
Als de beeldkwaliteit slecht is, doorloop dan de volgende
stappen:
Tracking tijdens weergave
a Druk tijdens weergave op de MENU -toets.
b Kies de regel ’WEERGAVE FUNCTIES’ met de menutoet-
sen P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
c Kies de regel ’HANDM. TRACKING’ met de menutoetsen
P = of P ; .
f Be¨eindig met de MENU -toets.
Reinigen van de videokoppen
a Druk tijdens weergave op de MENU -toets.
b Kies de regel ’WEERGAVE FUNCTIES’ met de menutoet-
sen P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
c Kies de regel ’KOPPEN REINIGEN’ met de menutoetsen
P = of P ; .
d Druk op de OK -toets. Op het beeldscherm verschijnt de
melding ’KOPPEN WORDEN GEREINIGD’.
e Wacht tot de melding verdwijnt en druk dan op de
MENU -toets.
d Druk zolang op de menutoetsen Q of P , tot de weer-
gavekwaliteit optimaal is.
10
Page 11
3.NIET AUTOMATISCH OPNEMEN
Opnemen zonder automatisch uitschakelen
a Schuif een cassette in het toestel.
b Kies met de P ; of de P = -toets het programmanummer
(de zendernaam) waarvan u wilt opnemen.
DAls een TV-zender een zendernaam uitzendt, dan ziet u
deze in het display.
DAls de functie ’Directe opname’ ingeschakeld is, kies dan
het programmanummer op het televisietoestel. Druk
vervolgens, terwijl de videorecorder uitgeschakeld is, op
de nRECORD/OTR -toets.
DDe programmanummers ’E1’ en ’E2’ zijn bestemd voor
opnamen van externe bronnen (via scart-aansluitingen
AV1 EXT1 en AV2 EXT2 ). Het programmanummer ’E3’ is
bestemd voor opnamen via de aansluitingen VIDEO en
L-AUDIO-R op de voorkant van de videorecorder.
DDe programmanummers ’AUX’ en ’MIC’ zijn bestemd voor
geluidsopnamen via de aansluiting ’ AUX IN L R ’endemicrofoon aansluiting ’ MIC. ’.
c Druk op de nRECORD/OTR -toets.
d Met de STOP h -toets be¨eindigt u de opname.
Beeldmontage
Om opnamen zonder storende overgangen aan elkaar te
koppelen, gaat u als volgt te werk:
a Zoek tijdens de weergave de juiste bandpositie.
b Druk op de STOP h -toets. Op het beeldscherm ver-
schijnt ’PAUZE’.
c Begin nu met de opname, zoals gewoonlijk, met de
nRECORD/OTR -toets.
Omschakelen van de opnamesnelheid
(SP/LP)
U kunt de opnamesnelheid halveren. Daardoor kunt u b.v. met
een ’E240’-cassette (=4 uur) 8 uur opnemen.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
Opnemen met automatisch uitschakelen
(OTR One-Touch-Recording)
a Schuif een cassette in het toestel.
b Kies met de P ; of de P = -toets het programmanummer
(de zendernaam) waarvan u wilt opnemen.
c Druk op de nRECORD/OTR -toets.
d Druk zo vaak op de nRECORD/OTR -toets, tot u de gewen-
ste opnametijd of de gewenste uitschakeltijd heeft
bereikt.
DAls u de eindtijd wilt wissen, druk dan op de CLEAR (CL)
-toets.
De opnamepreventie
Om te verhinderen dat u een belangrijke opname per ongeluk
wist, kunt u aan de achterkant van de cassette het hiervoor
bestemde lipje (opnamepreventie) er met een schroevedraaier
uit breken, ofwel het opnamepreventie-schuifje naar links
schuiven. Als u de opnamepreventie wilt opheffen, dan kunt u
de opening met een plakbandje weer sluiten, ofwel het
schuifje weer naar rechts schuiven.
c Kies de regel ’OPNAME FUNCTIES’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’OPN. INSTELLING’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
e Kies de regel ’OPNAME SNELHEID’ met de menutoetsen
P = of P ; .
f Kies de gewenste opnamesnelheid met de menutoetsen
Q of P .
D’LP’: Long Play= halve opnamesnelheid (dubbele opname-
tijd).
’SP’: Standard Play= normale opnamesnelheid.
DDe beeldkwaliteit is slechter bij opnamen met halve
opnamesnelheid (’LP’).
DTijdens de weergave wordt automatisch de juiste opna-
mesnelheid gekozen.
g Bevestig met de OK -toets.
h Be¨eindig met de MENU -toets.
11
Page 12
Automatisch opnemen van een
Direct opnemen (Direct Record)
satellietontvanger (SAT. OPNAME)
Deze functie kunt u alleen gebruiken als u een satellietontvanger bezit, die via een programmeer-functie andere toestellen
besturen kan.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’OPNAME FUNCTIES’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’OPN. INSTELLING’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
e Kies de regel ’SAT. OPNAME’ met de menutoetsen P = of
P ; .
f Kies de gewenste scart-aansluiting ’E1’, ’E2’ met de
menutoetsen Q of P .
Als u de functie uit wilt schakelen, kies dan ’UIT’ met de
menutoets P of Q .
g Bevestig met de OK -toets.
inschakelen
Als deze functie ingeschakeld is, neemt de uitgeschakelde
videorecorder via de scartkabel het programmanummer van
het televisietoestel over en start de opname.
DIn geval van ’Aansluiten met scartkabel en ’Easy
Link’/NexTView’ neemt ook de ingeschakelde videorecorder het programmanummer over.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’OPNAME FUNCTIES’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’OPN. INSTELLING’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
e Kies de regel ’DIRECT RECORD’ met de menutoetsen
P = of P ; .
f Kies ’AAN’ met de menutoetsen Q of P . Als u ’UIT’
kiest dan schakelt u de functie uit.
h Verbind met een scartkabel de scart-aansluiting
( AV1 EXT1 of AV2 EXT2 ) op de videorecorder met de
betreffende scart-aansluiting van de satellietontvanger.
i Schuif een cassette in het cassettevak.
j Sluit af met de mSTANDBY -toets. Nu is de videorecorder
klaar voor opname. De opname begint en eindigt, op
afstand bestuurd, via ´e´en van de scart-aansluitingen.
DAls de functie ingeschakeld is, verschijnt ’x’ in het
display.
g Bevestig met de OK -toets.
h Be¨eindig met de MENU -toets.
i Schakel uit met de mSTANDBY -toets.
j Kies op het televisietoestel het programmanummer,
waarvan u wilt opnemen.
k Druk op de nRECORD/OTR -toets, terwijl de videorecorder
uitgeschakeld is.
DWacht met het kiezen van het volgende programmanum-
mer op de televisie, tot de ’zoekindicatie’ in het display
van de videorecorder verdwenen is. Dat kan een minuut
duren.
DAls ’NOTV’ in het display verschijnt, dan is het program-
manummer op de videorecorder niet gevonden.
12
Page 13
4.AUTOMATISCHE (GEPROGRAMMEERDE) OPNAME
Voor elke geprogrammeerde opname heeft de videorecorder
de volgende informatie nodig:
* de datum van de opname
* het programmanummer van de TV-uitzending
* de starttijd en de eindtijd van de opname
* VPS/PDC aan of uit
* de opnamesnelheid (SP/LP)
De videorecorder legt alle hierboven genoemde informatie
vast in een TIMER-blok. U kunt 6 TIMER-blokken ´e´en volle
maand vooruit programmeren.
Met ’VPS/PDC’ wordt het begin en de duur van de geprogrammeerde opname door de TV-zender geregeld. Als een TVprogramma vroeger begint of later eindigt dan gepland, dan
wordt de videorecorder op het juiste tijdstip in- en uitgeschakeld.
Gewoonlijk zijn de starttijd en ’VPS/PDC’-tijd gelijk. Echter,
staat er in het TV-programmablad naast de starttijd van een
TV-programma nog een afwijkende ’VPS/PDC’-tijd, dus b.v.:
’20.15 (’VPS/PDC’ 20.14)’, dan moet u bij het programmeren de
’VPS/PDC’-tijd ’20.14’ op de minuut nauwkeurig intoetsen.
Wilt u een afwijkende tijd ingeven, dan moet u ’VPS/PDC’
uitschakelen.
Programmeren met ’SHOWVIEW’
In de SHOWVIEW-code is alle informatie opgeslagen, die voor
het programmeren nodig is.
d Voer de SHOWVIEW-code in. Deze (uit max. negen cijfers
bestaande) cijfercode, vindt u in uw TV-programmablad
naast het betreffende TV-programma.
Als u zich vergist heeft, wist u de gegevens met de
e Kies dagelijks of wekelijks herhaalde opnamen met de
SELECT -toets.
’MA-VR’: Dagelijks herhaalde opname van maandag t/m
vrijdag.
’WEKELIJKS’: Opname iedere week op dezelfe dag.
f Bevestig de ingevoerde gegevens met de OK -toets.
Deze verschijnen nu op het beeldscherm.
DAls SHOWVIEW de TV-zender niet herkent, verschijnt
’PROGRAMMANUMMER INVOEREN’. Kies dan met de
P ; of de P = -toets het gewenste programmanummer
(de zendernaam) en bevestig met de OK -toets.
DAls ’SHOWVIEW CODE FOUT’ op het beeldscherm ver-
schijnt, dan is de cijfercode fout. Voer de gegevens
opnieuw in of eindig met de TIMER s -toets.
DAls ’WEEKEND PROGRAMMERING NIET MOGELIJK’ op
het beeldscherm verschijnt, dan is de datum fout.
’Dagelijkse’ opnamen kunnen alleen voor de weekdagen
maandag t/m vrijdag worden geprogrammeerd.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de TIMER s -toets van de afstandsbediening.
De manier van programmeren die u het laatst heeft
gekozen, is gemarkeerd.
c Kies de regel ’SHOWVIEW’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P .
DKies met de SELECT -toets ’VPS/PDC’ uit of aan in
’START’.
DKies met de SELECT -toets in het veld ’EIND’ de opname-
snelheid ’SP’ of ’LP’.
g Bevestig met de OK -toets.
DDe gegevens zijn nu vastgelegd in een TIMER-blok.
h Be¨eindig met de TIMER s -toets.
i Let op, dat een cassette zonder opnamepreventie in het
toestel geplaatst is. Be¨eindig met de mSTANDBY -toets.
De geprogrammeerde opname functioneert alleen als de
videorecorder met de mSTANDBY -toets in stand-by geschakeld is.
13
Page 14
DAls er ´e´en of meerdere TIMER-blokken bezet zijn, brandt
het TIMER-lampje ’k’ op de voorkant van het toestel.
DAls tijdens een geprogrammeerde opname het einde van
een cassette bereikt wordt, dan wordt de cassette
automatisch uitgeschoven.
DAls u vergeten heeft een cassette te plaatsen, dan
verschijnt de melding ’GEEN CASSETTE’ op het beeldscherm. In het display knippert ’k’.
DHeeft u, als u de opname wilt beginnen, een cassette met
opnamepreventie geplaatst, dan wordt de cassette automatisch uitgeschoven.
DDe programmanummers ’E1’ en ’E2’ zijn voor opnamen
van externe bronnen (via scart-aansluitingen AV1 EXT1 of
AV2 EXT2 ) bestemd.
DKies met de SELECT -toets in het veld ’DATUM’ dagelijks
of wekelijks herhaalde opname.
’MA-VR’: Dagelijkse opname van maandag t/m vrijdag.
’MA’: Wekelijkse opname op dezelfde dag van de week;
b.v.: maandag.
DKies met de SELECT -toets in het veld ’START’, ’VPS/PDC’
uit of aan.
DKies met de SELECT -toets in het veld ’EIND’ de opname-
snelheid ’SP’ of ’LP’.
f Bevestig met de OK -toets.
DDe gegevens zijn vastgelegd in een TIMER-blok.
g Be¨eindig met de TIMER s -toets.
DDe programmanummers ’AUX’ en ’MIC’ zijn bestemd voor
geluidsopnamen via de aansluiting ’ AUX IN L R ’endemicrofoon aansluiting ’ MIC. ’.
Niet automatisch programmeren zonder
’SHOWVIEW’
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de TIMER s -toets op de afstandsbediening.
De laatst gekozen manier van programmeren is gemarkeerd.
c Kies de regel ’TIMER PROGRAMMEREN’ met de menu-
toetsen P = of P ; en bevestig met de menutoets P .
TIMER
TIMER PROGRAMMEREN
DATUM PROG. START PDC EINDLP
010120:0021:30
________________________________
VPS
VASTLEGGEN:
DRUKOK
h Let op, dat u een cassette zonder opnamepreventie
gebruikt. Schakel uit met de mSTANDBY -toets.
De geprogrammeerde opname functioneert alleen als de
videorecorder met de mSTANDBY -toets in stand-by geschakeld is.
DAls er ´e´en of meerdere TIMER-blokken bezet zijn, brandt
het TIMER-lampje ’k’ op de voorkant van het toestel.
DAls tijdens een geprogrammeerde opname het einde van
een cassette bereikt wordt, dan wordt de cassette
automatisch uitgeschoven. Het toestel schakelt na enige
minuten uit.
DAls u vergeten heeft een cassette te plaatsen, dan
verschijnt de melding ’GEEN CASSETTE’ op het beeldscherm. In het display knippert ’k’.
DHeeft u, als u de opname wilt beginnen, een cassette met
opnamepreventie geplaatst, dan wordt de cassette automatisch uitgeschoven.
DDe programmanummers ’E1’ en ’E2’ zijn voor opnamen
van externe bronnen (via scart-aansluitingen AV1 EXT1 of
AV2 EXT2 ) bestemd.
DDe programmanummers ’AUX’ en ’MIC’ zijn bestemd voor
geluidsopnamen via de aansluiting ’ AUX IN L R ’endemicrofoon aansluiting ’ MIC. ’.
d Kies het gewenste veld met de menutoetsen Q of
P .
e Voer de gegevens in met de menutoetsen P = of P ; of
met de cijfertoetsen 0-9 .
14
Page 15
Een TIMER controleren of veranderen
Een TIMER wissen
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de TIMER s -toets van de afstandsbediening.
De laatst gekozen manier van opnemen is gemarkeerd.
c Kies de regel ’TIMER LIJST’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies met de menutoetsen P = of P ; de TIMER die u
controleren of veranderen wilt.
e Druk op de menutoets P .
f Kies het gewenste veld met de menutoetsen Q of
P .
g Verander de gegevens in met de menutoetsen P = of
P ; , of met de cijfertoetsen 0-9 .
h Bevestig met de OK -toets.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de TIMER s -toets van de afstandsbediening.
De laatst gekozen manier van programmeren is gemarkeerd.
c Kies de regel ’TIMER LIJST’ met de menutoetsen P = of
P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies met de menutoetsen P = of P ; de TIMER die u
wissen wilt.
e Druk op de CLEAR (CL) -toets.
f Bevestig met de OK -toets.
g Be¨eindig met de TIMER s -toets.
’NexTView Link’
i Be¨eindig met de TIMER s -toets.
j Let op, dat u een cassette zonder opnamepreventie
gebruikt. Schakel uit met de mSTANDBY -toets.
De geprogrammeerde opname functioneert alleen als de
videorecorder met de mSTANDBY -toets in stand-by geschakeld is.
Deze videorecorder is voorzien van de functie ’NexTView
Link’. Als uw TV-toestel de functie ’NexTView Link’ ook heeft,
dan kunt u programma’s die u op wilt nemen, op het TV-toestel
markeren. Deze TV-programma’s worden dan automatisch in
een TIMER-blok op de videorecorder vastgelegd. Als u de
markering op het TV-toestel wist, dan wordt ook het betreffende TIMER-blok op de videorecorder gewist.
Lees voor meer informatie de gebruiksaanwijzing van uw
TV-toestel.
15
Page 16
5.EXTRA FUNCTIES
Kinderslot
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’BIJZ. INSTELL.’ met de menutoetsen P =
of P ; en bevestig met de P -toets.
d Kies in de regel ’KINDERSLOT’ met de menutoetsen
Q of P de functie ’AAN’.
e Bevestig met de OK -toets.
f Be¨eindig met de MENU -toets.
In het display verschijnt ’{’.
Bewaar de afstandsbediening op een veilige plaats.
g Als u het kinderslot wilt uitschakelen, kies dan in de regel
’KINDERSLOT’ kinderslot ’UIT’. ’{’ verdwijnt van het
display van de videorecorder.
DAls bij ingeschakeld kinderslot toch een toets ingedrukt
wordt, knippert in het display gedurende enkele seconden ’{’.
DGeprogrammeerde opnamen vinden ondanks het
kinderslot toch plaats en kunnen ook niet worden
afgebroken.
c Kies de regel ’BIJZ. INSTELL.’ met de menutoetsen P =
of P ; en bevestig met de menutoets P .
HOOFDMENU
BIJZ. INSTELL.
„}|}
KINDERSLOTUIT
{
OSD STANDAUTOM.
16:9 BREEDBEELDUIT
VIDEO 1 OF 2VIDEO1
HERHAALDE WEERG.UIT
AUTOM. STAND-BYAAN
DEMOUIT
________________________________
d Kies de regel ’OSD STAND’ met de menutoetsen P = of
P ; .
e Kies met de menutoetsen P of Q ´e´en van de moge-
BE¨EINDIGEN:
DRUKMENU
lijkheden:
’AUTOM.’: OSD verschijnt gedurende enkele seconden bij
iedere gekozen functie en verdwijnt dan weer.
’UIT’: OSD is uitgeschakeld.
’AAN’: OSD is ingeschakeld.
f Bevestig met de OK -toets.
g Be¨eindig met de MENU -toets.
DMet de OK -toets kunt u de actuele instelling op het
beeldscherm laten verschijnen.
U kunt het kinderslot ook met de afstandsbediening inschakelen. Druk zolang op de mSTANDBY -toets, tot ’{’ in het display verschijnt. Op dezelfde manier schakelt u het kinderslot
ook weer uit.
Instellen van de beeldscherminformatie
(OSD)
U kunt de beeldscherminformatie (OSD) in-of uitschakelen.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
16:9 Omschakeling
Deze finctie kunt u alleen gebruiken als de videorecorder
(aansluiting AV1 EXT1 ) en het televisietoestel met een scartkabel met elkaar verbonden zijn.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’BIJZ. INSTELL.’ met de menutoetsen P =
of P ; en bevestig met de P -toets.
d Als u een televisietoestel bezit in breedbeeld formaat
(16:9), kies dan in de regel ’16:9 BREEDBEELD’ met de
menutoetsen P of Q de functie ’AAN’. Kies anders
’UIT’.
e Bevestig met de OK -toets.
f Be¨eindig met de MENU -toets.
16
Page 17
Afstandsbedieningssignaal omschakelen
Een cassette continu weergeven
Als u twee videorecorders met hetzelfde afstandsbedieningssignaal gebruikt, dan kunt u het signaal van de afstandsbediening en het afstandsbedieningssignaal voor ´e´en van de
videorecorders omschakelen.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’BIJZ. INSTELL.’ met de menutoetsen P =
of P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’VIDEO 1 OF 2’ met de menutoetsen P = of
P ; .
e Kies ’VIDEO1’ of ’VIDEO2’ met de menutoetsen P of
Q .
f Bevestig met de OK -toets.
g Druk op de afstandsbediening gelijktijdig de SELECT
-toets en cijfertoets 2 in om de afstandsbediening om te
schakelen naar ’VIDEO2’.
DAls u weer naar ’VIDEO1’ wilt omschakelen, druk dan op
de afstandsbediening gelijktijdig de SELECT -toets en cijfertoets 1 in.
a Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
b Kies de regel ’BIJZ. INSTELL.’ met de menutoetsen P =
of P ; en bevestig met de menutoets P .
c Kies de regel ’HERHAALDE WEERG.’ met de menutoetsen
P = of P ; .
d Kies ’AAN’ met de menutoetsen P of Q . Als u ’UIT’
kiest, dan schakelt u de functie uit.
e Bevestig met de OK -toets.
f Druk op de MENU -toets.
g Plaats een cassette druk op de PLAY G -toets om de
continu weergave te beginnen.
Als het einde van de band of de opname is bereikt, dan
wordt de band naar het begin teruggespoeld en begint
opnieuw met de weergave.
Automatisch uitschakelen
Als de videorecorder enkele minuten niet gebruikt wordt, dan
schakelt deze automatisch uit. U kunt ’automatisch uitschakelen’ uitschakelen zodat u de videorecorder als televisieontvanger kunt gebruiken.
h Bevestig met de OK -toets.
DAls het menu niet verdwijnt, dan herkent de videorecor-
der de afstandsbedieningscode niet. Herhaal stap g .
DAls u nieuwe batterijen in de afstandsbediening plaatst,
dan schakelt deze terug op ’VIDEO1’.
DAls u een verkeerde afstandsbedieningscode heeft inge-
geven, dan verschijnt, als u op een willekeurige toets
drukt, b.v. de melding ’VIDEO REAGEERT ALLEEN OP
VIDEO 1 SIGNAAL’ op het beeldscherm of ’VIDEO1’ in het
display .
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’BIJZ. INSTELL.’ met de menutoetsen P =
of P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies de regel ’AUTOM. STAND-BY’ met de menutoetsen
P = of P ; .
e Kies of ’UIT’ met de menutoetsen P of Q . Als u
’AAN’ kiest, dan schakelt u de functie in.
f Bevestig met de OK -toets.
g Be¨eindig met de MENU -toets.
DEen TIMER-opname werkt alleen als de videorecorder
uitgeschakeld is.
17
Page 18
De ’DEMO’ functie
b Kies in de regel ’KANAAL/FREQ.’ met de menutoetsen
P of Q de indicatie kanaal ’CH’ of frequentie ’FREQ.’.
Als de ’DEMO’ functie ingeschakeld is, worden (als de
videorecorder uitgeschakeld is) een aantal menu’s op het
beeldscherm voorgesteld. De bediening van de videorecorder
wordt daardoor niet beinvloed.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’BIJZ. INSTELL.’ met de menutoetsen P =
of P ; en bevestig met de menutoets P .
d Kies in de regel ’DEMO’ de functie ’AAN’ met de
menutoetsen P of Q .
Als u ’UIT’ kiest, dan schakelt u de functie uit.
e Bevestig met de OK -toets.
f Be¨eindig met de MENU -toets.
DDe functie ’DEMO’ is tijdens een TIMER-opname en
tijdens de ’Automatische opname van een satellietontvanger’ niet mogelijk.
c Kies de regel ’OPTIMALISEREN’ met de menutoetsen
P = of P ; . Druk op de P -toets.
d Als de videorecorder een ’vrij’ kanaal gevonden heeft,
dan verschijnt dit kanaal danwel deze frequentie in het
display.
DU kunt het kanaal of de frequentie ook direct met de
cijfertoetsen 0-9 intoetsen.
e Stem het televisietoestel op dit kanaal oftewel deze
frequentie af.
f Bevestig het kanaal danwel de frequentie met de OK
-toets.
g Be¨eindig met de MENU -toets.
Modulator uitschakelen
Als een beeld-/ geluidstoring niet verholpen kan worden, dan
kunt u de ingebouwde modulator uitschakelen. Dat is echter
alleen mogelijk, als u een scartkabel als verbinding met het
televisietoestel gebruikt. ’Aansluiten zonder scartkabel’ is niet
meer mogelijk als de modulator uitgeschakeld is.
Het kan voorkomen dat in uw woonplaats het UHF-kanaal
CH36 danwel 591MHz door een andere TV-zender bezet is. Als
dat het geval is, dan wordt bij de ontvangst van ´e´en of
meerdere TV-zenders de beeldkwaliteit van de TV-uitzendingen op het televisietoestel slechter.
a Let erop, dat geen cassette ingeschoven is. Druk op de
videorecorder enkele seconden gelijktijdig de toetsen
STOP/EJECT ? en PLAY G in, totdat b.v.: ’CH36’ dan-
wel ’591’ verschijnt. De videorecorder zendt nu op dit
UHF-kanaal danwel deze frequentie het volgende testbeeld uit:
INSTALLATIE
MODULATOR OPTIMALISEREN
„ OPTIMALISERENCH36}
{ MODULATORAAN
KANAAL/FREQ.CH
DBij ’Easy Link/NexTView’ wordt de modulator automatisch
uitgeschakeld.
a Schakel het televisietoestel in. Kies, indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Let erop, dat geen cassette ingeschoven is. Druk gelijk-
tijdig enkele seconden de toetsen STOP/EJECT ? en
PLAY G in, totdat b.v.: ’CH36’ in het display verschijnt.
c Kies met de menutoetsen P ; of P = de regel
’MODULATOR’ op het beeldscherm of ’M ON’ in het
display.
d Kies met de menutoetsen Q of P op het beeld-
scherm ’UIT’ of in het display ’MOFF’ (modulator uitgeschakeld). Als u de modulator weer wilt inschakelen, kies
dan op het beeldscherm ’AAN’, of in het display ’M ON’
(modulator ingeschakeld).
e Bevestig met de OK -toets.
f Be¨eindig met de MENU -toets.
18
________________________________
BE¨EINDIGEN:
DRUKMENU
Page 19
Televisietoestel op afstand bedienen
g Als u de opname wilt onderbreken, druk dan op de
STOP h -toets.
Deze afstandsbediening is met enkele afstandsbesturingscodes voor televisietoestellen uitgerust. Ook voor andere merken.
U kunt met het toetsenblok TV van de volgende functies
gebruik maken:
Sp Geluidssterkte plus/min
TV y Geluid uitschakelen
TV m Uitschakelen
P p Programmanummer plus/min
a Richt de afstandsbediening op het televisietoestel.
b Druk gelijktijdig op de TV m -toets en de betreffende
Met de MANUAL -toets kunt u omschakelen naar niet automatisch geluid regelen.
a Druk op de MANUAL -toets op de videorecorder. De
huidige instelling verschijnt.
b Druk zovaak op de MANUAL -toets, tot ’MAN’ (niet auto-
matisch geluid regelen) in het display verschijnt.
c Regel met de P ; of P = -toets het geluid, tot de marke-
ring ’0dB’ blinkt waar het geluid het hardste is.
DIn stap b kunt u met de menutoets P weer terug
schakelen naar ’AUTOM.’ (automatisch geluid regelen).
Audio-dubbing (geluidssynchronisatie)
DAls voor uw TV-toestel de gekozen code niet functio-
neert, of als u uw TV-merk niet in de lijst vindt, dan kunt u
alle codes achter elkaar proberen.
Alleen Audio opnemen
U kunt deze videorecorder ook als HiFi-bandrecorder gebruiken. U kunt het geluid van b.v. een stereo-installatie of een
tweede videorecorder opnemen.
a Sluit de stereo-installatie met een audiokabel aan op de
AUX IN L R -aansluiting op de achterkant van de videore-
corder.
b Kies met de toetsen P ; of P = het programmanummer,
waarvan u het geluid wilt opgenemen, b.v.: ’AUX’ voor de
AUX IN L R -aansluiting.
c Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
d Kies de regel ’OPNAME FUNCTIES’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de P -toets.
Bij een reeds gemaakte opname kunt u achteraf het oude
geluidsspoor door een nieuwe geluidsopname vervangen
(audio-dubbing). Sluit daarvoor een geluidsbron (b.v. een
CD-speler) op de aansluiting L-AUDIO-R (programmanummer
’E3’) aan. U kunt aan de aansluiting MIC. (programmanummer
’MIC’) ook een microfoon aansluiten.
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’OPNAME FUNCTIES’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de P -toets.
d Kies de regel ’AUDIO DUBBING’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de P -toets.
e Kies het programmanummer voor de geluidsbron (b.v.
’E3’). Schakel de externe geluidsbron in.
f Zoek gedurende weergave de positie op de band waar u
audio-dubbing wilt be¨eindigen.
e Kies de regel ’ALLEEN AUDIO’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de P -toets.
f Begin de geluidsopname met de nRECORD/OTR -toets.
g Druk op de STILL/JOG ON R -toets. Op het beeldscherm
verschijnt ’STILSTAAND’.
19
Page 20
h Druk op de CLEAR (CL) -toets. Op het beeldscherm ver-
schijnt ’0:00:00’.
Geluidsspoor kiezen
i Zoek de positie op de band waar u met audio-dubbing
wilt beginnen.
j Druk op de STILL/JOG ON R -toets. Op het beeldscherm
verschijnt ’STILSTAAND’.
k Druk op de STOP h -toets.
l Druk op de nRECORD/OTR -toets. De videorecorder start
het opnemen van het geluid dat van het andere toestel
komt. Het normale (lineaire) geluidsspoor wordt opgenomen, het stereo-geluidsspoor blijft behouden.
De opname stopt automatisch als de teller ’0:00:00’
bereikt.
m Be¨eindig de functie met de MENU -toets.
DLees voor het weergeven van de opname, in hoofdstuk 5
’EXTRA FUNCTIES’ de paragraaf ’Geluidsspoor kiezen’.
Volume van de hoofdtelefoon instellen
U kunt het gewenste geluidsspoor kiezen. Dat is vooral bij
meertalige geluidsuitzendingen interessant.
a Druk de SELECT -toets in. Op het beeldscherm verschijnt
de actuele instelling.
b Door de SELECT -toets vaker in te drukken kunt u ´e´en van
de vier aangegeven mogelijkheden (’STEREO’, ’RECHTS’,
’LINKS’ of ’MONO’) kiezen.
DTijdens de weergave kunt u een vijfde mogelijkheid, de
functie ’GEMENGD’ kiezen. U hoort dan het mono-geluid
van het normale (lineaire) geluidsspoor samen met het
geluid van de stereo-geluidssporen. Zo kunt u opnamen
weergeven die naderhand van geluid zijn voorzien.
DAls er geen stereo-geluid op de cassette opgenomen is,
dan schakelt de videorecorder automatisch naar monogeluid om.
Synchroon kopi ¨eren (Synchro-Edit)
a Druk tijdens de weergave op de MENU -toets. Het hoofd-
menu verschijnt.
b Kies de regel ’WEERGAVE FUNCTIES’ met de menutoet-
sen P = of P ; en bevestig met de P -toets.
c Kies de regel ’HOOFDTEL. VOLUME’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de P -toets.
d Verander het volume met de menutoetsen P of Q .
e Bevestig met de OK -toets.
f Be¨eindig met de MENU -toets.
U kunt met deze videorecorder en een daarvoor uitgeruste
camerarecorder synchroon kopi¨eren. Met behulp van een
synchroon puls en de instelbare inschakeltijd (=Preroll tijd)
worden beide toestellen op het juiste moment gestart.
Videorecorder en camerarecorder
aanpassen
a Verbind met een synchro-edit kabel de edit-aansluiting
SYNCHRO EDIT op de linker voorkant van de videorecorder
met de betreffende aansluiting op de camerarecorder.
Beeld en geluid komen via ingang L-AUDIO-R en VIDEO
(programmanummer ’E3’) in de videorecorder.
Lees ook de gebruiksaanwijzing van uw camerarecorder.
b Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig, het
programmanummer voor de videorecorder.
c Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
d Kies de regel ’OPNAME FUNCTIES’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de P -toets.
20
e Kies de regel ’CAMERA VERBINDING’ met de menutoet-
sen P = of P ; .
Page 21
f Schakel de camerarecorder op ’stilstaand beeld’ (weer-
gave-pauze).
Variant 1, de videorecorder stuurt de
camerarecorder
g Bevestig met de P -toets. Wacht, tot de videorecorder
het aangesloten camerarecorder-type herkend heeft.
h Op het beeldscherm verschijnt:
’STURING VIA VIDEORECORDER’ als de videorecorder de
camera stuurt, of ’STURING VIA CAMERA’ als de camerarecorder de videorecorder stuurt.
Synchroon kopi ¨eren starten
a Schakel het televisietoestel in. Kies indien nodig het
programmanummer voor de videorecorder.
b Druk op de MENU -toets. Het hoofdmenu verschijnt.
c Kies de regel ’OPNAME FUNCTIES’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de P -toets.
d Kies de regel ’SYNCHRO EDIT’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de P -toets.
e De bij het aangesloten camerarecorder-type passende
OSD-pagina verschijnt op het beeldscherm.
a Start het kopi¨eren met de nRECORD/OTR -toets op de vi-
deorecorder.
De camerarecorder start met ’WEERGAVE’ en de videorecorder start synchroon (gelijktijdig) met ’OPNAME’.
b Onderbreek de opname met de STOP h -toets op de
videorecorder.
c Be¨eindig met de MENU -toets.
Variant 2, de camerarecorder stuurt de
videorecorder
a Start het kopi¨eren met de daarvoor bestemde toets op de
camerarecorder.
De camerarecorder start met ’WEERGAVE’ en de videorecorder start synchroon (gelijktijdig) met ’OPNAME’.
b Onderbreek de opname met de PAUZE of STILL-toets op
de camerarecorder.
c Be¨eindig met de MENU -toets.
f Zoek op de videorecorder de juiste bandpositie voor het
begin van de opname.
g Druk op de STILL/JOG ON R -toets. Op het beeldscherm
verschijnt ’STILSTAAND’.
h Kies met de SELECT -toets de OSD-pagina voor de came-
rarecorder.
i Zoek op de camerarecorder de juiste bandpositie voor
het begin van de weergave.
Schakel de camerarecorder op ’stilstaand beeld’ (weergave-pauze).
Hoe het kopi¨eren gestart wordt hangt af van het camerarecorder-type:
Variant 1 als de videorecorder de camerarecorder stuurt, of
Variant 2 als de camerarecorder de videorecorder stuurt.
21
Page 22
’Preroll tijd’ instellen
Als het begin van de gekopi¨eerde sc `ene niet overgenomen is,
dan is de ’preroll tijd’ te lang. Stel een kortere tijd in.
Als te vroeg met kopi¨eren is begonnen, dan is de ’preroll tijd’
te kort. Stel een langere tijd in. U kunt een ’Preroll tijd’ kiezen
tussen 1:00 en 5:00 seconden.
a Druk op de MENU -toets.
b Kies de regel ’OPNAME FUNCTIES’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de P -toets.
Afstandsbediening functioneert niet:
•Afstandsbediening niet op toestel gericht. Richt de afstandsbediening op het toestel richten.
•Batterijen zwak. Batterijen vernieuwen.
•Afstandsbedieningscode fout. Lees in het hoofdstuk ’Extra
functies’ de paragraaf ’Afstandsbedieningscode omschakelen’.
Geen weergave van de videorecorder:
•Geen opname op de cassette: Cassette wisselen.
•Op het televisietoestel is het programmanummer voor de
videorecorder verkeerd ingesteld of gekozen: Op de televisie het
juiste programmanummer kiezen.
•Verbindingskabel tussen televisietoestel en videorecorder onderbroken: Verbindingskabel controleren.
c Kies de regel ’OPN. INSTELLING’ met de menutoetsen
P = of P ; en bevestig met de P -toets.
d Verander in regel ’PREROLL TIJD’ de aangegeven tijd met
de menutoetsen P of Q .
DU kunt de ’preroll tijd’ ook direct met de cijfertoetsen
0-9 ingeven.
DMet de CLEAR (CL) -toets wordt de ’preroll tijd’ weer
teruggezet op de ’preroll tijd’-stand van het herkende
camerarecorder-type.
e Bevestig de veranderde tijd met de OK -toets.
f Be¨eindig met de MENU -toets.
Voordat u de technische dienst roept
Mocht u tegen de verwachting in problemen hebben met de
bediening van uw videorecorder, dan kan dat ´e´en van de
onderstaande oorzaken hebben. U kunt echter ook de voor uw
land verantwoordelijke klantenservice opbellen.
De telefoonnummers vindt u in de bijgevoegde garantieinformatie.
Slechte weergave van de videorecorder:
•Televisietoestel niet goed ingesteld.
•Cassette versleten of van slechte kwaliteit. Nieuwe cassette
gebruiken.
•Tracking niet goed ingesteld, videokoppen vervuilt. Lees in het
hoofdstuk ’WEERGAVE FUNCTIES’ de paragraven ’Beeldinstelling
kiezen’ (SMART PICTURE) en ’Beeldstoringen opheffen’.
Geen opname mogelijk:
•TV-zender niet geprogrammeerd of verkeerd gekozen: Geprogrammeerde TV-zenders controleren.
•Cassette heeft opnamepreventie: Opnamepreventie opheffen.