Nokia E63 User's Guide [nl]

Gebruikershandleiding Nokia E63
Uitgave 6.0
CONFORMITEITSVERKLARING
Hierbij verklaart NOKIA CORPORATION dat het product RM-437 in overeenstemming is met de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van Europese richtlijn 1999/5/EG. Een exemplaar van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website: http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.
Nokia, Nokia Connecting People, Eseries, Nokia E63, Ovi en Visual Radio zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation. Nokia tune is een geluidsmerk van Nokia Corporation. Andere product- en bedrijfsnamen die in dit document worden genoemd, kunnen handelsmerken of handelsnamen van hun respectieve eigenaars zijn.
Reproductie, overdracht, distributie of opslag van de gehele of gedeeltelijke inhoud van dit document in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Nokia is verboden. Nokia voert een beleid dat gericht is op voortdurende ontwikkeling. Nokia behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen en verbeteringen aan te brengen in de producten die in dit document worden beschreven.
This product includes software licensed from Symbian Software Ltd ©1998-2010. Symbian and Symbian OS are trademarks of Symbian Ltd.
Java and all Java-based marks are trademarks or registered trademarks of Sun Microsystems, Inc.
Portions of the Nokia Maps software are ©1996-2010 The FreeType Project. All rights reserved.
Dit product is gelicentieerd onder de MPEG-4 Visual Patent Portfolio-licentie (i) voor privé- en niet-commercieel gebruik in verband met informatie die is gecodeerd volgens de visuele norm MPEG-4, door een consument in het kader van een privé- en niet-commerciële activiteit, en (ii) voor gebruik in verband met MPEG-4­videomateriaal dat door een gelicentieerde videoaanbieder is verstrekt. Voor ieder ander gebruik is of wordt expliciet noch impliciet een licent ie verstrekt. Aanvullende informatie, waaronder informatie over het gebruik voor promotionele doeleinden, intern gebruik en commercieel gebruik, is verkrijgbaar bij MPEG LA, LLC. Zie http:// www.mpegla.com.
VOOR ZOVER MAXIMAAL TOEG ESTAAN OP GROND VAN HET TOEPASSELI JKE RECHT, ZAL NOKIA OF EEN VAN HAAR LICENTIEHOUDERS ONDER GEEN OMSTANDIGHEID AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR ENIG VERLIES VAN GEGEVENS OF INKOMSTEN OF VOOR ENIGE BIJZONDERE, INCIDENTELE OF INDIRECTE SCHADE OF GEVOLGSCHADE VAN WELKE OORZAAK DAN OOK.
DE INHOUD VAN DIT DOCUMENT WORDT ZOND ER ENIGE VORM VAN GARANTIE VERSTREKT. TENZIJ V EREIST KRACHTENS HET TOEPASSELIJKE RECHT, WORDT GEEN ENKELE GARANTIE GEGEVEN BETREFFENDE DE NAUWKEURIGHEID, BETROUWBAARHEID OF INHOUD VAN DIT DOCUMENT, HETZIJ UITDRUKKELIJK HETZIJ IMPLICIET, DAARONDER MEDE BEGREPEN MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES BETREFFENDE DE VERKOOPBAARHEID EN DE GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. NOKIA BEHOUDT ZICH TE ALLEN TIJDE HET RECHT VOOR ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING DIT DOCUMENT TE WIJZIGEN OF TE HERROEPEN.
Reverse engineering van de software in het apparaat is verboden voor zover maximaal is toegestaan op grond van het toepasselijke recht. Voor zover deze gebruikershandleiding beperkingen bevat aangaande verklaringen, garanties, schadevergoedingsplichten en aansprakelijkheden van Nokia, gelden deze beperkingen op dezelfde wijze voor verklaringen, garanties, schadevergoedingsplicht en aansprakelijkheden van Nokia-licentiegevers. Toepassingen van derden die bij uw apparaat worden geleverd, kunnen zijn gemaakt door en in eigendom zijn van personen en entiteiten die geen relatie of verband met Nokia hebben. Nokia beschikt niet over de auteursrechten of de intellectuele eigendomsrechten op deze toepassingen van derden. Als zodanig draagt Nokia geen verantwoordelijkheid voor de ondersteuning voor eindgebruikers of de functionaliteit van deze toepassingen of de informatie in deze toepassingen of het materiaal. Nokia biedt geen garantie voor deze toepassingen van derden. MET HET GEBRUIK VAN DE TOEPASSI NGEN ACCEPTEERT U DAT DE TOEPASSINGEN WORDE N GEL EVER D ZON DER ENIGE VORM VAN GARANTIE, H ETZIJ UITDRUKKELIJK HETZIJ IMPLICIET, VOOR ZOVER MAXIMAAL IS TOEGESTAAN OP GR OND VAN HET TOEPASSELIJKE RECHT. U ACCEPTEERT TEVENS DAT NOCH NOKIA NOCH GELIEERDE PARTIJEN VERKLARINGEN DOEN OF GARANTIES VERSTREKKEN, UITDRUKKELIJK OF IMPLICIET, MET INBEGRIP VAN (MAAR NIET BEPERKT TOT) GARANTIES BETREFFENDE TITEL, VERKOOPBAARHEID, GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL OF DAT DE TOEPASSINGEN GEEN INBREUK MAKE N OP OCTROOIEN, AUTEURSRECHTEN, HANDELSMERKEN OF ANDERE RECHTEN VAN DERDEN. De beschikbaarheid van bepaalde producten, toepassingen en diensten voor deze producten kan per regio verschillen. Neem contact op met uw Nokia-dealer voor details en de beschikbaarheid van taalopties. Dit apparaat bevat mogelijk onderdelen, technologie of software die onderhevig zijn aan wet- en regelgeving betreffende export van de VS en andere landen. Ontwijking in strijd met de wetgeving is verboden.
MEDEDELING FCC/INDUSTRY CANADA Dit apparaat kan tv- of radiostoringen veroorzaken (bijvoorbeeld als u in de nabijheid van ontvangstapparatuur een telefoon gebruikt). De Federal Communications Commission (FCC) of Industry Canada kunnen u vragen niet langer uw telefoon te gebruiken als deze storingen niet verholpen kunnen worden. Neem contact op met uw lokale servicedienst als u hulp nodig hebt. Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-regels. De werking is afhankelijk van de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke storingen veroorzaken en (2) dit apparaat moet storingen van buitenaf accepteren, ook wanneer deze een ongewenste werking tot gevolg kunnen hebben. Veranderingen of aanpassingen die niet uitdrukkelijk door Nokia zijn goedgekeurd, kunnen het recht van de gebruiker om met deze apparatuur te werken tenietdoen.
/Uitgave 6.0 NL

Inhoudsopgave

Veiligheid.............................................................7
Over dit apparaat.......................................................................7
Netwerkdiensten.......................................................................8
Help zoeken..........................................................9
Ondersteuning...........................................................................9
Externe configuratie..................................................................9
Software updaten via de pc....................................................10
Meer informatie.......................................................................10
Belangrijkste functies........................................12
Toetsen en onderdelen......................................13
Het apparaat instellen.......................................15
De SIM-kaart en de batterij plaatsen.....................................15
De batterij opladen..................................................................16
De geheugenkaart plaatsen...................................................16
De geheugenkaart uitnemen.................................................17
De hoofdtelefoon aansluiten..................................................17
De polsband bevestigen..........................................................17
Antennes...................................................................................17
Aan de slag.........................................................18
Eerste keer starten..................................................................18
Welkom.....................................................................................18
De Instelwizard .......................................................................19
Startscherm..............................................................................19
Menu.........................................................................................20
Inhoud van andere apparaten overdragen ..........................20
Scherm-indicatoren.................................................................22
Algemene bewerkingen in verschillende toepassingen......23
De toetsen vergrendelen........................................................24
Volumeregeling.......................................................................24
Tekst invoeren.........................................................................25
Nieuw in de Eseries............................................26
Snelle toegang tot taken........................................................26
Startscherm..............................................................................26
Sneltoetsen..............................................................................27
Nokia-agenda voor Eseries.....................................................28
Nokia-contacten voor Eseries.................................................30
Multitasking.............................................................................31
Zaklantaarn..............................................................................32
Open Ovi...................................................................................32
Over Ovi Store...........................................................................32
Ovi Files.....................................................................................32
Over Ovi-contacten..................................................................33
My Nokia...................................................................................33
Telefoon.............................................................35
Spraakoproepen......................................................................35
Video-oproepen.......................................................................36
Internetoproepen ...................................................................37
Snelkeuze ................................................................................40
Oproepen omleiden.................................................................40
Oproepen blokkeren................................................................41
Internetoproepen blokkeren..................................................41
DTMF-tonen verzenden...........................................................41
Voicemail .................................................................................42
Gesproken hulp .......................................................................42
Spraakopdrachten ..................................................................43
PTT (Push to Talk) ...................................................................44
Logboek ...................................................................................46
Berichten ...........................................................48
Berichtenmappen....................................................................48
Berichten indelen....................................................................49
Berichtenlezer..........................................................................49
Spraak ......................................................................................49
E-mailberichten.......................................................................50
SMS-berichten..........................................................................54
Multimediaberichten...............................................................56
Chatten ....................................................................................59
Speciale berichttypen..............................................................62
Infodienst.................................................................................63
Berichtinstellingen..................................................................63
Internet..............................................................68
Web ..........................................................................................68
Surfen op intranet ..................................................................70
Internettoegangspunten........................................................70
Een pc verbinden met internet..............................................73
Op reis................................................................74
GPS en satellietsignalen..........................................................74
Instellingen voor positiebepaling..........................................75
Kaarten.....................................................................................75
GPS-gegevens ..........................................................................80
Plaatsbepalingen ....................................................................80
Media..................................................................83
Camera......................................................................................83
Nokia Podcasting.....................................................................84
Muziekspeler ...........................................................................86
Online delen ............................................................................87
Dictafoon .................................................................................88
Galerij .......................................................................................89
RealPlayer ................................................................................90
Flash-speler .............................................................................91
Radio ........................................................................................92
Internetradio............................................................................93
Aan uw eigen voorkeuren aanpassen...............96
Profielen ..................................................................................96
Beltonen selecteren.................................................................96
Profielen aanpassen................................................................97
Het startscherm aan uw voorkeuren aanpassen .................97
Weergavevolgorde wijzigen..................................................98
Een thema downloaden..........................................................98
3D-beltonen.............................................................................98
Nokia-kantoortoepassingen..............................99
Actieve notities .......................................................................99
Rekenmachine ......................................................................100
Bestandsbeheer ....................................................................100
Quickoffice..............................................................................101
Conversieprogramma ...........................................................101
Zipbeheer ..............................................................................102
PDF-lezer ................................................................................102
Afdrukken...............................................................................102
Klok ........................................................................................103
Notities ..................................................................................104
Draadloos toetsenbord van Nokia.......................................105
Connectiviteit...................................................106
Pc-verbindingen....................................................................106
Gegevenskabel.......................................................................106
Bluetooth ...............................................................................107
SIM-toegangsprofiel..............................................................109
Draadloos LAN........................................................................110
Verbindingsbeheer................................................................113
Beveiligings- en gegevensbeheer....................114
Het apparaat blokkeren........................................................114
Geheugen...............................................................................114
Beveiliging van de geheugenkaart......................................115
Codering.................................................................................116
Vaste nummers......................................................................117
Certificaatbeheer...................................................................117
Beveiligingsmodules.............................................................119
Back-ups maken van gegevens............................................119
Toepassingsbeheer ..............................................................119
Activeringssleutels................................................................122
Gegevenssynchronisatie ......................................................123
Mobiel VPN.............................................................................124
Instellingen......................................................127
Algemene instellingen..........................................................127
Telefooninstellingen.............................................................130
Verbindingsinstellingen........................................................132
Toepassingsinstellingen.......................................................138
Sneltoetsen......................................................139
Algemene sneltoetsen..........................................................139
Woordenlijst....................................................141
Ondersteuning.................................................145
Product- en veiligheidsinformatie...................148
Index................................................................155

Veiligheid

Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen van de richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn. Lees de volledige gebruikershandleiding voor meer informatie.
SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET VEILIG IS
Schakel het apparaat niet in als het gebruik van mobiele telefoons verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren.
VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANG
Houdt u aan de lokale wetgeving. Houd tijdens het rijd en uw han den v rij om uw voert uig te be sturen. De verkeersveiligheid dient uw eerste prioriteit te hebben terwijl u rijdt.
STORING
Alle draadloze apparaten kunnen gevoelig zijn voor storing. Dit kan de werking van het apparaat negatief beïnvloeden.
SCHAKEL HET APPARAAT UIT IN GEBIEDEN WAARBINNEN EEN GEBRUIKSVERBOD GELDT
Houd u aan alle mogelijke beperkende maatregelen. Schakel het apparaat uit in vliegtuigen en in de nabijheid van medische apparatuur, brandstof, chemicaliën of gebieden waar explosieven worden gebruikt.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 7

Over dit apparaat

Het draadloze apparaat dat in deze handleiding wordt beschreven, is goedgekeurd voor gebruik in het (E)GSM 850-, 900-, 1800- en 1900-netwerken MHz en UMTS 900/2100­netwerken MHz. Neem contact op met uw serviceprovider voor meer informatie over netwerken.
Dit apparaat ondersteunt verschillende verbindingsmethoden en net als computers kan uw apparaat worden blootgesteld aan virussen en andere schadelijke inhoud. Wees voorzichtig met berichten, verbindingsverzoeken, browsen en downloaden. Installeer en gebruik alleen diensten en software van betrouwbare bronnen die adequate beveiliging en bescherming bieden, zoals toepassingen die Symbian Signed zijn of de Java
DESKUNDIG ONDERHOUD
Dit product mag alleen door deskundigen worden geïnstalleerd of gerepareerd.
TOEBEHOREN EN BATTERIJEN
Gebruik alleen goedgekeurde toebehoren en batterijen. Sluit geen incompatibele producten aan.
WATERBESTENDIGHEID
Het apparaat is niet waterbestendig. Houd het apparaat droog.
Verified™-test hebben doorstaan. Overweeg de installatie van antivirus- en andere beveiligingssoftware op het apparaat en eventuele aangesloten computers.
Uw apparaat beschikt mogelijk over vooraf geïnstalleerde bladwijzers en koppelingen naar websites van derden. Deze zijn niet verbonden met Nokia en Nokia onderschrijft deze niet en aanvaardt er geen aansprakelijkheid voor. Als u dergelijke sites bezoekt, moet u voorzorgsmaatregelen treffen op het gebied van beveiliging of inhoud.
Waarschuwing: Als u andere functies van dit apparaat
wilt gebruiken dan de alarmklok, moet het apparaat zijn ingeschakeld. Schakel het apparaat niet in wanneer het gebruik van draadloze apparatuur storingen of gevaar kan veroorzaken.
Houd u bij het gebruik van dit apparaat aan alle regelgeving en respecteer lokale gebruiken, privacy en legitieme rechten van anderen, waaronder auteursrechten. Auteursrechtbescherming kan verhinderen dat bepaalde afbeeldingen, muziek en andere inhoud worden gekopieerd, gewijzigd of overgedragen.
Maak een back-up of houd een schriftelijke neerslag bij van alle belangrijke gegevens die in uw apparaat zijn opgeslagen.
Wanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit, dient u eerst de handleiding van het desbetreffende apparaat te raadplegen voor uitgebreide veiligheidsinstructies. Sluit geen incompatibele producten aan.
De afbeeldingen in deze documentatie kunnen verschillen van de afbeeldingen op het scherm van het apparaat.
Voor andere belangrijke informatie over uw apparaat wordt u verwezen naar de gebruikershandleiding.

Netwerkdiensten

Om het apparaat te kunnen gebruiken, moet u beschikken over een abonnement bij een aanbieder van draadloze verbindingsdiensten. Enkele functies zijn niet op alle netwerken beschikbaar. Er zijn ook functies waarvoor u specifieke regelingen met uw serviceprovider moet treffen voordat u ze kunt gebruiken. Wanneer u netwerkdiensten gebruikt, worden er gegevens overgedragen. Informeer bij uw serviceprovider naar de kosten voor communicatie op uw eigen telefoonnetwerk en wanneer u in het dekkingsgebied van andere netwerken verkeert. Uw serviceprovider kan u vertellen welke kosten in rekening worden gebracht. Bij sommige netwerken gelden beperkingen die invloed hebben op hoe u sommige functies van dit apparaat kunt gebruiken die netwerkondersteuning nodig hebben, zoals ondersteuning voor specifieke technologieën, bijvoorbeeld WAP 2.0-protocollen (HTTP en SSL) die werken met TCP/IP­protocollen en taalafhankelijke tekens.
Het kan zijn dat uw serviceprovider verzocht heeft om bepaalde functies uit te schakelen of niet te activeren in uw appa raat . In da t gev al wor den d eze f uncti es ni et in het menu van uw apparaat weergegeven. Mogelijk is uw apparaat voorzien van aangepaste onderdelen, zoals menunamen, menuvolgorde en pictogrammen.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.8

Help zoeken

Ondersteuning

Als u meer wilt weten over hoe u uw product kunt gebruiken of als u niet zeker weet hoe uw apparaat behoort te werken, gaat u naar www.nokia.com/support. Voor mobiele apparaten kijkt u op www.nokia.mobi/support. U kunt ook
Menu > Help > Help selecteren op uw apparaat.
Als u hiermee het probleem niet kunt oplossen, gaat u als volgt te werk:
Schakel het apparaat uit en verwijder de batterij. Plaats de batterij na ongeveer een minuut weer in het apparaat en schakel het apparaat in.
Stel de oorspronkelijke fabriekswaarden weer in.
Werk uw apparaatsoftware bij.
Als het probleem nog steeds niet is opgelost, neemt u contact op met Nokia om het apparaat te laten repareren. Ga naar www.nokia.com/repair. Voordat u het apparaat opstuurt voor reparatie, moet u altijd een back-up van de gegevens op het apparaat maken.

Externe configuratie

Selecteer Menu > Instrumenten > App.beh.. Met Apparaatbeheer kunt u instellingen, gegevens en
software op uw apparaat extern beheren.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 9
U kunt een verbinding met een server maken om configuratie-instellingen voor uw apparaat te ontvangen. U kunt ook serverprofielen en andere configuratie-instellingen ontvangen van uw serviceproviders of de afdeling informatiebeheer van uw bedrijf. Onder configuratie­instellingen vallen bijvoorbeeld ook instellingen van de verbinding die door andere toepassingen in het apparaat worden gebruikt. De beschikbare opties kunnen verschillen.
De server start meestal de externe configuratieverbinding als de instellingen van het apparaat moeten worden bijgewerkt.
Als u een nieuw serverprofiel wilt maken, selecteert u
Opties > Nieuw serverprofiel.
Deze instellingen kunt u van uw serviceprovider in een configuratiebericht ontvangen. Zo niet, definieer dan het volgende:
Servernaam — Voer een naam voor de
configuratieserver in.
Server-ID — Voer de unieke ID van de configuratieserver
in.
Serverwachtwoord — Voer het wachtwoord in
waarmee uw apparaat door de server wordt herkend.
Sessiemodus — Selecteer het verbindingstype van uw
voorkeur.
Toegangspunt — Selecteer het toegangspunt dat u wilt
gebruiken voor de verbinding of maak een nieuw toegangspunt. U kunt ook aang even dat u wordt gevraagd welk toegangspunt u wilt gebruiken telkens wanneer u
verbinding maakt. Deze instelling is alleen beschikbaar als u Internet hebt geselecteerd als dragertype.
Hostadres — Voer het webadres van de configuratieserver in.
Poort — Voer het poortnummer van de server in.
Gebruikersnaam — Voer uw gebruikers-ID voor de
configuratieserver in.
Wachtwoord — Voer uw wachtwoord voor de configuratieserver in.
Config. toestaan — Selecteer Ja om de server een configuratiesessie te laten initiëren.
Autom. accepteren — Selecteer Ja als u niet wilt dat de server een bevestiging vraagt bij het initiëren van een configuratiesessie.
Netwerkverificatie — Geef aan of HTTP-verificatie moet worden gebruikt.
Gebr.naam netwerk — Voer uw gebruikers-ID voor de HTTP-verificatie in. Deze instelling is alleen beschikbaar als u Netwerkverificatie hebt geselecteerd.
Wachtwoord netwerk — Voer uw wachtwoord voor de HTTP-verificatie in. Deze instelling is alleen beschikbaar als u Netwerkverificatie hebt geselecteerd.
Selecteer Opties > Configuratie starten als u verbinding wilt maken met de server om de configuratie-instellingen voor uw apparaat te ontvangen.
Als u het configuratielogboek van het geselecteerde profiel wilt weergeven, selecteert u Opties > Logboek bekijken.

Software updaten via de pc

Nokia Software Updater is een pc-toepassing waarmee u de software van uw apparaat kunt bijwerken. Als u dat wilt doen, hebt u een compatibele pc nodig, een breedbandverbinding met internet en een compatibele USB­gegevenskabel om uw apparaat op de pc aan te sluiten.
Als u meer informatie wilt en de updatetoepassing voor Nokia-software wilt downloaden, gaat u naar www.nokia.com/softwareupdate.

Meer informatie

Instructies van het apparaat
Als u instructies wilt lezen voor de huidige weergave van de geopende toepassing, selecteert u Opties > Help.
Als u door de Help-onderwerpen wilt bladeren en zoekopdrachten wilt uitvoeren, selecteert u Menu > Help >
Help. U kunt categorieën selecteren waarvoor u instructies
wilt zien. Selecteer een categorie, zoals Berichten om te zien welke instructies (Help-onderwerpen) beschikbaar zijn. Tijdens het lezen van het onderwerp drukt u de joystick naar links of naar rechts om de andere onderwerpen in dezelfde categorie weer te geven.
Als u tussen de toepassing en Help wilt schakelen, houdt u de home-toets ingedrukt.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.10
Zelfstudie
De zelfstudie geeft informatie over het apparaat en laat zien hoe u het kunt gebruiken. Selecteer Menu > Help >
Zelfstudie.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 11

Belangrijkste functies

Modelnummer: Nokia E63-1 (RM-437). Hierna aangeduid als Nokia E63. Met de nieuwe Nokia E63 kunt u zakelijke en persoonlijke
gegevens beheren. De belangrijkste functies worden hier uitgelicht:
Contacten en agenda-items van uw oude apparaat verplaatsen naar uw Nokia E63 met
Overdracht.
Berichten ontvangen en verzenden terwijl u onderweg bent.
Surfen op internet met Web.
Toegang krijgen tot het intranet van uw bedrijf met Intranet.
Het toestel als zaklantaarn gebruiken.
Afspraken bijhouden en plannen met Agenda.
Gegevens van zakenpartners en persoonlijke vrienden beheren met de nieuwe toepassing
Contacten.
Oproepen plaatsen via IP-services met
Internettel..
Verbinding met een WLAN maken met WLAN-
wizard.
Interessante locaties zoeken met Kaarten.
Wisselen tussen de zakelijke en de privémodus.
Het uiterlijk en de instellingen van het startscherm aanpassen met Modi.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.12

Toetsen en onderdelen

1 — Luidspreker 2 — Luistergedeelte 3 — Navi™-toets (bladertoets). Druk op de navigatietoets om
een selectie in te voeren en om naar links, rechts, omhoog en omlaag over het scherm te bewegen. Druk op de bladertoets en houd deze ingedrukt om sneller te bladeren. U gebruikt de navigatietoets in combinatie met de functietoets om het volume aan te passen.
4 — Selectietoets. Druk op de selectietoets om de functie uit
te voeren die boven de selectietoets op het scherm wordt weergegeven.
5 — Beltoets
6 — Microfoon 7 — Laderaansluiting 8 — Backspace-toets 9 — Aan/uit- / Eindetoets. Druk op de toets om een oproep
te weigeren, actieve oproepen te beëindigen en in de wachtstand te zetten, of om een ander profiel te activeren. Houd de toets ingedrukt om het apparaat in of uit te schakelen.
10 — Selectietoets 11 — Lichtsensor 12 — Hoofdtelefoonaansluiting
1 — Home-toets 2 — Contactentoets 3 — Agendatoets 4 — E-mailtoets
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 13
1 — Functietoets. Als u cijfers of tekens die grijs op de toetsen
staan weergegeven wilt invoeren, houdt u de functietoets ingedrukt en drukt u op de betreffende toets, of u houdt alleen de betreffende toets ingedrukt.
2 — Shift-toets. Als u wilt wisselen tussen kleine letters en
hoofdletters, drukt u op de Shift-toets.
3 — Chr-toets. Met de Chr-toets kunt u tekens invoeren die
niet op het toetsenbord staan.
4 — Ctrl-toets. Hiermee kunt u toegang krijgen tot de
sneltoetscombinaties van de Ctrl-toets, zoals Ctrl + C.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.14

Het apparaat instellen

Stel uw Nokia E63 in volgens deze instructies.
De SIM-kaart en de
3. Plaats de SIM-kaart. Zorg ervoor dat de contactpunten naar boven zijn gericht en dat de afgeschuinde hoek van de geheugenkaart naar de bovenkant van het apparaat wijst.
batterij plaatsen
1. Om de achtercover van het apparaat te openen, moet u met de achterzijde van het apparaat naar u toe gericht op de ontgrendelingsknop drukken en de achtercover optillen.
4. Plaats de batterij. Leg de contactpunten van de batterij op één lijn met de overeenkomende aansluitpunten op het batterijvak en schuif de batterij in de richting van de pijl.
2. Als de batterij is geïnstalleerd, tilt u de batterij in de richting van de pijl.
5. Sluit de achtercover en vergrendel de ontgrendelingsknop van de achtercover.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 15

De batterij opladen

1. Sluit een compatibele lader aan op een stopcontact.
2. Sluit de lader aan op het apparaat. Als de batterij helemaal leeg is, kan het even duren voordat de indicator wordt weergegeven.
3. Wanneer de batterij volledig is opgeladen, maakt u eerst de lader los van het apparaat en vervolgens haalt u de lader uit het stopcontact.
De batterij is al opgeladen in de fabriek, maar het laadniveau kan variëren. Om de volledige gebruiksduur te kunnen halen, laad u de batterij volledig op. U kunt dit aflezen aan de indicator voor het batterijniveau.
Tip: U kunt oudere Nokia-laders bij dit apparaat gebruiken door de CA-44-adapter aan te sluiten op de oude lader. De adapter is leverbaar als apart toebehoren.

De geheugenkaart plaatsen

Met een geheugenkaart spaart u het geheugen van het apparaat. Bovendien kunt u op de geheugenkaart een back­up maken van de gegevens op het apparaat.
Het is mogelijk dat bij uw apparaat geen geheugenkaart wordt geleverd. Geheugenkaarten zijn verkrijgbaar als afzonderlijke accessoires.
1. Open de cover voor de geheugenkaartsleuf.
2. Plaats de geheugenkaart in de sleuf, met de contactpunten eerst. Zorg ervoor dat de contactpunten naar de aansluitpunten van het apparaat zijn gericht.
3. Schuif de kaart naar binnen tot deze goed is geplaatst.
4. Sluit de cover.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.16

De geheugenkaart uitnemen

1. Druk kort op de aan/uit-toets en selecteer Geheugenkrt
verw..
2. Open de cover voor de geheugenkaartsleuf.
3. Druk op het uiteinde van de geheugenkaart om deze uit de sleuf te verwijderen.
4. Sluit de cover.

De hoofdtelefoon aansluiten

Waarschuwing: Wanneer u de hoofdtelefoon
gebruikt, kan uw vermogen om geluiden van buitenaf te horen negatief worden beïnvloed. Gebruik de hoofdtelefoon niet wanneer dit uw veiligheid in gevaar kan brengen.
Sluit de compatibele hoofdtelefoon aan op de hoofdtelefoonaansluiting van het apparaat.

De polsband bevestigen

Rijg de polsband en trek deze vast.

Antennes

Het apparaat kan interne en externe antennes hebben. Vermijd onnodig contact met het gebied rond de antenne als de antenne aan het zenden of ontvangen is. Contact met antennes kan de kwaliteit van de communicatie nadelig beïnvloeden en kan tijdens gebruik leiden tot een hoger stroomverbruik en tot een kortere levensduur van de batterij.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 17

Aan de slag

Wanneer u het apparaat hebt ingesteld, kunt u het inschakelen en de nieuwe functies van de Eseries verkennen.

Eerste keer starten

1. Houd de aan/uit-toets ingedrukt totdat u het apparaat voelt trillen.
2. Voer desgevraagd de PIN-code of blokkeringscode in en selecteer OK.
3. Als u daarom wordt gevraagd, voert u het land waarin u zich bevindt en de huidige datum en tijd in. Voer de eerste letters van uw land in om deze te zoeken. Het is belangrijk dat u het juiste land selecteert, omdat geplande agenda­items die u opgeeft kunnen veranderen als u later een ander land in een andere tijdzone kiest.
4. De toepassing Welkom wordt geopend. Maak een keuze uit de opties of selecteer Afsluiten om de toepassing te sluiten.
Als u de instellingen van uw apparaat wilt configureren, gebruikt u de instellingenwizard en de wizards die vanaf het startscherm beschikbaar zijn. Als u het apparaat inschakelt, is het mogelijk dat de serviceprovider van de SIM-kaart wordt herkend en sommige instellingen automatisch worden geconfigureerd. U kunt ook contact opnemen met uw serviceprovider voor de juiste instellingen.
U kunt het apparaat inschakelen zonder eerst een SIM-kaart te plaatsen. Het apparaat start dan in het profiel Offline, zodat de netwerkafhankelijke telefoonfuncties niet beschikbaar zijn.
Als u het apparaat wilt uitschakelen, houdt u de aan/uit-toets ingedrukt.

Welkom

Wanneer u het apparaat voor het eerst inschakelt, wordt de toepassing Welkom geopend. Maak een keuze uit de volgende opties:
In Zelfstudie vindt u informatie over uw apparaat en
uitleg over het gebruik ervan.
Met Overdracht kunt u inhoud (zoals contacten en
agenda-items) overbrengen vanaf een compatibel Nokia­apparaat.
apparaten', p. 21.
Met de E-mailinstellingen kunt u e-mailinstellingen
configureren.
Met de Instelwizard kunt u diverse instellingen
configureren.
Als u de toepassing Welkom later wilt openen, selecteert u
Menu > Help > Welkom.
De beschikbare opties kunnen verschillen.
Zie 'Gegevensoverdracht tussen
Zie 'De Instelwizard ', p. 19.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.18

De Instelwizard

Selecteer Menu > Instrumenten > Instelwizard. Met de wizard Instellingen wordt uw apparaat op basis van
informatie van uw netwerkoperator geconfigureerd. Het kan zijn dat u contact moet opnemen met uw serviceprovider om een gegevensverbinding of andere diensten te activeren om gebruik te maken van deze diensten.
De beschikbaarheid van de verschillende items in de wizard Instellingen is afhankelijk van de functies van het apparaat, de SIM-kaart, de serviceprovider en de beschikbaarheid van de gegevens in de database van de wizard Instellingen.
Als er voor uw serviceprovider geen wizard Instellingen beschikbaar is, zal deze niet in het menu van uw apparaat worden weergegeven.
Als u de wizard wilt starten, selecteert u Starten. Wanneer u de wizard voor de eerste keer gebruikt, wordt u door de instellingenconfiguratie geleid. Als de SIM-kaart niet is geplaatst, moet u het land en de naam van uw serviceprovider selecteren. Als het voorgestelde land of de voorgestelde serviceprovider niet klopt, selecteert u er een uit de lijst. Als de configuratie van de instellingen wordt onderbroken, zijn de instellingen niet gedefinieerd.
Selecteer OK om de hoofdweergave van de wizard Instellingen te openen nadat de wizard de instellingen heeft geconfigureerd.
In de hoofdweergave kunt u de volgende opties selecteren:
Operator — De operatorspecifieke instellingen, zoals
instellingen voor MMS, internet, WAP en streaming, configureren.
E-mail instellen — Configureer e-mailinstellingen.
Push to Talk — Configureer P2T-instellingen (Push to
Talk).
Video delen — Configureer instellingen voor het delen
van video.
Als u er niet in slaagt de wizard Instellingen te gebruiken, raadpleegt u de website van Nokia met informatie over telefooninstellingen.

Startscherm

Vanaf het startscherm hebt u direct toegang tot de meest gebruikte functies. Ook ziet u hier met één oogopslag of er gemiste oproepen of nieuwe berichten zijn.
U kunt twee startschermen instellen voor verschillende doeleinden. U kunt bijvoorbeeld een scherm voor zakelijke e­mail en berichten hebben en een ander scherm voor persoonlijke e-mail. Zo kunt u voorkomen dat u buiten uw werktijden zakelijke berichten te zien krijgt.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 19

Menu

Selecteer Menu. Het menu is een
beginpunt van waaruit u alle toepassingen op het apparaat of op een geheugenkaart kunt openen.
Het menu bevat toepassingen en mappen, dit zijn groepen gelijksoortige toepassingen. Alle toepassingen die u zelf op het apparaat installeert, worden standaard opgeslagen in de map Installatie.
Als u een toepassing wilt openen, gaat u ernaartoe en drukt u op de navigatietoets.
Als u de toepassingen wilt weergeven in een lijst, selecteert u Opties > Menuweergave wijzigen > Lijst. Als u wilt terugkeren naar de roosterweergave, selecteert u Opties >
Menuweergave wijzigen > Raster.
Als u wilt zien hoeveel geheugen door verschillende toepassingen wordt gebruikt en welke gegevens op het apparaat of op de geheugenkaart staan of wilt controleren hoeveel geheugen er nog vrij is, selecteert u Opties >
Gegevens geheugen.
Als u een nieuwe map wilt maken, selecteert u Opties >
Nieuwe map.
Als u de naam van een nieuwe map wilt wijzigen, selecteert u Opties > Naam wijzigen.
Als u de map opnieuw wilt ordenen, gaat u naar de toepassing die u wilt verplaatsen en selecteert u Opties >
Verplaatsen. Naast de toepassing verschijnt een vinkje. Ga
naar een nieuwe locatie en selecteer OK.
Als u een toepassing naar een andere map wilt verplaatsen gaat u naar de toepassing die u wilt verplaatsen en selecteert u Opties > Verplaats naar map, de nieuwe map, en OK.
Als u toepassingen wilt downloaden van internet, selecteert u Opties > Toepassingen downldn.
Als u naar een andere geopende toepassing wilt schakelen, houdt u de home-toets ingedrukt. Selecteer een toepassing en druk op de bladertoets om de toepassing te openen. Als toepassingen op de achtergrond worden uitgevoerd, vergt dit extra batterijcapaciteit en neemt de gebruiksduur van de batterij af.

Inhoud van andere apparaten overdragen

Selecteer Menu > Instrumenten > Overdracht. U kunt via verschillende verbindingsmethoden inhoud, zoals
contacten, overdragen van een compatibel Nokia-apparaat naar uw nieuwe Eseries-apparaat. Het type inhoud dat u kunt overdragen is afhankelijk van het model van het apparaat.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.20
Als het andere apparaat synchronisatie ondersteunt, kunt u ook de gegevens tussen de twee apparaten synchroniseren of gegevens van dit apparaat naar het andere apparaat versturen.
Als u gegevens van uw vorige apparaat overdraagt, kan het zijn dat u gevraagd wordt de SIM-kaart te plaatsen. Uw nieuwe Eseries-apparaat heeft geen SIM-kaart nodig bij het overdragen van gegevens.
De inhoud wordt vanuit het geheugen van het andere apparaat gekopieerd naar de overeenkomende locatie in uw nieuwe apparaat. De tijd die nodig is om te kopiëren, is afhankelijk van de hoeveelheid gegevens die overgedragen moeten worden. U kunt dit ook stopzetten en later weer doorgaan.
De benodigde stappen voor de gegevensoverdracht kunnen verschillen, afhankelijk van uw apparaat en of u de gegevensoverdracht eerder al eens onderbroken hebt. Welke items u kunt overdragen is afhankelijk van het andere apparaat.
Na de gegevensoverdracht kunt u de snelkoppeling met de overdrachtinstellingen opslaan in de hoofdweergave om dezelfde overdracht later nog eens te herhalen. Als u de snelkoppeling wilt bewerken, selecteert u Opties >
Snelkoppellingsinstllngn.

Het overdrachtslog weergeven

Na elke overdracht wordt er een overdrachtslog getoond.
Als u de details van een overdracht wilt bekijken, gaat u naar het overgebrachte item en selecteert u Opties > Details.
Als u het logboek van een eerdere overdracht wilt bekijken, gaat u naar een snelkoppeling voor een overdracht in de hoofdweergave (indien beschikbaar) en selecteert u
Opties > Log bekijken.
Eventuele niet-opgeloste overdrachtconflicten worden ook weergegeven in het logboek. Selecteer Opties > Conflicten
oplossen om te beginnen met het oplossen van conflicten.

Gegevensoverdracht tussen apparaten

Volg de aanwijzingen op het scherm om de twee apparaten te verbinden. Bij bepaalde modellen wordt de toepassing Wisselen als een bericht verzonden naar het andere aparaat. Als u Wisselen wilt installeren op het andere apparaat, opent u het bericht en volgt u de aanwijzingen op het scherm. Selecteer op uw nieuwe Eseries-apparaat de inhoud die u wilt kopiëren van het andere apparaat.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 21

Gegevens synchroniseren, ophalen en verzenden

Als u eerder gegevens naar het apparaat hebt overgebracht met de toepassing Wisselen, maakt u in de hoofdweergave Wisselen een keuze uit de volgende pictogrammen:
U kunt gegevens synchroniseren met een compatibel apparaat als het andere apparaat synchronisatie ondersteunt. Met synchronisatie kunt u de gegevens op beide apparaten up-to-date houden.
Haal gegevens van het andere apparaat op naar uw
nieuwe Eseries-apparaat.
Ve rstu ur ge geve ns van uw n ie uwe Ese ri es- app ar aat naa r
het andere apparaat.

Scherm-indicatoren

Het apparaat wordt gebruikt in een UMTS-netwerk (netwerkdienst).
Het batterijniveau. Hoe hoger de balk, hoe meer de batterij opgeladen is.
U hebt een of meer ongelezen berichten in de map Inbox in Berichten.
U hebt nieuwe e-mail ontvangen in uw externe mailbox.
Er zijn berichten in de map Outbox die nog moeten worden verzonden door Berichten.
U hebt een of meer oproepen gemist.
De toetsen van het apparaat zijn vergrendeld.
Er is een alarmsignaal actief.
U hebt het profiel Stil geselecteerd, waardoor het apparaat geen belsignaal geeft bij inkomende oproepen of berichten.
Bluetooth is geactiveerd.
Er worden gegevens verzonden via Bluetooth. Wanneer de indicator knippert, wordt geprobeerd een verbinding met een ander apparaat tot stand te brengen.
Er is een GPRS-packet-gegevensverbinding beschikbaar (netwerkdienst). Het pictogram betekent dat de verbinding actief is. Het pictogram
betekent dat de verbinding in de wachtstand is
geplaatst.
Er is een EGPRS-packet-gegevensverbinding beschikbaar (netwerkdienst). Het pictogram betekent dat de verbinding actief is. Het pictogram
betekent dat de verbinding in de wachtstand is
geplaatst.
Er is een UMTS-packet-gegevensverbinding beschikbaar (netwerkdienst). Het pictogram betekent dat de verbinding actief is. Het pictogram
betekent dat de verbinding in de wachtstand is
geplaatst.
U hebt op het apparaat ingesteld dat gezocht moet worden naar draadloze LAN-netwerken (WLAN) en er is een WLAN-netwerk beschikbaar.
Er is een WLAN-verbinding actief in een niet­gecodeerd netwerk.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.22
Er is een WLAN-verbinding actief in een gecodeerd netwerk.
Uw apparaat is met een USB-kabel aangesloten op een computer.
De tweede telefoonlijn is in gebruik (netwerkdienst).
Alle oproepen worden naar een ander nummer doorgeschakeld. Als u twee telefoonlijnen hebt, geeft een nummer aan welke lijn actief is.
Er is een hoofdtelefoon aangesloten op het apparaat.
De verbinding met een Bluetooth-hoofdtelefoon is verbroken.
Er is een handsfree carkit aangesloten op het apparaat.
Er is een loopset aangesloten op het apparaat.
Er is een teksttelefoon aangesloten op het apparaat.
Het apparaat is bezig met synchroniseren.
Er is een actieve P2T (Push to Talk)-verbinding.
Uw P2T-verbinding is in de modus Niet storen, omdat het beltoontype van uw apparaat is ingesteld op Eén piep of Stil, of er is een inkomende of actieve
oproep. U kunt in deze modus geen P2T-oproepen maken.

Algemene bewerkingen in verschillende toepassingen

De volgende bewerkingen zijn van toepassing op verschillende toepassingen:
Druk kort op de aan/uit-toets om een ander profiel te kiezen of om het apparaat uit te schakelen of te vergrendelen.
Als een toepassing meerdere tabbladen bevat (zie afbeelding), opent u een tabblad door op de navigatietoets naar rechts of links te drukken.
Selecteer Terug om de instellingen die u in een toepassing geconfigureerd hebt, op te slaan.
Als u een bestand wilt opslaan, selecteert u Opties >
Opslaan. Afhankelijk van de gebruikte toepassing zijn er
verschillende opslagmogelijkheden.
Als u een bestand wilt verzenden, selecteert u Opties >
Zenden. U kunt een bestand in een e-mailbericht of een
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 23
multimediabericht verzenden, of gebruikmaken van verschillende verbindingsmethoden.
Om te kopiëren houdt u de Shift-toets ingedrukt en selecteert u de tekst met de navigatietoets. Houd de Shift-toets ingedrukt en selecteer Kopiëren. Om te plakken bladert u naar de plek waar de tekst moet komen, houdt u de Shift­toets ingedrukt en selecteert u Plakken. Deze methode werkt misschien niet in toepassingen die over hun eigen kopieer- en plakopdrachten beschikken.
Als u verschillende items, zoals berichten, bestanden of contacten, wilt selecteren, bladert u naar het betreffende item. Selecteer Opties > Markeringen aan/uit >
Markeren om één item te selecteren of Opties > Markeringen aan/uit > Alle markeren om alle items te
selecteren.
Tip: Als u bijna alle items wilt selecteren, selecteert u eerst Opties > Markeringen aan/uit > Alle
markeren, daarna selecteert u de items die u niet wilt
en vervolgens Opties > Markeringen aan/uit >
Markering opheffen.
Als u een object wilt selecteren (bijvoorbeeld een bijlage bij een document) bladert u naar het object, zodat er vierkante haken aan beide zijden van het object verschijnen.

De toetsen vergrendelen

Wanneer het apparaat is vergrendeld, kunt u mogelijk nog wel het geprogrammeerde alarmnummer kiezen.
Het toetsenbord van uw apparaat wordt automatisch geblokkeerd, zodat er geen toetsen per ongeluk kunnen
worden ingedrukt. Als u de tijdsduur wilt wijzigen waarna het toetsenbord wordt geblokkeerd, selecteert u Menu >
Instrumenten > Instell. > Algemeen > Beveiliging > Telefoon en SIM-kaart > Per. autom. blokk. ttsnb..
Als u de toetsen handmatig wilt vergrendelen vanaf het startscherm, drukt u op de linkerselectietoets en op de functietoets.
Als u de toetsen handmatig wilt vergrendelen in het menu of in een openstaande toepassing, drukt u kort op de aan/uit-toets en selecteert u Toetsenblok
blokkeren.
Als u de toetsen wilt vrijgeven, drukt u op de linkerselectietoets en op de functietoets.

Volumeregeling

Druk op de navigatietoets naar links of naar rechts om het volume tijdens een telefoongesprek aan te passen. Houd de functietoets ingedrukt en druk op de navigatietoets naar boven of naar beneden als u het volume van de mediatoepassingen wilt aanpassen.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.24

Tekst invoeren

De invoermethoden die in het apparaat beschikbaar zijn, kunnen verschillen, afhankelijk van de verschillende verkoopmarkten.

Tekst schrijven met het toetsenbord

Uw apparaat is uitgerust met een volledig toetsenbord.
U kunt leestekens invoegen door de desbetreffende toets of toetsencombinatie te gebruiken.
Als u tussen de verschillende typen letters wilt overschakelen, drukt u op de Shift-toets.
Als u de cijfers of tekens op de bovenkant van de toetsen wilt invoegen, houdt u de desbetreffende toets even ingedrukt of drukt u de toets in terwijl de functietoets is ingedrukt.
Als u een teken wilt verwijderen, drukt u op de backspace­toets. Als u meerdere tekens wilt verwijderen, drukt u op de backspace-toets en houdt u deze ingedrukt.
Als u tekens en symbolen die niet op het toetsenbord staan wilt invoegen, drukt u op de Chr-toets.
Als u tekst wilt kopiëren, houdt u de Shift-toets ingedrukt en gaat u naar het woord, de woordgroep of de tekstregel die u wilt kopiëren, zodat die wordt gemarkeerd. Druk op Ctrl + C. U kunt de tekst invoegen in een document door naar de juiste plaats te gaan en op de functietoets Ctrl + V te drukken.
Als u de schrijftaal wilt wijzigen of de tekstvoorspelling wilt in- of uitschakelen, selecteert u Opties > Invoeropties en maakt u een keuze uit de beschikbare opties.

Tekstvoorspelling

Als u tekstvoorspelling wilt inschakelen, drukt u op de functietoets + spatiebalk en selecteert u
Tekstvoorspelling > Aan. De indicator
scherm weergegeven. Wanneer u een woord begint te schrijven, worden er automatisch mogelijke woorden voorgesteld. Als het goede woord erbij staat, gaat u ernaartoe om het te bevestigen. U kunt tijdens het schrijven ook een lijst met voorgestelde woorden aflopen. Als het gewenste woord in de lijst staat, gaat u ernaartoe en drukt u op de navigatietoets. Als het gezochte woord niet in het woordenboek van het apparaat voorkomt, wordt er een ander woord voorgesteld. Het woord dat u aan het schrijven bent, wordt boven de suggestie weergegeven. Ga omhoog om uw eigen woord te selecteren. Het woord wordt aan het woordenboek toegevoegd wanneer u het volgende woord invoert.
Als u tekstvoorspelling wilt uitschakelen, drukt u op de functietoets + spatiebalk en selecteert u
Tekstvoorspelling > Uit.
Als u de instellingen voor tekstinvoer wilt opgeven, selecteert u Opties > Invoeropties > Instellingen.
Als u de schrijftaal wilt wijzigen, selecteert u Opties >
Invoeropties > Invoertaal.
wordt op het
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 25

Nieuw in de Eseries

Op uw nieuwe Nokia Eseries staan nieuwe versies van de toepassingen Agenda en Contacten, en ook het startscherm is helemaal vernieuwd. U hebt met het apparaat ook toegang tot de Ovi-diensten.

Snelle toegang tot taken

Als u het pictogram op het startscherm, in Contacten of in Agenda ziet, drukt u de navigatietoets naar rechts om een lijst met beschikbare acties weer te geven. U sluit de lijst door naar links te gaan.
Als u in deze toepassingen navigeert, kunt u steeds een niveau terug door naar links te gaan.

Startscherm

Vanaf het startscherm hebt u direct toegang tot de meest gebruikte functies. Ook ziet u hier met één oogopslag of er gemiste oproepen of nieuwe berichten zijn.

Navigeren op het startscherm

Als u naar het startscherm wilt, drukt u kort op de home­toets.
Het startscherm bestaat uit de volgende elementen:
snelkoppelingen naar
toepassingen (1) Als u
een toepassing snel
wilt openen, gaat u
naar de snelkoppeling
en drukt u op de
navigatietoets.
informatiegebied (2) Als u een item in het
informatiegebied wilt weergeven, gaat u ernaartoe en
drukt u op de navigatietoets.
meldingen (3) Als u de meldingen wilt weergeven, gaat u
naar een vak. Vakken zijn alleen zichtbaar als er items in
staan. U kunt de vakken verbergen door op de backspace-
toets te drukken.

Werken op het startscherm

Als u contacten wilt zoeken vanaf het startscherm, begint u de naam van het contact te typen. Er worden automatisch bijpassende contacten gezocht. Ga naar het gewenste
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.26
contact. Deze functie is mogelijk niet beschikbaar in alle talen.
Druk op de beltoets om het nummer te bellen.
Als u het zoeken naar contacten wilt uitschakelen, selecteert u Opties > Contact zoeken uit.
Als u wilt zien of er berichten zijn ontvangen, gaat u naar het berichtenvak in het meldingengebied. Als u een bericht wilt lezen, gaat u naar het bericht en drukt u op de na vigatietoets. Blader met de navigatietoets naar rechts als u andere taken wilt weergeven.
Als u gemiste oproepen wilt weergeven, gaat u naar het oproepenvak in het meldingengebied. Als u een oproep wilt beantwoorden, gaat u naar een oproep toe en drukt u op de beltoets. Als u een SMS aan een beller wilt verzenden, gaat u naar een oproep en selecteert u SMS verzenden in de lijst met beschikbare acties.
Als u uw voicemail wilt beluisteren, gaat u naar het voicemailvak in het meldingengebied. Ga naar de gewenste mailbox en druk op de beltoets om het nummer te kiezen.

Startscherm wisselen

U kunt twee startschermmodi instellen voor verschillende doeleinden. U kunt bijvoorbeeld een modus voor zakelijke e­mail en berichten hebben en een andere modus voor persoonlijke e-mail. Zo kunt u voorkomen dat u buiten uw werktijden zakelijke berichten te zien krijgt.
Mogelijk hebt u een derde startscherm met items die specifiek zijn voor de operator.
Als u van startschermmodus wilt wisselen, gaat u naar en drukt u op de navigatietoets.

Sneltoetsen

Met de Sneltoetsen hebt u snel toegang tot toepassingen en taken. Aan elke toets is een toepassing en een taak toegekend. Als u deze snelkoppelingen wilt wijzigen, selecteert u Menu > Instrumenten > Instell. >
Algemeen > Persoonlijk > One Touch-ttsn. Uw
netwerkbeheerder kan toepassingen aan bepaalde toetsen hebben toegewezen. In dat geval kunt u ze niet wijzigen.
1 — Home-toets 2 — Contactentoets 3 — Agendatoets 4 — E-mailtoets

Home-toets

Als u naar het startscherm wilt, drukt u kort op de home­toets. Druk nogmaals kort op de ho me-toets o m het menu t e openen.
Als u een lijst van actieve toepassingen wilt zien, drukt u een aantal seconden op de home-toets. Als de lijst is geopend,
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 27
drukt u kort op de home-toets om door de lijst te navigeren. Als u de geselecteerde toepassing wilt openen, drukt u een aantal seconden op de home-toets, of u drukt op de navigatietoets. Als u de geselecteerde toepassing wilt sluiten, drukt u op de backspace-toets.
Als toepassingen op de achtergrond worden uitgevoerd, vergt dit extra batterijcapaciteit en neemt de gebruiksduur van de batterij af.

Nokia-agenda voor Eseries

Selecteer Menu > Kantoor > Agenda. Geplande gebeurtenissen en afspraken maken en
weergeven, en wisselen tussen verschillende agendaweergaven.

Contactentoets

Als u de toepassing Contacten wilt openen, drukt u kort op de contactentoets.
Als u een nieuw contact wilt maken, drukt u een aantal seconden op de contactentoets.

Agendatoets

Als u de toepassing Agenda wilt openen, drukt u kort op de agendatoets.
Als u een nieuwe afspraak wilt maken, drukt u een aantal seconden op de agendatoets.

E-mailtoets

Als u uw standaardmailbox wilt openen, drukt u kort op de e-mailtoets.
Als u een nieuw e-mailbericht wilt maken, drukt u een aantal seconden op de e-mailtoets.

Agendaweergaven

U kunt wisselen tussen de volgende agendaweergaven:
In de maandweergave staat de huidige maand met de
agenda-items van de geselecteerde dag in een lijst.
In de weekweergave staan de gebeurtenissen van de
geselecteerde week weergegeven in vakken van zeven
dagen.
In de dagweergave staan de gebeurtenissen van de
geselecteerde dag op basis van de begintijd ingedeeld in
tijdvakken.
In de takenlijst worden alle taken weergegeven.
In de agendaweergave staat een lijst met alle
gebeurtenissen op de geselecteerde dag. Als u een andere weergave wilt, selecteert u Opties >
Weergave wijzigen en kiest u de gewenste weergave.
Tip: Als u de weekweergave wilt openen, gaat u naar
een weeknummer en drukt u op de navigatietoets.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.28
Als u in de maand-, week-, dag- of agendaweergave de volgende of vorige dag wilt weergeven, navigeert u naar rechts of links.
Als u de standaardweergave wilt wijzigen, selecteert u
Opties > Instellingen > Standaardweergave.

Agenda-items weergeven

In de maandweergave worden agenda-items gemarkeerd met een driehoekje. Jaarlijks terugkerende items worden ook gemarkeerd met een uitroepteken. De items van de geselecteerde dag worden in een lijst weergegeven.
Als u agenda-items wilt weergeven, opent u een agendaweergave, gaat u naar een item en drukt u op de navigatietoets.

Agenda-items maken

U kunt de volgende typen agenda-items maken:
Afspraken herinneren u aan gebeurtenissen die plaatsvinden op een specifieke datum en tijd.
Memo's zijn gerelateerd aan een hele dag, maar niet aan een specifiek tijdstip op de dag.
Jaarlijks terugkerende items herinneren u aan verjaardagen en andere speciale datums. Ze hebben betrekking op een bepaalde dag, maar niet op een specifieke tijd van de dag. Deze items worden ingesteld als jaarlijks terugkerende items.
Taken hebben een einddatum, maar geen specifiek tijdstip op de dag.
Als u een agenda-item wilt maken, gaat u naar een datum en selecteert u Opties > Nieuw item en het type item.
Tip: Als u een afspraak wilt maken, voert u eerst het onderwerp in.
Afspraken, memo's, taken en jaarlijks terugkerende items maken
1. Voer het onderwerp in.
2. Voer voor afspraken een begin- en eindtijd in of selecteer
Gebrt. hele dag.
3. Voer voor afspraken en memo's de begin- en einddatum
in. Voer voor jaarlijks terugkerende items de datum in en voor taken de einddatum.
4. Voer voor afspraken de locatie in.
5. U kunt een alarm instellen voor taken en jaarlijks
terugkerende items.
6. Stel voor terugkerende afspraken een interval in.
7. Stel voor taken een prioriteit in. Als u de prioriteit van
afspraken wilt instellen, selecteert u Opties >
Prioriteit.
8. Voor memo's, taken en jaarlijks terugkerende items kunt
u instellen hoe het item wordt behandeld tijdens
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden. 29
synchronisatie. Selecteer Privé om het item te verbergen voor kijkers als de agenda online beschikbaar is,
Openbaar om het item zichtbaar te maken voor kijkers,
of Geen als u het item niet naar uw computer wilt kopiëren.
9. Voer een beschrijving in. Als u het item wilt verzenden, selecteert u Opties >
Verzenden.

Agenda-instellingen

Selecteer Opties > Instellingen.
Als u het alarmsignaal wilt wijzigen, selecteert u Agenda-
alarmtoon.
Als u de weergave wilt wijzigen die wordt weergegeven als u de agenda opent, selecteert u Standaardweergave.
Als u de eerste dag van de week wilt wijzigen, selecteert u
Week begint met.
Als u de titel van de weekweergave wilt wijzigen, selecteert u Titel weekweergave en Weeknummer of Data deze
week.

Nokia-contacten voor Eseries

Selecteer Menu > Communic. > Contacten.
Sla contactgegevens - telefoonnummers, thuisadressen of e­mailadressen van uw contacten - op of werk ze bij. U kunt een persoonlijke beltoon of een miniatuurafbeelding toevoegen aan een contact. U kunt ook contactgroepen maken om met meerdere contacten tegelijk te communiceren en om gegevens uit te wisselen (visitekaartjes) met meerdere apparaten tegelijk.
Als u het pictogram rechts om een lijst met beschikbare acties weer te geven. U sluit de lijst door naar links te gaan.
ziet, drukt u de navigatietoets naar

Contacten toevoegen

Selecteer Opties > Nieuw contact en voer de gegevens van de contact in.
Als u contactgegevens van een geheugenkaart wilt kopiëren, selecteert u Opties > Kopiëren > Van geheugenkaart.

Contactgroepen

Selecteer elk contact dat u aan de contactgroep wilt toevoegen, selecteer Opties > Markeringen aan/uit >
Markeren om dit te markeren, selecteer Opties > Groepen > Toevoegen aan groep > Nieuwe groep maken > Groepsnaam en geef een naam op voor de groep.
Als u conferentiegesprekken met de groep wilt voeren, moet u ook de volgende gegevens instellen:
Nr. conferentiedienst — Het nummer voor conferentiegesprekken invoeren.
© 2010 Nokia. Alle rechten voorbehouden.30
Loading...
+ 132 hidden pages