Hierbij verklaart NOKIA CORPORATION dat het product RM-437 in overeenstemming is met de essentiële vereisten en andere relevante
bepalingen van Europese richtlijn 1999/5/EG. Een exemplaar van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website:
http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/.
Nokia, Nokia Connecting People, Eseries, Nokia E63, Ovi en Visual Radio zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation. Nokia tune is een
geluidsmerk van Nokia Corporation. Andere product- en bedrijfsnamen die in dit document worden genoemd, kunnen handelsmerken of handelsnamen van hun
respectieve eigenaars zijn.
Reproductie, overdracht, distributie of opslag van de gehele of gedeeltelijke inhoud van dit document in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming
van Nokia is verboden. Nokia voert een beleid dat gericht is op voortdurende ontwikkeling. Nokia behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving
wijzigingen en verbeteringen aan te brengen in de producten die in dit document worden beschreven.
Dit product is gelicentieerd onder de MPEG-4 Visual Patent Portfolio-licentie (i) voor privé- en niet-commercieel gebruik in verband met informatie die is gecodeerd
volgens de visuele norm MPEG-4, door een consument in het kader van een privé- en niet-commerciële activiteit, en (ii) voor gebruik in verband met MPEG-4videomateriaal dat door een gelicentieerde videoaanbieder is verstrekt. Voor ieder ander gebruik is of wordt expliciet noch impliciet een licent ie verstrekt. Aanvullende
informatie, waaronder informatie over het gebruik voor promotionele doeleinden, intern gebruik en commercieel gebruik, is verkrijgbaar bij MPEG LA, LLC. Zie http://
www.mpegla.com.
VOOR ZOVER MAXIMAAL TOEG ESTAAN OP GROND VAN HET TOEPASSELI JKE RECHT, ZAL NOKIA OF EEN VAN HAAR LICENTIEHOUDERS ONDER GEEN OMSTANDIGHEID AANSPRAKELIJK
ZIJN VOOR ENIG VERLIES VAN GEGEVENS OF INKOMSTEN OF VOOR ENIGE BIJZONDERE, INCIDENTELE OF INDIRECTE SCHADE OF GEVOLGSCHADE VAN WELKE OORZAAK DAN OOK.
DE INHOUD VAN DIT DOCUMENT WORDT ZOND ER ENIGE VORM VAN GARANTIE VERSTREKT. TENZIJ V EREIST KRACHTENS HET TOEPASSELIJKE RECHT, WORDT GEEN ENKELE GARANTIE
GEGEVEN BETREFFENDE DE NAUWKEURIGHEID, BETROUWBAARHEID OF INHOUD VAN DIT DOCUMENT, HETZIJ UITDRUKKELIJK HETZIJ IMPLICIET, DAARONDER MEDE BEGREPEN
MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES BETREFFENDE DE VERKOOPBAARHEID EN DE GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. NOKIA BEHOUDT ZICH TE ALLEN TIJDE
HET RECHT VOOR ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING DIT DOCUMENT TE WIJZIGEN OF TE HERROEPEN.
Reverse engineering van de software in het apparaat is verboden voor zover maximaal is toegestaan op grond van het toepasselijke recht. Voor zover deze
gebruikershandleiding beperkingen bevat aangaande verklaringen, garanties, schadevergoedingsplichten en aansprakelijkheden van Nokia, gelden deze beperkingen
op dezelfde wijze voor verklaringen, garanties, schadevergoedingsplicht en aansprakelijkheden van Nokia-licentiegevers.
Toepassingen van derden die bij uw apparaat worden geleverd, kunnen zijn gemaakt door en in eigendom zijn van personen en entiteiten die geen relatie of verband
met Nokia hebben. Nokia beschikt niet over de auteursrechten of de intellectuele eigendomsrechten op deze toepassingen van derden. Als zodanig draagt Nokia geen
verantwoordelijkheid voor de ondersteuning voor eindgebruikers of de functionaliteit van deze toepassingen of de informatie in deze toepassingen of het materiaal.
Nokia biedt geen garantie voor deze toepassingen van derden. MET HET GEBRUIK VAN DE TOEPASSI NGEN ACCEPTEERT U DAT DE TOEPASSINGEN WORDE N GEL EVER D ZON DER
ENIGE VORM VAN GARANTIE, H ETZIJ UITDRUKKELIJK HETZIJ IMPLICIET, VOOR ZOVER MAXIMAAL IS TOEGESTAAN OP GR OND VAN HET TOEPASSELIJKE RECHT. U ACCEPTEERT TEVENS
DAT NOCH NOKIA NOCH GELIEERDE PARTIJEN VERKLARINGEN DOEN OF GARANTIES VERSTREKKEN, UITDRUKKELIJK OF IMPLICIET, MET INBEGRIP VAN (MAAR NIET BEPERKT TOT)
GARANTIES BETREFFENDE TITEL, VERKOOPBAARHEID, GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL OF DAT DE TOEPASSINGEN GEEN INBREUK MAKE N OP OCTROOIEN,
AUTEURSRECHTEN, HANDELSMERKEN OF ANDERE RECHTEN VAN DERDEN.
De beschikbaarheid van bepaalde producten, toepassingen en diensten voor deze producten kan per regio verschillen. Neem contact op met uw Nokia-dealer voor
details en de beschikbaarheid van taalopties. Dit apparaat bevat mogelijk onderdelen, technologie of software die onderhevig zijn aan wet- en regelgeving betreffende
export van de VS en andere landen. Ontwijking in strijd met de wetgeving is verboden.
MEDEDELING FCC/INDUSTRY CANADA
Dit apparaat kan tv- of radiostoringen veroorzaken (bijvoorbeeld als u in de nabijheid van ontvangstapparatuur een telefoon gebruikt). De Federal Communications
Commission (FCC) of Industry Canada kunnen u vragen niet langer uw telefoon te gebruiken als deze storingen niet verholpen kunnen worden. Neem contact op met
uw lokale servicedienst als u hulp nodig hebt. Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-regels. De werking is afhankelijk van de volgende twee voorwaarden: (1)
Dit apparaat mag geen schadelijke storingen veroorzaken en (2) dit apparaat moet storingen van buitenaf accepteren, ook wanneer deze een ongewenste werking
tot gevolg kunnen hebben. Veranderingen of aanpassingen die niet uitdrukkelijk door Nokia zijn goedgekeurd, kunnen het recht van de gebruiker om met deze
apparatuur te werken tenietdoen.
Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen van de
richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn. Lees de volledige
gebruikershandleiding voor meer informatie.
SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET
VEILIG IS
Schakel het apparaat niet in als het gebruik van
mobiele telefoons verboden is of als dit storing of
gevaar zou kunnen opleveren.
VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANG
Houdt u aan de lokale wetgeving. Houd tijdens het
rijd en uw han den v rij om uw voert uig te be sturen.
De verkeersveiligheid dient uw eerste prioriteit te
hebben terwijl u rijdt.
STORING
Alle draadloze apparaten kunnen gevoelig zijn
voor storing. Dit kan de werking van het apparaat
negatief beïnvloeden.
SCHAKEL HET APPARAAT UIT IN GEBIEDEN
WAARBINNEN EEN GEBRUIKSVERBOD GELDT
Houd u aan alle mogelijke beperkende
maatregelen. Schakel het apparaat uit in
vliegtuigen en in de nabijheid van medische
apparatuur, brandstof, chemicaliën of gebieden
waar explosieven worden gebruikt.
Het draadloze apparaat dat in deze handleiding wordt
beschreven, is goedgekeurd voor gebruik in het (E)GSM 850-,
900-, 1800- en 1900-netwerken MHz en UMTS 900/2100netwerken MHz. Neem contact op met uw serviceprovider
voor meer informatie over netwerken.
Dit apparaat ondersteunt verschillende
verbindingsmethoden en net als computers kan uw apparaat
worden blootgesteld aan virussen en andere schadelijke
inhoud. Wees voorzichtig met berichten,
verbindingsverzoeken, browsen en downloaden. Installeer
en gebruik alleen diensten en software van betrouwbare
bronnen die adequate beveiliging en bescherming bieden,
zoals toepassingen die Symbian Signed zijn of de Java
DESKUNDIG ONDERHOUD
Dit product mag alleen door deskundigen worden
geïnstalleerd of gerepareerd.
TOEBEHOREN EN BATTERIJEN
Gebruik alleen goedgekeurde toebehoren en
batterijen. Sluit geen incompatibele producten
aan.
WATERBESTENDIGHEID
Het apparaat is niet waterbestendig. Houd het
apparaat droog.
Verified™-test hebben doorstaan. Overweeg de installatie
van antivirus- en andere beveiligingssoftware op het
apparaat en eventuele aangesloten computers.
Uw apparaat beschikt mogelijk over vooraf geïnstalleerde
bladwijzers en koppelingen naar websites van derden. Deze
zijn niet verbonden met Nokia en Nokia onderschrijft deze
niet en aanvaardt er geen aansprakelijkheid voor. Als u
dergelijke sites bezoekt, moet u voorzorgsmaatregelen
treffen op het gebied van beveiliging of inhoud.
Waarschuwing: Als u andere functies van dit apparaat
wilt gebruiken dan de alarmklok, moet het apparaat zijn
ingeschakeld. Schakel het apparaat niet in wanneer het
gebruik van draadloze apparatuur storingen of gevaar kan
veroorzaken.
Houd u bij het gebruik van dit apparaat aan alle regelgeving
en respecteer lokale gebruiken, privacy en legitieme rechten
van anderen, waaronder auteursrechten.
Auteursrechtbescherming kan verhinderen dat bepaalde
afbeeldingen, muziek en andere inhoud worden gekopieerd,
gewijzigd of overgedragen.
Maak een back-up of houd een schriftelijke neerslag bij van
alle belangrijke gegevens die in uw apparaat zijn opgeslagen.
Wanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit,
dient u eerst de handleiding van het desbetreffende apparaat
te raadplegen voor uitgebreide veiligheidsinstructies. Sluit
geen incompatibele producten aan.
De afbeeldingen in deze documentatie kunnen verschillen
van de afbeeldingen op het scherm van het apparaat.
Voor andere belangrijke informatie over uw apparaat wordt
u verwezen naar de gebruikershandleiding.
Netwerkdiensten
Om het apparaat te kunnen gebruiken, moet u beschikken
over een abonnement bij een aanbieder van draadloze
verbindingsdiensten. Enkele functies zijn niet op alle
netwerken beschikbaar. Er zijn ook functies waarvoor u
specifieke regelingen met uw serviceprovider moet treffen
voordat u ze kunt gebruiken. Wanneer u netwerkdiensten
gebruikt, worden er gegevens overgedragen. Informeer bij
uw serviceprovider naar de kosten voor communicatie op uw
eigen telefoonnetwerk en wanneer u in het dekkingsgebied
van andere netwerken verkeert. Uw serviceprovider kan u
vertellen welke kosten in rekening worden gebracht. Bij
sommige netwerken gelden beperkingen die invloed hebben
op hoe u sommige functies van dit apparaat kunt gebruiken
die netwerkondersteuning nodig hebben, zoals
ondersteuning voor specifieke technologieën, bijvoorbeeld
WAP 2.0-protocollen (HTTP en SSL) die werken met TCP/IPprotocollen en taalafhankelijke tekens.
Het kan zijn dat uw serviceprovider verzocht heeft om
bepaalde functies uit te schakelen of niet te activeren in uw
appa raat . In da t gev al wor den d eze f uncti es ni et in het menu
van uw apparaat weergegeven. Mogelijk is uw apparaat
voorzien van aangepaste onderdelen, zoals menunamen,
menuvolgorde en pictogrammen.
Als u meer wilt weten over hoe u uw product kunt gebruiken
of als u niet zeker weet hoe uw apparaat behoort te werken,
gaat u naar www.nokia.com/support. Voor mobiele
apparaten kijkt u op www.nokia.mobi/support. U kunt ook
Menu > Help > Help selecteren op uw apparaat.
Als u hiermee het probleem niet kunt oplossen, gaat u als
volgt te werk:
• Schakel het apparaat uit en verwijder de batterij. Plaats de
batterij na ongeveer een minuut weer in het apparaat en
schakel het apparaat in.
• Stel de oorspronkelijke fabriekswaarden weer in.
• Werk uw apparaatsoftware bij.
Als het probleem nog steeds niet is opgelost, neemt u contact
op met Nokia om het apparaat te laten repareren. Ga naar
www.nokia.com/repair. Voordat u het apparaat opstuurt
voor reparatie, moet u altijd een back-up van de gegevens op
het apparaat maken.
Externe configuratie
Selecteer Menu > Instrumenten > App.beh..
Met Apparaatbeheer kunt u instellingen, gegevens en
U kunt een verbinding met een server maken om
configuratie-instellingen voor uw apparaat te ontvangen. U
kunt ook serverprofielen en andere configuratie-instellingen
ontvangen van uw serviceproviders of de afdeling
informatiebeheer van uw bedrijf. Onder configuratieinstellingen vallen bijvoorbeeld ook instellingen van de
verbinding die door andere toepassingen in het apparaat
worden gebruikt. De beschikbare opties kunnen verschillen.
De server start meestal de externe configuratieverbinding als
de instellingen van het apparaat moeten worden bijgewerkt.
Als u een nieuw serverprofiel wilt maken, selecteert u
Opties > Nieuw serverprofiel.
Deze instellingen kunt u van uw serviceprovider in een
configuratiebericht ontvangen. Zo niet, definieer dan het
volgende:
• Servernaam — Voer een naam voor de
configuratieserver in.
• Server-ID — Voer de unieke ID van de configuratieserver
in.
• Serverwachtwoord — Voer het wachtwoord in
waarmee uw apparaat door de server wordt herkend.
• Sessiemodus — Selecteer het verbindingstype van uw
voorkeur.
• Toegangspunt — Selecteer het toegangspunt dat u wilt
gebruiken voor de verbinding of maak een nieuw
toegangspunt. U kunt ook aang even dat u wordt gevraagd
welk toegangspunt u wilt gebruiken telkens wanneer u
verbinding maakt. Deze instelling is alleen beschikbaar als
u Internet hebt geselecteerd als dragertype.
• Hostadres — Voer het webadres van de
configuratieserver in.
• Poort — Voer het poortnummer van de server in.
• Gebruikersnaam — Voer uw gebruikers-ID voor de
configuratieserver in.
• Wachtwoord — Voer uw wachtwoord voor de
configuratieserver in.
• Config. toestaan — Selecteer Ja om de server een
configuratiesessie te laten initiëren.
• Autom. accepteren — Selecteer Ja als u niet wilt dat de
server een bevestiging vraagt bij het initiëren van een
configuratiesessie.
• Netwerkverificatie — Geef aan of HTTP-verificatie moet
worden gebruikt.
• Gebr.naam netwerk — Voer uw gebruikers-ID voor de
HTTP-verificatie in. Deze instelling is alleen beschikbaar als
u Netwerkverificatie hebt geselecteerd.
• Wachtwoord netwerk — Voer uw wachtwoord voor de
HTTP-verificatie in. Deze instelling is alleen beschikbaar als
u Netwerkverificatie hebt geselecteerd.
Selecteer Opties > Configuratie starten als u verbinding
wilt maken met de server om de configuratie-instellingen
voor uw apparaat te ontvangen.
Als u het configuratielogboek van het geselecteerde profiel
wilt weergeven, selecteert u Opties > Logboek bekijken.
Software updaten via de
pc
Nokia Software Updater is een pc-toepassing waarmee u de
software van uw apparaat kunt bijwerken. Als u dat wilt
doen, hebt u een compatibele pc nodig, een
breedbandverbinding met internet en een compatibele USBgegevenskabel om uw apparaat op de pc aan te sluiten.
Als u meer informatie wilt en de updatetoepassing voor
Nokia-software wilt downloaden, gaat u naar
www.nokia.com/softwareupdate.
Meer informatie
Instructies van het apparaat
Als u instructies wilt lezen voor de huidige weergave van de
geopende toepassing, selecteert u Opties > Help.
Als u door de Help-onderwerpen wilt bladeren en
zoekopdrachten wilt uitvoeren, selecteert u Menu > Help >
Help. U kunt categorieën selecteren waarvoor u instructies
wilt zien. Selecteer een categorie, zoals Berichten om te zien
welke instructies (Help-onderwerpen) beschikbaar zijn.
Tijdens het lezen van het onderwerp drukt u de joystick naar
links of naar rechts om de andere onderwerpen in dezelfde
categorie weer te geven.
Als u tussen de toepassing en Help wilt schakelen, houdt u de
home-toets ingedrukt.
1 — Luidspreker
2 — Luistergedeelte
3 — Navi™-toets (bladertoets). Druk op de navigatietoets om
een selectie in te voeren en om naar links, rechts, omhoog en
omlaag over het scherm te bewegen. Druk op de bladertoets
en houd deze ingedrukt om sneller te bladeren. U gebruikt
de navigatietoets in combinatie met de functietoets om het
volume aan te passen.
4 — Selectietoets. Druk op de selectietoets om de functie uit
te voeren die boven de selectietoets op het scherm wordt
weergegeven.
5 — Beltoets
6 — Microfoon
7 — Laderaansluiting
8 — Backspace-toets
9 — Aan/uit- / Eindetoets. Druk op de toets om een oproep
te weigeren, actieve oproepen te beëindigen en in de
wachtstand te zetten, of om een ander profiel te activeren.
Houd de toets ingedrukt om het apparaat in of uit te
schakelen.
1 — Functietoets. Als u cijfers of tekens die grijs op de toetsen
staan weergegeven wilt invoeren, houdt u de functietoets
ingedrukt en drukt u op de betreffende toets, of u houdt
alleen de betreffende toets ingedrukt.
2 — Shift-toets. Als u wilt wisselen tussen kleine letters en
hoofdletters, drukt u op de Shift-toets.
3 — Chr-toets. Met de Chr-toets kunt u tekens invoeren die
niet op het toetsenbord staan.
4 — Ctrl-toets. Hiermee kunt u toegang krijgen tot de
sneltoetscombinaties van de Ctrl-toets, zoals Ctrl + C.
3. Plaats de SIM-kaart. Zorg ervoor dat de contactpunten
naar boven zijn gericht en dat de afgeschuinde hoek van
de geheugenkaart naar de bovenkant van het apparaat
wijst.
batterij plaatsen
1. Om de achtercover van het apparaat te openen, moet u
met de achterzijde van het apparaat naar u toe gericht op
de ontgrendelingsknop drukken en de achtercover
optillen.
4. Plaats de batterij. Leg de contactpunten van de batterij
op één lijn met de overeenkomende aansluitpunten op
het batterijvak en schuif de batterij in de richting van de
pijl.
2. Als de batterij is geïnstalleerd, tilt u de batterij in de
richting van de pijl.
5. Sluit de achtercover en vergrendel de
ontgrendelingsknop van de achtercover.
1. Sluit een compatibele lader aan op een stopcontact.
2. Sluit de lader aan op het apparaat. Als de batterij helemaal
leeg is, kan het even duren voordat de indicator wordt
weergegeven.
3. Wanneer de batterij volledig is opgeladen, maakt u eerst
de lader los van het apparaat en vervolgens haalt u de
lader uit het stopcontact.
De batterij is al opgeladen in de fabriek, maar het laadniveau
kan variëren. Om de volledige gebruiksduur te kunnen halen,
laad u de batterij volledig op. U kunt dit aflezen aan de
indicator voor het batterijniveau.
Tip: U kunt oudere Nokia-laders bij dit apparaat
gebruiken door de CA-44-adapter aan te sluiten op de
oude lader. De adapter is leverbaar als apart
toebehoren.
De geheugenkaart
plaatsen
Met een geheugenkaart spaart u het geheugen van het
apparaat. Bovendien kunt u op de geheugenkaart een backup maken van de gegevens op het apparaat.
Het is mogelijk dat bij uw apparaat geen geheugenkaart
wordt geleverd. Geheugenkaarten zijn verkrijgbaar als
afzonderlijke accessoires.
1. Open de cover voor de geheugenkaartsleuf.
2. Plaats de geheugenkaart in de sleuf, met de
contactpunten eerst. Zorg ervoor dat de contactpunten
naar de aansluitpunten van het apparaat zijn gericht.
3. Schuif de kaart naar binnen tot deze goed is geplaatst.
1. Druk kort op de aan/uit-toets en selecteer Geheugenkrt
verw..
2. Open de cover voor de geheugenkaartsleuf.
3. Druk op het uiteinde van de geheugenkaart om deze uit
de sleuf te verwijderen.
4. Sluit de cover.
De hoofdtelefoon
aansluiten
Waarschuwing: Wanneer u de hoofdtelefoon
gebruikt, kan uw vermogen om geluiden van buitenaf te
horen negatief worden beïnvloed. Gebruik de hoofdtelefoon
niet wanneer dit uw veiligheid in gevaar kan brengen.
Sluit de compatibele hoofdtelefoon aan op de
hoofdtelefoonaansluiting van het apparaat.
De polsband bevestigen
Rijg de polsband en trek deze vast.
Antennes
Het apparaat kan interne en externe antennes hebben.
Vermijd onnodig contact met het gebied rond de antenne als
de antenne aan het zenden of ontvangen is. Contact met
antennes kan de kwaliteit van de communicatie nadelig
beïnvloeden en kan tijdens gebruik leiden tot een hoger
stroomverbruik en tot een kortere levensduur van de batterij.
Wanneer u het apparaat hebt ingesteld, kunt u het
inschakelen en de nieuwe functies van de Eseries verkennen.
Eerste keer starten
1. Houd de aan/uit-toets ingedrukt
totdat u het apparaat voelt trillen.
2. Voer desgevraagd de PIN-code of
blokkeringscode in en selecteer OK.
3. Als u daarom wordt gevraagd, voert u het land waarin u
zich bevindt en de huidige datum en tijd in. Voer de eerste
letters van uw land in om deze te zoeken. Het is belangrijk
dat u het juiste land selecteert, omdat geplande agendaitems die u opgeeft kunnen veranderen als u later een
ander land in een andere tijdzone kiest.
4. De toepassing Welkom wordt geopend. Maak een keuze
uit de opties of selecteer Afsluiten om de toepassing te
sluiten.
Als u de instellingen van uw apparaat wilt configureren,
gebruikt u de instellingenwizard en de wizards die vanaf het
startscherm beschikbaar zijn. Als u het apparaat inschakelt,
is het mogelijk dat de serviceprovider van de SIM-kaart wordt
herkend en sommige instellingen automatisch worden
geconfigureerd. U kunt ook contact opnemen met uw
serviceprovider voor de juiste instellingen.
U kunt het apparaat inschakelen zonder eerst een SIM-kaart
te plaatsen. Het apparaat start dan in het profiel Offline, zodat
de netwerkafhankelijke telefoonfuncties niet beschikbaar
zijn.
Als u het apparaat wilt uitschakelen, houdt u de aan/uit-toets
ingedrukt.
Welkom
Wanneer u het apparaat voor het eerst inschakelt, wordt de
toepassing Welkom geopend. Maak een keuze uit de
volgende opties:
• In Zelfstudie vindt u informatie over uw apparaat en
uitleg over het gebruik ervan.
• Met Overdracht kunt u inhoud (zoals contacten en
agenda-items) overbrengen vanaf een compatibel Nokiaapparaat.
apparaten', p. 21.
• Met de E-mailinstellingen kunt u e-mailinstellingen
configureren.
• Met de Instelwizard kunt u diverse instellingen
configureren.
Als u de toepassing Welkom later wilt openen, selecteert u
Selecteer Menu > Instrumenten > Instelwizard.
Met de wizard Instellingen wordt uw apparaat op basis van
informatie van uw netwerkoperator geconfigureerd. Het kan
zijn dat u contact moet opnemen met uw serviceprovider om
een gegevensverbinding of andere diensten te activeren om
gebruik te maken van deze diensten.
De beschikbaarheid van de verschillende items in de wizard
Instellingen is afhankelijk van de functies van het apparaat,
de SIM-kaart, de serviceprovider en de beschikbaarheid van
de gegevens in de database van de wizard Instellingen.
Als er voor uw serviceprovider geen wizard Instellingen
beschikbaar is, zal deze niet in het menu van uw apparaat
worden weergegeven.
Als u de wizard wilt starten, selecteert u Starten. Wanneer u
de wizard voor de eerste keer gebruikt, wordt u door de
instellingenconfiguratie geleid. Als de SIM-kaart niet is
geplaatst, moet u het land en de naam van uw
serviceprovider selecteren. Als het voorgestelde land of de
voorgestelde serviceprovider niet klopt, selecteert u er een
uit de lijst. Als de configuratie van de instellingen wordt
onderbroken, zijn de instellingen niet gedefinieerd.
Selecteer OK om de hoofdweergave van de wizard
Instellingen te openen nadat de wizard de instellingen heeft
geconfigureerd.
In de hoofdweergave kunt u de volgende opties selecteren:
• Operator — De operatorspecifieke instellingen, zoals
instellingen voor MMS, internet, WAP en streaming,
configureren.
• Push to Talk — Configureer P2T-instellingen (Push to
Talk).
• Video delen — Configureer instellingen voor het delen
van video.
Als u er niet in slaagt de wizard Instellingen te gebruiken,
raadpleegt u de website van Nokia met informatie over
telefooninstellingen.
Startscherm
Vanaf het startscherm hebt u direct toegang tot de meest
gebruikte functies. Ook ziet u hier met één oogopslag of er
gemiste oproepen of nieuwe berichten zijn.
U kunt twee startschermen instellen voor verschillende
doeleinden. U kunt bijvoorbeeld een scherm voor zakelijke email en berichten hebben en een ander scherm voor
persoonlijke e-mail. Zo kunt u voorkomen dat u buiten uw
werktijden zakelijke berichten te zien krijgt.
beginpunt van waaruit u
alle toepassingen op het
apparaat of op een
geheugenkaart kunt
openen.
Het menu bevat
toepassingen en mappen,
dit zijn groepen
gelijksoortige toepassingen. Alle toepassingen die u zelf op
het apparaat installeert, worden standaard opgeslagen in de
map Installatie.
Als u een toepassing wilt openen, gaat u ernaartoe en drukt
u op de navigatietoets.
Als u de toepassingen wilt weergeven in een lijst, selecteert
u Opties > Menuweergave wijzigen > Lijst. Als u wilt
terugkeren naar de roosterweergave, selecteert u Opties >
Menuweergave wijzigen > Raster.
Als u wilt zien hoeveel geheugen door verschillende
toepassingen wordt gebruikt en welke gegevens op het
apparaat of op de geheugenkaart staan of wilt controleren
hoeveel geheugen er nog vrij is, selecteert u Opties >
Gegevens geheugen.
Als u een nieuwe map wilt maken, selecteert u Opties >
Nieuwe map.
Als u de naam van een nieuwe map wilt wijzigen, selecteert
u Opties > Naam wijzigen.
Als u de map opnieuw wilt ordenen, gaat u naar de
toepassing die u wilt verplaatsen en selecteert u Opties >
Verplaatsen. Naast de toepassing verschijnt een vinkje. Ga
naar een nieuwe locatie en selecteer OK.
Als u een toepassing naar een andere map wilt verplaatsen
gaat u naar de toepassing die u wilt verplaatsen en selecteert
u Opties > Verplaats naar map, de nieuwe map, en OK.
Als u toepassingen wilt downloaden van internet, selecteert
u Opties > Toepassingen downldn.
Als u naar een andere geopende toepassing wilt schakelen,
houdt u de home-toets ingedrukt. Selecteer een toepassing
en druk op de bladertoets om de toepassing te openen. Als
toepassingen op de achtergrond worden uitgevoerd, vergt
dit extra batterijcapaciteit en neemt de gebruiksduur van de
batterij af.
Inhoud van andere
apparaten overdragen
Selecteer Menu > Instrumenten > Overdracht.
U kunt via verschillende verbindingsmethoden inhoud, zoals
contacten, overdragen van een compatibel Nokia-apparaat
naar uw nieuwe Eseries-apparaat. Het type inhoud dat u kunt
overdragen is afhankelijk van het model van het apparaat.
Als het andere apparaat synchronisatie ondersteunt, kunt u
ook de gegevens tussen de twee apparaten synchroniseren
of gegevens van dit apparaat naar het andere apparaat
versturen.
Als u gegevens van uw vorige apparaat overdraagt, kan het
zijn dat u gevraagd wordt de SIM-kaart te plaatsen. Uw
nieuwe Eseries-apparaat heeft geen SIM-kaart nodig bij het
overdragen van gegevens.
De inhoud wordt vanuit het geheugen van het andere
apparaat gekopieerd naar de overeenkomende locatie in uw
nieuwe apparaat. De tijd die nodig is om te kopiëren, is
afhankelijk van de hoeveelheid gegevens die overgedragen
moeten worden. U kunt dit ook stopzetten en later weer
doorgaan.
De benodigde stappen voor de gegevensoverdracht kunnen
verschillen, afhankelijk van uw apparaat en of u de
gegevensoverdracht eerder al eens onderbroken hebt. Welke
items u kunt overdragen is afhankelijk van het andere
apparaat.
Na de gegevensoverdracht kunt u de snelkoppeling met de
overdrachtinstellingen opslaan in de hoofdweergave om
dezelfde overdracht later nog eens te herhalen. Als u de
snelkoppeling wilt bewerken, selecteert u Opties >
Snelkoppellingsinstllngn.
Het overdrachtslog weergeven
Na elke overdracht wordt er een overdrachtslog getoond.
Als u de details van een overdracht wilt bekijken, gaat u naar
het overgebrachte item en selecteert u Opties > Details.
Als u het logboek van een eerdere overdracht wilt bekijken,
gaat u naar een snelkoppeling voor een overdracht in de
hoofdweergave (indien beschikbaar) en selecteert u
Opties > Log bekijken.
Eventuele niet-opgeloste overdrachtconflicten worden ook
weergegeven in het logboek. Selecteer Opties > Conflicten
oplossen om te beginnen met het oplossen van conflicten.
Gegevensoverdracht tussen
apparaten
Volg de aanwijzingen op het scherm om de twee apparaten
te verbinden. Bij bepaalde modellen wordt de toepassing
Wisselen als een bericht verzonden naar het andere aparaat.
Als u Wisselen wilt installeren op het andere apparaat, opent
u het bericht en volgt u de aanwijzingen op het scherm.
Selecteer op uw nieuwe Eseries-apparaat de inhoud die u wilt
kopiëren van het andere apparaat.
Als u eerder gegevens naar het apparaat hebt overgebracht
met de toepassing Wisselen, maakt u in de hoofdweergave
Wisselen een keuze uit de volgende pictogrammen:
U kunt gegevens synchroniseren met een compatibel
apparaat als het andere apparaat synchronisatie
ondersteunt. Met synchronisatie kunt u de gegevens op beide
apparaten up-to-date houden.
Haal gegevens van het andere apparaat op naar uw
nieuwe Eseries-apparaat.
Ve rstu ur ge geve ns van uw n ie uwe Ese ri es- app ar aat naa r
het andere apparaat.
Scherm-indicatoren
Het apparaat wordt gebruikt in een UMTS-netwerk
(netwerkdienst).
Het batterijniveau. Hoe hoger de balk, hoe meer de
batterij opgeladen is.
U hebt een of meer ongelezen berichten in de map
Inbox in Berichten.
U hebt nieuwe e-mail ontvangen in uw externe
mailbox.
Er zijn berichten in de map Outbox die nog moeten
worden verzonden door Berichten.
U hebt een of meer oproepen gemist.
De toetsen van het apparaat zijn vergrendeld.
Er is een alarmsignaal actief.
U hebt het profiel Stil geselecteerd, waardoor het
apparaat geen belsignaal geeft bij inkomende
oproepen of berichten.
Bluetooth is geactiveerd.
Er worden gegevens verzonden via Bluetooth.
Wanneer de indicator knippert, wordt geprobeerd
een verbinding met een ander apparaat tot stand te
brengen.
Er is een GPRS-packet-gegevensverbinding
beschikbaar (netwerkdienst). Het pictogram
betekent dat de verbinding actief is. Het pictogram
betekent dat de verbinding in de wachtstand is
geplaatst.
Er is een EGPRS-packet-gegevensverbinding
beschikbaar (netwerkdienst). Het pictogram
betekent dat de verbinding actief is. Het pictogram
betekent dat de verbinding in de wachtstand is
geplaatst.
Er is een UMTS-packet-gegevensverbinding
beschikbaar (netwerkdienst). Het pictogram
betekent dat de verbinding actief is. Het pictogram
betekent dat de verbinding in de wachtstand is
geplaatst.
U hebt op het apparaat ingesteld dat gezocht moet
worden naar draadloze LAN-netwerken (WLAN) en
er is een WLAN-netwerk beschikbaar.
Er is een WLAN-verbinding actief in een nietgecodeerd netwerk.
Er is een WLAN-verbinding actief in een gecodeerd
netwerk.
Uw apparaat is met een USB-kabel aangesloten op
een computer.
De tweede telefoonlijn is in gebruik
(netwerkdienst).
Alle oproepen worden naar een ander nummer
doorgeschakeld. Als u twee telefoonlijnen hebt,
geeft een nummer aan welke lijn actief is.
Er is een hoofdtelefoon aangesloten op het
apparaat.
De verbinding met een Bluetooth-hoofdtelefoon is
verbroken.
Er is een handsfree carkit aangesloten op het
apparaat.
Er is een loopset aangesloten op het apparaat.
Er is een teksttelefoon aangesloten op het apparaat.
Het apparaat is bezig met synchroniseren.
Er is een actieve P2T (Push to Talk)-verbinding.
Uw P2T-verbinding is in de modus Niet storen,
omdat het beltoontype van uw apparaat is ingesteld
op Eén piep of Stil, of er is een inkomende of actieve
oproep. U kunt in deze modus geen P2T-oproepen
maken.
Algemene bewerkingen
in verschillende
toepassingen
De volgende bewerkingen zijn van toepassing op
verschillende toepassingen:
Druk kort op de aan/uit-toets om een ander profiel te kiezen
of om het apparaat uit te schakelen of te vergrendelen.
Als een toepassing
meerdere tabbladen
bevat (zie afbeelding),
opent u een tabblad door
op de navigatietoets naar
rechts of links te drukken.
Selecteer Terug om de
instellingen die u in een
toepassing
geconfigureerd hebt, op
te slaan.
Als u een bestand wilt opslaan, selecteert u Opties >
Opslaan. Afhankelijk van de gebruikte toepassing zijn er
verschillende opslagmogelijkheden.
Als u een bestand wilt verzenden, selecteert u Opties >
Zenden. U kunt een bestand in een e-mailbericht of een
multimediabericht verzenden, of gebruikmaken van
verschillende verbindingsmethoden.
Om te kopiëren houdt u de Shift-toets ingedrukt en selecteert
u de tekst met de navigatietoets. Houd de Shift-toets
ingedrukt en selecteer Kopiëren. Om te plakken bladert u
naar de plek waar de tekst moet komen, houdt u de Shifttoets ingedrukt en selecteert u Plakken. Deze methode
werkt misschien niet in toepassingen die over hun eigen
kopieer- en plakopdrachten beschikken.
Als u verschillende items, zoals berichten, bestanden of
contacten, wilt selecteren, bladert u naar het betreffende
item. Selecteer Opties > Markeringen aan/uit >
Markeren om één item te selecteren of Opties >
Markeringen aan/uit > Alle markeren om alle items te
selecteren.
Tip: Als u bijna alle items wilt selecteren, selecteert u
eerst Opties > Markeringen aan/uit > Alle
markeren, daarna selecteert u de items die u niet wilt
en vervolgens Opties > Markeringen aan/uit >
Markering opheffen.
Als u een object wilt selecteren (bijvoorbeeld een bijlage bij
een document) bladert u naar het object, zodat er vierkante
haken aan beide zijden van het object verschijnen.
De toetsen vergrendelen
Wanneer het apparaat is vergrendeld, kunt u mogelijk nog
wel het geprogrammeerde alarmnummer kiezen.
Het toetsenbord van uw apparaat wordt automatisch
geblokkeerd, zodat er geen toetsen per ongeluk kunnen
worden ingedrukt. Als u de tijdsduur wilt wijzigen waarna
het toetsenbord wordt geblokkeerd, selecteert u Menu >
Als u de toetsen handmatig wilt
vergrendelen vanaf het
startscherm, drukt u op de
linkerselectietoets en op de
functietoets.
Als u de toetsen handmatig wilt
vergrendelen in het menu of in een
openstaande toepassing, drukt u
kort op de aan/uit-toets en
selecteert u Toetsenblok
blokkeren.
Als u de toetsen wilt vrijgeven,
drukt u op de linkerselectietoets
en op de functietoets.
Volumeregeling
Druk op de navigatietoets naar links of naar rechts om het
volume tijdens een telefoongesprek aan te passen. Houd de
functietoets ingedrukt en druk op de navigatietoets naar
boven of naar beneden als u het volume van de
mediatoepassingen wilt aanpassen.
De invoermethoden die in het apparaat beschikbaar zijn,
kunnen verschillen, afhankelijk van de verschillende
verkoopmarkten.
Tekst schrijven met het
toetsenbord
Uw apparaat is uitgerust met een volledig toetsenbord.
U kunt leestekens invoegen door de desbetreffende toets of
toetsencombinatie te gebruiken.
Als u tussen de verschillende typen letters wilt overschakelen,
drukt u op de Shift-toets.
Als u de cijfers of tekens op de bovenkant van de toetsen wilt
invoegen, houdt u de desbetreffende toets even ingedrukt of
drukt u de toets in terwijl de functietoets is ingedrukt.
Als u een teken wilt verwijderen, drukt u op de backspacetoets. Als u meerdere tekens wilt verwijderen, drukt u op de
backspace-toets en houdt u deze ingedrukt.
Als u tekens en symbolen die niet op het toetsenbord staan
wilt invoegen, drukt u op de Chr-toets.
Als u tekst wilt kopiëren, houdt u de Shift-toets ingedrukt en
gaat u naar het woord, de woordgroep of de tekstregel die u
wilt kopiëren, zodat die wordt gemarkeerd. Druk op Ctrl + C.
U kunt de tekst invoegen in een document door naar de juiste
plaats te gaan en op de functietoets Ctrl + V te drukken.
Als u de schrijftaal wilt wijzigen of de tekstvoorspelling wilt
in- of uitschakelen, selecteert u Opties > Invoeropties en
maakt u een keuze uit de beschikbare opties.
Tekstvoorspelling
Als u tekstvoorspelling wilt inschakelen, drukt u op de
functietoets + spatiebalk en selecteert u
Tekstvoorspelling > Aan. De indicator
scherm weergegeven. Wanneer u een woord begint te
schrijven, worden er automatisch mogelijke woorden
voorgesteld. Als het goede woord erbij staat, gaat u
ernaartoe om het te bevestigen. U kunt tijdens het schrijven
ook een lijst met voorgestelde woorden aflopen. Als het
gewenste woord in de lijst staat, gaat u ernaartoe en drukt
u op de navigatietoets. Als het gezochte woord niet in het
woordenboek van het apparaat voorkomt, wordt er een
ander woord voorgesteld. Het woord dat u aan het schrijven
bent, wordt boven de suggestie weergegeven. Ga omhoog
om uw eigen woord te selecteren. Het woord wordt aan het
woordenboek toegevoegd wanneer u het volgende woord
invoert.
Als u tekstvoorspelling wilt uitschakelen, drukt u op de
functietoets + spatiebalk en selecteert u
Tekstvoorspelling > Uit.
Als u de instellingen voor tekstinvoer wilt opgeven, selecteert
u Opties > Invoeropties > Instellingen.
Als u de schrijftaal wilt wijzigen, selecteert u Opties >
Op uw nieuwe Nokia Eseries staan nieuwe versies van de
toepassingen Agenda en Contacten, en ook het startscherm
is helemaal vernieuwd. U hebt met het apparaat ook toegang
tot de Ovi-diensten.
Snelle toegang tot taken
Als u het pictogram op
het startscherm, in
Contacten of in Agenda
ziet, drukt u de
navigatietoets naar rechts
om een lijst met
beschikbare acties weer te
geven. U sluit de lijst door
naar links te gaan.
Als u in deze toepassingen
navigeert, kunt u steeds een niveau terug door naar links te
gaan.
Startscherm
Vanaf het startscherm hebt u direct toegang tot de meest
gebruikte functies. Ook ziet u hier met één oogopslag of er
gemiste oproepen of nieuwe berichten zijn.
Navigeren op het startscherm
Als u naar het startscherm wilt, drukt u kort op de hometoets.
Het startscherm bestaat
uit de volgende
elementen:
• snelkoppelingen naar
toepassingen (1) Als u
een toepassing snel
wilt openen, gaat u
naar de snelkoppeling
en drukt u op de
navigatietoets.
• informatiegebied (2) Als u een item in het
informatiegebied wilt weergeven, gaat u ernaartoe en
drukt u op de navigatietoets.
• meldingen (3) Als u de meldingen wilt weergeven, gaat u
naar een vak. Vakken zijn alleen zichtbaar als er items in
staan. U kunt de vakken verbergen door op de backspace-
toets te drukken.
Werken op het startscherm
Als u contacten wilt zoeken vanaf het startscherm, begint u
de naam van het contact te typen. Er worden automatisch
bijpassende contacten gezocht. Ga naar het gewenste
contact. Deze functie is mogelijk niet beschikbaar in alle
talen.
Druk op de beltoets om het nummer te bellen.
Als u het zoeken naar contacten wilt uitschakelen, selecteert
u Opties > Contact zoeken uit.
Als u wilt zien of er berichten zijn ontvangen, gaat u naar het
berichtenvak in het meldingengebied. Als u een bericht wilt
lezen, gaat u naar het bericht en drukt u op de na vigatietoets.
Blader met de navigatietoets naar rechts als u andere taken
wilt weergeven.
Als u gemiste oproepen wilt weergeven, gaat u naar het
oproepenvak in het meldingengebied. Als u een oproep wilt
beantwoorden, gaat u naar een oproep toe en drukt u op de
beltoets. Als u een SMS aan een beller wilt verzenden, gaat u
naar een oproep en selecteert u SMS verzenden in de lijst
met beschikbare acties.
Als u uw voicemail wilt beluisteren, gaat u naar het
voicemailvak in het meldingengebied. Ga naar de gewenste
mailbox en druk op de beltoets om het nummer te kiezen.
Startscherm wisselen
U kunt twee startschermmodi instellen voor verschillende
doeleinden. U kunt bijvoorbeeld een modus voor zakelijke email en berichten hebben en een andere modus voor
persoonlijke e-mail. Zo kunt u voorkomen dat u buiten uw
werktijden zakelijke berichten te zien krijgt.
Mogelijk hebt u een derde startscherm met items die
specifiek zijn voor de operator.
Als u van startschermmodus wilt wisselen, gaat u naar en
drukt u op de navigatietoets.
Sneltoetsen
Met de Sneltoetsen hebt u snel toegang tot toepassingen en
taken. Aan elke toets is een toepassing en een taak
toegekend. Als u deze snelkoppelingen wilt wijzigen,
selecteert u Menu > Instrumenten > Instell. >
Algemeen > Persoonlijk > One Touch-ttsn. Uw
netwerkbeheerder kan toepassingen aan bepaalde toetsen
hebben toegewezen. In dat geval kunt u ze niet wijzigen.
drukt u kort op de home-toets om door de lijst te navigeren.
Als u de geselecteerde toepassing wilt openen, drukt u een
aantal seconden op de home-toets, of u drukt op de
navigatietoets. Als u de geselecteerde toepassing wilt
sluiten, drukt u op de backspace-toets.
Als toepassingen op de achtergrond worden uitgevoerd,
vergt dit extra batterijcapaciteit en neemt de gebruiksduur
van de batterij af.
Nokia-agenda voor
Eseries
Selecteer Menu > Kantoor > Agenda.
Geplande gebeurtenissen en afspraken maken en
weergeven, en wisselen tussen verschillende
agendaweergaven.
Contactentoets
Als u de toepassing Contacten wilt openen, drukt u kort op
de contactentoets.
Als u een nieuw contact wilt maken, drukt u een aantal
seconden op de contactentoets.
Agendatoets
Als u de toepassing Agenda wilt openen, drukt u kort op de
agendatoets.
Als u een nieuwe afspraak wilt maken, drukt u een aantal
seconden op de agendatoets.
E-mailtoets
Als u uw standaardmailbox wilt openen, drukt u kort op de
e-mailtoets.
Als u een nieuw e-mailbericht wilt maken, drukt u een aantal
seconden op de e-mailtoets.
Agendaweergaven
U kunt wisselen tussen de volgende agendaweergaven:
• In de maandweergave staat de huidige maand met de
agenda-items van de geselecteerde dag in een lijst.
• In de weekweergave staan de gebeurtenissen van de
geselecteerde week weergegeven in vakken van zeven
dagen.
• In de dagweergave staan de gebeurtenissen van de
geselecteerde dag op basis van de begintijd ingedeeld in
tijdvakken.
• In de takenlijst worden alle taken weergegeven.
• In de agendaweergave staat een lijst met alle
gebeurtenissen op de geselecteerde dag.
Als u een andere weergave wilt, selecteert u Opties >
Weergave wijzigen en kiest u de gewenste weergave.
Tip: Als u de weekweergave wilt openen, gaat u naar
Als u in de maand-, week-, dag- of agendaweergave de
volgende of vorige dag wilt weergeven, navigeert u naar
rechts of links.
Als u de standaardweergave wilt wijzigen, selecteert u
Opties > Instellingen > Standaardweergave.
Agenda-items weergeven
In de maandweergave
worden agenda-items
gemarkeerd met een
driehoekje. Jaarlijks
terugkerende items
worden ook gemarkeerd
met een uitroepteken. De
items van de
geselecteerde dag
worden in een lijst
weergegeven.
Als u agenda-items wilt weergeven, opent u een
agendaweergave, gaat u naar een item en drukt u op de
navigatietoets.
Agenda-items maken
U kunt de volgende typen agenda-items maken:
• Afspraken herinneren u aan gebeurtenissen die
plaatsvinden op een specifieke datum en tijd.
• Memo's zijn gerelateerd aan een hele dag, maar niet aan
een specifiek tijdstip op de dag.
• Jaarlijks terugkerende items herinneren u aan
verjaardagen en andere speciale datums. Ze hebben
betrekking op een bepaalde dag, maar niet op een
specifieke tijd van de dag. Deze items worden ingesteld
als jaarlijks terugkerende items.
• Taken hebben een einddatum, maar geen specifiek
tijdstip op de dag.
Als u een agenda-item wilt maken, gaat u naar een datum en
selecteert u Opties > Nieuw item en het type item.
Tip: Als u een afspraak wilt maken, voert u eerst het
onderwerp in.
Afspraken, memo's, taken en jaarlijks
terugkerende items maken
1. Voer het onderwerp in.
2. Voer voor afspraken een begin- en eindtijd in of selecteer
Gebrt. hele dag.
3. Voer voor afspraken en memo's de begin- en einddatum
in. Voer voor jaarlijks terugkerende items de datum in en
voor taken de einddatum.
4. Voer voor afspraken de locatie in.
5. U kunt een alarm instellen voor taken en jaarlijks
terugkerende items.
6. Stel voor terugkerende afspraken een interval in.
7. Stel voor taken een prioriteit in. Als u de prioriteit van
afspraken wilt instellen, selecteert u Opties >
Prioriteit.
8. Voor memo's, taken en jaarlijks terugkerende items kunt
synchronisatie. Selecteer Privé om het item te verbergen
voor kijkers als de agenda online beschikbaar is,
Openbaar om het item zichtbaar te maken voor kijkers,
of Geen als u het item niet naar uw computer wilt
kopiëren.
9. Voer een beschrijving in.
Als u het item wilt verzenden, selecteert u Opties >
Verzenden.
Agenda-instellingen
Selecteer Opties > Instellingen.
Als u het alarmsignaal wilt wijzigen, selecteert u Agenda-
alarmtoon.
Als u de weergave wilt wijzigen die wordt weergegeven als
u de agenda opent, selecteert u Standaardweergave.
Als u de eerste dag van de week wilt wijzigen, selecteert u
Week begint met.
Als u de titel van de weekweergave wilt wijzigen, selecteert
u Titel weekweergave en Weeknummer of Data deze
week.
Nokia-contacten voor
Eseries
Selecteer Menu > Communic. > Contacten.
Sla contactgegevens - telefoonnummers, thuisadressen of emailadressen van uw contacten - op of werk ze bij. U kunt een
persoonlijke beltoon of een miniatuurafbeelding toevoegen
aan een contact. U kunt ook contactgroepen maken om met
meerdere contacten tegelijk te communiceren en om
gegevens uit te wisselen (visitekaartjes) met meerdere
apparaten tegelijk.
Als u het pictogram
rechts om een lijst met beschikbare acties weer te geven. U
sluit de lijst door naar links te gaan.
ziet, drukt u de navigatietoets naar
Contacten toevoegen
Selecteer Opties > Nieuw contact en voer de gegevens van
de contact in.
Als u contactgegevens van een geheugenkaart wilt kopiëren,
selecteert u Opties > Kopiëren > Van geheugenkaart.
Contactgroepen
Selecteer elk contact dat u aan de contactgroep wilt
toevoegen, selecteer Opties > Markeringen aan/uit >
Markeren om dit te markeren, selecteer Opties >
Groepen > Toevoegen aan groep > Nieuwe groep
maken > Groepsnaam en geef een naam op voor de groep.
Als u conferentiegesprekken met de groep wilt voeren, moet
u ook de volgende gegevens instellen:
• Nr. conferentiedienst — Het nummer voor
conferentiegesprekken invoeren.