Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw droogautomaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat. M.-Nr. 05 237 141
1 Aansluitkabel
2 Condenswaterreservoir
3 Bedieningspaneel
4 Deur
5 Klepje voor de condenskast
6 Afvoerslang voor condenswater
7 Vier stelvoeten
4
Page 5
Bedieningspaneel
Algemeen
bToets "j k"
Met deze toets kunt u de droger in- en
uitschakelen en het programma onderbreken. Wanneer u het apparaat inschakelt en de deur opent, gaat de
trommelverlichting aan.
cToets "Deur"
Met deze toets kunt u de deur van de
droger openen en het programma afbreken. Deze toets klikt niet vast.
dToets "START"
Met deze toets kunt u een droogprogramma starten. Het controlelampje:
– knippert wanneer een programma
kan worden gestart;
– en brandt
gestart.
nadat het programma is
eToetsen voor de extra functies
Wanneer u een extra functie heeft ingeschakeld gaat het daarbij behorende
controlelampje branden.
Wanneer u deze extra functie weer
heeft uitgeschakeld gaat het daarbij behorende controlelampje uit.
fProgrammakeuzeschakelaar
De keuzeschakelaar kan rechtsom of
linksom worden gedraaid.
gControlelampjes voor het
programmaverloop,
controle- en foutmeldingen
De controle- en foutmeldingen worden
in het hoofdstuk "Nuttige tips" uiteengezet.
5
Page 6
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat
tegen transportschade.
Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen
met het oog op de geringe belasting
van het milieu en de mogelijkheden
voor afvalverwerking.
Door hergebruik van verpakkingsmateriaal wordt er op grondstoffen bespaard en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking
over het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Afgedankte apparaten bevatten nog
waardevolle stoffen/materialen.
Zet uw apparaat daarom niet zomaar
bij het grof vuil, maar informeer bij uw
handelaar of het mogelijk is het apparaat terug te geven.
Is dit niet mogelijk, informeer dan bij de
gemeente of bij een grondstoffenhandelaar naar mogelijkheden voor hergebruik van het materiaal (bijv. schrootverwerking).
Zorg ervoor dat kinderen niet bij het
oude apparaat kunnen komen totdat
het wordt weggehaald. Zie ook het
hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en
waarschuwingen".
6
Page 7
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw droogautomaat voor het eerst gebruikt. U
vindt hierin belangrijke instructies
met betrekking tot de veiligheid, het
gebruik en het onderhoud van het
apparaat. Dat is veiliger voor uzelf
en u voorkomt onnodige schade
aan uw apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en
geef deze door aan de eventuele
volgende eigenaar van de droogautomaat.
Technische veiligheid
Controleer vóórdat het apparaat
wordt geplaatst, of het zichtbaar
beschadigd is.
Een beschadigde droogautomaat mag
niet worden geplaatst en niet in gebruik
genomen.
Voordat u de droogautomaat aan-
sluit dient u altijd de aansluitgegevens (zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van het
elektriciteitsnet te vergelijken. Deze
moeten beslist overeenkomen.
Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Efficiënt gebruik
Deze droogautomaat is uitsluitend
bestemd voor huishoudelijk ge-
bruik.
Deze droogautomaat is uitsluitend
bestemd voor het drogen van textiel dat in water is gewassen en volgens de aanwijzingen van de fabrikant
op het wasetiket in de droogautomaat
mag worden gedroogd.
Gebruik voor andere doeleinden kan
gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die wordt
veroorzaakt door een ander gebruik
dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
Controleer voordat u uw droogauto-
maat voor het eerst in gebruik
neemt of het apparaat volgens de regels is opgesteld en aangesloten.
Zie hoofdstuk: "Het plaatsen van de
droogautomaat".
De elektrische veiligheid van de
droogautomaat is uitsluitend gegarandeerd als deze is aangesloten op
een aardingssysteem dat volgens de
geldende veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.
Het is zeer belangrijk dat wordt nagegaan of aan deze fundamentele
veiligheidsvoorwaarde is voldaan en
dat de huisinstallatie bij twijfel door een
vakman wordt geïnspecteerd. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die is ontstaan door
een ontbrekende of beschadigde aarddraad.
Gebruik om veiligheidsredenen
geen verlengsnoer.
Dit in verband met gevaar voor bijvoorbeeld oververhitting.
7
Page 8
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
De droogautomaat voldoet aan de
voorgeschreven veiligheidsbepalingen. Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen onvoorziene risico’s voor de
gebruiker opleveren, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld. Reparaties mogen alleen door erkende vakmensen van Miele worden
uitgevoerd.
Als er een storing moet worden ver-
holpen of als de droogautomaat
moet worden gereinigd, mag er geen
elektrische spanning op het apparaat
staan. Dit is het geval als aan één van
de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de hoofdschakelaar van de
huisinstallatie is uitgeschakeld,
- of als de stekker uit de contactdoos
is getrokken.
Defecte onderdelen mogen alleen
door originele Miele-onderdelen
worden vervangen.
Alleen van deze onderdelen kunnen wij
garanderen dat zij volledig voldoen aan
de veiligheidseisen die wij stellen aan
onze apparaten.
Gebruik
Plaats uw droogautomaat niet in
vorstgevoelige ruimten. Temperaturen die duidelijk onder het vriespunt liggen hebben een negatief effect op de
werking van het apparaat. Door bevriezend condenswater in de pomp, in de
slangen en in het condenswaterreservoir kan de automaat beschadigen.
Het condenswater kan extern wor-
den afgevoerd.
Als u de afvoerslang in een wastafel of
wasbak hangt, zorg er dan voor dat hij
niet weg kan glijden. Als de slang niet
goed vastzit kan er water overstromen
en dit kan schade veroorzaken.
Condenswater is geen drinkwater.
Het drinken van condenswater kan
schadelijk zijn voor de gezondheid van
mens en dier.
8
Page 9
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Sluit de deur iedere keer nadat u
de droogautomaat heeft gebruikt.
Zo voorkomt u dat
– kinderen op de deur gaan leunen en
dat het apparaat gaat kantelen.
– kinderen proberen in de droger te
kruipen
– of er voorwerpen in te verstoppen.
Er bestaat gevaar voor brand bij
de volgende materialen:
– Kledingstukken met rubber.
– Kledingstukken die voorbehandeld
zijn met brandbare reinigingsmiddelen (bijv. wasbenzine).
– Kledingsstukken die in aanraking
zijn geweest met haarversteviger,
haarspray, nagellakremover e.d.
– Kledingstukken die vervuild zijn door
olie en/vet, bijv. kokskleding en keukenlinnen.
Gebruik van toebehoren
Alleen originele Miele-toebehoren
mogen worden aan- of ingebouwd.
Als er andere toebehoren worden aanof ingebouwd, kan Miele niet voor de
gevolgen instaan en kan er geen beroep meer worden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en productaansprakelijkheid.
Het afdanken van het apparaat
Trek de stekker uit de contactdoos
en maak deze samen met de aansluitkabel onbruikbaar.
U voorkomt hiermee dat de droogautomaat verkeerd wordt gebruikt.
– Kledingstukken met vullingen die be-
schadigd zijn (bijv. kussens of
jacks). Wanneer de vulling er uitkomt
kan dat brand veroorzaken.
9
Page 10
Korte beschrijving
Korte beschrijving
Korte beschrijving van de werking van de droogautomaat en
korte handleiding
De programma’s kunt u instellen door
de programmakeuzeschakelaar naar
rechts of naar links te draaien.
Ter aanvulling van de droogprogramma’s kunt u extra functies instellen door
de toetsen voor de extra functies in te
drukken.
Het programma kunt u starten door op
de START - toets te drukken.
De controlelampjes voor het programmaverloop, die zich rechts op het bedieningspaneel bevinden, geven aan in
welke fase het programma zich bevindt.
Het Sensitive-systeem meet automatisch het soort water en maakt nauwkeurig drogen mogelijk.
Het Novotronic-systeem meet zowel het
restvochtgehalte als de hardheid en de
kwaliteit van het leidingwater. Door
deze waarden te vergelijken zorgt het
ervoor dat het restvochtgehalte altijd
gelijk is.
De Reverseerautomaat zorgt ervoor
dat de trommel afwisselend links- en
rechtsom draait. Zo wordt het wasgoed
gelijkmatig en behoedzaam gedroogd.
Verder kunt u een aantal aanvullendefuncties programmeren om het droogprogramma nog beter af te stemmen
op het soort wasgoed en de manier
waarop u dit wilt drogen.
Lees eerst: "Veiligheidsinstructies
en waarschuwingen" en: "Tips voor
het drogen van textiel".
Wanneer u een kort overzicht wilt hebben over hoe u de automaat moet bedienen, kunt u de met cijfers aangeduide stappen (
1,2,3...) aanhouden.
1 Schakel het apparaat in
door op de j k - toets te drukken.
2 Open de deur
door op de Deur - toets te drukken.
3 Vul de trommel
door het wasgoed losjes in de trommel te leggen.
4 Sluit de deur
5 Kies een programma
door de programmakeuzeschakelaar
op de gewenste droogtestand te
draaien.
Wanneer de gewenste droogtestand is
bereikt, wordt het wasgoed afgekoeld.
Na het einde van het eigenlijke programma volgt de "Kreukbeveiliging": de
trommel draait met korte intervallen,
waardoor wordt voorkomen dat het
wasgoed gaat kreuken.
10
6 Kies eventueel (een) extra func-
tie(s)
door op de toets(en) voor de extra
functie(s) te drukken.
7 Start het programma
door op de START - toets te drukken.
Page 11
Tips voor het drogen van textiel
Tips voor het drogen van textiel
Controleer voordat u wasgoed in de
automaat wilt gaan drogen, welk
droogsymbool in het wasetiket van
het wasgoed is afgebeeld.
De symbolen betekenen het volgende:
q = Drogen op een normale tempera-
tuur
r = Drogen op een lage temperatuur
(Druk daarbij op de toets
"Temperatuur laag")
s = Niet geschikt om in de droogauto-
maat te worden gedroogd
t = Geschikt om in de droogautomaat
te worden gedroogd
Wanneer er geen droogsymbool in het
wasetiket staat, gelden in principe de
volgende regels:
–
Wit, bont en kreukherstellend wasgoed moet in de daarbij behorende
programma’s met de gewenste
droogtegraad worden gedroogd (Zie
hoofdstuk: "Programma-overzicht").
–
Fijne was, bijv. van acryl, moet in het
programma "KREUKHERSTELLEND"
en met de extra functie "Lage temperatuur" worden gedroogd.
Houd in het geval dat onderstaande textielsoorten volgens het
wasetiket in de automaat mogen
worden gedroogd, rekening met
het volgende:
Wol en wolmengweefsels
Deze hebben de neiging te vervilten en te krimpen.
Dit gebeurt niet als dit textiel in het
speciale programma "Wol" wordt gedroogd.
Wasgoed gevuld met dons
De binnen- en buitenvoering (bijv.
van dekbedden) heeft, afhankelijk
van de kwaliteit en de gebruikte textielsoort (zoals katoen en satijn) de
neiging om te krimpen.
Dit gebeurt niet als dit textiel in het
speciale programma "Strijken
wordt gedroogd.
Zuiver linnen
Dit kan ruw worden.
Dit gebeurt niet als dit textiel in het
speciale programma "Strijken
wordt gedroogd.
rrr"
rrr"
11
Page 12
Tips voor het drogen van textiel
Kreukherstellend wasgoed gaat des
Let verder nog op het volgende:
–
T-shirts en tricot krimpen vaak wanneer ze voor het eerst worden gewassen.
Droog ze dus niet te lang en te heet
om te voorkomen dat ze nog verder
krimpen. Koop dit soort textiel eventueel één of twee maten te groot.
–
Gesteven wasgoed kunt u in de
droogautomaat drogen.
Doseer echter vóórdat u gaat wassen de dubbele hoeveelheid stijfsel
voor hetzelfde effect.
–
Kreukherstellende overhemden of
blouses van 100% katoen hebben,
afhankelijk van de kwaliteit en het
model overhemd, de neiging sterk te
kreuken.
Droog zulk wasgoed met een programma met een lagere droogtegraad (bijv. "Strijkdroog"). In het
uiterste geval kunt u dit wasgoed het
beste drogen in het programma
"Strijken
gertje hangen.
rrr"
en daarna op een han-
–
te meer kreuken, naarmate de droogautomaat voller beladen is. Dat geldt
vooral voor zeer fijn textiel.
Verminder de beladingshoeveelheid
of gebruik het speciale programma
"Kreukherstellend Strijkdroog".
– Droog
goed niet samen met lichtgekleurd
wasgoed omdat het misschien afgeeft.
– Kledingstukken
schadigd zijn (bijv. kussens of jacks)
mogen niet in de automaat worden
gedroogd. Wanneer de vulling er uitkomt kan dat brand veroorzaken.
nieuw, donkergekleurd was-
met vullingen die be-
12
Page 13
Vóór het drogen / Het drogen / Na het drogen
Vóór het drogen / Het drogen / Na het drogen
Tips om energie te besparen
Voordat u het wasgoed gaat drogen
kunt u dit het beste met een zo hoog
mogelijk toerental in de wasautomaat centrifugeren.
Zo bespaart u bij het drogen ca.
30 % energie en tijd, wanneer u bijv.
met 1600 omw/min in plaats van met
800 omw/min centrifugeert.
Sorteer het wasgoed zo veel mogelijk
- naar textielsoort,
- naar gewenste droogtegraad
- naar gelijke grootte en gelijk restvocht na het centrifugeren.
Zo krijgt u een gelijkmatig droogresultaat.
Benut voor ieder droogprogramma
de maximale beladingscapaciteit
van de trommel. Zie daarvoor het
hoofdstuk: "Programma-overzicht".
Zorg ervoor dat er niet te veel en niet
te weinig wasgoed in de trommel zit.
Het energieverbruik is dan, gerelateerd aan de totale hoeveelheid wasgoed, het gunstigst.
Doe ritssluitingen dicht.
Bind ceintuurs bij elkaar.
Knoop schortenbandjes aan elkaar.
Verwijder eventuele doseerbolletjes
of doseerzakjes uit het wasgoed.
Deze voorwerpen kunnen tijdens
het droogprogramma smelten en
het apparaat en het wasgoed beschadigen.
Leg het voorgesorteerde wasgoed
losjes in de trommel.
Zorg ervoor dat de trommel niet
overvol is.
Een te volle trommel is slecht voor
het wasgoed en heeft een negatief
effect op het droogresultaat.
Sluit de deur.
Zorg voor een goede ventilatie.
1Het inschakelen van de
droogautomaat
Druk op de j k - toets.
2Het vullen van de trommel
Open de deur van de automaat door
op de Deur - toets te drukken.
Knoop dekbedovertrekken en kussenslopen dicht, zodat er geen kleinere stukken wasgoed in komen.
Let er bij het sluiten van de deur op
dat er geen stukken wasgoed tussen de deur zitten. Wasgoed dat beklemd raakt kan beschadigen.
13
Page 14
Vóór het drogen / Het drogen / Na het drogen
3Het kiezen van een program-
ma
Draai de programmakeuzeschakelaar op het gewenste programma.
De programma’s zijn beschreven in
het hoofdstuk: "Programma-overzicht".
4Het kiezen van (een) extra
functie(s)
Druk de toets(en) voor de extra functie(s) in.
Wanneer u een extra functie heeft ingeschakeld gaat het daarbij behorende
controlelampje branden.
Wanneer u deze extra functie weer
heeft uitgeschakeld gaat het daarbij behorende controlelampje uit.
Extra functie "Temperatuur laag"
Met deze toets wordt de temperatuur
van de lucht in de trommel verlaagd.
– Voor het drogen van fijn textiel, bijv.
acryl. Symbool in het wasetiket: r.
Het programma duur langer.
5Het starten van een program-
ma
Druk op de START - toets.
Rechts op het bedieningspaneel
brandt het controlelampje van de fase
waarin het droogprogramma zich op
dat moment bevindt.
Memory-functie
Is de Memory-functie actief, dan worden de extra functies opgeslagen zoals
die bij het gekozen droogprogramma
worden ingesteld.
Wanneer u de keer daarop ditzelfde
programma kiest, branden de controlelampjes van de extra functies zoals die
de keer daarvóór zijn ingesteld.
Méér over de Memory-functie in het
hoofdstuk: "Het programmeren van aanvullende functies".
Extra functie "Kort"
Met deze toets duurt het programma
korter.
– Voor het drogen van sterk textiel.
14
Page 15
Vóór het drogen / Het drogen / Na het drogen
Controlelampje "Filter / Condensor"
Dit controlelampje geeft aan dat het apparaat niet optimaal of niet zuinig werkt.
De oorzaken van deze foutmelding kunnen zijn:
– de pluizenfilters in deur en de vulo-
pening zijn verstopt;
– de condensor is verstopt.
Het controlelampje "Filters / Conden-
sor" gaat voor de start van een programma alleen uit, wanneer de droogautomaat met de
uitgeschakeld.
j k - toets is
Na het drogen
Wanneer het controlelampje "Kreukbeveiliging / Einde" brandt, is het eigenlijke programma afgelopen.
Open de deur door op de Deur toets te drukken.
Haal het wasgoed uit de trommel.
Controleer of de trommel leeg is.
Wasgoed dat in de trommel blijft liggen wordt als het nog een keer
wordt gedroogd overmatig gedroogd en kan daardoor beschadigen.
Verwijder iedere keer nadat u de
droogautomaat heeft gebruikt de
pluizen
- in het pluizenfilter in de pluizenfilterhouder
- in de beide pluizenfilters in de
vulopening.
Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud".
Leeg het condenswaterreservoir
wanneer er geen externe condenswaterafvoer aanwezig is.
Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud".
Sluit de deur.
Schakel het apparaat uit door op de
j k - toets te drukken.
Sluit de deur iedere keer nadat u de
automaat heeft gebruikt en schakel
het apparaat dan ook uit.
15
Page 16
Het wijzigen van een programma
Het wijzigen van een programma
Nadat een gekozen droogprogramma is gestart accepteert de automaat geen wijzigingen meer in programmakeuze en keuze van extra
functies.
Wordt de programmakeuzeschakelaar
na de start van het programma op een
ander programma gedraaid, heeft dat
geen invloed op het programmaverloop.
Het controlelampje "Drogen" begint te
knipperen. Het controlelampje gaat uit
wanneer de programmakeuzeschakelaar op het programma wordt gedraaid
dat u eerst had ingesteld.
Het openen van de deur tijdens het drogen
Breek eerst het programma af:
door met een druk op de Deur toets de deur te openen.
– Nu kunt u nog wasgoed in de trom-
mel leggen of voortijdig wasgoed uit
de trommel halen.
Wanneer u het programma wilt voortzetten:
Sluit dan de deur.
Druk op de START - toets.
– Het programma gaat verder.
Het kiezen van een ander programma tijdens het drogen
Breek eerst het programma af:
door de programmakeuzeschakelaar
op "Einde" te draaien.
– Wanneer dan alleen nog maar het
controlelampje "Kreukbeveiliging /
Einde" brandt, is het programma afgebroken.
Kies dan een nieuw programma:
door de programmakeuzeschakelaar
op het gewenste programma te
draaien.
Schakel eventueel extra functies in
of uit.
Druk op de START - toets.
Wanneer de bij TIJDKEUZE - programma’s de stroom is uitgevallen
moet u, zodra er weer stroom op het
apparaat staat, het programma opnieuw starten.
16
Page 17
Programma-overzicht
Programma-overzicht
ProgrammaSoort textielMaximale
WITTE / BONTE WAS
Extra droog
Wasgoed van dikkere stof
dat bij "Kastdroog +" niet
droog genoeg wordt
Kastdroog +
Wasgoed van dunnere en
dikkere stof, zoals
verschillende soorten
katoenen wasgoed (bijv.
badstof handdoeken en tricot
wasgoed)
Kastdroog
(1)
Soortgelijk wasgoed van
katoen (badstof en tricot
wasgoed, flanellen lakens)
Strijkdroog
r
Strijkdroog rr
(1)
Katoenen of linnen weefsels
(bijv. tafellakens, servetten
en beddengoed, gesteven
wasgoed)
Mangeldroog
Katoenen of linnen weefsels
die na afloop van het
droogprogramma door de
mangel worden gehaald;
gesteven wasgoed
belading
5 kgDroog tricot wasgoed niet
5 kg–
5 kgWanneer het wasgoed bij
5 kg–
5 kgWanneer het wasgoed te
5 kgRol het wasgoed op zolang
(2)
Tip
met "Extra droog" i.v.m.
krimpgevaar.
"Kastdroog" te vochtig is, kies
dan "Kastdroog +".
vochtig is om het met de
hand te strijken, kies dan
"Strijkdroog r".
het nog niet door de mangel
wordt gehaald. Zo wordt
opdrogen voorkomen.
(1)
Tip voor testbureaus: Programma-instellingen voor de test volgens norm EN 61121/A11
(2)
Gewicht van het droge wasgoed
17
Page 18
Programma-overzicht
ProgrammaSoort textielMaximale
belading
(2)
Tip
KREUKHERSTELLEND
Kastdroog +
Kreukherstellend wasgoed van
synthetisch materiaal of
2,5 kgCentrifugeer dit wasgoed
minstens 30 seconden.
gemengde weefsels die bij
"Kastdroog" niet droog genoeg
worden (bijv. truien, jurken en
broeken)
Kastdroog
(1)
Kreukherstellende overhemden,
tafelkleden van gemengde
2,5 kg
weefsels, bijv. katoen / synthetisch
materiaal
Strijkdroog
Kreukherstellende overhemden,
tafelkleden van gemengde
weefsels, bijv. katoen /
synthetisch materiaal die nog
moeten worden gestreken
2,5 kgCentrifugeer dit wasgoed
minstens 30 seconden.
Verminder bij kreukgevoelig
wasgoed de belading (zie ook:
"Speciale programma’s").
TIJDKEUZE
Warme lucht
Een stuk wasgoed of een paar
stukken wasgoed (bijv.
5 kg–
badhanddoek, zwembroek,
badpak, schoonmaakdoekjes)
Wasgoed van dikkere stof dat
door de samenstelling op
verschillende manieren moet
worden gedroogd
Koude lucht
Wasgoed dat alleen moet worden
doorgelucht
5 kg–
Speciale programma’s
Kreukherstel-
lend Strijk droog
Wol
Wasgoed van katoen of
gemengde weefsels (bijv.
overhemden, blouses)
Wollen wasgoed1 kgHet wollen wasgoed wordt
1 kgHet wasgoed wordt afhankelijk
van de textielsoort zo gedroogd
dat er weinig kreukels in komen.
losgeschud en wordt daardoor
weer lekker zacht.
Dit wasgoed moet direct na het
einde van het programma uit de
trommel worden gehaald.
Het wollen wasgoed wordt niet
helemaal droog.
Strijken
rrr
Katoenen of linnen weefsels
Kreukherstellend wasgoed van
katoen, gemengde weefsels of
synthetisch materiaal
2,5 kgDit programma vermindert de
kreukels die er van het
centrifugeren nog in zitten.
Dit textiel moet direct na het
einde van het programma uit de
trommel worden gehaald.
(1) Tip voor testbureaus: Programma-instellingen voor de test volgens norm EN 61121/A11
(2)
Gewicht van het droge wasgoed
18
Page 19
Het programmeren van aanvullende functies
Het programmeren van aanvullende functies
Overzicht
U kunt een aantal aanvullende functies programmeren om het droogprogramma nog beter af te stemmen op
het soort wasgoed en de manier
waarop u dit wilt drogen.
Aanvullende functies blijven zo lang
geprogrammeerd tot ze weer worden
gewist.
U kunt één of meer aanvullende functies programmeren of wissen.
"Correctie van de droogtegraad"
Het Sensitive-systeem is zo geconstrueerd dat het mogelijk is om bij
het drogen zo veel mogelijk energie
te besparen.
Wanneer u het wasgoed na het einde van het programma echter nog
niet droog genoeg vindt, kunt u de
vochtigheidsgraad van alle programma’s iets verminderen.
De functie "Correctie van de droogtegraad" is standaard niet ingeschakeld.
1 Roep de aanvullende functie "Zoe-
mer" op (zie volgende bladzijde,
punten
2 Druk op de START - toets, totdat
het controlelampje "Mangeldroog"
uitgaat.
3 Druk opnieuw op de START - toets
en houd de toets ingedrukt.
Daarbij gaat het controlelampje
"Mangeldroog" branden.
4 Laat de START - toets los, als het ge-
wenste zoemervolume is bereikt.
5 Draai de programmakeuzeschakelaar
op "Einde".
6 Schakel het apparaat met de
toets uit.
Daarmee is het zoemervolume opgeslagen.
Hoe u de zoemer uitschakelt kunt u op
de volgende bladzijde lezen (stappen
1 tot en met 6).
jk -
1 tot en met 0).
"Memory"
Met deze functie wordt/worden de extra functie(s) opgeslagen die bij de
vorige droogbeurt is/zijn ingesteld.
"Zoemer"
Met deze functie klinkt er na het eigenlijke programma, in de fase
"Kreukbeveiliging / Einde", met regelmatige tussenpozen een akoestisch
signaal.
De functie "Zoemer" is standaard ingeschakeld. De functie kan weer worden
uitgeschakeld.
Het zoemervolume kunt u veranderen.
De toonhoogte verandert tegelijkertijd.
Ga als volgt te werk:
De Memory-functie is standaard ingeschakeld. De functie kan weer worden
uitgeschakeld.
"Kreukbeveiliging"
Met deze functie draait de trommel
na het einde van het eigenlijke programma met korte intervallen, waardoor wordt voorkomen dat het wasgoed gaat kreuken.
De functie "Kreukbeveiliging" is standaard ingeschakeld. De functie kan
weer worden uitgeschakeld.
19
Page 20
Het programmeren van aanvullende functies
Het oproepen, activeren en opslaan
De aanvullende functies worden geprogrammeerd met behulp van de
toetsen voor de extra functies en met
behulp van de programmakeuzeschakelaar. Deze toetsen en de programmakeuzeschakelaar hebben
dus een tweede functie die niet op
het paneel te zien is.
Ga als volgt te werk:
1 Het apparaat moet uitgeschakeld en
de deur moet gesloten zijn.
De programmakeuzeschakelaar
moet op stand "Einde" staan.
2 Druk de toetsen "Kort" en "Tempera-
tuur laag" tegelijk in en houd ze ingedrukt.
3 Schakel het apparaat in door op de
j k - toets te drukken.
4 Laat alle toetsen los.
5 De controlelampjes "Drogen" en "Kou-
de lucht" zijn nu aan het knipperen.
6 Draai de programmakeuzeschake-
laar op
– "WITTE / BONTE WAS Extradroog"
voor de aanvullende functie
"Correctie van de droogtegraad".
– "WITTE / BONTE WAS Kastdroog +"
voor de aanvullende functie
"Zoemer".
– "WITTE / BONTE WAS Kastdroog"
voor de aanvullende functie
"Memory".
– "WITTE / BONTE WAS Strijkdroog r"
voor de aanvullende functie
"Kreukbeveiliging".
7 Wanneer nu het controlelampje "Man-
geldroog" brandt is de gekozen aan-
vullende functie actief.
8 Door op de START - toets te drukken
kunt u de aanvullende functies in- of
uitschakelen.
Is het controlelampje "Mangeldroog"
aan, dan is de aanvullende functie
ingeschakeld.
Is het controlelampje "Mangeldroog"
uit, dan is de aanvullende functie
uitgeschakeld.
9 Wanneer u nog meer aanvullende
functies wilt inschakelen, herhaal
dan de stappen
niet:
6 tot en met 8. Zo
0 Sla dan de functie(s) op door de pro-
grammakeuzeschakelaar op "Einde"
te draaien en het apparaat met de
j k - toets uit te schakelen.
Het deprogrammeren van een aanvullende functie
Neem de stappen 1 tot en met 0.
Controleren of een aanvullende functie actief is:
Neem de stappen 1 tot en met 7.
Schakel het apparaat uit.
De controle is voltooid.
20
Page 21
Reiniging en onderhoud
Pluizenfilters
Vrijkomende pluisjes worden opgevangen door de pluizenfilters in de deur en
in de vulopening.
Reinig deze filters iedere keer nadat u
de droogautomaat heeft gebruikt. Daarmee bespaart u energie en voorkomt u
dat de droogprogramma’s langer duren dan nodig is.
Open de deur.
Reiniging en onderhoud
Als het pluizenfilter in de deur erg
verstopt is,
kunt u het onder stromend water rei-
nigen.
Droog het filter in dat geval goed af.
Plaats het pluizenfilter weer in de
pluizenfilterhouder in de deur.
Verwijder ook de pluisjes van de bei-
de filters in de vulopening.
Trek het pluizenfilter uit de pluizenfilterhouder aan de binnenkant van de
deur.
In de holle ruimte van de pluizenfilterhouder zitten pluisjes. Verwijder
deze via de brede gleuf aan de onderkant van de houder.
Daarvoor is bij de Miele-vakhandel
en bij de afdeling Onderdelen van
Miele Nederland B.V. een reinigingsborsteltje verkrijgbaar.
Verwijder de pluisjes van het pluizenfilter. Gebruik daarvoor geen spits of
scherp voorwerp!
Als deze filters erg verstopt zijn
kunt u ze uit de vulopening halen
en ze onder stromend warm water
reinigen.
Droog de pluizenfilters goed af.
Plaats ze weer in de vulopening.
Sluit de deur.
Droog geen geurdoekjes in de
droogautomaat. De pluizenfilters
kunnen door geurdoekjes sneller
verstopt raken.
21
Page 22
Reiniging en onderhoud
Droogautomaat
Voordat u deze gaat reinigen moet
u de stekker uit de contactdoos halen of de hoofdschakelaar van de
huisinstallatie uitschakelen.
Reinig de ommanteling en het bedie-ningspaneel met een mild reinigingsmiddel of sopje.
Reinig de trommel en andere delenvan roestvrij staal met een reinigingsmiddel dat geschikt is voor roestvrij
staal.
Gebruik geen schuurmiddelen, oplosmiddelen, glas- of allesreinigers!
Deze kunnen namelijk door hun chemische samenstelling enorme beschadigingen aan het kunststof oppervlakte of aan de onderdelen van
het apparaat veroorzaken.
Spuit het apparaat nooit schoon.
Wrijf de automaat en de onderdelen
daarvan met een zachte doek droog.
22
Page 23
Het legen van het condenswaterreservoir
Kan het condenswater niet extern worden afgevoerd dan wordt het water dat
tijdens het droogprogramma verdampt
in een reservoir opgevangen.
Het reservoir moet iedere keer nadat u de droogautomaat heeft gebruikt worden geleegd. In ieder geval dan, wanneer het controlelampje
"Reservoir ledigen" brandt.
– Als er een droogprogramma wordt
gestart terwijl het reservoir vol zit of
– als het reservoir tijdens een droog-
programma vol raakt, dan:
– licht het lampje "Reservoir ledigen"
op;
– klinkt er een akoestisch signaal;
– wordt het programma afgebroken;
– wordt het wasgoed afgekoeld.
Daarbij brandt het controlelampje
"Koude lucht".
Reiniging en onderhoud
Trek het klepje van de opening opzij
en laat het water er uit lopen.
Schuif het lege reservoir in de droog-
automaat totdat u duidelijk weer-
stand voelt.
Condenswater mag niet worden gedronken. Het drinken van condenswater kan schadelijk zijn voor de gezondheid van mens en dier.
Trek het reservoir met beide handen
uit de automaat.
Condenswater is gedestilleerd water. U
kunt het in het huishouden gebruiken,
bijv. voor stroomstrijkijzers en luchtbevochtigers.
Let daarbij op het volgende.
Giet het condenswater veiligheidshal-
ve door een fijne zeef of een koffiefil-
terzakje.
Dan worden zeer fijne pluisjes die an-
ders schade zouden kunnen aanrichten uit het water gefilterd.
23
Page 24
Reiniging en onderhoud
Condensor
Haal de spanning van het apparaat.
Controleer de condensor minstens
twee keer per jaar.
Wanneer u de droogautomaat vaak
gebruikt, controleer de condensor
dan minstens na ca. 100 droogbeurten en reinig hem indien nodig.
Zet de hendel van het deksel van de
condenskast verticaal naar beneden.
Verwijder het deksel van de con-
denskast.
Haal het klepje er af.
24
Zet beide hendels aan de condensor
verticaal.
Page 25
Reiniging en onderhoud
Trek de condensor uit de condenskast.
Reinig de condensor aan de vooren achterkant.
Neem het dichtingsrubber aan vooren achterkant voorzichtig maar grondig af.
Reinig de condensor aan de beide
zijkanten.
Zet de condensor op de zijkant op
een handdoek en laat hem zo uitlek-
ken.
Schuif de condensor weer in de con-
denskast (Zie afbeelding links bo-
ven).
Zet de beide hendels aan de con-
densor horizontaal.
Controleer of de condensor goed
vast zit door hem naar voren te trek-
ken.
Zet het deksel van de condenskast
weer terug met de hendel horizon-
taal.
Controleer of het deksel van de con-
denskast goed vast zit.
Als dat niet het geval is kan er water
uit het apparaat lopen.
Sluit de deur.
25
Page 26
Nuttige tips
Nuttige tips
Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door erkende vakmensen worden uitgevoerd. Gebeurt dit niet, dan kan de gebruiker grote risico ’s lopen .
Probleem . . . Oorzaak . . . Oplossing . . .
De trommel draait niet nadat
de droogautomaat is ingeschakeld
Wasgoed van synthetisch materiaal kan statisch zijn nadat
het is gedroogd
Het wasgoed is na een droogbeurt niet dr oog genoeg
Er is sprake van pluisvorming
Misschien hebt u bij het inschakelen van de droogautomaat
niet de juiste volgorde aangehouden.
Het wasgoed in de trommel bestond uit verschillende soorten
textiel.
Pluizen ontstaan voornamelijk door wrijving tijdens het dragen.
Tijdens een droogprogramma raken deze pluisjes los. De wrijving
in de droogautomaat daarentegen is gering en heeft geen invloed
op de kwaliteit van het textiel. Dit is uit onderzoek gebleken.
Schakel de automaat opnieuw
in. Zie hoofdstuk: "Vóór het
drogen / Het drogen / Na het
drogen".
Controleer of
– de stekker in het stopcontact
zit;
– de deur goed is gesloten;
– de j k - toets is ingedrukt;
– de START - toets is ingedrukt;
– de hoofdschakelaar van de
huisinstallatie is ingeschakeld.
Als dat wel het geval is en
het probleem nog niet is
opgelost, neem dan contact
op met Technische Dienst
van Miele Nederland B.V.
Door tijdens het wassen wasverzachter bij het laatste spoelwater te doen, kunt u de statische
lading van het wasgoed verminderen.
Kies de volgende keer een programma dat daar beter bij past.
26
Page 27
Nuttige tips
Probleem . . . Oorzaak . . . Oplossing . . .
Het droogpro gramma heeft
zeer lang geduurd
Er bevinden zich waterdruppels aan de bovenkant van de
vulopening
Nadat de condensor is gereinigd komt er water uit de
droogautomaat
De trommelverlichting brandt
niet
U moet de deur ope nen wanneer de stroom is uitgevallen
De beluchting en ontluchting
is niet voldoende, bijv. doordat
het vertrek te klein is. Daardoor
is het mogelijk dat de temperatuur in het vertrek sterk gestegen
is.
Het rooster onder de deur is
geblokkeerd.
Het apparaat kan de lucht niet
goed afvoeren.
Het wasgoed is niet voldoende
gecentrifugeerd geweest.
Een dubbel filtersysteem met
tweevoudige afdichting gaat
storende pluisvorming in de
condensor tegen. Door de tweevoudige afdichting kan zich echter condens vormen.
De condensor en / of het deksel
van de condenskast zitten niet
goed vast.
De trommelverlichting brandt
alleen maar, wanneer het apparaat is ingeschakeld.
Misschien is het gloeilampje
defect.
Open wanneer de droger werkt
een deur of een raam zodat er
lucht wordt aangevoerd.
Verwijder de voorwerpen die
het rooster blokkeren.
– Reinig de pluizenfilters in de
deur en in de vulopening.
– Reinig de condensor.
Centrifugeer het wasgoed voortaan in de wasautomaat met het
maximale centrifugetoerental.
Wanneer wasgoed uit de automaat wordt gehaald en in aanraking is gekomen met dit vocht is
het na een paar minuten weer
droog.
Zet de condensor goed op zijn
plaats en doe het deksel van de
condenskast goed dicht.
Zo ja, vervang het gloeilampje.
Zie einde van dit hoofdstuk.
Open de deur.
Zie einde van dit hoofdstuk.
27
Page 28
Nuttige tips
Controle- en foutmeldingen die door controlelampjes wo rd en aang egeven :
Probleem . . . ?Oorzaak . . . Oplossing . . .
Het controlelampje "Drogen"
begint te knip pe ren
Het controlelampje "Kreukbeveiliging / Einde" begint te
knipperen
Het controlelampje "Reservoir
legen" brandt
Het control e lampje "Filter /
Condensor" brandt
Het programm a wordt afgebroken en het controlelampje
"Kreukbeveiliging / Einde"
brandt
De programmakeuzeschakelaar
is op een ander programma gedraaid. Het programma verloopt
echter normaal.
Er kan sprake zijn van een storing.
Temperaturen die duidelijk beneden het vriespunt liggen hebben een negatief effect op de
werking van het apparaat.
Het condenswaterreservoir is
vol.
De pluizenfilters zijn verstopt.
De condensor kan verstopt raken
wanneer hij vrij lange tijd niet is
gereinigd.
Bevindt zich nadat een programma is gestart geen wasgoed in de
trommel, meet de elektronica dat direct en wordt het programma afgebroken. Ook wanneer er een programma wordt gestart terwijl het
wasgoed in de trommel al droog is, kan het programma worden
afgebroken.
Draai de programmakeuzeschakelaar op het programma dat u
eerst had ingesteld. Het controlelampje gaat uit.
– Schakel het apparaat in en
weer uit.
– Kies een programma en start
het.
– Plaats het apparaat in een
warmere ruimte.
Begint het controlelampje weer
te knipperen, is er sprake van
een technisch defect.
Neem contact op met de
Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
Giet het condenswaterreservoir
leeg.
Controleer of het reservoir goed
op zijn plaats zit.
– Schakel de droogautomaat
met de j k - toets uit.
– Reinig de pluizenfilters iede-
re keer nadat u de
droogautomaat heeft gebruikt.
Zie hoofdstuk: "Reiniging en
onderhoud".
– Schakel de droogautomaat
met de j k - toets uit.
– Reinig de condensor van tijd
tot tijd.
Zie hoofdstuk: "Reiniging en
onderhoud".
28
Page 29
Nuttige tips
Het vervangen van het gloeilampje
Als de trommelverlichting het niet doet
is het gloeilampje kapot en moet worden vervangen.
Open de deur.
Trek voordat u het gloeilampje vervangt de stekker uit het stopcontact
of schakel de hoofdschakelaar van
de huisinstallatie uit.
Schroef het kapje weer vast.
Let erop dat het kapje goed vastzit.
Er kan anders vocht binnendringen
en kortsluiting veroorzaken.
Het hittebestendige gloeilampje dient u
uitsluitend te kopen bij de Miele-vakhandel of bij de afdeling Onderdelen
van Miele Nederland B.V. te Vianen.
Het openen van de deur bij
stroomuitval
Schroef het kapje dat zich aan de
binnenkant van de droger boven de
vulopening bevindt, er met een dopsleutel af.
Het vermogen van het gloeilampje
mag niet hoger zijn dan op het typeplaatje en het kapje staat aangegeven.
Vervang het gloeilampje.
Zet het kapje weer op zijn plaats.
29
Page 30
Technische Dienst
Technische Dienst
Reparaties
Zijn er storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuw dan
– uw Miele-vakhandelaar of
– de Technische Dienst van Miele Ne-
derland B.V.
Miele Service Verzekering Certificaat
Voor informatie over het Miele Service
Verzekering Certificaat kunt u zich
wenden tot uw Miele-vakhandelaar of
de bijgaande folder raadplegen.
Het adres en de telefoonnummers van
Miele Nederland B.V. en de diverse afdelingen vindt u op de achterzijde van
deze gebruiksaanwijzing.
Voor een goede en vlotte afhandeling
is het noodzakelijk dat de Technische
Dienst weet welk type droogautomaat u
heeft en welk nummer deze heeft. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje
rechts onder de vulopening.
Voorbeeld:
Programma-actualisering
Wasmiddelen, textiel, was- en drooggewoonten en was- en droogvoorschriften
zullen in de toekomst veranderingen ondergaan.
De droogprogramma’s zullen daaraan
moeten worden aangepast.
De Technische Dienst zal in de toekomst in staat zijn het droogprogramma te updaten en in het Novotronic-geheugen van uw droogautomaat op te
slaan.
Dit zal gebeuren via het met "PC" gemarkeerde controlelampje (PC = Programme Correction).
Miele zal zelf aangeven wanneer de
programma’s kunnen worden geactualiseerd.
30
Page 31
Het plaatsen van de droogautomaat
Het plaatsen van de droogautomaat
De droogautomaat moet waterpas
staan zodat een optimale werking gewaarborgd is. Geringe hoogteverschillen hoeven echter niet per se een nadelig effect te hebben.
Zorg ervoor dat het rooster onder
de deur in geen geval wordt geblokkeerd.
Want dan kan er niet voldoende koele lucht worden aangevoerd.
Deze droger is minder geschikt om
te worden ondergebouwd.
Was-droogzuil
U kunt een Miele-droogautomaat op
een Miele-wasautomaat plaatsen.
Daarvoor is een tussenstuk* nodig
Alle met * aangeduide onderdelen zijn verkrijgbaar bij de Miele-vakhandel of de afdeling Onderdelen van Miele Nederland B.V.
.
Door aan de stelvoeten te draaien
kunt u de hoogteverschillen in de
vloer compenseren en de droogautomaat waterpas stellen.
31
Page 32
Het plaatsen van de droogautomaat
Externe afvoer condenswater
Het condenswater kan direct worden afgevoerd, als er afvoermogelijkheden aanwezig zijn, bijv. een wastafel of wasbak,
een sifon of een putje in de vloer.
Maximale afpomplengte: 3,00 meter
Maximale opvoerhoogte: 1,00 meter
De daartoe benodigde montageset
wordt bij de automaat gevoegd en bestaat uit:
– een 2 m lange afvoerslang,
– een slangbeugel,
– een tuit voor de afvoerslang
– en een slangklem.
Schuif de afvoerslang op de tuit.
Maak de afvoerslang goed met de
slangklem vast
en zorg er voor dat er geen knikken
in komen.
Schroef de slangklem aan de achterkant van het apparaat van de afvoertuit af.
Trek het rubberen dopje er af.
32
Page 33
Het plaatsen van de droogautomaat
De droogautomaat is standaard uitgerust met een terugstroombeveiliging
om te voorkomen dat er water terugloopt in de automaat.
Sluit de watertoevoer naar het condenswaterreservoir met het onderste
deel van de rubberen dop af.
Het sluitingsdeel moet daarbij naar
achteren wijzen, zodat het condenswaterreservoir weer moeiteloos in de
automaat kan worden geschoven.
Aansluiting op de sifon van een wastafel
Schuif de slangklem (1) en de kartel-
moer van de sifon (2) over de afvoer-
slang.
Steek het bijgevoegde buisje (3) in
de afvoerslang.
Schroef de afvoerslang met de kartel-
moer aan de sifon vast.
Draai de slangklem direct achter de
kartelmoer vast.
33
Page 34
Elektrische aansluiting
Elektrische aansluiting
Deze droogautomaat mag alleen door
een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten.
Deze droogautomaat is voorzien van
een aansluitkabel (ca. 2 m) en een stekker met beschermingscontact (randaarde), geschikt voor aansluiting op ~230
V 50 Hz.
Deze droogautomaat mag uitsluitend
worden aangesloten op een contactdoos met beschermingscontact (randaarde) of een daarvoor geschikte 2polige schakelaar, bijv. voor in de
badkamer.
Om extra veiligheid te kunnen garanderen wordt in de EU-voorschriften geadviseerd om de huisinstallatie van een
aardlekschakelaar te voorzien.
De gegevens van de aansluitwaarden
vindt u op het typeplaatje. Vergelijk
deze waarden met de gegevens van
uw elektriciteitsnet.
34
Page 35
Verbruiksgegevens
Programma’sBela-
WITTE / BONTE WAS
Extra droog
Kastdroog +
Kastdroog
(1)
Kastdroog
Strijkdroog rr
Strijkdroog
(1)
rr51200
Mangeldroog
ding
kgomw/minkWh10 A
Verbruiksgegevens
Eindcentrifugetoerental
(in een huishoudwas-
automaat)
51200
1400
1600
51200
1400
1600
5800 (70 % restvocht)3,510988
51200
1400
1600
5800 (70 % restvocht)2,859174
1400
1600
51200
1400
1600
EnergieDroogtijd
(incl. afkoeltijd)
minuten
(2)
16 A
3,4
3,3
3,0
2,9
2,75
2,45
2,75
2,6
2,35
2,1
1,95
1,65
1,7
1,55
1,25
102
99
89
92
88
79
88
85
77
67
66
57
58
55
47
84
81
74
74
71
64
71
68
62
57
54
47
47
44
38
(2)
KREUKHERSTELLEND
Kastdroog
Strijkdroog
(1)
2,51000 (50 % restvocht)1,35244
2,510001,154840
Speciale programma’s
Wol
Strijken
(1)
(2)
rrr2,5–0,388
Testprogramma volgens EN 61121/A11.
Zekering: zie typeplaatje
1–0,233
Verbruiksgegevens berekend volgens norm EN 61121/A11.
Variaties in de aangegeven waarden zijn mogelijk, afhankelijk van het soort textiel, de hoeveelheid
wasgoed, het vulgewicht, de hoeveelheid restvocht na het centrifugeren en verschillen in de netspanning.