Miele GALA C User manual [nl]

Page 1
Gebruiksaanwijzing voor de condensdroger Gala C
Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw droogautomaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat. M.-Nr. 05 237 141
T
Page 2
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Algemeen
Het apparaat in één oogopslag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu
Het verpakkingsmateriaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Het afdanken van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Korte beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Tips voor het drogen van textiel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Vóór het drogen / Het drogen / Na het drogen
Tips om energie te besparen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Het inschakelen van de droogautomaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Het vullen van de trommel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Het kiezen van een programma. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Het kiezen van (een) extra functie(s) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Het starten van een programma . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Na het drogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Het wijzigen van een programma
Het kiezen van een ander programma tijdens het drogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Het openen van de deur tijdens het drogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Programma-overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Het programmeren van aanvullende functies
Overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Het oproepen, activeren en opslaan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
2
Page 3
Inhoudsopgave
Reiniging en onderhoud
Pluizenfilters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Droogautomaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Het legen van het condenswaterreservoir . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Condensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Nuttige tips
Probleem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Het vervangen van het gloeilampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Het openen van de deur bij stroomuitval. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Technische Dienst
Reparaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Miele Service Verzekering Certificaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Programma-actualisering. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Het plaatsen van de droogautomaat
Was-droogzuil . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Externe afvoer condenswater . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
Verbruiksgegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
3
Page 4
Algemeen
Algemeen
Het apparaat in één oogopslag
1 Aansluitkabel 2 Condenswaterreservoir 3 Bedieningspaneel 4 Deur 5 Klepje voor de condenskast 6 Afvoerslang voor condenswater 7 Vier stelvoeten
4
Page 5
Bedieningspaneel
Algemeen
bToets "j k"
Met deze toets kunt u de droger in- en uitschakelen en het programma onder­breken. Wanneer u het apparaat in­schakelt en de deur opent, gaat de trommelverlichting aan.
cToets "Deur"
Met deze toets kunt u de deur van de droger openen en het programma af­breken. Deze toets klikt niet vast.
dToets "START"
Met deze toets kunt u een droogpro­gramma starten. Het controlelampje:
– knippert wanneer een programma
kan worden gestart;
– en brandt
gestart.
nadat het programma is
eToetsen voor de extra functies
Wanneer u een extra functie heeft inge­schakeld gaat het daarbij behorende controlelampje branden. Wanneer u deze extra functie weer heeft uitgeschakeld gaat het daarbij be­horende controlelampje uit.
fProgrammakeuzeschakelaar
De keuzeschakelaar kan rechtsom of linksom worden gedraaid.
gControlelampjes voor het
programmaverloop, controle- en foutmeldingen
De controle- en foutmeldingen worden in het hoofdstuk "Nuttige tips" uiteenge­zet.
5
Page 6
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen met het oog op de geringe belasting van het milieu en de mogelijkheden voor afvalverwerking.
Door hergebruik van verpakkingsmate­riaal wordt er op grondstoffen be­spaard en wordt er minder afval gepro­duceerd. Uw vakhandelaar neemt de verpakking over het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Afgedankte apparaten bevatten nog waardevolle stoffen/materialen. Zet uw apparaat daarom niet zomaar bij het grof vuil, maar informeer bij uw handelaar of het mogelijk is het appa­raat terug te geven. Is dit niet mogelijk, informeer dan bij de gemeente of bij een grondstoffenhan­delaar naar mogelijkheden voor herge­bruik van het materiaal (bijv. schrootver­werking).
Zorg ervoor dat kinderen niet bij het oude apparaat kunnen komen totdat het wordt weggehaald. Zie ook het hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen".
6
Page 7
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Lees eerst aandachtig de gebruiks­aanwijzing door voordat u uw droog­automaat voor het eerst gebruikt. U vindt hierin belangrijke instructies met betrekking tot de veiligheid, het gebruik en het onderhoud van het apparaat. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan de eventuele volgende eigenaar van de droogau­tomaat.
Technische veiligheid
Controleer vóórdat het apparaat
wordt geplaatst, of het zichtbaar beschadigd is. Een beschadigde droogautomaat mag niet worden geplaatst en niet in gebruik genomen.
Voordat u de droogautomaat aan-
sluit dient u altijd de aansluitgege­vens (zekering, spanning en frequen­tie) op het typeplaatje met die van het elektriciteitsnet te vergelijken. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
Efficiënt gebruik
Deze droogautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ge-
bruik.
Deze droogautomaat is uitsluitend
bestemd voor het drogen van tex­tiel dat in water is gewassen en vol­gens de aanwijzingen van de fabrikant op het wasetiket in de droogautomaat mag worden gedroogd. Gebruik voor andere doeleinden kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet ver­antwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander gebruik dan hier aangegeven of door een fou­tieve bediening.
Controleer voordat u uw droogauto-
maat voor het eerst in gebruik neemt of het apparaat volgens de re­gels is opgesteld en aangesloten. Zie hoofdstuk: "Het plaatsen van de droogautomaat".
De elektrische veiligheid van de
droogautomaat is uitsluitend gega­randeerd als deze is aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsbepalingen is geïn­stalleerd. Het is zeer belangrijk dat wordt nage­gaan of aan deze fundamentele veiligheidsvoorwaarde is voldaan en dat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman wordt geïnspecteerd. De fabri­kant kan niet aansprakelijk worden ge­steld voor schade die is ontstaan door een ontbrekende of beschadigde aard­draad.
Gebruik om veiligheidsredenen
geen verlengsnoer. Dit in verband met gevaar voor bijvoor­beeld oververhitting.
7
Page 8
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
De droogautomaat voldoet aan de
voorgeschreven veiligheidsbepalin­gen. Ondeskundig uitgevoerde repara­ties kunnen onvoorziene risico’s voor de gebruiker opleveren, waarvoor de fabri­kant niet aansprakelijk kan worden ge­steld. Reparaties mogen alleen door er­kende vakmensen van Miele worden uitgevoerd.
Als er een storing moet worden ver-
holpen of als de droogautomaat moet worden gereinigd, mag er geen elektrische spanning op het apparaat staan. Dit is het geval als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
- als de hoofdschakelaar van de
huisinstallatie is uitgeschakeld,
- of als de stekker uit de contactdoos
is getrokken.
Defecte onderdelen mogen alleen
door originele Miele-onderdelen worden vervangen. Alleen van deze onderdelen kunnen wij garanderen dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij stellen aan onze apparaten.
Gebruik
Plaats uw droogautomaat niet in
vorstgevoelige ruimten. Temperatu­ren die duidelijk onder het vriespunt lig­gen hebben een negatief effect op de werking van het apparaat. Door bevrie­zend condenswater in de pomp, in de slangen en in het condenswaterreser­voir kan de automaat beschadigen.
Het condenswater kan extern wor-
den afgevoerd. Als u de afvoerslang in een wastafel of wasbak hangt, zorg er dan voor dat hij niet weg kan glijden. Als de slang niet goed vastzit kan er water overstromen en dit kan schade veroorzaken.
Condenswater is geen drinkwater.
Het drinken van condenswater kan schadelijk zijn voor de gezondheid van mens en dier.
8
Page 9
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Sluit de deur iedere keer nadat u de droogautomaat heeft gebruikt.
Zo voorkomt u dat – kinderen op de deur gaan leunen en
dat het apparaat gaat kantelen.
– kinderen proberen in de droger te
kruipen
– of er voorwerpen in te verstoppen.
Er bestaat gevaar voor brand bij
de volgende materialen: – Kledingstukken met rubber. – Kledingstukken die voorbehandeld
zijn met brandbare reinigingsmidde­len (bijv. wasbenzine).
– Kledingsstukken die in aanraking
zijn geweest met haarversteviger, haarspray, nagellakremover e.d.
– Kledingstukken die vervuild zijn door
olie en/vet, bijv. kokskleding en keu­kenlinnen.
Gebruik van toebehoren
Alleen originele Miele-toebehoren
mogen worden aan- of ingebouwd. Als er andere toebehoren worden aan­of ingebouwd, kan Miele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen be­roep meer worden gedaan op bepalin­gen met betrekking tot garantie en pro­ductaansprakelijkheid.
Het afdanken van het apparaat
Trek de stekker uit de contactdoos
en maak deze samen met de aan­sluitkabel onbruikbaar. U voorkomt hiermee dat de droog­automaat verkeerd wordt gebruikt.
– Kledingstukken met vullingen die be-
schadigd zijn (bijv. kussens of jacks). Wanneer de vulling er uitkomt kan dat brand veroorzaken.
9
Page 10
Korte beschrijving
Korte beschrijving
Korte beschrijving van de wer­king van de droogautomaat en korte handleiding
De programma’s kunt u instellen door de programmakeuzeschakelaar naar rechts of naar links te draaien.
Ter aanvulling van de droogprogram­ma’s kunt u extra functies instellen door
de toetsen voor de extra functies in te drukken.
Het programma kunt u starten door op de START - toets te drukken.
De controlelampjes voor het program­maverloop, die zich rechts op het be­dieningspaneel bevinden, geven aan in welke fase het programma zich bevindt.
Het Sensitive-systeem meet automa­tisch het soort water en maakt nauw­keurig drogen mogelijk.
Het Novotronic-systeem meet zowel het restvochtgehalte als de hardheid en de kwaliteit van het leidingwater. Door deze waarden te vergelijken zorgt het ervoor dat het restvochtgehalte altijd gelijk is.
De Reverseerautomaat zorgt ervoor dat de trommel afwisselend links- en rechtsom draait. Zo wordt het wasgoed gelijkmatig en behoedzaam gedroogd.
Verder kunt u een aantal aanvullende functies programmeren om het droog­programma nog beter af te stemmen op het soort wasgoed en de manier waarop u dit wilt drogen.
Lees eerst: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen" en: "Tips voor het drogen van textiel".
Wanneer u een kort overzicht wilt heb­ben over hoe u de automaat moet be­dienen, kunt u de met cijfers aangedui­de stappen (
1,2,3...) aanhouden.
1 Schakel het apparaat in
door op de j k - toets te drukken.
2 Open de deur
door op de Deur - toets te drukken.
3 Vul de trommel
door het wasgoed losjes in de trom­mel te leggen.
4 Sluit de deur
5 Kies een programma
door de programmakeuzeschakelaar op de gewenste droogtestand te draaien.
Wanneer de gewenste droogtestand is bereikt, wordt het wasgoed afgekoeld.
Na het einde van het eigenlijke pro­gramma volgt de "Kreukbeveiliging": de trommel draait met korte intervallen, waardoor wordt voorkomen dat het wasgoed gaat kreuken.
10
6 Kies eventueel (een) extra func-
tie(s)
door op de toets(en) voor de extra functie(s) te drukken.
7 Start het programma
door op de START - toets te drukken.
Page 11
Tips voor het drogen van textiel
Tips voor het drogen van textiel
Controleer voordat u wasgoed in de automaat wilt gaan drogen, welk droogsymbool in het wasetiket van het wasgoed is afgebeeld.
De symbolen betekenen het volgende:
q = Drogen op een normale tempera-
tuur
r = Drogen op een lage temperatuur
(Druk daarbij op de toets "Temperatuur laag")
s = Niet geschikt om in de droogauto-
maat te worden gedroogd
t = Geschikt om in de droogautomaat
te worden gedroogd
Wanneer er geen droogsymbool in het wasetiket staat, gelden in principe de volgende regels:
–
Wit, bont en kreukherstellend was­goed moet in de daarbij behorende programma’s met de gewenste droogtegraad worden gedroogd (Zie hoofdstuk: "Programma-overzicht").
–
Fijne was, bijv. van acryl, moet in het programma "KREUKHERSTELLEND" en met de extra functie "Lage tempe­ratuur" worden gedroogd.
Houd in het geval dat onderstaan­de textielsoorten volgens het wasetiket in de automaat mogen worden gedroogd, rekening met het volgende:
Wol en wolmengweefsels
Deze hebben de neiging te vervil­ten en te krimpen. Dit gebeurt niet als dit textiel in het speciale programma "Wol" wordt ge­droogd.
Wasgoed gevuld met dons
De binnen- en buitenvoering (bijv. van dekbedden) heeft, afhankelijk van de kwaliteit en de gebruikte tex­tielsoort (zoals katoen en satijn) de neiging om te krimpen. Dit gebeurt niet als dit textiel in het speciale programma "Strijken
wordt gedroogd.
Zuiver linnen
Dit kan ruw worden. Dit gebeurt niet als dit textiel in het speciale programma "Strijken wordt gedroogd.
rrr"
rrr"
11
Page 12
Tips voor het drogen van textiel
Kreukherstellend wasgoed gaat des
Let verder nog op het volgende:
–
T-shirts en tricot krimpen vaak wan­neer ze voor het eerst worden ge­wassen. Droog ze dus niet te lang en te heet om te voorkomen dat ze nog verder krimpen. Koop dit soort textiel even­tueel één of twee maten te groot.
–
Gesteven wasgoed kunt u in de droogautomaat drogen. Doseer echter vóórdat u gaat was­sen de dubbele hoeveelheid stijfsel voor hetzelfde effect.
–
Kreukherstellende overhemden of blouses van 100% katoen hebben, afhankelijk van de kwaliteit en het model overhemd, de neiging sterk te kreuken. Droog zulk wasgoed met een pro­gramma met een lagere droogte­graad (bijv. "Strijkdroog"). In het uiterste geval kunt u dit wasgoed het beste drogen in het programma "Strijken gertje hangen.
rrr"
en daarna op een han-
–
te meer kreuken, naarmate de droog­automaat voller beladen is. Dat geldt vooral voor zeer fijn textiel. Verminder de beladingshoeveelheid of gebruik het speciale programma "Kreukherstellend Strijkdroog".
– Droog
goed niet samen met lichtgekleurd wasgoed omdat het misschien af­geeft.
– Kledingstukken
schadigd zijn (bijv. kussens of jacks) mogen niet in de automaat worden gedroogd. Wanneer de vulling er uit­komt kan dat brand veroorzaken.
nieuw, donkergekleurd was-
met vullingen die be-
12
Page 13
Vóór het drogen / Het drogen / Na het drogen
Vóór het drogen / Het drogen / Na het drogen
Tips om energie te besparen
Voordat u het wasgoed gaat drogen kunt u dit het beste met een zo hoog mogelijk toerental in de wasauto­maat centrifugeren. Zo bespaart u bij het drogen ca. 30 % energie en tijd, wanneer u bijv. met 1600 omw/min in plaats van met 800 omw/min centrifugeert.
Sorteer het wasgoed zo veel moge­lijk
- naar textielsoort,
- naar gewenste droogtegraad
- naar gelijke grootte en gelijk rest­vocht na het centrifugeren. Zo krijgt u een gelijkmatig droog­resultaat.
Benut voor ieder droogprogramma de maximale beladingscapaciteit van de trommel. Zie daarvoor het hoofdstuk: "Programma-overzicht".
Zorg ervoor dat er niet te veel en niet te weinig wasgoed in de trommel zit.
Het energieverbruik is dan, gerela­teerd aan de totale hoeveelheid was­goed, het gunstigst.
Doe ritssluitingen dicht. Bind ceintuurs bij elkaar. Knoop schortenbandjes aan elkaar.
Verwijder eventuele doseerbolletjes of doseerzakjes uit het wasgoed. Deze voorwerpen kunnen tijdens het droogprogramma smelten en het apparaat en het wasgoed be­schadigen.
Leg het voorgesorteerde wasgoed losjes in de trommel.
Zorg ervoor dat de trommel niet overvol is. Een te volle trommel is slecht voor het wasgoed en heeft een negatief effect op het droogresultaat.
Sluit de deur.
Zorg voor een goede ventilatie.
1Het inschakelen van de
droogautomaat
Druk op de j k - toets.
2Het vullen van de trommel
Open de deur van de automaat door op de Deur - toets te drukken.
Knoop dekbedovertrekken en kus­senslopen dicht, zodat er geen klei­nere stukken wasgoed in komen.
Let er bij het sluiten van de deur op dat er geen stukken wasgoed tus­sen de deur zitten. Wasgoed dat be­klemd raakt kan beschadigen.
13
Page 14
Vóór het drogen / Het drogen / Na het drogen
3Het kiezen van een program-
ma
Draai de programmakeuzeschake­laar op het gewenste programma.
De programma’s zijn beschreven in het hoofdstuk: "Programma-over­zicht".
4Het kiezen van (een) extra
functie(s)
Druk de toets(en) voor de extra func­tie(s) in.
Wanneer u een extra functie heeft inge­schakeld gaat het daarbij behorende controlelampje branden. Wanneer u deze extra functie weer heeft uitgeschakeld gaat het daarbij be­horende controlelampje uit.
Extra functie "Temperatuur laag"
Met deze toets wordt de temperatuur van de lucht in de trommel verlaagd.
– Voor het drogen van fijn textiel, bijv.
acryl. Symbool in het wasetiket: r.
Het programma duur langer.
5Het starten van een program-
ma
Druk op de START - toets.
Rechts op het bedieningspaneel brandt het controlelampje van de fase waarin het droogprogramma zich op dat moment bevindt.
Memory-functie
Is de Memory-functie actief, dan wor­den de extra functies opgeslagen zoals die bij het gekozen droogprogramma worden ingesteld. Wanneer u de keer daarop ditzelfde programma kiest, branden de controle­lampjes van de extra functies zoals die de keer daarvóór zijn ingesteld. Méér over de Memory-functie in het hoofdstuk: "Het programmeren van aan­vullende functies".
Extra functie "Kort"
Met deze toets duurt het programma korter.
– Voor het drogen van sterk textiel.
14
Page 15
Vóór het drogen / Het drogen / Na het drogen
Controlelampje "Filter / Condensor"
Dit controlelampje geeft aan dat het ap­paraat niet optimaal of niet zuinig werkt.
De oorzaken van deze foutmelding kun­nen zijn:
– de pluizenfilters in deur en de vulo-
pening zijn verstopt; – de condensor is verstopt. Het controlelampje "Filters / Conden-
sor" gaat voor de start van een pro­gramma alleen uit, wanneer de droog­automaat met de uitgeschakeld.
j k - toets is
Na het drogen
Wanneer het controlelampje "Kreukbe­veiliging / Einde" brandt, is het eigenlij­ke programma afgelopen.
Open de deur door op de Deur ­toets te drukken.
Haal het wasgoed uit de trommel. Controleer of de trommel leeg is.
Wasgoed dat in de trommel blijft lig­gen wordt als het nog een keer wordt gedroogd overmatig ge­droogd en kan daardoor beschadi­gen.
Verwijder iedere keer nadat u de droogautomaat heeft gebruikt de pluizen
- in het pluizenfilter in de pluizen­filterhouder
- in de beide pluizenfilters in de vulopening.
Zie hoofdstuk: "Reiniging en onder­houd".
Leeg het condenswaterreservoir wanneer er geen externe condens­waterafvoer aanwezig is. Zie hoofdstuk: "Reiniging en onder­houd".
Sluit de deur. Schakel het apparaat uit door op de
j k - toets te drukken.
Sluit de deur iedere keer nadat u de automaat heeft gebruikt en schakel het apparaat dan ook uit.
15
Page 16
Het wijzigen van een programma
Het wijzigen van een programma
Nadat een gekozen droogprogram­ma is gestart accepteert de auto­maat geen wijzigingen meer in pro­grammakeuze en keuze van extra functies.
Wordt de programmakeuzeschakelaar na de start van het programma op een ander programma gedraaid, heeft dat geen invloed op het programmaver­loop. Het controlelampje "Drogen" begint te knipperen. Het controlelampje gaat uit wanneer de programmakeuzeschake­laar op het programma wordt gedraaid dat u eerst had ingesteld.
Het openen van de deur tij­dens het drogen
Breek eerst het programma af:
door met een druk op de Deur ­toets de deur te openen.
– Nu kunt u nog wasgoed in de trom-
mel leggen of voortijdig wasgoed uit de trommel halen.
Wanneer u het programma wilt voortzet­ten:
Sluit dan de deur. Druk op de START - toets.
– Het programma gaat verder.
Het kiezen van een ander pro­gramma tijdens het drogen
Breek eerst het programma af:
door de programmakeuzeschakelaar op "Einde" te draaien.
– Wanneer dan alleen nog maar het
controlelampje "Kreukbeveiliging / Einde" brandt, is het programma af­gebroken.
Kies dan een nieuw programma:
door de programmakeuzeschakelaar op het gewenste programma te draaien.
Schakel eventueel extra functies in of uit.
Druk op de START - toets.
Wanneer de bij TIJDKEUZE - pro­gramma’s de stroom is uitgevallen moet u, zodra er weer stroom op het apparaat staat, het programma op­nieuw starten.
16
Page 17
Programma-overzicht
Programma-overzicht
Programma Soort textiel Maximale
WITTE / BONTE WAS Extra droog
Wasgoed van dikkere stof
dat bij "Kastdroog +" niet
droog genoeg wordt
Kastdroog +
Wasgoed van dunnere en
dikkere stof, zoals
verschillende soorten
katoenen wasgoed (bijv.
badstof handdoeken en tricot
wasgoed)
Kastdroog
(1)
Soortgelijk wasgoed van katoen (badstof en tricot
wasgoed, flanellen lakens)
Strijkdroog
r
Strijkdroog rr
(1)
Katoenen of linnen weefsels
(bijv. tafellakens, servetten en beddengoed, gesteven
wasgoed)
Mangeldroog
Katoenen of linnen weefsels
die na afloop van het
droogprogramma door de
mangel worden gehaald;
gesteven wasgoed
belading
5 kg Droog tricot wasgoed niet
5 kg –
5 kg Wanneer het wasgoed bij
5 kg – 5 kg Wanneer het wasgoed te
5 kg Rol het wasgoed op zolang
(2)
Tip
met "Extra droog" i.v.m.
krimpgevaar.
"Kastdroog" te vochtig is, kies
dan "Kastdroog +".
vochtig is om het met de hand te strijken, kies dan
"Strijkdroog r".
het nog niet door de mangel
wordt gehaald. Zo wordt
opdrogen voorkomen.
(1)
Tip voor testbureaus: Programma-instellingen voor de test volgens norm EN 61121/A11
(2)
Gewicht van het droge wasgoed
17
Page 18
Programma-overzicht
Programma Soort textiel Maximale
belading
(2)
Tip
KREUKHERSTELLEND Kastdroog +
Kreukherstellend wasgoed van
synthetisch materiaal of
2,5 kg Centrifugeer dit wasgoed
minstens 30 seconden.
gemengde weefsels die bij
"Kastdroog" niet droog genoeg
worden (bijv. truien, jurken en
broeken)
Kastdroog
(1)
Kreukherstellende overhemden,
tafelkleden van gemengde
2,5 kg
weefsels, bijv. katoen / synthetisch
materiaal
Strijkdroog
Kreukherstellende overhemden,
tafelkleden van gemengde
weefsels, bijv. katoen /
synthetisch materiaal die nog
moeten worden gestreken
2,5 kg Centrifugeer dit wasgoed
minstens 30 seconden.
Verminder bij kreukgevoelig
wasgoed de belading (zie ook:
"Speciale programma’s").
TIJDKEUZE Warme lucht
Een stuk wasgoed of een paar
stukken wasgoed (bijv.
5 kg –
badhanddoek, zwembroek,
badpak, schoonmaakdoekjes)
Wasgoed van dikkere stof dat
door de samenstelling op
verschillende manieren moet
worden gedroogd
Koude lucht
Wasgoed dat alleen moet worden
doorgelucht
5 kg –
Speciale programma’s Kreukherstel-
lend Strijk ­droog
Wol
Wasgoed van katoen of
gemengde weefsels (bijv.
overhemden, blouses)
Wollen wasgoed 1 kg Het wollen wasgoed wordt
1 kg Het wasgoed wordt afhankelijk
van de textielsoort zo gedroogd dat er weinig kreukels in komen.
losgeschud en wordt daardoor
weer lekker zacht.
Dit wasgoed moet direct na het
einde van het programma uit de
trommel worden gehaald.
Het wollen wasgoed wordt niet
helemaal droog.
Strijken
rrr
Katoenen of linnen weefsels Kreukherstellend wasgoed van katoen, gemengde weefsels of
synthetisch materiaal
2,5 kg Dit programma vermindert de
kreukels die er van het
centrifugeren nog in zitten.
Dit textiel moet direct na het
einde van het programma uit de
trommel worden gehaald.
(1) Tip voor testbureaus: Programma-instellingen voor de test volgens norm EN 61121/A11 (2)
Gewicht van het droge wasgoed
18
Page 19
Het programmeren van aanvullende functies
Het programmeren van aanvullende functies
Overzicht
U kunt een aantal aanvullende func­ties programmeren om het droogpro­gramma nog beter af te stemmen op het soort wasgoed en de manier waarop u dit wilt drogen. Aanvullende functies blijven zo lang geprogrammeerd tot ze weer worden gewist.
U kunt één of meer aanvullende func­ties programmeren of wissen.
"Correctie van de droogtegraad"
Het Sensitive-systeem is zo gecon­strueerd dat het mogelijk is om bij het drogen zo veel mogelijk energie te besparen. Wanneer u het wasgoed na het ein­de van het programma echter nog niet droog genoeg vindt, kunt u de vochtigheidsgraad van alle program­ma’s iets verminderen.
De functie "Correctie van de droogte­graad" is standaard niet ingeschakeld.
1 Roep de aanvullende functie "Zoe-
mer" op (zie volgende bladzijde, punten
2 Druk op de START - toets, totdat
het controlelampje "Mangeldroog"
uitgaat.
3 Druk opnieuw op de START - toets
en houd de toets ingedrukt.
Daarbij gaat het controlelampje
"Mangeldroog" branden.
4 Laat de START - toets los, als het ge-
wenste zoemervolume is bereikt.
5 Draai de programmakeuzeschakelaar
op "Einde".
6 Schakel het apparaat met de
toets uit. Daarmee is het zoemervolume opgesla­gen.
Hoe u de zoemer uitschakelt kunt u op de volgende bladzijde lezen (stappen
1 tot en met 6).
jk -
1 tot en met 0).
"Memory"
Met deze functie wordt/worden de ex­tra functie(s) opgeslagen die bij de vorige droogbeurt is/zijn ingesteld.
"Zoemer"
Met deze functie klinkt er na het ei­genlijke programma, in de fase "Kreukbeveiliging / Einde", met regel­matige tussenpozen een akoestisch signaal.
De functie "Zoemer" is standaard inge­schakeld. De functie kan weer worden uitgeschakeld.
Het zoemervolume kunt u veranderen. De toonhoogte verandert tegelijkertijd. Ga als volgt te werk:
De Memory-functie is standaard inge­schakeld. De functie kan weer worden uitgeschakeld.
"Kreukbeveiliging"
Met deze functie draait de trommel na het einde van het eigenlijke pro­gramma met korte intervallen, waar­door wordt voorkomen dat het was­goed gaat kreuken.
De functie "Kreukbeveiliging" is stan­daard ingeschakeld. De functie kan weer worden uitgeschakeld.
19
Page 20
Het programmeren van aanvullende functies
Het oproepen, activeren en op­slaan
De aanvullende functies worden ge­programmeerd met behulp van de toetsen voor de extra functies en met behulp van de programmakeuze­schakelaar. Deze toetsen en de pro­grammakeuzeschakelaar hebben dus een tweede functie die niet op het paneel te zien is.
Ga als volgt te werk:
1 Het apparaat moet uitgeschakeld en
de deur moet gesloten zijn. De programmakeuzeschakelaar moet op stand "Einde" staan.
2 Druk de toetsen "Kort" en "Tempera-
tuur laag" tegelijk in en houd ze inge­drukt.
3 Schakel het apparaat in door op de
j k - toets te drukken.
4 Laat alle toetsen los. 5 De controlelampjes "Drogen" en "Kou-
de lucht" zijn nu aan het knipperen.
6 Draai de programmakeuzeschake-
laar op
– "WITTE / BONTE WAS Extradroog"
voor de aanvullende functie "Correctie van de droogtegraad".
– "WITTE / BONTE WAS Kastdroog +"
voor de aanvullende functie
"Zoemer".
– "WITTE / BONTE WAS Kastdroog"
voor de aanvullende functie "Memory".
– "WITTE / BONTE WAS Strijkdroog r"
voor de aanvullende functie
"Kreukbeveiliging".
7 Wanneer nu het controlelampje "Man-
geldroog" brandt is de gekozen aan-
vullende functie actief.
8 Door op de START - toets te drukken
kunt u de aanvullende functies in- of
uitschakelen.
Is het controlelampje "Mangeldroog"
aan, dan is de aanvullende functie
ingeschakeld.
Is het controlelampje "Mangeldroog"
uit, dan is de aanvullende functie
uitgeschakeld.
9 Wanneer u nog meer aanvullende
functies wilt inschakelen, herhaal
dan de stappen
niet:
6 tot en met 8. Zo
0 Sla dan de functie(s) op door de pro-
grammakeuzeschakelaar op "Einde"
te draaien en het apparaat met de
j k - toets uit te schakelen.
Het deprogrammeren van een aanvul­lende functie
Neem de stappen 1 tot en met 0.
Controleren of een aanvullende func­tie actief is:
Neem de stappen 1 tot en met 7.
Schakel het apparaat uit. De controle is voltooid.
20
Page 21
Reiniging en onderhoud
Pluizenfilters
Vrijkomende pluisjes worden opgevan­gen door de pluizenfilters in de deur en in de vulopening.
Reinig deze filters iedere keer nadat u de droogautomaat heeft gebruikt. Daar­mee bespaart u energie en voorkomt u dat de droogprogramma’s langer du­ren dan nodig is.
Open de deur.
Reiniging en onderhoud
Als het pluizenfilter in de deur erg verstopt is,
kunt u het onder stromend water rei-
nigen.
Droog het filter in dat geval goed af.
Plaats het pluizenfilter weer in de
pluizenfilterhouder in de deur.
Verwijder ook de pluisjes van de bei-
de filters in de vulopening.
Trek het pluizenfilter uit de pluizenfil­terhouder aan de binnenkant van de deur.
In de holle ruimte van de pluizenfilter­houder zitten pluisjes. Verwijder deze via de brede gleuf aan de on­derkant van de houder. Daarvoor is bij de Miele-vakhandel en bij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland B.V. een reinigings­borsteltje verkrijgbaar.
Verwijder de pluisjes van het pluizen­filter. Gebruik daarvoor geen spits of
scherp voorwerp!
Als deze filters erg verstopt zijn
kunt u ze uit de vulopening halen
en ze onder stromend warm water
reinigen.
Droog de pluizenfilters goed af.
Plaats ze weer in de vulopening.
Sluit de deur.
Droog geen geurdoekjes in de droogautomaat. De pluizenfilters kunnen door geurdoekjes sneller verstopt raken.
21
Page 22
Reiniging en onderhoud
Droogautomaat
Voordat u deze gaat reinigen moet u de stekker uit de contactdoos ha­len of de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uitschakelen.
Reinig de ommanteling en het bedie- ningspaneel met een mild reinigings­middel of sopje.
Reinig de trommel en andere delen van roestvrij staal met een reinigings­middel dat geschikt is voor roestvrij staal.
Gebruik geen schuurmiddelen, op­losmiddelen, glas- of allesreinigers! Deze kunnen namelijk door hun che­mische samenstelling enorme be­schadigingen aan het kunststof op­pervlakte of aan de onderdelen van het apparaat veroorzaken. Spuit het apparaat nooit schoon.
Wrijf de automaat en de onderdelen daarvan met een zachte doek droog.
22
Page 23
Het legen van het condenswa­terreservoir
Kan het condenswater niet extern wor­den afgevoerd dan wordt het water dat tijdens het droogprogramma verdampt in een reservoir opgevangen.
Het reservoir moet iedere keer na­dat u de droogautomaat heeft ge­bruikt worden geleegd. In ieder ge­val dan, wanneer het controlelampje "Reservoir ledigen" brandt.
– Als er een droogprogramma wordt
gestart terwijl het reservoir vol zit of
– als het reservoir tijdens een droog-
programma vol raakt, dan:
– licht het lampje "Reservoir ledigen"
op;
– klinkt er een akoestisch signaal; – wordt het programma afgebroken; – wordt het wasgoed afgekoeld.
Daarbij brandt het controlelampje "Koude lucht".
Reiniging en onderhoud
Trek het klepje van de opening opzij
en laat het water er uit lopen.
Schuif het lege reservoir in de droog-
automaat totdat u duidelijk weer-
stand voelt.
Condenswater mag niet worden ge­dronken. Het drinken van condenswa­ter kan schadelijk zijn voor de ge­zondheid van mens en dier.
Trek het reservoir met beide handen uit de automaat.
Condenswater is gedestilleerd water. U kunt het in het huishouden gebruiken, bijv. voor stroomstrijkijzers en luchtbe­vochtigers. Let daarbij op het volgende.
Giet het condenswater veiligheidshal-
ve door een fijne zeef of een koffiefil-
terzakje. Dan worden zeer fijne pluisjes die an-
ders schade zouden kunnen aanrich­ten uit het water gefilterd.
23
Page 24
Reiniging en onderhoud
Condensor
Haal de spanning van het apparaat.
Controleer de condensor minstens twee keer per jaar. Wanneer u de droogautomaat vaak gebruikt, controleer de condensor dan minstens na ca. 100 droogbeur­ten en reinig hem indien nodig.
Zet de hendel van het deksel van de
condenskast verticaal naar beneden.
Verwijder het deksel van de con-
denskast.
Haal het klepje er af.
24
Zet beide hendels aan de condensor
verticaal.
Page 25
Reiniging en onderhoud
Trek de condensor uit de condens­kast.
Reinig de condensor aan de voor­en achterkant.
Neem het dichtingsrubber aan voor­en achterkant voorzichtig maar gron­dig af.
Reinig de condensor aan de beide
zijkanten.
Zet de condensor op de zijkant op
een handdoek en laat hem zo uitlek-
ken.
Schuif de condensor weer in de con-
denskast (Zie afbeelding links bo-
ven).
Zet de beide hendels aan de con-
densor horizontaal.
Controleer of de condensor goed
vast zit door hem naar voren te trek-
ken.
Zet het deksel van de condenskast
weer terug met de hendel horizon-
taal.
Controleer of het deksel van de con-
denskast goed vast zit.
Als dat niet het geval is kan er water
uit het apparaat lopen.
Sluit de deur.
25
Page 26
Nuttige tips
Nuttige tips
Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door erkende vakmensen worden uitge­voerd. Gebeurt dit niet, dan kan de gebruiker grote risico ’s lopen .
Probleem . . . Oorzaak . . . Oplossing . . .
De trommel draait niet nadat de droogautomaat is inge­schakeld
Wasgoed van synthetisch ma­teriaal kan statisch zijn nadat het is gedroogd
Het wasgoed is na een droog­beurt niet dr oog genoeg
Er is sprake van pluisvorming
Misschien hebt u bij het inscha­kelen van de droogautomaat niet de juiste volgorde aange­houden.
Het wasgoed in de trommel be­stond uit verschillende soorten textiel.
Pluizen ontstaan voornamelijk door wrijving tijdens het dragen. Tijdens een droogprogramma raken deze pluisjes los. De wrijving in de droogautomaat daarentegen is gering en heeft geen invloed op de kwaliteit van het textiel. Dit is uit onderzoek gebleken.
Schakel de automaat opnieuw in. Zie hoofdstuk: "Vóór het drogen / Het drogen / Na het drogen". Controleer of
– de stekker in het stopcontact
zit;
– de deur goed is gesloten; – de j k - toets is ingedrukt; – de START - toets is ingedrukt; – de hoofdschakelaar van de
huisinstallatie is ingescha­keld. Als dat wel het geval is en het probleem nog niet is opgelost, neem dan contact op met Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
Door tijdens het wassen wasver­zachter bij het laatste spoelwa­ter te doen, kunt u de statische lading van het wasgoed vermin­deren.
Kies de volgende keer een pro­gramma dat daar beter bij past.
26
Page 27
Nuttige tips
Probleem . . . Oorzaak . . . Oplossing . . .
Het droogpro gramma heeft zeer lang geduurd
Er bevinden zich waterdrup­pels aan de bovenkant van de vulopening
Nadat de condensor is gerei­nigd komt er water uit de droogautomaat
De trommelverlichting brandt niet
U moet de deur ope nen wan­neer de stroom is uitgevallen
De beluchting en ontluchting is niet voldoende, bijv. doordat het vertrek te klein is. Daardoor is het mogelijk dat de tempera­tuur in het vertrek sterk gestegen is.
Het rooster onder de deur is geblokkeerd.
Het apparaat kan de lucht niet goed afvoeren.
Het wasgoed is niet voldoende gecentrifugeerd geweest.
Een dubbel filtersysteem met tweevoudige afdichting gaat storende pluisvorming in de condensor tegen. Door de twee­voudige afdichting kan zich ech­ter condens vormen.
De condensor en / of het deksel van de condenskast zitten niet goed vast.
De trommelverlichting brandt alleen maar, wanneer het appa­raat is ingeschakeld. Misschien is het gloeilampje defect.
Open wanneer de droger werkt een deur of een raam zodat er lucht wordt aangevoerd.
Verwijder de voorwerpen die het rooster blokkeren.
– Reinig de pluizenfilters in de
deur en in de vulopening.
– Reinig de condensor.
Centrifugeer het wasgoed voor­taan in de wasautomaat met het maximale centrifugetoerental.
Wanneer wasgoed uit de auto­maat wordt gehaald en in aanra­king is gekomen met dit vocht is het na een paar minuten weer droog.
Zet de condensor goed op zijn plaats en doe het deksel van de condenskast goed dicht.
Zo ja, vervang het gloeilampje. Zie einde van dit hoofdstuk.
Open de deur. Zie einde van dit hoofdstuk.
27
Page 28
Nuttige tips
Controle- en foutmeldingen die door controlelampjes wo rd en aang egeven : Probleem . . . ? Oorzaak . . . Oplossing . . . Het controlelampje "Drogen"
begint te knip pe ren
Het controlelampje "Kreukbe­veiliging / Einde" begint te knipperen
Het controlelampje "Reservoir legen" brandt
Het control e lampje "Filter / Condensor" brandt
Het programm a wordt afgebro­ken en het controlelampje "Kreukbeveiliging / Einde" brandt
De programmakeuzeschakelaar is op een ander programma ge­draaid. Het programma verloopt echter normaal.
Er kan sprake zijn van een sto­ring.
Temperaturen die duidelijk be­neden het vriespunt liggen heb­ben een negatief effect op de werking van het apparaat.
Het condenswaterreservoir is vol.
De pluizenfilters zijn verstopt.
De condensor kan verstopt raken wanneer hij vrij lange tijd niet is gereinigd.
Bevindt zich nadat een programma is gestart geen wasgoed in de trommel, meet de elektronica dat direct en wordt het programma af­gebroken. Ook wanneer er een programma wordt gestart terwijl het wasgoed in de trommel al droog is, kan het programma worden afgebroken.
Draai de programmakeuzescha­kelaar op het programma dat u eerst had ingesteld. Het contro­lelampje gaat uit.
– Schakel het apparaat in en
weer uit.
– Kies een programma en start
het.
– Plaats het apparaat in een
warmere ruimte.
Begint het controlelampje weer te knipperen, is er sprake van een technisch defect. Neem contact op met de Techni­sche Dienst van Miele Neder­land B.V.
Giet het condenswaterreservoir leeg. Controleer of het reservoir goed op zijn plaats zit.
– Schakel de droogautomaat
met de j k - toets uit.
– Reinig de pluizenfilters iede-
re keer nadat u de droogauto­maat heeft gebruikt. Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud".
– Schakel de droogautomaat
met de j k - toets uit.
– Reinig de condensor van tijd
tot tijd. Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud".
28
Page 29
Nuttige tips
Het vervangen van het gloei­lampje
Als de trommelverlichting het niet doet is het gloeilampje kapot en moet wor­den vervangen.
Open de deur.
Trek voordat u het gloeilampje ver­vangt de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit.
Schroef het kapje weer vast.
Let erop dat het kapje goed vastzit. Er kan anders vocht binnendringen en kortsluiting veroorzaken.
Het hittebestendige gloeilampje dient u uitsluitend te kopen bij de Miele-vak­handel of bij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland B.V. te Vianen.
Het openen van de deur bij stroomuitval
Schroef het kapje dat zich aan de binnenkant van de droger boven de vulopening bevindt, er met een dop­sleutel af.
Het vermogen van het gloeilampje mag niet hoger zijn dan op het type­plaatje en het kapje staat aangege­ven.
Vervang het gloeilampje. Zet het kapje weer op zijn plaats.
29
Page 30

Technische Dienst

Technische Dienst
Reparaties
Zijn er storingen die u niet zelf kunt ver­helpen, waarschuw dan
– uw Miele-vakhandelaar of – de Technische Dienst van Miele Ne-
derland B.V.
Miele Service Verzekering Cer­tificaat
Voor informatie over het Miele Service Verzekering Certificaat kunt u zich
wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.
Het adres en de telefoonnummers van Miele Nederland B.V. en de diverse af­delingen vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Voor een goede en vlotte afhandeling is het noodzakelijk dat de Technische Dienst weet welk type droogautomaat u heeft en welk nummer deze heeft. Bei­de gegevens vindt u op het typeplaatje rechts onder de vulopening.
Voorbeeld:
Programma-actualisering
Wasmiddelen, textiel, was- en droogge­woonten en was- en droogvoorschriften zullen in de toekomst veranderingen on­dergaan.
De droogprogramma’s zullen daaraan moeten worden aangepast.
De Technische Dienst zal in de toe­komst in staat zijn het droogprogram­ma te updaten en in het Novotronic-ge­heugen van uw droogautomaat op te slaan.
Dit zal gebeuren via het met "PC" ge­markeerde controlelampje (PC = Pro­gramme Correction).
Miele zal zelf aangeven wanneer de programma’s kunnen worden geactuali­seerd.
30
Page 31

Het plaatsen van de droogautomaat

Het plaatsen van de droogautomaat
De droogautomaat moet waterpas staan zodat een optimale werking ge­waarborgd is. Geringe hoogteverschil­len hoeven echter niet per se een nade­lig effect te hebben.
Zorg ervoor dat het rooster onder de deur in geen geval wordt geblok­keerd. Want dan kan er niet voldoende koe­le lucht worden aangevoerd.
Deze droger is minder geschikt om te worden ondergebouwd.
Was-droogzuil
U kunt een Miele-droogautomaat op een Miele-wasautomaat plaatsen. Daarvoor is een tussenstuk* nodig
Alle met * aangeduide onderdelen zijn verkrijg­baar bij de Miele-vakhandel of de afdeling On­derdelen van Miele Nederland B.V.
.
Door aan de stelvoeten te draaien kunt u de hoogteverschillen in de vloer compenseren en de droogauto­maat waterpas stellen.
31
Page 32
Het plaatsen van de droogautomaat
Externe afvoer condenswater
Het condenswater kan direct worden af­gevoerd, als er afvoermogelijkheden aan­wezig zijn, bijv. een wastafel of wasbak, een sifon of een putje in de vloer.
Maximale afpomplengte: 3,00 meter Maximale opvoerhoogte: 1,00 meter
De daartoe benodigde montageset wordt bij de automaat gevoegd en be­staat uit:
– een 2 m lange afvoerslang, – een slangbeugel, – een tuit voor de afvoerslang – en een slangklem.
Schuif de afvoerslang op de tuit.
Maak de afvoerslang goed met de
slangklem vast
en zorg er voor dat er geen knikken
in komen.
Schroef de slangklem aan de achter­kant van het apparaat van de afvoer­tuit af.
Trek het rubberen dopje er af.
32
Page 33
Het plaatsen van de droogautomaat
De droogautomaat is standaard uitge­rust met een terugstroombeveiliging om te voorkomen dat er water terug­loopt in de automaat.
Sluit de watertoevoer naar het con­denswaterreservoir met het onderste deel van de rubberen dop af. Het sluitingsdeel moet daarbij naar achteren wijzen, zodat het condens­waterreservoir weer moeiteloos in de automaat kan worden geschoven.
Aansluiting op de sifon van een was­tafel
Schuif de slangklem (1) en de kartel-
moer van de sifon (2) over de afvoer-
slang.
Steek het bijgevoegde buisje (3) in
de afvoerslang.
Schroef de afvoerslang met de kartel-
moer aan de sifon vast.
Draai de slangklem direct achter de
kartelmoer vast.
33
Page 34
Elektrische aansluiting
Elektrische aansluiting
Deze droogautomaat mag alleen door een erkend elektricien op het elektrici­teitsnet worden aangesloten.
Deze droogautomaat is voorzien van een aansluitkabel (ca. 2 m) en een stek­ker met beschermingscontact (randaar­de), geschikt voor aansluiting op ~230 V 50 Hz.
Deze droogautomaat mag uitsluitend worden aangesloten op een contact­doos met beschermingscontact (ran­daarde) of een daarvoor geschikte 2­polige schakelaar, bijv. voor in de badkamer.
Om extra veiligheid te kunnen garande­ren wordt in de EU-voorschriften gead­viseerd om de huisinstallatie van een aardlekschakelaar te voorzien.
De gegevens van de aansluitwaarden vindt u op het typeplaatje. Vergelijk deze waarden met de gegevens van uw elektriciteitsnet.
34
Page 35
Verbruiksgegevens
Programma’s Bela-
WITTE / BONTE WAS Extra droog
Kastdroog +
Kastdroog
(1)
Kastdroog
Strijkdroog rr Strijkdroog
(1)
rr 5 1200
Mangeldroog
ding
kg omw/min kWh 10 A
Verbruiksgegevens
Eindcentrifugetoerental
(in een huishoudwas-
automaat)
5 1200
1400 1600
5 1200
1400 1600
5 800 (70 % restvocht) 3,5 109 88
5 1200
1400 1600
5 800 (70 % restvocht) 2,85 91 74
1400 1600
5 1200
1400 1600
Energie Droogtijd
(incl. afkoeltijd)
minuten
(2)
16 A
3,4 3,3 3,0
2,9 2,75 2,45
2,75
2,6 2,35
2,1 1,95 1,65
1,7 1,55 1,25
102
99 89
92 88 79
88 85 77
67 66 57
58 55 47
84 81 74
74 71 64
71 68 62
57 54 47
47 44 38
(2)
KREUKHERSTELLEND Kastdroog Strijkdroog
(1)
2,5 1000 (50 % restvocht) 1,3 52 44
2,5 1000 1,15 48 40
Speciale programma’s Wol Strijken
(1) (2)
rrr 2,5 – 0,3 8 8
Testprogramma volgens EN 61121/A11. Zekering: zie typeplaatje
1 – 0,2 3 3
Verbruiksgegevens berekend volgens norm EN 61121/A11.
Variaties in de aangegeven waarden zijn mogelijk, afhankelijk van het soort textiel, de hoeveelheid wasgoed, het vulgewicht, de hoeveelheid restvocht na het centrifugeren en verschillen in de net­spanning.
35
Page 36
Technische gegevens
Technische gegevens
Hoogte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
850 mm (verstelbaar +10/-5 mm)
Breedte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Diepte. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Gewicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Trommelinhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Maximale beladingscapaciteit . . . . . . .
Maximale inhoud van het condens-
waterreservoir . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Maximale opvoerhoogte. . . . . . . . . . . .
Maximale afpomplengte. . . . . . . . . . . .
Aansluitspanning . . . . . . . . . . . . . . . . .
Aansluitwaarde . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Zekering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Energieverbruik . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Keurmerk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
595 mm
600 mm (inclusief afstand tot de muur)
52 kg
103 l
5 kg wasgoed
ca. 4 l
1 m
3 m
Zie typeplaatje
}
Zie "Verbruiksgegevens"
KEMA
363738
Page 37
Page 38
Page 39
39
Page 40
Wijzigingen voorbehouden/001 0300
Dit papier bestaat uit 100% chloorvrij gebleekte cellulose en is dus minder belastend voor het milieu.
Loading...