Miele G1384, G2384 User manual

Page 1
Gebruiksaanwijzing
voor afwasautomaten
Lees beslist de gebruiksaanwijzing en de montage-instructies voordat u uw afwas­automaat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan uw apparaat.
M.-Nr. 07 577 340
Page 2
Inhoud
Beschrijving van het apparaat .......................................5
Het apparaat in één oogopslag........................................5
Bedieningsveld ....................................................6
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen.............................7
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu ......................12
Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal .............................12
Het afdanken van het apparaat .......................................12
Economisch afwassen ..............................................13
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt .................14
Het openen van de deur ............................................14
Het sluiten van de deur .............................................14
Waterontharder ...................................................15
Het programmeren van de waterhardheid ............................16
Het opvragen van de waterhardheid ................................17
Voor het eerste gebruik hebt u nodig ..................................18
Het doseren van regenereerzout......................................18
Controlelampje voor het zout.........................................20
Naspoelmiddel....................................................21
Het doseren van naspoelmiddel ......................................21
Controlelampje voor het naspoelmiddel ................................22
Het instellen van de dosering van het naspoelmiddel .....................23
Het inruimen van serviesgoed en bestek .............................24
Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwasautomaat .........25
Bovenrek ........................................................26
Kopjesrek .....................................................26
Steunbeugel (afhankelijk van het model) .............................26
Glazenbeugel (afhankelijk van het model) ............................27
Het verstellen van het bovenrek ....................................28
Onderrek ........................................................29
Omklapbare spijlen..............................................29
Uitneembaar inzetrek met spijlen ...................................30
Fleshouder (afhankelijk van het model) ..............................30
Bestek ..........................................................31
Besteklade (afhankelijk van het model) ..............................31
Bestekkorf (afhankelijk van het model)...............................32
2
Page 3
Inhoud
Bediening .......................................................33
Reinigingsmiddelen ................................................33
Het doseren van reinigingsmiddel.....................................34
Het inschakelen van de afwasautomaat ................................36
Het kiezen van een programma ......................................36
Het starten van het programma.......................................36
Tijdsaanduiding ...................................................37
Einde van het programma ...........................................37
Het uitschakelen van de afwasautomaat................................38
Het uitruimen van de afwasautomaat ..................................38
Het onderbreken van het programma ..................................39
Wisseling van programma ...........................................39
Extra functies ....................................................40
Turbo / Combi - Tab................................................40
Turbo.........................................................40
Combi-Tab ....................................................40
Voorprogrammering................................................41
Zoemer..........................................................43
Fabrieksinstellingen ................................................44
Aanpassing Automatic - programma...................................45
Reiniging en onderhoud ...........................................46
Het reinigen van de spoelruimte ......................................46
Het reinigen van de deurdichting en de deur ............................46
Het reinigen van de lichtgeleider......................................46
Het reinigen van het bedieningsveld en het front van de afwasautomaat ......47
Reiniging en onderhoud ...........................................48
Het reinigen van de zeefcombinatie in de spoelruimte .....................48
Het reinigen van de sproeiarmen .....................................50
Nuttige tips ......................................................51
Technische storingen ..............................................51
Storingen in de watertoevoer/waterafvoer ...............................53
Algemene problemen met de afwasautomaat............................54
Vreemde geluiden .................................................56
Een tegenvallend afwasresultaat......................................57
Het verhelpen van storingen........................................60
Het reinigen van het zeefje in de schroefkoppeling van de watertoevoer ......60
Het reinigen van de afvoerpomp en de terugslagklep .....................61
3
Page 4
Inhoud
Afdeling Klantcontacten ...........................................63
Voor testinstituten .................................................63
Programma-overzicht .............................................64
Na te bestellen accessoires ........................................68
Elektrische aansluiting ............................................69
Wateraansluiting .................................................70
Het waterbeveiligingssysteem van Miele ...............................70
Watertoevoer .....................................................70
Waterafvoer ......................................................71
Beluchting van de waterafvoer .....................................71
Technische gegevens .............................................72
4
Page 5
Het apparaat in één oogopslag
Beschrijving van het apparaat
a Bovenste sproeiarm
(niet zichtbaar)
b Besteklade
(afhankelijk van het model)
c Bovenrek
d Middelste sproeiarm
e Luchttoevoer voor het drogen
(afhankelijk van het model)
f Onderste sproeiarm
g Zeefcombinatie
h Typeplaatje
i Optische functiecontrole
j Reservoir voor naspoelmiddel
k Tweevaksdoseerbakje voor reini
gingsmiddel
l Reservoir voor regenereerzout
-
5
Page 6
Beschrijving van het apparaat
Bedieningsveld
a Tijdsaanduiding
b Voorprogrammeringstoets ,
met controlelampje
c Toets voor "Turbo" en "Combi-Tab"
met controlelampjes
d Controlelampjes voor
watertoevoer en waterafvoer, naspoelmiddel en zout
e Programmanamen met controle-
lampjes
f Programmatoets
g U - toets (Aan - toets) met controle-
lampje
h V - toets (Uit - toets)
i Optische functiecontrole
In deze gebruiksaanwijzing worden verschillende modellen afwasautomaat be schreven. Deze modellen worden in de gebruiksaanwijzing als volgt aangeduid: G 1383 etc. = G 1XXX G 2383 etc. = G 2XXX
De aanduidingen G 1XXX en G 2XXX hebben altijd betrekking op het type plaatje. Het typeplaatje bevindt zich aan de rechter zijkant van de deur.
6
-
-
Page 7
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Deze afwasautomaat voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalin gen. Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daar om eerst aandachtig door voordat u dit apparaat in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt daarmee schade aan uw automaat.
Personen die op grond van hun
~
fysieke of psychische gesteldheid, hun
-
onervarenheid of gebrek aan kennis van de afwasautomaat niet in staat zijn om het apparaat veilig te bedienen, mogen deze automaat alleen gebruiken als ze onder toezicht staan van of wor den geïnstrueerd door een verant
­woordelijk persoon.
Wanneer er kinderen in huis zijn
-
-
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan een eventuele volgende eigenaar van het appa­raat.
Efficiënt gebruik
Deze afwasautomaat is uitsluitend
~
bestemd voor huishoudelijk gebruik.
Gebruik deze afwasautomaat uitslui-
~
tend voor het afwassen van huishoud­servies. Het gebruik voor andere doeleinden en het aanbrengen van veranderingen aan het apparaat is ontoelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor den gesteld voor schade die is ont staan door gebruik voor andere doel einden dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
-
-
Wanneer er kinderen in de buurt van
~
de afwasautomaat zijn, houd ze dan goed in de gaten. Zorg ervoor dat ze niet met het apparaat gaan spelen. Wanneer zij dit doen bestaat het gevaar dat ze zich in de automaat opsluiten.
Kinderen mogen de afwasautomaat
~
alleen dan zonder toezicht gebruiken, wanneer ze weten hoe het apparaat werkt en wat voor gevaar zij lopen wan­neer ze de automaat fout bedienen.
Zorg ervoor dat kinderen niet met
~
reinigingsmiddelen in aanraking kun nen komen. Reinigingsmiddelen kunnen brandwon den in mond en keel veroorzaken of tot
­verstikking leiden. Laat kinderen niet bij
de afwasautomaat komen als deze ge opend is. Er zouden nog resten reini gingsmiddelen in de automaat aanwe zig kunnen zijn. Ga direct naar de dokter wanneer uw kind reinigingsmiddel binnengekregen heeft.
-
-
-
-
-
7
Page 8
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Technische veiligheid
Controleer vóórdat het apparaat
~
wordt geplaatst, of het zichtbaar be schadigd is. Is dat het geval, neem het dan in geen geval in gebruik. Een afwasautomaat die beschadigd is kan uw veiligheid in gevaar brengen.
De afwasautomaat mag alleen via
~
een 3-polige stekker met randaarde op het elektriciteitsnet worden aangeslo ten. De stekker mag niet worden afgeknipt en niet vast aangesloten. U moet na plaatsing van het apparaat zonder problemen bij het stopcontact kunnen komen, zodat u ieder moment de stekker uit de automaat kunt trek­ken.
Wanneer zich in de buurt van de af-
~
wasautomaat een elektrisch apparaat bevindt, let er dan op dat de stekker van dit apparaat niet schuilgaat achter de afwasautomaat. Daar de inbouwkast niet altijd diep ge noeg is kan er druk op de stekker ont staan, wat het risico op oververhitting en daarmee op brand verhoogt.
De afwasautomaat mag niet onder
~
een kookplaat worden geïnstalleerd. Een kookplaat straalt voor een deel hoge temperaturen af waardoor de au tomaat beschadigd zou kunnen raken. Om dezelfde reden mag de afwasauto maat niet direct naast warmteproduce rende apparaten worden geplaatst die niet standaard tot de keukenuitrusting behoren.
-
-
Dit apparaat mag pas dan op het
~
elektriciteitsnet worden aangesloten, nadat het is geplaatst en geïnstalleerd.
Controleer of de elektrische waar
~
den van uw huisinstallatie (spanning, frequentie en zekering) overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje.
De elektrische veiligheid van dit ap
~
paraat is alleen dan gewaarborgd als het wordt aangesloten op een aar dingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstal leerd. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor­den gesteld voor schade die is ont­staan door een ontbrekende of bescha­digde aarddraad (bijv. een elektrische schok).
Deze afwasautomaat mag niet op
~
het elektriciteitsnet worden aangesloten via meervoudige stopcontacten of via verlengsnoeren die daarvoor niet ge-
-
schikt zijn.
-
Gebeurt dat wel, dan bestaat er gevaar voor oververhitting.
Wanneer dit apparaat op een niet-
~
stationaire locatie (bijv. op een boot of in een camper) moet worden geplaatst, mag het uitsluitend door een vakman /
-
vakvrouw worden ingebouwd en aan gesloten. Hierbij moet aan alle voor
-
waarden voor een veilig gebruik wor
-
den voldaan.
-
-
-
-
-
-
-
8
Page 9
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
De kunststof behuizing van de Wa
~
terproofventielen bevat een elektrisch onderdeel. Zorg ervoor dat de behui zing niet nat wordt!
In de watertoevoerslang bevinden
~
zich spanningsvoerende delen. De slang mag daarom niet worden doorgeknipt.
Het Miele-Waterproofsysteem biedt
~
een betrouwbare bescherming tegen waterschade, maar wel op de volgende voorwaarden:
De afwasautomaat moet volgens de
–
voorschriften geïnstalleerd zijn.
– Wanneer er duidelijk sprake is van
schade moet het apparaat worden gerepareerd, resp. moeten onderde­len worden vervangen.
– De kraan moet bij langere afwezig-
heid (bijv. vakantie) worden dichtge­draaid.
Het Waterproofsysteem functioneert ook wanneer de afwasautomaat is uit geschakeld. Het apparaat moet dan wel op het elektriciteitsnet zijn aange sloten.
Een afwasautomaat die beschadigd
~
is kan uw veiligheid in gevaar brengen. Stel het apparaat meteen buiten wer king wanneer het beschadigd is en neem contact op met uw leverancier of met de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
-
-
-
-
-
Reparaties aan de afwasautomaat
~
mogen uitsluitend door vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen onvoorziene risico's voor de ge bruiker opleveren, waarvoor de fabri kant niet aansprakelijk kan worden ge steld.
Defecte onderdelen mogen alleen
~
door originele Miele-onderdelen wor den vervangen. Alleen van deze Miele-onderdelen kun nen wij garanderen, dat zij volledig vol doen aan de veiligheidseisen die wij stellen aan onze apparaten en onder­delen daarvan.
Bij onderhoudswerkzaamheden
~
dient u altijd de spanning van de af­wasautomaat te halen. Schakel daartoe het apparaat uit en trek daarna de stekker uit het stopcon­tact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.
Een beschadigde aansluitkabel mag
~
alleen door een aansluitkabel van het zelfde type worden vervangen. Deze is verkrijgbaar bij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland B.V. Om veiligheidsredenen mag de kabel alleen door een erkend vakman / vak vrouw of door de afdeling Klantcontac ten van Miele Nederland B.V. worden vervangen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
9
Page 10
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Plaatsing
Neem bij plaatsing en aansluiting
~
van de afwasautomaat de instructies in het montageschema in acht.
De afwasautomaat moet waterpas
~
worden geplaatst.
Onder of in te bouwen afwasauto
~
maten mogen omwille van de stabiliteit uitsluitend worden geplaatst onder een doorlopend werkblad dat is vastge schroefd aan de kasten die ernaast staan.
Wanneer u een vrijstaande afwas
~
automaat wilt onderbouwen, moet u daartoe de vrijstaande sokkel verwijde­ren en deze vervangen door een sok­kelpaneel voor een onderbouwafwas­automaat. Dit paneel zit in de daarvoor bestemde onderbouwset. Doet u dat niet, dan loopt u het gevaar zich aan uitstekende metalen delen te bezeren.
-
-
-
Juist gebruik
Gebruik geen oplosmiddelen in de
~
spoelruimte. Dit in verband met explosiegevaar.
Adem geen poedervormige reini
~
gingsmiddelen in! Slik geen reinigings middelen in! Reinigingsmiddelen kun nen brandwonden in neus, mond en keel veroorzaken. Ga direct naar de dokter wanneer u rei nigingsmiddelen hebt ingeademd of in geslikt.
Laat de deur van de afwasautomaat
~
niet onnodig openstaan. U zou zich daaraan kunnen stoten.
Wanneer de deur van de afwasauto-
~
maat open staat, ga daar dan niet op zitten of staan. Doet u dat wel, dan kan het apparaat kantelen. Daarbij kunt u letsel oplopen of kan het apparaat beschadigd raken.
Gebruik uitsluitend reinigingsmidde-
~
len en naspoelmiddelen voor huishoud­afwasautomaten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voor de handafwas!
-
-
-
-
-
10
Gebruik geen reinigingsmiddelen
~
die voor bedrijfsafwasautomaten of in dustriereinigers bestemd zijn. Doet u dat wel kan er materiële schade ontstaan en kunnen er hevige chemi sche reacties optreden (bijv. een knal gasreactie).
Doseer geen poedervormig of vloei
~
baar reinigingsmiddel in het reservoir voor naspoelmiddel, want dan gaat het reservoir kapot.
-
-
-
-
Page 11
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
Doseer geen poedervormig of vloei
~
baar reinigingsmiddel in het reservoir voor het regenereerzout, want dan gaat de ontharder kapot.
Gebruik uitsluitend het speciale
~
grofkorrelige regenereerzout of andere zuivere ingedampte zouten. Gebruik in geen geval andere soorten zout, bijv. keukenzout of strooizout. Deze soorten zout bevatten soms niet in water op te lossen deeltjes die een nadelig effect kunnen hebben op de werking van de ontharder.
Heeft u een afwasautomaat met een
~
bestekkorf, kunt u het bestek het beste in de bestekkorf plaatsen met de gre­pen beneden en met de scherpe kant boven. Dan wordt het bestek makke­lijker schoon en droog. Wanneer u daardoor echter kans loopt om zich aan de scherpe kant van de messen en de punten van de vorken te verwonden, dan kunt u het bestek het beste met de grepen boven en met de scherpe kant beneden plaatsen.
Gebruik van toebehoren
-
Alleen originele Miele-toebehoren
~
mogen worden aan- of ingebouwd. Wanneer er andere toebehoren worden aan- of ingebouwd, kan Miele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meer worden gedaan op bepa lingen met betrekking tot garantie en productaansprakelijkheid.
Bij het afdanken van de afwas automaat
Voorkom dat kinderen zich in het
~
apparaat opsluiten door de sluithaak van het deurslot te verwijderen en zo het deurslot onbruikbaar te maken.
Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabri­kant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar even­tueel het gevolg van is.
-
-
Reinig geen kunststof vaatwerk in
~
de afwasautomaat dat niet hittebesten dig is zoals wegwerpbakjes of wegwerpbestek. Dit soort vaatwerk kan door de hoge temperaturen vervormen.
Wanneer u de extra functie "Voor
~
programmering" gebruikt (afhankelijk van het model), moet u ervoor zorgen dat het doseerbakje voor het reinigings middel droog is. Reinigingsmiddel gaat in een vochtig doseerbakje klonteren en wordt mis schien niet volledig weggespoeld.
-
-
-
-
11
Page 12
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu
Het wegdoen van het verpak
-
kingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen omdat dit het milieu relatief weinig be last en kan worden hergebruikt.
Het gaat om het volgende materiaal:
Buitenverpakking:
Golfkarton van 100 % recyclingmate
–
riaal, alternatief: wikkelstretchfolie van po lyethyleen (PE)
– Kunststof transportriemen van poly-
propyleen (PP)
Binnenverpakking:
– Expandeerbaar polystyrol (EPS) zon-
der chloor- of fluortoevoegingen
– Bodem, dekselframe en steunlijsten
van onbehandeld natuurhout afkom­stig uit beschermde bossen
–
Beschermfolie van polyethyleen (PE)
Hergebruik van het verpakkingsmateri aal vermindert de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen. De vakhan delaar neemt de verpakking terug of wijst u de dichtst bijgelegen plaats waar u de verpakking kwijt kunt.
-
-
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische ap paraten bevatten meestal nog waarde volle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die nodig zijn geweest om de apparaten goed en veilig te laten functi oneren. Wanneer u uw oude apparaat bij het gewone afval doet of er op een andere manier niet goed mee omgaat, kunnen
­deze stoffen schadelijk zijn voor de ge
zondheid en het milieu.
-
Verwijder uw oude apparaat dan ook nooit samen met het gewone afval, maar lever het in bij het gemeentelijke inzameldepot voor elektrische en elek tronische apparatuur. Vraag uw handelaar indien nodig om
­inlichtingen.
Het afgedankte apparaat moet tot die tijd buiten het bereik van kinderen wor den opgeslagen.
Alle kunststof onderdelen van het appa raat zijn met internationale tekens ge markeerd. Daardoor is het bij het afdanken van het apparaat mogelijk om de verschil lende soorten kunststof gescheiden te verwerken en te recyclen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
12
Page 13
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu
Economisch afwassen
Deze afwasautomaat werkt uiterst water- en energiebesparend.
U kunt nog spaarzamer te werk gaan, indien u de volgende adviezen opvolgt:
Het is mogelijk om de afwasautomaat
^
op warm water aan te sluiten. Bijzonder geschikt is een warmwater aansluiting bij een energetisch gunstige warmwaterbereiding, bijv. zonne-energie met circulatieleiding. Bij elektrisch verwarmde installaties is het echter aan te bevelen om uw apparaat op koud water aan te sluiten.
^ Benut de volledige beladingscapaci-
teit van de rekken zonder de afwas­automaat te overladen.
^ Kies een afwasprogramma dat past
bij het soort vaatwerk en de mate van vervuiling.
-
^ Gebruik het programma "Energie
Spaar"!
^
Houdt u aan de doseeradviezen op de verpakking van het afwasmiddel.
^
Wanneer u poedervormig of vloei baar reinigingsmiddel gebruikt en de rekken maar half beladen zijn, kunt u de hoeveelheid reinigingsmiddel met 1/3 reduceren.
-
13
Page 14
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Het openen van de deur
^ Trek aan de deurgreep.
Wanneer de deur wordt geopend terwijl de afwasautomaat in gebruik is, worden alle functies automatisch onderbroken.
Het sluiten van de deur
Schuif de rekken naar binnen.
^
Sluit de deur totdat deze vastklikt.
^
14
Page 15
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Waterontharder
Om goede reinigingsresultaten te berei ken heeft de afwasautomaat zacht (kalkarm) water nodig. Bij hard water ontstaat er witte kalkaan slag op het vaatwerk en op de wanden van de spoelruimte. Water met een waterhardheid van 4 °dH (0,7 mmol/l) moet daarom wor den onthard. Daar wordt in de inge bouwde waterontharder automatisch voor gezorgd.
Bedenk:
– De waterontharder heeft daarvoor
wel regenereerzout nodig. Doseer dit zout ook wanneer u combi-tabs gebruikt. Zo krijgt u het beste reinigingsresultaat.
– De afwasautomaat moet precies wor-
den geprogrammeerd naar de hard­heid van uw water.
^ Informeer bij het plaatselijke waterlei-
dingbedrijf wat voor hardheidsgraad uw water precies heeft.
-
-
Vanuit de fabriek is een waterhard heid van 15 °dH (2,7 mmol/l) gepro
-
grammeerd.
Wanneer deze waterhardheid overeen
-
komt met de hardheid van uw eigen water, hoeft u dit hoofdstuk niet verder te lezen.
Wanneer uw water echter een andere hardheid heeft, moet u deze via de toetsen van uw bedieningsveld pro grammeren.
-
-
-
-
Programmeer bij een variërende water hardheid (bijv. 37 - 50 °dH) altijd de hoogste waarde (in dit voorbeeld 50 °dH).
Bij een eventuele reparatie is het voor de monteur makkelijk om de hardheid van uw water te weten.
^
Noteer daarom de hardheid van uw water:
°dH
-
15
Page 16
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Het programmeren van de waterhard heid
Bij het programmeren gaan iedere keer nadat u op een toets hebt gedrukt weer andere controlelampjes knipperen en branden. Voor de programmering zijn echter al leen die controlelampjes van belang die in de volgende stappen worden ge noemd.
U kunt het programmeren altijd zon der problemen afbreken en van vo ren af aan beginnen, wanneer u de afwasautomaat met de V - toets uit­schakelt.
^ Schakel de afwasautomaat met de
V - toets uit.
^ Druk op de programmatoets, blijf
erop drukken en schakel tegelijk de afwasautomaat met de U - toets in. Blijf daarbij minstens 4 seconden op de programmatoets drukken totdat het controlelampje van het program­ma rechts onder gaat branden.
-
-
-
De ingestelde waterhardheid is te zien
-
aan de cijfers die achter de "p"inde tijdsaanduiding aan het knipperen zijn. Zie tabel.
Kies met de programmatoets de
^
waarde die hoort bij de hardheid van uw water.
Bij iedere druk op de toets krijgt men
­een hogere waterhardheid.
Na de hoogste waterhardheid begint het tellen weer van voren af aan.
Schakel de afwasautomaat met de
^
V - toets uit.
Is dat niet het geval, begin dan nog eens van voren af aan.
^
Druk 2x op de "Turbo" - en "Combi­Tab" - toets.
Het controlelampje "Combi-Tab" knip pert 2x kort achter elkaar.
In de tijdsaanduiding knipperen "p"en "15" afwisselend. Dat betekent dat er vanuit de fabriek een waterhardheid van 15 °dH is inge steld.
16
-
-
Page 17
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Het opvragen van de waterhardheid
°dH mmol/l °f
1 2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14
15
16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36
37-45 46-60 61-70
0,2 0,4 0,5 0,7 0,9 1,1 1,3 1,4 1,6 1,8 2,0 2,2 2,3 2,5
2,7
2,9 3,1 3,2 3,4 3,6 3,8 4,0 4,1 4,3 4,5 4,7 4,9 5,0 5,2 5,4 5,6 5,8 5,9 6,1 6,3 6,5
6,7-8,1
8,3-10,8
11,0-12,6
83-108
110-126
2 4 5 7
9 11 13 14 16 18 20 22 23 25
27
29 31 32 34 36 38 40 41 43 45 47 49 50 52 54 56 58 59 61 63 65
67-81
In te stellen
waarde in de
tijdsaanduiding
1 2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14
15
16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 45 60 70
Schakel de afwasautomaat met de
^
V - toets uit.
Druk op de programmatoets, blijf
^
erop drukken en schakel tegelijk de afwasautomaat met de U - toets in. Blijf daarbij minstens 4 seconden op de programmatoets drukken totdat het controlelampje van het program ma rechts onder gaat branden.
Druk 2x op de "Turbo" - en "Combi-
^
Tab" - toets.
Het controlelampje "Combi-Tab" knip
-
pert 2x kort achter elkaar.
De ingestelde waterhardheid is te zien aan de cijfers die achter de "p"inde tijdsaanduiding aan het knipperen zijn. Zie tabel.
^ Schakel de afwasautomaat met de
V - toets uit.
-
17
Page 18
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Voor het eerste gebruik hebt u nodig
ca. 1 kg regenereerzout;
–
reinigingsmiddel voor huishoudaf
–
wasautomaten;
naspoelmiddel voor huishoudafwas
–
automaten.
Iedere afwasautomaat wordt in de fa briek op zijn werking getest. Als gevolg van deze tests blijft er wa ter in het apparaat achter. Dit bete kent niet dat het apparaat eerder door een andere consument is ge­bruikt.
-
-
Het doseren van regenereer zout
Doseer dit zout ook wanneer u combi-tabs gebruikt. Zo krijgt u het beste reinigingsresultaat en is de werking van de ontharder blijvend
­gewaarborgd.
Wanneer u de "Combi-Tab" - functie inschakelt, is er 2/3 of 3/4 minder
­zout nodig.
-
Als de hardheid van uw water steeds onder de 4 °dH (= 0,7 mmol/l) ligt, hoeft u geen zout te doseren. U moet dan echter wel de afwasauto­maat programmeren naar de hard­heid van uw water.
,
Doseer geen poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel in het re­servoir voor het regenereerzout, want dan gaat de ontharder kapot.
-
18
,
Gebruik uitsluitend het speciale grofkorrelige regenereerzout of an dere zuivere ingedampte zouten. Gebruik in geen geval andere soor ten zout, bijv. keukenzout of strooi zout. Deze soorten zout bevatten soms niet in water op te lossen deel tjes die een nadelig effect kunnen hebben op de werking van de ont harder.
-
-
-
-
-
Page 19
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Doe de deur voordat u gaat doseren
^
maar voor de helft open, zodat al het zout in het zoutreservoir terecht komt.
^ Open het klepje van het zoutreservoir
door op het knopje te drukken in de richting van de pijl.
-
Giet geen water in het zoutreservoir!
^ Doseer maximaal zoveel zout in het
zoutreservoir totdat het vol is of er water uit de opening loopt.
In het zoutreservoir kan afhankelijk van het soort zout max. 1 kg.
^
Klap de trechter open.
Doseer niet meer dan 1 kg zout.
Iedere keer wanneer u zout doseert, loopt er water uit het zoutreservoir.
^
Verwijder de zoutresten die zich rond het zoutreservoir bevinden en sluit daarna het klepje van het zoutreser voir.
^
Start direct daarna het programma "Snel" zonder vaatwerk en zonder "Turbo" - functie, zodat eventueel ge morste zoutresten kunnen worden verdund en daarna weggepompt.
-
-
19
Page 20
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Controlelampje voor het zout
Vul na afloop van een programma
^
zout bij wanneer het controlelampje "Zout" brandt.
Het is mogelijk dat het controlelampje nog korte tijd blijft branden, nadat u zout hebt bijgevuld. Het lampje gaat uit, zodra zich een zoutconcentratie heeft gevormd die hoog genoeg is.
Bovengenoemd controlelampje gaat niet branden, wanneer er een water hardheid onder de 4 °d (= 0,7 mmol/l) is geprogrammeerd.
Start direct na het doseren van
,
regenereerzout het programma "Snel" zonder vaatwerk en zonder "Turbo" - functie, zodat eventueel gemorste zoutresten kunnen worden verdund en daarna weggepompt.
-
20
Page 21
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Naspoelmiddel
Naspoelmiddel is nodig om ervoor te zorgen dat het water tijdens het drogen als een film van het vaatwerk afloopt en het vaatwerk na het spoelen droogt zonder dat het vlekken gaat vertonen.
Het naspoelmiddel wordt in het reser voir voor naspoelmiddel gedoseerd en bij het naspoelen in de ingestelde hoe veelheid automatisch toegevoegd.
Doseer alleen naspoelmiddel
,
voor huishoudafwasautomaten in het naspoelmiddelreservoir. Doseer in geen geval delen voor afwasautomaten of reini­gingsmiddelen voor de handafwas in het naspoelmiddelreservoir, want dan gaat het reservoir kapot.
Gebruikt u uitsluitend combi-tabs, dan hoeft u geen naspoelmiddel te doseren.
reinigingsmid-
-
Het doseren van naspoelmid del
-
^ Open het klepje van het naspoelmid-
delreservoir door op het knopje te drukken in de richting van de pijl.
-
21
Page 22
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Doseer zoveel naspoelmiddel totdat
^
het in het zeefje in de vulopening zichtbaar is.
In het naspoelmiddelreservoir kan ca. 110 ml.
^ Sluit het klepje en wel zo dat het dui-
delijk vastklikt.
Is het klepje niet goed gesloten dan kan er tijdens het spoelen water in het naspoelmiddelreservoir lopen.
Controlelampje voor het na
-
spoelmiddel
Wanneer het controlelampje "Naspoel middel" in het bedieningspaneel gaat branden zit er nog een reserve in voor 2 - 3 afwasbeurten.
Vul op tijd naspoelmiddel bij.
^
Is de "Combi-Tab" - functie gekozen, dan gaat het controlelampje voor het naspoelmiddel niet branden. Zie hoofdstuk: "Bediening", para graaf: "Extra functies".
-
-
^
Veeg eventueel gemorst naspoelmid del goed weg om bij de volgende af wasbeurt sterke schuimvorming te voorkomen.
22
-
-
Page 23
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Het instellen van de dosering van het naspoelmiddel
De dosering van het naspoelmiddel is instelbaar in hoeveelheden van ca. 0-6 ml. Vanuit de fabriek is een hoeveelheid van ca. 3 ml naspoelmiddel ingesteld. Deze hoeveelheid wordt geadviseerd.
Voor een optimaal reinigingsresultaat kunt u de dosering aanpassen.
De gedoseerde hoeveelheid naspoel middel kan door de automatische aan passing in het programma "Automatic" groter uitvallen dan de ingestelde dose­ring.
Vertoont het vaatwerk vlekken:
^ kies dan een hogere stand.
Vertoont het vaatwerk strepen of slui­ers:
^ kies dan een lagere stand.
^ Schakel de afwasautomaat met de
V - toets uit.
^
Druk op de programmatoets, blijf erop drukken en schakel tegelijk de afwasautomaat met de U - toets in. Blijf daarbij minstens 4 seconden op de programmatoets drukken, totdat het controlelampje van het program ma rechts onder gaat branden.
-
-
-
Is dat niet het geval, begin dan van vo ren af aan.
Druk 3x op de "Turbo" / "Combi-Tab" -
^
toets.
Het controlelampje "Combi-Tab" knip pert 3x kort achter elkaar.
In de tijdsaanduiding knipperen "p"en "3" afwisselend. Dat betekent dat er vanuit de fabriek een hoeveelheid naspoelmiddel is inge steld van 3 ml.
De ingestelde hoeveelheid naspoelmid del is te zien aan de cijfers die achter de "p" in de tijdsaanduiding aan het knipperen zijn.
^ Kies met de programmatoets de
waarde die hoort bij de hoeveelheid te doseren naspoelmiddel.
Bij iedere druk op de toets krijgt men een grotere hoeveelheid.
De geprogrammeerde hoeveelheid te doseren naspoelmiddel is direct opge­slagen.
^
Schakel de afwasautomaat met de V - toets uit.
-
-
-
-
23
Page 24
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Let erop dat de sproeiarmen niet
Waar u bij het inruimen van serviesgoed en bestek op moet letten
Verwijder de ergste etensresten van
^
het vaatwerk.
Het is niet nodig om het vaatwerk van te voren onder stromend water af te spoelen!
Was vaatwerk met as, zand,
,
was, smeervet of verf niet in de af wasautomaat. Deze stoffen beschadigen de afwas automaat.
U kunt ieder stuk servies in principe overal in de rekken inruimen. Neem daar echter de volgende tips bij in acht.
^ Plaats serviesgoed en bestek zo dat
het niet tegen of op elkaar ligt.
^ Plaats het serviesgoed om het goed
schoon te krijgen zo in de rekken, dat het water er aan alle kanten bij kan.
-
^
door te hoog of door de rekken heenstekend vaatwerk worden ge blokkeerd. U kunt dit controleren door de sproeiarmen een keer met de hand rond te draaien.
Let erop dat kleine stukken servies
^
goed niet door de spijlen van de rek ken vallen. Leg dit soort servies zoals deksel­tjes daarom in de besteklade of de bestekkorf.
-
Levensmiddelen zoals wortels, to maten of ketchup kunnen natuurlijke kleurstoffen bevatten. Door deze stoffen kunnen kunststof vaatwerk en kunststof onderdelen ervan verkleuren, wanneer zij in rui­me mate met het vaatwerk in de au­tomaat terechtkomen. Deze verkleuring heeft echter geen invloed op de stabiliteit van kunst­stof vaatwerk.
-
-
-
-
^
Plaats al het serviesgoed zo, dat het stevig staat.
^
Plaats hol serviesgoed zoals kopjes, glazen en kommen met de openin gen naar beneden in de rekken.
^
Plaats hoog, smal, hol serviesgoed niet in de hoeken van de rekken, maar zoveel mogelijk in het midden ervan. Het water kan er dan beter bij.
^
Plaats servies met een diepe bodem zoveel mogelijk schuin in het rek, zo dat het water eraf kan lopen.
24
-
-
Page 25
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwas
-
automaat
Serviesgoed en bestek die óf hele
–
maal óf voor een deel uit hout be staan drogen uit en worden lelijk. Bovendien houdt de lijm niet in de af wasautomaat. Het gevolg daarvan is dat houten grepen los kunnen raken.
Kunstvoorwerpen, antieke vazen of
–
glazen met decoraties zijn niet be stand tegen de afwasautomaat.
Voorwerpen van niet hittebestendig
–
kunststof kunnen vervormen.
– Voorwerpen van koper, messing, tin
en aluminium kunnen verkleuren of dof worden.
– Kleurdecoraties op het glazuur kun-
nen na vele afwasbeurten verbleken.
– Teer glaswerk en kristallen voor-
werpen kunnen na een tijd dof wor­den.
Wij raden u aan:
–
Koop serviesgoed van materiaal dat geschikt is om in een afwasautomaat te worden afgewassen en bestek met de aanduiding: "Geschikt voor de afwasmachine".
-
-
-
Let verder op het volgende:
Zilver dat met zilverpoets is behandeld kan na afloop van het afwasprogramma nog vochtig zijn doordat het water er niet als een film afloopt. Het zilver moet dan met een doek worden afgedroogd. Daarentegen is zilver dat in zilverpoets
­is ondergedompeld in de regel wel
droog. Het zilver kan echter beslaan.
Zilver kan verkleuren wanneer het in aanraking komt met levensmiddelen die zwavel bevatten, bijv. eigeel, uien, mayonaise, mosterd, peulvruchten, vis, pekelsaus van vis en marinades.
Aluminium serviesgoed zoals
,
vetfilters mag niet worden afgewas­sen met bijtende alkalische reini­gingsmiddelen die in bedrijfsafwas­automaten of industriereinigers wor­den gebruikt. Gebeurt dat wel dan kan er materië­le schade ontstaan. In het ergste ge­val bestaat het gevaar dat er hevige chemische reacties optreden die tot een explosie kunnen leiden (bijv. een knalgasreactie).
–
Gebruik voor teer glaswerk program ma's met lage temperaturen of, af hankelijk van het model, program ma's met # Care. Zie hoofdstuk: "Programma-over zicht". De kans dat het glaswerk dof wordt is dan kleiner.
-
-
-
-
25
Page 26
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Bovenrek
Gebruik de afwasautomaat om
,
veiligheidsredenen niet zonder boven- en onderrek.
^ Plaats in het bovenrek klein, licht en
teer serviesgoed zoals glazen, kop­jes, schoteltjes en dessertschaaltjes. U kunt er ook een plat pannetje in plaatsen.
^
Leg erg lang bestek zoals soeple pels, pollepels en lange messen dwars aan de voorkant van het bo venrek.
-
Kopjesrek
Klap het kopjesrek omhoog om hoog
^
servies goed te kunnen inruimen.
Steunbeugel (afhankelijk van het model)
Glazen staan steviger wanneer u ze te gen de steunbeugel aanzet.
^ Klap de steunbeugel omhoog en zet
de glazen ertegenaan.
De beugel kunt u omklappen naar het midden van het rek. Dat maakt het in
­ruimen en uitruimen van serviesgoed
makkelijker.
-
-
26
Page 27
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Glazenbeugel (afhankelijk van het
model)
Hoge glazen en glazen met een lange steel staan steviger wanneer u ze tegen de glazenbeugel aanzet.
^ Klap de beugel omlaag en zet de
hoge glazen ertegenaan.
27
Page 28
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Het verstellen van het bovenrek
Om in het boven- of onderrek meer plaats te krijgen voor hoger servies goed kunt u het bovenrek in hoogte verstellen. U kunt kiezen tussen 3 stan den met een verschil van telkens ca. 2 cm.
Wanneer water in holle gedeelten blijft liggen, kunt u het bovenrek beter schuin plaatsen, nl. met één kant hoog en met één kant laag. Het water stroomt dan gemakkelijker weg. Let er echter op dat u het rek zonder pro blemen in de spoelruimte kan schuiven.
^ Trek het bovenrek naar buiten.
-
Afhankelijk van de stand van het bo venrek kunt u bijv. borden met de vol gende doorsneden in de rekken plaat sen.
-
Afwasautomaat met besteklade
(Model zie typeplaatje)
Stand
van het
bovenrek
G1XXX G2XXX
Boven 15 19 31
­Midden 17 21 29
Onder 19 23 27
Afwasautomaat met bestekkorf
(Model zie typeplaatje)
Stand
van het
bovenrek
G1XXX G2XXX
Bord-Ø in cm
Bovenrek Onderrek
Bord-Ø in cm
Bovenrek Onderrek
-
-
-
Om het bovenrek naar boven te verstel len, moet u:
^
het rek naar boven trekken, totdat het vastklikt.
Om het bovenrek naar beneden te ver stellen, moet u:
^
de hendels aan de zijkanten van het bovenrek naar boven trekken,
^
het bovenrek in de gewenste positie zetten
^
en de hendels weer vast laten klikken.
28
Boven 20 24 31
Midden 22 26 29
Onder 24 28 27
-
-
Page 29
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Onderrek
Plaats in het onderrek groot en zwaar
^
serviesgoed zoals borden, platte schotels, pannen en schalen. U kunt ook schoteltjes, ontbijt- en dessertbordjes in het onderrek zet ten.
Afwasautomaat met besteklade
Omklapbare spijlen
Tussen de spijlen kunt u schoteltjes, borden en platte schotels plaatsen.
-
De spijlen aan de achterkant kunt u om­klappen om meer ruimte te krijgen voor grote stukken serviesgoed, bijv. potten, pannen en schalen.
Afwasautomaat met bestekkorf
^
Druk de gele hendels naar beneden
a zodat de rijen spijlen omklappen b.
29
Page 30
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Uitneembaar inzetrek met spijlen
U kunt het inzetrek met spijlen uit het apparaat halen om meer ruimte te krij gen voor groter serviesgoed, bijv. een platte pan, of om een ander inzetrek te plaatsen.
Het verwijderen van het inzetrek a
^ Trek het inzetrek aan de handgreep
naar boven.
Het plaatsen van het inzetrek b
Fleshouder (afhankelijk van het model)
Op de fleshouder kunt u smal servies goed plaatsen zoals een melk- of baby
­fles.
^ Zet de fleshouder alleen in het onder-
rek zoals op het plaatje afgebeeld.
Is de houder ergens anders geplaatst, dan kan het water niet in de binnenkant van de fles komen en de fles wordt zo niet goed schoon.
-
-
^
Schuif de twee haakjes die aan de onderkant van het inzetrek zitten on der de dwarsspijl van het onderrek.
^
Druk het inzetrek aan de handgreep naar beneden totdat u weerstand voelt.
30
-
Page 31
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Bestek
Besteklade (afhankelijk van het model)
^ Plaats het bestek in de besteklade
zoals op het plaatje.
Wanneer u messen, vorken en lepels als aparte groepen in de besteklade legt, kunt u ze er na het afwasprogram­ma makkelijker uithalen en opbergen.
Wanneer de lepels niet met de grepen tussen de opstaande kammen passen, leg ze dan met de grepen op de getan­de kammen.
Leg de lepels met de grepen tussen de opstaande kammen en de lepelbladen tussen de getande kammen, zodat ook de laatste waterdruppel er zonder pro blemen af kan lopen.
De bovenste sproeiarm mag niet door te hoog vaatwerk (bijv. een taartschep) worden geblokkeerd.
-
31
Page 32
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Bestekkorf (afhankelijk van het model)
Plaats de bestekhouder als dat nodig
^
^ Wilt u het bestek snel schoon en
droog hebben, plaats het dan zo in de bestekkorf dat de grepen bene­den en de snijkanten van de messen en de tanden van de vorken boven zitten. Wanneer u daardoor echter kans loopt om zich daaraan te verwonden, dan kunt u het bestek beter zo plaat­sen dat de grepen boven en de scherpe kanten beneden zitten.
is op de bestekkorf.
^
Plaats kleine lepels in de speciale le pelsegmenten aan weerszijden van de bestekkorf.
Speciale bestekhouder voor de be stekkorf
In de bijgevoegde bestekhouder kunt u sterk vervuilde lepels plaatsen. De lepels liggen niet op elkaar maar worden in deze houder naast elkaar op gehangen. Daardoor kan het water er beter bij.
32
-
-
^
Plaats de lepels in de bestekhouder met de grepen beneden. Verdeel het bestek gelijkmatig over de houder.
-
Page 33
Bediening
Reinigingsmiddelen
Gebruik uitsluitend reinigings
,
middelen voor huishoudafwasauto maten.
Verschillende werkstoffen
Moderne reinigingsmiddelen bevatten vele werkstoffen. De belangrijkste:
Fosfaat. Dit onthardt het water en
–
voorkomt daarmee kalkaanslag.
Alkalische stoffen. Deze zijn nodig
–
voor het weken van aangekoekt vuil.
– Enzymen. Deze verminderen zetmeel
en lossen eiwit op.
– Bleekmiddel op zuurstofbasis. Dit
verwijdert kleurige vlekken zoals thee-, koffie- en ketchupvlekken.
Het zijn voornamelijk fosfaathoudende, mild alkalische reinigingsmiddelen met enzymen en zuurstofbleekmiddel die worden aangeboden; zelden fosfaat­vrije producten.
Verschillende vormen reinigingsmid delen
–
Poeder en gelvormige reinigingsmid delen Deze kunnen gevarieerd worden ge doseerd, afhankelijk van de belading en de vuilgraad van het vaatwerk.
-
-
Gewone reinigingsmiddelen en combi-tabs
Naast de gewone reinigingsmiddelen zijn er ook producten met verschillende extra functies, te weten de combi-tabs. Zie hoofdstuk: "Extra functies", para graaf: "Combi-Tab", indien aanwezig.
Er zijn combi-tabs die behalve een reinigingsfunctie ook een naspoel- en waterontharderfunctie hebben. Deze vindt u in de handel onder de naam "3 in 1".
Verder zijn er combi-tabs die daarnaast ook nog componenten hebben zoals een glasbeschermend middel, een middel voor roestvrij staal of een reini­gingsversterkend middel. Deze vindt u in de handel onder de naam "4 in 1", "5 in 1" enz.
Gebruik deze middelen alleen bij de door de fabrikant op de verpakking ge­adviseerde waterhardheid.
De reinigings- en droogresultaten van deze producten met extra functies zijn zeer verschillend.
-
Optimale reinigings- en droogresulta ten krijgt u wanneer u een gewoon
­reinigingsmiddel, regenereerzout en
een naspoelmiddel apart, maar wel in
­combinatie met elkaar doseert.
-
-
–
Tabs Deze bevatten een hoeveelheid reini gingsmiddel die voor de meeste toe passingen voldoende is.
-
-
33
Page 34
Bediening
Het doseren van reinigings middel
Neem bij het doseren de aanwij
^
zingen op de verpakking in acht.
Wanneer er niet iets anders op de
^
verpakking staat, doseer dan één tab of - afhankelijk van de vuilgraad - 20 tot 30 ml in vakje II. Is het vaatwerk sterk vervuild, doseer dan ook nog eens een geringe hoe veelheid reinigingsmiddel in vakje I. Zie hoofdstuk "Programma-overzicht".
Gebruik bij het programma "Snel"
^
geen tabletten. De tabletten lossen bij dit programma niet helemaal op.
Wanneer u minder reinigingsmiddel gebruikt dan is geadviseerd, is het mogelijk dat het vaatwerk niet goed schoon wordt.
-
Adem geen poedervormig reini
,
-
-
gingsmiddel in! Slik geen reinigings middel in! Reinigingsmiddelen kunnen brand wonden in neus, mond en keel ver oorzaken. Ga direct naar de dokter wanneer u een reinigingsmiddel hebt ingeademd of ingeslikt. Zorg ervoor dat kinderen niet met reinigingsmiddelen in aanraking kunnen komen. Laat kinderen daarom niet bij de af wasautomaat komen als deze geo pend is. Er zouden nog resten reini gingsmiddel in de afwasautomaat aanwezig kunnen zijn. Bovendien kunt u het reinigingsmid­del beter pas dán toevoegen vlak voordat u het programma start. Vergrendel de deur bovendien met de kinderbeveiliging, wanneer uw automaat daarover beschikt.
-
-
-
-
-
-
-
34
Page 35
Bediening
Doseerhulp
In vakje I kan maximaal 10 ml en in vakje II kan maximaal 50 ml reini gingsmiddel.
-
Open het reinigingsmiddeldoseer
^
bakje door op de toets te drukken.
Na afloop van een afwasprogramma is het reinigingsmiddelbakje altijd geo­pend.
-
In vakje II zijn markeringen aange bracht om het doseren makkelijker te maken: 20, 30. Wanneer de deur 90° geopend is geven deze streepjes in ml aan hoeveel reinigingsmiddel er onge veer in zit.
-
-
^
Doseer het reinigingsmiddel in de vakjes en sluit het klepje van het do seerbakje.
^
Sluit ook het pak reinigingsmiddel om te voorkomen dat het middel aan rei nigingskracht verliest.
-
-
35
Page 36
Bediening
Het inschakelen van de afwas
-
automaat
Draai de waterkraan open indien
^
deze nog gesloten is.
Open de deur van de afwasauto
^
maat.
Controleer of de sproeiarmen vrij
^
kunnen draaien en niet worden ge blokkeerd.
Druk op de U - toets.
^
Het controlelampje U en het controle lampje van het laatst ingestelde pro gramma gaan branden.
-
-
-
-
Het kiezen van een programma
Laat de keuze voor een programma steeds afhangen van het soort vaatwerk en de mate waarin dat is vervuild.
In het hoofdstuk: "Programma-over- zicht" zijn de programma's beschreven en de toepassingen ervan.
Het starten van het programma
Kies met de programmatoets het ge
^
wenste programma.
Het controlelampje van het gekozen programma gaat branden.
De tijdsaanduiding geeft in uren en mi nuten aan hoelang dit programma gaat duren.
Is de extra functie "Turbo" en/of "Combi-Tab" gekozen, dan brandt te vens het daarbijbehorende controle lampje.
U kunt nu ook een andere extra func­tie kiezen. Zie paragraaf: "Extra functies".
^ Sluit de deur, waarna het programma
start.
De optische functiecontrole brandt als bevestiging dat het programma is be­gonnen.
Wanneer u beslist een programma moet afbreken, doe dat dan alleen in de eerste minuten. Doet u dat later, is het mogelijk dat belangrijke programmafases (bijv. het regenereren) worden overgesla gen.
-
-
-
-
-
36
Page 37
Bediening
Tijdsaanduiding
Voordat er een programma start geeft de tijdsaanduiding in uren en minuten de tijd aan die het gekozen programma gaat duren, de zgn. resttijd. Deze tijd wordt tijdens het afwaspro gramma in de tijdsaanduiding afgeteld.
Het is mogelijk dat de tijdsaanduiding voor één en hetzelfde programma de ene keer een andere tijd aangeeft dan de andere keer. Dat is o.a. afhankelijk van de temperatuur van het instro mende water, de regenereercyclus, de hoeveelheid vaatwerk en de mate waar in dit is vervuild.
Wanneer u een programma voor het eerst kiest, wordt er een tijd aangege­ven die overeenkomt met een gemid­delde programmaduur met koud water.
De tijden in het programma-overzicht zijn de tijden die de programma's du­ren wanneer de belading en de tempe­ratuur voldoen aan de norm.
-
-
Einde van het programma
Na afloop van een afwasprogramma gaat, wanneer de deur nog dicht is, de optische functiecontrole langzaam knipperen.
De tijdsaanduiding geeft "0" aan.
U kunt de afwasautomaat nu openen en het vaatwerk er uithalen. Zie paragraaf: "Het uitruimen van de af wasautomaat".
De optische functiecontrole gaat één uur na afloop van een programma uit.
­Om beschadigingen aan kwets-
,
bare werkbladen door waterdamp te voorkomen kunt u de deur na afloop van een programma het beste óf he­lemaal opendoen óf gesloten hou­den totdat u het vaatwerk uit de au­tomaat haalt. Laat de deur in ieder geval niet op een kier staan.
-
Iedere keer dat er een programma loopt wordt de programmaduur door de elektronica berekend op grond van de temperatuur van het instromende water en de hoeveelheid vaatwerk.
In het kader van de energiebespa ring wordt de tijdsaanduiding na een paar minuten uitgeschakeld, wanneer u in die tijd niet op een toets drukt. U kunt de tijdsaanduiding weer in schakelen door op een willekeurige toets te drukken, met uitzondering van de K - toets.
-
-
37
Page 38
Bediening
Het uitschakelen van de afwas automaat
Open de deur na afloop van het pro
^
gramma.
Druk op de V - toets.
^
De afwasautomaat verbruikt stroom zolang u hem niet met de V - toets hebt uitgeschakeld.
Draai veiligheidshalve de kraan dicht, wanneer de afwasautomaat langere tijd niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld in de vakantietijd.
Het uitruimen van de afwasau
­tomaat
Heet serviesgoed breekt snel!
-
^
Laat het serviesgoed daarom na het uitschakelen van de automaat zo lang in de afwasautomaat afkoelen, totdat u het goed kunt vastpakken.
Wanneer u de deur na het uitschake
^
len van de automaat helemaal opent, koelt het vaatwerk sneller af.
Ruim eerst het onderrek, dan het bo
^
venrek en tenslotte de besteklade uit, wanneer deze aanwezig is. Zo voorkomt u dat er druppels van het bovenrek of van de besteklade op het vaatwerk in het onderrek val­len.
-
-
-
38
Page 39
Bediening
Het onderbreken van het pro gramma
Het afwasprogramma wordt onderbro ken, zodra u de deur opendoet. Zodra u de deur weer dichtdoet, gaat het programma na enkele seconden daar verder, waar het is onderbroken.
Wanneer het water in de afwas
,
automaat heet is, loopt u het risico om zich te verbranden. Wanneer u de deur beslist moet openen, doe dat dan zeer voorzich tig. Laat de deur voordat u die weer sluit ca. 20 seconden op een kier staan, zodat de temperatuur zich in de spoelruimte kan verdelen. Druk daarna op de deur, totdat het deurslot vastklikt.
Wisseling van programma
-
Is het klepje van het reinigingsmid
-
deldoseerbakje al geopend, is het niet meer mogelijk om van program ma te wisselen.
Wanneer een programma al is gestart, kunt u als volgt van programma wisse
­len:
Open de deur.
^
Druk op de V - toets.
^
-
Druk op de U - toets.
^
^ Kies met de programmatoets het ge-
wenste programma.
^ Sluit de deur, waarna het programma
start.
De optische functiecontrole gaat branden.
-
-
-
39
Page 40
Extra functies
Turbo / Combi - Tab
Met de "Turbo" / "Combi-Tab" - toets kunt u de extra functies "Turbo" en "Combi-Tab" kiezen.
Open de deur.
^
Schakel de afwasautomaat met de
^
U - toets in.
Het controlelampje U gaat branden.
Druk zo vaak op de "Turbo" /
^
"Combi-Tab" - toets totdat het contro lelampje van de gewenste extra func tie gaat branden.
De functie blijft voor alle programma's ingeschakeld totdat u de functie weer uitschakelt.
^ U kunt nu een programma starten of
de afwasautomaat met de V - toets uitschakelen.
Turbo
Met het inschakelen van de "Turbo" ­functie kunt u de programmaduur ver korten. Dit geldt niet voor alle program ma's.
Voor een optimaal reinigingsresultaat worden de verbruikswaarden ver hoogd.
Een combinatie van deze functie met het programma "Snel" levert een pro gramma zonder verwarming op, dat ge schikt is voor het afspoelen van vaat werk dat pas op een later tijdstip wordt afgewassen, bijv. als de afwasautomaat nog niet vol is.
-
-
-
-
Combi-Tab
Met behulp van de "Combi-Tab" - func tie kunt u het reinigingsmiddelsoort in uw automaat instellen en daarmee het reinigingsresultaat optimaliseren. Met de "Turbo" / "Combi-Tab" - toets kunt u kiezen tussen een normaal reini gingsmiddel en een combi-tab.
Het programmaverloop wordt dan aan het gekozen middel aangepast. Het programma kan dan wel duidelijk
­langer duren.
­Wanneer het controlelampje "Combi­Tab" niet brandt, dan is de afwasauto­maat ingesteld op het gebruik van een normaal reinigingsmiddel.
Wanneer het controlelampje "Combi­Tab" wel brandt, dan is de afwasauto­maat ingesteld op het gebruik van een combi-tab, zoals een reinigingsmiddel met naspoelmiddel, zout en/of andere componenten.
Er wordt geen naspoelmiddel gedo­seerd en het controlelampje voor het
­naspoelmiddel wordt gedeactiveerd.
Bovendien heeft de waterontharder 2/3 of 3/4 minder zout nodig dan anders.
Kies de "Combi-Tab" - functie niet wan neer de waterhardheid boven de 21 °dH ligt. Neem de aanwijzingen van de reini
-
gingsmiddelenfabrikant in acht.
De reinigings- en droogresultaten van deze combi-tabs zijn zeer ver schillend.
-
-
-
-
-
40
Page 41
Extra functies
Voorprogrammering
U kunt het tijdstip dat het door u geko zen afwasprogramma start van tevoren instellen. Dit kunt u bijvoorbeeld doen om gebruik te maken van het nachtta rief.
U kunt de start minimaal 30 minuten en maximaal 24 uur van tevoren instellen.
De voor te programmeren tijd wordt
tussen 30 minuten en 9 uur en 30 mi
–
nuten ingesteld in stappen van 30 minuten
– en tussen 10 en 24 uur in stappen
van één uur.
Zorg er bij het inschakelen van de extra functie "Voorprogrammering" voor dat het doseerbakje voor het reinigingsmiddel droog is. Is dat niet het geval, dan kan het rei­nigingsmiddel gaan klonteren en wordt daarna niet volledig wegge­spoeld.
-
Open de deur.
^
-
Schakel de afwasautomaat met de
^
U - toets in.
Het controlelampje U gaat branden.
Kies met de programmatoets het ge
^
wenste programma.
Druk op de voorprogrammeringstoets
^
,.
De tijdsaanduiding geeft de tijd aan die
­de vorige keer is voorgeprogrammeerd.
Het controlelampje , gaat branden.
Stel met de , - toets de tijd in die u
^
wilt voorprogrammeren.
Wanneer u op de toets blijft drukken, telt de tijd automatisch door naar 24^. U kunt daarna weer bij 30 minuten be­ginnen, door twee keer op de , - toets te drukken.
^ Sluit de deur.
-
Gebruik bij de voorprogrammering geen vloeibaar reinigingsmiddel. Dit zou te vroeg kunnen wegstromen.
41
Page 42
Extra functies
De voorgeprogrammeerde tijd wordt in de tijdsaanduiding afgeteld en wel on der de 10 uur per minuut en boven de 10 uur per uur.
Na afloop van de voorgeprogrammeer de tijd start het gekozen afwasprogram ma automatisch.
De tijdsaanduiding geeft de tijd aan die het gekozen programma gaat duren.
Het controlelampje , gaat uit. Het controlelampje van het gekozen programma gaat branden.
Voorbeelden van de weergave van de voorgeprogrammeerde tijd in de tijdsaanduiding:
Tot 59 minuten: Bijv. 30 minuten = 30
Van 1 uur tot 9 uur en 30 minuten: Bijv. 5 uur = 5.00
Van 10 uur: Bijv. 15 uur = 15^
-
Het starten van het programma voor afloop van de voorgeprogrammeerde tijd
U kunt het programma ook starten voor
-
dat de voorgeprogrammeerde tijd is af
-
gelopen. Ga daarvoor als volgt te werk:
Open de deur.
^
Druk op de V - toets.
^
Druk op de U - toets.
^
Kies met de programmatoets het ge
^
wenste programma.
^ Sluit de deur.
De optische functiecontrole gaat branden. Het programma start.
-
-
-
42
Page 43
Extra functies
Zoemer
Wanneer de extra functie "Zoemer" is ingeschakeld, gaat er aan het einde van een programma een zoemer. De zoemer klinkt na afloop van een pro gramma 5x achter elkaar met een korte pauze. Dit doet hij max. 1 uur, als u het apparaat niet eerder uitschakelt.
De functie is, wanneer de afwasauto maat wordt geleverd, wel ingeschakeld. U kunt de functie zelf uitschakelen.
Attentie: De zoemer gaat altijd wanneer er een storing optreedt en deze zoemer kunt u niet uitschakelen. De zoemer klinkt dan zonder pauze. Dit doet hij max. 2 minuten, als u het appa­raat niet eerder uitschakelt of de storing verhelpt.
Wanneer u de zoemer na afloop van een programma wilt in- of uitschakelen, doe dan het volgende.
-
Het controlelampje "Combi-Tab" knip pert 4x kort achter elkaar.
In de tijdsaanduiding knipperen afwis selend óf "p"en"0"óf"p"en"1". Dit geeft aan of de zoemer in- of uitge
­schakeld is.
Knippert in de tijdsaanduiding in afwis seling met de letter "p":
"1", dan is de zoemer ingeschakeld;
–
"0", dan is de zoemer uitgeschakeld.
–
Druk op de programmatoets wanneer
^
u de instelling wilt veranderen.
De instelling wordt direct opgeslagen.
^ Schakel de afwasautomaat met de
V - toets uit.
-
-
-
-
^ Open de deur.
^
Schakel de afwasautomaat met de V - toets uit.
^
Druk op de programmatoets, blijf erop drukken en schakel tegelijk de afwasautomaat met de U - toets in. Blijf daarbij minstens 4 seconden op de programmatoets drukken totdat het controlelampje van het program ma rechts onder gaat branden.
Is dat niet het geval, begin dan van vo ren af aan.
^
Druk 4x op de "Turbo" / "Combi-Tab" ­toets.
-
-
43
Page 44
Extra functies
Fabrieksinstellingen
Wanneer u de fabrieksinstellingen hebt veranderd maar deze weer terug wilt hebben, doe dan het volgende.
Open de deur.
^
Schakel de afwasautomaat met de
^
V - toets uit.
Druk op de programmatoets, blijf
^
erop drukken en schakel tegelijk de afwasautomaat met de U - toets in. Blijf daarbij minstens 4 seconden op de programmatoets drukken totdat het controlelampje van het program ma rechts onder gaat branden.
Is dat niet het geval, begin dan van vo­ren af aan.
^ Druk 12x op de "Turbo" / "Combi-
Tab" - toets.
Het controlelampje "Combi-Tab" knip­pert 1x lang en 2x kort achter elkaar.
-
In de tijdsaanduiding knipperen afwis­selend óf "p"en"0"óf"p"en"1".
Knippert in de tijdsaanduiding in afwis seling met de letter "p":
–
"1", dan zijn de fabrieksinstellingen van kracht;
–
"0", dan is nog minstens één afwij kende instelling van kracht.
^
Druk op de programmatoets wanneer u de instelling wilt veranderen.
De instelling wordt direct opgeslagen.
^
Schakel de afwasautomaat met de V - toets uit.
44
-
-
Page 45
Aanpassing Automatic ­programma
Soms is uw vaatwerk niet zo vuil, maar is het vuil dat erop zit erg moeilijk te verwijderen.
Met het inschakelen van bovenstaande functie kunt u het Automatic - program ma daaraan aanpassen.
Open de deur.
^
Schakel de afwasautomaat met de
^
V - toets uit.
Druk op de programmatoets, blijf
^
erop drukken en schakel tegelijk de afwasautomaat met de U - toets in. Blijf daarbij minstens 4 seconden op de programmatoets drukken totdat het controlelampje van het program­ma rechts onder gaat branden.
Is dat niet het geval, begin dan van vo­ren af aan.
Extra functies
Druk op de programmatoets wanneer
^
u de instelling wilt veranderen.
De instelling wordt direct opgeslagen.
Schakel de afwasautomaat met de
^
V - toets uit.
-
^ Druk 5x op de "Turbo" / "Combi-Tab" -
toets.
Het controlelampje "Combi-Tab" knip pert 5x kort achter elkaar.
In de tijdsaanduiding knipperen afwis selend óf "p"en"0"óf"p"en"1".
Knippert in de tijdsaanduiding in afwis seling met de letter "p":
–
"1", dan is de extra functie "Aanpas sing Automatic - programma" inge schakeld;
–
"0", dan is de extra functie "Aanpas sing Automatic - programma" niet in geschakeld.
-
-
-
-
-
-
-
45
Page 46
Reiniging en onderhoud
Controleer regelmatig - ongeveer 2 tot 3 keer per jaar - de algehele toe stand van uw afwasautomaat. De kans op storingen is daardoor geringer.
Alle oppervlakken zijn gevoelig
,
voor krassen. Ze kunnen allemaal verkleuren of veranderen, wanneer ze met onge schikte reinigingsmiddelen in aanra king komen.
-
-
-
Het reinigen van de spoelruim­te
Wanneer u altijd de juiste hoeveelheid reinigingsmiddel gebruikt houdt u daar­mee automatisch de spoelruimte schoon.
Wanneer er echter toch sprake is van kalk- of vetaanslag, kunt u deze met een speciaal reinigingsmiddel verwijde­ren. Dit reinigingsmiddel is te verkrijgen via de afdeling Onderdelen van Miele Ne derland B.V.
-
Het reinigen van de deurdich
-
ting en de deur
Neem de deurdichtingen regelmatig
^
met een vochtige doek af en verwij der de etensresten.
Veeg gemorste etens- en drankres
^
ten van de zijkanten van de deur van de afwasautomaat af.
Deze gedeelten horen niet bij de spoel ruimte en de waterstralen kunnen daar niet bijkomen.
-
Het reinigen van de lichtgelei­der
De lichtgeleider van de optische func­tiecontrole bevindt zich in de afdek­plaat onder het werkblad.
^ Reinig de lichtgeleider wanneer dat
nodig is alleen met een vochtige doek of een normaal reinigingsmid­del voor kunststof.
-
-
46
Page 47
Reiniging en onderhoud
Het reinigen van het bedie
­ningsveld en het front van de afwasautomaat
Verwijder vuil direct.
,
Hoe langer u wacht, des te moei lijker vuil te verwijderen is en des te groter de kans is dat de oppervlak ken verkleuren of anderszins veran deren.
Reinig het bedieningsveld alleen met
^
een vochtige doek.
Reinig het front met een schoon
^
sponsdoekje, een reinigingsmiddel voor de hand en warm water. U kunt ook een schoon, vochtig microvezel­doekje zonder reinigingsmiddel ge­bruiken.
^ Droog het front daarna met een
zachte doek.
-
Gebruik om beschadigingen aan de oppervlakken te vermijden geen:
soda-, ammoniak-, zuur- of chloride
–
houdende reinigingsmiddelen,
kalkoplossende reinigingsmiddelen,
–
schurende reinigingsmiddelen zoals
–
-
-
schuurpoeder,
oplosmiddelhoudende reinigingsmid
–
delen,
reinigingsmiddelen voor roestvrij
–
staal,
reinigingsmiddelen voor vaatwerk,
–
– ovensprays,
– glasreinigingsmiddelen,
– schurende artikelen zoals schuur-
sponsjes of borsteltjes,
– scherpe, metalen schrapers.
-
-
47
Page 48
Reiniging en onderhoud
Het reinigen van de zeefcombi natie in de spoelruimte
Op de bodem van de spoelruimte be vindt zich een zeefcombinatie. Deze houdt het ergste vuil tegen dat in het afwaswater zit. Op deze manier wordt voorkomen dat het vuil in het circulatiesysteem en via de sproeiarmen weer in de spoelruimte terechtkomt.
Zonder zeefcombinatie mag niet
,
worden afgewassen!
De combinatie kan in de loop van de tijd door het vuil verstopt raken. Hoelang dat duurt hangt natuurlijk af van uw eigen huishoudelijke situatie. Controleer de zeefcombinatie daarom regelmatig en reinig deze indien nodig.
^ Schakel eerst de afwasautomaat uit.
-
-
Ontgrendel de zeefcombinatie door
^
de grendel naar achteren te draaien a.
^ Neem de combinatie uit het apparaat
b.
^ Ontdoe de zeefcombinatie van grove
resten.
^ Spoel de combinatie onder stromend
water goed af. Gebruik daarbij eventueel een borstel.
48
Page 49
Om de binnenkant van het tuitvormige gedeelte van de zeefcombinatie te kun­nen reinigen moet u het eerst openen.
Reiniging en onderhoud
Plaats de zeefcombinatie zo terug,
^
dat ze plat tegen de bodem van de spoelruimte aanligt.
^ Doe dat door de greepjes van het
klepje naar elkaar toe te drukken (zie pijlen) a en het klepje open te klap­pen b.
^ Reinig alle delen onder stromend wa-
ter.
^ Klap het klepje weer dicht en laat het
vastklikken.
^ Vergrendel de combinatie door de
greep zo ver van achter naar voren te draaien, totdat het pijltje van de greep en dat van het metalen ge­deelte naar elkaar wijzen.
,
De zeefcombinatie moet goed zijn geplaatst en vergrendeld. Is dat niet het geval, dan is het mo gelijk dat de grove resten in het cir culatiesysteem terechtkomen en dat het systeem verstopt raakt.
-
-
49
Page 50
Reiniging en onderhoud
Het reinigen van de sproei
-
armen
Het is mogelijk dat er etensresten vast gaat zitten in de sproeikoppen en de la gering van de sproeiarmen.
Controleer de sproeiarmen derhalve re gelmatig - ongeveer 2 tot 3 keer per jaar.
Schakel de afwasautomaat eerst uit.
^
Verwijder de sproeiarmen als volgt:
Trek (indien aanwezig) de besteklade
^
naar buiten.
^ Druk de bovenste sproeiarm om-
hoog, zodat de tanden in elkaar grij­pen en schroef de sproeiarm er af.
Trek het onderrek naar buiten.
^
-
-
^ Trek de onderste sproeiarm omhoog
en haal hem er af.
^
Druk de middelste sproeiarm iets op (a), zodat de tanden in elkaar grij pen en schroef de sproeiarm er af (b).
50
^
Druk de etensresten in de sproeikop pen met een scherp voorwerp naar
-
binnen.
^
Spoel de sproeiarmen onder stro mend water goed af.
^
Zet de sproeiarmen weer terug en controleer of ze makkelijk ronddraai en.
-
-
-
Page 51
Nuttige tips
De meeste problemen die zich bij het dagelijkse gebruik voordoen kunt u zelf op lossen. Doordat u dan geen beroep hoeft te doen op onze technici, bespaart u tijd en kosten!
Het nu volgende overzicht kan u helpen om de oorzaken van een probleem te vin den en uit de wereld te helpen. Vergeet echter niet:
Reparaties mogen uitsluitend door vakmensen worden uitgevoerd.
,
Door ondeskundige reparaties kan de gebruiker grote risico's lopen.
Technische storingen
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
De afwasautomaat start niet.
De afwasautomaat stopt met afwassen.
Nadat het programma is gestart ziet u de op tische functiecontrole niet branden.
-
De deur is niet goed ge­sloten.
De stekker zit niet in het stopcontact.
De zekering is niet geacti­veerd.
De afwasautomaat is niet ingeschakeld.
De zekering is niet geacti veerd.
De lichtgeleider is niet correct geplaatst.
Druk de deur goed dicht.
Steek de stekker in het stopcontact.
Activeer de zekering (min. zekering zie type­plaatje).
– Druk op de U - toets. – Kies een programma.
-
Activeer de zekering (min. zekering zie type plaatje).
Doe dat alsnog. Zie montageschema.
-
-
-
51
Page 52
Nuttige tips
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
De optische functiecon trole begint snel te knip peren. De zoemer gaat. Wanneer u de deur open doet ziet u dat ook alle controlelampjes voor de programma's aan het knipperen zijn. De tijdsaanduiding geeft storingsnummer Fxx aan.
Het is ook mogelijk dat de afvoerpomp loopt ter­wijl de deur nog open is.
Er kan sprake zijn van
-
een technische storing.
-
-
Storing F70: Het Waterproof-systeem heeft gereageerd.
Schakel de afwasauto
–
maat met de V - toets uit.
Wacht een paar secon
–
den. Schakel de afwasauto
–
maat in. Kies met de program
–
matoets het gewenste programma.
Sluit de deur.
– Gaan de controlelampjes
opnieuw knipperen, is er sprake van een technische storing.
– Neem contact op met de
afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
– Draai de kraan dicht. – Neem contact op met de
afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
-
-
-
-
52
Page 53
Storingen in de watertoevoer/waterafvoer
Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
De optische functiecontro le begint snel te knipperen. De zoemer gaat. Wanneer u de deur open doet ziet u dat ook het con trolelampje "Toevoer / Af voer" afwisselend aan het knipperen en branden is.
De afwasautomaat stopt met afwassen. De optische functiecontro­le begint snel te knipperen. De zoemer gaat. Wanneer u de deur open­doet ziet u dat ook het con­trolelampje "Toevoer / Af­voer" aan het knipperen is. De tijdsaanduiding geeft storingsnummer Fxx aan.
De kraan is dicht. Draai de kraan helemaal
-
open.
-
-
-
Schakel, voordat u het pro bleem gaat oplossen, eerst de afwasautomaat met de V - toets uit.
Storing F12/F13: Storing in de wa­tertoevoer.
Storing F11: Storing in de wa terafvoer. Het is mogelijk dat zich in de spoel ruimte water be vindt.
– Draai de kraan helemaal
open.
– Controleer het zeefje in de
watertoevoer en reinig het indien nodig. Zie hoofdstuk: "Het ver­helpen van storingen".
– De druk bij de wateraan-
sluiting is lager dan 30 kPa (0,3 bar). Vraag de installateur om een oplossing.
–
Reinig de zeefcombinatie.
-
Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud".
–
-
-
Reinig de afvoerpomp. Zie hoofdstuk: "Het ver helpen van storingen".
–
Reinig de terugslapklep. Zie hoofdstuk: "Het ver helpen van storingen".
–
Verwijder eventuele knikken of lussen in de waterafvoer slang.
Nuttige tips
-
-
-
-
53
Page 54
Nuttige tips
Algemene problemen met de afwasautomaat
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
De tijdsaanduiding is donker.
Het controlelampje "Zout" begint te knippe ren.
De afwasautomaat stopt met afwassen. De optische functiecon­trole begint snel te knip­peren. De zoemer gaat. Wanneer u de deur opendoet ziet u dat ook het controlelampje "Zout" aan het knippe­ren is. De tijdsaanduiding geeft storingsnummer F86 aan.
De tijdsaanduiding wordt automatisch uitgescha keld. Dat bespaart energie (Standby).
Het klepje van het zoutre servoir zit niet goed dicht.
-
Het klepje van het zoutre servoir zit niet goed dicht.
Druk op een toets wan neer u de stand-by wilt
­uitschakelen.
Druk het klepje van het
­zoutreservoir dicht.
Schakel de afwasauto
-
–
maat met de V - toets uit.
– Druk het klepje van het
zoutreservoir dicht.
– Start het programma
opnieuw.
-
-
54
Page 55
Probleem Oorzaak Oplossing
In het reinigingsmiddel doseerbakje zijn na het afwasprogramma res ten reinigingsmiddel achtergebleven.
Het klepje van het reini gingsmiddeldoseerbak je gaat niet goed dicht.
Na afloop van het pro gramma zit er een vochtlaag op de bin nenkant van de deur en mogelijk ook op de bin­nenwanden.
Na afloop van het af­wasprogramma zit er water in de spoelruimte.
-
-
-
Het reinigingsmiddeldo
-
seerbakje was nog vochtig toen het middel werd gedoseerd.
Er zijn resten reinigings
-
middel achtergebleven
-
die de sluiting blokke ren.
Dit is geen storing, maar hoort bij het droog systeem.
De zeefcombinatie in de spoelruimte is verstopt.
De afvoerpomp of de te rugslagklep is geblok keerd.
Er zit een knik in de af voerslang.
-
Zorg er bij het doseren van
­het reinigingsmiddel voor dat het bakje droog is.
Verwijder de resten.
-
-
U hoeft niets te doen. Het vocht verdampt na een tijdje.
Schakel, voordat u het pro­bleem gaat oplossen, eerst de afwasautomaat met de V
- toets uit.
Reinig de zeefcombinatie. Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud".
-
Reinig de afvoerpomp of de
-
terugslagklep. Zie hoofdstuk: "Het ver helpen van storingen".
-
Haal de knik eruit.
Nuttige tips
-
55
Page 56
Nuttige tips
Vreemde geluiden
Probleem Oorzaak Oplossing
Er is in de spoelruimte een kleppend geluid te horen.
Er is in de spoelruimte een klepperend geluid te horen
Er is in de waterleiding een kleppend geluid te horen.
Een sproeiarm slaat tegen een stuk servies aan.
Stukken servies zijn aan het klepperen.
Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de be vestiging of door een ge­ringe diameter van de wa­terleiding.
-
Onderbreek het program ma en verplaats het stuk servies dat de sproeiarm in de weg zit.
Onderbreek het program ma en plaats de stukken servies zo stevig dat ze niet meer klepperen.
Dit heeft geen negatief ef fect op de werking van de automaat. Vraag de installateur om raad wanneer het geluid u hindert.
-
-
-
56
Page 57
Een tegenvallend afwasresultaat
Probleem Oorzaak Oplossing
Het vaatwerk is niet schoon.
Op glazen en be stek blijven stre pen achter. Glazen zijn blauw uitgeslagen. Deze aanslag kan er vanaf worden geveegd.
Het vaatwerk is niet goed geplaatst. De waterstra len konden er niet bij.
Het programma is niet krachtig genoeg.
Uw vaatwerk is niet zo vuil, maar het vuil dat erop zit is erg moeilijk te verwijderen, zoals thee­aanslag.
Er is te weinig reinigings­middel gedoseerd.
De sproeiarmen zijn door servies geblokkeerd ge­weest.
De zeefcombinatie is niet schoon of niet goed ge­plaatst. Als gevolg daarvan kun nen ook de sproeikoppen verstopt zijn.
De terugslapklep is in ge opende toestand geblok keerd geweest. Er is vuil water in de spoelruimte teruggestroomd.
-
Er is een te grote hoe
-
veelheid naspoelmiddel ingesteld.
Neem de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Het inruimen van
­serviesgoed en bestek" in acht.
Kies een krachtiger programma. Zie hoofdstuk: "Programma­overzicht".
Gebruik de extra functie "Aan passing Automatic - program ma". Zie paragraaf: "Extra functies".
Gebruik meer reinigingsmiddel of ga over op een ander reini­gingsproduct.
Verplaats het servies en draai de sproeiarmen een keer met de hand.
Reinig de zeefcombinatie of plaats deze goed. Reinig indien nodig ook de
-
sproeikoppen. Zie hoofdstuk: "Reiniging en on derhoud".
-
Reinig de afvoerpomp en de te
-
rugslagklep. Zie hoofdstuk: "Het verhelpen van storingen".
-
Stel een kleinere hoeveelheid in. Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in ge bruik neemt."
Nuttige tips
-
-
-
-
-
57
Page 58
Nuttige tips
Probleem Oorzaak Oplossing
Het vaatwerk wordt niet droog of er zitten vlekken op glazen en be stek.
Glazen en ander serviesgoed, even­als bestek zijn wit uitgeslagen. Deze aanslag kan er vanaf worden geveegd.
Er zit geen naspoelmiddel meer in het daarvoor be stemde reservoir of er is te weinig naspoelmiddel ge
-
doseerd.
Het vaatwerk is er te vroeg uitgehaald.
U hebt combi-tabs gebruikt die niet goed drogen.
Er is een ander reinigings­middelsoort gebruikt dan er is ingesteld.
Er is te weinig naspoelmid­del gedoseerd.
Er zit geen zout in het daar­voor bestemde reservoir.
U hebt combi-tabs gebruikt die niet geschikt waren.
De waterontharder is op een te lage stand gepro grammeerd.
Vul het reservoir of doseer meer naspoelmiddel.
­Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in ge
­bruik neemt".
Haal het vaatwerk er later uit. Zie hoofdstuk: "Bediening".
Stel met behulp van de functie "Combi-Tab" een normaal rei nigingsmiddel in en doseer naspoelmiddel. Zie hoofdstuk: "Extra functies".
Stel met behulp van de functie "Combi-Tab" het juiste reini­gingsmiddelsoort in. Zie hoofdstuk: "Extra functies".
Doseer meer naspoelmiddel. Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in ge­bruik neemt".
Doseer regenereerzout. Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in ge bruik neemt".
Neem een ander reinigings middel. Gebruik eventueel normale poedervormige reini gingsmiddelen of normale rei nigingstabletten.
Programmeer de ontharder op
-
een hogere stand. Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in ge bruik neemt".
-
-
-
-
-
-
-
58
Page 59
Probleem Oorzaak Oplossing
Glazen zijn bruin of blauw uitgeslagen. De aanslag kan er niet vanaf worden ge veegd.
Glazen worden dof en verkleuren. De aanslag is niet te verwijderen.
Er zit nog thee of lip penstift op het ser vies.
Kunststof stukken vaatwerk zijn ver­kleurd.
Er zitten roestvlekken op stukken bestek.
-
Het reinigingsmiddel bevat stoffen die zich op de gla zen hebben afgezet.
De glazen kunnen niet in de afwasautomaat worden afgewassen.
De temperatuur van het ge
-
kozen programma is te
-
laag geweest.
De bleekwerking van het reinigingsmiddel is te ge­ring.
Mogelijke oorzaak daarvan zijn natuurlijke kleurstoffen in bijv. wortels, tomaten en ketchup. De hoeveelheid reinigingsmiddel of de bleekwerking ervan zijn voor deze stoffen te gering geweest.
Deze stukken bestek zijn niet voldoende bestand te gen roest.
Na het doseren van rege nereerzout is er geen pro gramma gestart. Er zijn zoutresten in het gewone afwasproces terechtgeko men.
Ga direct over op een an der reinigingsmiddel.
-
De schade aan de glazen is onherroepelijk. Koop glazen die wel ge schikt zijn voor de afwas automaat.
Kies een programma met
­een hogere temperatuur.
Ga over op een ander reini­gingsmiddel.
Gebruik meer reinigings­middel. Zie hoofdstuk: "Bediening". Vaatwerk dat al verkleurd is krijgt zijn oorspronkelijke kleur niet terug.
Het enige wat u kunt doen
-
is bestek kopen dat wel ge schikt is.
-
Start na het doseren van
-
regenereerzout het pro gramma "Snel" zonder vaatwerk en zonder "Tur
-
bo" - functie.
Nuttige tips
-
-
-
-
-
-
59
Page 60
Het verhelpen van storingen
Het reinigen van het zeefje in de schroefkoppeling van de watertoevoer
Om de watertoevoerslang tegen veront reinigingen in het water te beschermen is in de schroefkoppeling een zeefje in gebouwd. Wanneer het zeefje vuil is dan loopt er te weinig water in de spoelruimte.
De kunststof behuizing van de
,
Waterproofventielen bevat een elek trisch onderdeel. Dompel dit niet in vloeistof.
Tip
Is uw ervaring dat uw water veel be­zinksel bevat raden wij u aan een grote zeef in de schroefkoppeling van de wa­tertoevoer aan te brengen. Zo’n zeefje is leverbaar onder M.- Nr.: 2665352.
^ Haal de stroom van de afwasauto-
maat door eerst het apparaat uit te schakelen en daarna de stekker uit het stopcontact te halen of de hoofd schakelaar van de huisinstallatie uit de schakelen.
^
Draai de waterkaan dicht
^
en schroef de toevoerslang van de kraan af.
-
-
-
Pak het rubberen dichtingsringetje uit
^
de schroefkoppeling.
^ Trek het zeefje met een combinatie-
of punttang eruit en reinig het.
^ Zet het zeefje en het rubberen dich-
tingsringetje er weer in. Let er daarbij op of ze allebei goed zitten!
^ Schroef de wartel van de watertoe-
voerslang weer aan de waterkraan. Let er daarbij op dat wartel en kraan precies op elkaar passen.
-
^
Draai de waterkraan open.
Komt er water vrij dan hebt u de wartel en de kraan niet stevig genoeg aan el kaar vastgeschroefd of de wartel scheef aan de kraan geschroefd.
^
Zet de watertoevoerslang recht, schroef de wartel recht op de kraan en schroef wartel en kraan stevig vast.
-
60
Page 61
Het verhelpen van storingen
Het reinigen van de afvoer
-
pomp en de terugslagklep
Is het water na afloop van een program ma niet uit de spoelruimte gepompt, dan kan dat verschillende oorzaken hebben. Het is mogelijk dat de afvoer door vet aanslag verstopt is geraakt. Om vetaanslag te voorkomen kunt u de afvoer het beste 1 x per 2 maanden met een machinereiniger behandelen. Hoe u dat moet doen kunt u op de ver pakking lezen. Een andere mogelijkheid is dat be paalde voorwerpen de afvoerpomp of de terugslagklep blokkeren. Deze kunt u makkelijk verwijderen.
^ Haal de spanning van het apparaat
door het eerst uit te schakelen en daarna de stekker uit het stopcontact te trekken of de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit te schakelen.
^ Haal de zeefcombinatie uit de spoel-
ruimte. Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud", paragraaf: "Het reinigen van de zeven in de spoelruimte".
-
-
-
-
Druk de vergrendeling van de terug
^
slagklep naar binnen a.
^ Til de terugslagklep omhoog b, ver-
wijder de klep en spoel hem onder stromend water goed af.
^ Verwijder alle voorwerpen die de te-
rugslagklep blokkeren.
-
^
Schep het water met een bekertje uit de spoelruimte.
61
Page 62
Het verhelpen van storingen
Onder de terugslagklep bevindt zich de afvoerpomp (zie pijl).
^ Verwijder alle voorwerpen die de af-
voerpomp blokkeren. Let erop dat glassplinters bijzonder moeilijk zijn te zien. Draai ter controle het loopwiel van de afvoerpomp met de hand. Het loop­wiel draait niet soepel, maar schoks­gewijs.
^
Zet de terugslagklep weer zorgvuldig op zijn plaats en laat de klep vastklik ken.
62
-
Page 63
Afdeling Klantcontacten
Reparaties
Mocht u een opgetreden storing on
^
danks bovenstaande tips niet zelf kunnen verhelpen, neem dan contact op met:
de Miele-vakhandel of
–
de afdeling Klantcontacten van Miele
–
Nederland B.V.
Adres en telefoonnummer vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwij zing.
Wanneer u de afdeling Klantcontac
^
ten inschakelt, geef dan het model en het nummer van de afwasautomaat op.
Beide gegevens vindt u op het type­plaatje aan de rechter zijkant van de deur.
-
-
-
Programma-actualisering (Up­date / Programm Correction)
Voor testinstituten
In de brochure "Instructies voor ver gelijkende tests" kunt u informatie vin
den over vergelijkende tests en ge luidsmetingen.
Wanneer u deze brochure wilt hebben, vraag dan de meest actuele versie per E-mail aan bij:
testinfo|miele.de
–
Geef daarbij het model en het num
^
mer van de afwasautomaat op. Zie typeplaatje.
-
-
-
-
Reinigingsmiddelen, afwasgewoonten en afwasvoorschriften zullen in de toe komst veranderingen ondergaan.
De spoel- en afwasprogramma's zullen daaraan moeten worden aangepast.
Onze technici zullen in de toekomst in staat zijn het afwasprogramma te up daten en in het geheugen van uw af wasautomaat op te slaan.
Miele zal zelf aangeven wanneer de programma's kunnen worden geactuali seerd.
-
-
-
-
63
Page 64
Programma-overzicht
Vaatwerk Etensresten Eigenschappen van
het programma
Gemengd vaatwerk
dat tegen een stootje kan
Temperatuurgevoelig glas
en kunststof
Gemengd
vaatwerk
Potten,
pannen,
sterk porselein
en bestek
Alle soorten etensresten
die in een huishouden
voorkomen
Verse etensresten
die nog niet zijn
aangekoekt
Gebruikelijke,
licht opgedroogde
etensresten
Ingebrande,
aangekoekte,
sterk opgedroogde
zetmeel- of eiwithouden
1)
de
etensresten
Variabel, sensorgestuurd
programmaverloop
Verkort programmaverloop
Korte programmaduur
Variabel, sensorgestuurd
programmaverloop
met # Care
Gemiddelde
programmawaarden
Verkort programmaverloop
Water- en
energiebesparend
programmaverloop
Maximale
reinigingscapaciteit
-
Verkorte programmaduur
Alle
soorten vaatwerk
1)
Zetmeelhoudende etensresten krijg je bijv. door aardappels, pasta's, rijst of stamppot. Eiwithoudende etensresten krijg je bijv. door gebraden vlees, vis, eieren of ovenschotels.
Sterk
ruikende
etensresten
Koud afspoelen -
Voorspoelen
64
Page 65
Programma-overzicht
Programma Reinigingsmiddel
Automatic
+ Turbo
Snel 40°C
Speciaal
Licht vervuild 50°C
+ Turbo
Energie Spaar
Vakje I
-
-
-
-
-
2)
Vakje II
25 ml
of
1 tab
25 ml
of
1 tab
25 ml
of
1 tab
25 ml
of
1 tab
25 ml
of
1 tab
2)
3)
3)
Intensief 75°C
+ Turbo
Snel 40°C
+ Turbo
2)
Zie hoofdstuk: "Reinigingsmiddelen".
3)
Het is mogelijk dat er wel eens een tab niet helemaal goed oplost.
10 ml
--
25 ml
of
1 tab
65
Page 66
Programma-overzicht
Programma Programmaverloop
Voorspoelen Reinigen
°C
Tussenspoelen Naspoelen°CDrogen
12
Automatic Variabel programmaverloop;
Snel 40 °C 40 X 45 X Speciaal # Variabel programmaverloop met # Care;
Energie Spaar 45 X 60 X
Licht vervuild 50 °C 50 X 65 X
Intensief 75 °C X 75 X 65 X
sensorgestuurde aanpassing aan hoeveelheid vaatwerk en etensresten
Indien nodig 45-65 Indien nodig 65 X
sensorgestuurde aanpassing aan hoeveelheid vaatwerk en etensresten
Indien nodig 40-48 Indien nodig 55 X
66
Page 67
Programma-overzicht
55 °C
kWh
1)
Liter Water koud
15 °C
h:min
Verbruik
Energie Water
Water koud
15 °C
kWh
0,95-1,35 0,70-1,00 8-17 1:30-2:38 1:23-2:21
0,55 0,20 10 0:38 0:27
0,75-1,00 0,45-0,55 10-17 1:26-2:02 1:17-1:43
0,95 0,60 10 2:45 2:34
1,05 0,75 10 1:36 1:23
1,50 1,10 16 2:38 2:27
1) De genoemde waarden zijn volgens EN 50242 berekend. De waarden kunnen in de praktijk door wisselende omstandigheden of door de invloed van sensoren duidelijk variëren. Bij de aangegeven duur zijn wij uitgegaan van een normaal huishouden.
Wanneer u de functie "Turbo" kiest kan het programma max. 50 min. korter duren en kan het energie­verbruik met max. 0,2 kWh stijgen.
Wanneer u de functie "Combi-Tab" kiest kan het energieverbruik met max. 0,2 kWh stijgen en kan het programma max. 15 min. langer duren.
Water warm
Duur
1)
Water warm
55 °C h:min
67
Page 68
Na te bestellen accessoires
Voor een nog efficiënter gebruik van de afwasautomaat
Om uw apparaat nog beter op uw individuele wensen af te stemmen en om het apparaat nog beter aan speciale inbouwsituaties aan te passen kunt u bij uw Miele-vakhandelaar of bij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland B.V. extra accessoires krijgen.
Het is mogelijk dat sommige accessoires al tot de standaarduitrusting behoren; dit hangt van het model af.
U wilt... dan hebt u nodig...
...glazen met een lange steel afwassen
...flessen apart afwassen, bijv. melk- of babyflessen
...extra bestek afwassen, bijv. kleine lepeltjes, gebakvorkjes, een juslepel
...een groot aantal glazen afwassen
...grote borden afwassen ...een rek voor borden met een
...een glazenrek dat in het bovenrek wordt geplaatst
...een fleshouder
...een bestekkorfje dat in het onderrek wordt geplaatst
... een glazenrek dat in het onderrek wordt geplaatst
doorsnede tot:
-33cm
-35cm
68
Page 69
Elektrische aansluiting
De afwasautomaat mag alleen door een erkend installateur op het elektriciteits net worden aangesloten.
De afwasautomaat is standaard voor zien van een aansluitkabel met stekker met beschermingscontact (randaarde), geschikt voor aansluiting op een stop contact met beschermingscontact (randaarde).
De afwasautomaat moet zo wor
,
den geplaatst dat men altijd zonder problemen bij het stopcontact kan komen. Gebruik om veiligheidsredenen geen verlengsnoer. Gebruik van een verlengsnoer verhoogt het risico op oververhitting en daarmee op brand.
Wanneer de aansluitkabel is bescha­digd, moet hij door een speciaal voor deze afwasautomaten vervaardigde ka­bel worden vervangen. Neem contact op met de Miele-vakhan­delaar of met de afdeling Klantcontac­ten van Miele-Nederland B.V. Om veiligheidsredenen mag de kabel alleen door een erkend vakman/vak vrouw worden vervangen.
-
-
-
-
-
Technische gegevens zie typeplaatje aan de rechter zijkant van de deur.
De afwasautomaat mag uitslui
,
tend worden aangesloten op een huisinstallatie die volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
-
,
Controleer voordat u de auto maat in gebruik neemt of de elek trische waarden van uw huisinstalla tie (spanning, frequentie en ze kering) overeenkomen met de gege vens op het typeplaatje en dat het geïnstalleerde stopcontactsysteem overeenkomt met het stekkersys teem van de afwasautomaat.
-
-
-
-
-
-
69
Page 70
Wateraansluiting
Het waterbeveiligingssysteem van Miele
Miele garandeert, dat het Miele-water beveiligingssysteem gedurende de hele levensduur van de afwasautomaat een algehele bescherming tegen water schade biedt.
Watertoevoer
Het water in de afwasautomaat
,
is geen drinkwater.
De afwasautomaat mag worden aan
–
gesloten op koud of warm water tot max. 60 °C. Wanneer u beschikt over een ener­getisch gunstige warmwaterberei­ding, raden wij u aan om de afwas­automaat op warm water aan te sluiten omdat u dan energie en tijd bespaart. Er wordt in alle programma's met warm water gespoeld.
Sluit om schade aan het appa
,
-
raat te voorkomen de afwasauto maat alleen op een volledig ontlucht buisleidingnet aan.
-
-
-
-
! De watertoevoerslang mag niet
korter worden gemaakt of bescha­digd (zie afb.).
–
De toevoerslang is ca. 1,5 m lang; een 1,5 m lange, flexibele metalen slang (proefdruk 14000 kPa/140 bar) is leverbaar.
–
Voor de aansluiting is een kraan met 3/4"-schroefkoppeling noodzakelijk.
–
Een terugslagklep is niet noodzake lijk, daar het apparaat voldoet aan de waterveiligheidsnormen.
–
De waterdruk (druk bij de wateraan sluiting) moet tussen de 30 en 1000 kPa (0,3 en 10 bar) liggen. Is de druk hoger, dan moet een druk reduceerventiel worden ingebouwd.
70
-
-
-
Page 71
Wateraansluiting
Waterafvoer
In de afvoer van de afwasautomaat
–
bevindt zich een terugslagklep, zo dat er geen vuil water via de afvoer slang in de automaat terug kan stro men.
De afwasautomaat is voorzien van
–
een flexibele afvoerslang van ca. 1,5 m met een diameter van 22 mm binnenwerks.
De afvoerslang kan met nog een
–
slang en met een verbindingsstuk worden verlengd. De afvoerslang mag maximaal 4 me­ter lang, de opvoerhoogte maximaal 1 meter zijn!
– Voor de aansluiting van de slang op
het afvoersysteem ter plaatse is bo­vendien een slangklem bij de auto­maat verpakt. Zie montageschema.
– De slang kan naar rechts of links
worden verlegd.
Beluchting van de waterafvoer
Ligt de waterafvoeraansluiting op de plaats van opstelling dieper dan de ge
­leiding voor de wieltjes van het onder
­rek in de deur, moet de waterafvoer
­worden belucht. Gebeurt dat niet, dan kan het water tij dens een programma door de werking van de zuighevel uit de spoelruimte stromen.
Doe de deur van de afwasautomaat
^
helemaal open.
-
-
-
–
De aansluittuit voor de afvoerslang is geschikt voor slangen van verschil lende doorsneden. Steekt de aan sluittuit te ver in de afvoerslang dan moet de aansluittuit korter worden gemaakt. Gebeurt dat niet, dan kan de afvoerslang verstopt raken.
–
De afvoerslang mag niet korter wor den gemaakt.
–
Zorg ervoor dat er geen knikken in de afvoerslang komen.
-
^
-
-
Trek de onderste sproeiarm omhoog en haal hem eraf.
^
Snijd de dop van de beluchtingsklep in de spoelruimte af.
71
Page 72
Technische gegevens
Model afwasautomaat G 1XXX G 2XXX
Hoogte 80,5 cm
(verstelbaar + 6,5 cm)
Hoogte van de inbouwkast vanaf 80,5 cm (+ 6,5 cm) vanaf 84,5 cm ( + 6,5 cm)
Breedte 59,8 cm 59,8 cm
Breedte van de inbouwkast 60 cm 60 cm
Diepte 57 cm 57 cm
Gewicht max. 55 kg max. 61 kg
Spanning 230 V 230 V
Aansluitwaarde 2200 W 2200 W
Zekering 10 A 10 A
Keurmerk KEMA KEMA
Waterdruk 30 - 1000 kPa
(0,3 - 10 bar)
Warmwateraansluiting tot max. 60 °C tot max. 60 °C
Opvoerhoogte max. 1 m max. 1 m
Afpomplengte max. 4 m max. 4 m
Aansluitkabel ca. 1,7 m ca. 1,7 m
Beladingscapaciteit 12/14 couverts* 12/14 couverts*
84,5 cm (verstelbaar + 6,5 cm)
30 - 1000 kPa (0,3 - 10 bar)
* Afhankelijk van het model
727374
Page 73
Page 74
Page 75
75
Page 76
Wijzigingen voorbehouden / G1384/ G2384 / 1609
M.-Nr. 07 577 340 / 01
Loading...