Miele DA290-2 User Manual [nl]

Page 1
Gebruiksaanwijzing
Wasemkap DA 290-2
Lees absoluut uw gebruiksaanwijzing voor u het toestel installeert en in gebruik neemt. Daardoor zorgt u voor uw veiligheid en vermijdt u schade aan het apparaat. M.-Nr. 05 633 350
*
Page 2
Inhoud
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Opmerkingen omtrent uw veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Beschrijving van het toestel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Hoe werkt uw toestel? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Bediening
Hoofdschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
De ventilator inschakelen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Een ventilatievermogen kiezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
De wasemkap laten nawerken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
De ventilator uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
De verlichting inschakelen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
De verlichting uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Bedrijfsurenteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
De bedrijfsurenteller opvragen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
De bedrijfsurenteller wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Reiniging en onderhoud
Ommanteling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Vetfilters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Defecte verlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Technische dienst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Afmetingen van het toestel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Montage
Montagemateriaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Steunplaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Luifel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Werking met luchtafvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Telescopisch deel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Schouw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Luchtafvoerleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Condenswaterstop. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
2
Page 3
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu
Uw bijdrage tot bescherming van ons milieu
Recycleerbare verpakking
De verpakking behoedt het toestel voor transportschade. Er werd materiaal ge­kozen, dat het milieu verdraagt en dus opnieuw kan worden benut.
Door de verpakking weer in kringloop te brengen, wordt er grondstof ge­spaard en verkleint de afvalberg. Geef deze stoffen dus niet gewoon met het vuilnis mee. Breng ze liever naar het dichtstbijzijnde verzamel- en sorteerter­rein. Waar u dat vindt, komt u zeker bij uw gemeentebestuur aan de weet.
Berging van uw oud toestel
Oude toestellen bevatten nog waarde­vol materiaal. Geef uw oud toestel dus niet gewoon met het grof huisvuil mee. Vraag liever inlichtingen aan uw gemeentebestuur of aan het dichtstbij­zijnde autowrak- of schrootverwerkend bedrijf omtrent de mogelijkheden om die stoffen opnieuw te gebruiken.
Zorg er ook voor dat het toestel intus­sen kinderveilig wordt bewaard. Hou dus rekening met de gelijknamige ru­briek in de "Opmerkingen omtrent uw veiligheid".
3
Page 4
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Dit toestel voldoet aan de voorge­schreven veiligheidsvoorschriften. Bij ondeskundig gebruik kan er schade optreden aan het toestel en kan de gebruiker gevaar lopen.
Lees aandachtig uw gebruiksaanwij­zing voor u uw toestel in gebruik neemt. U vindt er belangrijke wen­ken omtrent veiligheid, montage, gebruik en onderhoud. Zo be­schermt u zichzelf en vermijdt u schade aan het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig. Geef ze door aan wie het toestel eventueel na u gebruikt.
Deskundig gebruik
Dit toestel is enkel voor huishoude-
lijk gebruik bestemd. De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die werd veroorzaakt doordat het toestel niet volgens de voorschrif­ten gebruikt of verkeerd bediend werd.
Technisch veilig
Vergelijk eerst de aansluitgege-
vens (spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van uw huisin­stallatie. Sluit dan pas uw toestel aan. Deze gegevens dienen absoluut over­een te stemmen. Anders treedt er schade op aan uw toestel. Vraag in geval van twijfel inlichtingen aan uw installateur.
De elektrische veiligheid van dit
toestel wordt enkel gewaarborgd indien u het op een aardsysteem aan­sluit, dat volgens de voorschriften werd geïnstalleerd. Het is heel belangrijk dat deze fundamentele veiligheidsvoorzie­ning voorhanden is. Laat uw installatie bij twijfel door een vakman nakijken. De fabrikant is niet aansprakelijk voor scha­de die werd veroorzaakt doordat de aardleiding onderbroken was of ge­woon ontbrak. Er zijn elektrische schok­ken mogelijk.
Door ondeskundige installatie- of
reparatiewerkzaamheden kunnen er niet te onderschatten risico’s opdui­ken voor wie het toestel gebruikt. Laat de installatie en de herstelling van uw elektrische toestellen dus enkel door een erkend vakman uitvoeren.
Indien u dit toestel niet op een vas-
te plaats inbouwt en monteert, bv. op een schip, laat dit karwei dan enkel uitvoeren door vakmensen. Die moeten ervoor zorgen dat u het toestel veilig kan gebruiken.
4
Page 5
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Het toestel is pas stroomloos in­dien aan een van deze voorwaar-
den werd voldaan: – het snoer is van het elektrisch net los-
gekoppeld; trek daarbij niet aan het snoer, wel aan de stekker.
– de smeltstoppen van uw installatie
zijn uitgeschakeld.
Gebruik uit veiligheidsoverwegin-
gen geen verlengsnoeren om het toestel aan te sluiten. Die bieden niet voldoende veiligheids­garanties. Er bestaat onder meer ge­vaar voor oververhitting.
Gebruik
Maak onder de wasemkap nooit
iets klaar met open vlam. Grilleren met open vlam alsook flamberen zijn uit den boze. De ingeschakelde wasemkap zuigt de vlammen in de vetfilter. Door het opge­zogen kookvet bestaat er brandgevaar!
Gebruikt u de wasemkap boven
een gaskookvlak? Zet dan steeds een kookpan op de brander die in ge­bruik is. Door de te sterke hitte van de vlammen kan de wasemkap schade oplopen.
Schakel uw wasemkap telkens in
wanneer er een kookplaat of -zone in gebruik is. Is de wasemkap niet ingeschakeld, dan kan er zich condenswater vormen. Dan kan het toestel corrosie oplopen.
Indien u met olie of vet kookt, dient
u uw kookpan of frituurstel voortdu­rend in het oog te houden. Dat geldt ook voor elektrische grillapparaten. Door oververhitting kunnen olie en vet in brand geraken en de wasemkap vlam doen vatten.
Gebruik de wasemkap nooit zon-
der vetfilters. Zo vermijdt u dat er zich vet en vuil afzet in het toestel. Daardoor komt de goede werking immers in het gedrang.
De filters dient u geregeld schoon
te maken. Door erg vette filters be­staat er brandgevaar!
Gebruik om de wasemkap schoon
te maken in geen geval een toestel dat met stoom onder druk werkt. De stoom kan onderdelen van het toe­stel aanraken, die onder spanning staan. Zo kan er kortsluiting optreden.
5
Page 6
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Montage
Hou tussen het kookvlak en de wasemkap ter wille van de veilig-
heid een minimumafstand van:
– 45 cm boven een elektrisch kookvlak, – 65 cm boven een gaskookvlak, – 65 cm boven een Miele-elektrogrill.
Bij andere toestellen dient u de afstand in acht te nemen, die in de bijgeleverde handleiding wordt vermeld. Gebruikt u verschillende kooktoestellen onder de wasemkap en is de veilig­heidsafstand telkens anders, kies dan de grootst opgegeven afstand.
Boven ovens of fornuizen die met vaste brandstof worden verwarmd,
mag u geen wasemkap monteren.
Gebruik voor de luchtafvoerleiding
enkel buizen of slangen van onbrandbaar materiaal. Die zijn bij uw handelaar of in de Technische Dienst van Miele verkrijgbaar.
De luchtafvoer van de wasemkap
mag u niet aansluiten op een schoorsteen die in gebruik is, noch op een schacht die stookplaatsen ontlucht.
Zo de afvoer in een niet meer ge-
bruikte afvoerschouw moet worden geleid, hou dan rekening met de plaat­selijk geldige voorschriften.
6
Page 7
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Opmerkingen omtrent uw veiligheid
Wees voorzichtig als u de wasem-
kap tegelijk gebruikt met andere verwarmingstoestellen die lucht uit het vertrek nodig hebben. Bv. verwarmings­toestellen met gas, stookolie of steen­kool, doorstroomverwarmers, boilers, gaskookvlakken en -ovens. De wasem­kap zuigt uit het vertrek waar hij geïn- stalleerd is, immers lucht weg, die voor de verbranding in het verwarmingstoe­stel bestemd is. Bovendien kunnen door het zuigeffect van de wasemkap uitlaatgassen uit de schouw terugstromen. De werking van verwarmingsinstallaties met schouw­aansluiting komt in het gedrang.
U vermijdt risico’s als er bij gelijktijdig gebruik van de wasemkap en van een verwarmingstoestel waarvoor lucht uit het vertrek is vereist, een onderdruk wordt bereikt van maximum 4 Pa (0,04 mbar). Hierdoor verhindert u na­melijk dat er uitlaatgassen uit het ver­warmingstoestel worden teruggezogen. U kan daarvoor zorgen door lucht voor de verbranding aan te voeren via niet­afsluitbare openingen. Dat kunnen zijn: openingen in deuren, vensters, lucht­toevoer- en afvoerconstructies en tech­nische maatregelen als onderlinge ver­grendeling e.d.
Enkel bij toestellen met elders geplaatste ventilator
Bij toestellen met een elders ge-
plaatste ventilator sluit u beide elementen via de verbindingsleiding met stekkers op elkaar aan. Let erop dat u de juiste toestellen combineert.
Uw oud toestel afdanken
Bij oude, niet meer gebruikte toe-
stellen trekt u de stekker uit het stopcontact. Maak daarna snoer en stekker onbruikbaar. Zo vermijdt u dat uw toestel voor ver­keerde doeleinden wordt gebruikt.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die ontstaan is doordat deze veiligheidsrichtlijnen niet in acht werden genomen.
Opmerking: bij de beoordeling moet u steeds rekening houden met de globa­le ventilatietoestand van de woning. In geval van twijfel neemt u het best contact op met een beëdigd schoor­steenveger.
Gebruikt u de wasemkap met luchtcir­culatie, dan gelden deze opmerkingen niet.
7
Page 8
Beschrijving van het toestel
Beschrijving van het toestel
8
Page 9
Beschrijving van het toestel
Telescopisch deel
b
Schouw
c
Luifel
d
e Verlichting
f Vetfilters
g Bediening
h Hoofdschakelaar
i Toets voor de verlichting
j Toets aan/uit voor de
ventilator
k Toetsen om het ventilatie-
vermogen in te stellen
l Toets om het toestel te
laten nawerken
Hiermee kan u de wasemkap na het kookproces nog laten draaien. U kan het toestel na 5 of 15 minuten zich vanzelf laten uitschakelen.
o Toets voor de vetfilters
Het lampje bij de vetfiltertoets gaat aan zodra de vetfilters moeten gereinigd worden.
Met deze toets kan u – de bedrijfsurenteller na het reinigen
van de vetfilters weer op zijn begin­stand zetten; zie "Reiniging en onder­houd".
– de afgelopen tijd van de bedrijfsuren-
teller laten aanduiden; zie rubriek "Bediening / Bedrijfsurenteller".
– het aantal uren voor de bedrijfsuren-
teller wijzigen; zie rubriek "Bediening / Bedrijfsurenteller wijzigen".
9
Page 10
Hoe werkt uw toestel?
Hoe werkt uw toestel?
Uw wasemkap werkt met . . .
. . . luchtafvoer naar buiten
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd en naar buiten afgevoerd.
Het toestel werkt met een terugslag- klep. Als de wasemkap niet werkt, is deze klep gesloten. Er kan geen buitenlucht naar binnen noch binnenlucht naar bui­ten stromen. Zodra u het toestel inscha­kelt, gaat de klep open. Zo kan de keu­kendamp ongehinderd naar buiten.
10
Page 11

Bediening

Hoofdschakelaar
De ventilator en de verlichting werken enkel als u de hoofdschakelaar op "I" inschakelt.
Zet het toestel uit door op "0" te druk­ken als het lange tijd niet moet werken, bv. ’s nachts of tijdens uw vakantie.
Als u het daarna weer inschakelt, be­gint het te werken in de stand die u het laatst had gekozen.
De ventilator inschakelen
Bediening
Bij een normaal kookproces horen, naar gelang van de intensiteit van de kookdamp, de standen van "I" tot "III" (groene controlelampjes).
Intensieve stand
Schakel bij het begin van een braadpro­ces of bij een kookproces met sterke reukontwikkeling even de intensieve stand in (geel controlelampje).
De wasemkap laten nawerken
Hangt er na het kookproces nog damp in de keuken? Laat uw wasemkap dan even nawerken. Het toestel wordt vanzelf uitgescha­keld; u kan kiezen uit 5 of 15 minuten.
Druk op de toets aan/uit.
De ventilator wordt in stand "II" inge­schakeld. Het controlelampje gaat aan.
Een ventilatievermogen kiezen
Kies met de toetsen – /+ het gewens­te afzuigvermogen.
Toets + = hoger vermogen Toets – = lager vermogen
Druk, terwijl de ventilator draait, op de toets om het toestel te laten na­werken.
1 x drukken = de ventilator wordt na
5 minuten uitgeschakeld (linker lampje)
2 x drukken = de ventilator wordt na
15 minuten uitgeschakeld (rechter lampje)
Druk nog eens op deze toets om deze functie uit te schakelen.
11
Page 12
Bediening
De ventilator uitschakelen
Druk op de toets aan/uit.
De ventilator wordt uitgeschakeld en het controlelampje gaat uit.
De verlichting inschakelen
De verlichting kan u inschakelen al dan niet met werkende ventilator.
Druk op de toets voor de verlichting.
Het controlelampje gaat aan.
De verlichting uitschakelen
Druk op de toets voor de verlichting om het licht weer uit te doen.
Automatisch uitschakelen met het oog op de veiligheid
Bedient u de ingeschakelde wasemkap 10 uur lang niet, dan schakelt de venti­lator zichzelf uit. Het licht blijft wel aan.
Om de ventilator weer aan te zetten drukt u op de toets aan/uit.
Het controlelampje gaat uit.
12
Page 13
Bediening
Bediening
Bedrijfsurenteller
De tijd dat de wasemkap werkt, wordt in het geheugen van het toestel opge­slagen.
Na 30 uur werking gaat het controle­lampje bij de vetfiltertoets aan. Dan moeten die filters worden gereinigd.
De bedrijfsurenteller dient u nadien weer in zijn beginstand te plaatsen.
Hou daartoe de vetfiltertoets zowat 3 seconden ingedrukt.
Het controlelampje bij de toets gaat uit.
De bedrijfsurenteller opvragen
Voor de ingestelde tijd verstreken is, kan u aflezen hoeveel procent van de werkingsduur reeds afgelopen is.
Schakel de ventilator in met de toets aan/uit.
Druk op de vetfiltertoets.
Bij de toets – /+ knipperen een of meer controlelampjes.
Het aantal knipperende controlelamp­jes stemt overeen met het percentage verstreken bedrijfsuren:
1 controlelampje = 25 % 2 controlelampjes = 50 % 3 controlelampjes = 75 % 4 controlelampjes = 100 %
Bij het uitschakelen van de wasemkap of na een stroomonderbreking blijven de afgelopen bedrijfsuren in het geheu­gen opgeslagen.
13
Page 14
Bediening
De bedrijfsurenteller wijzigen
Het maximum aantal bedrijfsuren van de vetfilter kan u aan uw kookgewoon­tes aanpassen. U heeft de keus uit 20, 30, 40 of 50 uur.
– Kies een korte tijd indien u dikwijls
braadt of vaak een friteuse gebruikt.
– Zo u vaak erg vetarm kookt, kan u
een lange werkingsduur instellen.
– Als u enkel af en toe kookt, is het
toch zinvol een korte werkingsduur te kiezen. Het verzamelde vet wordt na langere tijd hard. De vetfilters zijn dan minder vlot schoon te krijgen.
Schakel de ventilator uit met de toets aan/uit.
Druk tegelijk op de toets om het toe­stel te laten nawerken en op die van de vetfilters.
De controlelampjes bij de vetfiltertoets en bij de toets – /+ knipperen.
De controlelampjes bij de toetsen – /+ duiden de ingestelde duur aan: 1ste lampje van links = 20 uur 2de lampje van links = 30 uur 3de lampje van links = 40 uur 4de lampje van links = 50 uur
14
Kies met de toets – /+ de gewenste tijd.
Bevestig uw keus met de vetfilter­toets.
Bevestigt u niet binnen de 4 minu­ten na het instellen, dan neemt het toestel de "oude" gegevens over.
Page 15

Reiniging en onderhoud

Reiniging en onderhoud
Schakel voor elke onderhoudsbeurt de ventilator uit! Daartoe – de smeltstoppen van uw huis­installatie uitschakelen of – de stekker uit het stopcontact verwijderen.
Ommanteling
Het oppervlak en de bedieningsele­menten zijn gevoelig aan krassen en kerven. Hou dus de volgende schoonmaaktips in acht.
Maak alle oppervlakken alsook de bedieningselementen enkel schoon met een vaatdoekje, afwasmiddel en warm water.
Wrijf het oppervlak vervolgens met een zachte doek droog.
Gebruik rond de bedieningselemen­ten niet te veel water om te vermij­den dat er vocht in de elektronische bediening indringt.
Roestvrijstalen oppervlakken
Om de r.v.s. oppervlakken schoon te maken, is een niet-schurend reinigings­middel voor roestvrij staal geschikt.
Om te vermijden dat de oppervlakken weer gauw vuil worden, kan u ook on­derhoudsmiddel voor roestvrij staal toe­passen. Dat is in de Technische Dienst van Miele verkrijgbaar. Breng dit middel met een zachte doek gelijkmatig en spaarzaam aan.
Bedieningselementen met r.v.s. uitzicht
Deze bedieningselementen kunnen verkleuren of veranderen indien het vuil er langere tijd op inwerkt. Verwij­der het vuil dus meteen.
Gebruik geen reinigingsmiddel voor roestvrij staal om de bedieningsele­menten schoon te maken.
Om het glasoppervlak te reinigen kan u ook een reinigingsproduct voor glas gebruiken.
Vermijd – reinigingsmiddel dat soda, zuur of
chloriden bevat,
– schurend reinigingsmiddel als bv.
schuurpoeder of -crème, schuur­sponsjes of gebruikte sponsen waarin restjes schuurmiddel zitten.
15
Page 16
Reiniging en onderhoud
Reiniging en onderhoud
Vetfilters
De vetfilters in het toestel nemen de vaste bestanddelen van de kookdam­pen op (vet, stof e.d.). Ze verhinderen daardoor dat het toestel vuil wordt. Er zijn opnieuw te gebruiken metalen vetfil­ters ingebouwd.
Maak de vetfilters in elk geval schoon zodra het controlelampje bij de vetfilter­toets aangaat.
Het verdient aanbeveling de vetfilters om de 3 à 4 weken schoon te maken. Zo vermijdt u dat het vet gaat vastkoe­ken.
Duw de vetfiltervergrendeling naar het midden toe.
Neem de vetfilters er langs onder uit en maak ze schoon:
– met de hand: met een afwasborstel
in warm water met afwasmiddel voor manuele afwas erin.
– in de afwasautomaat: zet de filters
verticaal in de onderste korf.
Door erg verzadigde vetfilters ver­groot het brandrisico!
16
Als u de vetfilters in de afwasauto­maat laat afwassen, kan het filter­oppervlak naar gelang van het gebruikte afwasmiddel op de duur verkleuren. Dit schaadt de werking van de vetfilters echter niet.
Leg de filters na het schoonmaken nog op een vochtopnemend voor­werp te drogen.
Wanneer de filters uitgenomen zijn, kan u de bereikbare onderdelen van de behuizing van vet ontdoen. Daar­door vermijdt u brandgevaar.
Page 17
Let er bij het monteren van de filters op dat de vergrendeling naar het kookvlak toe wijst. Als er eens een filter verkeerd zit, ont­grendel die dan langs de uitsparingen met behulp van een kleine schroeven­draaier.
Druk na het reinigen ca. 3 seconden op de vetfiltertoets. Daarmee zet u de bedrijfsurenteller terug in zijn beginstand. Het controlelampje bij de toets gaat dan uit.
Reinigt u de vetfilters voor de be­drijfsuren afgelopen zijn, dan kan u de bedrijfsurenteller terug in zijn be­ginstand zetten door ca. 6 seconden lang op de vetfiltertoets te drukken.
Reiniging en onderhoud
17
Page 18
Reiniging en onderhoud
Reiniging en onderhoud
De lamp vervangen
Maak de wasemkap stroomloos. Daartoe – de smeltstoppen van uw huis­installatie uitschakelen of – de stekker uit het stopcontact verwijderen.
Draai de bevestigingsschroef van een van de steunplaatjes van het glas - links of rechts naar keus - uit. Duw de glazen plaat wat naar bo­ven. Anders valt ze op het kookvlak.
Zwenk de lamp voorzichtig naar beneden. Trek ze eruit.
Vervang de lamp (11 W) en zwenk de nieuwe naar boven toe.
Zet de glasplaat terug en bevestig die met de steun.
Neem de steun van de glasplaat weg.
Trek de glasplaat er schuin naar on­deren uit.
18
Page 19
Technische dienst
Neem bij storingen die u niet zelf kan oplossen, contact op
– met uw Miele-handelaar of – met de Technische Dienst van Miele. Het adres en telefoonnummer van onze
technische dienst vindt u op de rugzij­de van deze gebruiksaanwijzing.
Wanneer u daar een beroep op doet, geef dan a.u.b. altijd het machinetype en -nummer op.
Beide gegevens vindt u op het type­plaatje. Dat wordt zichtbaar nadat u de vetfilters hebt weggenomen.
Technische dienst
19
Page 20
Afmetingen van het toestel
Afmetingen van het toestel
20
Page 21
Boven ovens of fornuizen die met vaste brandstof worden verwarmd, mag u geen wasemkap monteren.
Laat tussen kookvlak en wasemkap ter wille van de veiligheid minstens een afstand van: – 450 mm boven elektrische kook­vlakken – 650 mm boven gaskookvlakken en de Miele-elektrogrill.
Meer details vindt u in de rubriek "Opmerkingen omtrent uw veilig­heid".
Om vlot onder de wasemkap te wer­ken, verdient een afstand van 650 mm aanbeveling, zelfs boven elektrische kookvlakken.
Hou bij het bepalen van maat S de minimumafstand tot het kookvlak in acht. Zorg er ook voor dat de hoogte H bij een montage die tegen het plafond aansluit, tussen de volgende minimum­en maximummaten ligt:
Afmetingen van het toestel
H = 820 - 1080 mm
Ruimte in de wand resp. in het plafond om de afvoerleiding door te voeren en het stopcon­tact te monteren.
De diameter van de luchtafvoeraan- sluiting bedraagt 150 mm ø, met ver- loopmof 125 mm ø.
21
Page 22

Montage

Montage
Montagemateriaal
22
Page 23
2 vel montagebeveiliging
b
voor de montage van de schouw
Montage
2 slangklemmen om de luchtafvoer-
c
leiding te bevestigen
1 verloopmof voor een luchtafvoer-
d
leiding van ø 125 mm
1 terugslagklep om in de luchtuit-
e
laattuit van de motor in te bouwen
Bovenste wandsteunplaat om het
f
telescopische deel te bevestigen
Bijkomende schouwsteunplaat
g
10 schroeven 5 x 40 mm met grote kop en 10 pluggen S 8 om de steunplaten, de motor en de luifel te bevestigen
4 schroeven 3,9 x 7,5 mm om de schouw en het telescopisch deel te bevestigen
23
Page 24
Montage
Steunplaten
Met de steunplaten wordt de wasem­kap tegen de wand bevestigd.
Hou de steunplaat voor het telescopi­sche deel keurig en waterpas tegen het plafond. Centreer de plaat met behulp van de inkervingen. Markeer de 2 te boren gaatjes op de wand.
Boor de 2 gaatjes van ø 8 mm in de wand. Duw er de pluggen S8 in.
Schroef de steunplaat met 2 schroe­ven 5 x 40 mm er losjes op. Hang de plaat gelijk en schroef ze dan vast.
Voor u de steunplaten monteert, trekt u op de wand waar de wasemkap moet komen, een verticale streep in het midden boven het kookvlak.
Boor twee gaatjes van ø 8 mm op een afstand van S + 335 mm boven het werkblad; zie "Afmetingen van het toestel". Steek er pluggen S8 in.
Draai 2 schroeven 5 x 40 mm in de gaatjes. De schroefkoppen dienen er ca. 5 mm uit te steken.
24
Page 25
Motor
Beschikt uw luchtafvoersysteem niet over een terugslagklep, plaats dan de bijgeleverde terugslagklep in de luchtafvoertuit van de motor. De klep­pen moeten naar boven toe kunnen openen.
De wasemkap is uitgerust voor een luchtafvoerleiding van ø 150 mm. Om met een luchtafvoerleiding van ø 125 mm te werken, dient u bijgele­verde verloopmof op de luchtuitlaat­tuit van de motor te monteren. Lees daartoe de rubriek "Luchtafvoerlei­ding".
Montage
Hang de motor over de schroeven. Hang hem gelijk en draai de schroe­ven aan.
Markeer doorheen de motorsteun­plaat 4 gaatjes ø 8 mm op de wand.
Neem de motor af.
25
Page 26
Montage
Boor de 4 gaatjes ø 8 mm in de wand. Steek er pluggen S8 in.
Hand de motor er weer in. Steek 2 schroeven 5 x 40 mm in bei-
de bovenste gaatjes. Draai die aan.
Bijkomende steunplaat
Luifel
Hang de luifel op achter de hoek­plaatjes van de steunplaat.
Deze plaat hoeft u enkel te monteren zo maat Y groter is dan 275 mm. Daar­mee wordt het telescopische deel ver­sterkt.
Hou de steunplaat op max. 275 mm van het plafond. Centreer de plaat met behulp van de twee inkervingen en met de middellijn. Markeer de twee te boren gaatjes.
Boor de 2 gaatjes ø 8 mm in de wand. Steek de pluggen S8 erin.
Schroef de steunplaat met 2 schroe­ven 5 x 40 mm vast.
26
Bevestig de luifel met 2 schroeven 5 x 40 mm.
Page 27
Montage
Werking met luchtafvoer
Om de luchtafvoer aan te sluiten be­vestigt u een slang of buis met be­hulp van een slangklem op de uitlaat­tuit.
De luchtafvoerleiding steekt u door de opening in de wand of in het pla­fond naar buiten toe.
Sluit de luchtafvoer verder aan. Zie rubriek "Luchtafvoerleiding".
Elektrische aansluiting
Verbind de aansluitkabels van de lui­fel met behulp van de overeenkomsti­ge koppelingen links en rechts met de motor.
Steek daartoe de vierpolige stekker in de achterste aansluiting van de koppeling links op de motor.
Steek de zespolige stekker in de koppeling rechts op de motor.
Bevestig de kabels op de met pijlen aangeduide plaatsen.
Sluit het toestel vervolgens aan op het stroomnet.
Raadpleeg eerst de rubrieken "Opmerkingen omtrent uw veilig­heid" en "Elektrische aansluiting" voor u het toestel op het net aansluit.
27
Page 28
Montage
Telescopisch deel
Met het telescopische deel kan u de afstand tussen wasemkap en plafond laten variëren.
Trek eerst de beschermfolie weg voor u het telescopische deel plaatst.
Buig de bovenste haakjes ca. 45° naar binnen toe. Zo monteert u het deel vlotter.
Schuif het telescopische deel tegen het plafond. Bevestig het met schroe­ven 3,9 x 7,5 mm aan beide zijden op de bovenste steunplaat.
Schouw
Trek het telescopische deel ietwat uit elkaar en schuif het achter de boven­ste steunplaat.
28
De papieren montagebeveiliging verhin­dert dat het telescopische deel bij de montage van de schouw onverhoeds krassen oploopt. Na de montage wordt het weer verwijderd.
Page 29
Vouw het bovenste deel van de mon­tagebeveiliging.
Montage
Bevestig de schouw onderaan aan beide zijden met 2 schroeven 3,9 x 7,5 mm.
Neem voor het eerste gebruik de vet­filters uit het toestel en verwijder de beschermfolie van het filterraam. Zet de vetfilters achteraf terug.
Glazen deksel
Leg het glazen deksel op de luifel met de gladde zijde naar boven toe.
Trek de beschermfolie bij de kleef­punten weg.
Kleef de montagebeveiliging opzij te­gen het telescopische deel.
Verwijder de beschermfolie van de schouw voor u de schouw monteert.
Trek de schouw voorzichtig ietwat uit elkaar en schuif ze over het telesco­pische deel. Laat ze achter het teles­copische deel en de steunplaten ha­ken.
Hang de schouw keurig op haar plaats.
Maak de montagebeveiliging los en trek ze naar boven toe uit.
29
Page 30
Luchtafvoerleiding
Luchtafvoerleiding
Risico op vergiftiging! Hou de rubriek ‘Opmerkingen omtrent uw veiligheid’ in acht.
– De luchtafvoerleiding dient zo kort
en recht mogelijk te zijn.
– De diameter van de luchtafvoer-
leiding mag niet kleiner zijn dan 150 mm.
Gebruikt u luchtafvoerleidingen met een diameter kleiner dan 150 mm of vlakke afvoerkanalen, dan veroor­zaakt de wasemkap meer lawaai en verzwakt het afzuigvermogen.
Verminder de diameter van de luchtaf­voerleiding enkel in het uiterste geval, bv. indien die leiding reeds voorhanden is.
– Pas enkel wijde bochten toe. Door
kleine bochten vermindert het lucht­afvoervermogen van het toestel.
– Zo u de luchtafvoerleiding horizon-
taal monteert, dient u een minimum­verval van 1 cm per meter te voor­zien.
Zo kan er geen condenswater in het toestel lopen.
– Wordt de lucht naar buiten afge-
voerd, dan is een telescopisch muur­kastje aan te bevelen.
– Gebruik voor de aansluiting van de
luchtafvoerleiding enkel gladde bui­zen of soepele slangen van onbrand­baar materiaal.
30
– Voert u de lucht af in een schouw,
richt de afvoerpijp dan in de richting waarin de lucht wordt afgevoerd.
Page 31
Belangrijk!
Monteert u de luchtafvoerleiding door koele vertrekken, zolders e.d.? Dan kan er op bepaalde punten een groot temperatuurverschil ontstaan. Er kan dus condenswater worden gevormd. In zo’n geval dient u de luchtafvoerleiding voldoende te isoleren.
Condenswaterstop
Het verdient aanbeveling ook een con­denswaterstop te installeren. Daarin wordt het condenswater, dat ondanks de isolatie van de luchtafvoerleiding toch ontstaat, opgevangen en ver­dampt.
Condenswaterstoppen zijn als toebeho­ren verkrijgbaar.
Installeer de condenswaterstop ver­ticaal en, zo dat enigszins mogelijk is, direct boven de luchtafvoertuit van de wasemkap.
Luchtafvoerleiding
31
Page 32
Elektrische aansluiting
Elektrische aansluiting
De aansluiting van uw apparaat op het stroomnet kan u het best aan een bevoegd elektricien toevertrou­wen. Die dient de plaatselijke regle­mentering te kennen en nauwgezet te volgen. Door ondeskundige installatie- of reparatiewerkzaamheden kunnen er niet te onderschatten risico’s opdui­ken voor wie het toestel gebruikt. Daarvoor kan de fabrikant niet aan­sprakelijk worden gesteld.
Deze wasemkap mag u enkel aanslui­ten op een degelijk geïnstalleerd en ge­aard stopcontact van AC 230V ~ 50 Hz.
Om de veiligheid te verhogen, verdient het aanbeveling een verliesstroomscha­kelaar met een uitschakelstroom van 30 mA voor het toestel te schakelen.
Voer de aansluiting bij voorkeur via een stopcontact uit. Dit vergemakkelijkt im­mers eventuele tussenkomsten van de technische dienst. Het stopcontact moet nog toegankelijk zijn als het toe­stel ingebouwd is.
De vereiste gegevens over de aanslui­ting staan op het typeplaatje. Dat vindt u als de vetfilters uitgenomen zijn.
Ga na of deze gegevens overeenstem­men met de spanning en de frequentie van het net.
Is het stopcontact voor de gebruiker na het inbouwen niet meer toegankelijk of is er een vaste aansluiting voorzien, dan moet die voor elke fase met een stroomonderbreker uitgerust zijn. Als stroomonderbrekers kunnen er schake­laars worden gebruikt met een contact­opening van meer dan 3 mm. Bijvoor­beeld automatische schakelaars, smeltstoppen en contactsluiters.
32
Page 33
Technische gegevens
Aansluitwaarde . . . . . . . . . . . . . 222 W
Verlichting . . . . . . . . . . . . . . . 2 x 11 W
Spanning . . . . . . . . . . . . . . . AC 230 V
Frequentie . . . . . . . . . . . . . . . . ~ 50 Hz
Smeltstoppen . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 A
Luchtafvoervermogen volgens EN61591 Luchtafvoersysteem ø 150 mm:
3
Stand 1. . . . . . . . . . . . . . . . . 220 m
Stand 2. . . . . . . . . . . . . . . . . 335 m
Stand 3. . . . . . . . . . . . . . . . . 440 m
Intensieve stand. . . . . . . . . . 640 m
/uur
3
/uur
3
/uur
3
/uur
Luchtafvoersysteem ø 125 mm:
3
Stand 1. . . . . . . . . . . . . . . . . 210 m
Stand 2. . . . . . . . . . . . . . . . . 305 m
Stand 3. . . . . . . . . . . . . . . . . 405 m
Intensieve stand. . . . . . . . . . 590 m
Ongehinderde afvoer. . . . . . 690 m
/uur
3
/uur
3
/uur
3
/uur
3
/uur
Technische gegevens
33
Page 34
Page 35
Page 36
Wijzigingen voorbehouden / 44 / 000 BE - 1501
Dit papier spaart het milieu doordat het uit 100 % chloorvrij gebleekte celstof bestaat.
Loading...