KENNISGEVING BEGRENSDE EN BEPERKTE RECHTEN: als gegevens of software word(t)(en) geleverd conform een
'GSA'-contract (General Services Administration), zijn gebruik, vermenigvuldiging en openbaarmaking onderhevig aan
beperkingen zoals beschreven in Contractnr. GS-35F-05925.
• De afbeeldingen in dit document kunnen er anders uitzien dan uw product.
• Afhankelijk van het model, zijn sommige optionele accessoires, functies en softwareprogramma's
mogelijk niet beschikbaar op uw computer.
• Afhankelijk van de versie van een besturingssysteem en programma's, zijn sommige instructies voor de
gebruikersinterface mogelijk niet van toepassing op uw computer.
• De inhoud van de documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. Lenovo brengt continu
verbeteringen aan in de documentatie van uw computer, zo ook in deze Gebruikershandleiding. Voor de
meest recente documentatie gaat u naar:
https://pcsupport.lenovo.com
• Microsoft® brengt periodiek functiewijzigingen in het Windows®-besturingssysteem aan via Windows
Update. Bepaalde informatie in dit document is hierdoor mogelijk verouderd. Raadpleeg de Microsoftbronnen voor de meest recente informatie.
• Deze documentatie is van toepassing op de volgende productmodellen:
Maak foto's of neem video's op door in het menu Start op Camera te klikken.
Als u andere apps gebruikt die functies zoals fotograferen, videochatten en
videovergaderingen ondersteunen, wordt de camera automatisch gestart wanneer
u in de app een functie inschakelt waarvoor de camera is vereist.
Hiermee kunt u uw computer gebruiken met eenvoudige aanraakbewegingen. Zie
'Het multitouch-scherm gebruiken (voor bepaalde modellen)' op pagina 14.
Laad een telefoon op die draadloos opladen ondersteunt.
1. Plaats uw telefoon midden op de pad om het opladen te beginnen.
2. Verwijder de telefoon van de pad om het opladen te stoppen.
Opmerking:
Als de indicator oranje knippert, past u de positie van de telefoon aan en
verwijdert u eventuele metalen objecten op of bij de pad.
7. Interne luidsprekersHiermee kunt u hoogwaardig geluid ervaren.
Het lampje geeft de laadstatus aan van een telefoon die draadlos opladen
ondersteunt.
• Knipperend wit: de telefoon wordt opgeladen.
8. Lampje voor draadloos
opladen**
• Onafgebroken wit: de telefoon wordt opgeladen.
• Knipperend oranje: er is een laadfout.
• Uit: er is geen telefoon gedetecteerd.
Opmerking: Voor sommige telefoons knippert het lampje mogelijk nog steeds wit
wanneer de telefoon volledig is opgeladen.
* Uw computer heeft ofwel een geïntegreerde camera of een infraroodcamera.
** voor bepaalde modellen
2
Gebruikershandleiding
Achterkant
24-inch modellen
1. Modusschakelaar pc/
beeldscherm
2. HDMI 1.4-in-aansluiting
3. Ethernet-aansluiting
4. HDMI 1.4-uit-aansluiting
5. USB 2.0-aansluitingen (2)
6. USB 3.2-aansluitingen Gen 1/
Gen 2*
Handmatig schakelen tussen pc-modus en de beeldschermmodus.
Ontvang of verzend audio- en videosignalen naar de computer. Voor meer
informatie, zie
Verbinding maken met een lokaal netwerk (LAN). Als het groene lampje brandt, is
de computer aangesloten op een LAN. Wanneer het gele lampje knippert, worden
er gegevens overgedragen.
Audio- en videosignalen van de computer naar een ander audio- of videoapparaat
sturen, zoals een high-performance beeldscherm. Voor meer informatie, zie
• SDXC (Secure Digital eXtended-Capacity) USH-1-kaart
• SDHC (Secure Digital High-Capacity) USH-1 kaart
Opmerking: Uw computer ondersteunt de functie Content Protection for
Recordable Media (CPRM) voor SD-kaarten niet.
Zie 'Een mediakaart gebruiken ' op pagina 22.
8. USB 3.2-aansluitingen Gen 2
(2)
9. Gecombineerde audioaansluiting
10. Aansluiting voor
voedingsadapter
11. Aan/uit-knop
Sluit USB-compatibele apparaten aan, zoals een USB-toetsenbord, USB-muis,
USB-opslagapparaat of USB-printer.
Sluit een hoofdtelefoon of headset aan met een 4-polige 3,5-mm stekker.
Opmerking: Deze aansluiting biedt geen ondersteuning voor zelfstandige
externe microfoons. Als u een headset gebruikt, kiest u een headset met een
enkele stekker.
Sluit de voedingsadapter op uw computer aan, zodat de computer van stroom
wordt voorzien.
Indrukken om de computer aan te zetten.
Als u de computer wilt uitschakelen, opent u het menu Start, klikt u op het
uit en selecteert u Afsluiten.
Het lampje in de aan/uit-knop geeft de systeemstatus van uw computer aan.
• Aan: de computer staat aan.
• Uit: de computer staat uit of staat in de sluimerstand.
• Knippert: de computer staat in de slaapstand.
Aan/
4Gebruikershandleiding
27-inch modellen
1. Modusschakelaar pc/
beeldscherm
2. HDMI 1.4-in-aansluiting
3. Ethernet-aansluiting
4. HDMI 1.4-uit-aansluiting
5. USB 2.0-aansluitingen (2)
6. USB-C
TM
-aansluiting (USB 3.2
Gen 1)
Handmatig schakelen tussen pc-modus en de beeldschermmodus.
Ontvang of verzend audio- en videosignalen naar de computer. Voor meer
informatie, zie
Verbinding maken met een lokaal netwerk (LAN). Als het groene lampje brandt, is
de computer aangesloten op een LAN. Wanneer het gele lampje knippert, worden
er gegevens overgedragen.
Audio- en videosignalen van de computer naar een ander audio- of videoapparaat
sturen, zoals een high-performance beeldscherm. Voor meer informatie, zie
Sluit USB-compatibele apparaten aan, zoals een USB-toetsenbord, USB-muis,
USB-opslagapparaat of USB-printer.
• Uw computer opladen.
• Laad USB-C-compatibele apparaten op met de uitgangsspanning en -stroom
van 5 V en 3 A.
• Gegevensoverdracht met USB 3.1-snelheid van maximaal 5 Gbps.
• USB-C-accessoires aansluiten om de functionaliteit van uw computer uit te
breiden. Als u USB-C-accessoires wilt kopen, gaat u naar
www.lenovo.com/accessories
.
https://
Hoofdstuk 1. Leer uw computer kennen5
7. 3-in-1 SD-kaartsleuf
Ondersteunde kaarten:
• SD-kaart (Secure Digital)
• SDXC (Secure Digital eXtended-Capacity) USH-1-kaart
• SDHC (Secure Digital High-Capacity) USH-1 kaart
Opmerking: Uw computer ondersteunt de functie Content Protection for
Recordable Media (CPRM) voor SD-kaarten niet.
Zie 'Een mediakaart gebruiken ' op pagina 22.
8. USB 3.2-aansluitingen Gen 1
(2)
9. Gecombineerde audioaansluiting
10. Aansluiting voor
voedingsadapter
11. Aan/uit-knop
Sluit USB-compatibele apparaten aan, zoals een USB-toetsenbord, USB-muis,
USB-opslagapparaat of USB-printer.
Sluit een hoofdtelefoon of headset aan met een 4-polige 3,5-mm stekker.
Opmerking: Deze aansluiting biedt geen ondersteuning voor zelfstandige
externe microfoons. Als u een headset gebruikt, kiest u een headset met een
enkele stekker.
Sluit de voedingsadapter op uw computer aan, zodat de computer van stroom
wordt voorzien.
Indrukken om de computer aan te zetten.
Als u de computer wilt uitschakelen, opent u het menu Start, klikt u op het
uit en selecteert u Afsluiten.
Het lampje in de aan/uit-knop geeft de systeemstatus van uw computer aan.
• Aan: de computer staat aan.
• Uit: de computer staat uit of staat in de sluimerstand.
• Knippert: de computer staat in de slaapstand.
Aan/
6Gebruikershandleiding
Onderkant
1. Klep van het opslagstation*
2. Interne luidsprekers (2)
3. Kabelklem
* alleen voor 24-inch modellen
Hiermee kunt u het opslagstation invoegen of verwijderen. U kunt de hendel
gebruiken om de klep van het opslagstation te vergrendelen of te ontgrendelen.
Hiermee kunt u hoogwaardig geluid ervaren.
Sluit kabels van externe apparaten met een kabelklem aan op uw computer om
uw bureau overzichtelijk te houden.
Hoofdstuk 1. Leer uw computer kennen7
Voorzieningen en specificaties
1. Klik met de rechtermuisknop op de Start knop om het Start-contextmenu te
Hardwareconfiguratie
openen.
2. Klik op Apparaatbeheer. Typ het beheerderswachtwoord of geef een
bevestiging als daarom wordt gevraagd.
Voedingseenheid
Aanpassingsvermogen voor
voedingseenheid
Microprocessor
GeheugenDDR4 SODIMM (double data rate 4 small outline dual inline memory module)
Als u de informatie over de microprocessor van uw computer wilt bekijken, klikt u
met de rechtermuisknop op de knop Start en klikt u vervolgens op Systeem.
Als u de capaciteit van uw opslagstation wilt weten, klikt u met de
rechtermuisknop op de knop Start en klikt u vervolgens op Schijfbeheer.
Opmerking: De door het systeem aangegeven opslagstationcapaciteit is minder
dan de nominale capaciteit.
• Kleurenscherm met TFT-technologie (Thin Film Transistor)
• Kleurenscherm met brede kijkhoek
• Beeldschermgrootte:
– 609,6 mm
– 685,8 mm
• Schermresolutie:
– 1920 x 1080 pixels (24 inch)
– 2560 x 1440 pixels (27 inch)
• Multitouch-technologie*
• De geïntegreerde grafische kaart ondersteunt het volgende:
• De optionele afzonderlijke grafische kaart biedt een verbeterde video-ervaring
en uitgebreide mogelijkheden.
Uitbreidingsmogelijkheden
8Gebruikershandleiding
• 3-in-1 SD-kaartsleuf (SD, SDHC, SDXC)
• Geheugencompartimenten
• M.2 SSD-stationsleuf
• Extern optisch station*
• Compartiment voor opslagstation
• Bluetooth
Netwerkfuncties
Andere functies
• Ethernet LAN
• Draadloos LAN
• Modusschakelaar pc/beeldscherm
• Pad voor draadloos opladen**
• Infraroodcamera/geïntegreerde camera
• Moderne standby**
• Klep van het opslagstation**
*optioneel
**voor bepaalde modellen
Verklaring op USB overdrachtssnelheid
Afhankelijk van vele factoren, zoals de verwerkingscapaciteit van de host en randapparaten,
bestandseigenschappen en andere factoren die betrekking hebben op de systeemconfiguratie en
gebruiksomgevingen, kan de feitelijke overdrachtssnelheid met behulp van de verschillende USBaansluitingen op dit apparaat variëren en langzamer zijn dan de opgegeven gegevenssnelheid voor elk
onderstaand overeenkomstig apparaat.
USB-apparaatGegevenssnelheid (Gbit/s)
3.1 Gen 1 / 3.2 Gen 1
3.1 Gen 2 / 3.2 Gen 2
3.2 Gen 2 × 2
5
10
20
Hoofdstuk 1. Leer uw computer kennen9
10Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 2.Aan de slag met uw computer
Pas de computersteun aan (voor bepaalde modellen)
Opmerking: Raadpleeg de installatiehandleiding die bij uw computer is geleverd voor meer informatie over
het installeren van de computersteun.
Kantel het scherm naar voren en achteren.
Aan de slag met Windows 10
Maak kennis met de basisbeginselen van Windows 10 en ga meteen met het besturingssysteem aan de slag.
Raadpleeg de Help-informatie van Windows voor meer informatie over Windows 10.
Windows-account
Er is een gebruikersaccount nodig om het Windows-besturingssysteem te gebruiken. Dit kan een Windowsgebruikersaccount of een Microsoft-account zijn.
Windows-gebruikersaccount
Als u Windows voor de eerste keer start, wordt u gevraagd om een Windows-gebruikersaccount aan te
maken. De eerste account die u maakt, is van het type Beheerder. U kunt met een beheerdersaccount extra
gebruikersaccounts maken of accounttypen als volgt wijzigen:
1. Open het menu Start en kies Instellingen ➙ Accounts ➙ Gezin en andere gebruikers.
U kunt zich ook aanmelden bij het Windows-besturingssysteem met een Microsoft-account.
Als u een Microsoft-account wilt maken, gaat u naar de Microsoft-aanmeldingspagina op
signup.live.com
en volgt u de aanwijzingen op het scherm.
https://
Een Microsoft-account biedt de volgende voordelen:
• U kunt profiteren van eenmalige aanmelding als u andere services van Microsoft gebruikt, zoals OneDrive,
Skype en Outlook.com.
• U kunt persoonlijke instellingen synchroniseren met andere Windows-apparaten.
Gebruikersinterface van Windows
1. Account
2. Documenten
3. Afbeeldingen
4. Instellingen
5. Aan/uit
6. Startknop
7. Windows Zoeken
8. Taakweergave
9. Windows-systeemvakGeef kennisgevingen en de status van enkele functies weer.
Wijzig accountinstellingen, vergrendel de computer of meld u af bij het huidige
account.
Open de map Documenten, een standaardmap om uw ontvangen bestanden in
op te slaan.
Open de map Afbeeldingen, een standaardmap om uw ontvangen afbeeldingen
in op te slaan.
Start Instellingen.
Uw computer uitschakelen, opnieuw opstarten of in de slaapstand zetten.
Open het menu Start.
Typ wat u zoekt in het zoekveld en haal zoekresultaten op van uw computer en
het internet.
Geef alle geopende apps weer en schakel tussen de apps.
12Gebruikershandleiding
10. Pictogram van de
batterijstatus
11. Netwerkpictogram
Geef de stroomstatus weer en wijzig de instellingen voor de batterij of de energieinstellingen. Als uw computer niet is aangesloten op netvoeding, verandert het
pictogram in
Maak verbinding met een beschikbaar draadloos netwerk en geef de
netwerkstatus weer. Als de computer is aangesloten op een bekabeld netwerk,
verandert het pictogram in
.
.
12. Actiecentrum
Geef de meest recente kennisgevingen van apps weer en voer snel bepaalde
acties uit.
Het menu Start openen
• Klik op de knop Start.
• Druk op de toets met het Windows-logo op het toetsenbord.
Het Start-contextmenu openen
Klik met de rechtermuisknop op de knop Start.
Het configuratiescherm openen
• Open het menu Start en klik op Systeem ➙ Configuratiescherm.
• Gebruik Windows Search.
Een app starten
• Open het menu Start en selecteer de app die u wilt starten.
• Gebruik Windows Search.
Verbinding maken met netwerken
Uw computer helpt u bij het maken van een verbinding met de wereld via een bekabeld of draadloos
netwerk.
Verbinding maken met een bekabeld Ethernet
Maak met een Ethernet-kabel een verbinding tussen uw computer en een lokaal netwerk via de Ethernetaansluiting op uw computer.
Verbinding maken met Wi-Fi-netwerken
1. Klik op het pictogram van het netwerk in het systeemvak van Windows. Er wordt een lijst met
beschikbare draadloze netwerken weergegeven.
2. Selecteer een netwerk waarmee u verbinding kunt maken. Verstrek indien nodig de vereiste informatie.
Lenovo Vantage gebruiken
De vooraf geïnstalleerde app Lenovo Vantage is een aangepaste oplossing waarmee u uw computer kunt
onderhouden met automatische updates en oplossingen, hardware-instellingen kunt configureren en
gepersonaliseerde ondersteuning kunt krijgen.
Hoofdstuk 2. Aan de slag met uw computer13
Lenovo Vantage openen
Open het menu Start en klik op Lenovo Vantage. U kunt ook Lenovo Vantage invoeren in het zoekvak.
Ga naar de Microsoft Store en zoek op de naam van de app om de nieuwste versie van Lenovo Vantage te
downloaden.
Belangrijke functies
Met Lenovo Vantage kunt u:
• Eenvoudig de status van het apparaat te weten komen en pas apparaat-instellingen aan.
• UEFI BIOS-, firmware- en stuurprogramma-updates downloaden en installeren om uw computer up-todate te houden.
• Controleer de status van uw computer en beveilig uw computer tegen externe bedreigingen.
• De garantiestatus van de computer opzoeken (online).
• Toegang krijgen tot de Gebruikershandleiding en nuttige artikelen.
Opmerkingen:
• De beschikbare functies variëren, afhankelijk van het computermodel.
• Lenovo Vantage werkt regelmatig de functies bij om uw ervaring met de computer te verbeteren. De
beschrijving van voorzieningen kan verschillen van die op uw daadwerkelijke gebruikersinterface.
Het multitouch-scherm gebruiken (voor bepaalde modellen)
Als het beeldscherm van uw computer de multitouch-functie ondersteunt, kunt u met eenvoudige
aanraakbewegingen op het scherm navigeren.
Opmerking: Afhankelijk van de app die u gebruikt, zijn sommige bewegingen mogelijk niet beschikbaar.
14
Gebruikershandleiding
Eén keer tikken
• In het menu Start
: zo opent u een app of item.
• Op het bureaublad: zo selecteert u een app of item.
• In een geopende app: zo voert u een actie uit, zoals Kopiëren,
Opslaan en Verwijderen (afhankelijk van de app).
Twee keer snel tikken
Zo opent u een app of item op het bureaublad.
Tikken en vasthouden
Zo opent u een snelmenu.
Hoofdstuk 2. Aan de slag met uw computer15
Schuiven
Blader door items zoals lijsten, webpagina's en foto's.
Een item naar de gewenste locatie slepen
Verplaats een voorwerp.
Twee vingers naar elkaar toe bewegen
Zoom uit.
Twee vingers verder uit elkaar bewegen
Zoom in.
16Gebruikershandleiding
Veeg met uw vingers vanaf de rechterrand
Zo opent u het actiecentrum om de meldingen en snelle acties te
bekijken.
Veeg met uw vingers vanaf de linkerrand
Zo bekijkt u al uw geopende vensters in de taakweergave.
• Kort omlaag vegen vanaf de bovenrand (voor het weergeven
van de app in volledig scherm of als de computer zich in de
tabletwerkstand bevindt)
Zo geeft u een verborgen titelbalk weer.
• Met uw vinger vanaf de bovenrand naar de onderrand vegen
(als de computer zich in de tabletwerkstand bevindt)
Sluit de huidige app.
Tips
• Zet de computer uit voordat u het multitouch-scherm schoonmaakt.
• Verwijder met een droge, zachte, pluisvrije doek of een absorberend stuk kantoen vingerafdrukken of stof
van het multitouch-scherm. Gebruik geen oplosmiddelen.
• Het multitouch-scherm is gemaakt van glas met daar overheen een plastic film. Oefen nooit druk uit op of
plaats geen metalen voorwerp op het scherm omdat het multitouch-scherm beschadigd of defect kan
raken.
• Voer geen handelingen op het scherm uit met nagels of vingers in handschoenen of dode voorwerpen.
• Kalibreer de nauwkeurigheid van de vinger regelmatig om discrepanties te voorkomen.
Hoofdstuk 2. Aan de slag met uw computer17
Multimedia gebruiken
Uw computer gebruiken voor business of ontspanning met apparaten zoals een camera, beeldscherm of
luidsprekers.
Audio gebruiken
Om de geluidservaring te verbeteren, sluit u luidsprekers, een hoofdtelefoon of headset aan op de
audioaansluiting.
Het volume aanpassen
1. Klik in het berichtengebied van de taakbalk van Windows op het volumepictogram.
2. Volg de instructies op het scherm om het volume aan te passen. Klik op het luidsprekerpictogram om
het geluid te dempen.
De geluidsinstellingen wijzigen
1. Ga naar het Configuratiescherm en selecteer Weergeven op categorie.
2. Klik op Hardware en geluid ➙ Geluid.
3. Breng de gewenste wijzigingen aan in de instellingen.
De camera gebruiken
U kunt de camera gebruiken om foto's te maken en video's op te nemen.
Foto's of video's maken:
1. Open het menu Start en klik op Camera. U kunt ook Camera invoeren in het zoekvak.
2. Als u een foto wilt maken, klikt u op het camerapictogram. Als u een video wilt opnemen, klikt u op het
videopictogram om over te schakelen naar de videomodus.
Als u andere programma's gebruikt die functies bieden zoals fotograferen, opnemen van video's en
videovergaderingen, wordt de camera automatisch gestart wanneer u een functie inschakelt waarvoor de
camera is vereist.
Een extern beeldscherm aansluiten
Sluit uw computer aan op een projector of een beeldscherm om presentaties te geven of om uw werkruimte
uit te breiden.
Aansluiten op een bekabeld beeldscherm
1. Sluit het externe beeldscherm aan op een passende video-aansluiting op uw computer, zoals de VGAuit-aansluiting, DisplayPort-uit-aansluiting of HDMI-uit-aansluiting.
2. Sluit het externe beeldscherm aan op een stopcontact.
3. Zet het externe beeldscherm aan.
Als uw computer het externe beeldscherm niet kan detecteren, klikt u met de rechtermuisknop op een leeg
gedeelte op het bureaublad en klikt u vervolgens op Beeldscherminstellingen ➙ Detecteren.
Verbinding maken met een draadloos beeldscherm
Als u een draadloos beeldscherm wilt gebruiken, zorg dan dat uw computer en het externe beeldscherm de
functie Miracast
18
Gebruikershandleiding
®
ondersteunen.
• Open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen ➙ Apparaten ➙ Bluetooth en andere apparaten ➙ Bluetooth of een ander apparaat toevoegen. Klik in het venster Een apparaat toevoegen
op Draadloos apparaat of dock. Volg daarna de instructies op het scherm.
• Klik op het pictogram van het actiecentrum
in het systeemvak van Windows en klik op Verbinden.
Selecteer het draadloze beeldscherm en volg de instructies op het scherm.
De weergavemodus van het beeldscherm instellen
Klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied op het bureaublad en selecteer Beeldscherminstellingen
Selecteer vervolgens een weergavemodus van uw voorkeur uit het menu Meerdere beeldschermen.
• Deze beeldschermen dupliceren: dezelfde video-uitvoer weergeven op het beeldscherm van de
computer en op een extern beeldscherm.
• Deze beeldschermen uitbreiden: de video-uitvoer van het beeldscherm van de computer uitbreiden
naar een extern beeldscherm. U kunt items slepen en verplaatsen tussen de twee beeldschermen.
• Alleen op 1 weergeven: de video-uitvoer alleen weergeven op het beeldscherm van de computer.
• Alleen op 2 weergeven: de video-uitvoer alleen weergeven op een extern beeldscherm.
Als u programma's weergeeft die gebruikmaken van DirectDraw of Direct3D
®
in Volledig scherm, verschijnt
de video-uitvoer alleen op het hoofdbeeldscherm.
Beeldscherminstellingen wijzigen
1. Klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied op het bureaublad en selecteer
Beeldscherminstellingen
.
2. Selecteer het beeldscherm dat u wilt configureren.
3. Wijzig de gewenste weergave-instellingen.
.
U kunt de instellingen voor zowel het computerscherm als het externe beeldscherm wijzigen. U kunt
bijvoorbeeld bepalen welk scherm het hoofdscherm is en welke het secundaire beeldscherm is. U kunt ook
de resolutie en oriëntatie wijzigen.
Opmerking: Als u een hogere resolutie instelt voor het computerbeeldscherm dan voor het externe
beeldscherm, kan slechts een deel van het scherm op het externe beeldscherm worden weergegeven.
Hoofdstuk 2. Aan de slag met uw computer19
20Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 3.Uw computer verkennen
Energie beheren
Gebruik de informatie in dit gedeelte om de beste balans te vinden tussen prestaties en efficiënt
stroomverbruik.
Het gedrag van de aan/uit-knop instellen
U kunt het gedrag van aan/uit-knop aan uw eigen voorkeur aanpassen. Als u bijvoorbeeld op de aan/uit-knop
drukt, kunt u de computer uitschakelen of in de slaap- of de sluimerstand zetten.
De werking van de aan/uit-knop wijzigen:
1. Ga naar het Configuratiescherm en kies voor een weergave met grote of kleine pictogrammen.
2. Klik op Energiebeheer ➙ Het gedrag van de aan/uit-knoppen bepalen.
3. Breng de gewenste wijzigingen aan in de instellingen.
Het energiebeheerschema instellen
Voor computers die compatibel zijn met ENERGY STAR® wordt het volgende energiebeheerschema van
kracht wanneer uw computers gedurende een bepaalde tijd niet actief zijn geweest:
Tabel 1. Standaard energiebeheerschema (bij aansluiting op de netvoeding)
• Beeldscherm uitzetten na: na 10 minuten
• Computer naar slaapstand: na 25 minuten
Om het systeem uit slaapstand te laten ontwaken, drukt u op een toets op het toetsenbord.
De instellingen van uw energiebeheerschema opnieuw instellen om de beste balans te vinden tussen
snelheid en energiebesparing:
1. Ga naar het Configuratiescherm en kies voor een weergave met grote of kleine pictogrammen.
2. Klik op Energiebeheer en kies een energiebeheerschema van uw voorkeur of pas het aan.
Gegevens overbrengen
Deel snel uw bestanden via de ingebouwde Bluetooth-technologie met apparaten die over dezelfde functies
beschikken. U kunt ook een schijf of mediakaart installeren om gegevens over te brengen.
Verbinding maken met een Bluetooth-apparaat
U kunt op uw computer verbinding maken met alle typen Bluetooth-apparaten, zoals een toetsenbord, een
muis, een smartphone of luidsprekers. Om verzekerd te zijn van een goede verbinding, moeten de apparaten
zich op minder dan 10 meter van de computer bevinden.
1. Schakel Bluetooth op de computer in.
a. Open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen ➙ Apparaten ➙ Bluetooth en andere
2. Klik op Bluetooth of een ander apparaat toevoegen ➙ Bluetooth.
3. Selecteer een Bluetooth-apparaat en volg de instructies op het scherm.
Uw Bluetooth-apparaat en de computer worden de volgende keer automatisch gekoppeld als de twee
apparaten zich binnen elkaars bereik bevinden en op beide apparaten Bluetooth is ingeschakeld. U kunt
Bluetooth gebruiken voor gegevensoverdracht of extern beheer en communicatie.
Het optisch station gebruiken
Als uw computer een optisch station heeft, lees dan de volgende informatie.
Weet welk type optisch station u heeft
1. Klik met de rechtermuisknop op de knop Start om het contextmenu voor Start te openen.
2. Klik op Apparaatbeheer. Typ het beheerderswachtwoord of geef een bevestiging als daarom wordt
gevraagd.
Een schijf installeren of verwijderen
1. Als de computer aan staat, drukt u op de uitwerpknop van het optische station. De lade schuift uit het
station.
2. Plaats een schijf in de lade of verwijder een schijf uit de lade en druk dan opnieuw op de uitwerpknop
om de lade te sluiten.
Opmerking: Als de lade niet opengaat als u op de uitwerpknop drukt, schakelt u de computer uit.
Vervolgens plaatst u een rechtgebogen paperclip in het kleine daarvoor bestemde gaatje naast de
uitwerpknop. Gebruik deze noodoplossing alleen in geval van nood.
Een schijf opnemen
1. Plaats een opneembare schijf in het optische station dat opnemen ondersteunt.
2. Voer een van de volgende handelingen uit:
• Open het menu Start en klik op Instellingen ➙ Apparaten ➙ Automatisch afspelen. Selecteer
Automatisch afspelen gebruiken voor alle media en apparaten of schakel deze functie in.
• Open Windows Media Player.
• Dubbelklik op het ISO-bestand.
3. Volg de aanwijzingen op het scherm.
Een mediakaart gebruiken
Als uw computer een SD-kaartsleuf heeft, lees dan de volgende informatie.
Een mediakaart installeren
1. Zoek de SD-kaartsleuf.
2. Zorg ervoor dat de metalen contactpunten op de kaart en in de SD-kaartsleuf naar elkaar wijzen. Steek
de kaart stevig in de SD-kaartsleuf tot deze op zijn plaats vastzit.
Een mediakaart verwijderen
Attentie: Voordat u een mediakaart verwijdert, moet u eerst de kaart van het Windows-besturingssysteem
verwijderen. Als u dat niet doet, kunnen de gegevens op de kaart beschadigd raken of verloren gaan.
22
Gebruikershandleiding
Loading...
+ 64 hidden pages
You need points to download manuals.
1 point = 1 manual.
You can buy points or you can get point for every manual you upload.