Kuppersbusch EEB 960.0 Instruction Manual [nl]

Page 1
BEDIENUNGSANWEISUNG
mit Montageanweisungen
Instructions for use and installation instructions Instructions d’utilisation et avis de montage Gebruiksaanwijzing en montagehandleiding
EEB 960.0
072359 G91
Page 2
Inhoud
Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw oven in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het apparaat, zodat u er lang plezier aan beleeft.
Indien een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk «Als iets niet functioneert». Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u spaart op die manier onnodige servicekosten.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiksaanwijzing ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door.
De volgende symbolen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt:
De gevarendriehoek waarschuwt voor risico's voor uw gezondheid of voor
=
schade die aan het apparaat kan worden veroorzaakt. Hier vindt u tips en nuttige informatie.
F
Overzicht van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Veiligheidsinstructies. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
voor aansluiting en werking Oven Vleesthermometer
Voor het eerste gebruik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Verpakking en het oude apparaat verwijderen Eerste schoonmaak Tijd instellen
Zo gebruikt u uw oven. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Oven in- en uitschakelen Schakelaarsymbolen en werkwijzen Verwarmingsindicatie en bedrijfsindicatie Ovenverlichting in- en uitschakelen Ovenaccessoires Inschuifhoogten Telescopisch railsysteem (toebehoren nr. 601) Snel voorverwarmen Bakken Pizza bakken Opmerkingen bij de tabel: „Richtwaarden bakken” Richtwaarden bakken Richtwaarden ovenschotels en gratins Richtwaarden kant-en-klare diepvriesgerechten Braden Richtwaarden braden Grillen Richtwaarden grillen Ontdooien Wecken
De vleesthermometer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
Zo gebruikt u de vleesthermometer Kerntemperatuurfunctie instellen Richtwaarden kerntemperaturen
Elektronische schakelklok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Instellen van het klokje Kookwekker instellen Automatisch uitschakelen Automatisch in- en uitschakelen Kerntemperatuurfunctie instellen
Schoonmaak en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Oven ökotherm
®
-katalysator regenereren
Als iets niet functioneert . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Typeplaatje
Montage-instructies voor gespecialiseerd personeel . . . . . . 57
Inbouwmaten Elektriciteit Inbouw in de keukenmeubels
46 EEB 960.0
Page 3
Overzicht van het apparaat
1 Ovendeur 2 Inschuifhoogten 3 Heteluchtventilator 4 Neerklapbare grill (bovenverwarming en grill) 5 Bus voor vleesthermometer 6 Weergave van de schakelklok 7 Bedieningspaneel 8 Toetsen van de schakelklok
9 Bedrijfsindicatie 10 Werkwijzeschakelaar 11 Verwarmingsindicatie 12 Temperatuurschakelaar
Meegeleverd toebehoren:
Braadrooster 2 bakplaten (email) Druippan (email) Vleesthermometer
Leverbaar extra toebehoren:
Maxi-pizzasteen met schep (toeb. 146) Telescopisch railsysteem (toeb. 601)
voor het telescopisch railsysteem (toeb. 601):
Braadrooster, verlaagd, bijv. voor groot gevogelte (toeb. 752) Glazen druippan, alleen geschikt voor toeb. 752 (toeb. 753)
EEB 960.0 47
Page 4
Veiligheidsinstructies
Voor het eerste gebruik
voor aansluiting en werking
Alleen KÜPPERSBUSCH-inbouwkookplaten zijn voor het gebruik boven een
Küppersbusch-inbouwoven ontworpen en goedgekeurd. Andere kookplaten mogen niet worden gebruikt.
Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogen al-
leen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid.
Het apparaat uitsluitend gebruiken als het is ingebouwd!
Het oppervlak van de oven wordt heet bij het werken. Kleine kinderen steeds
uit de buurt houden.
Het netsnoer van elektrische apparaten niet tussen de ovendeur klemmen.
Stoom- en/of drukreinigingsapparaten mogen niet worden gebruikt om de
oven schoon te maken! Het apparaat kan zodanig worden beschadigd dat er voor u levensgevaar bestaat.
Het apparaat dient uitsluitend voor de bereiding van levensmiddelen in het
huishouden.
Oven
Bij reparaties moet het apparaat stroomloos worden gemaakt (zekering
uitschakelen of de stekker eruit trekken).
Nooit voorwerpen in de oven bewaren die een risico kunnen vormen als de
oven per ongeluk wordt aangezet.
Opgelet bij het werken in de hete oven. Pannenlappen, handschoenen of
dergelijke gebruiken.
De ovendeur moet goed sluiten. Bij beschadigingen aan de deurpakking, de
scharnieren, de deurafdichtvlakken of bij een gebroken deurglas het apparaat onmiddellijk buiten werking stellen tot het door een vakman gerepareerd en gecontroleerd is.
Opgelet! Bij het openen en sluiten van de ovendeur niet in de
deurscharnieren grijpen. Gevaar voor verwondingen!
Ovendeur bij het bereiden van gerechten in de oven altijd volledig sluiten.
Minstens 5 cm afstand van de grill en de bovenverwarming bewaren.
Vleesthermometer
Alleen de originele vleesthermometer gebruiken.
Kabel van de vleesthermometer niet tussen de ovendeur klemmen.
De vleesthermometer uit de oven nemen als hij niet wordt gebruikt.
Minstens 5 cm afstand van de grill en de bovenverwarming bewaren.
Verpakking en het oude apparaat verwijderen
Verwijder de transportverpakking om een zo milieubewust mogelijke manier. In Duitsland neemt de handelaar, bij wie u het apparaat hebt gekocht, de
transportverpakking terug. De recyclage van het verpakkingsmateriaal spaart grondstoffen en vermindert de afvalberg. Oude apparaten bevatten nog bruikbare materialen. Breng uw oud apparaat naar een recyclagecentrum. Oude apparaten moeten eerst onbruikbaar worden gemaakt voor ze worden weggebracht. Zo wordt misbruik voorkomen.
Eerste schoonmaak
– Losse voorwerpen en verpakking verwijderen. – Voor u de eerste keer levensmiddelen bereidt, moet het apparaat worden
schoongemaakt.
Druippan, rooster enz. met een vochtige doek en wat afwasmiddel schoonmaken.
Oven opwarmen.
Ovendeur sluiten. Oven met boven- en onderverwarming op 250 °C 60 min. opwarmen. Keuken tegelijk goed verluchten.
Tijd instellen
Voor u de oven voor het eerst in gebruik neemt of na een stroomuitval
F
(elektriciteitsnet) moet het klokje worden ingesteld. De oven functioneert pas als het klokje is ingesteld.
Als het klokje niet is ingesteld, knipperen het rechter display „0.00” en
F
de symbolen 7 en 8 .
U stelt de juiste tijd als volgt in: – De toetsen 8 en 7 ingedrukt
houden, „0.00” en de symbolen 8 en 7 branden.
– Met de toets c de juiste tijd
instellen. Ze verschijnt in het rechter display.
– Na het loslaten van de toetsen
start de tijd. De symbolen 8 en 7 gaan uit.
48 EEB 960.0
Page 5
Zo gebruikt u uw oven
Verwarmingsindicatie en bedrijfsindicatie
Lees zorgvuldig de veiligheidsinstructies op pag. 48!
=
Opgelet, gevaar voor oververhitting! Ovenbodem niet met aluminiumfolie
=
afdekken! Tijdens het werken met de oven wordt de oven heet. Om de behuizing
F
af te koelen wordt de koelventilator ingeschakeld, zodra de behuizing warm wordt. De koelventilator blijft lopen tot de behuizing is afgekoeld ­ook als het apparaat is uitgeschakeld. Het ventilatorgeluid is een normaal bedrijfsgeluid; er is geen sprake van een storing.
Oven in- en uitschakelen
De schakelaars zijn indrukbaar; ze kunnen in elke stand worden
F
ingedrukt. Door er even op te drukken komen ze weer naar voor. Met ingedrukte schakelaars kunnen geen instellingen worden uitgevoerd.
Werkwijze kiezen:
– Werkwijzeschakelaar (bovenste schakelaar) naar rechts
draaien tot de pijl op de gewenste werkwijze staat.
Temperatuur instellen:
– Temperatuurschakelaar (bovenste schakelaar) naar rechts
draaien tot de pijl op de gewenste temperatuur staat.
Oven uitschakelen:
– draai de beide schakelaars weer op „0”.
Schakelaarsymbolen en werkwijzen
Schakelaar­symbool
0
!
#
#
$
-
.
*
+
0
Werkwijze Voorzien voor
Uit Verlichting Koude-lucht-
circulatie Hete lucht met temperatuurinstelling, om te bakken, te
Boven-/onder­verwarming
Onderverwarming voorbakken van zeer vochtig gebak Bovenverwarming gratineren Grill grillen van kleine hoeveelheden, de stukken
Grill voor grote oppervlaktes
Intensief-hetelucht bakken van plaatgebak met droog beleg (bijv.
Pizzastand bakken van brood, pizza en vochtig gebak,
zonder temperatuurinstelling, om behoedzaam te ontdooien en af te koelen.
braden, of op meerdere niveaus te werken. voorverwarmen,
bakken en braden op één niveau
vlees in het midden van het braadrooster leggen.
grillen van grote hoeveelheden, bijv. steaks, vis en worstjes, maar ook om toast en ovenschotels te gratineren
kruimelkoek), intensief braden van groot gebraad en groot ge­vogelte, zoals gans en kalkoen.
wecken.
De verwarmingsweergave op het bedieningspaneel brandt tijdens het opwarmen en dooft uit zodra de ingestelde temperatuur bereikt is. Ze licht ook op tijdens het werken, als de oven bijwarmt om de gewenste temperatuur te houden.
De bedrijfsindicatie brandt zolang de oven in werking is.
Ovenverlichting in- en uitschakelen
De ovenverlichting is ingeschakeld als de werkwijzeschakelaar niet ingedrukt is. Is de werkwijzeschakelaar ingedrukt, dan is de verlichting uitgeschakeld.
De verlichting functioneert onafhankelijk van de keuze van een werkwijze. Ook als de oven wordt gebruikt kan de verlichting worden uitgeschakeld. Zo spaart u energie en verlengt u de levensduur van de halogeenlampen.
Ovenaccessoires
Bakplaten:
Bij het uitnemen lichtjes optillen.
Als ze weer zijn ingeschoven, moet de schuine kant van de platen naar de ovendeur gericht zijn.
Druippan en bakplaat met de beide gaten naar achter in de oven schuiven.
Rooster:
Let erop dat de dwarse stang van
de roosters altijd naar achter (van u weg) is gericht.
Inschuifhoogten
U hebt 8 inschuifhoogten in de zijroosters. De inschuifhoogten worden van 0 tot 7 van beneden naar boven geteld. In de inschuifhoogte 0 kan bijv. de druippan worden geschoven.
Zijrooster: De inschuifhoogte 0 is de laagst mogelijke inschuifhoogte.
Telescopisch railsysteem (toebehoren nr. 601)
is een als toebehoren verkrijgbaar railsysteem dat de zijroosters vervangt en u het werk in de hete oven aanzienlijk vergemakkelijkt. Platen of roosters worden op het telescopisch railsysteem geplaatst. Ze kunnen individueel en onafhankelijk van elkaar uit de oven worden getrokken.
Als uw oven met het telescopisch railsysteem is uitgerust, moet u de handleiding lezen die met het telescopisch railsysteem is meegeleverd.
EEB 960.0 49
Page 6
Snel voorverwarmen
Pizza bakken
Opgelet! Braad- of bakproducten pas in de oven leggen als het snel
=
voorverwarmen is beëindigd en u de oven op de normale werkwijze hebt ingesteld.
Met de werkwijze pizzastand kan de lege oven in relatief korte tijd
F
worden voorverwarmd. – De ovendeur sluiten. – De ovenschakelaar op pizzastand zetten. – De gewenste temperatuur instellen. De verwarmingsweergave gaat aan. – Zodra de verwarmingsweergave uitdooft, de gewenste werkwijze instellen. – Het gerecht in de oven plaatsen.
Bakken
Hoeveelheden voor een bakplaat (bijv. roerdeeg, gistdeeg):
Roerdeeg
350 g vet, 270 g suiker, 1 pakje vanillesuiker, 6 eieren, 670 g meel, 6 afgestreken theelepels bakpoeder
Gistdeeg
650 g meel, 50 g gist, 1 theelepel suiker, 1/4 l melk, 100 g suiker, 2 eieren, 1 pakje vanillesuiker, 100 g margarine.
Hete lucht #
Geen voorverwarmen nodig - bakken op verschillende niveaus tegelijk
F
mogelijk.
Inschuifhoogten:
Eén plaat: 3e inschuifhoogte van beneden Twee platen: 3e en 6e inschuifhoogte van beneden
Bij het bakken van meerdere lagen plaatgebak of vormgebak moet de
baktijd per bakplaat met ca. 10 tot 15 minuten worden verlengd.
Neem de platen afzonderlijk uit de oven, afhankelijk van de bruiningsgraad.
Bak met hete lucht # op 160 °C als in uw recept geen temperatuur voor
hete lucht is vermeld.
Belangrijk: Bij taart met vochtig fruitbeleg is de vochtontwikkeling bijzonder
hoog. Bak slechts één van deze taarten met een keer.
Boven-/onderverwarming $
Voorverwarmen - bakken op één niveau
F
Voorverwarmen met pizzastand , na het bereiken van de temperatuur op
boven-/onderverwarming $ omschakelen.
Zwarte metalen bakvormen en bakvormen van aluminium zijn bijzonder
goed geschikt.
Intensief-hetelucht 0
Niet voorverwarmen - bakken op één niveau
F
Alleen voor plaatgebak met droog beleg (bijv. kruimelkoek)
Pizzastand
Bakken op één niveau
F
Voor vochtig gebak
Voor pizza: voorverwarmen met bakplaat of pizzasteen (toebehoren)
Voor brood: voorverwarmen
Kies de werkwijze pizzastand op 250 °C.
F
– Als u een pizzasteen (extra toebehoren) gebruikt, krijgt de pizza een
bijzonder knapperige bodem. Voorverwarmtijd: minstens 30 min.! Lees de gebruiksaanwijzing bij de pizzasteen.
Basisrecept pizza
375 g meel, 20 g gist, 1/8 l lauwwarm water, 3 EL (olijf-)olie, zout.
Pizza op de bakplaat bakken
– De opgesomde ingrediënten tot een gistdeeg verwerken. – Het deeg laten rijzen tot het volume verdubbeld is (ca. 30 min.) – Daarna het deeg opnieuw een paar minuten kneden en nog eens 15
minuten laten rijzen. – Oven voorverwarmen (pizzastand op 250 °C). – Bakplaat invetten.
Als u kleine ronde pizza's bakt, moet u de bakplaat nu al in de oven
schuiven en mee voorverwarmen. – Het deeg uitrollen, op een bakplaat leggen, een rand vormen. – Naar smaak en snel beleggen om te voorkomen dat het deeg vochtig wordt. – Kleine pizza’s: het belegde deeg op de voorverwarmde bakplaat leggen. – Bakplaat in de inschuifhoogte 0 schuiven. – Met de actuele instellingen (pizzastand op 250 °C) ca. 15 min. bakken.
Pizza op de pizzasteen bakken
– Het pizzadeeg voorbereiden zoals boven beschreven. – De pizzasteen op het rooster leggen en in de inschuifhoogte 0 schuiven. – Oven met pizzastand op 250 °C voorverwarmen. – Het deeg op de met meel bestoven schep leggen en snel beleggen om te
voorkomen dat het vochtig wordt. De belegde pizza mag niet te lang op de
schep liggen omdat het deeg anders niet meer glijdt. – Als het voorverwarmen is beëindigd, de pizza van de schep op de hete
pizzasteen schuiven. – Met de actuele instellingen (pizzastand op 250 °C) ca. 15 min. bakken.
Opmerkingen bij de tabel: „Richtwaarden bakken”
In de tabel op pag. 51 vindt u voor een aantal bakproducten de vereiste temperaturen, bereidingstijden en inschuifhoogten.
Voor de temperatuur is meestal een bereik opgegeven, daar deze
afhankelijk is van de samenstelling van het deeg, de hoeveelheid en de
bakvorm.
Het is aanbevolen de eerste keer een lagere temperatuur in te stellen en
pas indien nodig een hogere temperatuur te kiezen, bijv. als u het gebak
bruiner wilt of als de baktijd te lang duurt.
Als u voor een eigen recept geen concrete gegevens vindt, kunt u zich aan
gelijkaardig gebak oriënteren.
Hoogteverschillen bij het gebak kunnen tot gevolg hebben dat het gebak in
het begin niet gelijkmatig bruin wordt. Verander in dat geval niet de
temperatuurinstelling. Kleurverschillen verdwijnen in de loop van het
bakproces.
50 EEB 960.0
Page 7
Richtwaarden bakken
De waarden van de bij voorkeur te gebruiken werkwijze zijn gemarkeerd Lees ook de opmerkingen bij deze tabel op pag. 50!
Hete lucht
Gebak
Niveau Temperatuur in °C Niveau Temperatuur in °C Niveau Temperatuur in °C in minuten
Roerdeeg
Tulband 3 150-160 1 170-180 50-70 Cake 3 150-160 1 170-190 50-70 Zandgebak 3 150-160 1 160-180 60-70 Taarten 3 150-160 1 170-180 40-60 Taartbodems 3 170-180 2 180-200 20-30 Fijne fruittaarten 3 150-160 1 170-180 3 150-160 45-60 Koekjes 3 150 2 170-180 15-30
Plaatgebak:
droog beleg 3 150-160 2 180-190 3 0 150-160 30-45 vochtig beleg 3 160-170 2 170-180 3 160-170 40-60
Gekneed deeg
Taartbodems 3 170-180 2 180-200 25-35 Kaastaart 3 140-150 1 160-170 3 140-150 70-90 Koekjes 3 140-150 2 180-190 15-35
Plaatgebak:
droog beleg 3 150-160 2 180-190 3 0 150-160 30-45 vochtig beleg 3 160-170 2 170-180 3 160-170 40-60
Gistdeeg
Tulband 3 150-160 1 175-180 40-60 Gistkrans 3 150-160 2 175-180 40-50 Kerststol (voorverwarmen) 3 150-160 2 175-180 50-70 Koekjes 3 140-150 2 180-200 12-25
Plaatgebak
droog beleg 3 150-160 2 175-180 3 0 150-160 30-45 vochtig beleg 3 160-170 2 170-180 3 160-170 40-60
Biscuitdeeg
Taarten 3 150-160 2 175-180 30-45 Rollen 3 170-180 2 180-200 12-25
Eiwitgebak
Meringue 3 80-90 2 100-120 80-90 Kaneelkoekjes 3 100-120 2 120-140 15-20 Bitterkoekjes 3 100-120 2 120-140 20-40
Andere deegsoorten
Bladerdeeg 3 170-180 2 190-210 15-30 Gistbladerdeeg 3 170-180 2 190-210 30-40 Kwarkbladerdeeg 3 160-180 2 180-200 30-40 Soezendeeg 3 170-180 2 190-210 30-40 Kwark-oliedeeg 3 150-160 2 170-180 30-40 Honingkoek 3 140-150 2 170-180 30-45
Brood en pizza
Zuurdesem- en gissbrood:
(voorverwarmen: 230 °C, voorbakken: 10 min. 230°C)
Gistbrood/wittebrood 2 200 3 180 30-50 Loogbroodjes/krakelingen
(voorverwarmen: 230 °C) Pizza (voorverwarmen: 250 °C) 0 250 12-15
3 200 2 220 15-20
# Boven-/onderverwarming $ Intensief- hetelucht 0
pizzastand
2 180 2/3 160 50-65
Bakduur
EEB 960.0 51
Page 8
Richtwaarden ovenschotels en gratins
Gerecht Hete lucht # Tijd
Niveau Temperatuur in °C in min.
Macaronisoufflé 2 170-180 40-60 Lasagna 2 160-180 30-45 Groente met een korstje 2 180-200 15-30 Baguettes knapperig bakken 2 200-220 15-30 Zoete ovengerechten 2 160-180 40-60 Visovenschotels 2 170-180 40-70 Gevulde groente 2 160-180 40-70 Aardappelovenschotel 2 160-180 50-80
Richtwaarden kant-en-klare diepvriesgerechten
Gerechten Niveau Ovenfunctie Temperatuur in °CTijd in
min.
Bevroren pizza (voorver-
warmen, 250 °C) Patat frites
(600 - 1000g) Baguettes 2 Hete lucht
Fruittaart 2 Hete lucht
0 Pizzastufe 250 6-9
2 Hete lucht
180-200 20-30
#
#
#
volgens opgaven
fabrikant
volgens opgaven
fabrikant
volgens opgaven
fabrikant
volgens opgaven
fabrikant
Braden op het rooster
Grote stukken gebraad kunt u direct in de druippan of op het rooster met
de druippan eronder bereiden (bijv. kalkoen, gans, 3-4 kippen of
varkenspoten).
Het gebraad na 2/3 van de bereidingstijd omdraaien, tenzij u met hete lucht
# werkt.
Braden in een pan (oven)
Kies de werkwijze intensief-hetelucht 0 op 180-200 °C.
F
Magere vleessoorten dient u in een braadpan met gesloten deksel te braden
(bijv. kalfsgebraad en gemarineerd gebraad, gesmoord rundvlees of
diepgevroren vlees). Zo blijft het vlees malser.
U kunt elke pan (staal, email, gietijzer of glas) gebruiken die geen houten
of kunststof handvatten heeft en hittebestendig is.
Als een aarden pot wordt gebruikt, dienen de instructies van de fabrikant
te worden gevolgd. Het best gaat u als volgt te werk: – Pan met water uitspoelen of wat vet in de pan doen. – Voorbereid (gekruid) gebraad in de pan leggen. Deksel op de pan leggen
en in de koude oven platsen. – Intensief-hetelucht 0 met een temperatuur van 180 tot 200 °C instellen. De saus bereidt u op de gebruikelijke manier.
Richtwaarden braden
Braden
Gebruik de druippan en het rooster.
F
Bijzonder precies kunt u uw gebraad met de vleesthermometer bakken.
F
Meer daarover op pag. 54.
Vlees of vis dient u pas vanaf een gewicht van 1 kg in de oven te bakken.
De braadduur is afhankelijk van de vleessoort, de kwaliteit en de dikte van
het vlees. Het vlees lichtjes optillen om het te meten, daar het door zijn eigen gewicht inzakt.
De braadduur voor vlees met een vetlaag kan tot het dubbele oplopen.
Als u in de oven meerdere kleine stukken vlees of gevogelte bakt, wordt de
bereidingstijd per stuk met ca. 10 min. verlengd. De braadtijd voor een kip bedraagt bijv. ca. 60 min., voor 2 kippen zo’n 65 tot 75 minuten.
Opmerkingen i.v.m. de inschuifhoogten altijd lezen!
F
Inschuifhoogten (van beneden geteld!):
Intensief-hetelucht 0 Druippan: inschuifhoogte 0
Rooster: inschuifhoogte 1
Hete lucht # Druippan: inschuifhoogte 1
Rooster: inschuifhoogte 2
Boven-/onder­verwarming $
Druippan: inschuifhoogte 1 Rooster: inschuifhoogte 2
Vleessoort Hetelucht #Boven-/
onderverwar-
$
ming
Temperatuur in °C per cm
Rundergebraad 160 170-190 18 Rosbief 180 200-220 180-200 8-10 Filet 180 200-220 180-200 8 Kalfsvlees 160 170-190 160-180 12 Varkensgebraad 160 170-190 160-180 12 Casseler rib 160 170-190 160-180 8 Varkensschouder 160 170-190 160-180 12-15 Varkensgebraad met
zwoerd Wild 160 170-190 15 Everzwijn 160 170-190 15 Filet van wild 180 200-220 180-200 8-10 Schapenvlees 150-160 170-190 15 Eend 160 170-190 160-180 12 Gans 160 170-190 160-180 12 Kip* 160 180-200 160-180 8* Kalkoen 160 200-220 160-180 12 Vis 160 200-220 8
* hele kippen 45-60 minuten
160 170-190 160-180 12-15
Intensief­ hetelucht
Braadduur
0
vleeshoogte
in min.
52 EEB 960.0
Page 9
Grillen
Wecken
Alleen met gesloten ovendeur grillen!
=
Werkwijze grill * voor kleine hoeveelheden of grill voor grote
F
oppervlaktes + voor grote hoeveelheden instellen. Temperatuurschakelaar op * instellen. Uitzondering: bij groter gebraad
is het beter als u een temperatuur tussen 200 en 250 °C kiest om te
vermijden dat het gebraad verbrandt. – Oven 5 tot 10 min. voorverwarmen. – Het te grillen gerecht op het braadrooster leggen. – Druippan in de 1e inschuifhoogte van beneden, braadrooster in de
inschuifhoogte volgens tabel schuiven. – Werkwijze grill * of grill voor grote oppervlaktes + kiezen. – Temperatuurschakelaar op * instellen. – Ovendeur sluiten.
Richtwaarden grillen
Vleessoort Niveau Grill Grill voor grote
oppervlaktes
1e kant 2e kant 1e kant 2e kant
in Min.
Varkenskotelet/ schnitzel
Varkensfilet 6 10-12 8-10 14-16 10-12 Braadworsten 6 8-10 6-8 15-20 10-15 Schaschlick 6 7-8 5-6 18-20 8-10 Gehaktballen 6 8-10 6-8 10-15 10-12 Runderfiletsteak 7 6-7 5-6 10-11 9-10 Leversneetjes 7 3-4 2-3 7-8 6-7 Kalfsschnitzel 6 5-7 4-5 9-11 8-9 Kalfssteak 6 6-8 4-6 10-12 8-10 Schapenkotelet 6 8-10 6-8 12-14 10-12 Lamskotelet 6 8-10 6-8 12-14 10-12 Halve kip 3 10-12 5-7 14-16 9-11 Visfilet 7 6-7 4-5 10-11 8-9 Forellen 4 4-7 3-6 8-11 7-10 Toastbrood 5 2-3 2-3 6-7 6-7 Belegd toastbrood 4 6-8 10-12
6 8-10 6-8 10-15 8-10
Opgelet! Tijdens het wecken ontstaat door de verdamping van het water
=
in de ovenruimte zeer veel waterdamp, die door de dampopening ontsnapt. Daardoor kan het bedieningspaneel heet worden.
Opgelet! Giet het water niet in de druippan! Er zou zeer veel waterdamp
=
uit de dampopening komen, waaraan u zich kunt verbranden. Opgelet! Gebruik bij glazen met twist-off®-sluiting geen reeds gebruikt
=
deksel. De glazen kunnen anders eventueel bij herhaald gebruik barsten! Geschikt zijn traditionele weckglazen met rubberring en glazen deksel of
F
in de handel verkrijgbare glazen met twist-off nieuw deksel). Metalen blikken zijn niet geschikt.
Kies de pizzastand .
F
Alleen verse levensmiddelen gebruiken en volgens de gebruikelijke recepten
voorbereiden.
Max. 8 weckglazen à 1 liter wecken.
Alleen glazen met dezelfde hoogte gebruiken, met dezelfde inhoud driekwart
vullen.
De glazen mogen elkaar niet raken.
– De druippan in de 1e inschuifhoogte van beneden schuiven. – 2 kopjes met water in de druippan plaatsen. – Pizzastand op 160 °C instellen en het weckproces observeren.
Na ca. 10 tot 20 minuten (bij 1l-glazen) begint de vloeistof in de eerste glazen te parelen, meestal eerst in het glas rechts voor.
Fruit
– Dan de oven uitschakelen en de glazen nog 30 min. (bij gevoelig fruit zoals
aardbeien ca. 15 min.) in de gesloten oven laten staan.
Groenten en vlees
– Als de vloeistof parelt de oven op 100 °C verlagen en de glazen nog 60-
90 min. laten doorkoken.
– Dan de oven uitschakelen en de glazen nog 30 min. in de gesloten oven
laten staan.
®
-sluiting (alleen met een
Ontdooien
Kies de werkwijze hete lucht # op 150 °C.
F
Het diepgevroren product zonder verpakking in een schotel leggen en op
het rooster in de 3e inschuifhoogte van beneden plaatsen.
EEB 960.0 53
Page 10
De vleesthermometer
De vleesthermometer meet de temperatuur binnen in de bereiding. Als de kerntemperatuur een bepaalde waarde heeft bereikt, is het gebraad precies gaar: niet te droog of te rauw, maar precies zoals het hoort.
Is de ingestelde kerntemperatuur bereikt, wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Als de vleesthermometer is ingestoken kunnen noch de bereidingsduur, noch het einde van de bereiding worden ingesteld.
Het gebruik van de vleesthermometer is vooral aan te bevelen voor het
F
bereiden van gebraad waarvan de kerntemperatuur een bepaalde waarde niet mag overschrijden, bijv. rosbief.
In de tabel «Richtwaarden kerntemperaturen» vindt u de gegevens voor de verschillende gerechten.
Let daarbij op het volgende:
Steek de punt van de vleesthermometer horizontaal van de zijkant tot in het
midden van de bereiding.
Steek de vleesthermometer altijd tot aan het handvat in.
De punt mag zich niet in de buurt van vet of beenderen bevinden.
Let er ook bij gevogelte op dat de vleesthermometer zo wordt ingestoken
dat hij geen beenderen raakt.
Zo gebruikt u de vleesthermometer
– Leg het voorbereide gebraad met ingestoken vleesthermometer in de oven.
– Steek de stekker van de vleesthermometer in de contactdoos rechts boven
in de zijwand van de oven.
– Sluit de ovendeur en stel de kerntemperatuurfunctie in.
Kerntemperatuurfunctie instellen
De kerntemperatuurfunctie wordt via de elektronische schakelklok geregeld. Door de vleesthermometer in de contactdoos in de ovenruimte te steken, wordt de kerntemperatuurfunctie geactiveerd.
In de temperatuurweergave (linker weergave in het display van de schakelklok) verschijnt de voorkeurtemperatuur van 60 °C en het symbool 3 brandt.
3 ingedrukt houden om de
voorkeurtemperatuur te bevestigen of met c de gewenste temperatuur (streeftemperatuur) instellen.
3 loslaten, de actuele kerntemperatuur
verschijnt in het display.
– Werkwijze en de temperatuur kiezen.
Na het bereiken van de ingestelde kerntemperatuur, wordt de oven automatisch uitgeschakeld.
U hoort een signaal. De temperatuurwaarde in het display knippert. – 3 indrukken zet het signaal af. – Werkwijze en oventemperatuur weer uitschakelen. – De toets 3 opnieuw indrukken om het apparaat weer op normale bediening
in te stellen.
De kerntemperatuurfunctie is weer gedesactiveerd als de
F
vleesthermometer uit de contactdoos is verwijderd.
Richtwaarden kerntemperaturen
Gerecht Kerntemperatuur in °C Rundvlees
Rosbief/runderfilet bloederig 40-45 Rosbief/runderfilet roze 50-55 Rosbief/runderfilet doorbakken 60-65 Rundergebraad 80-85
Varkensvlees
Varkenslende 65-70 Varkensgebraad/ham 80-85 Nek, poot 80-85 Kotelet, rug 75-80 Kotelet zonder been 70 Casseler rib 65-70 Gehakt 70-75
Kalfsvlees
Kalfsgebraad 70-75 Kalfsnierengebraad 75-80 Kalfspoot 80-85
Wild
Wildvlees 75-80 Wildrug 60-70 Wildfilet bloederig 40-45 Wildfilet roze 50-55 Wildfilet doorbakken 60-65
Lam 80-85 Gevuld gebraad 70-75 Gevogelte 85-90 Vis 70-80
54 EEB 960.0
Page 11
Elektronische schakelklok
Met de schakelklok kunt u de bereidingsduur voor alle werkwijzen regelen. De gekozen werkwijzen kunnen met de schakelklok automatisch worden in- en uitgeschakeld. Met de vleesthermometer kan het bereidingsproces d.m.v. het bereiken van de kerntemperatuur nauwkeurig worden geregeld. Bovendien kan de schakelklok als geheugensteuntje dienen (wekkerfunctie).
Weergave:
1 tijd timer, kern-
temperatuur
2 tijd/bereidingsduur/einde van
de bereiding
Kiezen:
3 vleesthermometer 4 wekker 7 bereidingsduur oven 8 einde bereiding oven
Instellen:
c voor alle functies.
Instellen van het klokje
Na afloop van de ingestelde bereidingsduur wordt de oven automatisch uitgeschakeld.
U hoort een signaal. Het symbool 8 en het woord „AUTO” knipperen. – De toets 8 indrukken, het signaal stopt. – Werkwijze en temperatuur weer uitzetten. –De toets 8 opnieuw indrukken om het apparaat weer op normale bediening
in te stellen.
Als de oven op normale bediening werd teruggezet, zonder dat eerst
F
werkwijze en temperatuur werden uitgeschakeld, blijft de oven lopen zoals hij is ingesteld.
Automatisch in- en uitschakelen
De oven wordt op het starttijdstip automatisch in- en op het gewenste uitschakeltijdstip uitgeschakeld. De starttijd wordt uit de ingestelde bereidingsduur berekend.
Bereidingsduur instellen:
7 ingedrukt houden en met c de
gewenste bereidingsduur instellen.
7 loslaten. In het display branden 7
en „AUTO”.
– De toetsen 7 en 8 ingedrukt houden, –met de toetsc de juiste tijd instellen.
Ze verschijnt in het rechter display.
Kookwekker instellen
De wekker heeft geen uitschakelfunctie voor de ovenfuncties. Hij dient uitsluitend als geheugensteuntje.
De kookwekker kan ook worden gebruikt terwijl de vleesthermometer in
F
gebruik is. De tijd van de kookwekker verschijnt niet in het display, maar als symbool 4.
4 ingedrukt houden, het symbool 4
brandt.
–met c de tijd instellen, de ingestelde tijd
verschijnt in het linker display.
4 loslaten, de tijd begint onmiddellijk te
lopen. De resterende tijd wordt aangetoond.
Na afloop van de ingestelde tijd hoort u een signaal. Symbool 4 en de weergave gaan uit.
4 indrukken zet het signaal af.
Automatisch uitschakelen
Bereidingsduur instellen:
7 ingedrukt houden en met c de
gewenste bereidingsduur instellen.
7 loslaten.
De automatische werkwijze begint, in het display branden 7 en „AUTO”.
– Werkwijze en de temperatuur kiezen.
EEB 960.0 55
Einde van de bereiding instellen:
8 ingedrukt houden en met c het
gewenste uitschakeltijdstip instellen.
8 loslaten. In het display branden 7,
8 en „AUTO”. – Werkwijze en de temperatuur kiezen. Op het berekende starttijdstip wordt de
oven automatisch ingeschakeld.
Na afloop van de bereiding wordt de oven automatisch uitgeschakeld.
U hoort een signaal. Het symbool 8 en het woord „AUTO” knipperen. – De toets 8 indrukken, het signaal stopt. – Werkwijze en temperatuur weer uitzetten. –De toets 8 opnieuw indrukken om het apparaat weer op normale bediening
in te stellen.
Kerntemperatuurfunctie instellen
Lees eerst het hoofdstuk «De vleesthermometer» op pag. 54, voor u de
F
vleesthermometer gebruikt.
In de temperatuurweergave (linker weergave in het display van de schakelklok) verschijnt de voorkeurtemperatuur van 60 °C en het symbool 3 brandt.
3 ingedrukt houden om de
voorkeurtemperatuur te bevestigen
of met c de gewenste temperatuur
(streeftemperatuur) instellen. – 3 loslaten, de actuele kerntemperatuur
verschijnt in het display. – Werkwijze en de temperatuur kiezen, de oven start onmiddellijk.
Na het bereiken van de ingestelde kerntemperatuur, wordt de oven automatisch uitgeschakeld.
U hoort een signaal. De temperatuurwaarde in het display knippert. – 3 indrukken zet het signaal af. – Werkwijze en oventemperatuur weer uitschakelen. – De toets 3 opnieuw indrukken om het apparaat weer op normale bediening
in te stellen.
Page 12
Schoonmaak en onderhoud
Laat het apparaat en het bedieningspaneel voor het schoonmaken altijd
eerst volledig afkoelen!
Gebruik voor het schoonmaken in geen geval krassende of bijtende
schoonmaakproducten zoals schuurmiddelen, staalwol, ingezeepte staalwol, metalen sponsjes, plastic sponsjes of sponsjes met een krassend oppervlak.
Geen blekende of chloorhoudende schoonmaakproducten gebruiken.
Alkalische schoonmaakproducten en ovensprays kunnen de oppervlakken
(vooral aluminium) beschadigen. Gebruik alleen een neutraal schoonmaakproduct of afwasmiddel om het fornuis schoon te maken. Meestal is het voldoende het apparaat na elk gebruik met een vochtige doek en wat afwasmiddel schoon te maken. Vervolgens droogwrijven.
Na het schoonmaken sporen van schoonmaakproducten restloos
verwijderen.
Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken zo snel mogelijk. Bij metalen
vlakken kan anders onder deze lagen wegens het ontbreken van luchttoevoer corrosie ontstaan.
Oven
Af en toe is een grondige reiniging van de oven noodzakelijk.
Ovendeur verwijderen
– Ovendeur volledig openen. – De beugels aan de deurscharnieren opklappen.
Zijrooster verwijderen
– Schroeven uitdraaien. – Houder bakplaat/rooster uit de oven nemen.
Verwarmingselement (bovenverwarming/grill) neerklappen
– Vergrendeling openen en verwarmingselement neerklappen.
– De ovendeur met beide handen aan de zijkant vastnemen en langzaam
sluiten. Ongeveer halverwege komen de scharnieren uit hun arrêtering los. De ovendeur kan nu worden afgenomen.
Montage: Verwarmingselement opklappen
– Verwarmingselement opklappen en met de vergrendeling weer sluiten.
Zijrooster inbouwen
– Zijrooster inzetten en vooraan vastschroeven.
Ovendeur inzetten
– De ovendeur met beide handen aan de zijkant vastnemen en de scharnieren
in de overeenkomstige openingen in de oven schuiven. – De ovendeur langzaam helemaal openen. – De beugels aan de deurscharnieren weer naar beneden klappen. – De ovendeur sluiten.
ökotherm®-katalysator regenereren
– De lege oven met intensief-hetelucht 0 op 275 °C 60 minuten opwarmen.
56 EEB 960.0
Page 13
Als iets niet functioneert
Montage-instructies voor
Reparaties mogen uitsluitend door een erkend vakman worden
=
uitgevoerd.
Een aantal storingen kunt u zelf verhelpen. Controleer eerst of u geen bedieningsfout hebt gemaakt. Reparaties tijdens de garantieperiode zijn niet
kosteloos als het probleem aan een bedieningsfout te wijten is of als u één van de volgende instructies niet hebt nageleefd.
Storing Oorzaak Oplossing
Klokje knippert «00.00» en de oven functioneert niet.
Uitschakelen van de oven is niet mogelijk.
Oven warmt niet op. Huishoudzekering de-
Ovenverlichting is uitge­vallen.
Bedrijfsindicatie of verwar­mingsindicatie brandt niet.
Deurglas is gebroken. Apparaat uitschakelen,
Versterkte geurvorming on­danks ökotherm
tor.
Sterke azijngeur tijdens de bereiding.
Fruitsap- of eiwitvlekken op geëmailleerde onderdelen.
®
-katalysa-
Klokje is niet ingesteld
- bij ingebruikname of na een stroomuitval.
Elektronisch onder­deel is defect.
fect. Werkwijzeschakelaar
en/of temperatuur­schakelaar zijn niet in­gesteld.
Lampje defect. Klantenservice vragen de
Lampje defect. Lampje door de klanten-
®
ökotherm
tor moet geregene­reerd worden.
Gebak met zuurdesem of gist, bereiding met alcohol.
Vocht van gebak of vlees.
-katalysa-
Tijd instellen (pag. 48).
Zekering uitschakelen, service contacteren.
Zekering controleren en ev. vervangen.
Werkwijzeschakelaar en tem­peratuurschakelaar instellen.
lamp te vervangen.
service laten vervangen.
service contacteren.
Lege oven met intensief-
hetelucht op 275 °C 60 min. opwarmen.
Onvermijdbare geurhinder.
Onschadelijke verkleuring van het email, niet te ver­helpen.
gespecialiseerd personeel
Alleen KÜPPERSBUSCH-inbouwkookplaten zijn voor het gebruik boven een
Küppersbusch-inbouwoven ontworpen en goedgekeurd. Andere kookplaten mogen niet worden gebruikt.
De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke
elektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd.
Bij aansluiting en reparatie het apparaat stroomloos maken. De geaarde
stekker uit de contactdoos trekken of de zekering uitschakelen.
Bij het ingebouwde apparaat mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen
die bij het gebruik onder spanning staan.
De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van de trekontlasting
pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabel met trek wordt belast.
Het apparaat wordt met stekker geleverd en mag alleen op een reglementair
geïnstalleerde, geaarde contactdoos worden aangesloten. De installatie van een contactdoos of het vervangen van de aansluitkabel mag alleen door een elektrotechnicus worden uitgevoerd, waarbij de geldende voorschriften moeten worden nageleefd. Als de stekker na het inbouwen niet meer bereikbaar is, moet, om aan de geldende veiligheidsvoorschriften te voldoen, op de plaats van installatie een scheidingsinstallatie voor alle polen met een contactafstand van ten minste 3 mm aanwezig zijn.
De apparaataansluitdoos moet buiten de inbouwruimte liggen.
Als u de EEB 960.0 met de linkerkant in de hoek van een L-vormige keuken
inbouwt, moet u een afstand van ten minste 15 cm tot de hoek bewaren!
Conform de testbepalingen voor verwarming behoort het apparaat tot de
beschermingsklasse Y.
Inbouwmeubels moeten tot 100 °C temperatuurbestendig zijn. Dat geldt in
het bijzonder voor fineer, kantstukken, kunststofoppervlakken, lijm en lak. De aangrenzende meubelfronten moeten tegen een temperatuur van ten minste 70 °C bestand zijn.
Het apparaat moet in elk geval horizontaal op een effen, stevige plank
worden ingebouwd. De plank mag niet doorbuigen.
Is het meubel niet aan de muur bevestigd, met een gebruikelijk hoekijzer
vastschroeven.
Typeplaatje
Het typeplaatje bevindt zich rechts aan de zijkant en is zichtbaar als de ovendeur wordt geopend.
Als u de klantenservice nodig hebt of als u reservedelen bestelt, vermeld dan de gegevens op het typeplaatje.
– Noteer deze gegevens voor eventuele vragen aan onze klantenservice.
Fabricagenummer:
Modelnaam oven:
Inbouwmaten
EEB 960.0 57
Page 14
Elektriciteit
Aansluiting gebeurt via de stekker in een contactdoos. Totaal vermogen bij 230 V: 3,5 kW,
bij 235 V: 3,6 kW Aansluitwaarden 230 - 240 V, 50 Hz Zekering 16 A
Inbouw in de keukenmeubels
Aan weerszijden van het apparaat moeten de bijgeleverde clips worden vastgeschroefd, die in gemonteerde houderplaten in de kast vasthaken. De houderplaten worden bijgeleverd. Ze moeten voor het inbouwen van het apparaat volgens de volgende afbeeldingen aan beide binnenzijden van de kast worden gemonteerd.
– Houderplaat op een afstand
van 280 mm van de onderkant van de kast met de inkepingen naar de kast toe tegen de rand plaatsen en de achterste gaten markeren en voorboren (1).
– Stekker insteken en het apparaat in de uitsparing van de kast schuiven tot
het vastklikt. Daarbij de aansluitkabel van het apparaat niet inklemmen! De aansluitkabel mag de achterkant en de bodem van het apparaat na het inbouwen niet raken.
– De houderplaat zo
verschuiven dat de voorste gaten boven de boorgaten liggen.
– Houderplaat met de
bijgevoegde schroeven aan de kast bevestigen.
– Clips aan de zijwanden
vastschroeven.
58 EEB 960.0
Loading...