KEBA KeContact P30, KeContact P20 Installation [nl]

KeContact P20 / P30
Installatiehandboek
(voor de installateur)
Opmerkingen over dit handboek
In dit handboek vindt u op verschillende plaatsen aanwijzingen en waarschuwingen voor mogelijke gevaren. De gebruikte pictogrammen hebben de volgende betekenis:
WAARSCHUWING!
Betekent dat dood of ernstig letsel kunnen intreden als de beschreven voorzorgsmaatrege­len niet worden getroffen.
VOORZICHTIG!
Betekent dat materiële schade of licht letsel kunnen intreden als de beschreven voorzorgs­maatregelen niet worden getroffen.
LET OP
Betekent dat materiële schade kan intreden als de beschreven voorzorgsmaatregelen niet worden getroffen.
ESD
Met deze waarschuwing wordt gewezen op mogelijke gevolgen bij het aanraken van elek­trostatisch gevoelige componenten.
Opmerking
Tips voor het gebruik en nuttige informatie worden met “i” gekenmerkt. U krijgt geen informatie die voor een gevaarlijke of schadelijke functie waarschuwt.
Nadere belangrijke informatie.
Deze pijl markeert werkstappen die u dient uit te voeren.
Document:V 3.10 Document no.: # 90724 Pages:44
© KEBA AG 2012-2015
Wijzigingen in verband met technische ontwikkeling voorbehouden. Gegevens onder voorbehoud. Wij handhaven onze rechten.
KEBA AG, Postbus 111, Gewerbepark Urfahr, A-4041 Linz, www.kecontact.com
Opmerking over de verwijdering
Het pictogram met de doorgestreepte vuilnisbak betekent dat elektrische en elektronische ap­paratuur inclusief accessoires gescheiden van het algemene, huishoudelijk afval moet worden verwijderd. Aanwijzingen bevinden zich op het product, in de gebruiksaanwijzing of op de ver­pakking.
De materialen zijn op basis van hun kenmerking recyclebaar. Met het hergebruik, de recycling of andere vormen van gebruik van afgedankte apparatuur levert u een belangrijke bijdrage aan de bescherming van ons milieu.
Verwijderen van batterijen
Batterijen en accumulatoren zijn bijzonder afval en moeten op correcte wijze worden verwijderd. Hoewel batterijen een lage spanning hebben kunnen ze bij kortsluiting toch voldoende stroom afgeven om brandbaar materiaal te laten ontvlammen. Daarom mogen deze niet samen met geleidende materialen (zoals ijzerspanen, met olie verontreinigde draadwol etc.) worden verwij­derd.
Het Installatiehandboek kunt u downloaden op www.kecontact.com.
De nieuwste firmware kunt u downloaden op www.kecontact.com (rubriek Download). In nieu­we firmware kunnen bijvoorbeeld gewijzigde normen verwerkt of de compatibiliteit met nieuwe elektrische auto's verbeterd zijn.
3/44

Inhoud

Inhoud
1 Belangrijke informatie............................................................................................................. 5
1.1 Veiligheidsinstructies .....................................................................................................5
1.2 Beoogd gebruik..............................................................................................................7
1.3 Over dit handboek.......................................................................................................... 7
1.4 Productaanduiding ......................................................................................................... 8
2 Variantenoverzicht .................................................................................................................. 9
2.1 Optionele uitrusting ........................................................................................................ 9
3 Installatierichtlijnen............................................................................................................... 11
3.1 Algemene criteria voor de keuze van de opstelplaats .................................................11
3.2 Criteria voor de elektrische aansluiting ........................................................................ 12
3.2.1 Algemeen...................................................................................................... 12
3.2.2 Afwijkende Z.E.-Ready / E.V. Ready-vereisten ........................................... 13
3.3 Benodigde plaats ......................................................................................................... 14
4 Installatie................................................................................................................................ 15
4.1 Voorwaarden voor de installatie................................................................................... 16
4.2 Behuizing voorbereiden ............................................................................................... 17
4.2.1 Behuizingsafdekking verwijderen ................................................................. 17
4.2.2 Aansluitpaneelafdekking verwijderen ........................................................... 18
4.3 Kabelinvoer voorbereiden ............................................................................................ 18
4.3.1 Kabelinvoer van boven – kabellegging op de wand ..................................... 19
4.3.2 Kabelinvoer van achteren – kabellegging in de wand .................................. 19
4.4 Stroomlaadstation monteren........................................................................................20
4.5 Elektrische aansluiting ................................................................................................. 22
4.5.1 Aansluitoverzicht bij geopende aansluitpaneelafdekking ............................. 22
4.5.2 Voedingskabel aansluiten............................................................................. 23
4.5.3 Vrijgave-ingang [X1] (behalve e-series)........................................................ 26
4.5.4 Schakelcontact uitgang [X2] (behalve e-series) ........................................... 27
4.5.5 Schakelcontact uitgang [X1/X2] (behalve e-series) ...................................... 28
4.5.6 Ethernet1-aansluiting [ETH] (optioneel)........................................................ 29
4.6 DIP-switchinstellingen..................................................................................................31
4.7 Inbedrijfstelling ............................................................................................................. 34
4.7.1 Inbedrijfstellingsmodus / zelftest................................................................... 34
4.7.2 Veiligheidscontroles...................................................................................... 35
4.7.3 Firmware-update........................................................................................... 35
4.7.4 Aansluitpaneelafdekking monteren............................................................... 36
4.7.5 Behuizingsafdekking monteren..................................................................... 37
5 Overige technische handleidingen...................................................................................... 38
5.1 RFID-kaarten programmeren (optioneel).....................................................................38
5.2 Communicatie met elektrisch voertuig PLC->ethernet (optioneel; alleen P20)............ 38
5.3 Zekering vervangen ..................................................................................................... 38
5.4 Afmetingen...................................................................................................................39
5.5 Technische gegevens .................................................................................................. 40
5.6 CE-conformiteitsverklaring...........................................................................................42
Index ....................................................................................................................................... 43
4/44
Belangrijke informatie

1 Belangrijke informatie

1.1 Veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING!
Elektrisch gevaar! Het stroomlaadstation moet door hiervoor opgeleide, gekwalificeerde en bevoegde elek­trotechnische installateurs houden worden. Deze zijn volledig verantwoordelijk voor de naleving van de bestaande normen en installatievoorschriften.
U dient er bovendien rekening mee te houden dat er een extra overspanningsbeveili­ging voor voertuigen of op grond van nationale voorschriften vereist kan zijn.
Ook dient u er rekening mee te houden dat in bepaalde landen of door autofabrikanten een andere uitschakelkarakteristiek voor de aardlekschakelaar vereist kan zijn (type B).
Sluit in het rechter aansluitbereik (ethernet, klemmen voor stuurleidingen) uitsluitend spanningen en stroomcircuits aan, die veilig gescheiden zijn van gevaarlijke spannin­gen (bijvoorbeeld voldoende isolatie).
(1)
gemonteerd, voor het eerst in bedrijf genomen en onder-
nl
Voed de klemmen (X2) uitsluitend met spanningsbronnen met geaarde veiligheidslaag­spanning (PELV)!
Controleer vóór de inbedrijfstelling eerst of alle schroef- en klemverbindingen stevig vastzitten!
De aansluitpaneelafdekking mag nooit onbeheerd geopend blijven. Monteer de aansluit­paneelafdekking als u het stroomlaadstation verlaadt.
U mag het stroomlaadstation niet eigenmachtig ombouwen of veranderen!
Reparatiewerkzaamheden aan het stroomlaadstation zijn niet toegestaan en mogen uit­sluitend worden uitgevoerd door de fabrikant (vervanging van het stroomlaadstation)!
Verwijder geen merktekens zoals veiligheidspictogrammen, waarschuwingen, type­plaatjes, naamplaatjes of leidingmarkeringen!
Het stroomlaadstation heeft geen eigen netschakelaar! De aardlekschakelaar en de in­stallatieautomaat van de gebouwinstallatie dient als stroomonderbreker.
Trek de laadkabel uitsluitend aan de stekker uit de stekkerverbinding en niet aan de ka­bel.
Let erop dat de laadkabel niet mechanische beschadigd wordt (geknikt, ingeklemd of overreden) en dat het contactbereik niet in aanraking komt met hittebronnen, vuil of wa­ter.
(1)
Personen die op grond van hun vakopleiding, kennis en ervaring, en de kennis van de toepasselijke nor­men, de aan hen opgedragen werkzaamheden kunnen beoordelen en mogelijke gevaren kunnen herken­nen.
5/44
Belangrijke informatie
LET OP
Gevaar voor beschadiging!
Let erop dat het stroomlaadstation niet door een onjuiste hantering beschadigd (veran­kering, behuizingsafdekking, contactdoos, inwendige componenten etc.).
De aansluitpaneelafdekking niet openen als het regent of tijdens het monteren buiten!
Gevaar voor breken van de kunststofbehuizing!
- Voor de bevestiging mogen geen schroeven met een verzonken kop worden gebruikt!
- De meegeleverde sluitringen moeten worden gebruikt.
- De bevestigingsschroeven niet met geweld vastdraaien.
- Het montagevlak moet compleet vlak zijn (max. 1 mm verschilt tussen opleg- of beves­tigingspunten). Er moet worden voorkomen dat de behuizing doorbuigt.
ESD
Opmerkingen voor installateurs die het apparaat mogen openen:
Gevaar voor beschadiging! Elektronische componenten kunnen door aanraking worden vernietigd!
Voor het werken met modules moeten deze eerst elektrisch ontladen worden door een metalen, geaard voorwerp aan te raken!
VOORZICHTIG!
5 veiligheidsregels:
– Alle polen aan alle kanten uitschakelen! – Tegen herinschakelen beveiligen! – Op spanningsloosheid controleren! – Aarden en kortsluiten! – Naastgelegen spanningsvoerende componenten afdekken en gevarenzones afzetten!
Het niet in acht nemen van de veiligheidsinstructies kan tot levensgevaar, letsel en bescha­diging van het apparaat leiden! KEBA AG aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor daaruit resulterende aanspraken!
6/44
Belangrijke informatie

1.2 Beoogd gebruik

Het apparaat is een “stroomlaadstation” voor gebruik binnen en buiten waarop elektrisch aangedreven voer­tuigen kunnen worden opgeladen (bijvoorbeeld elektrische auto's).
Het stroomlaadstation is bedoeld voor montage op een wand of een standzuil. Bij de montage en aansluiting van het stroomlaadstation moeten de geldende nationale voorschriften in acht worden genomen.
Het beoogde gebruik van het apparaat omvat in ieder geval de inachtneming van de omgevingsvoorwaarden waarvoor dit apparaat is ontwikkeld.
Bij de ontwikkeling, productie en het testen van het apparaat is rekening gehouden met de toepasselijke vei­ligheidsnormen. Als de voor het beoogde gebruik beschreven algemene en veiligheidstechnische instructies worden nageleefd gaan in het normale geval geen gevaren uit van dit product voor materiële schade, noch voor de gezondheid van personen.
De in dit handboek beschreven instructies moeten in ieder geval nauwgezet worden gevolgd. Anders kunnen gevarenbronnen worden gecreëerd of veiligheidssystemen buiten werking worden gezet. Onafhankelijk van de in dit handboek gegeven veiligheidsinstructies moeten ook de voorschriften voor veiligheid en de preven­tie van ongevallen in acht worden genomen, die gelden voor de betreffende toepassing.
Er mogen uitsluitend elektrische voertuigen of de laders ervan worden aangesloten. Het is niet toegestaan om andere apparatuur (bijvoorbeeld elektrisch gereedschap) aan te sluiten!
Op grond van technische of wettelijke beperkingen zijn niet alle varianten / opties in alle landen beschikbaar.
nl

1.3 Over dit handboek

Dit handboek en de beschreven functies zijn van toepassing op apparaten van het type:
KeContact P20 / firmwareversie: v2.x (en hoger)
KeContact P30 / firmwareversie: v3.x (en hoger)
Gebruik van dit handboek
Dit handboek is uitsluitend geschreven voor gekwalificeerd personeel. Dat zijn personen die op grond van hun vakopleiding, kennis en ervaring, en de kennis van de toepasselijke normen, de aan hen opgedragen werkzaamheden kunnen beoordelen en mogelijke gevaren kunnen herkennen.
De afbeeldingen en toelichtingen in dit handboek hebben betrekking op een typische uitvoering van het ap­paraat. De uitvoering van uw apparaat kan hiervan afwijken.
De aanwijzingen en instructies voor de bediening van het apparaat vindt u in het “gebruikershandboek”.
7/44
Belangrijke informatie

1.4 Productaanduiding

Voorbeeld KC-P30-ES240030-000-xx
Productaanduiding
Typeplaatje
Zie boven op apparaat
Productgroep KC KeContact
Product type / versie P20 / P30 Charge Point
Uitvoeringsvariant
Basisvariant E E…Europa
Kabel / bus S S…Socket
C…Cable
2 1…Type 1
2…Type 2
S…Shutter
4 1…13A
2…16A 3…20A
4…32A
00 00…geen kabel
01…4m recht 04…6m recht
Elektronica 3 0...e-serie
1...b-serie
2...c-serie
3...c-serie+PLC (alleen P20)
Elektra 0 0…veiligheidsschakelaar
1…veiligheidsschakelaar 1-fasig 2…3-fasig met DC-lekstroomherkenning (RDCMB)
Opties
P30 energiemeter
(P20: niet gebruikt)
Niet gebruikt 0 -
Verificatie 0 0…Niet uitgerust
0 0…Niet uitgerust
E…Energy Meter (niet geijkt)
R…RFID K…Keyswitch
A…c-serie+WLAN B…x-serie C…x-serie+GSM D…x-serie+GSM+PLC
Optionele klantcode xx -
8/44

2 Variantenoverzicht

Variantenoverzicht
Basismodel met contactdoos (type 2)... [A]...Status-led
[B]...Normbus (varianten mogelijk) [C]...Behuizingsafdekking
Basismodel met laadkabel (type 1, type 2)... [A]...Status-led
[B]...Parkeerhouder voor laadstekker [C]...Behuizingsafdekking [D]...Houder voor laadkabel
nl

2.1 Optionele uitrusting

Display (P30 optie)
Laadstekker/laadkabel opbergen...
Als er geen laadcyclus wordt uitgevoerd kan de laad­stekker veilig worden opgeborgen door deze in de hou­der [B] te steken.
De laadkabel kan opgerold in de houder [D] worden gelegd.
Het optionele puntenmatrix-display (1) kan afhankelijk van de bedrijfstoestand verschillende informatie weer­geven (bijvoorbeeld softwareversie, energiemeter­stand).
Bij inactiviteit wordt het scherm donkerder en na enkele minuten uitgeschakeld.
Het puntenmatrix-display brandt door de behuizing door en is niet zichtbaar als het scherm uitgeschakeld is!
9/44
RFID-sensor
Sleutelschakelaar
Variantenoverzicht
De RFID-sensor [R] wordt gebruikt voor de contactloze autorisatie van een gebruiker met MIFARE-kaarten of tags conform ISO14443.
De sleutelschakelaar [S] wordt gebruikt voor de autori­satie van een gebruiker met een sleutel.
Verdere optionele uitrusting
Netwerkaansluiting
Schakelcontact (voor het besturen van extra externe installaties)
Vrijgave-ingang voor bijvoorbeeld toonfre­quentontvangers, tijdklokken (daarmee kan een tijdgestuurde oplading van het voertuig worden gerealiseerd).
PLC (Power Line Communication) conform GreenPhy-norm
Montagezuil
Alleen voor P30:
DC-lekstroombewaking (RDCMB)
XPU-communicatiemodule
- WLAN-module
- GSM-module (optioneel)
10/44
Installatierichtlijnen

3 Installatierichtlijnen

3.1 Algemene criteria voor de keuze van de opstelplaats

Het stroomlaadstation is gemaakt voor zowel binnen als buiten. Daarom is het nodig om ervoor te zorgen dat de opstelvoorwaarden en de bescherming van het apparaat op de opstelplaats gerealiseerd zijn.
Houd rekening met de ter plaatse geldende voorschriften voor elektrische installaties, brandpreventie en ongevallenpreventie en zorg voor de benodigde vluchtroutes op de opstelplaats.
Het stroomlaadstation mag niet in zones met explosiegevaar (ATEX-zones) worden geïnstalleerd.
Monteer het stroomlaadstation zo, dat deze niet direct in loopwegen van personen ligt en niemand over de aangesloten laadkabel kan struikelen resp. dat laadkabel en voorbijgangerswegen elkaar niet krui­zen.
Het stroomlaadstation niet op plaatsen monteren waar het blootgesteld is aan ammoniak of ammoniak­gassen (bijvoorbeeld in of bij stallen).
Het montagevlak moet voldoende stevig zijn voor de optredende mechanische belastingen.
Het stroomlaadstation niet op plaatsen monteren waarop vallende voorwerpen (bijvoorbeeld opgehan­gen ladders of autobanden) het apparaat kunnen beschadigen.
nl
Volgens productnorm moet het stroomlaadstation op een hoogte tussen 0,4m en 1,5m staan. Aanbevolen wordt om het stroomlaadstation (hoogte bus resp. houder) op een hoogte van 1,2m te monteren. Er moet rekening mee worden gehouden dat nationale voorschriften de hoogte kunnen be­grenzen.
Het apparaat mag niet blootstaan aan directe waterstralen (bijvoorbeeld door in de buurt gelegen hand­matige autowasinstallaties, hogedrukreiniger, tuinslang).
Het apparaat moet op een plaats worden gemonteerd, waar het zo veel mogelijk beschermd is tegen di­recte regen, om bijvoorbeeld bevriezing, beschadiging door hagel of dergelijke te voorkomen.
Het apparaat moet op een plaats worden gemonteerd, waar het zo veel mogelijk, beschermd is tegen di­recte zonestralen, om te voorkomen dat de laadstroom gereduceerd wordt of het opladen wordt onder­broken door te hoge temperaturen aan componenten van het laadstation.
Bij een opstelling waarbij het apparaat niet is beschermd tegen weersinvloeden (bijvoorbeeld op een parkeerterrein buiten) wordt de laadstroominstelling bij een ontoelaatbare temperatuuroverschrijding tot 16A gereduceerd. Het opladen kan in dergelijke gevallen ook worden uitgeschakeld.
Zie voor informatie over de omgevingsvoorwaarden hoofdstuk “↪ 5.5 Technische gegevens [40]”.
Neem de internationaal en nationaal geldende installatienormen (bijvoorbeeld IEC 60364-1 en IEC 60364-5-52) en voorschriften in acht.
11/44
Installatierichtlijnen

3.2 Criteria voor de elektrische aansluiting

3.2.1 Algemeen

Het stroomlaadstation is in de leveringstoestand ingesteld op 10 ampère. Stel de maximale stroom met de DIP-switches zo in dat deze past bij de geïnstalleerde installatieautomaat (zie hoofdstuk “↪ 4.6 DIP-switch-
instellingen [31]”).
De voedingskabel moet vast worden bedraad in de bestaande gebouwinstallatie en voldoen aan de natio­naal geldende wettelijke bepalingen.
Keuze aardlekschakelaar:
Ieder laadstation moet via een eigen aardlekschakelaar worden aangesloten. Er mogen geen andere stroomcircuits worden aangesloten op deze aardlekschakelaar.
Aardlekshakelaar minimaal type A (30mA-uitschakelstroom). Als de voertuigen die moeten worden opgeladen niet bekend zijn (bijvoorbeeld semiopenbaar station), moeten er maatregelen worden genomen die bescherming bieden bij het optreden van gelijklekstromen (>6mA). Dit kan bijvoorbeeld met de apparaatvariant KC-P30-xxxxxxx2 en een speciaal voor elektrische voertuigen gemaakt type aardlekschakelaar of met een aardlekschakelaar van het type B worden gerea­liseerd. Bovendien moeten de aanwijzingen van de voertuigfabrikant in acht worden genomen.
Als een stroomlaadstation met een aardlekschakelaar van het type B wordt beschermd, moet iedere voorgeschakelde aardlekschakelaar, ook als deze niet is toegewezen aan het stroomlaadstation, ofwel van het type B of met een DC-aardlekdetectie uitgerust zijn.
De nominale stroom IN moet passend bij de installatieautomaat en de voorzekering worden gekozen.
Bemeting installatieautomaat:
Houd bij de bemeting van de installatieautomaat ook rekening met de hogere omgevingstemperaturen in de schakelkast! Hierdoor kan onder bepaalde omstandigheden een verlaging van de laadstroominstelling voor de verhoging van de installatiebeschikbaarheid nodig zijn.
Nominale stroom afhankelijk van de gegevens op het typeplaatje en in overeenstemming met het ge­wenste laadvermogen (DIP-switchinstellingen laadstroominstelling) en de voedingskabel bepalen.
Bemeting voedingskabel:
Houd bij de bemeting van de voedingskabel ook rekening met mogelijke minderingsfactoren en hogere om­gevingstemperaturen in het binnenste aansluitbereik van het stroomlaadstation (zie temperatuurrating voe­dingsklemmen)! Hierdoor kan in bepaalde omstandigheden ook een grotere kabeldoorsnee en een aanpas­sing van de temperatuurbestendigheid van de voedingskabel nodig zijn.
Stroomonderbreker:
Het stroomlaadstation heeft geen eigen stroomschakelaar. De aardlekschakelaar en de installatieautomaat van de voedingskabel dienen als stroomonderbreker.
12/44
Installatierichtlijnen

3.2.2 Afwijkende Z.E.-Ready / E.V. Ready-vereisten

In het geval dat een intern schakelelement (veiligheidsschakelaar) niet meer kan openen, moet een ex­tra uitschakelmogelijkheid worden gerealiseerd. Dit kan worden gerealiseerd met het schakelcontact uit­gang [X2] (voor details zie het hoofdstuk “↪ 4.5.4 Schakelcontact uitgang [X2] (behalve e-series) [27]”).
Er mogen geen 13A-laadkabels worden gebruikt.
Bij 3-fasige aansluiting van het stroomlaadstation moet de apparaatvariant KC-P30-xxxxxxx2-xxx of mi­nimaal een aardlekschakelaar van het type A met DC-lekstroomdetectie (>6mA) of een aardlekschake­laar van het type B worden gebruikt.
Criteria voor de keuze van de installatieautomaat:
nl
Opgegeven laadstroom
(DIP-switch) 1-fasig 3-fasig
10A Niet toegestaan
13A Niet toegestaan
16A 20A Niet toegestaan C
20A 25A B / C C
25A 32A B / C C
32A 32A B / C C
De nominale stroom van de gekozen installatieautomaat mag in geen geval hoger zijn dan de ge­gevens op het typeplaatje. Als laadstroominstelling en nominale stroom van de installatieautomaat niet gelijk zijn, moet in het bijzonder worden gelet op de temperatuur in de schakelkast (thermi­sche derating van de installatieautomaat).
Installatieautomaat Karakteristiek
Netvoeding en vereisten voor de aarding (Z.E.-Ready/E.V. Ready)
TT- en TN-netten: De aardingsweerstand van de installatie moet lager zijn dan 100 ohm of minder als de nationale regelgeving dit vereist.
TT-netten: Bij een aardingsweerstand hoger dan 100 ohm moet een scheidingstransformator vóór de EVSE (Electric Vehicle Supply Equipment) installatie worden ingebouwd. De scheidingstransformator moet dan worden geïntegreerd in een TN-aardingssysteem waarvoor de bovengenoemde criteria gel­den.
IT-netten: Voedingen met IT-aardingssystemen zijn verboden.
In TT- en TN-netten mag de spanning aan de N-draad tegen PE niet hoger zijn dan 10 V.
Als meerdere stroomlaadstation op dezelfde voeding aangesloten zijn, moeten extra lokale aardingsver­bindingen worden gemaakt (minimaal om de 10 uitgangen). De maximale aardingsweerstand voor iedere extra aardingsverbinding (onafhankelijk gemeten) moet la­ger zijn dan 100 ohm. Alle aardingsverbindingen moeten aangesloten worden om een enkel potentiaal veilig te stellen.
Een te hoog aandeel harmonischen kan de beëindiging van de laadcyclus veroorzaken. De openbare netvoeding moet voldoen aan de normen IEC 61000-2-1, IEC 61000-2-2, EN 50160 art. 4.2.4 en art.
4.2.5 om deze problemen te vermijden. De toegestane maximale grens voor harmonischen kan variëren afhankelijk van de netimpedantie.
13/44

3.3 Benodigde plaats

Installatierichtlijnen
Benodigde plaats...
Bij apparaatvarianten met optionele kabelhouder moet naar onderen toe voldoende extra vrije ruimte (y) voor de gebruikte laadkabel worden ingepland.
Als meerdere stroomlaadstations naast elkaar worden gemonteerd, moet tussen de stroomlaadstations een afstand van minimaal 200mm worden aangehouden.
Afmetingen in millimeter
14/44
Loading...
+ 30 hidden pages