Vouw bladzijde 3 helemaal open, zodat u steeds
een overzicht hebt van de bedieningselementen
en de aansluitingen.
Inhoud
1 Bedieningselementen en aansluitingen .14
1.1 Frontpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
1.2 Afstandsbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
1.3 Achterzijde van het toestel . . . . . . . . . . . . . 14
2 Veiligheidsvoorschriften . . . . . . . . . . . . . 14
3 Toepassingen/opstelling . . . . . . . . . . . . 14
4 Ingebruikname . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
4.1 Het toestel aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
4.2 Afstandsbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
5 Werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
5.1 De CD afspelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
5.2 Het tracknummer en
de speeltijd weergeven . . . . . . . . . . . . . . . . 15
5.3 Een track selecteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
5.3.1 Het tracknummer invoeren . . . . . . . . . . . 15
5.3.2 Vooruit of achteruit naar tracks gaan . . . . 15
5.4 Versneld vooruit en achteruit zoeken . . . . . 15
5.5 Een track of een volledige CD herhalen . . . 15
5.6 De track afspelen in een willekeurige
volgorde . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
5.7 Een zelf samengestelde reeks tracks
programmeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
5.7.1 Programmeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
5.7.2 De geprogrammeerde reeks controleren,
wijzigen of aanvullen . . . . . . . . . . . . . . . . 15
5.7.3 De geprogrammeerde reeks tracks
afspelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
5.7.4 De geprogrammeerde reeks wissen . . . . 15
6 Onderhoud van de CD-speler . . . . . . . . . 16
7 Technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . .16
1 Bedieningselementen en
aansluitingen
1.1 Frontpaneel (fig. 1)
1 POWER-schakelaar
2 CD-lade
3 Display
4 Infraroodsensor voor de afstandsbediening
5 Volumeregelaar PHONES LEVELvoor een hoofd-
telefoon aangesloten op de PHONES-jack (11)
6 Toets OPEN/CLOSE om de CD-lade (2) te ope-
nen en te sluiten
7 Toets resp. PLAY/PAUSE* om te wisse-
len tussen afspelen en pauze
8 Toets
"
resp. STOP* om het afspelen te beëindi-
gen
9 Toetsen en om afzonderlijke
tracks te selecteren [druk (meerdere keren) kort
op de betreffende toets] en om snel vooruit en
achteruit te zoeken [houd de betreffende toets
ingedrukt]
10 Toets MODE voor de herhalingsfunctie en om
een zelf samengestelde reeks tracks te programmeren
In de stopmodus (na plaatsen van een CD in de
lade of indrukken van de toets
"
resp. STOP*):
De programmeermodus activeren (deactiveren
met de toets
"
resp. STOP*) – zie hoofdstuk 5.7
Tijdens afspelen of ingeschakelde pauze:
1ste keer drukken op de toets:
de geselecteerde track wordt herhaald
2de keer drukken op de toets:
alle tracks van de CD resp. een geprogrammeerde reeks tracks worden herhaald
3de keer drukken op de toets:
de herhalingsfunctie wordt uitgeschakeld
11 Toets RANDOM om het willekeurige afspelen
van de tracks in en uit te schakelen
12 6,3 mm-jack voor een hoofdtelefoon
(impedantie ≥ 2 x 32 Ω)
*opschrift op de afstandsbediening
1.2 Afstandsbediening (fig. 2)
6–8 de functies komen overeen met deze van de
toetsen (6)– (8) op de CD-speler
13 Cijfertoetsen om een track direct te selecteren
Track toetsen
4.
10.
16.
20.
23.
14 Toets REPEAT voor de herhalingsfunctie
1ste keer drukken op de toets:
de geselecteerde track wordt herhaald
2de keer drukken op de toets:
alle tracks van de CD resp. een geprogrammeerde reeks tracks worden herhaald
3de keer drukken op de toets:
de herhalingsfunctie wordt uitgeschakeld
15 Toets PROGRAM om een zelf samengestelde
reeks tracks te programmeren – zie hoofdstuk 5.7
16 SKIP-toetsen om afzonderlijke tracks te selec-
teren:
Bij elke druk op de toets wordt een track
vooruitgesprongen. Bij één keer drukken op de
toets keert de CD-speler terug naar het begin
van de geselecteerde track. Door verschillende
keren op de toets te drukken, wordt telkens
een track teruggesprongen.
17 SCAN-toetsen om snel vooruit en achteruit te
zoeken:
Wanneer de toets of ingedrukt gehouden wordt, zoekt de CD-speler versneld vooruit
resp. achteruit. Deze zoekfunctie werkt ook over
de verschillende tracks, maar stopt bij het bereiken van het begin resp. het einde van de CD.
1.3 Achterzijde van het toestel (fig. 3)
18 Cinch-uitgangsjacks LINE OUT voor de aansluit-
ing van een CD-speler op een versterker of een
mengpaneel
19 Netsnoer voor aansluiting op een stopcontact
(230V~/50 Hz)
3+10+10
10+10
6+10
10
4
2 Veiligheidsvoorschriften
Dit toestel is in overeenstemming met de EU-richtlijn
89/ 336 / EWG voor elektromagnetische compatibiliteit en 73/23/EWG voor toestellen op laagspanning.
De netspanning (230V~/50 Hz) van het toestel is
levensgevaarlijk. Open het toestel niet, want door
onzorgvuldige ingrepen loopt u het risico van een
elektrische schok. Bovendien vervalt elke garantie
bij het eigenhandig openen van het toestel.
Let eveneens op het volgende:
●
Opgelet! Kijk bij geopende CD-lade niet in het
binnenwerk van de CD-speler, want eventueel
actieve laserstralen kunnen oogletsels veroorzaken.
●
Het toestel is enkel geschikt voor gebruik binnenshuis.
●
Schakel het toestel niet in resp. trek onmiddellijk
de stekker uit het stopcontact, wanneer:
1. het toestel of het netsnoer zichtbaar beschadigd zijn,
2. er een defect zou kunnen optreden nadat het
toestel bijvoorbeeld gevallen is,
3. het toestel slecht functioneert.
Het toestel moet in elk geval hersteld worden door
een gekwalificeerd vakman.
●
Een beschadigd netsnoer mag enkel door de
fabrikant of door een gekwalificeerd persoon hersteld worden.
●
Trek de stekker nooit met het snoer uit het stopcontact.
●
In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik of
van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie bij eventuele schade.
●
Wanneer het toestel definitief uit bedrijf genomen
wordt, bezorg het dan voor verwerking aan een
plaatselijk recyclagebedrijf.
3 Toepassingen/opstelling
Met de CD-154 kunnen conventionele audio-CD’s
en zelfgebrande CD’s (CD-R of CD recordable)
afgespeeld worden. Herbeschrijfbare CD’s (CD-RW
of CD rewritable) kunnen niet afgespeeld worden.
De CD-speler kan als vrijstaand tafelmodel gebruikt of in een 19"-rack (482mm) ingebouwd worden. Als tafelmodel moet het op een vlakke, horizontale ondergrond staan. Voor de inbouw in een
rack gebruikt u de meegeleverde montagebeugels
conform figuur 4. Voor de inbouw zijn 2 rack-eenheden (= 89mm) vereist.
4 Ingebruikname
4.1 Het toestel aansluiten
De uitgangen mogen enkel aangesloten en gewijzigd worden, wanneer het toestel uitgeschakeld is!
1) Verbind de uitgangen LINE OUT(18) Links (L) en
Rechts (R) aan de achterzijde van het toestel via
een afgeschermde audiokabel met de overeen-
komstige CD-ingang op de versterker of op het
mengpaneel.
2) Om ongestoord muziek te beluisteren, kan u een
hoofdtelefoon (impedantie ≥ 2 x 32 Ω) aansluiten
op de PHONES-jack (12). Stel het volume in met
de regelaar PHONES LEVEL (5).
Opgelet! Stel het volume van de hoofdtelefoon
nooit te hoog in. Langdurige blootstelling aan
hoge volumes kan het gehoor beschadigen! Het
gehoor raakt aangepast aan hoge volumes die
na een tijdje niet meer zo hoog lijken. Verhoog
daarom het volume niet nog meer, nadat u er
gewoon aan bent geraakt.
3) Plug ten slotte de stekker van het netsnoer (19)
in een stopcontact (230V~/50 Hz).
4.2 Afstandsbediening
Plaats twee 1,5 V-microbatterijen in het batterijvak
van de meegeleverde afstandsbediening. Let daarbij op de correcte polariteit (zie opdruk in het batterijvak). Indien de afstandsbediening lange tijd niet
gebruikt wordt, dan moeten de batterijen er uitgenomen worden. Zo vermijdt u mogelijke schade aan de
afstandsbediening door uitlopende batterijen.
5 Werking
U kan kiezen om de CD-speler via de toetsen op het
frontpaneel van het toestel of via de afstandsbediening te bedienen. De toetsen (6)– (8) op de afstandsbediening hebben dezelfde functies als de
overeenkomstige toetsen op de CD-speler.
Wanneer u de CD-speler op afstand bedient,
moet u de afstandsbediening steeds op de infraroodsensor (4) op het frontpaneel richten. Wanneer
de afstandsbediening niet zou functioneren of het
bereik ervan vermindert, zijn de batterijen waarschijnlijk leeg en moeten ze vervangen worden –
lees hiervoor hoofdstuk 4.2.
5.1 De CD afspelen
1) Schakel het toestel in met de POWER-schake-
laar (1). Op het display (3) verschijnt er eerst
alleen maar “00”. Wanneer er geen CD geladen
is, verschijnt na enkele seconden de melding
“disc”. Druk op de toets OPEN/CLOSE (6) om de
CD-lade (2) te openen. Op het display verschijnt
de melding “OPEN”.
2) Leg de CD in de lade met het label naar boven.
Sluit de CD-lade met de toets OPEN/ CLOSE.
Indien u de CD correct in de lade hebt gelegd,
wordt na korte tijd het totale aantal tracks en de
totale speelduur van de CD op het display weer-
gegeven.
3) Indien u het afspelen met de eerste track wenst
te starten, druk dan op de toets of PLAY/
PAUSE* (7). Om met een andere track te starten,
*opschrift op de afstandsbediening
14
NL
B