Honda ADV750 (2021) User guide

Page 1
Page 2
Deze handleiding dient als een permanent onderdeel van het voertuig te worden beschouwd en moet bij doorverkoop van het voertuig aan de nieuwe eigenaar worden verstrekt.
Deze publicatie bevat de meest recente productinformatie die beschikbaar was voor het ter perse gaan. Honda Motor Co., Ltd. behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan te brengen zonder voorafgaande kennisgeving en zonder het aangaan van enige verplichting.
Niets uit deze publicatie mag zonder schriftelijke toestemming worden gereproduceerd.
Het kan zijn dat het afgebeelde voertuig in dit instructieboekje verschilt van uw voertuig.
© 2020 Honda Motor Co., Ltd.
Page 3
Welkom
Van harte gefeliciteerd met de aanschaf van uw nieuwe Honda-voertuig. Door te kiezen voor een Honda maakt u deel uit van een wereldwijde familie van tevreden klanten die Honda's reputatie voor het leveren van hoogwaardige producten waarderen.
Met het oog op uw veiligheid en rijplezier:
Lees dit instructieboekje aandachtig door.
Volg alle aanbevelingen op en voer alle procedures uit die in deze handleiding zijn vermeld.
Besteed extra aandacht aan veiligheidsinformatie in deze handleiding en op het voertuig.
De volgende codes in deze handleiding duiden de landen aan.
De afbeeldingen hierin zijn gebaseerd op het type ADV750 ED.
Landcodes
Code Land ADV750
ED Directe verkoop Europa, Turkije,
Hongkong, Macau
III ED Directe verkoop Europa
* De specificaties kunnen van land tot land
verschillen.
Page 4
Enkele opmerkingen over veiligheid
3
GEVAAR
3
WAARSCHUWING
3
LET OP
LET OP
Uw veiligheid en de veiligheid van anderen zijn zeer belangrijk. Het veilig rijden op dit voertuig is een belangrijke verantwoordelijkheid. Om u te helpen goed geïnformeerde veiligheidsbeslissingen te nemen, hebben wij bedieningsprocedures en andere informatie in deze handleiding en op veiligheidslabels verstrekt. Deze informatie maakt u attent op potentiële gevaren waardoor u of anderen letsel kunnen oplopen. Het is vanzelfsprekend niet praktisch of niet mogelijk om u te waarschuwen voor alle gevaren die kunnen optreden bij het rijden op en onderhouden van een voertuig. U moet dan ook uw eigen gezonde verstand gebruiken.
U zult belangrijke veiligheidsinformatie in verschillende vormen tegenkomen, waaronder:
Veiligheidslabels op het voertuig
Veiligheidsinformatie voorafgegaan door een waarschuwingssymbool en een van de drie waarschuwingswoorden: GEVAAR, WAARSCHUWING of LET OP. Deze signaalwoorden betekenen:
U ZULT DODELIJK of ERNSTIG LETSEL OPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.
U KUNT DODELIJK of ERNSTIG LETSEL OPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.
U KUNT LETSEL OPLOPEN als u de instructies niet opvolgt.
Andere belangrijke informatie vindt u onder de volgende koppen:
Informatie om beschadiging van uw voertuig, andere eigendommen of het milieu te voorkomen.
Page 5
Inhoudsopgave
Veiligheid van het voertuig P. 2
Bedieningshandleiding P. 20
Onderhoud P. 121
Verhelpen van storingen P. 165
Informatie P. 192
Specificaties P. 210
Page 6
Veiligheid van het voertuig
Dit gedeelte bevat belangrijke informatie voor het veilig rijden met uw voertuig. Lees dit gedeelte aandachtig door.
Veiligheidsrichtlijnen ............................................... P. 3
Waarschuwingslabels .............................................. P. 6
Veiligheidsmaatregelen.......................................... P. 12
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden ................P. 13
Accessoires en aanpassingen.................................P. 18
Beladen.....................................................................P. 19
Page 7
Veiligheidsrichtlijnen
Veiligheid van het voertuig
Veiligheidsrichtlijnen
Volg deze richtlijnen met het oog op uw veiligheid:
Voer alle routine- en periodieke inspecties uit die in deze handleiding zijn beschreven.
Zet de motor uit en houd vonken en vuur uit de buurt als u tankt.
Laat de motor niet draaien in afgesloten of gedeeltelijk afgesloten ruimten. Koolmonoxide in uitlaatgassen is giftig en kan uw dood veroorzaken.
Draag altijd een helm
Het is bewezen dat helmen en beschermende kleding het aantal en de ernst van hoofdletsel en ander letsel aanzienlijk kunnen verminderen. Draag dus altijd een goedgekeurde helm en beschermende kleding. 2 P. 12
te houden, met u mee te leunen tijdens het schuinleggen van het voertuig in bochten en hun voeten altijd op de voetsteunen te houden, zelfs wanneer het voertuig stilstaat.
Neem de tijd om te leren en te oefenen
Zelfs als u al op andere voertuigen hebt gereden, kunt u het beste in een veilige omgeving oefenen om vertrouwd te raken met de werking en het stuurgedrag van dit voertuig en om gewend te raken aan de afmetingen en het gewicht van het voertuig.
Rijd defensief
Besteed altijd aandacht aan ander verkeer om u heen en veronderstel niet dat andere bestuurders u zien. Zorg dat u snel kunt stoppen of een uitwijkmanoeuvre kunt maken.
Voordat u gaat rijden
Zorg ervoor dat u in goede lichamelijke conditie bent, geconcentreerd bent en niet onder de invloed van alcohol of drugs verkeert. Zorg ervoor dat u en uw duopassagier allebei een goedgekeurde helm en beschermende kleding dragen. Draag duopassagiers op om zich aan de handgrepen of aan uw middel vast
3
Vervolg
Page 8
Veiligheidsrichtlijnen
Veiligheid van het voertuig
Zorg dat u goed zichtbaar bent
Zorg ervoor dat u beter zichtbaar bent, vooral 's avonds, door heldere reflecterende kleding te dragen, te rijden op plaatsen waar andere bestuurders u kunnen zien, uw richting aan te geven voordat u afslaat of van rijstrook verandert en uw claxon te gebruiken indien nodig.
Rijd binnen uw grenzen
Rijd nooit harder dan u aankunt of sneller dan de verkeersomstandigheden toestaan. Vermoeidheid en onoplettendheid kunnen afbreuk doen aan uw beoordelingsvermogen en het veilig rijden.
Rijd niet onder de invloed van alcohol of drugs
Alcohol of drugs en motorrijden gaan niet samen. Zelfs één alcoholisch drankje kan uw vermogen om op wisselende omstandigheden te reageren verminderen en uw reactiesnelheid wordt minder na elk aanvullend drankje. Hetzelfde geldt voor het gebruik van drugs. Rijd niet onder de invloed van alcohol of drugs en laat uw vrienden dit ook niet doen.
4
Houd uw Honda in veilige staat
Het is belangrijk voor uw veiligheid en uw rijplezier dat u het voertuig goed onderhoudt. Inspecteer uw voertuig voor elke rit en voer al het aanbevolen onderhoud uit. Houd u aan de beladingslimieten (2 P. 19), bouw uw voertuig niet om en installeer geen accessoires die uw voertuig onveilig maken (2 P. 18).
Betrokken bij een ongeval
Persoonlijke veiligheid is uw eerste prioriteit. Als u of iemand anders letsel heeft opgelopen, neem dan de tijd om de ernst van het letsel te beoordelen en te bepalen of het veilig is om door te rijden. Schakel indien nodig de hulpdiensten in. Volg tevens de geldende wet- en regelgeving indien een andere persoon of een ander voertuig bij het ongeval is betrokken.
Page 9
Veiligheidsrichtlijnen
Veiligheid van het voertuig
3
WAARSCHUWING
Als u besluit verder te rijden, schakel dan eerst het elektrische systeem uit en controleer de staat van uw voertuig. Inspecteer op vloeistoflekkage, controleer of cruciale moeren en bouten goed vastzitten en controleer het stuur, de bedieningselementen, remmen en wielen. Rijd langzaam en voorzichtig. Het kan zijn dat uw voertuig schade heeft opgelopen die niet onmiddellijk zichtbaar is. Laat uw voertuig zo snel mogelijk grondig inspecteren door een erkend reparatiebedrijf.
Gevaar voor koolmonoxide
Uitlaatgassen bevatten giftig koolmonoxide, een kleurloos, reukloos gas. Het inademen van koolmonoxide kan bewusteloosheid veroorzaken en tot uw dood leiden.
Als u de motor in een besloten of zelfs gedeeltelijk afgesloten ruimte laat draaien, kan de lucht die u inademt een gevaarlijke hoeveelheid koolmonoxide bevatten. Laat uw voertuig nooit in een garage of andere besloten ruimte draaien.
Het laten draaien van de motor van uw voertuig in een afgesloten of zelfs in een gedeeltelijk afgesloten ruimte, kan leiden tot een snelle opbouw van het giftige gas koolmonoxide.
Het inademen van dit kleur- en geurloze gas kan leiden tot bewusteloosheid en zelfs tot de dood.
Laat de motor van uw voertuig alleen draaien in een goed geventileerde ruimte buiten.
5
Page 10
Waarschuwingslabels
Veiligheid van het voertuig
Waarschuwingslabels
Op de volgende pagina's wordt de betekenis van de labels beschreven. Sommige labels waarschuwen u voor potentiële gevaren die ernstig letsel kunnen veroorzaken. Andere bieden belangrijke veiligheidsinformatie. Lees deze informatie aandachtig en verwijder de labels niet.
Als een label eraf valt of moeilijk te lezen is, neem dan contact op met uw dealer voor een vervangingslabel.
Elk label is voorzien van een specifiek symbool. De betekenis van elk symbool en elk label is als volgt.
6
Lees de instructies in het instructieboekje aandachtig door.
Lees de instructies in de werkplaatshandleiding aandachtig door. Laat om veiligheidsredenen het onderhoud aan uw voertuig alleen uitvoeren door uw dealer.
GEVAAR (met RODE achtergrond)
U ZULT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSEL oplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.
WAARSCHUWING (met ORANJE achtergrond)
U KUNT ERNSTIG of zelfs DODELIJK LETSEL oplopen als u deze aanwijzingen niet opvolgt.
LET OP (met GELE achtergrond)
U KUNT GEWOND RAKEN als u deze aanwijzingen niet opvolgt.
Page 11
Waarschuwingslabels
Veiligheid van het voertuig
ACCULABEL GEVAAR
Houd vonken en vlammen uit de buurt van de accu. Accu's produceren explosief gas dat een explosie kan veroorzaken.
Draag een beschermbril en rubberen handschoenen bij het hanteren van de accu, anders kunt u brandwonden oplopen of uw gezichtsvermogen verliezen door het elektrolyt van de accu.
Laat kinderen en andere personen geen accu aanraken tenzij ze op de hoogte zijn van de voorschriften voor het hanteren van accu's en de hieraan verbonden gevaren.
Wees buitengewoon voorzichtig bij het hanteren van de accuvloeistof aangezien deze verdund zwavelzuur bevat. Contact met uw huid of ogen kan brandwonden veroorzaken of leiden tot verlies van uw gezichtsvermogen.
Lees deze handleiding aandachtig door en zorg ervoor dat u de inhoud begrijpt voordat u de accu hanteert. Het niet opvolgen van de instructies kan lichamelijk letsel en beschadiging van het voertuig veroorzaken.
Gebruik geen accu met het elektrolyt op of onder het onderste merkstreepje. De accu kan exploderen en ernstig lichamelijk letsel veroorzaken.
7
Vervolg
Page 12
Waarschuwingslabels
Veiligheid van het voertuig
LABEL RADIATEURDOP GEVAAR
NOOIT OPENEN BIJ WARME MOTOR. Hete koelvloeistof veroorzaakt brandwonden. De overdrukklep opent bij 1,1 kgf/cm2.
WAARSCHUWINGSLABEL ACCESSOIRES EN BELADING WAARSCHUWING
ACCESSOIRES EN BELADING
De veiligheid, stabiliteit en het weggedrag van dit voertuig kunnen nadelig worden beïnvloed door de toevoeging van accessoires en bagage.
Lees de instructies in de gebruikers- en montagehandleiding aandachtig door voordat u een accessoire monteert.
Het totale gewicht van accessoires en bagage opgeteld bij het gewicht van de bestuurder en de passagier mag niet meer zijn dan 204 kg, ofwel de maximale gewichtscapaciteit.
Het gewicht van de bagage mag niet meer zijn dan 21 kg onder alle omstandigheden.
Het monteren van grote kuipdelen op de voorvork of het stuur wordt niet aanbevolen.
8
Page 13
Waarschuwingslabels
Veiligheid van het voertuig
LABEL OPTIONELE VOETSTEUN (indien uitgerust met voetsteunen voor de berijder) WAARSCHUWING
De optionele voetsteunen zijn bedoeld om de berijder te ondersteunen en zijn geen hulpmiddel om met drie personen te rijden. Het vervoeren van te veel passagiers kan het stuurgedrag en de stabiliteit nadelig beïnvloeden en leiden tot een ongeval waarbij u ernstig of dodelijk letsel kunt oplopen. Houd altijd het maximale aantal passagiers aan.
9
Vervolg
Page 14
Waarschuwingslabels
Veiligheid van het voertuig
10
LABEL ACHTERSCHOKDEMPER
GEVULD MET GAS Niet openen. Niet verwarmen.
LABEL BANDENINFORMATIE & AANDRIJFKETTING
Spanning koude band:
[Alleen bestuurder]
Voor 250 kPa (2,50 kgf/cm2)
Achter 280 kPa (2,80 kgf/cm2)
[Bestuurder en passagier]
Voor 250 kPa (2,50 kgf/cm2)
Achter 280 kPa (2,80 kgf/cm2)
Zorg ervoor dat de aandrijfketting juist is afgesteld en gesmeerd. Speling 45 - 50 mm
LABEL OPENINGSMECHANISME ZADELDEMPER
GEVULD MET GAS
Niet openen. Niet verwarmen.
Page 15
Waarschuwingslabels
Veiligheid van het voertuig
VEILIGHEIDSLABEL
Draag altijd een helm en beschermende kleding met het oog op uw veiligheid.
BRANDSTOFLABEL
Uitsluitend loodvrije benzine
ETHANOL tot 10 volumeprocent
LABEL BELADINGSLIMIET Maximaal 5,0 kg.
LABEL BELADINGSLIMIET Maximaal 0,5 kg.
11
Page 16
Veiligheidsmaatregelen
Veiligheid van het voertuig
3
WAARSCHUWING
Veiligheidsmaatregelen
Rijd voorzichtig met uw beide handen aan het stuur en uw voeten op de treeplank.
Passagiers moeten zich aan de handgrepen of aan uw middel vasthouden, en hun voeten moeten zich tijdens het rijden op de voetsteunen bevinden.
Denk altijd aan de veiligheid van uw passagier en andere bestuurders en rijders.
Beschermende uitrusting
Zorg ervoor dat u en uw duopassagier een goedgekeurde motorfietshelm, beschermbril en duidelijk zichtbare beschermende kleding dragen. Draag geen loshangende kleding om het gevaar dat er iets tussen de bewegende delen van het voertuig komt, te voorkomen. Rijd defensief en houd altijd rekening met de weers- en wegomstandigheden.
Helm
#
Moet voldoen aan de veiligheidsnorm, duidelijk zichtbaar zijn en de juiste afmetingen voor uw hoofd hebben
De motorhelm moet comfortabel passen en veilig met de kinriem zijn vastgemaakt.
12
Vizier met een onbelemmerd gezichtsveld of andere goedgekeurde oogbescherming
Het niet dragen van een helm verhoogt het risico op ernstig of dodelijk letsel in geval van een botsing.
Zorg ervoor dat u en uw duopassagier altijd een goedgekeurde helm en beschermende kleding dragen.
Handschoenen
#
Leren handschoenen met volledige vingers en een hoge slijtweerstand
Motorlaarzen of -schoenen
#
Stevige motorlaarzen met antislipzolen en enkelbeschermers
Motorjas en -broek
#
Beschermende, duidelijk zichtbare motorjas met lange mouwen en duurzame broek voor het rijden (of een beschermend motorpak)
Page 17
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Veiligheid van het voertuig
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Inrijperiode
Volg deze richtlijnen tijdens de eerste 500 km om de toekomstige betrouwbaarheid en prestaties van uw voertuig te waarborgen.
Vermijd het vol gas starten en snel accelereren.
Vermijd sterk afremmen en snel terugschakelen.
Rijd behoedzaam.
Remmen
Neem de volgende richtlijnen in acht:
Vermijd bijzonder sterk afremmen en terugschakelen.
u Door plotseling remmen kan de stabiliteit van het
voertuig verminderen.
u Ga waar mogelijk langzamer rijden voor een
bocht; anders bestaat het gevaar dat u uit de bocht vliegt.
Wees voorzichtig op oppervlakken met een lage tractie.
u De banden slippen sneller op dit soort
oppervlakken en de remweg is langer.
Vermijd continu remmen.
u Door herhaaldelijk te remmen, zoals bij
heuvelafwaarts rijden, kunnen de remmen ernstig oververhit raken waardoor de remwerking vermindert. Verminder snelheid door afwisselend te remmen op de motor en de remmen te gebruiken.
Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijd voor de meest efficiënte remwerking.
13
Vervolg
Page 18
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Veiligheid van het voertuig
Antiblokkeersysteem (ABS)
#
Dit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem (ABS) dat is ontwikkeld om te voorkomen dat de remmen blokkeren tijdens abrupt remmen.
De remweg is niet korter met het ABS. In bepaalde gevallen kan het gebruik van het ABS een langere remweg tot gevolg hebben.
Het ABS-systeem werkt niet bij snelheden lager dan 10 km/h.
Het kan zijn dat de remhendels licht terugspringen wanneer u de rem bedient. Dit is normaal.
Gebruik altijd de aanbevolen voor-/achterbanden en tandwielen om de werking van ABS te waarborgen.
14
Remmen op de motor
#
Remmen op de motor helpt om de snelheid van uw voertuig te verminderen wanneer u gas mindert. Schakel terug naar een lagere versnelling om meer snelheid te verminderen. Rem op de motor en gebruik met tussenpozen de rem om snelheid te minderen wanneer u lange, steile hellingen afrijdt.
Natte of regenachtige omstandigheden
#
Wegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, en natte remmen zorgen voor een verminderde remwerking. Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen onder natte omstandigheden. Als de remmen nat worden, rem dan tijdens het rijden op lage snelheid om ze te laten drogen.
Page 19
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Veiligheid van het voertuig
Parkeren op de zijstandaard of de middenbok
Parkeren
Parkeer op een stevige, horizontale ondergrond.
Als u op een helling of onverhard terrein moet parkeren, parkeer het voertuig dan zodanig dat dit niet kan wegrollen of omvallen.
Zorg ervoor dat hete onderdelen niet in contact kunnen komen met ontvlambare materialen.
Raak de motor, geluiddemper, remmen en andere hete onderdelen niet aan voordat ze zijn afgekoeld.
Om de kans op diefstal te verkleinen, moet u altijd het stuur vergrendelen (2 P. 79) en de Honda SMART Key meenemen als u uw voertuig achterlaat. Deactiveer het Honda SMART Key-systeem indien nodig. 2 P. 82 Het gebruik van een antidiefstalvoorziening wordt ook aanbevolen.
#
1.
Zet de motor uit.
2.
Haal de parkeerrem aan. 2 P. 93
3.
De zijstandaard gebruiken
Klap de zijstandaard omlaag. Laat het voertuig langzaam naar links leunen totdat het volle gewicht op de zijstandaard steunt.
De middenbok gebruiken
Ga voor het neerklappen van de middenbok aan de linkerkant van het voertuig staan. Houd de linkerstuurgreep en de linkerhandgreep vast. Duw met uw rechtervoet op het uiteinde van de middenbok en trek tegelijkertijd omhoog en naar achteren.
4.
Draai het stuur volledig naar links.
u Het draaien van het stuur naar rechts reduceert
de stabiliteit en kan tot gevolg hebben dat het voertuig omvalt.
15
Vervolg
Page 20
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Veiligheid van het voertuig
5.
Vergrendel het stuur. 2 P. 79 Loop vervolgens bij uw voertuig weg en neem de Honda SMART Key mee. Deactiveer het Honda SMART Key-systeem indien nodig. 2 P. 82
16
Richtlijnen voor tanken en brandstof
Volg deze richtlijnen om de motor, het brandstofsysteem en de katalysator te beschermen:
Gebruik uitsluitend loodvrije benzine.
Gebruik benzine met het aanbevolen octaangetal. Het gebruik van benzine met een lager octaangetal heeft een verminderde motorprestatie tot gevolg.
Gebruik geen brandstof met een hoog alcoholgehalte. 2 P. 208
Gebruik geen oude of verontreinigde benzine of een olie-benzinemengsel.
Laat geen vuil of water in de brandstoftank binnendringen.
Page 21
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Veiligheid van het voertuig
Honda Selectable Torque Control
Als de Honda Selectable Torque Control (Torque Control) wielspin van het achterwiel detecteert tijdens acceleratie, wordt het koppel naar het achterwiel verlaagd volgens het geselecteerde Torque Control­niveau.
Torque Control laat enige wielspin tijdens acceleratie toe bij lage instellingen van het Torque Control-niveau. Selecteer een niveau dat geschikt is voor uw vaardigheid en de rijomstandigheden.
Torque Control werkt niet tijdens het vertragen en voorkomt niet dat het achterwiel wegglijdt tijdens het remmen op de motor. Sluit de gashendel niet abrupt,
Torque Control biedt mogelijk geen compensatie voor een ruw wegdek of snelle bediening van de gashendel. Houd altijd rekening met de weg- en weersomstandigheden en uw vaardigheden en conditie als u de gashendel bedient. Als uw voertuig is vastgelopen in modder, sneeuw of zand, kunt u het mogelijk gemakkelijker losrijden door Torque Control tijdelijk uit te schakelen. Het tijdelijk uitschakelen van Torque Control kan ook helpen om de controle en het evenwicht te bewaren wanneer u op terrein rijdt.
Gebruik altijd de aanbevolen banden en kettingwielen om de juiste werking van Torque Control te waarborgen.
zeker niet wanneer u op gladde oppervlakken rijdt.
17
Page 22
Accessoires en aanpassingen
Veiligheid van het voertuig
3
WAARSCHUWING
Accessoires en aanpassingen
Wij raden u ten sterkste aan om geen accessoires te installeren die niet specifiek door Honda voor uw voertuig zijn ontworpen en geen modificaties aan het oorspronkelijke ontwerp van uw voertuig aan te brengen. Hierdoor kan uw voertuig onveilig worden. Het ombouwen van uw voertuig kan tevens uw garantie doen vervallen en het gebruik van uw voertuig op de openbare weg illegaal maken. Voordat u besluit om accessoires op uw voertuig te installeren, moet u nagaan of dit veilig en legaal is.
18
Ondeugdelijke accessoires of aanpassingen kunnen leiden tot een ongeval waarbij u ernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.
Volg alle aanwijzingen in dit instructieboekje betreffende accessoires en aanpassingen.
Trek geen aanhangwagen met uw voertuig en koppel geen zijspan aan uw voertuig. Uw voertuig is niet ontworpen voor dit toebehoren en het gebruik hiervan kan het stuurgedrag van uw voertuig nadelig beïnvloeden.
Page 23
Beladen
Veiligheid van het voertuig
3
WAARSCHUWING
Beladen
Het vervoeren van extra gewicht heeft invloed op het rijgedrag, het remgedrag en de stabiliteit van uw voertuig. Rijd altijd met een veilige snelheid die is afgestemd op de belading.
Vermijd overbeladen en houd u aan de voorgeschreven beladingslimieten.
Maximale gewichtscapaciteit/maximaal bagagegewicht 2 P. 210
Maak alle bagage stevig vast, verdeel het gewicht van de bagage gelijkmatig en plaats de bagage dicht bij het midden van het voertuig.
Plaats geen bagage dicht bij de lampen of de geluiddemper.
Overbelasting of verkeerd beladen kan een ongeval veroorzaken waarbij u ernstig of dodelijk letsel kunt oplopen.
Volg alle limieten en richtlijnen voor belading in deze handleiding.
19
Page 24
Bedieningshandleiding
Locatie van onderdelen
Voorremhendel (P157)
Zadel (P116)
Motorolievuldop/oliepeilstok (P146)
Gashendel (P156)
Bagagebox (P116)
Gereedschapsset (P118)
Documentzakje (P118)
Onderste kap voor (P141)
Remvloeistofreservoir van voorrem
(P150)
USB-aansluiting
(P115)
Parkeerrem (P93)
Afsteller van de veervoorspanning van de voorvering
(P158)
Versteller voor uitgaande demping van voorvering
(P159)
Koelvloeistofexpansiereservoir (P148)
Kuipvak (P120)
20
Page 25
Bedieningshandleiding
Zekeringkast A/B (P188)
Aandrijfketting (P154)
Zijstandaard (P153)
Remvloeistofreservoir van achterrem (P150)
Achterremhendel (P157)
Afsteller van de veervoorspanning van achtervering
(P160)
Middenbok (P15)
Accu (P139)
Hoofdzekeringen (P190)
Afsteller van de veervoorspanning van de voorvering (P158)
Datalinkstekker
Windscherm
(P161)
Brandstofvuldop (P113)
Afdekkap links (P143)
21
Page 26
Bedieningshandleiding
Instrumenten
Bedien de displayfuncties niet gedurende lange tijd met stilstaande motor. Dit kan een bijna lege (of lege) accu tot gevolg hebben.
U kunt de eenheid van de snelheid en afgelegde afstand en van de brandstofverbruiksmeter wijzigen.
(P45) (P60)
22
Page 27
Bedieningshandleiding
INFO-gedeelte (P30)/ Pop-upinformatie
(P69)/
Multifunctiedisplay
(P112)
Statusbalk (P27)
RIDING MODE (P94)
RIDING MODE PARAMETER
(P94)/ Honda Smartphone-
spraakbedieningssysteem
(P90)
Indicatorgedeelte (P29)
Versnellingsstandindicator (P28)
Snelheidsmeter/toerenteller/brandstofmeter/indicator zijstandaard (P2 5)
Vervolg
23
Page 28
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Sel-schakelaar
Functieschakelaar
(Vervolg)
Basishandelingen
U kunt de verschillende functies van het display bedienen en instellen met de schakelaars links op het stuur.
Raadpleeg bij het omschakelen of instellen van het display de schakelaarbedieningsrichtlijn die wordt weergegeven.
Symbool van schakelaarbedieningsrichtlijn:
of : Druk op van de sel-schakelaar
of : Druk op van de sel-schakelaar
: Druk de sel-schakelaar naar
: Druk de sel-schakelaar naar
of : Houd van de sel-schakelaar ingedrukt
of : Houd van de sel-schakelaar ingedrukt
: Houd de sel-schakelaar naar gedrukt
: Houd de sel-schakelaar naar gedrukt
24
Page 29
Bedieningshandleiding
Snelheidsmeter/toerenteller/brandstofmeter/indicator zijstandaard
Displayweergave: LOOP
Indicator zijstandaard
Gaat branden wanneer de zijstandaard omlaag geklapt is.
Rode zone toerenteller (te hoog motortoerentalbereik)
Snelheidsmeter
LET OP
Laat de motor niet draaien met de toerenteller in de rode zone. Een te hoog motortoerental kan de levensduur van de motor nadelig beïnvloeden.
Toerenteller
Brandstofniveaumeter
Resterende brandstof wanneer alleen het 1e (E) segment begint te knipperen: ongeveer 2,5 liter
Tegelijkertijd gaat de indicator voor reservebrandstof branden.
u
Als de indicator van de brandstofniveaumeter knippert of uitgaat:
(P174)
LET OP
U moet tanken wanneer de waarde segment E (1e) nadert. Als de brandstof opraakt, kan de motor overslaan en de katalysator beschadigd raken.
Vervolg
25
Page 30
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Indicator zijstandaard
Snelheidsmeter Brandstofniveaumeter
Displayweergave: DESIGN Displayweergave: ANALOG Displayweergave: DIGITAL
Snelheidsmeter
BrandstofniveaumeterSnelheidsmeterBrandstofniveaumeter
Toerenteller Toerenteller Toerenteller
Indicator zijstandaard Indicator zijstandaard
(Vervolg)
Het gedeelte met de snelheidsmeter/toerenteller/brandstofmeter/indicator zijstandaard heeft vier displayweergaven. De weergave en indeling van de snelheidsmeter, toerenteller, brandstofmeter en indicator zijstandaard zijn afhankelijk van de displayweergave.
De displayweergave wijzigen: (P45) (P54)
26
Page 31
Bedieningshandleiding
Statusbalk
Luchttemperatuurmeter
Toont de omgevingstemperatuur.
Weergavebereik: -12 ºC tot 49 ºC
Lager dan -12 ºC: "---" wordt weergegeven
Hoger dan 49 ºC: 49 °C knippert
Klok (12-uur of 24-uur weergave) Klok instellen:
(P45) (P59)
De hitte die wordt afgegeven door het wegdek en de uitlaatgassen van overig verkeer kunnen de temperatuurmeting beïnvloeden wanneer uw voertuig langzamer rijdt dan 30 km/h. Het kan enkele minuten duren voordat het display is bijgewerkt nadat de temperatuurwaarde is gestabiliseerd.
Statuspictogram
Geeft de status van het Honda Smartphone­spraakbedieningssysteem weer.
(P90)
Vervolg
27
Page 32
Instrumenten
Bedieningshandleiding
(Vervolg)
Versnellingsstandindicator
De schakelstand wordt weergegeven door de versnellingsstandindicator. De indicator kan knipperen als:
u
Het voorwiel van de grond komt.
u
U aan het wiel draait terwijl het voertuig rechtop staat op de middenbok.
Dit is normaal. Schakel het elektrische systeem uit en weer in om het systeem opnieuw in te schakelen.
Als de "–" indicator knippert in het versnellingsstandvenster tijdens het rijden:
28
(P173)
Page 33
Bedieningshandleiding
Indicator hoge koelvloeistoftemperatuur
Als het controlelampje gaat branden tijdens het rijden:
(P167)
Indicator DRL (P111)
Indicator grootlicht
Indicatoren
Indicator lage oliedruk
Gaat branden wanneer het elektrische systeem wordt ingeschakeld.
Gaat uit na het starten van de motor.
Als het controlelampje gaat branden terwijl de motor draait:
(P168)
Parkeerremindicator
Gaat branden om u erop te wijzen dat u de parkeerremhendel niet hebt vrijgezet.
Indicator laag brandstofniveau
Gaat branden als er alleen nog reservebrandstof in de tank aanwezig is.
(P25)
Vervolg
29
Page 34
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Huidig paginanummer
INFO pagina 1
INFO pagina 2
INFO pagina 3
INFO pagina 4
Druk de sel-schakelaar naar
Druk de sel-schakelaar naar
(Vervolg)
INFO-gebied
In het INFO-gebied wordt diverse voertuiginformatie weergegeven.
Het INFO-gebied bestaat uit vier pagina's en op elke pagina worden vier informatie-items weergegeven.
Het informatie-item dat wordt weergegeven in het INFO-gebied kan willekeurig worden gewijzigd.
De informatie wijzigen:
(P45) (P57)
Bladeren naar andere pagina van het INFO-gebied
Om de pagina van het INFO-gedeelte te wijzigen, drukt u de sel-schakelaar naar of .
30
Page 35
Bedieningshandleiding
De volgende soorten informatie-items kunnen in het INFO-gebied worden weergegeven:
TOTAL (P32) TRIP A (P32) TRIP A CONS. (P33) TRIP A AVG. CONS. (P33) TRIP B (P34) TRIP B CONS. (P34) TRIP B AVG. CONS. (P35) INST. CONS. (P35) AVG. CONS. (P36) AVG. SPEED (P36) ELAPSED (P37) REV (P37) GRIP ANGLE (P37)
VOLTAGE (P38) DATE (P38) Gebruikersletter (P38) Logo (P38) SHIFT POINT (P39) FUEL CONS. (P39) AVG. CONS. (P40) AVG. SPEED (P40) ELAPSED (P41) WATER TEMP. (P42) RES TRIP (P42) RES FUEL CONS. (P43) Leeg (P43)
Vervolg
31
Page 36
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Kilometerteller [TOTAL]
#
Totale afgelegde afstand.
(Vervolg)
Ritteller A [TRIP A]
#
Afstand gereden na het terugstellen van ritteller A.
Als "------" wordt weergegeven, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
32
Als "----.-" wordt weergegeven, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
Ritteller A terugstellen:
(P44)
Page 37
Bedieningshandleiding
Brandstofverbruik van ritteller A [TRIP A
#
CONS.]
Toont het brandstofverbruik sinds het terugstellen van ritteller A. Weergavebereik: 0.0 tot 299.9 L (GAL)
Als "---.-" wordt weergegeven, ga dan naar uw dealer voor onderhoud. Het brandstofverbruik van ritteller A wordt teruggesteld wanneer u ritteller A terugstelt.
Ritteller A terugstellen:
(P44)
Gemiddeld brandstofverbruik ritteller A
#
[TRIP A AVG. CONS.]
Toont het gemiddelde brandstofverbruik sinds het terugstellen van ritteller A. Het gemiddelde brandstofverbruik wordt berekend op basis van de waarde weergegeven op ritteller A. Weergavebereik: 0.0 tot 299.9 L/100 km (km/L, mile/GAL of mile/L)
Als het gemiddelde brandstofverbruik wordt teruggesteld: "---.-" wordt weergegeven.
Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud. Het gemiddelde brandstofverbruik van ritteller A wordt teruggesteld wanneer u ritteller A terugstelt.
Ritteller A terugstellen:
(P44)
Vervolg
33
Page 38
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Ritteller B [TRIP B]
#
Afstand gereden na het terugstellen van ritteller B.
Als "----.-" wordt weergegeven, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
Ritteller B terugstellen:
34
(Vervolg)
(P44)
Brandstofverbruik van ritteller B [TRIP B
#
CONS.]
Toont het brandstofverbruik sinds het terugstellen van ritteller B. Weergavebereik: 0,0 tot 299,9 liter
Als "---.-" wordt weergegeven, ga dan naar uw dealer voor onderhoud. Het brandstofverbruik van ritteller B wordt teruggesteld wanneer u ritteller B terugstelt.
Ritteller B terugstellen:
(P44)
Page 39
Bedieningshandleiding
Gemiddeld brandstofverbruik ritteller B
#
[TRIP B AVG. CONS.]
Toont het gemiddelde brandstofverbruik sinds het terugstellen van ritteller B. Het gemiddelde brandstofverbruik wordt berekend op basis van de waarde weergegeven op ritteller B. Weergavebereik: 0,0 tot 299,9 L/100 km (km/L, mijl/gal of mijl/L)
Als het gemiddelde brandstofverbruik wordt teruggesteld: "---.-" wordt weergegeven.
Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud. Het gemiddelde brandstofverbruik van ritteller B wordt teruggesteld wanneer u ritteller B terugstelt.
Ritteller B terugstellen:
(P44)
Huidig brandstofverbruik [INST. CONS.]
#
Toont het huidige brandstofverbruik. Weergavebereik: 0,0 tot 299,9 L/100 km (km/L, mijl/gal of mijl/L)
Wanneer uw snelheid lager is dan 7 km/h: "---.-" wordt weergegeven.
Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
Vervolg
35
Page 40
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Gemiddeld brandstofverbruik [AVG. CONS.]
#
Toont het gemiddelde brandstofverbruik sinds het terugzetten van het gemiddelde brandstofverbruik. Weergavebereik: 0.0 tot 299.9 L/100 km (km/L, mile/GAL of mile/L)
Als het gemiddelde brandstofverbruik wordt teruggesteld: "---.-" wordt weergegeven.
Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
Het gemiddelde brandstofverbruik terugstellen
36
(Vervolg)
(P44)
Gemiddelde snelheid [AVG. SPEED]
#
Toont de gemiddelde snelheid sinds het terugstellen van de gemiddelde snelheid. Weergavebereik: 0 tot 299 km/h (0 tot 186 mph)
Beginweergave: "---" wordt weergegeven.
Als u minder dan 0,2 km met uw voertuig hebt
gereden sinds het starten van de motor: "---" wordt weergegeven.
Als de gebruikstijd van uw voertuig minder dan 16 seconden is sinds het starten van de motor: "---" wordt weergegeven.
Als "----" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud. De gemiddelde snelheid terugstellen:
(P44)
Page 41
Bedieningshandleiding
Verstreken tijd [ELAPSED]
#
Toont de bedrijfstijd van de motor sinds het terugstellen van de verstreken tijd. Weergavebereik: 00:00 tot 99:59 (uren:minuten)
Bij meer dan 99:59 keert de weergave terug naar 00:00
Numerieke toerenteller [REV]
#
Toont het aantal omwentelingen van de motor per minuut. Weergavebereik: 0 tot 99,990 omw/min
Als "--:--" wordt weergegeven, ga dan naar uw dealer voor onderhoud. De verstreken tijd terugstellen:
(P44)
Hoek gashendel [GRIP ANGLE]
#
Toont de hoek van de gashendel tijdens het gebruik. Weergavebereik: 0 tot 90 graden
Als "--" wordt weergegeven, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
Vervolg
37
Page 42
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Accuspanning [VOLTAGE]
#
Geeft de huidige spanning weer.
(Vervolg)
Gebruikersletter [USER LETTER]
#
Toont de tekens die de gebruiker heeft gekozen.
Datum [DATE]
#
Toont de datum van vandaag.
De datum instellen:
38
(P45) (P59)
USER LETTER instellen:
Logo
#
Geeft het X-ADV logo weer.
(P45) (P58)
Page 43
Bedieningshandleiding
Instelwaarde SHIFT POINT [SHIFT POINT]
#
Toont de ingestelde SHIFT POINT-waarde. Weergavebereik: 4000 tot 7000 omw/min
SHIFT POINT instellen:
(P45) (P51)
Brandstofverbruik in deze periode [FUEL
#
CONS. ]
Toont het brandstofverbruik sinds het inschakelen van het elektrische systeem. Weergavebereik: 0.0 tot 50.0 L (GAL)
Beginweergave: "--.-" wordt weergegeven. Wanneer u het elektrische systeem uitschakelt, wordt het brandstofverbruik teruggesteld.
Als "--.-" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
Vervolg
39
Page 44
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Gemiddeld brandstofverbruik in deze
#
periode [AVG. CONS. ]
Toont het gemiddelde brandstofverbruik sinds het inschakelen van het elektrische systeem. Weergavebereik: 0.0 tot 299.9 L/100km (km/L, mile/GAL of mile/L).
Beginweergave: "---.-" wordt weergegeven. Wanneer u het elektrische systeem uitschakelt, wordt het gemiddelde brandstofverbruik teruggesteld.
Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
40
(Vervolg)
Gemiddelde snelheid in deze periode [AVG.
#
SPEED ]
Toont de gemiddelde snelheid sinds het inschakelen van het elektrische systeem. Weergavebereik: 0 tot 299 km/h (0 tot 186 mph)
Beginweergave: "---" wordt weergegeven.
Als u minder dan 0,2 km met uw voertuig hebt
gereden sinds het starten van de motor: "---" wordt weergegeven.
Als de gebruikstijd van uw voertuig minder dan 16 seconden is sinds het starten van de motor: "---" wordt weergegeven.
Wanneer u het elektrische systeem uitschakelt, wordt de gemiddelde snelheid teruggesteld.
Als "----" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
Page 45
Bedieningshandleiding
Verstreken tijd in deze periode [ELAPSED
#
]
Toont de bedrijfstijd van de motor sinds het inschakelen van het elektrische systeem. Weergavebereik: 00:00 tot 99:59 (uren:minuten)
Bij meer dan 99:59 keert de weergave terug naar 00:00.
Beginweergave: "--:--" wordt weergegeven.
Wanneer u het elektrische systeem uitschakelt, wordt de verstreken tijd teruggesteld.
Als "--:--" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
Vervolg
41
Page 46
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Koelvloeistoftemperatuurmeter [WATER
#
TEMP.]
Toont de koelvloeistoftemperatuur. Weergavebereik: 35 ºC tot 132 ºC
34 ºC of lager: "---" wordt weergegeven.
Tussen 122 ºC en 131 ºC:
- De indicator voor hoge koelvloeistoftemperatuur gaat branden.
- Cijfers koelvloeistoftemperatuur knipperen.
Hoger dan 132 ºC:
- De indicator voor hoge koelvloeistoftemperatuur gaat branden.
- "132 ºC" knippert.
Als "----" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
42
(Vervolg)
Reserve-ritteller [RES TRIP]
#
Gereden afstand sinds de indicator voor reservebrandstof is gaan branden. Weergavebereik: 0.0 tot 9999.9 km (mile)
Bij meer dan 9999,9 keert de weergave terug naar 0,0.
Wanneer de indicator voor reservebrandstof uit is: "----.-" wordt weergegeven.
Als "----.-" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
Page 47
Bedieningshandleiding
Reservebrandstofverbruik [RES FUEL CONS.]
#
Toont het brandstofverbruik sinds de indicator voor reservebrandstof is gaan branden. Weergavebereik: 0.0 tot 299.9 L (GAL)
Wanneer de indicator voor reservebrandstof uit is: "---.-" wordt weergegeven.
Als "---.-" wordt weergegeven in andere dan de bovenvermelde gevallen, ga dan naar uw dealer voor onderhoud.
Leeg display
#
Toont een leeg scherm.
Vervolg
43
Page 48
Instrumenten
Bedieningshandleiding
De informatie terugstellen
#
(Vervolg)
Selecteer de pagina van het INFO-gebied met het item dat u wilt terugstellen met of van de sel-schakelaar.
(P30)
Houd de functieschakelaar ingedrukt tot de achtergrondkleur van het informatie-item verandert.
u
Als er geen terugstelbaar informatie-item op de pagina is, reageert de schakelaar niet.
u
Als er meerdere terugstelbare informatie-items op dezelfde pagina staan, gebruikt u of van de sel-schakelaar om het item te selecteren.
Houd van de sel-schakelaar ingedrukt totdat het informatie-item is teruggesteld. Om de terugstelmodus af te sluiten, houdt u de functieschakelaar ingedrukt.
44
Ritteller A, brandstofverbruik ritteller A en gemiddeld brandstofverbruik ritteller A worden automatisch teruggesteld wanneer alleen nog reservebrandstof in de brandstoftank aanwezig is (indicator reservebrandstof brandt) en de indicator reservebrandstof gaat uit na het tanken. U kunt de automatische terugstelmodus in- of uitschakelen.
(P45) (P52)
Page 49
Bedieningshandleiding
Instelmodus
Normale weergave Instelmodus
Naar de instelmodus gaan
Houd de sel-schakelaar naar gedrukt. Selecteer het gewenste instelmenu met van de sel-schakelaar op de linker stuurgreep.
u
Wanneer u naar de instelmodus gaat, worden de klok, de indicatoren en de snelheid boven in het scherm weergegeven.
Terugkeren naar de normale weergave
Houd de functieschakelaar ingedrukt.
Houd de sel-schakelaar naar gedrukt om terug te gaan naar het bovenste niveau.
De toets wordt gedurende 30 seconden niet ingedrukt.
Schakel het elektrische systeem uit en weer in.
Vervolg
45
Page 50
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Volgorde van instellingen
Drukken Ingedrukt houden
(P50)
(P51)
FUNCTION
DISPLAY
Normale weergave
RIDING MODE
SELF-CANCELLING TURN
SIGNALS
SHIFT POINT
TRIP A AUTO RESET
(P52)
(P52)
(P53)
Instelmodus
ECON MODE
(Vervolg)
46
Page 51
Bedieningshandleiding
Drukken Ingedrukt houden
(P54)
(P55)
BRIGHTNESS
DISPLAY
GENERAL
DISPLAY TYPE
BACKGROUND
FAVORITE INFORMATION
USER LETTER
(P56)
(P57)
(P58)
FUNCTION
Vervolg
47
Page 52
Instrumenten
Bedieningshandleiding
(P59)
(P60)
UNIT
GENERAL
SERVICE
DATE & TIME
LANGUAGE
RESTORE DEFAULT
(P61)
(P62)
(P63)
DISPLAY
Ingedrukt houden
Drukken
BLUETOOTH PAIRING RESET
(Vervolg)
48
Page 53
Bedieningshandleiding
Drukken
Ingedrukt houden
GENERAL
SERVICE
MAINTENANCE
DTC
EQUIPMENT
(P67)
(P67)
(P64)
REGULATORY
(P68)
Vervolg
49
Page 54
Instrumenten
Bedieningshandleiding
RIDING MODE (P94)
#
(Vervolg)
U kunt de instelling van de USER MODE wijzigen.
a Selecteer de parameter ("P", "EB" "D", "T" of "ABS")
!
met of van de sel-schakelaar.
b Selecteer de gewenste instelwaarde met of
!
van de schakelaar.
c Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, houdt u de sel-schakelaar naar gedrukt om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
50
Terugkeren naar de oorspronkelijke instellingen:
a Houd de sel-schakelaar naar gedrukt.
!
b Stel de instelling terug volgens de
!
schakelaarbedieningsrichtlijn. (P24)
Page 55
Bedieningshandleiding
SHIFT POINT
#
ON/OFF : U kunt de opschakelmodus in- of
uitschakelen.
SHIFT POINT : U kunt het motortoerental
wijzigen waarbij de toerenteller begint te knipperen in de opschakelmodus.
Opschakelmodus:
(P71)
a Selecteer "ON/OFF" of "SHIFT POINT" met of
!
van de sel-schakelaar.
b Selecteer de gewenste instelling volgens de
!
schakelaarbedieningsrichtlijn. (P24)
c Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, houdt u de sel-schakelaar naar gedrukt om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
Vervolg
51
Page 56
Instrumenten
Bedieningshandleiding
SELF-CANCELLING TURN SIGNALS
#
(Vervolg)
U kunt automatisch annuleren van de richtingaanwijzer in- of uitschakelen.
(P76)
TRIP A AUTO RESET
#
U kunt de automatische terugstelmodus van ritteller A in- of uitschakelen.
(P44)
a Selecteer "ON" of "OFF" met of van de
!
sel-schakelaar.
b Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, drukt u de sel-schakelaar naar om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
52
a Selecteer "ON" of "OFF" met of van de
!
sel-schakelaar.
b Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, drukt u de sel-schakelaar naar om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
Page 57
Bedieningshandleiding
ECON MODE
#
U kunt de ECON-modus in- of uitschakelen.
a Selecteer "ON" of "OFF" met of van de
!
sel-schakelaar.
b Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, drukt u de sel-schakelaar naar om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
(P71)
Vervolg
53
Page 58
Instrumenten
Bedieningshandleiding
DISPLAY TYPE
#
(Vervolg)
U kunt de displayweergave van de snelheidsmeter/ toerenteller/brandstofmeter/indicator zijstandaard
54
wijzigen.
!
!
(P25)
a Selecteer de displayweergave ("LOOP", "DESIGN",
"ANALOG" of "DIGITAL") met of van de sel-schakelaar.
b Ga terug naar de normale weergave om de
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, houdt u de sel-schakelaar naar gedrukt om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
Page 59
Bedieningshandleiding
BRIGHTNESS
#
U kunt de helderheid van de schermverlichting aanpassen tot één van de acht niveaus of de automatische aanpassing selecteren. Automatische helderheidsregeling:
(P199)
Het display kan donker worden wanneer het erg heet is. Raadpleeg uw dealer als de oorspronkelijke helderheid niet terugkeert.
a Selecteer de helderheid van de achtergrondverlichting
!
met of van de sel-schakelaar.
b Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, drukt u de sel-schakelaar naar om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
Vervolg
55
Page 60
Instrumenten
Bedieningshandleiding
BACKGROUND
#
(Vervolg)
U kunt de instelling van de achtergrond instellen op een van de drie kleuren of de automatische aanpassing selecteren. Automatische achtergrondinstelling:
a Selecteer de achtergrondkleur met of van
!
de sel-schakelaar.
b Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, drukt u de sel-schakelaar naar om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
56
(P199)
Page 61
Bedieningshandleiding
FAVORITE INFORMATION
#
U kunt het aantal informatie-items wijzigen dat in het INFO-gebied wordt weergegeven.
a Selecteer de pagina van het INFO-gedeelte
!
("INFO1", "INFO2", "INFO3" of "INFO4") met of
van de sel-schakelaar.
b Selecteer de gewenste instelling volgens de
!
schakelaarbedieningsrichtlijn. (P24)
u Als u een item selecteert dat al in een ander
gebied is geselecteerd, wordt het eerder geselecteerde item automatisch 'BLANK'.
c Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, houdt u de sel-schakelaar naar gedrukt om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
(P30)
Vervolg
57
Page 62
Instrumenten
Bedieningshandleiding
USER LETTER
#
U kunt USER LETTER bewerken met maximaal 10 tekens.
a Bewerk de USER LETTER.
!
u Stel het teken in met van de
sel-schakelaar.
u Stel het teken in met de functieschakelaar .
b Selecteer "OK" en druk vervolgens op de
!
functieschakelaar .
58
(Vervolg)
Page 63
Bedieningshandleiding
DATE & TIME
#
a Selecteer "24h of 12h", "YEAR", "MONTH - DAY",
!
"HOUR - MINUTE" of "am / pm" met of van de sel-schakelaar.
b Selecteer de gewenste instelling volgens de
!
schakelaarbedieningsrichtlijn. (P24)
u Wanneer "24 / 12" is ingesteld op
24-uursnotatie, kan "am / pm" niet worden gebruikt.
c Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, houdt u de sel-schakelaar naar gedrukt om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
Vervolg
59
Page 64
Instrumenten
Bedieningshandleiding
UNIT
#
(Vervolg)
U kunt de eenheid van de snelheid en afgelegde afstand en van de brandstofverbruiksmeter wijzigen.
a Selecteer "SPEED" of "FUEL CONS." met of
!
van de sel-schakelaar.
u "TEMP" wordt weergegeven, maar kan niet
60
worden gebruikt.
b Selecteer de gewenste instelling volgens de
!
schakelaarbedieningsrichtlijn. (P24)
c Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, houdt u de sel-schakelaar naar gedrukt om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
Al s u "L/1 00km" o f "k m/L" wi lt sele cte ren als eenh eid voor brandstofverbruik, moet u vooraf "km/h" hebben geselecteerd in het menu "SPEED". Als u "mph" hebt geselecteerd voor snelheid, kunt u "mile/gal" of "mile/L" selecteren.
Page 65
Bedieningshandleiding
LANGUAGE
#
Verandert de systeemtaal.
a Selecteer de taal met of van de
!
sel-schakelaar.
b Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, drukt u de sel-schakelaar naar om terug te gaan naar het bovenste niveau.
u De ingestelde waarde blijft behouden.
Vervolg
61
Page 66
Instrumenten
Bedieningshandleiding
RESTORE DEFAULT
#
De ingestelde waarden kunnen worden teruggezet naar de standaardinstellingen.
Stel de instellingen terug volgens de schakelaarbedieningsrichtlijn.
62
(Vervolg)
(P24)
De volgende items worden teruggezet naar de standaardwaarden:
DISPLAY TYPE
SHIFT POINT
ECON MODE
BRIGHTNESS
BACKGROUND
USER LETTER
FAVORITE INFORMATION
u De pagina van het momenteel geselecteerde
INFO-gebied wordt ook geïnitialiseerd.
DATE & TIME
u 12/24-uurs instellingen worden niet
geïnitialiseerd.
UNIT
RIDING MODE
u De momenteel geselecteerde rijmodus wordt
ook geïnitialiseerd.
SELF-CANCELLING TURN SIGNALS
LANGUAGE
TRIP A AUTO RESET
Page 67
Bedieningshandleiding
BLUETOOTH PAIRING RESET
#
U kunt de koppelingsinformatie van Bluetooth terugstellen.
Verbinding maken met het apparaat
(P92)
Stel de instellingen terug volgens de schakelaarbedieningsrichtlijn.
u
Als de koppelingsinformatie op uw smartphone blijft staan, zelfs als de koppelingsinformatie uit het voertuig is verwijderd, kan de smartphone opnieuw met het voertuig worden verbonden.
(P24)
®
63
Vervolg
Page 68
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Volgende periodieke inspectie
Volgende verversing motorolie
MAINTENANCE
#
U kunt het tijdstip van de volgende periodieke inspectie en de volgende verversing van de motorolie controleren. U kunt de instelling van de volgende periodieke inspectie en de volgende verversing van de motorolie wijzigen.
64
(Vervolg)
Weergavebereik:
DISTANCE:
-----, 12,000 tot -99,999 km (8,000 tot
-99,999 mile)
u
Meer dan 0 km: "-" wordt weergegeven.
u Als u de eenheid SPEED wijzigt van "mile"
naar "km", wordt ook een bereik van meer dan
12.000 km weergegeven, afhankelijk van de afstand.
DATE: Maand: ---, JAN tot DEC Jaar: ----, 2020 tot 2119
Page 69
Bedieningshandleiding
Pop-upinformatie onderhoud
Als een van de volgende gevallen zich voordoet, verschijnt de pop-upinformatie in de normale weergave.
(P69)
"500 km" ("300 mile") tot de volgende periodieke inspectie.
"100 km" ("60 mile") tot de volgende motorolieverversing.
Eén maand voor de ingestelde maand.
Vervolg
65
Page 70
Instrumenten
Bedieningshandleiding
(Vervolg)
Volgende inspectie instellen
a Selecteer " " (periodieke inspectie) of " "
!
(motorolie verversen) met of van de sel-schakelaar.
66
b Selecteer de gewenste instelling volgens de
!
schakelaarbedieningsrichtlijn.
u Als u of van de sel-schakelaar
ingedrukt houdt tijdens het instellen van "DISTANCE", wordt de afstand in stappen van 1000 gewijzigd.
u Beschikbaar instelbereik voor DISTANCE:
-----, 100 tot 12.000 km
c Ga terug naar de normale weergave om de
!
instelling te voltooien. (P45) Om verder te gaan met instellen, houdt u de sel-schakelaar naar gedrukt om terug te gaan naar het bovenste niveau.
Page 71
Bedieningshandleiding
DTC-index
EQUIPMENT
#
"EQUIPMENT" wordt weergegeven, maar kan niet worden geselecteerd.
DTC
#
Toont een huidig probleem met het voertuig. Als er een probleem is met uw voertuig, wordt de DTC-index weergegeven. Verminder snelheid en laat uw voertuig zo snel mogelijk door uw dealer inspecteren.
Vervolg
67
Page 72
Instrumenten
Bedieningshandleiding
REGULATORY
#
Geeft het scherm voor de verificatie van de radiogolf weer.
68
(Vervolg)
Page 73
Bedieningshandleiding
Pop-up information
In de volgende gevallen wordt pop-upinformatie weergegeven in het INFO-gedeelte.
Onderhoudsinformatie: Als uw voertuig op korte termijn geïnspecteerd moet worden.
Nuttige informatie: Als er nuttige informatie over uw voertuig is.
Als er verschillende informatie over uw voertuig is, verschijnen de pop-upinformatiedisplays afwisselend.
Onderhoudsinformatie
#
Indicatie Verklaring Oplossing
Als de periodieke inspectie van uw voertuig nadert.
Als de olie van uw voertuig binnenkort ververst moet worden.
Laat uw voertuig door uw dealer inspecteren.
Ververs de motorolie.
Vervolg
69
Page 74
Instrumenten
Bedieningshandleiding
Nuttige informatie
#
(Vervolg)
Indicatie Verklaring Oplossing
Verschijnt als de communicatie tussen uw voertuig en de Honda SMART Key wordt onderbroken nadat het elektrische systeem is
U kunt de pop-upinformatie verbergen door op van de sel-schakelaar of de functieschakelaar te drukken terwijl de pop-upinformatie wordt weergegeven.
70
ingeschakeld. Verschijnt wanneer de
batterij van de Honda SMART Key bijna leeg is.
Raadpleeg "Als het Honda SMART Key-systeem niet goed werkt."
Raadpleeg "De batterij in de Honda SMART Key vervangen."
(P175)
(P163)
Page 75
Bedieningshandleiding
Kleurinformatie van toerenteller
ECON-modus
#
Wanneer de ECON-modus is ingeschakeld, verandert de kleur van de toerenteller afhankelijk van het brandstofverbruik.
De ECON-modus instellen
Wanneer het brandstofverbruik beter wordt, verandert de kleur van de toerenteller in groen.
u De kleur van de ECON-modus wordt niet
weergegeven bij snelheden lager dan 20 km/h.
u Wanneer rijmodus in de stand GRAVEL of SPORTS
staat, wordt de kleur van de ECON-modus niet weergegeven, zelfs niet als de ECON-modus is ingeschakeld.
(P45) (P53)
Shift Up Mode
#
Wanneer de opschakelmodus is ingeschakeld, verandert de kleur van de toerenteller afhankelijk van de schakelpuntinstelling.
De opschakelmodus instellen
De toerenteller knippert geel wanneer het motortoerental de ingestelde waarde van het SHIFT POINT overschrijdt.
(P45) (P51)
71
Page 76
Bedieningshandleiding
Indicatoren
PGM-FI-storingsindicator (elektronisch
geregelde brandstofinspuiting) (MIL)
Gaat kort branden wanneer het elektrische systeem wordt ingeschakeld.
Als het controlelampje gaat branden terwijl de motor draait:
(P169)
Als één van deze indicatoren niet gaat branden terwijl dat zou moeten, laat dan uw dealer controleren op problemen.
Richtingaanwijzer links Richtingaanwijzer rechts
Indicator neutraalstand
Gaat branden als de transmissie in de neutraalstand staat.
ABS-indicator (antiblokkeersysteem)
Gaat branden wanneer het elektrische systeem wordt ingeschakeld. Gaat uit bij een snelheid van ongeveer 10 km/h.
Als het controlelampje gaat branden tijdens het rijden:
(P170)
Zie "Instrumenten" voor de indicatoren die op het display verschijnen: (P29)
72
Page 77
Bedieningshandleiding
indicator Honda SMART Key
Gaat kort branden wanneer het elektrische systeem wordt ingeschakeld.
Als de indicator van de Honda SMART Key knippert:
(P172)
Indicator stuurslot
Gaat kort branden terwijl het stuurslot wordt ingeschakeld.
Stuurslot:
(P79)
Torque Control-indicator
Gaat branden wanneer het elektrische systeem wordt ingeschakeld. Gaat uit wanneer u een snelheid van ongeveer 5 km/h bereikt om aan te geven dat Torque Control klaar is voor gebruik.
Knippert als Torque Control in werking is.
Als het controlelampje gaat branden tijdens het rijden:
(P171)
Indicator Torque Control OFF
Gaat branden als Torque Control wordt uitgeschakeld.
73
Page 78
Bedieningshandleiding
Schakelaars
AAN/UIT-knop
Deze knop wordt gebruikt voor het activeren of deactiveren van het Honda SMART Key-systeem en om de activeringsstatus te bevestigen.
(P81)
Responsknop
Deze knop wordt gebruikt voor het bedienen van het responssysteem.
Responssysteem:
(P87)
Schakelaar op stuurgreep links
(P76)
Schakelaar op stuurgreep rechts
(P78)
74
Page 79
Bedieningshandleiding
Contactschakelaar
Schakelt het elektrische systeem in/uit, vergrendelt het stuur.
u
Zorg dat de Honda SMART Key is geactiveerd
(P82)
en dat u binnen het werkbereik bent.
(P83)
Druk op de contactschakelaar (On).
Draai de contactschakelaarknop / (Off/Lock) linksom.
Schakelt het elektrische systeem in voor het starten/rijden.
Schakelt de motor uit.
Vergrendelt het stuur.
(P79)
Contactschakelaar (On)
Contactschakelaarknop / (Off/Lock)
Draai de contactschakelaarknop / (Off/Lock) linksom en houd deze vast.
(Lock)
(Off)
(On)
Vervolg
75
Page 80
Schakelaars
Bedieningshandleiding
Schakelaar dimlicht/passeerlicht
: Grootlicht
: DRL automatisch of uit (dimlicht) (P111)
: Knipperen met grootlicht.
De richtingaanwijzer stopt automatisch wanneer u de bocht hebt genomen. (U kunt de richtingaanwijzers handmatig uitschakelen door de schakelaar in te drukken.) Bij veranderen van rijstrook wordt de richtingaanwijzer automatisch uitgeschakeld na ongeveer 7 seconden of nadat u 150 m hebt gereden. In sommige gevallen kan het korter of langer duren voordat de richtingaanwijzer wordt uitgeschakeld. Gebruik altijd de aanbevolen banden om de juiste werking van de automatische uitschakeling te waarborgen.
Automatisch annuleren van de richtingaanwijzer inschakelen of uitschakelen:
(P52)
Richtingaanwijzerschakelaar
#
Schakelaars op handgreep links
Opschakelknop (+)
Versnelling opschakelen.
(P108)
Claxonknop
Terugschakelknop (-)
Om de versnelling terug te schakelen.
(P108)
76
(Vervolg)
Page 81
Bedieningshandleiding
Alarmknipperlichtschakelaar
Kan op uit of aan worden gezet als het elektrische systeem is ingeschakeld. Kan worden uitgeschakeld ongeacht of het elektrische systeem is in- of uitgeschakeld.
u
De signalen blijven knipperen als het elektrische systeem is uitgeschakeld nadat de alarmknipperlichtschakelaar is ingeschakeld.
schakelaar
Wordt gebruikt om de rijmodus te wijzigen.
(P94)
MODE
Functieschakelaar
Wordt gebruikt voor het bedienen en instellen van het display.
(P24)
Wordt ook gebruikt om DRL in te stellen.
(P111)
Sel-schakelaar
Wordt gebruikt voor het bedienen en instellen van het display.
(P24)
Wordt ook gebruikt voor het instellen van DRL
(P111),
rijmodus
(P94) en voor het bedienen van het Honda
Smartphone-spraakbedieningssysteem
(P90).
Vervolg
77
Page 82
Schakelaars
Bedieningshandleiding
Motorstopschakelaar/ Starttoets
Moet normaal in de stand (Run) blijven staan.
u Schakel in geval van nood over naar de stand
(Stop) om de motor te stoppen.
N-D-schakelaar
Om te schakelen tussen neutraalstand en AT-MODUS.
(P107)
A/M-schakelaar
Om te schakelen tussen de AT-MODUS en MT-MODUS.
(P107)
#
Schakelaars op stuurgreep rechts
78
(Vervolg)
Page 83
Bedieningshandleiding
!b
Contactschake­laarknop / (Off/Lock)
!c
Draaien en vasthouden
Indicator stuurslot
Stuurslot
Vergrendel het stuur wanneer u parkeert om diefstal te voorkomen. Een U-vormig wielslot of iets vergelijkbaars wordt ook aanbevolen.
u
Zorg dat u de wielen niet beschadigt als u een U­vormig wielslot of een vergelijkbaar apparaat gebruikt.
Vergrendelen
#
a Draai de contactschakelaarknop / (Off/Lock)
!
linksom om het elektrische systeem uit te schakelen. (P75)
b Draai het stuur volledig naar links.
!
Vervolg
79
Page 84
Schakelaars
Bedieningshandleiding
c Draai de contactschakelaarknop / (Off/Lock)
!
linksom en houd deze vast.
u De stuurslotindicator gaat kort branden en de
stuurinrichting wordt automatisch vergrendeld.
u Als de stuurslotindicator knippert en het alarm
klinkt, is de stuurinrichting niet vergrendeld omdat het stuur niet helemaal naar links of rechts is gedraaid.
(Vervolg)
Draai in dat geval het stuur helemaal naar links en houd de contactschakelaar naar links gedraaid (u kunt het stuur ook vergrendelen door het volledig naar links te draaien terwijl het alarm klinkt).
80
Ontgrendelen
#
a Zorg dat de Honda SMART Key is geactiveerd
(P82) en dat u binnen het werkbereik bent. (P83)
b Druk op de contactschakelaar (On).
u De stuurinrichting wordt automatisch
ontgrendeld.
u Als de stuurslotindicator knippert, is de
stuurinrichting niet ontgrendeld vanwege overmatige kracht op de stuurinrichting.
Draai in dat geval het stuur helemaal naar links en druk vervolgens op de contactschakelaar (On). (U kunt het stuur ook ontgrendelen door het helemaal naar links te draaien binnen enkele seconden nadat de stuurslotindicator begint te knipperen).
Page 85
Bedieningshandleiding
Honda SMART Key-systeem
Met het Honda SMART Key-systeem kunt u de hoofdschakelaar bedienen zonder een sleutel in een sleutelgat te steken. Het systeem voert een identificatiecontrole in beide richtingen uit tussen het voertuig en de Honda SMART Key om na te gaan of het een geregistreerde Honda SMART Key betreft.
Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruik van zwakke radiogolven. Deze kunnen medische apparatuur beïnvloeden, zoals een pacemaker.
Vervolg
81
Page 86
Honda SMART Key-systeem
Bedieningshandleiding
LED
AAN/UIT-knop
Het Honda SMART Key-systeem in- of uitschakelen
Het Honda SMART Key-systeem activeren of
#
deactiveren
Druk op de AAN/UIT-knop totdat de LED van de Honda SMART Key van kleur verandert.
De status van het Honda SMART Key-
#
systeem controleren
Druk licht op de AAN/UIT-knop. De LED van de Honda SMART Key toont de status. Als de LED van de Honda SMART Key de volgende kleur heeft:
Groen: (actief) Verificatie van het Honda
Rood: (inactief) Verificatie van het Honda
82
SMART Key-systeem kan worden uitgevoerd.
SMART Key-systeem kan niet worden uitgevoerd.
(Vervolg)
Page 87
Bedieningshandleiding
Werkbereik
Het Honda SMART Key-systeem maakt gebruik van zwakke radiogolven. Daarom kan het werkbereik groter of kleiner worden of werkt het Honda SMART Key-systeem mogelijk niet goed in de volgende situaties:
Als de batterij van de Honda SMART Key leeg is.
Als er voorzieningen in de buurt zijn die sterke
radiogolven of geluid genereren zoals tv-torens, krachtcentrales, radiostations of luchthavens.
Als u de Honda SMART Key bij u heeft met een laptop of draadloos communicatie-apparaat zoals een radio of mobiele telefoon.
Als de Honda SMART Key in contact komt met of wordt afgedekt door metalen voorwerpen.
U kunt het systeem gebruiken als de Honda Smart Key zich binnen de gearceerde ruimte bevindt die in de afbeelding is aangegeven.
Vervolg
83
Page 88
Honda SMART Key-systeem
Bedieningshandleiding
Iedereen kan uw contactschakelaar ontgrendelen en de motor starten als de Honda SMART Key binnen het werkbereik van uw voertuig is, ook al bevindt u zich aan de andere kant van een muur of raam. Als u bij uw voertuig vandaan gaat maar de Honda SMART Key nog wel binnen het werkbereik blijft, moet u het Honda SMART Key-systeem deactiveren. Het Honda Smart Key-systeem inschakelen
(P82)
84
(Vervolg)
Iedereen die in bezit is van de Honda SMART Key kan de volgende zaken uitvoeren als de Honda SMART Key binnen het werkbereik is:
Motor starten
Stuurslot ontgrendelen
Zadelslot ontgrendelen
Brandstoftankklep ontgrendelen
Draag de Honda SMART Key altijd bij u wanneer u op en van het voertuig stapt of wanneer u rijdt.
Bewaar de Honda SMART Key niet in het middencompartiment.
Page 89
Bedieningshandleiding
Als het elektrische systeem is ingeschakeld, kan
Honda SMART Key
Contactschakelaar (On)
het voertuig ook worden bediend door een persoon die niet beschikt over een geverifieerde Honda SMART Key. Schakel het elektrische systeem altijd uit en vergrendel het stuurslot als u uw voertuig verlaat.
(P79)
De contactschakelaar bedienen
Het elektrische systeem activeren
#
a Zorg dat de Honda SMART Key is geactiveerd en
!
dat u zich binnen het werkbereik voor het voertuig bevindt. (P82)
b Druk op de contactschakelaar (On). (P75)
!
u Het elektrische systeem wordt geactiveerd en
de motor kan worden gestart.
Vervolg
85
Page 90
Honda SMART Key-systeem
Bedieningshandleiding
Het elektrische systeem uitschakelen
#
a Draai de contactschakelaarknop / (Off/Lock)
!
linksom.
b Verlaat het werkbereik en neem de Honda
!
SMART Key mee (P83) of zet het Honda SMART Key-systeem op deactiveren. (P82)
Als het Honda SMART Key-systeem niet goed werkt
86
(P175)
(Vervolg)
Page 91
Bedieningshandleiding
Respons­knop
Responssysteem
Het responssysteem is een mechanisme om de locatie van uw voertuig te bepalen. Wanneer de startblokkering is ingeschakeld en u op de responsknop op de Honda SMART Key drukt terwijl het elektrische systeem is uitgeschakeld, gaan de richtingaanwijzers branden en klinkt de zoemer om u te informeren over de locatie van uw voertuig.
Het responssysteem maakt gebruik van zwakke radiogolven. Deze kunnen medische apparatuur beïnvloeden, zoals een pacemaker.
Werking
#
Druk op de responsknop van de Honda SMART Key.
u
Het responssysteem werkt niet als het elektrische systeem is ingeschakeld.
Als het elektrische systeem langer dan 10 dagen uitgeschakeld blijft, werkt het responssysteem niet meer. Wanneer het systeem actief is en het voertuig een signaal ontvangt door op de responsknop te drukken, blijft het systeem 10 dagen langer actief. Schakel het elektrische systeem weer in om het systeem terug te stellen.
Als de accu van het voertuig bijna leeg is, werkt het responssysteem mogelijk niet.
Vervolg
87
Page 92
Responssysteem
Bedieningshandleiding
Contactschake­laar (On)
Responsknop
Indicator Honda SMART Key
Het geluidsvolume van de zoemer van het
#
responssysteem afstellen
(Vervolg)
U kunt bij het geluidsvolume van de zoemer kiezen uit 3 niveaus.
a Vergrendel het stuur. (P79)
!
b Zorg ervoor dat het Honda SMART Key-systeem is
!
geactiveerd. (P82)
c Druk binnen 1 minuut 3 keer op de responsknop
!
van de Honda SMART Key terwijl u tegelijkertijd de contactschakelaar (On) ingedrukt houdt.
d Laat de contactschakelaar (On) los.
!
u De indicator van de Honda SMART Key gaat
branden.
e Druk op de responsknop om een van de 3 niveaus
!
voor geluidsvolume te selecteren.
u Het geluidsvolume verandert telkens wanneer
de responsknop wordt ingedrukt.
f Wacht ongeveer 10 seconden tot de indicator van
!
de Honda SMART Key uit gaat. Het geluidsvolume is ingesteld.
u Het geluidsvolume kan ook worden ingesteld
door de contactschakelaar / (Off/Lock) linksom te draaien voordat de indicator van de Honda SMART Key uit gaat.
88
Page 93
Bedieningshandleiding
Contactschake­laar (On)
Responsknop
Indicator Honda SMART Key
Het geluidspatroon van de zoemer van het
#
responssysteem wijzigen
U kunt voor de zoemer kiezen uit 3 geluidspatronen.
a Vergrendel het stuur. (P79)
!
b Zorg ervoor dat het Honda SMART Key-systeem is
!
geactiveerd. (P82)
c Druk binnen 1 minuut 4 keer op de responsknop
!
van de Honda SMART Key terwijl u tegelijkertijd de contactschakelaar (On) ingedrukt houdt.
d Laat de contactschakelaar (On) los.
!
u De indicator van de Honda SMART Key gaat
branden.
e Druk op de responsknop om te kiezen uit 3
!
geluidspatronen van de zoemer.
u Het geluidspatroon verandert telkens wanneer
de responsknop wordt ingedrukt.
f Wacht ongeveer 10 seconden tot de indicator van
!
de Honda SMART Key uit gaat. Het geluid wordt ingesteld.
u Het geluidspatroon kan ook worden ingesteld
door de contactschakelaar / (Off/Lock) linksom te draaien voordat de indicator van de Honda SMART Key uit gaat.
89
Page 94
Bedieningshandleiding
Honda Smartphone­spraakbedieningssysteem
Als u uw smartphone met het voertuig verbindt, kunt u met een Bluetooth de smartphone met de headset via spraakinvoer bedienen. U kunt het systeem ook bedienen met de schakelaars op het stuur.
u Als u het systeem wilt gebruiken, moet u eerst de
speciale toepassing op uw smartphone installeren en uw smartphone koppelen met het voertuig en de headset.
®
headset via Bluetooth®
Communicatiebereik:
Binnen een straal van 1 meter vanaf het voertuig
Ondersteunde Bluetooth
Bluetooth
versie
Bluetooth
profielen
®
Bluetooth 4.2 of hoger
®
GATT (Generic Attribute Profile) HOGP (HID over GATT Profile)
®
-versie/profielen
Ga voor de voor servicevoorwaarden en informatie over het installeren/bedienen van de speciale toepassing naar: https://global.honda/voice-control-system/
90
Bluetooth Het woordmerk en de logo's van Bluetooth
®
draadloze technologie
®
zijn geregistreerde handelsmerken in eigendom van Bluetooth SIG, Inc., en het gebruik van deze merken door Honda Motors Co., Ltd. geschiedt onder licentie. Andere handelsmerken en handelsnamen zijn eigendom van hun respectieve eigenaars.
Page 95
Bedieningshandleiding
De kosten van netwerkcommunicatie en
3
WAARSCHUWING
communicatieapparatuur die nodig zijn voor het gebruik van deze functie, zijn voor rekening van de gebruiker.
U kunt niet twee of meer smartphones tegelijk koppelen.
Sommige smartphones zijn mogelijk niet compatibel met de functie.
We kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor beschadiging of problemen die ontstaan door het gebruik van een smartphone.
Wanneer uw smartphone geen verbinding kan maken met het voertuig, wijzigt u de opbergplaats van de smartphone.
Het systeem zelf heeft bepaalde beperkingen. Volg daarom de spraakbegeleiding en informatie van het systeem in de meter niet blindelings; rijd altijd voorzichtig en let goed op de verkeersomstandigheden, verkeersborden en aanwijzingen. Beoordeel zelf verkeerssituaties en respecteer de verkeersregels.
Het gebruik van het Honda Smartphone­spraakbedieningssysteem tijdens het rijden kan uw aandacht van de weg afleiden. Dit kan leiden tot ongevallen met ernstig of dodelijk letsel tot gevolg.
Wees vooral voorzichtig bij het oversteken van kruisingen, in druk verkeer, enz.
Let goed op de weg, verkeersborden en signalen.
Houd u aan de verkeersregels.
Vervolg
91
Page 96
Honda Smartphone-spraakbedieningssysteem
Bedieningshandleiding
Bluetooth
®
indicator
Beperkingen van het Honda Smartphone-
#
spraakbedieningssysteem
Veranderingen in de besturingssystemen, hardware, software en andere technologie die integraal zijn voor de functionaliteit van het Honda Smartphone-spraakbedieningssysteem, en nieuwe of gewijzigde wettelijke voorschriften kunnen leiden tot beperking of beëindiging van de functies en services van het Honda Smartphone­spraakbedieningssysteem.
Honda kan geen garantie voor toekomstige prestaties of functionaliteit van het Honda Smartphone-spraakbedieningssysteem geven.
92
Uw smartphone koppelen via Bluetooth
#
a Selecteer het menu BLUETOOTH PAIRING RESET.
(P63)
b Stel de koppelingsinformatie terug volgens de
schakelaarbedieningsrichtlijn. (P24)
c Na het resetten voltooit u het koppelen terwijl de
Bluetooth
smartphone te bedienen.
u Wanneer het display terugkeert naar de
normale weergave, knippert de Bluetooth® indicator.
u Volg de instructies van de app voor het
bedienen van de app.
u Maak een
veilige plek bent gestopt.
(Vervolg)
®
indicator knippert door de app op uw
Bluetooth
®
koppeling nadat u op een
®
Page 97
Bedieningshandleiding
Parkeerrem
Parkeerremhendel
Aantrekken Ontgrendelen
Parkeerremhendel
Zorg ervoor dat de motorfiets op de parkeerrem staat tijdens het parkeren en het warmdraaien van de motor.
u
Controleer of de parkeerremhendel is vrijgezet voordat u gaat rijden.
De parkeerrem aantrekken Duw de parkeerremhendel naar rechts tot deze vastklikt.
u
De parkeerremvergrendeling werkt niet als de parkeerrem niet juist is afgesteld.
De parkeerrem loszetten Duw de parkeerremhendel terug naar de oorspronkelijke stand.
u
Controleer voordat u gaat rijden of de parkeerremindicator uit is en of de parkeerrem volledig is ontgrendeld zodat het achterwiel niet zwaar loopt.
(P152)
93
Page 98
Bedieningshandleiding
Rijmodus
Huidige rijmodus
P-niveau (Niveau motorvermogen)
D-niveau (DCT-modus)
EB-niveau (Niveau motorrem)
ABS (ABS-modus)
T-niveau (Niveau Torque Control)
U kunt de rijmodus wijzigen. De rijmodus bestaat uit de volgende parameters.
P: Niveau motorvermogen EB: Niveau motorrem D: DCT-modus T: Torque Control-niveau ABS: ABS-modus
94
Page 99
Bedieningshandleiding
Rijmodus heeft 5 modi.
Oorspronkelijke instelling
P-niveau EB-niveau D-niveau T-niveau ABS-modus
STANDARD22222
RAIN 1 1 1 3 2
GRAVEL 3 3 3G 1 1
SPORT 3 3 4 1 2
USER 2
*1
2
*1
3
*1
2
*1, 2
2
*1
Opmerkingen:
*1: Niveau kan worden gewijzigd.
*2: Als 0 is geselecteerd, verandert het niveau in 2 wanneer het elektrisch systeem weer wordt ingeschakeld.
Beschikbare rijmodi: [STANDARD], [RAIN], [GRAVEL], [USER] en [SPORT]
[SPORT]: Deze modus is geschikt voor sportief rijden. In vergelijking met de modus STANDARD voelt u de meeste reactie van de motor.
[STANDARD]: Standaard, allround modus voor uiteenlopende situaties.
Het oorspronkelijke instelniveau kan niet worden gewijzigd.
[RAIN]: Goed voor stabiel rijden op glad wegdek, zoals bij regen. [GRAVEL MODE]: Geschikt voor crossen in de modder.
[USER]
Het oorspronkelijke instelniveau kan worden gewijzigd.
Vervolg
95
Page 100
Rijmodus
Bedieningshandleiding
(Vervolg)
P-niveau (niveau motorvermogen)
P-niveau heeft drie instelniveaus. Beschikbaar instelbereik: 1 tot 3
u
Niveau 1 geeft het minste vermogen.
u
Niveau 3 geeft het meeste vermogen.
EB-niveau (niveau motorrem)
EB-niveau heeft drie instelniveaus. Beschikbaar instelbereik: 1 tot 3
u
Niveau 1 geeft het zwakste remeffect.
u
Niveau 3 geeft het sterkste remeffect.
T-niveau (Torque Control-niveau) T-niveau heeft drie instelniveaus of kan worden uitgeschakeld. Beschikbaar instelbereik: 0 tot 3
u
Niveau 1 is het laagste Torque Control-niveau.
u
Niveau 3 is het hoogste Torque Control-niveau.
u
Niveau 0 schakelt Torque Control uit.
u
Als het elektrische systeem van uit op aan wordt gezet terwijl het T-niveau is ingesteld op 0, wordt het T-niveau automatisch ingesteld op 2.
96
ABS (ABS-modus)
ABS (ABS-modus) heeft twee instelniveaus. Beschikbaar instelbereik: 1 tot 2
u
Niveau 1 is de off-roadmodus.
u
Niveau 2 is de on-roadmodus.
Loading...