De ARISTO 2000 is een van de meest bruikbare types lasuitrustingen die op de
markt verkrijgbaar zijn.
Om zoveel mogelijk profijt van uw lasuitrusting te hebben, raden wij u aan deze
gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen.
U zult zien dat u met behulp van een groot aantal functies de kwaliteit van uw werk
kunt verhogen en uzelf het werken kunt vergemakkelijken.
Alle instellingen vinden plaats vanuit het instelkastje PUA 1.
U zult spoedig ervaren dat dit zeer eenvoudig in gebruik is. Zie het onderstaande om
snel die hoofdstukken in de gebruiksaanwijzing te vinden die van speciaal belang
zijn:
Hoofdstuk 1: Introductie en basisbegrippen
Hoofdstuk 2--5: MIG/MAG, MMA, TIG en koolbooggutsen, instellingen
rechtstreeks gerelateerd aan deze lasparameters.
Hoofdstuk 6--8: Het meetscherm, geheugenbeheer en snelinstellingen.
Hoofdstuk 9--10: Aanvullende functies en appendix.
Zie tevens de menustructuur op de laatste pagina in deze publicatie.
1.1Hoofdmenu
ESAB Niet gekend toestel
PROCES:MIG/MAG
METHODE:KORT--/SPRAYBÅGE
DRAAD TYPE:Fe
BESCHERMGAS:Ar+8%CO2
DRAAD DIAMETER:1.2 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
GEHEUGEN
SNEL.
MODE
ENTER
1.2Werkwijze van het instelkastje
Het instelkastje bestaat als het ware uit twee eenheden: het werkgeheug en en het
lasdatageheugen.
OPROEPEN
LASDATA-GEHEUGEN
OPSLAAN
WERKGEHEUGEN
In het werkgeheugen creëert u een complete set lasdata--instellingen, die vervolgens
in het lasdatageheugen kan worden opgeslagen.
Bij lassen wordt het proces altijd door de inhoud van het werkgeheugen gestuurd.
Het is daar om ook mogelijk om een set lasdata vanuit het lasdatageheugen naar het
werkgeheugen te halen.
Denk erom dat het werkgeheugen altijd de laatst opgeroepen set lasdata bevat. Met
andere woorden: het werkgeheugen is nooit leeg of “op nul gezet“.
bu14d01h
-- 4 --
Page 5
NL
1.3Taalkeuze
Het instelkastje is verkrijgbaar in verschillende taalversies met maximaal vier
verschillende talen, waarvan Engels er altijd een is.
Zet de cursor op de regel LENGTE--EENHEID
in de lijst en druk op ENTER.
-- 6 --
bu14d01h
METRIC
INCH
Page 7
NL
1.4Het tekenvenster
ESAB Niet gekend toestel
PROCES:MIG/MAG
METHODE:DIP/SPRAY
DRAAD TYPE:MCW Fe
BESCHERMGAS:Ar2O%CO2
DRAAD DIAMETER:1.2 mm
BIJKOM.HULPFUNCTIES
STEL INMEET
GEHEUGEN
SNEL.
MODE
ENTER
De cursor
In dit gebruikershandboek wordt de cursor aangegeven door middel van een kader
rondom de gemarkeerde tekst. De cursor van het instelkastje wordt door middel van
een donker veld aangegeven waarbij de gemarkeerde tekst wit wordt.
Tekstblokken
Helemaal onderaan in het tekenvenster staan vijf blokken met tekst waarin de
actuele functie van de vijf toetsen naast elkaar direct daaronder wordt verklaard.
Spaarstand
Om de levensduur van de achtergrondverlichting te verhogen, gaat deze na drie
minuten uit als er geen activiteit is.
bu14d01h
-- 7 --
Page 8
NL
1.5De toetsen
Met de pijltjestoetsenkunt u de cursor naar de verschillende regels in
het tekenvenster verplaatsen.
Met de menutoetskomt u altijd in het hoofdmenu terug.
De plus/min --toetsenworden gebruikt om een instelwaarde te verhogen
(+) of te verlagen (--).
De twee plus/min--toetsen zijn allebei met een symbool gemarkeerd. De meeste
cijferinstellingen kunnen met beide plus/min-- toetsen worden uitgevoerd, maar
bepaalde instellingen moeten met de toets die gemarkeerd is metof met de toets
die gemarkeerd is metworden uitgevoerd. (de symbolen zijn zichtbaar in het
tekenvenster).
Door de toets snel in te drukken, wordt de instelwaarde in kleine stappen
verhoogd/verlaagd. Als de toets langer ingedrukt wordt gehouden, worden de
insteltrappen verhoogd.
Zachte toetsen
De vijf knoppen op de regel onder het tekenvenster hebben
wisselende functies. Het zijn zgn. “zachte“ knoppen, d.w.z.
ze kunnen verschillende functies hebben al naar gelang het
menu waarin u zich bevindt. De actuele functie voor deze
knoppen blijkt uit de tekst op de onderste r egel van het tekenkader
(wanneer de functie actief is, wordt dit aangeduid met een
witte punt naast de tekst).
KRAT.
D
VULL.
1.6Algemeen over instellingen
In hoofdzaak komen er d rie soorten
instellingen voor:
SInstellen van cijferwaarden
SInstellen met gegeven alternatieven
SInstellen van de stand AAN/UIT of JA/NEE
1.6.1Instellen van cijferwaarden
Bij het instellen van een cijferwaarde gebruikt u een van de beide plus/min --toetsen
om een gegeven waarde te verhogen of te verlagen.
bu14d01h
-- 8 --
Page 9
NL
1.6.2Instellen met gegeven alternatieven
Bepaalde instellingen worden uitgevoerd door een alternatief in een lijst te markeren.
Een dergelijke lijst kan er als volgt uitzien:
MIG/MAG
MMA
TIG
CARBON, ArcAir
De cursor is hier op de regel voor MIG/MAG gezet. Door in deze positie op de
ENTER--toets te drukken, heeft u dus het alternatief MIG/MAG gekozen.
Als u een ander alternatief wilt kiezen, zet u de cursor op de juiste regel door met de
pijltjestoetsennaar boven of beneden te lopen. Daarna drukt u op de
ENTER--toets.
Als u de lijst wilt verlaten zonder een keuze te hebben gemaakt, drukt u op de
AFBREKEN--toets.
Bij bepaalde instellingen zijn er zoveel alternatieven dat ze niet tegelijkertijd in de lijst
kunnen worden getoond. Een pijl in de hoek rechtsboven of rechtsonder geeft aan
dat er meer alternatieven zijn, die zichtbaar worden als u met de pijltjestoetsen naar
boven of beneden gaat.
1.6.3Instellingen AAN/UIT of JA/NEE
Voor bepaalde functies kunt u de waarden AAN en UIT respectievelijk JA en NEE
instellen. De synergiefunctie bij MIG/MAG-- en MMA--lassen is een voorbeeld van
een dergelijke functie. De instellingen AAN/UIT of JA/NEE kunnen op twee manieren
worden uitgevoerd:
U kunt AAN of UIT respectievelijk JA of NEE kiezen uit een lijst met alternatieven,
zoals hierboven wordt beschreven.
U kunt ook de beide plus/min--toetsen gebruiken om AAN/UIT of JA/NEE aan te
geven.
S+(plus) = AAN of JA
S-- (min) = UIT of NEE
1.7ENTER en AFBREKEN
De beide “zachte“ toetsen helemaal rechts zijn gereserveerd voor ENTER en
AFBREKEN.
SAls u op ENTER drukt, wordt een gemarkeerde keuze in een menu of in een lijst
uitgevoerd.
SAls u op AFBREKEN drukt, gaat u terug naar het vorige menu of het vorige vak.
bu14d01h
-- 9 --
Page 10
NL
2MIG/MAG--lassen
2.1Het begrip draad
Bij MIG/MAG--lassen wordt een elektrode gebruikt, die om een bobine (spoel) is
gewikkeld. In dit handboek zullen we dit type elektrode steeds draad noemen.
2.2Synergie
Ledere combinatie van draadtype, draaddiameter en gasmix vereist een unieke
verhouding tussen draadaanvoersnelheid en spanning (vlambooglengte) teneinde
een stabiel functionerende vlamboog te realiseren. De ARISTO 2000 heeft een
aantal voorgeprogrammeerde zgn. “synergielijnen“ .
Wanneer u de voorgeprogr am m eerde synergielijn kiest die bij uw dr aadtype,
draaddiameter en gasmix past, hoeft u vervolgens alleen maar een voor uw
lasobject passende draadaanvoersnelheid in te stellen. De spanning
(vlambooglengte) vloeit automatisch voort uit de door u gekozen voorgeprogrammeerde synergielijn, hetgeen het vinden van de juiste lasparam eter s een stuk
eenvoudiger maakt.
Bij MIG/MAG--lassen is het mogelijk om de synergiefunctie van de lasstroombron te
gebruiken. Dit houdt in dat de gebruiker de waarden instelt voor:
Smethode
Sdraadtype
Sinert g as
Sdraadafmeting
Op grond van deze basiskeuzes en ingestelde waarde voor draadaanvoersnelheid stelt een microprocessor vervolgens de juiste waarden voor verschillende
lastechnische parameters in. Welke deze parameters zijn hangt samen met de
gekozen methode; kortsluitboog/sprayboog of p u lseren. Zie tevens het hoofdstuk
“Lasdata--instellingen“ onder punt 2.4.
U kunt met een andere combinatie van draad en inert gas lassen dan degene
waaruit u in het instelkastje kunt kiezen. Dit kan evenwel impliceren dat de gebruiker
zelf een of meer parameters moet instellen.
2.3Basisinstellingen
De basiskeuzes maakt u in het hoofdmenu van het instelkastje.
1.Lasproces = MIG/MAG
2.Lasmethode
Bij MIG/MAG --lassen kunt u u it twee verschillende lasmethodes kiezen.
SKort--/sprayboog
SPulseren
3.Draadtype, inert gas, draadafmeting
De volgende tabellen laten de combinaties van draadtype, inert gas en
draadafmeting zien die in overeenstemming met de synergiefunctie van de
lasstroombron gemaakt kunnen worden.
bu14d01h
-- 1 0 --
Page 11
NL
KORT--/SPRAYBOOG
DraadtypeInert gasDraadafmeting (mm)
Laaggelegeerd of ongelegeerd draad (Fe)
Roestvrij massief draad (Ss)Ar + 2%O
Roestvrij duplexdraad (Ss Duplex)Ar + 2% O
Aluminiumdraad met magnesiumlegering (AlMg)
Aluminiumdraad met siliciumlegering (AlSi)
Hol draad gevuld met metaalpoeder
(Fe)
Leidingdraad rutiel (RFCW Fe)CO
Basisch hol draad gevuld met vloeimiddel (Fe)
Roestvrij hol draad gevuld met vloeimiddel (Ss)
Duplex hol rutieldraad gevuld met
vloeimiddel ss
Hol draad gevuld met metaalpoeder
roestvrij
(Nikkel basis)Ar + 50% He0,9
CO
2
Ar + 23% CO
Ar + 25% CO
Ar + 20% CO
2
2
2
Ar + 15% CO2+5%O
Ar +16% CO
Ar + 5%O2+5%CO
Ar + 8% CO
Ar + 2% CO
Ar + 2% O
Hieronder volgt voor de beide MIG/MAG--methodes een overzicht van de
lasparameters die het lasverloop beïnvloeden.
Met de lasstroombron in de synergiestand hoeft alleen de draadaanvo ersnelheid
ingesteld te worden.
De parameter spanning kan eventueel ook worden bijgesteld.
Als de draadaanvoersnelheid wordt bijgesteld, zorgt de synergiefunctie ervoor dat
bepaalde andere parameters automatisch nieuwe waarden krijgen. De
gecursiveerde parameters zijn zgn. constanten, die niet worden beïnvloed als de
draadaanvoersnelheid wordt gewijzigd.
De tabel met de instelgebieden van de parameters staat in de “APPENDIX“ Zie
onder punt 10.
2.5Start-- en stopinstellingen
De volgende instellingen zijn van invloed op het star t-- en stopverloop bij
MIG/MAG--lassen.
Onder de respectievelijke kopjes staan alle instellingen die van invloed zijn op het
startverloop en het afsluiten van het lassen.
StartinstellingenStopinstellingen
SVoorstroom gasSNastroom gas
SKruipstart
SHot start
SHot start--tijd
SVerhogen van de
draadaanvoersnelheid
(2 m/min., tenzij anders
aangegeven)
SZoeken spanning (alleen
buiten de synergiestand)
SNabrandtijd
SAfschudpuls (alleen voor KORT --/SPRAY-
Er zijn drie verschillende functies die bij starten en stoppen van lassen op speciale
eisen zijn afgestemd. Deze functies en aanvullende instellingen wor den in het
startdatamenu resp. het stopdatamenu gekozen.
bu14d01h
-- 1 3 --
Page 14
NL
Hot start
De Hot start-- functie kiest u wanneer u een hetere vlamboog tijdens het startverloop
wenst om lasfouten aan het begin van de lasnaad te vermijden.
Kratervulling
Nabrandtijd
De functie kratervulling maakt het eenvoudiger om aan het einde van het lassen
poriën en kratervorming in het lasmateriaal te vermijden.
Kruipstart
De kruipstartfunctie zorgt voor een lage aanslagsnelheid. Praktisch voor een
optimale start. De kruipstartsnelheid bedraagt 50% van de ingestelde
draadaanvoersnelheid. De functie is bij aflevering geactiveerd.
TIP! De functies hot--start, kruipstar t en krater vulling kunnen me t de “zachte toetsen“
worden in--/uitgeschakeld, zie paragraaf “MIG/MAG--configuratie“ Z ie onder punt
9.2.4.2.
In de menu’s startdata en stopdata stelt u ook de waarden voor de volgende
parameters in.
Voor-- en nastroom gas
De parameters voorstroom en nastroom gas geven aan hoe lang het inert gas voor
en na het lassen moet stromen.
Nabrandtijd
Met de nabrandtijd stelt u het elektrodeuitsteeksel na het afsluiten van het lassen af.
2.6Gasstroom, koude draadaanvoer en 2--takt/4--takt
De volgende drie functies kunnen net als hot start enz. op de zachte toetsen worden
gezet. Hoe u dat doet, staat beschreven in “MIG/MAG--configuratie“ Zie onder punt
9.2.4.2.
Gasstroom
De functie gasstroom wordt gebruikt om de gasslangen te vullen met inert gas, of bij
het meten van de gastoevoer. Als de knop ingedrukt wordt gehouden, stroomt er gas
en dit houdt op wanneer de knop wordt losgelaten.
Koude draadaanvoer
Deze functie wordt gebruikt als u draad handmatig wilt doorvoeren bij het laden van
een nieuwe draadbobine. Als u de toets indrukt, wordt de draad doorgevoerd en als
u de toets loslaat, houdt de draadaanvoer op.
2 --takt of 4--takt
Bij MIG/MAG--lassen kan het pistoolcontact op twee manieren functioneren; 2--takt
of 4--takt. De functie omschakelen 2 --takt/4--takt kan aan een van de zachte knoppen
worden toegewezen.
Het verschil tussen 2--takt en 4--takt wordt duidelijk gemaakt in de volgende
afbeeldingen, samen met de overige functies in het start-- en stopverloop.
bu14d01h
-- 1 4 --
Page 15
NL
2 --takt
2
Kratervulling uitdata
1
Gasvoorstroom
Start
LassenHot
Kratervulling
Gasnastroom
Bij 2--takt start de eventuele gasvoorstroom zodra het pistoolcontact wordt ingedrukt
(1). Daarna lopen de lasdata op tot de ingestelde waarden of eventueel tot de
ingestelde Hot Start--waarden.
Als het pistoolcontact wordt losgelaten (2) wordt er met een evt. kratervulling
begonnen. Hierna gaan de waarden voor de lasdata weer naar nul en een evt.
gasnastroom sluit de lassequentie af.
TIP! Als het pistoolcontact tijdens kratervulling weer wordt ingedrukt, kunt u het
lassen met de einddata van de kratervulling verlengen zolang u wilt (de onderbroken
lijn).
De kratervulling kan ook worden afgebroken door het pistoolcontact snel in te
drukken en weer los te laten tijdens de lopende kratervulling
4 --takt
2
3
4
1
Gasvoorstroom
Start
LassenHot
Kratervulling
Gasnastroom
Kratervulling uitdata
Bij 4--takt start de gasvoorstroom als het pistoolcontact wordt ingedrukt (1). Als het
pistoolcontact wordt losgelaten (2), lopen de lasdata op tot de ingestelde waarden.
Als het pistoolcontact weer wordt ingedrukt (3), wordt met een eventuele
kratervulling begonnen. Hierna gaan de waarden voor de lasdata terug naar stop
data.
Eventuele gasnastroom start als het pistoolcontact wordt losgelaten (4).
TIP! De kratervulling houdt op als het pistoolcontact wordt losgelaten (4). Als het
contact langer wordt ingedrukt, gaat het lassen verder met de einddata van de
kratervulling (de onderbroken lijn).
bu14d01h
-- 1 5 --
Page 16
NL
2.7MIG/MAG--configuratie
Zie onder punt 9.2.4.
2.8Instelvoorbeeld MIG/MAG
Hieronder volgt een instelvoorbeeld voor MIG/MAG--lassen met de methode
kortboog/sprayboog. De instelling voor de methode pulseren kan op een soortgelijke
manier worden uitgevoerd. In het voorbeeld wordt ervan uitgegaan dat de
lasstroombron in de synergiestand staat.
2.8.1Basisinstellingen
In het hoofdmenu kunnen de instellingen worden uitgevoerd die de methode-- en
materiaalkeuze betreffen.
We beginnen met het oproepen van het hoofdmenu door op de MENU--toets te
drukken.
We zullen de volgende vijf instellingen uitvoeren:
SPROCES = MIG/MAG
SMETHODE = KORT--/SPRAYBOOG
SDRAADTYPE = Fe
SINERT GAS = Ar + 8% CO2
SDRAADAFMETING = 1,2 mm
Proces
De eerste instelling
betreft het type
lasproces. Loop m.b.v.
de pijltjestoetsen door
het menu totdat de
regel PROCES wordt
gemarkeerd. Druk op
ENTER om een lijst
met alternatieven te
krijgen.
PROCES:MIG/MAG
METHODE:PULSE
DRAAD TYPE:AlSi
BESCHERMGAS:Ar
DRAAD DIAMETER:1.0 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
ESAB -- Neit gekend toestel
GEHEUGEN
SNEL.
MODE
ENTER
Zet de cursor op de regel MIG/MAG in de lijst en
druk op ENTER. Daarmee hebben we PROCES
= MIG/MAG ingesteld.
-- 1 6 --
bu14d01h
MIG/MAG
MMA
TIG
GUTSEN
Page 17
NL
Methode
Zetdecursoropde
regel METHODE.
Druk op ENTER
om een lijst met
alternatieven te
krijgen.
ESAB -- Neit gekend toestel
PROCES:MIG/MAG
METHODE:PULSE
DRAAD TYPE:AlSi
BESCHERMGAS:Ar
DRAAD DIAMETER:1.0 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
Zet de cursor op de regel KORT--/SPRAYBOOG
in de lijst en druk op ENTER. Daarmee hebben we
METHODE = DIP/SPRAY ingesteld.
Draadtype
ESAB -- Neit gekend toestel
Zetdecursoropde
regel
DRAADTYPE.
Druk op ENTER
om een lijst met
alternatieven te
krijgen.
PROCES:MIG/MAG
METHODE:DIP/SPRAY
DRAAD TYPE:AlSi
BESCHERMGAS:Ar
DRAAD DIAMETER:1.0 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
GEHEUGEN
SNEL.
MODE
DIP/SPRAY
GEPULSEERD
ENTER
STEL INMEET
GEHEUGEN
Hier volgt een voorbeeld van een lijst waarop zoveel
alternatieven staan dat ze niet tegelijkertijd kunnen
worden getoond. De pijl in de hoek rechtsonder
in de lijst geeft aan dat er meer alternatieven zijn, die
zichtbaar worden als u in de lijst naar beneden loopt.
Zet nu de cursor op de r egel voor Fe en druk op ENTER.
Daarmee hebben we DRAADTYPE = Fe ingesteld.
bu14d01h
-- 1 7 --
SNEL.
MODE
Fe
Ss (inox)
Ss duplex
AlMg
AlSi
Metaalgevulde Fe
Rutile FCW Fe
ENTER
Page 18
NL
Inert gas
Zetdecursoropde
regel INERT GAS.
Druk op ENTER
om een lijst met
alternatieven te
krijgen.
ESAB -- Neit gekend toestel
PROCES:MIG/MAG
METHODE:DIP/SPRAY
DRAAD TYPE:Fe
BESCHERMGAS:Ar
DRAAD DIAMETER:1.0 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
Zet de cursor op de regel voor Ar + 8% CO2 en
druk op ENTER. Daarmee hebben we
INERT GAS = Ar + 8% CO2 ingesteld.
Draadafmeting
ESAB -- Neit gekend toestel
Zetdecursoropde
regel
DRAADAFMETING
Druk op ENTER
om een lijst met
alternatieven te
krijgen.
Zet de cursor op de regel voor 1,2 mm en druk op
ENTER. Daarmee hebben we DRAADAFMETING =
1,2 mm ingesteld.
bu14d01h
-- 1 8 --
SNEL.
MODE
0.8 mm
1.0 mm
1.2 mm
1.6 mm
ENTER
Page 19
NL
De volgende regel in het hoofdmenu is AANVULLENDE FUNCTIES. U kunt meer
over deze functies lezen in het hoofdstuk “AANVULLENDE FUNCTIES“ Zie onder
punt 9.
ESAB -- Neit gekend toestel
PROCES:MIG/MAG
METHODE:DIP/SPRAY
DRAAD TYPE:Fe
BESCHERMGAS:Ar8%CO2
DRAAD DIAMETER:1.2 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
GEHEUGEN
SNEL.
MODE
ENTER
2.8.2Lasdata--instellin g en
In het instelmenu kunt u waarden voor verschillende lasparameters instellen, zoals
spanning en draadaanvoersnelheid. Door de synergiefunctie te activeren zorgt een
microprocessor voor een aantal van deze instellingen.
We beginnen met het oproepen van het hoofdmenu door op de MENU--knop te
drukken. Roep het instelmenu op door op de STEL--knop te drukken. We maken nu
de volgende instelling:
SDRAADAANVOER = 10,0 m/min.
Draadaanvoer
LASDATA INSTELLEN
Zetdecursoropde
regel
DRAADAANVOER
SNELHEID.
Stel 10,0 m/min in
door te lopen met:
In het instelmenu kunt u nu ook de waarden zien die de microprocessor voor
spanning en inductantie heeft ingesteld.
De parameter spanning kan eventueel ook worden bijgesteld.
bu14d01h
-- 1 9 --
Page 20
NL
2.8.3Startdata--in stellin g en
In het startdatamenu kunt u de instellingen uitvoeren die het startverloop bij
MIG/MAG--lassen beïnvloeden. We stellen in:
SGASVOORSTROOM = 0,8 sec.
SKRUIPSTART = JA
SHOT START = JA
SHOT START--tijd = 1,0 sec.
SHOT START--draadaanvoer = +2,5 m /min.
We beginnen met het oproepen van het hoofdmenu door op de MENU--knop te
drukken.
Ga naar het stelmenu door op de stelknop te drukken.
LASDATA INSTELLEN
Zetdecursoropde
regel
STARTWAARDE
en druk op ENTER.
SPANNING:# 29.0 (+0.0) V
DRAADSNELHEID:
INDUCTANCTIE:85 %
SYNERGISCHE KEUZEAAN
START WAARDE
STOP WAARDE
KRA TER
VULLING
HOT
START
4-TACT
10.0 m/min
*
VERLAAT
Gasvoorstroomtijd
Hier geeft u aan hoe lang het inert gas moet stromen voordat het lassen begint.
START WAARDE, SYNERGISCHE KEUZE
Zetdecursoropde
regel
GASVOOR--STROOM.
Stel 0,8 sec. in met
GAS VOORSTROOM:0.8 s
KRUIPSTART (TRAGE):JA
HOT START:NEEN
een van de
plus/min--toetsen.
bu14d01h
KRA TER
VULLING
HOT
START
-- 2 0 --
4-TACT
VERLAAT
Page 21
NL
Kruipstart
Hier geeft u alleen maar aan of u de kruipstartfunctie wenst of niet, d.w.z. JA of NEE.
De draadaanvoersnelheid en de kruipstart zijn vooraf ingesteld en kunnen niet
worden gewijzigd.
START WAARDE, SYNERGISCHE KEUZE
Zetdecursoropde
regel KRUIPSTART.
Druk op ENTER om
een lijst met alt. te
krijgen.Zet de cursor
op de regel voor JA in
de lijst en druk op
ENTER.
GAS VOORSTROOM:0.8 s
KRUIPSTART (TRAGE):JA
HOT START:NEEN
KRA TER
VULLING
HOT
START
4-TACT
VERLAATENTER
Hot start
Om te beginnen geeft u aan of u de hot start--functie wenst of niet. Als u de hot
start--functie wilt gebruiken, stelt u vervolgens de hot start--tijd in en een evt.
verhoging van de draadaanvoersnelheid.
START WAARDE, SYNERGISCHE KEUZE
Zetdecursoropde
regel HOT START.
Druk op ENTER om
een lijst met alt. te
krijgen.Zet de cursor
op de regel voor JA in
de lijst en
druk op ENTER.
GAS VOORSTROOM:0.8 s
KRUIPSTART:JA
HOT START:JA
HOT START TIJD:1.5
DRAADSNELHEID:2.0 m/min
KRA TER
VULLING
HOTD
START
4-TACT
VERLAATENTER
Zetdecursoropde
regel HOT START
TIJD. Stel 1,0 sec. in
met een van de
plus/min--toetsen.
bu14d01h
START WAARDE, SYNERGISCHE KEUZE
GAS VOORSTROOM:0.8 s
KRUIPSTART:JA
HOT START:JA
HOT START TIJD:1.0 s
DRAADSNELHEID:2.0 m/min
KRA TER
VULLING
HOTD
START
-- 2 1 --
4-TACT
VERLAAT
Page 22
NL
Zetdecursoropde
regel HOT START
DRAADAANVOER
--SNELHEID. Stel
2,5 m/min. in.
START WAARDE, SYNERGISCHE KEUZE
GAS VOORSTROOM:0.8 s
KRUIPSTART:JA
HOT START:JA
HOT START TIJD:1.0 s
DRAADSNELHEID:2.5 m/min
KRA TER
VULLING
HOTD
START
4-TACT
VERLAAT
Daarmee zijn alle startdata--instellingen uitgevoerd.
Ga naar het instelmenu terug door op VERLAAT te drukken.
2.8.4Stopdata--instellingen
In het stopdatamenu voert u de instellingen uit die het stopver loop bij
MIG/MAG--lassen beïnvloeden.
We zullen de volgende stopdata instellen:
SKRATERVULLING = JA
SKRATERVULLINGTIJD = 1,5 sec.
SDEF. DRAADAANVOERSNELHEID = 3,0 m/min.
SNABRANDTIJD = 0,1 1 sec.
SNASTROOM GAS= 2,0 sec.
Let erop dat het instelmenu in het tekenvenster aanwezig is.
Om te beginnen geeft u aan of u d e functie kratervulling wilt gebruiken of niet. Als u
de kratervulling wilt gebruiken, stelt u vervolgens ook de kratervullingtijd en de
draadaanvoersnelheid in.
STOP WAARDE, SYNERGISCHE KEUZE
Plaats de cursor op
de regel
KRATERVULLING
en druk op ENTER
om een lijst met
alternatieven te
krijgen. Stel JA in.
KRATERVULLERJA
TIJD: :1.5 s
EINDW.DRAADSNELH.:2.8 m/min
NABRANDTIJD:0.08 s
GASVOORSTROOM:0.5 s
KRA TER D
VULLING
HOTD
START
4-TACTVERLAATENTER
Kratervullingtijd
STOP WAARDE, SYNERGISCHE KEUZE
Zetdecursoropde
regel TIJD. Stel 1.5
sec. in met een van
de
plus/min--toetsen.
KRATERVULLERJA
TIJD: :1.5 s
EINDW.DRAADSNELH.:2.8 m/min
NABRANDTIJD:0.08 s
GASVOORSTROOM:0.5 s
KRA TER D
VULLING
HOTD
START
4-TACT
VERLAAT
Uiteindelijke draadaanvo ersnelheid
Hier geeft u de draadaanvoersnelheid aan die aan het einde van de kratervulling
moet gelden.
Zetdecursoropde
regel UITEINDEL.
DRAADAANVOER-SNELHEID. Stel 3,0
m/min. in met een
van de
plus/min--toetsen.
bu14d01h
STOP WAARDE, SYNERGISCHE KEUZE
KRATERVULLERJA
TIJD: :1.5 s
EINDW.DRAADSNELH.:3.0 m/min
NABRANDTIJD:0.08 s
GASVOORSTROOM:0.5 s
KRA TER D
VULLING
HOTD
START
-- 2 3 --
4-TACT
VERLAAT
Page 24
NL
Nabrandtijd
Zetdecursoropde
regel
NABRANDTIJD.
Stel 0,11 sec. in
met een van de
plus/
min--toetsen.
STOP WAARDE, SYNERGISCHE KEUZE
KRATERVULLERJA
TIJD: :1.5 s
EINDW.DRAADSNELH.:3.0 m/min
NABRANDTIJD:0.11 s
GASVOORSTROOM:0.5 s
KRA TER D
VULLING
HOTD
START
4-TACT
VERLAAT
Gasnastroom
Hier stelt u in hoe lang het inert gas moet stromen nadat het lassen is afgesloten.
STOP WAARDE, SYNERGISCHE KEUZE
Zetdecursoropde
regel
GASVOORSTR.
Stel 2,0 sec. in met
een van de
plus/min--toetsen.
KRATERVULLERJA
TIJD: :1.5 s
EINDW.DRAADSNELH.:3.0 m/min
NABRANDTIJD:0.11 s
GASVOORSTROOM:2.0 s
KRA TER D
VULLING
HOTD
START
4-TACT
VERLAAT
Nu zijn alle stopdata--instellingen uitgevoerd en is een complete set lasdata voor
MIG/MAG-- lassen gereed.
bu14d01h
-- 2 4 --
Page 25
NL
3MMA--lassen
3.1Synergie
De lasstroombron heeft een synergiefunctie voor MMA--lassen.
Dat houdt in dat de lasstroombron automatisch de laseigenschappen voor de door u
gekozen soort elektrode en diameter optimaliseert.
3.2Basisinstellingen
De basisinstellingen voor MMA--lassen worden uitgevoerd in het hoofdmenu van het
instelkastje.
1.Lasproces = MMA
2.Elektrodetype
Als u zich aan de synergiefunctie wilt houden, kunt u uit drie elektrodetypes
kiezen.
SBasisch
SRutiel
SCellulose
3.Elektrodediameter
De onderstaande tabel toont de elektrodediameters die kunnen worden gekozen in
overeenstemming met de synergie van de lasstroombron.
Indien u zich houdt aan de synergie van de lasstroombron hoeft slechts de
lasstroom ingesteld te worden.
De lasstroom kan tevens tijdens het lassen worden ingesteld met de +/-- knoppen.
Bij het instellen van de lasstroom wordt automatisch de arcforce ingesteld indien de
lasstroombron in de synergiestand staat.
ESAB -- LUD 450
Roep het INSTELLEN-menu op door op de
STEL I N--toets te
drukken.
PROCES:MMA
TYPE ELEKTRODEBASISCH
DIAMETER ELEKTRODE:3.25 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
Met onze ingestelde
combinatie van
elektrodetype en
elektrodediameter
heeft de lasstroombron
de lasstroom ingesteld
op 80 A.
STEL INMEET
STROOM:80 A
SYNERGISCHE KEUZE:AAN
GEHEUGEN
LASDATA INSTELLEN
SNEL.
MODE
VERLAAT
ENTER
bu14d01h
-- 2 6 --
Page 27
NL
3.4Configuratie--MMA
Zie onder punt 9.2.6.
3.5Instelvoorbeeld MMA
Hieronder volgt een instelvoorbeeld voor MMA--lassen.
3.5.1Basisinstellingen
In het hoofdmenu worden de instellingen uitgevoerd die de keuze van de elektr ode
betreffen.
We roepen nu, als dit nog niet gedaan is, het hoofdmenu op door op de MENU--toets
te drukken. We zullen de volgende drie instellingen uitvoeren:
SPROCES = MMA
SELEKTRODETYPE= RUTIEL
SELEKTRODEDIAMETER = 2,5 mm
Proces
ESAB --LUD 450
Loop m.b.v. de
pijltjestoetsen door het
menu totdat de regel
PROCES wordt
gemarkeerd. Druk op
ENTER om een lijst
met alternatieven te
krijgen.
PROCES:MMA
TYPE ELEKTRODEBASISCH
DIAMETER ELEKTRODE:3.25 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
GEHEUGEN
Zet de cursor op de regel MMA in de lijst en druk
op ENTER. Daarmee hebben we PROCES = MMA ingesteld.
Type elektrode
ESAB --LUD 450
Loop m.b.v. de
pijltjestoetsen door het
menu totdat de regel
ELECTRODE TYPE
wordt gemarkeerd.
Druk op ENTER om
een lijst met
alternatieven te krijgen.
PROCES:MMA
TYPE ELEKTRODEBASISCH
DIAMETER ELEKTRODE:3.25 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
GEHEUGEN
SNEL.
MODE
MIG/MAG
MMA
TIG
GUTSEN
SNEL.
MODE
ENTER
ENTER
Zet de cursor o p de regel RUTIEL in de lijst en druk op
ENTER. Daarmee hebben we ELEKTRODETYPE =
RUTIEL ingesteld.
-- 2 7 --
bu14d01h
BASISCH
RUTIEL
CELLULOSE
Page 28
NL
Elektrodediameter
ESAB -- LUD 450
Loop m.b.v. de
pijltjestoetsen door het
menu totdat de regel
ELEKTRODE-DIAMETER wordt
gemarkeerd. Druk op
ENTER om een lijst
met alternatieven te
krijgen.
Zet de cursor op de regel voor 2,5 mm in de lijst en
druk op ENTER. Daarmee hebben we
ELEKTRODEDIAMETER = 2,5 mm ingesteld.
PROCES:MMA
TYPE ELEKTRODERUTIEL
DIAMETER ELEKTRODE:3.25 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
GEHEUGEN
SNEL.
MODE
1.6 mm
2mm
2.5 mm
3.2 mm
4mm
4,5 mm
5mm
ENTER
ESAB -- LUD450
PROCES:MMA
TYPE ELEKTRODERUTIEL
DIAMETER ELEKTRODE:2.5 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
GEHEUGEN
SNEL.
MODE
ENTER
De volgende regel in het hoofdmenu is AANVULLENDE FUNCTIES. U kunt meer
over deze functies lezen in het hoofdstuk “AANVULLENDE FUNCTIES“ Zie onder
punt 9.
Nu zijn we klaar met de instelling voor MMA--lassen.
bu14d01h
-- 2 8 --
Page 29
NL
4TIG--lassen
4.1Basisinstellingen
Basiskeuzes voor T IG--lassen maakt u in het hoofdmenu.
1.Lasproces = TIG
2.Lasmethode
Bij TIG --lassen kunt u kiezen uit twee lasmethodes.
SConstante stroom
SPulseren
3.Startmethode
U kunt kiezen uit twee startmethodes.
SLiftarc--start
SHF--start
Bij Liftarc--start gaat de vlamboog branden wanneer de elektrode in contact komt
met het werkstuk en u vervolgens de elektrode weer oplicht. Bij HF--start gaat de
vlamboog branden door de vonkoverslag die plaatsvindt wanneer de elektrode
zich op een bepaalde afstand van het werkstuk bevindt.
4.Trekkerfunctie
Bij TIG--lassen kunt u kiezen of de trekker van de TIG --brander een 2
taktsfunctie of een 4--taktsfunctie dient te hebben. Het voornaamste verschil is
dat men bij 2--takt de trekker tijdens het lassen ingedrukt houdt, terwijl men met
4--takt de trekker los kan laten. Het verschil tussen 2--takt en 4--takt wordt samen
met de overige functies in het start-- en stopverloop in de volgende afbeeldingen
geïllustreerd.
2 --takt
2
1
Slope
down
Gasnastroom
Gasvoorstroom
Slope
up
Bij 2--takt start een evt. gasvoorstroom als de trekker van de TIG--brander wordt
ingedrukt (1). Daarna gaat het stroomniveau omhoog tot pilootniveau (een paar
ampère) en de vlamboog wordt ontstoken. Daarna gaat de stroom omhoog tot de
ingestelde waarde (met eventueel slope--up).
Als de trekker vervolgens wordt losgelaten (2) daalt de stroom weer tot pilootniveau
(met eventueel slope--down) en dooft de vlamboog.
Daarna volgt een evt. gasnastroom.
bu14d01h
-- 2 9 --
Page 30
NL
4 --takt
3
1
Gasvoorstroom
2
Slope
up
Slope
down
4
Gasnastroom
Bij 4--takt start een evt. gasvoorstroom als de trekker wordt ingedrukt (1). Als de
gasvoorstroomtijd is verstreken, gaat het stroomniveau omhoog tot pilootniveau (een
paar ampère) en wordt de vlamboog ontstoken.
Als de trekker vervolgens wordt losgelaten (2) gaat de stroom omhoog tot de
ingestelde waarde (met eventueel slope--up).
Als de trekker weer wordt ingedrukt (3) daalt de stroom tot pilootniveau (met
eventueel slope--down).
Als de trekker weer wordt losgelaten (4) dooft de vlamboog en een evt. gasnastroom
gaat verder.
Wanneer u zich in het lasdata--instelmenu of in het meetmenu bevindt, kunt u met
een van de zachte knoppen omschakelen tussen 2--takt en 4--takt.
4.2Lasdata--instellingen
De waarden van de lasparameters worden in het instelmenu ingesteld. Bepaalde
parameters zijn specifiek voor de gekozen methode en bepaalde parameters zijn
gemeenschappelijk voor de beide TIG--methodes. De volgende parameters worden
bij TIG--lassen ingesteld.
De tabel met instelgebieden staat in de “APPENDIX“ Zie onder punt 10.
Met stroom wordt hier bedoeld de lasstroom bij lassen met constante stroom.
Pulsstroom en achtergrondstroom
Bij gepulseerde stroom moet u een aantal parameters instellen die met de lasstroom
samenhangen. Pulsstroom en achtergrondstroom geven aan tussen welke
stroomwaarden de pulsen moeten liggen, zie de volgende figuur.
Stroom
Pulstijd
Achtergrondtijd
Pulsstroom
Achtergrondstroom
Tijd
Pulstijd en achtergrondtijd
De pulstijd geeft de duur van de stroompulsen aan.
De achtergrondtijd geeft de duur van de achtergrondstroom aan.
Bij lassen met gepulste stroom: zie afbeelding hierboven. Het instelbereik voor zowel
pulstijd als achtergrondtijd is 0,001--5,000 sec.
Voorstroom gas en nastroom gas
Met de parameters voorstroom gas en nastroom gas geeft men aan hoe lang men
wilt dat het inerte gas vóór, respectievelijk na het lassen moet stromen.
Slope--up en slope --down
De slope--param eter s betreffen een geleidelijke verhoging resp. verlaging van de
lasstroom gedurende een bepaalde tijd.
bu14d01h
-- 3 1 --
Page 32
NL
4.3TIG--configuratie
Zie onder punt 9.2.6.
4.4Instelvoorbeeld TIG
Hieronder volgt een instelvoorbeeld voor TIG--lassen met de methode constante
stroom. Als u met gepulseerde stroom wilt lassen, vinden de instellingen op een
soortgelijke manier plaats.
4.4.1Basisinstellingen
We roepen nu, als dit nog niet gedaan is, het hoofdmenu op door op de MENU--toets
te drukken.
We zullen de volgende vier instellingen uitvoeren:
Zet de cursor op de r egel 2--TAKT in de lijst en
druk op ENTER. Daarmee hebben we
TREKKERFUNCTIE = 2--TAKT ingesteld.
PROCES:TIG
METHODE:CONST.STROOM
START METHODE:LIFTARC
KIES TOORTSSCHAKELAAR:2--TACT
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
GEHEUGEN
2TACT
4TACT
ESAB -- LUD 450
GEHEUGEN
SNEL.
MODE
SNEL.
MODE
ENTER
ENTER
De volgende regel in het hoofdmenu is AANVULLENDE FUNCTIES. U kunt meer
over deze functies lezen in het hoofdstuk “AANVULLENDE FUNCTIES“ Zie onder
punt 9.
bu14d01h
-- 3 4 --
Page 35
NL
4.4.2Lasdata--instellin g en
In het instelmenu stelt u de waarden voor de verschillende lasparameters in.
We zullen de volgende instellingen uitvoeren:
SSTROOM = 200 A
SSLOPE--UPTIJD = 2,0 sec.
SSLOPE--DOWNTIJD = 1,4 sec.
SVOORSTROOM GAS= 3,0 sec.
SNASTROOM GAS= 5,0 sec.
We beginnen met het oproepen van het hoofdmenu door op de MENU--knop te
drukken. Roep het instelmenu op door op de STEL--knop te drukken. We maken nu
de volgende instelling:
Stroom
LASDATA INSTELLEN
Zetdecursoropde
regel STROOM.
Stel de waarde 200
A in met een van
de beide
plus/min--toetsen.
STROOM:200 A
SLOPEUPTIJD:4,0s
SLOPE DOWN TIJD:6,0 s
GAS VOORSTROOM:2.5 s
GAS NASTROOM:3.3 s
GAS
SPOELEN4TACT
VERLAAT
Slope--up en slope --down
Parametrene slope opp og slope ned er definert til hver sin pluss/minus --tast. Ved
innstilling av slope opp brukes den øverste tasten og ved innstilling av slope ned
brukes den nederste tasten.
LASDATA INSTELLEN
Plaats de cursor op de
regel voor SLOPE UP
en SLOPE DOWN
TIJD. Stel de
SLOPEUPTIJDinop
2,0 sec. door hierheen
te gaan met de
bovenste
plus/min--knop.
STROOM:200 A
SLOPEUPTIJD:#2.0s
SLOPE DOWN TIJD:
GAS VOORSTROOM:2.5 s
GAS NASTROOM:3.3 s
GAS
SPOELEN4TACT
6.0 s
*
VERLAAT
bu14d01h
-- 3 5 --
Page 36
NL
Stel de SLOPE
DOWN TIJD in op
1,4 sec. door
hierheen te gaan
met de onderste
plus/min--knop.
LASDATA INSTELLEN
STROOM:200 A
SLOPEUPTIJD:#2.0s
SLOPE DOWN TIJD:
GAS VOORSTROOM:2.5 s
GAS NASTROOM:3.3 s
6.0 s
*
GAS
SPOELEN4TACT
VERLAAT
Voor-- en nastroom gas
De parameters voor-- en nastroom gas zijn op dezelfde manier als de bovenstaande
slope--parameters elk aan een specifieke plus/min--toets gekoppeld. De bovenste
plus/min--toets geldt bij het instellen van voorstroom gas en de onderste bij het
instellen van nastroom gas.
LASDATA INSTELLEN
Plaats de cursor op de
regel voor VOOR-- en
NASTROOM GAS.
Stel 3,0 sec. in voor
VOORSTROOM GAS
door hierheen te gaan
met de bovenste
min--knop.
plus/
STROOM:200 A
SLOPEUPTIJD:#2.0 s
SLOPE DOWN TIJD:
GAS VOORSTROOM:2.5 s
GAS NASTROOM:3.3 s
GAS
SPOELEN4TACTVERLAAT
6.0 s
*
LASDATA INSTELLEN
Stel NASTOOM
GASinop5,0sec.
door hierheen te
gaan met de
onderste
plus/min--knop.
STROOM:200 A
SLOPEUPTIJD:#2.0 s
SLOPE DOWN TIJD:
GAS VOORSTROOM:2.5 s
GAS NASTROOM:3.3 s
GAS
SPOELEN4TACT
6.0 s
*
VERLAAT
Daarmee hebben we een complete instelling voor TIG--lassen uitgevoerd.
bu14d01h
-- 3 6 --
Page 37
NL
5GUTSEN MET EEN KOOLBOOG
5.1Synergie
De lasstroombron heeft een synergiefunctie voor gutsen met een koolboog.
Dit houdt in dat de lasstroombron automatisch de geschikte waarde voor spanning
instelt vanuit de keuze van de elektrodediameter.
U kunt een elektrode met een andere diameter gebruiken dan die in het instelkastje
aanwezig zijn, maar dit houdt in dat de gebruiker zelf de noodzakelijke instellingen
van bepaalde parameters moet uitvoeren.
5.2Basisinstellingen
De basisinstellingen voor gutsen met een koolboog worden in het hoofdmenu van
het instelkastje uitgevoerd.
1.Lasproces = GUTSEN MET EEN KOOLBOOG
2.Elektrodediameter
De onderstaande tabel toont de elektrodediameters die kunnen worden gekozen in
overeenstemming met de synergie van de lasstroombron.
Elektrodediameter
4mm
5mm
6mm
8mm
5.3Lasdata
Als u zich aan de synergie van de lasstroombron houdt, hoeven er eigenlijk geen
lasdata te worden ingesteld. De parameter spanning kan echter wel worden
afgesteld.
De onderstaande gecursiveerde parameters zijn zgn. constanten. Deze worden niet
door een evt. afstelling van de spanning beïnvloed.
Lasparameters bij gutsen met een koolboog
Lasparameters bij gutsen met een
koolboog
SSpanning
SInductantie
SRegulateurtype
De tabel met de instelgebieden van de parameters staat in de “APPENDIX“ Zie
onder punt 10.
bu14d01h
-- 3 7 --
Page 38
NL
5.4Instelvoorbeeld voor gutsen met een koolboog
5.4.1Basisinstellingen
In het hoofdmenu stelt u de elektrodediameter in.
We roepen nu het hoofdmenu op door op de MENU--toets te drukken.
We zullen de volgende twee instellingen uitvoeren:
SPROCES = GUTSEN MET EEN KOOLBOOG
SELEKTRODEDIAMETER = 8 mm
Proces
ESAB -- LUD 450
Loop m.b.v. de
pijltjestoetsen door het
menu totdat de regel
PROCES wordt
gemarkeerd. Druk op
ENTER om een lijst
met alternatieven te
krijgen.
PROCES:MMA
TYPE ELECTRODE :RUTIEL
DIAMETER ELECTRODE :6 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEETGEHEUGEN
SNEL.
MODE
ENTER
Zet de cursor op de regel GUTSEN MET EEN
KOOLBOOG in de lijst en druk op ENTER.
Daarmee hebben we PROCES = GUTSEN
Elektrodediameter
Loop m.b.v. de
pijltjestoetsen door het
menu totdat de regel
ELEKTRODE
--DIAMETER wordt
gemarkeerd. Druk op
ENTER om een lijst
met alterna-- tieven te
krijgen.
PROCES:GUTSEN
DIAMETER ELEKTRODE:6 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEETGEHEUGEN
Zet de cursor op de regel 8 mm en druk op
ENTER. Daarmee is de instelling
ELEKTRODEDIAMETER = 8 mm gereed.
MIG/MAG
MMA
TIG
GUTSEN
ESAB -- LUD 450
4mm
5mm
6mm
8mm
SNEL.
MODE
ENTER
Daarmee zijn we klaar met het instellen voor gutsen met een koolboog.
bu14d01h
-- 3 8 --
Page 39
NL
5.4.2Lasdata
In het instelmenu kunt u zien welke waarde voor de parameter spanning is ingesteld.
U kunt desgewenst ook de spanningswaarde afstellen.
ESAB -- LUD 450
Ga naar het
instelmenu door op
de
INSTELLEN--toets
te drukken.
PROCES:GUTSEN
DIAMETER ELEKTRODE:8 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEETGEHEUGEN
LASDATA INSTELLEN
SNEL.
MODEENTER
Met on ze instelling
van de
elektrodediameter
heeft de
lasstroombron de
spanning ingesteld
op 43 V.
SPANNING:43.0 V
SYNERGISCHE KEUZE:AAN
VERLAAT
bu14d01h
-- 3 9 --
Page 40
NL
6MEETWAARDEVAK
6.1Beschrijving van het meetwaardevak
In het meetwaardevak kunt u tijdens het lassen de gemeten waarden voor
verschillende lasparameters zien. Welke parameters dit zijn is afhankelijk van het
gekozen lasproces.
Het onderstaande voorbeeld toont een meetwaardevak voor MIG/MAG.
TIP!
Bij pulseren kunt u kiezen of de spanningswaarde moet worden getoond als
gemiddelde waarde of als puls--gemiddelde waarde.
Deze instelling kan gemaakt worden bij MIG/MAG--basisinstellingen. Zie punt
9.2.4.3.
Let erop dat het hoofdmenu in het tekenvenster wordt getoond als u het
meetwaardevak wilt oproepen. Druk op de METEN-- toets.
ESAB -- LUD 450
PROCES:MIG/MAG
METHODE:DIP/SPRAY
DRAAD TYPE:Fe
BESCHERMGAS:Ar+8%CO2
DRAAD DIAMETER:1.2 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
Zo kan het meetwaardevak eruitzien. De pijl helemaal rechtsonder in het
tekenvenster geeft aan dat er meer informatie aanwezig is dan er in het
tekenvenster kan staan.
DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
Ga met de
pijltjestoets naar
beneden.
22,5 Volt
GEHEUGEN
SNEL.
MODE
ENTER
bu14d01h
134Amp
6,0 m/min
REMVERLAAT
-- 4 0 --
Page 41
NL
In het tekenvenster wordt een vierde meetwaarde zichtbaar.
DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
134Amp
6,0 m/min
3,01 kW
6.2Overige ingestelde waarden
REMVERLAAT
In het meetwaardevak kunt u de waarde voor bepaalde parameters wijzigen. Welke
parameters dit zijn is afhankelijk van het ingestelde lasproces. De parameterwaar-
den die kunnen worden afgesteld zijn altijd metofgemarkeerd.
DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
Wijzigen door op
of op
te drukken. Het
venster dat verschijnt,
verdwijnt na 1,5 sec.
als geen van de
toetsen wordt gebruikt.
22,5 Volt
VOLTAGE: 22,5 (+3,5) V
134Amp
6,0 m/min
REMVERLAAT
bu14d01h
-- 4 1 --
Page 42
NL
7BEDIENEN VAN HET GEHEUGEN
In het instelkastje kunt u maximaal 99 sets lasdata opslaan. Elke dergelijke set
krijgt een nummer van 1 tot 99. Als het lasdatageheugen vol raakt, d.w.z. als er 99
datasets zijn opgeslagen en u nog een set wilt opslaan, wordt de oudste set lasdata
automatisch gewist.
U kunt lasdatasets wissen en kopiëren en ook een set lasdata naar het
werkgeheugen oproepen.
Hier volgt een voorbeeld van de manier waarop u opslaat, oproept, kopieert en wist.
7.1Opslaan
Let erop dat het hoofdmenu in het tekenvenster wordt getoond als u een dataset wilt
opslaan. Druk op de GEHEUGEN--toets. Als het lasdatageheugen leeg is, wordt het
volgende vak in het tekenvenster zichtbaar.
GEHEUGEN FUNCTIES -- OPGESLAGEN GEGEVENS
:
GEEN O PGESLAGEN DATA
OPSLAANVERLAAT
:
Voorbeeld
We zullen nu een set lasdata opslaan. Deze moet geheugenpositie 10 krijgen. Druk
op de OPSLAAN--toets. Het volgende vak wordt in het tekenvenster zichtbaar.
OPSLAAN IN DATA NR. 1
Als u hier op
ENTER drukt,
wordt de dataset
als nummer 1
bewaard. Dit blijkt
uit de bovenste
regel in het
tekenvenster
VERLAATENTER
Met behulp van een van de plus/min--toetsen, kunt u aangeven welke
geheugenpositie u aan de dataset wilt geven. Dit wordt zichtbaar op de bovenste
regel in het tekenvenster.
Het cijfer op de bovenste regel in het tekenvenster is de eerste lege positie die in het
geheugen is gevonden.
bu14d01h
-- 4 2 --
Page 43
NL
OPSLAAN IN DATA NR. 10
Ga met een van de
plus/min--toetsen
naar nummer 10.
Druk op ENTER.
VERLAATENTER
Nu is de dataset als nummer 10 opgeslagen. Helemaal onderaan in het
tekenvenster kunt u delen van de inhoud van dataset nummer 10 zien.
OPSLAAN IN DATA NR. 10
10
" DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
VERLAATENTER
Ga met de AFBREKEN--toets terug naar het geheugenmenu
Tip!
Als er staat OPSLAAN IN GEHEUGENPOSITIE 1, dan kunt u door op min op
of op
bu14d01h
te drukken direct naar set 99 springen.
-- 4 3 --
Page 44
NL
7.2Wissen
In het geheugenmenu kunt u een of meerdere datasets wissen.
Voorbeeld
We zullen nu de dataset wissen die we in een eerder voorbeeld hebben opgeslagen.
Druk op de WISSEN--toets.
GEHEUGEN FUNCTIES -- OPGESLAGEN GEGEVENS
1050
DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
OPSLAANANNULERHERNEEMKOPIEERVERLAAT
De laatst opgeslagen dataset wordt automatisch gemarkeerd. Als er meerdere
datasets zijn opgeslagen, kunt u de cursor met de linker-- en rechterpijltjestoetsen
tussen deze sets verplaatsen.
VERWIJDER LASDATA NR. 10
Druk op ENTER
om het wissen van
10
dataset nummer 10
te bevestigen.
" DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
VERLAATENTER
bu14d01h
-- 4 4 --
Page 45
NL
7.3Oproepen
Let erop dat u in het geheugenmenu staat als u een opgeslagen dataset wilt
oproepen. Druk op de HERNEEM--toets.
GEHEUGEN FUNCTIES -- OPGESLAGEN GEGEVENS
10
OPSLAANANNULERHERNEEMKOPIEERVERLAAT
Voorbeeld
De laatst opgeslagen dataset wordt automatisch gemarkeerd. Als er meerdere
datasets zijn opgeslagen, kunt u de cursor met de linker-- en rechterpijltjestoetsen
tussen deze sets verplaatsen.
HERNEEM LASDATA NR. 10
Druk op ENTER
om te bevestigen
10
dat u dataset
nummer 10 wilt
oproepen.
" DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
VERLAATENTER
Ga terug naar het geheugenmenu met de VERLAAT--toets.
7.4Kopiëren
U kunt de inhoud van een set lasdata naar een nieuwe geheugenpositie kopiëren.
Om te beginnen drukt u op de KOPIEER--toets.
GEHEUGEN FUNCTIES -- OPGESLAGEN GEGEVENS
bu14d01h
10
DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
OPSLAANANNULERHERNEEMKOPIEERVERLAAT
-- 4 5 --
Page 46
NL
Voorbeeld
De laatst opgeslagen dataset wordt automatisch gemarkeerd. Als er meerdere
datasets zijn opgeslagen, kunt u de cursor met de linker-- en rechterpijltjestoetsen
tussen deze sets verplaatsen. We zullen nu de inhoud van geheugenpositie 10 naar
positie 50 kopiëren.
Met een van de plus/min--toetsen kunt u aangeven naar welke geheugenpositie u
wilt kopiëren.
KOPIER LASDATA NR. 10 NAAR NR. 50
Ga met de
plus--toets naar
nummer 50 en druk
op ENTER
10
" DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
VERLAATENTER
STORE OVER EXISTING WELD DATA?
10
" DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
NEENJA
Daarmee is lasdata nummer 10 naar geheugenpositie 50 gekopieerd.
Zou geheugenpositie 50 al bezet zijn, dan kreeg u hierover informatie in het
tekenvenster.
KOPIER LASDATA NR. 10 NAAR NR. 50
10
" DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
50
Ga terug naar het geheugenmenu met de VERLAAT--toets.
-- 4 6 --
bu14d01h
VERLAATENTER
Page 47
NL
7.5Afstandsbediening
We beginnen met het oproepen van het hoofdmenu door op de MENU--knop te
drukken. Roep het meetmenu op door op de MEET--knop te drukken.
DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
Vanuit het meetmenu
kunt u door op de knop
“Afstand“ te drukken
overschakelen op het
bedienen van de
uitrusting via een
afstandsbediening.
Er zijn 4 verschillende
afstandsbedieningen:
22,5 Volt
134Amp
6,0 m/min
REM
Digitale afstandsbediening
Er wordt een digitale afstandsbediening gebruikt wanneer men lasdatasets vanuit
het lasdatageheugen wilt oproepen zonder het instelkastje te gebruiken.
SAristo Control 5--programma.
Met deze afstandsbediening kunt u 5 verschillende lasdatasets uit het geheugen
oproepen. U bewaart deze op geheugenplaats 1--5.
U kunt tevens de spanning instellen vanuit het door u opgeroepen
lasprogramma.
Analoge afstandsbediening
Met een analoge afstandsbediening kunt u de primaire parameters van het
lasproces regelen vanaf een andere eenheid dan het instelkastje.
SAristo Control Synergic PAE 2.
Met deze afstandsbediening kunt u de draadaanvoersnelheid en de spanning
vergroten/verkleinen vanuit de door u gekozen synergielijn.
SEsab PSF--laspistool met 2 knoppen.
Dit laspistool heeft 2 knoppen waarmee u de draadaanvoersnelheid en de
spanning kunt vergroten/verkleinen vanuit de door u gekozen synergielijn. Ook
instellen tijdens het lassen is mogelijk.
SEsab PSF--laspistool met 3 programma’s.
Dit laspistool heeft een 3--standenknop.
Met deze knop kunt u 3 ver schillende lasdatasets uit het geheugen oproepen,
bijv. voor kernrups en vulrupsen. Ook is het mogelijk om midden onder het
lassen van lasprogramma te wisselen.
7.5.1 Configureren voor afstandsbediening
Zie punt 9.2.3.
bu14d01h
-- 4 7 --
Page 48
NL
8SNELINSTELLING
8.1Beschrijving van de snelinstelling
Als u een of meerdere sets lasdata in het lasdatageheugen heeft opgeslagen, kunt u
een of meer hiervan (maximaal vier) via de SNELSTAND--toets toegankelijk maken,
zodat ze in het hoofdmenu kunnen worden gebruikt.
ESAB -- LUD 450
De eerste instelling
betreft het type
lasproces. Loop m.b.v.
de pijltjestoetsen door
het menu totdat de
regel PROCES wordt
gemarkeerd. Druk op
ENTER om een lijst
met alternatieven te
krijgen.
PROCES:MIG/MAG
METHODE:DIP/SPRAY
DRAAD TYPE:AlSi
BESCHERMGAS:Ar
DRAAD DIAMETER:1.0 mm
BIJKOM. HULPFUNCTIES
STEL INMEET
GEHEUGEN
SNEL.
MODE
ENTER
Als u op de toets voor snelstand drukt, kan het vak er op deze manier uitzien.
DIP/SPRAY, Fe CO2, 1.2 mm
22,5 Volt
134Amp
6,0 m/min
LAS.
DA TA 1
Vier van de zachte knoppen kunnen op deze manier aan hun eigen instellingen voor
de lasgegevens in het geheugen voor de lasgegevens ”verbonden” worden. Zie
zachte knopfunctie in paragraaf 9.2.4.2.
De 2e functie van de vijfde zachte knop wordt gebruikt om tussen de functies voor
de vier zachte knoppen te schakelen.
U kunt de vier zachte knoppen ver wisselen van de instellingen voor de lasgegevens
naar het beschikbaar hebben van die functie in de meetstand (gasloutering, hete
start, draadverplaatsing, trekkerstand, krateropvulling, kruipstart, etc.)
LAS.
DA TA 2
LAS.
DA TA 3
LAS.
DA TA 4
2ND
FUNCT
8.2Configuratie van de snelinsteltoetsen
Zie onder punt 9.2.8.1.
bu14d01h
-- 4 8 --
Page 49
NL
9AANVULLENDE FUNCTIES
9.1Geheugenkaartfuncties
Om de geheugenkaartfuncties te kunnen gebruiken
moet u eerst de PC--kaart installeren.
1.Schakel de stroom naar de lasmachine uit
2.Plaats de PC--kaart
3.Schakel de stroom in
4.Druk op aanvullende functies, ENTER
5.Druk op geheugenkaartfunctie, ENTER
Het volgende tekenvenster verschijnt:
GEHEUGENKAARTFUNCTIES
LASDATA--INSTELLINGEN
Installeer
de PC-kaart hier
OPSLAANANNULERHERNEEMVERLAAT
OPSLAAN
Wordt gebruikt om de geldende lasdata--instellingen (opgenom en geheugenposities
1--99) vanuit het instelkastje op te slaan naar de PC-- kaart.
Als dezelfde lasdata reeds op de kaart zijn opgeslagen, worden
deze
overgeschreven door degene die in het eigen geheugen van het instelkastje staan.
Voorbeeld
PC--kaartInstelkastje
De lasdata--instellingen in het
instelkastje zijn:
123101250
De PC--kaart
is nu leeg.
PC--kaart
Druk op OPSLAAN.
De lasdata--instellingen van het instelkastje zijn nu
opgeslagen op de PC--kaart
123101250
bu14d01h
-- 4 9 --
Page 50
NL
WISSEN
Wordt gebruikt als u de inhoud van de PC--kaart wilt wissen (alle lasdata--instellingen).
Voorbeeld
PC--kaart
De lasdata--instellingen op de PC--kaart zijn:
123101250
PC--kaart
Druk op WISSEN. De PC--kaart is nu leeg.
HERROEPEN
Wordt gebruikt om lasdata--instellingen van de PC--kaart naar het instelkastje te
kopiëren. Als er reeds een lasdata --instelling in het eigen geheugen van het kastje is,
wordt deze overgeschreven door degene die op de PC--kaart is opgeslagen.
Voorbeeld
PC--kaartInstelkastje
Druk op HERROE-
12310125023456
PEN
Instelkastje
Het instelkastje heeft nu 3 nieuwe sets lasdata (4,
5, 6) en de sets 2 en 3 werden geüpdatet door
degene die op de PC--kaart stonden opgeslagen.
123456
10 1250
Foutmelding
Als het instelkastje een fout in de PC--kaart aangeeft, ziet u een foutmelding die de
fout in kwestie in het kort beschrijft.
Controleer het volgende:
SOf de PC--kaart juist is ingestoken.
SOf de PC--kaart van een onbekend of niet goedgekeurd merk is.
SOf op de kaart opgeslagen data compatibel zijn met de software in het
instelkastje.
SOf de PC --kaart een onjuist versienummer heeft, of van een ouder formaat is.
bu14d01h
-- 5 0 --
Page 51
NL
9.2Configuratie
9.2.1Taal en lengte--eenheid
Zie onder punt 1.3.
9.2.2Vergrendelfunctie
HOOFDMENU
BIJKOM. HULPFUNCTIES
CONFIGURATIE
BLOKKERINGSFUNCT.
Soms wil men de toegang tot bepaalde functies in het instelkastje beperken om te
voorkomen dat belangrijke parameters of instellingen door iemand anders worden
gewijzigd.
Wanneer de vergrendelfunctie geactiveerd is en men zich in het meetscherm
(afstandsbediening) of snelinstellingenscherm bevindt, is er telkens wanneer men
naar het hoofdmenu probeert te gaan door op de VERLAAT-- of MENU--knop te
drukken een password (vergrendelcode) vereist. Normaliter komt de uitrusting na
aangezet te zijn in een van deze drie standen, en de enige manier om deze te
verlaten om naar andere menu’s te gaan is een correct password (correcte
vergrendelcode) aan te geven.
BLOKKERINGSFUNCTIES
BLOKKERINGSSTATUSUIT
INSTEL/AANPAS. BLOKKEERCODE
VERLAATENTER
In de STAND VERGRENDELCODE kan men de vergrendelfunctie activeren/deactiveren zonder de bestaande vergrendelcode te wissen indien men de functie
deactiveert. Als er geen vergrendelcode is opgeslagen en men probeert de
vergrendelfunctie te activeren, belandt men in het scherm met een op een computer
lijkend “toetsenbord“ teneinde een nieuwe code in te voeren.
Wanneer men deze heeft geactiveerd, verschijnt er een klein icoontje met een
sleutel op de eerste regel in het tekenkader teneinde aan te geven dat de
vergrendelfunctie is geactiveerd. Men kan zich dan zonder enige belemmering
vrijelijk door alle menu’s bewegen totdat men in het meetscherm of het
snelinstellingenscherm komt. Op dat moment treedt de vergrendelfunctie in werking,
die de gebruiker verhindert deze schermen te verlaten zonder eerst de
vergrendelcode in te voeren.
In AANGEVEN/WIJZIGEN VERGRENDELCODE kunt u een bestaande
vergrendelcode herzien of een nieuwe invoeren.
Een vergrendelcode kan uit max. 10 tekens of cijfers naar keuze bestaan.
bu14d01h
-- 5 1 --
Page 52
NL
Het verlaten van de vergrendelstand
Wanneer men zich in het meetscherm of snelinstellingenscherm bevindt en de
vergrendelfunctie gedeactiveerd heeft, kan men zonder beperkingen deze
schermen verlaten door op AFBREKEN of de MENU--knop te drukken om zo terug
te keren naar het hoofdmenu.
Heeft men de functie g eactiveerd en men probeert eruit te komen, verschijnt het
volgende scherm teneinde de gebruiker te waarschuwen voor de vergrendelbeveiliging.
DRUK ENTER
BLOKKEERCODE
Hier kunt u AFBREKEN (ongedaan maken) kiezen en zo terugkeren naar het
voorgaande scherm, of doorgaan door op ENTER te drukken om de vergrendelcode
in te voeren.
U komt dan in het scherm met het toetsenbord, waar u de code in kunt geven, om
deze bevestigen met de enterknop op het toetsenbord.
Indien de code onjuist is, krijgt men een foutmelding die de gebruiker de
mogelijkheid biedt het nogmaals te proberen of terug te keren naar het
oorspronkelijke scherm, d.w.z. het meetscherm of het snelinstellingenscherm.
Indien de code juist is, worden alle vergrendelingen voor andere menu’s verwijderd,
maar de vergrendelfunctie blijft geactiveerd. Dat houdt in dat de gebruiker het
meet--/snelinstellingenscherm tijdelijk kan verlaten, maar bij terugkeer hierheen weer
in de vergrendelstand belandt.
Wanneer me n buiten het meet --/snelinstellingenscherm iets wil wijzigen (bijv.
instellingen, deactiveren van de vergrendelfunctie etc.), kan men hiernaar en naar
de vergrendelfunctie terugkeren om deze opnieuw te activeren en de gebruiker weer
“vergrendelen“ in het meet--/snelinstellingenscherm.
bu14d01h
-- 5 2 --
Page 53
NL
9.2.3Afstandsbediening
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
CONFIGURATIE
AFSTANDSBEDIENING
De configuratie voor de afstandsbedieningen geldt in zijn geheel voor alle eventueel
aangesloten aanvoermechanismen.
Haalt men ANALOOG1 uit de configuratie, dan geldt dat voor beide aanvoermechanismen wanneer men dubbele aanvoermechanismen gebruikt.
Plaats de cursor op de regel NEGEER AANPASSING. Druk op ENTER om een lijst
met alternatieven te krijgen.
Bij de vergeet wijziging--functie in de “aan“--stand heeft men na iedere lasstop altijd
weer de oorspronkelijke data actueel vanuit de gebruikte geheugenpositie.
Dat wil zeggen, als men een wijziging heeft aangebracht in de verhouding ten
opzichte van de synergielijn, bijv. +2V spanning heeft toegevoegd, last en stopt, dan
verdwijnt de wijziging en de oorspronkelijke data worden weer ingesteld.
Dit kan bijv. worden gebruikt bij het uittesten van nieuwe lasdata.
Configureren voor een digitale afstandsbediening
Bij gebruik van een digitale afstandsbediening moet u aangeven welk type
mechanisme u gebruikt; een 5--programsmechanisme of een 32--programsmechanisme (binary coded). Als u een pistool met een 3--programskeuze heeft, dan kiest u
voor het 5 programsalternatief.
Indien u de cursor op de regel DIGITAAL GESTUURD plaatst en op ENTER dr u kt,
dan krijgt u een lijst waaruit u een alternatief kunt kiezen.
BINAIRE CODES
5-- PROG.
bu14d01h
-- 5 3 --
Page 54
NL
Configuratie voor analoge afstandsbediening
Als u een analoge afstandsbediening gebruikt, moet u in het instelkastje aangeven
welke potentiometer(s) (maximaal 2) u wilt gebruiken.
De potentiometers worden in het instelkastje ANALOOG 1 en ANALOOG 2 genoemd
en verwijzen elk naar een voor het lasproces vastgestelde parameter, bijv. spanning
(ANALOOG 1) en draadaanvoer (ANALOOG 2) bij MIG/MAG.
Als u de cursor op de regel ANALOOG 1 zet en op
ENTER drukt, krijgt u een lijst
U kunt nu kiezen of potentiometer ANALOOG 1 wel
(SPANNING) of niet moet worden gebruikt (GEEN).
Kies de regel SPANNING en druk op ENTER.
MIG/MAG -- AFSTANDSBEDIENINGEN
GEEN
SPANNING
Het volgende
tekenvenster
verschijnt.
Als u de cursor op de regel ANALOOG 2 zet en op
ENTER drukt, krijgt u een lijst.
U kunt nu kiezen of potentiometer ANALOOG 2 wel
U dient tevens het regelgebied in te stellen voor die potentiometer(s) die gebruikt
moet(en) worden. Dit doet u door met de plus/min--knoppen een minimumwaarde en
een maximumwaarde aan te geven in het instelkastje.
Dit geldt in niet synergie. In synergie stelt u +-- 10 V op ANALOOG1 in verhouding
tot de gekozen synergielijn, ANALOOG 2 draadaanvoer stelt u als in niet synergie.
bu14d01h
-- 5 4 --
Page 55
NL
9.2.4MIG/MAG basisinstellin g e n
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
CONFIGURATIE
MIG/MAG STANDAARDWAARD
9.2.4.1 Trekkerfunctie
CONFIGURATIE -- MIG/MAG STANDAARDWAARD
Plaats de cursor op
de regel
TOORT.SCHAK.
Druk op ENTER
om een lijst met
alternatieven te
krijgen.
TOORTSSCHAKELAAR KEUZE:4--TAKT
FUNCTIETOETSEN INSTEL.:
VOLT.MEASURE IN PULSED:PULSE
Zet de cursor op de regel 2-- TACT
in de lijst en druk op ENTER. Daarmee hebben we
TOORTS. 2--TACT ingesteld.
CONFIGURATIE -- MIG/MAG STANDAARDWAARD
TOORTSSCHAKELAAR KEUZE:2--TAKT
FUNCTIETOETSEN INSTEL.:
VOLT.MEASURE IN PULSED:PULSE
VERLAATENTER
2--TACT
4--TACT
VERLAATENTER
bu14d01h
-- 5 5 --
Page 56
NL
9.2.4.2 De lichte toetsfunctie
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
CONFIGURATIE
MIG/MAG STANDAARDWARD
FUNCT. TOETSEN
Eerder hebben we het gehad over de vijf “zachte“ toetsen van het instelkastje. Bij
MIG/MAG--lassen heeft de gebruiker de m ogelijkheid om zelf de functie van drie van
deze toetsen in te stellen vanuit een aantal gegeven alternatieven.
Van de vijf zachte toetsen kan aan de drie meest linkse toetsen een bepaalde functie
worden toegekend.
U kunt kiezen uit de volgende alternatieven:
SGasstroom
SDraadaanvoer
SSchakeling 2--takt/4--takt
SKratervulling AAN/UIT
SKruipstart AAN/UIT
SHot start AAN/UIT
STrekker schakelaar voor de lasgegevens (TRIGG WELD DATA) AAN/UIT
Het toekennen van een van deze functies aan een zachte toets gebeurt op de
volgende manier.
Het volgende vak wordt in het tekenvenster getoond. In dit vak staan twee
kolommen: één voor functie en één voor toetsnummer.Decijfers1,2en3
vertegenwoordigen elk een toets, d.w.z. de meest linkse toets is nummer 1 enz.
In het volgende voorbeeld zullen we toets nummer 1 de functie KRATERVULLING
AAN/UIT toekennen.
FUNCTIETOETSEN ASSOCIATIE
Zetdecursoropde
regel
KRATERVULLING
AAN/UIT. Druk op
toets nummer 1,
d.w.z. de meest
linkse toets.
FunctiesFun. toet
GEEN2,3
PURGEREN GAS
MANUELE DRAADAANVOER
2/4--TACT
KRATERVULLING AAN/UIT1
KRUIPSTART AAN/UIT
HOTSTART AAN/UIT
TRIGG WELD DATA SWITCH
bu14d01h
GEENGEENGEENVERLAAT
-- 5 6 --
Page 57
NL
Het vak in het tekenvenster laat zien dat toets nummer 1 hiermee de functie
KRATERVULLING AAN/UIT toegekend heeft gekregen. Het cijfer 1 is naar beneden
verplaatst naar de regel KRATERVULLING AAN/UIT en helemaal onder in het
tekenvenster ziet u de toetstekst KRVULL voor de linkse toets.
FUNCTIETOETSEN ASSOCIATIE
FunctiesFun.toet
GEEN2,3
PURGEREN GAS
MANUELE DRAADAANVOER
2/4--TACT
KRATERVULLING AAN/UIT1
KRUIPSTART AAN/UIT
HOTSTART AAN/UIT
TRIGG WELD DATA SWITCH.
KRA TER
VULLING
GEENGEENVERLAAT
De andere twee toetsen kunnen op dezelfde manier elk een functie toegekend
krijgen door een functie in de linker kolom te koppelen aan een toetsnummer in de
rechter kolom.
Indien u een knop een nieuwe functie wilt toekennen, plaats dan de cursor op de
regel GEEN en druk op de zachte knop waarvan u de functie wilt wijzigen. In het
tekenvenster kunt u dan de knoptekst GEEN lezen en deze kan weer een nieuwe
functie worden toegekend.
9.2.4.3 Spanningsmeting in kort pulseren
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
CONFIGURATIE
MIG/MAG STANDAARDWARD
SPANNINGSMETING
Alternatieven voor spanningsmethoden in kort pulseren zijn de volgende:
--gemiddelde waarde van pulsspanning.
--gemiddelde waarde spanning.
Gemiddelde waarde van pulsspanning
De spanning wordt uitsluitend gemeten onder het pulsgedeelte en gefilterd voordat
de spanningswaarde op het display gepresenteerd wordt.
Gemiddelde waarde spanning
De spanning wordt continu gemeten en gefilterd voordat de spanningswaarde
gepresenteerd wordt.
De meetwaarden die op het display gepresenteerd worden, worden gebruikt als
input voor interne en externe kwaliteitsfuncties.
bu14d01h
-- 5 7 --
Page 58
NL
9.2.5Aanvoermechanisme MLC 30C
N.B.!
De upgrade--kaart voor de MLC 30C wordt samen met het aanvoermechanisme
geleverd.
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
CONFIGURATIE
MIG/MAG STANDAARDWARD
MLC 30C
MIG/MAG STANDAARDWAARD -- MLC 30C
Plaats de cursor op
de regel MLC 30C
Druk op ENTER.
TOORTSSCHAKELAAR KEUZE:2--TAKT
FUNCTIETOETSEN INSTEL.:
VOLT.MEASURE IN PULSED:PULSE
MLC 30C
VERLAATENTER
Motorsterkte
De motorsterkte geeft aan met welk draaimoment de motor van het elektrisch
pushaanvoermechanisme de draad zal doorschuiven.
Er is een vooringestelde waarde van 1,50 A motorsterkte, dit draaimoment geldt
voor de meeste draden en verschillende lengtes van het slangenpakket. Bij het
gebruik van een zachte dunne aluminiumdraad is het in bepaalde gevallen beter de
motorsterkte terug te brengen tot 1,25 A om problemen met het in de war raken van
de draad te verminderen.
Wanneer bijv. moet worden gewerkt met een versleten draadgeleider en een
slangenpakket van 16 m en de draadaanvoer begint zwaar te lopen, dan kan de
motorsterkte worden verhoogd tot 1,75 A.
Let erop dat het erg belangrijk is een gelijkm atige draadaanvoer te hebben in het
achterste pushaanvoermechanisme, aangezien de stroombron de draadsnelheid
regelt volgens het achterste aanvoermechanisme.
bu14d01h
-- 5 8 --
Page 59
NL
Zet de cursor op
MOTOR--STERKT
E.Druk op ENTER
om een lijst met
mogelijkheden te
krijgen.
MIG/MAG STANDAARDWAARD -- MLC 30C
MOTORSTERKTE1.0 A
STOP DRAADAANVOERSNELHEID0.7 m/min
VERLAATENTER
Zet de cursor op de regel van de gekozen
motorsterkte Zie de tabel voor draadtype --motorsterkte
in de gebruiksaanwijzing
voor de MLC 30C. Druk op ENTER.
1.0 A
1.25 A
1.50 A
1.75 A
Draadsnelheid
Stop draadsnelheid, bij de draadsnelheid wanneer de stroombron wordt afgezet. Dit
om een zo goed mogelijke stop te krijgen zonder dat het in het contactmondstuk
opbrandt.
Wanneer u bijv. last met 13 m/min. kunt u de stopgrens zetten bij 10 m/min., wat
inhoudt dat het aanvoermechanisme stopt en de stroombron uitschakelt wanneer de
draadsnelheid onder de 10 m/min. komt.
Hierdoor wordt voorkomen dat het contactmondstuk verbrandt.
Wanneer u last met 3--4 m/min. zet u de stopsnelheid op een lagere waarde, bijv. op
1,0 m/min.
De instelwaarde is tussen de 0,7-- 10 m/min.
Zet de cursor op
STOP
DRAADAANV.
SNELH.Scrollen
met
plus/min--knoppen
voor instelwaarde.
Druk op ENTER.
bu14d01h
MIG/MAG STANDAARDWAARD -- MLC 30C
MOTORSTERKTE1.0 A
STOP DRAADAANVOERSNELHEID0.7 m/min
VERLAATENTER
-- 5 9 --
Page 60
NL
9.2.6MMA basisinstellingen
Deze functie is bestemd voor toekomstig gebruik.
9.2.7TIG basisinstellingen
Deze functie is bestemd voor toekomstig gebruik.
9.2.8Algemene basisinstellingen
9.2.8.1 Snelinstellingsgrenzen
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
CONFIGURATIE
ALG. STANDAARDWAARD
SNELINSTELLING
De configuratie van een zachte toets naar snelinstelling vindt op de volgende manier
plaats.
ALGEMENE STANDAARDWAARD. -- SNELLE KEUZE
Zetdecursoropde
FUNCTIETOETSEN NR.:1
regel voor
toetsnummer.
SPANNING:+ 0.0 V
--0 . 0 V
DRAADSNELHEID:+ 0.0 m/min
--0 . 0 m / m i n
GEASSOCIEERDE LASDATA:16
DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
VERLAAT
De toetsen zijn van links naar rechts genummerd van 1--4. Kies de gewenste toets
door het nummer hiervan met behulp van de plus/min --toetsen aan te geven.
Loop vervolgens met de pijltjestoets naar beneden naar de regel “ GERELATEERDE
LASDATA”. Hier kunt u in de lasdatasets bladeren, die in het lasdatageheugen zijn
opgeslagen. Kies het gewenste lasdatanummer met behulp van de plus/min --toetsen.
Als u een set lasdata via de snelstandtoets oproept, heeft u nog steeds de
mogelijkheid om de toegankelijke lasparameters bij te stellen. Als u de mogelijkheid
voor het bijstellen van deze parameters wilt beperken, kunt u voor elke par am eter
een boven-- en ondergrens aangeven.
bu14d01h
-- 6 0 --
Page 61
NL
De lasparameters die voor bijstellen toegankelijk zijn, zijn de volgende:
Svoor MIG/MAG
SDraadaanvoersnelheid
en
SSpanning
Svoor MMA
SLasstroom
Svoor TIG
SLasstroom
Svoor Gutsen met een koolboog
SSpanning
Zo bepaalt u de grenzen voor het bijstellen van de parameters.
Voor elke parameter wordt een pluswaarde (bovengrens) en een minwaarde
(ondergrens) aangegeven waarbij de oorspronkelijke instelling van de set lasdata als
referentie dient.
ALGEMENE STANDAARDWAARD. -- SNELLE KEUZE
Zetdecursoropde
FUNCTIETOETSEN NR.:1
regel voor de
actuele
lasparameter, bijv.
SPANNING.
SPANNING:+ 0.0 V
--0 . 0 V
DRAADSNELHEID:+ 0.0 m/min
--0 . 0 m / m i n
GEASSOCIEERDE LASDATA:16
DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1.2 mm
VERLAAT
Geef de gewenste waarde voor de boven-- en ondergrens aan met behulp van de
plus/min--toetsen.
9.2.8.2 Dubbele startsignalen
KONFIGURATIE -- ALGEMENE STANDAARDWAARD
SNELLE KEUZE GRENZEN
DUBBELE STARTBRONUIT
TRIGG WELD DATA SWITCH
VERLAATENTER
Met dit alternatief aan maakt men de start van het MIG/MAG--aanvoermechanisme
vanaf de TIG--kaart (universeel) mogelijk.
Op dezelfde manier wordt de start van het TIG--pistool vanaf het aanvoermechanisme mogelijk gemaakt.
Deze functie kan worden benut in gemechaniseerde toepassingen.
bu14d01h
-- 6 1 --
Page 62
NL
9.2.8.3 Verwisseling lasgegevens met pistool
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
CONFIGURATIE
ALG. STANDAARDWAARD
TRIGG WELD DATA SWITCH
De functie VERWISSELING LASGEGEVENS MET PISTOOL (TRIGG WELD DATA
SWITCH)maakt het mogelijk de trekkerknop te gebruiken om het laspistool te
gebruiken om tussen vijf voorgeselecteerde lasgegevensopties te schakelen.
Door de laspistooltrekker vlug in te knijpen (sneller dan 3/10e seconde), kunt u naar
de volgende lasgegevensoptie schakelen.
Plaats de cursor op de
regel TREKKER
LASGEGEVENS
(TRIGGER WELD
DATA), druk op
ENTER.
Plaats de cursor op de
regel TREKKER
LASGEGEVENS
(TRIGGER WELD
DATA), druk op
ENTER voor de lijst
met opties. Selecteer
AAN.
CONFIGURATIE -- ALGEMENE INSTELLINGEN
BEPERKINGEN VAN SNELHEIDSSTAND
DUBBELE STARTBRONUIT
Selecteer de lasgegevensopties en schakel op de volgende manier van de één naar
de ander:
bu14d01h
-- 6 2 --
Page 63
NL
TRIGG WELD DATA SWITCH
Plaats de cursor op de
regel
toevoegen/verwijderen.
Selecteer het
geheugennummer
waaronder de
lasgegevens
opgeslagen zijn met
gebruik van de
plus--/minknoppen en
druk op OPSLAAN.
De regel GESELECTEERDE LASGEGEVENS toont de geselecteerde lasgegevens
en de volgorde van hun inhoud, van links naar rechts.
Om geselecteerde lasgegevens te verwijderen, handelt u als hierboven beschreven
en drukt u op de knop VERWIJDEREN).
TRIGG WELD DATA SWITCH AAN
LASGEGEVENS TOEVOEGEN/VERWIJDEREN 1
GESELECTEERDE LASGEGEVENS:3
OPSLAANANNULERVERLAAT
9.2.9Meervoudige aanvoermechanismen
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
CONFIGURATIE
DUBBELE AFROLKAST
Alle nieuwe aanvoermechanismen worden aan de klant geleverd m et
identiteitsnummer 0.
Het eerste dat men moet doen is het vervangen van het identiteitsnummer
(node--adres) van het ene aanvoermechanisme (dit geldt slechts voor meervoudige
aanvoermechanismen).
BIJKOMENDE FUNCTIES -- CONFIGURATIE
Plaats de cursor op de
regel voor meervoudige
aanvoermechanismen
en druk op ENTER.
Vervangen van identiteitsnummers gaat als volgt in zijn werk:
Eerst sluit men een nieuw aanvoermechanisme aan, vervolgens gaat men naar het
scherm “MEERVOUDIGE AANVOERMECHANISMEN“ en drukt men de pistoolknop
korte tijd in om dit aanvoermechanisme actief te maken. Lees vervolgens op de
bovenste regel welk identiteitsnummer het aanvoermechanisme heeft (moet de
eerste maal 0 zijn). Kies vervolgens een nieuw identiteitsnummer tussen 0--3.
DUBBELE AFROLKAST
Plaats de cursor op de
regel KIES EEN
NIEUW
IDENTITEITSNUMME
R. Stel het gewenste
nummertussen0--3in
door hierheen te gaan
met de
plus/min--knoppen.
Druk op ENTER.
HUIDIGE ID NR.
SELECTIE NIEUW ID NR.0
AANGESLOTEN DRAADAANVOER ID
VERLAATENTER
Op de bovenste regel zal het cijfer voor identiteitsnummer veranderen in het
gewenste nummer.
Sluit daarna het volgende aanvoermechanisme aan en druk de pistoolknop in om dit
aanvoermechanisme te activeren. Dan kan men zien dat dit aanvoermechanisme
identiteitsnummer 0 heeft.
De configuratie is nu gereed en men kan de uitrusting op de gewone manier gaan
gebruiken.
Op dezelfde wijze bestaat nu de mogelijkheid maar liefst vier aanvoermechanismen
te configureren en te laten draaien.
Het belangrijkste bij het laten draaien van meervoudige aanvoermechanismen is niet
de identiteitsnummers die men aan de aanvoermechanismen geeft, maar dat men
ze verschillende nummers geeft om ze uit elkaar te kunnen houden.
Zou u per abuis twee aanvoermechanismen hetzelfde identiteitsnummer geven, dan
krijgt u onafgebroken foutmelding 15 op het display.
Schakel dan het ene aanvoermechanisme uit en herhaal bovenstaande procedure.
Men kan altijd naar het configuratiescherm gaan en het identiteitsnummer van zijn
ingeschakelde aanvoermechanismen controleren door op de pistoolknop te drukken.
Op de regel IDENTITEIT VAN AANGESLOTEN AANVOERMECHANISMEN ziet u
het identiteitsnummer van alle aangesloten aanvoermechanismen.
bu14d01h
-- 6 4 --
Page 65
NL
9.2.10 Meervoudige aanvoermechanismen --lasdata
Lasdata worden individueel aan het respectievelijke aanvoermechanisme gekoppeld.
Om data aan een aanvoermechanisme te koppelen, moet dit actief zijn. Wanneer dat
het geval is, roept men op de gebruikelijke manier data op (zie onder
geheugenbeheer punt 7) en voert men de eventuele instellingen in. Deze worden
dan aan het actieve aanvoermechanisme gekoppeld.
Voor het volgende aanvoermechanisme neemt men het pistool en maakt dit actief
door op de pistoolknop te drukken. Vervolgens roept men die data op die men aan
dit aanvoermechanisme gekoppeld wil zien.
Men kan een willekeurig lasdata--nummer koppelen aan een willekeurig
aanvoermechanisme.
Een afstandsbediening werkt op het aanvoermechanisme waaraan het is
aangesloten. Het digitale 5--program smechanisme roept data op uit verschillende
geheugenposities, al naar gelang het identiteitsnummer van het aanvoermechanisme.
Aanvoermechanisme met identiteitsnummer 0 roept lasdata op uit pos. 1--5
Aanvoermechanisme met identiteitsnummer 1 roept lasdata op uit pos. 11--15
Aanvoermechanisme met identiteitsnummer 2 roept lasdata op uit pos. 21--25
Aanvoermechanisme met identiteitsnummer 3 roept lasdata op uit pos. 31--35
BELANGRIJK
Alle grenzen die in het snelinstellin g en-- en configuratiescherm afstand sb ed ieningen worden gesteld, gelden voor alle aanvoermechanismen.
bu14d01h
-- 6 5 --
Page 66
NL
9.3Kwaliteitsfuncties
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
KWALITEITSFUNCTIES
Kwaliteitsfuncties houden een aantal interessante data voor afzonderlijke lassen bij.
Deze functies zijn:
Het tijdstip van de lasstart
De duur van de las
De gemiddelde, maximum-- en minimumstroom van de las
De gemiddelde, maximum-- en minimumspanning van de las
Het gemiddelde, maximum-- en minimumvermogen van de las
Bovendien is het mogelijk om handmatig de lengte van de lasnaad in te toetsen. De
lasdata--eenheid berekent de warmte--input.
Het aantal lassen sinds de laatste keer resetten wordt eveneens getoond. Er kan informatie over maximaal 100 lassen worden opgeslagen. De lassen na deze honderd
eerste worden genegeerd. De las moet langer duren dan 1 sec om geregistreerd te
worden.
De laatst genoteerde las verschijnt in het display, m aar het is ook goed mogelijk om
de overige lassen die zijn genoteerd door te bladeren.
Als u op RESET drukt, wordt alle variabelen op nul gezet.
KWALITEITSFUNCTIES
LAS1START: 01--JUN--9712:00.02
LASTIJD:0.0s
LASLENGT0 cm WARMTE INB0.0kJ/cm
+/--MAXMIN
I(A)0.000.000.00
U(V)0.000.000.00
P(kW)0.000.000.00
AANTAL LASSEN SEDERT RESET:0
RESETVERLAAT
U kiest een bepaalde las door met of or
of
te vermeerderen/verminderen,
met de cursor op die regel geplaatst die de actuele las laat zien.
U kunt de lengte van de lasnaad in het respectievelijke veld aangeven om op soort -
gelijke wijze de warmte--input op te roepen.
bu14d01h
-- 6 6 --
Page 67
NL
9.4Productiestatistiek
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
PRODUCTIE STATISTIEKEN
De productiegegevens moeten de totale boogtijd, de totale hoeveelheid materiaal en
het aantal lassen sinds de laatste keer r esetten bijhouden. Bovendien moet hierin de
boogtijd en de voor de laatste las gebruikte hoeveelheid materiaal worden bijgehouden. Ter informatie verschijnt ook de massa per lengte-- eenheid waarover de massa
is berekend en het tijdstip van de laatste maal resetten.
Het aantal lassen neemt niet toe als de boogtijd korter dan 1 sec heeft geduurd.
Daarom wordt niet getoond hoeveel materiaal werd gebruikt voor juist zo’n korte las.
Maar wel wordt het materiaalverbruik en de tijd in het totaal van materiaalverbruik en
tijd meegenomen.
Als u op RESET drukt, worden alle tellers op nul gezet en de laatste reset toont de
actuele datum en tijd.
PRODUCTIE STATISTIEKEN
LAAT.LASTOTAAL
BOOGTIJD181 min 24s0s
DR.VERBRUIK0g0g
GEBASEERD OP0.09g/m
AANTAL LASSEN0
LAATSTE RESET01--JUN--9712:00.02
RESETVERLAAT
bu14d01h
-- 6 7 --
Page 68
NL
9.5Foutenlogboek
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
FOUT LOG
Alle fouten die bij het gebruiken van de lasuitrusting ontstaan, worden als
foutmeldingen in het foutenlogboek gedocumenteerd. Er kunnen maximaal 99
foutmeldingen worden bewaard. Als het foutenlogboek vol raakt, d.w.z. als er 99
foutmeldingen zijn bewaard, wordt bij de volgende fout de oudste melding
automatisch gewist.
12 " DatumTijdEenheidFout
97042215:52,24CBOX18
Onderbreking met de afrolkast
97042216:54.04CBOX12
Overbezettning in doorzend buffer
97042309:14,33PSOURCE6
Onderbreking met TIG i/O eenheid
ANNULER
ANNULER
ALLES
BEKIJK
TOTAAL
VERLAAT
9.5.1Wissen van een foutmelding
Als u foutm e ldingen wilt wissen, zijn er twee mogelijkheden met e lk een eigen toets.
SWissen van gemarkeerde meldingen
SWissen van alle meldingen
9.5.2Overzicht van fouten
Door op de TONEN TOTAAL--toets te drukken, kunt u een presentatie van het aantal
geregistreerde foutmeldingen in het foutenlogboek krijgen. Hier wordt ook de datum
en tijd van de oudste en de laatst geregistreerde foutmelding getoond.
FOUT LOG -- TOTALE LIJST
ALGEMENE FOUTEN LIJST: 12
OUDSTE FOUT:970417,11:09,11
LAATSTE FOUT:970429,13:04,45
VERLAAT
bu14d01h
-- 6 8 --
Page 69
NL
9.5.3Foutmeldingen
Hieronder volgt een lijst van mogelijke foutmeldingen.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
14
15
17
CBOX
PSOURCE
WFEED
CBOX
PSOURCE
WFEED
CBOXFout in het externe RAM. De testen worden uitsluitend uitgevoerd bij in-
CBOX
PSOURCE
WFEED
PSOURCEGelijkspanning buiten de grenswaarde.De spanning na de netgelijkrich-
PSOURCEHoge temperatuur. Een te hoge temperatuur bij de lasstroombron, hetge-
PSOURCEHoge primaire stroom.De convertereenheid trekt teveel stroom van de
CBOX
PSOURCE
WFEED
PSOURCE
WFEED
PSOURCEGelijkspanning 3 buiten de veiligheidsgrenzen
PSOURCE
WFEED
CBOX
PSOURCE
WFEED
CBOXCommunicatie met bus verbroken. De foutenteller van het buscircuit
CBOX
PSOURCE
WFEED
CBOX
Fout in de controlesom EPROM. Fout in het programmageheugen -- De
testen worden uitsluitend uitgevoerd bij initiëring na inschakelen van de
spanning. Door deze fout worden geen functies geblokkeerd.
Fout in het RAM, de microprocessor. Fout in het interne RAM van de
processor-- De testen worden uitsluitend uitgevoerd bij initiëring na inschakelen van de spanning. Door deze fout worden geen functies geblokkeerd.
itiëring na inschakelen van de spanning. Door deze fout worden geen functies geblokkeerd.
Spanningsval in de 5V voedingsspanning.De voedingsspanning van de
computer is om de een of andere reden afgenomen. Dit kan gebeuren bij
het uitzetten van de machine, maar ook worden veroorzaakt door een fout
in de voedingsspanning van de kaart.
ter is of te laag, of te hoog, hetgeen veroorzaakt kan worden door krachtige transiënten op het net of door een zwak net. De convertereenheid
wordt direct automatisch uitgeschakeld en blijft geblokkeerd totdat de
spanning tot onder de grenswaarde is gedaald.
en kan worden veroorzaakt door overbelasting, een defecte koelventilator
of een storing in een ander onderdeel.
gelijkspanning waarmee hij wordt gevoed. De convertereenheid wordt direct automatisch uitgeschakeld en blijft geblokkeerd totdat de storing is
verholpen.
Gelijkspanning 1 buiten de veiligheidsgrenzen.
CBOX: De accuspanning is te laag
PSOURCE: De interne voedingsspanning +15 VC is of te hoog of te laag.
WFEED: De interne voedingsspanning 15V is of te hoog of te laag.
Gelijkspanning 2 buiten de veiligheidsgrenzen
PSOURCE: De interne voedingsspanning --15 VC is of te hoog of te laag.
WFEED: De interne voedingsspanning 20V is of te hoog of te laag.
De interne voedingsspanning +15 VB is of te hoog of te laag.
Servo--fout.PSOURCE: De stroomservo kan de door de computer vereis-
te stroom niet vasthouden. Er is een permanent verschil tussen shuntrespons en de set--waarde stroom.
WFEDD: De draadsnelheidsservo kan de door de computer vereiste draadsnelheid niet vasthouden.
Waarschuwingstoestand in de buscommunicatie. De foutenteller in het
buscircuit heeft een zo hoge waarde dat hij een waarschuwing afgeeft. Als
de teller blijft oplopen, wordt het buscircuit in een “bus off”--positie gezet en
het contact met de lasdata--eenheid (het instelkastje) verbroken.
heeft een zo hoge waarde dat deze in een “bus off”--positie gaat staan.
Resetten vereist het uitschakelen van de spanning.
Verlies van melding bij buscommunicatie. Het buscircuit geeft aan dat
er een melding verloren is gegaan doordat een later binnengekomen melding een eerdere melding heeft overschreven. Door deze fout worden geen functies geblokkeerd.
Verlies van contact met het aanvoermechanisme. Er wordt een identificatiemelding gebruikt om doorlopend te controleren of een bepaalde eenheid nog op het net zit. Een “Time out” op de respons genereert deze foutmelding. Een stopcommando wordt onmiddellijk naar de stroombron gestuurd.
bu14d01h
-- 6 9 --
Page 70
NL
18
19
20
21
22
23
25
26
27
28
29
30
31
32
CBOXVerlies van contact met de stroombron. Er wordt een identificatiemel-
ding gebruikt om doorlopend te controleren of een bepaalde eenheid nog
op het net zit. Een “Time out” op de respons genereert deze foutmelding.
Een stopcommando wordt onmiddellijk naar de stroombron gestuurd.
CBOXFout in het door een accu ondersteunde RAM. Een “byte” in het door
een accu gevoede RAM--geheugen wordt gebruikt voor steekproefcontrole. Als de accu spanning verliest, zal de waarde niet kloppen als de test
wordt uitgevoerd bij de volgende initiëring waarbij een algeheel resetten
van het lasdatageheugen plaatsvindt.
Dit resetten leidt ertoe dat alle lasdataposities op nul worden gezet. De
actuele instelling wordt: MIG/MAG, DIP/SPRAY, Fe, CO2, 1,2 mm.
CBOXOnacceptabele instellingen opgeslagen in het RAM. Er is een niet toe-
gestane waarde opgemerkt tussen de niet--numerieke instelparameters.
De foutdetectie heeft het resetten van het lasdatageheugen tot gevolg. De
test wordt uitsluitend uitgevoerd bij initiëring na het inschakelen van de
spanning. Door deze fout worden geen functies geblokkeerd.
CBOXIncompatibele instellingen opgeslagen in het RAM. De ingestelde wa-
arden voor methode, materiaal, gas en draad vormen een niet toegestane
combinatie. De foutdetectie heeft het resetten van het lasdatageheugen tot
gevolg. Door deze fout worden geen functies geblokkeerd.
CBOXOverloop in zenderbuffer. Het zendende buffergeheugen is vol. Een
storing in de buslijn kan de oorzaak zijn van deze fout. Resetten vereist
het uitschakelen van de spanning.
CBOXOverloop in ontvangerbuffer. Het ontvangende buffergeheugen is vol.
De fout wordt veroorzaakt doordat de microprocessor in het instelkastje
abnormaal veel wordt belast doordat deze meer meldingen ontvangt dan
hij kan verwerken. Resetten vereist het uitschakelen van de spanning.
CBOXIncompatibel lasdataformaat. Als het instelkastje wordt geladen met las-
data (geen afzonderlijke lasdata maar bloksgewijze overdracht van lasdata) ontvangt het een versienummer voor het lasdataformaat. Deze foutindicatie verschijnt als dit versienummer niet overeenkomt met de versie van
het lasdataformaat in het instelkastje.
PSOURCE
WFEED
WFEEDLasdraad op. De lasdraad op het voedingsmechanisme is op.
CBOX
PSOURCE
WFEED
PSOURCEGeen waterstroom. De monitor van de waterstroom heeft een indicatie
CBOXVerlies van contact met de TIG I/O--eenheid . Er wordt een identificatie-
CBOXGeen respons van de displaykaart. De processor krijgt geen bevestiging
WFEEDGeen gasstroom. De gasstroommonitor heeft een indicatie gegeven dat
“Watchdog” veroorzaakte resetten. De interne “watchdog” van de processor heeft een indicatie gegeven, d.w.z. iets heeft de processor belemmerd bij het binnen de gegeven tijdslimiet (64 ms) uitvoeren van zijn normale taken in de hoofdlus van het programma. Als dit gebeurt, wordt de
processor gereset en start deze vervolgens opnieuw. Als het programma
zijn initiëringen heeft uitgevoerd, wordt opgemerkt dat de oorzaak van de
herstart afkomstig is van de “watchdog”, waarbij deze foutmelding wordt
gezonden. Door deze fout worden geen functies geblokkeerd.
Overloop in het stapelgeheugen. Het stapelgeheugen (het gebied in het
geheugen dat de microprocessor gebruikt om tijdelijk gegevens in op te
slaan) is vol. De fout kan veroorzaakt worden door een abnormale werkbelasting van de processor.
gegeven dat er geen waterstroom is.
melding gebruikt om doorlopend te controleren of een bepaalde eenheid
nog op het net zit. Een “Time out” op de respons genereert deze foutmelding. Een stopcommando wordt onmiddellijk naar de stroombron gestuurd.
van de displaykaart (normaliter bevestigt de displaykaart alle commando’s
van de processor). Er worden door deze fout geen functies geblokkeerd,
behalve dan dat het display zelf mogelijk niet meer werkt.
er geen gasstroom is.
bu14d01h
-- 7 0 --
Page 71
NL
9.6Persoonlijk gedefinieerde synergielijnen voor MIG/MAG
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
GEDEF.SYN.GEGEVENS
Het is mogelijk eigen synergielijnen te creëren met betrekking tot draadaanvoersnelheid en spanning. Er kunnen maximaal tien van der gelijke synergielijnen worden
bewaard.
Een nieuwe synergielijn wordt in twee stappen gecreëerd.
1.Definieer de nieuwe synergielijn door een aantal spannings--draadsnelheids coördinaten aan te geven, zie de punten A--D in de volgende figuur.
Spanning
D
C
B
A
Draadaanvoer
2.Geef aan voor welke draad--gascombinatie de synergielijn moet gelden.
9.6.1Aangeven van de draad--sp an n in g sco ö rdinaten
Om een synergielijn voor de methode kortboog/sprayboog te creëren zijn vier
coördinaten nodig en voor de methode pulseren twee coördinaten. Deze coördinaten
moeten vervolgens onder afzonderlijke lasdatanummers in het lasdatageheugen
worden bewaard.
Ga als volgt te werk:
1.Roep het hoofdmenu op en kies de MIG/MAG--methode (kortboog/sprayboog of
pulseren) waarvoor de synergielijn moet gelden.
2.Toets de gewenste waarden voor spanning en draadaanvoersnelheid voor de
eerste coördinaat in.
3.Roep het menu voor het bedienen van het geheugen op en sla de eerste
coördinaat als lasdatanummer 96 op.
SDe vier coördinaten voor een kortboog/spraybooglijn moeten als nummer 96,
97, 98 en 99 worden bewaard.
Bovendien geldt dat:
Seen hoger lasdatanummer hogere waarden voor spanning en
draadaanvoersnelheid moet bevatten dan het direct voorafgaande
lasdatanummer.
Sde parameters inductantie, Regulateurtype en Hot start--spanning in alle
vier de lasdatanummers dezelfde waarde moeten hebben.
SDe twee coördinaten voor een pulseerlijn moeten als nummer 96 en 97
worden bewaard. Bovendien geldt dat:
bu14d01h
-- 7 1 --
Page 72
NL
Seen hoger lasdatanummer hogere waarden voor spanning,
draadaanvoersnelheid en pulsfrequentie moet bevatten dan het direct
voorafgaande lasdatanummer.
Sde parameters pulstijd, Hot start--spanning,Ka,Kialsmede de
slope--parameters in de beide lasdatanummers dezelfde waarde
moeten hebben.
SKratervullingsdata moeten worden opgeslagen als lasdata nummer 96; dit
betreft beide methoden (korte boog/pulseren).
4.Definieer het aantal benodigde coördinaten en ga vervolgens verder naar
“Aangeven geldige draad--gascombinatie”.
9.6.2Aangeven geldige draad--gascombinatie
Ga als volgt te werk:
1.Roep het vak voor het hanteren van eigen synergielijnen op.
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
GEDEF.SYN.GEGEVENS
AANMAAK AANGEPASTE SYNERG. LIJN
Zetdecursoropde
regel DRAADTYPE
en druk op ENTER
DRAAD TYPE:Fe
BESCHERMGAS:Ar+20%CO2
DRAAD DIAMETER:1.2 mm
OPSLAG NIEUWE LIJN
VANAF DE LASDATA96, 97, 98, 99
ANNULEER SYNERGISCHE LIJN
VERLAATENTER
Kies een alternatief uit de getoonde lijst (markeer het alternatief e n druk op ENTER).
2.Kies vervolgens op dezelfde manier een inert gas en een draadafmeting.
3.Markeer de regel OPSLAAN NIEUWE LIJN.... en druk op ENTER.
Daarmee is de operatie gereed -- er is een nieuwe synergielijn gedefinieerd.
N.B.! Als u de functie kratervulling bij pulseren wilt gebruiken, moet er een
overeenkomstige synergielijn voor kortboog/sprayboog zijn, aangezien alle
kratervullingdata van het type kortboog/sprayboog zijn.
Als u een nieuwe synergielijn voor de pulseermethode creëert, krijgt u daarom altijd
een waarschuwingsmelding als er geen overeenkomstige lijn voor de
kortboog--/sprayboogmethode is aangemaakt.
WAARSCHUWING!
Overeenkomstige synergielijn
voor kort -- /sprayboog ontbreekt
bu14d01h
-- 7 2 --
Page 73
NL
9.6.3Creëren van eigen draad/gas--alternatieven.
De lijsten met draad-- en gasalternatieven kunnen tot maximaal tien eigen
alternatieven worden uitgebreid. Helemaal onderaan in elke lijst staat een blanco
regel (------). Door de cursor op deze r egel te zetten en op ENTER te drukken, krijgt u
toegang tot een “toetsenbord” waarmee u eigen alternatieven kunt inschrijven.
CO2
Ar+20 % CO2
Ar+2 % O2
Ar+5 % O2+5 % CO2
Ar+8 % CO2
Ar+23 % CO2
-- -- -- -- -- -- --
Het “toetsenbord” van het instelkastje wordt als volgt gebruikt:
SZet de cursor met behulp van de pijltjestoetsen op het gewenste toetsenbordte-
ken. Druk op de zachte toets “PRESS KEY”.
Schrijf op deze manier een complete tekenreeks van maximaal 20 tekens.
SMarkeer de ENTER--toets (↵) op het ”toetsenbord” en druk op de zachte toets
“PRESS KEY”, waardoor het alternatief dat u zelf een naam heeft gegeven in de
lijst zichtbaar wordt.
Wis een alternatief dat u zelf een naam heeft gegeven als volgt:
Markeer het eigen draad-- of gasalternatief in de actuele lijst.
AANMAAK AANGEPASTE SYNERG. LIJN
Druk op de
WISSEN--toets.
DRAAD TYPE:Fe
BESCHERMGAS:Ar+20%CO2
DRAAD DIAMETER:1.2 mm
OPSLAG NIEUWE LIJN
VANAF DE LASDATA96, 97, 98, 99
ANNULEER SYNERGISCHE LIJN
VERLAATENTER
Een draad-- of gasalternatief dat u zelf een naam heeft gegeven kan niet worden
gewist als het deel uitmaakt van de set lasdata die op dat moment in het
werkgeheugen aanwezig is.
bu14d01h
-- 7 3 --
Page 74
NL
9.6.4Wissen van een zelf gedefinieerde synergielijn
Een zelf gedefinieerde synergielijn kan worden gewist als deze niet geactiveerd is,
d.w.z. als hij geen deel uitmaakt van de set lasdata die op dat moment in het
werkgeheugen aanwezig is.
AANMAAK AANGEPASTE SYNERG. LIJN
Zetdecursoropde
regel WISSEN
SYNERGIELIJN.
DRAAD TYPE:Fe
BESCHERMGAS:Ar+20%CO2
DRAAD DIAMETER:1.2 mm
OPSLAG NIEUWE LIJN
VANAF DE LASDATA96, 97, 98, 99
ANNULEER SYNERGISCHE LIJN
VERLAATENTER
Er verschijnt een nieuw vak in het tekenvenster. Hier kunt u, met behulp van de
VOLGENDE--toets, door de door uzelf gedefinieerde, bewaarde synergielijnen
bladeren.
AANMAAK AANGEPASTE SYNERG. LIJN
Blader naar de lijn
die gewist moet
worden en druk op
KIES TE ANNULEREN SYNERGISCHE LIJN
de ANNULER--toets.
" PULSE, Ss duplex, Ar, 1.4 mm
VOLGENDEANNULERVERLAAT
9.7Seriële communicatie
Deze functie is bestemd voor toekomstig gebruik.
bu14d01h
-- 7 4 --
Page 75
NL
9.8Updaten van programma’s
HOOFDMENU
BIJKOM.HULPFUNCTIES
OPWAARD. SOFTWARE
Gebruiksterrein
Met deze functie kunt u vanuit een PC--kaart de software in het instelkastje, de
stroombron en de aanvoereenheid upgraden.
OPWAARDEREN SOFTWARE
EenheidHuid.verPC--kaart
SYSTEEM VERSIE
BOOT SOFTWARE
STROOMBRON
AFROLKAST
LASDATA EENHEID
1.50A
2.00A
1.31E
VERLAATUPGRAD.
1.00B
1.12
1.50B
2.00A
1.31F
Actuele versieBeschrijft de programmaversie die in deze eenheid acti-
ef is.
PC--kaartBeschrijft de programmaversie die op de PC--kaart van
deze eenheid is opgeslagen.
?
Er is een eenheid, maar de computer weet niet welke
versie deze heeft.
--
Er is geen programma voor deze eenheid op de PC--kaart.
SysteemversieGeeft de programmaset aan die op de PC--kaart is op-
geslagen. Een programmaset kan bestaan uit 1--4 programma’s (1 voor elke eenheid).
Boot--programmaProgramma voor upgradebeheer.
StroombronPrintplaat voor sturen van de lasstroombron.
AanvoermechanismePrintplaat voor sturen van draadaanvoer.
Lasdata--eenheidPrintplaat in het instelkastje.
bu14d01h
-- 7 5 --
Page 76
NL
Hoe maakt u een upgrade:
Kies de eenheid (eenheden) die een upgrade moet(en) krijgen door de cursor op de
desbetreffende regel(s) te plaatsen en markeer () deze. Wanneer u de te
upgraden eenheid (eenheden) duidelijk heeft gemarkeerd, drukt u “MAAK
UPGRADE“ in en bevestigt dat met “ja“ om het upgraden te starten.
OPWAARDEREN SOFTWARE
Plaats de cursor op
EenheidHuid.verPC--kaart
de regel voor de
eenheid die een
upgrade dient te
SYSTEEM VERSIE
BOOT SOFTWARE
1.00B
1.12
krijgen.
STROOMBRON
AFROLKAST
LASDATA EENHEID
1.50A
2.00A
1.31E
VERLAATUPGRAD.
1.50B
2.00A
1.31F
SDruk de eerste knop in om de eenheid te markeren (krijgt een aanduiding).
Door nogmaals de knop in te drukken maakt men de gemarkeerde keuze
ongedaan (de aanduiding verdwijnt).
Als een aantal eenheden een upgrade dient te krijgen, dan markeert u deze op
dezelfde manier.
Druk JA in om de
upgrade(s) uit te
voeren. Dit kan zo’n
5 minuten duren.
OPWAARDEREN SOFTWARE
EenheidHuid.verPC--kaart
UPGRADING SOFTWARE DUURT 5 MIN MAG NIET
ONDERBROKEN WORDEN.
WIL U HIERMEE DOORGAAN?
NEENJA
bu14d01h
-- 7 6 --
Page 77
NL
Het volgende dialoogvenster verschijnt tijdens het upgraden in het tekenvenster.
OPWAARDEREN SOFTWARE
TOESTEL NIET AFZETTEN TIJDENS DIT PROCES!!
UPGRADING STROOMBRON.......
23% komplett
Wanneer het upgraden voltooid is, verschijnt het volgende in het tekenvenster.
OPWAARDEREN SOFTWARE
SUCCESVOLLE UPGRADING U MAG HEROPSTARTEN.
Nu hebben alle geselecteerde eenheden een upgrade gehad.
Om de lasuitrusting te kunnen gebruiken, moet de lasstroombron herstart worden.
SDraai de schakelaar voor de netspanning op de lasstroombron in stand 0.
SDraai de schakelaar voor de netspanning in stand 1.
WAARSCHUWING! Denk erom dat de netspannin g naar de lasstroombron
tijdens het upgraden niet wordt uitgeschakeld. Gebeurt dat tijdens het
upgraden wel, in een te vroeg stadium, dan moet u de hulp van een
servicetechnicus van ESAB in roepen.
bu14d01h
-- 7 7 --
Page 78
NL
10APPENDIX
10.1Instelgebieden en insteltrappen
MIG/MAG
ParameterInstelgebiedInsteltrap
Draadaanvoersnelheid1,5--25,0 m/min0,1 m/min
Spanning8,0--60,0 V0,25 V
Inductantie0--100 %1%
Voorstroomtijd gas0,0-- 25,0 s0,1 s
Nastroomtijd gas0,0--25,0 s0,1 s
Nabrandtijd0,00--1,00 s0,01 s
Hot start--tijd0,0--10,0 s0,1 s
TDraadaanvoersnelheid, Hot start0,0--20,0 m/min0,1 m/min
Zoeken spanning, Hot start0,0--60,0 V0,25 V
Kratervullingtijd0,0--10,0 s0,1 s
Uiteind. draadsnelheid, Kratervul-
1,5--25,0 m/min0,1 m/min
ling
Uiteind. spanning, Kratervulling8,0--60 V0,25 V
Afschudpuls10--120 %1%
RegulateurtypeTypenummer 1--12--
De gecursiveerde parameters zijn in de synergiestand niet toegankelijk.
De parameter regulateurtype heeft eigenlijk geen instelgebied. Bij M IG/M AG-- lassen
kunt u kiezen uit twaalf regulateurtypes, genummerd van 1--12.
MMA
ParameterInstelgebiedInsteltrap
Lasstroom16 --320 A (Aristo 320)
16--450 A (Aristo 450)
Boogdruk0--100 %1%
1A
1A
De gecursiveerde parameters zijn in de synergiestand niet toegankelijk.
bu14d01h
-- 7 8 --
Page 79
NL
TIG
ParameterInstelgebiedInsteltrap
Stroom, Pulsstroom, Achtergrondstroom
4--320 A (Aristo 320)
4--450 A (Aristo 450)
4A
4A
Pulstijd0,001--5,000 s0,001 s
Achtergrondtijd0,001--5,000 s0,001 s
Slope--uptijd0,0--25,0 s0,1 s
Slope--downtijd0,0-- 25,0 s0,1 s
Voorstroomtijd gas0,0-- 25,0 s0,1 s
Nastroomtijd gas0,0--25,0 s0,1 s
De gecursiveerde parameters zijn in de synergiestand niet toegankelijk.
De parameter regulateurtype heeft eigenlijk geen instelgebied. Bij gutsen met een
koolboog kunt u kiezen uit drie regulateurtypes, genummerd met 1, 2 en 5.