Deze gebruikershandleiding vóór gebruik zorgvuldig doorlezen.
Page 2
Page 3
GARANTIE
Dit instrument wordt geleverd met een garantie van een jaar op
materiaal- en productiefouten. Instrumenten die binnen een jaar na
de leveringsdatum defect raken en naar de fabriek worden
teruggestuurd met vooruitbetaling van de verzendkosten, worden
zonder kosten voor de oorspronkelijke koper gerepareerd, afgesteld
of vervangen. Deze garantie dekt geen verbruiksartikelen zoals
batterijen en zekeringen. Als het defect het gevolg is van onjuist
gebruik of abnormale gebruiksomstandigheden, dan worden de
gemaakte reparatiekosten in rekening gebracht.
VEILIGHEIDSINFORMATIE
De digitale multimeters DIGI420A en DIGI420B zijn ontworpen
conform IEC-61010 voor elektronische meetinstrumenten met
meetcategorie CAT II 250V en vervuilingsgraad 2.
Waarschuwing
Volg onderstaande richtlijnen om elektrische schokken en
persoonlijk letsel te voorkomen:
a. Gebruik nooit een beschadigde meter. Controleer vóór gebruik
van de meter eerst de behuizing. Let met name op het
isolatiemateriaal rondom de aansluitingen.
b. Controleer de meetkabels op beschadigd isolatiemateriaal en
blootliggend metaal. Controleer de meetkabels op continuïteit.
Vervang beschadigde meetkabels voordat u de meter gaat gebruiken.
P1
Page 4
c. Gebruik de meter nooit als deze niet goed werkt. De meter biedt dan
mogelijk niet de juiste bescherming. Bij twijfel de meter laten nakijken.
d. Gebruik de meter niet in de buurt van explosieve gassen, dampen of
stof.
e. Overschrijd nooit de op de meter aangegeven nominale spanning
tussen twee aansluitingen of tussen een aansluiting en aarde.
f. Controleer vóór gebruik of de meter goed werkt door een bekende
spanning te meten.
g. Schakel bij het meten van stroom eerst de stroom naar het circuit uit
voordat u de meter op het circuit aansluit. Vergeet niet om de meter in
serie met het circuit te plaatsen.
h. Gebruik voor onderhoud en reparatie van de meter uitsluitend de
opgegeven vervangingsonderdelen.
i. Wees voorzichtig bij het werken boven de 30V AC rms, 42V piek of
60V DC. Deze spanningswaarden kunnen elektrische schokken
veroorzaken.
j. Houd bij het gebruik van de meetpennen uw vingers achter de
vingerbescherming op de pennen.
k. Sluit bij het aansluiten van de meetkabels altijd eerst de
gemeenschappelijke meetkabel aan en vervolgens de meetkabel die
onder spanning staat. Als u de meetkabels wilt verwijderen, verwijder
dan eerst de meetkabel die onder spanning staat.
l. Verwijder de meetkabels uit de meter voordat u het batterijklepje of
de behuizing opent.
m. Gebruik de meter niet als het batterijklepje of delen van de
behuizing zijn verwijderd of loszitten.
n. Vervang de batterijen onmiddellijk wanneer de lege batterij-indicator
( ) verschijnt. Zo voorkomt u een verkeerde uitlezing en de kans
op elektrische schokken en persoonlijk letsel.
P2
Page 5
o. Raak geleiders die onder spanning staan niet aan met uw handen
of met uw huid om elektrische schokken te voorkomen.
p. Overige gevaren:
als een aansluiting is aangesloten op gevaarlijke spanning dan kan
deze spanning ook bij alle andere aansluitingen aanwezig zijn!
q. De CAT II-meetcategorie is van toepassing op metingen die
worden uitgevoerd op circuits die rechtstreeks zijn aangesloten op
een laagspanningsinstallatie. (Voorbeelden zijn metingen op
huishoudelijke apparaten, draagbaar gereedschap en vergelijkbare
apparatuur.) Gebruik de meter niet voor metingen binnen
meetcategorieën III en IV.
Let op
Volg onderstaande richtlijnen om beschadiging van de meter en van
de te meten apparatuur te voorkomen:
a. Schakel vóór het meten van weerstand, diode, continuïteit,
temperatuur of elektrische capaciteit de stroom naar het circuit uit en
ontlaad alle condensatoren.
b. Gebruik de juiste aansluitingen en functies en het juiste meetbereik.
c. Controleer vóór het meten van stroom de zekering van de meter en
schakel de stroom naar het circuit uit voordat u de meter aansluit op
het circuit.
d. Verwijder vóór het wijzigen van de functie met de
Functie/Bereik-schakelaar eerst de meetkabels of de meettang uit het
te meten circuit.
e. Controleer vóór het aansluiten van een transistor op de adapter of
alle meetkabels uit de meter zijn verwijderd.
f. Verwijder vóór het openen van de behuizing of het batterijklepje van
de meter eerst de meetkabels uit de meter.
P3
Page 6
Symbolen
AC (wisselstroom)
DC (gelijkstroom)
DC of AC (gelijkstroom of wisselstroom)
Belangrijke veiligheidsinformatie. Raadpleeg de handleiding.
Mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke spanning. Wees
voorzichtig.
Aarde
Zekering
Conform de EU-richtlijnen
Dubbel geïsoleerd
Batterijen bijna leeg
Diode
De maximumwaarde wordt vastgehouden.
De weergegeven waarde wordt vastgehouden.
Fahrenheit
Celsius
Continuïteitstest
Meting met meettang (optioneel) voor meer
toepassingsmogelijkheden van de meter.
AUTO
Automatisch meetbereik
P4
Page 7
Onderhoud
Om brand te voorkomen, dient u de zekering uitsluitend te vervangen
door een zekering met dezelfde spannings- en stroomwaarden: F
250 mA L 250V, snel.
Reinig de meter uitsluitend met een vochtige doek en een mild
schoonmaakmiddel en gebruik geen schuurmiddelen en
oplosmiddelen.
ALGEMENE BESCHRIJVING
Deze digitale multimeter is een compacte digitale 3 1/2-digit
multimeter voor het meten van DC- en AC-spanning, DC- en
AC-stroom, weerstand, temperatuur, diode, transistors, continuïteit,
elektrische capaciteit (alleen DIGI420B) en batterijspanning (alleen
DIGI420A). De multimeter geeft de polariteit aan en geeft aan
wanneer het meetbereik wordt overschreden. Daarnaast is de meter
uitgerust met een Data Hold-functie, een functie voor het
vasthouden van de maximumwaarde en een automatische
uitschakelfunctie. Het is uiterst handig en gebruikersvriendelijk
meetinstrument.
P5
Page 8
OVERZICHT
1
2
3
4
5
Figuur 1
11
10
9
8
7
6
1. Display
3 1/2 digit-LCD, max. waarde 1999
2. "RANGE"-knop
Tijdens het meten van spanning, stroom en weerstand is standaard
automatisch meetbereik ingeschakeld. In de modus automatisch
meetbereik wordt "AUTO" weergegeven op het display.
Om handmatig meetbereik in en uit te schakelen:
a. Druk op de "RANGE"-knop
De meter schakelt over naar handmatig meetbereik
en "AUTO" verdwijnt van het display.
P6
Page 9
Bij iedere druk op de knop "RANGE" wordt het meetbereik
verhoogd. Na het hoogste bereik schakelt de meter over op
het laagste bereik.
b. Om handmatig meetbereik uit te schakelen, houdt u de
"RANGE"-knop langer dan 2 seconden ingedrukt. De meter
schakelt dan over naar de modus automatisch meetbereik en
"AUTO" wordt opnieuw weergegeven op het display.
3.
"FUNC."- knop
When you measure the current, pressing this button will switch
the meter between DC function and AC function.
When you measure the temperature, pressing this button will
switch the meter between ℉ mode and ℃ mode.
When you measure the diode or the continuity, pressing this button
will switch the meter between the diode and the continuity functions.
4.
AAN/UIT-schakelaar
Voor het in- en uitschakelen van de meter.
5.
Functie/Bereik-schakelaar
Voor het selecteren van de gewenste functie en het gewenste bereik.
6.
"10A"-aansluiting
Aansluiting voor de rode meetkabel voor het meten van stroom
(200 mA~10A).
7.
"COM"-aansluiting
Voor het aansluiten voor de zwarte (negatieve) meetkabel.
8.
"INPUT"-aansluiting
Aansluiting voor de rode meetkabel voor alle metingen, behalve
voor het meten van stroom ≥ 200mA.
" "-knop
9.
Houd deze knop circa 2 seconden ingedrukt om de
achtergrondverlichting in en uit te schakelen.
P7
Page 10
Circa 15 seconden nadat u op deze knop heeft gedrukt, wordt de
achtergrondverlichting automatisch uitgeschakeld.
"DATA H"-knop
10.
Als u op deze knop drukt dan wordt de weergegeven waarde
vastgehouden op het display en wordt "DATA H" op het
LCD-display weergegeven. Druk nogmaals op deze knop om de
Hold-modus uit te schakelen. "DATA H" verdwijnt van het display.
"MAX H"-knop
11.
Druk op deze knop om de maximumwaarde vast te houden.
"MAX H" verschijnt op het display en de meter houdt de
maximumwaarde vast van alle waarden die worden uitgelezen
nadat op de knop is gedrukt. Druk nogmaals op de knop om de
modus voor het vasthouden van de maximumwaarde uit te
schakelen. "MAX H" verdwijnt van het display.
In sommige bereiken is de modus voor het vasthouden van de
maximumwaarde niet beschikbaar.
ALGEMENE SPECIFICATIES
Display: LCD, max. waarde 1999, updates: 2-3 keer/sec.
Aanduiding van overschreden meetbereik: weergave van "OL" op
het display.
Batterij: 1.5V X 3, AAA
Aanduiding van polariteit: automatische weergave van "-"
"Batterijen leeg"-indicator: weergave van " " op het display.
Bedrijfstemperatuur: 0°C tot 40°C, <75%RL
Opslagtemperatuur: -10°C tot 50°C, <85%RL
Afmetingen: 158 X 75 X 35 mm
Gewicht: ca. 200g (inclusief batterij)
P8
Page 11
SPECIFICATIES
De nauwkeurigheid wordt voor een periode van een jaar na ijking
gegarandeerd, mits de meter wordt gebruikt bij een
gebruikstemperatuur tussen de 18°C en de 28°C en bij een relatieve
luchtvochtigheid van < 75%. De nauwkeurigheid wordt als volgt
geformuleerd:
±([gemeten %] + [aantal minst significante cijfers])
DC-spanning
ResolutieBereikNauwkeurigheidav
200mV
2V
20V
200V
250V
Ingangsimpedantie: 10M
Overspanningsbeveiliging: 250V DC/AC rms
Max. ingangsspanning: 250V DC
AC-spannin
2V
20V
200V
250V
0.1mV
0.001V
0.01V
0.1V
1V
ResolutieBereikNauwkeurigheidav
ResolutieBereikNauwkeurigheidav
0.001V
0.01V
0.1V
1V
± (0.8%+5)
± (1%+5)
± (1.0%+5)
± (1.2%+5)
P9
Page 12
Ingangsimpedantie: 10M
Frequentiebereik: 40Hz ~ 400Hz
Overspanningsbeveiliging: 250V DC/AC rms
Respons: gemiddeld, ijking in rms van sinusgolf.
Max. ingangsspanning: 250V AC rms
DC-stroom
ResolutieBereikNauwkeurigheidav
200µA
2000µA
20mA
200mA
2A
10A0.01A
Overspanningsbeveiliging:
µA - en mA -bereik: F 250mA L 250V met zekering
A
Max. ingangsspanning: 200mV
Frequentiebereik: 40Hz ~ 400Hz
Respons: gemiddeld, ijking in rms van sinusgolf.
200A
1000A
0.1mV/0.1A
1mV/1A
Weerstand
ResolutieBereik
200Ω
2kΩ
20kΩ
200kΩ
2MΩ
20MΩ0.01MΩ
Spanning van open circuit: ca. 0.25V
Overspanningsbeveiliging: 250V DC/AC rms
P12
0.1Ω±(1.2%+5)
0.001kΩ
0.01kΩ
0.1kΩ
0.001MΩ
±(1.5%+5)
±(1.5%+5)
Nauwkeurigheidav
±(1%+5)
±(1.2%+5)
±(1.5%+5)
Page 15
Temperatuur (°C/°F)
ResolutieBereik
-20°C ~ 1000°C
-0°F~ 1800°F
1°C
1°F
N.B.
1. Nauwkeurigheid is niet inclusief foutmarge van de thermokoppel.
2. Specificaties nauwkeurigheid gaan ervan uit dat de
omgevingstemperatuur stabiel is tot ±1°C. Voor verandering in de
omgevingstemperatuur van ±5°C is gemeten nauwkeurigheid van
toepassing na 1 uur.
Nauwkeurigheidav
-20°C~0°C: ±(5%+4)
0°C~400°C: ±(1%+3)
400°C~1000°C: ±(2%+3)
-0°F~50°F: ±(5%+8)
50°F~750°F: ±(1%+6)
750°F~1800°F: ±(2%+6)
Batterijspanning (alleen DIGI420A)
ResolutieBereik
1.5V
3V
9V
0.01V
0.01V
0.01V
Overspanningsbeveiliging:
1.5V- en 3V-bereik: F 250mA L 250V met zekering
Teststroom:
1.5V-bereik: ca. 50mA
3V-bereik: ca. 30mA
9V-bereik: ca. 12mA
Functie
De globale spanning
van de batterij wordt
weergegeven op het
LCD-display.
P13
Page 16
Elektrische capaciteit (alleen DIGI420B)
ResolutieBereik
20nF
200nF
2µF
20µF
200µF
0.01nF
0.1nF
0.001µF
0.01µF
0.1µF
1000µF1µF
Overspanningsbeveiliging:
200µF- en 1000µF-bereik: geen overspanningsbeveiliging
Voor de overige bereiken: F 250mA L 250V met zekering
Spanning van open circuit: ca. 0.5V
Nauwkeurigheid
±
(8%+10)
±
(5%+5)
±
(8%+10)
Transistor hFE
BereikTeststroom
PNP & NPN0
hFE
~
1000I
Testspanning
b
2µA
Vce
1V
P14
Page 17
Diode en continuïteit
BereikAanduiding
De globale voorwaartse
spanningsval wordt
weergegeven.
De ingebouwde zoemer
gaat af als de weerstand
lager is dan ca. 30Ω.
Opmerking
Spanning van open
circuit:
ca. 1.5V
Spanning van open
circuit:
ca. 0.5V
Overspanningsbeveiliging: 250V DC/AC rms
Voor het meten van continuïteit:
Als de weerstand tussen de 30Ω en de 100Ω ligt, dan kan de
zoemer wel of niet afgaan. Als de weerstand hoger is dan 100
dan gaat de zoemer niet af.
P15
Page 18
BEDIENINGSINFORMATIE
Spanning meten
1.
Sluit de zwarte meetkabel aan op de "COM"-aansluiting en sluit
de rode meetkabel aan op de "INPUT"-aansluiting.
Stel de Functie/Bereik-schakelaar in op de " "- of de " "-stand.
2.
Druk op de "RANGE"-knop om automatisch of handmatig
meetbereik te selecteren.
3.
Als handmatig meetbereik is ingeschakeld en de hoogte van de
spanning vóór het meten niet bekend is, selecteer dan het
hoogste bereik.
Sluit de meetkabels aan op de te meten bron of belasting.
4.
5.
Lees de waarde uit op het display. Voor het meten van
DC-spanning wordt ook de polariteit van de rode
meetkabelaansluiting weergegeven.
Opmerking:
Bij een klein bereik kan de meter een onstabiele waarde
1.
weergeven als de meetkabels nog niet op de te meten
belasting zijn aangesloten. Dit is normaal en is niet van invloed
op de metingen.
2.
Als handmatig meetbereik is ingeschakeld en de meter "OL"
weergeeft om aan te geven dat het meetbereik is
overschreden, dan moet een hoger bereik worden
geselecteerd.
3.
Meet geen spanning hoger dan 250 Vdc (voor het meten van
DC-spanning) of 250Vac (voor het meten van AC-spanning) om
beschadiging van de meter te voorkomen.
P16
Page 19
Stroom meten
1.
Sluit de zwarte meetkabel aan op de "COM"-aansluiting. Sluit de
rode meetkabel aan op de "INPUT"-aansluiting als de te meten
stroom lager is dan 200mA. Als de te meten stroom tussen de
200mA en de 10A ligt, sluit de rode meetkabel dan aan op
"10A"-aansluiting.
Stel de Functie/Bereik-schakelaar in op het gewenste µA , mA
2.
- of A -bereik. Als de hoogte van de te meten stroom vóór het
meten niet bekend is, stel de Functie/Bereik-schakelaar dan in op
het hoogste bereik en stel vervolgens een steeds lager bereik in
totdat u de gewenste resolutie heeft bereikt.
Druk op de "FUNC."-knop om het meten van DC-stroom of
3.
AC-stroom te selecteren.
Druk op de "RANGE"-knop om automatisch of handmatig
4.
meetbereik te selecteren. Als handmatig meetbereik is
ingeschakeld en de hoogte van de stroom vóór het meten niet
bekend is, selecteer dan het hoogste bereik.
5.
Sluit de meetkabels in serie aan op het te meten circuit.
6.
Lees de waarde uit op het display. Voor het meten van
DC-stroom wordt ook de polariteit van de rode
meetkabelaansluiting weergegeven.
Opmerking:
1. Als "OL" wordt weergegeven op het display dan is het meetbereik
overschreden en moet een hoger bereik worden geselecteerd.
P17
Page 20
Stroom meten (met meettang, optioneel)
Voor het meten van DC-stroom moet de DC-meettang worden
1.
gebruikt. Voor het meten van AC-stroom moet de AC-meettang
worden gebruikt.
2.
Sluit de negatieve (-) uitgangskabel van de geselecteerde
meettang aan op de "COM"-aansluiting en sluit de positieve (+)
uitgangskabel van de meettang aan op de "INPUT"-aansluiting.
3.
Stel de Functie/Bereik-schakelaar in op de " "-stand.
4.
Druk op de "FUNC."-knop om het meten van DC-stroom of
AC-stroom te selecteren.
5.
Druk op de "RANGE"-knop om automatisch of handmatig
meetbereik te selecteren. Als handmatig meetbereik is
ingeschakeld en de hoogte van de stroom vóór het meten niet
bekend is, selecteer dan het hoogste bereik.
6.
Plaats de meettang op het te meten circuit.
Opmerking: plaats slechts één kabel tegelijk in de meettang. De
kabel moet zich in het midden van de twee bekhelften van de
meettang bevinden.
7.
Lees de waarde uit op het display. Voor het meten van DC-stroom
wordt ook de polariteit van de positieve (+) uitgangskabel van de
meettang weergegeven.
Opmerking:
1.Als handmatig meetbereik is ingeschakeld en de meter "OL"
weergeeft om aan te geven dat het meetbereik is overschreden, dan
moet een hoger bereik worden geselecteerd.
2.Raak het circuit dat wordt gemeten niet aan met uw handen of huid.
3.Gebruik van een meettang met een afwijkende gevoeligheid:
P18
Page 21
a. De gevoeligheid van de bijbehorende meettang is 0.1A/0.1 mV.
Als u de bijbehorende meettang gebruikt dan is de weergegeven
waarde gelijk aan de gemeten waarde.
b. Als u een meettang gebruikt met een gevoeligheid die afwijkt van
0.1A/0.1mV, dan moet u de weergegeven waarde vermenigvuldigen
met een factor die afhankelijk is van de gebruikte meettang. De
uitkomst is de gemeten waarde.
Raadpleeg de handleiding van de gebruikte meettang om de exacte
factor te bepalen.
Weerstand meten
1.
Sluit de zwarte meetkabel aan op de "COM"-aansluiting en sluit de
rode meetkabel aan op de "INPUT"-aansluiting. (Opmerking: de
polariteit van de rode meetkabel is positief "+".)
Stel de Functie/Bereik-schakelaar in op de "Ω"-stand.
2.
3.
Druk op de "RANGE"-knop om automatisch of handmatig
meetbereik te selecteren. Als handmatig meetbereik is ingeschakeld
en de meter "OL" weergeeft om aan te geven dat het meetbereik is
overschreden, dan moet een hoger bereik worden geselecteerd.
Sluit de meetkabels aan op de te meten belasting.
4.
Lees de waarde uit op het display.
5.
Opmerking:
Bij weerstandsmetingen boven de 1MΩ kan het enige seconden
1.
duren voordat de waarde op het display gestabiliseerd is. Dit is
normaal bij het meten van hoge weerstandswaarden.
Als de ingang niet is aangesloten, d.w.z. bij een open circuit, dan
2.
wordt "OL" weergegeven om aan te geven dat het meetbereik is
overschreden.
Zorg vóór het meten van weerstand op een circuit dat de stroom
3.
naar het te meten circuit is uitgeschakeld en dat alle condensatoren
volledig ontladen zijn.
P19
Page 22
Elektrische capaciteit meten (alleen DIGI420B)
Sluit de zwarte meetkabel aan op de "COM"-aansluiting en sluit
1.
de rode meetkabel aan op de "INPUT"-aansluiting.
Stel de Functie/Bereik-schakelaar in op de "1000µF"-, "20µF"-
2.
of "nF"-stand.
3.
Druk op de "RANGE"-knop om automatisch of handmatig
meetbereik te selecteren.
Sluit de meetkabels aan op de te meten condensator.
4.
Controleer de polariteit van de aansluiting (sluit de rode
meetkabel aan op de anode van de condensator en sluit de
zwarte meetkabel aan op de kathode van de condensator).
Lees de waarde uit op het display.
5.
Opmerking:
Als een klein bereik is ingesteld en de meetkabels nog niet zijn
aangesloten op de condensator dan kan het display een waarde
weergeven. Dit is een normaal verschijnsel dat wordt veroorzaakt door de
strooicapaciteit van de meetkabels en het ingangscircuit van de meter. Het
is niet van invloed op de nauwkeurigheid van de meting.
Continuïteit meten
Sluit de zwarte meetkabel aan op de "COM"-aansluiting en sluit
1.
de rode meetkabel aan op de "INPUT"-aansluiting. (Opmerking:
de polariteit van de rode meetkabel is positief "+".)
Stel de Functie/Bereik-schakelaar in op het " "-bereik.
2.
Druk op de "FUNC."-knop om het meten van continuïteit te
3.
selecteren. Het symbool " " verschijnt op het display.
Sluit de meetkabels aan op het te meten circuit.
4.
Als de weerstand van het circuit lager is dan ca. 30Ω, dan gaat
5.
de ingebouwde zoemer af.
P20
Page 23
Diode meten
Sluit de zwarte meetkabel aan op de "COM"-aansluiting en sluit
1.
de rode meetkabel aan op de "INPUT"-aansluiting. (Opmerking:
de polariteit van de rode meetkabel is positief "+".)
Stel de Functie/Bereik-schakelaar in op het " "-bereik.
2.
Druk op de "FUNC."-knop om het meten van diode te
3.
selecteren. Het symbool " " verschijnt op het display.
4.
Sluit de rode meetkabel aan op de anode van de te meten
diode en sluit de zwarte meetkabel aan op de kathode.
5.
Op het display wordt de globale voorwaartse spanning van de
diode weergegeven. Als de aansluiting omgekeerd is, wordt
"OL" weergegeven op het display.
Transistor meten
Stel de Functie/Bereik-schakelaar in op de hFE-stand.
1.
Sluit de adapter aan op de "COM"-aansluiting en op de
2.
"INPUT"-aansluiting (zie figuur 2). Sluit de adapter niet verkeerd
om aan.
3.
Zoek de emitter-, collector- en basiskabels van het type
transistor dat u wilt meten (PNP of NPN). Steek de kabels van
de te meten transistor in de juiste openingen van de aansluiting
voor transistormetingen op de adapter.
Op het LCD-display wordt de globale hFE-waarde
4.
weergegeven.
P21
Page 24
Figuur 2
COMINPUT
EXCEPT A
V
A
mA
µA
V
-
+
K
NPN
PNP
Aansluiting voor
transistormetingen
Temperatuur meten
Stel de Functie/Bereik-schakelaar in op het Temp-bereik.
1.
Druk op de "FUNC."-knop om °C of °F te selecteren. Het
2.
symbool "°C" of "°F" verschijnt op het display.
Sluit de zwarte (-) stekker van het K-type thermokoppel aan op
3.
de "COM"-aansluiting en sluit de rode (+) stekker van het
thermokoppel aan op de "INPUT"-aansluiting.
4.
Breng het meetuiteinde van het thermokoppel voorzichtig in
contact met het te meten object.
5.
Wacht enkele ogenblikken en lees vervolgens de waarde uit op
het display.
Batterijspanning meten (alleen DIGI420A)
Sluit de zwarte meetkabel aan op de "COM"-aansluiting en sluit
1.
de rode meetkabel aan op de "INPUT"-aansluiting. (Opmerking:
de polariteit van de rode meetkabel is positief "+".)
2.
Stel de Functie/Bereik-schakelaar in op het gewenste BATT-bereik
afhankelijk van het type te meten batterij (1.5V, 3V, 9V).
Sluit de meetkabels aan op de te meten batterij.
3.
Lees de waarde uit op het display. De polariteit van de rode
4.
meetkabelaansluiting wordt weergegeven.
P22
Page 25
Automatische uitschakelfunctie
Als u de meter ongeveer 15 minuten lang niet bedient, dan wordt de
meter automatisch uitgeschakeld. U kunt de meter opnieuw
inschakelen door de Functie/Bereik-schakelaar te draaien of op een
knop te drukken.
Als u een automatisch uitgeschakelde meter opnieuw inschakelt door
op de "DATA H"-knop te drukken dan wordt de automatische
uitschakelfunctie uitgeschakeld.
BATTERIJ VERVANGEN
Als het symbool " " wordt weergegeven op het display dan
moeten de batterijen worden vervangen. Gebruik een passende
schroevendraaier om de draaigrendel op het batterijklepje voorzichtig
90° in de aangegeven richting te draaien (zie figuur 3). Verwijder het
batterijklepje en vervang de lege batterijen door nieuwe batterijen van
hetzelfde type ("AAA"). Plaats het batterijklepje terug en draai de
draaigrendel voorzichtig 90° rechtsom om het klepje te vergrendelen.
Opmerking:
Door te hard te draaien kunt u de draaigrendel beschadigen. Gebruik
geen te kleine schroevendraaier.
Batterijklepje openen
Draaigrendel
Figuur 3
P23
Page 26
ZEKERING VERVANGEN
De zekering hoeft zelden te worden vervangen en brandt meestal door
als gevolg van een fout van de gebruiker van de multimeter. Deze meter
maakt gebruik van de volgende 2 zekeringen: 250mA/250V, snel. Een
andere zekering is: 10A/250V. Vervang de 250mA/250V als volgt: Open
het batterijklepje en vervang de doorgebrande zekering door een nieuwe
zekering met dezelfde waarden. Plaats het batterijklepje terug en
vergrendel het klepje. Vervang de 10A/250V zekering als volgt: Verwijder
de schroeven op de achterkant en verwijder de achterkant, vervang de
doorgebrande zekering door een nieuwe zekering met dezelfde waarden.
Plaats de achterkant met de schroeven terug.
Deze meter maakt gebruik van 2 zekeringen:
Z1: 250mA/250V, Ø5 x 20 mm
Z2: 10A/250V, Ø5 x 20 mm
Beste klant,
Een groot aantal onderdelen van dit product is gemaakt van waardevol
materiaal dat kan worden gerecycled.
Gelieve dit product dan ook niet weg te gooien bij het huisvuil. Neem
contact op met de betreffende gemeentelijke instantie voor de
recyclemogelijkheden bij u in de buurt.
P24
Page 27
Page 28
Loading...
+ hidden pages
You need points to download manuals.
1 point = 1 manual.
You can buy points or you can get point for every manual you upload.