CAVIUS CAVIUS 5101-001 Instructions [nl]

Page 1
NL
Commerciële referentie: 5101-003 Ontwikkeld door CAVIUS
AANWIJZING ZORGVULDIG DOOR EN BEWAAR DEZE VOOR LATER GEBRUIK.
De watermelder is ontworpen om lekkages van was­machines, leidingbuizen of in kastjes onder was­tafels te detecteren. Het kan ook worden gebruikt om overstromingen in kelders te detecteren.
TECHNISCHE INFORMATIE: Het maximale aantal melders dat met elkaar kan worden verbonden binnen een huisgroep is 32.
Let op: Dit moeten wel melders zijn uit de CAVIUS
Let op: Het productlabel mag niet worden verwijderd,
omdat het belangrijke informatie over het product bevat.
Alle melders die met elkaar moeten worden ver­bonden in de woning, moeten in de ‘Leermodus’ worden gezet door het schuifje op de achterzijde van de melder in de stand ‘Learn Mode’ te zetten.
1
NORMALE MODUS
2
LEERMODUS
De rode LED gaat branden als teken dat de ‘Leer­modus’ is geselecteerd.
5. Breng de testknop / het deksel weer aan.
6. Sluit de bovenafdekking van de watermelder door deze met de wijzers van de klok mee te draaien.
2. DE BESTE LOCATIES VOOR DE WATER-
MELDER:
• Installeer een watermelder waar het
lastig is mogelijke lekken te ontdekken.
• Installeer een melder naast de wasmachine,
vaatwasser, in het kastje onder de wastafel.
• Installeer een melder in de kelder.
Plaats een melder op bereikbare plekken voor het testen van de batterij.
De afstand tussen verbonden melders is afhankelijk van de indeling van de woning en de melders moeten altijd na installatie worden getest. Een af­stand van meer dan 10 m tussen twee melders wordt afgeraden.
Diameter: 60 mm. Hoogte: 37 mm De melder werkt op een vervangbare 3v CR123A lithiumbatterij. Let op: de correcte werking van de watermelder wordt alleen verzekerd bij gebruik van een van de volgende batterijen: DURACELL, PANA­SONIC of HUIDERUI.
Verbonden via RF: 868 MHz Voldoet aan normen: RoHS, REACH, R&TTE (EN300-220-1 en 2), EMC-richtlijn 2004/108/EG.
SENSOR-
PENNEN
GELUID
1. MELDERS INSTELLEN EN VERBINDEN:
1. Open de bovenafdekking
van het watermelder door deze tegen de wijzers van de klok in te draaien.
2. Verwijder de testknop / het deksel voor toegang tot de batterij en RF-schuifje voor leermodus.
3. Trek eerst de isolatiestrip van de batterij eruit zoals afgebeeld.
PRODUCTLABEL
NIET
VERWIJDEREN
ISOLATIE-
STRIP
Verwijder de batterij tijdens de ‘Leermodus’ niet, omdat dit het leerproces onderbreekt.
Houd de alarmknop op één melder ingedrukt tot er een piepje klinkt en de LED knippert. Deze melder wordt het master-alarm en zal een specifieke huiscode gaan versturen naar de andere melders.
1
2
Zodra de andere melders de specieke huiscode
ontvangen, zal de rode LED op hun toestel gaan knipperen.
Wanneer de rode LED op alle melders knippert, zijn de melders verbonden en kunnen ze uit de ‘Leermodus’ worden gehaald en worden geïn­stalleerd.
4. Verlaat de ‘leermodus’ door het schuifje op de melder in de stand ‘normale modus’ te schuiven
NORMALE MODUS
Minimum plaatsing watermelders
Minimum plaatsing hittemelder
Minimaal rookmelders
3. LOCATIES ONGESCHIKT VOOR EEN
WATERMELDER:
• Aan het plafond.
• Aan de wand (tenzij met gebruik van optionele wandmontagevoet, zie hoofdstuk 5).
• In ruimtes waar de temperatuur lager dan 0°C of hoger dan 40°C kan komen.
Plaats de melder op bereikbare plekken voor het testen van de batterij en voor onderhoud.
4. PLAATSING:
De watermelder is ontworpen voor op de vloer vlakbij mogelijke lekkageplekken.
OPMERKING: Als u de watermelder aanbrengt op plekken waar het water door een mogelijke lekkage/overstroming hoger dan 2 cm kan stij ­gen, kan uw water melder beschadigd raken. Op die plekken adviseren wij een wandmonta­gevoet met sonde.
Page 2
5. OPTIONELE WANDMONTAGEVOET MET
SONDE:
OPMERKING: De wandmontagevoet met sonde is een optionele accessoire voor de watermelder. Deze moet apart worden aangeschaft.
Voor installatie in kelders waar een risico op over­stroming is of moeilijk toegankelijke locaties. Breng de
watermelder
aan op de wand en de
sonde op de vloer.
Installatie met schroeven en pluggen:
Controleer of de sonde de goede afstand bereikt tot de grond of ver genoeg in een pijp steekt.
Draai de melder totdat het klikt en niet meer verdraa­id kan worden – dat is de juiste positie.
GEBRUIK DE
BIJGELEVERDE SCHROEVEN EN PLUGGEN VOOR
INSTALLATIE
Installatie met zelfklevende tape:
1. Kies een geschikte locatie. Zorg ervoor dat de
bevestigingslocatie stabiel, droog en stofvrij is. Controleer of het oppervlak vlak is. Wanneer de montagevoet aangebracht is, kan deze niet meer worden verwijderd of anders worden geplaatst.
2. Bevestig de melder in de voet. Zorg ervoor dat de melder goed in de voet is geklikt voordat u het geheel aan het wand plakt.
3. Verwijder de beschermlaag van de zelfklev­ende tape.
4. Breng de voet met de bevestigde melder aan op het wand door deze licht aan te drukken.
5. Test de melder zoals vermeld in de gebruik­saanwijzing van uw melder.
Opmerking: Bij het aanbrengen of verwijderen van de melderin of uit de voet moet u altijd de voet goed vasthouden en tegen houden tijdens de pro­cedure.
Draai de melder totdat het klikt en niet meer verdraaid kan worden – dat is de juiste positie.
6. TESTFUNCTIE:
Test na installatie en minimaal eenmaal per kwartaal alle melders om te controleren dat zij correct werken en binnen elkaars bereik zijn.
Aanbevolen wordt elke week visueel te controleren of de LED correct knippert (om de 48 sec.).
Druk de testknop in op een willekeurig melder en laat 2 maal alarmsignaal 1 (--- --- ---) weerklinken. Lees ook hoofdstuk 8. Hierdoor wordt een testsig­naal vanaf de melders verzonden; alle andere verbonden melders moeten het signaal kort daar­na ontvangen. De melders produceren een kort piepje en de LED zal 2 minuten lang om de 8 sec­onden knipperen.
OPMERKING: Met de testfunctie kan ook een verzwakt RF-signaal worden verzonden ter con
­trole van optimale werking onder normale omstan­digheden.
Wanneer de test signaal wordt uitgezonden, worden de melders reageren door:
Een enkel piepje om de 8 seconden geeft aan dat de melders verbonden zijn en functioneren.
Indien nodig kan de reactie op elke melder eerder worden stopgezet door de testknop kort in te drukken.
TIP: Het is veilig om met uw vinger de geluidsuit­gang af te dekken tijdens het testen om het geluidsniveau tot een minimum terug te brengen.
Testen van de lekkagefunctie:
Om de lekkagefunctie te testen plaatst u de watermelder op een natte doek en het alarm moet
afgaan.
7. NORMALE MODUS:
In de normale modus zal de LED om de 48 seconden knipperen als teken van een correcte werking.
8. ALARM MODE:
De toestand van het watermelder wordt aange­geven door een serie herhaalde tonen.
De watermelder verstuurt het alarmsignaal ook naar de andere verbonden melders, die kort daarna ook het alarmsignaal laten afgaan.
De serie CAVIUS Draadloze melders kent twee verschillende alarmsignalen: Alarmsignaal 1 (--- --- ---) is een alarm dat een levensbedreigende situatie aangeeft, zoals een
rookmelder. Alarmsignaal 2 (- - -) is een alarm dat een niet­levensbedreigende situatie aangeeft, zoals een
watermelder. Signaal rookmelder:
--- --- ---
Signaal hittemelder: --- --- --- Signaal watermelder: - - - Signaal alarm lage concentratie CO: - - - Signaal alarm hoge concentratie CO: --- --- ---
Let op: alleen de LED van de melder die dat als eerste het alarmsignaal verstuurt, zal knipperen,
zodat deze melder kan worden geïdenticeerd.
9. PAUZE/ONDERDRUKKINGSFUNCTIE:
De watermelder kan 10 minuten lang op pauze worden gezet door de testknop op de melder dat als eerste afgaat in te drukken (aangegeven door de knipperende LED, en keert na 10 minuten terug naar de normale functie).
De reden dat u de andere melders niet op pauze kunt zetten, is om uw eigen veiligheid. Het is nodig de bron van het alarm te lokaliseren, zodat u weet of u moet ingrijpen.
10. EXTRA TOESTEL TOEVOEGENE:
NETVOEDING
ROOKMELDER
ROOKMELDER
WATERMELDER
HITTEMELDER
SMART REMOTE
Alle CAVIUS onderling verbonden melders binnen de
kunnen worden toegevoegd aan het
systeem, omdat ze dezelfde frequentie en het­zelfde gegevensprotocol gebruiken. Dit betekent dat het draadloze systeem kan bestaan uit een combinatie van rook-, hitte-, watermelders, enz. Zet alle melders in de ‘Leermodus’ en herhaal hoofdstuk 1. Test na het toevoegen van toestellen altijd de verbinding naar alle toestellen met de testfunctie
uit hoofdstuk 6.
11. SIGNAAL LEGE BATTERIJ:
De batterij in uw product gaat vijf jaar mee. Wanneer de batterij het einde van de levensduur nadert, zal gedurende 30 dagen om de 48 seconden een kort piepje klinken.
Alleen de melder met de bijna lege batterij zal piepen, de andere melders niet.
U kunt veilig batterijen verwisselen in de melders zonder het leerproces te herhalen – de opgeslagen codes worden tijdens het verwisselen van de
batterij niet gewist.
12. BATTERY VERVANGEN:
Voor het vervangen van de batterij haalt u de af­dekking van het watermelders eraf door deze tegen de wijzers van de klok in te draaien.
Let bij het plaatsen van de batterij op de polariteit. Breng de testknop weer aan, sluit de behuizing door deze met de wijzers van de klok mee te draaien
en test de melder.
13. PROBLEMEN OPLOSSEN:
Verander de locatie van de watermelder als het signaal slecht of zwak is.
Als de watermelder niet werkt als op de testknop wordt gedrukt of de test met de natte doek mis­lukt, dan is waarschijnlijk een lege/kapotte bat­terij de oorzaak. Controleer of de batterij leeg of nat is en vervang deze dan. Test de melder altijd
na vervanging van de batterij.
Als het probleem zich blijft voordoen, bezoek dan www.cavius.com voor oplossen van het probleem.
14. OVERIGE INFORMATIE:
Breng geen verf aan op de melder.
Let op de voorschriften in uw land bij het installeren.
Afvoeren: Voer zowel batterij als het product aan het einde van de levensduur op de juiste wijze af. Dit is elektronisch afval en moet worden gerecycled.
De CE-markering, aangebracht op dit product, bevestigt dat het product voldoet aan de Europese
richtlijnen die gelden voor het product.
Alle rechten voorbehouden: CAVIUS Aps aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor eventuele fouten in deze gebruik­saanwijzing. Bovendien behoudt CAVIUS Aps zich het recht voor de hardware, software en/of hierin opgenomen speci-
caties op elk moment en zonder kennisgeving te wijzigen,
en CAVIUS Aps verplicht zich niet de hierin opgenomen informatie te actualiseren. Allehierin opgenoemde handels­merken zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaren. Copyright © CAVIUS Aps.
Ontwikkeld door CAVIUS Aps Julsøvej 16, DK-8600 Gefabriceerd in P.R.C.
126849 rev1
Loading...