BenQ Corporation is niet aansprakelijk en geeft geen garanties, expliciet noch impliciet, ten aanzien van
de inhoud van deze publicatie en wijst alle garanties van verkoopbaarheid of geschiktheid voor een
bepaald doel af. Verder behoudt BenQ Corporation zich het recht voor deze publicatie te herzien en de
inhoud ervan van tijd tot tijd te wijzigen zonder verplicht te zijn aan enige persoon mededeling van die
herzieningen of wijzigingen te doen.
*DLP, Digital Micromirror Device en DMD zijn handelsmerken van Texas Instruments. Andere
merk- en productnamen zijn eigendom van de respectieve bedrijven of organisaties.
2Copyright
Inhoudsopgave
Veiligheidsvoorschriften en juridische informatie ........................................... 5
FCC-verklaring (voor gebruikers in de VS) ...............................................................5
EU-verklaring (voor gebruikers in Europa) ...............................................................5
Gefeliciteerd met de aankoop van deze fantastische BenQ-videoprojector! Met deze projector kunt u thuis
genieten van een bioscoopervaring. Lees deze handleiding zorgvuldig door zodat u helemaal wegwijs bent in de
menu's en hun opties en optimaal kunt genieten van de projector.
FCC-verklaring (voor gebruikers in de VS)
Deze apparatuur is getest en voldoet aan de limieten voor een klasse B digitaal apparaat, volgens deel 15 van het
FCC-reglement. Deze limieten zijn ingesteld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke
interferentie in een woonomgeving.
KLASSE B: deze apparatuur genereert en gebruikt radiofrequentie-energie en kan deze uitstralen en kan, indien
niet geïnstalleerd en gebruikt volgens de instructies, schadelijke interferentie van radiocommunicatie
veroorzaken. Er is echter geen garantie dat er geen interferentie zal optreden in specifieke installaties. Als deze
apparatuur schadelijke interferentie aan radio- of televisieontvangst veroorzaakt, wat kan worden vastgesteld
door de apparatuur in en uit te schakelen, kan de gebruiker proberen de interferentie met behulp van een of
meer van de volgende maatregelen te corrigeren:
— Richt de ontvangstantenne anders of verplaats deze.
— Vergroot de afstand tussen het apparaat en de ontvanger.
— Sluit de apparatuur aan op een stopcontact dat tot een ander circuit behoort dan dat van de
ontvanger.
— Raadpleeg de leverancier of een ervaren radio-/televisiemonteur.
EU-verklaring (voor gebruikers in Europa)
Dit apparaat is getest op conformiteit met richtlijn 89/336/EEG voor EMC (elektromagnetische
compatibiliteit) en voldoet aan de eisen die deze richtlijn stelt.
MIC-verklaring
Klasse B-apparatuur (apparatuur voor privé-informatie/telecommunicatie)
Omdat dit apparaat de EMC-registratie voor privé-doeleinden heeft doorlopen, kan dit product overal worden
gebruikt, ook in woonwijken.
Veiligheidsinstructies
Deze BenQ-projector is ontwikkeld en getest conform de meest recente veiligheidsnormen voor IT-apparatuur.
Voor een veilig gebruik van dit product dient u echter de instructies in deze handleiding en op de verpakking
van het product nauwkeurig op te volgen.
Veiligheidsinstructies
1.Lees deze gebruikershandleiding aandachtig
door voordat u de projector gaat gebruiken.
Bewaar deze gebruikershandleiding voor
toekomstig gebruik.
2.Zorg er altijd voor dat de lenssluiter is
geopend of de lensdop is verwijderd
wanneer de projectorlamp br an dt.
Nederlands
Veiligheidsvoorschriften en juridische informatie
5
Veiligheidsinstructies (vervolg)
3.Ga alleen naar een bevoegd technicus
voor reparatie- of
onderhoudswerkzaamheden.
4.Vermijd het risico van een elektrische
schok door dit apparaat niet zelf te
demonteren. In het station bevinden zich
geen onderdelen die door de gebruiker
kunnen worden onderhouden. Wanneer er
onderhouds- of reparatiewerkzaamheden
aan het apparaat nodig zijn, dient u een
bevoegd technicus in te schakelen.
Wanneer het apparaat na demontage
verkeerd in elkaar wordt gezet en
vervolgens wordt gebruikt, kunnen zich
storingen of elektrische schokken
voordoen.
7.In sommige landen is de netspanning
ongelijkmatig. Hoewel deze projector
normaal werkt bij een netspanning van
100 tot 240 V (wisselstroom), kan het
apparaat uitvallen wanneer zich een
stroomstoring of een spanningspiek van
± 10 V voordoet. In gebieden waar dit
risico hoog is, is het raadzaam de
projector aan te sluiten op een
spanningsstabilisator, piekbeveiliging of
UPS-systeem (Uninterruptible Power
Supply).
8.De lamp wordt erg heet tijdens het
gebruik. Laat de projector ongeveer
45 minuten afkoelen voordat u de lamp
vervangt.
Nederlands
5.Kijk tijdens het projecteren niet
rechtstreeks in de lens van de projector. De
sterke lichtstraal kan uw ogen
beschadigen.
6.Zorg dat de stekker van de projector uit het
stopcontact is verwijderd voordat u de lamp
of elektronische onderdelen vervangt.
6
Veiligheidsvoorschriften en juridische informatie
9.Gebruik de lamp niet langer dan de
voorgeschreven levensduur. Als u de lamp
langer gebruikt, kan deze in zeldzame
gevallen breken.
Veiligheidsinstructies (vervolg)
10. Dit product kan beelden omgekeerd
weergeven, zodat plafondmontage
mogelijk is. Gebruik de
plafondmontageset van BenQ en zorg dat
de projector stevig wordt vastgezet.
1 1. Blokkeer het ventilatierooster niet.
- Plaats de projector niet op een laken,
beddengoed of andere zachte materialen.
- Bedek de projector niet met een doek of
andere voorwerpen.
- Plaats geen ontvlambare stoffen in de
buurt van de projector.
Als het ventilatierooster niet vrij wordt
gehouden, kan oververhitting in de projector
leiden tot schade aan de lamp, storingen van
de projector of zelfs brand.
12. Plaats dit product nooit op een onstabiele
ondergrond. Het product kan dan vallen
en ernstig worden beschadigd.
13. Plaats de projector niet in de volgende
ruimtes:
- Slecht geventileerde of gesloten ruimtes.
Zorg dat het apparaat ten minste 50 cm
van de muur staat en laat voldoende
ruimte vrij rondom het apparaat.
- Plaatsen waar de temperatuur extreem
hoog kan oplopen, zoals in een auto met
gesloten ramen.
- Erg vochtige, stoffige of rokerige plaatsen
die optische componenten mogelijk
aantasten. Dit verkort de levensduur van
de projector en verdonkert het scherm.
- Plaatsen in de buurt van een brandalarm.
- Plaatsen met een omgevingstemperatuur
van meer dan 40 °C.
- Plaatsen die hoger gelegen zijn dan
3048 m.
1829
6000
~
~
3048
10000
m
feet
Veiligheidsvoorschriften en juridische informatie
Nederlands
7
Veiligheidsinstructies (vervolg)
14. Plaats de projector tijdens gebruik altijd op
een stabiel en niet hellend oppervlak.
- Maak geen gebruik van de projector als
deze gekanteld staat in een hoek van meer
dan 10 graden (links naar rechts) of in een
hoek van meer dan 15 graden (voor naar
achter). Als u de projector gebruikt
wanneer deze niet volledig horizontaal
staat, werkt deze mogelijk niet optimaal of
kan de lamp of een ander onderdeel
beschadigd raken.
15. Plaats de projector niet verticaal. De
projector kan vallen en letsel veroorzaken
of beschadigd raken.
16. Trap niet op de projector of leg er geen
voorwerpen op. Dit kan niet alleen s c ha d e
aan de projector veroorzaken, maar kan ook
leiden tot ongevallen en mogelijk letsel.
17. Plaats geen vloeistoffen in de buurt van of op
de projector. Als er vloeistof in de projector
wordt gemorst, werkt deze mogelijk niet
meer. Haal in dit geval de stekker uit het
stopcontact en laat een BenQonderhoudstechnicus de projector
controleren.
Nederlands
Condensvorming
Gebruik de projector niet onmiddellijk nadat u deze hebt verplaatst van een koude naar een warmere plaats. Als
de projector wordt blootgesteld aan grote temperatuurschommelingen, kan er zich condens vormen op cruciale
onderdelen van het apparaat. Gebruik de projector niet gedurende ten minste twee uur nadat het apparaat is
blootgesteld aan een plotse temperatuursverandering en voorkom zo mogelijke schade.
Vermijd vluchtige vloeistoffen
Gebruik geen vluchtige vloeistoffen in de buurt van de projector, bijvoorbeeld insecticide of sommige
reinigingsproducten. Producten in rubber of plastic mogen niet te lang in contact komen met de projector. Deze
laten sporen na op de afwerkingslaag. Volg nauwkeurig de veiligheidsinstructies van het product als u de
projector schoonmaakt met een doek met een chemisch schoonmaakmiddel.
We gw er p en
Dit product bevat de volgende producten die schadelijk zijn voor de mens en het milieu.
• Lood (in het soldeersel).
• Kwik (in de lamp).
Neem contact op met de plaatselijke overheid voor meer informatie over de milieuvoorschriften inzake het
wegwerpen van het product en de gebruikte lampen.
8
Veiligheidsvoorschriften en juridische informatie
Overzicht
Kenmerken
Q Uitstekende beeldkwaliteit
Deze DLP™-projector met één DMD biedt een uitstekende beeldkwaliteit, een hoge contrastverhouding
en een fantastische kleurweergave.
Q Dynamische beelden en talrijke grijswaarden
Met het 6-segment kleurwiel haalt de projector een vernieuwingssnelheid van maximaal 300 Hz. Dit zorgt
voor dynamische beelden en talrijke grijswaarden zonder de typische 'flikkeringen' of het typische
'regenboogeffect' van andere DLP™-projectoren met een enkele DMD.
Q Afgesloten optisch mechanisme
Het optische mechanisme gebruikt een hoogwaardige lens die borg staat voor optimale optische prestaties.
Het optische mechanisme is afgesloten zodat er geen licht of stof bij kan, wat vervelende 'plekken' op het
geprojecteerde beeld voorkomt.
Q Vaste optische CAT-lens voor een duidelijke contrastverhouding van 2500:1
Voor een optimale contrastverhouding en helderheid is de projector uitgerust met een lensdiafragma.
Q Zeer stil in gebruik
Het unieke ontwerp van het koelsysteem dempt het geluid van de ventilator tot minder dan 29 dB in de
normale modus en tot minder dan 26 dB in de economische modus.
Q Meerdere ingangssignalen
De projector ondersteunt een groot aantal videoformaten. De componentingangen worden gebruikt om
de projector aan te sluiten op HDTV-ontvangers en DVD-spelers. Deze gebruiken RCA-connectoren om
de signaalverzwakking te minimaliseren die wordt veroorzaakt door installaties met langere kabels.
Q Compatibel met HDTV
De projector ondersteunt de formaten 480i, 480P, 576i, 576p, 1080i en 720P.
Q Deinterlacing-technologie met 3:2 pull-down
Dankzij de deinterlacing-technologie van BenQ biedt de projector uitzonderlijke schaalpercentages en een
uitstekende omzetting van film naar video (3:2 pull-down filmmodus) voor uitzonderlijk
vervormingsvrije beelden.
Q PIP/POP-functie
Met behulp van de PIP/POP-functie (Picture-In-Picture en Picture-On-Picture) kunt u twee beelden
tegelijkertijd projecteren op het scherm.
Q Videogeheugen
Gebruikers kunnen maximaal drie verschillende configuraties opslaan in het videogeheugen voor optimale
beelden van verschillende signaaltypen.
Q Schermmenu's in meerdere talen
Overzicht
Nederlands
9
Inhoud van de verpakking
Bij de projector worden de kabels geleverd die nodig zijn om het apparaat op een pc of video-apparatuur aan te
sluiten. De beschikbaarheid van een item hangt af van uw regio. Neem contact op met de leverancier voor meer
informatie hierover.
Bepaalde accessoires verschillen per land.
PE6800 Digital ProjectorHome TheaterUser's Maunal
ProjectorGebruikers-
GarantiekaartVGA/BNC-kabelVideokabel
handleiding
VS (110 V)EU (220 V)VK (240 V)
Afstandsbediening en batterijenVoedingskabelS-Video-kabel
Optionele accessoires
1. HDMI-kabel
2. Plafondmontageset
Batterijen plaatsen en vervangen
Druk op het deksel en schuif het open. Installeer twee
AAA-batterijen met de polen in de juiste richting en
sluit vervolgens het deksel.
Opmerkingen bij batterijen
Nederlands
QPlaats nooit nieuwe en oude batterijen of verschillende soorten batterijen samen.
QLeg de afstandsbediening en de batterijen niet in extreem warme of vochtige omgevingen, zoals in een
keuken, badkamer, sauna, solarium of gesloten auto.
QGooi lege batterijen weg overeenkomstig de instructies van de fabrikant en de plaatselijke overheid.
QGebruikt u de afstandsbediening gedurende lange tijd niet, verwijder dan de batterijen om te voorkomen
dat deze gaan lekken en schade veroorzaken.
10
Overzicht
Buitenkant van de projector
Voorzijde/bovenzijde
1
Achterzijde
9
Onderzijde/rechterzijde
10
11
2
3
4
5
6
7
1.Ventilatieroosters (luchtafzuiging)
2.IR-sensor op de achterzijde
3.Bedieningspaneel (zie pagina 12 voor
meer informatie.)
4.Focusring en zoomring
5.IR-sensor op de voorzijde
6.Projectielens
7.Rooster van het stoffilter
8.Lensdop
8
9.Aansluitingen
10. Hoofdschakelaar
11. Voedingskabelaansluiting
12
13
12
13
Aansluitingen
15
16
17
19. Componentvideo-ingang (RCA-aansluitingen)
Ondersteunt de videosignaalingangen DTV Y/P
20. RGB/HDTV-ingang (BNC)
Ondersteunt de videosignaalingangen DTV Y/P
signaalingang.
14
12. Voorste verstelvoetje
13. Gaten voor plafondmontage
14. Sleuf voor Kensington-vergrendeling
15. Composietvideo-ingang (RCA-
18
19
20
B/PR, DTV Y/CB/CR en DTV RGB.
B/PR, DTV Y/CB/CR en DTV RGB of de PC-
aansluiting)
16. S-Video-ingang (mini-DIN 4-pins)
17. RS-232C-ingang (voor reparatie of
onderhoud)
18. HDMI-ingang (High-Definition
Multimedia Interface)
Ondersteunt digitale videobronnen, zoals
een set-up box, DVD-speler, digitale
televisie (DTV) of andere digitale AVapparatuur.
Nederlands
Overzicht
11
Bedieningselementen en functies
Bedieningspaneel
6
7
8
1
2
3
4
5
1.POWER-lampje (Zie pagina 32 voor meer
informatie.)
Brandt of knippert als de projector wordt gebruikt.
2.MEMORY c (Geheugen)
Hiermee roept u achtereenvolgens de instellingen
1 ~ 3 op die in het geheugen zijn opgeslagen.
3.Pijltjestoetsen (e/f)
Als het schermmenu is geactiveerd, functioneren de
knoppen #2, #3 en #10 als richtingsknoppen om de
gewenste items te selecteren en de instellingen te
wijzigen.
4.POWER (Aan/uit) (Zie pagina's 19, 23 en 32 voor
meer informatie.)
Houd deze knop ingedrukt om de projector in te
schakelen als deze stand-by staat. Of druk de knop
twee keer in om het apparaat uit te schakelen.
9
3
10
11
5.MENU/EXIT (Menu/Afsluiten)
Hiermee schakelt u de schermmenu's in.
Hiermee slaat u de menu-instellingen op en
sluit u het menu.
6.Focusring (Zie pagina 20 voor meer
informatie.)
Hiermee past u de scherpstelling van het
geprojecteerde beeld aan.
7.Zoomring (Zie pagina 20 voor meer
informatie.)
Hiermee past u de grootte van het
geprojecteerde beeld aan.
8.Waarschuwingslampje temperatuur (Zie
pagina 32 voor meer informatie.)
Brandt of knippert als de temperatuur van
de projector te hoog wordt.
9.LAMP-indicatielampje (Zie pagina 32 voor
meer informatie.)
Geeft de lampstatus aan.
Brandt of knippert als er een probleem is
met de lamp. Neem contact op met uw
BenQ-dealer voor hulp.
10. AUTO d (Automatisch)
Hiermee worden automatisch de beste
beeldtiminginstellingen bepaald voor het
weergegeven beeld.
11. SOURCE/ENTER (Bron/Enter) (Zie
pagina 25 voor meer informatie.)
Hiermee schakelt u achtereenvolgens over
naar de verschillende invoerbronnen of
opent u het geselecteerde menu-item als het
schermmenu is geactiveerd.
Nederlands
Afstandsbediening
Opmerkingen bij het gebruik van de afstandsbediening
QZorg dat niets de infraroodstraal tussen de afstandsbediening en de IR-sensor op de projector blokkeert.
QDe afstandsbediening heeft een bereik van maximaal 8 meter aan de voorkant en 8 meter aan de
achterkant van de projector. Houd de afstandsbediening onder een hoek van maximaal 45 graden ten
opzichte van de IR-sensor op de projector.
8 m
12
Overzicht
1.POWER (Aan/uit) (Zie pagina's 19, 23 en 32 voor meer informatie.)
1
2
3
9
4
5
6
10
7
8
11
8.PIP- en POP-knoppen (Zie pagina 22 voor meer informatie.)
Druk op de knop PIP of POP om de PIP- of POP-functie in of uit te schakelen. Druk op + of - om de
grootte van het PIP-beeld aan te passen. Druk op de knop ACTIVE (Actief) om tussen het hoofd- en
subvenster of tussen het linker- en rechtervenster te schakelen, zodat u de beeldinstellingen in het
geselecteerde venster kunt aanpassen.
9.Preset (Voorkeur) (Zie pagina 21 voor meer informatie.)
Hiermee wordt de standaardmodus geselecteerd die het best bij het type programma past.
10. EXIT (Afsluiten) (Zie pagina 25 voor meer informatie.)
Hiermee sluit u het menu af en worden de wijzigingen opgeslagen.
11. LIGHT (Licht)
Hiermee schakelt u de achtergrondverlichting van de afstandsbediening in.
Houd deze knop ingedrukt om de projector in te schakelen als deze
stand-by staat. Of druk de knop twee keer in om het apparaat uit te
schakelen.
2.Bronknoppen (Zie pagina 26 voor meer informatie.)
Hiermee selecteert u een ingangsbron die wordt weergegeven op de
projector.
3.Beeldverhoudingsknoppen (Zie pagina 26 voor meer informatie.)
Hiermee selecteert u de beeldverhouding zodat deze overeenstemt
met het ingangssignaal.
4.Geheugenknoppen (1, 2, 3 en default (standaard)) (Zie pagina 26
voor meer informatie.)
Hiermee herstelt u de instellingen die in geheugen 1, 2 of 3 zijn
opgeslagen of herstelt u de standaardwaarden voor de gebruikte
invoerbron.
5.Pijltjestoetsen (c/e/d/f) (Zie pagina 25 voor meer informatie.)
Hiermee kunt u het gewenste menu selecteren of instellingen
wijzigen.
ENTER (Zie pagina 25 voor meer informatie.)
Hiermee opent u de geselecteerde menu-items.
6.MENU (Zie pagina 25 voor meer informatie.)
Hiermee schakelt u de schermmenu's in of uit.
7.Knoppen voor aanpassing beeldkwaliteit (Zie 25 voor meer
informatie.)
Overzicht
Nederlands
13
De projector plaatsen
Een locatie kiezen
De projector kan op de volgende vier manieren worden geïnstalleerd:
1.Op de vloer en voor het scherm;
2.Op het plafond en voor het scherm;
3.Op de vloer en achter het scherm; of
4.Op het plafond en achter het scherm.
Welke installatie u het beste kunt gebruiken, is afhankelijk van de indeling van de ruimte en uw persoonlijke
voorkeur. Houd rekening met de grootte en de positie van het scherm, de nabijheid van een stopcontact en de
afstand tussen de projector en de andere apparatuur.
I. Floor front (Vloer voorkant):
Selecteer deze instelling als u de projector op de vloer
en voor het scherm installeert. Als u een snelle
opstelling en draagbaarheid wenst, is dit de meest
gebruikte opstelling.
III. Floor rear (Vloer achterkant)
Selecteer deze instelling als u de projector op de vloer
en achter het scherm installeert.
Voor deze opstelling is een speciaal scherm voor
achterwaartse projectie vereist.
Nadat u de projector hebt ingeschakeld, kiest u in het
menu Setup (Instellingen) > Mirror (Spiegelen) de
optie Floor rear (Vloer achterkant).
II. Ceiling front (Plafond voorkant):
Selecteer deze instelling als u de projector tegen het
plafond en voor het scherm installeert.
Als u de projector tegen het plafond wilt bevestigen,
kunt u het beste de plafondmontageset van BenQ bij
uw leverancier kopen.
Nadat u de projector hebt ingeschakeld, kiest u in het
menu Setup (Instellingen) > Mirror (Spiegelen) de
optie Ceiling Front (Plafond voorkant).
IV. Ceiling rear (Plafond achterkant)
Selecteer deze instelling als u de projector tegen het
plafond en achter het scherm installeert.
Voor deze opstelling zijn een speciaal scherm voor
achterwaartse projectie vereist en de
plafondmontageset van BenQ.
Nadat u de projector hebt ingeschakeld, kiest u in het
menu Setup (Instellingen) > Mirror (Spiegelen) de
optie Ceiling Rear (Plafond achterkant).
Nederlands
14
De projector plaatsen
De gewenste beeldgrootte van de projectie instellen
De afstand van de lens van de projector tot het scherm, de zoominstellingen en het videoformaat zijn allemaal
factoren die de grootte van het geprojecteerde beeld bepalen. BenQ heeft aparte tabellen meegeleverd die de
afmetingen voor de beeldverhoudingen 16:9 en 4:3 bevatten. Deze tabellen helpen u de ideale positie van de
projector bepalen.
1. Hoe kunt u de beeldverhouding (16:9 of 4:3) van het scherm bepalen?
2. Selecteer hieronder in de tabel met afmetingen voor de beeldverhouding 16:9 of 4:3 de gewenste
schermgrootte, overeenkomstig het schermtype. De ideale afstand tussen de projector en het scherm is een
afstand tussen de waarden Min. en Max. in de kolom Projectieafstand.
3. Beslis op welke hoogte u de projector wilt plaatsen.
Als u bijvoorbeeld een 16:9-scherm gebruikt met 80 inch diagonaal, raden wij u aan de projector op 2,34 m tot
3,18 m van het scherm te plaatsen. Zet het midden van de projectorlens op gelijke hoogte met de onder- of
bovenzijde van het scherm voor een ideale projectie.
Montage voor een beeldverhouding 16:9
Plafondmontage
Type
Hoek
Projectieafstand
Hoogte
Plafond
Midden van de lens
Scherm
Vloermontage
Type
Hoek
Scherm
Midden van de lens
Hoogte
Projectieafstand
Vloer
Tabel met afmetingen voor de beeldverhouding16:9 (breedbeeld)
De bovenstaande waarden zijn slechts een indicatie en kunnen licht verschillen van de werkelijke
metingen. Alleen de aanbevolen schermgrootten zijn vermeld. Neem contact op met uw BNQ-leverancier
als de grootte van uw scherm niet is vermeld in de bovenstaande tabel.
Als u de tabel bekijkt, ziet u dat u de lens van de projector op een afstand van 1,08 tot 11,91 m van het scherm
kunt plaatsen. Dit geeft u een geprojecteerd beeld van 0,82 x 0,46 m tot 6,64 x 3,74 m op het scherm.
Hoogte
(inch) / (cm)
Breedte
(inch) / (cm)
Min.
(inch) / (cm)
Max.
(inch) / (cm)
Tele
(inch) / (cm)
Breed
(inch) / (cm)
Nederlands
De projector plaatsen
15
Montage voor een 4:3-beeldverhouding
Plafondmontage
Type
Hoek
Beeldhoogte
Plafond
Projectieafstand
Midden van de lens
Scherm
Vloermontage
Type
Beeldhoogte
Scherm
Midden van de lens
Hoek
Projectieafstand
Vloer
(standaard) 4:3-beeldverhouding tabel met afmetingen:
De bovenstaande waarden zijn slechts een indicatie en kunnen licht verschillen van de werkelijke
metingen. Alleen de aanbevolen schermgrootten zijn vermeld. Neem contact op met uw BNQ-leverancier
als de grootte van uw scherm niet is vermeld in de bovenstaande tabel.
Hoogte
(inch) /
(cm)
Breedte
(inch) /
(cm)
Min.
(inch) /
(cm)
Max.
(inch) /
(cm)
Tele
(inch) /
(cm)
Breed
(inch) /
(cm)
Als u de tabel bekijkt, ziet u dat u de lens van de projector op een afstand van 0,99 tot 10,91 m van het scherm
kunt plaatsen. Dit geeft u een geprojecteerd beeld van 0,75 x 0,42 m tot 6,1 x 3,43 m op het scherm.
hoogte
(inch) /
(cm)
Nederlands
16
De projector plaatsen
Verschillende apparatuur aansluiten
U kunt de projector aansluiten op alle video-apparatuur, bijvoorbeeld videorecorders, DVD-spelers, digitale
tuners, kabeldozen, satellietontvangers, spelconsoles of digitale camera's. U kunt het apparaat ook aansluiten
op een pc, laptop of Apple Macintosh-computer.
Via verschillende kabels kunt u bovendien meerdere video-apparaten aansluiten op de projector. Zorg dat u de
juiste signaalingang selecteert voor de weergave.
Volg deze instructies als u een signaalbron aansluit op de projector:
1.Schakel de apparatuur uit voordat u de verbindingen maakt.
2.Gebruik de juiste signaalkabels voor elke bron.
3.Zorg dat de kabels goed zijn geplaatst.
4.Voor geluid dient u een beroep te doen op externe luidsprekers. Deze projector heeft geen luidsprekers.
Niet alle kabels die in de onderstaande verbindingen worden weergegeven, zijn meegeleverd bij de
projector (zie pagina 10). Niet-meegeleverde kabels zijn verkrijgbaar bij elektronicawinkels.
Videobronnen aansluiten
HDMI-apparaten aansluiten
Wanneer u een HDMI-apparaat wilt aansluiten op de projector, is een HDMI-kabel vereist. HDMI (HighDefinition Multimedia Interface) ondersteunt de niet-gecomprimeerde gegevensoverdracht tussen compatibele
apparaten, zoals DTV-tuners en DVD-spelers, en geeft de signalen via één kabel weer. Deze technologie levert
uitstekend digitaal kijk- en luisterplezier.
HDMI-apparaat: DVD-speler, digitale tuner enz.
Van audio-uitgangen
HDMI-kabel
Naar audio-ingangen
Componentvideo-apparaten aansluiten
Zorg dat de kleuren van de kabels en de aansluitingen overeenkomen.
AV-apparatuur: DVD-speler, digitale tuner enz.
Van audio-uitgangen
Componentvideokabel
Naar audioingangen
Nederlands
Verschillende apparatuur aansluiten
17
S-Video- of video-apparaten aansluiten
Van audio-uitgangen
S-Video-kabel
Videokabel
Naar audio-ingangen
Een computer aansluiten
Sluit de projector aan op een computer via een VGA/BNC-kabel.
Laptop of bureaucomputer
Van audio-uitgangen
VGA/BNC-kabel
Als het geselecteerde videobeeld niet wordt weergegeven nadat u de projector hebt ingeschakeld en de
juiste videobron hebt geselecteerd, controleer dan of de videobron is ingeschakeld en goed werkt.
Controleer ook of de signaalkabels op de juiste manier zijn aangesloten.
Bij laptops worden de externe videopoorten vaak niet ingeschakeld wanneer een projector is aangesloten.
Met de toetsencombinatie FN + F3 of FN + CRT/LCD kunt u de externe weergave doorgaans in- of
uitschakelen. Zoek op de laptop de functietoets CRT/LCD of de functietoets met een beeldscherm. Druk
tegelijkertijd op FN en een van deze toetsen. Raadpleeg de handleiding bij uw laptop voor meer informatie
over mogelijke toetsencombinaties.
Naar audio-ingangen
Nederlands
18
Verschillende apparatuur aansluiten
De projector en de afstandsbediening gebruiken
Wat u vooraf moet doen
1.Schakel de aangesloten apparatuur in.
2.Verwijder de lensdop.
De projector inschakelen
Volg de onderstaande stappen.
1.Het POWER-lampje moet oranje branden wanneer het apparaat van
stroom wordt voorzien en de hoofdschakelaar is ingeschakeld.
2.Houd de knop POWER (Aan/uit) op de afstandsbediening of de projector
ingedrukt om de projector in te schakelen.
De knop POWER werkt wellicht niet terwijl de projector opwarmt.
3.De ventilatoren beginnen te draaien. Op het scherm wordt gedurende
enkele seconden een opstartafbeelding weergegeven.
4.Het bericht " Searching…." (Bezig met zoeken) wordt weergegeven op het
scherm terwijl de projector het ingangssignaal probeert te detecteren. Dit bericht blijft op het scherm
staan tot een geldig signaal wordt gedetecteerd.
5.Als de horizontale frequentie van het ingangssignaal hoger ligt dan het bereik van de projector, wordt het
bericht "Unsupported timing" (Timing wordt niet ondersteund) weergegeven op het scherm. Dit bericht
blijft op het scherm staan tot u het ingangssignaal wijzigt.
3.Plaats het bijgeleverde netsnoer in de
netsnoeraansluiting aan de achterzijde van de projector
en schakel de hoofdschakelaar in.
4.Stop het netsnoer in een stopcontact en schakel het
stopcontact vervolgens in.
Schakelen tussen ingangssignalen
De projector kan tegelijkertijd op verschillende video-apparaten worden
aangesloten. Als u achtereenvolgens ingangssignalen wilt selecteren, drukt u op
één van de bronknoppen op de afstandsbediening of op de knop SOURCE/
ENTER (Bron/Enter) op de projector.
Q Wanneer u de projector inschakelt, zoekt het apparaat naar de invoerbron
die u het laatst hebt geselecteerd.
Q Wilt u de PIP- of POP-functie gebruiken, raadpleeg dan pagina 22 voor
de geavanceerde instellingen.
De projector en de afstandsbediening gebruiken
Nederlands
19
Het beeld aanpassen
De hoogte van de hoek aanpassen
Op de onderzijde van de projector bevinden zich twee verstelvoetjes.
Met behulp van deze verstelvoetjes kunt u de hoogte van het beeld en de
projectiehoek wijzigen. Draai aan de verstelvoetjes om de projectiehoek
nauwkeuriger in te stellen.
Als het scherm en de projector niet in een loodrechte positie staan,
krijgt het geprojecteerde beeld een verticale trapeziumvorm. U kunt het probleem oplossen door de
waarde voor Keystone (Trapezium) in het menu Setup (Instellingen) aan te passen.
Het beeld automatisch aanpassen
Met een druk op de knop Auto (Automatisch) op de projector past de
ingebouwde automatische bijstellingsfunctie de waarden van Frequency
(Frequentie) en Clock (Klok) aan, zodat er een optimale beeldkwaliteit wordt
geproduceerd.
De huidige brongegevens worden gedurende 3 seconden rechts onderaan het
scherm weergegeven.
Tijdens het gebruik van de automatische bijstellingsfunctie is het scherm
leeg.
Het beeldformaat en de helderheid fijnafstemmen
1. Wijzig de grootte van het geprojecteerde beeld
met behulp van de zoomring.
2. Stel vervolgens het beeld scherp door aan de
focusring te draaien.
Nederlands
Het beeld optimaliseren
Gebruik de afstandsbediening of de schermmenu's om het beeld te optimaliseren. Zie pagina 25 voor meer
informatie over de werking van schermmenu's.
De volgende stappen zijn optioneel. U hoeft niet elke stap uit te voeren. Het is afhankelijk van de gewenste
beeldkwaliteit.
20
De projector en de afstandsbediening gebruiken
1. Een standaardmodus selecteren
Selecteer een standaardmodus op de afstandsbediening of in het menu Picture
(Beeld) > Preset Mode (Standaardmodus). Er zijn 5 modi beschikbaar voor elke
ingang. De vooraf ingestelde waarden van deze modi zijn geschikt voor
verschillende projecties.
Q Preset Cinema Mode (Standaardbioscoopmodus): de kleurintensiteit en
contrast zijn goed verdeeld, maar deze modus is het minst helder.
Geschikt voor het bekijken van donkere films in donkere
lichtomstandigheden.
Q Preset Home Theater Mode (Standaardthuisbioscoopmodus): is
helderder dan de bioscoopmodus. In deze modus mag er wat
omgevingslicht zijn wanneer u de projector gebruikt.
Q Preset Family Room Mode (Standaardhuiskamermodus): in deze modus
wordt de helderheid benadrukt. De modus is geschikt voor het bekijken
van televisieprogramma's en heldere films of het spelen van videospellen.
Q Preset Photo Mode (Standaardfotomodus): voor weergave van digitale
foto's in de woonkamer.
Q Preset Gaming Mode (Standaardspelmodus): geschikt voor het spelen van
videospellen in een kamer met veel licht.
2. De beeldverhouding selecteren
Beeldverhouding is de verhouding van de breedte van het beeld tot de hoogte van het beeld. HDTV en de
meeste DVD's zijn in een 16:9-verhouding, wat de standaardinstelling is van deze projector. De meeste
televisieprogramma's zijn in een 4:3-verhouding.
Wijzig de beeldverhouding met de beeldverhoudingsknoppen op de afstandsbediening of via het menu Display
(Weergave) > Aspect Ratio (Beeldverhouding). Selecteer de beeldverhouding die overeenstemt met het formaat
van het videosignaal. Er zijn vijf beschikbare beeldverhoudingen:
In de onderstaande afbeeldingen zijn de zwarte gedeelten inactief en de witte actief.
1.Anamorfic
(Anamorfisch): past het
beeld aan zodat het in het
midden van het scherm
wordt weergegeven in een
16:9-beeldverhouding.
2.4:3: past het beeld aan
zodat het in het midden
van het scherm wordt
weergegeven in een
4:3-beeldverhouding.
3.Letter Box: vergroot het
beeld naar een letterboxformaat zodat het in het
volledige scherm wordt
weergegeven in een 16:9beeldverhouding. Het
bovenste en onderste
gedeelte van het beeld wordt bijgesneden. Gebruik
deze instelling voor de breedbeeldformaten
Cinemascope en Vista.
4.Wide (Breed): een 4:3-beeld wordt NIETlineair en horizontaal vergroot zodat het op
het volledige breedbeeldscherm wordt
weergegeven. Alleen de rechter- en
linkerzijde van het beeld wordt uitgerekt.
Het middelste gedeelte wordt niet
gewijzigd.
5.Real (Reëel): de ingangssignalen worden
individueel toegewezen zonder dat het
beeldmateriaal wordt aangepast. Het beeld
wordt in het midden van het scherm
weergegeven.
3. Overige beeldaanpassingen
U kunt ook de helderheid, het contrast, de kleuren en de tint instellen via het menu Picture (Beeld) of de
knoppen op de afstandsbediening.
Sommige beeldaanpassingen zijn alleen mogelijk wanneer bepaalde ingangen in gebruik zijn.
Aanpassingen die niet beschikbaar zijn, worden niet weergegeven op het scherm.
De projector en de afstandsbediening gebruiken
Nederlands
21
Het menu Display (Weergave) van de projector personaliseren
U kunt de schermmenu's volgens uw voorkeur instellen. Deze instellingen hebben geen invloed op de projectieinstellingen, de bediening of de prestaties.
• Met Language (Taal) in het menu Setup (Instellingen) stelt u de gewenste taal in voor de schermmenu's.
• Met Background Color (Achtergrondkleur) in het menu Options (Opties) kunt u de achtergrondkleur van de
projector instellen op purper, zwart of wit.
• Met OSD Off (Secs) (OSD uit (sec)) in het menu Options (Opties) bepaalt u hoe lang het schermmenu wordt
weergegeven nadat u op de knop hebt gedrukt.
• Met Sleep Timer (Min) (Slaaptimer (Min)) in het menu Options (Opties) bepaalt u hoe lang het duurt
voordat de projector automatisch wordt uitgeschakeld.
• Met OSD Position H (OSD-positie H) en OSD Position V (OSD-positie V) in het menu Options (Opties)
kunt u de positie van het schermmenu aanpassen.
Het videogeheugen opslaan en laden
Q Druk op de geheugenknoppen op de afstandsbediening of op de knop
MEMORY c (Geheugen) op de projector om de geheugeninstellingen
onmiddellijk op te roepen.
Q Er zijn vier mogelijke geheugeninstellingen: MEMORY 1, MEMORY 2 en
MEMORY 3 (Geheugen 1, 2 en 3) en DEFAULT (Standaard). Gebruik de
knop DEFAULT om de standaardinstellingen van de huidige invoerbron te
herstellen.
Q Zie pagina 28 voor meer informatie over het opslaan van
gebruikersgeheugens.
Nederlands
De functies PIP (Picture-In-Picture) en POP (Picture-OnPicture) gebruiken
Er zijn twee invoergroepen die zijn onderverdeeld volgens de weergavemodus:
Videogroep: de ingangen Video en S-Video.
Grafische groep: de ingangen Component 1 en 2, RGBHD, en HDMI.
Met behulp van de PIP-functie kan de projector de beelden van de grafische groep weergeven in de beelden van
de videogroep (G in V), of de beelden van de videogroep in de beelden van de grafische groep (V in G).
Met behulp van de POP-functie kan de projector de beelden van de grafische groep en de videogroep naast elkaar
weergeven (G <=> V of V <=> G).
Als u twee beelden met een verschillend ingangssignaal tegelijkertijd wilt bekijken, voert u de volgende stappen
uit om het tweede beeld weer te geven.
1. Druk op een van de bronknoppen op de afstandsbediening om een invoerbron te selecteren.
2. Druk op de knop PIP of POP op de afstandsbediening.
3. Selecteer de tweede signaalingang op de afstandsbediening.
4. Druk herhaaldelijk op de knop PIP of POP om de overeenkomstige beeldposities te kiezen (G in V of V in
G, G <=> V of V <=> G).
5. Druk op de knop ACTIVE (Actief) op de afstandsbediening om een van de vensters te activeren. In het
actieve venster kunt u de instellingen voor het ingangssignaal wijzigen.
6. Druk op + of - om de grootte van het PIP-venster te wijzigen.
7. Pas de positie van het PIP-venster aan met de pijltjestoetsen (c/e/d/f).
8. Selecteer PIP Off (PIP Uit) of POP Off (POP Uit) om de PIP- of POP-functie uit te schakelen.
22
De projector en de afstandsbediening gebruiken
PIP
If You Want To Shut Down The Projector,
Press The Power Key Again
To Perform The Shut Down Process.
POP
De projector uitschakelen
Volg de onderstaande stappen.
1.Druk op de knop POWER (Aan/uit) op de projector of de
afstandsbediening. Er wordt een waarschuwingsbericht weergegeven.
Druk nogmaals op POWER (Aan/uit) om de projector uit te schakelen.
2.Het POWER-lampje knippert groen en de ventilatoren koelen
gedurende twee minuten de lamp af. Pas als de lamp volledig is
afgekoeld, reageert de projector weer op opdrachten.
3.Het POWER-lampje brandt oranje nadat de lamp is afgekoeld en de
ventilatoren zijn gestopt.
4.Gebruikt u de projector gedurende langere tijd niet, schakel dan de
hoofdschakelaar uit en trek het netsnoer uit het stopcontact.
Subvenster
Hoofdvenster
Linkervenster
Rechtervenster
De projector en de afstandsbediening gebruiken
Nederlands
23
Nederlands
Menu's
Menustructuur
Picture (Beeld)ContrastPreset Cinema Mode
Display (Weergave)Aspect Ratio (Beeldverhouding)Anamorphic (Anamorfisch), 4:3, Letter Box,
Options (Opties)Background Color (Achtergrondkleur)Purple, Black, White (Purper, zwart, wit)
Setup (Instellingen)Language (Taal)English, French, German, Italian, Spanish, Simplified Chinese, Traditional Chinese, Japanese
Advanced
(Geavanceerd)
Brightness (Helderheid)
Color (Kleur)
Tint
Noise Reduce (Ruisvermindering)
PC & Component YPbPr Tuning (PC &
YPbPr-component afstemmen)
OSD Off (Secs) (OSD uit (sec))
Sleep Timer (MIN) (Slaaptimer (min))
OSD Position H (OSD-positie H)
OSD Position V (OSD-positie V)
Reset Settings (Instellingen herstellen)Load Default Of Current Source. (Laad de standaardwaarden van de huidige bron.) Are you
het stoffilter)
Reset Dust Filter Timer (Timer van het
stoffilter herstellen)
Color Temp Information (Info
kleurtemperatuur)
RGB Gain (RGB-versterking)Red Gain, Green Gain, Blue Gain (Rood, groen
RGB Offset (RGB-hoek)Red Offset, Green Offset, Blue Offset (Rode,
Store Color Temperature To User1 (Kleurtemperatuur opslaan bij gebruiker1)
Store Color Temperature To User2 (Kleurtemperatuur opslaan bij gebruiker2)
User1 (Gebruiker1)
User2 (Gebruiker2)
Warm
Normal (Normaal)
Cool (Koel)
Green (Groen)
Blue (Blauw)
Yellow (Geel)
White (Wit)
Component 2,
RGBHD, HDMI
Lamp hours, Lamp life (Gebruiksduur en
levensduur van de lamp)
Do This Only When You Change A New Lamp.
(Doe dit alleen wanneer u een nieuwe lamp
plaatst.) Are you sure? (Weet u het zeker?)
Do This Only When You Change A New Filter.
(Doe dit alleen wanneer u een nieuw filter
installeert.) Are you sure? (Weet u het zeker?)
User 1, User 2, Warm, Normal, Cool (Gebruiker 1,
Gebruiker 2, Warm, Normaal, Koel)
en blauw effect)
groene en blauwe hoek)
24
Menu's
De menu's gebruiken
De projector beschikt over schermmenu's waarin u de instellingen kunt
aanpassen.
Er zijn acht verschillende menutalen. Zie het instellingenmenu op pagina 27
voor meer informatie.
In het volgende voorbeeld passen we de instelling Keystone (Trapezium) aan.
1.Druk op de knop MENU/EXIT (Menu/Afsluiten)
om het schermmenu in te schakelen.
4.Wijzig de trapeziumwaarden met e of
f.
2.Selecteer Setup met e of f en druk op SOURCE/
ENTER (Bron/Enter).
3.Selecteer Keys tone (Trapezium) met c of d.
5.Druk twee* keer op de knop MENU/
EXIT (Menu/Afsluiten) om de
instellingen op te slaan en het menu af te
sluiten.
*Bij de eerste keer drukken gaat u terug naar het
submenu en bij de tweede keer drukken wordt het
schermmenu gesloten.
Menu Picture (Beeld)
Met de functies in dit menu stelt u de beeldkwaliteit naar wens in. Het is raadzaam een van de standaardmodi te
kiezen voordat u wijzigingen aanbrengt. In deze modi zijn al bepaalde waarden ingesteld voor verschillende
lichtomstandigheden en bepaalde presentatiedoeleinden.
1.Brightness (Helderheid): past de helderheid van
het beeld aan. Hoe hoger de waarde, hoe
helderder het beeld. Hoe lager de waarde, hoe
donkerder het beeld. Stel dit zo in dat de zwarte
gedeelten van het beeld echt zwart worden
weergegeven en er nog details zichtbaar zijn in
-30
50
de donkere gedeelten.
2.Contrast: stelt de mate van verschil tussen
donker en licht in het beeld in. Hoe hoger de
waarde, hoe groter het contrast.
3.Color (Kleur): verhoogt of verlaagt de
kleurintensiteit van het beeld. Hoe hoger de
waarde, hoe levendiger en helderder de
-30
50
kleuren.
4.Tint: stelt de kleurtonen van het beeld in. Hoe hoger de waarde, hoe groener het beeld. Hoe lager de
waarde, hoe paarser het beeld.
5.Noise Reduce (Ruisvermindering): vermindert de elektrische ruis in het beeld. De hogere instellingen
zorgen voor minder ruis.
6.Filters: zet de video- en gegevensfilters aan of uit. Filters verminderen ruis in het beeld zodat het beeld
scherper wordt. De hogere instellingen zorgen voor minder ruis.
Menu's
+70
+70
25
Nederlands
7.Sharpness (Scherpte): past de scherpte van het beeld aan. Hoe hoger de waarde, hoe scherper het beeld.
8.Preset mode (Standaardmodus): met de verschillende standaardmodi kunt u de instellingen van het
projectorbeeld aanpassen aan het type programma. Zie pagina 21 voor meer informatie.
Q Color Temp. (Kleurtemperatuur): stelt de gewenste kleurtemperatuur in: User 1 (Gebruiker 1), User 2
(Gebruiker 3), Warm, Normal (Normaal) en Cool (Koel). Zie pagina 28 voor meer informatie over het
opslaan van informatie over de kleurtemperatuur onder User 1 en 2 (Gebruiker 1 en 2);
Q Kleurverbetering
Red (Rood): stelt een waarde in voor de rode tinten. Hoe hoger de waarde, hoe groter de intensiteit van
de rode kleurschakeringen in het beeld.
Green (Groen): stelt een waarde in voor de groene tinten. Hoe hoger de waarde, hoe groter de intensiteit
van de groene kleurschakeringen in het beeld.
Blue (Blauw): stelt een waarde in voor de blauwe tinten. Hoe hoger de waarde, hoe groter de intensiteit
van de blauwe kleurschakeringen in het beeld.
Ye l l o w (Geel): stelt een waarde in voor de gele tinten. Hoe hoger de waarde, hoe groter de intensiteit van
de gele kleurschakeringen in het beeld.
White (Wit): stelt een waarde in voor de witte tinten.
10. Save Settings (Instellingen opslaan): gebruikers kunnen de instellingen opslaan in drie videogeheugens,
inclusief alle items in het menu Picture (Beeld). Elke invoerbron kan maximaal 3 sets met
gebruikersgeheugens opslaan.
Q De instellingen opslaan:
i.) Pas de items in het menu Picture (Beeld) naar wens aan.
ii.) Selecteer Save Settings (Instellingen opslaan) en druk op ENTER.
iii.) Selecteer To User's Memory 1, To User's Memory 2 of To User's Memory 3 (Naar gebruikersgeheugen
1, 2 of 3) en druk op ENTER om de instellingen op te slaan..
iv.) Druk op EXIT (Afsluiten) om het schermmenu af te sluiten.
11. Load Settings (Instellingen laden): u kunt de standaardinstellingen laden of de instellingen van een van de
drie gebruikersgeheugens.
Nederlands
Menu Display (Weergave)
Gebruik dit menu om de beeldweergave van de projector in te stellen.
1.Aspect Ratio (Beeldverhouding): u kunt kiezen uit enkele beeldverhoudingen voor de verschillende
videosignalen: Zie pagina 21 voor meer informatie.
2.PIP
G in V: geeft de beelden van de grafische groep weer in de beelden van de videogroep.
V in G: geeft de beelden van de videogroep weer in de beelden van de grafische groep.
PIP Off (PIP Uit): schakelt de PIP-functie uit.
3.PIP Master: stelt het hoofd- of subvenster in als het actieve venster, zodat er wijzigingen kunnen worden
aangebracht.
4.POP
G <=> V: geeft de beelden van de grafische groep links in het scherm weer en de beelden van de videogroep
rechts in het scherm.
V <=> G: geeft de beelden van de videogroep links in het scherm weer en de beelden van de grafische groep
rechts in het scherm.
POP Off (POP Uit): schakelt de POP-functie uit.
5.POP Master: stelt het linker- of rechtervenster in als het actieve venster, zodat er wijzigingen kunnen worden
aangebracht.
6.PIP/POP Source Selection (PIP/POP-bron selecteren): selecteert het ingangssignaal dat wordt weergegeven
als het PIP- of POP-beeld.
26
Menu's
Video
Q Video: composietvideosignaal
Q S-Video: S-Video-videosignaal
Grafisch
Q Component 1 en 2: componentingangen Y/CB/CR en Y/PB/PR
Q RGBHD: signaalingang DTV RGBHV
Q HDMI
Wanneer de PIP- of POP-functie is ingeschakeld is het onwaarschijnlijk maar mogelijk dat het beeld
schokt. In dat geval is het raadzaam de ingangssignalen te veranderen. Het schokkende beeld wordt
wellicht veroorzaakt door de combinatie van Y/C
B/CR en Video of S-Video.
7.PC & Component YPbPr Tuning (PC & YPbPr-component afstemmen): de volgende instellingen zijn
alleen beschikbaar voor signalen van de pc of RGB-signalen van een digitale televisie.
Q Frequency (Frequentie): stelt de sampling-frequentie in van de klok die het ingangssignaal ontvangt.
Q Phase (Fase): stelt de fase in van de klok.
Q H. Position (H. Positie): stelt de horizontale positie van het beeld in.
Q V. Position (V. Positie): stelt de verticale positie van het beeld in.
Q Auto (Automatisch): stelt de fase en de frequentie automatisch in.
Menu Options (Opties)
In dit menu kunt u de algemene instellingen voor de projector opslaan.
1.Background color (Achtergrondkleur): hiermee kunt u de achtergrondkleur van het scherm instellen
wanneer er geen ingangssignaal wordt ontvangen.
2.OSD Off (Secs) (OSD uit (sec)): bepaalt hoe lang het schermmenu wordt weergegeven nadat u op de knop
hebt gedrukt. Het bereik is 5 tot 60 seconden.
3.Sleep Timer(Min) (Slaaptimer (min)): stelt de timer voor het automatisch uitschakelen van de projector
in. U kunt de timer instellen tussen 10 minuten en 3 uur.
4.OSD Position H (OSD-positie H): stelt de horizontale positie van het schermmenu in.
5.OSD Position V (OSD-positie V): stelt de verticale positie van het schermmenu in.
6.Reset Settings (Instellingen herstellen): zet alle instellingen terug naar de fabrieksinstellingen.
Menu Setup (Instellingen)
Dit menu bevat de basisinstellingen van het beeld.
1.Language (Taal): stelt de taal van de schermmenu's in.
2.Mirror (Spiegelen): u kunt de projector tegen het plafond of achter een scherm installeren, of met een of
meerdere spiegels. U kunt kiezen uit vier verschillende installaties. U hebt een houder nodig als u de
projector tegen het plafond wilt monteren. Neem hiervoor contact op met uw leverancier. Zie pagina 14
voor meer informatie.
3.Keystone (Trapezium): corrigeert de trapeziumvervorming als gevolg van de projectiehoek. De
vervorming kan maximaal ± 12 graden worden gecorrigeerd.
4.High Altitude (Grote hoogte): dit item is ontwikkeld voor gebruik van de projector in extreme
omstandigheden, zoals bij hoge temperaturen of op grote hoogten. Het verdient aanbeveling Yes (Ja) te
selecteren wanneer u de projector gebruikt op een hoogte van meer dan 914 m of bij een temperatuur van
meer dan 40 °C.
Als u Ye s (Ja) hebt geselecteerd, wordt er wellicht meer geluid geproduceerd omdat de ventilatoren sneller
moeten draaien voor een betere koeling en optimale prestaties.
Als u de projector in andere dan deze extreme omstandigheden gebruikt, wordt het apparaat mogelijk
automatisch uitgeschakeld om te voorkomen dat de projector oververhit geraakt. Selecteer Ye s (Ja) om te
voorkomen dat de projector automatisch wordt uitgeschakeld. Dit betekent echter niet dat de projector in
alle ruwe of extreme omstandigheden kan worden gebruikt.
Menu's
Nederlands
27
Nederlands
5.Black level (Zwartniveau): het videosignaal voor grijstinten wordt gemeten in IRE-eenheden/ In gebieden
waar de NTSC-standaard wordt gebruikt, worden de grijstinten gemeten vanaf 7,5 IRE (zwart) t/m 100 IRE
(wit). In gebieden waar de PAL-standaard of de Japanse NTSC-standaard wordt gebruikt, worden de
grijstinten echter gemeten vanaf 0 IRE (zwart) t/m 100 IRE (wit). Controleer of de invoerbron is ingesteld
voor 0 IRE of 7,5 IRE en selecteer de geschikte optie.
6.Pattern (Patroon): het patroon wordt weergegeven in de beeldverhouding die u hebt opgeslagen met de
functie Aspect Ratio (Beeldverhouding) in het menu DISPLAY (Weergave). Gebruik dit patroon wanneer u
de projector installeert, zelfs als er geen ingangssignaal wordt ontvangen. Gebruik deze instelling ook om de
beeldgrootte en scherpte in te stellen.
7.Lamp
Q Lamp Power (Lampvermogen): stelt Full (Volledig) of Economic (Economisch) in als het type vermogen
voor uw projectie.
Q Lamp Hours (Gebruiksduur van de lamp): geeft de totale gebruiksduur van de lamp aan.
Q Reset Lamp Timer (Timer van de lamp herstellen): zet de timer van de lamp terug op nul. Dit is alleen
nodig na het vervangen van de lamp.
8.Dust Filter (Stoffilter)
Q Dust Filter Hours (Gebruiksduur van het stoffilter): geeft de totale gebruiksduur van het filter aan.
Q Reset Dust Filter Timer (Timer van het stoffilter herstellen): zet de timer van het stoffilter terug op nul.
Dit is alleen nodig na het vervangen van het stoffilter.
Menu Advanced (Geavanceerd)
1.White Balance Fine Tuning (Witbalans beter afstemmen): past de witte kleur aan.
Q Color temperature information (Info kleurtemperatuur): geeft de huidige kleurtemperatuur aan.
*Meer informatie over de kleurtemperatuur:
Er bestaan vele kleurschakeringen die om verschillende redenen als “wit” worden beschouwd. Het begrip
“kleurtemperatuur” is een van de meest gebruikte methoden om de kleur wit uit te drukken. Een witte kleur
met een lage kleurtemperatuur vertoont een rode schijn. Een witte kleur met een hoge kleurtemperatuur
vertoont eerder een blauwe schijn.
Q RGB Gain (RGB-versterking): past de rode, groene en blauwe contrastniveaus aan.
Q RGB Offset (RGB-hoek): past de rode, groene en blauwe helderheidsniveaus aan.
Kleurtemperatuur opslaan bij Gebruiker 1 en 2:
i.) Open het menu Advanced (Geavanceerd) en selecteer White Balance Fine Tuning (Witbalans beter
afstemmen) > RGB Gain (RGB-versterking) en druk vervolgens op ENTER.
ii.) Selecteer het gewenste item met c of d en pas de waarde aan met e of f.
iii.) Druk op EXIT (Afsluiten) om de instellingen op te slaan en het menu af te sluiten.
iv.) Herhaal stappen ii en iii om de waarden voor RGB Offset (RGB-hoek) in te stellen.
v.) Selecteer “Store Color Temperature to User 1”(Kleurtemperatuur opslaan bij Gebruiker 1) of “Store
Color Temperature to User 2” (Kleurtemperatuur opslaan bij Gebruiker 2) om de instellingen op te
slaan.
vi.) Druk op EXIT (Afsluiten) om de instellingen op te slaan en het menu af te sluiten.
De kleurtemperatuur verhogen
Verhoog de waarde van Blue Gain (Blauw effect) en verlaag de waarde van Red Gain (Rood effect).
De kleurtemperatuur verlagen
Verhoog de waarde van Red Gain (Rood effect) en verlaag de waarde van Blue Gain (Blauw effect).
28
Menu's
Extra informatie
Onderhoud van de projector
De projector heeft maar weinig onderhoud nodig. Het enige dat u regelmatig dient te doen, is de lens
schoonhouden. Verwijder nooit onderdelen van de projector, met uitzondering van de lamp. Neem contact op
met uw leverancier als er andere onderdelen vervangen dienen te worden.
De lens reinigen
Reinig de lens als u vuil of stof op het oppervlak ziet. Voordat u de lens reinigt, schakelt u de projector uit, trekt
u de stekker uit het stopcontact en wacht u enkele minuten totdat de lamp is afgekoeld.
1.Verwijder stof met een fles met gecomprimeerde lucht. (Verkrijgbaar bij leveranciers van bouwmaterialen
en fotografen.)
2.Bij vuil of hardnekkige vlekken gebruikt u een speciaal borsteltje voor cameralenzen of bevochtigt u een
zachte doek met reinigingsvloeistof voor cameralenzen en veegt u het oppervlak van de lens voorzichtig
schoon.
Raak de lens nooit aan met uw vingers en wrijf nooit met ruw materiaal over de lens. Zelfs papieren
doekjes kunnen de behuizing van de lens beschadigen. Gebruik alleen een speciaal borsteltje voor
cameralenzen, een doek en een reinigingsvloeistof. Reinig de lens nooit wanneer de projector is
ingeschakeld of wanneer de lens nog warm is.
De projectorbehuizing reinigen
Voordat u de behuizing reinigt, schakelt u de projector uit, trekt u de stekker uit het stopcontact en wacht u
enkele minuten totdat de lamp is afgekoeld.
1.Verwijder vuil of stof met een zachte, droge, pluisvrije doek.
2.Voor het verwijderen van hardnekkige vlekken gebruikt u een zachte doek die u hebt bevochtigd met
water en een neutraal schoonmaakmiddel. Veeg hiermee de behuizing schoon.
Gebruik nooit was, alcohol, benzine, verdunner of andere chemische schoonmaakmiddelen. Hierdoor
kan de behuizing beschadigd raken.
Het stoffilter reinigen en vervangen
Het stoffilter moet regelmatig worden gereinigd. Controleer onder Setup (Instellingen) > Dust Filter Hours
(Gebruiksduur van het stoffilter) hoe lang het filter al wordt gebruikt. Indien u het filter niet reinigt, komt er
stof in en is er geen goede ventilatie meer mogelijk. Dit kan leiden tot oververhitting en storingen.
Als u het filter niet regelmatig reinigt, schakelt de projector
automatisch uit zodra het filter vol stof zit en het apparaat
oververhit geraakt. Er wordt een waarschuwingsbericht
weergegeven rechts in het scherm voordat de projector
wordt uitgeschakeld.
Het filter reinigen:
1.Schakel de projector uit en wacht tot de ventilatoren zijn gestopt.
2.Verwijder alle kabels uit de projector.
3.Trek het rooster van het stoffilter weg langs de rechtervoorzijde van
de projector.
Please install a new filter. (Installeer een
nieuw filter.)
The projector will turn off in 1 min. (De
projector wordt over 1 min.
uitgeschakeld.)
Extra informatie
Nederlands
29
4.Om het filter te reinigen gebruikt u een klein stofzuigertje dat geschikt is
voor computers en andere kantoorartikelen. U kunt ook een zacht
borsteltje (zoals een schoon penseel) gebruiken om het stof voorzichtig te
verwijderen.
Q Indien het stof moeilijk te verwijderen is of het filter is gebroken, dient u
contact op te nemen met de leverancier om het filter te vervangen.
5.Plaats het filterrooster in de juiste positie terug.
Q Als het rooster niet correct wordt geplaatst, wordt
er om de drie minuten een waarschuwingsbericht
weergegeven op het scherm totdat u op de knop
MENU/EXIT (Menu/Afsluiten) op de projector of op de knop EXIT (Afsluiten) op de afstandsbediening
drukt. Als er niets wordt gedaan, schakelt de projector automatisch uit na 10 minuten. Plaats de filters in
de juiste positie terug en schakel de projector in.
6.Ga naar Setup (Instellingen) > Reset Dust Filter Timer (Timer van het stoffilter herstellen) om de timer van
het filter terug op nul te zetten.
Please check if the filter is well attached.
(Controleer of de filter juist is bevestigd.)
De projector opbergen
Volg de aanwijzingen hieronder als u de projector langere tijd wilt opbergen:
1.Zorg dat de temperatuur en de luchtvochtigheid van de opslagruimte binnen het aanbevolen bereik voor de
projector vallen. Raadpleeg de pagina met specificaties of neem contact op met uw leverancier voor het
bereik.
2.Schuif de verstelvoetjes in.
3.Haal de batterijen uit de afstandsbediening.
4.Verpak de projector in de oorspronkelijke of een gelijkwaardige verpakking.
De projector vervoeren
Het verdient aanbeveling de projector in de oorspronkelijke of een gelijkwaardige verpakking te vervoeren. Als u
de projector zelf draagt, dient u een zachte draagtas te gebruiken.
De lamp vervangen (Neem contact op met de BenQleverancier voor ondersteuning)
Nederlands
De lamp kan heet zijn. Laat de projector gedurende ten minste 45 minuten afkoelen voordat u de lamp
vervangt.
Deze lamp bevat kwik. Gooi deze lamp bij het klein chemisch afval overeenkomstig de toepasselijke lokale
regelgeving.
1.Zet de stroom uit en trek de stekker van de projector uit het stopcontact. Schakel alle aangesloten
apparatuur uit en maak alle andere kabels los.
2.Til de projector op. Draai de schroeven van het lampdeksel los.
De toegangsklep van de lamp bevindt zich aan de linkerzijde van de projector.
30
Extra informatie
3.Verwijder het deksel van de lamp.
4.Draai de schroef los waarmee de lamp aan de projector is bevestigd. Wanneer
de schroeven niet volledig los zijn gedraaid, kunt u uw handen eraan
verwonden. Het wordt ten zeerste aanbevolen om een schroevendraaier met
een magnetische kop te gebruiken, zodat u de schroef niet verliest wanneer
deze loskomt.
5.Trek de lamp langzaam uit de projector.
Als u te snel trekt, kan de lamp breken waardoor glasscherven in de projector
terecht kunnen komen. Om de kans op verwondingen aan vingers of schade
aan onderdelen binnen in de projector te verkleinen, dient u voorzichtig te
werk te gaan wanneer u lampglas verwijdert dat uit elkaar is gespat.
Plaats de lamp niet binnen het bereik van kinderen of in de buurt van
vloeistoffen, warmtebronnen en ontvlambare materialen.
Steek uw hand niet in de kast nadat de lamp is verwijderd. Als u de optische onderdelen in de projector
aanraakt, kan dat ongelijke kleurweergave en een vervormde projectie veroorzake n.
6.Plaats een nieuwe lamp. Zorg dat de lamp stevig is geïnstalleerd.
7.Draai de schroeven van de kast goed vast.
8.Plaats het lampdeksel opnieuw.
9.Draai de schroeven van het deksel goed vast.
Draai de schroeven niet te vast.
Losse schroeven kunnen tot een slechte verbinding leiden , met storingen tot
gevolg.
10. Zet de projecter aan en ga naar Setup (Instellingen) > Lamp > Reset Lamp
Timer (Timer van de lamp herstellen) om de timer van de lamp terug op nul te
zetten.
Schakel de stroom nooit in wanneer het deksel van de lamp is verwijderd.
Wanneer de lamp is vervangen, dient u de totale gebruiksduur van de lamp weer op nul in te stellen.
Zet de teller niet terug wanneer de lamp niet is vervangen - als u dat wel doet, kan dat tot schade of
storingen leiden.
Extra informatie
Nederlands
31
Nederlands
Lampjes
Drie lampjes geven de status van de projector aan. Controleer de volgende tabellen voor informatie over de
lampjes. In geval van problemen zet u de projector uit en neemt u contact op met leverancier.
De projector werkt normaal...
POWERTEMPLAMP STATUSOPMERKING
Oranje
Knippert
oranje
GroenDe projector werkt normaal.
UitUit
Knippert
groen
De projector werkt niet normaal...
POWERTEMPLAMPSTATUSOPMERKING
OranjeUitRood
OranjeRoodUit
OranjeRoodUit
Oranje
Knippert
rood
Knippert
rood
Standby-modus
De projector wordt ingeschakeld.
(1) De projector dient
110seconden af te koelen
omdat deze zonder het
afkoelproces is afgesloten. Of
(2) De projector dient
110seconden af te koelen
nadat de stroom is
uitgeschakeld.
(1) De lamp is langer dan
aanbevolen gebruikt. Of
(2) De lamp is niet correct
geplaatst of is beschadigd.
Het stoffilter zit vol stof. De
projector wordt uitgeschakeld.
De binnentemperatuur is te hoog
opgelopen.
• De luchtafzuiging of -aanzuiging
is geblokkeerd.
• De projector staat wellicht in een
slechte geventileerde ruimte.
• De omgevingstemperatuur kan
te hoog zijn.
De ventilatoren werken niet.
U kunt de projector niet
uitschakelen.
U kunt de projector niet
inschakelen.
Oplossing:
• Installeer een nieuwe lamp.
• Neem contact op met uw
leverancier voor hulp.
Oplossing:
• Installeer een nieuw filter.
Oplossing:
• Zorg dat de ventilatieroosters
niet zijn geblokkeerd.
• Plaats de projector in een
andere ruimte.
• Gebruik de projector pas als de
omgevingstemperatuur de
aanbevolen waarde heeft
bereikt. De maximale
omgevingstemperatuur
bedraagt 45 °C.
Oplossing:
• Controleer of de
stroomvoorziening stabiel
verloopt.
• Controleer of er een voorwerp
vastzit tussen de ventilatoren.
• Neem contact op met de
leverancier.
32
Extra informatie
Probleemoplossing
ProbleemOorzaakOplossing
Het netsnoer levert geen stroom.Stop het ene uiteinde van het netsnoer in de
netsnoeraansluiting aan de achterzijde van
de projector en het andere in het
stopcontact. Zorg dat het stopcontact is
U kunt de
projector niet
inschakelen.
Geen beeld.
Het beeld is niet
stabiel.
Het beeld is vaag.
De
afstandsbediening
werkt niet.
De stroomschakelaar staat niet aan.Zet de stroomschakelaar aan. (Pagina 19)
De projector werd aangezet tijdens
het afkoelen.
Het deksel van de lamp zit niet goed
vast.
De videobron is niet ingeschakeld
of niet correct aangesloten.
De projector is niet correct
aangesloten op de invoerbron.
Het ingangssignaal is verkeerd
geselecteerd.
De kabels zijn niet goed aangesloten
op de projector of de signaalbron.
De projectielens is niet correct
scherpgesteld.
De projector en het scherm staan
scheef.
De lensdop zit nog op de lens.Verwijder de lensdop. (Pagina 19)
De batterijen zijn leeg.Vervang beide batterijen. (Pagina 10)
Er bevindt zich een voorwerp
tussen de afstandsbediening en de
projector.
U bevindt zich te ver van de
projector.
ingeschakeld (indien van toepassing).
(Pagina 19)
Wacht tot de projector volledig is afgekoeld.
Plaats het deksel van de lamp correct.
(Pagina 30)
Schakel de videobron in en controleer of de
signaalkabel correct is aangesloten.
(Pagina 17)
Controleer de aansluiting. (Pagina 17)
Selecteer het correcte ingangssignaal met de
bronknoppen op de afstandsbediening of
met de knop SOURCE/ENTER (Bron/
Enter) op de projector. (Pagina 19)
Sluit de kabels correct aan op de geschikte
stekkers. (Pagina 17)
Pas de focus van de lens aan met de
focusring. (Pagina 20)
Pas de projectiehoek, -richting en -hoogte
aan indien nodig. (Pagina 20)
Ver wi jd er he t vo o rw er p. (Pagina 12)
Ga niet verder dan 8 meter van de projector
staan. (Pagina 12)
Extra informatie
Nederlands
33
Specificaties
Alle specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.